Ollie en de verloren parel

Een spannend avontuur in de Oosterschelde.

Diep in de Oosterschelde, tussen het zachte zeegras en de glinsterende schelpen, woont een kleine oester. Hij heet Ollie.
Ollie is geen gewone oester. Hij draagt een matrozenpet, knipoogt veel, en zijn schelp staat altijd op een kiertje.
Want Ollie is nieuwsgierig.
Héél nieuwsgierig.

In Ollie’s schelp ligt iets bijzonders.
Een witte, glimmende parel.
Niet groot. Niet klein. Precies goed.
Het is zijn schat.
Elke ochtend kijkt Ollie naar zijn parel en denkt:
“Goedemorgen, vriendje.”

Maar op een ochtend...
deed Ollie zijn schelp open en... ...was zijn parel weg.

“He?” zei Ollie.
Ollie keek tussen het zeegras. Hij keek onder de schelpen. Hij keek achter de grote steen waar hij wel eens verstoppertje speelde met de garnalen. Niks. Nergens.
“Ik ga hem zoeken,” zei Ollie. “Al moet ik heel de Oosterschelde door.”
Hij zette zijn matrozenpet recht en zwom weg.

Op de slikken, waar de stroom snel gaat, woonde Krabbeltje.
Een krab met scheve oogjes en een dikke-snor.
“Hoi Krabbeltje,” zei Ollie. “Heb jij toevallig een parel gezien?”
Krabbeltje krabde aan zijn snor.

“Een parel? Nee. Geen parel. Maar wel iets glimmends, bij het kwallenbos. Daar moet je zijn!”
Het kwallenbos was rustiger dan Ollie dacht.
De kwallen zweefden om hem heen als doorzichtige paraplu’s.
Ze deden geen pijn. Ze fluisterden.
“Heeft iemand mijn parel gezien?” vroeg Ollie.
De oudste kwal liet zich zachtjes zakken.
“De zeester weet alles,” fluisterde ze.
“Zoek de zeester.”

Op een rots, dichtbij een oude pier, zat Stella.
Vijf armen. Zachte roze kleur. En een glimlach.
“Hoi Stella,” zei Ollie. “Ben jij de zeester die alles weet?”
Stella knikte langzaam. Zeesterren doen alles langzaam.
“Ja Ollie. En jouw parel is op een hele bijzondere plek.”

“Waar dan?” vroeg Ollie.
“In Reimerswaal.”
Ollie sperde zijn schelp wijd open. “Reimerswaal? Maar dat is...”
“De verdronken stad. Heel lang geleden was het een echte stad, met huizen en pleinen en een grote markt. Toen nam de zee de stad over. Nu wonen wij daar.”

“Maar hoe kom ik daar?” vroeg Ollie. “Het is zo ver.”
Stella wees met haar arm omhoog.
“Vraag het Bram. Hij zwemt sneller dan iedereen. Hij brengt je.”

En toen hoorde Ollie het.
Een vrolijk gepiep, ergens in het water.
Daar was Bram. Een bruinvis met blinkende ogen en een staart als zilver.
“Een lift naar Reimerswaal?” piepte Bram.
“Spring maar op mijn rug, kleine oester. Houd je goed vast!”
Ollie hield zich vast aan een vinnetje. En weg waren ze.
Door het stille water. Met bubbels achter zich aan.

Onderweg zag Ollie van alles.
Een school ansjovis, glinsterend als zilveren muntjes.
Een groot oesterveld met allemaal neefjes en nichtjes van Ollie.
Een mosselbank, waar alles druk klepperde van de mosselen die met elkaar babbelden.
“Ben jij de oester die zijn parel kwijt is?” riepen ze.
Het verhaal van Ollie ging snel rond.

Eindelijk ging Bram langzamer.
Diep onder hen verscheen iets vreemds. Daken. Muren. Zelfs een kerktoren!
Een hele stad. Stil. Verlaten. En tóch vol leven.
“Welkom in Reimerswaal,” zei Bram.

Voorzichtig zwom Ollie tussen de oude huizen.
Stenen waar mossels op woonden. Ramen waar krabben uit keken.
Een straat waar een vis kalm zijn rondjes zwom en garnalen nieuwschierig waren.
“Bij de kerktoren!” zeiden de garnalen in koor.
“Daar moet je zijn!”
Ollie zwom omhoog, naar het puntje van de toren.

En daar. Op het allerhoogste kruisje. Lag iets.
Klein. Wit. Glanzend. Zijn parel!
“Hoe is hij hier gekomen?” vroeg Ollie verbaasd.
Een oude kreeft stak zijn kop uit een raam.
“De stroming heeft hem hier gebracht, kleine oester. De Oosterschelde brengt alles waar het hoort. Soms verlies je iets... en dan brengt ze het terug.”

Ollie pakte zijn parel voorzichtig op.
Bram wachtte al op hem.
“Klaar om naar huis te gaan?” piepte hij.
“Ja,” zei Ollie. “Maar wel langs Krabbeltje en Stella... En de kwallen. Ik wil het ze vertellen.”

En zo zwommen ze door de Oosterschelde, langs alle vriendjes.
Iedereen was blij dat Ollie zijn parel terug had.
Toen Ollie thuis kwam, deed hij zijn schelp open in het zachte zeegras. De parel glansde weer op zijn plek.
Ollie zuchtte tevreden.

“Soms ben je iets kwijt,” dacht hij. “Maar de zee zorgt er wel voor.”
Hij knipoogde.
“En jij? Heb jij al een van mijn vriendjes ontmoet in de Oosterschelde?”

Maak kennis met Ollie de Oester en al zijn vriendjes.
Samen beleven ze een bijzonder avontuur door de magische onderwaterwereld van de Oosterschelde.
Wanneer Ollie zijn glinsterende parel kwijtraakt, begint een spannende zoektocht langs zeegrasvelden, kwallenbossen en verborgen plekjes diep onder water. Onderweg ontdekt hij iets heel bijzonders...
Een warm en avontuurlijk voorleesverhaal over vriendschap, nieuwsgierigheid en de wonderen van de zee.

Dit verhaal is een uitgave van Oesterdam.