Draagbaar zwart gat
Er zit iets ouds en machtigs in haar hoofd. Ze heeft er weleens over gelezen, het heeft een mooie naam, amygdala, en die amandelvormige kern, dat ding in haar brein zegt haar nu dat ze moet omdraaien, trekt nu aan haar spieren, aan haar linkerbeen om precies te zijn en wil, nee eist dat ze terugloopt naar de auto. Ondanks de vrieskou voelt ze haar oksels klam worden, ze aarzelt, wat een trut is ze. Ze durft niet naar die hut in dit niemandsland tussen de twee grenzen. Een klein stenen gebouw, niet meer dan een stal, de deuropening een zwart gat. Moet ze daar naar binnen? Ze moet. Ja, ze moet daar naar binnen, hij moet immers bij de auto blijven. Ze moet daarin om hem niet teleur te stellen. Hij heeft al zo veel geregeld voor deze reis. Het enige wat zij heeft gedaan is het huis schoonmaken en hun eigendommen in dozen stoppen voor de opslag. De vrouwendingen, die heeft zij gedaan. De laatste boodschappen, proviand voor onderweg en voor de komende maanden een grote fles ketjap, goede Franse wijn, een paar pond boeren belegen en hun favoriete merk tandpasta. Rogier vliegt al maanden op en neer om de nieuwe vestiging op te zetten. Hij heeft hun verblijfsvergunningen geregeld, een internationale bankrekening geopend, een appartement gezocht en gevonden, avonden lang vergaderd en gesprekken gevoerd met sollicitanten. Emma moet niet moeilijk doen en gewoon die schuur binnen stappen terwijl hij bij de auto blijft. Ze laveert tussen donkerbruine gaten vol modder en gesmolten sneeuw naar de halfopen deur. In de opening liggen, bij wijze van deur-
11