Skip to main content

Collectieplan 2021-2028

Page 1


VOORWOORD

Met de verhuizing van de roerende collectie van het Nederlands Openluchtmuseum naar het nieuwe CollectieCentrum Nederland in 2020-2021 werd een periode van tien jaar afgesloten die in het teken stond van de voorbereiding van deze grootscheepse operatie. Er werd hoofdzakelijk gewerkt aan het verbeteren van de kwaliteit van de collectie door selectie en afstoting en aan het zorgvuldig registreren en fotograferen van de museale objecten. Daarnaast heeft het museum in deze periode een aantal waardevolle museale gebouwen toegevoegd aan de collectie.

In de beleidsperiode 2021-2028 staan verdere versterking en verrijking van de collectie centraal. Het museum gaat zich daarbij nadrukkelijker richten op het opbouwen van roerende collectie die betrekking heeft op de meer recente geschiedenis, met name de periode vanaf 1960. Objecten uit deze periode zijn nu ondervertegenwoordigd. Omdat het hoofdthema van het Nederlands Openluchtmuseum zo breed en het aanbod van voorwerpen uit de periode na 1960 zo groot is, is het noodzakelijk om nieuwe collectievorming maximaal te begrenzen binnen heldere inhoudelijke kaders.

Ook gaat het museum een nieuwe wijze van verzamelen voor de roerende collectie verkennen. Vanouds wordt de collectie gevormd door passief te verzamelen, dat wil zeggen te selecteren uit aan het museum aangeboden objecten. In de komende jaren zal ook actief worden verzameld. De verwachting is dat dit tot meer diversiteit in de collectie zal leiden. Ook het participatief verzamelen zal worden onderzocht.

Dit collectieplan is een lijvig document geworden, omdat beschrijvingen van alle (deel)collecties zijn opgenomen met hun betekenis en het verzamelbeleid. Hiermee is het een goede leidraad geworden bij de vorming en het beheer van een betekenisvolle en diverse collectie in de komende jaren.

Teus Eenkhoorn

Directeur-bestuurder Nederlands Openluchtmuseum

1. INLEIDING

Het Nederlands Openluchtmuseum beheert een betekenisvolle en diverse collectie van ruim honderd gebouwen, ongeveer 154.000 roerende voorwerpen en een documentaire collectie van ongeveer 275.000 voorwerpen. Tezamen vormen zij een materieel archief van het dagelijks leven in Nederland en leveren zij een belangrijke bijdrage aan de collectie Nederland op het terrein van erfgoed van het dagelijks leven. Het museum zet zich in om deze collecties professioneel te beheren, behouden, verrijken en versterken, de collecties zichtbaar en de kennis erover toegankelijk te maken voor een breed publiek.

In dit collectieplan staan de uitgangspunten, speerpunten en ambities voor de beleidsperiode 2021-2028. Het collectieplan is in de eerste plaats bedoeld als intern instrument. Het beschrijft hoe het Nederlands Openluchtmuseum in de komende jaren invulling wil geven aan beheer, behoud en toegankelijkheid van de cultuurhistorische rijkscollectie die het museum beheert. Dit collectieplan biedt richting voor verdere ontwikkeling van de collectie en kennisuitwisseling. In de tweede plaats biedt het collectieplan inzicht in de rijke collectie en in aan de collectie gerelateerde doelstellingen van het Nederlands Openluchtmuseum voor de overheid, andere culturele instellingen, onderzoekers en overige geïnteresseerden.

Het vorige collectieplan Kiezen en Delen (2011) stond in het teken van het verbeteren van de bewaaromstandigheden van de collectie en verbetering van de kwaliteit van de collectie door selectie en afstoting. Tussen 2011 en 2021 heeft het Nederlands Openluchtmuseum gewerkt aan grootschalige, langjarige projecten op het gebied van afstoting, registratie en fotografie van de roerende collectie die in depots bewaard werd, verhuizing van de collectie van meerdere depots naar een hypermodern CollectieCentrum Nederland (in nauwe samenwerking met het Rijksmuseum, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Paleis het Loo). Ook is de grote vaste, interactieve tentoonstelling over de Canon van Nederland gerealiseerd en heeft het museum een aantal waardevolle presentaties en gebouwen toegevoegd aan of vernieuwd in het museumpark. Deze presentaties en gebouwen geven een goed inzicht in maatschappelijke ontwikkelingen in de tweede helft van de twintigste eeuw.

Net als Kiezen en Delen is Verrijken en versterken een collectieplan voor zowel de onroerende als de roerende collectie. Belangrijke uitgangspunten uit het vorige collectieplan blijven gehandhaafd. Een belangrijke wijziging betreft het inhoudelijk verdelen van het domein Kleding onder twee conservatoren, verantwoordelijk voor enerzijds de streekgebonden kleding en anderzijds de modekleding. Ook van belang is het volwaardig benoemen en daarmee onderkennen van de waarde van de documentaire collectie.

In de beleidsperiode 2021-2028 staan verdere versterking en verrijking van de collectie centraal. De inzet daarbij is om nieuwe collectievorming maximaal te begrenzen binnen heldere inhoudelijke kaders ten behoeve van een sterke collectie op het gebied van het alledaagse leven in Nederland. Met name de periode vanaf 1960 dient beter vertegenwoordigd te worden. Vandaag de dag is Nederland een bloeiend cultureel en multicultureel land. Van belang is dat die recente geschiedenis zich ook vertaalt naar de collectie van het Nederlands Openluchtmuseum.

Het is noodzakelijk om het overkoepelende collectiebeleid verder aan te scherpen, omdat het hoofdthema van het Nederlands Openluchtmuseum zo breed en het aanbod van voorwerpen uit de periode na 1960 zo groot is. Daarbij komt dat het verzamelen op thema’s in de afgelopen beleidsperiode onvoldoende heeft gewerkt. Ten slotte is begrenzing ook ingegeven door beperkte depotruimte, al is dit argument niet leidend bij collectievorming.

Voor de collectie zijn de belangrijkste speerpunten voor de beleidsperiode 2021-2028:

WAT

Het museum beperkt collectievorming voor de periode tot 1960.

Het Nederlands Openluchtmuseum streeft een betekenisvolle, exemplarische collectie na voor de periode vanaf 1960. Het museum verzamelt kenmerkende representanten of voorbeelden van de belangrijkste ontwikkelingen in het dagelijks leven in Nederland vanaf 1960. Door versterking van de collectie vanaf 1960 verwacht het museum een groei van de collectie.

Het Nederlands Openluchtmuseum streeft naar inclusiviteit, juist ook op het gebied van collectievorming.

Het Nederlands Openluchtmuseum vindt het belangrijk om collectie te verwerven die gerelateerd is aan de verder toegenomen verstedelijking en diversificatie van de samenleving in de periode na de Tweede Wereldoorlog.

Het Nederlands Openluchtmuseum heeft het voornemen om in de toekomst een goed geklimatiseerde en beveiligde ruimte te creëren voor (wissel)tentoonstelling(en), zodat er meer roerende collectie getoond kan worden.

Voor de deelcollectie modekleding zal een inhaalslag worden ingezet om deze te versterken tot een deelcollectie modekleding van nationaal belang.

Groen en tuinen zijn een wezenlijk kenmerk van het Nederlands Openluchtmuseum, en van openluchtmusea in het algemeen. Het Nederlands Openluchtmuseum heeft hierop nog geen samenhangende visie en zal daartoe in de beleidsperiode 2021-2028 beleid formuleren.

Het Nederlands Openluchtmuseum zal in de beleidsperiode 2021-2028 een toekomstvisie ontwikkelen op het gebied van onroerende collectie.

Het Nederlands Openluchtmuseum juicht belangstelling voor de collectie toe en streeft ernaar, binnen de grenzen die museaal verantwoord zijn, alle bruikleenaanvragen te honoreren.

Het Nederlands Openluchtmuseum verzamelt materiële getuigen van en verhalen over het alledaagse leven in Nederland en sluit daarbij aan bij de grote geschiedenis, omdat de impact van belangwekkende gebeurtenissen en ontwikkelingen (op termijn) neerslaat in de algemene alledaagse cultuur. Getuigen van afzonderlijke, grote gebeurtenissen zelf verzamelt het Nederlands Openluchtmuseum niet. Om potentiële verwervingen beter te kunnen toetsen is een eigen hulpmiddel ontwikkeld om de argumentatie bij en rijkdom van voorwerpen beter te beargumenteren: de waarderingstabel (zie bijlage Waarderingstabel)

Naast passief verzamelen zal het Nederlands Openluchtmuseum ook de mogelijkheden verkennen om voor de roerende collectie actief te gaan verzamelen. Het museum acht actief verzamelen noodzakelijk om tot meer diversiteit in de collectie te komen. Ook het participatief verzamelen, dat wil zeggen het publiek betrekken bij de collectievorming, wordt onderzocht voor zowel de roerende als voor de documentaire collectie. In 2024 wordt de nieuwe aanpak geëvalueerd, waarbij een advies geformuleerd wordt voor de toekomst. Het Nederlands Openluchtmuseum ambieert een kenniscentrum te zijn over de geschiedenis van het dagelijks leven in Nederland van ongeveer 1600 tot nu, voor iedereen die hierin geïnteresseerd is. Daartoe zal er een onlinekennisbank ontwikkeld worden.

Deze speerpunten kunnen worden uitgevoerd onder het voorbehoud van de beschikbaarheid van de benodigde middelen.

Met de genoemde speerpunten sluit het museum aan bij de nieuw geformuleerde missie en visie:

Missie: ‘Wij geven materieel en immaterieel erfgoed door aan toekomstige generaties. Wij verzamelen en bewaren verhalen, tradities, gebouwen, voorwerpen, planten en gewassen die in relatie staan tot het dagelijks leven in Nederland. Met levendige presentaties maakt het museum geschiedenis relevant, voor nu en morgen.’

Visie: ‘Wij hebben de overtuiging dat geschiedenis kan verbinden. Door van en over een ander te leren, krijgen we meer inzicht in onszelf en begrip voor elkaar. Zo bouwen we samen aan een mooiere toekomst waarin iedereen kan meedoen.’

Het Nederlands Openluchtmuseum biedt een veelheid aan verhalen over en perspectieven op het dagelijks leven en schept ruimte voor ontmoeting. Zo bereikt het een breed en divers publiek. Het activeert bezoekers om het gesprek aan te gaan over wezenlijke aspecten van het dagelijks leven als een sleutel om identiteit te bevragen en te onderzoeken. Het zoekt daarbij naar verbinding tussen mensen en wil het unieke én het gemeenschappelijke zichtbaar maken. De collectie is voor het Nederlands Openluchtmuseum een belangrijk middel om inzicht te geven in de geschiedenis, en bezoekers meer inzicht te geven in henzelf en begrip voor elkaar. Dit is echter geen thema waarop specifiek wordt verzameld. Dat wat voor bezoekers te zien is in het museum en collectievorming hoeven niet aan dezelfde criteria te voldoen. In het museumpark gaat het om de vraag: ‘wat wil je (nu) meegeven aan bezoekers?’ Bij collectievorming staat de vraag centraal: ‘welke voorwerpen zijn van belang om te bewaren voor de toekomst, om belangrijke ontwikkelingen in het dagelijks leven mee te documenteren?’

Het onderwerp duurzaamheid krijgt expliciet aandacht in het brede museumbeleid van het Nederlands Openluchtmuseum. Met betrekking tot de collectie is dit onder andere een belangrijk onderwerp geweest bij de totstandkoming van het nieuwe depot CollectieCentrum Nederland. Bij verwerving van nieuwe collectie is duurzaamheid een van de inhoudelijke thema’s waarop getoetst wordt (zie bijlage Waarderingstabel).

HOE

2. COLLECTIEPROFIEL

Het Nederlands Openluchtmuseum is een museum: ‘Een museum is een permanente instelling, niet gericht op het behalen van winst, toegankelijk voor publiek, die ten dienste staat van de samenleving en haar ontwikkeling. Een museum verwerft, behoudt, onderzoekt, presenteert, documenteert en geeft bekendheid aan de materiële en immateriële getuigenissen van de mens en zijn omgeving, voor doeleinden van studie, educatie en genoegen.’1 Het Nederlands Openluchtmuseum onderscheidt zich van andere musea doordat het zich focust op de geschiedenis van het dagelijks leven in Nederland. Het Nederlands Openluchtmuseum bouwde in de loop van zijn bestaan een omvangrijke cultuurhistorische (rijks)collectie (roerend en onroerend) op en beheert daarnaast een grote documentaire collectie.

De collectie is een materieel archief van het dagelijks leven in Nederland. Met de collectie documenteert het museum belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen uit het verleden voor de toekomst. Een belangrijk doel is het doorgeven van de collectie aan volgende generaties, in een optimale conditie, goed toegankelijk en met een zo groot mogelijke historische waarde. Elke generatie bouwt verder op de vorige. Door over het verleden te leren, kunnen we het heden beter begrijpen. Ook kan het verleden inspireren voor de toekomst. De collectie vormt als het ware een brug tussen het heden en het verleden.

Het blijft belangrijk om materiële getuigen van de geschiedenis te verzamelen om ook recentere ontwikkelingen te kunnen illustreren. Het Nederlands Openluchtmuseum ziet het als zijn taak om zo objectief mogelijk voorwerpen te verzamelen die in de toekomst zo breed mogelijk kunnen worden ingezet, omdat ze bij zoveel mogelijk verhalen aansluiten en een zo groot mogelijke groep aanspreken.

COLLECTIE

De gebouwen en voorwerpen die het Nederlands Openluchtmuseum verzamelt, dragen bij aan de representatie van historische, maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen in Nederland. Materiële cultuur van het dagelijks leven verhaalt niet uitsluitend over het leven van alledag, maar ook over de grote geschiedenis. Zo hebben bijvoorbeeld technologische ontwikkelingen en wetenschappelijke kennis veel invloed gehad op het alledaagse leven en op de mogelijkheden die mensen hadden wat betreft hun tijdsbesteding. Het Nederlands Openluchtmuseum is als geen andere erfgoedinstelling in staat om die verbanden te laten zien en voor de toekomst te bewaren, juist door de bijzondere combinatie van onroerende collectie, roerende collectie, documentaire collectie, verhalen en immaterieel erfgoed2, presentaties in het museum, de Canon van Nederland, tuinen en landschappelijke omgeving. Contextrijkheid en representativiteit maken de collecties van groot nationaal en internationaal belang.

De collecties die het Nederlands Openluchtmuseum beheert zijn bijzonder en onderscheidend. De onroerende en roerende objecten (ruim 100 gebouwen en ongeveer 154.000 voorwerpen) vormen materiële getuigenissen van de geschiedenis van het dagelijks leven in Nederland van ongeveer 1600 tot nu. Ze laten zien hoe mensen zich kleden, opgroeien en omgaan met zingeving en vrije tijd, werken en wonen. De focus ligt op het gewone, algemene en alledaagse, in plaats van op het unieke en exclusieve.

275.000 documenten en voorwerpen (30.000 boeken en tijdschriften, 240.000 afbeeldingen en audiovisuele documenten en 6.000 voorwerpen) die samenhangen met en complementair zijn aan de museale collectie en de presentaties.

ERFGOED VAN HET DAGELIJKS LEVEN

Erfgoed is, Willem Frijhoff parafraserend, dat wat een gemeenschap in een bepaalde maatschappelijke context, in een bepaalde tijd wenst te bewaren, te koesteren en over te dragen aan volgende generaties. Frijhoff pleit voor een interpretatie van erfgoed als een dynamisch begrip;3 het betreft een actief proces van selecteren, betekenis geven en toe-eigenen, dat in feite altijd doorgaat. Elke cultuur en tijd kent zijn eigen vragen en prioriteiten. De belangstelling voor en betekenis van erfgoed kan wijzigen en nieuwe vormen van erfgoed zullen ontstaan.

Illustratief voor hoe inzichten zijn veranderd is de zienswijze van de arts en verzamelaar Hendrik J.M. Wiegersma (1891-1961), van wie het Nederlands Openluchtmuseum in 1956 een grote verzameling houtsnijwerk aankocht. Hoewel het museum zijn visie op volkskunst en verzamelmethodologie tegenwoordig niet meer navolgt, is de verzameling van Wiegersma onderdeel van de verzamelgeschiedenis van het museum en van betekenis voor de geschiedenis van de culturele antropologie in het algemeen. Dit betekent dat erfgoedbeheerders zoals het Nederlands Openluchtmuseum zorgvuldig dienen om te gaan met hetgeen al geselecteerd is, omdat ook de collectie in zichzelf historische ontwikkelingen illustreert.

Het Nederlands Openluchtmuseum geeft aan het begrip erfgoed van het dagelijks leven de volgende inhoud:

Het Nederlands Openluchtmuseum ziet het dagelijks leven als het geheel van gebruikelijke handelingen, bezigheden, gebeurtenissen en rituelen die in een bepaalde periode door mensen in Nederland4 als natuurlijk onderdeel van het leven werden of worden beschouwd.

De focus ligt op het gewone, algemene en alledaagse, in plaats van op het unieke en exclusieve.

3. COLLECTIEGESCHIEDENIS

Het Nederlands Openluchtmuseum staat als een van de eerste openluchtmusea in de wereld in een bijzondere museumtraditie. De essentie van een openluchtmuseum is dat het gebouwen én voorwerpen én historische activiteiten in samenhang laat zien in een landschappelijke omgeving met passende flora en fauna. Vanaf het prille begin ambieert het Nederlands Openluchtmuseum om zowel een onroerende als een roerende collectie op te bouwen en gebruiken te documenteren. Deze doelstelling is voortdurend gehandhaafd in de statuten.5 Bovendien heeft het museum zich vanaf de oprichting onderscheiden van het toenmalige museale veld door zich nadrukkelijk te richten op het erfgoed van het dagelijks leven, zoals op het gebied van landbouw, transport, wooncultuur en streekdracht. In de loop der tijd zijn andere aandachtsgebieden toegevoegd.

SAMENHANG EN DIVERSITEIT

Achter de opgave die het Nederlands Openluchtmuseum zich bij de oprichting in 1912 stelde, brandde een gevoel van urgentie. De samenleving was in een rap tempo aan het veranderen en de laatste resten van het ‘oorspronkelijke Nederland’ leken ternauwernood te redden. Overeenkomstige drijfveren lagen ten grondslag aan de oprichting van bijvoorbeeld de Nederlandse Oudheidkundige Bond (1899), Vereeniging tot Behoud van Natuurmonumenten (1905), de Bond Heemschut (1911) en Vereniging De Hollandsche Molen (1923).

Het Nederlands Openluchtmuseum vertoonde in de praktijk door de jaren heen sterke samenhang met ontwikkelingen in de maatschappij en de wetenschap.6 Bij de oprichting overwoog het museum een indeling naar prehistorische stammen die Nederland eens bevolkten. Uiteindelijk koos men voor provincies met daarbinnen aandacht voor architectuur, kleding, dialecten en gebruiken. In de vaart van de sociale geschiedenis werden vanaf de jaren 1970 mensen in plaats van dingen centraal gezet, waaronder landarbeiders, vrouwen en kinderen. Vanaf 1995 legde het museum de focus meer op de hedendaagse geschiedenis.7

Decennialang stelde het museum Nederland voor als een verzameling groepen, intern min of meer homogeen. Naar buiten toe verschilden die groepen van elkaar in de door het museum benadrukte aspecten. Terugkijkend bestond er in werkelijkheid veel meer diversiteit binnen die gemeenschappen. Tegelijkertijd waren er tussen leden van verschillende gemeenschappen veel meer gelijkenissen en verwevenheden. De erkenning van tegelijkertijd die diversiteit én die verwevenheid is de laatste jaren centraler komen te staan in de visie van het Nederlands Openluchtmuseum en in het collectiebeleid.

CULTUURHISTORISCH WAARDEVOL

Naast initiatieven om cultureel erfgoed en cultuurlandschap te behouden, vond er begin twintigste eeuw stevig debat plaats over de waarde en betekenis van kunsthistorische en historische collecties binnen het museumbestel. De tendens om kunstvoorwerpen hoger aan te slaan dan historische en volkskundige voorwerpen kwam bijvoorbeeld in 1916 tot uitdrukking in het afstoten van streekdrachten door het Rijksmuseum aan het Nederlands Openluchtmuseum.8 Historicus Johan Huizinga pleitte in 1920 fel voor het gelijkwaardig waarderen en zij aan zij presenteren van voorwerpen van kunst en geschiedenis.9 Opmerkelijk is de actualiteit van zijn betoog; nog steeds krijgen kunst en kunsthistorische beschouwing meer aandacht en waardering dan het alledaagse gebruiksvoorwerp en de cultuurhistorische analyse. De hoge publieke waardering voor het Nederlands Openluchtmuseum bewijst echter hoezeer mensen geïnteresseerd zijn in en het belang zien van alledaagse geschiedenis en geboeid zijn door de wijze waarop die in het museum beleefd kan worden.

Het meer dan honderdjarig bestaan van het Nederlands Openluchtmuseum resulteert in een karakteristieke collectie van hoge cultuurhistorische waarde voor Nederland. De museale gebouwen bieden door hun schaal en uitstraling een natuurlijke omgeving aan de voorwerpen en het dagelijks leven die daarin getoond worden. De roerende collectie van het Nederlands Openluchtmuseum bestaat voor een belangrijk deel uit gebruiksvoorwerpen die met elkaar een nationale verzameling vormen op het gebied van kleding, ontwikkeling, zingeving en ontspanning, werken en wonen. De unieke documentaire collectie verbindt de onroerende en roerende collectie en plaatst deze in een breder perspectief. Samen vormen deze onderdelen een laagdrempelige omgeving met vele mogelijkheden tot verdieping.

3.1 HERKOMSTONDERZOEK

In 1998 vroeg de Nederlandse Museumvereniging haar leden onderzoek te verrichten naar de verwerving van kunstvoorwerpen in de periode 1940-1953, zo ook het Nederlands Openluchtmuseum. De eindrapportage vond plaats in juli 2007.

Vanaf 2009 is opnieuw onderzoek gedaan naar mogelijk onrechtmatige museale verwervingen in relatie tot de Duitse bezetting, waarbij de onderzoeksperiode werd verruimd: van 1933 tot 1940 en van 1948 tot heden. Het doel was om te komen tot een inventarisatie van voorwerpen waarvan de herkomstgeschiedenis verwijst naar roof, confiscatie, gedwongen verkoop of naar andere verdachte omstandigheden die hebben plaatsgevonden vanaf 1933 tot en met het einde van de Tweede Wereldoorlog. Het herkomstonderzoek door het Nederlands Openluchtmuseum werd afgerond in oktober 2012.

Van enkele voorwerpen is vastgesteld dat het mogelijk om onvrijwillig bezitsverlies gaat. Maar omdat alledaagse voorwerpen weinig uniek zijn en een geringe herkenningswaarde hebben, zij in grote oplage worden vervaardigd en een groot verspreidingsgebied kennen, is dit niet onomstotelijk aantoonbaar. Van zes collectiestukken is niet met zekerheid vast te stellen dat de herkomst onproblematisch is. Het betreft zes schilderijen, die om deze reden zijn gepubliceerd op de website musealeverwervingen.nl.10

Herkomstonderzoek en eigendomsgeschiedenis blijven actueel. Ook bij nieuwe verwervingen onderzoekt het Nederlands Openluchtmuseum de eigendomsgeschiedenis van voorwerpen, omdat het museum ervan overtuigd is dat dit hoort bij zijn verantwoordelijkheden. Wanneer collectiestukken worden afgestoten, wordt in de afstotingsprocedure altijd herkomstonderzoek gedaan, waarbij een mogelijk dubieuze herkomst aan het licht kan komen. Met bovengenoemde, zorgvuldige procedures voldoet het Nederlands Openluchtmuseum eveneens aan de internationale afspraken over inspanningsverplichtingen van musea om de herkomst van de collectie na te gaan.11

4. SAMENSTELLING VAN DE COLLECTIE

De collectie van het Nederlands Openluchtmuseum bestaat uit een onroerend, een roerend en een documentair deel. De onroerende en roerende collectie zijn grotendeels rijkscollectie. De documentaire collectie/bibliotheek is eigendom van het Nederlands Openluchtmuseum. Naast de roerende rijkscollectie beheert het museum een rekwisietencollectie (zie hoofdstuk 7.1).12 Het Nederlands Openluchtmuseum hanteert geen indeling in kerncollecties en werkt evenmin met deltaplancategorieën, omdat deze voor de specifieke collectie onvoldoende toepasbaar zijn.13

4.1 DE ONROERENDE COLLECTIE

De combinatie van onroerend en roerend erfgoed behoort tot de essentie van een openluchtmuseum. Vanaf 1912 lag de nadruk aanvankelijk vooral op het redden van gebouwen en voorwerpen van het platteland, voordat deze definitief verdwenen zouden zijn als gevolg van de industriële ontwikkelingen. De aandacht bij de gebouwen ging destijds hoofdzakelijk uit naar bouwkundige kenmerken. Het referentiekader werd sterk bepaald door de toen heersende opvattingen over traditionele en/of regionale ideaaltypen.

Tegenwoordig beschouwt het Nederlands Openluchtmuseum de gebouwen integraal; zo zijn de bouwkundige en architectonische kenmerken belangrijk voor de herkenbaarheid. De bouwhistorie en afleesbaarheid daarvan zijn belangrijk om de gebruiks- en bewoningsgeschiedenis van een pand te kunnen vaststellen. Daarnaast is het gebouw een ‘drager van verhalen’, te plaatsen in een cultuurhistorische context of historische ontwikkeling. Idealiter is ook de biografie van de bewoners of gebruikers te documenteren en is (een deel van) de inrichting nog aanwezig. Naarmate al deze componenten beter vast te stellen en beschikbaar zijn en meer samenvallen, neemt de ensemblewaarde toe en wordt de cultuurhistorische betekenis van een gebouw groter en de erfgoedwaarde hoger. Om recht te doen aan de waarde van de onroerende collectie is de functie conservator museale gebouwen, landschap, infrastructuur en groen in het leven te geroepen. Met ingang van 2022 is deze conservator onder meer verantwoordelijk voor het beheer van deze collectie.

Formeel is de onroerende collectie eigendom van de Nederlandse staat, waarbij het Nederlands Openluchtmuseum verantwoordelijk is voor beheer, behoud, beschrijving en presentatie. Behalve de gebouwen die tot de rijkscollectie behoren, is er een klein aantal gebouwen dat niet tot museale collectie behoort, maar wel gebruikt wordt voor museale presentaties.

Een korte beschrijving van elk museaal gebouw is te vinden op de website van het Nederlands Openluchtmuseum.14 In Buitenkansen (1999) is het profiel van de onroerende collectie van het Nederlands Openluchtmuseum beschreven en geanalyseerd. De oorspronkelijke doelstellingen en focus van het museum leidden tot een gezichtsbepalende verzameling gebouwen uit landelijk gebied.

Ruim driekwart van de onroerende collectie komt van buiten de Randstad en bijna de helft had oorspronkelijk een agrarische bedrijfsvoering.15 Het streven naar regionale en typologische vertegenwoordiging van boerderijen behoorde vele decennia tot de uitgangspunten van het verzamelbeleid van het Nederlands Openluchtmuseum. Toch ontbreken agrarische bedrijven uit Zeeland en uit de twintigste-eeuwse polders. De provincie Utrecht is nauwelijks vertegenwoordigd.

Tot de collectie behoren twaalf molens.16 Grotere en kleinere gebouwen met een stedelijke achtergrond zijn in de minderheid. Op vijftien locaties staat een stedelijk verhaal centraal. In het Nederlands Openluchtmuseum zijn negen locaties met een migratieverhaal en op vier locaties is het centrale onderwerp de koloniale geschiedenis.

De meeste gebouwen dateren uit de periode voor 1900. Sommige onderdelen van gebouwen zijn bijzonder oud en zeldzaam. Dit geldt bijvoorbeeld voor de gebinten in de boerderijen uit Zeijen, Harreveld en Beltrum en het boerderijskelet uit Vragender.

Op zeventien locaties vertelt het museum een naoorlogs verhaal. Het deel van de museale gebouwen dat uit de naoorlogse periode stamt, is echter veel kleiner. Om de collectie en presentaties van

het Nederlands Openluchtmuseum in de toekomst relevant en aantrekkelijk te houden is het van belang te zorgen voor verbreding en actualisering van de gebouwde collectie. Sinds 1999 heeft het Nederlands Openluchtmuseum daar concreet invulling aan gegeven, bijvoorbeeld door de overplaatsing van de boerderij en het zomerhuis uit Hoogmade, de Molukse Barak uit Lage Mierde, de overslagloods van Van Gend en Loos uit Tiel en de watersnoodwoning uit Raamsdonksveer.

4.2 DE ROERENDE COLLECTIE

De roerende collectie telt ruim 154.000 cultuurhistorische voorwerpen.17 Formeel is de roerende collectie eigendom van de Nederlandse staat. Het Nederlands Openluchtmuseum is verantwoordelijk voor beheer, behoud, beschrijven en toegankelijk maken van dit rijksbezit, onder andere door presentaties. Er zijn voorwerpen vertegenwoordigd van de zestiende eeuw tot nu, waarbij de meeste collectiestukken dateren uit de periode 1800-1960. De periode na 1960 is nog onvoldoende vertegenwoordigd.

Indeling in vier domeinen

Tot 2011 was de roerende collectie opgesplitst in zes aandachtsgebieden. In 2011 is gekozen voor een indeling in vier domeinen, te weten Kleding, Ontwikkeling, Zingeving en Ontspanning (OZO), Werken en Wonen. Het gaat hier om universele noodzakelijkheden en behoeften waaraan vorm wordt gegeven in het dagelijks leven, steeds weer op een andere manier, maar ook steeds volgens herkenbare patronen. De domeinen hebben daardoor een interdisciplinaire invulling. Door de invoering van de vier domeinen werd duidelijker welke voorwerpen onder de inhoudelijke verantwoordelijkheid van welke conservatoren vielen. Het domein bepaalt welke conservator primair verantwoordelijk is voor of betrokken is bij: inhoudelijke beschrijving en toegankelijk maken van collectiestukken verwerving en afstoting conservering en restauratie

Deze verantwoordelijkheid hoort bij de functie, niet bij de persoon. In de afgelopen tien jaar is naar tevredenheid gewerkt met deze indeling van de roerende collectie. Wel is gebleken dat binnen het domein Kleding onvoldoende ruimte en tijd beschikbaar waren om de zeer gewenste collectie modekleding op te bouwen. Met ingang van 2022 heeft het Nederlands Openluchtmuseum daarom gekozen voor twee conservatoren binnen dit domein, met ieder een eigen inhoudelijke focus: streekgebonden kleding en modekleding.

Het uitgangspunt is dat alle collectiestukken aan een domein zijn toe te kennen. Ieder object wordt aan één domein toegewezen. De functie of het gebruik van een voorwerp bepaalt in welk domein het voorwerp ingedeeld wordt. Om voorwerpen goed te kunnen indelen is besloten om daarbij de volgende volgorde te hanteren:

1. De (hoofd)functie/het gebruik van een voorwerp prevaleert boven andere kenmerken. Dit vanuit het idee dat het museum voorwerpen vooral verzamelt vanwege hun gebruik of toepassing;

2. Objectcategorie of vorm;

3. De inhoudelijke waarde van een voorwerp nu (de reden waarom dit voorwerp nu betekenis heeft);

4. Materiaal is ondergeschikt aan functie, vorm en inhoudelijke waarde. De consequentie van bovenstaande keuzes is dat individuele voorwerpen, ook die binnen bredere ensembles vallen,18 onder de inhoudelijke verantwoordelijkheid vallen van de conservator van het domein waar de inhoudelijke expertise zit over die objectcategorie. Bijvoorbeeld een crucifix in een bedrijfsinventaris die niet tot de verkoopartikelen behoort, maar gerelateerd is aan de religieuze achtergrond van de eigenaar, valt onder het domein OZO.

Het domein Kleding vraagt om een nadere afbakening. In principe vallen alle kleding en sieraden onder het domein Kleding, met uitzondering van kleding die speciaal ontworpen voor of toegesneden

is op de uitoefening van een specifiek beroep en behoort tot een groter ensemble (domein Werken) of bepaalde sport(vereniging) (domein OZO). Dat betekent dat streekgebonden kleding en modekleding, maar ook gelegenheidskleding en kleding die bij specifieke kerkelijke of persoonlijke hoogtijdagen (huwelijk, doop, etc.) hoort, onder het domein Kleding vallen.

Voorwerpen en accessoires die mensen bewust afstemmen op hun kleding, zoals schoeisel, een sierlijke wandelstok, streekgebonden kerkbijbel, zakhorloge, parasol en handtas, en die veelal ook aan mode onderhevig zijn, vallen ook onder het domein Kleding. Dit geldt ook voor andere modegevoelige toevoegingen die mensen doen aan hun uiterlijk, waarbij het nadrukkelijk gaat om het visuele eindresultaat. Voorbeelden zijn make-up, piercing, haarstukje en plaknagel. Brillen behoren ook tot het domein Kleding; monturen zijn aan mode onderhevig, een bril vormt een wezenlijk onderdeel van de uiterlijke verschijning. Brillen als onderdeel van een artsenuitrusting of in relatie tot artsen, opticiens of winkeliers vallen toe aan het domein Werken. Echter, de noodzakelijke materialen en voorwerpen die thuis gebruikt worden om een bepaald uiterlijk te verkrijgen, vallen onder het domein Wonen in de deelcollectie lichaamsverzorging en persoonlijke hygiëne. Voorbeelden zijn een epileerapparaat, scheerapparaat, föhn, potje nagellak en beautycase.

Het ‘Ensemble miniaturen Jan Duyvetter’ verdient een aparte vermelding. Het ensemble is vernoemd naar voormalig kledingconservator Jan Duyvetter (1915-1985), die van 1947 tot 1979 werkzaam was in het Nederlands Openluchtmuseum. Het ensemble bestaat voornamelijk uit de 660 miniatuurobjecten die Duyvetter kant en klaar verzamelde of zelf vervaardigde voor tentoonstellingen in het museum. Het gaat primair om poppen, poppenkleding en onderdelen van poppen (Domein Kleding). Daarnaast bevat het ensemble miniatuurmeubels en miniatuurgebruiksvoorwerpen die ondersteunend waren aan de poppen (Domein Wonen). Dit ensemble is van belang voor de museumgeschiedenis van het Nederlands Openluchtmuseum en illustreert een breed museologisch fenomeen dat lange tijd gangbaar was in veel musea.

Indeling in deelcollecties

Binnen de indeling van de roerende collectie in domeinen, werkt het Nederlands Openluchtmuseum met deelcollecties. Een deelcollectie komt binnen de eigen museale context tot stand en is een hulpmiddel om de collectie te ordenen en collectiebeleid te formuleren. Ieder voorwerp behoort tot ten minste een deelcollectie. In de periode tot en met 2024 zullen de conservatoren de voorwerpen die nog niet zijn ingedeeld alsnog toekennen aan een deelcollectie binnen het domein waarvoor zij verantwoordelijk zijn.

Hieronder volgt van elk domein en elke deelcollectie een beschrijving die zo mogelijk wordt afgesloten met de richtingen waarin deze zich nog verder zal ontwikkelen. De deelcollecties zijn gesorteerd in alfabetische volgorde. In principe zijn alle deelcollecties van belang voor het Nederlands Openluchtmuseum, tenzij anders wordt vermeld. Daar waar dit bekend is, wordt expliciet melding gemaakt van de betekenis van een deelcollectie voor Nederland of de waarde in internationaal perspectief. Dit oordeel kwam onder meer tot stand op basis van kennis van de Nederlandse erfgoedcollecties, privécollecties en contacten met collega-musea. In de beschrijvingen is steeds aangegeven of deelcollecties gesloten zijn of in welke richting er plannen zijn ten aanzien van versterking van de deelcollectie, hetzij door verzamelen, hetzij door afstoten.

Per deelcollectie wordt, indien relevant, de vergelijkingswaarde benoemd. Een vergelijkings(deel) collectie kan gebruikt worden voor het determineren van gerelateerde voorwerpen in andere collecties,

nationaal en internationaal.19 Ook afzonderlijke voorwerpen kunnen een hoge vergelijkingswaarde hebben.

Ten slotte is steeds kort vermeld wat globaal de fysieke staat is en of de deelcollectie voldoende inhoudelijk beschreven is. Alle voorwerpen zijn ten minste beschreven in het collectieregistratiesysteem Adlib. De mate van inhoudelijke beschrijving loopt sterk uiteen. COLLECTIEPLAN

4.2.1 DOMEIN KLEDING

Het domein Kleding valt met ingang van de beleidsperiode 2021-2028 uiteen in twee specialismen met ieder een eigen conservator: modekleding en streekgebonden kleding. In totaal gaat het om bijna 28.000 voorwerpen. Vanaf de oprichting heeft het Nederlands Openluchtmuseum kleding, sieraden en accessoires verzameld, waarbij de focus decennialang lag op streekgebonden kleding. De deelcollectie modekleding is vooralsnog beperkt in omvang en ook wat betreft betekenis. In de beleidsperiode 2021-2028 zal voor deze deelcollectie een inhaalslag worden ingezet om deze te versterken tot een deelcollectie modekleding van nationaal belang. In de beleidsperiode 2021-2028 worden de voorwerpen in het schemergebied tussen streekgebonden kleding en modekleding nader bekeken, waarbij de inhoud van de verschillende deelcollecties gedeeltelijk nog kan verschuiven.

De voorwerpen binnen het domein Kleding dateren globaal uit de periode van de zeventiende eeuw tot heden, waarbij het zwaartepunt van de deelcollectie streekgebonden kleding tussen 1850 en 1950 ligt. Voor modekleding is 1950 een belangrijk scharnierpunt, vanwege de ontwikkelingen die de algemene mode vanaf het eind van de jaren vijftig doormaakt. Er is nauwe samenhang met enkele groepen voorwerpen binnen de documentaire collectie, zoals stofstalen en patroontekeningen.

Ten opzichte van het vorige collectieplan Kiezen en Delen zijn sommige deelcollecties (zoals waaiers en sitsen) bij andere verzamelingen ondergebracht en zijn er nieuwe deelcollecties gevormd. Ongedragen kledingstukken en accessoires die onderdeel vormen van bijvoorbeeld een winkelinventaris of werkkleding die is verworven als onderdeel van een ambachtswerkplaats vallen nu onder het domein Werken.

Handgebreide meisjestrui van gele wol, 1950–1970. Vervaardigd door Mieke Lunenborg-Coltof uit Bathmen (N.3807).

Foto: Nederlands Openluchtmuseum

Het Nederlands Openluchtmuseum streeft naar een betekenisvolle deelcollectie op het gebied van kleding. Daarom worden bij voorkeur ensembles met biografische en gebruiksinformatie verzameld. Naast contextrijke voorwerpen zal het museum ook kenmerkende voorbeelden van kledingstukken verzamelen die aansluiten bij het steeds sneller veranderende modebeeld na 1950. Ook zal het museum in de beleidsperiode 2021-2028 de verzameling Kleding versterken door het verder afstoten van (in het museum vervaardigde) kopieën van streekgebonden kleding. Hiertoe zijn anno 2021 al ongeveer 260 voorwerpen voor afstoting gemarkeerd. De deelcollectie wordt verder versterkt door voor zover mogelijk contextarme collectiestukken te vervangen door contextrijke voorwerpen.

Binnen het domein Kleding heeft de zogenoemde ‘collectie HM’ een groot aandeel. Dit is een permanente bruikleen van de Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje-Nassau aan het Nederlands Openluchtmuseum. Deze verzameling werd bijeengebracht door de inmiddels opgeheven Stichting Nederlandse Volksklederdrachten Collectie Koningin Wilhelmina en bevat zowel streekdracht als modekleding.

DEELCOLLECTIE: BEROEPSKLEDING EN UNIFORMEN

Korte beschrijving

Het Nederlands Openluchtmuseum beheert kledingstukken en accessoires die niet behoren tot de Nederlandse streekdrachten en die evenmin de algemene mode volgen. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om meer functionele kleding, zoals de kleding van dienstbodes en ander huispersoneel, de beroepsgebonden kleding die niet tot ensembles uit het domein Werken behoort, ambtskleding en wezenkleding. Al deze categorieën zijn samengebracht in een deelcollectie van ruim 110 collectiestukken. Deze deelcollectie behoort deels tot de rijkscollectie en gedeeltelijk tot de zogenoemde ‘collectie HM’.

Cultuurhistorische waarde

De cultuurhistorische waarde van deze deelcollectie moet nader worden onderzocht.

Verzamelbeleid

In de beleidsperiode 2021-2028 zal de conservator modekleding een profiel opstellen voor de gewenste deelcollectie, hierover afstemmen met de conservator van het domein Werken en met andere musea. Het is wenselijk om voorwerpen zonder gebruikscontext nader te onderzoeken; mogelijk komen voorwerpen in aanmerking voor afstoting. Er zal nieuw, actief verzamelbeleid worden geformuleerd voor deze deelcollectie.

Registratie en fysieke staat

Alle kledingstukken, sieraden en accessoires zijn op basisregistratieniveau beschreven. Van deze deelcollectie verkeert 79% van de collectiestukken in goede fysieke staat, 18% in matige staat, 3% in slechte staat.

Recente en toekomstige activiteiten

De al aanwezige ambtskleding, beroepskleding, uniformen en wezenkleding in de museumcollectie zal in de beleidsperiode 2021-2028 beter in kaart gebracht en beschreven worden. Ook zal geïnventariseerd worden wat er in andere erfgoedcollecties aanwezig is en welke ontwikkelingen er op het gebied van beroepskleding en uniformen hebben plaatsgevonden.

DEELCOLLECTIE: MODE-ICONOGRAFIE

Korte beschrijving

De deelcollectie mode-iconografie van 82 stuks bestaat vooral uit schilderijen, (mode)prenten en tekeningen van algemeen gedragen modekleding, accessoires en sieraden. Deze voorwerpen dienen als referentiemateriaal voor de deelcollectie modekleding. De afbeeldingen geven specifieke informatie over de gedragen kleding, maar zeggen ook meer in het algemeen iets over het tijdsbeeld waar de kleding in past.

Cultuurhistorische waarde

De deelcollectie mode-iconografie is een waardevolle vergelijkingscollectie. Met name de stukken uit de periode na 1950 sluiten aan bij de gewenste uitbreiding/aanvulling van de deelcollectie algemene modekleding.

Verzamelbeleid

Er wordt actief-selectief voor deze deelcollectie verzameld. Alleen afbeeldingen met documentaire waarde die aansluiten bij het meer alledaagse modebeeld in en buiten de stedelijke omgeving komen in aanmerking voor opname in de collectie.

Afbeeldingen van algemene, niet-Nederlandse modekleding worden aangemerkt voor afstoting.

Registratie en fysieke staat

De objecten binnen deze deelcollectie zijn op basisregistratieniveau ontsloten. Van deze deelcollectie verkeert 90% van de collectiestukken in goede fysieke staat, 7% in matige staat, 3% in slechte staat.

Recente en toekomstige activiteiten

De komende beleidsperiode zal gewerkt worden aan het online plaatsen van beschrijvingen van rechtenvrije voorwerpen. Er zullen aansprekende voorbeelden worden verzameld die de deelcollectie algemene modekleding versterken. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan reclamemateriaal als affiches, prijscouranten en folders van winkelmagazijnen en modemerken.

DEELCOLLECTIE: MODEKLEDING

Korte beschrijving

Tot en met 2020 lag de nadruk voor het domein Kleding op streekgebonden kleding in Nederland. Meer algemeen gedragen kleding is in het museum in de afgelopen decennia wisselend verzameld. Een zuivere scheiding tussen streekgebonden kleding en algemene kleding is voor de periode waarin streekdracht werd gedragen voor sommige regio’s niet altijd mogelijk. De deelcollectie modekleding bestaat uit ruim 5100 voorwerpen. In deze deelcollectie bevinden zich enkele aansprekende ensembles, zoals de kinderkleding van Kees Slot (*1961), de kindersieraden van Hetty Jansen (*1949) en een garderobe van het gezin Terwisga uit het midden van de twintigste eeuw. Er is een klein aantal bevrijdingsrokken en andere met de Tweede Wereldoorlog verbonden kleding. Op het lichaam gedragen accessoires zoals brillen en polshorloges worden eveneens tot deze deelcollectie gerekend. Ook archeologische kledingstukken en accessoires zijn hier ondergebracht, evenals bijvoorbeeld de kotomisi. De deelcollectie modekleding behoort deels tot de rijkscollectie en gedeeltelijk tot de zogenoemde ‘collectie HM’.

Cultuurhistorische waarde

De kleding van veel Nederlanders bestond na 1950 vooral uit confectie en zelfmaakmode en was deels internationaal georiënteerd. De categorieën confectie en zelfmaakmode zijn binnen de museale collectie spaarzaam vertegenwoordigd. Het ligt voor de hand en is wenselijk dat het Nederlands Openluchtmuseum zich hierop richt.

Verzamelbeleid

In de periode 2021-2028 zal de algemene kledingcollectie meer aandacht krijgen binnen het collectiebeleid van het Nederlands Openluchtmuseum. Het doel is om de deelcollectie te versterken met aansprekende kledingstukken en accessoires uit de periode na 1950 die veranderingen in kleedgedrag en de ontwikkelingen in het algemene modebeeld weerspiegelen. Daarbij zal het Nederlands Openluchtmuseum zich meer richten op de stedelijke omgeving. Daarom zal in de beleidsperiode 2021-2028 een profiel worden opgesteld voor de gewenste deelcollectie, met plannen om te komen tot een deelcollectie modekleding van nationaal belang.

Registratie en fysieke staat

Alle kledingstukken, sieraden en accessoires zijn op basisregistratieniveau beschreven. Van deze deelcollectie verkeert 81% van de collectiestukken in goede fysieke staat, 15% in matige staat, 4% in slechte staat.

Recente en toekomstige activiteiten

De al aanwezige algemene modekleding in de museumcollectie zal in de beleidsperiode 2021-2028 beter in kaart gebracht en beschreven worden. Pagina-einde

DEELCOLLECTIE: STREEKDRACHTICONOGRAFIE

Korte beschrijving

De deelcollectie streekdrachticonografie bestaat behalve uit ruim 2000 schilderijen, prenten en tekeningen ook uit driedimensionale voorwerpen waarop streekdracht is afgebeeld, variërend van een koffiemok tot een placemat uit een pannenkoekenhuis. De afbeeldingen geven informatie over de gedragen kleding maar zeggen ook iets over de betekenis van streekdracht, bijvoorbeeld als icoon voor (een deel van) Nederland of als symbool van bepaalde deugden en waarden.

Cultuurhistorische waarde

Deze deelcollectie is een belangrijke vergelijkingscollectie. Met name de voorwerpen uit de periode van voor de fotografie zijn een waardevolle bron. Daarnaast illustreren deze voorwerpen hoe de verbeelding van streekdrachticonen (inter)nationaal een symbolische betekenis krijgen, zoals Frau Antje symbool wordt voor Nederland en het Zeeuws Meisje staat voor de deugd spaarzaamheid.

Verzamelbeleid

Er wordt selectief, maar actief voor deze deelcollectie verzameld. Alleen afbeeldingen met documentaire waarde en voorwerpen met iconische betekenis komen in aanmerking voor opname in de collectie. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt in de periode voor of na 1960. Er worden voorbeelden verzameld die herkenning oproepen. Te denken valt aan een boterkuipje met een afbeelding van het Zeeuws meisje. Voorstellingen van buitenlandse drachten zonder link met Nederlandse streekdrachten zijn aangemerkt voor afstoting.

Registratie en fysieke staat

De voorwerpen binnen deze deelcollectie zijn op basisregistratieniveau beschreven. Van deze deelcollectie verkeert 89% van de voorwerpen in goede fysieke staat en 11% in matige staat.

Recente en toekomstige activiteiten

In de beleidsperiode 2021-2028 zal gewerkt worden aan het beschrijven en online vindbaar maken van voorwerpen uit de deelcollectie streekdrachticonografie.

DEELCOLLECTIE: STREEKDRACHTPOPPEN

Korte beschrijving

Het Nederlands Openluchtmuseum beheert ruim 200 aangeklede miniatuurpoppen in verschillende Nederlandse streekdrachten en honderden losse kledingstukken en sieraden voor streekdrachtpoppen. In totaal gaat het om ruim 770 voorwerpen. De deelcollectie streekdrachtpoppen behoort deels tot de rijkscollectie en gedeeltelijk tot de zogenoemde ‘collectie HM’.

Cultuurhistorische waarde

De deelcollectie streekdrachtpoppen kan als referentie dienen voor de deelcollectie streekdracht. De erfgoedwaarde van de poppen is wisselend. Er zijn goede voorbeelden, met kledingstukken en sieraden die in correcte lichaamsverhouding zijn en waarbij gebruik is gemaakt van authentieke materialen. Er zijn ook minder geslaagde exemplaren, waarbij proporties niet kloppen en stoffen sterk afwijken van de in de drachten gebruikte materialen. De poppen dragen voornamelijk zondagse dracht of gelegenheidskleding. Er is vrijwel geen daagse dracht of werkdracht vertegenwoordigd. Net als bij de streekdrachtencollectie is er geen sprake van een landelijke dekking of evenredige geografische spreiding over Nederland.

Naast de referentiefunctie zijn er meer betekenissen van de streekdrachtpoppen, zoals verbondenheid met identiteit of in de functie van icoon. Voor iemand die vanuit de provincie naar de randstad is verhuisd, kan een pop in dracht uit de geboortestreek een functie hebben als verbinding met de afkomst. Of de dracht van de pop verwijst naar de dracht van moeder of oma en heeft op die manier een emotionele lading. Vanuit dit gezichtspunt zijn er raakvlakken met het domein OZO.

Van de meeste poppen en losse kledingstukken is bekend van wie ze zijn verworven. Helaas zijn de vervaardigers niet altijd bekend. Voor een afgewogen waardering is het van belang om te weten of een streekdrachtpop binnen de streekdrachtgemeenschap is vervaardigd, of een interpretatie is van iemand van buiten de gemeenschap. In veel lokale en regionale musea zijn voorbeelden aanwezig van poppen in lokale of regionale dracht. Ze zijn niet zeldzaam en worden ook aan het Nederlands Openluchtmuseum regelmatig aangeboden.

Verzamelbeleid

Er wordt alleen passief op deze deelcollectie verzameld. Alleen poppen met een sterk verhaal of bijzondere exemplaren komen in aanmerking voor verwerving. Er wordt hierbij geen onderscheid gemaakt in de periode voor of na 1960.

Enkele in het Nederlands Openluchtmuseum vervaardigde poppenkledingstukken zijn aangemerkt voor afstoting. Het is een wens om in het museum vervaardigde poppenkleding en losse stukken zonder herkomstgegevens nader te onderzoeken en te selecteren voor afstoting.

Registratie en fysieke staat

Alle poppen en afzonderlijke poppenkledingstukken zijn op basisregistratieniveau beschreven. De losse onderdelen zijn redelijk beschreven. Een selectie van de aangeklede poppen en kledingsets is online vindbaar via Collectie Gelderland.20 In 1993-94 zijn de op dat moment aanwezige streekdrachtpoppen geconserveerd. Van deze deelcollectie verkeert 81% van de voorwerpen in

goede fysieke staat, 15% in matige staat, 4% in slechte staat. De moderne poppen zijn gemaakt van kunststoffen, die op den duur problemen op het gebied van behoud kunnen opleveren.

Recente en toekomstige activiteiten

Er zijn veel losse onderdelen waarvan onderzocht moet worden of ze te verbinden zijn met streekdrachtpoppen in de collectie. Het is wenselijk om in de beleidsperiode 2021-2028 de resterende poppen en losse kledingstukken en sieraden beter te beschrijven en online beschikbaar te stellen.

DEELCOLLECTIE: STREEKGEBONDEN KLEDING

Korte beschrijving

Het Nederlands Openluchtmuseum beheert de grootste verzameling Nederlandse streekdrachten in Nederland. Deze bestaat uit streekgebonden kleding, sieraden en accessoires, van de achttiende tot en met de 21ste eeuw. In totaal gaat het om bijna 19.500 voorwerpen. De kleding en sieraden behoren voornamelijk tot de zondagse dracht of gelegenheidskleding. Er is vrijwel geen daagse dracht of werkdracht vertegenwoordigd. Er is geen sprake van een landelijke dekking of evenredige spreiding over de twaalf provincies. Van de meeste kledingstukken is de verwervingsbron bekend, maar gegevens over dragers en vervaardigers zijn zelden vastgelegd. De deelcollectie streekgebonden kleding en sieraden behoort deels tot de rijkscollectie en gedeeltelijk tot de zogenoemde ‘collectie HM’.

Cultuurhistorische waarde

De deelcollectie is binnen het Nederlands Openluchtmuseum een belangrijke verzameling en de erfgoedwaarde is hoog. Het is de meest omvangrijke en diverse verzameling op dit gebied in Nederland. De cultuurhistorische waarde wordt vergroot door de uitgebreide documentatie die binnen het museum aanwezig is.

Verzamelbeleid

Er wordt actief op deze deelcollectie verzameld. Er wordt hierbij geen onderscheid gemaakt in de periode voor of na 1960. Incidenteel wordt een voorbeeld verzameld van een nieuw ontwerp dat geïnspireerd is op streekdracht. In het Nederlands Openluchtmuseum vervaardigde (en in opdracht van het Nederlands Openluchtmuseum vervaardigde) kleding zal worden afgestoten. Losse kledingstukken en accessoires zonder gebruikscontext en van niet-Nederlandse drachten komen eveneens in aanmerking voor afstoting.

Registratie en fysieke staat

Alle kledingstukken, sieraden en accessoires zijn op basisregistratieniveau beschreven. Van deze deelcollectie verkeert 80% van de collectiestukken in goede fysieke staat, 16% in matige staat, 4% in slechte staat.

Recente en toekomstige activiteiten

Medio 2021 was ongeveer een kwart van de beschrijvingen van deze deelcollectie online beschikbaar. Het online plaatsen van beschrijvingen van kledingstukken en sieraden is een speerpunt in de beleidsperiode 2021-2028. Daarnaast zal bekeken worden of voor bepaalde objectcategorieën hulp van externe experts kan worden ingeroepen om de database te verrijken met kennis op het gebied van een bepaalde dracht/streek of materiaal/techniek. Nu de laatste draagsters van streekgebonden kleding snel verdwijnen, is het belangrijk om te onderzoeken wat er in het streekdrachtveld nog aan kennis is om deze voor de toekomst te documenteren.

4.2.2 DOMEIN ONTWIKKELING, ZINGEVING EN ONTSPANNING

Het domein Ontwikkeling, Zingeving en Ontspanning (OZO) is ingedeeld in drie subdomeinen. Onder Ontwikkeling vallen de deelcollecties die te maken hebben met opgroeien, onderwijs, zelfontplooiing, liefde en seksualiteit. Onder Zingeving schaart het museum deelcollecties die met innerlijk leven en drijfveren verbonden zijn: geloof en zingeving, rituelen en feesten, Koninklijk Huis en oranjegevoel. Ontspanning behelst deelcollecties gerelateerd aan vrijetijdsbesteding: activiteiten die ontplooid worden omdat mensen daaraan plezier ontlenen. Het gaat in totaal om ruim 38.200 voorwerpen. De voorwerpen in het domein OZO dateren grotendeels uit de periode vanaf de zestiende eeuw. Binnen dit domein zijn voorwerpen tussen 1850 en 1950 ruim vertegenwoordigd. De periode na 1960 is ondervertegenwoordigd.

Ten opzichte van het collectieplan Kiezen en Delen zijn sommige deelcollecties herschikt of samengenomen en zijn de voorwerpen uit de deelcollecties volkskunst en de verzameling Wiegersma (zie ook hoofdstuk 2) naar functie herverdeeld over de domeinen. Daarnaast is ervoor gekozen om rookgerei te verplaatsen naar het domein Wonen. Het lijkt verstandig om in de nabije toekomst na te denken of het wenselijk is een deelcollectie (politieke) ideologie te creëren voor de periode 1850-1970, ten dele als tegenhanger van de deelcollectie religieuze cultuur.

In de beleidsperiode 2021-2028 zal collectiebeleid geformuleerd worden voor de nieuwe deelcollectie liefdesrelaties en seksualiteit, het onderwerp sinterklaasviering binnen de deelcollectie rituelen en feesten, en voor de verzameling fietsen.

De deelcollecties memorabilia NOM, ex libris en fotografie rijkscollectie wat betreft het domein OZO dienen in de beleidsperiode 2021-2028 nader bekeken te worden met het oog op afstoting. De deelcollectie memorabilia Nederlands Openluchtmuseum zou geen rijkscollectie moeten zijn, maar dient bedrijfsarchief te worden. De deelcollectie ex libris is waarschijnlijk beter op haar plaats in een meer gespecialiseerde collectie. De voorwerpen binnen de deelcollectie fotografie rijkscollectie binnen het domein OZO lijken beter op hun plaats binnen andere domeinen, in een aantal gevallen zelfs in andere erfgoedcollecties.

In de periode tot en met 2024 zullen de 12.100 voorwerpen die nog niet zijn toegekend aan een deelcollectie onderverdeeld worden in de geformuleerde deelcollecties.

SUBDOMEIN: ONTWIKKELING

DEELCOLLECTIE: HANDWERK- EN NAAIGEREI

Korte beschrijving

Het Nederlands Openluchtmuseum beheert een grote deelcollectie van bijna 1200 benodigdheden voor textiele handwerken zoals naaien, haken, borduren en kantklossen. Het gaat om patronen en gereedschap zoals naaimachine, breinaald, breischede en haaknaald, en om voorwerpen om handwerkgerei op te bergen of scherpe delen ervan af te sluiten, zoals speldenkussen en breidop.

Cultuurhistorische waarde

Deze deelcollectie geeft context aan en inzicht in de benodigdheden bij het maken van textiele handwerken, waarvan het Nederlands Openluchtmuseum een belangrijke en omvangrijke deelcollectie beheert en die in diverse deelcollecties binnen de domeinen Kleding, OZO, Werken en Wonen vertegenwoordigd zijn. Deze voorwerpen zijn van belang om het ambacht en het vakvrouwschap in de textiele deelcollecties te duiden en inzichtelijk te maken.

Verzamelbeleid

Voor de deelcollectie handwerk- en naaigerei tot 1960 wordt uitsluitend passief verzameld. Slechts benodigdheden waarmee te illustreren is hoe in de collectie vertegenwoordigde handwerken vervaardigd werden, kunnen verworven worden, enkel wanneer die nog niet vertegenwoordigd zijn. Handwerk- en naaigerei van na 1960 wordt alleen passief verzameld, voor zover het belangrijke nieuwe ontwikkelingen illustreert op het gebied van handwerken in Nederland. De deelcollectie naaimachines tot 1960 is gesloten. Deze deelcollectie zou onderzocht moeten worden met het oog op versterking van de deelcollectie. Een representatieve, elektrische naaimachine van na 1980 is nog niet vertegenwoordigd en kan in de toekomst een waardevolle aanvulling vormen, bij voorkeur binnen een handwerk- of zelfmaakmode-ensemble. Er zijn enkele particuliere naaimachineverzamelingen in Nederland, maar geen geregistreerde musea die naaimachineverzamelingen beheren.

Registratie en fysieke staat

De deelcollectie handwerkgereedschappen zou idealiter in de toekomst beter beschreven moeten worden, mogelijk in samenwerking met particuliere verzamelaars op dit terrein. Dit heeft geen hoge prioriteit. Van deze deelcollectie verkeert 82% van de voorwerpen in goede fysieke staat, 15% in matige staat, 3% in slechte staat.

SUBDOMEIN: ONTWIKKELING DEELCOLLECTIE: LIEFDESRELATIES EN SEKSUALITEIT

Korte beschrijving

Tot deze deelcollectie behoren ruim 160 voorwerpen gerelateerd aan liefdesrelaties, seksualiteit, menstruatie, seksuele gemeenschap, gezinsplanning en overgang. Hiertoe behoren ook gepersonaliseerde siervoorwerpen die herinneren aan huwelijk(sjubilea). Deze deelcollectie is in opbouw; het aantal voorwerpen en thema’s dat op dit moment vertegenwoordigd is, is beperkt. Voorwerpen gerelateerd aan de huwelijksvoltrekking vallen onder de deelcollectie rituelen en feesten. Gebruiksvoorwerpen, al dan niet gekocht of gekregen ter gelegenheid van een huwelijk, en zaken die onderdeel waren van de huwelijksuitzet vallen onder het domein Wonen of Kleding. Bruidskleding behoort tot het domein Kleding.

Cultuurhistorische waarde

Binnen Nederlandse musea en andere culturele instellingen is weinig aandacht voor de materiële cultuur rondom seksualiteit en relatievormen. Dit geldt tot nu toe ook voor het Nederlands Openluchtmuseum. Met deze nieuwe deelcollectie wil het museum daar verandering in brengen. Het Amsterdam Museum beheert een aanzienlijke verzameling voorwerpen rondom Pride Amsterdam. Rijksmuseum Boerhaave in Leiden, Museum Rotterdam en Amsterdam Museum beheren enkele collectiestukken betreffende menstruatie, anticonceptie, seksueel overdraagbare aandoeningen en seksuele voorlichting. Een omvangrijke particuliere collectie seksgerelateerde voorwerpen bevindt zich in het Amsterdamse seksmuseum Venustempel.

Verzamelbeleid

Voor deze deelcollectie wordt passief en actief verzameld, met nadruk op de periode vanaf 1960, omdat juist op het gebied van liefdesrelaties, relatievormen en seksualiteit in de tweede helft van de twintigste eeuw grote veranderingen plaatsvinden onder invloed van emancipatie, groeiende welvaart, globalisering en ontkerkelijking. Het verzamelbeleid dient in de beleidsperiode 2021-2028 nader omschreven te worden.

Registratie en fysieke staat

De deelcollectie menstruatieproducten is goed beschreven. Van deze deelcollectie verkeert 87% van de voorwerpen in goede fysieke staat, 11% in matige staat, 2% in slechte staat.

Recente en toekomstige activiteiten

In de komende periode wordt onderzoek gedaan naar en algemeen verzamelbeleid opgesteld voor deze nieuwe deelcollectie als geheel en specifiek ten behoeve van de deelcollectie menstruatieproducten.

SUBDOMEIN: ONTWIKKELING

DEELCOLLECTIE: OPGROEIEN EN ONDERWIJS

Korte beschrijving

Het Nederlands Openluchtmuseum heeft een verzameling van ruim 660 persoonlijke voorwerpen gerelateerd aan (kinder)onderwijs: voorwerpen die privébezit waren en gebruikt werden op school of die aan de schooltijd herinneren. Deze deelcollectie omvat houten schooltassen, enkele schrijfproeven, schoolagenda’s, schriftkaften en onderwijsmaterialen. Een beperkt aantal voorwerpen betreft hoger onderwijs of het volgen van cursussen (voor volwassenen). Ook bezit het Nederlands Openluchtmuseum enkele persoonlijke documenten gerelateerd aan opgroeien en ontwikkeling, zoals zwemdiploma’s en poëziealbums. Ten slotte zijn er enkele spaarpotten, die relateren aan bewustwording van de waarde van geld. Vanaf de invoering van de Schoolwet in 1878 tot in de jaren 1960 was handwerken een verplicht schoolvak voor meisjes. Schoolhandwerken vallen onder de deelcollectie handwerktechnieken. Voorwerpen gerelateerd aan het beroepsonderwijs behoren tot het domein Werken.

Cultuurhistorische waarde

Het Nederlands Openluchtmuseum onderscheidt zich van andere musea door een verzameling die alle aspecten van de kindertijd betreft. De belangrijkste collectie op het gebied van lager onderwijs is van het Nationaal Onderwijsmuseum in Dordrecht. Het Nederlands Openluchtmuseum onderscheidt zich door een focus op persoonlijke voorwerpen die zowel op school als thuis functioneerden en die iets weergeven van individuele smaak en omstandigheden. In sommige erfgoedcollecties worden poëziealbums bewaard. Het IISG verzamelt uitsluitend poëziealbums binnen ensembles (van voornamelijk welgestelde personen). Het Meertens Instituut bewaart een klein aantal poëziealbums; dit is een gesloten collectie.

Verzamelbeleid

Doel is om te komen tot een selectieve deelcollectie persoonlijke schoolspullen waarmee het Nederlands Openluchtmuseum een beeld kan geven van de ontwikkelingen in de afgelopen tweehonderd jaar op het gebied van persoonlijke voorwerpen die een relatie hebben tot kinderonderwijs en schoolgang. De deelcollectie onderwijs tot 1960 is in principe gesloten. Met één uitzondering: mogelijk is het interessant enkele werkstukken op het gebied van handenarbeid voor jongens, veelal houtbewerking, uit het basisonderwijs te verwerven.

Voor de periode na 1960 kan passief en actief verzameld worden. In de loop van de twintigste eeuw volgen steeds meer kinderen gedurende een steeds langere periode onderwijs. Daarnaast ontstaan er, mede onder invloed van globalisering, groeiende welvaart en televisie, nieuwe vormgeving en nieuwe kindermodes. Dat steeds meer kinderen overblijven op school, is bovendien ingegeven door de ontwikkeling dat aan het einde van de twintigste eeuw ouders steeds vaker werken. Om deze historische ontwikkelingen te illustreren is het voor de periode na 1980 interessant om een klein ensemble persoonlijke, aan de lagere school en middelbare school gerelateerde voorwerpen te verwerven (schooltas, broodtrommel, drinkbeker, schoolagenda’s).

Het Nederlands Openluchtmuseum blijft passief poëziealbums verzamelen, mits met ruime contextgegevens over degene van wie ze waren (naam, plaats, data, beroep ouders). De poëziealbums in de collectie dienen nader onderzocht te worden; contextarme poëziealbums met een lage

cultuurhistorische waarde kunnen worden afgestoten.

Op het gebied van voorwerpen gerelateerd aan kinderen en geld is het wenselijk om ook voor de periode na 1960 enkele voorbeelden van spaarpotten en andere gerelateerde voorwerpen te verzamelen, vanwege het belang van de bewustwording van de waarde van geld en de vele veranderingen in de omgang met geld vanaf 1960.

Onderzocht kan worden of de algemene topografische wandkaarten, niet voor het collectieprofiel van iconografisch belang zijnde schoolplaten en kleuteronderwijsmaterialen kunnen worden afgestoten. Het is wenselijk om in de toekomst een visie op het collectioneren van onderwijs voor volwassenen te ontwikkelen.

Registratie en fysieke staat

Een groot deel van de voorwerpen in deze deelcollectie is op basisregistratieniveau beschreven. Van deze deelcollectie verkeert 77% van de voorwerpen in goede fysieke staat, 20% in matige staat, 3% in slechte staat.

SUBDOMEIN: ONTWIKKELING

DEELCOLLECTIE: TEXTIELE HANDWERKPRODUCTEN

Korte beschrijving

Het Nederlands Openluchtmuseum beheert een grote deelcollectie van ruim 2800 merklappen, letterlappen, stoplappen, schoolhandwerken, proefstukken, quilts en andere handwerkproducten vanaf de zeventiende eeuw. De oudste exemplaren zijn gemaakt door meisjes, meestal uit de beter gesitueerde kringen, om te leren merken voor de uitzet. Vanaf 1878 was ‘nuttige handwerken’ een verplicht vak voor meisjes in het lager onderwijs. De komst van patronenboekjes zorgde daarnaast ook voor verbreding en verspreiding van het borduren. Door de relatie met onderwijs worden regionale verschillen en overeenkomsten tussen merklappen zichtbaar. De patronen, het gebruik van initialen of namen en de datering maken merklappen tot een interessante bron voor genealogisch onderzoek. Eeuwenlang was handwerken een noodzakelijke bezigheid van vrouwen, bijvoorbeeld het maken en verstellen van kleding. Vanaf 1960 is handwerken geen vast onderdeel meer in het lager onderwijs aan meisjes. Vanaf ongeveer 1970 wordt handwerken een uiting van persoonlijke creativiteit en vrijetijdsbesteding. De symbolische betekenis van geborduurde symbolen op merklappen verandert na 1970 niet.

Nieuw is dat Nederlandse quilts in de tweede helft van de twintigste eeuw, onder invloed van de Amerikaanse quilttraditie, juist symbolische betekenis en nadrukkelijk decoratieve functie krijgen. Quilts tot 1960 worden daarom tot het domein Wonen gerekend; quilts van na 1960 worden tot het domein OZO gerekend.

Cultuurhistorische waarde

De deelcollectie merklappen is van nationaal belang. Bijzonder aan de verzameling merk-, letter- en stoplappen van het Nederlands Openluchtmuseum is dat er voorbeelden uit heel Nederland aanwezig zijn. Binnen de deelcollectie van het Nederlands Openluchtmuseum kunnen regionale kenmerken worden vergeleken en getoond. Het Fries Museum, het Zeeuws Museum en het Amsterdam Museum hebben ook belangrijke collecties op dit gebied, maar die zijn regionaal dan wel lokaal van samenstelling. Het Nederlands Openluchtmuseum bewaart vijf herinneringsquilts.

Verzamelbeleid

Voor de deelcollectie handwerken tot 1960 wordt zeer terughoudend, passief verzameld. Merklappen, stoplappen en proefstukken van voor 1960 komen slechts in aanmerking wanneer de maker en/ of regio met grote zekerheid bekend zijn en wanneer die regio in de collectie van Nederlandse musea ondervertegenwoordigd is op het gebied van merklappen. Merklappen van na 1960 worden terughoudend, passief verzameld. Quilts van na 1960 en herdenkingsquilts die verbonden zijn met grote nationale ontwikkelingen kunnen ook actief verzameld worden. Mogelijk kunnen documentatietekeningen (van o.a. Maria van Hemert) binnen deze deelcollectie afgestoten worden naar de documentaire collectie.

Registratie en fysieke staat

De deelcollectie handwerkproducten is in het verleden redelijk goed beschreven. Van deze deelcollectie verkeert 91% van de voorwerpen in goede fysieke staat, 8% in matige staat, 1% in slechte staat.

SUBDOMEIN: ONTWIKKELING

DEELCOLLECTIE: VERVOERMIDDELEN VOOR KINDEREN

Korte beschrijving

Deze deelcollectie van ruim 80 voorwerpen omvat voertuigen en voorwerpen waarmee ouders kinderen vervoerden of waarmee kinderen zichzelf konden verplaatsen, leerden lopen of fietsen. Het betreft voorwerpen die vervoer en motorische ontwikkeling van kinderen illustreren, zoals een looprek, kinderwagen, bolderwagen, bokkenwagen en driewieler. Kinderkamertoebehoren en voorwerpen en producten voor baby- en kinderverzorging vallen onder het domein Wonen. De deelcollectie speelgoed wordt besproken onder het lemma ‘ontspanning’: kinderspeelgoed. Kinderschaatsen en rolschaatsen vallen onder de deelcollectie schaatsen.

Cultuurhistorische waarde

Het Nederlands Openluchtmuseum onderscheidt zich van andere musea door een collectie die alle aspecten van de kindertijd betreft. Veel Nederlandse erfgoedinstellingen beschikken over een deelcollectie voorwerpen gerelateerd aan opgroeien en kindertijd. Enkele musea specialiseren zich in een aspect van de kinderwereld, zoals speelgoed of onderwijs. Er is een belangrijke particuliere verzameling kinderwagens in Nederland. Het voortbestaan van deze kinderwagencollectie en van enkele speelgoedmusea is onzeker.

Verzamelbeleid

De deelcollectie vervoermiddelen voor kinderen is gesloten tot 1960. De toegenomen mobiliteit, vrouwenemancipatie, en kennis over techniek en veiligheid hebben grote impact op kindervervoermiddelen vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw. Daarom is het wenselijk om voor de periode vanaf ongeveer 1980 enkele aanvullingen te doen op het gebied van kindertransportmiddelen, zoals een moderne bakfiets, een kinderfiets met zijwielen en een autokinderzitje. Voor deze deelcollectie wordt uitsluitend passief verzameld, bij voorkeur binnen een groter kindertijdensemble.

Registratie en fysieke staat

Een groot deel van de voorwerpen in deze deelcollectie is slechts op basisniveau geregistreerd en zou inhoudelijk beter en uitgebreider beschreven moeten worden, met name de kinderwagens. Van deze deelcollectie verkeert 67% van de voorwerpen in goede fysieke staat, 26% in matige staat, 7% in slechte staat.

SUBDOMEIN: ZINGEVING

DEELCOLLECTIE: LIEFDE VOOR KONINKLIJK

Korte beschrijving

Deze deelcollectie van 630 voorwerpen weerspiegelt de geschiedenis van oranjeliefde in Nederland, van politieke symboliek in de achttiende eeuw tot nationale saamhorigheid in de 21ste eeuw. Tijdens periodes van buitenlandse heerschappij, zoals de napoleontische jaren en de Tweede Wereldoorlog, symboliseerden de kleur oranje, afbeeldingen van leden van het Huis van Oranje en de Nederlandse leeuw verzet tegen vreemde overheersing. Het Koninklijk Huis werd na de Tweede Wereldoorlog decennialang beschouwd als een belangrijke bindende factor in de Nederlandse samenleving. Vanaf de jaren 1970 bloeit de ‘oranje’-cultuur vooral op Koninginnedag/Koningsdag (sinds 2013), Bevrijdingsdag en rondom internationale (sport)wedstrijden. Onder deze deelcollectie vallen ook voorwerpen die betrekking hebben op cultureel regionalisme.

De deelcollectie ‘liefde voor Koninklijk Huis en oranjegevoel’ bevat voornamelijk voorwerpen die dateren uit de achttiende eeuw en later. De achttiende-eeuwse voorwerpen hebben vooral een politieke achtergrond. De voorwerpen uit de negentiende tot en met 21ste eeuw betreffen vooral portretten en voorwerpen gerelateerd aan koninklijke geboorte, huwelijk, inhuldiging, regeringsjubileum, etc. Er zijn enkele zaken gecollectioneerd rondom het Wereldkampioenschap voetbal in 2014. Tot deze deelcollectie worden ook enkele rood-wit-blauwe vlaggen gerekend.

Cultuurhistorische waarde

De deelcollectie ‘liefde voor Koninklijk Huis en oranjegevoel’ illustreert hoe historische gebeurtenissen invloed hebben op de ontwikkeling van nationale en regionale identiteit en saamhorigheid in Nederland. In diverse Nederlandse culturele instellingen worden gelijksoortige voorwerpen bewaard waarmee hetzelfde verhaal verteld kan worden.

Verzamelbeleid

De deelcollectie is gesloten tot 1960. Voor de periode vanaf 1960 worden voorwerpen gerelateerd aan het Koninklijk Huis zeer terughoudend en uitsluitend binnen ensembles verzameld. Wat betreft belangrijke gebeurtenissen rondom het Huis van Oranje in de 21ste eeuw wordt in beperkte mate verzameld door diverse musea. Voor de 21ste eeuw lijken slechts het Nederlands Openluchtmuseum en het Amsterdam Museum enige voorwerpen te verzamelen rondom het oranjegevoel en sport. Voorwerpen gerelateerd aan internationale (sport)wedstrijden en oranjegevoel van na 2000 kunnen in beperkte mate en actief verzameld worden, mits goed gedocumenteerd. Op termijn dient onderzoek plaats te vinden naar materieel erfgoed rond cultureel regionalisme en wat het Nederlands Openluchtmuseum op dat terrein zou moeten verzamelen om de belangrijkste trends op dit gebied in de periode vanaf 1960 te documenteren.

Registratie en fysieke staat

De inhoudelijke beschrijving van deze deelcollectie is redelijk goed. Van deze deelcollectie verkeert 87% van de voorwerpen in goede fysieke staat, 12% in matige staat, 1% in slechte staat.

SUBDOMEIN: ZINGEVING DEELCOLLECTIE: RELIGIEUZE CULTUUR

Korte beschrijving

Het christelijk geloof bepaalde eeuwenlang in belangrijke mate hoe mensen in Nederland hun dagelijks leven inrichtten, welke levenskeuzes zij maakten, hoe de overgang naar een andere levensfase vorm kreeg, hoe men omging met ziekte, tegenslag, extreme weersomstandigheden en ook met wie je omging. Geloofsovertuiging is zichtbaar in woninginrichting, kleding en in voorwerpen die gebruikt worden voor allerhande rituelen en werkzaamheden.

Het Nederlands Openluchtmuseum beheert een aanzienlijke deelcollectie van bijna 1500 alledaagse religieuze gebruiksvoorwerpen zoals die door privépersonen en in huisgezinnen in Nederland werden en worden gebruikt. Het zwaartepunt wordt gedateerd tussen 1800 en 1960. Het gaat vooral om rooms-katholieke huisdevotie, in mindere mate om protestants erfgoed. Daarnaast beheert het museum een deelcollectie bijbels en kerkboeken. Van het Bijbels Museum te Amsterdam verwierf het Nederlands Openluchtmuseum in 2019 een bijzonder protestants huisdevotie-ensemble en in 2020 een aantal bijbelse kwartetten en protestants drukwerk. Het museum heeft nauwelijks voorwerpen op het gebied van levensbeschouwing na de ontkerkelijking van Nederland of van niet-christelijke religies.

Cultuurhistorische waarde

De deelcollectie zingeving dient nader in kaart gebracht en als geheel bestudeerd te worden vanuit de historische ontwikkelingen in Nederland op het gebied van religieuze volkscultuur. Er is onvoldoende zicht op het geheel en hoe deze deelcollectie zich verhoudt tot andere museale collecties met religieuze volkscultuur. Andere musea hebben evenmin goed zicht op hun deelcollectie religieuze volkscultuur. Dit komt mede omdat er lange tijd nauwelijks interesse was voor de recente geschiedenis van het geloof in Nederland. Het Nederlands Openluchtmuseum onderkent de waarde en betekenis van deze specifieke deelcollectie.

Andere belangrijke openbare collecties met betrekking tot het alledaagse geloofsleven in Nederland zijn: Museum Catharijneconvent, Utrecht, Joods Historisch Museum, Amsterdam, Katholiek Documentatie Centrum, Nijmegen, Historisch Documentatie Centrum voor het Nederlands Protestantisme van 1800 tot nu, Amsterdam, Museum voor Religieuze Kunst, Uden, Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven, Sint-Agatha, Museum Ons’ Lieve Heer op Solder, Amsterdam.

Verzamelbeleid

Voor deze deelcollectie wordt vooralsnog passief verzameld, uitsluitend in de vorm van ensembles met een rijke context. Het is noodzakelijk om de bestaande deelcollectie religieuze cultuur als geheel te onderzoeken, doublures en leemtes te detecteren, daar vervolgens collectiebeleid voor te formuleren en herinneringsverhalen bij bestaande voorwerpen te verzamelen. De actualiteit en urgentie hiervan is hoog, omdat de generatie die de tijd voor 1960 bewust heeft meegemaakt en de cultuurhistorische voorwerpen nog vanuit eigen herinnering van context kan voorzien kleiner wordt. Daarnaast is het wenselijk om onderzoek te doen naar belangrijke leemtes in de deelcollectie op het gebied van de niet-christelijke, religieuze materiële cultuur in de alledaagse, huiselijke omgeving. Voorts streeft het Nederlands Openluchtmuseum, in samenspraak met het domein Kleding, naar

verwerving van enkele representanten van beeldbepalende, herkenbare ambtskleding die in de openbare ruimte gedragen werd.

Registratie en fysieke staat

De deelcollectie dient beter beschreven, onderzocht en versterkt te worden. Hiervoor bestaat enige urgentie omdat kennis over het gebruik van alledaagse religieuze voorwerpen anders verloren gaat. Van deze deelcollectie verkeert 83% van de voorwerpen in goede fysieke staat, 15% in matige staat, 2% in slechte staat.

SUBDOMEIN: ZINGEVING

DEELCOLLECTIE: RITUELEN EN FEESTEN

Korte beschrijving

Het Nederlands Openluchtmuseum beheert een deelcollectie van bijna 1600 voorwerpen gerelateerd aan algemeen persoonlijke en jaarlijkse feesten, rituelen en vieringen. Te denken valt aan religieuze feestdagen en kalenderfeesten die in Nederland gevierd worden, zoals Suikerfeest (Ied-al-Fitr), pakjesavond en verjaardag, maar ook specifieke rituelen rondom de jaarwisseling, geboorte, verloving, huwelijk en overlijden. In deze deelcollectie vindt men naast bijvoorbeeld nieuwjaarswensen, kerstversiering en pinksterkronen ook familiedrukwerk, en wensprenten en wensbrieven. De wensprenten en wensbrieven dateren van het einde van de achttiende tot en met het begin van de twintigste eeuw. Voorwerpen met een voornamelijk religieuze betekenis zoals doop, besnijdenis, communie, belijdenis, vormsel en dergelijke vallen onder de deelcollectie religieuze voorwerpen.

Cultuurhistorische waarde

Soortgelijke voorwerpen zijn vertegenwoordigd in diverse musea in Nederland. Het Nederlands Openluchtmuseum beheert de grootste verzameling gedrukte en geschreven wensprenten en wensbrieven in Nederland. De omvang en verscheidenheid van deze deelcollectie maakt deze van belang. Het is niet bekend in hoeverre regionale tradities in nieuwjaarswensen zijn vertegenwoordigd.

Verzamelbeleid

Voor de deelcollectie rituelen en feesten wordt passief en actief verzameld. De deelcollectie is gesloten tot 1960 met uitzondering van de materiële cultuur rondom verjaardag en de viering van het sinterklaasfeest in huiselijke kring; feesten die specifiek zijn voor Nederland en die niet vertegenwoordigd worden in andere musea. Er wordt passief verzameld voor de periode vanaf 1960, waarbij gestreefd wordt naar een goede representatie in ensembles van in Nederland gevierde feesten en beleefde rituelen.

Registratie en fysieke staat

Het merendeel van deze deelcollectie is op basisniveau beschreven. Kerstversiering is grotendeels goed beschreven. Het is wenselijk om de historische wensprenten en wensbrieven en objecten gerelateerd aan het sinterklaasfeest beter te beschrijven. Van deze deelcollectie verkeert 83% van de voorwerpen in goede fysieke staat, 16% in matige staat, 1% in slechte staat.

Recente en toekomstige activiteiten

Het voornemen is om in de beleidsperiode 2021-2028 onderzoek te doen naar de materiële cultuur rondom de veranderende viering van het sinterklaasfeest in huiselijke kring, met collectieverbetering als doel.

SUBDOMEIN: ONTSPANNING

DEELCOLLECTIE: GEZELSCHAPSSPELLEN

Korte beschrijving

Het Nederlands Openluchtmuseum beheert 1200 gezelschapsspellen. Het gaat om bordspellen, kaartspellen, dominospellen en andere spelsets om in een gezelschap gelijk aan of groter dan twee personen te spelen, van de zeventiende tot en met de twintigste eeuw. Ongeveer tien procent daarvan betreffen ganzenbordspellen of een daarvan afgeleide variant. Sommige typen spellen, zoals het ganzenbordspel en het boerenschroomspel, zijn eerst bedoeld voor volwassenen, maar ontwikkelen zich in de loop van de negentiende eeuw tot kinderspel. Behalve de geschiedenis van de verschillende typen spellen en vermaak binnenshuis weerspiegelen veel gezelschapsspellen grotere (vaderlands)historische gebeurtenissen en ontwikkelingen gerelateerd aan technologische vooruitgang, transport, oorlog en vrijheid, slavernij, sociaal-maatschappelijke verhoudingen, nationalisme, koningshuis en nijverheid. De bord- en gezelschapsspellen vormen een rijke bron voor cultuurhistorisch onderzoek. Een aparte categorie vormen reclamespellen, uitgegeven door bedrijven. Er is gekozen om de spellen in de deelcollectie volksprenten onder te brengen in de deelcollectie volksprenten; zij behoren cultuurhistorisch gezien echter tot de deelcollectie gezelschapsspellen. Individueel te spelen spellen of puzzels voor volwassenen vallen onder de deelcollectie overige vrijetijdsbesteding.

Cultuurhistorische waarde

Het Nederlands Openluchtmuseum beheert de grootste verzameling gezelschapsspellen in Nederland, met als belangrijke groep de ganzenbordspellen. Een goed overzicht hiervan of publicaties hierover zijn er echter nauwelijks. De belangrijkste andere collectie is van het Speelgoedmuseum Deventer. In Vlaanderen zijn de collecties van het Speelgoedmuseum Mechelen en het Spellenarchief van hogeschool VIVES van belang. Waarschijnlijk is de vergelijkingswaarde van de deelcollectie borden gezelschapsspellen van het Nederlands Openluchtmuseum eveneens hoog; om dit goed te kunnen bepalen is onderzoek noodzakelijk.

Verzamelbeleid

Het Nederlands Openluchtmuseum streeft een verzameling gezelschapsspellen na die representatief is voor de ontwikkelingen van de zeventiende eeuw tot nu, met een focus op spellen met een lange ontwikkelingsgeschiedenis of die inhoudelijk verwant zijn aan de Nederlandse geschiedenis of een (typerend) Nederlands bedrijf. Binnen de gehele deelcollectie bord- en gezelschapsspellen wordt zowel passief als actief verzameld op spellen die raakvlakken hebben met belangrijke historische ontwikkelingen of gebeurtenissen in Nederland of relateren aan een Nederlands bedrijf. Voor algemene typen spellen zoals ganzenbord kan incidenteel een actieve verwerving gewenst zijn om de ontwikkeling tot in de huidige tijd goed te vertegenwoordigen. Overige spellen worden uitsluitend (passief) verzameld binnen ensembles van na 1960.

Registratie en fysieke staat

De deelcollectie gezelschapsspellen en ganzenbordspellen is op basisregistratieniveau beschreven. Het is wenselijk om deze voorwerpen van betere beschrijvingen te voorzien en online inhoudelijk beter beschikbaar te maken. Van deze deelcollectie verkeert 82% van de voorwerpen in goede fysieke staat, 16% in matige staat, 2% in slechte staat.

SUBDOMEIN: ONTSPANNING

DEELCOLLECTIE: KERMISVERMAAK EN ANDER VERTIER BUITENSHUIS

Korte beschrijving

De deelcollectie kermisvermaak en ander vertier buitenshuis betreft 720 voorwerpen die gerelateerd zijn aan relatief goedkoop recreatief vermaak voor een breed publiek, in de openbare ruimte of in publieke gelegenheden. Tot deze zeer gevarieerde deelcollectie behoren onder andere een

Mortierdansorgel uit ongeveer 1912, een Gaviolidraaiorgel uit circa 1904 en de enige bewaard gebleven reizende bioscoop (Cinematograaph van Welte) in Nederland, in gebruik van 1907 tot 1957 en een poppenkast met poppen, gebruikt van 1935 tot en met 2010. Noemenswaardig is ook een compleet ensemble van een schiettent (schiettent Van Dorth). Daarnaast worden onder andere diverse (miniatuur)kermisattracties en gedrukte kermisliederen tot deze deelcollectie gerekend.

Cultuurhistorische waarde

De cultuurhistorische waarde van de deelcollectie als geheel is onbekend en verdient nader onderzoek. Van de cinematograaf en het dansorgel is bekend dat zij in internationaal perspectief waardevolle exemplaren zijn. De volksliedblaadjes en straatzangen, waaronder kermisliederen, lijken een bijzondere verzameling binnen Nederland. Op het gebied van kermis worden in Nederland ook kermisattracties en kermisminiaturen bewaard in museum het Markiezenhof, Bergen op Zoom en in enkele particuliere collecties, zoals museum Soet & Vermaek in Hilvarenbeek. Veel voorwerpen in deze deelcollectie hebben een hoge presentatiewaarde.

Verzamelbeleid

De deelcollectie is gesloten voor de periode tot 1960, met uitzondering van goed gedocumenteerde ensembles. Voor deze deelcollectie wordt alleen passief verzameld. Nader onderzoek is noodzakelijk ten behoeve van collectiebeleid voor de periode vanaf 1960.

Registratie en fysieke staat

De inhoudelijke beschrijving van voorwerpen in deze deelcollectie is heel verschillend, verbetering van het geheel heeft geen prioriteit. Het dansorgel en de dansorgelboeken zullen in de beleidsperiode 2021-2028 onderzocht en beter beschreven worden. De volksliedblaadjes en straatzangen vragen nader onderzoek en betere beschrijvingen. Van de deelcollectie verkeert 61% van de voorwerpen in goede fysieke staat, 31% in matige staat, 8% in slechte staat.

SUBDOMEIN: ONTSPANNING

DEELCOLLECTIE: KINDERSPEELGOED

Korte beschrijving

Deze deelcollectie van 3400 voorwerpen omvat met name kinderspeelgoed van de achttiende tot en met de eerste helft van de twintigste eeuw. Het gaat gedeeltelijk om voorwerpen die afzonderlijk gecollectioneerd zijn en speelgoed dat in ensembles is verworven. Het merendeel betreft speelgoed voor binnenshuis, bijvoorbeeld kinderpoppenhuis, speelgoedservies, speelgoedpop, speelgoedvoertuig, (boerderij)dier, constructiespeelgoed en teken- en kleurvoorbeelden. Van speelgoed dat meestentijds buiten werd gebruikt, bewaart het museum exemplaren van tol, bikkel, kleiknikker en zandspeelgoed. Recenter speelgoed is vooralsnog schaars.

Kinderkamertoebehoren en voorwerpen, en producten voor baby- en kinderverzorging vallen onder het domein Wonen. Kinderschaatsen en rolschaatsen vallen onder de deelcollectie schaatsen. Kinderspellen zijn gevat onder de deelcollectie gezelschapsspellen. Rijdend speelgoed en kindervoertuigen vallen onder de deelcollectie vervoermiddelen voor kinderen. Andere voorwerpen gerelateerd aan opgroeien en ontwikkeling, zoals bewustwording van de waarde van geld, behoren tot de deelcollectie kinderwereld – ontwikkeling en onderwijs.

Cultuurhistorische waarde

Het geheel van de voorwerpen betreffende ‘kinderwereld’ is van belang voor het Nederlands Openluchtmuseum en voor Nederland. Het Nederlands Openluchtmuseum onderscheidt zich van andere musea door een kinderwereldcollectie die alle aspecten van de kindertijd betreft. Veel Nederlandse musea beschikken over een deelcollectie voorwerpen gerelateerd aan opgroeien en kindertijd. Enkele musea specialiseren zich in een aspect van de kinderwereld, zoals speelgoed of onderwijs. Het voortbestaan van speelgoedmusea is kwetsbaar.

Verzamelbeleid

De deelcollectie kinderspeelgoed is gesloten tot 1960. Het Nederlands Openluchtmuseum verzamelt actief en passief, maar terughoudend, voor de periode na 1960, bij voorkeur in ensembles. Wat betreft kindertelevisiemerchandise worden individuele voorwerpen niet verzameld. Wel kunnen dergelijke speelgoedafgeleiden van kindertelevisieprogramma’s onderdeel zijn van een groter kindertijdensemble.

Registratie en fysieke staat

Een groot deel van de voorwerpen in deze deelcollectie is slechts op basisniveau geregistreerd en zou inhoudelijk beter en uitgebreider beschreven moeten worden. Van deze deelcollectie verkeert 78% van de voorwerpen in goede fysieke staat, 18% in matige staat, 4% in slechte staat.

SUBDOMEIN: ONTSPANNING

DEELCOLLECTIE: MINIATUURTHEATERS, TOVERLANTAARNS EN ANDER VISUEEL VERMAAK

Korte beschrijving

De deelcollectie van ongeveer 1370 miniatuurtheaters, schimmenspellen, toverlantaarns en ander visueel vermaak geeft een beeld van wat er op dit gebied was in het privédomein van mensen uit met name de middenklasse in Nederland, tot de komst van de televisie. De voorwerpen dateren uit de periode vanaf de achttiende tot en met de eerste helft van de twintigste eeuw.

Miniatuurtheaters illustreren enerzijds de democratisering van bepaalde vormen van vermaak door de uitvinding van goedkopere reproductietechnieken zoals lithografie (vanaf 1796), en anderzijds de verandering van het publiek van volwassenen naar kinderen. Vanaf de vroege negentiende eeuw produceerden vele drukkerijen in Engeland, Oostenrijk, Denemarken en Duitsland op grote schaal papieren theaters. Het schimmentheater lijkt in Nederland het meest populair geweest. Bij alle vormen van miniatuurtheater gaat het om theatraal vermaak dat met name binnenshuis plaatsvond, soms voor een breder publiek tijdens een kermis of op uitnodiging bij scholen of verenigingen. Zowel huiselijke als meer commerciële miniatuurtheaters zijn vertegenwoordigd. Sommige miniatuurtheatervoorstellingen, schimmenspelscenario’s en toverlantaarnplaatjessets waren specifiek voor volwassenen of kinderen, andere voor meerdere generaties. Televisietoestellen vallen onder het domein Wonen.

Cultuurhistorische waarde

De miniatuurtheaters en met name schimmenspellen in de collectie van het Nederlands Openluchtmuseum hebben een hoge cultuurhistorische waarde omdat er relatief weinig exemplaren bewaard zijn. Naast een beperkt aantal toverlantaarns beheert het museum een van de omvangrijkste verzamelingen coptografische voorstellingen en toverlantaarnplaatjes van Nederland. Het Allard Pierson Museum in Amsterdam beheert een belangrijke collectie papieren theaters, afkomstig uit het opgeheven Theater Instituut. Speelgoedmuseum Deventer heeft een uitstekende, meer complete collectie op het gebied van algemeen optisch speelgoed.

Verzamelbeleid

De deelcollectie is gesloten, met uitzondering van het wajangschimmenspel, waarvan het Nederlands Openluchtmuseum idealiter een goed gedocumenteerde set zou kunnen verwerven. De opticaprenten, toverlantaarns en toverlantaarnplaatjes kunnen in de toekomst nader onderzocht worden. Mogelijk liggen er vooral op het gebied van de lantaarnplaatjes kansen voor versterking van de deelcollectie door middel van afstoting.

Registratie en fysieke staat

In 2019 zijn enkele miniatuurtheaters gerestaureerd. De gehele deelcollectie is voornamelijk op basisregistratieniveau beschreven. Enkele sets zijn alleen als bulk geregistreerd. De gehele deelcollectie verdient betere inhoudelijke beschrijving, vanwege de historische waarde en de hoge presentatiewaarde. Papieren theaters zijn kwetsbaar door de combinatie van het kwetsbare materiaal en langdurig slechte bewaaromstandigheden. Van deze deelcollectie verkeert 71% van de voorwerpen in goede fysieke staat, 24% in matige staat, 5% in slechte staat.

SUBDOMEIN: ONTSPANNING

DEELCOLLECTIE: MUZIKAAL VERMAAK

Korte beschrijving

Het Nederlands Openluchtmuseum beheert een bescheiden deelcollectie van ruim 260 voorwerpen gerelateerd aan muzikaal vermaak. Hiertoe behoren enkele (mechanische) muziekinstrumenten, muziekdoosjes, fluiten, grammofoonplaten en cassettebandjes, een transistorradio om op vakantie te gebruiken en een radiocassettespeler met koptelefoon. Radio’s en grammofoonspelers behoren tot het domein Wonen.

Cultuurhistorische waarde

Deze deelcollectie geeft een beeld van muzikaal vermaak vertegenwoordigd in het privédomein van mensen in Nederland. De individuele cultuurhistorische waarde van de meeste voorwerpen is laag. Hun waarde voor het Nederlands Openluchtmuseum zit met name in de relatie tot de alledaagse leefomgeving en vrijetijdsbesteding. Speeldozen en kinderfluitjes zijn onder andere vertegenwoordigd in diverse speelgoedmusea, Museum de Speelklok in Utrecht en het Kijk- en Luistermuseum in Bennekom.

Verzamelbeleid

Het verzamelen van voorwerpen binnen deze deelcollectie gebeurt uitsluitend binnen ensembles na 1960. Op termijn kan onderzocht worden of muziekinstrumenten zonder gebruikscontext het beste in andere museumcollecties op hun plaats zijn.

Registratie en fysieke staat

Deze deelcollectie is voornamelijk op basisregistratieniveau beschreven. Van deze deelcollectie verkeert 84% van de voorwerpen in goede fysieke staat, 11% in matige staat, 5% in slechte staat.

SUBDOMEIN: ONTSPANNING

DEELCOLLECTIE: OVERIGE VRIJETIJDSBESTEDING EN INDIVIDUEEL VERMAAK VOOR VOLWASSENEN

Korte beschrijving

Deze deelcollectie bevat vooral voorwerpen tot 1960, gedeeltelijk in ensembles. Tot deze deelcollectie van bijna 1600 voorwerpen behoren voornamelijk zaken die gerelateerd zijn aan activiteiten door volwassenen. Enerzijds betreft het gezamenlijke vrijetijdsactiviteiten, zoals spellen in wedstrijdverband, (bal)sporten, het houden van wedstrijdduiven, schutterijen en het verenigingsleven. Het gaat bijvoorbeeld om voorwerpen die gebruikt worden bij de sport, voorwerpen die een uitdrukking zijn van het verenigingsleven en voorwerpen gerelateerd aan sportieve prestaties. Daarnaast zijn enkele voorwerpen vertegenwoordigd die sport kijken betreffen.

Ook bevat de deelcollectie allerhande voorwerpen die te maken hebben met activiteiten die met name volwassenen (in grote mate) individueel hobbymatig beoefenen, zoals het maken van poppenhuizen en flessenscheepjes en andere decoratieve huisvlijt, fotografie, schoonschrijven, vissen en sport thuis (hometrainer). Hiertoe behoren ook (leg)puzzels voor volwassenen. De deelcollectie loterijen en kansspelen behoort ook tot deze deelcollectie. De omvangrijke deelcollectie schaatsen, waaronder schoonrijden, wordt apart besproken in dit collectieplan.

Cultuurhistorische waarde

Deze deelcollectie geeft een beeld van vrijetijdsbesteding van volwassenen woonachtig in Nederland, met name in de tweede helft van de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw. De waarde voor het Nederlands Openluchtmuseum ligt vooral in het schetsen van een breder beeld van het dagelijks leven binnen het gehele subdomein Ontspanning.

Verzamelbeleid

De deelcollectie is gesloten tot 1960. Aanbiedingen van alba amicora worden doorverwezen naar de Koninklijke Bibliotheek. Het verzamelen van voorwerpen binnen deze deelcollectie gebeurt terughoudend, uitsluitend passief en binnen ensembles van na 1960.

Registratie en fysieke staat

Deze deelcollectie is voornamelijk op basisregistratieniveau beschreven. Van de deelcollectie verkeert 90% van de voorwerpen in goede fysieke staat, 8% in matige staat, 2% in slechte staat.

SUBDOMEIN: ONTSPANNING

DEELCOLLECTIE: PAPIERKNIPKUNST

Korte beschrijving

De omvangrijke deelcollectie papierknipkunst omvat ruim 1700 voorwerpen uit de achttiende tot en met de twintigste eeuw van vooraanstaande en van anoniem gebleven knippers uit Nederland. Knipkunst stond historisch gezien in hoog aanzien. Naast professionele knippers vormde knipkunst voor bijvoorbeeld predikanten, onderwijzers, kleermakers en winkeliers soms een welkome bijverdienste. Ook werd papierknippen veel gedaan als vrijetijdsbesteding, door zowel volwassenen als de jeugd. De knipwerken zelf werden gebruikt als herinnering, wandversiering of om een tafelschikking te markeren. Kleine knipwerken dienden soms als bijbel- of boekenlegger. In de collectie van het Nederlands Openluchtmuseum zijn veel knipwerken vertegenwoordigd van de negentiende-eeuwse prentenknippers Jan Huissoon en J.J. Verhoeve. Ook zijn belangrijke knipkunstenaars uit de twintigste eeuw vertegenwoordigd, waaronder Jan Visscher uit Urk, Jannie de Jong-Brouwer en Evert Root.

De uitvoering van knipwerk varieert van zeer verfijnd tot vrij eenvoudig. De verbeelde genres en onderwerpen zijn divers, zoals geboorte, huwelijk, bijbelverhaal, landschap, beroep, florale motieven, silhouet, sprookjes en kinderwereld. De deelcollectie bevat naast meer decoratieve, vertellende voorstellingen ook papierknipwerk voor huishoudelijk gebruik, zoals kleedjes, klokkenkleedjes, lampenkapjes en kastrandjes. Nauw verwant aan de deelcollectie papierknipkunst zijn, vanwege de techniek, de bavelaars (domein Wonen) en de coptografische prenten (deelcollectie miniatuurtheaters, toverlantaarns en ander visueel vermaak).

Cultuurhistorische waarde

De deelcollectie knipkunst is na die in het Westfries Museum in Hoorn de grootste verzameling in Nederland, heeft een hoge kwaliteit en grote presentatiewaarde. De collecties van Nederlands Openluchtmuseum en Westfries Museum hebben beide een hoge vergelijkingswaarde. Daarnaast vertegenwoordigt de deelcollectie een bijzonder ambacht, heeft knipkunst een hoge presentatiewaarde en vertellende kracht doordat veel alledaagse taferelen zijn verbeeld en omdat levensgebeurtenissen vaak een aanleiding zijn voor knipwerken.

Verzamelbeleid

Binnen de deelcollectie knipkunst wordt zowel actief als passief verzameld om de collectie verder te verfijnen en te versterken. Het Nederlands Openluchtmuseum en het Westfries Museum stemmen verwervingen geregeld met elkaar af wanneer het belangrijk knipwerk betreft voor de periode tot ongeveer 1800 en verwijzen naar elkaar door. Gaat het om knipwerk van Jan Huissoon, bijgenaamd Jan de Prentenknipper, dan wordt doorverwezen naar het Zeeuws Museum.

Het Nederlands Openluchtmuseum verwerft incidenteel knipkunst uit de periode vanaf 1960 van zowel knipkunstenaars als amateurknippers om ook recente ontwikkelingen te bewaren voor de toekomst, eventueel door aankoop. Het Westfries Museum heeft deze ambitie niet. Het museum heeft enkele niet-Nederlandse knipsels in de collectie, die vooralsnog behouden kunnen worden, maar waarop niet meer verzameld wordt. Internationale papierknipkunst wordt niet verzameld door het Nederlands Openluchtmuseum noch het Westfries Museum; eventuele aanbiedingen van internationale knipkunst worden doorverwezen naar het Museum van Papierknipkunst te Westerbork of particulieren (via de Nederlandse Vereniging voor Papierknipkunst).

Registratie en fysieke staat

De inhoudelijke beschrijving is over het algemeen redelijk goed. Van deze deelcollectie verkeert 93% van de voorwerpen in goede en 7% in matige fysieke staat.

Recente en toekomstige activiteiten

In 2020-2021 waren vijf knipwerken uit de collectie van het Nederlands Openluchtmuseum te zien in het Zeeuws Museum in Middelburg, ter gelegenheid van een monografische tentoonstelling over Jan de Prentenknipper.

SUBDOMEIN: ONTSPANNING

DEELCOLLECTIE: REIZEN, KAMPEREN EN VAKANTIE

Korte beschrijving

Het Nederlands Openluchtmuseum beheert als enige museum in Nederland een deelcollectie op het gebied van reizen en vakantie van 380 voorwerpen. Hiertoe behoren onder andere twee complete kampeeruitrustingen (1935, in gebruik tot ongeveer 1960; 1959, in gebruik tot ongeveer 1975), Tezet vouwwagen (1962), Otten caravan (1973, in gebruik tot 2013) en Pemberton stacaravan met inrichting (1969, in gebruik tot 2012). De deelcollectie kamperen weerspiegelt de Nederlandse kampeergeschiedenis tot ongeveer 1980, mede in combinatie met de documentaire collectie fotografie op dit gebied. Ook andere vakantie- en reisbenodigdheden behoren tot deze deelcollectie, zoals reiskoffers en picknicktoebehoren.

Cultuurhistorische waarde

Vanaf 1900 begon kamperen vanuit Engeland aan een opmars in Nederland. Sinds ongeveer 1960 is kamperen met een tent, caravan of camper een van de favoriete vakantiebestedingen van mensen in Nederland. De unieke deelcollectie van het Nederlands Openluchtmuseum weerspiegelt een fenomeen dat sindsdien zeer populair bleef in Nederland. Dit maakt de cultuurhistorische waarde van de goed gedocumenteerde deelcollectie hoog. Daarnaast is ook de presentatiewaarde hoog. Voor zover bekend worden alleen in Engeland enkele (Britse) caravans in museumcollecties bewaard.

Verzamelbeleid

De roerende deelcollectie kamperen tot 1960 is gesloten. Om algemene ontwikkelingen rondom kampeer- en vakantiegeschiedenis te kunnen bewaren voor de toekomst en te kunnen tonen, wil het Nederlands Openluchtmuseum de deelcollectie reizen, kamperen en vakantie in de toekomst passief en actief uitbreiden met een beperkt aantal goed gedocumenteerde ensembles die representatief zijn voor de periode vanaf ongeveer 1980. In die periode ontstaan talloze nieuwe reismogelijkheden voor steeds grotere groepen mensen door globalisering en technologische vernieuwingen. Vakantiefotoboeken, kampeerdagboeken en andere documentatie kunnen verworven worden voor de deelcollectie indien zij behoren bij (toekomstige) ensembles. Aanbiedingen van losse kampeerdagboeken worden doorverwezen naar het Meertens Instituut in Amsterdam.

Registratie en fysieke staat

De beide kampeerensembles met tenten dienen uitgebreider beschreven te worden. Het is waardevol om bij de schenkers van alle vroeger verworven kampeerensembles foto’s op te vragen om deze ensembles te verrijken. Van de deelcollectie reizen, kamperen en vakantie verkeert 87% van de voorwerpen in goede fysieke staat, 11% in matige staat, 2% in slechte staat. De Pemberton stacaravan heeft een vaste plaats in het buitenmuseum, wat structurele inspanning vraagt op het gebied van onderhoud en restauratie.

SUBDOMEIN: ONTSPANNING

DEELCOLLECTIE: SCHAATSEN

Korte beschrijving

De deelcollectie omvat ongeveer 270 paren (vooral houten) schaatsen en daarnaast ook kleding en voorwerpen die te maken hebben met schaatsen, schaatsonderhoud, schoonrijden en schaatswedstrijden. Het betreft voorwerpen uit de zeventiende tot en met de twintigste eeuw. Zowel chronologisch als typologisch geven zij een overzicht van in Nederland gebruikte typen, makers en modellen schaatsen, voornamelijk uit de negentiende en twintigste eeuw. In de deelcollectie zijn twee glissen van been, voorlopers van de houten schaats. Ook bezit het Nederlands Openluchtmuseum zes paar rolschaatsen, gedateerd van ongeveer 1880 tot 1960.

Cultuurhistorische waarde

De verzameling behoort tot de belangrijkste collecties schaatsen in Nederland.

Verzamelbeleid

De deelcollectie schaatsen tot 1960 is gesloten. De deelcollectie schaatsen na 1960 verdient enkele aanvullingen op het gebied van moderne varianten van rolschaatsen, zoals skeelers, en ijsschaatsen, zoals klapschaatsen, met documentatie en bij voorkeur binnen een groter ensemble rondom personen. Dergelijke aanvullingen maken het mogelijk om de weerslag van moderne technologische vernieuwingen te illustreren en de ontwikkeling van de schaats in Nederland tot in de huidige tijd te documenteren. Voor deze deelcollectie wordt uitsluitend passief verzameld.

Registratie en fysieke staat:

De inhoudelijke beschrijving van deze deelcollectie is redelijk goed. Van deze deelcollectie verkeert 93% van de voorwerpen in goede fysieke staat, 6% in matige staat, 1% in slechte staat.

SUBDOMEIN: ONTSPANNING

DEELCOLLECTIE: SLEDES

Korte beschrijving

In 1995 is een deel van de belangwekkende deelcollectie ijssledes verwoest door een brand. Het Nederlands Openluchtmuseum beheert desondanks een grote en belangrijke sledencollectie van 90 voorwerpen. Wat betreft sledes voor recreatief gebruik door volwassenen en kinderen gaat het om arrensledes en arrentikkers (specifiek voor Friesland) die worden voortgetrokken door een paard (of, indien een arrenslede voor kinderen, door een bok), baksledes die door een persoon worden geduwd, andere typen duwsledes, priksledes en enkele modernere sledes die aan een koord kunnen worden voortgetrokken door een persoon of waarbij kinderen gebruikmaken van hoogteverschillen. Met deze deelcollectie bestrijkt het Nederlands Openluchtmuseum vrijwel het hele scala aan maatschappelijke milieus van de zeventiende eeuw tot en met de twintigste eeuw.

Cultuurhistorische waarde

Het Nederlands Openluchtmuseum en het Borg- en Nationaal Rijtuigmuseum Nienoord in Leek beheren de twee belangrijkste sledencollecties van Nederland. Beide verzamelingen hebben een hoge vergelijkingswaarde van (inter)nationaal belang.

Verzamelbeleid

Het Nederlands Openluchtmuseum focust zich voor nieuwe verwervingen op niet-aangespannen sledes: het betreft zowel verfijning van de bestaande deelcollectie van voor 1960, als algemeen gebruikte nieuwe sledevarianten van na 1960. De focus voor het verwervingsbeleid van het Borgen Nationaal Rijtuigmuseum Nienoord te Leek ligt op aangespannen vervoer. Aanbiedingen op dat gebied aan het Nederlands Openluchtmuseum worden doorverwezen naar het Nationaal Rijtuigmuseum.

Registratie en fysieke staat

Gezien het belang van deze deelcollectie is het wenselijk de sledes van betere beschrijvingen te voorzien. Van deze deelcollectie verkeert 48% van de voorwerpen in goede fysieke staat, 49% in matige staat, 3% in slechte staat.

Recente en toekomstige activiteiten

Voor de toekomst is het wenselijk om, in samenwerking met het Borg- en Nationaal Rijtuigmuseum Nienoord en met medewerking van andere musea en verzamelaars, een onderzoeksproject op te zetten voor dit aansprekende Nederlandse erfgoed, met een publicatie en tentoonstelling als resultaat.

SUBDOMEIN: ONTSPANNING

DEELCOLLECTIE: VERVOERMIDDELEN VOOR RECREATIE

Korte beschrijving

Er is een kleine deelcollectie transportmiddelen voor recreatief personenvervoer van 80 voorwerpen, bestaande uit voornamelijk rijwielen, fietsonderdelen en accessoires uit de negentiende eeuw, zoals fietsmoffen en kaarslantaarns. Bijzonder zijn twee ijszeilers uit omstreeks 1800 en 1840, exemplaren van een attractief vervoermiddel tijdens vorstperiodes. Tot deze deelcollectie behoren ook enkele rijtuigen en rijwielbelastingplaatjes.

Cultuurhistorische waarde

Een aantal voorwerpen binnen deze deelcollectie is zeldzaam of vanwege de bekende gebruikscontext bijzonder. Er is onvoldoende onderzoek gedaan naar de voorwerpen in deze deelcollectie. De particuliere collectie van Nationaal Fietsmuseum Velorama en de bedrijfscollectie van Gazelle (Pom Holding B.V.) zijn wat betreft recreatieve rijwielen kwalitatief waarschijnlijk beter. De kleine collectie fietsen, accessoires en -kleding van Museum Rotterdam lijkt evenwichtiger dan de deelcollectie van het Nederlands Openluchtmuseum.

Verzamelbeleid

Met uitzondering van fietsen en fietsaccessoires tot 1960 is deze deelcollectie gesloten. Er wordt uitsluitend passief verzameld binnen deze deelcollectie.

Het Nationaal Fietsmuseum Velorama en de bedrijfscollectie van Gazelle hebben samen een goede collectie op het gebied van negentiende-eeuwse rijwielen. Het Nationaal Fietsmuseum Velorama verzamelt van na 1900 alleen speciale fietsen en rijwielen van bekende mensen. Gazelle richt zich op door het bedrijf zelfgeproduceerde fietsen, transportfietsen en speciale modellen. Het Nederlands Openluchtmuseum dient voor de twintigste eeuw juist een beperkt aantal zeer algemeen gebruikte fietsen te verwerven, met gebruiksgeschiedenis en documentatie, van enkele vooraanstaande (Nederlandse) fietsfabrikanten.

Registratie en fysieke staat

Deze deelcollectie is inhoudelijk slecht geregistreerd. Van deze deelcollectie verkeert 53% van de voorwerpen in goede fysieke staat, 44% in matige staat, 3% in slechte staat.

Recente en toekomstige activiteiten

In de beleidsperiode 2021-2028 worden de fietsen in de deelcollectie inhoudelijk beter beschreven en wordt collectiebeleid geformuleerd om te komen tot een kleine, sterke deelcollectie twintigste-eeuwse fietsen en fietsaccessoires.

SUBDOMEIN: ONTSPANNING

DEELCOLLECTIE: VOLKSPRENTEN

Korte beschrijving

De omvangrijke deelcollectie van 5900 volksprenten dateert met name uit de achttiende en de negentiende eeuw. Het gaat om lithografieën die tot 1840 (‘traditionele periode’) meestal op lompenpapier en na 1840 (‘industriële periode’) op houthoudend papier gedrukt werden. Volksprenten zijn prenten bedoeld voor een groot publiek, die goedkoop, in grote hoeveelheden gedrukt werden en waarin de makkelijk te begrijpen inhoud belangrijker was dan de esthetische waarde. Omdat ze zo goedkoop waren, worden ze vaak centsprenten genoemd.

Volksprenten handelen over een breed scala aan onderwerpen, van eigentijdse gebeurtenissen tot bijbelverhalen, beroepen, scheepstypen, diersoorten, kinderspel, belerende gedichtjes en schunnige stripverhalen. Sommige volksprenten zijn specifiek bedoeld voor volwassenen of kinderen. Het Nederlands Openluchtmuseum beheert volksprenten uit Nederland, de Zuidelijke Nederlanden, Frankrijk en Duitsland.

In deze deelcollectie zijn ook prenten vertegenwoordigd van de Kinder-Courant, het eerste Nederlandse tijdschrift voor kinderen dat tussen 1852-1904 wekelijks verscheen. Tot de deelcollectie volksprenten behoren ook pamfletten, ordonnanties en plakkaten.

Cultuurhistorische waarde

De deelcollectie volksprenten heeft een hoge cultuurhistorische waarde doordat volksprenten een zeer breed verspreid medium waren, met als onderwerpen het dagelijks leven, en gangbare en gewenste normen en waarden, vaak in woord en beeld. De deelcollectie volksprenten behoort in omvang tot de grootste verzamelingen in Nederland, na de Koninklijke Bibliotheek, het Rijksmuseum en het Fries Museum. De deelcollectie volksprenten van het Nederlands Openluchtmuseum heeft een hoge vergelijkingswaarde.21

De deelcollectie pamfletten, ordonnanties en plakkaten is verwant vanwege materiaal, techniek, verspreidingsgraad en publiek, maar staat los van de daadwerkelijke volksprenten. Binnen deze deelcollectie is niet samenhangend verzameld. Deze verzameling is niet uniek in Nederland. In diverse erfgoedinstellingen worden soortgelijke voorwerpen bewaard. Zij is cultuurhistorisch interessant omdat de inhoud van het goedkope drukwerk allerhande onderwerpen gerelateerd aan het openbare leven en de moraal betreft.

Verzamelbeleid

Het Nederlands Openluchtmuseum verzamelt geen pamfletten, ordonnanties en plakkaten. Binnen de deelcollectie volksprenten wordt zowel actief als passief verzameld. Het museum verzamelt volksprenten die nog niet vertegenwoordigd zijn. Het Nederlands Openluchtmuseum verwerft geen identieke volksprenten die slechts anders zijn ingekleurd dan een al in de collectie aanwezig exemplaar.

Registratie en fysieke staat

De inhoudelijke beschrijving is voor het merendeel van de volksprenten redelijk goed. Ongeveer een kwart van de volksprenten is nog slechts op basisniveau geregistreerd. Het is wenselijk om

beschrijvingen uit te breiden en aan alle volksprenten meer iconografische gegevens toe te voegen. De deelcollectie pamfletten, ordonnanties en plakkaten is slechts op basisniveau beschreven en dient beter inhoudelijk beschreven te worden. Van deze deelcollectie verkeert 86% van de voorwerpen in goede fysieke staat, 13% in matige staat, 1% in slechte staat.

4.2.3 DOMEIN WERKEN

Het domein Werken bestaat uit ongeveer 47.800 voorwerpen. Het domein is onderverdeeld in acht deelcollecties, waarvan landbouw, ambacht en industrie de grootste zijn. In de kern betreft het domein Werken al datgene waarmee mensen in Nederland hun brood verdienden. De voorwerpen dateren grotendeels uit de periode vanaf de achttiende eeuw. Binnen dit domein zijn voorwerpen tussen 1850 en 1950 ruim vertegenwoordigd. De periode na 1960 is te weinig gerepresenteerd. Er bestaat overlap met vele kleinere musea verspreid over het land. Wel is het zo dat inmiddels zeldzame of bijzondere zaken veelal aan het Nederlands Openluchtmuseum worden aangeboden en niet aan lokale musea. Bijzonder zijn bijvoorbeeld de twee stoomlocomobielen in de collectie. Zij staan symbool voor de mechanisatie en schaalvergroting in Nederland vanaf het einde van de negentiende eeuw. Stoomlocomobielen zijn tot de jaren 1960 ingezet in landbouw en industrie om werktuigen aan te drijven zoals dorsmachines, kafmolens, zaag- of heimachines, en bij ontginningen en graafwerkzaamheden. In Nederland zijn in totaal nog zestien stoomlocomobielen aanwezig, waarvan slechts drie in museale collecties.

In de beleidsperiode 2021-2028 ligt de focus voor versterking van het domein Werken op de moderne vaklui die de wereld van nu draaiende houden, de doe-het-zelfcultuur in Nederland en de versmelting tussen werk en thuis. Was het kantoor tot voor de Coronacrisis voor velen een tweede huis, tegenwoordig is de woning voor steeds meer mensen een tweede kantoor. In de periode tot en met 2024 zullen de bijna 19.400 voorwerpen die nog niet zijn toegekend aan een deelcollectie onderverdeeld worden in de geformuleerde deelcollecties.

DEELCOLLECTIE: AMBACHT EN INDUSTRIE

Korte beschrijving

De deelcollectie, bestaande uit bijna 12.800 voorwerpen, spitst zich voornamelijk toe op huisnijverheid en het kleinbedrijf en omvat voorwerpen en ensembles van de zeventiende tot en met de twintigste eeuw. Aan de bouw gerelateerde bedrijvigheid is vertegenwoordigd door ensembles van leidekkers, rietdekkers, loodgieters, huisschilders, molenmakers, metselaars, timmerlieden en voorbeelden van vroege industrialisatie. Met betrekking tot voeding heeft het museum onder meer voorwerpen op het gebied van zuivelbereiding, bakkerij, suikerbakkerij, huisslacht en bierbrouwerij.

Vermeldenswaard zijn drie bedrijfsinventarissen. Ten eerste de grutterij uit Wormerveer. Deze werd gebouwd tussen 1693-1702 en werd aangedreven door een rosmolen waarin oorspronkelijk dag in dag uit twee paarden met oogkleppen op rondliepen. Door het eeuwenlange, intensieve gebruik is er gaande het bestaan veel onderhoud aan gepleegd en zijn er zaken vernieuwd. In haar huidige verschijning dateert de grutterij zodoende uit de achttiende en negentiende eeuw. Ten tweede de vrijwel complete kleermakerij Travaillé, inclusief diploma’s, schets- en patroonboeken en overige documentatie, die aansluiting heeft bij het derde ensemble: de knopenmakerij P. Mansvelt & Zoon.

Voor het vervaardigen van gebruiksvoorwerpen was hout eeuwenlang het voornaamste materiaal. Het vlotten en zagen van hout was een grote bedrijfstak. Houtzagerijen bevoorraadden houtbewerkers zoals scheepsbouwers, timmerlieden, schrijnwerkers, kistenmakers, stoelendraaiers, molenmakers, kuipers en wagen- en klompenmakers. Ambachten zoals kuipers, houtdraaiers, wagenmakers en meubelmakers zijn in de collectie vertegenwoordigd met werkplaatsen, gereedschappen, ontwerptekeningen, stalen, proeven van bekwaamheid en diploma’s. Ook is er een compleet ensemble van een semi-gemechaniseerde klompenmakerij. Met betrekking tot metaalbewerking is er onder meer een grofsmederij, diverse zilver- en goudsmidensembles, tinnegieterijen, een blik- en koperslagerij en een knopenmakerij. Op het gebied van vezel- en textielverwerking heeft het museum weefgetouwen, spinnewielen, objecten voor vlasbewerking, textielstempels, maar ook een kleermakerij en hoedenmakerij. Historisch gezien behoren spinnen en weven tot de essentiële activiteiten in de geschiedenis van het dagelijks levensonderhoud. Er zijn voorbeelden uit de vroege zeventiende eeuw tot en met de tweede helft van de twintigste eeuw. Deze voorwerpen sluiten inhoudelijk aan bij de grote en belangrijke textielcollectie in het museum.

Onderdeel van de deelcollectie ambacht en industrie vormen meer dan 150 pasteltekeningen, litho’s en tekeningen van de kunstenaar Herman Heijenbrock (1871-1948), die zich toelegde op het verbeelden van arbeiders in werkplaatsen. Deze laten het dagelijks leven in (semi) industriële werkplaatsen zien die elders weinig is verbeeld en door de schaalgrootte nauwelijks op het museumterrein van het Nederlands Openluchtmuseum te realiseren of in voorwerpen te collectioneren is.

Cultuurhistorische waarde Veel voorwerpen uit deze deelcollectie bevinden zich ook in regionale musea. In de afgelopen decennia zijn veel van deze musea verdwenen of hebben hun collectie ambachten en nijverheid afgestoten. Naarmate de jaren voortschrijden, neemt hierdoor de cultuurhistorische waarde van de deelcollectie van het Nederlands Openluchtmuseum toe. Een aantal afzonderlijke voorwerpen en ensembles heeft een hoge cultuurhistorische waarde in nationaal perspectief. Dit betreft bijvoorbeeld

de stoomlocomobiel van het merk Ten Horn uit 1895, die in verschillende takken van industrie gebruikt is. Van dit type is er nog slechts één in Nederland. Ook het inmiddels unieke grutterijensemble en de verzameling werken van Heijenbrock hebben een hoge cultuurhistorische waarde.

Hoewel diverse lokale musea aandacht besteden aan een plaatselijk historisch houtbewerkingsbedrijf, vormt het geheel van gebouwen, installaties, gereedschappen en documentatie van het Nederlands Openluchtmuseum op dit gebied cultuurhistorisch de belangrijkste collectie van Nederland. Spinsteentjes, garenwinders, spinnewielen en weefgetouwen komen in een aanzienlijk aantal Nederlandse museumcollecties voor, maar kunnen niet ontbreken in de collectie van het Nederlands Openluchtmuseum omdat spinnen en weven in Nederland belangrijke nevenactiviteiten waren.

Verzamelbeleid

Incidenteel koopt het museum een werk van Herman Heijenbrock aan. Op grond van onderzoek naar weefgetouwen in de collectie (2005) is besloten dat het Nederlands Openluchtmuseum zich richt op weefgetouwen die gebruikt zijn voor weven als nevenberoep c.q. huisnijverheid. Er worden geen weefgetouwen en spinnewielen meer verzameld. De meeste weefgetouwen hebben een plek in de presentaties in het museumpark. Industriële en semi-industriële weefgetouwen zijn afgestoten.

In het verleden heeft het museum semi-industriële functionerende bedrijven en fabrieken verworven om recente beeldbepalende ontwikkelingen te borgen in het erfgoed. Door blijvend gebrek aan depot- en terreinruimte zijn de afgelopen jaren dergelijke ensembles weer afgestoten. Dit waren onder meer een ijzergieterij, constructiewerkplaats, metaaldraaierij, tabaksverwerkingsbedrijf, distilleerderij, horlogemakerij, glasblazerij, broodbakkerij, touwslagerij, schoenmakerij en drukkerij. Om dezelfde reden kan het Nederlands Openluchtmuseum de huidige ontwikkelingen niet vastleggen in de collectie en ontstaat er op dit gebied een steeds grotere lacune.

In het collectebeleid is bovendien te lang aandacht geweest voor reeds lang verdwenen ambachten. Bij de voortbestaande oude ambachten zoals loodgieter, slager en kapper heeft het museum zich gericht op antieke ensembles. Daardoor geeft de collectie binnen het domein Werken de recentere tijd niet weer. Met de nieuwe focus op moderne vaklui, de doe-het-zelfcultuur en het thuiswerken zal het Nederlands Openluchtmuseum dit ondervangen. Voor deze terreinen zijn de ambities geformuleerd voor de beleidsperiode 2021-2028.

Het eerste aandachtsgebied betreft de vaklui die elke dag in drommen met hun busjes door Nederland trekken, met koffers vol gereedschap, om de wereld draaiend te houden. In tegenstelling tot de voorgaande eeuwen blijkt dat het meer en meer industrieel vervaardigde producten zijn die zij repareren of onderhouden, in plaats dat zij zelf van grondstoffen voorwerpen maken. Een tweede verschuiving is dat beroepskennis en -kunde steeds minder vaak van ouder op kind overgaan, maar dat het steeds meer gaat om tijdens opleidingen en stages opgedane kennis. Daarom is de eerste ambitie om een aantal van die vaklieden tijdens hun werk te filmen en de bijbehorende gereedschapskoffers te collectioneren, te beginnen bij de koffiemachinemonteur.

De tweede ambitie is om de doe-het-zelfcultuur beter in beeld te brengen. De mens heeft altijd geklust, al was het maar in huis: het witten en behangen van de muren tijdens de voorjaarsschoonmaak, bij gezinsuitbreiding het timmeren van een wieg of een hele kinderkamer op zolder, tot en met een konijnenhok en een tuinschutting. Ook tegenwoordig zijn veel mensen in Nederland doe-het-zelvers. In de meest bescheiden vorm betreft dat het zelf te assembleren

bouwpakket van bijvoorbeeld IKEA. Maar met de instructiefilmpjes op onlinekanalen zoals YouTube durven steeds meer mensen hun eigen wasmachine los te schroeven. Handgereedschap is daarbij onderdeel geworden van het imago. Het domein Werken zal deze ontwikkeling volgen en vastleggen in de vorm van afbeeldingen, folders, gereedschappen en een meubelbouwpakket.

De derde ambitie heeft betrekking op kantoorwerk. Het merendeel van de mensen in Nederland werkt anno 2021 in een kantooromgeving. Daarin staat veelal een computer centraal waarin in de afgelopen jaren meer en meer zaken verdwenen die eerder nog fysiek om werkenden heen stonden: ordners, Tipp-Ex (correctiemiddel), schaar, kasten met hangmappen, inktstempels, rekenmachine, gum, kettingpapier, faxmachine, floppydisks, pennen, enveloppen, typemachine, inktlint en diaprojectors. In de beleidsperiode 2021-2028 zal het Nederlands Openluchtmuseum deze kantoorwereld in de documentaire en rijkscollectie vastleggen in de vorm van een of twee complete (thuis)werkplekken en foto’s in situ.

Registratie en fysieke staat

Van deze deelcollectie verkeert 85% van de voorwerpen in goede fysieke staat, 14% in matige staat, 1% in slechte staat. Tijdens een grootschalig conserveringsproject in 2011 zijn alle pasteltekeningen van Heijenbrock geconserveerd. Deze werken zijn ook goed beschreven. Sinds jaar en dag bestaat er een nauwe samenwerking tussen het Nederlands Openluchtmuseum en de Vereniging Ambacht en Gereedschap ten behoeve van het inhoudelijk ontsluiten van de deelcollecties en onderzoek inzake verwerven en afstoten. Een groot gedeelte van het houtbewerkingshandgereedschap is zodoende zeer goed beschreven. De fysieke staat van de collectiestukken gerelateerd aan houtbewerking is stabiel. Van het handgereedschap van andere dan houtbewerkingsberoepen is weinig beschreven. De conditie van de voorwerpen is over het algemeen redelijk tot goed. De conditie van het grutterijensemble is redelijk. Inspanningen dienen erop gericht te zijn om het grutterij-ensemble te behouden voor de toekomst. De fysieke staat van de grutterij blijft namelijk achteruitgaan door bezoekers en een te vochtige behuizing.

De weefgetouwen zijn goed beschreven. De fysieke staat is over het algemeen slecht door de jarenlange klimaatomstandigheden in de gebouwen in het museumpark. De spinnewielen en overige voorwerpen in deze deelcollectie zijn redelijk beschreven; datering en geografische herkomst ontbreken dikwijls nog. De fysieke staat van de spinnewielen loopt sterk uiteen. De inhoudelijke beschrijving van de stoomlocomobiel Ten Horn is uitstekend; de conditie is onlangs gestabiliseerd.

Recente en toekomstige activiteiten

Er zal nader onderzoek moeten plaatsvinden of expertise van buiten aangetrokken moeten worden om de spinnewielen te waarderen en te bepalen of deze deelcollectie kan worden versterkt, bijvoorbeeld door middel van afstoting.

DEELCOLLECTIE: DIENSTVERLENING

De deelcollectie dienstverlening is voor het eerst in dit collectieplan gedefinieerd. Het is een beter instrument om grip te krijgen op de talloze activiteiten waarmee niet zozeer een tastbaar product wordt gemaakt, maar die wel het dagelijks leven stroomlijnen. Bedoeld zijn hier activiteiten, beroepen en bedrijven met een dienstverlenend karakter zoals de politie, veldwachters, beulen, dienstbodes, knechten, palfreniers, beurtschippers, brug-, sluis- en seinwachters, lantaarnopstekers, brandweerlieden, nachtwakers, stads- of dorpsomroepers, klepperlieden, aanzeggers, (post-)bodes, aanplakkers, tijdingkramers, vuilnismannen, fecaliënophaaldiensten zoals putlegers en secreetruimers met hun stronttonnen, loopjongens, havenarbeiders, sjouwers, kruiers, tonners en dragers van zakken, turf, bier, kaas, ijs en water, melkrijders, porders, minnen, tolgaarders, accijnsmeesters, schatters, ijkmeesters en risters, strandvonders, herders, sekswerkers, waarzeggers en planeetkramers, en recenter bijvoorbeeld de hondenuitlaatservicemedewerkers en pedagogisch medewerkers van de kinderopvang. Veel van deze personen zijn werkzaam op het gebied van transport, toezicht, onderwijs, religie en justitie. In de beleidsperiode 2021-2028 zal collectiebeleid ontwikkeld worden voor deze deelcollectie.

DEELCOLLECTIE: GEZONDHEIDSZORG EN WELZIJNSZORG

Korte beschrijving

In deze deelcollectie, bestaande uit ongeveer 1800 voorwerpen, bevinden zich drie inventarissen van apotheken, waaronder de complete apotheek-aan-huis van een arts uit Huizum, een simpliciakast, waarin plantaardige, dierlijke en minerale grondstoffen zijn bewaard waaruit apothekers vroeger hun geneesmiddelen samenstelden, en ook collectiestukken gerelateerd aan het Groene Kruis, de uitrusting van drie generaties bakers c.q. kraamverzorgenden, en diverse voorwerpen ten behoeve van EHBO thuis.

Cultuurhistorische waarde

De deelcollectie omvat diverse unieke voorwerpen en ensembles. Daarentegen is er een groot aantal instellingen dat aandacht besteedt aan de geschiedenis van de gezondheidszorg zoals Rijksmuseum Boerhaave te Leiden, Museum de Griffioen te Delft en Museum Het Oude Raadhuis op Urk. Veel andere erfgoedinstellingen kampen met opheffing of zijn inmiddels gestopt met verzamelen, zoals het Nationaal Museum voor Verpleging en Verzorging.

Verzamelbeleid

Deze deelcollectie blijft geopend vanwege het belang voor het dagelijks leven, de aansluiting bij de reeds bestaande collectie op dit gebied en de schaarste aan alternatieve erfgoedinstellingen die zich bezighouden met algemene zorg in het dagelijks leven. Het verzamelbeleid is terughoudend en uitsluitend gericht op ensembles, met de nadruk op de periode na 1960.

Registratie en fysieke staat

De beschrijving van de afzonderlijke voorwerpen is in de regel beperkt. In de beleidsperiode 20212028 is er echter geen capaciteit om daarin verbetering te brengen. 89% van de voorwerpen in deze deelcollectie verkeert in een goede fysieke staat, 8% in matige staat, 3% in slechte staat.

DEELCOLLECTIE: HANDEL

Korte beschrijving

Het Nederlands Openluchtmuseum heeft representatieve ensembles uit de periode 1900 tot 2010 van de kleine middenstand, waaronder de Arnhemse Balletjeswinkel, de sigarenzaak van Dick Fries uit Aalten, de hoeden- en pettenwinkel van Bik uit Den Haag, de drogisterij van Christiaanse uit Leiden, de barbierswinkel van Donnai uit Gouda, de Italiaanse IJssalon Venezia uit Utrecht en de vroeger breedst gesorteerde gereedschapshandel van Nederland: Reesink uit Amsterdam. Deze ensembles geven een beeld van de periode in Nederland voor de komst van supermarkten. Winkels waren veelal gespecialiseerd, waarbij klant en winkelier elkaar persoonlijk kenden. In deze deelcollectie zitten bovendien talloze producten in hun oorspronkelijke verpakking en losse productverpakkingen, zoals sigarenzakjes. In totaal bevat deze deelcollectie ruim 11.000 voorwerpen.

Cultuurhistorische waarde

De geschiedenis van de middenstand in Nederland vormt een belangrijk aspect in de ontwikkelingen van het dagelijks leven. Zowel vanuit de bedrijfsmatige kant als vanuit de klantbeleving biedt deze collectie inzicht in deze bedrijfstak en zijn veranderingen. Door de compleetheid van veel ensembles met contextinformatie, zoals interieurfoto’s, administraties en biografische gegevens van de winkeliers, is deze deelcollectie een belangrijke bron voor onderzoek naar winkeliers in de twintigste eeuw.

Verzamelbeleid

De complete ensembles hebben een grote historische relevantie en hoge presentatiewaarde en zijn bijvoorbeeld geschikt voor reminiscentieprojecten. Daarom wil het museum deze blijven verzamelen. De schaalvergroting tot het niveau van supermarkten maakt echter dat het Nederlands Openluchtmuseum voor de hedendaagse tijd geen representatieve winkels meer kan verzamelen, omdat daarvoor simpelweg geen capaciteit is. Een ensemble van een van de toonaangevende warenhuizen zou waardevol zijn om de ontwikkelingen in de periode na 1960 toch te documenteren. In het verleden heeft het Nederlands Openluchtmuseum losse elementen uit winkelinterieurs en winkelinventarissen in de collectie opgenomen. Mede omdat bij deze voorwerpen in veel gevallen de inhoudelijke beschrijving of achtergrondinformatie ontbreekt, zijn deze vaak minder interessant. Uit deze deelcollectie zullen die voorwerpen ten behoeve van afstoting nader onderzocht worden.

Registratie en fysieke staat

De deelcollectie is basaal tot goed gedocumenteerd. 85% van de voorwerpen in de deelcollectie handel verkeert in een goede fysieke staat, 13% in matige staat, 2% in slechte staat.

DEELCOLLECTIE: JACHT EN VISSERIJ

Korte beschrijving

De deelcollectie bevat ongeveer 420 voorwerpen gerelateerd aan de jacht en de zoet- en zoutwatervisserij. Te denken valt aan een compleet ingerichte scheepswerf uit Marken, scheepskisten en -lampen, palingfuiken en -netten, palingscharen (elgers), boetnaalden, vissersmanden, vismaten, wormendozen en bijvoorbeeld de visventersbakfiets ‘De Vette Gulp’. Daarbij is er een uitgebreide deelcollectie iconografie die betrekking heeft op deze beroepsbevolking, bestaande uit gravures, litho’s en aquarellen van vissers, visverwerkingsbedrijven en visverkopers, waaronder voorstellingen van Herman Heijenbrock. In andere domeinen bevinden zich visserskleding en -sieraden, en keukengerei in relatie tot het eten van vis.

Op het gebied van de jacht zijn er onder meer signaalhoorns, messen, geweren, kruithoorns, een jachtpaal, een vrij complete vinkenbaan en veel voorwerpen ten behoeve van de eendenvangst. Deze deelcollectie omvat tevens een grote variatie aan vallen voor het wegvangen van muizen, mollen, kraaien, vossen en wolven. In de afgelopen eeuwen hadden slechts weinig mensen het recht om te jagen. De meest voorkomende vorm van jacht was dan ook het stropen, vaak uitgeoefend door arbeiders, als broodnodige aanvulling op het bestaan. Behalve enige verhalen en afbeeldingen zijn er geen voorwerpen aangaande dit stropen in de collectie en dit geldt voor de gehele Collectie Nederland.

Cultuurhistorische waarde

De zoutwatervisserijvloot in Nederland is anno 2022 sterk geslonken door schaalvergroting en visquota. De beroepszoetwatervisserij bestaat vrijwel niet meer. De jacht is steeds meer ter discussie komen te staan en musea met de jacht als focus zijn opgegaan in grotere gremia en hebben hun terrein verlegd. De voorwerpen aangaande jacht en visserij in het Nederlands Openluchtmuseum vertegenwoordigen belangrijke historische beroepsgroepen, die met behulp van deze deelcollectie nog bestudeerd kunnen worden.

Verzamelbeleid

Diverse musea belichten de visserij, zoals het Zuiderzeemuseum en kleinere musea langs de Noordzeekust en de voormalige Zuiderzee. De huidige visserij gebeurt echter op zo’n grote schaal dat materiële borging daarvan niet meer haalbaar is. In de jaren 1990 hebben het Nederlands Openluchtmuseum en het Zuiderzeemuseum daarom afgesproken dat de beroepsvisserij, voor zover haalbaar, in Enkhuizen gedocumenteerd en verzameld wordt en dat het Nederlands Openluchtmuseum zich richt op visserij als hobby.

Registratie en fysieke staat

De deelcollectie is vrij goed gedocumenteerd. Zo zijn vrijwel alle voorwerpen uit de scheepswerf van Marken door scheepsbouwers beschreven. 82% van de voorwerpen in deze deelcollectie verkeert in een goede fysieke staat, 17% in matige staat, 1% in slechte staat.

DEELCOLLECTIE: LANDBOUW

Korte beschrijving

De deelcollectie landbouw weerspiegelt de materiële erfenis van activiteiten waarbij land dient voor de productie van planten (bos- en tuinbouw) en dieren (veeteelt). Deze deelcollectie bestaat uit ongeveer 1400 voorwerpen en bevat onder andere houten en metalen ploegen, eggen, zaaioogst- en dorswerktuigen, door mens of dier aangedreven karnen, melkseparatoren, trippen, tuigen en dierenvallen. Ook de voorwerpen gerelateerd aan imkerij behoren tot deze deelcollectie. Noemenswaard is de stoomlocomobiel van het merk Ruston & Hornsby, die tot in 1973 een dorsmachine aandreef in de Anna Paulownapolder. Van dit specifieke type stoomlocomobiel zijn er nog slechts twee in Nederland.

De deelcollectie landbouw bevat hoofdzakelijk voorbeelden uit de niet- of half gemechaniseerde bedrijfsvoering, met enkele voorwerpen die de overgang naar volledige mechanisatie illustreren.

De deelcollectie landbouw weerspiegelt de werkzaamheden op en het uiterlijk van het platteland door de tijd heen, verwijst naar wat er op ieders bord ligt en hoe dat tot stand komt. Het Nederlands Openluchtmuseum en ook deze deelcollectie is van oorsprong sterk georiënteerd op de preindustriële, agrarische samenleving. Vanaf de jaren 1960 heeft het museum ook de overgang naar schaalvergroting en specialisatie vastgelegd in voorwerpen en documentatie.

Cultuurhistorische waarde

Het thema landbouw verdient een nationaal landbouwmuseum. Bij het ontbreken daaraan is het Nederlands Openluchtmuseum dat de facto. Veel publicaties baseren zich voor een deel op de vergelijkingscollectie van het Nederlands Openluchtmuseum. Stoomlocomobiel Ruston & Hornsby heeft een hoge cultuurhistorische waarde vanwege zijn zeldzaamheid en grote presentatiewaarde.

Verzamelbeleid

Het inhoudelijk en praktisch beheer van landbouwwerktuigen is een steeds groter dilemma. Kennis over landbouwwerktuigen uit de pre-industriële periode en de overgang naar de mechanisatie wordt steeds schaarser binnen het Nederlands Openluchtmuseum en ook op landelijk niveau. Door het decennialange tekort aan middelen is het Nederlands Openluchtmuseum gedwongen deze deelcollectie als afgesloten te beschouwen. Veel landbouwmachines van na de Tweede Wereldoorlog, die wekelijks worden aangeboden, zijn te groot voor onze huidige beheer- en behoudscapaciteiten. Daarentegen zullen in de beleidsperiode 2021-2028 wel recente ontwikkelingen in de landbouw, zoals de werkplek van een boer en robotisering, worden gedocumenteerd.

Registratie en fysieke staat

De inhoudelijke beschrijving van de deelcollectie landbouw is goed op objectniveau; afzonderlijke onderdelen zijn dikwijls niet nader beschreven. 55% van de voorwerpen verkeert in een goede fysieke staat, 39% in matige staat, 6% in slechte staat. De conditie van de Ruston & Hornsby is redelijk. Omdat de veiligheid van deze machines niet meer te garanderen is, speelt de stoomlocomobiel geen actieve rol meer bij demonstraties in het traditionele stoomdorsweekend dat jaarlijks in augustus plaatsheeft in het Nederlands Openluchtmuseum.

Recente en toekomstige activiteiten

Er zijn veel kleinere landbouwmusea met een regionale doelstelling. Daarmee is de afgelopen jaren samenwerking en uitwisseling geïntensiveerd om zo tot inzicht te komen wat reeds waar wordt bewaard en wat nog gewaarborgd moet worden. In de komende periode zullen belangrijke recente ontwikkelingen in de landbouw worden gedocumenteerd. Het beschrijven van tractoren en andere landbouwvoertuigen en het online plaatsen van deze beschrijvingen is een speerpunt in de beleidsperiode 2021-2028.

DEELCOLLECTIE: VERVOER

Korte beschrijving

De deelcollectie vervoer bevat allerlei landelijke transportmiddelen, zoals kruiwagens, boerenwagens, handkarren, hondenkarren, transportsleden over land en ijs, een ezelwagen, en een aan deze collectie gerelateerde travalje. Er is overlap met andere deelcollecties, zoals landbouw en ambacht en techniek. Onderdeel vormt een groot aantal voorwerpen rondom dierenuitrusting, die de materiële neerslag is van een tijd waarin tractie door ossen, paarden, ezels, bokken en honden integraal deel uitmaakte van het dagelijks leven. Uniek zijn de paardentrippen, -bitten en -hoefijzers. Binnen de deelcollectie vervoer zijn ook enkele voorbeelden uit de stedelijke context vertegenwoordigd. Zo zijn er onder meer een lijkkoets, een arrestantenwagen en een vuilniswagen.

De deelcollectie vervoer betreft vooral transportmiddelen van vóór de motorisering, met enkele gemotoriseerde exemplaren zoals tractoren. Voorbeelden uit de wederopbouw en later zijn nauwelijks verzameld. In totaal bevat deze deelcollectie ongeveer 570 voorwerpen.

Cultuurhistorische waarde

Deze deelcollectie omvat de grootste verzameling karren en plattelandsvoertuigen van Nederland, met voorbeelden uit alle windstreken. Van veel karren zijn bovendien de makers bekend, waarover het museum documentatie en beeldmateriaal bezit. Tot deze deelcollectie behoren belangrijke ensembles, zoals die van de timmerwinkel-kruiwagenmakerij Slendebroek uit Windesheim. Hierdoor is zij een in samenstelling en omvang unieke verzameling voor Nederland.

De combinatie van de collectie karren en wagens met die van de dierenuitrusting geeft meerwaarde aan beide. Zowel het Nationaal Rijtuigenmuseum in Leek als het Nederlands Openluchtmuseum beheren nationale collecties, die in belangrijke mate op elkaar aansluiten. Recent onderzoek heeft uitgewezen dat het Nederlands Openluchtmuseum beschikt over een bijzondere deelcollectie tuigen voor wagens, karren, sledes en landbouwwerktuigen. Bij het overgrote deel van de paardentrippen, -bitten en -hoefijzers is uitvoerige documentatie beschikbaar.

Verzamelbeleid

Voertuigen worden bijna wekelijks aangeboden aan het museum, omdat het particulieren en in groeiende mate gemeenten en musea aan ruimte en middelen ontbreekt om ze te behouden. Met het Nationaal Rijtuigenmuseum in Leek is afgesproken dat het Nederlands Openluchtmuseum zich concentreert op plattelandsvoertuigen en het Nationaal Rijtuigenmuseum op stadse en elitevoertuigen. Daartoe hebben beide musea in een eerder stadium veel voertuigen aan elkaar overgedragen. Afstemming inzake aanbiedingen, verwervingen en inhoudelijke kwesties vindt frequent plaats.

Uit gebrek aan middelen kan het Nederlands Openluchtmuseum de huidige tijd met gemotoriseerde voertuigen niet meer collectioneren voor het nageslacht. Automusea ondervangen deze groeiende lacune in Nederland nauwelijks, omdat deze zich vooral richten op luxe personenvoertuigen of op één merk. Zo dreigen bijvoorbeeld de zogenaamde werkpaarden uit de wederopbouwperiode te verdwijnen. Ook op het gebied van dierenuitrusting wordt niet meer verzameld, omdat wat er nu nog gebeurt op het gebied van dierentractie plaatsvindt in de recreatieve sfeer. Een klein deel van de tuigen is de afgelopen beleidsperiode afgestoten vanwege verregaande incompleetheid. Het

verzamelbeleid richt zich op de periode na 1960. Het Nederlands Openluchtmuseum ambieert om voor deze deelcollectie een iconisch hedendaags vervoermiddel te verwerven: het klusbusje.

Registratie en fysieke staat

Deze deelcollectie is over het algemeen zeer goed beschreven en vormt alleen al daardoor een vergelijkingscollectie in Nederland. 53% van de voorwerpen in deze deelcollectie verkeert in een goede fysieke staat, 43% in matige staat, 4% in slechte staat. De boerenwagens en boerenkarren zijn goed beschreven. Ook de tuigen zijn in de afgelopen tien jaar door specialisten uitvoerig bestudeerd en goed beschreven. Voertuigen zoals duwsleden en mestkruiwagens moeten nog naar behoren beschreven worden.

De fysieke staat van veel wagens is matig. De hoofdoorzaken daarvoor zijn de kwetsbaarheid door het intensieve gebruik in het verleden, de slechte staat waarin de wagens bij verwerving zijn aangeboden, de slechte bewaaromstandigheden in het verleden en de slechte klimaatomstandigheden waaronder ze op het museumterrein zijn tentoongesteld. In het kader van de collectieverhuizing naar het CC NL zijn alle wagens en karren recentelijk geconserveerd en op verrijdbare onderstellen gezet, om de vaak kwetsbare wielen te ontlasten. De fysieke staat van de dierenuitrustingen is over het algemeen redelijk.

4.2.4 DOMEIN WONEN

Het domein Wonen bestaat uit bijna 40.400 voorwerpen en is ingericht als een huis. De afzonderlijke deelcollecties meubilair, verwarming, verlichting, interieurtextiel, behang, wandbetimmering, keukenen tafelgerei, rookgerei, schoonmaak, lichaamsverzorging en persoonlijke hygiëne en tot slot de deelcollectie pronk, sier en decoratie vormen de elementen waaruit het domein Wonen is opgebouwd.

Geen ander museum heeft zo’n brede roerende collectie op het gebied van het alledaagse wonen in Nederland. Wat betreft datering ligt het zwaartepunt van dit domein momenteel tussen 1850 en 1950. Het streven is om deze tijdspanne te verbreden tot het heden. Om de deelcollectie wooncultuur te actualiseren richt het Nederlands Openluchtmuseum zich in de komende jaren op de periode na 1960. Concreet zal dit bijvoorbeeld voor de deelcollectie meubilair betekenen dat er actief zal worden gezocht naar representatieve meubelensembles die de belangrijke ontwikkelingen vanaf 1960 kunnen vertegenwoordigen, zoals die van eenpersoonshuishoudens of migrantengezinnen. Daarnaast verdient de deelcollectie rookgerei uitbreiding: na 1960 is het gebruik van softdrugs steeds gewoner geworden. Inmiddels is dit niet meer weg te denken uit de samenleving. Daarom zal het Nederlands Openluchtmuseum ook voorwerpen verzamelen die te maken hebben met het gebruik van cannabis.

Het Nederlands Openluchtmuseum houdt verder vast aan de reeds ingezette koers om met name contextrijke voorwerpen en ensembles te verzamelen die herkenning oproepen en inzicht geven in de geschiedenis van het dagelijks leven in en rond het huis. In de periode tot en met 2024 zullen de ruim 11.000 voorwerpen die nog niet zijn toegekend aan een deelcollectie verdeeld worden over de geformuleerde deelcollecties.

DEELCOLLECTIE: BEHANG

Korte beschrijving

De deelcollectie behang telt 2600 voorwerpen en beslaat de periode van circa 1880 tot 1960. Met name tot ongeveer 1920 waren veel mensen in Nederland genoodzaakt om regelmatig opnieuw te behangen, vanwege het verwarmen met kolen. Ook voor mensen met lagere inkomens was er veel keus in behang. Het Nederlands Openluchtmuseum beheert een representatief overzicht behang uit de genoemde periode.

Cultuurhistorische waarde

De Stichting Historische Behangsels en Wanddecoraties oordeelt dat de deelcollectie behang van hoge cultuurhistorische waarde is voor Nederland. Het Nederlands Openluchtmuseum onderscheidt zich van andere instellingen door een deelcollectie die juist het meest algemene behang betreft uit een periode van grofweg 1880 tot 1960, in tegenstelling tot het chiquere behang dat in situ in kastelen en buitenhuizen bewaard is.

Verzamelbeleid

De deelcollectie behang moet in zijn geheel behouden blijven. Deze deelcollectie is gesloten voor behang van voor 1960. Algemeen gebruikt behang van na 1960 wordt passief verzameld.

Registratie en fysieke staat

De deelcollectie behang is nog niet beschreven. Om de deelcollectie behang te kunnen ontsluiten is externe expertise nodig. Dit heeft echter geen hoge prioriteit. Van deze deelcollectie verkeert 52% van de voorwerpen in goede fysieke staat, 31% in matige staat, 17% van het behang verkeert in slechte staat.

DEELCOLLECTIE: KEUKEN- EN TAFELGEREI

Korte beschrijving

De omvangrijke deelcollectie keuken- en tafelgerei bestaat uit bijna 11.900 voorwerpen en beslaat een lange periode uit de geschiedenis: van ongeveer 1300 tot 1975. Enerzijds zijn er voorwerpen uit de periode waarin er gekookt werd op een vuurplaats of kachel (tot 1900) en anderzijds zijn er voorwerpen uit de tijd waarin het gebruikelijk werd om een afzonderlijke keuken te gebruiken (vanaf 1900), waarna uiteindelijk het aantal gebruiksvoorwerpen gerelateerd aan koken en eten een hoge vlucht nam.

Het Nederlands Openluchtmuseum beheert een omvangrijke verzameling alledaags keuken- en tafelgerei uit de late middeleeuwen, waaronder een bronzen kookpot uit de vijftiende eeuw en een teljoor uit de periode 1450-1550. Ook de vroegmoderne tijd is goed vertegenwoordigd. Voorbeelden zijn een bierpul van omstreeks 1700 en een set zilveren bestek uit 1807. De grote verscheidenheid aan kooktoestellen en eetgerei die vanaf 1900 in het huishouden gebruikt werd, is in deze deelcollectie goed vertegenwoordigd. Zo beschikt het museum over een petroleumstel waar van 1917 tot eind jaren 1940 op gekookt is, een hooikist die langdurig gebruikt is en een Bruynzeelkeuken uit 1957, die de wederopbouwperiode vertegenwoordigt. Voor de periode na 1960 is geen goede, samenhangende verzameling aan kooktoestellen en eetgerei opgebouwd.

Cultuurhistorische waarde

De deelcollectie keuken- en tafelgerei is de grootste en breedste verzameling alledaags keuken- en tafelgerei in Nederland. De deelcollectie van het Nederlands Openluchtmuseum onderscheidt zich van andere collecties doordat het meest algemeen gebruikte goed verzameld is, waarbij ook de belangrijkste ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld materiaalgebruik te illustreren zijn en onderzocht kunnen worden.

Verzamelbeleid

Het Nederlands Openluchtmuseum heeft binnen deze deelcollectie in het verleden vooral op materiaal en type voorwerp verzameld. Een goed voorbeeld hiervan zijn de vele aardewerken collectiestukken, die een beeld geven van wat er over het algemeen werd gebruikt in Nederland. Van veel voorwerpen is echter geen gebruikscontext bekend, waaronder talloze potten en pannen en een aantal tajines. Dergelijke voorwerpen zullen onderzocht worden, omdat verwacht wordt dat hiervoor betere exemplaren met gebruiksgeschiedenis kunnen worden verworven.

Registratie en fysieke staat

Over het algemeen is deze deelcollectie redelijk goed beschreven. Van deze deelcollectie verkeert 88% van de voorwerpen in goede fysieke staat, 10% in matige staat, 2% in slechte staat. Het beschrijven van keuken- en tafelgerei en het online plaatsen van deze beschrijvingen is een speerpunt in de beleidsperiode 2021-2028. Hierbij is speciale aandacht voor voorwerpen van voor 1800.

DEELCOLLECTIE: LICHAAMSVERZORGING EN PERSOONLIJKE HYGIËNE

Korte beschrijving

Met de voorwerpen uit de deelcollectie lichaamsverzorging en persoonlijke hygiëne kan het Nederlands Openluchtmuseum de ontwikkelingen laten zien in artikelen waarmee Nederlanders hun lichaam en hygiëne verzorgden van grofweg 1500 tot 1965. De deelcollectie bestaat uit 630 voorwerpen, waaronder scheerbenodigdheden, kammen en borstels, po’s, waskommen en lampetstellen, was- en lavettafels, toiletten, kwispedoors, zalfpotten, hoogtezonnen, krulsets en föhns.

Cultuurhistorische waarde

De cultuurhistorische waarde is zeer wisselend. Cultuurhistorisch waardevolle voorwerpen zijn met name de oudste collectiestukken, zoals kamerpotten uit de eerste helft van de zestiende eeuw en kwispedoors uit de eerste helft van de zeventiende eeuw. Daarnaast beschikt het Nederlands Openluchtmuseum over voorwerpen uit de recente geschiedenis, zoals een scheeretui uit 1950-1970 en een combinatie hoogtezon en infraroodlamp van Philips uit circa 1970.

De afzonderlijke collectiestukken zijn belangrijke representanten van de historische ontwikkelingen rond de alledaagse hygiëne, maar de deelcollectie zelf heeft nog weinig samenhang. Vooral de voorwerpen vervaardigd tussen grofweg 1500 en 1800 zijn niet verzameld om het verhaal van verzorging en hygiëne te vertellen, maar vanwege het gebruikte materiaal: respectievelijk aardewerk en tin. Pas recent is de wens ontstaan om een deelcollectie lichaamsverzorging en persoonlijke hygiëne op te bouwen. Als gevolg hiervan zijn herkenbare, alledaagse twintigste-eeuwse hulpmiddelen, zoals scheergereedschap, toegevoegd aan de deelcollectie. In de komende jaren zal onderzocht worden hoe de deelcollectie versterkt kan worden.

Verzamelbeleid

De deelcollectie is gesloten tot 1960. De periode na 1975 is nauwelijks vertegenwoordigd. Nader onderzoek is noodzakelijk om voorstellen te kunnen doen voor versterking van deze deelcollectie. Een ensemble uit het laatste kwart van de twintigste eeuw, bijvoorbeeld een badkamerinterieur of een gevulde toilettas, zou een verrijking kunnen zijn. In de afgelopen jaren is vastgesteld dat deze deelcollectie veel doublures bevat. Deze zullen nader onderzocht worden en indien wenselijk worden aangemerkt voor afstoting.

Registratie en fysieke staat

De beschrijving van de deelcollectie op objectniveau is redelijk tot goed. Van deze deelcollectie verkeert 78% van de voorwerpen in goede fysieke staat, 11% in matige staat, 11% in slechte staat.

DEELCOLLECTIE: MEUBILAIR

Korte beschrijving

De deelcollectie meubilair bestaat uit ongeveer 2650 voorwerpen, die grofweg dateren uit de periode 1600-1960. Met name de jongste meubelstukken zijn in ensembles verzameld. Internationaal welbekend is het beschilderde meubilair, waaronder een hoekkast uit circa 1750 en een hangoortafel uit circa 1770.

Van oudsher verzamelt het Nederlands Openluchtmuseum regionaal meubilair. Zo zijn typen stoelen als bijvoorbeeld de Limburgse plankenstoel en Zeeuwse uilenstoel goed vertegenwoordigd. Daarnaast is ook het meest algemeen gebruikte meubilair in Nederland verzameld. Een goed voorbeeld hiervan zijn de tweehonderd knopstoelen. Met de deelcollectie meubilair is het mogelijk om de belangrijkste ontwikkelingen van het meubel door de eeuwen heen inzichtelijk te maken. Bovendien is er de grote diversiteit die er aan meubels in Nederland bestond mee te illustreren. De deelcollectie beeld en geluid is onderdeel van de deelcollectie meubilair. Daaronder verstaan we onder andere televisietoestellen en voor binnenshuis bedoelde en gebruikte radiotoestellen en -installaties. Draagbare radiotoestellen voor gebruik buitenshuis vallen onder het domein OZO, deelcollectie muzikaal vermaak.

Cultuurhistorische waarde

Terwijl (design)meubels voor de elite breed aanwezig zijn in collecties van andere Nederlandse instellingen, beheert het Nederlands Openluchtmuseum juist het regionale en alledaagse meubilair. Het museum onderscheidt zich van andere instellingen door een deelcollectie die een overzicht biedt van het meest algemeen gebruikte meubilair, televisietoestellen en radiotoestellen door de eeuwen heen.

Verzamelbeleid

Binnen de deelcollectie meubilair verzamelt het museum passief tot 1960. Uitzonderingen kunnen worden gemaakt voor historisch belangrijk meubilair van voor 1800 of wanneer meubilair een relatie heeft tot een gebouw in het museum.

Met de huidige deelcollectie meubilair is het nog niet mogelijk om de belangrijkste ontwikkelingen in de Nederlandse meubelgeschiedenis van na 1960, bijvoorbeeld de introductie van IKEA in Nederland, te illustreren. Omdat het Nederlands Openluchtmuseum streeft naar een deelcollectie die de geschiedenis van het meubelgebruik zo effectief en overkoepelend mogelijk in kaart brengt, is het van belang om actief enkele representatieve ensembles van na 1960 te verwerven. Daarbij wordt nog onderzocht welke ensembles waardevol zijn om te verzamelen. Bijvoorbeeld een ensemble van een eenpersoonshuishouden (in 2000 bestond 33 procent van alle huishoudens uit een persoon), of juist een ensemble gerelateerd aan emancipatie of migratie.

Registratie en fysieke staat

Over het algemeen is deze deelcollectie goed beschreven. Van deze deelcollectie verkeert 77% van de voorwerpen in goede fysieke staat, 20% in matige staat, 3% in slechte staat. Er wordt, in vergelijking tot andere deelcollecties, relatief veel meubilair in gebouwen in het museumpark gepresenteerd. Daardoor loopt het meubilair grotere risico’s op schade.

DEELCOLLECTIE: PRONK, SIER EN DECORATIE

Korte beschrijving

De deelcollectie pronk, sier en decoratie bestaat uit ruim 5200 voorwerpen, zoals schilderijen, bavelaars, spanen dozen, prenten, miniatuurzilver, beelden, kastrandjes, kastkommen en siervazen, kerfsnee-aardewerk, sierborden en schotels.

Cultuurhistorische waarde

De cultuurhistorische waarde van deze deelcollectie is zeer wisselend. De verzameling wandborden geeft bijvoorbeeld een goed overzicht hoe Nederlanders hun wanden verfraaiden. De schilderijen van het museum hebben over het algemeen afzonderlijk een zeer beperkte cultuurhistorische waarde. Vergelijkbare schilderijen zijn te vinden in tal van erfgoedcollecties. Toch vormen zij een belangrijk interieurelement. Een voorbeeld is de oleografie Moeder met kind in een interieur; deze negentiendeeeuwse techniek wekt de illusie dat het om een olieverfschilderij gaat. In het eenvoudige negentiendeeeuwse interieur was dit een bekend verschijnsel.

Verzamelbeleid

Om zich te onderscheiden zou het Nederlands Openluchtmuseum zich moeten richten op decoratieve voorwerpen die in andere erfgoedinstellingen niet worden verzameld, maar die wel breed geliefd en verspreid waren, zoals oleografieën. De categorieën wandborden en spanen dozen zijn gesloten; het museum is erin geslaagd hiervan representatieve verzamelingen aan te leggen. Overige decoratieve voorwerpen van voor 1960 verwerft het Nederlands Openluchtmuseum niet. In de komende periode richt het museum zich op het formuleren van collectiebeleid op het gebied van pronk, sier en decoratie vanaf 1960, bij voorkeur in ensembles. Daarbij gaat de aandacht uit naar de opvolgers van wandborden, zoals posters gerelateerd aan ideologie of jeugdcultuur. Voor beleid op het gebied van overige decoratieve voorwerpen is nader onderzoek noodzakelijk: wat zijn de ontwikkelingen op dit gebied in het wooninterieur in Nederland?

Registratie en fysieke staat

Deze deelcollectie is over het algemeen slecht beschreven, met uitzondering van de spanen dozen, wandborden en bavelaars. Van deze deelcollectie verkeert 60% van de voorwerpen in goede fysieke staat, 35% in matige staat, 5% in slechte staat.

Recente en toekomstige activiteiten

In de komende jaren wordt onderzoek gedaan naar pronk, sier en decoratie na 1960.

DEELCOLLECTIE: ROOKGEREI

Korte beschrijving

De huidige verzameling rookgerei bestaat hoofdzakelijk uit voorwerpen die gebruikt zijn bij het pruimen en roken van tabak. De deelcollectie rookgerei bestaat uit 1100 voorwerpen en beslaat de periode van 1600 tot 1965. Het betreft een grote verzameling pijpen en pijpenkoppen, zoals een ‘portretpijp’ met koningin Wilhelmina ter gelegenheid van haar inhuldiging als koningin in 1898, sigarettendozen, tabakspotten en tabaks- en snuifdozen, waaronder bijvoorbeeld een zilveren tabaksdoos uit 1874.

Cultuurhistorische waarde

De cultuurhistorische betekenis van de deelcollectie rookgerei voor Nederland moet nader onderzocht worden.

Verzamelbeleid

De deelcollectie is gesloten tot 1960. Voor de periode na 1960 wordt actief verzameld.

De Nederlandse softdrugscultuur en het recentere gebruik van e-sigaretten zijn nog niet vertegenwoordigd.

Registratie en fysieke staat

Over het algemeen is de deelcollectie rookgerei slecht beschreven. Van deze deelcollectie verkeert 33% van de voorwerpen in goede fysieke staat, 57% in matige staat en 10% in slechte staat.

Recente en toekomstige activiteiten

In de komende jaren zal onderzoek plaatsvinden naar de materiële cultuur rond het gebruik van cannabis.

DEELCOLLECTIE: SCHOONMAAK

Korte beschrijving

De deelcollectie schoonmaak bestaat uit ruim 500 voorwerpen. Tot deze deelcollectie behoren bijvoorbeeld emmers, waspoeders, wasteilen, wastobben, wasstampers, wasborden, wasmanden, droogrekken, wasknijpers, wasmachines, schrobbers, mangels, mangelborden, raamspuiten, bezems en stofzuigers. Hiermee is een overzicht te geven van de voorwerpen waarmee mensen in Nederland hun huis en kleding tussen circa 1880 en 1965 schoonhielden.

Cultuurhistorische waarde

De betekenis van de huidige deelcollectie schoonmaak is gering. Afzonderlijke voorwerpen worden ook in tal van andere Nederlandse erfgoedinstellingen bewaard. Geen van de Nederlandse musea lijkt hierover samenhangend verzamelbeleid te hebben geformuleerd.

Verzamelbeleid

In de komende periode wordt beleid geformuleerd voor versterking van deze deelcollectie.

Registratie en fysieke staat

De deelcollectie is slecht beschreven. Van deze deelcollectie verkeert 72% van de voorwerpen in goede fysieke staat, 26% in matige staat, 2% in slechte staat.

Recente en toekomstige activiteiten

In het verleden zijn schoonmaakartikelen niet altijd op hun cultuurhistorische waarde geschat. Tegenwoordig wordt anders naar dergelijke alledaagse gebruiksvoorwerpen gekeken. Zo is het van groot belang dat de twintigste-eeuwse ontwikkelingen op het gebied van hygiëne beter tot uitdrukking komen in een representatieve deelcollectie. Daarom zal de deelcollectie schoonmaak in de beleidsperiode 2021-2028 nader worden onderzocht om te bepalen of deze voldoende representatief is voor de belangrijkste ontwikkelingen in het schoonmaken van woning en erf, en wat er nodig is om deze deelcollectie te versterken.

DEELCOLLECTIE: VERLICHTING

Korte beschrijving

Het Nederlands Openluchtmuseum beheert een grote verzameling van 925 van de meest algemeen gebruikte verlichtingsmiddelen in Nederland tussen circa 1500 en 1975. Het gaat om kandelaars, snotneuzen, (mechanische) olielampen, scheepslantaarns en elektrische armaturen. De twintigste eeuw tot 1975 is goed vertegenwoordigd.

Cultuurhistorische waarde

Het Nederlands Openluchtmuseum onderscheidt zich van andere erfgoedinstellingen doordat het een totaaloverzicht beheert en presenteert van verlichting door de eeuwen heen. Het merendeel van de voorwerpen wordt ook bewaard in talloze historische huizen en buitenplaatsen in Nederland.

Verzamelbeleid

Voor de periode tot 1975 wordt binnen deze deelcollectie passief verzameld. Verlichting van na 1975 wordt bij voorkeur verworven binnen interieurensembles. Wel kunnen enkele zeer algemene lampmodellen aan de collectie worden toegevoegd wanneer zij algemeen in gebruik zijn geweest, of wanneer zij specifieke interieurtrends illustreren.

In de deelcollectie verlichting worden ook voorwerpen bewaard die in andere erfgoedcollecties in grote aantallen vertegenwoordigd zijn, zoals bijvoorbeeld olielampen. Deze categorie verlichting zal nader onderzocht worden, omdat hieruit wellicht kan worden afgestoten. Ook zullen voorwerpen die in zeer slechte fysieke staat verkeren onderzocht worden op hun cultuurhistorische waarde om te beoordelen of deze voor de collectie behouden dienen te worden.

Registratie en fysieke staat

Over het algemeen is deze deelcollectie redelijk goed beschreven. Van deze deelcollectie verkeert 77% van de voorwerpen in goede fysieke staat, 18% in matige staat, 5% in slechte staat. Het beschrijven van voorwerpen binnen de deelcollectie en het online plaatsen van deze beschrijvingen is een speerpunt in de beleidsperiode 2021-2028. Hierbij is speciale aandacht voor voorwerpen van voor 1800.

DEELCOLLECTIE: VERWARMING

Korte beschrijving

De deelcollectie verwarming geeft een representatief beeld van de verscheidenheid aan voorwerpen en apparaten waarmee inwoners van Nederland zich van ongeveer 1600 tot 1975 warm hielden. Deze deelcollectie bestaat uit ruim 1350 voorwerpen, waaronder kachels, stoven en haardgerei. Ook in het museumpark is deze deelcollectie vertegenwoordigd, bijvoorbeeld door de plattebuiskachel in de tweede arbeiderswoning uit Tilburg, de kolenkachel in de boerderij uit Beerta en de gaskachel in de vorm van een Gelderse potkachel in de boerderij uit Hoogmade.

Cultuurhistorische waarde

Het Nederlands Openluchtmuseum onderscheidt zich van andere erfgoedinstellingen doordat de verzameling een helder overzicht biedt van hoe mensen door de eeuwen heen hun woningen verwarmden. Het merendeel van de voorwerpen in deze deelcollectie wordt ook bewaard in de talloze historische huizen en buitenplaatsen die Nederland rijk is.

Verzamelbeleid

Deze deelcollectie is gesloten voor de periode tot 1975. Een uitzondering kan worden gemaakt voor een uniek object dat gerelateerd is aan een gebouw in het museum. Voor de periode na 1975 verzamelt het museum actief op de meest algemene verwarmingsmiddelen, om een representatief overzicht op te bouwen en belangrijke interieurtrends te kunnen tonen. Hierbij is ook aandacht voor voorwerpen waarmee verhalen rond duurzaamheid kunnen worden verteld. In de komende jaren wordt onderzocht of er verwarmingsmiddelen zijn die nu mogelijk oververtegenwoordigd zijn en daardoor in aanmerking komen voor afstoting.

Registratie en fysieke staat

Over het algemeen is deze deelcollectie redelijk beschreven. Van deze deelcollectie verkeert 76% van de voorwerpen in goede fysieke staat, 19% in matige staat, 5% in slechte staat. Het beschrijven van voorwerpen binnen de deelcollectie en het online plaatsen van deze beschrijvingen is een speerpunt in de beleidsperiode 2021-2028. Hierbij is speciale aandacht voor voorwerpen van voor 1800.

DEELCOLLECTIE: WANDBETIMMERINGEN

Korte beschrijving

De deelcollectie wandbetimmeringen bestaat uit 11 voorwerpen en beslaat de periode 1750-1900. Voorbeelden zijn vier beschilderde kastdeuren uit Hindeloopen, gemaakt tussen 1750 en 1800, en drie wandbetimmeringen uit Workum uit het derde kwart van de achttiende eeuw. Tot in de jaren tachtig van de twintigste eeuw was het verzamelbeleid van het Nederlands Openluchtmuseum om incidenteel wandbetimmeringen te verzamelen. Er is echter geen samenhangende deelcollectie ontstaan. Een deel van de wandbetimmeringen is aanwezig in presentaties in het museumpark en enkele bijzondere collectiestukken, zoals de hierboven genoemde achttiende-eeuwse exemplaren, worden bewaard in het depot.

Cultuurhistorische waarde

In de collecties van het Zuiderzeemuseum en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zijn vergelijkbare wandbetimmeringen ondergebracht. De betekenis van de wandbetimmeringen in de collectie van het Nederlands Openluchtmuseum moet nader worden onderzocht.

Verzamelbeleid

De huidige deelcollectie is gesloten.

Registratie en fysieke staat

De voorwerpen zijn redelijk goed beschreven. Van deze deelcollectie verkeert 20% van de voorwerpen in goede fysieke staat, 78% in matige staat, 2% in slechte staat.

Recente en toekomstige activiteiten

In de beleidsperiode 2021-2028 zal contact gezocht worden met andere erfgoedinstellingen die historische wandbetimmeringen beheren om beheer, behoud en collectiebeleid beter af te stemmen.

DEELCOLLECTIE: WOONTEXTIEL

Korte beschrijving

De deelcollectie woontextiel bestaat uit ruim 2360 voorwerpen, die onderverdeeld kunnen worden in de rubrieken damast en pellenweefsels, quilts en lappendekens (tot 1960), bad- of handdoeken, vloerbedekking en raambedekking. Dit woontextiel beslaat in zijn geheel het meest algemeen gebruikte textiel in huishoudens in Nederland van ongeveer 1800 tot 2000. Voorbeelden zijn een tafellaken met servetten uit 1938 van textielkunstenares Kitty van der Mijll Dekker uit Eindhoven, een rol balatum vloerbedekking bedrukt met tapijtpatroon uit 1948 en gordijnen uit ongeveer 1990 behorend tot het ensemble van de boerderij uit Hoogmade.

Het vroege woontextiel in de collectie van het Nederlands Openluchtmuseum is verzameld omdat het om algemeen gebruikt goed gaat, maar is doorgaans anoniem, zoals een Perzisch kapstokkleedje uit circa 1930 en een quilt met ongeïdentificeerde initialen uit 1856. De jongste voorwerpen zijn hoofdzakelijk in ensembleverband verzameld.

Cultuurhistorische waarde

Het Nederlands Openluchtmuseum onderscheidt zich van andere instellingen door een verzameling die een overzicht biedt van het algemene, alledaagse woontextiel. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Rijksmuseum waar voorwerpen voor de elite wordt bewaard en het Textielmuseum, dat een sterkere focus heeft op het uniek designdamast.

Verzamelbeleid

Interieurtextiel van voor 1960 wordt door het Nederlands Openluchtmuseum alleen passief verzameld. Omdat interieurtextiel van na 1960 niet altijd van hoogwaardig materiaal is vervaardigd, daardoor niet altijd op waarde wordt geschat én omdat het Nederlands Openluchtmuseum binnen Nederland een schakelfunctie vervult als beheerder van het alledaagse huiselijk goed, blijft het museum selectief zeer algemene vormen van interieurtextiel verzamelen, zoals algemeen beddengoed en vloerbedekking. Dit gebeurt bij voorkeur binnen (interieur)ensembles.

Registratie en fysieke staat

Over het algemeen is deze deelcollectie slecht beschreven. Van deze deelcollectie verkeert 77% van de voorwerpen in goede fysieke staat, 17% in matige staat, 6% in slechte staat. De voorwerpen die zich in de museumgebouwen bevinden, verkeren veelal in slechte conditie.

4.3 DE DOCUMENTAIRE COLLECTIE

Het Nederlands Openluchtmuseum verzamelt, beheert en ontsluit allerlei documentair materiaal en stelt dit materiaal ook beschikbaar. De documentaire collectie van het museum telt ongeveer 275.000 voorwerpen en bestaat uit literatuur, foto’s en andere documenten met betrekking tot de geschiedenis van het dagelijks leven in Nederland vanaf omstreeks 1600, en dan vooral in samenhang met en complementair aan de museale, onroerende en roerende collectie en de presentaties. Formeel is de documentaire collectie eigendom van het Nederlands Openluchtmuseum; de documentaire collectie behoort niet tot de rijkscollectie.

Er zijn veel dwarsverbanden tussen de roerende en documentaire collectie. Het een is niet per se leidend voor het ander; beide kunnen wat betreft verzamelen samen opgaan, bijvoorbeeld bij collectievorming en -afstoting, maar dat hoeft niet. Het Nederlands Openluchtmuseum verzamelt vakinhoudelijke publicaties, werken over de geschiedenis van het museum en werken die naast informatiewaarde ook objectwaarde hebben. Het Nederlands Openluchtmuseum onderscheidt vier documentaire deelcollecties: bibliotheek, afbeeldingen, audiovisueel materiaal en documentaire objecten. De deelcollecties worden hieronder besproken.

Bibliotheek

De deelcollectie boeken, tijdschriften en tijdschriftartikelen omvat een voor Nederland unieke verzameling over de geschiedenis van het dagelijks leven in dit land, in al zijn aspecten. Nergens anders in Nederland is zo’n brede verzameling beschikbaar, in onderwerp en geografische dekking. In de bibliotheek zijn vooral publicaties raadpleegbaar die betrekking hebben op de roerende en onroerende objecten en museale presentaties, en daarover contextinformatie verschaffen. De collectie omvat een breed scala aan onderwerpen waaronder gebruiken, tradities en ontspanning, wooncultuur, ambachten, streekdracht en -accessoires, volkskunst en ambachtelijk gereedschap, de vensters van de Canon van Nederland, thema’s zoals religie, eten en drinken, vrijetijdsbesteding, en immaterieel erfgoed.

Omvang: ruim 30.000 boeken en 1200 tijdschrifttitels.

Ontsluiting: In Adlib zijn ongeveer 43.000 titelbeschrijvingen opgenomen: 28.500 boeken; 1200 titels van tijdschriften en 13.000 tijdschriftartikelen. Aan ongeveer 1600 titelbeschrijvingen is een digitaal exemplaar van het werk gekoppeld. Bij de beschrijving gelden de internationale regels voor titelbeschrijving ISBD.

Afbeeldingen

Deze deelcollectie bevat foto’s, prentbriefkaarten, dia’s en tekeningen van de negentiende eeuw tot heden. Het vooroorlogse materiaal bestaat vooral uit een aantal door het Nederlands Openluchtmuseum verworven fotocollecties (Van Agtmaal, Berssenbrugge, Hoetink, et cetera) en uit afdrukken van materiaal uit collecties van anderen (musea, persbureaus, overheid, et cetera). Vanaf 1943 is veel door het museum zelf gefotografeerd. Na de Tweede Wereldoorlog zijn tevens enkele omvangrijke fotocollecties verworven, bijvoorbeeld NCRV-schoolradio. Van een deel van de foto’s uit de fotocollectie is ook het negatief aanwezig.

Bijzonder waardevol zijn de foto’s die door museummedewerkers in de periode tussen 1943 en circa 1960 zijn vervaardigd in het kader van het zogenaamde veldwerk Landelijke Bouwkunst (plattelandsarchitectuur) en het veldwerk Nederlandse Volksdrachten. De ‘veldwerkers’ hadden de opdracht om zo goed mogelijk de verdwijnende plattelands- en visserscultuur vast te leggen.

Men begon in de plaatsen rond de Zuiderzee, omdat werd gevreesd dat door de aanleg van de Afsluitdijk de cultuur in deze plaatsen ingrijpend zou veranderen. Nadien werd ook in andere plaatsen veldwerk verricht. Gebouwen en allerlei voorwerpen werden uitvoerig gefotografeerd, de streekdracht beschreven en gefotografeerd, stofstalen verzameld, etc. Zo werd informatie vastgelegd over de materiële cultuur van deze ‘boeren- en visserscultuur’. De onderwerpen van de veldwerkfoto’s en -tekeningen zijn zeer gevarieerd: gebouwen, interieurs, volkskunst, gebruiksvoorwerpen, streekdracht, kalenderfeesten, ambachten en landbouwactiviteiten.

Omvang: Ongeveer 211.800 ontsloten beelddocumenten en 125m1 nog niet ontsloten materiaal. Ontsluiting: In Adlib zijn 211.800 documenten (onvolledig) ontsloten. Daarvan zijn de records van 88.000 documenten voorzien van een digitale afbeelding. Uitgangspunt voor registratie en beschrijving zijn de internationale regels van Spectrum.

Audiovisueel materiaal

De deelcollectie audiovisueel materiaal bestaat voor een belangrijk deel uit opnamen van televisieprogramma’s die raakvlak hebben met het Nederlands Openluchtmuseum. Dit zijn zowel programma’s van bijvoorbeeld Omroep Gelderland over het Nederlands Openluchtmuseum als programma’s over regio’s in Nederland. Daarnaast is door (of in opdracht van) het museum vervaardigd materiaal opgenomen, bijvoorbeeld opnamen van een oud gebruik of de registratie van de overdracht van voorwerpen aan het Nederlands Openluchtmuseum.

Omvang: 2300 ontsloten documenten en ongeveer 100 niet-ontsloten documenten.

Ontsluiting: In Adlib zijn 2300 documenten ontsloten. Ongeveer 500 daarvan zijn gedigitaliseerd. Uitgangspunt voor registratie en beschrijving zijn de internationale regels van Spectrum.

Documentaire objecten

In het recente verleden werd bij museale verwervingen soms besloten dat bepaalde voorwerpen uit een ensemble niet opgenomen zouden worden in de museale collectie, maar dat zij als documentatie wel van belang waren om te bewaren. Voor de registratie van dergelijke voorwerpen is de deelcollectie documentaire objecten in eerste instantie aangelegd. Inmiddels zijn ook de tussen 1943 en ongeveer 1960 in het kader van het veldwerk verzamelde stofstalen en de sinds 2002 verworven stofstalen erin opgenomen (in een afzonderlijke subgroep).

Omvang: ongeveer 5600 objecten

Ontsluiting: In Adlib zijn 3000 voorwerpen geregistreerd. Daarin zijn de records van 1700 objecten voorzien van een digitale afbeelding. Uitgangspunt voor registratie en beschrijving zijn de internationale regels van Spectrum.

Behoud en beheer documentaire collectie

Het grootste deel van de bibliotheekcollectie en de documentaire collectie wordt bewaard in het geklimatiseerde bibliotheekdepot. Door de juiste bewaaromstandigheden en verpakkingsmaterialen wordt de documentaire collectie duurzaam beheerd voor optimaal behoud en wordt geprobeerd het verval tot een minimum te beperken. Films en negatieven worden bewaard in een state of the art-depot dat speciaal is toegerust voor dit type kwetsbaar materiaal. Foto’s, films en andere documentaire collectie wordt volgens hedendaagse standaarden en met professioneel verpakkingsmateriaal verpakt en bewaard. Tijdschriften worden periodiek ingebonden.

Het bibliotheekdepot wordt beheerd en gemonitord door de afdeling Kennis & Collecties. De andere depots waar documentaire collectie wordt bewaard, worden door de afdeling Collectiebeheer beheerd en gemonitord.

5. COLLECTIEWAARDERING

Het Nederlands Openluchtmuseum ziet collectiewaardering als een hulpmiddel bij collectievorming, collectiemobiliteit en bij behoud en beheer. Bij al deze verantwoordelijkheden worden criteria toegepast om afwegingen en keuzes te maken en om argumenten voor besluitvorming te onderbouwen.

Enerzijds gaat het om de gebouwen op het museumterrein, met hun inrichting, tuininrichting en de terreinindeling. Naast hun cultuurhistorische waarde hebben deze gebouwen een hoge presentatiewaarde en heeft een deel van de onroerende collectie hoge sociaalmaatschappelijke waarde.

Anderzijds gaat het om de roerende collectie, waarvan een bescheiden aantal voorwerpen deel uitmaakt van presentaties in het museumpark. De roerende collectie in het depot heeft echter een hoge cultuurhistorische waarde als het gaat om de geschiedenis van het dagelijks leven in Nederland. Het Nederlands Openluchtmuseum verzamelt roerende collectie niet in eerste instantie met een presentatiedoel, maar om nu en in de toekomst de geschiedenis van het dagelijks leven met materiële getuigen te kunnen vertellen.

5.1 COLLECTIEWAARDERING ONROERENDE COLLECTIE

De museale gebouwen in het Nederlands Openluchtmuseum zijn in de bestaansgeschiedenis van het museum met uiteenlopende bouwhistorische en bouwkundige principes naar het museum verplaatst en herbouwd. Deze principes hingen samen met opvattingen over onder meer restaureren en authenticiteit die in de betreffende periodes gangbaar waren. In het verleden is bovendien op uiteenlopende wijze invulling gegeven aan het vastleggen van bouwkundige en bouwhistorische gegevens in situ en van de werkwijze bij afbraak, overplaatsing en herbouw in het museum. Latere ingrepen ten behoeve van onderhoud zijn evenmin op gestandaardiseerde wijze gedocumenteerd. Het resultaat hiervan is dat de beschikbare bouwkundige en bouwhistorische documentatie per gebouw sterk uiteenloopt, zowel in omvang als in kwaliteit. Het Nederlands Openluchtmuseum volgt in de aanpak en uitvoering wel voortdurend de actuele opvattingen over monumentenzorg.

Vanwege een aantal grootschalige restauraties tussen 2009 en 2018 maakt een extern gespecialiseerd bureau voorafgaand aan de restauratie steeds een bouwhistorische rapportage, waardestelling en hersteladvies. Deze betekenen een nieuwe inhoudelijke nullijn met duidelijke handvatten voor de betreffende museale gebouwen.

Tegenwoordig beschouwt het Nederlands Openluchtmuseum de gebouwen integraal; zo zijn de bouwkundige kenmerken belangrijk voor de herkenbaarheid. De bouwhistorie en afleesbaarheid daarvan zijn belangrijk om de gebruiks- en/of bewoningsgeschiedenis van een gebouw te kunnen vaststellen. Daarnaast is het gebouw een ‘drager van verhalen’, te plaatsen in een cultuurhistorische context of historische ontwikkeling. Idealiter is ook de biografie van de bewoners of gebruikers te documenteren en zijn (delen van) de inrichting nog aanwezig. Naarmate al deze componenten beter vast te stellen en beschikbaar zijn en meer samenvallen, neemt de ensemblewaarde toe en wordt de cultuurhistorische waarde van een gebouw groter en de erfgoedwaarde hoger. Het Nederlands Openluchtmuseum zal daarom in de beleidsperiode 2021-2028 bouwhistorisch onderzoek (laten) uitvoeren naar de museale gebouwen en de bouwhistorische waardebepaling (laten) vaststellen.

5.2 COLLECTIEWAARDERING ROERENDE COLLECTIE

Diverse gestandaardiseerde manieren van collectiewaardering die in de afgelopen decennia in Nederland zijn toegepast, zoals de criteria uit het Deltaplan voor Cultuurbehoud22 en Musip23categorieën, bleken beperkt toepasbaar op de collectie van het Nederlands Openluchtmuseum. Het Deltaplan droeg bij aan een kritische kijk op de roerende collectie en maakte het mogelijk om de collectieregistratie te standaardiseren. Waarderingscriteria uit Op de museale weegschaal zijn in aangepaste vorm toegepast bij collectievorming, maar blijken in de praktijk slechts ten dele bruikbaar voor de specifieke collectie en doelen op het gebied van collectievorming van het Nederlands Openluchtmuseum. De financiële waarde van alledaags erfgoed is vaak laag, de esthetische of artistieke kwaliteit is in veel gevallen niet relevant, algemeenheid is vaak een belangrijker criterium dan uniciteit.

Sinds 2011 werkt het museum met een set criteria voor collectievorming. Het Nederlands Openluchtmuseum formuleerde in 2021 scherpere kaders voor collectievorming en meer specifieke, op de eigen museumpraktijk toegespitste toetsingscriteria voor het beoordelen van voorwerpen van na 1960 (zie hoofdstuk 8 en bijlage Waarderingstabel). In 2024 zullen de waarderingscriteria geëvalueerd worden.

Voor het opstellen van dit collectieplan is de roerende collectie op deelcollectieniveau opnieuw gewaardeerd met een drieledig doel. Ten eerste is het wenselijk om de waardering die heeft plaatsgevonden voor het collectieplan Kiezen en Delen te actualiseren en in een aantal gevallen te herzien vanwege veranderende kennis en inzichten. Ten tweede wil het museum de deelcollecties eenduidiger en voorwerpen meer naar functie indelen. Ten derde is het voor het Nederlands Openluchtmuseum van belang om het verzamelbeleid aan te scherpen en heldere doelen te stellen om actiever en meer eigentijds te verzamelen.

Vanwege de nationale scope van het collectieprofiel hanteert het Nederlands Openluchtmuseum een nationaal referentiekader voor het vaststellen van de cultuurhistorische waarde. Van een beperkt aantal collectiestukken is bovendien de cultuurhistorische waarde in internationaal perspectief aangegeven. De waardering op deelcollectieniveau heeft per domein plaatsgevonden door de afzonderlijke conservatoren, waarna hierover bredere discussie en uitgebreide uitwisseling plaatsvond binnen de afdeling Kennis & Collecties. De resultaten van de collectiewaardering zijn verwerkt in hoofdstuk 4.

Het Nederlands Openluchtmuseum hanteert binnen de eigen collectie geen onderverdeling in waardecategorieën tussen de afzonderlijke deelcollecties, bijvoorbeeld door kerncollecties aan te wijzen. Het museum is van mening dat dit voor de specifieke collectie onvoldoende waarde toevoegt ten aanzien van collectiebeleid. In principe zijn alle deelcollecties van belang voor het Nederlands Openluchtmuseum, tenzij anders wordt vermeld. In specifieke kwesties, zoals het maken van keuzes ten aanzien van restauratie of conservering, wordt op objectniveau wel rekening gehouden met de cultuurhistorische waarde in relatie tot andere voorwerpen in de deelcollectie en, indien van toepassing, gelijk(soortig)e voorwerpen binnen Nederlandse erfgoedcollecties. Dan speelt ook de presentatiewaarde van voorwerpen een belangrijke rol.

6. COLLECTIEBEHOUD EN BEHEER PER COLLECTIE

Bij het behoud en beheer van erfgoed zijn de opvattingen over collectievorming en collectiebeheer in beweging. Het Nederlands Openluchtmuseum is goed op de hoogte van de actuele denkbeelden over collectiebeheer en streeft ernaar deze binnen de prioriteiten en mogelijkheden toe te passen. Dit komt onder meer tot uitdrukking in de voorbereiding en uitvoering van de restauraties van de museale gebouwen en het nieuwgebouwde CollectieCentrum Nederland (CC NL). Het Nederlands Openluchtmuseum onderhoudt ten behoeve van zijn verantwoordelijkheden voor de collecties vanzelfsprekend goede en actieve relaties met onder meer de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed.

Juist vanwege het karakter van het Openluchtmuseum en de aard van de collecties spelen er specifieke vraagstukken en dilemma’s ten aanzien van het behoud en beheer. Het museum geniet veel publieke belangstelling. In de museale gebouwen beweegt het publiek zich letterlijk in en tussen de collectie. Juist deze aantrekkelijke kant van het museum levert een onvermijdelijke spanning op met de behoudstaak. De museale gebouwen zijn herbouwd in het museum. Klimaatbeheersing ‘volgens het boekje’ is niet mogelijk en ook niet wenselijk, omdat het beeld van de presentatie en de integriteit van het museale gebouw voorrang heeft. Deze situatie levert veel inzichten op voor behoud en beheer van zowel de onroerende als de roerende collectie in dit soort omstandigheden.

6.1 BEHOUD EN BEHEER ONROERENDE COLLECTIE

De museale gebouwen zijn veelal kwetsbaar vanwege hun bouwkundige constructie en ouderdom. De bosrijke omgeving van het museum levert voor het behoud ervan extra complicaties op. Veel gebouwen staan geheel of gedeeltelijk in de schaduw van bomen en uit de wind, waardoor bijvoorbeeld rieten daken slecht drogen en relatief weinig ventileren. Deze situatie brengt met zich mee dat de levensduur van de rieten daken in het museum aanmerkelijk korter is dan in een open omgeving. Ook de pannendaken zijn uit oogpunt van behoud risicovol; de onregelmatige vorm van de veel toegepaste oudhollandse pan maakt het moeilijk een gesloten geheel te leggen. Bovendien is bij veel gebouwen geen beschieting en/of dakfolie aanwezig. De openingen tussen de pannen worden, daar waar dit historisch correct is, afgedicht met strodokken. Om de gebouwen heen is de afwatering niet altijd optimaal. Lekkage en vochtdoorslag zijn daarmee de grootste risico’s. Daarnaast ligt vervuiling voortdurend op de loer, onder meer vanwege het intensieve gebruik door bezoekers, die zand, stof en vocht naar binnen lopen, en door het stallen van vee in bedrijfsgedeelten.

Het onderhoud en daarmee ook behoud van de museale gebouwen verdient, en heeft, continu de volle aandacht. Uitvoering van de noodzakelijke werkzaamheden is mogelijk door de beschikbaarstelling van de benodigde middelen door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het monitoren en verbeteren van de daken en vochtdoorslag bij de gevels staan centraal. Het grootschalig achterstallig onderhoud is weggewerkt. De meerjarenonderhoudsplanning voor alle museale gebouwen wordt jaarlijks geactualiseerd. Deze geeft goed zicht op wat jaarlijks aan onderhoud nodig is en wat de perspectieven zijn.

Naast het reguliere, planmatige onderhoud worden er preventieve maatregelen getroffen, die tot doel hebben de onderhoudscyclus van de gebouwen te verlengen en vooral de gevolgen van lekkage, vochtdoorslag en vervuiling te voorkomen of beperken.

6.1.1 PLANMATIG ONDERHOUD/O-PROGNOSE

Het museum gebruikt O-prognose als systeem voor het vastleggen en begroten van het planmatig onderhoud. De bouwkundige en installatietechnische onderdelen van de museale gebouwen zijn in O-prognose ingevoerd; dit gebeurt per object. De gegevens zijn afkomstig van de inventarisatie- en inspectierondes die jaarlijks worden uitgevoerd (conditiemetingen volgens de NEN 2767). Vanuit de opgestelde inspectierapporten houdt het museum voortdurend zicht op de veroudering van bouwdelen opdat tijdig de noodzakelijke technische ingrepen kunnen worden verricht. Vanwege de status museum moeten de ingrepen historisch verantwoord worden uitgevoerd.

6.1.2 RESTAURATIES MUSEALE GEBOUWEN

Bij restauraties van museale gebouwen hanteert het Nederlands Openluchtmuseum de volgende werkwijze:

Er wordt bouwhistorisch onderzoek uitgevoerd en de cultuurhistorische waarde wordt bepaald door of in opdracht van de conservator museale gebouwen, landschap, infrastructuur en groen.

In specifieke gevallen wordt dendrochronologisch onderzoek uitgevoerd om aanvullende informatie te verkrijgen.

De bouwhistorische rapportage vormt met de gegevens uit de eerdere inventarisaties door bijvoorbeeld de Monumentenwacht en de observaties van het museum zelf de onderlegger voor het plan van aanpak van de restauratie. Restauraties worden terughoudend uitgevoerd.

Werkzaamheden worden gedocumenteerd en gefotografeerd. De gegevens worden digitaal vastgelegd en in een papieren versie door de afdeling Kennis & Collecties in het documentatiearchief bewaard.

Waar nodig wordt een bouwhistorisch bureau ingeschakeld voor adviezen en overleg.

De restauratie wordt afgerond met een opleveringsrapport.

Na de restauratie volgt een planning voor regulier onderhoud.

Waar mogelijk worden maatregelen getroffen om de onderhoudscycli van gebouwen te verlengen en te verduurzamen. Er is onder meer sprake van de toepassing van vloerverwarming met een maximum van 12°C, drainage en het periodiek controleren en schoonmaken van daken en dakgoten.

Alle mutaties worden vastgelegd.

6.1.3 MOLENONDERHOUD

De molens in het museum vragen om specifiek, deskundig en continu onderhoud. Zij worden jaarlijks geïnspecteerd door de Monumentenwacht. Daarnaast is er een molenaar van het museum verantwoordelijk voor het regelmatig laten draaien van de molens, het dagelijks klein onderhoud en het melden van mankementen. Deze molenaar houdt ook een logboek per molen bij. Om te meten of de molens voldoende draaiuren maken, is er een monitoringsysteem bevestigd. Groot onderhoud en restauraties vinden plaats in uitbesteding aan gespecialiseerde bedrijven. De onderhoudsgegevens van de molens worden bijgehouden in een digitaal systeem voor molenonderhoud.

6.1.4 HOUTAANTASTERS: INSECTEN

Om de aanwezigheid van houtaantasters als houtworm en boktor in houtconstructies van de museale gebouwen te controleren laat het museum jaarlijks inspecties uitvoeren door een extern bedrijf. Sinds 2010 werkt het Nederlands Openluchtmuseum naar tevredenheid met een systeem van monitoring. Het museum volgt waar en in welke mate er sprake is van houtaantasting door insecten. Het museum streeft ernaar de milieubelasting zo laag mogelijk te houden. Het preventieve spuiten wordt tot een minimum beperkt. Door bij aangetaste delen het spinthout zoveel mogelijk te verwijderen, wordt de voedingsbodem voor insecten weggenomen. Tevens worden geregeld het stof en vuil van de houtconstructies en zolders verwijderd.

6.1.5 HOUTAANTASTERS: SCHIMMELS

In de museale gebouwen kan er sprake zijn van zwammen of houtrot. Deze aantastingen ontstaan door lekkage en vochtdoorslag. Door tijdig herstel van slechte daken en het verbeteren van de afwatering kan het museum deze aantastingen voor zijn.

6.1.6 PREVENTIEVE MAATREGELEN

Om de conditie van de museale gebouwen en bouwdelen goed te houden, is het zogenaamde preventief onderhoud een vast onderdeel van de jaarplanning. Essentieel daarbij is het voorkomen of beperken van de risico’s op lekkage, vochtdoorslag en vervuiling. Het gaat om:

De rieten daken worden jaarlijks door een rietdekker gecontroleerd en schoongemaakt;

De nokvorsten worden om de drie jaar geïnspecteerd (volgens de NEN 2737-methodiek) en waar nodig vervangen;

De pannendaken worden eens per drie jaar geïnspecteerd; de kapotte dakpannen worden vervangen;

De dakgoten worden tweemaal per jaar schoongemaakt, en waar nodig vaker;

De ’buitenschil’ (inclusief het houtwerk en glas) van de objecten wordt tweemaal per jaar

grondig gereinigd; Het stof en vuil van de houtconstructies en zolders worden om de drie jaar verwijderd (volgens de NEN 2737-methodiek).

6.2 BEHOUD EN BEHEER ROERENDE COLLECTIE

Het behoud en beheer van de roerende collectie is een kerntaak van het museum. Door de aard van het museum met presentaties in het museumpark en een grote verscheidenheid aan typen voorwerpen is behoud en beheer van de roerende collectie een omvangrijke taak. Bij het behoud en beheer is in de beleidsperiode 2017-2020 veel aandacht besteed aan preventieve maatregelen, zoals het opstellen en herzien van collectieprotocollen (Spectrumprocedures en veiligheidsprotocollen) en het Collectiehulpverleningsplan, inclusief training, coördinatie en calamiteitenopvolging. Ook is de monitoring van het binnenklimaat uitgebreid.

De huisvestingsituatie van de roerende collectie in diverse, verspreide depots was lange tijd een grote bron van zorg. De verhuizing van collectiestukken van de diverse depotlocaties naar het nieuwe CollectieCentrum Nederland biedt een geweldige verbetering op het gebied van collectiebeheer. Sindsdien is het dagelijks beheer van de roerende collectie verdeeld tussen CC NL en het Nederlands Openluchtmuseum (zie paragraaf 6.2.2).

De paragrafen over kwaliteitszorg, preventieve conservering en veiligheidszorg handelen uitsluitend over de collectie die zich op het museumterrein en in de werkruimtes van de afdeling Collectiebeheer bevindt.

6.2.1 KWALITEITSZORG

Het kwaliteitszorgsysteem dat het Nederlands Openluchtmuseum gebruikt bij het vastleggen en evalueren van procedures op het gebied van collectiemanagement is gebaseerd op Spectrum. Deze procedurebeschrijvingen omvatten de roerende collectie en soms ook de documentaire collectie van het museum. Het streven is procedures vast te leggen, te actualiseren of te evalueren, afhankelijk van de behoefte.

6.2.2 HUISVESTING

CollectieCentrum Nederland in Amersfoort

Het Nederlands Openluchtmuseum is sinds 2013 een van de partners in CollectieCentrum Nederland (CC NL). Het depot herbergt sinds medio 2021 de depotcollectie van het Nederlands Openluchtmuseum. In CC NL zijn alle faciliteiten ondergebracht om verantwoord en optimaal behoud en beheer van de collectie te waarborgen. Naast 39 depotruimtes voor de collecties van het Rijksmuseum, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Paleis het Loo en het Nederlands Openluchtmuseum zijn er twee multidisciplinaire restauratieateliers, een fotostudio, een röntgenruimte en een projectruimte. Het CC NL heeft daarnaast een ruimte voor de schouw, het inpakken en verpakken van collectie en drie behandelruimtes voor pestbestrijding en ontsmetting. Het bijeenbrengen van meerdere collecties maakt behoud en beheer veel efficiënter. Ten eerste omdat voorwerpen die gelijke bewaaromstandigheden nodig hebben bij elkaar geplaatst zijn. Ten tweede omdat beveiliging en klimaatbeheersing in een keer goed geregeld zijn voor vier instellingen. Ten derde omdat faciliteiten voor conservering, restauratie en fotografie met elkaar gedeeld worden, waardoor menskracht en middelen optimaal worden benut. Daarnaast stimuleert deze samenwerking het delen van expertise tussen de vier erfgoedinstellingen.

De collectie wordt bewaard, behouden en beheerd volgens de laatste wetenschappelijke inzichten. Duurzaamheid speelt daarbij in alle opzichten een belangrijke rol. Het ontwerp van het gebouw heeft de hoogst mogelijke certificering voor duurzaamheid volgens de certificeringsmethode BREAM. Het dagelijks beheer van de collecties in CC NL gebeurt door een depotteam bestaande uit een vertegenwoordiging van alle partners, onder leiding van twee depotcoördinatoren en een locatiemanager. CC NL heeft een operationele CHV-organisatie met een eigen CHV-plan. Samenwerking met de partners op het gebied van collectiebeheer, behoud en onderzoek zullen in de komende jaren verstrekt worden.

Huidige situatie in het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem

De afdeling Collectiebeheer is verantwoordelijk voor behoud en beheer van de roerende collectie en heeft in Arnhem de beschikking over drie werkruimtes. De eerste ruimte is het RECO-depot, bestaande uit opslag voor collectie, bruiklenen en rekwisieten met een fotostudio en opslag voor (conserverings)materialen, gereedschappen en overige hulpmiddelen. De tweede ruimte bevindt zich in een museaal pand op het museumterrein (de overslagloods van Van Gend en Loos uit Tiel) en doet dienst als quarantaineruimte. Collectie en/of rekwisieten kunnen hier geïsoleerd of tijdelijk ondergebracht worden bij calamiteiten of werkzaamheden aan museale presentaties of panden. In het Atelier, de derde ruimte, bevindt zich een atelier voor werkzaamheden aan rekwisieten en eventuele ‘vuile’ werkzaamheden aan de roerende collectie.

6.3 PREVENTIEVE CONSERVERING

6.3.1.1 KLIMAAT MUSEUMTERREIN

Het feit dat het Nederlands Openluchtmuseum een openluchtmuseum is, brengt in meerdere opzichten een bijzondere situatie met zich mee voor het behoud en beheer van de roerende collectie. De klimaatomstandigheden op het museumterrein springen daarbij speciaal in het oog. In de museale gebouwen zijn er in de loop der jaren diverse maatregelen genomen om het klimaat enigszins te kunnen reguleren. Drainage is toegepast om vocht in de gebouwen te minimaliseren. Een deel van de museale gebouwen beschikt over vloerverwarming of kachels om de temperatuur te reguleren. Op een aantal locaties wordt de relatieve vochtigheid gereguleerd met be- en ontvochtigers. In navolging van het in 2009 verschenen standaardwerk Klimaatwerk, integrale aanpak museale binnenklimaat is de temperatuurregulatie grotendeels losgelaten en wordt in het museum meer gestuurd op een zo constant mogelijke relatieve vochtigheid, mits de voorwerpen dit toelaten. In de praktijk blijkt dat onder meer massief houten voorwerpen, keramiek en gietijzer schommelingen in het binnenklimaat relatief goed doorstaan. Kwetsbare materialen als papier, textiel en biezen verdragen wisselende omstandigheden minder goed. Daarom bestaat vrijwel alle textiel in de museale presentaties uit rekwisieten. Ook zijn grote delen van de papieren voorwerpen vervangen door replica’s. Jaarlijks worden in de periode van november tot en met maart kwetsbare collectiestukken uit de onverwarmde gebouwen gehaald en in een schone, verwarmde ruimte gezet. In 2021-2022 wordt gemonitord en geëvalueerd of deze extra handeling voor de toekomst wenselijk blijft.

6.3.1.2 KLIMAATBEHEERSING

In de tentoonstellingsruimtes (Canonpresentatie met Canontentoonstellingsruimte en Expositieruimte de Wagenhal) en in de werkruimtes en depots voor roerende en documentaire collectie in het administratiegebouw zijn klimaatinstallaties werkzaam. Met betrekking tot de klimaatbeheersing en de klimaatnormen in deze ruimtes is er sprake van duidelijke afspraken en een vastgelegde uitvoeringspraktijk. Voor de tentoonstellingsruimtes en opslag roerende collectie wordt de methodiek van Klimaatwerk (2009) gevolgd. De huidige wijze van klimaatbeheersing en de klimaatnormen in de documentatiedepots zijn gebaseerd op archiefwetnormen zoals beschreven in de Archiefwet.

6.3.1.3 MONITORING

De klimaatinstallaties zijn aangesloten op het Gebouw Beheer Systeem (GBS). De huidige afspraken over de hoogte en marges van de relatieve vochtigheid en temperatuur zijn schriftelijk vastgelegd en ingevoerd in het GBS. Het GBS wordt dagelijks uitgelezen door de afdeling Vastgoedbeheer. Door de instelling van het GBS blijven gegevens slechts 24 uur bewaard.

Daarnaast worden de werkruimtes en interne depots voor roerende en documentaire collectie, de tentoonstellingsruimtes en een aantal van de presentaties op het museumterrein gemonitord met behulp van dataloggers. Deze loggers werken realtime en kunnen direct via een portal worden uitgelezen door de afdeling Collectiebeheer en de medewerkers die verantwoordelijk zijn voor de documentaire collectie. Het systeem geeft ook realtime meldingen bij overschrijdingen van ingestelde alarmwaardes, waarop zodoende direct kan worden gehandeld. De data van deze loggers wordt maximaal vijf jaar bewaard. Tweejaarlijks worden de dataloggers nagekeken en gekalibreerd door de leverancier. Bij twijfel over de zuiverheid van de metingen gaan de dataloggers tussentijds ter controle naar de leverancier. De wens is het aantal dataloggers op het museumterrein uit te bereiden wanneer het budget dit toelaat.

6.3.1.4 STORINGEN

Storingen in klimaatomstandigheden worden gemeld aan en afgehandeld door de afdeling Vastgoedbeheer.

6.3.1.5 VAN TERREIN NAAR DEPOT EN ANDERSOM

De overgang van de niet-geklimatiseerde omstandigheden op het museumterrein naar de geklimatiseerde ruimtes kan tot schade leiden door de grote verschillen in klimaatomstandigheden. Om dit te voorkomen, acclimatiseren collectiestukken die naar geklimatiseerde ruimtes gaan eerst in het werkdepot en vice versa.

6.3.2 SCHOONMAAK

De schoonmaak in de werkruimtes verloopt volgens een vaste frequentie, vastgelegd in de planning van de afdeling Collectiebeheer. Bij de schoonmaak van roerende collectie in presentaties op het museumterrein zijn drie afdelingen betrokken: Collectiebeheer, Programmering en de Huishoudelijke dienst. Iedere afdeling heeft zijn eigen rol. Taken, verantwoordelijkheden en frequentie zijn vastgelegd in het schoonmaakplan.

De afdeling Collectiebeheer doet jaarlijks een grote schoonmaakronde, inclusief kwetsbare voorwerpen in vitrines. Door het jaar heen worden locaties periodiek schoongemaakt. De afdeling Huishoudelijke dienst voert de dagelijkse schoonmaak uit. Zij wordt geïnstrueerd, begeleid en voorzien van de juiste materialen door medewerkers van de afdeling Collectiebeheer. De afdeling Programmering heeft voornamelijk een signalerende taak bij afwijkingen. De schoonmaak van roerende collectie in de Canonpresentatie en wisseltentoonstellingslocaties wordt uitgevoerd door de afdeling Collectiebeheer. De frequentie is vastgelegd in de planning van de afdeling.

6.3.3 INTEGRATED PEST MANAGEMENT

Het Nederlands Openluchtmuseum streeft door de jaren heen naar stabiel beleid op het gebied van Integrated Pest Management (IPM). Hiertoe is in 2018 een beleidsplan opgesteld dat bestaat uit het voorkomen, detecteren, bestrijden en controleren van eventuele aantasting aan museale voorwerpen door insecten, ongedierte en schimmels.

De afdeling Collectiebeheer is hoofdverantwoordelijk voor de uitvoering, die evenwel geschiedt in samenwerking met andere afdelingen en externe partijen. Alle medewerkers en vrijwilligers van het museum kunnen meldingen doen aan de afdeling Collectiebeheer van eventuele aantasting of verandering in de conditie van voorwerpen. Het IPM is afgestemd op de aanwezige procedures omtrent conditiecontrole en -onderzoek, actieve en preventieve conservering, verwerving, bruikleen, standplaats en verplaatsing, transport, risicobeheer en afstoting van collectiestukken. Collectie die tijdelijk ondergebracht is bij anderen, zoals kortlopende bruiklenen, vallen buiten het bereik van het IPM. In de werkruimtes in het museum staan op vaste plekken plakvallen voor insecten; controle hierop vindt maandelijks plaats.

IPM-controle in de museale presentaties vindt standaard elke twee weken plaats door een extern bedrijf, en zo nodig op afroep. De doormelding van de bevindingen aan de betrokken afdelingen gebeurt via de afdeling Facilitair. Bij signalering van aantasting door insecten, ongedierte en schimmels zal per geval bekeken worden welke behandeling zal plaatsvinden. Lagezuurstofbehandelingen worden uitgevoerd in CC NL.

6.4 ACTIEVE CONSERVERING EN RESTAURATIE

De acties op het gebied van actieve conservering en restauratie aan de roerende collectie zijn gebaseerd op het toekennen van prioriteiten. Voorafgaand aan het jaar van behandeling of restauratie worden deze gezamenlijk bepaald door de conservatoren en de medewerkers beheer & behoud. Op basis hiervan wordt budget aangevraagd. Na toekenning van het budget wordt definitief vastgelegd welke werkzaamheden door wie uitgevoerd zullen worden. Sommige conserveringsbehandelingen worden intern uitgevoerd door de afdeling Collectiebeheer, eventueel in samenwerking met vakspecialisten. Verder werkt het museum met externe restauratoren en vakspecialisten. Voor calamiteiten of spoedzaken is een apart budget gereserveerd.

6.5 VEILIGHEIDSZORG

De veiligheidszorg voor de roerende collectie die het Nederlands Openluchtmuseum in beheer heeft, bestaat uit een aantal kernonderdelen. In 2022 wordt een document opgesteld waarin deze kernonderdelen uitgewerkt zijn.

6.5.1 OPERATOR SECURITY PLAN (OSP)

Het Operator Security Plan maakt onderdeel uit van het gehele bedrijfsnoodplan van het Nederlands Openluchtmuseum en is in eerste instantie opgesteld voor intern gebruik. Het OSP draagt bij aan een veilige werkomgeving en het welzijn aan medewerkers, bezoekers en relaties door een structurele, op informatie gebaseerde cyclus van Pro-actie, Preventie, Preparatie, Repressie en Nazorg op gevaar van onder andere brand, water(overlast) en braak. Tevens draagt het bij aan het zo optimaal mogelijk borgen van de veiligheid van bedrijfseigendommen, collectie en de eigendommen van bruikleengevers. De update van het bedrijfsnoodplan vindt jaarlijks plaats door de afdeling Beveiliging.

6.5.2 COLLECTIEHULPVERLENING (CHV)

Sinds 2015 beschikt het museum over een uitgebreid plan voor collectiehulpverlening (CHV-plan) voor de roerende en de documentaire collectie.24 Het CHV-plan sluit aan op het bedrijfsnoodplan. In het CHV-plan van het Nederlands Openluchtmuseum zijn alle risico’s benoemd en is een prioritering aangebracht voor bereddering. Het plan wordt jaarlijks geactualiseerd. In het CHV-plan zijn stroomschema’s opgenomen die laten zien hoe te handelen bij incidenten, inclusief telefoonnummers van (externe) relevante contacten.

CHV-coördinatie en opvolging

Het museum beschikt over een CHV-coördinatie voor de roerende en documentaire collectie die 24/7 bereikbaar is. Hierbij voeren vier coördinatoren (medewerkers van de afdeling Collectiebeheer) in een tweewekelijks rooster een oproep- en bereikbaarheidsdienst uit. De doormelding vindt plaats via de meldkamer van de afdeling Beveiliging. Ook zijn er losse meldingen direct aan de coördinatoren of aan collega’s van de afdeling Collectiebeheer. De coördinatoren worden ondersteund door een CHV-team bestaande uit alle medewerkers en vrijwilligers van de afdeling Collectiebeheer en twee medewerkers van de afdeling Kennis & Collecties. Daarnaast kan er een beroep worden gedaan op medewerkers van het museum voor specifieke kennis of uitvoerende zaken. Het Nederlands Openluchtmuseum heeft bovendien een calamiteitenabonnement bij het bedrijf Art Salvage afgesloten voor extra ondersteuning en advies.

CHV-training

Ieder jaar volgt het CHV-team trainingen voor calamiteitenopvolgingen en-coördinatie. Deze trainingen worden verzorgd door Art Salvage.

CHV-middelen

De afdeling Collectiebeheer beschikt over meerdere CHV-kits die in geval van nood basismiddelen bevatten voor bereddering ter plaatse. Jaarlijks worden deze kits gecontroleerd op de houdbaarheid van de producten en samenstelling.

6.5.3 BRANDPREVENTIE EN BLUSMIDDELEN

Een specifiek onderdeel van veiligheidszorg is de brandpreventie en blusmiddelen voor de roerende collectie. In de Canontentoonstelling wordt gewerkt met een gecertificeerde watermistinstallatie. Onderhoud en functionaliteit worden beheerd door de afdeling Vastgoedbeheer in samenwerking met de afdeling Veiligheidszaken.

Op het museumterrein wordt gewerkt met rookdetectie, aangevuld met poederblussers of schuimblussers die tegen vorst kunnen. Het bluspoeder van de poederblussers is opgebouwd uit zout en kalk, dat een destructieve uitwerking kan hebben op collectie en/of elektronische apparatuur. De poederblussers worden daarom gefaseerd vervangen door schuimblussers, dan wel schuimblussers die vorstbestendig zijn gemaakt. In sommige werkruimtes zijn een brandslanghaspel of losse brandblussers aanwezig.

6.5.4 RISICOMANAGEMENT, VERZEKERING EN INCIDENTENREGISTRATIE

Collectie staat altijd bloot aan interne en externe risico’s, bij gebruik en in opslag. Het Nederlands Openluchtmuseum is zich bewust van het belang om de risico’s te identificeren en analyseren. Een groot deel van de risico’s is al vastgelegd in het CHV-plan. Tevens is de richtlijn Minimale aspiraties opgesteld, met eisen waaraan een nieuwe of aan te passen presentatie op het museumterrein dient te voldoen om veilig en goed collectie te kunnen presenteren. Ook is de afdeling Collectiebeheer gestart met het opstellen van locatierapporten, om het gehele spectrum aan risico’s en mogelijkheden per locatie in kaart te brengen.

De onroerende en roerende museale collectie zijn niet verzekerd, omdat bezit van het Rijk en de rijkscollectie niet verzekerd zijn. Transport van roerende collectie dat door het museum uitgevoerd wordt, is wel verzekerd. Voor de langjarige inkomende bruiklenen in de Canontentoonstelling is een aparte risicoanalyse gemaakt. Op basis hiervan zijn maatregelen genomen om risico’s te minimaliseren en in overleg met de verzekeringspartij zijn de verzekeringspremies op de situatie afgestemd. Alle inkomende bruiklenen in de Canontentoonstelling zijn volledig verzekerd op basis van de waarde die is aangegeven door de bruikleengevers. Voor overige inkomende bruiklenen is een koepelbedrag voor verzekering afgesproken. Uitgaande bruiklenen worden verzekerd door de bruikleennemer.

In het museum worden incidenten vastgelegd in het incidentenregister dat wordt beheerd door de afdeling Beveiliging. Hieruit voorvloeiend is in 2014 een apart incidentenregister voor de roerende collectie opgesteld. Het register dient als bron voor managementinformatie en terugkoppeling aan de Rijksoverheid. De terugkoppeling aan de Rijksoverheid gebeurt door de vastgelegde gegevens op te nemen in de Database Incidenten Cultureel Erfgoed (DICE).

Het DICE-register sluit aan bij de vastlegde procedures voor verlies, vermissing en schade aan roerende collectie. De informatie wordt vastgelegd in Adlib. Indien aanwezig wordt ook overige documentatie, zoals formulieren, verslagen en foto’s, gekoppeld aan de desbetreffende objectrecords. Per kwartaal stelt het Hoofd Collectiebeheer een overzicht op van de incidenten. Jaarlijks wordt geëvalueerd of de ingezette werkwijze voldoet of dient te worden aangepast. Per incident besluit het Hoofd Collectiebeheer of er een melding in DICE zal worden geplaatst.

De afwegingen voor het al dan niet melden van een incident in DICE zijn:

1. Waarde (cultuurhistorisch en/of financieel) van de collectie;

2. Kan het (bijna-) incident zich herhalen?

3. Is het (bijna-) incident bewust uitgevoerd?

4. Mogelijke factor voor herhaling binnen het Nederlands Openluchtmuseum?

5. Mogelijke factor voor herhaling bij andere instellingen?

6. Mogelijkheid tot preventie in de toekomst?

Incidenten die altijd worden vastgelegd zijn:

Diefstal

Vernieling

Vandalisme

Total loss van een object

Incidenten waarbij bruiklenen betrokken zijn

Vanuit het Nederlands Openluchtmuseum is het Hoofd Collectiebeheer accounthouder en als eerste verantwoordelijk voor het invoeren van incidentenmeldingen in DICE.

7. GEBRUIK EN WAARDEONTWIKKELING VAN DE COLLECTIE

Authentieke voorwerpen versterken verhalen en illustreren historische gebeurtenissen en ontwikkelingen. De gebouwen en voorwerpen in de collectie van het Nederlands Openluchtmuseum maken geschiedenis en tradities tastbaar, voor huidige en toekomstige generaties. Het Nederlands Openluchtmuseum spant zich daarom in om de eigen collectie zoveel mogelijk te tonen, bijvoorbeeld in de Expositieruimte de Wagenhal, waar tweejaarlijks een tentoonstelling met voorwerpen uit de eigen collectie wordt gepresenteerd. Daarnaast wordt collectie getoond in presentaties in gebouwen in het park.

In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe het museum omgaat met de fysieke en digitale toegankelijkheid van de collectie: fysiek presenteren, bruiklenen en online presenteren. Vervolgens wordt beschreven hoe het museum de collectie inzet voor onderzoek en kennisdeling.

7.1 FYSIEKE TOEGANKELIJKHEID VAN DE COLLECTIE: PRESENTATIE

Van de roerende collectie zijn bijna 6.100 voorwerpen zichtbaar in de semipermanente exposities in de gebouwen op het museumterrein.25 Daarnaast wordt een klein deel van de collectie getoond in de Canontentoonstelling en in wisselexposities. Het Nederlands Openluchtmuseum heeft het voornemen om in de toekomst een goed geklimatiseerde en beveiligde ruimte te creëren voor (wissel) tentoonstelling(en), zodat er meer roerende collectie getoond kan worden.

In 2022 zullen museale uitgangspunten geformuleerd en vastgesteld worden die als kader dienen voor toekomstige keuzes bij de museale activiteiten in het museumpark. Het gaat om museale uitgangspunten op het gebied van: de inrichting van het museumpark. Zowel voor de huidige inrichting als voor de toekomstige ontwikkeling van gebouwen en hun directe omgeving dient bepaald te worden wat de inhoudelijke (museale) elementen zijn en welke toetsingscriteria noodzakelijk zijn voor het tonen van museale elementen. de relatie tussen de gebouwen en de daarin of daarbij getoonde presentaties. In het Nederlands Openluchtmuseum is een grote diversiteit aan presentaties te zien. Het is van belang te inventariseren welke verhalen op welke locaties verteld worden of kunnen worden en op welke wijze de ruimtes het beste gebruikt kunnen worden. de relatie tussen presentatoren en presentaties. Er dient bepaald te worden hoe presentatoren zich het beste kunnen verhouden tot het getoonde verhaal op een locatie en of bijvoorbeeld ‘verlevendiging’ gewenst is.

Een museaal uitgangspunt met betrekking tot de omgang met roerende collectie en gebruikscollectie (rekwisieten) in presentaties is reeds vastgesteld: een ruimte in het museum waar collectie staat opgesteld voldoet aan de minimale eisen voor het behoud van collectie.

Het museum heeft de plicht om over de collectie te waken, zo goed mogelijk met objecten om te gaan en ze te vrijwaren van onnodige risico’s. Dat is in het Nederlands Openluchtmuseum op veel plekken ingewikkeld. Op verschillende plaatsen in het museum worden bijvoorbeeld rekwisieten en collectie naast elkaar getoond in dezelfde ruimte. Collectie wordt daardoor niet altijd herkend door de medewerkers en verschillende schoonmaakregimes zijn met name voor museale objecten schadelijk. De bedreigingen zijn extra groot op locaties waar verlevendiging plaatsvindt.

Het voornemen is om per ruimte opnieuw te beoordelen wat de omstandigheden en de mogelijkheden zijn om te voldoen aan het presenteren van collectie. Voldoet een ruimte niet, dan kan er geen collectie worden getoond, alleen rekwisieten. Het museum heeft meer dan honderd historische gebouwen. In de beleidsperiode zal gestart worden met enkele bemenste locaties waar verlevendiging plaatsvindt.

7.2 FYSIEKE TOEGANKELIJKHEID VAN DE COLLECTIE: BRUIKLENEN

Een manier om collectie voor een groter publiek zichtbaar te maken is bruikleenbeleid. Vanwege de voorbereidingen voor en verhuizing van collectie gold van 1 november 2019 tot 1 oktober 2021 een bruikleenstop, wat betekent dat er geen actuele aantallen te noemen zijn over het aantal bruiklenen per jaar. Het Nederlands Openluchtmuseum streeft ernaar bruikleenaanvragen ruimhartig te honoreren. Behalve het vergroten van de zichtbaarheid van collectie en het museum, draagt een actief bruikleenbeleid bij aan een toename van objectgerelateerde kennis en biedt het mogelijkheden tot kennisuitwisseling en collegiale samenwerking. Soms maakt een bruikleengeving restauratie mogelijk van een voorwerp dat anders niet behandeld zou worden. Het Nederlands Openluchtmuseum juicht belangstelling voor de collectie toe en streeft ernaar, binnen de grenzen die museaal verantwoord zijn, alle bruikleenaanvragen te honoreren.

7.2.1 UITGAANDE BRUIKLENEN

Bruiklenen worden verleend aan geregistreerde musea of instellingen die voldoen aan de basiseisen die gesteld worden aan verantwoord behoud en beheer en veiligheid van collectie. Er kunnen, afhankelijk van de in bruikleen gevraagde voorwerpen, specifieke eisen worden gesteld, zoals begeleid transport en/of begeleide installatie.

Bruiklenen worden niet verleend aan particulieren. Wel wordt het exposeren van roerende collectie in een niet-museale omgeving gefaciliteerd wanneer men kan voldoen aan de museale basiseisen. Zichtbaarheid van het Nederlands Openluchtmuseum en de roerende collectie spelen daarin een belangrijke rol, evenals de kans om op specifieke plekken verhalen en ervaringen te delen. Voorwerpen in de vaste opstelling van de museale gebouwen worden in principe niet uitgeleend. Deze maken deel uit van een interieurpresentatie. Bovendien kan in veel gevallen verandering van klimaatomstandigheden tot schade leiden.

Bijna zeventig26 collectiestukken van het Nederlands Openluchtmuseum zijn in langdurig bruikleen gegeven. Een aanzienlijk deel daarvan duurt al decennia. Daarom onderzoekt het museum of en welke langdurige bruiklenen overgedragen kunnen worden aan de bruikleennemers, om de administratieve last te verlichten. Daarnaast worden met terugwerkende kracht zowel afgelopen als bestaande langdurige bruiklenen administratief vastgelegd. De bijbehorende documentatie wordt gedigitaliseerd en gekoppeld aan het collectieregistratiesysteem Adlib.

Bruikleenverzoeken voor langdurige bruiklenen moeten aan dezelfde voorwaarden voldoen als kortdurende bruiklenen. Langdurige bruikleenovereenkomsten worden tegenwoordig jaarlijks verlengd, om te voorkomen dat de bruiklenen uit het zicht verdwijnen. Periodiek vinden er controles op de bruikleenlocaties plaats.

7.2.2 INKOMENDE BRUIKLENEN

Inkomende bruiklenen worden met name aangevraagd voor wisseltentoonstellingen of presentaties in geklimatiseerde expositieruimtes. Voor deze ruimtes zijn faciliteitenrapporten opgesteld volgens de leidraad van de United Kingdom Registrars Group27 Met het aanvragen van museale inkomende bruiklenen voor presentaties op het museumterrein gaat het museum terughoudend om, omdat het Nederlands Openluchtmuseum daar niet aan de geldende museale eisen voor klimaatomstandigheden en veiligheid kan voldoen. Bruikleengevers dienen in die uitzonderlijke gevallen akkoord te gaan met de openluchtmuseale omstandigheden waarin de voorwerpen worden geëxposeerd.

Voor de tentoonstelling Canon van Nederland zijn voor 188 voorwerpen uitzonderlijk langdurige inkomende bruikleenovereenkomsten afgesloten. Voor de meeste voorwerpen betreft het een bruikleenperiode van tien jaar.

Het Nederlands Openluchtmuseum beheert daarnaast nog een aantal langdurige ingekomen bruiklenen. De meest omvangrijke is de ‘collectie HM’, een permanente bruikleen van ruim 8300 voorwerpen van de Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje-Nassau aan het Nederlands Openluchtmuseum. Deze deelcollectie werd bijeengebracht door de inmiddels opgeheven Stichting Nederlandse Volksklederdrachten Collectie Koningin Wilhelmina en bevat zowel streekdracht als modekleding (zie par. 4.2.1).

Daarnaast beheert het museum 960 andere langdurige bruiklenen. Het museum streeft naar het minimaliseren van het aantal oude langdurige bruiklenen door middel van teruggave aan de bruikleengever. Wanneer een bruikleen wezenlijk deel uitmaakt van een gezichtsbepalende deelcollectie of ensemble, of sterk verweven is met de collectie van het Nederlands Openluchtmuseum, wordt onderzocht of het mogelijk is om de bruikleen te handhaven, dan wel een verzoek tot overdracht te doen.

7.2.3 BRUIKLEENAANVRAAG EN -PROCEDURE

Bruiklenen worden om niet verstrekt aan andere musea, met uitzondering van de kosten voor restauratie, fotografie, transport, verzekering, mounting het maken van specifieke steunen en eventuele begeleiding die gewoonlijk door de bruikleennemer worden betaald. Het Nederlands Openluchtmuseum hanteert voor een uitgaand bruikleenverzoek een aanvraagtermijn van minimaal zes maanden. Voor de bruikleennemers is een document opgesteld met de informatie die aangeleverd moet worden om een bruikleenaanvraag in behandeling te nemen, zoals een faciliteitenrapport. De bruikleenprocedure is vastgelegd in een procedurebeschrijving conform Spectrum.

Het Hoofd Kennis & Collecties is degene die, als gedelegeerd bevoegde van de directie, namens het museum beslist over uitgaande bruiklenen. Deze wordt daarin geadviseerd door het Hoofd Collectiebeheer (gevoed door de conservatoren en medewerkers Collectiebeheer). Het Hoofd Tentoonstellingen is degene die, als gedelegeerd bevoegde van de directie, inkomende bruiklenen aangaat.

7.3 DIGITALE TOEGANKELIJKHEID VAN DE COLLECTIE

Juist omdat er in het fysieke museum slechts een klein deel van de collectie getoond kan worden, bieden onlineplatforms de mogelijkheid om voorwerpen vindbaar te maken voor een breed publiek, waaronder reguliere museumbezoekers, liefhebbers, onderzoekers, studenten en scholieren. Dit geldt in het bijzonder voor werken op papier en van textiel, die kwetsbaar zijn. Het Nederlands Openluchtmuseum streeft ernaar om informatie over de collectie zoveel mogelijk vrij beschikbaar te stellen, via open data, om zo het (her)gebruik ervan te stimuleren.

Op de huidige website van het Nederlands Openluchtmuseum wordt slechts een klein deel van de roerende collectie getoond. Van alle gebouwen in het museumpark28 is wel een omschrijving op de website te vinden. Op de website van het Nederlands Openluchtmuseum is een aantal collectiestukken uitgelicht op de Verdieppagina29 Op deze pagina verschijnt onder andere elke maand het zogenoemde Object van de Maand, waarin een voorwerp uit de collectie uitgebreid wordt beschreven en voorzien van contextinformatie.

Er wordt aan gewerkt om de collectiedatabase een centrale plaats op de eigen website te geven. Tot die tijd kan een groot deel van de roerende, onroerende en documentaire collectie op verschillende onlineplatforms bekeken worden: Collectie Gelderland30 Collectie Nederland31 Modemuze32 Europeana33 en Netwerk Oorlogsbronnen34. De informatie op deze websites wordt waar mogelijk bijgehouden en, indien van toepassing, zullen er op de genoemde onlineplatforms in de loop der jaren meer collectiestukken getoond worden. Het streven is om uiteindelijk alle collectiestukken en documentaire collectie, waarvan het rechtentechnisch mogelijk is, online te presenteren.

Daarnaast is er een aantal websites die in het verleden een eenmalige aanlevering van records uit de collectiedatabase ontvangen heeft en deze nog steeds presenteert, maar waarvan de informatie niet langer bijgewerkt wordt: Geheugen van Nederland35, Kenniscollectie36 en Vijf Eeuwen Migratie37

7.3.1 KENNISCENTRUM VOOR HET DAGELIJKS LEVEN

Het Nederlands Openluchtmuseum ambieert een kenniscentrum te zijn over de geschiedenis van het dagelijks leven in Nederland van ongeveer 1600 tot nu, voor iedereen die hierin geïnteresseerd is. Als kenniscentrum zorgt het museum in de eerste plaats voor de uniforme beschrijving van de collecties. In de beleidsperiode 2021-2028 wordt bovendien een onlinekennisbank ontwikkeld waarin roerende, onroerende en documentaire collectie verbonden worden met de Canontentoonstelling en de botanische collectie. Tevens zal onderzocht worden op welke wijze vanuit de kennisbank doorverwezen kan worden naar informatie van erfgoedgemeenschappen op de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland.

Het kenniscentrum voor het dagelijks leven zorgt voor objectieve, relevante kennis waarmee actuele maatschappelijke thema’s historisch geduid kunnen worden. Het Nederlands Openluchtmuseum heeft de ambitie om met het kenniscentrum een actievere positie in te nemen in het publieke debat.

7.4 ONDERZOEK, EDUCATIE EN KENNISDELING

Conservatoren en wetenschappelijk medewerkers functioneren als deskundige kennismakelaars: het door hen verrichte onderzoek mondt soms uit in (wetenschappelijke) publicaties of lezingen. Conservatoren, wetenschappelijk medewerkers en documentalisten werken binnen relevante netwerken, waar naast externe onderzoekers ook privéverzamelaars, gemeenschappen, particulieren, vrijwilligers en stagiairs vanzelfsprekend onderdeel van uitmaken. Hierdoor wordt kennis over de collectie breed gedeeld. Voor kwaliteitsverbetering van bestaande en het realiseren van nieuwe presentaties wordt samengewerkt met externe deskundigen en, wanneer relevant, ook met andere externe partijen, waardoor inhoudelijke toetsing in een vroeg stadium plaatsvindt en projecten van het museum nog beter en breder gedragen worden.

Naast de roerende collectie wordt de deelcollectie documentaire objecten, waaronder veel stofstalen, veelvuldig gebruikt voor educatie en onderzoek.

8. COLLECTIEVERBETERING

Het Nederlands Openluchtmuseum streeft naar een betekenisrijke collectie waarmee verhalen verteld kunnen worden over de geschiedenis van het dagelijks leven in Nederland. Met dit doel voor ogen heeft het museum de ambitie om de collectie verder te versterken. Het Nederlands Openluchtmuseum gelooft in verhoging van de waarde van de collectie als geheel door te verzamelen en te ontzamelen.

8.1 COLLECTIEVERBETERING ONROERENDE COLLECTIE

Jaarlijks worden enige tientallen gebouwen aan het Nederlands Openluchtmuseum aangeboden. Het verwerven van onroerende collectie heeft in hoge mate een strategisch en gezichtsbepalend karakter en heeft grote financiële implicaties, zowel voor de verplaatsing en herbouw als voor de exploitatie. Het Nederlands Openluchtmuseum handelt geheel binnen de uitgangspunten voor openluchtmusea, die beschreven zijn door de Association of European Open Air Museums (AEOM) en de kaders die ICOM stelt. Het verplaatsen van een gebouw naar het museum kan alleen plaatsvinden als er geen mogelijkheid is om het ter plekke te behouden.

Aanbiedingen van gebouwen worden eerst getoetst en beoordeeld binnen de afdeling Kennis & Collecties. Acht Kennis & Collecties het gebouw een waardevolle aanvulling op de onroerende collectie, dan wordt het aanbod voorgelegd aan de afdelingshoofden binnen de organisatie-eenheid MKIO (Museale Kennis, Innovatie en Ontwikkeling), die adviseren aan de directie over de kansrijkheid van het object. De directie beslist of het museum overgaat tot verwerving.

Vanwege beperkte ruimte en overheidsmaatregelen om de stikstofuitstoot in Nederland te verminderen, is verrijking van de onroerende collectie in zeer beperkte mate mogelijk. Er worden tot en met 2024 geen nieuwe verwervingen gedaan op het gebied van gebouwen. Wel worden in deze periode twee belangrijke aanvullingen op de onroerende objecten gerealiseerd:

In 2022 worden enkele objecten rondom het thema vakantie bij elkaar geplaatst op ‘Het veld’, waarbij een vakantiewoning uit Warnsveld in het museum gerealiseerd wordt. De vakantiewoning valt onder de onroerende collectie.

In 2023 wordt een rij van zes doorzonwoningen in het museumpark geplaatst. Deze woningen worden gebouwd op basis van bouwtekeningen van PéGé-woningen te Wijchen uit 1971. Ze gaan een ‘tijdstraatje’ van 1960 tot en met 2025 vormen. Drie woningen zijn gereserveerd voor een programma voor ouderen met dementie en een publiekspresentatie over leven met dementie. De overige drie woningen schetsen de jaren tachtig, het leven van de zogenaamde millennials en de enorme diversiteit van bewoners van doorzonwoningen in Nederland in de afgelopen zeventig jaar. Omdat deze woningen nieuw gebouwd worden, vallen zij niet onder de onroerende collectie.

Het Nederlands Openluchtmuseum is het vanwege zijn karakter verplicht om onroerend erfgoed te blijven onderzoeken en te blijven nadenken over toekomstperspectieven. Het museum zal uitsluitend onroerende collectie toevoegen die aansluit bij een of meerdere belangrijke historische ontwikkelingen vanaf 1960 (zie bijlage Waarderingstabel). Het museum zal in de beleidsperiode 2021-2024 een toekomstvisie ontwikkelen voor de onroerende collectie. Daarbij zal het twee kansrijke mogelijkheden onderzoeken die passen bij de missie en visie van het Nederlands Openluchtmuseum: Een portiekflat met op de begane grond een ‘winkelplint’ biedt ruimte aan een grote diversiteit aan verhalen over stedelijk bouwen, wonen, werken en vrijetijdsbesteding na 1950. Een buurthuis is een type wijkgebouw dat mensen samenbrengt, dat van nature al flexibele ruimte biedt aan een grote diversiteit aan activiteiten voor groepen, waarin het Nederlands

Openluchtmuseum compact een rijke diversiteit aan groepen (naar leeftijd, gender, etnische achtergrond, levensovertuiging, beperking, etc.) een podium kan geven en dat ruimte biedt voor participatieve projecten.

Het Nederlands Openluchtmuseum hanteert de volgende criteria en afspraken voor verwerving van onroerende collectie:

Voorafgaand aan de verwerving van een gebouw

Het gebouw kan niet ter plekke behouden blijven en komt niet in aanmerking voor functionele herbestemming door verplaatsing buiten een museale context;

Het gebouw staat in Nederland;

In de gemeenschap waar het gebouw zich bevindt, bestaat draagvlak voor overplaatsing naar het Nederlands Openluchtmuseum;

Het gebouw is ‘drager van verhalen’; de geschiedenis en verhalen van het gebouw sluiten aan bij een of meerdere belangrijke historische ontwikkelingen vanaf 1960 (zie bijlage

Waarderingstabel).

Er zijn concrete aanwijzingen dat gegevens over de bewoners- c.q. gebruiksgeschiedenis te achterhalen zijn;

De samenhang tussen gebouw en interieur is belangrijk; hoe meer interieurelementen (nagelvast, dan wel roerend) aanwezig zijn, des te relevanter wordt het geheel voor de museale collectie.

Een bouwhistorisch rapport en bouwhistorische waardebepaling van het gebouw in situ is beschikbaar;

Het gebouw inclusief bouwhistorie en overige documentatie draagt bij aan de diversiteit van het aanbod in het Nederlands Openluchtmuseum en past binnen de prioriteiten van de actuele beleidskaders;

Bij de verplaatsing en herbouw van een gebouw

Een duidelijke beschrijving en foto’s zijn beschikbaar van het erf, de tuin of onmiddellijke omgeving met de beplanting, bestrating en opstallen in situ;

Bij afbraak in situ, verplaatsing en herbouw in het museum wordt gestreefd naar het zoveel mogelijk intact laten van de bouwhistorische sporen; Afbraak, verplaatsing en herbouw worden uitgebreid gedocumenteerd in woord en beeld; Reconstructies in het museum worden uitgevoerd op basis van heldere argumentatie; de uitvoering en verantwoording ervan worden vastgelegd in woord en beeld.

8.2 COLLECTIEVERBETERING ROERENDE COLLECTIE

Het grootste deel van de roerende collectie behelst momenteel het alledaagse leven in Nederland tussen ongeveer 1850 en 1960. Door versterking van de collectie vanaf 1960 verwacht het museum een groei van de collectie. Het Nederlands Openluchtmuseum streeft naar inclusiviteit en vindt het bovendien belangrijk om collectie te verwerven die gerelateerd is aan de verder toegenomen verstedelijking en diversificatie van de samenleving in de periode na de Tweede Wereldoorlog. Bij te verwerven voorwerpen streeft het Nederlands Openluchtmuseum naar contextrijkheid: behalve biografische gegevens van de gebruikers kan context ook bestaan uit kunsthistorische, historische, immateriële, technologische, wetenschappelijke of culturele aspecten. Daarmee is contextrijkheid als toetsingscriterium onderverdeeld in museale waarden en cultuurhistorische waarden (zie bijlage Waarderingstabel).

Van oudsher zijn schenkingen, bruiklenen en legaten voor musea en andere erfgoedinstellingen belangrijke manieren om collecties te vormen. Dat geldt eveneens voor het Nederlands Openluchtmuseum. Er zijn tijden geweest dat een omvangrijk deel van de aangeboden voorwerpen aan de collectie werd toegevoegd, waardoor de collectie een encyclopedisch karakter kreeg. Al in de jaren 1990 is het Nederlands Openluchtmuseum gestopt met encyclopedisch verzamelen. Het uitbreiden van de roerende collectie gebeurt al vele jaren in beperkte mate en hoofdzakelijk passief. Sinds de jaren 1990 is steeds nadrukkelijker de verbinding tussen voorwerpen en verhalen centraal komen te staan en daarmee het belang van de beschikbaarheid van de gebruiksgeschiedenis en overige contextgegevens, waarbij steeds meer aandacht uitgaat naar het verzamelen van voorwerpen binnen ensembles. Het Nederlands Openluchtmuseum is zich bewust van de kosten die gemoeid zijn met het museaal beheer van voorwerpen en selecteert daarom streng. Deze lijn zet het museum door. Ook ontzamelen is een onlosmakelijk onderdeel van het collectiebeleid van het Nederlands Openluchtmuseum (zie par. 8.2.3).

Jaarlijks worden enkele duizenden voorwerpen aan het Nederlands Openluchtmuseum aangeboden. Het in behandeling nemen daarvan is arbeidsintensief, terwijl het merendeel van de aanbiedingen geen interessante aanvulling op de collectie vormt. Het schiften van aanbiedingen is sinds 2011 eenvoudiger geworden door het gebruik van helderder verwervingscriteria, een aangepaste besluitvormingsprocedure met een gestandaardiseerd verwervingsformulier en een meer efficiënte verwervingsprocedure. In de praktijk is gebleken dat nog verdere aanscherping van verwervingscriteria en verzameldoelen noodzakelijk is.

8.2.1 VERSTERKING VAN DE ROERENDE COLLECTIE DOOR VERWERVING Het Nederlands Openluchtmuseum is hét museum voor de geschiedenis van het alledaagse leven in heel Nederland tot nu. Om in de toekomst maatschappelijk relevant te blijven, zal het museum zich met ingang van de beleidsperiode 2021-2028 nadrukkelijker richten op het opbouwen van collectie die betrekking heeft op de meer recente geschiedenis. Vandaag de dag is Nederland een bloeiend cultureel en multicultureel land, waarin veel verschillende etnische groeperingen naast elkaar leven. Van belang is dat die recente geschiedenis zich ook vertaalt naar de collectie van het Nederlands Openluchtmuseum. In beperkte mate zal het museum daarnaast lacunes in de collectie opvullen.

Naast passief verzamelen zal het Nederlands Openluchtmuseum in de beleidsperiode 2021-2028 de mogelijkheden om actief te gaan verzamelen voor de roerende collectie verkennen. Het museum acht actief verzamelen noodzakelijk om tot meer diversiteit in de collectie te komen.

Ook het participatief verzamelen wordt onderzocht voor zowel de roerende als de documentaire collectie. In 2024 wordt de nieuwe aanpak geëvalueerd, waarbij een advies geformuleerd wordt voor de toekomst.

Met ingang van de beleidsperiode 2021-2028 hanteert het Nederlands Openluchtmuseum de volgende criteria en afspraken voor verwerving van nieuwe collectiestukken:

Het Nederlands Openluchtmuseum is hét museum voor de geschiedenis van het alledaagse leven in heel Nederland tot nu. Het Nederlands Openluchtmuseum streeft een betekenisvolle, exemplarische collectie voor de periode vanaf 1960 na: het museum verzamelt karakteristieke/kenmerkende representanten of voorbeelden van de belangrijkste ontwikkelingen op een specifiek gebied. Er geldt geen harde afbakening in tijdsperiode. Per deelcollectie worden ambities bepaald voor de periode tot 1960 en voor de periode vanaf 1960. Deze zijn omschreven in de beschrijvingen van de deelcollecties (zie hoofdstuk 4.2). De wederopbouw begint vanaf mei 1945. Vanaf 1950 zijn de eerste tekenen van een nieuwe periode te zien, maar pas vanaf 1959 worden de hernieuwde welvaart en vernieuwingen onder invloed van wederopbouw echt merkbaar en zichtbaar voor mensen in Nederland. Voor het domein Kleding lijkt 1950 een betere cesuur. Voor het domein Wonen geldt dat de periode tot 1975 goed vertegenwoordigd is. Als het om de periode tot 1960 gaat, verzamelt het Nederlands Openluchtmuseum alleen voorwerpen die passen in een niet-gesloten deelcollectie. Alles wat daarbuiten valt, wordt extra streng beoordeeld. Uitzonderingen zijn mogelijk wanneer de impact van die voorwerpen, of wat zij representeren, groot was op het dagelijks leven.

Enige historische distantie is waardevol voor het beoordelen van individuele voorwerpen. Hedendaags verzamelen heeft vooral toegevoegde waarde bij ensembles. Hoe langer je wacht, hoe kleiner de kans dat je als museum een rijk ensemble kunt verwerven. Bij individuele voorwerpen en ensembles is het belangrijk dat zij aansluiten bij grote ontwikkelingen (toetsing middels waarderingstabel, zie bijlage Waarderingstabel). De ambitie is een collectie die sterk ingebed is in historische ontwikkelingen. Het Nederlands Openluchtmuseum verzamelt daarom geen (afgeleiden van) nieuwe fenomenen die zich nog niet bewezen hebben. Hedendaags verzamelen gebeurt daarom altijd in aansluiting op bepaalde grote ontwikkelingen of langlopende evoluties. Dit kan op twee manieren: Een al langer bestaand maatschappelijk fenomeen wordt met één ensemble gerepresenteerd; Er wordt een langere verzamellijn ontwikkeld waarbinnen, in een bepaald ritme, hedendaagse momentopnames gecollectioneerd worden.

In de beleidsperiode 2021-2028 hanteert het museum voor overige voorwerpen en ensembles een terminus ante quem van tien jaar. Gedurende de beleidsperiode wordt onderzocht of dit werkbaar is.

Het Nederlands Openluchtmuseum verzamelt materiële getuigen van en verhalen over het alledaagse leven in Nederland en sluit daarbij aan bij de grote geschiedenis, omdat de impact van belangwekkende gebeurtenissen en ontwikkelingen (op termijn) neerslaat in de algemene alledaagse cultuur. Getuigen van afzonderlijke, grote gebeurtenissen zelf verzamelt het Nederlands Openluchtmuseum niet. Om aanbiedingen beter te kunnen toetsen is hiervoor een eigen hulpmiddel ontwikkeld, om de argumentatie bij en rijkdom van voorwerpen beter te beargumenteren: de waarderingstabel (zie bijlage Waarderingstabel).

De waarderingstabel helpt om te toetsen of een voorwerp past bij een periode.

De waarderingstabel is vooral behulpzaam bij het beoordelen van aanbiedingen met een datering vanaf circa 1960 én voor het opstellen van plannen voor actief verzamelen voor de periode vanaf circa 1960.

De waarderingstabel helpt bij het beoordelen van de rijkdom van een voorwerp: welke verhalen kunnen ermee verteld worden? Dit geeft als het ware ook de ‘presentatiewaarde’ aan.

Naast de waarderingstabel hanteert het museum een tabel over de museale waarden, waarin de museale waarden uit Op de museale weegschaal (2013) overgenomen zijn die voor het Nederlands Openluchtmuseum het meest relevant zijn. Op deze museale waarden werd al getoetst in het bestaande verwervingsformulier, dat met de komst van de waarderingstabel op deze punten wordt aangepast.

De categorieën die onder dagelijks leven vallen kunnen als een soort checklist wellicht ook behulpzaam zijn bij collectievorming van voorwerpen van voor 1960.

Toetsing van collectievorming gebeurt niet op basis van het aantal kruisjes in de waarderingstabel; toetsing gebeurt op basis van de inhoudelijke argumentatie voor de aangekruiste historische en museale waarden.

Het Nederlands Openluchtmuseum stemt collectiebeleid nadrukkelijk af met dat van andere erfgoedinstellingen: het museum verzamelt niet wat andere musea (met een zekere toekomst) al coherent verzamelen. Iedere conservator beoordeelt dit voor het eigen domein. Dit is staande praktijk. Bij het beoordelen van nieuwe aanbiedingen wordt vertegenwoordiging in de rijkscollectie38 en relevante andere collecties in het land meegewogen door de conservator en in het Collectievormingsoverleg (CVO). Daarbij is van belang:

Is een individueel object onderdeel van een betekenisvol ensemble, dan kijkt het Nederlands Openluchtmuseum niet naar vertegenwoordiging van afzonderlijke onderdelen van het ensemble in de rijkscollectie, juist omdat ze gezamenlijk waarde hebben. Het kan meerwaarde hebben om een individueel voorwerp met waardevolle context te verzamelen voor Nederland, ook al is een vergelijkbaar voorwerp daarin al vertegenwoordigd zonder dat er meer context over bekend is. Individuele voorwerpen die niet contextrijk zijn en al wel goed vertegenwoordigd zijn in de Collectie Nederland, verzamelt het Nederlands Openluchtmuseum niet.

Het Nederlands Openluchtmuseum gaat actiever verzamelen. Door vooral te reageren op wat toevallig voorbijkomt (passief verzamelen), geeft het museum geen sturing aan een bewuste collectiestrategie. Aan het begin van het jaar doen de conservatoren en/of documentalisten een voorstel voor wat zij dat jaar actief willen (onderzoeken ten behoeve van het) verzamelen van de periode na 1960, ter versterking van een deelcollectie en/of het domein als geheel. Dit kan ook onderzoek ten behoeve van afstoting betreffen.

Voornemens voor actieve collectieverbetering worden - aan de hand van een notitie waarin aanleiding, wat, hoe en waarom beschreven zijn - besproken in het CVO, zodat het door kennisdeling een gezamenlijk gedragen voorstel wordt. Het gezamenlijke doel is immers om de collectie van het Nederlands Openluchtmuseum te versterken. Het uiteindelijke verwervings- en/of afstotingsvoorstel dat voortkomt uit dit onderzoek wordt op de gebruikelijke wijze getoetst binnen het CVO.

Het Nederlands Openluchtmuseum heeft daarnaast een aantal criteria en afspraken geformuleerd over wat het museum nadrukkelijk niet zal doen:

Het Nederlands Openluchtmuseum verzamelt niet encyclopedisch. Deze term wordt vermeden in het collectieplan, vanwege de associatie met vroegere verzamelwijzen en omdat het museum noch diachroon, noch synchroon volledigheid nastreeft, maar altijd zoekt naar ‘exemplariciteit’.

Het is onwenselijk om met terugwerkende kracht en naar huidige normen de oude collectie opnieuw te beoordelen en daaruit grote aantallen voorwerpen af te stoten, omdat dit ook de eigen collectiegeschiedenis betreft. Collectieverbetering, waar afstoten onder valt, is wel een vast onderdeel van het reguliere collectiebeleid.

Sinds 1960 is het aantal regionale verschillen in Nederland drastisch afgenomen. Desondanks gaat het museum zich bij de verwerving van objecten uit de periode na 1960 niet geografisch beperken tot een voor Nederland representatief geachte regio of tot de meest gemiddelde plaats/gemeente van het land (Apeldoorn, onderzoek consumentenonderzoeksbureau Whooz, 2018). Hoewel het efficiencywinst zou kunnen opleveren, wordt hier toch van afgezien omdat dit een gevaar zou betekenen voor het behoud van breed landelijk draagvlak.

Het is niet wenselijk om thematisch te verzamelen op de wijze zoals in de afgelopen beleidsperiode het voornemen was. Nu kiest het Nederlands Openluchtmuseum dus een andere koers. De thema’s, zoals ‘levensfasen en overgangsrituelen’, waren indertijd tamelijk willekeurig gekozen, het betrof een klein aantal thema’s en er is slechts beperkt op verzameld. Collectioneren rondom een bepaalde sociale klasse heeft onvoldoende draagvlak als middel om collectievorming te begrenzen. Inhoudelijke argumenten en representativiteit moeten de belangrijkste criteria zijn.

Het Nederlands Openluchtmuseum verzamelt geen prototypes. Deze zijn beter op hun plaats in gespecialiseerde (design)musea.

8.2.2 VERWERVINGSPROCEDURE ROERENDE COLLECTIE

Het Nederlands Openluchtmuseum werkt sinds 2011 met helder geformuleerde verwervingscriteria, een besluitvormingsprocedure met een gestandaardiseerd verwervingsformulier en een meer efficiënte verwervingsprocedure. In het verwervingsformulier beschrijft en beargumenteert de conservator waarom een voorwerp of ensemble voor verwerving in aanmerking komt. De criteria in het verwervingsformulier zijn gerelateerd aan het waarderingskader van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, dat in dezelfde periode tot stand kwam.39

Verwervingsvoorstellen worden besproken in het maandelijkse Collectievormingsoverleg (CVO), voorgezeten door het afdelingshoofd Kennis & Collecties en verder bestaande uit alle conservatoren, wetenschappelijk medewerkers, documentalisten en de bibliothecaris. Na advies van het CVO besluit de inbrengende conservator al dan niet over te gaan tot verwerving.

Een verwerving van roerende collectie wordt geformaliseerd door de ondertekening van een verwervingsovereenkomst. De overeenkomst is conform de richtlijnen van de Nederlandse Museumvereniging. Desgewenst ontvangt een schenker een verklaring voor de fiscus. Het verwerven van roerende collectie valt binnen de verantwoordelijkheden van de afdeling Kennis & Collecties. Het afdelingshoofd Kennis & Collecties heeft de van de directie gedelegeerde bevoegdheid om de bijbehorende afspraken te maken en de overeenkomsten te ondertekenen.

8.2.3 VERSTERKING VAN DE ROERENDE COLLECTIE DOOR ONTZAMELEN

Verzamelen en ontzamelen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het collectiebeleid van het Nederlands Openluchtmuseum. Ontzamelen is geen doel op zich. Afstoting van collectiestukken geschiedt op inhoudelijke gronden en heeft tot doel om de kwaliteit en de samenstelling van de collectie te verbeteren. Kwaliteitsverbetering van de museale collectie is een voortdurend proces. In de periode 2017-2020 heeft daartoe een inhaalslag plaatsgevonden, waarbij 3681 voorwerpen zijn afgestoten. Daarvan is 26% intern overgedragen, ten behoeve van onder andere de documentaire collectie, 5% is herplaatst bij andere musea, 37% heeft een andere bestemming gekregen, bijvoorbeeld bij particuliere verzamelaars of liefhebbers via de Stichting Onterfd Goed, en de overige 32% is vernietigd.

Het Nederlands Openluchtmuseum heeft in de loop der jaren diverse selectie- en afstotingsoperaties uitgevoerd. De ervaring leerde dat selectie- en afstotingsonderzoeken nauwgezet moeten plaatsvinden. Het Nederlands Openluchtmuseum volgt daarbij de Ethische Code voor Musea van de ICOM en maakt gebruik van de Leidraad Afstoten Museale Objecten (LAMO) In de periode 20172020 is veel aandacht uitgegaan naar selectie en afstoting.

De inspanningen voor een zorgvuldig selectie- en afstotingsproces zijn aanzienlijk. Daarom maakt het Nederlands Openluchtmuseum kritische afwegingen of de kosten en baten voor een afstotingsoperatie in reële verhouding tot elkaar staan. Voorop staat dat afstoting moet plaatsvinden op inhoudelijke gronden. Een combinatie met enige mate van pragmatisme is daarbij nuttig; bijvoorbeeld als er door overdracht van grote voorwerpen ruimtewinst in depots geboekt kan worden.

Het afdelingshoofd Kennis & Collecties heeft de van de directie gedelegeerde bevoegdheid te beslissen over selectie en afstoting.

Met afstoting wil het Nederlands Openluchtmuseum de volgende doelen bereiken:

Versterken van het collectieprofiel van het museum.

Verbeteren van de kwaliteit van de collectie.

Een bijdrage leveren aan het collectieprofiel van andere erfgoedinstellingen.

Een bijdrage leveren aan de beheersbaarheid van de collectie Nederland door contextarme voorwerpen en losse fragmenten uit de rijkscollectie te verwijderen.

Beheersbaar maken en verbeteren van de kwaliteit van behoud en beheer.

Ruimte scheppen in de depots.

Ruimte maken voor verwervingen die passen binnen de doelstellingen en missie van het museum.

Bij het afstoten zijn de volgende criteria aan de orde. In de meeste gevallen zullen meerdere criteria een rol spelen:

Niet passend binnen de doelstellingen en missie van het museum.

Veel beter passend binnen de doelstellingen van een andere erfgoedinstelling.

Niet passend of van marginaal belang binnen de domeinen.

Ontbreken van contextgegevens, waardoor de cultuurhistorische waarde van het object niet te duiden is.

Ontbreken van verwervingsgegevens.

Het structureel ontbreken van expertise en/of vakmanschap noodzakelijk voor behoud en beheer.

Kopieën of reconstructies van originele voorwerpen.

In dermate slechte of zeer slechte staat dat de museale waarde grotendeels of geheel verloren is. Losse onderdelen en fragmenten, met uitzondering van fragmenten behorend tot de museale gebouwen van het museum.

COLLECTIEPLAN NEDERLANDS OPENLUCHTMUSEUM 2021-2028

9. REGISTRATIE EN TOEGANKELIJKHEID COLLECTIE

9.1 HUIDIGE STAND VAN ZAKEN

ADLIB BIBLIOTHEEK + MUSEUM

Het Nederlands Openluchtmuseum gebruikt sinds 2002 Adlib als collectiemanagementsysteem (CMS). Het museum heeft licenties voor Adlib Museum en Bibliotheek, met aanvullende modules voor boekbestellingen, boekuitleningen, fotobestellingen en tijdschriften. In Adlib worden ruim 154.000 museale objecten en 275.000 foto’s, boeken en ander documentair materiaal beschreven. Binnen de Adlib-applicatie zijn na verloop van tijd verschillende maatwerkoplossingen toegepast, waaronder aanpassingen aan de vormgeving en de manier waarop gegevens worden vastgelegd. Een deel van de aanpassingen is door softwarebedrijf Axiell (de ontwikkelaar van Adlib) uitgevoerd en een deel in eigen beheer.

WOODWING ASSETS VOOR DIGITAL ASSET MANAGEMENT

Sinds 2017 maakt het Nederlands Openluchtmuseum gebruik van het Digital Asset Managementsysteem WoodWing Assets (voorheen Elvis) voor het beheer van (grote) afbeeldingsbestanden. Alle collectie-afbeeldingen in Assets worden gekoppeld aan de beschrijvingen van de bijbehorende voorwerpen in Adlib. Adlib blijft het leidende systeem voor de inhoudelijke informatie van collectie en beelden, maar Assets verzorgt opslag en beheer van de grote beeldbestanden. Assets wordt periodiek gevoed met inhoudelijke informatie zodat ook binnen deze applicatie kan worden gezocht op trefwoord. In Adlib wordt vanuit Assets bij iedere beschrijving van voorwerpen een afgeleide afbeelding getoond.

INTERNE GEBRUIKERS VAN ADLIB

Binnen de afdelingen Kennis & Collecties en Collectiebeheer maakt vrijwel iedereen gebruik van Adlib. Buiten deze afdelingen zijn er nog enkele medewerkers die toegang hebben tot Adlib, met name voor naslag. Adlib ondersteunt verschillende gebruikersgroepen met aparte lees- en schrijfrechten.

VERBETERINGEN VANUIT HET COLLECTIEPLAN KIEZEN EN DELEN: DOMEINEN EN ENSEMBLES

De collectieregistratie is op basis van het vorige collectieplan op twee punten aangepast. Zo is gewerkt aan het op objectniveau toekennen van domeinen. Dit is voor de volledige roerende collectie gerealiseerd.

Een tweede aanpassing is de mogelijkheid om collectiestukken te bundelen tot ensembles. Ensembles waren soms al bij elkaar te zoeken aan de hand van de verwervingsbron of een geassocieerd persoon. Nu zijn ze ook expliciet vast te leggen en te beschrijven.

COLLECTIEVERHUIZING NAAR HET COLLECTIECENTRUM NEDERLAND (CC NL) EN EXTERN STANDPLAATSBEHEERSYSTEEM

In 2021 is de in meerdere externe depots opgeslagen roerende collectie verhuisd naar één groot centraal depot: het CC NL in Amersfoort. Een direct gevolg hiervan voor de collectieregistratie

is dat een deel van het standplaatsbeheer wordt uitgevoerd door een extern systeem (het zogenaamde Standplaatsbeheersysteem, SBS). Dit systeem communiceert direct met het eigen collectiemanagementsysteem. Het Nederlands Openluchtmuseum voorziet het SBS via een automatische koppeling met Adlib van de nodige informatie voor het fysieke beheer van de collectie. In aanloop naar de collectieverhuizing is de collectieregistratie op een aantal belangrijke punten verbeterd. Een van de belangrijkste aspecten was het opnieuw fotograferen van vrijwel de hele collectie. De registratie van fysieke eigenschappen van voorwerpen zoals afmetingen en materialen is gecontroleerd en aangevuld. Daarnaast is de relatie tussen voorwerpen en onderdelen van objecten in een flink aantal gevallen verbeterd.

REGISTRATIEGRAAD

De volledige collectie van het Nederlands Openluchtmuseum is ingeschreven in het digitale collectiemanagementsysteem Adlib. De historische papieren registratiesystemen (inventarisboeken, inventariskaarten, etc.) zijn voor het grootste deel gedigitaliseerd of anderszins verwerkt in het digitale systeem.

Van alle collectiestukken is 99% voorzien van een foto. In vrijwel alle gevallen zijn aanvullende identificerende gegevens vastgelegd, zoals een objectnaam, titel of summiere beschrijving. De kwaliteit van deze identificerende gegevens is helaas niet goed vast te stellen: er is op grote schaal wel te bepalen dat er informatie over voorwerpen beschikbaar is, maar niet of deze informatie ook daadwerkelijk juist is. In de beleidsperiode 2021-2024 worden richtlijnen vastgesteld op basis waarvan de kwaliteit van de beschrijvingen beter getoetst kan worden.

9.2 NIEUWE ONTWIKKELINGEN

RICHTLIJNEN COLLECTIE-INFORMATIE

In 2019 is binnen het Openluchtmuseum een Beschrijversoverleg in het leven geroepen met als doel om tot een nieuwe handleiding voor de collectieregistratie te komen. Verschillende richtlijnen en afspraken bestonden wel binnen het museum, maar waren niet eerder eenduidig op een centrale plek vastgelegd. Hierdoor werd er op verschillende manieren binnen Adlib gewerkt.

Inmiddels is er een uitgebreid document opgesteld met daarin algemene richtlijnen voor het vastleggen van collectie-informatie en specifieke richtlijnen voor het gebruik van de meeste basisvelden in Adlib. In de beleidsperiode 2021-2024 zullen de richtlijnen verder worden aangevuld en aangescherpt. Hiermee zullen de collectiegegevens niet alleen vollediger worden, maar ook uniformer en daardoor beter bruikbaar in de toekomst.

COLLECTIE ONLINE

In 2018 is een eerste poging gedaan om op de eigen website op grote schaal delen van de collecties te tonen. Hiervoor was een collectiewebsite ontwikkeld met een directe koppeling naar Adlib. In 2020 is vastgesteld dat de collectiewebsite in deze vorm niet voldeed aan de huidige standaarden wat betreft gegevenssynchronisatie en beveiliging, en is daarom offline gehaald. Het vergroten van de toegankelijkheid van de collectie voor een breed publiek in de eigen onlineomgeving van het museum heeft nog steeds een hoge prioriteit. In de beleidsperiode 2021-2028 wordt een uitgebreide onlinekennisbank ontwikkeld, waarin verbindingen worden gelegd tussen de verschillende collecties van het museum en die voldoet aan moderne standaarden.

ADLIB EN AXIELL COLLECTIONS

In juni 2021 heeft leverancier Axiell aangekondigd dat per 1 januari 2024 de ondersteuning van Adlib wordt beëindigd. Dit houdt in dat de Windowsapplicatie niet langer wordt onderhouden of bijgewerkt door de leverancier en er geen ondersteuning mogelijk is via de helpdesk. Axiell stimuleert gebruikers om over te stappen op de webapplicatie Axiell Collections. Hoewel het fundament van de applicatie hetzelfde blijft, gaat deze overstap wel gepaard met een dataconversie. Het Nederlands Openluchtmuseum zet zich in de periode 2022-2023 in om in januari 2024 daadwerkelijk over te kunnen stappen op Axiell Collections.

NOTEN

1 Dit is de definitie van een museum conform de bestaande ICOM-definitie.

2 De definitie van immaterieel erfgoed is: ‘Cultuuruitingen die door erfgoedgemeenschappen worden beleefd als erfgoed en hen een gevoel van identiteit en continuïteit geven. Dit immaterieel erfgoed wordt steeds opnieuw vormgegeven in samenhang met maatschappelijke veranderingen en in interactie met de sociale omgeving en van generatie op generatie doorgegeven.’

3 Willem Frijhof, Dynamisch erfgoed Amsterdam 2007, p. 38.

4 Ter verantwoording voor de keuze ‘in Nederland’ is het van belang om de grenzen van het verzamelbeleid af te bakenen. Het Nederlands Openluchtmuseum heeft zich vanaf zijn ontstaan in 1912 gericht op het verzamelen en documenteren van het dagelijks leven in continentaal Nederland. Gespecialiseerde musea en instituten verzamelen en documenteren de kunst en cultuur van andere (en voormalige) gebiedsdelen binnen het Koninkrijk der Nederlanden.

5 De meest recente versie betreft Statutenwijziging Stichting het Nederlands Openluchtmuseum Nationaal Museum voor Nederlandse Volkskunde, 2008, artikel 2, lid 3a.

6 Zie bijvoorbeeld: Ad A.M. de Jong, De dirigenten van de herinnering. Musealisering en nationalisering van de volkscultuur in Nederland 1815-1940 Amsterdam 2001; beleidsplannen van het Nederlands Openluchtmuseum sinds 2002; bouwhistorische rapportages van het Monumenten Advies Bureau te Nijmegen.

7 Tentoonstelling naar het gelijknamige boek: A. Cottaar, L. Lucassen & W. Willems, Mensen van de reis, Woonwagenbewoners en zigeuners in Nederland 1868-1995 Zwolle 1995; A. Jansen (red.), Buitenkansen: basisvisie Museumpark Nederlands Openluchtmuseum, Arnhem 1999

8 Strikt genomen betreft het hier het Nederlands Museum, dat deel uitmaakte van het Rijksmuseum. Zie: Gijs van der Ham, 200 jaar Rijksmuseum. Geschiedenis van een nationaal symbool Zwolle 2000, p. 229.

9 Johan Huizinga, Het Historisch Museum 1920, in: In de schaduw van het heden. Het geheugen van de erfgoedsector p. 43-50; Zou Huizinga tevreden zijn? Kunst en geschiedenis in één museale presentatie: kruisbestuiving of stoorzender? Symposium ter gelegenheid van het afscheid van Ad de Jong als KOG Hoogleraar op 14 februari 2014. Amsterdam: Koninklijk Oudheidkundig Genootschap, 2014.

10 Erik van ’t Hull en Klaartje Schweizer, Rapportage onderzoek Museale Verwervingen vanaf 1933 Arnhem 1 oktober 2012.

11 Ethischecodevoormusea.nl, met name paragraaf 2.3.

12 Een deel van het behoud en beheer van de rekwisieten wordt door de afdeling Collectiebeheer uitgevoerd.

13 Voor een uitgebreidere toelichting: Kiezen en Delen p. 35-36.

14 www.openluchtmuseum.nl/locaties

15 In totaal heeft het Nederlands Openluchtmuseum 34 gebouwen met een agrarische achtergrond, waarmee bedoeld wordt dat zij te maken hebben met agrarische productie. In totaal zijn er 19 boerderijen.

16 Daarnaast zijn er diverse gebouwen die een molen hebben, maar zelf geen molen zijn.

17 De telling van het aantal collectiestukken in dit Collectieplan is telkens op basis van enkelvoudige objecten en objecten met onderdelen; afzonderlijke onderdelen zijn niet meegerekend. Ook het aantal langdurig vermiste voorwerpen wordt buiten beschouwing gelaten. Deze 7000 voorwerpen zijn zodanig langdurig vermist, dat ze als verloren moeten worden beschouwd. Deze vermiste voorwerpen zijn niet alsnog opgedoken tijdens de verhuizing naar het nieuwe depot CC NL.

18 Met betrekking tot collectie in het Nederlands Openluchtmuseum verstaat het museum onder ensemble: een samenhangende groep voorwerpen waarvan de samenstelling is ontstaan in de primaire context.

19 www.pijpenkabinet.nl/Pijpenkabinet/13%20referentiecoll.html A. Nieuwhof en A.G. Lange, Op weg naar een Nationale Referentiecollectie Archeologie Amersfoort 2003, p.17, 42-43, (www.cultureelerfgoed.nl/publicaties/ publicaties/2003/01/01/op-weg-naar-een-nationale-referentiecollectie-archeologie), www.kb.nl/bronnen-zoekwijzers/ kb-collecties/nederlandcollectie (KB: ‘De Nederlandcollectie is een zo compleet mogelijke verzameling van (1) in Nederland of het Nederlands uitgegeven publicaties én (2) publicaties over de Nederlandse taal, cultuur en geschiedenis.’), www. kb.nl/bronnen-zoekwijzers/kb-collecties/context-en-referentiecollectie (KB: ‘De context- en referentiecollectie bestaat uit publicaties over onderwerpen die van belang zijn om de Nederlandse geschiedenis, cultuur en samenleving in internationaal perspectief te kunnen bestuderen.’)

20 www.collectiegelderland.nl

21 In 2014 is een standaardwerk op het gebied van volksprenten gepubliceerd, waarin ook de deelcollectie van het Nederlands Openluchtmuseum een belangrijke plaats inneemt: Nico Boerma, Aernout Borms, Alfons Thijs, Jo Thijssen, Kinderprenten, volksprenten, centsprenten, schoolprenten: populaire grafiek in de Nederlanden 1650-1950 Uitgeverij Vantilt.

22 Deltaplan voor Cultuurbehoud, rijkssubsidieregeling 1990-1994, verlengd tot 1998.

23 Museum Inventarisatie Project, 2002-2004.

24 Het CHV-plan van het Nederlands Openluchtmuseum is gebaseerd op de landelijk erkende De Haagse methodiek en Agnes Brokerhof e.a., Het handboek risicomanagement voor collecties Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2016.

25 Het aantal voorwerpen uit de roerende collectie dat in het museumpark te zien is voor bezoekers kan variëren vanwege tijdelijke tentoonstellingen en (seizoens)presentaties.

26 Dit betreft het aantal langdurig in bruikleen gegeven collectiestukken op 19 april 2022.

27 www.ukregistrarsgroup.org

28 www.openluchtmuseum.nl/locaties

29 www.openluchtmuseum.nl/verdiep

30 www.collectiegelderland.nl/organisaties/nederlandsopenluchtmuseum

31 https://data.collectienederland.nl/search/?q=&qf%5b%5d=edm_dataProvider%3ANederlands%20Openluchtmuseum

32 www.modemuze.nl/collecties?f%5B0%5D=field_owner%3ANederlands%20Openluchtmuseum

33 www.europeana.eu/nl/collections/organisation/1482250000004511855-dutch-open-air-museum

34 www.oorlogsbronnen.nl/thema/Nederlands%20Openluchtmuseum

35 https://geheugen.delpher.nl/nl/geheugen/results?query=&facets%5BcollectionStringNL%5D%5B%5D= Streekdrachten+in+Nederland&page=1&maxperpage=36&coll=ngvn

36 https://kenniscollectie.nl/het-nederlands-openluchtmuseum

37 https://vijfeeuwenmigratie.nl/collecties/results/taxonomy%3A1126

38 Met rijkscollectie wordt bedoeld: het geheel van openbare, museale collecties in Nederland.

39 Op de museale weegschaal, 2013

BIJLAGE WAARDERINGSTABEL

Waarderingstabel

Deze waarderingstabel is bedoeld als richtinggevend instrument voor het actieve en passieve verzamelbeleid van het Nederlands Openluchtmuseum voor de periode 1950 tot heden. Op de y-as een periodisering in blokken van 15 á 20 jaar. Op de x-as een aantal categorieën die we als toonaangevend beschouwen voor het dagelijks leven. Onder de tabel vormen de museale toetsingscriteria, zoals vastgelegd in Op de museale weegschaal als het ware een derde dimensie.

Waarderingstabel

Deze waarderingstabel is bedoeld als richtinggevend instrument voor het actieve en passieve verzamelbeleid van het Nederlands Openluchtmuseum voor de periode 1950 tot heden. Op de y-as een periodisering in blokken van 15 á 20 jaar. Op de x-as een aantal categorieën die we als toonaangevend beschouwen voor het dagelijks leven. Onder de tabel vormen de museale toetsingscriteria, zoals vastgelegd in Op de museale weegschaal, als het ware een derde dimensie.

categoriën dagelijks leven

identiteit welzijn en welvaart samenleefvormen, gender, geaardheid (emancipatie) migratie groepsidentiteit en individualisering lichaamscultuur (uiterlijk en kleding) zingeving en religie (feesten en rituelen) technologisering, automatisering, robotisering, informatisering duurzaamheid lichaamsverzorging en gezondheid voedselvoorziening mobiliteit communicatie en informatie economie en werk, geldverkeer ontspanning en vrije tijd grote historische ontwikkelingen in Nederland vanaf de Tweede Wereldoorlog

levensfase

19401959 WOII, crisis en wederopbouw. Hoogtepunt verzuiling, gemeenschapszin, zuinigheid, traditionele gezinsmoraal, traditionele rolverdeling man en vrouw, geboortepiek, emigratie 400.000 Nederlanders. Schaarste woningmarkt. Dekolonisatie: 1946-1962 immigratie ca. 400.000 Nederlands-Indiërs en ca. 12.500 Molukkers. Koude Oorlog en Marshallhulp (> amerikanisering productie en consumptie): Nederlanders zijn internationaal betrokken. kindertijd adolescentie

19601973 Grote welvaart, hoge sociale zekerheid, daling werkloosheid, verstedelijking, uitbreiding infrastructuur, forse loonstijgingen, bevolkingsgroei, vanaf 1963 aardgasinkomsten, 1959 loonstijging, 1960 vrije zaterdag en 5-daagse werkweek, meer vakantiedagen. Schaarste woningmarkt. Komst van ca. 150.000 gastarbeiders uit ZuidEuropa, Turkije, Marokko. 1962 overdracht Nieuw-Guinea aan Indonesië. Ontzuiling>ontkerkelijking>deconfessionalisering. Geboorteregeling wordt bespreekbaar. Veranderende gezagsverhoudingen. Vanaf 1965 nieuwe verbanden/ groeperingen, emancipatiebewegingen. Trends vooral zichtbaar in steden.

19741994

Dekolonisatie: 1970 soevereiniteitsoverdracht Suriname > immigratie 300.000 Surinamers tot 1980. 1973 eerste oliecrisis, 1979-1980 tweede oliecrisis, minder spanning Koude Oorlog, toename inflatie, loonmatiging, toename werkloosheid (stakingen), automatisering. Jaren 1970: veel (gelijkvormige) huizenbouw, ook hoogbouw. 1975 officieel emancipatiebeleid voor vrouwen, nieuwe mens-moraal (welzijn, zelfontplooiing, homo-emancipatie, seksuele diversiteit). Differentiatie op het gebied van religie, conservatief religieus klimaat. Jaren 1980: opkomst personal computer. 1985-1989: jongerencultuur is tegencultuur. 1981 Aids. Veel verkeersongelukken. Jaren 1990: grotere aantallen asielzoekers, m.n. oorlogsvluchtelingen (ca. 120.000 kregen verblijfsstatus).

19952015 Transnationalisering, 1993 Europese Unie, 1995 razendsnelle opmars internet, internationale toename religieus geïnspireerd geweld, groei populisme, zoeken naar nationale en regionale eigenheid. Discussie over racisme. Welvaart, gunstige conjunctuur, meer werkgelegenheid, liberalisering, toename deeltijdarbeid door m.n. vrouwen. Na 1989 massaconsumptie. Individualisme. 21e eeuw begon met grote kloof tussen nieuwe en oude Nederlanders, arm en rijk, hoger en laag opgeleid. Opkomst nieuwe economiën, zoals China, India, Brazilië. 2008-2011 Kredietcrisis en Europese Staatsschuldercrisis.

volwassenheid ouderdom

kindertijd

adolescentie

volwassenheid

ouderdom

kindertijd

adolescentie

volwassenheid

ouderdom

kindertijd adolescentie volwassenheid ouderdom

museale toetsingscriteria

kenmerken cultuurhistorisch sociaal-maatschappelijk

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook