Skip to main content

OKRA-magazine maart 2026

Page 1


LEVENSVERHAAL

Gilbert Nyatanyi, bekend van ‘Kèrekewére’ en ‘Rute98’

KOKEN voor één

PIJN EN FRUSTRATIE van een slechthorende

Langer thuis blijven

wonen, maar moeite met traplopen?

Ga weer veilig de trap op en af met een Otolift traplift.

Rechtstreeks van de fabrikant

Uw trapleuning kan blijven zitten

Brede kant van de trap blijft vrij

Gratis informatiepakket

Vraag nu ons gratis informatiepakket aan

Otolift.be/pakket 0800 - 59 003

Of scan de QR-code

Open de camera of Google

Lens op uw telefoon en scan de code.

naar Otolift.be/pakket of bel 0800 - 59 003

Inhoud

MAART 2026

Gilbert Nyatanyi, bekend van ‘kèrekewére’ en ‘Rute 98’, vertelt zijn levensverhaal

4 ACTUA

8 OVER WAT TELT

Phara de Aguirre

12 WEGWIJS

Pensioenberekening na scheiding

14 COLUMN

Sonja Vertriest

16 DOORGEVRAAGD

Oog voor slechthorenden

2O GENERATIEMAKERS

Elke Vlaming moet verplicht orgaandonor worden

22 MVX

René Goolaerts uit Pelt

24 COLUMN

Herman Fonck

26 OKRA HELPT

Welke taken mogen mantelzorgers uitvoeren?

28 ALLES WAT JE MOET

WETEN OVER Pyjamadag, grondslapers & Hoppin

32 AAN TAFEL

Koken voor één persoon

36 DOORLEEFD

Gilbert Nyatanyi

In dit magazine

TRADITIES

Poppentheater

43 ERFSTUK

De patattenstoemper van Agnes

44 DE WERELD

MOOIER MAKEN

Alex bespreekt vragenlijst in woonzorgcentrum

46 UIT

Fort van Breendonk

50 NIET TE MISSEN IN MAART

54 PUZZEL & WIN

Benieuwd naar nog meer activiteiten en nieuws van OKRA? Volg OKRAvzw op

@OKRAvzw @OKRAvzw @OKRAvzw OKRA

Uit het nieuws

BELGEN WONEN RUIMER

DAN DE MEESTE

EUROPEANEN

Eurostat heeft voor de hele Europese Unie cijfers verzameld over onze huisvesting en daaruit blijkt dat Belgen ruim behuisd zijn. Belgische huishoudens hebben gemiddeld 2,1 kamers per gezinslid in hun woning, tegenover een Europees gemiddelde van 1,7 kamers. Alleen in Malta is dat nog iets meer. Terwijl in Malta veruit de meeste mensen in een appartement wonen (63 procent), woont de overgrote meerderheid (76,8 procent) van de Belgen in een huis. Daar moet België enkel Nederland en Ierland laten voorgaan. 70,3 procent van de Belgen bezit zijn eigen woning, dat is boven het Europese gemiddelde van 68,4 procent.

OKRA-magazine is het ledenblad van OKRA vzw OKRA-leden ontvangen OKRA-magazine tien keer per jaar (niet in januari en augustus).

Een lidmaatschap kost in 2026 33 euro per persoon per kalenderjaar, of 56 euro per gezin.

INFO

Lid worden kan

• via www.okra.be

• door je naam, adres en geboortedatum te sturen naar OKRA vzw, team lidmaatschap, postbus 40, 1031 Brussel

• door je naam, adres en geboortedatum te sturen naar lidworden@okra.be

Eerste tekenen beroerte soms al tien jaar zichtbaar

Een beroerte komt vaak onverwacht, maar nieuw onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam toont aan dat er soms al tot tien jaar op voorhand subtiele waarschuwingssignalen zijn. Symptomen zijn dan onder andere problemen met lopen, spreken en begrijpen, maar ook verlamming of gevoelloosheid in het gezicht, de arm of het been. Die veranderingen zijn niet altijd opvallend, maar samen kunnen ze wijzen op een verhoogd risico. Volgens de onderzoekers is het belangrijk om zulke signalen ernstig te nemen, zeker bij mensen met risicofactoren zoals hoge bloeddruk, roken of een hoog cholesterol. Vroege herkenning kan helpen om gerichte maatregelen te nemen en de kans op een beroerte aanzienlijk te verkleinen. Ze raden daarom aan om zulke symptomen met de huisarts te bespreken.

Contacteer magazine@okra.be over OKRA-magazine of secretariaat@okra.be voor een andere vraag.

Via post: OKRA vzw, Haachtsesteenweg 579, 1030 Brussel.

Maart 2026 jaargang 58 nummer 2

Carnaval, Flores

Op 15 februari trok de 96ste carnavalstoet door Aalst. Exact een maand later op 15 maart vindt carnaval in Halle plaats en tussenin (en nadien) nog een pak andere Belgische gemeenten. In Maumere, een stadje van 80.000 inwoners op het Indonesische eiland Flores, vieren ze carnaval – maar dan in augustus. Flores behoort tot de provincie Oost-Nusa-Tenggara, waar de Portugese koloniale invloed sterk was. Het eiland heeft een overwegend katholieke bevolking. Het carnaval heeft er niet de politiek kritische insteek zoals in Aalst, maar wil vooral elegant, vrolijk en subtiel zijn.

71.000…

… euro bedraagt het gemiddeld uitbetaald kapitaal van het aanvullend pensioen in 2025. Dat meldt de Authoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) over de staat van de tweede pensioenpijler. Al zijn er wel grote verschillen. Zo kregen mannen gemiddeld 92.000 euro uitbetaald, tegenover vrouwen gemiddeld iets meer dan 40.000 euro.

ZORGVOLMACHTEN ZITTEN IN DE LIFT

Sinds de invoering in 2014 kiezen jaar na jaar meer mensen ervoor om vast te leggen wat er met hun persoon en hun geld moet gebeuren zodra ze niet langer zelf de regie in handen hebben, bijvoorbeeld als ze tijdelijk of definitief wilsonbekwaam worden door een ziekte of ongeval. Vorig jaar werden er in ons land in de eerste 11 maanden 121.524 zorgvolmachten afgesloten. Vooral in Vlaanderen zijn ze populair: 109.539 dossiers zijn van Vlamingen, tegenover slechts 8.436 in Wallonië en 3.549 in Brussel. Dat brengt het totaal op 712.420 afgesloten zorgvolmachten, waarvan 636.234 in Vlaanderen.

Toch bestaan er nog heel wat misverstanden over wat een zorgvolmacht nu inhoudt. Zo is voor alles waarbij een notaris betrokken wordt ook een notariële zorgvolmacht nodig. Een zorgvolmacht is ook niet altijd geldig in het buitenland.

VAN ONZE FOTOGRAAF KRISTOF VADINO

AGENDA

LIFEHACK OM DE LENTE IN TE ZETTEN

Witter dan wit

Die witte blouse die je vorig jaar zo graag droeg? Die oogt mogelijk wat minder wit door zweet- of andere vlekken. Maak een mengsel van baking soda, een scheut azijn en wat water. Smeer het op de vlekken, laat het intrekken en leg het item daarna gewoon in de zon, dan werkt het als een natuurlijke vlekkenbleker. Bonus: voeg een druppeltje geurolie toe voor een fris lentegeurtje.

Extra licht

Hang spiegels tegenover ramen. Meer licht zonder extra lampen.

Weg onkruid

Giet kokend water op voegen van terras of oprit. In maart werkt deze tip beter dan later, omdat de planten in maart nog zwak en oppervlakkig zijn. Door er kokend water over te gieten, beschadig je meteen zowel het blad als de wortel.

”Het aantal mensen met dementie wordt alsmaar groter. Er komt een lawine op ons af. We moeten dus echt nadenken hoe we al die mensen gaan verzorgen. Wegkijken is geen optie.”

Regisseur Kat Steppe maakte de film Zondag de negenste, over herinneringen.

Bron: www.welovecinema.be

Dag van de zorg

Op 14 en 15 maart is het Dag van de Zorg. Over heel Vlaanderen openen zorginstellingen, woonzorgcentra en welzijnsorganisaties hun deuren voor het grote publiek. Bezoekers krijgen een unieke blik achter de schermen en maken kennis met de vele mensen die elke dag instaan voor onze zorg en ondersteuning. De Dag van de Zorg is een mooie gelegenheid om stil te staan bij het belang van goede zorg, vandaag én in de toekomst, en om waardering te tonen voor iedereen die zich inzet voor het welzijn van anderen.

Leve het Frans

20 maart is de internationale dag van de francophonie. Ook in België wordt dat gevierd met lezingen workshops, voorstellingen en allerlei andere taalactiviteiten. Vooral in Brussel en Wallonië, maar ook in bibliotheken en cultuurhuizen elders in het land, kan je deelnemen aan initiatieven die het Frans op een speelse en toegankelijke manier in de kijker zetten. Een fijne gelegenheid om je Frans op te frissen of gewoon te genieten van taal en cultuur.

Wij maken úw keuken in België -25%* op kasten -25%* op werkbladen

Dé trendsetter in keukens  Belgische kwaliteit  Prijs bij bestelling 2 jaar vast  Geen voorschot

Aalst | Aartselaar | Ath | Awans (Luik) | Bastenaken | Brugge | Binche | Dendermonde | Dilbeek | Doornik | Gosselies | Geraardsbergen | Gerpinnes | Grimbergen | Ham | Hasselt | Herent | Huy | Ieper | Jemappes | Kortrijk | Libramont | Maasmechelen | Marche-en-Famenne | Maldegem | Mechelen | Moeskroen | Naninne (Namen) | Oostakker | Oostende | Oudenaarde | Roeselare | Schoten | Sint-Genesius-Rode | Sint-Martens-Latem | Nijvel | Sint-Niklaas | Tienen | Turnhout | Verviers | Waregem | Waver

REPORTAGEMAAKSTER

PHARA DE AGUIRRE

“Er gebeurt veel in mijn leven waarvan ik denk dat er een reportage inzit”
“Om de twee weken wordt een vrouw vermoord door haar (ex-)man, terwijl we dat zouden kunnen voorkomen als we de patronen zien,” duidt Phara de Aguirre (64) over haar nieuwe programma ‘En nu is ze dood’. Na haar borstkanker in 2006 legde ze zich meer toe op maatschappelijke reportages, onder meer over kinderarmoede, vluchtelingen en justitie.
Tekst Dominique Coopman — Foto's Kristof Vadino

Het interview vindt plaats bij de VRT. Phara de Aguirre heeft weinig tijd, ‘En nu is ze dood’ moet af, een reeks over femicide, die eind februari te zien is op Canvas en op VRT.MAX. Onderweg naar de plek waar het interview plaatsvindt, wordt ze nog aangeklampt door een collega, die ook een verhaal heeft. “Het is ongelooflijk wat er allemaal bovenkomt,” zegt Phara. “Maar” – ze kijkt op haar horloge –“vraag maar. Ik luister.” En luisteren kan ze. Ik steek meteen van wal met twee grote vragen, die naar geluk en verdriet in haar leven.

Wat is jouw grootste geluk?

“Zonder twijfel, mijn vier kinderen en mijn vier kleinkinderen. Oma zijn is echt heel leuk. Mijn buurman zegt weleens ‘had ik het geweten, ik was met de kleinkinderen begonnen.’ Ik begrijp hem helemaal. Mijn man is twaalf jaar ouder dan ik. We hebben twee zonen en twee dochters, een zoon geboren in 1984, dochters in 1986 en in 1991, en een zoon in 1998. De zonen hebben nog geen kinderen, de dochters wel. Elk twee. Mijn oudste dochter woont in Philadelphia, aan de Oostkust van de Verenigde Staten. Ik vond het niet erg dat zij ginder ging wonen, maar sinds mijn kleinzonen er zijn, vind ik het wél erg. Mijn jongste dochter woont bij

ons in de buurt, haar kinderen zien we vaak. Onze ‘Amerikanen’ zien we vier keer per jaar. Zij komen twee keer, en wij gaan twee keer drie weken naar ginder. Op die leeftijd, het zijn peuters en kleuters, evolueren ze snel. Vorige zomer vertrok onze kleinzoon kruipend naar de VS, met Kerstmis kwam hij lopend terug.

Vier kinderen? ‘Ecologisch niet verantwoord,’ zei Etienne Vermeersch, maar ik ben zo blij dat ik er vier heb. Ik kom zelf uit een gezin met negen kinderen, mijn man uit een gezin met zes kinderen. Ik heb altijd voltijds gewerkt, mijn man deeltijds. Ik was de verrassing thuis, hij de zekerheid. Terzake presenteren was avondwerk. Mijn jongste vroeg elke ochtend of ik hem in bed zou stoppen. Soms was dat lastig maar ik heb er geen spijt van dat het zo gelopen is. De kinderen plagen me er wel nog mee.

Oma zijn is fantastisch. Je kunt opnieuw verhaaltjes lezen, liedjes zingen, in de sneeuw spelen, ... Je moet de lasten van het ouderschap niet dragen. Ik vind het geweldig om aan de schoolpoort te staan en hem te horen roepen dat zijn oma daar is. Heerlijk. Ook in de VS ga ik ze halen in de crèche, maar veel minder natuurlijk. Ik mis ze wel.”

Wat is je grootste verdriet?

(Denkt lang na) “Het moment dat ik wist dat ik borstkanker had. Het eerste waar ik aan dacht waren de kinderen. Ik was 45 jaar. Je denkt, in één milliseconde: oei, het is gedaan. Ik weet nog dat mijn oudste kinderen in de examens zaten. We hebben gewacht tot het weekend om het hen te vertellen. Intussen ben ik twintig jaar verder. Ik ben er nog. Martine (Tanghe, dc) is er niet meer. We trokken allebei een slecht lotje. Maar nadien trok ik een goed lotje, zij niet. Toen ik 55 was, zei de oncoloog bij een controle: ‘Proficiat. Nu heb je weer evenveel kans als elke doorsnee vrouw om kanker te krijgen.’ Ik ben buiten op een bank gaan zitten en begon te wenen, maar mijn dokter had wel gelijk. Wat het ziek zijn met mij deed? (Stilte) Veel. Kanker heeft een enorme impact. Ik nam me voor nooit meer zo hard te werken maar twee jaar later was ik weer bezig. Ik ruilde wel Terzake voor de talkshow Phara en de harde politieke interviews voor meer ‘menselijke’ reportages zoals ‘Mijn moeder’ en ‘Mijn vader’.

Waarom studeerde je pedagogie en niet iets met politiek? Een gemeenschappelijke kennis sprak me over jouw onuitputtelijke geestdrift waarmee je als jonge studente volle aula’s overtuigde tot actie.

“Kanker heeft een enorme impact. Ik nam me voor nooit meer zo hard te werken maar twee jaar later was ik weer bezig.”

(lacht) “Het politieke sluimerde. In 1989 viel de Muur. Er was Hongarije. Al die omwentelingen. Ik solliciteerde bij de VRT en kon in 1994 op de nieuwsdienst beginnen. Een droom die uitkwam. Die volle aula’s ben ik wel vergeten. Niet mijn gedrevenheid, die heb ik van thuis. Mijn ouders engageerden zich ook. Mijn moeder hield een gezin met negen kinderen draaiende, dag na dag. Maar ze deed ook De Weeg, hielp jonge ouders en zuigelingen, op maandagnamiddag. Samen met enkele buurvrouwen breide ze voor de missies. Mijn vader werkte lange dagen, hij was actief in de parochie en in het oudercomité. Ik kom uit de jeugdbeweging, zong in een koor en maak nu programma’s waarin ik verhalen van mensen vertel die geen stem hebben in de Wetstraat maar wel gehoord moeten worden. Het pedagogische en het politieke leunt tegen elkaar aan.”

Hoe was jouw opvoeding?

“Mijn ouders leerden elkaar kennen op het werk. Ik was de derde van negen kinderen. Die grootbrengen en laten studeren was niet evident. Mijn vader legde de lat hoog. Hij was veel afwezig door zijn werk, maar zeer aanwezig door wat hij van ons verwachtte. Als ik 91 procent haalde zei hij ‘dat is 9 procent te weinig om 100 procent te halen’. Mijn moeder runde het hele huishouden. Ze ging te voet naar school met een kinderkoets en vijf kinderen tussen de vijf en één jaar. Ze was altijd bezig en klaagde weinig. Ik schaam me nog als ik eraan denk dat ik vroeger zei dat mijn moeder ‘niet werkte’ als men me vroeg wat mijn ouders deden, want in werkelijkheid

deed ze alles. Mijn moeder is vrij vroeg gestorven, ze werd 76. Mijn vader werd 92. Ik heb nooit echt afscheid genomen van hen, want ik was telkens net te laat. Maar ze zitten nog in mij.”

Hoe anders was jouw opvoeding tegenover die van de kleinkinderen? Wordt daar ook zoveel gepraat? (proest het uit) “Ongelooflijk veel. De kleinkinderen krijgen enorm veel aandacht en er wordt voortdurend onderhandeld. Let op, ik doe het ook hé, als oma. Elke tijd heeft zijn manier van opvoeden. Tegelijk stel ik me soms vragen, denk ik van… jongens het is zo, punt uit.”

Je werkte jarenlang voor de nieuwsdienst en je maakte veel reportages, rond problemen en verdriet maar waar ook veerkracht en hoop van uit ging. Willen we beginnen bij de vluchtelingen?

“Dat komt uit mijn familiegeschiedenis. Mijn vader kwam in 1937 als 11-jarige naar hier. Hij werd op de boot gezet, richting België. In Spanje woedde een burgeroorlog, Baskenland lag zwaar onder vuur. Mijn vader en zijn twee broers waren één van de 5.000 ninos de la guerra die in ons land terechtkwamen. Hij en zijn broers werden opgevangen in de Schipperschool in Klein-Willebroek, waar zuster Pharailde moeder-overste was. Vandaar mijn naam, Phara. Pas in 1949 is de familie herenigd. Het was mijn grote droom om ooit een documentaire te maken over de drie broers, maar die wilden dat absoluut niet. Mijn grootmoeder heeft later wel gezegd dat ze het nooit meer zou doen, haar kinderen laten vertrekken.

Je moet echt wanhopig zijn om als mama je kind weg te sturen. In 2015, met de grote vluchtelingencrisis, gebeurde het opnieuw. In Ieper volgde ik een Syrisch jongetje. Mohamed was 7 jaar en met zijn oom naar hier gevlucht. Hij kwam in een pleeggezin terecht bij Filip en Nele. Fantastische mensen. Eén mens kan het verschil maken. Zuster Pharailde voor mijn vader. Nele en Filip voor Mohammed.”

Zoals een jeugdrechter het verschil kan maken voor een jongere?

“We hadden eerst ‘De notaris’ gemaakt, maar daar mochten we geen tweede seizoen van maken omdat we te weinig jongeren bereikt hadden. Dan hebben we ‘Mijn jeugdrechter’ bedacht. Roberto, een jongere die ik voor Panorama gefilmd had, vertelde me ooit dat zijn jeugdrechter hem

sinds zijn achttiende hem elk jaar op de koffie uitnodigde. Het idee van zo’n weerzien tussen jonge mensen en hun jeugdrechter hebben we dan voor andere jongeren georganiseerd. Die jongeren worden vaak als criminelen bekeken, maar 80 procent van hen komt uit een verontrustende opvoedingssituatie. Ik zag kwetsbaarheid maar ook veerkracht.”

Verrast die veerkracht jou?

“De eerste aflevering van ‘Mijn jeugdrechter’ gaat over Shani die door haar vader misbruikt is. Tot op een avond de politie aan de deur staat en alle kinderen uit het gezin in veiligheid brengt. Shani heeft intussen zelf een gezin met drie kinderen en een pluskindje. Als ik haar zie zorgen voor hen, denk ik van lieve help, wat een straffe madam ben jij!”

Heb je nog contact met die jongeren?

“Ja, hoor. Mijn jeugdrechter was genomineerd voor de Ha van Humo en ze waren allemaal op de avond van de uitreiking, behalve Shani. Die had geen babysit. Ik houd alle telefoonnummers bij van mensen over wie ik een programma gemaakt heb. Ik volg hen op facebook en stuur soms een berichtje. Ik zou het meer moeten doen, besef ik. Het mooiste is als je een vervolg kan maken op een programma. Arm Vlaanderen hebben we al drie keer gemaakt en als ik mag, maak ik na mijn pensioen aflevering 4.”

Hoe autobiografisch zijn jouw programma’s? Neem nu je nieuwe reeks ‘En nu is ze dood’?

“Er gebeurt veel in mijn leven waarvan ik denk dat er een reportage

inzit. In oktober 2024 vertelde een vriendin van een buurvrouw me dat ze bedreigd was met een mes door een man met wie ze de relatie verbroken had. Een maand later hoor ik de hele dag op het nieuws dat er een vrouw vermoord is op haar oprit in Zwijndrecht. ‘s Avonds hoor ik van mijn zus dat het over onze nicht gaat. Ik was toen nog ‘Mijn jeugdrechter’ aan het afwerken maar het was voor mij meteen duidelijk dat femicide mijn volgende onderwerp zou worden. Gelukkig stemde Canvas toe. Sinds ik de reeks aan het maken ben, hoor ik overal verhalen van vrouwen die bedreigd worden, maar die zwijgen omdat ze zich schamen of bang zijn en vrezen voor hun leven als ze iets zouden zeggen. Nee, dit gaat niet om passionele moorden. Het zijn moorden die gepland zijn, weloverwogen, met voorbedachten rade. Er zitten patronen in, die de bevoegde diensten moeten herkennen.”

Hoe kijk je aan tegen het ouder worden?

(lacht) “Behalve wat artrose hoor je me niet klagen. Ik ben zeer dankbaar om de job die ik heb kunnen doen. En ik heb nog ideeën. Maar als ik 66 word, stop ik bij de VRT en maak ik plaats voor de volgende generatie. Er zijn nog manieren om zinvol bezig te zijn. Oma ben ik ook heel graag. Wat mij stoort aan ouder worden is dat iedereen de enorme verschillen ziet tussen kinderen van 0 en jongeren van 25 jaar. Maar tussen mensen van 60 of 85 jaar zit ook 25 jaar verschil en wij worden allemaal bejaard of oud genoemd. En voor de media zijn we hoe langer hoe minder interessant, terwijl wij net tijd hebben om te kijken!”

En nu is ze dood, op maandag om 21u25 op Canvas en via VRT MAX.

SCHEIDEN OP LATERE LEEFTIJD: WAT BETEKENT

DAT VOOR JE PENSIOEN?

Hoewel scheiden in de eerste plaats een emotionele beslissing is, mag je ook de praktische kant niet uit het oog verliezen. Veel zestigplussers vragen zich bijvoorbeeld af wat de gevolgen zijn voor hun pensioen. Een terechte bezorgdheid, want naast je professionele carrière speelt ook de aard van de scheiding mee.

Tekst Michiel Bronckaerts —

Illustratie Shutterstock

De afgelopen jaren is het aantal scheidingen bij zestigplussers enorm toegenomen. Uit cijfers van Statbel bleek dat van 2015 tot 2023 het percentage met 40 procent is toegenomen, specifiek ging het om koppels waar beide partners ouder waren dan 65. Een opvallende evolutie, maar ook logisch. Naast het aantal 65-plussers steeg ook de hoeveelheid vrouwen die voltijds in loondienst werkten.

FEITELIJKE SCHEIDING

Dat was lange tijd anders. Tot ver in de twintigste eeuw bestond een gezin doorgaans uit één loontrekkende. Opdat de andere partner later niet uit de boot zou vallen, werd het gezinspensioen ingevoerd voor gehuwde koppels. Dat ligt ongeveer 25 procent hoger dan een rustpensioen als alleenstaande, het gaat immers om een gedeeld huishouden. Als dat huishouden uit elkaar valt, beïnvloedt dat de ook pensioenregeling. De impact ervan hangt af van het type scheiding.

Bij een feitelijke scheiding blijft het huwelijk voortbestaan, maar woont het koppel niet meer samen. Ontving het koppel een gezinspensioen dan blijft dat van kracht, maar wordt het bedrag gelijk verdeeld over beide partners.

Martine en Jan besluiten om uit elkaar te gaan en beëindigen hun huwelijk via een feitelijke scheiding. Voordien bestond hun inkomen uit een gezinspensioen van € 2 900 op basis van Jans loopbaan. Na de feitelijke scheiding zal zowel Martine als Jan € 1 450 ontvangen als pensioen.

Hebben beide partners een alleenstaandenpensioen, dan komt er een andere berekening aan te pas.

An en Mark beëindigen hun huwelijk via een feitelijke scheiding. Beiden bouwden pensioenrechten op: Mark geniet € 2 000, An € 1 000. Na de scheiding hebben ze beiden recht op minstens de helft van het gezinspensioen.

Om dat te berekenen wordt het hoogste pensioen vermenigvuldigd met 1,25. Hier dus € 2 000 x 1,25, wat neerkomt op € 2 500. Dat bedrag wordt vervolgens door twee gedeeld om de minimumgrens te bepalen.

An krijgt een surplus van € 250, omdat de minimumgrens € 1250 bedraagt. Mark ontvangt een alleenstaandenpensioen, maar het oorspronkelijke bedrag van € 2000 wordt verminderd met het deel dat naar An gaat. Marks pensioen bedraagt na de scheiding nog € 1750.

WETTELIJKE SCHEIDING

Bij een wettelijke scheiding, beter bekend als echtscheiding, beëindigt de rechtbank officieel het huwelijk. Ook in

dat geval heeft elke partij recht op zijn eigen pensioen. Op voorwaarde dat ze er een hebben opgebouwd.

Zeker vroeger was het gebruikelijk dat vrouwen de taak van huisvrouw op zich namen, al dan niet tijdelijk, en trokken ze geen loon. In zo’n situatie kan een van de partners een echtscheidingspensioen ontvangen. Dat wordt berekend op basis van de loopbaan van de ex-partner, waarbij elk jaarloon meetelt voor 62,50 procent. Van dat bedrag wordt het salaris van de andere partner afgetrokken. Als blijkt dat het inkomen minder dan 62,50 procent bedroeg dan dat van de ex-partner, wordt er op dat verschil een echtscheidingspensioen berekend.

Marieke en Pieter gaan wettelijke uit elkaar. Marieke zorgde tijdens het huwelijk voor de kinderen en bouwde geen pensioen op. Pieter werkte altijd in loondienst en krijgt nu een gezinspensioen van € 2 500. Na 35 jaar eindigt het huwelijk met een wettelijke scheiding. Hierdoor zal Marieke een echtscheidingspensioen krijgen berekend op Pieters jaarloon van € 62 000.

HOE

BEREKEN JE HET

ECHTSCHEIDINGSPENSIOEN?

In de berekening wordt uitgegaan van een normale loopbaanduur van 45 jaar. Om tot een effectief echtscheidingspensioen te komen, wordt een herwaarderingscoëfficiënt van 60 procent gehanteerd.

• 62,50 procent van Pieters jaarloon (€ 62 000) = € 38 750

• Jaarlijkse pensioenopbrengst Marieke: 38 750 x 60 procent = 23 250 ÷ 45 = 516,66

• Ze waren 35 jaar getrouwd, dus 35 x 516,66 = 18 083,11

• Maandelijks pensioen Marieke: 18 083,11 ÷ 12 = € 1 506,93

Peters gezinspensioen wordt omgezet naar een alleenstaandenpensioen. 2500 x 0,80 = € 2 000 per maand

Goed om te weten

Wie over onvoldoende bestaansmiddelen beschikt, heeft vanaf de wettelijke pensioensleeftijd recht op een inkomensgarantie voor ouderen (IGO). Bij een feitelijke scheiding kom je hier ook voor in aanmerking aangezien de bestaansmiddelen afzonderlijk worden berekend.

Denk goed na als je na een scheiding opnieuw officieel in het huwelijksbootje stapt, want dan stopt ook je echtscheidingspensioen. Als je wettelijk of feitelijk gaat samenwonen, verandert er niets.

Het pensioen van een ambtenaar is een persoonlijk recht en onoverdraagbaar. De ex-partner heeft dus geen recht op een pensioen. Bij het overlijden van een gepensioneerde ambtenaar kan de ex-partner wel een overlevingspensioen aanvragen.

Nog meer vragen over je (toekomstig) pensioen? Contacteer dan pensioendienst@okra.be.

GRONDIG DOOR ELKAAR GESCHUD

13 maart 2020. Corona. Lockdown. Een mantelzorger met verse was stond verslagen te kijken door de glazen deur die niet meer openging. Hij mocht niet meer binnen. Ik was directeur van een woonzorgcentrum en we kregen de opdracht van de overheid om met onmiddellijke ingang de deuren te sluiten. Op de radio zong Boudewijn De Groot “En je kunt niets zeker weten, want alles gaat voorbij.”

Mijn voorganger bij OKRA kreeg ondertussen telefoon van de toen nog onbekende Marc Van Ranst. OKRA moest per direct alle contactmomenten annuleren. Wat volgde waren weken, maanden, zelfs een jaar, waarop onze maatschappij grondig door elkaar werd geschud. Plots spraken we over quarantaine, bubbels en knuffelcontacten als het nieuwe normaal.

We applaudisseerden om 20u voor de zorgmedewerkers. De nood aan een herwaardering voor ieder die werkt in de zorg klonk luider dan ooit. We leerden in een sneltempo digitaliseren en Facetimen. We herontdekten de meerwaarde van het eenvoudige wandelen en fietsen en het heil dat nabije natuur ons bracht. Meer dan ooit werd een goede gezondheid herontdekt als het hoogste goed en de nood aan contact erkend als basisbehoefte. Want jawel, ik denk dat er toen mensen gestorven zijn door isolement en dat we dit collectief op ons geweten hebben.

Zes jaar later is er veel veranderd. Niet altijd wat we graag als nieuw normaal behouden zagen. Het applaus en de wake-upcall voor de

gezondheidszorg is omgezet naar een resem besparingen. Heel wat trefpunten hebben hun herstart of doorstart niet gekregen na de lockdown. Individualisering is in een stroomversnelling gekomen. Het middenveld, dat ten tijde van covid een katalysator was voor solidariteit en voor het rekruteren van vrijwilligers voor contacten aan huis en vaccinatiecentra, is voor sommigen weer een bedreiging geworden. De toon in politiek, van de dorpsstraat tot de Wetstraat en ook internationaal, voelt steeds killer aan. Kritiek wordt de mond gesnoerd, eigen belangen eerst, de groten der aarde blinken uit in haat.

Soms denk ik dat er een nieuwe oorlog, pandemie of natuurramp nodig is om elkaar weer te mogen vinden. Opdat we mogen waarderen wat het leven waard is, welke onschatbare waarde zorgen voor elkaar inhoudt, wat solidariteit en vrijwillige inzet van warmte biedt, voor zichzelf en voor de medemens. Dat zegt de pessimist in mij althans.

Maar mijn glas is half vol, de optimist roept harder. Dus ik geloof tot op vandaag dat er geen externe krachten nodig zijn, maar dat we van binnenuit de grootste verandering kunnen teweegbrengen. Dat de krachten bundelen ons verder brengt dan alleen gaan. Dat we niemand achterlaten. En ik geloof dat hiervoor een belangrijke plaats is weggelegd voor verenigingen. Of om het met die wondermooie klassieker van Boudewijn De Groot te zeggen: Ik geloof in jou én mij.

JAAR

Topkwaliteit uit Duitsland Service aan huis

Tot 7 jaar garantie

Echt heerlijk zitten met

Flowsit ®

Wij vieren feest met onze nieuwste innovatie; Flowsit®.

De zetel die zich vormt naar uw lichaam.

Kom proefzitten en ontdek Flowsit®:

✓ Echt heerlijk zitten

✓ Op maat gemaakt

✓ Drukverlaging en pijnverlichting

NU: GRATIS*

T.W.V. €695,adaptief zitcomfort

Dé specialist in zitten ✓ Sta-op-zetels ✓ Relaxzetels ✓ Maatwerkzetels ✓ Salons

Vraag onze brochure aan

✓ Bekijk alle collecties zetels

✓ Relaxzetels v.a. €795,-

✓ Lees meer over Flowsit®.

Ga naar of bel ons: 011 49 71 60 meubelzorg.be

Oog hebben voor wat we niet horen

Moet ik er een tekening bij maken? Voor Geeske van Voorthuijsen is het een vanzelfsprekende vraag. En een dankbaar hulpmiddel. Want naast illustrator is ze ook slechthorend. Haar ervaringen als buitenbeentje in een horende wereld goot ze in het boek ‘Als oren niet horen’.

Tekst Michiel Bronckaerts — Illustraties Geeske Illustration — Foto Studio Waves and Woods

Een slechthorende interviewen, spannend. Hoe gaat dat in z’n werk? Geeske geeft de voorkeur aan een videocall. Telefoongesprekken verlopen niet altijd even gemakkelijk voor haar. Begrijpelijk, want we communiceren niet enkel met onze stem, ook ons lichaam en onze mimiek ondersteunen de boodschap. Andere aandachtspunten: een goed verlichte kamer en geen achtergrondgeluiden. Een kleine moeite, maar zaken waar ik maar zelden rekening mee houd. En ik ben niet de enige, weet Geeske. Niet toevallig draait haar boek in de eerste plaats om bewustwording.

“Als slechthorende krijg je al snel de indruk dat jij je volledig moet aanpassen aan iedereen rondom je. Dat zorgde voor veel frustratie. Ook op de kunstacademie. Toen het daar niet vooruitging, adviseerde de docent me om te tekenen over mijn persoonlijke ervaringen. Een openbaring: voor het eerst zag mijn omgeving waar ik mee worstelde. Die erkenning motiveerde me om mijn slechthorendheid te ver werken in een afstudeerproject. Dat sloeg zo goed aan dat ik dacht: hier zit meer in.”

Levend verlies

Intussen zijn we 17 jaar later en is oren niet horen al toe aan een derde druk. “Het heeft inderdaad even ge duurd, vooral omdat ik zelf eerst mijn situatie moest aanvaarden. Je leert er wel mee omgaan, maar er duiken altijd nieuwe obstakels op. Verhuizen, van job veranderen, een kind krijgen, … Dat is voor iedereen aanpassen, maar als slechthorende is die impact veel groter. Daarom omschrijf ik slecht horendheid als een ‘levend verlies’. Je bent er nooit klaar mee. En wie denkt dat denkt dat hoorapparaten en andere snufjes alles meteen oplossen, heeft het mis.”

Geeske wijdde er een heel hoofdstuk aan met bitterzoete illustraties. Van een apparaat dat in het toilet valt tot iemand die ermee in de douche kruipt. “Gehoorapparaten zijn ondertussen sterk verbeterd, maar ze brengen ook ongemak met zich mee. Daarbij lossen ze het probleem niet op. Gehoorverlies is complex en wat je verloren bent, kan je in dit geval moeilijk terugbrengen. In een oor ben ik volledig doof, dus ik hoor nooit in stereo, waardoor ik geen richtingsgevoel heb. 1-op-1-gesprekken gaan prima, maar in groep kan ik moeilijker filteren wie aan het woord is of waar het geluid vandaan komt. Daar kan geen enkel apparaat iets aan veranderen.”

Topsport

Als je niet volledig kan vertrouwen op je gehoor, draait je hele lichaam overuren. Echt luisteren is volgens Geeske dan ook topsport. “Mensen onderschatten hoeveel energie dat vraagt. Doorheen de dag moet ik soms ‘hoorpauzes’ inbouwen en ’s avonds ben ik vaak bekaf. Doorwerken tot middernacht zit er voor mij niet in. Zulke zaken associëren we niet met een slecht gehoor. Gelukkig kan ik die onzichtbare klachten in mijn tekeningen extra benadrukken. Daarom slaat het boek volgens mij zo aan. Mijn invalshoek is ook laagdrempeliger dan een publicatie waar het medische aspect centraler staat.”

“Gehoorverlies is complex: wat je kwijt bent, kan je niet terugbrengen. Ook niet met een gehoorapparaat.”
Geeske van Voorthuijsen
“In elke tekening zit een stuk van mezelf. Dus ook mijn pijn en frustratie”

Nog een troef is de eerlijkheid van haar tekeningen. Geeske is niet bang om haar emoties onverbloemd op papier te zetten. “Veel illustraties zijn gebaseerd op persoonlijke ervaringen. Er zit altijd een stuk van mezelf in, dus ook mijn pijn en frustratie. En dat zorgt ook voor troost bij mensen die in een gelijkaardige situatie zitten. Zij voelen zich gezien en beseffen nu pas: het is niet enkel mijn probleem, maar ook hoe mijn omgeving ermee omgaat. Sommigen kopen zelfs meerdere exemplaren om uit te delen. Dat vind ik mooi. Ik heb ook lang gezocht naar een manier om me uit te drukken. Nu kunnen anderen het boek erbij pakken en zeggen: kijk, dit is hoe ik me voel.”

Wisselwerking

Wat niet wil zeggen dat elke slechthorende nu met Geeske haar boek moet rondlopen. Dan ziet ze liever een verschuiving van ‘beter horen’ naar ‘beter communiceren’. “Momenteel is onze maatschappij ingericht als volgt: jij hebt een probleem, dus jij moet het oplossen. Jammer, want hoe hard ik ook mijn best doe, mijn gehoor zal niet meer

verbeteren. En communicatie is een wisselwerking. Laten we er dus samen een geslaagd gesprek van maken. Elk gehoorverlies is anders. Vraag dus gewoon wat iemand kan helpen. Als ik die vraag krijg, voel ik me meteen meer op mijn gemak en heb ik minder schroom om tips te geven. Spontaan hulp krijgen in plaats van het steeds te moeten vragen maakt een wereld van verschil.”

Als oren niet horen van Geeske van Voorthuijsen is uitgegeven bij Lannoo.

Kijk op pagina 55 van dit OKRAmagazine en win een exemplaar van het boek.

ONTDEK HOEVEEL PENSIOEN JE VERLIEST

Opeenvolgende regeringsmaatregelen snijden in je pensioen. OKRA-BELANGENBEHARTIGING becijferde om hoeveel euro’s het gaat. De inlevering is niet min.

Had je in december 2024 een bruto pensioen van € 2 000 per maand, dan verlies je vanaf 2025 jaarlijks € 795 per jaar. Voor een brutopensioen van € 2 400 gaat het om een jaarlijks verlies van € 1 160 en wie bruto € 3 000 pensioen ontvangt, levert € 1 708 per jaar in.

En dan verrekenden we enkel het effect van de centenindex en het wegvallen van de welvaartsenveloppe.

BRUTO PENSIOEN PER MAAND

MINDER PENSIOEN PER MAAND IN 2030

TOTAAL BRUTOVERLIES IN JANUARI 2030 € 2

* Met de bijkomende gemeentebelasting — enkel voor gepensioneerden — wordt het verlies nog groter.

* Ga naar www.okra.be/info-advies/het-moet-fair-blijven om de exact impact voor jouw pensioen te kennen.

Nieuwjaarke zoete een varken heeft vier voeten vier voeten en ‘n staart is dat dan geen welvaartsenvelopje waard?

HET IS DUIDELIJK, de opeenvolgende regeringsmaatregelen zetten een behoorlijk mes in je beschikbaar inkomen. Met de centenindex die in de plaats van een indexaanpassing komt, worden alle pensioenen niet geïndexeerd boven 2000 euro bruto. Het verloren bruto pensioen zal voor de rest van je leven zorgen voor een lager pensioen. Indexaanpassingen komen voortaan met drie maanden vertraging en de welvaartsenveloppe, die ervoor moet zorgen dat de laagste en de oudste pensioenen gelijke tred kunnen houden met de stijgende welvaart, is leeggehaald voor deze regeerperiode. Concreet: geen bijpassingen tot en met 2029. Wat ook speelt: de belastingshervorming die werkenden meer van hun brutoloon laat overhouden, geldt niet voor gepensioneerden.

Dat bovenop allerhande kosten die stijgen. Om er drie te noemen: de prijzen van openbaar vervoer stijgen stevig –De Lijn met 18 procent in 2025 en nogmaals 4 procent in 2026, prijsstijgingen voor veel 65-plussers bij de NMBS–de groeiende kloof tussen de prijzen van woonzorgcentra en de pensioenen en de bijdrageverhoging voor de Vlaamse zorgverzekering naar 100 euro.

Wil je er meer over weten of de exacte impact voor jouw pensioen in kaart brengen, ga dan naar www.okra.be/info-advies/ het-moet-fair-blijven

STELLING

Elke Vlaming moet verplicht orgaandonor worden

Eén stelling, drie generaties. Lopen de meningen uiteen, of kunnen de generaties elkaar net vinden?

Dertiger

“Welke reden is belangrijker dan levens redden?”

“Mijn eerste reactie: als je met een donatie iemands leven redt, waarom zou je het dan niet doen? Natuurlijk is het niet zo simpel. Het is een emotionele situatie en ik denk dat bepaalde religies orgaandonatie zelfs verbieden. Voor sommige nabestaanden is het idee dat het lichaam van een overledene wordt geopereerd waarschijnlijk niet evident. Ik wil dat allemaal niet minimaliseren, maar voor mij weegt wetenschap zwaarder dan geloof of emotie. Dat heeft vooral te maken met mijn persoonlijke situatie. Mijn vader is nierpatiënt en wacht op een transplantatie. Dat maakt gezonde organen

cremeren of begraven wat wrang voor mij. Een verplichting zou de zoektocht naar een compatibele nier eenvoudiger maken. Elke ‘nee’ op een donatie verkleint die kans en daar heb ik het moeilijk mee. Ik sta altijd open voor discussie, maar vraag me tegelijk af: welke reden is belangrijker dan mensenlevens redden? Nu kunnen nabestaanden bezwaar aantekenen, maar als ik het goed begrijp kan dat momenteel zowel formeel als informeel. Dat is me te vaag. Daarom ben ik voorstander van verplichte orgaandonatie én een striktere procedure om bezwaar aan te tekenen. Misschien zou zo’n wet mensen ook aanzetten om meer of bewuster na te denken over hun uiteindelijke keuze.”

Vijftiger

Peter Devlieger

56 jaar

uit Passendale

Zeventiger

“Verplichte orgaandonatie is een teken van een warme samenleving”

“Er zijn meer mensen die een orgaan nodig hebben dan dat er donoren zijn. Als elke Vlaming automatisch orgaandonor zou worden, kunnen we na onze dood nog verschillende mensenlevens redden. Wachtlijsten zouden korter worden en solidariteit zou dan iets vanzelfsprekends zijn, en niet iets wat alleen afhangt van wie toevallig een formulier invult. Tegelijk snap ik de bezorgdheden. Je lichaam is iets heel persoonlijks en veel mensen vinden dat niemand hen mag verplichten om er na hun dood ‘afstand van te nemen’. Sommigen hebben ook religieuze of emotionele redenen om te weigeren.

Anne Goffin

74 jaar

uit Hemiksem

En ik begrijp de angst dat anderen zich té veel met je lichaam bemoeien. Hierdoor word je als persoon geobjectiveerd tot niet meer dan een herbruikbaar lichaam. Niet iedereen heeft een even gezonde levensstijl. Iemand die jarenlang rookte of veel dronk, heeft misschien organen die minder geschikt zijn voor transplantatie. Dat kan vragen oproepen over kwaliteit en veiligheid. Als iedereen verplicht wordt, zal een nog grondigere screening nodig zijn, vermoed ik. Toch weegt dit alles niet op tegen de plicht om anderen te helpen. Als wij niets meer hebben aan ons lichaam, waarom zouden we dan niet iemand anders een nieuwe kans op leven geven? Voor mij is verplichte orgaandonatie, met een mogelijkheid tot gemotiveerde uitzondering, een teken van een warme en menswaardige samenleving.”

“Je mag dit niet herleiden tot een zakelijke beslissing”

“Verplichting, dat is een woord dat ik niet graag hoor. Enerzijds omdat er volgens mij altijd ruimte moet zijn voor dialoog, anderzijds omdat ik als ex-verpleegkundige van nabij heb gezien hoe hard zo’n vraag kan inslaan. Als iemand komt te overlijden, ben je sowieso van slag. Dan nog eens een vraag krijgen over orgaandonatie helpt op zo’n moment niet. Ik herinner me trouwens geen enkele situatie waarin nabestaanden meteen instemden. In sommige gevallen moet er snel worden beslist, maar ik heb gemerkt dat een rustig en verhelderend gesprek mensen kan overtuigen. Niet zozeer omdat iemand hen verplichtte, wel omdat ze inzagen wat

het voor anderen kon betekenen. Soms putten mensen zelfs troost uit het idee dat hun verlies niet zinloos was.

Het menselijke aspect is cruciaal. Je snijdt in het lichaam van iemands kind, broer of partner. Dat kan je niet loskoppelen van emoties. Als je dat herleidt tot een wet dreigt het louter een zakelijke beslissing te worden. Orgaandonatie redt levens, daar twijfel ik niet aan. Maar op het moment dat je die beslissing moet nemen, ben je bijzonder kwetsbaar. Dat vraagt tijd, zorg en menselijkheid. En geen wet die je beslissing al op voorhand vastlegt.”

Zelf een stelling suggereren of je mening geven? Contacteer magazine@okra.be

WIE IS DE M/V/X ACHTER DE OKRAVRIJWILLIGER?

DEZE KEER: RENÉ GOOLAERTS UIT PELT

“Volgens mij ben ik nog steeds aan het puberen”

Naam: René Goolaerts

Geboorteplaats & -datum: Lisala, Congo, 18 juni 1954

Burgerlijke staat: gescheiden, vader van twee kinderen en de ‘gekke opa’ van drie kleinzoontjes

Woont al 45 jaar in Pelt, daarvoor in Lille

Professioneel

leven: niet in één zin te vatten

Huidige rol bij

OKRA: teamleider van de Limburgse Okra Motorclub

Hobby’s naast

OKRA: nordic walking, lezen, films kijken en motorrijden

“Ik leerde weer plezier hebben en ben helemaal opengebloeid dankzij de OKRA-motorclub.”

Wat is je klein gelukje?

Ik heb drie kleinzoons, waarvan de oudste net 19 is geworden. Hij is bijna twee meter groot, maar elke keer als ik hem zie, geef ik een kus op zijn voorhoofd. Ik heb hen altijd geleerd dat je niet mag verlegen zijn om elkaar graag te zien. Voor de drie jongens ben ik ook de ‘gekke opa’. Toen ik hen eens naar school bracht, stonden we voor het verkeerslicht te wachten naast vrienden van de oudste. Ik zette kerstliedjes van JOE op vol volume en begon te headbangen. Zo zijn we altijd samen blijven ravotten. Volgens mij ben ik nog steeds aan het puberen.

Wat zijn de beste herinneringen aan je jeugd?

Mijn vader was een boerenzoon, maar had het liefst automechanica gestudeerd. Al zijn vrije tijd besteedde hij aan het sleutelen aan tweedehandsauto’s. Tot grote ergernis van mijn moeder, want hij viel meestal ergens in panne. Ik was graag bij hem en we sleutelden zo urenlang samen aan de auto’s. Op een dag lag hij onder de auto en sprong de krik af. Als vijftienjarige heb ik toen vol adrenaline de auto opgeheven. Dat vergeet ik nooit.

Wat zijn je drie grootste levenslessen en waarom?

Hoe donker het ook is, licht wint altijd. Ik heb een turbulent leven geleid en heb geworsteld met een burn-out en scheiding in dezelfde periode. Ik zat heel diep. Maar toen ik op pensioen ging, kocht ik een motor en kwam ik in de OKRA-motorclub terecht.

Dat is mijn redding geweest. Ik leerde weer plezier hebben en ben helemaal opengebloeid dankzij de motorclub. Wat ik ook geleerd heb, is dat als je om hulp vraagt, er altijd wel iemand is die je een hand aanreikt. Dat is eigen aan de mens. En tegenslagen laten je groeien als mens. Mijn leven heeft ervoor gezorgd dat ik ben wie ik nu ben, en daar ben ik tevreden mee.

Wat doe je het liefst in je vrije tijd?

Ik ga graag naar de wedstrijden van mijn kleinzoons kijken en doe voor mijn conditie aan nordic walking. Maar mijn passie ligt bij het motorrijden. Het voorbijglijdende landschap, waarbij de geuren van graslanden, omgeploegde velden en wilde bloemen je neus prikkelen, dat geeft alles een unieke dimensie. We maken met de motorclub ook enorm veel plezier samen en dragen zorg voor elkaar. Vrijwilliger zijn bij de Limburgse OKRA Motorclub staat voor vriendschap, plezier en teamwork.

Wat is het spannendste of stoutste dat je ooit hebt uitgestoken?

Tijdens mijn technisch regentaat in Deurne zat ik op internaat. Op een donderdag gingen we feesten in Antwerpen. Toen we terugkwamen was de voordeur al op slot, en mijn kamer was op de eerste verdieping. Ik ben toen via de vensterbank omhooggeklommen en mijn kameraad zag me in zijn raam staan – hij begon natuurlijk te schreeuwen. Ik vloog met mijn kleren aan meteen mijn bed in en de opvoeder heeft toen tien minuten naast mijn bed gestaan terwijl ik deed alsof ik sliep.

Bij onze jaarlijkse ‘Ronde van Vlaanderen’ met OKRABELANGENBEHARTIGING staat één thema met stip bovenaan de zorgenlijst van ouderen: de stijgende levenskosten voor gepensioneerden en de inlevering van pensioen.

Dat is niet verwonderlijk: het wordt meer en meer voor iedereen duidelijk dat gepensioneerden meer dan andere groepen de dupe zijn van de begrotingsmaatregelen. We worden uitgesloten van de belastinghervorming. Die zal alleen de werkenden meer netto opleveren. En we krijgen een lege welvaartsenveloppe tot 2030 waardoor de laagste en oudste pensioenen niet zoals vroeger mee kunnen stijgen met het gemiddeld inkomen van werkenden.

Dan is er de centenindex. Die oogt rechtvaardig, maar wie twee keer leest, merkt ook hier al gauw dat gepensioneerden al vanaf 2000 euro bruto – omgerekend circa 1700 euro netto – op het plafond zitten, terwijl de index voor werkenden pas vanaf 4000 euro bruto afgetopt wordt.

Om een idee te geven van de impact daarvan: voor een koppel met een

HET MOET FAIR  BLIJVEN

gepensioneerde kostwinner met een volledige loopbaan ligt het minimumpensioen op 2160 euro bruto. Daar moeten ze met twee van leven. Ook voor hen kent de centenindex dus geen genade.

Veel gepensioneerden hebben er begrip voor dat ook gepensioneerden hun deel moeten doen om de begroting beter op orde te krijgen. Maar het moet wel fair blijven. Aan de laagste pensioenen raken, aan de minima raken, aan mensen raken die het met amper 1000 euro per persoon moeten doen, dat is niet fair.

En daar stopt het niet. Minder inkomsten voor gepensioneerden, maar tegelijk gestegen kosten. Het openbaar vervoer werd fors duurder, denk aan de stijging met 18 procent in 2025 bij De Lijn en de afschaffing van het seniorenticket bij de trein. Wie korte treinritten maakt is nu vaak goedkoper af, maar vanaf een dertigtal kilometer wordt het duurder, ook al kocht je die Train+ kaart.

De zorgpremie steeg van 64 euro naar 100 euro. Maar dat budget komt niet ten goede aan de ouderenzorg of de thuiszorg. Daarin werd telkens

30 miljoen bespaard. Medicatie wordt duurder en gratis medicatie verdwijnt. De hospitalisatieverzekering en ook andere verzekeringen worden duurder, het remgeld bij de dokter wordt verhoogd. De btw-hervorming komt er nog aan.

Uit onderzoek blijkt dat 65-plussers vergeleken met 18-65-jarigen meer uitgeven aan onder meer verwarming, zorg en gezondheid, horeca, telefoonkosten, busvervoer, herstel en onderhoud van auto’s, brillen en hoorapparaten, onderhoud van de woning en verzekeringen. De idee van de index is om telkens de gemiddelde prijsstijgingen voor de gemiddelde Belg te corrigeren. Maar zijn ouderen de gemiddelde Belg?

We zoeken politici die oog hebben voor al die gestegen kosten. En voor de onbehoorlijke behandeling van gepensioneerden in hun nachtelijke begrotingsbesprekingen. Want woorden van begrip voor onze klachten kregen we al genoeg. Maar de correcties blijven uit. Ouderen verdienen beter.

Herman Fonck voorzitter OKRA-BELANGENBEHARTIGING

LEKKER THUIS

Home

cuisine zorgt voor een lekker, verse en gezonde

maaltijd aan huis, elke dag!

Wat doet Home Cuisine?

Home Cuisine brengt smaakvolle, gezonde en vers bereide gerechten gekoeld bij u aan huis. U hoeft ze enkel nog een paar minuutjes op te warmen in de microgolfoven en klaar. Maak zelf uw keuze uit onze ruime selectie van gevarieerde en evenwichtige dagschotels en keuzemenu’s. Een menu bestaat telkens uit een soep, een hoofdgerecht en een dessert en wordt gekoeld aan huis geleverd.

Waarvoor staat Home Cuisine?

Lekker en evenwichtig:

Onze menu’s worden steeds met de grootste zorg samengesteld en zijn afgestemd op de seizoenen. Ook de lekkerste klassiekers van de Belgische keuken vindt u erin terug.

Vers en gezond:

Met Home Cuisine geniet u telkens weer van een (h) eerlijke maaltijd. Geen smaakversterkers of bewaarmiddelen, maar altijd bereid met de meest verse ingrediënten.

Gemakkelijk:

U beslist zelf hoe vaak u bestelt, wanneer het wordt geleverd en wanneer u de maaltijden zal eten. Enkel nog een paar minuutjes opwarmen in de microgolfoven en klaar. Zo eenvoudig is dat!

Hoe bestellen?

U kunt ons bereiken via mail of gratis nummer 0800 19 020. Om uw persoonlijke wensen zo goed mogelijk te leren kennen, kunt u ons telefonisch of per e-mail vrijblijvend contacteren. We leggen de werking graag aan u uit.

INFO@HOMECUISINE.BE

WWW.HOMECUISINE.BE

VRAAG HET AAN OKRA

Wat mag een mantelzorger doen in het woonzorgcentrum?

Tekst

— Illustratie Shutterstock

Beste OKRA

Mijn man verhuisde vorige maand naar een woonzorgcentrum. Het voelde alsof ik een stukje van mijn rol moest afgeven. Hoewel ik even nood heb aan rust, wil ik op termijn een aantal taken blijven doen. Jarenlang was ik er elke dag voor hem: helpen bij het wassen, zijn medicatie klaarzetten, een oogje in het zeil houden. In het woonzorgcentrum is er een professioneel team. Dat stelt me gerust, maar tegelijk vroeg ik me af: wat mag ik eigenlijk nog doen? Zijn er handelingen die niet toegelaten zijn?

Bianca

Beste Bianca,

Dank je wel voor je vraag. In een woonzorgcentrum zijn professionals onder andere verantwoordelijk voor de medische en verpleegkundige zorg. Dat betekent niet dat mantelzorgers buitenspel worden gezet. Voor veel bewoners is het een grote steun als een vertrouwd gezicht nabij blijft. Alleen is het belangrijk om te weten welke taken passen binnen die mantelzorgrol.

De wetgeving voorziet een lijst met ‘activiteiten van het dagelijks leven’. Dat zijn handelingen die horen bij het gewone leven en die iemand door ouderdom, ziekte of beperking niet meer zelfstandig kan uitvoeren. Denk aan hulp bij eten en drinken (bij personen zonder slikproblemen), samen wassen of aankleden, iemand begeleiden bij verplaatsingen of gewoon nabij zijn om comfort en rust te bieden, tot zelfs het toedienen van bepaalde medicatie. Je vindt het volledige overzicht van Activiteiten Dagelijks Leven – of kort ADL – via WEBSITELINK.

Het gaat telkens om handelingen die, hoewel ze tot de gezondheidszorg behoren, ook door een nietprofessionele zorgverlener mogen worden uitgevoerd. Dat geldt ook in een woonzorgcentrum. Wel zijn er enkele belangrijke aandachtspunten. Om als mantelzorger hulp te bieden bij dagelijkse activiteiten, is toestemming nodig van de bewoner of, indien nodig, van zijn of haar wettelijke vertegenwoordiger. Daarnaast kan een arts of verpleegkundige oordelen dat een bepaalde handeling, gezien de situatie, beter door een professional gebeurt.

Van mantelzorgers wordt verwacht dat ze voorzichtig en zorgvuldig handelen. Twijfel je of iets nog kan, of merk je dat de gezondheidstoestand

verandert, dan is het belangrijk om dit meteen te bespreken met het zorgteam. De mantelzorger is verantwoordelijk voor de goede uitvoering van de zorgen en kan persoonlijk aansprakelijk gesteld worden voor fouten bij de uitvoering.

Opgelet wel, als een mantelzorger taken opneemt voor andere bewoners, handelt deze persoon niet langer als mantelzorger maar in de hoedanigheid van vrijwilliger. Hij of zij handelt dan in opdracht en onder toezicht van de zorginstelling en kan de zorginstelling mee aansprakelijk zijn.

Soms rijst de vraag of mantelzorgers ook verpleegkundige handelingen mogen uitvoeren. De Belgische wet-

Blijf horen & blijf actief

geving voorziet dat dit in de thuisomgeving onder strikte voorwaarden kan, via een schriftelijk attest van een arts of verpleegkundige. In een woonzorgcentrum zijn de klok rond verpleegkundigen aanwezig en is het net hun taak om verpleegkundige handelingen uit te voeren. Hoewel de regeling niet bedoeld is voor een woonzorgcentrum, sluit het de mogelijkheid niet expliciet uit.

Belangrijk is dat je goed blijft afstemmen met je man en de zorgverleners. Samen weten jullie meer en kunnen jullie de ondersteuning vormgeven.

Vriendelijke groet Marijn

Lente in huis, lente in je leven

Net zoals we een lenteschoonmaak houden voor ons huis, verdient ons gehoor ook een opfrisbeurt.

Want beter horen betekent volop blijven deelnemen, actief blijven en genieten van wat het leven te bieden heeft.

Geef jezelf dus het comfort en de zekerheid van een optimaal gehoor!

ALLES WAT JE MOET WETEN OVER … PYJAMADAG (13 maart)

Elke dag passeren in het nieuws of in gesprekken begrippen die heel vertrouwd klinken. Maar wat betekenen ze exact? In deze rubriek nemen we elke maand een aantal van die begrippen onder de loep. Wil je zelf een begrip voorstellen, uit het nieuws of uit gesprekken met familie, vrienden en (klein) kinderen? Dat kan via magazine@okra.be.

Deze keer zochten we alles wat je moet weten over pyjamadag, grondslapers en Hoppin.

Kan een kind of jongere voor langere tijd niet naar school gaan? Dan zorgt de organisatie Bednet ervoor dat die leerling vanop afstand toch les kan blijven volgen. Bednet roept op om op vrijdag 13 maart zieke leerlingen te steunen door overdag slaapkledij te dragen tijdens de Bednet Pyjamadag.

Vorig jaar gingen 230.000 kinderen, jongeren en volwassen in hun slaapkledij naar school of het werk tijdens de Bednet Pyjamadag. De ene droeg een pyjama, de andere een jogging of een onesie, een eendelig kledingstuk dat het hele lichaam bedekt. In sommige scholen organiseerden leerlingen en leerkrachten een speciale actie voor een zieke klasgenoot.

Voor wie is Bednet?

Er zijn verschillende redenen waarom leerlingen voor een langere tijd niet naar school kunnen en Bednet kunnen gebruiken:

Lichamelijke aandoeningen: een ziekte, ongeval, operatie of herstel van (brand)wonden.

Psychische klachten en problemen, zoals depressies, angst- of eetstoornissen. Soms staan deze jongeren op een wachtlijst voor gepaste hulp of een plek in het buitengewoon onderwijs.

Zwangerschap en moederschap van jonge mama’s.

Verblijf in het ziekenhuis of in een instelling voor veilig verblijf gericht op kinderen in een verontrustende thuissituatie.

Camera in de klas

Via een camera kan een leerling van thuis uit de lessen volgen. De leerling kan de camera in de klas vanop afstand laten bewegen, en zo naar het bord en de leerkracht kijken, maar ook samenwerken met klasgenoten. Bij de camera is er ook een scherm waarop de leerling die thuiszit, zichtbaar is. De leerling kan digitaal de vinger opsteken om een antwoord te geven op een vraag van de leerkracht, of om zelf een vraag te stellen. Via de chatfunctie kan een kind met klasgenoten chatten. Bednet kan een computer en/of een internetlijn voorzien als een leerling daar niet zelf over beschikt.

Leerstof bijhouden en contact houden

Bednet is een erg flexibel systeem en het hoeft niet de enige manier te

zijn waarop een leerling de lessen volgt. Sommige kinderen en jongeren kunnen wel voor enkele uren per dag of per week fysiek naar school gaan, maar volgen daarnaast ook lessen van thuis uit. Leerlingen die langdurig thuis zijn, kunnen ook een beroep doen op Tijdelijk Onderwijs aan Huis. Dan komt een leerkracht gedurende enkele uren per week de leerlingen thuis begeleiden. De vrijwilligers van School & Ziekzijn

kunnen ook aan huis komen voor individueel onderwijs aan zieke leerlingen. Bednet kan worden gecombineerd met Tijdelijk Onderwijs aan Huis of het aanbod van School & Ziekzijn.

De school en de leerling bepalen samen welke lessen via Bednet worden gevolgd. Keert een leerling terug naar school, dan kan dat in stappen gebeuren waarbij een deel van de lessen nog een tijdje via Bednet verloopt. De bedoeling van Bednet is om het sociaal contact tussen de klas en de afwezige leerling in stand te houden, en uiteraard ook om ervoor te zorgen dat die leerling de leerstof kan bijhouden. Het geeft ook structuur en ritme aan de dagen van een langdurig thuisblijvende leerling.

S200-TRAPLIFT

UW HUIS BLIJFT UW THUIS

De momenten die écht tellen maakt u thuis mee. Laat ze daarom zo lang mogelijk duren door uw zelfstandigheid in huis te claimen met een traplift van TK Home Solutions. Geen vervelende trappen meer die een obstakel lijken, wel een veilige oplossing die u maximale onafhankelijkheid biedt in uw dagelijkse routine. Zo blijft uw huis nog lang uw thuis.

“Hoe groot de drempels soms ook zijn om les te volgen of naar school te gaan, via Bednet willen we het signaal geven dat we blijven geloven in de leerkansen en een terugkeer naar school. Voor sommige jongeren blijft school een plek van herkenning en veiligheid. Voor hen kan Bednet net dat duwtje zijn om de draad niet te laten vallen. Anderen bouwen voorzichtig vertrouwen op. Online afstandsonderwijs biedt dan een tussenstap: laagdrempelig, zonder meteen opnieuw een klaslokaal te hoeven binnenstappen.”

Mathieu Tallon, directeur van Bednet

op een tweedehands traplift

*Aanbieding onder voorwaarden, enkel in maart

ALLES WAT JE

MOET WETEN OVER …

GRONDSLAPERS

Het aantal gedetineerden in de Belgische gevangenissen ligt een pak hoger dan de maximale capaciteit. Dat zorgt voor enkele honderden zogenaamde grondslapers: mensen die geen bed hebben in hun cel, maar op een matras op de grond slapen.

Vanuit het gevangeniswezen worden geregeld noodkreten geslaakt. Ons land werd ook al veroordeeld voor de situatie in de gevangenissen.

De Belgische gevangenissen hebben plaats voor 11.098 gedetineerden, maar in realiteit zijn dat er veel meer: 13.690 op het einde van 2025, om precies te zijn. 672 van hen moesten op de grond slapen. Half januari waren dat er nog 482, maar de vakbonden waarschuwen dat deze daling deels te wijten is aan de traditioneel lagere instroom op het einde van het jaar.

Met 3 op 9 m²

Om een beeld te vormen van de leefomstandigheden van gedetineerden, kan je onder meer onderzoeksrapporten raadplegen. Zo bezochten de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen en het gelijkekansencentrum Unia in 2024 verschillende penitentiaire instellingen met een psychiatrische afdeling. Een greep uit de vaststellingen tijdens deze bezoeken: “De overbevolking brengt mee dat in duocellen van 9 m² drie gedetineerden worden ondergebracht en in quatro-

cellen van 18 m² vijf gedetineerden.”

“Bijna alle gedetineerden klagen over nachtlawaai dat veroorzaakt worden door patiëntgedetineerden die ‘s nachts roepen of op ramen en deuren slaan. Ook het rattenprobleem in de gevangenis van Turnhout wordt vaak aangeklaagd door zowel gedetineerden en personeel.”

“De krappe afmetingen van de verblijfsruimten hebben een impact op de privacy en leefomstandigheden van de vrouwelijke gedetineerden.”

Uiteraard stellen de onderzoekers ook zaken vast die wel goed lopen in de gevangenissen. Maar de lijsten met tekortkomingen, zijn lang.

Gevangenismedewerkers voeren geregeld actie, niet zelden gesteund door de directie. “De voorbije maanden trokken we aan de alarmbel, voerden we actie en klampten we de pers aan”, schreef Mathilde Steenbergen, directrice-generaal van het gevangeniswezen, in een open brief in De Standaard. “Niet om te klagen, maar om ons werk te kunnen blijven doen. Zodat het systeem niet crasht. Zodat er geen doden vallen. Want dat risico is reëel.”

Zowel Belgische rechtbanken als het Europees Hof voor de Rechten van de Mens hebben de Belgische staat al veroordeeld voor de overbevolking en de levensomstandigheden in de Belgische gevangenissen. VRT NWS citeerde een

arrest van het Brusselse hof van beroep: “Cellen zonder verwarming, cellen zonder stoelen of zonder ramen, schimmel, geen douches gedurende 10 dagen door een kapotte boiler of door stakingen, ratten, de keuken die meerdere weken gesloten is omdat ze niet meer voldoet aan de normen van het FAVV...”

Bevoegd minister Annelies Verlinden, wil maatregelen nemen om de overbevolking tegen te gaan. Bij het schrijven van dit artikel – half februari – was ze er nog niet in geslaagd alle coalitiepartners mee te krijgen. Verlinden wil onder meer de mogelijkheid inbouwen om bepaalde gevangenen 1 jaar voor het einde van hun straf uit de gevangenis te ontslaan.

“Elke dag slapen er meer dan 400 mensen op de grond in de Belgische gevangenissen en dat aantal neemt toe. Blijkbaar ligt daar niemand van wakker. Te veel mensen op een te kleine oppervlakte, dat zorgt voor incidenten. De potjes koken over. Voortdurend zijn er conflicten en ernstige vechtpartijen. Gevangenispersoneel kan zijn taken niet meer op een wettelijk manier uitvoeren. Het is gewoon schrijnend.”

Serge Rooman, directeur van de gevangenis van Merksplas en auteur van kritische columns over de Belgische gevangenissen, in de Warande Magazine

ALLES WAT JE MOET WETEN OVER … HOPPIN

De Vlaamse overheid wil duurzame mobiliteit stimuleren. Met Hoppin kreeg die doelstelling ook een merknaam. Het bekendste element van dit merk zijn de Hoppinpunten. Het zijn knooppunten waar verschillende vervoersmiddelen samenkomen en waar je de nodige informatie vindt.

“We maken van alle carpoolparkings en P+R-parkings Hoppinpunten en onderzoeken waar we aan verkeersknooppunten en kernen bijkomende parkings kunnen aanleggen. We rollen in samenspraak met de vervoerregio’s de Hoppinpunten verder uit en streven ernaar om die maximaal toegankelijk te maken voor alle gebruikers.”

Zo schreef de huidige Vlaamse regering het in haar regeerakkoord. Voor de regering moeten de Hoppinpunten bijdragen aan de modal shift. Dat is de verschuiving naar duurzame transportmiddelen.

2000 Hoppinpunten

De Hoppinpunten herken je aan de zuilen in het paars, turquoise en wit met een grote letter H en het woord Hoppin. Tegen het jaar 2030 wil men er zowat 2000 laten verschijnen over heel Vlaanderen. Op een Hoppinpunt vind je verschillende vervoersmiddelen zoals trein, bus, flexbus en tram, maar ook deelsystemen voor fietsen en auto’s. Niet elk Hoppinpunt biedt dezelfde types vervoersmiddelen aan. Ook zijn er soms bijkomende diensten

te vinden, zoals een pakjesautomaat van bpost, een fietspomp of -herstelzuil, lockers of oplaadpunten voor fietsen of auto’s. Op een Hoppinpunt kan je meestal droog schuilen tijdens het wachten. Als er een parking is, dan heeft die parkeerplaatsen voor personen met een handicap. Je eigen fiets kan je stallen in een fietsenstalling en je vindt er ook altijd de nodige info over onder meer het aanbod aan openbaar vervoer.

Met de Hoppinpunten wil de Vlaamse regering de Vlaming helpen om zich ‘combimobiel’ te bewegen. Daarbij combineer je verschillende vervoersmiddelen. Misschien rij je met je auto naar een Hoppinpunt om daar op de bus te springen. Of fiets je naar het Hoppinpunt alwaar een deelauto op je wacht. De filosofie achter de Hoppinpunten is het STOP-principe. Dat staat voor Stappen, Trappen (op een fiets), Openbaar vervoer en Personenwagens. De eerste optie is de meest duurzame, de laatste scoort het minst goed op vlak van duurzaamheid.

Goed om te weten Sinds juni 2025 boek je een flexrit via de De Lijn Flex-app. Voordien kon dat via de Hoppin-app of-website. De naam ‘De Lijn Flex-app’ verwijst rechtstreeks naar de dienstverlening: het is wel degelijk De Lijn die de flexbussen aanbiedt. Zo is dat duidelijker voor de gebruikers. De werking van de flexbussen is dezelfde gebleven.

Tim De Backer, Hoppinpuntenmanager bij het Departement Mobiliteit en Openbare Werken: “Volgens het Vlaams regeerakkoord moet tegen 2030 minstens de helft van onze verplaatsingen duurzaam gebeuren: te voet, met de fiets, via deelmobiliteit, met het openbaar vervoer, of een combinatie daarvan. Momenteel telt Vlaanderen al een 240-tal actieve Hoppinpunten. Daarmee wil de Vlaamse overheid duurzame vervoersmiddelen toegankelijker maken voor iedereen.”

Op zoek naar een Hoppinpunt in de buurt? Kijk op hoppin.be/nl/ vind-hoppinpunten

Lekker koken voor één persoon

De drempel om voor jezelf te koken is hoger dan als je voor twee moet koken. In haar boek Tafel voor één bundelt ervaren alleenkoker

Nathalie Le Blanc haar beste recepten. Zonder dat je vier dagen na elkaar hetzelfde moet eten.

OKRA-magazine mag vier recepten publiceren.

Recepten Nathalie Le Blanc Foodstyling Els Sirejacob — Foto’s Bramski photography

New Yorkse citroenpasta

WAT HEB JE NODIG?

· 25 g boter

· zeste van 1 citroen

· sap van ½ citroen

· 60 g linguine

· een bussel groene

· asperges

· 3 eetlepels room

· 3 eetlepels geraspte

· Parmezaanse kaas

HOE GA JE TE WERK?

1 Breng een pot gezouten water aan de kook. Voeg de pasta toe en kook gaar volgens de instructies op de verpakking.

2 Snijd de asperges in kleine stukjes van 3 cm. Smelt de boter op een laag vuur in een pannetje, maar let op dat hij niet bruin wordt. Voeg de zeste toe.

3 Voeg – als de boter gesmolten is – de room en 2 eetlepels Parmezaanse kaas toe.

4 Als de pasta nog 5 minuten moet koken, voeg dan de asperges erbij.

Escalope al limone

WAT HEB JE NODIG?

· 120 g kipfilet

· 2 teentjes look

· 1 citroen olijfolie

· 1 klont boter (+ klontje extra)

andere kant 2 tot4 minuten. Haal de kip uit de pan.

5 Als de pasta klaar is, voeg je het botermengsel en het citroensap toe en meng je alles goed. Besprenkel met de rest van de Parmezaanse kaas.

Nathalie: “Boter, room en kaas. Het is duidelijk: dit is geen recept voor the faint-hearted, zoals ze in het Engels zeggen. Maar net die rijkheid geeft deze eenvoudige saus zijn feestelijkheid. Ik vond het recept op de website van The New York Times en eet het vaak gewoon als pastasaus. Soms gooi ik wat asperges of broccoli mee in het pastawater, soms bak ik wat courgettes die ik onder de saus meng of slink ik er wat spinazie in. Af en toe bak ik een stukje zalm of een paar scampi’s mee of kies ik voor een stukje lamsfilet erbij.”

· 1 mespunt chilivlokken

· 1 theelepel kappertjes

· 100 ml witte wijn

· 10 g platte peterselie

HOE GA JE TE WERK?

1 Snijd de kipfilet overlangs in tweeën, maar niet volledig door (zodat je hem kunt openplooien als een boek). Schuif hem in een diepvrieszakje, leg op een stevige ondergrond en sla plat. Professioneel uitgeruste koks gebruiken daarvoor een vleeshamer. Ik behelp me prima met een deegrol of de achterkant van een pannetje. Het einddoel is een escalope van ongeveer 70 mm dik.

2 Kruid de kipfilet met peper en zout. Verhit de olijfolie in een pan en bak de kip aan één kant bruin. Houd het vlees tegen de pan gedrukt met een tang, zodat het goed contact met de pan houdt. Draai na 2 tot 4 minuten om en bak ook de

3 Snijd de teentjes look in flinterdunne plakjes. Maak de pan niet schoon. Smelt de klont boter daarin en bak de look en de kappertjes tot ze knapperig zijn. Schraap eventuele aangebakken stukjes met een houten lepel van de bodem van de pan. Schep de helft van de look en kappertjes uit de pan en leg bij de kip.

4 Snijd de citroen in dunne plakjes. Laat ⅔ van de citroenplakjes in de pan glijden en strooi er de chilivlokken over. Voeg de witte wijn toe en laat alles pruttelen tot het ongeveer voor de helft is ingekookt.

5 Haal de pan van het vuur. Laat de kip, look en kappertjes erin glijden, voeg het kleine klontje boter toe en laat dat smelten terwijl je met de pan schudt. Zo maak je de saus glanzend. Proef de saus, kruid bij met peper, zout en chili indien nodig. Serveer met de rest van de citroenplakjes, platte peterselie en lekker brood om in de saus te deppen.

Tafel voor één van Nathalie Le Blanc is uitgegeven bij Pelckmans.

Kijk op pagina 55 van dit OKRAmagazine en win een exemplaar van het boek.

Witloof met Parmezaanse kaas en geitenkaas in de oven

WAT HEB JE NODIG?

· 2 stronken witloof

· 25 g boter

· 25 g Parmezaanse kaas

· 50 g geitenkaas

· bosje waterkers

· 2 theelepels olijfolie

· 1 theelepel

· balsamicoazijn

· peper en zout

HOE GA JE TE WERK?

1 Verwarm de oven voor op 180°. Snijd het witloof overlangs door. Smelt de boter in een pan of schotel die zowel op het vuur als in de oven mag. Bak het witloof daarin tot het mooi bruin is, ongeveer 2 minuten aan elke kant.

2 Strooi de Parmezaanse kaas en de geitenkaas over het witloof en bak 30 minuten in de oven.

3 Meng intussen in een kommetje de olijfolie en de balsamicoazijn door de waterkers. Kruid met peper en zout.

4 Als het witloof gebakken is, laat het dan heel even afkoelen en serveer met de waterkerssalade. Lekker met stokbrood.

Nathalie: “Witloof met hesp in de oven is een hemels gerecht, maar ik maak het zelden. Ik pleit schuldig aan gemakzucht. Maar witloof en kaas zijn zo lekker dat deze eenvoudige, vegetarische schotel wél vaak op mijn tafel verschijnt. Op dagen dat ik naar hartigheid snak, durf ik er weleens gebakken spekjes bij te serveren.”

Bloemkoolcurry met cashewnoten

WAT HEB JE NODIG?

· ½ bloemkool

· 200 ml kokosmelk

· 0,5 cm gember

· 1 teentje look

· 1 groene chilipeper

· (zoveel als je zelf

· lekker vindt)

· zonnebloemolie

· 1 sjalot

· 1 theelepel

· tomatenpuree

· snuifje komijnpoeder

· snuifje korianderpoeder

· snuifje chilipoeder

· snuifje garam masala

· bosje koriander

· ½ citroen

· 20 g cashewnoten

· zout

HOE GA JE TE WERK?

1 Plet de gember, de look, de groene chilipeper en wat zout in een vijzel of meng met een staafmixer.

2 Verwarm de olie in een pan waarvoor je een deksel hebt en bak de sjalot goudbruin. Voeg de gember-look-chilipasta

toe en bak al roerend

3 minuten.

3 Roer er de tomatenpuree, de komijn, koriander, chili en 1 theelepel zout door. Snijd de bloemkool in roosjes en voeg hem toe. Roer alles heel goed om, zodat de smaken zich vermengen.

4 Voeg de kokosmelk toe en zet het vuur iets hoger tot de saus pruttelt. Dek de pan af, zet het vuur weer iets lager en laat pruttelen tot de bloemkool gaar is (10-12 minuten).

5 Verhit intussen in een pannetje nog wat olie en bak de cashewnoten

2 minuten.

6 Voeg de garam masala toe aan de curry en laat 5 minuten zonder deksel pruttelen. Proef en kruid eventueel bij met zout.

7 Strooi de cashewnoten en de korianderblaadjes over de curry. Besprenkel – net voor het serveren –met citroensap.

steunkousen

BOTALUX is een fijne elegante steunkous met degressieve druk die de bloedcirculatie stimuleert. De druk is het hoogst rond de enkel en vermindert naar boven toe. De kous verlicht vermoeide benen bij langdurig zitten of staan en bij zwangerschap. Botalux is gemakkelijk aantrekbaar.

BOTALUX 40 DENIER lichte steun (7-9 mm Hg)

BOTALUX 70 DENIER middelmatige steun (15-18 mm Hg)

BOTALUX 140 DENIER stevige steun (19-22 mm Hg)

Gebruikstips

• bij voorkeur bij het opstaan aandoen

• crèmes en bodylotions beschadigen kousen

• hydrateer indien nodig ’s avonds de benen

• let op met eelt en scherpe nagels

• gebruiksduur: 6 maanden bij dagelijks dragen

Raadpleeg vooraf uw arts bij diabetes of arterieel vaatlijden.

Verkrijgbaar via apotheek, bandagist en thuiszorgwinkel

GILBERT

‘KÈREKEWÉRE’ NYATANYI IS TERUG IN VLAANDEREN

“We voelden ons een vreemdeling in eigen land”

Hij werd wereldberoemd in Vlaanderen met ‘kèrekewére’ en ‘Rute 98’ in de tv-klassieker ‘Alles kan beter’. Toen hij acht jaar was, belandde Gilbert Nyatanyi uit het verre Rwanda in een pleeggezin in het kleine landelijke Egem. Veertien jaar later, in 1994, ziet hij op tv hoe mensen elkaar afslachtten in Rwanda en weet niet hoe het met zijn familie is. “Wat toen gebeurd is, is compleet onbegrijpelijk,” vertelt hij met de tranen in de ogen. Nog eens twaalf jaar later, in 2006, gaat Gilbert met zijn vrouw Irène en hun twee dochters naar Afrika terug. Hoe is het om in twee werelden te leven?

Ik wil met Gilbert Nyatanyi afspreken in Brussel, maar toevallig is hij bij zijn pleegouders in Egem. Het is er de zoete inval. Irène (94), Gilberts pleegmoeder, is net terug van een bezoek aan haar man Albert (93), die in het woonzorgcentrum verblijft. “Ik ga er straks ook nog even naartoe,” zegt Gilbert. “Ik wil mijn pleegouders, die zoveel voor mij hebben betekend, nog vaak zien,” vertelt hij. Enkele dagen na het interview, krijg ik het overlijdensbericht van de pleegvader van Gilbert.

“Ik ben geboren op 13 november 1971 in Rwanda. Mijn vader was militair en zat toen in de gevangenis. Een tijdje later kwam hij vrij, in april 1979 overleed hij. Officieel ten gevolge van een slepende ziekte. Rwandese geruchten zeggen in verdachte omstandigheden. Mijn moeder bleef over met zeven kinderen, drie dochters en vier zonen.

De oudste was 15, de jongste een paar maanden. Vrienden van de familie besloten drie zonen in september 1980 naar België te sturen, op zoek naar een betere toekomst. Hoewel we dachten in hetzelfde pleeggezin te kunnen opgroeien, kwamen mijn broers in Waarschoot en Beke terecht, en ik in het West-Vlaamse Egem, een dorp van 1.600 inwoners en deelgemeente van Pittem. Ik was 8 jaar en ik was de kakkernest. Ik werd er opgenomen alsof ik hun eigen kind was.

De eerste zes maanden heb ik heel veel traantjes gelaten. Het was een zeer zware periode, ook voor mijn pleeggezin was het niet gemakkelijk. Ik werd deel van een gezin dat ik niet kende, moest een onbekende taal leren en woonde in een vreemd land. Mijn pleegouders hadden zeer veel begrip. En toch was hun credo ‘je moet je wèren, je moet deuredoen’. Dat be-

tekent studeren en meewerken in het bedrijf. Studeren lukte me wel. Ik deed het eerste en tweede leerjaar in één keer, sprong naar het vierde, dan naar het zesde, en was zo mee met mijn leeftijdsgenoten. Na het middelbaar studeerde ik rechten aan de UGent.”

Toen je 22 was, brak de genocide uit in Rwanda. Wat deed dat met jou? “Ik was in de zomer van 1993 op vakantie geweest bij mijn familie in Rwanda en voelde de spanning. Een kruitvat, dat bij de minste vonk kon ontploffen. In de ochtend van 7 april 1994 wekte mijn pleegmoeder in Egem me. Het presidentieel vliegtuig van Habyarimana was neergehaald. In dat vliegtuig zat ook de lijfarts van de president, de vader van mijn latere echtgenote. Het was het begin van een ongeziene genocide, waarbij op honderd dagen tijd één miljoen doden vielen. Mijn eerste gedachten gingen

PROFIEL GILBERT NYATANYI 1971. Wordt geboren op 13 november 1971 in Rwanda. 1980. Komt terecht in een pleeggezin in Egem (West-Vlaanderen) 1994. Studeert rechten, wanneer de genocide van de Tutsi in Rwanda plaatsvindt. Op honderd dagen tijd vallen één miljoen doden. Zijn familie slaat op de vlucht. 1999. Huwt met de Rwandese Irène. Het echtpaar krijgt twee dochters. 2006. Gaat met zijn gezin naar Afrika. Woont en werkt in Tanzania, Burundi en Rwanda. 2024. Keert met zijn gezin terug naar België. 2026. Schrijft het boek ‘Het jongetje dat bijen at’.

“De band met mijn biologische familie is nooit verbroken. We schreven brieven naar elkaar, op flinterdun blauw vliegtuigbriefpapier.”

naar mijn moeder, broer en zussen die in Rwanda zaten. De eerste tien dagen had ik nog contact met hen, daarna was alle verbinding verbroken. Maanden later doken ze terug op in het Noorden van Rwanda op de grens met Congo.

Dankzij mijn pleegfamilie, burgemeester Gelaude van Pittem en tante Gisèle konden mijn moeder, broer en twee nichtjes naar België komen. Een jaar later kwamen nog twee zussen toen het ook in Oost-Congo te onveilig werd.

De genocide van 1994 was verschrikkelijk. Ik zag de beelden op tv. Ik hoorde achteraf van familie en vrienden, hoe er gemoord werd met machetes, messen en knuppels. Kinderen, ongeboren kinderen, ouderen, vrouwen, mannen. Ik kan nog altijd niet verklaren wat er gebeurd is. Een oorlog wordt boven de hoofden van een bevolking gevoerd, een genocide gaat boven elk verstand. Wie, wat, waarom? Tutsi’s? Hutu’s? Dat wordt zo voorgesteld. Het is echter veel ingewikkelder, veel pijnlijker. Ik ben heel blij dat ik niet ter plaatse was. Ik zou zot geworden zijn. Of ik zou misschien geprobeerd hebben om enkele mensen te redden. Ik weet het niet.”

Van 1980 tot 2006 leefde je hier, maar Rwanda liet jou nooit los … “Ik heb altijd in twee werelden geleefd. De band met mijn biologische familie is nooit verbroken. We schreven brieven naar elkaar, op flinterdun blauw vliegtuigbriefpapier.”

Wanneer en hoe heb je dan je echtgenote leren kennen?

“Van zodra de genocide losbrak, is haar familie snel in België terechtgekomen, drie maanden eerder dan mijn familie. Onze moeders hadden in Rwanda veel contact. Eens in België gingen ze ook hier bij elkaar op bezoek. Af en toe gingen wij mee. En van ’t ene kwam ’t andere. De vonk sloeg over. Haar naam? Irène, net als mijn pleegmoeder. Ik ben in 1995 afgestudeerd en in 1999 zijn we getrouwd. Onze verloving was op zijn Rwandees. Tante Gisèle, die toen schepen was, trouwde ons op het Pittemse gemeentehuis. Daarna ben ik beginnen

te werken als jurist gespecialiseerd in bank- en financieel recht, eerst in Europa, daarna in Afrika.”

Met ‘Rute 98’, een sketch van Wim Opbrouck die nog altijd op YouTube te bekijken is, werd je wereldberoemd in Vlaanderen. Hoe is dat gegaan?

(lacht) “Woestijnvis contacteerde me. Ze zochten een medemens van kleur die West-Vlaams sprak. Windows ’98 werd Rute 98. Tegen backspace zei ik kèrekewére. Humor is een goed medicijn!”

In 2003 werd je zus Marie-Christine staatssecretaris van sociale zaken en plattelandsontwikkeling onder Kagame, maar letterlijk zonder portefeuille.

“Marie-Christine was ongehuwd maar een pragmatische idealiste. Haar leven was haar werk. Ze was zeer geëngageerd en heeft –ondanks een

minimaal budget– fantastisch werk gedaan. Ze was geen echte politica, maar technisch heel sterk en ze had een groot netwerk, ook in België. Jammer genoeg is ze in 2011 aan kanker overleden. Ze kreeg een officiële staatsbegrafenis, een teken dat ze breed gewaardeerd werd. Mijn moeder is overleden in 2017. Zij is nooit teruggekeerd naar Rwanda, zelfs niet toen mijn zus het haar vroeg. Wat zij tijdens de genocide van 1994 gezien heeft, was zo verschrikkelijk, dat ze niet wou terugkeren. Elke dag had ze daar verdriet over.”

In 2006 trok je met je gezin naar Tanzania, daarna naar Burundi. En als het daar te heet werd, naar Rwanda.

“Ik was advocaat in bank- en financieel recht. In 2006 had ik de kans om in Afrika te gaan werken. Maar Tanzania, is een ander land, dan België, en anders dan Rwanda. Overal moesten we ons leven heropbouwen. Onze oudste dochter was zes jaar, onze jongste werd geboren toen we al in Tanzania woonden. Voor de oudste was het een grote aanpassing. Ze heeft veel traantjes gelaten. Maar al met al hebben de kinderen zich altijd goed aangepast. Ze maakten tamelijk vlug nieuwe vrienden. Wij hadden het moeilijker. Mijn vrouw had soms werk, soms niet. Van Tanzania ging het naar Burundi en vandaar –toen mijn vrouw bang begon te worden– naar Rwanda. Ook daar was het weer aanpassen. Er was ontzettend veel veranderd in Rwanda. Veel vrienden en kennissen waren vermoord, gevlucht of veranderd. We voelden ons een vreemdeling in eigen land.”

Hoe kijk je nu naar Rwanda? “Rwanda heeft op dertig jaar tijd een grote sprong gemaakt op vlak van ontwikkeling, infrastructuur en op economisch-financieel vlak. Economisch doet de hoofdstad Kigali het goed, maar op het platteland blijven de zorgen. De wonden die in 1994 geslagen zijn, vragen veel tijd. Ik spreek soms met mensen wiens hele familie is uitgemoord. In Rwanda vinden veel roof- en familiemoorden plaats. Velen zijn verslaafd aan alcohol en drugs. Er zijn er die met een opgekropte woede zitten, en er zijn er die de bladzijde proberen om te slaan. Gemakkelijk is het niet. Rwanda is zoals Vlaanderen: gesloten. Er wordt gezwegen. Psychologische en psychiatrische hulp wordt sinds kort wat meer aangemoedigd. Het grote geld gaat evenwel nog altijd naar defensie. Mijn echtgenote en haar overgebleven familie slepen een zware rugzak mee. Stel dat ik mijn familie niet had teruggevonden, en men mij de moordenaars zou aanwijzen, ik zou niet weten hoe ik zou reageren. De Bijbel zegt: je moet vergeven. Anderen zeggen: je moet je wreken. Is het nodig dat president Kagame met harde hand regeert? In het begin wel, maar moet dat nu nog op dezelfde manier?”

In 2024 ben je teruggekeerd naar België. Waarom?

“In 2020 werd ik voor drie jaar CEO van het Rwandese soevereine staatsfonds. Een zeer uitdagende en leerrijke ervaring. Ik heb er veel bijgeleerd, veel contacten gelegd. In 2024 beslisten we terug te keren naar België. Mijn pleegouders worden een jaartje ouder en mijn schoonmoeder sukkelt wat met

“Woestijnvis contacteerde me. Ze zochten een medemens van kleur die West-Vlaams sprak.”

de gezondheid. Ik werk nu voor een Belgisch kantoor, Janson, dat in België, Rwanda, Burundi en Congo actief is.”

Je wil er altijd het beste van maken, ondanks de miserie. Waar komt die positiviteit vandaan?

“Mijn vader zat in de gevangenis toen ik geboren werd. Hij zei nooit dat hij wraak wou nemen. Hij zei wel dat hij zijn leven weer zou opbouwen. Ik kwam in Vlaanderen terecht, in een warm gezin waar werken van tel was. Het was van ‘je moet je wèren, en als je je wèrt, ga je er wel komen’. Mijn biologische moeder zei hetzelfde, in het Kyniarwanda, ‘Je moet erin geloven.’ Ik had het geluk de juiste mensen op het juiste moment tegen te komen en heb zowel hier als in Afrika vrienden. Ik voel me goed omringd, en dat maakt dat ik positief in het leven kan staan. Mijn geloof helpt me. De boodschap is dat je er moet zijn voor de meest kwetsbaren. Het leven is zinvol. Ik ben dankbaar. Dankbaar om mijn familie en vrienden. Dankbaar dat we elkaar graag kunnen zien.”

In het boek ‘Het jongetje dat bijen at’ vertelt Gilbert Nyatanyi zijn eigen ontroerende en waargebeurde verhaal. Het boek verschijnt op 10 april 2025.

Kijk op pagina 55 van dit magazine en win een exemplaar van het boek.

HET POPPENSPEL IS VAN ALLE TIJDEN

“Met poppentheater maak je sociale kwesties bespreekbaar”

Gebruiken en gewoonten zijn van alle tijden. Sommige verdwijnen, andere blijven lange tijd deel uitmaken van ons leven. En bepaalde tradities kennen zelfs een tweede leven.

In deze rubriek houden we elke maand een springlevende traditie tegen het licht.

Deze keer: het poppentheater.

Alain Verhelst: “Ik voel nog steeds interesse in het poppentheater. Ik ben ervan overtuigd dat er een nieuwsgierig publiek is en blijft.”

“Met poppen kan je op een heel andere manier emoties losmaken dan in een toneel met menselijke acteurs. Je kan er zaken mee suggereren die acteurs niet kunnen.”

Niet alleen kinderen spelen met poppen. Al eeuwen is het poppentheater over de ganse wereld een bezigheid waarmee ook volwassenen zich amuseren. Het poppenspel kent ook bij ons een rijke traditie. Naast de bekende volkse poppentheaters, zijn er ook best wat hedendaagse invullingen van het poppenspel. Die vernieuwing, met respect en oog voor de traditie, is cruciaal voor het voortbestaan van het poppentheater. Dat vindt poppenspeler en poppenmaker Alain Verhelst van DRAADpoppentheater in Roeselare.

Poppentheater of figurentheater, het zijn termen die misschien wat beperkend kunnen zijn. Alain Verhelst verwijst daarom naar auteur en theaterrecensent Tuur Devens.

“Hij spreekt van het theater der dingen. En ik kan hem volgen omdat elk object waarde kan hebben om iets uit te beelden. Het gaat over het creëren van emotie, over bewondering en verwondering. Poppenspel kan variëren van het gebruik van een doek tot heel subtiele uitvoeringen van een marionettenspel. Er is een grote keuze aan technieken en materialen. Met poppen kan je op een heel andere manier emoties losmaken dan in een toneel met menselijke acteurs. Je kan er zaken mee suggereren die acteurs niet kunnen. Poppen kunnen vertoeven in illusies, uit elkaar vallen of transformeren, de verbinding tussen dood en leven vormen.”

Romeinse Jan Klaassen

“Het poppenspel is van alle tijden. We vinden poppen terug bij de Egyptenaren, de Grieken en de Romeinen. Die laatsten hadden al Maccus, een Jan Klaassen-achtige figuur met een bochel en een haakneus. India, China en Indonesië hebben nog oudere figuren. Ze kwamen vaak terug in rituelen. Ontmoetingen tussen culturen zorgden wellicht voor de verspreiding van poppen. Een Vlaams manuscript uit 1338 toont de afbeelding van een

poppenkast. Na het kerkelijk verbod rond 1550 om nog poppen te gebruiken, kregen rondtrekkende circus- en theaterartiesten meer kans in de Italiaanse commedia dell’arte. Een van de figuren in die theatertraditie was Pulcinella. Je mag stellen dat dat de stamvader is van een hele familie Europese volkspoppen, waaronder de poesjenellen, Pierke van Gent en Jan Klaassen. De ‘poesjenel’ uit Antwerpen is afgeleid van Pulcinella.”

“Met poppen kan je maatschappijkritisch uit de hoek komen, maar evengoed de foute boodschap overbrengen”, gaat Alain verder. “De nazi’s gebruikten ze als propagandamiddel om in alle lagen van de bevolking door te dringen. Ze maakten spotvoorstellingen met karikaturale poppen van Joden, maar ook van de Britse premiers Chamberlain en Churchill.”

“Poppentheater maakt sociale kwesties bespreekbaar. De Spaanse bezetter zag poppenspel als onschuldig volksvermaak met een lage culturele status en tolereerde daarom kritisch stangpoppentheater. Spitting Image is een Engelse tv-show met karikaturen van politici waarmee men de spot drijft. Poppentheater Uilenspiegel uit Brugge brengt nu nog satire over de lokale politiek. Marionnettentheater Kallemoeie uit Oostende durft ook te prikken in haar producties. Allemaal gebruiken ze humor als wapen.”

Waarden en normen

“Vandaag verbinden mensen poppen vaak aan kindervoorstellingen. Maar in de vorige eeuw was poppentheater volksvermaak gericht op volwassenen. Denk maar aan de Poesje in Antwerpen. Vanaf 1930 zag men in dat men met poppen ook kinderen kon bereiken. Men wilde zo aan volksverheffing doen, of waarden en normen aanbrengen. Ook de katholieke boodschap kon zo worden verspreid, net als het ‘Algemeen Beschaafd Nederlands’ en de symboliek. Ook op tv werd de kracht van poppenspel ontdekt. Zo maakte Nonkel Bob er graag gebruik van. Na 1970 werd het poppenspel weer wat minder pedagogisch, al komt het nu nog steeds voor in het onderwijs. Denk maar aan Jules, de klaspop die helpt om in gesprek te gaan met kleutertjes.”

“Traditioneel zie je hetzelfde karakter over de ganse wereld terugkomen. Het is het prototype van de volksfiguur die kan spotten, met een hoek af en soms een bochel. Hij wordt aanvaard als wijze, niettegenstaande het ook een soort nar is. Jan Klaassen uit Nederland, Punch uit Groot-Brittannië, Guignol uit Frankrijk, Pulcinella uit Italië, Kašpárek uit Tsjechië, Kasperle uit Duitsland, Karagiozis uit Griekenland, Karagöz uit Turkije, de Panakawan-familie uit Java en Bali: al die figuren hebben hetzelfde karakter. Alleen bij ons hebben we niet echt »

“Met poppen kan je maatschappijkritisch uit de hoek komen, maar evengoed de foute boodschap overbrengen. De nazi’s gebruikten ze als propagandamiddel om in alle lagen van de bevolking door te dringen.”

zo’n nationaal bekende figuur. Is dat omdat we zo vaak overheerst werden door andere naties? Ik weet het niet, maar het is heel merkwaardig. Lokaal hebben we die figuren wel: Woltje in Brussel, Pierke in Gent, Tchantchès in Luik of de Neus in Antwerpen.”

Erkenning

In december vorig jaar erkende UNESCO het Brusselse theater met stangmarionetten als immaterieel cultureel erfgoed. In onze hoofdstad is er nog één traditioneel theater dat dit erfgoed in leven houdt, het Koninklijk Theater Toone. Met elke week vier voorstellingen is dat erg actief. Volgens Alain is de UNESCO-erkenning “cruciaal voor het behoud van een levende traditie. Alle traditionele theaters zouden hiermee een boost moeten kunnen krijgen, een impuls om vol te houden. Het is natuurlijk ook een versterking van de culturele identiteit van het Brusselse poppentheater, dat een jarenlange fantastische traditie heeft. In 2017 wou men het zelfs niet meer subsidiëren! Daarom hoop ik dat jonge mensen die traditie omarmen.”

“Traditie mag je niet afsluiten, die wordt gevormd en vervormd. De traditie moet open blijven en nieuwe impulsen krijgen. Traditie en vernieuwing gaan hand in hand, theater der dingen is een spiegel

van de tijd. Men werkt vandaag vaak hybride, waarbij verschillende technieken door elkaar worden gehaspeld. Theater FroeFroe en DE MAAN mengen beeldprojectie, livemuziek, figuren en levende acteurs. Experimenteren met ruimte, technologie, vorm en inhoud vind ik goed. Maar laat ons de kwalitatieve traditie niet afschrijven. Spelen met marionetten wordt beschouwd als iets dat wat achterhaald is. Maar tegelijk is het wel een kunst om met zo’n pop te werken.”

“Ik pleit ervoor om altijd te mikken verwondering en bewondering. Vandaag zijn er in Vlaanderen amper nog vijftig à zestig groepen die met theater der dingen bezig zijn. Die zijn zelfs niet allemaal even actief. We missen gestructureerde poppentheateropleidingen en steun in Vlaanderen. Toch voel ik nog steeds interesse in het poppentheater. Ik ben ervan overtuigd dat er een nieuwsgierig publiek is en blijft. Bij DRAAD-poppentheater krijgen we vragen naar workshops poppen maken en -spelen. Vaak komt die vraag van mensen die al wat leeftijd hebben. Maar ook jonge mensen willen we enthousiasmeren. Speel. Geniet. Laat de dingen bewegen. Creëer magie. Bewonder en verwonder. Daar gaat het over.”

De ene pop is de andere niet Poppen in het theater kennen vele vormen en verschijningen. Opgelet: het lijstje hieronder is niet volledig, er bestaan nog heel wat andere poppenspeltechnieken.

Stangpoppen kennen we van de traditionele volkspoppentheaters zoals de Poesje en Toone. Het aantal stangen kan variëren, en sommige stangpoppen worden ook gemanipuleerd met draden. Bekpoppen zijn bekend van populaire tv-programma’s als Sesamstraat, Samson & Marie (vroeger Samson & Gert) en Het Liegebeest Tafelpoppen staan doorgaans zelfstandig op een tafel. De speler moet ze enkel laten bewegen en verplaatsen. Bij handpoppen beweegt de speler het hoofd en de armen van de pop met de eigen vingers. In een lichaamsmasker zit de speler helemaal of grotendeels in de pop. We kennen ze van de reuzenstoeten. Bij lichaamspoppen worden een of meer lichaamsdelen van de speler aangevuld met attributen die de illusie weken dat het om een volledige pop gaat. Traditionele marionetten worden gemanipuleerd met draden aan een speelkruis. Schimmenpoppen worden zichtbaar door projectie tegen een doek. Stappoppen kunnen zonder techniek worden bewogen. En stokpoppen ten slotte zijn poppen op een… stok.

Bron: ‘De poesje. Traditioneel volkspoppentheater’, Guy Van de Casteele, uitgeverij Artus, 2009

DIT IS EEN

‘PATATTENSTOEMPER’

Agnes Sels tovert uit haar keukenkast een houten knuppel

tevoorschijn, die ze al van in haar jeugd kent. “Dit is wat we in Rumst ‘ne patttenstoemper’ noemen,” verduidelijkt Agnes.

De aardappelstamper is al meer dan 100 jaar oud. Zelf zit Agnes al op ‘tram 7’. Haar grootmoeder gaf dit stuk keukengerei aan haar dochter. Maria Lefever, de moeder van Agnes, gebruikte de stamper jarenlang. Vier steeds eetgrage kinderen hadden het op de ouderlijke boerderij in Rumst iedere keer onmiddellijk in de gaten als er ‘stoemp’ opgediend zou worden. Moeder Sels droogde dan de handen aan haar schort vooraleer ze aan de slag ging. Hoeveel kilo’s aardappelen er van het veld rechtstreeks in de huiselijke pot belandden, is niet te achterhalen. “Maar als je ze allemaal op een hoop zou zien liggen, dan wreef je nu je ogen uit,” grapt Agnes.

Een mooi detail bij die huiselijke tafereeltjes was dat de patattenstoemper daarbij een hoofdrol speelde. Moeder Sels had de stamper nog maar net uit de pot gehaald of haar kinderen snelden in ijltempo toe. Om ter vlugst poogde eentje van de vier kinderen – twee zussen en twee broers – de stamper te bemachtigen om hem op weldadige wijze leeg te likken. Er bleef zelden genoeg aan de houten kegel kleven om iedereen tevreden te stellen. Dat veroorzaakte herrie.

“Ons moe had daar een uitstekende reactie op. Ze stak de stamper net zo vaak terug in de aardappelpuree tot iedereen een voldoende laagje had gelegd om aan tafel te gaan,” herinnert Agnes zich.

In haar eigen keuken blijft de aardappelstamper zo goed als ongebruikt maar bij een recente opruimbeurt stak hij weer de kop op. Als keukengereedschap hecht Agnes weinig waarde aan de knuppel.

“Ons moe stak de stamper net zo vaak terug in de aardappelpuree tot iedereen een voldoende laagje had gelegd om aan tafel te gaan.”

Dat maakt hem als tastbare herinnering aan een gelukkige jeugdige familietijd echter niet minder belangrijk.

Wie de ‘patattenstoemper’ eens graag van dichterbij bekijkt, zakt eventueel eens af naar het OKRA-trefpunt in Bonheiden. Daar is Agnes een gewaardeerde kracht in het lokale bestuur en contactpersoon voor een aantal van de ruim 300 leden. In sportieve OKRA-middens is ze bovendien een te duchten petanquespeelster die overwinningen in menige wedstrijden op haar palmares schreef.

Alex Buysse werkte vorig jaar mee aan een grootschalige bevraging bij bewoners van 400 Vlaamse woonzorgcentra.

Alex interviewde daarvoor 20 bewoners in twee Gentse woonzorgcentra. “Ik hoop dat de resultaten bijdragen tot aangenamer leven en wonen voor mensen in WZC.”

ALEX GING IN GESPREK MET BEWONERS VAN

WOONZORGCENTRA

Alex staat regelmatig als vrijwilliger achter de bar in een Gents woonzorgcentrum (WZC) en hij is ook actief in de seniorenraad en in het team van OKRA-BELANGENBEHARTIGING. “Toen ik in Actueel, het magazine van de Vlaamse Ouderenraad, de oproep las voor enquêteurs in WZC schreef ik me in,” vertelt hij. Na een korte opleiding trok Alex op interview. “De vragen gingen over privacy, maaltijden, veiligheid, comfort, respect, de band met het personeel, zinvolle dagbesteding, persoonlijke relaties, keuzevrijheid en de reactie van medewerkers op vragen,” legt hij uit. “Bewoners konden ook anoniem een vraag stellen of een opmerking geven voor de directie.”

Graag meer persoonlijke babbels

“Het gesprek ging ruimer dan alleen de gestructureerde vragen van de enquête,” vertelt Alex. “Ik liet mensen vertellen waar ze gewoond hadden, welk werk ze deden, wat hun interesses waren, … Er waren vaak raakpunten wat interessante gesprekken opleverde. Sommige mensen hebben geen familie en weinig bezoek, ze vonden het fijn dat ik tijd en interesse had voor hun verhaal. En ik vond het leuk om te doen.

Bewoners waren over de meeste aspecten die werden bevraagd tevreden. Sommigen hadden wel graag wat vaker een babbeltje gehad met het personeel. Tijdsdruk laat soms weinig ruimte voor persoonlijke aandacht.”

Tevreden, maar enkele pijnpunten

In juni werd Alex, samen met alle 600 vrijwilligers die de enquêtes afnamen, uitgenodigd voor de voorstelling van de resultaten. Die zijn gebaseerd op de antwoorden van meer dan 8.000 bewoners en 11.000 familieleden.

Bewoners bleken heel tevreden over de privacy

Tekst An Candaele

(92 procent) en het gevoel dat hun spullen veilig zijn in het WZC (91 procent). 87 procent voelt zich ook gerespecteerd door de medewerkers. “Persoonlijke relaties met medebewoners en personeel en ook zinvolle dagbesteding zijn pijnpunten,” zegt Alex. “Daar is nog werk aan de winkel om het leven in WZC aangenamer te maken.”

De bevindingen en aanbevelingen vanuit de bevraging werden overgemaakt aan de minister van Welzijn.

“De aangekondigde besparingen op ouderenzorg zijn geen goed teken,” zucht Alex, “hopelijk houdt de minister toch rekening met de bevindingen.”

“Tijdsdruk laat vaak weinig ruimte voor persoonlijke aandacht.”

De bevraging is een initiatief van het Vlaams Instituut voor Kwaliteit van Zorg, de Vlaamse Ouderenraad en het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen.

Ook dit jaar gaan vrijwilligers op pad naar WZC. Kandidaat-enquêteurs kunnen zich – best zo snel mogelijk - melden bij www.kwaliteitsbevraging.be.

“Ik kom al drie jaar in de dagopvang, we kennen elkaar goed intussen. Roger is onze weerman. Frans houdt van de koers, ik van Rummikub. Maar er is iets wat we allemaal graag doen, en dat is lachen!”

- Henriëtte, 86 -

Ferm Thuiszorg organiseert dagopvang op kleine schaal voor wie zorg nodig heeft of de dag graag samen doorbrengt.

Zorg aan huis nodig? Ons team staat voor je klaar!

Fort van Breendonk

HET BEST BEWAARDE NAZIKAMP VAN EUROPA

Pas aangekomen gevangenen op het binnenplein in Breendonk; foto gemaakt door de Duitse fotograaf Otto Kropf (SOMA).

Een recent boek over het Fort van Breendonk zette ons ertoe aan om de plek te bezoeken. Een mens wordt er niet vrolijk van, maar wat hier gebeurde, mogen we niet vergeten. De vreselijke verhalen die je er hoort, roepen ook op om waakzaam te zijn als mensenrechten onder druk komen, en groepen mensen tegen elkaar opgezet worden. In Breendonk zie je waar dat toe kan leiden.

Tekst An Candaele — Foto’s An Candaele & Veroniek De Visser

Wachttoren

De isoleercellen

Het Fort van Breendonk ligt in Willebroek, tussen Brussel en Antwerpen. Het werd begin twintigste eeuw gebouwd als deel van de verdedigingsgordel rond Antwerpen. In de Tweede Wereldoorlog maakten de nazi’s er een gevangenis- en doorgangskamp van. De omstandigheden waren er ronduit gruwelijk. Van de 3600 gevangenen die hier verbleven overleefde meer dan de helft de oorlog niet. Driehonderd gevangenen vonden de dood in Breendonk, anderen wachtte dat lot in kampen waar ze later naartoe werden gebracht: Auschwitz, Buchenwald, Mauthausen, Vught, …

Wakker blijven

Annemie Reyntjens, auteur van het boek ‘Fort Breendonk. Een geschiedenis van het best bewaard nazikamp in Europa’, noemt het de plicht van ons allemaal om Breendonk te bezoeken. Omdat – zoals in het voorwoord van het boek staat – “herdenken niet alleen achteromkijken is en eer betuigen aan de slachtoffers. Het houdt ook een waarschuwing in, een teken van hoop en een aanzet tot actie.” Het maakt je ervan bewust dat verworvenheden op vlak van democratie en mensenrechten nooit vanzelfsprekend zijn en dat we wakker moeten blijven voor tekenen dat ze bedreigd zijn.

Joden, politieke gevangenen, verzetslui

Aan de ticketbalie krijgen we een audiogids mee. Daarmee scannen we de QR-codes op het traject door het Fort en krijgen zo info en verhalen over het dagelijks (over)leven met het lijden, de angst, de uitputting, de honger, de ontmenselijking, de folteringen, … De eerste gevangenen stapten door de poort op 20 september 1940. Door

diezelfde poort komen wij de lange, donkere, kille gang binnen. Er verbleven nooit meer dan 600 gevangenen tegelijk in Breedonk. Door die kleinschaligheid was het onmogelijk om te ontsnappen aan het oog van de Duitse én Belgische bewakers. Je kon niet opgaan in de massa. De gemiddelde tijd die politieke gevangenen, Joden en verzetslui hier doorbrachten was drie maanden.

Schimmel en ongedierte

We zien de stapelbedden – drie lagen boven elkaar – waar gevangenen per twee op een strozak de nacht doorbrachten. 48 gevangenen per kamer, met 2 nachtemmers die onvermijdelijk overliepen. In de donkere, vochtige, koude bunkerruimte tierden schimmel en ongedierte welig. Elke ochtend moesten de strozakken in twee minuten kreukvrij opgeschud worden tot een perfecte rechthoek. Wie daar niet in slaagde, kreeg die dag geen eten. De anderen overleefden op 250 gram – vaak beschimmeld – brood per dag, vier koppen surrogaatkoffie en een liter magere soep zonder voedingswaarde. Een rantsoen dat tot diarree leidde en voor sommige gevangenen dodelijk was. Op hun overlijdensakte stond ‘hartfalen’ of ‘longprobleem’ als doodsoorzaak, het verdoezelde de ware toedracht.

De folterkamer

Ondervoed en uitgeput verrichtten de gevangenen dwangarbeid. De eerste gevangenen verplaatsten zand en aarde met de hand om ruimte te maken voor nieuwe barakken. Later moesten ze karren overvol aarde en stenen duwen en zware lasten sjouwen. Labeur dat geen enkel praktisch nut had en louter bedoeld was om

te pesten en uit te putten. Voedsel geschonken door het Rode Kruis werd voor de ogen van de gevangenen aan de varkens gevoederd. Alles was hier pure wreedheid. Om in de ziekenboeg toegelaten te worden moest je al op sterven na dood zijn, anders kwam je er niet in. We lopen de kamers met isoleercellen binnen waar vooral verzetslieden werden opgesloten. In de kleine cellen moesten ze de hele dag rechtstaan, sporen van de witgekalkte muren op de kleren leverden lijfstraffen op. Alleen ‘s nacht werd een plank neergelaten, zonder matras of deken.

De ultieme hel was de verhoor- en folterkamer. De katrol aan het plafond met een vleeshaak aan dikke touwen laat niets aan de verbeelding over. Met de haak onder de op de rug samengebonden handen, werden mensen naar boven getakeld. De bovenarm schoot uit de kom, de spieren van het gewricht scheurden. Het was maar één van de foltermethodes om tot een ‘bekentenis’ te dwingen. De deur van de kamer werd opengelaten zodat de andere gevangenen het geschreeuw konden horen.

Wie waren de beulen?

Wie zien de foto’s van kampoversten en -bewakers, ze zien er heel gewoon uit, geen boeventronie die de gruwelijkheid van hun daden verraadt. Het waren Duitse SS-ers, maar ook Belgen die zo hun eigen hachje redden, of uit waren op het loon en uniform. Of het gedachtengoed van de nazi’s sprak hen aan, en zo konden ze zich übermensch voelen.

De SS-ers hadden een pervers systeem waarbij ze gevangenen tot kameroverste maakten. Als die hun medegevangenen niet hard genoeg aanpakten, kregen ze er zelf van »

“Voedsel geschonken door het Rode Kruis werd voor de ogen van de gevangenen aan de varkens gevoederd.”

langs. Sommigen werden extreem gewelddadig, soms erger dan hun oversten, anderen probeerden in de beperkte mate van het mogelijke hun medegevangenen te beschermen. Het brengt je onvermijdelijk bij de vraag: zou ik die moed hebben? Je eigen hachje redden ten koste van anderen, daar zijn we in dat soort extreme situaties wellicht allemaal toe geneigd. De zwaarste mishandelingen en vernederingen willen we graag aan ‘zieke geesten’ toeschrijven, al wordt ook dat tegengesproken door mensen met inzicht in de menselijke psyche.

Begraafplaats in Schaarbeek

Enkele Belgische kampoversten werden heel berucht. Eén van hen was René Hermans, een beroepsmilitair die in 1942 kameroverste werd van Brusselse postmannen die de

bestelling van Duitse brieven hadden gesaboteerd. De ‘facteurkes’ kapotmaken was zijn enige doel. Hij werd na de oorlog verantwoordelijk gesteld voor de dood van vijf gevangenen.

We zijn stil als we op het buitenterrein van het Fort komen. Het regent en de lucht is grijs, dat past helemaal bij de sfeer. Rondom is er prikkeldraad en de typische wachttoren roept zonder woorden een wereld van afschrikking op. Buiten het prikkeldraad razen het verkeer en de wereld verder.

We komen voorbij de executieplaats. Hier zijn 23 gevangenen opgehangen en 184 doodgeschoten. Velen werden – net zoals de doden door uitputting –begraven op de nationale schietbaan in Schaarbeek, achter waar nu de VRT-gebouwen zijn. Er liggen verse tulpen onder de galg. Een vleugje kleur in deze grijze, trieste omgeving.

SS-ers met in het midden kampcommandant Schmitt met kamphond Lump

Sporen uitgewist, dossiers verbrand

Toen het einde van de oorlog in zicht kwam, werden nog heel wat gevangenen naar Duitse kampen overgebracht of geëxecuteerd. De kampleiding wiste ook zoveel mogelijk sporen. Ze verbrandden dossiers, ontmantelden executiepalen en galg en schilderden de muren. De leden van het verzet troffen het fort na de bevrijding aan zonder gevangenen en zonder bewijsmateriaal van wat er de voorbije jaren was gebeurd. Het verzet pakte vermeende collaborateurs op en sloot ze op in het fort. De bewakers gebruikten, zoals de nazi-bewakers deden, extreem geweld. De periode is gekend als ‘Breendonk II’. Om de wraakacties te stoppen werden de gevangenen overgebracht naar Mechelen en bewaakt door ‘gewone’ cipiers. In juni 1947 werd Breendonk uitgeroepen tot nationaal herinneringsmonument.

In de jaren na de oorlog waren er terechtstellingen en doodstraffen voor oversten en beulen. Sommigen liepen op de valreep over naar het winnende kamp of verdwenen naar het buitenland waar ze onder een andere naam hun leven leidden. Als ze – zoals bewaker De Bodt die onder een valse naam in het Franse leger was ondergedoken – pas werden uitgeleverd nadat de doodsstraf was afgeschaft, leidde dat tot grote publieke verontwaardiging. De Bodt bleef de rest van zijn leven in de gevangenis van Sint-Gillis.

Gevangene nr 56 tekende het kampleven

Lange tijd dacht men dat er geen beelden waren van wat zich in Breen-

Goederenwagon gebruikt voor deportatie. 60 à 100 mensen per wagon opeengepakt.

Monument ‘Ode aan het verzet’ gemaakt door Tom Frantzen

Het rantsoen voor één dag

INFO

Het Fort van Breendonk kan je elke dag bezoeken van 9.30u tot 17.30u. Reken 2u30 tot 3u voor een bezoek.

www.breendonk.be

donk afspeelde. Tot begin jaren zeventig van de vorige eeuw 37 foto’s opdoken bij een Nederlandse fotograaf die ze kocht op een Duitse veiling in 1968. Het zijn propagandafoto’s van de Duitse fotograaf Otto Kropf. Ze tonen de dagelijkse verschrikkingen van het kamp niet. Dat doen de tekeningen van Jacques Ochs, gevangene nr 56, wel. Deze Frans-Belgische kunstenaar met Joodse roots kreeg toestemming van kampcommandant Philipp Schmitt om te tekenen, wat voor ge-

vangenen ongewoon was. Hij schetste bewakers en medegevangenen en – in het geniep – ook niet-vleiende tekeningen van SS-ers. Wonder boven wonder slaagde Ochs erin om een deel van zijn tekeningen uit het kamp te smokkelen. Elke dag moest hij zijn schetsen afgeven. Maar hij tekende vaak meerdere versies en gaf enkel een kopie af. Het origineel of de beste versie van zijn tekening hield hij verborgen. Die tekeningen zijn in Breendonk te zien.

In het boek ‘Fort Breendonk, Geschiedenis van het best bewaarde nazikamp in Europa, over mensen en mensenrechten’, brengt Annemie Reyntjens een groot aantal nooit eerder gepubliceerde verhalen en foto’s bijeen. Fort Breendonk stelde daarvoor – voor het eerst in de geschiedenis – zijn volledige archief ter beschikking.

Kijk op pagina 55 van dit magazine en win een duoticket voor een bezoek aan Fort Breendonk of een exemplaar van het boek.

Niet te missen in maart

PODIUM

An Nelissen en de fomomonoloog

De nieuwe voordeur is een feit voor rascomédienne An Nelissen: ze heeft de kaap van de 70 genomen. Dat wil meteen zeggen dat ze ook al 50 jaar op de planken staat. Reden genoeg voor een dubbel feest. Dat doet ze met een nieuwe show: de Fomomonoloog. Al wil ze daarin vooral vooruitkijken. Want An probeert de laatste decennia van haar leven zelf vorm te geven door de gepaste beslissingen te nemen met de hulp van het publiek. Dat kiest tijdens deze show mee hoe An de knopen doorhakt waar ze mee zit. Meer info en speeldata: www.fakkeltheater.be

BOEK Wachten als levenshouding

In zijn nieuwste boek focust psychiater Dirk De Wachter zich op iets wat we allemaal verleerd zijn: wachten. ‘Wachten. Een levenshouding’ is een neerslag van ideeën, gevoelens en verhalen over het wachten en de vele betekenissen die erbij horen: in ziekte, rouw, je carrière, de liefde en het geloof. Over niet kunnen wachten, leren wachten en wachten zonder verwachting. De Wachter omschrijft zijn boek als een pleidooi voor bedachtzaamheid, maar ook voor engagement: een vorm van nabijheid bij jezelf, en bij de ander.

De laatste dagen van Pompeï

Fan van de klassieke oudheid? Dan kan je er op Brussels Expo eventjes instappen. Dankzij de meeste recente technologie zoals 360-graden projecties en virtual reality loop je door oude straten, verken je de Villa der Mysterieën en beleef je live een gladiatorengevecht van heel dichtbij. Maar het toppunt is ongetwijfeld de verwoestende uitbarsting van de Vesuvius. Meer info: www.pompeii-experience.com

Van zaterdag 14 tot zondag 29 maart zet Brussel de erfgoeddeuren wagenwijd open tijdens het Brussels Art Nouveau & Art Deco Festival, kortweg Banad. Op het programma van dit architectuurfestival staan onder andere tentoonstellingen, concerten en geleide bezoeken aan art nouveau en art deco interieurs die gewoonlijk gesloten blijven voor het publiek. Meer info: www.banad.brussels

Zomervakanties

Busreizen Vliegreizen Cruises

Elzas

24/4, 12/6 & 24/7 • 3 dagen

€ 579 pp

€ 289,50 pp

Lourdes

16/5, 22/8 & 12/9 • 5 dagen

€ 1249 pp

€ 624,50 pp

Zwarte Woud

11/5, 20/7 & 17/8 • 5 d. € 949 pp

€ 474,50 pp

H10 Vintage Salou****

5/6, 12/6, 10/7 & 5/10 • 10 of 17 d. v.a. € 1582 pp

v.a. € 791 pp

Moezel- & Rijnvallei

15/5, 12/6 & 10/7 • 3 dagen € 569 pp

€ 284,50 pp

Oise

29/5, 24/7 & 18/9 • 3 dagen

€ 579 pp

€ 289,50 pp

Noord-Nederland

29/5 & 11/9 • 3 d. € 699 pp

€ 349,50 pp

Hotel Finkenbergerhof***

10/6, 17/6, 19/8 & 2/9 • 10 of 17 d.

v.a. € 1279 pp

v.a. € 639,50 pp

PODCAST

De realiteit van nietaangeboren hersenletsels

Vermoeidheid die niet weggaat, snel overprikkeld zijn, problemen met plannen of onthouden: het zijn symptomen van niet-aangeboren hersenletsel (NAH) die je niet ziet, maar die het leven van patiënten wel volledig op z’n kop zetten. Met de nieuwe podcastreeks ‘Breinbreuk’ wil Reva Herk, de revalidatiecampus van Jessa in Herk-de-Stad, die onzichtbare impact bespreekbaar maken. Dat gebeurt aan de hand van openhartige gesprekken met elf ervaringsdeskundigen: mensen die zelf een hersenletsel opliepen, hun partners en ook een kinesitherapeut.

Rouwen in al zijn facetten

Met een groot inlevingsvermogen en bijgestaan door ontroerende getuigenissen, toont rouwpsychiater Uus Knops in haar nieuwste boek ‘Vaar wel’ wat er komt kijken bij verlies, en hoe werken aan herstel haalbaar kan zijn. Deze nieuwe benadering helpt om het ongrijpbare van rouw te begrijpen, om geruststelling te krijgen bij wat wordt ervaren en om bij te sturen waar dat nodig is. Het boek is bedoeld voor wie rouwt, voor wie naast een rouwende staat, of voor wie professioneel met verlies werkt. Eerder scheef Knops ook al de bestsellers ‘Op afstand nabij’, ‘Casper – een rouwboek’ en ‘Het alfabet voor groot verdriet’.

FILM Kat Steppe debuteert met Zondag de negenste

Na een leven van gemiste kansen ontmoeten de broers Horst en Franz elkaar opnieuw. Horst lijdt aan een gebrek aan levensvreugde en aan Alzheimer. Franz heeft geld nodig en hoopt op zijn broers erfenis. Het brengt heel wat teweeg: oude passies, oude wonden en een rivaliteit tussen twee broers die verder teruggaat dan ze zich realiseren.

Geert Meyfroidt kennen we als spoedarts en als slimste mens, maar nu komt daar nog een petje bij, want hij waagde zich dit jaar aan een roman: ‘Kritiek’. Het verhaal zelf situeert zich, hoe kan het ook anders, in de medische sfeer. Op een avond wordt Leon, die met de collega’s iets ging drinken, buiten bewustzijn binnengebracht op de spoed. Zijn toestand is kritiek. Wat zich in zijn hoofd afspeelt, weten we niet, maar hoe reageert de dokter, de partner, de assistent? Wie beslist wat waar en wanneer in zaken van leven of dood?

Zondag de Negenste vervlecht de herinneringen van de twee broers met die van de bewoners van een woonzorgcentrum en vertelt daardoor, op unieke wijze dat zorgen voor elkaar misschien wel de meest wezenlijke vorm van menselijkheid is. Of we nu nog weten wat er gebeurd is op Zondag de Negenste of niet.

Bij de filmopnames combineerde regisseur Kat Steppe (Taboe, Goed Volk) het fictieve verhaal met haar voorliefde voor documentaire. Zo trok ze voor de opnames naar een authentieke arena: het draaiend Woonzorgcentrum OLV Antwerpen, waar mensen met de ziekte van Alzheimer wonen en elk van hen een rol spelen in de film.

BOEK

Zorg dragen voor je hart: waarom het opvolgen van je hartritme belangrijk is

Je hart klopt elke dag voor je. Meestal met een regelmatig ritme, maar met de jaren kan dat ritme soms veranderen zonder dat je het zelf opmerkt. Net daarom kiezen veel mensen boven de 50 ervoor om hun hartritme af en toe te controleren, ook wanneer ze zich goed voelen. Het stelt hen gerust en kan helpen om onregelmatigheden sneller op te sporen.

Waarom is het zinvol om je hartritme op te volgen?

Bepaalde hartritmestoornissen, zoals voorkamerfibrillatie, vergroten je kans op beroerte of hartfalen. Maar liefst 1 op de 4 mensen boven de 40 krijgt met zo’n onregelmatig ritme te maken.

Je hartritme opvolgen? Dat kan gewoon thuis!

Met de FibriCheck app meet je je hartritme thuis met je smartphone. Je plaatst je vinger op de camera van je toestel en meet 1 minuut. Geen extra toestellen, kabels, of afspraken bij je arts. Je meet wanneer het jou past.

Deel je resultaten makkelijk met je arts. Als FibriCheck een onregelmatigheid opmerkt, dan kan je de resultaten eenvoudig delen met je arts. Zo kan je samen bespreken of verdere opvolging nodig is.

“FibriCheck geeft me waardevolle inzichten in de gezondheid van mijn hart.”

-Ellen, 70

Vertrouwd door miljoenen gebruikers. Wereldwijd gebruiken miljoenen mensen FibriCheck om hun hartritme op te volgen. De meeste van onze gebruikers zijn 50 plussers. Ze geven vaak aan dat FibriCheck makkelijk werkt en vooral voor gemoedsrust zorgt. Ook artsen vertrouwen op FibriCheck dankzij de wetenschappelijke onderbouwing en de vele studies die de nauwkeurigheid van FibriCheck bewijzen. Met de resultaten van deze metingen kunnen ze de hartgezondheid van hun patiënten makkelijk opvolgen.

Met FibriCheck wordt zorg dragen voor je hart iets eenvoudigs, zonder ingewikkelde apparaten of moeilijke stappen.

Gebruik FibriCheck een jaar lang gratis of met korting via je mutualiteit.

Scan de QR-code met de camera-app van je smartphone, selecteer je mutualiteit en doe meteen een eerste check. De app zal je om een uitnodigingscode vragen als je bij CM of VNZ aangesloten bent. Dit is CM26 of VNZ2025.

Speel & win

HORIZONTAAL 1 soort hond 6 gewoonte 12 rijstgerecht 13 omlaag 14 land in Europa 17 kennis 19 debet 20 naaldboom 22 Economische Zaken

23 stuk grond 24 vakgenoot 25 soort hert 26 windvrije zijde 28 luitenant

29 muzieknoot 31 namelijk 32 na die tijd 35 buitenzitje 38 verheugd 39 nageslacht 40 boomloze vlakte

43 bijbelse koning 46 langspeelplaat

47 Oude Testament 48 vader 49 de dato 51 plechtige gelofte 52 Belg

54 scheepstouw 55 pers. vnw.

57 landbewerking 59 Oude Verbond

60 embleem 63 grasvlakte 66 plezier

67 tijding 68 gazon 69 geneigdheid.

VERTICAAL 1 soort hond 2 explosieve stof (afk.) 3 Indonesisch eiland

4 Amerika (afk.) 5 Amerikaanse president 7 werklust 8 muil 9 stuk chocolade 10 grafvaas 11 kleine steen 15 krachtmeting 16 vierde Griekse letter 17 dier 18 Europese taal 21 deciliter 27 minder worden

30 sterrenbeeld 33 kloosteroverste

34 volgroeid 36 filmpersonage

37 behoeftig 40 zuigdop 41 Italiaans gerecht 42 verdieping 43 wapen

44 veronderstelling 45 muziektempel

46 voordracht 50 verschillend

53 milligram 56 oevergewas

58 karakter 61 bladgroente

62 schoolbehoefte 64 behorend tot 65 ontkenning.

Oplossing februari CITROEN

Oplossing kruiswoordraadsel maart 2026

Schiftingsvraag: Hoeveel slaapkamers hebben Belgische huishoudens gemiddeld, tot op één cijfer na de komma?

Bezorg ons de oplossing van het kruiswoordraadsel via wedstrijd@okra.be voor 25 maart 2026. Vermeld je naam, adres, voorkeurprijs en het antwoord op de schiftingsvraag. De winnaars worden persoonlijk verwittigd.

Insturen via post kan ook: OKRA vzw, wedstrijd maart 2026, PB 40, 1030 Brussel.

Tip: Je vindt het antwoord op de schiftingsvraag elders in dit OKRAmagazine.

Frankeer je brief zelf, maar een ongebruikte postzegel toevoegen om deel te nemen is niet langer nodig.

Los het kruiswoordraadsel op en win één van onderstaande prijzen.

• 5 exemplaren ‘Tafel voor één‘ van Nathalie Le Blanc

• 5 exemplaren van ‘Als oren niet horen’ van Geeske van Voorthuijsen

• 5 exemplaren van ‘Het jongetje dat bijen at’ van Gilbert Nyatanyi

• 5 keer 2 toegangstickets voor het Fort van Breendonk

• 5 exemplaren van het boek ‘Fort Breendonk’

Medewerkers OKRA-magazine maart 2026

Ankie Beerten, Michiel Bronckaerts, An Candaele, Dominique Coopman, Karlijn De Haes, Peter Dhaese, Jurgen D’Ours, James Arthur Ghesquière, Els Hoebrechts, Eric Hulsmans, Fons Jacobs, Marijn Loozen, Ellen Ophalvens, Steven Reynders, Ingrid Samson, Kaat Soetermans, Mira Sissau, Eric Sohl, Kristof Vadino, Arno Vande Velde (Arnoleon), Ellen Van Reybrouck, Lucie Van Hemelrijk, Karin Vanhoven, Hilde Van Malderen, Matthias Van Milders, Tom Van Welkenhuyzen en Arno Vermeulen.

Coördinatie en eindredactie Arno Vermeulen en Jurgen D’Ours

Vormgeving Ankie Beerten en Tom Van Welkenhuyzen

Reclameregie Trevi plus bvba, Katrien Lannoo, Meerlaan 9, 9620 Zottegem, 09 360 48 54, Katrien@treviplus.be

Druk Dessain Printing, Mechelen

Coverfoto Kristof Vadino

Oplage 163 620 exemplaren

Vul de sudoku in door in elk blokje een cijfer van 1 tot en met 9 te schrijven. Let op: in elke rij, kolom en 3x3-blok mag elk cijfer maar één keer voorkomen!

Verantwoordelijke uitgever Sonja Vertriest, Haachtsesteenweg 579, 1030 Brussel

Zonder schriftelijke toestemming van de uitgever mag geen enkele tekst of illustratie geheel of gedeeltelijk worden gereproduceerd. Advertenties vallen niet onder de verantwoordelijkheid van de uitgever.

Het aprilnummer verschijnt uiterlijk op 27 maart 2026. Je kunt OKRA-magazine ook lezen via www.okra.be.

Contacteer magazine@okra.be over OKRA-magazine of secretariaat@okra.be voor een andere vraag. Via post: OKRA vzw, Haachtsesteenweg 579, 1030 Brussel.

– Jean, 78 jaar

Topteam en perfecte afwerking. Onze badkamer is prachtig geworden. Een aanrader zonder twijfel!

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook