Skip to main content

De Spoor Gazet nr 8

Page 1


De Spoor Gazet de_spoor_gazet

Scan deze QR-code met de camera om dit kanaal te bekijken of te volgen op WhatsApp. Of klik eenvoudig op onderstaande link: https://whatsapp.com/channel/0029VazpwktDTkJzDguvwx2d

De Spoor Gazet

Tweemaandelijkse uitgave

Hoofdredacteur:

Maarten Schoubben

Redactie:

Julien Casier

Andy Engelen

Lars Laenen

Peter Van Gestel

Met dank aan:

Dries Avonds

Steve Benoit

Johny Brauns

Ralf Bueker

Bart De Craene

Wouter De Haeck

Diego De Jonge

Joris De Mol

Wim De Ridder

Finn De Vos

Daniël Friederichs

Thierri Heylen

Infrabel

Alain Janmart

Jesse Kieft

NMBS – Train World Heritage

Kevin Odekerken

PFT – TSP

Gwenaël Piérart

Richard Prot

Rail Service Net

Noach Taillieu

Patrick Tassignon

Kevin Trumpie

Joeri Van Camp

Victor Van Cutsem

Elias Van Deun

Luc Van Mölken

Arno Verhagen

Peter Vierboom

Steven Wuyts

Voorwoord

Beste spoorwegvrienden,

Op 1 februari 2026 is De Spoor Gazet 1 jaar oud geworden. Wat toen begon als een digitale nieuwsbrief is ondertussen een goed gevuld online magazine. Een magazine dat elke dag nog steeds verder groeit in het aantal abonnees van zowel spoorliefhebbers als mensen die professioneel actief zijn binnen de spoorwegen. Wij willen al onze abonnees dan ook van harte bedanken voor hun vertrouwen in ons. Maar ook zeker een grote dankjewel aan alle mensen die ons foto’s en/of info insturen. Mede dankzij jullie allemaal is er De Spoor Gazet.

In 2026 plannen wij om verder te gaan met De Spoor Gazet die elke 2 maanden zal verschijnen, daarbovenop gaan wij ook verder met De Spoor Gazet extra. Er zal dus zeker elke maand wel minstens 1 uitgave van ons verschijnen.

In deze uitgave is er weer voor ieder wat wils te vinden: historische artikels, actua, modelspoor en het tramgebeuren komen weer goed aan bod.

We kunnen helaas niet alles in 1 keer plaatsen. Het afscheid van de locomotieven 21 & 27, maar ook dat van de M4-rijtuigen zal behandeld worden in latere uitgaves.

2026 is ook het jaar dat de NMBS 100 jaar wordt. Wij kijken samen met jullie uit of er al dan niet activiteiten hieromtrent gepland zullen worden. Via onze social mediakanalen houden wij iedereen op de hoogte van geplande activiteiten.

Wil je zelf een bijdrage of foto’s leveren voor De Spoor Gazet? Stuur ons dan zeker een mailtje ➔ spoorgazet@gmail.com

Ik wens jullie allemaal veel leesplezier!

Vele spoorse groeten

Maarten Schoubben Nog geen abonnee? Abonneer je dan nu gratis op ➔ spoorgazet@gmail.com

Foto op de cover:

De 2707 & 2731 staan buiten dienst gesteld op Bundel Far-West in de Antwerpse Haven. Meer over hun buiten dienst stelling is te vinden op pagina 19. 28 oktober 2025 Foto: Maarten Schoubben

De Spoor Gazet Extra

Naast de tweemaandelijkse De Spoor Gazet verschijnt er op onregelmatige basis ook een extra editie. In deze extra edities wordt elke keer een bepaald onderwerp uitvoerig besproken. Onze abonnees krijgen deze automatisch in hun mailbox en dat volledig gratis!

De volgende extra “Nr 7” bestaat uit 3 delen, Het eerste en tweede deel zijn ondertussen verzonden naar onze abonnees, echter hebben enkele mensen het niet ontvangen wegens problemen bij Skynet. De link om alsnog deze extra te downloaden vinden jullie op de volgende pagina. Het 3de deel volgt op 1 maart.

Hieronder alvast een voorproefje!

Een uitgave gemist?

Via onderstaande links kan u al onze reeds verschenen uitgaves downloaden (met dank aan Patrick Tassignon). Ondertussen verschenen:

De Spoor Gazet

Nr 1: https://www.tassignon.be/trains/documentation/download.php?f=../PDF/De%20Spoor%20Gazet%20nr%201.pdf

Nr 2: https://www.tassignon.be/trains/documentation/download.php?f=../PDF/De%20Spoor%20Gazet%20nr%202.pdf

Nr 3: https://www.tassignon.be/trains/documentation/download.php?f=../PDF/De%20Spoor%20Gazet%20nr%203.pdf

Nr 4: https://www.tassignon.be/trains/documentation/download.php?f=../PDF/De%20Spoor%20Gazet%20nr%204.pdf

Nr 5: https://www.tassignon.be/trains/documentation/download.php?f=../PDF/De%20Spoor%20Gazet%20nr%205.pdf

Nr 6: https://www.tassignon.be/trains/documentation/download.php?f=../PDF/De%20Spoor%20Gazet%20nr%206.pdf

Nr 7: https://www.tassignon.be/trains/documentation/download.php?f=../PDF/De%20Spoor%20Gazet%20nr%207.pdf

De Spoor Gazet extra

Nr 1: Stoomlocomotieven type 93: https://www.tassignon.be/trains/documentation/download.php?f=../PDF/De%20Spoor%20Gazet%20extra%20Nr.%201%20(Type %2093).pdf

Nr 2: Stoomlocomotieven typen 96 & 99: https://www.tassignon.be/trains/documentation/download.php?f=../PDF/De%20Spoor%20Gazet%20extra%20Nr.%202%20(Type %2096%20-%2099).pdf

Nr 3: Stoomlocomotieven type 97: https://www.tassignon.be/trains/documentation/download.php?f=../PDF/De%20Spoor%20Gazet%20extra%20Nr.3%20(Type%20 97).pdf

Nr 4: Stoomlocomotieven typen 98 & 99: https://www.tassignon.be/trains/documentation/download.php?f=../PDF/De%20Spoor%20Gazet%20extra%20Nr.4%20(type%20 98-99).pdf

Nr 5: Diesellocomotieven typen 222 &261: https://www.tassignon.be/trains/documentation/download.php?f=../PDF/De%20Spoor%20Gazet%20extra%20Nr.5%20(Type%20 222%20-%20261).pdf

Nr 6: De Lijn 54 Mechelen – Terneuzen - -

Deel 1 (De vaste installaties):

https://www.tassignon.be/trains/documentation/download.php?f=../PDF/De%20Spoor%20Gazet%20extra%20Nr.6%20(Mechelen %20-%20Terneuzen)%20deel%201%20HR.pdf

Deel 2 (Rollend materieel):

https://www.tassignon.be/trains/documentation/download.php?f=../PDF/De%20Spoor%20Gazet%20extra%20Nr.6%20(Mechelen %20-%20Terneuzen)%20deel%202%20HR.pdf

Nr7 : De vooroorlogse Motorwagens

Deel 1 (Type 600 tot 607 / 650 > 651):

https://www.tassignon.be/trains/documentation/download.php?f=../PDF/De%20Spoor%20Gazet%20extra%20Nr.7%20(Vooroorl ogse%20motorwagens%20600%20tot%20607)%20deel%201%20HR.pdf

Deel 2 (serielevering type 606/608 en 620)

https://www.tassignon.be/trains/documentation/download.php?f=../PDF/De%20Spoor%20Gazet%20extra%20Nr.7%20(Vooroorl ogse%20motorwagens%20608%20en%20620)%20deel%202%20HR.pdf

Historische artikels

Stoomlocomotief type 5 van 1881

Vanaf de jaren zeventig van de 19e eeuw nam de ‘Etat Belge’ geleidelijk aan een groot deel van de concessies over. Maar daarbij was een groot probleem: men had tot op dat ogenblik vooral hoofdlijnen en nu kwamen er tal van echt lokale diensten bij. Maar men had op dat ogenblik geen geschikt materieel en de stoomlocomotieven van de privéconcessies waren hopeloos verouderd.

Met dat voor ogen zou Belpaire een volledig nieuw concept uitwerken: lichte tenderlocomotieven en daarbij aangepaste lichte lokaaltrein-rijtuigen. Hij gaf de opdracht aan Saint-Léonard uit Liège om de locomotief te ontwerpen. Zo ontwikkelde men een machine met een asindeling 1’B die heel eenvoudig uitgevoerd was. Saint-Léonard tekende in voor de bouw van 7 locomotieven; het gros van de bestelling29 locomotieven - werd gebouwd door Franco-Belge te Croyère. Alle locomotieven werden in 1881 geleverd. Ze waren niet opeenvolgend genummerd.

De eerste inzetplaatsen werden Bastogne en Bertrix, dit op de verbindingen van de (ex-) Grande Compagnie de Luxembourg. Ze reden vooral tussen Gouvy en Libramont. Vanuit deze laatste plaats waren er lokale treinen naar Ciney en Marbehan, verder via Bertrix op de Athus-Meuse-lijn. Maar hier ontstond het eerste probleem: de lichte rijtuigen waren nog niet geleverd en de diensten werden verzekerd met zwaardere, oude exemplaren. En daartegen was het type 5 niet opgewassen. De machines werden dan ook zo snel mogelijk vervangen door de sterkere typen 11.

Als eerste echte inzetplaats kunnen we de Borinage optekenen. Ze waren te Saint-Ghislain in depot, maar werden ook vanuit Blaton ingezet op de lokaallijnen in de streek. Zo bereikten ze Dour en Roisin-Autreppe,

maar ook de zijlijnen naar onder andere Bernissart en Quevaucamps.

De tweede inzetregio was gelegen tussen Aalst, Dendermonde, Lokeren en Sint-Niklaas met de talloze lokale verbindingen in deze streek. Vanaf ca. 1900 werden ze ook ingezet vanuit de regio Antwerpen op de verschillende stadslijnen in de metropool.

De overname van de Flandre Occidental veranderde de inzet drastisch en de typen 5 verhuisden naar de vlakke lijntjes in West-Vlaanderen: Oostende was hun eerste stelplaats daar maar al vlug kregen ze Oudenaarde als uitgangspunt.

Enkele machines werden ook in het Brusselse gebruikt, met als stelplaats BrusselLeopoldswijk. Deze toestand bleef lange tijd – praktisch ongewijzigd – tot aan de Eerste Wereldoorlog behouden.

Maar hun bestand werd nog uitgebreid met één bijkomende machine: voor de universele tentoonstelling van 1900 te Liège bouwde de firma Zimmermann-Hanrez een licht afwijkende locomotief met nieuwe ketel en na de tentoonstelling werd deze machine door de Etat Belge overgenomen als nummer 1218.

Vanaf 1900 werd een aantal typen 5 voorzien van een nieuwe, grotere ketel, zodat hun vermogen verhoogd werd. Alle locomotieven bleven in dienst tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.

Na de bezetting bleven 19 locomotieven in België en werden ze in het Duitse nummerschema ingedeeld als reeks 06. De overige locomotieven – meestal deze van Oudenaarde – werden naar Frankrijk afgevoerd.

De in België achtergebleven machines werden vooral in het bezette gedeelte van West-Vlaanderen gebruikt. Hier werden de meeste machines onherstelbaar beschadigd. Vijf machines overleefden het conflict. De overige locomotieven werden door de bezetter ontmanteld voor de (edele) metalen. Alle 19 locomotieven verdwenen dan ook gedurende de Eerste Wereldoorlog.

Boven: bladzijde uit de firmacatalogus van Zimmermann - Hanrez met hun locomotief type 5 voor de Universele Tentoonstelling te Liège. Deze week lichtjes af van de seriemachines. Na de tentoonstelling werd hij door de Etat Belge overgenomen en kreeg hij het nummer 1218.

Onder: locomotief 1282, gebouwd door Franco-Belge met fabrieksnummer 335.

Foto: collectie NMBS - Train World Heritage

De 1359 (Franco Belge 339 van april 1881) omstreeks 1904 in Antwerpen. De locomotief heeft nog een open machinistenhuis naar achter. Daar de locomotief in beide richtingen reed, was dit geen sinecure voor machinisten en stoker.

Foto: verzameling Joop Quanjer

De meeste uitgeweken machines bleven gespaard en kwamen in 1919 en 1920 terug naar België. Voor zover we konden nagaan, werden de meeste locomotieven, in totaal 13, in het district Gent gestationeerd en vanuit Aalst gebruikt, meestal naar Zottegem en Ronse enerzijds en Dendermonde en Lokeren anderzijds.

Twee locomotieven waren te Brussel aanwezig en werden waarschijnlijk vanuit Leopoldswijk gebruikt. Dit aantal liep snel terug en in 1923 waren er nog 4 in het bestand opgenomen. Drie ervan zouden voor 1925 afgevoerd worden; één locomotief bleef om onbekende reden tot in 1931 in het effectief. Mogelijk werd deze machine – de 1223 – als locomotief in één van de werkplaatsen gebruikt.

Twee opnames in het station van Ronse. Dit station werd bereikt vanuit Saint-Ghislain en was lange tijd één van de stamlijnen van het type 5.

Boven: rangering met een type 5 en een overzicht van het station. Onder: de 1224 (Franco Belge nr. 330, geleverd in februari 1881) in juli 1900 te Ronse. Foto onder: René Desclée

Locomotief 1280 (Franco Belge 333) ging verloren tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Foto: verzameling Maurice Hennequin

Locomotief 1366 (Franco Belge 351) overleefde de oorlog wel en werd tussen 1923 en 1925 definitief afgevoerd.

Foto: verzameling Joop Quanjer

Europese intercity's, de sterkste stoomlocomotief

Na de internationale luxetreinen (Oriënt Express en vele andere) en de lichte sneltreinen voor de Eerste Wereldoorlog, zou men in de jaren dertig van vorige eeuw opnieuw proberen de Europese hoofdsteden per spoor met elkaar te verbinden. Ditmaal koos men voor regelmatige verbindingen. Eén van de voornaamste was Paris - Brussel.

De Nord français had al een heel net uitgezet naar Noord-Frankrijk en richtte zich op zeer zware stoomlocomotieven voor deze diensten. Op dat ogenblik had ingenieur Chapelon een locomotieftype (asindeling 2C1 - Pacific) ontwikkeld voor de ParisOrleans. De Nord français zou één machine grondig moderniseren en na de testen werden 20 machines overgenomen en op dezelfde wijze gemoderniseerd. Ze kregen de nummers Nord 3.11.71 > 90. Ze kwamen vanaf 1933 in dienst.

Tussen 1936 en 1938 liet de Nord français bijkomend nog 28 analoge, nieuwe locomotieven bouwen bij ANF te Blanc Misseron, Rives-Lille en de Forges de la Marine te Homecourt. Ze kregen de nummers 3.11.11 > 30 en 3.11.91 > 98.

Bij de oprichting van de SNCF in 1938 kregen ze de nieuwe nummers 231 E 1 > 48. In de korte Nord français periode is het mogelijk dat ze enkele treinen tot in Mons en zelfs Charleroi verzekerden. Het is pas na de Tweede Wereldoorlog - vanaf de jaren vijftig dat er verschillende doorgaande treinen Paris-NordBrussel-Zuid ingelegd werden. Voor zover bekend waren er geen diensten met Belgische machines voorzien. Al deze treinen werden gesleept door Pacifics van de SNCF (van de verschillende onderreeksen), maar vooral de ex Nord français machines. Naast deze machines kwamen ook ex machines van de PLM (nummers 1 > 86) die bij de SNCF het type 231 C werden voor de niet omgebouwde exemplaren en 231 K voor de gemoderniseerde machines en de locomotieven ex PO - Midi die het SNCF type 231 G vormde. Maar terug naar de machines van de Nord.

Locomotief 231 E 27 in het station van Brussel-Zuid. Foto : Bruno Dedoncker

Boven: de 231 R 23 heeft enkele minuten geleden de grens overgestoken te Quévy en dondert in volle snelheid voorbij de stopplaats Cuesmes-Nord op 7 juni 1959.

Onder: praktisch op het eindpunt: de 231 R 47 legt zich in de bocht te Vorst-Zuid op 23 mei 1953. Rechts de lijn 50A. Foto’s Bruno Dedoncker

De 231 E 25 heeft op 9 augustus 1954 trein 129 Amsterdam - Paris te Brussel-Zuid overgenomen en maakt zich klaar voor zijn trip naar de Franse hoofdstad.

Foto: Joop Quanjer, Collectie NMBS – Train World Heritage

Vanaf 1947 werden vijf à zes treinparen ingelegd tussen Paris-Nord en Brussel-Zuid. Ze kwamen aan in het oude kopstation en na locomotiefwissel en kopmaken reden drie treinen door naar Amsterdam. De Franse locomotief ging zich bevoorraden in de stelplaats van Vorst-Zuid. De trein zelf reed via de lijn 28 via Brussel-West en Schaarbeek naar Antwerpen en zo verder naar Nederland, steeds met een Belgische locomotief type 7 of de oude typen 69.

Vanaf 1952 kwam er een verandering in het schema: niet het aantal treinen, maar wel de uitvoering van de diensten. Door de opening van de Noord-Zuidverbinding was het inleggen van doorgaande treinen gemakkelijker. De locomotiefwissel vond nog steeds plaats te Brussel-Zuid. De Franse 231 E werd er vervangen door een Belgische stomer en het geheel werd door een elektrische locomotief - bij voorkeur een type 101 - door de tunnels geloodst. Voor deze wissel werd tussen de 15 en 20 minuten uitgetrokken. Het nevenstaande uittreksel geeft een overzicht van deze internationale treinen. Vermelden we nog dat de treinen nog niet stopten te Brussel-Noord, dat gebeurde pas vanaf omstreeks 1954.

Deze toestand bleef praktisch ongewijzigd tot in 1957, maar op dat ogenblik werd de TEE-dienst ingevoerd met drie treinparen verzekerd in dieseltractie. Nochtans bleef het aantal klassieke treinen op peil en werd het zelfs uitgebreid: vier treinparen ParisAmsterdam, twee bijkomende treinparen die beperkt werden tot Schaarbeek (één afkomstig uit Lyon) en zelfs één trein met bestemming Oostende. Al deze treinen bleven het monopolie van de Franse Pacifics. De bevoorrading gebeurde zowel te Brussel-Zuid (voor de treinen naar Amsterdam) als te Schaarbeek. Twee treinparen werden in dezelfde periode overgenomen door de diesellocomotieven type 204 van de NMBS tot in Paris-Nord. Omwille van de NoordZuidverbinding werd de stoomtractie zoveel mogelijk beperkt tot Brussel-Zuid.

Boven: de (oude) verbinding tussen Mons en Quévy bood aan de spoorwegfotograaf tal van mooie standpunten. De doortocht van de 231 E 7 op 7 juni 1959 te Cuesmes (Nord) was er één van.

Onder: de 231 E buiten zijn gewone inzetgebied. Op 25 juli 1961 sleept de 231 E 47 een extra CIWL-trein via Charleroi en lijn 124 naar Brussel-Zuid, hier bij doortocht te Waterloo.

Foto’s: Bruno Dedoncker

Bruno Dedoncker had een voorliefde voor het baanvak tussen Mons en Quévy en de Borinage: in april 1959 rijdt de 231 E 38 nog op de oude lijn voorbij de mijn van Frameries. Foto: Bruno

Links zien we de dienstregeling uit 1957.

En dan kunnen we weer een sprong in de tijd maken, tot in 1963. Op dat ogenblik werd op 28 mei 1963 de elektrische tractie tussen Braine-leComte en Mons ingereden en twee maanden later - op 14 juli - werd de Franse grens bereikt. Dat hield in dat de stoomtractie op deze verbinding tot het verleden behoorde.

Dedoncker

Boven: voor de elektrificatie werden de verschillende krappe bochten en de tunnel in de buurt van Braine-le-Comte weggewerkt, dit door een uitgraving. Een locomotief 231 E rijdt over het nieuw aangelegde baanvak op 21 april 1957 richting Brussel.

Onder: tegen het einde van hun inzet in België hadden twee treinen Schaarbeek als eindpunt. In 1962 heeft een niet te identificeren 231 E zich hier bevoorraad en wordt door de elektrische locomotief 123.078 met de volledige trein doorheen de Noord-Zuidverbinding tot in Brussel-Zuid gesleept om de rookontwikkeling sterk te verminderen.

Foto’s: Bruno Dedoncker & Daniël Thielemans

We gaan even terug in de tijd: op 17 augustus 1947 vertrekt de 231 E 31 vanuit het oude kopstation van Brussel-Zuid. De werken voor de aanleg van de NoordZuidverbinding zijn gestart, maar ook voor het vernieuwde station van Brussel-Zuid met links achteraan de nieuwe toren van het station.

Een winters beeld van een 231 E bij doortocht te Braine-le-Comte op 15 april 1957

Bij de laatste foto blijven we in Frankrijk met een trein Paris - Lille bij het binnenrijden van het Noord-Franse station op 28 augustus 1955. Sleeplocomotief is de 231 E 46.

Foto’s Joop Quanjer - collectie NMBS - Train World Heritage en Bruno Dedoncker (foto midden).

Het einde voor de 27’ers van Certus Rail Solutions

Certus Rail Solutions kocht in 2022 3 locomotieven van de reeks 27 van de NMBS, het betrof de 2707, 2731 en 2753. De 2707 & 2731 werden terug opgeknapt en kregen een nieuwe en opvallende zwarte livrei. Dit gebeurde allemaal in de NMBS-tractiewerkplaats te Antwerpen-Noord. De 2753 daarentegen werd behouden als onderdelenleverancier.

In juni 2023 waren de werkzaamheden aan de 2707 & 2731 voltooid en konden zij in dienst komen bij Certus Rail Solutions. Iets meer dan 2 jaar later werden de 2 locomotieven ter zijde gesteld in bundel Far-West in de Antwerpse haven. Zo kwam er plots sneller dan verwacht een einde aan de inzet van deze bijzondere tweeling… Wij nemen jullie hieronder graag mee door de levensloop van beide locomotieven.

Nummer

Bouwer

Levering

In Park (NMBS)

Uit inventaris (NMBS)

Verkocht aan

30.10.2022 30.11.2022 12.2023

Voorzien 2026

Stelplaatsen

Nummer

Bouwer

Levering

In Park (NMBS) Uit inventaris (NMBS)

Verkocht aan Certus

31.08.2022 01.10.2022 12.2023

Voorzien 2026

Een maand na haar levering aan de NMBS treffen wij de 2707 aan in het depot van Vorst-Zuid op 27 maart 1982. Foto: Thierri Heylen

Beide locomotieven reden bij de NMBS zowel in de reizigers- als in de goederendienst.

Boven: 2731 te Hennuyères op 16 juni 1986.

Onder: 2707 te Hansbeke op 23 augustus 1999.

Foto: Thierri Heyen
Foto: Wim De Ridder

Onder: met een râme M4-rijtuigen als IC 1937 zien wij de 2731 te Vorst-Zuid op 26 augustus 2000.

Foto: Wim De Ridder

Boven: de 2707 sleept de Eurocity 97 ‘Iris’. Viville, 20 juli 1999
Foto: Diego De Jonge

Boven: op volle snelheid is de 2731 met een râme M6-rijtuigen onderweg richting het zuiden als IC 3738. Hennuyères, 30 september 2011.

Foto: Wim De Ridder

Onder: lijn 125 telt talrijke prachtige fotopunten. De locomotieven van de reeks 27 waren hier jarenlang een vaste waarde. Op 26 september is de 2707 onderweg met een IC van Tournai naar Liège als zij vereeuwigd wordt te Sclaigneaux.

Foto: Lars Laenen

Foto: Wim De Ridder

De talrijke bloesems op de fruitbomen in het prachtige Haspengouw trekken jaarlijks vele toeristen naar Limburg. Maar ook voor treinfotografen levert het mooie opnames op. Met IC 2238 van Genk naar GentSint-Pieters is de 2731 hier onderweg op lijn 21 te Alken.

Foto: Victor Van Cutsem

Boven: begin 2023 werden de 2707 & 2731 in orde gemaakt in de NMBS-tractiewerkplaats van Antwerpen-Noord. Op 13 april 2023 troffen wij de 2707 aan in deze werkplaats en was men bezig met de bestickering van de locomotief. Details zoals de nummering en de koplampen moesten nog geplaatst worden. Foto: Lars Laenen

Onder: op 8 juni 2023 reed Certus voor de eerste keer met hun ‘nieuwe’ locomotief over het Belgische spoorwegnet. Er werd een DMS-pakwagen opgehaald te Schaarbeek voor een heen- en terugrit naar AntwerpenNoord. Het geheel passeert hier in Deurne als trein 93211 onderweg naar Schaarbeek. Foto: Dries Avonds

Boven: de kerntaak van Certus Rail Solutions was het overbrengen van werkmaterieel, anno 2026 heeft het bedrijf zich echter verder ontwikkeld en biedt het nu ook goederenvervoer aan. Op 9 september is de 2731 zojuist uit Roosendaal vertrokken met o.a. 2 onderstoppers en 2 kranen richting Gent-Zeehaven. Het bijzondere konvooi passeert hier in Nispen als trein 47669.

Foto: Daniël Friederichs

Onder: de 2707 passeert op 28 juni 2024 in Duffel op lijn 27 en is onderweg met een werktrein van Strukton richting Ath.

Foto: Maarten Schoubben

Boven: enkele malen werden de 27’ers van Certus ook verhuurd aan Train Charter Services dat ze dan weer inzette voor hun internationale nachttreinen. Op 18 november 2024 werd de European Sleeper van Praha naar BrusselZuid omgeleid via Maastricht door werkzaamheden op lijn 12. Daarbovenop was de voorziene locomotief van de reeks BR 186 ook nog defect geraakt. Als noodoplossing kwamen de 27’ers van Certus in actie vanaf Maastricht! 2 locomotieven waren nodig om de trein hier de helling van Ans op te trekken. Foto: Maarten Schoubben

Onder: de 2707 had de eer om op 19 april 2025 een European Sleeper te verzekeren tussen Roosendaal en Brussel. Deze ES kwam eerder van Venetië. Weerde, lijn 25N. Foto: Wouter De Haeck

Op het allerlaatste van hun carrière was het duo te zien voor de sinterdolomiettrein tussen Roosendaal en SaintGhislain. De first en last mile werd tussen Saint-Ghislain en Ghlin uitgevoerd met een HLR 77.

Boven: bovengenoemde trein te Sint-Mariaburg op lijn 12 op 17 maart 2025. Foto: Maarten Schoubben

Onder: dezelfde dag maar iets verder op het traject in het allerlaatste licht te Tubize op lijn 96.

Foto: Wouter De Haeck

Als afscheid laten we de 2707 en 2731 nog éénmaal schitteren tijdens een avondlijke fotoshoot op AntwerpenKiel. Een waardig afscheid dat deze locs zeker en vast verdienen. Vaarwel!!

Foto’s: Maarten Schoubben

Uit de oude doos

Boven: de 5954 en de 4326 komen aan te Dendermonde begin jaren ’70.

Onder: de 9006 (vanaf 1977 vernummerd naar 9106) rangeert in het station van Kortrijk op 9 juli 1974.

Foto’s: Julien Casier

Actualiteit grootbedrijf

Kerstboom komt met de Nightjet naar Brussel

Het begint ondertussen een jaarlijkse traditie te worden, een kerstboom die 1.200 km meereist met de Nightjet van Wien-Hbf naar Brussel-Zuid. De 3,80 meter hoge nordmann-spar, afkomstig uit duurzame landbouw in NederOostenrijk, is bestemd voor het EU-Parlement in Brussel.

Linksboven: de kerstboom is ingeladen in een bagagerijtuig dat speciaal voor deze gelegenheid meereist in de Nightjet naar België. Dit rijtuig (ADbmpsz) is geen vast rijtuig voor de samenstelling op deze verbinding. Foto: ÖBB

Rechtsboven: met mankracht wordt de kerstboom in Brussel-Zuid uitgeladen. Foto: Elias Van Deun

Onder: het was de 193 598 die de kerstboom op 28 november 2025 naar Brussel bracht. We zien haar bij aankomst in het eindstation. Vlak achter de loc het speciale meegereisde bagagerijtuig ADbmpsz. Foto: Gwenaël Piérart

Rode ÖBB-Vectron doet

zijn intrede op de Nightjet

Zoals al aangekondigd in ons vorige nummer hebben 2 rode ÖBB-Vectrons de 2 blauwe Nightjet-Vectrons afgelost op de verbinding tussen Brussel en Wien. Op 15 december kwam de eerste rode ÖBB Vectron met een reguliere trein naar Brussel. Het was dezelfde locomotief 1293 176 die op 17 november al een testrit mocht rijden naar België.

Boven: na aankomst met de eerste trein op 15 december 2025 in Brussel-Zuid met de Nightjet uit Wien-Hbf, wijkt de 1293 176 uit met de rijtuigen richting Schaarbeek als ER468.

Onder: dezelfde avond staat de Nightjet weer klaar voor vertrek in Brussel-Zuid richting Oostenrijk. Merk op dat aan deze kant van de loc op het front een logo van de deelstaat Tirol te vinden is.

Foto’s: Gwenaël Piérart

TSP-kersttrein 2025

Op zaterdag 13 en zondag 14 december 2025 organiseerde het TSP een kersttrein naar Aachen. Op zaterdag legde zij een rechtstreekse trein in tussen Vilvoorde en Aachen met de mogelijkheid om op te stappen in Antwerpen-Centraal, Lier & Hasselt. Eén dag later reed de trein van Braine-Le-Comte naar Aachen-Hbf met haltes te Mons, CharleroiCentral en Namur. Op beide dagen werd in de middag ook nog een heen- en terugrit gereden tussen Aachen-Hbf en Eupen. Spooroperator voor deze rit was Train Charter Services dat voor de gelegenheid 2 BR186’en kon huren bij Railtraxx, de rijtuigen werden gehuurd bij NMBS Technics. Deze bestonden uit 5 I10, 1 I6 en het SR3 Bar Discorijtuig. De ritten kende op beide dagen een groot succes en vragen om herhaling in 2026.

Boven: ingesloten door de 186 215 & 186 216 zien wij de kersttrein passeren op 15.12.2025 in Lontzen op lijn 37. De trein is hier bezig aan zijn pendelrit tussen Aachen-Hbf en Eupen.

Foto: Gwenaël Piérart

Links: het is ondertussen een traditie geworden dat er prachtige koersborden worden ontworpen en beschikbaar worden gesteld door Arno Verhagen voor TSP-ritten. Foto: Arno Verhagen

Boven: de trein moest tijdens de pendelrit tussen Aachen-Hbf en Eupen van rijrichting wisselen in Welkenraedt. Opdat dit allemaal snel en probleemloos kon verlopen, was er aan beide kanten van de trein een locomotief voorzien. De 186 215 neemt de laatste kilometers voor haar rekening en zien wij hier op lijn 49 vlak voor haar aankomst in Eupen.

Onder: alle rijtuigen waren aan de binnenkant voorzien van de nodige kerstversiering, ook het SR3 Bar Discorijtuig was feestelijk uitgedost.

Foto:

Foto: Gwenaël Piérart
Kevin Odekerken

Nieuwe nachttrein verbindt Parijs met de Franse Alpen

Tekst en foto’s: Noach Taillieu & Joris De Mol

Nachttreinen verbinden grote Europese steden of trekpleisters al jaar en dag met elkaar. Tot begin de jaren 2000 was de nachttrein enorm in trek. De jaren die volgden waren allesbehalve een succes te noemen voor de nachttrein. Het kende een tijd van verval na een mooie bloeiperiode met diverse nachttreinen. Gelukkig komen er sinds een lange tijd gestaag verbindingen bij. De mooiste voorbeelden zijn ongetwijfeld de treinritten van NightJet en European Sleeper. Eind 2025 werd in Frankrijk boven de vele verbindingen die SNCF via hun “Intercités de Nuit” aanbiedt, een nieuwe nachttrein op poten gezet tussen de Franse hoofdstad Parijs en de Franse Alpen. Eindbestemming van de nieuwe trein ligt in het departement Savoie, in Bourg-Saint-Maurice welbepaald. Travelski organiseert sinds 19 december 2025 elke weekend een rit naar de regio voor zij die zich op de skilatten wagen. De treinrit begint kort voor 23 uur ‘s avonds op vrijdagen in Parijs. Het traject volgt voor een groot stuk de zogeheten “PLM” (de spoorlijn die Parijs met Lyon en Marseille verbindt). Na een korte, niet voor reizigers bedoelde, stop in Dijon, gaat het traject verder via Ambérieu en Culoz richting Bourg-Saint-Maurice. Op zaterdagmorgen rond 8 uur ontwaken de reizigers in een bergachtig, besneeuwd landschap. De terugritten uit de Alpen vinden op zaterdagavonden plaats met vertrek omstreeks 21u30 en komen de volgende dag aan in de hoofdstad in alle vroegte om 6u30. Het vertrek vindt plaats in Paris Gare de Lyon, dat gekend is voor haar waaier aan bestemmingen met de TGV en zelfs Trenitalia. Het ledige materieel komt ruim voor vertrek uit Noisy-le-Sec, waar het uitgeweken staat enkele dagen voor vertrek. Tijdens de week vertoeft de stam gebruikelijk in Trappes, een gemeente aan de buitenrand van Parijs met een vrij groot sporencomplex. Europe Express is verantwoordelijk voor de tractie van de treinen over het hele traject. Twee diesellocomotieven BB75300 met nummers 75326 en 75330 van Akiem worden ingezet om de trein te rijden. In tegenstelling tot het prille begin, rijdt nu slechts één BB75300 de hele rit naar Bourg-Saint-Maurice en terug. De tweede locomotief pendelt mee achterop op sleep. Met oog op energiebesparing is men van het idee om met een treinschakeling BB75300 te rijden, afgestapt. Dit vergemakkelijkt bovendien het proces voor vertrek in Paris Gare de Lyon. Steeds werd de trein in “sandwich” aangereden naar het station, waarna de locomotief op kop omgelopen werd om vervolgens een treinschakeling te vormen.

Nadat de trein als ledig materieel aangekomen is uit Noisy-le-Sec, verandert de treinbestuurder van locomotief om de trein voor te bereiden voor vertrek naar de Alpen. Op de foto staat het geheel aan het perron in Paris Gare de Lyon in voorbereiding voor vertrek terwijl de reizigers zich installeren in de rijtuigen. 16 januari 2026

Foto: Noach Taillieu

Vanaf Albertville, waar nog een stilstand van ruim een uur plaats heeft, wordt terug gebruik gemaakt van beide locomotieven om met de nodige kracht Bourg-Saint-Maurice te bereiken. De achterste locomotief wordt omgelopen en vormt aan kop een duo om verder te rijden. Wat de rijtuigen betreft, worden ligrijtuigen van de het type Bocmh 244.0 ingezet. Deze zijn eigendom van GfF, oftewel Gesellschaft für Fahrzeugtechnik. Ze kregen een opknapbeurt en werden voorzien van een bestickering met de logo’s van Travelski. De rijtuigen werden aan het einde van de jaren ‘50 gebouwd en doen zoveel jaren later nog altijd dienst. Bovendien rijdt in de stam ook nog een rijtuig type WRmz 134.5 van HappyTrain mee, dat als bar-restorijtuig fungeert. De stam telt in totaal zo’n 10 rijtuigen.

Eens de trein aangekomen is in Bourg-Saint-Maurice, wordt het materieel door middel van enkele rangeerbewegingen uitgeweken naar de naastgelegen bundel. Het personeel kan van wat rust genieten vooraleer de trein ‘s avonds om 21u30 terug vertrekt naar de hoofdstad Parijs en het prachtig sneeuwlandschap achter zich laat.

Wie geen schrik heeft om zich op de skilatten te wagen, best wel wat kou kan verdragen en houdt van de sfeer in de nachttrein, kan nog tot en met het weekend van 28 & 29 maart 2026 gebruik maken van deze nachtelijke treinverbinding georganiseerd door Travelski.

Links: foto van één van de rijtuigen type Bocmh 244.0 van Gesellschaft für Fahrzeugtechnik, genomen te Bourg-Saint-Maurice bij aankomst na een lange nachtelijke reis naar het Alpengebied op 10 januari 2026.

Onder: de 75330 en 75326 op rust in de spoorbundel te Bourg-Saint-Maurice met de nachttrein van Travelski, wachtend op de volgende shift om terug te keren naar Parijs.

Foto’s: Joris De Mol

GoVolta: De nieuwste low-costmaatschappij

Het nieuwe Nederlandse spoorbedrijf GoVolta start op 19 maart 2026 met zijn eerste treindienst tussen Amsterdam –Berlijn en Amsterdam – Hamburg. Elke verbinding zal 3 keer per week gaan rijden. Treintickets zijn inmiddels te koop vanaf 10 euro. De oprichters werkten de afgelopen twee jaar aan de realisatie van de nieuwe verbindingen. Eerder reden zij al nachttreinen onder de naam GreenCityTrip. Volgens GoVolta blijft het tarief voor de nieuwe verbindingen altijd lager dan de ICE van concurrent Deutsche Bahn. Comfort is belangrijk voor GoVolta, daarom rijdt er standaard een restaurantrijtuig mee.

De eerste trein vertrekt op 19 maart om 8u34 uit Amsterdam Centraal. Via Amersfoort, Deventer, Hengelo, Bad Bentheim, Osnabrück en Hannover wordt de Duitse hoofdstad om 15u09 bereikt. De terugreis start een uur later, om 16u10 met aankomst in Amsterdam om 23u55.

Een dag later op 20 maart zal de eerste trein naar Hamburg vertrekken. Ook die trein zal drie keer per week rijden. Deze trein vertrekt om 8u04 uit Amsterdam Centraal en stopt in Nederland op dezelfde plekken. In Duitsland stopt de trein in Bad Bentheim en Bremen. In Hamburg wordt de trein om 13u26 verwacht. In Hamburg start de trein om 14u21 en is weer terug in Amsterdam om 20u26.

Om de treindienst mogelijk te maken, heeft GoVolta 13 rijtuigen van het type I10 van de NMBS overgenomen. Het onderhoud zal worden uitgevoerd door Brouwer Technology, dat nauw betrokken is bij het initiatief. Niet alle dertien rijtuigen zullen ingezet worden. De trein zal bestaan uit een locomotief en zeven 2e klasserijtuigen, die bij GoVolta Economy heten, en één 1e klasserijtuig, dat Comfort heet. Daarnaast gaat er een restaurantrijtuig mee, dit is ook een voormalige Resto van de NMBS.

Een gegarandeerde zitplaats is standaard inbegrepen. De bagageregels zijn strenger: twee stuks handbagage zijn inclusief; grote koffers kosten extra.

GoVolta heeft een optie op extra NMBS-rijtuigen en onderzoekt een uitbreiding naar Parijs in 2027. In België hoopt men via Gent te kunnen rijden.

Met een week vertraging werden de verkochte NMBS-rijtuigen vanuit Schaarbeek op zaterdag 24 januari overgebracht naar Blerick waar ze opgeknapt zullen worden. Het zal nog spannend worden om deze rijtuigen op slechts 7 weken tijd klaar te krijgen voor hun inzet.

Boven: de 7743 van NMBS-Technics bracht de rijtuigen van Schaarbeek naar Roosendaal. Hier bij doorkomst op lijn 36 te Zaventem.

Foto: Gwenaël Piérart

Onder: voor het Nederlandse traject tussen Roosendaal en Blerick kwam de 9901 van Railexperts in actie. Nog steeds onder een strakblauwe hemel passeert de trein in Liempde.

Foto: Jesse Kieft

Saga des gares

Sinds verschillende jaren verzekeren een aantal spoorwegenthousiasten uit de Borinage een Facebookpagina over de geschiedenis en de actualiteit uit de streek van Mons, vooral gericht op de stations en vaste infrastructuur.

Verder beheren ze ook een groot archief. Dit bevat vooral de plannen van de stationsemplacementen van over het ganse land, met inbegrip van de SSP’s en de industriële aansluitingen. Verder zijn er ook verzamelingen van Belgische tijdschriften en andere spoorwegdocumenten (beschrijvingen van locomotieven, berichten, ...). Ook het uitgebreide archief dat verzameld werd door de vroegere groep die instond voor het tijdschrift valt nu onder hun hoede.

Dit archief bevindt zich in de gebouwen van Retrotrain te Saint-Ghislain en kan geraadpleegd worden elke eerste zaterdag van de maand tussen 10.00 en 13.00 of na afspraak.

Recent werd een uitgebreid plan opgevat: de groep wil een overzicht geven van alle stations en stopplaatsen doorheen gans België en ook de lijnen komen hierin aan bod. Men is recent gestart met dit titanenwerk en hiervoor werd een website geopend onder de naam https://www.lasagadesgares.be/wordpress/

Aankomst van de rijtuigen in Blerick.
Foto: Kevin Trumpie

Tractiewissel bij TCA Rail

TCA Rail maakt een einde aan de inzet van de Traxx-locomotieven. De 186 235 verloor haar mooie kleurstelling die werd aangebracht door een team van TSP en experten in augustus 2023, en is samen met de 186 209 teruggegeven aan de leasemaatschappij. In ruil kwamen twee nagelnieuwe Vectrons van Alpha Trains met nummers 7193 114 en 7193 116 en één Vectron van Railpool met nummer 7193 209.

Boven: TCA Rail is maar zelden te zien op de Montzenroute, maar in het najaar van 2024 mochten zij toch enkele suikertreinen verzekeren tussen DE en Antwerpen zoals hier te Hoeselt op 14.09.2025. Foto: Maarten Schoubben

Onder: op 26 december 2025 reed het nieuwe Alpha Trains-duo een containertrein van Antwerpen-Noord naar Athus, dit is ook de kerntaak van TCA Rail. Dankzij een omleiding reed deze trein via lijn 147. Er werd dan ook dankbaar gebruik van gemaakt om deze trein hier te fotograferen in Sambreville. Foto: Noach Taillieu

Boven: de 7193 209 maakte haar maidentrip op 7 januari 2026 van Antwerpen met een containershuttle naar Athus. Na haar aankomst kon zij in Athus gefotografeerd worden.

Foto: Joeri Van Camp

Onder: de Railpool Vectron kan ook in treinschakeling (2 locomotieven, 1 treinbestuurder) rijden met de Vectrons van Alpha Trains, dit gebeurde onder andere op 24 januari 2026 zoals hier te zien in Berlaar. De 7193 114 en 7193 209 zijn hier onderweg als trein EE60673 van Antwerpen-Noord naar Athus.

Foto: Lars Laenen

Boven: De 7193 209 & 7193 116 passeren in treinschakeling aan de luchthaven in Deurne op lijn 27a met hun containertrein richting Athus.

Onder: Afsluiten doen wij met een foto uit Baranzy op lijn 165 met nogmaals het duo 7193 116 & 7193 114.

Foto: L2527
Foto: Finn De Vos

Nexrail DE 18 in HSL Belgium outfit

Op donderdag 11 december 2025 werd de nieuwe bestickering op de Nexrail Lease DE 18 (4 185 202-1) die geleased wordt door HSL Belgium voorgesteld bij Rail Service Net in Antwerpen. De locomotief kreeg ook de naam "The Lion" .

Boven: de DE 18 tijdens zijn presentatie bij Rail Service Net in Antwerpen op 11 december 2025. Foto: Steve Benoit

Onder: op maandag 15 december 2025 mocht de loc dan haar eerste commerciële opdracht vervullen in haar nieuwe, prachtige outfit! In opdracht van RailAdventure bracht HSL Belgium een nieuwe tram-trein van het type Citylink, gebouwd door Stadler in Valencia, over van Antwerpen richting Duitsland. De tram kwam met het schip uit Spanje tot Antwerpen, hier werd hij bij de Antwerp Euroterminal op de sporen gezet en kon hij naar zijn nieuwe thuis in Chemnitz gebracht worden.

In het allerlaatste zonlicht passeert het konvooi met koppel- en remwagens van RailAdventure in Alt-Hoeselt op lijn 34 richting Duitsland. Foto: Maarten Schoubben

First en last mile in de haven van Antwerpen

(Bron: persbericht Port of Antwerp-Bruges)

Vanaf januari 2026 organiseren nieuwe spoorwegondernemingen het first en last mile verkeer in het Antwerpse havengebied. Dit is onderdeel van een operationeel plan om het goederentransport via spoor te optimaliseren en het aandeel van het spoor in de haven te verhogen. Een gezamenlijke spoorvisie van Port of Antwerp-Bruges, Railport en INFRABEL legt de basis voor diverse initiatieven.

Spooronderneming per zone

Op mandaat van de industrie en verladers organiseert Railport sinds 2024 het verkeer voor conventioneel singlewagon vervoer (SWL) en voor bloktreinen via vaste zones in de haven. Per zone stelt Railport een spooronderneming aan om de first en last mile trajecten uit te voeren. Dit biedt een aantal voordelen zoals een hogere efficiëntie en flexibiliteit, een beter gebruik van de haveninfrastructuur en verhoogde toegankelijkheid voor kleinere ladingen.

Overzicht spoorwegondernemingen

De volgende spoorwegondernemingen werden vanaf 01/01/2026 aangesteld per zone:

• Zone 1 – Kanaaldokken: Lineas

• Zone 2 – Buitenschoor: Lineas

• Zone 3 – Bevrijdingsdok: Lineas

• Zone 4 – Oorderen: Lineas

• Zone 5 – Old Port: Lineas

• Zone 6A – Petrol, IJsland, Amerika Zuid: HSL Belgium

• Zone 6B – Oosterweeleiland (Groenland, West Siberië, Rhodesië & Kongo): Lineas

• Zone 7 – Deep sea: Railtraxx

• Zone 8 – WLH: Railtraxx

• Zone 9 – Zwijndrecht: Railtraxx

De spoorwegondernemingen van de zones 1, 2, 7, 8 en 9 blijven dezelfde wegens positieve evaluatie. Voor deze zones start de nieuwe aanbestedingsprocedure in januari 2026.

Efficiëntiewinsten

Het model werd de afgelopen twee jaar positief geëvalueerd. Door de leveringen en ophalingen van de wagons beter op elkaar af te stemmen en deze operaties te bundelen, behaalde het treinvervoer aanzienlijke efficiëntiewinsten. Zo kunnen langere treinen gebruik maken van de beschikbare spoorinfrastructuur. Er was een betere samenwerking en een duidelijk positieve impact op alle partijen.

Terug 73’ers actief op sectie Petrol

Rail Service Net is met trots gestart aan een nieuw project binnen hun Last Mile-activiteiten! Sinds 5 januari verzorgen zij met hun locomotieven en machinisten de dagelijkse bewegingen in bundel Petrol in de Antwerpse haven. Dit gebeurt onder de licentie van HSL Belgium.

Op 7 december werden daarom KEES (ex 7384) en TULU (ex 7341) van Rail Service Net overgebracht vanuit Oorderen naar de sectie Petrol. Dit transport werd uitgevoerd door HSL Belgium met de 7836.

Boven: het transport klaar voor vertrek te Antwerpen DS Oorderen. Achter de twee 73’ers bevinden zich nog ketelwagens die gebruikt werden voor het nodige remgewicht.

Onder: aan de vertakking Noorderlaan moest even gewacht worden tot vrijgave van de Oosterweelbrug, het ideale moment om een foto te maken van dit unieke transport op deze regenachtige dag.

Foto’s: Bart De Craene

Ondertussen bewijzen deze locomotieven sinds begin januari dagdagelijks hun betrouwbaarheid, dit mede door de goede samenwerking van Rail Service Net en HSL Belgium. Deze 2 foto’s tonen de inzet van TULU (ex 7384) in bundel Petrol.

Foto’s: Rail Service Net

Nieuwe postzegelreeks voor 100 jaar NMBS

Op maandag 26 januari 2026 bracht BPOST nieuwe postzegels uit ter ere van de honderdste verjaardag van de NMBS. Met de postzegels – die vijf iconische treinen tonen – zetten beide bedrijven ook hun samenwerking in verleden en heden in de verf.

Zowel bpost als NMBS hebben al generaties lang een impact op het dagelijkse leven van alle Belgen. Voor de spoorwegen is 2026 bovendien een bijzonder jaar, want op 23 juli 1926 werd NMBS opgericht. Om het honderdjarige bestaan van het spoorbedrijf in de verf te zetten, lanceerde bpost in samenwerking met NMBS een postzegelblaadje met vijf iconische treinen die de geschiedenis van de Belgische spoorwegen gekleurd hebben.

De eerste druk van de postzegels werd symbolisch opgestart door Melissa en Miguel, zelf treinbegeleiders, in de bpost-postzegeldrukkerij in Mechelen.

De postzegeluitgifte met iconische treinen is sinds maandag 26 januari online te koop via de e-shop van bpost. https://eshop.bpost.be/nl/products/100-jaar-nationale-maatschappij-der-belgische-spoorwegen-non-priorpostzegels-voor-belgie

Van posttrein tot bboxen in stations

Met de postzegelreeks wordt een mooi vervolg gebreid aan de nauwe band tussen bpost en NMBS. Een band waar ook één van de afgebeelde treinen expliciet naar verwijst, want op één van de postzegels is een autonome posttrein (APT) uit 1967 te zien. Deze trein fungeerde als een postsorteercentrum op wielen: aan boord konden honderden postmannen post sorteren terwijl de trein vijf keer per dag heen en weer reed tussen de verschillende sorteercentra van het land. Dat gebeurde nog tot 2003, toen mocht de posttrein met pensioen.

Vandaag neemt de samenwerking tussen bpost en NMBS een moderner jasje aan. Zo heeft bpost vorig jaar het aantal bboxen in treinstations uitgebreid tot 270 exemplaren. Daardoor kunnen reizigers nu in de helft van de treinstations in ons land terecht om 24/7 pakjes op te halen, te verzenden of te retourneren in de automaten van bpost.

Bpost & NMBS

21’ers afgevoerd naar de sloper

Eind januari vertrokken 10 locomotieven van de reeks 21 voor hun laatste reis naar de sloper. De eerste etappe ging met de 10 locomotieven van Melle naar Ronet op 23 januari 2026. Eén dag later ging de reis voor 5 locomotieven verder naar de sloper in Aubange. De 5 andere locomotieven volgden op 31 januari.

NMBS/B-Technics 7766 + 7761 met locomotieven 2145, 2156, 2159, 2136, 2138, 2157, 2144, 2150, 2108 en 2133 onderweg naar hun laatste rustplaats op 23 januari 2025…

Boven: Sambreville

Onder: Bruinbeke

Foto: Luc Van Mölken

Foto: Richard Prot

TGV M naar België voor testritten

In september 2016 sloten de SNCF en Alstom een akkoord voor het ontwerp en de levering van de TGV M. De TGV M is de 5de generatie TGV die door Alstom gebouwd wordt.

In juli 2018 bestelde de SNCF 100 TGV M treinstellen voor €2,7 miljard. De eerste TGV M verliet de fabriek in december 2022. In januari 2026 bestelde de SNCF via dit raamcontract bijkomend 15 TGV M treinstellen van de internationale versie voor vier verschillende bovenleidingspanningen. Deze zijn nodig om de TGV inOui-treindiensten vanuit Brussel naar de verschillende hoeken van Frankrijk verder te kunnen zetten.

In oktober 2025 bestelde de SNCF ook al voor haar dochteronderneming Eurostar 30 bijkomende TGV M treinstellen met vier verschillende bovenleidingspanningen. De treinstellen bij Eurostar zullen de naam Eurostar Celestia krijgen. Dit nieuwe treintype is in eerste instantie nodig om de PBKA en PBA (de oude ex-Thalys) treinstellen te vervangen. Voor de nodige homologatie- en testritten werd het eerste treinstel met nummer 1402 op 23 januari 2026 naar ons land gebracht.

Nadat de nieuwe TGV M tijdens de nacht is gearriveerd vanuit Frankrijk in Monceau, werd zij in de voormiddag van 23 januari 2026 verder getransporteerd naar Vorst-Rijtuigen. Op dit gedeelte werd het transport verzekerd door de 7858 van Lineas. Hennuyères, lijn 96. Foto: Wouter De Haeck

Passage in Luttre van de TGV M met haar speciale koppelwagen.
Foto: Gwenaël Piérart

Het einde voor de verlichte eindseinen in België

Sinds 1 januari 2026 zijn treinen in België niet meer verplicht om verlichte eindseinen te dragen aan het treineinde. Net zoals in vele andere landen is het nu toegelaten om met de zogenaamde ‘sluitplaatjes’ te rijden. Hiermee komt een einde aan een lange geschiedenis van de eindseinen in België.

Uiteraard is het nog steeds toegelaten om wel met verlichte eindseinen te rijden. Losrijdende locomotieven, en rijtuigen die voorzien zijn van ingebouwde eindseinen zullen deze nog steeds gebruiken.

De eerste eindseinen werden met petroleum gestookt. Hiervoor werkten er ooit meer dan 1800 lampenisten bij de Belgische Spoorwegen. Een beroep dat al lang niet meer bestaat bij de spoorwegen, maar ooit was het niet weg te denken. Zij zorgden voor de binnenverlichting in de reizigerstreinen, maar ook de eindseinen vielen onder hun bevoegdheid. Zoals op onderstaande foto’s te zien, was het een beroep dat zeker niet te onderschatten was gezien het hoge gewicht van eindseinlantaarns.

Foto’s: Collectie NMBS – Train World Heritage

Later schakelde men over naar elektrische eindseinen met batterijen die men kon opladen, deze evolueerden uiteraard ook met de tijd van een gewone gloeilamp naar LED. Foto’s: Collectie NMBS – Train World

Boven: een goederenwagen met 2 petroleum-eindseinen.

Onder: elektrische eindseinen in hun oplader.

Collectie NMBS – Train World Heritage

Foto’s:

Als laatste kwamen de led-eindseinen naar het Franse voorbeeld van het type Magelan. Voor het binnenlandse verkeer was het voldoende om met 1 eindsein te rijden, maar daar kwam enkele jaren geleden verandering in. Net als voor het grensoverschrijdende verkeer moesten nu ook alle treinen voor binnenlands verkeer 2 brandende eindseinen dragen.

Boven: RRF 1101 is in Boom aangekomen en zet om, om daarna een sleep ketelwagens – voorzien van een eindsein - te gaan plaatsen bij (toen nog) Vopak in Hemiksem. 23 december 2011. Foto: Steven Wuyts

Onder: 2 Magelans op een rongenwagen.

Foto: Infrabel / Laurent Vankrinkelen

De eindseinplaatjes die sinds 1 januari 2026 toegelaten zijn in België moeten een afmeting hebben van 385x165mm en voorzien zijn van een reflecterende folie. Hierbij 2 voorbeelden. Foto’s:

Ralf Bueker

Loopbaanfiches

Schulen, 20.09.2019
Foto: Peter Vierboom
Foto: Julien Casier
Engis, 22.03.2012
Foto: Peter Van Gestel
Hoeselt,
Foto: Maarten Schoubben
Hamoir, 17.05.2002
Foto: Peter Van Gestel
Tildonk, 08.11.2014
Foto: Andy Engelen
Saint-Ghislain, 14.10.2023
Foto: Julien Casier

23.11.2024

Leopoldsburg,
Foto: Johny Brauns
Ciney, 15.08.2023
Foto: Peter Van Gestel
Bilzen 23.04.2015
Foto: Julien Casier
Tongeren, 10.03.2010
Foto: Maarten Schoubben

10.07.2016

Hoeselt, 16.06.2010

M4-rijtuigen buiten dienst

Op 28 januari gingen de laatste rijtuigen van de reeks M4 buiten dienst. Als P-trein 7515 Mouscron > Schaarbeek reden zij hun allerlaatste rit.

M4-stuurstand te Hasselt. 19.05.1986. Foto: Johny Brauns

Kinkempois,
Foto: Julien Casier
Foto: Maarten Schoubben

Tram- en metronieuws

Kersttrams in 2025

Door de nog steeds aanhoudende beslissing van De Lijn mogen er nog steeds geen historische trams rijden in Vlaanderen. Dat betekende ook dat de zeer populaire oude kersttrams in Gent en Antwerpen tijdens de eindejaarsperiode niet mochten uitrijden. Deze beslissing is er gekomen na een incident tijdens de viering van 150 jaar tram in Gent in 2024. Achter de schermen wordt er wel gewerkt aan een oplossing. In Brussel en Charleroi kregen enkele voertuigen wel een speciale kerstbestickering.

Rechts: in Brussel werd de 3085 voorzien van een kerstbestickering, ook het interieur kreeg speciale kerstversiering. Op bepaalde dagen reed ook de kerstman mee en kregen kinderen een klein cadeautje. Op 26 december 2025 passeerde zij op lijn 9 aan de basiliek van Koekelberg.

Onder: de BN-trams in Charleroi worden nog steeds volop gemoderniseerd. Maar toch koos men ervoor om een niet gemoderniseerd exemplaar (7401) te voorzien van een kerstbestickering. Hier bij passage aan het station van Charleroi-Central op 20 december 2025.

Foto’s: Gwenaël Piérart

Adieu Gentse PCC

Dankzij een groep vrijwilligers werd op 29 november 2025 in Antwerpen afscheid genomen van de Gentse PCC-trams die sinds 2019 in Antwerpen te vinden waren op lijn 12 tussen Antwerpen-Centraal en Schijnpoort. Een uitgebreid artikel over deze festiviteiten zal te vinden zijn in Spoorweg Journaal 269, dat zal verschijnen op 14 februari 2026. Wij geven jullie al graag een voorsmaakje. Foto’s: Maarten Schoubben

Gedurende de hele dag werd er met 3 ex-Gentse PCC’s gependeld tussen de Groenplaats en het Centraal Station. De ritten mochten op zeer veel belangstelling rekenen. Onze dank is dan ook groot aan de mensen die dit hebben mogelijk gemaakt!

Boven: de 6205 steekt de Franklei over en bereikt de halte Nationale Bank.

Onder: de 6214 is zojuist aangekomen in de stelplaats van Hoboken. Een prachtige dag en een waardig afscheid komen hier ten einde.

Het einde voor de tram van “De Grotten van Han”

Na meer dan 120 jaar dienst dreigt het iconische trammetje bij de Grotten van Han te verdwijnen. De Waalse vervoersmaatschapppij – Le Tec – die de spoorlijn en voertuigen beheerde, heeft beslist om de tramlijn niet langer uit te baten. Dit omdat deze oude trams niet meer bij hun core business horen. De 5 personeelsleden die het trammetje lieten rijden zijn begin januari ontslagen. De eigenaars van het domein dat de grotten van Han uitbaat, mogen van Le Tec de exploitatie overnemen, maar dat zou 5 miljoen euro kosten. “Dat geld hebben we niet” zegt Jean-François Ledent, CEO van het domein.

In Han-sur-Lesse sloeg het nieuws in als een bom. Het charmante rode trammetje was zeer populair bij toeristen. Er is dan ook een petitie gestart om de tram te behouden, onder andere omwille van zijn erfgoedwaarde.

De petitie kan getekend worden via deze link. https://www.petitionenligne.be/sauver_le_tram_de_han

Beide foto’s tonen de tram van de grotten van Han in betere tijden. Zoals hier op 10 juli 2016.

Foto’s: Maarten Schoubben

Nieuw logo Le Tec

De Waalse vervoersmaatschappij – Le Tec – heeft een nieuw logo ingevoerd. Na minder dan een jaar in reguliere dienst zullen de trams in Liège dus een kleine metamorfose ondergaan.

Boven: het nieuwe logo van Le Tec op de tram van Liège aan de halte van Liège-Guillemins op 18 december 2026. Onder: dezelfde dag een tram met het nog oude logo.

Foto’s: Johny Brauns

Historische tramfoto’s

Boven: de eerste paardentrams reden in Verviers op 1 juli 1884 en de elektrische tram deed zijn intrede in 1900. Het net bereikte zijn grootste omvang in 1912 met vijf lijnen. Na de Tweede Wereldoorlog was er geen toekomst meer voor de tram: de eerste lijn verdween in 1958, de laatste tram reed op 31 december 1969. Motorwagen 81 werd in 1937 gebouwd door de Ateliers Saint-Eloi te Edingen. Hij werd gefotografeerd op 23 september 1969 in de Rue de France met een tram op lijn 3 naar Heusy. Foto: John Bromley.

Midden: de eigenlijk voor Charleroi bedoelde BN-tram 6102 werd ingezet op de kustlijn waar hij op proef een middenbak en een aangepaste schildering kreeg. Dit experiment werd niet verdergezet en de motorwagen werd na enige tijd omgebouwd tot werkwagen. In 2024 werd hij overgenomen door de vereniging TTO-Noordzee. We zien de pas omgebouwde 6102 in Oostende op 5 augustus 1989. Foto: A. Reuters.

Onder: de streek tussen Charleroi en La Louvière was het laatste bastion van de klassieke buurtspoorwegen. Jammer genoeg verdween het bijna volledig tussen 1984 en 1993. Op 29 juni 1982 was de tramwereld nog intact toen Smotorwagen 9092 via de Rue de la Croisette Trazegnies verliet richting Charleroi met een dienst op lijn 80. Dit baanvak werd gesloten op 2 juni 1984. Foto: John Bromley.

Luik had ooit een uitgebreid tramnet dat door twee maatschappijen werd uitgebaat: de RELSE en de TULE. In 1961 werden beide maatschappijen samengebracht in de Société des Transports Intercommunaux de Liège-Seraing (STILS). Motorwagen 58 van de RELSE dateert uit 1926 en werd gemoderniseerd in 1950 waarbij hij een modern design kreeg. Op 8 juli 1962 staat hij aan het eindpunt aan de Pont de Seraing. Fotograaf onbekend, verz. Wim De Ridder.

Van 1902 tot 1904 bouwde

Metallurgique in Nijvel 150 trams voor Antwerpen. Bij de oprichting van de MIVA op 1 januari 1963 waren er nog 10 voertuigen in dienst. Pas in 1975 verdwenen ze uit het straatbeeld. Op 9 september 1969 werd de 6342 gefotografeerd op de De Keyserlei. Fotograaf onbekend, verz. Wim De Ridder.

De MIVB nam vanaf 1971 een reeks van 128 gelede trams in dienst die gebaseerd waren op de succesvolle PCC. De amper 2 jaar oude 7804 staat op 9 september 1975 aan een tijdelijke halte in de Vooruitgangsstraat, nabij het station Brussel-Noord. Vandaag rijden de trams hier ondergronds. Fotograaf onbekend, verz. Wim De Ridder.

Boven: in 1932 nam de NMVB op de kustlijn drie bagagemotorwagens in gebruik. Ze werden vooral gebruikt voor het slepen van extra treinen. In juli 1951 rangeert de 10021 met een bijwagen in Oostende. Deze motorwagen werd in 1973 gesloopt. Fotograaf onbekend, verz. Wim De Ridder.

Onder: Ragheno leverde in 1932 een reeks van 15 motorwagens type ‘Braine-le-Comte’ aan de NMVB. Op 25 augustus 1958 staat de 9906 in Tielt-Winge met twee bijwagens te wachten op de volgende inzet. De laatste trams tussen Leuven en Tielt-Winge reden op 31 maart 1962. Fotograaf onbekend, verz. Wim De Ridder.

Reisverslagen

Grenzenloos sporen met Nicky

Op reis per trein… Een stationsfluit, het zachte deinzen van een rijtuig, het landschap dat traag voorbijglijdt. Er is weinig dat zo tot de verbeelding spreekt als reizen met de trein. In deze rubriek laat Nicky Morren (zelf treinbegeleidster bij de NMBS) ons in elke editie van De Spoor Gazet meereizen tijdens treinuitstapjes die ze maakt in binnen- en buitenland in haar vrije tijd.

Beterschap gewenst!

Begin januari kregen wij op de redactie te horen dat Nicky een beroerte had gekregen. Wij zijn erg geschrokken van dit nieuws en willen haar langs deze weg graag heel veel beterschap wensen. Wij hopen van harte dat je snel weer fit bent en kan doen wat je altijd al allemaal zo graag deed. Veel beterschap Nicky! Vanwege de volledige redactie.

Tekst en foto’s: Peter Van Gestel

Modelspoor

Euromodelbouw 2025

Voor modelspoorders was Euromodelbouw traditiegetrouw een boeiende beurs. Eind jaren ‘80 werd de beurs opgestart door de Hoeseltse Treinclub. Onder hun toewijding groeide de beurs in Genk uit tot een 2-jaarlijks evenement dat naast een hoofdbrok modelspoor ook veel aandacht besteedt aan andere vormen van modelbouw. Sinds enkele jaren is de organisatie in handen van Dipro. Helaas zien we onder hun bestuur het aanbod modelspoor in Genk slinken. Dat moet ook de grote producenten in de modelspoormarkt opgevallen zijn. De rode loper van voorheen in de inkomhal welke uitgerold werd voor de grote producenten was verdwenen. De leegte die ze achterlieten werd ingevuld door een verkoper van goedkoop Chinees speelgoed. De beurs evolueert weg van een beurs voor modelbouwers naar een beurs voor het grote publiek. Een slechte zaak hoeft dit niet te zijn. Veel gezinnen met jonge kinderen konden we zien genieten van mooie stukjes modelbouw. Als hiermee nieuwe zieltjes gewonnen worden voor modelspoor, dan kunnen we daar alleen maar blij mee zijn.

Hieronder een overzicht van enkele modelbanen die er te zien waren.

Vonêche / MSC De Kempen

De vier jaargetijden / Eddy De Wilde
Stirmouth & Southern Railroad Company / Modelspoor-vereniging Midden-Limburg

De 98.040 van ESU

Nog net voor Kerstmis werd de Belgische stoomlocomotief 98.040 door ESU uitgeleverd. Dit model is grotendeels van metaal en bestaat uit een groot aantal afzonderlijk aangebrachte onderdelen. Kleinere onderdelen zijn van messing en plastiek. De locomotief is aan beide uiteinden voorzien van een standaard koppelingsschacht met daarin een automatische koppeling die het rangeren vergemakkelijkt. Een rookgenerator zorgt dat er rook uit de schoorsteen komt, synchroon met de wielen en de loksound, aangestuurd door sensoren in de assen. Cabine-, vuurhaard- en rangeerverlichting is uitgevoerd met warmwitte LED’s. De locomotief is uitgerust met een ESU LokSound 5 decoder met een hoogwaardige luidspreker. Tevens is er een PowerPack-opslagcondensator ingebouwd zodat korte stroomloze stukken overwonnen kunnen worden. De lengte over de buffers is 145,5 mm en de minimale boogstraal is 420 mm.

Onder artikelnummer 31296 is de locomotief leverbaar voor zowel AC als DC. De adviesprijs bedraagt €599,00.

Foto’s model: Peter Van Gestel

Uiteraard tonen wij ook graag een foto van het grote voorbeeld! Op onderstaande foto zien wij de 98.040 te LiègeGuillemins op 17 augustus 1947. Rechts achteraan zien we dat het dak van de loods nog niet hersteld is na de schade uit de Tweede Wereldoorlog. Foto: Collectie NMBS – Train World Heritage

Een 2de leven

Op veel locaties krijgen oude wagons, rijtuigen of locomotieven een 2de leven. Elke maand tonen wij zo een locatie.

De voormalige NMBS-motorwagen 4604 staat tegenwoordig opgesteld als clublokaal / controlekamer aan een klein vliegveld in de buurt van Isières. 18 maart 2025, Foto: Maarten Schoubben Locatie > https://maps.app.goo.gl/b3jdUeGGAVXTsm2Q6

De 4604 werd gebouwd door Ragheno en kwam in dienst bij de NMBS op 16 juli 1952 waarbij ze ingedeeld werd in de stelpaats van Brugge. In 1955 ging zij tot 1965 naar de stelplaats van Haine-Saint-Pierre. Haar laatste jaren vertoefde zij in de stelplaats van Ath tot zij op 23 november 1987 buiten dienst gesteld werd bij de NMBS. In 1991 werd zijn dan verkocht aan de club d’ULM d’Isières. Nu 35 jaar later is zij daar nog steeds te vinden.

Op 30 september 1980 passeert de 4604 de halte van Rebaix op lijn 90. Dit is slechts 800 meter van haar huidige locatie te Isières. Wie had toen gedacht dat deze motorwagen hier zou bewaard zijn 46 jaar later…

Foto: Thierri Heylen

In ons vorige nummer in de rubriek 2de levenbespraken wij de Henschel BBC DE 2500 die als monument staat opgesteld bij Alstom in Kassel. Alain Janmart stuurde ons enkele historische opnames van een locomotief uit deze kleine reeks die hij kon fotograferen in Heidelberg op 1 mei 1978. Wij willen deze zeer unieke foto’s dan ook graag met jullie delen. Foto’s: Alain Janmart

Agenda

In Train World te Schaarbeek is op 26 september 2025 een nieuwe tentoonstelling gestart. NMBS, bezet bedrijf: tussen collaboratie en verzet. Deze tentoonstelling is te bezoeken t.e.m. 28 juni 2026.

Zeker ook een bezoek waard:

Buurtspoorwegmuseum Schepdaal: https://tramsite-schepdaal.be/

Chemin de fer de Sprimont : https://www.cfs-sprimont.be/

Chemin de Fer à Vapeur des 3 Vallées : https://cfv3v.eu/

Chemin de Fer du Bocq : https://www.cfbocq.be/

Musée du tram vicinal : https://museedutramvicinal.be/nl/

Musée des Transports en commun de Wallonie : https://www.musee-transports.be/nl/startpagina/ Petit train à vapeur de Forest : https://ptvf.eu/ Rail Rebecq Rognon : https://www.rebecq.be/le-petit-train

Stoomgroep Turnhout: https://www.stoomgroep.be/ Stoomtrein Dendermonde Puurs : https://www.stoomtrein.be/

Stoomtrein Maldegem-Eeklo: https://stoomtreinmaldegem.be/nl/ Train World Schaarbeek: https://trainworld.be/ Trammuseum Brussel : https://trammuseum.brussels/ Tramway touristique de l’Aisne à Erezée : https://www.tta.be/ TTO Noordzee : https://www.ttonoordzee.be/ Vlaams Tram- en Autobusmuseum: https://www.vlatam.be/

De nieuwste Spoorweg Journaal is te koop in de boekhandel vanaf 14 februari.

https://www.modelspoormagazine.be/ons-aanbod/spoorwegjournaal/

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook