




![]()
























melden.










Misschien heb je die tent maar één keer nodig. Of wil je eerst proberen of een slaapzak goed bevalt. Dan is huren een uitkomst. Van tenten tot klimmateriaal en van backpacks tot bergschoenen: bij Bever kun je vrijwel alles voor je reis huren.





5x voordelen van huren bij Bever
Geen investeringskosten
Perfect voor eenmalige avonturen
Voorkom miskopen
Huren zonder gedoe


Professioneel advies




Meld je vandaag nog gratis aan als

2x per jaar 20% korting
Altijd 10% korting als NKBV-lid
Jaar extra garantie op producten
Scan om je aan te melden.
Gratis wasservice voor jassen en slaapzakken
ACTUEEL
8 Op de hoogte
11 Sportklimnieuws
12 It Goes, Boys
14 Het National Climbing Center
102 Gespot
NKBV
7 Van het bestuur
90 NKBV voor jou
THEMA HET HOGE NOORDEN
16 De aantrekkingskracht van het Noorden
18 Door het land van de Sami
23 Op de bok: Inlandsbanan
24 Depot: Het allemansrecht
26 Naar een hut: Øyungshytta
28 Met dreumes en tent over de Hardangervidda
33 Klim- en bergsport in Oost-Groenland
34 Winterbeklimming van de Trollveggen
38 Markt & Materiaal
40 Kungsleden in de winter
44 Naar een hut: Glitterheim
46 Een trektocht door Sarek
52 Onder de middernachtzon op de Lofoten
56 Mini expedities in Noorwegen
EN VERDER
62 Interview: Anja Blacha
68 35 Jaar klimjaarkaart
72 De Grande Traversata delle Alpi met hond
77 Anders dan gedacht
78 Fijnproevers: Aiguille de la Brenva
83 Mijn verhaal
84 Door het Boheems Paradijs
92 Samen aan een touw
96 Bergwandelen met kinderen
105 Ten slotte
106 Vooruitblik
Kijk voor meer informatie op nkbv.nl of volg de NKBV op Facebook en Instagram.


Rendieren, stilte, moerassen en muggen. Samen vormen zij de rode draad in dit themanummer van Hoogtelijn. En natuurlijk de wildernis van Scandinavië. De uitgestrekte en ongerepte natuur waarin wij wandelen, kamperen, klimmen en skiën.



MINI EXPEDITIES In Noorwegen




FIJNPROEVERS
Aiguille de le Brenva 78


BOHEEMS PARADIJS Gouden herfst 56











MARKT & MATERIAAL
Klaar voor Scandinavië
DREUMES








Een levensgrote husky kijkt me aan vanaf een lmdoek. Daarnaast het gezicht van avonturier en verteller Jolanda Linschooten. Het gaat over Groenland, één van haar grote liefdes, waarover ze met passie vertelt. Ze was er lopend, op ski’s, in een kajak en recent met een span sledehonden. In het thema ‘Stilte’ in Hoogtelijn 5 van 2025 beschreef ze haar fascinatie voor het land, de bewoners én de sledehonden.
Er zijn maar weinig plekken op aarde die zo ruig en ontoegankelijk zijn. Het is er leeg. Het land is zo groot als Saoedi-Arabië en er wonen, voornamelijk aan de kust, 57.000 mensen. O ewel 0,03 op iedere vierkante kilometer, iets anders dan de 536 in ons land.







Rondtrekken in Groenland, met duizenden nog nooit beklommen bergen en talloze onbereisde valleien, is alleen weggelegd voor avonturiers die begrijpen hoe onbarmhartig het leven er kan zijn. Voorwaarde is, net zoals bij de sledehonden, een sterk karakter en een fysiek dat zich hee aangepast aan het harde arctische klimaat.
Anja Blacha



Groenland ligt op een strategisch punt tussen de Verenigde Staten, Rusland en Europa. Door smeltend poolijs komen vaarroutes beter beschikbaar. Niet voor niets zijn er al sinds 1951 Amerikaanse bases op het eiland. En nu wordt verwacht dat de Groenlanders, grotendeels bestaand uit Inuit die een paar duizend jaar geleden vanuit Siberië en Alaska naar het eiland trokken, het land weggeven.
De bedreiging komt volgens de bewoners van de angalaanartoq. Zo noemen de Groenlanders mensen die altijd haast lijken te hebben, en die geen verbinding met het land en de dieren maken. Zij verzetten zich he ig en wachten in spanning af wat die buitenstaanders met hun stille, ijskoude en onherbergzame paradijs van plan zijn.
Peter Daalder
Hoofdredacteur peter.daalder@hoogtelijn.nl




Op de cover: Een maand door de poolnacht, op ski’s met een pulka, alleen. Ik wilde de diepe stilte van deze bijzondere tijd en plek ervaren. Het Øvre Pasvik Nasjonalpark is een Noors wildernisgebied dat grenst aan Finland en Rusland. Foto: Jolanda Linschooten
Ja echt! Wij zijn er voor alle sporters, van vriendenteam tot TeamNL.
nederlandseloterij.nl wat kost gokken jou? Stop op tijd. 18+
Dus ook voor de Koninklijke Nederlandse Schietsport Associatie.
Ja echt! Wij zijn er voor alle sporters, van vriendenteam tot TeamNL.
Dus ook voor de Koninklijke Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging.
Bedankt dat jij meespeelt.
Bedankt dat jij meespeelt.







Diepgroene berghellingen steken bijna loodrecht uit het blauwe zeewater. In het gras aan de overkant staan twee van die romantische falurode huisjes met witte raamkozijnen. De Noorse orden zijn adembenemend.
Met dochter Pien, zeer ervaren boven 55˚noorderbreedte, was ik een paar dagen in de buurt van Bergen. Steeds als we een tunnel uitreden, leek het of er weer een nieuw schilderij was neergezet. Tijd voor een huttentocht hadden we niet, maar de gletsjertocht op de Gull ellet was spectaculair. We bezochten onvermijdelijke toeristentrekkers als Trolltunga en Preikestolen, waar de grote parkeerplaatsen het ergste doen vermoeden, maar je de drukte prima kunt ontlopen door om vier uur ’s ochtends te beginnen. Meer het binnenland in vind je de stukken waar je vrijwel zeker niemand tegenkomt: of je een kwartier wil lopen of acht uur, alles is mogelijk.
Waar het licht niet wil verdwijnen
Deze Hoogtelijn gaat over Scandinavië. Hoe was het ook alweer met Scandinavië: Noorwegen, Zweden en Denemarken? Of ook Finland en IJsland? Ik laat de uitleg op Wikipedia voor wat hij is. Het zijn voor mij de landen waar het licht ’s avonds niet wil verdwijnen,
Partners van de NKBV:

De Trolltunga, voor de drukte
waar het grind blij knisperen onder je schoenen, waar alles opgaat in ruimte, stilte en eenvoud. En heb je even genoeg van de rust, dan zoek je er een stadje op, waar je doorgaans uitstekend kunt eten.
Het hee te lang geduurd voor ik het Hoge Noorden ontdekte. De vakanties in mijn jeugd gingen altijd naar het zuiden – zo gemakkelijk reed je met een Simca niet naar Zweden of Noorwegen. Dat is gelukkig veranderd. Via de Sontbrug of de veerboot sta je tegenwoordig snel aan de overkant. De treinverbindingen zijn een belevenis op zichzelf. Inmiddels weet ik ook hoe je er zeilend komt: bij Texel recht omhoog.
Nu die huttentocht nog. En de Lofoten. En het noorderlicht. Scandinavië smaakt naar meer!
Roald van der Linde
secretaris@nkbv.nl
Een van de pioniers van het Nederlandse alpinisme, Pieter Ale (Ton) Couperus, is op 16 maart op 86-jarige leeftijd overleden in Amsterdam. Couperus was vaak in de bergen te vinden en was deelnemer aan diverse expedities in de Himalaya, ZuidAmerika, Rusland en Groenland. In 1977 bereikte Ton Couperus een hoogte van 7200 meter op de Makalu II voordat de expeditie afgebroken werd na het overlijden van expeditielid Ewout Reijnierse.
Mensen met de ziekte van Parkinson kunnen in steeds meer klimhallen terecht. Inmiddels zijn er zes hallen in Nederland waar Stichting ParKLIMson bijeenkomsten organiseert waar zij onder professionele begeleiding kunnen sporten. En het netwerk breidt zich verder uit.
Eind januari beklom de Amerikaan Alex Honnold free solo de 508 meter hoge wolkenkrabber Taipei 101 in Taiwan. Deze prestatie werd live uitgezonden op Netflix en wereldwijd gevolgd.
Alle 42 officiële wandelpaden op Madeira zijn alleen nog toegankelijk als je een tijdslot reserveert. Daarnaast moeten toeristen betalen voor toegang. Deze maatregel is bedoeld om de natuur op het populaire eiland beter te beschermen.
Voor de NKBV Bergsportdag op 8 maart zijn meer entreekaarten dan ooit verkocht, in totaal 3600. Samen met personeel, vrijwilligers en standhouders waren er circa 4000 aanwezigen. Zij namen deel aan zo’n 80 lezingen en activiteiten. Op de tweedehandsmarkt zijn meer dan 250 items verkocht.
World Climbing heeft de uitsluiting van de Russische en Belarussische sportklimfederaties opgeheven. De uitsluiting werd ingesteld in maart 2022. Atleten van deze federaties kunnen nu onder een neutrale vlag deelnemen aan internationale wedstrijden.
De kerk in het Italiaanse dorpje Santa Maddalena in Val di Funes, prachtig gesitueerd tegen de achtergrond van de Dolomieten, doet het goed op social media. Dat leidt tot een te grote toestroom van bezoekers. De autoriteiten hebben nu besloten dat alleen inwoners en toeristen die blijven overnachten, nog het dorp in mogen.
Wat zijn de consequenties als je bij een calamiteit in de bergen je klimpartner achterlaat en diegene overlijdt? Daar heeft een rechtbank in Oostenrijk een juridische uitspraak over gedaan. Een Oostenrijkse bergbeklimmer die vorig jaar met zijn partner de Großglockner (3798 meter) beklom, is schuldig bevonden aan doodslag. Door noodweer strandde het
stel vijftig meter voor de top. Zij kon niet meer verder en hij besloot hulp te halen. Toen de hulpdiensten ter plekke kwamen, was de vrouw doodgevroren. De man is grove nalatigheid verweten en heeft een voorwaardelijke gevangenisstraf van vijf maanden en een boete opgelegd gekregen. Kortom, ook de bergen zijn niet rechtenvrij.
De Herman Plugge Irish Coffee Award is begin maart uitgereikt aan Edmond Öfner. Hij ontving de trofee als oeuvre-award uit handen van NKBV-voorzitter Peter Valkenburg. Öfner, in de jaren tachtig bekend van zijn punkachtige uiterlijk met lange geblondeerde haren, beklom onder andere de noordwanden van de Eiger en de Dru en de Sentinelle Rouge op de Mont Blanc. Hij was als klimmer én filmer betrokken bij diverse expedities, onder andere naar de Mount Everest, Makalu en K2. Hij beklom de Everest en later de Jannu (7710 meter) in oostelijk Nepal. Na zijn klimcarrière was Edmond actief als poolreiziger. Nu maakt hij tochten met zijn zeilboot, onder andere naar Groenland en Spitsbergen.


Noor van der Veen heeft afscheid genomen van de redactie van Hoogtelijn. Het redactiewerk valt niet langer te combineren met het trailrunnen dat zij steeds professioneler aanpakt. In verschillende ultratrails zette zij al knappe prestaties neer. Naast het vertrek van Noor staat de komst van Marusja Aangeenbrug. Marusja heeft haar sporen verdiend als verslaggever en eind- en hoofdredacteur voor diverse media. De liefde voor de bergen heeft ze van jongs af aan meegekregen. ‘Vrijheid, schoonheid, rust, in de bergen vind je het allemaal’, aldus Marusja. Welkom Marusja en happy trails Noor.

Mensen die de Mount Everest willen beklimmen moeten voortaan een zekere staat van dienst kunnen overhandigen. Op hun bergsport-cv moet in ieder geval een geslaagde beklimming van een berg boven de 7000 meter staan. Zo wil de Nepalese regering het aantal onervaren klimmers en de drukte op de hoogste berg van de wereld verder terugdringen. Deze combinatie leidt steeds meer tot (extreem) gevaarlijke situaties. Daarnaast zijn klimmers verplicht een gidsenbureau in te huren en een verzekering af te sluiten die een bergredding dekt.
We hadden alle vier last van jeuk. Bekend van de controles op school. Maar nu tijdens een vakantie in Noorwegen, in Nordseter, hoog boven Lillehammer. Een kammetje, een borstel, scherpe nagels. Niets hielp. De jeuk was niet te harden, maar hoe moesten we aan anti-luizenspul komen? Naar de apotek, dat woord kenden we wel, maar wat is luis in het Noors? En het Engelse lice was me niet te binnen geschoten. Het was 1992, zonder online-hulp. De apotheker luisterde naar mijn omschrijving en zei toen: ‘Ah, lus’, uitgesproken als ‘luus’. Zoals bij ons in het dialect. Mét twee flessen anti-lus-spul terug naar de andere jeukhoofden. [Peter Daalder]
Heb je ook een leuk bergverhaal? Mail je anekdote van 120 woorden naar hoogtelijn@nkbv.nl o.v.v. En Passant.
Tussen november 2025 en februari 2026 maakten Sophie Baartman en Bas Visscher een klimtrip door Patagonië in Zuid-Amerika. Ze bezochten klimgebieden als Piedra Parada, Frey, El Chaltén en Cochamó. Het hoogtepunt van hun reis was de beklimming van de bigwall El Monstruo in Chili. Sophie en Bas beklommen deze wand via de route La Presencia de mi Padre (1400 meter, 6b, 40 graden sneeuw). Deze route staat bekend als de langste van Zuid-Amerika (combinatieroutes in het El Chalténmassief uitgezonderd).
Sophie en Bas hebben twee bivaks in de wand gehad en moesten hard werken in de vele 6a en 6b gewaardeerde touwlengtes. De tien uur durende aanloop door een dichtbegroeide jungle en een ijskoude beek droeg ook bij aan het avontuurlijke karakter. Deze beklimming is financieel en materieel ondersteund door de Commissie Expedities en Alpiene Topsport van de NKBV. Er verschijnt nog een uitgebreid verslag op Grensverleggers, het alpiene en expeditieplatform op nkbv.nl.
Tijdens de jaarlijkse lezing van Regio Noord-Holland stapte opeens NKBVdirecteur Robin Baks op het podium. Hij verraste een verbouwereerde regiovoorzitter, Gerben van Garderen, met diens benoeming tot Lid van Verdienste van de NKBV. Gerben is sinds 1996 lid van de NKBV. Vanaf 2004 was hij voor de maximale termijn voorzitter van de regio. Toen tijdens de covidpandemie de regio bijna stilviel, stapte hij opnieuw in. Gerben bracht nieuw elan en energie. In zijn toespraak benadrukte Robin vooral Gerbens inzet voor de jeugd. ‘Gerben is zeer actief bij het jeugdklimmen. Daarbij startte hij postcovid de regioweekenden in de Ardennen, waarvan hij er nu ruim twintig heeft georganiseerd. Ook deze activiteit trekt veel jongeren.’ Gerben is het 58ste Lid van Verdienste van de NKBV.

Voor meer informatie: NKBV verzekeringen te Woerden

Naamloos-2 1
Meindl heeft al menig innovaties op het gebied van schoenen teweeg gebracht. De nieuwste innovatie heet Identity. Bij de modellen uit deze nieuwe serie bieden wij een gedetailleerd herkomstbewijs van het gebruikte leer aan. Hiermee verschaft Meindl een volledig transparante kijk op de productie van de schoenen, vanaf de alpenweide waarop de koeien grazen, de leerlooierij waar het leer bewezen milieuvriendelijk wordt gelooid tot de uiteindelijke productie. Al bij de leerlooierij wordt het leer voorzien van een identificatienummer welke handmatig in het leer wordt gedrukt. Dit identificatie nummer ook Identitynummer genoemd is dan in de schoen vereeuwigd op de binnenkant van de manchet. Op deze manier kan men de afgelegde levensweg van het gebruikte bovenleer op www. identity-leder.de volgen!

























Marianne van der Steen hee duidelijk de ban gebroken: aan de overkant van de Atlantische Oceaan won ze twee World Cups IJsklimmen op rij. Na het World Cup-goud in Longmont (Verenigde Staten) en de zege in Edmonton (Canada) stelde ze bovendien de overall titel van de World Cup Series veilig. Al zestien jaar draait Marianne mee op het hoogste internationale niveau, maar nog nooit kwam alles zo bij elkaar als dit seizoen. Ze stond tientallen keren op een inter-
nationaal podium, maar nu dus eindelijk ook op de felbegeerde hoogste trede bij een World Cup. Daarmee zijn jaren trainen, toewijding en volharding beloond en mag ze zich met recht de beste ijsklimmer van de wereld noemen!
Marianne over haar zege in Edmonton: ‘Deze overwinning is zoveel meer dan slechts één beklimming. Het is een geweldig seizoen geweest na zestien jaar deelnemen aan de World Cup Series met zoveel ups én downs.’

Met haar gouden medaille in Edmonton eindigt Marianne van der Steen op de eerste plaats in de World Cup Series IJsklimmen
Op 28 februari was in Londen de eerste grote boulderwedstrijd in een nieuw format te zien. Veel van de internationale topklimmers van het moment namen het tegen elkaar op in de Pro Climbing League, waarbij ze tegelijk een identieke boulder moesten proberen te klimmen. Wie het eerst boven kwam mocht verder naar de volgende ronde. De Française Oriane Bertone ging er vandoor met de hoofdprijs, voor de gedoodverfde favoriet Janja Garnbret uit Slovenië, omdat die laatste in de naleboulder een fout maakte. De Amerikaanse Annie Sanders werd derde. Bij de heren won de Brit Max Milne, die Colin Du y (Verenigde Staten) en Tomoa Narasaki (Japan) achter zich liet.
Op 11 februari 2026 maakte Erwan Legrand – zeventien jaar oud en zoon van de beroemde wedstrijdklimmer van weleer François Legrand – de langverwachte eerste beklimming van Le Bombé Bleu in Buoux, Frankrijk. Het gaat hier om een van de langst bestaande sportklimprojecten ter wereld. De legendarische route werd voor het eerst voorzien van haken door Marc Le Menestrel in 1991 en is door veel van ’s werelds beste klimmers geprobeerd: Ben Moon, Stefan Glo-

Op het NJK Boulder werden in vier lee ijdscategorieën prijzen uitgereikt
De wedstrijdsport wordt ondersteund door
wacz, Chris Sharma, Fred Rouhling, Iker Pou, Nicolas Januel, Loïc Zehani, Charles Albert, Nicolas Pelorson, Lucien Martinez, Alexander Megos en nog vele anderen. Al die 35 jaar bleef het echter een ongerealiseerde droom. Erwan had vij ien sessies nodig en klom de route op blote voeten, om beter gebruik te kunnen maken van de pockets. Hij waardeert de route op 9b, en schrij daarbij dat hij hem met schoenen aan zeker nog moeilijker vindt.
Op 7 maart streden in boulderhal De Campus in Den Haag 77 jeugdklimmers om de titel van beste boulderaar van Nederland en de 24 medailles die er te verdienen waren in de verschillende lee ijdscategorieën. Veel bekende namen, waaronder de nummer twee van het Open NK/BK Boulder in Antwerpen eerder dit jaar, Briq Middelburg. Maar ook weer nieuwe gezichten in het boulderen. Met slechts twee klimmers, Geke Havermans (U17) en Daniël Stukker (U15), die alle boulders topten, werden het spannende nales. Een mooie dag met veel sterke jeugdklimmers, die alles gaven wat ze hadden. Scan de QR-code voor de volledige uitslagen en meer foto’s.





‘It goes, boys’ is een uitspraak die topklimmer Lynn Hill deed nadat zij als eerste mens The Nose had vrijgeklommen, de roemruchte bigwallroute op El Capitan in Yosemite. Onlangs werd de uitspraak gebruikt als naam voor een evenement waarbij dertig Nederlandse vrouwelijke routebouwers een masterclass kregen van topbouwer Anna Borella. Dat is geen toeval.
Tekst en beeld Berend Berlijn
Else houdt een donkerblauwe greep voor de wand, die met uitzondering van een klein ruw oppervlak glimmend gepolijst is.
‘Smooth’ is het thema dat zij hee meegekregen van de Italiaanse Anna Borella voor het bouwen van een boulder. Daarbij lag de keuze voor een gladde grepenset voor de hand. Maar haar interpretatie is niet alleen visueel. Nu wil Else haar boulder ook zo maken dat klimmers gedwongen worden tot een serie soepele bewegingen. ‘Alsof je danst’, stelt ze.
Schroefmachines ratelen
Deze oefening is het begin van de masterclass die dertig vrouwelijke routebouwers uit alle delen van Nederland naar boulderhal Krachtstof in Leiden hee gebracht. Schroefmachines ratelen, ladders worden heen en weer geschoven. Tijdens de gezamenlijke instructie vooraf legde Anna uit waarom ze voor deze aanpak koos. ‘Als routebouwers zijn we erg geneigd om vanuit een beweging te denken. Maar als het niet lukt om te bouwen wat in je hoofd zit, kan je echt vastlopen. Dan is het beter om van het geheel en een thema uit te gaan en meer op je creativiteit te vertrouwen.’
Vrouwen die bouwen
Swaen Harmsen kijkt trots naar de bedrijvigheid aan de lange, speciaal hiervoor leeggemaakte boulderwand. Zij is, samen met Paula Braas, de drijvende kracht achter It Goes, Boys. Zelf een vrouwelijke routebouwer van het eerste uur, ging zij zeven jaar geleden op de barricaden staan met verschillende kleinschalige ‘vrouwen die bouwen’-avonden. En dit evenement is voorlopig het hoogtepunt. ‘Destijds had ik moeite om een bouwteam van vijf vrouwen op de been te krijgen. En moet je nu kijken. Weet je wat ik opvallend vind? De meeste vrouwen hebben één of twee jaar bouwervaring, de toename van vrouwelijke bouwers is echt iets van de afgelopen jaren.’

Dat betekent niet dat vrouwelijke bouwers vanzelfsprekend zijn. Volgens Swaen wordt de bouwwereld nog altijd gedomineerd door mannen. Hoe de aanwezige vrouwen dat ervaren, wordt duidelijk tijdens een groepsgesprek bij de introductie. Het gevoel dat je binnen mannelijke teams nog echt respect moet verdienen wordt breed gedeeld. Word je serieus genomen? Niet altijd. Is het fijn om one of the guys te zijn? Het klinkt gek, maar daar komt het wel op neer.
Zo is dit evenement niet alleen een manier om je bouwvaardigheden te vergroten, maar ook om ervaringen te delen, elkaar te inspireren en te laten zien dat vrouwelijke bouwers een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan hoogwaardige boulders, op recreatief én competitieniveau. It Goes, Boys is daarom meer dan een naam, het is ook een statement.
Verschil
Over het verschil tussen hoe mannen en vrouwen bouwen, is deelnemer Frederique duidelijk. Veel mannen zijn van nature krachtiger, vrouwen zijn doorgaans flexibeler en beter in staat in kleine ruimtes te manoeuvreren. Dat vertaalt zich in het klimmen én in het bouwen. Dat betekent niet dat mannen
voor mannen moeten bouwen en vrouwen voor vrouwen. ‘Ik kan heel goed een “mannelijke route” bouwen. Daarvoor hoef ik hem niet zelf te kunnen klimmen. Ik kan er iets aan toevoegen vanuit mijn vrouwelijke identiteit. Wel moet je zo’n route laten testen door een mannelijke klimmer, om zeker te weten dat je op het goede spoor zit. En omgekeerd geldt wat mij betreft hetzelfde.’
Gemengde bouwteams
Frederique pleit voor gemengde bouwteams, zeker op competitieniveau. Zo kijkt Anna er ook tegenaan. Dan valt er volgens haar nog een wereld te winnen. ‘Dankzij dit soort initiatieven zorgen we hopelijk voor meer genderevenwicht in het bouwen. Uiteindelijk komt dat de kwaliteit van de routes, en dus van de wedstrijden, ten goede.’
De boulders die vandaag en morgen in Krachtstof worden gebouwd, worden ook het strijdtoneel van een wedstrijd. Dit leek Swaen en Paula de beste manier om de groep bouwers uit te dagen het maximale uit zichzelf te halen. Vanochtend is het nog warmdraaien, vanmiddag begint het serieuze werk. De schroefmachines ratelen weer. Er is een hoop te doen.
Nieuw wedstrijdformat
Tijdens de finale van de afsluitende wedstrijd namen drie teams het tegen elkaar op. In ieder team werd een van de uitgenodigde topklimmers – Amber Schiffeleers, Bibi Hamers en Iris van ’t Westeinde – op grond van de wedstrijdresultaten gekoppeld aan drie klimmers van verschillende niveaus. De finaleboulders waren zo gebouwd, dat je meer of minder grepen kon gebruiken om de boulder te toppen. Door als team in te lezen en elkaar aan te moedigen ontstond een uniek wedstrijdformat, waarin klimmers met een groot verschil in klimniveau toch samen konden klimmen. De einduitslag was daarbij minder belangrijk dan het plezier dat iedereen eraan beleefde.
Als kers op de taart kwam Lynn Hill naar het naar haar vernoemde evenement om de sfeer te proeven. Ze was in Nederland voor de Bergsportdag, maar nam ook ruim de tijd om in Leiden handtekeningen uit te delen aan fans.
Else met haar glimmende blauwe grepen

















Het is onmogelijk om niet onder de indruk te zijn als je met Johan Cavé door de donker wordende bouwplaats loopt, die het National Climbing Center (NCC) in januari nog is. Binnengekomen door het deel van de hal waar al geklommen wordt, dringen we verder het gebouw binnen. De schemering valt en de grote leadhal krijgt de allure van een kathedraal. Het is overweldigend. De schaal van alles is enorm: de hal van 18 meter hoog, de buitenwand en het terras, de eerste boulderhal, de tweede boulderhal. En dan hebben we het nog niet eens over de technische vernieuwingen die deze hal brengt. Nu nog onzichtbaar, maar na de opening zal duidelijk worden hoe nieuwe inzichten over bezoekerservaring en veiligheid in het ontwerp zijn verwerkt.
Als we door het deel van de hal lopen dat al in gebruik is, legt eigenaar Johan uit dat het centrum drie veiligheidsniveaus krijgt. Op niveau 1 kan iedereen klimmen beleven op zijn toegankelijkst. Er wordt hier geklommen met auto-belays, waardoor je geen zekeraar nodig hebt. Op level 2 kun je toprope klimmen en wordt dus van je verwacht dat je veilig kunt zekeren. Voor level 3, de grote leadhal, moet je ten slotte zelfstandig kunnen voorklimmen. Daaromheen liggen de boulderhallen, met natuurlijk een uitgebreid
trainingscentrum. Dat is vooral bedoeld voor de nationale boulder- en klimselecties, maar ook open voor andere klimmers.
Overal in het centrum wordt de verbinding gelegd tussen de niveaus. Dat gebeurt letterlijk doordat je van de ene ruimte in de andere kunt kijken en zo als klimmer aan een toprope nieuwsgierig wordt naar het voorklimmen. Maar ook guurlijk zijn er verbindingen, door de integratie van een ‘klim-BSO’ en












een grote fysiotherapiepraktijk in het centrum. Johan: ‘Hoe mooi is het als kinderen via een BSO kennismaken met klimmen. Dan is de stap naar meedoen met trainingen van onze Climbing Club natuurlijk niet meer zo groot.’
Innovatief
Naast de schaal van het NCC die nieuw en uniek is, zijn er voldoende andere innovaties die het vermelden waard zijn. Om te beginnen worden op het gebied van veiligheid stappen gezet die nog maar op weinig andere plekken in ons land te vinden zijn. In de volledige klimhal komt een zogenaamde ‘impactvloer’, die het risico op letsel bij een val op de grond aanzienlijk verkleint. Dit type vloer is lastig achteraf in een oude hal in te bouwen. Bij het nieuwe NCC is hier bij de bouw al rekening mee gehouden.
In de klimhal komt veel ruimte voor auto-belayapparaten. Dat zijn er wel 43! Voordeel is dat het laagdrempelig is voor iedereen die kennis wil maken met de klimsport of voor wie alleen wil klimmen. De vernieuwing komt bij deze apparaten van het gebruik van connectors die je aan je gordel klikt en die zo fool proof zijn dat je het nauwelijks verkeerd kunt doen. Natuurlijk: toezicht blij altijd nodig, maar de instructie is minimaal.
Een punt van veiligheid waar bezoekers van een klimcentrum misschien niet zo snel aan denken, is de luchtkwaliteit. Magnesium en fijnstof van het rubber van de schoenen maakt het noodzakelijk de lucht in een klimcentrum goed te verversen. ‘Wij hebben hier straks allemaal warmte terugwin




apparaten. Dat is onder meer voor de duurzaamheid. Maar die apparaten doen ook een ander belangrijk ding: ze lteren de lucht constant’, aldus Johan. Heel wat anders dus dan in sommige hallen die in oude fabrieken gebouwd zijn, waar voor koeling in de zomer de deuren open gaan en ventilatoren voor luchtverplaatsing zorgen.
Een andere innovatie is gericht op de top van de wedstrijdklimmers. Zij krijgen niet alleen hun eigen trainingsruimte, er zijn ook ruimtes waar gastklimmers kunnen overnachten. Verder zijn er vergaderruimtes voor coachingsgesprekken en zalen voor grotere groepen. Dat alles moet het NCC tot dé hub maken voor wedstrijdklimmers in ons land. Maar ook recreatieve klimmers zullen zich niet vervelen te midden van al die klimmogelijkheden, goede horeca en de uitgebreide klimshop.
Open met een knal
Het NCC opent gefaseerd; er kan nu al geklommen worden. De volledige opening wordt op 30 mei gevierd met een grote wedstrijd: het Nederlands kampioenschap Lead 2026. Spannend? Jazeker, want er moet nog een heleboel gebeuren voor het zover is. En voor Johan is het extra spannend om te zien hoe alle ideeën in de praktijk zullen uitwerken. Of, zoals hij het zelf zegt: ‘Onze grote uitdaging is eigenlijk: hoe gaan we het straks ook gezellig krijgen?’ Want het risico van zo’n groot centrum is dat het anoniem kan aanvoelen en je je verloren voelt in alle mogelijkheden. Maar ook daarvoor zijn voldoende ideeën, die ervoor zorgen dat iedereen zich in het NCC zal thuisvoelen, van beginnend klimmer tot professioneel atleet.




Thema: het Hoge Noorden



Scandinavië begint voor mij niet bij een land, maar bij een gevoel. Ken je dat gevoel? Voor mij is het stilte. Ruimte die zich uitstrekt over weidse bossen, vlaktes, orden en bergen. Licht dat eindeloos lijkt door te gaan, of juist wekenlang wegblij . Knusheid, wanneer ik mijn schoenen uittrek bij de deur en een houten hut binnenstap in the middle of nowhere. Een gevoel zo sterk dat ik het ben gevolgd: ik ben naar Noorwegen verhuisd. Misschien vind jij datzelfde gevoel door erheen te gaan, er rond te reizen. Of is erover lezen al genoeg?


Krijg je geen genoeg van dit thema- nummer? Scan de QR-code en lees Akkes blog Frilu sliv: de Noorse kunst van het buitenleven. De Noren voelen zich sterk verbonden met de natuur, grijpen iedere kans aan om buiten te bewegen én zijn een zeer gelukkig volk. Zit daar verband tussen?
18 Door het land van de Sami
23 Op de bok: Inlandsbanan
24 Depot: Het allemansrecht gevierd
26 Naar een hut: Øyungshytta
28 Met dreumes en tent over de Hardangervidda
33 Klim- en bergsport in Oost-Groenland
34 Winterbeklimming van de Trollveggen
38 Markt & Materiaal
40 Kungsleden in de winter
44 Naar een hut: Glitterheim
46 Een trektocht door Sarek
52 Onder de middernachtzon op de Lofoten
56 Mini Expedities in Noorwegen
Het weidse uitzicht over Dovre ell, de rode T op de rots wijst de weg


De Nordkalottleden

De Nordkalottleden slingert 700 kilometer door het noorden van Noorwegen, Zweden en Finland. Dit eenzame pad doorkruist hoogvlaktes, bergpassen, kniediepe rivieren en zompige moerassen. Lapland wordt vaak de laatste wildernis van Europa genoemd, maar er wonen hier al duizenden jaren mensen. Dit is het land van de Sami: traditioneel jagers, vissers en rendiernomaden. Hun cultuur is nog altijd onlosmakelijk met het land verbonden.
Tekst en beeld Friso de Vries
Ik volg de Nordkalottleden van noord naar zuid, met als startpunt het Noorse Kautokeino, vlak bij de Finse grens. De naam van het dorp is afgeleid van het Sami-woord guovdageaidnu, wat ‘halverwege’ betekent. De plaats ligt tussen twee migratieroutes van rendieren. Duizenden jaren jaagden ze hier op rendieren, maar vanaf de zeventiende eeuw zijn de Sami kuddes gaan hoeden. Vandaag de dag is nog ongeveer tien procent van hen actief als herder. In de zomer lopen de dieren vrij door de bergen en op de Nordkalottleden kom je ze zeker tegen.
Vanaf de late middeleeuwen drongen christelijke missionarissen Sápmi binnen, het gebied van de Sami. De sjamanistische natuurgodsdienst moest wijken voor het christendom. Tientallen Sami eindigden op de brandstapel. Eeuwenlang werd de Sami-bevolking als minderwaardig gezien. In de negentiende en twintigste eeuw stuurden Scandinavische overheden kinderen naar kostscholen in een poging de inheemse cultuur uit te wissen. Toch overleefden verschillende Sami-culturen de onderdrukking. Het zelfbewustzijn en de erkenning van de inheemse bevolking

In andere landen zou hier een hek omheen staan en een rij met mensen


is inmiddels sterk toegenomen: ze hebben een eigen vlag en volkslied en er bestaan raadgevende Sami-parlementen in Zweden, Noorwegen en Finland.
Een kring uit de hel
Ik vind het begin van de route naast een drietal traditionele Sami-turfhutten rond een kampvuurplaats. De tipi-vormige hutjes zijn bedekt met mos en gras. Het is eind juli. De Nordkalottleden ligt boven de poolcirkel, dus het schemert al uren. Helaas is dit jaargetijde ook het hoogtepunt van het muggenseizoen. Voordat ik het berkenbos in ga, doe ik een hoofdnetje op. Binnen een paar passen zitten er minstens dertig muggen op iedere arm. Ik wrijf mijn handen over mijn mouwen en al snel zit mijn shirt vol bloedvlekjes. Pauzeren of op de kaart kijken is er niet bij. Bij de vennen en stroompjes ziet de lucht zwart van de insecten.
Het pad verdwijnt tussen hoge grassprieten in een moeras. Ik sjok over boomstammen die zijn neergelegd bij wijze van
pad, maar ze zinken bij iedere stap onder water. Mijn sokken raken langzaam doorweekt.
Aan de overkant van een beek zie ik sporen van een oud kampvuur. De grond is hier net wat droger. Waarschijnlijk vind ik vandaag geen betere slaapplek. Ik besluit te stoppen. Ik raap wat hout van de grond en maak snel een vuurtje. Als het goed brandt, gooi ik er een grote grashalm op en rook een deel van de muggenzwerm van me af. Daarna zet ik in een noodtempo de tent op, maar nog steeds weten tientallen muggen binnen te dringen. Er volgt een kleine slachtpartij voor ik aan mijn avondeten begin.
De volgende dag kan ik voor het eerst een beetje genieten. Ik loop over een heuveltop waar het hard waait, wat ervoor zorgt dat de beestjes wegblijven. Vanaf hier lijken de groene moerasdalen haast paradijselijk. Al weet ik nu al dat ik daar beneden een aantal keer zal verdwalen. Het pad gaat regelmatig door borsthoog gras en de route wordt her en der doorkruist door quadsporen die meer op het pad lijken dan het pad. Vroeger volgden de Sami hun rendieren te voet, tegenwoordig met quads.
Er zijn geregeld onbemande hutjes aan de route te vinden. De Sieimmahytta ligt aan een zijtak van de brede rivier de Reisa. Hier is een roeiboot vastgeknoopt aan een boom om bij de hut te komen. Tijdens het losknopen van het bootje zetten meteen honderden muggen de aanval in. Ik duw de boot in het water en roei uit alle macht.


De Sami-vlag
Ik twijfel of deze wandeling een goed idee is
Overal in het landschap vind je Sami-woorden. Deze berg heet Noaiditjåkkå: berg van de sjamaan.

Een zonnig moment om te wassen en drogen
In de hut ruikt het naar natte sokken, maar het is warm en mugvrij. Ik hang mijn modderige kleren uit over de vele haakjes en touwtjes. Op tafel vind ik een gastenboek. Voor het eerst voel ik me niet zo alleen in mijn ontbering. Een stel Finnen beschrijft wat ik elke dag voel: ‘de muggen maken dit pad tot een kring uit Dantes hel’.
Het Wilde Westen
Ik twijfel de eerste week of deze wandeling een goed idee is. Tot ik bij een diepe kloof kom waar van drie kanten enorme watervallen in storten. Het is een uitzicht waar in andere landen een hek omheen zou staan met een rij mensen met selfiesticks. Hier zit ik er alleen. Mijn voeten bungelen boven het water tientallen meters onder me en ik eet blauwe bessen die ik langs de weg heb gevonden.
Als ik de Finse grens nader, maken de moerassen en rivieroevers plaats voor hoogvlaktes en bergen. Waar de heuvels in Noorwegen heel groen zijn, voelt Finland stenig en ruig, alsof alle begroeiing er is weggewaaid. Hier vind ik de eerste rendieren, die in dit seizoen wijselijk het moeras ontvluchten. Het pad kruist de weg naar de Halti, Finlands hoogste berg, en ik kom voor het eerst andere wandelaars tegen. Toch is het zelfs hier rustig genoeg om zonder een enkele toeschouwer een duik te nemen onder de Pihtsusköngäs, Finlands hoogste waterval.
De eerste tussenstop waar ik eten kan bijkopen is Kilpisjärvi. De omgeving bestaat uit gigantische meren en bergen met platte toppen, maar het plaatsje zelf stelt niet veel meer voor dan een Autohof in Duitsland. Het grootste verschil is dat hier overal rendieren grazen. Regelmatig staat er een kleine file omdat een rendier met kalf midden op de weg stilstaat.
Als ik het drielandenpunt gepasseerd ben, gaan er weer dagen voorbij dat ik niemand tegenkom. De grootsheid van het landschap verbaast me elke dag opnieuw. Geregeld klim ik een tijd door een sprookjesachtig bos met paddenstoelen in allerlei soorten en maten om ineens boven de boomgrens uit te stijgen en begroet te worden door een eindeloze vlakte. Het doet me denken aan filmbeelden van het Wilde Westen. Dat gevoel neemt toe als ik ’s avonds aankom in een houten hut en mijn sokken droog boven een houtkachel.
Ik ben net de grens overgestoken van Zweden naar Noorwegen als ik uitkijk over een rivierdelta die uitmondt in het enorme Moskan-meer. Het is schitterend, maar ook ijskoud. De scherpe bergruggen rond het meer houden de wind niet tegen. Er staan schuimkoppen op het water. Ik denk dat het een slecht idee is om de tent op te zetten. Op de kaart zie ik dat zich ergens aan het meer een hutje bevindt. Er gaat geen pad naartoe. Na lang geploeter door een kniediepe rivier en grasland kom ik bij de hut en ontmoet daar visser Rooni, die
het cowboyplaatje afmaakt. Aan zijn voeten ligt jachthond Freya. Hij reikt me een bord aan met gedroogd elandenvlees. ‘Zelf geschoten.’ We delen een blikje bier terwijl hij vertelt over de elandenjacht.
Pijnlijke schouders en natte voeten
Ik ben erachter gekomen dat ik voor tien dagen aan eten kan dragen. Dat is ook ongeveer de afstand tussen de plekken waar ik boodschappen kan doen. De rugzak is de eerste dagen na mijn inkopen zo zwaar dat ik langzaam ga en uit vermoeidheid ’s avonds te veel eet. Een chocoladereep, bedoeld voor twee dagen, gaat in één avond op. Ik loop richting het einde van een etappe veel grotere afstanden – omdat de tas lichter is, maar vooral omdat ik trek heb.
Rivieroversteken vormen een tweede uitdaging. De diepste rivieren zijn voorzien van een hangbrug, maar regelmatig zit er niks anders op dan door het water lopen. Vlak voor Ritsem, een Zweedse hut waar diepvriespizza op me wacht, ben ik voor het eerst bang voor een rivier. De hangbrug is stuk. Een van de staalkabels is losgebroken en de loopplanken wiegen verticaal in de wind. Het heeft dagenlang geregend en het water buldert met veel kabaal door een kloof. Ik klauter over de stenige oever op zoek naar een doorwaadbare plaats. Ik
doe oude hardloopschoenen aan die ik mee heb als waterschoenen. Voorzichtig schuifel ik het water in, leunend op mijn stokken. Het ijswater komt meteen tot mijn knieën. Ik tast de bodem af met een stok en schuifel voetje voor voetje vooruit. Al gauw klotst het water tegen mijn buik. Zodra ik de stok neerzet om rechtop te blijven, trekt de stroming hem bijna uit mijn hand. Geschrokken zet ik een stap achteruit, maar mijn voeten glijden van de rots en ik val om. Gelukkig val ik richting de oever. Spartelend kruip ik op de kant. Mijn benen tintelen van de kou. Verslagen sjok ik terug naar de resten van de brug. Nu zie ik dat de rivier verder stroomafwaarts breder lijkt. Ik ga met hernieuwde moed naar de waterkant. Uiteindelijk vind ik een doorwaadbare plaats waar de rivier in tweeën splitst.
Reuzen uit Noorwegen
Het eind van de route komt in zicht en dat is maar goed ook. De zomer is voorbij. De zon glinstert op de roodgekleurde
De hangbrug is stuk: een staalkabel is losgebroken

Andere wandelaars met behoefte aan gezelschap: we kamperen een avond samen
heuvels en in de verte blinkt de eerste sneeuw op een piramidevormige berg.
Ik wil mijn proviand aanvullen bij een Sami-hut. Op het dak van de hut wappert de Sami-vlag: rood-blauw met een cirkel en groen-gele strepen die overeenkomen met die van de klederdracht. De huttenwaard is een oude vrouw met een vrolijke glimlach. Ik koop chocola en op haar aanraden wat gedroogd rendierenvlees. Ik vraag haar of ze zes weken in de hut doorbrengt, zoals de Zweedse huttenwaarden. Haar vrolijke lach verdwijnt. ‘Deze hut is niet Zweeds, wij zijn Sami.’ Ik zeg dat ik het niet verkeerd bedoelde en vraag haar naar het dorp, Stáloluokta. Ik weet dat luokta ‘baai’ betekent. Zij vertelt me wat Stállo betekent. ‘De Stállomannen zijn reuzen uit Noorwegen. Die kwamen hierheen om de Sami op te eten.’ Ze wijst naar de kerk in het dorp: ‘Er is een verhaal dat een priester de kerkklok luidde en dat de reuzen daarvoor op de vlucht sloegen. Eentje vluchtte te laat en veranderde door het geluid van de klok in steen. Je komt de versteende reus nog langs je wandelroute tegen.’ Waarschijnlijk een volksverhaal dat een missionaris naar zijn hand wist te zetten. In dit landschap is het niet moeilijk om in de verweerde rotsen reuzen en trollen te zien.
Het is de eenenveertigste dag als ik eindelijk aankom in Sulitjelma, mijn eindpunt van de Nordkalottleden. Ik wacht bij een bushalte naast een supermarkt. Tijdens de tocht voelde ik me zelden eenzaam, maar nu bekruipt dat gevoel me. Ook ben ik me ineens bewust van hoe smerig ik ben. Mijn broek en schoenen zijn verborgen onder aangekoekte modder. Ik kijk nog een laatste keer naar de bergen waar ik vandaan kom. Dan besluit dat ik hier meer thuishoor dan het bushok.
Reis
De Nordkalottleden begint in het noorden in Kautokeino en heeft twee mogelijke uiteinden: Kvikkjokk en Sulitjelma. Het Zweedse Kvikkjokk is bereikbaar met de bus. Hier komt de bekende Kungsleden ook langs. Je kunt eerst met een nachttrein noordelijk reizen vanuit Stockholm. Sulitjelma en Kautokeino in Noorwegen bereik je met de bus via Bodø of via Tromsø.
Kaart en gids
Er is alleen een wandelgidsje in het Duits, geschreven door Michael Hennemann: Nordkalottleden über den E1 (ISBN: 9783866866706).
Hierin staat ook een lijst met papieren kaarten die relevant zijn. De meeste kaarten kun je online bestellen en anders zijn ze lokaal te koop. Voor Noor-
wegen is de kaartenapp Norgeskart een aanrader.
Overnachten
Hoewel er op veel plekken bemande en onbemande hutten zijn, is een tent op grote delen van de route onmisbaar. De gratis hutten stellen soms niet meer voor dan een donker hol met een houten plank voor een matje, maar de hutten waarvoor je betaalt zijn doorgaans ruim, met houtvoorraad en stapelbedden. In Zweden zijn de meeste hutten bemand en nog wat luxer (maar ook duurder). Je kunt hier bij een paar hutten eten kopen en soms is er een sauna. In Noorwegen heb je voor de hutten van de vereniging DNT een sleutel nodig die je vooraf naar huis kunt laten opsturen of kunt ophalen in Tromsø.



Met de trein de bergen in? Joanne Brouwer, voorheen maker van het tv-programma Rail Away, tipt bijzondere spoorlijnen.




Hobbelend en schuddend over de poolcirkel









Slow travel in optima forma. Dat is een rit met de Inlandsbanan. Een reis door het binnenland van Zweden met een gangetje van zo’n 30 tot hooguit 50 kilometer per uur. Wat geduld moet je dus wel hebben, want de totale route is ruim 1000 kilometer lang. Hij begint in Midden-Zweden en doorkruist het land van zuid naar noord, tot boven de poolcirkel.
Tekst Joanne Brouwer
Opstappunt is tegenwoordig het plaatsje Mora – voorheen was dat nog zuidelijker, in Kristinehamn. Vandaag staan de eerste vierhonderd kilometers tot Östersund op het programma.
De volgende ochtend is het dringen geblazen op het perron. De trein is overboekt: een aantal mensen hee zich vergist in de opstapdatum.
Maar de twee stewards die de rit begeleiden zijn de beroerdste niet en de familie (oma, dochter en twee kinderen) krijgt een plekje aangewezen op de grond. Ze laten zich lachend zakken op de vloer. Twee studenten uit Londen die in het Hoge Noorden veldonderzoek gaan doen delen hun broodjes humus met de nieuwkomers.
De rit gaat door eindeloze bossen, langs talloze meren en door de dunstbevolkte gebieden van Zweden. Er wordt gelezen, gelachen, gebreid en geslapen. Steward
William vertelt anekdotes en komt langs om de lunchwensen te inventariseren. Over een paar honderd kilometer zal het middagmaal (op het menu verse zalm en rendier) klaarstaan bij het station van Vilhelmina. Een jochie loopt schuchter de cabine van de machinist in. Of hij een foto mag maken? Geen probleem, vindt de machinist. Wie zijn mobiele telefoon wil opladen, is ook welkom. Ondertussen toetert hij om een kudde rendieren van de rails te verjagen. De steward roept dat iedereen naar links moet kijken om de dieren te zien verdwijnen in het bos. De coupé veert op, de fototoestellen in de aanslag.
Wandelen bij de Sami
In de plaats Sorsele in Zweeds Lapland stapt een groep passagiers uit om een meerdaagse trektocht te maken in Vindel ällen, een van de grootste UNESCO-biosfeerreservaten van Europa. Het werd in 1974 opgericht, niet alleen


om de flora en fauna te beschermen, maar ook de inheemse Sami-cultuur. Goede kans dat de wandelaars onderweg nog meer rendieren zullen tegenkomen.
Poolcirkel
De trein houdt abrupt halt. De poolcirkel! Tijd voor sel es. En dan gauw weer door. Naar het stadje Jokkmokk, een goed vertrekpunt om de wildernis in te trekken in nationaal park Muddus of Sarek (zie ook pagina 46). In de winter kun je hier met de Inlandsbanan de traditionele Wintermarkt te bezoeken, met veel aandacht voor de tradities van de Sami.
En dan komt na ruim twintig uur sporen de eindbestemming Gällivare in zicht. Morgen in alle vroegte gaat de Poolcirkeltrein weer terug…

bezoek bij de machinist




Het allemansrecht (Zweeds allemansrätten, Noors allemannsretten, Fins jokamiehenoikeus, IJslands almannaréttur) is het Scandinavische ‘recht om te zwerven’, een cultureel en wettelijk recht dat iedereen de vrijheid gee om van de natuur te genieten. Er zijn een paar beperkingen, maar zolang je jezelf houdt aan ‘niet verstoren, niet vernielen’ (Ikke forstyrr, ikke ødelegg, in het Noors) zit je eigenlijk altijd goed. Ook de Hoogtelijnredacteuren maken graag gebruik van dit recht.
Onder redactie van Frank Husslage

Het was 2021 en we liepen zes dagen dwars over de Hardangervidda, broer Lennart, schoonzus Esther en ik. Alles was drassig, niets was gelijk. Elke avond was het flink zoeken naar een plek waar de tenten konden staan. Maar daar kregen we spectaculaire zonsondergangen, kilo’s bosbessen en een regenboog voor terug. Goede ruil, wat mij betre . [Rinske Brand]
De top van de Bitihorn (1607 meter) biedt een indrukwekkend uitzicht richting Jotunheimen en Valdres. Aan de voet van deze berg zijn volop mooie plekken om je tent op te zetten, bijvoorbeeld naast een van de vele meren. Bivakkeren kan hier natuurlijk ook, maar vergeet dan je muggennetje niet. [Akke van der Meer]


Deze prachtig rode Hillebergtent bood op IJsland een kleurrijk onderdak tussen de actieve geisers in de buurt van de Hrafntinnusker. [Dim van den Heuvel]
Op een uurtje rijden van mijn woonplaats Oslo ligt het natuurreservaat Mørkgonga, een fantastisch gebied om te wandelen. Wildkamperen vergt wat moeite, vooral om een droge kampeerplek te vinden tussen de vele moerassen. [Akke van der Meer]

Een winterse trektocht over de Finnmarksvidda waarbij je in veertien dagen slechts twee andere mensen tre , die daar dan ook nog beroepshalve onderweg zijn: het kan nog. De markante top is de Vuorje, de berg die een grote rol speelt in Nooit meer slapen van Willem Frederik Hermans. Het nadeel van dit soort ondernemingen is dat je erna voorgoed verpest bent voor een langlaufweekend in de ons omringende landen. [Frank Husslage]

Op de top
Na een tip van de VVV kampeerden we doodleuk op de top van de Funäsdalsberget (977 meter) in het uiterste westen van Zweden. [Dim van den Heuvel]

Deze wonderbaarlijk mooie plek was voor ons de derde nacht in een rondje van vijf dagen wandelen en wildkamperen. De blikvangende berg op de foto is de Hårteigen (1696 meter) op de Hardangervidda en de tent staat iets ten noorden van de Torehytten. Deze foto hangt nu op groot formaat op mijn overloop. [Ico Kloppenburg]
De droom van iedere Scandinaviëganger: een winternacht met het noorderlicht boven je tent. Veel mooier dan dit spektakel net noordelijk van Karasjok krijg je het niet. [Frank Husslage]


Zo’n tien jaar geleden was ik voor het eerst écht in de bergen. Alleen. In het nogal uitgestorven Noorwegen, waar ik dagenlang wildkampeerde en niemand tegenkwam. Net 22 jaar oud vond ik dat na twee weken toch wel he ig en besloot ik menselijk contact te zoeken. Hoopvol bereikte ik een hut in nationaal park Dovreell. Toen ik de deur opendeed, stonk het er enorm en lag de vloer bezaaid met drankflessen. In de bedden lagen een stuk of tien laveloze mannen. Een vrijgezellenfeest. Ik heb mijn tent op gepaste afstand van de hut neergezet en was toen opeens toch wel weer blij dat ik hem bij me had. [Noor van der Veen]
Onmiskenbaar Scandinavisch: een groepje rendieren dat zich in de buurt van de Kald orden niets aantrekt van die wandelaars met hun tent. Het ukkie van de groep vond ons echter wel interessant en wilde ín die tent kijken. Dat schattige diertje hebben we toch maar weggejaagd, om te voorkomen dat de snuivende pappa met zijn enorme gewei zijn kroost zelf zou komen ophalen. [Frank Husslage]


waar staat jouw tent?
Hoe maak jij gebruik van het recht om van de natuur te genieten?
maak een foto en tag de NKBV op je social media! @_NKBV en De.nkbv
Øyungshytta, Rondane, Noorwegen
Op de oever van Øyungen staat een bescheiden houten hut met mos op het dak. Van de zes bedden in de Øyungshytta zijn er vannacht maar twee bezet. We zijn de enige bezoekers, half september. In de knusse woonkamer annex keuken maken we de haard aan. Klaar voor een rustige avond.

De Øyungshytta, geopend in 2018, maakt deel uit van het uitgebreide huttennetwerk van de Noorse wandelvereniging DNT (Den Norske Turistforening). Deze hutten zijn bedoeld om wandelen en buiten zijn toegankelijk te maken voor een breed publiek. Veel hutten, waaronder de Øyungshytta, hebben geen service: je regelt je verblijf zelfstandig, kookt je eigen maaltijden en laat de hut netjes achter voor de volgende gasten. In hutten met zelfservice is er een kleine voorraadkast met eten. In de DNT-app houd je bij wat je gebruikt en reken je af. Voor toegang tot de hut heb je een sleutel nodig, die past op vrijwel alle onbemenste DNT-hutten in Noorwegen. De sleutel kun je vooraf laten opsturen of ophalen bij een hut waar een huttenwaard aanwezig
is. Het systeem is gebaseerd op vertrouwen en eenvoud, en maakt het mogelijk om ook zonder tent comfortabel meerdere dagen in de natuur door te brengen.
Rendieren
De Øyungshytta ligt aan een prachtig bergmeer, binnen het leefgebied van de wilde rendieren in het zuiden van Rondane. Daarom is de hut jaarlijks gesloten tijdens de kalverperiode, van 6 april tot en met 18 juni.
De hut is met vier slaapkamers (twee tweepersoonskamers en twee eenpersoonskamers) relatief klein, maar juist hierdoor hangt er een intieme en beschutte sfeer. Je doet hier alles zelf: water halen, vuur maken, koken, oprui-
men. De elektriciteit komt van zonnecellen en is zeer beperkt. Op de korte winterdagen kun je daar zelfs beter niet op rekenen. Een beetje back to basics dus!
Goede bereikbaarheid
Voor de Øyungshytta hoef je niet per se een lang wandelavontuur te plannen. Door de goede bereikbaarheid is het een fijne en gemakkelijk uitvalsbasis, zowel in de winter als de zomer. Je hebt hier wel een afgelegen gevoel. Uiteraard kun je er ook voor kiezen om Øyungshytta op te nemen in een langere huttentocht: in de directe omgeving liggen meerdere DNThutten op loopafstand. Naar Halgutusveen is het bijvoorbeeld zo’n vijf uur lopen (15 kilometer), naar Skolla zo’n vier uur (10 kilometer).
Jouw hut in Hoogtelijn?
Voor velen is een hut het (eind)doel van een tocht.

Een rustplaats voor een bord soep, een glas fris of een broodje. Heb je een dagtocht gemaakt naar een bijzondere hut en heb je goed fotomateriaal?
Stuur de naam van de hut en jouw idee hierover naar hoogtelijn@nkbv.nl o.v.v. ‘Naar een hut’, dan bespreken we de mogelijkheden voor een artikel in deze rubriek.



Het slot open je met je eigen DNT-sleutel
Afstand: 2,5 kilometer
Stijging: 119 meter

De wandeling naar de hut start bij de parkeerplaats Øyungen vinterparkering. Met de auto rijd je hier in ongeveer een uur naartoe vanuit Lillehammer, zonder auto is het lastig om deze plek te bereiken.
Vanaf de parkeerplaats volg je de weg richting het noordwesten. Na ongeveer 250 meter kom je bij een kruispunt, waar het eerste bordje ‘Øyungshytta’ staat; hier sla je rechtsaf. Na een paar honderd meter loop je het bos in en gaat de weg geleidelijk omhoog. Na 1,1 kilometer kom je opnieuw bij een kruising; ook hier sla je rechtsaf. Volg de bordjes die je onderweg tegenkomt. Op ongeveer 400 meter van de hut staat het laatste bordje en buigt het pad af, waarna je langs het meer bij de hut uitkomt. De route is het hele jaar door te lopen. Bij sneeuw raad ik aan om op sneeuwschoenen of ski’s te gaan. Als je dat doet, kan je gebruikmaken van een alternatieve winterroute. Deze is, net als de standaard wandelroute, te vinden op de website ut.no

Met dreumes en tent over de Hardangervidda
Een hoogvlakte strekt zich voor ons uit: groots, leeg, imposant en stil. Heel stil. Precies waar ik naar verlang: rust. Maar in mijn ooghoek stuitert iets met hoge frequentie op en neer in een plas, luid schaterlachend en niet van plan ook maar even stil te staan; het is onze bijna tweejarige dochter. Scandinavische stilte, kan dat ook met dreumes?
Tekst
en beeld Anna van Yperen

Wandelpauze: spetteren maar!
1augustus, hartje zomer. Wanneer we met de trein aankomen op Finse, midden op de Noorse hoogvlakte, slaat een gure wind ons om de oren. Onze donsjassen komen nu al van pas! Een berghotel staat aan de andere kant van het spoor en we besluiten binnen een kijkje te nemen. Nog even naar een wc die je gewoon kunt doortrekken en waar je je handen met warm water kunt wassen en dan de vidda op! Trots dat onze dreumes zelf wil lopen, en met uitpuilende rugzakken zetten we de eerste stappen van onze trektocht dwars over de Hardangervidda.
Zodra de zandweg overgaat in een wandelpad, merken we meteen dat dit terrein een uitdaging is voor onze dochter, die minder dan een jaar geleden haar eerste stapjes zette. Ze struikelt voortdurend over de vele stenen waaruit het wandelpad bestaat. Noorse wandelpaden zijn vaak oneffener dan die in de Alpen, en ook op onze route blijkt dat het geval. Bezorgd over een fikse valpartij én – toegegeven – denkend aan onze geplande kilometers, besluiten we haar in de rugzak te zetten. Ze vindt het geen probleem, zolang we maar liedjes zingen. Of beter gezegd, dat ene liedje, het Noorse Schaapje, schaapje, heb je witte wol. We zullen het nog vele malen zingen.
Na een uurtje lopen besluiten we een tentplek te zoeken. Echt zoeken is het niet, de Noorse vidda barst van de vlakke stukken en er is overal stromend water. Met een briesje en

Spelen op de vidda
temperaturen rond de tien graden is het wel fris, dus proberen we een plek uit de wind te vinden. Dat lukt en niet veel later staat de tent en eten we onze droogvoermaaltijden, aangevuld met pasta voor onze dochter. Daarna is het dreumesbedtijd. Terwijl ik buiten de bordjes schoonmaak, worden in de tent de matjes uitgebreid als springkussen getest. Daarna volgt het pyjama aantrekken, tanden poetsen, boekje lezen, met knuffel ‘broer konijn’, net als thuis. Even later kruipt mijn man de tent uit, ‘zo, die slaapt’. We nippen in alle rust aan een beker warme chocolademelk. Wat een rijkdom, zo met zijn drieën op pad door de prachtige Noorse natuur!
Kwetsbaar
Ik tuur in de verte. De wind jaagt een aantal grijze wolken langs de hemel. Ik rits mijn donsjas dicht, trek mijn buff verder over mijn oren en krijg dat gevoel dat ik zo vaak heb als ik in de Noorse bergen ben: kwetsbaarheid. Het is hier zo leeg, zo groots, zo ruig. In de Alpen zijn bijna overal boerenschuren te vinden waarin je bij nood kunt schuilen. Hier niet, of je moet er 15 kilometer voor lopen, wat over de Noorse paden al snel gelijkstaat aan zo’n vijf uur. Ook kun je op de vidda niet even afdalen naar de beschutting van bomen, want die zijn er simpelweg niet. De verantwoordelijkheid voor ons mini-teamlid maakt dat ik me nog kwetsbaarder voel. Is deze tocht wel zo’n goed idee?
In gedachten loop ik onze voorbereidingen nog eens langs: we kozen een route met meerdere uitvalswegen en inkortmogelijkheden. We hebben eten voor vier dagen mee, hoewel de eerstvolgende hut met bevoorrading als dagtocht staat beschreven (maar wel een van tien uur). We hebben kleding mee voor alle weersomstandigheden, inclusief twee reserve sets voor onze dochter en een extra slaapzak. Daarnaast hebben we veertig luiers bij ons, genoeg voor anderhalve week. We weten nog niet hoeveel dagen we onderweg zullen zijn, maar wel dat we nergens mogelijkheid hebben om extra te kopen. We lazen tochtverslagen, de weersvoorspelling voor de eerste vijf dagen is stabiel, familie is ingelicht en een noodbaken binnen handbereik. Vóór de komst van onze dochter maakten we vele trektochten met tent, en ook met haar erbij maakten we al enkele wandelingen met overnachting. Maar nog nooit planden we een tocht van een week waarbij het middelpunt twee tot drie dagen lopen van de dichtstbijzijnde uitvalsweg lag…
Scandinavische rust
De volgende ochtend hebben we twee uur nodig om te ontbijten en alles in te pakken. Onze dreumes zetten we in de rugzak. Mijn schouders piepen en kraken. Met 25 kilo is de tas zwaarder dan de aangegeven maximale belading. Aange-

Familiegeluk: Edwin, Anna, Silje en ‘broer konijn’
zien het pakvolume erg weinig is omdat de ukkepuk zelf de meeste ruimte inneemt, hebben we meerdere droogzakken – op ingenieuze wijze – aan de buitenkant van de tas vastgesnoerd. Ik ontkom er niet aan dat een flink aantal kilo’s ver van mijn rug zit. Geen aanrader.
Na een uur houden we pauze, tot grote vreugde van onze dochter én onze schouders. We eten wat, en zodra we verdergaan valt ze meteen in slaap in de tas. We voelen ons de koning te rijk: een weids landschap, geen mens te bekennen, hier en daar een beekje en tevreden geronk op onze rug. Wat een vrijheid.
Na een stuk lopen, een fijne pauze waarin we de voeten afkoelen in ijskoud water en nog eens een stuk lopen, vinden we een fantastische tentplek, al is het water wat ver en slechts een dun stroompje – opmerkelijk op de waterrijke Hardangervidda. Vader en dreumes gaan steentjes gooien, ik ‘kook’. Na het eten blazen zij de matjes op, ik ruim op. Iedereen doet iets. Dan is het bedtijd. Het gaat wederom soepel: even later ligt onze geluidsbron te slapen. Het is doodstil. Windstil zelfs. Zonder bomen of struiken ritselt er niets, en het kleine waterstroompje is te ver weg om te horen. Oorverdovende stilte – echte Scandinavische rust.
Tijdelijk dan. Zodra wij zelf ook de tent in kruipen, wordt onze dochter wakker en besluit dat het tijd is voor een speelkwartier in de tent. We hopen vurig dat dit impliciet betekent dat het na een kwartier automatisch weer stil wordt... Tja. De uitleg dat de middernachtzon nooit ophoudt met schijnen maar het wel degelijk nacht is, blijkt voor dovemansoren.
Eeuwige sneeuw
Na een wat korte nachtrust is de lucht strakblauw als we wakker worden. We ontbijten, verzamelen steentjes in het meegenomen emmertje en genieten. Na vertrek wordt het terrein al snel ruiger met sneeuwvelden en rotsblokken. Prachtig, hier klopt mijn hart sneller van! Maar met onze zware en kostbare bepakking vordert het maar langzaam. Op een gegeven moment bestaat het pad uit een halve meter brede strook aan blokken, met aan de ene kant een diep meer
en aan de andere kant een steile rotswand omhoog. Voorzichtig balanceren we erlangs, zonder natte voeten te krijgen. Maar als ik zie wat ons daarna wacht, zakt de moed me in de schoenen. Een steil sneeuwveld met overhang over het meer scheidt ons van het vervolg van het pad. En er is geen alternatief. Er is een pad uitgesleten door de wandelaars voor ons; de eerste meters bestaan uit een soort trap. Daarna wordt de helling minder en gaat het pad schuin omhoog tot aan het volgende blokkenveld. Een afstand van ongeveer twintig meter. Een glijpartij eindigt met een plons in het koude meer. Brrr... ik moet er niet aan denken wat de gevolgen daarvan kunnen zijn. We twijfelen en overleggen. We besluiten het te proberen. Met de ervaring van eerdere NKBV-cursussen in gedachte begin ik aan deze ellendige twintig meter. Ik zet één stap, sta stil, verplaats beide wandelstokken en plant die stevig in de sneeuw. Weer een stap, en tik-tik met de stokken.



Langzaam groeit het vertrouwen: de sneeuw is zacht genoeg, mijn voeten houden grip, de stokken doen hun werk. Ik kijk niet op of om. Na iets wat veel te lang voelt, staan we aan de andere kant. Pfff... wat een opluchting! In de tochtbeschrijving werd niets gezegd over technisch terrein, laat staan over steile sneeuwvelden. We hopen vurig op niet nog meer van dit soort verrassingen.
’s Middags vinden we wederom een prachtige tentplek, dit keer onder toeziend oog van machtige rotspartijen én een aantal schapen dat ons geluidloos aanstaart. Als ik Schaapje, schaapje, heb je witte wol inzet, springt onze dreumes enthousiast bij. We krijgen zowaar antwoord aan het eind van het liedje: ‘beeeeehhh!’ blaat het vierbenige drietal terug. Het kleine geluk is groots.
‘Dagetappe’
We doen uiteindelijk vier dagen over de ‘dagetappe van tien uur’. Vroeger had dat me gefrustreerd: ik wil altijd door, nieuwsgierig naar het volgende dal. Maar onze lijven én onze ukkepuk hebben deze tijd nodig. En het blijkt zo gek nog niet.
In plaats van in één dag door dit schitterende landschap te racen, brengen we er drie nachten door. We doen iets wat ons zonder kind nooit lukte: stoppen en de tent opzetten terwijl de dag nog lang niet voorbij is. Niet de tijd, maar de plek is nu doorslaggevend.
De dag erna is het nog een klein stukje naar de eerste hut. Wegens onvoorspelbaar slaapgedrag van onze kleine tocht-
We doen vier dagen over de ‘dagetappe van tien uur’

genoot kiezen we ervoor om in onze tent naast de hut te overnachten. Tot onze verbazing blijkt de voorraadkast geen havermout te bevatten, en omdat onze dochter het knäckebröd niet krijgt weggekauwd, hebben we even lichte paniek over hoe we haar de komende dagen voldoende eten kunnen geven. We worden gered door een huttenwaard die haar privévoorraad havermout met ons deelt.
Familiegeluk
Deze tocht blijkt zoveel meer dan een wandeltocht waarbij onze dochter als passagier achterop zit. We passen ons op vele fronten aan, maar dat gaat bijna moeiteloos. Overdag wandelen we wanneer zij slaapt of aangeeft in de tas te willen zitten. Haar bedtijd werkt het best een stuk later dan thuis, maar in ruil daarvoor slapen we (meestal) uit. Onze pauzes gaan op aan steentjes stapelen, bessen plukken, in plassen stampen, schapen zoeken, handjes schoonvegen, luiers verschonen, insecten bestuderen, en ga zo maar door. Haar favoriete knuffel, het vaste bedtijdboekje en het emmertje vervullen een cruciale rol in de dagelijkse routines, maar verder biedt de natuur zelf oneindig vermaak. Het is zwaar, de tassen snijden in onze schouders, de zak met gebruikte luiers wordt alleen maar groter en zwaarder. Wanneer wij moe gewandeld zijn, ontwaakt onze dreumes net uit een heerlijk slaapje en is ze volledig opgeladen voor uren speelplezier, en het slapen met papa en mama in de tent heeft duidelijk een onweerstaanbare aantrekkingskracht tot het uitvoeren van acrobatische acts midden in de nacht. Maar met elk dagdeel
Reis
Een treinreis vanaf Oslo naar Finse duurt ruim vier uur en is te boeken via vy.no.
Route
Onze trektocht ging vanaf Finse via de DNT-hutten Kjeldebu en Krækkja naar rijksweg 7, waar we de bus terug naar Oslo pakten, in totaal 52 kilometer. Belangrijke informatie over de hutten en routebeschrijvingen vind je op ut.no
Wil je ook met een dreumes een trektocht op de Noorse hoogvlakte maken? Zorg voor een plan B en C (terrein en weer kunnen voor vertraging zorgen), en neem mee: genoeg warme kleding, essentieel voedsel voor de kleine, te veel luiers, een communicatiemiddel in geval van nood en geen bereik, en laat verder zoveel mogelijk gewicht thuis.
Nieuwsgierig naar meer: onze avonturen zijn te volgen via Instagram @frilufts_life
dat voorbijgaat, ontstaat er meer en meer een familiebubbel. De telefoons staan uit om batterij te besparen: geen e-mails, geen deadlines, geen appjes, geen nieuwswebsites... We maken ons alleen maar druk om het weer, eten, de vorderingen, elkaar. De oneindige hoogvlakte met haar ruige rotspartijen en gletsjers is de stille getuige van ons kleine familiegeluk.
We lopen nog drie dagen over de vidda. Dit laatste stuk heeft geen technisch terrein meer, maar een goed beloopbaar pad, en de kilometers vliegen onder onze voeten vandaan. De laatste nacht slapen we in een grote hut en laten we ons verwennen met het daar geserveerde driegangendiner. De nacht bevestigt een van de redenen waarom we liever in onze tent slapen: onze dreumes wordt meerdere keren huilend wakker. De volgende ochtend doet de natuur een duit in het zakje om onze stemming te versterken: het is grijs en grauw en het regent als we de laatste kilometers naar de weg lopen om daarvandaan een bus te pakken terug naar de bewoonde wereld. Alsof de natuur aanvoelt dat we nu al vol weemoed zijn naar de fantastische ervaring van deze tocht. Wat was het een succes! Takk for turen!


Klim- en bergsport in Oost-Groenland





Groenland is deze maanden veel in het nieuws: om haar ligging dicht bij de Noordpool en strategische noordelijke waterwegen, en om de kostbare mineralen die tevoorschijn komen vanonder het smeltende ijs. Nu alle ogen op Groenland zijn gericht: hoe gaat het intussen met de Groenlanders zelf? Wij zoomen in op een klein dorp aan de oostkust van Groenland. Al tien jaar vertoeven we regelmatig in Kuummiut, een dorp met circa driehonderd inwoners, slechts bereikbaar per boot, sneeuwscooter, hondenslee of helikopter.
Tekst Bas de Nooijer en Arthur Glaser Beeld Arthur Glaser
Kuummiut is een van de meest afgelegen en authentieke nederzettingen van Oost-Groenland: klein, stil en volledig omgeven door arctische natuur. De traditionele Inuitgemeenschap woont in kleurrijke houten huizen die verspreid liggen over de rotsachtige hellingen boven het ord. Het weer en het ritme van de natuur bepalen het dagelijks leven: wel of niet de zee op om te vissen, is er genoeg ijs om met de slee naar het noorden te reizen voor de zeehonden- en soms ijsberenjacht?
Al pratende met de lokale bevolking leer je al snel dat de mensen hier weinig op hebben met West-Groenland, laat staan met de Amerikanen. Ze halen hun schouders erover op en houden zich liever bezig met wat hier en nu van belang is: hun dagelijkse bezigheden, visserij en de jacht. Bovendien wisten hun ouders nog te vertellen over de nabijgelegen Amerikaanse
vliegbasis, die vlak na de Tweede Wereldoorlog overhaast verlaten werd en waar veel afval is achtergebleven.
IJsbergen, rotsen en sneeuw
In zowel de zomer als de winter is de natuur van een uitzonderlijke schoonheid, de lokale bevolking kleurrijk en de outdoormogelijkheden talrijk. Dagwandeltochten en moeilijke meerdaagse trekkings in terrein zonder paden, kajakken tussen ijsbergen met de kans om zeehonden en walvissen te zien, klimmen op steil graniet in ‘Klein Patagonië’, meerdaagse hondensledetochten met lokale jagers over zee-ijs, toerskiën en kamperen onder het noorderlicht.
Het gebied staat bekend om veel sneeuwval. Er zijn voor toerskiërs vele sea-to-summitskitoeren te maken rond Kuummiut en in het alpiene achterland ten noorden en westen van
het dorp. In 2017 bezochten wij, met onze toerski’s, Oost-Groenland voor het eerst. Sindsdien hebben we een eigen huis in Kuummiut en zijn we daar jaarlijks in de winter en/of de zomer. Vele andere avonturiers bezoeken ‘het gele huis’ intussen ook. Zo organiseert berggids Martijn Schell toerskireizen naar Oost-Groenland en maakt daarbij ook gebruik van het huis in Kuummiut.
Onze Stichting Arcticycle hee als doel om het toerisme in deze regio duurzaam te helpen opbouwen en de lokale bevolking een nieuw perspectief te bieden, en kan bergsporters assisteren bij onderdak, aanvullend materiaal en logistieke ondersteuning. Zo vraagt de mogelijke aanwezigheid van ijsberen om extra veiligheidsmaatregelen. Het kost wat extra tijd, geduld en moeite om er te komen, maar als je eenmaal op deze bijzondere plek echt kunt zijn, dan is het meer dan de moeite waard!
Een brutale trollenkoning daagde de zon uit. Dat moest hij duur bekopen. Hoe zal het ons vergaan nu wij hém uitdagen? In de laatste weken van de winter wagen we ons aan de beklimming van de Trollveggen.
Tekst en beeld Aniek Lith
Lang voordat de eerste mensen het Noorse Romsdal betraden, werden de bergen bewoond door trollen: reusachtige wezens, voortgekomen uit rots en schaduw. Rimgrå, de trollenkoning, was de grootste van allemaal.
Het is een ijzige winternacht, zo koud dat zelfs de sterren aan de hemel bevroren lijken. De rivier de Rauma lijkt zilver in het maanlicht en de stilte van de bergen echoot door het dal. Een dieprode gloed aan de horizon verraadt dat de dageraad in aantocht is. Plotseling doet een diepe grom van Rimgrå lawines van de bergwanden razen. Zijn ogen gloeien als smeulende kolen. ‘Wat durft de zon – die ijs smelt en trollen versteent – tegen Rimgrå’s grootsheid te beginnen? Zon, laat je zien, dan zal je weten wie hier heerst!’ Langzaam wordt het licht in het Romsdal. Rusteloos kijkt Rimgrå toe hoe de eerste zonnestralen spelen op de hoogste bergtoppen. Met een donderende brul heft hij zijn armen naar de hemel en daagt de zon uit: ‘Durf mijn dal binnen te komen, en ik zal ervoor zorgen dat het hier voor altijd nacht blijft!’
Op dat moment klimt de zon over de rand van de vallei. Een kort, gespannen moment kijken Rimgrå en de zon elkaar
recht in de ogen. De grootsheid van de zon verrast Rimgrå en hij beslist dat vluchten de beste uitweg is. Maar zijn voeten lijken aan de grond genageld. Een laatste brul ontsnapt uit zijn mond. In een fractie van een seconde versteent Rimgrå – hoger dan welke klif ook. Zijn reusachtige, walgelijke lijf en zijn bevroren brul veranderen in grillige pieken en overhangende wanden. Trollveggen, de trollenwand, is gevormd.
Dinsdag 3 maart: hoogmoed
Vandaag is een slecht weer dag, een ik-kom-de-portaledge-niet-uit dag. We worden wakker door het geraas van een lawine, na een stormachtige nacht waarbij de portaledges dansten op de wind. Samen met Alan en Tess hang ik aan Trollveggen, vijf touwlengtes hoog boven de grond. We hebben zeven touwlengtes geklommen gedurende negen dagen. Elf touwlengtes hebben we nog te gaan.
Trollveggen is met bijna 1100 meter de hoogste rotswand van Europa. De steilte van de wand maakt het een populaire plek voor basejumpers, alhoewel dat sinds de jaren tachtig verboden is. Klimmers laten de wand echter grotendeels links liggen. Slechte rotskwaliteit en een gebrek aan

Aan het einde van een klimdag worden we bij ons kamp opgewacht door ‘mama’ Tess



doorlopende spleten zorgen voor grote uitdagingen. Andy Kirkpatrick, dé bigwallgoeroe, beschrijft de wand als de Eiger voor bigwallklimmers, maar dan steiler en losser.
Om de kans op steenval te minimaliseren zijn we hier in de winter, in de hoop dat alles vastgevroren is. De kou is onze vriend, herinner ik mijzelf terwijl ik mijn tenen warm wrijf. Anderhalve week geleden begonnen we aan de zes uur lange aanloop met grote, zware haulbags, tassen die we tijdens het klimmen omhoog takelen. Drie keer zijn we heen en weer gelopen van de auto naar onze tent onderaan de wand, om alle klimspullen, campinguitrusting en eten voor drie weken bij het begin van de route te krijgen. We klimmen de route in capsule stijl, waarbij we touwen fixeren tussen onze kampen, en elke avond terugkeren naar ons laatste kamp. Ons eerste kamp is een tent onderaan de route, kamp twee is in de portaledge bovenaan touwlengte vijf en kamp drie hebben we gepland bovenaan touwlengte tien.
Het klimmen is technisch artificieel klimmen, met moeilijkheidsgraad A3, alhoewel waarschijnlijk lastiger in de winter. Met een snelheid van zo’n 5 meter per uur klimmen we tot het donker wordt. De rotskwaliteit was slecht de eerste touwlengtes, nu is dat gelukkig beter. De temperatuur schommelt rond
de nul graden en de stormen sparen ons niet. Alles is ofwel zeiknat ofwel stijfbevroren.
Bij het omhoog klimmen van de gefixeerde touwen die we uitzetten, bungel je geheel in het luchtledige. De wand is zo steil en luchtig, mijn hoogtevrees gaat er niet zo goed op. Ik begin mij af te vragen waarom we deze uitdaging zijn aangegaan. Zijn wij niet te hoogmoedig, om deze wand te proberen? Hoe verschillen wij van Rimgrå?
Zaterdag 7 maart: hoop en droom
Scooters Can’t Stop the Hardcore schalt uit de telefoon. Gecombineerd met de verlichting van onze mini-discolamp hebben we een heuse rave in de portaledge. Een piratenvlag wappert onder de tent en langzaamaan begint het verticale leven op de overhangende wand te wennen.
De dag na de slecht-weer-vast-in-portaledge dag is het ook slecht weer, maar we voelen tijdnood door de hoeveelheid sneeuw (voor water) en eten die we mee hebben. Plus: voor mijn werk moet ik volgende week weer op kantoor zijn. In een sneeuwstorm gaan we klimmen. We gebruiken in deze route veel skyhooks en bathooks, metalen haken die we op randjes in de rots plaatsen om verder omhoog te klimmen. Maar de harde sneeuw plakt aan de rots en maakt het onmogelijk om de kleine richels en structuren te vinden. De hele dag proberen we van alles om een weg omhoog te vinden, zonder succes. Is dit het einde? Ik kijk enorm uit naar een douche, vaste grond onder mijn voeten, niet continu een gordel aan hebben, een toilet, een supermarkt vol met eten. Ik ben gedehydrateerd, moe en koud. Tegelijkertijd denk ik: zijn we hier niet juist om uit de comfortzone te stappen? We wilden een uitdaging en nu hebben we die. Is dit niet hét moment waar we alle duffe kantoordagen en de gehele voorbereiding naar verlangd hebben?
De dag erna doen we een nieuwe poging. Met een zo licht mogelijke gordel proberen we de crux opnieuw. Twee waardeloze zekeringen die we grappend ‘hoop’ en ‘droom’ noemen, weten we nu wel werkend te krijgen en een paar uur later staan we jubelend bovenaan de touwlengte. Het weer is eindelijk goed en met hernieuwde energie besluiten we een lange dag te maken. We fixeren touwen naar de richel die ons volgende kamp vormt. De klim gaat verder voor de laatste acht touwlengtes!
Helaas niet voor ons alledrie, Tess heeft een navelbreuk gekregen en we besluiten dat het het beste is om haar te laten afdalen, nu op het laatste moment waarop we nog genoeg touw hebben om beneden te komen.
Donderdag 12 maart: efficiëntie
Geschokt word ik wakker, een gigantisch vierkant dak boven mijn hoofd blokkeert al het uitzicht op de hemel waar we inmiddels drie weken onder slapen. Ik ben bang dat een groot rotsblok boven ons is losgebroken en nu vastgeklemd zit recht boven ons. Naast mij ligt Alan, net zo verward. Een

Knus in de portaledge

Elke dag begint met het omhoogklimmen van de touwen die we gaandeweg fixeren
een ultieme poging om boven te komen voor ons eten op is
ogenblik proberen we de situatie in te schatten, waarna we ons realiseren dat we tegen het plafond van de hotelkamer kijken. Bizar, hoe we ons op de veiligste nacht van het hele avontuur het onveiligst wanen.
De laatste vijf dagen slapen we weinig, in een ultieme poging boven te komen voor ons eten en water op is. De toegenomen vermoeidheid wordt gecompenseerd door verbeterde efficiëntie op de wand en de wetenschap dat het einde van de tocht nabij is. Met of zonder top, wij kijken ernaar uit om klaar te zijn. Touwlengte vijftien zou de crux van de route moeten zijn, een traverse door een lange overhangende passage en onder een grote dakformatie. Soepeltjes bewegen wij er doorheen en na de dakformatie komen we ineens in een heel ander soort terrein. Niet meer overhangend, alhoewel nog steeds verticaal, is de rots helemaal begroeid met mos. Smeltwater, ijs en spekgladde zwarte mos maken de laatste drie touwlengtes vreselijk onaantrekkelijk. Duidelijk dat de trollen zich nog niet gewonnen geven. In de laatste touwlengte vlieg ik ineens 10 meter door de lucht, de kleine birdbeak, de zekering waarin ik hing heeft het begeven. Gelukkig is het een vrije val. Mijn nieuwe oplossing met skyhooks lijkt te werken. Dit deel van artifici-
eel klimmen is genieten voor mij: je bent continu bezig met oplossingen vinden voor de moeilijkheden die de rots je geeft. Puzzelend vind ik een weg omhoog en met het laatste daglicht komen we boven. Euforie blijft uit, we eten een topkoekje en verschuiven de focus naar de afdaling, die complex is door de vele traverses en het overhangende terrein van de route.
Twee dagen later zijn we terug bij de auto, met al onze spullen plus zo’n 15 kilogram aan oude touwen en ander afval dat we uit de wand geplukt hebben. Een journalist van het Noorse nieuws staat ons op te wachten. Blijkbaar heeft hij ons de hele beklimming gevolgd en enthousiast vertelt hij dat dit de eerste vrouwelijke winterbeklimming van de wand is. Moe poseer ik voor een foto, waarna het eindelijk tijd is voor een douche! Terwijl alle viezigheid wegstroomt met het warme water, voel ik trots opborrelen. Met deze beklimming hebben we onze vaardigheden, ons doorzettingsvermogen en onze vriendschap kunnen testen en verder ontwikkeld. En wat maakt ons nu anders dan Rimgrå? Genoeg stof om over na te denken. Voor nu denk ik dat wij niet de trollen uitdaagden, maar puur onszelf. Daarbij hebben de trollen ons juist goed geholpen!
Trektochten of beklimmingen in Scandinavië vragen soms een net wat andere uitrusting dan die je voor een gelijksoortige onderneming in Centraal-Europa zou kiezen. De afstanden naar de bewoonde wereld zijn vaak groter, de temperaturen lager, het daglicht extreem lang of juist kort en dan hebben we de eindeloze hoeveelheid knutjes nog niet benoemd. Wij pakken onze Scandinavische rugzak erbij.
Onder redactie van Akke van der Meer en Frank Husslage
Met duizenden meren en moerassen is het Hoge Noorden ’s zomers een paradijs voor muggen. Daardoor kan het voor de onvoorbereide buitensporter tot een hel verworden. Een muggennet voor over je hoofd ziet er vanuit Nederlands perspectief misschien raar uit. Wie de pech hee in een echt muggengebied terecht te komen is er echter dolblij mee. Deze combinatie van Forclaz, waarbij het net in de hoed opgeborgen kan worden, is ook praktisch bij regen en zonneschijn. €19,99 via decathlon.nl





In afgebakende periodes en op dito plaatsen mag je vuur maken. Uiteraard is het zagen in levend hout nooit de bedoeling, maar om afgevallen takken op maat te maken is deze uitschuifbare handzaag Xtract SW73 van het Finse merk Fiskars perfect. Hoe mooi kan een bivak zijn? €29,49 via knivesandtools.nl











Zeker op lange tochten wordt het ondoenlijk om voor alle dagen vers eten mee te dragen. En omdat er toch overal water is, is het logisch om je eten in de vorm van gevriesdroogde maaltijden mee te nemen. Zak openscheuren, kokend water erbij, acht minuten laten wellen (’s winters lekker warm onder je donsjas) en eten maar. Den Norske Turistforening (DNT) hee erg zelfs een eigen versie van: Gilde Turmat. In Nederland is het eveneens Noorse Real Turmat echter makkelijker verkrijgbaar.
Vanaf €8,95 via buitensportvoeding.nl
Losse bekertjes aan je rugzak is iets voor Interrailers die er stoer willen uitzien. Of voor praktisch ingestelde Scandinaviëgangers. Je hoe aldaar namelijk geen drinkwater mee te sjouwen, want dat schep je overal rechtstreeks uit de natuur. Vanaf €3,50 via zwer ei.nl

Eerder voor de camperaars dan voor de kampeerders: een bosbessenkam. De Scandinavische bodem is grotendeels gesto eerd met bosbessenstruiken. In de nazomer kun je jezelf helemaal suf plukken aan bessen voor in toetjes, jam of taarten. Met deze bosbessenkam heb je zo een emmer vol. €19,99 via demoestuinwinkel.nl



Bij trektochten over de ells ontkom je niet aan moerassige stukken. Hier geldt: hoe hoger je schoenen, hoe beter. De Zweden zweren bij deze Forst II-laarzen van Lundhags. Lekker hoog en vooral niet gevoerd. Mocht de zomp toch een keer te diep blijken, dan droog je het kale leer binnenin met een doek, waar een gevoerde laars dagenlang nat blij . €365 via lundhags.com





Wintervervoer
In de vele maanden dat er sneeuw ligt is voor meerdaagse tochten een pulka prettiger dan een rugzak. Je hoe daarmee niet op een kilootje meer te kijken. Uiteraard is er de onovertro en Fjellpulken Pack Pulk X-Country, die met een ingebouwd zeil en allerlei handige extra’s je spullen waterdicht herbergt. Er zijn ook betaalbaardere varianten op de markt, zoals de Fjellpulken Transporter 155, waarbij de slee een open bak is, waarin je een waterdichte tas kunt vervoeren. Kies wel altijd voor een constructie met stangen en niet met een sleeptouw. Een pulka die bergaf steeds tegen je kuiten aan botst is namelijk geen pretje. €452,18 via scandinavianoutdoor.com








Het Noordse buitenleven kent minder bankjes dan we in de nabijgelegen berggebieden gewend zijn. Véél minder. Zeker met het vaak frisse en vochtige Scandinavische weer biedt een zitlap al snel veel comfort. Bijvoorbeeld dit exemplaar van 29 bij 39 centimeter, 60 gram, van

Swix Insulated Drink Belt













Forclaz. Die paar tientallen grammen extra in je rugzak is een goede investering voor altijd warme en droge billen. €5,99 via decathlon.nl


Al decennia lang koken trekkers in het Hoge Noorden op spiritusbranders, bijvoorbeeld de Trangia 27-1 UL kookset. De eenvoudige constructie, het lage gewicht, de stille werking en de goedkope brandstof maakten ze erg populair. De populariteit wordt nu wat minder onder invloed van de Jetboil-achtige branders. €73,66 via trangia.se




In het Zweeds heet het skidspår, in het Deens langrendsløjper en in het Noors løyper. In Nederland zeggen we ook wel loipes, maar het zijn eigenlijk gewoon geprepareerde langlaufroutes. Vooral Zweden en Noorwegen bieden enorm veel kilometers aan routes, van tochten door bosgebieden tot hooggebergtes. Veel loipes beginnen zelfs direct naast woonwijken, aan de rand van een dorp of stad. Ideaal!
De routes zijn dan wel goed verzorgd, een goede voorbereiding blij essentieel. Bij -10 °C met wind kan het al snel aanvoelen als -15 of -20 °C. Hanteer het laagjesprincipe (basislaag, isolatielaag, buitenlaag) en houd je handen, voeten en hoofd warm. Vermijd lange stops en vergeet niet voldoende te eten en te drinken. Maar hoe zorg je ervoor dat je water en snacks niet compleet bevriezen tijdens je tocht? Daar hebben ze bij het Zweedse Swix uiteraard over nagedacht: de Insulated Drink Belt.
De Drink Belt is een geïsoleerde drinkfles die je om je heupen draagt. Deze is ontworpen voor
langlaufen, maar kan ook prima mee tijdens wandelen, hardlopen of andere winterse activiteiten. De fles hee een inhoud van een liter en dankzij de isolatie blij je water, thee of sportdrank op temperatuur en zelfs bij extreem lage temperaturen vloeibaar. Bovendien kun je het drinken gemakkelijk bereiken, zelfs met handschoenen aan: drink direct uit de fles of gebruik de dop als bekertje.
Het ontwerp is praktisch: de heupriem is verstelbaar voor een prettige pasvorm en de fles blij stabiel tijdens beweging. Bovenop zit een handig ritsvak voor snacks, je telefoon of andere kleine spullen.

€60 via swixsport.com







Wat is het doel van een vakantie? Ontspannen? Zeker. Uittesten waar je grenzen liggen? Ook. En niet te vergeten: ik wil graag iets nieuws leren. De combinatie van die drie dingen vind ik in het noorden van Zweden. Op ski’s en met een pulka met bagage loop ik van hut naar hut op de Kungsleden.
Tekst Marjolein Wols Beeld Jafeth van der Wagt en Marjolein Wols


Het is februari en in Nederland hebben we deze winter één dag sneeuw gehad. Ik kan me nauwelijks herinneren hoe kou voelt, dus stop ik alle laagjes kleding waarover ik twijfel maar gewoon in mijn tas. Bovenop eten voor vijf dagen maakt die wollen trui extra ook geen verschil meer.



In Abisko belandt mijn tas in een knaloranje pulka. Het plastic sleetje en ik zijn de komende dagen onlosmakelijk met elkaar verbonden. Met een brede band om mijn middel, wat touwtjes en twee stangen trek ik de pulka over de sneeuw.
Naast een pulka krijg ik ook lange, dunne langlaufski’s (hier in Zweden cross country ski’s genoemd), stokken en schoenen met bindingen uitgereikt van de begeleiding. Aangezien mijn partner Jafeth en ik nog nooit een ski hebben aangeraakt





of een winter boven de poolcirkel hebben meegemaakt, hebben we gekozen voor een groepsreis met twee begeleiders. Wel zo veilig. En handig. Op de eerste dag leren we rondom Abisko hoe we vooruit komen op de ski’s.
Bambi


mijn ski’s op mijn pulka te binden. Ik doe micro-spikes onder mijn schoenen en wandel gemakkelijk over het ijs. Weer een les geleerd, ook al is het een skireis, de ski’s zijn niet heilig.
Zweedse huttencultuur

Na de oefendag is het tijd voor het echte werk. Vandaag lopen we naar de Abiskojaure Fjällstuga, aan de zuidkant van het gelijknamige meer. De start gaat voortvarend. Het skiën gaat nog niet als vanzelf, maar al een stuk beter dan gisteren. De zon straalt en de kou valt mee. Of tegen, eigenlijk. Het is warm geweest de afgelopen dagen. Een deel van de sneeuw is gesmolten en daarna weer opgevroren. We glijden daardoor niet met onze ski’s door de sneeuw, maar over het ijs. Ik voel me een soort bambi. Ik probeer een voorwaartse beweging te maken, maar mijn benen gaan alle kanten op. En dan moeten we het bevroren meer nog op.


In de zomer moet je met een boog om het meer heen, in de winter kun je de korte weg nemen over het ijs. Het Abiskojaure is reusachtig, ruim drie kilometer lang. Voor me zie ik niets anders dan glad ijs, omringd door zachte ronde bergen. Na nog een paar schrikachtige bambi-bewegingen besluit ik


Niet alles wat ik deze week leer gaat op de harde manier. De huttenwaard van de Abiskojaure Fjällstuga onthaalt ons vriendelijk met warme bessensap. De Zweedse huttencultuur is net wat anders dan die in de Alpen. Langs het noordelijke deel van de Kungsleden zijn de hutten doorgaans kampjes met een paar losse gebouwen. Er is een hutje voor de waard, een toiletblok even verderop, een houthok, een verzameling slaapzalen en, niet te vergeten, een sauna. Slechts één avond op deze huttentocht moeten we het zonder doen. Verder is de sauna een vast onderdeel van de huttencultuur hier. Terwijl we nog met het warme sap in onze handen staan, legt de waard uit welke slaapzaal we mogen betrekken, waar we water uit een wak kunnen halen en hoe laat hij de sauna opstookt.
In de kachels brandt een vuurtje en voor het diner steken we wat kaarsen aan. Jafeth lacht. Het is net een romantisch diner voor twee. Als je de rest van de groep en de stapelbedden





Wintervoordeel: dwars over het bevroren meer
even wegdenkt en je inbeeldt dat de gevriesdroogde maaltijd een knapperige salade is.
Hoe doen zij dat?
De langste dag van de week breekt aan, qua afstand dan. We lopen naar het volgende meer en aan het zuidelijkste puntje daarvan staat de Alesjaure Fjällstuga. Het weer is goed, de sfeer is goed en nu we wat verder van de bewoonde wereld af komen kijk ik mijn ogen uit. Wat een bergen! Niet de scherpe spitsen zoals ik die uit de Alpen ken, of diepe kloven zoals in de fjorden in Scandinavië, maar zachte, ronde toppen. De hele wereld lijkt wit en glooiend. Behalve onze groep is er geen mens te bekennen en als Jafeth en ik iets voor de groep uit lopen wanen we ons alleen op de wereld. De weidsheid van dit landschap is onvoorstelbaar.
Bergen staan niet alleen garant voor mooi uitzicht, maar ook voor stijgen en dalen. Op dag drie staat de langste klim van de tocht op het programma, de Tjäktjapas op. Met stijgvellen onder de lange dunne ski’s probeer ik omhoog te klimmen.
Ondanks de vellen moet ik alles op alles zetten om niet achteruit te glijden. Ik kijk af bij de anderen. Hoe doen zij dat? Hun bewegingen nabootsend draai ik mijn voeten naar buiten en stap ik in een visgraatpatroon omhoog. De latten hebben veel meer grip en ik kom vooruit. Maar het is hard werken.
Rode kruisen
De hele Kungsleden is gemarkeerd met rode kruisen. Die zijn gemonteerd op lange palen, zodat ze in de winter niet onder de sneeuw verdwijnen. Dat ik nu nog een heel stuk van de paal zie, wil zeggen dat het sneeuwdek bescheiden is op dit moment. Om de 40 meter staat een kruis. Een beetje overdreven, denk ik in eerste instantie. Maar als het tijdens de klim naar Tjäktja begint te sneeuwen, begrijp ik plots waarom het er zo veel zijn. We lopen in een wolk en een beetje sneeuw wordt al snel heel veel sneeuw. Zo veel zelfs dat het zicht nog maar net tot het volgende kruis reikt.
De begeleiders overleggen met elkaar en besluiten iets af te snijden. Waar de kruisen rechts naar boven gaan, gaan wij als groep links naar beneden. Wederom maken we gebruik van het wintervoordeel en lopen we dwars over een bevroren meer. Het uitzicht is misschien iets minder spectaculair, maar met de sneeuw in de lucht beloofde dat toch al niet veel te worden. Ik vind het prima om wat eerder in de hut aan te komen en de avond te vullen met spelletjes en Zweedse puzzels.
Zo hard mogelijk naar beneden
De sneeuw van gisteren zorgt ervoor dat we vandaag perfecte ski-omstandigheden hebben. En we zitten nog op het hoogste punt van de tocht ook, dus de komende dagen kunnen we lekker wat afdalen.
Afdalen betekent weer een nieuwe les voor mij. Op de dunne langlaufski’s kan ik nog geen soepele bochten maken. Het is vooral een rechte lijn kiezen en mezelf rechtdoor laten glijden. Na een paar goede vallen en wat geworstel met mijn pulka, die mij steeds zijlangs probeert in te halen, krijg ik het onder de knie. Ik word zelfs fanatiek. Hoe klein het heuveltje ook is, ik zet me af met mijn stokken en probeer zo hard en ver mogelijk te glijden. Fanatieker nog is Jafeth, die steeds een stuk verder komt. Ik wijt het aan gewicht, maar zie ook dat hij een stuk vaster op zijn benen staat. Talent?
Door de week heen wordt iedereen in de groep creatiever met de gevriesdroogde maaltijden. In de zon gaan we op onze pulka’s zitten voor de lunch. Alle laagjes kleding gaan aan om niet te snel koud te worden en met heet water uit de thermosfles maken we de maaltijden klaar. Na een paar dagen ben je wel een beetje uitgekeken op de zakjes, maar met een paar simpele toevoegingen wordt het weer wat. Wij hebben een zak cashewnoten bij ons en een van de begeleiders een pot pindakaas. We gooien alles bij de gedroogde
Het laatste stukje naar de Sälka Fjällstuga

nasi en genieten van de lunch met uitzicht op de Sälka Fjällstuga in de verte.
Gevriesdroogde nasi met pindakaas is dan geen taart, maar goed genoeg om Jafeths verjaardag mee te vieren. De hele groep zingt hem toe. Hij is wel vaker op vakantie jarig geweest, maar dit is wel een heel bijzondere plek. Alsof het lot het weet, ligt op een boekenplank in de hut een kartonnen feesthoedje. Met een extra reep chocolade vandaag is het feest compleet.
Omgekeerde heimwee
De laatste dag breekt aan en ik blijf een beetje achter de groep hangen. Ik probeer de stilte te horen en de bergen in me op te nemen. Ik wil nog niet naar huis, het lijkt wel omgekeerde heimwee. Net nu ik denk alle lessen geleerd te hebben, het langlaufen een beetje onder de knie heb en geen ruzie meer heb met mijn pulka, is de tocht alweer voorbij. Ik heb van alles geleerd, maar kwam eigenlijk pas in de laatste twee dagen toe aan het ontspannen.

Noorderlicht boven de Abiskojaure Fjällstuga
Route
De Kungsleden is 450 kilometer lang en loopt van Abisko naar Hemavan. Wij legden slechts 65 kilometer daarvan af, met ongeveer 1100 meter stijgen en 800 meter dalen. Van Abisko gingen we langs Abiskojaure, Alesjaure, Tjäktja en Salka naar Signi. Bij deze laatste hut werden we op sneeuwscooters opgehaald en naar het Samidorp Nikkaluokta gebracht.
De geduldige reiziger bereikt Abisko, 250 kilometer boven de poolcirkel, in twee dagen per openbaar vervoer. De minder geduldige reiziger kiest voor een vlucht van Düsseldorf naar Kiruna en reist daar met de bus naar Abisko of Nikkaluokta.
Begeleide reis
Zonder kennis van dit terrein in de winter is het onverantwoord om deze tocht zelfstandig te ondernemen. Wij boekten daarom een groepsreis bij Travelbase.

Glitterheim, Jotunheimen,
Het idee was om samen met een vriendin een meerdaagse wandeltocht door Jotunheimen te maken: vier dagen in de bergen, zo’n 90 kilometer. Verschillende toppen boven de 2000 meter beklimmen. Tent mee, genoeg eten, we waren goed voorbereid. Waar we precies zouden overnachten, wilden we aan het toeval overlaten. Eén slaapplek stond in elk geval vast: het Glitterheim.
Maar Noorwegen zou Noorwegen niet zijn als er niet juist dat weekend een enorme sneeuwstorm over Jotunheimen zou trekken. We hebben even getwijfeld of we wel moesten gaan, maar het leek nog net te doen. Voor de zekerheid besloten we de eerste nacht in de hut te slapen, zodat die slaapplek in ieder geval droog en warm zou
zijn. Achteraf waren we daar erg blij mee. Na een tocht van ongeveer zeven uur kwamen we in het donker aan bij het Glitterheim – zonder huttenwaard, tijdens de wintermaanden. De wind nam al flink toe, gecombineerd met een grote hoeveelheid sneeuwval. We hoopten dat de storm wel zou meevallen. Niets bleek minder waar.
De volgende ochtend waren we volledig ingesneeuwd. En die wind! Het was onmogelijk om onder deze omstandigheden verder te wandelen. Uiteindelijk hebben we een extra dag en nacht ‘vastgezeten’ in de hut.
We vermaakten ons met kletsen, spelletjes, korte uitstapjes naar buiten om sneeuw te
Jouw hut in Hoogtelijn?
Voor velen is een hut het (eind)doel van een tocht. Een rustplaats voor een bord soep, een glas fris of een broodje. Heb je een dagtocht gemaakt naar een bijzondere hut en heb je goed fotomateriaal?
Stuur de naam van de hut en jouw idee hierover naar hoogtelijn@nkbv.nl o.v.v. ‘Naar een hut’, dan bespreken we de mogelijkheden voor een artikel in deze rubriek.



Afstand: 25 kilometer
Stijging: 1400 meter
Er zijn meerdere paden naar het Glitterheim. Wij maakten een lange dagtocht vanaf parkeerplaats Reinsvangen. Die route is zeer goed aangegeven met bordjes en rode T’s, de gebruikelijke routemarkering in Noorwegen, dus verdwalen zul je niet snel doen. Koop je parkeerticket voor parkeerplaats Reinsvangen via de website visitgjende.no Hier kun je eventueel ook een shuttlebus bestellen die rijdt van Reinsvangen naar parkeerplaats Gjendeosen, naast de DNT-hut Gjendesheim (lang parkeren is daar niet mogelijk). Dit scheelt zo’n 2 kilometer lopen.
Na een warme chocolademelk bij café Gjendeosen gaat de wandeling echt beginnen. Je neemt direct een steile trap omhoog. De eerste drie kilometer klim je ongeveer 400 meter. Tijdens de klim (na circa 1,5 kilometer) kom je bij een splitsing: links gaat richting Besseggen, rechtdoor richting het Glitterheim. Na het meer Bessvatnet loop je een lang stuk naar beneden, tot je bij het volgende meer uitkomt: Russvatnet. Je volgt dit meer ongeveer 3 kilometer.
Bij de afslag naar rechts begin je aan een lange klim van ongeveer 7,5 kilometer met zo’n 500 hoogtemeters. Deze klim is minder steil dan die aan het begin, maar bevat redelijk wat blokkenvelden, wat het tempo flink verlaagt. Zodra je het hoogste punt hebt bereikt, is het nog ongeveer 5 kilometer – grotendeels vlak – tot aan de hut.
halen om te smelten, het schoonkrabben van de ramen, powernaps, eten (maken), theedrinken en het vuur in leven houden. Een dag om niet snel te vergeten. Gelukkig ging de storm de dag erna liggen en konden we – door een dik pak sneeuw – teruglopen.
Over de hut
Het Glitterheim, geopend in 1901, is een van de oudste hutten van de Den Norske Turistforening (DNT). De hut ligt op 1400 meter hoogte in
het noordoostelijke gedeelte van het bergmassief Jotunheimen. Hier ligt een aantal van de bekendste wandelroutes van het land, zoals die over de bergkam van Besseggen. Ook vind je er de hoogste bergen van Noorwegen: de Galdhøpiggen (2469 meter) en de Glittertind (2452 meter).
Het Glitterheim is een grote hut: er zijn 137 bedden, verdeeld over twee-, vier-, vijfpersoonskamers en slaapzalen. Er is warm en
koud stromend water en stroom aanwezig. Er zijn ook toiletten, douches en een droogruimte. Best luxe voor zo’n afgelegen hut.
Maar, iets om rekening mee te houden: de hut is gesloten van half oktober tot half februari. Tijdens deze periode is er wel de mogelijkheid om de kleinere zelfbedieningshut ernaast te reserveren. Deze heeft twintig slaapplaatsen. Om deze hut binnen te komen heb je een DNTsleutel nodig (zie ook pagina 26).

Thuis in Nederland lijkt mijn rugzak onzinnig groot en zwaar. Veertig procent van mijn lichaamsgewicht brengt hij op de weegschaal. Aangekomen in Kvikkjokk in Zweden, het startpunt van onze wandeling door Sarek, wordt een en ander meer in perspectief geplaatst. Bijna alle andere buspassagiers zeulen zo’n monstrueus geval met zich mee. Wat niet wegneemt dat het gedrocht nog steeds onzinnig groot en zwaar is.

Frank Rempe en ik gaan al ruim dertig jaar samen aan touw. In die tijd maakte Rempe van bergsport zijn beroep als International Mountain Leader. Na al die jaren komen we nu eindelijk toe aan een trektocht door Sarek, een nationaal park in arctisch Zweden. Sarek is gróót, groter dan het grondoppervlak van de provincie Zeeland. Maar in tegenstelling tot die provincie kent het geen toeristische infrastructuur. Het park telt meer dan honderd gletsjers en veel van de hoogste toppen van Zweden. Daarbij kent het één noodhut, een oud kerkje en twee bruggen, maar vooral zijn er de facto géén paden. Een tocht hier betekent wandelen 2.0.
Woest
De start vanuit Kvikkjokk is het makkelijkste stukje van de trip. Ontspannen stuurt Helena Adolfsson de boot waarmee ze ons afzet langs de monding van een woest kolkende rivier. Het contrast is groot als we aansluitend ruim vierhonderd loeizware meters door een woest noords bos mogen stijgen. Boven de boomgrens wacht ons een landschap van grote keien, bosbessen, kale bergtoppen en wind. Een prachtig ruig landschap, waarvan we de komende elf dagen eindeloos zullen genieten, maar dat we ook even zo vaak zullen verwensen. Het pad dat ons tot op de uitzichttop Prinskullen brengt, vervaagt snel. We navigeren op zicht tot onder een markante top en duiken dan westelijk daarvan een vallei in. Die volgen we tot een pas, waarachter we ons kamp zullen opslaan.
Dat traject is in een paar seconden opgeschreven, maar het betekent urenlang hard werken. De helling die we traverseren is eindeloos blokkenterrein, waar we meter voor meter de beste route doorheen zoeken. Rempe constateert dat het landschap hier gróót is. De afstanden zijn veel groter dan dat ze gezien door Alpenogen lijken. Ook het forse gewicht van de rugzak tikt aan; stijgen kost al veel kracht, het ontzien van de knieën bij het afdalen zo mogelijk nog meer. Zelden loop ik met stokken, maar nu is het geen optie om ze niet te gebruiken. De laatste uren volgen we de hoogtelijn van duizend meter en om ons heen liggen, eind augustus, nog dikke sneeuwplekken van afgelopen winter. De toppen zijn zojuist besuikerd met de eerste sneeuw van deze nazomer. Op de pas gaat een nieuwe wereld open. De grauwe keienvallei ligt achter ons. Nog een half uurtje afdalen door de blokken en dan is er een grazig kampeerplekje. Zo gauw de tent


staat storten we in. We zijn gesloopt. Eerst een uurtje plat, voordat we aan ons riante droogvoerdiner beginnen.
Stevig
Een klassiek fjäll-uitzicht is de volgende ochtend mijn deel. Twintig meter voor de tent graast kalm een kudde rendieren. Zolang we in open terrein zijn, zien we zulke groepjes regelmatig. Vaak heeft één dier een gps-tracker aan het lijf: ze zijn eigendom van Sami die hier hun kuddes weiden.
Opgeteld bij de lunch en het diner van gisteren haalt een Brinta-muesliontbijt de eerste van de twaalf kilo eten uit mijn rugzak. Gisteren was een heftige dag qua inspanning, maar nog niet eens de zwaarste in onze planning. Naïef bedachten we thuis mooie dagetappes van zo’n 15 tot ruim 20 kilometer. Met twee reservedagen waarin we een topje kunnen beklimmen. Pas achteraf horen we van ervaren Sarekgangers dat tien kilometer op een dag hier geldt als een stevige wandeling. De kampplek voor vanavond ligt aan de overkant van de vallei, die maar driehonderd meter lager ligt. En de hellingen zien eruit als een mooi groen tapijtje. Daar moeten we toch vroeg in de middag kunnen zijn?
De magie van de pure, volstrekte eenzaamheid
Kniehoog
Een heel stuk wijzer plof ik aan het einde van de middag kletsnat neer op de kampplek. Wat een mooi groen tapijtje leek, was in werkelijkheid terrein met mosbegroeide keien, enkeldiepe moerassen, kniehoge bosbessen en heuphoge poolwilgen. Slopend, maar prachtig in alle toonaarden. De eerste herfstkleuren verfraaien het uitzicht op witte bergtoppen en prachtig blauwwitte wolkenluchten. Verder is hier niets. We zijn alleen. Geen mobiel bereik, geen motorgeluid, geen andere mensen. Wat overigens niet wil zeggen dat het stil is. Overal stroomt water, ook in de vorm van kleine
beekjes. Met mijn bijna kniehoge leren laarzen uit het Finse leger kom ik daar prima met droge voeten doorheen. Maar een paar keer per dag is het water te diep en verwisselen we de laarzen voor trailrunschoenen. Lichtgewicht, snel droog en toch grip. De laatste en grootste doorwading van de dag verbergt helaas onverwacht gladde stenen. Daar glijd ik weg. Onder mijn volle gewicht breekt een wandelstok en ik ga onderuit in het ijskoude water. Dus: een heel stuk wijzer én kletsnat plof ik op de kampplek neer.
Ontoegankelijkheidspunt
Via de kleine stroom Goabrekjågåsj dalen we af naar de rivier Njoatsosjåhkå. Bovenaan de vallei nemen we uitgebreid de tijd om een route uit te stippelen. De poolwilgen zijn hier meer dan menshoog en de moerassen serieus groot en diep. Een kwartiertje goed kijken en markante punten in ons opnemen scheelt zomaar uren martelen in het oerwoudachtige terrein, dat ons doet verlangen naar onze Afrikaanse kapmessen van een eerdere trip. Dit is de vallei met het meeste wild in heel Sarek, maar verder dan wat rendieren komen we helaas niet. Of gelukkig niet? Onze weg door het terrein wordt bepaald door dierensporen die we volgen. Soms verdwijnen die ineens. Of lopen ze een meer in. Zoeken, kijken, proberen, omdraaien: we maken amper tempo. Steenmannetjes zijn er niet. Op één na. Net een paar honderd meter in het aangrenzende Padjelanta-park markeert een hoopje stenen het Ontoegankelijkheidspunt. Dit is de plaats op het Europese vasteland waar je het verste weg bent van door auto’s bereikbaar terrein. We zijn nu minimaal 46 kilometer van de dichtstbijzijnde auto vandaan, vier heftige loopdagen.
We schrijven dag vijf als we voor het eerst andere mensen tegenkomen. Dit is ook de dag dat we in de verte een vast herdersonderkomen zien, een zeer kwestieuze hangbrug oversteken en onze namen in het gastenboek van de Alkavare kapell schrijven. Hoewel het terrein even leeg en ruig blijft als het was, verdwijnt de magie van de pure, volstrekte eenzaamheid. Een volle dag later verlaten we via de andere brug in het park
Het uitzicht vanaf de Skierfe is mooier dan op welke foto ook

de omheining rondom de enige noodhut in het gebied. We lopen nu op de hoofdroute door het park in het Rapadalen en treffen soms honderden meters aaneengesloten begaanbaar pad. Een uurtje scramblen leidt ons achter de berg Låddebákte langs. Een stevige klim en nog stevigere afdaling, maar nog altijd lichter dan de uren poolwilgjungleworstelen die een tocht onderlangs de berg ons gebracht zou hebben.
Terugtrekken
Hoewel het Rapadalen de drukst belopen vallei van Sarek is, biedt het misschien wel de grootste speurtocht van onze hele tocht. Te dicht tegen de valleiwand wordt het bos ondoordringbaar, te diep in het dal mag je kiezen tussen moeras of rivier. Gelukkig is het onafzienbare bos waar doorheen we ons een weg banen oogstrelend mooi in de beginnende herfstkleuren. Als we weer eens dicht aan de rivier lopen, wordt deze net overgezwommen door een groepje rendieren. Alleen het commentaar van Sir David Attenborough ontbreekt bij deze natuurdocumentaire. Aan het eind van de middag ontmoeten we een elandkoe met twee kalven. Overal word je gewaarschuwd dat je dan langzaam moet terugtrekken en de dieren vooral niet moet laten schrikken. Dit alles bij voorkeur met een boom tussen jou en de elanden. Wat jammer, dat we nou net open en bloot in een kaal moeras staan. We klotsen maar door, het gezin lijkt tenslotte amper interesse te hebben in ons. Als we later ons bivak hebben gemaakt, komt het drietal vlakbij drinken uit de rivier. Klepperend met de eetkommen maakt Rempe onze aanwezigheid duidelijk. Moeder kijkt op, ziet ons, neemt daar notie van en als het stel genoeg gedronken heeft plonst het weg, het bos in. Prachtig!
Iconisch
Vanuit het bivak verlaten we het Rapadalen. We volgen de beek de helling op, eerst door het bos en later boven de boomgrens eindelijk over makkelijk terrein. Ondertussen trekt de mist op waarin we ontwaakten en komt de prachtige rivierdelta tevoorschijn. Over een open fjäll vorderen we snel, ondanks dat het soms toch zoeken is naar een logische route. Het helpt dat de rugzakken merkbaar lichter worden. Of dat

Eindeloos blokkenterrein, waar we meter voor meter de beste route doorheen zoeken

Moeder kijkt op, ziet ons, neemt daar notie van en drinkt rustig verder
In het dal mag je kiezen tussen moeras of rivier
we eraan gewend raken? Een laatste, lange, knieën slopende afdaling door blokkenterrein brengt ons naar de voet van de Skierfe, de iconische berg die aan de westkant loodrecht afbreekt in de rivierdelta van het Rapadalen. Als je online zoekt op Sarek, wemelt het van foto’s van dit uitzicht. We hebben er vandaag twintig kilometer op zitten en zijn moe. Toch dumpen we onze bepakking en plakken de extra kilometers en hoogtemeters naar de top eraan. Nú is het helder en hebben we uitzicht, terwijl we niet weten wat morgen brengt. Het strijklicht van de laatste zonnestralen laat ieder wilgje en grassprietje uitkomen. Het is mooier dan op welke foto ook. Een betere afsluiting voordat we morgen de relatieve drukte van de Kungsleden bereiken kunnen we onszelf niet wensen.
Zelfredzaam
De volgende ochtend zijn we op de Veluwe. Of in Schotland. Of waar dan ook. Potdichte mist omringt ons. Wat ben ik blij met onze klim van gisteren. Het uitzicht nu is nul. Navigatie wordt een drama. Waar we tot nu toe op het zicht oriënteerden, kost het nu zelfs met kaart, kompas en gps de grootste moeite om vooruit te komen. Terwijl hier toch echt ergens een duidelijk pad met steenmannen moet zijn, voor hen die vanuit





















Ga je wandelen, klimmen of wintersporten in de bergen? Dan is een standaard reisverzekering vaak niet genoeg. De NKBV-reisverzekering is speciaal ontwikkeld met complete bergsportdekking. Zo ga je het hele jaar door goed verzekerd op pad, ook buiten de gebaande paden. €43,96 PER KALENDERJAAR
NKBV-VERZEKERINGEN.NL





de nabijgelegen hut Aktse, op en neer naar de Skierfe lopen. Als ons dit eerder overkomen was, had ons dat dagen extra gekost. Als we dat pad uiteindelijk vinden gaat het vlotter. Na een uurtje markeert de eerste wegwijzer in tien dagen de Kungsleden. We horen de wandelaars al van verre. Het is even schakelen. Na de hele tocht slechts sporadisch individuen gezien te hebben, is het wennen om nu ineens groepen tegen te komen. Maar nu het weer duidelijk verslechtert, is het vooruitzicht van een droge hut beter dan dat van een klein, nat tentje.
Vlonders
In het kille en natte weer is het enthousiasme waarmee de vrijwillige huttenbeheerders Magnus en Karin ons onthalen hartverwarmend. Het kampvuur buiten en de kachel binnen verwarmen de rest van ons. Na meer dan een week gevriesdroogd eten, Brinta en hartkeks doet het winkeltje goede zaken met zijn chocolade, koekjes en chips. Nadat we de volgende ochtend met een taxiboot het Lájtávrre overgestoken zijn, hoeven we geen rivieren meer te doorwaden en
alleen nog maar twee dagen het pad te volgen, met halverwege weer een comfortabele hut van de Svenska Turistföreningen (STF), de Pårtestugan. Helaas valt dat pad wat tegen. De Kungsleden gaat aan zijn eigen succes ten onder. De kwetsbare begroeiing is niet bestand tegen jaarlijks honderden wandelaars en op veel plaatsen is het pad nog slechts een aaneenschakeling van glibberige rotsblokken. Hoe lelijk de balken ook zijn, we zijn blij met de trajecten die met houten vlonders beter begaanbaar gemaakt zijn. Ons tempo gaat er in ieder geval hard op vooruit, ten opzichte van de gemiddeld 2 kilometer per uur die we tot nu haalden. Gelukkig trekt het gevoel van anticlimax ook snel weer weg. Ja, Sarek was prachtig en de afsluiting op de Skierfe de best denkbare. Maar hoewel anders, is dit ook mooi. Het bos trekt nu definitief zijn kleurrijke herfstjas aan. Al doende lopen we de laatste dagen min of meer gelijk op met een paar zeer sympathieke Zweden, waar we mooie gesprekken mee voeren. Na deze droomtocht in Europa’s meest afgelegen natuur, zien we dit maar als een langzame landing in de werkelijkheid van de bewoonde wereld.
Voor de tent graast kalm een kudde rendieren

Reis
Ons startpunt Kvikkjokk is goed met openbaar vervoer bereikbaar, al moet je daar vanuit Utrecht wel zo’n 36 uur voor uittrekken. Met de auto is het 2550 kilometer naar Kvikkjokk.
Kaart en gids
• Fjällkartan BD10, 1:100.000, Sareks nationalpark
• Sarek: Trekking in Schweden, Claes Grundsten, Reise Know-How Verlag (2019), ISBN 9783831720873
Dit artikel is gemaakt in samenwerking met Visitsweden.com. Zij hadden geen invloed op de vorm of inhoud.
Vanaf een afstand lijken de eilanden één lange bergketen te vormen, maar in werkelijkheid bestaan de Lofoten uit tachtig kleine eilanden. De eilandengroep ligt voor de Noorse kust, 300 kilometer boven de poolcirkel. Wij stippelden onze eigen meerdaagse wandelroute uit om zo de mooiste plekjes van het eiland Moskenesøya te ontdekken. Je bent hier nooit heel ver verwijderd van de beschaving, maar het gevoel is anders.

Steile rotsformaties, heldere meren, blauwe lucht die overgaat in de zee en bergen zover het oog reikt. Dit is het beeld dat wij van de Lofoten hebben wanneer we onze route uitstippelen. Zodra we de ferry in Moskenes afrijden, wordt dit beeld bevestigd. We worden begroet door rotswanden, die scherp afsteken tegen de strakblauwe lucht. Het is gelijk indrukwekkend om te zien en versterkt ons verlangen om de Lofoten te ontdekken.
Onwennige start
We beginnen onze tocht in Å, waar we onszelf trakteren op kanelboller, gemaakt volgens traditioneel recept in een steenoven uit 1878. De eerste kilometers voelen onze rugzakken zwaar en wat onwennig. We vragen ons af hoe we dit negen dagen gaan volhouden, maar als we bedenken dat dit
alles is wat we nodig hebben, voelt het ook weer licht. Het feit dat we niet meer over onze uitrusting en het eten hoeven na te denken, geeft rust. Al het voorwerk is gedaan, de routes zijn uitgestippeld, we hebben alles bij ons. Het enige wat ons nu nog te doen staat, is stappen zetten en genieten!
De wandeling begint in de schaduw, waar het pad een combinatie is van modderige ondergrond en rotsen. Af en toe is het een uitdaging om met de rugzakken laaghangende takken te passeren. Al vrij snel zien we de pas liggen die we vandaag willen oversteken: Ågskaret. Rechts van ons ligt een meer te schitteren in de zon. Morgen zullen we daarlangs teruglopen, maar vandaag gaan we de pas over. Onderweg naar boven komen we een aantal wandelaars tegen dat ons waarschuwt voor de harde wind op de pas. Erg fijn dat
mensen zo meedenken, maar wij besluiten om zelf te kijken of het mogelijk is om de pas over te steken. Het laatste stukje laten we onze rugzakken achter, om zo een inschatting te maken. We beamen dat het hard waait, maar als we voorzichtig zijn moet het lukken. We dalen af in een mooie groene vallei, waar we ons verwonderen over alle verschillende bloemen en planten. Hier moeten we ons eigen pad creëren.
Winderige bunker
Na een inspannende eerste dag is het tijd om onze tent op te zetten. Met de aangewakkerde wind krijgen we dit echter niet voor elkaar. Bij elke poging wordt onze tent bruut tegen de grond aangedrukt. Een stukje verderop hebben we een bunker zien staan, ons afvragend wat die daar deed. Nu lijkt het een ideale plek om onze tent in op te zetten. Vechtend
tegen de wind lopen we naar de bunker. Met behulp van stokken en stenen slagen we erin om onze tent in de bunker op te zetten. Alles klappert en de wind giert door de bunker. Opeens voelen we ons heel klein en beseffen we hoe krachtig de natuur is.
Na een onrustige nacht en een ontbijt waarbij alles door de bunker vliegt, gaan we terug de pas over. Eenmaal de pas over, is er geen wind te bekennen. Wat een verademing! Kwestie van verkeerde plek. We vervolgen onze weg richting de Munkebu, waar we onze tent in de buurt van de hut opzetten. ’s Avonds besluiten we de Munken (797 meter) te beklimmen. Vanaf dit topje hebben we uitzicht op vrijwel de gehele Lofoten. We kijken uit op de Hermannsdalstinden, ons doel voor morgen.

Vanaf de Munken zien we het speelterrein voor de komende dagen
Hermannsdalstinden
Vandaag staat de hoogste top van de Lofoten op de planning: de Hermannsdalstinden (1025 meter). We besluiten om de komende nacht op dezelfde plek te kamperen, dus pakken slechts onze dagrugzak. Dat is lekker licht lopen. We genieten optimaal! De omstandigheden kunnen niet beter. De zon schijnt en er is vrijwel geen wind, iets waar we na de bunkerervaring extra op letten. De reflectie van de bergen in de meren is oogverblindend. Het laatste stukje is een leuke uitdaging, waarbij touwen ons helpen om de steile, rotsige top te bereiken. Eenmaal op de top nemen we de tijd om te genieten van dit fenomenale uitzicht. De eindeloze zee in combinatie met de scherpe rotsen is echt uniek. Als we teruglopen naar de tent, spotten we de perfecte kampeerplek aan een meer. We kunnen de verleiding niet weerstaan om toch onze tent in te pakken en hierheen te verplaatsen. De extra kilometers die we hiervoor moeten afleggen, nemen we voor lief. Deze schilderachtige plek is betoverend mooi. Het water is net een spiegel waarin sneeuwvlaktes en toppen worden gereflecteerd. Er heerst totale stilte, die soms even verstoord wordt door een mug. Het is te mooi om te gaan slapen. We leven in onze droom.
Stranden
De volgende dag dalen we af naar Vindstad om vervolgens naar Hermannsdalen te wandelen. We lopen langs struiken vol met blauwe bessen, waar we onderweg van snoepen.
Heerlijk! Het dal is groen en weinig belopen. Door de wilde begroeiing kunnen we nauwelijks zien wat onze volgende stap gaat zijn. We zijn hier echt de enigen. Hoe lang is er al niemand in deze vallei geweest?
Een paar dagen later wandelen we naar het populairdere Bunesstranda. Dit strand is makkelijk bereikbaar met de ferry en dus een stuk drukker. We zijn onder de indruk van de imposante zuidwestwand van de Helvetestinden, die vanaf het strand bijna 600 meter recht omhoogschiet. Aangezien er regelmatig rotsen naar beneden kletteren, zoeken wij op gepaste afstand van deze wand een plekje voor de komende nacht. Om zo lang mogelijk te genieten van de ondergaande zon, besluiten we als avondwandeling de Helvetestinden op te gaan. Om elf uur staan we op de top. Net op tijd om de zon in de zee te zien zakken. Het feit dat de dagen hier zo lang zijn, geeft ons heel veel energie.
Met getik op het tentdoek worden we wakker. De ferry brengt ons naar Reine, waar we onze etensvoorraad aanvullen voor de tweede helft van de tocht. Helaas ziet de weervoorspelling er voor de komende dagen niet heel goed uit. We worden dan



Maaike onderweg op de pas tussen het Tennesvatnet en het Reinefjord

Op zoek naar een goede plek voor de tent op Bunesstranda
ook enigszins gek aangekeken wanneer we even later een enkeltje ferry richting Kjerkfjorden afrekenen.
Vanuit Kjerkfjorden lopen we via de baai Horseidvika naar het strand van de Kvalvika. Waar we eerst nog over het krakende zeewier lopen, verandert dit later in een modderig pad waarover we naar beneden glibberen. Met het pad verandert ook het landschap. Zo zijn we opeens omringd door een bos met naaldbomen, in plaats van de scherpe rotsen van de afgelopen dagen. We nemen bij een meer de tijd om te lunchen op een door de zon opgewarmde rots.
De afgelopen dagen zijn we vrijwel geen andere wandelaars tegengekomen. Dat verandert wanneer we het strand bij de Kvalvika en de Ryten (543 meter) bereiken. Mede door de film North of the sun, die hier is opgenomen, en de aanleg van loopplanken, is dit strand ook toegankelijk voor minder geoefende wandelaars. Wij komen echter vanaf de andere kant, waar het oorspronkelijke pad is weggeslagen door de zee. We moeten zelf een weg zien te vinden over een rotswand, terwijl de woeste golven onder ons stukslaan.
De laatste dag van de onze tocht wandelen we naar de Fuglhuken (557 meter). Helaas hebben we weinig uitzicht, toch voelt het als een overwinning dat we ook dit laatste topje van deze geweldige meerdaagse tocht hebben bereikt!
Met natte sokken en plasjes in onze schoenen lopen we door het groene dal naar het busstation van Fredvang. De bus brengt ons terug naar Reine. We droppen onze rugzakken en kunnen het niet laten om ook nog de Reinebringen (484 meter) op te gaan. Zonder rugzakken vliegen we naar boven.
Wat een geweldig avontuur hebben wij beleefd. Het gevoel van oneindige tijd vanwege de lange dagen, volledig opgaan in de natuur, de frisse lucht en de eenvoud. De Lofoten hebben onze verwachtingen overtroffen.
Verblijf
Tijdens onze meerdaagse wandeltocht hebben wij gekampeerd. Een groot deel van de tocht loopt door nationaal park Lofotodden. Hier is wildkamperen toegestaan voor maximaal twee aaneengesloten nachten op dezelfde plek.
Route
Wij hebben zelf een route
samengesteld en onderverdeeld in negen wandeldagen. De totale tocht is ongeveer 100 kilometers met 5500 hoogtemeters. Hoewel de route niet is gemarkeerd, zijn de paden meestal wel duidelijk zichtbaar. Je kunt er ook voor kiezen om losse dagtochten te maken, zoals naar Bunesstranda en het strand van Horseidvika met behulp
van de ferry. Ook de Munken en de Reinebringen zijn prachtige opties voor dagwandelingen.
Reis
Vanaf Utrecht is het 2500 kilometer rijden naar Bodø. Het is ook mogelijk om in twee à drie dagen met de trein naar Bodø te reizen. Vanaf Bodø vaar je in drie uur met de ferry naar Moskenes.

Op pad in Noord-Noorwegen

‘Mogen we weer naar Noorwegen?’ Dat is steevast de vraag als ik de vakantieonderhandelingen open aan de keukentafel. Gelukkig houden Joanne en Fosse, onze zoon, net zo van de bergen in het noorden als ik. De Noordkaap hebben we nog nooit bereikt. We stranden op een stille ell of in een onbekend dal. In dit artikel vind je dan ook geen namen. Niet een beroemde top of dat ene uitzicht. Hopelijk kunnen we je inspireren om je eigen plek te vinden. Waar een watervalletje klettert, een steen vol landkaartmos oplicht in de zon en het wollegras boven het veen wui . De plek waar je je helemaal alleen op de wereld waant. Als de muggen zich dan ook nog koest houden, is het leven perfect!
Tekst en beeld Joanne Wissink en Claar Talsma

Ik draai de sleutel om. De deur piept. Niemand te bekennen. Het is kil binnen. ‘Brrr, zullen we eerst de kachel aanmaken?’ Fosse is twee jaar oud. Hij kruipt uit de rugdrager en gaat op ontdekkingstocht door de hut. Van de kachel naar de eettafel en door naar de keuken. De hele dag zijn we niemand tegengekomen. Ook nu is het stil. Als ik het kacheldeurtje opendoe, word ik vrolijk. ‘Kijk nou eens, een keurig wigwammetje van hout.’ De warmte maakt de hut meteen gezellig. Wat een fijne plek. We kruipen op de bank met een kop thee. Joanne loert naar buiten. Daar is het nat en mistig. Het is wennen aan het alleen zijn. Wat als er iets gebeurt? Wat als er niets gebeurt… Ik ga op zoek naar water. In de keuken staat een grote roestvrijstalen emmer. Ik schuif weer in mijn bergschoenen en wip met de emmer over de stenen naar de rivier. De rivier kletst, de blaadjes ruisen, de wind blaast. Hier wil ik wel aan wennen.

zoals deze. Van kleine gammele hutjes tot luxe berghotels. Van architectonische hoogstandjes tot oude seters met grasdak. Er zijn er wel zeshonderd, verspreid over heel Noorwegen. Vrijwel allemaal afgesloten met dezelfde DNT-sleutel. Als je er honderd hebt bezocht krijg je een gouden sleutel. Met ons lidmaatschap van de DNT voelt het alsof al die hutten een beetje van ons zijn. Opeens hebben we een hele serie huisjes tot onze beschikking. En huisjes dat zijn het. Aan alles is gedacht. Een keuken vol potten en pannen en een voorraadkast met blikken bonen, gevriesdroogde maaltijden en havermout. ‘Er zijn zelfs koekjes’, roept Joanne als ze de voorraad inspecteert. Even later dopen we onze Bixit-koekjes in de thee.
Samen met Fosse blader ik door Fjell og Vidde, het blad van Den Norske Turistforening (DNT). Het blad staat vol hutten
Volle hutten, vroeg reserveren, dat past niet bij Noorwegen. Van oudsher is er voor iedereen plek. Is het echt druk, dan schuift iedereen een beetje op. Je kunt iemand toch niet weer die woeste bergen in sturen? Een paar jaar later zitten we op

een soortgelijke bank in een andere hut met Lars te kletsen. Ja, afgelopen Pasen sliep hij op de keukentafel. Hij kijkt erbij of het de beste nacht van zijn leven was. Zelf hebben we intussen weleens op een matras op de grond geslapen, maar veel vaker hadden we de hut voor ons alleen.
Muggen
Zzzzzz. We liggen met zijn drietjes in de tent. Een horde zoemende monsters zweeft aan de andere kant van de binnentent. Pfff, wat een dag. Als mensen vragen naar muggen in Noorwegen, zeg ik altijd: ‘dat valt reuze mee, er zitten echt niet altijd en overal muggen. Op de camping in Italië had ik er vroeger meer last van.’ Maar… die ene keer dat ze er zijn, kunnen ze je tot wanhoop drijven. Vanmiddag waren we zo wanhopig dat we onze toevlucht zochten in een bivakzak. Al zwetend wurmde ik me samen met Fosse in de zak om in alle rust een broodje te eten. We zijn inmiddels experts in het wegwapperend wandelen. Helaas werkt de zwaaibeweging niet als je moet plassen. Het moment waarop alle Noorse muggen je weten te vinden. Toch zijn muggen er lang niet altijd en zeker niet overal. Zoek je een mugvrije zone? Probeer dan een plek in de wind, boven de boomgrens of aan zee. Al jaren heb ik een muggennet in mijn rugzak zitten, maar ik heb het eigenlijk nooit gebruikt. De beste tip: zijn er muggen? Ga daar weg.
Eindeloos licht
Het is vier uur ’s middags. We pakken de rugzak in voor een tocht. Tent, slaapzak en matje en natuurlijk ons espressopotje. In de Alpen zou je er niet aan denken om zo laat nog te starten met een bergwandeling. In het noorden maakt het niet uit. We hebben alle tijd. Bij de poolcirkel schijnt de zon eindeloos. Warmteonweer is er praktisch niet. Dat geeft rust bij het wandelen. Ik stap door het berkenbos. De boompjes zijn laag en dun. Ik kom langs een mooie steen. ‘Kunnen we hier niet lekker zitten?’ Maar Joanne wil door. De woeste bergen trekken. Ik worstel verder door de Noorse jungle. Ik zwaai om rotsen, struin door berkenbossen en dans over blokkenvelden. Bij een beekje gooien we onze rugzak neer. Ik verwissel mijn bergschoenen voor crocs. We zoeken de beste weg door het water. Brrr, ijskoud! We ploffen neer bij een steen. De zon schijnt en schijnt. Ik heb er al uren genoeg van. Joanne improviseert een afdak met het grondzeil van de tent. Een wandelstok, een wapperend zeil en een vleugje schaduw! Met kakelvers water uit het beekje is het leven weer goed. De fjell is van ons. We hebben eeuwig de tijd. ‘Willen we hier blijven slapen? Of gaan we nog een stukje verder?’ Weer trekt de horizon. Een grote speeltuin van rots en gruis en daarachter witte bergen. We steken een sneeuwveld over, het water stroomt onder de keien. Iets verderop ligt een prachtig plateau. Dit plekje vraagt erom. Joanne vindt een rots om te loungen. Ze schurkt tegen een steen aan. ‘Dit zit zalig.’ Fosse pakt zijn boek erbij, hij is de natuur al vergeten. Ik pak het


Kamperen in de zomer

Joanne Wissink is International Mountain Leader en organiseert samen met haar vrouw Claar Talsma huttentochten, tenttrekkings en sneeuwschoentochten in Noorwegen. Samen schreven ze de boeken Mini Expedities en Mini Expedities in Europa. Meer informatie vind je op miniexpedities.nl
gasje en spreid al het eten uit over een rots. Voila, een kookeiland. De tent staat, het eten pruttelt in de pan en het leven is goed. Pas de volgende dag komen we iemand tegen. Onderweg naar de bewoonde wereld komt Ingrid ons tegemoet. ‘Hei hei.’ Ingrid loopt als een echte Noorse in alleen een bh. Je zult het maar heet hebben…
Met een expeditieslee door de diepvries
We pakken onze spullen in op een slee. De sneeuw ploft van de bomen. De lucht is lila. De thermometer staat ver onder nul. We gaan op expeditie. De slee ligt vol met spullen. Warme kleren, een rendiervel, noodmateriaal en een grote tas met eten. Als ik de slee vastmaak aan mijn heupband, verander ik in een ander persoon. Een ontdekkingsreiziger. Ik trek en de slee glijdt soepel mee. We zigzaggen door een berkenbos. ‘Houd de richting van die grote spar maar aan’, wijst Joanne. Het is een diepvriesjungle waar we doorheen trekken. Ik zoek de weg van de minste weerstand. Ik blijf met mijn slee haken achter een boom. Joanne trekt en schudt hem los. ‘Kijk, hier is het moeras.’ In de zomer moet je hier niet wezen, dan is het een grote natte bende. Nu stappen we er met onze sneeuwschoenen zomaar overheen.

Huttentocht met sneeuwschoenen en expeditieslee
Jouw onvergetelijke avontuur begint bij Zwerfkei!
Ontdek 3500 m2 aan topmerken en deskundig advies in het hart van Nederland. Kom langs en laat je inspireren!

We zwerven door de diepvries. De bomen zitten vol rijp. Het lijken wel diamantjes. De hut staat als een kadootje in de witte wereld. Het is binnen net zo koud als buiten. We stoken de houtkachel hoog op. Pas na een paar uur wordt het lekker warm. Met rode wangen en korte mouwen zit ik aan de eettafel. Bij kaarslicht lepelen we een soepje naar binnen. ‘Poeh, het lijkt hier wel een sauna’, pu Joanne, ‘nu snap ik hoe die is ontstaan.’ Ik zie er nu al tegenop dat ik vannacht nog moet plassen. Dat wordt een koude bedoening op het buitentoilet. Uren later schuif ik mijn bed uit, trek ik mijn donsjas aan en hobbel ik in mijn bergschoenen naar de utedo. Wat een expeditie. Kijk, wat gloort daar? Het groen danst aan de hemel. Ik ren de hut weer in: ‘Noorderlicht!’ ‘Wat een ellende’, zucht Joanne, ‘al die kleren weer aan en natuurlijk is het weer de koudste nacht.’ De dans van het licht aan de hemel doet alles verge-
De berg is bezaaid met stenen, een grote rot(s)zooi

ten. Als iedereen helemaal verkleumd is, duiken we niet ons bed in. Nee, eerst warme chocomel.
Een eigen hut met achtertuin
‘Heb je een hut gekocht? In Noorwegen?’ Mijn buurman in Amsterdam kijkt alsof ik het over de Noordpool heb. Als ik uitleg dat we geen stromend water hebben en dat we onze poep verbranden, roept hij: ‘Oh, je bent o -grid!’ Tja, opeens zijn we hip met een klein houten hutje op de ell. Al jaren was ik jaloers op al die Noren met een hut in de familie. Een hut met een eigen huisberg. Op de eerste reis die we samen maakten kregen we een li van Oddvar. Hij was op weg naar zijn eigen berg. Hij wees in de verte, ‘daar staat mijn hut en dat is mijn berg’. Een andere berg had hij niet nodig. Want een hut is leuk, maar het gaat om de achtertuin.
Het is half augustus. De meeste Noren zijn alweer naar school en aan het werk. Het voelt herfstig. Gele berkenbossen, rode bosbessen en ijskoude rivieren waarlangs het eerste ijs al aan de rotsen hangt. Ik sta op en kijk naar buiten. ‘Zon! Nu, inpakken en gaan.’ Vanaf onze huisberg kijken we uit over een reeks toppen. Dikke, spitse, lompe, driehoekige en grillige. ‘Zullen we die grote hobbel op vandaag?’ Het meer spiegelt de grijze reus voor ons. ‘Hei, hei!’ Øyvind komt langs met een hengel. Noren zien geen meren en rivieren, die zien vooral verse vis. Joanne loert op de kaart. ‘Wat zullen we doen: via het pad of dwars over?’ Op het pad blijven is er bij ons als Nederlanders ingestampt. Hier in het noorden mag je overal lopen. Ik stap en stap en zoek de beste weg. Niet te nat, niet te steil en zeker niet dwars door de lage struikjes. Daar is geen doorkomen aan. Langzamerhand ben ik een expert in het inschatten van de grond voor me. Die pol ziet er stevig uit, zo manoeuvreer ik door het veengebied en kom ik bij het volgende blokkenveld. De berg is bezaaid met stenen. Een grote rot(s)zooi. Zoals vaker met bergen lijkt er geen eind aan te komen. Weer een nieuwe rots, weer een nieuwe puinbak. Zelfs de top is bezaaid met stenen. Niks geen topkruis, alleen rotsen, geulen en ruggen. Ik huppel eroverheen. Kilometers en kilometers aan stenen, ell en veen onder ons. Geen enkel teken van beschaving. Wat een ruimte. We nestelen ons tegen een steen. We hebben geleerd hier alleen te zijn. We voelen ons thuis.
















Anja Blacha (35) groeide in tien jaar tijd van een gewone backpacker uit tot een gedisciplineerde topatleet. Ze noemt zichzelf een materiaalnerd. ‘Ik ben niet extreem sterk, dus zorg ik ervoor dat ik mijn uitrusting tot in de puntjes optimaliseer.’
Tekst Manon Stravens Beeld Zout Fotogra e



Twee autobanden achter zich aan slepend liep Anja Blacha door Zürich. Mensen maakten foto’s en boden haar een li aan, lachend om het ongewone tafereel. ‘Maar het is een heel gerichte en e ciënte manier om jezelf te trainen’, zegt Anja. ‘Niet zozeer vanwege het gewicht, als wel de wrijving die de autobanden genereren.’
Het was 2019. Ruim een jaar ervoor had ze als jongste Duitser ooit alle Seven Summits beklommen en inmiddels stond een nieuw avontuur in de steigers: een skitocht van bijna 1400 kilometer, solo en op eigen kracht, van de Antarctische kust naar de Zuidpool. De autobanden moesten haar voorbereiden op de slee van 100 kilo die ze bijna twee maanden zou moeten voorttrekken.
Koppig

Ik spreek Anja in het restaurant van een hotel in Zürich, Zwitserlands grootste stad, waar ze tien jaar geleden vanuit








het drukke Londen neerstreek voor een nieuwe baan in de telecommunicatie. Vergeleken met Londen was het voor Anja een rustige, ietwat saaie stad, en daarmee de perfecte plek om mooie expedities te bedenken. Bij haar thuis afspreken wil ze niet (‘dat doe ik nooit’). Overhalen hee geen zin. Op haar website staat ‘koppig’ dikgedrukt en als het eerste woord in een serie karakteromschrijvingen van deze jonge Duitse avonturier.
Ze hee een druk leven. Vorig jaar stond Anja op de Annapurna I, de Dhaulagiri en voor de derde keer op de Mount Everest. De Lhotse staat voor deze lente op de planning. Tussen die avonturen door houdt ze zo’n veertig keer per jaar lezingen voor het bedrijfsleven over veerkracht, teamwork en leiderschap.

Ze groeide op in Bielefeld, in de Duitse deelstaat NoordrijnWestfalen, in een gezin met een zus. Ze was ‘een normaal








schoolgaand kind met wat hobby’s, zoals paardrijden’.
Vakanties werden gevierd op het strand of op stedentrips. Tot haar drieëntwintigste had Anja nog nooit een berg gezien.
Schermen
Sportief was ze wel. Op haar elfde begon ze met schermen. Ze was er goed in, want ze werd al gauw door een van de Olympische centra in Duitsland uitgenodigd om zich er verder in te specialiseren. ‘Maar dan zou ik niet meer kunnen paardrijden.’ Op haar zeventiende stopte ze met schermen, om de sport tijdens haar studie filosofie in Londen weer op te pakken. In 2012 werd ze door de Universiteit van Londen uitgeroepen tot Sportvrouw van het jaar.
De eerste berg die ze beklom was in 2013 de Machu Picchu in Peru, waarop zich op 2430 meter hoogte de oude Incastad bevindt. De trektocht en de natuur vond ze fantastisch. ‘Het buitenleven was een fijn contrast met het kantoorleven.’ Maar de echte aftrap van het avonturieren was twee jaar later, tijdens een trektocht in Argentinië, waar ze de Aconcagua, de hoogste top van Zuid-Amerika, beklom.
‘Anderen mogen niet de prijs betalen voor mijn onkunde’
Een rugzak, handschoenen, wandelstokken, alles moest aangeschaft, gehuurd of geleend worden. ‘Er zat geen druk op om de top te bereiken, ik was gewoon nieuwsgierig naar wat ik zou kunnen.’ Van Luco, de gids, leerde ze over voeding, acclimatisatie en goed inpakken. ‘Losse riemen aan mijn tas stond hij niet toe. Het irriteert me nog steeds als ik dat bij anderen zie.’ Hij was een geweldige gids, vertelt ze. ‘Hij leerde me de juiste keuzes maken, contact te maken met de natuur en hoe ik het leven tijdens een expeditie kon omarmen. Dat was een hele goede ervaring. Het smaakte naar meer.’
Geen rolmodel
In datzelfde jaar stond ze op de Kilimanjaro en binnen twee jaar had ze alle Seven Summits afgetikt. Rolmodellen had ze niet – ‘waarom moeten we altijd rolmodellen hebben?’ –maar ze laat zich graag inspireren. ‘Mijn baas had de Kilimanjaro beklommen en suggereerde dit te combineren met een zakenreis naar Kenia, om kosten te besparen.’ Haar gids op de Aconcagua had het over de Denali in Alaska. En daar waar de Mount Everest altijd buiten bereik leek, sprak ze tijdens de beklimming van de Carstensz Piramide (of Puncak Jaya, de hoogste berg van Oceanië) met iemand die de Mount Everest en de K2 had beklommen. ‘Ineens werd dat bereikbaar voor
iemand zoals ik.’ Dat was ook de tijd dat ze van Londen naar Zürich verhuisde, zich kapot verveelde en in haar vrije uren nieuwe plannen maakte.
Haar relatieve onervarenheid maakte dat ze zich nauwgezet ging voorbereiden. Van nature is ze, zegt ze, niet de meest gestructureerde persoon. ‘In mijn familie ben ik zonder twijfel de meest chaotische. Ik kom altijd te laat en ik ben een uitsteller of wil teveel dingen tegelijk. Maar als het aankomt op belangrijke zaken, zoals het voorbereiden van een expeditie, kan ik heel veel discipline opbrengen, tegen het obsessieve aan.’
De underdog
Toen ze zich aansloot bij andere klimteams, wilde ze niet onderdoen voor de rest. ‘Dat is een verantwoordelijkheidsgevoel naar anderen. Als je je de underdog voelt, de nieuweling, of een buitenstaander, dan zorg je vanzelf dat je andermans ervaring niet verpest. Anderen mogen niet de prijs betalen voor mijn onkunde.’ Zo kwamen de discipline en structuur vanzelf.
‘Toen ik in Alaska aankwam voor mijn Denali-expeditie dacht ik echt: waarom hebben ze me in het team toegelaten? Ik was op papier gekwalificeerd en ik zou het natuurlijk niet gedaan hebben als ik niet dacht dat ik het zou kunnen, maar er is altijd dat stemmetje dat je niet kan uitzetten en dat opspeelt
Anja Blacha (Bielefeld, 1990) is bergbeklimmer en poolreiziger, en studeerde business administration en filosofie. Ze stond op de Seven Summits en ondernam diverse poolexpedities. Anja beklom de Mount Everest drie keer, waarvan de laatste keer zonder zuurstofflessen. Daarmee heeft ze twaalf van de veertien achtduizenders zonder extra zuurstof beklommen. Enkele van haar mijlpalen:
2015 Aconcagua (6961 meter)

2017 Mount Everest (8848 meter), met extra zuurstof, als jongste Duitse vrouw. Ook de jongste Duitser die alle Seven Summits beklom.

2019 Expeditie Southern Solitaire, 1381 kilometer skiën van Berkner Island naar de Zuidpool, in 57 dagen, 18 uur en 50 minuten, solo en zonder ondersteuning
2019 Broad Peak (8047 meter) en K2 (8611 meter)
2021 Mount Everest, met extra zuurstof
2023 Nanga Parbat (8126 meter), Gasherbrum II (8035 meter), Gasherbrum I (8080 meter)
2024 Makalu (8485 meter), Kangchenjunga (8586 meter), Manaslu (8163 meter), Cho Oyu (8188 meter)
2025 Annapurna I (8091 meter), Dhaulagiri (8167 meter), Mount Everest (8848 meter), zonder extra zuurstof

als je jezelf met de anderen vergelijkt.’ Die gedegen voorbereiding betaalde zich echter uit. ‘Het klinkt fout, maar ik begon gevoelsmatig als de zwakste en bleek uiteindelijk een van de sterksten.’
Materiaalnerd
Anja noemt zichzelf een materiaalnerd. ‘Ik ben niet extreem sterk, dus zorg ik ervoor dat ik mijn uitrusting tot in de puntjes optimaliseer. De grootste luxe in mijn rugzak zijn de spullen die ik niet hoef mee te dragen. Hier heb ik invloed op
‘Ik zag de betekenis van de top niet zo, nam niet eens foto’s’
en het is mijn manier om sterkere klimmers bij te houden.’ Ze kan uren spenderen aan het onderzoek doen naar de juiste lichtgewicht materialen. ‘Ik stel hele Excellijsten op.’ Wat de route betreft: die knipt ze in stukjes op en bereidt die dan voor. ‘Per stuk bepaal ik of het voor mij haalbaar is of niet.’
Op deze manier verlegde ze grenzen en groeide de Duitse in relatief korte tijd uit tot een gedisciplineerde topsporter. Het hielp ook dat haar eerste bergtochten ‘aanvankelijk niet veel betekenis hadden’, zegt ze. ‘Op de top van de Aconcagua wilde ik niet eens foto’s nemen. De batterij was bijna leeg en ik zag alleen maar lucht. Ik zag de betekenis van de top niet zo. Ik begon ook niet met zo’n gevoel dat ik dit moest halen. Ik had geen intimiderende rolmodellen, die me het idee gaven dat ik dit niet zou kunnen. Gaandeweg veranderde dat, werden de doelen groter en belangrijker. Daarmee groeide ook mijn ervaring, zelfkennis en nieuwsgierigheid.’
Nul ervaring
Zo ontstond het idee voor de poolexpeditie, een jaar nadat ze een lezing van de Zweedse avonturier Johanna Davidsson had bijgewoond. ‘Ik zat op kantoor en wilde eens wat nieuws doen. Toen dacht ik terug aan die lezing en vroeg me af of ik dat ook zou kunnen doen.’
Ze had nul ervaring. ‘Ik had nog nooit op langlaufski’s gestaan, laat staan dat ik poolervaring had. En je gaat niet uit het niets ineens de langste pooltocht maken, dus ik moest de vaardigheden ontwikkelen.’ Dat deed ze onder meer in Noorwegen, Spitsbergen en Groenland, waar ze leerde skiën, een slee trekken, navigeren en een brander repareren. ‘Ik begon routines te ontwikkelen, leerde hoe ik een tent moet opzetten bij een zware storm en oefende met problemen oplossen. En, een belangrijke les, ik leerde dat een goede poolreiziger moet kunnen naaien. Dat alles gaf ook zelfvertrouwen.’
‘De condities op Antarctica vereisen andere vaardigheden dan in de bergen’, zegt Anja. Tijdens de Antarctische zomer kunnen de temperaturen tot wel -40 graden dalen en schijnt de zon dag en nacht. Behalve in een sneeuwstorm of tijdens een whiteout, dan zijn hemel en aarde niet meer van elkaar te onderscheiden.
Precisie-exercitie
Anja bestudeerde satellietbeelden, las rapporten, sprak verschillende poolonderzoekers. Ze zag een groot verschil

tussen de bergbeklimmersgemeenschap en de poolgemeenschap. Die laatste is ‘veel kleiner, persoonlijker en privé. Het kostte me veel meer moeite om dingen uit te zoeken. Je moet mensen met kennis vinden en de juiste vragen stellen.’
‘Als er iets misgaat in de bergen, is er meestal wel iemand die je kan helpen, of je kunt terugkeren naar het basiskamp. De dagen zijn bovendien korter en er zijn meer rust- en hersteldagen tussendoor. Bij poolexpedities moet je uitrusting vanaf dag één perfect zijn. Fouten kunnen fataal worden en rustdagen kosten ook veel omdat ze ten koste gaan van je strikt beperkte middelen. Poolexpedities draaien om discipline en efficiënte routines.’
De voorbereidingen voor de Zuidpool werden een precisieexercitie. Haar 100 kilo zware slee bevatte 66 afgemeten voedselpakketjes, om precies te weten hoeveel ze mocht eten op een dag. Ze startte met ruim 300.000 kilocalorieën.
IJzige woestijn
En toen werd ze gedropt op de kust van Antarctica. ‘Ik zag dat witte gordijn zich voor me uitstrekken. Het was prachtig. De
‘Die allesomvattende, ijzige woestijn intimideerde me’
zon stond heel laag aan de horizon, met een kleine halo eromheen die weerspiegelde in de sneeuw. Ik dacht: ik hoef alleen maar deze regenboogreflectie te volgen, die brengt me naar de Zuidpool. Het was echt de magie van een nieuw begin.’
‘Maar die stille, allesomvattende, ijzige woestijn intimideerde me ergens ook. Ik was er helemaal alleen. Dat is toch heel anders dan in de bergen, waar periodes van rust vaker onderbroken worden door het geluid van lawines, vallend gesteente en soms beesten. In de bergen is van alles gaande, op Antarctica was stilte, witheid en niets.’
Die tocht solo doen was vanaf het begin het plan. ‘Alleen op pad gaan is de puurste, meest intense ervaring die ik me kan voorstellen. Ik ben volledig zelfredzaam, heb de controle, hoef geen compromissen te sluiten en ben de enige factor van falen of succes. Ik daag lichaam en geest uit om door te zetten en vol te houden. Ik geloof dat alleen zijn een waardevolle ervaring is voor iedereen, zo nu en dan.’
De grootste gevaren op Antarctica zijn de extreme kou, ijsspleten en stormen. ‘Na vier dagen begon er een storm die de week erop in kracht toenam, met windstoten van meer dan 100 kilometer per uur, sneeuwval en temperaturen van -35. De piloten die me hadden afgezet zaten zelf elf dagen vast in de sneeuw. Ze hadden me in een noodsituatie niet kunnen redden.’

In 57 dagen, 18 uur en 50 minuten skiede Anja naar de Zuidpool. Solo en op eigen kracht: dus zonder voedseldroppings of vlieger, met alleen die slee, door een terrein vol ijsspleten en sastrugi, door de wind gevormde en bevroren golven, ribbels en scherpe sneeuwbanken. In die dagen was het contact met de buitenwereld, met haar zus en poolveteraan Lars Ebbesen, minimaal. Een nacht werd ze bijna bedolven in de sneeuw. ‘Ik voelde door de tent heen een pak sneeuw op me drukken. Dan ligt verstikking op de loer, dus moest ik de tent uitgraven.’
Ze leerde hoe belangrijk slaap is. ‘Ik ben op een gegeven moment gestopt met mijn wekker zetten, want ik merkte dat ik steeds langere dagen ging maken. Ik werd langzamer en kouder, tot ik dreigde ziek te worden. Ik stond mezelf toen toe om zo lang als nodig te slapen. En dat werkte. Ik werd warmer, kreeg meer focus, navigeerde beter en kreeg weer energie. Slaap is enorm waardevol, daar moet ik niet meer op bezuinigen.’
Geen waaghals
Ze stond drie keer op de Mount Everest en is ’s werelds tiende (en eerste Duitse) vrouw die de Everest beklom zonder extra zuurstof. Als het Anja lukt om alle veertien achtduizenders zonder zuurstof te beklimmen (alleen de Lhotse en Shishapangma moet ze nog), zal ze daarmee waarschijnlijk de vierde vrouw ter wereld zijn. Het verschil tussen met en zonder zuurstof klimmen is groot, legt Anja uit. ‘Vergelijk het
met de Tour de France op een gewone fiets of een e-bike doen.’ Ze gebruikt ook geen helikopters om naar of van de hooggelegen kampen te komen. ‘Ik wil die bergen op eigen kracht helemaal op en af gaan.’
Haar Zuidpoolexpeditie is samen met de beklimming van de K2 haar meest gevierde prestatie. ‘De Zuidpool, omdat het een verhaal is over veerkracht, zelfleiderschap en navigeren door het onbekende. Ik heb toen alle emoties doorlopen, van wanhoop tot verveling. De K2, omdat het een iconische berg is en dat een verhaal is over onder meer vertrouwen. De Sherpa’s Mingma Sherpa en Temba Bhote moedigden me aan en geloofden dat ik het kon.’
‘Ik ben geen waaghals of adrenalinejunkie. Ik probeer respect te hebben voor de natuur en niet overmoedig te worden. Het kan altijd fout gaan, en lawines, steenslag en ijsspleten zijn sterker dan ik.’ Angst maakt onderweg plaats voor focus en actie. ‘Op de Annapurna ben ik getroffen door een lawine. Toen die was geluwd, moest ik meteen verder klimmen om uit de gevarenzone te komen. In actie komen helpt om angst niet binnen te laten. Dat werd me als kind al geleerd toen ik paardreed. Zodra je eraf valt, klim je er meteen weer op. Zo laat je je niet door angst overmeesteren.’
‘In actie komen helpt om de angst niet binnen te laten’
‘Ik ben een doelgericht persoon. Ik loop zonder problemen tien uur als ik weet dat ik bij een kamp aankom. Tien uur lopen voor de lol? Zeker niet.’ Een groot doel kost ook wat. ‘Ik ben bereid veel op te offeren. Ik kan niet tegelijkertijd in Antarctica zijn én thuis met Kerstmis, een berg beklimmen én naar de bruiloft van een vriend gaan.’ Dat zijn de keerzijden. ‘Soms mis je geweldige ervaringen als je niet met de stroom meegaat. Soms vallen dingen op hun plaats als je wat meer relaxt en ruimte laat om dingen te laten gebeuren en ontwikkelen, maar dat weet je pas achteraf.’
Fulltime avonturier zit er niet in, en ook gidsen is niets voor Anja. ‘Ik heb er het geduld niet voor.’ Het tussen de avonturen door werken, werkt. ‘Je hebt geen tijd om in een diep zwart gat te vallen, want er is die grote presentatie volgende week of een andere deadline. Het zorgt ervoor dat je niet overdrijft en met beide benen op de grond blijft staan. De meeste mensen weten niet eens de naam van de berg waar ik net vandaan kom.’
Hoe een noodzakelijk kwaad uiteindelijk goed uitpakte

Om in de Belgische klimgebieden te mogen klimmen als Nederlander heb je een klimjaarkaart nodig. Dat is een bijzondere regeling, bijna nergens anders hoef je te betalen om buiten te klimmen. We gaan veertig jaar terug in de tijd, naar de jaren dat de klimjaarkaart tot stand kwam, om te zien hoe die aanvankelijk vervloekte regeling is uitgegroeid tot een succes. Dankzij de klimjaarkaart draagt de NKBV nu bij aan de ontwikkeling van (nieuwe) klimgebieden in België.
Tekst Harald Swen
In de jaren ’70 en begin jaren ’80 maakt de klimsport een enorme transitie door. De klimtuinen buiten de Alpen zijn niet langer een substituut voor het echte werk. Nee, rotsklimmen wordt voor steeds meer mensen het doel an sich. Tegelijkertijd wordt het sportklimmen ‘uitgevonden’. In steeds meer gebieden worden rotsen van boorhaken voorzien met als doel een route vrij te klimmen. De nieuwe sport trekt al snel veel nieuwe beoefenaars aan en spreidt zich als een olievlek over heel Europa uit.
Voor de klimgebieden houdt dat in dat er ineens een hausse aan bezoekers komt. En dat terwijl de situatie in veel klimgebieden al gespannen is. De anarchistische sportklimmers van de eerste generatie hebben zich niet populair gemaakt. Voor veel omwonenden is de maat al vol en lokale overheden zinnen op maatregelen om de blowende, bivakkerende, luid roepende en poepende klimmers kwijt te raken. Meer bezoekers zijn dus niet gewenst.
Bovendien landt in de jaren ’80 het besef dat het met de natuur in Midden-Europa niet bijster goed gesteld is. Roofvogels krijgen dankzij insecticiden amper nog nakomelingen en zure regen doet menig boom de das om. De klimsport wordt, met name in Duitsland, door nieuwe wet- en regelgeving op het vlak van natuurbescherming flink ingeperkt en op sommige plaatsen zelfs verboden.
Oktober 2025: op klimweekend in Yvoir met NKBV-Regio Midden-Brabant
Naar België
Nederlandse en Duitse klimmers trekken en masse naar België, maar daar is het al druk. Want ook de nieuwe outdoorbranche komt naar de Belgische klimgebieden, soms zelfs met busladingen klanten, om te abseilen of een avonturenparcours te volgen. Op een gegeven moment zijn de Belgische klimmers het zat. Weg met al die buitenlanders op onze rotsen.
De Belgische klimfederaties dreigen Nederlanders te weren in de belangrijkste door hen beheerde klimgebieden (Freyr, Sy, Beez, Dave, Hotton). Gelukkig komt het niet zo ver, de Belgische en Nederlandse klimverenigingen – de voorgangers van de NKBV: de Nederlandse Bergsport Vereniging (NBV) en de Koninklijke Nederlandsche Alpen-Vereeniging (KNAV) – komen tot een vergelijk. Er komt een vrijwillige contingenteringsregeling om groepen Nederlandse klimmers te managen. Er doen echter onvoldoende Regio’s en Studenten Alpenclubs mee aan deze vrijwillige regeling. De spanning tussen de Belgische en Nederlandse federaties loopt weer op en na veel wikken en wegen wordt in 1991 de klimjaarkaart geïntroduceerd.
De afspraken over de klimjaarkaart zijn in 1991 als volgt:
• De Nederlandse klimverenigingen dragen nancieel bij aan het beheer van Sy, Dave, Beez, Freyr en Hotton.
• NBV- en KNAV-leden moeten een klimjaarkaart kopen à dertig gulden.
• Klimmers moeten voor ieder bezoek een klimkaart aanvragen bij het NBV- of KNAV-bureau, die met de post wordt opgestuurd en die ze in België moeten kunnen tonen. Per gebied is het aantal kaarten per dag beperkt.
• Regio’s en Studenten Alpenclubs kunnen jaarlijks hun klimactiviteiten voor het komende jaar inplannen.
Met een groep of als tweetal
Heel positief is deze regeling niet voor de Nederlandse klimmers, maar de besturen van de NBV en KNAV zien zich genoodzaakt om akkoord te gaan om tenminste een minimale toegang tot de klimgebieden te waarborgen.











Het feit dat groepen klimmers (Nederlanders én Belgen) vanaf dat moment hun activiteiten moeten reserveren (en dat tot op de dag van vandaag nog steeds moeten) is op zich een prima regeling. Maar gezien het beperkte aantal gebieden levert het in de praktijk problemen op. Vaak is er simpelweg geen plek. Klimmers die als tweetal ergens willen klimmen, vissen met de drukte van de groepen al helemaal vaak achter het net.
Onnavolgbaar is bovendien dat er alleen in de weekenden geklommen mag worden. De klimregeling wordt door veel fanatieke buitenklimmers gehaat. Een flink deel van hen wordt daarom lid van Belgische Alpenclub (BAC) Antwerpen. Want dan gelden de regels voor BAC-leden en kan je altijd overal in België terecht.
14:06 – 8 July
Overlooking the Via Alta Crio

Discover Alpine Via Alta routes, scenic hut-to-hut tours, and hiking trails from glacier landscapes to Switzerland’s lowest point. ticino.ch/hike

Sy gesloten
Pas in de periode van 2003 tot 2008 komen er weer meer mogelijkheden om te klimmen. Les Awirs, Durnal en Pont à Lesse worden aan de klimjaarkaartregeling toegevoegd.
Maar helaas valt er ook een gebied weg: Sy wordt in 2004 gesloten. Klimmers die de camping, de Tukhut (nu de HerBerg), de pensions en hotels ten spijt liever gratis op de parkeerplaats overnachten, zetten lokaal veel kwaad bloed en klimmen wordt verboden. Het duurt tot 2017 voor er weer in heel Sy geklommen kan worden.
Van de ooit dreigende overbeklimming door Nederlanders is ook al lang geen sprake meer. Veel mensen willen dan helemaal niet meer in België klimmen. Dat gaat met name op voor de klimmers ‘nieuwe stijl’, die begonnen zijn in de klimhal. Problematisch voor hen zijn de klimjaarkaartregeling, het feit dat men lid moet zijn van de NKBV, de gebrekkige informatievoorziening en tot slot het (grotendeels terechte) idee dat de klimgebieden in België slecht behaakt en gladgeklommen zijn. Het eerste Belgian Rebolting Team, dat massieven onderhoudt en herbehaakt, is dan namelijk pas net opgericht en er is nog heel veel te doen…
Klimjaarkaart nieuwe stijl
Binnen de Nederlandse verenigingen, inmiddels samengegaan in de NKBV, wordt daarom gekeken naar een klimjaarkaartregeling nieuwe stijl: eentje die overbevolking van de klimmassieven in België voorkomt, maar die ook eerlijker is voor Nederlandse klimmers. Al snel geven de Belgische federaties het klimmen door Nederlandse individuele klimmers doordeweeks vrij. In een later stadium gaat dat ook voor de weekenden gelden. Vanaf dat moment gaan ook alle door de Belgen beheerde klimgebieden onder de klimregeling
De nieuwe sport spreidt zich als een olievlek uit

vallen. De nanciële bijdrage die de NKBV in ruil daarvoor aan de Belgische federaties levert voor het onderhoud van de klimgebieden stijgt navenant.
In de jaren ’10 worden er steeds meer gebieden door de Belgische federaties beheerd en stijgt dus het aantal mogelijkheden om te klimmen. Wat ook verandert is dat de informatievoorziening over de klimgebieden sterk verbetert. Anno nu is er informatie in de NKBV-Tochtenwiki, zijn klimgidsen verkrijgbaar in de NKBV-Webshop en zijn over de meeste Belgische klimgebieden video’s gemaakt die op het YouTube-kanaal van de NKBV staan.
Vruchten
Is het daarmee allemaal koek en ei met het klimmen in België? Nee, dat nog niet, maar we zijn sinds 1991 een heel eind gekomen. De relatie tussen de NKBV, de Klim- en Bergsportfederatie (KBF) en de Club Alpin Belge (CAB) is al jaren erg goed. Toch lopen we samen ook tegen knelpunten aan. Zo is er tijdens de populaire weekenden met mooi weer in het voorjaar en najaar beslist nog (of weer) sprake van overbevolking. Ook moeten er helaas soms noodgedwongen klimgebieden (tijdelijk) gesloten worden, vaak omwille van problemen met de milieuvergunning.
Ondanks dat beheren de Belgische federaties nu circa veertig klimgebieden. En ze hebben nog een flink aantal potentiële gebieden op het oog die ontwikkeld kunnen worden. Dit alles is mede mogelijk dankzij de bijdrage die Nederlandse klimmers via hun klimjaarkaart leveren. Van dat succes plukken we zelf de vruchten.









Er is regen op komst, veel regen, maar mijn tentje staat en ik weet dat we droog zullen blijven deze eerste nacht op de Grande Traversata delle Alpi, Oggi en ik. Ik kijk stiekem uit naar de nacht, het getrommel op het zeil, Oggi’s diepe kreun wanneer ze zich omdraait, tegen me aan komt liggen en me half van mijn matje duwt. En ’s morgens, veel vroeger dan nodig, haar natte snuit in mijn gezicht duwt: jij ook buongiorno, gaan we weer? Van goede nachtrust zal weinig sprake zijn, van goede herinneringen des te meer.
Tekst en beeld Fleur Jongepier



De Grande Traversata delle Alpi (GTA) is een langeafstandswandeling van ruim 1000 kilometer door Piëmont. Hij begint in de buurt van de Nufenenpas op de Zwitsers-Italiaanse grens en eindigt bijna aan de Middellandse Zee. Om de GTA integraal te lopen heb je zo’n vijfenvij ig dagen nodig, maar die heb ik niet. Ik heb er ongeveer tien. Ik kan dus een hap uit de GTA nemen. Maar welke?



Eigenlijk wandel ik liefst zo hoog mogelijk, boven de boomgrens, met plukjes sneeuw om me heen, waar het zicht volledig open is. En het liefst forse afstanden en hoogtemeters. Toch wordt het een heel andere tocht: lager en trager. We starten in Molini, en eindigen – noodgedwongen – in Carcoforo.
Zwijnenstal of sprookje
Sinds Oggi (Italiaans voor ‘vandaag’) er is, wandel ik zelden nog alleen. Ik weet niet meer hoe. Hoe deed ik dat toch, ergens hondloos aankomen, zonder me unheimlich te voelen? Ik ga met Oggi, zoveel is duidelijk. Alleen: ze lijdt aan epilepsie en door de medicatie die ze daar sinds een half jaar tegen krijgt, hee ze beperkte energie. 900 hoogtemeters blijkt op dag één al te veel. En dus omarm ik slow hiking, zij het noodgedwongen. Ik neem de tent mee, zodat we overal kunnen stoppen. Ik pak mijn aquarelspullen in,



zodat ik kan schilderen terwijl zij powernapt. Het wordt een tocht die me uitnodigt om op een andere manier in de bergen te zijn dan ik gewend ben.
Het doel van dag twee is het oorspronkelijke doel van dag één: Bivacco Amedeo Pirozzini. Je weet het nooit met Italiaanse bivacchi: soms kom je aan in een zwijnenstal, soms in een sprookje. Deze valt in de laatste categorie, gelukkig, want we zullen er vanwege de onophoudelijke regen de volgende 24 uur moeten blijven. En ik geniet ervan. Ik geniet ervan om de hele dag thee te zetten, wat hout te hakken, te schilderen, een boek te lezen en uit het raam te kijken terwijl grijze suikerspinwolken om de dennenbomen dansen.




De volgende ochtend is het droog, en alles ruikt fris en heerlijk. Ik geniet van het uitzicht op Val Grande, waar mijn eigen huisje ergens staat, waar ik vanaf mijn slaapkamer precies de bergkam kan zien waar we nu zijn. Wat verder, bij Lago di Ravinella, maken we de volgende pitstop. Ik vis mijn verfspullen uit de tas en merk hoe fijn het is om in de buitenlucht te schilderen. Ik vertraag en kijk met meer aandacht om me heen. Het begint me te bevallen, dit langzame lopen. Ik hoef niet ver, niet hoog, niets spectaculairs. Ik hoef alleen maar hier te zijn.









Koek en ei
Vanaf het meertje lopen we naar de pas, het hoogste punt van de dag. Ik vang voor het eerst weer een beetje 4G op uit de lucht en check snel het weerbericht. Er is nu onweer, staat er. Terwijl ik me daarover verbaas, begint het plotseling flink te donderen. Onweertechnisch bevinden we ons op een bijzonder matige plek, dus maak ik me snel uit de voeten. Oggi weet gelukkig mijn draf bij te benen. Ondertussen komt de mist omhoog en heb ik moeite het pad te zien. Terwijl ik afdaal, sta ik erbij stil hoe wonderlijk de bergen toch zijn. Het ene moment werpen ze je een lieflijk bergmeertje toe, het andere moment laten ze je hart in je keel kloppen.
Natuurlijk is alles weer koek en ei op het moment dat we beneden aankomen in Campello Monti, een charmant oud Walserdorpje. We overnachten in Albergo Nigritella. Het eten is geweldig – iets waar deze etappes van de GTA bekend om blijken te staan. Hoewel we geen grote afstand hebben afgelegd, ben ik stiekem toch best moe. Het gewicht van mijn rugzak is royaal boven de geadviseerde twintig procent van mijn eigen lichaamsgewicht, door alle kampeer-, verf- en cameraspullen, plus tien dagen aan honden- en mensenvoer.
De dag daarna wijk ik wat van de GTA af en loop ik in noordwestelijke richting, gelokt door een meertje naast een bivakhut. Bijzonder hoog is het hier niet – de Cima Capezzone is 2421 meter – maar deze vallei is indrukwekkend op zijn eigen manier. Hier is het rustig, weids, weelderig. Dit stuk van Piëmont geniet weinig bekendheid. En inderdaad, het landschap zou niet gauw viral gaan op Instagram. Het zijn geen uitzichten waar direct je mond van openvalt; ze schreeuwen
Zo nu en dan moet ik Oggi aan haar tuig omhoog hijsen
• Niet elke hond doe je plezier met (lange) wandelingen. ‘Lees’ je hond goed, voor en tijdens de tocht, en pas je daarop aan. Blijf flexibel.
• Ook honden moeten conditie opbouwen, begin dus ruim van tevoren met trainen.
• Neem genoeg hondenvoer mee, dat wil zeggen: meer dan de porties thuis.
• Vraag je dierenarts om medicatie (tegen pijn, misselijkheid, diarree), net zoals je voor jezelf preventief wat meeneemt.
• Overweeg een heupriem, zodat je je handen vrij hebt.
• Er bestaan zadeltassen voor honden, maar je doet daar (de gewrichten van) je hond niet per se een plezier mee. Koop je zo’n tas, bouw het dragen van extra gewicht in elk geval langzaam op.
• Lees je vooraf goed in hoe om te gaan met waakhonden.
• Leer je hond een commando om bergaf achter je te lopen, zodat ze je niet omver trekt.
niet om onze oh’s en ah’s. Ze fluisteren zachtjes en kruipen langzaam onder mijn huid. Als de Tre Cime of het Jungfraujoch fastfood is dat direct energie geeft, is dit landschap een grote kom goedgevulde minestrone waar ik nog lang op zal teren.
De wandeling naar boven verloopt niet geheel zonder zenuwen. In dit gebied zijn veel herders met kuddes, en omdat er ook genoeg wolven zijn, hebben de herders allemaal zo’n grote, witte waakhond. Als je zelf met een hond loopt, moet je daarvoor oppassen. Wanneer ik hogerop een kudde met waakhond wil ontwijken, raken we behoorlijk van de route af. We komen op een onverwacht steil stuk, waar ik Oggi zo nu en dan aan haar tuig omhoog moet hijsen (mezelf hardop herinnerend aan het belang van ademhaling). Als we eenmaal boven aankomen, bij een idyllisch meertje naast Bivacco Abele Traglio, is alle stress en ellende alweer een mooie herinnering geworden. Oggi is blij dat ze eten krijgt, ik ben blij dat er weer een paar honderd gram uit de rugzak kan worden verteerd. Ik leun tegen de muur van de hut, zij valt gelijk in slaap met haar hoofd op mijn schoot.

De beste risotto ooit
De term slow hiking krijgt stilletjes aan meer aandacht. In een artikel in de Los Angeles Times staan zelfs allerlei praktische tips om langzamer te hiken, zoals: wandel alsof niemand kijkt (niemand op Instagram, niemand op Strava). Maak er bewust werk van om te vertragen. Stop vaak en doe iets (zogenaamd) kinderachtigs, zoals bloemen besnuffelen of dammetjes bouwen. En mijn favoriet: kies de juiste metgezel, zoals ‘een oudere hond die nog mee kan’. Dat Oggi nog geen vier is, slik ik maar even weg.
De volgende dag staan we vroeg op, want ik wil een goed uitzicht boven op de pas. Hoe later we aankomen, hoe groter de kans dat de vierduizenders zich verstopt hebben in de wolken. We zijn op tijd: de Monte Rosa laat mijn mond ouderwets openvallen en ik ben stiekem toch even erg in mijn nopjes met dit spectaculaire alpiene fastfood. Dan beginnen we aan de eindeloze afdaling in de richting van Rimella, waarbij ik de kapitale fout maak om een stuk af te snijden. Het pad bestaat op den duur alleen nog op het schermpje van mijn telefoon en ik baan ons een weg door brandnetels die tot boven mijn knieën komen.
Het is hier werkelijk een wildernis, zo zegt ook de huttenwaard van Rifugio Obru Hüüsch, waar we enigszins afgepeigerd aankomen. De rifugio wordt tutto al femminile gerund door de waard en haar twee dochters. Ik voel me er direct thuis. Ik eet er de beste risotto uit mijn leven: risotto con

gorgonzola e amaretti (bitterkoekjes), een lokale specialiteit. Je denkt: bah? Ik ook, maar geloof me, het is waanzinnig.
De overnachtingsplek de dag erna is misschien wel het hoogtepunt van deze tocht, ook al leerde ik gaandeweg door het langzamere tempo minder te denken in termen van hoogtepunten. Maar toch: na een tijd stijgen en de nodige pitstops komen we aan bij Lago Baranca, een ultieme spot om de tent op te zetten. Zodra Oggi het meer ziet, komt haar oude energie weer helemaal terug, en daarmee ook de mijne. Ik schilder het uitzicht op het okergele gras en de lieflijke huisjes van Alpe Selle verderop, terwijl zij door het water springt als een jong hert. Ik maak thee, we kijken naar de


Tien dagen
Reis

Vanuit Nederland reis je gemakkelijk met de trein naar Domodossola. Vanaf daar kun je de bus nemen naar Molini, waar je de GTA oppikt. In Alagna Valsesia kun je de bus naar Vercelli nemen en
vanaf daar de trein naar Domodossola of Milaan.
Route
Een tent is niet nodig op dit deel van de GTA. Er zijn meer dan genoeg plekken om te slapen, zowel bemenste hutten
met geweldig eten als bivaks. De tocht van Molini naar Alagna (68 kilometer, 6100 meter stijgen, 5500 meter dalen) is ook in zes dagen doorlopen te doen, al raad ik natuurlijk de slow hiking-variant aan.

Wildkamperen aan het Lago di Baranca
kudde in de (veilige) verte, ze komt naast me liggen, valt in slaap. Ik aai haar oren, de zachtste oren die er bestaan, en denk terug aan een half jaar eerder, toen ze aanval na aanval kreeg en ze haar in coma moesten brengen omdat ze de epilepsie niet onder controle kregen. Nu is ze gewoon hier, en ben ik gewoon hier, zijn we samen in de bergen tegen elke verwachting in. Met het beste uitzicht dat er bestaat. Al zou elk uitzicht op dit moment het beste zijn dat er bestaat.
Aan het eind van de vallei
De dag begint met koffie, dan lopen we omhoog naar de Colle d’Egua, waar we (quasi-)wilde paarden tegenkomen. Onderweg naar beneden komen we per ongeluk terecht in een trailrunwedstrijd, en dus slaan we de verleidelijke grote pan polenta bij Rifugio Boffalora, waar het afgeladen vol is, toch maar over. Aangekomen in het schilderachtige bergdorpje Carcoforo twijfel ik: zal ik hier op de camping overnachten of nog een uurtje doorlopen? Ik kijk naar Oggi en besluit tot het eerste. Ik koop een flesje wijn en verse ravioli en kijk in de richting van onze wandeling van morgen en de felroze strepen van de zonsondergang.
Er komt alleen geen wandeling, de dag erna. We zullen niet doorlopen naar Alagna Valsesia. Midden in de nacht begint Oggi te schuimbekken. Terwijl de adrenaline door mijn lijf giert, geef ik haar noodmedicatie. Een volledige aanval blijft uit, maar ik weet dat het foute boel is, dat ze door haar medicatie heen breekt. Het lieve bergdorpje met haar charmante daken is ineens een troosteloos gehucht in the middle of nowhere, zonder trein, zelfs zonder busverbinding. De bergen om me heen zijn ineens guur en onverbiddelijk.
Er komt alleen geen wandeling, de dag erna
Liftend weet ik een treinstation te bereiken en uiteindelijk aan te komen bij het huis van een vriend. Terug in Nederland krijgt Oggi zwaardere medicatie. Terwijl ze er nog is, glipt ze langzaam van me vandaan. We schuifelen langs het gemeenteplantsoen, meer zit er vaak niet in. De tocht lijkt een wereld van ons vandaan. Terugdenkend aan onze dagen op de GTA, is het moeilijk om niet alleen maar te denken: dat was onze laatste wandeling samen.
En toch, juist daarom, vertik ik het dat dit verdriet onze hele tocht besmeurt. Ik denk terug aan ons dutje onder de waterval, de regen op de tent en haar neus in mijn nek, aan de langzaam kringelende wolken in de prachtigste uithoek van Piëmont. En dan komt er toch een glimlach op mijn gezicht, een zoute glimlach.
Kort na het schrijven van dit artikel is Oggi overleden. De glimlach is er nog steeds.
Hoewel veiligheid vooropstaat, loopt het soms toch anders dan gedacht. NKBV-veiligheidscoördinator Harald Swen en berggids Boris Textor analyseren hoe het mis kon gaan.
Beschadigd touw


Twee klimmers bezoeken op vakantie in het Duitse Thüringen de Blauer Stein, een klimmassief met heerlijk ruw ryolietgesteente. Op een gegeven moment valt het oog van een van hen op de route Splash, een overhangende route die bovenin afvlakt en iets naar rechts a uigt.

Na een succesvolle beklimming bouwt de klimmer om aan de solide enkele standhaak. Na een kort stukje zakken gaat de klimmer over de dakrand, die er niet al te scherp uitziet. Als de klimmer nog twee setjes moet verwijderen valt op dat het touw hapert tijdens het laten zakken. Plotseling is er een soort deining in het touw. De mantel van het touw naar boven is grotendeels verdwenen en de klimmer hangt alleen nog maar aan de kernstrengen van het touw! Terwijl er geen val was geweest, geen duidelijk messcherpe rand en ook geen absurd grote pendel. Eenmaal veilig op de grond, blijkt dat de mantel over een lengte van meer dan tien meter volledig is doorgesneden. De kern is gelukkig intact gebleven.
Hoe kon het misgaan?



Nylon klimtouwen breken bij normaal gebruik niet, maar ze zijn niet onverwoestbaar. Een enkeltouw bestaat uit duizenden afzonderlijke vezels. Individueel zijn die vezels niet bijzonder sterk, zeker niet bij snijbelasting. De kracht van een klimtouw zit hem juist in het samenwerken van al die vezels. De kern wordt beschermd door de mantel, die zelf ook nog eens bijdraagt aan de sterkte.
Een klimtouw kan bij gelijkmatige trekbelasting meer dan 2200 kilogram aan, maar tegen snijden onder spanning is het nauwelijks bestand. Net als bij strak gespannen stof die door een scherpe schaar wordt doorgesneden, kunnen de vezels één voor één worden beschadigd. Een scherp randje of kristalletje van minder dan een millimeter kan al voldoende zijn, zeker wanneer het touw onder spanning langs een knikpunt schuurt. En zoiets kom je bij gesteente met grove kristallen in een fijne matrix, zoals zandsteen, graniet of ryoliet, al snel tegen. Misschien zat er ergens op het knikpunt van de overhang een minuscuul scherp stukje rots dat de mantel doorsneed. En waar alle voorgaande klimmers probleemloos naar beneden werden gelaten, had dit koppel pech.
Bij zeer scherp of ruw gesteente kan abseilen soms veiliger zijn dan laten zakken. Er bestaan tegenwoordig ook touwen met een verhoogde snijbestendigheid, bijvoorbeeld door toevoeging van aramidevezels in de mantel, maar ook die kunnen de natuurwetten niet omzeilen. De belangrijkste les blij daarom: kijk altijd kritisch naar het touwverloop en vermijd dat een touw onder spanning langs scherpe randen schuurt. Dit geldt niet alleen voor rots, maar ook voor sterk versleten karabiners van in-situ setjes, waarvan de vlijmscherpe randen het touw kunnen doorsnijden.

Lees meer over de snijbestendigheid van touwen in Bergundsteigen: l.ead.me/snijbestendigheid.
‘Experience is the greatest teacher of all.’
-
Clinton Fearon
Fijnproevers:
Traverse van de Aiguille de la Brenva
Met onze blote voeten in het gras, onder de schaduwrijke takken van een dennenboom liggen Boris en ik van het uitzicht te genieten. Campingeigenaar Matteo komt langsfietsen en stopt even om een praatje te maken. Omdat hij berggids is gaat het gesprek al snel over het klimmen in de omgeving. We vertellen over ons project Fijnproevers en dat we graag vergeten klassiekers klimmen die niet tot nauwelijks worden gedaan. Terwijl wij vertellen zie ik een kleine lach op het gezicht van Matteo verschijnen. ‘Wat goed, ik weet een perfecte route voor jullie project. Dat zou echt een klassieker moeten worden!’
Tekst Niek de Jonge Beeld Niek de Jonge en Boris Textor Tekening Boris Textor
Vanuit Courmayeur nemen wij de gloednieuwe kabelbaan naar het middenstation. Het futuristische station van de Skyway Monte Bianco, met imposante stalen bogen en ronde vormen, doet denken aan de entree van een modern pretpark. Na het kopen van een kaartje zigzaggen we langs metalen hekjes met flexibele linten, waardoor het lijkt of men op veel meer bezoekers rekent dan er op deze vroege ochtend zijn. Op dit tijdstip staan er alleen enkele uitbundig geklede Italianen. In de centrale hal valt direct het plafond op: ontelbare fonke-
lende lichtjes geven je het gevoel alsof je onder een sterrenhemel loopt.
De liften zijn het technologische en architectonische pronkstuk van de Skyway. Het zijn grote ronde cabines die tijdens de rit langzaam ronddraaien. Hierdoor krijg je als bezoeker een panoramisch uitzicht op de imposante bergen om je heen, ongeacht waar je staat. Dit innovatieve ontwerp staat in schril contrast met de oude kabelbaan in het gehuchtje La Palud, waar eenvoud en functionaliteit voorop stonden.




Marge inbouwen
In het vroege ochtendgloren laten we het moderne li station achter ons en lopen we richting de instap van de klimroute. Het is een kraakheldere ochtend en de zon zet de steile rotsen ijswanden hoger op de berg in een fel goudgeel licht. Links en rechts passeren we talrijke steenmannetjes die door wandelaars kunstzinnig zijn opgestapeld, de een nog hoger en evenwichtiger gebouwd dan de ander.
In het blauwe schaduwlicht proberen we de pas erin te houden. Want wat we in al die jaren alpien klimmen wel hebben geleerd is dat hoe meer tijd je aan het einde van de dag overhoudt, hoe meer marge je gedurende de dag inbouwt.
Over een verrassend goed bergpaadje lopen we richting het westen terwijl we ongeveer op dezelfde hoogte blijven. Het is heerlijk wandelen zo in de vroege ochtend waarin het berglandschap langzaam wakker lijkt te worden van een frisse zomernacht. Onderweg steken we twee wilde bergbeken over met behulp van een tijdelijke, stalen brug. Soms passeren we pollen lang gras, dat nog vers van de dauw natte, koude plekken achterlaat in onze dunne klimbroeken.
Plots zie ik rechts van mij een schim door het groene landschap schieten, gevolgd door een hoog, schel, fluitend geluid. Nog geen 50 meter verderop zie ik een alpenmarmot op zijn achterpoten staan. Deze indrukwekkende beestjes maken altijd een ondeugende en brutale indruk op mij. Hun alerte houding en snelle bewegingen door het grasland wekken de indruk dat ze voortdurend wat van plan zijn, een nieuw avontuur of kattenkwaad. Dat is ook niet wonderlijk wanneer je bese dat deze soort slechts drie tot zes maanden per jaar actief is, terwijl de dieren de overige maanden in diepe winterslaap doorbrengen.
In volle glorie
Na ongeveer anderhalf uur wandelen komen we aan op de Belvédère di Brenva. Een aantal houten hekken van dubieuze kwaliteit markeert dit uitzichtpunt aan de rand van een kloof. Inmiddels staan we in de volle zon en we nemen even de tijd om het indrukwekkende uitzicht in ons op te nemen. In volle glorie strekt de fameuze Peutereygraat zich voor ons uit. Recht voor ons staat de kolossale rotstoren van de Aiguille
Op de top, de vierde in de serie Fijnproevers



Noire de Peuterey. Daarna volgen de spitse, donkere torentjes van de Dames Anglaise met daarnaast de puntige top van de Punta Gugliermina, waarvan de schouder langzaam doorloopt omhoog, naar de top van de ruim 4100 meter hoge Aiguille Blanche de Peuterey. En daarachter, boven alles uitstekend de sneeuwrijke top van de Monte Bianco di Courmayeur, standvastig en onverstoorbaar in het landschap aanwezig. Een beklimming van deze graat, die onze gehele horizon vult, blij een van de indrukwekkendste avonturen in dit deel van de Alpen.
Het is het meer dan waard dit magische schouwspel in alle rust in je op te nemen, maar Boris en ik hebben een doel vandaag. En dat is de beklimming van de 3278 meter hoge Aiguille de la Brenva over een circa 900 meter lange rotsgraat, gelegen in de schaduw van de machtige berg, aan de oostelijke rand van de Brenvagletsjer. De route bestaat uit drie delen: een overschrijding van de Rochers de la Brenva, vervolgens een beklimming van de Tour de la Brenva en tot slot de gehele traverse van de Aiguille de la Brenva.
Rochers de la Brenva
We beginnen aan de rotsachtige flank voor ons. Het eerste deel kunnen we nog wandelen, maar al snel wordt het terrein technischer, waardoor we het touw erbij pakken. Na zigzaggend om, langs en over een aantal grote rotsstructuren te zijn geklommen, verlaten we de graat en duiken we de schaduwrijke westflank in. Hier klimmen we schuin omlaag en passeren we een aantal gloednieuwe haken, die ons als soort van bakens de juiste weg wijzen, want echt nodig zijn de haken niet. Boris klimt voorop en stopt onze voortbeweging af en toe om een tussenzekering te plaatsen of het routeverloop te bepalen. Al die jaren klimmen hee ons ook geleerd dat je vaak beter even de tijd kan nemen om het routeverloop te bepalen, in plaats van gehaast en ondoordacht door te klimmen.


Tour de la Brenva



Op de momenten dat we even stilstaan kijk ik schuin boven mij naar de daadwerkelijke graat. Toch jammer dat de eerstbeklimmers er niet voor gekozen hebben de route over de graat zelf te klimmen. Maar wie weet gaat een eigenwijze en ambitieuze touwgroep na het lezen van dit Fijnproeversartikel wel de uitdaging aan om deze technische passage aan de route toe te voegen!
De vlotte doorsteek door de westflank zorgt ervoor dat we al snel de col tussen de Rochers en de Tour de la Brenva bereiken. Voor ons verschijnt het tweede deel van deze toer. Een onoverzichtelijk uitziende wand torent boven ons uit. Nu is het mijn beurt het voortouw te nemen en enthousiast begin ik aan de rotswand terwijl Boris gelijktijdig achter mij aan klimt. Ondanks mijn eerste indruk blijkt het klimmen buitengewoon mooi te zijn. Granieten blokken, schelpen, torens en kleine richels van hoge kwaliteit wisselen elkaar af. De solide rots zorgt ervoor dat we wat tempo kunnen maken en de afstand tussen de afzekeringspunten wat vergroten. Vaste rots is
betrouwbaar, maar nooit feilloos. Dus blijven Boris en ik consequent ‘aan de berg vast’ door minimaal één tussenzekering. Voortdurend lees ik het terrein voor mij om te bepalen wat de beste locaties voor de volgende zekeringen zijn. Hierbij blijf ik achtzaam op wat er nog aan cams en nuts aan mijn gordel hangt. Zie ik een barst in solide rots met de juiste maat? Dan klim ik daarnaartoe. De ruim twintig jaar ervaring in dit alpiene terrein hee mij geleerd dat dit de e ciëntste en veiligste methode is om snel voort te bewegen.
Boven op de Tour de la Brenva passeren we net onder de graat een opvallend deel roodachtig graniet. Hier maken we twee abseils van 20 meter terwijl we ook even wat eten en drinken als we op elkaar wachten. Stoppen om te lunchen doen we niet, want op een graat van deze lengte kan je beter in beweging blijven. Wie weet welke uitdagingen nog gaan komen. ‘Hey Boris, de wolken lijken zich wat op te bouwen hè? Kijk!’


Aiguille de la Brenva
Na de abseils begint het sluitstuk van de toer, de beklimming van de Aiguille de la Brenva. Vanuit het dal zag dit deel er het imposantst uit. Vanaf het laagste punt, de brèche, klimmen we links langs een witgrijze zone met slechte rots over rotsplaten omhoog. Ook hier komen we op gepaste afstand van elkaar gloednieuwe haken tegen. Een bewijs van de recente sanering van de route. Na ongeveer vier volle touwlengtes bereiken we een steile, rode wand die we via de weg van de minste weerstand passeren om vervolgens op de graat te komen. Op de graat volg ik Boris, die behendig voorop gaat. Dit deel van de route voelt alsof we een bonuslevel hebben bereikt in een avontuurlijke game. Een soort beloning voor het harde werk om deze afgelegen graat te bereiken. Het is werkelijk prachtig klimmen over grillige structuren, unieke vormen en uitstekende rotsnaalden met gele, zwarte, groene en witgrijze korstmossen. Alles vormgegeven door de voortdurend in beweging zijnde, cyclische processen van moeder natuur.
Na een korte abseil laten we de zuidtop achter ons en staan we onder een steile passage met een vuistbrede, donkere scheur. Een goede dosis spleetklimtechniek is hier geen overbodige luxe. Dit blijkt achteraf de moeilijkste passage in de route te zijn.
We vervolgen onze weg door het luchtige terrein met steile en spitse torens. En alsof het klimmen met uitzicht op de majestueuze Peutereygraat en de ontzagwekkend ruige Brenvaflank nog niet genoeg is, verschijnt rechts van ons een ander pronkstuk van het Mont Blancmassief. Terwijl Boris zich geconcentreerd over en om de torens heen manoeuvreert komt achter hem de markante reuzentand, de Dent du Géant in beeld. Met daarachter de Rochefortgraat en de messcherpe graat van de Grandes Jorasses. Door het geweldige uitzicht heb ik moeite mij op het klimmen te concentreren. Maar al snel bereiken we de noordelijke top van de Aiguille de la Brenva.
Aanloop
Vanaf de li volg je route 20A (geel gemarkeerd) naar de Belvédère di Brenva. Vervolgens stijg je via grashellingen tot deze overgaan in solide graniet. Er is geen duidelijk pad of verdere markering.
Afdaling

Na het abseilen volg je de sneeuwvelden terug naar beneden. Steek de eerste grote beek over en volg de steenmannetjes tot zo’n 2540 meter hoogte. Vanaf daar volg je route 20B terug naar de li .
Materiaal
Een volledige set cams (#0.3 tot en met #4) en een set nuts. Lichte stijgijzers voor de sneeuwvelden na
het abseilen, eventueel een pickel. De route kan volledig met een enkel touw van 60 meter geklommen worden.
Overnachten
Voor snelle touwgroepen is de route in één dag te doen. Reserveer dan wel de eerste Skyway-li . Een andere goede optie is overnachten in Ri gio Pavillon, wat ook helpt bij acclimatisatie. Bij de instap van de route is een klein uitzichtplatform waar gebivakkeerd kan worden, maar er is geen water aanwezig.
Fijnproevers wordt mede mogelijk gemaakt door Scarpa en Rab.

Terwijl Boris de abseil voorbereidt zie ik achter hem op de steile toren van de Père Eternel een touwgroep enthousiast naar ons zwaaien. We zwaaien terug en steken net als dit vrolijke klimduo triomfantelijk onze armen in de lucht. Achter dit tweetal zijn inmiddels de reuzentand en de Jorasses in een dik, grijs wolkendek opgeslokt. Als Boris en ik elkaar aankijken hoeven we niets te zeggen. We weten wat we moeten doen: zo snel mogelijk afdalen. Zonder verder overleg weten we elk wat er van ons wordt verwacht en ontstaat automatisch een verdeling van de taken.
Terwijl we razendsnel door het blokkenterrein bewegen sluit het wolkendek zich als een dikke deken boven ons. De eerste donderslagen knetteren in de lucht. Als we het wandelpad bereiken kijk ik nog even achterom, maar zie ik nog geen enkel spoor van het tweetal, dat duidelijk meer tijd nodig hee voor de afdaling.
Als we bij het li station aankomen en onder de overkapping staan, beginnen dikke druppels regen uit de hemel te vallen. Van verschillende kanten komen wandelaars aangerend die een droog pak proberen te houden. Als ik naar onze route kijk is deze moeilijk te onderscheiden en vrijwel verdwenen in de wolken. Wat een mooie toer en hoe bijzonder dat wij de enige waren in de gehele route. En dit nog wel tijdens het hoogseizoen. Zonder twijfel is de traverse van de Aiguille de la Brenva voor ons met recht ‘een echte klassieker’.
NKBV-leden vertellen over hun bergsportervaringen.
Heb jij ook een leuk verhaal? Mail het naar hoogtelijn@nkbv.nl.



De hoogste, de moeilijkste, de meeste. Er bestaan nogal wat lijstjes voor bergsportprestaties. Bas van Heel (64) hee er ook een, maar dan anders.
De hoogste per land, althans… het land hoe geen land te zijn en het hoogste punt geen berg! ‘De eerste op het lijstje was Vaticaanstad.’ Aanleiding voor een geanimeerd gesprek.
Tekst Lineke Eerdmans Beeld Margreet, Casper en Floris van Heel
Hoe het begon? ‘Toen ik een jaar of twaalf was gingen we op vakantie naar Kreta. Lopend van noord naar zuid. In tegenstelling tot mijn zuster vond ik het verschrikkelijk leuk.’ Vanaf dat moment trok Bas met zijn vader eens per jaar de bergen in. ‘In Bulgarije of Scandinavië. We sliepen op noppenfolie, zonder tent of matje. Af en toe deden we een topje. Toen bedacht ik dat ik wel een gekke verzameling kon aanleggen.’
Opportunistisch
Op zijn achttiende dacht hij zijn eerste top te pakken door de Olympus te beklimmen, maar later bleek dat het bezoekje aan de koepel van de Sint Pietersbasiliek in Vaticaanstad een paar weken eerder al de eerste ‘top’ was. ‘Ik ga dus eigenlijk voor de hoogste locatie in een land. Hoewel, land… in het Verenigd Koninkrijk ben ik optimistisch geweest door Wales,

De ‘top’ van Monaco

Engeland en Schotland op mijn lijst te zetten. Ik ben niet strikt begonnen en ik ben nog steeds opportunistisch. Monaco staat ook op de lijst, daar was het zoeken naar het goede flatgebouw en toen met de li omhoog. Ik zie het meer als een spel.’ Ook de telling neemt Bas niet al te nauw. De Mont Blanc staat er twee keer op dankzij een rondje Frankrijk-Italië op de top.


NAAM: Bas van Heel
BEROEP: start-up mentor
FAVORIETE BOOM: alle bonsaibomen
Gekke plekken
Toch zit er ook alpiene uitdaging in het spel van Bas. Zoals op de Citlaltépetl (ook wel Pico Orizaba) in Mexico, daar kwam ijsklimmen in het spel. ‘En de Chimborazo in Ecuador, dat is de hoogste berg ter wereld als je vanaf het middelpunt van de aarde meet.
Het rare doel maakt dat je op gekke plekken komt. De klim naar de hoogste berg van Vietnam, de Phan-xi-păng, was echt een avontuur en twee dagen afzien. Als buitenlander mocht ik niet onbegeleid rondreizen buiten de steden, maar mijn gids vond de berg eng en vertrok, met de tolk. Alleen de lokale gids bleef. Ik had een lijst met tien woorden. Hij wees op het woord “top”, maar steeds als de mist doorbrak zag ik dat we helemaal niet op de top waren. Die berg was toen net opengesteld voor toeristen. Nu kun je met de kabelbaan omhoog…’
In 2025 beklom Bas in Japan de Mount Fuji als 64ste op zijn lijstje, op 64-jarige lee ijd. ‘De eerste keer dat de strijd tussen lee ijd en verzameling gelijk staat.’

Dwars door het Boheems Paradijs










Iedereen kijkt altijd uit naar de zomer. Ik niet. Ik hou niet van de felle zon en ik kan slecht tegen de hitte. Ik kijk altijd reikhalzend uit naar de herfst. Er is voor mij geen perfecter seizoen dan de herfst. De warmte van de zomer hangt nog een beetje in de lucht, maar de koelte van de winter dient zich al aan. De ochtenden zijn vaak mistig; de avonden worden elke dag iets korter. De bloemen staan nog in bloei terwijl de bladeren van de bomen al langzaam verkleuren. Als het even kan dan trekken we eropuit in de herfstvakantie. Deze keer naar een voor ons nieuwe herfstwandelbestemming: Tsjechië.







Het Boheems Paradijs, of Český ráj, ligt circa 100 kilometer ten noordoosten van Praag. Het bestaat eigenlijk uit drie afzonderlijke gebieden (Hrubá Skála, Malá Skála en Prachov) en werd vanwege de uitgestrekte bossen, bizarre rotsformaties, diepe rivierkloven en fraaie kastelen in zijn geheel al in 1955 uitgeroepen tot beschermd landschapsgebied. Dwars door deze overweldigende natuur slingert het Gouden Pad, of Zlatá stezka, een wandelroute van 120 kilometer die je langs de mooiste plekjes leidt.
Het officiële startpunt van het Gouden Pad is de stad Mladá Boleslav, waar de grootste attractie overigens niets te maken heeft met de benenwagen, maar alles met snellere vormen van vervoer. In 1895 begonnen technicus Václav Laurin en boekhandelaar (!) Václav Klement hier namelijk met de productie van fietsen. In 1901 brachten ze een tweecilinderauto op de markt, de L&K type A ‘Voiturette’ en in 1925 volgde een fusie met machinefabrikant Škoda. De rest is geschiedenis. Je kunt hier het Škoda Museum bezoeken, waar diverse modellen te bewonderen zijn – van die allereerste Voiturette tot de nieuwste elektrische bolide. Leuk om een keer te zien en wij zijn hier weliswaar in onze eigen Škoda naartoe gereden, maar het is natuurlijk de bedoeling om het Boheems Paradijs te voet te gaan verkennen.
Bohemian Rhapsody
Tussen Mnichovo Hradíště en Boseň wordt aan de wandelpaden gewerkt,
waardoor een deel van het Gouden Pad is afgesloten (in elk geval nog tot en met de zomer van 2026). Jammer, maar er zit niet veel anders op dan de doorgaande weg te volgen. Het is gelukkig een rustige landweg met weinig verkeer. We lunchen bij Na Krásné Vyhlídce, een prachtig gelegen restaurant met de sfeer van een berghut, waar Bohemian Rhapsody door de speakers klinkt (ja, echt!) en de ober ons kulajda aanbeveelt, een traditionele, rijkelijk gevulde soep met champignons, aardappelen, zure room en dille. Prima loopvoer, waar we wel weer even op vooruit kunnen.
Tot nu toe waren we wat knorrig omdat het weer behoorlijk grijs was en de wandeling wat eentonig, maar tussen Boseň en Kost is ineens het moment daar: het Gouden Pad laat zich in haar volle glorie zien. We zien de eerste rotsformaties: indrukwekkend hoge pilaren die hier en daar boven de bomen uit komen en die opvallend rijk geschakeerd zijn, van grijsblauw tot beigebruin. Ze steken prachtig af tegen de herfstkleuren, die hier veel feller lijken dan in Nederland. En ik weet niet wat het is met mij en met bossen in de herfst, maar terwijl de natuur langzaam verstilt lijken al mijn zintuigen tot leven te komen. Het zacht ritselende geluid van gevallen bladeren, de onmiskenbare geur van natte aarde, de ietwat triest aandoende aanblik van verdorde varens, de tintelende sensatie van kou en regendruppels op mijn huid. En ondanks, of misschien juist wel dankzij, de stilte op het pad geven de enorme
blokken zandsteen en hoge bomen die ons omringen me een gevoel van geborgenheid.
Kasteel Kost, ofwel Hrad Kost, is een van de best bewaarde gotische kastelen in Bohemen. Het werd in de veertiende eeuw gebouwd en zou zijn naam danken aan het feit dat de muren zo hard zijn als bot (kost is Tsjechisch voor bot). Het is in de herfst en winter helaas beperkt open, maar we kunnen wèl van het uitzicht op het kasteel genieten: onze pleisterplaats – Hotel Podkost – ligt er namelijk pal tegenover.
Clichés
We hebben maar liefst 27 kilometer voor de boeg, waarvan de eerste uiterst glibberig zijn door de vele modder. Het is een fraai gezicht, de prachtige loofbomen die worden weerspiegeld in de donkere regenplassen, maar het is ondertussen oppassen geblazen dat we niet uitglijden. Libošovice ligt er nog slaperig bij, op twee opdringerige katten na die in Dims nieuwe wandelbroek de perfecte krabpaal zien. Een eindje verderop wandelen we Hrubá Skála in. Dachten we gisteren al mooie rotsformaties en bossen te hebben gezien, vandaag volgt de overtreffende trap. Hoe beschrijf je eigenlijk een landschap van zo’n ongekende schoonheid? Het is haast onmogelijk om niet te vervallen in clichés. De enorme rotsblokken en -pilaren vormen samen een soort versteend woud, een labyrint waarin mijn gedachten al te gemakkelijk verdwalen, maar wijzelf gelukkig niet. Pas als we op een uitzichtpunt
staan, zien we hoe uitgestrekt Hrubá Skála eigenlijk is. Door de zware bewolking en het dichte bladerdak heeft het bos iets magisch, bijna sinisters. Hier en daar wordt het pad versperd door omgevallen bomen en afgewaaide takken, die bedekt zijn met een dikke laag mos. Overal groeien paddenstoelen in allerlei soorten en maten, en hier en daar zien we groepjes mensen door het bos lopen met een mand in de hand.
Kastelen en mokken
Kasteel Valdštejn is het oudste kasteel van Bohemen. Het werd in de dertiende eeuw gebouwd, bovenop drie grote zandstenen rotsen die boven de bossen uit torenen. Vandaar ook de naam: ‘Waldenstein’. Met recht postcard prettyness, zeker vanaf een verderop gelegen uitzichtpunt, maar we hebben helaas geen tijd om het kasteel zelf te bezoeken. We willen voor het donker in Turnov zijn en hebben nog wat kilometers te gaan. We ploffen wel heel even neer bij Hospůda na Valdštejně, waar we ons de koolsoep goed laten smaken.
In de Boheemse dorpen zien we iets wat we nooit eerder ergens hebben gezien. Rondom de oude houten huizen staan


Het kasteel van Hrubá Skála lijkt te zweven tussen de rotsen

een soort schapenhekken met kleurrijke mokken ondersteboven op de paaltjes. De meningen over de betekenis hierachter zijn verdeeld. Is het een boodschap aan dorstige passanten: pak een mok en bel aan om iets te drinken te vragen, in ruil voor een praatje? Is het bedoeld om de vodník, een watergeest uit de Tsjechische folklore, af te weren en het huis te beschermen tegen allerlei onheil? Of is het vooral bedoeld als bescherming van het hout – zo kan er van bovenaf immers geen water in komen en zal het minder snel rotten. Het blijft een raadsel. Maar het ziet er hoe dan ook bijzonder vrolijk uit en we ontwaren zelfs een oud Nederlands exemplaar met wijlen koningin Juliana erop!
Op de Tsjechische menukaarten prijkt vooral vlees, maar bij Zrcadlová Koza, net buiten Turnov, worden we aangenaam verrast met een kom knoflooksoep en een bord vol geroosterde seizoensgroenten. We zijn de enige gasten vanavond en de waard stookt de enorme houtkachel speciaal voor ons nog wat extra op. Als we naar onze kamer gaan, zien we dat er twee extra dekbedden op ons bed liggen.
Reddingsdienst
De afgelopen dagen was het overwegend bewolkt, maar als we ’s ochtends wakker worden schijnen de eerste zonnestralen al door het dunne gordijn. Met grijs weer is de herfst al prachtig, met de zon erbij wordt het helemaal betoverend. Als we niet veel later langs de oevers van de Jizera lopen hangt er een dun laagje mist boven het water. Tussen de bladeren en boomstammen schitteren zonneharpen. We lopen vandaag over een hooggelegen pad en hopen op een canyon-achtig panorama over de Jizera, die hier een


soort U-bocht maakt. Helaas: we kunnen de rivier niet zien. Gelukkig maken de prachtige bomen in herfsttooi alles goed!
Kasteel Frýdštejn ligt aan een oude handelsroute. Het is gebouwd in de veertiende eeuw en deels verworden tot een ruïne. De bergfried (de verdedigingstoren van 15 meter hoog) staat nog wel prominent overeind. Als we dichterbij komen, lijkt er wat aan de hand te zijn. We zien een groepje reddingswerkers over de kantelen naar beneden kijken. Eén van de reddingswerkers daalt al abseilend af met een brancard. Het ‘slachtoffer’ kijkt af en toe op, geeft instructies en lacht. Het blijkt een oefening te zijn van de plaatselijke hasičský a záchranný zbor, de brandweer en reddingsdienst. We pauzeren even om het bijzondere tafereel gade te slaan en wandelen dan door. Iets verderop ligt nóg een ruïne, namelijk die van Kasteel Vranov. Het is gebouwd in de vijftiende eeuw op misschien wel de mooiste plek denkbaar in deze contreien: op de rotsen hoog boven Malá Skála, met een weids uitzicht over de vallei van de Jizera. Je kunt er dwalen langs de restanten van de burcht, waaronder een brug, diverse stenen trapjes en de oorspronkelijke woonvertrekken. Het meest prominente deel is wel de kapel, die stamt uit de negentiende eeuw. We vergapen ons aan het uitzicht en drinken nog een groot glas limonade, voordat we afdalen naar Malá Skála.
Je kunt er dwalen langs de restanten van de burcht
Ben jij een data- of software specialist?
Bekijk onze vacatures op navara.nl/werken-bij

Wij helpen bedrijven transformeren in wendbare engineering organisaties. Dat vraagt om meer dan goede code. Bij Navara werken technisch sterke consultants die systemen, processen én mensen continu verbeteren. We delen kennis, tillen elkaar naar een hoger niveau en leveren IT die impact maakt. Vrijwel allemaal met een technische master, communicatief sterk en vloeiend Nederlands. Maar vooral: gedreven om het verschil te maken.
For the win

De receptioniste schiet in de stress als we haar Tsjechische begroeting en vraag beantwoorden met: ‘Dobrý deň, do you speak English?’ Ze schudt hevig met haar hoofd: ‘Ne, ne, žádná angličtina!’ We kijken elkaar even vertwijfeld aan, want ze wil ons iets vertellen maar ze spreekt alleen Tsjechisch. De oplossing blijkt in mijn broekzak te zitten. Google Translate! Welkom in Malá Skála, lezen we. Onze kamer bevindt zich op de tweede verdieping en we kunnen morgenochtend vanaf acht uur ontbijten. We krijgen ook een lunchpakketje mee. Sorry dat we geen Tsjechisch spreken, schrijf ik terug. We proberen wat te leren, maar dat is moeilijk. Děkuji vám za vaše pohostinství! Bedankt voor uw gastvrijheid! Ze kijkt ons glunderend aan.
Mysterieus tintje
Ik val in herhaling nu: de rotsformaties van Malá Skála zijn zo mogelijk nóg mooier dan die van Hrubá Skála. Het is even klimmen over een steil pad, maar dan heb je ook wat: een stenen doolhof van nauwe passages, bijzondere doorkijkjes, smalle trappen en geweldige uitzichtpunten. Met warme thee uit de thermosfles en de koekjes uit ons lunchpakket blijven we net zo lang zitten en over het palet van herfstkleuren, heuvels, wegen en huizen uitkijken totdat we het koud krijgen.
Het hoogste punt van het Boheems Paradijs is de Kozákov (744 meter). Maar we hebben pech: er hangt een dikke mist. Hoewel, pech? Mist hoort natuurlijk ook gewoon bij de herfst en heeft zijn eigen charme doordat het een mysterieus tintje geeft aan de omgeving. Bomen doemen ineens op, als een soort spookachtige silhouetten. Bladeren geven zachte
Route
Het Gouden Pad, of Zlatá stezka, is een wandelroute van 120 kilometer, van Mladá Boleslav naar Jičin. Het is een relatief lichte wandeltocht met enkele steile klimmetjes. De route is uitstekend gemarkeerd en je kunt hem prima volgen met de gratis wandelapp van mapy.cz. Op cesky-raj.info worden de etappes beschreven.
Meer informatie over de regio’s waar het Gouden Pad doorheen loopt vind je op liberec-region.com en hkregion.cz.
Reis
Met de trein ben je vanuit Utrecht twaalf uur onderweg
naar Mladá Boleslav en moet je meerdere keren overstappen. De autorit is ongeveer 900 kilometer.
Jičin is ook een leuk stadje om je verblijf in Český ráj met een paar dagen te verlengen. Je kunt van daaruit ook de beroemde rotsen van Prachov bezoeken, die net niet bij het Gouden Pad horen. Wil je meer van de Bohemen zien, op visitcentralbohemia.com staan tips voor activiteiten en accommodaties.
Dit artikel is gemaakt in samenwerking met visitczechia.com. Zij hadden geen invloed op de vorm of inhoud.
kleuren aan het grijs. En alle geluiden klinken gedempt, zelfs die van onze voetstappen.
Penzion Sudkovi is onze laatste pleisterplaats op de route. Als we er aankomen, zijn we moe van de vele kilometers en nat van de miezer. We zetten onze modderige schoenen bij de kachel, die flink snort. Tevreden stellen we vast dat Tsjechië als wandelbestemming ons hart heeft gestolen. Als aandenken aan het Gouden Pad koop ik een bijzonder souvenir. De moeder van de waard is erg creatief; de ruimte hangt vol met zelfgemaakte schilderijtjes. Ik kies er eentje uit: een aquarel met bloemen en bladeren in toepasselijke herfsttinten in een ouderwets mahoniehouten lijstje. De waard wikkelt het voorzichtig in bubbeltjesplastic, want het moet morgen nog een twintigtal kilometers mee in de rugzak. Daarna krijgt het Gouden Pad een prachtig plaatsje in mijn herinneringen – en thuis aan de muur.
Kijk voor het laatste verenigingsnieuws op nkbv.nl of volg de NKBV op Facebook en Instagram.
In 2005 kwam NKBV-vrijwilliger Harry Brands tijdens een klimtraining in nationaal park Nagarjun in contact met Empowering Women of Nepal (EWN). Hij werkte aan een project dat hij twee jaar eerder was gestart: het duurzaam en veilig ontwikkelen van een toegankelijke klimlocatie in de Kathmanduvallei. Dit trok de aandacht van EWN en de organisatie nodigde hem uit om in Pokhara de mogelijkheden voor een klim- en trainingslocatie te onderzoeken. In 2007 begonnen Harry en Tendi Sherpa een trainingsprogramma, maar geschikte rotsen waren schaars. Tijdens verkenningen in 2008 ontdekten zij een grote wand in Methlang: de huidige 3 Sisters Rock. Met overgebleven bouten uit Nagarjun werden hier de eerste routes geopend. Van 2009

tot en met 2018 gaf Harry er samen met de door hem opgeleide assistenten klimlessen en opleidingen voor EWN. Dit jaar begeleidde hij het project opnieuw, mede dankzij donaties van The Global Climbing Initiative, dat wereldwijd dit soort activiteiten ondersteunt en voorziet van uitrusting.
Deel jouw foto of video met de NKBV-topvlag
Ga je deze zomer de bergen in? Neem dan de NKBV-topvlag mee en leg jouw hoog(s)tepunten vast. Deel je foto of video met de NKBV via communicatie@nkbv.nl en vermeld wie erop staan en waar jullie zijn. Wie weet zie jij jouw beeld terug in Hoogtelijn en/of op de online kanalen. Delen via social media kan natuurlijk ook: tag de NKBV met #topvlag, #NKBV en @_nkbv. De topvlag bestel je voor €4,80 via nkbvwebshop.nl/nkbvtopvlag.

Tochtleiders in spe tijdens een theoriedag op het NKBV-bureau
In het Belgische Sy, met de rotsen en bossen als decor en de HerBerg van de NKBV als uitvalsbasis, kwamen onlangs zeventien gemotiveerde kandidaten samen voor het selectieweekend voor de opleiding Alpiene Tochtleider 3. De kandidaten werden door de opleidingscommissie geselecteerd uit maar liefst zeventig aanmeldingen. Op het weekend werd gekeken naar sociale kwaliteiten, leiderschap, oriëntatievaardigheden, looptechniek en het omgaan met risico’s en groepsprocessen. Tijdens stevige wandelingen, navigatie-opdrachten en samenwerkingsopdrachten lieten de deelnemers zien hoe zij overzicht houden, verantwoordelijkheid nemen en als team functioneren. Na twee inten-
sieve dagen werd de balans opgemaakt en stroomden twaalf van hen door naar de volgende fase van de opleiding, die bestaat uit meerdere theorieweekenden en een praktijkweek in Schotland.
Voor deze twaalf Tochtleiders in spe breekt nu een leerzame en uitdagende periode aan. Als alles volgens plan verloopt, leggen zij deze zomer hun examen af in de Alpen. Eenmaal geslaagd gaan deze nieuwe Alpiene Tochtleiders huttentochten en hoogalpiene tochten begeleiden binnen het programma van Bergsportreizen. Daarmee zorgen zij ervoor dat NKBVleden ook de komende jaren veilig, goed voorbereid en met deskundige begeleiding de bergen in kunnen.
Hier vind je alles om goed voorbereid op pad te gaan
De zomer staat al weer bijna voor de deur. Of je nu plannen hebt voor een huttentocht in de Alpen, rotsklimmen in de Ardennen of klettersteigen in de Pyreneeën: een goede voorbereiding is essentieel. In het Kenniscentrum vind je betrouwbare informatie voor elke klim- of bergsport, ongeacht je niveau. Van materiaal en uitrusting tot paklijsten en tips voor tochtenplanning.
Je ontdekt het allemaal via nkbv.nl/kenniscentrum.
Wat neem je mee voor een huttentocht?

In december rondde Noël Diepens met succes de opleiding tot Alpiene Hoofdinstructeur Zomer af. Daarmee is zij momenteel de enige vrouw met deze licentie. Haar passie voor klimmen ontstond al op jonge lee ijd, tijdens een vakantie in de Verdon. Die eerste ervaring leidde tot talloze klimsessies in Nederland, expedities zoals in Kirgizië met de Expeditie Academie, en uiteindelijk tot haar carrière
Breng jij deze zomer je vakantie in de bergen door?
als Alpiene Instructeur. In haar blog neemt Noël je mee in haar alpiene loopbaan en vertelt zij over haar ervaringen met de opleiding tot Alpiene Hoofdinstructeur 4 Zomer. Lees hem via l.ead.me/blog-noel of de QR-code hieronder.

Zelf interesse in alpiene opleidingen? Kijk dan op nkbv.nl/academie/ opleidingen/alpien.
De NKBV stree naar een duurzame relatie met haar leden en alle partijen in het veld. Duurzaamheid is ook een kernwaarde als het gaat om natuur, milieu en sociale waarden. We brengen dit zo goed mogelijk tot uitdrukking in een duurzame inkoop en bedrijfsvoering. Hoogtelijn wordt gedrukt op FSC-papier: papier uit duurzaam beheerde bossen (een keurmerk met goedkeuring van het Wereld Natuur Fonds) en verzonden in een recyclebare papieren verpakking. Voor onze correspondentie gebruiken we 100% gerecycled papier. We hebben een CO2- neutrale postbezorging en data-opslag.
We promoten het reizen per openbaar vervoer naar klim- of bergsportbestemmingen. Als je toch met de auto of het vliegtuig reist, kun je overwegen om je CO2-uitstoot te compenseren.
Dan is het goed om te weten dat niet elke reisverzekering geschikt is voor bergsportactiviteiten. Veel verzekeringen dekken bergwandelen bijvoorbeeld alleen op goed begaanbare paden. Ga je daarbuiten, dan kan dat gevolgen hebben voor je dekking. Ook als bergwandelaar is het daarom belangrijk om goed verzekerd te zijn. De NKBV-reisverzekering biedt dekking voor een periode van zestig aaneengesloten dagen, inclusief dekking voor bergsportrisico’s zoals opsporings-, reddings- en repatriëringskosten. Bekijk de voorwaarden en sluit de verzekering af via nkbv.nl/verzekeringen/reisverzekering
Beter de bergen in met de NKBV NKBV-leden pro teren van voordelen en kortingen en ontvangen vier keer per jaar Hoogtelijn. Met je lidmaatschap draag je bij aan het onderhoud van hutten en paden in de Alpen en de Pyreneeën en het behoud van klimgebieden.

Per helikopter wordt een klimmer met een gebroken enkel opgehaald van de Barre des Écrins

De Finsteraarhorn en de Grünegghorn
Al ruim zeven jaar is Primo mijn vaste klimpartner en een hechte vriend. We leerden elkaar kennen tijdens een basiscursus sneeuw en ijs van Bergsportreizen en zijn sindsdien altijd samen de bergen in blijven gaan. Er volgden meer cursussen en enkele zelfstandige tochten. Helaas kwam het drukke leven enkele jaren tussen onze plannen. Dit jaar is het ons eindelijk weer gelukt om tijd vrij te maken en ligt er een schitterend plan klaar. We gaan naar een van de grootste vergletsjerde gebieden van Europa, Berner Oberland, met als hoofddoel van onze reis de Finsteraarhorn (4274 meter).
Wat voelt het goed om weer in de bergen te zijn, dat hebben we allebei gemist. De wandeling vanaf Berghaus Oberaar begint gelijk prachtig en loopt door groene, bloemrijke weides. Wanneer we de voet van de Oberaargletsjer bereiken, betreden we de kale rots en het ijs. De tocht naar de Oberaarjochhütte is maar een halve dag wandelen en de middag besteden we aan het oefenen van de verschillende touw- en reddingstechnieken. De avond vult zich met kaarten en gezellig geklets in de hut. Daar ontmoeten we andere Nederlanders, een touwgroep van drie, van verschillende leeftijden. Ook zij hebben elkaar leren kennen tijdens een alpiene cursus en trekken sindsdien jaarlijks samen de bergen in. En ook zij lopen morgen door naar de Finsteraarhornhütte. We besluiten daarom samen te lopen.
Het is mistig en kil en onder deze omstandigheden is het wel zo veilig om bij elkaar te blijven. Goed gezelschap is in de
bergen snel gevonden. Met zijn vijven vinden we de route over de gletsjer gemakkelijk en we bereiken zonder problemen de volgende hut, die voor Primo en mij de komende dagen ons onderkomen zal zijn.
De volgende dag houdt het slechte weer ons binnen, maar dat geeft ook rust en ruimte. Ruimte om te lezen, een potje te kaarten. Rust, omdat we weten dat de tocht van morgen ons nog voldoende uitdaging zal bieden. We hoeven elkaar niet te vermaken, gewoon samen zijn is prima, dat kan ook in stilte. Dit is wat tijd samen in de bergen doet: een vriendschap smeden.
Sneeuwbruggen
Wanneer de wekker gaat schieten we in onze kleding, dit is geen tijdstip om te treuzelen. In de vroege ochtendschemer voelen de bergen als een magische wereld. De bevroren

sneeuw glinstert en knispert onder onze schoenen. Warme thee in de buik en de scherpe kou van de lucht dragen bij aan een gevoel van opgewonden spanning. De route begint over de rots achter de hut. We moeten goed opletten, want het is verraderlijk glad. Gaandeweg verjaagt het lopen de laatste restjes slaap en we vorderen gestaag. Na nog geen uur komen we aan bij de voet van de gletsjer en binden we ons in aan het touw. We zijn optimistisch en genieten van de uitdaging die voor ons ligt. Door een dik pak verse sneeuw is het zwaar werk, we moeten zelf een vers pad aanstampen. Primo gaat voorop en met krachtige passen en een straf tempo voorkomen we dat de gure wind ons te veel afkoelt.
Boven aan de gletsjer bereiken we de graat. Hier moeten we enigszins zoeken naar de juiste route over de ijzige rots, maar al snel komen we uit bij de zogenaamde Frühstücksplatz op 3616 meter. Zonder tijd te verliezen lopen we door naar de
rand van de gletsjer. Hier stuiten we echter op een obstakel. Tussen de graat en de gletsjer is een gigantische randkloof ontstaan. Over de kloof liggen enkele smalle sneeuwbruggen die weinig vertrouwen wekken. Omdat wij de eerste touwgroep zijn vandaag, liggen er geen sporen.
Welke route is het beste? Het is een lastige inschatting. De vele verse sneeuw van de afgelopen dag en nacht maakt het lastig om zekerpunten te vinden in de rots of het ijs. Wat een moeilijke situatie! Ondertussen slaat de stuifsneeuw ons om de oren en terwijl we discussiëren slaat de kou toe. Zal de sneeuwbrug ons houden? En hoe zijn de condities als we aan het eind van de middag terug moeten? Het fysieke ongemak van de kou zorgt dat de stress snel toeneemt. Dan spreken we samen uit dat we ons niet comfortabel voelen bij de situatie en niet bereid zijn dit risico te nemen. Er zit niets anders op dan ons verlies te nemen en om te draaien, geen makkelijke keuze. De afdaling gaat snel, maar ik blijf in gedachten malen. Hadden we het anders kunnen aanpakken? Terug in de hut bespreken we de tocht uitvoerig en kijken we nog eens goed naar onze foto’s van de randkloof.
Samen thuiskomen
De volgende ochtend proberen we het opnieuw. Bij de Frühstücksplatz zijn vandaag nog twee andere touwgroepen.
Hadden we het anders kunnen aanpakken?


Een touwgroep loopt over de gletsjer van de Finsteraarhorn
in geen van de routes voelen we ons beiden goed, dus keren we om
We zien een vers spoor hoger op de gletsjer, dat naar de graat loopt. De andere touwgroepen volgen dat spoor direct, Primo en ik staan bij de randkloof en twijfelen. Geen van beide opties voelt helemaal goed. We kijken elkaar aan terwijl de wind over de rotsen giert. Dan kiezen ook wij voor de graat, maar het klimmen blijkt pittig. Té pittig en Primo geeft aan het niet te zien zitten. Datzelfde voel ik bij de randkloof. We lopen vast en hij zegt: ‘dit wordt hem niet, Robin’. Het voelt waardeloos om niet verder te komen dan dit punt, maar we luisteren naar ons gevoel. Wanneer je met zijn tweeën een touwgroep vormt, moet je allebei achter een beslissing staan, dat is misschien wel onze belangrijkste les deze tocht. In geen van de routes voelen we ons beiden goed, dus keren we om. Ook al streven we naar de top, ons belangrijkste doel is samen thuiskomen, veiligheid voorop.
Nieuw plan
Een bergtocht kent pieken en dalen, ook emotioneel. Terug in de hut zijn we enigszins terneergeslagen. Maar in plaats van daarin te blijven hangen, storten we ons op een nieuw plan. We zijn naar de bergen gekomen om te genieten, niet om ons koppig blind te staren op een doel. Daarom kiezen we voor
een andere top, de Grünegghorn (3863 meter), een mooie, lange route door divers terrein. De planning staat vlot op papier en wanneer we buiten in de zon zitten smelt ook het laatste restje van onze teleurstelling. Met een nieuw doel voor ogen keert de opwinding snel terug.
Ons nieuwe plan is een lange tocht: bijna dertien uur. We vertrekken ruim voor zonsopgang en zoeken in het donker onze weg over de gletsjer, geholpen door het schijnsel van onze hoofdlampen. Halverwege de klim naar de Grünhornlücke kleurt de lucht goudgeel en bovenaan bereiken de eerste zonnestralen ons. Het landschap – koele gletsjers en bergen kil afstekend tegen de warm oranje lucht – is een grandioos schouwspel. Even delen we een moment van verwondering, dan focussen we ons weer op de route.
We dalen af aan de andere kant van de pas, lopen om de bergkam heen en klimmen over het firnbekken weer omhoog. We steken het ijs diagonaal over en bereiken het couloir dat toegang geeft tot een hoger gelegen sneeuwveld. De route is niet moeilijk te vinden, maar voelt toch uitdagend vanwege de verschillende gletsjeroversteken en het afwisselende

terrein. De harde sneeuw in het couloir maakt het makkelijk te beklimmen.
Primo loopt voor mij en het touw dat losjes tussen ons over de sneeuw sleept vormt een metafoor voor onze verbondenheid in en door de bergen. Na het sneeuwveld rest nog een laatste obstakel: de graat naar de top. Het terrein is geëxponeerd en we klimmen voorzichtig, zekeren ons waar mogelijk. Vlak onder de top verrast een steile sneeuwgraat ons. Even komt angst op, maar we houden het hoofd koel en vinden een goede plek om het stuk af te zekeren. Uitzinnig staan we op de top. De korte spanning op het eind en het uitblijven van succes de afgelopen dagen maken de euforie des te groter. We hebben het gehaald!
Poort naar een andere wereld
Even genieten we van het moment, dan gaan we snel door. De afdaling gaat vlot, maar de inmiddels zachte sneeuw maakt het zwaar. Eenmaal over de pas hebben we het gevoel er weer bijna te zijn, maar dat is een misvatting. De gletsjer is verraderlijk, enkele malen zakt er een been weg in een spleet verborgen onder zachte sneeuw. Na bijna elf uur komen we tevreden maar uitgeput terug bij de hut.
De volgende ochtend beginnen we aan de terugtocht. De route die we eerder in kil en mistig weer aflegden, lopen we nu in
Primo rondt de hoek die leidt naar het sneeuwveld op de Grünegghorn

Vlak onder de top verrast een steile sneeuwgraat ons

Op de graat op de Finsteraarhorn, achter in beeld de Grünegghorn
stralend zonlicht. Voor we het weten zijn we terug tussen de dagwandelaars in groene weides – een sterk contrast na dagen hooggebergte. Ik kijk om naar het Oberaarjoch, de poort naar een andere wereld. Zoals de kledingkast in De kronieken van Narnia toegang gaf tot een verborgen wereld, doet alpinisme dat ook. De basiscursus zeven jaar geleden ontsloot het hooggebergte en was het begin van een mooie vriendschap. Over een paar maanden zitten we waarschijnlijk weer ergens met een biertje herinneringen op te halen en plannen te maken voor de volgende tocht. Want één ding is zeker: we blijven samen aan een touw de bergen intrekken.
Reis
Ons vertrekpunt Berghaus Oberaar ligt aan de Grimselpas, op ruim 900 kilometer rijden van Utrecht. Per openbaar vervoer duurt de reis wat langer, doordat je een bus en kabelbaan moet nemen om er te komen. Het is ook mogelijk om met de trein naar Münster (Goms) te reizen en direct naar de Finsteraarhornhütte te lopen.
Routes
De normaalweg naar de Finsteraarhorn
(4272 meter) gaat vanaf de Finsteraarhornhütte over de zuidwestflank en de noordwestgraat. Het niveau is AD- en omhoog ben je ongeveer vijf uur onderweg. Naar de Grünegghorn (3863 meter) staken we eerst de Walliser Fieschergletsjer over om daarna via de Grünhornlücke af te dalen. Daar voegden we in op de normaalroute naar de Grünegghorn vanaf de Konkordiahütte. Onze variant was net als de normaalroute van niveau PD, maar een stuk langer: heen en terug circa elf uur.

Van ‘dat kan niet’ naar ‘kijk wat wél kan’
Daar staan we dan, op het eiland Skye. Auto geparkeerd, een duur parkeerkaartje gekocht, vijf paar wandelschoenen gestrikt, alle rugzakken om, honden aangelijnd. En dan: lichtflitsen. Een paar seconden later een harde knal. De wolken boven ons verkleuren in rap tempo van donkergrijs naar gitzwart. Met moeite kunnen we de Old Man of Storr nog boven ons uit zien torenen. De kinderen zijn absoluut in voor een avontuur, maar dit avontuur gaat opeens de verkeerde kant op. Wat doe je dan?
Tekst Rhianne van Velzen Beeld Rhianne en Bart Jan van Velzen
Dat moment op Skye, inmiddels drie jaar geleden, is tekenend voor wandelen in de bergen, zeker met kinderen. Niet omdat het zo spectaculair of gevaarlijk was, maar omdat het laat zien waar het echt om draait: keuzes maken, grenzen herkennen en verantwoordelijkheid nemen. Precies daar zitten veel vooroordelen rondom bergwandelen met kinderen. Het zou te gevaarlijk zijn, te zwaar, te ingewikkeld. Onze ervaring is dat het vooral anders is; een kwestie van aanpassen, voorbereiden en kijken naar wat wél kan.
Onze liefde voor buiten begon niet lang voordat we kinderen kregen, met onze hond Leia. In 2013 zaten we nog in een all-inclusive resort in Griekenland, het jaar daarna kwam Leia in ons leven en kozen we voor het eerst voor een outdoorvakantie. Op huwelijksreis gingen we met zijn drieën naar Dartmoor in Engeland. Ik kocht mijn allereerste wandelbroek en -rugzak en ontdekte hoe fijn het is om hele dagen buiten te zijn.
Ook dichter bij huis gingen we steeds vaker op pad. We ontdekten prachtige natuurgebieden in Nederland en net over de grens. Leia opende voor ons een nieuwe wereld.
In 2017 werd onze dochter Emily geboren. Dat betekende niet het einde van onze bergplannen, maar wel een nieuwe fase. We gingen dat jaar naar Oostenrijk. We wilden bewegen, buiten zijn en het land zien, maar nu met een baby. Voor vertrek verdiepten wij ons in het dragen van een baby, geschikte kleding en veiligheid. Met een gids maakten we een prachtige tocht, met baby in draagdoek. Ik droeg onze dochter op mijn borst, zodat ik haar goed in de gaten kon houden. Mijn man droeg de rugzak met eten, drinken en extra kleding.

weg


Wie met een baby of jong kind de bergen in gaat, moet extra alert zijn op zijn of haar temperatuur. Waar je zelf warm wordt van stijgen of dalen, zit je kind stil en kan het juist snel afkoelen. We bouwden vaste checkmomenten in: voelen in het nekje en even uit de draagdoek zodat ze kon bewegen. Kleine routines, maar essentieel.
Tien maanden oud
In 2018 en 2020 werd ons gezin uitgebreid met onze zoons James en Logan. Ook in die jaren speelde iedere gezinsvakantie zich af in een omgeving waar we konden wandelen, hoe klein de kinderen ook waren. Toen de middelste tien maanden was, gingen we weer naar het Lake District. We beklommen onder andere de Catbells, Black Fell en Haystacks. Mijn man droeg onze dochter in een kinderdrager en ik droeg onze zoon in een draagdoek op mijn rug. Dat betekende minder zicht op de kinderen, minder ruimte voor spullen, want we konden niet nog een rugtas op ons rug doen, en nog meer noodzaak tot goede afspraken. We controleerden elkaar en de kinderen regelmatig.
Minder ruimte voor bagage leidde tot keuzes maken. Onze prioriteit lag altijd bij de kinderen: luiers, doekjes, extra kleding, mutsen, handschoenen, eten en drinken. Voor onszelf namen we soms bewust minder mee. Comfort is belangrijk, maar de veiligheid en het welzijn van de kinderen gaat voorop.
Avondvierdaagse versus bergen
Naarmate de kinderen ouder werden en zelf gingen lopen, veranderde de dynamiek. Praktisch werd het makkelijker, maar mentaal soms juist uitdagender. Kinderen die lopen, kunnen ook weigeren. Onze kinderen houden niet van rechttoe rechtaan wandelen. De avondvierdaagse vinden ze verschrikkelijk. Ze houden van kronkelpaadjes, bos, beekjes, rotsen en watervallen. Dat vraagt creativiteit, zeker als je in een vlak deel van Nederland woont. We zoeken daarom bewust duinen en bossen op en maken van elke wandeling een ontdekkingstocht.
Tegelijk vinden we het belangrijk dat ze ook ‘saaie’ kilometers leren lopen, ter voorbereiding op langere tochten in de bergen. De eerste twee kilometer zijn soms dramatisch: gemopper, gezeur en vermoeide benen. Maar we geven niet zomaar op. Als er geen lichamelijke reden is om te stoppen, zetten we door. En bijna altijd gebeurt er daarna iets: de zon breekt door, letterlijk of figuurlijk. Bloemetjes langs de kant worden opeens interessant, een koekje op een kleedje smaakt beter dan thuis en een regenbui verandert in een plassenfeest.
Ze houden niet



LOGAN (5) vindt het soms nog wel een beetje zwaar. Hij is natuurlijk de jongste en hee de kleinste beentjes en dat gebruikt hij ook wel om soms nog even getild te worden. Maar buiten schatten zoeken vindt hij fantastisch!



JAMES (7) is een kind dat helemaal oplee als hij in de bergen is. Slapen in de tent vindt hij geweldig. Hij kan niet wachten tot hij mee mag met de volgende Fjällräven Classic.

Materiaal voor kinderen

Sinds de kinderen hun eigen rugzak dragen, geven we ze ook verantwoordelijkheid. Wij bepalen wat er minimaal in moet, zoals regenkleding, een muts, bu en handschoenen, maar zij kiezen hun tussendoortje of stoppen er een kleine knu el in. Die rugzakken hebben ze zelf uitgekozen, binnen een selectie die wij geschikt vonden qua draagcomfort. Dat maakt het dragen meteen leuker.
Bij hun eigen uitrusting horen ook wandelstokken. Wij gebruikten ze zelf bij stijgen en dalen, maar merkten dat de kinderen er soms nog meer profijt van hadden. Inmiddels hee ieder kind een eigen stok: op vakantie een echte kinderwandelstok en in Nederland vaak een zorgvuldig uitgezochte tak uit het bos.
Net als voor onszelf vinden we goede schoenen en kleding voor de kinderen essentieel. Ze lopen op stevige, hoge wandelschoenen (categorie B), zodat ze grip hebben op verschillende ondergronden. Kleding moet tegen een stootje kunnen en vies mogen worden. Wandelen gaat nu eenmaal beter in een soepele, sneldrogende wandelbroek dan in een spijkerbroek. Laagjes zijn cruciaal en een extra vest in de rugzak is geen overbodige luxe.
Gewoon stom
Soms blijkt een wandeling anders dan verwacht. Saaier. Zwaarder. Of gewoon stom, volgens de kinderen. We hebben het allemaal meegemaakt: routes met beloofde speeltuinen die na 7 kilometer nog steeds niet in zicht zijn, ‘glooiende’




EMILY (9) vindt het heerlijk om buiten te zijn. Ze houdt van het mooie uitzicht boven op de berg en is altijd op zoek naar dieren die we onderweg tegen (kunnen) komen.
Een regenbui verandert in een
wandelingen die ineens 500 hoogtemeters blijken te hebben. Op zulke momenten draait het vooral om mentale veerkracht. Wij geven niet snel op, maar passen ons wel aan. We nemen rugzakken over en hangen die met karabiners aan onze eigen tassen. We stellen korte doelen: ‘Zie je die rots? Als we daar zijn, nemen we tien seconden pauze.’ Vaak rennen de kinderen er dan al naartoe, tellen, lachen en gaan weer door. Snoepjes als beloning zijn daarbij geen zwaktebod, maar een hulpmiddel.
Ook onze eigen conditie speelt een rol. In Oostenrijk liepen we een tocht van ‘8 kilometer’ en stonden we na 10 kilometer pas boven op de berg. De twee jongsten konden niet meer. Dus, na een lange pauze, nam mijn man James op zijn nek en ik Logan. Zo liepen we de berg weer af.
Toen ze kleiner waren deden we dat vaker, nu alleen soms nog met de jongste. Dan tilden we ze een paar honderd meter, liepen ze daarna een stuk zelf, en dan weer even tillen om de beentjes te laten rusten.
Flexibiliteit
Opmerkelijk genoeg komen de meeste twijfels over bergwandelen met kinderen niet van de kinderen zelf, maar van volwassenen. ‘Dat is toch veel te gevaarlijk?’, ‘Dat is te zwaar











Dé plek voor wandelaars, klimmers en avonturiers in Sy, Belgische Ardennen. Vanaf €15,- p.p. per nacht.





nkbv.nl/de-herberg




Kijk op onze website voor de actuele openingstijden van onze winkel.





















Wij zijn gespecialiseerd om voor iedere voet een goed passende schoen te vinden. Dit doen we door: Meer dan 250 modellen op voorraad; laag, halfhoog, hoog van soepel tot stijgijzervast zit er vast een schoen voor u bij. Of u nu een uurtje in de week wandelt of 3 weken een huttentocht in de bergen, wij hebben het.



voor zo’n klein lijf’, ‘Kinderen horen daar niet’. Natuurlijk zijn bergen ontzagwekkend, maar ontzag is iets anders dan angst. Kinderen leven in het moment. Ze denken niet in kilometers of hoogtemeters, maar in ontdekkingen. Waar volwassenen risico’s zien, zien kinderen mogelijkheden. Dat zorgt niet voor roekeloosheid, maar voor eerlijk kijken: is iets echt onverantwoord of vooral spannend?
Veilig wandelen met kinderen betekent plannen aanpassen en meer flexibiliteit inbouwen. Kortere etappes, meer pauzes, eerder omkeren. Een top is geen doel op zich, samen veilig buiten zijn wel. Soms betekent dat het loslaten van je eigen ambitie. Ergens in Engeland stonden we met twee kinderen op een top, althans we dachten dat dit de top was, maar kwamen er na even spelen achter dat de top nog iets verder was. Wij wilden heel graag door, maar de kinderen waren klaar. Ze waren moe en wilden gewoon terug naar de auto. Dan houdt het op. Wellicht komen we nog een keertje terug om wel de top te bereiken.
Wat vaak wordt onderschat is hoeveel mentale veerkracht kinderen ontwikkelen tijdens het wandelen. Doorzetten, teleurstelling verwerken en trots zijn op wat lukt. Dat zijn vaardigheden die verder reiken dan de bergen. Bovendien leren kinderen onderweg omgaan met het weer, met hun lichaam, met elkaar en met grenzen. Ze leren dat voorbereiding belangrijk is en dat natuur niet maakbaar is.
Ons grootste avontuur tot nu toe was de Fjällräven Classic UK met onze oudste twee kinderen, Emily en James, toen acht en zes jaar. Drie dagen, 50 kilometer en ruim 2100 hoogtemeters in het door ons zo geliefde Lake District. We bereidden de kinderen goed voor door in de tent in de tuin te slapen,
gevriesdroogde maaltijden te testen, nieuwe kleding uit te proberen en te lopen met een volle rugzak. En daar profiteerden wij allemaal van tijdens de tocht. Onze zoon vond het eten wel lekker, maar onze dochter echt niet. Ik had daarom zelf eten voor Emily meegenomen. En gelukkig had ik dat ruim gedaan, want op de eerste avond, na twee happen, besloot James dat hij het toch ook niet lekker vond. De tocht zelf was fantastisch. Maar de laatste dag was zwaar voor James. Hij was zo moe, zijn benen konden niet meer. Gelukkig hadden we veel tussendoortjes mee, werd hij aangemoedigd en smaakte snoep van medehikers nog lekkerder. Zo vond hij toch de energie om lachend over de finish te rennen.
Vanaf jonge leeftijd nemen wij onze kinderen overal in mee. Niet omdat het moet, maar omdat het voor ons vanzelfsprekend voelt. Als wij sporten, zijn zij erbij en doen ze op hun eigen manier mee. Toen ze kleiner waren bouwden ze bijvoorbeeld complete balansroutes door de woonkamer met stapstenen. En als we een wandeling of tocht voorbereiden, zitten ze bij ons aan tafel. Kaart erbij, rugzakken klaar, praten over wat we gaan doen en wat we onderweg nodig hebben. Door kinderen te betrekken bij de voorbereiding geef je ze niet alleen praktische kennis, maar ook eigenaarschap. Ze leren waarom bepaalde spullen mee moeten, waarom het weer belangrijk is en waarom je soms een andere keuze maakt dan je vooraf had bedacht. Dat zorgt onderweg voor meer begrip en minder strijd. Ze weten wat er komt en voelen zich onderdeel van het geheel.
Écht trots
Wat ons steeds weer opvalt, is hoeveel kinderen aankunnen als je ze serieus neemt. Niet door ze te pushen, maar door ze vertrouwen te geven. Door ze verantwoordelijkheid te geven die past bij hun leeftijd. Dat kan iets kleins zijn, zoals zelf hun tussendoortje kiezen of hun eigen regenjas inpakken, maar ook wat groters, zoals meebeslissen over een pauzeplek of een routekeuze.
De bergen versterken dat proces. In de bergen is alles net iets duidelijker dan thuis. Moe is écht moe. Koud is écht koud. Maar trots is ook écht trots. Een top bereiken, een lange klim afronden of een zware dag doorkomen geeft een gevoel dat niet te vergelijken is met een sticker of een diploma.
En dan is er nog die Old Man of Storr. Die dag op Skye, met donder, bliksem en dreigende wolken. We hebben de tocht uitgesteld. De volgende dag gingen we alsnog. Onder betere omstandigheden. Met dezelfde kinderen, dezelfde bergen, maar met een andere keuze.


Het Alpenvereinsjaarboek 2026 is het honderdvij igste boek in deze serie, een prachtig jubileum. Ook dit jaarboek is een goed verzorgde en interessante uitgave zoals we dat van de drie Duitstalige alpenverenigingen gewend zijn. In 1865 werd het eerste jaarboek gemaakt, aan het einde van de kleine ijstijd. In de recente uitgave wordt stilgestaan bij het snel verdwijnen van gletsjers.
In 1865 waren vrouwen in de bergen een zeldzaamheid en bij de alpenverenigingen werden ze niet geaccepteerd. Inmiddels bedraagt het aantal vrouwelijke leden tussen de 45 en 50 procent. Van de wandelgidsen is bijna de hel vrouw, bij de berggidsen is dat maar 2,5 procent. Het is een van de vele artikelen in Berg 2026, dat de Groβvenediger als gebiedsthema hee . Verder is er een interessante geschiedenis van Felix Liebeskind uit Leipzig. En een informatief artikel over bergstokken, zoals de vier meter lange stok die op de Canarische Eilanden afdalen tot een gymnastische oefening maakt. Verder is er de gebruikelijke aandacht voor bergmensen, alpinisme en klimmen, wetenschap, cultuur en artikelen over de veranderingen in de natuur en bij de mens die in de Alpen vakantie viert. [Peter Daalder]
Berg 2026, Deutscher Alpenverein, Österreichischer Alpenverein, Alpenverein Südtirol
Tyrolia (2025), tyroliaverlag.at
ISBN 9783702243203, €25

Brigitte Ars schreef in 2022
Waar is het avontuur, een boek over een zoektocht naar een avontuurlijker leven. Niet per se ver weg, in de wildernis of op hoge bergtoppen, maar Ars miste het avontuur in haar dagelijkse leven. Een logisch vervolg op dat boek is een serie avontuurlijke wandelingen onder de titel Het wilde-vrouwenpad. Heel veel paden van of vernoemd naar (wilde) vrouwen zijn er niet. Ars maakt zich daar kwaad over, want avontuur vindt ze geen exclusief mannelijke aangelegenheid, hoewel zij veel meer dan vrouwen
publiciteit zoeken en bereiken. Ars liep op bestaande wildevrouwenpaden en stelde er zelf ook een aantal samen. Het is een prettig leesbare ode geworden aan de avontuurlijke vrouw, soms met ingehouden woede. Het gaat over mensen als de Brontëzussen, Virginia Woolf en Nan Shepherd. En de heksen op de Harzer Hexen-Stieg. Moderne hekserij draait volgens Ars om spiritualiteit, persoonlijke kracht en zelfontplooiing, om goeddoen voor anderen en het milieu. Precies wat deze tijd nodig hee , aldus de schrijfster. [Peter Daalder]

Het wilde-vrouwenpad Brigitte Ars Querido (2025), querido.nl ISBN 9789025318161 €24,99, e-book €11,99
In de nieuwe podcast Op de rand interviewen
Anne van Galen en Frank Westers maandelijks klimmers over de lessen en ervaringen die ze opdeden tijdens die ene tocht. De tocht waar ze vaak aan terugdenken omdat hij (bijna) misging, of die juist heel goed uitpakte. Anne en Frank klimmen zelf, maar hebben ook een


‘Lee ijd is een houding. Het is maar een getal.’ Ze mag dan wel de vij ig zijn gepasseerd, maar je hebt makkelijk praten als je Ines Papert heet en viervoudig wereldkampioen ijsklimmen bent. Maar dan zegt ze dat ze tegenwoordig beter klimt dan ooit. Dat levert een interessante korte lm op, Fi y- y, waarin Ines, samen met lee ijdsgenoot Sarah Hueniken spectaculaire ijs- en mixed routes klimt en ons inspireert om het beste uit onszelf te halen. Scan de QR-code om de lm te bekijken of ga naar l.ead.me/ y [Florian van Olden]

achtergrond en bijzondere interesse in veiligheid en crisismanagement. En juist in het alpinisme komen die thema’s sterk samen. De eerste afleveringen zijn te beluisteren op opderandpodcast.nl en Spotify. [Florian van Olden]


Als kind raakte de Noor Erling Kagge gefascineerd door een gekregen globe. Die fascinatie leidde ertoe dat hij uiteindelijk als eerste persoon te voet de noordpool, de zuidpool en de top van de Mount Everest bereikte. Met name die witte vlek bovenaan de wereldbol betoverde hem en over de ontsluiting daarvan schreef hij het boek De Noordpool. De geschiedenis van de ontdekking van 90° noorderbreedte, de geogra sche noordpool, is een verhaal over verdichting, aannames en, gezien door hedendaagse ogen, de meest bizarre fantasieën. Het is ook een boek over vrijwel alleen mannen. Het is een verslag van zoeken naar een noordelijke doorvaart, van een wedstrijd tussen ontdekkingsreizigers en een lange namenlijst van hen die het leven lieten bij hun pogingen voet te zetten op. Ja, op wat? Dit alles verwee Kagge met zijn eigen ervaringen op weg naar de geogra sche noordpool. Ten slotte schetst hij een triest beeld van het heden, van de voorbereidingen om na het aanstaande smelten van het ijs de regio meteen tot een commercieel en strategisch wingewest te kunnen maken. De globe die Kagge aan een kleinkind zal geven, zal er anders uitzien dan de globe die hij ooit zelf kreeg. [Frank Husslage]


De Noordpool
Erling Kagge
Vertaling Maud Jenje De Bezige Bij (2025), debezigebij.nl
ISBN 9789403136165
€39,99, e-book €19,99

Cairn is de Schots-Keltische benaming voor een steenhoop, maar ook de titel van een nieuwe klimgame. Een computerspel is al lang niet meer een leuk vormgegeven veldje waar je je een weg doorheen moet schieten. Cairn voelt eerder als een interactieve berglm, met een sterke visuele stijl en een verhaal dat zich langzaam ontvouwt terwijl je hoger komt. Precisie en besluitvorming staan centraal: je leest de wand, kiest je lijn en plaatst elke hand en voet bewust, alsof je zelf op de rots staat. Je kunt daarbij verschillende stijlen kiezen, van solo tot meer alpien. Verkrijgbaar voor Play-

Station 5 en Windows, vanaf €29,99 via store.steampowered.com en playstation.com. [Florian van Olden]

Winter-expeditieklimmen is zo ongeveer uitgevonden in Polen. Met Krzysztof Wielicki voorop ontsnapten dappere, door armoede geharde Poolse klimmers aan het juk van het communisme. Oud-expeditieklimmer Wielicki wordt geïnterviewd door Jost Kobusch in zijn serie Everest in Winter: The Impossible Solo. Sla vooral de beschrijving onder het lmpje over, die door AI lijkt te zijn gegenereerd, en geniet van de klassieke beelden die voorbijkomen. ‘Winterklimmen is voor vechters’, aldus Wielicki. Bekijk het interview via de QR-code of via l.ead.me/wielicki. [Florian van Olden]

Hier. is volgens de Vlaamse uitgever een poëtisch bergenboek voor alle lee ijden. Die kwali catie gaat zeker op voor de sfeervolle illustraties, die Severeyns maakte met monotype-druktechniek en aquarel. Ze geven een mooi beeld van de grootsheid van de bergen en zijn aantrekkelijk voor jong en oud.
De poëtische teksten van Ang daarentegen zijn voor jonge kinderen soms te
abstract. Dat hoe geen bezwaar te zijn: een goede voorlezer kan de tekst moeiteloos aanpassen en ‘vertalen’ naar een eenvoudiger verhaal, waarbij de illustraties houvast bieden en het gesprek stimuleren.
Hier. is daarmee minder een boek om snel voor te lezen en meer een boek om rustig samen van te genieten. [Jody Hagenbeek]


Hier. Winny Ang (auteur) en Charlotte Severeyns (illustrator) De Eenhoorn (2025), eenhoorn.be
ISBN 9789462918801, €19,95

Meer dan ooit realiseren we ons hoeveel invloed goede voeding op onze gezondheid hee . Dat geldt zeker ook voor sporters die proberen te eten op een manier die optimaal bijdraagt aan hun sportieve prestaties. In een tijd waarin sociale media ons de ene na de andere dieethype voorschotelen is het fijn om Eat to Climb, een ouderwets boek, in handen te hebben. Het zet alles rond voeding op een rij en legt daarbij de focus op de behoefte van (sport)klimmers. De hoofdstukken behandelen bijvoorbeeld koolhydraten, eiwitten, vetten, hydratering, supplementen, eten


onderweg, de vrouwelijke klimmer en gewichtsverlies.
Elk hoofdstuk wordt gevolgd door een kort ervaringsverhaal met mooie foto’s van een topklimmer, dat op de inhoud van het hoofdstuk aansluit. Verhalen van veteranen als Ben Moon en Lynn Hill, maar ook van jonge toppers als Aidan Roberts en Kai Lightner. Met name daardoor wint het boek aan waarde. Verder is het vooral een degelijk en actueel boek, dat wars is van de hypes waarmee dit onderwerp zo vaak wordt geassocieerd. Natuurlijk: ook het keto-dieet komt langs, maar het wordt snel duidelijk dat de schrijver adviezen gee die worden gesteund door heel veel onderzoek. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor het hoofdstuk over supplementen. Wie meer wil leren kan dan ook terugvallen op een uitgebreide lijst met literatuurverwijzingen. Al met al een prettig leesbaar boek, dat ook geschikt is als naslagwerk. [Ico Kloppenburg]
Eat to Climb: Nutrition for Climbers Mina Leslie-Wujastyk Vertebrate Publishing (2025), adventurebooks.com
ISBN 9781839812729, €31,49
Het atelier van Rob Regeer is buiten, in de natuur. Daar haalt de Amsterdamse kunstenaar zijn inspiratie vandaan. Hij hee zijn meest recente projecten gebundeld in een boek, dat de uitnodigende titel Walk With Me kreeg. Je loopt in het boek mee met Regeer, zoals hij jaarlijks door de bergen struint met een vriend of met zijn dochter. Eerder was in Hoogtelijn 2 van 2023 al zijn omvangrijke project over de
Kellerjochhütte te zien, gemaakt in coronatijd. In zijn vroegere werken waren vaak oorlogstuig, bodybags en pistolen te zien, als reactie op en protest tegen de Golfoorlog. Nu is de natuur zijn inspiratie. Indrukwekkende blauwtinten in de schilderijen die hij in de Pyreneeën maakte bij Lac de Gaube, de Matterhorn in diverse kleurstellingen en oneindige velden met alpenroosjes.





Helemaal AI-gestuurd is de Lattice Training-app niet. Wel zet het bedrijf nu een duidelijke stap richting datagedreven trainen met Lattice Plan: algoritmes passen je schema aan wanneer je trainingen anders lopen dan gepland of wanneer extra herstel nodig lijkt. Voor klimmers die doelgericht aan kracht en belastbaarheid willen werken is dat een interessante ontwikkeling, al zijn de eerste reacties op forums gemengd en klinkt er ook twijfel over de mate van echte personalisatie. Lattice reageerde zelf opvallend open op de kritiek en benadrukte dat dit pas de eerste versie is. Met aangekondigde updates, zoals meer persoonlijke voorkeuren en geïntegreerde tests, wil Lattice de komende tijd laten zien dat de app zich verder kan ontwikkelen tot een flexibel trainingsplatform. Iets om in de gaten te houden. Wil je het zelf testen?
Je kunt de app zeven dagen gratis uitproberen: latticetraining.com/latticeplan. [Florian van Olden]
Recent schilderde Regeer in Italië geheimzinnige bossen met vuurvliegjes, evenals een serie arctische bergen waar de kou vanaf straalt. Ik kan niet wachten totdat Regeer de wandelschoenen weer aantrekt. [Peter Daalder]
Walk With Me, Rob Regeer Van Spijk Kunstboeken (2025), vanspijk.com
ISBN 9789062168781, €29,50


Schrijver, kunstenaar en bergsporter
nadenken mee.

Bergbeklimmers die elkaar in de haren vliegen omdat ze het oneens zijn, die elkaar achterlaten op de top, zelfs een touw moeten doorsnijden waaraan de ander bungelt. De sociale kant van bergverhalen gaat niet altijd over rozen en levert genoeg voer op voor populaire boeken en films. Minder vaak gaat het over hoe vriendschappen juist opbloeien en doorgroeien; over hoe sociale banden in de bergen juist vaak een verdieping doormaken.
Ik doe daar zelf aan mee. In mijn eigen boek Berghonger bejubel ik vooral het solo bergwandelen. Tegelijkertijd herinner ik me ook momenten van sociale verbinding in de bergen met een opvallende scherpte en levendigheid. Dat zit hem juist in het feit dat in de bergen zelden alles van een leien dakje gaat.
Hoe vaak bots je met vrienden op zeeniveau?
Er moeten rottige beslissingen genomen worden. Misschien komt er slecht weer aan, misschien is de een minder ervaren dan de ander en doet diegene iets doms. Misschien wil de een per se verder en de ander niet.
Het sociale leven in de bergen is vaak roerig, soms ongemakkelijk. Alle bergliefhebbers worden op hun eigen manier uitgedaagd, zij het door hoogtevrees of honger of beperkte fitheid of wat anders. En dus zijn spanningen, kleine conflicten en beslismomenten onvermijdelijk. Ik zou daar aan willen toevoegen: en enorm waardevol.
Want eerlijk, hoe vaak bots je nu werkelijk – heel hard of zachtjes – met vrienden op zeeniveau? Hoe vaak moet je echt samen ergens uitkomen in plaats van te denken: oei, ik zou het niet zo aanpakken als Miep, maar ik hoop maar dat het goedkomt met haar. Eerlijke feedback die bij de ander een beetje pijn doet is moeilijk te geven, en te ontvangen. We gaan het, begrijpelijkerwijs, vaak uit de weg. Alleen als de stront echt aan de knikker is (of Miep
écht domme dingen doet) spreken we ons uit. De impliciete sociale norm is er toch een van fluwelen handschoenen.
Hoe anders is die norm in de bergen. Je hoort je namelijk uit te spreken als daar reden voor is. Je hoort irritaties bespreekbaar te maken, omdat je met die ander zit opgescheept en het anders escaleert. Ik kreeg eens goed de wind van voren van een vriendin tijdens een toerskitripje. Ik schrok, was beduusd, en ja, ook wat gekrenkt. Maar ze had gewoon gelijk en ik incasseerde de uitbrander. Ook zij schrok, want ze wilde niet uithalen, maar het was nodig, en ook goed. We daalden af; in het dal was er chocolademelk. Onze vriendschap verschrompelde niet, maar groeide juist dankzij de frictie van die dag.
Soms denk ik: kwamen we op zeeniveau maar wat vaker gletsjerspleten of lawinegevaren tegen waar we samen iets mee aan moesten.
Hoogtelijn 3-2026 verschijnt 1 juli 2026





Klimmen bij de buren
Göttinger Wald

Hoogtelijn

Junior Huttentocht met Robin (8)


Hoogtelijn is het o ciële tijdschri van de Koninklijke Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging (NKBV). Het verschijnt vier keer per jaar. De redactie staat open voor bijdragen van leden en derden waarbij de redactie het recht hee , zonder opgave van redenen, de bijdragen niet te plaatsen. Het al dan niet op verzoek van de redactie aanbieden van artikelen aan Hoogtelijn impliceert toestemming voor openbaarmaking en verveelvoudiging ten behoeve van de elektronische ontsluiting van Hoogtelijn. Overname van (delen uit) artikelen is alleen toegestaan na schri elijke toestemming van de redactie van Hoogtelijn
Redactie
Peter Daalder (hoofdredacteur)
Marjolein Wols (eindredacteur)
Marusja Aangeenbrug, Berend Berlijn, Rinske Brand, Lineke Eerdmans, Frank Husslage, Marieke van Kessel, Ico Kloppenburg, Akke van der Meer, Florian van Olden
Correctie
Suzan van der Burg, Jody Hagenbeek, Dim van den Heuvel, Christine Tamminga, Peter Uijt de Haag
Redactieadres
NKBV, t.a.v. Hoogtelijn
Postbus 225, 3440 AE Woerden 0348-409521, hoogtelijn@nkbv.nl
Advertentie-exploitatie
Sander Oostlander
0348-409521, sander.oostlander@nkbv.nl
In
de schaduw
De Mawenzi


Zes toppen Dômes de Miage


Productie en vormgeving
Studio ManagementMedia, Hilversum
Anita Baljet
Druk
Senefelder Misset, Doetinchem Oplage: 47.800
ISSN: 1387-862X
Los abonnement
Niet-leden kunnen zich abonneren op Hoogtelijn voor €38,50 per jaar. Kijk op nkbvwebshop.nl.
Opzeggen lidmaatschap
Het NKBV-lidmaatschap loopt per kalenderjaar. Wil je je lidmaatschap voor volgend jaar beëindigen? Doe dat dan vóór 1 november op mijnnkbv.nl. Je ontvangt dan per e-mail een bevestiging van je opzegging. Na 1 november wordt je lidmaatschap automatisch verlengd voor het volgende kalenderjaar.

























