Skip to main content

Spoorzoeker Herfst 2010

Page 1

SpoorZo e keR Driemaandelijks Nieuwsmagazine van het Agentschap voor Natuur en Bos Jaargang 4 I Nummer 3 I Oktober 2010 I afgiftekantoor 8400 Oostende Erkenningsnummer 708746 I PB-nummer 2/111

Dossier: Faunabeheer Interview met Karel Van Eetvelt De opruimers van de natuur Week van het Bos


Bulskampveld vormt samen met het Vagevuurbos het grootste aaneengesloten bosgebied van West-Vlaanderen. Dit groene tapijt strekt zich uit over de gemeenten Beernem, Hertsberge en Wingene, en in de herfst is het er goed toeven. Als koninginnen van een groen rijk, of nietig in de schaduw van de echte woudreuzen: hoe deze dames zich ook voelen, hun dag kan in geen geval nog stuk.

Interview: ”Er is een plaats voor de natuur in de wetten van de economie” 6

© Vilda, Yves Adams

Niet investeren kost geld Foto: Unizo

Een foute titel? Neen. We leggen jou uit waarom. Het Agentschap voor Natuur en Bos is er immers rotsvast van overtuigd dat niet investeren geld kost. Niet investeren in biodiversiteit tenminste. En wel hierom.

De Vlaamse bossen krijgen een nieuw rapport

8

Dossier Faunabeheer

9

Foto: Vilda, Lars Soerink

In dit nummer

SpoorZo e keR

lskampveld

Het seizoen in beeld

Herfst in Bu

Een bloemenzee tussen de maïs

Foto: Shutterstock

24

Herderen voor de biodiversiteit

26

De opruimers van de natuur

29

Week van het Bos: laat nu de herfst maar beginnen! 34

September 2010 ging in Gent een internationale conferentie door onder de noemer: ‘Biodiversiteit in een veranderende wereld’. Bijna 400 mensen bogen zich over de uitdagingen voor het biodiversiteitvraagstuk. De conferentie mondde uit in de zogenaamde ‘Boodschap uit Gent’, die in oktober dit jaar door onze minister wordt meegenomen naar de biodiversiteittop in Nagoya. Deze boodschap bevat onder meer een pleidooi voor meer investeringen in biodiversiteit. Op de conferentie in Gent zijn in primeur inzichten gepresenteerd uit een rapport over de economische kost van biodiversiteit. Een rapport dat tools aanreikt om goederen en diensten, geleverd door biodiversiteit, economisch te waarderen. Belangrijkste conclusie: ‘niet investeren in biodiversiteit kost geld, veel geld’. Of, positief geformuleerd: ‘investeren in biodiversiteit rendeert’. Investeren in biodiversiteit leidt immers tot een gezonde woon- en werkomgeving, tot een verhoogde veiligheid, tot een gereduceerde kans op erosie van vruchtbare gronden, tot een verminderde kans op overstromingen, tot het veiligstellen van grondstoffen voor onze economie, tot groeiende kansen voor lokale economieën geënt op streekproducten en streekidentiteit, tot een garantie op kwaliteitsvolle voeding en drinkwater… Alle argumenten om te investeren in biodiversiteit. De economische waardering van biodiversiteit geeft ons bovendien de kans om dit voor velen nog wat abstracte begrip te vertalen in een taal die we allen begrijpen: geld. Het Agentschap gaat dan ook graag met iedereen het gesprek aan met als boodschap ‘niet investeren kost geld’.

cover: © Tom Linster

Rubrieken

2

Seizoen in beeld

3

Spoorzoeker kort

4

Fotowedstrijd

18

Samen uit, samen thuis: Inverde

32

Marleen Evenepoel Administrateur-generaal Agentschap voor Natuur en Bos

3


Spoorzoeker kort

Cross-over van landbouw en natuurbeheer Natuurbeheerders en boeren hebben heel wat van elkaar te leren: dat toonde het door de Vlaamse overheid gesteunde NME-project ‘Leren Beheren’ aan. Heel wat boeren in Limburg, Oost- en West-Vlaanderen volgden de afgelopen twee jaar een cursusreeks over biodiversiteit en landbouw, en maakten gebruik van de informatiemap opgesteld door het Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren. Ondertussen is er met ‘Kenniscirkel boer&natuur’ ook een vervolg op het project. Dat initiatief draait rond de site www.boerennatuur.be, waar kennis over de biodiversiteit op een thematische manier - graslanden, holle wegen, natuur op het erf … - toegankelijk wordt gemaakt. Natuurbeheerders en -experts geven een antwoord op praktische vragen, de landbouwers kunnen van hun kant voorstellen doen om natuur en landbouw beter te laten sporen. Je kan een exemplaar van de cursusmap bestellen bij het Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren of bij Proclam. De kostprijs bedraagt 50 euro per map, exclusief verzendingskosten. Meer info: www.boerennatuur.be

Sla je tent op in de natuur!

Reuzenkunst op kindermaat in Bosland

Het bos anders mobiel

Ben je op zoek naar avontuur én natuur, dan vind je in het Kempense Arendonk ongetwijfeld je gading. In het Domeinbos Hoge Vijvers kan je sinds deze zomer ‘paalkamperen’: wild kamperen in een mooi stuk Vlaamse natuur én toch netjes volgens de regels. De ecologische voetafdruk van deze groene minicamping is verwaarloosbaar klein. De bivakzone is niet bereikbaar voor gemotoriseerd verkeer en biedt slechts plaats aan drie tentjes. Een waterpomp is de enige voorziening.

In Bosland, het Limburgse speel­ paradijs voor kinderen, is het dit najaar werken geblazen. Kunst­ enaar Will Beckers laat zich helpen door kinderhanden bij het bouwen van drie reusachtige kunstwerken. Die zal hij volledig optrekken uit natuurlijke materialen. De kunstwerken, elk ettelijke meters breed en hoog, worden eind dit jaar in Lommel, Hechtel-Eksel en Overpelt ingehuldigd. Meer info: www.bosland.be (nieuwe website!)

De paalkampeerplaats is een gezamenlijk initiatief van Toerisme Provincie Antwerpen en het ANB. Als de balans positief blijkt, zullen ook andere gebieden in Antwerpen in aanmerking komen voor paalkamperen.

De Vereniging voor Bos in Vlaanderen (VBV) is met steun van het ANB en het Eliafonds het project ‘Zin in bos’ gestart. Dat vertrekt van de vaststelling dat anders mobielen vaak erg moeilijk toegang krijgen tot bossen en natuurgebieden. Meer rolstoelvriendelijke paden zijn één zaak, maar ook naar activiteiten voor minder mobiele jongeren in het bos wordt gezocht. Er komt ook een website met een overzicht van de toegankelijke bos- en natuurgebieden in Vlaanderen en tips voor natuurbeheerders om hun gebied beter te ontsluiten.

Meer info: www.paalkamperen.be

Meer info: www.vbv.be © Toerisme Provincie Antwerpen

Honden aan de leiband

Gloednieuw wandelen in Antwerpen Fans van wandelnetwerken werden de voorbije jaren in de provincie Antwerpen ronduit verwend. Kempense Heuvelrug, ‘In het Land van Stille Waters’, de Merode en Rivierenland: het zijn stuk voor stuk goed uitgewerkte wandelnetten, die de streken van hun mooiste kant tonen. Het pas geopende Kempens Landgoed in Ravels en Arendonk past moeiteloos in de rij.

© Tom Linster

Het Bolhuis, een natuurboerderij uit Diest, heeft tijdens de Bioweek in juni de Bio-award gewonnen. Dat is een initiatief van Bioforum Vlaanderen om jaarlijks één bedrijf in de bloemen te zetten dat de biologische landbouw bijzondere impulsen geeft. De jury was gecharmeerd door de manier waarop de natuurboerderij landbouw en biodiversiteit combineert. Zo zet Het Bolhuis zich in voor het behoud van enkele bijna verdwenen rassen van runderen, schapen, geiten en kleinvee. De boerderij beheert ook, in nauwe samenwerking met het ANB en Natuurpunt, meer dan tachtig hectare natuurreservaat. Samen hebben ze natuurarme akkers en graslanden omgezet in waardevolle glanshaverhooilanden, dottergraslanden en kamgraslanden. De Bio-award is dus niet alleen voor Het Bolhuis, maar ook voor het ANB en Natuurpunt een kroon op het werk.

Trage wegen zijn overal in Vlaanderen aan een herstelbeweging bezig. Terecht, want geen veiligere en leukere manier om naar het werk te fietsen of naar school te stappen dan via zo’n pad of weg. Helaas zijn veel trage wegen in onbruik geraakt en daardoor moeilijk toegankelijk. De gemeente Hamme en het Regionaal Landschap Schelde-Durme namen het initiatief om de trage wegen in Moerzeke in de Scheldevallei te herstellen. Op zondag 24 oktober worden ze officieel ingewandeld onder begeleiding van Natuurpunt-gidsen. Vanaf 11u30 kan je op het terrein tegenover het Vijverhof in de Bootdijk­straat terecht voor een grootse picknick.

Meer info: www.bolhuis.be

Meer info: www.hamme.be en www.rlsd.be

Bio-award voor Bolhuis

4

Meer info: sientje.hermans@tpa.be

© Goorken

Vlaanderen helpt Amazonewoud

Liefst 90 000 hectare regenwoud heeft het Vlaams Fonds voor Tropisch Bos (VFTB), samen met andere partnerorganisaties in het Amazonewoud, gevrijwaard van kappingen.

© Bernard Van Elegem

Trage wegen gevierd

Het wandelnetwerk Kempens Landgoed in Ravels en Arendonk (290 km!) is het eerste dat Toerisme Provincie Antwerpen zelf uitbouwde, met de steun van lokale vrijwilligers, het ANB, Natuurpunt, Kempens Landschap en de gemeenten. © vzw Trage wegen

Het is prachtig herfstweer en veel mensen willen dan genieten van de natuur. Helaas neemt dan ook het aantal klachten over loslopende honden toe. Zij zorgen niet alleen voor overlast bij andere wandelaars die van de rust en de natuur komen genieten. Ze jagen ook broedende vogels, kleine zoogdieren en fazanten op. In sommige kwetsbare natuurgebieden zijn honden niet toegelaten. Het ANB vraagt verder dat baasjes hun honden aan de leiband houden in de natuurgebieden waar deze huisdieren wel zijn toegelaten. In een aantal domeinen is er een losloopzone voor honden, waar de viervoeters vrij mogen rondlopen.

Met het fonds draagt de Vlaamse overheid bij tot het duurzaam behoud van tropische bossen. Dat is belangrijk in de klimaatstrijd en voor de biodiversiteit, maar zorgt er tegelijk voor dat lokale gemeenschappen duurzame activiteiten kunnen ontwikkelen en zo beter in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Meer info: www.groenhart.be

5


“Er is een plaats voor de natuur in de wetten van de economie” mooi landschap te vestigen. Omgekeerd is het wél zo dat bedrijven er goed aan doen te investeren in groene bedrijventerreinen. Groendaken, bufferzones, tuinen, poelen en bomen: de natuur én de werknemers kunnen er maar wel bij varen. In de steden ligt dat allemaal wat moeilijker, maar met de nodige creativiteit is er veel mogelijk. Wij onderzoeken nu zelf de mogelijkheid om op ons eigen kantoorgebouw, hier in hartje Brussel, een groendak aan te leggen. We geven dus het goede voorbeeld (lacht).”

N

6

Het mag niet verbazen: hij kijkt het liefst vooruit, zoals ondernemers en fietsers dat doen. En de natuur speelt in zijn toekomst een onmiskenbare rol. Is dat zijn manier om naar maatschappelijk verantwoord ondernemen te kijken? “Maatschappelijk verantwoord ondernemen is zo een breed begrip. Dat biodiversiteit daar een onderdeel van is, lijkt mij een uitgemaakte zaak. Uiteindelijk gaat dit over de toekomst van onze samenleving. En dan kijk je best zo breed mogelijk: naar de samenleving als sociaal-economisch gebeuren, maar ook heel fysiek - als leefomgeving. Willen we onze samenleving een toekomst geven, dan lijkt het me nogal wiedes dat we dat ook met het leefmilieu en de biodiversiteit doen. Ik ben zeker niet fanatiek met groen bezig, maar wel oprecht bezorgd over de toekomst van onze planeet. Ik heb kinderen, en die wil ik zoals iedere ouder een zekere toekomst geven, gezonde lucht, noem maar op. De zorg voor de biodiversiteit is dus een mooi cadeau voor ons nageslacht.”

Iets heel anders: UNIZO ondertekende samen met heel wat andere belangenorganisaties dit voorjaar de intentieverklaring over de Europese natuurdoelen. Hoe staat u tegenover dit gezamenlijke engagement? izo © Un

og niet eens zo lang geleden had de bedrijvigheid een rotsvast pact met de natuur. Vissers, mandenvlechters, houthakkers, leerbewerkers … Allemaal maakten ze gedurende eeuwen gretig gebruik van ecosysteemdiensten avant la lettre. Ook vandaag nog zijn heel wat sectoren - van agrofood over fytofarmacie tot horeca - afhankelijk van natuurlijke voorraden. Maar kunnen bedrijven ook iets terugdoen voor de biodiversiteit? Een gesprek met UNIZO-gedelegeerdbestuurder Karel Van Eetvelt.

Liggen ondernemers wakker van de natuur?

ken dat groen ook brood op de plank brengt. Een tijdje geleden was ik in Brazilië, waar ik “Dat is misschien veel gezegd, maar ik onder meer een cosmeticabedrijf bezocht, merk toch dat bedrijven meer en meer bedat uitsluitend natuurlijke producten gebruikt zig zijn met duurzaamheid en natuur. Uiterals grondstof. Dat was geen kleine firma, aard krijgen ze al jaren maar een grote multinate maken met de milieu­ “De consument hecht tional met een winstgeregelgeving en de stijvende business. Die progende energieprijzen, die steeds meer belang ducten zijn duurder dan milieu sowieso tot een gewone cosmetica, maar aan duurzaamheid. kopzorg maken. Maar de vraag ernaar stijgt, Daar kunnen de de natuur kan het beomdat het consumenten­ drijfsleven ook positieve bedrijven niet blind bewustzijn toeneemt. Ook impulsen geven. Ik zie de FSC-labels bijvoorbeeld voor blijven.” daar twee drijfveren voor. illustreren dat er wel degeEr zijn echt wel ondernelijk een markt bestaat voor mers die zich mee verantwoordelijk voelen duurzame producten.” voor de toekomst van onze planeet en de generaties die na ons komen. Maar verder Zijn het vooral grote bedrijven die het spelen ook gewoon de wetten van de econohardst aan de kar trekken? mie. Het is een feit dat de consument steeds meer belang hecht aan duurzaamheid, en daar “Dat hoeft zeker niet altijd zo te zijn. Er is kunnen bedrijven niet blind voor blijven. Ook het voorbeeld van de bouwsector, die op het imago speelt daarin mee, maar het gaat grote schaal de opportuniteit van het pasverder dan window dressing, als bedrijven mersief bouwen heeft gezien. Maar het zijn

vaak de kleine bedrijven die voor doorbraken zorgen. Het klassieke verhaal van de creatieve ondernemer die uit idealisme een idee lanceert: dat klopt vaak wel. Het vermarkten wordt daarna overgenomen door de grote jongens, die van de vondst een systeem maken. Het zijn trouwens diezelfde idealisten, die baanbrekers, die groene topics bij UNIZO komen agenderen. Denk bijvoorbeeld aan hernieuwbare energie: de meeste van die ondernemingen beginnen heel klein, maar het zijn bijna allemaal winners.” Wat vindt u van de stelling dat het landschap een hefboom kan zijn voor de lokale economie? “Denk maar aan gebieden zoals de Merode: daar zijn de bossen zowat het streekmerk. En de ondernemers beginnen effectief in te zien dat zij daar hun graantje kunnen in mee pikken. En het mooie is precies dat die bedrijvigheid dan op haar beurt een drijfveer is om de natuur en het landschap in ere te

houden. Rond streekidentiteit kan zich zo een ganse lokale bedrijvigheid ontwikkelen, denk maar aan bed&breakfasts, manèges, fietsverhuurcentra … Maar ik denk dat we in Vlaanderen nog te weinig doen met dat gegeven. Ik wandel graag, en trek in de vakantie vaak richting Oostenrijk en Zwitserland. Die landen staan al een heel eind verder in regional branding, het duurzaam vermarkten van een streek; Vlaanderen en de Vlaamse ondernemer kunnen daar heel wat van opsteken.” Natuur en landschap worden tegenwoordig in één adem genoemd met andere vestigingsfactoren. Merken jullie dat bedrijven zich ergens vestigen om het groene uitzicht? “Ik vind dit eerlijk gezegd nogal een gevaarlijke trend. De open ruimte is nu al zo schaars in Vlaanderen, we moeten ons ervoor hoeden ze helemaal op te souperen. Ik geloof niet dat we bij de bedrijven het idee moeten promoten om zich in een

“In feite is het een historisch moment, want het is de eerste keer dat we op zulk een constructieve manier en met zoveel partners samen over dit gevoelige dossier rond de tafel zitten. Dit Europese natuurverhaal is niet voor de poes, en zeker in Vlaanderen is het niet evident om tot oplossingen te komen die voor iedereen aanvaardbaar zijn. Een goed overlegmodel, met respect voor ieders positie, is dan ook pure noodzaak. En alleen daarvoor al verdient het ANB goeie punten, vind ik.” “Om van participatie te kunnen spreken, is het belangrijk dat iedereen van bij het begin zijn zeg kan doen. Dat de maatschappelijke actoren betrokken worden vooraleer de beslissingen genomen worden: daarover zijn we tot dusver tevreden. Wat de natuurdoelen zelf betreft, schrikt de rigiditeit me wel wat af, moet ik zeggen. Is het echt nodig om alles zo strikt vast te leggen? Nu spreek ik even niet over bedreigde diersoorten - die moeten uiteraard bescherming krijgen -, maar ik geloof nogal in de flexibiliteit van de natuur.”

7


© Vilda, Lars Soerink

Dossier

De Vlaamse bossen krijgen een nieuw rapport

H

oeveel dood hout ligt er in onze bossen? Worden de Vlaamse bossen diverser of juist armer? En heeft de luchtverontreiniging daar een invloed op? Hoeveel CO2 kunnen onze bossen opslaan? Om een goed bosbeleid uit te stippelen, heeft het ANB nood aan wetenschappelijke gegevens: het aantal boomsoorten in Vlaanderen, hun locatie, hun gezondheid ... Tien jaar geleden werden de Vlaamse bossen al eens in kaart gebracht. Nu is het ANB opnieuw gestart met een inventarisatie, die een actuele stand van zaken opmaakt.

26 000 meetpunten Alle bomen en planten in de Vlaamse bossen opmeten is uiteraard een onbegonnen werk. Bij een bosinventarisatie is dat gelukkig niet nodig. Een goed uitgekiende steekproef met voldoende metingen, verspreid over heel Vlaanderen, volstaat. Een meetploeg van het ANB zal de komende jaren van een raster van meer dan 26 000 willekeurig gekozen punten in Vlaanderen nagaan of ze al dan niet in bos liggen. Alle punten die in een bos vallen - hetzij privébos, hetzij openbaar bos -, worden van naaldje tot draadje ontleed: welke soorten kruiden, struiken en bomen komen er voor, hoe is het met de

houtkwaliteit gesteld … De inventarisatie van één punt verloopt in twee stappen. Kruiden en struiken worden tijdens de zomermaanden in kaart gebracht. Het opmeten van de bomen gebeurt in de winter, wanneer het loof nauwkeurige hoogtemetingen niet in de weg staat.

Opslagplaats van CO2 De doorlichting van de Vlaamse bossen is geen eenmalige meetcampagne. Eigenlijk wordt er permanent gemeten: ieder jaar

zo’n 10 % van de meetplaatsen, en dat tien jaar lang. Vervolgens is het de bedoeling om de nieuwe data te vergelijken met de resultaten van de vorige campagne. Die oefening moet onder meer een antwoord bieden op de vraag hoe snel onze bomen groeien. Zo kunnen gemiddelde groeicijfers berekend worden voor de meest voorkomende boomsoorten - eik, beuk en den - op verschillende bodemtypes. De bosbouwer kan deze cijfers gebruiken om te schatten hoeveel hout hij mag oogsten zonder het bos te schaden. Groeistatistieken laten ook toe om te begroten hoeveel CO2 er in onze bossen wordt opgeslagen. Die informatie is dan weer onmisbaar om de CO2-opslagcapaciteit van Vlaanderen te bepalen.

Schaduwmeetnet Gezien het belang van de bosinventaris voor beleidsbeslissingen, moeten de metingen gedurende heel de meetperiode van een onberispelijke kwaliteit zijn. Het ANB heeft daarom een schaduwmeetnet opgezet. Jaarlijks meten de verschillende terreinploegen een aantal punten opnieuw. Wanneer de verschillen tussen de eerste en de tweede meting (te) groot zijn, betekent dit dat er een probleem is met de kwaliteit van de data en dat eventuele bijsturing nodig is. In 2019 zal de meetcampagne afgerond zijn. Over vier jaar volgt een eerste tussentijdse evaluatie.

© Bart Roelandt

Meer info en folder: www.natuurenbos.be (Rubriek Bossen)

8

Faunabeheer

Het gaat goed met de grote zoogdieren in Europa

10

Everzwijnen in Vlaanderen: an (n)ever-ending story?

12

Als beschermde dieren hun boekje te buiten gaan

16

Reewildbeheer met licentiejacht: haalbare kaart? 20

9


Dossier faunabeheer © Vilda Rollin Verlinde

Het gaat goed met de grote zoogdieren in Europa H

et gaat verbazingwekkend goed met het Europese wild. Ree, edelhert, vos, wolf … Heel wat grote Europese zoogdieren zijn bezig aan een spectaculaire comeback. Alle gekheid op een stokje, is de biodiversiteit dan plots toch weer springlevend? Terug van weggeweest Zowat alle grote zoogdieren in Europa maakten in de vorige eeuw een crisis door. Sommige scheerden zelfs langs het randje van de afgrond, maar … herstellen deden ze zich haast allemaal. In de categorie ‘grote Europese dieren’ is alleen de oeros echt uitgestorven. Het dier werd eeuwen geleden voor het laatst gezien in Centraal-Europa. Maar al het andere grote wild heeft de invloed van mens en beschaving wonderwel overleefd.

10

Eén van de sterkhouders is het ree, dat sinds de jaren 1960 in de lift zit. Met een geschatte 15 miljoen exemplaren bevolkt dit dier vandaag zowat alle Europese bossen. In Vlaanderen, toch een intensief gebruikte uithoek van Europa, heeft het ree zich sinds de jaren 1970 gemakkelijk vervijfvoudigd. Ook het damhert, het edelhert en het wilde zwijn rukken nagenoeg in alle Europese landen op. Twintig jaar geleden gold de wolf in Europa als een quasi uitgestorven diersoort, maar het dier herstelde zich en breidde het afgelopen decennium zijn verspreidingsgebied op spectaculaire wijze uit.

Vanuit de Appenijnen stak het dier de Italiaanse Alpen over. Van daaruit ging het naar de Franse Alpen, en intussen zit de wolf al in de Jura.

Cultuurlandschappen Waar komen al deze dieren opeens vandaan? Het antwoord is eenvoudig: ze zijn eigenlijk nooit weggeweest. Alleen waren ze sterk teruggedrongen, onder meer door de jacht en een slinkend leefgebied. En elke soort heeft zo zijn eigen verhaal. Het ree is

bijvoorbeeld een goede cultuurvolger, en Hoopvol nieuws, maar met heeft onder andere in Vlaanderen nagekanttekeningen noeg geen natuurlijke vijanden meer. Ook Gezien de kwakkelende toestand van de veranderingen in jachtethiek en wetgeving biodiversiteit, mag het feit dat een aantal spelen mee. En blijkbaar wordt ook het grote zoogdieren zich opvallend goed houdt, Europese landschap opnieuw leefbaarhoopvol nieuws heten. der voor sommige wilde “Onder invloed van de Maar bij de zegetocht van soorten. In de cultuurhet Europese wild past landschappen in een klimaatopwarming ook enige nuance. Zo is groot deel van Europa is het voedselaanbod alvast kunnen verschuivingen de toestand van de lynx en verzekerd. Maar aange- in soorten erg snel gaan” de bruine beer in Europa zien in het wild levende nog ronduit kritiek. Bovendieren het alleen uithouden als ze ook bedien waarschuwen experts dat onder invloed schutting en rust vinden, lijkt het er toch van de klimaatopwarming verschuivingen in op dat het Europese natuurnetwerk vorm soorten erg snel kunnen gaan, waardoor bebegint te krijgen. Daarbij zijn niet alleen paalde soorten toch weer in de lappenmand voldoende grote en kwaliteitsvolle groene verzeild kunnen geraken. gebieden belangrijk. Ook onderlinge verIn het wild levende dieren in goede doen zijn bindingen, waarlangs ze van het ene gebied bovendien niet voor iedereen goed nieuws. naar het andere kunnen, zijn voor alle grotere wilde dieren essentieel. Net zoals in de Franse bergstreken de boe-

ren de schade betreuren die wolven aan hun schaapskudde aanrichten, zo zijn de Limburgse landbouwers allesbehalve blij met de gewasvernieling door wroetende everzwijnen. De maatschappelijke en economische schade die opbloeiende diersoorten aanrichten, is dan ook reden tot zorg. En … zelfs de ecologen zijn niet onverdeeld gelukkig. Hongerige vossen die broedende grutto’s bedreigen, reeën die huishouden in een opschietend jong bos: ze zorgen ook voor ecologische dilemma’s. In al deze kwesties komt het erop aan om gedragen oplossingen uit te werken, door met de betrokkenen - landbouwers, jagers, vissers, natuurverenigingen en grondeigenaars - aan tafel te zitten. De voorbeelden in deze Spoorzoeker tonen aan dat ook in het Vlaamse faunaverhaal participatie de sleutel is.

11


Dossier faunabeheer

Het everzwijn in Vlaanderen: an (n)ever-ending story? H

et everzwijn kent vette jaren. In heel Europa en ook in de Vlaamse bossen voelt deze voorouder van het tamme varken zich meer dan ooit in zijn sas. Voor de biodiversiteit en een deel van de jagers mogen wilde zwijnen dan een opsteker zijn, de everzwijnrevival is niet over de hele lijn een heuglijk feit. De schade aan landbouwgewassen en aanrijdingen met overstekende evers vormen tegenwoordig een groeiend probleem. In Limburg werkt het ANB, samen met wildbeheereenheden, lokale besturen, landbouwers en wetenschappers, aan een aanpak die even realistisch als doeltreffend is.

Zacht weer en voedsel bij de vleet De laatste jaren steken everzwijnen in Vlaanderen her en der de kop op. Vooral in Limburg doen de dieren het goed: daar zitten intussen everzwijnen in de Hoge en Lage Kempen, de Vallei van de Zwarte Beek, de Voerstreek en Kempen~broek. Een everzwijnenpopulatie kan onder gunstige omstandigheden in nauwelijks een jaar zowat in aantal verdubbelen. Zonder maatregelen zal het aantal everzwijnen in Vlaanderen de komende jaren dus alleen maar verder toenemen.

stukken bos afgewisseld met akkers. De everzwijnen kunnen dus vlakbij hun leefplek foerageren.”

net als andere soorten groot wild in een verstedelijkte en versnipperde omgeving, aanleiding geven tot verkeersongevallen.

De afweging: ecologische plus versus economische schade

De balans: het maatschappelijk aanvaardbare overschreden

Voor de natuur in het bos levert het wilde zwijn tal van voordelen op. Al woelend maakt het dier open plekken in het bos, en daardoor werkt het mee aan soortenrijkere en dus waardevolle bossen. Rondlopende everzwijnen verspreiden bovendien kiemen en zaden, en steken op die manier de biodiversiteit een handje toe. Ook een Dat everzwijnen in onze streken zo floredeel van de jachtsector is ren, heeft alles te maken tevreden met de komst met het milde klimaat “Door meer jacht toe te van jaagbaar wild, en van de afgelopen jaren. laten zelfs op toeristisch vlak Bovendien is het typische zullen we het probleem betekent het everzwijn versnipperde cultuureen aanwinst. In Nederwellicht niet landschap in Vlaanderen land bijvoorbeeld komen koren op de molen, verkunnen oplossen.” wandelaars speciaal naar telt Bart Denayer van de bepaalde natuurgebieden provinciale dienst Limburg van het ANB: afgezakt om een glimp op te vangen van “De recente Vlaamse winters waren opvaldeze imposante bosbewoner. lend zacht, en door de klimaatswijziging waren er ook meer mastjaren. Dat zijn jaMaar het everzwijn maakt niet alleen vrienren waarin eiken en beuken extra veel zaad den. Foeragerende everzwijnen consumeproduceren. Aan eikels - het geliefkoosde ren maïs en graangewassen dat het een voedsel van het wilde zwijn - was er de laatlieve lust is, en beschadigen bovendien ste jaren dus geen gebrek. De dieren komen akkers en weilanden door er in te woelen. bovendien het hele jaar door gemakkelijk Door die economische schade zien de boeaan eten doordat onze landschappen zo ren het everzwijn liever gaan dan komen. versnipperd zijn. Echt uitgestrekte bossen Bovendien kunnen everzwijnen veeziekten zijn er in Vlaanderen niet; meestal worden dragen en verspreiden. Tot slot kunnen ze,

© Vilda, Yves Adams

tout court,

12

“De toestand in Vlaanderen is intussen van dien aard dat het aantal everzwijnen de draagkracht van bepaalde gebieden overstijgt”, stelt Denayer. “Sinds 2008 is daarom een nieuw Jachtbesluit van kracht, waardoor jagers het hele jaar door op everzwijnen mogen jagen in plaats van enkel tussen 1 oktober en 31 december, zoals voorheen. Voor die bijzondere bejaging, buiten het seizoen, moeten de jagers een afschotplan aanvragen bij het ANB, waarin ze aantonen dat de jacht noodzakelijk is om bepaalde schade te voorkomen”, aldus Denayer. Het Jachtbesluit zorgde de afgelopen jaren voor een fiks toegenomen bejagingsdruk. Toch blijkt het niet eenvoudig om de aangroei van de uitdijende everzwijnenpopulatie te stoppen. “De dieren hebben een grote actieradius: op één nacht overbruggen ze gemakkelijk een afstand van 20 kilometer. De aanzitjacht, de methode die tegenwoordig wordt toegepast voor de everzwijnenjacht blijkt bovendien niet doeltreffend genoeg om grote aantallen uit te roeien”, aldus Denayer. “Door meer jacht toe te laten tout court, zullen we het probleem dus

13


Dossier faunabeheer

Zoeken naar nieuwe meettechnieken Hoeveel everzwijnen snuffelen er in Vlaanderen rond? Hoe snel groeit de populatie aan? Waarheen verplaatsen deze dieren zich? Hoe is een populatie samengesteld? Het everzwijnbeleid zou flink geholpen zijn met eenduidige antwoorden op al deze vragen. Maar juist dat is niet zo evident in het geval van everzwijnen, zegt Jim Casaer van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO): “Het everzwijn kan zeer snel inspelen op gunstige levensomstandigheden. Veel voedsel vertaalt zich al gauw in een explosieve groei van de populatie. Een everzwijnenpopulatie kan dus op een jaar tijd enorm boomen als de omstandigheden meezitten. Omgekeerd kan weinig voedsel in combinatie met een strenge, natte winter er even goed voor zorgen dat de populatie een jaar bijna niet toeneemt. Daarenboven bestaat er geen enkele zinnige methode om everzwijnen te tellen.”

Partner in beeld Hubertus Vereniging Vlaanderen staat voor duurzame jacht en promoot het behoud van de biodiversiteit. Ze werkt ook mee aan onderzoek naar de evolutie van de wildstand en geeft adviezen aan de wildbeheereenheden voor het beheer van diersoorten en hun leefomgeving.

Toch is het bijhouden van gegevens heel belangrijk. “Sinds enkele jaren maken de jagers van elk geschoten zwijn een meldingsformulier op. De gegevenshistoriek van de afgelopen jaren laat ons toe om voorzichtige conclusies te trekken. Veel resultaten wijzen erop dat de everzwijnenpopulatie in Vlaanderen zich gedraagt als in een ‘rijke’ situatie. De beheerstrategie kan daarop inspelen. Tegelijk blijft het zoeken naar nieuwe technieken om wilde zwijnen te monitoren. Vorig jaar probeerden we in samenwerking met wildbeheereenheden cameravallen uit op voederplaatsen. Als we nauwgezet kunnen registreren welke dieren er komen eten - jong of oud, mannelijk of vrouwelijk -, leren we heel wat over de toestand en samenstelling van de populatie. We willen nu samen met de Hubertus Vereniging Vlaanderen uitzoeken hoe we aan dit onderzoek een vervolg kunnen geven.”

De oplossing: een tussenscenario in samenspraak met de partners “Uiteindelijk komt het er op aan om de populatie tot een maatschappelijk aanvaardbaar niveau terug te brengen. In de Voerstreek hebben bijvoorbeeld jaren aan een stuk 20 à 30 everzwijnen geleefd, waarbij de schade binnen de perken bleef. Sinds de populatie de laatste jaren aangroeide tot 150, is de schade heel wat groter, en nog moeilijk goed te praten. Op basis van de opgedane ervaring lijkt het huidige beleid van maximale jachtdruk gericht op uitroeiing onhaalbaar. We worden gedwongen tot een realistischer tussenscenario. Er zal een scenario moeten worden opgesteld met aandacht voor de aard van het gebied en de periode van het jaar. Dit scenario moet worden ontwikkeld en uitgevoerd samen met alle betrokkenen.”

14

“Zo’n aanpak kan enkel succesvol zijn als gericht beheren van iedereen meewerkt”, aldus Denayer. “De wildpopulaties in grote jagers en de wildbeheereenheden om de natuurgebieden biedt bejagingsdruk te kunnen realiseren en gedan weer kansen voor saschikte jachtmethoden te ontwikkelen. Namenwerking tussen natuur- en tuurbeheerders om het beheer in natuurgewildbeheerders. De everzwijnen doen bieden mee te bekijken, landbouwers om ook opnieuw de vraag rijzen hoe de open probleemgebieden aan ruimte in Vlaanderen kan te duiden en zo het jagen aangepast worden aan doeltreffender te maken. “Uiteindelijk komt het er groot wild. Ecoducten De boeren kunnen ook op aan om de populatie kunnen bijvoorbeeld het helpen met preventieve probleem van aanrijdinmaatregelen, zoals het tot een maatschappelijk gen voor een stuk oplosplaatsen van afrasterinaanvaardbaar niveau sen.” gen rond vaak geteisterde terug te brengen.” akkers.”

Het voordeel bij het nadeel Bart Denayer is ervan overtuigd dat zo’n aanpak niet alleen problemen oplost, maar ook kansen creëert. “Zo kan de wetenschap onderzoeken hoe everzwijnen migreren en hoe de leefgroepen zijn samengesteld. Wildbeheereenheden kunnen de gelegenheid aangrijpen om doeltreffende jachtmethoden te ontwikkelen. Het natuur-

Om de neuzen van alle partners in dezelfde richting te krijgen, organiseerden het ANB, het INBO en de Hubertus Vereniging Vlaanderen op 25 september een studiedag. Alle partners kregen de kans hun ervaringen en expertise uit de doeken te doen en ideeën uit te wisselen. Meer info en verslag: www.natuurenbos.be

© An Wouters

wellicht niet kunnen oplossen. Meer inzetten op methodiek en strategie lijkt wel aangewezen.”

© An Wouters

Ook het verzamelen van genetisch materiaal, bijvoorbeeld door haren te verzamelen aan prikkeldraad, is een beloftevolle techniek. “Het DNA-profiel laat ons toe individuele dieren te identificeren en zo hun verplaatsingsgedrag te bestuderen. In Amerika wordt deze methode gebruikt om berenpopulaties te monitoren, in Vlaanderen werd ze al toegepast op de das. We hopen de techniek binnen enkele jaren op punt te hebben om hem te kunnen toepassen in het everzwijnenbeheer in Vlaanderen,” aldus Jim Casaer.

Voorzitter Thomas Ceulemans: “De jagers zoeken mee naar oplossingen om een duurzame populatie everzwijnen na te streven die aanvaardbaar is voor de diverse betrokken actoren. We werken daarvoor samen met het ANB en andere partijen. De afgelopen jaren hebben de wildbeheereenheden in Limburg hun inspanningen al significant verhoogd, als antwoord op de groeiende everzwijnenpopulatie. Maar we moeten ook op andere sporen werken. Zo is er nog heel wat research te doen rond jachtmethoden en monitoringtechnieken, en ook op dat vlak willen we zoveel mogelijk de krachten bundelen.” “Ik geloof dat we ook de wetgeving kritisch moeten durven bekijken. Die werd jaren geleden opgesteld vanuit een optiek van bescherming van het wild en een bijna totale afwezigheid van evers in Vlaanderen toen. Dat is vandaag helemaal anders. Het is duidelijk dat het everzwijn in Limburg vandaag geen bescherming meer nodig heeft. Het probleem vraagt een krachtige benadering, andere technieken en nieuwe beheermethoden, en de wetgeving moet hiervoor ruimte maken. Ten slotte zal een gebiedsgerichte benadering nodig zijn, waarbij maatregelen worden ingezet in functie van een duidelijke doelstelling voor een gebied. Het is nu al duidelijk dat de wildbeheereenheden hierin een cruciale rol zullen spelen.” De Hubertus Vereniging Vlaanderen groepeert meer dan 8000 Vlaamse jagers. De vereniging levert ook diensten aan de wildbeheereenheden via het Kenniscentrum HVV. Reeds meer dan 140 WBE’s (van de 184) genieten ondersteuning. Een wildbeheereenheid is een vrijwillig samenwerkingsverband tussen individuele jachtrechthouders in een bepaald gebied. Het werkingsgebied van een wildbeheereenheid omvat verschillende jachtterreinen waar op een planmatige manier aan wildbeheer wordt gedaan. De wildbeheereenheden werken hiervoor samen met landbouwers, natuurverenigingen, het ANB en andere partners.

Meer info: www.hvv.be

15


Dossier faunabeheer

D

ieren die in het wild voorkomen, kunnen boeren en tuinders behoorlijk wat schade berokkenen. Meestal gaat het om soorten die teelten aanvreten of omwoelen. Sinds vorig jaar kunnen landbouwers gebruikmaken van een vereenvoudigde procedure om een vergoeding te krijgen voor de schade door beschermde dieren of soorten waarop niet gejaagd mag worden.

Bijzondere jacht Sinds enkele jaren roept de land- en tuinbouwsector de jagers in heel Vlaanderen op om tijdens het laatste weekend van februari hun inspanningen te concentreren op houtduiven. Houtduiven zijn tuk op groenten zoals bloemkool en erwt en eten in bepaalde periodes van het jaar hun buikje vol op de akkers. De schade aan de oogst kan hierdoor duchtig oplopen. In het geval van de houtduif gaat het om jaagbaar wild en

16

dan zijn de jagers in principe verantwoordelijk voor de schade. Omdat de populatie van bepaalde jachtwildsoorten sterk is toegenomen en vaak onvoldoende te beheren valt, verruimde de Vlaamse Regering de mogelijkheden voor bijzondere bejaging en bestrijding voor bepaalde schadeberokkenende wildsoorten. Beide zijn een uitbreiding op de gewone jacht: ze laten jagers toe om ook buiten de normale jachtperiode op jaagbaar wild te jagen als er schade dreigt aan gewassen of eigendommen.

Beschermd Op sommige wildsoorten is de jacht niet toegestaan. Dat geldt onder meer voor kolganzen en kleine rietganzen. Andere soorten zoals aalscholver, roek en bever hebben dan weer een beschermd statuut. En soms verschuilen bejaagbare wildsoorten zich in reservaten, waar omwille van het natuurbehoud niet gejaagd kan worden. In al die gevallen wordt de jager beperkt in zijn mogelijkheden om schade te vermijden.

Wanneer de schade door dergelijke soorten ernstige proporties aanneemt, springt de overheid financieel bij. Vroeger vergde dit een omslachtige en lange gerechtelijke procedure, maar die is sinds vorig jaar sterk vereenvoudigd. De aanvraag, de beoordeling, de raming en de afhandeling van de vergoeding voor schade door toedoen van niet-bejaagbaar wild of beschermde soorten verloopt sindsdien bij het ANB. De regeling verloopt vlot: vaak zal de vergoeding al binnen de twaalf maanden rond zijn, op voorwaarde dat de aanvraag ontvankelijk is.

Ganzen spannen de kroon Sinds de nieuwe regeling zijn bij het ANB al zo’n honderd aanvragen binnen gelopen. De provincie West-Vlaanderen is met zestig aanvragen absolute koploper. Ongeveer de helft van de aanvragen over een schade­ regeling gaat over ganzen. Die hebben het vooral op wintertarwe gemunt en veroorzaken zo opbrengstverlies bij de graantelers. De land- en tuinbouwsector reageert alvast positief op de vereenvoudigde procedure. Samen met hen evalueert het ANB jaarlijks deze nieuwe procedure en rapporteert de bevindingen aan de Vlaamse Regering.

Voor meer info kan je terecht bij de contactpersoon voor de ganzenproblematiek in West-Vlaanderen: danny.maddelein@lne.vlaanderen.be

Het is de taak van het natuurbeleid om soorten te beschermen. Maar in sommige gevallen kunnen planten of dieren ook voor overlast zorgen. Dan schaart het ANB zich rond de tafel met de betrokken partijen om een passende beheerregeling uit te werken in uitvoering van het Soortenbesluit, het juridische kader voor het beheer en de bescherming van bedreigde diersoorten in Vlaanderen. Meeuw en aalscholver bijten de spits af.

Rondcirkelende meeuwen boven de zeedijk: voor veel mensen is het een typisch zomerbeeld, dat past bij een zonnige dag aan het strand. Maar wie aan de kust woont, weet: meeuwen kunnen behoorlijk hinderlijk zijn. Vooral het schreeuwerige gedrag dat de vogels vertonen als ze jongen hebben, maakt ze tot serieuze lastpakken. Het ANB werkt een beheerregeling uit om de overlast door meeuwen in te perken. Het agentschap overlegt daarvoor intensief met een grote groep betrokkenen: de kustgemeenten, Aalscholver Vogelbescherming Vlaanderen, Natuurpunt, het INBO, de havenbesturen en het Coördinatiepunt Duurzaam Kustbeheer. Op basis van een wetenschappelijke studie die het probleem objectief in kaart bracht, worden nu maatregelen en acties uitgewerkt waarin alle partijen zich kunnen vinden. Zo zou het verbod op het voederen van meeuwen, dat een aantal kustgemeenten al invoerden, kunnen uitgebreid worden naar de hele kust. Of stevige afvalcontainers zouden in de plaats kunnen komen van afvalzakken. Ook het idee om architecten te sensibiliseren om ‘meeuwonvriendelijke’ daken te ontwerpen, wordt bekeken.

© Shutterstock

© Vilda, Ludo Goossens

Kolgans

Als beschermde dieren hun boekje te buiten gaan

Meeuw en aalscholver vragen stuurmanskunst

De aalscholver is een ander voorbeeld van een niet altijd welkome gast. In zowat heel Vlaanderen rooft deze gulzige vogel vis weg uit plassen en vijvers. Heel wat beroepsvissers lijden hierdoor schade. Samen met de visserijsector, de recreatieve hengelsport, Natuurpunt, het INBO en Vogelbescherming Vlaanderen brengt het ANB het probleem in kaart. Ook hier staat de zoektocht naar een consensus centraal. Meer info: sarah.roggeman@lne.vlaanderen.be

17


 Fotowedstrijd

“De oude spoorwegbedding Vloethemzate is voor natuurfotografen vruchtbaar terrein. Niet alleen omwille van de zeldzame planten en dieren die er huizen, ook om te spelen met licht en schaduw is dit een meesterlijke plek. Het felle licht van de ochtendzon baande zich een weg door het loof van een boom, etste elk takje en blaadje haarfijn op de lens van mijn camera. In een schril contrast hulde de mist de wandelaar met hond in een doffe, mysterieuze waas.” De oude spoorwegbedding is een overblijfsel van een militaire spoorweg, die liep van het Vloethemveld tot vlak bij het station van Zedelgem. Vandaag vormt de Vloethemzate een vredige verbinding tussen het Vloethemveld, Zedelgem en het domein Merkenveld. Foto: Erwin Derous

Kleurrijk, puur, denderend, fabelachtig: vertel ons met je eigen foto hoe je de Vlaamse natuur ervaart. Onze favoriet haalt de centerfold van Spoorzoeker, de knapste fotograaf krijgt het prachtige fotoboek van het ANB cadeau! Stuur vóór 30 november jouw digitale winterfoto op minimaal 300 dpi (A4) naar spoorzoeker@vlaanderen.be. Meer info en voorwaarden: www.natuurenbos.be

18

© Vildaphoto, Yves Adams

Word Spoorzoeker-fotograaf !

19


Dossier faunabeheer

Reewildbeheer met licentiejacht: haalbare kaart?

In de hand houden

20

bosgebieden kruisen, gebeuren nogal wat aanrijdingen met wild. Zeker in het sterk versnipperde landschap van Vlaanderen is dat een punt van zorg.”

Als er één dier is in het bos dat ons hart een slag doet overslaan, dan is dat het ree wel. Dat er op deze alleraardigste wezentjes ook “Jaarlijks een aantal dieren schieten, heeft gejaagd wordt, lijkt misschien wreed. Toch ook een positief effect op de conditie van is reewildbeheer nodig om het bos vitaal te de overblijvende reeën”, vult Jim Casaer houden. Patrick Engels van het ANB: “Reevan het Instituut voor Natuur- en Bosonen zijn verzot op jonge blaadjes, scheuten derzoek (INBO) aan. “Veel reeën per open knoppen vooral van loofbomen. Voor pervlakte leidt er toe dat dieren met elkaar een bestand met jonge opschietende boomconcurreren voor voedpjes betekenen een paar sel en rustige plekken in “Veel reeën per oppergrazende reeën algauw het bos. En dat heeft een de doodsteek. Bovendien vlakte leidt er toe negatieve impact op hun verkiezen de reeën looffysieke conditie.” dat dieren met elkaar hout boven naaldhout, waardoor onze Kemconcurreren.” Tot slot is het jaarlijks pense naaldbossen sponduurzaam oogsten van taan homogene naaldhoutbossen dreigen een aantal reeën een bestaansreden op zich te worden. En één van de doelstellingen van voor het bejagen van reeën, al was het maar ons bosbeheer is precies natuurlijke verjonalleen al om tegemoet te komen aan de ging van inheemse loofboomsoorten. Dat vraag naar gezond wildbraad. wil zeggen dat we op bepaalde plaatsen jonge scheuten hun gang laten gaan, zodat Licenties versus jachtrechten het bos op een natuurlijke manier jonger Een flexibel jachtsysteem is een hulp om wordt. Een andere reden om de reeënpopuwildpopulaties zoals reeën efficiënt te kunlatie in de hand te houden, is de veiligheid. nen reguleren. Om zo bijvoorbeeld van Op plaatsen waar drukke verkeerswegen

seizoen tot seizoen te kunnen inspelen op de grootte of de conditie van de populatie in een bepaald gebied. In openbare bossen met zeldzame planten of dieren, waar bovendien ook gewandeld, gefietst en gespeeld wordt, moet het jachtsysteem ook nog eens te verzoenen zijn met de andere functies. Om na te gaan of in dergelijke domeinbossen een systeem van licentiejacht een efficiënt wildbeheerinstrument zou kunnen zijn, werd een wetenschappelijk experiment opgezet door het ANB in samenwerking met het INBO en de jachtsector.”

In domeinen met belangrijke natuurwaarden of waar veel mensen komen, is dit niet vanzelfsprekend. We willen onderzoeken of een systeem van licentiejacht soelaas kan bieden.”

Ravels Het principe van licentiejacht is eenvoudig: een aantal jagers krijgt gedurende een beperkte periode de toestemming om in een specifiek gebied een bepaald afschot

te realiseren. De jachtrechten blijven bij de eigenaar, in het geval van domeinbossen (bossen van de Vlaamse overheid, nvdr) is dat doorgaans het ANB. Het ANB kan als terreinbeheerder hierdoor zelf, binnen de contouren van de jachtwetgeving, de voorwaarden vastleggen waaraan de jacht moet voldoen: op welke en hoeveel dieren

gejaagd mag worden, wanneer, met welke methodes … Om de mogelijkheden uit te testen, zijn het ANB en het INBO eind 2009 gestart met een proefproject, dat negen jaar zal duren.

© Vilda, Yves Adams

M

et de toename van het ree zijn de Vlaamse bossen er opnieuw een stuk sprookjesachtiger op geworden. Maar het dier doet het onderhand zo goed dat het bos er soms zelf de dupe van dreigt te worden. Om de bossen gezond te houden, wil het ANB in bepaalde domeinen de reeënpopulatie reguleren aan de hand van jacht. In domeinen met bijzondere natuurwaarden of waar druk gerecreëerd wordt, is dat gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het ANB en het INBO onderzoeken of een jachtsysteem op basis van licenties kan helpen om de doelstellingen van terreinbeheerders en jagers met elkaar te combineren.

Engels: “Het Jachtdecreet (de wetgeving die in Vlaanderen de regels van de jacht vastlegt, nvdr) bepaalt dat het ANB zijn domeinen enkel kan laten bejagen wanneer het jachtrecht, met alle rechten en plichten die daarbij horen, via een openbare aanbesteding verpacht wordt. Door die verpachting komen de jachtrechten dus rechtstreeks aan de jager toe, en niet langer aan de terreinbeheerder.

21


Dossier faunabeheer

Zesendertig reeën Ervaring met licentiejacht is er in het buitenland: het systeem wordt bijvoorbeeld al jaren toegepast in Frankrijk, Duitsland en Wallonië. Het opent de deur om het wild­ beheer af te stemmen op de andere functies van het bos, zoals toegankelijkheid, recreatie en natuurbehoud. “Dat kan bijvoorbeeld door de jacht maar enkele weken per jaar toe te laten (intervaljacht). Of door de jagers op te leggen te schieten vanop hoogte, wat veel veiliger is, omdat ze dan een hele zone kunnen overzien en gemiste schoten in de grond eindigen”, legt Engels uit.

22

Dit voorjaar mochten zeven jagers in de bossen van Ravels en Arendonk samen zesendertig reeën afschieten. Dit afschot werd gehaald in nauwelijks twee weken tijd, de periode die vooraf door het ANB was vastgesteld. Maar naast het jachtresultaat wil het ANB ook gebruikmaken van de proefperiode om werkwijze en de samenwerking met de jagers te onderzoeken. Engels: “Voor ons betekent dit systeem een pak minder toezicht. Onze relatie met de jagers is helemaal anders. Nu zijn we organisator, terwijl we vroeger controleurs waren. Dat geeft toch een heel andere teneur aan de samenwerking. Zo is er in Ravels een heel nieuwe dynamiek ontstaan met de plaatselijke jagers. Het systeem laat bovendien toe om kort op de bal te spelen. Het afschot en het aantal licenties kunnen bijvoorbeeld jaarlijks aangepast worden aan de lokale situatie. De campagne van dit voorjaar toonde aan dat de jagers het afschot zonder veel moeite op een korte tijdsspanne konden realiseren. Een waardevol gebied bejagen en een gebied toegankelijk houden: met licentiejacht kan het beide.”

Toetsen De lokale wildbeheereenheden en de Hubertus Vereniging Vlaanderen zijn onmisbare partners in het experiment. Zij spelen een rol in de monitoring en zetelen ook in de begeleidingsgroep van het project, die op geregelde tijdstippen het project zal toetsen. Samen met de jagers willen ANB en INBO de aanpak jaarlijks bijsturen en de voorwaarden evalueren. Aan het einde van het proefproject moet duidelijk zijn of licentiejacht kan helpen om het reewild in onze openbare bossen op een efficiënte en duurzame manier te beheren. De wetenschappelijke resultaten en de praktische ervaring kunnen van nut zijn voor verdere beleidsinitiatieven. Meer info: patrick.engels@lne.vlaanderen.be, www.natuurenbos.be, www.inbo.be

Stappen om te tellen De wetenschappelijke opvolging van het proefproject over licentiejacht krijgt alle aandacht van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). De onderzoekers willen nagaan of het systeem van licentiejacht toelaat het afschot op een korte periode te realiseren. Ze willen ook weten wat de impact hiervan is op de selectiviteit bij het afschot, en hoe de reeënpopulatie reageert op dit alles. Jim Casaer van het INBO: “Het aantal reeën in het bos exact tellen, is onmogelijk. Maar dat is ook niet nodig: belangrijk is vooral om te weten hoe de populatie evolueert. Kilometertellingen zijn daar een geschikte methode voor. Dat gaat als volgt: verschillende tellers - meestal een groepje vrijwilligers onder coördinatie van een onderzoeker - stappen jaarlijks vier keer een set van vooraf bepaalde trajecten af, bijvoorbeeld tweemaal ’s ochtends en tweemaal ‘s avonds. Ze tellen hoeveel reeën ze onderweg zien, en proberen ook het geslacht en de leeftijdsklasse te noteren. Door deze gegevens van jaar tot jaar te vergelijken, krijgen we een goed beeld van de trend van de reeënpopulatie.” Ook de algemene conditie van de reeën wil het INBO kennen. “Die leert ons immers veel over de verhouding tussen het aantal reeën en de aanwezigheid van voedsel en rust in een gebied. Het lichaamsgewicht van de kalfjes is bijvoorbeeld een goede indicator, net zoals het aantal drachtige dieren en de grootte van de dracht. Om die gegevens nauwgezet en efficiënt bij te houden, werken we samen met de jagers. Zij noteren een batterij aan kenmerken op een meldingsformulier en houden van ieder geschoten dier de onderkaak bij, die een goede indicatie geeft van de leeftijd. Zo hebben we bij wijze van spreken een identiteitskaart van elk geschoten dier. Deze informatie combineren we met de gegevens uit een soort ‘dagboek’ van de jagers. Zo kunnen we de selectiviteit van het afschot en de door de jagers geleverde inspanningen onderzoeken.”

© Shutterstock

Het actieterrein: de Domeinbossen ‘Gewestbos Ravels’ en ‘De Hoge Vijvers Arendonk’, twee naburige bossen in het noorden van de provincie Antwerpen waar zich naar schatting rond de 200 reeën schuilhouden. Het ANB stelt in deze gebieden gedurende twee periodes per jaar een licentie ter beschikking aan de hoogst biedende jagers.

Meer info: www.inbo.be

23


Een zee van bloemen tussen de maïs I

n landbouwgebied is het voor dieren niet zo evident om voedsel- en schuilplaatsen te vinden. Het Regionaal Landschap De Voorkempen legde daarom een reeks fauna-akkers aan op het platteland ten noorden van Antwerpen. Die bloeiende stroken vormen voor patrijzen, konijnen en vlinders een welkome afwisseling. Ook plattelandsbewoners en recreanten genieten mee van de kleuren en geuren.

Laatste schuiloord

Wat zijn fauna-akkers?

Nazorg en onderhoud

Dieren en planten hebben nood aan hoekjes en kantjes, aan struikgewas en takkenbossen, aan groene plekken en natuurlijke structuren in het landschap. Hagen, kleine bosjes en poelen … het zijn echte stapstenen voor de natuur. Ze worden ook kleine landschapselementen genoemd: bijna onopvallend in het landschap, maar o zo belangrijk voor de biodiversiteit. Kleine landschapselementen vormen uitstekende schuilplaatsen voor dieren, en leggen links tussen grotere groene gebieden. Steeds vaker moeten kleine landschapselementen veld ruimen. Hierdoor verliezen tal van dieren hun natuurlijke voedingsbron en schuilplaats. “Voor een groot aantal soorten kunnen fauna-akkers dit verlies perfect opvangen”, meent Thomas Impens van het Regionaal Landschap De Voorkempen.

Fauna-akkers zijn akkers die ingezaaid worden met een mengsel van akkerkruiden, grassen of oude landbouwgewassen. Niet omwille van de gewasopbrengst, maar omdat ze goed zijn voor de natuur. De bloemenrijke akkers bieden voedsel- en schuilmogelijkheden te over: bijen en hommels zoeken er naar nectar, kleine zoogdieren houden er zich schuil, bosvogels doen zich te goed aan zaden en vruchten, en akkervogels brengen er hun jongen groot. Het zaadmengsel van een fauna-akker is zo samengesteld dat achtereenvolgens verschillende soorten tot bloei komen. Zo staat de akker de hele zomer en herfst in bloei.

Geslaagde projecten vragen enthousiaste partners. Het Regionaal Landschap vond twaalf wildbeheereenheden in de regio bereid om mee te werken aan de praktische uitvoering. “Het aanleggen van een faunaakker is immers veel meer dan zaaien en dan maar afwachten wat de natuur doet”, vindt Impens. “Ook de nazorg en het onderhoud vragen aandacht. De wildbeheereenheden zijn een geknipte partner om de fauna-akkers op het terrein te realiseren en te beheren. Ook andere landschapsbeheerders, zoals landeigenaars en boeren hielpen mee in het project.”

Fauna-akkers blijven ook gedurende de winter staan. De klassieke akkers liggen er dan kaal bij, en de dieren profiteren van het voedsel en de beschutting die de fauna-akkers bieden. Blijft de akker nog een tweede jaar staan, dan nemen natuurlijke kruiden het over, samen met de overgebleven zaden die opnieuw kiemen. Maar daarna wordt de akker opnieuw omgeploegd, om het jaar nadien weer voor een productiegewas te dienen.

Aantrekkelijk platteland Met subsidies van het ANB en de provincie Antwerpen heeft Regionaal Landschap De Voorkempen dit jaar ongeveer 60 hectare ingezaaid als fauna-akker. Na het proefproject wil het Regionaal Landschap het idee nog meer promoten bij de boeren. “Fauna-akkers helpen de verarming van de landbouwgrond tegen te gaan en zijn bovendien ideaal om de streek aantrekkelijker te maken voor wandelaars en fietsers. De bloeiende grassen, granen en kruiden geven het landbouwlandschap een kleurrijke toets. Dat is fijn voor de plattelandsbewoners zelf, maar ook recreanten en toeristen weten dit te waarderen. En daar hebben de boeren zelf uiteraard ook bij te winnen”, besluit Impens.

© Shutterstock

Meer info: www.rldevoorkempen.be

24

25


© Vilda, Ludo Goossens

Herderen voor de biodiversiteit

Schapen als miniatuur biotoop

A

an het begin van de zomer wisten de Berlijners niet wat ze zagen, toen een schaapskudde zich een weg baande tussen de zuilen van hun Brandenburger Tor. Een niet alledaags schouwspel, dat de start inluidde van een 1200 kilometer lange internationale schapentrektocht tot in Trier. De herders willen met hun spraakmakende reis aan heel Europa tonen hoe belangrijk rondtrekkende kuddes zijn voor de biodiversiteit.

26

Schapen en biodiversiteit: de link lijkt ver zoek, maar is dat hoegenaamd niet. Eliane Verboven van het ANB: “Onderzoek wijst uit dat rondtrekkende schapen een belangrijke rol spelen in de migratie van heel wat planten en dieren. In hun vacht, poten en uitwerpselen dragen ze zaden, sporenelementen en insecten met zich mee. En met hun hoeven effenen ze moeilijk begaanbare wegen voor andere dieren. Een herder met

zijn kudde kan dus door rond te trekken versnipperde natuurgebieden als het ware aan elkaar klinken. Voor bepaalde soorten vormen schapen zelfs een mini-biotoop. De driehoornmestkever is daar een voorbeeld van: die lust - raar maar waar - niets liever dan schapenmest. En die kever wordt dan weer gesmaakt door de laatvlieger, één van onze grootste vleermuissoorten.”

Al grazend de natuur beheren Naast het feit dat ze een schakel zijn in de ecologie, zijn schapen ook eersteklas natuurbeheerders. Met name voor het herstel of de instandhouding van heide, een steeds zeldzamer Europees habitat, zijn schapen de ideale terreinpartner. ”Door te grazen, beletten de schapen dat de heidevelden vergrassen en dichtgroeien. Heide die niet begraasd wordt, verandert binnen de kortste keren in een grasvlakte of bos. De laatste

27


Biodiversiteit 2010

D

© Tom Linster

e één zijn dood is de ander zijn brood: zeker in de natuur gelden de harde wetten van … de natuur. Zo leven er in onze Vlaamse bossen heel wat dieren en planten die teren op dood organisch materiaal. Toch, of juist daarom, zijn ze een geschikte gast in deze rubriek ter gelegenheid van het Internationaal Jaar van de Biodiversiteit. Even slikken, en dan maar kijken en lezen …

jaren maakt de natuursector steeds meer gebruik van schapen om heidegebieden te beheren. Het ANB heeft bijvoorbeeld een kudde op Teut-Tenhaagdoorn in HoutalenHelchteren en Zonhoven. In tal van andere natuurgebieden, zoals het Turnhouts Vennengebied, sluiten we gebruiksovereenkomsten met boeren voor nabegrazing. Je kan je geen ijverigere werkkrachten inbeelden. Die bijdrage aan de Europese biodiversiteit willen we met de schapentrektocht onderstrepen.”

Van Maaseik naar Brussel De schapentrektocht, een idee van enkele Duitse herders, is opgevat als een estafette. Vanaf de start tot het eindpunt trekken verschillende herders van stad tot stad en geven de herdersstaf aan elkaar door. De eerste helft van september loodste herder Johan Schouteden, al dertig jaar herder op het militair domein Schietveld in Houthalen-Helchteren, zijn zeshonderd schapen van Maaseik naar Brussel. Hij trok vooral langs natuurgebieden en bossen, zoals de Limburgse Wijers, het Meerdaalwoud bij

28

Leuven en het Zoniënwoud. Verschillende boswachters van het ANB hebben mee het traject uitgestippeld en vervulden tijdens de tocht door Vlaanderen een coördinerende functie.

de het Regionaal Landschap Kempen en Maasland een symposium over natuur­ beheer met schapen. De trektocht was ook een uitgelezen manier om het brede publiek te betrekken. De schapenstoet was op zich al een hele atNaast natuurgebieden “Schapen zijn prima tractie voor wie langs de en bossen werden ook heidebeheerders. We route woont. Op initiatief drukke verkeersaders, van Toerisme Limburg autosnelwegen, woonge- sluiten overeenkomsten kon men in de dorpen bieden, waterwegen en waar de herder ’s avonds met boeren voor spoorwegen, soms onder halt hield, bovendien politiebegeleiding, overnabegrazing.” genieten van muzikale gestoken. Wanneer de optredens en schapenverhalen. Schapen, schapentrektocht halfweg oktober in Trier ze hebben meer in hun mars dan we op het ten einde komt, hebben de herders samen eerste zicht zouden denken. vier landen doorkruist: Duitsland, waar de start en finish liggen, Nederland, België en Luxemburg. Het is de bedoeling dat in 2011 De schapentrektocht kwam tot stand dankde kudde verder trekt richting Zuid-Europa, zij subsidies van de provincies Limburg tot in Marokko, waar het Europese schaap en Vlaams-Brabant, de Boerenbond en het zijn roots heeft. Interreg-project ‘SOorten en LAndschappen als dragers voor BIOdiversiteit’ (kortweg SOLABIO).

Kauw

Sinds Alfred Hitchcock hen in zijn thriller ‘The Birds’ onsterfelijk maakte, kampen kraaien met een bedenkelijk imago. Ondank is ’s werelds loon, want in het hele dierenrijk zijn er geen efficiëntere opruimers te vinden. De hele kraaienfamilie, waartoe onder andere de ekster, de kauw en de zwarte kraai behoren, staat niet voor niets bekend als alleseter. In het voorjaar roven ze nesten van andere vogels leeg; ze zijn ook dol op kleine zoogdieren en insecten, eikels en graan. Bijzonder nuttig voor de natuur is dat kraaiachtigen ook aasvogels zijn. Wanneer er een dood dier in het bos ligt, zijn ze er als de kippen bij om het kadaver in een mum van tijd kaal te pikken. Dat kraaiachtigen deze klus voor hun rekening nemen, is een goede zaak. Zo zorgen ze er immers voor

© Bernard Van Elegem

De opruimers van de natuur

Wie eerst komt, eerst maalt

Attractie

De schapentrektocht stond deze zomer sterk in de belangstelling en haalde zelfs de media. In de marge ervan organiseer-

Meer info: www.sonnisheide.be www.solabio.be

29


© Lars Soerink

ge plekken in België waar het vliegend hert nog overleeft, ijveren de beheerders voor meer dood hout, om zo het vliegend hert betere overlevingskansen te geven.

Gone with the wind Het herfstbos toont het ons zwart op wit: ook paddenstoelen zijn nuttige werkkrachten in de natuur. Een hoofdrol is weggelegd voor de ‘saprofyten’: dat zijn paddenstoelen die leven van dood organisch materiaal. Je vindt ze dan ook vooral in de buurt van verdorde bladeren en dode bomen.

dat ziektekiemen en plagen geen kans krijgen. Kraaiachtigen ruimen overigens niet alleen kadavers op, maar ook ander afval zoals plastiek, om het te gebruiken in hun nesten.

Vliegend hert tuk op dood hout

Kadaver als kraamkliniek

Het vliegend hert is één van de grootste insecten van ons continent. Met immense kaken die doen denken aan het gewei van een hert, ziet een mannelijk volwassen exemplaar er erg indrukwekkend uit. Maar zo imposant als de volgroeide kevers zijn, zo onooglijk zijn de larven: slechts enkele mil-

De krompootdoodgraver is een aaskever die in Europa, Afrika en Azië leeft. Deze kever heeft zijn naam alvast niet gestolen, en houdt er een intrigerende levenswijze op na. De larven van deze doodgraver kunnen enkel op aas overleven, en daarom paart de kever vlak bij een kadaver van een klein dier, zoals een muis. Na de paring wordt het kadaver begraven in een speciaal daarvoor aangelegd kogelrond kamertje: de aaskogel.

Om de natuur op te ruimen, hoef je echt geen vleeseter te zijn: dat bewijzen de larven van het vliegend hert. Geen kadavers, maar wel dood, rottend hout staat met stip op hun verjaardagsmenu genoteerd.

limeters groot als ze het ei verlaten. Enkel door zich, ingekapseld in een vermolmde dode boomstronk, jarenlang te voeden met rottend hout, worden ze tot wel 10 centimeter lang.

Maden, vliegen, kevers en aaseters ontleden op een dood ree of een dode vos? De meeste mensen bedanken er vriendelijk voor, maar voor Dirk Raes is het dagelijkse kost. Als één van de boswachters van het Zoniënwoud stond hij, samen met de Nederlandse collega’s van ARK Natuurontwikkeling, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten aan de wieg van ‘Dood doet leven’. Dat project heeft als doel de positieve rol van kadavers voor de biodiversiteit beter in kaart te brengen met behulp van camera’s. De partners werken nauw samen met het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC), en maken gebruik van dieren die de dood vonden als verkeersslachtoffer op een van de wegen in het Zoniënwoud. “Het onderzoek is vandaag nog steeds volop aan de gang”, vertelt Dirk Raes. “Zo is een student van de Universiteit Gent bezig aan een masterproef rond kadavers van kevers en gaat het NICC elke veertien dagen in het Zoniënwoud op zoek naar sporen van insecten en andere kleine diertjes in en rond kadavers. Dat speurwerk leidde in 2009 tot de opmerkelijke vondst van een zeldzame vlieg, de muscina prolapsa. Deze soort werd in het Zoniënwoud nooit eerder aangetroffen.” Twee jaar na de start van ‘Dood doet leven’ zijn er in het Zoniënwoud al 59 reeën, 19 vossen, 2 steenmarters en 1 everzwijn onder de slachtoffers geteld. “Mooi meegenomen is dat we met dit project ook ontdekken waar in het Zoniënwoud de meeste verkeersslachtoffers onder de dieren vallen. Zo weten we waar de verkeersknelpunten liggen en waar we het beste een ecoduct aanleggen”, besluit Dirk Raes.

Wie op de hoogte wil blijven van het project, kan terecht op www.dooddoetleven.be of bij dirk.raes@lne.vlaanderen.be

© Dirk Raes

reuzenbovist

Een wel heel in het oog springende paddenstoel is de reuzenbovist: je kijkt gegarandeerd vreemd op als je hem in een bos of wei tegenkomt. Groot, bolrond en wit heeft de reuzenbovist nog het meeste weg van een voetbal. Exemplaren groter dan 70 centimeter zijn echt geen uitzondering. De reuzenbovist heeft ook nog eens een bijzonder verbond met de wind. Wanneer het hard waait en de vruchtdraden loslaten, kan deze paddenstoel meters ver rollen. Terwijl de wind ondertussen zijn sporen verspreidt …

Dood doet leven

De voedseleisen van deze kevers-in-de-dop zijn niet min. Zo mag de boomstronk niet te droog of te vochtig zijn, en moet het hout zijn aangetast door witrotschimmels die het hout ‘voorverteren’. Enkel op die manier kunnen de larven de suikers uit het hout goed opnemen. Dat de larven van het vliegend hert zo veeleisend zijn, zorgt er mee voor dat deze keversoort het hard te verduren heeft. Onder meer in het Zoniënwoud, één van de weini-

Vliegend hert

Het vrouwtje zet haar eitjes af in een zijkamer, die via een gang met de aaskogel verbonden is. Wanneer de larven na een week uitkomen, kruipen ze door de gang naar het aas. Daar wacht de moederkever haar larven op, om ze te trakteren op voorverteerd voedsel dat van mond tot mond bedeeld wordt. Na ongeveer een week laten de larven het kadaver links liggen en verpoppen ze in de grond.

30

Camerabeelden van het project ‘Dood doet leven’ © Bernard Van Elegem

31


De groene vingers van Inverde H

oe maak je van je stadstuin een natuurgebied in postzegelformaat? Is dood hout echt levensbelangrijk? En waarom moet je eerst snoeien om je haag of bos te doen groeien? Inverde organiseert al bijna twintig jaar opleidingen in bos-, groen- en natuurbeheer. Sinds de fusie met het Ondersteunend Centrum in 2009 gebeurt dit onder de koepel van het ANB.

© Rollin Verlinde

Als een kind in een snoepwinkel: zo voelen groenfanaten zich als ze de cursusbrochure van Inverde doorbladeren. Gaande van ‘bomen en struiken herkennen in de winter’ over ‘de natuurvriendelijke tuin’ en ‘hoe hanteer je kettingzaag en bosmaaier’ tot ‘wetgeving en beleid van de groene ruimte’ …: de keuze aan opleidingen is bijna eindeloos. Naast de praktische opleidingen staat er jaarlijks ook een aantal buitenlandse trips op het programma, zoals dit jaar een bezoek aan het Emscher Park in het Duitse Ruhrgebied. Inverde organiseert ook natuurateliers voor scholen in het bosmuseum in het Zoniënwoud en is tegelijk het permanente vormingscentrum voor de werknemers van het ANB.

Gebeten

32

“‘Leren voor biodiversiteit’ is wat al onze opleidingen gemeen hebben”, vertelt Veronique De Smedt, communicatieverantwoordelijke van Inverde. “Leren dat er op een inheemse eik ontelbaar veel meer diertjes leven dan op zijn Amerikaanse broer. Of dat een gemengde haag met meidoorn, hondsroos en kardinaalmuts de biodiversiteit in je tuin zomaar kan verdubbelen. Hoe beter mensen de natuur leren kennen, hoe groter hun appreciatie. Kennis over de biodiversiteit zorgt er mee voor dat mensen beseffen hoe noodzakelijk ze wel is. En het doet hen zin krijgen om de natuur te beschermen en te laten ontwikkelen.”

Veronique De Smedt is er zelf het levende bewijs van hoe je gebeten kan geraken door de natuur. In een vorig leven was ze werkzaam bij een Amerikaanse multinational, maar na een natuurcursus kreeg ze voorgoed de smaak te pakken. Sinds 2004 verzorgt ze de communicatie van Inverde en de programmatie van het Bosmuseum Jan van Ruusbroec.

Niveaus Zélf doen is een belangrijk credo bij Inverde. “De theorie is als basis onmisbaar, maar van zodra die gelegd is, trekken we naar buiten. Hoe leg je het beste een poel aan? Hoe kan je houtsoorten herkennen? Zulke zaken krijg je pas onder de knie als je het met eigen ogen ziet en eigenhandig doet”, meent Veronique De Smedt. “Onze lesgevers leggen allemaal de nadruk op die praktische kant, op het leren doen.” Door hun diversiteit spreken de opleidingen van Inverde een breed publiek aan, van enthousiaste beginnelingen tot doorwinterde natuurliefhebbers. “Onze opleidingen zijn onderverdeeld in drie niveaus, gaande van ‘absoluut geen voorkennis vereist’ tot ‘grondige voorkennis is pluspunt’. Zo kan ieder op zijn eigen tempo de finesses van de Vlaamse natuur ontdekken”, licht De Smedt toe. “Op de Inverde-website kunnen internetsurfers ook een test invullen die naar hun natuurken-

nis peilt. Zo weten nieuwe deelnemers meteen op welk niveau ze het beste inpikken.”

Ronde van Vlaanderen De immer groene thuisbasis van Inverde is het kasteel van Groenendaal, aan de rand van het Zoniënwoud. Nochtans is dit niet het zenuwcentrum van de opleidingen. “Wij brengen de opleidingen zoveel mogelijk tot bij de cursisten. We zorgen in elke provincie voor voldoende opleidingen, die zowel qua moeilijkheidsgraad als onderwerp variëren. Op die manier heeft iedereen vlot toegang tot ons hele aanbod.”

Inverde beter leren kennen en het cursusaanbod bekijken? Surf dan naar www.inverde.be. Je kan je er ook inschrijven op de Inverde-nieuwsbrief. Inverde biedt ook opleidingen aan voor professionals in het bos-, groen- en natuurbeheer. Ook dit aanbod vind je terug op de website.

33


© Vilda, Yves Adams

Week van het Bos: laat nu de herfst maar beginnen!

V

an zondag 10 oktober tot 17 oktober is het weer zover. Dan tooien de Vlaamse bossen en natuurgebieden zich acht dagen lang in hun fleurigste herfstoutfit, om zich aan duizenden wandelaars van hun mooiste kant te tonen. Als er één moment is om de verrassende kleuren en geuren van het bos te ontdekken, is het nu.

Wat? De grootste boshappening in Vlaanderen, dit jaar met de leuze ‘in geuren en kleuren’ Wanneer? Van zondag 10 tot en met 17 oktober, hartje herfst. De ideale periode om een frisse neus te halen in het bos. Waar? Overal in Vlaanderen. Op www.weekvanhetbos.be > activiteitenkalender ontdek je wat er in je buurt te beleven valt.

De Week van het Bos krijgt dit jaar een extra feestelijke afsluiter. In het Zoniënwoud houden het ANB, de Vereniging voor Bos in Vlaanderen en de Gezinsbond een grote slotapotheose, een primeur in de geschiedenis van de Week van het Bos. Vanuit vier toegangspoorten (Jezus-Eik, Tervuren, Groenendaal en Rood Klooster) staat de bezoekers een gamma aan activiteiten te wachten.

De Week van het Bos is een initiatief van het ANB en de Vereniging voor Bos in Vlaanderen. Tal van gemeenten en organisaties doen mee en zetten zelf een activiteit op touw. Meer info en kalender: www.weekvanhetbos.be © Vilda, Rollin Verlinde

1. Rood Klooster: mooie wandeltochten. De prachtige omgeving van het Zoniënwoud is gemaakt om te wandelen. Voor de kleine voetjes zijn er korte kabouterwandelingen, voor wie het wandelen gewend is staan er avontuurlijke doorsteken door het bos op het programma. Van de ene naar de andere poort geraak je bliksemsnel dankzij de gratis pendelbus.

© Vilda, Rollin Verlinde

Grote slotapotheose: (ge)Zin in Zoniën

© Vilda, Yves Adams

Bont gekleurde vlinders, een zilverwitte berk, naar herfst geurende paddenstoelen, een felgroene specht: in het bos zet je maar best je zintuigen op scherp om niets te missen. De Week van het Bos is dé gelegenheid om dat hele pallet aan verrassende geuren en kleuren te ontdekken. Mét een boodschap, want hoewel geuren en kleuren een kwestie van smaak zijn, valt er over de waarde van biodiversiteit voor mens en aarde niet te twisten. Van de kleinste bacterie tot een immens oerwoud: de verscheidenheid aan soorten en habitats is, net als voedsel, zuivere lucht, proper water, natuurlijke grondstoffen en vruchtbare grond, een basisvoorwaarde voor een gezond leven.

Wegwijzer naar de Week van het Bos

2. Groenendaal: the place to be voor ridders en prinsessen. Wie meer wil weten over de historiek van het Zoniënwoud, is bij de voormalige priorij van Groenendaal aan het juiste adres. Bezoekers worden er terug gekatapulteerd in de tijd, waar ze middeleeuwse narren, troubadours of ridders tegen het lijf lopen en leren zwaardvechten. 3. Gebeten om te weten in Jezus-Eik. In Jezus-Eik is Technopolis te gast met een wetenschapsshow en wetenschappelijke proefjes uit de nieuwe interactieve tentoonstelling ‘Plantastisch!’ Ook kan je tentoonstellingen over bos en biodiversiteit bezoeken of luisteren naar een mooi dieren- of natuurverhaal. 4. Romantisch in het bos in Tervuren. Tervuren wordt de plaats om te genieten van mooie klanken en om zelf kunstig aan de slag te gaan. Bezoek het Afrikamuseum met de tentoonstellingen ‘Congostroom’ en ‘Independance’ of ervaar hoe zand tot leven komt in de magische wereld van de zandtovenaar.

© Vilda, Rollin Verlinde

34

© Vilda, Yves Adams

Deze unieke dag mee beleven, kan door in te schrijven op www.gezinsbond.be/zininzonien of via tel. 02 507 89 11. Haast je, want het aantal beschikbare plaatsen is beperkt.

35


Centrale Diensten Agentschap voor Natuur en Bos Koning Albert II-laan 20 bus 8 1000 Brussel tel. 02 553 81 02 fax 02 553 81 05 anb@vlaanderen.be www.natuurenbos.be Provinciale Diensten ANB – Antwerpen Gebouw Anna Bijns Lange Kievitstraat 111/113 bus 63 2018 Antwerpen tel. 03 224 62 62 fax 03 224 60 90 ant.anb@vlaanderen.be ANB – Limburg VAC-gebouw Koningin Astridlaan 50 bus 5 3500 Hasselt tel. 011 74 24 50 fax 011 74 24 99 lim.anb@vlaanderen.be ANB - Oost-Vlaanderen Gebr. Van Eyckstraat 4-6 9000 Gent tel. 09 265 46 40 fax 09 265 45 88 ovl.anb@vlaanderen.be ANB – Vlaams Brabant Hungariagebouw Vaartkom 31 bus 9 3000 Leuven tel. 016 21 12 20 fax 016 21 12 30 vbr.anb@vlaanderen.be ANB – West-Vlaanderen Zandstraat 255 8200 Brugge tel. 050 45 41 76 fax 050 45 41 75 wvl.anb@vlaanderen.be

Colofon Spoorzoeker is het driemaandelijkse magazine van het Agentschap voor Natuur en Bos. Redactieraad: Mathilde Bartels, Dirk Bogaert, Griet Buyse, Dirk Demeyere, Evelien de Munter, Veronique De Smedt, Marc De Vos, Filip Hubin, Rosetta Iannicelli, Wouter Mortier, Katelijne Norga, Regine Vanallemeersch, Marie-Laure Vanwanseele, Patrick Verheye, An Wouters Redactie: www.pantarein.be Grafische vormgeving: Koloriet Druk: Drukkerij Goekint V.U.: Dirk Bogaert Directeur Communicatie ANB Koning Albert II-laan 20 bus 8 1000 Brussel Redactieadres:

Vlaamse Bezoekerscentra Hét startpunt voor een avontuur in het groen: de Vlaamse Bezoekerscentra. Alle adressen op www.natuurenbos.be www.facebook.com/natuurenbos www.twitter.com/natuurenbos

36

Redactie Spoorzoeker Team Communicatie ANB Koning Albert II-laan 20 bus 8 B-1000 Brussel tel. 02 553 81 13 spoorzoeker@vlaanderen.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook