Skip to main content

Jaarverslag en jaarrekening 2025

Page 1


Jaarverslag 2025

Stichting het Nederlands Openluchtmuseum, Nationaal Museum voor Nederlandse Volkskunde

Bestuurs- en activiteitenverslag

Voorwoord

2025 was een uitzonderlijk jaar voor het Nederlands Openluchtmuseum. Een jaar waarin alles samenkwam: een recordaantal bezoekers, een aangescherpte koers voor de toekomst en een rijk programma dat het dagelijks leven in Nederland vanuit vele perspectieven zichtbaar maakte. Met 598.893 bezoekers trok het museum in 2025 meer publiek dan ooit. Daarmee bleven we het best bezochte museum buiten Amsterdam. Het is een resultaat waar we trots op zijn en dat de grote betrokkenheid van het publiek bij onze verhalen e n presentaties onderstreept.

Het jaar stond ook in het teken van bestuurlijke vernieuwing. Per 1 maart trad Amito Haarhuis aan als algemeen directeur-bestuurder van het Nederlands Openluchtmuseum. In de daaraan voorafgaande periode vervulde Joop Bergevoet deze rol met grote inzet en betrokkenheid. Wij zijn hem daarvoor zeer dankbaar.

In 2025 werd ruimte gecreëerd om de blik vooruit te richten en scherpe keuzes te maken voor de komende jaren. Het activiteitenplan 2025–2028 werd uitgebreid met een strategisch kader tot en met 2032, vastgelegd in het strategisch plan Koers op Samenhang 2026–2032

Een belangrijk strategisch besluit betrof het loslaten van de fysieke presentatie van de Canon van Nederland in het Entreegebouw. Dit gebouw wordt opnieuw ingericht als volwaardig binnenmuseum, waarin de roerende collectie en het verhaal van het dagelijks leven centraal staan. Daarmee wordt een belangrijke stap gezet naar meer samenhang tussen binnen- en buitenmuseum. De presentatie Canon van Nederland bleef in 2025 toegankelijk in het Entreegebouw en zal dat blijven tot 1 september 2027. Daarna blijft de Canon zichtbaar in het museumpark, via het Canonnetwerk en online.

Samenwerking speelde het afgelopen jaar opnieuw een belangrijke rol. In juni vierden we met het Rijksmuseum, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Paleis Het Loo het vijfjarig bestaan van CollectieCentrum Nederland (CC NL). Dit gezamenlijke depot, waarin onze collecties duurzaam worden beheerd, behoort tot de meest duurzame gebouwen van Nederland.

Ook op museaal vlak was 2025 een rijk jaar. In juli openden we het vernieuwde Kindererf, waar kinderen spelenderwijs ontdekken hoe natuur, mens en omgeving met elkaar verbonden zijn. Het Kindererf en de Vlaamse schuur bieden meer dan speelplezier alleen: samen met Wiep de Wor m ontdekken kinderen de kringlopen in de natuur en het boerenleven.

In oktober organiseerden we opnieuw de Maand van de Geschiedenis, dit jaar met het thema Natuurlijk Honderden instellingen door het hele land ontwikkelden activiteiten voor een breed publiek. Eva Vriend schreef het essay De Waterzoon, waarin zij de veranderende relatie tussen mens en natuur onderzoekt en historische perspectieven biedt op actuele vraagstukken. Tijdens een live -uitzending van OVT werd de Libris Geschiedenis Prijs uitgereikt aan Janna Coomans voor Dievenland; overleven in de Middeleeuwen. De prijs, een initiatief van het Nederlands Openluchtmuseum, het Rijksmuseum, het Historisch Nieuwsblad, Libris, VPRO en Trouw werd dit jaar voor de negentiende keer toegekend. De tweede editie van de lichtwandeling Uitgelicht vond eveneens plaats in oktober. Met lichtprojecties op historische gebouwen werden verhalen uit het verleden zichtbaar gemaakt en beleefden duizenden bezoekers het museumpark op een nieuwe manier. In december sloten we het jaar af met het vernieuwde programma Winter in het Openluchtmuseum, waaraan een historische jaarmarkt werd toegevoegd.

Op het gebied van collectie deden we betekenisvolle verwervingen. Zo namen we de persoonlijke bezittingen op van Fred, een dak- en thuisloze man uit Nijmegen, en startten we met de verwerving van een collectie rond de geschiedenis van sekswerk. Met deze aanwinsten documenteren we het dagelijks leven in Nederland vanuit een steeds inclusiever perspectief.

Het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN), onderdeel van het Nederlands Openluchtmuseum, zette in 2025 belangrijke stappen in de uitvoering van het beleidsplan Koers zetten voor levend erfgoed Samenwerking stond daarbij centraal. Binnen het museum en met partners, overheden en erfgoedgemeenschappen werden verbindingen versterkt, waardoor KIEN beter zicht kreeg op wat er leeft in de praktijk. De vernieuwde Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland, die nog beter aansluit bij de behoeften van beoefenaars, werd in 2025 gelanceerd.

Daarnaast startte KIEN met de ontwikkeling van het FestIEval als nieuw publieksprogramma voor immaterieel erfgoed in het Nederlands Openluchtmuseum, mogelijk gemaakt dankzij een bijdrage van de VriendenLoterij Museumprijs. Ook internationaal werd intensief samengewerkt, onder meer in Suriname en Indonesië, waar kennis werd gedeeld over het inventariseren van immaterieel erfgoed. De afronding van de Unesco nominatieprocedure voor het hele Koninkrijk en de voorbereiding van een nieuwe nominatie vanuit Europee s Nederland vormden belangrijke mijlpalen voor KIEN.

Om de strategische keuzes voor het Nederlands Openluchtmuseum ook organisatorisch goed te kunnen dragen, is na een zorgvuldig adviestraject met de Ondernemingsraad besloten tot een organisatiewijziging per 1 januari 2026. De organisatiewijziging omvat de inhoudelijke versterking van het MT, zoals in 2023 geadviseerd door de Visitatiecommissie, en de samenvoeging van de ontwikkelende en uitvoerende programmatische afdelingen om deze beter op elkaar te laten aansluiten. Hiermee willen we komen tot structurele verankering van de strategische sturing, en de integrale samenwerking en slagkracht versterken.

De financiële positie van het museum was in 2025 solide. Het hoge bezoekersaantal, de inzet van medewerkers en vrijwilligers en de structurele steun van partners en subsidiënten maakten het mogelijk om te investeren in programmering, collectie en organisatie binnen de kaders van een verantwoorde exploitatie. We sloten het jaar af met een mooi positief resultaat.

Het succes van 2025 is bovenal te danken aan de mensen die het museum elke dag tot leven brengen. Onze medewerkers en vrijwilligers zetten zich met grote betrokkenheid en professionaliteit in voor onze bezoekers, die hun vriendelijkheid waardeerden met een 9. Wij danken hen hartelijk daarvoor.

Daarnaast zijn wij alle fondsen, partners, particuliere schenkers en Vrienden zeer erkentelijk voor hun betrokkenheid en steun. Dankzij hun vertrouwen en bijdragen konden wij onze ambities realiseren en blijven werken aan een museum dat relevant is voor een breed en divers publiek. In het bijzonder danken wij onze hoofdpartners VriendenLoterij, Stichting Goede Doelen Nh1816, DHL en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor hun steun in 2025.

Algemeen

Profiel

Het Nederlands Openluchtmuseum, opgericht in 1912, is het rijksmuseum van de geschiedenis van het dagelijks leven. Als een van de eerste openluchtmusea ter wereld staat het museum in een bijzondere internationale traditie. De kern van het openluchtmuseum is dat gebouwen, voorwerpen en historische activiteiten in samenhang worden gepresenteerd, ingebed in een landschappelijke omgeving met passende flora en fauna. Vanaf de oprichting onderscheidde het museum zich binnen het museale veld door de nadrukkelijke aandacht voor het erfgoed van het dagelijks leven, waaronder landbouw, transport, wooncultuur en streekdracht. Later is dit perspectief verbreed met aandacht voor de stedelijke cultuur.

Het Nederlands Openluchtmuseum bestaat uit een buitenmuseum – een museumpark van 44 hectare met meer dan 100 historische gebouwen – en een binnenmuseum met twee tentoonstellingsruimtes en de iconische koepelzaal.

In het Nederlands Openluchtmuseum ontdek je je eigen geschiedenis. Het maakt niet uit of je opgegroeid bent op het platteland of in de stad, of wat je culturele achtergrond is. Voor iedereen is er herkenning te vinden voor wat betreft zijn of haar persoonlijke geschiedenis.

Het museum laat bezoekers stilstaan bij hun eigen verhaal en nodigt uit om dit te spiegelen aan dat van anderen. Juist in een dynamische en soms gepolariseerde samenleving willen we een plek zijn waar mensen elkaar ontmoeten, in gesprek gaan en nieuwe perspectieven ontdekken.

Alles wat we doen is gericht op activeren, verbinden en samen ontdekken. Dat doen we met een breed aanbod van presentaties, programma’s en activiteiten die niet alleen informeren, maar vooral uitnodigen tot dialoog. Publieksinteractie en verlevendiging zijn hierbij kenmerkend.

In het museumpark gaan museumpresentatoren actief in gesprek met bezoekers. Digitale middelen versterken deze interactie en maken het museum nog toegankelijker. Zo brengen we verhalen op nieuwe manieren tot leven, bieden we bezoekers mogelijkheden om vóór, tijdens en na hun bezoek deel te nemen, en verlagen we de drempels voor een breed en divers publiek.

De collectie van het Nederlands Openluchtmuseum weerspiegelt 400 jaar geschiedenis van het dagelijks leven in Nederland, met een focus op de laatste twee eeuwen. De collectie bestaat uit een onroerende, een roerende en een documentaire collectie. De onroerende collectie bestaat uit ruim 100 gebouwen die vanaf 1912 in het museumpark zijn opgebouwd om ze te redden voordat ze definitief verloren zouden gaan als gevolg van de industrialisatie. De roerende collectie bestaat uit ongeveer 157.000 objecten. Daarnaast is er een documentaire collectie van circa 275.000 voorwerpen. De roerende collectie is ingedeeld in vier domeinen: Kleding, Ontwikkeling, Zingeving en Ontspanning (OZO), Werken en Wonen. Het beheer en behoud van de roerende collectie is goed op orde gebracht door deze onder te brengen in het CollectieCentrum Nederland (CC NL) in Amersfoort, dat we delen met het Rijksmuseum, Paleis Het Loo, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

In de beleidsperiode 2021-2028 van het collectiebeleidsplan Verrijken en Versterken richten we ons op het versterken van de roerende collectie uit de naoorlogse periode, in het bijzonder na 1960. Daarbij ligt de nadruk op het verwerven van collectie die gerelateerd is aan de verder toegenomen verstedelijking en diversificatie van de samenleving in de periode na de Tweede Wereldoorlog.

Het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN) is onderdeel van het museum en coördineert de uitvoering van het Unesco Verdrag ter Bescherming van Immaterieel Erfgoed in Nederland. Met KIEN heeft het museum een kenniscentrum in huis dat immaterieel erfgoed zichtbaar maakt, kennis deelt en erfgoedgemeenschappen en professionals in het hele land ondersteunt en verbindt bij het borgen van levend erfgoed.

Met de Canon van Nederland, het landelijke Canonnetwerk en de Maand van de Geschiedenis draagt het museum geschiedenis uit in het hele land. Samenwerken met (erfgoed)gemeenschappen, Canonnetwerkmusea en andere culturele instellingen, bedrijven en organisaties dichtbij huis en ver daarvandaan is een vanzelfsprekend en onmisbaar fundament van onze werkwijze. Daarmee zijn we ook een echt netwerkmuseum.

Bestuur en medewerkers

Het Nederlands Openluchtmuseum is een stichting met als basis het Raad-van-Toezichtmodel. Het museum geeft in het beleid invulling aan de uitgangspunten van de Fair Practice Code, de Code Diversiteit & Inclusie en de Governance Code Cultuur. Voor de samenstelling van de Raad van Toezicht en de belangrijkste activiteiten van de Raad van Toezicht wordt verwezen naar het hoofdstuk Bericht van de Raad van Toezicht en het hoofdstuk Bevoegdheden, verantwoordelijkheden en taken Raad van Toezicht.

De algemeen directeur is de bestuurder van de stichting. Van 1 januari 2025 tot en met 28 februari 2025 was de heer J.H.W. Bergevoet MBA waarnemend directeur-bestuurder. De heer R.H. Haarhuis was van 1 maart 2025 tot en met 31 december 2025 algemeen directeur-bestuurder.

Het managementteam (MT) kende tijdelijk een brede samenstelling en bestond van 1 januari 2025 tot en met 28 februari 2025 uit zeven leden: de plaatsvervangend algemeen directeur-bestuurder, de manager financiën, de manager HR, het hoofd Communicatie & Relaties, het hoofd Hospitality & Sales, het hoofd Kennis & Collecties en het hoofd Tentoonstellingen, Educatie & Ontwikkeling. Per 1 maart is het MT weer teruggebracht naar een kleinere samenstelling van vier leden: de algemeen directeur -bestuurder, de directeur bedrijfsvoering, de manager financiën en de manager HR.

De personele bezetting telde in 2025 gemiddeld 276,4 fte. Daarnaast kon het museum rekenen op een vrijwilligerspool van circa 330 personen, waarvan gemiddeld 163 vrijwilligers per maand actief bijdroegen aan de werkzaamheden. Ten opzichte van het vorige boekjaar is een duidelijke verschuiving zichtbaar in de inzet van werkzame personen. De inzet van ingehuurde zelfstandigen en freelancers is in het verslagjaar substantieel, met meer dan 60%, afgenomen. Daarnaast is de inzet van overige werkzame personen met circa 20% afgenomen. Tegelijkertijd is het aantal werknemers in tijdelijke dienst toegenomen, waardoor werkzaamheden die voorheen via externe partijen werden ingevuld, vaker binnen de organisatie en onder directe aansturing zijn uitgevoerd. Door de verschuiving van flexibele inzet naar dienstverbanden hebben in het verslagjaar meer medewerkers zekerheid gekregen over hun inkomen. Oproepkrachten en uitzendkrachten worden, net als andere medewerkers, beloond conform de Museum-cao en de Horeca-cao.

Voor meer informatie over de personele bezetting wordt verwezen naar bijlage 4: Tabel werkzame personen.

Financieel

In 2025 ontving het museum 598.893 bezoekers, aanzienlijk meer dan de begrote 560.000 bezoekers. Het exploitatieresultaat over 2025 bedroeg € 1.221.051 positief. Dit resultaat ligt ruim boven de begroting, die uitging van een negatief resultaat, maar lager dan het uitzonderlijk hoge resultaat over 2024, dat mede werd beïnvloed door incidentele baten.

Het positieve resultaat over 2025 is hoofdzakelijk toe te schrijven aan hogere publieksinkomsten en een beheerste kostenontwikkeling. Daarmee is sprake van een financieel gezond exploitatiejaar op basis van grotendeels structurele inkomsten. De gedurende het jaar ontstane financiële ruimte maakte het mogelijk uitvoering te geven aan strategische ambities en voorbereidingen te treffen voor toekomstige investeringen.

Museale activiteiten

Publiekspresentaties

Tentoonstellingen

Canon van Nederland

Sinds 2017 presenteert het Nederlands Openluchtmuseum de semipermanente tentoonstelling Canon van Nederland in het Entreegebouw. In 2025 bezocht 25,5% van de museumbezoekers de Canonpresentatie. Bezoekers waardeerden de presentatie met een gemiddelde score van 8,1. Ook digitaal had de Canon een groot bereik: de website canonvannederland.nl trok in 2025 circa 1,5 miljoen bezoekers en fungeerde als een veelgebruikte kennisbron, met name voor het onderwijs.

In 2025 is, in het kader van een strategische heroverweging, besloten om de fysieke presentatie van de Canon van Nederland in het Entreegebouw op 1 september 2027 te beëindigen. Hiermee ontstaat ruimte voor een nieuwe invulling van het binnenmuseum, met een sterkere focus op de eigen collectie en een grotere samenhang tussen binnen- en buitenmuseum, met het dagelijks leven als verbindend uitgangspunt.

VOC-mentaliteit

In 2025 was in het Canongebouw de tijdelijke tentoonstelling VOC-mentaliteit te zien (maart 2024 – januari 2027). De tentoonstelling belicht twee tegenovergestelde levenshoudingen: de winstgedreven, exploitatiegerichte VOC-mentaliteit en de Molukse sasi-gedachte, die uitgaat van leven in balans met mens en natuur. Onder begeleiding van Moluks historicus Ron Habiboe kregen bezoekers inzicht in het gewelddadige conflict van 1621, waarbij de VOC haar monopolie op de nootmuskaathandel op de Banda -eilanden met geweld probeerde af te dwingen. De sasi-praktijk, een traditioneel systeem van tijdelijke oogst- en vispauzes, werd gepresenteerd als voorbeeld van ecologisch en sociaal evenwicht. De tentoonstelling kwam tot stand in samenwerking met Moluks kunstenaar Dominique Latoel.

(On)beperkt, leven met een handicap

In de Wagenhal was in 2025 de tijdelijke tentoonstelling (On)beperkt – leven met een handicap te zien. De tentoonstelling, die in maart 2023 opende en liep tot en met januari 2026, belicht het dagelijks leven van mensen met een handicap en de maatschappelijke vraagstukken die daarmee samenhangen. De tentoonstelling kwam tot stand in samenwerking met Siza Zorggroep en onderzoeker Eline Pollaert van de Universiteit Leiden.

Tentoonstelling over Anton de Kom in Suriname

In 2025 werkte het Nederlands Openluchtmuseum samen met het Openluchtmuseum Fort Nieuw Amsterdam in Suriname aan een permanente tentoonstelling over Anton de Kom. De tentoonstelling over deze schrijver, antikoloniaal denker en verzetsstrijder, die van 2022 tot 2024 in het Nederlands Openluchtmuseum te zien was, is voor de presentatie in Suriname aangepast aan de lokale context. De presentatie belicht het leven en het gedachtegoed van Anton de Kom, met aandacht voor zijn betekenis binnen de Surinaamse geschiedenis.

Om het project tot een succes te maken, waren er belangrijke rollen weggelegd voor de Surinaamse projectleider Ann Hermelijn en kunstenaar Ken Doorson. Andere belangrijke samenwerkingspartners waren NAKS, Museum de Lakenhal en Universiteit Leiden. De tentoonstelling werd in maart 2025 geopend, trok brede belangstelling en werd mede mogelijk gemaakt door Fonds voor Cultuurparticipatie, Cultuurfonds (met een bijdrage vanuit het DNB Fonds), Dutch Culture en de Nederlandse Ambassade in Suriname.

Fototentoonstellingen

In 2025 waren in de doorzonwoningen drie tijdelijke fototentoonstellingen te zien, die het wonen in Nederland belichten vanaf de jaren vijftig en zestig tot heden. De presentaties omvatten onder meer foto’s van Marijn Scheeres van interieurs van twaalf gezinnen, een fotografische reeks van Leo van den Berg over de Prinses Irenestraten en een tentoonstelling over de geschiedenis en betekenis van de doorzonwoning als typisch Nederlands woonfenomeen.

Keti Koti presentatie

Rondom Keti Koti was in 2025 gedurende één week in de Entreehal de presentatie Onze koloniale werkelijkheden te zien. Voor deze presentatie fotografeerde Milan Schellingerhout Arnhemse nazaten van tot slaaf gemaakten en contractarbeiders op locaties in Arnhem die verbonden zijn met het koloniale verleden. De bijbehorende persoonlijke verhalen zijn opgetekend doo r onderzoeker en schrijver Sahar Noor.

Voetbalpresentatie

Sinds 2023 begeleidt het museum met het programma VoorGoed een groep jongeren van 16 tot 25 jaar bij het ontwikkelen van activiteiten rond thema’s die zij zelf belangrijk vinden. In 2025 resulteerde een publieksoproep via de socialmediakanalen van het museum in de inzending van voetbalshirts met een persoonlijke of historische betekenis. De shirts en verhalen vormden de basis voor een tijdelijke presentatie in het museumpark. Daarnaast organiseerde het jongerenteam een voetbalwedstrijd.

Herinrichtingen museumpark

Kindererf

In 2025 werd het vernieuwde Kindererf geopend. Hier maken kinderen al spelend en onderzoekend kennis met kringlopen in de natuur en krijgen zij inzicht in de samenhang tussen mens, dier en omgeving. Daarmee biedt het Kindererf een laagdrempelige introductie tot thema’s als duurzaamheid en zorg voor de leefomgeving. De vernieuwing van het Kindererf is mede mogelijk gemaakt door Stichting Goede Doelen Nh1816.

Molukse barak

De Molukse barak in het Nederlands Openluchtmuseum vertelt het verhaal van Molukkers in Nederland en is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met nazaten van de bewoners van het barakkenkamp in Lage Mierde. De presentatie belicht thema’s als heimwee, oorlogsleed, veerkracht, migratie en identiteit, en nodigt bezoekers uit tot dialoog en reflectie. Na 25 jaar werd de presentatie vernieuwd via een participatief traject met in Nederland geboren Molukkers van de derde en vierde generatie uit Lage Mierde. Tijdens het project kwamen bouwtechnische problemen aan het licht, waardoor een volledige renovatie van de barak noodzakelijk bleek. Hierdoor werd de heropening, die oorspronkelijk in 2025 gepland stond, verschoven naar april 2026. Het participatietraject en vernieuwing van de presentatie in de Molukse barak werden gefinancierd met steun van Vfonds, VSBfonds en Fonds voor Cultuurparticipatie.

Koopmanswoning

In 2025 is de grafische laag in de Koopmanswoning inhoudelijk vernieuwd. Daarbij is bewust gekozen voor meer aandacht voor de verhalen van dienstbodes en voor de rol van vrouwen binnen het huishouden. Door deze perspectiefverbreding is het historische verhaal rijker geworden en sluit het beter aan bij actuele maatschappelijke thema’s. Ter voorbereiding van deze vernieuwing is in 2024 al bouw-, kleur- en behanghistorisch onderzoek uitgevoerd. Op basis van deze onderzoeken zijn vervolgens historisch verantwoorde keuzes gemaakt. Zo is het behang op authentieke wijze gereproduceerd, passend bij de oorspronkelijke uitstraling van de woning. Ook de vloerbedekking en al het schilderwerk zijn vernieuwd. Hierbij is gekozen voor helderdere en lichtere kleuren, die beter aansluiten bij de historische context en bijdragen aan een juiste presentatie van het interieur.

Fotosalon

De benaming Fotosalon is aangepast naar Fotoatelier, omdat de oorspronkelijke term niet historisch correct was: een salon was reizend, terwijl het hier gaat om een vast atelier. Naar aanleiding hiervan is het uithangbord gewijzigd en zijn de plattegronden aangepast. Daarnaast is de vloerbedekking volledig vernieuwd en is een lekkage verholpen. Ook het meubilair heeft een opknapbeurt gekregen: zo is de stoel opnieuw bekleed, passend bij de historische context en uitstraling van het atelier.

Smederij

In de smederij is groot onderhoud uitgevoerd om het ambachtelijke karakter van de locatie te behouden en te versterken. Het gereedschap is aangevuld en vernieuwd. Zo is een nieuw aambeeld geplaatst en zijn nieuwe hamers aangeschaft. Bovendien is de elektromotor van de mechanische veer gereviseerd, waardoor deze weer veilig en betrouwbaar kan worden ingezet in demonstraties. Met deze ingrepen is de smederij opnieuw ingericht als een functionerende, ambachtelijke werkplek.

Publieksprogramma's

Aanbod en waardering

In 2025 konden bezoekers in zomer- en winterseizoen kennismaken met ruim honderd museale presentaties. Deze werden aangevuld met ambachtsdemonstraties, rondleidingen en diverse publieksactiviteiten. Op ongeveer veertig locaties fungeerden museumpresentator en, ambachtencoaches en herinneringscoaches als aanspreekpunt voor gesprekken over het dagelijks leven in het verleden, het heden en de toekomst. De totstandkoming van dit aanbod was het resultaat van een intensieve samenwerking tussen ongeveer 75 betaalde medewerkers en ruim 150 vrijwilligers. Hun gezamenlijke inzet maakte een museumervaring mogelijk waarin kennisdeling, dialoog en reflectie hand in hand gingen. Deze benadering werd in 2025 door bezoekers gewaardeerd. In de winterperiode ontving de publieksprogrammering een cijfer van 8,3 in het bezoekersonderzoek, terwijl de waardering in de zomer verder opliep naar een 8,7.

Programma voor ouderen met dementie Het Huis van Herinnering bood in 2025 voor het tweede jaar een programma voor ouderen met dementie en hun begeleiders. In totaal bezochten 93 groepen het reminiscentieprogramma Op de koffie in de jaren ’60. Deelnemers kwamen voornamelijk via Stichting Welzijn Ouderen Arnhem, Driegasthuizengroep, Pleyade en Attent Zorg en Behandeling. Daarnaast werden ook andere programma’s aangeboden, waaronder Feest in de jaren ’60 en Kijkje achter de schermen.

Binnen het reminiscentieprogramma is gericht gewerkt aan het vergroten van culturele diversiteit en inclusiviteit. Vertegenwoordigers van verschillende migrantengemeenschappen werden betrokken bij de doorontwikkeling, zodat het aanbod beter aansluit bij ui teenlopende levensgeschiedenissen. Samen met onder meer Stichting Wanyuan, Zinzia Zorggroep – Rumah Kitah, Afimo, het Anton de Kom verpleeghuis, Stichting Pas, MVT Arnhem, Thuiszorg Evital en Fatusch Productions zijn aanvullende voorwerpen geselecteerd en toegevoegd aan de ruimtes van het Huis van Herinnering. Testgroepen van ouderen met dementie met verschillende culturele achtergronden bezochten vervolgens het museum. De nieuwe objecten riepen herkenning en herinneringen op en onderstreepten het belang va n cultuursensitieve begeleiding. Tijdens het testen werd ook duidelijk hoe essentieel communicatie in de moedertaal is voor mensen met dementie. De activiteiten en verdere ontwikkeling van het Huis van Herinnering werden mede mogelijk gemaakt door bijdragen van het Fonds voor Cultuurparticipatie en het Fonds Sluyterman van Loo.

Ambachtenworkshops en – masterclasses

De Ambachtenwerkplaats biedt bezoekers de mogelijkheid om actief kennis te maken met ambachtelijke technieken. In 2025 bezochten bijna 6.000 bezoekers deze werkplaats. Jaarlijks worden hier circa 1.350 workshops aangeboden, waarin zelf doen en maken centraal staan.

Naast reguliere workshops organiseerde het museum in 2025 ook basiscursussen en masterclasses waarin vakmanschap en immaterieel erfgoed een prominente rol speelden. Onder begeleiding van ervaren ambachtsmensen verdiepten deelnemers zich in verschillende te chnieken waaronder Marokkaans henna, lepelsnijden, vlechten, wolverven, papierscheppen, boekbinden, cyanotype-blauwdruk, weven, borduren, acanthusblad snijden, batik en breien.

In 2024 en 2025 fungeerde de Ambachtenwerkplaats tevens als Gelderse maaklocatie voor het project Draden van Ons Nederlandse Slavernijverleden. Binnen dit project werkten deelnemers gezamenlijk aan grote wandkleden per provincie, waarmee textielambacht werd ingezet als middel voor reflectie, ontmoeting en gezamenlijke herdenking.

Canondagen

In het kader van de Canondagen van het Canonnetwerk presenteerde het museum op 18 mei de voorstelling Ilmu Ilmu van Nicole Vervloed. De voorstelling sloot aan bij het Canonvenster Indonesië en bood een persoonlijke reflectie op hoe koloniale geschiedenis, oorlog en familieverhalen vandaag de dag nog doorwerken. Met dit programma leverde het museum een inhoudelijke bijdrage aan het maatschappelijke gesprek over identiteit en gedeelde geschiedenis. De voorstelling werd tweemaal gespeeld voor een uitverkochte zaal en riep bij het publiek lovende en vaak emotionele reacties op.

Programma’s met immaterieel erfgoed

Op 8 en 9 juni organiseerde het museum het Wolweekend, waarin de cyclus van wol centraal stond: van schapenvacht tot eindproduct. Bezoekers maakten kennis met historische en hedendaagse vormen van wolverwerking en namen deel aan ambachtelijke workshops. Het programma verbond erfgoed en vakmanschap met actuele vraagstukken rond duurzaamheid en circulariteit. Daarbij ging expliciet aandacht uit naar het Nederlandse woloverschot en de mogelijkheden voor hergebruik en verwerking.

Tijdens het Wolweekend werd immaterieel erfgoed ook zichtbaar in een maatschappelijke context. In samenwerking met The Pink Cube werkten bezoekers mee aan een quilt die de wachttijd van transpersonen bij de start van hun transitie verbeeldt. Zo fungeerde textielambacht als middel voor participatie, ontmoeting en gesprek.

Op 20 en 21 september organiseerde het museum immaterieel-erfgoedactiviteiten rond papierknippen en wajang, een traditionele Indonesische vorm van verteltheater waarin verhalen worden doorgegeven via poppenspel en muziek. In samenwerking met de Nederlandse Vereniging voor Papierknipkunst en gamelangroep Sendang Melatie kwamen ambacht, verteltraditie en muziek samen in workshops en een voorstelling, waarin bezoekers kennismaakten met verschillende vormen van levend erfgoed.

Tijdens de Zomeravonden vonden tal van immaterieel -erfgoedactiviteiten plaats, met onder meer Surinaamse dansgroepen, shantykoren, schaafijs, een friemelcorso, imkers en beugelen.

Weekend- en vakantieactiviteiten

Gedurende het jaar bood het museum een gevarieerd programma van weekend- en vakantieactiviteiten, met een sterke focus op gezinnen. In het voorjaar maakten kinderen zaaipotjes met het heilig boontje en leerden zij over seizoenen, zaaien en de betekenis van de IJsheiligen. In de zomer stond hooien op het programma en gedurende de rest van het jaar vonden activiteiten plaats op het vernieuwde Kindererf.

In voorbereiding op 2026 werkte het museum in 2025 aan het familieprogramma Waar kom jij vandaan?

Samen met vijf families zijn persoonlijke vlaggen ontwikkeld, waarin herkomst, familiegeschiedenis en identiteit zichtbaar worden. Deze vlaggen vormen in 2026 het vertrekpunt voor een presentatie in de Wagenhal. Aansluitend maken bezoekers tijdens workshops hun eigen vlag, geïnspireerd op hun persoonlijke verhaal.

Rondleidingen

Rondleidingen vormden een belangrijk onderdeel van de publieksbeleving. Het museum bood in 2025 acht verschillende rondleidingen aan: een algemene highlight-rondleiding en zeven themarondleidingen, waaronder de groene rondleiding. De highlight-rondleiding werd in 2025 ontwikkeld en laat aan de hand van vijftien geselecteerde locaties een dwarsdoorsnede van het museumpark zien. De groene rondleiding belicht natuur, landschap, duurzaamheid en de relatie tussen mens en omgeving.

Alle rondleidingen waren beschikbaar in vier talen: Nederlands, Engels, Duits en Frans. Individuele bezoekers konden gratis deelnemen; groepen konden tegen betaling een rondleiding boeken. In 2025 verzorgde het museum in totaal 890 rondleidingen.

Spellen

In 2025 bood het museum het interactieve groepsspel In het voetspoor voor het eerst aan. Hierin ontdekken teams spelenderwijs de Nederlandse geschiedenis via vragen en opdrachten in het museumpark. Het spel stimuleert samenwerking en actieve beleving en is te boeken voor groepen vanaf 50 personen.

Periode events

Zomeravonden

In de zomer van 2025 organiseerde het museum voor de zesde keer de Zomeravonden, dit jaar met als overkoepelend thema Zomers Vertier. Van 26 juli tot en met 10 augustus was het museumpark tot 21.00 uur geopend met een speciaal avondprogramma, verdeeld over drie themagebieden: Water, Hittegolf en Buitenspelen. Foodtrucks waren geconcentreerd op het Zaanse Plein en het Picknickplein. Op diverse plekken in het park was immaterieel erfgoed zichtbaar en beleefbaar. In totaal trokken de Zomeravonden 25.231 bezoekers.

Uitgelicht

Van 10 tot en met 26 oktober organiseerde het museum, in het kader van de Maand van de Geschiedenis, de tweede editie van de lichtwandeling Uitgelicht – Een nacht in het Openluchtmuseum. Na sluitingstijd volgden bezoekers, begeleid door de stem van de nachtwaker, een route door het museumpark. Langs verlichte paden kwamen historische gebouwen tot leven via lichtprojecties, geluidseffecten en verhalen, waarin de relatie tussen mens, cultuur en natuur centraal stond. Uitgelicht trok 24.539 bezoekers, een groei van bijna 3.000 bezoekers ten opzichte van 2024.

Winteropenstelling

Van 6 december 2025 tot en met 18 januari 2026 stond het museum in het teken van Winter in het Openluchtmuseum. Het museum was gedurende deze periode dagelijks geopend en hanteerde in de weekenden en tijdens de kerstvakantie verruimde openingstijden. Ondanks enkele sluitingsdagen als gevolg van sneeuwval en gladheid werd de winteropenstelling goed bezocht, met name in de kerstvakantie.

Over de gehele winteropenstelling bezochten in totaal 116.347 bezoekers het museum. In december 2025 werden 87.361 bezoekers ontvangen, aanzienlijk meer dan de 72.800 begrote bezoekers (+14.561). In januari 2026 lag het bezoekersaantal met 28.986 bezoekers juist onder de begroting van 39.900 (–10.914), mede als gevolg van weersomstandigheden en tijdelijke sluitingen.

Het feestelijk verlichte museumpark bood een brede en gelaagde winterbeleving voor jong en oud. Op het Entreeplein vond de nostalgische Winterkermis plaats, met onder meer de Grand Carrousel uit 1890, de zweefmolen uit 1920 en de rupsbaan uit 1930. Ook was er een overdekte rolschaatsbaan met gratis leenrolschaatsen. Langs verlichte paden ontdekten bezoekers winterse verhalen, ambachten en tradities in historische gebouwen, waaronder de viering van kerst, oud en nieuw en Chinees Nieuwjaar. Ook konden gezinnen deelnemen aan een winterse Elfstedentocht-route door het museumpark.

Het Zaanse Plein stond volledig in het teken van een vernieuwde winterse jaarmarkt uit het einde van de negentiende eeuw. Bezoekers maakten kennis met historische gebruiken en tradities, zoals de rarekiek, marktvrede en Koppermaandag, en ontdekten hoe handel, vermaak en vooruitgang samenkwamen op de jaarmarkt van weleer. Kramen en presentaties boden een gevarieerd programma met demonstraties, spel en voorstellingen, waarbij bezoekers actief werden betrokken bij volksvermaak en ambachtelijke praktijken uit het verleden.

FestIEval

In 2024 ontving het museum de VriendenLoterij Museumprijs. In het verlengde van deze erkenning is in 2025 gestart met de inhoudelijke en organisatorische voorbereiding van het Immaterieel Erfgoed FestIEval. Het aan de prijs verbonden bedrag van € 100.000 wordt verdeeld over twee edities van het FestIEval, in 2026 en 2028. In 2025 is gewerkt aan het concept, de inhoudelijke uitgangspunten en samenwerkingen met partners. Het FestIEval zal in juni 2026 voor het eerst plaatsvinden en vormt een nieuw publieksprogramma waarop immaterieel erfgoed wordt gedeeld, gevierd en vernieuwd.

Onderwijsprogramma's

Aanbod en bereik

De onderwijsprogramma’s vormen een structureel onderdeel van de maatschappelijke opdracht van het Nederlands Openluchtmuseum. Zij sluiten aan bij onderwijsdoelen en actuele vraagstukken en nodigen leerlingen uit om geschiedenis te verbinden met hun eigen leefwereld.

Het museum heeft een breed aanbod voor het primair onderwijs, voortgezet onderwijs, mbo en speciaal onderwijs. De programma’s behandelen uiteenlopende historische en maatschappelijke thema’s, van de Nederlandse geschiedenis tot vraagstukken rond identiteit, vrijheid en samenleven. Daarbij ligt de nadruk niet alleen op kennisoverdracht, maar vooral op reflectie, dialoog en actief leren via ervaringsgerichte werkvormen.

In 2025 verwelkomde het Nederlands Openluchtmuseum 36.016 scholieren en studenten. Daarvan waren 19.315 leerlingen uit het primair onderwijs, 14.671 uit het voortgezet onderwijs en 2.030 studenten uit het mbo, hbo en wo. Mogelijk geven deze aantallen een licht vertekend beeld van het daadwerkelijke educatieve bereik. Scholieren die het museum bezochten met een Museumkaart worden in het kassasysteem niet als scholier geregistreerd en zijn daardoor niet in deze cijfers meegenomen. Het feitelijke aantal scholieren en studenten dat het museum in 2025 heeft bereikt, ligt dus hoger.

Geactualiseerde schoolprojecten

In 2025 werd een nieuw onderwijsprogramma voor het Kindererf ontwikkeld onder de naam Wiep de worm Dit programma sluit aan bij de vernieuwde inrichting van het Kindererf en richt zich op jonge leerlingen, met aandacht voor natuur, kringlopen en het dagelijks leven.

Daarnaast is het bestaande onderwijsprogramma Op reis met Anton de Kom verder doorontwikkeld, om beter aan te sluiten op de verschillende mbo-niveaus en de diversiteit binnen het beroepsonderwijs. Ook de programma’s Brood en Stapje terug in de tijd zijn opnieuw vormgegeven en kregen een vernieuwde uitstraling. Voor het programma Restart is een extra ontvangstruimte gerealiseerd, waardoor opnieuw groepen tot 70 leerlingen konden deelnemen. Het kleuterprogramma Sinterklaas werd aangepast, met expliciete aandacht voor zorg voor elkaar.

Digitale leermiddelen en Canon van Nederland

Om het onderwijsaanbod te verrijken en breder toegankelijk te maken, zette het museum in 2025 actief in op digitale leermiddelen. Via het platform LessonUp konden docenten en leerlingen gebruikmaken van interactieve online lessen en voorbereidende modules die het museumbezoek verdiepen en ondersteunen. Zo werd de aansluiting tussen onderwijs en museumbezoek versterkt en het bereik van het educatieve aanbod v ergroot.

De website Canon van Nederland werd in 2025 breed gebruikt en geldt als een betrouwbare kennisbron, niet alleen binnen het onderwijs maar ook onder een breed volwassen publiek. De website ontving circa 1,5 miljoen bezoekers, waaronder ongeveer 856.000 unieke bezoekers. Dit niveau was vergelijkbaar met 2024 en onderstreept de blijvende relevantie en aantrekkingskracht van het online platform.

Netwerken en samenwerkingen

In 2024–2025 nam het museum samen met andere Gelderse erfgoedinstellingen deel aan het leernetwerk Musea, mbo en burgerschap in het kader van 80 jaar vrijheid. Impulsgelden werden ingezet voor docententrainingen, de doorontwikkeling van Op reis met Anton de Kom en een verkenning van mbo-projecten in de Ambachtenwerkplaats. Het leernetwerk werd in het najaar van 2025 afgerond.

In 2025 startte onder auspiciën van Erfgoed Gelderland een nieuw netwerk voor Arnhemse museumprofessionals educatie, waarin samenwerking en kennisdeling werden voortgezet en verbreed. Erfgoed Gelderland organiseert tweemaal per jaar bijeenkomsten: de eerste vond plaats in december 2025 in het Nederlands Openluchtmuseum.

Daarnaast nam het museum in 2025 deel aan het PR8cultuurprogramma, een duurzaam regionaal samenwerkingsverband van negen culturele instellingen. Leerlingen en leerkrachten bezoeken jaarlijks een van de partners. Het programma is voor acht jaar vastgelegd en structureel onderdeel van het curriculum.

Tot slot was het museum in 2025 onderdeel van het Feestnetwerk, een initiatief van Museum Catharijneconvent. Vanaf 2026 wordt de samenwerking voortgezet in een lichtere vorm, met blijvende kennisuitwisseling en twee jaarlijkse inspiratiebijeenkomsten.

Netwerkprojecten

Maand van de Geschiedenis

Hoe verhouden we ons tot onze omgeving, en hoe heeft de complexe relatie tussen mens en natuur zich door de eeuwen heen ontwikkeld? Deze vragen stonden in oktober centraal tijdens de 22e editie van de Maand van de Geschiedenis, die draaide om het thema Natuurlijk

Deze editie markeerde de start van een nieuwe beleidsperiode, waarin impact en kwaliteitsverbetering centraal staan. Hoewel geen specifieke kwantitatieve doelstellingen werden nagestreefd, was de Maand qua omvang vergelijkbaar met voorgaande jaren, met 843 deelnemende instellingen en 1.041 activiteiten verspreid over het hele land. Bestaande partnerschappen met onder andere de Radboud Universiteit, Andere Tijden, OVT, Kennisnet en bibliotheekservice Passend Lezen werden gecontinueerd.

Historicus en schrijver Eva Vriend schreef het essay bij de Maand, De waterzoon, waarin zij het leven en werk van Jac. P. Thijsse en diens zoon Jo Thijsse centraal stelt. Waar vader Thijsse Nederland wist te enthousiasmeren voor het bewonderen en beschermen van de natuur, stelde zoon Thijsse zich als waterbouwkundig ingenieur volledig in dienst van het beheersen daarvan en stond hij aan de basis van onder meer de Afsluitdijk en de Deltawerken. Aan de hand van hun verhaal onderzocht Vriend de grenzen van maakbaarheid.

Met het oog op het bereiken en betrekken van nieuwe doelgroepen nam het team zich voor jaarlijks een participatieproject te initiëren. In samenwerking met Introdans werd het programma Wortelen gerealiseerd: een dansvoorstelling waarin een groep Arnhemmers met een migratieachtergrond en mbo-dansstudenten onderzochten hoe een migratiegeschiedenis doorwerkt in het heden.

In tien bijeenkomsten werkten de deelnemers toe naar een reeks optredens op verschillende locaties in Arnhem. Uit nagesprekken bleek dat het project van grote betekenis is geweest voor de participanten; ook bij het publiek maakte de voorstelling diepe indruk.

De beoogde kwaliteitsverbetering van de activiteiten werd verder nagestreefd door een intensievere samenwerking met de zogenoemde spin-offs, inmiddels aangeduid als hotspots. Voor de hotspotcoördinatoren werd een workshop georganiseerd over het bereiken van een meer divers publiek. Daarnaast vonden vaker bijeenkomsten plaats voor kennis- en ervaringsuitwisseling en kregen de hotspots meer zichtbaarheid in de communicatie. In 2025 sloot bovendien een nieuwe provinciale hotspot in Overijssel aan, geïnitieerd door Rijnbrink, de provinciale ondersteuningsinstelling voor bibliotheken in Overijssel en Gelderland.

De website van de Maand van de Geschiedenis trok in 2025 circa 160.000 unieke bezoekers, waarvan ongeveer de helft in de periode september–oktober. Dit betekende een groei van circa 15% ten opzichte van het voorgaande jaar.

Canonnetwerk

Voor het Canonnetwerk stond 2025 deels in het teken van een herziening van de sleutelstukken, met als doel nieuwe perspectieven en verhalen toe te voegen. De gesprekken met de verschillende netwerkpartners vonden in 2025 plaats en worden in 2026 voortgezet. Het Betje Wolff Museum in Middenbeemster sloot aan met twee nieuwe sleutelstukken bij het venster Sara Burgerhart. Daarmee bestond het Canonnetwerk op het moment van schrijven uit 71 instellingen met in totaal 273 sleutelstukken.

In mei vonden voor de vierde keer de Canondagen plaats. In totaal namen 34 instellingen uit het Canonnetwerk deel met uiteenlopende activiteiten. Na een oproep aan de Regiocanons werd voor het eerst ook een activiteit onder de Canondagenparaplu georganiseerd in het Caribische deel van het Koninkrijk.

Op Sint-Eustatius organiseerde de cultuurcoach, die werkt aan de totstandkoming van een Regiocanon aldaar, met ondersteuning van Canoncollega’s in Arnhem, een participatieactiviteit waarin inwoners met elkaar in gesprek gingen over lokale geschiedenis.

In samenwerking met Natuurmonumenten en de Maand van de Geschiedenis organiseerde het Canonnetwerk een buitenexpositie in en over het Waterloopbos. In deze tentoonstelling stonden de verhalen van (oud)medewerkers van deze plek, en van het voormalige Waterloopkundig Laboratorium, centraal. De expositie was van oktober tot en met december te bezoeken.

Op initiatief van het Nederlands Openluchtmuseum hebben de directeuren van de Canonnetwerkmusea in september vergaderd over de voortgang van het programma. De opbrengsten van dit overleg vormden de basis voor het opstellen van een herziene visie voor het Canonnetwerk, die aansluit bij de nieuwe brede, inhoudelijke koers van het Openluchtmuseum.

In deze visie staat de doorontwikkeling van de website centraal, als een plek waar alle onderdelen van de Canon op een aantrekkelijke en duurzame manier met elkaar worden verbonden. De jaarlijkse netwerkbijeenkomsten worden vervangen door regelmatiger, kortere online sessies rond specifieke vraagstukken. De Canondagen worden na de editie van mei 2026 grondig geëvalueerd, waarna wordt besloten over eventuele voortzetting.

Kennis en Collecties

Collectiebeleid

Sinds augustus 2022 vormt het collectieplan Verrijken en versterken het kader voor het collectiebeleid van het Nederlands Openluchtmuseum. Het plan biedt heldere inhoudelijke uitgangspunten voor nieuwe collectievorming, met als doel een sterke, veelzijdige collectie rond het alledaagse leven in Nederland. Daarbij is expliciet aandacht voor verschillende perspectieven en levensverhalen, en spelen thema’s als diversiteit en inclusiviteit een belangrijke rol. Nieuwe verwervingen worden bewust begrensd en richten zich vooral op de periode na 1960. Per 31 december 2025 omvatte de rijkscollectie van het Nederlands Openluchtmuseum 157.009 objecten.

Verwerving

In 2025 werden in totaal 1.221 objecten verworven, verdeeld over verschillende domeinen: Kleding (135), Ontwikkeling, Zingeving en Ontspanning (173), Werken (839) en Wonen (52). Desondanks nam het totaal aantal objecten in de roerende collectie licht af ten opzichte van het voorgaande jaar, van 157.990 naar 157.009 objecten (peildatum 31 december). Deze daling is voornamelijk het gevolg van wijzigingen in de wijze van objecttelling, waarbij opnieuw is beoordeeld of onderdelen als zelfstandige obj ecten moeten worden geregistreerd of als onderdeel van een groter geheel. Het nieuwe collectiebeheersysteem maakt het mogelijk om dergelijke onvolkomenheden beter en sneller te signaleren. Deze blijken vooral voort te komen uit verouderde inzichten en fouten in oudere collectiegegevens.

Afstoting

De Leidraad Afstoten Museale Objecten (LAMO) vormt het landelijke kader voor het zorgvuldig en verantwoord afstoten van objecten uit museale collecties en ondersteunt musea bij efficiënt collectiebeheer. In 2025 is op basis van deze leidraad een nieuwe afstotingsprocedure gestart voor circa 4 90 objecten, die in 2026 zal worden afgerond. Daarnaast werd in 2025 een intern overdrachts dossier afgehandeld van 318 objecten, die zijn opgenomen in de documentaire collectie van het Nederlands Openluchtmus eum.

Participatief verzamelen

Vanuit de uitgangspunten van de Faro-werkwijze betrekt het museum mensen actief bij het verzamelen en presenteren van erfgoed. Door deze participatieve benadering krijgen verschillende perspectieven en ervaringen een plaats in de collectie en wordt ook het dagelijks leven van groepen die minder vaak worden gehoord, zichtbaar gemaakt. In 2025 is in dit kader samengewerkt met groepen sekswerkers en dak- en thuislozen.

Collectiebeheer en registratie: roerende collectie

In 2025 is definitief overgestapt van Adlib for Windows naar Axiell Collections als systeem voor het beheer van de collectie. Medewerkers van de afdelingen Kennis & Collecties en Collectiebeheer zijn getraind in het gebruik van het nieuwe systeem.

De overstap naar Collections was noodzakelijk omdat leverancier Axiell de ondersteuning van het oude systeem Adlib had beëindigd en volledig is overgegaan op Collections. De overgang ging gepaard met het overzetten van alle collectiegegevens naar een vernieuwde en beter gestructureerde database.

Specifieke onderdelen van de oude applicatie die uniek waren voor het Nederlands Openluchtmuseum zijn opnieuw geïmplementeerd in Collections. Ook koppelingen naar externe toepassingen, zoals WoodWing Assets, de eigen barcodeprinters en het standplaatsbehe ersysteem van het CollectieCentrum Nederland, zijn opnieuw gerealiseerd.

Restauratie en conservering

Op het gebied van restauratie en conservering zijn in 2025 belangrijke stappen gezet. In totaal zijn 79 objecten extern gerestaureerd door gespecialiseerde restauratoren. Een belangrijk onderdeel hiervan was de start van de restauratie van 22 knipsels uit een totaal van 65, die in de periode 2025–2027 worden behandeld.

Daarnaast ging bijzondere aandacht uit naar enkele markante objecten uit de collectie, waaronder de Röntgenklok (NOM.48500-75). Ook is de arrenslee uit de Stolpboerderij opnieuw volledig samengesteld, inclusief de teruggeplaatste gouden leeuw. Twee objecten op het terrein moesten na een recente restauratie opnieuw worden behandeld vanwege nieuwe schade, veroorzaakt door gebruik door collega’s of publiek. Deze ervaring onderstreepte het belang van voortdurende monitoring en evaluatie van uitgevoerde restauraties.

Verder zijn werkzaamheden uitgevoerd aan onder meer de kerkkroon en is een landrol van het terrein overgebracht naar het CollectieCentrum Nederland (CC NL). Intern zijn er in totaal 65 conserveringsbehandelingen uitgevoerd.

Collectiebeheer: onroerende collectie

Voor het beheer van de onroerende collectie wordt verwezen naar het hoofdstuk Organisatie, paragraaf Vastgoed en huisvestingsstelsel.

Collectiemobiliteit

Het Nederlands Openluchtmuseum volgt de Code bruikleenverkeer en streeft ernaar de collectie op een verantwoorde en toegankelijke manier breed zichtbaar te maken. In 2025 ontving het museum negen bruikleenaanvragen. Eén aanvraag, van Museum Arnhem voor Rozet, werd ingetrokken; de overige acht aanvragen zijn gehonoreerd en uitgevoerd. Dit betrof in totaal 41 objecten, waarbij samengestelde objecten als één object zijn geteld. Eén bruikleen had een langlopend karakter: de boevenwagen, die voor een periode van twee jaar, met mogelijkheid tot verlenging, in bruikleen is gegeven aan Museum Nienoord.

Opvallend is dat circa de helft van de bruiklenen werd verstrekt aan grote musea in Amsterdam, waaronder het Amsterdam Museum, het Stedelijk Museum Amsterdam, het Scheepvaartmuseum Amsterdam en het Rijksmuseum Amsterdam. Dit onderstreept de landelijke betekenis en zichtbaarheid van de collectie.

CollectieCentrum Nederland

Het CollectieCentrum Nederland (CC NL) is het gezamenlijke depot van het Nederlands Openluchtmuseum, Nationaal Museum Paleis Het Loo, het Rijksmuseum Amsterdam en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het Nederlands Openluchtmuseum levert een bijdrage van 72 uur per week aan het gezamenlijke depotteam; hiervoor zijn twee medewerkers ieder voor 36 uur per week gedetacheerd.

In 2025, vijf jaar na de start van de samenwerking, hebben de partners onderzocht in hoeverre de oorspronkelijke doelstellingen zijn gerealiseerd en of aanpassing van de positionering, structuur en werkwijze wenselijk is. Uit de evaluatie, uitgevoerd door Berenschot, kwamen zowel sterke punten van de huidige organisatie als knelpunten naar voren die verdere ontwikkeling belemmeren. Naar aanleiding hiervan kreeg Berenschot opdracht om verschillende toekomstscenario’s uit te werken. Deze scenario’s vormen de basis voor besluitvorming over onder meer de verdeling van de beschikbare depotcapaciteit, een mogelijke aanpassing van de financiële verdeelsleutel en het organisatiemodel. De rapportage is eind 2025 opgeleverd; besluitvorming volgt in 2026.

Erfgoedinspectie

Inspecteurs van de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed onderzochten op 6 en 7 oktober 2025 het beheer van de rijkscollectie door het Nederlands Openluchtmuseum. Daarbij zijn geen belangrijke tekortkomingen vastgesteld. Wel kan het museum het inzicht in de risico’s voor de collectie en de beheersing daarvan verder aanscherpen, en kan de digitale toegankelijkheid van de collectie nog worden verbeterd.

Online zichtbaarheid collecties

In 2025 zijn 9.079 nieuwe records online beschikbaar gesteld. Daarmee kwam het totaal aantal gepubliceerde objecten op 53.815, bestaande uit 26.751 objecten uit de documentaire collectie en 27.064 objecten uit de rijkscollectie. Verder zijn beschrijvingen van 845 objecten gecontroleerd en bijgewerkt. De collectie was in 2025 raadpleegbaar via Collectie Gelderland en Collectie Nederland.

Kwaliteitsbevordering

In 2025 werkte de werkgroep Inhoud, Concept en Overdracht verder aan de ontwikkeling van een digitaal informatiesysteem dat inzichtelijk maakt welke inhoud aan het publiek wordt overgebracht. Per locatie wordt vastgelegd wat het museale concept is, welke centrale inhoud wordt verteld en welke basale, verdiepende en praktische informatie nodig is om museumpresentatoren en rondleiders optimaal te ondersteunen in hun werk.

Kennisdeling

De afdeling Kennis & Collecties heeft in 2025 actief ingezet op kennisdeling binnen en buiten het museum. Conservatoren en wetenschappelijk medewerkers verzorgden lezingen, colleges en workshops over streekdracht en de geschiedenis van modekleding, onder meer in samenwerking met Modemuze, de Nederlandse Kostuumvereniging, de Radboud Universiteit en tijdens Dutch Sustainable Fashion Week.

Daarnaast werd expertise gedeeld over architectuur en wonen, zoals in een lezing over doorzonwoningen bij CASA Architectuurcentrum, en over ambachten en participatief verzamelen, onder meer bij CC NL, de Reinwardt Academie en andere onderwijsinstellingen. Ook verschenen publicaties in vakbladen, jaarboeken en tentoonstellingscatalogi en werd kennis gedeeld via blogs en online platforms. Via mediaoptredens bereikte de afdeling een breed publiek met verhalen over wonen, streekdracht, menstruatiecultuur en mod e. Intern werd expertise geborgd en gedeeld via handboeken, readers, inhoudelijke onderleggers en een lezing voor rondleiders van het Huis van Herinnering.

Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN)

Algemeen

Het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN) is sinds 2012 verantwoordelijk voor de uitvoering van het UNESCO-verdrag uit 2003 over de bescherming van immaterieel cultureel erfgoed in Nederland. KIEN ondersteunt gemeenschappen, erfgoedinstellinge n, overheden en het brede publiek bij het herkennen, doorgeven en borgen van immaterieel erfgoed. In 2024 is deze taakstelling opnieuw vastgelegd in de Kamerbrief Immaterieel erfgoed van, voor, door en met iedereen.

Naast de nationale taken stimuleert KIEN internationale samenwerking en ondersteunt het de uitvoering van het UNESCO-verdrag in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden. Het jaar 2025 vormde het eerste uitvoeringsjaar van het beleidsplan Koers zetten voor levend erfgoed.

KIEN werkt vanuit drie samenhangende pijlers:

• Adviseren, inspireren, activeren en versterken: binnen deze pijler ondersteunt KIEN verschillende doelgroepen bij het werken met immaterieel erfgoed. Het kenniscentrum informeert het brede publiek over het belang van immaterieel erfgoed, adviseert gemeensc happen over het borgen en doorgeven ervan, ondersteunt erfgoedinstellingen bij het samenwerken met gemeenschappen en laat overheden zien welke kansen immaterieel erfgoed biedt voor beleid en maatschappelijke vraagstukken.

• Verbinden van mensen en organisaties: binnen deze pijler ontwikkelt en deelt KIEN kennis over immaterieel erfgoed en brengt het als kenniscentrum actuele thema’s onder de aandacht. Daarbij lag in 2025 extra focus op vier inhoudelijke thema’s: het emancipatievermogen van immaterieel erfgoed, de duurzame inzet ervan, de bijdrage aan economische versterking en het omgevingsbewustzijn binnen immaterieel erfgoedpraktijken.

• Onderzoeken, agenderen, reflecteren en kennis delen: binnen deze pijler brengt KIEN mensen en organisaties bij elkaar. Het kenniscentrum verbindt erfgoedgemeenschappen onderling en stimuleert samenwerking tussen gemeenschappen, erfgoedinstellingen, overheden en onderzoekers.

Adviseren, inspireren, activeren en versterken

Heropening Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland Na het zogenoemde inventarisreflectiejaar heropende KIEN in 2025 de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland. Daarbij is gekozen voor een vereenvoudigde structuur: waar eerder werd gewerkt met een netwerk, een inventaris en een register, bestaat nu één integrale inventaris. Gemeenschappen kunnen hun immaterieel erfgoed nog steeds zelf aanmelden.

De procedure is laagdrempeliger gemaakt: het opstellen van een borgingsplan is niet langer verplicht. Borging blijft een belangrijk uitgangspunt, maar wordt op een andere manier zichtbaar gemaakt op de website, met meer ruimte voor maatwerk en ondersteuning.

De teksten van ruim 400 vormen van immaterieel erfgoed in de inventaris werden herschreven volgens het nieuwe systeem; dit traject loopt door in 2026. De belangstelling voor opname was groot: na het sluitingsjaar stonden ruim 60 gemeenschappen klaar om te worden bijgeschreven. Met al deze gemeenschappen zijn in 2025 de eerste gesprekken gevoerd.

Bewustwording

In 2025 werkte KIEN verder aan het vergroten van de bewustwording rond immaterieel erfgoed. Via sociale media bereikte het centrum een groeiend publiek en werden veel verhalen gedeeld. Tegelijkertijd werd gewerkt aan de doorontwikkeling van de website, pas send bij de nieuwe manier van inventariseren. Daarnaast is een nieuwe huisstijl en een nieuw logo ontwikkeld, aansluitend bij de vernieuwde strategie en werkwijze van KIEN. Deze worden begin 2026 gelanceerd met een kleinschalige mediacampagne. Voor het project Immaterieel Erfgoed Spotten zijn in samenwerking met lokale gemeenschappen nieuwe producties gerealiseerd.

Verbinden van mensen en organisaties

OPEN

KIEN werkte in 2025 samen met de erfgoedhuizen, verenigd in OPEN, aan Samen Verder: een voortzetting van de samenwerking in de ondersteuning van immaterieel erfgoedbeoefenaars in de provincies. In dit kader ondersteunde KIEN, samen met OPEN, de erfgoedparticipatiecoaches en werd gewerkt aan de ontwikkeling van de OPEN-kennisbank, waaraan ook de kennisbank van KIEN is gekoppeld. Zo wordt voorzien in ondersteuning op zowel landelijk als provinciaal niveau.

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Vanwege de inhoudelijke overeenkomsten tussen het UNESCO -verdrag en het Verdrag van Faro werkte KIEN samen met het Faroteam van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. In overleg met OCW en OPEN werd gesproken over verdere samenwerking, onder meer in het kader van de Bestuurlijke Afspraken Cultuurbeoefening (BAC), waarin immaterieel erfgoed in 2024 een duidelijke plek kreeg.

Samen met de RCE werkte KIEN in 2025 aan de afronding van het rapport bij de Monitor Erfgoedbeoefening, waarin immaterieel erfgoed een volwaardige plaats heeft gekregen. De monitor maakt met cijfers inzichtelijk hoeveel mensen in Nederland actief zijn in de beoefening van immaterieel erfgoed.

Provincie Overijssel 2025-2028

Met subsidie van de Provincie Overijssel werkte KIEN in 2025 aan het versterken van immaterieel erfgoed in de regio, in samenwerking met het Erfgoedplatform Overijssel (EPO). Daarbij werd een nieuwe samenwerking opgezet met de Overijsselacademie, die taken van KIEN in de regio overnam. Samen organiseerden KIEN en partners onder meer een immaterieel erfgoeddag in Overijssel, waar gemeenschappen bijeenkwamen voor kennisuitwisseling, netwerken en het bespreken van borgingsvraagstukken.

Ambachtelijk Vakmanschap Nederland

Voor Ambachtelijk Vakmanschap Nederland, waarvan het Openluchtmuseum/KIEN een van de trekkers en budgethouder is, stond 2025 in het teken van transformatie. Wat begon als een samen werkingsproject met subsidie van het Ministerie van OCW onder de naam Sector Overleg Ambachten, groeide uit tot een zelfstandige stichting met een directeur, secretariële ondersteuning, een dagelijks bestuur en een stichtingsbestuur onder de naam Ambachtelijk Vakmanschap Nederland.

Voor de subsidieverantwoording wordt verwezen naar bijlage 6: Ambachtelijk Vakmanschap Nederland 2024.

Netwerk Levend Erfgoed

Het Openluchtmuseum/KIEN is sinds 2024 budgethouder van de projectsubsidie voor de kwartiermakersfase van het Netwerk Levend Erfgoed (NLE). In 2025 had KIEN regelmatig overleg met de kwartiermakers over de verdere ontwikkeling van het netwerk.

Het NLE doorliep in 2025 een belangrijke ontwikkelfase, waarin het netwerk zowel inhoudelijk als organisatorisch groeide. De beschikbare middelen zijn ingezet voor proeftuinen, samenwerkingen en projecten die bijdragen aan structurele systeemverandering bi nnen het erfgoedveld. Centraal stond een bredere kijk op erfgoed, waarin erfgoed niet als iets statisch wordt gezien, maar als iets dat elke dag opnieuw ontstaat door wat mensen samen doen, doorgeven en betekenis geven.

Voor dit project is uitstel verkregen tot en met 31 december 2026. In dat jaar worden de trajecten en de kwartiermakersfase afgerond en wordt ingezet op borging en verankering van de opbrengsten.

Internationale samenwerking

Sinds 2021 is KIEN uitvoeringspartner binnen het programma Internationale Erfgoedsamenwerking, in samenwerking met Dutch Culture, het Nationaal Archief en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Ook in de periode 2025–2028 zijn Suriname, Indonesië en India de focuslanden.

KIEN vergrootte en versterkte het netwerk van diasporagemeenschappen in Nederland en werkte met hen aan de zichtbaarheid van immaterieel erfgoed. Tijdens werkbezoeken aan Suriname en Indonesië werd samengewerkt met overheden, lokale studenten en Surinaamse en Indonesische erfgoedgemeenschappen. Daarbij werd kennis gedeeld over inventariseren, zichtbaar maken en borgen van immaterieel erfgoed.

In een podcast, die in 2026 verschijnt, en tijdens de netwerkdag Verhalen dragen verder, van oost naar west werd onderzocht hoe de koloniale erfenis doorwerkt in culturele praktijken in Suriname, India en Indonesië en hoe deze bijdraagt aan een inclusievere samenleving in Nederland.

Voor de subsidieverantwoording wordt verwezen naar bijlage 7: Programma Internationale Erfgoedsamenwerking 2021-2024

Unesco en Caribisch deel van het Koninkrijk Ook in 2025 nam KIEN deel aan internationale UNESCO-werkgroepen, het ICH NGO Forum en de UNESCOvergadering in India. De samenwerking met de openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius werd verder versterkt tijdens een gezamenlijk werkbezoek van KIEN en de Nederlandse UNESCO-commissie. Met beleidsmakers en erfgoedgemeenschappen werd gesproken over samenwerking in de borging van immaterieel erfgoed.

Een belangrijke mijlpaal was het afronden van de procedure voor nominaties voor de internationale UNESCOlijsten binnen het Koninkrijk. Hiervoor kwam de werkgroep immaterieel erfgoed van het Vierlandenoverleg in maart samen op Curaçao. KIEN kreeg van OCW subsidie om de werkweek te kunnen organiseren, in samenwerking met de Unesco Commissie Curaçao. De procedure werd goedgekeurd door de ministers en gezaghebbers van de verschillende gebiedsdelen binnen het Koninkrijk. Afgesproken is dat Europees Nederland in 2027 een voordracht mag doen. Gemeenschappen uit de Inventaris zijn benaderd om hun interesse kenbaar te maken. Deze informatie is, voorzien van een uitgebreide toelichting, aangeboden aan de commissie Immaterieel Erfgoed van de Raad voor Cultuur, die begin 2026 de minister adviseert welk immaterieel erfgoed voor te dragen voor de Representatieve Lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid van Unesco

Onderzoeken, agenderen, reflecteren en kennis delen Binnen het thema emanciperend vermogen van immaterieel erfgoed werkte KIEN aan een kennisdossier over queer immaterieel erfgoed. Op het gebied van duurzame inzet van immaterieel erfgoed werd in 2025 het meerjarige project Water en Land afgerond met een slotsymposium, in samenwerking met het Centrum voor Agrarische Geschiedenis in Leuven. Het project resulteerde onder meer in een podcastserie. Samen met de RCE onderzocht KIEN de impact van klimaatverandering op immaterieel erfgoed voor de Nationale Klimaatadaptatiestrategie. Binnen het thema omgevingsbewustzijn werkte KIEN met diverse partners aan handreikingen voor gemeenten om immaterieel erfgoed op te nemen in beleid.

Raad van Advies KIEN beschikt over een Raad van Advies die adviseert over de inhoudelijke koers, positionering en doorontwikkeling van het kenniscentrum. De Raad van Advies fungeert als klankbord, geeft gevraagd en ongevraagd advies en brengt expertise in vanuit relevante vakgebieden en netwerken. De Raad van Advies heeft een adviserende rol en is niet betrokken bij formele besluitvorming of beoordeling van aanvragen. De Raad van Advies bestaat momenteel uit zeven leden: voorzitter drs. M.E.W. (Marielies) Schelhaas (directeur Nederlandse Unesco Commissie) en de leden R. (Ruben) Severina, drs. P.J.G.M. (Patrick) Timmermans, C. (Christian) Pfeiffer, Aholi So MA BSc, drs. D. (Dietske) Bedeaux en drs. W. (Wendy) van Wilgenburg.

Toetsingscommissie

De afgelopen jaren had KIEN een Toetsingscommissie, die borgingsplannen van immaterieel erfgoed toetste voor opname in de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland. Met het wegvallen van de verplichting om een borgingsplan te schrijven voor opname in de Inventaris, is deze commissie in 2025 opgeheven.

Conclusie

In 2025 heeft KIEN zich verder gepositioneerd als coördinator van het brede immaterieel-erfgoedveld en als het centrale aanspreekpunt voor immaterieel erfgoed in Nederland, het Koninkrijk en internationaal. Er is gewerkt aan zichtbaarheid, versterking van gemeenschappen, samenwerking, kennisontwikkeling en kennisdeling. KIEN blijft zich inzetten voor een klimaat waarin immaterieel erfgoed kan groeien en bloeien. Voor meer informatie over de werkzaamheden van het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland wordt verwezen naar de jaarverantwoording op immaterieelerfgoed.nl.

Daarnaast publiceerde KIEN diverse peer-reviewed artikelen, onder meer in Volkskunde, en verzorgde het presentaties op uiteenlopende conferenties. 31

Publieksdiensten

Communicatie

Marketing

In 2025 lag de focus op het vergroten van bereik, zichtbaarheid en publieksgroei via een datagedreven en crossmediale marketingaanpak. De website, ticketshops en anderstalige pagina’s werden verbeterd, wat bijdroeg aan een significante stijging van de online ticketverkoop in het zomerseizoen. Consumenten -, zakelijke en educatieve campagnes, waaronder het zomerseizoen, de Zomeravonden en Uitgelicht, werden breed ingezet via online en offline kanalen en resulteerden in hogere betrokkenheid, verkoop en bereik. Ook werd gewerkt aan merkversterking en productpresentatie, waaronder de ontwikkeling van nieuw verpakkingsmateriaal voor de ambachtenlijn.

Data & onderzoek

In 2025 werd verder geïnvesteerd in inzicht en sturing via de Museum- en merkmonitor en verbeterde dataverzameling. Het bezoekersonderzoek liet een gemiddelde waardering van 8,7 en een Net Promoter Score (NPS) van 56 zien.

Uit analyse van de zomerbezoekers blijkt dat 75,8% eerder in het museum is geweest: 32,5% bezocht het museum in de afgelopen drie jaar en 43,3% keerde terug na drie jaar of langer, waarvan 35,9% zelfs na vijf jaar of meer. Dit bevestigt een sterke herhaalb asis én het vermogen om voormalige bezoekers opnieuw te activeren. Benchmark- en merkonderzoek tonen daarnaast een sterke positie in naamsbekendheid, overweging en gezinsbereik. Gerichte e-mailmarketing en segmentatie zorgden voor verdere groei van het adressenbestand en meer gerichte communicatie.

Interne communicatie

De interne communicatie werd versterkt door het verbeteren van informatiestromen en het vergroten van de betrokkenheid van medewerkers. Onder meer werden koffieochtenden geïntroduceerd en werd gewerkt aan de inrichting van een nieuwe intranetomgeving. Deze activiteiten droegen bij aan meer onderlinge verbinding, betere interne afstemming en een hogere medewerkersbetrokkenheid.

Pers & publiciteit

In 2025 werd de pers- en publiciteitsfunctie verder versterkt. Er werd een duobaan gecreëerd voor persvoorlichting en structurele mediamonitoring, waarmee het museum beter zicht kreeg op media -aandacht en hierop gerichter kon inspelen. Er was brede media-aandacht voor onder meer de Zomeravonden, evenementen en tentoonstellingen, waaronder het Huis van Herinnering en de Maand van de Geschiedenis. Daarnaast vonden diverse persbezoeken en media-opnames plaats en won het museum de Uit met Autisme Award: een publieksprijs voor de ruime opzet en de aanwezigheid van zowel prikkelarme als stimulerende gebieden in het museumpark. De focus op collectiecommunicatie werd verder uitgebouwd, met aandacht voor nieuwe en bestaande verwervingen, wat leidde tot een groeiende landelijke zichtbaarheid.

Development

Er is in 2025 ingezet op verdere professionalisering en versterking van het sponsor - en relatiebeleid. De nieuwe relatiemanager is ingewerkt en bestaande samenwerkingen zijn geëvalueerd en verdiept. Daarbij was er nadrukkelijk aandacht voor het versterken van langdurige relaties en het vergroten van de betrokkenheid van zowel zakelijke partners als particuliere gevers. Parallel hieraan is gewerkt aan het aanscherpen van de Vriendenpropositie, het ontwikkelen van een plan van aanpak voor nalaten en schenken, en het verkennen van nieuwe kansen met particuliere gevers, partners en prospects.

Hoofdpartners en partners

Het Nederlands Openluchtmuseum kon in 2025 rekenen op de structurele steun van drie hoofdpartners: de VriendenLoterij, DHL eCommerce en Stichting Goede Doelen Nh1816. Daarnaast worden de activiteiten van het Nederlands Openluchtmuseum mede mogelijk gemaakt door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Deze langdurige samenwerkingen vormen een stabiele basis.

Verder werd in 2025 ook samengewerkt met een brede groep partners die het museum financieel en inhoudelijk ondersteunen. Tot deze partners behoorden onder meer Onited, De Kempenaer Advocaten, Freia Holding, Akzo Nobel Decorative Coatings B.V., Dura Vermeer Railinfra B.V., Rail Partner Holland B.V., Stenga B.V., Van Wijk Railinfra B.V., Health Ingredients Trading B.V., Lüftner Cruises, de Nederlandse Ambassade in Suriname, Dirkzwager Legal & Tax, de Provincie Utrecht en Alzheimer Nederland.

VriendenLoterij

In 2025 is de samenwerking met de VriendenLoterij met vier jaar verlengd. De VriendenLoterij is sinds 2008 een belangrijke en structurele partner van het Nederlands Openluchtmuseum.

Ook in 2025 ontving het museum een vaste jaarlijkse bijdrage van € 500.000. Deze bijdrage is ingezet voor een breed palet aan museale projecten:

• Voor de vernieuwing, realisatie en uitvoering van Winter in het Openluchtmuseum werd €335.570 ingezet. De winteropenstelling bood een samenhangende winterervaring met onder meer een winterkermis, jaarmarkt, Elfstedentocht-route, seizoensgebonden programmering en verlevendigde presentaties.

• Aan de verlevendiging van bestaande presentaties werd € 160.000 besteed. Onder meer door inzet van museumpresentatoren die bezoekers actief betrekken, verhalen tot leven brengen en ambachten demonstreren. Dit vergroot de betrokkenheid van bezoekers en draa gt bij aan een meer verdiepend museumbezoek.

• Aan de ontwikkeling van de publiekspresentatie Leven met Dementie, waarin de impact van dementie op het dagelijks leven bespreekbaar wordt gemaakt, werd € 64.985 besteed.

• Er werd € 10.592 ingezet voor de herziening van de presentatie in de Molukse Barak.

• Aan een internationale samenwerking met Nieuw Fort Amsterdam (Suriname) werd € 3.708 besteed.

Ook dit jaar kozen veel deelnemers van de VriendenLoterij ervoor om met hun lotbijdrage het Nederlands Openluchtmuseum te steunen. Via geoormerkte werving ontving het museum in 2025 een opbrengst van € 463.232, exclusief een reservering van € 122.499 voor het vierde kwartaal. Deze bijdragen onderstrepen het brede draagvlak onder deelnemers voor de maatschappelijke en culturele rol van het museum.

Particuliere schenkers

Particuliere gevers, verenigd in de Geefkring, evenals donateurs, waaronder de Vrienden van het Nederlands Openluchtmuseum en anonieme schenkers, leverden ook een waardevolle bijdrage. Om de betrokkenheid van deze relaties te versterken, organiseerde het museum diverse relatie- en vriendenbijeenkomsten, waaronder het Geversdiner, de Vriendendagen en de opening van het Kindererf. Deze bijeenkomsten werden positief ontvangen en droegen bij aan de groei en verdieping van het relatienetwerk.

Fondsen en stichtingen

Met steun van diverse fondsen en stichtingen kon het museum in 2025 vernieuwende tentoonstellingen en publieksprogramma’s ontwikkelen en actuele, soms kwetsbare thema’s agenderen.

Het hoofdpartnerschap met de Stichting Goede Doelen Nh1816 werd succesvol verlengd tot en met 2028. Het vernieuwde Kindererf, dat in 2025 opende, werd mede mogelijk gemaakt door de Stichting Goede Doelen Nh1816.

De realisatie van het Huis van Herinnering, een bijzondere plek voor ouderen met dementie, kwam tot stand met steun van Mondriaan Fonds, VSBfonds en Cultuurfonds. De programmaontwikkeling voor het Huis van Herinnering werd mede mogelijk gemaakt door Fonds voor Cultuurparticipatie en Fonds Sluyterman van Loo.

Voor de tentoonstelling over Anton de Kom in Suriname ontving het museum bijdragen van Fonds voor Cultuurparticipatie, de Nederlandse Ambassade in Suriname, Dutch Culture en Cultuurfonds (met een bijdrage van DNB fonds). En voor de herziening van de Molukse Barak ontving het museum bijdragen van Fonds voor Cultuurparticipatie, Vfonds, Mondriaan Fonds en VSBfonds.

Het Cultuurfonds (met een bijdrage van Catalpa Fonds) droeg bij aan de ontwikkeling van een nieuwe weekenden vakantieactiviteit, een bijbehorende presentatie en een participatietraject. Dankzij de steun van Fonds voor Cultuurparticipatie kan de Maand van de Geschiedenis voor de periode 2026–2028 worden voortgezet.

CBF-erkenning

Het Nederlands Openluchtmuseum beschikt over de officiële CBF-erkenning als goed doel. Deze erkenning houdt in dat het museum voldoet aan hoge kwaliteitseisen en ethische richtlijnen, die worden bewaakt door toezichthouder CBF (Centraal Bureau Fondsenwerving). De erkenning bevestigt dat het museum zorgvuldig, transparant en verantwoord omgaat met ontvangen giften en middelen doelgericht inzet. Ook toont het aan dat de financiële en administratieve organisatie van het museum op orde is. Donateu rs en andere belanghebbenden kunnen er daardoor op vertrouwen dat hun bijdrage daadwerkelijk bijdraagt aan het behoud en de presentatie van het cultureel erfgoed.

Een nadere toelichting op de financiële verantwoording en het integriteitsbeleid van het museum is opgenomen in bijlage 2: Specificatie CBF

Retail

De museumwinkel, bakkerij en brouwerij vormden in 2025 een herkenbaar en levendig onderdeel van de bezoekersbeleving in het Nederlands Openluchtmuseum. Deze voorzieningen droegen niet alleen bij aan de kwaliteit van het publieksaanbod, maar leverden ook een substantiële bijdrage aan de eigen inkomsten van het museum. In de museumwinkels werd een omzet van bijna € 1,2 miljoen gerealiseerd. Via banqueting is ruim € 100.000 aan aanvullende retail omzet gegenereerd.

In de bierbrouwerij kwam opnieuw zichtbaar leven in de brouwerij. Een betrokken en deskundig team van vrijwilligers speelde daarbij een centrale rol en bouwde aan een levendige museale presentatie, die voor bezoekers vrijwel dagelijks te ervaren was. Op brouw-dagen gaven zij toelichting op het ambachtelijke proces en verkochten het museumbier en bijbehorende producten. In totaal werd netto bijna 30.000 liter bier gebrouwen en afgezet via zowel horeca- als retaillocaties binnen het museum.

De bakkerij zette in 2025 de positieve ontwikkeling van 2024 overtuigend voort. De groei in productie en omzet maakte het mogelijk om per december de formatie uit te breiden met een leerling-bakker. Nog niet eerder werd er zoveel eigen brood geproduceerd en gebakken. De omzetdoelstelling werd ruimschoots gerealiseerd, waarbij de extra opbrengsten direct bijdroegen aan het nettoresultaat. Deze ontwikkeling vormde aanleiding om toekomstplannen voor de bakkerij verder uit te werken, met als doel zowel de muse ale presentatie als het verdienmodel planmatig en onderbouwd te versterken.

In de museumwinkel bleef de gemiddelde besteding per bezoeker achter bij de begroting. Hoewel het bezoekersaantal hoger lag dan voorzien, werd de omzetdoelstelling net niet behaald en stonden de marges onder druk. Deze uitkomst vormde aanleiding om in het vierde kwartaal van 2025 te starten met de ontwikkeling van een integrale retailstrategie en bijbehorend beleid. De focus lag daarbij op datagedreven sturing, een scherper en onderscheidend assortiment, gerichte productontwikkeling en de versterking van storytelling. Op de middellange termijn moet deze aanpak leiden tot een hogere gemiddelde besteding per bezoeker en verbeterde marges, zodat omzetgroei structureel samengaat met een groei van het resultaat.

De horeca van het Nederlands Openluchtmuseum was in 2025 volop in ontwikkeling. Het jaar werd gekenmerkt door vernieuwing en verdere professionalisering, met een sterke focus op samenwerking en datagedreven werken. Met een zelf ontwikkeld Power BI-dashboard kreeg de horecaorganisatie dagelijks inzicht in belangrijke gegevens, zoals gemiddelde bestedingen, personeelsinzet, productiviteit en verkoop per productgroep. Dit maakte het mogelijk de dagelijkse aansturing beter te ondersteunen en gerichte keuzes te maken voor het menu en het horeca-aanbod.

Ook werden stappen gezet in de modernisering van systemen en gastbediening. In 2025 werd een nieuw kassasysteem verkend, inclusief een proef met bestelzuilen bij het Canoncafé. Deze try-out leverde waardevolle inzichten op in gebruiksgemak en gastbeleving en leidde tot de keuze om vanaf 2026 samen te werken met Scanfie, een digitaal bestelsysteem waarmee gasten via een QR-code eenvoudig eten en drinken kunnen bekijken, bestellen en betalen.

Voor de horeca-inkoop doorliep het museum een zorgvuldig leveranciersselectietraject. Op basis van criteria als prijs, assortiment, duurzaamheid, logistiek, service en digitalisering werd gekozen voor Bidfood als nieuwe hoofdleverancier. Deze keuze sluit aan bij de ambitie om de horeca verder te verduurzamen, efficiënter te organiseren en beter inzicht te krijgen in prestaties.

Duurzaamheid bleef een belangrijk aandachtspunt. Via het platform Too Good To Go werd overtollig voedsel tegen gereduceerd tarief aangeboden, wat bijdroeg aan het terugdringen van voedselverspilling. Daarnaast werd de horeca grotendeels vrij van wegwerpproducten gemaakt.

Verder werd ingezet op betere forecasting en scenariodenken. Door bezoekersaantallen, omzetten en het openen van locaties beter met elkaar te verbinden, kon de horeca flexibeler inspelen op drukte en seizoensinvloeden.

Sales en events

De begrote omzetdoelstelling werd gerealiseerd, met een opbrengst van ruim € 3,1 miljoen. Deze opbrengsten kwamen voort uit een brede mix van groepsbezoeken, bijeenkomsten en evenementen, waaronder grootschalige zakelijke bijeenkomsten, onderwijsprogramma’s, familiefeesten en particuliere vieringen zoals bruiloften. Met name de grotere evenementen lieten een sterke groei zien, terwijl het aantal activiteiten voor particulieren en onderwijs gedurende het jaar enigszins achterbleef bij de verwachting.

Door een zorgvuldige afstemming met het team Banqueting werd scherp gestuurd op kostenbeheersing en op het bieden van een passend en kwalitatief hoogwaardig aanbod voor de verschillende doelgroepen. Deze integrale werkwijze resulteerde in een nettoresultaat dat ruimschoots boven de begroting uitkwam.

De gerichte inzet vanuit Marketing op grotere groepsbezoeken en evenementen heeft aantoonbaar bijgedragen aan deze positieve ontwikkeling. Deze lijn wordt in 2026 voortgezet, met als doel de positie van het Nederlands Openluchtmuseum als aantrekkelijke en hoogwaardige locatie voor groepsbezoeken en evenementen verder te versterken en de financiële bijdrage aan de exploitatie duurzaam te borgen.

Organisatie

Organisatieontwikkeling

In 2025 is gewerkt aan het verder op orde brengen en toekomstbestendig maken van de organisatie van het Nederlands Openluchtmuseum. Met de aanscherping van de strategische koers was het noodzakelijk om ook de interne organisatie hierop te laten aansluiten. Er is bewust ingezet op versterking van leiderschap, samenwerking en professionele randvoorwaarden.

Versterking van bestuur en leiderschap

In maart trad Amito Haarhuis aan als algemeen directeur-bestuurder, waarmee het directieteam weer compleet was. Met zijn brede ervaring op zowel inhoudelijk als bedrijfsmatig vlak beschikt het museum over een stevige basis om de ambities uit het strategisch plan te realiseren. De komst van een nieuwe algemeen directeurbestuurder was tevens aanleiding om scherper te kijken naar rollen, verantwoordelijk heden en samenhang binnen de organisatie.

Verbindend leiderschap kreeg nadrukkelijk aandacht. Leidinggevenden zijn ondersteund om vanuit gezamenlijke doelen te werken en afdelingen sterker met elkaar te verbinden. Dit heeft geleid tot meer onderling begrip en een betere afstemming tussen inhoudeli jke en ondersteunende processen.

Organisatiestructuur en samenwerking

Vanuit het strategische thema museum op orde is onder begeleiding van een externe specialist gewerkt aan procesoptimalisatie. In zogenoemde brown paper sessions zijn werkprocessen gezamenlijk in kaart gebracht en aangescherpt. Medewerkers ervaren hierdoor meer duidelijkheid over verantwoordelijkheden en een effectievere samenwerking over afdelingsgrenzen heen.

Een belangrijk en ingrijpend besluit betrof de samenvoeging van drie inhoudelijke afdelingen tot één nieuwe afdeling Programma. Deze wijziging was gericht op het versterken van de samenhang tussen ontwikkeling en uitvoering van programmering en op het vergroten van de effectiviteit van de organisatie. In dit proces zijn twee afdelingshoofden boventallig geworden. De werving van een manager Programma, die leiding gaat geven aan de nieuwe afdeling en deel zal uitmaken van het managementteam, is eind 2025 gest art en wordt begin 2026 afgerond. Hiermee wordt invulling gegeven aan een eerder advies van de visitatiecommissie om de inhoudelijke sturing binnen het management te versterken.

Arbeidsomstandigheden en sociale veiligheid

In 2025 is de Risico-Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) uitgevoerd. Urgente aandachtspunten zijn direct opgepakt; voor overige risico’s is een plan van aanpak opgesteld. Hiermee is een belangrijke stap gezet in het verder borgen van veilige en gezonde arbeidsomstandigheden.

De aandacht voor sociale veiligheid is geïntensiveerd. Het team van vertrouwenspersonen is uitgebreid met een interne vertrouwenspersoon met specialisatie misstanden, en daarnaast is een vrouwelijke externe vertrouwenspersoon aangesteld via de Arbo Unie.

Tijdens een medewerkersbijeenkomst zijn medewerkers geïnformeerd over de rol en bereikbaarheid van de vertrouwenspersonen. Ook is een anti-pestprotocol opgesteld, zodat binnen de organisatie helder is hoe ongewenst gedrag kan worden voorkomen en aangepakt.

De HR-manager heeft een collegereeks sociale en psychologische veiligheid gevolgd om het HR-beleid op dit terrein verder te versterken. Daarnaast zijn trainingen verzorgd voor parkmedewerkers, gericht op het omgaan met agressie en vandalisme door bezoekers. Voor medewerkers die te maken krijgen met ingrijpende gebeurtenissen op of rond de werkvloer is een traumazorgbeleid ontwikkeld, waarmee structurele ondersteuning beter is geborgd.

Op het gebied van diversiteit, inclusie en gelijkwaardigheid zijn voor leidinggevenden en museaal inhoudelijk medewerkers bewustwordingsbijeenkomsten georganiseerd. Ook is samen met medewerkers en externe deskundigen input opgehaald voor een meer inclusiev e programmering. Deze inzichten zijn verwerkt in het strategisch beleid.

Leren en ontwikkelen

Om leren en ontwikkelen structureel te versterken, is het HR-team uitgebreid met 0,45 fte L&O-advies. Hierdoor kan gerichter worden gewerkt aan professionele ontwikkeling die aansluit bij de strategische doelen van het museum.

In maart is de Openluchtmuseum Academie gelanceerd: een digitaal leerplatform dat medewerkers ondersteunt in hun ontwikkeling en eigen regie in leren stimuleert. Het platform biedt een centrale plek voor interne en externe leeractiviteiten en wordt actief ingezet door leidinggevenden in hun teams, bijvoorbeeld tijdens ontwikkelgesprekken. In 2025 zijn onder meer e-learnings ontwikkeld op het gebied van onboarding, werkwaarden en sociale en fysieke veiligheid.

Daarnaast heeft het museum gebruikgemaakt van de MDIEU-subsidie, waarmee 30% van de kosten voor duurzame inzetbaarheid kon worden gedeclareerd. Dit traject is in 2025 grotendeels afgerond.

Verloop en verzuim Het ziekteverzuim kwam uit op 5,7%, een lichte stijging ten opzichte van 5,1% in 2024. Deze ontwikkeling sluit aan bij de landelijke trend, waar het verzuim in 2025 eveneens is toegenomen. Het museum hanteert een integrale aanpak van verzuim, in samenwerking met de arbodienst, waarbij preventie en begeleiding centraal staan.

Het personeelsverloop daalde verder naar 15,9% (exclusief horeca: 13%), tegenover 19% in 2024 (exclusief horeca: 15,9%). De in 2025 geïmplementeerde en verder doorontwikkelde Power BI -tool biedt actueel en gedetailleerd inzicht in verzuim- en verloopcijfers, trends en risicofactoren. Dit maakt gerichtere analyses en effectievere sturing mogelijk.

Digitalisering

In 2025 is een digitale strategie voor het Nederlands Openluchtmuseum vastgesteld. Digitalisering wordt daarin niet als een afzonderlijk thema benaderd, maar als een ontwikkeling die verschillende onderdelen van het museum raakt, waaronder collectiebeheer, publieksbereik en de interne organisatie. Digitale middelen worden ingezet om de collectie toegankelijker te maken, meer mensen te bereiken en werkprocessen te ondersteunen. In 2025 zijn de eerste concrete stappen gezet in de uitvoering van deze strategie

Digitale ontsluiting van de collectie

Het museum onderschrijft het belang van het verder vergroten van de digitale toegankelijkheid van de roerende collectie. Digitale ontsluiting vormt een belangrijk onderdeel van de museumstrategie Koers op samenhang 2026–2032

In 2025 heeft het museum een nieuw collectiebeheersysteem (Axiell Collections) in gebruik genomen. Daarmee is een belangrijke stap gezet in het toekomstbestendig beheren, registreren en ontsluiten van de collectie. Ook zijn nieuwe objecten digitaal beschikbaar gesteld, waardoor de collectie beter toegankelijk wordt voor een breder publiek, waaronder mensen die het museum niet fysiek kunnen bezoeken.

Van de roerende collectie wordt circa 3–5% op het museumpark gepresenteerd. De collectie van het museum is daarmee aanzienlijk breder dan wat op het park in Arnhem zichtbaar is. Een groot deel van de objecten wordt bewaard in het CollectieCentrum Nederland (CC NL), waar zij onder passende klimatologische omstandigheden worden opgeslagen.

Daarnaast beheert het museum een omvangrijke documentaire collectie met onder meer foto’s, archiefmateriaal en documentatie. Een deel van de collectiegegevens is al online beschikbaar via Collectie Gelderland, een platform waarop musea uit de provincie hun collecties presenteren. Op de website van het museum zelf bieden zogenoemde Verdiep-pagina’s met verhalen, video’s en podcasts extra context bij objecten en thema’s. Voor specialistisch onderzoek is daarnaast de landelijke database Collectie Nederland beschikbaar. De collectiegegevens zijn zo ingericht dat ze eenvoudig met andere erfgoedorganisaties kunnen worden gedeeld.

Verdere digitale ontsluiting is een speerpunt voor het museum. In 2026 wordt het beleid rond de digitale toegankelijkheid van de collectie verder uitgewerkt en vastgelegd in een addendum op het collectieplan. Daarbij wordt bepaald welke deelcollecties prioriteit krijgen bij verdere digitale ontsluiting, zodat beschikbare capaciteit gericht kan worden ingezet. Tegelijk ontwikkelt het museum een nieuwe webinterface waarmee een groter deel van de collectie online doorzoekbaar wordt en nog beter kan worden verbonden met andere erfgoedcollecties en onderzoeksplatforms.

Digitale communicatie en publiekscontact De online vindbaarheid van het museum en de toegankelijkheid van informatie spelen een belangrijke rol in de voorbereiding op een bezoek. In 2025 is de online communicatie verder versterkt via de eigen digitale kanalen en in samenwerking met externe partners en campagnes. Daarbij is ingezet op het vergroten van het digitale bereik en het gerichter communiceren met verschillende doelgroepen. Door beter aan te sluiten bij de interesses van bezoekers konden relevante onderwerpen effectiever onder de aandacht worden gebracht, onder meer via gerichte e-mailcampagnes waarin specifieke thema’s worden uitgelicht.

Bij het gebruik van publieksgegevens wordt zorgvuldig omgegaan met privacy en transparantie. Het museum verwerkt uitsluitend gegevens die noodzakelijk zijn voor dienstverlening, zoals het verkopen van tickets, het informeren van bezoekers of het verzenden van nieuwsbrieven. Bezoekers houden daarbij regie over welke gegevens zij delen en kunnen zich voor nieuwsbrieven zelfstandig aan- en afmelden, conform de voorschriften van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

Digitale ontwikkeling van de organisatie

In 2025 is gestart met de ontwikkeling van een interne digitale kennisomgeving op basis van een wiki-oplossing. Hiermee wordt kennis toegankelijk gemaakt voor presentatoren en rondleiders, zodat zij kunnen beschikken over actuele en betrouwbare informatie. In het verslagjaar is een eerste basis voor dit systeem ingericht.

Daarnaast is geïnvesteerd in de digitale vaardigheden van medewerkers en vrijwilligers, onder meer via trainingen op het gebied van kunstmatige intelligentie, digitale veiligheid en het verantwoord omgaan met digitale informatie. Voor een deel van deze trainingen wordt gebruikgemaakt van de Openluchtmuseum Academie.

In 2025 is ook begonnen met de implementatie van nieuwe digitale systemen voor de bedrijfsvoering, waaronder een nieuw kassasysteem en een geïntegreerd systeem voor onder meer financiële administratie en personeelsprocessen. Met deze vernieuwing wordt toeg ewerkt naar een meer samenhangende digitale inrichting van de organisatie, waarin gegevens over bezoekers, inkomsten en interne processen beter beschikbaar komen voor sturing, analyse en rapportage. De nieuwe systemen vervangen een deel van de bestaande applicaties en dragen bij aan een efficiëntere inrichting van werkprocessen en een verbetering van de datakwaliteit.

Daarnaast is geïnvesteerd in het versterken van de digitale weerbaarheid van de organisatie. Daarbij is gewerkt aan maatregelen op het gebied van preventie, detectie en bewustwording, waaronder het verbeteren van de beveiliging van systemen en het vergroten van het bewustzijn van medewerkers en vrijwilligers rond digitale veiligheid. Ook is de netwerkinfrastructuur vernieuwd om de stabiliteit en betrouwbaarheid van de digitale omgeving verder te verbeteren.

Duurzaamheid

In 2025 is duurzaamheid expliciet benoemd als strategisch accent van het Nederlands Openluchtmuseum. Deze keuze is vastgelegd in een langetermijnvisie die richting geeft aan besluitvorming op het gebied van verduurzaming, bedrijfsvoering en publieksactiviteiten. Duurzaamheid vormt daarmee een integraal onderdeel van de koers van de organisatie.

Bestuurlijke kaders duurzaamheid

De duurzaamheidsambities worden vormgegeven binnen de geldende wet- en regelgeving op het gebied van milieu, energie en veiligheid. Deze kaders zijn leidend bij besluitvorming over vastgoed, bedrijfsvoering en programmering. Als structurele en onafhankelijke toets op de duurzame bedrijfsvoering beschikt het museum over het Green Key Gold-certificaat. Dit certificaat fungeert als kwaliteitskader voor continue verbetering en verantwoording. Daarnaast laat het museum zich bij de verdere ontwikkeling van het duurzaamheidsbeleid inspireren door de Sustainable Development Goals (SDG’s), die richting geven aan de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de organisatie.

In het kader van transparantie en toekomstbestendige verslaglegging zijn in 2024 de eerste stappen gezet richting rapportage conform de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). Na afronding van een initiële verkenningsfase is het vervolgtraject tijdelijk gepauzeerd, omdat de huidige informatievoorziening en systemen nog onvoldoende hierop zijn ingericht.

Resultaten duurzaamheid 2025

Binnen de vastgestelde duurzaamheidsambities zijn concrete stappen gezet. In de bedrijfsvoering is verdere voortgang geboekt in het terugdringen van het energieverbruik.

• Het totale gasverbruik daalde tot circa 326.600 m³, een afname van ruim 20.000 m³ ten opzichte van 2024. Het elektriciteitsverbruik daalde licht tot circa 2,34 miljoen kWh, ondanks een stijging van het bezoekersaantal en intensief gebruik van gebouwen en i nstallaties. Deze ontwikkeling was onder meer het resultaat van actief monitoren en bijstellen van installaties, en het voortzetten van energiebesparende maatregelen.

• De verduurzaming van de verlichting in en rondom het museum is in 2025 grotendeels afgerond. Daarnaast zijn verduurzamingsmaatregelen uitgevoerd in combinatie met onderhoud en renovatie van vastgoed, waarmee efficiënt gebruik is gemaakt van natuurlijke onderhoudsmomenten.

• Op het gebied van afvalbeheer zijn verdere stappen gezet richting een meer circulaire bedrijfsvoering. In 2025 is circa 217 ton afval afgevoerd. De totale afvalkosten daalden ten opzichte van het voorgaande jaar en een aanzienlijk deel van de afvalstromen is nuttig toegepast of gerecycled, wat heeft bijgedragen aan een verdere vermindering van het restafval.

• Ook op het gebied van certificering zijn resultaten behaald. In 2025 is het Green Key Gold-certificaat opnieuw toegekend, waarmee de duurzame bedrijfsvoering onafhankelijk is getoetst en bevestigd.

Energiehuishouding

In lijn met de geldende subsidieverplichtingen is hieronder een overzicht opgenomen van de energiehuishouding van het museum over de afgelopen vier jaar.

Verbruik

De gepresenteerde elektriciteitsverbruikscijfers zijn met terugwerkende kracht aangepast. In 2025 heeft de externe meetverantwoordelijke vastgesteld dat gedurende een langere periode sprake is geweest van onjuiste metingen van het werkelijke elektriciteitsverbruik. Op basis hiervan zijn de historische verbruiksgegevens gecorrigeerd. Het verschil ten opzichte van de eerdere metingen bedraagt circa 250.000 kWh per jaar.

Sinds 2023 zijn op twee locaties zonnepanelen geplaatst, te weten op het dak van het Entreegebouw en op het dak van een van de zes doorzonwoningen. Met name de zonnepanelen op het Entreegebouw leverden een betekenisvolle bijdrage aan het energieverbruik. Met de beoogde realisatie van solar carports op het parkeerterrein kan naar verwachting circa 40% van het energieverbruik uit eigen opwekking worden gedekt.

Vastgoed en huisvestingsstelsel

Algemeen

Het vastgoed op het terrein van het Nederlands Openluchtmuseum is onderverdeeld in drie categorieën: vastgoed van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB), museaal vastgoed dat deel uitmaakt van de Rijkscollectie en vastgoed in eigendom van het museum.

Het RVB-vastgoed bestaat voornamelijk uit dienstgebouwen die door het museum worden gehuurd en vallen onder de huisvestingssubsidie van het ministerie van OCW voor rijksmusea. Het museale vastgoed wordt beheerd conform de met de overheid gesloten overeenko mst. Het eigen vastgoed van het museum omvat een beperkt aantal gebouwen.

Inspectie en onderhoudssystematiek

Het museum laat periodiek inspectierapporten opstellen voor het vastgoed. Vanwege de diversiteit in aard en status van de gebouwen – variërend van hedendaags vastgoed tot monumentaal en museaal erfgoed – en de daarbij behorende specialistische kennis, is deze taak belegd bij twee externe partijen. De inspecties worden uitgevoerd conform de NEN 2767-norm (Nederlandse norm voor het beoordelen van de bouwkundige en technische staat van gebouwen), waarbij de conditie van bouw- en installatiedelen objectief en eenduidig wordt vastgesteld. Op basis van deze conditiescores wordt, als aanvullende opdracht, de meerjarenonderhoudsplanning (MJOP) opgesteld.

Onderhoudscategorieën

Het onderhoud van het vastgoed is onderverdeeld in drie categorieën:

• Groot onderhoud: ingrijpende onderhouds- en vervangingswerkzaamheden met een lange levensduurverlenging, gericht op instandhouding van het vastgoed en niet op kwaliteitsverbetering of functiewijziging.

• Planmatig onderhoud: periodiek en vooraf gepland onderhoud op basis van de MJOP, gericht op het behouden van een goede staat van gebouwen en installaties.

• Dagelijks onderhoud: het verhelpen van storingen of meldingen van gebruikers, gericht op het herstellen van defecten en het waarborgen van het dagelijks gebruik.

De afdeling Vastgoedbeheer is verantwoordelijk voor het onderhoud en de instandhouding van het vastgoed. De uitvoering vindt in beginsel plaats door eigen personeel. Waar aanvullende expertise of capaciteit noodzakelijk is, worden externe partijen ingezet. De onderhoudsplanning is gebaseerd op de inspectierapporten en wordt periodiek getoetst aan de actuele staat van het vastgoed, waarbij wordt beoordeeld of geplande werkzaamheden noodzakelijk en prioritair zijn.

RVB-panden

Voor de gebouwen die het museum huurt van het Rijksvastgoedbedrijf worden eens per vier jaar technische inspecties uitgevoerd volgens de norm NEN 2767. De resultaten van deze inspecties worden aangeleverd bij het ministerie van OCW.

Als aanvulling hierop is in 2023 een Scope 8-inspectie uitgevoerd, conform NEN 3140 (Nederlandse norm voor veilig werken met elektrische installaties). Deze inspectie richt zich op de veiligheid van elektrische installaties en arbeidsmiddelen en maakt onderdeel uit van de zorgplicht van het museum op grond van de Arbowet.

Daarnaast is een Scope 10-inspectie uitgevoerd volgens NTA 8220 (richtlijn voor het beoordelen van brandrisico’s van elektrische installaties). Deze inspectie is niet wettelijk verplicht, maar wordt wel gevraagd door de verzekeraar en past binnen het brandveiligheidsbeleid van het museum.

In 2024 en 2025 zijn de aandachtspunten die uit deze inspecties naar voren kwamen stap voor stap en op basis van risico’s opgepakt. Een deel van de maatregelen is uitgevoerd. Voor de resterende verbeterpunten zijn offertes aangevraagd en voorbereidingen getroffen. Besluitvorming en uitvoering van aanvullende investeringen en aanpassingen staan gepland voor 2026.

Uitgevoerd onderhoud 2025

In 2025 is het onderhoud aan de gebouwen uitgevoerd zoals gepland, aangevuld met reparaties wanneer dat nodig was. Dit betrof zowel het gebouw zelf als de technische installaties. Waar mogelijk zijn werkzaamheden gecombineerd uitgevoerd. Als onderhoud is samengegaan met maatregelen om de gebouwen duurzamer te maken, wordt dit toegelicht in de paragraaf Verduurzaming

Vastgoed museaal

Het museale vastgoed van het Nederlands Openluchtmuseum maakt deel uit van de Rijkscollectie en valt onder de beheerovereenkomst met de Staat, de Erfgoedwet en de Regeling beheer rijkscollectie en subsidiëring museale instellingen (wettelijk kader voor het beheer van rijksbezit). Het beheer en onderhoud van deze panden worden uitgevoerd binnen deze wettelijke en beleidsmatige kaders, met als uitgangspunt het behoud

van de erfgoedwaarden en de veiligheid van gebouwen, medewerkers en bezoekers. Het beleid voor het museale vastgoed is vastgelegd in het collectieplan Verrijken en versterken (2021–2028) en in het Meerjarenonderhouds- en investeringsplan (MOIP) (langetermijnplanning voor onderhoud en investeringen).

Uitgevoerd onderhoud 2025

In 2025 is het museale vastgoed onderhouden binnen het planmatige en dagelijkse onderhoud, zowel bouwkundig als installatietechnisch. In het kader van verduurzaming is bij Van Gend en Loos de cv-ketel aan het einde van de levensduur vervangen door een installatie die op termijn kan worden hergebruikt bij de Nederlands Hervormde Kerk. Verder is de renovatie van de Molukse barak uitgevoerd. Tijdens de werkzaamheden bleek dat de aantasting door ongedierte groter was dan vooraf zichtbaar, waardoor een ingrijpendere renovatie noodzakelijk was.

Bij de voorbereiding en uitvoering van onderhoudswerkzaamheden is, waar mogelijk, gekeken of onderhoud kon worden gecombineerd met verduurzamingsmaatregelen, zolang dit verenigbaar was met de museale en erfgoedkundige waarden. Een nadere toelichting hierop is opgenomen in de paragraaf Verduurzaming

De vervanging van rieten daken is voortgezet en wordt in 2026 afgerond. In totaal zijn inmiddels elf rieten kappen vervangen. Daarnaast is aan tien objecten planmatig schilderwerk uitgevoerd en is bij vier molens houtrotherstel in combinatie met schilderwerk uitgevoerd.

Gepland onderhoud 2026

Doordat in 2025 veel capaciteit is ingezet bij de renovatie van de Molukse Barak, zijn enkele onderhoudswerkzaamheden doorgeschoven naar 2026. Op de planning staat onder meer groot onderhoud aan de Papiermolen en constructief herstel aan boerderij Budel. Daarnaast wordt de Overtuin van de Zaan in ere hersteld, onderhouden en historisch verbeterd, in samenwerking met de afdeling Terreinen en Dieren. Bij de uitvoering van deze werkzaamheden worden, waar nodig, gespecialiseerde externe partijen ingeschakeld. H et planmatige en dagelijkse onderhoud door eigen medewerkers wordt in 2026 voortgezet.

Verduurzaming

Sinds 1 januari 2024 maakt verduurzaming deel uit van de regels voor het huisvestingsstelsel. Dit betekent dat het museum moet voldoen aan de geldende wet- en regelgeving voor energiegebruik en het verduurzamen van gebouwen.

In 2024 heeft PVM Eindhoven B.V. voor diverse gebouwen op het terrein verduurzamingsadviezen opgesteld. Deze adviezen zijn opgenomen in het Meerjarenonderhouds- en investeringsplan (MOIP) en vormen de basis voor toekomstige keuzes rond verduurzaming. De inspecties en uitgangspunten sluiten aan bij de Routekaart Musea in Nederland van Royal HaskoningDHV.

Om verduurzaming expliciet in de planning op te nemen, is het MOIP aangepast. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen groot onderhoud, vervanging en verduurzamingsinvesteringen, conform de eisen van het ministerie van OCW. Het museum streeft ernaar verduurzamingsmaatregelen waar mogelijk te combineren met groot onderhoud en andere noodzakelijke werkzaamheden, zodat investeringen stap voor stap en doelmatig kunnen worden uitgevoerd.

Uitgevoerde verduurzamingsmaatregelen

In 2024 is gestart met het verduurzamen van de verlichting in het Administratiegebouw. Deze werkzaamheden zijn in 2025 grotendeels voortgezet. Waar installaties of onderdelen moesten worden vervangen, is gekozen voor de meest duurzame beschikbare oplossing. Daarnaast zijn in 2025 verduurzamingsmaatregelen uitgevoerd in combinatie met onderhouds- en renovatiewerkzaamheden. Bij de renovatie van de Molukse barak zijn extra isolatiemaatregelen getroffen, zoals het verbeteren van de isolatie van vloer en wanden en het vervangen en isoleren van het dak. Ook is bij de Tramremise de dakafwerking vervangen en tegelijkertijd voorzien van isolatie. Door verduurzaming te koppelen aan regulier onderhoud is gewerkt volgens een gefaseerde en doelmatige aanpak, afgestemd op de technische staat en het gebruik van de gebouwen.

Exploitatieresultaat

Het exploitatieresultaat over 2025 bedraagt € 1.221.051 positief. Dit resultaat ligt aanzienlijk boven de begroting, die uitging van een negatief resultaat van € 162.180, maar ligt lager dan het resultaat over 2024. Het verschil ten opzichte van het voorgaande jaar hing grotendeels samen met het wegvallen van incidentele baten, met name een in 2024 ontvangen omvangrijke nalatenschap.

De totale baten in 2025 bedroegen € 33,9 miljoen en lagen boven begroting. De directe inkomsten namen verder toe, vooral door hogere publieksinkomsten als gevolg van een hoger bezoekersaantal. Ook sponsorinkomsten lagen hoger dan in 2024. De bijdragen uit private middelen waren daarentegen aanzienlijk lager dan in het voorgaande jaar, hetgeen past bij het incidentele karakter van deze inkomsten. De structurele subsidies bleven grotendeels in lijn met de begroting.

De totale lasten bedroegen € 33,1 miljoen en lagen per saldo onder begroting. De personeelslasten stegen in 2025 verder als gevolg van uitbreiding van de organisatie en loonontwikkelingen, maar bleven binnen de gestelde financiële kaders. De huisvestingslasten vielen lager uit dan begroot. De overige lasten lagen licht boven begroting, maar aanzienlijk lager dan in 2024, voornamelijk door een afname van projectkosten na een hoog niveau in het voorgaande jaar, terwijl exploitatie- en inkoopkosten samenhingen met een hogere activiteitengraad.

Samenvattend liet 2025 een positief exploitatieresultaat zien op basis van een grotendeels structureel gezonde exploitatie, zonder afhankelijkheid van uitzonderlijke baten.

Financiële positie

Liquiditeit

Per ultimo 2025 bedroegen de liquide middelen € 20,7 miljoen, tegenover € 19,5 miljoen per ultimo 2024. Het vrij beschikbare deel nam in dezelfde periode af van € 4,5 miljoen naar € 3,4 miljoen.

Deze ontwikkeling laat zien dat de toename van het totale liquiditeitssaldo niet automatisch leidt tot een grotere bestuurlijke flexibiliteit. Hoewel de liquide middelen als banksaldo beschikbaar zijn, is een groot deel beleidsmatig bestemd, wat vraagt om scherpe prioritering bij de inzet van middelen. Het bestuur stuurt daarom nadrukkelijk op liquiditeitsbeheer, in samenhang met de meerjarige onderhouds - en verduurzamingsopgave, de investeringsagenda en de kasstromen uit projectmatige activiteiten.

Op basis van de huidige inzichten zijn er geen aanwijzingen voor continuïteitsrisico’s. Niettemin blijft strakke liquiditeitssturing noodzakelijk om ook bij verschuivingen in kasstromen en uitgaven tijdig aan alle financiële verplichtingen te kunnen blijven voldoen.

Solvabiliteit/weerstandsvermogen

De solvabiliteit bedroeg per ultimo 2025 35,9% tegenover 35,4% per ultimo 2024. Deze stijging wordt verklaard door het positieve resultaat over 2025 en de ontvangst van het resterende deel van een nalatenschap, waarvan het grootste deel reeds in 2024 is ontvangen.

Gezien de strategisch geplande grotere investeringen wordt voor de komende jaren een daling van de solvabiliteit verwacht. Investeringen in het kader van het strategisch beleidsplan, verduurzaming en het onderhoud van de gebouwen zullen, afhankelijk van de gekozen financieringsstructuur, leiden tot een toename van het balanstotaal en mogelijk een hogere inzet van externe financiering. Dit heeft naar verwachting een drukkend effect op de solvabiliteitsratio, maar past binnen het vastgestelde financiële belei d en doet geen afbreuk aan de financiële soliditeit van het museum.

Het weerstandsvermogen bedroeg per ultimo 2025 39,9% en bevindt zich daarmee binnen de door het museum vastgestelde bandbreedte van 30% tot 40%. Op basis van de huidige inzichten zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk om de financiële positie te versterken. Bij toekomstige grote investeringen zal per geval een afweging worden gemaakt tussen financiering uit eigen middelen en externe financiering, passend binnen het vastgestelde risicoprofiel.

Voor de ratio’s met betrekking tot de financiële positie van 2025 en 2024 wordt verwezen naar onderstaand overzicht.

!"#$#%"F'()*+,"-"()(#).$-"+/, 012)3)45666)

<%-"=$

748498969;

!"#$%&"'$()"& *+,--* *.,/.0

!""##$%&'( +1/ .21 !"#%&#)'*&'(

.,-23 +),-)%&(.)%%&/&' .3,2-/ *4,-/. !56$$%78%&"'$()" .-,*22 ..,*40 >+-$'()$%-"=$

9(:%7&)%;K6:%7

!66;=(%7(7:%7

L"7:56?%78%&#'@A58%7

B6;$56?%78%&#'@A58%7

>+-$'()*$,,"=$

>+-$'()B$-(#

2$-"+/, L(CA(8($%($&D!56$$%78%&"'$()"&E&!66;;"8%7&F&B6;$56?%78%&#'@A58%7G +H- +HI65)"J(5($%($&D9(:%7&)%;K6:%7&F&K6$""5&)%;K6:%7G +/H4L +/H-L M%%;#$"78#)%;K6:%7&D9(:%7&)%;K6:%7&F&K6$"5%&J"$%7G

Schatkistbankieren

De stichting houdt haar liquiditeiten aan via Schatkistbankieren bij het ministerie van Financiën. Hierdoor blijven publieke middelen in de schatkist totdat zij worden ingezet voor de uitvoering van publieke taken, terwijl de risico’s op de beschikbare liquiditeiten tot een minimum worden beperkt.

Voor een nadere toelichting op de onderkende risico’s en de beheersing daarvan wordt verwezen naar de paragraaf Continuïteit en risicomanagement.

Aanbestedingswet

Op basis van de verhouding tussen subsidies en eigen inkomsten kwalificeert het museum niet als publiekrechtelijke instelling in de zin van de Aanbestedingswet. Het museum hanteert desondanks een zorgvuldig en transparant inkoopbeleid, passend bij de aard en omvang van de organisatie.

Onderzoek en ontwikkeling

Werkzaamheden op het gebied van onderzoek en ontwikkeling in de zin van verslaggevingsregels vinden binnen het museum niet plaats. Ontwikkelactiviteiten rond presentatie, educatie, digitalisering en verduurzaming maken wel onderdeel uit van de reguliere bedrijfsvoering en worden als zodanig verantwoord.

Continuïteit en risicomanagement

Risicomanagement en governance

Het Nederlands Openluchtmuseum hanteert op strategisch niveau een risicomatrix als onderdeel van het risicomanagement. Per risico worden de kans van optreden, de potentiële impact en de bijbehorende beheersmaatregelen vastgesteld. Gezien de missie van het museum en de bijbehorende subsidiekaders hanteert de organisatie een conservatieve risicotolerantie.

De risicomatrix wordt jaarlijks binnen het managementteam geëvalueerd en waar nodig tussentijds geactualiseerd. De risicomatrix en het bijbehorende continuïteits- en liquiditeitsbeeld worden periodiek besproken met de Raad van Toezicht.

Belangrijkste risico’s

De vijf voornaamste risico’s die door het museum zijn geïdentificeerd en momenteel als meest relevant worden aangemerkt, worden in bijgaande tabel weergegeven. De volgorde is niet indicatief voor de mate van prioriteit.

Anticiperen op en bijbenen van de energietransitie

Kans Vrijwel zeker

Impact:

Zeer groot

Oorzaken: Stijgende energiekosten en de daarmee samenhangende noodzaak tot substantiële investeringen in verduurzaming en energievoorziening.

Gevolgen: Stijgende energielasten hebben directe invloed op het strategische doel van de organisatie om financieel stabiel en toekomstbestendig te blijven. Hogere exploitatielasten voor energie beperken de beschikbare ruimte binnen de exploitatie en kunnen daarmee van invloed zijn op de kwaliteit en omvang van de dienstverlening.

Onze maatregelen: Met behulp van verduurzamingsmiddelen uit de subsidiëring op grond van de Erfgoedwet zijn de eerste concrete stappen gezet om de verduurzaming van het vastgoed te versnellen. Door het verkrijgen van beter en structureel inzicht in het energieverbruik per gebouw wordt gerichte prioritering aangebracht binnen de verduurzamingsopgave. Op basis hiervan zal de verduurzaming van het Administratiekantoor op korte termijn worden opgestart.

Impact van projecten op de staande organisatie

Kans Mogelijk

Impact: Gemiddeld

Oorzaken: Gelijktijdige uitvoering van meerdere projecten, in combinatie met beperkte beschikbare capaciteit en de noodzaak om reguliere werkzaamheden naast projectactiviteiten te blijven uitvoeren.

Gevolgen: Een verhoogde werkdruk voor medewerkers, mogelijke vertragingen in de oplevering van projecten en verstoringen in de dagelijkse operationele processen.

Onze maatregelen: In de afgelopen jaren is het interne projecten- en eventbureau verder geprofessionaliseerd en is een duidelijke prioritering aangebracht binnen het projectenportfolio. Dit heeft de samenloop van projecten beter beheersbaar gemaakt en de impact op de reguliere organisatie verminderd.

De belasting van het vaste personeelsbestand op het operationele resultaat

Kans Waarschijnlijk

Impact: Groot

Oorzaken: Uitbreiding van het personeelsbestand en stijgende loonkosten, onder meer als gevolg van caoontwikkelingen en structurele prijsstijgingen.

Gevolgen: De personeelslasten vormen een substantieel deel van de totale kosten en leggen daarmee druk op de exploitatie. Dit kan leiden tot een afnemende financiële wendbaarheid en een beperking van de beschikbare ruimte voor investeringen in andere strategische en operationele domeinen.

Onze maatregelen: Er wordt een traject gestart om de efficiëntie en effectiviteit van processen en activiteiten binnen het museum te vergroten.

Dit traject wordt ondersteund door een versterkte organisatie- en overlegstructuur. Op basis hiervan wordt een strategische personeelsplanning uitgewerkt, gericht op het beheersen van zowel de omvang van het personeelsbestand als de bijbehorende kosten.

Cybercriminaliteit en cybersecurity

Kans Mogelijk

Impact: Groot

Oorzaken: Onvoldoende of ontoereikende cybersecuritymaatregelen, in combinatie met voortdurend veranderende digitale dreigingen, vergroten de kwetsbaarheid van de organisatie. Ook kan een gebrek aan bewustzijn bij medewerkers en vrijwilligers over cyberrisico’s hieraan bijdragen.

Gevolgen: Ongeautoriseerde toegang tot systemen en data, verlies of ontoegankelijkheid van privacygevoelige informatie, financiële schade en reputatieschade.

Onze maatregelen: In de afgelopen jaren zijn gerichte stappen gezet om de veiligheid van de IT-omgeving te versterken. Dit omvat onder meer het uitvoeren van penetratietests om kwetsbaarheden te identificeren en te mitigeren, evenals de start van een structurele bewustwordingscampagne om medewerkers en vrijwilligers te informeren over cyberrisico’s en passende handelingsperspectieven.

Natuurrampen en gebeurtenissen die (grotendeels) buiten de macht van het museum vallen Kans Mogelijk

Impact: Groot

Oorzaken: Onvoorspelbare natuurverschijnselen en andere externe gebeurtenissen die zich grotendeels buiten de invloedssfeer en beheersing van het museum bevinden.

Gevolgen: Fysieke schade aan gebouwen en terreinen, financiële gevolgen in verband met herstel en herstelmaatregelen, mogelijke reputatieschade en tijdelijke sluiting van (delen van) het museum, met daaruit voortvloeiend verlies van inkomsten.

Onze maatregelen: Het museum beschikt over een uitgebreide gevarenverzekering, inclusief dekking voor bedrijfsschade. Daarnaast worden adequate reserves aangehouden om onverwachte kosten op te vangen en is een gedetailleerd nood- en calamiteitenplan opgesteld voor het handelen bij incidenten op het park.

Impact van de risico's op de exploitatie

Het museum is gelegen in de nabijheid van een Natura 2000-gebied. Ontwikkelingen in wet- en regelgeving rondom stikstof kunnen gevolgen hebben voor de haalbaarheid, fasering en vergunningverlening van (toekomstige) bouw-, renovatie- en verduurzamingsprojecten. Dit kan leiden tot vertragingen in planvorming en uitvoering, alsmede tot aanvullende kosten. Het museum volgt deze ontwikkelingen actief en betrekt stikstofvraagstukken vroegtijdig bij de voorbereiding en besluitvorming rondom projecten, zodat tijdig kan worden bijgestuurd waar nodig.

De vaste kostenstructuur, met name de personeelskosten, legt structurele druk op de exploitatie. Hoewel het museum onder de Erfgoedwet valt en daarmee een zekere stabiliteit in de subsidiëring kent, blijft het in belangrijke mate afhankelijk van eigen inkomsten. De balans tussen subsidies en eigen inkomsten vormt daarmee een essentieel fundament voor een gezonde bedrijfsvoering.

De begroting 2026 laat een kostendekkend exploitatieresultaat zien. Desondanks zal de liquiditeitspositie naar verwachting met circa € 0,53 miljoen afnemen, voornamelijk als gevolg van de jaarlijkse aflossing op de lening bij het ministerie van Financiën en de geplande investeringen. De grootste financiële uitdagingen voor de komende jaren hebben, op basis van de huidige inzichten, met name betrekking op de ontwikkeling van de personeelskosten en de investeringsopgave voor de verdere doorontwikkeling en ve rduurzaming van het museum.

Borging, bijsturing en strategische keuzes Ter versterking van de continuïteit is in 2024 gestart met het opstellen van een business continuïteitsplan. In 2025 is bovendien het crisismanagementteam (CMT) opnieuw ingericht om bij incidenten snel en slagvaardig te kunnen handelen. Deze instrumenten zijn geïntegreerd in de reguliere besluitvorming binnen het managementteam en de Raad van Toezicht.

In 2025 is een nieuw strategisch beleidsplan 2026-2032 vastgesteld, waarin gerichte keuzes zijn gemaakt voor de toekomstige ontwikkeling van het museum. Dit beleidsplan vormt het kader voor besluitvorming, waarbij bij alle initiatieven en investeringen expliciet wordt afgewogen in hoeverre deze bijdragen aan de ontwikkeling en positionering van het museum en of zij financieel haalbaar zijn. Deze afweging e n eventuele bijsturing vinden doorlopend plaats, zodat tijdig kan worden ingespeeld op veranderende oms tandigheden en risico’s.

Toekomst en vooruitblik

Museaal

In 2025 is de basis gelegd voor een aangescherpte langetermijnkoers. Het bestaande Activiteitenplan 2025–2028 is verdiept en aangevuld met een strategisch kader tot en met 2032. Een centrale strategische ambitie is het realiseren van een coherente en samenhangende museumbeleving. Een belangrijk onderdeel hiervan is de herpositionering van het Canongebouw als volwaardig binnenmuseum. In de nieuwe opzet staat de roerende collectie centraal en wordt, net als in het buitenmuseum, het verhaal van het dagelijks l even verteld. De collectie wordt zichtbaarder gepresenteerd en tijdelijke tentoonstellingen bieden ruimte voor verdieping, actualiteit en experiment. Met een wisselende programmering, onder meer in de Koepelzaal, ontwikkelt het binnenmuseum zich tot een jaarrond dynamische plek voor het publiek. Het binnenmuseum en het museumpark functioneren daarbij als complementaire onderdelen van één museale ervaring.

De presentatie van de Canon van Nederland in het Entreegebouw wordt per 1 september 2027 beëindigd. De Canon van Nederland blijft daarna zichtbaar in het museumpark, binnen het Canonnetwerk en via de digitale kanalen van de Canon van Nederland.

Het inhoudelijke profiel van het museum wordt verbreed met nadrukkelijke aandacht voor recente geschiedenis, stedelijke cultuur, diversiteit en immaterieel erfgoed. Deze thematische accenten krijgen onder meer vorm in bestaande en nieuwe publieksopstellingen, waaronder in de Westerstraat en de doorzonwoningen.

In 2026 opent de vernieuwde presentatie in de Molukse barak, waarin het verhaal van Molukkers in Nederland centraal staat. De herinrichting kwam tot stand in een participatief traject met nazaten van de derde en vierde generatie van het barakkenkamp in Lage Mierde.

Op het gebied van collectieontwikkeling ligt de nadruk de komende jaren op vernieuwing en verbreding. De focus ligt daarbij op de naoorlogse geschiedenis, met specifieke aandacht voor het dagelijks leven na 1960 en voor verschillende culturele perspectieven. Door de collectie op deze manier doelgericht uit te breiden, ontstaat ruimte voor een grotere diversiteit aan perspectieven en ervaringen. Dit vergroot de herkenning voor een breed publiek en biedt aanknopingspunten voor reflectie en gesprek, zowel binn en als buiten het museum.

Immaterieel erfgoed krijgt een stevigere plek binnen het museale geheel. KIEN speelt hierin een centrale rol, onder meer door het verbinden van onderzoek, erfgoedpraktijk en publieksprogrammering. Dit wordt zichtbaar in terugkerende evenementen, zoals het Immaterieel Erfgoed FestIEval, en in een sterkere verweving van immaterieel erfgoed in de dagelijkse museumpraktijk.

Het museum zet in op het vergroten van de toegankelijkheid. Door gerichte investeringen in digitalisering, wayfinding en een betere inrichting van het terrein wordt bijgedragen aan een betere spreiding van bezoekers. Ook wordt gewerkt aan de herinrichting van de pleinen in het museumpark. Deze ruimtes krijgen een aantrekkelijkere en veelzijdigere inrichting, geschikt voor ontmoeting, verblijf en evenementen.

Organisatorisch

In de komende jaren versterken we de integrale samenwerking binnen de organisatie en de verbinding tussen kantoor en medewerkers in het museumpark, zodat kennis, ervaring en perspectieven beter worden verbonden en gezamenlijk bijdragen aan de doelen van het museum.

Verbindend leiderschap blijft een belangrijk speerpunt. We investeren in een open organisatiecultuur met heldere besluitvorming, waarin veiligheid en vertrouwen centraal staan. Tegelijkertijd werken we verder aan een organisatie die intern op orde blijft. Door zorgvuldig te plannen, processen te stroomlijnen en blijvend aandacht te hebben voor werkdruk en belastbaar heid, ontstaat rust en ruimte om met kwaliteit en focus samen te werken.

Diversiteit, gelijkwaardigheid en inclusie maken integraal deel uit van onze maatschappelijke opdracht. In de komende jaren werken we verder aan een toegankelijke organisatie en aan bewustwording op dit vlak, onder meer via inclusieve werving.

Duurzaamheid krijgt ook in de komende jaren een belangrijke plek in alles wat het museum doet. Het gaat daarbij niet alleen om het verduurzamen van gebouwen en energiegebruik, maar ook om hoe we omgaan met het museumpark, het landschap en onze manier van w erken. Klimaatverandering heeft merkbare invloed op het park en vraagt om zorgvuldige keuzes, bijvoorbeeld rond water, groen en onderhoud.

Het persoonlijke contact tussen medewerkers en bezoekers, en tussen bezoekers onderling, maakt het museum tot een plek van ontmoeting en uitwisseling. We blijven investeren in vormen van interactie die uitnodigen tot meedoen, gesprek en reflectie, zowel in presentaties als in programmering en publieksactiviteiten. Door participatie, dialoog en betrokkenheid verder te versterken, draagt het museum bij aan sociale verbinding en zorgt het ervoor dat bezoekers zich niet alleen toeschouwer voelen, maar actief onderdeel zijn van het verhaal.

Begroting 2026

De begroting 2026 is opgesteld binnen de kaders van de cultuurperiode 2025–2028. Het jaar 2026 staat in het teken van stabilisatie van de exploitatie en voorbereiding van strategische keuzes en investeringen voor de jaren daarna. Daarbij is bewust gekozen voor een realistische en beheersbare opzet, met aandacht voor financiële continuïteit, risicobeheersing en toekomstbestendigheid van de organisatie.

De begroting gaat uit van een stabiel exploitatieresultaat en een bezoekersaantal dat aansluit bij de meerjarige prognose. Aan de batenzijde is sprake van een evenwichtige mix van subsidies en eigen inkomsten. Aan de lastenzijde is rekening gehouden met cao-ontwikkelingen, reguliere prijsstijgingen en een beperkte uitbreiding van de formatie. Grote evenementen en projecten zijn afzonderlijk gepositioneerd om de transparantie en stuurbaarheid van de exploitatie te vergroten.

!"#$%&'(#)*+*,)!"#$#%&'''(

)*+,-.,#/01+,234.,2 %5&667

8914*:*,4#,2#/;,+*3,#1<.,2 %=&>6?

-%&../)0.&"( 112341

8<@<+*4@<4.,2 %?&'66

AB4-C+*M;*23,2 %&7%?

E;,+*3,#@<4.,2 %F&5>%

G+/M,-.@<4.,2 %&'%= -%&../)/.5&"( 162+73

8./9%):'&)#";%(")0"9$'<=5>%"$'(# ?3@*

H,2.,1<.,2#,2#I@<4.,2 7%J

O9.<.*,4#1,4.,LL*234+,4,+;,4 ??

Voor 2026 wordt uitgegaan van een bezoekersaantal van 565.000. Dit sluit aan bij de meerjarige, realistische bezoekersprognose en kan, afgezet tegen de realisatie in 2025 van circa 574.000 bezoekers (exclusief Uitgelicht), als relatief behoudend worden aangemerkt. De entreetarieven blijven in 2026 ongewijzigd.

De OCW-subsidies zijn voor 2026 geïndexeerd met 3,0% voor lonen en 1,0% voor prijzen en huisvesting.

De geprojecteerde omzet bedraagt € 33,6 miljoen, waarvan € 16,7 miljoen bestaat uit subsidies op grond van de Erfgoedwet. De verwachte directe inkomsten voor 2026 bedragen € 15,9 miljoen en liggen lager dan de realisatie in 2025, als gevolg van het tweede en laatste deel van een uitzonderlijk hoge nalatenschap dat in 2025 is ontvangen. Voor 2026 zijn investeringen gepland ter hoogte van € 2,5 miljoen.

De stichting heeft geen plannen om in 2026 aanvullende financiering aan te trekken voor de reguliere exploitatie. Het gerealiseerde resultaat zal, afhankelijk van de uitkomst, worden toegevoegd aan dan wel onttrokken uit de algemene reserves.

Voor een aantal investeringsprojecten, waaronder het binnenmuseum, de verduurzaming van het administratiekantoor, de realisatie van verblijfszones in het buitenmuseum en solar carports, wordt onderzocht of aanvullende financiering noodzakelijk is. Het moment waarop eventuele aanvullende financiering wordt aangetrokken, is afhankelijk van de verdere planvorming en besluitvorming, en wordt op dit moment voorzien in een later stadium, naar verwachting in 2026 of 2027.

A"5:/&..&)(.)0"5&"BB'(# ? 55

De beoogde wijzigingen in het personeelsbestand hebben voornamelijk betrekking op uitbreidingen van bestaande dienstverbanden en de inzet van vervangend personeel. Afdelingen die een toename van het aantal fte nastreven, doen dit op basis van commerciële doelstellingen die direct zijn gekoppeld aan omzetdoelstellingen. Er worden geen significante wijzigingen in de personeelsstructuur verwacht.

De begroting voor 2026 is opgesteld in de periode augustus tot en met oktober 2025 en is in oktober 2025 goedgekeurd door de Raad van Toezicht. Tot op heden hebben zich geen gebeurtenissen voorgedaan die een materiële invloed hebben op het verwachte operationele resultaat voor 2026. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat het evenement Uitgelicht (editie 2026) niet in de begroting is opgenomen. Naar verwachting zullen de opbrengsten van dit evenement kostendekkend zijn.

Slotwoord

Terugkijkend op het afgelopen jaar kunnen we met trots constateren dat het Nederlands Openluchtmuseum een geliefd en bloeiend museum is. Met bijna 600.000 bezoekers hebben we meer mensen dan ooit weten te bereiken met onze verhalen over 400 jaar geschiedenis van het dagelijks leven. De waardering voor onze publieksprogrammering is hoog. In de winterperiode beoordeelden bezoekers het aanbod met een 8,3, terwijl deze waardering in de drukbezochte zomerperiode verder opliep naar een 8,7.

We blijven echter niet stilzitten. Een museum is nooit af, maar altijd in beweging. We zijn blij met de nieuwe strategie Koers op Samenhang die we voor de komende jaren hebben uitgestippeld. Deze lange lijnen bieden een mooie stip op de horizon voor verdere groei en ontwikkeling.

Door onze activiteiten nog sterker met elkaar te verbinden, creëren we een geheel dat méér is dan de som der delen. Voor de bezoeker betekent dit een samenhangende en verdiepende ervaring. Voor de samenleving betekent het een museum dat blijft inspireren en verbinden – een plek waar iedereen zich kan herkennen, verdiepen en samen nieuwe perspectieven kan ontdekken.

Tot slot wil ik alle medewerkers, vrijwilligers, partners en bezoekers hartelijk bedanken voor hun steun. Dankzij hun betrokkenheid kunnen we blijven bouwen aan een mooi en impactvol museum dat midden in de samenleving staat.

Arnhem, 17 april 2026

w.g. Amito Haarhuis

Algemeen directeur-bestuurder

Nederlands Openluchtmuseum

Bericht van de Raad van Toezicht

Samenstelling

Volgens de statuten mag de Raad van Toezicht van het Nederlands Openluchtmuseum uit maximaal negen leden bestaan. In 2024 heeft de Raad van Toezicht besloten om de omvang van de Raad van Toezicht te verkleinen naar maximaal zeven leden.

Per 1 januari 2025 hebben twee leden afscheid genomen: mevrouw R. Vreeburg, die aan het einde van haar tweede termijn aftrad, en de heer drs C. Breedveld, die iets eerder dan aan het einde van zijn tweede termijn terugtrad om ruimte te bieden aan het voornemen om de omvang van de Raad van Toezicht te verkleinen. Per 5 oktober 2025 trad de heer drs. E.M Robbe af, aan het eind van zijn tweede termijn. Per dezelfde datum is mevrouw K. Smit als lid van de Raad van Toezicht en voorzitter van de Financiële Commissie benoemd.

De Raad van Toezicht bestond daarmee het gehele jaar uit zes leden. Uitgangspunt blijft een grote diversiteit in achtergronden met daarin een goede mix van benodigde deskundigheden en (bestuurlijke en toezichthoudende) ervaring. De Raad van Toezicht is op dit moment bezig met de werving van een lid met een professionele museale achtergrond. De verwachting is dat deze per januari 2026 benoemd kan worden.

In 2025 heeft de heer mr. Th.C. de Graaf het gehele jaar het voorzitterschap uitgeoefend.

Wijze van functioneren

De Raad van Toezicht heeft in het verslagjaar op regelmatige basis formeel en informeel overleg gevoerd met de algemeen directeur-bestuurder. In aanvulling op de vier jaarlijkse vergaderingen heeft de algemeen directeur-bestuurder de Raad van Toezicht tevens schriftelijk geraadpleegd en geïnformeerd. Daarnaast vond er tussentijds regulier overleg plaats tussen de voorzitter van de Raad van Toezicht en de algemeen directeurbestuurder.

De Raad van Toezicht kent een vaste Financiële Commissie. Deze bestond in 2025, tot 5 oktober 2025, uit de heer drs. E.M. Robbe (voorzitter) en mevrouw R.P. Hoytink -Roubos (lid). Op 5 oktober 2025 is mevrouw K. Smit benoemd als voorzitter. In aanwezigheid van de algemeen directeur-bestuurder, de directeur bedrijfsvoering en de financieel manager is de commissie vier keer bijeengeweest. De commissie heeft de algemeen directeurbestuurder ondersteund, zowel inhoudelijk als ter voorbereiding van te agenderen f inanciële onderwerpen, en wederom een actieve rol gespeeld bij het versterken van de financiële afdeling van het museum. De commissie functioneert op basis van een eerder vastgesteld reglement.

De Raad onderschrijft de principes en best practice-bepalingen van de Code Cultural Governance en de governance-bepalingen van het reglement CBF-keur. Deze bepalingen zijn overgenomen in de statuten van de stichting, het Reglement Raad van Toezicht, het Reglement Financiële Commissie, het Reglement Benoeming, Beoordeling en Beloning, het Directiereglement en in de jaarverslaggeving. De Regeling Melden vermoeden van misstanden is ook op de leden van de Raad van Toezicht van toepassing. De Raad van Toezicht handelt volgens het in 2019 vastgestelde Reglement Raad van Toezicht en voldoet aan het profiel van de Raad van Toezicht.

Werkgeversfunctie

De Raad van Toezicht is de werkgever van de algemeen directeur-bestuurder. Daartoe kent de Raad van Toezicht een Remuneratie Commissie, bestaande uit de voorzitter, de heer mr. Th.C. de Graaf, en mevrouw drs. E. van Eupen-Workel. De Remuneratie Commissie houdt jaargesprekken met de algemeen directeurbestuurder en doet voorstellen aan de Raad van Toezicht over de invulling van de werkgeversfunctie, waaronder beloningssystematiek.

In afwachting van een nieuwe algemeen directeur-bestuurder was de directeur bedrijfsvoering, de heer J.H.W. Bergevoet MBA, op verzoek van de Raad van Toezicht, tot 1 maart 2025 waarnemend directeur-bestuurder. Na publieke werving en selectie, en gesprekken met meerdere kandidaten, aangevuld met positieve adviezen van de selectieadviescommissie en de OR, heeft de Raad van Toezicht per 1 maart 2025 de heer ir. R.H. Haarhuis MSc/MEd benoemd als algemeen directeur-bestuurder.

Toezicht

De jaarrekening en jaarstukken 2025 van het museum zijn door de Financiële Commissie in detail besproken en door de voltallige Raad van Toezicht goedgekeurd. Ook de begroting van de stichting voor 2026 is besproken en goedgekeurd. In 2025 zijn twee artikel 24 WOR-vergaderingen gehouden, waarbij mevrouw E. van EupenWorkel, lid van de Raad van Toezicht, aanwezig was.

De Raad van Toezicht heeft regelmatig belangrijke ontwikkelingen met de algemeen directeur-bestuurder en de waarnemend directeur-bestuurder besproken. Daartoe behoorden dit jaar het activiteitenplan 2025 -2028 en de doorontwikkeling van het strategisch beleidsplan, inclusief de gekozen strategische thema’s. Dankzij kwartaalrapportages van de directie bleef de Raad van Toezicht op de hoogte van de algemene gang van zaken in het museum. Voor het overige stond de Raad van Toezicht de directie regelmatig met raad en daad bij in de standpuntbepaling over actuele onderwerpen die op de agenda van het museum stonden. Door goed financieel management is ook dit jaar grip gehouden op de kosten.

De belangrijkste risico’s voor het museum liggen bij het realiseren van een gezonde financiële exploitatie. Deze is voor een belangrijk deel afhankelijk van eigen inkomsten en heeft daarmee een hoge mate van marktafhankelijkheid. Dit speelt tegen de achtergrond van de voortdurende noodzaak om te investeren en te innoveren, en inhoudelijk actueel te blijven als museum van alle dag. Hierbij spelen onder meer vraagstukken rondom sociale samenhang, inclusiviteit en intergenerationaliteit. Daarnaast vormt het risico op cyberaanvallen een belangrijk aandachtspunt en heeft dit een hoge score in de risicomatrix. De bescherming van onder meer hardware, systemen en netwerken heeft daarom hoge prioriteit. Beide thema’s komen regelmatig aan de orde in de vergaderingen van de Raad van Toezicht, waarbij de Financiële Commissie de relevante vragen agendeert. Vanuit de risicomatrix zijn op dit moment de grootste risico’s: de personele organisatie, de verduurzami ngsopgave en cybersecurity. De risicomatrix wordt continu gemonitord door de Financiële Commissie en jaarlijks besproken in de Raad van Toezicht.

De Raad van Toezicht is verheugd dat de organisatie voortvarend heeft gewerkt aan de ontwikkeling van een strategisch plan 2026-2032. De contouren en concepten daarvan zijn in 2025 in de vergaderingen van de Raad van Toezicht besproken, met het oog op de vaststelling begin 2026. In dit kader is binnen de Raad van Toezicht uitvoerig gesproken over het in november 2025 openbaar geworden voornemen om de Canon van Nederland na 2027 niet langer in het Nederlands Openluchtmuseum te huisvesten. De Raad van Toezich t onderstreept het belang van blijvende aandacht voor leidinggevenden en medewerkers in het licht van de verdere

professionalisering van het museum en is positief over het nieuw geopende Kindererf en de succesvolle tweede editie van Uitgelicht

De Raad van Toezicht evalueert jaarlijks zijn eigen functioneren, om de vier jaar onder begeleiding van een externe adviseur. In 2025 vond deze zelfevaluatie plaats in december, zonder externe begeleider. De zelfevaluatie heeft plaatsgevonden aan de hand van een evaluatieformulier dat door alle leden is ingevuld. Hierin zijn onder andere vragen opgenomen over de kwaliteit van de vergaderingen, van het voorzitterschap, van de informatievoorziening, van de samenwerking met de bestuurder en van de agendering van risico’s en strategische onderwerpen. Een analyse van de antwoorden van de leden is besproken in een vergadering van de Raad van Toezicht in aanwezigheid van de bestuurder.

Aandachtspunten waren onder meer de alertering op strategisch relevante onderwerpen en risico’s, de rol van de Raad van Toezicht in de strategieontwikkeling en het aan de pols houden van de vinger bij de beheersing van risico’s. Ook kwamen aan de orde de compliance met wet- en regelgeving en de risico’s die kunnen ontstaan rondom thema’s als stikstof, cybersecurity en verduurzaming. Naar aanleiding hiervan is afgesproken dat de Raad van Toezicht en de bestuurder daar in een aparte bijeenkomst aandacht aan besteden en hierover afspraken maken.

De Raad van Toezicht spreekt grote waardering uit voor de betrokkenheid, het enthousiasme en de flexibiliteit van medewerkers en vrijwilligers. In een jaar waarin sprake was van een bestuurderswisseling was dit extra belangrijk. Ook dankt de Raad van Toezicht de partners, fondsen en sponsoren voor hun belangrijke en essentiële bijdragen.

De Raad van Toezicht heeft ook in 2025 zijn werkzaamheden met veel genoegen vervuld en dankt directie en managementteam voor de goede en plezierige samenwerking. In het bijzonder wil de Raad van Toezicht grote waardering uitspreken voor de wijze waarop Joop Bergevoet zijn functie van directeur bedrijfsvoering ook in de eerste maanden van 2025 heeft willen en kunnen combineren met de waarneming van de functie van algemeen directeur-bestuurder. De Raad van Toezicht heeft sinds 1 maart 2025 een goede en plezie rige samenwerking opgebouwd met algemeen directeur-bestuurder Amito Haarhuis, die voortvarend de leiding van het museum heeft overgenomen. De Raad van Toezicht wil tot slot graag Bianca Franssen danken voor haar vlotte en uitstekende ondersteuning in zijn werkzaamheden.

Arnhem, 17 april 2026 Raad van Toezicht, w.g. Mr. Thom de Graaf, voorzitter

59

Samenstelling, rol en taken van de Raad van Toezicht

Organisatiestructuur

Het Nederlands Openluchtmuseum ontvangt structurele rijkssubsidie en is daarnaast sterk aangewezen op eigen inkomsten en additionele fondsenwerving. De commerciële activiteiten, tot eind 2016 ondergebracht in de Stichting de Oude Bijenkorf, zijn per 2017 samengevoegd met Stichting het Nederlands Openluchtmuseum.

Met ingang van 1 januari 2013 is de Stichting Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN), voorheen het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed, onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van het Openluchtmuseum gebracht. Ook op deze stichting ziet de Raad van Toezicht toe.

Het Nederlands Openluchtmuseum kent een directie met een algemeen directeur-bestuurder. De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn vastgelegd in het Bestuursreglement.

Taken

De Raad van Toezicht heeft tot taak toezicht te houden op het beleid van de directie en op de algemene gang van zaken in het Openluchtmuseum. De Raad van Toezicht richt zich bij de vervulling van zijn taak op het belang van Stichting het Nederlands Openluchtmuseum, Nationaal Museum voor Nederlandse Volkskunde en Stichting Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland. De Raad van Toezicht houdt daarbij rekening met de belangen van betrokkenen. Taken en bevoegdheden van de Raad van Toezicht volgen uit de wet en de statuten van de genoemde stichtingen. Deze zijn nader uitgewerkt in het Reglement Raad van Toezicht

De Raad van Toezicht concentreert zich in het bijzonder op een drietal kerntaken:

• Statutaire besluitvorming.

• Advisering en coaching van de algemeen directeur-bestuurder.

• Werkgeverschap.

Vanuit de Raad van Toezicht zijn twee vaste commissies gevormd:

• Financiële Commissie.

• Commissie Benoeming, Beoordeling en Beloning.

Samenstelling en functioneren

De Raad van Toezicht bestaat uit een door de Raad van Toezicht binnen de statutaire kaders vast te stellen aantal leden. Dit aantal mag variëren van vijf tot negen leden. De Raad heeft er in zijn zelfevaluatie van 9 december 2022 voor gekozen dit te maximeren op zeven leden.

De leden worden door de Raad van Toezicht benoemd. Eén lid wordt benoemd op voordracht van de Ondernemingsraad van het museum. De zittingstermijn bedraagt vier jaar, waarna een lid maximaal voor één termijn herbenoemd kan worden. De Raad van Toezicht hanteert een rooster van aftreden en evalueert periodiek het functioneren.

De Raad van Toezicht komt gemiddeld viermaal per jaar bijeen. Van de leden wordt verwacht dat zij jaarlijks ten minste drie van de vier vergaderingen bijwonen. Gemaakte onkosten worden vergoed.

De Raad van Toezicht streeft naar een gelijke verdeling van mannelijke en vrouwelijke leden en naar diversiteit op gebieden als culturele afkomst en leeftijd. Ten minste één lid van de Raad van Toezicht heeft een binding met Gelderland/Oost-Nederland.

Aan elk lid worden de volgende eisen gesteld:

• Ervaring in het besturen, dan wel het houden van toezicht.

• Functioneren of gefunctioneerd hebben in landelijke netwerken op het gebied van zijn/haar expertise.

• Affiniteit met het werkterrein van het Nederlands Openluchtmuseum, zijnde de publiek -private sector.

Binnen de Raad van Toezicht dient expertise op de volgende gebieden aanwezig te zijn:

• Bestuurlijke en politieke ervaring op landelijk niveau.

• De museale sector.

• Immaterieel erfgoed.

• Financiën.

• HR-beleid en ICT.

• Juridische zaken.

• Marketing/communicatie en/of culturele diversiteit.

Leden Raad van Toezicht

De heer mr. Th.C. de Graaf – voorzitter Raad van Toezicht

Benoemd: 19 maart 2021

Herbenoemd: 19 maart 2025

Aftredend: 19 maart 2029

Commissies: voorzitter remuneratiecommissie

Hoofd- en nevenfuncties:

• Vice-president Raad van State

• Voorzitter Stichting Nationale Herdenking 15 augustus 1945 (tot 1 -11-2025)

• Lid Raad van Advies Carnegiestichting

• Lid maatschappelijke adviesraad Instituut Open Samenleving (Universiteit Utrecht)

• Lid Commissie van Advies NIAS-KNAW (Netherlands Institute for Advanced Study, vanaf 1-10- 2025)

De heer M. Adriani – lid Raad van Toezicht

Benoemd: 19 maart 2021

Herbenoemd: 19 maart 2025

Aftredend: 19 maart 2029

Hoofd- en nevenfuncties:

• Hoofdredacteur BNR Nieuwsradio

• Eigenaar Unwritten Media

• Eigenaar Different Cook

• Lid Raad van Toezicht Metropole Orkest

Mevrouw E. van Eupen-Workel – lid Raad van Toezicht

Benoemd: 10 december 2020

Herbenoemd: 10 december 2024

Aftredend: 10 december 2028

Commissies: lid remuneratiecommissie

Hoofdfunctie: HR-manager Alliander

Mevrouw R.P. Hoytink-Roubos – lid Raad van Toezicht

Benoemd: 12 juni 2020

Herbenoemd: 12 juni 2024

Aftredend: 12 juni 2028

Commissies: lid financiële commissie (sinds 12 juni 2020) Hoofd- en nevenfuncties:

• Burgemeester gemeente Overbetuwe

• Lid bestuur Gelders Genootschap

• Lid College voor Dienstverleningszaken VNG

• Voorzitter Stuurgroep Natuur-Inclusieve Landbouw Gelderland

• Lid dagelijks bestuur en algemeen bestuur Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden

• Lid Stuurgroep Landelijke Agenda Suïcidepreventie

• Lid bestuur Geurt van Lonkhuyzen Stichting

• Lid Stuurgroep Veiligheidshuis Regio Arnhem

De heer drs. E.M. Robbe RA – lid Raad van Toezicht

Benoemd: 5 oktober 2017

Herbenoemd: 5 oktober 2021

Aftredend: 5 oktober 2025

Commissies: voorzitter financiële commissie (sinds 1 november 2017) Hoofd- en nevenfuncties:

• Voorzitter Raad van Commissarissen BDO Nederland

• Voorzitter Vereniging Warmonderhek

• Lid Raad van Commissarissen en lid Raad van Advies CBRE Dutch Retail Fund

• Lid Stuurgroep Landelijke Agenda Suïcidepreventie

• Executive coach

• Moderator European Leadership Platform

Mevrouw K. Smit – lid Raad van Toezicht

Benoemd: 5 oktober 2025

Aftredend: 5 oktober 2029 (herbenoembaar)

Commissies: voorzitter financiële commissie (sinds 5 oktober 2025) Hoofd- en nevenfuncties:

• Commissaris, voorzitter Commissie Kwaliteit en Publiek Belang, lid auditcommissie BDO Nederland

• Commissaris, voorzitter auditcommissie B&S Group SA en B&S Investments B.V.

• Lid Raad van Toezicht, lid auditcommissie Pantein

• Commissaris, voorzitter auditcommissie, lid remuneratie -/benoemingscommissie NRG Pallas

• Lid Raad van Toezicht, voorzitter auditcommissie Omroep West

• Vicevoorzitter Raad van Toezicht en voorzitter auditcommissie Jong JGZ

• Vicevoorzitter Raad van Toezicht, voorzitter auditcommissie, voorzitter remuneratie - en benoemingscommissie Naturalis Biodiversity Center

• Commissaris (tot mei 2025) Zorgservice XL

• Niet-uitvoerend bestuurder Infect-NL

• Lid Raad van Toezicht BPRC

• Niet uitvoerend bestuurder Institute for International Criminal Investigations

• Lid Raad van Toezicht Stichting Essure Claims

• Vicevoorzitter Raad van Toezicht, voorzitter auditcommissie, voorzitter remuneratie/benoemingscommissie Japanmuseum Sieboldhuis

• Voorzitter bestuur STAK Numerus Clausus

Mevrouw Y. van der Zee – lid Raad van Toezicht

Benoemd: 10 december 2020

Herbenoemd: 10 december 2024

Aftredend: 10 december 2028

Nevenfunctie: Voorzitter bestuur Nieuw Dakota (tot 1 juni 2025)

Samenstelling directie

De heer R.H. Haarhuis – algemeen directeur-bestuurder

Periode: 1 maart 2025 tot heden

Hoofd- en nevenfuncties:

• Directeur-bestuurder Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland

• Bestuurslid Stichting Geschiedenis Prijs

• Lid Raad van Advies Architectuurcentrum CASA

• Bestuurslid/penningmeester Stichting De Avond van Wetenschap & Maatschappij

• Lid Raad van Toezicht (Kuratorium) Deutsches Museum

• Lid Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen

• Wageningen Ambassador (Wageningen University & Research)

De heer J.H.W. Bergevoet MBA – waarnemend directeur-bestuurder

Periode: 1 januari 2025 - 1 maart 2026

Nevenfuncties:

• Lid Raad van Toezicht Stichting Sonsbeek

• Lid Raad van Toezicht De Zaansche Molen

Bericht van de Ondernemingsraad

De Ondernemingsraad in 2025

Het museale jaar 2025 stond voor de Ondernemingsraad (OR) in het teken van enkele nieuwe speerpunten. Naast doorlopende aandacht voor verbindend leiderschap, richten we ons ook op bevordering van laagdrempeligheid op het gebied van sociale veiligheid en op praktische ondersteuning van fysiek welzijn, bijvoorbeeld door de inzet van ergotherapie. De directie heeft aangegeven deze speerpunten te steunen, dus we trekken samen op met de afdeling HR om hier zo goed mogelijk invulling aan te geven. We zijn blij dat het team van vertrouwenspersonen (drie intern, één extern) weer goed op peil is en inmiddels de nodige aandacht heeft gekregen.

De OR heeft iedere zes weken een overlegvergadering met de algemeen directeur-bestuurder. Tot 1 maart was dat Joop Bergevoet ad interim, sindsdien Amito Haarhuis. De overlegvergaderingen worden beurtelings voorgezeten door de algemeen directeur-bestuurder en de voorzitter OR. Tweemaal per jaar is er een artikel 24-vergadering, waarvoor ook Ester van Eupen namens de Raad van Toezicht uitgenodigd wordt. Tijdens deze vergadering met een wat reflectiever karakter nemen we tijd om een half jaar terug en vooruit te kijken met de focus op museale ontwikkeling, financiën en bedrijfsvoering.

De OR houdt eens per jaar ruggenspraak met het bestuur van het Vrijwilligersplatform. In maart hebben we met elkaar om de tafel gezeten en de voornaamste uitdagingen en knelpunten besproken. Zowel in april als september hield de OR twee reguliere achterbanbijeenkomsten. De gesprekken zijn nuttig: wij vertellen over waar we mee bezig zijn, van de achterban horen wij waar hun vragen liggen en waar zij zich zorgen over maken.

Terugkijkend op de vergaderingen, adviesaanvragen en instemmingsverzoeken in 2025, heeft vooral de organisatiewijziging in het afgelopen najaar grote impact op ons gehad. We hebben adviezen ingewonnen en een achterbanraadpleging georganiseerd. Het feit dat twee gewaardeerde collega’s boventallig werden verklaard, in combinatie met vragen over nut en noodzaak van de wijziging, leidde tot een kritisch advies. Met de directie is afgesproken dat de organisatiewijziging in de zomer van 2026 met de OR wordt geëva lueerd.

Door een aantal personele wijzigingen sloot de OR het jaar af met twee vacatures. Zowel collega Rosalie Bouwman als haar opvolger Dian Toering vond een nieuwe baan buiten het museum. Peter van den Hoogen besloot na een in persoonlijk opzicht veelbewogen jaar zijn zetel terug te geven. Met vervroegde verkiezingen hopen we in april 2026 weer compleet te zijn.

De OR heeft desgevraagd advies gegeven over:

• Opheffing afdeling Kwaliteit, ARBO en Milieu.

• Organisatiewijziging rond nieuwe afdeling Programma.

• Invoering AFAS-systeem.

De OR heeft desgevraagd instemming verleend over:

• Openingstijden januari 2026-januari 2027.

• RI&E voor entreegebouw.

• Benoeming interne en externe vertrouwenspersoon.

• Wijziging functiereeks horeca.

• Plaatsing stal- en wildcamera’s.

• Regeling procedure en personele gevolgen organisatiewijziging.

• Vernieuwd contract ARBO-Unie.

Arnhem, 30 januari 2026

Hubert Slings, voorzitter

Petra Hermans-Verloop, vicevoorzitter

Rosalie Bouwman, secretaris (tot 1 oktober 2025)

Mechteld Brouwer

Jan Fecken

Peter van den Hoogen (tot 31 december 2025)

Sterre Smeets

Dian Toering (1 oktober – 31 december 2025)

Jaarrekening

Balans per 31 december 2025 (na voorgestelde resultaatbestemming)

&)*+,-.!2D-K.(-EF)D-K 345:975:8? 3959??5:9;

1" 566'B(F8(8:*C=M()F=L*=(%NF'(8:F8 !39"I93 !I4"0!2

4" 566'B(F8(8:*)$8:7='(:*B(FNF8 !I1"221

&)*+,-.())EG2-K2KD-K 4745L?9 36;5739

?" ;F8(8:*#(8(,%F'(F*+$8*G(8$8-(H8 !"000"000 2"000"000 !0" I6:*%F*MF,%F7F8*J=(,+F,%(8:,,=M,(7(F*OLM !!"?49"!29 !0"240"!!3 !!" N8+F,%F'(8:,,=M,(7(F*OLM 2"?42"43! 2"4!0"39! !2" N8+F,%F'(8:,M(C7'$:F8 49."?0! 99."39!

&)*+,-.A+KD,)H-K=-.01IJ,=-K 3L5;495;8; 3:58:65948

O-J=)7F8*$$8*)F+F'$8-(F', !"!3!"323 !"293"0.? P6'%)6QF87*7FF)*)$8:)6QF87F*,-J=)7 !"000"000 !"000"000 AF)$,%(8:F8*F8*Q'FL(F,*,6-($)F*+F'BFNF'(8:F8 343"III 3I4"!?1 O-J=)7F8*=(%*J66R7F*+$8*QF8,(6F8F8 94."211 343"2I! !." 566'=(%68%+$8:F8*%"M"+"*Q'6CF-%F8 !".10".1I !"I!1"1!0 !I" O+F'(:F*,-J=)7F8 2"011".1? !"9!3"333 !3" O+F')6QF87F*Q$,,(+$ ?2"I3I ?2"23. &)*+,-.O)E*,)H-K=-.01IJ,=-K

Categoriale exploitatierekening 2025

$01-2

#$%&G()*G+),-*.(+I%G++(+&0+12

!6"59:"895 !""#$%&#'(()

5%&#67&0)89:6&';6K'(=;$&K

#$%&G()*G+),-*.(+I%$G.(+&0+1 1()77839:;8*%46*+4(56)%+ <#=!>>=##?

<=,+*,>G+),-*.(+

@A(>GB(I1G>(C.(IG+),-*.(+

1()7783(B%'*&%3C*'%D)%3*+4(56)%+ A@<=<!,

1()7783F*'%D)%3*+4(56)%+

4" G+C*'%D)%3*+4(56)%+ H H H

#>GA0.(I-G11(&(+I;I=0>.GC$&G(>(+IG+C&"IA>G(+1(+A(>(+GBG+B(+

#>GA0.(I-G11(&(+I;I%(1>GDA(+

#>GA0.(I-G11(&(+I;I=>GA0.(IE,+1*(+

#>GA0.(I-G11(&(+I;IB,(1(I1,(&(+I&,.(>GD(+

6" 1()7783;*IC'7&%+3:*)3J'*B7)%35*CC%8%+ <="#!=","

1()7783%*&%+3*+4(56)%+ <A=<<!=A<A

K:;6*C*%6 F,.00&I*.>$C.$>((&I@GH

5?@A0B89:6&';"C$6%6$&6$&K

5?@A0D86;%&;$6K7

5?@A0?(::&C$6&9&E&&# -+/3>+2>3

F,.00&I*.>$C.$>((&I#>,AG+CG( F,.00&I*.>$C.$>((&II(-((+.( F,.00&I*.>$C.$>((&I=$%&G()(I*$%*G1G(I,A(>GB !47"7!? !48"888 !88"36! 7" 1()78%36)':D):'%8%36:;6*C*%6 <#=@!!=#A# <@=<,?=!"" <#=<,@=#"A 3" J+CG1(+.(&(I=$%&G()(I*$%*G1G(* !"!!5"643 :38"389 544"588 1()77836:;6*C*%6 <@=A,<=>"" <@=N>?=A"@ <@="@>=,"A !"!#$%&'#!%( ??=N#,=@<A ?!=A?"=<"N ?#=<<"=!,A

Categoriale exploitatierekening 2025 (vervolg)

!"#$%& '(') *+,-.I01, '('2 %34 %34 %34

!" #$%&'($$)&)*&+$( H-"./0"!.0 H0"!H2".00 H!"3!-"H.0

0" 456&7$&+6(8&)*&+$( /"!9H"2.: 9"/H-"/.H /"00-"2H/ -" ;<&=>%6?76(8$( H":3H".93 H":/2":9. H".!3"-03 ;*(@'A$( 9:":.0 3-"... ::":-: 2" B7$%68$1)*&+$( 2"H33"/!H 2"./9".!. H.":-3"30H

!"!#$%&$#'!%( 5567786'5( 55658:6;<< 5'6)786)2; ')*+,&-./&012,31&41+5.6789,15.30 ;5<65<; =85:68<( '6):56;(( H." C*)M'1%$(+$E*+$(FG)*&+$( /-:"!!/ /00"9.. !2:".-3 H5+*+6$&1;*(@''A<'(M& %L?!@A$"$A%4%#3!$""$ 76''76()7 =78'67<( 56'<)6;<5

!"#$%&GG&("#&"))*+, !"#$#%&'(&)#&**%+,)-&)&-.&'I012 3456789 94569:8 395969:; K+##-&==%+,>?"#$#%&'(&)#&**%+,)-&)&-.&'@"AA&B#%&.&-C&-.%+, :6774 39468;; !"#$#%&'(&)#&**%+,)-&)&-.&'1?DB$#%& 375;6888 356N886888 F"&."&,%+,'GA,&*&+&'-&)&-.& 3N7568H4 377:6;7I

!-.I0122134235-.I01221.6-.1-77849

Categoriale en Functionele exploitatierekening 2025

:7>;?

;)8*2$)2+49,0*2 !"#$%&G(%)G*+(,&)-#%))&)$.)I0 1234553226 1234553226 !""#$%&#'(() *+H-.+/// *+H-.+/// 2%&#34&0)5673&'839'(:8$&9

!"#$%&G(%)G*+(,&)-#"%,&)$.)I >40..($%&'()*+,)2+49,0*2 @#A!BBA##C @#A!BBA##C -89*)(*:%)G*+(,&) ;<13<=1 ;<13<=1 >?&:%@&-I%:&A,&-%)G*+(,&) 1153;<6 1153;<6 >40..($41*6)8*$D)6*I0*$)2+49,0*2 NF@A@!G NF@A@!G ->40..($H)6*I0*$)2+49,0*2 @FA"F"AFNN @FA"F"AFNN -I2D)6*I0*$)2+49,0*2 -

!:%?.,&-+%II&$&)-7-9.:,%A"$%&:&)-%)A$3-?:%&)I&)?&:&)%@%)@&) <=;3;6B 61< <=;361; !:%?.,&-+%II&$&)-7-#&I:%C?&) <134BB 663664 D3=;= !:%?.,&-+%II&$&)-7-9:%?.,&-E*)I(&) 1=53141 513;<2 5D3<D; !:%?.,&-+%II&$&)-7-@*&I&-I*&$&)-$*,&:%C&) 6623B=5 6623B=5 >40..($')JD6.8*2$&)0$K6)1.0*$9)DD*(*2 @A"#!A"G"

>40..($*)8*2$)2+49,0*2 @NA@@!AN@N

M&',)D)*, F*,..$-(,:"A,":&&$->GH 123<5=312D =3=;D36D; 23=1432D< =1=34BD 00000000002>?@0A5673&'8"B$3%3$&3$&9 =3B<531;5 H+/-C+D*C 00000000002>?@0E538%&8$394 63<B53152 HDH+./K D+KK.+KHD HDH+./K 00000000002>?@0>(77&B$3&6&F&&# <3B653D56 -+/=C+KC= F*,..$-(,:"A,":&&$-!:*?%)A%& F*,..$-(,:"A,":&&$-I&+&&),& F*,..$-(,:"A,":&&$-9"#$%&G&-("#(%I%&-*?&:%@ 14<3<1= 14<3<1= >40.(*$,06&I0&6*(*$,&',)D)*, @#AF!!A#N# LABB@ANBG #AL@!A#NG L@LA!"N J)A%I&),&$&-9"#$%&G&-("#(%I%&( 131153642 =BB3;=6 643<BB 4=;34<4 >40..($,&',)D)*, @FANG@AB"" BANB!AGNN #ALGGABNG @A@"GAGGB !"!#$%&'#!%( CCAL#GAF@N !FAC@CA#CG #AB#"AC@L @A#B"ANF#

Categoriale en Functionele exploitatierekening 2025 (vervolg)

!"#$%& '(') *+,-.I0123 456I7I60I608* *9:..056I03 -0;00<* *".=0L008* ?0;00<* %@A %@A %@A %@A

!"#$%&""'$'($)"& *+H-./H0-/ **H*22H034 3H/45H-24 3H*44H++3

678$9"$)8&:$'($)"& .H05*H2-4 *H4-*H0/5 4H../H.0* *H--4H/00 ;<$=>#8?98&:"& *H43*H-53 245H0// .+H043 450H/53 ;(&@%A"& 54H4-/ 54H4-/ C9"#8:"1'($)"& 2H*33H.0* 0H./-H225 .44H-53 4H4.-H.*3

!"!#$%&$#'!%( BBCDDNC'B( DFCGFGCFGF NCNF)CHBN NCN''CID)

')*+,&-./&012,31&41+5.6789,15.30 :;<=;<: L=?@?=??? A:B?=@@< A?=C;D=C?C

M('E%1#"&)"F()"&GB'($)"& .+4H00.

H7)()8"$1;(&@%%A<%&E$ %J+!OL$"$L%A%#@!$""$

Kasstroomoverzicht

()**+,--./01+/-23,)+1-4353/)6+171+31+34

!"#$%&'('&)*)+H$'(('- .I00.I12. 3I042I543 6(7#(++&78)7-9%%*: 6;+<=*&>9&78)7-&??(')*&@$)-)7-?(')*&@$)-9(+')-(<'&9(- .IA55I02B .IC23IA00 M*&>9($-&79)+')*&78++HN+&F&)-)7-GN&>F*(8)7 G33CI3C0 G050I0A5 HH'('&)-9%%*I&)7&78)7 .22IA41 G..I333

!"#$%&'())$"%%*+#,$+%-."($,%/.0.+(1$,2,$.,$./

HH'('&)-&7-9%%**(F)7

HH'('&)-&7-9%*F)*&78)7

HH'('&)-&7-J%*'$%#)7F)-+<=H$F)7

O7'9(78)7-N&>F*(8)7-((7J%%#;%7F+ L)'($&78)7-((7J%%#;%7F+

M)''%GJ(++'*%%?-H&'-%#)*('&%7)$)-(<'&9&')&')7

()**+,--./01+/1473*+3,148*)6+171+31+34 N79)+')*&78)7-&??(')*&@$)-)7-?(')*&@$)-9(+')-(<'&9(

O)+&79)+')*&78)7-&??(')*&@$)-)7-?(')*&@$)-9(+')-(<'&9( O7'9(78)7-&79)+')*&78+N&>F*(8)7

G0BI32B

=())$"%%*+#,$+,/2.)$.",/>)(1$,2,$.,$./ &64::34:K8 &643;34;9: ()**+,--./01+/914)4613,148*)6+171+31+34 O7'9(78)7-7%8-')-N)+')F)7-=H&+9)+'&78++HN+&F&)-OPQ .I51AI1.. 0I140I042 6;$%++&78-$)7&78-+<=('J&+'N(7J&)*)7

=())$"%%*+#,$+?,/(/1,.",/>)(1$,2,$.,$./ 5K84K66 64K:343:; @#$($,.+0,A#,B.+*,BB.0./

#"&(%")(* R)'-9)*$%%#-9(7-F)-$&SH&F)-?&FF)$)7-&+-($+-9%$8':

T'(7F-#)*-.->(7H(*& .BIC2.I24A .AIBB5I53A HH'('&)-N%)J>((* .I0B3IC.. 0IC23I421 T'(7F-#)*-3.-F)<)?N)* !":;$$:KK; =K:$#=:#>?

Toelichting behorende tot de jaarrekening 2025

Algemeen

Deze jaarrekening heeft betrekking op de per 1 januari 1991 verzelfstandigde Stichting het Nederlands Openluchtmuseum (hierna: de Stichting) De Stichting heeft ten doel het inrichten, in stand houden en exploiteren van het Nederlands Openluchtmuseum te Arnhem. De Stichting is gevestigd op Hoeferlaan 4 te Arnhem en is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 41050671.

Ten aanzien van de museale collectie is overeengekomen dat deze juridisch eigendom blijft van het Rijk; de Stichting heeft deze in bruikleen verkregen. Bovendien heeft de Stichting een instandhoudingsverplichting ten aanzien van de museale objecten.

De Stichting ontvangt van het Rijk een structurele subsidie voor de uitvoering van haar museale taken. Daarnaast verwerft de Stichting inkomsten uit entreegelden en parkeergelden, alsmede uit de exploitatie van retail, horeca en overige commerciële activiteiten.

De jaarrekening is opgesteld in euro’s.

Verslaggevingsperiode

Deze jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2025, dat is geëindigd op balansdatum 31 december 2025.

Toegepaste standaarden

De jaarrekening is opgesteld overeenkomstig het Handboek verantwoording instellingen erfgoedwetsubsidie 2025–2028 van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Op grond van dit handboek zijn Boek 2 titel 9 van het Burgerlijk Wetboek en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving van toepassing, in het bijzonder Richtlijn RJ 640 Organisaties zonder winststreven.

De Stichting kwalificeert als grote rechtspersoon. Voor zover Richtlijn RJ 640 geen afwijkende bepalingen bevat, zijn de algemene en specifieke Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving voor grote rechtspersonen onverkort toegepast.

Vergelijkende cijfers

De vergelijkende cijfers 2024 zijn voor vergelijkingsdoeleinden, waar nodig geacht, anders gerubriceerd.

Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling

Activa en passiva worden gewaardeerd tegen historische kostprijs, tenzij anders vermeld. Bij het opstellen van de jaarrekening is uitgegaan van de continuïteitsveronderstelling. Er bestaan geen aanwijzingen voor ernstige onzekerheid over de continuïteit van de Stichting.

Een actief wordt in de balans opgenomen indien het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen aan de Stichting zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Verplichtingen worden opgenomen indien het waarschijnl ijk is dat de afwikkeling daarvan leidt tot een uitstroom van middelen waarvan de omvang betrouwbaar kan worden bepaald.

Gebruik van schattingen en oordelen

Bij het opstellen van de jaarrekening maakt de directie schattingen en veronderstellingen die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa, verplichtingen, baten en lasten. De werkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen.

Schattingen en onderliggende aannames worden doorlopend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden verwerkt in het boekjaar waarin de herziening plaatsvindt en in toekomstige perioden voor zover van toepassing.

Schattingswijzigingen

In het boekjaar 2025 hebben zich geen schattingswijzigingen voorgedaan die van materieel belang zijn voor de jaarrekening.

Foutherstel

In het boekjaar 2025 zijn geen fouten uit voorgaande boekjaren geconstateerd die hebben geleid tot foutherstel.

Gebeurtenissen na balansdatum

Na balansdatum hebben zich geen gebeurtenissen voorgedaan die van materieel belang zijn voor het inzicht in de jaarrekening.

Materiële vaste activa

Gebouwen en terreinen

Alle museale gebouwen die in gebruik zijn bij de Stichting zijn juridisch eigendom van de Staat der Nederlanden en worden daarom niet geactiveerd. Overige gebouwen worden gehuurd van het Rijksvastgoedbedrijf. De grond ten behoeve van parkeervoorzieningen is in erfpacht verkregen van de gemeente Arnhem. Overige terreinen worden gehuurd. Deze huur- en erfpachtverhoudingen worden als operationele leases verwerkt in de exploitatierekening.

In enkele gebouwen en terreinen heeft de Stichting zelf investeringen gedaan. Deze investeringen zijn geactiveerd tegen verkrijgingsprijs en worden lineair afgeschreven over de economische levensduur.

Museale gebouwen en overige museale collectie

Museale gebouwen en museale objecten die in bruikleen zijn ontvangen van de Staat der Nederlanden worden niet geactiveerd. Reguliere onderhoudskosten worden rechtstreeks ten laste van het resultaat gebracht. Omvangrijke vervangingsinvesteringen die voldoen aan de activeringscriteria worden geactiveerd en afgeschreven over de geschatte economische levensduur. Aanschaffingen van museale objecten worden rechtstreeks ten laste van het resultaat gebracht.

Overige bedrijfsmiddelen

Inventaris, inrichting en vervoermiddelen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs en lineair afgeschreven over de geschatte economische levensduur.

Groot onderhoud

Uitgaven voor groot onderhoud worden geactiveerd indien zij leiden tot een verlenging van de gebruiksduur, een verbetering van de prestaties of het vervangen van een wezenlijk bestanddeel van het actief. Groot onderhoud wordt verwerkt volgens de componente nbenadering, waarbij afzonderlijke significante bestanddelen afzonderlijk worden geactiveerd en afgeschreven. Regulier onderhoud wordt direct ten laste van het resultaat gebracht.

Bijzondere waardevermindering van materiële vaste activa

Voor materiële vaste activa wordt op balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waa rde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te bepalen voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort.

Wanneer de boekwaarde van een actief of een kasstroom genererende eenheid hoger is dan de realiseerbare waarde, wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde.

Verder wordt op balansdatum beoordeeld of er een indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd. Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief of kasstroom genererende eenheid geschat.

Terugneming van een eerder verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies vindt alleen plaats als er sprake is van een wijziging van de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde sinds de verantwoording van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies. In dat geval wordt de boekwaarde van het actief (of kasstroom genererende eenheid) opgehoogd tot de geschatte realiseerbare waarde, maar niet hoger dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in voorgaande jar en geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief (of kasstroom genererende eenheid) zou zijn verantwoord.

Op basis van deze beoordeling heeft zich in het boekjaar 2025 geen bijzondere waardevermindering van materiële vaste activa voorgedaan.

Investeringssubsidies en Investeringsbijdragen

Investeringssubsidies en investeringsbijdragen worden verantwoord als vooruitontvangen bedragen onder de langlopende schulden en vallen systematisch vrij ten gunste van het resultaat, in dezelfde mate als waarin de met deze subsidies gefinancierde activa worden afgeschreven.

Voorraden

De voorraden bestaan voornamelijk uit handelsgoederen ten behoeve van retail- en horeca-activiteiten. Voorraden worden gewaardeerd tegen kostprijs volgens de FIFO -methode of lagere opbrengstwaarde. De kostprijs omvat alle direct toerekenbare kosten. Bij de bepaling van de opbrengstwaarde wordt rekening gehouden met incourantheid.

Financiële instrumenten

Financiële instrumenten omvatten investeringen in aandelen en obligaties, handels- en overige vorderingen, geldmiddelen, leningen en overige financieringsverplichtingen, afgeleide financiële instrumenten (derivaten), handelsschulden en overige te betalen posten. In de jaarrekening zijn de volgende categorieën financiële instrumenten opgenomen: vorderingen, geldmiddelen, kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen. Er is geen sprake van in contracten besloten afgeleide financiële instrumenten en derivaten.

Financiële instrumenten worden bij de eerste opname verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen. Indien echter financiële instrumenten bij de vervolgwaardering worden gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de exploitatierekening, worden direct toerekenbare transactiekosten direct verwerkt in de exploitatierekening.

Na de eerste opname worden financiële instrumenten op de hierna beschreven manier gewaardeerd.

Vorderingen

Vorderingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, verminderd met bijzondere waardeverminderingen. Indien geen sprake is van discontering is dit gelijk aan de nominale waarde.

Indien noodzakelijk wordt een voorziening voor dubieuze debiteuren gevormd op basis van een individuele beoordeling van de inbaarheid van vorderingen.

Liquide middelen

De liquide middelen staan ter vrije beschikking van de Stichting en zijn niet aan beperkingen onderhevig.

Eigen vermogen

Algemene reserve

Dit is het gedeelte van het eigen vermogen waartoe de daartoe bevoegde organen zonder belemmering door wettelijke of statutaire bepalingen kunnen beschikken voor het doel waarvoor de organisatie is opgericht.

Bestemmingsreserves

Bestemmingsreserves zijn door de directie gevormd en, voor zover vereist, goedgekeurd door de Raad van Toezicht, en zijn geoormerkt voor specifieke doelen.

Voorzieningen

Algemeen

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is, en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is in te schatten.

Indien (een deel van) de uitgaven die noodzakelijk zijn om een voorziening af te wikkelen waarschijnlijk geheel of gedeeltelijk door een derde worden vergoed bij afwikkeling van de voorziening, wordt de vergoeding als afzonderlijk actief gepresenteerd.

Voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen en verliezen af te wikkelen.

Indien het effect van de tijdswaarde van geld niet materieel is, wordt de voorziening gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen en verliezen af te wikkelen.

De disconteringsvoet waartegen contant wordt gemaakt, betreft een disconteringsvoet vóór belasting die zowel de actuele marktrente als de specifieke risico’s met betrekking tot de verplichting weergeeft. De disconteringvoet geeft geen risico’s weer waarmee bij het schatten van de toekomstige uitgaven al rekening is gehouden.

Voorziening jubileumuitkeringen

De voorziening jubileumuitkeringen betreft de contante waarde van toekomstige jubileumuitkeringen op basis van cao-afspraken, blijfkans en leeftijdsopbouw.

Voorziening langdurig zieken

Voor op balansdatum bestaande verplichtingen tot het in de toekomst doorbetalen van beloningen aan personeelsleden die naar verwachting duurzaam geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn als gevolg van ziekte of arbeidsongeschiktheid, is een voorziening langdurig zieken opgenomen. De voorziening wordt gevormd voor personeelsleden met een langdurig ziekteverzuim, waarbij op balansdatum op basis van een realistische en onderbouwde inschatting wordt verwacht dat volledige of gedeeltelijke werkhervatting ni et zal plaatsvinden.

De omvang van de voorziening is gebaseerd op de beste schatting van de toekomstige loonkosten en daarmee samenhangende werkgeverslasten die voortvloeien uit de verplichting tot loondoorbetaling en die voor rekening van de werkgever komen. De voorziening wordt gewaardeerd tegen nominale waarde, aangezien de invloed van de tijdswaarde van geld niet materieel wordt geacht.

Langlopende schulden, kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen

Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode.

Langlopende Schulden

Onder de langlopende schulden worden schulden opgenomen met een resterende looptijd van meer dan één jaar. De op korte termijn (binnen één jaar) verschuldigde aflossingen worden opgenomen onder de kortlopende schulden.

Ontvangen investeringssubsidies en bijdragen ten behoeve van de aanschaf van materiële vaste activa worden verantwoord onder de langlopende schulden onder de post investeringsbijdragen. Deze post valt vrij ten gunste van de exploitatierekening overeenkomstig de afschrijving op de met deze subsidies en bijdragen verkregen materiële vaste activa.

Kortlopende Schulden

De kortlopende schulden hebben een verwachte looptijd van maximaal één jaar, tenzij anders is vermeld in de toelichting.

Vooruitontvangen subsidies

Vooruitontvangen subsidies worden opgenomen onder de kortlopende of langlopende schulden, afhankelijk van de looptijd. Op het moment dat lasten worden gerealiseerd, wordt een corresponderend bedrag als bate verantwoord.

Grondslagen voor de bepaling van het resultaat

Baten en Lasten

Algemeen

Baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop zij betrekking hebben.

Publieksinkomsten

Publieksinkomsten bestaan vooral uit entreegelden, museumkaartbezoek, retail, horeca en parkeergelden. Deze inkomsten worden opgenomen in de baten wanneer de belangrijke risico’s aan de koper zijn overgedragen en de inning van de verschuldigde vergoeding waarschijnlijk is. Deze inkomsten worden verantwoord tegen de reële waarde van de ontvangen of te ontvangen vergoeding en worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben.

Sponsorinkomsten

Deze inkomsten worden opgenomen in de baten tegen de reële waarde van de ontvangen of te ontvangen vergoeding en worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben.

Overige inkomsten (direct)

Deze inkomsten bestaan vooral uit verkoop van de museumkaart en opbrengsten deelnemers. Deze inkomsten worden opgenomen in de baten wanneer de belangrijke risico’s aan de koper zijn overgedragen en de inning van de verschuldigde vergoeding waarschijnlijk is . Deze inkomsten worden verantwoord tegen de reële waarde van de ontvangen of te ontvangen vergoeding en worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben.

Indirecte inkomsten

In 2025 zijn geen indirecte inkomsten ontvangen.

Overheidssubsidies / overige subsidies en bijdragen

De huisvestingsubsidie OCW en projectsubsidies worden aanvankelijk in de balans opgenomen zodra er redelijke zekerheid bestaat dat zij zullen worden ontvangen en dat voldaan wordt aan de daaraan verbonden voorwaarden. Subsidies ter compensatie van gemaakte kosten worden systematisch als opbrengsten in de exploitatierekening opgenomen in dezelfde periode als die waarin de kosten worden gemaakt. Subsidies ter compensatie voor de kosten van een actief worden als langlopende schuld opgenomen in de balans en systematisch in de exploitatierekening opgenomen gedurende de gebruiksduur van het actief.

De overige subsidies worden direct ten gunste van de exploitatierekening verantwoord als baten.

Nalatenschappen en legaten

Baten uit nalatenschappen en legaten worden verantwoord onder de private middelen. Baten uit nalatenschappen en legaten worden uitsluitend opgenomen in de jaarrekening indien de organisatie een betrouwbare schatting kan maken van de omvang en het moment va n ontvangst. Indien een akte van verdeling is opgemaakt, wordt de bate in het verslagjaar verantwoord en als vordering op de executeur of erfgenamen in de balans opgenomen. Indien er nog geen akte van verdeling is, maar wel een voorlopige verdeling of een toezegging van de executeur is ontvangen, wordt de bate toegelicht onder niet in de balans opgenomen rechten Eventuele correcties op eerder verantwoorde nalatenschappen worden verwerkt in het boekjaar waarin deze bekend worden.

Personeelsbeloningen

Personeelsbeloningen worden als last in de winst- en verliesrekening verantwoord in de periode waarin de werkzaamheden zijn uitgevoerd en, voor zover nog niet betaald, als verplichting opgenomen op de balans. Indien de reeds betaalde bedragen hoger zijn dan de verschuldigde vergoedingen, wordt het teveel betaalde bedrag opgenomen als een overlopende actief voor zover deze door de werknemers zal worden terugbetaald of zal worden verrekend met toekomstige betalingen door de onderneming.

Pensioenen

Uitgangspunt is dat de in de verslagperiode te verwerken pensioenlast gelijk is aan de over die periode aan het pensioenfonds verschuldigde pensioenpremies. Voor zover de verschuldigde premies op balansdatum nog niet zijn voldaan, wordt hiervoor een verplichting opgenomen. Als de op balansdatum reeds betaalde premies de verschuldigde premies overtreffen, wordt een overlopende actiefpost opgenomen voor zover sprake zal zijn van terugbetaling door het fonds of van verrekening met in de toekomst verschuldigde premies.

Voor een op balansdatum bestaand overschot bij het pensioenfonds wordt een vordering opgenomen als de onderneming de beschikkingsmacht heeft over dit overschot, het waarschijn lijk is dat het overschot naar de onderneming zal toevloeien en de vordering betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Afschrijvingen

Materiele vaste activa worden vanaf het moment van ingebruikneming afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de toekomstige gebruiksduur, dan worden de toekomstige afschrijvingen aangepast.

Eventuele boekwinsten of –verliezen worden in mindering gebracht op de afschrijvingen.

Wet Normering Topinkomens

Voor de uitvoering van de Wet Normering Topinkomens heeft de instelling zich gehouden aan de relevante wet- en regelgeving en deze als normenkader bij het opmaken van de jaarrekening gehanteerd.

Grondslagen voor het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen. Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Transacties waarbij geen instroom of uitstroom van kasmiddelen plaatsvindt, waaronder financiële leasing, zijn niet in het kasstroomoverzicht opgenomen.

Specificatie balans per 31 december 2025

1. Materiële vaste activa

Het verloop is als volgt:

Op de materiële vaste activa zijn de volgende afschrijvingspercentages van toepassing:

Gebouwen en terreinen 3 - 20 %

Inventaris en inrichting 5 - 33 %

Vervoermiddelen 20 %

2. Voorraden

De voorziening voor incourantheid bedraagt nihil (2024: nihil).

3. Vorderingen

Totale vorderingen

De vorderingen bestaan uit:

9:"'$5"-:;'<"'$(5"( ,+).8+.). 0+=78+7,* 9:"'2;>"(<"-3?%$:3 ,00+8== ,)7+77/

Onderstaand is een gedetailleerde uitsplitsing van de vorderingen opgenomen. Per ultimo 2025 bedraagt het aandeel van de vorderingen met een looptijd van langer dan een jaar 44.000 euro (2024: 3.000 euro).

Debiteuren

De debiteuren zijn verantwoord onder aftrek van een voorziening wegens oninbaarheid. Ultimo 2025 is de voorziening 853 euro (2024: nihil).

Belastingen

Overige vorderingen

!"#$%FG(%)"%#*+H"+-.((IF#01"2$"."IH#*+H"+-.((IF3 456789: :;:7<49 !"#$%FG(%)"%#=IL"%?"%@$F"ILA#0)"$$I-"I.F#B"IG"%#"%#1"2$"."IH#=CME.((IF"%3 ;F578FG F6<7G58

!"#$%FG(%)"%#H+1HL?L"#*HCIJ#0OLM3 5487<49

!"#$%FG(%)"%#I"%F"#I"."%L%)EN$+I(%F GG87F5: G4F7G;6 @"%L%)"%#O"IH$%""P ;87<<G 47895

!"#$%FG(%)"%#=Q$%?H#"%#R$%?H#G$$I#S+PF++IO(IFLNLO(FL"#E#*$P+.H"#T(I(. G:7G66

!"#$%FG(%)"%#U""IHL%.#E#U$+FP$$?H ;;7666

!"#$%FG(%)"%#S+PF++IQ$%?H#E#*((%?#G?#V"HNPL"?"%LH 567666

!"#$%FG(%)"%#JM= G:7G4< XG"IL)"#G$I?"IL%)"% :567FGG 5F87G64

()*++,-./01230-4)150126306

!78$"7$8$ 97#:"7:!;

Onder de post leningen aan personeel zijn verstrekte leningen opgenomen die betrekking hebben op studiekosten en voorzieningen voor de inrichting van de thuiswerkplek. Leningen ter financiering van studiekosten worden, na afronding van de opleiding, afgelost over een periode van drie jaar. Leningen ten behoeve van de inrichting van de thuiswerkplek worden afgelost over een periode van vijf jaar.

Te ontvangen Vfonds en Fonds voor Cultuurparticipatie – Molukse Barak

!"#$%&'()&*&+#$,#)-

!"#$#%#&'#()#'*+$#& -#./#'0&$#& 1234567

3()&4#5%6 *780912

()*+,-./0-12-,/3/45/0 2672""

Voor een omvangrijke upgrade van de Molukse Barak zijn in 2024 bijdragen toegekend door het Vfonds, het Fonds Cultuurparticipatie en het VSBfonds. De toegekende bijdragen bedragen respectievelijk 50.000 euro, 36.000 euro en 47.500 euro, hetgeen resulteert in een totaal toegekend bedrag van 133.500 euro. In 2024 is hiervan een voorschot ontvangen van 117.400 euro. De middelen worden aangewend voor een gedeeltelijke herziening van de presentatie en duiding van het verhaal in de Molukse Barak, met aandacht voo r het perspectief van de tweede en derde generatie Molukkers, in samenwerking met betrokkenen. De bestedingen in 2025 bedragen 129.876 euro.

Afhankelijk van de definitieve subsidievaststelling heeft de Stichting ultimo 2025 nog recht op aanvullende bijdragen van 12.500 euro van het Vfonds en 3.600 euro van het Fonds Cultuurparticipatie. De middelen dienen, afhankelijk van de voorwaarden van de subsidieverstrekkers, uiterlijk op 31 december 2025 te zijn besteed.

Overlopende activa

!""#$%&'()*+&$#((#,(-."/&(0-"0,(#1"$,/+"0&#*+&(0 2345662 2675879 !""#$%&'()*+&$#((#,(-:(#;(.(#%0'/."/&(0 235<97 64566= >:(#%'(-:""#$%&'()*+&$#((#,(-."/&(0 945??9 895?=9

()*++,-./01,)20340-+5*6/+ !778"## !9:8::;

4. Liquide middelen

!"#$%&'(%)$*&'+,+* -./012/34. 61/-17/-87 9+&+*'*:5";K,$*%59$);)$*& -6/004 -6/84=$( 4-/014 48/72=,K'(>;(%+* 44/270 43/8.2

In 2025 bedroeg het gemiddelde rentepercentage op de rekening -courant 2,18% (2024: 3,64%). De liquide middelen staan ter vrije beschikking van de Stichting.

Eigen Vermogen

5. Algemene reserve

!"#$%&'()&*&+#$,#)- ./01./1*2 ./102/303 4(5,6"##"7(5"(88-$9 0:1/;23 ::./<:= ()*+,-./0-12-,/3/45/0

6. Bestemmingsreserves

Bestemmingsreserve KIEN

()*+),,-.I*0)*)01)234%5

!"#$%&'()&*&+#$,#)-&

!"#$%&''&("#&"))*+,-

56(76(8-$8

;$"")(<<-$8

?()&@#A%6&"($&A#@"(&B&8,$@"(&C(@"(DD-$8@)(@()7(

6+7.829)02:;28)K),=)02

De bestemmingsreserve van 844.418 euro is bestemd voor de activiteiten van KIEN, gericht op het bevorderen van de bescherming en kennis van immaterieel erfgoed. De jaarlijkse toevoegingen aan deze bestemmingsreserve bestaan uit de subsidies die specifiek z ijn toegekend voor de activiteiten van KIEN.

Onttrekkingen aan de bestemmingsreserve vinden plaats ter dekking van de kosten die samenhangen met de uitvoering van de activiteiten van de afdeling KIEN.

Bestemmingsreserve Collectieverwerving

()*+),,-./*0)*)01)23455)6+-)1)07)01-./

!"#$%&'()&*&+#$,#)-& ./01/1 230132

!"#$%&''&("#&"))*+,-

45(65(7-$7 180888 180888 9$"")(::-$7 ;1.0<<= ;30/<>

?()&@#A%5&"($&A#@"(&B&7,$@"(&C(@"(DD-$7@)(@()6( ;.0<<= *=08>>

8+9.:2;)02<=2:)6),>)02 ?"@?$A ?B@!B!

;380K=> ?'(+@',,, +'*,,',,, ()*+),,-./*0)*)01)*

$2"#"2!3$ 52#6725"8

De bestemmingsreserve van 80.846 euro is ingesteld ten behoeve van de afdeling Kennis en Collecties. Jaarlijks wordt een bedrag van 20.000 euro aan deze bestemmingsreserve toegevoegd. Onttrekkingen aan de bestemmingsreserve vinden plaats ter dekking van de daadwerkelijk gemaakte kosten voor aankopen. De bestemmingsreserve wordt aangewend voor de uitvoering van het Collectiebeleidsplan 2021 -2028.

Bestemmingsreserve Pigeaud

()*+),,-./*0)*)01)23-/)456

!"#$%&'()&*&+#$,#)-& ./011/111

!"#$%&''&("#&"))*+,-

34(54(6-$6 7.8/111 ./011/111

9$"")(::-$6

;()&<#=%4&"($&=#<"(&>&6,$<"(&?(<"(@@-$6<)(<()5( 7.8/111 ./011/111

7+4.628)029:26);),<)02

De nalatenschap van mevrouw Pigeaud is ondergebracht in een bestemmingsreserve. Deze bestemmingsreserve is bestemd voor educatieve projecten met een focus op kinderen, multiculturaliteit en natuureducatie, in lijn met de doelstellingen die door de donateur zijn nagestreefd. De middelen word en aangewend voor educatieve initiatieven, al dan niet in combinatie met ambachten, alsmede voor projecten die zonder deze middelen niet realiseerbaar zouden zijn.

Voorzieningen

7. Voorziening jubileumuitkeringen

!"#$%&'()&*&+#$,#)-&

6-+7&89(:9(;-$;($ *4024. *0*13 <=7&>$"")(??-$;($ @*10/.*

8. Voorziening langdurig zieken

!"#$%&'()&*&+#$,#)-& /-+0&12(32(4-$4($ *567886 9:0&;$"")(<<-$4($ ()*+,-./0-12-,/3/45/0-

De voorziening langdurig zieken betreft de naar verwachting te betalen kosten in verband met loondoorbetaling en daarmee samenhangende lasten voor langdurig zieke werknemers. De voorziening is vastgesteld op basis van de per balansdatum bekende ziektegevallen en de daarmee samenhangende verplichtingen. Gezien de korte looptijd wordt de voorziening niet contant gemaakt, aangezien de tijdswaarde van geld geen materiële invloed heeft. De volledige voorziening heeft een resterende looptijd korter dan één jaar.

schulden

!"#$#%F'$#$()"*$"F+,#F-$#,#.$I# 012221222 312221222 45%F)"F6"()"7"#F89$(+"()$#%((96($7$"F:;< 001=L?103? 0213L2100@ A#+"()"*$#%((96($7$"F:;< 31=L31L@0 31L021@?0 A#+"()"*$#%(6$B7*,%"# L?C1=20 ??C1@?0

9. Lening Ministerie van Financiën

De voorziening is vastgesteld op basis van deelnamekansen, verwachte toekomstige uitkeringen en reeds verstreken diensttijd. De verplichting is contant gemaakt tegen een disconteringsvoet van 3% (2024: 3%). De voorziening is ingedeeld naar looptijd en bedraagt 7.066 euro met een resterende looptijd korter dan één jaar, 47.925 euro met een resterende looptijd tussen twee en vijf jaar en 101.474 euro met een resterende looptijd langer dan vijf jaar.

!"#$%&'()&*&+#$,#)-& ./000/000 1/000/000 23(43(5-$5 7893::-$5 6*/000/000 */000/0006

!"#$%&'()&.*&%(;(<=()& >/000/000 ./000/000 78?&5(')(:($"(()%&3$%()&@3)"93'($%(&:;A,9%($ 6*/000/000 */000/0006 ()*+,-./0-12-,/3/45/0 26"""6""" !6"""6"""

In 2016 is met het ministerie van Financiën een leningsovereenkomst gesloten in het kader van Schatkistbankieren, op grond waarvan een lening van 10.000.000 euro is verstrekt. Het ministerie van OCW staat garant voor deze lening. In 2016 is een bedrag van 6.000.000 euro opgenomen, gevolgd door een aanvullende opname van 4.000.000 euro in 2017. Over de lening is een rente verschuldigd van 0,35%. De aflossing is aangevangen in 2018 en vindt plaats in ti en jaarlijkse, gelijke termijnen.

Langlopende

10. Nog te besteden huisvestingssubsidie

!"#$%&'()&*&+#$,#)-&

*./01./**2 1/*34/15. 67(87(9-$9 2/14:/320 :/0*:/..; <$"")(==-$9 >;/*4./3;* >;/*55/4*3

()*+,-./0-12-,/3/45/0

Het verloop van de post Nog te besteden huisvestingssubsidie OCW is als volgt:

!"#$%&'()*+'"#"+,&-.-./0/1

22678962!9 2"6!8"622#

!"#$%"#!!& ()*+H-+.*I0++)1+*2*-'345'678I98:;'1-+7K*==*I0';-.'=-I;-:='!&%L!"$?@A@ABB"!C &#&%!#%&! 3I..:-==*I0'D-0-I+'*IH-+.-:*I0-I'68I2-:'EIH-+.-:*I0++)1+*2*-'345C

F@BB#B@&

!"##$%&&'"(%")*+,-#%".

F'G8-+HI0-I'III'J*O=+HI+.08-21-2:*O9L':-I.-M'I9H8++*I0M'K-99*I0-I'68#I#'3NOC'-I'8P+HI0-I FLLA#"%" F'Q88I=8+.-I'-*0-I'8:0II*+I.*-'1-K--:'-I'1-K8)2 F&%$#"$! F'R-:S-=-:*I0-I FTT#AL@ F'U9+7K:*OH*I0-I'8P'*IH-+.-:*I0-I'61-=8+.*02')*.'K)*+H-+.*I0++)1+*2*-'345C F@"$#!A!

F'V8+.-I'2I0-H*O=+'8I2-:K8)2

F'V8+.-I'0:88.'8I2-:K8)2'

F&!$#%BT

F'3H-:*0-'K)*+H-+.*I0+=8+.-I'6-*0-III:+SI=-IL'I2H*-+=8+.-IM'*I+P-7.*-+'-#2#C F!#AA"#@$!

2%3""#&%+334(55*+)(+

FL#A"@#$TB /0%10%('"(%")*2,#%".3

F'H:*OHIH'*IH-+.-:*I0++)1+*2*-'345'61-=8+.*02')*.'K)*+H-+.*I0++)1+*2*-'345C $T&#!"!

F'H:*OHIH'*IH-+.-:*I0++)1+*2*-'345'6H-:2)):SI;*I0C

F'8H-:*0-'1I.-I

2%3""#&3%(6%()*+)(+

$T&#!"!

!"#$%&78*,6(,3*)*+),,8',*$*(&9,8',*$*(&:;<.%+334(55*+)(+=3%(6%()*+)(+> !#A"B#"!!

O-+.--2'III'P)1H*-=+I7.*H*.-*.-IM'78HH-7.*-1-K--:'89'IH0-;--I'1-K--:

!"#$%&(*+$'"#"+,&?-.-/./0/1

De huisvestingssubsidie van het ministerie van OCW dient te worden aangewend voor de instandhouding van de gebouwen en overige huisvestingskosten, waaronder huur van gebouwen van het Rijksvastgoedbedrijf en verzekeringskosten. Onder instandhouding wordt verstaan het dagelijks onderhoud, groot onderhoud en vervangingsinvesteringen in onderdelen van gebouwen en de bijbehorende installaties. Het toekomstige meerjarige groot onderhoud en de vervangingsinvesteringen zijn opgenomen in het meerjarenonderhouds- en investeringsplan (MOIP).

(Vervangings)investeringen die zijn opgenomen in het MOIP worden geactiveerd onder de materiële vaste activa en worden overeenkomstig de economische levensduur afgeschreven. Het deel van de

huisvestingssubsidie dat wordt aangewend voor investeringen wordt niet verantwoord in de exploitatierekening, maar op de balans. Deze aangewende huisvestingssubsidie is opgenomen onder de langlopende schulden, met als subpost Investeringssubsidie OCW. De vrijval van deze post vindt plaats via de exploitatierekening, parallel aan de afschrijvingstermijn van de betreffende investering, en wordt verantwoord onder de baten.

Voor zover na uitvoering van de taak als bedoeld in artikel 2.8 van de Erfgoedwet middelen niet volledig zijn aangewend en deze als langetermijninvesteringsreserves voor de instandhouding van gebouwen zijn opgenomen in de begroting van het betreffende jaar , kunnen de resterende middelen worden besteed aan publieksactiviteiten, collectiebeheer of algemeen beheer in het kader van de cultuurgoederen, conform artikel 3.13 van de Regeling beheer rijkscollecties.

Het niet bestede deel van de huisvestingssubsidie wordt per balansdatum verantwoord onder de kortlopende dan wel langlopende schulden als Nog te besteden huisvestingssubsidie OCW. Deze post wordt in de jaarrekening toegelicht met een specificatie van de besteding van de huisvestingssubsidie OCW in het betreffende boekjaar.

Ultimo 2025 is binnen de post Nog te besteden huisvestingssubsidie OCW een bedrag van 814.287 euro gereserveerd ten behoeve van verduurzamingsmaatregelen. Een afgebakend deel van de erfgoedwetsubsidie inzake huisvesting is structureel toegewezen aan de verduurzamingsopgave.

11. Investeringssubsidie OCW

!"#$%&'()&*&+#$,#)-& ./0*1/23* ./24*/533

67(87(9-$9 :33/3:2 :2:/34; <)-+8#=& >.4:/;22 >.;2/040

()*+,-./0-12-,/3/45/0

!678!68#2 !682"6#92

Conform de bepalingen van het Handboek verantwoording cultuursubsidies instellingen 2025 -2028 wordt voor investeringen die worden gefinancierd vanuit de post Nog te besteden huisvestingssubsidie OCW een Investeringssubsidie OCW verantwoord onder de langlopende schulden. Deze Investeringssubsidie OCW valt vrij ten gunste van de exploitatierekening huisvesting, parallel aan de afschrijvingstermijn van de betreffende investering.

Het deel van de investeringssubsidie dat is bestemd voor verduurzaming bedraagt 316.999 euro en heeft betrekking op maatregelen ter bevordering van de verduurzaming van de gebouwen, waaronder de installatie van warmtepompen en LED-verlichting.

12. Investeringsbijdragen

!"#$%&'()&*&+#$,#)-& ../01.* .220334

56(76(8-$8 9/20:..

<)-+7#=& ;/20>9. ;/.0/*2

()*+,-./0-12-,/3/45/0 67189"2 7718#72

In lijn met de werkwijze voor de Investeringssubsidie OCW zijn voor overige bijdragen in investeringen langlopende schulden verantwoord onder de post Investeringsbijdragen. Deze Investeringsbijdragen vallen vrij ten gunste van de exploitatierekening huisvesting, parallel aan de afschrijvingstermijn van de betreffende investering.

Kortlopende schulden en overlopende passiva

!"#$%&'()**()%'+',*("-',. /0/1/0121 /02310456

78,9%8:'(&)&''%)%*(;%8:'(&')."#$%& /04440444 /04440444 K'%*.9-(;'()'():,'=-'.).8"-*%')+',>'?',-(;'( 1@10AAA 1A@0/6B !"#$%&'()$-9)#88C&')+*():'(.-8'('( 3@502BB 1@102A/ D88,$-98(9+*(;'()90E0+0):,8F'"9'( /05B405BA /0A/B0B/4 G+',-;')."#$%&'( 204BB05B6 /03/10111 G+',%8:'(&'):*..-+* 620A1A 620215

()*++,-.)/*,)01231-4567,312

89:8"9$#; 89#!;9::#

13. Vooruit ontvangen t.b.v. projecten

!""#$%F"'F()'*+'H-)'"''+F.+#I

!""#$%F"'F()'*+'H8+F.+#IH9+(+':H;#K*"+: =073651 7L635L0

!""#$%F"'F()'*+'H!#%+':+'9"F+#%?

!""#$%F"'F()'*+'HA#"(%'B%+HC(+#%?MM+NH7270F7275HGHI;8J

!""#$%F"'F()'*+'HOL"'M"#M%?:#)*+HFHNO9

!""#$%F"'F()'*+'HP%:N$QHRS%?H*))'H'))#H-)'):)R

!""#$%F"'F()'*+'HHI;8HFHAI;H7270F7275

!""#$%F"'F()'*+'HHI;8HFHAI;H7271F727=

!""#$%F"'F()'*+'HO+BF"#HC(+#N+*HTQM)BUF+'H727=

667366@

!""#$%F"'F()'*+'HP"N$IM+HV)#)I 1163LL4

!""#$%F"'F()'*+'HA#"(%'B%+HC(+#%?MM+NH7276F727=HGHI;8J L63724

!""#$%F"'F()'*+'HO$%MH()'HO+#%''+#%'*HFH"'F.%II+N%'*HL#"*#)QQ) 0@36@2

!""#$%F"'F()'*+'HT'F"'H:+HH"Q =53222

!""#$%F"'F()'*+'HO$%MH()'HO+#%''+#%'*HFHQ$M+)N+H%'#%BUF%'* 435@2

!""#$%F"'F()'*+'HP"':MHK)Q%N%+HO++#M%'I 635@L ()*++,-.))/01*)2*.+2342-*565.5-7/)849*42

Canonnetwerk

!"#$%&'()&*&+#$,#)-

!"#$#%#&'#()#'*+$#& ,-./000 102/000 3#45#'6&$#& 78-9/-2, 71-./90, 5()&6#7%8 .9:/3;; <91/23; ()*+,-./0-12-,/3/45/0-

In 2025 is voor het project Toegankelijkheid van het Canonnetwerk 2024 tot en met 2025 een subsidie toegekend van 800.000 euro. In de periode 2024 tot en met 2025 is het volledige subsidiebedrag als voorschot ontvangen. De bestedingen in 2025 bedragen 198.945 euro. De activiteiten binnen dit project sluiten aan op de eerdere uitbreiding van het Canonnetwerk en zijn om die reden onder dezelfde projectnoemer in het jaarverslag opgenomen.

De activiteiten dienden oorspronkelijk uiterlijk op 31 december 2025 te zijn afgerond. Door het ministerie van OCW is uitstel verleend tot en met 31 december 2027.

Netwerk Levend Erfgoed

!"#$%&'()&*&+#$,#)- ./012/3

!"#$#%#&'#()#'*+$#& ,-./000 ,-./000 1#23#'4&$#& 567/868 59/9,. 5()&6#7%8 */2139: ./012/3

()*+,-./0-12-,/3/45/0

!81678#

In 2024 is een project gestart ter ondersteuning van de kwartiermakersfase van het Netwerk Levend Erfgoed, voortvloeiend uit de beleidsvisie van het ministerie van OCW en gericht op het versterken van samenwerking, kennisuitwisseling en ondersteuning van gemeenschappen binnen het immaterieel erfgoedveld. Voor dit project is een subsidie toegekend van in totaal 550.000 euro voor de periode 2024 tot en met 2025. De bestedingen in 2025 bedragen 96.494 euro.

De activiteiten dienden oorspronkelijk uiterlijk op 31 december 2025 te zijn afgerond. Door het ministerie van OCW is uitstel verleend tot en met 31 december 2026.

VriendenLoterij

!"#$#%#&'#()#'*+$#& ,--.--- ,--.---

/01+12#(2&3#41#*2&$4)25'*+$#& 6789.:;; <#41#'2&$#& 688,.-== 6:=:.--8 4()&5#6%7 8930:;3 8/:90<<.

()*+,-./0-12-,/3/45/0 !#67$8# 11!7119

Als vaste beneficiënt van de VriendenLoterij heeft de Stichting in 2025 een bijdrage van 500.000 euro ontvangen. Deze bijdrage is in 2025 aangewend voor activiteiten ter verlevendiging van het museum, de ontwikkeling van een winterprogrammering, de renovatie en presentatie van de Molukse Barak, het project Anton de Kom naar Suriname en de publiektentoonstelling rondom reminiscentie in de Doorzonwoningen.

Voor de besteding van deze bijdrage is geen specifieke einddatum overeengekomen.

Provincie Overijssel 2025-2028 (KIEN)

!"#$%&'()&*&+#$,#)-&

!"#$#%#&'#()#'*+$#& ,,-.,/

1#23#'4&$#& 0.5-/65

/()&0#1%2 345676

()*+,-./0-12-,/3/45/0- 6!71"1

Voor het project Versterking Immaterieel Erfgoed provincie Overijssel heeft de provincie Overijssel een meerjarige subsidie toegekend voor de periode 2025-2028. De subsidie bedraagt maximaal 397.560 euro en is bestemd voor de voortzetting en verdere versterking van activiteiten gericht op de professionalisering van erfgoedbeoefenaars, kennisoverdracht, het vergroten van de zichtbaarheid van immaterieel erfgoed en het versterken van de samenwerking tussen erfgoedgemeenschappen binnen de provincie Overijssel. In 2025 is een voorschot ontvangen van 99.390 euro. De bestedingen in 2025 bedragen 37.087 euro.

De activiteiten dienen uiterlijk op 31 december 2028 te zijn afgerond.

Sponsorbijdrage - DHL

!"#$%&'()&*&+#$,#)-& ./0.12 ./0.12

!"#$#%#&'#()#'*+$#& -./... 0*123+4 ,55/556 ,-./...

7#89#'1&$#& ,:/;<:

3()&4#5%6 7/*0*..

()*+,-./0-12-,/3/45/0- #167"$ 8$68"1

DHL verstrekt jaarlijks een sponsorbijdrage aan de Stichting ten behoeve van de exploitatie, presentatie en het behoud van de Van Gend & Loos-loods, inclusief de presentatie in en rond dit gebouw. In 2025 is een bedrag van 33.332 euro aangewend voor de exploitatie van de Van Gend & Loos-loods en 7.867 euro voor overige specifieke kosten die samenhangen met deze locatie.

Voor de besteding van de sponsorbijdrage is geen specifieke einddatum overeengekomen.

Midlum ‘Wij gaan naar Canada’

KIEN – PIE 2021-2024

!"#$%&'()&*&+#$,#)- ./01.2 .30/34

!"#$#%#&'#()#'*+$#& -#./#'0&$#& ,12134

5()&6#7%8 9202.:

()*+,-./0-12-,/3/45/0

In 2025 zijn geen uitgaven aan dit project gedaan. Voor de besteding van de verkregen middelen is geen specifieke einddatum overeengekomen.

KIEN – PIE 2025-2028

!"#$%&'()&*&+#$,#)-

!"#$#%#&'#()#'*+$#& ,-.///

1#23#'4&$#& 05,.66/ /()&0#1%2 34536

()*+,-./0-12-,/3/45/0- 67#6" 8

Voor de periode 2025 tot en met 2028 heeft het ministerie van OCW een projectsubsidie toegekend in het kader van het Internationaal Cultuurbeleid. De subsidie is bestemd voor de uitvoering van activiteiten die bijdragen aan de ambities en doelstellingen zoals vastgelegd in het beleidskader Internationaal Cultuurbeleid 2025-2028. De activiteiten zijn gericht op internationale samenwerking, kennisdeling en de versterking van erfgoedpraktijken binnen de aangewezen prioriteitslanden. Voor dit project is een subsidie toegekend van in totaal 340.000 euro. In 2025 is een voorschot ontvangen van 85.000 euro. De bestedingen in 2025 bedragen 78.440 euro.

De activiteiten dienen uiterlijk op 31 december 2028 te zijn afgerond.

!"#$%&'()&*&+#$,#)-

!"#$#%#&'#()#'*+$#&

0#12#'3&$#& ,445/644 ,478/485

5()&6#7%8

In 2021 is het door het ministerie van OCW gesubsidieerde project Gedeeld Cultureel Erfgoed afgerond. De resterende middelen zijn aangewend voor het vervolgproject KIEN – PIE 2021 tot en met 2024. Dit project betreft de deelname van het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland als uitvoeringspartner aan het Programma Internationale Erfgoedsamenwerking. Voor dit project is een subsidie toegekend van 320.000 euro, waarvan in de periode 2021 tot en met 2024 het volledige bedrag als voorschot is ontvangen. De bestedingen in 2025 bedragen 115.411 euro.

De activiteiten dienden oorspronkelijk uiterlijk op 31 december 2024 te zijn afgerond. Door het ministerie van OCW is uitstel verleend tot en met 31 december 2025.

Sector Overleg Ambachten (2024)

!"#$%&'()&*&+#$,#)-

!"#$#%#&'#()#'*+$#&

0#12#'3&$#& ,455/4-6 ,477/893()&4#5%6 2*../*01 *../*01 ()*+,-./0-12-,/3/45/0

Het project Sector Overleg Ambachten (2024) vormt een voortzetting van het project Sector Overleg Ambachten (2023). Voor dit vervolgproject is een subsidie toegekend van 300.000 euro. De bestedingen binnen dit project bedragen in 2025 155.137 euro. In de loop van 2025 is het project doorontwikkeld tot een zelfstandige organisatie in de vorm van Stichting AVN. Vanaf 2026 zal deze stichting haar activiteiten voortzetten binnen het erfgoedlandschap, met een focus op zichtbaarheid en verbinding binnen de sector van ambachtelijk vakmanschap.

De activiteiten dienden oorspronkelijk uiterlijk op 31 december 2024 te zijn afgerond. Door het ministerie van OCW is uitstel verleend tot en met 31 december 2025.

Molukse Barak

!"#$%&'()&*&+#$,#)-

!"#$#%#&'#()#'*+$#& --./011

2#34#'5&$#& ,6/780 /()&0#1%2 **34556

()*+,-./0-12-,/3/45/0 6 2217889

Voor een omvangrijke upgrade van de Molukse Barak zijn in 2024 bijdragen aangevraagd bij het Vfonds, het Fonds Cultuurparticipatie en het VSBfonds. De toegekende bijdragen bedragen respectievelijk 50.000 euro, 36.000 euro en 47.500 euro. In totaal is een bedrag van 133.500 euro toegekend, waarvan in 2024 reeds 117.400 euro als voorschot is ontvangen. De middelen worden aangewend voor een gedeeltelijke herziening van de presentatie en duiding van het verhaal in de Molukse Barak, met aandacht voor het perspectief van de tweede en derde generatie Molukkers, in samenwerking met betrokkenen. De bestedingen in 2025 bedragen 129.876 euro.

De middelen dienen, afhankelijk van de voorwaarden van de subsidieverstrekkers, uiterlijk op 31 december 2025 te zijn besteed.

Provincie Overijssel 2023-2024 (KIEN)

!"#$%&'()&*&+#$,#)-& ./0123 320.4/

!"#$#%#&'#()#'*+$#& ,-./--0 -1/222

3#45#'6&$#& ,7.- ,8./175()&6#7%8 9./0123 *10:4/

()*+,-./0-12-,/3/45/0- 718!"9

In maart 2023 heeft de provincie Overijssel een subsidie toegekend van 150.000 euro voor het project Versterking Immaterieel Erfgoed provincie Overijssel 2023 -2024. In de periode 2023 tot en met 2024 is het volledige subsidiebedrag als voorschot ontvangen.

Het project is in 2025 afgerond. Voor het niet bestede deel van de subsidie, 72.779 euro, heeft in 2025 een afrekening met de subsidieverstrekker plaatsgevonden.

ontwikkeling programma

!"#$%&'()&*&+#$,#)- ./01/2 ***0342

!"#$#%#&'#()#'*+$#& ,-./01

3#45#'6&$#& 278.7/1 20,./-1

5()&6#7%8 9./01/2 9.:0;<2

()*+,-./0-12-,/3/45/0 6 #7817"

In 2022 heeft het Fonds Cultuurparticipatie een subsidie van 125.000 euro toegekend voor de ontwikkeling van het programma van het Huis van Herinnering. In dat jaar is een voorschot van 112.500 euro ontvangen. In 2025 is de eindafrekening van het Fonds Cultuurparticipatie van 12.500 euro ontvangen. Daarnaast is in 2025 een bijdrage van 14.950 euro ontvangen van het Fonds Sluyterman van Loo. De in 2025 gerealiseerde bestedingen bedragen 86.840 euro.

Het project is in 2025 volledig afgerond.

Anton de Kom naar Suriname

!"#$%&'()&*&+#$,#)- ./0111

!"#$#%#&'#()#'*+$#& ,-... /0-...

1#23#'4&$#& 566-...

3()&4#5%6 2./0111 ./0111

()*+,-./0-12-,/3/45/0 $78"""

In 2024 is gestart met het project om de tentoonstelling Anton de Kom – schrijver, strijder, wegbereider, die eerder als tijdelijke tentoonstelling in het museum is gepresenteerd, te realiseren in het Openluchtmuseum Fort Nieuw-Amsterdam in Suriname. Voor dit project zijn in 2024 bijdragen toegekend tot een totaalbedrag van 55.000 euro, afkomstig van het Fonds Cultuurparticipatie 25.000 euro, de Nederlandse Ambassade in Suriname 15.000 euro, DutchCulture 10.000 euro en het Cultuurfonds 5.000 euro. De bestedingen in 2025 bedragen 55.000 euro.

Het project is in 2025 volledig afgerond.

Huis van Herinnering –

Huis van Herinnering – museale inrichting

Binnen het project voor de realisatie van de Doorzonwoningen zijn meerdere deelprojecten ontwikkeld voor de invulling van de afzonderlijke doorzonwoningen, waaronder de museale inrichting van het Huis van Herinnering. In 2023 is voor dit project financiering toegekend tot een totaalbedrag van 250.000 euro, bestaande uit 150.000 euro van het VSBfonds, 80.000 euro van het Mondriaan Fonds en 20.000 euro van het Cultuurfonds. In de periode 2023 tot en met 2025 is het volledige bedrag ontvangen. De bestedingen i n 2025 bedragen 21.194 euro.

Het project is in 2025 volledig afgerond.

Fonds familie Heersink

In 2018 is de presentatie Wij gaan naar Canada gerealiseerd in boerderij Midlum, mede dankzij een schenking van de Amerikaans-Nederlandse familie Heersink. De resterende middelen uit deze schenking worden besteed in overleg met de familie Heersink. In 2019 is besloten deze middelen aan te wenden binnen het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland ten behoeve van het zichtbaar maken van erfgoed op locatie. In 2025 is een bedrag van 2.000 euro besteed uit de middelen van het Fonds familie Heersink.

14 Overige schulden

15 Overlopende

Toelichting financiële risico’s van financiële instrumenten

De financiële risico’s die samenhangen met het gebruik van financiële instrumenten zijn beperkt. De financiële instrumenten bestaan uitsluitend uit vorderingen, geldmiddelen, kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen. Er is geen sprake van in contracten besloten afgeleide financiële instrumenten of het gebruik van derivaten.

Het liquiditeitsrisico is beperkt als gevolg van een bestendige financiële huishouding, waarbij een evenwicht bestaat tussen eigen inkomsten en de meerjarige subsidierelatie met het ministerie van OCW . Het kredietrisico is eveneens beperkt, gezien de geringe omvang van de debiteurenportefeuille en het gevoerde debiteurenbeheer.

Pensioenen

Pensioenregeling

De pensioenregeling van de Stichting is ondergebracht bij het Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) en kwalificeert als een middelloonregeling. In de jaarrekening wordt deze regeling verwerkt als een toegezegdebijdrageregeling. Dit houdt in dat de over het boekjaar verschuldigde pensioenpremies als kosten in de exploitatierekening worden verantwoord. Vooruitbetaalde premies zijn opgenomen onder de vlottende activa en nog te betalen premies onder de kortlopende schulden.

Het Pensioenfonds Zorg en Welzijn had per 31 december 2025 een dekkingsgraad van 125,7%. Deze dekkingsgraad ligt boven de beleidsdekkingsgraad van 117,7%. In de pensioenregeling is geen verplichting opgenomen voor de Stichting tot het doen van aanvullende stortingen indien de dekkingsgraad niet voldoet aan de wettelijke vereisten.

Voor een nadere toelichting op de verwerking van pensioenen in de jaarrekening wordt verwezen naar de waarderingsgrondslagen.

Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen

Rechten

Subsidie ministerie van OCW

Het ministerie van OCW heeft aan de Stichting voor de periode 2025 tot en met 2028 een meerjarige instellingssubsidie toegekend. Vanaf de beleidsperiode 2025 tot en met 2028 ontvangt de Stichting subsidie vanuit twee afzonderlijke onderdelen. Voor de publieksactiviteiten is, exclusief loon- en prijsbijstelling, een jaarlijks bedrag van 7.724.375 euro beschikbaar gesteld, waarvan 1.172.532 euro is bestemd voor KIEN. Cumulatief bedraagt de instellingssubsidie voor publieksactiviteiten over de periode 2025-2028 30.897.500 euro, waarvan 4.690.128 euro betrekking heeft op KIEN.

In 2026 ontvangt de Stichting op grond van de Erfgoedwet een subsidie van 9.621.644 euro, waarvan 4.039.793 euro is bestemd voor collectiebeheer en 5.581.851 euro voor huisvesting. In het kader van deze subsidie is de Stichting verplicht jaarlijks tijdig een begroting voor het daaropvolgende boekjaar en een actueel meerjarenonderhoudsplan aan te leveren.

VriendenLoterij

Met de VriendenLoterij is voor de periode 2026 tot en met 2029 een overeenkomst gesloten waarin een jaarlijkse bijdrage van 500.000 euro is vastgelegd. De middelen zijn bestemd ter versterking en verlevendiging van het museum en worden bij voorkeur aangewend voor de presentatie van de collectie, restauratie, aankopen en overige culturele en museale kerntaken en niet voor de exploitatie.

Fonds voor Cultuurparticipatie

De Stichting heeft van het Fonds voor Cultuurparticipatie een meerjarige subsidie toegekend gekregen van in totaal 480.000 euro voor de periode 2025 tot en met 2028 in het kader van de Meerjarenregeling Co-creatie Festivals. In 2025 is een voorschot ontvangen van 120.000 euro, exclusief loon- en prijsbijstelling.

Projectgelden

Het ministerie van OCW heeft een projectsubsidie toegekend in het kader van het Internationaal Cultuurbeleid (projectnummer 48137227) voor de periode 2025 tot en met 2028. Het totaal toegekende subsidiebedrag bedraagt 340.000 euro. In 2025 is hiervan een voorschot ontvangen van 85.000 euro.

Verplichtingen

Huur- en erfpachtverplichtingen

De Stichting heeft verplichtingen uit hoofde van huurcontracten en erfpachtcanons met derden. In 2017 is het rijkshuisvestingsstelsel gewijzigd, waardoor musea verantwoordelijk zijn geworden voor het onderhoud en de uitbreiding van panden die juridisch eigendom blijven van het Rijksvastgoedbedrijf. De huurverplichting voor de huidige gehuurde panden bedraagt 340.000 euro. Deze verplichting heeft volledig een resterende looptijd korter dan één jaar. Met ingang van 1 januari 2024 is het nieuwe huisvestingsstelsel definitief van kracht geworden en zijn de huurovereenkomsten hernieuwd. De Stichting heeft jaarlijks de mogelijkheid om de huurovereenkomst op te zeggen.

Met de gemeente Arnhem is een erfpachtovereenkomst gesloten die met ingang van 2017 geldt voor een periode van dertig jaar en betrekking heeft op de bezoekersparkeerplaats aan de Hoeferlaan 4. De Stichting

Daarnaast heeft de Stichting een huurovereenkomst afgesloten met Nou, voorheen Canon Business Center, voor de huur van all-inprinters. De totale huurverplichting voor de periode tot en met 2030 bedraagt 141.000 euro. Hiervan heeft 29.000 euro een resterende looptijd korter dan één jaar en 112.000 euro een resterende looptijd van twee tot vijf jaar. Er zijn geen verplichtingen met een resterende looptijd langer dan vijf jaar.

Ten slotte is een facilitaire dienstverleningsovereenkomst gesloten met Stichting het Rijksmuseum met betrekking tot de exploitatie van het Collectie Centrum Nederland. Deze overeenkomst loopt tot en met 31 december 2050. De totale verplichting uit hoofde van deze overeenkomst bedraagt 38.150.000 euro, waarvan 1.510.000 euro een resterende looptijd korter dan één jaar heeft, 6.090.000 euro betrekking heeft op de periode van twee tot vijf jaar en 30.550.000 euro op de periode langer dan vijf jaar.

Leasecontracten

De Stichting heeft een leasecontract afgesloten met betrekking tot een leaseauto. De totale leaseverplichting bedraagt 55.000 euro. Hiervan heeft 14.000 euro een resterende looptijd korter dan één jaar en 41.000 euro een resterende looptijd van twee tot vijf jaar. Er zijn geen verplichtingen met een resterende looptijd langer dan vijf jaar.

Investeringsverplichtingen

Ultimo 2025 heeft de Stichting investeringsverplichtingen ter hoogte van in totaal 655.000 euro. Deze verplichtingen zullen naar verwachting volledig in het daaropvolgende boekjaar worden afgewikkeld.

Verplichting voor vennootschapsbelasting

Op 28 november 2019 heeft de Belastingdienst schriftelijk bevestigd dat zij het standpunt van de Stichting delen en dat de Stichting per 1 januari 2016 niet belastingplichtig is voor de vennootschapsbelasting. De Stichting ontvangt daarom geen aangiftebiljet.

De Belastingdienst gaat er op basis van de door de Stichting gepresenteerde feiten en omstandigheden ervan uit dat de Stichting met haar activiteiten niet voldoet aan de voorwaarde van een winstoogmerk. Daarnaast is de Belastingdienst van mening dat er niet wordt voldaan aan artikel 4 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. De Stichting drijft daarom geen onderneming in de zin van artikel 2, lid 1, onderdeel e, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

Bij gelijkblijvende feiten en omstandigheden is er ook voor de jaren 2017 en de daaropvolgende jaren geen sprake van belastingplicht. De Stichting draagt hierbij jaarlijks zelf de verantwoordelijkheid om te verzoeken om een aangiftebiljet wanneer de feiten en omstandigheden aanleiding geven tot een andere conclusie.

100 heeft iedere tien jaar de mogelijkheid om de erfpachtcanon op te zeggen. De totale verplichting uit hoofde van deze erfpachtcanon bedraagt 1.651.000 euro. Hiervan heeft 76.000 euro een resterende looptijd korter dan één jaar, 307.000 euro een resterende looptijd van twee tot vijf jaar en 1.268.000 euro een resterende looptijd langer dan vijf jaar.

Specificatie exploitatierekening over 2025

Baten

1. Eigen inkomsten

Deze zijn als volgt te specificeren:

!"#$%&'(%)'*+(,&)

!"#$%&'(%)'*+(,&)-#%))&)$.)/

!""#$%&#G(()

*+$#&&H&-.&+ /01230452 502310/77 /03530842

9:;&:KG""#$=&>(&G 404?70@?4 308420?77 404370225 ?02/40777 10@//0777 ?05/40233

A%&#BH&6):=-B&G;B+G(K;$&+

C"#G&&#H&-.&+ 307330/1@ 2?@0577 8530414

M&$"B-6&+6E(#&F" @0/370@18 @05540374 ?0?2?01@4

A%&#BH 51055@ ?0/5/ 20/1@0115 203880/74 @0?4/0412

0()11234562*%78*+7(98)%+ :#;!<<;##= :=;<,=;,"! :=;<>?;"><

01&2%3&-/%2&4,&-%)'*+(,&) 56*)(*2%)'*+(,&)

H)(+;(#B+G(K;$&+ 110@17 /@0777 450177 I&((#K&#G$6J&#%&+ 1210@53 /870777 1?/047/ >,:;,@: #=?;""" #@?;?",

01&2%3&-/%2&4,&-%)'*+(,&) 9:;&:KG""#$6%&#G(() 440558 /10777 5305?2 O&&-+&K&#; A%&#BH 8@057/ 5502/7 ::<;>,= ,#;""" >#;!"@

0()1123AB%'*&%3C*'%D)%3*+7(98)%+ ?>:;:!, #@!;""" >#!;<:!

0()1123C*'%D)%3(E6'%+&8)%+ :>;">";>?? :,;#!#;,"! :,;>:<;<@:

In 2025 verwelkomde het museum in totaal 599.000 bezoekers. Dit is een toename ten opzichte van de 586.000 bezoekers in 2024 en ligt boven de geraamde 560.000 bezoekers. In dit aantal zijn circa 24.500 bezoekers van het evenement Uitgelicht inbegrepen. De bezoekersaantallen bleven gedurende het jaar op een stabiel hoog niveau. Met name de winterperiode trok aanzienlijk meer bezoekers dan begroot en ten opzichte van het voorgaande jaar.

De overige publieksinkomsten vielen eveneens hoger uit dan begroot en ten opzichte van 2024. Deze ontwikkeling hangt samen met het hogere bezoekersaantal en de doorgevoerde indexeringen in de prijsstelling. De publieksinkomsten zijn in belangrijke mate afhankelijk van het gerealiseerde bezoekersvolume en blijven gevoelig voor factoren zoals weersomstandigheden, programmering en economische omstandigheden.

2. Indirecte inkomsten

In 2025 zijn er geen indirecte inkomsten (2024: nihil)

3. Private middelen

!""#$"%&'"#()*+,)-#-%.&)%*,/&$#)-%0-%&$-#-%)1)%1 !"#"$%F%$FG!#%"$("$ **+H-. /0$(1G234%5%"G6""#1%$7

="L#0?@GA%F"3?(

/""1BCG@""BG@3BGM"GL%"#B 8K+KKK NFG"$7%$F"$G"$G5"F3B"$ .:-+89- 98:+;KK *+H;.+-;9 ,01213" 5,62""" 3251!2"71

!""#$"%&2-0#)3$-% H6ICG!3$GJ"$(G"$GI001G500(1

H6ICGO$("#G0?(GB#3$1L0#B

M69:9-CGN%$("#"#2

!""#$"%&'#)$"(-&45%06-% !NP20$(1QG!20$(1CG=05?71"GP3#37 OH+.H- 988+;KK 8+-*. R?5B??#20$(1QG=%$%1B"#%"GPSG"$GH?BFGR?5B?#"CGT$B0$G("GN04 ;;+;K9 HK+;KK !NP20$(1QG=0$(#%33$20$(1G"$GR?5B??#20$(1CG6?%1GL3$GG"#%$$"#%$F *9+9O. 9:H+--8 /0$(1GN5?UB"#43$GL3$GI00CG6?%1GL3$G6"#%$$"#%$F 9.+O;K R?5B??#20$(1CG=33$(GL3$G("GF"1FG%"("$%1 ;+KKK VP?1CGV(?F3B%" 8+HH9 =0$(#%33$20$(1G"$G!20$(1CGX3#$1L"5(GY%$#%FGB%$FZ *+*:. 50725!5 !",2""" !"!23,!

!""#$"%&15-0-&05-,-%,5(-#)3-% !#%"$("$I0B"#%M 88;+K:O H.;+KKK H:H+KK8 33#2"07 6,#2""" 6062""3

8()99:4;*<='9&%+4>*)4?'*@9)%4A*==%:%+ 52"#!2"," 523552""" ,2,!"20#7

8()9:%4%*&%+4*+B(AC)%+ 56255!2656 5#20312,"! 572","20,"

De inkomsten uit private middelen bestaan hoofdzakelijk uit sponsorbijdragen. Deze bijdragen worden, afhankelijk van de aard en voorwaarden, direct ten gunste van het resultaat gebracht dan wel specifiek aangewend voor projecten. Afwijkingen ten opzichte v an de begroting worden voornamelijk veroorzaakt door het faseren van projectactiviteiten en de daarmee samenhangende timing van de inzet van middelen.

In 2025 is het tweede deel van een omvangrijke nalatenschap ontvangen. Deze ontvangst heeft geleid tot een substantiële afwijking in de inkomsten uit particuliere bijdragen ten opzichte van de begroting en het voorgaande jaar en betreft een incidentele bate.

4. Structurele subsidies

Structurele subsidies OCW

!"#$%&%'()*+(!,-".,"-''/

!"#$%&'()*+H-.I0*1*0+*0+2

!"#$%&'()*+H-.I0*1*0+*0+2%;<<.0+=*++)%>=?@A+B C4C::465D C4:784::: C4:D34:77

N'(0A0..)%!"#$%&'()*+H-.I0*1*0+*0+2 01",21342 612,21""" 616!,176#

!"#$%F'*-1+-0*2@ G..=%>@.)*-.0*+%!"#%1.2H+@+%*21+-0+=*2@+2%+*@+2..=-I.H+2 D4D7C47DC D45774::: D4D7C47DC J+-+=1+=*2@%2*+0%(+-0+B+%O'*-1+-0*2@-<*BB+)+2 L94C8943D3

%!"#$%"A))+I0*+(+O++=

N'(-*B*+%!"#$%>=?@A+BH+0

8()99:5;)'<=)<'%:%5;<>;*?*%;5@AB

Erfgoedwetmusea, waaronder de Stichting, worden met ingang van 2021 gefinancierd op grond van de Regeling beheer rijkscollectie en subsidiëring museale instellingen (Rbr).

De subsidie voor publieksactiviteiten op grond van de Erfgoedwet is toegekend voor de periode 2025 tot en met 2028. Deze subsidie heeft betrekking op het uitvoeren van publieksactiviteiten en overige activiteiten die niet behoren tot het beheer van de rijkscollectie, maar die in het kader van de collectie worden uitgevoerd, alsmede op het bevorderen van de bescherming en kennis van immaterieel erfgoed.

De subsidies voor huisvesting en collectiebeheer op grond van de Erfgoedwet worden jaarlijks toegekend.

Structurele publieke subsidies

!"#$%F''()%*'(%)+%,+-./0+)+(0-

0()11234)'56)5'%2%37582*%9%3:58:*;*%:

De structurele publieke subsidies omvatten de bijdrage van het Fonds voor Cultuurparticipatie ten behoeve van de Maand van de Geschiedenis. Voor de periode 2025 tot en met 2028 is hiervoor een jaarlijkse subsidie van 120.000 euro toegekend. Op dit bedrag kunnen, conform de subsidiebeschikking, afwijkingen optreden als gevolg van loon- en prijsbijstellingen.

5. Incidentele publieke subsidies

34#$%*;K=>?;@;AB%4CAMAA?KN?>F

34#$%!?GKM>%3H?>I?B%JO=CGLK?A%+2+I

34#$%6?KN?>F%I?H?A@%?>NBM?@

34#$%O;?>ICA@?AMH?>I?B

34#$%!?GKM>%3H?>I?B%JO=CGLK?A%+2+:

7>MH;AG;?%3H?>;PQQ?I%+2+80+2+H

7>MH;AG;?%3H?>;PQQ?I%+2+:0+2+I

R47$%ST;Q%HCA%S?>;AA?>;AB%0%MAKN;FF?I;AB%U>MB>COOC

R47$%FMITFQ?%VC>CF :+.I22

R47$%F?AQK>TCK;?GTIKTT> 9.H-+

0()11234+5*6%+)%2%37892*%:%3;89;*6*%; <=<<>=?!# @#"=#"A >!!=>""

Diverse incidentele publieke subsidies zijn toegekend voor de uitvoering van afzonderlijke projecten. Aangezien de hiermee samenhangende kosten volledig worden gedekt door de ontvangen externe middelen, is het effect op het resultaat beperkt en zijn deze subsidies veelal niet opgenomen in de jaarbegroting. Het project Netwerk Levend Erfgoed (OCW) is een voorbeeld van een project waarvan de uitvoering pas in de loop van 2025 is gestart.

Lasten

6. Personeelslasten

!"#$#%$#%F'(')*FF$# +,-.I.-.01 +,-02+-.34 +5-,I,-03.

6$*F7"F8$#%9""#:9$)7 05+-3+. 045-141 ,I5-3I, ;<=*F9$)7L$)?"$@*#? 1-23I ++-202 1-13I

ABC%@"")D$('F8$%F'(')*F7"F8$# E1,3-435 E1.+-I43 E+-4I0-..4

F$#F*"$#('F8$# +-,40-10+ +-,13-144 +-+I.-.31

G"H*'($%('F8$# 5-0.+-11I 5-0.0-354 5-522-302 I#<==)%J$)F"#$$( I4,-+43 .3,-024 +-523-I43

ABC%F=DF*@*$F E50-+4+ E05-0.+

0()11234%'5(+%%25215)%+ 678",98:"9 698:6;8"99 6:8<:786"9

De personeelskosten wijken beperkt af ten opzichte van de begroting. In vergelijking met het voorgaande jaar is de stijging van de personeelskosten aanzienlijk groter. Deze ontwikkeling wordt voornamelijk veroorzaakt door de jaarlijkse periodieken, cao-verhogingen en de uitbreiding van het personeelsbestand.

Daarnaast zijn in de personeelskosten over 2025 loonkosten opgenomen van medewerkers van wie wordt verwacht dat zij niet zullen terugkeren in het arbeidsproces. Voor deze medewerkers is een voorziening langdurig zieken gevormd, aangezien de Stichting gedurende een bepaalde periode gehouden blijft tot doorbetaling van salarissen. Deze lasten hebben een incidenteel karakter.

De doorbelasting van personeelskosten betreft de toerekening van salariskosten aan de huisvestingssubsidie en de allocatie van salariskosten aan specifieke projecten. In 2024 lag het personeelsverbruik ten behoeve van projecten hoger, onder meer als gevolg van de opstart van de exploitatie van het Huis van Herinnering.

De pensioenlasten bestaan uit de over het boekjaar aan het pensioenfonds verschuldigde premies, overeenkomstig de met het pensioenfonds overeengekomen regeling.

7. Huisvestingslasten

!"#$%&&G()$$*

!""#$%&'(")&*

3((*4(56&*$&7%&*$(#%8*75867&$'&9&&#$&*$'&9(":

L&#?&4&#7*%&*

@A5B9#7CD7*%$(E$7*D&56&#7*%&*

L#7CD8F$7*D&56&#7*%55"'57:7&$G$7*D&56&#7*%5'7C:#8%&

I8%&F7C45$(*:&#9(":$9"75D&567*%

JD&#7%&$9"75D&567*%54(56&*

O&56&&:$88*$E"'F7&458B67D76&76&*$(A$8*:&#&$8B67D76&76&*

0()1123%*&%+11'45%%2

+$,G-".$G()$$* L#AE8B96

I8%&F7C45$(*:&#9(":$9"75D&567*%

L*&#%7&

JD&#7%&$9"75D&567*%54(56&*

0()1123&%;'<*=%'45%%2

0()1123?<*4@%4)*+&4214)%+

De huisvestingssubsidie van OCW dient te worden aangewend voor de instandhouding van de gebouwen en overige huisvestingskosten, waaronder de huur van gebouwen van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) en verzekeringen. De instandhouding omvat dagelijks onderhoud, groot onderhoud en vervangingsinvesteringen aan gebouwen en de bijbehorende installaties.

De totale huisvestingskosten zijn in 2025 circa 770.000 euro lager uitgekomen dan begroot. Deze afwijking is hoofdzakelijk toe te schrijven aan lagere kosten voor dagelijks onderhoud (eigenaarsdeel). De omvang van deze kosten is sterk afhankelijk van het moment en de frequentie van noodzakelijk onderhoud en daardoor beperkt voorspelbaar.

Daarnaast zijn de energiekosten circa 400.000 euro lager uitgevallen als gevolg van een incidentele teruggaaf van energielasten. Deze teruggaaf houdt verband met onjuiste metingen van het energieverbruik in voorgaande jaren en heeft een eenmalig karakter.

8. Afschrijvingen

!"!# $%&'()*+& !"!, -./ -./ -./

!"#$%&'()'*+,*- ./012/345 ./065/023 ./.30/750

8&'()9:-'*),#;,&'*+##<=#'>',-?-'*),#;,&'*+#='(>&9+, @A5/06. @A7/A75

BC,D&,#<:;99; @6/152 @0/623

EC;99:-9"#$%&'()'*+,* 01!201"#2 01!,41!#" 01"521672

De afschrijvingslasten zijn circa 20.000 euro lager uitgekomen dan begroot. Deze afwijking is het gevolg van investeringen die later zijn aangeschaft of opgeleverd dan gepland, dan wel in 2025 nog niet volledig in gebruik zijn genomen.

9. Overige lasten

$%&'()*+& !"!, -./ -./ -./

!"#$%&""'$(%$)"&*+,&-"#$*-,&*$,',#.$',$)"&I 0123456 0743222 0773521

8&(%%9:,,#-"*;,&*-"*%K=") 53>713>?> 53@603502 537?735?6

AB9'%.),)."(%$)"& 636253142 530563174 63?673571

C"#(%%9(%$)"& 535203127 532>@3222 53?613755

D,&)%%#E*F*G-K.&.$)#,)."(%$)"& 53@5@3?50 53>64375> 537@73125

H;"#.I"*(%$)"& 603>@5 543622 ?63607 !#%J"O)(%$)"& 53?013@40 53@>63420 63?>734@6 0()112345%'*&%3216)%+

De overige lasten hangen grotendeels samen met het gerealiseerde bezoekersaantal en de bijbehorende bestedingspatronen. In 2025 wijken de exploitatiekosten af van de begroting als gevolg van de exploitatie van het evenement Uitgelicht, dat bij het opstellen van de begroting voor het boekjaar niet was voorzien.

Daarnaast zijn binnen diverse projecten minder kosten gerealiseerd dan begroot, doordat enkele projecten in 2025 niet volledig tot uitvoering zijn gekomen of in de tijd zijn gefaseerd. De afwijking binnen het programma voor de ontwikkeling van de winterprogrammering geeft deels een vertekend beeld, aangezien een deel van de in 2025 gemaakte kosten is geactiveerd en derhalve niet rechtstreeks in de exploitatierekening is verantwoord.

Personeelskosten (anders dan salarislasten)

!"#$%&'(")*+#,-./$0"1

8:4;;5 <=+"#>#1?"1 5@:4:97 ;:54999 ;;;4:38 A)*/'>#"1$0"1 5;:493@ 59;4399 555435: <(")#?"'=")$/1""+$./$0"1 ;2247@5 ;6:4889 ;@74378 0,"1#2! 04#1""" 04412",

Inkoopwaarde van de omzet

Exploitatiekosten

Verkoopkosten

Kantoor & administratiekosten

10. Rentebaten en -lasten

Overige Kosten

!"#$"%"&'(')"*+,(-."/)&0%12%'"&

<(($/)=1%",>)=.$(0",."$."&

Projectgebonden lasten en overige lasten

!"#$##%F'%()

4%5F$($6%(7%80"9J"5;F%#0131.

?@AB0C@A0131*>131.

B%F'%()07%6%#M0%(N8$%M

?@AB0C@A0131I>131H

4%5F$($6%(7%80"9J"5;F%#0131K

?F#M%(%(N

G$7H)I%0J"(")

.=I-.+K

J%0'F#F%( +I-H3. .33-333 *.+-KI.

O#F$#0M%0?$90#""(04H(F#"9% =+-H=3 **1-333

LHFI06"#0L%(F##%(F#80>0$#F'F))%7F#80M($8("99" =*-=2. **3-K1* CHJ7F%)IM(%I%#F"FF%0M%9%#FF% 2.-+HI =I-333 11H-.2K

!%#F("7%0'%(N K1-KK. *33-333

LHFI06"#0L%(F##%(F#80>09HI%"7%0F#(F5;FF#8 1*-*+. *H=-22K

N#M%(;$HM0F("#IM$(F =-H2H *I-333

L$HF7$$MI 2-12* 1KI-HI*

O""(F;%9" 11*-+I3

PFII%7F%#F$$#IF%77F#8 I3-333

Q%%IFR0'%%F0'"F0S%06F%(F K3-333

@A>IM$FF%# K*-KK+

G%#IF(H"FF%5H7FHH( 2-.HI AMH5"FF% K-2=I

PFS08""#0#""(0!"#"M" K-K1I

OM9F#FIF("FF%)"#F$$(

7()8893:'(;%<)=(>)%+

!"#$"%8"#(#)%9(#(:$"F("%;.#%<(#.#+(=#

!"#$"%,;"F()

Bezoldiging bestuurders en toezichthouders

WNT-verantwoording 2025

De WNT is van toepassing op de Stichting. Het voor de Stichting toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2025 246.000 euro, dit betreft het algemeen bezoldigingsmaximum.

1. Bezoldiging topfunctionarissen

1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling:

bedragen x € 1

Aanvang en einde functievervulling in 2025

Dienstbetrekking? Ja Ja Ja

Bezoldiging

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

Aanvullend op de WNT dient de Stichting in lijn met de Regeling beloning Directeuren van Goede Doelen verder inzicht te geven in de details van de beloning: de directiebeloning bestaat uit de volgende componenten: v Ir. R.H. Haarhuis: brutoloon (119.670 euro), vakantiegeld (2.813 euro), eindejaarsuitkering (4.069 euro), belaste vergoedingen (12.203 euro) en het werkgeversdeel pensioenlasten (15.948 euro)

v J. Bergevoet MBA: brutoloon (24.310 euro), bijtelling privégebruik auto (1.382 euro) en het werkgeversdeel pensioenlasten (3.184 euro)

Gegevens 2024

bedragen x € 1 J. Bergevoet MBA Mr. B. Eenkhoorn Mr. B.

Aanvang en einde functievervulling in 2024

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

Dienstbetrekking? Ja Ja

Bezoldiging

Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

betaalbaar op termijn

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

Aanvullend op de WNT dient de Stichting in lijn met de Regeling beloning Directeuren van Goede Doelen verder inzicht te geven in de details van de beloning: de directiebeloning bestaat uit de volgende componenten: v Mr. B. Eenkhoorn: brutoloon (74.421 euro), vakantiegeld (11.895 euro), bijtelling privégebruik auto (1.623 euro) en het werkgeversdeel pensioenlasten (9.651 euro)

v J. Bergevoet MBA: brutoloon (79.469 euro), eindejaarsuitkering (4.323 euro), bijtelling privégebruik auto (4.538 euro) en het werkgeversdeel pensioenlasten (10.516 euro)

Ir. R.H. Haarhuis J. Bergevoet MBA Mr. B. Eenkhoorn
Eenkhoorn

2. Topfunctionarissen met een bezoldiging van 2.100 euro of minder De bezoldiging van de toezichthouders bedraagt conform de statuten nihil.

Gegevens 2025

Naam topfunctionaris Functie

De heer mr. Th.C. (Thom) de Graaf Voorzitter Raad van Toezicht

De heer M. (Marc) Adriani Lid Raad van Toezicht

Mevrouw R.P. (Patricia) Hoytink-Roubos Lid Raad van Toezicht

Mevrouw drs. E. (Ester) van Eupen Lid Raad van Toezicht

De heer E.M. (Engelhardt) Robbe Lid Raad van Toezicht

Mevrouw G.Y. (Yvonne) van der Zee Lid Raad van Toezicht

Mevrouw K. (Kim) Smit Lid Raad van Toezicht

3. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2025 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen. De anticumulatiebepaling is niet van toepassing, omdat de topfunctionarissen geen leidinggevende topfunctie vervult bij andere WNT-instellingen.

4. Regeling beloning directeuren van goede doelenorganisaties

Op basis van de indeling volgens het BSD-puntensysteem bedraagt het aantal BSD-punten van de Stichting in 2025 in totaal 520. Dit leidt tot indeling in functiegroep J (meer dan 491 BSD-punten), met een maximaal toegestaan jaarinkomen van 187.861 euro per 1 januari 2025.

De Stichting voldoet hiermee aan de geldende normen.

Toelichting op de verdeelsleutels zoals gehanteerd in de functionele exploitatierekening

In de jaarrekening is een deel van de baten en lasten direct toe te rekenen aan de functies. Voor zover baten en lasten niet direct toerekenbaar zijn, worden deze verdeeld aan de hand van verdeelsleutels.

Het museum gebruikt voor 2025 de volgende verdeelsleutels:

1. Directe opbrengsten: direct toegewezen aan de functie;

2. Subsidie OCW publieksactiviteiten: direct toegewezen aan de functie;

3. Subsidie OCW erfgoedwet huisvesting: conform verdeelsleutel huisvesting;

4. Subsidie OCW erfgoedwet collectiebeheer: direct toegewezen aan de functie;

5. Salarislasten: toegerekend op basis van de afdeling waar het personeel werkt. Gedeeltelijk direct toegewezen aan de functie, gedeeltelijk conform verdeelsleutel huisvesting;

6. Huisvesting: conform verdeelsleutel huisvesting;

7. Overige lasten: direct toegewezen aan de functie of conform de verdeelsleutel huisvesting;

8. Afschrijvingen: direct toegewezen aan de functie.

Arnhem, 17 april 2026

w.g. Ir. R.H. (Amito) Haarhuis Msc MEd Directeur-bestuurder

Raad van Toezicht

w.g. Mr. Th.C de Graaf w.g. K. Smit w.g. R.P. Hoytink-Roubos Voorzitter Lid, voorzitter financiële Lid, lid financiële commissie commissie

w.g. M.J.M. Adriani w.g. E. van Eupen-Workel w.g. Y. van der Zee Lid Lid Lid

w.g. L.C.M. Adriaanse Lid

Overige gegevens

Statutaire regeling betreffende de bestemming van het saldo van baten en lasten

In artikel 2 lid 6 van de statuten is opgenomen dat de Stichting niet gericht is op het maken van winst. Er is geen artikel opgenomen betreffende een bestemming van een saldo van baten en lasten anders dan aan het Eigen Vermogen.

Controleverklaring

De controleverklaring van de onafhankelijke accountant is opgenomen op de volgende pagina’s.

Christiaan Geurtsweg 8 Postbus 1180

7301 BK Apeldoorn T: 088 277 22 00 forvismazars.com/nl

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Aan: de raad van toezicht van Stichting Het Nederlands Openluchtmuseum, Nationaal Museum voor Nederlandse Volkskunde

Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening 2025

Ons oordeel

Wij hebben de jaarrekening 2025 van Het Nederlands Openluchtmuseum, Nationaal Museum voor Nederlandse Volkskunde te Arnhem gecontroleerd. Naar ons oordeel:

● geeft de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van Het Nederlands Openluchtmuseum, Nationaal Museum voor Nederlandse Volkskunde op 31 december 2025 en van het resultaat over 2025 in overeenstemming met het Handboek Verantwoording instellingen Erfgoedwetsubsidie 2025-2028 en de bepalingen van en krachtens de WNT;

● zijn de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2025 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in de subsidiebeschikking en in de relevante wet- en regelgeving zoals uitgewerkt in paragraaf 1.3 van het Accountantsprotocol cultuursubsidies instellingen 2025-2028

De jaarrekening bestaat uit:

1. de balans per 31 december 2025;

2. de exploitatierekening over 2025; en

3. de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.

De basis voor ons oordeel

Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Accountantsprotocol cultuursubsidies instellingen 2025-2028 en het Controleprotocol Wet normering topinkomens (WNT) 2025 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie 'Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening'.

Forvis Mazars N.V. statutair gevestigd te Rotterdam (KvK Rotterdam nr. 24389296)

Wij zijn onafhankelijk van Het Nederlands Openluchtmuseum, Nationaal Museum voor Nederlandse Volkskunde zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags-en beroepsregels accountants (VGBA).

Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd

In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2025 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, onderdelen n en o, Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNTplichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is.

Verklaring over de in de jaarverslaggeving opgenomen andere informatie

Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvat de jaarverslaggeving andere informatie, die bestaat uit:

● Bestuurs- en activiteitenverslag;

● Bericht van de Raad van Toezicht;

● Bericht van de Ondernemingsraad

● Overige gegevens; en

● Bijlagen.

Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:

● met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat;

● alle informatie bevat die op grond van het Handboek Verantwoording instellingen Erfgoedwetsubsidie 20252028 is vereist.

Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de controle of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat.

Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in het Accountantsprotocol cultuursubsidies instellingen 2025-2028 en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.

De directie is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het bestuurs- en activiteitenverslag en de overige gegevens in overeenstemming met het Handboek Verantwoording instellingen Erfgoedwetsubsidie 2025-2028

Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening

Verantwoordelijkheden van de directie en de raad van toezicht voor de jaarrekening

De directie is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met het Handboek Verantwoording instellingen Erfgoedwetsubsidie 2025-2028 en de bepalingen van en krachtens de WNT. De directie is ook verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in de subsidiebeschikking en in de relevante wet- en regelgeving zoals uitgewerkt in paragraaf 1.3 van het Accountantsprotocol cultuursubsidies instellingen 2025-2028

In dit kader is de directie tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die de directie noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.

Bij het opmaken van de jaarrekening moet de directie afwegen of de instelling in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van genoemd verslaggevingsstelsel moet de directie de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij de directie het voornemen heeft om de instelling te liquideren of de activiteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is.

De directie moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de instelling haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.

De raad van toezicht is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de instelling.

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening

Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.

Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen.

De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.

Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Accountantsprotocol cultuursubsidies instellingen 2025-2028, het Controleprotocol WNT 2025, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:

● het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten, dan wel het niet rechtmatig tot stand komen van baten en lasten alsmede de balansmutaties die van materieel belang zijn, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;

● het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de instelling;

● het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door de directie en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan;

● het vaststellen dat de door de directie gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de instelling haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een instelling haar continuïteit niet langer kan handhaven;

● het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen; en

● het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen en of de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen.

Wij communiceren met de raad van toezicht onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.

Apeldoorn, 17 april 2026

Forvis Mazars N.V.

w.g.

R.C. Dol MSc RA

Forvis Mazars

Bijlage 1 Toepassing Culturele Codes

Code Diversiteit & Inclusie

Algemeen

Het Nederlands Openluchtmuseum werkt vanuit de uitgangspunten van de Code Diversiteit & Inclusie (D&I) en was in 2025 aangesloten bij het netwerk Musea Bekennen Kleur.

Binnen het museum is een werkgroep Diversiteit en Inclusie actief, die verantwoordelijk is voor het ontwikkelen van beleid, het monitoren van de voortgang en het initiëren van trainingen waar nodig. De werkgroep wordt ondersteund door een breed samengestelde klankbordgroep met medewerkers uit vrijwel alle onderdelen van de organisatie. Deze leden denken actief mee over beleid, signaleren kansen en fungeren binnen de eigen teams als sparringpartner voor leidinggevenden.

In 2025 is de samenwerking met adviesbureau Spectrum rondom het veranderverhaal afgerond. Op basis van dit veranderverhaal heeft de werkgroep de belangrijkste speerpunten voor de komende periode vastgesteld.

Deze speerpunten richten zich op:

• Het vergroten van bewustwording onder medewerkers (personeel).

• Het versterken van sociale veiligheid, zodat iedereen zich welkom en gezien voelt binnen de organisatie (personeel).

• Het bevorderen van inclusieve personeelswerving (personeel).

• Het verbeteren van de fysieke toegankelijkheid (publiek).

• Het verder versterken van culturele diversiteit en meerstemmigheid in zowel programmering als collectie (programma).

• Het participatief samenwerken met organisaties en gemeenschappen (partners).

Programma

Het Nederlands Openluchtmuseum zet in op het verder diversifiëren van de collectie en de presentaties in het museumpark, zodat meer mensen zich herkennen in de verhalen die het museum vertelt. In 2025 zijn hiervoor concrete stappen gezet door actiever en m eer participatief te werken aan collectieontwikkeling, in samenwerking met mensen en gemeenschappen. Zo werden via sociale media en pers oproepen gedaan voor het insturen van zelfgemaakte mode, zijn persoonlijke bezittingen van een dakloze aan de collectie toegevoegd en zijn verkennende gesprekken gestart met sekswerkers over mogelijke toekomstige verwervingen.

In 2025 organiseerde het museum bovendien een brainstormsessie over culturele diversiteit en stedelijke ontwikkeling, waarin medewerkers samen met erfgoed - en gemeenschapsexperts verkenden hoe het museum beter kan aansluiten bij het cultureel diverse en grotendeels stedelijke Nederland van nu.

Tijdens de sessie ging het veel over het belang van meerstemmigheid in de publiekspresentaties. Ook werd geadviseerd om te werken met rode draden door het park heen zodat bezoekers beter verbanden kunnen zien tussen verschillende verhalen, bijvoorbeeld rond thema’s als gender of migratie. Tot slot werd benadrukt dat

diversiteitsambities alleen duurzaam zijn wanneer zij in nauwe samenwerking met gemeenschappen worden gerealiseerd en een vaste plek krijgen in de manier waarop het museum werkt, ook binnen HR, partnerschappen en programmering.

Verschillende museale projecten in 2025 laten zien hoe diversiteit en inclusie in de praktijk vorm krijgt in de collectie, de publieksprogramma's en de presentaties.

• Door samenwerking met sekswerkers en dak- en thuislozen is actief collectie verworven vanuit deze gemeenschappen.

• De vernieuwing van de Molukse barak vond plaats in nauwe samenwerking met derde en vierde generatie Molukkers uit Lage Mierde.

• In het Huis van Herinnering is samengewerkt met onder meer Indisch-Molukse, Chinese, Surinaamse, Marokkaanse en Turkse gemeenschappen om het aanbod beter te laten aansluiten bij uiteenlopende levensgeschiedenissen.

• Met het project Wortelen, ontwikkeld door de Maand van de Geschiedenis in samenwerking met Introdans, werkten Arnhemmers met een migratieachtergrond samen met mbo-dansstudenten aan een dansvoorstelling over de doorwerking van migratiegeschiedenis.

• In de Ambachtenwerkplaats konden bezoekers participeren in het project Draden van Ons Nederlandse Slavernijverleden, een landelijk kunstproject waarin per provincie een wandkleed van 35 bij 2 meter werd gemaakt, telkens ontworpen door een andere kunstenaar.

• Binnen het jongerenprogramma VoorGoed ontwikkelden jongeren samen met het publiek een tijdelijke voetbalpresentatie op basis van ingezonden shirts en persoonlijke verhalen, met als doel meer jongeren te bereiken.

• De tentoonstelling (On)beperkt. Leven met een handicap was in 2025 te zien in de Wagenhal. In deze expositie laten mensen met een lichamelijke of verstandelijke handicap zien wie ze zijn.

• De tentoonstelling VOC-mentaliteit – wat is jouw aandeel? was te zien in het Canongebouw en is ontwikkeld in samenwerking met Molukse historici en kunstenaar Dominique Latoel. De tentoonstelling belicht de koloniale geschiedenis vanuit zowel Europees als Moluks perspectief en verbindt dit aan hedendaagse vragen over duurzaamheid en verantwoordelijkheid.

• In het Heersink Huis voor Immaterieel Erfgoed laten verschillende erfgoedgemeenschappen hun erfgoed zien en maakt de bezoeker kennis met uiteenlopende soorten levend erfgoed van diverse gemeenschappen.

• Rondom Keti Koti werd de presentatie Onze koloniale werkelijkheden getoond in de Entreehal, waarin persoonlijke verhalen en lokale geschiedenissen van Arnhemse nazaten van slaaf gemaakten en contractarbeiders centraal stonden.

• Het museum en KIEN werkten intensief samen met het Openluchtmuseum Fort Nieuw Amsterdam in Suriname aan een permanente tentoonstelling over Anton de Kom, die inhoudelijk en vormelijk is aangepast aan de Surinaamse context.

Gezamenlijk dragen deze initiatieven bij aan een museum waar verschillende perspectieven zichtbaar zijn, gemeenschappen actief betrokken worden en steeds meer mensen zichzelf kunnen herkennen.

Het Nederlands Openluchtmuseum werkt actief aan het bereiken en betrekken van een breed en divers publiek.

• In 2025 is een start gemaakt met de implementatie van het Culturele Doelgroepenmodel. Dit model ondersteunt het museum bij het beter begrijpen van verschillende publieks groepen en helpt om aanbod, communicatie en publieksbenadering gerichter en inclusieve r vorm te geven.

• Binnen de publieksprogrammering is ingezet op het bereiken en betrekken van nieuwe doelgroepen. Een project waarin dit goed is gelukt, is de dansvoorstelling die is ontwikkeld en uitgevoerd in samenwerking met Arnhemmers met een migratieachtergrond.

• De Maand van de Geschiedenis heeft onderzoek gedaan naar jongerenbereik en heeft de deelnemers van de Maand tips gegeven. Daarnaast organiseerde de Maand ook een sessie bij het Drents Archief in Assen, waar onder leiding van een deskundige ideeën werden ui tgewisseld over het bereiken van diverse doelgroepen.

• Concrete maatregelen op het gebied van fysieke toegankelijkheid waren voor 2025 gepland, maar zijn nog niet gerealiseerd. Deze worden in 2026 verder opgepakt.

Personeel

Het Nederlands Openluchtmuseum streeft naar een organisatie waarin medewerkers met uiteenlopende achtergronden zich herkennen en waarin cultureel sensitief wordt gewerkt.

• Bij werving en selectie wordt ingezet op een brede vertegenwoordiging van verschillende achtergronden, zowel in kantoorfuncties als op de werkvloer. In 2025 zijn op het gebied van inclusief werven al stappen gezet, maar er is ruimte voor verdere ontwikkeling.

• Het versterken van sociale veiligheid was in 2025 een belangrijk aandachtspunt. Het museum zet in op een werkomgeving waarin medewerkers zich veilig voelen om zichzelf te zijn, ervaringen te delen en het gesprek aan te gaan, en ongewenst gedrag bespreekbaa r is.

• Medewerkers namen in 2025 deel aan trainingen gericht op bewustwording en persoonlijke ontwikkeling.

• Het museum heeft in 2025 voor het eerst diversiteitsdagen geïntroduceerd.

• Het museum biedt structureel werkgelegenheid aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Zo werken volwassenen met een verstandelijke beperking onder begeleiding in de weverij en zijn bij Horeca en Terrein- en dierverzorging medewerkers met extra ondersteuningsbehoeften werkzaam, mogelijk gemaakt door aanvullende interne en externe begeleiding.

Partners

Samenwerking met maatschappelijke partners en gemeenschappen is een vanzelfsprekend onderdeel van de werkwijze van het museum. Via KIEN, landelijke netwerkprojecten zoals de Maand van de Geschiedenis en het Canonnetwerk, en participatieve trajecten met uiteenlopende gemeenschappen heeft het museum een breed en divers netwerk opgebouwd. Deze samenwerkingen dragen bij aan een cultuursensitieve programmering en vergroten de betrokkenheid van verschil –lende groepen bij het museum. Voor meer informatie wordt verwezen naar bijlage 9 Partners.

Fair Practice Code

Het Nederlands Openluchtmuseum onderschrijft de Fair Practice Code en beschouwt eerlijk werkgeverschap en opdrachtgeverschap als een vanzelfsprekend onderdeel van de maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het museum streeft naar een betrouwbare, veilige en respectvolle werkomgeving waarin medewerkers en vrijwilligers zich kunnen ontwikkelen en waarin onderlinge samenwerking is gebaseerd op vertrouwen en transparantie. Het museum betaalt en vergoedt alle medewerkers - vaste medewerkers en vrijwilligersstructureel en eerlijk.

Arbeidsvoorwaarden zijn vastgelegd in de van toepassing zijnde cao. Alle functies binnen de organisatie zijn beschreven in een actueel functiehuis, dat is gewogen en ingedeeld in functieschalen. Er is transparantie over functies, salarisschalen en de systematiek van periodieke salarisontwikkeling. Alle functies in de cao Musea zijn in 2025 getoetst aan het nieuwe indelingsinstrument van de sector, en waar van toepassing aangepast. Begin 2026 ronden we dit project af.

Vrijwilligers vervullen een belangrijke rol binnen het museum en brengen naast hun inzet ook kennis en ervaring in. Zij hebben een duidelijke positie, die verschilt van die van medewerkers. De voorwaarden voor vrijwilligers zijn vastgelegd in het vrijwilligershandboek. Hun belangen worden behartigd via het vrijwilligersplatform, dat vier keer per jaar overleg voert en jaarlijks verslag uitbrengt aan de directie.

Het museum hecht grote waarde aan een veilige en gezonde werkomgeving. De RI&E is in 2025 geactualiseerd en het plan van aanpak is in uitvoering. Er zijn geen structurele knelpunten op het gebied van arbeidsomstandigheden.

Investeren in professionele ontwikkeling maakt deel uit van het personeelsbeleid. Voor opleiding en ontwikkeling was in 2025 2% van de loonsom beschikbaar. Deze middelen zijn onder meer ingezet voor leiderschapsontwikkeling, teamontwikkeling, coachingstrajecten en trainingen gericht op duurzame inzetbaarheid en samenwerking. Daarnaast is voldaan aan alle wettelijk verplichte opleidingen, waaronder BHV, EHBO, VCA en HACCP.

De organisatie stimuleert onderlinge betrokkenheid en reflectie op de kernwaarden. In dit kader zijn door de identiteitswerkgroep activiteiten georganiseerd voor medewerkers en vrijwilligers, gericht op verbinding en wederzijds begrip. Zo was er een speeddate lunch voor medewerkers en waren alle medewerkers met hun gezin welkom tijdens een speciale preview van Uitgelicht

Er vindt structureel en in een open en constructieve sfeer overleg plaats met de Ondernemingsraad. Met deze werkwijze geeft het Nederlands Openluchtmuseum invulling aan de Fair Practice Code en legt het hierover transparant verantwoording af.

Governance Code Cultuur

In dit hoofdstuk licht het Nederlands Openluchtmuseum toe hoe het de principes van de Governance Code Cultuur 2019 (hierna: de Code) toepast. Daarbij wordt tevens invulling gegeven aan de eisen die voortvloeien uit de Erkenningsregeling Goede Doelen van het CBF. Het museum onderschrijft de acht principes van de Code en past de bijbehorende aanbevelingen toe. Indien en voor zover van aanbevelingen wordt afgeweken, wordt dit gemotiveerd toegelicht.

Maatschappelijke doelstelling

Het Nederlands Openluchtmuseum realiseert de maatschappelijke doelstelling door het erfgoed van het dagelijks leven duurzaam te bewaren, te onderzoeken en toegankelijk te maken voor een breed publiek. Het museum toont hoe mensen in Nederland in verschillende tijden hebben geleefd en gewerkt en hoe dagelijkse praktijken, tradities en gewoonten betekenis geven aan het alledaagse leven.

De maatschappelijke opdracht ligt in het bieden van context en samenhang. Historische verhalen worden met elkaar verbonden en geplaatst in relatie tot hedendaagse maatschappelijke vraagstukken. Hiermee draagt het museum bij aan herkenning, reflectie en onderling begrip. Bezoekers worden uitgenodigd zich te verhouden tot het verleden en dit te spiegelen aan hun eigen ervaringen. Interactie en dialoog vormen daarbij een wezenlijk onderdeel.

Naast materieel erfgoed besteedt het museum expliciet aandacht aan immaterieel erfgoed. Door erfgoedgemeenschappen te ondersteunen bij het doorgeven en borgen van levend erfgoed wordt maatschappelijke betrokkenheid versterkt en culturele diversiteit zichtbaar en erkend.

Het museum vervult de maatschappelijke rol zowel vanuit de eigen locatie als in samenwerking met partners in het land. Door kennisdeling en samenwerking draagt het Nederlands Openluchtmuseum bij aan een brede en toegankelijke verspreiding van historische kennis en verhalen. De Raad van Toezicht ziet erop toe dat de maatschappelijke doelstelling richtinggevend is voor de strategische keuzes en de wijze waarop de publieke taak wordt vervuld.

Toepassing van de Code

De Governance Code Cultuur vormt het uitgangspunt voor de inrichting en het functioneren van bestuur en toezicht. In het verslagjaar was de Raad van Toezicht samengesteld conform de normen van de Code, zowel wat betreft omvang als deskundigheid, diversiteit en onafhankelijkheid.

De Raad van Toezicht werkt met commissies die passen bij de aard en omvang van de organisatie en die een voorbereidend en adviserend karakter hebben. De zittingstermijnen van de leden zijn vastgelegd en toegepast conform de Statuten en de Code, het rooster van aftreden is transparant.

Ook ten aanzien van de rolverdeling tussen bestuurder en Raad van Toezicht, de inrichting van het toezicht, de omgang met (potentiële) tegenstrijdige belangen en de evaluatie van het functioneren van zowel de bestuurder als de Raad van Toezicht wordt gehandeld overeenkomstig de aanbevelingen van de Governance Code Cultuur.

Bij de inrichting van bestuur en toezicht wordt tevens voldaan aan de eisen van de Erkenningsregeling Goede Doelen van het CBF, waaronder de normen van de Commissie Normstelling zoals deze per 1 januari 2026 gelden. Deze kaders vormen gezamenlijk het uitgangspunt voor transparant, zorgvuldig en integer bestuur en toezicht.

Onafhankelijkheid en integriteit

De algemeen directeur-bestuurder en de leden van de Raad van Toezicht handelen onafhankelijk en integer en stellen het belang van de organisatie voorop. Zij zijn alert op (de schijn van) belangenverstrengeling en gaan transparant en zorgvuldig om met tegenstrijdige belangen.

Afspraken over onafhankelijkheid, nevenfuncties en de omgang met (mogelijke) belangen verstrengeling zijn vastgelegd in de Statuten en Reglementen. Nevenfuncties van de bestuurder en de leden van de Raad van Toezicht worden bij aantreden besproken en vervolgens jaarlijks geactualiseerd.

Situaties waarin sprake kan zijn van een (potentieel) tegenstrijdig belang worden gemeld en besproken binnen de Raad van Toezicht. De Raad bepaalt de wijze van afhandeling en ziet toe op een zorgvuldige besluitvorming. Indien relevant wordt hierover verantwoording afgelegd in het Bericht van de Raad van Toezicht. In het verslagjaar 2025 hebben zich geen situaties van (potentiële) tegenstrijdige belangen voorgedaan.

Het Nederlands Openluchtmuseum beschikt over een integriteitsbeleid dat van toepassing is op medewerkers, vrijwilligers, directie en toezichthouders. Dit beleid richt zich op interpersoonlijk gedrag, machtsmisbruik en financiële integriteit en sluit aan bij de eisen van de Erkenningsregeling Goede Doelen van het CBF.

Het museum beschikt over een gedragscode (on)gewenste omgangsvormen, een klachtenregeling en een klokkenluidersregeling. De klokkenluidersregeling is in 2024 herzien en in overeenstemming gebracht met de Europese Richtlijn. De Raad van Toezicht houdt toezi cht op de werking van het integriteitsbeleid en wordt periodiek geïnformeerd over meldingen en signalen.

Rolverdeling en verantwoordelijkheden

Het Nederlands Openluchtmuseum heeft de rechtsvorm van een stichting en hanteert het Raad-vanToezichtmodel. De algemeen directeur-bestuurder is belast met het bestuur van de stichting. De organisatie kent een tweehoofdige directie, bestaande uit de algemeen directeur-bestuurder en de directeur bedrijfsvoering.

De algemeen directeur-bestuurder en de Raad van Toezicht hebben ieder een eigen, duidelijk afgebakende rol. De algemeen directeur-bestuurder is verantwoordelijk voor de algemene en dagelijkse leiding van de organisatie. De Raad van Toezicht houdt toezicht op het functioneren van de bestuurder en de organisatie en vervult daarnaast een adviserende en werkgeversrol.

De verdeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden is vastgelegd in de Statuten en Reglementen en wordt in de praktijk nageleefd. Deze heldere rolverdeling voorkomt rolvermenging en draagt bij aan zorgvuldig bestuur en toezicht.

De Raad van Toezicht bespreekt periodiek de werking van de governancestructuur. Dit maakt deel uit van de jaarlijkse zelfevaluatie.

Bestuurlijke verantwoordelijkheid

De algemeen directeur-bestuurder is verantwoordelijk voor de algemene en dagelijkse leiding, het functioneren en de resultaten van het Nederlands Openluchtmuseum en legt hierover verantwoording af aan de Raad van Toezicht.

Bij de uitoefening van deze verantwoordelijkheid worden de maatschappelijke doelstelling, de inhoudelijke missie en de zakelijke randvoorwaarden in onderlinge samenhang afgewogen. De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de algemeen directeur-bestuurder zijn vastgelegd in de Statuten, Reglementen en beleidskaders.

De algemeen directeur-bestuurder draagt zorg voor voortdurende professionele ontwikkeling en onderhoudt relevante netwerken om adequaat te kunnen inspelen op maatschappelijke, bestuurlijke en organisatorische ontwikkelingen.

Nevenfuncties van de algemeen directeur-bestuurder worden transparant verantwoord in het jaarverslag.

Zorgvuldige omgang met mensen en middelen

Het Nederlands Openluchtmuseum streeft naar goed werkgeverschap en voert een sociaal personeelsbeleid onder verantwoordelijkheid van de algemeen directeur-bestuurder. Dit beleid is vastgelegd in diverse regelingen op het gebied van arbeidsomstandigheden, s ociale veiligheid, ongewenste omgangsvormen, vertrouwenspersonen en vrijwilligersbeleid.

De Code Diversiteit & Inclusie en de Fair Practice Code zijn geïmplementeerd en vormen richtinggevende kaders voor een inclusieve werkomgeving en eerlijke arbeidsvoorwaarden.

Het museum gaat transparant en verantwoord om met financiële middelen. Er zijn regels voor inkoop en aanbesteding en er wordt verantwoording afgelegd aan subsidieverstrekkers, waaronder het ministerie van OCW, financiers, fondsen, sponsors en het publiek. Risico’s zijn in beeld gebracht en maken deel uit van de jaarlijkse beheercyclus en de bespreking met de Raad van Toezicht.

Het museum valt onder de Wet normering topinkomens (WNT). De wettelijk vereiste verantwoording is opgenomen in de jaarrekening. De leden van de Raad van Toezicht ontvangen geen bezoldiging; gemaakte kosten in het kader van de uitoefening van de functie kunnen op declaratiebasis worden vergoed.

Professioneel toezicht

De werkwijze van de Raad van Toezicht is in overeenstemming met de aanbevelingen van de Governance Code Cultuur en vastgelegd in de Statuten en Reglementen. De Raad van Toezicht vervult zijn toezichthoudende, adviserende en werkgeversrol onafhankelijk en professioneel, met oog voor zorgvuldige besluitvorming.

De leden voldoen aan de vastgestelde profielschets. In de Statuten is vastgelegd dat de Raad bij de uitoefening van zijn taken rekening houdt met de bijzondere maatschappelijke verantwoordelijkheid van het Nederlands Openluchtmuseum.

De Raad van Toezicht werkt met commissies die een voorbereidend en adviserend karakter hebben. De Financiële Commissie bereidt de bespreking van financiële onderwerpen voor. De Commissie Benoeming, Beoordeling en Beloning adviseert over het bezoldigingsbeleid en het functioneren van de algemeen directeurbestuurder. Besluitvorming blijft voorbehouden aan de Raad van Toezicht als geheel. De Raad van Toezicht legt in het Bericht van de Raad van Toezicht verantwoording af over de wijze waarop de taken in het verslagjaar zijn vervuld.

Samenstelling Raad van Toezicht

De Raad van Toezicht is verantwoordelijk voor een evenwichtige samenstelling waarin deskundigheid, diversiteit en onafhankelijkheid zijn geborgd. Bij de samenstelling wordt onder meer gelet op leeftijd, culturele achtergrond, geslacht en maatschappelijke e n geografische spreiding. Minimaal één lid heeft binding met Gelderland of Oost-Nederland.

De regels voor (her)benoeming zijn vastgelegd in de Statuten en Reglementen en worden consequent toegepast. Informatie over de samenstelling van de Raad van Toezicht, de (neven)functies van de leden, het rooster van aftreden en de profielschets is opgenomen in het jaarverslag.

Bijlage 2 Specificatie CBF

!"#$%&

'(!"#$%()"%(*"+#,-./,$+$% 0123245 67 6083555 57 4362935:2 :7

'(!"#$%()"%(;$K+,=)$% :23:L5 57 9293555 67 9:93:61 67

'(!"#$%()"%(/?#$+,=?+@"%,A"#,$A :953195 47 6394L3555 07 634L63958 07

'(!"#$%()"%(A.;A,K,$A()"%(?)$+B$K$% 623L6436:6 0:7 6238843852 L67 6L310132:4 0L7

'(!"#$%()"%()$+;?%K$%(?+@"%,A"#,$A 57 57 57 '(!"#$%()"%("%K$+$(?+@"%,A"#,$A(C?%K$+(D,%A#A#+$)$% 0683145 67 4903555 67 09435L2 67

!"#$%&'$(&)"'*&+$,-.&+ /01234125/ /0162/1678 5/17661967

!"#$%("/A(#$@$%*+$A#"#,$()??+(K$(/$)$+,%@()"% '(E+?K.-#$%($%F?G(K,$%A#$% 6L306:36:2 643:113059 6035493988 '(H)$+,@$(;"#$%

!"#$"*&':(&$,-.&+ /412/91/98 28; /319001275 23; /217351566 27; %&'()*+(,-.*/ 0012341567 0817091692 0316691847

:*+;&<=(*>?<&@.-.@*+*A*/@/=(8983

I"A#$%& <&=.&&%$--+$%"&>=.&>>:+(&+? '(E.;/,$JAG.%-#,$ 6:32883111 L:7 6034513695 047 6:3:413:4L 267 '(O?//$-#,$G.%-#,$ 232:L3042 957 L3L593502 627 230883266 957

'(L$#$%A-B"**$/,=J$(G.%-#,$ 57 57 57

M?A#$%($,@$%(G?%KA$%D$+),%@ 69535:6 57 6453068 57 6943090 57

M?A#$%(;$B$$+($%("KN,%,A#+"#,$ 23299316L 957 64309:395L 057 L3:823L88 617 %&'()*+(<-B.*/ 0016651809 00105C1722 0813651347

%-<)&(;&&+(D@/-/E@F<*(,-.*/(*/(<-B.*/ O"/K?(G,%"%-,P/$(;"#$%($%(/"A#$% 0193220 0883L55 2:93514

%-<)&(;-/(,-.*/(*/(<-B.*/ 6399635L6 6293615' 4391L3814

G*B.*''@/=(B-<)&(;-/(,-.*/(*/(<-B.*/H I&*;&*=@/=J&/..+*AA@/=(--/H '(H)$+,@$(+$A$+)$ 80935:2' 0013L04' '(!$A#$NN,%@A+$A$+)$ 0813:LL' 6293615 931483905' '(!$A#$NN,%@AG?%KA

Reflectie op het integriteitsbeleid

Het Nederlands Openluchtmuseum beschikt over het CBF-keurmerk en voldoet aan de eisen van de Erkenningsregeling Goede Doelen. Het museum hecht groot belang aan integer handelen en een veilige, open organisatiecultuur en beschikt daartoe over een samenhange nd integriteitsbeleid. Het integriteitsbeleid is van toepassing op alle medewerkers, vrijwilligers, directie en toezichthouders van het Nederlands Openluchtmuseum.

Aandachtsgebieden

Het integriteitsbeleid richt zich op het voorkomen, signaleren en zorgvuldig afhandelen van integriteitsschendingen. Daarbij worden drie aandachtsgebieden onderscheiden:

• Interpersoonlijk gedrag: discriminatie, intimidatie, vernedering, geweld, pesten, ongewenste intimiteit, seksuele intimidatie en seksueel geweld.

• Machtsmisbruik: corruptie, belangenverstrengeling, het lekken van vertrouwelijke informatie en verwijtbare nalatigheid.

• Financiële integriteit: fraude, diefstal, misbruik van ter beschikking gestelde goederen of diensten en verwijtbare verspilling.

De verantwoordelijkheid voor het integriteitsbeleid en de implementatie daarvan ligt bij de algemeen directeurbestuurder. De Raad van Toezicht houdt toezicht op de werking van het integriteitsbeleid en wordt periodiek geïnformeerd over meldingen, signalen en het functioneren van het integriteitssysteem.

Instrumenten en regelingen

Ter ondersteuning van het integriteitsbeleid beschikt het museum over de volgende regelingen en instrumenten:

• Gedragscode (on)gewenste omgangsvormen.

• Klachtenregeling.

• Klokkenluidersregeling.

• Interne en externe vertrouwenspersonen.

Deze regelingen zijn toegankelijk voor medewerkers en vrijwilligers en worden periodiek binnen de organisatie onder de aandacht gebracht.

Gedragscode (on)gewenste omgangsvormen

De Gedragscode beschrijft de normen en waarden van het Nederlands Openluchtmuseum en geeft richting aan professioneel, respectvol en integer gedrag. De code bevat expliciete bepalingen over grensoverschrijdend gedrag en maakt inzichtelijk hoe het museum integer handelen bevordert en verwacht van medewerkers en andere betrokkenen.

Klokkenluidersregeling

De Klokkenluidersregeling is in 2024 herzien en in overeenstemming gebracht met de Europese Richtlijn inzake de bescherming van klokkenluiders. De regeling biedt medewerkers en anderen die in relatie staan tot het museum de mogelijkheid om vermoedens van misstanden veilig en vertrouwelijk te melden.

Melden van schendingen (intern)

Het Nederlands Openluchtmuseum stimuleert een open en veilige meldcultuur. Medewerkers en vrijwilligers kunnen signalen of vermoedens van misstanden bespreken met één van de drie interne vertrouwenspersonen of met de externe vertrouwenspersoon van de Arbodienst. Het museum stimuleert dat meldingen in eerste instantie intern worden gedaan.

Meldingen die te goeder trouw worden gedaan, worden vertrouwelijk behandeld. Melders worden beschermd tegen benadeling. Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan een melding rechtstreeks bij een bevoegde autoriteit worden gedaan.

Melden van schendingen (extern/openbaar)

Voor advies of het doen van een melding kan iedereen zich tevens wenden tot het Huis voor Klokkenluiders. Dit kan op een laagdrempelige, veilige en vertrouwelijke wijze; indien gewenst kan de identiteit van de melder worden beschermd. Ook externe personen kunnen gebruikmaken van deze voorziening.

Onderzoek en maatregelen

Per klacht of melding stelt het Nederlands Openluchtmuseum een onafhankelijke klachtencommissie in, bestaande uit drie personen. De commissie onderzoekt de klacht of melding en adviseert over passende maatregelen. Daarbij is aandacht voor zorgvuldige procedurele afhandeling én voor het bieden van passende ondersteuning aan betrokkenen en eventuele slachtoffers.

Meldingen 2025

De vertrouwenspersonen hebben in 2025 over uiteenlopende vraagstukken binnen de organisatie gesprekken gevoerd met medewerkers. Het jaarverslag van de vertrouwenspersonen over 2024 is aangeboden aan en besproken met de directie en de ondernemingsraad. Het jaarverslag over 2025 zal in 2026 worden aangeboden. In 2025 is één melding van ongewenst gedrag ontvangen. Deze melding is in behandeling conform het geldende protocol.

Bijlage 3 Kwantitatief activiteitenoverzicht

Bijlage 4 Tabel werkzame personen

Toelichting

De personele bezetting telde in 2025 gemiddeld 276,4 fte. Daarnaast kon het museum rekenen op een vrijwilligerspool van circa 330 personen, waarvan gemiddeld 163 vrijwilligers per maand actief bijdroegen aan de werkzaamheden.

Ten opzichte van het vorige boekjaar is een duidelijke verschuiving zichtbaar in de inzet van werkzame personen. De inzet van ingehuurde zelfstandigen en freelancers is in het verslagjaar substantieel, met meer dan 60%, afgenomen. Daarnaast is de inzet van overige werkzame personen met circa 20% afgenomen. Tegelijkertijd is het aantal werknemers in tijdelijke dienst toegenomen, waardoor werkzaamheden die voorheen via externe partijen werden ingevuld, vaker binnen de organisatie en onder directe aansturing zijn uitgevoerd.

Door de verschuiving van flexibele inzet naar dienstverbanden hebben in het verslagjaar meer medewerkers zekerheid gekregen over hun inkomen. Oproepkrachten en uitzendkrachten worden, net als andere medewerkers, beloond conform de Museum-cao en de Horeca-cao.

Bijlage 5 Specificatie Maand van de Geschiedenis

!"#$%&G#&(G)*"G$&+G)&,-&.GIG01G)&2324&566#.&76#&.G&8G$I9"G.G#"$

2324 :G;)<%"#; 232= >?@ >?@ >?@

:AB>C

>";G#&"#M<0$%G#

!"#$%&G(%)G*+(,&)-#%))&)$.)/0

!""#$%F#'(()

H%F#-.F+)/01-F'2-3'(42$F3

!"#$%&G(%)G*+(,&)-#"%,&)$.)/

B<%66*&NF1*"GM$"#M<0$%G#

23*)(*4%)G*+(,&)

56&4%7&-/%4&8,&-%)G*+(,&)

B<%66*&<7G)";G&.")GI%G&"#M<0$%G#

B<%66*&H")GI%G&"#M<0$%G#

I#.")GI%G&"#M<0$%G#

!4%6.,&-+%//&$&)-1-3.4,%8"$%&4&)-%)8$9-64%&)/&)6&4&)%7%)7&)

!4%6.,&-+%//&$&)-1-#&/4%:6&)

!4%6.,&-+%//&$&)-1-34%6.,&-;*)/(&)

!4%6.,&-+%//&$&)-1-7*&/&-/*&$&)-$*,&4%:&)

B<%66*&1"J.)6;G#&F"%&+)"76%G&0"..G*G#

B<%66*&G";G#&"#M<0$%G#

KF1$"."G$

<*,..$-(,4"8,"4&&$-5=> H567+8/01-F'2"9$-%-$F-$F3 H567+:/-2%F2$-3. H567+5(11F9$-F0F;FF# <*,..$-(,4"8,"4&&$-!4*6%)8%& <*,..$-(,4"8,"4&&$-?&+&&),& <*,..$-(,4"8,"4&&$-3"#$%&G&-("#(%/%& @AB9B@C @AD9DDD @DD9EF@ KFF#="#-.F+2/02->-F+?58 @ABCB@M @AECEEE @EECFG@

B<%6*G&$%)FI%F)G*G&$F1$"."G$ -2=L=-M -23L333 -33L4,-

B<%66*&I#I".G#%G*G&+F1*"GMG&$F1$"."G$ E9DDD

B<%66*&$F1$"."G$

!"#$%&""'$'($)"&

456$7"$)6&8$'($)"& :;$<=#6>76&8"& :(&?%@"&

A7"#68"/'($)"&

!"!#$%&$#'!%(

')*+,&-./&012,31&41+5.6789,15.30

C('M%/#"&)"E()"&F9'($)"& G6>H%&M"#"/E()"&F/9/'($)"& I5)()6"$/:(&?%%@;%&M$

%L?!@A$"$A%4%#3!$""$ ;<'76=)5

Toelichting

De bijdrage van het Fonds voor Cultuurparticipatie van 124.418 (inclusief loon- en prijsbijstelling van 4.418) in 2025 is verantwoord onder de subsidies, structurele publieke subsidies: Meerjarige subsidie FCP.

De eigen bijdrage van het museum van 123.958 wordt betaald uit de publieksinkomsten binnenland en niet uit de ontvangen subsidies op grond van de Erfgoedwet.

Bijlage 6 Specificatie KIEN

$01-2

-*&%+3*+4(56)%+

!"#$%&G(%)G*+(,&)-#%))&)$.)I0

!""#$%&#'(()

H%&#-.&+)/01-&'2-3'(42$&3

!"#$%&G(%)G*+(,&)-#"%,&)$.)I

1()77839:;8*%46*+4(56)%+

23*)(*4%)G*+(,&)

56&4%7&-I%4&8,&-%)G*+(,&) 9:;<= >>:=?>

1()7783(=%'*&%3>*'%?)%3*+4(56)%+ @ABCD NNADFN

1()7783G*'%?)%3*+4(56)%+ @ABCD NNADFN

H+>*'%?)%3*+4(56)%+

!4%6.,&-+%II&$&)-1-3.4,%8"$%&4&)-%)8$:-64%&)I&)6&4&)%7%)7&) !4%6.,&-+%II&$&)-1-#&I4%@6&)

!4%6.,&-+%II&$&)-1-34%6.,&-A*)I(&) ;:BCC

!4%6.,&-+%II&$&)-1-7*&I&-I*&$&)-$*,&4%@&)

1()7783;*I>'7&%+3:*)3J'*=7)%35*>>%8%+ BA#""

1()7783%*&%+3*+4(56)%+ @ABCD BA#"" NNADFN

K:;6*>*%6

D*,..$-(,4"8,"4&&$-5EF 9:9CC:G<B 9:C;=:CCC 9:CB?:C;; H567+8/01-&'2"9$-%-$&-$&3 :;:KK;=>? :;K@A;KKK :;K?B;K@@ H567+C/-2%&2$-3. H567+5(11&9$-&0&D&&#

D*,..$-(,4"8,"4&&$-!4*6%)8%& D*,..$-(,4"8,"4&&$-H&+&&),&

D*,..$-(,4"8,"4&&$-3"#$%&G&-("#(%I%&-*6&4%7 1()78%36)':?):'%8%36:;6*>*%6 @A@""A,C# @A"BDA""" @A"#FA"BB I)8%I&),&$&-3"#$%&G&-("#(%I%&( G=J:C<< BCG:>B? GGG:;C= 1()77836:;6*>*%6 @A#D!A#C, @A#C@AN#F @A#""ABC#

567$8"$)7&9$'($)"&

;<$=>#7?87&9"& ;(&A%B"& C8"#79"0'($)"&

!"!#$%&$#'!%( 56)5'6(7(

5625;629; ')*+,&-./&012,31&41+5.6789,15.30 :'62(5 <5:'65=( 5'565=) M('E%0#"&)"F()"&G@'($)"& H7?I%&E"#"0F()"&G0@0'($)"& J6)()7"$0;(&A%%B<%&E$ %L?!@A$"$A%4%#3!$""$ :'62(5

Bijlage 7 Ambachtelijk Vakmanschap Nederland 2024

Onderstaand wordt toegelicht op welke wijze het Sector Overleg Ambachten de subsidie heeft verkregen. Ten tijde van de subsidieverlening werd deze naam gehanteerd; inmiddels is de organisatie voortgezet onder de naam stichting Ambachtelijk Vakmanschap Nederland.

De beschikking heeft als referentiecode 46950937 van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Voor deze beschikking is verlenging van de besteding aangevraagd en formeel toegekend door OCW. De verantwoording van de subsidie dient overeenkomstig de afspraken plaats te vinden binnen 13 weken na 31 december 2025

De verlenging van de besteding is een verklaring voor het verschil tussen de begrote kosten en de werkelijke kosten in de begroting. De belangrijkste oorzaak van de afwijking is echter gelegen in het feit dat het Sector Overleg Ambachten is overgegaan in de stichting Ambachtelijk Vakmanschap Nederland (AVN).

De oorspronkelijke actiepunten van de AVN, die zich primair positioneert als platform voor de ambachtensector, waren en zijn nog steeds:

• Vergroten van waardering: het aantoonbaar maken van de (culturele) waarde van ambachten en het vergroten van hun zichtbaarheid.

• Versterken van educatie en kennisoverdracht: inzicht in de inrichting van onderwijs binnen de verschillende vakgroepen, het ontwikkelen van doorlopende leerlijnen en het stimuleren van mboinstellingen om Associate degree-curricula te ontwikkelen.

• Formaliseren van informele leerroutes: het verder ontwikkelen en borgen van leerwegen zoals het meester-gezelmodel.

• Werkplaatsenbeleid: het zichtbaar maken van de waarde van het ambacht in relatie tot stedelijke ontwikkeling.

• Mapping van het ambachtenveld: inzicht krijgen in wie waar actief is en welke activiteiten worden uitgevoerd.

Bij alles wat AVN onderneemt, ligt de focus nadrukkelijk op de bovenstaande actiepunten. Deze vormen ook in de komende periode het richtsnoer voor het verder formuleren en aanscherpen van de kerndoelen en kerntaken van AVN.

In het afgelopen jaar is daarnaast aandacht besteed aan de verdere organisatie en formalisering van het initiatief. Voor de eerste en tweede subsidie van OCW werd AVN onder de vleugels genomen door het Nederlands Openluchtmuseum, wat ruimte bood om direct en breed met de sector in overleg te treden: het Sectoroverleg Ambachten. Met de toekenning van de tweede subsidie is de organisatie voortgezet onder de naam Ambachtelijk Vakmanschap Nederland. Sinds januari 2025 beschikt AVN over een eigen website en word t in samenwerking met diverse partners uit de sector intensief gewerkt aan de uitvoering van de actiepunten.

Deze aandacht voor de eigen organisatie was in 2025 noodzakelijk om een volgende stap te zetten als jonge organisatie. AVN is een officiële stichting geworden, met een notariële oprichtingsakte en een ANBI -status. Als formeel sluitstuk is een (vooralsnog) driekoppig bestuur geïnstalleerd, waaraan het dagelijks bestuur periodiek

verslag uitbrengt. Het dagelijks bestuur wordt gevormd door Wendy van Wilgenburg (directeur van het Ambacht in Beeld Festival), Frank Hemeltjen (erfgoedadviseur bij KIEN) en Stefan Welie (directeur en voormalig locatiedirecteur HMC Amsterdam).

In 2026 wordt beoogd het bestuur van AVN verder uit te breiden met een bredere vertegenwoordiging vanuit de sector, mede om de eigen richtlijnen op het gebied van diversiteit, inclusie en gelijkwaardigheid (DIG) ook daadwerkelijk in de praktijk te brengen.

Wat betreft de actiepunten zijn in het afgelopen jaar met name stappen gezet op het gebied van de doorlopende leerlijnen en het werkplaatsenbeleid. Dit betrof vooral voorbereidend overleg en lobbyactiviteiten binnen de ambachtelijke maaksector, het onderwi js en met andere partners. Een belangrijk onderdeel was het bijeenbrengen van verschillende opleidingen om gezamenlijk te werken aan een aantrekkelijk en toekomstbestendig beroepsperspectief voor vmbo-leerlingen en mbo-studenten.

In 2025 heeft OCW een zogenoemde Vabok-subsidie van € 1,3 miljoen toegekend aan AVN. Deze subsidie is bedoeld om gedurende drie jaar, in samenwerking met vmbo -, mbo- en hbo-instellingen, doorlopende leerlijnen te ontwikkelen die het beroepsperspectief voor vmbo-leerlingen en mbo-studenten versterken en aantrekkelijker maken.

In 2025 is het jaar afgesloten met de werving van een nieuwe communicatiemedewerker en een bureausecretaris, die een groot deel van de organisatorische taken op zich zal nemen. Met ingang van 2026 is de organisatie van de stichting stabiel en wordt gezocht naar bestuurders uit de sector die een inhoudelijke en bestuurlijke bijdrage kunnen leveren. Hiervoor zijn inmiddels de eerste gesprekken gepland.

Voor de verantwoording zijn de kostenposten gehanteerd zoals die ook in de aanvraag bij OCW zijn opgenomen.

Personeelskosten (inhuur KIEN)

Begroot: € 27.200. Gerealiseerd: € 21.271.

Het verschil is ontstaan door een grotere inzet om niet vanuit KIEN.

Inhuur extern personeel

Begroot: € 119.590. Gerealiseerd: € 181.822.

Het verschil is het gevolg van de toegekende verlenging van de besteding.

Overige personeelskosten

Begroot: € 38.500. Gerealiseerd € 10.428.

Dit verschil is ontstaan doordat in 2025 in mindere mate een beroep is gedaan op de achterban, waardoor minder vacatiegelden zijn uitgekeerd.

In 2026 zal dit vanuit AVN intensiever worden ingevuld, onder meer door het organiseren van grotere klankbordbijeenkomsten over de toekomst van de ambachtelijke maaksector.

Verkoopkosten

Begroot: € 102.300. Gerealiseerd: € 83.473.

Het verschil is ontstaan door diverse oorzaken. De uitgaven voor onder andere de website en grote themabijeenkomsten lagen hoger dan begroot. Daartegenover stonden lagere uitgaven voor de inhuur van experts en externen, zoals kosten voor de oprichting van de stichting en voor de mapping-activiteiten.

Overige kosten

Begroot: € 12.410. Gerealiseerd: € 8.251. Het verschil is te verklaren doordat het Nederlands Openluchtmuseum de accountantskosten voor haar rekening heeft genomen. Figuur 1 - Begroting versus realisatie AVN 2024

Bijlage 8 Programma Internationale Erfgoedsamenwerking

2021-2024

KIEN is sinds 2021 uitvoeringspartner in het programma Internationale Erfgoedsamenwerking (IES), waarin wordt samengewerkt met DutchCulture, het Nationaal Archief en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Voor de perioden 2021–2024 en 2025–2028 heeft KIEN gekozen voor Suriname, Indonesië en India als focuslanden, in deze volgorde van prioriteit.

In de jaren 2021–2024 ontving KIEN een jaarlijkse subsidie van € 80.000. Door diverse omstandigheden, waaronder de coronapandemie, konden deze middelen niet volledig worden besteed. Daarom is in 2024 uitstel aangevraagd en verkregen tot en met 31 december 2025. Daarnaast heeft KIEN een nieuwe aanvraag ingediend voor de periode 2025–2028, waarvoor jaarlijks een bijdrage van € 85.000 is toegekend voor de uitvoering van de in de aanvraag beschreven activiteiten. Dit resulteerde erin dat KIEN in 2025 over een r uimer budget beschikte om de geplande activiteiten uit te voeren en te investeren in het opbouwen van duurzame relaties.

Werkbezoek Suriname

In maart 2025 brachten twee IES-adviseurs van KIEN een werkbezoek aan Suriname. Doel van het bezoek was het uitwisselen van kennis en expertise op het gebied van immaterieel erfgoed, het ondersteunen van het Directoraat Cultuur bij de ontwikkeling van een nationale inventaris en het versterken van duurzame samenwerking met gemeenschappen en institutionele partners. Daarbij werd samengewerkt met verschillende partners. Voor een overzicht wordt verwezen naar bijlage 9: Partners.

Tijdens het werkbezoek is tevens samengewerkt met Fort Nieuw Amsterdam en het Openlucht museum aan de opening van de Anton de Kom-tentoonstelling. KIEN droeg financieel bij aan de logistieke ondersteuning, zodat brede deelname mogelijk was, en aan de programmering rond de opening, die volledig in het teken stond van immaterieel erfgoed.

IE-dag Verhalen dragen verder – van Oost naar West

In 2025 vierden we twee bijzondere mijlpalen: 50 jaar onafhankelijkheid van Suriname en 80 jaar onafhankelijkheid van Indonesië. Twee landen, ver van elkaar, maar verbonden door een complex verleden met Nederland, dat een rijke erfenis van verhalen, tradities, muziek, dans en eten heeft nagelaten.

Het evenement Verhalen dragen verder, van Oost naar West nodigde een breed publiek uit deze levende erfenis te vieren en te onderzoeken. Het ging niet alleen om terugkijken, maar ook om vooruitkijken: hoe dragen we immaterieel erfgoed mee in de wereld van vandaag en hoe verbindt het gemeenschappen en generaties?

Werkbezoek Indonesië

In 2025 reisde KIEN opnieuw met uitvoeringspartner RCE naar Indonesië om de in 2024 in Depok ontwikkelde methodiek opnieuw toe te passen en verder te ontwikkelen en te delen. In Tanjung Pinang werd opnieuw samengewerkt met studenten, lokale erfgoedgemeenschappen, de lokale overheid en de RCE.

Het doel was het begrijpen, borgen en versterken van immaterieel erfgoed binnen de stedelijke context, zodat het kan floreren en bijdragen aan veerkrachtige, inclusieve steden. Deze inzet sluit aan bij een van de thema’s van KIEN voor de periode 2025-2028: het versterken van omgevingsbewustzijn bij immaterieel erfgoed.

Podcastserie

Deze KIEN-podcastserie belicht de invloed van het Nederlandse koloniale verleden op cultuur en immaterieel erfgoed in Nederland, Suriname, Indonesië en India. Door aandacht te besteden aan slavernij, contractarbeid en gedeelde geschiedenis wordt inzicht geboden in de doorwerking hiervan in hedendaagse culturele praktijken en identiteitsvorming.

De serie beoogt de zichtbaarheid van erfgoedgemeenschappen te vergroten en internationale kennisuitwisseling te stimuleren. De centrale vraag is welke impact de koloniale erfenis heeft op culturele praktijken in Suriname, India en Indonesië en hoe deze kan bijdragen aan een inclusievere samenleving.

De podcast bestaat uit drie afleveringen:

1. Wat is immaterieel erfgoed? Hoe werkt koloniale impact door in cultuur?

2. Suriname: Anton de Kom en de ver-Surinamisering van cultuur.

3. Indonesië: focus op Depok en Cornelis Chastelein.

De podcast wordt gelanceerd in 2026.

Financiële verantwoording 2021-2024 in 2025

Voor de verantwoording over de jaren 2021-2024 wordt verwezen naar de bestuursverslagen over die jaren.

In 2025 zijn de kosten van de coördinator (in de periode 2025–2028: adviseur IES) gedekt uit de projectsubsidie 2025–2028. De kosten van de communitymanager zijn in 2025 wel gemaakt. Daarnaast is vanuit het programmabudget substantieel geïnvesteerd in het opbouwen van duurzame internationale en landelijke relaties.

Financiële verantwoording 2025-2028 in 2025

In 2025 zijn op het budget van KIEN PIE 2025-2028 alleen kosten gemaakt voor de adviseur internationale erfgoedsamenwerking. Alle andere kosten werden gedekt uit de verlengde subsidie 2021-2024.

Omschrijving Toewijzing

Figuur 2 - Begroting versus realisatie PIE 2021-2024
Figuur 3 - Realisatie

Bijlage 9 Partners

Financiële partners Nederlands Openluchtmuseum

Hoofdpartners

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

VriendenLoterij

DHL eCommerce

Stichting Goede Doelen Nh1816

Partners

Onited

De Kempenaer Advocaten

Freia Holding

Akzo Nobel Decorative Coatings B.V.

Dura Vermeer Railinfra B.V.

Rail Partner Holland B.V.

Stenga B.V.

Van Wijk Railinfra B.V.

Health Ingredients Trading B.V.

Lüftner Cruises

Nederlandse Ambassade in Suriname

Dirkzwager Legal & Tax

Provincie Utrecht

Alzheimer Nederland

Fondsen

Mondriaan Fonds

Vfonds

VSBfonds

Cultuurfonds

Fonds voor Cultuurparticipatie

Fonds Sluyterman van Loo

Dutch Culture

Particulieren

Geefkring

Donateurs

Vrienden van het Nederlands Openluchtmuseum

Onze anonieme schenkers

Samenwerkingspartners

ACP55+ (Arnhem Cultuurparticipatie 55+)

AEOM (Association of European Open Air Museums)

Alzheimer Nederland

Arnhem Lekker & Groen

ArtEZ University of the Arts

Attent zorg en behandeling

Biovakantieoord

Botma & Van Bennekom

Burgers’ Zoo

Buurtvereniging Craneveer

CASA Architectuurcentrum

Changing Places Toilets

Club van Elf

Co-cultuur

CollectieCentrum Nederland (CC NL)

Crafts Council Nederland

Cultuur Netwerk Arnhem

Cultuur Oost

De kracht van herinneringen

De Onderwijsspecialisten

De Zonnebloem

Dementienetwerk Arnhem en omstreken

DIEP Arnhem

Draad en Daad

DrieGasthuizenGroep

Driessen en van Deijne

Dutch Sustainable Fashion Week

Econyx

Ecowear

Eleven Group

Erfgoed Gelderland

Fiction Factory

Firma Traktor

Gelrepas

Gemeente Arnhem

Greendish

Hello Guave

Herbergier Arnhem

Het Schildersbedrijf

Hogeschool Arnhem Nijmegen

Houterij De Specht

Idem dito

Janus Metaal

JOGG – Jongeren Op Gezond Gewicht

Jutplaats

Kevita Junior

Klankbordgroep Molukse barak

Knitfactory

Koninklijke verzamelingen

Kröller-Müller Museum

Kunstwerkplaats Magenta

Lievegoed

LKCA

LLOAM (netwerk Life Long Learning in Open Air Museums)

Mandenmakerij de Mythe

Maritiem Museum Rotterdam

Meedoen in Overbetuwe

Memories to keep

Miss Moon Tattoo

Modemuze

Molukse voetstappen

Mooiwerk Siza

Mudware

Musea Bekennen Kleur Museum Bronbeek

Museum Catharijneconvent

Museum De Lakenhal Museum Sophiahof Museumvereniging

MVT Arnhem Mantel zorg

NAKS (Suriname)

Nederlandse Kostuumvereniging

Nederlandse Vereniging van Klompenmakers

Nederlandse Vereniging voor Papierknipkunst

Netwerk Digitaal Erfgoed (NDE)

Netwerk van partners van het educatieve programma Feest! Weet wat je viert

Ondernemers Kontakt Arnhem

Ontwerphaven

Openluchtmuseum Fort Nieuw Amsterdam Suriname

Openluchtmusea: Bokrijk, Den Gamle By, Beamish

Paleis Het Loo

Participatiegroep Molukse barak

Pleyade

PR8cultuurprogramma

Presikhaaf University

Provincie Gelderland

Provincie Utrecht

Radboud Universiteit

Reinwardt Academie

Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE)

Rijksmuseum Amsterdam

ROC RijnIJssel Arnhem

Rogier Martens studio

Ronald McDonald Business Breakfast Club Arnhem

Rookvrije Generatie

Rozet

Scheepstimmerbedrijf Overbosch

Scheepvaartmuseum Amsterdam

SignCentral

Smederij Cornelis Pronk

Sox2Sox

Spectrum

Spijkerzwam

Stadsblokkenwerf

STUDIO &lotte

Studio Corvers

Studio Harm Rensink

Stichting Ana Upu

Stichting Citymarketing Arnhem

Stichting Goede Doelen Nh1816

Stichting Indisch Erfgoed

Stichting Kalebas (de Anansiboom)

Stichting Keti Koti Arnhem

Stichting Klompenmonument

Stichting Muhabbat

Stichting Museum Plus Bus

Stichting Rijnstad – Taalmaatjes voor anderstaligen

Stichting Staphorster Stipwerk

Stichting Stil Verleden

Stichting Toma Wormerveer

Stichting Vitesse Betrokken

Stichting Wanyuan

Stichting Welzijn Ouderen Arnhem (SWOA)

Suriname Museum

Textielcommissie

Textile Research Centre

The European Reminiscence Network

Too good to go

Trashure Taarten

Tree of Needlework

Trees for all

TU Eindhoven – Expertisecentrum Dementie en Technologie

Universiteit Leiden

Universiteit van Amsterdam

Untold stories

Vereniging de Bruine Vloot Spakenburg

Vereniging De Hollandsche Molen

Vers Hout

Vincentrum Arnhem

Voedselbank

Volkshuisvesting Arnhem

Vrijwilligerscentrale Arnhem

WarmGroen

We-Collect

Weefnetwerk

Wijkraad Wormerveer

Ziekenhuis Rijnstate

Zinzia zorgroep – Rumah Kitah

Zuiderzeemuseum

’t Wilgennest

Partners van de Maand van de Geschiedenis

Het Nederlands Openluchtmuseum is initiatiefnemer van de Maand van de Geschiedenis, het grootste geschiedenisevenement van Nederland. Het museum werkt daarbij samen met een groot aantal partners.

Fonds voor Cultuurparticipatie

Atlas Contact

Radboud Universiteit

VPRO

OVT

Andere Tijden

Libris

NPO Kennis

Historisch Nieuwsblad

Natuurmonumenten

Weekend van de Wetenschap

Boekenkrant

De Schrijverscentrale

Bibliotheekservice Passend Lezen

Netwerk Mediawijsheid

TOEN. Nijmeegs Geschiedenis Festival

DAG van de Arnhemse Geschiedenis

Week van de Koloniale Geschiedenis

Bredase Maand van de Geschiedenis

Nacht van de Utrechtse Geschiedenis

Dag van de Dordtse Geschiedenis

Maand van de Geschiedenis Schiedam

Festival van de Drentse Geschiedenis

Haagse Maand van de Geschiedenis

Maand van de Geschiedenis Overijssel

Partners van het Canonnetwerk

Het Nederlands Openluchtmuseum is initiatiefnemer en hoofdorganisator van het Canonnetwerk, een netwerk van samenwerkende musea en andere erfgoedinstellingen, die met sleutelstukken vensters uit de Canon van Nederland vertegenwoordigen en zichtbaar maken.

Airborne Museum

Allard Pierson Museum

Amsterdam Museum

Museum Archeon

Atria, instituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis

Beeld en Geluid

Belasting en Douane Museum

Betje Wolff Museum

Bibliotheek Rotterdam

De Museumfabriek

Dordrechts Museum

Drents Museum

Educatieconsulenten van de provinciale erfgoedhuizen

Fries Museum

Gemeente Amsterdam – Stadsdeel Zuid

Gouvernement aan de Maas

Haags Gemeentearchief

Haags Historisch Museum

Herinneringscentrum Kamp Westerbork

Het Hof van Nederland

Het Romeins Museum

Het Scheepvaartmuseum

Hotel New York/Het ss Rotterdam

Huis van het boek

Hunebedcentrum

Joods Cultureel Kwartier

Koloniën van Weldadigheid

Koninklijk Eise Eisinga Planetarium

Koninklijk Paleis Amsterdam

Kröller-Müller Museum

Limburgs Museum

Literatuurmuseum/Kinderboekenmuseum

Maritiem Museum Rotterdam

Maritiem Muzeeum Zeeland

Museum Boijmans van Beuningen

Museum Catharijneconvent

Museum Rembrandthuis

Museum Rotterdam

Museum Het Spinozahuis

Museum Huis Doorn

Museum Kaap Skil

Museum Ons’ Lieve Heer op Solder

Museum Prinsenhof Delft

Nationaal Archief

Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee)

Nederlands Mijnmuseum

Nationaal Militair Museum

Nationaal Monument Kamp Vught

Nationaal Monument Oranjehotel/Waalsdorpervlakte

Nederlands Stoommachinemuseum

Nederlands Vestingmuseum

Paleis Het Loo

Pyramide van Austerlitz

Rijksmuseum

Rijksmuseum Boerhaave

Rijksmuseum van Oudheden

Slot Loevestein

Spoorwegmuseum

Stadsarchief Amsterdam

Stedelijk Museum Kampen

Stichting Goudse Sint-Jan

Teylers Museum

Universiteitsmuseum Groningen

Valkhof Museum

Van Gogh Museum

Vredespaleis

VVV Beemster

Waterloopbos/Vereniging Natuurmonumenten

Watersnoodmuseum

Wereldmuseum Amsterdam

Partners van het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland

Erfgoedgemeenschappen aangesloten bij Netwerk en Inventaris

Ambachtelijk Vakmanschap Nederland

Boekmanstichting

Centrum voor Agrarische Geschiedenis (België)

Dutch Culture

Erfgoedacademie

Fonds Familie Heersink

Fonds voor Cultuurparticipatie

ICH-NGO Forum

Imagine IC

Intergouvernementeel Comité van het 2003 UNESCO Verdrag

Koninklijke Nederlandse Munt

Kunsten ‘92

Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie Amateurkunst

Meertens Instituut

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Directie Erfgoed & Kunsten)

Mondriaan Fonds

Museum Maluku

Nederland Monumentenland

Nationaal Archief

Nederlandse UNESCO Commissie

Netwerk Digitaal Erfgoed

Netwerk Levend Erfgoed

Overijsselacademie

Projectbureau Cultural Motion

Provincie Overijssel

Raster Film- en Videoproducties

Reinwardt Academie

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Stichting Ambacht in Beeld

Stichting OPEN

UNESCO Living Heritage Entity

Universiteit Utrecht (Erfgoed & Publieksgeschiedenis Lab)

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

V-Fonds

Vlaamse Overheid

Werkplaats immaterieel erfgoed (België)

Wikimedia

Nederlands Caribisch gebied

FuHiKuBo (Bonaire)

Openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

Rijksdienst Caribisch Nederland

Saba Heritage Centre

Unesco Werkgroep Bonaire

Werkgroep Vierlandenoverleg immaterieel erfgoed

Indonesië

Diverse immaterieel erfgoedgemeenschappen

Gemeente Tanjung Pinang

Heritage Hands-on

IPB University

Universitas Indonesia

Suriname

Diverse immaterieel erfgoedgemeenschappen

Fort Nieuw Amsterdam

Marron Platform Suriname

Ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (directoraat Cultuur)

NAKS

Nationaal Archief Suriname

Sana Budaya

Stichting Khose

Vereniging Samaaka Gemeenschappen

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook