Bestuursreglement van de Stichting Het Nederlands Openluchtmuseum Als voorgenomen besluit vastgesteld door directeur-bestuurder op 29 mei 2019 Goedgekeurd door de Raad van Toezicht op 21 juni 2019, ingangsdatum 1 juli 2019 HOOFDSTUK 1. ALGEMEEN Artikel 1. Begrippen en terminologie Dit Reglement is vastgesteld door de directeur-bestuurder en goedgekeurd door de Raad van Toezicht ingevolge de artikelen 5.5 en 7.3 van de statuten van Stichting het Nederlands Openluchtmuseum, Nationaal Museum voor Nederlandse Volkskunde (d.d. 7 augustus 2017). Artikel 2. Werkingssfeer De bepalingen in dit bestuursreglement zijn van overeenkomstige toepassing op andere rechtspersonen waarin de directeur-bestuurder het bestuur vormt. Hieronder valt de Stichting Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland. HOOFDSTUK 2. SAMENSTELLING Artikel 3. Samenstelling 1. De Raad van Toezicht heeft, conform art. 5.2 van de statuten, het aantal directieleden vastgesteld op één. 2. De Raad van Toezicht stelt een profiel voor de directeur-bestuurder vast, waarin de vereiste kwaliteiten van de directeur-bestuurder worden beschreven. Bij het opstellen van de profielschets houdt de Raad van Toezicht rekening met de aard van de stichting, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid van de directeur-bestuurder. De Raad gaat periodiek, doch in ieder geval bij het ontstaan van een vacature, na of deze nog voldoet en stelt deze zo nodig bij. Het huidige profiel waaraan de directeur-bestuurder dient te voldoen, is opgenomen in Bijlage 1. 3. Voor de invulling van een vacante plaats binnen de directie kan de Raad van Toezicht besluiten om externe deskundigen te consulteren. 4. Voor elk kalenderjaar stelt de Raad van Toezicht met de directeur-bestuurder overeengekomen resultaatafspraken vast. Namens de Raad van Toezicht voert de Commissie Benoeming, Beoordeling en Beloning jaarlijks een functioneringsgesprek met de directeur-bestuurder. De uitkomsten hiervan worden besproken door de Raad van Toezicht. Van het functioneringsgesprek en van de bespreking maakt de Raad van Toezicht een verslag dat door of namens de Raad vertrouwelijk wordt gearchiveerd. 5. De structuur en de hoogte van de bezoldiging van de directeur-bestuurder sluiten aan bij het karakter van de stichting en zijn in overeenstemming met wettelijke voorschriften of subsidievoorwaarden. 6. De directeur-bestuurder meldt elk voornemen tot het accepteren van een nevenfunctie aan de voorzitter van de Raad van Toezicht. Deze kan besluiten het accepteren van de functie ter goedkeuring aan de Raad van Toezicht voor te leggen. HOOFDSTUK 3. BEVOEGDHEDEN, VERANTWOORDELIJKHEDEN EN TAKEN Artikel 4. Bevoegdheden en verantwoordelijkheden 1. Bij de directeur-bestuurder berusten alle taken en bevoegdheden die krachtens de wet en de statuten van de stichting aan haar worden opgedragen. 2. De directeur-bestuurder stelt de volgende plannen op en herziet deze zo nodig: (a) een jaarplan met de daarbij behorende begroting, (b) een voortschrijdend meerjarenbeleidsplan, (c) een plan inzake een adequaat risicobeheersing- en controlesysteem. 3. De directeur-bestuurder heeft, conform artikel 6.4 van de statuten, de goedkeuring nodig van de Raad van Toezicht voor de daar genoemde besluiten. 4. De directie legt ter goedkeuring aan de Raad van Toezicht voor, andere belangrijke besluiten dan in artikel 6 lid 4 van de statuten genoemd, die van belang zijn voor de continuïteit van de stichting. 5. Op basis van artikel 6 lid 7 van de statuten heeft de Raad van Toezicht bepaald dat uitgaven en investeringen boven het bedrag van €100.000, die niet zijn goedgekeurd in de plannen uit het artikel 6 lid 4c van de statuten, schriftelijk aan de Financiële Commissie dienen te worden voorgelegd. De Financiële
Bestuursreglement juli 2019
1