NIEUWSBRIEF
financiële planning mei 2019
REDACTIONEEL
Over de grens kijken
INKOMENSPLANNING
Voortgang nieuw pensioenstelsel
VERMOGENSPLANNING
Aflevering
03
jaargang
05/19
21
Timing in de aandelenmarkt
Global inspiration de nieuwe naam van de Internationale studiereis naar Amerika
Studiereis 2019 • Minneapolis, Minnesota USA • Deelname Amerikaans congres met circa 2.000 planners • Speciale internationale workshops met collega’s uit Europa, Azië, Zuid- en Noord-Amerika • Bedrijfsbezoeken aan planningskantoren • Onderwerpen: hoe richt je je eigen financiële planningspraktijk in • Tips en ideeën omtrent je eigen bedrijfsvoering • Leer van en inspireer je internationale collega’s • Deelnemers krijgen het boek ‘How to become AWEsome’ gratis plus een webinar over de ‘universal principles of financial planning’
Informatie en reserveren: meijer@mpf.nl o.v.v. studiereis Leden van de Vereniging FFP en FPA hebben recht op een korting op de normale prijs. Vraag naar de voorwaarden.
3e week oktober 2019
Global Inspiration is een activiteit van Stichting Persoonlijke Financiën en Awesome Life BV
INHOUD
Colofon Nieuwsbrief financiële planning
is een uitgave van Stichting Persoonlijke Financiën en verschijnt 4 tot 6 maal per jaar
REDACTIONEEL
Over de grens kijken pag 5
HOOFDREDACTIE Drs. R.J. Meijer Stichting Persoonlijke Financiën MET MEDEWERKING VAN: Sebastiaan Pluijmert en Judith Scherrenberg MPLA. VORMGEVING: Paula Tel, Telvorm ABONNEMENTEN De abonnementsprijs voor 2019 bedraagt € 152,50 per jaar (incl. BTW). Leden van de Vereniging FFP ontvangen de NFP gratis.
INKOMENSPLANNING
Voortgang nieuw pensioenstelsel pag 6
ABONNEMENTENADMINISTRATIE SPF Klantenservice, Schothorsterlaan 11 3822 NA Amersfoort Telefoon 06-532 536 30 Internet www.persoonlijke-financien.nl BEËINDIGING ABONNEMENT Abonnementen gelden tot wederopzegging tenzij anders over-eengekomen. Partijen kunnen ieder schriftelijk opzeggen tegen het einde van de abonnementsperiode, met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden. Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de auteur(s), redacteur(s) en uitgever geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten of onvolkomenheden. Behoudens de door de Auteurswet gestelde uitzonderingen, mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd (waaronder het opslaan in een geautomatiseerd gegevensbestand) of openbaar gemaakt, op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
VERMOGENSPLANNING
Timing in de aandelenmarkt pag 9 Fiscale aspecten onroerend goed in Box 3 pag 12
ISSN 1389 86 20 © 2019 Stichting Persoonlijke Financiën
SPF
Nieuwsbrief Financiële Planning mei 2019 nr. 3
3
IN EEN WERELD IN VERANDERING,
BELEG JE OOK VOOR TOEKOMSTIGE GENERATIES.
DUURZAAM EN VERANTWOORD BELEGGEN BNP Paribas Asset Management selecteert bedrijven met oog voor duurzaamheid en verantwoorde bedrijfsvoering. Zo dragen uw beleggingen bij aan het gemeenschappelijk belang. Beleg voor een betere wereld. www.bnpparibas-am.nl
DeDe vermogensbeheerder vermogensbeheerder voor voor eeneen wereld wereld in in verandering verandering
BNP PARIBAS ASSET MANAGEMENT Nederland N.V. (adres: Postbus 71770, 1008 DG Amsterdam), de beheerder, is geregistreerd bij de Autoriteit Financiële Markten. Voordat u investeert in enig financieel instrument dient u het prospectus alsmede de Essentiële Beleggersinformatie (EBi) met informatie over het product, de kosten en de risico’s te lezen. Het prospectus, de EBi alsmede overige informatie zijn verkrijgbaar op de website: www.bnpparibas-am.nl. De in deze advertentie opgenomen opinies zijn het oordeel van BNP PARIBAS ASSET MANAGEMENT Nederland N.V. op het gespecificeerde moment en kunnen worden gewijzigd zonder voorafgaand bericht.
REDACTIONEEL Aflevering
03
jaargang
05/19
21
Over de grens kijken Ieder jaar ga ik wel een keer naar Amerika, om te kijken hoe financiële planning er daar voorstaat. Mijn grote voorbeeld is Willem van Kooten, misschien beter bekend als Joost den Draaijer. Hij was midden jaren zestig van de vorige eeuw programmaleider bij een radiostation dat een nogal versnipperde programmering had en niet echt een focus op een bepaalde doelgroep. Hij mocht naar Amerika en kwam opgetogen thuis. Zijn radiostation moest horizontale programmering invoeren en zich veel meer gaan richten op de jongeren en dus popmuziek draaien. Jongeren waren er veel, want de babyboomgeneratie zat in de puberteit. Popmuziek was een middel voor de jongeren om zich los te maken van de oudere generaties en zelf een stempel op hun eigen leven te zetten. En radio was een middel om dit voor een breed publiek toegankelijk te maken. En zo ontstond een radiostation met op elke dag hetzelfde soort programma. Je wist wat je kreeg als je inschakelde. We weten het nu allemaal: die verandering was het begin van een succesvol Veronica. Kun je in Amerika nog steeds iets halen wat de wereld verandert? Als ik naar Amerika ga, dan kom ik terug met een hoofd vol ideeën. Ik heb even de waan van de dag losgelaten en ben gaan nadenken over wat ik als financieel planner doe. En ook, hoe andere financieel planners het doen. En, hoe consumenten denken. Ik bezoek dan andere financieel planners en zie verschillende soorten praktijken, ik praat met veel planners tijdens het jaarlijkse congres voor planners (dat dit jaar in Minneapolis is, by the way) en merk dat het mij als planner sterker maakt. Over de grens kijken is misschien ook je grenzen verleggen. Roelof Meijer
SPF
Nieuwsbrief Financiële Planning mei 2019 nr. 3
5
A
O
Voortgang nieuw pensioenstelsel Als Minister Koolmees in het nieuwe pensioenstelsel fiscale verschillen oplost in de tweede en derde pijler, vermindert de fiscale ruimte vermoedelijk nog verder. Voor een adequaat pensioen zullen 40-plussers zelf vermogen moeten opbouwen. Op 1 februari 2019 heeft Minister Koolmees een lijvige brief aan de Tweede Kamer gezonden, waarin hij de contouren van het nieuwe pensioenstelsel beschrijft. Ten opzichte van de eerder geschetste contouren lijkt er niet zoveel veranderd. Nog steeds spreekt hij over een leeftijdsonafhankelijke
6
premiepercentage. Dit betekent een degressieve opbouw: jong bouwt meer op en oud minder. ZZP-ers zouden bovendien gemakkelijker toegang moeten kunnen krijgen tot pensioenopbouw bij pensioenfondsen, APF’s en PPI’s. Maar ze zouden wel keuzevrijheid behouden. De Minister
Nieuwsbrief Financiële Planning mei 2019 nr. 3
ziet niets in een pensioenplicht voor ZZP-ers. Koolmees wil de verschillen tussen opbouw in de tweede en derde pijler zo ver als mogelijk verkleinen om een arbeidsvorm neutraal pensioen te bereiken. Er zijn nu veel verschillen tussen de fiscale faciliteiten van de tweede en derde
SPF
INKOMENSPLANNING B
Lijfrente (derde pijler) Bruto opbouw in tweede of derde pijler
• Opbouw tot maximale grondslag
• Opbouw tot maximale grondslag
• V ast percentage als jaarruimte (13,3% 2019)
• D iverse vormgeving, hogere premie mogelijk (eindloon, middelloon of beschikbare premie (BP)
• V ermindering jaarruimte met factor A
Netto opbouw in de tweede of derde pijler
Pensioen (tweede pijler)
De netto lijfrente is een vast percentage over de premiegrondslag boven EUR 107.593 (2019)
Gevolgen netto opbouw
• B P maximaal op basis van marktrentestaffel, met leeftijdsafhankelijk percentage (bij 2% staffel 38,7% en kan worden verhoogd met een marktrenteopslag) De netto opbouw is een stijgend percentage over de pensioengrondslag boven EUR 107.593 (2019) met als maximum de beschikbare premie staffel 2019 op basis van 3% rekenrente Netto pensioenopbouw verlaagt de jaar ruimte voor lijfrente in box 1
Grondslag voor pensioenopbouw
Auto mag meetellen als grondslag
Auto mag niet in de grondslag worden meegenomen
Terugwerkende kracht
Reserveringsruimte 7 jaar terug
Inhaal- inkoop kan onder strikte voorwaarden over hele verleden diensttijd
Minimale AOWfranchise
EUR 12.275
EUR 13.785
Parttime werken
AOW-franchise blijft gelijk
AOW-franchise wordt pro rata in mindering gebracht
Uitgangspunten voor de berekening
Alle gegevens van het voorliggende jaar
Alle gegevens van het lopende jaar
pijler. In de tabel zijn de belangrijkste verschillen weergegeven. Het zoveel mogelijk gelijk maken van de fiscale faciliteiten binnen de tweede en derde pijler betekent waarschijnlijk een belangrijke verlaging van de jaarruimte.
SPF
Veel fiscale maatregelen die de afgelopen jaren zijn genomen, hebben als hoofdreden de houdbaarheid van het pensioenstelsel bij stijgende levensverwachting. Als je die richting beschouwt, dan lijkt het voor de hand te liggen dat de politiek zal kiezen voor de voor de belastingplichtige minst gunstige
variant van de fiscale faciliteit. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat pensioenopbouw over de autobijtelling in het nieuwe stelsel ook voor pensioen wordt toegestaan. Dat betekent dan automatisch dat de lijfrenteopbouw over de leaseauto zou worden
Nieuwsbrief Financiële Planning mei 2019 nr. 3
7
INKOMENSPLANNING afgeschaft. Dit zou bij een auto met een cataloguswaarde van EUR 25.000 en 25% bijtelling de jaarruimte verminderen met EUR 831 per jaar. Het lijkt een kleine stap om de AOW-franchise te verhogen naar de minimale AOW-franchise voor pensioen. Maar dat scheelt in de jaarruimte 13,3%* het verschil van EUR 1.510 = EUR 200 minder jaarruimte. Op welk gelijkblijvende premiepercentage het maximum wordt gesteld in het nieuwe stelsel, is niet bekend. Bij de huidige beschikbare premiestaffel op basis van 3% rekenrente, die vaak wordt toegepast in pensioenregelingen, is het premiepercentage vanaf leeftijd 50 hoger dan de 13,3% in de jaarruimte. Als de fiscale ruimte in de derde pijler verder afneemt door het gelijkschakelen met de in sommige opzichten beperktere ruimte in de tweede pijler, hebben zeker 50-plussers nadeel, maar ook 40-plussers. Die hele groep mist alle of het belangrijkste deel van
8
de mogelijkheid om op jongere leeftijd meer te kunnen sparen. Er zou een voordeel kunnen ontstaan als de parttime factor ook toegepast zou mogen worden bij de jaarruimteberekening. De andere oplossing, namelijk de parttime factor bij AOW-franchise bij pensioen niet meer toepassen is geen haalbare kaart. Dit is een verboden onderscheid op basis van de Wet Gelijke Behandeling. Het maakt de jaarruimteberekening wel iets ingewikkelder. Maar de berekening van de jaarruimte is met de vooringevulde belastingaangifte steeds eenvoudiger. Ik verwacht dat bij lijfrente vooral vanwege de beschikbaarheid van de benodigde gegevens de berekening op basis van de uitgangspunten van het voorgaande jaar blijft. Dit kan afhankelijk van de situatie zowel voor- als nadelig zijn voor de klant. Pensioen is breder dan alleen pensioen Als een 40-jarige 28 jaar lang
Nieuwsbrief Financiële Planning mei 2019 nr. 3
EUR 80 per maand minder inlegt door vermindering van de jaarruimte bij een rendement van 3,5% per jaar, dan scheelt dat in pensioenuitkering zo’n EUR 230 per maand bruto. Dat tikt best aan bij een gemiddelde werknemer. De planner kan de klant nu alvast voorbereiden op de noodzaak om niet alleen fiscaal gefaciliteerde opbouw als pensioen te zien, maar ook andere vermogensonderdelen, zoals beleggingen. Snel beginnen met beleggen met de adequate hulp van de financieel planner laat de klant alvast wennen aan deze steeds onvermijdelijkere vorm van opbouw van eigen pen sioenvermogen.
Judith Scherrenberg MPLA
SPF
VERMOGENSPLANNING
Timing in de aandelenmarkt; laag kopen – hoog verkopen
A
We zien bij de grootbanken steeds meer de confectie-aanpak als het gaat over vermogensbeheer. Managers worden afgerekend op onverantwoorde risico’s en daarom doen zijn wat zij in hun managers opleiding geleerd hebben. Het elimineren van die risico’s. Welke risico’s zien de managers over het algemeen? ◗ Als je aandelen verkoopt en de markt stijgt vervolgens, heb je het risico van gederfde winst. ◗ Als je aandelen koopt en de markt daalt vervolgens, heb je het risico van verlies. ◗ Als je met opties portefeuilles zou willen beschermen, dan gaan bij managers de alarmbellen af, omdat er heel veel negatieve ervaringen zijn met opties. Wie wil daar zijn vingers aan branden?
SPF
◗ Als je met opties extra rendement in de portefeuille wilt realiseren, gaan bij managers diezelfde alarmbellen af. ◗ Als je adviseurs en beheerders de vrije hand geeft om op basis van hun opleiding de klanten van dienst te zijn, ontstaat het risico van grote uiteenlopende portefeuilles op het gebied van o.a. aandelenspreiding, debiteurenrisico, renterisico,
Nieuwsbrief Financiële Planning mei 2019 nr. 3
9
VERMOGENSPLANNING leverage-risico, verplichtingen-risico, belangenverstrengelingsrisico, klantprofiel-interpretatie risico en timing risico. Als je managers de bovengenoemde risico’s laat elimineren ontstaat er een confectie dienstverlening. Het klantrisicoprofiel wordt nog ingedeeld volgens de ouderwetse indeling aandelen-obligaties (in plaats van sturen op standaarddeviatie en thema’s, waar ik één van mijn eerdere artikelen aan heb gewijd), het gebruik van opties is in de ban gedaan evenals beleggen met geleend geld. Er wordt nooit tussentijds verkocht, want dan doen ze aan ‘timing’ en dat willen ze niet. Niet alleen grootbanken maken zich schuldig aan confectie-beleggen, ook veel zelfstandige vermogensbeheerders. Er is een enorme hoeveelheid bench mark-knuffelaars op de markt, die geen tot weinig toegevoegde waarde bieden. Een argument dat ik wel eens hoor is dat de toegevoegde waarde van een adviseur in dit vakgebied is dat hij je aan de hand neemt, indien er een forse dip op de beurzen aan de gang is. De adviseur behoedt je dan voor onverstandige beslissingen. Als een vermogensbeheerder zegt: ‘Als je geschoren wordt, moet je stilzitten’ dan gaan bij mij mijn nekharen overeind staan. Betaal je je vermogensbeheerder voor het jou vertellen van dat soort clichés? Ik vind dat de taak van een vermogensbeheerder meer moet zijn dan alleen maar de klant aan de hand nemen in moeilijke tijden.
Je scoort veel slechter dan de benchmark, wanneer de benchmark stijgt, terwijl jij het geld op een luie spaarrekening hebt geparkeerd. Dit risico kan absoluut niet bij benchmark-knuffelaars, zoals de meeste vermogensbeheerders zijn. Omdat de meeste professionele beleggers niet willen hoeven uitleggen, waarom ze veel slechter scoren dan een benchmark, proberen ze er zo dicht mogelijk tegenaan te schurken. Risico-eliminatie dus, waarbij de klanten zullen ontvangen wat de markt biedt, minus de kostencomponenten die met beleggen samenhangen.
Laten we over een belangrijk risico, timing, eens mijmeren:
Als je als klant tevreden zou zijn met dat streven, dan is het prima, om op die manier te beleggen. De MSCI world index heeft sinds 1970 een gemiddeld bruto jaarrendement laten zien (in EUR gemeten) van 7,9%. Trek daarvan voor het gemak 1,9% kosten van af en je zit met 6% per jaar gebakken in een 100% wereldwijd gespreide aandelenbelegging, op de lange termijn uiteraard.
Het risico van niet belegd zijn: Als je een benchmark (een index) volgt en je bent niet belegd, dan ga je met je resultaat per definitie afwijken van diezelfde benchmark. Je scoort veel beter als de index daalt terwijl jij veilig liquide aan de zijlijn staat, maar wat een heet hangijzer is: Wanneer stap je weer in? Als de index weer stijgt en je bent nog niet ingestapt, zou het zo maar kunnen zijn dat de index alweer boven het niveau staat, waarop jij liquide bent gegaan. Waardoor je alsnog slechter presteert dan de benchmark.
Hoe moet je omgaan met timing? Als je hoogtevrees krijgt vanwege een enorm stijging op de beurzen, moet je dan verkopen? Maar wat als de top nog lang niet bereikt is? Kijk bijvoorbeeld eens naar de bruto rendementen op de MSCI van 1995 t/m 1999: 1995: 12,0% 1996 22,7% 1997: 35,6% 1998: 15,6% 1999: 46,8%
10
Nieuwsbrief Financiële Planning mei 2019 nr. 3
SPF
Een samengesteld gemiddelde van 25,9% per jaar. 5 jaar lang. Uniek? Nee, maar wel zeldzaam. In 1926 t/m 1928, was het gemiddelde jaarrendement op de Amerikaans S&P 500 index 30,1%. Los van het feit dat in beide voorbeelden het meest slechte startmoment om te beginnen met beleggen in aandelen het jaar 1929 en het jaar 2000 was (toen duurde het 13 jaar voordat je überhaupt een positief gemiddeld jaarrendement kon behalen), is de grote vraag: Wanneer heb je hoogtevrees? Zou je na een goed jaar als 1997 veilig op het droge gaan? En vervolgens 1998 en 1999 missen, omdat die daling ‘toch een keer moet komen’. Daarnaast zijn er berekeningen zoals: Als je ieder jaar de 5 beste beursdagen zou missen, dan heb je gemiddeld een negatief rendement op aandelen. Dat klopt inderdaad, maar om nu net alleen die dagen te missen is onmogelijk, al zou je het willen. Net zo min is mogelijk om de 5 slechtste beursdagen te missen.
verder stijgen, jouw portefeuille gewoon meestijgt. Je bent weliswaar dan je (verzekerings-)premie van je putopties kwijt, maar je blijft profiteren van de stijgende markt. Eigenlijk gebeurt er wat je ook wilt met de brandverzekering op je huis. Je hoopt dat die verzekering achteraf niet nodig was om af te sluiten, maar het voelt wel lekker dat je hem hebt. Moet je nu zelf met de calculator aan de slag om je portefeuille-brand-verzekering te realiseren? Nee, dat kan uiteraard via een vermogensbeheerder, die nog wel met opties durft te werken, puur omdat ze er verstand van hebben. Ik weet er nog wel één. Als vermogensbeheerder zitten wij aan de knoppen van de portefeuilles van beleggers die zelf geen zin hebben om zich in de materie te verdiepen of het zelf niet beter kunnen. Wil je dus wel profiteren van de beurzen, maar wil je in het dagelijks leven bezig zijn met de zaken die je belangrijk vindt, dan besteed je je beleggingsbeslissingen dus gewoon uit aan een goede vermogensbeheerder.
Ik kan maar 1 advies geven: Vermijd het risico van ‘niet belegd zijn’ en blijf belegd. Ga dus nooit liquide, maar indien je hoogtevrees krijgt, dek je portefeuille dan in met het kopen van put opties. Je bent wat verzekeringspremie kwijt, maar als de beurs vervolgens daalt, zal de waardevermeerdering van de gekochte opties de waardedaling van je portefeuille compenseren. De rest van de wereld daalt en de waarde van jouw portefeuille daalt niet. Het mooie bij effect is, dat indien de beurzen
SPF
Sebastian Pluijmert, belegger www. pluijmert.nl Een beleggingsaanpak van Asset Management International B.V. www.ami.partners
Nieuwsbrief Financiële Planning mei 2019 nr. 3
11
ADVERTORIAL
Houd rekening met fiscale consequenties van onroerend goed in box 3! Steeds meer vermogende particulieren kopen een woning om deze te gaan verhuren, of bezitten een tweede woning in het buitenland. Onroerende zaken in box 3 brengen veel fiscale consequenties met zich mee. Hoe ga je daar als financieel planner mee om? In een expertmeeting op het FFP Forum op donderdag 4 april vroegen Ferd Beukers en Jan Vrusch van het Fiscaal Juridisch Adviesbureau van Nationale-Nederlanden aandacht voor vermogensvorming via box 3.
H
Het eerste onderwerp dat in de expertmeeting aan bod kwam was particuliere verhuur. Jan Vrusch schetste een beeld van de omvang. ‘Volgens het CBS waren er in 2018 acht miljoen woningen in Nederland. Zo’n 3,4 miljoen daarvan waren huurwoningen (42%). Er waren 475.000 particulier verhuurde woningen (6% van de woningvoorraad), vooral in Groningen, Den Haag en Amsterdam.’
deratio.’ Verder wees Vrusch nog op een arrest van de Hoge Raad. ‘Als de werkelijke waarde meer dan 10% lager is dan de waarde volgens de zojuist uiteengezette wettelijke systematiek, dan vormt de werkelijke waarde het uitgangspunt.’
Box 3 Als iemand een woning koopt om te gaan verhuren, mag je de fiscale aspecten volgens Vrusch niet uit het oog verliezen. ‘Hoofdregel is dat de verhuurde woning bij normaal, actief vermogensbeheer in box 3 valt. De WOZ-waarde is het uitgangspunt bij de waardering van de woning. Die mag je corrigeren met de leegwaarderatio, die wordt vastgesteld op basis van de jaarlijkse huur als percentage van de WOZ-waarde. Overigens wordt de jaarlijkse huur bij een niet-zakelijke huurprijs - bijvoorbeeld als ouders hun tweede huis verhuren aan hun kinderen - gesteld op 3,5% van de WOZ-waarde. Bovendien moet de woning op 1 januari permanent verhuurd zijn. Anders geldt de WOZ-waarde voor 100%.’
Box 1 Gaan de werkzaamheden wél uit boven wat gebruikelijk is bij normaal, actief vermogensbeheer, dan zijn de opbrengsten belast in box 1 als winst uit onderneming of als resultaat uit overige werkzaamheden (ROW). Vrusch noemde als voorbeelden het uitponden van onroerende zaken, het zelf verrichten van groot onderhoud of andere aanpassingen, of het aanwenden van voorkennis of vergelijkbare vormen van kennis. ‘Bij uitponding kun je denken aan de opzet waarbij een pand na aankoop wordt gesplitst in appartementen, die vervolgens afzonderlijk met winst worden verkocht. Of aan de koop van een verhuurde woning met het doel deze woning vrij van huur met winst te verkopen zodra het huurcontract met de huurders is beëindigd. Bij voorkennis kun je denken aan een makelaar die met zijn bijzondere kennis van de markt een voordeel behaalt.’
Erfpacht Een permanent verhuurde woning op erfpachtgrond levert fiscaal voordeel op. Vrusch: ‘In dat geval mag je de WOZ-waarde verlagen met zeventien maal de jaarlijkse erfpachtcanon. Vervolgens mag je de waarde nog corrigeren aan de hand van de leegwaar-
‘Als de huuropbrengsten belastbaar zijn in box 1, zijn de feitelijke huurinkomsten het uitgangspunt’, vervolgde Vrusch. ‘Kosten zijn aftrekbaar en afschrijvingen zijn mogelijk tot de WOZ-waarde. Bij verkoop van de woning is belasting verschuldigd voor zover de verkoopprijs hoger is dan de boekwaarde. Is de
12
Nieuwsbrief Financiële Planning mei 2019 nr. 3
SPF
SPF
Nieuwsbrief FinanciĂŤle Planning mei 2019 nr. 3
13
verkoopprijs lager dan de boekwaarde, dan is er sprake van een aftrekbaar verlies.’
overdrachtsbelasting, en beleggers vanaf de derde woning met een hoger tarief te maken krijgen.’
Overdrachtsbelasting Bij de aankoop van een woning die voor verhuur is bestemd is overdrachtsbelasting over de waarde in het economisch verkeer verschuldigd. Vrusch: ‘Daarbij wordt een tarief van 2% gehanteerd. Overigens is het op dit moment dringen op de woningmarkt en moeten starters concurreren met beleggers. Daarom is er in maart 2019 in de Tweede Kamer een motie ingediend, waarbij starters worden vrijgesteld van
Woningbegrip Maar wat is een woning? Hoe zit het met huizen die kantoren zijn geworden? Of kantoren die zijn veranderd in appartementencomplexen? ‘Er bestaat jurisprudentie over het “woningbegrip”’, aldus Vrusch. ‘De Hoge Raad heeft bepaald dat de overdrachtsbelasting geldt voor bouwwerken die naar hun aard bestemd zijn voor bewoning.’
‘ De kennis van het Fiscaal Juridisch Adviesbureau zorgt voor diepgang’ ‘Het FFP Forum was voor mij een inspirerende en prikkelende dag met inhoudelijke diepgang. Die zat ’m onder meer in de presentatie van het Fiscaal Juridisch Adviesbureau van Nationale-Nederlanden. Daar zit veel kennis en kunde. De stevige onderbouwing van alle fiscale aspecten rondom onroerende zaken in box 3 én de nuchtere kijk op zaken sloten goed aan bij mijn verwachtingen. Bovendien hebben ze mijn professionele vaardigheden op het gebied van vermogensvorming versterkt. Die vaardigheden komen mij goed van pas, omdat ik vermogensvorming altijd meeneem in de adviesgesprekken met mijn klanten. Wat mij betreft gaat Nationale-Nederlanden dan ook door met dit soort expertmeetings.’
Herman Kippers, financieel planner, Kippers Ter Keurs
14
Nieuwsbrief Financiële Planning mei 2019 nr. 3
Schenk- en erfbelasting Verder zijn particuliere verhuurders mogelijk schenken erfbelasting verschuldigd. ‘Daarbij speelt de zogenoemde fictiebepaling artikel 10 van de Successiewet een rol’, zegt Vrusch. ‘Als een moeder haar woning overdraagt aan haar dochter onder voorbehoud van huurrecht, en de moeder komt vervolgens te overlijden, dan geldt een fictief legaat indien de huur lager was dan 6% van de WOZ-waarde.’ Ten slotte zei Vrusch dat particuliere verhuurders natuurlijk ook rekening moeten houden met lokale heffingen. Gebruikersheffingen kan hij doorberekenen. Tweede woning in het buitenland Het tweede deel van de expertmeeting ging over de fiscale consequenties van de aankoop, financiering en het bezit van een tweede woning in het buitenland. Ferd Beukers: ‘Nederland hanteert voor de belastingheffing van zijn inwoners het wereldinkomenbegrip: het Nederlandse en niet-Nederlandse inkomen, waaronder de tweede woning in het buitenland, wordt in Nederland belast. Daarnaast heeft de eigenaar te maken met lokale en nationale heffingen in het land van de tweede woning. Dubbele belastingheffing is dus mogelijk.’ Waarde in het economisch verkeer De tweede woning in het buitenland valt in box 3. ‘De vraag is hoe je de woning waardeert’, zegt Beukers. ‘In veel landen bestaat de WOZ-waarde namelijk niet. In het algemeen wordt dan de waarde in het economisch verkeer aangehouden.’
SPF
‘De expertmeeting was actueel en inhoudelijk sterk’ ‘Per 1 januari ben ik met een oud-collega gestart met een eigen financieel advieskantoor. Ik was nooit eerder op een FFP Forum geweest. Het is goed om dit soort bijeenkomsten te bezoeken. Je neemt je namelijk dagelijks voor om je professionele kennis up to date te houden, maar in de praktijk komt dat er niet altijd van. De expertmeeting van Nationale-Nederlanden was actueel en inhoudelijk sterk, en heeft mijn kennis over vermogensopbouw versterkt. Bovendien heb ik Nationale-Nederlanden weer wat beter leren kennen. In mijn vorige werk als private banker adviseerde ik al over vermogensvorming. Als zelfstandig financieel adviseur merk ik dat mijn klanten daar ook behoefte aan hebben. Dus daar ga ik zeker mee door.’
Belastingverdragen Om dubbele belastingheffing te voorkomen dan wel te matigen, heeft Nederland met diverse landen belastingverdragen gesloten en belastingregelingen getroffen. Beukers: ‘Als een verdrag de belastingheffing toewijst aan een ander land, bestaat er in Nederland het recht op aftrek ter voorkoming van dubbele belastingheffing. Dat is geregeld in het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001.’ Financiering tweede woning De wijze van financiering van een tweede woning in het buitenland - met eigen geld of met geleend geld - is volgens Beukers van grote invloed op de berekening van de aftrek ter voorkoming van dubbele belastingheffing. ‘Financiering met eigen middelen leidt tot een lagere box 3 heffing dan financiering met geleend geld.’ De expertmeeting toonde aan hoe belangrijk het is om vermogensvorming mee te nemen in adviesgesprekken, ook als het gaat om advies aan particulieren die willen beleggen in onroerend goed. Beheerd Beleggen Vermogensvorming door het kopen van een woning met als doel deze te gaan verhuren wordt over het algemeen alleen gedaan door vermogende particulieren die rendement op hun investering willen maken.
SPF
Klaske de Vries - Van der Sluis, financieel planner en adviseur, Klasse Inzicht
Met Beheerd Beleggen van Nationale-Nederlanden Bank kunnen ook niet-vermogende particulieren rendement maken op hun investeringen. Bij dit product nemen onze beleggingsexperts het werk van uw klanten uit handen. Zij beleggen de inleg van uw klanten en gaan voor hen op zoek naar een zo goed mogelijk rendement, tegen een risico dat goed bij uw klanten past. Beheerd Beleggen is ideaal wanneer uw klanten weinig tijd of geen beleggingskennis hebben. Meer informatie Fiscaal Juridisch Adviesbureau www.adviseur.nn.nl Telefoon: 010 513 04 68 E-mail: fja@nn.nl
De expertmeeting van NationaleNederlanden vond plaats tijdens het jaarlijkse FFP Forum Bouw op je vermogen! op donderdag 4 april in Spant in Bussum. Thema van de bijeenkomst was de vraag hoe financieel planners kunnen bouwen aan hun professionele vermogen en zo kunnen helpen aan het versterken van het vermogen van hun klanten.
Nieuwsbrief Financiële Planning mei 2019 nr. 3
15
te ru gb lik
2019 Bouw op je vermogen Het FFP Forum, dat dit jaar in Spant! In Bussum werd gehouden, was een groot succes. De gemiddelde beoordeling was 7,6 en daar zijn we als organisatie blij mee. Bouw op je vermogen, was het thema. Een knipoog naar beleggen en naar je eigen capaciteiten als financieel planner. Een foto-impressie.
16
Nieuwsbrief FinanciĂŤle Planning mei 2019 nr. 3
SPF
SPF
Nieuwsbrief FinanciĂŤle Planning mei 2019 nr. 3
17
Z 18
Nieuwsbrief FinanciĂŤle Planning mei 2019 nr. 3
SPF
ADVERTORIAL
Waarom kan vermogensbeheer niet zonder adviseur?
Z
NNEK Vermogensbeheer werkt al bijna 20 jaar exclusief samen met financieel planners. Sterker nog, we accepteren geen klanten zonder adviseur. Waarom dat zo is lees je in dit artikel. Zoals elke goede financieel planner zich ervan bewust is, kan een goed financieel plan niet zonder beleggen. Het is als een plant zonder zonlicht. Het kan niet groeien. Net zoals het vermogen van de klant. Een compleet financieel advies kijkt vanzelfsprekend naar zaken als risico’s, inkomen (nu en straks), verwachte uitgaven in de toekomst (studie kinderen, aflossing woning) en mogelijke financiële wensen (eerder stoppen met werken, appeltje voor de dorst of een tweede huis). De meeste mensen hebben een rendement nodig dat niet te vinden is op de spaarrekening. Beleggen is vaak de enige optie om het gewenste doel te halen. Daarin is de rol van de adviseur belangrijk. Zoals onderstaand plaatje toont, voegt een adviseur enorm veel resultaat toe aan het vermogen van de klant. Het grootste deel daarvan is toe te schrijven aan de coaching van klanten op emo-
tionele momenten. Denk aan beursdalingen, de manie rond de crypto’s en andere financiële onrust. Juist dan is het cruciaal om de klant bij de les houden en dat levert een hoop rendement op. Niet door een betere beleggingsbeslissing, maar simpelweg door het voorkomen van fouten. Beleggen wordt steeds belangrijker, want naast de vermogensdoelstellingen die ontstaan door de terugtrekkende overheid, wordt beleggen ook de steunpilaar voor een goed pensioen. De lage rentes zorgen voor aanmerkelijk lagere uitkeringen uit lijfrentes. NNEK is begin 2019 gestart met een lijfrente waarin de klant – na het ingaan van de uitkeringen – toch door belegt. Ondernemers die hun oude dag hebben opgebouwd in lijfrentes, worden geconfronteerd met uitkeringen die soms wel €25.000 lager zijn dan gepland. Ook hier kan, eigenlijk móét, beleggen een alternatief zijn. Vanzelfsprekend kan dit alleen na een
gedegen financieel plan, waarin de negatieve scenario’s ook zijn meegenomen. Ook hier is de rol van de financieel planner groot. Een beslissing kan pas genomen worden na een integraal overzicht van de financiële positie. Dat beleggen werkt is bekend. Maar, alléén met de juiste begeleiding. NNEK gelooft in de rol van de financieel planner en helpt daarom al 20 jaar met gedegen beleggingsoplossingen die in elke ‘Box’ gebruikt kunnen worden. Deze succesvolle samenwerking brengt klanten sneller bij hun doel en zorgt voor een betere beleggingservaring. Want beleggen zonder plan is als schieten met een losse flodder. Je raakt nooit iets en de kans op teleurstelling is groot. Mogen wij je helpen je klant te begeleiden? Michiel van Vugt, NNEK
Bron: NNEK Vermogensbeheer en Russell Investments
SPF
Nieuwsbrief Financiële Planning mei 2019 nr. 3
19
ADVERTORIAL
Onderzoek: Voorkeur voor beleggingslijfrente
J
Uit onderzoek van Bureau Markteffect blijkt dat veel mensen niet weten dat expirerende lijfrentepolissen ook als beleggingslijfrente kunnen worden voortgezet, terwijl een groot deel van de ondervraagden wel ‘in’ is voor beleggen. JOUW Pensioen, onderdeel van Wijs & van Oostveen Fund Management, liet het onderzoek deze maand uitvoeren en was benieuwd naar een aantal zaken: of mensen weten dat je als consument behalve voor een vaste rente ook voor een uitkering kunt kiezen op basis van beleggen, of mensen enig idee hebben wat er gebeurt met de uitkering uit een lijfrentepolis bij overlijden en of mensen, zodra ze zouden weten wat de kansen en risico’s zijn, bereid zouden zijn een dergelijke polis te overwegen. Uit het onderzoek komt naar voren, dat 55% van de ondervraagden niet op de hoogte was van de mogelijkheid om lijfrentekapitaal te beleggen, 45% weet het wel. Het gaat om de doelgroep van mensen in de leeftijdsgroep 60 tot 70 jaar die een kapitaal hebben opgebouwd voor een aanvullend pensioen en die niet afhankelijk zijn van het aanvullende pensioen voor
hun dagelijkse levensonderhoud. De gemiddelde leeftijd van de onderzoeksgroep was 66 jaar. Op de vraag of de respondenten voorkeur hebben voor rente of een belegging, blijkt dat 35% geen voorkeur heeft. Op basis van gerichte argumenten passend bij hun eigen situatie zouden zij kunnen kiezen voor de ene of de andere mogelijkheid. Zo’n 41% kiest voor uitzicht op meer rendement, en dus meer pensioen en gaat dus beleggen. De kleinste groep, 24%, geeft de voorkeur aan rente en een vaste uitkering. De vraag waar het nog resterende lijfrentekapitaal moet vallen na overlijden leidt tot een eensgezind antwoord: 95% vindt het belangrijk dat het nog niet uitgekeerde kapitaal terecht komt bij de nabestaanden, 4% maakt het niet uit en 1% geeft aan dat het ook aan de verzekeringsmaatschappij mag vervallen. Wat leren deze antwoorden ons? Henk Folkers,
Welke mogelijkheid heeft uw voorkeur? Basis: alle respondenten (n-268)
20
Nieuwsbrief Financiële Planning mei 2019 nr. 3
SPF
verbonden als directeur Business Development aan JOUW Pensioen: ‘Eigenlijk zitten er 2 belangrijke aspecten aan het wel of niet beleggen met expirerend lijfrentekapitaal. Allereerst is er het element van het rendement. Bij vastrentende polissen is de kans dat het kapitaal verder groeit bij de huidige rente heel klein. Ik kom mensen tegen die minder terugkrijgen dan ze hebben ingelegd. Ga je beleggen met je kapitaal dan heb je natuurlijk wel uitzicht op rendement, en dus een hoger pensioen. Het 2e aspect is natuurlijk het risico. Bij vastrentende polissen heb je een vaste, gegarandeerde uitkering. Bij een beleggingslijfrente is de uitkering variabel, afhankelijk van het beursklimaat. De beleggingslijfrente is dan ook niet geschikt voor mensen die financieel afhankelijk zijn van het aanvullende pensioen. Maar mensen die in de lucratieve situatie verkeren dat ze voor hun levensonderhoud niet afhankelijk zijn van het aanvullend pensioen hebben met de beleggingslijfrente een interessant alternatief. En een alternatief waar veel mensen nu een voorkeur voor hebben, dat blijkt wel uit het onderzoek. Ik vind dat je als financieel planner beide varianten moet aanreiken bij je klant, anders is je voorlichting niet volledig. En dan het aspect van kapitaalbehoud. In veel traditionele polissen, op rente, met een vaste uitkering, vervalt het kapitaal bij overlijden aan de verzekeringsmaatschappij. Stel, je hebt 50.000 gestort, je uitkering is 5.000 per jaar en je komt in het tweede jaar te overlijden en je hebt niets geregeld over overgang op de langstlevende, dan heb je als nabestaanden het nakijken. In een beleggingslijfrente is dat niet het geval. Wat er nog niet is uitgekeerd, valt aan de nabestaanden. Zo’n beleggingslijfrente is op 2 manieren interessant: je kunt een hogere uitkering krijgen en je restkapitaal valt bij overlijden toe aan de nabestaanden.’
Wat zijn de voordelen van een Direct Ingaande Beleggingslijfrente? ◗ Uitzicht op meer rendement en dus meer pensioen ◗ Keuze uit 3 beleggingsprofielen ◗ Digitaal portaal om waarde ontwikkeling te volgen. ◗ Bij overlijden gaat het kapitaal over na de nabestaanden
* Voor JOUW Pensioen is een essentiële-informatiedocument opgesteld, welke je hier kan downloaden. Aangezien JOUW Pensioen meerdere beleggingsopties kent, kun je aanvullend op het essentiële-informatiedocument hier tevens het prospectus en de essentiële beleggersinformatie-documenten van de beleggingsfondsen downloaden. Deze documenten bezitten informatie over het product, de
JOUW Pensioen www.jouw-pensioen.nl | info@jouw.pensioen.nl Herengracht 491 | 1017 BT Amsterdam 020 6388226
SPF
kosten en de risico’s. Vraag erom en lees deze documenten voordat je het product koopt De waarde van uw beleggingen kan fluctueren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.
Nieuwsbrief Financiële Planning mei 2019 nr. 3
21
Low volatility en de angst voor het bandwagon effect De populariteit van fondsen met een lage volatiliteitsstrategie is de laatste jaren sterk gegroeid. Mede door de wereldwijde financiële crisis van 2008 en de schuldencrisis in de Eurozone van 2011 groeide bij beleggers de vraag naar aandelenproducten met een lager risico. Dat is te merken. Tegenwoordig hebben beleggers de keus uit talloze fondsen met low volatility strategieën, zowel actief als passief. Met de toename van het aantal low-volatility producten is de angst ook gegroeid voor – wat men in de markt noemt – het ‘bandwagon effect’. Bij dit effect ontstaat er een wisselwerking tussen de voorkeur van beleggers en de vraag. Wanneer een belegger bijvoorbeeld merkt dat anderen bepaalde beleggingsproducten kopen, dan zal hij sneller geneigd zijn die producten ook te kopen.
Met als gevolg dat de vraag daarnaar ook zal toenemen. Net als de prijs. Maar heeft het dan wel zin om als belegger achter de muziek aan te lopen en vervolgens helemaal achteraan aan te moeten sluiten? Of is het uiteindelijke resultaat dan zo dat de belegger het gevoel krijgt dat hij (zij) net achter het net heeft gevist?
ADVERTORIAL
ADVERTORIAL
White paper Onlangs verscheen de white paper ‘Low-Volatility investing: Standing out from the crowd’. In dit Invesco rapport wordt uitvoerig stilgestaan bij low volatility beleggen. Een fenomeen dat een opmerkelijke geschiedenis kent. Zeker als je bedenkt dat de theorie ervan in 1972 pas voor het eerst op papier werd gezet en dat deze jarenlang een marginaal bestaan leidde. Terwijl lage volatiliteitsstrategieën tegenwoordig zo enorm populair zijn. De opstellers staan in dit rapport uitvoerig stil bij alle facetten van low volatility. Het ontstaan, de wetenschappelijke onderbouwing en alle discussies die daarop volgden. Daarnaast besteden zij uitgebreid aandacht aan de bedreigingen en kansen, contrair beleggen bij low volatility, de rol van factoren, het overbruggen van actief en passief en de doeltreffendheid van de juiste beleggingsstrategie bij deze vorm van beleggen.
Een onderscheidende aanpak In deze white paper betoogt Invesco dat de angst voor het bandwagon effect bij fondsen met een lage volatiliteitsstrategie onterecht is. Dat het ook dan mogelijk is om boven de menigte uit te stijgen. Mits er een echt onderscheidende aanpak wordt
gehanteerd. Invesco gaat hierbij uit van een ‘best of two worlds’ aanpak. Enerzijds adapteren ze methodes die algemeen gehanteerd worden bij low volatility, zoals beleggingen met een hefboomeffect (factoren). Anderzijds combineren ze die methodes met een stock picking aanpak die juist bij Invesco gebaseerd is op een jarenlange ervaring, expertise en inzicht van de beleggingsadviseurs van Invesco. Bij deze aanpak van Invesco is het cruciaal om juist die aandelen te selecteren die het in een stijgende markt beter zullen doen dan de rest. Aandelen (of sectoren) met een hoge alpha dus. Dat vraagt om een proactieve benadering. Om contrair beleggen. Ook bij beleggingen met een lage volatiliteit.
Tot slot Kortom, is die angst voor het bandwagon effect bij low volatility investing terecht? Invesco spreekt dat tegen en onderbouwt dat uitgebreid in hun rapport. Belangrijk is het, zo stellen zij, om je te onderscheiden. En naast ervaring, expertise en inzicht speelt innovatie daarbij een doorslaggevende rol. Anders gezegd, je moet geen angst hebben om achter het net te vissen. Maar degene zijn die het net hanteert en dan ook nog een net hebben dat veel betere resultaten geeft dan al die andere.
De whitepaper ‘Low-Volatility investing: Standing out from the crowd’ kunt u downloaden op www.invesco.nl/en-nl/professional-investor/news-insights
Belangrijke informatie Deze publicatie is uitsluitend bedoeld voor professionele beleggers in Nederland. Gelieve niet verder te verspreiden. Opinies en vooruitzichten zijn zonder berichtgeving aan veranderingen onderhevig en bevatten geen beleggingsadvies. Bron: Invesco, alle data van 31 maart 2018 tenzij anders vermeld. Deze publicatie is gebaseerd op informatie welke als betrouwbaar worden beschouwd door Invesco. Dit document vormt geen onderdeel van een prospectus. Het bevat algemene informatie en houdt geen rekening met individuele doelen en behoeften of belastingsituatie. Het bevat geen aanbeveling voor enige beleggingsstrategie voor een particuliere belegger. Evenmin vormt het een aanbod in enige jurisdictie waar een dergelijk aanbod niet gemachtigd is of aan wie het onwettig is een dergelijk aanbod te doen. Waar Invesco een mening heeft gegeven, kan dit veranderen. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. De waarde van de beleggingen en eventueel inkomen fluctueren (dit kan mede een gevolg zijn van wisselkoersschommelingen) en beleggers zouden het volledige geïnvesteerde vermogen niet kunnen terugvorderen. Deze publicatie is uitgegeven in Nederland door Invesco Asset Management S.A., Dutch branch, Vinoly Building, Claude Debussylaan 26, 1082 MD Amsterdam, Nederland. EMEA 2537/2018
OAKK – een beter rendement OAKK is ervan overtuigd dat professionele begeleiding bij vermogensopbouw de particuliere belegger een beter rendement oplevert. OAKK is dé partner voor Financieel Adviseurs in vermogensbegeleiding. Door samenwerking met OAKK wordt je klantrelatie sterker en groeit je vermogensbegeleidingspraktijk. OAKK Beheerd Beleggen is verantwoordelijk voor de invulling van de beleggingen in Box1, Box 3 en voor vennootschappen. De Financieel Adviseur is verantwoordelijk voor de klantrelatie en inventarisatie. Wil je een gratis demo om te profiteren van de gemakken die samenwerken met OAKK met zich mee brengt? Neem dan contact op Benjamin Prins of Martijn Börger op 010-2619940, info@oakk.nl of kijk op www.oakk.nl