Skip to main content

Magazine Koloniën van Weldadigheid 2026

Page 1


Koloniën van Weldadigheid Ontdek de

Pas op de plaats

Ik bedel niet om uw aandacht ik ben niet mijn opgehouden hand u ziet misschien alleen maar armoede of een klein bestaan op dit land ruig land dat getemd moet worden

Hard werken, ploeteren en ploegen de woeste grond door mijn handen niet langer doelloos zwoegen maar een richting in mijn leven een plek om op te landen

Is het leven niet één groot experiment een broedplaats voor mooie plannen rechte lanen, rechte landerijen

Soms voel ik mij verbannen onvrij onder de vrijen

toch voel ik ook ruimte in mijn bestaan in de bossen, het veen , de heide in de avond die valt met de maan en in de zon op mijn gelaat

tijd genoeg om te ontginnen ruimte voor jezelf kan een weldaad zijn

Soms kom je met een pas op de plaats pas op de plaats waar je wilt komen

En kan het leven echt beginnen

Levend landschap vol verborgen verhalen

Nederland

Frederiksoord

Wilhelminaoord

Willemsoord

Veenhuizen

Ommerschans

Wortel

Merksplas

Koloniën van Weldadigheid

Wereldwijd uniek sociaal experiment

Het is 1818. Het gaat niet goed met het Koninkrijk der Nederlanden. Napoleon en zijn leger hebben het land als ‘Koninkrijk der Armen’ achtergelaten. Een derde van de bevolking is afhankelijk van de hulp van anderen. Een groep sociaal bewogen burgers, ambtenaren en intellectuelen richt daarom de ‘Maatschappij van Weldadigheid’ op. Het manifest daarvoor wordt geschreven door generaal Johannes van den Bosch. Hij wordt de eerste directeur.

De Maatschappij van Weldadigheid sticht zeven landbouwkoloniën: vijf in Nederland en twee in België. Deze Koloniën van Weldadigheid bevinden zich aan de rand van het land waar woeste heidegrond wordt ontgonnen. Duizenden armen uit de steden krijgen

UNESCO Werelderfgoed

Een UNESCO Werelderfgoed behoort tot de meest bijzondere gebouwen en gebieden van de wereld. Ze vertellen de verhalen over hoe mensen met elkaar en met hun omgeving omgaan.

In 2021 erkende UNESCO de cultuurlandschappen van Frederiksoord-Wilhelminaoord en Veenhuizen in Nederland en Wortel-Kolonie in Vlaanderen als van uitzonderlijke en universele betekenis voor de hele mensheid.

Daarmee werden vier van de zeven oorspronkelijke Koloniën van Weldadigheid toegevoegd aan de prestigieuze Werelderfgoedlijst. UNESCO zag hiervoor twee redenen:

hier werk, onderdak en onderwijs. In de Vrije Koloniën worden voornamelijk arme gezinnen ondergebracht. In de Onvrije Koloniën krijgen voornamelijk wezen, landlopers en bedelaars onderdak.

Zelf ontdekken, beleven en ervaren Nu, ruim 200 jaar later, zijn de sporen van het gedachtegoed van de Maatschappij van Weldadigheid nog altijd terug te vinden in het karakteristieke landschap en de talrijke monumenten die het siert. Het unieke gebied, en de ideeën van toen, zijn een enorme inspiratie voor de uitdagingen die we ook nu nog in onze samenleving ervaren. Ontdek de Koloniën van Weldadigheid. Welkom!

Het landschap is zo ontworpen en ingericht dat het de bewoners stimuleert tot rationeel en productief gedrag. Anders gezegd: de rechte lijnen van de wegen en lanen, het ritme en de regelmaat van de gebouwen zouden de bewoners stimuleren tot logisch denken en efficiënt werken.

Het sociale experiment wilde arme mensen én de arme gronden ontwikkelen. Een utopisch idee gebaseerd op de ideeën uit de 18e-eeuwse Verlichting werd in de praktijk gebracht. De ‘verheffing’ van inwoners met werk, onderwijs en morele vorming stond centraal.

GEBIED

Frederiksoord, Wilhelminaoord en Willemsoord

Vrije

Koloniën van Weldadigheid

De Proefkolonie Frederiksoord wordt door de Maatschappij van Weldadigheid als eerste opgericht. Er staan 52 boerderijtjes klaar om de arme stedelingen te ontvangen. Hier kunnen ze op onderdak rekenen in ruil voor arbeid op het land. Al snel volgt ook de ontwikkeling van Wilhelminaoord en Willemsoord.

Knipoog naar het verleden

Elke kolonie is anders maar overal ontstaat een gelijksoortig landschap met rechte lanen en waterwegen. De rechte lanenstructuur is nog altijd kenmerkend voor het gebied. De originele koloniehuisjes en karakteristieke ambtenarenhuisjes in Frederiksoord zijn echte eyecatchers. Ook zie je nieuwe koloniewoningen 2.0. Ze staan, met een knipoog naar het verleden, netjes op een rij. Aan de rand van het Sterrebos in Frederiksoord staat Huis Westerbeek aan het eind van de statige oprijlaan. Hier woonde Johannes van den Bosch, de eerste directeur van de Maatschappij van Weldadigheid, met zijn gezin van 1821 tot omstreeks 1830. Nog altijd heeft de Maatschappij van Weldadigheid het indrukwekkende landhuis in gebruik als kantoor.

Bakermat huidige verzorgingsstaat

Huisvesting, werk, scholing en zorg waren de belangrijkste pijlers om het sociale experiment te doen slagen. De kinderen in de Vrije Koloniën gaan verplicht naar school en er is een eigen ziekenfonds. Er komen kerken, winkels, scholen en zelfs rustoorden. Met deze sociale voorzieningen loopt de Maatschappij van Weldadigheid 80 jaar vooruit op de rest van Nederland. Ze wordt daarmee beschouwd als de bakermat van onze huidige verzorgingsstaat.

Verleden en heden komen samen

Mannen werkten op het land en vrouwen deden het huishouden en werkten in bijvoorbeeld de spinnerij. Kolonisten die niet in staat waren zwaar landarbeid te verrichten, kregen verplicht ander werk. Zo werd

Willemsoord

in Wilhelminaoord de mandenmakerij gebouwd. Hier moest men manden vlechten of werken in de smederij of weverij. Doel was deze arbeiders voor te bereiden op een succesvolle terugkeer in de maatschappij. In Wilhleminaoord, ook wel Kolonie II, zie je nog veel terug van de geschiedenis van 200 jaar geleden. Een verscheidenheid aan monumenten maakt dat een bezoek aan deze Kolonie niet mag ontbreken. Het koloniekerkje, de pastorie en de rustoorden getuigen van de bijzondere tijd.

Fiets- en wandelroutes

Het is aan te raden om al wandelend of op de fiets het UNESCO Werelderfgoed zelf te verkennen. Je ziet de monumenten en ervaart het unieke landschap. Op verschillende plekken staat een informatiebord waar je via een QR-code nog meer komt te weten over de bezienswaardigheid. In museum De Proefkolonie in Frederiksoord liggen verschillende fiets- en wandelroutes klaar.

‘Talrijke monumenten sieren een uniek landschap’

Broedplaats voor nieuwe ideeën

Anno nu willen de Maatschappij van Weldadigheid en haar partners een broedplaats zijn voor nieuwe ideeën op het gebied van bouwen, wonen, zorg, educatie, ondernemen, gezondheid, techniek en vrije tijd. Een proeftuin voor sociaal-maatschappelijke initiatieven. Het past in het gedachtegoed van Johannes van den Bosch en zijn mede-oprichters om mensen een (nieuwe) kans te geven. Zijn ideeën zijn nog altijd actueel.

MUSEUM

Ontdek het unieke verhaal

Museum De Proefkolonie

In hartje Frederiksoord staat het Huis van Weldadigheid. Hier vind je museum De Proefkolonie, het Tourist Info Punt, de museumwinkel en het Grand Café. Een compleet bezoekerscentrum voor de Koloniën van Weldadigheid. Het perfecte startpunt voor een dag uit in het bijzondere UNESCO Werelderfgoed.

In museum De Proefkolonie ontdek je het ontstaan van de Koloniën van Weldadigheid en treed je in de voetsporen van de eerste vijf kolonistengezinnen die in 1818 op het Drentse platteland een nieuwe toekomst vonden. Ga 200 jaar terug in de tijd en beleef het indrukwekkende verhaal van generaal Johannes van den Bosch. Stap binnen in de stadse achterbuurten van toen en bekijk de multimediale tijdreis. Zie

hoe deze arme stedelingen, na een zware reis, arriveren in de Proefkolonie.

Ontdek in de expositieruimte wat er terechtkomt van de ambities van Van den Bosch. Hier wordt duidelijk gemaakt hoe, zijn tot op de cent doorgerekende plannen, botsen met de weerbarstige praktijk. Zo blijkt niet iedereen zich aan de regels en het strakke regime te kunnen houden. De oogst en opbrengst van de

landbouwproducten vallen tegen, dit met financiële tegenvallers tot gevolg.

Toegang tot het museum is inclusief een bezoek aan het Koloniehuisje, Kolonieschooltje en De Tramloods.

Expositie Kansarm?

Armoede toen, Armoede nu Het is een nieuw hoofdstuk in het verhaal van de eeuwenlange strijd tegen armoede. In deze speciale vleugel in het museum stap je letterlijk in het leven van deze verborgen kant van Nederland. Het ‘doolhof’ van armoede. Je belandt erin, maar hoe kom je er weer uit?

Het gezicht van armoede

De stigma’s, het isolement, gebrek aan kansen, keuzestress, van het kastje naar de muur. De geschiedenis herhaalt zich. Deze museale beleving is ontwikkeld in samenwerking met mensen die zelf in armoede leven en vele deskundigen en instanties die zich dagelijks ontfermen over de minima en zich bezighouden met de problematiek. Ervaar in deze expositie wat de personen en gezinnen iedere dag ervaren. Zo geven zijn een menselijk gezicht aan de jaarlijkse statistieken.

Leuk om te doen

Chatten met de generaal

In het museum wordt volop gebruikgemaakt van de meest moderne technieken. Je kunt zelfs chatten met Johannes van den Bosch én enkele kolonisten.

Familie van je?

Meer dan een miljoen mensen stammen af van de in totaal 100.000 armen die sinds 1818 naar de Koloniën van Weldadigheid werden gestuurd. In het museum kun je uitzoeken of jij nazaat bent. Hoe bijzonder?!

Terug naar 1818

Ga op de foto in de koloniekledij van toen. Leuk voor jong en oud!

Bezoekersinformatie

Kijk voor de actuele tarieven, openingstijden én activiteiten op www.proefkolonie.nl.

Adres:

Majoor van Swietenlaan 1a in Frederiksoord

Leven in de Proefkolonie

Auteur: Patricia Snel

‘Dit is de schoonste dag van mijn leven. Heel Nederland, ook het koninklijk huis, wil dat dit dorp wordt gerealiseerd, om een einde te maken aan de groeiende armoede die ons land teistert en de maatschappelijke onrust.’ Dit waren de woorden van bedenker en oprichter van de Maatschappij van Weldadigheid Johannes van den Bosch op 25 augustus 1818 bij de eerstesteenlegging van de Proefkolonie. Twee maanden later, op 29 oktober, arriveerden de eerste kolonisten. Hoe zullen de twee broers, Johannes en Benjamin van den Bosch, erbij gestaan hebben toen de eerste ossenkarren met nieuwe bewoners in zicht kwamen? Hoe reageerden deze nieuwe bewoners op de hoeves, hun nieuwe leven? Op basis van feiten neem ik je graag mee terug in de tijd, naar het begin van dit sociaal experiment.

‘Eindelijk heeft de commissie, met erkentenis vervuld jegens den vorst, onder wiens invloed en geleide de eerste kolonie gevestigd is, en wenschende zoo de kolonisten zelve als geheel de natie, tot in de nageslachten, aan deze naauwe verplichting jegens Hoogstdenzelven en geheel het Koninklijk Huis, dankbaar te herinneren, vastgesteld dat die kolonie voortaan den naam zal dragen van FREDERIKSOORD.’

Staatscourant, 21 oktober 1818

Een waterige zon schijnt over het landgoed. Johannes en Benjamin van den Bosch wachten op de eerste kolonisten die elk moment kunnen arriveren. De van oorsprong eenvoudige jongens uit een Betuws dorp zijn gekleed in militair kostuum. De koperen knopen glanzen. Johannes’ sabel hangt boven zijn gepoetste laarzen, op zijn jasje gouden epauletten en speldjes, bewegend door een briesje. Zo staan de broers op de oude Vledderweg, zij aan zij, koesteraars van een gezamenlijke droom: een landbouwende kolonie waar armen op onontgonnen land bijeen worden gebracht om hen te bekwamen in veldarbeid. De broers hadden de omstandigheden gecreëerd om hen te verheffen.

Een glimlach van trots verschijnt op hun gezichten. Aan de overkant, pal na de sloot aan de zandweg – waar tot voor kort schuw en eenzaam een korhoen dwaalde op zoek naar een baltsplek om te klokken, te springen en te paren – is land ontwoekerd aan de natuur. Op het uitgestrekte land is in nog geen twee maanden tijd een kolonie verrezen, een nieuw dorp: Volksplanting Westerbeeksloot, de Proefkolonie. Het hele landgoed is omgeven door water, waaronder het riviertje Vledder Aa aan de zuidkant en de Westerbeeksloot aan de westkant.

‘Mon frère.’ Johannes legt een bemoedigende hand op Benjamins schouder. Bemoedigend, omdat Benjamin de nobele taak van directeur op zich heeft genomen, voor de helft van zijn gage dat hij normaal verdiende

als kapitein van het 31e Bataljon Infanterie in Oostende. Johannes denkt terug aan afgelopen maanden.

Terwijl Benjamin in de zomer van 1818 met zijn laarzen hier in de modder stond, was Johannes bezig om in het Haagse het startkapitaal bijeen te brengen. Circulaires werden verzonden aan gouverneurs van provincies, burgemeesters van steden, commandanten van militaire garnizoenen en vanaf kansels werden oproepen gedaan. Johannes wist met zijn charme zelfs notabelen te overreden plakkaten te verspreiden in de betere buurten, van deur tot deur, om contribuanten te werven. Geld en gulle giften bleven maar binnenstromen. Ook koning Willem I verleende financiële steun.

In de verte doemen silhouetten op. Ossenkarren schudden heen en weer, zwaar en traag. Vlak na de klapbrug over de Westerbeeksloot komen ze tot stilstand. ‘Afstappen allemaal!’ roept de drijver.

Vijf families kijken om zich heen. De een kijkt met grote ogen, de ander nieuwsgierig of bedrukt. Vrouwen slaan hun handen voor hun mond of praten geestdriftig door elkaar, kinderen reageren blij. Daar staan tweeënvijftig rietgedekte huisjes, elk netjes in het gelid, met een eigen lapje bouwland eromheen, verdeeld over vier rijen. In het midden, waar de lanen kruisen, is het centrale plein met een kookhuisje en een hoeve. Achteraan op het landgoed zijn nog bouwactiviteiten gaande, maar de meeste huisjes zijn klaar voor hun bewoners, het schoolgebouw kan in januari in gebruik genomen worden.

Opgetogen kinderstemmen klinken. Er zijn hier geen klinkertjes, geen smalle steegjes, geen kerk, maar de huisjes hebben wel rieten daken en luiken voor de echte ramen en een deur aan de zijkant. Heel wat beter dan hun armetierige stadswoningen of de houten, lekkende krotten, waar een eeuwige kille tocht

door de kieren waaide en vanuit de grond opsteeg. Waar het in de winter niet te harden was, zo koud.

De kolonisten veren op als twee militair uitziende mannen, die links langs de weg voor een wit gebouw stonden te wachten, op hen af beginnen te lopen.

De strenge meneren zijn genaderd. Ze zien er belangrijk uit en kijken ernstig. Ze dragen kleren die helemaal niet vuil zijn, zonder gaten en ze hebben nette tanden. De families staan als een kluitje bij elkaar geschoven, jong en oud door elkaar. Familie Westerveld, Weender, Metz, Biemans en Van der Heijde.

De oudste van de mannen komt wijzer en daadkrachtiger over en zijn uniform is ook indrukwekkender. De kolonisten worden welkom geheten door de mannen, die broers blijken te zijn.

De families worden streng toegesproken. Plichten en rechten… netjes leven… regelementen… hard werken… lessen in landbouw en spinnen… plaggen afsteken en spitten. Bij het woord ‘eten’ wordt er beter geluisterd. Etenstijd wordt aangekondigd door de geur uit het nieuwgebouwde kookhuis, de menage, midden op de kolonie, want zolang er nog niets op het land groeit, bereidt de Maatschappij de spijzen en kan elk gezin daar straks met een pannetje een warme maaltijd halen.

Directeur Benjamin en generaal-majoor Van den Bosch en een aantal onderofficieren gaan hen straks voor bij het kiezen van een huisje. Ze laten daar nog het een en ander zien en elk gezinshoofd mag een handtekening of kruisje zetten onder het reglement en de voorwaarden; een contract van zestien jaar. Er wordt wat bedremmeld geknikt op de plechtige woorden en dan roept Johannes van den Bosch: ‘Ingerukt.’

Vol verwachting zwermen de vijf gezinnen, onder leiding van de zes mannen, uit over de kolonie. De bezittingen of plunje worden later met karren afgeleverd. Het gezin Biemans heeft de eer dat de directeur met hen meeloopt.

Honderd meter na de voormalige herberg Het Logement, waar het Sterrenbos achter ligt, en waar ze hout mogen sprokkelen, zijn ze de brede laan

ingeslagen. Aan weerszijde staan koloniehuisjes. ‘Feitelijk begint hier de kolonie,’ zegt de directeur. ‘In de eerste twee woningen zitten de opzichters. En zien jullie daar in de verte de boerderij, aan het einde van deze weg? Die stond hier al. Daar woont de onderdirecteur. Hij voert een winkel voor extra zaken als zeep, turf, tabak en suiker. En daarachter, in de schuur, is de spinzaal waar les in spinnen gegeven wordt. En links van de boerderij is een waterput gegraven die uitmuntend water oplevert.’ Benjamin van den Bosch wijst op het plein, waar verderop het gebouw met de gaarkeuken, het kookhuis, te zien is. Ze stoppen voor een van de laatste huisjes aan de rand, dat uitkijkt over velden tot aan de horizon.

Binnen kijkt het gezin Biemans rond. De woonkamer is helemaal ingericht, met een echte tafel en zeven stoelen en een kast. Er is een doofpot voor nasmeulende stukken turf en er staat een snotneus, een olielamp.

‘Voor de dames met koude voeten zijn er stoven,’ zegt Van de Bosch. ‘En er is een spiegel voor uw aller verzorging. We houden van betamelijk en zo kunt u uw voorkomen mooi controleren.’ De meneer lacht vriendelijk en toont hen alles.

Dit huisje is mooier dan alles wat ze ooit hebben gezien. Moeder kan haar opwinding nauwelijks bedwingen en wil alles aanraken. Er is eenvoudig kookgerei met een sauspannetje en er zijn een waterketel, borden, bestek en theegoed in de kast. Ook staan er een groot en klein spinnenwiel voor het vlas en de wol.

Ze volgen de meneer naar de schuur. Hij laat de attributen zien: voor de huisvrouw een bezem, dweil en platte boender en een weefgetouw en voor de man des huizes schoppen, een bijl, zeis, mestvork en kruiwagen. Ook ligt er een stapel turf. De losse trap leidt naar de zolder waar twee slaapkamertjes met bedsteden zijn. Op de bultzakken liggen echte peluws, dekens en beddenlakens. Wat zullen ze hier lekker slapen in plaats van op de koude harde grond waar in de nachten hun botten hunkerden naar warmte en zachtheid!

‘Jullie hebben nette spulletjes,’ benadrukt de directeur. ‘En het zou fijn zijn als jullie je daar ook naar

gedragen.’ Ze knikken deemoedig. Hij wijst hen op het privaat. Een ton in de grond met twee planken. ‘Eronder loopt een goot die naar de opvangbak buiten leidt, waarin ook dierlijke mest wordt opgevangen. Elke zaterdag de schone taak om dat geheel door te scheppen met stro en kalk, om er een mengsel voor op het land van te maken.’ Hij zegt nog iets over een koe die elke kolonist krijgt als het zaaigoed en gras tot wasdom is gekomen. Meneer de directeur praat door over het ochtendappel, de zesdaagse werkweek, waarvan zaterdag op eigen land wordt gewerkt.

De directeur loopt naar de tafel waar een aantal paperassen op liggen. Hij doopt de ganzenveer in het inktpotje ernaast. ‘Kunt u dan hier uw handtekening zetten?’ Hij wijst onderaan het vel en geeft de pen aan de huisvader. ‘Een kruisje is ook goed,’ zegt meneer de directeur als hij bedenkt dat de man waarschijnlijk niet kan lezen of schrijven. De huisvader zet een kruisje en schuift de paparassen terug. Meneer van den Bosch steekt de vellen onder zijn arm. Voor het weggaan meldt hij dat katholieken en joden voor de kerkgang naar Steenwijk kunnen en protestanten alleen maar naar Vledder hoeven te lopen.

De dagen erna druppelen steeds meer gezinnen binnen en begin december zullen alle hoeves bezet zijn, ruim driehonderd zielen.

Benjamin van den Bosch staat buiten. Terwijl hij terugloopt ziet hij weer even de afgeteerde gezichten van de zojuist gearriveerde kolonisten voor zich. Mannen en vrouwen, vies en vermoeid. Allen zijn getekend door langdurig gebrek. Er is er een hoogzwanger, een met een verwaarloosde wond, een schamel gebit, maar hij ziet ook gezichten met een jeugdige glans. Het is fijn dat hij deze mensen kan helpen en hij zal doen wat in zijn vermogen ligt. De kolonisten gaan hier een beter leven tegemoet. Hij wedt dat ze zo’n complete huisraad nooit eerder in bezit hebben gehad, laat staan lakens en een spiegel. Ooit zullen ze terugkijken op deze dag als het begin van hun ontsnapping aan de uitzichtloosheid van hun bestaan. Hun nazaten zullen hun dankbaar zijn.

Zo moet het ongeveer gegaan zijn. Wat Benjamin dan nog niet kan vermoeden is dat de problemen zich rap zullen opstapelen.

Patricia Snel is auteur, redacteur en spreker. In juni 2026 komt haar tweede historische roman De wees van Westerbeek uit. Hierin neemt ze je mee naar 1818, de beginperiode van de Proefkolonie in Frederiksoord.

Een spannend, ontroerend en waargebeurd verhaal waarin een complot tegen Benjamin van den Bosch wordt gesmeed en twee vrouwen de machten trotseren die hen willen breken.

Patricia schreef in 2024 de bestseller De vondeling van Veenhuizen, over twee Amsterdamse wezen die uit de kinderkolonie van Veenhuizen proberen te ontsnappen.

www.patriciasnel.nl

Leuke en interessante belevenissen

KOLONIEHUISJE

In totaal hebben er 430 koloniehuisjes in het gebied gestaan waarvan er 50 bewaard zijn gebleven. Een aantal van de oorspronkelijke koloniehuisjes staat op de Rijksmonumentenlijst. Een koloniewoning had een eenvoudig bakstenen woongedeelte met bedsteden en een houten achterhuis met dorsdeel en stal. Even binnenkijken? Het kan in de reconstructie van een koloniehuisje. Zie en ervaar zelf hoe de kolonisten vroeger leefden, waar ze sliepen, hoe het keukentje eruitzag en waar ze hun behoeften moesten doen. Een leuke belevenis voor jong en oud.

Adres: Hooiweg 1 in Frederiksoord

Inbegrepen bij entree museum De Proefkolonie

KOLONIESCHOOLTJE

Gedegen onderwijs was één van de belangrijkste pijlers van de Maatschappij van Weldadigheid. Om de kolonisten op te voeden tot betere mensen was het zaak om bij de bron te beginnen: de jeugd. Voor alle kinderen vanaf 6 jaar gold leerplicht. Er waren talloze lagere schooltjes met een uitstekend niveau van onderwijs. Dat het lagere schoolleven van de kinderen in de kolonie er anders uitzag dan dat van kinderen elders in het land laat zich raden. De speels ingerichte expositie, compleet met klaslokaaltje uit die tijd, geeft een inkijkje.

Adres: Majoor van Swietenlaan 15 in Frederiksoord

Inbegrepen bij entree museum De Proefkolonie

HET VERHAAL VAN WILHELMINAOORD DE TRAMLOODS

Eén van de oudste dorpshuizen van Nederland staat in Wilhelminaoord. Het werd in 1915 gebouwd en diende voor onderwijs (avondscholing), ontwikkeling en ontspanning voor de kolonisten. Nog altijd is ‘Ons Dorpshuis’ het bruisende hart van het koloniedorp. Op het terras is een buitenexpositie ingericht waar je ‘Het Verhaal van Wilhelminaoord’ uitgebreid kunt bekijken. Op verschillende panelen wordt uitgelegd hoe de ouderenzorg in de Koloniën van Weldadigheid is ontstaan, de geschiedenis van het dorpshuis wordt uitgelegd en uiteraard mag info over het tegenovergelegen Koloniekerkje niet ontbreken.

Adres: Linthorst Homanstraat 14 in Wilhelminaoord Gratis te bezichtigen

Doel was destijds om geheel zelfvoorzienend te leven. Dat lukte niet altijd. In de praktijk was nog vaak hulp van buitenaf nodig en kolonisten reisden vaker dan strikt genomen mocht. Pas vanaf de aanleg van de tramlijn in 1913 werd het normaler om contact met de buitenwereld te hebben. In De Tramloods ontdek je de expositie ‘Retour Maatschappij | Mobiliteit in de Koloniën van Weldadigheid’. Hoe verplaatsten mensen, goederen en ideeën zich in een tijd zonder auto’s en telefoons? Deze expositie laat zien hoe vervoer en verbinding een sleutelrol speelden in het dagelijks leven van toen.

Adres: Koningin Wilhelminalaan 76 in Frederiksoord Inbegrepen bij entree museum De Proefkolonie

Parels in Frederiksoord en Wilhelminaoord

TOP

Koloniekerkje

Wilhelminaoord

Er bestond kerkplicht voor de koloniebewoners. Hiermee probeerde de Maatschappij van Weldadigheid een bijdrage te leveren aan de verhoging van het zedelijk niveau van de kolonisten. Op zondagmorgen stond de wijkmeester bij de ingang om te controleren of je wel naar de kerk ging.

KO LO NIËN VA N W ELD ADIGHEID

Huis Westerbeek Ambtenarenhuisjes

5J AAR

UNE SC O

WERELDERF G

Rond 1770 gebouwd door Jonkheer Nicolaas van Heloma en behorende tot het voormalige landgoed Westerbeeksloot. Sinds de oprichting van de Maatschappij van Weldadigheid is het in haar bezit en nog altijd haar kantoor. Generaal Johannes van den Bosch woonde hier een tijdje met zijn gezin.

Hoeve Koning

Willem III

In de jaren 50-60 van de 19e eeuw constateerde de Maatschappij van Weldadigheid dat veel kolonisten niet in staat waren om zelfstandig een boerenbedrijfje te runnen. Door de grond van kleine hoeves samen te voegen ontstond deze grote boerderij. Er werkten destijds zo’n 60 kolonisten in loondienst.

OED

Ambtenaren kregen de beschikking over een stenen huis zonder grond. In Frederiksoord stonden deze aan de 1e linie, de huidige Majoor van Swietenlaan. Een wijkmeester moest de kolonisten het vak van boer leren, maar ook werkdiscipline, zedelijk gedrag, orde en netheid bijbrengen.

Rustoord I

Deze bejaardenwoningen zijn de eerste die ooit in Nederland (1893) werden gebouwd. Men was van mening dat mensen, die hun leven lang voor de Maatschappij hadden gewerkt, een beloning verdienden. Precies 75 jaar, na de eerste steen van de allereerste koloniewoning, werd Rustoord I in gebruik genomen.

WILHELMINAOORD

LEGENDA

Monumentenroute

Sterrebosroute

Van Swieten Tuinbouwschool route

Museum De Proefkolonie

Tourist Info Punt

Fietstransferium

MONUMENTEN

1. Huis Westerbeek

2. Bakkerij

3. Tuinbouwschool

4. Logement

5. Postkantoor

6. Kolonieschooltje *

7. Opzichterswoning

8. Ambtenarenhuisjes

9. Kassen Tuinbouwschool

10. Gaarkeuken

12. Dokterswoning

13. Vrijboerhoeve

14. Bosbouwschool

15. Timmerwinkel

16. Koloniehuisje *

17. Tramloods * (expositie)

18. Koloniewinkel

19. Kiemhuis

20. Hoeve Koning Willem III (expositie)

21. Ons Dorpshuis (buitenexpositie)

22. Koloniekerkje

23. Pastorie

24. Rustoord

25. Rustoord II

26. Mandenmakerij

27. Hoeve Prinses Marianne

* Het Koloniehuisje, Kolonieschooltje en De Tramloods zijn onderdeel van museum De Proefkolonie en te bezichtigen.

FREDERIKSOORD

De PROEF. (voormalige Tuinbouwschool)

Fiets of wandel door het unieke gebied

Het is fantastisch om de Koloniën van Weldadigheid al wandelend of op de fiets te ontdekken. Je volgt als het ware de voetsporen van de kolonisten die hier destijds naartoe kwamen. Beleef en ervaar een uniek stukje Nederlandse geschiedenis en kom onderweg langs de talrijke monumenten. Cultuur en natuur komen samen. Veel fietsplezier!

Een greep uit de mooiste fiets- en wandelroutes. Een compleet overzicht en meer informatie vind je op www.kolonienvanweldadigheid.nl

Rondje Frederiksoord 40 km

Onderwijs was een belangrijke pijler. Tijdens het fietsen van deze beleefroute word je door Dieuwertje Blok, door middel van videoberichten, meegenomen langs de verschillende onderwijsinstituten die er in het gebied waren. De meeste zijn nog altijd zichtbaar in het karakteristieke landschap.

Start: Museum De Proefkolonie in Frederiksoord

Monumentenroute Vanaf 3 km

De Monumentenroute is een ‘must’ als je de geschiedenis van de Vrije Koloniën van Weldadigheid wilt ontdekken. Vanuit Frederiksoord kom je langs alle monumenten die het koloniedorp rijk is. Verleng je tocht naar Wilhelminaoord en zie hier ook de indrukwekkende gebouwen en plekjes.

Start: Museum De Proefkolonie in Frederiksoord

Weldadig Rondje 40 km

Deze route moet je gefietst hebben! Het Weldadig Rondje brengt je langs alle highlights. Je komt langs de bezienswaardigheden in Frederiksoord, Wilhelminaoord en Willemsoord zoals de koloniehuisjes, Huis Westerbeek en het Koloniekerkje. Maak tijdens het rondje kennis met het orthogonale stelsel.

Start: Museum De Proefkolonie in Frederiksoord

Van Bajes tot Bajes 66 km

Geen straf deze boeiende tocht! Deze indrukwekkende fietsroute brengt je van Hoeve Boschoord en het Doldersummerveld naar het monumentale Veenhuizen. Onderweg fiets je door het Nationaal Park DrentsFriese Wold, een van de mooiste en belangrijkste natuurgebieden van Europa. Adembenemend mooi.

Start: Grenzeloos Drenthe in Doldersum

Pad van de Paupers 50 km

Prachtige fietstocht vanuit Willemsoord, via Nationaal Park Weerribben-Wieden, naar Blokzijl. Je volgt als het ware het pad dat de kolonisten 200 jaar geleden hebben afgelegd.

De desperadoroute 27 km

Volg met je paard deze prachtige route door de bossen van Noordwolde, Vledderveen, Doldersum en Zorgvlied. Kolonisten die zich niet aan het regime van de Maatschappij wilden houden, vluchtten naar deze bossen.

Sterrebosroute 3 km

Geniet in het Sterrebos, oorspronkelijk onderdeel van landgoed Westerbeeksloot in Frederiksoord. Het gaf destijds meer aanzien aan Huis Westerbeek. De Droge en Natte Kom en het centrale middelpunt zijn bijzonder.

Weldadig Willemsoord 5 km

Willemsoord was een vrije Kolonie met een eigen structuur die je nog zichtbaar terugvindt in een deel van het landschap; een kruispunt als centrum, rechte lanen, open landbouwgronden, lintbebouwing en grote Koloniehoeves.

Turf van Vrouwenveld 3 km

Zo’n 200 jaar geleden werkten hier de vrouwen in het hoogveen om turf, dat hier gestoken werd, te keren om te drogen. De route brengt je over het Doldersummerveld, Landgoed Boschoord en Zorgvlied.

Museumroute 31 km

Fietsroute langs ‘De Schatkamers van Zuidwest Drenthe’. Je komt langs Zeemuseum Miramar, Museum Valse Kunst, het Oermuseum en Museum De Proefkolonie. Vier uiteenlopende musea die van je fietstocht een ware belevenis maken.

Fiets- en wandelkaart wijzen je de weg!

De fiets- en wandelroutes, in en rond de Koloniën van Weldadigheid, vind je op twee uitgebreide kaarten. Deze zijn verkrijgbaar in de bezoekerscentra, bij de Tourist Info Punten, overnachtingslocaties en horecagelegenheden in het gebied. Vraag er gerust naar.

Praktische informatie

Direct naast museum De Proefkolonie is het Fietstransferium Frederiksoord. Je huurt hier vele soorten tweewielers. Het is de ideale startlocatie voor een onbezorgde dag fietsplezier. Reserveer via www.fietstransferium.com.

Goed om te weten! Frederiksoord maakt deel uit van het deelfietsnetwerk. Vanuit station Steenwijk fiets je op de elektrische deelfiets zo naar DE PROEF. waar een ‘HUB’ is. Pak ‘m en lever ‘m aan het eind van je trip weer in. Heel gemakkelijk.

Veenhuizen

Onvrije Kolonie GEBIED

Midden in het veen bracht de Maatschappij van Weldadigheid in 1823 een Onvrije Kolonie in ontwikkeling.

Hadden de kolonisten in de Vrije Koloniën uitzicht om als goede burgers terug te keren in de samenleving, die hoop was er in de Onvrije Kolonie niet. Men werd hier verplicht naartoe gestuurd om te worden ‘verpleegd tot een beter bestaan’. Ruim tweehonderd jaar later is Veenhuizen nog altijd een bijzonder dorp. Meer dan honderd Rijksmonumenten getuigen van een uniek verleden.

Een ambitieus project

Veenhuizen ontwikkelde zich rond drie centraal gelegen gestichtsgebouwen voor elk 1200 bewoners. Voornamelijk wezen, bedelaars en landlopers werden hiernaartoe gestuurd. Ze leefden in groepsverband met strakke regels en een strenge hiërarchie. De drie grote carrévormige panden, met een gracht erom, hoorden destijds tot de grootste bouwwerken van Nederland. Rondom ontstond een rationeel landschap met rechte lanen en waterwegen, boerderijen en werkplaatsen. Om het zelfvoorzienende karakter te versterken kwam er zelfs een stoomspinnerij. Bijzonder is dat er zowel

een protestantse kerk, een katholieke kerk als een synagoge werden gebouwd.

Gesloten en zelfvoorzienend

In 1859 kwam Veenhuizen in het bezit van het rijk en werd het een rijkswerkinrichting. Tot begin van de 20ste eeuw werden er meer dan 100 gebouwen gebouwd, zoals de dienstwoningen met de kenmerkende spreuken en het voormalige hospitaal. Van 1875 tot 1983 was Veenhuizen een gesloten en zelfvoorzienend gevangenisdorp van het Ministerie van Justitie, waar je alleen mocht wonen als je er ook

werkte. Ook nu nog spelen straf en heropvoeding een belangrijke rol. Er zijn meerdere gevangenissen waar honderden, uitsluitend mannelijke gedetineerden, hun straf uitzitten. Van de drie carrévormige gestichten is er één bewaard gebleven, hier is nu het Nationaal Gevangenismuseum gevestigd.

Rijke historie komt tot leven

Dwalend door het dorp, langs de oude elektriciteitscentrale, de zuivelfabriek, stoomkatoenspinnerij, synagoge en het zogenaamde Vierde Gesticht (begraafplaats) gaat de rijke historie als vanzelf leven. De talrijke monumenten laten de geschiedenis als Onvrije Kolonie, rijkswerkinrichting en gevangenisdorp zien. Veenhuizen kent veel geheimen en verborgen verhalen, het is onvoorstelbaar wat hier allemaal is gebeurd. Wie met de erfgoedgids op pad gaat, komt heel veel meer te weten.

‘Orde, regelmaat en rechtlijnigheid beïnvloeden het gedrag in goede zin’

Het verhaal levend houden

De Nieuwe Rentmeester is eigenaar en beheerder van circa 80 tot 90 monumenten en tientallen hectares grond in Veenhuizen, waaronder de kerken, museale gebouwen en andere historische panden die deel uitmaken van het UNESCO Werelderfgoed. De organisatie zorgt ervoor dat deze gebouwen behouden blijven voor de toekomst. Dat betekent bijvoorbeeld het opknappen van oude dienstwoningen, historische panden of gebouwcomplexen. Ze worden gerestaureerd en geschikt gemaakt voor nieuwe, passende bestemmingen die passen bij de leefbaarheid en toeristische waarde van Veenhuizen.

MUSEUM

Laat je vrij

Nationaal Gevangenismuseum

De unieke geschiedenis van de Koloniën van Weldadigheid en het verhaal van misdaad en straf door de eeuwen heen komen samen in het Nationaal Gevangenismuseum in Veenhuizen. Hier hoor je verhalen van vroeger en nu die je op een andere manier naar vrijheid laten kijken. Verhalen die je nieuwsgierig maken en je aan het denken zetten. Na een bezoek aan het Gevangenismuseum ga je altijd iets rijker weg dan je was gekomen.

Onvrije Kolonie

Het Nationaal Gevangenismuseum vertelt het verhaal van het dorp als landbouwkolonie voor weeskinderen en bedelaars, als rijkswerkinrichting

en als gevangenisdorp. Wie aan de onderkant van de samenleving bungelde, werd hier opnieuw opgevoed, leerde er werken of zat een straf uit.

Misdaad en straf

Misdaad en straf zijn van alle tijden. Maar de manier waarop de straffen, is door de eeuwen heen flink veranderd. Weet jij hoe een gevangenis er vroeger uitzag? En hoe men omging met gevangenen? In het Gevangenismuseum ontdek je alles over straffen van vroeger én nu. Zo vind je er nog echte slaapkooien, een koepelgevangenis en een modern cellenblok. Je mag overal in! Wil je weten hoe het er tegenwoordig in de gevangenis aan toe gaat? Maak kennis met vijf personen die een misdaad hebben begaan en volg hen tijdens hun arrestatie, veroordeling en gevangenschap.

Boevenbus

Maak je bezoek aan het Gevangenismuseum extra speciaal en stap aan boord van de oude Boevenbus. Rijd door het

monumentale dorp Veenhuizen en bewonder de karakteristieke huizen met stichtelijke spreuken en de imposante gevangenissen. Onderweg vertelt een ervaren gids je alles over de geschiedenis van dit bijzondere dorp.

Rode Pannen

Hoe ziet een gevangenis er van binnen uit? Je ontdekt het in de Rode Pannen, een gevangenis naast het Gevangenismuseum. Neem een kijkje in de cellen, de isoleerafdeling en de luchtkooi. Een gids vertelt je alles over het dagelijks leven in deze beruchte strafgevangenis.

Expositie On/t/schuld

Durf jij een ‘fout’ verleden in de ogen te kijken?

On/t/schuld confronteert je met de erfenis van een foute grootvader. Deze tijdelijke tentoonstelling gaat over hoe nazaten van ‘foute’ Nederlanders leven met de last van een verzwegen verleden. Het resultaat nodigt uit om verder te kijken dan goed of fout. In de tentoonstelling komen historische kaders samen met gedichten van nazaat Boris Wanders en fotografie van zijn partner Judith Lechner. Ze nemen je mee in een persoonlijk verhaal, verbeeld in een schuldig landschap.

Leuk om te doen

○ Ga op een interactieve manier door het museum met één van de gratis speurtochten voor kinderen.

○ Elke vakantie biedt het museum speciale activiteiten voor kinderen aan. Bekijk de website voor het actuele aanbod.

○ Heerlijk lunchen of gezellig koffie drinken? Het kan in het sfeervolle museumrestaurant!

Bezoekersinformatie

Kijk voor de actuele tarieven, openingstijden én activiteiten op www.gevangenismuseum.nl.

Adres:

Oude Gracht 1 in Veenhuizen

Vreemde bedden en een brief

Auteur: Alfred Geerts

Thuis zijn… daar is het veilig. Daar lig je in bed, terwijl je ouders nog even praten. Tenminste, zo zou het moeten zijn. Voor sommige kinderen is dit minder vanzelfsprekend. Een verhaal over winterse kou, slapen in onbekende zalen en een bijzondere thuiskomst.

Het is al een tijd donker aan de Amsterdamse grachten. Kleermaker Albert Heyhart strekt zijn vermoeide ledematen nog eens en vervolgt zijn ronde. De zeventiger loopt ’s avonds zijn vaste ronde als nachtwacht. Halverwege het pad langs het immense Aalmoezeniersweeshuis blijft hij stilstaan. Hij hoort gehuil.

‘Ach, arme toch,’ zegt hij, terwijl hij het kindje oppakt, gewikkeld in een wit wollen dekentje, en brengt het naar de poort van het gebouw. Portier Dirk Simon Klij doet open. ‘Alweer één,’ bromt hij. Hij herkent de aangever. Straks zal hij proces-verbaal moeten opmaken van de zestiende vondeling in zestien dagen tijd. Het jaar 1819 is nog maar net begonnen, gelukkig voor het baby’tje met vrij mild weer.

Eenmaal binnen inventariseert hij het ongelukkige bundeltje: onder het dekentje, ingepakt in een borstrok, hemd en een luier ligt een pasgeboren meisje. Ze draagt nog een navelbandje en moeder heeft er een drinkflesje bij gedaan. En een briefje.

‘Versoek dit kind in de Gerefermeerde religie te laate doope de naam Jacoba Corneelese Geboore den 29 december 1818.’ Een dag later wordt het kindje gedoopt in de gereformeerde kapel bij het Aalmoezeniersweeshuis. Het grote pand zal ze verder niet van binnen zien. Omdat ze nog zo jong is, wordt ze bij een min geplaatst, weesnummer 166. Hendrika Evers op de Lindegracht zal tegen betaling voor haar zorgen. Het is het begin van een leven vol noodgedwongen verplaatsingen.

Na twee maanden komt ze bij een min aan de Foeliedwarsstraat, nauwelijks een week later verhuist ze alweer en in september 1820 nog eens. Geven de minnen geen melk meer? Of hebben ze te veel kinderen om voor te zorgen? Wie zal het zeggen…

Maar dan verandert er iets drastisch: ‘na Veenhuizen’ staat er bij 5 juli 1825. Jacoba, slechts zes jaar oud, moet net als veel andere Amsterdamse wezen naar het verre noorden. Daar staan sinds kort de drie wezengestichten van de Koloniën van Weldadigheid. De

koning heeft besloten dat zij daar goedkoper en beter opgevangen kunnen worden. Zo vertrekt ze over de Zuiderzee, uit de enige plaats die ze ooit gekend heeft.

De Koloniën van Weldadigheid zijn in 1818 op initiatief van Johannes van den Bosch gesticht om de grote armoede in het land te bestrijden. Wat begon met de Proefkolonie, nu Frederiksoord, is uitgegroeid tot een systeem van landbouwkoloniën in de noordelijke provincies én het tegenwoordige België. De Vrije Koloniën zijn bedoeld voor ‘welwillende armen’: gezinnen die door pech in armoede verzeild zijn geraakt. Dan is er ook nog de Ommerschans, een groot gesticht waar bedelaars en landlopers worden opgevangen. Ook ‘vrije kolonisten’ die zich niet aan de koloniale tucht kunnen onderwerpen, komen hier terecht. Maar voor weeskinderen was er nog niets.

Hoewel… Van den Bosch is een soort pleegzorg avant la lettre begonnen in zijn Vrije Koloniën. Veel Nederlandse steden en dorpen hebben sinds 1818 organisaties om gezinnen te selecteren en geld in te zamelen voor de Vrije Koloniën, zogenaamde ‘subcommissies’. De subcommissie Sloten was zo creatief om met ‘hun’ gezin ook een weesmeisje mee te sturen. Geeske Durks Gadsonides had niemand en kon het gezin mooi meehelpen met de verplichte werkzaamheden. Dat smaakte naar meer voor Johannes en zijn koloniedirectie.

Figuur 1 Het briefje bij Jacoba | Stadsarchief Amsterdam

Er werden contracten opgesteld. Voortaan mochten subcommissies tegen betaling ook groepjes weeskinderen opzenden, samen met een kinderloos echtpaar. Die mensen konden voor hen zorgen vanuit hun eigen boerderijtje.

In 1823 droomt Johannes van den Bosch nog steeds groots. Zijn koloniën moeten zich uitstrekken van Steenwijk tot Groningen. Zo kan er echt een einde gemaakt worden aan armoede. Maar, het enthousiasme bij het volk loopt terug en het geld raakt op. Als hij nou eens een contract sluit met de Staat voor de opname van een groot aantal weeskinderen? Die kunnen dan in grote gestichten onder de zorg van ouderloze echtparen opgroeien tot ‘nuttige burgers’. Het idee voor Veenhuizen is geboren.

Maar even serieus, duizenden kinderen in grote gebouwen in een uithoek van het land, verzorgd door mensen zonder pedagogische kennis, is dat niet vragen om problemen? Ja, vindt ook prins Frederik. Hij eist aanpassing van de plannen. Het is een compromis: de gestichten komen er, maar zonder groepskamers voor kleine clubjes kinderen. In plaats daarvan worden zij opgevangen in zalen van tachtig kinderen, onder toezicht van één echtpaar.

En zo komt ook Jacoba in 1825 aan. Ze krijgt nummer 1488. Het leven in Veenhuizen is zwaar. Het dagritme en de verzorging lijkt veel op dat in de weeshuizen in de rest van het land: slapen, werken, eten. Een groot verschil is dat de kinderen op het land moeten werken,

de jongens althans. Jacoba moet vanaf haar zesde weven en spinnen of zorgen voor de huishoudelijke taken. Ze gaat er ook naar school, want in de Koloniën is onderwijs belangrijk. Alleen zo kunnen de kinderen hun vroegere armoede ontstijgen. Zo werkt en leert ze dag aan dag. Pas als ze volwassen is, zal ze de kolonie Veenhuizen mogen verlaten. En dan? Familie heeft ze niet en de overvolle steden zitten niet te wachten op nieuwelingen die om werk vragen. Haar beste kans is dienstmeisje worden in Amsterdam. Daar is ze geboren, dus die stad mag haar niet weigeren. Maar haar leven neemt een bijzondere wending.

In de zomer van 1835 stapt Jacoba aan boord van een schip, een brok in haar keel. Nog een dag reizen en dan… een zestienjarig meisje, alleen in die grote stad. Ze heeft verlof gekregen, twee weken lang. Ze zal proberen een dienstje te krijgen bij een van die statige panden. Als het lukt, mag ze wegblijven uit het afgelegen Veenhuizen, waar ze al tien jaar het lawaai van tientallen lotgenoten moet aanhoren.

De klokken klinken overal in de stad. Voordat ze de loopplank afloopt, strijkt ze nog een weggewaaide lok onder haar mutsje. Ze zal zich op haar netst moeten vertonen. Verdwaasd door alle onbekende geluiden en geuren van wat ooit haar thuis was, loopt ze de avond in.

Kort daarop krijgt de koloniedirectie een brief uit Amsterdam. Een echtpaar verzoekt ‘verlenging van verlof voor Jacoba Cornelisse […] om reden dat wij

Figuur 2 Het derde gesticht in Veenhuizen waar Jacoba verbleef | H. van Geelen, Rijksmuseum Amsterdam

Figuur 3 De brief van Jacoba’s ouders | Drents Archief

Jacoba tot ons wilde nemen, want dat wij haar ouders zijn.’ Het stel uit de Jordaan had het meisje vóór hun huwelijk gekregen. Berooid, afhankelijk van armensteun, hadden ze ongetwijfeld gevreesd die steun niet te krijgen vanwege hun voorhuwelijkse kind. Wat een groot geluk, dat zij haar na zestien jaar in goede gezondheid terugvinden! Jacoba wordt inderdaad dienstmeisje, aan de Keizersgracht. Maar er is een groot verschil; ze is nu echt thuis.

Alfred Geerts (1984) is sinds 2019 educator voor Museum De Proefkolonie Frederiksoord. In 2022 studeerde hij af als historicus op de Koloniën van Weldadigheid, met een focus op het vanuit herinneringen geconstrueerde narratief in de ‘nadagen’ van dit sociaal experiment. Hij werkt sinds die tijd eveneens als museumcurator voor De Proefkolonie. In die rol mocht hij meewerken aan de tentoonstellingen KansArm? over hedendaagse armoede en Retour Maatschappij, die alle Koloniën van Weldadigheid verbindt. Vanaf 2025 werkte hij samen met het team Veenhuizen aan de geheel nieuwe tentoonstelling in het Gevangenismuseum.

Voor veel wezen, vondelingen en verlaten kinderen liep het leven in de stadse weeshuizen en Veenhuizen helaas minder goed af. Velen sterven een jonge dood of blijven enkel leven voor een bestaan in bittere armoede. Dit is de uitzichtloosheid van de negentiende eeuw. Anderen slagen, dankzij het onderwijs en de regelmaat van de koloniën inderdaad in het ‘verheffen van hun stand.’ Een enkeling schopt het zelfs tot onderwijzer of ambtenaar.

Duik in de levens van deze kinderen in het Gevangenismuseum. Zie hoe de wezenkolonie Veenhuizen zich ontwikkelt tot bedelaarsgesticht en uiteindelijk gevangenisdorp en leer over dit unieke sociale experiment dat nu op de UNESCO Werelderfgoedlijst staat.

Leuke en interessante belevenissen

Ga met de erfgoedgids op pad

Wil je alles weten over de bijzondere, soms grimmige geschiedenis van Veenhuizen? Over opgroeien tussen gedetineerden, spectaculaire ontsnappingen, of hoe andere dorpen in Drenthe de ‘koloniekakkers’ noemden? En wie waren de mensen die gestuurd werden naar het zogenaamde ‘Pauperparadijs’? Je komt het te weten tijdens een wandeling met de erfgoedgids die zelf gewoond en gewerkt heeft in het bijzondere dorp. Je beleeft een erfgoedavontuur dat je niet snel zult vergeten.

www.inveenhuizen.nl

Kom schatzoeken in Veenhuizen

Vind jij het leuk om puzzels op te lossen en draai jij je hand niet om voor een raadsel? In en rondom Veenhuizen zijn meerdere fysieke schatten (caches) verstopt die te maken hebben met het bijzondere dorp. Tijdens deze ontdekkingstocht kom je op bijzondere plekken, zie je historische panden en leer je over de geschiedenis van Veenhuizen.

De schatten zijn onderdeel van de GeoTour Kop van Drenthe. Doe je ook mee? www.drenthe.nl/geotour

Proef en ervaar Kaaslust

Loop even binnen bij Kaaslust. Hier maakt meesterkaasmaker Jan Craens de lekkerste kazen die in het gezellige winkeltje worden verkocht. Kaaslust is gesitueerd in de karakteristieke zuivelfabriek die gebouwd werd in 1903. De bijzondere en herkenbare stijl is te danken aan de gerenommeerde architect Willem Cornelis Metzelaar. Een lust voor het oog.

Tip! Doe de Kaastour (informatieve videorondleiding) met Proeverij. Een lekkere belevenis in een prachtige ambiance.

www.kaaslust.nl

Met z’n allen ontsnappen

Op avontuur door Veenhuizen of ontsnappen uit een gevangeniscel? Het kan allemaal! Actief Veenhuizen organiseert groepsactiviteiten en -arrangementen met een avontuurlijk tintje en een vleugje historie. Wat dacht je van een teambuilding met collega’s, een gps-tocht met vrienden of plezier met de hele familie tijdens het spel ‘Wie is de boef’ of de Bajesgames? De actie voert dwars door het historische Veenhuizen en het veen rondom het gevangenisdorp. www.actief-veenhuizen.nl

Parels in Veenhuizen

TOP

Elektriciteitscentrale

Veenhuizen beschikte destijds over een eigen elektriciteitscentrale met een turfgasgenerator. In die tijd was de turfgasmotor een bijzonder staaltje van technisch vernuft en het had veel bekijks. Onder de nieuwsgierigen, die de centrale bezochten, waren vele hoogwaardigheidsbekleders zoals Prins Hendrik.

KO LO NIËN VA N

W ELD ADIGHEID

Koepelkerk Klein Soestdijk

5J

AAR

UNE SC O WERELDERF G OED

De kerk werd in 1825 gebouwd door aannemer Harm Wind naar voorbeeld van de Koepelkerk in het nabijgelegen Smilde. De kerk was bestemd voor de Hervormde bewoners van kolonie Veenhuizen. Kenmerkend is de achtkantige koepel, met inwendig koepelgewelf op Toscaanse zuilen en de rondgaande galerij.

Het Verenigingsgebouw

In 1922 opende Het Verenigingsgebouw de deuren. Het werd dé ontmoetingsplek voor het personeel van de rijkswerkinrichtingen, ten behoeve van ‘ontspanning van geest en lichaam’. Er was een bibliotheek, een theaterzaal en een kegelbaan. Ook werd het de thuisbasis voor allerlei verenigingen en clubs.

In opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken werd in 1863 een nieuwe directeurswoning gebouwd. Het pand was eerst naamloos, maar kreeg in de volksmond al snel de bijnaam Klein Soestdijk. Het witte gebouw met haar twee zijvleugels deed blijkbaar denken aan paleis Soestdijk.

Middenhuis boerderij

Rond 1890 gebouwd naar ontwerp van W.C. Metzelaar. Dit boerderijtype is uniek en komt in Veenhuizen slechts driemaal voor. De boerderij staat haaks op de weg, is sober en functioneel vormgegeven waarbij het hoger opgaande woongedeelte door lager gebouwde schuren wordt geflankeerd.

ONDERNEMEN

Hoe een brouwerij de geschiedenis wakker kuste

Maallust

Maallust begon niet als een bieridee, maar als een oplossing voor een dorp dat stilviel. Begin jaren 2000 stond Veenhuizen nog vooral bekend als gevangenisdorp, met duizenden meters leegstaande monumenten. Henk Timmerman werkte aan een nieuw toekomstverhaal voor het dorp en zag dat er iets nodig was om mensen weer naar Veenhuizen toe te trekken. Een ambachtelijke brouwerij in een oud industrieel pand bleek precies zo’n vonk. ‘De visie die we nodig hadden, was er al. Die is 200 jaar geleden geschreven.’

De uitdaging van Veenhuizen

Toen Henk Timmerman in 2001 als projectleider aan de slag ging, was Veenhuizen een plek met enorme potentie, maar weinig beweging. Justitie had veel panden verlaten, het Rijksvastgoed zat met leegstand en het dorp miste dynamiek. ‘Als alles vervallen is en er geen reuring meer is, dan krijg je daar ook niemand naartoe,’ vertelt hij. De uitdaging was helder: hoe geef je een dorp met zoveel geschiedenis een nieuwe bestemming, zonder het karakter te verliezen? Volgens

Timmerman hoefde het antwoord niet eens nieuw te zijn. De basis lag al in het oorspronkelijke gedachtegoed van de Koloniën van Weladigheid. Waarden als werken, zorg en zelfvoorzienendheid konden opnieuw betekenis krijgen. ‘Die visie moet je niet opnieuw bedenken, je moet hem vertalen naar vandaag.’

Bierbrouwen als hobby

Een van de panden die om een nieuwe functie vroeg, was het complex dat in de volksmond Maallust heet. Vroeger werd hier alles verwerkt wat op het land rondom Veenhuizen werd verbouwd. Graan, melk, voedsel: het dorp was ooit volledig zelfvoorzienend. Timmerman wilde dat nieuwe functies opnieuw zouden aansluiten op die geschiedenis. En bij graan hoorde een ambacht. Brood bakken kon, maar bierbrouwen had meer aantrekkingskracht. Het idee voor een brouwerij was geboren. Alleen: ondernemers stonden niet meteen in de rij. Veenhuizen lag afgelegen, toerisme stond nog in de kinderschoenen en het plan leek voor velen te klein. Timmerman

‘De visie de we nodig hadden, was er al.
Die is 200 jaar geleden geschreven.’

sprak met verschillende partijen, iedereen vond het sympathiek maar ook te onzeker. Ondertussen was hij zelf thuis begonnen met bierbrouwen. Hij zag hoe de speciaalbierwereld zich ontwikkelde en merkte dat Noord-Nederland nog nauwelijks ambachtelijke brouwerijen had. Toen het niet lukte om een exploitant te vinden, begon hij zich af te vragen: waarom ga ik het niet zelf doen?

Het begin van iets moois

Het werd het begin van Maallust zoals het nu bestaat. Timmerman legde het idee op tafel bij een groep ondernemers. Als je met genoeg mensen samen een klein bedrag investeert, kun je iets groots neerzetten. Binnen korte tijd waren er 25 aandeelhouders: de beroemde ‘zware jongens’. Niet met het doel om rijk te worden, maar om samen een brouwerij te bouwen die past bij Veenhuizen. In 2011 ging Maallust officieel van start. Het monumentale pand werd gerestaureerd,

met slimme verwijzingen naar de brouwwereld in het ontwerp. De brouwerij groeide gestaag, won prijzen en breidde in 2018 fors uit met extra tankcapaciteit. Inmiddels is Maallust een gevestigde naam, met een eigen proeflokaal, een biertuin en festivals zoals het jaarlijks Bockfeest en Groene Hopfestival.

Dat

smaakt naar meer

Toch draait het succes volgens Timmerman niet alleen om productie of prijzen. Het gaat om plezier, samenwerking en een sterk verhaal dat klopt. ‘Wat ons hier echt opvalt is hoeveel plezier jullie met elkaar hebben,’ kreeg hij ooit terug van een filmploeg. Dat compliment raakte de kern. Maallust laat zien wat er kan ontstaan als ondernemerschap en historie elkaar versterken. Een biermerk dat begon als idee voor leegstand, en uitgroeide tot één van de symbolen van het nieuwe Veenhuizen. Dat smaakt naar meer.

Kom langs

Maallust is ook voor jou te bezoeken! Zo is het proeflokaal elke middag van woensdag tot en met zondag geopend.

Maallust

Hoofdweg 140, Veenhuizen www.maallust.nl

De mooiste fiets- en wandelroutes

De beste manier om Veenhuizen en haar bijzondere geschiedenis te ontdekken, is wandelend. Het aantal wandelroutes in oneindig. Wil je het jezelf gemakkelijk maken? Loop dan een van de vijf bewegwijzerde paaltjesroutes. Een dag fietsen? Prachtige routes brengen je naar het Fochteloërveen of het beekdal van De Slokkert.

Een greep uit de mooiste fiets- en wandelroutes. Een compleet overzicht en meer informatie vind je op www.kolonienvanweldadigheid.nl

Rondje Fochteloërveen 56 km

Vanuit het monumentale Veenhuizen fiets je zo naar het Fochteloërveen. Op de grens van Friesland en Drenthe ligt dit uitgestrekte en indrukwekkende hoogveenlandschap. Via Norg fiets je door het beekdal De Slokkert. Een weids landschap met houtwallen en essen. Een mooi en afwisselend rondje.

Start: Fietstransferium Veenhuizen – TIP

Ambachtsroute 3,5 km

Vooral veel monumenten zien onderweg? Dan is de Ambachtsroute een hele goede keus. Je komt langs de oude elektriciteitscentrale, de werkplaatsen die nodig waren om Veenhuizen zelfvoorzienend te laten zijn, de kerk en de directeurswoning. Volg de rode bordjes die bij de TIP beginnen en eindigen.

Start: Tourist Info Punt Veenhuizen

Fietsroute Veenhuizen 61 km

Dwars door het typische Drentse esdorpenlandschap en oeroude bossen. Langs akkers, heidevelden, moerasgebieden en bloemrijke beekdalen. Het zijn dé ingrediënten voor de fietstocht van Veenhuizen naar Norg en weer terug. Een prachtige route die aan de hand van fietsknooppunten kan worden gefietst.

Start: Hotel-Restaurant Bitter en Zoet

Het Koloniepad 42 km

Het Koloniepad is een langeafstandswandeling (bebord) tussen de twee Koloniën Veenhuizen en Frederiksoord. Het doorkruist maar liefst 3 prachtige natuurgebieden: Nationaal Park Drents-Friese Wold, het Doldersummerveld en het Fochteloërveen. Geniet van ongekende vergezichten en laat je verrassen door de stilte die je hier nog ervaart!

Start: Gevangenismuseum Veenhuizen

Rondje Appelscha 36 km

Aan de rand van het Nationaal Park Drents-Friese Wold ligt het gezellige, vakantiedorp Appelscha. Hier start deze fietsroute die je via het natuurgebied Fochteloërveen naar Kolonie Veenhuizen brengt.

Veenvertellingen

Ontdek het landschap en de verhalen van het veen. Op de wandelkaart staan drie routes (diverse afstanden) die onderweg toegang geven tot boeiende audiofragmenten met lokale verhalen en geschiedenis.

Gestichtsroute 2,2 km

De Gestichtsroute (blauwe bordjes) gaat langs het Tweede Gesticht, waar nu het Nationaal Gevangenismuseum is gevestigd, en verder naar het voormalige hospitaalcomplex met het leprozenhuisje en de keuken.

Fochteloërveenroute 5,5 km

De ‘groene’ route combineert cultuurhistorie van de voormalige Kolonie met de natuur van het hoogveengebied Fochteloërveen. De bewegwijzerde route voert door bos, heide en langs de talrijke monumenten.

Routegids Koloniën van Weldadigheid

Natuur en een fascinerende cultuurhistorie, dat is wat de routegids ‘Koloniën van Weldadigheid. Fietsen door UNESCO Werelderfgoed’ met elkaar verbindt. De meerdaagse fietstocht, inclusief wandeltips onderweg, voert terug naar 1818. De route van totaal 260 km is geschikt als fietsvakantie maar ook om als losse etappes te fietsen. De fietsroutes beslaan meestal een dagdeel. De wandelingen onderweg variëren van een ommetje van een uur tot een dagtocht.

Ooggetuigenroute 4 km

Ontdek de grimmige geschiedenis in Veenhuizen rond de Tweede Wereldoorlog. Route met tien videoverhalen, gebaseerd op gesprekken die schrijfster Mariët Meester voerde met ooggetuigen van toen.

Kop van Drenthe 70 km

Gravelroute Na vertrek bij Maallust ga je via fraaie schelpenpaden richting de Fledders, Norg en Langelo. Waan je even in Kansas als kilometerslange stoffige paden, gravel en mul zand onder je wielen door malen.

Praktische informatie

Naast de TIP (Oude Gracht) is het Fietstransferium Veenhuizen. Je huurt hier verschillende soorten tweewielers. Het is de ideale startlocatie voor een onbezorgde dag fietsplezier. Reserveer via www.fietstransferium.com.

ACHTERGROND

Familie van je?

Meer dan één miljoen mensen stammen af van de in totaal 100.000 armen, landlopers, paupers, verlaten kinderen, wezen en vondelingen die sinds 1818 naar de Koloniën van Weldadigheid werden gestuurd. Als je wilt weten of je familie had in de koloniën, kun je kijken op allekolonisten.nl .

Allekolonisten.nl

Dé website van het Drents Archief met digitale informatie over deze kolonisten. Inschrijfregisters, signalementskaarten met foto’s, akten van de burgerlijke stand en correspondentie zijn hier te vinden. Een digitale archivaris helpt je op weg. Op allekolonisten.nl kun je ook achtergrondinformatie vinden over de Maatschappij van Weldadigheid

en de Rijkswerkinrichtingen, de koloniën en hun bewoners. Voor het inzien van originele bronnen kun je bij het Drents Archief in Assen terecht, waar je gratis begeleiding krijgt bij jouw zoektocht.

Wrat op wang, anker op onderarm Een vrouw die zich vrijwillig in het bedelaarsgesticht laat opnemen om met haar geliefde

te kunnen trouwen, een doofstom weesjongetje dat toch nog goed terecht komt en een bedelaarskolonist die stiekem biljart speelt in de herberg. Het zijn allemaal verhalen uit het archief van de Maatschappij van Weldadigheid. De kleine zesduizend signalementskaarten geven een uiterlijke beschrijving van de kolonisten, met specifieke

Originele documenten

Ook in de koloniën vond er openbare dronkenschap en seks voor het huwelijk plaats. Er werden zaalopzieners uitgescholden en aardappels gejat. Soms liepen de spanningen hoog op, getuigt het zittingsverslag uit 1826 over kolonist Brauckman in Veenhuizen. Hij gooide wijkmeester Roelof Oost van de mestbult en zat hem met een mestvork achterna. De uitspraak? Brauckman werd naar de strafkolonie Ommerschans gestuurd. De originele verslagen van de Raad van Tucht zijn in te zien in de studiezaal van het Drents Archief, net als de lijsten van kleding en huisraad. Deze originele bronnen geven een mooi beeld van het wel en wee in de koloniën.

Brink 4, entree Museumlaantje 9401 HS Assen 0592 - 313523 info@drentsarchief.nl www.allekolonisten.nl lichaamsmetingen, vingerafdrukken en foto. Bijzonderheden als moedervlek op kin, getatoeëerd anker op rechterhand, wrat op wang en donker behaarde borst zijn minutieus beschreven. De digitale brieven en de signalementskaarten zijn doorzoekbaar op naam.

‘Den toestand der armen en lagere volksklassen te verbeteren ’

Wist je dat?

○ Meer dan één miljoen mensen stammen af van een kolonist.

○ André Kuipers, Daphne Bunskoek, Albert Verlinde, Carry Slee, Dione de Graaff en Philip Freriks hebben allen een voorouder in de Koloniën van Weldadigheid.

Drents Archief

ONDERNEMEN

Cultuurpodium met ruimte voor verrassing

Madre Mia

Madre Mia is de nieuwe cultuurplaats van Veenhuizen, gerund door Manilde en Martin Matthijsse. Op de plek waar jarenlang Coco Maria zat, bouwen zij nu verder aan een plek voor ontmoeting, muziek en verhalen.

Ze stapten niet in met een strak plan, maar met een gevoel dat dit moest gebeuren. Juist het open einde geeft energie en ruimte. ‘Hoe langer het onduidelijk blijft, hoe leuker het eigenlijk is.’

Het gebouw waar Madre Mia nu huist, heeft al meerdere levens gehad. Ooit was het een koetshuis, later een vervallen schuur vol olie en auto’s. Hein en Jit Moes zagen er jaren geleden iets anders in: een plek voor cultuur en ontmoeting. Ze maakten de grond schoon, haalden stenen eruit en bouwden het langzaam op, met weinig middelen maar veel overtuiging.

Een verborgen parel

Wat ontstond was een verborgen parel. Een podium waar festivals werden georganiseerd, voorstellingen

werden gespeeld en waar mensen uit het dorp en daarbuiten samenkwamen. De muren hangen nog vol posters van eerdere optredens. Coco Maria werd een begrip voor wie het kende. Manilde en Martin kwamen er tien jaar geleden toevallig terecht. Met een busje reden ze langs, zagen de deuren openstaan en voelden meteen dat dit een bijzondere plek was. ‘We stapten uit en het was meteen: wauw, wat is dit?’ Hein kwam naar buiten, riep ons enthousiast naar binnen en vanaf dat moment ontstond er contact. Ze raakten bevriend en kwamen vaker terug. Soms als bezoeker, soms als vrijwilliger. Martin hielp stoelen sjouwen voor een voorstelling, ze beleefden locatietheater en zagen hoe belangrijk deze plek was voor Veenhuizen. Tegelijkertijd speelde op de achtergrond al een vraag: wat gebeurt er als Hein en Jit ooit stoppen?

Ideale opvolgers

Hein wilde het podium niet zomaar overdragen aan iemand die er iets commercieels van zou maken. Coco Maria moest een plek blijven met betekenis.

Hij zag in Manilde en Martin mensen die begrepen wat hier leeft, ook door hun interesse in het verhaal van het Derde Gesticht en de geschiedenis van de Koloniën van Weldadigheid. Toch hielden ze jarenlang afstand.

Ze hadden hun eigen werk, een gezin, en ondernemingen die al genoeg tijd vroegen. Ze verhuren tiny houses en oldtimer kampeerbusjes, waarmee ze mensen op een andere manier laten reizen en ontdekken. Een cultuurpodium runnen leek een stap te ver. Tot eind 2024. Bas Morsink van de Nieuwe Rentmeester belde: de vorige kandidaat haakte af. Of zij het dan wilden doen. Manilde zei spontaan ja, hing op en dacht meteen: wat heb ik gedaan? Diezelfde avond bleek Martin exact hetzelfde te voelen. Nog voordat ze het konden uitpraten zei hij: ‘Nou, dan doen wij het wel.’

Ruimte voor het onverwachte

Sindsdien bouwen ze aan Madre Mia. Niet door alles meteen vol te plannen, maar door organisch te groeien. Ze willen verrassen, variëren en het podium niet in één hokje duwen. Van film tot lezing, van muziek tot een spelletjesmiddag. Het moet een plek zijn waar je niet precies weet wat je krijgt, maar wel een plek waar je het goed hebt. Ook eten speelt een rol, via aanschuifmaaltijden en gastkoks die passen bij hun waarden: lokaal, duurzaam en met

‘Hoe langer het onduidelijk blijft, hoe leuker het eigenlijk is.’

aandacht. Niet omdat het makkelijk is, maar omdat het klopt. Ondernemen hoort erbij, zeggen ze eerlijk. Er moeten inkomsten zijn om kwaliteit te kunnen blijven bieden. Maar het doel is niet om steeds groter te worden. Ze willen lean blijven, vrijheid houden en voorkomen dat Madre Mia verandert in een standaard evenementenlocatie.

Madre Mia is daarmee een nieuw hoofdstuk in een lange geschiedenis. Een plek waar cultuur, dorp en Koloniën samenkomen. En waar ruimte blijft voor het onverwachte.

Madre

Mia

Stoomweg 3a, Veenhuizen www.cultuurplaats-madre-mia.nl

GEBIED

Vluchten uit de Kolonie

Desperadokoloniën

In 1808 begint men in het Vledderse veen op kleine schaal veen af te graven. Tot die tijd is het gebied praktisch onbewoond. Omdat de arbeiders dichter bij het werk willen wonen, bouwt men hier en daar een huis (plaggenhut). Zeven jaar later komt de grootschalige vervening op gang en wordt het, het toevluchtsoord voor de ‘desperado’s’.

Kolonisten die de kolonie ontvluchten, omdat zij zich niet in het strakke regime van de Maatschappij van Weldadigheid kunnen vinden, vestigden zich vaak in deze veengebieden. Als ze in één nacht tijd een plaggenhut

bouwen (waarbij rook voor de volgende dag voor zonsopgang uit de schoorsteen komt), mocht men volgens gewoonterecht blijven wonen. Rondom de Koloniën van Weldadigheid ontstaan huttendorpen die ook

wel de desperadokoloniën worden genoemd. De bewoners verdienen de kost met het vlechten van manden van biezen en wilgentenen.

Vlechtindustrie Noordwolde

In Noordwolde ontstaat uit de vlechtwerkzaamheden van de desperadokolonisten al voor 1900 een enorme rietvlechtindustrie. Manden, werkgerei en stoelen worden handmatig in hoog tempo geproduceerd. Na aandringen van de gemeente financiert de overheid een Rijks Rietvlechtschool die in 1910/1911 wordt gebouwd. Op deze school bereikt het ambacht van vlechten een kunstzinnig niveau. Tot 1969 hebben hier zo’n 1000 jongens en meisjes het vlechtambacht geleerd. Bijna het hele dorp leefde van het maken van honderdduizenden rotanstoelen per jaar.

MUSEUM

Vintage rotandesign schittert in Noordwolde

Nationaal Vlechtmuseum

Nationaal Vlechtmuseum

Het Nationaal Vlechtmuseum in Noordwolde vertelt in dat oude schoolgebouw het bijzondere verhaal over mensen die een bestaan opbouwden door gebruik te maken van de natuurlijke grondstoffen uit de omgeving. Noordwolde groeide uit tot het ‘Vlechtdorp van Nederland’.

Hoe hing dit samen met de zware leefomstandigheden in

Leuk om te doen

Kinder-audiotour

Voor kinderen is er een eigen audiotour met spannende kijkkasten: huisvesting van vroeger en nu, eekhoorns tellen, het spoor van de tram langs

Noordwolde naar Frederiksoord volgen. Dat en meer zit verstopt in de kijkkasten.

de veengebieden? Wat was de invloed van de Maatschappij van Weldadigheid? Waarom ging de rotanindustrie aan het einde van de 20e eeuw alsnog ten onder?

De antwoorden op die vragen krijg je in het Nationaal Vlechtmuseum. Het museum toont niet alleen veel gevlochten gebruiksvoorwerpen, maar ook prachtige meesterstukken van bekende ontwerpers als Jan des Bouvrie, Dirk van Sliedrecht

en Roderick Vos. De authentieke sfeer van het gebouw en de beelden geluidsfragmenten brengen je terug in de tijd. De gratis audiotour is jouw digitale gids en maakt de beleving compleet.

Bezoekersinformatie

Nationaal Vlechtmuseum

Mandehof 7, 8391 BG Noordwolde www.vlechtmuseum.nl

Locomotief

Naast het museum is de locomotief te zien die tientallen jaren wagons vol rotanstoelen vanaf Noordwolde voorttrok. In de topjaren van de vlechtindustrie vonden jaarlijks zo’n 200.000 stoelen hun weg door Nederland en de rest van Noordwest-Europa.

In het spoor van de tram

Stap op de fiets en volg het historische spoor van de tram tussen Frederiksoord en Noordwolde. Arrangement inclusief een bezoek aan museum De Proefkolonie (start), De Tramloods en het Nationaal Vlechtmuseum

ACHTERGROND

Gedegen onderwijs Van Boschoord tot Zorgvlied

Onderwijs en opleiding spelen een grote rol bij de vorming van de kolonistenkinderen tot ‘zelfstandige en nuttige burgers van den Staat’. De Maatschappij van Weldadigheid streeft er immers naar om ‘de aan hare zorgen toevertrouwde bevolking op te leiden tot zelfstandige menschen, geschikt om in de gewone maatschappij op een eerlijke en fatsoenlijke wijze in hun onderhoud te voorzien.’

De Onvoltooide Kolonie

Boschoord

Omstreeks 1824 is het plan om op de grens van Friesland en Drenthe een volwaardige kolonie van 52 woningen te bouwen; Kolonie VII. Uiteindelijk bouwt de Maatschappij van Weldadigheid 24 kolonistenwoningen (waarvan er nog altijd vier staan), een wijkmeesterswoning, karrenschuur en schaapskooi en 24 kolonistenwoningen.

In het begin had Boschoord geen eigen school. Omdat ’s winters de wegen, die de kinderen moesten afleggen vaak onbegaanbaar waren, besloot de Maatschappij van Weldadigheid in 1826 dat er in Kolonie VII ook een school en schoolmeesterswoning moesten worden gebouwd. De eerste

onderwijzer die aangesteld wordt, is Hendrik de Nekker, een kolonistenzoon die het vak leerde van zijn eigen onderwijzer.

Belang van gedegen onderwijs

Tussen 1850 en 1862 stelt de Maatschappij zich herhaaldelijk de vraag of het onderwijs moet worden afgestoten. Uiteindelijk worden de scholen overgedragen aan de omliggende gemeenten. Omdat dit toch tot veel ongewenste situaties leidt, zoals overvolle klassen en slechte bereikbaarheid, neemt de Maatschappij het besluit om weer naar ‘eigen’ scholen te streven. Het belang van goed onderwijs voor de koloniekinderen is immers groot.

Bouw nieuwe school

In 1867 wordt daarom een nieuwe

school in Boschoord gebouwd op een meer centraal gelegen punt; de huidige locatie. De school had twee lokalen en er werd een houten gymnastieklokaal aangebouwd. Aan de wegzijde van het gebouw waren geen ramen zodat de kinderen niet werden afgeleid. Het zegt iets over de opvattingen van die tijd. Vanwege nieuwe onderwijswetten wordt de school in 1930 gesloten. De kinderen moeten dan naar Vledder en Vledderveen om les te krijgen.

Tip!

Bekijk de buitenexpositie ‘Het Verhaal van Boschoord’. Schooltje Boschoord

Schoollaan 2 in Boschoord

Landbouwkundig Instituut

Wateren/Zorgvlied

Jongens, tussen de 12 en 20 jaar, werden opgeleid voor de leidinggevende banen in de Koloniën van Weldadigheid. Het ging vooral om opzichters die toezicht hielden op het boerenwerk dat de kolonisten verrichtten. Het Landbouwkundig Instituut in Wateren/Zorgvlied werd in 1824 geopend en was in Nederland één van de eerste in haar soort. In de 36 jaar dat de school in bedrijf was, hebben meer dan 600 leerlingen hier onderwijs gevolgd. De directeuren hadden meestal nevenfuncties, denk daarbij aan het verantwoordelijk zijn voor het onderwijs aan alle kinderen in het gebied.

Strak programma

De meeste kwekelingen, zoals de leerlingen werden genoemd, waren wezen uit Kolonie Veenhuizen. Het was voor hen een eer om op de school geplaatst te worden. Ze moesten aan kunnen tonen dat ze over de juiste capaciteiten beschikten en moesten zich aan een strak programma houden. Ze stonden om vijf uur ’s morgens op en vanaf zes uur in de ochtend kregen ze vijf uur achter elkaar

Oost- en Westvierdeparten

praktijkonderwijs. ’s Middags volgden nog eens vier uur. Het doel was om leren door zelf te doen. Ervaren kwekelingen leerden leidinggeven door nieuwe jongens te begeleiden.

De Oost- en Westvierdeparten tezamen vormen, tussen Willemsoord en Boschoord, een bomenlaan van ongeveer tien kilometer lang. Deze loopt parallel aan de provinciegrenzen en valt daar deels mee samen. Ook aan de Oost- en Westvierdeparten stonden koloniewoningen.

De theorielessen werden gegeven in de twee uur durende rustpauze. De leerlingen kregen les in plantkunde, scheikunde, wiskunde en werktuigbouwkunde. Ook stond de gymnastiekles op het programma. Wie een opleiding had genoten aan het gerenommeerde Landbouwinstituut was een graag geziene werknemer. Het onderwijs was zeer vormend en goed maar niet rendabel. Daarom sloot de school in 1860 haar deuren.

Tip!

Bekijk de buitenexpositie ‘Het verhaal van Zorgvlied’ Kerkplein - Dorpsstraat 31 in Zorgvlied

Ommerschans Onvrije Kolonie

Op en rond een oude verdedigingsschans uit de 17e eeuw is vanaf 1819 Kolonie Ommerschans operationeel. Deze Onvrije Kolonie omvat een bedelaarsgesticht voor ‘luilevende armen’, gecombineerd met 21 grootschalige hoeves, verspreid gelegen in het omliggende gebied. Wie zich in de andere Koloniën van Weldadigheid niet aan de spelregels hield werd hier (tijdelijk) naartoe gestuurd en gedwongen tewerkgesteld, voornamelijk op de bijbehorende hoeves.

Kolonie Ommerschans is in de huidige tijd een mix van een gestructureerd en open landschap met een centraal gelegen verstild bosgebied, het voormalige schansterrein. Hier zie je de archeologische sporen van de oude schans nog terug en zijn een aantal historische gebouwen uit de kolonietijd te ontdekken.

Terug naar toen Centraal in Ommerschans stond het hoofdgebouw. Een twee verdiepingen tellend vierkant kazernegebouw met een grote binnenplaats en blinde buitenmuren van 100 tot 120 meter lang. Dit gebouw was bedoeld voor 1200 tot 1500 personen, die in dertig zalen

werden ondergebracht; de mannen gescheiden van de vrouwen.

In de eerste jaren werden er mensen geplaatst die zich schuldig hadden gemaakt aan zedeloosheid, luiheid of brutaliteit en asociale gezinnen. Toen bleek dat daarmee de kolonie niet vol kwam, besloot de overheid in 1823 een premie uit te loven voor iedere bedelaar die naar de schans werd gezonden. Vanaf die tijd zat het gesticht tjokvol; er verbleven vaak meer dan tweeduizend personen.

Door hard te werken kon de vrijheid worden terug-

‘Wie niet werkt, zal niet eten! ’

verdiend. Naast het werken op de hoeves en ontginningswerkzaamheden was er fabrieksarbeid te verrichten. Kolonie Ommerschans telde onder meer een spinnerij, kleermakerij, schoenmakerij, touwslagerij en manden- en klompenmakerij.

Na aanhoudende financiële problemen nam het Rijk in 1859 het beheer van de Maatschappij van Weldadigheid over. Waarna in 1890 Kolonie Ommerschans definitief is ontmanteld. Aan de rand van het gebied ging men met een opvoedingsgesticht voor ontspoorde jongens verder, een voorloper van het huidige Centrum voor Transculturele Psychiatrie Veldzicht in Balkbrug.

Volg het Landbouwpad 7 km

Loop langs de oude landbouwgronden van Kolonie Ommerschans. Je wandelt door verschillende landschappen: van open velden tot bosrijke gebieden. Ontdek hoe het gebied door de eeuwen heen is gevormd en hoe het als Onvrije Kolonie functioneerde.

Onderweg staan borden met uitgebreide informatie. Ze vertellen je meer over het leven van de bewoners, de landbouw, het veranderende landschap en het beschermde dorpsgezicht van Ommerschans-Balkbrug. Bij verschillende bezienswaardigheden kun je een QRcode scannen voor meer bijzonderheden en weetjes.

Startpunt: parkeerplaats Ommerschans aan de Balkerweg 84, 7739 PT Vinkenbuurt

De Koloniekamer

In MFC ’t Trefpunt in Balkbrug (Meppelerweg 34) kun je op afspraak de Koloniekamer bezoeken. Hier krijg je een goed overzicht van het unieke karakter van Kolonie Ommerschans. Een vrijwilliger van Vereniging De Ommerschans kan je meer vertellen over het boeiende verleden. Kijk op www.kolonienvanweldadigheid.nl voor meer info.

Armoede toen en nu
Auteur: Karim Amghar

In Nederland groeien vandaag honderdduizenden kinderen op in huishoudens waar geldzorgen het dagelijks leven bepalen. Volgens de traditionele berekeningsmethode leven ruim één miljoen mensen in armoede. Dat betekent lege broodtrommels op school, stress thuis, jongeren die meerdere bijbanen hebben om het gezin te helpen en kinderen die zich ziekmelden op schoolreisdag omdat ze weten dat er geld nodig is.

Armoede in Nederland is zelden zichtbaar zoals twee eeuwen geleden. Maar ze is voelbaar in klaslokalen, wachtkamers en keukentafels. Ze zit in stress, schaamte en in het gevoel niet mee te kunnen doen. Ze beïnvloedt schoolprestaties, gezondheid en toekomstkansen. Ze bepaalt, nog steeds, wie vooruitkomt en wie achterblijft. Wie denkt dat dit een modern probleem is, hoeft slechts naar Drenthe te reizen.

In Frederiksoord en Veenhuizen, twee van de Koloniën van Weldadigheid, lijkt de tijd rustiger te bewegen. Rechte lanen snijden door het landschap, boerderijen staan in keurige rijen en de stilte voelt bijna georganiseerd. Maar achter die rust schuilt een geschiedenis die begon met armoede, orde en een ongemakkelijke vraag: wat doet een samenleving met mensen die zij niet kan of wil dragen?

Begin februari bezocht ik Frederiksoord. Het was ijskoud. Min drie graden. De wind sneed over het open landschap en de grond was zo hard dat je voetstappen klonken als klappen op beton. De lanen lagen er strak en stil bij. De lucht was helder, het licht fel. Wie hier rondloopt, ziet rust en orde. Maar onder de bevroren grond ligt een geschiedenis van armoede, disciplinering en toch ook hoop.

Niet veel later dacht ik aan Lina, een meisje van veertien dat ik op een school ontmoette. Ze kwam binnen met vuurrode handen. Haar schoenen waren nat van de sneeuw. Handschoenen had ze niet. Haar moeder leeft onder de armoedegrens en waarschuwde haar die ochtend nog: ‘niet in de sneeuw spelen!’ Niet omdat ze het haar niet gunde, maar omdat ze wist wat de gevolgen zouden zijn.

Je ziet het vaker: schoenen die lek zijn, jassen die te dun zijn, sokken die niet drogen. Soms zeggen leerlingen dat ze hun jas gewoon mooi vinden. Soms is dat waar. Maar vaak is het een beschermzin. Volgens onderzoek van het Nationaal Fonds Kinderhulp heeft één op de vijf kinderen die in armoede opgroeien geen geld voor een winterjas.

Duizenden kinderen dragen schoenen die pijn doen of jassen die niet meer dicht kunnen. Kou laat zien wat ongelijkheid betekent. En juist hier, in Frederiksoord en Veenhuizen, begon tweehonderd jaar geleden een grootschalig experiment om armoede te bestrijden.

Tijdens mijn bezoek aan museum De Proefkolonie raakte ik in gesprek met een oudere man die me zag zoeken naar de juiste route. Hij liep meteen met me mee. Onderweg vertelde hij over de geschiedenis van het gebied, vroeg waar ik vandaan kwam en, alsof het de normaalste zaak van de wereld was, of ik misschien honger had. Of hij wat te eten voor me uit huis moest halen.

Zijn glimlach was geen beleefdheid. Het was oprechte zorg. Het is een vraag die ik herken uit Marokko, waar gastvrijheid geen formaliteit is maar een reflex: kom binnen, eet mee, je bent welkom. Maar hier, op deze Drentse grond, voelde die vraag zwaarder en gelaagder.

Waar komt die glimlach vandaan? Wat schuilt er achter die vanzelfsprekende zorg voor een onbekende?

Wat hebben de mensen hier meegemaakt dat vriendelijkheid bijna vanzelfsprekend is geworden? Om dat te begrijpen moeten we terug naar het begin van de negentiende eeuw.

Een land met te veel armoede

Rond 1800 leefde Nederland in diepe armoede. In steden als Amsterdam leefde naar schatting een kwart tot een derde van de bevolking onder het bestaansminimum. Bedelarij, ziekte en werkloosheid bepaalden het straatbeeld. Armenzorg was vernederend en afhankelijk van liefdadigheid. Armoede werd gezien als moreel falen en als maatschappelijk risico. Armen vormden voor veel bewoners een bedreiging voor orde, hygiëne en veiligheid. Herkenbaar? De vraag was niet alleen hoe mensen geholpen konden worden, maar ook hoe steden “verlost” konden worden van zichtbare armoede. In 1818 kwam generaal Johannes van den Bosch met een plan: de Maatschappij van Weldadigheid. Arme stedelingen zouden naar

landbouwkoloniën in Drenthe en Overijssel worden gestuurd om door arbeid, discipline en structuur een nieuw bestaan op te bouwen. Rijke burgers financierden het experiment. Het was filantropie. Maar het was ook sociale ordening. Frederiksoord werd de eerste Vrije Kolonie. Gezinnen kregen een klein huisje, een stuk grond en de kans om zichzelf te onderhouden. Werk, orde en regelmaat moesten leiden tot zelfredzaamheid. Het idee was eenvoudig: arbeid verheft. Maar de werkelijkheid was complexer. De grond was schraal, schulden bleven bestaan en opbrengsten vielen vaak tegen. Veel kolonisten bleven afhankelijk. Toch ontstond er ook iets anders: gemeenschapszin. Mensen die alles kwijt waren, leerden samen overleven.

Niet iedereen voldeed aan de regels. Voor bedelaars, landlopers en wezen werden Onvrije Koloniën opgericht, waarvan Veenhuizen de bekendste werd. Hier werd armoede niet alleen bestreden, maar ook gecorrigeerd. Orde, discipline en toezicht bepaalden het dagelijks leven. Wie zich niet aanpaste, werd bestraft. Weldadigheid en controle liepen naadloos in elkaar over. Vandaag oogt Veenhuizen sereen en symmetrisch. Maar achter de statige gebouwen schuilt een geschiedenis van disciplinering en sociale beheersing.

Kinderen moesten werken, maar ook leren Kinderen in de Koloniën van Weldadigheid werkten

mee op het land. Hun arbeid was noodzakelijk voor het gezin en voor het voortbestaan van de kolonie. Maar Johannes van den Bosch begreep dat arbeid alleen geen toekomst bood. Wie mensen werkelijk wilde laten emanciperen, moest hen leren lezen, schrijven en rekenen.

Daarom werd onderwijs geen luxe, maar een plicht. Kinderen moesten naar school, doorgaans vanaf ongeveer acht jaar, ongeacht het werk dat thuis op hen wachtte. Het idee daarachter was revolutionair: kennis kon armoede doorbreken. Deze praktijk vormde een belangrijke voorloper van wat later in Nederland de leerplicht zou worden. Pas in 1901 werd de leerplicht landelijk ingevoerd, maar hier werd al decennia eerder zichtbaar dat een samenleving pas vooruitkomt wanneer alle kinderen onderwijs krijgen. Onderwijs werd gezien als sleutel tot vooruitgang, niet alleen voor het individu, maar voor de samenleving als geheel.

Dat inzicht klinkt vandaag nog steeds door in de leerplicht: niet als administratieve verplichting, maar als belofte dat ieder kind recht heeft op ontwikkeling en toekomst.

Afstammelingen van kolonisten en armoede vandaag Duizenden Nederlanders stammen af van de kolonisten. Hun familiegeschiedenissen dragen verhalen van ontworteling, discipline, schaamte en veerkracht.

De geschiedenis leeft voort in namen, boerderijen en herinneringen. Misschien verklaart dat de warmte die bezoekers hier ervaren. Wie weet hoe het is om weinig te hebben, herkent de honger van een ander sneller. Nederland is rijker dan ooit. Toch groeien kinderen op in huishoudens waar geldzorgen dagelijkse realiteit zijn. Armoede vandaag betekent dat mensen niet mee kunnen doen, dat stress en schaamte het dagelijks leven binnendringen en dat schulden soms generaties lang doorwerken. Het betekent ook beperkte toegang tot zorg en ondersteuning en minder kansen in het onderwijs. Leraren zien het in hun klaslokalen, zorgverleners in hun spreekkamers en jongerenwerkers op straat en in buurthuizen.

Ik sliep vroeger in de les. Niet uit desinteresse, maar uit vermoeidheid. In het weekend plukte ik paprika’s in de kas. Iedere ochtend stond ik om vijf uur op om kranten rond te brengen. Daarna ging ik rechtstreeks naar school. Twee middagen per week liep ik nog een wijkronde en werkte ik in de snackbar.

Overleven kost energie. Energie die je niet kunt besteden aan leren. Kinderen in de Koloniën van Weldadigheid werkten ook. Maar Van den Bosch begreep dat onderwijs hun uitweg kon zijn. Dat inzicht is vandaag urgenter dan ooit.

Kansenongelijkheid: een hardnekkige erfenis

De Koloniën van Weldadigheid waren bedoeld als sociale lift, maar sociale mobiliteit bleef beperkt. Achtergrond bleef bepalend. Twee eeuwen later laat onderzoek zien dat de sociaaleconomische positie van ouders nog steeds een sterke voorspeller is van toekomstkansen. Niet omdat talent ongelijk verdeeld is, maar omdat kansen dat wel zijn.

Wilde men helpen of schoonvegen?

De Koloniën van Weldadigheid roepen een ongemakkelijke vraag op: wilden rijke stedelingen de armen helpen, of wilden ze vooral een samenleving zonder zichtbare armoede? Filantropie en zelfbescherming liepen in elkaar over. Weldadigheid kon ook rust kopen. Die spanning herkennen we vandaag. We spreken over participatie en zelfredzaamheid, terwijl structurele ongelijkheid blijft bestaan. De geschiedenis dwingt tot eerlijkheid: willen we armoede oplossen, of vooral minder zichtbaar maken?

Terwijl ik afscheid nam van de man die me de weg wees, bleef zijn glimlach hangen. Niet als beleefdheid, maar als uitnodiging. Misschien ligt in deze grond een collectief geheugen opgeslagen. Een herinnering aan schaarste, aan vernedering, aan opnieuw beginnen. Hier weet men dat waardigheid niet afhankelijk is van bezit. Dat solidariteit geen beleidswoord is, maar een dagelijkse praktijk. Dat zorg voor elkaar ontstaat waar mensen weten hoe kwetsbaar het leven kan zijn. Wie door Frederiksoord en Veenhuizen wandelt, loopt niet alleen door geschiedenis, maar door een spiegel. Een spiegel die laat zien hoe een samenleving omgaat met haar meest kwetsbaren.

Twee eeuwen geleden probeerde Nederland armoede te organiseren, disciplineren en heropvoeden. Vandaag weten we meer. Over stress, ongelijkheid en kansen. Over wat kinderen nodig hebben om werkelijk te kunnen groeien. De vraag is niet langer wat armoede doet met een samenleving. De vraag is wat wij doen met armoede?

Karim Amghar is auteur, programmamaker, docent en toezichthouder in het onderwijs. Hij zet zich in voor kansengelijkheid en de waardering van vakmanschap en maakt zichtbaar hoe onderwijs, samenleving en sociale mobiliteit met elkaar verbonden zijn. Als columnist, spreker en programmamaker agendeert hij thema’s als armoede, ongelijkheid, polarisatie en inclusie. Karim werd in 2024 uitgeroepen tot Jonge Toezichthouder van het Jaar.

ONDERNEMEN

In dienst staan van wat kan groeien in Frederiksoord DE PROEF.

Joshua Kelly en Kim van den Belt maakten van het oude terrein van de Tuinbouwschool een plek die draait om groeien en bloeien. Met DE PROEF. bouwen ze aan een open concept waar voedsel, cultuur, onderwijs en ontmoeting samenkomen. Het is geen tijdelijk initiatief maar een plek die duurzaam moet functioneren. ‘Het moet iets zijn dat uiteindelijk op zichzelf kan leven.’

Een plek voor ontmoeting

DE PROEF. ligt in Frederiksoord, midden in de Koloniën van Weldadigheid. Een gebied dat ooit top-down werd ontworpen: alles was gepland, geregisseerd en rechtlijnig. Joshua vindt juist dat er in die geschiedenis ook iets ontbreekt. Niet de gebouwen of het systeem, maar de vraag: waar kwamen mensen samen? Wat deden ze in hun vrije tijd? Welke plekken ontstonden buiten het zicht? Die nieuwsgierigheid zit ook in DE PROEF. Het is niet alleen een locatie, maar een zoektocht naar wat een

dorp nodig heeft om te bloeien. Joshua noemt het zelf een soort dorpshart dat er nooit echt was. ‘Hier is geen plein, geen dorpscentrum,’ zegt hij. DE PROEF. wil die rol voorzichtig invullen: een plek waar je binnenloopt, iets proeft, iemand ontmoet, iets nieuws ontdekt. Terwijl hij al wandeld over de hectares voor zich uitkijkt en oude bomen duidt, vertelt Joshua het verhaal van DE PROEF.

Vertrouwen opbouwen

Het terrein is nog volop in ontwikkeling. De focus ligt nu op panden en infrastructuur: een basis neerleggen waar anderen gebruik van kunnen maken. Het moet een plek zijn waar mensen kunnen maken, leren en samenkomen. Niet als een filantropische, maar als iets dat duurzaam en zelfvoorzienend kan worden. Hij staat in de werkschuur en ademt de geur van vers gesneden hout in. ‘Dit is mijn favoriete plek, hier ben ik helemaal in mijn element.’ Joshua is zich bewust van de context. Hij komt uit Ierland, Kim

uit Overijssel. Ze zijn geen geboren kolonisten of erfgoeddragers, maar wel buitenstaanders. Vertrouwen en zeggenschap moet je verdienen, zegt hij. ‘Je bent altijd aan het handelen. Alles is relationeel. Dat betekent: samenwerken, luisteren, stap voor stap bouwen aan draagvlak.’

Een nieuw festival

Een van de projecten die die ambitie zichtbaar maakt, is De Nieuwe Gilde. Een eerste editie, is er één met grote dromen voor de toekomst. Het idee is een samenvoeging van disciplines: theater, kunst, eten, muziek. Geen los festival, maar een piekmoment die voor DE PROEF. en haar kernwaarden staat. ‘We willen laten zien hoe verschillende disciplines samenkomen om het nieuwe gilde te maken?’ DE PROEF. werkt met een team van lokale en landelijke makers, van architecten tot culturele producenten. Joshua zoekt bewust naar kwaliteit, maar ook naar haalbaarheid. De eerste editie hoeft niet meteen alles zijn, maar wel een stevige basis bieden voor de komende jaren.

Hedendaags antwoord

Wat hem drijft is de gedachte van rentmeesterschap. Niet boven op de plek zitten, maar in dienst staan van wat hier kan groeien. Hij vergelijkt het met een tuin: diversiteit, ruimte, mogelijkheden. DE PROEF. ontvangt makers van over de hele wereld

‘Het moet iets zijn dat uiteindelijk op zichzelf kan leven’

via residenties, waardoor Frederiksoord nieuwe perspectieven binnenhaalt. ‘Mensen uit Taiwan, Rusland, Zuid-Amerika, Canada, allemaal mensen die hier anders nooit zouden komen. Die internationale blik verbindt zich met een lokale vraag: hoe maken we een plek die betekenisvol is, zonder het dicht te timmeren?’, aldus Joshua. DE PROEF. is daarmee ook een hedendaags antwoord op de Koloniën: niet opgelegd van bovenaf, maar organisch van onderop. Joshua vat het simpel samen: ‘Bouwen aan iets dat blijft leven, ook als het project ooit verder groeit dan onszelf.’

DE PROEF.

Majoor van Swietenlaan 15, Frederiksoord www.deproef.org

ACHTERGROND

Tuinhazen in hart en nieren

‘Eens een tuinhaas, altijd een tuinhaas.’ Deze woorden weerspiegelen de diepe verbondenheid die de oudstudenten, ofwel ‘tuinhazen’, van de Tuinbouwschool in Frederiksoord voelen met de plek waar hun passie voor planten en tuinieren tot bloei kwam.

Meer weten over de ‘tuinhazen’, de Tuinbouwschool en het onderwijs dat op deze gerenommeerde school werd genoten? Het boekje ’121 jaar

Gerard Adriaan van Swieten Tuinbouwschool’ is verkrijgbaar in museum De Proefkolonie en in het winkeltje van DE PROEF.

Onbreekbare banden

Geïnspireerd door mentors als Theo Jansson en gevormd door jaren van fysiek werk in de tuinen, ontwikkelden de ‘tuinhazen’ niet alleen een rijke plantenkennis maar ook onbreekbare banden, door op het platteland in de kost en op kamers te leven.

Kennisdeling en passie

Met de overname door DE PROEF. in oktober 2023 begint een nieuw hoofdstuk voor de Tuinbouwschool en haar karakteristieke tuinen. Dit erfgoed herstelproject brengt een dynamische mix van vrijwilligers en tuinhazen samen. Zij wijden zich aan het heropenen en herbezielen van deze historische plek, waar kennisdeling en passie voor de tuinen opnieuw opbloeien te midden van veel gezelligheid.

Inspirerend geheel

Deze plek, waar het hart steeds weer sneller van gaat kloppen, smeedt het verleden, heden, en toekomst samen tot een inspirerend geheel. De tuinhazen, dragers van diepgaande kennis, staan open voor nieuwe toevoegingen en ideeën die de tuinen verrijken. Het planten van nieuwe soorten of de vervanging van

soorten zoals de Ginkgo biloba en het sponsoren van bomen, planten en gereedschap zijn slechts enkele voorbeelden van hoe zij bijdragen aan de expansie van plantenkennis. Het komt geregeld voor dat zowel de tuinhazen als vrijwilligers soms weer dagen bezig zijn in de tuinen.

Nieuwe groeikansen

Deze tuinen transformeren in een levend archief dat niet stilstaat bij het verleden maar juist een nieuwe laag aan de geschiedenis toevoegt. Gericht op ecologisch beheer en biodiversiteit, vormen ze een moderne ontwikkeling die niet alleen ruimte biedt aan historische soorten maar ook nieuwe groeikansen biedt aan mensen en natuur. Met alle 530 unieke boomsoorten zorgvuldig in kaart gebracht, en nieuwe soorten die worden herplant, wordt deze plek een bron van diversiteit, eetbaarheid, en ecologische vitaliteit.

Bron van inspiratie en vernieuwing

Zo is de Tuinbouwschool meer dan een plaats van herinnering; het is een bron van inspiratie en vernieuwing voor toekomstige generaties. Een bewijs dat groei en ontwikkeling hand in hand gaan met het koesteren van onze wortels en het vieren van het leven in al haar diversiteit.

G.A. van Swieten Tuinbouwschool

De Maatschappij van Weldadigheid stichtte dankzij een gift van Majoor van Swieten in 1884 de Tuinbouwschool. Dit ter nagedachtenis aan de zoon van de majoor; Gerard Adriaan die op 21-jarige leeftijd overleed. Met deze school, de oudste tuinbouwschool van Nederland, werd extra invulling gegeven aan de pijler scholing. In 1969 werd een nieuw, modern gebouw in gebruik genomen.

Tot de school in 2005 werd gesloten, heeft het gedurende 121 jaar op hoog niveau gefunctioneerd. Het was een begrip in Nederland en ver daarbuiten. Studenten, ook wel tuinhazen genoemd, werden geroemd om hun kennis van zaken, met name ook vanwege hun enorme praktijkkennis, opgedaan in de tuinen en kassen in Frederiksoord.

De lekkerste adresjes

Van finedining tot uit eten met de kids, in de Koloniën van Weldadigheid geniet je van lekker eten en drinken. Van een kop koffie met ambachtelijke taart tot een uitgebreide high-tea. Hier vind je de beste plek voor een romantische date, een fijne lunch of een streekproductenavond.

Proeflokaal Maallust

○ Arrangementen en evenementen

○ Ambachtelijke bieren

○ Voormalige graanmaalderij Veenhuizen

www.maallust.nl

Bitter en Zoet

○ Uitstekend restaurant

○ Dagverse producten

○ Historische locatie Veenhuizen

www.bitterenzoet.nl

Piepers en Paupers

○ Huisgemaakte friet

○ Bier en Spijs

○ In de voormalige molen Veenhuizen

www.piepersenpaupers.nl

Zoet en Vintage

○ Ambachtelijk ijs

○ Grootmoeders zoetigheden

○ Bijzondere vintage Veenhuizen

www.zoetenvintage.nl

Het Tweede Gesticht

○ Museumrestaurant

○ Voor iedereen open

○ Tastbare geschiedenis Veenhuizen

www.gevangenismuseum.nl

De Maartjestuin

○ Theeschenkerij

○ Bezoekerstuin

○ Galerie Eesveen

www.theetuindemaartjestuin.nl

Kijk voor een overzicht met alle lekkere adresjes op www.kolonienvanweldadigheid.nl

Posten Nordic Cuisine

○ Culinaire verfijning

○ Scandinavische invloeden

○ In het oude postkantoor Frederiksoord www.restaurantposten.nl

Proeflokaal

○ Producten van hier

○ Smaken van het seizoen

○ Gewoon, goed en eerlijk Frederiksoord www.deproef.org

Grandcafé

De Proefkolonie

○ Dagje Frederiksoord

○ 12-uurtje

○ Gezellig terras Frederiksoord www.proefkolonie.nl

Tramhalte Plein

○ Lunchroom

○ Zelfgemaakte taartjes

○ Voormalig tramstation Noordwolde www.tramhalteplein.nl

Grenzeloos Drenthe

○ Seizoensgebonden gerechten

○ Verrassende specials

○ Afhaalopties Doldersum www.grenzeloos-drenthe.nl

De Buytenplaets

○ Theeschenkerij

○ High Society Tea

○ Huisgemaakte lekkernijen Noordwolde www.debuytenplaets.nl

NATUUR

Als je leert kijken, zie je geschiedenis

Nationaal Park Drents-Friese Wold

Lysander van Oossanen is boswachter in het Drents-Friese Wold. In zijn werk en verhalen nodigt hij mensen uit om de natuur niet alleen te bekijken, maar echt te beleven. Door te vertragen, te voelen en te luisteren laat hij zien hoe landschap, geschiedenis en mens onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Tips om het landschap te voelen

Laat je voeten wegzakken in het stuifzand van het Aekingerzand, waar wind en ruimte het landschap blijven vormen. Wandel daarna over het Dieverzand, tussen grove dennen en kraaiheide, een woud dat eindeloos lijkt als je vertraagt. Ga tot slot eens heel vroeg op pad en luister hoe het Drents-Friese Wold langzaam ontwaakt.

Stel je voor dat je hier staat, begin negentiende eeuw. Voor je strekt zich een lege vlakte heide en veen. Wind strijkt over het land, stilte overheerst. Generaal Johannes van den Bosch kijkt uit over dit lege grensgebied van Drenthe, Overijssel en Friesland. Hij ziet geen leegte, maar potentie. Een landschap dat mensen uit de grote steden een nieuwe toekomst kan bieden.

Die gedachte vormt het begin van de Koloniën van Weldadigheid: een groots sociaal experiment waarin landschap en mens samen veranderen. Armen uit de steden ontginnen het land, rechte lanen verschijnen, boerderijen worden gebouwd. Orde, arbeid en structuur gaan armoede tegen en krijgen vorm in het landschap. Die sporen zijn vandaag nog zichtbaar rond Frederiksoord en vormen de reden dat dit gebied is uitgeroepen tot UNESCO Werelderfgoed.

Dit landschap vertelt een verhaal En toch voelt het hier, een paar kilometer verderop, totaal anders. In het Drents-Friese Wold lijkt de

wildernis het voor het zeggen te hebben. Heidevelden golven, bossen worden donkerder en onvoorspelbaar, zand stuift waar het wil. Dat lijkt een tegenstelling, maar wie vertraagt en goed kijkt ziet de samenhang.

Sluit je ogen eens. Hoor de wind door het gras en hoe het bladeren laat bewegen. Voel de bodem onder je voeten. Dit landschap vertelt een verhaal dat veel verder teruggaat dan de Maatschappij van Weldadigheid.. Eeuwen geleden veranderde de mens dit landschap al. Grote eiken- en lindewouden maakten plaats voor akkers, vee

hield het land open, heide ontstond. De invloed van de mens groeide, kromp en verschoof steeds opnieuw. Vandaag zie je die lagen nog steeds. Van het gemaakte landschap rond Frederiksoord, via de open heidenvelden tot de woeste bossen bij Diever en Hoogersmilde. Elk

De L-zintuigen

deel vertelt iets over wie onze voorouders waren en wie we nu zijn. Misschien is dat wel de uitnodiging van dit gebied: om niet te kiezen tussen cultuur of natuur, maar om anders te leren kijken. Te vertragen.

En buiten, met open zintuigen, te

De natuur beleef je niet alleen met je hoofd, maar met je hele lijf. Daarom nodig ik je uit om gebruik te maken van de L-zintuigen met als bonus: de L van Lysander , om samen op pad te gaan.

ontdekken hoe jouw eigen verhaal zich verhoudt tot dit landschap. Want wie goed kijkt, ziet dat verleden, heden en toekomst hier samenkomen in één bijzonder gebied.

www.nationaalpark-drents-friesewold.nl

Leer van alles wat groeit en beweegt. Loop langzaam genoeg om iets op te merken. Lach om alles wat onverwacht is.

Luister naar de wind, de vogels en de stilte.

Loslaten ; je haast, je ruis, je scherm en alles wat even niet belangrijk is.

Luistertocht met Philip Freriks

Start: Frederiksoord

Beleef deze theatrale luistertocht op de fiets door de Vrije Koloniën van Weldadigheid. Niemand minder dan Philip Freriks neemt je mee door het UNESCO Werelderfgoed. Hij ontdekte bij toeval dat hij afstamt van een koloniste en verdiepte zich speciaal voor deze Luistertocht in de indrukwekkende geschiedenis van zijn kolonie-voorouder.

In samenwerking met auteur Wil Schackmann, bekend van het boek De Proefkolonie, en theatermaker Inge Wannet is haar verhaal, plus die van twee andere kolonisten gevormd tot een bijzondere fietstocht. Je gaat luisteren naar gebeurtenissen op de plekken waar ze 180 jaar geleden plaatsvonden. Laat je inspireren door vertelling, muziek, brieven en nagespeelde scènes in een decor van een uniek cultuurhistorisch landschap.

Luistertocht met Suzanna Jansen

Start: Veenhuizen

Wie heeft er niet gehoord van Het Pauperparadijs?

In het boek onthult auteur Suzanna Jansen een stuk verborgen Nederlandse geschiedenis. Deze geschiedenis blijkt verweven met de geschiedenis van haar voorouders.

Het pauperparadijs is inmiddels al meer dan 65 keer herdrukt en misschien heb je het gelijknamige theaterstuk ook gezien? Beleef dan ook de luistertocht. Niet over het Pauperparadijs, maar er dwars doorheen.

Suzanna Jansen neemt je mee door Veenhuizen en laat je de geschiedenis beleven die onder het heden verborgen ligt. Ze gebruikt fragmenten uit het boek, vertelt en wijst plekken aan, en er zijn korte scenes van acteur Paul R. Kooij (de verteller uit de theatervoorstelling). Met muziek en geluiden erbij kun je als het ware door de tijd heen kijken.

Praktische informatie

De audioguide, routekaart en boekje voor deze Luistertocht zijn verkrijgbaar bij Museum

De Proefkolonie in Frederiksoord.

Praktische informatie

De luistertocht is 16 kilometer en kun je te voet, met de fiets of met de auto afleggen. De routekaarten, boekje en luisterdevice zijn verkrijgbaar in het Gevangenismuseum in Veenhuizen.

Luistertocht met Dragan Bakema

Start: Appelscha

Ruim 200 jaar geleden ging Generaal Johannes van den Bosch in het woeste en arme Noord-Nederland op zoek naar een plaats waar hij zijn droom kon verwezenlijken: In deze luistertocht neemt hij je mee in zijn overwegingen, maar is hij ook heel nieuwsgierig hoe jij daar nu in deze nieuwe tijd naar kijkt.

Met de geluidsfragmenten komt de route helemaal tot leven! Stap even af, ga er even bij zitten en laat je gedachten stromen.

Dragan Bakema vertolkt de stem van Johannes van den Bosch. Hij is op meerdere manieren met het verhaal verbonden. Dragan speelde de rol van de generaal in het theaterstuk Het Pauperparadijs én hij is geboren in Appelscha! De teksten werden geschreven door Bertha Middendorp.

Fietsavontuur met Lena en Hendrik

Start: Frederiksoord

Ga je mee op Fietsavontuur? Aan de hand van een route, die je in je eigen zakboekje vindt, maak je een mooie fietstocht door het unieke gebied. Onderweg kom je van alles te weten over de Vrije Koloniën van Weldadigheid. Heb jij het in je om een echte kolonist te zijn? Je ontdekt het allemaal!

Op bepaalde plekken staan audiozuilen en als je goed op het pedaal trapt, hoor je dat Lena en Hendrik veel te vertellen hebben.

Bij elke audiozuil is een opdracht die je in je eigen zakboekje vindt. Er zijn opdrachten voor kinderen tussen de 5 en 8 jaar en de wat moeilijker opdrachten zijn voor de 9 tot 12-jarigen. Wedden dat ook je (groot)ouders veel nieuwe dingen leren...

Praktische informatie

De twee dagtochten naar Frederiksoord en Veenhuizen starten en eindigen op de Boerestreek in Appelscha. De route is volledig met fietsknooppunten gemarkeerd. Meer informatie vind je op: www.appelscha.nl.

Praktische informatie

Complete belevenis inclusief bezoek aan het Koloniehuisje en Kolonieschooltje. Je ontvangt een rugtasje met potloden en een zakboekje met routekaart, instructies en opdrachten. Verkrijgbaar bij museum De Proefkolonie in Frederiksoord.

Auteur: Wil Schackmann

De Maatschappij van Weldadigheid wil de bewoners van haar koloniën niet alleen opvangen, ze wil hen ook verheffen. In haar eigen woorden wil zij hen ‘opbeuren uit de zedelijke verbastering’ waar zij door hun jarenlange armoede in vervallen zijn. Zij wil er betere mensen van maken.

Dat doet de Maatschappij van Weldadigheid, verder: de Maatschappij, op drie manieren. Om te beginnen geeft ze de kolonisten een rustig gevoel door ze werk, onderdak en voeding te garanderen. Zulke garanties bestaan in de rest van de 19e eeuwse Nederlandse samenleving niet.

Onzekerheid van bestaan

Er is nog geen sociaal vangnet van Staatswege. Er bestaat geen Algemene Bijstandswet waarop iemand in geval van nood kan terugvallen, er zijn geen werkloosheidsuitkeringen, geen vergoedingen voor arbeidsongeschiktheid, geen toeslagen. De AOW is nog niet uitgevonden, pensioenen zijn er alleen voor militairen en ambtenaren en dan nog mondjesmaat. Kortom, in de gewone maatschappij zal iedereen geheel op eigen kracht elke dag opnieuw zijn of haar kostje bij elkaar moeten scharrelen. Ook al ben je hoogbejaard of heb je een lichamelijke of psychische beperking. En dat in een land waar nauwelijks werkgelegenheid is. Het begrip ‘vaste baan’ is nog niet ingeburgerd, op de meeste plaatsen is alleen seizoensarbeid.

Het leidt tot onzekerheid en die onzekerheid doet wat met mensen. Elke nacht wakker liggen of je volgende week je kinderen nog wel te eten kunt geven, is niet gezond. In het dagelijks leven loopt iedereen steeds te loeren op een kans een grijpstuiver bij te verdienen. Die onzekerheid en gejaagdheid behoren tot wat de Maatschappij bedoelt met ‘zedelijke verbastering’. Door de garantie op werk, onderdak en voeding te geven, schept de Maatschappij een klein stukje verzorgingsstaat in een verder kille omgeving waarin het recht van de sterkste en rijkste geldt en geeft ze de kolonisten de rust van zekerheid van bestaan.

Onderwijs en bijsturen

De tweede manier waarop de Maatschappij betere mensen van de kolonisten wil maken is onderwijs voor de jeugd. Zodra er een kolonie is opgericht, verrijst er meteen een school. Vanaf de eerste dag van de kolonisatie in 1818 is er leerplicht voor kinderen van zes tot twaalf jaar. In de rest van ons land wordt die leerplicht pas ingevoerd in 1901, dus 83 (!) jaar later.

Elke zaterdag worden op de kolonie de ‘lijsten der afwezig geweest zijnde schoolkinderen’ doorgenomen en worden boetes uitgedeeld. Zo wordt bijvoorbeeld op zaterdag 14 december 1833 bepaald dat de kolonistengezinnen Van den Brink, Poot, Kalbe, Kinkelaar, Barning en Grothe de komende week drie pond brood minder verstrekt krijgen.

‘Zijn de kolonisten echt betere mensen geworden?’

En de derde manier is het bijsturen van het gedrag van kolonisten. Slecht gedrag wordt bestraft en goed gedrag wordt beloond. Daardoor zullen op den duur, denkt de Maatschappij, de goede menselijke eigenschappen de boventoon gaan voeren. Bijvoorbeeld spaarzaamheid. De hoeves in de vrije koloniën Frederiksoord, Wilhelminaoord en Willemsoord zijn ingericht met mooie nieuwe spulletjes en als de kolonisten is bijgebracht dat ze daar zuinig op moeten zijn, leren ze spaarzaamheid aan. In alle koloniën, ook Ommerschans en Veenhuizen, krijgen de net aangekomen mensen nieuwe nette kleding. Als je daar slordig op bent, kost je dat geld. Doe je er zuinig mee, dan houd je geld over van het ‘kleedingfonds’.

Sommige van de goede menselijke eigenschappen die de Maatschappij wil bevorderen zijn van alle tijden, andere zijn typisch 19e eeuws. Zo wordt ondermeer van de kolonisten godsdienstigheid verlangd. Kerkgang is verplicht, vloeken wordt bestraft en de kinderen moeten per se naar catechisatie. Op zaterdag 7 augustus 1852 wordt net als elke andere zaterdag de ‘lijst van achtergebleven Catechisanten van de vorige week’ bestudeerd en daarna krijgen de gezinnen van de kolonisten Meere, Mendel, Bagchus en van der Meijden elk een boete van 10 cent.

Gehoorzaamheid en vlijt

Zéér 19e eeuws is de verplichting gehoorzaam te zijn. Kolonisten zijn te allen tijde gehoorzaamheid verschuldigd aan iedereen die boven hen gesteld is (en dat is bijna iedereen). Ook als een wijkmeester echt geen enkel verstand heeft van landbouw en daardoor orders geeft waar de oogst alleen maar

slechter van wordt, mag je hem niet tegenspreken. En een onderdirecteur die onredelijk handelt, mag je ook niet op zijn vingers tikken. Tegenwoordig denken we niet zo positief meer over blinde gehoorzaamheid.

Daarentegen zijn goede omgangsvormen een eigenschap die wij nu ook nog hoog in het vaandel hebben staan. Op de kolonie is ‘onderling schelden, kijven, vechten of op eenigerlei andere wijze de rust verstoren’ strafbaar. Als je tegen een medekolonist zegt: “Jij bent een rekel”, kun je rekenen op een dag of vier eenzame opsluiting in de strafkamer van de kolonie. Het taalgebruik mag de afgelopen tweehonderd jaar veranderd zijn en het woord ‘rekel’ mag zijn beledigende betekenis verloren hebben, het principe vinden we heden ten dage nog steeds prijzenswaardig.

Dat kan ook gezegd worden over wat in de kolonie helemaal bovenaan staat in het rijtje van goede eigenschappen: vlijt. Een van de ergste verwijten die een kolonist gemaakt kan worden is luiheid. Wie de kantjes er af loopt krijgt in het gunstigste geval ‘eene ernstige vermaning’, maar waarschijnlijker zijn boetes of opsluiting of degradatie tot een lagere status. Vlijtige kolonisten worden beloond met premies en medailles en soms voorrechten, bijvoorbeeld het recht om boodschappen buiten de kolonie te doen zonder vooraf toestemming aan de wijkmeester te hoeven vragen.

Optreden tegen drankmisbruik kunnen we tegenwoordig ook billijken, al zijn we niet zo streng als de Maatschappij. Die stelt in 1821 bij monde van de stichter Johannes van den Bosch dat ‘gebruik van sterken drank’ in de kolonie niet kan worden toegestaan omdat het altijd tot misbruik zal leiden. In dat jaar wordt de kolonie helemaal drooggelegd. Bezit van sterke drank is al strafbaar, laat staan dat je het ook nog opdrinkt.

Onzedelijken omgang

En tenslotte is er nog één goede menselijke eigenschap die volgens de Maatschappij bevorderd moet worden: ‘kuischheid’. De manier waarop dat wordt benaderd heeft te maken met de eerder al genoemde eis van godsdienstigheid. Seksueel verkeer is toegestaan voor mensen die door God in een huwelijk zijn verenigd. Als iemand aan seks doet zonder die

laatste voorwaarde, dus buiten of vóór het huwelijk, dan is dat ongodsdienstig en dient het te worden bestreden.

Slachtoffer van die bestrijding is vooral de koloniale jeugd. De kolonisten hebben een groot en gezond nageslacht en die zijn echt niet alleen maar geïnteresseerd in hard werken en spaarzaamheid. Regelmatig moeten jonge stellen verschijnen voor de ‘Raad van Policie en Tucht in de koloniën’ op de beschuldiging van ‘onzedelijken omgang’. Als bewijs dient meestal dat het meisje ‘in eene zwangere staat verkeert’.

Als het stel duidelijk maakt dat ze serieuze bedoelingen hebben en al een afspraak met de dominee hebben gemaakt voor de bruiloft, helpt dat niet. Immers, redeneert de Maatschappij, als kolonisten gaan denken ‘dat door een huwelijk alles weder te regt komt’, dan houden ze op ‘tegen de verzoeking te strijden’ en dan kan de handhaving van orde en tucht wel vergeten worden.

De Schout van Koog aan de Zaan denkt ook de ‘plaats delict’ te weten Hij meldt dat ‘tot onbehorelijke gemeenschap zeer veel gelegenheid is in een bij de kolonie gelegen bosch, waar de kolonisten van beiderley kunne tot laat in den avond vertoeven en zich aan allerlei losbandigheid overgeven’. Hij doelt op het nog steeds bestaande Sterrebos te Frederiksoord.

De Maatschappij mag dan beweren dat er niets van waar is en dat wijkmeesters en soms zelfs de onderdirecteur elke zomeravond daar patrouilleren, dat bos heeft bij notabelen in den lande nog lang een bedenkelijke reputatie.

Rest tot slot nog de vraag of het allemaal geholpen heeft. Zijn de kolonisten door de zekerheid van bestaan, het onderwijs voor de jeugd en het bijsturen van gedrag echt betere mensen geworden? Ik durf er niets over te zeggen. Laten we hopen dat er ooit nog eens iemand komt die dat uitzoekt.

Wil Schackmann is dé kenner van het archief van de Maatschappij van Weldadigheid, dat berust bij het Drents Archief in Assen.

Hij schreef vier boeken over de koloniën: De proefkolonie (2006), De bedelaarskolonie (2013), De kinderkolonie (2016) en De strafkolonie (2018) en leverde bijdragen aan tal van andere publicaties. Ook schreef hij samen met Daniëlle Schothorst de dubbelroman ‘Vrij in de Kolonie’ uitgegeven door stichting Weldadig Oord.

Schackmann heeft tientallen genealogen de weg in dit archief gewezen en blijft daarvoor beschikbaar: wil@schackmann.nl.

Wat je niet mag missen

Volop genieten van cultuur, natuur en erfgoed. De leukste en meest bijzondere evenementen en festivals in de Koloniën van Weldadigheid voor je op een rijtje.

Lentefair

Het leukste buitenfeest

○ Moederdagweekend

○ Frederiksoord

○ www.dvhnlentefair.nl

Festival Veenhuizen

Intiem festival vol muziek en verhalen

○ Augustus

○ Veenhuizen

○ www.festivalveenhuizen.nl

Bajesdag

Unieke kijkjes achter de schermen

○ Eind mei

○ Veenhuizen

○ www.gevangenismuseum.nl

Corso Frederiksoord

Fleurig, vrolijk en gezellig

○ 2e weekend september

○ Frederiksoord

○ www.corsofrederiksoord.nl

Paard & Erfgoed

Uniek en sfeervol plattelandsfeest

○ Pinksteren

○ Frederiksoord

○ www.paardenerfgoed.nl

Groene Hopfestival

Proeven en genieten

○ November

○ Veenhuizen

○ www.maallust.nl

Kijk voor een actueel overzicht van alle activiteiten in de agenda op www.kolonienvanweldadigheid.nl

Noordergloed

Cultuur, erfgoed en ontmoeting

○ Juni

○ Veenhuizen

○ www.noordergloed.com

Kolonistendag

200 jaar terug in de tijd

○ Herfstvakantie

○ Frederiksoord

○ www.proefkolonie.nl

NATUUR

Veen, veen en nog

eens veen

Fochteloërveen

Tot aan de horizon; veen, veen en nog eens veen. Op de grens van Friesland en Drenthe ligt het uitgestrekte natuurgebied, het Fochteloërveen. Een gebied dat tot de verbeelding spreekt met vogels als de kraanvogel en de zeearend. Het is één van de laatste én grootste gebieden met hoogveen in West-Europa.

Kletsnat en voedselarm

Het Fochteloërveen bestaat grotendeels uit hoogveenmoerassen en is afhankelijk van regenwater. Talloze dieren en planten gedijen alleen in dit kletsnatte en voedselarme natuurgebied. Kraanvogels maken er hun nesten en zeldzame vlinder-, libellen-, reptielen- en plantensoorten zijn er op hun plek. De veenmossen vormen de basis van de dikke veenlaag in het gebied. Op hoger gelegen delen groeit het wollegras en een variatie aan heidesoorten.

Leven in het veen

Het Fochteloërveen is nat, zuur

en arm. Alleen bijzondere soorten planten en dieren overleven hier. Een mooi voorbeeld is wollegras, dat een belangrijke rol speelt in de vorming van veen. Het groeit langzaam en vormt dichte matten die een geschikte omgeving voor veenplanten en -dieren vormen. Ook het veenhooibeestje profiteert hiervan. Dit zeldzame vlindertje legt haar eitjes in de pollen van het wollegras en de rupsen leven en overwinteren in de plant.

Op het nippertje

Het scheelde niet veel of het Fochteloërveen was verdwenen. Al vanaf de zeventiende eeuw werd

Tips

er op grote schaal veen afgegraven en tot turf gedroogd. Turf diende eeuwenlang als voornaamste bron van brandstof, tot de opkomst van olie en gas. Vanuit Kolonie Veenhuizen werden de kolonisten

Uitkijktoren De Zeven is zeker een bezoekje waard. Vanaf 18 meter hoogte heb je een indrukwekkend uitzicht over het Fochteloërveen. Met een beetje geluk spot je in het vroege voorjaar baltsende kraanvogels.

Ben je nieuwsgierig naar boswachter Jacob zijn belevenissen in het Fochteloërveen? In zijn column ‘Beestjes van de Bruin’ lees je er alles over. Meld je aan voor de Veenflits en ontvang zijn column altijd als eerste in je mailbox!

www.nm.nl/natuurgebieden/fochteloerveen

in dit veen tewerkgesteld. In 1938 kocht Natuurmonumenten de eerste 200 hectare in het Fochteloërveen. Zo kon uiteindelijk een deel van het kwetsbare hoogveen veilig worden gesteld.

Tip

Middenin het Fochteloërveen loopt een prachtige wandelroute – de Veenwandeling – via de nieuwe kades en over vlonders dwars door het hoogveen.

De route is zo’n 4 kilometer lang en start bij de parkeerplaats Fochteloërveen.

De bouwer van het hoogveen

Als je in een hoogveengebied werkt, raak je al snel verwonderd over veenmos. Zo kan veenmos tot wel 40 keer zijn eigen gewicht aan water vasthouden! Een superspons dus. Het vormt veen doordat de plant sterft aan de onderkant terwijl de bovenkant blijft doorgroeien. Dit gaat langzaam, ongeveer een millimeter per jaar. In het westelijke deel van het Fochteloërveen is de start van veengroei gedateerd op zo’n 9300 jaar geleden!

Zonder veenmos geen hoogveen Veenmossen kunnen ons helpen met klimaatproblemen. Ze leggen namelijk veel CO2 vast en als superspons vangen ze enorm veel water op bij zware regenval en geven dat in droge perioden langzaam weer af. Een gezond hoogveen bestaat voor minimaal 50% uit veenmossen. Helaas is dat niet het geval voor het Fochteloërveen. Door verdroging en teveel stikstof is de hoeveelheid veenmossen lager dan we zouden willen.

Zo van de grond , in je mond !

Proef de kolonie

Streekproducten uit het unieke gebied

Lekkers uit de Kolonie

Landbouw en voedsel produceren spelen nog altijd een belangrijke rol in de Koloniën van Weldadigheid. Er wordt volop geëxperimenteerd, geproduceerd en geteeld. Toekomstgericht en veelal op een duurzame manier. Er worden verrassend veel (h)eerlijke producten verbouwd en gemaakt. Altijd met zorg voor de natuur en oog voor het karakteristieke landschap. Lokaal lekkers, met een eigen verhaal, zo van de bodem, de boom of het dier. Proef de Kolonie!

○ Maallust bieren

○ Kaaslust kazen

○ Kolonie Erfgoed boekweitmeel

○ Kolonie Erfgoed koolzaadolie

○ Bijzondere groente, kruiden, zaden en pootgoed van De Tuinen van Weldadigheid

ONDERNEMEN

○ Groente, hop en boekweit van De Eerste Wijk

○ Zuivel van de luie boer

○ IJs van De Saks

○ Walt Cider

○ Appelsap van De Fruithof

○ Groente uit de Kiemhuistuin

○ Vlees van Hoeve Koning Willem III

○ Kaas van De Zeven Koeien

○ Het Werkende Wees biertje

○ Honing van De Bijenhoff

○ Asperges van aspergeboerderij Hoorn

○ Thee van Puur Thee Atelier

De streekproducten zijn te koop in de boerderij- en streekwinkels in de regio en zijn verkrijgbaar in de bezoekerscentra. In diverse restaurants en verblijfaccommodaties word je verwend met deze lekkernijen. Vraag er gerust naar.

Boerderij- en streekwinkels

De Proef winkel

Majoor van Swietenlaan 15 Frederiksoord www.deproef.org

Museumwinkel De Proefkolonie Majoor van Swietenlaan 1A Frederiksoord www.proefkolonie.nl

Bij Els natuurwinkel Koningin Wilhelminalaan 89 Frederiksoord www.bijelsnatuurwinkel.nl

Hoeve De Werkhorst Werkhorstlaan 12 Vledder www.hoevedewerkhorst.nl

Grenzeloos Drenthe Boylerstraat 12 Doldersum www.grenzeloos-drenthe.nl

Kaasboerderij De Zeven Koeien Brink 5 Doldersum www.dezevenkoeien.nl

Museumwinkel ‘De Bajesklant’ Oude Gracht 1 Veenhuizen www.gevangenismuseum.nl

Proeflokaal Maallust Hoofdweg 140 Veenhuizen www.maallust.nl

Kaaslust Hoofdweg 138 Veenhuizen www.kaaslust.nl

De Tuinen van Weldadigheid Hospitaallaan 48 Veenhuizen www.detuinenvanweldadigheid.nl

Boerderijwinkel Hoorn Kolonievaart 16 Huis ter Heide www.hoorn-asperges.nl

BOEKENTIPS

De proefkolonie

Over het leven van de eerste 52 proefkolonisten in het net geopende dorp Frederiksoord.

‘Heel toevallig kwam ik in 1994 terecht in het archief. Hier ontdekte ik zulke interessante verhalen. Ze waren allemaal prachtig! Verhalen over de onderkant van de samenleving tot in de details uitgeschreven. Gewoon een lekker verhaal over historie bestond nog niet. Ik ben het maar gaan schrijven!’ Wil Schackmann

De bedelaarskolonie

De geschiedenis van de ‘luilevende armen’ in het Nederlandse gesticht de Ommerschans.

Het pauperparadijs Het pauperparadijs van Suzanna Jansen beschrijft haar familiegeschiedenis en tegelijk een van de meest tragische histories die zich in Nederland hebben afgespeeld. In de 19e eeuw werden op grote schaal paupers uit het hele land naar Veenhuizen in Drenthe gebracht. Het was de bedoeling om daar beschaafde mensen van hen te maken. Het experiment begon uit ideële motieven, maar liep uit op een mislukking ….

De kinderkolonie In 1824 arriveren de eerste ‘weezen, vondelingen en verlaten kinderen’ in de kinderkolonie Veenhuizen.

De strafkolonie Een levendige geschiedenis van ‘bannelingen’, inwoners en opzichters in Ommerschans en Veenhuizen.

Wouter de Wegloper Wouter woont in het weeshuis. Maar op een dag moet hij ineens zijn spullen pakken. Buiten staat een koets te wachten, die hem meeneemt naar een nieuwe plek: de Kolonie van Weldadigheid. Maar Wouter kan daar zijn draai niet vinden. Hij wordt gepest door de andere jongens. Daarom besluit Wouter om weg te lopen.

Schrijver: Jan Paul Schutten

Illustrator: Coen Hamelink

De vondeling van Veenhuizen

Deze adembenemende roman van Patricia Snel begint in Amsterdam, 1824. De wezen Karel en Lize worden per beurtschip overgebracht naar de kinderkolonie van Veenhuizen. Nadat hun moeder is overleden en hun vader naar het krankzinnigengesticht is gestuurd, staan ze er helemaal alleen voor.

In Veenhuizen is alles anders: Karel en Lize worden met honderden andere kinderen aan het werk gezet. Ze kunnen maar moeilijk wennen aan het slechte eten, de strenge opzieners en de vele regels. Als ze een voorzichtige vriendschap met de geharde Neeltje hebben gesloten, smeden ze samen een plan: proberen te ontsnappen uit Veenhuizen.

Werelderfgoedgidsen Wil je meer weten over de achtergrond van het UNESCO Werelderfgoed Koloniën van Weldadigheid in Nederland? In de Werelderfgoedgids Veenhuizen en Werelderfgoedgids

Frederiksoord-Wilhelminaoord vind je alle achtergrondinformatie.

De gidsen zijn uitermate geschikt voor wie zich van tevoren wil oriënteren, maar ook voor wie tijdens een verblijf in de Koloniën van Weldadigheid een leidraad zoekt en meer wil weten over de achtergrond van het gebied.

Inclusief fiets- en wandelroutes.

Vrij in de Kolonie ‘Hans springt van de kar af. Hij helpt vader en moeder met het schamele beetje spullen dat ze bij zich hebben. Moeizaam laat moeder zich van de kar glijden. ‘Ik ben gebroken’, zucht ze. ‘Ik ben zo ontzettend moe. En alles doet zeer.’ ‘De reis was ook heel lang, lieverd’, zegt vader. ‘Maar we zijn er!’

Lees over de belevenissen van Dirk en Hans en hun familie in het door Daniëlle Schothorst geschreven dubbelboek ‘Vrij in de Kolonie’. Op een prachtige manier worden de gezinsleden tot leven gebracht. Met elkaar proberen zij een nieuw leven op te bouwen in de Koloniën van Weldadigheid. Elk met de eigen gevoelens en ervaringen. Historicus Wil Schackmann beschrijft de bijzondere geschiedenis van dit gebied. Een prachtige combinatie!

Bijzonder overnachten Kom nog eens terug!

Hotel Frederiksoord

In het logement waar Johannes van den Bosch destijds vaak vertoefde, kun je weldadig overnachten. Hotel Frederiksoord is onderdeel van Enjoyhotels. Kom 5 dagen lang all-inclusive genieten in UNESCO Werelderfgoed.

Frederiksoord

www.hotelfrederiksoord.nl

Hotel Restaurant

Bitter en Zoet

Bitter en Zoet dankt haar naam aan één van de prachtig gerenoveerde dienstwoningen, onderdeel van het hospitaalcomplex in Veenhuizen. In de vijftien bijzondere hotelkamers kom je stille getuigen van de unieke geschiedenis tegen.

Veenhuizen

www.bitterenzoet.nl

Klein Soestdijk

In 1859 werd Veenhuizen overgenomen door het rijk. Er moest flink bijgebouwd worden om de nieuwe ambtelijke organisatie te huisvesten. Voor de directeur werd een statig, witgepleisterd pand gebouwd. Je kunt er nu prinsheerlijk overnachten.

Veenhuizen www.kleinsoestdijk.nl

Boutique Hotel

POSTEN

Overnachten bij POSTEN in Frederiksoord betekent slapen in het voormalige postkantoor. Een statig pand met een rijke historie. Geniet in het rijksmonument van moderne Nordic-stijl kamers en culinaire diners.

Frederiksoord www.restaurantposten.nl

Grenzeloos Drenthe

Dé ideale uitvalsbasis voor een onvergetelijk verblijf in Drenthe. Gelegen in het charmante Doldersum, midden in het decor van drie Nationale Parken en de Koloniën van Weldadigheid. Slapen in stilte en wakker worden met ruimte om je heen.

Doldersum www.grenzeloos-drenthe.nl

Bewaarderswoningen

Gevangenismuseum

Verblijf in een van de vijf voormalige bewaarderswoningen in het Gevangenismuseum. De authentieke huisjes, waar zoveel mogelijk oude elementen, bewaard zijn gebleven hebben uitzicht op de binnenplaats. Een uniek verblijf!

Veenhuizen www.vakantieveenhuizen.nl

Aan één dag Koloniën van Weldadigheid heb je zeker niet genoeg. Blijf een paar nachten slapen en wordt wakker in een monumentaal pand, op een unieke locatie, midden in de natuur of met een fantastisch uitzicht. Je vakantie of weekendje weg wordt er een om nooit te vergeten.

Westerkerkje

De perfecte Hygge overnachtingsplek. Het opvallende rode kerkje is in 1935 gebouwd en was jarenlang het kleinste, houten kerkje van Nederland. Nu is het een warm en sfeervol onderkomen waar de Bullerjan houtkachel de eyecatcher is.

Westvierdeparten, Steggerda www.westerkerkje.nl

Landlevenhotel

Villa Nova

Een plek met allure en een rijke geschiedenis direct aan het Nationaal Park Drents-Friese Wold. Voor fietsers, wandelaars en paardenliefhebbers ‘the place to be’. Hier zijn bovendien alle voorzieningen aanwezig om met je paard op vakantie te gaan.

Zorgvlied www.villa-nova.nl

Lammert’s Hoeve

Voor het eerst in 1639 vermeld op een landkaart, als Groninger Erf. Nu is de boerderij, van het ‘middenhuistype’ van architect Metzelaar, gerestaureerd en zijn er een B&B en fijne gastenverblijven (maximaal 8 personen).

Veenhuizen www.lammertshoeve.nl

Poiniershuisje

Het Pioniershuisje is geïnspireerd op de vroegere koloniewoningen. De kolonisten kregen daarin de kans op een beter leven. Ook nogal wat materialen die gebruikt zijn in het Pioniershuisje (tinyhouse) kregen een tweede leven. Bijzonder!

Veenhuizen www.tralaluna.nl

Hoeve Koning Willem III

Vakantie vieren op de boerderij. Bij de monumentale Hoeve Koning Willem III is de voormalige paardenstal omgetoverd tot vier comfortabele appartementen. Het tjilpen van de vogels en het loeien van de koeien is inbegrepen.

Frederiksoord www.hoevekoningwillem3.nl

Landal Hunerwold State

Vakantie vieren op een bungalowpark? Landal Hunerwold State is de perfecte plek. Je kunt heerlijk relaxen aan de recreatieplas, terwijl de kinderen spelen op het trekvlot. Een dag fietsen naar Frederiksoord of Veenhuizen? Prima te doen!

Zorgvlied www.hunerwoldstate.nl

Ontdek de Koloniën van Weldadigheid

Voor praktische informatie, tips en routes ben je van harte welkom bij:

Tourist Info Veenhuizen

Oude Gracht 2 in Veenhuizen

Tourist Info Noordwolde

Mandehof 7 in Noordwolde

Tourist Info Appelscha

Boerestreek 23 in Appelscha

Buitencentrum Drents-Friese Wold

Terwisscha 6 A in Appelscha

Tourist Info Frederiksoord

Majoor van Swietenlaan 1A in Frederiksoord

Bezoekerscentrum

Grenzeloos Doldersum

Boijlerstraat 12 in Doldersum

Fietstransferium Drenthe

Voor een actieve en heerlijke dag op pad huur je een fiets bij het Fietstransferium. Hier kun je ook terecht voor e-bikes, e-choppers, e-bakfietsen en meer tweewielers. Het is de ideale uitvalsbasis voor een onbezorgd uitje waar je ook je banden op kunt pompen, de accu oplaadt of even bijkomt met wat lekkers. Uiteraard liggen de mooiste routes voor je klaar. Welkom!

Veenhuizen

Oude Gracht 2 (06) 213 28 588

Frederiksoord

Majoor van Swietenlaan 1 (0521) 234 500

Appelscha

Boerestreek 12 (0516) 433 699

Meer informatie en direct reserveren: www.fietstransferium.com

Tourist Info
Culinair Overnachten Routes Agenda

Dit magazine is gemaakt vanuit de samenwerking met:

Met bijdragen van: Museum De Proefkolonie, Nationaal Gevangenismuseum, Nationaal Vlechtmuseum, Nationaal Park Drents-Friese Wold en Natuurmonumenten Fochteloërveen.

Colofon

Vormgeving: ga creatief Meppel

Redactie: Gijs Klompmaker, Diane Versteeg en Tineke Knorren

Fotografie:

Maatschappij van Weldadigheid, Marketing Drenthe, Never Say Cheese – Marije de Boer, Marcel van Kammen, Karin Broekhuijsen, André Brasse Photography, Albert Brunsting, Jorinde Schaapman, DE PROEF., Jurre Rompa, Geurt Besselink, Anna Westerhof en eigen fotografie.

Met dank aan iedereen die een bijdrage heeft geleverd aan dit magazine.

2026, de inhoud van dit magazine is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Aansprakelijkheid voor eventuele fouten of onvolledigheden kunnen niet worden aanvaard.

Kolonienvanweldadigheid.nl

Kolonien_van_weldadigheid

contact@kolonienvanweldadigheid.nl www.kolonienvanweldadigheid.nl

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Magazine Koloniën van Weldadigheid 2026 by oerdrenthe - Issuu