Hoogtelijn 1 / 2026

Page 1


Waar jouw avontuur begint

Bergsportdag

FOTOREPORTAGE

Huttentocht op toerski’s in Ticino

GROSSARLTAL

Wandelen in het domein van de koeien

TUSSEN DE KAMELEN Alpiene highline op de Furkapass

BEN JIJ NKBV-LID?

Ontvang altijd 10% voordeel bij Bever.

Meld je aan en profiteer van alle Buitenvriend-voordelen:

Altijd 10% korting als NKBV-lid

Terugkoopgarantie

Scan en regel het in één minuut

2x per jaar 20% korting

Extra services

ACTUEEL

8 Op de hoogte

12 Sportklimnieuws

14 Een smeltende halve marathon

102 Gespot

NKBV

7 Van het bestuur

98 NKBV voor jou

THEMA: BERGSPORTDAG

24 Maak kennis met de hoofdsprekers

28 Grossarltal: Het domein van de koeien

34 Highline op de Furkapass

38 Expeditie Academie in India

44 Zelfverzekerd de rots op

50 De aantrekkingskracht van de snelste zijn

THEMA: WINTER

74 Korte dagen, lange tochten

76 Toerskiën in de Urner Alpen

80 Tsjechisch langlaufparadijs

84 Overnachten in een iglo

90 Fotoreportage uit Ticino

EN VERDER

20 Depot: Geheimen van het ijs

58 Interview Bart van Raaij

64 Anders dan gedacht

65 Op de bok: Gornergrat Bahn

66 Uitvalsbasis Obergurgl

72 Markt & materiaal

94 Klimmen bij de buren

95 Mijn verhaal

96 Naar een hut: Bettelwur ütte

105 Ten slotte

106 Vooruitblik

Kijk voor meer informatie op nkbv.nl of volg de NKBV op Facebook en Instagram.

BERGSPORTDAG & WINTER

Extra dik en twee thema’s. De Hoogtelijn die voor je ligt zit boordevol verhalen. Skiërs en sneeuwschoenwandelaars nemen je mee naar de besneeuwde Alpen. Wie liever vooruitkijkt, krijgt een voorproe e van de Bergsportdag.

ALPIENE HIGHLINE

Tussen de Kamelen

EXPEDITIE ACADEMIE

Indiase Himalaya

IGLOKAMP Winterkamperen

Passie

De oplettende lezer hee gevoeld of wellicht gezien dat deze Hoogtelijn net iets anders is dan het vorige nummer. Hoe dat precies zit mag ik uitleggen op pagina 98 van dit nummer.

MARKT & MATERIAAL

Bord- en kaartspellen

Dwars door de Pyreneeën

INTERVIEW

Bart van Raaij

Eén keer wil ik het hier hebben over onszelf, over de redactie die veel tijd, energie, kennis en niet te vergeten passie stopt in Hoogtelijn. Er zitten nu elf mensen in de redactie. Marjolein Wols is onze eindredacteur en als enige in dienst van de NKBV. Zij werkt vanuit Woerden en hee contact met auteurs over een aantrekkelijke tekst, goed beeldmateriaal, ze overlegt met de vormgever en is verantwoordelijk voor de productie.

Daarnaast hee de redactie tien vrijwilligers, van jong tot oud, van wandelaar tot alpinist, van boulderaar tot skyrunner, van zomergast tot wintersporter, evenveel vrouwen als mannen, ervaren redacteuren en nieuwkomers. Zij denken na over de inhoud van Hoogtelijn en verzorgen een deel daarvan. De overige artikelen en bijdragen worden grotendeels geleverd door leden van de vereniging. We hebben ook nog vijf vrijwilligers die als corrector meewerken om de tekst foutloos te houden. Alle namen zijn te vinden in het colofon op pagina 106.

We beginnen 2026 met een nummer waarin zowel de Bergsportdag als de winter aan bod komt. Nummer 2 hee Scandinavië als thema en nummer 3 hee een veelheid aan artikelen over zomeractiviteiten in de bergen. Nummer 4 staat in het teken van geologie.

In dit eerste enigszins vernieuwde nummer gaan we onder andere op wintersport in een iglo, laten we topsport zien van een trailrunner in de Pyreneeën, komen jonge alpinisten aan het woord na hun expeditie in India, vertelt een bleausard over zijn passie en kijken we terug naar het Jaar van het gletsjerbehoud.

Veel lees- en kijkplezier!

Peter Daalder

Hoofdredacteur peter.daalder@hoogtelijn.nl

Op de cover: Met een foto- en videograaf reizen de klimmers naar IJsland, op zoek naar spectaculaire routes en beelden. Die vinden ze in deze ijsgrot, waar Dani Arnold beheerst zijn bijlen in het heldere ijs slaat. Maak kennis met deze hoofdspreker van de Bergsportdag 2026 op pagina 26. Foto: Thomas Monsorno

Jouw Ticino

Jouw weg omhoog, jouw Alpen

Dé tip voor klimmers in Zwitserland: verborgen klimparadijsjes en via ferrata’s met uitzicht op het Lago Maggiore of het Lago Lugano. Hier vind je avontuur én Italiaanse charme in één. www.nkbv.nl/ticino

De rust van de winter

De winter is aangebroken. Buiten wordt het stiller, kouder en soms zelfs wit. Voor velen van ons is dit het seizoen om even op adem te komen. Een periode van reflectie: op zomerse bergtochten, op bedwongen klimroutes en op vriendschappen die zijn verdiept in berghutten en op rotswanden. De herinneringen aan zonovergoten bergpassen en frisse ochtenden in de tent zijn nog vers. Ze verdienen het om gekoesterd te worden.

Zelf kijk ik met veel plezier terug op een bijzondere bergvakantie met mijn 73-jarige moeder. Ik leerde haar hoe je kunt bergwandelen; zij leerde mij hoe je bergen schildert. Samen genoten we van de natuur en elkaars gezelschap.

Voor veel leden is de winter ook een tijd van dromen. Terwijl de regen valt of de sneeuw zich opstapelt, maken we plannen. We bladeren door kaarten, boeken en websites, op zoek naar nieuwe routes, onbekende toppen en uitdagende klimgebieden. De voorpret van een volgende zomer begint hier – in de rust van de winter.

Voor onze wedstrijdsporters is de winter juist het seizoen van actie. Terwijl anderen plannen maken, staan zij in de hal, op het ijs of in de bergen. We hebben een veelzijdige groep atleten: sportklimmers, boulderaars, ijsklimmers, toerskiërs, skyrunners en paraklimmers – allemaal met hun eigen doelen.

Komend jaar staan er weer prachtige evenementen op de kalender. Een paar hoogtepunten:

• Het Wereldjeugdkampioenschap IJsklimmen, 29-31 januari in Liechtenstein

• Het K2: Open BK-NK Boulder 2026, 7-8 februari in Antwerpen

• De Paraclimbing World Cup in Innsbruck, 15-16 juni

• Het Wereldjeugdkampioenschap Boulder, Lead en Speed, 18-25 juli in Arco

• Het WK Skyrunning, 18-20 september op La Gomera

Deze en alle nationale wedstrijden vind je terug in de wedstrijdkalender op onze website. Kom je een keer kijken?

En deze winter is bovendien historisch. Voor het eerst kunnen we een van onze bergsporten terugzien op de Olympische Winterspelen: toerskiën – internationaal bekend als ski mountaineering – maakt zijn debuut in Milaan-Cortina 2026. Daarmee is de NKBV de eerste Nederlandse sportbond met sporten op zowel de Zomer- als de Winterspelen. Een mijlpaal die laat zien hoe veelzijdig en levendig onze bergsportgemeenschap is.

Voor het eerst zien we een van onze bergsporten op de Winterspelen

Als NKBV-leden delen we een passie voor klim- en bergsport, in al hun vormen. Of je nu een ervaren alpinist bent, een wedstrijdklimmer, of net je eerste huttentocht hebt gelopen: de bergen en rotsen verbinden ons. Laten we deze winter gebruiken om te reflecteren, te leren en vooral: om te blijven dromen.

Veel leesplezier met deze wintereditie van Hoogtelijn, vol inspiratie, verhalen en ideeën voor een nieuw bergsportjaar.

bestuur@nkbv.nl

We leren elkaar wandelen en schilderen
Partners van de NKBV:

op de hoogte

De Italiaanse alpinist Simone Moro is in Nepal getroffen door een hartaanval. Hij werd onwel na terugkeer van een beklimming van de Mera Peak (6476 meter). Samen met Nima Rinji Sherpa beklom hij deze eenvoudige berg ter voorbereiding op zijn zevende poging tot een winterbeklimming in alpiene stijl van de Manaslu (8163 meter). Moro is per helikopter naar een ziekenhuis in Kathmandu gebracht en inmiddels goed hersteld.

De International Federation of Sport Climbing heeft haar naam veranderd in World Climbing, verpakt in een nieuwe visuele identiteit. Volgens de organisatie weerspiegelt deze wijziging de snelle wereldwijde groei van de klimsport en de diversiteit in de klimgemeenschap.

In de vorige editie van Hoogtelijn meldden we dat de Nederlanders Alexander Sternfeld en Bas Mulder op de longlist stonden van de uitverkiezing van de prestigieuze Piolets d’Or. Helaas vielen zij uiteindelijk niet in de prijzen. De Gouden Pickels van 2025 voor meest aansprekende alpiene prestaties gingen naar beklimmingen van nieuwe routes op Kaqur Kangri (6859 meter) in Nepal, Gasherbrum III (7952 meter) en Yashkuk Sar (6667 meter), beide in de Pakistaanse Karakoram. Voor het eerst was er ook een speciale vermelding voor een expeditie van een vrouwenteam, de eerstbeklimming van de Lalung I (6243 meter) in de Indiase Himalaya. Deze speciale vermelding is bedoeld om internationaal het vrouwelijke alpinisme te promoten.

Het jodelen is in december op de lijst van immaterieel cultureel erfgoed van UNESCO gezet. De motivatie bij de Zwitserse inzending: ‘Jodelen is een krachtige expressie van identiteit en verbindt mensen cultureel.’ Deze zangtraditie zou al in de vierde eeuw zijn ontstaan bij herders die zo met elkaar communiceerden over de verre alpenweides.

Bestuurswissel: welkom Caroline van Lindert

Een wijziging in het NKBV-bestuur. Na drie jaar geeft Andrea Loerts het stokje door aan Caroline van Lindert. Als kind werd Caroline al gegrepen door de bergen tijdens wandelvakanties met haar ouders en broers. Opeenvolgende studies (vrijetijdsmanagement en culturele antropologie) brachten haar in contact met verschillende studenten alpenclubs. ‘Dat leverde een brede vriendengroep van klimmers, alpinisten en bergliefhebbers op,’ vertelt Caroline. ‘Met hen onderneem ik nog regelmatig activiteiten. Alhoewel ik nu niet meer als alpinist actief ben en ook het sportklimmen op een laag pitje staat, geldt voor mij zeker: een jaar niet in de bergen geweest, is een jaar niet geleefd.’

Als algemeen bestuurslid neemt Caroline de portefeuilles duurzaamheid en inclusiviteit over van Andrea. Vooral dat laatste heeft haar bijzondere interesse. Caroline is senior onderzoeker bij het Mulier Insti-

tuut, vooral gespecialiseerd in inclusiviteit in de sport en de gehandicaptensport. ‘Ik hou me dagelijks bezig met de vraag hoe de sport een inclusievere omgeving kan zijn voor mensen met diverse achtergronden. Ik heb ongelofelijk veel zin om mijn steentje bij te dragen aan het realiseren van een inclusieve vereniging, waarin iedereen zichzelf kan zijn.’

Zuinig zijn met ons klimaatgeheugen

IJskappen geven een uniek kijkje in ons verleden, omdat zij in honderden jaren zijn aangegroeid en in die tijd talloze sporen uit onze vroege leefwereld hebben opgeslagen, van luchtbellen (de atmosfeer) en stofdeeltjes tot pollen en zelfs bacteriën. Maar door klimaatverandering smelten de ijskappen en dreigen deze natuurlijke archieven te verdwijnen.

Onlangs reisde een team van wetenschappers af naar het Pamirgebergte in Tadzjikistan om dit ‘klimaatgeheugen’ veilig te stellen. Zij boorden op 5800 meter hoogte door de Kon Chukurbashi ijskap, totdat zij 105 meter diep de rotsige ondergrond raakten. De ijsstaven die dat opleverde zullen onder meer naar Antarctica verscheept worden. Daar is onlangs het Ice Memory Sanctuary geopend, waar ook monsters van andere ijskappen naartoe gaan. Bij vijftig graden Celsius onder nul blijft het klimaatgeheugen hier bewaard voor toekomstige generaties.

Onder redactie van Berend Berlijn
Caroline van Lindert
Het Ice Memory Sanctuary op Antarctica

Winterraum Stüdlhütte vernield

Van maart tot mei staan de huttenwaarden van de Stüdlhütte (2802 meter) klaar om gasten te ontvangen. Toerskiërs en andere wintersporters die buiten dat seizoen in de hut aan de voet van de Großglockner willen overnachten, zullen op zoek moeten naar een alternatief. Het winterraum van de hut blijft ook deze winter dicht. Vier jaar geleden beschadigde een explosie het dak van de ruimte, nadat een gast een open vuur had gemaakt. Door geldgebrek was de renovatie van het winterraum nog niet afgerond toen deze afgelopen najaar ten prooi viel aan vandalisten. Een raam werd ingeslagen, er werden bergen afval achtergelaten, de elektra werd vernield en een deur werd ontwricht. De onbruikbare ruimte blijft voorlopig dus gesloten. De DAV-sektion München & Oberland, die de hut beheert, wil met behulp van donaties opnieuw beginnen aan de renovatie.

Ook voor nationaal park Yosemite, een geliefde klimbestemming, gaan buitenlandse toeristen meer betalen

De Amerikaanse natuur wordt duurder betaald

Als we als Nederlanders de Amerikaanse natuur willen opzoeken, moeten we vanaf dit jaar dieper in de portemonnee tasten. Buitenlandse toeristen die nationale parken als de Grand Canyon, Yosemite en Yellowstone willen bezoeken, betalen nu aan de poort minstens honderd dollar extra. Dit is het gevolg

van zware bezuinigingen op de National Park Service en een decreet van president Donald Trump om in de tarieven een duidelijk onderscheid te maken tussen Amerikanen en buitenlanders. Voor Amerikanen blijven de toegangsprijzen gelijk. Dit onder de noemer ‘American families first’.

en Passant

Lichtgewicht

Rechtstreeks uit de nachttrein liepen we van Airolo naar Capanna Cristallina. Waar wij ons in het winterraum van die hut toen veilig waanden voor de talrijke lawines, werd het complete gebouw jaren later door juist zo’n sneeuwstroom weggevaagd. Laat in de middag meldde een derde bezoeker zich. Eufemistisch uitgedrukt was deze geen spraakwaterval. Niet alleen zijn spraak, maar ook zijn uitrusting leek strikt minimalistisch. Zijn postzegelrugzakje herbergde een uitgeknipt stuk landkaart ter oriëntatie, een miniem kaarsje ter verlichting en een zakmes van nog geen vijf centimeter dat me eerder aan een kermisprijsje deed denken dan aan functioneel gereedschap. Maar ook, iets minder minimalistisch, minstens een kilo aardappelen, winterwortel en uien, die met dat mesje kundig tot een heerlijk ruikende hutspot verwerkt werden. [Frank Husslage]

Heb je ook een leuk bergverhaal? Mail je anekdote van 120 woorden naar hoogtelijn@nkbv.nl o.v.v. En Passant.

Illustratie Toon Hezemans
Foto Melgna/Wikimedia Commons

op de hoogte

Vermiste klimmer na 31 jaar gevonden

In 1994 vertrokken twee Zwitserse vrienden naar de Ober Gabelhorn (4063 meter) in Wallis om de noordwand te beklimmen. Het noodlot sloeg toe en de twee keerden niet terug. Het duurde tot 2000 voordat een van hen werd teruggevonden en zelfs tot 2025 voordat ook de tweede klimmer gelokaliseerd werd. De klimmers die zijn lichaam aantroffen in de gletsjer op de berg belden de politie, die het lichaam en de persoonlijke spullen die daarbij werden gevonden per helikopter veiligstelde. Onderzoek van het openbaar ministerie wees vervolgens uit dat het inderdaad ging om de man die 31 jaar geleden vermist raakte.

Met de trein of auto naar Oostenrijk?

Het was al niet moeilijk om per trein naar de Oostenrijkse bergen te reizen, maar deze winter wordt het aanbod nog breder. Het Duitse Urlaubs-Express biedt in de Nederlandse voorjaarsvakantie vanaf Amsterdam, Utrecht, ’s-Hertogenbosch, Eindhoven en Venlo een directe nachttrein aan naar wintersportbestemmingen Jenbach, Innsbruck, Ötztal, Landeck, St. Anton, Zell am See, Kitzbühel, St. Johann im Pongau en Schladming.

Ook voor bergsporters die per auto naar het Alpenland reizen verandert er iets: het vignet voor de Oostenrijkse wegen bestaat sinds 1 december niet meer als sticker die je op de autoruit plakt, maar enkel nog digitaal. Makkelijker om te regelen, maar ook om te vergeten. Bereid je reis dus goed voor.

Na een stuk lopen gaan de ski’s weer aan voor de laatste klim op het NK Skimo Sprint

Een sprintje trekken in Landgraaf

Op 21 november 2025 beleefde Nederland een primeur. In SnowWorld Landgraaf werd de eerste editie gehouden van het NK Skimo (skimountaineering) in de discipline sprint. In het kort: wie kan het snelst op ski’s (met stijgvellen) naar boven lopen en weer naar beneden skiën, terwijl er tussendoor gewisseld moet worden van skiën naar lopen met de ski’s op de rug? Zo’n sprintwedstrijd wordt in slechts enkele minuten beslist. Er stonden elf gemotiveerde deelnemers aan de start. Bij de vrouwen won Nienke Oostra, lid van de nationale skimoselectie, met een tijd van 2:29,06. Bij de mannen trok Rogier Wouters aan het langste eind met 2:13,69. De skimo sprint debuteert bij de komende Olympische Winterspelen in Italië. Geen enkele Nederlandse atleet heeft zich hiervoor geplaatst.

Dinosauruskudde in de Alpen

Fotograaf Elio Della Ferrera wilde herten en gieren vastleggen in nationaal park Stelvio in de Italiaanse Alpen, maar vond iets veel uitzonderlijkers. Hij stuitte op een rotswand vol sporen van dinosaurussen. Op de Passo di Fraele troffen paleontologen daarop duizenden sporen aan, verspreid over 5 kilometer, de grootste vindplaats in de Alpen. De voetafdrukken zijn tot 40 centimeter breed en waarschijnlijk afkomstig van Prosauropoden, herbivoren met lange nekken. De rotsen met de afdrukken staan nu verticaal, maar maakte 210 miljoen jaar geleden, aan het einde van het Trias, deel uit van wadplaten. De veelheid aan sporen die de dinosaurussen in de zachte ondergrond achterlieten toont aan dat de dieren zich in kuddes verplaatsten.

Foto Museo di Storia di Milano
210 miljoen jaar oude dinosaurussporen in de Alpen
Foto
Tim van der Linden

Het gouden kruis op 2962 meter markeert de top van de Zugspitze

Opknapbeurt voor topkruis Zugspitze

Op de grens tussen Duitsland en Oostenrijk blinkt het topkruis van de Zugspitze (2962 meter) weer. De kolos van 4,8 meter hoog en 300 kilogram zwaar werd met een helikopter teruggeplaatst nadat hij in het dal is opgeknapt. De laatste jaren had het kruis erg te lijden onder de vele stickers die erop geplakt werden. De lijm tastte het metaal aan. Alle stickers zijn nu verwijderd en het kruis werd opnieuw verguld. Een speciale beschermfolie die stickerlijm afstoot en een waarschuwingsbord moeten voorkomen dat toeristen het monumentale kruis opnieuw volplakken. Hopelijk kan het gouden kruis zo komende zomer stickervrij zijn 175ste verjaardag vieren.

Tour de France etappe onder vuur door natuurliefhebbers

Dat in de Tour de France van 2026 de Col de Sarenne is opgenomen, heeft wenkbrauwen doen fronsen. Deze bergpas ligt in de bufferzone van nationaal park Les Écrins. En juist als het peloton in juli hier in de koninginnenrit omhoog ploetert – luid toegejuicht door ongetwijfeld een grote menigte wielerliefhebbers – broeden er onder meer korhoenders, steenpatrijzen en bedreigde hoendervogels. Als protest is er een petitie gestart die duizenden keren werd ondertekend. In 2013 ging de Tour de France ook al over de Col de Sarenne. Ook toen is er een petitie opgesteld die 12.000 keer werd ondertekend. Tevergeefs. De natuur legde het af tegen de sport.

De geplande etappe over de Col de Sarenne (het voorlaatste punt) naar de Alpe d’Huez

Klimanalyses uit de Himalaya

Wat zijn de gevaarlijkste toppen?

En welke juist de veiligste? Deze en veel meer antwoorden staan in Himalaya by Numbers: A Statistical Analysis of Mountaineerng in the Nepal Himalaya, 1950-2024. De derde editie van het e-book van Richard Salisbury, Elizabeth Hawley en Billi Bierling is recent verschenen en bekijkt de bergsport op een analytische wijze. De makers van

In memoriam: Hanneke Moerman-van der Til

Op 21 november overleed op 81-jarige leeftijd Lid van Verdienste Hanneke Moerman-van der Til. Hanneke verwierf binnen de vereniging landelijke bekendheid, doordat zij veertig jaar lang de NKBVbibliotheek in Paterswolde beheerde.

The Himalayan Database verzamelen sinds 1963 informatie over beklimmingen in de Nepalese Himalaya en beschikken over een uitgebreide dataset. Die veelheid aan gegevens maakt het mogelijk om diverse analyses te maken, van de klimstijlen tot de leeftijden van klimmers. Het onderzoek is als e-book gratis te raadplegen op himalayandatabase.com.

Ondanks de bijna dagtaak die het verenigingsleven al was, wijdde Hanneke zich tien jaar geleden aan een nieuw project. Doordat er bij

Hanneke had een groot NKBV-hart. Tijdens haar vijftigjarige lidmaatschap bekleedde zij diverse functies binnen de vereniging. Bijna vanzelfsprekend was zij voorzitter van de bibliotheekcommissie, maar daarnaast was zij ook twintig jaar kliminstructeur bij Regio Noord en penningmeester van de regio.

de Groninger Studenten Alpen Club (GSAC) in vijf jaar tijd drie dodelijke ongevallen te betreuren vielen, werd het project ‘Risk and Fun’ gestart. Op drie niveaus (C1, C2 en C3) werden studenten van de GSAC gecoacht en begeleid bij het veilig beoefenen van hun sport. Hanneke zag haar missie slagen: in die tien jaar zijn er geen noodlottige ongelukken meer geweest.

Foto
Hanneke Moerman-van der Til Foto
Klaas Moerman

Sportklimnieuws

9A+ boulder voorgesteld

De Italiaan Elias Iagnemma hee een langlopend project geklommen en gaf het de naam Exodia. Bijzonder is dat hij 9A+ voorstelt als waardering voor deze boulder. Daarmee is het bijna tien jaar na Burden of Dreams (9A) voor het eerst dat weer een waardering wordt voorgesteld die hoger is dan de schaal nu strekt. Pas wanneer andere boulderaars de route uitproberen, zal duidelijk worden of dit inderdaad de moeilijkste boulder ter wereld is. Wie wil kijken of de waardering terecht is kan afreizen naar Val Pellice in Italië.

Timon Vos klimt eerste 9a

In de laatste dagen van 2025 slaagde Timon Vos erin met het klimmen van Estado Crítico (Siurana, Spanje) zijn eerste 9a te noteren. Deze lange route werd bekend doordat Alex Megos hem in 2013 onsight wist te klimmen. Met deze prestatie schaart Timon zich in een select groepje Nederlandse klimmers.

Lynn van der Meer na haar top onderaan Goofy

Lynn van der Meer klimt 8c+

Tijdens een vakantie in Leonidio, Griekenland, kon topklimmer Lynn van der Meer het toch niet laten om een 8c+ in te stappen. Gewoon om te kijken of ze de passen zou kunnen maken. En dat kon ze! Na een aantal pogingen verdeeld over drie dagen topte ze de route, Goofy genaamd, en verlegde ze zo weer een grens. Nooit eerder klom een Nederlandse vrouw dit niveau.

Jaden Tjon in actie tijdens de nale van de UIAA Ice Climbing Continental Cup in Utrecht

IJsklimseizoen van start

Het wedstrijdseizoen voor de Nederlandse ijsklimmers is van start met goede prestaties. Marianne van der Steen is in vorm en won zowel de Continental Cup in Bern als in Utrecht. Bij die laatste met een top met nog minder dan vijf seconden op de klok. Ook haar teamgenoot Jaden Tjon toonde zich sterk. In Utrecht won zij in haar eigen categorie (U20) en werd ze

De wedstrijdsport wordt ondersteund door

vijfde in de nale voor de volwassenen. De Continental Cup in Utrecht was tevens het decor voor het Nederlands kampioenschap. Bij de mannen gingen Dennis van Hoek, Casper Kilsdonk en Dick Kuijper er respectievelijk met goud, zilver en brons vandoor. Bij de vrouwen eindige Elin van der Lee als derde, na Jaden en Marianne.

Nieuw:

Pro Climbing League

Op 28 februari gaat in Londen een nieuwe wedstrijd, met nieuw format van start. In de Pro Climbing League zullen zestien topboulderaars, waaronder de Olympische kampioenen Janja Garnbret en Toby Roberts, het tegen elkaar opnemen in één-op-één duels. Twee atleten klimmen een identieke boulder in een knock-out systeem. Het is een initiatief van Red Bull en wordt dus ook uitgezonden op het kanaal van de sponsor.

Recti catie

Abusievelijk hebben we Christiane Luttikhuizen in Hoogtelijn 5 van 2025 tekortgedaan: zij hee niet twee keer een World Cup gewonnen, maar drie keer!

vraag & antwoord

Nieuw trainingscentrum voor topsport

‘Door

het NTC kunnen we specifieker trainen’

Bondscoach lead Aukje van Weert kan niet wachten totdat de nationale sportklimselecties gebruik kunnen maken van het gloednieuwe Nationaal Trainingscentrum (NTC) in Nieuwegein, gehuisvest in de nieuwe hal van Mountain Network. ‘Door de verschillende disciplines te bundelen in combinatie met hoogwaardige faciliteiten, stuw je elkaar vanzelf omhoog. Met de energie die dan ontstaat, geloof ik dat we het Olympische niveau gaan aantikken.’

Hoe is de topsport nu georganiseerd?

‘De Nederlandse teams voor lead en boulder, jeugd en senioren, trainen verspreid over drie hallen in Amsterdam, Del en Utrecht. Alle lof voor de welwillendheid van die locaties, maar dat zijn gewone, commerciële hallen, uitgerust voor de recreant. Daar kunnen we moeilijk de routes bouwen die ons uitdagen, laat staan dat ze aan de internationale maatstaven voldoen. Die versnippering leidt ook tot eilandjes. We moeten als bondscoaches, trainers en sporters altijd pendelen tussen locaties.’

Centraal trainen levert dus voordeel op?

‘Je wordt beter door van elkaar te leren. Zeker als je op een centrale plek aan de slag kunt gaan met een grote groep getalenteerde topsporters die allemaal het uiterste van zichzelf willen vragen.’

Tekst Berend Berlijn Beeld Zout Fotogra e

Wat maakt het NTC anders qua faciliteiten?

‘Neem de boulderwedstrijdwand. Die wordt 25 meter breed, helemaal voor onszelf. Met zo’n oppervlakte kun je grote modules met grote elementen in de wand schroeven. Dat soort 3D-boulders zijn internationaal nu de standaard. We kunnen hier internationale routebouwers uitnodigen en daarmee ook de routes uit het internationale wedstrijdcircuit nabootsen. En die routebouwers trainen met de sporters, dat levert ook waardevolle feedback op.’

Wanneer kunnen jullie het NTC in?

‘De boulderwedstrijdwand en de oefenwanden voor lead en boulder zijn in februari klaar, de leadwedstrijdwand in maart. Dat is nog voor het begin van het internationale wedstrijdseizoen.’

Verandert ook de intensiteit van de training?

‘Dat niet per se. We trainen al elf keer per week. Misschien worden de trainingen iets langer, waarbij boulder en lead worden afgewisseld. Maar het belangrijkste winstpunt is de grotere variatie die je in de routes kunt aanbrengen. Je kunt speci eker trainen, uitgaande van de vaak complexe bewegingen die je moet maken in wedstrijden op het hoogste niveau.’

Zijn de sporters enthousiast?

‘Zeker. Zij worden beter ondersteund in hun topsportbeoefening. Helemaal perfect zou het zijn als er woonvoorzieningen aan het NTC gekoppeld waren. Op en neer reizen kost energie. Maar dat hebben we niet voor elkaar gekregen. Nederlands kampioen Lynn van der Meer hee het daar niet bij laten zitten. Zij is naar Nieuwegein verhuisd. Ik ben benieuwd wie volgt.’

Over en langs de Aletschgletsjer

Een smeltende halve marathon

2025 was het Jaar van gletsjerbehoud, maar dat kon niet voorkomen dat er weer veel ijs verloren ging. In de Alpen zijn de meeste gletsjers ten dode opgeschreven, al duurt dat bij de Zwitserse Aletschgletsjer nog wel even. Op een tocht over de langste gletsjer van de Alpen komen rouwen om wat was, genieten van wat is en leren van wat komt samen. Tenzij vroeg winterweer roet in het eten gooit.

Tekst Mark Reysoo Beeld Frank Husslage

Herfstkleuren boven de gletsjertong

De trein slingert steil richting de iconische bergen van Berner Oberland, hun hoogte benadrukt door de verse sneeuw. Al jarenlang ben ik verslingerd aan de gletsjers die hun oorsprong vinden tussen deze vierduizenders. De langste van het stel zag ik van vele kanten, leerde ik kennen dankzij het noeste werk van vele onderzoekers. Ik leef met de Aletschgletsjer mee als hij veel te vroeg aper ligt, ben opgelucht als hij na een zoveelste zinderende zomer eindelijk weer een dekentje van sneeuw omgeslagen krijgt. Maar nooit zette ik er voet op.

Als de trein het hoogste station van Europa binnen ratelt wijzen crowdmanagers de massa de weg. Van over de hele wereld komen mensen om dezelfde foto te maken, en ik doe er enthousiast aan mee. Het Jungfraujoch is een kermis op 3454 meter hoogte die jaarlijks een miljoen bezoekers trekt. Alles lijkt gericht op zakkenkloppen, maar ik mag een zonnebril lenen uit de gevonden-voorwerpenbak. Beschermd tegen het felle licht lopen we over de sneeuw naar de Mönchsjochhütte, een berghut die over twee van de drie firnbekkens van de Aletschgletsjer uitkijkt. Eenmaal daar zien wij echter niets dan mist. Dat geeft niet, alleen al de wetenschap dat de sneeuw waarover ik loop aan een epische tocht begint, is spectaculair. Maar hoe ver komt een vlok dezer dagen nog?

Halve marathon

‘Houd maar op met die 23 kilometer’, kreeg David Kestens te horen van de Technische Universiteit Zürich. David werkt al negen jaar bij de Aletsch Arena, het marketingbureau van de gemeentes aan de zuidkant van de Aletschgletsjer. Op hun site stond dat de gletsjer 23 kilometer lang is, maar door de rappe smelt raken zulke cijfers snel achterhaald. Van top tot teen resteert eerder 20 of 21 kilometer, nog steeds een gigantische ijsmassa. Of in de woorden van marketingman David: een halve marathon.

Onze halve marathon over het ijs had aan de top van de Aletschgletsjer moeten beginnen, maar gaat niet door. De eerste serieuze sneeuwval na de zomer onttrekt de spleten aan het zicht, maar heeft nog geen draagkracht. De ironie dat een verhaal over smeltende bergen niet doorgaat vanwege sneeuwval ontgaat me

natuurlijk niet. Mijn teleurstelling wordt echter ruimschoots gecompenseerd door opluchting voor de gletsjer.

De verse sneeuw volgt op een rampzalige zomer. De Zwitserse gletsjers verloren drie procent van hun massa. Tot een paar jaar geleden waren dat ongekende cijfers, inmiddels lijkt dat het nieuwe normaal te zijn geworden. De Alpen liggen op koers om aan het einde van deze eeuw zo goed als ijsvrij te zijn. Op deze halve marathon is het geen zaak om een snelle tijd neer te zetten, maar om snel een tijd neer te zetten.

Jungfraujoch

De bron van alle ellende wordt al decennia gemeten op het Jungfraujoch. Boven het treinstation bevindt zich op een 3571 meter hoge rotspunt het Sphinxobservatorium, waar veel natuurwetenschappelijk onderzoek wordt gedaan. Zo startte de Universiteit van Luik er al in 1950 met het meten van de concentratie koolstofdioxide. Het is de langste meetreeks van de wereld in zijn soort. Toen ze begonnen bestond onze atmosfeer voor 0,03 procent uit CO2, inmiddels is dat opgelopen naar ruim 0,04. Ogenschijnlijk futiele hoeveelheden, maar met verstrekkende gevolgen. Bovendien laten de metingen zien dat de concentratie methaan versneld toeneemt, een nog veel sterker broeikasgas.

Het gevolg wordt ter plekke ook gemeten, zowel in de lucht als in de rots. Sinds men in 1933 de temperatuur op het Jungfraujoch begon te meten is het twee graden warmer geworden. Of beter: minder koud, want de jaargemiddelde temperatuur is er nog altijd een ijzingwekkende -6°C. Toch is

De verse sneeuw volgt op een rampzalige zomer

dat nauwelijks laag genoeg om iets van de winterse sneeuw de zomer te laten overleven. Onder de 3300 meter hoogte smelt in de korte zomer meer dan er in de veel langere winter valt. Nee, de vlokjes die op het Jungfraujoch vallen komen niet ver meer.

Van alle extra warmte die de atmosfeer vasthoudt gaat slechts een heel klein deel in de opwarming van de lucht zitten. Veel meer energie gaat naar het opwarmen van de zeeën, het smelten van de gletsjers en het verwarmen van de rosten. Zeewater is op het Jungfraujoch niet te vinden, rotsen zijn er te over. En Zwitsers meten van alles, dus er hangen zelfs sensoren in de noordoostgraat van de Jungfrau. Ze tonen onmiskenbaar dat de opwarming tot in de hoogste en koudste bergen doordringt. Zelfs 23 meter diep in de berg is de temperatuur in de afgelopen vijftien jaar een dikke graad opgelopen. Dat opwarmende bergen gevaarlijk zijn bleek afgelopen zomer in het Lötschental, twintig kilometer naar het zuidwesten. Daar brak een deel van de Kleines Nesthorn af en stortte op de onderliggende Birchgletsjer. Samen bedolven ze de dorpen Ried en Blatten. Vermoedelijk speelde smeltend permafrost een rol.

Gebeden verhoord

Op deze vroege winterdag is klimaatverandering een abstract begrip. Het vriest zeven graden, de ijspegels hangen aan de rotsen en de verse sneeuw schittert ogenschijnlijk onaantastbaar. Het oostelijke firnveld van de gletsjer zal toch ook niet voor niks Ewigschneefäld heten? De meest zichtbare gevolgen liggen ook verder stroomafwaarts. We maken een grote omweg met de trein om er alsnog te komen. Langs de Rhône verraden vers asfalt en nieuwe beschoeiing dat de rivier onlangs wegen, parkeerplaatsen en oevers heeft meegesleurd in een zeldzaam geachte combinatie van zware regen en smelt. Eens per eeuw, heet dat nu nog.

Villa Cassel herbergt het Pro Natura natuureducatiecentrum
De mist verhult het uitzicht op de gletsjer bij de Mönchsjochhütte

Mark en David dalen vanuit Märjela af naar de Aletschgletsjer; aan de sneeuwvrije bergflank boven het ijs is te zien hoe dik de gletsjer ooit was

We naderen de gletsjer vanaf Märjela, een kort dal dat afloopt richting de Aletschgletsjer. Tegenwoordig ligt er een kunstmatig stuwmeer dat de dorpen op de droge zuidhelling van drinkwater voorziet, vroeger lag er een natuurlijk stuwmeer. De gletsjer was zo dik dat hij als een dam voor het dal lag. Water kon geen kant op en dus vulde Märjela zich steeds verder. Als het waterpeil zestig meter was gestegen liep het dal aan de andere kant over. De dorpelingen benedenstrooms zagen dan de dreiging op hun landerijen afkomen. Het alternatief was niet veel beter: wanneer het water een weg onderlangs de gletsjer vond, kampten de boeren en dorpen in het Rhônedal met een verwoestende vloedgolf. Wanhopig wendden de mensen zich tot God. Ze baden en hielden processies in de hoop dat de gletsjer kleiner zou worden.

De gebeden zijn verhoord, al duurde het wel een paar eeuwen. Het gevaar wijkt nu met gemiddeld veertig meter per jaar en ter hoogte van Märjela wordt de gletsjer jaarlijks ongeveer acht meter dunner. Het is daardoor inmiddels een hele toer om bij de gletsjer te komen. Stijgijzers komen tevoorschijn en dan is het zover: bijna twintig jaar nadat ik de Aletschgletsjer voor het eerst zag, zet ik een eerste tedere stap op zijn bepoederde oppervlak.

Gletsjertoerisme

Terwijl we naar het midden van de gletsjer navigeren wist de sneeuwval onze sporen langzaam uit. Er liggen twee opvallende banen van stenen op het ijs. Het zijn de middenmorenes die op de naden van de drie samenstromende firnvelden

Op

de Aletschgletsjer

lopen we in het verleden

liggen. De oostelijke van het stel ligt in feite in het verlengde van de Mönchsjochhütte. Een vlok die ten westen van de hut landt volgt een andere route dan een die er ten oosten van valt. Hun gletsjers stromen weer samen op de Konkordiaplatz, een enorm ijsplein van twee bij twee kilometer met bijna achthonderd meter dik ijs. De middenmorenes lopen er als gigantische transportbanden van steen overheen. Het voelt ongemakkelijk om op de middenmorene te staan en te weten dat verse sneeuw het nooit meer tot hier zal halen. Want met een gemiddelde stroomsnelheid van ongeveer honderdvijftig meter per jaar duurt het bijna honderd jaar voordat de tot ijs getransformeerde vlokken van het Jungfraujoch deze plek bereiken. En die tijd is de gletsjer niet gegeven.

We lopen in het verleden. Het ijs onder onze voeten is gevormd in het oude klimaat, terwijl het nieuwe klimaat zo veel warmer is dat er amper nieuw ijs wordt aangemaakt. In de komende eeuw zal de gletsjer zich zo ver terugtrekken dat de Konkordiaplatz verandert in een meer. Een groot gemis en een probleem voor de watervoorziening benedenstrooms, maar David van de Aletsch Arena relativeert de gevolgen voor het toerisme: ‘In dit gebied is tachtig procent wintertoerisme,

Val d’Aran by UTMB® - © José Miguel Muñoz
Zin in nieuwe trails? Kom langs bij de stand van Ca talonië op de Bergspor tdag, 8 maar t 2026

die mensen komen niet voor die reus ernaast waarop je toch niet kunt skiën.’

Schuivende bergen

De laatste zes kilometer van de Aletschgletsjer lopen we parallel langs de tong geleidelijk omlaag. Het pad heeft de veelzeggende naam Moränenweg: het volgt de zijmorene die de gletsjer opwierp aan het einde van de laatste ijstijd, bijna twaalfduizend jaar geleden. Daarna verdween de gletsjer, om pas veel later weer te verschijnen in een geleidelijk afkoelend klimaat. Dat had relativerend kunnen zijn, ware het niet dat de veranderingen nu zo snel gaan dat zelfs de bergen ervan gaan schuiven. Want als er in het dal geen gletsjer meer ligt om de bergflank tegenwicht te bieden, kan die instabiel worden. Precies dat gebeurde hier in 2016. De helling waarop het oeroude Aletschwald groeit schoof twee meter omlaag. De grote scheuren die toen ontstonden worden nog steeds wijder, zij het langzaam.

‘Probeer te zien dat er ook iets moois voor terugkomt’

Bewustwording

Tussen de eeuwenoude bomen van het Aletschwald door is de gletsjer gelukkig nog te zien. Dat moet ook een enorme aantrekkingskracht hebben gehad op Sir Ernest Cassel, een rijke Britse bankier die in 1900 een sprookjesachtige villa op de bergrug liet bouwen. Vanuit de bovenste ramen zal hij een subliem uitzicht op de gletsjer hebben gehad, die toen nog tot onder zijn villa reikte. Tegenwoordig is Villa Cassel een natuureducatiecentrum van de Zwitserse milieuorganisatie

Pro Natura.

Het centrum ontvangt veel schoolklassen. Ze bezoeken het beschermde Aletschwald en de gletsjer. Om te leren, maar vooral om positieve ervaringen in de natuur te hebben en er een verbinding mee aan te gaan, aldus de leider van het centrum Maurus Bamert. ‘We lopen naar de plek waar de gletsjer 160 jaar geleden lag. We staan daar op de morene, leggen uit wat een morene is, en lopen dan naar beneden. Dat is 250 meter, en zo kunnen de kinderen ervaren hoeveel ijs er is gesmolten. Ze zijn verbijsterd. Aan de andere kant maken we er ook een positieve ervaring van: veel kinderen hebben nog nooit op een gletsjer gestaan en vinden het heel speciaal om een toer over het ijs te maken. Zo zien ze hoe groot en mooi het is. Ik sprak eens een twaalfjarige jongen die net terugkwam van de gletsjerexcursie. Hij zei dat het zo speciaal was, zo mooi, maar hij was ook een beetje verdrietig over hoe snel het smelt. “We moeten iets doen”, zei hij.’

In de bibliotheek van Villa Cassel, die vol staat met boeken over natuur en geologie, probeer ik Maurus een positief gevolg van de smelt te ontlokken. Hij denkt diep na en noemt dan de interessante successie, het ontstaan van nieuwe ecosystemen waar ooit de gletsjer lag. Maurus: ‘Je moet proberen te zien dat er ook iets moois voor terugkomt. Het is interessant en opwindend om de veranderingen te volgen, al is het tegelijkertijd treurig om te zien. Dat maakt dit de perfecte plek voor ons centrum, omdat hier zoveel verandert.’ Zoveel, dat Pro Natura op den duur geen gletsjerwandelingen met de kinderen meer zal kunnen maken vanaf het centrum. Ze denken na over nieuwe activiteiten en laten kinderen nu bijvoorbeeld ook al zelf onderzoek doen naar het aantal plantensoorten op bodems die lang- en kortgeleden van het ijs bevrijd zijn. Maurus: ‘Maar nee, dat is niet dezelfde ervaring als op een gletsjer staan, met die ijzige wind en de spleten onder je schoenen.’

Mark en David lopen over de Aletschgletsjer
Verse sneeuw maakt de tocht over de gletsjer ondoenlijk

Oog in oog met de geschiedenis

Geheimen van het ijs

IJs is in de bergen niet alleen een enorme waterbron, maar ook een schatkamer van de geschiedenis. Goed geconserveerd bewaart het ijs vele geheimen. Maar ijs stroomt en is niet voor eeuwig ijs. Na tientallen, honderden, soms zelfs duizenden jaren, gee het smeltende ijs haar geheimen prijs. De vinders staan dan oog in oog met de geschiedenis.

Onder redactie van Peter Daalder

Acht eeuwen

De Noorse archeologen Espen Finstad (links) en Julian Post-Melbye met de opgegraven prehistorische ski

Prehistorische ski

Niet alleen in de Alpen houdt het gletsjerijs materiaal verborgen voor de buitenwereld. In nationaal park Reinheimen in Noorwegen werd in 2014 een ski gevonden uit de pre-Vikingtijd, zo’n 1300 jaar geleden. In perfecte staat, inclusief een binding, kwam de ski onder het ijs van de berg de Digervarden (1780 meter) vandaan. Archeologen hielden vervolgens het afsmelten van ijs op de vindplaats met satellieten in de gaten en werden in september 2021 beloond met een tweede ski. Die is 187 centimeter lang en 17 centimeter breed. De ski is te zien in het Norwegian Mountain Center in Lom.

Een Strahler (kristalzoeker) ontdekte in 2013 aan de rand van de Brunnigletsjer op 2830 meter bij de Fuorcla da Strem Sut in Uri, Zwitserland, een werkplaats van rondtrekkende jagers-verzamelaars. IJsarcheoloog Marcel Cornelissen vond daar in 2017 een bijzonder stuk geslepen bergkristal van 23 bij 28 millimeter. Het kristal deed dienst als boor en is gedateerd tussen 8000 en 5900 jaar voor Christus. Vanaf het mesolithicum hee het boortje minstens bijna 8000 jaar onder het ijs gelegen.

Vliegtuig

Op de Gauligletsjer boven Meiringen maakt in november 1946 een Dakota met twaalf passagiers via een glijvlucht op 3350 meter een noodlanding. Na vier dagen wordt iedereen gered (zie ook Hoogtelijn 5 van 2024). Het vliegtuig zakt in het ijs en gee , inmiddels 800 meter lager, nog steeds restanten prijs. Zoals in 2012, toen drie bergwandelaars een van de propellers vonden. Wetenschappers hebben dit ongeluk en de vondsten die regelmatig gedaan worden gebruikt bij een onderzoek naar de stroomsnelheid van het ijs.

In 2012 werd een van de propellers van de verongelukte Dakota gevonden op de Gauligletsjer

De boor van bergkristal uit Uri
Foto SRF
Foto
Valentin Luthiger/Urner Institut Kulturen der Alpen
Foto Andreas Christo er Nilsson (secretso heice.com)

Mysterie

Een van de grootste mysteries uit de bergsport leek in 1999 opgelost te worden. Op 8160 meter op de noordflank van de Mount Everest kwam dat jaar onder de eeuwige sneeuw en het ijs het lichaam vandaan van George Mallory. De Britse alpinist was begin juni 1924 met zijn klimmaat Andrew Irvine op weg naar de top van de Everest. Een wolk onttrok beide klimmers aan het zicht. Ze werden nooit

meer gezien. Totdat het door de ijskoude omstandigheden gemarmerde lichaam van Mallory gevonden werd, evenals veel persoonlijke spullen. Wat de expeditie in 1999 niet vond was zijn camera. Daarop zouden beelden kunnen staan van een eventueel topsucces. Bril, mes, horloge, kompas, lucifers, er werd van alles gevonden, maar de camera niet. En zo blij dit mysterie een mysterie.

George Mallory (derde van links), samen met zijn medeklimmers Edward Norton (naast hem) en Geo rey Bruce (rechts). De drie zijn in het Tibetaanse Shelkar op bezoek bij de dzongpen (de gouverneur, tweede van rechts).

Foedraal voor een boog

Regula Gubler is een Zwitserse ijsarcheoloog, collega en echtgenote van Marcel Cornelissen, de man van de kristallen boor elders op deze pagina’s. Ook zij onderzoekt huidige en voormalige gletsjergebieden op sporen van het verleden. Bijzonder is het foedraal voor een boog dat zij tussen 2003 en 2005 vond bij het Schnidejoch (2756 meter), een bergpas tussen Berner Oberland en Wallis. Het bestaat uit berkenbast, een licht, stabiel, makkelijk te vormen en waterdicht materiaal. Jagers gebruikten het foedraal van 167 centimeter in het neolithicum (2800 voor Christus). Het is dus zo’n 5000 jaar geconserveerd door het ijs.

Ook een vondst gedaan? wellicht heb je geen ijsmummie gevonden, maar vaak genoeg komen er interessante dingen onder het ijs vandaan. maak een foto en tag de NKBV op je social media! @_NKBV en De.nkbv

De man uit het ijs

Terwijl de vondst van Mallory niet alle vragen hee opgelost, is van Ötzi, de ‘Mann aus dem Eis’, juist heel veel bekend. Zelfs wat hij gegeten had en welke parasieten hij bij zich droeg. In zijn lichaam werd een pijlpunt gevonden, wat mogelijk op een moord wijst. Ötzi werd door twee Duitse bergwandelaars gevonden op 19 september 1991 op het 3210 meter hoge Tisenjoch, op de grens van Oostenrijk en Italië. Na een paar dagen haalden wetenschappers Ötzi uit het ijs. De jager of herder leefde in de kopertijd tussen 3350 en 3100 voor Christus en hee dus zo’n vijfduizend jaar in het ijs gelegen. Ötzi is nu te zien door een raam in een koelcel met een temperatuur van zes graden onder nul en 99% luchtvochtigheid in het Südtiroler Archäologiemuseum in Bolzano. Op iceman.it lees je meer over het leven en de dood van Ötzi.

Het foedraal van berkenbast met pijlen en boog
Foto
John Noel
De bekende alpinisten Reinhold Messner (rechts) en Hans Kammerlander waren toevallig in de buurt toen Ötzi ontdekt werd Foto
Paul Hanny / South Tyrol Museum of Archaeology
Foto DienstRogerGrisiger/Archäologischer desKantonsBern

Kom naar het grootste outdoorevenement van Nederland! Hier ontdek je alles wat met de klim- en bergsport te maken heeft: lezingen, workshops, activiteiten, topmerken én de mooiste bestemmingen.

Laat je inspireren door deze hoofdsprekers:

BERNICE NOTENBOOM SIEBE VANHEE

ARNOLD LYNN HILL

DANI

HOOFDSPREKERS WORKSHOPS

Lynn Hill: Klimlegende Lynn Hill werd wereldwijd bekend toen ze in 1993 als eerste de beroemde The Nose op El Capitan (Yosemite) vrij klom. Met haar kracht, techniek en doorzettingsvermogen inspireert ze generaties klimmers en zet ze zich in voor gelijkheid en duurzaamheid. Tijdens de Bergsportdag deelt ze haar ervaringen, visie en liefde voor de verticale wereld.

Siebe Vanhee: Deze Belgische bigwallklimmer en avonturier onderneemt veel expedities naar afgelegen berggebieden, zoals Argentinië, Chili, Groenland en Venezuela. In zijn lezing vertelt hij over zijn klimcarrière, persoonlijke uitdagingen en het leven als professioneel klimmer.

Dani Arnold: Hij staat bekend om zijn verbluffende snelheid op de noordwanden van de Alpen, waaronder zijn recordbeklimming van de Eiger in 2 uur en 28 minuten. Tijdens de Bergsportdag neemt deze Zwitserse klimmer en berggids je mee in zijn wereld van snelheid, avontuur en puur berggevoel.

Bernice Notenboom: Poolreiziger en avonturier

Bernice Notenboom onthult hoe je mentaal overeind blijft wanneer de wereld om je heen instort. Gebaseerd op haar boek Survival Mind, de kunst van het overleven legt ze uit hoe écht overleven in je hoofd begint en hoe je jouw Survival Mind kunt trainen en inzetten.

INSPIRERENDE

LEZINGEN

In de klim- en bergsport valt altijd iets nieuws te ontdekken. Tijdens de Bergsportdag kun je verschillende lezingen bijwonen om inspiratie en tips op te doen voor je volgende trip. Van huttentochten en langeafstandswandelingen in Europa tot het traject van cursist naar zelfstandige alpinist en klimmen van binnen naar buiten.

Of je nu op zoek bent naar ideeën voor je volgende vakantie of gewoon wilt luisteren naar spannende verhalen van avonturiers: er is voor ieder wat wils. Check het programma, kies je favoriete lezingen en laat je meenemen in het avontuur!

Wil je beter voorbereid de bergen in? Tijdens onze workshops geef je je vaardigheden een flinke boost.

Voor elk niveau is er iets te leren. Denk aan:

Rugzak slim inpakken

Navigeren met kaart & kompas

Touwtechnieken

Spleetklimmen

Oefeningen voor sterke knieën

TWEEDEHANDSMARKT

Op onze tweedehandsmarkt vind je alles voor je volgende bergavontuur. Van stevige rugzakken en wandelschoenen tot warme fleecevesten en ijsbijlen.

Wil je je eigen spullen een tweede leven geven?

Onze enthousiaste vrijwilligers regelen de verkoop voor je. Zo raak jij eenvoudig je gebruikte spullen kwijt, maak je iemand anders blij én verdien je zelf een extra zakcentje.

Alle informatie over hoe het werkt en de voorwaarden vind je op onze website.

BEURSVLOER

Op zoek naar het beste materiaal voor je vakantie, mooie reisbestemmingen of betrouwbare reisorganisaties? Kom dan zeker langs op de beursvloer! Bij diverse outdoormerken en reisorganisaties kun je materiaal testen, kleding laten repareren, al je vragen stellen en profiteren van exclusieve kortingen. Doe ook mee aan leuke winacties, zoals een weekendje weg voor twee in de NKBV-HerBerg!

TICKETS

Bekijk het volledige programma online en bestel je tickets.

Siebe Vanhee

Met beide benen op de grond

Met vriendelijke ogen kijkt hij in de camera van zijn sponsor La Sportiva: ‘Ik ben Siebe Vanhee, en ik ben een Belgische bigwallklimmer.’ Maar in plaats van stoer verslag te doen van zijn pogingen op de Dawn Wall in Yosemite of van zijn beklimmingen in Madagaskar, Patagonië of de Alpen, neemt hij je mee naar de pieken en dalen van het menselijk brein. ‘Ik ben gewoon Siebe, een normale man, die twijfels en angsten hee en een rugzak meedraagt, net als iedereen.’

Tekst Florian van Olden Beeld Felipe Tapia Nordenflycht

De serie On Belay is een openhartig project waarin mentale gezondheid centraal staat. De manier waarop onderwerpen als kwetsbaarheid, faalangst of (gebrek aan) motivatie worden besproken, zijn verrassend herkenbaar, juist omdat

Siebe Vanhee (1991) ze koppelt aan situaties die veel bergsporters kennen. Hij vertelt bijvoorbeeld over het moment dat je klimmaat boven zichzelf uitstijgt, terwijl jij juist je dag niet hebt. Iets te veel competitie tussen jou en je tochtgenoot, ik denk dat velen van ons

dat wel eens hebben gevoeld. Siebe ervoer het tijdens het uitwerken van de legendarische Dawn Wall (9a) op El Capitan in Yosemite. Eerlijk zijn over dergelijke gevoelens veranderde de dynamiek tussen Siebe en zijn klimmaat en verdiepte de vriendschap.

Façade

Vanhee spreekt ook over zwaardere thema’s. Hij vertelt hoe hij in 2018 afgleed richting een depressie en hoe dat zijn kijk op klimmen fundamenteel veranderde. Hij voelde dat het perfecte plaatje dat hij als professioneel klimmer dacht te moeten uitstralen, sterk en altijd gemotiveerd, steeds verder afstond van hoe hij zich werkelijk voelde. Waarom houden we die façade in stand, vroeg hij zich af. Het kost energie om dat beeld vol te houden, veel meer energie dan eerlijk zijn.

Ook angst om te falen komt aan bod. Die angst zit niet alleen in de moeilijkste passages van een route, maar ook in verwachtingen van buitenaf: sponsors, volgers die spectaculaire toppogingen willen zien. Volgens Siebe is falen niet iets om te vermijden, maar iets om bewust ruimte voor te maken. Uiteindelijk leiden faalervaringen tot groei, omdat ze je dwingen opnieuw te bepalen waarom je eigenlijk klimt. Voor de prestatie, voor je sponsor? Of voor de vriendschappen en het ontdekken van je eigen grenzen?

Net als jij en ik

Op de Bergsportdag laat Vanhee natuurlijk beelden zien van bigwalls en solobeklimmingen, van Riders on the Storm in Torres del Paine en van de Grand Capucin in het Mont Blancmassief. Maar wie naar Siebe luistert, merkt dat die verhalen geen aanvullingen zijn op het perfecte Instagramplaatje. Het zijn verhalen van iemand die tijdens extreme beklimmingen met dezelfde emoties en twijfels te maken krijgt als jij en ik. Deze Belg klimt op hoog niveau, maar als hij spreekt staat hij met beide benen op de grond.

Hoofdsprekers op de Bergsportdag

Hoogtelijn stelt je voor aan vier avonturiers die grenzen hebben verlegd. Op 8 maart staan zij op het podium in de Grand Hall op de Bergsportdag.

• Siebe Vanhee (10:00-11:00)

• Lynn Hill (11:45-12:45)

• Dani Arnold (13:30-14:30)

• Bernice Notenboom (15:15-16:15)

Wil je meer weten over de sprekers of meteen tickets bestellen?

Ga naar bergsportdag.nkbv.nl.

Het onmogelijke mogelijk maken

Sommige beklimmingen markeren een breuklijn in de klimgeschiedenis. De legendarische route The Nose op El Capitan in de Verenigde Staten werd lange tijd als onbeklimbaar gezien. Pogingen om de route zonder hulpmiddelen te klimmen sneuvelden keer op keer. Totdat Lynn Hill (1961) in Yosemite verscheen. Zij liet de in de jaren ’80 en ’90 door mannen gedomineerde klimscene zien dat brute kracht niet altijd de oplossing is.

De jonge Lynn Hill bleek een getalenteerde turner, maar stoorde zich aan het feit dat van meisjes vooral werd verwacht dat ze leuk lachten en schattige vloeroefeningen deden. Toen ze op haar veertiende voor het eerst klom, viel er iets op zijn plek. De overgang van de turnzaal naar de rots leek vanzelfsprekend. Sterk, compact en technisch: Lynn had de ideale bouw voor het nieuwe spel dat ze ontdekte. Al op haar zestiende stond ze in Yosemite Valley onder de meest legendarische rotswanden van de wereld.

Stonemasters

Hill werd opgenomen in de illustere groep klimmers die de geschiedenis inging als de Stonemasters en waarvan de leden als dirtbaggers leefden op

Camp 4, een kampeerplaats recht onder de grote wanden. Al snel ontwikkelde Lynn een voorkeur voor het vrij klimmen – dat wil zeggen: zonder gebruik te maken van klimmateriaal om omhoog te komen, maar wel met touw om een eventuele val te stoppen – en onderscheidde ze zich door haar technische precisie. In 1978 klom ze de route Ophir Broke (7c) in Colorado vrij. Destijds ongekend voor een vrouwelijke klimmer. Het was een blik op wat komen ging.

In de jaren ’80 verschoof haar focus naar Europa. Ze rolde het wedstrijdcircuit in, won ruim dertig internationale titels en schreef verschillende primeurs op haar naam: eerste vrouw die 8b+ klom en eerste vrouw die 8a on-sight deed. Dat ze zes weken na een 20 meter

lange val in Buoux alweer aan het klimmen was, typeert haar manier van doen: doelgericht en met weinig drama.

Terug naar Yosemite

Ondanks haar successen in Europa bleef Yosemite trekken. The Nose op El Capitan gold als een trofee in het arti cieel klimmen, maar niemand was het ooit gelukt de route vrij te klimmen. Na een mislukte poging in 1989 keerde Hill in 1993 terug. En dat wat altijd voor onmogelijk werd gehouden, lukte haar. Lynn vatte de historische prestatie nuchter samen: ‘It goes, boys!’ (‘Het gaat, jongens.’) Ze had geen grens opgeschoven, ze demonstreerde dat de grens anders lag dan iedereen altijd had gedacht. Sindsdien is die vrije beklimming slechts door een handjevol klimmers herhaald.

Hill is altijd blijven klimmen, onder meer op expedities in Kirgizië, Vietnam en Madagaskar. Ze werd moeder, schreef haar autobiogra e Climbing Free en ging lesgeven en spreken over klimmen, techniek en gelijkwaardigheid in de sport.

Tekst Noor van der Veen Beeld Lynn Hill
Lynn Hill

Meester van de soloen snelheidsbeklimming

De naam van Dani Arnold, geboren in 1984 in het Zwitserse kanton Uri, is onlosmakelijk verbonden met snelle solobeklimmingen van klassieke klimroutes in rots en ijs. Hij werd bekend als de – voor outsiders onbekende – klimmer die de beroemde Ueli Steck uitdaagde en in 2011 beroofde van zijn snelheidsrecord op de Eiger-Noordwand.

Opgeleid als werktuigbouwkundige en tevens berggids, koos Dani Arnold uiteindelijk voluit voor het leven in de bergen. Hij verwierf

wereldfaam door zijn snelheidsrecords op de zes grote noordwanden van de Alpen, een prestatie die nog geen enkele andere klimmer in dezelfde stijl heeft geëvenaard.

Uit de schaduw

Zijn solobeklimming van de beruchte Heckmair-route op de noordwand van de Eiger in slechts 2 uur en 28 minuten betekende zijn doorbraak. Met dit nieuwe snelheidsrecord trad hij uit de schaduw van die andere beroemde Zwitserse klimmer, Ueli Steck, die het record overigens vier jaar later weer

terugwon. In 2015 verbeterde Dani vervolgens het record op de noordwand van de Matterhorn (Schmid-route), met een tijd van 1 uur en 46 minuten, opnieuw solo.

Ook de andere beroemde noordwanden beklom hij in ongelofelijk snelle tijden: de Walker Spur op de Grandes Jorasses in 2 uur en 4 minuten, de noordoostwand van de Piz Badile in 52 minuten en de Petit Dru in het Mont Blancmassief in 1 uur en 43 minuten. Op de Cima Grande di Lavaredo (de Große Zinne) in de Dolomieten klom hij de Comici-Dimai-route in een verbluffende 46 minuten, volledig free solo.

Controverse

Arnolds stijl is niet zonder controverse. Solo- en snelheidsbeklimmingen worden gezien als extreem risicovol: er wordt veel ongezekerd geklommen en een misstap kan fataal zijn. Critici stellen dat deze vorm van klimmen de balans tussen uitdaging en veiligheid onder druk zet. Zelf stelt Dani dat zijn aanpak juist gebaseerd is op maximale voorbereiding, inzicht in risico’s en mentale rust: ‘Ik klim niet omdat ik wil sterven. Ik klim omdat ik wil leven, intens.’

In 2024 werd Dani bekroond met de Paul Preuss-prijs, een eerbetoon aan alpinisten die trouw blijven aan de pure geest van het klimmen: zonder kunstmatige hulpmiddelen, in harmonie met de natuur en de berg.

Buiten de Alpen heeft Arnold ook grenzen verlegd in Patagonië, Alaska, Siberië en Canada. Maar het zijn zijn solo’s in de Alpen die zijn plek in de geschiedenis van het moderne alpinisme bepalen.

Tekst Ico Kloppenburg Beeld Thomas Senf

Onzekerheid is een bedreiging

Als je doet wat je altijd al hebt gedaan, krijg je wat je altijd al kreeg. Met deze wijsheid begint avonturier, schrijver en lmmaker Bernice Notenboom (1962) haar boek

Survival Mind (zie ook pagina 104) over hoe een mens in avontuurlijke situaties omgaat met onzekerheid en onvoorspelbaarheid. Het brein vindt dat een bedreiging, maar je kunt die situaties overleven.

Bernice Notenboom ligt op 5250 meter op Denali in een tentje. Het is ijskoud, arctische stormen waaien van de Noordpool naar de hoogste berg van Noord-Amerika. De ervaren avonturier is ziek. Hoogteziek. Vlak voor het laatste stuk naar de top is het noodweer. Er is diepe sneeuw, lawinegevaar en geen zicht. De dood zit Bernice op de hielen. De veertiger is goed getraind, maar de derde expeditie in een jaar en het energievretende werk op grote hoogte hebben haar gesloopt.

Hersenoedeem

Haar klimmaat en zij hebben hun tent enigszins beschermd met sneeuwblokken. Naast hun tent staat de tent van twee Japanners die ze eerder zijn

tegengekomen op de berg. Notenboom roept naar de Japanners of ze de volgende morgen ook naar de top willen. Er komt geen antwoord of dat waait weg door de storm. ’s Ochtends gaat de klimmaat van Bernice naar de tent van de buren. Daarin liggen beide Japanners, dood. Waarschijnlijk hersenoedeem, ontstaan door een verminderde hoeveelheid zuurstof in het bloed. Bernice kruipt dieper in haar slaapzak. Is de dood ook haar lot? Ze komt overeind, wordt draaierig, haar hele lijf protesteert. Urenlang gaat het noodweer door. Haar gedachten gaan met Bernice op de loop. Midden in de nacht doet ze iets opmerkelijks. Ze trekt haar kleren en schoenen aan, maakt haar maatje wakker en zegt: ‘We moeten afdalen, nú!’ Hoewel hij eerst tegen-

stribbelt, vertrekken ze en ploeteren urenlang door de steile besneeuwde afdaling totdat ze een veilige plek bereiken onderaan de berg.

Survival mind Intelligentie, focus, observatie en durf zorgden ervoor dat wat Notenboom haar survival mind noemt werd geactiveerd, waardoor ze uit een benarde en levensbedreigende situatie ontsnapte. Nog een aantal maal kwam avonturier Notenboom in gevaarlijke omstandigheden. In de bergen en tijdens diverse expedities op onder andere Groenland en de ijskappen. Haar overlevingsavonturen brachten haar ertoe ook ervaringen van andere sporters vast te leggen in haar boek.

Natuur

Bernice Notenboom gee daarbij de natuur een grote rol. De natuur is ons fundament, is haar stellige overtuiging. Ondanks alle ruis en chaos, telefoons, gps, wi en satellieten, is het de natuur die Notenboom rust gee , die de geest vertraagt. En dat is nou precies wat een brein nodig hee in tijden van chaos, to-dolijsten en prestatiedruk.

Tekst Peter Daalder Beeld Bernice Notenboom
Bernice Notenboom

Levendige almtradities in SalzburgerLand

Huttentocht in het domein van de koeien

Kleine en grote bellen produceren een variatie van klanken, van lichte tikjes tot diepe klongs. A ankelijk van de hoofdbeweging of stap van de koe weerklinkt het geluid van metaal op metaal. Het wordt een vertrouwd en rustgevend ritme bij onze huttentocht over de authentieke almen in SalzburgerLand. De eeuwenoude maar springlevende almtraditie is een unieke mix van natuur, cultuur en gastvrijheid en gaat hand in hand met bergwandelen.

Tekst en beeld Geke Verhoog en Aart Markies

In de Alpen trekken elke zomer duizenden koeien de bergen in. Omhoog naar de almen, de uitgestrekte bergweides, vaak tussen de 1500 en 1800 meter hoogte. Dit deel van Oostenrijk is beroemd om de talloze almen die verspreid liggen over de flanken van haar bergen. Er staan meerdere almhutten op dezelfde hoogtelijn om de koeien een onderkomen te geven en te melken. Gasten zijn welkom. Wij lopen in het Grossarltal, waar we uit zo’n veertig hutten kunnen kiezen voor de overnachtingen tijdens onze vijfdaagse tocht. Het dal maakt haar naam meer dan waar als ‘Tal der Almen’.

Intimiteit

Elke nacht slapen we bij de koeien, horen hun geluiden en ruiken hun geur. Wij vinden het geweldig, zo dicht bij het boerenbestaan en de dieren. Die intimiteit hee wel een

Goed begaanbare paden over hoge bergkammen

Bergsportdag 2026

Wil je meer informatie over de Almenweg of andere wandelroutes in deze regio? Bezoek de stand van SalzburgerLand op de Bergsportdag. Ga voor meer informatie en tickets naar bergsportdag.nkbv.nl

keerzijde, want heb je angst voor koeien of wandel je graag met je hond, dan moet je de voortdurende nabijheid van de koeien goed overdenken. Alle routes naar de almhutten gaan door de weiden. Leesbare borden, goede afrasteringen en die koeienbellen geven wel duidelijk aan waar de dieren zich bevinden en hoe ze worden afgeschermd. Afstand houden is het beste devies.

De veelheid aan almhutten in deze regio maakt het makkelijk om een huttentocht te plannen met kinderen of als een eerste kennismaking met overnachtingen in de bergen. Wij hebben routes gelopen waarop we bijna om het uur een slaapplek konden vinden. De dagen deelden wij zo in dat we bij de eerstvolgende hut ko e namen met zelfgebakken taart, de volgende oversloegen en bij de derde bleven lunchen.

Salzburger Almenweg

Voor bedreven bergwandelaars loopt door dit gebied de Salzburger Almenweg. Een langeafstandsroute van 350 kilometer met 25 etappes. De bloem van de blauwe gentiaan is het kenmerk op de routemarkering en groot afgebeeld op sierlijke, houten bankjes langs de paden. Dagafstanden kunnen oplopen tot 22 kilometer. Maar door het fijnmazige netwerk van de almhutten is er op bijna elke etappe een alternatieve slaapplek te vinden om de route in te korten. Er zijn in SalzburgerLand ook hutten van de alpenverenigingen. Dat zorgt voor een opvallend contrast. Waar de almhut synoniem is voor ‘slapen bij de boer’, doen de verenigingshutten hier denken aan kleine hotels.

De Almenweg meandert door de dalen. Dat maakt het mogelijk om bij bijna elke etappe te beginnen en de weg zo lang te

maken als je zelf wilt. Maar hier en daar voert de route ook over goed begaanbare paden over hoge bergkammen, vaak boven de weiden waar de koeien grazen. Op zo’n 2000 meter hoogte wandel je over de graat van het middelgebergte, met indrukwekkende uitzichten naar alle kanten.

Wij lopen de eerste dag naar 2204 meter op de Kreuzeck. Voor vlaklanders een pittig begin op een pad dat constant stijgt. Maar het panoramische uitzicht beloont elke stap en is een belo e van meer. We zien besneeuwde bergtoppen tot aan de Großglockner, die vanuit ons perspectief niet lijkt op de hoogste berg van Oostenrijk. Meer noordoost zien we het water van de Tappenkarsee en de contouren van nationaal park Hohe Tauern. Terugkijkend naar ons dal zien we veel bos en de uitgestrekte almen.

Familie Huttegger

Voor het vervolg richten we ons op de rotsformatie van de Draugstein. We lopen over de graat en dalen af naar onze overnachtingsplek bij de familie Huttegger en hun koeien in de Steinmanhütte. De eerste dieren die we zien zijn varkens.

De almhut is synoniem

voor ‘slapen bij de boer’

Varkens eten de restjes van de kaasproductie en het keukenafval. Ze krijgen alle ruimte om te scharrelen, maar zijn onderdeel van de voedselketen op de alm. Voor het toegangshek staat een koe met volle uiers te wachten op het melken. Melkkoeien zijn gewend aan mensen. We kunnen er makkelijk langs. Bij de hut lopen enkele geitjes. In een hok zitten konijnen.

De boerenfamilies worden door zogenaamde Sennerinnen geholpen met alle werkzaamheden op de alm. Vaak zijn het jonge vrouwen uit andere delen van Oostenrijk of Zuid-Duitsland met ambities in de agrarische sector of zuivelindustrie. De mannelijke vorm Senner kwamen wij op de almen niet tegen.

Ook boerenzoon Roland Huttegger (15) volgt een agrarische opleiding en werkt de hele zomervakantie op de alm. Twee keer per dag melkt hij de twintig koeien en verzorgt de dieren. Zijn dag is lang en begint vroeg. Om vijf uur ’s ochtends gaat hij de koeien zoeken en stuurt ze naar de stal. De tweede melkronde is twaalf uur later.

Sennerin Hanne maakt zuurkaas na het melken. Ste staat in de keuken en bedient aan tafel. Een jong en gezellig huttenteam. Er kunnen vij ien mensen blijven slapen, verdeeld over meerdere kamers. Hier is geen douche. We wassen ons bij de koudwaterbron op het voorplein. Rond het avondeten staat Roland klaar met zijn accordeon, of beter gezegd met zijn Steirische harmonika. Samen met zijn jongere vriend Vincent speelt hij voor de gasten. Hoewel de melodieën oud zijn, klinkt de muziek springlevend. Een mengeling van traditie en levenslust. Warme, volkse klanken drijven het dal in waarover wij een schitterend uitzicht hebben.

Het

proces volgens de nieuwe hygiëneregels

Klassiek recept

Een simpel en klassiek gerecht van de almen is Hörnli mit Sauerkäse. Met dit recept proef je het Grossarltal thuis:

• kook 500 gram Hörnli (pasta) in zout water;

• snipper een ui en fruit deze in 50 gram boter;

• rasp 500 gram Sauerkäse (minimaal drie maanden oud);

• meng de gekookte pasta met de gebakken ui en geraspte kaas.

Laat het geheel smelten en serveer met appelmoes.

Een Nederlands alternatief voor Sauerkäse is hüttenkäse.

Na het diner komt de schnaps op tafel. Gentiaan, den en andere bergsmaken, allemaal ambachtelijk gestookt door de familie.

Er is geen verplichte huttenrust. Toch kruipen we al voor tienen onder het dekbed. Deze dagtocht hee zijn sporen nagelaten: mooi, maar intensief en lang genoeg voor een eerste dag op hoogte. Buiten hangt nog een zweem van avondlicht over de berghellingen. We voelen ons al gewend aan de ijlere lucht, maar nemen ons voor om morgen meer water te drinken.

Meerwaarde

De eeuwenoude almtradities zijn niet alleen mooi om te beleven, maar ook van groot belang voor de dieren, de landbouw en het landschap. Men lee nog altijd met de seizoenen. In de zomer gebruiken de boeren hun weilanden in het dal om hooi te winnen. Het gedroogde hooi voedt de koeien in de winter en vormt zo de levenslijn van het bergleven. Als wij in deze periode door het dal wandelen zien we de geperste balen overal op het veld liggen. Op de almen vinden koeien volop verse, kruidenrijke graslanden. Dit natuurlijke dieet draagt bij aan hun gezondheid én aan de smaak en kwaliteit van de melk en de kaas. Daarnaast is het op hoogte vaak koeler dan in het dal, wat prettig is voor de dieren tijdens warme zomers. De koeien hebben op de bergweides ook meer ruimte en beweging, wat goed is voor hun welzijn. Er lopen groepen melkkoeien, jonge dieren en kal es met hun moeder.

Bovendien spelen de grazende koeien een belangrijke rol in het behoud van het berglandschap. Ze voorkomen dat de almen dichtgroeien met struiken of bos en dragen bij aan de biodiversiteit met hun gescharrel en natuurlijke meststo en.

Sauerkäse

De dagelijkse melkproductie gaat deels terug naar het dal voor boter en yoghurt, terwijl in de hutten de melk wordt verwerkt tot kaas. Kaasmaken gebeurt vaak volgens familie-

Een kruimelige kaas met een krachtige geur

traditie, met minimale hulpmiddelen en veel vakmanschap. In SalzburgerLand is Sauerkäse, zuurkaas, de bekendste soort. Zuurkaas wordt gemaakt van zure of afgeroomde melk, zonder toevoeging van stremsel. Het resultaat is een magere, kruimelige kaas met een krachtige geur en een uitgesproken smaak.

Deze kazen rijpen enkele weken tot maanden in de hutten op de alm. De zure geur trekt door de kieren en naden in de houten wanden en vloeren en is daardoor in de meeste hutten licht aanwezig.

Europese hygiëneregels leggen de traditionele werkwijze beperkingen op. De melk moet snel en goed gekoeld worden nadat hij gemolken is, om de groei van schadelijke bacteriën te beperken. De ruimtes, apparatuur en gereedschappen die in contact komen met melk of kaas moeten schoon, goed onderhouden en geschikt zijn. Daarom wordt de kaas tegenwoordig gemaakt in een afgesloten melkkamer in roestvrijstalen tonnen. De Dirndl van de Sennerin is omgeruild voor

Traditioneel kaasmaken op de Karseggalm

Hier wordt traditie nog echt in praktijk gebracht. Het ritme van het kaasmaken bepaalt het tempo van de dag.

Langs de contouren van nationaal park Hohe Tauern

Hier wordt traditie nog echt in praktijk gebracht

een witte overall, plastic schort, haarnetje en rubber laarzen. En er wordt meerdere keren per dag schoongemaakt. Het hele proces van kaasmaken is bij veel hutten goed zichtbaar door grote ramen.

Alleen bij hoge uitzondering en beperkte productie mag de kaas nog traditioneel boven open vuur worden gemaakt of gedroogd. Dat ruiken en zien we bij de ruim vierhonderd jaar oude hut op onze route, op de Karseggalm. Het is de oudste almhut die nog in gebruik is in de regio. De rookgeur wijst je de weg. Onder koperen ketels brandt een houtvuur. Boven de vuurplaats liggen de kazen in verschillende formaten te drogen op houten rekken, langzaam rijpend in de warmte. In de ruimte staat gereedschap dat al generaties wordt gebruikt.

Het Tal der Almen bij Grossarl

Reis en bestemming

Wij verblijven in de gemeente Grossarl. Het dorp op 900 meter hoogte hee een traditionele kern en gastronomie. Met de (nacht)trein en bus is de reisduur zo’n veertien uur naar Grossarl. Met de auto vanuit Utrecht is het 1000 kilometer rijden.

Grossarl is ook bekend als opstapplaats voor wintersporters die het uitgestrekte skigebied Ski amadé willen ontdekken. Het dorp combineert daarmee authentiek alpenleven met de gemakken van een modern wintersportgebied.

Almhutten

De meeste almhutten zijn open van juni tot en met september. De melkkoeien gaan rond de dag van Sint Rupert, 24 september, terug naar het dal. Als het sei-

zoen zonder ongelukken is verlopen, worden de koeien feestelijk versierd voor de zogenaamde Almabtrieb Om te overnachten bij een hut is reserveren noodzakelijk; telefonisch reserveren wordt aanbevolen. Uitgebreide informatie vind je op grossarltal.info/de/sommer/ tal-der-almen/die-almen.html.

Salzburger Almenweg

Alle etappes van de Salzburger Almenweg worden uitgebreid beschreven op deze website: salzburgerland.com/en/thestages-of-the-salzburger-almenweg Een app als de NKBV-Tochtenwiki biedt wandelaars uitgebreide informatie en handige routebegeleiding onderweg. Bij de lokale toerismebureaus is een goede wandelkaart (1:35.000) te koop.

Met kinderen Ook voor jonge wandelaars is het

‘Er is alleen stroom, via een aggregaat, voor het melken’, vertelt boerenzoon Christoph Gruber. ‘Verder gebeurt alles met vuur en kokend water. Als ik hier ben ga ik met al mijn zintuigen terug in de tijd. Het is hard werken en het hele gezin helpt mee. We zijn grotendeels zelfvoorzienend. Het leven is aangenaam en ontspannen. Een groot contrast met mijn winterbaan in een van de luxe wintersporthotels in het dal.’

Je kunt op de Karseggalm niet overnachten. Een beetje weemoedig verlaten we deze heerlijke pleisterplaats. We lopen door. Rode parasols in de verte wuiven ons toe. Een half uur verder ligt de Unterwandalm. Daar staat ons bed. Boerenbont blijkt de huiskleur van deze hut. We kruipen onder rood geblokte, fris gewassen dekbedden. We vallen in slaap met de licht zurige kaasgeur in onze neus en de rook nog gevangen in ons haar.

De eigen kaas staat in elke hut op de menukaart. Als zogenaamde Jause, een koude maaltijd geserveerd met worst en boerenbrood. Ingedroogde kaas neem je makkelijk mee in je rugzak voor thuis. De kleinste kaasjes wegen maar een paar honderd gram. Toerisme is een waardevolle bijverdienste. Het houdt de almtradities levend en laat tegelijk de kassa rinkelen: het geluid van metaal op metaal.

Grossarltal een leuke bestemming. Dankzij de veertig hutten is het goed mogelijk om wandelingen langer of korter te maken. Bovendien is bij toerismebureaus een stickerboek verkrijgbaar waarin je overal in het gebied stickers moet verzamelen. Wel in het Duits geschreven, maar de plaatjes spreken hun eigen taal. Onderweg leer je veel over tradities, kaasproductie, lokale gerechten en het leven op de bergweides.

Tussen de Kamelen van de Furkapass

Zittend op de lijn ga ik nog een keer alles na. Ja, alles zit goed vast, de ankers zijn goed, voor elk onderdeel is er een back-up. Langzaam volgt het gevoel in mijn lichaam de inhoud van mijn gedachten en ik maak mijn rolkarabiner los van de highline. Onder mij gaapt een steile morene vol gruis, omgeven door vlijmscherpe granieten pijlers die uit de grond steken als haaienvinnen. Een voor een zet ik mijn voeten voor me op de lijn. Met een diepe zucht blaas ik de laatste gedachten mijn hoofd uit en rol mijn zwaartepunt over mijn voeten. Stap... stap, stap. Wandelend door de lucht bezinkt langzaam dat het gelukt is: de lijn hangt en ik loop!

Tekst en beeld Lucas de Jong

Met Sophie Lindekamp, Tinka Charmant, Tjeerd Kooy en Jeroen Cuppen, vier andere leden van het Lowlines Collectief, ben ik in de Zwitserse Alpen. Normaal is de highline onderdeel van onze show. Afgelopen jaar spanden we hem bijvoorbeeld tussen twee flats in Zaandam en op de Europese Jongleerconventie. Maar op deze reis gaan we een groots project aan: onze hoogste lijn ooit.

Tussen onze tenten in de vallei stallen we het benodigde materiaal uit. Touwen voor de ankers, een berg stalen connectors, honderden meters highlinewebbing (de lijn waarop we straks lopen), helmen, klimtouw, statisch touw, setjes, cams, nuts. Na alles in de tassen te hebben gestopt, komen we alle vijf op een kleine twintig kilo uit. Niet bepaald licht en

snel, zoals ik normaal poog te klimmen, maar hè, we zijn hier ook niet alleen om te klimmen.

De kleine en de grote kameel

We hobbelen omhoog naar de Sidelenhütte en bespreken met de huttenwaard de aanloop naar het begin van de klimroutes naar de Chli Kamel en de Gross Kamel (2930 meter en 2937 meter), de kleine en de grote kameel. De route naar de Chli Kamel laat zich afsnijden door via de col vanaf de zijkant direct de laatste touwlengte in te stappen. Voor de Gross Kamel moeten we via een steil couloir naar een goed behaakte klimroute van vier lengtes, maximaal 6c+. Op de eerste dag beklimmen we de Chli Kamel en hangen we een statisch touw uit van de graat naar de top. Bovenop worden we begroet door vier prachtige haken voor onze highline. Het loopt inmiddels tegen het eind van de middag en we besluiten de Gross Kamel morgen te beklimmen. Gelukkig kan het materiaal vannacht boven blijven!

op deze reis gaan

we een groots project aan: onze hoogste lijn ooit

De volgende dag klim ik samen met Sophie de Gross Kamel op. Tegen schitterende zonnestralen in worstelen we ons door de crux van de eerste touwlengte. We banen ons een weg door het zonovergoten graniet van de volgende drie lengtes. Stevige, maar vriendelijk behaakte passen en het omhoog hijsen van al het materiaal wisselen elkaar af. Naarmate we hoger komen wordt de route steeds luchtiger. Halverwege de vierde lengte vinden we weer vier prachtige haken en we beginnen te knutselen aan ons anker.

Zo span je een highline

Om de lijn naar de overkant te brengen moet eerst een tagline tussen de ankers gespannen worden, een dunner touw waarmee we de echte highline omhoog kunnen trekken. Om niet een paar honderd meter door een steil couloir te hoeven banjeren traverseer ik gezekerd op een muurvaste nut en wat eigen cams om de toren heen. Zo kan ik het zakje touw voor de tagline zo dicht mogelijk bij de bergrug werpen. Met een zachte plof landt het touwzakje en met een korte abseil het couloir in weet Jeroen het touw aan de andere kant veilig op te halen. Tinka verbindt de tagline met het andere anker en

Tinka in haar aerial silks aan de lijn

Het anker op de Gross Kamel

Van links naar rechts: Jeroen, Sophie, Tjeerd, Tinka, Lucas

we halen het overgebleven stuk touw – met een essentieel zakje, gevuld met broodjes kaas, eraan geknoopt – binnen. Connectie! Binnen een uur trekken we de highline naar de overkant en spannen we hem op. De week vol met highlinesessies kan beginnen.

Er volgen zes dagen van wandelingen de berg op en af, sessies op de lijn, verwonderde klimmers die aankomen op de top van de Chli Kamel, wolken, wind en ononderbroken adembenemende vergezichten. Twee dagen regen brengen we door in de thermen in Leukerbad en in een begin-twintigste-eeuwse treinwagon op de camping, die dan fungeert als ons kantoor.

Golven

Een element van de shows die we geven is Tinka’s aerial silks act aan de highline. In Nederland klimt ze vanaf de grond de doeken in, maar het afgelopen jaar hee ze deze act doorontwikkeld tot iets wat op grotere hoogte vanaf de lijn plaatsvindt. De eerste try-out was april dit jaar boven de iconische rots van Al Lègne in Freyr. Ook hier in Zwitserland gaat ze met een speciaal ontwikkelde zekering de lijn op. Ademloos kijken we toe hoe ze met de doeken beweegt en hoe de stof als water gol door de thermiek vanuit de vallei.

In de loop van de week doet ieder van ons zijn eigen signature moves. Sophie verblu ons met een split op de lijn,

ieder van ons doet zijn eigen signature moves op de highline
Tinka jumart naar het anker op de Chli Kamel
Jeroen op de lijn
Foto
Tjeerd
Kooy

Jeroen loopt de lijn voor- en achteruit uit zonder te vallen en Tjeerd waagt zich weer op de lijn na een hardnekkige polsblessure. Deze ervaring tussen de rotswanden, wolken en gletsjers maakt diepe indruk op me. Rechtop, in balans, het bewegende perspectief tussen de rotsen, de blauwe lucht en de spierwitte wolken. Het voelt als een wandeling op de golven van de wind die mij zachtjes op en neer bewegen.

De laatste touwlengte

Deze bergen zijn in de loop van de week als thuis gaan voelen. Zeker dankzij het buitengewoon gastvrije personeel van de Sidelenhütte en hun heerlijke taarten, en highlinelegende Samuel Volery, die de registratie van de lijn bij de Zwitserse luchtvaartautoriteit hee geregeld. Bovendien hee Samuel ons via Swiss Slackline oranje markeringsballonnen geleend, zodat de lijn goed zichtbaar is vanuit de lucht. Dat alles gepaard met het heerlijke zonnetje en de

het voelt als een wandeling op de golven van de wind

bivakkerende klimmers die hun verhalen over tochten naar de Bielenhorn of Galenstock met ons delen, maakt het een prachtige week. De ontvangst in Zwitserland had eigenlijk niet beter gekund.

Na een goede week is er veel regen op komst en besluiten we weer af te bouwen. Nadat de lijn ingehaald is staat Sophie en mij nog een toetje te wachten: het vervolg van de laatste touwlengte naar de top van de Gross Kamel. Sophie klimt voor en ik puf en steun met een tas vol materiaal de schoorsteen door. Ik geniet met volle teugen van de top-out en werp nog een blik op de witte toppen van de Mischabel in de verte. Als we naar beneden abseilen zit het project zit er echt op. Met volle tassen lopen we de berg af en kijken terug naar de torens. Ze zien er haast een beetje kaal uit zo.

Wat is highlinen?

Highlinen is slacklinen op hoogte, waarbij je gezekerd de lijn op gaat. Bij slack- en highlinen balanceer je op een strak gespannen, platte band van 2,5 centimeter breed. Wie wil leren highlinen kan om te beginnen zelf in het park oefenen met slacklinen. Heb je dat goed onder de knie, dan kun je bijvoorbeeld op een highlinefestival voor het eerst de hoogte in gaan. Via de Nederlandse Slackline Vereniging (SlackNED, slackned.nl) kun je in contact komen met (lokale) professionals. De International Slackline Association (ISA, slacklineinternational.org) biedt bovedien informatie en cursussen.

Bergsportdag 2026

Ben je nieuwsgierig geworden naar de klimmers annex highliners achter dit project? Op 8 maart gee het Lowlines Collectief een lezing op de Bergsportdag. Ga voor meer informatie en tickets naar bergsportdag.nkbv.nl

De Chli Kamel met Tinka op de lijn, Sophie bij het anker en Tjeerd in in het touw
Niek en Folke op de Khang
Chan Chenmo (6135 meter)

Expeditie Academie IV in ladakh, india

Op zoek naar uitersten in de himalaya

Na twee jaar training en voorbereiding staan de klimmers hier, in Denyai Tokpo, een afgelegen dal in Zanskar (Ladakh, India). Voor zover bekend is in dit dal nog nooit een beklimming gedaan. Het team van de NKBV Expeditie Academie – negen deelnemers, twee coaches en een berggids – brengt daar verandering in. In vijf weken voeren ze zeven eerstbeklimmingen uit. Ook openen ze een reeks nieuwe rotsroutes en maken ze tussen de grote beklimmingen door een topo met meer dan vijftig boulders.

Gewapend met metalen borden uit de keukentent lopen Claartje en Folke door de sneeuwloopgraven naar de andere tenten om daar de nieuwe laag sneeuw weg te scheppen. De tenten hangen na een half uur alweer ingezakt door nog meer sneeuw. De vierde lichting van de Expeditie Academie is op eindexpeditie in Zanskar, een afgelegen, woestijnachtig gebied in de Himalaya waar het normaal slechts vijf dagen per jaar regent. Toch worden ze op dag twee in het basiskamp overvallen door een grote sneeuwstorm, de hevigste in 37 jaar. Het team is ingesneeuwd en de meeste bagage ligt nog in het dal, dus verdelen ze alle aanwezige onderbroeken, thermokleding en handschoenen over de groep. Naast het geïmproviseerde sneeuwscheppen is er ook tijd voor belangrijkere zaken, zoals sneeuwjaks bouwen, een tentdisco houden en proberen Alex te verslaan met een potje regenwormen.

Claartje: ‘Het klimmen was het hoogtepunt, maar ik heb gemerkt dat juist ook de reis, de aanloop en de tijd in het basiskamp een expeditie zo bijzonder maken.’

Gekte of doorzettingsvermogen?

Als de sneeuwstorm stopt, ligt het dal nog vol ongebonden, diepe sneeuw. De condities zijn waardeloos. De dagen verstrijken in het basiskamp. Jan en Folke trekken het stilzitten niet meer, ze willen klimmen. Ondanks het gebrek aan bevroren sneeuw besluiten ze een poging te wagen op een technisch eenvoudige berg. Onder deze omstandigheden alsnog een enorme uitdaging.

De rest van de groep verklaart ze voor gek. Toch vertrekken Jan en Folke midden in de nacht. Bij elke stap verdwijnen ze tot hun heupen in de sneeuw, maar gestaag winnen ze hoogte. Op de gletsjer maken ze om de beurt een spoor: acht

Tekst Folke Drost, Laura Oldenburger en Claartje Meijs

Bergsportdag 2026

Wil je meer zien van de eerstbeklimmingen van de Expeditie Academie? Op 8 maart gee het team een lezing op de Bergsportdag. Ga voor meer informatie en tickets naar bergsportdag.nkbv.nl.

Maël en Folke bereiden hun avondeten aan de voet van de

Jan kijkt uit op de Nochung Ru en de Chortan Rigib, waarop het team verschillende routes klom

Folke: ‘Volledig op eigen intuïtie klimmen, los van bestaande lijnen, gee een ongekend gevoel van vrijheid.’

Ondanks hun vermoeidheid richten Laura, Karlijn, Claartje, Alex en Boris hun pijlen vervolgens op een rotspilaar die vanaf het basiskamp duidelijk zichtbaar is. Eerder stonden Claartje en Laura al onder de indrukwekkende vuistbrede spleet in de route, maar toen begon het te sneeuwen en moesten ze omkeren. De route hee ze sindsdien niet losgelaten.

minuten bu elen, dan wisselen. Folke is normaal niet moe te krijgen, maar het geploeter en de e ecten van de hoogte eisen hun tol en hij mompelt tegen Jan: ‘Dit is misschien wel het zwaarste wat ik ooit heb gedaan.’ Stap, tien seconden uithijgen, en herhalen. Hogerop wordt de bovenlaag van de sneeuw harder en loopt Jan, met tien kilo minder lichaamsgewicht dan Folke, ineens boven op de sneeuw. Dichte mist beperkt het zicht tot enkele tientallen meters. Alles vervaagt, behalve het doel: blijven lopen, omhoog.

Rond één uur ’s middags staan ze op 5650 meter. De eerste top van de expeditie is een feit. Ze noemen de top Nochung Ru (Ladakhi voor ‘klein broertje’) en de route Committed to the Cause. Als ze na achttien uur vermoeid terugkomen in het basiskamp worden Jan en Folke onthaald alsof ze de Mount Everest beklommen hebben. De koks serveren zelfs een waar feestmaal: momo’s! Het startschot voor de expeditie is gegeven.

De rotspilaar roept

Na dit eerste succes trotseren alle teamleden de sneeuw. Boris, Claartje, Laura en Karlijn komen zwoegend tot twintig meter onder de onbeklimbare oosttop van de Chortan Rigib (5800 meter). Bas, Folke en Joris hebben wel succes op de westtop van de Chortan Rigib (5752 meter) en Alex en Maël staan als eerste op de centrale top van de Chotzangma (5800 meter).

alles vervaagt, behalve het doel: blijven lopen, omhoog

Nu staan ze met een strakblauwe lucht en de zon op hun gezicht onderaan diezelfde spleet. Het is het meer dan waard om terug te keren, elke touwlengte hee iets unieks. Perfecte spleten, scherpe schubben, spannende dakjes en sierlijke versnijdingen wisselen elkaar af. ‘Het blij maar doorgaan!’, roept Laura na de zoveelste touwlengte prachtig klimmen. Boris, Karlijn en Alex kiezen een andere lijn, links van Claartje en Laura, en zijn ook zichtbaar aan het genieten. Alex en Karlijn worstelen in een schoorsteen, met hun rugzakken bungelend onder hen.

Na tien touwlengtes staan ze alle vijf lachend boven op de pilaar. Het contrast met de dag ervoor kan niet groter zijn: gisteren ploeterden ze nog tot hun heupen door de sneeuw, het soort afzien dat pas echt leuk wordt als je er later aan terugdenkt. Nu is het anders, ze genieten volop tijdens het klimmen. Alex, Karlijn en Boris noemen hun route Stone Man Is Watching You (300 meter, 5c); Claartje en Laura noemen de route Cracking Smiles (300 meter, 5c+), naar de lach die tijdens het klimmen maar niet van hun gezichten wil verdwijnen.

De vriendelijke rotsband die niet zo vriendelijk is In tegenstelling tot de rotsklimmers kiezen Jules, Jan en Niek die dag weer voor sneeuwploeteren. Gelukkig kunnen ze gebruikmaken van een spoor van een eerdere – mislukte –poging, waardoor ze al na drie uur onder aan de wand staan. Deze vij onderd meter lange wand bestaat volledig uit sneeuw en ijs, halverwege onderbroken door een rotsband. Als de zon het dal roze kleurt, bereiken ze de rotsband, die

Khang Chan Chenmo
Foto Folke Drost
Foto Niek de Jonge

van beneden vriendelijk en vlak leek, maar van dichtbij steil en deels overhangend blijkt.

Jules gaat voorop en tre een mooie, technische touwlengte: zijn ijsbijlen getordeerd in dunne spleten, stijgijzers op kleine richels. Boven stuit hij op een gladde plaat met slechts een dun laagje ijs, onmogelijk om te beklimmen. Hij keert terug en na een omweg vindt het drietal een alternatief over losse rots. Voorzichtig klauteren ze omhoog.

Eenmaal terug in de sneeuw hopen ze vaart te maken, maar de helling wordt steiler, de hoogte voelbaarder en de sneeuwkwaliteit blij matig. Op een helling van zeventig graden kruipen ze stap voor stap omhoog. Rond het middaguur staan ze op de onbeklommen top, de Chotzangma-West. In het noorden kijken ze uit op de vertrouwde bergen rond het basiskamp; ten zuiden van de Chotzangma strekt zich een oneindig landschap van onbeklommen, naamloze toppen uit.

Ze vervolgen hun weg naar de door Maël en Alex beklommen hoofdtop (5800 meter), met nog een kleine omweg naar de Chotzangma-Oost, voordat ze aan de lange afdaling begin-

Het team

De NKBV Expeditie Academie leidt jonge, talentvolle Nederlandse bergsporters op tot allround alpinisten. Het team van de vierde lichting bestaat uit negen enthousiaste klimmers: Folke Drost, Maël Durand, Claartje Meijs, Jan van der Meulen, Laura Oldenburger, Jules de Ruiter, Alexander Sternfeld, Joris Timmermans en Karlijn de Wit. Zij werden begeleid door vijf experts: Court Haegens, Eveline van Tuinen, Niek de Jonge, Boris Textor en Bas Visscher. De laatste drie waren ook mee naar India.

De Expeditie Academie wordt ondersteund door Scarpa, Rab, Buitensportvoeding.nl, Mountain Network en de NKBV. Tijdens de expeditie zorgde expeditiearts Irene Schrijvershof voor medische begeleiding.

nen. Na twintig abseils en veel meer zware sneeuw dan gehoopt, bereikt het drietal drieëntwintig uur later uitgeput het basiskamp. De kok is wakker gebleven om ze te verwennen met dahl, die lekkerder smaakt dan ooit.

Jan: ‘Op de expeditie heb ik geleerd dat het soms fijn kan zijn om mensen wat meer ruimte te geven als het allemaal niet zo lekker loopt, in plaats van elkaar op te zoeken.’

Tegenzin en plichtsbesef

‘Ik heb de bittere realisatie dat ik helemaal geen zin meer heb om te klimmen, maar dat ik ook niet naar huis kan zonder een poging te wagen op deze berg.’ Het loopt tegen het einde van de expeditie wanneer de vermoeidheid zich bij Jan opstapelt. De berg waarover hij spreekt noemt het team de Badile, vanwege de gelijkenis met de Alpentop. Een scherpe, oranje driehoek van honderden meters verticaal gneis, de droom van elke rotsklimmer.

Gisteren klommen Jules en Jan het eerste stuk en xeerden daar touwen. Vandaag ontdekken ze dat een van die touwen

Het basiskamp nadat de sneeuw is gesmolten
Foto
Boris
Textor
Foto
Joris Timmermans

beschadigd is. Het is onbruikbaar geworden door een core shot, de kern is kapot, en ze moeten omkeren. Verslagen keren ze terug naar advanced basecamp: twee tentjes in de sneeuw op 5400 meter, direct onder de wand. Vanaf datzelfde kamp beklimmen Karlijn en Boris de Rejam Ri (5600 meter) via de oostgraat.

Karlijn: ‘Toen we in het donker de col op kwamen en ik in de verte de hoofdlampjes van mijn teamgenoten op de Khang Chan Chenmo zag, voelde ik naast plezier ook trots en verbondenheid met mijn team.’

Nog één dans met de wand

De laatste klimdag breekt aan. Jules en Jan persen de laatste restjes energie uit hun lijf voor een derde dag op de wand. Een laatste kans. Claartje sluit zich bij hen aan. Het begin is taai: de naklimmers dragen zware rugzakken vol schoenen en stijgijzers en hijgen als paarden. De wand zit vol grote, maar loszittende grepen, die verleidelijk zijn om aan te hangen. Met verzuurde armen trekken ze zich omhoog aan de kleine korrelige randjes ernaast.

Met evenveel spanning als enthousiasme gaan ze de uitdaging aan

De route blijkt prachtig en gevarieerd, en de rots wordt steeds vaster. Eerst klimmen ze door een lange, steile hoekversnijding met kleine randjes en twee ‘hijg-dakjes’, daarna door aanhoudende spleetlengtes waarin ze hun handen goed kunnen verklemmen. Ten slotte volgen delicate plaatpassen. Omdat ze de hel van de tijd staan te wachten op de standplaatsen, is er genoeg tijd om te genieten van het uitzicht over het dal en van het zonnetje. Na een paar uur en ongeveer driehonderd meter klimmen bereiken Jules, Jan en Claartje het midden van de wand. Waar ze al bang voor waren, blijkt werkelijkheid: vanaf hier is afzekeren vrijwel onmogelijk. Het is zuur, maar ze moeten afdalen. Ze noemen de route Core Memories (300 meter, 6a+).

Aan de voet van de droom

Voor Alex, Laura, Folke en Maël is een route openen op de berg met werknaam M (6135 meter), een imposante zesduizender, een ware droom. Wanneer ze het plan voor de grootste berg van het dal bespreken, zijn coaches Niek en Bas duidelijk: succes is allesbehalve gegarandeerd. Ook voor hen is dit een groot en intimiderend doel. Die woorden zorgen voor een lichte, gezonde spanning in het team, maar voor minstens evenveel enthousiasme om de uitdaging aan te

De Khang Chan Chenmo

gaan. Met uitpuilende tassen lopen ze met zijn zessen naar het gletsjerplateau aan de voet van de berg, waar ze hun kamp opslaan. Overdag kijken ze uit op een am theater van vijfduizenders,’s nachts op een eindeloze sterrenhemel.

Om twee uur ’s nachts zingen ze coach Bas wakker: het is zijn 39ste verjaardag. Wat zou het een mooi cadeau zijn als ze vandaag de top behalen! De route begint met een sneeuwcouloir. Het grootste gedeelte van de sneeuw is goed hard, maar op sommige stukjes voelt het alsof ze in de sneeuw zwemmen. Toch bereiken ze sneller dan verwacht het begin van het rotsgedeelte. Omdat het nog donker en ijskoud is, kruipen ze in hun shelters en wachten tot de zon de wand raakt. Zodra de eerste stralen over de rots glijden, verandert de sfeer. De kou maakt plaats voor warmte en het voelt alsof de berg de klimmers uitnodigt.

Claartje klimt in de route Cracking smiles met waanzinnig uitzicht
Foto Karlijn de Wit
in het ochtendgloren

Het klimmen is schitterend en gevarieerd, en de rots is van goede kwaliteit. Het team beweegt vlot, deels dankzij het voorbereidingswerk met de verrekijkers en het slimme gebruik van met sneeuw gevulde geulen. De droom om op een onbeklommen zesduizender te staan komt steeds dichterbij. Hoewel ze in twee touwgroepen van drie klimmen, voelt het alsof ze één geheel zijn.

Op de top wordt het zestal beloond met een prachtig uitzicht. Het zorgt voor een ontlading die moeilijk in woorden te vatten is. Twee jaar voorbereiding komt samen op dit moment. Maar eenmaal op de top zijn ze pas halverwege. Van tevoren hadden ze gedacht dat de afdaling relatief eenvoudig via een sneeuwgraat aan de andere kant van de berg zou kunnen, maar via de portofoon horen ze van hun teamgenoten dat die er te complex uitziet. Ze kiezen daarom om via een lange sneeuwflank af te dalen, totdat ze weer op rots stuiten. Vanaf daar abseilen ze urenlang terug naar het couloir waar hun avontuur vanochtend begon.

Achttien uur na vertrek staan ze weer beneden. Moe, hongerig, maar met een gevoel van diepe voldoening. Wat een dag. Wat een avontuur. En wat een prachtige afsluiting van de expeditie. Ze noemen de berg de Khang Chan Chenmo en de route Wish You Were Here.

Bas: ‘We hebben de route Wish You Were Here genoemd, een eerbetoon aan mijn vrienden Line van den Berg, Jeroen van Ommen en Mats Wentholt, die in 2023 omkwamen bij een lawine. Hun ongeluk hee veel impact op me gehad. Ik mis hen nog steeds, en ik weet zeker dat zij ook graag op deze berg zouden hebben gestaan.’

Van de Alpen tot Zanskar

De expeditie is de bekroning op het leertraject van de Expeditie Academie. In de Alpen leerden de deelnemers hoe je beslissingen neemt in lastige omstandigheden, kennis die ze hier volop kunnen toepassen, soms bewust, soms intuïtief.

Niets kon ze echter volledig klaarstomen voor de werkelijkheid: dagenlang sneeuwscheppen, ploeteren door diepe sneeuw en besluiten nemen met beperkte informatie. Soms nemen de klimmers goede beslissingen, soms leren ze pas achteraf wat beter had gekund. Die momenten brengen de groep dichter bij elkaar. Je leert elkaar echt kennen als je dagenlang balend en met natte sokken sneeuw loopt te scheppen, maar even later ook samen boven op een onbeklommen top staat.

Niek: ‘Het was niet altijd makkelijk, zowel fysiek als mentaal, maar de spirit in de groep hee ervoor gezorgd dat iedereen, inclusief de coaches, een onvergetelijk avontuur hee meegemaakt. Ons grootste succes is dat iedereen heelhuids en in vriendschap weer huiswaarts is gekeerd. En dat we ook nog mooie beklimmingen hebben gedaan is de kers op de taart!’

Laura en Karlijn klimmen op de wand achter het basiskamp
Alex, Karlijn, Laura en Claartje op de top van de rotspilaar
Foto Boris Textor
Foto Bas Visscher
Foto
Boris Textor

Cursus outdoor voorklimmen

Zelfverzekerd de rots op

Klimmen begon als een leuke hobby naast alle andere sporten. Een paar jaar geleden deden mijn partner en ik een topropecursus, omdat het ons handig leek iets te weten van knopen en zekeringsapparaten die van pas konden komen bij een technisch wandelpad of moeilijke passage bij het toerskiën. Daarna bleef het bij af en toe klimmen of boulderen in de hal. Tijdens ons eerste basiskamp – een kampeervakantie met een groep gelijkgestemden –van Bergsportreizen maakten we vorig jaar kennis met het buiten klimmen. Na nog een weekend klimmen met de NKBV-Sectie Masters in Yvoir waren we besmet met het buitenklimvirus: dit willen wij ook zelf samen kunnen. Maar hoe pak je dat aan?

Tekst Linda de Graaf Beeld Pim Horvers

De cursus outdoor voorklimmen single-pitch wordt door verschillende organisaties aangeboden, variërend van één weekend in de Ardennen tot meerdere avonden en weekenden in Nederland en in de Harz. Ook Bergsportreizen heeft verschillende opties, waaronder een achtdaagse cursus in Vallée du Buëch in Zuid-Frankrijk. Dat lijkt ons perfect. Een mooie bestemming in een prettig klimaat en genoeg tijd om de vaardigheden aan te leren.

We trainen deze winter in de klimhal om het klimvaardigheidsbewijs indoor voorklimmen te halen. Dat is geen vereiste voor de cursus, maar wel een pre. Het maakt de sprong naar buiten voorklimmen een stuk makkelijker en minder stressvol, horen we later van de instructeurs. Eind april is het dan eindelijk zo ver. We komen aan in een zonovergoten Serres, een pittoresk dorp in de Franse Hautes-Alpes, vlak bij het bekende klimgebied Orpierre.

Ombouwen naar laten zakken

Zondagochtend beginnen we de cursus met een voorstelrondje en het doornemen van onze klimmaterialen. Iedereen heeft zich grotendeels gehouden aan de paklijst die we vooraf kregen, maar toch zijn er verschillen in slinges, karabiners en zekeringsapparaten. We krijgen van instructeurs Harry en Pim gedegen uitleg over alle ins en outs van de meegebrachte klimspullen.

Dan volgt de eerste theorieles: voorklimmen en ombouwen naar laten zakken met de simpelste methode: met het touw dubbelgevouwen door de ring van de standplaats. Instructeur Harry heeft oefenborden gemaakt met een standplaats zoals je die ook in de rots vaak tegenkomt. In tweetallen gaan we aan de slag. Het is voor ons allemaal nieuw en het lijkt ingewikkeld, dus de oefenborden komen goed van pas. ’s Middags gaan we naar het rotsklimgebied van La Faurie, maar daar aangekomen gaat het plots regenen. Helaas moeten we terug naar de camping. We oefenen het ombouwen nogmaals op het bord en leren meer van de benodigde knopen.

De eerste gezamenlijke borrel van de cursus houden we die avond in de voortent van onze caravan, schuilend voor de regen. We hebben allemaal andere achtergronden en klimniveaus, maar vinden snel aansluiting met elkaar door een gedeelde passie: bergen en buitensport.

Naar de rots

De volgende ochtend herhalen we het ombouwen naar laten zakken. Vlekkeloos doorlopen we de stappen nog niet, maar het gaat wel steeds beter met de aanwijzingen van de instructeurs. In de loop van de ochtend gaan we eindelijk naar de rots bij La Faurie, een prachtige plek in de Gorges d’Agnielles met meerdere routes op niveaus

instructeurs weten

klimgebieden

De
de mooiste
in de Vallée du Buëch te vinden

Instructeur Harry gee uitleg bij een oefenbord

klimhal. Overal in de rots zijn greepjes en randjes om op te staan en daardoor zijn er vaak meerdere oplossingen voor een route. De ander vindt het juist lastiger, omdat je zelf de route moeten zoeken. Ik vind het leuk om te zien dat, terwijl ik in de hal beter klim, mijn partner in de rotsen veel beter uit de voeten kan.

We wisselen gedurende de week een aantal keer van klimmaatje. Ook het klimmen met iemand anders dan je vaste partner is heel leerzaam. Ik let bijvoorbeeld beter op het communiceren. Ook merk ik dat mijn eigen (klim)partner sneller even iets voorzegt om te helpen, wat natuurlijk een belemmering voor mijn eigen klimproces is.

Plaatklimmen

Op dag vier leren we aan het begin van de dag wat je kunt doen als de naklimmer niet door een lastige passage komt, namelijk een enkelvoudige takel maken met een prusiktouwtje en een karabiner. Harry en Pim leren ons ook hoe je bij het zekeren op een standplaats met een tuber, bijvoorbeeld een ATC of Reverso, met een aantal handelingen het zekeringsapparaat kunt deblokkeren en zo de naklimmer beheerst kunt laten zakken. Ik vind het een leuke oefening, omdat ik eindelijk eens meteen de logica van de techniek zie. Dat het in het begin in de praktijk niet allemaal vlekkeloos gaat, dat is een ander verhaal.

In de Gorges d’Agnielles zijn meerdere routes op niveaus 3, 4 en 5

3, 4 en 5. Hier kunnen de instructeurs goed meekijken met het ombouwen. En aangezien dit de eerste keer is in de rots, gee dat wel een veilig gevoel.

We kunnen allemaal twee tot drie routes klimmen voor het gaat regenen en we helaas weer terug naar de camping moeten. Gelukkig is er nog genoeg te leren. Onder de overkapping op de camping leren we een andere techniek: stand maken, een naklimmer omhoog zekeren en vervolgens abseilen. Nu duizelt het ons wel een beetje. We proberen het zo goed mogelijk uit te voeren op de oefenborden en merken al snel dat de stappen steeds logischer gaan voelen.

Aan het einde van de middag is iedereen verkleumd en toe aan een warme douche. De borrel kunnen we wel buiten houden, want inmiddels is het opgeklaard. Dat moment met elkaar is niet alleen gezellig, het is ook de leuke en leerzame manier om de blunders en prestaties van de dag door te nemen. Dat gaat in vriendelijk plagerige sfeer of met gepaste trots.

Anders dan de klimhal

We wennen deze week ook aan het klimmen in de rotsen, wat toch echt anders is dan in de klimhal. Voor de een is het klimmen buiten eenvoudiger dan hetzelfde niveau in de

Stand maken, naklimmer omhoog zekeren, abseilen

Daarna rijden we naar Le Claps nabij Luc-en-Diois. Deze bijzondere rotsformatie is ontstaan nadat in 1442 een deel van de Pic de Luc naar beneden stortte. Je vindt hier onder andere een liggende plaat met routes van ruim 30 meter. De ene hel van de groep gaat hier klimmen, de andere hel oefent op een korte route met de takel en het laten zakken van een naklimmer.

Plaatklimmen is voor de meesten van ons nieuw. Ik klim een route voor. Het voelt heel eng om alleen kleine kuiltjes voor je voeten te hebben en eigenlijk niets voor je handen, zeker als ik ook nog eens een voet voel wegglijden. Maar Harry roept vanaf de grond aanwijzingen: kleine pasjes, hakken naar beneden. Vanaf de andere muur word ik aangemoedigd door medecursisten. Zonder vallen kom ik bij de standplaats, een flash. Daar ben ik best trots op!

Bij het uitvoeren van de takel gaat – natuurlijk – van alles mis in de groep. Een touw wordt niet samengebonden en valt naar beneden, iemand laat zijn zekeringsapparaat vallen, een

ander gooit het touw in een boom... Goede leermomenten en ook nog eens mooie verhalen voor bij de borrel vanavond.

Uit de route stappen

De vijfde dag geen nieuwe theorie meer ’s ochtends. We rijden direct naar het hoger in de bergen gelegen La Jarjatte, nabij de Col de la Croix Haute, een klimgebiedje met routes tot 5b en een prachtig uitzicht over de vallei en omliggende rotsige bergtoppen. Je moet na het stand maken dus vooral even om je heen kijken.

Helaas is het vandaag niet mijn dag. Ik klim eerst een mooie 4c voor en bouw om naar toprope. Maar bij een moeilijke passage in de volgende route durf ik niet meer verder, ondanks alle aanmoedigingen vanaf de grond. Ik laat me zakken en laat de setjes hangen. Een mooi moment voor de laatste theorieles: zonder materiaal achter te laten uit een route stappen als je niet boven komt.

De rest van de groep oefent daarna ook nog met wat kleine voorklimvallen. Ik durf het vallen niet aan en richt me op het Bergsportdag 2026

Wil jij ook leren klimmen, single-pitch of multi-pitch? Bezoek de stand en de lezingen van Bergsportreizen op 8 maart op de Bergsportdag en ontdek welke cursus bij jou past. Ga voor meer informatie en tickets naar bergsportdag.nkbv.nl.

We wennen deze week ook aan het klimmen in de rotsen, echt iets anders dan de klimhal

Auteur in actie

GROSSGLOCKNER

ALPEN

Heiligenblut

Alpe-Adria-Trail: wandelen in de Hof van Eden. Van de gletsjer naar de zee. Deze unieke langeafstandswandelroute loopt door een van de mooiste en veelzijdigste gebieden ter wereld: het landschap tussen de Alpen en de Adriatische Zee! Een route van 750 kilometer waar drie culturen tot een uniek wandelavontuur versmelten. Geniet van de hartelijke gastvrijheid en de heerlijke Alpen-Adria-keuken, rust goed uit voor de volgende wandeling en vergeet de alledaagse zorgen. Het Alpe-Adria-Trail boekingscentrum regelt het voor je.

Bezoek ook de Alpe-Adria-Trail specialist in Nederland op alpenreizen.nl

Muggia / Trieste
Mallnitz
Gmünd
Seeboden
Bad Kleinkirchheim
Velden
Villach
Tarvisio
Bovec
Tolmin Cividale
Goriška Brda
ADRIA
Gradisca d’Isonzo
Duino
Lipica
Kranjska Gora
Millstätter See Ossiacher See
Faaker See
Wörthersee

We hoeven geen prestaties neer te zetten, we willen gewoon plezier hebben en alles wat we afgelopen week geleerd hebben in de praktijk brengen.

Alle deelnemers hebben een andere achtergrond, maar een gedeelde passie: buitensport

zekeren, waar gelukkig alle begrip voor is. In de volgende route oefen ik de methode van het terugtrekken, wat mij goed uitkomt aangezien ik opnieuw tegen een lastige passage aanloop. Gelukkig biedt deze plek ook korte derdegraads routes, die mij weer een beetje zelfvertrouwen geven. Vandaag is het echt warm, dus sluiten we de dag af met een drankje bij het zwembad. Hoe heerlijk kan een klimcursus zijn?

Strijden

De laatste dag van de cursus breekt alweer aan. Het is geen echt examen, maar vandaag beoordelen de instructeurs of we alle technieken zelfstandig kunnen uitvoeren. We gaan naar het klimgebied van Sigottier, tien minuten rijden en vervolgens een half uurtje lopen. Wéér zo’n prachtige plek met uitzicht op het dal, waar we tijdens het klimmen kunnen zien dat de geiten uit de stal naar de wei worden gebracht. Ik klim vandaag met Femke. Zij hee vier blaren op haar tenen en wil het rustig aan doen. Dat is ook mijn idee.

Samen boven aan de rots staan geeft echt een kick

Na twee routes op 4c, waarin we ombouwen tot laten zakken en stand maken, is het tijd voor de lunch. We zien andere cursisten strijden op de rots om nog een niveau hoger te klimmen als afsluiting van deze week. Gaaf om te zien.

Iemand uit de groep hee een toprope in een 5c gemaakt. Ik wil toch weten wat ik nou wel kan klimmen op de rots. Dus klim ik de route toprope, in één keer. Dat touw van boven is toch wel lekker relaxed, ik durf echt meer als ik weet dat ik niet ver kan vallen.

Tijdens de afsluitende pizza-avond reflecteren we met de instructeurs op de week en krijgen we gelukkig te horen dat iedereen is geslaagd.

Wensenlijstje

Mijn partner en ik kijken terug op een intensieve, maar leerzame week. We zijn blij dat we de tijd hadden om veel technieken te leren en toe te passen. Samen boven aan de rots staan en van het uitzicht genieten gee echt een kick. We hebben de vaardigheden en het vertrouwen om nu samen naar de rots te gaan. Daarmee is buiten klimmen een leuke aanvulling op onze andere vakantie-activiteiten, zoals bergwandelen en etsen. Want we zijn er ondertussen ook achter gekomen dat je op zoveel Europese bestemmingen kunt sportklimmen. En zeker – of juist – niet alleen in alpiene gebieden. Griekenland, de Spaanse kust, Noord-Italië en koudere bestemmingen als Noorwegen en Zweden staan inmiddels op ons wensenlijstje.

Cursus outdoor voorklimmen bij Bergsportreizen

Reis

Wij volgden de cursus in Vallée du Büech. In vij ien uur reis je met het openbaar vervoer van Utrecht naar Serres. De afstand bedraagt ongeveer 1100 kilometer. Om tijdens de cursus gemakkelijk naar de verschillende klimgebieden te reizen, is het handig als enkele cursisten met de auto komen.

Wat je kunt verwachten

Bergsportreizen biedt een gedegen cursus outdoor voorklimmen single-pitch in verschillende regio’s. De instructeurs kiezen vaak voor kleine, rustige klimgebieden waar je de touw- en

klimtechnieken goed kunt oefenen. De groepsdynamiek maakt het leren extra leuk en zorgt voor gezelligheid tijdens het klimmen en daarna. Doordat de cursussen acht dagen duren, leer je veel techniek en heb je voldoende tijd om het in de praktijk te brengen.

Materiaal en kosten

Er zijn cursussen vanaf €510 per persoon. Daarnaast moet je de overnachtingen op de camping en je eigen klimmateriaal bekostigen. Vooraf ontvang je een paklijst waarop alles staat wat je nodig hebt naast de gordel en de schoenen die je in de hal al gebruikt.

Niveau

Het klimvaardigheidsbewijs indoor voorklimmen is zeker een pre, maar geen vereiste. Je hoe bovendien echt geen gevorderde klimmer te zijn om buiten te klimmen. Als je in de hal vijfdegraads routes klimt, kun je buiten ook al goed terecht.

Meer informatie

In 2026 hee Bergsportreizen cursussen outdoor voorklimmen in Val Durance, Dentelles de Montmirail, Chamonix en het Ötztal. Op bergsportreizen.nl/ zomervakanties/rotsklimmen/ single-pitch-cursus vind je alle informatie.

De aantrekkingskracht van de snelste zijn

De wereld achter een

FKT

Geen startnummer, geen medaille, geen podium, geen publiek. Een Fastest Known Time – kortweg FKT – is de meest bescheiden manier om een wereldrecord neer te zetten. Wat ooit begon als een niche is uitgegroeid tot een fenomeen in de trailrun- en bergsportwereld. Wat is een FKT precies en wat maakt deze zo onweerstaanbaar? Redacteur Rinske Brand vraagt het haar collega Noor van der Veen, die afgelopen zomer een FKT neerzette op de Haute Randonnée Pyrénéenne (HRP).

Tekst Rinske Brand (lopende tekst) en Noor van der Veen (dagverslagen)

Beeld Caroline Dupont Photography en Aaron Rolph/British Adventure Collective

Het principe is simpel: bij een Fastest Known Time leg je een bestaande route zo snel mogelijk af. Hoofdzakelijk gaat het om (hard)lopen, maar multi-sport is in sommige gevallen toegestaan. Bij succes laat je de nishtijd, vastgelegd door een gps-tracker of sporthorloge, als bewijs achter op fastestknowntime.com, het inmiddels o ciële naslagwerk voor deze o cieuze wereldrecords.

Sneller dan de vorige

Het idee om een route zo snel mogelijk af te leggen is niet nieuw. In de bergsport is tijd al decennialang een maatstaf voor prestatie. In 1932 liep Bob Graham in 24 uur over 42 toppen in het Britse Lake District. Dat was het begin van een traditie. In de Verenigde Staten ontstonden vergelijkbare rituelen op routes als de Appalachian Trail en de Paci c Crest Trail. Iemand zette een tijd neer. Iemand anders probeerde het sneller. Zo groeide het uit tot een beweging binnen de bergsport.

Lange tijd bleven die tijden vermeldingen in logboeken of geruchten dat iemand het ooit in minder dan zoveel dagen had gedaan. Met de komst van gps en sporthorloges werd vastleggen en vergelijken ineens eenvoudiger. De term FKT werd geïntroduceerd in 2000 door de Amerikaanse ultralopers Buzz Burrell en Peter Bakwin. Zij probeerden een record te zetten op de 350 kilometer lange John Muir Trail in Californië en richtten een forum op om hun poging te documenteren. Dit vormde het begin van wat nu fastestknowntime.com is: een wereldwijd platform zonder o ciële status, maar met een stevige vorm van validatie door de FKT-gemeenschap. Inmiddels staan er meer dan zesduizend routes en tienduizenden pogingen geregistreerd.

Spelregels van FKT’s

Om de pogingen vergelijkbaar te maken is een aantal spelregels opgesteld. De route moet openbaar toegankelijk zijn, minimaal 8 kilometer lang zijn en 150 hoogtemeters hebben.

Noor van der Veen aan de start van haar recordpoging

Er zijn drie varianten in de recordpogingen. Bij unsupported neem je vanaf de start alles zelf mee: eten, uitrusting, alles. Alleen water mag je aanvullen uit natuurlijke bronnen. Je bent volledig op jezelf aangewezen. Bij self-supported mag je gebruikmaken van voorzieningen die voor iedereen beschikbaar zijn – een winkel, hut of hotel – en van bevoorradingsdrops die je zelf vooraf regelt. Bij supported mag je alle geplande en ongeplande hulp aannemen: eten, verzorging of routebegeleiding.

Verborgen wereld

Achter elke FKT-poging gaat een wereld schuil van minutieuze voorbereiding, zorgvuldige terreinverkenning en eindeloze planning. En daarna: slaapgebrek, afzien en over grenzen gaan, fysiek én mentaal. De aantrekkingskracht van een FKT zit niet alleen in het record zelf, maar in alles eromheen. De Nederlandse ultraloper Noor van der Veen weet daar inmiddels alles van. Afgelopen zomer zette zij een FKT neer op de beroemde Haute Randonnée Pyrénéenne (HRP), een van de bekendste routes van Europa over een bergkam van 730 kilometer.

Dag

1: vijf keer ondersteuning van de crew

Route: van Hendaye naar Nekez-Egina, Spaans-Franse grens

Duur: 17 uur en 5 minuten, 106 kilometer, 5357 hoogtemeters

Ik doop mijn hand in het zoute zeewater van de Atlantische Oceaan en hol het strand af. Het is nog donker als ik de Xoldoko Gaina (486 meter) bereik, de eerste ‘bergtop’. Dichte mist maakt het afdalen moeilijk. Op de Col d’Ibardin, na 11,5 kilometer, zie ik mijn crew voor het eerst. Ze hebben zich voorgenomen om vandaag maar liefst vijf verzorgingsposten op te tuigen. Wat een luxe! In de ochtend loop ik voornamelijk over brede, modderige gravelwegen. Ik leg de eerste 50 kilometer bewust alleen af. Ik wil de tijd nemen om het avontuur te omarmen. De tweede hel van de dag wordt het landschap al ruiger en dienen de eerste beproevingen zich aan. Het pad loopt lange tijd door dicht, prikkelig struikgewas. Death by a thousand papercuts: mijn benen zitten onder de schrammen. Maar het deert me nog niet zo. Ik ben onderweg, met mijn crew! Een vreemde mix van vlinders in mijn buik en zenuwen tot in mijn tenen.

Geweldige support op dag 1

Bergsportdag 2026

Hoe maakte Noor haar planning? Wat eet je tijdens zo’n tocht? Of wat was de grootste les?

Op 8 maart kun je Noor die vragen zelf stellen bij haar lezing op de Bergsportdag. Ga voor meer informatie en tickets naar bergsportdag.nkbv.nl

Karel Sabbe op de Via Alpina die haar inspireerde. Noor: ‘Toen dacht ik: zou ik zoiets zelf ook kunnen?’ In 2025 besloot ze het te gaan proberen. En dat proberen zit niet alleen in het lopen zelf, maar juist ook in het opzetten van zo’n groot project. Want dat is nog niet zo eenvoudig als het wellicht lijkt. Je hebt niet alleen een optimaal plan nodig, je moet het vervolgens ook nog zo goed mogelijk uitvoeren.

Noors keuze voor een supported FKT-poging was heel bewust: ‘Ik moest me volledig kunnen focussen op het lopen, dus mijn crew had de verantwoordelijkheid om alles daaromheen soepel te laten verlopen.’ Die crew bestond uit zes mensen en twee campers. Van tevoren zochten ze uit waar die campers mochten komen, waar geslapen kon worden en hoe de dagetappes zouden verlopen. ‘Voordat ik één meter gelopen had, waren de crewleden al van onschatbare waarde. Ze droegen elk vanuit hun eigen talenten hun steentje bij. De voorbereiding had ik nooit alleen gekund.’

Het eerste idee

Het concrete idee ontstond voor Noor in september 2024, toen Tara Dower een record liep op de Appalachian Trail. Maar het was al in 2021 de FKT van de Belgische ultraloper

Een vreemde mix van vlinders in mijn buik en zenuwen

Etappe 1

Dag 2: onverwacht technische passage

Route: van Nekez-Egina naar Col du Somport, Spaans-Franse grens

Duur: 19 uur en 27 minuten, 90 kilometer, 6008 hoogtemeters

De dag van de waarheid: hoe gaat het voelen om vandaag opnieuw zo lang te lopen? Ik start samen met Regien, omdat ik weet dat het eerste stuk lastig te navigeren is. In het pikdonker klauteren we door een steile grashelling omhoog. Daarna terug de prikkelbosjes in: nieuwe schrammen over de oude schrammen. Maar een adembenemende zonsopkomst! Na 20 kilometer ga ik in opperbeste stemming alleen verder. Wat een opluchting: het valt mee. De laatste 50 kilometer samen met Kevin beginnen nog vlot, maar we belanden al gauw in een lange, behoorlijk technische passage die ik in mijn voorbereiding niet had gesignaleerd. We verliezen veel tijd ten opzichte van de planning. Tot onze schrik wordt Kevin ook nog eens in zijn bil gebeten door een patou, een Pyreneese schaapshond. Noodgedwongen maken we een extra stop bij Refuge d’Arlet voordat we ten langen leste bij de Col du Somport aankomen, bijna middernacht.

Frankrijk PYR

2

3

Spanje

Dag 3: oogverblindend mooie etappe

Met Kevin richting de hoge bergen

Route: van Col du Somport naar Gavarnie, Frankrijk

Duur: 19 uur en 4 minuten, 73 kilometer, 5139 hoogtemeters

Vanwege de late aankomst slaap ik een uurtje uit, tot half vijf. Daarna vertrek ik met een aanstekelijk vrolijke Ewoud op een van de mooiste etappes van de hele route. Het extra uurtje slaap hee een dubbel voordeel: we hebben ook nog eens zicht op de Pic du Midi d’Ossau bij zonsopkomst, de indrukwekkende berg die bekendstaat als de Matterhorn van de Pyreneeën. Magisch. De kilometers vliegen

ColduSomport
Gavarnie

ENEEËN

Etappe 5 39 km 3287 hm

BordasdeViadósLlanosdelHospital

Etappe 6

Etappe 7

Plannen maken en vooruit kijken

Etappe 8 65 km

Tessel verzorgt alle maaltijden

Etappe 9 81

Middellandse Zee

Etappe 10+11 152

voorbij en al snel bereiken we de crew, waar Ewoud achterblij en Kevin weer meegaat voor de laatste 50 kilometer van de dag. De technische Passage d’Orteig valt mee, maar al met al is het toch behoorlijk pittig terrein. We voelen de warmte en de vermoeidheid slaat toe. Vaker dan gepland stoppen we in een hut om bij te tanken. Bij de prachtige meren staan tentjes van wandelaars die de HRP op ‘normaal’ tempo afleggen. Ik voel wat jaloezie, maar geniet ook van de vele machtige uitzichten die we dankzij ons tempo te zien krijgen. Veel later dan gehoopt komen we aan in Gavarnie: alweer bijna middernacht. De crew is nog wakker en verwelkomt ons met eten en veel gezelligheid.

De aantrekkingskracht van een FKT

Eindeloos door de natuur en bergen lopen, volledig op jezelf en eventueel je crew aangewezen zijn, totale vrijheid, eigen tempo. Een FKT is teruggaan naar de basis: lopen, eten, drinken, slapen en dat steeds opnieuw. Het is die rauwe eenvoud die veel lopers aantrekt. Wanneer je zo tot het uiterste gaat, levert dat ook veel nieuwe levensinzichten op, aldus verschillende FKT-houders.

‘Omdat het een FKT was en geen wedstrijd, was er geen directe competitie’, zegt Noor. ‘Ik dacht vooraf dat het overleven zou worden. Dat ik alles op alles zou moeten zetten om het binnen de planning te halen, omdat het niet vanzelfsprekend is dat het lukt. In werkelijkheid vond ik het best meevallen.

Even de tour de france kijken, het lijkt wel vakantie!

Ik had gerekend op één goede loopdag en daarna alleen nog maar afzien. Maar de eerste vijf dagen verliepen heel soepel en mijn lichaam paste zich goed aan. Ik had zelfs geen spierpijn, heel wonderlijk.’

Dag 4: moe…

Route: van Gavarnie naar Bordas de Viadós, Spanje Duur: 11 uur en 54 minuten, 54 kilometer, 3424 hoogtemeters

Ik heb geen oog dichtgedaan. Ik maak te veel leuks mee om te kunnen slapen en lig met een grijns in bed. Niet handig, maar fijn om te bese en dat ik midden in een van mijn grootste dromen zit. Na een kort nachtje vertrek ik weer met Ewoud. Het keteldal van Cirque de Gavarnie is aangemerkt als UNESCO Werelderfgoed en schittert in het roze ochtendlicht. Ondanks meerdere pogingen om wakker te worden – met cafeïne, meer eten, een klap in mijn eigen gezicht – loop ik als een zombie achter Ewoud aan. In de brandende hitte bereiken we Parzán, waar de crew in de schaduw van een boom een heerlijke lunch serveert. De laatste kilometers van de dag loop ik alleen en gaan snel. Het originele plan om door te lopen tot Refuge de la Soula gaat niet door, omdat de hut gesloten is vanwege renovatie. Ik geniet daarom van een lange middag op de camping. Even de Tour de France kijken: het lijkt wel vakantie!

Late aankomst met een warm onthaal

Dag 5: alle alpiene skills uit de kast

Route: van Bordas de Viadós naar Llanos del Hospital, Spanje

Duur: 14 uur en 6 minuten, 39 kilometer, 3287 hoogtemeters

Met

Dag 6: buikgriep en gered door de crew

Route: van Llanos del Hospital naar Port de Bonaigua, Spanje Duur: 16 uur en 54 minuten, 50 kilometer, 3690 hoogtemeters

Weer zo’n dag die ik echt wil delen met Regien, mijn vertrouwde klimmaatje. Ik weet dat dit de moeilijkste etappe van de hele route wordt. Het begint nog gemoedelijk, maar net als we ons beginnen af te vragen waar dat echt alpiene landschap blij , zitten we er al middenin. Geen pad en routemarkeringen, maar eindeloos blokkenterrein en steile sneeuwvelden. We hebben een pickel mee, maar ondanks onze jarenlange alpiene ervaring vinden we het moeilijk overeind te blijven in de sneeuw, die zelfs onder de brandende zon nog hard blij . Treetjes schoppen valt niet mee en de kleine spikes onder onze schoenen halen weinig uit. Toch is het als vanouds gezellig. Pas om zes uur ’s avonds bereiken we de crew bij Llanos del Hospital. Eigenlijk zou ik nog 20 kilometer verder gaan, maar ook in dat deel waarschuwen de boekjes voor een zeer technische passage. Aanpassen dus. Zoals het hoort in de bergen.

Vooraf wist Noor: er zijn veel factoren die roet in het eten kunnen gooien. ‘Ziek worden, doordat mijn weerstand laag is door de inspanning’, noemde ze toen als voorbeeld. ‘Of onderweg een enkel verstuiken. Zulke showstoppers moet ik koste wat het kost voorkomen. De kunst is om zo snel mogelijk te gaan binnen de grenzen van mijn eigen lichaam.’

Het plan was om zestien uur per dag te lopen. Ter voorbereiding hee Noor veel verslagen van anderen doorgenomen en de kaart bestudeerd. Maar ze had de hele route nog nooit in één keer gelopen. Als alpinist is ze wel gewend om met onvoorspelbare omstandigheden om te gaan: ‘Ik ben redelijk flexibel ingesteld en hoopte dat ik in mijn jaren als alpinist een goede dosis mentale weerbaarheid had opgebouwd.’

Ik loop achter op schema en wil vandaag flink wat kilometers maken. Maar als ik opsta, voel ik direct dat er iets mis is. Buikgriep. Desondanks vertrek ik vroeg in de ochtend met Willem richting Tuc des Molières. Elke twintig minuten maak ik noodgedwongen een sanitaire stop. Ik pak me warm in terwijl we over de granieten platen omhoogklauteren. Vanaf de col klimmen we 10 meter af: spannend, maar leuk. In de afdaling kom ik wat bij zinnen. De crew lapt me daarna goed op met ORS en bouillon met lettervermicelli. Optimistisch vertrek ik weer voor een etappe van 30 kilometer in mijn eentje door Parc Nacional d’Aigüestortes. Maar dan gaat het hard bergafwaarts. Ik probeer te drinken, maar mijn mond staat in brand. Als ik een stap omhoog zet, word ik duizelig. Via de Garmin inReach alarmeer ik de crew, die me geschrokken tegemoet loopt. Samen leggen we de laatste 10 kilometer af om bij de camper te komen. In bed ga ik direct knock-out.

Geen pad, geen routemarkeringen, maar eindeloos blokkenterrein
De crash
Regien door de technische passages

Dag 7: herstel en hoop

roepen in de hoop ze bij ons weg te houden. In Noarre sluit mijn fysiotherapeut Vinne voor een stukje aan, wat veel energie gee . Daarna volgt een lange etappe in mijn eentje, die aardig wat moeite kost. Ik merk dat de buikgriep nog lang niet weg is. Het laatste deel van de dag vergezelt Willem me. Hij barst van de energie, terwijl ik leegloop in technisch blokkenterrein dat eindeloos lijkt te duren. De laatste kilometers nog het hoofdlampje op en dan pizza in een hotelbed.

Herpakken en plezier terugvinden

Route: van Port de Bonaigua naar Refugi del Fornet, Spanje Duur: 5 uur en 20 minuten, 21 kilometer, 1441 hoogtemeters

Dit is het moment waar ik vooraf bang voor was: dat er iets zou gebeuren waardoor ik gedwongen zou zijn mijn poging te staken. Maar ik ben zo ziek dat ik dit moment nauwelijks meekrijg. De crew laat me ’s ochtends slapen en als ik rond tien uur wakker word, voel ik me wonder boven wonder stukken beter. Opluchting alom. Ik kan weer lachen. In het café van de camping zitten we bij elkaar om een nieuw plan te maken. Een korte loopdag vandaag om weer op een logisch etappeschema te komen en dan met goede moed de draad weer oppakken. De 21 kilometer van vandaag leg ik met Ewoud af. We genieten van elke kilometer en in de afdaling maken we er zelfs een kleine race van. Als we aankomen bij het rustpunt voor de nacht, ben ik in en in dankbaar. Ongelooflijk wat een lichaam kan.

Niet halen is geen optie

Er stond op de HRP nog geen tijd voor een supported FKT. De snelste self-supported tijd stond op ruim twaalf dagen. ‘Ik had een plan voor negen dagen gemaakt, om wat marge te behouden. Ook tien of elf dagen zou prima zijn, alleen het helemaal niet halen was geen optie.’

Dag 8: back in the game

Route: van Refugi del Fornet naar El Serrat, Andorra Duur: 17 uur en 48 minuten, 65 km, 5691 hoogtemeters

Er is nauwelijks nog marge over. Als ik die FKT wil halen, is het nu alles of niets. Dus gaat de wekker weer om half vier en vertrek ik met Kevin voor een pittige ochtendetappe in HRP-stijl: geen pad, geen markeringen, niet zeuren, maar lopen en klauteren. Als we in het donker een diep gegrom horen bese en we: dat was geen hond. Dit is berengebied. Angstig maar vastberaden blijven we in de uren daarna, totdat het licht is, in canon ‘Heeeee beer!’ en ‘Bee-heeeer!’

Verwachtingen

Noor: ‘Mijn mantra was: run the mile you’re in. Als ik aan het geheel dacht, raakte ik overweldigd. In kleine stukken lukte het wel. En als ik begon te malen, zette ik een podcast op om uit mijn hoofd te komen.’

Ze hoopte tijdens haar FKT-poging beter te leren om écht in het moment te blijven. In het dagelijks leven vindt Noor dat lastig, maar deze tocht dwong haar daartoe wilde ze de Middellandse Zee halen.

De laatste kilometers van dag 9 op het tandvlees

Dag 9: op het tandvlees

Route: van El Serrat naar Eyne, Frankrijk

Duur: 17 uur en 34 minuten, 81 kilometer, 4497 hoogtemeters

Voor Andorra was ik vooraf een beetje bang, ik liep hier ooit een extreem technische ultra. Maar de etappe valt alles mee en de paden zijn goed beloopbaar. Een opsteker. Kevin en ik zijn zo snel dat de crew ons bijna niet kan bijhouden. Mijn mond zit vanwege alle suikers en een lage weerstand vol a en en ik kan niet makkelijk meer eten. Het lichaam piept en kraakt, maar ik doe mijn uiterste best om het goed te verzorgen en overeind te blijven. In de middag ga ik alleen verder richting de indrukwekkende Pic Carlit, vanwaar ik de zee al zou moeten kunnen zien. Maar helaas: het is bewolkt. Bij aankomst in Eyne, net na zonsondergang, wacht me een fijne verrassing: mijn broer is overgekomen uit Nederland en staat me toe te juichen! Ik ben er nu echt bijna.

Mediacircus

FKT’s worden al lang niet meer in stilte gelopen. Platforms als fastestknowntime.com verzamelen alle pogingen, Strava levert het bewijs en social media volgen elke stap, soms zelfs via een livestream.

Ook Noor koos ervoor haar tocht te delen op social media, in de hoop mensen te inspireren om hun eigen grote dromen na te jagen. Haar sponsor Rab maakte een korte lm van het avontuur, en voor dit artikel hield ze een dagboek bij.

Maar hoeveel technologie er ook bij komt kijken, de fysieke inspanning blij even zwaar, de prestatie even groot. Juist daardoor blij de magie van de FKT bestaan.

Dag 10-11: twee etappes aan elkaar geplakt

Route: van Eyne naar Banyuls-sur-Mer, Frankrijk

Duur: 35 uur en 29 minuten, 152 kilometer, 7127 hoogtemeters

Altijd al was het mijn doel om de laatste twee etappes aan elkaar te plakken. Dus is mijn motto vandaag: niet stoppen tot ik met mijn voeten in de zee sta. Het voelt vanochtend nog onwerkelijk ver. Eerst een schitterende etappe met Regien, in magisch ochtendlicht over een bergkam, met grote kuddes steenbokken die voorbijtrekken. Door de ijzige wind raak ik bijna onderkoeld en daarom lopen we in ks tempo door. We winnen een paar uur op het schema, wat mentaal erg goeddoet. Daarna loop ik weer een stuk alleen, in opperbeste stemming. Tranen van dankbaarheid dat het lijkt te gaan lukken stromen over mijn wangen.

Mijn voeten doen zoveel pijn dat ik bijna flauwval

Maar ik mag nog niet te veel aan die zee denken, ik moet nog meer dan 100 kilometer.

Knu el aan de Middellandse Zee

Over en uit

’s Middags vergezelt Kevin me over de Pic du Canigou, een heilige berg in Catalonië. Een tweedegraads klim brengt ons naar de top, waarbij ik elke pas moet in- en uitademen om niet duizelig te worden. Daarna volgt een eindeloze traverse naar de crew. Fysiek en mentaal een dieptepunt. Mijn voeten doen zoveel pijn dat ik bijna flauwval wanneer ik even in een stoel ga zitten. Midden in de nacht nemen we de tijd om een flinke, nieuwe schaafwond op mijn knie te verzorgen. Ik ga ook even liggen voor een korte powernap, die nauwelijks iets uithaalt. In zombiemodus loop ik daarna achter Willem aan. Nog heel even die tanden op elkaar.

Maar het is ongelofelijk hoe ver je kunt komen als je koppig die linkervoet voor die rechtervoet blij zetten. De zee komt, ondanks buikgriep, extreme vermoeidheid, schaafwonden en schrammen, uiteindelijk toch echt in zicht. Ik zie hem voor het eerst in het gele ochtendgloren. Alsof het zo had moeten zijn. Met Kevin, Caroline, Tessel, Ewoud, Regien, Karin en Willem duik ik, tien dagen, elf uur en achtendertig minuten nadat we van de Atlantische Oceaan wegrenden, in de Middellandse Zee. We deden het samen.

Het bos in met Bart van Raaij

Bleausard op een kruispunt

Bart van Raaij bracht Fontainebleau in kaart, zijn favoriete boulderbos ten zuiden van Parijs. Hij klimt er al bijna veertig jaar, gedreven door de schoonheid van de natuur en de vrijheid. ‘Ik durf wel te zeggen dat ik dit bos het beste ken.’

Tekst Manon Stravens Beeld Lawrence Lee (Rauwkost Film)

‘Nou, we hebben dus op deze werkdag één boulder ingetekend. Eentje! En dan moet ik er nog zo’n achthonderd.’ Bart van Raaij had gehoopt op een ‘semi-rustdag’, maar we zijn al een paar uur onderweg. Met wat krabbels van een klimmer op een papiertje – iemands beschrijving van een nieuwe boulder – baant Bart zich een weg door het bos van Fontainebleau. Door struiken, bramen en tussen kolossen van stenen. Zijn schenen zitten onder de bloederige krassen. Nog van gister, toen hij twee uur heeft lopen zoeken naar een boulder die hij niet vond.

Vandaag vindt hij hem wel. De met mos bedekte en – als je goed kijkt – met magnesium bevlekte rots, op vijftien meter van het pad, zit verstopt tussen de varens en takken. ‘Je moet wel heel gemotiveerd zijn, wil je deze gaan beklimmen’, zegt Bart droogjes terwijl hij de steen inspecteert en de startgrepen zoekt. Op papier beschrijft en schetst hij de vorm, om die later thuis in te tekenen op de computer. ‘Dit kost wel tijd ja’, beaamt hij. ‘Ik vraag me wel eens af: voor wie doe ik dit nou?’

Bleausard

Ik ben in gesprek met misschien wel de enige Nederlandse bleausard, een ‘titel’ die slechts een enkeling, vaak een local, opgeplakt krijgt. Bart komt al 37 jaar in Fontainebleau,

volgens hem ‘het grootste, het toegankelijkste en het vriendelijkste bouldergebied ter wereld’. In vroeger jaren kwam hij er wel twintig keer per jaar. Toen een local hem voor het eerst een bleausard noemde, ‘gaf dat ook een gevoel van trots en erkenning’, vertelt de klimmer.

Zijn werk, bouldergidsen, topo’s, maken en het beheren van Bleau.info, is een uit de hand gelopen hobby. De gratis website, die hij in 2016 overnam en die hij met een klein team (drie Nederlanders en twee Fransen) onderhoudt, telt nu meer dan veertigduizend boulders in een gebied groter dan de provincie Utrecht. ‘En er komen er elke week nieuwe bij’, aldus Bart. ‘Bleau.info is de enige website die alles up-todate houdt, beter dan de Franse varianten.’ De Fransen vonden hem aanvankelijk ook maar een wijsneus, ‘die geld verdiende aan hun gebied’, lacht hij. ‘Maar nu weten ze dat ik van Bleau houd.’

Klimmers die met hun ladder en borsteltje een nieuwe boulder hebben geopend, sturen hem een mailtje. Vervolgens gaat Bart, zoals vandaag, ernaar op zoek om de boulder in te tekenen en te waarderen op basis van zijn sterrensysteem.

Zijn criteria voor een zwarte ster, de mooiste categorie: ‘het moet een mooi blok zijn, van vorm en met mooie passen.

Wie is Bart van Raaij?

Bart van Raaij (1969, Leiden) is klimmer en gra sch ontwerper, en woont in Rotterdam. Hij is eigenaar van Bleau.info, een website met ruim veertigduizend boulders in driehonderd deelgebieden van het Franse Fontainebleau. Hij ontwierp, schreef en gaf diverse klimgidsen uit, waaronder acht Fontainebleaugidsen.

1988 Deelname aan de eerste klimcompetitie in Nederland

1992 Klimgids uitgegeven met klimobjecten in Nederland met Martien O ermans

1992-2005 Ontwerper en redacteur Nederlands bergsporttijdschri

Limits van Frank Sillen

2001 Start van Bleau.info

2002 Uitgave eerste Fontainebleau klimgids: 7+8

2002 Tweede op Nederlands kampioenschap Boulder

2003 Dertiende op World Cup Boulder

2008-2016 Uitgever, redacteur en ontwerper van tijdschri

Blad Over Klimmen (Blok) met Arnold Pippel

2009 Ontwerp Blok op Zuid in Rotterdam-Zuid, een publiek boulderblok

2016 Overname van Bleau.info

2018/2022 Klimgids 5+6, deel 1 en 2

2025 Zestienhonderd boulders (7A tot 8A+) in Fontainebleau geklommen

Geen uitgehakte of vlijmscherpe grepen, en niet gevaarlijk.

Een boulder waaraan je kan sterven, met scherpe stenen aan de voet, krijgt geen ster. Daar stuur ik geen mensen naartoe.’

Boulderpolitie

Het meeste komt wel op de website, mits de boulder logisch is. ‘Sommige klimmers verzinnen de idiootste dingen. Dat je in een bestaande boulder in één keer moet springen van de startgreep naar de eindgreep, die ze dan een andere waardering geven. Leuk voor jou, denk ik dan, maar dat is gewoon dezelfde boulder met een andere methode. Die komt er niet op. We zijn ook wel een beetje de boulderpolitie.’

Bart vindt het heel leuk om over de waardering van boulders te praten, ‘omdat het zo ongrijpbaar is’, zegt hij. ‘Wat is nou een echte 7C bijvoorbeeld? Ik hoor graag wat mensen vinden, waarom ze een boulder een 7C vinden. Vaak is er een verschil van beleving van de moeilijkheidsgraad. Er zijn mensen die daar eerlijk en zorgvuldig over nadenken, maar ik ken ook de ego’s die boulders expres heel makkelijk waarderen.’

‘Klimmen was volgens de instructeur niets voor mij, ik kon het totaal niet’

Op Bleau.info mogen klimmers boulders op moeilijkheid en mooiheid waarderen.

Bang en slap

Fontainebleau staat voor vrijheid, iets wat Bart misschien wel het meest waardeert aan dit gebied, aan het beklimmen van boulders, en eigenlijk in zijn hele leven. ‘Kijk, ik kan hier gewoon mijn auto neerzetten en als ik geen zin heb, rij ik zo weer weg’, zegt hij als we de parkeerplaats op rijden bij Bas Cuvier. ‘Ik kan kiezen welke boulder ik ga klimmen en hoe ik hem doe. Alleen, met anderen. Dat vind ik heerlijk.’

Een natuurtalent in boulderen is Bart naar eigen zeggen niet. Toen hij vij ien jaar was en klimles kreeg in Sy, in 1985, vond zijn instructeur dat hij beter een andere sport kon gaan doen. ‘Klimmen was volgens hem niets voor mij. En hij had gelijk hoor. Ik kon het totaal niet. Ik was bang en slap. En toch ben ik het gaan doen.’ Want teamsporten – ‘met scheidsrechters met fluitjes en lijnen waar je binnen moet blijven en elke week zo veel keer trainen’ – waren niets voor hem.

Hij werd fanatiek. Bij gebrek aan klimhallen etste Bart als tiener regelmatig twintig kilometer van Alphen, een dorp onder Tilburg, naar Kaatsheuvel om het Spookslot in de E eling te beklimmen. Hij kreeg het klimmen wel een beetje van thuis mee. Als kind maakte hij huttentochten met zijn ouders in de Alpen, ‘zonder enige kennis van zaken’, blikt hij terug. Nadat het gezin eens in een bloedlinke onweersbui in

het Ötztal terecht was gekomen (‘het haar van mijn zusje stond recht overeind’) besloten zijn ouders dat ze zich maar wat meer moesten verdiepen in het klimmen.

Zelfgeknoopte gordel

In 1984 deed Bart met zijn vader en broertje een klimcursus in de Eifel, met zelfgeknoopte gordels. Twee jaar en wat klimervaring later verhuisde hij naar Eindhoven, waar hij zijn klimmaat Sven ontmoette, en begon hij ook met sportklimmen. In de jaren negentig raakte Bart langzaam in de ban van boulderen.

Het was de tijd van zijn leven. ‘Er waren geen klimhallen, dus zochten Sven en ik allerlei objecten om te beklimmen, van een vervallen muziektheater in Weert tot het Spookslot in de E eling (de directeur van destijds was ook een klimmer) en het Paleis van Monaco. We li ten heel Europa door, zonder geld. We dachten overal hetzelfde over, hadden nooit een conflict.’ Met Sven deelde hij zijn eerste 7b- en 7c-routes.

In 1988 bezocht hij Fontainebleau voor het eerst. Het was geen liefde op het eerste gezicht. ‘Het liep niet zo lekker tussen mij en de klimpartners met wie ik er was en we hadden geen topo. Ik had eigenlijk ook geen idee wat boulderen was, het lukte voor geen meter. Heel frustrerend.’

Toch kwam hij terug, en steeds vaker. ‘We waren heel fanatiek met boulderen, maar ook met het zoeken naar nieuwe boulders en nieuwe gebieden.’

Omdat er destijds heel weinig informatie bestond over de boulders, begon Bart met het maken van lijsten van alle zevende- en achtstegraads boulders, die zijn klimvrienden Jos Leenen en Adwin Timmer in 1998 online zetten. Het was de start van wat Bleau.info werd, dat Bart in 2016 overnam. Een logische stap, want hij kocht destijds alle klimgidsen die hij kon vinden en verbeterde fouten als hij ze zag. Inmiddels hee hij heel Fontainebleau in kaart gebracht. ‘Ik durf wel te zeggen dat ik dit bos het beste ken van iedereen.’

Onkruidverdelger

Vanaf de parkeerplaats lopen we het bos in, de prachtige rotsen tegemoet. ‘Heilige grond’, aldus Bart. ‘Hier is het boulderen begonnen. Lang geleden was dit een laagvlakte. Een strandachtig landschap, met zandduinen die door het water waren aangevoerd. Door de aanraking met bepaalde sto en, is een dikke zandstenen plaat ontstaan die door tektonische werking omhoog is gestuwd. En die is vervolgens in stukken gebroken.’

Het bos is schoon en rustig. Toch zijn de sporen van klimmers overal te zien. Vooral magnesium, maar ook uitgehakte of vastgelijmde grepen. Uithakken mag niet meer, teruglijmen nog wel. Maar ook daar is Bart tegen, ‘omdat zandsteen plakken niet goed werkt en je de lijm vaak blij zien, dat is lelijk.’ En was de grond voorheen vooral grasland, daar is nu niets meer van te zien. Alles tussen de boulders is zand.

‘De rotsen zijn net suikerklontjes met een harde schil’

‘Wij klimmers, maar ook alpinisten en wandelaars, houden van de natuur, maar beschadigen die allemaal enorm. We gaan van de paden af, trappen allerlei planten plat en we borstelen rotsen schoon.’ Hij herinnert zich dat hij lang geleden, tijdens het tekenen van nieuwe boulders voor zijn eerste klimgids, in een nisje tussen de rotsen flessen onkruidverdelger aantrof. ‘Gelukkig heb ik dat maar één keer gezien. Maar de rotsen worden sowieso schoongeveegd’, zegt Bart. En dan wijst hij op een mossig blok. ‘Zo zien ze er in werkelijkheid uit.’

Suikerklontje

‘De rotsen zijn kwetsbaar’, aldus Bart. ‘Het zijn net suikerklontjes met een harde schil. Klimmen in de regen of met vieze schoenen doet het steen sneller slijten.’ En wat doet magnesium? ‘Onderzoeken laten niet zoveel zien’, zegt Bart.

Foto Catherine Attiger

Maar niet iedereen denkt daar hetzelfde over. Een bord bij een camping waarschuwt zo min mogelijk magnesium te gebruiken omdat dat – zo meldt het bordje – ‘catastrofaal’ is.

Voor Bart is dit een gevoelig onderwerp. De hele magnesiumdiscussie raakt hem ongelofelijk. ‘Ik kreeg eergister een appje van iemand of ik wilde meedoen aan een discussie over het verbieden ervan. Ik ben daar zo tegen. Zonder magnesium klimmen is echt verschrikkelijk. En het alternatief dat vroeger veel gebruikt werd, hars van naaldbomen, ofwel pof, mag dan een natuurlijk product zijn, maar het werkt minder goed. Zonder magnesium ga ik zeker twee moeilijkheidsgraden onder mijn niveau klimmen.’ Hij voegt daaraan toe: ‘En waarom zou je magnesium verbieden zolang je hier nog wel met de auto heen mag rijden? Waar ligt de grens?’

‘Alles mag hier en sommigen doen dus ook wat ze willen’

‘Maar misschien ben ik ook bang dat met Fontainebleau gebeurt wat eerder met bouldergebieden in de Eifel gebeurde. Die zijn nagenoeg allemaal gesloten en dat begon ook met een magnesiumverbod. Als dat hier gebeurt, ga ik misschien wel stoppen.’

Vrijheidspurist

Maar er moet wel iets gebeuren, want het aantal klimmers in Fontainebleau neemt fors toe, en daarmee de impact op het gebied. ‘Alles mag hier, muziek meenemen, na zonsondergang nog in het bos zijn. En sommige klimmers doen dus ook wat ze willen; schreeuwen, de radio aanzetten, overal slacklines ophangen, kamperen op de parkeerplaats.’

Zijn eigen gevoel van verantwoordelijkheid groeit. ‘Ik draag met mijn website wel bij aan de groei. Het liefst zou ik alleen maar informatie geven over het klimmen, en de rest – de regels – overlaten aan de locals. Maar Bleau.info is tegenwoordig wel een platform met een groot bereik en dus de uitgelezen plek om een bepaalde boodschap over te brengen.’

Mensen aanspreken doet Bart weinig. ‘Ik ben er niet goed in. Ik zou willen dat ik op een vriendelijke, verbindende manier mensen kan uitleggen dat klimmen in de regen niet goed is en dat kamperen niet mag.’ De afkeuring is echter wel van zijn voorhoofd af te lezen, grapt hij. ‘Ik kan toch een beetje passief agressief overkomen.’

‘Ik ben een vrijheidspurist en wil anderen niet beperken. Iedereen die dat wil mag hier klimmen. Ik heb het zelf ook

boulderen op een

allemaal gedaan.’ Maar het schuurt. ‘Ik verwacht wel dat je anderen niet tot last bent.’

Een bos vol groepjes ‘Het bos is groot genoeg voor boulderaars, wandelaars, ruiters, mountainbikers, paddenstoelenzoekers en jagers’, zegt Bart. ‘Maar er zitten hier ook allemaal groepjes. Groepjes van mensen met een mening of die boos zijn op elkaar. Mensen die het niet leuk vinden dat ik geld verdien aan hun bos, dat ik de drukte promoot. Het bos is van iedereen, maar ik snap ook dat je lekker in je eentje wil kunnen klimmen.’ Hij probeert de relaties goed te houden (‘daar zit jaren werk in’) en negeert negatieve berichten (‘het forum hebben we afgeschaft’).

Bart blijft het liefst neutraal. Toch wordt hij soms in conflicten betrokken. Zo noemt hij vaak de namen van eerstbeklimmers in zijn beschrijvingen van boulders, want dat is eervol.

1988:
muur van de TU Eindhoven
1989: Take it or Leave it (7c), Verdon
Foto
Archief
Bart van Raaij
Foto
Archief
Bart van Raaij

‘Maar soms weet je het niet precies en zegt iemand anders die boulder al te hebben gedaan. Ik kan het niet altijd controleren. Maar omdat ik het opschrijf, wordt het wel via mij gespeeld en ben ik ineens toch een soort scheidsrechter. Het blijkt dan soms ook helemaal niet over het klimmen te gaan, maar over wie met wie in bed heeft gelegen.’

Aan echt klimmen komt Bart niet altijd meer toe. ‘Ik ben eigenlijk continu aan het werk. Vroeger had ik echt projecten, boulders die niet meteen lukten en waarvoor ik terugkwam. Nu niet meer zo. Nu is klimmen toch meer dingen checken. Even kijken hoe die boulder loopt.’ Daar zit ook een ander gevoel achter. ‘Ik vind ook dat ik moet werken, want ik kan dit doen dankzij mijn vriendin Irma. Ik verdien niet heel veel en het kost geld om hier te zijn. Zonder haar had Bleau.info misschien niet meer bestaan’, benadrukt Bart.

Voorgekauwd

Er wordt aan zijn vrijheid geknabbeld. Zo is de website te groot om zomaar los te laten. Tegelijkertijd groeit de concurrentie en maken steeds minder mensen gebruik van zijn gidsen. ‘De jonge boulderaars van nu kunnen geen kaarten meer lezen en willen gewoon een app met gps-coördinaten en een blauw stipje waar ze naartoe kunnen rennen. Alles is voorgekauwd.’

Sinds een jaar of vier loopt de verkoop van de gidsen terug. ‘Dat komt mede doordat iedereen nu gidsen kan maken en gebruikmaakt van de gratis informatie van mijn website.’ Hij heeft wel eens iemand in het bos zien rondlopen met zijn gids, om de informatie op te nemen in een app. ‘Ik stond met

‘Een betaalmuur is niet eerlijk, ik verzamel creaties van anderen’

mijn bek vol tanden, was totaal perplex. Blijkbaar mogen ze dat doen, zonder daar toestemming voor te vragen of mij te steunen in mijn werk.’

‘Financieel gezien is het een heel dom idee, een gratis website met alle informatie’, aldus Bart. ‘Maar een betaalmuur is niet eerlijk, want ik verzamel de creaties van anderen. De website commerciëler maken ziet hij ook niet zitten. ‘Dan kom je weer vast te zitten aan afspraken met adverteerders bijvoorbeeld, of aan mensen met een betaald account voor wie je van alles moet gaan regelen.’

Klimmaat

Het zet hem aan het denken. ‘Ik loop wel eens door het bos en dan vraag ik me af: vind ik dit eigenlijk nog wel leuk? Maar stoppen is niet makkelijk.’ Daar komt bij dat hij een vaste klimmaat mist. Het emotioneert hem, hij mist de vroegere tijd van ultieme vrijheid. Sven emigreerde naar Kenia en klimvrienden kregen andere prioriteiten zoals werk en gezin. ‘Ik klim met heel veel mensen, maar niemand komt zo vaak in Bleau als ik. Ik heb op dit moment niemand met wie ik op dezelfde manier als destijds mijn intense passie deel.’

Anders dan gedacht

Hoewel veiligheid vooropstaat, loopt het soms toch anders dan gedacht. NKBV-veiligheidscoördinator Harald Swen en berggids Boris Textor analyseren hoe het mis kon gaan.

Hartproblemen

De bergen liggen nauw aan het hart

Een groep Zwitsers is samen met een berggids in het Monte Rosamassief voor een meerdaagse tocht. De zogenaamde Spaghetti Tour gaat langs diverse toppen van 4000 meter of hoger en start en eindigt in Zermatt. De groep bestaat uit fitte bergbeklimmers van achter in de dertig. Ze zijn al vier dagen met elkaar onderweg en vandaag staan er weer vijf toppen op het programma. Aan het eind van de dag zal de groep overnachten in Capanna Margherita, de hoogstgelegen hut van de Alpen.

Tot dusver kwamen alle deelnemers vlot mee, maar vandaag gaat het exact op de grens van 4000 meter mis bij een van de jongere klimmers. Hij verliest ineens kracht en snelheid en is buiten adem. Ook ziet zijn gezicht grijs. Wat is er aan de hand? De man zegt dat hij denkt dat hij last heeft van zijn hart. De gids laat iedereen warme kleren aantrekken en helpt de ‘patiënt’ inpakken. De reddingsdienst wordt via de app geïnformeerd en de gids bewaakt de patiënt. De man krijgt aspirine als bloedverdunner, bij het vermoeden op een hartinfarct. Nadat hij is opgehaald met de helikopter, klimt de rest van de groep door. Gelukkig komt er snel een appje: de klimmer is goed beneden gekomen en blijkt een hartritmestoornis te hebben.

Hoe voorkom je dat het misgaat?

In de Alpen zien we dat plotselinge hartdood de belangrijkste niet-traumatische doodsoorzaak is bij bergsporters, vooral bij mannen

boven de dertig. Het is goed om te bedenken dat mensen die vanuit het vlakke land zonder veel voorbereiding naar de bergen gaan en daar meteen flink actief worden, mogelijk een extra kwetsbare groep vormen. De combinatie van inspanning, kou en de lagere zuurstofdruk kan nét iets te veel tegelijk zijn.

Hoe zit het wanneer je al hartproblemen hebt? Kan de man uit deze casus nog klimmen in de toekomst? Zeker, als je stabiel bent en je je goed voorbereidt, hoef je de bergen beslist niet te mijden. Wel moet je met een aantal zaken rekening houden. Reis alleen naar hoogte als je bloeddruk op zeeniveau goed is ingesteld. Plan boven 2500 tot 3000 meter hoogte een langzame stijging, slaap per dag

steeds 300 tot 500 meter hoger; houd de eerste drie tot vier dagen de inspanning licht.

Indien je bloeddrukverlagende medicijnen gebruikt, moet je die blijven gebruiken. Sommige medicijnen hebben echter een nadelige invloed op de acclimatisatie. Overleg dat vooraf met je behandelend arts. Gebruik je bloedverdunners, onderneem dan geen activiteiten waarbij je een groter risico op letsel loopt. Ook wordt langdurig verblijf op grote hoogte dan meestal afgeraden.

Meer weten? Op nkbv.nl/kenniscentrum/ de-bergen-in-met-een-hartprobleem vind je meer informatie van de Medische Commissie van de NKBV.

Tekst Harald Swen en Boris Textor Beeld Georg Sojer

Met de trein de bergen in? Joanne Brouwer, voorheen maker van het tv-programma Rail Away, tipt bijzondere spoorlijnen.

op de bok

800 met de hand gewassen treinramen

Overal de Matterhorn

Maximaal vier keer per dag op-en-neer naar de Gornergrat. Vaker mogen de machinisten van de Gornergrat Bahn de rit vanuit Zermatt naar boven niet maken. Dat hee onder meer te maken met de sterke stijging die deze bergtrein in korte tijd overbrugt: in een tijdsbestek van een half uur worden de passagiers opgestuwd naar 3089 meter hoogte. Een adembenemende treinrit, die eindigt op het hoogste spoorstation in de open lucht van Europa.

Tekst Joanne Brouwer

Voor veel treinlie ebbers is Zwitserland het aards paradijs. Spoorroutes als de Bernina Express en de Glacier Express trekken reizigers vanuit de hele wereld, gefascineerd door de mooie alpenlandschappen die vanuit het treinraam aan ze voorbijtrekken. Tot de meest aansprekende bergroutes hoort zeker ook de Gornergrat Bahn naar de Matterhorn. Nou ja, náár de Matterhorn… vanaf de Gornergrat hebben reizigers een onovertro en uitzicht óp de Matterhorn (en nog 28 andere vierduizenders).

Eerlijk is eerlijk, van alle ritten met bergtreinen die ik heb gemaakt, is dit een van de spectaculairste. Dat komt onder meer door de variatie in het landschap. Het eerste deel vanaf Zermatt gaat door dichte bossen. Eenmaal boven de 2200 meter komen er almen en bergmeren voor in de plaats. En bij elke bocht heb je als

In een ondergronds depot worden de treinramen met de hand gereinigd

passagier een ander, verrassend uitzicht op de Matterhorn.

Twee meter sneeuw

Machinist Günter Grand rijdt al vij ien jaar op dit veeleisende spoor. ‘Je bent hier overgeleverd aan de elementen. Vooral bij hevige sneeuwval en sterke wind is het een uitdaging om het spoor vrij te houden van sneeuw. Soms valt er meer dan twee meter. Op dat soort dagen rijdt er de hele dag een sneeuwruimtrein, een soort sneeuwfrees op de rails, die het spoor schoonhoudt.’

Na een handjevol tussenliggende haltes rijdt de trein binnen op het hoogstgelegen openluchtstation van Europa (3089 meter). Met een – letterlijk – adembenemend uitzicht op de Gornergletsjer, de imposante bergwereld én de koning van de bergen, de Matterhorn.

Schoon zicht

’s Avonds staan de treinstellen in een ondergronds depot. Dankzij de bergwarmte in de tunnel worden de treinen vanzelf sneeuwvrij. Dat is ook het moment dat de ruim achthonderd treinramen door het CleanTeam met de hand worden gewassen. Zo is schoon uitzicht bij de Gornergrat Bahn altijd gegarandeerd.

Winterwandelwonderland

De Gornergrat is een mooie plek voor het maken van wandelingen. In de winter probeert de regio juist ook niet-skiërs aan te trekken. Bijvoorbeeld met een slee-piste die 233 hoogtemeters overbrugt, vanuit Rotenboden naar Ri elberg (beide haltes van de Gornergrat Bahn), de hoogste in de Alpen. Verder zijn er veel wandelroutes uitgezet, ook voor sneeuwschoenwandelaars.

Foto Christian Pfammatter

Uitvalsbasis

Obergurgl

Alles in één

Aan het eind van het Ötztal is een splitsing. De meeste mensen gaan naar rechts, naar Bergsteigerdorf Vent, aan de voet van de Wildspitze. Maar houd je links aan, dan kom je in Obergurgl. Het ligt weliswaar niet aan de voet van een bekende berg, maar er is minstens zoveel, zo niet meer, te beleven voor de fanatieke bergsporter.

In vier jaar bezoeken Hanneke en Remo Obergurgl vier keer. Samen, met ouders of solo. Per toeval ontdekt, met een zekere verliefdheid teruggekeerd. Ze verkennen de wandelpaden, doen klettersteigs, trailrunnen, klimmen en maken alpiene tochten. Zij laten je zien waarom het dorp op 1900 meter in Tirol de perfecte uitvalsbasis is voor een actieve vakantie.

Tekst en beeld Remo Wormmeester

Vanuit de Hohe Mutklettersteig kun je Obergurgl zien liggen

Klettersteigen

1 Zirbenwald-klettersteig

Vanuit Obergurgl zijn drie klettersteigs te doen. De Zirbenwald-klettersteig (niveau C/D) is de meest afwisselende van de drie. Zoals de naam al verklapt ligt deze klettersteig in een oud dennenbos. Vanuit het huurappartement in Obergurgl wandelen we in slechts tien minuten naar de start van de klettersteig. We klimmen meteen over een touwbrug met houten planken over de Gurgler Ache. Na de touwbrug klimmen we verder door redelijk eenvoudige rotsen (A tot B/C) tot we weer twee touwbruggen moeten oversteken. Het slot is een meer geëxponeerde rotswand met de crux (C/D) met een schitterend uitzicht op de rivier en het bos. De Zirbenwald-klettersteig is een mooie route die zeker de moeite waard is. Door zijn korte duur (ongeveer een uur) en aanloop is hij perfect te combineren met een andere activiteit.

2 Hohe Mut-klettersteig

De Hohe Mut-klettersteig (B/C) is een nieuwe route, geopend in de zomer van 2024, en vernoemd naar de berg die je ermee beklimt. We gaan voor een lichte bepakking en doen onze trailrunschoenen aan in plaats van onze bergschoenen. Zo kunnen we na de klettersteig via een mooie route aan de andere kant van de berg weer hardlopend terug naar het dorp. Vanuit Obergurgl nemen we de Hohe Mut Bahn naar het middelstation. Vanaf hier lopen we een half uurtje het Gaisbergtal in, naar de start van de klettersteig. We kunnen vooraf goed zien wat ons te wachten staat. In tegenstelling tot de Zirbenwald-klettersteig is dit een klassieke klettersteig zonder touwbruggen of ladders. Met circa 240 hoogtemeters klim je bovendien twee keer zo hoog. Het eerste deel begint makkelijk met klimmen over rotsen die gegradeerd zijn als A/B- en

Een van de bruggen van de Zirbenwald-klettersteig

Klimmen

B-terrein. Dan houdt de klettersteig even op en lopen we omhoog over een steile grashelling. Hogerop klikken we ons weer vast aan de metalen kabels en klimmen we verder over steile rotsen, met enkele sleutelpassages van niveau B/C.

Tijdens de klettersteig hebben we zicht op het Gaisbergtal, maar als we na de klettersteig aankomen bij het restaurantje op de top van de Hohe Mut kunnen we ook genieten van het uitzicht op het Rotmoostal. Aan het eind van beide dalen liggen gletsjers, die vanaf de alm goed te zien zijn.

3 Schwärzenkamm-klettersteig

Met een aanloop van zeker twee uur en de klettersteig zelf van twee uur is de Schwärzenkamm-klettersteig (niveau C) een tocht die goed gecombineerd kan worden met een overnachting in de Langtalereckhütte. Wij kiezen er echter voor om er een lange dag van te maken en gaan vroeg op pad. Het is rustig, zo rustig dat we zelfs een gems langs het pad zien grazen. Niet veel later schrikken we van een marmot die alarm slaat. Waarschijnlijk had het dier ons ook niet verwacht op dit tijdstip.

1 Klettergarten Zirbenwald

De Zirbenwald-klettersteig kun je perfect combineren met klimmen in de kleine Klettergarten die op een steenworp afstand ligt. Met ruim dertig redelijk korte single-pitchroutes tussen de 3 en 7a+ is hier voor ieder wat wils te klimmen. Ondanks dat de Klettergarten een korte en eenvoudige aanloop hee , komen we hier bijna nooit iemand tegen.

2 Klettergarten Oberried

Vanuit Obergurgl kun je ook eenvoudig bij andere klimtuinen in het Ötztal komen. Een plek waar we vaker klimmen is de Klettergarten in Oberried, op een half uurtje rijden van Obergurgl. Met 143 routes tussen de 3 en 8 is dit een populaire plek om te klimmen. Er is een diversiteit aan routes, van slab tot overhang. De klimrotsen liggen in een weide, dus het is ook de perfecte plek om te picknicken. Tip: let op de koeienvlaaien!

Deze klassieke klettersteig is uitdagender dan de eerste twee, met een moeilijkheidsgraad van maximaal C. Met 320 hoogtemeters en een kleine twee uur is dit de hoogste en langste klettersteig van de drie. We klimmen langs verticale wanden en maken mooie traverses, en dat met een constant schitterend uitzicht op het dal, de Langtalereckhütte en de omliggende bergtoppen. De mooie wandeling terug via de 142 meter lange Piccard-hangbrug over de Gurgler Ache is een bonus!

3 Klettergarten Klein

Kanada

De mooiste klimervaring, wat ons betre , is op een wat minder voor de hand liggende plek. Op een half uur van Obergurgl ligt het dorp Gries. Vanaf daar lopen we in twee uur met 710 te overbruggen hoogtemeters naar de Winnebachseehütte. Net voor de hut ligt Klettergarten Klein Kanada, een gebied dat zeker de moeite waard is voor de beginnende klimmer. Met 28 single-pitchroutes en één korte multi-pitch (twee touwlengtes) tussen de 3 en 6 kun je je hier makkelijk de hele dag vermaken. Dankzij de lange aanloop hebben we de gehele Klettergarten voor ons alleen. Vanuit de wand zwaaien we naar de enige mensen die we zien: wat wandelaars op het pad ver beneden ons. Het klimmen in combinatie met de schitterende aanloop en het heerlijke eten en drinken bij de Winnebachseehütte maken dat dit echt genussklettern is.

Abseilen in de multi-pitch van Klein Kanada

Hanneke en haar vader op de Nördlicher Ramolkogel, op de achtergrond het Ramolhaus

Trailrunnen

Trailrunnen kan, net als wandelen, bijna overal. Na de klettersteig op de Hohe Mut trailen we terug naar het dorp. We rennen over de brede kam die de twee dalen scheidt en dalen halverwege af het Rotmoostal in. Ons plan om helemaal naar beneden te rennen valt in het water. Vlak voordat we bij het middelstation van de Hohe Mut Bahn zijn begint het te regenen en zien we het in de verte bliksemen. De medewerker van het station roept dat we snel moeten instappen, na deze afdaling wordt de kabelbaan stilgezet vanwege het weer. Ook een optie dus, voor wie wat korter wil of moet lopen.

Voor de competitieve trailrunner: iedere zomer wordt de Gletscher Trailrun in Obergurgl georganiseerd. Bij dit evenement kunnen deelnemers kiezen voor afstanden van 6,3 tot 62 kilometer, waarbij ze 750 tot 3600 hoogtemeters moeten overwinnen. In de zomer van 2025 schrijven we ons in voor de 14 kilometer. Na het startschot rennen we met een grote groep lopers het

Ge nisht bij de Gletscher Trailrun

dorp uit. Langs de kant staan mensen te juichen en schreeuwen waardoor we net wat harder dan slim is wegsprinten. Al snel begint de klim van bijna 800 hoogtemeters de Hohe Mut op door het Rotmoostal en is het voor Hanneke en mij ieder voor zich. Eenmaal boven kan ik bij de verzorgingspost genieten van fruit, chocoladetaart en frisdrank. Met een volle buik ren ik over de bekende kam van de Hohe Mut en begin ik aan de afdaling het Gaisbergtal in. Een kwartiertje na mij komt ook Hanneke over de nish in Obergurgl en samen moedigen we moe maar trots alle andere lopers aan.

Alpiene (wandel)tochten

Net als veel andere dorpen laat het veranderende klimaat ook Obergurgl niet onberoerd. In de omgeving zijn verschillende routes en bergtoppen moeilijk bereikbaar geworden of afgesloten. Bovendien is het Hochwildehaus verzakt en al sinds 2016 gesloten.

Gelukkig zijn er meer dan genoeg routes en toppen die we wel goed kunnen beklimmen. Door de hoge ligging van Obergurgl zijn zelfs toppen boven de 3000 meter redelijk eenvoudig te bereiken.

1 Nördlicher Ramolkogel

De Nördlicher Ramolkogel is met zijn 3428 meter een serieuze drieduizender die op onze wensenlijst staat. Samen met Hannekes vader wagen we een poging. Hanneke en ik hebben een week eerder onze alpiene basiscursus sneeuw en ijs afgerond. Haar vader is inmiddels in de zestig, maar hee jarenlange bergsportervaring. De beklimming van deze top met hem voelt als een goede manier om onze kennis van de cursus in de praktijk te brengen.

Voor de snelle en ervaren bergsporter is een retour mogelijk in een lange dag, maar wij smeren het bergplezier uit over twee dagen, met een overnachting in het Ramolhaus. Na wat spelletjes en een overheerlijk avondmaal komt de huttenwaard bij ons aan tafel zitten om de weersvoorspellingen en de plannen te bespreken. Ze vertelt dat de route naar de Nördlicher Ramolkogel slecht is gemarkeerd, omdat niet veel mensen de route meer gebruiken. Ook hier speelt klimaatverandering een rol. Door het smelten van de permafrost en het brokkelige karakter van het gesteente is hier in het verleden wel eens gesteente losgekomen. Volgens de huttenwaard is

Jouw onvergetelijke avontuur begint bij Zwerfkei!

Ontdek 3500 m2 aan topmerken en deskundig advies in het hart van Nederland. Kom langs en laat je inspireren!

de Ramolferner wel goed begaanbaar, er ligt weinig sneeuw op de gletsjer en er zijn nauwelijks spleten.

Het eerste stuk volgen we rood-witte markeringen. Na een klein sneeuwveld is er echter geen markering meer te zien. We letten nu vooral op steenmannetjes, kijken wat een logische route door het terrein is en houden de lijn op ons sporthorloge in de gaten. Nadat we het eerste deel van de Ramolferner zijn overgestoken begint het te regenen. Als we bij het tweede en laatste deel van de gletsjer aankomen breekt het los en horen we donder. We kunnen de top bijna ruiken en zien het topkruis verleidelijk glimmen. Maar we besluiten voor de veiligheid toch om te keren.

Die berg blij wel staan en zo hebben we een excuus om nog eens terug te komen. Ondanks dat we koud en nat aankomen in Obergurgl en we de top niet hebben gehaald voelt het toch als een succes. We hebben samen tijd in de bergen doorgebracht, de juiste keuzes gemaakt en genoten van de gastvrijheid in het Ramolhaus.

2 Eiskögele

Vanuit Obergurgl zijn ook verschillende toppen in één dag te beklimmen. Bijvoorbeeld de Eiskögele (3233 meter). We lopen weer langs de Langtalereckhütte. Maar in plaats van rechtdoor richting de Schwarzenkamm-klettersteig slaan we deze keer linksaf, het Langtal in. Geleidelijk klimmen we omhoog langs de bergflank. Onderweg passeren we de laatste sneeuwvelden en kleine smeltwaterbeekjes. Hogerop wordt het terrein steniger en hebben we uitzicht op de Langtaler Ferner. Op de top, met topkruis, staat een erg mooie, grote steenman, of zoals onze gids tijdens de basiscursus alleen de mooiste steenmannen noemde: een steenvrouw.

3 Nederkogl

Een mooie eendaagse is de beklimming van de Nederkogl. Met zijn 3163 meter is de top hoger dan de naam doet vermoeden. De start van deze tocht ligt iets ten noorden van

Zo hebben we een excuus om nog eens terug te komen

Obergurgl, maar met de bus is het slechts tien minuten naar het startpunt bij de Sahnestüberl. Vanaf hier wandelen we langs de Lenzenalm, een gezellige hut op een alpenwei midden in het bos. Onderweg komen we twee mannen met een bordercollie tegen. Met gereedschap dat lijkt op een kruising tussen een pikhouweel en een scho el maken ze de diagonale geultjes vrij die je vaak in bergpaden ziet. Zo kan het water goed wegstromen en spoelen de paden niet weg. We bedanken ze voor hun werk en lopen verder.

Na de Nedersee wordt het pad steiler met hier en daar wat blokkenterrein. Vlak voor de top wordt het een lichte scramble, maar de route blij goed gemarkeerd. Op de top schrijven we snel onze namen en een boodschap in het topboek, voor we weer beginnen aan de weg terug naar beneden, alweer in de hoop de regen voor te blijven.

4 Festkogl

De Festkogl (3038 meter) beklim ik in de zomer van 2023 solo. Ik neem de li naar het middelstation van de Hohe Mut Bahn, dit keer met goed weer, en loop omhoog over een smal pad met links en rechts een kleurenpracht aan bloemen, mossen en korstmossen. Voorbij de Plattachbahn wordt het terrein interessanter: het verandert snel in blokkenterrein. Eenmaal op de top aangekomen heb ik uitzicht op de Hohe Mut, Eiskögele, Nördlicher Ramolkogel, Nederkogl en diverse gletsjers. Net na mij komt een Engelsman boven. Ook hij komt hier al enkele jaren, vertelt hij. Samen beginnen we al kletsend aan de afdaling. Eenmaal bij de Plattachbahn nemen we afscheid, omdat hij tot hier met zijn mountainbike omhoog is gekomen. Dat kan dus ook nog!

Een steenvrouw op de top van de Eiskögele

markt & materiaal

SPELEN MET/ IN DE BERGEN

In mijn rugzak zit vaak een kaartspel of ander klein spelletje. Leuk om te spelen op het terras van een berghut. De spellen op deze pagina’s neem je misschien niet snel mee de bergen in, maar brengen de bergen wel bij jou thuis.

Berg of gebouw

Zijn het bergen of gebouwen? Dat vertelt het verhaal niet, maar het doel in The Climbers is duidelijk: als eerste het hoogste punt bereiken. De regels van dit driedimensionale spel zijn redelijk simpel: je mag alleen klimmen op stenen op ooghoogte en met jouw eigen kleur. Wil je hoger klimmen, dan moet je een van je twee ladders inzetten. Voor, tijdens of na het klimmen mag je een steen op de berg draaien of verplaatsen. Zo help je jezelf of dwarsboom je een andere klimmer.

2-5 spelers, 45 minuten, vanaf 8 jaar €39,99 via 999games.nl

Heksen en tovenaars

Anders dan wandelaars en klimmers willen tovenaars blijkbaar niet de berg op, maar juist de berg af. Zes tovenaars krijgen op het schuine speelbord van De magische berg te maken met heksen en dwaallichten. De bedoeling is om de tovenaars eerder beneden te krijgen dan de heksen. Dat doen de spelers door samen te werken. Steeds pakt een speler een gekleurde knikker, een dwaal-

IJverige pelgrims

De camino naar Santiago de Compostela is zonder twijfel de bekendste pelgrimsroute in Europa. Veel mensen kiezen ervoor de route te voet af te leggen, de reis is immers net zo belangrijk als de bestemming. Dat principe zit ook in het spel Pilgrimage. Aankomen op de bestemming levert je punten op, maar onderweg kun je ook heilige objecten verzamelen die punten waard zijn. Kies dus slim of je gaat lopen, de boot neemt of op het vliegtuig stapt. 2-4 spelers, 45 minuten, vanaf 6 jaar €29,99 via justentertainment.nl

licht, uit de zak en legt die achter een tovenaar. De tovenaar loopt naar het volgende dwaallicht van die kleur, maar zodra hij wegloopt rolt de knikker naar beneden. Rolt die tegen een heks, dan mag die ook naar het volgende vakje van die kleur. Een leuk spel om ook met jongere berglie ebbers te spelen. 1-4 spelers, 15 minuten, vanaf 5 jaar €29,99 via 999games.nl

Alpinist in de Himalaya

Voor wie droomt van een expeditie in de Himalaya. In Trek 12 breng je als alpinist het gebied waarin je speelt (Dunai, Kagkot of Dhaulagiri) in kaart en verken je verschillende routes. Je dobbelt en noteert de scores op je formulier. Opeenvolgende getallen vormen samen een klimlijn die punten waard is, dezelfde getallen naast elkaar een klimgebied. De basis is simpel, maar je raakt niet snel uitgespeeld. Er zijn varianten voor beginners, gevorderden en solospelers en in de meegeleverde enveloppen zitten verschillende uitbreidingen.

1-50 spelers, 20 minuten, vanaf 8 jaar €23,95 via geronimogames.com

Onder redactie van Marjolein Wols

Boulderstrijd

In het snelle kaartspel Boulder Blu verdien je punten door boulders te toppen. Hoe moeilijker de boulder, hoe sterker je moet zijn om van je concurrenten te winnen. Iedere beurt kies je of je gaat voorbereiden door een kaart met krachtpunten te trekken, of gaat klimmen door je verzamelde krachtpunten in te zetten. Kies je voor klimmen, dan speel je je krachtpunten op zijn kop. Tegenspelers die denken dat ze tegen jou op kunnen mogen datzelfde doen. Voordat de strijd losbarst trekt elke boulderaar een muntje uit de ‘pofzak’. De munt bepaalt of je klimt met een blessure en krachtpunten inlevert of juist goed in vorm bent en een extra krachtpunt krijgt. Een spel met veel bluf en geluk dus. 2-4 spelers, 45 minuten, vanaf 8 jaar €27,25 via 9000games.com

Pas op voor de beren

Sneeuw en ijs teisteren de bewoners van een klein dorp in het arctisch gebied. De bewoners willen het dorp ontvluchten, maar de reis naar het vasteland is niet eenvoudig. Ze moeten een weg zoeken langs bergen, wakken en ijsberen.

Is de wildernis in trekken het beste idee tijdens een sneeuwstorm? Nee, waarschijnlijk niet. Maar het zorgt er wel voor dat het spel van start gaat. Zodra je een stap buiten het dorp zet, begint de race. Jij wil naar het vasteland, in de andere hoek van het bord, maar de andere spelers ook. Degene die daar als eerste aankomt overlee , en wint het spel.

Waar leg je een berg dan neer? Juist, voor je tegenstander.

Of je gebruikt hem voor eigen gewin. Hoog in de bergen heb je minder kans op een plotselinge aanval van een ijsbeer. De vier beren in het spel jagen de spelers op, een aanval betekent terug naar de start. Elke beurt kiest een speler wie hij verplaatst: zijn eigen poppetje of een van de beren.

Nieuwe vorm

Had dit spel niet de vorm van een stopbord vroeger? Can’t Stop gaat al wat langer mee, maar is een paar jaar terug in een nieuw jasje gestoken. Het klimmersjasje. Het doel is om als eerste boven te komen op drie van de elf toppen. Door combinaties te maken van de getallen op de dobbelstenen kies je naar welke top je klimt. Hoe meer risico je neemt, hoe sneller je boven bent, maar ook hoe groter de kans op een val. 2-4 spelers, 30 minuten, vanaf 9 jaar €24,90 via franjos-shop.de

De bedoeling is om de weg voor jouzelf zo eenvoudig mogelijk te maken en voor je tegenstanders barricades op te werpen. Iedere beurt begint met het pakken van een grondtegel. Dat kan een stukje land zijn, waarover je redelijk eenvoudig kunt doorlopen, of een berg, die je een hele beurt kost om te beklimmen. Gelukkig mag je zelf kiezen waar je een grondtegel neerlegt.

Het vergt vooral tactiek om Ice Hike te winnen. Kies je voor de kortste weg of beklim je een berg voor hulpmiddelen als touwen en voedsel? Ga je zelf vooruit of achtervolg je een medespeler met een ijsbeer? Maar een beetje geluk helpt ook. Welke grondtegels je pakt en waar de ijsberen in het spel komen heb je immers niet in de hand.

Ice Hike NRP Games 2-5 spelers, 60 minuten, vanaf 8 jaar €29,95 via nrpgames.com

Thema: winter

Korte dagen lange tochten

De zon staat laag. Al is de kortste dag van de winter allang voorbij, de dagen zijn nog niet echt lang. Tenminste, voor wie de Haute Route van Chamonix naar Zermatt aflegt. Er is zo veel te zien en er moeten kilometers en hoogtemeters worden gemaakt. De dagen zijn kort, de tochten lang. Bij het eerste ochtendlicht gaan de toerskiërs op pad. De bergen blijven nog even lekker liggen, onder hun dikke witte deken.

76 Toerskiën in de Urner Alpen

80 Tsjechisch langlaufparadijs

84 Overnachten in een iglo

Fotoreportage uit Ticino

De Haute Route is een klassieke zevendaagse toerskitocht van ongeveer 180 kilometer, van Chamonix, aan de voet van de Mont Blanc, naar Zermatt, onder de Matterhorn. Tegen het decor van de hoogste toppen van de Alpen moet er flink geklommen worden. Maar de ski’s zijn niet voor niets mee: ook de afdalingen zijn niet mis.

Tekst Marjolein Wols Beeld Rogier van Rijn

Toerskiën in de Urner Alpen

Chaos en compleet vertrouwen

‘Wat bezielt je?’, vraagt mijn collega met grote ogen. Ik vertel over de Urner Haute Route, een van de mooiste en steilste toerskitochten van Zwitserland. Ja, wat bezielt mij?

Volgens de oude Grieken hebben we naast orde een zekere mate van chaos nodig, waartoe ik zo’n spannend ski-avontuur zeker reken. Chaos zorgt voor de leegte waaruit dingen kunnen ontstaan. De leegte van het hooggebergte, de stilte, het ongewisse van het weer en de sneeuwcondities. Misschien is dat wel de reden dat ik weer op pad ga.

Na het eten bij het kaasfonduerestaurant van Andermatt ontmoeten we Martijn Schell, onze berggids. Ik ken hem al jaren, hij is zeer ervaren in het hooggebergte. Dit keer ben ik op pad met Jasper, we waren klasgenoten op de middelbare school en daarna hebben onze sporen min of meer parallel gelopen, en Jan Willem, die ik heb ontmoet bij een eerdere toertocht.

Wel of geen airbag?

‘Zo, dit touw mag jij dragen van Martijn’, Jasper kijkt lachend naar Jan Willem. Jan Willem, voor wie light weight packing een sport is, kijkt op zijn neus. ‘Nee hoor, grapje,’ zegt Jasper en hij pakt ruimhartig het touw in zijn oude, maar trouwe, groene rugzak. Zelf ben ik in dubio: neem ik een rugzak met

Vertrek vanaf de Chelenalphütte

airbag mee van Martijn? Die weegt al zeker 2 kilogram zonder bepakking. Vragend kijk ik Martijn aan. Hij neemt een airbag mee, dus doe ik dat ook. Vooral ter verantwoording aan het thuisfront, de airbag verkleint het risico toch iets.

Met de trein gaan we naar Realp, de auto’s laten we in Andermatt. Onze eerste dag is een rustig inkomertje, we lopen van 1538 meter naar de Albert-Heim-Hütte op 2542 meter. De zon breekt door, de temperatuur lijkt op die van de Costa Brava en de sneeuw voelt papperig en zwaar.

Ik sta voor de Albert-Heim-Hütte, waar ik ook heb geslapen op mijn allereerste toerskitocht. Dat was in 1993, met mijn beste jeugdvriendin Frouke en haar familie. Hier vierden we de vijftigste verjaardag van haar vader. Dat we de warme vanillecustard uit de pan mochten likken van de huttenwaard, mits we de afwas deden, vergeet ik nooit meer.

Polonaise

We vertrekken in het grijze ochtendlicht op onze ski’s met stijgvellen eronder. Al snel gaan die echter op de rug en gaan we verder op stijgijzers. Als in een polonaise haalt Jasper de pickel van mijn rugzak en pakt Jan Willem die van Jasper, terwijl we dicht tegen de rotswand staan. Mijn hoogtevrees speelt op, maar gelukkig is daar het touw van Martijn, waaraan ik als een zak meel omhoog gehesen wordt. Na een stukje klimmen langs metalen kabels kunnen we weer verder op de ski’s, over de graat van de Lochberg.

Onder ons weerkaatsen de wolken in een bevroren stuwmeer.

Niet veel later glijden we over de dam naar een verlaten hotel met picknicktafels, waaraan we wat eten. Nu zal het lange, saaie deel komen, kilometers langs het meer, naar boven door zachte sneeuw. De zon houdt zich gelukkig gedeisd.

Marsthee bij de steenman

Omhoog volg ik een Zwitserse skiër die met zijn zoon dezelfde tocht maakt. Hij loopt, net als ik, ook langzaam leeg, als een lek luchtbed. Dorst is wat ik voel. Hoe goed smaakt de marsthee bij de steenman, die Jasper voor me inschenkt.

Als in een fata morgana zien we de Chelenalphütte al een hele tijd liggen. Met de harschijzers onder en een hartslag buiten de comfortzone leggen we de laatste loodjes van vandaag af. Het appelsap en bier, ingeschonken door het koppel huttenwaarden, spoelen we in een vloek en een zucht weg. Om de ergste spierpijn tegen te gaan, doen we na het eten een paar yogaoefeningen.

de temperatuur lijkt op die van de costa brava

Een touw om te vertrouwen Goed zicht is vandaag essentieel. Hebben we dat niet, dan zullen we van onze route moeten uitwijken naar een onbemande hut en daar wachten tot het opentrekt. Maar het zit mee en we beginnen met het goed vastsjorren van onze stijgijzers onder de skischoenen. Gewapend met onze pickels zoeken we naar houvast op een mix van rots en sneeuw. Tot mijn frustratie zitten mijn ijzers niet goed. Snel vlei ik me tegen de rotsen aan. Jan Willem helpt me, net als de prins die bij Assepoester haar muiltje aandoet.

Niet veel later gaan de ski’s met stijgvellen weer onder. Terwijl ik de diesel in mij naar boven probeer te halen, zie ik mijn tochtgenoten in haardspeldbochten hoger en hoger gaan. Af en toe zie ik de bergtoppen tevoorschijn komen tussen de wolken. Om de col vlak voor de Sustenhorn (3502 meter) te bereiken is een korte rotsbeklimming nodig. Gelukkig hoeven we voor deze passage niet opnieuw de stijgijzers onder te binden. Martijn hakt treden met zijn

Vlak onder de top van de Lochberg
Jan Willem, Bibi, Martijn en Jasper

pickel, legt zijn ski’s en rugzak boven en komt terug om ons door de passage te helpen. Een paar minuten later kunnen we op adem komen op de col. Voor ons zouden we de vlakke gletsjer kunnen zien, als de mist het zou toelaten.

Verschillende scenario’s

Met de vellen nog onder beginnen we gevieren aan het touw aan een traverse, afgaand op de gps. In de afdaling die volgt zijn veel gletsjerspleten en er is een complete whiteout. Als de mist een beetje optrekt, ski ik met het touw nog vast aan Martijn, luisterend naar zijn ‘naar links, naar rechts’. Jasper, Jan Willem en de Zwitser met zijn zoon volgen precies ons spoor. Compleet vertrouwen op een ander, dat is een heel speciaal gevoel.

Na een helling van meer dan 30 graden en heel veel sneeuw, is het tijd voor een pauze. Met uitzicht op de gletsjer eten we, allemaal met onze eigen gedachten, onze boterham of reep. Mijn opluchting is groot als even later vanuit het niets een paar gebouwen opdoemen: hotel Steingletscher.

Na het eten bespreken we de verschillende scenario’s voor de volgende twee dagen. Vanwege de mist zullen we zeer waarschijnlijk de afdaling vanaf de Grassen (2946 meter), die bekendstaat als een van de mooiste van Zwitserland, niet kunnen maken. We kiezen daarom voor een alternatief: skiën in de diepe sneeuw in Airolo. Alleen moeten we daar morgen eerst nog wel zien te komen.

er zijn veel gletsjerspleten en een complete whiteout

Skiën op de weg

‘De eerste klim wordt heel steil’. Martijn maakt helaas geen grapje. Het is niet alleen steil, maar ook ijzig. Mijn dalski glijdt keer op keer naar beneden. ‘Ik wil mijn harschijzers aan’, roep ik naar de groep. Na een korte stop met een angstige actie om de ijzers onder mijn ski’s te krijgen, gaan we verder door de mist, de Sustenpass (2259 meter) op.

We zien geen hand voor ogen en eenmaal over de pas besluit Martijn dat we het beste over de weg kunnen gaan, die is afgesloten voor verkeer. Om op de weg te komen moeten we 30 meter recht omhoog, met de ski’s in de hand, een krachtinspanning van heb ik jou daar. De weg is op veel plekken bedolven onder grote brokken oude sneeuw en ijs. Het blijkt een kunst om voldoende snelheid te houden om eroverheen

Afdaling over de Steingletscher
In het bos van het Val Bedretto boven Airolo
De klim naar de Sustenhorn

te glijden en niet met je ski onder een brok te komen. Helaas blij mijn ski toch steken en word ik gelanceerd. Mijn knie draait vervelend, maar ik kan gelukkig snel opstaan.

De vitrage van mistflarden schui opzij en de dennenbomen komen als rijzige dames tevoorschijn, getooid in een wit gewaad. Water drupt van de zwartbruine rotsen. Zijn ze verdrietig over de temperatuur, die snel stijgt naarmate we lager komen? Voor mij zie ik de grijze gestaltes van mijn toergenoten glijden. Ze lijken net weggelopen uit het boek Momo en de tijdspaarders, haastig onderweg naar de taxi, die al een uur op ons staat te wachten in het Meiental.

Licht en snel

Het plan voor de middag in Airolo is een toertje door het bos. Met een lichtgewicht rugzak, de borstkas open, vertrekken we vanaf een boerderij waar twee kleine koeien de wacht houden. Ze zien er veel liever uit dan de zwarte oeros die staat afgebeeld op de kantonsvlag van Uri, compleet met een rode neusring. Eenmaal boven toveren we onszelf om in een raceteam en scheren we langs de bomen weer naar beneden. We leren van Martijn dat je naar je vallijn moet kijken, en niet enkel naar de bomen en struiken die je wil ontwijken. Jan Willem en ik hebben meerdere ‘head-on encounters’ met de luchtige doch zware poedersneeuw.

Omringd door jeugdige soldaten in camouflagepak, eten we ’s avonds bij Hotel des Alpes pizza en kazige risotto. We zijn duidelijk de grens van Uri naar Ticino overgestoken. Door de vele verhalen die als in een natuurlijke bron bij Martijn opborrelen, vergeten we de tijd en gaan we pas na tienen slapen.

Slagroomtaart

Samen met een andere gast van Hotel Steingletscher checken

Martijn en Jasper de route

Afdaling over de weg van de Sustenpass over oude lawineresten

voorkant van de ski’s, schieten we als duvels uit een doos naar beneden. Langzaam begint de sneeuw meer op regen vermomd als het witte goud te lijken, de temperatuur stijgt en het skiën wordt zwaarder. ‘Dit wordt onze laatste run’, laat Martijn ons gedecideerd weten.

In hotel Gottardo eten we het lekkerst van de hele week. Als ik de serveerster vraag of ze ook tiramisu hebben, breekt de zon door op haar gezicht. De superluchtige tiramisu, gemaakt van de melk die ze onder het restaurant verwerken tot kaas, is de absolute kers op onze slagroomtaart.

Toerskiën in de Urner Alpen

Na een cappuccino en een sinaasappel gaan we met de skili omhoog, op zoek naar rst tracks, afdalingen door onaangetaste sneeuw. Met meer energie, souplesse en gewicht op de Reis

Andermatt en Airolo liggen vlak bij elkaar, maar worden gescheiden door de Gotthardpas. Voor de reistijd maakt dat weinig uit: beide plaatsen liggen op zo’n 900 autokilometers van Utrecht. Met de trein en bus ben je elf tot twaalf uur onderweg.

Urner Haute Route De Urner Haute Route start in Ander-

matt en loopt langs de Albert-HeimHütte, de Chelenalphütte, hotel Steingletscher en de Sustlihütte naar Engelberg. De dagafstanden variëren van 6 tot 13 kilometer, met regelmatig meer dan 1200 meter stijgen. Dankzij het beklimmen van toppen als de Sustenhorn (3502 meter) en de Grassen (2946 meter) maak je onderweg mooie afdalingen, op de laatste dag zelfs over meer dan 1900 meter.

500 kilometer loipes in Tsjechië en Polen

Grensoverschrijdend langlaufen

Het voelt als thuiskomen, terug in de bergen waar ik veertig jaar geleden leerde skiën. In het Sudeten- en Reuzengebergte, destijds nog achter het IJzeren Gordijn, heb ik vele winters genoten van betrouwbare sneeuw, de eenvoudige voorzieningen en de oprechte sportiviteit en hartelijkheid van de lokale bevolking.

Tekst en beeld Aart Markies
In het grensgebied
ligt de berghut
Vosecká Bouda

Met skiën ben ik gestopt, maar enkele jaren geleden ontdekte ik in het Oostenrijkse Kleinwalsertal het langlaufen. Een nieuwe passie voor de winter met als ultiem doel een huttentocht door de uitgestrekte winterlandschappen van Scandinavië. Om mijn techniek te verbeteren en de skibewegingen en omstandigheden beter te leren kennen ga ik terug naar Tsjechië en Polen met een georganiseerde langlauftrekking.

Hoewel de Muur al meer dan 35 jaar geleden werd afgebroken blijken de voorzieningen nog steeds eenvoudig. We komen overal op de loipes de lokale bevolking tegen: families, vriendengroepen en sporters die langlaufen als dag- of weekendactiviteit. Je ziet veel kleding in grijstinten en zwart, nauwelijks felle kleuren. De mensen zijn gevormd door de geschiedenis, schaarste en veerkracht en hebben een sterk gevoel voor gemeenschap en traditie. Ik geniet ervan dat hier nog steeds te beleven.

IJzergebergte

We lopen samen over de hoogvlakte van Jizerka, waar het uitgestrekte landschap ons alle ruimte biedt. Honderden loipes vormen hier een weids netwerk van meer dan 500 kilometer, dat zich in oostelijke en westelijke richting uitstrekt door besneeuwde bossen.

Jizerka ligt in het IJzergebergte, in het Tsjechisch

Jizerské Hory, in het noorden van Tsjechië. Het is een prachtig natuurgebied met bergen tot zo’n 1000 meter hoogte. Ik bedenk me dat het in de

zomer prachtig moet zijn om te wandelen en te fietsen. De informatieborden bevestigen dat en tonen foto’s van groene velden en bloeiende hyacinten in het voorjaar. Ik zie meren en stroompjes die nu bevroren zijn en samen één groot, wit golvend oppervlak vormen dat zich uitstrekt tot aan de horizon, omzoomd door besneeuwde naaldbomen.

In een van de berghutten tref ik een Duits stel uit Leipzig. Ze komen al van kinds af naar de Tsjechische bergen, hun vakantiegebied doordat ze in de tijd van de tweedeling van Duitsland zijn geboren met alle reisbeperkingen van dien. Na de hereniging van hun vaderland en het uiteenvallen van Tsjecho-Slowakije reisden ze wel naar andere Europese landen. Maar het langlaufen in Tsjechië is gebleven. Ze delen een herinnering met me over de Nederlandse artiest Herman van Veen, die destijds met zijn liedjes hun verlangen naar vrijheid vertolkte. Tot op de dag van vandaag trekt hij nog volle zalen in de wijde regio.

Intensiever dan wandelen

Het geluid van de glijdende ski’s mengt zich met de stilte van het besneeuwde landschap. De loipes doorsnijden het witte sneeuwdek. Je zou kunnen denken dat de vaste loipes je beperken in je gevoel van vrijheid, maar voor mij geven ze juist richting, als een pad dat zich ontvouwt in de sneeuw, met de belofte van een nieuwe bestemming. Die lijnen lijken pleisterplaatsen met elkaar te verbinden. Je kunt uitrusten en opwarmen, lunchen of een versnapering nemen in een lokaal restaurant of bij een van de vele kiosken langs de route. We lopen in een gestaag tempo tot zo’n 10 kilometer per uur.

Lokale langlaufers in het Poolse Orle
De klassieke stijl en schaatsstijl samen in beeld
Met goede techniek glijd je efficiënt en spaar je energie

Langlaufen vraagt meer van het lichaam dan wandelen. Niet alleen de benen, maar ook armen, schouders en buikspieren werken mee in een vloeiende cadans. Maar met een goede techniek glijd je efficiënt en spaar je energie.

Poolse grens

In oostelijke richting ligt de Poolse grens. Daar glijd je moeiteloos overheen. De Tsjechische en Poolse netwerken sluiten naadloos op elkaar aan. Een paspoort wordt nergens gevraagd. De taal verandert maar blijft onverstaanbaar: de taalbarrière met de tongbrekende Slavische talen is groot. Je betaalt hier met de złoty in plaats van Tsjechische kronen. De bergen worden hoger. We lunchen op de grens in de berghut Vosecká Bouda op ruim 1200 meter hoogte. Een pittige klim; op die techniek moet ik nog oefenen.

Het enthousiasme voor langlaufen is ook hier groot en de loipes zijn goed onderhouden. In het nabijgelegen Jakuszyce is een modern langlaufcentrum gebouwd. Het dorpje is beroemd om zijn uitstekende loipe-infrastructuur en de schilderachtige ligging. Internationale bekendheid heeft deze hoek van Polen door de organisatie van de langlaufwedstrijd Bieg Piastów, die al sinds 1976 wordt gehouden en deel uitmaakt van een internationale serie van langlaufwedstrijden, waaronder die van de Worldloppet Ski Federation en de FIS Marathon Cup.

Jizerská 50

Naar het westen toe glijden we door het Noord-Boheemse deel van Tsjechië richting Bedřichov in de regio Liberec. Het

stadje is een icoon voor langlaufers omdat hier de startplaats is van de beroemde Jizerská 50 langlaufrace, waarin de 50 kilometer de langste loopafstand is. De wedstrijd werd voor het eerst gehouden in 1968. In de jaren zeventig en tachtig was hij vooral bekend binnen de landen van het voormalige Oostblok. Tijdens de communistische periode in TsjechoSlowakije werden sportevenementen vaak gebruikt als middel voor diplomatie en propaganda. Het evenement kreeg de steun van de staat, wat leidde tot de groei van de infrastructuur en een toenemend aantal deelnemers.

Na de val van het communisme in 1989 onderging de Jizerská 50 een transformatie. Het evenement kreeg meer internationale belangstelling en werd toegankelijk voor langlaufers van over de hele wereld. Vandaag de dag behoort het evenement tot de belangrijkste langlaufwedstrijden in Europa, samen met beroemde evenementen zoals de Vasaloppet in Zweden en de Marcialonga in Italië. Bij de editie van 2025 stonden in totaal 8413 deelnemers ingeschreven uit 31 landen.

Levend monument

De Jizerská 50 heeft ook een symbolische betekenis gekregen die verder gaat dan alleen de sportieve prestatie. Het evenement is een levend monument voor omgekomen bergbeklimmers en andere sporters uit de regio.

In het voorjaar van 1970 vertrok een groep van vijftien jonge bergbeklimmers uit Liberec naar Peru. Twee jaar eerder hadden ze de eerste Jizerská 50 georganiseerd als trainingstocht voor hun klimexpedities en prestatietest voor hun Andesexpeditie. De mannen stonden in de regio bekend als

Statig houten jachthuis langs de route van de Jizerská 50

sterke sporters en avonturiers. Hun doel in Peru: de beklimming van de Huascarán (6768 meter), de hoogste berg van het land. Op 31 mei 1970 werd Peru echter getroffen door een zware aardbeving. Vanaf de noordwand van de Huascarán stortte een enorme ijs- en rotslawine naar beneden. Het expeditiekamp werd volledig weggevaagd. Alle vijftien Tsjechische klimmers kwamen om het leven.

De dood van de expeditieleden sloeg diepe wonden in de sportgemeenschap van Liberec en heel Tsjecho-Slowakije. Omdat de mannen ook de grondleggers waren van de Jizerská 50, besloot de organisatie de wedstrijd voortaan te wijden aan de ‘Huascarán 15’, symbool van moed, verbondenheid en verlies.

We doorkruisen een schitterend gebied, dat al eeuwenlang zijn grenzen verlegt door overheersing, politieke omwentelingen, de zoektocht naar identiteit en sportieve prestaties.

Langlaufen door Tsjechië en Polen

Langlaufvarianten Langlaufen kent een aantal varianten. De klassieke stijl gebruikt de diagonaalpas, waarbij je met smalle ski’s (4 tot 5 centimeter) in parallelle sporen (loipes) beweegt en de stokken gebruikt als ondersteuning. Een variant op deze stijl met bredere ski’s (5 tot 8 centimeter) wordt toegepast bij backcountry skiën en trektochten in terrein zonder getrokken sporen.

De schaatsstijl is een variant waarbij je een patroon volgt zoals bij schaatsen; de stokken gebruik je om te sturen en extra kracht te zetten tijdens het versnellen. Deze lopers gebruiken de brede baan. De schaatsstijl is populair bij wedstrijden.

Noordse sporten

Langlaufen hoort bij de zogenaamde Noordse sporten, samen met nordic walking en biathlon. Sporttechnisch is het onderdeel van de Nederlandse Ski Vereniging. Er is een Nederlands kampioenschap tijdens het Noords Festival in Ramsau am Dachstein, Oostenrijk. Deze winter voor de vijftigste keer. Ik tel in Nederland tien verenigingen met diverse trainingsmogelijkheden op borstelpistes. In ons vlakke land blijkt het populair om techniek en conditie te trainen op rollerski’s. Interesse? Kijk dan eens

op noordsesporten.nl. Deze organisatie geeft ook jaarlijks een tijdschrift uit: Langlaufmagazine

Gedragsregels

In Tsjechië en Polen zijn de sporen voor zowel de klassieke stijl als de schaatsstijl geschikt.

Er zijn uitgebreide gedragsregels voor op de loipes. De belangrijkste zijn: respecteer de looprichting, houd rechts, stilstaan doe je buiten de sporen, dalende sporters hebben voorrang, houd voldoende afstand en houd je stokken dicht bij het lichaam als je inhaalt of ingehaald wordt.

Bereikbaarheid

Het IJzergebergte is goed bereikbaar met de trein via de regionale hoofdstad Liberec in Tsjechië. Van daaruit rijdt de lokale trein het langlaufgebied binnen via Jablonek naar Kořenov, Harrachov en het Poolse Jakuszyce. Met de auto is het vanaf Utrecht 900 kilometer rijden. De winterreis Jizerka heb ik geboekt bij langlaufspecialist Vasa Sport in Cothen.

Beste periode

Afgelopen winters waren in de maanden januari en februari de sneeuwcondities op hun best. Als de sneeuwlaag te dun is om te langlaufen, zijn sneeuwschoenen een uitstekend alternatief.

De hoogvlakte van Jizerka
Enkele jaren terug sliepen we in deze prachtige iglo bij de Gemmipass

Winterkamperen in de Alpen

Iglokamp

Er is overal sneeuw en condens en bij warme omstandigheden kan het gaan druppen. Droog is een iglo van binnen niet. Wel is het er een stuk warmer dan in een tent. Bij min twintig graden is het in een goede iglo, met voldoende personen, maar net onder het vriespunt. Sinds 2011 bouw ik (bijna) jaarlijks met verschillende vriendengroepjes een iglo in de Alpen om er een paar nachten in te slapen. We hebben inmiddels een aantal vaste locaties en kiezen de week voor het ‘iglokamp’ een plek uit, meestal op basis van het weerbericht. We hoeven toch niet te reserveren. Deze winter staat onze iglo in het Obernbergtal in Oostenrijk. Voor mij is dit kamperen op zijn best!

Tekst Dick Moonen Beeld Dick Moonen en tochtgenoten

Ik word wakker en kijk op mijn horloge: zeven uur. De anderen slapen nog. Het is halfdonker en ik moet plassen. Geen zin om op te staan, het comfort van mijn warme slaapzak is te groot. Ik draai me om, leg mijn kussen (lees rugzak) beter onder mijn hoofd en doezel nog even weg. Even later word ik weer wakker, ik moet echt… Actie dan maar! Focus: waar liggen mijn kleren? Die heb ik op een droog plekje op een stapeltje gelegd. Bivakzak open, slaapzak uit, brr. Als een robot trek ik mijn kleren aan, bergschoenen, jas. Alles op de vierkante meter van mijn eigen matje. Dat ligt tegen de matjes van de anderen aan en ik wil ze niet wakker maken. Ik rits mijn bivakzak weer dicht, zo weet ik zeker dat mijn slaapzak droog blij . Muts had ik nog op. Handschoenen aan. Achterstevoren, op handen en knieën. Als een slangenmens wurm ik mijzelf door de nauwe ingang de iglo uit. Capuchon op, want je schui met je hoofd langs de bovenkant van het gat.

Het schemert nog. De lucht in het oosten is al licht. De bergen bevatten al meer detail dan alleen maar contouren. Wat een stilte. Wat een beleving! Ik loop via het gisteren aangestampte paadje door de sneeuw een stuk van de iglo af. Bij het einde van het paadje zak ik tot boven mijn knieën in de sneeuw. We hebben met een sonde gepeild dat er anderhalve meter sneeuw ligt. Ik doe mijn ding. De sneeuw kleurt geel.

De ICEBOX in gebruik in de Silvretta

De ICEBOX

Oorspronkelijk werden iglo’s door Inuit gemaakt van gezaagde blokken van meerjarige sneeuw (een soort firn). In de Alpen moet je heel hoog gaan om deze samengepakte sneeuw te vinden. Voor het bouwen van de iglo maken wij daarom gebruik van de ICEBOX, een kunststof mal om stevige blokken sneeuw te maken. Het bouwen van een iglo kost met dit gereedschap ongeveer een dagdeel, reken op vijf tot zes uur.

De iglo bouwen

Gisteren bouwden we na zonsondergang met hoofdlampjes op het laatste stukje van de iglo. Met een dikke rugzak wandelden we omhoog, op zoek naar een plek voor de iglo. Deze moet beschut zijn, er moet lekker veel sneeuw liggen en het belangrijkste: het moet een absoluut lawineveilige plek zijn. Overdag mag de temperatuur niet te hoog worden, want dan smelt de iglo. We staan daarom op ongeveer 1800 meter hoogte. In de ruim tien jaar dat ik dit doe, is het twee keer gebeurd dat een iglo is ingestort. Eén keer in de nacht, wat leidde tot een evacuatie en wandeling naar een geitenstal, en één keer overdag. Het was te warm geworden en we moesten de noodtent opzetten voor de nacht.

Het zonnige Italië vanaf de Grubenkopf (2337 meter)

de ingang ligt lager, zodat de koude lucht naar buiten kan stromen

Kaiserwetter

Ik loop terug naar de iglo en geniet van de omgeving. Deze plek hebben we goed gekozen. Op de dennennaalden van de bomen zit rijp en ook de spullen die we buiten hebben laten liggen bevatten een dun laagje. De lucht is ijzig blauw. Er staat geen wind. Geen wolken, ook geen windveren bij de toppen, waarvan de eerste nu door de zon worden beschenen. Het belooft een mooie dag te worden: Kaiserwetter. Maar het zal nog wel anderhalf uur duren voordat de zon achter de berg vandaan komt. En tot die tijd blijft het hier ijzig koud.

Tijd om wat te drinken. Een nacht op 1800 meter in de droge lucht heeft mij uitgedroogd. In mijn slaapzak heb ik gisterenavond een volle thermosfles gedaan, als een soort kruik. Via het gat kruip ik de koudeput van de iglo in. Die put en de ingang liggen lager dan de leefruimte, zodat de zware koude lucht naar buiten kan stromen. ‘Morguh!’, zeg ik tegen de anderen, zonder hen te kunnen zien. Mijn begroeting wordt beantwoord met een gedempt antwoord vanuit de slaapzakken. Ik trek mijn bivakzak aan het voeteneinde met inhoud en al naar buiten. Uit de bivakzak pak ik mijn donsjas en mijn thermos. Lauw water, heerlijk. Het smeert mijn keel.

Routine

Tijd voor de ochtendroutine: sneeuw smelten, thee, koffie, ontbijt. Nou ja, het ontbijt bestaat uit een zakje gedroogd voer aangelengd met kokend water, een reep en wat snoep. Het proces van sneeuw smelten vergt veel tijd. Het mooie is dat overal sneeuw is en dat je de sneeuw van naast je brander

Deze winter is ons iglokamp in het Oostenrijkse Obernbergtal

Niet zonder risico’s

(Iglo)kamperen in de Alpen is niet zonder gevaren. Met een aantal zaken moet je ’s winters extra rekening houden: zo je pannetje in kan scheppen. Wachten tot het gesmolten is en nog een schep sneeuw erbij. Ik doe dit meestal staand, dan kun je blijven bewegen, van zitten word je alleen maar koud. Ook de anderen sluiten aan bij het ontbijt. Met weinig woorden drinken we thee en koffie, genietend van de omgeving. De thermosflessen worden weer gevuld met kokend water.

Ik hang mijn slaapzak over mijn skistokken, zodat deze kan drogen. Langzaam zie ik het zonlicht over de bergen naar beneden trekken. Als de zon ons iglokamp bereikt brengen we traditioneel een zonnegroet. Uit respect en om heerlijk op te warmen in de stralen die op ons gezicht vallen. Het einde van de nacht, het begin van de dag met een zonnige dagtocht in het verschiet. De eerste van ons vierdaagse avontuur.

Dagtocht naar de Grubenkopf

Het is half elf als we op onze sneeuwschoenen op weg gaan naar een top. De tijd voor een toer is relatief kort, het ontbijtritueel, het smelten van de sneeuw, het wachten op de zon en het drogen van de slaapspullen duurt even. De Grubenkopf (2337 meter) staat op het programma. In het zonnetje lopen we omhoog. Al snel gaan de jassen uit en stropen we de mouwen op. Het contrast met de koude nacht kan niet groter. Heerlijk, dit is Genieten met een grote G. Gedurende de dag

• LAWINEGEVAAR: zorg voor kennis over lawines, volg een cursus lawinekunde en zoek voor de iglo een plek uit die absoluut lawine-veilig is. Daarnaast is een lawine-uitrusting (pieper, reservebatterijen, schep en sonde) een absolute must.

• BACK-UPPLAN: bereid voor alles een plan B voor, voor de slaapplek, voor het eten, voor het brandertje, voor kleding. Als je in de winter voor meerdere dagen de Alpen ingaat, ben je echt op jezelf aangewezen en is zelfredzaamheid erg belangrijk. Neem dus voldoende reserveen reparatiemateriaal mee.

• NAVIGATIE: het is belangrijk dat je de terreincondities goed kent en dat je weet hoe je in de bergen moet navigeren, ook zonder ondersteuning van gps of andere elektronica. Door de kou gaan veel batterijen sneller leeg en kunnen ze het zelfs begeven. Ouderwets kaart en kompas bij de hand dus.

• SLAAPMATERIAAL: een iglo biedt meer beschutting voor kou dan een tent, maar het is niet gegarandeerd dat de iglo af is en dat deze blijft staan. Zelf heb ik een keer om drie uur ’s nachts de iglo moeten verlaten omdat de constructie niet goed was en hij op instorten stond. Daarnaast is het in een iglo best vochtig door condensvorming en vallen er soms druppels van het plafond. Zorg dus naast een warme slaapzak ook voor een goede bivakzak (liefst een die ventileert). Een onbeschermde donzen slaapzak is al snel nat en verliest daardoor zijn werking.

• LOCATIE: bij het kiezen van de plek voor de iglo kijken we ook naar alternatieve overnachtingslocaties. Is er voor noodgevallen een hut of schuur in de buurt waarin kan worden geschuild? Zo niet, neem een tentje mee.

Evenement

BoulderTech

Doe mee met de clinic van Lisa Klem

24 februari | 18:00 – 21:00

Boulderhal Energiehaven, Utrecht

Ontdek de parallellen tussen boulderen en software ontwikkeling tijdens de clinic van studente Informatica Lisa Klem die top 30 eindigde op de World Climbing Cup. BoulderTech is hét event voor gepassioneerde softwareen data engineers die van uitdagingen houden. Ook beginners zijn van harte welkom.

Meld je aan via navara.nl/bouldertech of scan de QR code.

Een tech consultancy waar een teamcultuur heerst waarin iedereen wil winnen. Ons motto is niet voor niets ‘For the win.’ Voor ons betekent dit dat onze IT-systemen en oplossingen altijd in dienst staan van het bedrijfsbelang en het bedrijfsresultaat van onze klanten. Maar het zorgt er ook voor dat we groot fan zijn van boulderen. Ook hier is het altijd mogelijk om skills te verbeteren, maakt teamwork de prestaties beter en bevinden we ons graag aan de top.

Zelfgemaakte sneeuwstoelen bij het vuur

warmt het lekker op en wordt de sneeuw zachter. Voor de tocht is dit heerlijk, maar voor de iglo niet. Tijdens het omhooglopen dwalen mijn gedachten af, als het te warm wordt stort de iglo in.

We bereiken het joch op de Italiaanse grens aan de oostkant van de top, hier is de sneeuw hard en hebben we de ijzers die onder de sneeuwschoenen zitten hard nodig. Bij elke stap knispert de sneeuw. Vanaf de top kijken we naar het zuiden het zonnige Italië in en hebben we in het noorden een mooi uitzicht op de Stubaier Alpen. Enkele toerskiërs voegen zich bij ons, Oostenrijkers. Ze komen uit het dal en hebben aanmerkelijk meer hoogtemeters geklommen dan wij,

De iglo van dit jaar is geslaagd, drie nachten was hij ons thuis

het vuur baant zich langzaam een weg door de sneeuw naar beneden

onze iglo staat immers halverwege. Als ze weer vertrokken zijn genieten we nog even van de lunch op de berg voor we beginnen met onze afdaling.

Als we aan het einde van de middag terugkomen bij de iglo, hebben we een hoera-momentje. Zeker na een zonnige of warme dag is het niet gegarandeerd dat de iglo nog heel is. Het proces van sneeuw smelten kan weer beginnen, nu voor de avondmaaltijd. Rond vier uur ’s middags verdwijnt de zon weer achter de bergen en koelt het snel af. Tegen zessen is het pikkedonker en worden we getrakteerd op een adembenemende sterrenhemel. We vinden wat dood hout om een klein vuurtje te maken. Dat maakt het comfortabeler om iets langer buiten te blijven. Als jagers kijken we naar het vuur dat zich langzaam een weg door de sneeuw naar beneden baant. Omstreeks acht uur gaan we toch echt de iglo weer in. We praten nog wat, maar al snel worden er weer hele wouden naast mij omgezaagd… De volgende ochtend zullen de anderen hetzelfde zeggen over mij.

Fotoreportage uit Ticino

Trektocht op toerski’s

Zodra we onze ski’s dalwaarts sturen, strijken de alpenkauwen neer op de plek waar we net pauzeerden. Ze pikken gretig naar onze kruimels. Het is begin maart. De zon staat laag en het landschap krijgt een warme gloed. We bevinden ons in de Alpi Ticinesi e del Verbano, ook wel de Tessiner Alpen genoemd, in het zuiden van Zwitserland. Dit is het laatste grote bergmassief waar de toppen nog hoog boven de boomgrens uitsteken en waar voldoende ruimte is om heerlijk te kunnen skiën, voordat het land in Italië vlakker wordt.

Tekst en beeld Boris Textor

Dag 1

Onze eerste etappe start in Val Bedretto. In de zomer is dit een doorgangsroute naar de Nufenenpas, nu een geliefd vertrekpunt voor toerskiërs.

Een paar jaar geleden viel dit bergmassief me pas op. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt en na uren speurwerk op Fatmap en Google Earth ontstond langzaam een route van hut naar hut, door ongerept terrein. Eindelijk is het zover. De dagen voor vertrek check ik de condities: alles staat op groen. Zes dagen stabiel weer, koud genoeg en een laag lawinegevaar. Perfect.

Na een lange tocht over de besneeuwde hellingen dalen we af van de Basòdino (3273 meter) richting de gelijknamige hut.

Daar worden we verwelkomd door de huttenwaard, een man vol passie. Terwijl hij het verse deeg nog eens door zijn machine draait, roept hij: ‘Vanavond eten we huisgemaakte pasta!’ De toon is gezet.

Afdaling vanaf de top van de Poncione Sambuco

Over de Grasso di Dentro op weg naar het Lago del Sambuco

Dag 2

We gaan verder via de Poncione di Braga (2864 meter), een top net ten oosten van de hut. Om ons heen zien en horen we niets. Geen enkel spoor, volledige stilte. We zijn hier helemaal alleen. In de verte doemt de Basòdino weer op. Pas later beseffen we dat deze berg ons de rest van de tocht blijft vergezellen.

Bij aankomst bij Capanna Cristallina treffen we de huttenwaard in een netelige situatie: enkele honderden meters onder de hut is zijn sneeuwscooter gestrand, ondersteboven naast een rotsblok. Na het verplaatsen van flink wat sneeuw krijgen we het gevaarte los. Tijd voor onze welverdiende lunch: gnocchi met gorgonzola en walnoot. De rest van de dag liggen we in het zonnetje en geven onze benen rust.

Dag 3

Vanaf de top van de Cristallina (2912 meter) zien we het al: dit wordt een lange dag. Maar wat een sneeuw! Elke afdaling voelt als een geschenk. We glijden door verlaten bossen, langs eenzame alpenboerderijen. Tijdens het klimmen fantaseer ik over de zomer hier, als schaapherder, ver weg van alles. We eindigen bij Rifugio Garzonera, een eenvoudige zelfverzorgingshut.

Dag 4

De grote vraag is: wat treffen we aan in de volgende hut? De informatie vooraf was beperkt: wel matrassen, hout en gas, maar geen dekens. We hebben een back-upplan, een paar uur extra en 400 hoogtemeters verder ligt Capanna Campo Tencia, met een goed uitgeruste winterruimte.

Bij Capanne Leìt blijkt echter ook geen hout of gas aanwezig te zijn. De motivatie om verder te gaan is laag, maar we zetten door. In Capanna Campo Tencia wacht ons een warm welkom van een stel Italiaanse toerskiërs dat erop staat om voor ons te koken. Na een heerlijke risotto ai funghi slepen we de matrassen naar de keuken, de enige warme plek, en vallen we al snel in slaap.

Vlak boven Rifugio Garzonera
Bij de warme kachel van Rifugio Garzonera
De laatste meters naar de Passo Scheggia

Dag 5

Op het programma staat de beklimming van de Pizzo Campo Tencia (3071 meter). Dit is geen eenvoudige top. De route is technisch, de helling steil, continu boven de dertig graden. Elke Spitzkehre vraagt concentratie. Maar boven wacht de beloning: uitzicht op de Basòdino. Moe, maar voldaan staan we op de top.

Toerskiën in Ticino

Reis

Wij parkeerden de auto bij Dalpe, het eindpunt van de tocht. De rit vanuit Utrecht is 900 kilometer, de reis per trein duurt elf uur.

Route

Val Bedretto – Capanna Basòdino – Capanna Cristallina – Rifugio Garzonera – Capanna Campo Tencia – Dalpe. De eerste dag kun je inkorten door te overnachten bij Rifugio Maria Luisa.

Materiaal

Voor deze tocht gebruikten we een toerski-uitrusting inclusief stijgijzers en een pickel. Een 30 meter touw is optioneel, maar aan te raden als je routes door geëxponeerd terrein zoals dit plant.

Partners

Berg- en skigids Boris Textor wordt gesponsord door Scarpa, Rab, XFood en MK Skiservice

De Pizzo della Sassada: een mooie afdaling later in de middag
De laatste prikmeters naar Capanna Campo Tencia

klimmen bij de buren

Maak kennis met klimgebieden op maximaal 400 kilometer van Utrecht.

Roche aux Corbeaux

Plussen en minnen

De Roche aux Corbeaux (de roekenrots) is een klein en rustig klimmassief in landelijk gebied langs de Ourthe. Je vindt de Roche aux Corbeaux zo’n 1,5 kilometer ten noorden van Durbuy, de outdoorhoofdstad van België. Wie daar logeert kan lopend of etsend naar de rots. Klim je solide vijfde- en zesdegraads? Dan is het massief zeker groot genoeg voor een bezoek van één of twee dagen.

Op de Roche aux Corbeaux lopen zo’n 25 routes en varianten door verticale en goed gestructureerde rots met gaten, randjes en spleten. Toch is de kans groot dat je dit klimgebied niet met hordes mensen hoe te delen. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het niet het bijzonderste massief van België is. De klimstijl is relatief atletisch en niet consistent en het verloop van de routes is soms ietwat gezocht. De eerste routes op deze rots werden overigens al in de jaren vij ig geopend. Daarna was het lange tijd stil, totdat rond 1990 de rots volledig ontsloten werd. De behaking kan voor de moderne sportklimmer aan de luchtige en soms ook onlogische kant aanvoelen. Dat je daarmee overweg kan is wel een voorwaarde om het klimmen hier te kunnen waarderen.

Als je de Roche aux Corbeaux in het late voorjaar of de zomer bezoekt, doe je er verstandig aan om met een snoeischaar of heggenschaar en werkhandschoenen te komen. Want zoals bij veel van de wat kleinere klimgebieden in België geldt ook hier dat de vegetatie de neiging hee om de rots te overwoekeren. Dit is logischerwijs vooral het geval in de makkelijkere routes en aan de randen van het

massief. Bramen, rozen en andere woekerende planten mag je als klimmer gerust verwijderen, mits je zeldzame vegetatie laat staan.

Wat een spontaan bezoek aan de Roche aux Corbeaux weer wel bemoedigt, is dat de topo

Roche aux Corbeaux

• Aantal routes/maximale lengte: 27/25 meter

• Klimstijl/steilte: wand 80-90°

• Niveau routes: 4 tot 6b+

• Gesteente: dolomiet

• Expositie: zuidwest

• Beste jaargetijde: voorjaar, zomer, herfst

• Openbaar vervoer: station van Barvaux op 4,5 kilometer van het klimgebied

• NKBV-klimjaarkaartgebied

Meer informatie vind je in de NKBV-Tochtenwiki.

online staat in de NKBV-Tochtenwiki (scan hiervoor de QR-code in het kader). Nog een voordeel voor NKBV-leden: 15 kilometer verderop aan de Ourthe ligt de HerBerg, een perfecte overnachtingsplek voor de klimmer die de Ardennen verkent.

Tekst Harald Swen Beeld Joe Dewez

NKBV-leden vertellen over hun bergsportervaringen.

Heb jij ook een leuk verhaal? Mail het naar hoogtelijn@nkbv.nl.

Op schoolkamp naar de bergen

Voor iedereen haalbaar

Eelke is directeur op een middelbare school én NKBV-vrijwilliger. En die twee functies hee hij fantastisch gecombineerd. Hij organiseerde voor leerlingen een bergsportreis naar Oostenrijk. Samen met leerlingen Myrthe en Jaïr (beide zeventien) kijkt hij erop terug. ‘Het gezeur van mobiele telefoons was weg. De leerlingen hadden grote lol, dat was mooi om te zien.’

De groep bestond uit verschillende personen en karakters. Die verschillen werden gedurende de week heel klein. ‘Fysiek bezig zijn kan daaraan bijdragen’, aldus Eelke. ‘De bergsport vraagt om zelf nadenken over wat je doet, het verzorgen van je spullen en communiceren als het even tegenzit.’ Myrthe: ‘Het was echt de meest random groep ooit. Bij andere reizen zag je dat er groepjes waren ontstaan, maar bij ons kon iedereen goed met elkaar opschieten.’

De groep van vij ien leerlingen ging onder andere wandelen, klimmen en klettersteigen. Jaïr: ‘De wandeltochten vond ik het mooist, en het overnachten in de Tribulaunhütte. En naar de top van de Gargglerin.’

Eelke: ‘De normale weg naar de hut ging over sneeuwvelden waarin we nog heel zorgvuldig

moesten sporen.’ Myrthe: ‘Dat was op bepaalde momenten wel eng. Als voor je iemand weggleed, pakten we de rugzak vast.’

Stapgevoel in de bergen

Eelke vertelt over de fysieke uitdaging. ‘Mijn ervaring is dat het vooral in je hoofd zit, het is voor iedereen haalbaar. Op de laatste dag bij de klettersteig was bij een aantal wel een beetje de pijp leeg. Zo’n week eist dan wel zijn tol. Ze maken het laat.’ Myrthe: ‘Het kampvuur ’s avonds was voor mij het stapgevoel in de bergen. Het uitgaan heb ik totaal niet gemist.’ Voor Jaïr was het zelfs een reden om voor deze reis te kiezen: ‘Ik had geen zin om elke dag te gaan feesten in de stad.’

Aardrijkskunde

De groep werd begeleid door berggidsen, met dank aan een subsidie uit het legaatfonds van de NKBV. Ook kregen ze bezoek van de bergredding, die de leerlingen actief betrok bij hun verhaal. Tijdens de wandeltochten hield Eelke af en toe pauze om verhalen te vertellen en vragen te stellen over de wolken en het weer, belangrijke elementen in de bergen. Myrthe: ‘Volgens mij had niemand aardrijkskunde. Je kon ons alles vertellen.’

Zelfvertrouwen

Eelke: ‘Waar het mij om gaat: het gezeur van mobiele telefoons was weg. Ze hadden in de hut grote lol en dat was mooi om te zien. Wat me ook is bijgebleven van eenzelfde reis een paar jaar geleden, is dat ik bij terugkomst werd gebeld door een moeder die heel benieuwd was wat we met haar kind gedaan hadden. Dat blaakte van zelfvertrouwen en ze had een heel ander kind thuis zitten.’

Tekst Lineke Eerdmans Beeld Eelke Snabilié
NAAM: Eelke Snabilié BEROEP: Directeur voortgezet onderwijs FAVORIETE SCHOOLVAK:
Op de top van de Gargglerin nam Eelke deze foto, Jaïr staat op de bovenste rij links, Myrthe staat rechts naast hem

Bettelwurfhütte, Karwendelgebergte, Oostenrijk

Adelaarsnest voor avonturiers

In de verte zie ik de hut al liggen. De afstand die ik loop vandaag valt mee, maar als je al zo ver vooruit de hut kan zien, voelt dat laatste stuk toch zwaar. Het terrein is prachtig en spannend. Ik moet traverseren door een groot puinveld dat op sommige plekken best steil afloopt. Als ik het terras op loop voel ik de hete julizon op mijn gezicht en merk ik pas hoe warm ik het heb. Voordat ik naar binnen ga maak ik, zoals altijd, een foto van het bord boven de ingang van de hut: Bettelwurfhütte, 2077 meter.

Tekst en beeld Susannah Chernowitz

De Bettelwurfhütte is een heel charmante hut die als een adelaarsnest onder de imposante Großer Bettelwurf (2725 meter) in het Karwendelgebergte in Tirol ligt. Vanaf de hut heb je een spectaculair uitzicht over het Inntal en de Stubaier Alpen. De hut is gebouwd in 1893-’94 door een groepje pioniers

uit Innsbruck, de Wilde Bande, dat in de beginjaren van het alpinisme deze bergen wilde ontdekken. En niet alleen de hut herinnert aan de groep, het pad waarover ik ben gekomen heet de Wilde Bande Steig, en als je goed oplet zie je een herdenkingssteen langs de route.

Traditioneel en biologisch

Buiten is een groot terras dat de hele middag zon heeft, heerlijk! Voor de lunch bestel ik Kaspressknödel. Dit is een traditioneel gerecht uit Tirol en het smaakt goed! Er zijn een paar dingen die de huttenwaard en zijn vrouw belangrijk vinden, en het in ere houden van tradi-

De hut boven het Inntal

Jouw hut in Hoogtelijn?

Voor velen is een hut het (eind)doel van een tocht. Een rustplaats voor een bord soep, een glas fris of een broodje. Heb je een dagtocht gemaakt naar een bijzondere hut en heb je goed fotomateriaal?

Stuur de naam van de hut en jouw idee hierover naar hoogtelijn@nkbv.nl o.v.v. ‘Naar een hut’, dan bespreken we de mogelijkheden voor een artikel in deze rubriek.

tionele recepten is er daar een van. Ook gebruiken ze alleen biologische producten, zoveel mogelijk uit de regio. Ze werken alleen met leveranciers die ze persoonlijk kennen, zoals biologische groente- en kaasboeren in de buurt.

De hut heeft 62 slaapplaatsen en is heel knus. Als je naar binnen loopt zie je vooral veel hout, met traditionele stoelen en lampen en rood-wit geblokte gordijntjes. De huttenwaard wijst me de weg naar het lager op zolder. Ik ben superblij – het kind in mij vindt niets mooier dan via het steilste trappetje naar de zolder van het adelaarsnest klimmen. De ruimte is schoon en de slaapplaatsen zijn privé (voor zover dat kan in een lager) door een scheidingswand.

‘Zijn’ bergen

De volgende dag loop ik een eind mee met een aantal anderen die ik onderweg heb ontmoet, de Großer Bettelwurf op. Ik keer halverwege terug, omdat ik vanwege mijn zwangerschap wat minder tredzeker ben en toch wat vermoeid van de afgelopen wandeldagen. Maar het is helemaal niet erg, het uitzicht is gewel-

dig en ik geniet van het ruige terrein en de zon. Bij terugkomst vind ik de huttenwaard bij de buitenoven, waar hij het zuurdesembrood voor de komende dagen staat te bakken. We raken aan de praat en hij vertelt me hoe het is om deze hut te runnen.

Hij komt uit de regio en doet dit pas sinds het voorjaar van 2023, maar weet duidelijk wat hij belangrijk vindt. Naast de aandacht die hij en zijn partner hebben voor de keuken, doen ze alles zo duurzaam mogelijk. Hij houdt echt van ‘zijn’ bergen en probeert ze op deze manier te koesteren, zodat we er nu en in de toekomst van kunnen genieten.

Aan het einde van de middag breekt er een storm los waar je ‘U’ tegen zegt. Gelukkig zijn mijn groepsgenoten alweer terug van de top. We kijken vanachter het raam hoe een paar laatkomers door de hevige wind en hagel over het puinveld aankomen. Ik ben blij dat ik dat niet ben, dat puin lijkt me met dit weer een stuk moeilijker!

De volgende ochtend is de storm weggetrokken. Vandaag loop ik terug naar het dal, via de

naar een hut

De waard bakt vers zuurdesembrood

De Normalweg naar de Bettelwurfhütte begint in Absam op 780 meter hoogte. Omhoog ben je ongeveer drieënhalf uur onderweg. Ik kwam vanaf de Pfeishütte, een tocht van vierenhalf uur, als onderdeel van de Karwendel Höhenweg die ik solo liep.

Vanuit de hut zijn de toppen van de Großer Bettelwurf (2725 meter) en Kleiner Bettelwurf (2649 meter) in krap twee uur te beklimmen. Doe je ze beide achter elkaar, dan wordt het een tocht van zo’n vierenhalf uur.

meestgebruikte aanlooproute voor de hut. Deze is heel leuk en afwisselend, met steile stukken waar je op plekken met kettingen een beetje moet klimmen. Bezweet en voldaan sta ik een paar uur later te wachten op de bus terug naar Innsbruck. Wat een prachtige hut – ik ga hier zeker met mijn man en zoon, die nu nog in de buik zit, terugkomen!

Van en naar de Bettelwurfhütte

NKBV voor jou

Kijk voor het laatste verenigingsnieuws op nkbv.nl of volg de NKBV op Facebook en Instagram.

Hoogtelijn in vier seizoenen

In deze eerste Hoogtelijn van 2026 is een aantal veranderingen doorgevoerd. Hoofdredacteur Peter Daalder geeft aan tot welke wijzigingen is besloten en waarom dat is gedaan.

‘Het meest ingrijpend is dat de Hoogtelijnredactie jaarlijks niet meer vijf maar vier edities maakt. Dus in elk seizoen verschijnt er een Hoogtelijn. Ieder nummer krijgt voortaan 108 pagina’s. De extra pagina’s worden gevuld met belevings- en ervaringsverhalen, ter inspiratie en informatie voor onze lezers. Met deze keuze krijgen NKBV-leden op jaarbasis zelfs iets meer pagina’s met inspiratieartikelen.’

Wat is de reden van de veranderingen en wat merken de leden daar verder van?

‘De kosten voor met name de bezorging zijn de afgelopen jaren steeds verder omhoog gegaan. Ook voor dit jaar en 2027 zijn portoverhogingen aangekondigd door PostNL. Door voortaan per jaar vier nummers te maken kan de NKBV de stijgende kosten beperken, terwijl

we zo toch meer pagina’s met verhalen uit de bergen kunnen maken. Wie de vorige Hoogtelijn en deze op elkaar legt ziet dat het nieuwe exemplaar een fractie kleiner is. Om binnen de marges van PostNL te blijven was het echt grammenjagen. Zo weten we nu dat er in ieder exemplaar 2 tot 4 gram lijm zit.’

Wat is de oplage van Hoogtelijn?

‘Het laatste nummer van 2025 had een oplage van 50.000 exemplaren. Dat is een record en het laat zien dat de NKBV nog steeds groeit.

Peter Daalder in de Dolomieten met berggids Marco Bozzetta op de top van de Monte Ziolera (2478 meter)

Dit jaar groeit de vereniging naar ruim 80.000 leden. Dat is ongekend veel in een land zonder bergen!’

Is het ook niet een hele berg papier?

‘Zeker. Maar het blijkt dat veel leden Hoogtelijn bewaren en later nog eens pakken om artikelen te lezen. Voor het bestuur en de directie vormt Hoogtelijn een belangrijke band met de leden. Zij geven al jaren aan dat Hoogtelijn één van de drie belangrijkste redenen is om lid van de vereniging te blijven.’

jubileum met oud-leden

Kom je ook naar de Bergsportdag 2026? De mooiste berghut gezocht

Op zondag 8 maart 2026 vindt de Bergsportdag plaats in het NBC in Nieuwegein. Dé plek om inspiratie op te doen en je voor te bereiden op je volgende bergvakantie! Luister naar hoofdsprekers Lynn Hill, Siebe Vanhee, Bernice Notenboom en Dani Arnold, en volg lezingen en workshops van klim- en bergsportexperts voor verschillende niveaus. Op de beursvloer kun je meedoen aan challenges, winacties, tweedehands gear shoppen en kleding laten repareren. En voor de jongste bergliefhebbers is er een speciaal kinderprogramma. Ga voor het hele programma en tickets naar bergsportdag.nkbv.nl

Op 23 maart 2026 viert de Amsterdamse Studenten Alpen Club haar honderdste verjaardag! Het jubileumjaar wordt groots gevierd. Onder meer met een lezingenavond voor jong en oud. Op 28 februari vertellen in Amsterdam verschillende sprekers zoals Karlijn de Wit, Rozemarijn Janssen en andere oud-leden iets over hun ASAC- en expeditie-ervaringen door de tijd heen. Meer informatie over de avond en andere evenementen voor oud-leden vind je op asac.nl/lustrum.

Er gaat niets boven de sfeer van een berghut… Voor de social media is de NKBV op zoek naar de mooiste, leukste en meest bijzondere hutten. Stuur jouw foto of video van je favoriete hut met een kort verhaaltje naar communicatie@nkbv.nl en misschien zie je jouw hut binnenkort terug op Instagram en Facebook. Door je foto of video te sturen, geef je de NKBV automatisch toestemming om de beelden te gebruiken.

Oproep: verkoop je kleding en outdoormateriaal op de tweedehandsmarkt

Dit jaar is de tweedehandsmarkt er weer op de Bergsportdag in Nieuwegein! Duik je kast in en neem op 8 maart je kleding en outdoormateriaal mee om te verkopen. Van bergwandelschoenen en rugzakken tot ijsbijlen, alles is welkom. En natuurlijk kun je zelf ook lekker rondneuzen op de markt en kijken of je iets vindt voor je volgende avontuur. Benieuwd hoe het werkt? Kijk op bergsportdag. nkbv.nl/nieuws/tweedehandsmarkt.

In 2025 vonden ruim tweehonderd items een nieuwe eigenaar op de tweedehandsmarkt

Duurzaamheid

De NKBV streeft naar een duurzame relatie met haar leden en alle partijen in het veld. Duurzaamheid is ook een kernwaarde als het gaat om natuur, milieu en sociale waarden. We brengen dit zo goed mogelijk tot uitdrukking in een duurzame inkoop en bedrijfsvoering. Hoogtelijn wordt gedrukt op FSC-papier: papier uit duurzaam beheerde bossen (een keurmerk met goedkeuring van het Wereld Natuur Fonds) en verzonden in een recyclebare papieren verpakking. Voor onze correspondentie gebruiken we 100% gerecycled papier. We hebben een CO2- neutrale postbezorging en data-opslag. We promoten het reizen per openbaar vervoer naar klim- of bergsportbestemmingen. Als je toch met de auto of het vliegtuig reist, kun je overwegen om je CO2uitstoot te compenseren. Dit kan eenvoudig via greenseat.nl.

Deel jouw bergsportverhaal

Ben jij onlangs met Bergsportreizen op pad geweest of staat er binnenkort een tocht op de planning? Misschien heb je onderweg al gedacht: dit verhaal verdient het om gedeeld te worden. Of je nu graag fotografeert, filmt of schrijft, jouw blik op de bergen kan anderen inspireren. Bergsportreizen zoekt deelnemers die hun ervaring willen delen in een blog,

NKBV-Regio

Rijnland viert jubileum met unieke NKBVboulder

vlog of een serie foto’s voor de online kanalen van de NKBV. Een mooi voorbeeld is het verhaal van Linda de Graaf over de single-pitchcursus in Frankrijk, dat zowel in deze editie van Hoogtelijn staat (zie pagina 44) als op de website als blog.

Heb je iets moois om te delen? Stuur een mail naar charlotte.favier@nkbv.nl.

Op zaterdag 1 november vierde NKBVRegio Rijnland haar 27ste verjaardag, onder het genot van een hapje en drankje. Maar liefst 130 leden kwamen naar Boulderhal Krachtstof in Leiden voor diverse workshops, lezingen en natuurlijk om te klimmen. Blikvanger van de dag: een unieke boulder in de vorm van het NKBVlogo. Creatiever wordt het niet!

Beter de bergen in met de NKBV NKBV-leden profiteren van voordelen en kortingen en ontvangen vier keer per jaar Hoogtelijn. Met je lidmaatschap draag je bij aan het onderhoud van hutten en paden in de Alpen en de Pyreneeën en het behoud van klimgebieden.

Foto
Zout Fotografie

Voor meer informatie: NKBV verzekeringen te Woerden

...door MFS® Vakuum®

De nieuwe definitie van pasvorm. Door de temperatuur van het lichaam vormt het het MFS® Vakuum® schuim zich optimaal naar de vorm van de voet. Om een perfecte pasvorm te bereiken is het speciale PU-schuim tot in het tenengebied van de schoenen verwerkt. De Meindl Multigrip® rubber profielzool met PU tussenzool zorgt voor maximale demping en een perfecte grip.

Trailrunnen met de Regio

Avontuur dicht bij huis

Trailrunnen wint in Nederland aan terrein. Steeds meer buitensporters ontdekken dat je ook zonder bergen flink wat avontuur kunt beleven en gebruiken deze sport om berg t te blijven.

Verschillende NKBV-Regio’s spelen hierop in met clinics, waarin leden kunnen kennismaken met trailrunning of juist hun techniek verfijnen. Deelnemers Astrid Dagevos en Selma Castelijn vertellen hoe zij hun workshops beleefden.

Risicomanagement en ‘genietigheid’ in de bergen

Astrid loopt al vijf jaar over onverharde paden. ‘Ik zit bij een trailrunclub op de Utrechtse Heuvelrug en loop al in de Ardennen.’ Maar ze wil verder, de bergen in. Waarom? ‘Dat is heel dubbel. De bergen zijn spannend en groots, maar geven ook dat gevoel van “genietigheid” — genieten én je nietig voelen tegelijk.’

‘De workshop “Trailrunnen in de bergen” van Regio Amsterdam was laagdrempelig, met deelnemers van allerlei niveaus’, vertelt Astrid. ‘Tijdens de theorieavond ging het over voeding, hartslag en hoogtemeters.’ Wat haar vooral bijbleef, was het onderdeel risicomanagement. ‘In Nederland ga ik nooit de deur uit zonder OV-chipkaart, hier is alles dichtbij. In de bergen is dat totaal anders. Ik leerde nadenken over: waar ben ik veilig, hoe ver is dat en hoeveel tijd kost het om daar te komen? Dat bewustzijn is heel waardevol.’

De deelnemers waren open en enthousiast. ‘Iedereen was vriendelijk en sociaal. Ik kende niemand, maar het klikte meteen. Trailrunning is een sport waarbij mensen echt op elkaar letten.’

Techniek, energie en samen leren

Dat gevoel herkent Selma, die voor het eerst meedeed aan een Regio-activiteit. Ze gee zelf

‘Ik kende niemand, maar het klikte meteen’, vertelt Astrid (bovenste rij, derde van links)

survivalrun- en bootcamptrainingen en loopt meerdere keren per week trails. ‘In de zomer trek ik de bergen in, elk jaar kies ik een hoofddoel om voor te trainen.’

De clinic ‘Stijgen en dalen’ van Regio Haaglanden sprak Selma aan omdat ze graag van andere trainers wilde leren. ‘Ik loop al jaren met hetzelfde groepje, dus het was leuk om de sport eens van een andere kant te bekijken. De groep was gevarieerd en de begeleiding speelde daar goed op in. Iedereen kreeg gerichte tips en feedback.’ De focus op techniek vond ze erg waardevol. ‘Met de oefeningen leer je bewust omgaan met je energie. Energiebesparend lopen was het kernthema, precies wat je nodig hebt in de bergen, waar je niet alles omhoog kunt rennen.’

Trailrunning staat voor Selma gelijk aan vrijheid en plezier. ‘Het gaat meer om de ervaring dan om de tijd. Zeker in de bergen is uitlopen van een route al een doel op zich.’

Selma: ‘Met de oefeningen leer je bewust omgaan met je energie’

Ook meedoen aan een clinic?

Zowel Regio Haaglanden als Regio Amsterdam hee in 2026 weer trailrunclinics op het programma staan, maar ook in andere Regio’s kun je kennismaken met de sport. Ga naar regio.nkbv.nl voor de complete activiteitenkalender.

Tekst Judith van Kerkhof Beeld NKBV-Regio’s Amsterdam en Haaglanden

Inspirerend overzicht

Met inspirerende foto’s en persoonlijke verhalen beschrij dit boek zeventien huttentochten in de Alpen en de Pyreneeën. De sfeervolle beschrijvingen worden aangevuld met heldere infographics en overzichtelijke kaartjes, zodat je in zo’n tien pagina’s per tocht een goed, zij het globaal, beeld krijgt van wat je te wachten staat. Een gedetailleerde wandelgids en kaart van het gebied blijven nodig als je op stap gaat, maar ook dat wordt in het boek toegelicht. Wie liever een andere route kiest, vindt bij elke tocht drie alternatieven in de omgeving, met verwijzingen naar hun online beschrijving op hiking-trails.com. De eerste dertig pagina’s van Huttentochten, met praktische adviezen over voorbereiding, uitrusting en logistiek, zijn vooral waardevol voor beginnende bergwandelaars. [Florian van Olden]

Huttentochten: Dwars door de Alpen en de Pyreneeën Elmar Teegelbeckers e.a. Fjord (2025), uitgeverij ord.com

ISBN 9789083486116, €25

REALITEIT VERSUS VALSE ROMANTIEK

Een indringend en eerlijk dagboek van een jonge man die besluit een almseizoen lang te werken in de bergen. Het boerenwerk is onverwacht zwaar, de melkkoeien en het kaasmaken eisen doorzettingsvermogen. Hier is geen plaats voor valse romantiek, maar is realiteitszin noodzaak. Auteur Francesco Gubert slaagt erin zowel de lichamelijke uitdaging als de innerlijke twijfels tre end te beschrijven: de onzekerheid, het verlangen om op te geven versus de wil om vol te houden. Hij vertelt over ontmoetingen en gevoelens, over de zoektocht naar de eigen identiteit en vraagt zich af wanneer het belangrijk is om door te zetten en wanneer je moet toegeven. Door de dagboekvorm leest Weiche Butter, raue Hände als een intieme monoloog. Het gee een realistische kijk op iets wat wellicht te vaak als idyllisch wordt voorgesteld. [Frank Husslage]

Denken in oplossingen

Dit boek is goed voor sportklimmers van alle niveaus. Maar Klimmen met vertrouwen is vooral gericht op de indoor sportklimmer en beginners zullen er het meeste profijt van hebben. Camille Chalange beschrij echter herkenbare situaties uit het klimmen waardoor het ook voor ervaren klimmers een leuk en nuttig boek is. De auteur stipt punten aan waar je tegenaan kunt lopen en legt uit hoe je deze kunt overkomen, op een duidelijke en eenvoudige manier. De oplossingen liggen in zowel fysieke als mentale oefeningen.

Weiche Butter, raue Hände Francesco Gubert Raetia (2025), raetia.com

ISBN 9788872839720, €18

Vertaler Wouter Heyde hee de oplossingen goed vertaald van de Franse naar de Nederlandse situatie, je kunt er dus echt iets mee. Tijdens het lezen wilde ik eigenlijk direct weer gaan klimmen om de oplossingen voor dingen die ik herken toe te passen. Het is een klein formaat boekje, zodat je het ook prima kunt meenemen naar de klim- of boulderhal.

[Lise Berghuis]

Klimmen met vertrouwen: Om van 5c naar 7a te gaan Camille Chalange E caces éditions (2025) ISBN 9782487278080

€14,95

Veel bergavonturen met hond

Franci Vogel schuwt geen enkel avontuur. Ze loopt maandenlang door de bergen, etst op haar gravelbike de halve wereld rond, kampeert in de sneeuw. Bijna altijd alleen, mét haar hond. Wat een geweldig boek is Au ruch ins Freie! En goed geschreven.

Het leest alsof je bij haar in de loeizware rugzak zit. Invoelend en nergens ‘opsommerig’. Wel eerst even je Duits oppoetsen – het loont! [Fleur Jongepier]

Au ruch ins Freie, Franci Vogel Tyrolia (2024), tyroliaverlag.at ISBN 9783702242152 €28, e-book €23,99

Onder redactie van Frank Husslage en Noor van der Veen

Voor lie ebbers van feiten

Het is pas vier jaar geleden dat deze rubriek kopte met ‘Alles wat je niet wist dat je wilde weten over de Alpen.’ Wat volgde was een bespreking van Das Alpenbuch, een vuistdikke pil met een enorme hoeveelheid informatie, weetjes en achtergronden over zaken waarvan je niet wist dat je ze wilde weten over de Alpen. Het boek was een onuitputtelijke bron van feitelijke informatie over wat er speelt in het alpengebied. De uitgave werd een bestseller. Ondertussen zijn we vijf jaar verder en is er een nieuwe druk van dit boek. Uiteraard zijn tal van gegevens, zoals over gletsjermassa en temperatuurstijging, geactualiseerd. Maar ook is er nieuwe informatie toegevoegd: over natuurrampen voor alpengebieden of de biodiversiteit van alpenweiden, gletsjervegetatie en de boomgrens. Daarnaast is er veel aandacht voor de grote noordwanden van de Alpen, de meest spectaculaire via ferrata’s en trailrunroutes en nieuwe hoofdstukken over skispringen, wielrennen, voetbal en de Olympische Spelen. Wat ik hier en daar mis zijn koppelingen naar online. Een hoofdstuk over muziek in de Alpen vráágt daar bijvoorbeeld om. Wellicht iets voor de volgende druk?

Huttentochten voor mensen met hoogtevrees

Grote liefde voor bergen, maar niet voor afgronden? Dan biedt het e-book 10 hoogtevreesvriendelijke 3- en 4-daagse huttentochten in de Alpen uitkomst. Paulien van der Werf van outdoorinspiratie.nl weet hoe verlammend hoogtevrees kan zijn en hoe zonde het is om daardoor de bergen te missen. Ze verzamelde voor wandelaars met hoogtevrees routes in bekende en minder bekende alpengebieden: prachtige tochten met weidse uitzichten, zonder angstaanjagende dieptes of smalle graatjes. De meeste probeerde ze zelf ook uit. Te koop voor €21,95 via outdoorinspiratie.nl. [Rinske Brand]

metWandelaarhoogtevrees?

Paulien van der Werf gee je op de Bergsportdag op 8 maart haar beste tips. Ga voor meer informatie en tickets naar bergsportdag.nkbv.nl

[Frank Husslage]

Das Alpenbuch 2025 Marmota Maps (2020), marmotamaps.com

ISBN 9783946719601

€44

Sommigen noemen het sensatie, anderen gekkenwerk. De Amerikaan Alex Honnold, die het grote publiek bereikte via de documentaire Free Solo over zijn beklimming van The Nose op El Capitan, gaat over enkele weken weer een groots project aan. Hij is van plan om de Taipei 101, een 508 meter hoge wolkenkrabber met 101 verdiepingen, in Taiwan te beklimmen. Dat wil hij free solo doen, dus zonder zekeringen of touwen. Met een livestream op Netflix. Het beklimmen van een gebouw is iets heel anders dan een rots, gladder, veel dezelfde bewegingen, maar beschouwt Honnold evengoed als een uitdaging. Op 24 januari om twee uur ’s nachts is Skyscraper Live ongeveer twee uur lang te bekijken. Ik denk er nog even over of ik dat wil zien. [Marjolein Wols]

Een boeiend bergleven

Leiders die het onbekende durven verkennen, is het motto van House of Expeditions, een bedrijf dat managementtrainingen verzorgt. Een van hun activiteiten is de podcast Het Expeditie Café. Daarin zijn diverse ‘bergmensen’ geïnterviewd, onder wie Menno Boermans, alpinist, journalist, fotograaf, reddingsverpleegkundige en adviseur in hoog risico organisaties. Menno gaf het stokje door aan Myra de Rooy, die vertelde over haar tochten in Ladakh, Noorwegen en andere wilde stukken natuur. Jim Bakker vertelde over de Pamirtrail in Tadzjikistan en Frits Vrijlandt sprak over zijn eerste Nederlandse beklimming van de Mount Everest via de noordzijde. Hij was ook succesvol op de Seven Summits en jarenlang NKBV-en UIAA-bestuurder. Eerder waren onder anderen te gast Christian de Jong, Katja Staartjes, Wilco van Rooijen en Roeland van Oss. Luister op houseofexpeditions.com. [Peter Daalder]

Overleven in een veranderende wereld

Beroepsavonturier, het zou zomaar de mooiste functietitel ter wereld kunnen zijn. Bernice Notenboom draagt die titel met verve, naast die van journalist, lmmaker en wereldreiziger (op pagina 27 lees je meer over deze hoofdspreker van de Bergsportdag). In haar nieuwste boek Survival Mind: De kunst van het overleven onderzoekt ze wat er gebeurt als de mens wordt teruggeworpen op zijn meest basale instinct: overleven.

Notenboom slaagt erin om avonturenverhalen te verweven met wetenschappelijke inzichten, zonder dat het gekunsteld aan-

Gevaarlijk mentaal spel

In mei werd Adam Ondra de eerste klimmer ooit die een route met de Britse trad-waardering E11 wist te flashen. Het Britse routewaarderingssysteem is buiten het Verenigd Koninkrijk niet zo bekend, maar is een combinatie van de fysieke moeilijkheid van de beklimming en de mate waarin de route veilig af te zekeren is (de facto het ‘gevaar’). E11 is de hoogste moeilijkheidsgraad in dat systeem. En Lexicon, de route die Ondra wist te flashen, is zo’n route: steil, zeer technisch en moeilijk af te zekeren. In een nieuwe video op YouTube laat Adam Ondra zien hoe hij zich mentaal voorbereidt op een flashpoging van deze tradklassieker. Ondanks zijn imposante sportklimprestaties noemt Ondra zichzelf een beginner als het aankomt op het plaatsen van tussenzekeringen. De beelden tonen niet alleen zijn fysieke controle, maar vooral hoe scherp, geconcentreerd en kalm je moet zijn als vallen geen optie is. Een zeldzaam inkijkje in het hoofd van een van de beste klimmers ter wereld, op zijn allerkwetsbaarst. Scan de QR-code om de video te bekijken. [Noor van der Veen]

voelt. Ze schrij zoals ze reist: intens, nieuwsgierig en met oog voor detail. Wat het boek zo meeslepend maakt, is dat ze kan putten uit een indrukwekkend arsenaal eigen ervaringen. Van stormen op de poolkap tot zandstormen in de woestijn, het zijn verhalen die je op het puntje van je stoel houden.

De centrale vraag is: waarom redt de een het in extreme omstandigheden en de ander niet? Notenboom stelt het scherp: ‘Je overlee drie weken zonder eten, drie dagen zonder water, drie minuten zonder lucht, maar amper drie seconden zonder nadenken.’

Verwacht geen zel ulpboek vol tips, maar tussen de regels door leer je wél over mentale veerkracht, focus en instinct. Over hoe je blij nadenken als alles op scherp staat. En over hoe dat, ook ver van de poolkap of woestijn, van pas komt in een wereld die steeds onvoorspelbaarder wordt. [Rinske Brand]

Survival Mind: De kunst van het overleven

Bernice Notenboom Prometheus (2025), uitgeverijprometheus.nl ISBN 9789044659146 €29,99

TEGELTJES JAGEN

Voor wie houdt van lange dagen buiten en obsessief naar kaarten turen, hebben we een leuke nieuwe hobby. De app VeloViewer, die je kunt koppelen aan Strava, is een verslavend leuke uitbreiding voor iedereen die een beetje extra motivatie zoekt. Een van de populairste functies is de Explorer-modus. Die verdeelt de wereld in een raster van vierkante tegels van 1 bij 1 kilometer. Elke keer dat je zo’n tegel doorkruist (te voet, per ets of anderszins), kleur je hem in. Onder fanatieke VeloViewers gaat de strijd wereldwijd om wie het grootste aaneengesloten vierkant inkleurt: je Max Square. Het record staat op een vierkant van 167 tegels in de lengte en in de breedte. Plotseling krijgt elke lus door een saai bedrijventerrein of omweg door onbekend bos betekenis, omdat je jaagt op die ene ontbrekende tegel. Ideaal voor wie avontuur zoekt in het alledaagse en liever nieuwe plekken ontdekt dan altijd hetzelfde rondje te doen. VeloViewer (veloviewer.com) biedt naast tegels ook talloze gra eken, kaarten en statistieken. [Noor van der Veen]

kunstenaar en bergsporter

mee.

Wat als de berg van de beer was

Ik zat laatst te bladeren in De laatste koningin van Jean-Marc Rochette. Rochettes striptekeningen zijn waanzinnig, maar dit stripboek is ook op een heel andere manier prachtig. Het boek zadelt je namelijk op met een vraag, en wat ongemak: wat als de berg van de beer was?

Eigendom is weinig meer dan hard roepen dat iets van jou is, en de mazzel hebben om niet tegengesproken te worden. We worden wel degelijk tegengesproken door de natuur, natuurlijk, zij het in een andere taal. Een taal van afnames en verdwijningen. En we blijven maar doen alsof we die taal niet verstaan.

In Val Grande, waar ik delen van het jaar ben, werd vorig jaar ‘M29’ gespot. Zoals wij moeilijke debatten voeren over de wolf, voeren Alpenlanden moeilijke gesprekken over de

We blijven maar doen alsof we die taal niet verstaan

beer. Het geluid dat beer M29 niet ‘thuishoort’ in Val Grande voert de boventoon. Het is een conclusie die ironisch genoeg vanuit twee heel verschillende perspectieven wordt bereikt. Enerzijds vanuit de veiligheid van de mens. Anderzijds vanuit een opmerkelijker perspectief: de beer moet weg, en wel vanuit barmhartigheid, vanuit de beer zelf. Val Grande is te klein; hij hoort hier niet.

Het lijkt op iemand die ondraaglijk lijdt opdringerig herinneren aan het recht op euthanasie. Er zijn tragische situaties waarin het voor iemand beter is om er niet te zijn. Maar die gedachte is zo logisch niet wanneer dat ondraaglijk lijden voorkomen had kunnen worden. Als iemand gemarteld wordt, denken we hopelijk niet aan euthanasie als acceptabele uitweg. En als ondraaglijk lijden het gevolg is van falende zorg zal er evenmin berusting zijn.

Het is nep-empathie om te zeggen dat de beer een goed leven verdient en dus weg moet. Die conclusie kunnen we namelijk alleen maar trekken als we aannemen dat de berg van ons

is. Onze snelwegen en onze huisjes op de alp zijn daar nu eenmaal, niets aan te doen! Helaas heeft de beer ‘dus’ een te klein territorium en kan hij niet leven zoals hij hoort te leven. Waarom die dus? Waarom is het geen falende zorg van onze kant? Als wij ons de bergen niet zo zouden toe-eigenen, zou het lariekoek zijn om te zeggen dat het voor de beer (de wolf, de wilde jak, de apollovlinder of een ander dier naar keuze) beter zou zijn om te verkassen.

Ik droom, natuurlijk. Ik houd er een kinderlijk idealistisch perspectief op de wereld op na, waarin een ander antwoord op de vraag aan wie de berg toebehoort iets zou uitmaken. Natuurlijk gaan we die snelwegen, huisjes en wandelroutes niet slopen. Dat weet ik ook wel. En toch liegen we onszelf voor als we doen alsof het niet anders kan.

Liever kinderlijk naïef, dan ouderwets moedeloos.

Illustratie
Fleur Jongepier
Schrijver,
Fleur Jongepier geeft je stof tot nadenken

Hoogtelijn 2-2026 verschijnt 16 april 2026

Colofon

THEMA SCANDINAVIË

Lofoten

Middernachtzon

Nationaal park Sarek Afgelegen en wild

Winterse huttentocht Kungsleden 35 jaar Klimjaar-

Hoogtelijn is het o ciële tijdschri van de Koninklijke Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging (NKBV). Het verschijnt vier keer per jaar. De redactie staat open voor bijdragen van leden en derden waarbij de redactie het recht hee , zonder opgave van redenen, de bijdragen niet te plaatsen. Het al dan niet op verzoek van de redactie aanbieden van artikelen aan Hoogtelijn impliceert toestemming voor openbaarmaking en verveelvoudiging ten behoeve van de elektronische ontsluiting van Hoogtelijn. Overname van (delen uit) artikelen is alleen toegestaan na schri elijke toestemming van de redactie van Hoogtelijn

Redactie

Peter Daalder (hoofdredacteur)

Marjolein Wols (eindredacteur)

Berend Berlijn, Rinske Brand, Lineke Eerdmans, Frank Husslage, Marieke van Kessel, Ico Kloppenburg, Akke van der Meer, Florian van Olden, Noor van der Veen

Correctie

Suzan van der Burg, Jody Hagenbeek, Dim van den Heuvel, Christine Tamminga, Peter Uijt de Haag

Redactieadres

NKBV, t.a.v. Hoogtelijn

Postbus 225, 3440 AE Woerden 0348-409521, hoogtelijn@nkbv.nl

Advertentie-exploitatie

Bohemen Het Gouden Pad

Marja Schuurman - van der Harst, 0348-484062, marja.schuurman@nkbv.nl

Productie en vormgeving

Studio ManagementMedia, Hilversum

Anita Baljet

Druk

Senefelder Misset, Doetinchem Oplage: 46.700

ISSN: 1387-862X

Los abonnement

Niet-leden kunnen zich abonneren op Hoogtelijn voor €38,50 per jaar. Kijk op nkbvwebshop.nl.

Opzeggen lidmaatschap

Het NKBV-lidmaatschap loopt per kalenderjaar. Wil je je lidmaatschap voor volgend jaar beëindigen? Doe dat dan vóór 1 november op mijnnkbv.nl. Je ontvangt dan per e-mail een bevestiging van je opzegging. Na 1 november wordt je lidmaatschap automatisch verlengd voor het volgende kalenderjaar.

KLAAR VOOR DE ZOMER?

BIJ BERGSPORTREIZEN

ALPIENE CURSUSSEN: vak van ervaren gidsen

BASISKAMPEN: ga samen bergsporten

SPORTKLIMMEN:

Een rotsklimkamp voor jeugd

WORKSHOPS: HUTTENTOCHTEN:

Huttentochten voor jongeren van 18 tot 25

bergsportreizen.nl

Refined for the line.

Reaching steep, remote lines on frost-warped summits calls for serious waterproof protection.

Our pinnacle GORE-TEX Ski Shell is body-mapped to breathe in high heat areas while guarding against rock, ice, and billowing snowstorms, ideal for venturing deep into the backcountry.

Khroma Latok GTX Jacket

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.