insights
De Nijs bouw en ontwikkeling Westfriese bouwer met stedelijke skills ‘Duurzame dealmaker’ mist tempo Slopen is het nieuwe oogsten
Inleiding Een regelrechte tijdbom voor de bouwsector. Zo betitelde voorzitter Arno Visser van Bouwend Nederland onlangs de stikstofproblematiek. Die dreigt een streep te zetten door de bouw van een kwart miljoen woningen. Totale kostenpost: een kleine 100 miljard euro. De berekening dateert nog van voordat Geert Wilders zijn PVV terugtrok uit het kabinet en daarmee de bouw ‘on hold’ zette. Een breed gedragen reductieplan dreigt hierdoor voor langere tijd de ijskast in te gaan en broodnodige beslissingen worden uitgesteld. “Ontzettend zuur en frustrerend”, verzucht regiomanager Joost Swaan van Bouwend Nederland verderop in deze uitgave. Daarin toont ook hoofdredacteur Marvin van Kempen van Duurzaam Gebouwd zich kritisch. Hij mist over de gehele linie urgentiegevoel als het gaat om verduurzaming, terwijl de opgave duidelijk is: in 2030 moet de gebouwde omgeving 55 procent minder CO2 uitstoten, om in 2050 volledig klimaatneutraal en circulair te zijn. Om dat te realiseren, moet het tempo omhoog, zegt hij. Tegelijkertijd zijn er hoopgevende ontwikkelingen. Zo gaat De Nijs bouw en ontwikkeling uit het Noord-Hollandse Warmenhuizen – vooral bekend van grote (ver)bouwprojecten in Amsterdam, zoals filmmuseum Eye, Pontsteiger en het Nationaal Holocaustmuseum in het nabijgelegen Heerhugowaard van start met ‘Woodstone’. Dat is een prestigieus woonproject in het Stadshart van Heerhugowaard met woningen die voor grootste deel bestaan uit milieuvriendelijk en kruislings gelijmd hout, ook wel bekend als Cross Laminated Timber (CLT). Hierdoor is het project voor een zeer groot deel circulair en daarmee een goed voorbeeld voor de toekomst van het bouwen.
Inhoud 2
Westfriese bouwer met stedelijke skills
6
Ervas: we lopen niet weg voor uitdagingen
8
’Cocktail van problemen’ hindert bouw in Randstad-Noord
11
Xella: steeds meer aandacht voor de Milieu Kosten Indicator
12
‘Duurzame dealmaker’ mist tempo
14
Pegasus Flex: 25 jaar flexibel vermogen en vertrouwen
16
Iedereen deed een stap extra
19
Portisa: prefab badkamers dé standaard voor seriematige woningbouw
20
Klaar voor de toekomst
23
Slopen is het nieuwe oogsten
1
De Nijs bouw en ontwikkeling: van kleine dorpsaannemer tot innovatieve specialist
Westfriese bouwer met stedelijke skills
Het Eye Filminstituut. De Hermitage. Het iconische ‘Pontsteiger’ in de Houthavens aan het IJ. Het Nationaal Holocaustmuseum. Stuk voor stuk vermaarde bouwwerken in Amsterdam, allemaal gerealiseerd door De Nijs bouw en ontwikkeling in Warmenhuizen: een aannemer uit een Westfries dorp, onlosmakelijk verbonden met de grote stad. Het verhaal van De Nijs is het succesrelaas van een kleine dorpsaannemer die zich in een eeuw tijd ontwikkelde tot toonaangevende en innovatieve bouwer en ontwikkelaar, met een complexe activiteit als binnenstedelijk bouwen als absolute specialiteit. Manoeuvreren en bouwen op het spreekwoordelijke postzegeltje tussen de bestaande bebouwing, je kunt het rustig aan het familiebedrijf overlaten, beaamde voormalig directeur Winfred de Nijs al eens.
2
Groei en succes staan centraal in de geschiedenis van het bedrijf, dat eigenlijk alleen in het jubileumjaar 2020 een bittere pil te slikken had. Wat een periode van twaalf feestelijke en uitbundige maanden had moeten worden, ging de boeken in als een jaar van thuiswerken en sociale onthouding. De coronapandemie wierp een schaduw over een reeks festiviteiten, maar de eeuweling onderging het met de welbekende Westfriese nuchterheid. “Het
is even niet anders, we hebben ermee te dealen”, zei toenmalig directielid Daniëlle de Nijs tegenover het magazine van Bouwend Nederland. Binding Zij was enkele jaren daarvoor als eerste vrouw toegetreden tot de directie van het bouwbedrijf, waarbij ze gedurende haar jeugd nauwelijks betrokken was, vertelde ze. “Ik kan me herinneren dat mijn broer al vanaf zijn vierde in de auto
Fotos: Rob Verhagen fotograaf
mee ging naar het bedrijf, maar ik ben door mijn ouders nooit gepusht en ben eerst een heel andere kant opgegaan. Ik heb accountancy gestudeerd en daarna als registeraccountant bij KPMG gewerkt. Daar was ik na twaalf jaar toe aan verandering. Juist op dat moment kondigden Ton en Thijs de Nijs hier als directeuren van de derde generatie hun afscheid aan. Het een viel met het ander samen.” Begin dit jaar nam Daniëlle de Nijs als algemeen directeur het stokje over van Winfred de Nijs. Hij van de derde generatie, zij van de vierde. Zoals ze de eerste vrouw was die tot de directie toetrad, zo is de ook de eerste vrouw
“De relatie tussen De Nijs en Amsterdam gaat terug tot de jaren zeventig van de afgelopen eeuw”
die bij De Nijs aan het roer staat, verantwoordelijk voor ruim driehonderd medewerkers en hun gezinnen. Het aanvaarden van deze baan was niet een beslissing die ze lichtvaardig nam, zei ze afgelopen januari vlak na haar aantreden tegen het Noordhollands Dagblad. Wat ze heeft geërfd, is een up-to-date bouwonderneming. Het vorige de cennium stond voor een belangrijk deel in het teken van een moderniseringsslag, vertelde toenmalig directeur Winfred de Nijs in 2018. “We doen dat met behoud van het goede uit het verleden”, zei hij. “Ambachtelijke kennis en vakmanschap zijn de basis. Maar dat
hoeft modernisering niet in de weg te staan. Integendeel: het kan hand in hand en elkaar zelfs versterken. Vanuit die gedachte zijn wij dit bedrijf aan het klaarstomen voor de komende tientallen jaren.” BIM Zo nam De Nijs een voorschot op de toekomst door BIM – tegenwoordig niet meer weg te denken in de bouw - al in een vroeg stadium te omarmen. Inmiddels is het in het mkb voorloper op het gebied van virtueel bouwen. Daarnaast investeert het bedrijf per manent fors in (door)scholing en het verbeteren van processen, met de zware accenten op het logistieke deel.
3
“De kunst is alles rond het bouwen veel meer te stroomlijnen. Met de im plementatie van BIM hebben we ongeveer 10 procent uit de bouwtijd gehaald. Met logistieke optimalisering is nog eens 10 procent te winnen. Daar investeren we enorm in”, zei Winfred de Nijs destijds. De onlangs teruggetreden directeur vond dat de bouw als branche vaak krampachtig bezig is alles te blijven doen “zoals wij het al jaren zijn gewend. Maar verbeteren is openstaan voor nieuwe ideeën en mogelijkheden. De bedrijven die het moeilijk hebben, zijn de bedrijven die stil staan.” Signatuur En zo manifesteert De Nijs zich als eigentijdse, moderne, kundige bouwer, met een ongekende signatuur als het neerkomt op hoofdstedelijke bouw projecten. De reeks liegt er niet om: wie vanaf de westelijke ring via de Transformatorweg richting het IJ rijdt,
kan ter hoogte van Houthavens de spraakmakende Pontsteiger onmogelijk missen. Datzelfde geldt voor iedereen die aan de noordkant Amsterdam CS uitstapt en een blik over het IJ werpt. Daar is het Eye Filmmuseum de absolute blikvanger. De lijst met projecten is lang: Steltloper, de Hermitage (nu H’ART Museum), De Centrale Bibliotheek op het Oosterdokseiland, de sloop en her- en verbouw van de Stadsschouwburg en – van recenter datum - het Nationaal Holocaustmuseum.
dommen. In de herstelperiode na de Tweede Wereldoorlog breidde de onderneming de activiteiten uit naar grotere utiliteitsprojecten in de regio. In 1972, onder leiding van de vier zonen van oprichter Matthias de Nijs, begon het bedrijf met aanzienlijke renovatieen restauratiewerkzaamheden in Amsterdam. Specialist Sindsdien heeft De Nijs zich ontwikkeld tot specialist in complexe projecten.
“Wie vanaf de westelijke ring via de Transformatorweg richting het IJ rijdt, kan ter hoogte van Houthavens de spraakmakende Pontsteiger onmogelijk missen” De relatie tussen De Nijs en Amsterdam gaat terug tot de jaren zeventig van de afgelopen eeuw. In de eerste periode na de oprichting in 1920 was het bedrijf voornamelijk actief op het gebied van metselwerk aan gemeente-eigen
Vandaag de dag blijft De Nijs actief in Amsterdam, waarbij het zich richt op renovatie, restauratie en nieuwbouwprojecten, vaak in samenwerking met woningcorporaties en andere partners. Zo was de Amsterdamse regio in mei
Hermitage Amsterdam
4
dit jaar ook het decor voor de overeenkomst tot langdurige samenwerking die De Nijs als een van de partners aanging met Woonzorg Nederland. De meer jarige samenwerking is gericht op het versnellen van het ontwikkelingsproces, bouwkwaliteit te verhogen en vanuit co-makerschap te werken. “Dit is een belangrijke stap in het versterken van de bouwketen van de woningcorpo ratie”, aldus bestuursvoorzitter Cees van Boven van Woonzorg Nederland. Met deze stap bevestigt Woonzorg Nederland volgens hem de vaak al jarenlange samenwerking met deze bouwpartners, die na een uitgebreide tenderprocedure zijn geselecteerd. “De selectie is gebaseerd op hun ervaring, regiodekking, expertise in duurzaamheid, modulaire en prefab bouw methoden. Gezamenlijk zorgen deze partners voor landelijke dekking en zijn zij in staat om flexibel met verschillende contractvormen te werken. De bouwpartners worden met hun
regionale vestigingen ingezet om optimaal in te spelen op lokale behoeften en beschikbaarheid. Deze aanpak stimuleert kennisdeling, innovatie en gezamenlijke verbetering van processen. Tegelijkertijd sturen we actief op digitalisering, standaardisatie en het terugdringen van faalkosten”, zei hij. Prestigieus Maar ook buiten Amsterdam timmert De Nijs fors aan de weg. Zo maakte het bekend na een zeer lange voorbereiding te starten met’ Woodstone’, een prestigieus houtbouwproject in het centrum van Heerhugowaard. Uniek aan dit project is dat de woningen een robuuste uitstraling krijgen met een bakstenen gevel gecombineerd met houten accenten, maar voor het grootste deel bestaan uit milieuvriendelijke en kruislings gelijmd hout, ook wel bekend als Cross Laminated Timber (CLT). Hierdoor is het project voor een zeer groot deel circulair en daarmee een goed voorbeeld voor de toekomst
van het bouwen. “Bouwen in CLT is inmiddels niet uniek meer, maar het bouwen in CLT onder architectuur is wel bijzonder te noemen”, aldus De Nijs. Ook won het Warmenhuizer familie bedrijf de tender voor de ontwikkeling van een omvangrijk woonproject aan de Boeierstraat in Purmerend. Het wordt een veelzijdig wooncomplex – met een toren van ruim 50 meter hoog – dat ruimte biedt aan diverse generaties, waaronder starters, gezinnen en ouderen met een zorgvraag. De focus ligt op levensloopbestendig wonen, energiezuinigheid en een sterke sociale samenhang. Het houtbouwsysteem, bestaande uit 2D-, 3D- en CLT-elementen, zorgt voor een circulair en flexibel gebouw. Met een MPG-score van 0,35 en een biobased materiaalgebruik van 67 procent overtreft het plan van De Nijs zelfs de duurzaamheidsdoel stellingen van opdrachtgever en woningcorporatie Intermaris.
Steltloper
Pontsteiger
Eye Filmmuseum
5
De Nijs en Ervas: denken in oplossingen, niet in problemen
We lopen niet weg voor uitdagingen
Wie een stadswandeling in Amsterdam maakt, komt gegarandeerd langs het werk van De Nijs bouw en ontwikkeling en Ervas International. Beide ondernemingen werken al ruim veertig jaar samen aan complexe renovaties van monumentale en vaak beroemde panden. Winfred de Nijs en Ervas-directeur Richard Bolderman duiken in de historie van hun samenwerking. De Hermitage, filmmuseum Eye, de graansilo’s in de westelijke havens, tramremise De Hallen. Het zijn zomaar wat in het oog springende projecten waaraan de bedrijven in de Nederland se hoofdstad werkten. “De Pieter Lodewijk Takstraat…”, antwoordt De Nijs op de vraag waar de samenwerking ooit begon. De woningen werden gere noveerd en daarbij bleek Ervas van veel waarde door de expertise van gevels. Daarna turnde De Nijs Het Entrepotdok
van diverse grote pakhuizen om tot een complex met 360 woningen en bedrijfs ruimten. Eind jaren tachtig waren beide bedrijven ook betrokken bij de trans formatie van de Oranje Nassau Kazer ne, ooit in opdracht van Napoleon gebouwd, tot woon en bedrijfsruimte.
“Kennis en ervaring is onze grootste kracht”
“Ervas liep in die tijd al ver voorop met expertise op het gebied van gevelreini ging en vooral hydrofoberen’, vertelt De Nijs. “Net als wij lopen ze niet weg voor complexe uitdagingen die werken in binnenstedelijke omgevingen met zich meebrengen. Bij de projecten waaraan wij werken, moet je denken in oplossingen, niet in problemen. Onze expertise lígt juist bij ingewikkelde uitdagingen. Natuurlijk realiseren wij ook nieuwbouw, maar je zult ons niet snel honderd woningen in een weiland zien bouwen.” Vakmanschap Vakmanschap staat bij beide bedrijven voorop. Ervas is al meer dan veertig jaar dé specialist in beton en gevel herstel en vochtwering, zoals het oplos sen van lekkages in kelders. “Vaak schakelen overheden of marktpartijen ons in voor onze expertise, bijvoor beeld bij betonof vochtschade of bij restauraties van monumentale gevels. Kennis en ervaring is onze grootste kracht. Dienstverbanden van veertig jaar zijn, net zoals bij De Nijs, geen uitzondering. Dat heeft met ons uitdagende werk te maken.” Bouwbedrijf De Nijs en Ervas Interna tional werken de laatste jaren vaak aan gebouwen met minder historie dan voorheen. Amsterdam kalefaterde eerst het centrum met panden uit de 12e en 13de eeuw op. Daarna waren de woningen, bijvoorbeeld in Nieuw West, aan de beurt die na beide wereld oorlogen zijn gebouwd. “Samen reno veerden en verduurzaamden we ook ruim zeshonderd Aireywoningen in de Burgemeester de Vlugtlaan voor drie Amsterdamse corporaties: Eigen Haard, de Alliantie en Rochdale”, vertelt Bolderman. “Dat zijn één van de eerste soort prefabwoningen, bedacht door de Engelse ingenieur Sir Edwin AIrey.
6
Na de Tweede Wereldoorlog speelde deze systeembouw in op de grote vraag naar woonruimte.” Duurzaam Het woord duurzaamheid is gevallen. Dat stond in de jaren zeventig vermoe delijk nog in geen enkel aan de bouw gerelateerd woordenboek. Ondanks het ‘ambachtelijke’ karakter van bouw bedrijf De Nijs omarmde De Nijs altijd nieuwe technieken die woningen beter maken en het wonen comfor tabeler. “Bij de bouwprojecten waaraan wij werken moet je conservatief te werk gaan, maar tegelijkertijd moet je voor uitdenken. Ai vind ik een mooi voorbeeld. Je moet je niet tegen dat soort ontwikkelingen afzetten, maar bedenken wat je er zelf mee kunt. Zo hebben wij ook vroeg geïnvesteerd in kennis over verduurzaming.”
Ervas International verhuist binnenkort van Hilversum naar ’s-Graveland. Richard Bolderman nam in 2024 de dagelijkse leiding over van Evert-Jan van Lenteren. Sinds hetzelfde jaar is het bedrijf onderdeel van de Bouwers van Morgen. Dat is een holding van vijf familiebedrijven. Stuk voor stuk renovatie- en onderhoudsbedrijven die slimme en innovatieve oplossingen voor de vraagstukken van morgen bieden. Ze versnellen samen de transitie naar duurzame woningen. Daarvoor beschikken ze over veel kennis en decennia aan ervaring. Iets maken wat blijft, ook voor volgende generaties, zit in het DNA van de vijf samenwerkende partijen.
Die moderniseringsslag heeft voor ingrijpende veranderingen gezorgd. Installaties in woningen zijn steeds geavanceerder en niet meer te verge lijken met die van pakweg dertig jaar geleden. De Nijs maakt een vergelijking met de automobielindustrie. “De mees te automerken hebben steeds minder modellen. Daaraan kun je wel steeds meer opties en technieken toevoegen. Die kant gaan we in onze sector ook op. Woningen zijn straks een soort een heidspakket waaraan bouwers eisen en wensen van consumenten toevoegen.” Opleidingen Beide bedrijven hebben naast de expertise en de gezamenlijke geschie denis nóg een overeenkomst. Ze inves teren allebei volop in opleidingen. “Mijn voorganger EvertJan van Lente ren was net als Winfred nauw betrok ken bij het regionale onderwijs. Wij dragen ons vak graag uit. Dat is ook de beste manier om nieuwe vakmensen aan je bedrijf te binden. Want die lopen al lang niet meer vanzelf binnen…”, zegt Bolderman. En ergens is dat vreemd, want wat is er mooier dan werken aan beeldbe palende gebouwen die iedereen kent. Gebouwen met eeuwigheidswaarde waar mensen met plezier wonen of werken waar voorbijgangers bewonde rend naar kijken. De Nijs en Ervas hebben op heel wat van die panden een onzichtbare handtekening gezet. Meer informatie: www.ervas.nl
7
Stikstof nog niet eens het grootste struikelblok
‘Cocktail van problemen’ hindert bouw in Randstad-Noord
Bouwend Nederland-voorzitter Arno Visser noemde het stikstofdossier onlangs een ‘regelrechte tijdbom voor de bouw’. Volgens regiomanager Joost Swaan is stikstof in zijn rayon Randstad Noord nog niet eens het grootste struikelblok voor meer woningbouw. Hij ziet ‘een cocktail van problemen’. “En voor de oplossing ligt de bal in Den Haag…”, zegt Swaan. We nemen met hem de stand van zaken door. Die stand van zaken is net voor het gesprek alweer veranderd. Geert Wilders heeft een dag eerder het kabinet opgeblazen. “Ontzettend zuur dat veel dossiers weer de vertraging ingaan…”, vindt Swaan. Hij noemt uiteraard het stikstofdossier. “Wij hebben vooral behoefte aan een concreet plan van aanpak. Tot dusver worden steeds geitenpaadjes bewandeld of halfslachtige oplossingen gepresenteerd. Samen met veel andere partijen hebben wij een reductieplan gepresenteerd, maar dat is nog niet behandeld. Dat er nu weer verkiezingen komen, vertraagt de voortgang nog verder. Frustrerend, ik kan het niet anders zeggen.” Want de problemen zijn groot. Zeker sinds de Raad van State eind vorig jaar een streep zette door intern salderen wordt ook de woningbouw hard geraakt. Bouwend Nederland berekende dit voorjaar dat er voorlopig een streep kan door 244.000 geplande woningen en dat een economische schade dreigt van 93,5 miljard euro. Hoe die cijfers uitpakken voor NoordHolland en Utrecht kan Swaan niet precies becijferen. “Relatief gezien is de situatie bij ons wel gunstiger dan in sommige andere provincies, denk ik. Vooral omdat we minder Natura2000gebieden hebben. Buiten die gebieden speelt de stikstofproblematiek bij ons met name in de duinen.” Vertraging Maar ook elders vallen projecten stil of lopen ze vertraging op. Swaan noemt Overduin bij Egmond. “Daar worden 162 woningen gebouwd op voormalige landbouwgrond, waardoor de gedachte was dat natuurvergunningen niet nodig zouden zijn. Nu intern salderen niet meer mag, loopt dat project alsnog forse vertraging op. De Raad van State heeft bepaald dat er toch een natuur-
8
vergunning moet komen. Ook in Zandvoort legt de stikstofproblematiek de bouw van vijfhonderd woningen voor lopig stil. En in Zaanstad, dat wél dichtbij Natura2000-gebied ligt, komt een groot project ook niet van de grond.” Buiten dat soort projecten heeft de woningbouw ook steeds meer last van infrastructurele werkzaamheden waar een streep door gaat. “Dat zien we bijvoorbeeld in Heiloo. De gemeente wil daar een nieuwe wijk bouwen, maar dat is voorlopig niet mogelijk omdat de wegen er naartoe niet aangelegd kunnen worden. Eenzelfde soort probleem zien we op de Utrechtse Heuvelrug. Zo raken de problemen in de infrasector, die tot dusver meer getroffen werd door de stikstofproblematiek, ook steeds meer de woningbouw.” Stagneren Maar Swaan benadrukt nog een keer dat andere gebieden in Nederland zwaarder worden getroffen door de stikstofregels. “Ik wil het probleem in Noord-Holland en Utrecht zeker niet bagatelliseren, maar bij ons gaat het meer om een cocktail van problemen. Het vergunningentraject zorgt voor net zoveel vertraging. Door ambtelijke tekorten stagneren plannen. Ook zien we dat gemeenten steeds vaker bovenwettelijke eisen stellen aan bouw plannen.”
Joost Swaan
Swaan noemt het beleid van de gemeente Utrecht als voorbeeld. Die stelde eerder dit jaar dat bij een woningbouwproject driekwart van de woningen ‘betaalbaar’ moet zijn, terwijl het Rijk, gemeenten en marktpartijen twee maanden daarvoor tijdens de Woontop nog een norm van twee derde afspraken. “Op die manier blijven projecten financieel haalbaar: alleen
“Tot dusver worden steeds geitenpaadjes bewandeld of halfslachtige oplossingen gepresenteerd” met voldoende duurdere woningen, kun je ook betaalbare woningen bouwen. Ook burgemeester Dijksma zette de handtekening onder dat akkoord. En amper twee maanden later komt haar gemeente alweer met nieuwe eisen. Dat soort dingen zorgt voor veel vertraging.”
Netwerkcongestie Om over de problemen met de netcongestie nog maar te zwijgen. Ook daar gaat steeds meer, om maar in het jargon te blijven, energie inzitten. “Ik heb de eerste bouwers op de lijn gehad die melden dat projecten stilliggen omdat de stroomvoorziening de komende zes
of zeven jaar niet te regelen valt. Ook in de uitvoerende fase nemen de problemen toe. Bouwbedrijven hebben de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in duurzame en emissieloze bouwmachines. Prachtig natuurlijk, maar die moeten wel ergens worden opgeladen. Ook dat staat onder druk. Zo zien je op een breed terrein dat het steeds moeilijker wordt om doelen te behalen.” En het gaat daarbij niet alleen om duurzame ambities en de noodzaak tot woningbouw, benadrukt Swaan.
9
houders. Zulke uitwisselingen van informatie zijn echt goud waard. Je krijgt inzicht in elkaars uitdagingen. Goed voorbeeld vind ik de bovenwettelijke eisen. Gemeenten komen daar met goede en vaak duurzame bedoelingen, maar realiseren zich vaak onvoldoende wat de financiële consequenties daarvan zijn. Als je met elkaar praat over ambities en plannen, kom je echt sneller tot de juiste oplossing.”
Hij wijst op de renovatiegolf die eigenlijk van start moet. Veel infrastructurele kunstwerken stammen uit de jaren vijftig en zestig en zijn zo langzamerhand aan vervanging toe. “Laten we niet vergeten dat de hele economie op infra draait. Daarop beknibbelen is het domste wat je kunt doen. Je ziet alleen bij de NAVO-top al wat het betekent als één snelweg wordt afgesloten. Ook dit is een vraagstuk wat de komende jaren aangepakt moet worden.” Complex “Goede vraag…”, glimlacht Swaan na de uitnodiging om eens wat oplossingen op tafel te deponeren. De problemen zijn te complex voor oneliners. “Voor een groot deel ligt de bal in Den Haag. Iedereen heeft baat bij consistent beleid. De afgelopen jaren werkte de gebiedsgerichte aanpak van de provincies best goed. Zij werkten
10
aan natuurherstel en stikstofreductie, waardoor er meer ruimte voor woningbouw kwam. Het kabinet draaide ineens de geldkraan dicht, waardoor de provincies weer moesten stoppen met deze aanpak.” Buiten de grote bal in Den Haag, probeert Bouwend Nederland met kleinere ballen ook processen in beweging te krijgen. Samenwerkingen en werelden bij elkaar brengen, zijn ook goede routes naar oplossingen, weet Swaan. “Wij voeren veel gesprekken met gemeentes. Samen met bedrijven uit de bouw en infra gaan we rond de tafel met wet-
Nimby’s Als het gesprek eigenlijk al is afge lopen, voegt Swaan nog een laatste ingrediënt toe aan de toch al niet zo smakelijke cocktail. “Bezwaarprocedures”, klinkt het met een zucht. “Die lopen momenteel echt de spuigaten uit. Het aantal nimby’s (‘not in my backyard’, red.) neemt steeds verder toe. Met veel trieste gevallen, zoals onlangs in Rotterdam waar een bezwaarmaker puur op een schadevergoeding uit was. Omgaan met bezwaren vraagt steeds meer van onze leden. Zonder communicatiemedewerkers en omgevingsmanager komt geen plan meer tot stand. Daarin proberen wij onze achterban ook zoveel mogelijk te ondersteunen.” Tenslotte benoemt Swaan nog wat goed nieuws. Kort voor het interview komt er alsnog groen licht voor de bouw van een wijk met 350 woningen bij Stompetoren. “Dat gebied stond aanvankelijk op de lijst met ‘bijzondere landschappen’ waarin niet gebouwd kon worden. Wij hebben de provincie gevraagd om nog eens kritisch naar die lijst te kijken, omdat er volgens ons ook gebieden op stonden waarin prima gebouwd kan worden. De provincie heeft dat gedaan en haar visie herzien. Dat vind ik een mooi voorbeeld van hoe het ook kan.”
“Ik heb de eerste bouwers op de lijn gehad die melden dat projecten stilliggen omdat de stroomvoorziening de komende zes of zeven jaar niet te regelen valt”
Xella investeert veel in duurzame en veilige bouwsector
Steeds meer aandacht voor de Milieu Kosten Indicator Xella verwacht dat de Milieu Kosten Indicator (MKI) voor de bouwsector van ‘doorslaggevend belang’ gaat worden. Die indicator laat zien wat de milieueffecten van een product zijn. Xella legt al jarenlang de focus op een duurzame toekomst waarin circulair bouwen, CO2-reductie en efficiënt materiaalgebruik de standaard zijn. Silka kalkzandsteen past goed bij die ambities.
Dat product is gemaakt van natuurlijke grondstoffen zoals zand en kalk en dus een milieuvriendelijk alternatief voor andere bouwmaterialen. Xella hergebruikt bij de productie Silka-restanten, zodat er nauwelijks nog afval overblijft en minder grondstoffen nodig zijn. De Silka-producten zijn sinds kort onderdeel van de Nationale Milieudatabase (NMD) in categorie 1. Deze online database bevat algemene productinformatie en een levenscyclusanalyse. Beide zijn belangrijke instrumenten bij het berekenen van de Milieu Kosten Indicator. Scoren “Met dit product scoren we heel goed op de MKI. En daarmee kunnen aannemers ook aan hun opdrachtgevers laten zien dat ze voldoen aan strenge eisen op het gebied van duurzaamheid. Met het hergebruik van afval sluiten we de cirkel zoveel mogelijk. Omdat we alleen lokaal gewonnen kalk gebruiken, beperken we ook de CO2-uitstoot binnen het productie- en transportproces. Silka heeft bovendien een hoge thermische massa en maakt dus energie-efficiënt bouwen mogelijk”, zegt Han den Hartog van Xella Nederland. Naast duurzaamheid is ‘veiligheid’ prioriteit in de bouwwereld. Ook daarop heeft Xella een goed antwoord. “Als leverancier van materialen én arbeid vinden wij veiligheid op de bouw essentieel. Onze producten voldoen aan alle modulaire eisen en zijn ideaal voor prefab bouwen. Bovendien hebben wij een trede 3-score op de NEN-EN Veiligheidsladder (SCL-safety culture ladder). Dat laat zien dat wij een strikt veiligheidsbeleid hanteren”, aldus Den Hartog.
Han den Hartog
“We ontzorgen hoofdaannemers volledig bij het voldoen aan alle wet- en regelgeving” Ontzorgen Hij krijgt van aannemers ook veel enthousiaste reacties op een speciale WKB-app die Xella heeft ontwikkeld. Dat kwaliteitscontrolesysteem wordt gebruikt bij alle Xella-bouwprojecten. “Onze uitvoerders verzorgen een Wet Kwaliteitsborging-rapportage. Ze maken foto’s van de wanden die ze plaatsen en zetten alle documentatie in de WKB-app. Zo ontzorgen we hoofdaannemers volledig bij het voldoen aan alle wet- en regelgeving”, vertelt Den Hartog.
Klanten die uitsluitend bouwmaterialen afnemen, zonder gebruik te maken van de Xella Bouwafdeling, kunnen toegankelijke WKB-informatie en ondersteuning vinden op de website van Xella. Zo kunnen ook deze klanten eenvoudig aan de WKB-verplichtingen voldoen.
Meer informatie: www.xella.nl
11
Om klimaatdoelen alsnog te halen is versnelling nodig
‘Duurzame dealmaker’ mist tempo De route naar een duurzaam gebouwde omgeving zit nog vol kuilen en hobbels. Voor het verwijderen van de obstakels en klimaatdoelen alsnog te behalen is versnelling nodig. Dat was vorig jaar de conclusie van het Duurzaam Gebouwd-rapport ‘Op weg naar CO2-neutraal’. Samenwerking is cruciaal, stelden private en publieke partijen tijdens de Klimaattop GO in 2024 vast. In oktober staat opnieuw een conferentie op het programma. Hoofdredacteur Marvin van Kempen van Duurzaam Gebouwd presenteert tijdens bijeenkomsten wel eens een kort quizje. De uitkomsten getuigen niet altijd van urgentiebesef. “Als ik vraag naar de klimaatdoelen, merk ik dat zelfs mensen die dagelijks in de bouw werken de jaartallen en percentages soms niet in hun hoofd
hebben zitten. Terwijl de opgave zo langzamerhand toch wel bekend zou moeten zijn: in 2030 moet de gebouwde omgeving 55 procent minder CO2 uitstoten, en in 2050 volledig klimaatneutraal en circulair zijn.” Het is met nog vijf jaar op de klok kortom de hoogste tijd voor daden.
“Het is belangrijk dat partijen elkaar ontmoeten en elkaars taal leren spreken”
Marvin van Kempen
12
Woorden zijn genoeg in de mond genomen. En er is ook genoeg om over te praten, want alle betrokken partijen hebben zeker niet stil gezeten. Circulair bouwen is in opkomst, biobased materialen worden spaarzaam toegepast, de energietransitie is in gang gezet en de aandacht voor klimaatbestendig bouwen neemt toe. Maar het tempo van toepassing van alle innovaties is nog te traag. En dan werken de problemen met de netcongestie ook nog bepaald niet mee. Verbinden Duurzaam Gebouwd functioneert daarom als ‘de duurzame dealmaker’ voor de gebouwde omgeving. Het kennis instituut verbindt meer dan vijfhonderd publieke organisaties met de markt en met elkaar. Dat leidt tot de ‘intensieve samenwerking’ waartoe de deelnemers aan de Klimaattop Gebouwde Omgeving 2024 opriepen. “Natuurlijk werken partijen al wel samen, maar vaak is dat geen samenwerking waarbij iedereen zich in de kaarten laat kijken. Samenwerking levert het meeste resultaat op als deelnemers zich kwetsbaar durven opstellen.” Daarnaast zet Duurzaam Gebouwd tijdens bijeenkomsten en ‘round table’s partijen aan tafel die elkaar doorgaans weinig spreken. Van Kempen heeft daar mooie voorbeelden van gezien. “Het is belangrijk dat partijen elkaar ontmoeten en elkaars taal leren spreken. Wij zetten bijvoorbeeld bouwers en wethouders aan tafel. Bij duurzame innovaties is wet- en regelgeving vaak een struikelblok. De regels zijn nog niet aangepast aan vernieuwingen. Daardoor kan de bouwer niet innoveren en loopt de verduurzaming van een wijk vertraging op. Beide partijen hebben dus baat bij een oplossing, maar juist dit soort partijen hebben relatief weinig contact. Terwijl een gesprek de sleutel naar versnellen is.”
Oproep “Deals maken…”, luidt de oproep van Van Kempen. Afspraken vastleggen en in actie komen. Geen woorden, maar daden. “Bij de klimaattop sloten woningcorporaties, gemeenten, ontwikkelaars en bouwers bijvoorbeeld een deal over de houtbouwrevolutie. Die gaat leiden tot meer houtbouw. Ook is de Full House-deal gesloten over woningbouw in kantoorpanden die weinig worden gebruikt. En Biobased Nederland werd opgericht. Die vereniging speelt in op de groeiende vraag naar duurzame bouwmaterialen en biedt brede ondersteuning aan producenten en afnemers van biobased materialen.” Biobased bouwen krijgt sowieso steeds meer aandacht. Producenten van klassieke bouwmaterialen zoals beton en staal proberen die te verduurzamen en er is meer interesse voor bouwmaterialen die gemaakt zijn van hernieuwbare en biologische grondstoffen, zoals plantaardige vezels, hout, stro, bamboe, vlas, hennep en biopoly meren. Mainstream zijn die zeker nog niet. Al was het maar vanwege de gedachte dat ze duurder zijn dan traditionele bouwmaterialen. Ambitie Ook voor een gesprek over biobased bouwen zette Duurzaam Gebouwd verschillende partijen aan tafel. Overheden, ondernemers, woningbouw corporaties, architecten, lokale telers van grondstoffen en andere belanghebbenden deelden hun kennis en vertelden over hun ervaringen. “Ze toonden na afloop allemaal de ambitie om verdere stappen te zetten. Dat leidde dit jaar tot een regionale deal voor biobased bouwen. Dat is precies wat de komende tijd nodig is: elkaar ontmoeten, het gesprek aangaan en pas vertrekken als er een deal is.”
Op 29 en 30 oktober staat de volgende Klimaattop GO op de kalender. Tijdens de tweedaagse conferentie in de Jaarbeurs in Utrecht zetten publieke en private organisaties de volgende stappen naar een duurzaam gebouwde omgeving. De bedoeling is dat de deelnemers nog meer deals afsluiten. Dat moet gebeuren onder voorzitterschap van Diederik Samson. Kijk voor alle informatie op www.klimaattopgo.nl.
Of die deals al leiden tot de gewenste versnelling op weg naar de klimaat doelen, blijkt later dit jaar. Dan komt Duurzaam Gebouwd opnieuw met een rapport waarin een nieuwe tussenstand wordt gepresenteerd.
13
Pegasus Flex vindt goed gekwalificeerde vakmensen
25 jaar flexibel vermogen en vertrouwen
Een tekort aan vakmensen is een van de grootste uitdagingen in de bouwsector. Uitzendbureau Pegasus Flex vindt ondanks de schaarste op de arbeidsmarkt nog wel de juiste professionals voor bouwbedrijven die vacatures tijdelijk of vast willen invullen. Pegasus kent de behoeften van zijn klanten en kan op maat het juiste antwoord daarop leveren. Met tweehonderd gemotiveerde medewerkers staat het bureau, dat vooral actief is in de Randstad, dag en nacht klaar voor een groot aantal werkgevers. Dat doen ze met alle certificaten zoals SNA, VCU, NEN en ABU op zak. Directeur Ferat Ozata vertelt over de werkwijze van Pegasus Flex en hoe zijn bedrijf omgaat met de grootste uitdagingen in de bouwsector. Een korte terugblik: hoe ziet de geschiedenis van Pegasus eruit? “We zijn opgericht in 1999 en sindsdien zijn we actief bij honderden projecten door heel Nederland. Een sterke focus op operationele dienstverlening is onze
14
kracht. Pegasus Flex BV, een van de vooraanstaande bedrijven binnen de groep, levert flexibel personeel voor alle bouwdisciplines, maar ook voor de sectoren schoonmaak, verkeersregulering en beveiliging. We zijn in de beginjaren gestart met kleine, ondersteunende teams, maar konden al snel groeien omdat we werden gevraagd voor grote projecten. We werkten
“Wij actualiseren voortdurend onze systemen en investeren in het opleiden van personeel”
bijvoorbeeld mee aan grote stationsprojecten en de bouw van ziekenhuizen, kantoren en verschillende openbare gebouwen. In het oog springende projecten zijn de tijdelijke parlementspanden in Den Haag en de renovatie van de Nederlandsche Bank in Amsterdam. Met 25 jaar ervaring in het veld heeft Pegasus niet alleen operationele knowhow opgedaan, maar ook een sterke werkcultuur, verantwoordelijkheidsgevoel en klantloyaliteit ontwikkeld.” Wat maakt Pegasus zo succesvol? “Het succes van Pegasus berust op drie kernwaarden: betrouwbaarheid, flexibiliteit en mensgerichtheid. Het winnen van vertrouwen van zowel klanten als medewerkers vormt de basis voor
Ferat Ozata
duurzame samenwerkingen. Verder is ons vermogen om snel in te spelen op veranderende marktomstandigheden een cruciale factor. Wij beschikken over de capaciteit om per project maatwerkoplossingen te bieden en kunnen altijd direct handelen. Die eigenschappen ondersteunen de groei van ons bedrijf.”
seren voortdurend onze systemen en investeren in het opleiden van personeel. Naast technische vaardigheid ligt de nadruk bij projectinzet sterk op digitale competenties. Door deze transformatie te omarmen, hebben wij onze klantrelaties verder kunnen versterken.”
Wat ziet Pegasus Groep momenteel voor trends en ontwikkelingen in de sector? “Een van de meest opvallende ontwikkelingen is digitalisering. Grote projecten worden nu beheerd via digitale monitoring- en controlesystemen. Pegasus Flex heeft deze transformatie vroegtijdig omarmd. Wij integreren bijvoorbeeld met digitale tools veldmonitoring, kwaliteitscontrole en taakbeheer, waardoor transparantie en efficiëntie in de operationele processen zijn toegenomen. Een ander aandachtspunt is al enige tijd duurzaamheid. Bij dat thema vervullen wij denk ik een voortrekkersrol. Pegasus zet in op milieuvriendelijke oplossingen, waaronder reductie van de CO2-voetafdruk. Dat doen we onder meer door bewuste keuzes te maken in het gebruik van voertuigen en apparatuur.”
Wat zijn de komende jaren belangrijke uitdagingen? “Na 2025 zullen vooral toenemende eisen op het gebied van flexibiliteit in werkmodellen naar voren komen. Klanten verwachten meer dan klassieke ploegendiensten. Projecten met veranderende planningen vragen dynamisch inzetbaar personeel. Daarnaast vraagt de EUregelgeving rondom migratie en arbeidsrechten zorgvuldige aandacht.”
Hoe spelen jullie in op de ontwikkelingen die u zojuist omschrijft? “Pegasus beschouwt elke trend niet als bedreiging, maar als kans. Wij actuali-
Hoe bereidt Pegasus zich voor op deze uitdagingen? “Pegasus heeft geopteerd voor een modulair HR-model waarmee we de risico’s vooraf kunnen beheersen. Medewerkers doorlopen digitale trainingen voor hun projectstart, contracten worden elektronisch afgewikkeld en prestaties monitoren we via Al-ondersteunde systemen. Dit bevordert niet alleen de kwaliteit, maar ook transparantie en vertrouwen.”
Pegasus daarmee om? “In Nederland wordt het steeds lastiger om gekwalificeerd personeel te vinden voor de verschillende bouwfases, schoonmaak en verkeersregulering. Pegasus Flex heeft - gezien deze krapte - geen buitenlandse personeelsopties opgenomen in de strategie. In plaats daarvan focussen wij op herscholing van lokaal personeel en het efficiënt benutten van bestaande werkloosheidsnetwerken. Bovendien gebruiken we digitale screeningssystemen en op referentie gebaseerde wervingsmethoden om de snelheid en precisie van aanwervingen te verhogen.” Wat is de visie van Pegasus op de toekomst? “In de komende jaren wil Pegasus Flex haar sterke positie in Nederland verder verstevigen en met klantgerichte digitale dienstverlening het verschil maken. Duurzaamheid, digitalisering en kwaliteit in personeelsmanagement vormen de pijlers van deze groei. Pegasus streeft ernaar om tussen 2025 en 2030 een ‘innovatief en veerkrachtig dienstenmodel’ te realiseren.” Meer informatie: www.pegasusgroep.nl
En ondertussen blijft de krapte op de arbeidsmarkt ontstaan. Hoe gaat
15
Projectleider kijkt met genoegen terug op realisering Holocaustmuseum
Iedereen deed een stap extra
Een goede samenwerking, in een complexe omgeving en in een buitengewoon gevoelige context. Projectleider Micha Wijngaarde kijkt met veel voldoening en tevreden terug op de realisering van het Nationaal Holocaustmuseum in het Joods Cultureel Kwartier in Amsterdam. De Nijs bouw en ontwikkeling tekende voor alle bouwkundige taken. “Ja, voelt goed hoor”, zegt Wijngaarde (53) aan het begin van het gesprek over de reeks architectonische en bouwkundige prijzen (zie kader) die sinds de opening vorig jaar zijn toegekend aan het Nationaal Holocaustmuseum. “Voor alle partijen die bij de verbouwing en restauratie van de gebouwen waren betrokken is het een prachtige erkenning.” Hij werd medio 2014 benaderd om de transformatie van het museum als
16
projectleider te begeleiden. De oprichter van Urban Scouts, dat zich toelegt op bijzondere ontwikkelingen en transformaties in de hoofdstad, was in beeld gekomen via een van de leden in de Raad van Toezicht van de Hollandsche Schouwburg, die hem kende van eerdere projecten. Symboliek Bij de zoektocht naar een geschikte locatie voor het museum viel de keuze op de gebouwen van de voormalige
Hervormde Kweekschool en de Hollandsche Schouwburg aan de Plantage Middenlaan in Amsterdam-Oost. Beide hebben een eigen verhaal binnen de geschiedenis van de Holocaust en een eigen symboliek. De Hollandsche Schouwburg werd vanaf 1942 door de Duitsers gebruikt om tienduizenden Joden te verzamelen en te deporteren naar vernietigingskampen. De oude kweekschool staat juist symbool voor de redding van kinderen van opgepakte Joden, die werden ondergebracht in
het gebouw naast de kweekschool. Medewerkers van de school wisten ruim 600 kinderen uit deze crèche te smokkelen en via de kweekschool in veiligheid te brengen. In de panden werd in 2016 gestart met de inrichting van een tijdelijk museum, dat vooral diende als proeftuin. Het was de eerste keer dat Wijngaarde samenwerkte met De Nijs, dat ook de aanbesteding voor die eerste fase al won. De werkzaamheden waren toen nog redelijk beperkt, louter gericht op die tijdelijke periode. Wijngarde: “In de periode 2017/2018 opende het museum in tijdelijke vorm de deuren. In 2021 ging vervolgens de definitieve verbouwing van start. Die bestond uit een transformatie van het schoolgebouw en een restauratie van het schouwburggebouw.” In de periode daarvoor – midden in coronatijd – was de aanbesteding. Die was opgedeeld in drie zogenoemde
kavels: bouwkundig, elektrotechnisch en werktuigbouwkundig. “Voor alle drie was veel belangstelling”, zegt Wijngaarde. “Maar de lat lag vanuit de kant van de opdrachtgever hoog. We wilden werken in bouwteam. Daarnaast zochten we een aannemer met begrip voor de sensitiviteit van het onderwerp én we moesten het gevoel hebben dat we samen goed zouden kunnen optrekken. Dat gold zowel ten aanzien van de ontwikkeling van het gebouw als van de inhoud. De aannemer moest verder kijken dan het timmeren van de kozijnen. We zochten partijen die het
project net als wij zo belangrijk vonden dat ze bereid waren een stapje extra te zetten, die snapten dat het niet een nieuwe flat was die we gingen neer zetten.” Overlaadhub Voor het bouwkundige deel viel de keuze op De Nijs. “Drie doorslaggevende elementen waren er”, aldus Wijngaarde. “Het plan voor de logistiek, de samenstelling van het team en de ideeën over de aanpak van het bouwproces.” Het binnenstedelijke karakter vroeg veel aanpassingsver
Het museum In het Nationaal Holocaustmuseum staat de Jodenvervolging in Nederland centraal. Tijdens de bezetting vermoordden de nazi’s in Europa ongeveer zes miljoen Joden. Ook in ons land kostte de naziterreur veel Joodse mensen het leven. Tussen 1941 en 1944 werd driekwart van de Joodse bevolking in Nederland, ruim 100.000 mensen, gedeporteerd en vermoord in nazikampen. De massamoord op het Joodse volk is een van de gruwelijkste voorbeelden van genocide in de moderne geschiedenis. In het museum is niet alleen aandacht voor de wandaden van de nazi’s en de situatie in de jaren ’40-’45. Ook het dagelijks leven van Joden voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog, de bevrijding zoals Joden die meemaakten en de omgang met de Holocaust in onze nationale herinneringscultuur komen aan bod. Het gebouw waarin het museum is gevestigd won dit jaar de Amsterdamse Architectuurprijs en de prijs voor Het Beste Gebouw van 2025 van de Branchevereniging Nederlandse Architectenbureaus. In 2024 won het al de Geurt Brinkgrevebokaal voor de beste herontwikkeling.
Foto: Thijs Wolzak
17
©2024 Jorrit Lousberg / Light at Work Photograph
Koning Willem-Alexander heeft op 10 maart 2024 het Nationaal Holocaustmuseum geopend
“We hebben over en weer alles kunnen zeggen, zonder dat het ook maar één moment heeft gebotst” mogen, zegt hij. “Het is een druk stukje Amsterdam, de ruimte is er beperkt, de buren zijn er mondig.” De Nijs loste het logistieke deel op door een overlaadhub in te richten aan de andere kant van het IJ. Vandaar werden de producten op afroep naar de bouwplaats vervoerd. Zo hoefden er geen grote en zware transporten richting de binnenstad en bleef de hinder voor de omwonenden beperkt. Ook de hei strategie voorkwam overlast en voor het laden en lossen op straat waren slimme oplossingen bedacht. Van binnen zijn beide panden volledig heringericht en -gedeeld. Niet-dragende wanden verdwenen en werden vervangen door lichte scheidingswanden. Een deel van de dragende muren werd vervangen door nieuwe, stevigere constructies. Er kwamen nieuwe plafonds in en wanden en vloeren werden
18
opnieuw afgewerkt. In de voormalige kweekschool werd de oorspronkelijke indeling met gangen en klassen weer zichtbaar gemaakt. Een complexe opgave was de gevelrenovatie van de Hollandsche Schouwburg. “Beide gebouwen hadden historisch relevante plekken en elementen. Die wilden we allemaal behouden”, aldus Wijngaarde. “Achteraf zeg je: het was simpeler geweest om nieuwbouw neer te zetten. Maar dan waren we de historische component kwijtgeraakt.” Beperkingen Hij kijkt meer dan tevreden terug op de samenwerking. “Die liep altijd goed. De Nijs dacht mee en bewoog mee. Het enige wat het project ingewikkeld maakte, was dat het onderwerp ingewikkeld was en dat we moesten opboksen tegen de beperkingen die de coronatijd en de oorlog in Oekraïne
met zich meebrachten. Door corona was het niet mogelijk objecten in het buitenland te bekijken. En hoewel de oorlog in Oekraïne aanvankelijke zorgde voor schaarste in materialen, liep de ontwikkeling van het gebouw op een gegeven moment veel sneller dan de ontwikkeling van de inhoud. Dat vroeg veel flexibiliteit van de aannemer. Die moest op de rem trappen. Maar er is geen wanklank gevallen.” Dat gold voor de gehele verbouw periode, waarin souplesse en meedenken de norm waren. “Alles werd steeds op een hele nette manier opgelost. De Nijs bewoog steeds soepel mee met de omstandigheden. En de sfeer was altijd goed. We hebben over en weer alles kunnen zeggen, zonder dat het ook maar één moment heeft gebotst. Het voelde alsof we allemaal het beste wilden en we het onze eer te na vonden om in die bijzondere omgeving te gaan staan kibbelen. Het was een eervolle opdracht waarvoor iedereen een stap extra deed. Ik kijk met buitengewoon veel voldoening op het bouwproces en de samenwerking terug.”
Portisa
Prefab badkamers: dé standaard voor seriematige woningbouw De tijd dat prefab badkamers vooral interessant waren voor hotels, studentenhuisvesting en scheepsbouw is al lang verleden tijd. Ook de woningbouw ziet steeds meer de voordelen. “De transitie is volop gaande”, zegt Frederike Cernoia van Portisa. Het bedrijf in Schelluinen bouwt prefab badkamers voor de woning- en utiliteitsbouw. Opdrachtgevers en architecten hebben de volledige vrijheid om badkamers naar eigen smaak in te richten. Bovendien geeft deze vorm van bouwen antwoorden op veel items in de bouwsector. Duurzaam Cernoia zag tien jaar geleden een omslagpunt in de bouwsector. “Toen kregen woningbouwers steeds meer interesse in prefab bouwen en zagen ze de voordelen. Voor prefab gebouwde badkamers zijn minder medewerkers nodig. Wij werken op de bouwplaats met maximaal twee mensen. Dat bespaart dus ook transportbewegingen.
Bovendien reduceer je de hoeveelheid bouwafval. Prefab bouwen past goed bij de duurzame ambities. Een prefab badkamer is drie keer duurzamer dan een traditioneel vervaardigde badkamer”, legt Cernoia uit.
Meer informatie: www.portisa.eu
Samenwerking Volgens haar is de huidige transitie ook te danken aan de samenwerking met de bouwsector. “Met bouwbedrijf De Nijs werkten we al in 2011 aan een groot project. Sindsdien werken we met open vizier als partners samen. Daardoor konden we onze product en proces continue verder verbeteren. Dankzij dat soort samenwerkingen zijn prefab badkamers steeds interessanter geworden voor de woningbouwsector.”
Portisa Goo.indd 1
28-07-2025 14:05
Frisse lucht in elk project: Samen bouwen aan de toekomst! Al jarenlang zijn wij trotse partner van bouwbedrijf De Nijs en zorgen wij voor een gezond binnenklimaat in hun prachtige projecten. Met onze expertise in ventilatie-installaties dragen wij bij aan comfortabele en energiezuinige leefruimtes. Wij kijken uit naar nog vele succesvolle projecten samen!
STEBOMA.NL Steboma Goo.indd 1
BEVERWIJK | IJSSELSTEIN | EINDHOVEN 28-07-2025 13:54
19
Bouwmensen Amsterdam verdiept en verbreedt om techneuten te werven
Klaar voor de toekomst Bouwmensen Amsterdam heeft de rug gerecht na moeizame jaren, waarin de instroom daalde en het toekomstperspectief verslechterde. Een gemoderniseerd gebouw, veel voorlichting, samenwerking en een nieuwe strategie hebben het tij gekeerd, zegt directeur Michel van Erkelens. “We zijn klaar voor de toekomst.” Van Erkelens trad aan in 2021, in de nasleep van de coronapandemie. Wat hij aantrof, was een opleidingsinstituut voor de bouw dat in zwaar weer zat. “Amsterdam is van oudsher geen techniekstad”, zegt hij. “In de wijken is geen technisch bedrijf meer te vinden. Leerlingen werven en hun ouders overtuigen is een uitdaging. De concurrentie is bovendien moordend. Daarbij kwam dat het gebouw waarin we zitten sterk verouderd en niet klaar voor de toekomst was en de instroom historisch laag. We zaten een beetje in de hoek waar de klappen vallen.” Hoe anders is de situatie nu: het gebouw is volledig getransformeerd. Modern, energiezuinig en duurzaam, met een hip en trendy interieur. De
20
instroom trok verspreid over de afge lopen jaren weer aan, met name als gevolg van intensieve samenwerking met het ROC van Amsterdam, de oprichting van de breed georiënteerde BouwAcademie Amsterdam en het geven van “extreem veel voorlichting”, aldus Van Erkelens. “Dat heeft zowel impulsen gegeven aan de komst van jonge vmbo’ers als van zij-instromers.” Wereldkampioen Die laatste groep “ervaren beginners” van 23 jaar en ouder - van laag opgeleid tot academisch geschoold - is bij Bouwmensen Amsterdam sterker vertegenwoordigd dan gemiddeld elders in het land. “Ik noem ons wel eens wereldkampioen zij-instroom”, zegt hij lachend. “Op dit moment is de verhou-
ding ongeveer 50-50, maar het is wel eens 75 procent geweest. Het is een groep jongeren die voor zichzelf een ander pad heeft uitgestippeld, maar uiteindelijk bij ons belandt. Met weinig ervaring in het timmeren, maar wel met meer levenservaring dan vmbo-verlaters én met veel andere competenties.” Voor Bouwmensen Amsterdam zijn de zij-instromers daarmee een meer dan serieuze doelgroep. De bouwopleiding is dan ook nauw betrokken bij de wervingscampagne ‘Baan met Toekomst’, in oktober 2022 door de gemeente Amsterdam gelanceerd in samenwerking met ROC van Amsterdam, Installatiewerk, Techniek Nederland, Wij Techniek, Bouwend Nederland en infraopleider SPG. “De werving richt zich
maatschappelijk belang dan dat van de individuele opleiders, namelijk kandidaten op de goede plek krijgen en voorkomen dat ze de techniek verlaten als het op die ene plek niet wil lukken. We doen meer samen en zetten alles op alles om kandidaten op de juiste plek te krijgen.” Datzelfde gedachtegoed staat min of meer aan de basis van BouwAcademie Amsterdam, een samenwerkingsverband van de gemeente Amsterdam, het ROC van Amsterdam, Bouwmensen Amsterdam en Bouwend Nederland regio Amsterdam. “De insteek is werken en leren in een innoverende omgeving”, zegt Van Erkelens. “Wél met een focus op de bouw, maar als breed kennis- en opleidingshuis van Amsterdam. Met opleidingen voor zowel jonge instromers en omscholers als bijscholers én met oog voor de toekomst. Dat betekent aandacht voor thema’s als circulariteit, biobased bouwen, het gebruik van andere materialen en bijvoorbeeld – daar hebben we er hier genoeg van – het verduurzamen van monumenten.”
volledig op zij-instromers en focust op de ontwikkelingen die we al volop zien in de stad”, zegt Van Erkelens. “Denk aan de bouw van energieneutrale woningen, de installatie van zonnepanelen en het bijplaatsen van laadpalen. Voor die hele transitie- en verduurzamingsslag zijn honderden techneuten nodig. Zij bouwen letterlijk mee aan de stad.”
Versterken Om van het concept een succes te maken, zijn de mbo-opleidingen Bouwkunde en Weg- en Waterbouw in huis gehaald. In samenwerking met KOB (Kader- en Ondernemers- opleiding in de Bouw) biedt Bouwmensen daarnaast een speciale opleiding Praktisch Bouwmanagement aan voor havisten met wiskunde in hun pakket. Tenslotte is de opleiding restauratiespecialist timmeren aan het aanbod toegevoegd. “Op deze manier vergroten we de instroommogelijkheden vanuit het voortgezet onderwijs enorm”, zegt Van Erkelens.
veel meer zijn betrokken bij de opleiding, een modern netwerk met vmbo’s en andere scholen voor voortgezet onderwijs, bouw- en infrabreed en met startmogelijkheden op alle niveaus. In combinatie met ‘Baan met Toekomst’ is het een gouden formule. Techniekbreed zijn er in de nabije toekomst volop kansen. Dat willen we ook bij de BouwAcademie over het voetlicht brengen. We vissen allemaal in dezelfde vijver. Waar het om gaat is we iemand die is geïnteresseerd in techniek niet meer loslaten. Iemand hoeft uiteindelijk niet bij ons te starten. Als hij of zij maar in de techniek blijft. Want ze zijn keihard nodig.” Koesteren Om diezelfde reden is Bouwmensen bezig meer focus op HRM-beleid te leggen en wordt veel meer aan bewustwording gedaan bij de leerbedrijven. “Het genereren van instroom is hard werken, maar het behoud van leerlingen ook. De meeste aannemingsbedrijven die contracten met ons hebben zijn mkb. Het gebeurt nog wel eens dat het inwerken van jongeren daar niet de aandacht krijgt die er eigenlijk wel zou moeten zijn. Op dat punt zijn we nu gericht aan het werk. We moeten zuinig zijn op onze jongeren en zij-instromers. Ze moeten een zachte landing krijgen bij de leerbedrijven. Daar helpen wij de bedrijven mee. Als we iets niet willen, dan is het uitval. We moeten ze juist koesteren.”
“Er is een groter maatschappelijk belang dan dat van de individuele opleiders, namelijk kandidaten op de goede plek krijgen en voorkomen dat ze de techniek verlaten” Shoppen Hij noemt het “een goed en eigentijds concept”. Opleiders werken er nauw in samen, kandidaten kunnen ‘shoppen’ tussen verschillende technische richtingen, er zijn oriëntatie- en verdiepingsdagen en er is onder de aanbieders van opleidingen een sterk gevoel van gemeenschappelijkheid. “Er is een groter
“Dat versterkt onze mogelijkheden en kansen in de werving en maakt tegelijkertijd het perspectief voor de leer lingen en studenten hier een stuk breder.” De BouwAcademie is de belangrijkste spil in de strategie om de sector over de volle breedte te presenteren, zegt hij. “Een eigentijds pand, bedrijven die
Michel van Erkelens
21
Bent u op zoek naar een unieke, hoogwaardige oplossing in metaal? Wij denken constructief en bouwen met passie voor metaal. Of het nu gaat om trappen, puien, glasdaken, liftschachten, lift f schachten, hekken of ft staalconstructies, wij leveren maatwerk met precisie en vakmanschap.
Processorstraat 28
Duurzaam & esthetisch staalontwerp STHETIQ combineert innovatie en duurzaamheid in functionele, visueel aantrekkelijke staalconstructies. Van solar parkings tot milieuvriendelijke infrastructuren. Dé keuze voor steden, bedrijven en overheden die duurzaamheid en design willen verenigen.
Amsterdam - 020 560 6080
Kersten Goo.indd 1
31-03-2025 07:32
Anhydriet/gipsgebonden gietdekvloer ❚ Cementdekvloeren Egaliseren ❚ Kuststof gietvloeren voor farmacie, industrie, scholen, woningen, etc. ❚ Kunststof troffelvloeren voor farmacie, industrie, badkamers, woning, etc. ❚ Oplossingen voor vloerproblemen
Indri Vloersystemen B.V.
Hazenkoog 30 | 1822 BT Alkmaar info@indri.nl | 072-5643798 | www.indri.nl
Indri Goo.indd 1
22
06-05-2025 VAB 07:43 Afbouw Goo.indd 1
23-06-2025 07:54
Noord-Holland Noord mikt met ‘Circulaire Deal’ op hergebruik bouwmaterialen
Slopen is het nieuwe oogsten
Anderhalf jaar na de start van de ‘Circulaire Deal Secundaire Bouwmaterialen’ breidt het structureel nadenken over de het hergebruik van materialen uit sloopprojecten zich als een olievlek uit over Noord-Holland Noord. Ketenaanjager Fanauw Hoppe noemt de progressie hoopgevend. “Als dit project iets nodig heeft, dan is het schaal.” In de Circulaire Deal Secundaire Bouwmaterialen – een initiatief van de provincie Noord-Holland en Circulair Westfriesland - is afgesproken dat in Noord-Holland Noord ‘circulair oogsten’ de standaard wordt. Concreet: gebouwen worden zo uit elkaar gehaald, dat de grondstoffen en bouw elementen kunnen worden hergebruikt. Daarnaast zijn afspraken gemaakt over het stimuleren van ketensamenwerking en het ontwikkelen en delen van kennis. Tot de inmiddels 51 ondertekenaars behoren slopers, ontwikkelaars, gemeenten, corporaties en bouw bedrijven.
De deal die zij sloten past naadloos in het milieubeleid van de overheid, die streeft naar een circulaire economie in 2050. De bouwsector in Nederland is verantwoordelijk voor 50 procent van het grondstoffenverbruik, maar benut de mogelijkheden voor het hergebruik van grondstoffen nog onvoldoende. Voor een groot deel komt dat doordat wordt gesloopt zonder oog voor hergebruik van materialen in (nieuw)bouwprojecten. Kanteling In dat beeld is wel bezig een kanteling te ontstaan, zegt Fanauw Hoppe. Hij is
Fanauw Hoppe
inmiddels zo’n 2,5 jaar als ketenaanjager betrokken bij de Circulaire Deal, die – ere wie ere toekomt – oorspronkelijk een initiatief vanuit de regio was. “Circulair Westfriesland had met koplopers al een ketensamenwerking op het gebied van circulair bouwen en materiaalgebruik.”, zegt hij. “Op een gegeven moment is Barbara Harskamp, die de kar trok, naar de provincie gestapt omdat ze zag dat brede steun nodig was om verder te kunnen opschalen. Vervolgens heeft de provincie er de bestuurlijke schouders onder gezet.” De start was “ronduit spannend”, zegt hij. “In de aanloop naar de ondertekening van de deal zaten soms wel meer dan zestig geïnteresseerde partijen in de zaal. Maar belangstelling is nog geen deelname. Tegelijkertijd wilden we inhoudelijk geen concessies doen. Dus hebben we gezegd: we gaan alleen in zee met partijen die hier écht mee aan de slag gaan, die écht willen doorpakken. Als dat er minder zijn: prima. Op het moment van de ondertekening viel grosso modo de helft van de geïnteresseerden af. Maar de 37 partijen die overbleven hebben zich vol aan de doelstellingen gecommitteerd. En uiteindelijk hebben zich daar de afgelopen
23
anderhalf jaar nog eens zo’n vijftien partijen bijgevoegd.” Cruciaal Hoppe noemt met name de deelname van gemeenten, slopers, ontwikkelaars en woningcorporaties cruciaal, omdat ze vanuit de positie van vergunning verlener (gemeenten) en opdrachtgever (ontwikkelaars en corporaties) grip hebben op de processen en kunnen aansturen op circulaire sloop en hergebruik van materialen. In de uitvoering kunnen bedrijven terugvallen op een keurmerk van de Stichting Veilig en Milieukundig Slopen, dat sloopbedrijven helpt bij het bewust slopen. Ook zijn er zo’n veertig tot vijftig specialisten die gesloopte bouwmaterialen weer geschikt maken voor volgende bouwprojecten, vaak ook gecertificeerd.
materiaal - en hoe dat eruit kan worden gehaald. Op slooplocaties zie je ook steeds vaker gescheiden hoopjes ontstaan.” Huiverig In het proces is nog een hoop te leren, maar de eerste bewegingen zijn gemaakt, zegt Hoppe. “Bij wijze van spreken gaat in plaats van 80 procent nu nog 20 procent tegen de vlakte. Afgelopen anderhalf jaar zijn twintig projecten in kaart gebracht. Tien zijn afgerond, tien zijn in voorbereiding. En we zijn er nog lang niet. Het is leuk dat materiaalstromen vrijkomen, maar de markt gaat pas echt draaien als er vraag komt. Vraag en aanbod in balans brengen is een element dat zich lastig laat forceren, maar we pakken ook die handschoen op. De aanbieders van
“Het is een zaak van kleine stapjes zetten, daarvan leren en het een volgende keer weer beter doen” Het beeld van de sloopkogel en grijper die gezamenlijk in no-time een gebouw tegen de vlakte werken was al niet standaard meer, maar is in NoordHolland Noord nog zeldzamer geworden, zegt Hoppe. “We hebben inmiddels zestig circulaire materiaalstromen geïdentificeerd. Dat maakt het huiswerk voor sloopbedrijven heel anders. Het wordt steeds meer demonteren. Ze kijken veel nauwkeuriger welke materialen in een gebouw zijn verwerkt, wat nuttig is voor hergebruik – van glas tot kozijnen, ramen, deuren, wastafels en fundering- en constructie-
24
circulaire materialen willen wel. Zij vinden het alleen een zaak van de opdrachtgevers. En die zijn vaak nog huiverig, want hoe zit het met kwaliteit en bruikbaarheid? Welke garantie zit er op de materialen? Het is een zaak van kleine stapjes zetten, daarvan leren en het een volgende keer weer beter doen. Zo komen we elke keer verder.” Hoopgevend is wat hem wat dat betreft het groeiende draagvlak elders in het land. “Er wordt overal scherp gekeken naar de voortgang die we boeken. In Zuid-Holland bestaat
interesse en in de metropoolregio Amsterdam loopt op dit moment een behoorlijk concrete verkenning. Dat is goed nieuws, want als dit project iets nodig heeft dan is het schaal. En in dat verband zien we toch wel verschuivingen optreden. Zo is er bijvoorbeeld duidelijk groeiend draagvlak onder architecten.” In principe loopt de Circulaire Deal in Noord-Holland Noord tot voorjaar 2026. Wat er dan gebeurt, is nog niet duidelijk. Hoppe: “We gaan ervanuit – en alles is daarop gericht – dat partijen het dan als het nieuwe normaal zien, als de weg die we voortaan bewandelen. Binnenkort praten we met de deelnemers over de toekomst. Circulair Westfriesland blijft de verdere ontwikkeling ondersteunen. Welke rol de provincie straks nog kan spelen, wordt de komende tijd besproken. Niets staat vast, maar we willen voorkomen dat alle inspanningen voor niets zijn geweest en willen borgen dat dit ecosysteem van partijen blijft bestaan. De keten is aangejaagd, het is mooi als dat niet voor niets is geweest.”
Disketteweg 30 ❙ 1033 NW Amsterdam +31 (0) 20 - 630 41 00 Volg ons ook op social media via: SPECIALISTEN IN VOCHTWERING, BETON- EN GEVELRENOVATIE Meer informatie over betonrenovatie
www.dutchsteigers.nl
Dutch Steigers.indd 1
06-05-2025 Ervas11:46 adv Goo.indd 1
28-07-2025 08:03
De Boer Obdam Goo.indd 1
insights
07-04-2025 07:24
Insights is een uitgave van Goo Media BV T 071 70 70 161 E redactie@goomedia.nl I www.goomedia.nl
Productie Ellen van Vliet
Coördinatie Peter Molenaar
Redactie BAK & BAKKER c.s. Journalisten
Vormgeving Rachelle de Boer
Realisatie Paula Meijer
© Goo Media BV 2025 Niets in deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de uitgever. Hoewel bij de samenstelling van deze uitgave de grootst mogelijke zorgvuldigheid wordt betracht kunnen uitgever en auteurs geen aansprakelijkheid aanvaarden voor de gevolgen van eventuele onjuistheden of onvolledigheden. ISSN:1570-9876 Deze uitgave is CO2 neutraal geproduceerd
Deze uitgave kwam tot stand dankzij de medewerking van: De Nijs bouw en ontwikkeling T 0226 39 70 00 I www.denijs.nl Dutch Steigers • Ervas International • Indri Vloersystemen • M.C. Kersten • Pegasus Flex • Portisa • De Boer Obdam • Steboma • VAB afbouwgroep • Xella