1895 ITALIË Wanneer Eugène in het voorjaar de kans krijgt om in Milaan races te betwisten twijfelt hij niet. Opwarmen onder de Italiaanse zon lijkt een ideale start voor het nieuwe seizoen. In een bont gezelschap van Franse en Engelse renners, waaronder ook de Franse topper Jaquelin, tekent hij present voor een zesdaagse in de Arena Velodroom in Milaan. Onder slechte weersomstandigheden wordt Eugène in de 10km tweede achter de Brit Harris. De gladde piste zorgt wel voor valpartijen, bij een trainingssessie valt de franse renner Henri Loste zo hard dat hij twee weken in het hospitaal zal belanden. “Hij heeft overal op zijn lijf schaafwonden”. Baanwielrennen is niet voor doetjes en is zeker niet zonder gevaar. Dat zal Eugène ook ondervinden wanneer hij tijdens een volgende rit ook heel zwaar ten val komt. Eugène stuurt een telegram naar zijn familie. Terugkeren naar Belgïe zal niet lukken, hij moet revalideren in Italïe. Hélène twijfelt niet, halsoverkop vertrekt ze richting Milaan. Ze heeft ondertussen al genoeg kunnen sparen om de reis op eigen houtje te financieren. Pas bij haar aankomst in Milaan kan ze een telegram naar haar ouders te sturen om te vertellen waar ze is. Wanneer ze niet bij Eugène in het ziekenhuis is zoekt ze de wielerpiste op en rijdt er rondjes om de tijd te doden. Dat gaat niet ongemerkt voorbij. Al snel krijgt ze het aanbod om een wedstrijd te doen tegen een renner op een ‘tricycle’. Dat laat Hélène zich geen twee keer zeggen. Ze verslaat de coureur en is de sensatie van de dag. Op slag krijgt ze tal van aanbiedingen. Voorzien gage: 1000 franse francs per deelname, los van het prijzengeld dat te verdienen valt. Ook Italië is in de ban van de fiets.
34
Zodra Eugène weer te been is doen ze een kleine ‘Ronde van Italië’, die twee maanden zal duren. Via Milaan, Brecia, Florence en Napels leidt de tocht (uiteraard) naar Rome. Het is een triomftocht waarbij ze overal waar ze komt luid word toegejuicht. Hélène is onder de indruk van het Vaticaan en de Cote d’Azur. Zelf zet ze ook menig mannenhart in vuur en vlam. Een heetgebakerde Napolitaanse aanbidder reist Hélène zelfs achterna tot in Rome. Eugène waakt echter over haar kuisheid. De Napolitaan ziet Eugène’s en Hélène’s vertrek uit Italië met lede ogen aan. “Te Rome trokken de internationale vélocipèdewedstrijden honderden bezoekers naar de race-baan in de tuinen der villa Borghese. De great attraction was de internationale dameswedstrijd, waarbij eene jonge Francaise, madlle Hélène Detrieu tot twee malen toe eene schitterende overwinning behaalde. Op haar volgde eene Italiaansche, signora Adela Vigo. Mdlle Detrieu’ toilet voor den wedstrijd was uitstekend in zijn genre. Een zeer wijde „divided skirt” viel tot ver onder de knie, daarbij een paar keurige laarsjes en donkere slobkousen; een los jakje met eene blouse van dezelfde kleur, donkerblauw, uitstekend van façon en snit. Een klein Tyroler hoedje met een veertje op zij en een effen voiletje. Françaises hebben eene gelukkige handigheid om bij de grootste krachtsinspanning toch niet zoo geëchauffeerd te gaan zien als hare Hollandsche zusteren en altijd even gesoigneerd te blijven in hare kleeding. Voor wielrijden hebben zij dan ook maar franchement de verandering van toilet aangenomen, zij dragen meestal óf lakensche rokjes tot aan de knie, met kousen en lage schoenen, of een zijden „divided skirt” met slobkousen en laarsjes, zooals mademoiselle Dutrieu. Qui veut la fin, veut les moyens en daar de Oud-Hollandsche puriteinsche zin al in zoo vèr gewijzigd is, moet men dan ook maar geheel en al den stroom volgen, want wijde, ruime,
“
De afkeer die mijn ouders hadden van onze ‘fietshobby’ werd er maar groter op toen Eugène een jaar later zwaar ten val was gekomen tijdens een koers in Milaan. Zonder medeweten van mijn ouders ben ik dan hem meteen achterna gereisd om hem te verzorgen, ik stuurde hen wel een telegram om hen te verwittigen.” Hélène dutrieu
“Dankzij mijn fietsen had ik een spaarpotje opzij gezet waardoor ik me zo’n folies kon permitteren. Ik ontving gemiddeld 1000 francs per optreden op de velodrooms, plus dan nog het prijzengeld dat er te winnen was. Omdat ik me daar ook wat wilde amuseren reed ik ook rondjes op de piste in Madrid. De mensen zagen me bezig, en wilden me ook engageren. Zo reed ik een wedstrijd tegen een fietser op een driewieler, die ik ook won. Het nieuws verspreidde zich en ik werd gevraagd in Brescia, Florence, Napels en Rome. Soit, de korte trip naar Italië om Eugène te verzorgen werd een reis van enkele maanden. Ik bezocht het Vaticaan en genoot van mijn bezoek aan de Cote d’Azur. Voor een gewoon meisje uit Lille was dit fantastisch! De fiets had mij een ongelooflijke vrijheid gegeven, eens ik hier van had geproefd verlangde ik gewoon naar meer.”
35