Skip to main content

Verslag inspiratienamiddag "Een leven lang lezen" 23 november 2021

Page 1

Verslag Inspiratienamiddag Een leven lang lezen Dinsdag 23 november 2021

Eerste deel Voorstelling “Open the Door for Reading” (plenair) De initiatiefnemers van het webinar stellen de “lessons learned” uit hun Erasmus+traject voor. Welkom Verwelkoming van alle deelnemers. Korte inleiding en koppeling van de inspiratienamiddag: wat staat er op het programma en waarom? En hoe pakken we dat aan. Presentatie Open the Door for Reading is een netwerkproject, en dus geven we de presentatie met verschillende sprekers, vanuit de verschillende betrokken partners: - Brusselse bibliotheken - Centrum voor Basiseducatie Ligo-Brusselleer - Huis van het Kind Anderlecht - Entiteit Gezin van de Vlaamse Gemeenschapscommissie - Onderwijscentrum Brussel van de Vlaamse Gemeenschapscommissie De presentatie kan je opnieuw bekijken op de projectwebsite. Alle deelnemers aan de inspiratienamiddag ontvingen vooraf 2 exemplaren van de handleiding “Met baby’s en kleuters op weg naar een leven lang lezen”. Deze handleiding kan je lezen of bestellen via de projectwebsite.


Tijdens de presentatie werden via mentimeter enkele vragen aan de deelnemers gesteld. Mentimetervraag 1 : Heb je vandaag al gelezen? •

Voor de deelnemers aan dit webinar is deze vraag duidelijk een open deur: ja, iedereen had gelezen én iedereen wellicht wel op zijn minst gevoelig voor de geletterdheidsproblematiek (dat het bv. heel veel leesvaardigheid vergt om aan een webinar deel te nemen…).

Mentimetervraag 2 : Denk je zelf impact te hebben op de geletterdheidsproblematiek? •

Op een schaal van 1 (nauwelijks) tot 5 (toch wel) is de totaalscore 4,4. Heel hoog dus: bijna 9 op de 10 deelnemers is overtuigd zelf een steentje (lettertje) te kunnen bijdragen…

Mentimetervraag 3 : Wat is je grootste “Aha-Erlebnis” uit de presentatie? Een greep uit de vele reacties (die elkaar vaak overlappen): •

De relatie tussen laaggeletterdheid en armoede

•

Smartphone gebruik van ouders heeft invloed op kinderen

•

De combinatie van interactie, taal en warmte

•

Dat goedbedoelde adviezen voor veel stress kunnen zorgen bij ouders, bv. “lees je kind elke dag voor”

•

Ouders in hun kracht zetten

•

Taalontwikkeling is zoveel meer dan enkel Nederlands leren

•

Dat kinderen zich enorm ergeren aan het smartphone-gedrag van hun ouders

•

De slechte geletterdheidscijfers van België/Vlaanderen en Brussel in het bijzonder

•

De vele gezichten van armoede

•

De koppeling van leesvaardigheid aan talige, warme interactie

•

Het grote belang van de voorschoolse levensfase: de eerste 1000 dagen van je kind

•

Het snel dalend leesplezier bij kinderen

•

Als ouders niet (goed) kunnen lezen, zijn er zoveel andere dingen die ze wel kunnen doen

•

Spreek de taal van je hart

•

De kracht van samenwerken, van bondgenootschappen tussen partners

•

We werken allemaal met dezelfde ouders, maar kennen elkaar vaak niet en versterken elkaars boodschap dus ook niet

•

Vertrekken vanuit de verwachtingen en de sterktes van de ouders

•

…

Tweede deel


Open tafel-gesprekken (via break-out-rooms) Verschillende partners vertellen ons of en hoe de sleutels uit de Handleiding relevant zijn voor hun eigen werking Tafel 1 - Centrum Basiseducatie Ligo-Brusselleer Met: Katrien Maes (Ligo-Brusselleer) en Ine Meersman (Een leven lang lezen/Ligo Brusselleer) De basiseducatie werkt aan de brede geletterdheid van volwassenen. De basiseducatie organiseert bv. elk jaar de Week van de geletterdheid. Vorig schooljaar lag de focus op familiegeletterdheid (informatie vind je op de website: ik ben mee). Het begrip familiegeletterdheid (family literacy) is een interessant concept voor de basiseducatie, precies omdat het de brede geletterdheidscompetenties van cursisten in relatie ziet tot het familienetwerk (zeker ouders tov kinderen, maar ook (volwassen) kinderen tov hun ouders/grootouders…). Voor het Centrum Basiseducatie Ligo-Brusselleer gaan taalstimulering en leesplezier heel vaak samen met boeken. Voor cursisten van de basiseducatie zijn er namelijk heel wat drempels rond boeken/lezen/bibliotheekgebruik, die vaak leiden tot “ontwijkingsgedrag”: • • • •

Schaamte/onzekerheid over de eigen lage leesvaardigheid; Sociale angst/schaamte: “Ik kan het niet en wil dat niet tonen aan mijn kinderen”; Schaamte/angst om naar een plaats te gaan die ze niet kennen; Schaamte om bibmedewerkers aan te spreken.

Brusselleer werkt aan geletterdheid en ouderbetrokkenheid op verschillende manieren: • •

•

• •

Er zijn natuurlijk de vele types lessen voor verschillende groepen cursisten: de klassieke cursussen NT1 en NT2 maar ook werkplekleren, lessen in de basisschool voor ouders, lessen voor jongeren, alfabetiseringscursussen… In de Babbelklas (open groep) proberen we ouders te laten begrijpen welke rol ze spelen in de taalontwikkeling van hun kinderen. Er bestaat vaak verwarring over welke taal ze mogen gebruiken en vaak wordt de thuistaal achterwege gelaten. Onderzoek toont aan hoe belangrijk die thuistaal is (cfr. “Sleutels” uit de Handleiding). Wij proberen hier ouders in mee te krijgen. In de babbelklas worden boeken geïntroduceerd. Bvb de boeken van Rikki werken heel goed. Daarnaast zijn er sinds enkele jaren leeswandelingen (een direct gevolg van het Erasmus+-project Open the Door for Reading). Tijdens de leeswandelingen stimuleren we ouders om hun buurt te “lezen” en stil te staan en te praten over wat ze zien op weg van en naar de school. Ook hier is er een directe link met de “Sleutels” uit de Handleiding: lezen is meer dan enkel tekst uit een boek “decoderen”. Ook pictogrammen, graffiti, muurschilderingen, kleuren, gebouwen… kan je “lezen”. Er is zoveel te zien in de stad waarover je met je kind kan praten… We nemen de ouders ook mee naar de tentoonstelling Voorlezen komt voor lezen. En laten hen op een heel aanschouwelijke en “tastbare” manier kennis maken met de sleutels uit de Handleiding die in de tentoonstelling vervat zitten. We hebben ook Welkom in de klas (WiK) waarbij we ouders uitnodigen om te oefenen op de interactie met hun kinderen. Ook voor leerkrachten is het heel belangrijk om te zien hoe de ouders praten met hun kinderen en hen te ondersteunen indien nodig. De sleutels van de Handleiding leunen heel dicht aan bij de visie en de aanpak van Welkom in de klas.

Tafel 2 - OCMW Jette Met: Véronique Van Herp (OCMW Jette) en Stijn Callewaert (Een leven lang lezen/VGC-OBiB) Een OCMW telt meerdere diensten met eigen maatschappelijk werkers die elk hun eigen werkdomein/specialisatie en kracht hebben (bv/ huisvesting, energie, werk & opleiding, jonge kind…). Als er een nieuwe persoon langskomt met een probleem wordt die doorverwezen naar de juiste dienst. Bij meerdere


problemen (wat meestal het geval is) wil dit zeggen dat deze persoon zijn verhaal op meerdere diensten moet gaan doen. Dit gaat natuurlijk ten koste van het persoonlijk contact en de opbouw van een vertrouwensband. Voor het doelpubliek van een OCMW is lezen of voorlezen de minste van de zorgen. Eerst moeten dringende noden en problemen opgelost worden en daarna pas is er ruimte voor gezinsbegeleiding. Meestal met de nadruk op gezondheid en voeding maar ook cultuur, eenzaamheid en warme interactie zouden hierbij een plaats moeten krijgen. Het Jetse OCMW is enkele jaren geleden gestart met een pilootproject “De eerste 1000 dagen van mijn kind”. Die 1000 dagen staan voor de periode van -9 maanden (dus vanaf de conceptie) tot ongeveer 2,5 jaar, algemeen erkend als de meest cruciale ontwikkelingsperiode van elk kind. Binnen dit project worden gezinnen persoonlijk begeleid door Le petit velo jaune. De mensen van deze organisatie werken aan een vertrouwensband tot duidelijk wordt wat de gezinnen nodig hebben en hoe ze zelfredzaam kunnen worden. In de praktijk komt dit neer op veel meegaan met de gezinnen, drempels wegwerken en brugfiguur zijn. •

Voor het pilootproject “De eerste 1000 dagen” probeert het Jetse OCMW of de standaard-aanpak kan veranderd worden, zodat elk binnenkomend gezin ondersteund wordt door 1 vertrouwenspersoon die meer als eerstelijnswerker kan optreden, en niet langer voor elk afzonderlijk probleem bij andere diensten/OCMW-begeleiders terecht moet.

Binnen het project “De eerste 1000 dagen” wordt rond verschillende thema’s gewerkt, waaronder: • • • •

Voeding (gezond vieruurtje, restjes opwerken, …) Bewegen (geen sport! maar wandelen en buiten komen) Welzijn (warme interactie, spelen met de kinderen, naar de bibliotheek gaan) …

De begeleiders van het project gaan samen met de gezinnen op zoek naar het relevante aanbod in de gemeente: wat is er gratis en goed of belangrijk voor jou en de kinderen. •

• •

Hierbij stuiten we vaak op het probleem van de versnippering in Brussel en het feit dat verschillende gemeenschappen een ander beleid en andere werking hebben. De Nederlandstalige en Franstalige bibliotheek hebben bv. andere regels en andere kosten. Daar komt de taalproblematiek vaak nog bovenop: welke taal spreekt het gezin? Kinderen gaan soms naar school in het Nederlandstalige onderwijs maar ouders spreken bijna nooit Nederlands. Ook binnen het OCMW zijn er struikelblokken. Veel initiatieven en potentiële partners zijn Nederlandstalig maar het personeelsbestand bij de OCMW is voornamelijk Franstalig en het cliënteel ook.

Voor het Jetse OCMW is de Handleiding een relevant instrument. De 5 sleutels uit de Handleiding zijn enorm raak, het OCMW ondersteunt deze volledig! Vooral de boodschap “Kies de taal van het hart” is een hele interessante: ouders hebben het heel moeilijk met het maken van een keuze… De inzet op warme interactie is ook van groot belang. De brede vorm van lezen is belangrijk: voor onze ouders moet lezen gelijk zijn aan praten en vertellen. Het is evenwel niet evident om de visie en de sleutels uit de Handleiding breed binnen het OCMW-team te delen. Lang niet iedereen is goed over het belang van lezen geïnformeerd. Bovendien is de voertaal in het Jetse OCMW het Frans (maar heel weinig Nederlandstalige collega’s). Een kleine vorming om het team te informeren en sensibiliseren (in het Frans) is nodig. Om met de families zelf in gesprek te gaan hebben we nood aan mondelinge ondersteuning, doe-activiteiten. Geen flyers of brieven… Vragenronde: •

•

Is de Handleiding vertaald naar het Frans? Neen, nog niet. Maar dit is wel het plan. Voor het zover komt moeten we Een leven lang lezen wel vooral nog breder bekend maken bij Franstalige organisaties. Is de nieuwe werkstructuur van het Jetse OCMW ook binnen andere OCMW aan de gang? Neen. Elk OCMW werkt anders. Die werking is heel vaak door tijdfactoren mee bepaald. Maar het inzicht


•

• •

dat de huidige, versnipperde (sterk organisatiegerichte) manier van werken op zijn grenzen botst, wint terrein. Zijn er andere OCMW in Brussel die een project als “De eerste 1000 dagen” aanbiedt? Véronique denkt van niet. De meeste OCMW zijn sterk met de meeste prangende problematiek en vragen bezig. Voor cultuur is er meestal weinig tijd… Heeft een OCMW doorgaans een afzonderlijke baby-/jonge gezinnen-aanpak of lijn? Bij veel OCMW is er effectief een aparte werking voor het jonge kind. Zijn er nog gemeenten waar het OCMW mee rond de tafel zit voor lokale projecten? o Hugo De Vreese (bib Sint-Agatha-Berchem) meldt dat in Sint-Agatha-Berchem het OCMW aan het Beroepskrachtenoverleg deelneemt. Maar dat is niet altijd evident: groot personeelsverloop, telkens terug inwerken omdat het OCMW geen vertrouwensband heeft verloopt doorverwijzing naar bv. culturele activiteiten slechts matig. De voertaal is ook bijna exclusief het Frans, waardoor je als Nederlandstalige organisatie niet makkelijk toegang krijgt. o Een deelnemer van de Brede school laat weten dat er sporadisch contact is met het OCMW maar enkel voor opvolging van onbetaalde facturen... Iets meer contact met CAW maar nooit gerelateerd aan lezen of geletterdheid. o Jonas Van den Bulcke (cultuurbeleidscoördinator Ukkel) meldt dat de cultuurgerelateerde samenwerking met het OCMW zeer beperkt is.

Tafel 3 – Consultatiebureau Anderlecht Met: Romy Willockx (Consultatiebureau Anderlecht) en Els Patoor (Een leven lang lezen/VGC-OBiB) Korte voorstelling van het consultatiebureau. In het consultatiebureau komen ouders van jonge kinderen (10 weken tot 3 jaar) hoofdzakelijk voor de medische opvolging van de ontwikkeling van het kind. Van de contactmomenten wordt gebruik gemaakt om ook over tal van andere aspecten te bespreken. Het gaat oa ook over het stimuleren van ouders om samen met hun kind(eren) in interactie te gaan en samen te lezen. De leeftijd 0-3 jaar is nu eenmaal cruciaal voor de leesontwikkeling (in de brede zin van het woord). De sleutels uit de Handleiding zijn relevant voor het consultatiebureau: •

• •

•

Talige en warme interactie - Ouders stimuleren om veel te praten met hun kind(eren). In het consultatiebureau zijn folders, tijdschriften, fotoboeken… aanwezig: allemaal aanleidingen voor gesprek en interactie. Er is ook een project om gezinsfoto’s te maken van gezinnen die het wat minder breed hebben (en over het algemeen iets minder gezinsfoto’s hebben) De taal van je hart - Een mooie manier om het over heritage language te hebben op een open, spontane manier is om naar de betekenis/herkomst van de naam van het kind te vragen. Elke dag en overal - Ouders stimuleren, niet zozeer om elke dag 15 minuten voor te lezen, maar om te praten, te knuffelen, te spelen. Warm contact aanmoedigen. Uitgaan van wat ouders graag doen en hen zo in hun kracht zetten. Vertellen en voorlezen - Verhalen voorlezen/vertellen maakt deel uit van de werking van het consultatiebureau. Ook Boekstart is een belangrijke troef: kinderen krijgen op 6 maanden een eerste boekenpakket. Als ze 2 jaar zijn volgt een bon voor een tweede pakket in de bibliotheek.

Uit de vragenronde volgende aandachtspunten: • •

•

De handleiding is voor veel vrijwilligers van het consultatiebureau te theoretisch. Er is nood aan een praktische versie/tool met vooral veel voorbeelden. Corona zet een echte rem op de werking: de interactiemogelijkheden, net de kern van de hele werking, zijn veel beperkter en dus mis je impact. o Door het mondmasker gaat een groot stuk van je mimiek en stem verloren; o In de wachtzaal mogen geen boekjes meer gebruikt worden. Boekstart is een heel mooi project. Maar veel ouders vinden de weg niet naar de bibliotheek voor het tweede pakket. Er is nood aan manieren om de drempel naar de bib te verkleinen.


•

•

Voor veel ouders (maar ook professionals/vrijwilligers) is het grote belang van (voor)lezen niet altijd duidelijk. Hoe kunnen we hier iets aan doen op een neutraal-informerende (niet-stigmatiserende) manier? Romy benadrukt dat plezier het kernwoord in de werking is: overtuig ouders door op het plezier voor hen zelf en voor hun kind(eren) te wijzen. Laat hen dat plezier ook ervaren door zelf op een speelse, warme manier met de kinderen om te gaan.

Tafel 4 – Wijkgezondheidscentrum Medicureghem Met: An Bruggeman en Nicoleta Vandeputte (Een leven lang lezen/Huis van het Kind Anderlecht) Binnen het wijkgezondheidscentrum Medicureghem is er de groepswerking: BBBru parents. Doel van deze werking is om ouders met hun baby gedurende het eerste levensjaar samen te brengen om hen medisch (samen met Kind en Gezin) en psychosociaal op te volgen en in groep thema’s te bespreken die hen aanbelangen. Veel aandacht gaat uit naar taal en interactie. Samen met de ouders wordt bekeken wat een baby al kan. Ouders geven elkaar tips en tricks en leren van elkaar en ondersteunen elkaar. Hier liggen duidelijke linken met de sleutels uit de Handleiding: •

Stem - Alles rond taal en taalontwikkeling: brabbelt de baby? Praten de ouders met de baby’s? Hoe reageren de baby’s? Oefeningen: geluidjes herhalen; liedjes zingen. Hoe praat je met een baby?

•

Taal van je hart - Babymassage: vingertjes tellen in eigen taal, liedjes zingen in eigen taal… Groepswerking: over taal en emotie praten. Welke taal gebruik je als je verdrietig bent ? Welke taal gebruik je als je naar de markt gaat? Taalkeuzes zijn moeilijk in een meertalige stad als Brussel. Er wordt in de groep gewerkt met ouders en kinderen tot de leeftijd van 1 jaar en het is als het ware een echte groepsgebeuren. De ouders luisteren soms meer naar de tips en tricks van elkaar dan naar die van de begeleider.

•

Altijd en overal - Tijdsdruk is een belemmerende factor. Voor veel ouders is het niet evident om tijd vrij te maken voor activiteiten met de kinderen. Het gebruik van de smartphone is een groot probleem en belemmert vaak de warme interactie. Een anekdote in die context, die de info uit de presentatie bevestigt: Een leerling klaagt tegen zijn leerkracht dat zijn vader constant op zijn telefoon bezig is en niet luistert naar wat het kind zegt.

•

Voorlezen en vertellen - Boekjes (voor)lezen lijkt een hoge drempel voor gezinnen. De begeleiders gaan in gesprek met de gezinnen over voorlezen en vertellen: Waarom denk jij dat dit fijn is? Is het fijn voor je kind en je baby om in een boek te kijken? Voor de ouders is het moeilijk en ze hebben het heel druk.

De algemene “filosofie” van het wijkgezondheidscentrum is om zo cultuursensitief mogelijk te werk te gaan. Hier liggen linken met de grondhoudingen die de Handleiding aanbeveelt (“elk gezin is uniek” en “vertrek vanuit ieders sterktes”). Om de sleutels van de Handleiding echt in de praktijk te kunnen brengen zouden meer visuele tips en tricks zeer welkom zijn. Tafel 5 - Kinderdagverblijf Stokkel (Jennifer Jacobs) Met: Jennifer Jacobs (Kinderdagverblijf Stokkel), Krista Donckers (Een leven lang lezen/VGC-Entiteit Gezin) en Kathleen Bollue (Een leven lang lezen/Bibliotheek Sint-Pieters-Woluwe) Het kinderdagverblijf staat helemaal achter de vijf kernboodschappen. Jennifer vindt dat haar team, maar ook de ouders van de kindjes erg goed bezig zijn. De boodschappen in de handleiding bevestigen dat gevoel alleen maar. Ze wil in de toekomst dolgraag blijven inzetten op die sleutels en op het feit dat lezen los kan staan van boekjes. In het kinderdagverblijf worden de sleutels al volop toegepast: •

Je stem is een prachtig geschenk - We gebruiken onze stem de hele dag als instrument om te zingen, te vertellen, te praten en te antwoorden. We vertellen verhalen met verschillende stemmen, we imiteren ook dierengeluiden. De kinderbegeleiders hebben een onthaalliedje uitgevonden voor de peuters.


•

•

•

•

Spreek de taal van je hart - De voertaal in de kribbe is NL, maar andere talen komen aan bod door bijvoorbeeld naar kinderliedjes in allerlei talen te luisteren. We stellen ouders gerust die thuis geen NL spreken en die bang zijn dat hun kind het daardoor moeilijk zal hebben in de opvang. Het is vooral belangrijk dat het kind een sterke basis heeft in de eigen moedertaal en dat het gestimuleerd wordt en voldoende afwisselende prikkels krijg. Als de basis stevig genoeg is, leren de kleintjes heel snel. Wij verzekeren ouders dat ze hun eigen taal mogen blijven spreken en zingen. Als ze hun kinderen thuis toch Nederlands willen aanbieden dan kan dat bijvoorbeeld door naar de radio te luisteren of naar cd’s en luisterboeken. Ik adviseer het team wel om ouders aan te moedigen om Nederlands te spreken in de kribbe. We proberen niet te snel over te schakelen naar een andere taal als ouders de moeite doen om het te proberen anders durven ze volgende keer misschien niet meer, maar het belangrijkste is wel dat we elkaar begrijpen. We hebben in de gang een grote wereldkaart met stickers op alle landen waar onze kindjes (of hun ouders) en onze medewerkers vandaan komen. Die kaart is een symbool voor het feit dat iedereen bij ons welkom is, ongeacht waar ze vandaan komen en ongeacht de taal die ze spreken. Elke dag en overal - We kijken naar de interesse van de kinderen en volgen ze in hun verhaal wanneer ze iets aanwijzen. We vragen meer info over wat ze van thuis hebben meegebracht, wat ze aan het doen zijn, wat op hun kleren getekend is,… Kinderen hebben bij ons bijvoorbeeld veel interesse voor de vliegtuigen die overvliegen. Als we buiten staan, babbelen we dan met hen over waar het vliegtuig naartoe gaat, of het vertrekt of aan het landen is, of dat de papa van Charles de piloot is of niet, of er veel wolken zijn… Ook tijdens het verluieren profiteren we ervan om een op een contact te hebben met baby’s. Soms vinden we voor onze activiteiten ook inspiratie bij de ouders: een mama vertelde bijvoorbeeld een keer dat haar zoontje altijd heel moeilijk deed bij het tanden poetsen. Dat werd dan meteen de basis voor een weeklang activiteitjes rond mondhygiëne: tandenborstels en tandpastaspelletjes, liedjes, boekjes… Deze boodschap vind Jennifer ook meteen de krachtigste boodschap: altijd en overal kunnen voorlezen in de brede zin van het woord, een boodschap die ze nog beter heeft leren kennen via de expo ‘Voorlezen komt voor lezen’. Koester bijzondere momenten - ’s Avonds en ’s morgens hebben de kinderbegeleiders meer tijd en ruimte om met één kindje tegelijk bezig te zijn. Dat zijn bijzondere momentjes met een intense communicatie. We proberen toch ook om tijdens de activiteiten in kleinere groepen te werken, zodat de kindjes meer persoonlijke aandacht krijgen. Verhalen voorlezen en vertellen - Tijdens het voorleesweek hebben we foto’s opgehangen van ouders die voorlazen voor hun kindje. We vonden het belangrijk om dat te tonen, omdat we hoopten dat het andere ouders zou inspireren. Bij ons in de kribbe hebben we ook een klein voorleesritueeltjes voor de kindjes hun middagslaapje doen. Kathleen uit de bib komt elke maand voorlezen en vertellen; een half uur bij de kindjes van 0-18 maanden en een half uur bij de peuters van 18 maanden tot 2,5 jaar. Dat er iemand van buiten de kribbe komt voorlezen is interessant voor de kinderen en voor de begeleiders.

Toekomstplannen? Wat heeft het kinderdagverblijf daarvoor nodig? Door de expo ‘Voorlezen komt voor lezen’ naar de kribbe te halen, hebben we weer inspiratie opgedaan en we houden er een paar tips aan over. We dromen er nu bijvoorbeeld van om een materiaalkoffer aan te leggen bv. Brilletjes, vergrootglazen… Dat materiaal zouden we dan kunnen inzetten bij een verhaaltje of een vertelling. Het lijkt ons ook nuttig om eens een workshop te volgen rond kriebelversjes, schaduwspelletjes en het gebruik van licht en lampjes. Iedereen vindt de expo heel interessant. De voorbeelden in de expo stellen ouders gerust dat ze goed bezig zijn. Tegelijk geeft de tentoonstelling de belangrijke boodschap dat fantasie moet gestimuleerd worden en dat geletterdheid nodig is om later alle kansen in het leven te kunnen krijgen. Het KDV heeft de taak om kleintjes zo goed mogelijk voor te bereiden op alle mogelijke kansen en in dat verhaal nemen ze graag de ouders ook mee. Vragenronde Els Michielsen van Iedereen Leest wil graag weten hoe moeilijk of makkelijk kinderbegeleiders het vinden om zich bij het voorlezen te laten gaan, of om te vertellen los van het boek. Volgens Jennifer hebben haar medewerkers daar geen last mee. Kathleen van bibliotheek De Lettertuin neemt de vraag over: voorlezen voor baby’s en peuters kan alleen maar goed gaan als je durft los te laten: ga lekker uit je dak en improviseer Dat lijkt in het begin onoverkomelijk, omdat je zo graag wil dat je in je voorleesmissie slaagt en


dat die kleine luisteraar een teken geeft dat je goed bezig bent. Als je veel kleine luisteraars hebt en die beginnen op een bepaald moment allemaal iets anders te doen dan naar jou luisteren, dan voelt dat in het begin aan als een mislukking.: je vertelt vast niet goed genoeg, zodat ze nu allemaal iets anders interessant vinden. Niets is minder waar: de kindjes geven juist aan dat ze nu even genoeg hebben van jouw boek en dat je hen met iets anders kan prikkelen. Het komt er dus vooral op aan goed naar de jonge toeschouwers te kijken en mee te gaan in hun interesse: waar kijken ze bijvoorbeeld de hele tijd naar? Kleine één-op-één momentjes zijn beter dan een spektakel met een hele groep, ook al kan dat bij peuters best werken en heel fijne momenten opleveren, omdat ze elkaar ondersteunen, aanvullen, bijvallen.

Tafel 6 – Jeugdcentrum Aximax Met: Manon Dufour (Jeugdcentrum Aximax) en Eefje Vloeberghs (Een leven lang lezen/Bibliotheek Sint-Joost-tenNode) Jeugdcentrum Aximax (Sint-Joost) werkt met kinderen van 2,5 tot 14 jaar, hfdz. in de vrije tijd. Aximax werkt ook aan ouderbetrokkenheid via ouder-kind-workshops en familiedagen. Aximax zet expliciet en impliciet in op taalontwikkeling doorheen hun workshopaanbod. Taal krijgt een plaats bij zingen, koken, evaluatie na sportlessen, theater, spelletjescafés, taalweken, slam poetry, een verhalencarrousel,… In het verleden organiseerde Aximax ook een Voorleesclub en Koerbib maar ze kwamen tot de ontdekking dat je ook impliciet op taal kan inzetten tijdens andere workshops en dat het niet per se expliciet over boeken of lezen moet gaan. Uit de plenaire presentatie en het verhaal van Aximax onthouden de deelnemers van deze gesprekstafel: •

Dat taal echt een plaats kan en moet hebben in alle ateliers of activiteiten en dat daar meer bewustzijn rond gecreëerd mag worden. Èlk moment kan gebruikt worden om in te zetten op een rijke, warme, talige interactie.

•

De problematiek van de verschillende thuistalen wordt ook aangehaald. Kinderen zijn het Nederlands soms helemaal niet machtig en spreken allemaal andere talen. De fixatie op het Nederlands tijdens activiteiten in de vrijetijd wordt door een aantal partners meer en meer losgelaten. Er wordt bijvoorbeeld gevraagd aan de kinderen om ‘te spreken in de taal die niemand uitsluit’.

•

Ouder-kind-interactie stimuleren is een belangrijk doel. En dat in de ‘Taal van hun hart’.

•

Het belang van partnerwerking rond dit gezamenlijke doel van vroege geletterdheid wordt extra benadrukt. De partners geven aan dat dit de komende jaren nog meer door het beleid gestimuleerd mag worden, bijvoorbeeld aan de hand van een gezamenlijke visietekst en stadsmobilisatie.

Tafel 7 – Gemeenschapscentrum Elsene Elzenhof Met: Sarah Van Riel (Gemeenschapscentrum Elzenhof) en Freya Decoster (Een leven lang lezen/Bibliotheek Elsene) Ieder gemeenschapscentrum heeft zijn eigen identiteit, naar gelang de omgeving. In Elsene zijn er weinig basisscholen en geen secundaire scholen. Daarom ligt de focus op gezinnen met jonge kinderen. Binnen Elzenhof huist een consultatiebureau en een Babytheek. Elzenhof organiseert oudercafés onder de naam Café au lait. Dit zijn ontmoetingsmomenten voor ouders en jonge kinderen tussen 0 en 5 jaar, in de stijl van Baboes. Er zijn gratis activiteiten voor ouder met kind. Dit zorgt ook voor ontmoeting en dialoog onder ouders. Zeker na het horen van de cijfers en bevindingen uit de presentatie, vindt Sarah dat er een rol te spelen is door de gemeenschapscentra om jonge ouders te informeren. Er zijn geen extra investeringen nodig qua materiaal of middelen nodig om deze boodschappen over te brengen. Alle medewerkers van het GC kunnen hier een rol in spelen. Ze geeft echter aan dat ze niet goed weet op welke manier die boodschappen dan precies aan de ouders


kunnen doorgegeven worden. Het zou interessant zijn om daarrond ook vormingen te organiseren voor professionelen of meer specifiek de gemeenschapscentra. Elzenhof en de bibliotheek hebben recent ook de koppen bij elkaar gestoken om te zien of ze met de Babytheek een link kunnen leggen naar Bib Sans Souci, om zo ouders van de ene plek bij de andere over de vloer te krijgen. Vragenronde:

•

•

GC Everna is gestart met ouder-kind-cafés voor kwetsbare mama’s. Er zijn tot nu toe nog maar 2 edities kunnen doorgaan. Dit is een samenwerking met andere organisaties zoals Kind & Gezin, ONE, Baboes, Wheel of care, Maisons médicales en Nasci, om ouders toe te leiden naar de cafés. Dergelijke contacten en samenwerkingen zijn zeker een voorwaarde voor het bereiken van kwetsbare ouders. Vanessa Vanfraeyenhoven (GC Everna) geeft aan dat ze de inhoud van de sessies wil invullen naar gelang de noden en vragen van de mama’s. Maar taalplezier zou zeker een onderwerp kunnen zijn. Els Poppe (OCB) informeert dat in sommige gemeenten driejaarlijks een platformvergadering voor allerlei ondersteuners wordt georganiseerd door de brede school coördinator(en). Zij vindt dit een ideale manier om concrete samenwerkingen aan te gaan en om vanuit de brede schoolwerking de dialoog met ouders aan te gaan.

Tafel 8 – Inloopteam Met: Lies Tousseyn (Zita Inloopteam Wiegwijs) en Nicoleta Vandeputte (Een leven lang lezen/Huis van het kind Anderlecht) De hoofddoelstelling van Wiegwijs vzw is preventieve opvoedingsondersteuning voor gezinnen met kinderen van 0 tot 6 jaar en zwangere vrouwen -met bijzondere aandacht voor gezinnen in kansarmoede- op het vlak van gezondheid, zorg en opvoeding. Bij een inloopteam kan je als (aanstaande) ouder met kinderen tot 6 jaar terecht met al jouw vragen aangaande de opvoeding en dit zowel tijdens permanentie en onthaalmomenten als tijdens de waaier aan diverse activiteiten. Heel concreet werkt een Inloopteam op een heel laagdrempelige manier met de gezinnen, via praatgroepen Nederlands, kookgroepen, naaigroepen, ouder-kind activiteiten en moedergroepen, en uitstappen. Er is ook permanentie onthaal voor gezinnen. Nabijheid en preventie zijn twee kernbegrippen voor een Inloopteam. Vanuit de werking van het inloopteam is de publicatie Met baby’s en kleuters op weg naar een leven lang lezen een zeer interessante handleiding. Wat vooral bijblijft en strookt met onze manier van werken is de nadruk op taal, warmte en interactie. • • • •

•

•

We willen onze ideeën niet opdringen. Onze aanpak is ook, zoals beschreven in de Handleiding, om zoveel mogelijk vanuit de gezinnen zelf te laten komen. Het is belangrijk om vanuit de houding te vertrekken dat elke ouder het kan. Er zit een verteller in elke persoon. Elke vorm van stress type “Ik kan dit niet” vermijden. En daarom vertrekken vanuit de elementen die al aanwezig zijn bij de ouder zelf. Geen dingen opleggen die niet aanwezig zijn. Een van de sleutels uit de Handleiding die we graag zouden toepassen zijn de “Bijzondere momenten”. We zouden aan begin van moedergroep/Kangoeroe-uitstap altijd samen kunnen starten met een ritueel onder de vorm van een liedje, verhaal of uitwisseling. We willen graag verder werken aan de bewustwording binnen het team rond de sleutels uit de Handleiding (bv. door de tentoonstelling “Voorlezen komt voor lezen” met het team te bezoeken). Alleen als we ons de inzichten uit de Handleiding echt eigen maken, kunnen we ze ook uitdragen bij de gezinnen waarmee we samenwerken. Het is cruciaal vanuit vertrouwen te werken met de ouders. Er moet wederzijds vertrouwen en respect zijn vooraleer je ouders kan uitdagen, stimuleren of grenzen opzoeken. Neem bv. de sleutel “Je stem is een prachtig geschenk”: voor veel ouders is het gênant om geluidjes te maken, te zingen… Als je dit nog niet (vaak) gedaan hebt, is het een stap buiten je comfortzone. De bevestiging “ik kan dat” is des te belangrijker… Hier valt een verwijzing te maken naar de Nederlandse Martine van der Pluijm (Rotterdam) die met het project “Thuis in taal” duidelijk aangeeft dat veel ouders een voorbeeldfunctie nodig hebben. Laat ouders


•

•

zelf zien hoe je rond voorlezen kan werken en vooral om het zelf te ervaren wat 'breed lezen' allemaal kan inhouden. Het gaat over zoveel meer dan enkel “letters uit een boek luidop lezen”. De 5 sleutels zullen ook helpen om drempels weg te werken. Veel mensen denken namelijk dat boeken promoten met school en schools leren te maken heeft. Terwijl boeken vooral met taal en warme interactie te maken hebben. In die context belangrijk om toe te voegen dat Boekstart een heel groot succes kan worden als de link gelegd kan worden met de 5 sleutels uit de Handleiding. Als Inloopteam staan we achter het idee om met vele organisaties samen onze verantwoordelijkheid nemen

Tafel 9 - Hogeschool Kleuteropleiding Met: Els Plessers (Kleuteropleiding Erasmushogeschool Brussel) en Krista Donckers (Een leven lang lezen/VGCEntiteit Gezin) Els toonde ons hoe ze met de 5 sleutels uit de handleiding aan de slag gaan in de kleuteropleiding in een mooie fotopresentatie waarin we de studenten volop aan de slag zien. Een greep uit het aanbod: 1. Stem: voorlezen, zingen, rijmpjes… Bv. tijdens de kleuterstages in de bibliotheek ‘Vertellen in de Grootstad’ 2. Taal van je hart: meertalig voorlezen door meertalige studenten. Deze studenten dragen een verborgen schat mee! 3. Elke dag en overal: al vanaf de kleinste kleuterklasjes voorbereiden op leren lezen via kleurcodes/ pictogrammen/… 4. Bijzondere momenten: studenten geven het voorbeeld tijdens Boekenbende aan huis en Taalbende aan huis. Aandacht voor de gezelligheid en bijzonderheid van één-op-één momentjes, oudermomenten, bv. via tekstloze boeken. Studenten proberen ook drempels weg te werken rond voorlezen, naar de bib gaan etc. 5. Voorlezen & vertellen: grote aandacht voor in de lerarenopleiding met tal van projecten, taken en opdrachten die draaien rond het leren van methodieken om te werken met boeken en vertellen (schimmenspel, verteltafels, kamishibai, prentenboekstage, tips voor het inrichten van de perfecte voorleeshoek,…). Els leest ook elke les zelf voor aan haar studenten. In de vragenronde na de presentatie werden de volgende topics besproken. •

De complexiteit van de meertalige context en de beperktere kennis van het Nederlands: ook sommige studenten kennen geen perfect Nederlands. Maar het belang van een degelijke representatie van rolmodellen in het onderwijs wordt heel sterk beklemtoond. Studenten die dezelfde taal spreken als de kinderen en ouders en een gemeenschappelijk referentiekader met hen hebben leggen makkelijker contact en kunnen het vertrouwen sneller winnen.

•

Aandacht voor de thuistaal op school: meer en meer scholen maken plaats voor de thuistaal van de kinderen. Op de speelplaats, tijdens opzoekingswerken, tijdens het vrij lezen, meertalig voorlezen,… Ook voor de studenten is het een opluchting en rijkheid dat ze hun thuistalen mogen gebruiken, ook in de klas. Want voor hen was dat als kind vaak verboden.

•

Contact met ouders: in de opleiding gaat er meer en meer aandacht naar het opleiden van studenten om in contact te gaan met ouders en ouderbetrokkenheid te vergroten.

•

De boekencultuur: er wordt ook gepleit om tegelijkertijd ook de boekencultuur verder te laten groeien bij studenten en kinderen. Het project ‘Kwartiermakers’ scoort op dat vlak grote ogen op scholen. Ook de leerkrachten lezen elke dag zelf een kwartier mee en ontdekken zo ook zelf het leesplezier.

•

Onderzoek: Els geeft ook nog mee dat haar collega Anouk Vanherf momenteel een onderzoek voert naar ‘Geletterdheid in de thuistaal’.

Tafel 10 - Art Basics for Children


Met Lien Hemerijckx (Art Basics for Children) en Anna Kennis (Een leven lang lezen/Bibliotheek Sint-LambrechtsWoluwe) ART BASICS for CHILDREN (ABC) is een kunstenorganisatie met een eigen huis in Schaarbeek. Vertrekkende vanuit een collectie boeken, ideeën en materialen, die geïntegreerd is in het ABC-huis, ontwikkelt ABC verschillende projecten in een zelf ontworpen omgeving. Er wordt zo (letterlijk) ruimte gecreëerd voor ontdekking. ABC organiseert regelmatig familie-weekends waarbij ouders en kinderen vrij op ontdekkingstocht gaan door het huis en kunnen deelnemen aan allerlei activiteiten. Op maandag- en zaterdagvoormiddag is er voor de allerkleinsten Baboes, een ontmoetingsplek voor kinderen van 0 tot 4 en hun (groot)ouders. ABC heeft een scholenwerking en geeft ook ateliers in kinderdagverblijven Elmer Noord en Elmer Zuid. Die dienen als activiteit voor de peuters en inspiratie voor de begeleiders. (neem eens een virtueel kijkje in het ABC-huis: https://youtu.be/-0l8vE0D9Dk) ABC is een bibliotheek maar vooral een inspiratieplek, het hele huis (de boeken, materialen en inrichting) wil samen met de gidsen warme interactie stimuleren. ABC verweeft de 5 sleutels van de Handleiding doorheen haar volledige werking maar zet vooral in op de twee sleutelhoudingen: • •

Yes you can: versterkend werken naar ouders en begeleiders/gidsen, dienen als inspiratie en voorbeeld; Volg het kind: ga in op interesse en stimuleer nieuwsgierigheid.

ABC beschouwt de omgeving als extra (pedagogische) factor bij interactie tussen een kind en ouder/gids/begeleider, door in te zetten op een stimulerende uitdagende omgeving creëer je makkelijker boeiende interactiemomenten. ABC wil anderen ondersteunen, iedereen is altijd welkom om te komen kijken en inspiratie opdoen. Op de site van ABC staan talloze inspirerende voorbeelden zowel voor het inrichten van een ruimte als het maken van meubels (http://www.abc-web.be/basisbox/) of het organiseren van activiteiten (http://www.abc-web.be/abc-cahiers/). ABC heeft een uitgebreide collectie kamishibai-platen, niet enkel verhalen maar ook verzamelingen prenten rond allerlei thema’s, en leent die met plezier uit. Tafel 11 – Kinderdagverblijf Elmer Met: Sonja Cassiman (Elmer vzw) en Birgit Delporte (Een leven lang lezen/Bibliotheek Schaarbeek) Elmer vzw heeft 4 vestigingen in Brussel. Naast een buurtdienst voor sociale kinderopvang is Elmer ook een centrum voor inclusie en hebben ze een tewerkstellingstraject om langdurig werkloze ouders om te scholen tot kinderbegeleiders. Elmer werkt rond taalplezier met de begeleiders in interactie met de kinderen. De linken met de sleutels uit de Handleiding zijn evident: • • •

• •

Stemgebruik: zingen, benoemen, vragen stellen, herhalen in het Nederlands wat kinderen in hun taal vertellen, … Taal van het hart: elke taal is welkom, de begeleiders interpreteren en antwoorden in het Nederlands. Boeken, liedjes en andere materialen in de moedertalen van de kinderen en ouders zijn welkom. Elke dag en overal: dagelijkse rituelen worden aangepast om ze talig te maken. Bijvoorbeeld kindertekeningen van de kinderen van de begeleidsters thuis worden opgehangen aan de verluiertafel, in de buurt van de potjes liggen boeken en andere voorwerpen als aanknopingspunt voor talige interactie, kledij van de kinderen is vaak een succesonderwerp om over te babbelen. Bijzondere momenten koesteren: individueel met een kind in interactie gaan als de andere kinderen slapen, met een kind dat geen zin heeft in groepsspel. Verhalen voorlezen en vertellen: overal liggen boeken, prenten, zangattributen, vertelschorten, tiktakhuisjes, kamishibai… alles kan aanleiding zijn tot een verhaal. Ook ouders en grootouders worden uitgenodigd om te vertellen en zingen in hun moedertaal.

In interactie met de ouders herkennen de begeleiders de basishoudingen uit de Handleiding ook:

• •

Sensibiliseren en uitnodigen: inkijk geven hoe wij het doen door foto/film/oudermomenten Ondersteunen: in wat de ouder al kan en wil doen: wil je eens een prent of attribuut meenemen naar huis? Wat kunnen we samen doen met deze interesses, bijv. samen naar de markt gaan.


• •

Informeren: wat deed je kind bij ons, welke interesse heeft je kind, wat vond je kind leuk… Follow the parents’/child’s lead: altijd duidelijk maken dat het moet komen vanuit interesse van de ouder en het kind, dat ze het zelf willen en voelen.

Uit de vragenronde: • • •

•

Vanuit de groep wordt beaamd dat ouders nood hebben aan sprekende voorbeelden, door iets te zien doen. Dat is volgens Sonja zeker ook het geval voor de begeleiders. Er wordt opgemerkt hoe groot de invloed is van een stimulerende omgeving voor zowel begeleiders, kinderen als ouders. De vraag wordt gesteld hoe de observaties gebeuren, naar de interesses van het kind – n.a.v. het project Narrate, waar de onderzoekende of narratieve aanpak centraal staat (kind als onderzoeker). Het is niet altijd gemakkelijk voor begeleiders om de interesses van het kind te spotten > dit gebeurd door analyse van filmpjes en observatie. Is taal soms een belemmering voor de dialoog met de ouders? Taal wordt gezien als een aspect van je identiteit. Er wordt getracht om in dialoog te gaan op verschillende manieren, met gebaren, met google translate, vertrouwen geven, al het mogelijke doen om met elkaar in verbinding te treden. Vragen aan ouders hoe zij het thuis doen. De diverse achtergrond en thuiservaring van begeleiders is een meerwaarde en wordt ten volle ingezet in de werking.

Tafel 12 – Cultuurbeleidscoördinator Anderlecht Met: Evi Frans (Gemeente Anderlecht) en Kathleen Bollue (Een leven lang lezen/Bibliotheek Sint-Pieters-Woluwe) Evi Frans Is sinds begin juni Cultuurbeleidscoördinator in Anderlecht. Ze werk samen met de bibliotheek en gemeenschapscentrum aan het Cultuurbeleidsplan. Evi’s feedback bij de Handleiding: •

Positief: makkelijk inzetbaar en iedereen kan ze gebruiken

•

Negatief: weinig diversiteit in beelden + nogal betuttelend

•

o

We werkgroep is er zich van bewust dat de Handleiding op dit moment nog niet voldoende diversiteit uitstraalt. Er is intussen meer divers fotomateriaal dat in tools gebruikt wordt.

o

De handleiding wil niet betuttelend of paternalistisch zijn. Maar net een herbevestiging bieden, dat wat je als ouder of vereniging al actief doet, oké is. Vaak doen ouders/organisaties onbewust of bewust al heel wat van deze acties. Maar twijfelen ze nog teveel of dit goed is.

De sleutel die haar het meeste aansprak is: ‘Volg de taal van je hart’

Wat gebeurt al? • •

In Anderlecht hebben ze een werkgroep Kunst en Cultuur voor jonge kinderen. Dat houdt onder meer een Kunstendag in gemeenschapscentrum De Rinck dat zich richt op 0-6 jarigen in. Ism de bib richtten ze een snoezelboekenhoekje in voor baby’s met boekjes, een kamishibai en voorleesmomenten Maar ze willen nog meer aandacht voor hebben voor de sleutels in andere activiteiten of acties. Vaak organiseren ze afgebakende activiteiten, terwijl de handleiding aangeeft dat je de sleutels als kleine ingrepen in allerlei activiteiten kan integreren.

Ideeën voor de toekomst •

Sleutels verweven in het algemeen beleid van Anderlecht: ✓

Werkgroep kunst en cultuur

✓

Wandeling “de wereld lezen” erin verwerken: leren kijken naar de wereld rondom je (zoals bv de nieuwjaarswandeling waarbij ze rondgaan langs verschillende partners)

✓

Affiches met de vijf sleutels maken en ophangen in bv de verzorgingstafels van publieke ruimtes. De affiches gebruiken om gesprek aan te gaan met ouders over de sleutels


Nood aan? •

Nog extra tools om deze sleutels door te geven, om visueel iets aan te bieden. Want hoe geef je de sleutels door aan ouders? o Flyers en affiches zijn meestal niet de beste manier om kansengroepen te bereiken. Het is niet altijd evident om het juiste materiaal te maken, de juiste insteek te vinden. Alle inspiratie, goede praktijken en tips zijn heel welkom…

Uit de vragenronde: Vraag Tjorven Vanden Eynde (cultuurbeleidscoördinator Molenbeek): •

In Brussel is er sprake van veel versnipperde organisaties die met taal bezig zijn. ODR richt zich vooral op lezen en vertellen, maar zij ziet ook een nood aan tools over taal/meertaligheid. De vraag richt zich naar de VGC met de vraag of zij niet een gelijkaardig project kunnen opstarten met meerdere verenigingen en organisaties die zich focussen op taal?

•

Reacties - Het is moeilijk om alles, iedereen en alle werkingen op elkaar af te stemmen. Het is vooral belangrijk om te onderzoeken waar we elkaar raken, waar we overeen komen. En dat is wat we met deze sleutels willen bereiken.

Tafel 13 - Brede school Nieuwland Met: Ludo De Vleesschauwer (Brede School Nieuwland) en Ine Meersman (Een leven lang lezen/Ligo-Brusselleer) Een voorstelling van wat Brede school Nieuwland allemaal doet rond taalstimulering en leesbevordering (in de brede zin van het woord):

•

•

•

• •

•

Verteltassen - Op de kleuterschool maakten de leerkrachten verteltassen op basis van een aantal thema’s die in de klas aan bod komen. Die tassen werden meegegeven naar huis. De kinderen vonden het heel fijn om boeken die in de klas aan bod komen ook thuis te hebben. Toch bleken heel wat gezinnen niet vertrouwd te zijn met boeken en voorlezen. Op dat moment werd de ouderraad erbij betrokken. Ouders maakten zelf de tassen. De taken werden verdeeld volgens de mogelijkheden van de ouders. Sommige werkten inhoudelijk, andere voor de vorm en nog andere voor de uitleen, controle en de uitleg aan andere ouders. Er zaten niet alleen boeken in de tas maar ook recepten en spelletjes. Ouders maakten elkaar warm om verteltassen uit te lenen en gaven info aan elkaar over de inhoud en de boeken. De klemtoon lag nu niet meer zozeer op het voorlezen, maar wel op de boeken. Doe ermee wat je wilt. Creëer samen met je kind een intiem moment en gebruik hiervoor de verteltas. Wandeling in het kader van de Voorleesweek - Ik zie jou, zie jij mij? Centrale thema is ontmoeting. Kleuters gingen op bezoek bij mensen en organisaties in de buurt van de school. Deze mensen nodigden de kleuters bij hen uit en vertelden een verhaal. Vingerversjes, de geschiedenis van Brussel, een liedje zingen, plannen bekijken in het stadsarchief, een filmpje in de cinema,... Op allerlei verschillende manieren werd het verhaal van de buurt gebracht. Project ism RITCS - Na corona stelden de leerkrachten uit de 3e graad van de lagere school vast dat het leesniveau van een aantal kinderen achteruit was gegaan. Studenten van het RITCS werden ingezet om die kinderen te helpen. De kinderen werden geïnterviewd, schreven teksten en lazen die voor. Leesplezier en taal stonden centraal. Tik-tak huisjes in kinderdagverblijven - Er worden objecten op de huisjes gelegd die stof geven tot gesprek. Bv. een wortel en een worst voor ze gaan eten. De kinderverzorgsters gaan het gesprek aan over de maaltijden. En zo veranderen de objecten. Een project met Bronks - Anderstalige kinderen voelden zich tijdens de ‘ateliers in de wijk’ minder sterk dan Nederlandstalige kinderen. Bronks organiseerde specifiek voor die anderstalige kinderen een lessenreeks woord en theater. Ook de academie zet nu met de richting woord meer in op spelplezier en taalondersteuning. Baboes - Gezinnen met kinderen van 0 tot 4 jaar kunnen daar terecht om andere ouders te ontmoeten en om te spelen met hun kind(eren). De ouders kunnen daar allerlei vragen rond opvoeding stellen aan de begeleiders.


•

Het vrijetijdsloket van Nieuwland - Ook hier kunnen ouders elkaar ontmoeten, vragen stellen over vrijetijdsactiviteiten, hulp krijgen bij inschrijvingen, …

Het is heel belangrijk dat we elkaar blijven ontmoeten en uitwisselen. Op die manier kunnen we ook de boodschappen mbt. breed lezen naar ouders toe verspreiden en het vertrouwen krijgen van degene die wat meer hulp nodig hebben.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verslag inspiratienamiddag "Een leven lang lezen" 23 november 2021 by N22 Brusselse gemeenschapscentra - Issuu