Skip to main content

De Keten. 50 Jaar vrijmetselarij in de schaduw van de kathedraal

Page 1

De Keten

50 Jaar vrijmetselarij in de schaduw van de kathedraal

Stadskronieken


De Keten

50 Jaar vrijmetselarij in de schaduw van de kathedraal

Stadskronieken


2


Voorwoord Vijftig jaar geleden werd in het gebouw aan de Reyndersstraat de eerste maçonnieke zitting gehouden, in een tempel die nog naar hout en verf rook. Daarmee werd de eerste stap gezet in een avontuur dat minder dan een jaar eerder was begonnen, maar zeker niet de laatste. De aankoop van een 18e-eeuwse meesterwoning vormde de concrete uitdrukking van de beginselen die de loges achter dit initiatief hoog in het vaandel droegen: vrijheid, samenhorigheid, solidariteit en totale gelijkberechtiging. Dromen zijn snel gekoesterd. Ze verwezenlijken is vaak een ander verhaal, omdat wereldse zaken zoals tijd en geld ontbreken of omdat men de eerste stap niet durft te zetten. Hier werd die stap wél gezet. De pioniers ruimden elke hindernis uit de weg, zowel financieel als fysiek. Daarbij konden zij rekenen op de volledige en belangeloze inzet van de zusters en broeders van de loges Georges Beernaerts, Salvador Allende en Broederketen. Nieuwe tijden brachten nieuwe noden met zich mee en het avontuur groeide uit tot een liefdevolle zorg voor wat inmiddels een thuis voor honderden vrijmetselaars is geworden. Het verhaal van hoe wij zo ver zijn gekomen, wordt hier verteld. Het is geen historisch werk, maar een kroniek van feiten en verhalen. Daarmee wordt getracht de geest van onze pioniers door te geven, als baken en als streven voor allen. De lezer wordt niet alleen meegenomen op een wandeling door de tijd, maar ook rondgeleid door ons gebouw. Als hierdoor de schakels van De Keten sterker en hechter met elkaar verbonden raken, dan is het opzet geslaagd en kan De Keten de komende vijftig jaar met vertrouwen tegemoetzien.

Wim D’hondt

Voorzitter vzw De Keten

3


Ver ta lin gen Inhoud


INHOUD

De Reyndersstraat 6 De vrijmetselarij 8 ‘De Keten’ en haar Loges 14 DEEL I: Een reis door de tijd de bouwgeschiedenis 32 Deel II: Een reis door het onbekende 72 De toekomst 126 Dankwoord 128

5


Reyndersstraat: van doorgang tot bestemming, van erfgoed tot innerlijke reis Sommige straten doorkruis je achteloos, zonder ze werkelijk te zien. Ze liggen daar, als lijnen op een kaart, als aders in een stad die je haastig passeert op weg naar elders. De Reyndersstraat was voor mij ooit zo’n lijn, een doorgang. Pas later werd ze voor mij een bewuste bestemming.

Wat ooit begon als een middeleeuwse steeg, groeide uit tot een elegante woonstraat voor de Antwerpse burgerij. Vandaag vormt de Reyndersstraat een cruciale verbinding tussen de Groenplaats en de Schelde en markeert ze de scheiding tussen de SintAndrieswijk en de toeristische kathedraalbuurt, tussen rust en rumoer. Niettegenstaande haar ligging in de historische binnenstad is het een plek die ik altijd als weinig uitnodigend heb ervaren. Een lange corridor waar de grandeur van weleer lijkt te vervagen onder het gewicht van sluipverkeer en de zoektocht naar een zeldzame parkeerplaats. In mijn jeugdjaren, toen we af en toe in de ‘Vagant’ vertoefden, of op het terras van ‘De Groote Witte Arend’, was de straat slechts decor; zelfs de naam ontging me. Later, toen ik als stedelijk ambtenaar regelmatig het Jordaenshuis bezocht (waar destijds de stedelijke dienst Monumentenzorg gevestigd was),

6

kreeg de straatnaam in zekere mate een significante associatie. Vlak voor de coronapandemie besloot ik toe te treden tot de vrijmetselarij, op uitnodiging van twee collega’s. Toen zij het adres van onze Loge onthulden, ging ik meteen op verkenning. Het statige herenhuis was mij nog nooit opgevallen. De inscriptie ‘Arbeid Adelt’ in de gevelsteen en het parallellogram boven de inkompoort moesten zeker deel uitmaken van de vrijmetselaarssymboliek. Op de deurbel stond ‘De Keten’ vermeld. Was dit wel het juiste adres? Mijn toekomstige Loge had immers een andere naam. Kortom, het zou nog bijna een jaar duren, tot na mijn inwijding, vooraleer alles op zijn plaats zou vallen. Vanaf dan kreeg de Reyndersstraat 43 in het algemeen, ‘den 43’ in het bijzonder, een heel andere connotatie. Wanneer ik nu in de straat kom en de zware deur van ‘den 43’ open, voel ik iets wat ik vroeger niet kende. Het zijn geen toevalligheden meer, maar een soort thuiskomen. Een plaats waar we wekelijks broeders en zusters ontmoeten die we anders nooit hadden gekend en waar we in een diverse, tolerante, serene en gelijkwaardige omgeving


aan onszelf werken. Een plek van rust en reflectie, waar we in verbondenheid bouwen aan wie we werkelijk zijn. Maar het gaat verder dan de ontmoetingen binnen die muren. Ook de straat zelf is gaan spreken. In haar verweerde gevels, schaduwrijke doorgangen en stille binnenplaatsen, herken ik de gelaagdheid van mijn eigen traject. Wat ooit slechts een route was, is nu een ritueel geworden. Niet louter een verplaatsing, maar een overgang, van buiten naar binnen, van ruis naar rust. De Reyndersstraat is voor mij geen bestemming meer, maar een poort naar verbondenheid, naar verdieping, naar een andere manier van aanwezig zijn - bewuster, stiller en met open blik. En ik ga nog verder, of liever terug, en ik verplaats mij ook nog in de tijd, naar de 15e en 16e eeuw, een periode waarin onze stad zich ontwikkelde tot ‘De Metropool van het Westen’. In de straten en stegen krioelde het leven, deed men handel en bouwde men. Gedurende twee eeuwen bouwden vrije metselaars, die van heinde en ver kwamen, aan de kathedraal en deze kathedraalbouwers rustten uit in de logiën die zich op een steenworp van de werf bevonden; ook in de Reyneersteghe, nu Reyndersstraat, waar de

herbergen van de Oude Koornmarkt naast hovingen en stallingen ook logiën hadden… Ik verplaats me naar die tijd en zie deze vrije metselaren hier, waar we nu zitten, ook vergaderen, hun geheimen delen en bewaren en zoals wij ook doen, verbroederen en feesten… Misschien is er minder verschil dan we denken tussen de bouwers van toen en de zoekers van vandaag. Ook wij verzamelen, ook wij bouwen - niet langer met stenen maar aan onszelf. En zo blijft de Reyndersstraat, doorheen de tijd, wat ze altijd al is geweest: een plaats waar mensen samenkomen om te werken, te delen en te groeien. Ludo L

7


8


PRELUDE

VRIJMETSELARIJ

de grote onbekende!

9


Vrijmetselarij, de grote onbekende! Voor een flinke 25.000 Belgen echter een zeer bekend gegeven! Het werkelijke ontstaan van de vrijmetselarij zal wellicht altijd in de mist en nevelen van de geschiedenis verborgen blijven. Vele theorieën doen hierover de ronde. Feit is dat in 1717 een vijftal Londense Loges zich verzamelden in een gemeenschappelijke structuur die zij ‘Grand Lodge’ noemden. Van daaruit is het fenomeen ‘vrijmetselarij’, of ook ‘maçonnerie’ genoemd, dat toen exclusief voor mannen voorbehouden was, zich als een lopend vuurtje op het Europese continent gaan verspreiden. De grote aantrekkingskracht lag niet alleen in het ‘netwerken’, maar ook in het idee om vrij en open, zonder vooroordelen, met anderen te kunnen discussiëren, over de verschillen van politiek en religie heen. En dat is nog altijd zo. Vrijmetselaars, en sinds eind 19de eeuw zijn dat mannen én vrouwen, gaan er prat op vrije en eerlijke mensen te zijn die naar waarheid zoeken en daarom met elkaar en met de maatschappij in gesprek gaan om samen met die maatschappij te streven naar een betere en meer rechtvaardige wereld. Zij doen dat in hun Loges, waar zij de garantie krijgen om open en vrij te kunnen praten zonder het gevaar te lopen dat er informatie naar buiten lekt. Dat geeft hen de vrijheid om hun meningen aan die van anderen te toetsen. Hugo dC

10

Vrijmetselarij in België en Antwerpen Begin 19de eeuw verscheen de vrijmetselarij in wat wij nu België noemen, met name in Mons. Na de doortocht van Koning Willem I en het werkelijke ontstaan van België in 1830 werd de vrijmetselarij, die toen vooral een organisatie voor gegoede burgers was, gestructureerd onder de koepel ‘Grootoosten van België’ (GOB). Later zijn er andere koepels ontstaan, zoals de gemengde vrijmetselarij van ‘Le Droit Humain’ (DH). Loges van beide organisaties werden in heel België opgericht, en natuurlijk ook in Antwerpen. Enkele daarvan (de Loges Georges Beernaerts en Salvador Allende, beide GOB en de Loge Broederketen, DH) vonden oorspronkelijk onderdak in het logegebouw van de Meistraat. Toen dat gebouw moest wijken voor een nieuwbouwproject, werd een zoektocht naar een nieuwe stek gestart. De drie Loges verenigden zich in de vzw ‘De Keten’ en lieten hun oog vallen op het gebouw aan de Reyndersstraat 43, in de schaduw van de kathedraal en op een boogscheut van de Groenplaats, pal in het centrum van de stad. Korte tijd later vervoegden de Loges De Meiboom (DH) en Het Truweel (GOB) de groep, zodat nu vijf Loges samen de vzw ‘De Keten’ uitmaken en werkzaam zijn in hetzelfde gebouw. Hugo dC


Wie zijn wij dan, de vrijmetselaars die hier arbeiden, en waar houden wij ons mee bezig? Wij zijn van oudsher een respectabel gezelschap. Een geheim genootschap dat achter de schermen politieke invloed uitoefent, zijn we al lang niet meer en we vinden het hoog tijd om daarover meer transparant te zijn. Het vrije denken, het vrije onderzoek, de vrijzinnige levensbeschouwing, de liberale democratie en de Rechten van de Mens waar de vrijmetselarij voor staat, liggen ook vandaag weer onder vuur.

Kansarmoede, milieuvervuiling, racisme, emotionele verwaarlozing van kinderen horen niet thuis in de samenleving van de 21ste eeuw. Het welzijn van álle leden van de samenleving staat steeds voorop.

Vrijmetselaars gaan fundamentele discussies niet uit de weg en blijven ijveren voor een pluralistische wereldvisie. Een visie waarin alle democratische, a-dogmatische levenshoudingen met elkaar in confrontatie gaan, steeds in een geest van openheid en wederzijds respect. Daarbij moeten we ervan uitgaan dat een Loge niet enkel een ‘Werkplaats’ is maar evenzeer een ‘Leerplaats’ voor ons allemaal. Een ‘Leerplaats’, ingebed in een veel groter maçonniek, maar ook maatschappelijk geheel, waarvan we zelf niet altijd de omvang correct inschatten, of misschien zelfs niet willen inschatten. We denken na over allerlei maatschappelijke thema’s en onderwerpen. Er zijn geen taboes. Het is een filosofische leerschool, verrijkend en fascinerend, ook naar het profane leven toe. De innoverende kracht van de vrijmetselarij bestaat erin om via interactie een dialoog op gang te brengen over sociaal-politieke, socio-economische, levensbeschouwelijke en cultureel-wetenschappelijke thema’s. Voornamelijk is dat het bestuderen van de cultuur van de maatschappij en dat gaat van de kunstzinnig-historische tot de hedendaags-ethische aspecten van de samenleving. Geen thema wordt daarbij uit de weg gegaan: opvoeding, onderwijs, abortus en euthanasie, om er maar enkele te noemen. Bedoeling is onze samenleving te doorgronden; aldus kunnen we hopen enige verbetering aan te brengen in de wereld waarin wij allen, vrijmetselaars en niet-vrijmetselaars, leven. Er kunnen zich evoluties aftekenen die ons maçon-zijn daadwerkelijk beïnvloeden. Vanuit het idee van zelfverantwoording én zelfontplooiing moeten we in staat zijn om aan dat grotere maatschappelijke debat deel te nemen.

11


Want of we het nu willen of niet, we hebben duidelijk een maatschappelijk mandaat, waarbij we zowel de emancipatie van het individu als van de maatschappij in haar geheel beogen. Het is nooit de bedoeling om iemand een andere overtuiging op te dringen. Vrijmetselaars gaan er prat op vooral te willen luisteren en begrijpen. Hun eigen mening zullen ze toetsen aan die van anderen om zo tot een gedegen opinie te komen. Eventueel zullen ideeën meegenomen worden naar de profane wereld om hopelijk een beweging ten goede in gang te zetten. Als gesloten genootschap zijn we erg op discretie gesteld. Eén keer per jaar openen we onze tempelpoort tijdens Open Monumentendag, verder blijft ze gesloten. We werken aan onszelf en aan een betere wereld met de verlichtingsidealen als leidraad: vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid. We hebben respect voor ieders overtuiging, ook als die niet de onze is, en maken geen onderscheid in afkomst, rang of stand. Iedereen kan vrijmetselaar worden. We zijn zusters en broeders, eerlijk en rechtschapen. Cor C, Hugo dC

Wat is het geheim van de vrijmetselarij ? Het korte, eerlijke antwoord is: er is geen ‘geheim’ in de zin van verborgen kennis of macht, en dat is meteen ook wat veel mensen verrast. Wat vaak het ‘geheim van de vrijmetselarij’ wordt genoemd, is geen concrete informatie die je kunt opschrijven of doorvertellen. Het is eerder een persoonlijke ervaring. De kern van de vrijmetselarij ligt in een innerlijk proces:

12

zelfkennis, morele groei en bewustwording. Dat proces verloopt via symboliek, rituelen en gesprekken en krijgt voor iedere vrijmetselaar een andere betekenis. Juist omdat het zo persoonlijk is, laat het zich niet goed overbrengen in woorden. De rituelen en symbolen zijn wel discreet, maar niet omdat ze een sensationele waarheid verbergen. Ze functioneren als hulpmiddelen om mensen aan het denken te zetten over vragen als: wie ben ik, hoe leef ik, en welke verantwoordelijkheid draag ik tegenover anderen? Als je die symboliek vooraf volledig uitlegt, blijft er weinig ruimte over voor eigen ontdekking. In die zin is het ‘geheim’ vooral de weg zelf, niet de bestemming. Daarnaast speelt vertrouwen een rol. Wat binnen de Loge wordt gezegd, blijft daar, zodat mensen open en eerlijk kunnen spreken, zonder angst voor oordeel van buitenaf. Dat maakt discretie noodzakelijk, maar dat betekent niet dat er een verborgen agenda is. De idealen - zoals broederschap, verdraagzaamheid en persoonlijke ontwikkeling - zijn gewoon openbaar. Veel complottheorieën ontstaan precies omdat men een spectaculair geheim verwacht. In werkelijkheid is het bijna teleurstellend simpel: de vrijmetselarij biedt geen kant-enklare antwoorden, geen geheime kennis en geen macht. Wat zij ‘verbergt’, is vooral dat wat alleen betekenis krijgt door eigen ervaring en zelfreflectie. En dat kun je niet echt doorvertellen - alleen beleven. “Het geheim is wat de vrijmetselarij met jou doet - niet wat zij je vertelt.” Of eenvoudiger: Het geheim is werken aan jezelf, zonder dat iemand je vertelt wie je moet zijn. Hugo dC


“

Het geheim is wat de vrijmetselarij met jou doet - niet wat zij je vertelt.

13


‘De Keten’ en haar Loges Verbinding door gezamenlijke arbeid Deze kroniek gaat over ‘De Keten’ en het is u wellicht niet ontgaan dat het een geschiedenis is van 50 jaar bouwen en verbouwen. Voor wie er nog aan zou twijfelen: de vrijmetselarij is geen bouwonderneming. ‘Bouwen’ is voor vrijmetselaars een symbolisch begrip en staat voor iets veel groters: het gezamenlijk bouwen aan de Tempel der Mensheid onder het etiket ‘speculatieve vrijmetselarij’. Zoals de tempel der mensheid nooit voltooid zal zijn, had het er lange tijd alle schijn van dat ook ons logegebouw nooit voltooid zou raken. Een gebouw met een ziel, dat ons soms zijn wil oplegt. Generaties leden van ‘De Keten’ hebben onder het label van de ‘Operatieve Vrijmetselarij’ de handen uit de mouwen gestoken. Steeds stonden zij daar wanneer er zich weer eens een probleem voordeed aan het oude historische pand. Veel van die situaties hebben geleid tot grotere werken, onderhoudswerken en herstellingen, en uiteindelijk ook tot de renovatie en conservatie van het hele gebouw. En telkens weer vonden broeders en zusters elkaar om samen een project te realiseren of deel uit te maken van een klusteam. Samen de tempel renoveren: het is de gezamenlijke arbeid die zo verbindend werkt. Of het nu ging om schilderen, het plaatsen van nieuwe stoelen, het leggen van een nieuwe vloer of het installeren

14

van nieuwe verlichting en nieuw geluid. Iedereen droeg bij naar eigen kennis en vaardigheid. Twee linkerhanden? Ook jij kan bijdragen aan het gezamenlijke streven: iets tastbaars en esthetisch mooi realiseren tot nut van ‘t algemeen. Daar zijn de zusters en broeders trots op. Zij ervaren en delen die arbeidsvreugde nog jaren nadat de werken zijn voltooid. Banden zijn gesmeed.

Het komt erop aan jonge, enthousiaste en creatieve maçons de gereedschappen aan te reiken die ze in de toekomst nodig zullen hebben, want... … op jonge krachten komt het aan! Cor C.


OPERATIEVE VRIJMETSELARIJ Geïnspireerd op de gildes van de middeleeuwse kathedraalbouwers waar arbeiders van leerling over gezel tot meester werden als zij de vereiste kennis en bekwaamheid verworven hadden.

SPECULATIEVE VRIJMETSELARIJ De vrijmetselarij werkt vooral met symbolen. Ze zijn voor iedere maçon vrij interpreteerbaar.

15


De Keten vzw Toen we zo’n 50 jaar geleden aan ons avontuur begonnen, had de Loge Georges Beernaerts al een functionerende vzw: ‘De Keten’. Dat was voor de drie stichtende Loges die naar de Reyndersstraat wilden verhuizen (Georges Beernaerts, Broederketen, Salvador Allende) een noodzakelijke basis om aan de slag te kunnen; er was immers een wettelijke structuur nodig om tot de aankoop van een pand over te kunnen gaan. Alle stichtende Loges gingen op zoek naar middelen bij hun leden, een gigantische crowdfunding avant la lettre. Georges Beernaerts had als grootste Loge ook de grootste inbreng. De statuten van de bestaande vzw moesten worden aangepast aan die nieuwe realiteit. Er kwam een nieuwe Algemene Vergadering met een stemverhouding van 7-4-2, volgens de inbreng van elke Loge. Dit bevestigde dat de drie Loges in principe ook effectief eigenaar waren van het gebouw. Deze stemverhouding werd op regelmatige basis herzien; het aantal leden van de Algemene vergadering werd opgetrokken naar 41 om zodoende voldoende ruimte te laten om een Raad van Bestuur te vormen met voldoende leden. De Loge Georges Beernaerts behield ca 50% van de stemmen. Begin jaren tachtig zochten en vonden de nieuw opgerichte Loges Aruna, De Meiboom en Aqua hier ook onderdak. Aqua en Aruna verlieten De Keten weer. In 1986 kwam de nieuw opgerichte Loge Het Truweel ons vervoegen; de weekavonden waren weer bezet. Initiatieven om met meer dan vijf Loges te vergaderen hadden tot een aantal praktische problemen geleid. Uiteindelijk werd beslist om het maximale aantal Loges te beperken tot vijf, dus één Loge per doordeweekse avond. Een terechte beslissing bleek later, want de brandweer legde een maximale bezetting per verdieping vast. De nieuw toegetreden Loges kregen één stem

16

in de toenmalige Raad van Advies; ze werden zodoende mee betrokken bij het bestuur van de vzw, maar het was duidelijk dat dit door hun geringe aantal stemmen in feite eerder symbolisch was; een verdubbeling van hun aantal stemmen veranderde hier weinig aan. In 2020 werd de werking van De Keten grondig onder handen genomen en stapte Georges Beernaerts af van zijn meerderheidspositie; de drie stichtende Loges kregen een gelijk stemmenaantal, en de vrijgekomen stemmen werden toegewezen aan de later toegetreden Loges. Hun medezeggenschap in het bestuur werd dus representatief en de hoop werd uitgedrukt dat dit zou resulteren in een actieve deelname in het bestuur van de vzw. De statuten van de vzw zijn conform de geldende wetgeving; naast de opgelegde organen (Algemene Vergadering, Bestuursorgaan en Dagelijks Bestuur) werden voor een vlotte werking ook nog andere eenheden in het leven geroepen: Financiële Cel, Kunstgroep, Licht en Geluid, Onderhoudsteam en Bouwteam. Opnieuw mag benadrukt worden dat allen die werkzaam zijn in en bij de vzw ‘De Keten’, dat op vrijwillige basis doen. Samen met de voorzitters van de vijf aanwezige Loges zorgen ze ervoor dat het logeleven soepel kan verlopen. Toch moet worden benadrukt dat dit alles onmogelijk zou zijn zonder de voortdurende inzet en zelfdiscipline van alle ca. 500 leden-vrijmetselaars, die er ten bate van het algemeen belang allemaal samen voor moeten instaan dat alle geleverde inspanningen niet teniet worden gedaan door onzorgvuldigheid of verwaarlozing. Alleen samen kunnen we ons huis in schoonheid beleven en laten groeien, en dat veronderstelt inspanning van allen én een blijvende interesse in ons gebouw, in de realisaties van de afgelopen 50 jaar én in de vzw ‘De Keten’. Hugo dC


17


Stichtingsoorkondes van de vijf Loges van De Keten

Salvador Allende

18

Georges Beernaerts


De Meiboom

Broederketen

Het Truweel

19


1963

De Loge Georges Beernaerts In 1962 namen negen leden van de Antwerpse Loge Les Elèves de Thémis het initiatief om een nieuwe Loge op te richten en noemden haar ‘Georges Beernaerts’, naar een voormalig grootmeester van het GOB. Het oprichten van deze nieuwe werkplaats moet worden gezien in het licht van de afsplitsing van de Grootloge van België. Een groot aantal Vlaamse maçons had zich bij deze nieuwe obediëntie aangesloten. De oprichters van George Beernaerts zagen in het opnieuw gebruiken van de Bijbel, zoals bij de Grootloge, een verrechtsing van de vrijmetselarij en vreesden dat de principes van het vrij onderzoek verloren zouden gaan. In 1960 werd George Beernaerts verkozen tot grootmeester van het GOB. Bij zijn aanstelling gaf hij zijn visie op de toekomst van de vrijmetselarij. Hij zei daarin dat “de maatschappij snel evolueert en dat de vrijmetselarij mee moet veranderen, want ze is verouderd en versuft. Ze mag geen conservatief element worden dat zich elke vorm van vrij onderzoek of vooruitstrevende strekking ontzegt.” De oprichters van Georges Beernaerts lieten zich inspireren door deze redevoering en namen ze op in hun princiepsverklaring. Ze maakten een eigentijdse versie van de traditionele rituelen en vervingen de Bijbel door de constituties van Anderson, de eerste maçonnieke regelgeving. Ze herleidden de maçonnieke kledij tot een eenvoudig wit schort en schaften het gebruik van de zwaarden af. De nieuw opgerichte Loge wilde rekruteren buiten de klassieke middens zoals onderwijs,

20

administratie en magistratuur. Ze zocht kunstenaars, arbeiders en lagere bedienden om in te wijden. Een kandidaat-vrijmetselaar hoefde niet noodzakelijk sterke verbale capaciteiten te hebben, maar kon zich op een andere manier verdienstelijk maken. Bij de verhoging van de graad werd vooral rekening gehouden met de aanwezigheid tijdens de zittingen. Door middel van meer informele gesprekken kregen jonge broeders maçonniek onderricht in de gebruiken, de structuur en de symboliek van de vrijmetselarij. De broeders van Georges Beernaerts vonden ook dat er misverstanden bestonden over de maçonnerie, ze had geen al te best imago. Om dit te herstellen, wilden ze als


Loge naar buiten treden om zo de ware aard van de vrijmetselarij bekend te maken. De actie om als Loge standpunten in de buitenwereld bekend te maken, stootte op verzet. De Loge Georges Beernaerts kon niet voor heel de vrijmetselarij spreken en bepaalde meningen veroorzaakten onenigheid binnen de obediëntie. Om hun positie rond het naar buiten treden te verdedigen, werden een veertigtal bouwstukken (lezingen) gegeven om de Vlaamse, Waalse en Brusselse Loges te sensibiliseren. Wanneer filosoof-vrijmetselaar Leo Apostel schrijft over vrijmetselarij en de arbeidersbeweging, vermeldt hij de bewonderenswaardige poging van de Antwerpse Loge Georges Beernaerts om arbeiders in te wijden. Onze Loge heeft ook een voortrekkersrol gespeeld inzake vrouwenrechten binnen de vrijmetselarij. Ze was de eerste Loge van een mannelijke obediëntie die zusters toeliet op alle zittingen. Ze lag mee aan de basis van de omvorming van het Grootoosten van België, waardoor het zuiver mannelijke karakter van het GOB werd opgegeven. Georges Beernaerts besliste in 2021 dan ook om toe te treden tot de gemengde tak van het Grootoosten. Onze Loge is dus geen doorsneeloge. Ze streeft naar vernieuwing binnen de vrijmetselarij! Bert A

21


1974 Waarin ligt het DNA van de Loge Salvador Allende? Op 11 september 1973 werd de democratisch verkozen president van Chili, Salvador Allende, vermoord tijdens een bloedige militaire coup. Duizenden kilometers verderop, in Antwerpen, zaten enkele vrijmetselaars bijeen om te zoeken naar een passende naam voor hun nieuwe Loge. Plots hadden ze een naam: Salvador Allende, vrijmetselaar en sociaal bewogen politicus. Toen de stichters van de Werkplaats in 1974 de princiepsverklaring opstelden, wilden ze de traditionele maçonnieke principes opnieuw inhoud geven in logeverband, in het dagelijkse leven en in de maatschappij. Onze leden laten zich leiden door het motief dat onwetendheid de oorzaak is van onverdraagzaamheid en discriminatie, de woorden van Broeder Allende indachtig: “Ik richt mij tot de arbeider, de boer, de intellectueel, tot hem die vervolgd wordt, nu en in de toekomst, want het fascisme steekt steeds de kop op.” De stichters stelden eenvoud als uitgangspunt en wilden ingaan tegen de klassieke regels en gewoonten. Centraal in onze tempel staat geen kubieke steen… maar een kleitafel uit een Boomse steenbakkerij als werkbank.

De symboliek van deze tafel is enorm. De gebruikelijke passer en winkelhaak werden vervangen door een steen waarop deze symbolen zijn gebeiteld. Dan de belangrijke vraag: welk boek moest er op de werkbank liggen? Een nodeloze vraag voor een progressieve werkplaats: dit kan

22

alleen een blanco boek zijn met onbeschreven bladzijden. Een in leder gebonden boek met lege bladen: “En wie de waarheid kent, mag ze er eigenhandig inschrijven!” In het begin stond de rekrutering van arbeiders, in de breedste zin van het woord, voorop als een uitdaging om de vrijmetselarij te democratiseren en van de eigen Loge een sociologische afspiegeling van de maatschappij te maken. Solidariteit is een hoeksteen van onze Loge. Naast de solidariteit onder de leden streven we naar financiële ondersteuning voor verenigingen en groeperingen die op lokaal vlak de maatschappelijke ongelijkheid en sociale armoede willen aanpakken. Onze Loge stond ook voorop in de strijd binnen het Grootoosten van België voor de gelijkberechtiging van vrouwen. Zijn we in dit alles geslaagd? Waarschijnlijk niet. Het streven naar een gave kubieke steen blijft een voortdurend arbeiden van alle zusters en broeders in onze Loge. Tenslotte: De kracht ligt verscholen in de noeste arbeid die in de kleiputten door vrouwen en kinderen aan onze werkbank werd verricht. De wijsheid vinden we terug in de onbeschreven bladen van ons boek. De schoonheid krijgt vorm in de soberheid van onze rituelen. ‘Me oirán siempre’ (Men zal mij altijd blijven horen) Wim C.


23


1969 Visietekst

Broederketen Iedere Loge is geboren uit een nieuwe gedachte, een nieuw streven of ideaal van enkele leden. Dit zoeken naar nieuwere vormen en andere wegen beantwoordt aan het maçonnieke ideaal en bewijst de vitaliteit van de vrijmetselarij. Wij menen dat wij, door in eigen stijl en volgens eigen aard te werken, een weg hebben gevonden om het maçonnieke werk beter te dienen. Hiermee bedoelen wij vooreerst het werken in een Nederlandstalige Loge. Want, hoe onwaarschijnlijk het ook moge klinken, in Antwerpen bestond tot op dat ogenblik geen Nederlandstalige Loge van Le Droit Humain. Ons streven is een progressieve, dynamische Loge waarin met een verjongde denkwijze en volgens democratische leefregels wordt gearbeid. Een Loge waarin ook de jongeren zich thuis kunnen voelen en waarin ze worden voorbereid om zo vlug mogelijk een functie waar te nemen in een bestuur dat zich steeds vernieuwt en verjongt. Een eigentijdse Loge die openstaat voor de huidige zeer snelle evolutie in denken, voelen en leven; waarin niets wat de mens en zijn omgeving eigen is vreemd mag zijn en waarin vrijheid en gelijkheid onaantastbare rechten zijn. Carla W.

24

Broederketen na 55 jaar Samen met ongeveer 26 000 anderen in België hebben we ervoor gekozen deel uit te maken van de vrijmetselarij. Wij hopen er een plek gevonden te hebben waar wij in alle veiligheid en geborgenheid vrij kunnen denken en onderzoeken om de kennis en kracht te hebben ons niet vast te klampen aan één overtuiging of één persoon die iets verkondigt. Wij stellen ons open: we blijven lezen, we blijven praten en we blijven leren van de ander. We proberen ons te houden aan de feiten en niet aan een gevoel, een roddel of een stadsmythe. Een plek met als belangrijke aantrekkingskracht dat je er een rustpunt in je dagelijks leven kan creëren. Eén avond per week zitten we in de Tempel, zonder gsm, en luisteren we gewoon naar anderen. Even onthaasten binnen een traditie die al 300 jaar oud is. De Loge Broederketen heeft de voorbije 55 jaar altijd het evenwicht weten te bewaren tussen traditie en vernieuwing. We zijn ontstaan in een periode van scepticisme, van opstand, van revolutie en van het streven naar vrijheid. We zullen deze begrippen en waarden blijven koesteren. ND


1983 De Meiboom:

wortels, geest en betekenis Wie de geschiedenis van de Loge De Meiboom bestudeert, merkt dat haar identiteit niet op één moment is ontstaan. Ze is het resultaat van een lange, gelaagde groei, geworteld in engagement, vrijzinnigheid en een diep geloof in ritueel en verbondenheid. Het DNA van De Meiboom behoort tot een gemeenschap die zich in 1981 vormde rond acht zusters en vijf broeders die elk vanuit hun eigen zoektocht een nieuwe thuis wilden creëren binnen de vrijmetselarij. Ze deelden de overtuiging dat rituelen een bindmiddel moesten zijn, dat discretie en integriteit essentieel waren en dat er in een Vlaanderen dat toen nog sterk door klerikale structuren werd bepaald een gemengde, vrijzinnige Loge nodig was met aandacht voor menselijke waardigheid. Sinds de oprichting op 12 februari 1983 binnen de Belgische Federatie van de Internationale Gemengde Vrijmetselaarsorde Le Droit Humain is De Meiboom een Loge geweest met een uitgesproken geest van engagement en opbouw: een Loge voor wie elders teleurgesteld was, maar de logearbeid trouw wilde blijven en een plek die alle ingewijden opnieuw wou meenemen in het maçonnieke ambacht.

Waar staat De Meiboom voor? Voor rituele zorg, gemeenschapsopbouw en een levenslang streven naar inzicht en innerlijke groei. De Loge moedigt haar leden aan tot studie, reflectie en het delen van inzichten, maar ook tot solidariteit en het koesteren van menselijke warmte. Haar princiepsverklaring, inmiddels door 148 Meibomers ondertekend, vormt het morele kompas waarop generaties zich hebben afgestemd. Verscheidenheid is geen hinderpaal, maar een bron van kracht: professionals uit onderwijs, zorg, kunst, wetenschap, overheidsdienst en vele andere domeinen hebben er hun plaats gevonden. De Meiboom staat voor een gedragen dialoog, voor respectvolle uitwisseling en voor de overtuiging dat het ritueel – mits zorg en toewijding – ruimte schept voor verbondenheid voorbij de verschillen.

25


Dat maakt De Meiboom bijzonder. De Loge werd in haar beginjaren wel eens spottend een Loge van ‘malcontenten’ genoemd, maar bewees al snel een hechte, warme en actieve gemeenschap te zijn. Het zelf vervaardigen van werktuigen, het opbouwen van eigen rituelen, de zoektocht naar een plaats van arbeid, de vele gezamenlijke activiteiten, de internationale contacten en de bijna mythische Meiboomfeesten hebben een logecultuur gevormd die tegelijk serieus, speels, creatief en sociaal geëngageerd is. De Meiboom is geen verzameling individuen, maar een levende stam waarin generaties elkaar inspireren, uitdagen en dragen. De zorg voor de rituelen en de waardering van de symboliek gaan hand in hand met een nadrukkelijke gerichtheid op de mens in de wereld van vandaag.

Waarom de naam De Meiboom ? Omdat een jonge boom symbool staat voor toekomst, vernieuwing en innerlijke kracht; omdat een boom wortelt in vaste grond maar groeit naar het licht; omdat het planten van een boom een daad van vertrouwen is in wat later zichtbaar wordt: schoonheid, schaduw, bruikbaar hout. De Meiboom belichaamt precies dat: een Loge die gelooft in groei op lange termijn, in de innerlijke kracht van elke zuster en broeder en in de levenskracht van hun gemeenschap. Daarom blijft De Meiboom een plek waar humane waarden leiden, sociale rechtvaardigheid richting geeft, gelijkwaardigheid en genderdiversiteit worden gevierd en waar uitsluiting en racisme nooit wortel zullen schieten. Jan VdS

26


27


1987 Loge zoekt

Tempel: de geboorte van ‘Het Truweel’ Alle begin is moeilijk. In het leven van elke Werkplaats komt er een moment dat zij zo groot wordt dat de leden elkaar niet meer herkennen, laat staan kénnen. Ook in onze moederloge was dit het geval, zo’n veertigtal jaar geleden. Op dat moment kwamen enkele jongere broeders op het idee om een eigen Loge te stichten, kleinschaliger, zodat iedereen elkaar echt zou kunnen kennen. Dat idee kreeg meer en meer vaste vorm, tijdens talrijke gesprekken aan de toog, tot – na het sluiten van de bar – buiten op het trottoir, tot in de vroege uurtjes. Uren hebben wij zo volgepraat, plannen smedend, fantaserend, dromend. Een uitzwerming is een normaal proces, zoals kinderen die, als de tijd rijp is, het ouderlijk nest verlaten. Zodra onze ideeën – wij waren toen met zijn drieën – wat concreter werden, hebben wij onze moederloge op de hoogte gebracht. De reacties lieten niet op zich wachten: kritische, zelfs negatieve opmerkingen, ontradende commentaar (het zou ons jaren kosten om iets op te bouwen), sceptische opmerkingen (het was weinig relevant om in Antwerpen nog een nieuwe Loge op te richten), maar ook aanmoedigende, enthousiaste reacties (“Ik doe mee!”), … 28

Toch gingen we ermee verder; dinsdag werd onze vaste vergaderavond. De vergaderplaats was meestal het appartement van een van de initiatiefnemers. Zo konden we op donderdagavond de wekelijkse bijeenkomsten in onze moederloge blijven volgen. Eerst de fundering: het opstellen van een beginselverklaring. In de princiepsverklaring moeten alle ideeën worden vervat waarop de latere pijlers zullen steunen: het opstellen van een reglement, waarin de basisprincipes van de beginselverklaring worden geconcretiseerd. Dan het schrijven van de voornaamste ritualen, geen sinecure, want ook hierin moet onze specifieke filosofie worden weerspiegeld. Daaraan gekoppeld moest er aandacht worden besteed aan de onontbeerlijke logejuwelen, de symbolen kenmerkend voor een Loge die zich ‘Het Truweel’ noemt, de kleur- en vormgeving van de decors, eigen aan de verschillende functies. Elk van deze, soms schijnbaar onbelangrijke, aspecten werd kritisch en minutieus besproken. Een praktische oefening in maçonnieke symboliek. De diverse functies werden als vanzelfsprekend ingevuld, en dan: een naam vinden! In de loop van het wordingsproces doken er diverse kanshebbers op. Uiteindelijk werd unaniem gekozen voor ‘Het Truweel’, een voorwerp dat symbool staat voor het gladstrijken van oneffenheden, voor verbinding en broederlijkheid. Het zoeken naar een Tempel heeft eigenlijk niet lang geduurd. Meer dan een jaar voor de oprichting kregen we het onweerstaanbare aanbod om gratis op donderdagavond in de lokalen in de Reyndersstraat bijeen te komen. Meteen werd ook voorgesteld om het eerste functioneringsjaar als Werkplaats gratis te kunnen vergaderen, met als toemaatje het tweede jaar aan halve bijdrage… Een gewaardeerde broederlijke geste! Op 10 februari 1986 was de Tempel in de


Reyndersstraat bijna te klein voor de installatie van onze Werkplaats, maar de vloer heeft (gelukkig) standgehouden. Er werd, na lang en intens overleg, gekozen voor ‘Het Truweel’ als naam voor de nieuwe Loge, een symbool dat bij uitstek kan staan voor het gladstrijken van oneffenheden, voor verbinding en broederlijkheid. De diverse functies werden als vanzelfsprekend ingevuld. Het Truweel was geboren, na een intense periode die veel inspanning vroeg, maar tegelijk buitengewone voldoening bracht, in het besef dat de vrijmetselarij in haar diepste wezen steeds een persoonlijke en onvervangbare beleving blijft. Een ervaring die ons heeft verrijkt en ons herinnert aan de ware essentie van onze broederlijke weg: dat ieder van ons, op zijn eigen pad, verbonden blijft in het gezamenlijke streven naar wijsheid en innerlijke groei. Kortom: het was iedere inspanning meer dan waard. Wij hebben elkaar en vooral ook onszelf veel beter leren kennen en waarderen Tot slot een woord van dank: dit alles was nooit mogelijk geweest zonder de steun van andere Antwerpse Loges en vooral het bemoedigende begrip van onze partners. Ferre VB.

Visietekst Het Truweel Wij, stichters van de Loge Het Truweel, individueel zijnde atheïst, deïst of agnosticus, ontmoeten elkaar als zoekers, broeders, schouder aan schouder, op zoek naar het licht, naar de waarheid. Evenwel met de wijsheid dat deze tocht nooit eindigend, nooit aflatend, wellicht utopisch zal blijven.

29


Broederlijkheid: Het Truweel is de vaste mening toegedaan dat het beleven van broederlijkheid een van de hoekstenen van het maçonnieke gebeuren vormt. Kleinschaligheid: Het Truweel stelt dat broederlijke gevoelens beter tot volle ontplooiing kunnen komen in een kleine Loge. Omdat broederlijkheid in een Loge beter kan groeien wanneer alle broeders elkaar in al hun facetten beter leren kennen. Verdraagzaamheid: Het Truweel ziet in het respect voor andermans mening een bron van Kracht. Tevens met het bewustzijn dat uit de confrontatie van gedachten en meningsuitingen, hoe hevig soms ook, nieuwe inzichten tot nut van de Orde en de Werkplaats in het algemeen en van de individuele broeder in het bijzonder kunnen ontstaan. Dankzij de confrontatie tussen verschillende gedachten en meningsuitingen krijgt iedereen de kans om een eigen mening te vormen. Aldus met maçonnieke gevoelens gewapend, kan iedere broeder de profane wereld tegemoet treden.

30

Iedere broeder zal, volgens zijn eigen kunnen, maar steeds met optimale inzet, zich niet enkel binnen de Loge als ware vrijmetselaar opstellen. Hij zal zich ook in de profane wereld als zodanig gedragen. Vermits de traditie van de vrijmetselarij in haar voortdurende progressiviteit ligt, wensen wij steeds de verkondigers te zijn van de nieuwe en groeiende gedachte van de tijd door middel van de studie van de veranderende maatschappelijke situaties en wijzigingen in het wereldbeeld. Het Truweel werd geboren in het besef dat de vrijmetselarij in haar diepste wezen steeds een persoonlijke en onvervangbare beleving blijft. De oprichting in 1987 was een intense periode die veel inspanning vroeg, maar tegelijkertijd buitengewone voldoening bracht. Een ervaring die ons heeft verrijkt en ons herinnert aan de ware essentie van onze broederlijke weg: dat ieder van ons, op zijn eigen pad, verbonden blijft in het gezamenlijke streven naar wijsheid en innerlijke groei. Ferre VB.


Broederschap, Broederketen, Keten Simpele woorden met een grote betekenis Een gevoel van verbondenheid dat we allemaal kennen, voelen en met ons meenemen In grote en kleine dingen Telkens weer opnieuw, waar we elkaar ook tegenkomen Zoals tijdens onze solidariteitshappening in 2024 Onverwacht kwamen broeders en zusters langs Op bezoek om een zitting bij te wonen en samen te arbeiden Ze wilden niet storen en terugkeren Maar met zijn allen zijn we dichter bij elkaar gaan zitten en hebben hen in onze familiehappening opgenomen Samen hebben we een warme, verbonden en onvergetelijke avond beleefd. Fanny F

31


32


DEEL I

EEN REIS DOOR DE TIJD DE BOUWGESCHIEDENIS

50 jaar arbeid

33


1975 De aanzet

In het Antwerpse kenden we in de vijftiger jaren twee maçonnieke gebouwen, één in de Van Maerlantstraat en één in de Meistraat; beide werden in gebruik genomen vóór het einde van de 19de eeuw. Het werd drummen in deze gebouwen toen er in de zestiger jaren een nieuwe impuls ontstond in de vrijmetselarij. Bestaande Loges werden groot en men zocht ademruimte. Ook zette een streven naar democratisering

34

en progressiviteit vrijmetselaars aan tot uitzwermen en het oprichten van nieuwe Loges. Dit legde druk op de exploitatie van de ruimtes en er traden naast planningsproblemen ook principiële problemen op; hogere graden wilden geen ‘vrouwen’ aanwezig in het gebouw tijdens vergaderingen. De nieuwe Loges waren huurders en hadden geen enkele inspraak. Toen het gebouw in de Meistraat in de midden jaren zeventig onteigend werd (voor de uitbreiding van de stedelijke technische school - die er nooit gekomen is), moest de eigenaar, de vzw AMICOM, op zoek naar een nieuwe stek. Dit was geen sinecure en de Loges Georges Beernaerts, Broederketen en Salvador Allende vonden elkaar in hun bezorgdheid over hun toekomstige onderkomen. Ze droomden van een eigen stek.


35


1975-1976 Van bouwval tot logegebouw in negen maanden Charles Raemen liep elke ochtend van zijn woning op Linkeroever langs de Reyndersstraat naar zijn werk, de CMB op de Katelijnevest. Hij kende de buurt goed, zijn ouders hadden daar nog een zaak uitgebaat en hij heeft zijn hele jeugd daar doorgebracht. Groot was zijn verbazing toen hij een affiche ‘TE KOOP’ zag hangen achter het raam van een van de mooiste panden in de straat, een pand

De Reyndersstraat De Reyndersstraat ligt midden in de eerste stadsuitbreiding, die in zuidelijke richting plaatsvond rond 1200; de stadsomwalling verschoof van de Suikerrui naar de Steenhouwersvest (in dit nieuwe gebied was er reeds bewoning in de Hoogstraat en Oude Koornmarkt). Een steeg verbond de Vlasmarkt met de Oude Koornmarkt en aan de noordzijde bevonden zich stallingen en doorgangen naar binnenplaatsen en hoven van de herbergen op de Oude Koornmarkt. De zuidelijke zijde, tegen de omwalling, moest om militaire redenen vrij blijven. Dit laatste was door de derde stadsuitbreiding niet meer relevant en Ridder Reinier van der Elst, stadsschepen en

36

dat hij bovendien kende. Hij had er als kind gespeeld en wist dat er achter dit pand grote zalen bestonden, mogelijk geschikt als verenigingshuis waar men van droomde.

Charles zal die dag niet veel hebben gewerkt. Na een reeks telefoontjes kon hij vaststellen dat zijn enthousiasme aanstekelijk werkte, in zoverre dat een vergadering werd belegd… en de bal ging aan het rollen.

later markgraaf, eigende zich deze zone toe; ze werd het Reyniershof genoemd. (Midden 16de eeuw kocht Gilbert van Schoonbeke het hof, verkavelde het en legde onder andere de Vrijdagmarkt aan.) In de loop van de 15de en 16de eeuw werd de naam Haagsteeg over Reyeersteghe verder verbasterd tot Reynderstrate; uiteindelijk kwam er na de verfransing ook nog een ‘s’ bij en werd het dus Reyndersstraat. Midden de 16de eeuw werd de straat vooral gebruikt door venters om hun karren, hout en afval achter te laten. Het zou tot het begin van de 17de eeuw duren voordat de straat aan de noordzijde volgebouwd was met eenvoudige huizen (goed om te weten is dat gangenstelsels à la de Vlaeykensgang ook hier gewoongoed waren).


De kogel was echter nog niet door de kerk, want hoewel het gebouw wel geschikt leek, was men zich ervan bewust dat het een oud gebouw was, met vele levens en ook… Wie zal dat betalen?

De Meesterwoning Henricus Beynen, een 18e-eeuwse katoenhandelaar en lid van het rijke Meerseniersambacht (dat we nu de handelaarsvereniging zouden noemen), zag potentieel in deze buurt. Mogelijk was de bouw op de Vrijdagmarkt van het Plantinhuis een aanleiding, of de toenmalige verbouwing van de gevel van ‘De Groote Witte Arend’, wie zal het zeggen? Henricus had een plan. Hij kocht in 1759 twee panden, de Cleyne Haeghe (de voorbouw) en de Groote Haeghe (de achterbouw) en begon met het bouwen: de

37


poort links en twee vensters ernaast. In 1762 kocht hij het pand links (de Peirhage) en liet het huis onmiddellijk afbreken om vervolgens aan zijn vorige pand aan te bouwen (dat mogelijk nog niet helemaal klaar was). Er komen twee vensters bij aan de linkerkant van de poort en de bakstenen van de gevel worden zo goed mogelijk ingewerkt. Beynen bezit nu een prestigieus herenhuis, symmetrisch, met een rococo-poort in het midden. Als hij uiteindelijk in 1781 de kans krijgt het aan de rechterkant aanpalende pandje ‘Witte Lelie’ te kopen, laat hij dit niet liggen. Hij koopt het, breekt het af en laat ook dit smalle deel met één enkel venster aanbouwen aan zijn herenhuis. Deze aanbouw is goed zichtbaar door de duidelijke bouwnaad (en ook door het ontbreken van een arduinen kader rond de ramen). Zo ontstond het pand dat we nu zo goed kennen. Toen was het slechts ongeveer 8 meter diep, zonder de zalen en de achterliggende gebouwen. We zien dat het stuk grond dat achter den 43 ligt, en ook achter huisnummers 41, 39 en 37 in 1876 verkocht wordt, waarschijnlijk aan de eigenaar van het herenhuis. Aan het einde van de 19de eeuw wordt een bouwvergunning voor een zaal aangevraagd en worden mogelijk ook de twee achterliggende gebouwen opgetrokken. De zalen zijn dus ca. 100 jaar jonger dan het Herenhuis. De toenmalige eigenaar, handelaar of industrieel, beschikte nu over de ruimte om ter plaatse goederen op te slaan, te bewerken of te maken. Rond de periode van WO I was er het kantoor van de 4de wijk gevestigd en later werd het de zetel van TeleNorma, een Duitse telecommunicatiereus. TeleNorma plaatste zijn logo, een ruit met de letters TN erin, op het raam boven de poort. Hiervan komt dus de ruit die nu nog aanleiding geeft tot gissingen en verhalen. Dan blijkt dat het gezegde ‘waar een wil is, is een weg’ wel degelijk op waarheid berust.

38

Drie Loges waren, na kritische beschouwingen en een uitgebreid bezoek, bereid zich achter het project te scharen, mits men enkele ‘kleine probleempjes’ kon oplossen. Er moest een entiteit gevonden worden die zich contractueel tot de aankoop kon verbinden. De Loge Georges Beernaerts had een vzw, De Keten, die na enkele aanpassingen aan de statuten (en een bestuurswissel) hiervoor kon instaan. De nieuwe bestuurders trokken hun stoute schoenen aan, vonden een weg langsheen het immokantoor om rechtstreeks met de eigenaar in gesprek te gaan en vertrokken met een op ruitjespapier getekend grondplan als basis naar de onderhandelingen. Ze ontmoetten de eigenaar, de heer Pletinckx, een industrieel die in Zwitserland woonde, en kwamen uiteindelijk terug naar het bestuur met een onderhandeld voorstel à la belge, waarbij de verkoopprijs op de akte twee miljoen frank zou bedragen. Ondertussen werkte men naarstig aan het andere probleempje: wie gaat dat betalen ? Het enthousiasme, gestuwd door de wil tot zelfstandigheid, leidde tot een ongeziene dynamiek, en binnen de kortste keren werd door de leden meer dan anderhalf miljoen frank toegezegd, een crowdfunding avant la lettre. Er werd door enkele leden een lening toegekend en nog geen maand na het verlenen van het groene licht voor onderhandelingen kon men de aankoop bevestigen. Op 9 juni 1975 werd de akte verleden.

Handen uit de mouwen Het elan van de pioniers was nog niet verdwenen toen men de sleutels kreeg en het gebouw aan een grondig onderzoek onderwierp. Een lijst met uit te voeren werken werd opgesteld en die werd snel groter.


Men besliste om te beginnen met het opruimen en het slopen van de elektriciteit, de bezetting van de muren te kappen, deuropeningen te kappen en muren bij te bouwen. Onze leden waren wel metselaars, maar niet van het operatieve soort. Er was echter meer dan voldoende werk voor iedereen met goede wil. Er werd een onvoorstelbare hoeveelheid arbeid geleverd. Iedereen werd opgetrommeld en naast leden van de eigen Loges kwamen ook anderen een handje helpen.

een oogje in het zeil hielden. Zo moesten ze slopers tegenhouden bij het slopen van een steunmuur. Containers die in de gang stonden, raakten snel vol met schroot van valse wandjes, losgekomen bezetting, oude elektriciteitskabels, stenen van schouwen en verspreid afval. Na veertien ladingen kon men met de opbouw beginnen. Waar een tekst te kort schiet, spreken foto’s, anekdotes en getuigenissen voor zich.

Moet het gezegd dat het enthousiasme in meer dan ruime mate de vakkennis overtrof? Het was nodig dat onze architecten

39


40


Stemmen uit het verleden “In mijn onderwijsjob kwam het afkappen van stenen of muren en het wegschrapen van behang vanop een ladder niet aan bod. Ik leerde heel wat onbekende spierbundels kennen en ook dat die wel eens stijf konden worden. Het was een werk dat we niet gewoon waren, maar dat uiteindelijk toch plezierig werd omdat we het samen deden. Voorts moest ik in het onderwijs ook nooit plateaus vol stenen langs een zwak trapje omhoog en/of omlaag slepen, het was me wat. Ik maakte veel gebruik van mijn fototoestel, want zulk werk was het waard om vastgelegd te worden. De bakken bier die altijd voorradig waren en de werkkleding aan de kapstokken, hadden zelfs iets poëtisch. Enkele van de eerste belangrijke dingen waren elektriciteit en water, want wat doe je zonder die twee? Dat was een job voor de mannen in huis; zij waren de creatieve opbouwers. Wij waren de opruimhulpjes. Maar wij zorgden dan weer voor een portie koffiekoeken op tijd en stond.”

Veerle D 41


“Poetsen, schoonmaken en kuisen! Dat is wat ik mij herinner van die eerste periode. Wij waren nieuwelingen die nog niets en niemand kenden, maar wij werden meteen ingeschakeld in de werkzaamheden in het nieuwe huis. En dat schoonmaken en poetsen op wekelijkse basis was allemaal nog niet zo erg, maar als je dan de volgende week terugkwam om verder te poetsen, dan zonk de moed je vaak in de schoenen, want het leek wel alsof er opnieuw een storm door het huis gevlogen was. Alles was te herdoen, alsof wij de week voordien niets gedaan hadden. Soms was het wel wat ontmoedigend.

Natuurlijk snapten wij wel dat er in de tussentijd veel gebeurd was en dat er geen enkel werk uitgevoerd kon worden zonder stof en vuiligheid op te leveren. En gedisciplineerd als wij nieuwelingen waren… Wij zaten daar in wat ik een bouwval zou durven noemen. En daar moest iets van gemaakt worden. Chapeau voor wie het overzicht kon bewaren en genoeg visie had om ons aan te sturen. En dus kwamen wij gewoon wekelijks poetsen, schoonmaken en kuisen.”

Anne O 42


“Wij, de hulpjes, waren talrijk aanwezig bij de verbouwingswerken. We werden ingedeeld in groepjes van twee om allerlei vieze werkjes uit te voeren. Wij mochten alle plaasterwerk van de muren halen, tot op de blote baksteen; Wij mochten gerecycleerde bakstenen bikken om alle oude cement te verwijderen, zodat die bakstenen hergebruikt konden worden; Wij mochten meerdere verflagen van de vensters schrapen, tot op het blote hout. Ik kan wel zeggen dat we een flinke beet gelachen en gehuild hebben, want soms hadden een moker, een beitel of een schraapmes wel eens een eigen willetje en dat kostte dan de nodige verzorging en ontsmetting. Soms ontdekten we ook verborgen gaatjes waarin oudere voorwerpen na 100 jaar weer aan het licht kwamen. Ik moet ook zeggen dat we er telkens voor zorgden om de handen letterlijk uit de mouwen te steken op de dag(en) voor we naar de kapper gingen. Ondanks de sjaals en overalls om onze haren en kleren te beschermen kwamen we vaak als sneeuwmannen terug thuis. Die kappersbeurt van ‘s anderendaags was dan welgekomen. Aan de andere kant werd daar niet alleen een huis gerenoveerd, maar werden er vooral vriendschappen gesmeed die tot vandaag standhouden. Gedeelde vreugde en leed of pijn zijn het cement voor de broederschap gebleken, dat is duidelijk.”

Hélène M 43


“Vele, zeer vele, zaterdagen na elkaar gingen wij met een ploeg naar het nieuwe gebouw om er het grove werk uit te voeren. Dit zorgde wel voor wenkbrauwengefrons, want de muren waren behoorlijk hoog en werken vanop een ladder was een nieuwe ervaring die door een latent aanwezige hoogtevrees niet makkelijker werd. En alles moest tegelijkertijd gebeuren: de vergaderzaal op de eerste verdieping, de eetzaal op het gelijkvloers, de keuken, de toiletten. Onze boterhammen – Panos bestond nog niet in die tijd – moesten telkens meegebracht worden, want voor een halve dag naar

44

de stad komen was de moeite niet waard. Aanvankelijk namen we ook een thermos met koffie mee, totdat er een koffieapparaat werd aangeschaft. Op de eerste verdieping, waar nu de conciërgewoning is, konden we ons omkleden en schaften. Plannen, construeren en opbouwen lieten we aan de mannen over, wij concentreerden ons op plaaster en bezetting verwijderen, verf afschrapen en eindeloos opruimen en schoonmaken.”

Miren C


De Muts van Bert Bert De Bens was van in den beginne een fervente medestander van het project. Meer nog, hij was samen met Charles Raemen en Rik Lams degene die zijn schouders onder het hele proces zette, van concept tot afwerking. Later werd hij ook een toegewijde voorzitter van de vzw De Keten. Hoewel hij meer een man van het woord was dan van de daad, kluste hij, zoals blijkt op de foto, vlijtig mee . Op de viering van 5 jaar ‘den 43’, waar Bert de redevoering hield, werd door Irène volgende anekdote verteld: “Hij is vergeten iets te zeggen over één persoon die we nochtans onmiskenbaar met de historie van dit dierbare huis verbonden weten. Het gaat over een zekere Bert De Bens, de broeder die de schouders zette onder elke denkbare taak en aan wiens enthousiasme wij ons optrokken als we vermoeid werden. Al wie die heerlijke bouwtijd meemaakte, herinnert zich onze broeder Bert van kop tot teen onder stof en cementklodders én … getooid met zijn onafscheidelijke wollen muts. Dit ons allen zo vertrouwde ornament vond een roemloos einde in één van de veertien containers die puin en afval afvoerden. Aan het beeld van broeder Bert zonder zijn pittoreske mutske is er iets te kort . En kijk, broeders en zusters, bevuild door de aarde, gezuiverd door het water, gedroogd bij het vuur en in de lucht, ….. ziehier de muts van Bert!” FrankE

45


De lichten gaan aan Verbouwen kost geld en dat was er na de aankoop niet meer. Bijkomende giften van leden, van bevriende organisaties, enkele leningen zonder interest en uiteindelijk een hypothecaire lening gaven de nodige ruimte; we vergeten ook de opbrengsten van activiteiten en benefietconcerten niet:

Oefening baart kunst en de klussers werden handiger, men zocht steeds naar goedkope oplossingen: de treden in de Tempel werden gemaakt met gekregen paletten; zoveel mogelijk materiaal werd gerecupereerd. Dan moesten ook de afwerking en de inrichting worden voorzien. Niet alle ruimtes konden

46

worden aangepakt, maar een schildersteam zorgde wel voor de nodige opfrissing. Het ‘echte’ vakwerk bleef over voor de specialisten: het plaatsen van een nieuwe verwarmingsketel, het leggen van de vloeren in de zalen, het bezetten van de muren. De focus lag op het afwerken van de Tempel en de feestzaal. De keuken diende zo ingericht te zijn dat men voor een grote groep kon koken. De keukentoestellen werden gevonden bij de veiling van een failliet restaurant. Zuinig werk levert op; er was nog wat geld over om twee ontwerpen van Jul De Roover te laten uitvoeren: in eerste instantie het rasterwerk voor de ramen in de feestzaal. Voor de verlichting in de zaal opteerde men om ‘centimentele’ redenen voor papieren bollen. De klapstoelen waren niet de comfortabelste, maar wel de goedkoopste. En uiteindelijk kwam er het geometrisch houten plafond in de Tempel op de eerste verdieping. Binnen een maçonniek gebouw neemt de Tempel natuurlijk een belangrijke plaats in. Oudere tempels waren vaak in Egyptische stijl. In ons geval werd gekozen voor een moderne, dus jarenzeventig-uitvoering. Het ontwerp van architect Jul De Roover vormde de basis voor de symbolische elementen, die door Camiel Van Breedam werden uitgewerkt. We koesteren deze unieke ruimte, die ons welbehagen schenkt en door bezoekers wordt bewonderd. De theaterstoelen op de kolommen konden gerecupereerd worden uit het onteigende maçonniek gebouw van de Meistraat. Uiteindelijk kan Geert Vercammen, voorzitter van de vzw De Keten, op 7 februari 1976, amper acht maanden na de aankoop, het gebouw plechtig openen.


Een kort stukje uit zijn zeven bladzijden lange toespraak In deze buurt woonden tussen de Reyndersstraat en de Nationalestraat in de 16e eeuw de Antwerpse drukkers en boekhandelaren. In deze buurt staat het beeld van Rubens, onder dé stadstoren; het zal deze toren zijn die ons voortaan bij langdurige zittingen met Carolus tot orde zal roepen en wakker houden. In deze buurt resideerden aan de kaai en in cafés de waterklerken, en verkochten de jongste bedienden de postzegels van de brieven die ze ongefrankeerd aan elkaar doorgaven. En tenslotte ontstond in deze buurt de droom van de negentiend’eeuwse arbeiders, in onze

buurtparochie Sint-Andries, de Parochie van Miserie, de vierde wijk, waar op 1 mei 1890 de meibetoging werd geboren, die één dag staking betekende en in het land door 340.000 mensen werd gevolgd. Zoals u ziet, is de buurt waar we onze kolommen hebben opgericht een heel bijzondere buurt die al veel gezien heeft, maar wat ze nu beleeft, heeft zij nog nooit, de inwijding in een historisch pand van een vrijmetselaarsloge… … tussen de eerste dag, als alles nog diende te gebeuren en een gedienstige hand meteen met het afstoffen van de radiators begon, en de jongste dagen, als aan het op ongelijke afstand hangen van onze papieren bollen werd gewerkt, ligt er een maandenlang labeur, dat velen onder ons in een onbekend licht plaatste en weer anderen de overtuiging bracht dat zij, hoe dan ook, hun roeping hadden gemist.

47


1976-1982 De eerste jaren Het gebouw is in minder dan één jaar gebruiksklaar geraakt en het zal niemand verbazen dat na dit exploot de druk van de ketel ging. De Tempel is klaar en de feestzaal op het gelijkvloers (waar zich op dat moment ook de bar bevindt) ook. Voor alle andere faciliteiten wordt gewacht tot er weer zin en voldoende middelen zijn om tot afwerking over te gaan. Jul De Roover ontwierp een saspoort, zodat discretie werd gewaarborgd. Later werd het

48

normale slot vervangen door een elektrisch slot met code, want men vergat wel eens zijn sleutel, of men vergat de deur vast te doen. Circa 150 vrijmetselaars, werkend in drie Loges, gaan het avontuur aan om dit gebouw nu te exploiteren. Het moet onderhouden worden, er dient een conciërge aangeworven, de bar moet aangevuld, de verwarming moet werken en er moeten voldoende inkomsten gegenereerd worden om leningen af te betalen en reserves op te bouwen voor noodzakelijke werken.


Naast de lidgelden van de leden was het vooral de bar die voor inkomsten moest zorgen. Ze maakte echter verlies, want er werd te ruim geschonken en men was onzorgvuldig met de ontvangsten. De verlichting bleef branden, de verwarming werd niet afgezet, slechte afspraken zorgden voor misverstanden. Er werden duidelijke richtlijnen opgesteld; men drong erop aan om op het nodeloze verbruik van licht en verwarming te letten, en er werd streng toegekeken naar de orde en netheid in de lokalen. Een dagelijks bestuur volgde het reilen en zeilen binnen het gebouw nauw op. Dit had resultaat: er werd winst gemaakt.

Extra activiteiten zoals het inrichten van zaterdagbijeenkomsten en beiaardconcerten werden druk bezocht (men telde eens 140 aanwezigen op de bovenste verdieping) en in 1981 organiseerde men voor het eerst

‘soep na 1 mei’. Een wijncommissie werd geïnstalleerd en enkele jaren later weer opgeheven. De leden raakten het niet eens (wat bewijst dat vrijmetselaars ook maar gewone mensen zijn). Het dagelijkse gebruik van het gebouw legde enkele pijnpunten bloot: • een hofmeester die regelmatig voor meer dan honderd hongerigen diende te koken, verlangde naar een grotere en beter ingerichte keuken; • een aandachtige broeder merkte op dat er slechts één trap was om alle aanwezigen in geval van nood veilig en snel naar beneden te brengen. Zo waren er nog wel enkele puntjes… maar niet alleen koken kost geld, ook (ver)bouwen. Dat geld was er nog niet. Soms zijn er momenten dat het lot je goed gezind is:

49


Rik Lams: pionier, steunpilaar en voortrekker Rik sprong onmiddellijk op de kar toen het project van start ging en hoewel hij niet van de handigsten was, stond hij wel vanaf het eerste moment mee op de barricades, zij het vooral administratief en als motivator. Zijn ‘schoolmeesterschrift’ is herkenbaar op alle oproepen tot werk! Hij speelde een vooraanstaande rol in het bestuur van de vereniging; hij zorgde voor continuïteit en was door zijn ervaring en inzet zeer

•

•

•

50

De Keten ontving de melding dat de metrotunnel naar Linkeroever onder het gebouw door zou komen en dat hiervoor de ondergrond werd onteigend (je hoort in de gang, als het eens stil is, de metrostellen passeren). De vergoeding voor deze onteigening bedroeg iets meer dan 300 000 frank. Een aandachtige bezoeker wees De Keten erop dat dit gebouw een historische waarde had en dat de dienst Monumenten en Landschappen volop bezig was om zulke gebouwen te identificeren, op te lijsten, en ze, indien gepast, op te nemen als ‘Beschermd Monument’. De nodige acties werden genomen en in juli 1981 werd ons gebouw opgenomen in de lijst van beschermde monumenten. Dit legde een aantal verplichtingen op, maar we kwamen voor instandhoudingswerken in aanmerking voor subsidie. Met de maatschappelijke secularisering

betrokken bij de ontwikkeling van De Keten en de afwikkeling van de bouwprojecten die in 1985 en 2000 tot uitvoering zijn gekomen. Er zijn in de archieven van De Keten weinig documenten te vinden waarin Riks naam niet voorkomt. Enkel gezondheidsredenen kregen hem in 2002 uit het zadel. In 2006 werd hij gehuldigd en ontving hij van de vzw De Keten de gouden ‘dk’-speld. FrankE

kwam er meer steun voor vrijzinnige humanistische verenigingen en hun ontmoetingscentra. De feitelijke subsidiëring van gebouwen kwam pas goed op gang na de erkenning van de humanistische vrijzinnigheid als levensbeschouwing. De Keten heeft met succes subsidies aangevraagd. De vzw beschikte begin jaren tachtig dus over extra middelen. Men besefte dat er binnen het bestaande pand weinig opties waren om de veiligheid en het comfort te verbeteren. Het pand ernaast, huisnummer 41, stond leeg en was vervallen. Het was zowel aan de zijkant als aan de achterkant aan ons gebouw aanpalend, dus uitermate geschikt. In november 1982 werd overgegaan tot aankoop. Men kon aan de voorbereiding van de eerste grote verbouwing beginnen.


51


1982-1986 De grote verbouwing na de aankoop van nr. 41 Met de aankoop van het aanpalende pand verzekerde De Keten zich van de ruimte om noodzakelijke verbeteringen aan het gebouw uit te voeren.

Het gebouw was niet goedkoop, er werd 1 miljoen neergeteld voor dit eenvoudige en quasi vervallen rijhuisje, de helft van wat enkele jaren voordien betaald werd voor het grote herenhuis. Hoewel De Keten opnieuw wat had gespaard, moest voor de aankoop geld worden geleend van enkele leden. De grote kosten zouden nog komen, namelijk de verbouwing zelf. Architecten werden onmiddellijk aan het werk gezet en kwamen met enkele voorstellen. De ‘Gouden Trap’: dit was in feite de voornaamste reden voor de aankoop van dit pand. Wegens de hoge aankoopprijs en de kosten voor de constructie van die trap werd deze bij de leden schertsend ‘de gouden trap’ of ‘den duursten trap van ’t stad’ genoemd. Het gebouw moest volledig leeggemaakt en gestript worden. In het achterste gedeelte voorzag men een traphal met brandvertragende deuren op elke verdieping.

52

Een echte bar, onze ‘Vochtige Kamer’: het voorste deel op het gelijkvloers kon samengevoegd worden met een voorkamer van den ‘43’: een perfecte plaats om de toog te plaatsen, met voldoende ruimte voor de tooghangers. Bijkomend voordeel: de feestzaal kon beter benut worden. De zaal op de tweede verdieping: deze ruimte was enkel te bereiken via een gammel trapje. Met de nieuwe trap zou deze zaal, na grondige renovatie, in gebruik kunnen worden genomen. De inrichting van de keuken: de beperkte grootte van de keuken en de povere inrichting maakten het werk van de keukenchefs niet makkelijk. Een verruiming en een degelijke inrichting stonden ook hoog op het verlanglijstje.

Droog naar het sanitair: men moest nog, zoals vroeger gezegd werd, ‘naar de koer’, omdat de toiletten zich in de achterbouw bevonden. Het plaatsen van een soort veranda op dat deel van de binnenplaats zou een toiletbezoek veel aangenamer maken.


53


De integratie van het tweede pand in het gebouw was geen klein klusje en de kostenraming was navenant. De architecten schatten ze in het begin op ca. 3 miljoen frank. De Keten kon nu rekenen op subsidies van ‘Landschappen en Monumenten’ enerzijds (een geklasseerd gebouw zijnde) en van het Ministerie van Cultuur, als inrichter van vrijzinnige plechtigheden, anderzijds. Toch betekende dit dat de eigen inbreng groot bleef. De regelgeving om in aanmerking te komen voor subsidies was terecht streng: de procedures voor openbare aanbestedingen dienden strikt te worden gevolgd. De architecten gingen aan de slag met grondplannen en lastenboeken. Uiteindelijk kon de aanbesteding eind 1983 worden uitgestuurd. De raming was opgelopen tot ca. zes miljoen frank. De vereniging moest op zoek naar meer middelen. De aanbestedingen werden ontvangen en de laagste bieder paste zijn offerte aan. Die lag ver boven de gebudgetteerde kosten. Elke actie

54

om op deze basis verder te gaan was in eerste instantie te duur en zou mogelijk tot protest van andere aannemers leiden. De enige optie was de lopende aanbesteding in te trekken en een nieuwe, beperkte aanbesteding uit te schrijven (waarbij enkele posten uit het lastenboek gehaald werden, om binnen het budget te kunnen blijven). We spreken dan al over het voorjaar van 1984. Intussen kreeg De Keten de bevestiging dat de subsidies waren goedgekeurd en kon men zich, met leningen van de eigen leden alsook van het GOB, verzekeren van voldoende middelen. De werken werden begin 1985 vergund en bedroegen ca. zeven miljoen frank voor de aanneming. De werken die men had ‘geparkeerd’ om in eigen beheer te doen werden geschat op een extra miljoen. Dat deze werken nodig waren bewijst onder andere de staat van de vloer van de tweede verdieping.


Een meevaller was dat het houten lattenplafond van de onderliggende tempel zo stevig was dat het als werkvloer kon worden gebruikt. Het binnenbrengen van de stalen vloerprofielen en het aanvoeren van de stalen noodtrap én de betonleveringen zorgden voor de nodige verkeershinder. Soms werd de Reyndersstraat zelfs afgesloten.

De werken in aanneming werden begin 1986 opgeleverd. Het zou dan nog een tijd duren voordat alle werken in eigen beheer klaar waren. Zoals dikwijls werd ook hier onderschat hoeveel tijd en moeite in een renovatie kruipt, niet in het minst omdat de kas alweer leeg was. Het (her)openingsfeest was gepland voor oktober 1986. Dan moest toch zeker op het gelijkvloers de Vochtige Kamer klaar zijn.

Met gekregen bakstenen metste men een toog. Opnieuw zorgde het ontwerp voor de wanddecoratie van Jul De Roover voor een buitengewoon resultaat… dat niet veel kostte ( zie ook deel II ). Deze eerste verbouwing legde een zware financiële druk op de vereniging. Het bestuur handelde steeds volgens het principe van goed huisvaderschap, dus in plaats van zich in een financieel risico te storten, werden een aantal werken uitgesteld tot een latere datum (of moeten we zeggen tot betere tijden). Zo had de zaal op de tweede verdieping wel een stevige vloer gekregen, maar er was voor de rest niks aan gebeurd; de keuken was wel vergroot, maar nog niet ingericht, en men moest nog altijd ‘naar de koer’.

55


56


De vuile muur en het venstertje Herfst 1986, de aannemers zijn vertrokken en de broeders en zusters zijn volop bezig met hetgeen ze zelf gingen uitvoeren. Het motto was denkelijk niet ‘wat je zelf doet doe je beter’, de reden was eerder financieel. Als men bezig is, duiken er altijd nieuwe ideetjes op. Zo vonden enkele zusters het jammer dat ze, als ze naar de toiletten gingen, tegen een vuile tuinmuur liepen. Dat kon zo niet blijven en Jean-Pierre Bruynseraede, een begenadigd kunstenaar die graag zijn toga omwisselde voor een stofjas, werd aangemoedigd om aan de slag te gaan. Jean-Pierre is een impulsieve schilder. Zijn inspiratie komt op het moment dat hij voor zijn canvas (of hier zijn vuile muur) staat. Hij had enkele jaren daarvoor reeds een gigantisch kunstwerk gemaakt dat de ganse muur van de grote zaal bedekte, men wist dus waar men aan toe was. Hij toog aan het werk, daarbij een handje geholpen door Hetty.

In tegenstelling tot zijn meeste werken zien we hier zachte blauwe en gele pasteltinten die het binnenvallende licht naar de gang leiden. Vloeiende lijnen en organische vlakken lijken schimmen te vormen, contouren van wezens. Bovenaan, op het plafond, toont zich een duidelijk mannentorso tegen het hemelsblauw, met één hand wijzend en in de andere hand een passer vasthoudend. Wil de schilder door het weglaten van de winkelhaak elke rigiditeit afwijzen en met de passer zijn creativiteit en zin voor improvisatie, weg van regels, benadrukken? En waar wijst de man naar? Dan valt een bijzonder detail op: in de muur, boven de deur van het achtergebouw, bevindt zich een klein venstertje, een lichtpunt voor de kleine trapzaal. Dit venster kijkt uit over de gang. Van daaruit kan ieder die binnenkomt gezien worden. Jean-Pierre vond er niet beter op dan een ‘alziend oog’ in het raampje aan te brengen. Is het een waakzaam of een zorgzaam oog? Dat zal ieder voor zich moeten bepalen. Zo krijgt ‘een vuile muur’ toch een diepere betekenis. Frank E.

57


1986-2002 We bouwen verder De Keten richt zich opnieuw op de normale dagelijkse werking en op het in orde brengen van het gebouw na de zware verbouwingen.

Een nieuwe Loge, Het Truweel, vindt haar thuis in ons gebouw; hoe meer zielen, hoe meer vreugd én hoe meer inkomsten. Het gebouw is nu elke avond in gebruik. De penningmeester houdt de financiën nauw in de gaten. Door de eerdere verplichtingen blijft de financiële ruimte nog geruime tijd beperkt, maar er gaan al stemmen op voor nieuwe werken. Er is in het Antwerpse nood aan ruimte voor maçonnieke activiteiten en misschien biedt de zaal op de tweede verdieping een mogelijkheid. Het bestuur houdt de boot af, want er blijven onverwachte kosten opduiken: de platte daken moeten dringend vernieuwd worden en ook aan het puntdak en de gevel zijn noodzakelijke herstellingswerken nodig. De subsidies voor al deze werken komen goed van pas. Ook het vanouds aanwezige opschrift ‘Arbeid adelt’ wordt opnieuw in goud geschilderd. De Loges groeien en het bestuur vaardigt een reglement van inwendige orde uit om de nodige afspraken over gebruik en planning duidelijk te stellen. Enkele jaren later is er voldoende geld in kas om de keuken in te richten. Ze wordt tevens uitgebreid met een afwasstraat in een aanpalend lokaaltje, waar de keukenploegen dankbaar gebruik van maken.

58

In het voorjaar van 1994 zijn er opnieuw plannen om verder uit te breiden. Het openen van een tweede tempel zou toelaten om meer Loges in het gebouw te laten samenkomen. Dat zou de inkomsten van De Keten aanzienlijk verhogen. Men voorziet om een tempel op de tweede verdieping in te richten, maar hier komt heel wat bij kijken. De achtermuur (op de koer) moet onderschoord worden; de vloer van de tweede verdieping heeft een degelijke akoestische isolatie nodig; de muren moeten opgetrokken worden en er moet een puntdak geplaatst worden. Dat alles dient ook nog afgewerkt en ingericht te worden. Een uitbreiding van het sanitair is noodzakelijk, evenals een tweede vochtige kamer, en ook de lift komt weer in het vizier. We zijn midden 1995 en een eerste raming van de kosten wordt opgesteld. Het bestuur bepaalt tevens wat de maximale inbreng van de vereniging zelf kan zijn, rekening houdend met een mogelijke lening en/of schenkingen van leden. Dan begint een zeer lange lijdensweg: administratieve regels, onduidelijke subsidiëringsnormen, aanpassing van lastenboeken, onregelmatige aanbestedingen en verstreken termijnen zorgen ervoor dat er geen schot in het dossier komt. Het hele project is financieel niet meer haalbaar en in 2000 beslist men af te zien van een uitbreiding om zich te beperken tot verbeteringswerken.


Wat blijft er over : • verhogen capaciteit gas en elektriciteit; • nieuw sanitair en CV-installatie; • verluchting/verwarming van de feestzaal; • gedeeltelijke overkapping van de koer.

Deze werken waren klaar midden 2002, maar het dient gezegd te worden dat dit verloop voor een kater zorgde bij de bestuurders van De Keten. We bouwen nog altijd verder…

59


2002-2013 Den 43 in het nieuwe millennium

De Keten bekomt van de gedane inspanningen; men weet nu dat men geen grote bijkomende inkomsten kan verwachten en past zijn beleid aan: leningen dienen afbetaald te worden.

Een ‘liftcommissie’ werkt voort. Iedereen beseft dat met het ouder worden van de Loges ook de leden een dagje ouder worden en dan bepaalt de aanwezigheid van een lift wel degelijk of iemand al dan niet kan deelnemen aan de activiteiten. We moeten met de tijd meegaan. Muziek speelt een belangrijke rol tijdens de werkzaamheden van de Loge en het spreekt voor zich dat muziekinstallaties in de loop der tijden sterk zijn veranderd. Na de cassette en de cd doet de minidisc zijn intrede. Een werkgroep geluid en beeld tracht een en ander up-to-date te houden en zorgt voor beamers en het installeren van een draadloze internettoegang Soms valt er al eens een appel uit de kast. De Keten krijgt de kans om theaterstoelen over te nemen, een welkome verrassing. Het is natuurlijk zo dat de lokalen die in 1975 werden ingericht, stilaan gerenoveerd moeten worden. Deze plannen moeten voorlopig wijken voor de lift. Het plaatsen van een lift wordt op dat moment door het bestuur beschouwd als een voorbereidende stap naar de ontsluiting van

60

de tweede verdieping; denk maar even terug aan de perikelen van 2000. Na een zoektocht naar de beste oplossing, waarbij ook een ‘stoeltjeslift’ werd bekeken, bleek uiteindelijk een klassieke lift de beste keuze. Op de vraag waar die zou moeten komen, was het antwoord simpel: waar de kosten het laagst zouden zijn. De optie van een lift aan de buitenzijde van het bestaande gebouw viel dus al snel weg. Door de keuze voor een lift in de trapzaal van de (originele) houten trap kon het breekwerk beperkt worden. Er werd gerekend op een uitgave van ca. 100 000 euro, wat uiteindelijk ook zo is uitgekomen. Het benodigde geld kwam ter beschikking uit eigen middelen en giften van de in het gebouw werkende Loges. Enkele bevriende vzw’s én de verkoop van kunst maakten het budget rond. De werken startten in mei 2006 en in september kon de lift in gebruik worden genomen. Van deze werken werd gebruikgemaakt om tegelijk de gang te renoveren en een nieuw sas te plaatsen. Onze ingang verloor hiermee zijn seventieslook, wat sommigen zeer betreurden. In 2008 overleed Frans Lemaitre, hij gaat de geschiedenis in als de voorzitter die ‘den 43’ van een lift voorzien heeft.


De Keten was ondertussen een volwassen vereniging geworden, met aangepaste statuten en een intern reglement, een degelijke administratie en financiële opvolging. Noodzakelijke verzekeringspolissen werden afgesloten en een sociaal secretariaat ondersteunt de personeelsadministratie. Pas in 2010 kon men weer denken aan verdere renovaties en er werd beslist om de vochtige kamer en de Tempel als prioriteiten naar voren te schuiven. Beide lokalen hebben het meest te lijden gehad van de passage van meer dan anderhalf miljoen vrijmetselaars. De ontsluiting van de tweede verdieping moest nog even wachten. De vochtige kamer was ondertussen 25 jaar oud en begon steeds meer op een doorrookte bruine kroeg te lijken. Het bestuur zette voor het eerst een binnenhuisarchitect in. Die vormde

de jarenzeventigkroeg om tot een lookalike van een klassevolle hotelbar. Het prijskaartje was navenant en spijtig genoeg duurde het nog enkele jaren voordat alle kleine ongemakken waren opgelost. De beslissing in 2011 om het gebouw rookvrij te maken zorgde ervoor dat deze ruimte langer de tand des tijds zou kunnen doorstaan. Dan kwam de tempelruimte aan de beurt voor een broodnodige renovatie. De sisal vloerbekleding was tot op de draad versleten, evenals de gordijnen. Moderne verlichting zou door gepaste sturing bijdragen aan een betere sfeerschepping tijdens de samenkomsten. Ook hier lag een offerte van een binnenhuisarchitect voor, maar het lesje was geleerd. Deze renovatie werd opnieuw een oefening in ‘samenwerken’. Het overgrote deel van de werken werd uitgevoerd door leden tijdens de

61


zomervakanties van 2012 en 2013. Het lokaal kon gewoon in gebruik blijven. De buitenmuur werd geïsoleerd en een pleistervoorzetwand werd voorzien. Er kwam een nieuwe vloerbekleding. De verhogen werden vernieuwd en nieuwe verlichting werd geplaatst. Bij de materiaalkeuze werd gekeken naar de brandklasse, het lokaal moest veilig zijn.

De decoratieve elementen werden natuurlijk behouden, maar door een heel andere kleurschakering van de wanden veranderde het aspect van de tempel toch ingrijpend. Uiteindelijk kostte deze renovatie minder dan de helft van wat de binnenhuisarchitect begroot had.

62

De laatste renovaties werden betaald met de opbrengsten van de werking; zo ook enkele grotere onvoorziene werken aan de platte daken en de plaatsing van een nieuwe verwarmingsinstallatie. Voorziene renovaties, zoals de keuken en de ontsluiting van de tweede verdieping, moesten worden uitgesteld.


63


2014-2025 Op naar het gouden jubileum Het bestuur doet waaraan het zijn naam dankt: besturen, en dit wordt deugdelijk gedaan. Er wordt op de centen gelet, want reserves dienen om onderhoud en renovaties te bekostigen.

Er wordt gezorgd voor het welzijn en de veiligheid van de gebruikers. Bovenop de reeds aanwezige voorzieningen werd een brandcentrale geplaatst en volgden er rondgangen met de brandweer. Die bepaalt, op basis van de beschikbare vluchtwegen, het maximale aantal personen per verdieping en legt een beperking op het aantal aanwezigen. Het risico dat dit maximale aantal wordt overschreden wanneer er twee activiteiten tegelijk plaatsvinden, is groot. Dat betekent het einde van de jarenlange intentie om de tweede verdieping te ontsluiten en met een tweede tempel het aantal werkplaatsen te verdubbelen. Men kan zich nu volledig richten op andere projecten en het groene licht wordt gegeven om de keuken te renoveren. Raad wordt gevraagd aan specialisten om ervoor te zorgen dat de nieuwe keuken aan alle normen voldoet. Een lid-architect maakt een bestek op. En dan eindelijk: het project keuken wordt voorzien voor de zomer van 2019. Een plotse bestuurswissel dreigt roet in het eten te gooien; een urgente en geconcentreerde actie dringt zich op om op korte termijn de nodige en correcte overeenkomsten met de aannemers te sluiten, zodat aan

64

de noodzakelijke uitvoeringstermijn (juli en augustus) kan worden voldaan. Dat lukt. Een groot aantal leden sloopt op één dag de bestaande keuken. Er wordt


geproefd hoe het er bij de pioniers aan toegegaan moet zijn en dat doet dromen… ‘Samen Werken’ wordt een streven. De aannemer kan aan de slag. Alle nutsleidingen worden vernieuwd en er worden nieuwe ramen, plafonds, muur- en vloerbetegeling geplaatst. Een professionele afzuiging wordt aangebracht en roestvrijstalen meubels worden geïnstalleerd. Verrijdbare werktafels zorgen ervoor dat de kookploegen ergonomisch kunnen werken. De afwasruimte kreeg een aangepaste inrichting en een nieuwe wasstraat. Na de zomer beschikten we over een keuken waar menig van onze naburige restaurateurs jaloers op zou zijn. Deze ingrijpende werken hadden, hoewel ze binnen de begroting werden uitgevoerd, tot gevolg dat de spaarpot van De Keten weer eens leeg was. Men besefte dat er voor de volgende projecten weer een aantal jaren gewacht moest worden. Deze realiteit leidde tot een nieuwe impuls: een werkgroep, PT43, werd opgericht nog vóór de werken aan de keuken klaar waren. Het doel was: •

een enquête houden bij alle leden omtrent hun verwachtingen met

betrekking tot het gebouw; alle mogelijke deelprojecten definiëren en begroten;samen met het bestuur en een opgerichte financiële cel de mogelijkheden bekijken om de nodige fondsen te verzamelen; • een uitvoeringsplan opstellen, rekening houdend met de beschikbare middelen en de prioriteiten veiligheid en integriteit van de buitenschil. Een en ander werd aan alle Loges voorgesteld en positief onthaald. Aan de enquête namen bijna 50% van de leden deel en men leerde hun prioriteiten kennen. De focus diende te liggen op een afgewerkt en verzorgd gebouw, waar men fier op kon zijn.

Het bestuur gaf zijn akkoord en ging op zoek naar de nodige fondsen. Zoals voorheen konden we weer rekenen op giften en leningen van onze leden en Loges. Dit werd aangevuld met leningen van het GOB en de DH. Niettegenstaande dat de voorziene begroting niet gehaald werd, was er voldoende geld in kas om erin te vliegen. Er zou na elk deelproject worden herbekeken hoe ver we nog konden springen. Dan gooide COVID-19 roet in het eten.

65


Het gebouw werd gesloten. Aan de intentie om met ‘Samen Werken’ te besparen en ook de samenhorigheid te vergroten, moest worden verzaakt. De meeste leden behoorden namelijk tot de risicogroep. Als we de gezondheid van onze leden wilden beschermen én een eventuele heropstart van de activiteiten mogelijk wilden maken, werd een degelijke ventilatie een absolute must… en die was er niet. De nieuwe prioriteit werd ‘ventilatie’. Een systeem met warmterecuperatie en warmtepomp werd geplaatst in de feestzaal en in de Tempel. Omdat we zo weinig mogelijk ingrepen wilden doen in de Tempel, werd ervoor gekozen om de kanalen op de hogere verdieping te plaatsen (de bovenzaal was in al die jaren nog niet aan bod gekomen en dat kwam de bouwers nu goed uit).

66

De inwerking van de roosters in het houten plafond van de tempel kan zeker als geslaagd worden beschouwd. Het continu meten van CO2 en temperatuur vormt de basis voor de sturing. We waren een voorloper met zo’n systeem en moesten ons dan ook samen met de installateur door een aantal kinderziekten heen werken. De banketzaal was nu toch leeg en de renovatie kon worden aangevat. Na het plaatsen van een nieuw raam werden de wanden geïsoleerd en bekleed met gipsplaat. De doorgang naar de vochtige kamer werd vergroot, zodat de ruimtes beter bij elkaar aansluiten. De vloer werd vernieuwd .


De lichtjes van den 43 Jarenlang werden we in ‘den 43’ door scheepslantaarns in de trapzaal van de gezelligheid van de vochtige kamer naar de beslotenheid van de tempel geloodst, als bakens, als licht. Toen er besloten werd om de trapzaal te renoveren en een meer aangepaste verlichting te installeren, bestond er bij De Keten geen enkele twijfel over de nieuwe bestemming van de lantaarns: ze moesten bij voorkeur daar hangen waar de maritieme oorsprong én onze waarden samenkomen. Zo verlichten diezelfde bakens nu de lokalen van Lange Wapper. Ook hier schijnen ze, hebben ze een symbolisch karakter, ook hier duiden ze de juiste vaarroute aan, waarheen die ook moge leiden. Op de Antwerpse Linkeroever, aan de oever van onze machtige stroom, ligt de zeescoutsbasis van FOS Open Scouting Lange Wapper, de tofste bende van ’t stad. Al meer dan 100 jaar spelen hier meer dan 200 jongeren het scoutsspel volgens de methoden van scouting, oftewel hoe een oude methodiek in een hedendaags jasje succesvol overleeft. En er is meer, FOS open scoutisme draagt het actief pluralistische gedachtegoed hoog in het vaandel, onze scouts ontwikkelen zich al spelend en zeilend tot kritische wereldburgers, waarbij broederschap, vrijheid en gelijkheid geen loze begrippen zijn. Begrippen die ons, vrijmetselaars, bekend in de oren klinken. Vrijmetselarij, scouting voor volwassenen, het zou erg kort door de bocht zijn en historisch onjuist, maar toch: eens scout, altijd scout. Het initiatiek karakter van scouting, de symboliek van de belofte, de internationale broederband, maar ook gewoon de gezelligheid, de vriendschap, de sfeer, onbeschrijflijk voor zij die scout zijn, onbegrijpelijk voor de buitenstaander.

En toch is er iets tussen die twee. Menig Antwerpse vrijmetselaar zoekt voor zijn kinderen een zinvolle vrijetijdsbesteding en vindt die net aan die machtige rivieroever. Dat er op zondagavond ook een soort vochtige kamer wordt georganiseerd, is natuurlijk louter toevallig. Dat we hier onze broeders en zusters ‘anders’ ontmoeten, nemen we graag mee. De Lange Wapperscoutsbasis heeft als officieel huisnummer 41-43, waarbij ‘43’ nooit echt heeft bestaan, maar enkel in een imaginaire wereld leeft. Is dit toeval, of ontstaat er toch een onzichtbare band en wordt er vanuit de vrijmetselarij een symbolische hand uitgestoken naar de toekomst? Het denken staat vrij, maar de lichtjes van ‘den 43’ blijven schijnen in ’43’… Rudi R

67


Aan het plafond werden ronde akoestische panelen opgehangen die verwijzen naar de vroegere papieren lampions. Hierbij sluit de algemene regelbare verlichting, met pendels in cirkelvorm, perfect aan. Kunst is een belangrijk element in deze zaal. Een wallwasher-verlichting werd voorzien om alle werken perfect tot hun recht te laten komen. Omdat alles vlot en binnen budget verliep, werd bij de afwerking van de zaal ineens ook de gang meegenomen en de vochtige kamer voorzien van een nieuwe vloer. Al die werken werden opgeleverd na de zomer van 2021. In een tweede fase werden de ramen van de zaal op de tweede verdieping vervangen. De oude ijzeren ramen waren doorgeroest en vormden op termijn een gevaar. De bestaande overkapping voor de toiletten werd vervangen vanwege lekkages. Op de koer werd een nieuwe koepel voor rokers geïnstalleerd. Een grote noodzakelijke uitgave was het plaatsen van isolerend glas in de originele houten ramen van de voorgevel. Vervanging door nieuwe ramen was immers geen optie, den 43 is een beschermd monument. Deze tweede fase sloten we af in 2022 en nog steeds waren er voldoende middelen om in 2023 de trapzaal een nieuw kleurtje te geven én nieuwe verlichting te plaatsen. Dat was nog de enige ruimte die, met haar oranje tinten, de sfeer van de seventies uitstraalde en aan een opfrissing toe was. De verlichting met gekregen scheepslampen was ook niet echt geschikt om een trap veilig te verlichten. Toen was het geld voor de projecten opgebruikt, dachten we. Maar we hadden buiten één Loge gerekend die het maar triest vond dat de zaal op de tweede verdieping achterbleef en ze besloten met extra middelen over de brug te komen!

68

Het PT43 maakte een kostenraming op, gebaseerd op ‘Samen Werken’, bereidwillige leden die de handen uit de mouwen steken. Daardoor konden de kosten beperkt worden en beschikten we over voldoende middelen. Dit lokaal was niet opgenomen in de planning van het gebouw. Er kon rustig, zonder tijdsdruk, worden gewerkt. De klussers gingen aan de slag, isolatie, plaatsing van gipswanden, omkastingen van ventilatiekanalen, nieuwe verlichting, een akoestische vloer en schilderwerken werden volgens de regels der kunst en in prima sfeer uitgevoerd. Een bijzonder detail is de afwerking tussen de ramen. Panelen, uitgesneden volgens de patronen die architect Jul De Roover had gebruikt voor zijn wand op het gelijkvloers, doen hier dienst als esthetische en akoestische afwerking én zijn een blijvende herinnering aan zijn werk. De werken werden in 2025 opgeleverd, met een resultaat waar we fier op zijn. Het PT43 begon met een missie, het gebouw in orde brengen voor zijn jubileum. Dat is binnen de beschikbare middelen geslaagd. Het ‘Samen Werken’, dat de pioniers 50 jaar geleden proefden, ervoer de nieuwe generatie bij de sloop van de keuken en aan het einde bij de werken aan de zaal op de tweede verdieping. Het smaakt naar meer…


69


Een geruststellende zekerheid Kostbare kettingen hebben dikwijls een extra sluiting, een veiligheidsschakel… en De Keten heeft er ook zo één. Guido Peeters komt in 1986 in het bestuur van De Keten en is van toen af tot nu steeds betrokken geweest bij de werking van de vereniging. Hij vervulde 20 jaar de rol van econoom, een sleutelfunctie. De zorg dat alles elke dag ter beschikking was en ook gepast werd vergoed. Hij deed dit zorgzaam en streng maar rechtvaardig. En dat was nodig. Ook na het neerleggen van deze functie bleef hij steeds bereid om in te springen waar nodig… en er werden geen andere kandidaten gevonden. Zo was Guido ook voorzitter, penningmeester, hulp-penningmeester (want ook het kleingeld moest worden opgehaald en omgewisseld), medewerker bij de Ketenfeesten, de kunstgroep en het klusteam, noem maar op. En nog steeds kan er op hem worden gerekend. En of dit gewaardeerd werd… In 2006 ontving hij samen met Rik Lams het ‘dk’-speldje en er werd toen gesteld: “Guido is de broeder die af en toe, zeg dus maar zeer regelmatig, de puntjes op de maçonnieke i moest zetten en daar ook in slaagde.” Guido is ook een gedreven kunstenaar, die zorgde voor de affiches van de Ketenfeesten (waarover meer op een andere plaats in dit boek).

70

In 2025 wou hij een symbolische muurschildering aanbrengen, als afsluiting van de laatste renovatiecampagne. Het PT43team kon hem met moeite overtuigen af te zien van werken op stelling, wat risico’s met zich meebrengt, en het op hout te maken. Het is nu, zoals de kunstenaar het wou, ‘onopvallend’ aanwezig. Wat dat betekent, zal de lezer zelf kunnen vaststellen bij zijn bezoek aan den 43 en het werk zal voor velen een mooie herinnering blijven aan ‘de veiligheidsschakel van De Keten’. Ook zijn gevleugelde woorden: “De Keten, dat zijn wij allemaal”, zijn gemeengoed geworden in de vereniging. Frank E.


En we kappen voort Een oud gebouw moet je koesteren, je moet het omarmen. Het brengt je veel plezier, maar je moet er goed voor zorgen. De voorbije vijftig jaar hebben ons dat geleerd . Alle lokalen zijn de afgelopen 15 jaar onder handen genomen. Naast gepast onderhoud (en misschien een likje verf ) kunnen deze nu wel een tijdje mee. De grootste aandacht en zorg gaan uit naar de buitenschil van het gebouw: veilig voor gebruikers, buren en voorbijgangers, en wateren winddicht. Als je weet dat ‘den 43’ meer dan tien daken heeft, dan besef je wat dat betekent. De aloude gebruiken om het ene dak op het andere te laten afwateren zijn een zorg; de afwateringen zijn niet voorzien op de stortbuien die we nu beleven en in de toekomst nog meer zullen zien. Het hertekenen van de afvoer van regenwater en mogelijk ook de tijdelijke opvang daarvan is een aandachtspunt. We dienen ook het rioleringssysteem te ontzien; in dit stadsgedeelte is het al ‘een dagje ouder’. De grote Nederlandse filosoof die stelde: “Elk voordeel heb zijn nadeel” krijgt gelijk. De metroverbinding naar Linkeroever leverde bij de aanleg een mooie cent op, maar de trillingen zorgen ervoor dat de voegen van de kelderwelfsels materiaal verliezen. Dit verdient eveneens de nodige aandacht. Er blijven nog voldoende projecten over. Daarom voorziet het bestuur in zijn werking een bouwteam.

De activiteiten zijn divers: • het oplossen van de kleine dagelijkse problemen, zoals niet werkende verlichting of deurdranger, een haperende deur; • het uitvoeren en opvolgen van jaarlijkse onderhoudswerken gaande van het bladvrij maken van aflopen tot de uitvoering van de controles van verwarming en ventilatie; • het plannen, specificeren en uitvoeren van werken van grotere omvang. Het spreekt voor zich dat zulks gebeurt binnen de middelen die het bouwteam worden toegewezen. En laat ons realistisch blijven: na uitvoering van deze projecten zijn we weer een aantal jaren verder en horen we wellicht de verzuchting van leden: “Deze zaal zou ook nog wel eens gerenoveerd mogen worden.” Ze zullen dan allicht gelijk hebben, maar enkelen zullen zeggen: “Wanneer hebben we dat nog gehoord?“ De pessimisten zouden dit een sisyfusarbeid noemen; de steen rolt altijd terug naar beneden. Vrijmetselaars zullen eerder verwijzen naar het Griekse aforisme ‘panta rhei’, alles stroomt, niks blijft hetzelfde. … en ze kapten voort! Frank E

71


72


DEEL II

EEN REIS DOOR HET ONBEKENDE

Een kijkje achter de deuren

73


Voor de poort In dit tweede boekdeel nemen we je mee naar binnen, beste lezer. We nemen een kijkje in de verschillende lokalen met elk zijn specifieke maçonnieke functie. We lichten de activiteiten toe die in het gebouw plaatsvinden. We luisteren naar de verhalen en anekdotes van vrijmetselaars die hier inspiratie vonden. De geschiedenis van ons historisch pand en de straat vernam je al in deel I van deze

74

kroniek. Eén aspect bleef echter nog onderbelicht: het opschrift “ARBEID ADELT”. In de voorbije vijftig jaar zijn tal van veronderstellingen ontstaan, maar tot op heden is geen definitieve verklaring gevonden voor de aanwezigheid ervan boven de deur. Zuster Gerda voerde onderzoek uit en vond een mogelijke verklaring voor deze intrigerende tekst boven het portaal:


Wanneer ik bijna wekelijks naar mijn Loge ga, kijk ik met trots naar de inscriptie die boven de rococo-ingangspoort van de Reyndersstraat 43 prijkt: Arbeid adelt. Jaren geleden, pas ingewijd in de gemengde Vrijmetselaarsloge Broederketen van Le Droit Humain Antwerpen, raakte ik in gesprek met een lid van een uitsluitend uit mannen bestaande Loge, die betrokken was geweest bij de aankoop en de verbouwingswerken van het gebouw. Hij wist mij te vertellen dat er volgens een hardnekkig gerucht, dat ook een broodje-aapverhaal kan zijn, vroeger verschillende ruimtes zouden zijn gebruikt als naaiatelier, gezien de ontelbare naaimachines die er overal verspreid zouden hebben gestaan en die verwijderd moesten worden voor de inrichting van de maçonnieke tempel en andere voorzieningen. Nieuwsgierig als altijd, ben ik digitaal gaan graven op zoek naar een mogelijk verband tussen het opschrift ‘Arbeid Adelt’ en dat naaiatelier. Zo ontdekte ik dat: De Nederlandse, in Delft geboren, Betsy Perk (1833-1906), tante van de Nederlandse dichter Jacques Perk, was naast auteur van historische romans en toneelstukken ook een activiste in de eerste feministische golf. Ze stichtte in 1870 de landelijke vrouwenvereniging ‘Arbeid Adelt’, richtte twee feministische tijdschriften op en pleitte voor degelijk onderwijs en voor het recht op betaalde arbeid voor burgervrouwen.

Voor haar betekende ‘Arbeid adelt’ dat hard werken een nobel, waardevol en beter mens van je maakt, waarbij arbeid als eervol wordt beschouwd in plaats van als minderwaardig. Het benadrukt dat inzet en toewijding karakter vormen en waardering verdienen. Door haar progressieve en contesterende houding voor die tijd en haar nogal assertieve karakter had zij met heel wat tegenkanting in haar burgerlijke omgeving af te rekenen en zou ze zelfs een periode met een vriendin in Antwerpen hebben gewoond, al kan dat voorlopig niet worden bewezen. Het zou dus zomaar kunnen dat haar feminisme en haar sociale strijd voor het recht op betaalde arbeid voor vrouwen toen tot bij de eigenaars of werkgevers van ons pand zijn doorgedrongen. Hoe onwaarschijnlijk mooi zou het zijn om nu te kunnen zeggen dat binnen deze muren de oorspronkelijke profane arbeid voor vrouwen wordt voortgezet door maçonnieke arbeid door mannen en vrouwen. Toeval of niet, het is toch werkelijk te mooi om hieraan klakkeloos voorbij te gaan. Elke week stap ik daarom met geheven hoofd het gebouw binnen om van de profane arbeid over te schakelen naar de maçonnieke arbeid. Gerda B.

75


Het sas De voordeur staat op een kier en nodigt ons uit om de hal binnen te gaan. Daar stuiten we meteen op een tweede deur, die het ‘binnen’ van het ‘buiten’ scheidt, het maçonnieke van het profane. Dit is het sas: wie de geheime code niet kent, geraakt hier niet voorbij. Als we omhoog kijken en het kunstwerk bewonderen dat deels op het plafond en deels op de muur is aangebracht, opent de deur zich plots en krijgen we toegang tot het verdere gebouw.

Een open huis Na de verhuisperikelen uit de Meistraat en de start van het nieuwe project in de Reyndersstraat was het voor de stichtende leden duidelijk dat dit nieuwe maçonnieke gebouw meer moest zijn dan de gesloten instelling die de vrijmetselarij tot dan toe was. Al snel werd duidelijk – en de reden daarvoor mag gerust in de nasleep van de gebeurtenissen van 1968 gezocht worden – dat openheid naar de buitenwereld toe een gegeven was waaraan men wilde werken. Dat liep natuurlijk niet altijd even vlot, vermits er nogal wat stakeholders betrokken waren bij het beslissings- en uitvoeringsproces. Toch mag gesteld worden dat de oorspronkelijke doelstelling minstens gedeeltelijk is gerealiseerd. Onderhavig boekwerk is daar een sprekend voorbeeld van. Zo zou het zeker niet de eerste schepen of burgemeester van de stad Antwerpen zijn die ons een bezoek bracht op een speciale

76

gelegenheid, zoals bij de afronding van een grootschalige gesubsidieerde verbouwingsfase. Voorts hebben de startende Loges Aqua (Le Droit Humain) en Aruna (Vrouwengrootloge) in hun beginperiode langere tijd onderdak gevonden in ons gebouw. Door de groei van hun ledental en de herbestemming van de ruimtes moesten zij echter op zoek naar een eigen stek. Die vonden zij en beide Loges groeien en floreren. Vaak maken andere Loges gebruik van onze lokalen wanneer ze een bijzondere feestelijkheid willen organiseren waarvoor ze de benodigde ruimte zelf niet in huis hebben. Er zijn daarnaast ook de ‘Fraternelles’, groepen vrijmetselaars die werkzaam zijn in veel verschillende Loges verspreid over het hele land en die beroepsmatig in dezelfde sector met elkaar verbonden zijn. Zij maken geregeld gebruik van ons gebouw voor hun vergaderingen, denken we hier maar aan de medische wereld, onderwijs of de media, om er maar een paar te noemen. Een bijzondere troef die wij hen kunnen bieden is het vrije gebruik van onze geroemde keukenfaciliteiten. De vijf in de Reyndersstraat werkende Loges nodigen daarenboven graag zuster- of


De Geur van de Reyndersstraat Lang loop ik nog niet rond in het gebouw, maar het viel me al op dat de geur van de gangen in de Reyndersstraat een vreemde, meerlagige geur is. Eerst waait er een soort steriele stoffigheid je neus binnen - zacht en vertrouwd, maar zwaar. Hoe verder je wandelt, hoe meer die geur zijn oubolligheid verliest, dieper in je neus dringt, je kietelt - hij wordt scherp en geestig. De geur van de gangen in de Reyndersstraat evolueert als een diersoort, groeit met de stappen in plaats van met de jaren. In de klank van die stappen die zo fijn kunnen echoën (als ik bijvoorbeeld rechtsaf sla om mijn jas op te hangen, of links om nog een sigaret te roken op de binnenplaats, of bij die eerste koninklijke deur die naar de vochtige kamer leidt) zitten jaren verstopt - gefluister, gegrinnik, af en toe gelach, verdriet, soms woede, maar veelal jaren aan ervaring, broederschap, schoonheid.

dochterloges uit voor gemeenschappelijke evenementen. Daarvoor zetten we de deur wijd open. Dat doen we ook bij de ‘Open Monumentendag’; dan voorzien we zelfs in rondleidingen. Op 1 mei staat de poort dan weer wagenwijd open voor deelnemers aan de manifestatie die achteraf een hongertje komen stillen of willen napraten. Bij de gebeurlijke plensende regenbuien serveren we met plezier dampende soep en broodjes, uiteraard tegen democratische prijzen. Onze lokalen stelden we ook een tijdlang ter beschikking van de vereniging van ‘Kinderen

Ik ruik de gangen van de Reyndersstraat als ik mijn jas heb opgehangen en naar de vochtige kamer stap en hoor nieuwe vlagen van gegrinnik en gemopper daar in dat lokaal, waar nieuwe geuren me tegemoet komen als ik de deur achter me sluit - de bittere, kille vlaag van tonic die (al dan niet boven gin) wordt uitgeschonken, de dik zoete walm van frisdrank, de omhelzende bries van de net opengemaakte pint. Ik neem plaats aan de toog en geef mijn gewoonlijke bestelling door. De vochtige kamer ruikt, bovenal, naar gemak en klinkt, omhelst en foetert als een oude vriend - en dat doet eigenlijk dit hele gebouw, oud en machtig zoals het overeind staat. Omarmd door de Reyndersstraat zet ik mijn lippen aan het glas. Wat smaakt beter dan een pint bij een oude nieuwe vriend ? Arthur D.

van Vrijmetselaars’. Zij hebben het meest genoten van de toen nog vaak niet ingerichte ruimtes waar zij hun gang konden gaan met hun activiteiten. Op die manier probeerden en proberen wij het idee van een ‘Open Huis’ te realiseren, dat de stichters voor ogen hadden. Of we daar helemaal in geslaagd zijn, blijft een open vraag, maar we werken er alleszins aan. Niks is ooit afgewerkt of definitief, dus de toekomst kan er alleen maar beter uitzien.Dat is en blijft toch de grote betrachting. Hugo dC

77


Open Monumentendag Het bestuur van De Keten kreeg in 2023 de vraag of we wensten mee te werken aan de Open Monumentendag en onze tempel open te stellen voor bezoekers. Op dit voorstel werd positief gereageerd. De bedoeling was om meer openheid te creëren over de vrijmetselarij. Er werd afgesproken dat we infosessies van een half uur zouden houden. Geen makkelijke opdracht, gelet op de vele informatie waarover we beschikten. Ik geef een kort overzicht van wat ik als begeleider aan de bezoekers heb meegegeven. Na het betreden van de tempel wees ik op de specifieke vorm, namelijk een ‘langwerpig vierkant’, een vorm die je in alle vrijmetselaarstempels ter wereld terugvindt. Aan beide lange zijden de stoelen, de verschillende stalles en de symboliek van de vier windrichtingen werden toegelicht. Hierna ging de aandacht naar de verschillende aanwezige symbolen met nadruk op de licht- en de bouwsymboliek. De verschillende obediënties werden toegelicht. Ik trachtte ook mee te geven waar de vrijmetselarij voor staat. We zijn een vereniging van vrije en rechtschapen vrouwen en mannen. De vrijmetselarij is een initiërende, progressieve, wereldomvattende vereniging, gebaseerd op de verlichtingsidealen van vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid. Naast initiatie houden we ons ook bezig met maatschappelijke en sociale problemen en filantropie. We aanvaarden geen dogma’s. We sloten af met een gesprek dat we wegens tijdsgebrek niet meer in de tempel, maar in de bar hielden. Er kwamen veel vragen over geheimhouding en over de vrouw in de vrijmetselarij.

78

De Open Monumentendag is een geslaagd initiatief. De belangstelling was overweldigend en uit de vele vragen bleek een grote nieuwsgierigheid. Alle sessies waren volzet en aan het eind van de dag telden we niet minder dan 275 bezoekers. De Open Monumentendag werd ondertussen driemaal gehouden, telkens met groot succes en onder grote belangstelling. Hoewel het niet de opzet was, zijn er enkele van die bezoekers lid geworden. Of er meer openheid moet komen rond de vrijmetselarij is sinds lang voer voor discussie. Persoonlijk vond ik die rondleidingen zeer verrijkend. Marc VP


De gang In de hoge, lange gang zien we veel deuren. Achteraan bevinden zich de toiletten. Naast de vestiaire vallen de grote kunstwerken op. Een gang is een uitermate geschikte plaats om dit te tonen, om zo de saaiheid van een passage te breken.

Eén werk valt op door zijn schijnbare eenvoud; men ontwaart met moeite de lichte verschillen tussen de tinten zwart en wit. Dit werk van Bert De Leeuw is een subtiele studie met wit krijt op zwart vilt, uit zijn reeks 1/24x23x22…x1; zes van de 24 sculpturen staan in de tuinen van het KMSKA. Broeder Guido P. heeft een speciale herinnering aan dit werk:

79


Het werk van Bert De Leeuw Bij mijn aankomst in het gebouw was ik steeds onder de indruk van het wit-zwart werk van Bert en kon ik niet nalaten er voor stil te staan. Dat doe ik trouwens na 40 jaar nog steeds. Op een avond kwam Bert uit de grote zaal en betrapte mij. Hij kwam achter me staan en vroeg me, met zijn hese stem, en over mijn schouders heen, wat ik ervan vond. Ik antwoordde dat ik het prachtig vond, maar dat ik niet snapte van welke materialen het was gemaakt. En geduldig, als een echte leermeester, begon hij. Voor de drager gebruikte hij zwart vilt, ‘feuter’ in Berts Antwerps. Dit werd toen ook veel gebruikt in de etalagebouw, de mode en de hoedenmakerij. Hij vertelde dat geen enkel materiaal zo ‘mat’ was als deze stof en dat in de zwarte kleur het oppervlak zo goed als geen enkele lichtstraal terugstuurt naar de lichtbron. Ik begreep dat, want toen ik in de verfhandel van mijn ouders werkte, maakte ik de ontwikkeling van de ‘matte’ verf mee. Je brak bij aanraking de microscopisch kleine ‘stiftjes’ en liet daardoor een half blinkende veeg achter. Hij moest lachen omdat ik dat wist en vroeg toen of ik ook wist met welk materiaal hij de tekening er had opgezet, en dat zonder het vilt aan te raken. Ik moest passen. Zoals zo dikwijls was de oplossing eenvoudig: het doek (het vilt dus) werd platgelegd, hij nam een busje kindertalk uit de verzorgingsmand van de baby en strooide die talk voorzichtig op het doek. Hij had eerst veel geoefend… en ook aan bloemsuiker gedacht, maar dat plakte te hard. Guido P.

80


Klein naakt in de toiletten Vrijmetselaar zijn we ook in het vestimentaire. We kleden ons symbolisch met een schootsvel en witte handschoenen. Soms komt daar nog een juweel van de Loge bij, maar dit zien we vooral bij (voormalige) mannenloges. In de damestoiletten staat in de hoek op de lavabo een pastelwerkje van een anonieme maker. Terwijl ik de handen was (in onschuld, dat ook), bestudeer ik het kleinood en dat doe ik al vele wasbeurten. Het toont een weelderig gevormde naakte dame zonder hoofd. Blond is ze; dat kan je zien aan enkele krullen die net onder de omlijsting zitten. Op de plaats waar bij aartsmoeder Eva een vijgenblad zit, zien we een omgekeerde driehoek in de kleur van het kader, een soort turkoois. Volgens het Oude Testament gebruikten Adam en Eva vijgenbladeren om hun naaktheid te bedekken toen ze uit het paradijs werden gejaagd. Zij waren ineens overvallen door schaamte, naast schuld, boete en vergeving,

belangrijke geloofsartikelen. Aanleiding hiervoor was dat zij op aanstoken van Eva – in de zoektocht naar kennis schoot De Vrouw ontegensprekelijk eerst uit de startblokken – gegeten hadden van de Verboden Vrucht, die aan de Boom der Kennis van Goed en Kwaad groeide. Schaamte om mijn vrijmetselaarschap heb ik niet. Integendeel, ik ben er trots op. Maar het is natuurlijk ook niet zo dat ik in de profane sfeer mijn maçonnieke ‘naaktheid’ toon, dat ik me in de buitenwereld volop als vrijmetselaar out. Het is iets privé, niemand heeft er zaken mee en niemand heeft het recht om het te weten. Ik heb niet gezocht naar initialen waarmee ik de schepper van dit kunstwerkje zou kunnen identificeren. Het is zelfs niet zeker dat het een zuster is, waarschijnlijk wel een vrijmetselaar. Zelf ben ik al 25 jaar lid van een gemengde Loge, vier van de vijf werkplaatsen in het gebouw zijn dat inmiddels. Onze toiletten zijn (nog) niet genderneutraal. De broeders hebben deze bijna naakte zuster in principe nog niet gezien. Ann D’H.

81


De vochtige kamer Passer en Winkelhaak zijn prominent aanwezig, kunst siert de muren. Houten luiken voor de ramen. Vrijmetselaars verdiepen zich in de waarden van de Verlichting, maar schuwen het profane licht tijdens hun maçonnieke werkzaamheden.

82

Dit is misschien wel het goedkoopste café van Antwerpen. Hier aan de toog worden filosofische gesprekken gevoerd en zoals aan elke andere toog wordt er ook veel gezeverd, maar er wordt altijd geluisterd. Elke mening telt. Luisteren, dat leer je als leerling-vrijmetselaar en daarom staan de leerlingen vaak achter de bar. Veel uitleg vergt dit niet maar toch deelt broeder Yves zijn ervaring:

Voortschrijdend inzicht in het gebouw Onmiddellijk na mijn inwijding ervoer ik dat er een probleem moest zijn in De Keten:


er was namelijk een vochtige kamer. Ik vond dat zeker spijtig, maar verwonderlijk was dat niet helemaal… De Reyndersstraat is laag gelegen, vlak bij de Schelde en het was toch al heel lang aan het regenen. Ik had bovendien uit gesprekken opgevangen dat ze ook in de Van Maerlantstraat last hadden van vocht in een kamer. Een hydrogeografisch probleem dus. Ik was toch curieus en betastte discreet de muren in de bar, en die bleken... kurkdroog. Ook in de gang en het toilet was alles droog. Vreemd was dat. Ik besloot een broeder die actief was in het bestuur van de Keten hierop aan te spreken en hem te vragen waar precies de vochtinsijpeling in het gebouw was en hoe lang het probleem al bestond. Deze broeder nam me even apart en, zonder een spier van zijn gelaat te vertrekken, onthulde hij mij een nieuw geheim. Wat ik een bar noemde, was voor de vrijmetselaars bij De Keten een buitengewoon belangrijke plek, die de vochtige kamer werd genoemd. Daar werden broeders en zusters die aan verschillende stadia van de ‘droge keel’ leden ambulant behandeld, vooraleer ze naar huis gingen. De kosten van deze therapie werden via De Keten zelfs zo laag mogelijk gehouden. Ik realiseerde me nu dat de vrijmetselarij - waar ik nu toe behoorde - veel verder gaat in broederlijkheid dan ik ooit had kunnen vermoeden. Prachtig en ontroerend was dat. Ik moest spijtig genoeg eerder weg. Er was nog steeds volk in de vochtige kamer om behandeld te worden. Zou de droge lucht in de tempel daar iets mee te maken hebben? Ik vond trouwens dat verschillende broeders en zusters er al veel beter uitzagen en minder schor en vlotter spraken. Ik sloot nu de mooie, zware deur van de Reyndersstraat achter mij, maar wilde ze

nog even niet loslaten. Ik was zo trots om erbij te horen en wilde dit moment nog even vasthouden vooraleer ik in de straten ging verdwalen. Misschien kwam ik de Wannes nog tegen? “Ik ga deze nacht in De Keten verblijven, de klank van den bar maakt mijn ziel amoureus, al heb ik geen geld om therapie te betalen, ik vind wel nen broeder of een zuster heel genereus.” Yves M.

83


Interview met Guido P. In vele opzichten is ‘De Keten’ een vereniging zoals zovele andere vzw’s. Anderzijds heeft ze haar specifieke eigenheid. Daar waar in de beginjaren een enthousiaste ploeg vrijwilligers met beperkte middelen grootse dingen wist te verwezenlijken, zorgden nieuwkomers voor de continuïteit. Guido P. was een van hen en eens actief in De Keten is hij altijd een van de drijvende krachten gebleven, tot vandaag.

Hoe ben je bij De Keten gestart ? In 1986, na 11 jaar amateuristisch werken, had de vzw behoefte aan meer structuur en werd uitgekeken naar nieuwe frisse krachten. Als jonge vrijmetselaar kreeg ik al vlug de belangrijke functie van econoom, een omvangrijk takenpakket.

Wat hield die functie in ? Ik deed alle aankopen voor de Vochtige Kamer en het onderhoud van het gebouw, ook voor alle feesten en banketten. Ik lichtte na elke zitting de kassa en registreerde inkomsten en uitgaven. Ik erfde bij mijn aanstelling een schoendoos met allerhande ‘bonnekes’ en dus wilde ik dat beter doen. Ik kocht het boek ‘Boekhouden voor

Dummies’ en een eenvoudig boekhoudprogramma en bracht zo meer structuur in wat toen de boekhouding was. Zo kon ik ook de ‘prijslijst’ tijdig aanpassen wanneer de inkomsten door prijsstijgingen niet meer volstonden. Ik heb ook een systeem ingevoerd om de inkomsten na elke zitting te deponeren waar ik ze kon ophalen. Dat was nodig, want ik kreeg het ontvangen geld wel eens in een ‘toebakzak’ met toebak en al. Een Zuster heeft toen zwarte zakjes gemaakt. Maar ook als bij een stortbui het water van de koer dreigde naar binnen te stromen werd ik als eerste gebeld en als er een kookvuur of een toestel defect was moest ik een bestek maken en bij de herstelling aanwezig zijn.

Hoeveel tijd besteedde je aan je rol als econoom? Ik werkte nog en moest dat dus allemaal in mijn vrije tijd doen. Bijna dagelijks moest er wel wat aangevuld worden, en ja, de zakjes moesten gelicht worden. Mijn echtgenote, Zuster Els, was daarbij een grote hulp, want hier voor de deur parkeren om de boodschappen uit te laden was niet eenvoudig. We deden dat snel, alles even in ’t sas en weg wezen. Als de politie een opmerking maakte, hield Els die mannen wel even aan de klap.

Ben je nog steeds de econoom ? De functie van econoom werd later afgeschaft, maar ik ben nog steeds kassier en de geldzakjes zijn nog altijd in gebruik. We betalen nu in principe cashless, maar toch gebeurt het nog dat een bezoeker contant betaalt.

Je was ook nog op ander gebied zeer actief. Ja, de vele verbouwingen en het laatste 5-jarenrenovatieplan vergen telkens ook de inzet van vrijwilligers. Wat we zelf doen is

84


altijd goedkoper als we de nodige competenties in huis hebben. Ik heb aan al die projecten bijgedragen, maar wat veel belangrijker is, is de gezamenlijke arbeid. Die werkt heel verbindend. Middels de operatieve arbeid worden persoonlijke banden gesmeed, bovenop het Broederschap dat er al is via de speculatieve arbeid, eigen aan de Vrijmetselarij.

We zien door het hele gebouw overal kunstwerken. Je schildert zelf ook. Wie het gebouw betreedt, ziet onmiddellijk een groot werk van jou op een wel heel ongewone plaats, half op de muur en half op het plafond. Ja, ik heb dat werk gemaakt, maar ook hier weer zijn het idee, de technische voorbereiding en het plaatsen, door gezamenlijke arbeid verwezenlijkt. Dat is belangrijker dan de kunstenaar.

Je bent te bescheiden. Een andere bekommernis is het maçonniek geïnspireerde erfgoed. Leg dat eens uit. In de beginjaren hebben bekende architecten en kunstenaars bijgedragen aan de verfraaiing van ons gebouw met veel maçonnieke symboliek in muurschilderingen en houtwerk. Door de vele verbouwingen en vooral het recente renovatieplan dreigen sommige van die oorspronkelijke realisaties verloren te gaan. We hebben ons daarover beraden en daar op een creatieve manier een andere invulling aan gegeven. Je naam duikt al 40 jaar, samen met die van Rik, in alle verslagen op die het archief van De Keten bevat. Een van de voorzitters bracht jou en enkele andere verdienstelijke leden hulde met een gouden speld. Iemand omschreef het zo : “Zonder de inzet van Rik en Guido zou ‘De Keten’ het niet gered hebben. “Hun dagelijkse inzet leek aan het legendarische te grenzen.” Bedankt Guido. Cor C.

85


De banketzaal Dit is dé plek voor informele verbroedering en ontmoeting. Vrijmetselaars feesten graag en vaak: elke van de vijf Loges in het gebouw organiseert jaarlijks plechtige zittingen, vieringen en gemeenschappelijke bijeenkomsten, steevast gevolgd door een broedermaal, banket of receptie. Wat direct opvalt in de banketzaal zijn de sfeerverlichting en de belichting van de kunstwerken aan de muren, beide volledig regelbaar dankzij ledtechnologie. De zaal biedt alle faciliteiten voor geluid en projectie, waardoor zij geschikt is voor lezingen, vergaderingen en culturele evenementen. De renovatie bracht tal van veranderingen met zich mee, maar steeds met verwijzing naar het oorspronkelijke maçonnieke erfgoed.

Jul De Roover (1913 - 2010) Samen met Renaat Braem was hij de architect die na de aankoop van het gebouw de plannen voor de inrichting tekende. Het was Jul De Roover echter die de werkzaamheden leidde en er zijn stempel op heeft gedrukt. Jul De Roover was afkomstig uit een artistiek en sociaal geëngageerd milieu. Zijn ontwerpfilosofie is geworteld in de progressieve antiburgerlijke idealen van het interbellum. ‘De mens is steeds het hoofddoel’ was zijn motto. Hij was een modernistisch architect zoals Renaat Braem, zijn schoonbroer, met wie hij

86

samenwerkte. Ook Braem heeft zijn verdienste bij de inrichting en verfraaiing van ons gebouw. We kennen De Roover vooral van grote projecten zoals de Silvertopblokken (sociale woningen op het Kiel), al was dat niet zijn grootste verdienste. Hij was eerder de bezieler van een nieuwe manier van woninginrichting. Die is voor De Roover geen decoratieve aangelegenheid, maar een ruimtekunst, evenwaardig aan de architectuur en er totaal in opgaand. Die realiseert hij vooral in private woningen en in enkele winkels, na lange gesprekken met de bewoners.

Vorm volgt functie In 1946 werd hij een drijvende kracht binnen de afdeling ‘Binnenhuiskunst’ aan de School voor Bouwkunst en Stedenbouw. Voor De Roover is de vormgeving anti-decoratief: een minimum aan materiaal moet een


maximum aan expressie waarmaken. De eigenheid van het materiaal binnen de constructie is van groot belang. Kleur is met de textuur van het materiaal verweven; het is een compositorisch element dat de ruimte bepaalt. De mens is steeds het hoofddoel. Met zijn gedegen ambachtelijke kennis, onder andere in meubelmakerij en schrijnwerkerij, en een liefde voor goed verwerkt materiaal gaat Jul De Roover aan de slag in de Reyndersstraat. In de Tempel voorziet hij een plafond uitgevoerd met een gescheiden houten lattenwerk in een tweedimensionaal driehoekmotief. Het verlaagde plafond is zowel functioneel als decoratief. Sfeerschepping met licht en muziek is belangrijk, en alle benodigde apparatuur kan op die manier onzichtbaar worden bekabeld. Het hout geeft een warme uitstraling. Het onderbroken driehoekpatroon brengt rust en sereniteit in de tempel.

87


In de banketzaal stopt hij de grote industrieel aandoende ramen weg achter een indrukwekkende 15 meter lange houten voorzetwand, een kunstwerk. Opnieuw in niet-aansluitende kepers en met een geometrisch patroon. Onfortuinlijk moest de wand wijken bij de laatste grote renovatie die ook de feestzaal te beurt viel. Volledig in de geest van Jul hebben we in vele gesprekken uitgezocht hoe we het kunstwerk op een of andere manier toch een plaats konden geven ergens in het gebouw. In zijn geheel was het te groot en zelfs opgedeeld in verschillende segmenten was het moeilijk te reconstrueren.

De blijvende erfenis van Jul De Roover Dus hebben we vóór de demontage de wand gefotografeerd zodat de patronen niet verloren gingen. Creatieve leden hebben met die driehoekige patronen een aantal nieuwe kunstwerken ontworpen die op verschillende plaatsen in het gebouw geïntegreerd werden als eerbetoon aan

88

Jul De Roover, maar zoals hij het zelf zag: enerzijds functioneel en anderzijds als decoratieve elementen die lelijke muren mooi maken. Het voorste deel van de zaal wordt afgescheiden van de rest door kamerschermen, en vormt een verlenging van de vochtige kamer. Deze kamerschermen met uitgesneden geometrische patronen zijn een summiere referentie aan de originele afwerking van deze zaal, waarvoor Jul De Roover borg stond. Op de tweede verdieping zijn de dikke ventilatiekokers ingekast en afgedekt met weer dezelfde uitgesneden platen, zodat de warmte van de ventilatiebuizen door de platen kan opstijgen in de ruimte. Tegen de muur, tussen de ramen, vinden we hetzelfde driehoekpatroon weer, dit keer eerder als decoratie. Wat kleuren betreft: in de Vochtige Kamer en in de gang herinneren we ons dat Jul met een lijnenspel en gekleurde vlakken het geheel visueel aantrekkelijk maakte (zie deel I). De Roover overleed op 17 augustus 2010. Cor C.


Herinneringen van enkele studenten van Jul Een lid van de Loge Georges Beernaerts vertelt dat zij in de jaren zeventig als studente les kreeg van Jul De Roover. Ze kreeg van hem een bijzondere opdracht: de inrichting van een gebouw aan de Reyndersstraat als hotel. Jawel, den 43. Niet wetende natuurlijk dat Jul al bezig was het gebouw als logegebouw te ontwerpen. Nu, 50 jaar later, haalt zij haar plannen boven. Een hotel is het niet geworden, wel een warm huis met vele kamers voor de talrijke leden die er in de loop van die

50 jaar aan een ander huis, ‘De Tempel der Mensheid’, hebben gebouwd, en ook daaraan is het bouwen en verbouwen. Het werk is nooit af, maar ‘wij bouwen voort’. Adria Een ander lid van Georges Beernaerts was eveneens student binnenhuisarchitectuur bij Jul De Roover. Hij haalt een ander motto van zijn leermeester boven: “Fair le vide”. Eerst de ruimte leegmaken, je afvragen wat je nodig hebt, en de ruimte daarna stelselmatig weer vullen. Louis

89


“

De mens is steeds het hoofddoel Jul De Roover

De mens verbeteren door zijn milieu te verbeteren Renaat Braem

90


Renaat Braem en Guido Uit de drie werken van Renaat in de banketzaal kan je, als je hem beter leert kennen, veel over hem ontdekken. In de eerste plaats zijn liefde voor ‘de kleur’, zijn belangstelling voor Zuid-Amerika en de natuur, zijn antifascisme maar ook zijn antikapitalisme. Toen mijn zoon Koen en ik hem thuis in Deurne gingen helpen een aantal meubels te verhuizen, vertelde hij tijdens de rondgang met passie over architectuur. Hij was enorm fier op de door hem gemaakte meubels, ook die in de keuken, die hij ook van kleur had voorzien.

Bij een recent bezoek aan het Rectoraat van de VUB in Brussel vervolledigde ik mijn beeld van hem. Natuurlijk heeft hij naast Le Corbusier ook de art nouveau-architecten gekend. De ingang van het gebouw heeft de sierlijkheid van die periode. Eens in de gangen domineren de tekeningen het uitzicht, zeer kleurig, meestal wel verstaanbaar, maar ook geregeld psychedelisch. Door dat bezoek haal ik nog steeds meer uit de werken in ons gebouw. Guido P.

Triptiek van Renaat Braem in de banketzaal (1980)

Taferelen uit de muurschildering in het rectoraat van de vub (1976-1986)

91


Renaat Braem en de architectuur Renaat Braem was een visionaire architect, modernist en filosoof met een sociale missie. Hij dacht na over de rol van architectuur en geloofde in de maakbaarheid van de mens en de maatschappij. “De mens heeft de mogelijkheid om zijn leefmilieu, zijn sociaal leven en zichzelf bewust te veranderen.” En dat met de modernistische architectuur als sociaal instrument: “Ik vertrok van een nieuwe bepaling van architectuur: de kunst van het organiseren van het leefmilieu ter bevrijding van de mens.” Via totaalarchitectuur zoveel mogelijk mensen een betere levenskwaliteit bieden en zelfontplooiing mogelijk maken. Hij schrijft: “Het hoogste doel dat de architect kan nastreven is: de mens verbeteren door zijn milieu te verbeteren.” Vandaar het grote aantal projecten in de sociale woningbouw. Denk maar aan de ‘Braemblokken’ op het Kiel. Zon, licht en ruimte bepaalden zijn heliocentrische wereldbeeld. In de jaren zestig evolueerde hij steeds meer naar organische vormen. Zijn verbondenheid met de natuur kwam steeds meer tot uiting in amorfe constructies.

92

Renaat Braem en de gedeelde liefde voor kleur en harmonie Van onderweg tot in den 43. Telkens ik door het premetrostation ‘Sport’ rijd, op weg naar de Reyndersstraat, bewonder ik de kleurenpracht ervan. De duizenden muzieken sportliefhebbers die jaarlijks door de ruime hal lopen, zien het misschien niet, maar ervaren onbewust het positief-blijmoedige effect van de levendige kleuren, geel, groen, blauw, oranje en rood. Het contrast brengt een kleurschok teweeg. Het mooiste station van de Antwerpse premetro is uitgevoerd in glanzende faience, gemakkelijk te onderhouden en bestand tegen graffiti en vandalisme. De inrichting is sober, eenvoudig en berekend op het verwerken van grote groepen mensen. Op de witte muren zijn tekeningen in mozaïek uitgevoerd. De onvermijdelijke zon en zowaar een ellips met twee kernen. Het zou zomaar het rectoraat van de VUB kunnen zijn. Cor C.


Feest Wie houdt er niet van feest, van feesten? Ook vrijmetselaars houden daarvan, en er zijn genoeg gelegenheden om een feest te organiseren. Denk maar aan de opname van nieuwe leden in onze vijf Loges. Er zijn ook de jaarlijkse (her-)aanstellingen van het bestuur van elke Loge en de viering van de jubilarissen – die er soms een traject van 50 jaar of meer op hebben zitten. Soms gaat het er stiller en intiemer aan toe omdat we vaak afscheid moeten nemen van leden die hun werktuigen moesten neerleggen. Dan rouwen we en herdenken we hun verwezenlijkingen, hun inzet en hun trouw. We moeten het dan zonder hun aanwezigheid stellen, maar hun beeld en de herinnering aan wie zij waren blijven ons bij. De hierboven aangehaalde feesten kennen bijna altijd hetzelfde verloop. Er is altijd een tempelzitting tijdens dewelke we de evenementen op de agenda plechtig, sereen en ingetogen afwerken en in de verf zetten, gevolgd door een maaltijd. Dat is meestal een driegangenmenu waarvoor de hofmeester en zijn team verantwoordelijk zijn. Hier wordt duidelijk waarom een zo goed uitgeruste keuken zo belangrijk is. We zitten vaak met 100 personen aan tafel. Naast deze feesten van de in ons gebouw werkzame Loges is er natuurlijk ook ‘De Keten’ zelf. Onze jarige vereniging moest en moet zichzelf bedruipen en was altijd eerder armlastig. Fondsen verwerven om dit oude gebouw niet alleen in stand te houden, maar ook om het van enig comfort te voorzien, zodat de aanwezige Loges zich konden toeleggen op hun eigen werkzaamheden, was van fundamenteel belang. En zo gebeurde het dat ‘De Keten’ zelf als organisator optrad of een evenement delegeerde aan een van die Loges. Een kleine, korte opsomming misschien:

93


•

•

•

•

•

94

Na tien jaar werking was er ‘Stad onder Hoed’ (1986) dat ons eerste jubileum in de verf zette met historische toneeltjes gaande van Bredero’s Spaanse Brabander tot gedichten uit de concentratiekampen van WO II; De actie ‘Koop een stoel’ werd op haar beurt een groot succes, want ze zette vele leden ertoe aan intensief bij te dragen aan de afwerking van de inrichting van het gebouw; Onze tweede verdieping is een uitstekende luisterplaats voor de beiaardconcerten op maandagavond, gespeeld vanaf de vlakbij gelegen kathedraal. Daar kwamen steeds veel belangstellende leden met hun gezin en kinderen op af. Nadien was er dan tijd voor een drankje, en bij gelegenheid, een hapje; Zo was er ook ‘Den 43 danst’. In onze Loges zitten we; aan tafel zitten we. Dit evenement, dat gedurende een tiental jaren op een zaterdagavond plaatsvond, wilde onze leden mét hun gezin de gelegenheid bieden om informeel samen te komen. Er was muziek in de benedenzaal en er werd zelfs gedanst. De bar draaide op volle toeren en de sfeer was geweldig. We slaagden erin om vrijmetselaars te lokken uit Loges die op andere plekken in de stad vergaderden. Het bleef jarenlang een succes, tot er sleet kwam op de formule; Vaak werden er ook tentoonstellingen georganiseerd met kunstwerken van onze leden. Die konden steeds op grote belangstelling rekenen en haalden meer dan eens een meer dan behoorlijk niveau.


Eén heel bijzonder feest mag misschien iets meer in de verf gezet worden. 10 maart 1990 moest een bijzondere dag worden, want een hele periode aan verbouwingen was weer eens afgewerkt en dat moest gevierd worden. Het feest, ‘Den 43 Open’, werd een totaalproject waarbij alle kleinere en grotere ruimtes en zalen in ons gebouw werden benut. De festiviteiten zouden een hele dag duren. De voorzitter van ‘De Keten’ opende de tentoonstellingen met kunstwerken en foto’s van onze leden, die doorheen het hele gebouw georganiseerd werden. Er was zang en dans, klassieke muziek en jazz voor wie graag zittend een en ander wilde beleven. Er waren kunststudio’s, cabaret en sketches, vrije improvisaties op de piano en als klap op de vuurpijl het totaalproject Action Painting op een muurgroot canvas op de tweede verdieping. Voor de dorstigen werd gezorgd in de bar en de hongerigen konden zich inschrijven voor een feestschotel. Er werd gedanst op livemuziek. De feestelijkheden begonnen om 15 uur en zouden doorlopen tot 4 uur ’s anderendaags, allemaal georganiseerd en uitgewerkt met de ons bekende vrijwilligers, die bekaf waren nadat het hele gebeuren was opgeruimd en de voordeur weer kon worden gesloten. Tot het volgende feest. ‘Feesten!’ Het is des mensen om een al dan niet fijne of trieste gebeurtenis in de verf te zetten, uitdrukking te geven aan samenhorigheid en aan gelukkig zijn. Wij maken er een punt van om deze gevoelens bij onze leden te faciliteren en om dát te kunnen bereiken feesten we weer, want dat brengt zaad in ’t bakje om die faciliteiten te kunnen blijven bieden. Daarmee is de cirkel alweer rond. Hugo dC

95


96


Antwerpen en Broederlijkheid Broederlijkheid is het stille cement van de vrijmetselaars. We ‘arbeiden’ samen in de Tempel, een ruimte die meer is dan baksteen, hout en licht. In den 43 heeft elk van de vijf werkplaatsen een vaste zittingsdag en soms wordt er samen gearbeid, zoals bij het jaarlijkse Ketenfeest. Maar ook met werkplaatsen die elders arbeiden, zijn er gezamenlijke zittingen. Zo organiseert onze Loge Broederketen elk jaar een gemeenschappelijke zitting met de zes Antwerpse Loges die lid zijn van Le Droit Humain. Het is telkens een uitdaging om een onderwerp te vinden dat de verschillende Loges kan boeien — maar telkens ook een uiting van warme verbondenheid tussen zusters en broeders. Zo ook in januari 2023. Wat bindt de zusters en broeders van de zes deelnemende Loges

anders dan broederlijkheid en Antwerpen? En waar anders kan zo’n zitting plaatsvinden dan in ons eigen gebouw, den 43, in het hart van de stad, vlakbij de kathedraal? De Tempel op de eerste verdieping werd die avond een raam naar de stad. Een broeder-gids liet ons met woord en beeld ongekende plekjes van Antwerpen ontdekken. En op de tweede verdieping, met het adembenemende zicht op de kathedraal, werd dit monument — trots en tijdloos — zelfs een gesprekspartner. In de zacht verlichte zaal hoorden we de liefdesverklaring van de Boerentoren aan de Onze-LieveVrouwetoren en haar antwoord daarop. Muziek, tekst, stilte, samenhorigheid: een prachtig samenspel. Die avond werd opnieuw duidelijk wat vrijmetselarij betekent: niet alleen ritueel of woorden, maar het gezamenlijk ademen van een ruimte, het delen van betekenis, het beleven van schoonheid en broederlijke verbondenheid. Greet vG

97


De keuken Grenzend aan de banketzaal bevindt zich de keuken, in 2019 omgetoverd van een uitgeleefde ruimte tot een moderne professionele grootkeuken. Hier bereiden de hofmeesters met hun ploeg de heerlijkste gerechten. In tegenstelling tot Loges in andere maçonnieke gebouwen koken we hier zelf. Vrijmetselaars zijn levensgenieters. Soms groeien spontaan zoete vruchten tegen de gevel van het koertje. Eén wilde aardbei voor 500 broeders en zusters. Smakelijk.

Hofmeesters Het broederlijk onthaal van de leden tijdens een van de vele gelegenheden die er zijn om feestelijk het glas te heffen wordt aan onze hofmeesters toevertrouwd. Dit is een functie die tijdens onze samenkomsten en vergaderingen niet in het oog springt, maar die later haar belang heeft. Iedere Loge in de Reyndersstraat heeft een eigen hofmeester die met behulp van zijn of haar team zorgt voor de feestelijke bijeenkomsten die een extra toets aan onze vergaderingen geven. Veelal betreft het een driegangenmaaltijd die tegen quasi de kostprijs geserveerd wordt, want zoals voor iedere taak in een Loge wordt ook deze functie op vrijwillige en onbetaalde basis uitgevoerd, beginnend bij het samenstellen van het menu, het aankopen en aanvoeren van alle benodigde ingrediënten en de bereiding ervan. Natuurlijk moet alles ook geserveerd en afgeruimd worden, maar daarvoor vinden we altijd wel makkelijk helpende handen bij de disgenoten.

98

De hofmeesters dragen nogal een verantwoordelijkheid en worden door de vzw ‘De Keten’ ook behoorlijk in de watten gelegd. De recent vernieuwde keuken in de Reyndersstraat is een goed uitgeruste parel met niet alleen bestek, borden, serveerschotels, glazen en kopjes, maar ook professionele ovens, gasfornuizen, een stoomoven en een wasstraat. Alles is ruim genoeg om 100+ tafelgangers te voorzien van voedsel en drank. Jaarlijks vergaderen alle hofmeesters om hun wensen en verzuchtingen kenbaar te maken, zodat nieuw materiaal kan aangekocht worden om hun taak te vergemakkelijken, want wij weten allen dat wij met het verzorgen van de hofmeester onszelf en onze innerlijke mens verzorgen. En zo is de cirkel weer rond, want in alle broederlijkheid wordt de broederlijke band hier tastbaar. Smakelijk! Hugo dC


En toch merkten wij dat die twee benaderingen elkaar perfect aanvullen. Koken vraagt zowel om nieuwsgierigheid als om respect voor wat je hebt geleerd. Het vraagt om durf om te experimenteren, maar ook om geduld om te herhalen wat werkt. Soms leidt dat tot een ontgoocheling, soms tot een verrassing, maar altijd tot groei.

Met drie in de keuken Het is gebruikelijk dat nieuwelingen helpen in de bar en in de keuken. Het was soms druk. Soms chaotisch. Soms erg vermoeiend, maar vooral… het was mooi. Omdat je het samen doet. Je leert op elkaar letten, je leert elkaar aanvoelen. Je merkt dat je niet altijd veel woorden nodig hebt om goed samen te werken.

Een moment dat wij niet vergeten

De warmte van de keuken Wat ze ons leert In de keuken ontdekten wij dat koken voor ieder van ons iets anders betekent, maar dat juist die verschillen ons dichter bij elkaar brachten. Voor de ene betekent koken: de wereld op je bord brengen — openstaan voor nieuwe ervaringen, recepten en smaken. Voor de andere heeft koken altijd iets herkenbaars gehad. Opgegroeid waar de keuken het hart van het huis was, waar eten een vanzelfsprekende manier was om zorg en liefde te tonen. Daardoor voelt het werk in onze logekeuken zo vertrouwd: eenvoudig, stil, niet groots of luid, maar warm en echt.

Wat wij nooit zullen vergeten: een vierde nieuweling kwam helpen met een gebroken voet. Koken is niet echt zijn ding — maar toch stond hij daar. Niet om te tonen dat hij iets kon, maar omdat hij erbij wilde zijn. Omdat het werk moest gebeuren. Hij heeft kilo’s aardappelen geschild. Dat klinkt banaal, maar voor ons was het een moment van diep respect. Niemand applaudisseert voor aardappelen schillen. Niemand ziet dat achteraf nog. Maar zonder dat werk kunnen we niet samen aan tafel. Op zo’n moment besef je: het gaat niet om wat je graag doet, maar om wat nodig is.

Symboliek, zonder dat je het zoekt Tijdens dat werk begonnen wij vanzelf symboliek te zien. Niet omdat wij ernaar zochten, maar omdat ze zich bijna vanzelf aandient wanneer je in stilte bezig bent.

99


100


Wij zagen : • iets ruws dat bewerkt moet worden; • vuur dat dingen verandert, zoals de innerlijke alchemie die ons vormt; • een mes dat snijdt en orde brengt; • zout en kruiden die alles samenbrengen, zoals de kleine rituelen die de broederband versterken.

Wat zichtbaar is, rust op wat onzichtbaar is Wanneer de maaltijd begint, zien we het resultaat. We zien verbondenheid. We zien ontspanning. We zien warmte. We horen gesprekken. We voelen dat het goed is. Maar wat we niet zien is de voorbereiding, het snijden, het afmeten, het plannen, het afwassen, het opruimen.

En toch rust het hele moment daarop

Beter vuil dan lui Als quasi wekelijkse bezoeker van den 43 gedurende 42 jaar, ben ik getuige geweest van onnoemelijk veel werken en reparaties aan het gebouw. De ene waren al wat geslaagder dan de andere. De ene waren al wat duurzamer dan de andere. Maar steeds dankzij de onbaatzuchtige en enthousiaste inzet van meerdere leden. Zo werd ooit op mijn vraag, als jarenlang lid van de keukenploeg en met aandacht voor alle andere noest werkende leden, om een douchecel te installeren, gunstig gereageerd. Ze kreeg zelf mijn naam! Helaas werd die na enkele jaren echter roemloos afgebroken na bijna uitsluitend als bezemhok gefungeerd te hebben. Gerda B. Le fruit du travail est le plus doux des plaisirs. Vauvenargues Frans filosoof (1715 - 1747)

Wat we vooral leerden, is dat verantwoordelijkheid opnemen niet altijd zichtbaar hoeft te zijn. Keukenwerk is nodig — het maakt het geheel mogelijk — maar zodra de maaltijd begint, verdwijnt het naar de achtergrond. En precies daarin herkennen we iets van vervolmaking: niet bovenaan willen staan, maar mee willen dragen. Niet zoeken om gezien te worden, maar ervoor zorgen dat het klopt. In dat keukenwerk groeiden wij. We leerden geduld, we leerden dienen zonder opgemerkt te worden en we leerden op elkaar te vertrouwen. En zoals we daar losse ingrediënten tot één gerecht brachten, zo heeft De Meiboom ons gevormd tot een schakel in de broederketen. Nadia N.

101


Anekdotes uit de keuken Onder hoogspanning en met zakken vol ingrediënten beginnen we aan een maaltijd voor 100 deelnemers. Op het menu steak-au-poivre. Blijkt dat we ons bij het inkopen vergisten en geen halve kilo gecrushte peper kochten maar peperbolletjes. Wat te doen ? Creatief als we zijn stappen we met ons vieren op telkens twee snijplanken waartussen die peperbolletjes uitgespreid liggen. En dan maar dansen tot alles gecrusht is. Origineel was het wel en we hebben goed gelachen. Zaterdagmiddag en we zullen lamsbout bereiden voor 120 eters. Bij de beste lamsslager in de buurt werd de bestelling geplaatst: lamsbout voor 120, ontbeend. Een hele winkelwagen vol vlees. Bij aankomst in onze keuken worden die kilo’s vlees uitgepakt maar al snel blijkt dat er tóch een bout in het vlees steekt. Consternatie, moeten wij zelf uitbenen ? Waarom doet die slager niet wat we hem vroegen ? Wij met die hele winkelwagen en de nodige stress terug naar de slager. In een volle winkel kan die ons echter melden dat hij de ontbeende beenderen opnieuw in het vlees stak om het model van de bout te behouden. Stel je onze blozende schaamtewangen voor als we weer met onze lading afdruipen. Stel je voor: een driegangenmenu voor meer dan 100 gasten. Het stressniveau was

102

bij de voorbereidende werkzaamheden op vrijdagavond al flink beginnen stijgen; wij zijn ten slotte maar welwillende behulpzame amateurs en geen professionals. Als dan die 100 voorgerechten geserveerd worden en we eindeloze hoeveelheden aardappelen aan’t bakken zijn, terwijl 100 porties vis in de oven liggen te stomen en de groenten dringend bereid moeten worden, komt plots het bericht dat er twee buitenlandse gasten vegetariër zijn en of we niet snel ook nog eens een of ander eiergerechtje kunnen tevoorschijn toveren. We hebben dat gedaan, maar professionals zijn we er niet door geworden. En als dan al dat eten op was en we stilaan op onze positieven begonnen te komen, kwam het moment van afruimen en afwassen. De ravage !! De professionele afwasstraat waarover we nu beschikken was er toen nog niet en dus moest alles met de hand gebeuren: gemiddeld 100 gasten met drie borden, 2 glazen, 2 vorken, 2 messen, 1 dessertlepeltje, koffiekopje en -schoteltje. Daarbij al het keukengerei voor bereiding en serveren. Een “plezier” was het om dat allemaal te kunnen opruimen en weer weg te bergen. Er leek geen beginnen aan, maar we deden het gewoon; het hoorde erbij en er werd niet gezeurd. Hugo dC


De trapzaal De trapzaal is een verticaal museum van twee verdiepingen hoog, waar tientallen kunstwerken de muren sieren. Het merendeel is gemaakt door eigen leden. De werken variëren van magisch-realisme tot abstract, en bevatten ook tekeningen, etsen, collages en foto’s. Het geheel lijkt onsamenhangend, maar symboliek en kunst verbinden de collectie.

Kunst verbindt! Het is eind juni 2005 en onze Loge viert de jaarlijkse sluiting van het maçonnieke jaar. Na een lekker banket is bijna iedereen traditioneel afgezakt naar de bar, de vochtige kamer, zoals vrijmetselaars dat noemen. Er vloeit veel vocht terwijl er al dan niet familiale vakantieplannen worden gesmeed. In de vroege uurtjes wordt er aan de buitendeur gebeld. Op straat staat een kleine man in de regen die met aandrang naar sigaretten vraagt. Niemand kent hem, maar hij herkent mij uit zijn studententijd. Een broeder van een andere werkplaats. De uren gaan voorbij. Buiten regent het en binnen is de vochtige kamer haar naam waard. Herinneringen worden opgehaald. Uiteindelijk loopt de bar leeg. Wanneer blijkt dat de broeder in kwestie geen vervoer heeft, zijn een zuster en ik bereid hem naar huis te brengen. Doorweekt bellen we bij hem thuis aan, want de man in

104

kwestie mist zijn sleutels. De echtgenote laat met opeengeperste lippen drie waterkiekens binnen. Uit dankbaarheid schenkt de broeder ons een mooie affiche die een creatie afbeeldt van iemand uit zijn werkplaats, gecombineerd met een prachtig gedicht van hemzelf over de inwijding. Na een warme kop koffie nemen we afscheid. Al meer dan twintig jaar wordt dit gedicht jaarlijks bij de inwijding voorgelezen en aangeboden aan de neofieten. Kunst verbindt! Gerda B.


Ik die ronddwaalde op de aarde heb gevraagd om het licht omdat ik mezelf zou zien in de glorie van mijn tijdelijk bestaan iemand heeft mij begeleid ik stond naakt in de wind van de tijd, ik zweeg aan het vuur van de herinnering verbrandde ik mij ik deinsde niet terug en toen ik over de rivier van de dood moest volhardde ik ik heb naast de naam die ik droeg die van elkeen gekregen en daarmee de hand die reikt naar de hand, als geschenk dat zich uitbreidt, als geheim. Bert Popelier

105


106


De jongste parel

zolderruimte die stof vergaart wilden we ook niet. De voorraad aan kunstwerken had al een plaats gekregen en de luistermomenten voor de zomerse beiaardconcerten waren maar een pover alternatief. Nochtans betrof het hier een ruimte zo groot als de gelijkvloerse banketzaal. Een zinvolle invulling drong zich op nadat de hele machineriewinkel voor het nieuwe ventilatiesysteem zijn plaats had gekregen. Door een bijzonder gelukkig toeval kreeg een van de hier werkzame Loges de beschikking over een flinke som geld. De Keten mocht dit gebruiken om een bibliotheek annex studieruimte in te richten op die tweede verdieping. Hugo dC.

Nu volgt een stukje over de meest recente aanwinst voor ons gebouw. De tweede verdieping is lang een vergeten stiefkind geweest. Wat doen we ermee? Een tweede vergaderruimte kon om bouwkundige en veiligheidsredenen niet. Een oude

Hier bevindt zich ook de kunstschatkamer. In deze ruimte worden de werken bewaard die niet tentoongesteld zijn. De werkgroep kunst beheert het patrimonium en selecteert welke werken worden getoond.

De tweede verdieping

107


Een gesprek met gevolgen Ergens aan het begin van deze eeuw was ik op een moment aan het rondsnuisteren op de tweede verdieping van de Reyndersstraat; kort daarop zocht ik Frans Lemaitre op, toen voorzitter van De Keten, en helaas al jaren afgereisd naar het Eeuwige Oosten. Een weergave van ons gesprek: Guido: “Zeg, Frans, ik ben eens gaan kijken op de tweede verdieping. Daar staat een behoorlijk aantal kunstwerken. Er is er een waarvan ik erg onder de indruk ben. Ik zou dat graag kopen, hoeveel zou De Keten daarvoor vragen ?” Frans: “Geen sprake van! Al wat boven staat of ligt, is patrimonium van De Keten en blijft dat. Die werken gaan hier niet buiten.” Guido: “Fair enough! Maar dan vind ik het wel een schande dat zoveel mooie kunstwerken daar op een hoopje op zolder stof liggen te vergaren, in plaats van te worden getoond.” Frans: “Daar heb je groot gelijk in; ik beslis dan ook op dit moment dat jij verantwoordelijk wordt voor de kunst in dit gebouw.” Dit werd mijn opdracht : a. Een werkgroep ‘Kunst’ samenstellen, met minstens één lid van elke werkplaats in dit gebouw; b. De werkgroep zal een inventaris opmaken van de gehele kunstcollectie van De Keten; c. De werkgroep zal een selectie van de kunstwerken exposeren in de bar, de feestzaal en aan de muren in gangen en trappen; d. De werkgroep zal deze accrochage jaarlijks vervangen (of frequenter, naar keuze), zodat alles een keer wordt getoond.” En zo gebeurde. De rest is geschiedenis. Na enkele jaren heb ik met veel plezier de fakkel doorgegeven aan Theo B. Enige tijd geleden vertelde een bezoeker

108

uit een andere stad me dat hij zo graag naar de Reyndersstraat kwam, want dat is het maçonnieke gebouw waar de meeste kunst te zien is, en niet alleen passers en winkelhaken. Guido T.

Werkgroep Kunst Schoonheid is een van de basiswaarden van de vrijmetselarij. Die schoonheid symboliseert de utopie van een mooie, een mooiere wereld die we op het oog hebben, die we nastreven en die we met ons allen proberen te realiseren. Die drang naar schoonheid uit zich in ons streven om deze wereld, onze samenleving, mooier te maken en dat onder verschillende vormen. Wij proberen meer en beter inzicht te krijgen in onszelf om – soms met veel moeite – een beter ‘Ik’ te worden. We proberen, door middel van lezingen van specialisten, een beter begrip van de wereld om ons heen op te bouwen, om aldus mee aan die (betere) wereld te kunnen werken, zowel op maatschappelijk als op intermenselijk niveau. Maar schoonheid is ook iets waarmee je jezelf kan omringen via muziek en beeldende kunst. Voor het muzikale programma stelt elke Loge een harmoniemeester aan die, naar eigen inzicht of in overleg met een eventuele spreker, onze samenkomsten en vergaderingen voorziet van een passend muzikaal kader. De harmoniemeester kan beschikken over een installatie met legio mogelijkheden. In ‘The Good Old Days’ werkten wij met grammofoonplaten (vinyl), maar we doorliepen natuurlijk de hele evolutie zoals die zich in de wereld voordeed. Dat wil zeggen: van cassettes en cd’s tot MP3 en YouTube. En telkens zorgde de vzw De Keten ervoor dat er gemoderniseerd werd en dat we de techniek op de voet konden volgen. Schoonheid heeft ook een visueel aspect en daarvoor doen we graag en vaak een beroep op onze kunstenaars. Ons gebouw aan de


Reyndersstraat heeft oneindig veel vierkante meter muren en die kunnen allemaal dienen om kunstwerken op te hangen. Uiteraard willen we af en toe iets anders zien of een andere schikking. Hier komt de Werkgroep Kunst tevoorschijn. Alle vrijwilligers van deze groep proberen (half ) jaarlijks een programma van schilderwerken, foto’s en driedimensionale werken samen te stellen. Ze kunnen hiertoe putten uit de mooie en uitgebreide collectie kunstwerken die in de Reyndersstraat aanwezig is en die aan de vzw De Keten is geschonken door onze leden of door de kunstenaars zelf.

En zo verrast de Werkgroep Kunst ons telkens met nieuwe presentaties of bijzondere tentoonstellingen waaruit voor ons allen nieuwe inzichten groeien. Waarlijk een stap naar tastbare schoonheid, waardoor ook deze cirkel rond is, want zoals gezegd, schoonheid zit niet alleen in een kunst- of muziekwerk, maar zeker ook in onszelf en daarmee in de hele buitenwereld. Hugo dC

109


De bibliotheek Zoals elke zichzelf respecterende vereniging bouwde ook elke in ons huis werkzame Loge een bibliotheek op, niet altijd even klein en bescheiden. Die vijf individuele bibliotheken, die tot vorig jaar opgeborgen waren in de individuele secretariaten van de vijf Loges, konden nu samen een plaats vinden in die nieuw ingerichte ruimte. Een geweldige verbetering, want

110

nu krijgt iedereen zicht op het hele boekenbestand dat de afgelopen jaren verzameld werd. De wand met gevulde boekenkasten die nu op de tweede verdieping een hele muur vult, is oogstrelend. Tegelijk werden de vloer en de inrichting aangepakt, waardoor er meteen ook een vergader- of studeerruimte ontstond. Wij zullen hier allemaal profijt van hebben en we zijn er nog dankbaar voor ook. Inhoudelijk zal het niemand verwonderen dat de overgrote meerderheid van de vijf verzamelde minibibliotheken de vrijmetselarij als thema heeft, maar werken met een maatschappelijke, sociologische en filosofische inslag zijn er ook te vinden. Een allegaartje dat nu in zijn totaliteit ter beschikking staat van leden die zich willen verdiepen of iets willen opzoeken ter


plaatse of thuis, want er wordt ook uitgeleend. In dat verband nog even een ICT-nieuwtje: er wordt op dit moment gewerkt aan een app die de uitleenactiviteit en het boekenbestand centraal zou kunnen beheren. We werken dus verder. Hugo dC Het mooiste aan deze ruimte is misschien wel het uitzicht: met open ramen kan je de kathedraal bijna aanraken. Het is een van de beste plekken in Antwerpen om naar de beiaard te luisteren. La Esterella wist al dat wij in de schaduw van de kathedraal geboren zijn. Hier, hoog boven de daken, weet je altijd hoe laat het is. Soms wel volle middernacht en meer.

111


De tempel De tempel is het hart en de essentie van het gebouw en spreekt het meest tot de verbeelding.

De voorhof In de gang hangen de stichtingsoorkondes van de vijf Loges, gemengd of strikt mannelijk, van twee verschillende obediënties, die hier ‘arbeiden’. Ze hangen hier samen omdat ze ook één geheel vormen, De Keten. Iedere Loge erkent en respecteert de eigenheid van de ander. Verder in de voorhof, tegenover de tempelpoort, staat een kunstwerk van Bert De Leeuw: een zwarte torso. De gesloten tempelpoort oogt eenvoudig, maar is door haar rode kleur monumentaal. Eens geopend, neemt iedereen plaats en sluit de poort voor de duur van de tempelwerkzaamheden. De gesloten poort en het afsluiten van de profane wereld garanderen dat de aanwezige maçons vrijuit kunnen spreken. Discretie is verzekerd.

112


113


114


115


Onze tempel bevat elementen en symbolen die elke vrijmetselaar zal herkennen in welke tempel dan ook: zon en maan, de mozaïekvloer en de opstelling en indeling van het geheel. Het driehoekpatroon en het reliëf van het houten plafond springen in het oog. Naast Jul De Roover, die het plafond ontwierp, is het Camiel Van Breedam die vorm gaf aan de tempel. Camiel is bekend om talrijke installaties die hij realiseert met materiaal dat al een leven achter de rug heeft. Hij vertelt in een gesprek hoe hij de zon, de maan en de ‘stalles’ van de functionarissen vormgaf.

Camiel Van Breedam: politiek, poëzie en de schaduw van de tijd Theo en ik rijden naar Aartselaar langs de immer drukke Boomsesteenweg voor een interview met Camiel Van Breedam, kunstenaar en muzikant, en door ons vrijmetselaars van den 43 vooral gekend als vormgever van onze tempel. Theo is gewapend met een camera, ik met pen en papier en een grote fles ‘Volle Middernacht en meer’, bier gebrouwen door broeders van Georges Beernaerts. Wanneer we aan de keukentafel zitten, gaat het ‘interview’ al bij de eerste vragen over in een gemoedelijk gesprek. We willen het hebben over de bouw van onze tempel, want Camiel heeft het hart van den 43 vorm gegeven. Camiel verbetert: “mee vorm gegeven”. Samen met onder anderen Jul De Roover en Renaat Braem is dat allemaal tot stand gekomen. Ook Bert De Leeuw behoort tot de kunstenaars van het eerste uur.

116

Of dat niet moeilijk was, zoveel sterke karakters en creatieve geesten samen? “Helemaal niet,” zegt Camiel, “wij waren hechte vrienden die onze idealen en ons engagement deelden. Jul en Renaat waren in hun politieke overtuiging wat radicaler en zijn dat ook altijd gebleven. En mijn vriendschap met Jul De Roover is gebleven tot aan zijn dood.” Camiel heeft bewondering voor de rechtlijnigheid en de beginselvastheid van zijn vrienden en citeert Jul De Roover: “Ge moet niet kwaad ZIJN, ge moet kwaad BLIJVEN.” Ik vraag of de ‘standaardsymboliek’ van een maçonnieke tempel niet beperkend was om creatief mee aan de slag te gaan. Integendeel, dat was voor Camiel een extra uitdaging. ”Ik ben altijd iemand geweest die vertrekt van wat ik vind: hout, metaal, afval, dingen die anderen niet meer zien.” In die periode werd dat een levenshouding. Het materiaal zelf begon te spreken. Materiaal dat hij vindt op de oude scheepswerven langs de Rupel, in verkommerde arbeidershuisjes en in leegstaande industriële bedrijven. Zo vinden we in onze tempel heel wat hoedenvormen terug, verwerkt in de aanwezige symbolen. Ik herken die ‘moules’, want mijn moeder was modiste. De maan is daarvan het meest expressieve voorbeeld en spreekt mij persoonlijk erg aan, meer dan de zon. Naar de maan kan je kijken, het mannetje in de maan zoeken, ze fotograferen. De zon niet. De kern van ‘onze’ zon in de tempel is eveneens een hoedenvorm en haar stralen zijn duigen van een vat. Ik vertel Camiel over de mythe die al 50 jaar standhoudt: dat deze vormen bij de aankoop van het gebouw daar zijn gevonden. Camiel moet daarmee lachen. Niets is minder waar. Hij kocht zelf zo’n 400 van die hoedenvormen ergens in Brussel en maakte er dankbaar gebruik van om ze in onze tempel te verwerken.


117


Camiel spreekt bedachtzaam, is licht eigenzinnig en heeft altijd een scherp oog voor het materiaal en de wereld eromheen. Schoonheid zit voor hem dan ook in het verhaal van elk stuk hout, touw of metaal dat al een leven achter de rug heeft. Hij blijft bouwen, verzamelen, combineren. Hij blijft luisteren naar materialen, naar geluiden en naar de wereld. Zo creëert hij zijn eigen beeldentaal. Dat zal nooit veranderen. Hij maakt zich ook zorgen over wat er allemaal verloren gaat, in Boom, in de Rupelstreek, in de wereld en in de maatschappij. Zijn ouderlijk huis met het loodgietersatelier van zijn vader, waar hij zijn eerste experimenten deed met een overvloed aan spullen en gereedschap, is afgebroken. Het bloeiende commerciële centrum van Boom gaat ten onder. De ooit zo rode Rupelstreek kleurt steeds donkerder en hier en daar zelfs behoorlijk zwart. In dat atelier van zijn vader ontdekte Camiel ook dat metaal op metaal klank voortbrengt en misschien heeft dat wel de muzikant in hem doen ontwaken. Ik vraag of er een verband is tussen zijn werk als kunstenaar en als muzikant. “Die zijn nooit gescheiden geweest,” vertelt hij, “muziek is ritme, een assemblage ook. Ik heb ook klankobjecten gemaakt, zelfgemaakte instrumenten, dingen die trillen, resoneren. Het is heerlijk om te ontdekken dat een stuk metaal plots een prachtige klank kan voortbrengen.” New Orleans Jazz spelen met de Fondy Riverside Bullet Band is de tweede passie van Camiel, al staat dat al een hele tijd op een lager pitje. Optreden in het Veerhuis of bij Jazz op de Hei destijds: “Ik heb er mooie herinneringen aan.”

118

We stappen het atelier binnen en de verbazing overvalt ons. Hier werkt geen kunstenaar die zich laat leiden door trends of modieuze stromingen. Het atelier ademt experiment, engagement, poëzie. Hier heerst een logica die groeit uit gevonden en vergeten materialen en de koppige overtuiging dat schoonheid schuilt in wat anderen weggooien. Een schoonheid die ook al eens mag ‘schuren’. Die spanning is zichtbaar in de manier waarop hij objecten combineert: fragiel met robuust, donker met licht, harmonie met frictie. Kunst móet schuren, maar ook helen. Die dualiteit maakt van zijn oeuvre tegelijk een spiegel en een schuilplaats. Hier komen verhalen tot leven, alles draagt hier een geschiedenis met zich mee, soms ook een wonde. Fragiele assemblages met flinterdunne latjes, gevonden in arbeidershuisjes, getuigen van een verleden in de steenbakkerijen van de Rupel. Boomse baksteen is beroemd tot in New York. “Camiel, je wordt 90 jaar. Groot feest?” Dat komen we niet te weten, maar Camiel fleurt op bij het vooruitzicht van een overzichtstentoonstelling in het KMSKA in 2027. Dat is meer dan erkenning; alleen de allergrootsten is die eer toebedeeld. Bedankt, Camiel, voor dit hartverwarmende gesprek. Cor C.


Het tempelgebeuren Het meest fascinerende en ook het meest tot de verbeelding sprekende aan de vrijmetselarij is wat er in de tempel gebeurt. Wij zijn in die ruimte een auditief gezelschap. Niks wordt opgeschreven, genoteerd of anderszins geregistreerd. De opstelling van de zitplaatsen aan de lange zijden van het lokaal zorgt ervoor dat we mekaar eigenlijk de hele tijd recht in de ogen kijken (een beetje zoals in het Engelse parlement). In deze ruimte gedragen vrijmetselaars zich te allen tijde zeer gedisciplineerd. Onze werkwijze is daar op respect en broederlijkheid gestoeld. Die discipline uit zich in het feit dat we niet tussenkomen wanneer iemand aan het woord is. Dat betekent dat degene die het woord heeft nooit wordt onderbroken. Dat zorgt er ook

voor dat we niet met elkaar in dialoog gaan. Dat zou ook tamelijk moeilijk zijn, vermits je aan de voorzitter het woord vraagt en ieder die wat te melden heeft dat om de beurt doet, terwijl alle andere aanwezigen er dan het zwijgen toe doen. Een vrijblijvend gesprek van woord en tegenwoord kan later, na de zitting, in de vochtige kamer. Je vraagt ook nooit meer dan één keer het woord over een bepaald thema, wat dan weer de zelfdiscipline in de hand werkt en voorkomt dat er gratuite opmerkingen worden gedaan. Wie wat wil zeggen, overweegt vooraf hoe iets te formuleren en kiest zijn of haar woorden in functie daarvan. In de tempel komen uiteraard de inwijdingen en graadverhogingen aan bod. Die verlopen volgens een vooraf vastgelegde regie. Daar komt sowieso niemand tussen. Als een van de leden een lezing houdt over

119


een maatschappelijk of actueel thema waarin die beslagen is (wij noemen dat een bouwstuk), dan blijft die ook aan het woord tot de laatste zin: “Ik heb gezegd.” Daarop volgt meestal een vragenronde waarbij door alle aanwezigen een stelling kan worden tegengesproken, waarbij bedenkingen worden geuit of waarbij verklarende uitleg wordt toegevoegd. Niet echter zonder de gespreksdiscipline uit het oog te verliezen, want je vraagt dus het woord aan de voorzitter én spreekt tegen hem of haar; nooit rechtstreeks tegen de lezinghouder of een broeder of zuster die eerder het woord vroeg en waarop je wil reageren. Een spreker wordt tijdens of na zijn lezing of tussenkomst nooit rechtstreeks geconfronteerd en al zeker niet aangevallen. Alles gebeurt met de grootst mogelijke positieve instelling. Dat noemen wij broederlijkheid. Daarnaast is er nog de discretie, de geheimhouding, ‘het geheim’. Simpel: “What happens in Vegas, stays in Vegas!” Dat betekent dan weer dat niks van het besprokene de tempel verlaat, niet omwille van het besproken thema en al zeker niet wat de spreker betreft. Deze houding geeft aan alle aanwezigen de zekerheid dat iedereen vrij een mening of opinie kan ventileren zonder dat die ’s anderendaags in een krant of tijdschrift wordt herhaald of geciteerd. Dat zorgt ervoor dat moeilijke thema’s aan bod komen die vaak maatschappelijke of sociaal-economische elementen aanraken. Die zekerheid biedt mensen van hoog tot laag (laten we zeggen van minister tot arbeider) de geruststelling dat men vrijuit, in alle vrijheid kan spreken, en waar elders in onze samenleving kan dat nog ? Die minister en die arbeider hebben in de tempel geen functie meer die verwijst naar hun maatschappelijke realiteit. Zij zijn zusters en broeders die op basis van gelijkheid worden erkend en behandeld. Ze zijn in de tempel letterlijk elkaars gelijke.

120

Zo komen in dit lokaal de drie fundamentele waarden van de vrijmetselarij aan bod: vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid (toevallig ook de leuze van de Franse Revolutie van 1789). Het is op basis daarvan dat de vrijmetselarij al meer dan 300 jaar werkt. Het is op basis daarvan dat duizenden mensen wereldwijd toetreden tot de vrijmetselarij en zich daar goed bij voelen. Dat wij bij dat alles fijn uitgedokterde en intussen al eeuwenoude rituele handelingen stellen mag vreemd lijken voor buitenstaanders. Wij hechten daar groot belang aan omdat wij deel uitmaken van een waardevolle traditie die haar nut in de afgelopen 300 jaar ruimschoots bewezen heeft en die wij maar al te graag ongeschonden willen doorgeven aan nieuwe generaties om het werk na ons voort te zetten. Die betere wereld komt eraan. Dat is de utopie waaraan wij werken en waarvan wij allen overtuigd zijn. Hugo dC

Muziek in de tempel Wat er in de tempel gebeurt, is in grote mate symbolisch. Het wordt bijna altijd ondersteund door muziek. De muziek vormt de omlijsting van het maçonnieke gebeuren en kan daarbij iets wezenlijks toevoegen aan de uitvoering en beleving ervan. Ze kan het bewustzijn sterk beïnvloeden en een mystieke ervaring bevorderen, waarbij de gevoelswaarde van zo’n ervaring natuurlijk voor iedereen verschillend kan zijn. De muziekkeuze is vrij, er is geen smaakpolitie. Toch zijn er gevestigde waarden zoals Mozart, die zelf vrijmetselaar was en er in zijn werken naar verwees. Andere bekende vrijmetselaars-componisten zijn onder meer Sibelius, Pleyel en Cherubini. Ook in de hedendaagse muziek zijn er tal van broeders en zusters actief. De verantwoordelijke voor de muziek tijdens de zittingen plukt vrij uit de bestaande opnames. Soms wordt gekozen voor nummers die het thema van de zitting ondersteunen, maar vaak draait het om sfeerschepping.


Af en toe wordt er ook live muziek, zowel hedendaags als klassiek, in de tempel gebracht. Dit past in een historische traditie; in vorige eeuwen werden de bijeenkomsten opgeluisterd door muzikanten die soms op een balkon, achter een gordijn, hun ding deden. De sporen daarvan vind je nog in oudere tempels. Bij ons is daar geen sprake van. De muziek gaat gewoon van de pc of tablet naar de luidsprekers en als er live muziek is, nemen de uitvoerders plaats in het midden van de tempelvloer. Wat alle gebruikte muziekstukken gemeen hebben – of het nu gaat om Bach, Philip Glass, een klankschaal of een gezongen canon – is dat ze meer doen dan alleen ‘mooi klinken’. Ze maken contact met de diepere lagen van het bewustzijn. Ze zetten aan tot stilte, tot reflectie, tot verwondering. En dat is precies wat de vrijmetselarij beoogt: het bouwen van een innerlijke tempel. In die zin is muziek in de Loge niet slechts versiering, maar een wezenlijk instrument op het pad van zelfontdekking. Herman VB.

Een gelegenheidsrituaal (2013) Renaat Braem was een actief en gedreven lid van de Loge Georges Beernaerts. In onze archieven vonden we rituelen en schetsen van hem rond de jaarlijkse 1-mei-vieringen in de jaren zestig. Bij het 50-jarig bestaan van Georges Beernaerts werd een van die rituelen weer opgevoerd in de tempel en deze meiboom is een interpretatie van de schetsen van Renaat. Hij was een goed tekenaar en schilder. Cor C.

121


“

In het verleden wortelt het heden

122


De eerste stap in den 43 naar mijn Loge Ik moest naar het interview om toegelaten te worden en ik voelde angst en verwarring en had duizend vragen in mijn hoofd, want moest ik nu eigenlijk weten of kunnen? Bij binnenkomst werd ik in een kamertje gezet om, zoals ze later zeiden, tot mezelf te komen. Maar ik ben een vrouw en dacht: “Heb ik mijn wasmachine wel opgezet, den hond buiten gelaten, ah ja ik moet het vuil nog buiten zetten, morgen nog brood gaan halen, wat ben ik hier aan het doen, kan ik nog weg, wat als ik niet goed ben … Oei, ik ben hier niet alleen,

mogen we spreken, wie zijn dat, is het een test, ok ik zal maar gewoon braaf blijven zitten.” Toen ik eindelijk werd opgehaald door mijn peter, was ik al wat gekalmeerd. Hij begeleidde me de trap op naar de tempel. Daar zat ik dan op een stoel, geen idee wie er was, ook geen idee wie de stem was. Ik werd ondervraagd, niet zozeer op mijn kennis, maar op mezelf zijn in alle kwetsbaarheid. Ik herinner me nog de paniek toen mijn gedachten blokkeerden bij de vraag “Wie ben jij echt ?” Een vraag waarvan ik eigenlijk het antwoord helemaal niet wist. Toch slaagde ik erin om te vertellen wie ik dacht dat ik was.


Na dat blokkeren werd het nog erger. “Wat weet je over Salvador Allende ?” Ik had erover gelezen, maar mijn brein weigerde mee te werken. Het antwoord kwam niet, terwijl ik het echt wel wist. Ik werd na de woorden “Verwijder deze profaan!” en een harde slag, opgetild en weggeleid. Blinde paniek, handtas en jas in de armen, en voor ik het wist stond ik buiten op straat. Ik werd gewoon buiten gezet. Toen ik nog maar net buiten stond, boos op mezelf en helemaal van mijn stuk, kwam het antwoord vrolijk terug in mijn hoofd. Het voelde zwaar en de emoties gierden door mijn lichaam. Ik had het verpest. Ik moet er zo verward hebben uitgezien dat een voorbijganger even bleef stilstaan en vroeg of alles wel goed met me ging en of ik hulp nodig had. Dat kleine gebaar van zorg bracht me met beide voeten terug op de grond. Tina W.

‘Connect four’ Hier staan we dan, vier op een rij, opnieuw met beide voeten in de wereld. Ik denk aan het spelletje dat in het Engels bekend staat als ‘Connect Four’. Hoe toepasselijk kan een naam zijn ? Met vier op een rij als resultaat is de winnaar bekend en lijkt het spel voorbij. Niets is echter minder waar. Een initiatie is geen eindpunt, ze markeert juist het begin van een nieuwe weg. Naast mij staan drie mannen die dezelfde eerste stap hebben gezet. Vier mannen, verschillend in leven en karakter, maar verbonden door hetzelfde verlangen om te groeien, te begrijpen en aan zichzelf te bouwen. We worden door alle zusters en broeders op de zitting gefeliciteerd en onvoorwaardelijk verwelkomd in de universele broederketen. Broeder is voortaan onze naam en alle vrijmetselaars erkennen ons als zodanig. Eerder op de middag waren we, hulpeloos

124

en begeleid door onze peters, naar de tempelpoort gebracht. De kilte en de muffe lucht uit het binnenste der aarde vermengden zich langzaam met de zure geur van lege bierflesjes en de odeur van een oud en afgeleefd gebouw. Vier mannen, elk met een eigen verhaal, eigen twijfels en een eigen zoektocht. Toch voelde het alsof we op dat moment dezelfde emoties deelden, hetzelfde besef droegen en iets bijzonders zouden meemaken. Enkele weken eerder ondergingen we tijdens de ondervraging een gelijkaardig ritueel. Ditmaal hadden twijfel en onzekerheid plaatsgemaakt voor nieuwsgierigheid en hoopvolle verwachtingen. Opnieuw werd de poort geopend. De scharnieren piepten en schuurden en alsof we van het zicht beroofd waren, begonnen we aan onze innerlijke reis. Vertrouwend op onze peters, gaven we ons over aan een eeuwenoude traditie waarin velen ons waren voorgegaan. Langzaam leek de buitenwereld weg te glijden. Elke stap voelde zwaarder dan gewoonlijk. We ervoeren chaos en harmonie, verwarring en innerlijke rust. Toch kwam voor mij het meest intense moment onverwacht. Toen de duisternis verdween, moest ik wennen aan het licht. Mijn blik dwaalde door een indrukwekkende ruimte, doordrenkt van symboliek die mij nog vreemd was. Een nokvolle tempel, gevuld met mensen die speciaal voor mij aanwezig waren. Tot ik plots bekende gezichten ontdekte. Mensen die me kennen buiten deze muren, los van rituelen en symbolen. Op dat moment werd ik overspoeld door emotie. De spanning die ik zo lang had vastgehouden, viel van me af. Ik pinkte enkele tranen weg omdat ik plots besefte dat ik dit moment niet alleen beleefde, dat er mensen waren die getuige wilden zijn van mijn eerste stap op deze weg. Hun aanwezigheid voelde als een stil gebaar van vertrouwen en verbondenheid. Als steun,


als een zachte bevestiging dat deze keuze betekenis had. Ik voelde dankbaarheid voor wat ik die middag ontving, maar ook voor de mensen die mij ondersteunden in mijn zoektocht naar een betere versie van mezelf. Toen het middernacht was, keerde ik terug naar huis als dezelfde mens... en toch niet meer dezelfde als voordien. Ik voelde trots, maar vooral dankbaarheid. Dankbaarheid voor het vertrouwen en de broederschap die mij werden aangeboden. Dankbaarheid voor de mensen die mij al kenden vóór dit moment – met mijn fouten, mijn twijfels en mijn kwetsbaarheid – en er toch bij wilden zijn. En de tempel… die is na mijn inwijding veranderd van een ruimte die je ziet naar een ruimte die je beleeft en die je uitnodigt tot zelfkennis en groei. Een werkplaats voor innerlijke ontwikkeling, waar symboliek, stilte en broederschap een diepere betekenis krijgen. Ludo L.

me tot nieuwe inzichten. Steeds opnieuw voelde ik me verrijkt en verwelkomd. Wat me misschien nog het meest raakte, was dat ik er ook echte emotie en angsten hoorde, kwetsbaarheid die zonder schaamte werd gedeeld, en persoonlijke verhalen van broeders en zusters waar ik met veel begrip en dankbaarheid naar mocht luisteren. Ik vind het heel bijzonder en mooi dat dit kan, in alle openheid en met wederzijds respect. De zittingen brengen mij rust. Wanneer de kaarsen worden aangestoken, laat ik alles even los en voel ik dat ik ben waar ik hoor te zijn. Kleine bijdragen, zoals helpen bij een receptie of het opruimen na een broedermaal, de meeste aardbeien verkopen op het lentefeest of deel uitmaken van een geweldige groep tijdens een busuitstap, voelen voor mij groot, omdat ze betekenen dat ik er mag zijn zoals ik ben. Ik heb geleerd dat ik oké ben, dat ik niet alles hoef te bewijzen, en dat ik mag vertrouwen en ontvangen. Mijn ruwe steen is groot, maar langzaam durf ik hem af te breken en dat voelt goed. Tina W.

Op stap na mijn inwijding Ik kreeg de kans om na mijn inwijding samen met andere broeders en zusters, maar ook alleen, verschillende Loges te bezoeken. Overal waar ik kwam, werd ik warm ontvangen. Het blijft gek hoeveel mensen mij lijken te kennen terwijl ik hen niet ken. Overal mocht ik luisteren, kijken en ervaren. Ik hoorde bouwstukken die mijn ogen openden en me aan het denken zetten. Soms bevestigden ze wat ik al dacht, soms brachten ze

125


De toekomst Die toekomst ziet er zowel eenvoudig als complex uit. De eenvoud houdt in dat ‘De Keten’ zich blijft inzetten voor de instandhouding van ons gebouw. Zo’n oud huis zal steeds onderhoud vragen en dat wordt er niet goedkoper op, integendeel zelfs. Maar het laat zich voorzien dat er naast de nieuwe lift, de recente vernieuwing van de keuken en de verwarmingsen ventilatie-installatie waarvoor diep in de buidel moest worden getast, nog verbeteringen kunnen worden aangebracht. Vergeten we ook niet dat enkelen/velen nog steeds dromen van een uitbreiding met de eventuele aankoop van naast- of achterliggende panden. Daarmee zou ‘De Keten’ een droom van enkele stichtende leden kunnen verwezenlijken: een baken van vrijzinnigheid in Antwerpen uitbouwen. Dat lag namelijk in de bedoeling van de stichters, intussen 50 jaar geleden. Wij zouden dan plaats kunnen bieden aan andere vrijzinnige verenigingen. Intussen is dit nog steeds een verre droom.

126

De toekomst: dat zijn vooral, en in eerste instantie, de mensen. ‘De Keten’ is als vehikel alleen maar een hulpmiddel om mensen mogelijkheden te bieden, onafhankelijk van hun achtergrond, gender, afkomst of overtuigingen. ‘De Keten’ wil een open gebouw zijn of worden dat zich ten dienste stelt van de ontplooiing van haar leden om op die manier een steentje bij te dragen aan de rechtvaardige ontwikkeling van onze samenleving. Daarom is ‘De Keten’ op zich geen doel, maar de facilitator. Met de nodige inspanningen en inspiratie zullen alle leden van ‘De Keten’ verder blijven samenwerken om al wat in de afgelopen 50 jaar op materieel en immaterieel vlak verwezenlijkt werd, te behouden en uit te bouwen, tot nut van ’t algemeen, onze leuze ‘vrijheid, gelijkheid, broederschap’ indachtig. Daarmee zetten we een beslissende stap richting de volgende 50 jaar, al zal dát verhaal vooral afhangen van de volgende generaties. Waarmee duidelijk wordt: ‘Op hen komt het aan!’ Hugo dC


“

Vrijmetselaars zijn ook maar mensen, men vertelle het voort…

127


Dankwoord De redactie wenst zeer hartelijk alle leden/ auteurs/fotografen, zusters en broeders, die hun vrijwillige, soms anonieme bijdrage leverden aan de totstandkoming van dit deze stadskroniek te danken voor hun inspanningen en hun betrokkenheid. Zonder hun gewaardeerde hulp, steun en betrokkenheid zouden we nergens staan en was dit werk ook niet mogelijk geweest. Erfgoedlab Antwerpen betrekken wij graag in onze dank met name Wannes Verbist en Lander De Coster voor de begeleiding van dit hele project.

Colofon De Keten 50 Jaar vrijmetselarij in de schaduw van de kathedraal Stadskronieken zijn erfgoedverhalen over Antwerpen en de Antwerpse districten, verzameld en geschreven door een groep bewoners of een vereniging. In een Stadskroniek tekenen zij zelf een stukje stadsgeschiedenis op. ErfgoedLab Antwerpen begeleidt hen daarbij. Meer informatie? antwerpen.be/stadskronieken Redactieraad: Deze redactie bestond uit 1 lid van elke hier werkende Loge: Cor C, Hugo dC, Frank E, Ludo L, Herman V Fotomateriaal: Theo B, Cor C, Frank E, Jan L, Wim R, Alex VW, (archieven De Keten) Coverontwerp: Vintage Productions Lay-out: Lander De Coster Wettelijk depot: D/2026/0306/106 V.U.: Wim D’hondt (voorzitter De Keten), Reyndersstraat 43, 2000 Antwerpen Druk: Albe de Coker Contact Loge Georges Beernaerts: www.algb.be - secretaris@algb.be Loge Broederketen: bksecr43@gmail.com Loge Salvador Allende: www.salvador-allende.org Loge De Meiboom: 1338@droithumain.be Loge Het Truweel: www.truweel.org - secretaris@truweel.org Disclaimer: We hebben getracht alle rechthebbenden te achterhalen. Bent u toch rechthebbende van gebruikt materiaal, neem dan contact met ons op.

128


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
De Keten. 50 Jaar vrijmetselarij in de schaduw van de kathedraal by Cultuur Stad Antwerpen - Issuu