Tussen stad en stilte
Ontmoetingen rond de genius loci van de Brabantse Olijfberg
Stadskronieken
Tussen stad en stilte
Ontmoetingen rond de genius loci van de Brabantse Olijfberg
Stadskronieken Stadskronieken
2
3
Inhoud
VOORWOORD
Op de Brabantse Olijfberg 7 Waar mijn geloof zijn wortels vond 17 EVI HOMMERS
Open gemeenschap in de Lange Winkelstraat 22 TETTY ROOZE
Een gesprek met Joran Simoens, coördinator van PSC Jongerenwerking 29 MARIAN KNETEMANN
Waar ben ik? 34 SIGFRIDO HERNÁNDEZ
Tijdreizen in de Lange Winkelstraat 42 DICK WURSTEN
4
Herinnering aan veerkracht en vernieuwd leven 57 MOUNIR MARINA
De Urdu Church in de Brabantse Olijfberg 60 CAMRAN THOMAS
Mijn levensreis met het orgel en de genius loci van deze plek 66 WILLEM CEULEERS
Een toevallige ontmoeting 72 KEN ALLOING
Bar O’Live — een plek om te landen 78 MARIAN KNETEMANN NAWOORD
De ziel van een plek 86
5
VOORWOORD
Op de Brabantse Olijfberg
6
COÖRDINATOR
MARIAN KNETEMANN Ik zie de seizoenen voorbijgaan, hoor de stemmen van mensen die komen en gaan. Iedereen brengt iets mee: hoop, dromen, verhalen, soms ook teleurstelling. De Brabantse Olijfberg leeft en verandert voortdurend. Wat ooit stil en gesloten was, als contemplatief klooster, is nu een plek vol beweging en ontmoeting. Een plek waar wordt geprobeerd, gevallen, opgestaan. Tijdens de coronaperiode, toen overal de deuren dichtgingen, ging bij ons letterlijk de poort open — de poort naar het terrein van de Brabantse Olijfberg. Wat door de pandemie stilgelegd was, komt sindsdien weer in beweging. Het plein, de kerk, de tuin gaan open, vanuit het verlangen om juist in een tijd van afstand iets van nabijheid te bewaren. En dan, opeens, begint er van alles te bewegen. Mensen zonder aarde onder de voeten — de familie Hernandez — vinden er een woning en nemen de verwilderde tuin met zorg onder handen. Het jongerenwerk van het Protestants Sociaal Centrum strijkt neer in de oude pastorie. De keuken bij de poort wordt een atelier waar het ruikt naar warm brood
7
VOORWOORD
en speculaas. Sannes Atelier Amarant groeit uit tot een vrouwencirkel op de mezzanine, een vindplaats voor verbinding. Verbinding met de natuur, met de creatieve kant van jezelf, met rust en stilte, en meegaan op het ritme van de seizoenen, zoals de plek zelf dat doet. Van bij het begin denkt vanuit onze tuinkamer ook de kleine expeditie mee, een projectbureau voor musea en erfgoed, over hoe we deze plek kunnen delen. We willen haar niet voor onszelf houden, maar openstellen voor de buurt, voor voorbijgangers, voor iedereen die rust of inspiratie zoekt. Hun aanwezigheid brengt nieuwe ideeën, gesprekken en plannen op gang, en zo opent de Olijfberg zich beetje bij beetje — niet alleen in ruimte, maar ook in geest. Ook de studentenvereniging Ichtus vindt hier een thuis, midden in het studentenkwartier. Wat begint als een klein initiatief om ontmoeting te bevorderen, groeit samen met de kerkelijke gemeenschap uit tot Bar O’Live:
8
een plek waar studie, koffie, gesprekken, geloof en twijfel zich moeiteloos vermengen. Tussendoor komt de buurvrouw haar fiets stallen, en aan huisnummer 1 zorgen Duitse jongeren — elk jaar nieuwe vrijwilligers van Aktion Sühnezeichen Friedensdienste (ASF) en de Duitse Zeemansmissie — voor nog meer diversiteit. We zitten geregeld samen aan tafel om de banden warm te houden, samenwerkingen te versterken en kleine ergernissen op tijd te benoemen. Zo groeit er een plek waar verbinding, samenwerking en onderling begrip niet alleen woorden zijn, maar ook voelbaar worden in het dagelijks samenleven. Zelfs het orgel klinkt weer vaker: verschillende organisten komen oefenen, en hun muziek vult de ruimte die door de week zo lang stil was gebleven. De kerk en het terrein, die vroeger vooral op zondag leefden, ademen nu ook op weekdagen.
MARIAN KNETEMANN
Alles gebeurt op dat ene plein waar iedereen elkaar kan tegenkomen, met alle schoonheid en voorzichtigheid die dat met zich meebrengt.
Toch merk ik dat goede bedoelingen niet vanzelf tot echte verbinding leiden. Er komen mensen, groepen, initiatieven. Sommigen blijven, anderen passeren kort. En telkens weer diezelfde spanning: het verlangen om samen te werken, en tegelijk de neiging om vooral op het eigen eiland te blijven. We spreken over de Olijfberg als gemeenschap, over samen dingen doen, samen zorgen, samen vieren. Maar in de praktijk blijft het vaak een mozaïek van losse stukjes: elk mooi op zichzelf, maar niet altijd passend bij elkaar. Soms lijkt het alsof we een miniatuur van de samenleving zijn — met al haar bubbels, overtuigingen en gevoeligheden. Iedereen zoekt verbinding, maar wel op eigen voorwaarden. De meest voelbare spanning ontstaat wanneer moslimjongeren van het PSC in contact komen met christelijke gemeenschappen, afkomstig uit landen waar de islam hen ooit bedreigde (de Arabische Protestantse Kerk Antwerpen en de Urdu-gemeenschap in België, die beiden al langere tijd hun eredienst vieren op de site). Het wordt geen echte confrontatie, eerder een onverwachte ontmoeting tussen werelden die elkaars geschiedenis meedragen. Alles gebeurt op dat ene plein waar iedereen elkaar kan tegenkomen, met alle schoonheid en voorzichtigheid die dat met zich meebrengt. Ik voerde in die tijd veel gesprekken — met jongeren, met ouderen, met voorgangers. Over oude wonden die niet opnieuw open mogen gaan, over het belang om de conflicten van thuis hier niet verder te dragen. We spreken over menselijkheid, over
9
VOORWOORD
de moed om elkaar aan te kijken zonder het verleden tussen ons in te laten staan. Soms gaat dat goed, soms niet. Er zijn momenten van wantrouwen en terugtrekking. Maar ook momenten van pure schoonheid: samen lachen over iets triviaals, een maaltijd die onverwacht wordt gedeeld, een teken van respect. Kleine pareltjes van ontmoeting, glinsterend tussen de stenen van het plein. Ik herinner me het valentijnsdiner van het PSC dat zich over de hele site verspreidde. In de bakkerij wordt de oven gebruikt voor de voorbereidingen, voor een deel van de maaltijd. Binnen worden tafels gezet om afstand te houden — het is nog de tijd van voorzichtigheid. Toch hangt er warmte in de lucht. De geur van brood en eten mengt zich met gelach en gesprekken. Zo wordt die avond, ondanks alles, een tastbaar moment van verbondenheid. Als kerkelijke gemeenschap besluiten we duidelijk te zeggen dat we LGBTQ+-inclusief zijn. We weten dat het iets in beweging zal brengen. De gemeente staat er unaniem achter: we sluiten ons aan bij ‘Wij de Kerk’. Af en toe komt het kleine lutherse initiatief ‘De Ankerplaats’ hier een dienst doen, en aan de ingang ligt nu een deurmat met de kleuren van de regenboog — een stil teken van welkom. Dat hoort bij de geest van de plek. De Olijfberg duwt mensen niet één richting uit, ze daagt uit en stelt vragen: wie wil je zijn? Wat betekenen geloof, gemeenschap, menselijkheid — juist als het schuurt? We verstoppen onze visie niet, maar nemen die op in elke gebruikersovereenkomst. Niet als moreel statement, maar als uitnodiging: zo willen we hier samenleven. Wie hier ruimte 10
MARIAN KNETEMANN
11
huurt, werkt of bidt, doet dat in een geest van wederzijds respect. Regelmatig zeg ik dat ik aan de muur aan de straatkant een kapstok wil hangen, met daarbij de woorden:
“Hang hier uw jas met Dé Waarheid; welkom.” Want zo stel ik het me voor: dat iedereen die hier binnenkomt, even de zekerheid mag afleggen dat hij of zij weet hoe het moet. Dat we elkaar ontmoeten zonder het harnas van overtuiging, gewoon als mensen, met open handen. Er zijn momenten waarop ik het wil opgeven. Wanneer een veelbelovende samenwerking na maanden stilvalt. Wanneer mensen die we net kennen, plots vertrekken. Wanneer nieuwe initiatieven oude spanningen oproepen. Het blijft pijnlijk om te merken dat eilandwerking hardnekkig is. We zijn sociale wezens die toch telkens hun eigen grenzen trekken. We zoeken verbinding, maar vooral daar waar het veilig voelt. Soms lijkt de Olijfberg een spiegel van de samenleving: groepen naast elkaar, niet per se mét elkaar. De ene houdt vast aan traditie, de andere aan activisme. De een zoekt stilte, de ander actie. En daartussenin beweegt het leven, rommelig en echt. Naast de menselijke uitdagingen zijn er de tastbare zorgen. De gebouwen vragen steeds meer aandacht. De bijgebouwen trekken, het
12
tocht langs de ramen met enkel glas. De verwarming werkt, maar op halve kracht en tegen hoge kosten. De daken snakken naar herstel. We praten met de stad, in de hoop samen een toekomstplan te maken. Er zijn hoopvolle gesprekken, schetsen, dromen over hoe we de plek duurzaam kunnen opknappen. Een architect denkt mee, maakt plannen, helpt ons dromen over wat mogelijk is. Maar de werkelijkheid blijft weerbarstig. De steun blijft uit, de teleurstelling is groot. Toch blijven we het gebouw leefbaar houden, elke winter opnieuw. Kleine herstellingen, veel improvisatie, en vooral geloof dat de plek het waard is. Een plek die zoveel mensen heeft gedragen verdient zelf ook wat draagkracht. En telkens als ik denk dat het niet meer lukt, gebeurt er iets onverwachts. De zangers van een
MARIAN KNETEMANN
klassiek ensemble staan na hun repetitie te tafeltennissen, de dirigent eet mee met de studenten. Iemand besluit plots mee de schouders onder een initiatief te zetten. De spaghetti die veel te veel was, wordt gedeeld met een paar jongeren van het PSC die toevallig langskomen. En de wiskundeleerkracht die samen met haar godsdienstcollega, na hun jaarlijkse bezoek met een groep zestienjarigen, zegt: “Deze plek heeft toch iets.” Het zijn die momenten die me doen geloven dat de genius loci van deze plek echt bestaat. Als een subtiele aanwezigheid die mensen aanraakt, al is het maar even. De Olijfberg leert geduld. Ze fluistert: verbinding is geen project, het is een houding. Ze nodigt uit om te blijven proberen, te blijven luisteren. Soms denk ik dat het gebouw zelf — de kerk,
met haar gerestaureerde muren en zacht knarsende deuren — een oude dame is die alles ziet. Ze kijkt toe hoe mensen komen en gaan, hoe plannen ontstaan en weer verdwijnen, hoe stemmen zich verheffen en weer verstommen. Soms knikt ze goedkeurend, soms zucht ze diep. Maar ze blijft staan, onverstoorbaar en mild. Misschien weet zij beter dan wij dat de mens altijd onderweg is, dat elke poging tot gemeenschap gebrekkig maar toch betekenisvol is. De Brabantse Olijfberg is geen idyllisch paradijs. Ze is een levend organisme van steen, aarde en mensen. Ze ademt, zucht en glimlacht af en toe. En hoewel er dagen zijn dat ik denk: laat maar, het heeft geen zin — is er ook altijd dat stille besef dat de plek zelf iets doet. Ze verbindt niet met grote gebaren, maar door te blijven bestaan. Door telkens opnieuw ruimte te bieden voor ontmoeting, ook als die schuurt. Misschien is dat uiteindelijk de genius loci van deze plek: dat ze ons uitnodigt om mens te zijn, met alles wat daarbij hoort — de hoop, de teleurstelling, de schoonheid en de strijd. En als ik op een late namiddag over het plein loop, hoor ik soms in de verte die oude dame zachtjes fluisteren: “Kijk, ze proberen het weer.” “En dat is genoeg.”
13
Un puest dulà il cör al sta tranquìl, circondât da lis rosis e la pâs. Mi plâs propite vignì chi. — Morgana Een plek waar het hart tot rust komt, omringd door bloemen en vrede. Ik kom hier echt graag.
14
15
16
KOSTER
EVI HOMMERS
Waar mijn geloof zijn wortels vond Ik groeide op in een gezin waarin geloof vanzelfsprekend was, met een calvinistische moeder die gedurende mijn kinderjaren theologie studeerde, en een vader die katholiek was opgevoed.Twee werelden, maar met één gemeenschappelijke overtuiging — dat geloof een leidraad kon zijn doorheen het leven. Mijn moeder vond het belangrijk dat elk kind zijn weg vond met die leidraad in de hand.
Van jongs af aan liep ik mee naar de Protestantse Kerk Antwerpen-Noord, beter bekend als De Brabantse Olijfberg. Daar werd ik gedoopt, en opgenomen in een warme, hechte gemeenschap die tot vandaag een thuis voor mij is. Toen ik ouder werd, kregen we thuis de vrijheid om zelf te kiezen of we nog elke zondag naar de kerk gingen. Het behouden van het geloof was belangrijk, maar hoe je dat uitte, mocht je zelf bepalen. In die periode begon ik te twijfelen — niet aan het bestaan van God op zich, maar aan wat ik precies geloofde en hoe sterk dat geloof in mij leefde. Op school volgde ik protestantse godsdienstlessen, vaak in een hoekje van de gang, omdat er geen eigen lokaal was. Soms zat ik er helemaal alleen. Het voelde alsof het protestant zijn iets uitzonderlijks was, iets wat buiten de norm viel. Ik vroeg me vaak af: “Als God echt wil dat we
geloven, waarom ben ik hier dan alleen?” In het middelbaar werd dat gevoel alleen maar sterker. Ik sprak niet meer openlijk over mijn geloof. Ik zei gewoon dat ik ‘gelovig’ was, of ‘christelijk’. Over geloof praten hoorde niet bij mijn omgeving — het werd zelfs weggelachen tijdens de lessen. Vijf jaar lang hield ik mijn hoofd laag en zweeg. Ik dacht dat niemand meer echt geloofde. Pas in mijn laatste schooljaar veranderde dat. Een klasgenoot zei plots: “Ja, ik geloof in God. Ik bid elke avond voor mijn familie en vrienden.” Die woorden raakten mij diep. Opeens hoorde ik steeds meer mensen vertellen dat ze ook naar de kerk gingen. En daar stond ik dan — de dochter van een calvinistische moeder — die haar geloof bijna was kwijtgeraakt. Ik voelde dat ik iets moest veranderen.
17
WAAR MIJN GELOOF ZIJN WORTELS VOND
Na het middelbaar werd er een vacature van de Brabantse Olijfberg naar mij doorgestuurd: ’koster gezocht’. In eerste instantie twijfelde ik over de functie, aangezien mijn moeder coördinator was op de site. Na wat nadenken besloot ik dan toch te solliciteren — en werd aangenomen. Drie jaar later woon en werk ik nog steeds op de site, als koster van de Brabantse Olijfberg. Die beslissing was voor mij meer dan een jobkeuze: het was een stap richting mijn herverbinding met God.
18
“De Olijfberg straalt iets bijzonders uit: rust, warmte, liefde, geluk en een diepe samenhorigheid. Maar misschien wel het meest betekenisvol voor mij is dat iedereen hier welkom is.”
MARIAN KNETEMANN
Leven en werken tussen ‘gewijde’ uren Mijn werk als koster is erg veelzijdig. Ik ben verantwoordelijk voor de verhuur van de ruimtes, het klaarzetten van de kerk voor de zondagse diensten, het contact met verschillende organisaties, het organiseren en versieren van feestdagen, en het aankopen van materiaal. Daarnaast help ik bij rondleidingen en activiteiten, verzorg ik de katten van de Olijfberg en werk ik als vrijwilliger bij Bar O’Live — een naam die ik koos als speelse verwijzing naar het hart van de gemeenschap. Mijn dagen zijn gevuld met ontmoetingen en samenwerking met heel wat mensen en organisaties binnen De Brabantse Olijfberg: Ichtus, PSC, onze pastor, de coördinator, het bestuur, en talloze anderen die samenwerken aan het bestaan van De Brabantse Olijfberg. In ruil voor mijn werk woon ik op de zolder van de kosterij — een plek waar ik letterlijk en figuurlijk mag waken over de Brabantse Olijfberg.
De waarde van de Olijfberg voor mij De waarde van de Brabantse Olijfberg voor mij gaat veel verder dan een werkplek; het voelt als een tweede thuis. Hier heb ik niet alleen mijn dagelijkse taken als koster, maar heb ik ook mijn geloof herontdekt en verdiept. Deze plek heeft me een stap dichter bij God gebracht en de ruimte gegeven om mezelf opnieuw te vinden.
19
En juist die verbondenheid en warmte voel je overal op de site, doordrongen van liefde in al zijn vormen. Liefde is voelbaar in elk hoekje van deze site. De liefde van de familie Hernandez die de site door en door draagt, de liefde waarmee Ichtus zijn geloof beleeft, de pure vreugde van de meisjes die een band vonden met de natuur, de bijzondere connectie tussen Willem en het orgel, de zorg en passie van Dick voor de rijke geschiedenis van de Olijfberg — en natuurlijk de liefde tussen mijzelf en deze plek. De Olijfberg straalt iets bijzonders uit: rust, warmte, liefde, geluk en een diepe samenhorigheid. Maar misschien wel het meest betekenisvol voor mij is dat iedereen hier welkom is. Ongeacht achtergrond, overtuiging of leeftijd — hier mag je zijn wie je bent.
20
Wat ik ook zo waardeer, is de diversiteit die de site uitstraalt. Voor mij is dat een kernwaarde van een kerkgemeenschap: een plek waar iedereen mag komen, zichzelf mag zijn en zich kan ontwikkelen. Precies zoals ik dat hier heb mogen ervaren. Binnen de Brabantse Olijfberg heb ik niet alleen mijn geloof in God herontdekt, maar ook het geloof in mezelf. Het is een plek waar verbondenheid, respect en liefde hand in hand gaan, en waar ik elke dag opnieuw inspiratie en kracht vind om met de dag om te gaan. N.v.d.r. In de laatste kerkelijke gemeentevergadering van 21 juni 2026, is Evi verkozen tot voorzitter van het kerkbestuur van de Brabantse Olijfberg.
21
VOORMALIG BEWOONSTER VAN DE PASTORIE
TETTY ROOZE
Open gemeenschap in de Lange Winkelstraat
Gastvrijheid, ontmoeting, uitdagingen en ontdekkingen — dat zijn de ingrediënten van een open geloofsgemeenschap die er wil zijn voor iedereen. Zo heb ik de Lange Winkelstraat (de Brabantse Olijfberg) ervaren in de periode dat ik er samen met mijn echtgenoot, Ds. Egbert Rooze, woonde en werkte. De Brabantse Olijfberg is een multiculturele kerk. Natuurlijk kun je zeggen: “Geef de mensen hun eigen kerk.” Op korte termijn lijkt dat een oplossing, maar op de lange termijn ligt er een mooie uitdaging in het samenbrengen van iedereen. Het werkt bij ons uitnodigend, uitdagend en dynamisch. In de vieringen is er een gemeenschappelijke noemer, maar er worden ook accenten gelegd vanuit verschillende tradities. De kunst is om daarin balans te vinden: hoe zorg je dat oorspronkelijke Belgische kerkgangers zich niet aan de kant gezet voelen?
22
Als gemeente moet je in alle opzichten willen openstaan. Iedere nieuwkomer moet het gevoel hebben dat hij of zij welkom is, ongeacht achtergrond of situatie. Dat betekent ook dat je zelf verandert. De ontmoeting met de ander laat de gastheer en gastvrouw niet onberoerd; zij worden erdoor geraakt in hun eigen geloof en identiteit. En vaak gebeurt het dat gasten zelf gastvrouw of gastheer worden, omdat zij weten hoe het voelt om als nieuwkomer ergens binnen te stappen. Zo groeit er een gemeenschap die bereid is kritisch en tegelijk waarderend te kijken naar het eigen functioneren.
De kleine gemeenschap hield de vlam brandend en verwarmde het samenzijn — voor zichzelf én voor passanten die kort of langer bleven. Sommigen gasten worden zelf gastvrouwen of -heren en zetten zich in voor ‘de kleine kerk met het grote hart’, zoals onze partnerkerk in Zuid-Afrika ons omschreef. Het was geen kwestie van ‘laat het maar gebeuren’, maar het resultaat van een duidelijke visie, zoals beschreven in de beleidsnota ‘A small church with a big heart’ (2000): hoe de Lange Winkelstraat kerkin-de-stad wil zijn.
23
OPEN GEMEENSCHAP IN DE LANGE WINKELSTRAAT
Herbergbelijdenis Ik geloof in Jezus Christus, geboren in een herberg waar vanaf het begin geen plaats voor Hem was. Hij heeft ons het beeld van de ware Herbergier getoond: openheid voor iedereen, ongeacht geslacht, kleur of stand; solidariteit met gebukten en gebeukten; een uitgestrekte hand naar dwarsdrijvers en benauwers; eten en drinken als oefening in gemeenschap. Wat hebben we in de kerk en PSC genoten van samen feesten: open voor iedereen, waarin iedereen zijn bijdrage mocht leveren. Want onze gezamenlijke opdracht is: samenleven in openheid en solidariteit bevorderen, juist met de gebukten en de gebeukten. Niet opgeven, blijven geloven, ook wanneer verindividualisering steeds sterker wordt. De coronanasleep, waarin de roep om individuele vrijheid soms bijna godslasterlijk klinkt, toont hoe gemakkelijk gemeenschap en solidariteit worden losgelaten. Godslasterlijk, omdat dit ingaat tegen de bijbelse opdracht om mensen niet los te laten. Gods Naam — Ik-bener-voor-jou —vraagt om vervoegd te worden in ons dagelijks bestaan: ik ben er voor jou, ik was er voor jou, ik zal er zijn. Present zijn in het leven van armgemaakte en armgeraakte mensen, en die presentie wederzijds ervaren — dát maakt de samenlevingsherberg toegankelijk voor iedereen.
24
Een moment in de pastorie Oudejaarsavond in de pastorie van de Lange Winkelstraat. De geur van oliebollen en ander lekkers vult het huis. In de zitkamer klinkt een gezellig geroezemoes van mensen die elkaar kennen of net hebben ontmoet. Hua daagt de Duitse ASF-vrijwilligster uit voor een spelletje Yahtzee, terwijl ze verdiept luistert naar een gesprek over de Koerdische situatie. Catherine uit Oeganda kijkt dromend rond in de kring. Een paar jongeren plannen lachend hun nieuwjaarsroute door de stad. Allerlei talen weven zich samen: Duits, Engels, Frans, Nederlands. Het is fijn om zo samen te zijn, juist op een avond waarop je anders alleen zou zitten. Er wordt een spel gespeeld, er klinkt gelach, er wordt gezongen bij de piano. Iedereen kent de melodieën, en samen zingen ze de evergreens voluit mee. Zo krijgt de Lange Winkelstraat vorm als een kleine kerk met een groot hart — een gastvrije herberg, waar iedereen welkom is en waar gemeenschap telkens opnieuw gestalte krijgt.
Te gast tegen wil en dank Plotseling die dag dat we het land verlieten verspreid naar oost en west! Oude vrienden, op welke dag zullen ze elkaar weer zien? Wolken en bergen hebben ons uiteengedreven, tienduizend mijl ver. Tranen stromen in diepe droefheid om de pijn van de scheiding. Hoe zwaar is het om verder te gaan als je je land verliet, de steken, de last voel je een leven lang misschien tot we hier sterven. Wijd, wijd is de blauwe zee, seizoen volgt op seizoen; zo uiteengerukt in verre streken treuren de families. Thai Sanh (vertaling: Daan Bronkhorst)
25
26
It’s one of the warmest places I’ve ever been; not because of the heaters in the room, but because the people here, especially the volunteers, warm it up by their kindness and hospitality. — Giovanni Het is een van de warmste plekken waar ik ooit ben geweest; niet door de verwarming, maar door de mensen hier, vooral de vrijwilligers, die het warm maken met hun vriendelijkheid en gastvrijheid.
27
28
COÖRDINATOR
MARIAN KNETEMANN
Een gesprek met Joran Simoens, coördinator van PSC Jongerenwerking
Joran, neem ons even mee naar het begin. Wat is het doel van jullie werking, en hoe is die ontstaan? “Onze werking is eigenlijk gegroeid vanuit een vrij klassieke opdracht. Oorspronkelijk vertrokken vanuit de protestantse kerken, met het idee dat iedereen recht heeft op hulp. Maar doorheen de jaren is dat geëvolueerd. We zijn steeds meer een plek geworden waar jongeren niet alleen terecht kunnen met vragen, maar ook gewoon kunnen zijn. Een soort jeugdhuis, maar dan met een bredere insteek. Ons doel vandaag is jongeren een platform te geven richting zelfstandigheid, en tegelijk zoveel mogelijk kansen te creëren.” En over welke jongeren hebben we het dan precies? “Vooral jonge vluchtelingen tussen 17 en 25 jaar. Vaak zonder familie hier in Antwerpen. Dat maakt hun situatie extra kwetsbaar. Ze staan er alleen voor, en moeten tegelijk hun weg vinden in een nieuw land.” Wat leeft er dan bij hen? “De noden zijn eigenlijk heel concreet. Huisvesting is een groot probleem. Er is een tekort aan woningen, en het beleid wordt strenger. Zeker jongeren die hier al jaren wonen en de taal spreken, botsen vaak op muren als
29
EEN GESPREK MET JORAN SIMOENS, COÖRDINATOR VAN PSC JONGERENWERKING
“Iedereen zijn eigen plek, maar met gedeelde ruimtes. Dat zorgt automatisch voor ontmoeting. Ik geloof niet in eilandjes, waar elke doelgroep apart zit. Je hoeft niet altijd met elkaar te praten, maar elkaar zien is al een begin. Daar gebeurt iets.”
het gaat over verblijf. Dat maakt het moeilijk om perspectief te bieden. Daarnaast is er administratie, juridisch advies, belastingen, school, werk… Maar wat je minder ziet op papier, en minstens zo belangrijk is: eenzaamheid en onzekerheid.” Hoe slagen jullie erin om vertrouwen op te bouwen? (glimlacht) “Misschien net omdat we informeler werken dan bijvoorbeeld een OCMW. Er is meer ruimte voor het persoonlijke. Nieuwe jongeren proberen we echt welkom te heten, we geven hen soms voorrang bij activiteiten zodat ze sneller aansluiting vinden. En tegelijk zoeken we naar balans: wat ze hebben meegemaakt mag er zijn, als ze erover willen praten. Maar we willen hen niet reduceren tot hun verhaal. Het blijven jongeren, met energie, met dromen. Daar willen we op inzetten.”
30
Hoe ziet een week er dan uit? “Chaotisch (lacht). Er is altijd te veel te doen en te weinig tijd. We hebben vier inloopmomenten per week waarop jongeren zonder afspraak kunnen binnenlopen. Dat kan gaan van vragen stellen tot gewoon even ontspannen: een spelletje FIFA, thee drinken, pingpong… Daarnaast organiseren we gemiddeld twee activiteiten per week, vaak uitstappen in de stad.” Jullie zitten hier op de site van de Brabantse Olijfberg. Wat maakt deze plek zo bijzonder voor jullie? “Ik was er zelf nog niet bij toen die keuze werd gemaakt, maar het is eigenlijk perfect. Midden in de stad, in de studentenbuurt, dicht bij hun leefwereld. En tegelijk… het voelt hier als een oase. Buiten kan het druk en chaotisch zijn, maar hier vinden jongeren rust.”
MARIAN KNETEMANN
31
EEN GESPREK MET JORAN SIMOENS, COÖRDINATOR VAN PSC JONGERENWERKING
Hoe ervaar je het om deel uit te maken van deze plek? “We delen de tuin, en dat alleen al maakt veel verschil. Je komt elkaar tegen, zonder dat het geforceerd is. Iedereen geeft elkaar ruimte. Respect is voor ons essentieel. De meeste van onze jongeren zijn moslim, maar het is mooi om te zien hoe er toch verbinding ontstaat. Soms worden we bijvoorbeeld uitgenodigd door Ichtus om een gezamenlijke activiteit te doen.” En hoe gaat de samenwerking met andere organisaties? “Heel goed. Mensen zoals Sigfrido maken echt het verschil. Hij heeft ook een band met sommige jongeren. En bij Ichtus zijn onze jongeren gewoon welkom om even te zitten of een koffie te drinken. Dat soort openheid werkt verbindend.” Zie je dat die mix van religieuze, sociale en culturele organisaties ook iets doet met de jongeren? “Ja, absoluut. Je hoeft niet te preken over samenleven. Het gebeurt hier gewoon. Jongeren zien dat elke dag. Verschillende werelden naast elkaar, en toch samen.” En hoe reageren zij op deze plek? “Heel positief. Ze houden van de tuin, van de rust. Gewoon even zitten in de zon bij de kerk… Het voelt voor hen als een plek waar ze mogen zijn. Waar ze zich thuis voelen.”
32
MARIAN KNETEMANN
Zijn er ook uitdagingen in zo’n gedeelde setting? “Op papier wel. Je zou sneller conflicten verwachten. Maar in de praktijk valt dat mee. De communicatie loopt goed. En eerlijk: er liggen nog kansen. Bijvoorbeeld: meer interactie tussen studenten van de koffiebar en onze jongeren.” Laten we even vooruitkijken: waar willen jullie naartoe met PSC Jongeren? “Ik droom van uitbreiding. Meer ruimte, zodat we functies kunnen scheiden: vrije tijd boven, begeleiding beneden. Inhoudelijk willen we verder groeien. We hebben nu een therapeut, maar ik zou ook mensen willen die jongeren concreet kunnen helpen bij het solliciteren of het zoeken naar een woning.” Tot slot, wat zijn de grootste risico’s en tegelijk de grootste troeven? (vastberaden) “Het grootste risico is onderbemanning. Als er wordt bespaard, voelen wij dat meteen. Maar onze grootste troef? Er is nog zóveel mogelijk. We willen een plek zijn waar jongeren voor bijna alles terecht kunnen. Een eerste stap, een beginpunt. Van daaruit kan hun weg verder groeien.”
33
Toen ik om me heen keek, zag ik mijn vrouw naast me liggen. Ik voelde een zucht van opluchting door me heen gaan. Ik was in België, in Limburg, om precies te zijn. Ik was gevlucht uit El Salvador, het meest gewelddadige land ter wereld. Een land dat, hoe mooi ook, door zijn donkerste periode in de geschiedenis ging, waarin dood en vernietiging steeds dichterbij kwamen voor onschuldigen en voor hen die vrede en gerechtigheid zoeken. Een paar jaar later nodigde Lianne de Oude, predikant van de Verenigde Protestantse Kerk in België (VPKB) in de stad Hasselt, mij en mijn familie met diepe solidariteit en liefde uit om Antwerpen te leren kennen: de mooiste stad die ik tot dan toe had gezien, vol cultuur, geschiedenis en waarden, altijd in beweging, altijd levend. Vier jaar geleden zag ik voor het eerst de plek ‘De Brabantse Olijfberg’. Een plaats met geschiedenis, een plek die door vele generaties Antwerpenaren is bezocht: er werd gelachen, gehuild, gezongen en gevierd; men zocht er de leiding van de Schepper. Een plek van diepe spiritualiteit en, waarom zou ik het niet zeggen, een plek van rust en vrede.
34
Misschien klinkt het pretentieus om dit te zeggen, maar voor iemand zoals ik, die is gevlucht voor pijn, angst, tragedie, bedreiging en dood, betekent het vinden van zo’n plek: het vinden van vrede. Een plek waar ik even kan stoppen en tegen mijn lichaam en geest kan zeggen: rust, neem een moment om je krachten en je evenwicht te herstellen te midden van het hectische leven, van werk en dagelijkse studie, ja, zelfs van het onophoudelijke lawaai dat je soms alleen zelf kunt horen. Zo begon mijn verhaal op deze plek: een nieuw verhaal, een nieuwe uitdaging, een nieuw hoofdstuk in mijn boek. Eerst werkte ik er als koster en nu, enkele jaren later, als predikant van — voor mij — de mooiste mensen ter wereld, die ik vrienden, broers en zussen, vaders en moeders mag noemen. Mensen die niet alleen de ware christelijke liefde weerspiegelen, maar ook de kracht, het leven, de solidariteit en de spiritualiteit van Antwerpen. Zij herinneren mij aan de woorden van de martelaar Óscar Romero: “Met dit volk is het niet moeilijk om herder te zijn…”, vanwege hun nabijheid, hun liefde en hun inspiratie, omdat de kerk met haar volk verbonden was.
PASTOR
Op een ochtend in 2019 werd ik wakker met een diepe angst in mijn hart. “Waar ben ik?” vroeg ik me af.
SIGFRIDO HERNÁNDEZ
Waar ben ik?
35
WAAR BEN IK?
Enkele jaren geleden kwam ik naar deze prachtige stad, met zorgen en angsten, maar ook met verlangens en dromen, zoals alle Antwerpenaren die elke ochtend opstaan om te strijden voor hun dromen en voor het leven. En op deze mooie plek vond ik niet alleen ruimte om een nieuw leven op te bouwen, maar ook handen die de mijne vasthielden en “welkom” zeiden; open armen die je laten voelen dat je leeft, dat je niet alleen bent, dat je — als je dat wilt — deel kunt worden van deze prachtige plek. Zo ontdekte ik, na vele jaren in El Salvador te hebben geleefd, een andere wereld, een andere stad, een andere plek: ja, het prachtige Antwerpen, altijd actief, altijd sterk, altijd groeiend; met zijn rijke geschiedenis en zijn uitdagende multiculturaliteit, die zichtbaar wordt op plekken als ‘De Brabantse Olijfberg’, waar het er niet toe doet wat je etniciteit, nationaliteit, sociale positie of geloof is: je bent welkom om deel uit te maken van deze plek, deel van je stad, om de kracht, het evenwicht en de geest van Antwerpen tot de jouwe te maken. Hier, te midden van het culturele erfgoed, het gefluister van de bomen, het groen van de
36
tuin en het gezang van de vogels, kun je de stilte vinden die onze ziel soms nodig heeft om haar evenwicht terug te vinden.
Waar ben ik? Ik ben op ‘De Brabantse Olijfberg’, in het hart van Antwerpen. Elke ochtend wanneer ik wakker word, zie ik door mijn raam niet alleen het kerkgebouw; ik zie hoop, de geschiedenis van velen die, net als ik, door deze prachtige plek zijn omarmd. Ik zie het leven, de liefde, de solidariteit, de kracht. Ik zie Antwerpen, en ik zie jou die dit leest en deze stad leven geeft. Voor het prachtige kerkgebouw of in de tuin kun je uitrusten met een ontspannende thee, genieten van een fijn gesprek met een heerlijke koffie, of gewoon naar jezelf luisteren in de stilte die uitnodigt tot meditatie en vrede; om deel te zijn van het leven en de natuur, om burger van Antwerpen te zijn. En als je geluk hebt, word je misschien bezocht door een van de geliefde katten die deze plek als hun thuis hebben gekozen — maar dat is een ander verhaal.
Dónde estoy?
SIGFRIDO HERNÁNDEZ
Una mañana de 2019 desperté con profunda angustia en mi corazón, dónde estoy?
Me pregunte, al mirar a mi alrededor, mi esposa estaba a mi lado, un suspiro de tranquilidad exhalo de mi cuerpo, estaba en Bélgica, en Limburgo para ser exactos, huía del país más violento del mundo. Un país que aunque hermoso, pasaba por su peor momento de la historia, donde la muerte y destrucción se acercaban cada vez más a los inocentes y a los que buscan la paz y la justicia. Un par de años después, con profunda solidaridad y amor Lianne de Oude, una pastora de la Iglesia Unida Protestante de Bélgica (VPKB) de la ciudad de Hasselt me invito junto a mi familia a conocer Amberes, la más hermosa ciudad que hasta ese momento yo había conocido, llena de cultura, historia, valores, siempre activa, siempre viva. Hace cuatro años, mire por primera vez el sitio “De Brabantse Olijfberg”, un lugar con historia, un lugar donde muchas generaciones de Amberinos visitaron, rieron, lloraron, cantaron, celebraron, buscaron la guía del creador, un lugar de profunda espiritualidad y porque no decirlo, un lugar de descanso y paz. Quizá suene pretencioso decir esto, pero, para una persona como yo, que huyó del dolor,
de la angustia, de la tragedia, de la amenaza y muerte; es encontrar un lugar de paz, un lugar donde puedo detenerme por un momento y decir a mi cuerpo y mente; descansa, tómate un momento para recuperar tus fuerzas y tu balance de la agitada vida, del trabajo, del estudio diario, aun, del incesante ruido que a veces solo tú puedes escuchar. Así comenzó mi historia en este sitio, una nueva historia, un nuevo desafío, un nuevo capítulo en mi libro, inicialmente trabajando como sacristán y ahora algunos años después como pastor de, para mí, las más hermosas personas del mundo a quien puedo llamar amigos, hermanos, hermanas, padres y madres, personas que reflejan no solo el verdadero amor cristiano, sino también la fuerza, la vida, la solidaridad y la espiritualidad de Amberes, me recuerdan las palabras del mártir Oscar Romero, “con este pueblo no cuesta ser pastor…” por su cercanía, su amor, su inspiración, porque la iglesia estaba unida a su pueblo. Pocos años atrás vine a esta hermosa ciudad, con preocupaciones, con angustias, pero tan bien con anhelos y sueños como todos los amberinos se levantan cada mañana a luchar
37
DÓNDE ESTOY?
por sus sueños, por la vida, y en este hermoso sitio encontré no solo un espacio para rehacer y construir una nueva vida, si no también, manos que estrechaban la mía diciendo bienvenido, brazos extendidos que te hacen sentir que estas vivo, que no estás solo, que puedes si quieres, formar parte de este hermoso lugar. Así fue que después de muchos años viviendo en El Salvador, encontré otro mundo, otra ciudad, otro lugar, si, la hermosa Amberes siempre activa, siempre fuerte, siempre creciendo; su rica historia, su desafiante multiculturalidad que se refleja en sitios como “De Brabantse Olijfberg”, donde no importa tu etnia, nacionalidad, condición social, o fe, eres bienvenido a formar parte de este lugar, a formar parte de tu ciudad, a hacer tuya la fuerza, el equilibrio y el espíritu de Amberes. Aquí entre su herencia cultural, el susurro de los árboles, lo verde de su jardín y el canto de las aves puedes encontrar el silencio que a veces nuestra alma necesita para recuperar su equilibrio, su balance.
Dónde estoy? Estoy en “De Brabantse Olijfberg” en el corazón de Amberes, cada mañana al despertar veo a través de mi ventana no solo el edificio de la iglesia, veo la esperanza, la historia de muchos que como yo hemos sido abrazados por este hermoso lugar, la vida, el amor, la solidaridad, la fuerza, veo a Amberes y te veo a ti que lees y das vida a esta ciudad. Frente al hermoso edificio de la iglesia o su jardín puedes descansar disfrutando un relajante te, o quizá de una amena conversación con un delicioso café o simplemente escucharte a ti mismo en su silencio que invita a la meditación, a la paz, a ser parte de la vida y la naturaleza, a ser un ciudadano de Amberes y si tienes suerte,
38
ser visitado por uno de los queridos gatos que han adoptado este lugar como su casa, pero esa es otra historia. Pastor Sigfrido Hernández De Brabantse Olijfberg VPKB Antwerpen-Noord
SIGFRIDO HERNÁNDEZ
39
40
41
TIJDLIJN
TIJDLIJN
1501→85
Voorspel
1784
In 1517 publiceert Dr. Martin Luther in Wittenberg zijn 95 stellingen tegen de aflaat. Antwerpse Augustijnen verspreiden vanuit hun klooster (nu Sint-Andrieskerk) Luther’s opvattingen. Op 1 juli 1523 worden twee van hen te Brussel als ketters verbrand. Na de val van Antwerpen in 1585 is het gedaan met de protestantse aanwezigheid.
PRELUDE
1615→20
De kerk wordt gebouwd Op 21 juli 1620 wordt de kerk gewijd door bisschop Malderus. De kerk bestaat uit een publieke benedenkerk en een private bovenkerk (voor religieuzen), gedragen door twee zuilenrijen.
Einde van het klooster Als keizer Jozef II in 1784 alle ‘onnuttige kloosters’ afschaft, moeten ook de Annuntiaten hun klooster verlaten. De staat wordt eigenaar en gebruikt de gebouwen als paardenstal. Onder Napoleon wordt de kerk omgebouwd tot militaire bakkerij.
⛪ 1608→15
1648-1789
In 1608 arriveren acht zusters uit het Annuntiatenklooster van Leuven te Antwerpen. Met Josina De Smidt als moeder-overste wordt op 15 augustus 1615 door het aartshertogelijk paar, Albrecht en Isabella, de eerste steen gelegd voor de bouw van de kloosterkerk. Zuster Jeanne Moerentorf houdt de kroniek bij. Volle neef Balthasar (Moretus) is sponsor.
In Antwerpen achtergebleven protestanten vormen een clandestiene geloofsgemeenschap. Ze noemen zich De Brabantse Olijfberg. Met steun vanuit het Noorden houden ze ‘Sluiksamelingen’ (geheime bijeenkomsten bij leden aan huis, o.a. bij Jacques Jordaens). Later komt men ook samen in het Oosters huis.
Het klooster wordt gesticht
De Brabantse Olijfberg
2012→25 1918→79
1815→30
Protestantse Kerk van Antwerpen
De ‘Hervormde Kerk’ van Antwerpen
Na de oorlog wordt de Duitse afdeling van de kerk opgeheven. De gemeenschap oriënteert zich eerst sterk op ‘Nederland’. In 1923 wordt vanuit de gemeenschap de “Antwerpse Bachvereeniging’ opgericht en enkele jaren later de ‘Burgemeester Marnixschool’
In 1819 wijst Koning Willem I de vervallen kloosterkerk toe aan de Antwerpse protestanten. Onder leiding van W.B.E. Paravicini di Capelli wordt het gebouw opgeknapt en ingericht als een sobere preekkerk. Op 1 juli 1821 wordt ze plechtig ingehuldigd.
1839
Een Belgische kerk In 1839 wordt de ‘Bond van Protestantse- Evangelische kerken in het koninkrijk België’ opgericht. Al spoedig zijn er kerkdiensten in het Nederlands, Duits en – occasioneel – ook in het Frans.
7
Sluiting en Restauratie In 2012 wordt het gebouw gesloten wegens ‘vallende stenen’. Er vindt een gefaseerde totaalrestauratieplaats die in 2025 wordt afgerond met een herschildering van het interieur. Hierbij worden ook ‘vensters’ gecreëerd om de onderliggende neogothische polychromie zichtbaar te maken. Ook het Walcker-orgel krijgt z’n originele klank weer terug.
1901→09
1979→heden
Na een eeuw is de kerk vervallen. Op initiatief van de grote en invloedrijke Duitstalige (Lutherse) afdeling van de kerk vindt er een restauratie/ verbouwing plaats, in neogothische stijl. Er komen nieuwe glas-in- loodramen (Hochreiter & Geyer), bi-directionele banken en een Walcker-orgel (1905).
De gemeenschap evolueert geleidelijk naar een plek waar protestantse eredienst (vieringen in diverse talen) en sociaal engagement elkaar bevruchten. De kerk zet haar deuren open, en de hele site wordt een ontmoetingsruimte, waar ook andere organisaties (PSC, Ichtus) een thuis vinden: ‘De Brabantse Olijfberg’.
Total make-over (neo-gothiek)
Een open kerk
HISTORICUS
DICK WURSTEN
Tijdreizen in de Lange Winkelstraat
Elke keer als ik met de fiets afdraai van de Lange Winkelstraat en het pleintje voor de kerk op rijd, gebeurt het weer: ik voel me plots omringd door 400 jaar Antwerpse geschiedenis. De gevel staat in de volle zon (en dat gebeurt vaak, want de kerk is verkeerd georiënteerd: noord-zuid in plaats van oost-west). Het warme witte licht dat van de kalkstenen 42
gevel op me afkomt: it makes my day. En dan kijk ik naar rechts en zie die idioot hoge bakstenen muur met daarin twee toegemetste rondbogige poorten, een grote en een kleine. Ik stel me voor — de tijdreis begint — dat er nog grote houten deuren in hangen, en dat die plots openzwaaien. Door de kleine poort komen twee vrouwen naar buiten, beladen met stapels witgoed, door de nonnen gewassen en op de bleekhoven bij de Roodestraat gedroogd. En dan zwaait ook de grote poort open en de dienstdoende pater komt naar buiten — hij heeft net de mis opgedragen. Achter een luik zie ik de schim van zuster Jeanne Moerentorf, met kap en een prachtig scharlakenrood scapulier.
Het is een interessante vrouw, een volle nicht van Balthasar Moretus met wie ze geregeld correspondeert, als ze geld nodig heeft voor de inrichting van het nog jonge klooster, en in het bijzonder voor de bouw van de veel-te-grote kerk (inwijding 1621). Ze is ‘schuif-zuster’ op dat moment, dat wil zeggen de zuster die de contacten met de buitenwereld onderhoudt. Na de dood van haar vriendin/zuster Josina De Smidt, met wie ze in 1608 vanuit het Leuvense moederklooster naar Antwerpen is gevaren om dit nieuwe klooster op te richten, wordt ze zelf moeder-overste. Ook haar nichtje, Martina Plantijn, zit trouwens in het klooster.
43
TIJDREIZEN IN DE LANGE WINKELSTRAAT
Als ik daarna de hal van de kerk binnenga, kijk ik automatisch naar rechts. Daar hing in 2024 enkele maanden lang een schilderij van een annuntiate, gedateerd 1648. We meenden dat het Theresia De Smidt was, de jongste zus van Josina, die na zuster Jeanne ook zelf moederoverste is geworden. Maar met die identificatie waren we te snel: de wens was de vader van de gedachte. De datums op het schilderij laten zich net niet met haar levensloop rijmen. Wie de afgebeelde zuster dan wel is, weten we niet. Het gebaar erachter blijft hoe dan ook hetzelfde. Tegen de keuze van een dochter voor ‘het betere deel’ viel voor een familie weinig in te brengen — maar met zo’n portret hielden ze haar toch nog een beetje in huis.
44
ongesigneerd schilderij Op het schilderij staat linksonder: ANO.1648 — AETe. 22 — GHEPROFEST. 3.IAR[en] —
DICK WURSTEN
En dan zie ik de religieuzen — de een na de ander — tijdens het getijdegebed daar achter die muur de trap beklimmen om naar hun eigen kerk te gaan, een verdieping in de grote laatgotische zaalkerk, die buiten de kloostermuur staat. Het ‘nonnenkoor’, zoals men dat noemde, is behangen met wandkleden, tapijten, retabels en schilderijen. Ze hebben daar God aanbeden, gebeden voor zichzelf, voor elkaar, maar toch vooral voor anderen, op aanvraag. Dat was hun grootste bron van inkomsten. En nodig was het, want ook overleven ‘in armoede’ kost geld: ‘Geef ons heden ons dagelijks brood.’ Flash forward.
Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet Gegevens: PK.OS.0213.003 | S.213 Tekenaar onbekend, afkomstig Uit: 'Antwerpse kloosterkerken', 1650 – 1750
45
TIJDREIZEN IN DE LANGE WINKELSTRAAT
Anderhalve eeuw later, in 1784, komt de beëdigde landmeter Godfried Loos langs, in opdracht van de burgerlijke overheid. Hij moet het klooster opmeten. ‘Contemplatieve ordes hebben geen maatschappelijk nut’, zo had de verlichte despoot Jozef II vanuit Oostenrijk gedecreteerd. Einde klooster (1789). De staat eigende zich — natuurlijk — alles toe. Er vond een openbare verkoop plaats van onder meer een schilderij van Rubens van de heilige Justus (nu in Bordeaux), waarvan de zusters de schedel in een reliekhouder tentoonstelden (nu in de Sint-Carolus Borromeuskerk). De leegstaande panden kregen een ‘nuttigere’ bestemming: het werd militair domein, en in de refter werden paarden gestald. En toen Napoleon de fakkel overnam, werd de bakkerij van ‘den troupe’ in de kerk ondergebracht. Ook soldaten moeten hun ‘dagelijks brood’ krijgen. Ik ga de kerkzaal binnen en stel me voor hoe daar links, onder de hoge ramen, acht gigantische broodovens staan te loeien, met de afvoer meteen naar buiten. En hoe op ‘zolder’ (de bovenkerk van de Annuntiaten) de zakken meel liggen opgeslagen. En ja hoor, in 1798 breekt er brand uit. Aan het eind van de Napoleontische tijd is er van de eerste glorie niets meer over. Een vervallen fabriek is het, met een kerkachtige buitenschil. De volksmond blijft echter verwijzen naar de plek met de aloude aanduiding: ‘l’Annonciade’.
46
DICK WURSTEN
Stadsplannen hebben vaak betere geheugens dan de inrichtende machten. De protestanten mogen het hebben, die ruïne, zegt koning Willem I van de zeer tijdelijk Verenigde Nederlanden. Onder druk van bovenaf bevestigt de stadsmagistraat de concessie. Tandenknarsend ziet de rooms-katholieke geestelijkheid hoe ketters met steun van hogerhand het gebouw opknappen, met militaire zin voor soberheid en functionaliteit, een ‘hervormde kerk’ wordt het. Een kale ruimte, enkel bedoeld en geschikt voor de ‘verkondiging des woords’ aan zoveel mogelijk hoorders. Wit glas om het licht binnen te laten, eenvoudige houten banken om op te zitten, twee tribunes voor nog meer zitplaatsen en de kansel in het midden. In 1821 wordt het gebouw plechtig ingewijd. De toenmalige dominee, C.P. Winckel, knutselt een Latijnse getalsspreuk in elkaar, laat die in marmer graveren, en bevestigt die in de voorgevel.
47
TIJDREIZEN IN DE LANGE WINKELSTRAAT
Ik verbaas me er steeds weer over als ik ‘m zie (hij hangt nu binnen, in de voorhal): hij vernoemt de Annuntiaten, eervol. Oecumene avant la lettre. En de Antwerpse protestanten, wat zijn ze blij. Er zijn veel nieuwkomers, onder wie veel Hollanders en Duitsers, maar onder de aanwezigen zijn er ook die nog de tijd hebben meegemaakt dat men enkel in het geheim mocht samenkomen, in een huiskamer. Dominee Winckel zelf was in zijn jonge jaren ooit nog op bezoek geweest bij deze ‘protestantse kerkgemeente onder het kruis’, de ‘Brabantse Olijfberg’, zoals deze clandestien protestantse kerkgemeenschap zichzelf noemde. Ze was in het leven geroepen nog vóór de Vrede van Munster (1648) en werd gesteund door de Hervormden in het Noorden, die ook een predikant stuurden. Hij verwijst ernaar in zijn inhuldigingssermoen. Met dank aan God en aan de burgerlijke overheid (Koning Willem I, tijdens de viering gerepresenteerd door baron Chassé, de generaal die vooral bekend is vanwege de beschieting van de stad in 1830).
48
DICK WURSTEN
49
TIJDREIZEN IN DE LANGE WINKELSTRAAT
Fast forward: in 1830 wordt België geboren, gegrondvest op een qua religie ‘neutrale’ grondwet. De kerk mag blijven. De vieringen vinden plaats in drie talen. Frans, Nederlands, en in de loop van de 19de eeuw steeds prominenter in het Duits. De internationale handelsfirma’s die zich in Antwerpen vestigen, zijn vaak van Duitse oorsprong: de Kreglingers, Nottebohms, Osterrieths; ze zien het potentieel van de net heropende Scheldehaven, en investeren dienovereenkomstig. Als ze ‘Evangelisch’ zijn (dat is het Duitse woord voor ‘protestants-christelijk’) — en dat zijn er velen — dan is dit hun kerk. Aan het eind van de 19de eeuw zijn ze verreweg in de meerderheid. Ze horen bij de gegoede bourgeoisie, voortrekkers in het economische, sociale en culturele leven van de stad. En dan, op zondag, zie je ze plaatsnemen in die kale, kille kerkzaal, die inmiddels ook al af en toe is opgelapt. Geen altaar, geen kleurige koorvensters, slechts een klein Dreymann-orgeltje boven de preekstoel, vooraan in de kerk: het Woord centraal. Zeker, maar mag het misschien ook wat meer zijn, wat mooier? De 20ste eeuw is begonnen. De wereld bruist van nieuwe gedachten, wetenschap en techniek gaan met reuzensprongen voorwaarts. De telegraaf verbindt de continenten. Niets is onmogelijk
50
voor hen die durven. Ze steken de koppen bij elkaar, de Duitstalige Antwerpenaars, en de droom krijgt vorm. Ze gaan van die oude kerk een mooie lutherse kerk maken, een nieuwe parel in de Scheldestad. De architect (Van Dijk) die in opdracht van de gebroeders Kreglinger ook de Grote Markt al een upgrade had gegeven, tekent een plan. De visie erachter is duidelijk: van de kale kerk van de ‘Hervormden’ een neogothisch Gesamtkunswerk maken: een statige voorgevel (voorzetgevel om eerlijk te zijn; enkel het onderste deel is gerealiseerd), een deftige inkomhal, prachtige glas-in-loodramen in het koor (dat weer in ere is hersteld), een Walckerorgel op de balustrade boven de inkom, eikenhouten meubilair, polychromie op de muren. In 1904 kan het orgel worden besteld, en in 1909 wordt in een indrukwekkende drietalige viering de geheel vernieuwde eredienstruimte in gebruik genomen. Het grote glas-inloodraam tussen de twee orgelkasten herinnert eraan: ‘Renovation en 1907’ staat er (ja, publieke werken lopen altijd uit) en deze tekst verbindt de Duitse, Belgische en Nederlandse wapenschilden. Pais en vree was het. Toen nog. Dat een imperialistische veroveringsoorlog de droom zou stukslaan, dat kon niemand toen bevroeden.
DICK WURSTEN
51
TIJDREIZEN IN DE LANGE WINKELSTRAAT
52
DICK WURSTEN
Na de oorlog heeft de Nederlandse ‘Hervormde kerkgemeente’ wel wat tijd nodig zich te herpakken. Met de uittocht van de bezetter in 1918 kwam er immers ook een einde aan de Duitstalige Protestantse kerkgemeenschap van Antwerpen. Zij moesten het nu doen. En dat was niet simpel. Ze kregen ook nog het beheer van de Tweede Duitse Kerk (Bexstraat 9-11) erbij. Maar ze richtte zich weer op, de kerk. Vooral het orgel blijkt een troef. In 1923 wordt de “Bachvereeniging” opgericht en van dan af vinden er geregeld concerten plaats in de kerk. De organist, Jos Watelet speelt hierin een grote rol, samen met het predikantsechtpaar Pieter de Haan en Nelly Liégeois (zangeres). De lijn met de Noordelijke Nederlanden wordt stevig aangehaald. Er komt een protestants-christelijke school (de Burgemeester Marnixschool) en de mogelijkheid om protestants godsdienstonderwijs te geven op de openbare scholen wordt al vóór WO II systematisch benut. De ‘Nederlandsche Hervormde Kerk’ heet ze nu op de stadsplattegrond. Dat is historisch gezien niet juist, maar qua perceptie klopt het wel. De eerste seculariseringsgolf en de verdere globalisering hebben als effect dat de geloofsgemeenschap tegelijk minder uitgesproken Hollands is, en
meer internationaal. Afrika, en Zuid-Amerika melden zich. En vanaf de jaren tachtig komen er Assyrische en Pakistaanse vluchtelingen bij. Zij hebben hun vaderland moeten verlaten en vinden een nieuw thuis in de kerk aan de Lange Winkelstraat: de ‘oude Dame’ — want zo noemen wij het gebouw graag — biedt als een echte moeder onderdak aan vogels van zeer diverse pluimage. Soms vieren ze samen, zingend en vierend verstaan we elkaar, maar vaak gebeuren de vieringen ook apart, want bidden en je geloof uiten kun je eigenlijk alleen maar echt in je moedertaal. Deze open, verwelkomende houding is — met een sterke injectie door de stilstand en de nood aan ontmoetingsruimte tijdens de coronacrisis — inmiddels in het DNA van de kerkgemeenschap ingeschreven. En nu, na een twaalfjarige restauratieperiode, de kerk weer in volle lichte glorie staat te pronken, van binnen en van buiten, zullen de deuren ook steeds vaker openstaan, voor iedereen die behoefte heeft aan een plek, waar het lawaai van de markt, de stress van de studie, of de behoefte om geliked te worden, niet de dienst uitmaakt, maar waar tijd en ruimte is voor even-afstandnemen, stil-staan, stil-worden, ontmoeting en bezinning, kortom een derde plek.
53
54
55
56
MOUNIR MARINA
PASTOR
Herinnering aan veerkracht en vernieuwd leven Als we naar onze kerk in Antwerpen kijken, zien we niet alleen gestapelde stenen of eeuwenoude muren die de tand des tijds hebben doorstaan.
We zien juist een levende geschiedenis die eeuwen van uitdagingen en veranderingen overspant. De stenen van deze kerk getuigen vandaag de dag van de herinneringen van generaties die hier zijn langsgekomen: vrouwen en mannen die worstelden met gebed, isolatie en ontbering doorstonden en vasthielden aan hoop te midden van de duisternis. In de muren klinken oude hymnes en in de kleurrijke ramen weerspiegelen de verhalen van mensen die geloofden dat verandering niet het einde betekent, maar juist een nieuw begin kan zijn. Als Syrische christelijke vluchtelingen voelen we ons, wanneer we vandaag in deze kerk samenkomen om te bidden en te aanbidden, onderdeel van dit eeuwenoude verhaal. Ook wij hebben de smaak van vervolging en ontheemding gekend. We verlieten ons
thuisland onder de druk van oorlog en angst en namen onze geestelijke en fysieke wonden mee naar een vreemd land. Maar wanneer we hier samenkomen, binnen deze muren vol herinneringen, voelen we dat we geen vreemden zijn, maar erfgenamen van een standvastig geloof en een geschiedenis die ons de betekenis van standvastigheid en doorzettingsvermogen leert. Net zoals de kerk transformeerde van een klooster tot een militaire bakkerij tot een gebedshuis, zo zijn ook onze levens getransformeerd van angst naar veiligheid, van verlies naar hoop. Verandering heeft onze identiteit niet uitgewist, maar juist verfijnd. En de kerk, met haar lange geschiedenis, herinnert ons eraan dat God leven kan scheppen uit verwoesting, hoop uit pijn en een nieuw begin uit ballingschap.
57
HERINNERING AAN VEERKRACHT EN VERNIEUWD LEVEN
We zien in onze kerk vandaag een symbool van onze eigen standvastigheid. Haar stenen leren ons dat geloof niet alleen uit woorden bestaat, maar een leven is, geleefd met standvastigheid, vastberadenheid en onwankelbare hoop. Het is een thuis dat ons verenigt uit de diaspora van ballingschap en ons de zekerheid geeft dat de toekomst, hoe onbekend ook, gebouwd kan worden op de levende hoop van Christus. APKA (Arabische Protestantse Kerk van Antwerpen) 58
MOUNIR MARINA
ذاكرة صمود وحياة متجددة حين ننظر إلى كنيستنا في أنتويرب ،ال نرى مجرد حجارة مرصوصة أو جدران قديمة ً تاريًخا ح ً�ًّيا ممت ًًدا عبر قرون من التحديات والتغييرات خالل صامدة في وجه الزمن ،بل نلمس .تاريخها العريق حجارة هذه الكنيسة تنطق اليوم بذكريات أجيال مّرّ ت من هنا ،نساء ورجال جاهدوا بالصالة، .تحملوا العزلة والحرمان ،وتمّسّكوا بالرجاء وسط الظالم في جدرانها صدى ترانيم قديمة ،وفي نوافذها الملّوّ نة انعكاس قصص أناس آمنوا أن التغيير .ال يعني النهاية ،بل قد يكون بداية جديدة نحن المسيحيين السوريين الالجئين ،حين نلتقي اليوم في هذه الكنيسة للصالة والعبادة ،نشعر .أننا جزء من هذه القصة العريقة لقد عرفنا نحن أيًضًا طعم االضطهاد والتهجير ،تركنا أوطاننا تحت ضغط الحرب والخوف، .وحملنا جراحنا الروحية والجسدية إلى أرض غريبة لكن حين نجتمع هنا ،بين هذه الجدران المفعمة بالذاكرة ،نشعر أننا لسنا غرباء ،بل ورثة .إليمان صامد ،وتاريخ يعلمنا معنى الثبات والمثابرة كما تحولت الكنيسة من دير إلى مخبز عسكري إلى بيت عبادة ،كذلك نحن تحولت حياتنا من .خوف إلى أمان ،ومن ضياع إلى رجاء ُلِغ هويتنا ،بل صقلها .التغيير لم ُي ِ والكنيسة ،بحكايتها الطويلة ،تذّكّ رنا أن هللا يستطيع أن يصنع من الخراب حياة ،ومن األلم .رجاء ،ومن المنفى بداية جديدة ً رمًزا لصمودنا نحن أيًضًا ،حجارتها تعّلّمنا أن اإليمان ليس مجرد إننا نرى في كنيستنا اليوم .كلمات ،بل حياة ُُتعاش بثبات ،وتصميم ،ورجاء ال ينكسر إنها بيت يجمعنا من شتات الغربة ،ويغرس فينا اليقين أن المستقبل ،مهما كان مجهوًالً ،يمكن .أن ُيُبنى على الرجاء الحّيّ في المسيح
APKA
59
60
PASTOR
CAMRAN THOMAS
De Urdu Church in de Brabantse Olijfberg.
Toen ik in 2000 in België aankwam vanuit Pakistan, was alles nieuw voor mij: de taal, de cultuur en het kerkelijk leven. In die beginperiode was het de Brabantse Olijfberg in Antwerpen die mij opving en onvoorwaardelijk steunde. Deze kerk gaf mij niet alleen geestelijke begeleiding, maar ook vertrouwen, richting en een gevoel van thuiskomen.
Binnen de Brabantse Olijfberg begon ik voor het eerst deel te nemen aan Nederlandstalige erediensten. Dat was een belangrijke stap, zowel in mijn geloofsleven als in mijn integratie. De kerk werd voor mij een brug tussen culturen en gemeenschappen, waar iedereen de ruimte kreeg om te groeien. Door de jaren heen zag ik hoe de Brabantse Olijfberg ook andere christenen uit minderheidsgroepen, waaronder Pakistaanse christenen, met open armen ontving en ondersteunde. Verschillende pastors en geestelijk leiders hebben zich blijvend ingezet voor de christelijke minderheid. Die concrete solidariteit heeft mij diep geraakt. 61
DE URDU CHURCH IN DE BRABANTSE OLIJFBERG.
Toen ik in 2010 werd aangesteld als Pastor, stond de Brabantse Olijfberg opnieuw naast me. Pastor Neels en vele Belgische kerkleden hebben mij in dat proces intensief gesteund en mij vertrouwen geschonken. Die steun voel ik tot op de dag van vandaag. Onze samenwerking wordt gekenmerkt door open communicatie, wederzijds respect en een gedeelde visie op dienstbaarheid. Mijn engagement bij en samenwerking met de Brabantse Olijfberg in Antwerpen is geen toevallige keuze, maar een bewuste en diepgewortelde roeping. Dit is de plek waar mijn weg begon, en hier wil ik me met overtuiging en trouw blijven inzetten. Samen met de leden van de Urdu Church werken we nog steeds zij aan zij aan dezelfde missie: mensen verbinden, geloof versterken en bruggen bouwen tussen culturen. De Brabantse Olijfberg is voor mij niet alleen een kerk waar ik werk, maar ook een onderdeel van mijn identiteit en roeping.
De Urdu Church Belgium is een levendige geloofsgemeenschap van voornamelijk Pakistaanse christenen die in België een nieuwe thuis hebben gevonden. Wat hen verbindt, is niet alleen hun geloof, maar ook hun taal: Urdu. In die vertrouwde klankkleur krijgt het geloof een eigen stem, geworteld in herinnering én in het leven hier en nu. De aanwezigheid van de Urdu Church Belgium herinnert ons eraan dat kerk-zijn vele vormen kent. Dat geloof zich niet laat begrenzen door taal of cultuur, maar juist daarin tot bloei kan komen. In de ontmoeting tussen verschillende gemeenschappen ontstaat ruimte; soms zoekend, soms schurend, maar vaak ook verrassend en verrijkend.
62
CAMRAN THOMAS
63
DE URDU CHURCH IN DE BRABANTSE OLIJFBERG.
ب � ی�ل ��ھ �� ی�ا �ت� ا� سے � ج � ی�م پ �� ہ� ن چ��ا �ت�و م ی�رے �ل� ی� ا� ،ث�� ق�ا� � چ ف� اور � � � ھا: ک س� � ن � �م ی�ں � نس�ہ � 2000م ی�ں پ��ا ک�س ت� ن ب ج�� ب ے ت ن �ز ب � � � � � � � س ک � � � � � � � � � � ت � � ھ � چ ئ ب ن ب ب �ن ر� نے � �ے�م ج �� س ھالا اور ور�� ے �را ب��ا � � � ے � اولا ئ � ف� �ر�گ � چ چ �� چ ر� کی �ز ن��د گی۔ اس ا �ب ت�دا �ی دور م ی ں ،ان � ٹ پ � ہ�� � � ہ� � � � � � � � � � � � � ھ ھ ص � � � چ ر� رو�حا �نی ر � نما �ئی �فرا م کی ،ب �لکہ � �ے�م ج � ا ع تماد، � کی۔ اس � چ ر� نے � �ے�م ج � ن��ہ ف م ی�ری غ ی ر م ش روط حما �ی ت ب� � � � � � ھ � پ ھ م � اور ا �ے �پ ن� گ ر وا �س آ� نے �کا ا�حساس � ی د ی��ا۔ س ت � � ا� �کی � بع�اد �ت�وں م� ی�ں �حصہ ی ل�� ن�ا ش�روع � یک�ا۔ ب��را ب��ا �ن � � ت �� ےس� اولا ئ �� ف� ب��ر�گ کے ا ن��در ہ�ی م� ی�ں �نے پ � ہ�لی ب��ار �ڈ چ� �ز ب�� ن ہ � ر� م ی�رے ے �ل� ی�� ث�� ق�ا ف �� ت�وں ��مام دو �ن�وں م� ی�ں ا ی��ک ا م ق��دم �ت�ھا۔ ی��ہ چ �� چ ی��ہ م ی�ری ا ی ��ما ��نی �ز ن��د�گی اور م ی�رے ا ن ض � � � � � � � � � ا� ا ی��ک ا��یسا پ �ل ب � ن� � یگ�ا ج�� ہ�اں �ہر ا ی��ک کو ت �ر ق ی کر نے �کا �مو ق �ع �ملا۔ اور ب��رادر ی ��وں کے در� یم� ن
� � �وں کے د ی ��گر دورا� ،م� ی�ں �نے�د ی ��کھا �کہ �کس �طرح ب��را ب��ا �ن � � ت �� ےس� اولا ئ �� ف� ب��ر�گ �نے ا ق � یل� ت�ی �گرو ہ � �سا�لوں کے ن � ب�ھ � � � سی� �سی�ح� � ب� ہ � س � ھل � � ح خ � � � ل � م ش � � س ا� کی �مدد کی۔ م ت ف� م ی وں � ول پ��ا ک ت�ا �نی م �ی وں �کا � ی ک ی ب��ا �وں ے ا س ت ق ب�ال یک�ا اور ن ��اس�ر اور رو�حا ��نی ر ہ ���نما�ؤں �نے مسی�حی ا ق ��ل ی� ک �� �س�� � � ما� ا ن ج��ام دی ��ہ�یں۔ اس پ ٹ �ز � ے ے �ل ی�� م ت ی� قکل طور پ�ر خ����د� ت ت � عملی � ج ہ� ت�ی �نے � �ے�م جھ� دلی �طور پ��ر � تم�ا ث ��ر � یک�ا � ہے۔
� � � �طور پ��اس ٹ�ر ت �� یع� ن� � یک�ا � یگ�ا� ،ت�و ب��را ب��ا �ن � � ت �� ےس� اولا ئ �� ف� ب��ر�گ ا ی��ک ب��ار پ �ھر م ی�رے �سا ت ��ھ کھ�ڑ ا � 2010م� ی�ں م ی�را ب � ج �� ب � ک ب� ہ� س ب � ی� جل ب� � � م ل � � � � � � � � � ی ھ � � کی اور �ت�ھا۔ پ��اس ٹ�ر �ن �ز اور چ � چ � ے � ی ن� ار� ن کا� نے�اس ع ل م ی ں م ی�ری � ر پ �ور ہحما �ی ت ر� ے � ت ظ � � ہ ہ � مح م � عاو� کی ج م�ھ پ��ر ا ع عاو� �کو سوس کر ت��ا ��وں۔ ��مارے ب��ا � ی ت�� ن ��تماد �کا ا�� ہ�ار � یک�ا۔ �م ی�ں آ� ج� ت��ک اس ت�� ن � ہ ظ � � م � خ�ص �� ھل ف��گ ��ر ی��ہ � ہے۔ � ش� ت�ر�کہ ن � م� �کا ا ی ��ک م � ک ی گ ت و ،ب��ا � ی اح ت�رام اور خ��د ت � و صی ت
� �� ان ���ور� م� ی�ں ب��را��ا �ن �� ت ��س� اولا ئ��� ب��ر�گ کے �سا ��ھ م ی�ری وا ��بس ت�گی اور �� ن � ا� ن �� ہ� ی�ں ف ت عاو� �کو �ئی ا ت�� ف�ا ق ی ا �ن ت خ � ب ٹ پ ت ب �ے � � ہے ،ب��لکہ ا ی��ک ب��ا ش��عور اور �گ� ہری ��ج�ڑ ی��ں ر � �ک ے ھ��ن� والا ب��لاوا � ہے۔ ی��ہ وہ ج��گہ � ہے ج�� ہ�اں سے م ی�را �س�فر ش�روع ک � پ�� �وں۔ ما� ج��اری ر�کھ ن�ا چ��ا ہ �� ت�ا ہ � �وا �ت�ھا ،اور م� ی�ں ی �� ہ�اں پ ��ورے ی �� ق� ی� ن� اور و ف�� ہ� اداری ے �سا ت �ھ ا � ن ی خ��د� ت � ہ � � � بھ س � ر� کے ار� ن ک م�ش� پ��ر ش��ا ن��ہ ب ���ش ا ن��ہ �کام �کر ر� ہے ��ہ�یں� :لو�گوں ا� � ی ا ی اردو چ �� چ ن کا� ے �سا ت ��ھ مل کر ،م ب � ک � � � � � � � ا� پ �ل �ب� ن�ا ن��ا۔ ما� کو ض م ب�وط کر ن��ا اور ث�� ق�ا ف � ت�وں ے در� یم� ن کو ج��و�ڑ ن��ا ،ا ی � ن
�� �وں ،ب ��لکہ ی��ہ م ی�ری ر� ن �� ہ� ی�ں � ہے ج �� ہ�اں م� ی�ں �کام �کر ت��ا ہ � ر� ا ی ��ک چ �� چ ب��را ب��ا �ن � � ت � ےس� اولا ئ �� ف� ب��ر�گ م ی�رے ے �ل� ی�� ص ف ش� � � اور م ی�رے ب��لاوے �کا ا ی��ک �حصہ � ہے۔ � ن�ا خ � ت
64
Wignì chilò ’n primavera me laga ’na sensasiun de beneser. A wedè i sarisére, wardà i awe e sentì l’udur d’i fiùl me we fina wöja de studià. Hier komen in de lente geeft mij een gevoel van welzijn. De kersenbomen zien, naar de bijen kijken en de geur van bloemen ruiken, geeft me zelfs zin om te studeren.
65
ORGANIST
INTERVIEW MET WILLEM CEULEERS 66
Mijn levensreis met het orgel en de genius loci van deze plek
COÖRDINATOR
MARIAN KNETEMANN De genius loci — de ziel van een plek —wordt niet gevormd door stenen alleen. Ze ontstaat waar geschiedenis, klank en menselijke aanwezigheid in elkaar grijpen. Voor componist, organist en musicus Willem Ceuleers is deze historische site zo’n plek. Zijn band met het historische Walcker-orgel (1905) en met het gebouw is gegroeid in stilte, in oefenen, in luisteren, in toevallige ontmoetingen en in jarenlange, bijna vanzelfsprekende aanwezigheid. In dit interview vertelt Willem hoe hij hier als jonge student binnenwandelde, hoe het orgel hem vormde en hoe hij op zijn beurt het instrument leerde lezen. Hij deelt de verwondering en verwarring van zijn eerste indrukken, de intensiteit van het oefenen, de groei naar verbondenheid, en zijn zorg om de toekomst van deze unieke plek. Het gesprek toont een mens met liefde voor muziek, respect voor het erfgoed en een oprechte wens dat deze plek ook in de komende generaties een centrum van schoonheid, ontmoeting en bezieling mag blijven. Het verhaal van Willem Ceuleers is dat van iemand die niet zomaar een orgel bespeelt, maar ook een plek meedraagt. Zijn woorden laten zien hoe kwetsbaar en kostbaar een erfgoedsite is — en hoe belangrijk mensen zijn die luisteren, bewaren, doorgeven. De ziel van deze plek klinkt door in muziek, gemeenschap en geschiedenis – en in de mensen die die willen bewaren.
67
MIJN LEVENSREIS MET HET ORGEL EN DE GENIUS LOCI VAN DEZE PLEK
Willem: “Mijn kennismaking met deze plek — en vooral met het orgel — was geen vanzelfsprekende reis. Ik was nog student. Ik weet niet eens hoe ik heb ontdekt dat deze plek bestond. Ik ben hier ooit gewoon komen aanwaaien, in de tijd dat Ton van Looy hier koster was.” Hij glimlacht bij de herinnering. “Nieuwe mensen werden niet altijd meteen opgenomen. Maar Ton was een uitzondering. Hij had een groot hart voor het instrument én voor mensen. Hij vond het wel bijzonder — zo’n jonge student die interesse had in dat oude orgel. Hij ontving mij heel warm. Ik mocht komen oefenen. Zo is het allemaal begonnen.” “In het begin was het voor sommige mensen even zoeken hoe ze mijn aanwezigheid moesten plaatsen. Ik was nieuw, ik kwam van buitenaf, ik was enthousiast. Dat botst soms met gewoontes en ritmes die al lang bestaan.”
“Wat voor mij van grote betekenis was, is dat ik hier mocht oefenen, proberen, luisteren. Met vallen en opstaan heb ik hier mijn plek gevonden.” Zijn eerste ervaring met het orgel was eerder ontregelend. “De tractuur was niet goed. En de klank… ik begreep die niet. Je hoorde meteen hoe goed de afzonderlijke pijpen waren, maar hoe het geheel werkte — dat was voor mij een mysterie.” Later zou blijken waarom. “Dit is het enige instrument in deze stijl in heel Vlaanderen. Het mengt de klanken zoals een orkest dat doet. Als je één register erbij trekt, verandert er maar subtiel iets. Je moet het instrument met enorme fijngevoeligheid benaderen — anders krijg je chaos. Maar als je de logica begrijpt, gaat er een prachtig universum voor je open.”
68
MARIAN KNETEMANN
69
MIJN LEVENSREIS MET HET ORGEL EN DE GENIUS LOCI VAN DEZE PLEK
“Ik heb veel tijd genomen om te oefenen en te luisteren. Via de blogs van professor Christoph Bossert leerde ik hoe de registers werken en hoe je het specifieke kleurenpalet gebruikt. Dat was een echte eyeopener. Vanaf dan begon het orgel zich voor mij te openen.” Een kantelpunt kwam toen de staat van het gebouw dringend aandacht vroeg. “Toen de voorgevel bouwvallig bleek, ontstond er urgentie. Dat creëerde ruimte om het orgel op een professionele manier aan te pakken. Samen met Monumentenzorg, de orgelbouwer en de adviseur-architect hebben we een prachtig project gerealiseerd. Dat geeft energie en vertrouwen voor de toekomst.” Zijn band met het instrument is diep en gevoelig. “Nu ik hier al jaren speel, begrijp ik het instrument echt. Soms, wanneer ik speel, hoor ik alleen de muziek. Dan bestaat de rest van de wereld even niet. Het gebouw, de akoestiek, het orgel — het vormt één lichaam. Dat voel je meteen wanneer je hier binnenkomt.”
70
“Ik noem mezelf een cultuurchristen. Niet gelovig volgens het boekje, maar wél diep verbonden met wat zo’n plek betekent: cultureel, sociaal, historisch. Muziek, verhalen en gemeenschap verbinden mensen op een heel fundamenteel niveau. Dat zie je hier.” “De restauratie is schitterend. Het orgel klinkt weer zoals het hoort. Het gebouw straalt opnieuw. Mijn grootste wens is dat deze plek ook in de toekomst gedragen blijft. Zo’n site leeft door mensen — door wie er nu zijn én door wie later komen.” Willems zorg is geen kritiek, maar betrokkenheid. Hij zegt het eenvoudig en eerlijk: “Het erfgoed is kostbaar. Het verdient dragers.” “Als je mij een mandaat geeft — doe dit, neem dat op — dan ga ik ervoor. Ik wil graag meewerken aan het bewaren van de ziel van deze plek. De genius loci bestaat uit samenwerking, aanwezigheid en een muzikaal hart dat telkens opnieuw tot klinken komt. Dat wil ik doorgeven aan wie na ons komt.”
Venire qui in primavera mi lascia una sensazione di benessere. Vedere i ciliegi, guardare le api e sentire l’odore dei fiori mi fa quasi venire voglia di studiare. Hier komen in de lente geeft me een gevoel van welzijn. De kersenbomen zien, de bijen bekijken en de geur van bloemen ruiken, doet me bijna zin krijgen om te studeren.
71
Een toevallige ontmoeting Vier jaar geleden vonden de activiteiten van Christelijke studentenvereniging Ichtus Antwerpen niet plaats op één vaste locatie. Onze vereniging steunde voor onze samenkomsten op de goedheid en bereikbaarheid van diverse kerkgemeenschappen in het Antwerpse, evenals op die van de universiteit en de hogescholen. Ondanks dat er hierdoor soms onzekerheid ontstond over waar de activiteiten zouden doorgaan, merkten we hier ook zeker veel zegening in. Ichtus Antwerpen is uiteindelijk altijd een vereniging geweest die gekenmerkt wordt door de leden waaruit zij bestaat en de doelen die zij nastreeft, niet door het gebouw waarin zij samenkomt.
72
73
STUDENTENWERKER ICHTUS
KEN ALLOING
EEN TOEVALLIGE ONTMOETING
Vier jaar geleden woonde een van onze toenmalige studenten boven het Paterskwartier. Dit gebouw, recht tegenover de Universiteit Antwerpen, is een ideale locatie voor studenten om samen te komen. Omwille van deze ideale centrale ligging, voorzien van alle nodige faciliteiten, werd er besloten om te kijken of we geen langetermijncontract konden aangaan. Tot onze grote blijdschap stemde de kerkgemeenschap hiermee in. De zaal zag er in het begin wel wat anders uit dan nu. De eerste zomer van ons vaste engagement werd dan ook besteed aan het opfrissen van de zaal. Tafels schuren en schilderen, een nieuwe laag verf op de muren, het verplaatsen en/of weghalen van meubels. Na grondige poetsbeurten en een zomer vol klussen heeft de zaal een nieuwe, frisse uitstraling gekregen, conform ons engagement om de zaal te onderhouden als onderdeel van de overeenkomst. Wij zijn dankbaar dat we, met de steun van diverse kerken, de zaal een eigentijds karakter hebben kunnen geven dat, naar onze bescheiden mening, nog steeds toelaat dat elke gebruiker ervan kan genieten. Wij hebben er in ieder geval al veel genot aan overgehouden.
Een vaste ontmoetingsplek Over de tijd heen is het Paterskwartier , en bij uitbreiding de Brabantse Olijfberg, uitgegroeid tot een vaste uitvalsbasis voor onze vereniging. Het is de plek waar nagenoeg al onze activiteiten plaatsvinden. Waar er samen wordt gegeten. Waar stadsweken worden georganiseerd en waar de visie van Ichtus mag worden waargemaakt. Onze activiteiten variëren van ontspannende samenkomsten tot diepgaande avonden waarin
74
we samen nadenken over ons geloof. Als studentenvereniging staan we open voor iedereen die meer wil weten over God. Zowel op theoretisch vlak, zoals het studenten betaamt, als in de praktijk. Al wat wij hier meekrijgen, hopen we ook weer naar anderen toe uit te mogen dragen. Gezien de opvallende ligging voor studenten van de Universiteit Antwerpen krijgen we ook vaker nieuwsgierige bezoekers die we verwelkomen met een warme babbel en tegenwoordig ook met een warme kop koffie. Dit leidt tot een toename in het aantal leden van de vereniging. Maar ook in het algemeen tot een toename van het aantal mensen dat we mogen ontmoeten.
Sociaal engagement Het Paterskwartier (red.: deel van de Brabantse Olijfberg) is natuurlijk niet onbekend met initiatieven voor sociaal engagement. Men herinnert zich misschien nog de initiatieven van kerk en wereld, alsook die van STEK, die dezelfde ruimte als uitvalsbasis gebruikten. Bar O’Live mag zich tegenwoordig aan deze lineup toevoegen. Het idee om een koffiebar op te richten ontstond in eerste instantie als een wens om het Paterskwartier ook doorheen de week open te houden als studeer- en ontmoetingsplek. We kwamen er echter al snel achter dat een goede ontmoetingsplek voor studenten één belangrijk iets nodig heeft: koffie. Met een gulle donatie van een professioneel koffiezetapparaat, en een grote lading koffiebonen, werden we daarin goed voorzien. Met behulp van deze apparatuur en de inzet van onze leden kreeg het project de naam Ichtus Study&Chill. Een open plek voor studenten om, onder het genot van koffie en koekjes, te studeren, samen te werken, en elkaar te ontmoeten. Een soort mix tussen koffiebar en studeerruimte, makkelijk bereikbaar en mooi
KEN ALLOING
gelegen. Tot nu toe kunnen we stellen dat dit project een redelijke mate van succes heeft gekend. Studenten vinden hun weg naar het Paterskwartier. Sinds het academiejaar 2025-2026 is dit project omgetoverd tot Bar O’Live, een gelijke samenwerking tussen de kerkgemeenschap van de Brabantse Olijfberg en de studenten van Ichtus Antwerpen. Wij zijn in ieder geval blij met deze samenwerking. Het toont namelijk de betrokkenheid van de kerkgemeenschap bij studenten en laat ons toe om de studeerplek consistenter open te houden. Dit creëert voor ons meer ademruimte bij het vinden van vrijwilligers. Wij kijken alvast uit naar hoe dit project in de komende jaren zal evolueren.
Tijdens het schrijven betrap ik mezelf erop dat ik het niet kan laten om te glimlachen bij het terugdenken aan deze gebeurtenissen, zowel de absurde als de onsmakelijke. Uiteraard zijn dit geen prettige voorvallen en gingen deze gepaard met de nodige onenigheden. Toch durf ik te zeggen dat we er veel moois voor terug hebben gekregen. Als Ichtus kijken wij dan ook dankbaar terug op onze jaren samen en kijken we uit naar wat de toekomst ons mag brengen.
Samenwerking: een reflectie Natuurlijk gaat elke samenwerking, zeker in de beginfase, gepaard met pijnpunten. Dat zal niemand verbazen. Langs beide kanten is gebleken dat deze samenwerking is gebouwd op een basis van goede communicatie, een duidelijke verstandhouding en bovenal een gezonde dosis geduld. Enkele situaties die ons zeker zullen bijblijven, zijn het moment waarop een van onze leden zich zo vrij voelde dat hij spontaan het Ichtus-embleem op de muur schilderde. De initiële discussies over het al dan niet parkeren op de binnenplaats en het laten hangen van fotokaders. De populariteit van het Paterskwartier als zijnde ‘bij Ichtus’. Afwassen met ijskoud kraanwater en een waterkoker. Het mysterieuze verdwijnen van keukengerei en verwarmingstoestellen. Het opruimen van ‘vergeten’ (lees: beschimmelde) etenswaren van andere gebruikers. En uiteraard de permanente toevoeging van het woord muizenissen aan ons vocabulaire.
75
76
77
78
COÖRDINATOR
MARIAN KNETEMANN
Bar O’Live — een plek om te landen
Soms zijn er plekken in een stad die je niet meteen opvallen, maar die, eenmaal ontdekt, blijven hangen. Niet omdat ze groot of indrukwekkend zijn, maar omdat ze iets dragen. Iets van herinnering. Iets van ontmoeting. Iets van leven.
Deze plek is zo’n plek. Ooit was hier Kerk en Wereld. Een zaal waar mensen samenkwamen om vragen te bespreken die ertoe doen. Leerhuizen waar gezocht werd naar betekenis. Ontmoetingen waarin geloof en leven elkaar raakten. Het was een plek van woorden, van luisteren, van samen denken en soms ook samen zwijgen. Later kwam er een kostersechtpaar dat de ruimte met zorg en toewijding nieuw leven gaf. Ze knapten de zaal op en gaven haar een nieuwe naam: STEK. Een plek om op adem te komen. Waar koffie en soep werden gedeeld, waar zelfgemaakt gebak op tafel kwam, waar Lego werd gebouwd en waar filmavonden mensen samenbrachten. Een plek waar iets mocht groeien. Tussen STEK en het huidige Bar O’Live kreeg de plek opnieuw een eigen invulling. Door de week werd ze gebruikt door Ichtus, dat hier studenten een huiskamergevoel bood. Een plek om tussen colleges door thuis te komen. Om samen te zijn, te studeren, te praten of gewoon even te landen. Ook daarin klonk iets door van wat deze plek altijd al was: gastvrij, open, dragend.
79
BAR O’LIVE — EEN PLEK OM TE LANDEN
Vandaag leeft diezelfde geest voort in Bar O’Live, de huiskamer van de Brabantse Olijfberg. Een samenwerking tussen Ichtus en de kerkgemeenschap. De naam is niet toevallig gekozen. Ze verwijst speels naar de Olijfberg zelf, maar draagt ook een verhaal met zich mee. Op het terrein liep ooit een zwerfkat rond. We noemden haar Olijfje. Ze bleef. Ze vond hier rust, ruimte en uiteindelijk een thuis. Net als zij, mag jij hier landen.
80
Bar O’Live is geen gewone koffieruimte. Het is een plek met een ziel. Een plek waar je welkom bent zoals je bent: student of buurtbewoner, zoeker of toevallige passant, nieuwkomer of vertrouwd gezicht. Je kunt er studeren of je kunt er verstillen. Een gesprek voeren of juist even niets hoeven te zeggen. Een kop koffie drinken, een kom soep, of gewoon aanwezig zijn. De kat in het logo herinnert aan dat eerste verhaal van welkom heten. Ze nodigt uit tot
MARIAN KNETEMANN
rust, tot nieuwsgierigheid, tot verbondenheid. Maar deze zaal wordt ook gebruikt door anderen: een vereniging die na een lezing aan de universiteit nog samenkomt voor een drankje en een gesprek. Mensen die na de dienst blijven voor koffie en thee. Tussen kerk en stad, tussen verleden en vandaag, tussen stilte en gesprek, groeit hier iets dat moeilijk in woorden te vatten is — maar dat je wel kunt ervaren.
In een wereld die vaak snel en luid is, blijft deze plek zacht aanwezig. Een plek om te leven. Een plek om te ademen. Een plek om te ontmoeten. Een plek om, heel eenvoudig, even te zijn.
81
Tra alberi in fiore e le risate degli amici: un angolo della città che sa di casa. — Ibi Tussen bloeiende bomen en het gelach van vrienden: een plekje in de stad dat als thuis voelt.
82
83
DE BEWONERS VAN HET AFGELOPEN JAAR IN HET HOEKHUIS JULE, SARAH, LUKA, VIKTORIA EN ELIJAH. Hallo, Wij zijn de huidige bewoners van de Lange Winkelstraat 1. De huidige? Ja, de bewoners van het hoekhuis tegenover de universiteit wisselen elk jaar. Elke zomer trekken er vijf jonge mensen in. Ieder van ons werkt op een plek in of rond Antwerpen en doet daar vrijwilligerswerk. We komen allemaal uit Duitsland en hebben ervoor gekozen om na school een jaar in België te wonen en als vrijwilliger te werken. Sommigen van ons in een sociale instelling, anderen in de haven of in een gedenkplaats zoals de Dossinkazerne of Fort Breendonk. Onze Duitse organisatie werkt samen met de kerk hier, waardoor we hier tegen een gunstige prijs mogen wonen. Toen we uit Duitsland vertrokken, wisten we nog niet waar we voor het komende jaar thuis zouden zijn. Het was ontzettend spannend om hier voor het eerst aan te komen en eindelijk te zien waar we een jaar lang zouden wonen. Het huis is weliswaar behoorlijk oud en we hebben al met een paar problemen te kampen gehad, maar wie ooit vanaf de universiteit naar ons huis omhoog heeft gekeken, weet ook: het is een kleurrijk geheel. Het huis wordt al zo lang door vrijwilligers bewoond dat het werkelijk barst van de verhalen. Of het nu de brieven van voormalige vrijwilligers zijn die overal in huis te vinden zijn, of de ansichtkaarten in de eetkamer, die inmiddels twee volledige muren bedekken. Sommigen van ons noemen het huis liefkozend onze Villa Kakelbont, net als het huis van Pippi Langkous.
84
Elke zomer krijgen de kamers in het hoekhuis op huisnummer 1 nieuwe bewoners. Vrijwilligers van ASF (Aktion Sühnezeichen Friedensdienste) en de Deutsche Seemannsmission maken er voor een jaar hun thuis van. Ze komen en gaan, maar laten telkens iets van zichzelf achter in het verhaal van deze plek.
85
Zoals gezegd: we zijn vrijwilligers. Voor ons is deze plek in de eerste plaats een plek om te wonen. We werken allemaal op verschillende werkplekken en worden, vooral aan het begin van onze dienst, geconfronteerd met veel nieuwe situaties, nieuwe mensen en een nieuwe taal. Daarom is het extra fijn om een plek te hebben waar je ’s avonds graag naar terugkeert. Samenwonen met anderen is mooi: je bent ’s avonds niet alleen, je kunt bij elkaar gaan zitten en de dag bespreken. En soms is het ook gewoon fijn om je even terug te kunnen trekken op je eigen kamer om tot rust te komen, nadat je de hele dag onder de mensen bent geweest. Echter: ’s avonds eten we altijd samen, dat is verplicht. Niet alleen in huis voelen we de gemeenschap. Ook op het hele terrein, met de bar en de kerk, is die aanwezig. Helaas werken de meesten van ons nog wanneer de bar sluit. Maar ook als we zelf geen koffie meer kunnen drinken, zien we, als we thuiskomen, de drukte van cursussen en andere samenkomsten in de bar. En wanneer de eersten dan met de piano beginnen te spelen, horen we de klanken tot in onze kamers en zijn we er toch een beetje bij. Of wanneer er beneden voor een concert wordt gerepeteerd: wij zijn de eerste luisteraars, zonder dat iemand het in de gaten heeft. Zo profiteren we sterk van de gemeenschap op deze plek, zelfs als we er niet rechtstreeks aan deelnemen. En zo glijdt het dagelijks leven hier voorbij: tussen vroege wekkers, fietsen door de vroege motregen en avonden waarop we moe maar voldaan thuiskomen. Na verloop van tijd ontwikkelt ieder van ons zijn eigen routines. Sommigen staan vroeger op om rustig nog een koffie of thee te drinken, anderen haasten zich met nog niet dichtgeknoopte jas de deur uit.
86
De avonden worden langer, gesprekken dieper, en niet zelden belanden we bij vragen over wat we uit dit jaar willen meenemen en hoe het daarna verder zal gaan. Antwerpen is voor ons geen vakantiebestemming meer, maar een deel van het dagelijkse leven – met favoriete routes, vertrouwde geluiden en plekken die langzaam aanvoelen als een tweede thuis. Bezoek hoort intussen bijna vanzelfsprekend bij ons WG-leven (Wohn-Gemeinschaft, het samenleven met huisgenoten). Vrienden en familie uit Duitsland komen langs voor een bezoek, een paar dagen in Antwerpen, en krijgen zo een inkijk in ons nieuwe leven. Voor hen is alles spannend en nieuw, voor ons inmiddels vertrouwd. We worden stadsgidsen, laten onze favoriete cafés zien, de weg naar het werk, het uitzicht uit onze ramen en natuurlijk het huis zelf. En zeker als ze de kleurrijke keuken, met de postkaartmuren, binnenstappen, wordt duidelijk: hier wordt niet alleen gewoond, maar ook geleefd. En terwijl buiten voor het raam studenten zich naar de universiteit haasten en nieuwe vrijwilligers misschien al hun koffers aan het pakken zijn, weten wij: voor dit ene jaar zijn wij de bewoners van de Lange Winkelstraat 1. Met al onze verhalen, twijfels, lachbuien en gezamenlijke avondmaaltijden. En ooit zullen ook wij brieven achterlaten, ansichtkaarten aan de muur hangen en deel worden van de lange geschiedenis van dit kleurrijke huis. Daarnaast is het mooi om de traditie van deze WG in stand te houden. Lange Winkelstraat nummer 1 wordt al tientallen jaren gebruikt als woonplek voor Duitse vrijwilligers en kent talloze boeiende verhalen. Wie een blik werpt
DE BEWONERS VAN HET AFGELOPEN JAAR IN HET HOEKHUIS JULE, SARAH, LUKA, VIKTORIA EN ELIJAH.
op de volgeschreven muren of de achterkant van de ontelbare ansichtkaarten, voelt zich even teruggekatapulteerd in de tijd, en voelt zelf hoe de hartslag van het leven hier al jaren klopt. Binnen en buiten het huis — en ook tijdens ons werk als vrijwilligers — maken we deel uit van een generatieoverstijgend project. Het is waardevol om een bijdrage te leveren aan de samenleving en de kerkgemeente te helpen in haar voortbestaan. We kijken uit naar de tijd die ons hier in Antwerpen nog rest en hopen dat de WG in de Lange Winkelstraat nog lang zal blijven bestaan, zodat ook toekomstige vrijwilligers hun bijdrage aan de samenleving en de kerkgemeenschap kunnen blijven leveren.
87
88
89
Hallo, wir sind die aktuellen Bewohner*innen der Lange Winkelstraat 1. Die aktuellen? Ja, die Einwohner*innen des Eckhauses gegenüber der Uni wechseln jährlich. Jeden Sommer ziehen fünf junge Menschen ein. Jede*r von uns arbeitet an einer Stelle in und um Antwerpen und macht dort einen Freiwilligendienst. Wir kommen alle aus Deutschland und haben uns entschieden, nach der Schule ein Jahr hier in Belgien zu leben und als Freiwillige*r zu arbeiten. Einige von uns in einer sozialen Einrichtung, im Hafen und andere in einer Gedenkstätte. Unsere deutsche Organisation arbeitet mit der Kirche hier zusammen, weshalb wir hier günstig wohnen dürfen. Als wir in Deutschland aufgebrochen sind, wussten wir noch nicht, wo unser Zuhause für das kommende Jahr sein wird. Es war sehr spannend, das erste Mal hier zu sein und endlich zu sehen, wo wir ein Jahr wohnen würden. Das Haus ist zwar schon ganz schön alt und wir hatten schon mit ein paar Problemen zu kämpfen, aber wer schon einmal von der Uni zu uns hochgeschaut hat, weiß auch, dass alles bunt ist. Das Haus ist schon so lange von Freiwilligenbewohnt, dass es richtig viele Geschichten zu erzählen hat. Sein es die Briefe ehemaliger Freiwilligen, die überall im Haus zu finden sind oder die Postkarten im Esszimmer, die mittlerweile zwei ganze Wände bedecken. Manche von uns nennen das Haus liebevoll unsere Villa Kunterbunt, wie das Zuhause von Pipi Langstrumpf. Wie gesagt, wir sind Freiwillige.
90
Für uns ist der Ort in erster Linie ein Ort zum Wohnen. Wir arbeiten alle in verschiedenen Einsatzstellen und sind gerade zu Beginn des Dienstes mit vielen neuen Situationen, neuen Menschen und einer neuen Sprache konfrontiert. Daher tut es gut, einen Ort zum Wohnen zu haben, zu dem man abends gerne zurückkommt. Es ist schön, mit anderen Menschen zusammen zu wohnen. So ist man abends nicht alleine und hat die Möglichkeit, sich zusammen zu setzten und sich über den Tag auszutauschen. Manchmal tut es auch einfach gut, alleine in seinem Zimmer zu sein und dort ein bisschen runter zu kommen, nachdem man den ganzen Tag von Menschen umgeben war. Ein gemeinsames Abendessen ist aber trotzdem Pflicht. Nicht nur hier im Haus spüren wir die Gemeinschaft. Auch auf dem ganzen Gelände, mit der Bar und der Kirche ist die Gemeinschaft zu spüren. Leider arbeiten die meisten von uns noch, wenn die Bar schließt. Aber auch wenn wir nicht die Möglichkeit haben, dort einen Kaffee zu trinken, sehen wir beim Heimkommen immer wieder den Trubel während Kursen und Treffen in der Bar. Wenn dann die ersten anfangen, Klavier zu spielen, hören wir die Klänge bis in unsere Zimmer und sind so auch ein bisschen dabei. Oder wenn unten für ein Konzert geübt wird. Wir sind die ersten Zuhörer, von denen gar niemand weiß. So profitieren wir sehr von der Gemeinschaft an diesem Ort, auch wenn wir gar nicht direkt dabei sind. Und so vergeht der Alltag hier zwischen frühen Weckern, Fahrrädern im morgendlichen
DE BEWONERS VAN HET AFGELOPEN JAAR IN HET HOEKHUIS JULE, SARAH, LUKA, VIKTORIA EN ELIJAH.
Nieselregen und Abenden, an denen wir erschöpft, aber erfüllt nach Hause kommen. Mit der Zeit hat jede*r von uns eigene Routinen entwickelt. Manche stehen früher auf, um noch einen Kaffee oder einen Tee in Ruhe zu trinken, andere hetzen mit halboffener Jacke zur Tür hinaus. Die Abende ziehen sich länger, Gespräche werden tiefer, und nicht selten landen wir bei Fragen darüber, was wir aus diesem Jahr mitnehmen wollen und wie es danach weitergeht. Antwerpen ist für uns kein Urlaubsort mehr, sondern ein Stück Alltag geworden – mit Lieblingswegen, vertrauten Geräuschen und Orten, die sich langsam wie ein zweites Zuhause anfühlen. Besuch gehört dabei fast schon zum festen Bestandteil unseres WG-Lebens. Freundinnen und Familie aus Deutschland kommen vorbei, um uns zu besuchen, ein paar Tage in Antwerpen zu verbringen und einen kleinen Einblick in unser neues Leben zu bekommen. Für sie ist alles aufregend und neu, für uns inzwischen vertraut. Wir werden zu Stadtführerinnen, zeigen unsere Lieblingscafés, den Weg zur Arbeit, den Blick aus unseren Fenstern und natürlich das Haus selbst. Spätestens beim Betreten der bunten Küche mit ihren Postkartenwänden wird klar: Hier wohnt man nicht einfach nur, hier lebt man. Und während draußen vor dem Fenster Studierende zur Uni eilen und neue Freiwillige vielleicht schon irgendwo ihre Koffer packen, wissen wir: Für dieses eine Jahr sind wir die Bewohner*innen der Lange Winkelstraat 1. Mit all unseren Geschichten, Zweifeln, Lachanfällen
und gemeinsamen Abendessen. Und irgendwann werden auch wir Briefe hinterlassen, Postkarten an die Wand heften und Teil der langen Geschichte dieses bunten Hauses werden. Zudem ist es schön, die Tradition der WG am Leben zu erhalten, Langewinkelstraat Nr.1 wird schon seit mehreren Jahrzehnten als WG für deutsche Freiwillige genutzt und hat einige Spannende Geschichten zu erzählen. Wenn man einen Blick auf voll geschriebene Wände oder auf eine Rückseite der unzähligen Postkarten wirft, fühlt man sich in der Zeit zurück versetzt und spürt selbst, wie das Leben seit Jahren an diesem besonderen Ort pulsiert. Man ist außerhalb und innerhalb des Hauses (während der Arbeit als Freiwilliger) Teil eines generationsübergreifendem Projekt. Es ist schön, einen Beitrag an der Gesellschaft zu leisten und der Kirchengemeinde zu helfen, weiter zu bestehen. Wir freuen uns auf die restlichen Zeit, die wir in Antwerpen verbringen dürfen und hoffen,dass die WG in der Langewinkelstraat noch lange bestehen bleibt, damit Freiwillige ihren Beitrag zur Gesellschaft und zur Gemeinde weiterhin leisten können.
91
DEGPA
92
In een tuin die gedeeld wordt, werd iets kleins geplant.
In einem Garten, den man miteinander teilt, wurde etwas Kleines gepflanzt.
Geen groot gebaar, maar een teken van vertrouwen: een jong boompje, gegeven en ontvangen, met de belofte van groei.
Keine große Geste, sondern ein Zeichen des Vertrauens: ein junger Baum, gegeben und empfangen, mit dem Versprechen von Wachstum.
Het kreeg een plek in de aarde, waar wortels zich voorzichtig uitstrekken, dieper en verder, zoekend naar houvast.
Er fand seinen Platz in der Erde, wo Wurzeln sich behutsam ausbreiten, tiefer und weiter, auf der Suche nach Halt.
Seizoenen zullen komen — regen, wind, en soms storm. Maar wat wortelt, leert standhouden.
Jahreszeiten werden kommen — Regen, Wind und manchmal Sturm. Doch was Wurzeln schlägt, lernt zu bestehen.
Zo groeit ook wat mensen samenbrengen: niet alleen in het lichte en het mooie, maar juist ook daar waar het schuurt en vraagt om geduld.
So wächst auch, was Menschen verbindet: nicht nur im Hellen und im Schönen, sondern gerade auch dort, wo es reibt und Geduld verlangt.
Wat eenmaal geplant is, draagt de hoop in zich dat het blijft.
Was einmal gepflanzt ist, trägt die Hoffnung in sich, dass es bleibt.
COÖRDINATOR
MARIAN KNETEMANN De Deutschsprachige Evangelische Gemeinde der Provinz Antwerpen (DEGPA) is een Duitstalige protestantse geloofsgemeenschap met diepe wortels in Antwerpen. Al generaties lang biedt zij een thuis aan mensen die hun geloof willen beleven in hun moedertaal, gedragen door de rijke traditie van het Duitstalige protestantisme. Doorheen de tijd groeide DEGPA uit tot meer dan alleen een taalgemeenschap: een plek van samenkomst, viering en onderlinge zorg, waar verleden en heden elkaar raken. In een stad die voortdurend in beweging is, blijft zij een herkenbaar anker — tegelijk geworteld en open.
Gedicht ter gelegenheid van de voorzitter van de kerkenraad van de DEGPA die een olijfboompje aanbood, als teken van verbondenheid en samenwerking tussen de kerkgemeenschappen (2025).
Vandaag zoekt DEGPA bewust de verbinding met andere geloofsgemeenschappen in de stad. In die ontmoeting ontstaat ruimte voor gedeeld geloof, wederzijds leren en een toekomst die verder reikt dan de eigen kring.
93
94
95
NAWOORD
De ziel van een plek Een plek bestaat uit stenen, muren, ramen en daken. Maar een plek wordt pas een thuis door de mensen die er leven, werken, bidden, lachen, studeren, musiceren, ontmoeten, zoeken en soms ook afscheid nemen. Tijdens het samenstellen van deze bundel werd steeds duidelijker dat de Brabantse Olijfberg meer is dan een historische site. De verhalen in dit boek laten zien hoe een plek gevormd wordt door generaties mensen die iets ontvangen én iets achterlaten. De genius loci, de ziel van een plek, is niet iets wat vastligt. Ze groeit mee met de mensen die er komen. Ze verandert, verdiept zich en krijgt telkens nieuwe kleuren. Dank aan iedereen die zijn of haar verhaal wilde delen. Aan de vrijwilligers, bewoners, gebruikers, kerkgemeenschappen, studenten, muzikanten, bezoekers en voorbijgangers die deze plek mee vormgeven. Dank ook aan allen die de Brabantse Olijfberg door de jaren heen hebben gedragen en bewaard voor toekomstige generaties. Mag deze stadskroniek niet alleen een terugblik zijn, maar ook een uitnodiging om verder te bouwen aan een plek waar ontmoeting, gastvrijheid en verbondenheid blijven groeien. Want de ziel van een plek leeft uiteindelijk in de mensen die haar bewonen.
96
Colofon Tussen stad en stilte Ontmoetingen rond de genius loci van de Brabantse Olijfberg Stadskronieken zijn erfgoedverhalen over Antwerpen en de Antwerpse districten, verzameld en geschreven door een groep bewoners of een vereniging. In een Stadskroniek tekenen zij zelf een stukje stadsgeschiedenis op. ErfgoedLab Antwerpen begeleidt hen daarbij. Meer informatie? Kijk op antwerpen.be/stadskronieken Tekstbijdragen Marian Knetemann Evi Hommers Tetty Rooze PSC - Joran Simoens Sigfrido Hernandez Dick Wursten Arabische kerk - Mounir Marina Urdu gemeenschap - Thomas Camran Willem Ceuleers Ichtus - Ken Alloing DEGPA - Marian Knetemann ASF - Sarah, Viktoria en Jule en Deutsche Seemannsmission - Luka en Elisha Foto’s Dries Luyten Luc Hommers Jetty Janssen Archief Dick Wursten Lay-out: Lander De Coster Eindredactie: Igor Daems Wettelijk depot: D/2026/0306/107 V.U.: Marian Knetemann, De Gryspeerstraat 43, 2100 Deurne Druk: Albe de Coker
Disclaimer: De meningen die in de interviews worden geuit, zijn die van de geïnterviewden en niet noodzakelijk die van de redactieleden of de uitgever van deze kroniek. We hebben getracht alle rechthebbenden te achterhalen. Bent u toch rechthebbende van gebruikt materiaal, neem dan contact met ons op.