NIEUWSBRIEF
financiële planning september 2019
INKOMENSPLANNING
Temporisering verhoging AOWleeftijd heeft gevolgen voor lijfrentes
VERMOGENSPLANNING
Economische zwakte bestrijden
ECONOMIE
Aflevering
05
jaargang
09/19
21
Olie-industrie gaat grootste bedreiging ooit tegemoet
TIJDELIJK GEEN AANKOOPKOSTEN: 13 JUNI T/M 30 SEPTEMBER 2019 Geen aankoopkosten (0,5%) over de eerste inleg en incidentele vervolgstortingen.
MAXIMAAL COMFORT MET SCILDON BELEGGEN VOORDELEN VOOR UW KLANT • Inleg al mogelijk vanaf € 50,- per maand of met koopsom vanaf € 1.000,• Ruim fondsenaanbod, fondskosten afhankelijk van gekozen fonds(en) • Uitkering bij voortijdig overlijden 110% over de waarde van beleggingen (tegen 0,02% opslag) • Slechts 0,36% administratiekosten per jaar over de waarde van beleggingen • 24/7 online inzicht in de waardeontwikkeling
Meer informatie over Scildon Beleggen?
GA NAAR SCILDONBELEGGEN.NL
INHOUD
Colofon Nieuwsbrief financiële planning
is een uitgave van Stichting Persoonlijke Financiën en verschijnt 4 tot 6 maal per jaar
REDACTIONEEL
De toekomst is roze, o ja? pag 5
HOOFDREDACTIE Drs. R.J. Meijer Stichting Persoonlijke Financiën MET MEDEWERKING VAN: Sebastiaan Pluijmert en Judith Scherrenberg MPLA. VORMGEVING: Paula Tel, Telvorm ABONNEMENTEN De abonnementsprijs voor 2019 bedraagt € 152,50 per jaar (incl. BTW). Leden van de Vereniging FFP ontvangen de NFP gratis. ABONNEMENTENADMINISTRATIE SPF Klantenservice, Schothorsterlaan 11 3822 NA Amersfoort Telefoon 06-532 536 30 Internet www.persoonlijke-financien.nl BEËINDIGING ABONNEMENT Abonnementen gelden tot wederopzegging tenzij anders over-eengekomen. Partijen kunnen ieder schriftelijk opzeggen tegen het einde van de abonnementsperiode, met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden. Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de auteur(s), redacteur(s) en uitgever geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten of onvolkomenheden. Behoudens de door de Auteurswet gestelde uitzonderingen, mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd (waaronder het opslaan in een geautomatiseerd gegevensbestand) of openbaar gemaakt, op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
INKOMENSPLANNING
Temporisering verhoging AOW-leeftijd heeft gevolgen voor lijfrentes pag 6
VERMOGENSPLANNING
Economische zwakte bestrijden pag 8 Olie-industrie gaat grootste bedreiging ooit tegemoet pag 12
ISSN 1389 86 20 © 2019 Stichting Persoonlijke Financiën
SPF
Nieuwsbrief Financiële Planning september 2019 nr. 5
3
Global inspiration de nieuwe naam van de Internationale studiereis naar Amerika
Studiereis 2019 • Minneapolis, Minnesota USA • Deelname Amerikaans congres met circa 2.000 planners • Speciale internationale workshops met collega’s uit Europa, Azië, Zuid- en Noord-Amerika • Bedrijfsbezoeken aan planningskantoren • Onderwerpen: hoe richt je je eigen financiële planningspraktijk in • Tips en ideeën omtrent je eigen bedrijfsvoering • Leer van en inspireer je internationale collega’s • Deelnemers krijgen het boek ‘How to become AWEsome’ gratis plus een webinar over de ‘universal principles of financial planning’
Informatie en reserveren: meijer@mpf.nl o.v.v. studiereis Leden van de Vereniging FFP en FPA hebben recht op een korting op de normale prijs. Vraag naar de voorwaarden.
3e week oktober 2019
Global Inspiration is een activiteit van Stichting Persoonlijke Financiën en Awesome Life BV
REDACTIONEEL Aflevering
05
jaargang
09/19
21
De toekomst is roze, o ja? Het gaat al jaren goed op de beurs, we kunnen toch eerder met pensioen, de economische groei trekt aan, de toekomst is roze. Zo, dat is even een binnenkomer. Maar klopt het, staan we er rooskleurig voor? Het gaat al zo’n tien jaar goed op de beurs, dat is best lang. Natuurlijk, er zijn ook langere perioden geweest dat het goed bleef gaan, er is één wet van Meden en Perzen die zegt dat een hausseperiode maximaal tien jaar mag duren, maar als we terugkijken in de historie dan zien we dat hausse en baisse elkaar afwisselen en dat de perioden waarom het gaat gemiddeld genomen aardig in de richting komen van tien jaar. Dat is op zich nog geen reden om je zorgen te maken. Maar, als koersen sterker gaan fluctueren, als een centrale bank van gekkigheid niet meer weet wat ze moet doen (en toch maar weer obligaties gaat opkopen), als een sterke buur als Duitsland rode cijfers schrijft, als een persoon als Trump handelsoorlogen ontketent….hoe zeker ben je dan van je zaak? Een alerte planner signaleert en behoedt zijn cliënten voor drama’s door in gesprek te gaan en beleggingsdeskundigen in te schakelen. En dan..het pensioen. Tja, het is op zich fijn dat pensioenen toch iets eerder ingaan, maar wie betaalt dat? Inderdaad, dat betalen we zelf. Er moet langer worden uitgekeerd, er wordt korter opgebouwd, dus ofwel de premie gaat omhoog of de uitkering omlaag. Het eerste is doorgaans onbespreekbaar, het tweede wordt het dus. En we vinden het allemaal best. De toekomst is dus niet zo roze. Het is onze taak als financieel planner om die externe factoren in kaart te brengen en ervoor te zorgen dat we het leven van de cliënt toch nog wat rooskleuriger maken. Roelof Meijer
SPF
Nieuwsbrief Financiële Planning september 2019 nr. 5
5
A
Temporisering verhoging AOW-leeftijd heeft gevolgen voor lijfrentes
D
Het is voor veel mensen prettig, dat de AOW-leeftijd langzamer stijgt dankzij de Wet Temporisering AOW-leeftijd, die voortkomt uit het Pensioenakkoord. Omdat de wet ingaat per 01-01-2020 geldt voor ingaande lijfrentes in 2019 de nu van toepassing zijnde stijging van de AOW-leeftijd. Door gebruik te maken van de redelijke termijn, kan je de uitkeringstermijn tot 20 jaar beperken. Een gerechtigde die een ‘levenslange’ bancaire lijfrente wil, heeft te maken met een uitkeringstermijn van minimaal 20 jaar. Als de lijfrente-uitkering ingaat in het jaar vóórdat hij AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, geldt dat er een vol jaar bij de uitkering moet worden geteld voor elk jaar dat de gerechtigde jonger is dan de AOWgerechtigde leeftijd.
6
Stel, dat jouw klant in het laatste halfjaar van 2019 een expirerend lijfrentekapitaal heeft, dan kan je door uitstel van de uitkering tot 01-01-2020, voorkomen dat het expiratiekapitaal door 21 gedeeld wordt. Als uitstel niets oplevert, kun je ook gebruik maken van de redelijke termijn. Die is in beginsel 6 maanden. Lijfrentegerechtigden die geboren zijn tussen 1 mei 1954 en 1 augustus 1954 kunnen door gebruik te
Nieuwsbrief Financiële Planning september 2019 nr. 5
maken van de redelijke termijn de uitkeringsduur van 21 tot 20 jaar inkorten. Dit komt omdat zij in de periode van 1 augustus 2019 tot 01-01-2020 op basis van de oude wetgeving een jaar extra moeten optellen bij de lijfrente omdat ze een vol kalenderjaar vóór ingang van AOW datum van 66 jaar en 8 maanden zitten. Bij uitstel tot 01-01-2020 geldt de uitkeringstermijn van 20 jaar, omdat dan de AOW-leeftijd van 66 jaar en 4 maanden geldt.
SPF
INKOMENSPLANNING B De tijdelijke oudedagslijfrente vanuit het overgangsrecht mag nog ingaan in het jaar waarin de 65-jarige leeftijd wordt bereikt. De lijfrentekapitalen die zijn opgebouwd vóór 31 december 2013, mag de lijfrentegerechtigde laten ingaan op 65-jarige leeftijd. De uiterste ingangsdatum is 5 jaar na het jaar waarin de AOW-leeftijd is bereikt. Hier is dus meer ruimte in de keuze voor de ingangsdatum. Uitkeringen vanuit gerichte goudenhanddrukstamrechten mogen uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de AOW-leeftijd wordt bereikt, ingaan. Pensioen mag worden uitgesteld tot de werknemer de leeftijd bereikt die 5 jaar hoger is dan de AOW-leeftijd. Voor deze uitkeringen geldt derhalve dat de uitsteltermijn door deze wet is beperkt. Artikel 3.133 lid 3 biedt een ruime omschrijving voor de redelijke termijn. Het betreffende artikel gaat over alle handelingen die kunnen leiden tot fiscale afkoop van de lijfrente. Lid 3 biedt een redelijke termijn voor aankoop van de uitkering tot 31 december van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar van de overeengekomen datum bij leven en tot 31 december van het tweede kalenderjaar bij overlijden. Dat is dus een zeer ruime bedenktijd. Bij bijzondere omstandigheden kan de inspecteur de termijn verlengen. De fiscus past de ruime interpretatie op verzoek ook toe. Een concreet voorbeeld uit de eigen praktijk: eenbank had de uitkerin-
SPF
De verschillen tussen de oude en de nieuwe situatie. AOW-leeftijd na invoering Wet Temporisering
Verschil
2019 66 jaar en 4 maanden
66 jaar en 4 maanden
Geen
2020 66 jaar en 8 maanden
66 jaar en 4 maanden
4 maanden
2021 67 jaar
66 jaar en 4 maanden
8 maanden
2022 67 jaar en 3 maanden
66 jaar en 7 maanden
8 maanden
2023 67 jaar en 3 maanden
66 jaar en 10 maanden
5 maanden
2024 67 jaar en 3 maanden
67 jaar
3 maanden
2025 Koppeling aan levens verwachting
Een jaar langere levens verwachting levert 8 maanden doorwerken en 4 maanden langer AOW-pensioen
Jaar
Stijging AOW-leeftijd tot invoering Wet Temporisering
gen niet gestart omdat de adviseur dacht dat de uiterste data voor ingang van de lijfrente en de redelijke termijnen waren verstreken. Daarbij had de bank ook fouten gemaakt in het proces rondom de uitkering van de lijfrente. De bank had getracht een en ander te corrigeren, maar had een onjuist geformuleerd verzoek neergelegd bij de fiscus om alsnog tot uitkering te kunnen overgaan. Dit had de fiscus vervolgens geweigerd. Na analyse van het dossier hebben we bij de fiscus toestemming gevraagd om de uitkeringen alsnog te laten ingaan op basis van de bijzondere omstandigheden. Deze toestemming werd vervolgens wel verleend. Daarbij gaf de fiscus expliciet aan dat de toestemming werd verleend, omdat het niet ingaan van de lijfrentes niet
verwijtbaar was aan de cliënt. De lijfrente-uitkering (fiscaal regime na Brede Herwaardering!) ging hierdoor uiteindelijk in op leeftijd 75! De bank heeft zijn fouten erkend en onze kosten vervolgens keurig betaald. De klant ontvangt nu naar tevredenheid een normaal belaste uitkering en hoeft niet tegen 72% af te rekenen. Er zijn dus veel mogelijkheden om te plannen met lijfrente-uitkeringen, ingangsdata en uitkeringstermijnen en de klant zo optimaal te bedienen.
Judith Scherrenberg MPLA
Nieuwsbrief Financiële Planning september 2019 nr. 5
7
VERMOGENSPLANNING
Economische zwakte bestrijden De ECB heeft een schijnbaar eenvoudige doelstelling: Het ondersteunen van de economische groei in het eurogebied en te streven naar een inflatieniveau van onder, maar dicht bij, de 2%.
A
Maart 2015: Het wapen renteverlaging werkt niet goed genoeg, en ECB besluit tot iets onconventioneels: Kwantitatieve verruiming (QE). Dat proces gaat in 7Â stappen: 1. De Europese Centrale Bank koopt obligaties van banken. 2. Dit verhoogt de prijs van deze obligaties en schept geld in het bankstelsel. 3. Daardoor daalt een breed scala van rentetarieven en worden leningen goedkoper. 4. Bedrijven en particulieren kunnen nu meer lenen en minder uitgeven om hun schulden terug te betalen.
8
Nieuwsbrief FinanciĂŤle Planning september 2019 nr. 5
5. Daardoor wordt de consumptie en de investeringen gestimuleerd. 6. Hogere consumptie en meer investeringen ondersteunen de economische groei en werkgelegenheidscreatie. 7. Naarmate de prijzen stijgen verwezenlijkt de ECB een inflatie van onder maar dicht bij 2% op de middellange termijn. Verlenging & uitbreiding programma Het programma zou in eerste instantie anderhalf jaar duren, en de ECB zou een maximum van 1140 miljard euro aan steunaankopen doen. In december 2015 werd
SPF
Verloop inflatie
2.5 2.0 1.5 1.0 0.5 0 -0.5 2014
2016
het programma verlengd, en in maart 2016 uitgebreid. In eerste instantie kwamen alleen staatsobligaties in aanmerking voor het opkoopprogramma, omdat het heel veilige beleggingen betreft. Vanaf maart 2016 kwamen ook bedrijfsobligaties voor het programma in aanmerking. Voorwaarde hiervoor is wel dat een bedrijf financieel solide is. Banken bleven uitgesloten van het programma. Afbouw & beëindiging programma Met ingang van 2018 is het programma beperkt tot 30 miljard euro per maand, een halvering van het originele programma. Dit maandbedrag is per september 2018 opnieuw gehalveerd naar 15 miljard euro per maand. De ECB heeft bij beëindiging van het opkoopprogramma voor 2.600 miljard euro aan obligaties op haar balans staan (dat is met 517 miljoen inwoners: EUR 5.000 per inwoner). Sinds 1 januari 2019 is het programma formeel gestopt. Sindsdien koopt de ECB
SPF
2018
-1.0
alleen nog staatsobligaties op met geld dat vrijkomt uit de winst die gehaald is uit de aflossing van oude leningen. Als we na 4,5 jaar de balans opmaken kunnen we concluderen dat de inflatie niet op de gewenste stand staat (zie bovenstaande grafiek). Meer dan 5 jaar geleden heeft de ECB negatieve rentestanden als beleid geaccepteerd, om economische zwakte in de eurozone tegen te gaan. -0,1% in 2015 is uiteindelijk gezakt tot -0,4% anno 2019. De additionele kwantitatieve verruiming (QE) heeft niet geleid tot de enorme toename van kredietverlening die de ECB voor ogen had (zelfs de poging om banken te dwingen meer krediet te verlenen door de reserves van die banken bij de ECB te ‘beboeten’ met negatieve rente mocht niet baten). Daaruit volgend: veel minder bestedingen dan voorzien. De bestedingen zijn de drijver van economische groei…..die dus veel minder aanwezig was dan gepland. Negatieve rentes zijn geen natuurlijke fenomenen, maar door mensen geïmplementeerd en in dit geval het bewijs dat de QE niet (voldoende) heeft gewerkt. Als het namelijk wel goed had gewerkt, zou een negatieve rente niet nodig zijn geweest. Verdere bewijzen
Nieuwsbrief Financiële Planning september 2019 nr. 5
9
VERMOGENSPLANNING
vinden we in economische cijfers: * De industriële productie van Duitsland is in de periode juni 2018-juni 2019 5,2% gedaald. De grootste daling sinds 2009. * De Italiaanse economie is in de afgelopen 12 maanden niet gegroeid (schrijfdatum van dit artikel: 15 augustus 2019). * De Franse economie is slechts 1,3% gegroeid in diezelfde periode. * Goed draaiende economieën zijn die van Polen en Hongarije, maar die zijn niet groot genoeg om de gehele Eurozone naar een hoger economisch niveau te tillen. Conclusie Europa moet erkennen dat de negatieve rentes en de kwantitatieve verruiming haar economieën niet heeft gered. Door negatieve rentes te gebruiken heeft de ECB vruchteloos gepoogd de banken te dwingen om meer krediet te verstrekken. Sterker nog, negatieve rentes zijn eigenlijk een belasting en verzwakking van het financiële systeem.
10
Nieuwsbrief Financiële Planning september 2019 nr. 5
De oplossing! Daarvoor moeten we de echte boosdoeners identificeren: Slecht fiscaal en regelgevend beleid! Duitsland heeft nog steeds begrotingsoverschotten, terwijl beleggers in Duitse staatsobligaties bereid zijn negatieve rentes te accepteren. Dit is een absurde situatie. Dit wil overigens niet zeggen dat Duitsland meer moet uitgeven (besteden) om de economie te stimuleren. Nee, de Duitse uitgaven zijn reeds te hoog. Er is echter wel ruimte voor grote belastingverlagingen, die zouden moeten behelzen dat er fiscale beloningen komen voor investeringen in het bedrijfsleven en daarmee investeringen in economische groei. Als je de fiscale beloning voor deze investeringen groot genoeg maakt, zal er ook groei komen in de kredietverlening van banken. Een situatie die ontzettend graag gezien wordt door de ECB (en die door het hanteren van negatieve rentes niet bereikt werd). Ik ken een econoom die pleit bovenop de bovengenoemde voorstellen voor het verlagen van werkloosheidsuitkeringen en de AOW, ten einde de gewenste economische situatie te bereiken. Dit is politiek gezien
SPF
Negatieve rentes zijn eigenlijk een belasting en verzwakking van het financiële systeem. het schrappen van verstikkende regelgeving en wetten in combinatie met het beperken van de overheidsuitgaven, precies wat de grote landen in Europa nu ook zouden moeten doen. Het leidde destijds in de VS tot een sterkere dollar en een groeiende economie.
een onhaalbare kaart. Wat hopelijk wel een politiek haalbare kaart is, is het afschaffen van wet- en regelgeving, die het ondernemerschap verstikken. Ondernemers zitten, zeker in de beginfase, niet te wachten op personeel dat door omstandigheden (zoals ziekte en zwangerschap) niet kan werken. De kosten van niet werkend personeel zijn vaak eenvoudigweg ondraaglijk. Het ontslagrecht is één van de zaken die op Europees niveau enorm versoepeld zouden moeten worden. Of een situatie creëren waarbij het de ondernemer niks kost als zijn personeel door omstandigheden niet zou kunnen werken. De econoom waar ik het over heb is een Amerikaan. Hij hoopt dat zijn thuisland leert van de fouten die de Europese beleidsmakers hebben gemaakt. In de jaren 80 van de vorige eeuw, had Amerika (net als Europa) enorm hoge rentestanden. De reële economische groei in de VS was 4%. De toenmalige voorzitter van de FED, Paul Volcker, hield de rente hoog, een noodzakelijk standpunt om de gevolgen van de misstappen van zijn voorganger te kunnen herstellen. President Reagan zorgde voor belastingverlagingen en
SPF
Vermogensbeheer Het is voor vermogensbeheerders een uitdaging om de juiste posities in portefeuille op te nemen van hun klanten. De economische omstandigheden geven aanleiding om een recessie te verwachten en dus op een moeilijk te bepalen moment de portefeuilles te beschermen met zogenaamde ‘brandverzekeringen’, maar de rentestand en de actuele aandelenwaarderingen geven juist aanleiding om toch in aandelen te beleggen. Het spaargeld, vergelijkbaar met personeel dat niet werkt, kost in feite geld en het courante alternatief is aandelen. Kijk maar eens hoeveel dividend de grote beursgenoteerde bedrijven uitkeren. Een ‘nobrainer’ volgens mij. Wij zitten aan de knoppen van de portefeuilles van beleggers die zelf geen zin hebben om zich in de materie te verdiepen of het zelf niet beter kunnen. Wil je dus wel profiteren van de beurzen, maar wil je in het dagelijks leven bezig zijn met de zaken die je belangrijk vindt, dan besteed je je beleggingsbeslissingen dus gewoon uit aan een goede vermogensbeheerder.
Sebastian Pluijmert, belegger www.pluijmert.nl Een beleggingsaanpak van Asset Management International B.V. www.ami.partners
Nieuwsbrief Financiële Planning september 2019 nr. 5
11
Olie-industrie gaat grootste bedreiging ooit tegemoet
D
Nieuw onderzoek van BNP Paribas Asset Management toont aan dat olie een langetermijnbreakeven prijs van 10-20 USD per vat nodig heeft om concurrerend te blijven in het transportgebruik. • D e economische aspecten van hernieuwbare energiebronnen maken het voor olie onmogelijk om op de lange termijn te concurreren • D e marginale kosten van hernieuwbare elektriciteit zijn over de korte termijn nul, deze energiebron is schoner voor het milieu, zou gemakkelijk tot 40% kunnen vervangen van de mondiale olievraag • D e olie-industrie zou zich het lot van de nutsbedrijven moeten herinneren. In een recent white paper richt Mark Lewis, Global Head of Sustainability Research bij BNP Paribas Asset Management, zich op het energierendement op een
12
Nieuwsbrief Financiële Planning september 2019 nr. 5
investering van 100 miljard USD in óf olie óf hernieuwbare energie en constateert dat de economische aspecten van wind- en zonne-energie het na verloop van tijd voor olie onmogelijk zullen maken om te concurreren met deze hernieuwbare energiebronnen. Hoeveel nuttige energie halen we uit olie en hernieuwbare energiebronnen? Uit de nieuwe analyse blijkt dat voor dezelfde kapitaalinvestering vandaag de dag, nieuwe wind- en zonne-energieprojecten 6-7 keer meer nuttige energie voor lichte elektrische batterijvoertuigen kunnen produceren dan olie à 60 USD per vat voor benzine-
SPF
VERMOGENSPLANNING
aangedreven voertuigen, en 3-4 keer meer dan olie tegen die prijs voor dieselvoertuigen. Dat betekent dat voor benzine om concurrerend te blijven als bron van mobiliteit, de langetermijnbreakeven olieprijs 9-10 USD per vat zou moeten bedragen, en voor diesel 17-19 USD. Olie heeft een enorm voordeel - voor nu De olie-industrie is zo grootschalig dat ze grote en effectief ogenblikkelijke energiestromen kan leveren. Nieuwe wind- en zonne-energieprojecten leveren daarentegen hun energie over een levensduur van 25Â jaar. We geloven echter dat de economics van olie voor benzine- en dieselvoertuigen nu in een meedogenloze en onomkeerbare neerwaartse spiraal zitten, met vergaande gevolgen voor beleidsmakers en grote oliemaatschappijen. Als dit allemaal vergezocht klinkt,
SPF
dan zou de snelheid waarmee het landschap voor Europese nutsbedrijven de afgelopen tien jaar is veranderd door wind- en zonne-energie een rood licht op het dashboard van de olie-industrie moeten doen knipperen. Lees hier de gedetailleerde uitleg over de bedreiging van de olie-industrie door de voordelen van hernieuwbare energie voor elektrisch aangedreven voertuigen.
Mark Lewis, Global Head of Sustainability Research
Nieuwsbrief FinanciĂŤle Planning september 2019 nr. 5
13