Onder het water 1-376:Onder het water 1-376
14-08-2012
10:39
Pagina 3
Morgan McCarthy
Onder het water
Onder het water 1-376:Onder het water 1-376
14-08-2012
10:39
Pagina 15
Een Als ik aan een moment in het verleden denk om mee te beginnen, gaan mijn gedachten altijd terug naar een en dezelfde dag: een dag die op het moment zelf niet ongewoon leek maar essentieel was voor wat erna kwam. Het is de laatste dag van een omgekeerd traject: ik kom er vanzelf bij uit, alsof ik de baan van een geworpen bal terugvolg naar de plek waar de werper stond. Op het moment zelf weet je natuurlijk niet dat er een bal werd gegooid. Je hoort de ruit breken en holt naar het raam om te zien wie de boosdoener is. De dag waaraan ik denk, begint met een zomerochtend; intens groen gras, een nieuwe, honinggele zon. Ik was bijna acht en zat in het gras naast een stuk grond waar ik een aantal irissen uit had getrokken om er een kasteel van lego op te kunnen bouwen. Ik zag de kruin van Theo’s hoofd tussen de bloemen die ik had laten staan. Ze verzamelde lieveheersbeestjes en slakken, die ze liefdevol in haar poppenwagen zette terwijl ze zachtjes in zichzelf zong en praatte, een monoloog waarop ik – en dat kwam niet vaak voor – niet hoefde te reageren en die dan ook grotendeels langs me heen ging. Achter ons lag het huis in een waas van licht; de zon blikkerde in de talloze ramen, waar je alleen maar naar kon kijken als je je ogen samenkneep. Evendon, dat ergens in de donkere vijftiende eeuw was gebouwd en in de ambitieuze negentiende eeuw door een excentrieke voorouder was opgesmukt, leek in niets op de andere landhuizen in Carmarthenshire, die lichter, chiquer en homogener 15
Onder het water 1-376:Onder het water 1-376
14-08-2012
10:39
Pagina 16
waren. Ons huis was grijs – allerlei verschillende tinten donkergrijs – en had hoge, puntige leidaken, trapgevels, lichte hoekstenen, witte en zwarte sierlijsten langs de dakgoten en rondboogvensters met witstenen omlijsting. Het had iets van een Escherpaleis voor een heks, barok maar streng, soms mooi, soms absurd – te imponerend – en doemde als een hallucinatie op uit de saaie vlakken van de tuin. Zelfs voor ons kinderen had het huis iets eigenaardigs. Op dit vroege tijdstip in de ochtend herbergde Evendon maar twee mensen, die allebei nog sliepen. De ene was onze moeder, Alicia. Ze gaf niet veel om ons. Niet dat ze een hekel aan ons had, maar ze leek gewoon niet genoeg energie te hebben om het een of het ander te voelen. De andere was juffrouw Black, die wél een hekel aan ons had. De rest van de bewoners arriveerde pas in de loop van de ochtend: mevrouw Wynne Jones, de huishoudster, mevrouw Williams, de kok, en vervolgens de tijdelijke dienstmeisjes en tuinmannen wier namen nooit lang genoeg in omloop waren om ze te kunnen onthouden. Deze mensen tezamen waren verantwoordelijk voor het lawaai en de drukte op Evendon; ze namen het ’s avonds met zich mee naar huis en brachten het in de ochtend mee terug. Vandaar dat het nu nog stil was, alsof er niemand in huis was. Op onze heuvel, met het stille huis aan de ene kant en een randje van het hoge gras en een streep zee aan de andere kant, zouden Theo en ik ons alleen op het topje van de wereld kunnen wanen. Theo onderbrak haar liedje voor de insecten en riep: ‘Jonathan?’ Haar gezicht verscheen boven de bloemen en ze zwaaide met haar hand. Haar neus was al rood van de ochtendzon. ‘Jonathan?’ zei ze. ‘Zouden hommels het niet warm hebben met die dikke vacht?’ Tegen de tijd dat ik besefte dat ze een hommel in haar hand hield die ze aan mij wilde laten zien, had het dier zich al verzet en haar 16
Onder het water 1-376:Onder het water 1-376
14-08-2012
10:39
Pagina 17
luid zoemend van frustratie gestoken. Ze staarde me even met open mond en wijzende vinger aan, alsof ze gestoord werd in een toespraak. Toen greep ze naar haar hand en barstte in tranen uit. Ik trok haar mee naar het huis, op zoek naar Alicia, die inmiddels op was en in een donker hoekje van de zitkamer in een tijdschrift zat te lezen. Haar blonde haar was bijna kleurloos in het schemerlicht, haar ogen koel en wazig, als regendruppels. Ze keek met lome verbazing naar ons op toen we binnenkwamen. Theo snikte bijna onhoorbaar en stak haar hand uit, alsof hij in brand stond. ‘Wat doen jullie hier in hemelsnaam?’ vroeg Alicia. ‘Theo is gestoken door een hommel,’ verklaarde ik, waarna Alicia met een half oog naar Theo’s opgestoken vinger keek. ‘Ach, hemeltje… Juffrouw Black!’ riep ze. ‘Juffrouw Black! Wat vreselijk.’ Juffrouw Black kwam niet opdagen, maar in de keuken troffen we mevrouw Williams aan, die zojuist was gearriveerd en bezig was lasagne vanuit de supermarktverpakking over te hevelen in een ovenschaal. Toen ze ons zag, greep ze happend naar adem naar haar hart. ‘Ik schrik me nog eens een keer dood van jullie!’ zei ze. ‘En nog iets. Geen woord hierover tegen jullie moeder, hè, denk erom. Sommige mensen denken maar dat je alles kunt. Ik ben toch geen duizendpoot? Ik heb zelf genoeg aan mijn hoofd.’ Ze zweeg toen ze zag dat Theo huilde. ‘Wat is er aan de hand, lieverd?’ Theo stak haar hand weer uit en mevrouw Williams bekeek de steek met een zelfvoldane blik, alsof ze ons had gewaarschuwd voor bijen en nu gelijk had gekregen. Die blik kenden we, omdat ze bij praktisch elk huishoudelijk ongelukje een dergelijk gezicht trok. ‘Dat is een gemene steek,’ zei ze. ‘Daar helpt citroensap tegen. Of azijn. Daar gaat de pijn van weg.’ We liepen achter haar aan naar de koelkast, waar ze een fles ci17
Onder het water 1-376:Onder het water 1-376
14-08-2012
10:39
Pagina 18
troenvinaigrette uit pakte waarvan ze vervolgens een beetje op Theo’s vinger druppelde, die nu niet meer snikte maar gilde. ‘Hmm, zou citroensap misschien tegen een wespensteek zijn?’ zei mevrouw Williams. ‘Ik weet zo gauw niet meer wat je bij een hommelsteek moet doen.’ Toen Theo’s vinger eenmaal was schoongemaakt en mevrouw Williams er een pleister omheen had gedaan, kwam Theo tot bedaren. We bleven in de keuken hangen en keken toe terwijl mevrouw Williams een sigaret opstak. Ze had een aansteker in de vorm van een matador, die, zo vertelde ze ons, haar zoon Gareth als souvenir had meegebracht voor haar. Ze liet ons de voeten van de stierenvechter tegen elkaar ketsen totdat er aan de bovenkant van zijn hoofd een vlam uit kwam en gaf ons een paar van haar extra sterke pepermuntjes. Daarna leunde ze achterover en legde met een demonstratieve zucht haar voeten op een stoel. Mevrouw Williams was een kleine, plompe vrouw van rond de vijftig, met dof, lichtgeel haar dat er plastic uitzag. Ze had een onduidelijk aantal kinderen en andere verwanten, over wie ze praatte zoals ze over personages in soaps praatte, zodat je nooit precies wist wie er echt bestonden en wie niet. ‘Wat je ook van Gareth mag vinden, hij is goed voor zijn moeder,’ zei ze nu. ‘Het zijn… die advocaten waren het probleem.’ Theo zat met een vertrokken gezicht op het aanrecht. ‘Doet je vinger nog pijn?’ vroeg ik. Ze schudde haar hoofd en begon weer te huilen. ‘Waarom was die hommel boos op mij?’ ‘Hij was niet boos op jóú,’ zei ik voorzichtig. Als ik zei dat ze de hommel had laten schrikken, zou ze nog erger van streek raken en zou ik alleen moeten spelen. ‘Was hij boos omdat hij het warm had?’ vroeg Theo. ‘Door zijn dikke vacht?’ 18
Onder het water 1-376:Onder het water 1-376
14-08-2012
10:39
Pagina 19
‘Ja,’ zei ik. ‘Dat denk ik wel. Maar heb je weer zin om buiten te gaan spelen?’ Theo begon nog harder te huilen. ‘Die arme hommel,’ snikte ze. ‘Waarom heeft hij ook zo’n dikke vacht?’ Ik overwoog haar te vertellen dat de hommel nu dood was omdat hij zijn angel kwijt was, maar bedacht me. ‘Heb je zin om weer buiten te gaan spelen?’ vroeg ik nogmaals. ‘Jullie kunnen beter binnenblijven. Het is veel te heet buiten,’ zei mevrouw Williams tegen Theo. Om haar hoofd kringelde rook, alsof ze een orakel uit de oudheid was. ‘En jij moet je zusje voortaan beter in de gaten houden. Dan was ze vast niet gestoken.’ Haar opmerking was zo onterecht dat ik besloot haar te negeren, een straf die mevrouw Williams ontging omdat ze de televisie al op haar favoriete programma had gezet en de geagiteerde stemmen opzoog, haar hoofd een tikje scheef, als een kanarie. ‘O nee toch! Heeft zíj de moord gepleegd?’ riep ze uit. ‘Kom, Theo, dan gaan we in de bibliotheek spelen,’ zei ik, en ik pakte nog een pepermuntje. Toen we de keuken uit liepen, zei mevrouw Williams: ‘Familie moet altijd goed op elkaar passen,’ hoewel ik niet wist of ze het tegen mij of de tv zei.
In de bibliotheek van Evendon, waar Theo en ik kastelen van leer bouwden door boeken op elkaar te stapelen of tegen planken duwden om de magische draaideur te vinden die ons een donkere, geheime gang zou onthullen, bevonden zich onze voorouders. Er was een tijd geweest dat ze statig over de trap hadden getuurd, maar in een daad van oneerbiedigheid had iemand (Eve) hen gedegradeerd tot de bibliotheek, waar veel minder ruimte was en de wanden vol 19
Onder het water 1-376:Onder het water 1-376
14-08-2012
10:39
Pagina 20
hingen met schilderijen van dode Bennetts; degene die het langst dood was, hing bij de deur, mijn overgrootouders helemaal achteraan in een hoekje. Juffrouw Black had ons de schilderijen van onze overgrootvader George en zijn vrouw Louisa Bennett laten zien. Ze vertelde ons dat George een beroemde archeoloog was geweest, die de Mayatempels in de regenwouden van Honduras had ontdekt en begraven lag in Westminster Abbey. ‘En daar worden alleen héél belangrijke mensen begraven,’ zei ze, waarmee ze leek te suggereren dat George’ grootste verdienste was geweest dat hij toegelaten was tot de meest exclusieve grond van Londen. Van Louisa herinnerde juffrouw Black zich alleen dat ze al voor haar dertigste was overleden. ‘Ze was een ziekelijke vrouw,’ zei ze met af keuring in haar stem. Louisa Bennett maakte een ietwat schuldbewuste indruk. Misschien voelde ze zich bezwaard omdat ze ziek was. Ze zat kaarsrecht, maar keek argwanend, alsof ze betwijfelde of ze wel recht op het canvas had. Naast haar stond George, wiens hand op een met diamanten bezette schedel rustte. Hij had een hoekig gezicht met een snor, en kleine, vierkante, blauwe ogen. Hij had iets ongeduldigs over zich. Soms vertelde mevrouw Williams ons verschillende verhalen over onze familie. Volgens een van die verhalen zou George’ vader, Sir James Bennett, het familiekapitaal hebben verdronken. Het enige wat hij deed was drinken, totdat zijn ouders stierven van teleurstelling en hij zelf in beschonken toestand van een paard viel waarmee hij over een hek wilde springen omdat hij een weddenschap had afgesloten. Maar, zo voegde ze eraan toe, Sir James had een groot hart. Hij voelde zich niet te goed om zich in de plaatselijke pub onder de dorpelingen te mengen, iets wat George nooit zou hebben gedaan. En dan was er nog het verhaal over Louisa, die slechts de dochter van een potlodenmaker was (‘Hij trouwde met 20
Onder het water 1-376:Onder het water 1-376
14-08-2012
10:39
Pagina 21
haar om haar geld, snap je.’). Ze legde me uit dat George het familiekapitaal weer terugverdiende, en zelfs meer dan dat (‘meer geld dan goed voor iemand is’), maar dat hij uiteindelijk net zo’n grote pechvogel was als zijn vader. ‘Dat kwam door die trap in de hal,’ zei mevrouw Williams met een knikje in de richting van de marmeren entree met de twee identieke pilaren en de wenteltrap die zich in tweeën splitste, als de bek van een reusachtige, gefossiliseerde slang met stenen tanden en een gevorkte tong. ‘Op een dag – en vertel dit maar niet aan je zusje, want die raakt daar maar door van streek – moet hij over een trede zijn gestruikeld en helemaal naar beneden zijn gerold. Je hebt nergens houvast aan, hè? Je kukelt omlaag totdat je onder aan de trap op de vloer smakt. En hoe denk je dat het met je grootvader is afgelopen?’ ‘Hoe dan?’ Mevrouw Williams pauzeerde even en stak haar sigaret aan. Ze wist hoe je een verhaal moest rekken. ‘Hij was dóód,’ zei ze. ‘Hij werd dood onder aan de trap gevonden.’
Het allermooiste familieportret hing niet bij de Bennetts in de bibliotheek, omdat het portret het enige schilderij was van een levende persoon: Sir James’ kleindochter, George en Louisa Bennetts dochter, Alicia’s moeder en onze grootmoeder. Eve Anthony. Het schilderij van Eve hing in de eetkamer, waar ze welwillend en waakzaam uitkeek over de tafel, mooi als Sneeuwwitje, met haar zwarte haar en bleke huid, en haar taps toelopende ogen, als pijlpunten. Ze droeg een bloedrode jurk, en ook al was ik onder het schilderij opgegroeid, de intense kleur verraste me elke keer als ik de kamer binnen kwam. Evendon was Eves eigendom, maar Theo noch ik had haar ooit 21
Onder het water 1-376:Onder het water 1-376
14-08-2012
10:39
Pagina 22
ontmoet terwijl we toch al zo lang als we ons konden herinneren op Evendon woonden. Ze had het landgoed na de dood van haar vader geërfd, maar in plaats van er te gaan wonen, was ze naar Amerika vertrokken om pas twintig jaar later, toen haar tweede huwelijk op de klippen was gelopen, terug te keren. Volgens juffrouw Black had ze het huis vol muizen en meeldauw aangetroffen. Bijna alles moest worden weggegooid, de van houtworm vergeven houten vloeren moesten worden verbrand, het vochtige pleisterwerk van de muren gehakt. Wat overbleef was een huis zonder vloeren en ramen, als een skelet. Maar ze zwaaide met haar beurs en veranderde het huis in een paleis vol buitenissige kostbaarheden. De zitkamer richtte ze in met rode zijde, Turkse tapijten en twee uit hout gesneden, met goud vergulde olifanten uit India, zo groot als Deense doggen (in de jaren zeventig geschonken aan Eve door een smoorverliefde radja). De zitkamer met de kroonluchter was uitgevoerd in roomwit en stond vol vazen met lelies en rozen en zitjes met ivoorkleurige damasten fauteuils, als groepjes duiven. De bibliotheek werd gevuld met boeken achter glas en in de eetkamer zette ze de lange walnoothouten tafel, omringd door stoelen als statige bewakers. Na een paar jaar vertrok ze alweer naar Amerika, aangetrokken door de sirenenzang van het internationale zakenleven. Haar kamers werden afgesloten tot de dag dat ze weer zou terugkeren naar Evendon. Niemand scheen echter veel vertrouwen in die dag te hebben. Volgens juffrouw Black was de kans te verwaarlozen dat Eve weer in Wales zou willen wonen. (Ze zei ‘in Wales’ op een manier zoals mevrouw Williams ‘te ambitieus’ zei. ‘Mevrouw Anthony is veel te ambitieus om hierheen terug te keren.’) Alles wat wij van Eve wisten terwijl we opgroeiden in haar denkbeeldige voetsporen, was van horen zeggen. We kregen te horen dat ze tegenwoordig een beroemde, rijke zakenvrouw was, maar dat ze in een ver verleden politica was geweest in Amerika. Juf22
Onder het water 1-376:Onder het water 1-376
14-08-2012
10:39
Pagina 23
frouw Black liet ons televisiebeelden zien van een toespraak die ze had gehouden: Eve – ze was toen de volksvertegenwoordigster Eve Nicholson – stond op een platform in bleke, gebroken kleuren en met poppenachtige golven in haar haar. Als gehypnotiseerd keken we naar het scherm, alsof het portret tot leven was gekomen. De filmopnamen toonden vertraagd haar bewegingen; ze praatte en zwaaide vanaf haar platform door de afstand in de tijd. Haar stem bewaard in barnsteen, rond en gaaf. Ons werd weinig verteld over wat ze nu eigenlijk dééd; kennelijk ging het erom dat ze op dat platform stond. Juffrouw Black zei dat Eve de weg had geëffend voor vrouwen die na haar kwamen. ‘Zijn er nu veel vrouwen zoals zij?’ vroeg ik. ‘Het gaat niet om het aantal maar om het… principe,’ zei juffrouw Black. Eve was ook op televisie verschenen in haar meest recente incarnatie: Eve Anthony, filantrope en hotelmagnaat. Het belang van deze kwalificaties, en van haar bedrijf, Charis, ontging me. We zagen haar in het nieuws voor een groot gebouw linten doorknippen in een wit mantelpakje. Behalve haar kapsel, dat ze nu golvend tot op haar schouders droeg, zag ze er nog hetzelfde uit als op de oude filmbeelden. Ze sloeg haar ogen neer, keek ernstig in de camera en zei: ‘Ja, ik hou ervan het verleden in ere te herstellen. Ik breng graag iets terug wat anders verdwenen zou zijn.’ Dan waren er ook nog de Eves die we elke dag zagen: de ingelijste debutante Eve Bennett, in haar romantische roomwitte jurk; Eve Nicholson, met lichtblauwe hoed en parelketting in de zitkamer; de Eve Anthony die Theo in een tijdschrift had ontdekt, waarop ze met haar stralende glimlach naast een andere, veel minder mooie vrouw met een kroon op staat. Ik kon me niet voorstellen dat dit mijn grootmoeder was. Ze deed me denken aan Theo’s papieren aankleedpoppen die eindeloos met hun uitknipbare garderobe konden 23
Onder het water 1-376:Onder het water 1-376
14-08-2012
10:39
Pagina 24
worden aan- en uitgekleed. Ook van Eve waren talloze versies, altijd tweedimensionaal en met hetzelfde gezicht, dezelfde donkere irissen en dezelfde rood-witte mond. Toen Theo jonger was, zag ze Eve als een sprookjesfiguur, een sprankelende tandenfee (‘Kan Eve vliegen?’ vroeg ze dan. ‘Kan ze verdwijnen?’), en ik wist nog altijd niet zeker of ze nu wél geloofde dat ze bestond. Maar dat gold ook voor mij: hoe meer Eves ik zag, hoe moeilijker het werd in haar te geloven. Niet omdat ze niet echt leek; het was eerder dat ze té echt was, echter dan wie dan ook.
Later op de dag schatte ik – terecht – in dat mevrouw Williams was vergeten dat ze tegen ons had gezegd dat we binnen moesten blijven, en dus gingen we weer de warme, rustige middag in. We bleven uit de buurt van de ramen en zwierven door de uitgestrekte tuin naar de greppels aan de bosrand, waar we een paar bijzondere voorwerpen opgroeven: een roestige speelgoedkruiwagen die op z’n kop tussen de hoge varens lag, een avondhandschoen, een dode kraai, een schaar… allemaal spullen die bijna verdwenen waren in het kreupelhout. De grootste ontdekking deden we echter aan het einde van de dag. Tijdens onze verkenningstocht waren we op een verhard pad gestuit dat vanaf het grasveld door een ogenschijnlijk ondoordringbaar bos vol varens voerde. We bewapenden ons met stokken en scharen en baanden ons een weg door het bos, schoppend tegen wortels en onkruid dat tussen de tegels van het netjes aangelegd pad groeide. Terwijl we verder het bos in liepen, nam het zonlicht af en hing er alleen nog in de kruinen van de berken en wilgen een flauw, koel waas rond het bladerdak. ‘Waar gaan we naartoe?’ vroeg Theo achter me. 24
Onder het water 1-376:Onder het water 1-376
14-08-2012
10:39
Pagina 25
‘We volgen dit pad,’ zei ik tegen haar. ‘Ik ben benieuwd waar we uitkomen.’ ‘Misschien wel in de hemel,’ zei Theo. (Ze had kortgeleden voor het eerst het Onzevader gehoord en wilde maar niet geloven dat de hemel geen bestaande plek was die je gewoon aan het einde van de straat zou kunnen vinden, nabij Laugharne of St. Clears – maar dan waarschijnlijk wel met minder regen en meer chocolade.) Nadat we ons eindelijk een weg hadden gebaand door de uitlopers en stekels van de hondsroosstruiken, struikelend over wortels en verdwaalde straatstenen, kwamen we op een open plek aan de rand van een grote waterplas. Het water had een vreemde glans in het zilvergroene licht en was bedekt met waterlelies, waaronder kleine, donkere vissen te zien waren. Om de poel lagen ruïnes: het stenen pad, zichtbaar onder de brandnetels, een marmeren nimf op een voetstuk, chagrijnig overhellend naar één kant, de bleke nek overwoekerd door klimop. Het was een vreemde plek, die lang geleden moest zijn afgesneden van de tuin en tot rust was gekomen onder de druk van de vergetelheid. ‘Zou hier iemand wonen?’ vroeg Theo me, en ze betastte voorzichtig het stenen haar van de nimf. ‘Nee,’ zei ik, zonder veel overtuiging. ‘We zijn niet in de hemel, hè?’ ‘Nee.’ We probeerden om de poel naar de andere kant te lopen om te zien waar het pad ophield, maar de doorgang werd bemoeilijkt door brandnetels en braamstruiken. Daarna probeerden we liggend op onze buik – vergeefs – vissen te vangen met onze handen totdat het licht naar avond begon te kleuren en wolken muggen zich dreigend boven onze hoofden samenpakten. Teleurgesteld en groen besmeurd probeerden we het oorspronkelijke pad door het bos terug naar huis te vinden, maar de schemering was ingevallen en de om25
Onder het water 1-376:Onder het water 1-376
14-08-2012
10:39
Pagina 26
geving was onherkenbaar veranderd: wat eerst een open plek was, was nu een wilg en wat een wilg was, was nu een groepje varens, en waar we een groepje varens hadden gezien, was nu alleen duisternis. ‘Zijn we verdwaald?’ vroeg Theo. Ik liet niets van mijn eigen onzekerheid merken en zei: ‘Doe niet zo raar. Het is deze kant op.’ Ik dook een tunnel tussen de bomen in en kwam uit op een steil, onbekend pad. Theo volgde me stilletjes. Op het zeurende gezoem van de muggen en het gekraak van het kreupelhout na was alleen onze angstige ademhaling hoorbaar. Het pad voerde ons omhoog, werd onbegaanbaar, leidde ons in een rondje terug, totdat we weer in de vertrouwde omgeving van het oorspronkelijke verharde pad kwamen. ‘Ik zei toch dat we niet verdwaald waren,’ pochte ik opgelucht. ‘Hier is het pad. En daar de gele klimop en de oude eik. Precies zoals ik het me herinner.’ Theo keek vol bewondering rond. ‘Wat ben je toch knap, Jonathan.’ Ze begon met gespreide armen van steen naar steen te springen totdat ze met een verrukt kreetje bij de oude eik bleef staan. ‘Heb jij hier een geheime boodschap voor ons in geschreven?’ ‘Hè?’ Ze wees naar de boom: iemand had diep in de barsten en groeven van zijn krokodillenhuid een hart gekerfd. De lijnen waren grijs van ouderdom en korstmossen vervaagden de randen, maar de letters waren nog leesbaar. M.C. A.A. ‘Wat betekent het?’ vroeg Theo. Ze liet haar vingers over de letters glijden. ‘Geen idee, ik zie het voor het eerst,’ zei ik verbaasd. ‘Dat moet van onze ouders zijn.’ Met mijn vinger volgde ik de omtrek van het hart en ineens besefte ik dat de verborgen initialen, die onze vader waarschijnlijk al was vergeten zodra hij ze erin had gekerfd, het enige was wat we van hem hadden. 26
Onder het water 1-376:Onder het water 1-376
14-08-2012
10:39
Pagina 27
Onze vader, Michael Caplin, was een week na de geboorte van Theo, toen ikzelf net één jaar was geworden, vertrokken. Juffrouw Black, die hem nooit had gekend, zei dat hij naar Australië was gegaan, waar hij was omgekomen bij een auto-ongeluk. Niemand praatte over hem en hij kwam nooit ter sprake in de rijk bevolkte roddels van mevrouw Williams. En wat ik Alicia ook vroeg over hem, ik kreeg altijd hetzelfde antwoord: ze fronste en zei dat ze het zich niet meer kon herinneren. Na verloop van tijd vroeg ik er niet meer naar. Er waren geen foto’s van hem; geen bruidegom naast een opgedirkte Alicia in trouwjurk, geen kersverse vader die met gespeelde onwetendheid een fles of luier omhooghoudt. Alsof een tornado dat eerste jaar had uitgewist en er niets uit de puinhopen was gered. Na de tornado was er geen Eve en geen vader meer. Eve was teruggegaan naar Amerika, waar ze zakenmagnaat en filantrope werd, onze vader – M.C. – was voorgoed verdwenen.
Toen we de laatste prikkende braamstruiken eindelijk achter ons lieten en bij de rand van het bos kwamen, was de hemel diepblauw. De lichtere horizon gloeide nog na in de verte en dichter bij huis brandden enkele lantaarns die hun zwakke licht op het terras wierpen, dat leek te trillen in hun warme gloed. De grasvelden kleurden vreemd groen en golfden als de zee in de wind die uit het bos kwam en een zware, zoete rozengeur verspreidde. Ik was bang dat we straf zouden krijgen, maar in huis leek het alsof de tijd had stilgestaan: Alicia en juffrouw Black zaten nog precies zoals wij ze uren daarvoor hadden achtergelaten. De zondagskrant, gelezen en vervolgens op de grond gegleden, had de goudkleurige salon aan de achterzijde van het huis veranderd in een woestenij van verstrooide krantenpagina’s als waren het dode vo27
Onder het water 1-376:Onder het water 1-376
14-08-2012
10:39
Pagina 28
gels; de twee vrouwen zelf lagen bijna bewegingsloos op de banken. ‘We hebben een geheim meer ontdekt,’ verkondigde Theo. ‘Een meer?’ zei Alicia, opkijkend. ‘Een meer of een vijver?’ ‘Een grote vijver,’ zei ik. ‘O, een grote vijver.’ Ze dacht even na. ‘Nee… ik geloof niet dat er hier in de buurt een vijver is,’ ‘Een meertje dan.’ ‘Ik heb ook nooit een meertje gezien,’ zei Alicia. Ze wendde zich tot juffrouw Black. ‘Jij?’ ‘Ik hoop niet dat het weer een van jullie verzinsels is,’ zei juffrouw Black tegen ons. Juffrouw Black was jong en plomp als een gemberbroodvrouwtje, met haar dikke vlecht en rozijnenoogjes, maar als ze echt van gemberbrood was, dan was ze koud en ongebakken; haar molligheid was allesbehalve troostrijk. Ze glimlachte nooit tegen ons, alleen tegen Alicia, met wie ze graag praatte. Op verveelde, bijna wetenschappelijke toon bespraken ze de affaires en huwelijken van Alicia’s vrienden, alsof ze zelf dat soort zaken allang ontstegen waren. Op dat moment kwam mevrouw Williams met de thee binnen, alsof ze net uit de keuken kwam en niet achter de deur had staan luisteren. ‘Ik weet waar die vijver is,’ zei ze. ‘Daar is het niet veilig. Eve is er vroeger als kind een keer in gevallen. Ze was er in haar eentje opuit gegaan en moest gered worden door de tuinman.’ Ze zette juffrouw Blacks kopje thee zo hardhandig neer dat de thee over de rand golfde. (‘Jezus, kan die juffrouw Black zelf geen thee zetten?’ had ze in de keuken tegen ons gemopperd.) ‘Hoe dan ook,’ zei juffrouw Black, ‘jullie blijven dus voortaan uit de buurt van die vijver.’ Ze zei het streng, om Alicia tegemoet te komen, die haar tijdschrift weer had opgepakt en al niet meer luisterde. ‘Heb jij dan niet in die boom geschreven, mama?’ vroeg Theo. 28
Onder het water 1-376:Onder het water 1-376
14-08-2012
10:39
Pagina 29
‘Samen met papa?’ Dit ‘papa’ was nieuw in haar vocabulaire en het klonk alsof ze het woord uitprobeerde. ‘Waar heb je het over?’ reageerde Alicia sneller dan gewoonlijk, zodat juffrouw Black haar verbaasd aankeek. ‘Pápa,’ zei Theo nogmaals. ‘Zijn naam staat in de boom. En die van jou ook.’ Alicia fronste nadenkend en zei toen: ‘Ik begrijp absoluut niet wat je bedoelt, Theodora. En ga nu maar gauw ergens anders spelen. Hup.’ Theo bloosde gekwetst, dus ik trok haar aan haar arm mee de kamer uit. ‘Kom. Het heeft toch geen zin om er met die twee over te praten.’ ‘Wat vind je van krokodillenleer, Alicia?’ hoorden we juffrouw Black achter ons vragen. ‘Vulgair,’ zei Alicia. Sindsdien gingen we elke dag naar de vijver, maar het lukte ons nooit ook maar één vis te vangen. Ik kwam er graag. Ik hield van het eigenaardige, troebele water van de poel, waarvan ik niet wist hoe diep die was; van de kromgebogen bomen; van de boom met de initialen, als een herkenningsteken, of als de lantaarnpaal in De Leeuw, de Heks en de Kleerkast, die de weg wijst naar de open deur. Het leek zo toepasselijk, en op een prettige manier ook wel spannend, dat de plek verbonden was met een bijna-verdrinking: Eves bijna-verdrinking. Net zoals het verhaal over de marmeren trap, waar overgrootvader George vanaf was gevallen. Beide plekken van dood en bijna-dood brachten onze onbekende voorouders dichterbij, ook al was het maar als geesten die bij hun vroegere huis waren blijven rondspoken. Ik zei er niets over tegen Theo. Dat soort dingen maakte haar van streek.
29
Onder het water 1-376:Onder het water 1-376
14-08-2012
10:39
Pagina 30
Aan het einde van de zomer kwam oom Alex op bezoek. We hadden hem jarenlang niet gezien. Alex was Alicia’s oudere broer en hij was doctor aan de universiteit. Ik wist toen nog niet dat je als doctor ook iets anders kon studeren dan medicijnen, dus toen ik hoorde dat hij geen stethoscoop zou meenemen was ik diepteleurgesteld. Ik stond dan ook enigszins argwanend tegenover zijn doctorstitel en had op een of andere manier het gevoel dat Alex een bedrieger was. Mevrouw Williams dacht er net zo over als ik. ‘Sociologie,’ zei ze tegen mevrouw Wynne Jones. ‘Wat stelt dat nu helemaal voor?’ ‘Het is toch echt een wetenschap, hoor,’ reageerde mevrouw Wynne Jones. ‘Onze Jane heeft het vak gekozen voor haar eindexamen.’ ‘Nou, het lijkt mij maar een rare studie,’ zei mevrouw Williams gedecideerd. (Ze had herhaaldelijk tegenover Theo en mij beweerd dat mevrouw Wynne Jones een over het paard getilde tuthola was, want haar man werkte nota bene bij een tánkstation.) Alex en Alicia verschilden maar een paar jaar in leeftijd, maar Alex, met zijn grijzende haar en fronsrimpels, leek veel ouder. Zijn ogen kleurden flets Delfts blauw achter zijn brillenglazen en zijn huid had de vaalwitte kleur van klei, alsof hij een recentelijk opgegraven artefact was dat net weer aan het licht was blootgesteld. Hij begroette Theo en mij beschroomd, alsof hij niet wist hoe hij zich tegenover ons moest gedragen, en keek onzeker naar Alicia, in de hoop dat zij hem zou helpen. Maar Alicia mompelde iets over het slechte weer en zei dat Alex niet helemaal vanuit Oxford naar Wales had hoeven komen, wat ik een nogal overbodige opmerking vond omdat hij er toch al was. Ik voelde geen echte genegenheid voor Alex maar eerder een soort medelijden vanwege zijn breekbare, keramische lichaam en zijn onbeholpenheid tegenover ons, alsof we geen kinderen waren 30
Onder het water 1-376:Onder het water 1-376
14-08-2012
10:39
Pagina 31
maar iets kostbaars waarmee je heel voorzichtig moest omspringen. Het was dan ook een vreemde gewaarwording toen zijn ogen aarzelend in contact kwamen met de mijne en ik besefte dat hij geen oogcontact had gezocht omdat hij ook medelijden met óns had en niet omdat hij zich ongemakkelijk voelde. Dat verwarde me; ik had geen flauw idee waarom hij medelijden met ons zou moeten hebben. Na de eerste koetjes en kalfjes bleken Alex en Alicia elkaar weinig te zeggen te hebben. Ze bewogen zich in dezelfde kamers, waar hun bleke ogen de temperatuur deden dalen en ze niet veel meer zeiden dan: ‘Het lijkt vandaag iets minder hard te regenen,’ totdat Theo en ik op een avond tot onze opluchting werden weggestuurd. Destijds deden Theo en ik vaak alsof we naar bed gingen en glipten dan later onze kamers weer uit om te kamperen op een van onze verstopplekken in huis: onder een logeerbed, onder de eettafel. (Eigenlijk hoefden we niet eens te doen alsof, omdat juffrouw Black toch nooit merkte dat we niet in bed lagen, maar dat wisten we toen nog niet, en juist de spanning van het vooruitzicht te worden betrapt maakte het slapen in onze tent zo leuk.) Die avond hadden we onze kussens en dekbedden naar de zitkamer gesleept en hadden we achter een van de sofa’s een holletje voor onszelf gemaakt. Theo viel als eerste in slaap en zelf sliep ik ook al half toen Alex en Alicia de kamer binnen kwamen en het licht aandeden. Ik dook in paniek ineen, maar ze zagen me niet en gingen aan de andere kant van de kamer zitten. Alicia zei iets wat ik niet verstond, waarop Alex zei: ‘Ze komt terug, geloof me.’ Ik keek voorzichtig om de armleuning van de sofa heen en zag mijn moeder zwijgend haar glas bijvullen uit de karaf. ‘Wat ga je doen als ze terugkomt?’ vervolgde Alex. ‘Blijf je doen alsof er niets is gebeurd?’ 31
Onder het water 1-376:Onder het water 1-376
14-08-2012
10:39
Pagina 32
Er viel een korte stilte. Toen zei Alicia: ‘Ik begrijp niet wat je bedoelt.’ ‘Lulkoek.’ ‘Let alsjeblieft op je woorden.’ ‘Oké, dan houden we erover op en doen we alsof er niets aan de hand is. Ik snap alleen niet hoe je het volhoudt. Dat je precies kunt onthouden waar je over moet liegen. Zoals waar de lichamen zijn…’ Toen zette Alicia haar glas met een klap neer en slikte Alex zijn woorden in. Er viel weer een stilte. Alicia slaakte een zucht en pakte haar glas weer op. Uit de zucht viel moeilijk op te maken of ze boos, verdrietig of moe was. Ze zwegen lange tijd, waarna Alex op vriendelijker toon vervolgde: ‘Herinner je je dat grote huis in Californië nog waar we vroeger woonden? En ons dienstmeisje Leonie? Ik zou wel eens willen weten waar ze nu is. Ze zong altijd een liedje voor ons… daar danste jij altijd op… hoe ging dat liedje ook alweer?’ Alicia haalde haar schouders op en nam een slokje uit haar glas. Ze zag er beeldschoon uit in het licht van de kroonluchter en de schemering die door het raam naar binnen viel. Toen sloeg ze haar ogen neer; haar wimpers wierpen schaduwen op haar wangen, het ijs tinkelde tegen het glas. ‘Helaas herinner ik me geen van de dienstmeisjes,’ zei ze.
Ik probeerde wakker te blijven voor het geval Alex en Alicia iets zouden zeggen over de leugens die Alicia zou vertellen of over welke lichamen waar verborgen zouden zijn, en of ze met degene die terug zou komen misschien Eve bedoelden. Maar dat gebeurde niet en ik kon me niet langer verzetten tegen de slaap. Ik legde mijn hoofd op het kussen en al snel mengden mijn gedachten zich als cakebeslag door elkaar tot zware, zachte, ondefinieerbare vormen. 32
Onder het water 1-376:Onder het water 1-376
14-08-2012
10:39
Pagina 33
Ik dacht aan Eve, over wie ik anderen alleen maar in de verleden of toekomende tijd hoorde spreken. De enige plek waar ze niet bestond, was het onbestemde heden; we leefden allemaal in het besef van haar afwezigheid, verdord en ingeteerd door Evendons stilte en het gevoel dat er iets belangrijks ontbrak. Het ging immers niet alleen om Eve, maar om al de verdwenen bewoners van Evendon: onze overgrootvader George, dwalend door de gangen van de tempelruïne met zijn zaklantaarn; onze vader, zorgvuldig zijn initialen in een boom kervend. Eve was degene die hen had gekend en aan het hoofd had gestaan van een pantheon van mensen die reëler waren dan Alicia, die nooit ergens antwoord op gaf, en Alex, die met medelijden naar me keek. Ik vroeg me af wat er met Evendon zou gebeuren als Eve terugkeerde, maar was zo slaperig dat haar beeld vervaagde en haar gezicht slechts nu en dan even scherp werd. Eve op haar schilderij als Sneeuwwitje, met een appel in haar hand, Eve op het podium, als een standbeeld, vlak voordat ze aan haar toespraak begon, Eve die zich omdraaide en glimlachte, de professionele schittering van haar tanden in het onbeweeglijke oog van de camera… en van mij.
De volgende ochtend vertrok Alex weer naar huis. Alicia kreeg een snelle kus op de wang, die ze zoals gewoonlijk met lichte ergernis accepteerde, en Theo en ik een onzekere aai over de bol. Nadat de deur in het slot was gevallen, stonden we gedrieën nog even zwijgend in de hal, totdat Alicia zich omdraaide en weer naar bed ging. ‘Oom Alex vindt het hier niet leuk,’ zei Theo. ‘Natuurlijk wel.’ Ik verdedigde Evendon. ‘Anders zou hij toch niet op bezoek komen?’ ‘Maar hij komt maar één keer per jaar. En verder komt er nooit 33
Onder het water 1-376:Onder het water 1-376
14-08-2012
10:39
Pagina 34
iemand.’ Theo maakte een pirouetje op het marmer en liet haar armen en haren in het rond zwaaien. ‘Wij gaan wel bij andere mensen op bezoek. Met verjaardagen en zo. Maar zelf geven we nooit een verjaarsfeest.’ Ze zei het op zakelijke toon, onervaren als ze was in de kunst van het ressentiment. Maar ik was ouder en verder dan zij; in gedachten hinkelde ik naar de volgende vakken. Er kwam niemand langs op Evendon omdat Alicia niet van bezoek hield. Eve kwam nooit. Het moest dus wel aan Alicia liggen. Die middag ging ik op zoek naar Alicia, die zoals gewoonlijk op haar kamer een dutje deed. Ik wist dat we haar daar niet mochten storen, maar omdat het nooit met zoveel woorden tegen ons was gezegd, duwde ik de deur van haar kamer op een kiertje en glipte naar binnen. De gordijnen waren gesloten maar omdat ze, net als de muren en het beddengoed, wit waren, hing er een matte, bleke schemering in de kamer, als verdicht licht. Alicia lag met geopende ogen op haar bed. Ze droeg een oesterkleurige jurk en dito parelsnoer, in bijna dezelfde kleur als de kamer, alsof ze zelf een parel in een schelp was. Haar hoofd, dat op haar hand rustte om te voorkomen dat haar haren in de war zouden raken, draaide naar me toe. Ze had een afwezige blik in haar ogen, die traag bewogen in hun kassen. ‘Wat doe jij hier?’ vroeg ze monotoon, waardoor het eigenlijk geen vraag leek. ‘Wanneer komt Eve bij ons op bezoek?’ vroeg ik. Er viel een stilte. Toen trok de dromerige afstandelijkheid weg uit Alicia’s blik, als stof dat van een glazen oppervlak wordt geblazen. ‘Heb je haar gesproken? Heeft ze gebeld?’ vroeg ze. ‘Nee…’ Ik werd verrast door de verandering in haar stem, hoewel haar lege blik nog altijd op mij rustte. ‘Ik vroeg het me alleen maar af.’ 34
Onder het water 1-376:Onder het water 1-376
14-08-2012
10:39
Pagina 35
Alicia draaide haar hoofd weg en keek weer naar het plafond. ‘Oké,’ zei ze, en ze mompelde iets in zichzelf wat ik niet kon verstaan. Omdat ze me niet wegstuurde en in een vreemde, open stemming leek, bleef ik bij haar bed staan. De kamer was zo goed als leeg; geen foto’s, geen schilderijen, nergens rondslingerende kleren of schoenen die erop wezen dat dit de kamer van een vrouw zou kunnen zijn. De enige persoonlijke voorwerpen in de kamer waren een karaf, een glas water naast het bed en een doosje dat ik met een schuin hoofd las. Valium. Diazepam. Ik keek weer naar Alicia. Gewoonlijk zou ze me allang een van haar drie standaardantwoorden hebben gegeven: Dat herinner ik me niet. Ik heb hoofdpijn. Ik weet niet waar je het over hebt. Maar ze lag daar maar naar het plafond te staren. ‘Je wilt niet dat ze terugkomt,’ zei ik. Alicia lachte, een droge, witte ruis, en zei zonder me aan te kijken: ‘Ik heb niets te willen. Daar ga ik niet over. Ze doet toch wat ze wil. Het maakt haar niets uit of ik wil dat ze terugkomt of niet.’ Toen knipperde ze met haar ogen en was de betovering verbroken. Ze was zichzelf weer. Ze keek me aan alsof ze me nu pas voor het eerst zag. ‘Ik heb hoofdpijn,’ zei ze kil, en ze wuifde me vermoeid weg. ‘Sluit de deur zachtjes achter je.’
35