MARCELLA



![]()
MARCELLA



Kwaliteit, duurzaamheid en efficiëntie staan al meer dan veertig jaar centraal bij de Friese woningbouwer VDM Woningen. Prefab houtskeletbouw speelt hierbij een grote rol. Het is een bouwmethode waarbij grote delen van een woning vooraf in de eigen fabriek worden geproduceerd. Het doordachte bouwproces wordt nu naar een hoger niveau getild.
ìOns bouwproces vindt grotendeels in ons eigen fabriek plaats. Dit zorgt voor een hoge bouwkwaliteit. Woningen zijn hierdoor op de bouwplaats in korte tijd wind- en waterdicht. Met minimale overlast en minder afhankelijkheid van weersomstandighedenî, vertelt Corline ten Hoor. Sinds twee jaar is ze innovator bij VDM Woningen. Vanuit de focus op duurzaam bouwen is Ten Hoor betrokken bij het project Biobased Starterswoningen. Dit project richt zich op de ontwikkeling van betaalbare en duurzame woningen voor starters.
Optimale en betaalbare starterswoningen VDM Woningen werkt met het project Biobased Starterswoningen samen met BuildinG in Groningen, het kennis- en innovatiecentrum voor bouw en infra in Noord-Nederland, Ingenii Bouwinnovatie, Nieman Raadgevende Ingenieurs B.V. en Hanze Groningen. In de proeftuin van BuildinG zijn twee houtskeletbouwwoningen als testwoningen geplaatst. Ten Hoor: ìMet de kennis en inzichten die we hier opdoen, streven we ernaar om een optimale en betaalbare biobased starterswoning te ontwikkelen. Daarmee dragen we bij aan een toekomstbestendige woningmarkt.î
Wachten is geen optie Na de twee testwoningen worden er in eerste instantie twintig starterswoningen gerealiseerd die daadwerkelijk worden verkocht of verhuurd. ìIn de testwoningen hebben we sensoren geplaatst, waardoor we de materialen kunnen testen en verbeteringen kunnen aanbrengen. In de starterswoningen worden de materialen toegepast die het beste uit het onderzoek naar voren komen,î aldus Ten Hoor. ìAlles met het oog op opschaling in Noord-Nederland.î Want de woningmarkt staat onder druk. Tegelijkertijd groeit de urgentie om duurzamer te bouwen, met minder grondstoffen en lagere CO₂-uitstoot. Volgens de initiatiefnemers van dit project is wachten geen optie meer.
“Laten zien dat het wél kan”
De samenwerking tussen bedrijfsleven, onderzoek en onderwijs is cruciaal. Jelle Pama,


programmaleider kennis en innovatie bij BuildinG, ziet de campus als een ideale testomgeving. ìJe kunt allerlei redenen bedenken waarom iets niet kan,î aldus Pama. ìMaar wij geloven in dÛen. Hier kunnen we de drempels benoemen Èn aanpakken. We werken bij BuildinG aan themaís zoals, circulariteit, klimaatadaptatie, constructieve veiligheid en digitalisering. Dit project is onderdeel van het landelijke programma Toekomstbestendige Leefomgeving, waarbij het niet alleen gaat om techniek, maar ook om sociale innovatie. De ambitie is er al lang, maar de praktijk blijft soms achter. Dit project laat zien dat het wel kan: gezond, ecologisch Èn betaalbaar bouwen.î
Maar wat is een biobased woning dan precies?
De woningen bestaan uit een prefab houtskeletsysteem van VDM Woningen, met biobased isolatiematerialen zoals houtvezel, hennep, vlas, cellulose of bermgras. De gevelbekleding is eveneens van hout. ìWe kijken niet alleen naar het materiaal, maar ook naar de toepassing,î benadrukt Peter Kuindersma, onderzoeker en innovator bij Ingenii Bouwinnovatie. ìBrandveiligheid, vochtgedrag en regelgeving zijn een integraal onderdeel van het onderzoek.î Kuindersma houdt zich dagelijks bezig met het grondstoffenvraagstuk. ìWe willen af van schaarse, vervuilende materialen. Biobased bouwen biedt een alternatief, mits goed doordacht. De kennis die we hier opdoen, is toepasbaar voor starterswoningen, maar net zo goed voor andere woningtypen.î
Betaalbaar en aantrekkelijk voor starters Hoewel biobased materialen soms als duurder worden gezien, nuanceren de betrokkenen dat beeld. ìDe prijs is ÈÈn aspect, maar men vergeet vaak de meerwaarde op andere gebieden, zoals het prettige binnenklimaat en een lagere milieuimpact,íí vervolgt Kuindersma. Uit ervaringen
blijkt bovendien dat starters steeds meer bewust kiezen. ìJongeren vinden circulariteit en klimaat steeds belangrijker,î zegt Pama. ìTegelijkertijd moet het betaalbaar blijven. Daarom ontwerpen we vanuÌt de biobased visie, niet als extraatje.î
“Meer comfort en een gezonder binnenklimaat”
Toekomstbestendig bouwen? Hier én nu! Voor VDM Woningen betekent toekomstbestendig bouwen concreet: in 2030 minimaal 30 procent bouwen met biobased materialen, met een sterk gereduceerde CO₂uitstoot en een volledig energieneutrale fabriek. ìElke dag een beetje beter,î aldus Ten Hoor. Kuindersma vult aan: ìWe moeten kennis delen, opleidingen meenemen en ook kleinere aannemers betrekken. Alleen samen kunnen we deze transitie maken. Eigenlijk komt het erop neer dat ons hele maatschappelijke, sociale, economische systeem mee doet.î De boodschap van het project is helder: biobased bouwen is geen toekomstmuziek meer. Het gebeurt hier en nu. Op Zernike Campus in Groningen. En straks, als het aan de initiatiefnemers ligt, in heel NoordNederland.
Meer weten? Bezoek o.a. de websites: www.vdmwoningen.nl, www.building.nl en www.toekomstbestendigeleefomgeving.nl.
VOORWOORD
De trendwatchers waren in het decembernummer van NoordZ eensgezind over het antwoord op de vraag waar het in 2026 om draait: AI, AI en ... inderdaad, AI.
Kunstmatige intelligentie komt uit alle hoeken en gaten op ons af. Of je nu thuis op de bank zit, aan het werk bent of onderweg van het een naar het andere adres. De nieuwe tools rollen over elkaar heen onze kant op en schreeuwen allemaal om voorrang als beste, snelste, meest besparende of meest intelligente. Het kan niet op.
Grote bedrijven stellen teams samen met specialisten die een selectie maken uit de beschikbare programma’s, ethische richtlijnen opstellen, privacy en veiligheid bewaken, collega’s trainen en wat al niet meer. Zo wordt ons werk productiever, minder saai en wat al niet meer. Kortom: geen ontkomen aan. Voor niemand niet.
Maar wat doe je als MKB-bedrijf dat zich geen nieuwe afdeling met whizzkids kan permitteren?
Daarom schrijven we dit jaar in elke NoordZ een praktisch verhaal over het gebruik van AI. We kunnen die onderwerpen zelf bedenken, we kunnen het AI vragen maar als u als ondernemer met een probleem of vraag worstelt, willen we dat graag weten en proberen een antwoord te vinden. Mail de vraag naar: noordz@mediahuis.nl.
Vandaag aflevering 1 met handige tips. Zoals: je moet AI inzetten daar waar je veel tijd aan besteed aan terugkerende handelingen. Want, logisch, daar is de meeste winst te behalen.
De circulaire economie kan trouwens wel een shotje AI gebruiken. In Emmen kunnen ze (Wildlands en NHL Stenden) lampenkappen maken van olifantenpoep; hoe circulair wil je het hebben? Maar ook daar is het probleem: hoe krijg je het rendabel?
Op de Drentse Greenwise Campus werken bedrijven, kennisinstellingen en overheden samen in het zogenoemde plesTic Ready-project. De ‘e’ in de naam staat voor economics: Gedeelde economische uitdagingen aankaarten die een haalbare circulaire kunststoffenindustrie in de weg staan.

nze columnist Eelko Huizingh kaart het probleem ook an en schetst als belangrijk probleem voor de circuaire producten: de goedkope olie, waardoor nieuw lastic maken altijd goedkoper zal zijn. Maar hij ziet ok een oplossing die in Friesland werkt.
emand die al jaren zijn weg zoekt naar innovatiee circulaire oplossingen en nu op de drempel van ndustrialisering staat, is Tjeerd Veenhoven. Hij on tien jaar geleden een prijs voor zijn idee om leding te maken met algen. In de loop van de tijd wam hij er achter dat het qua duurzaamheid geweldig’ was, technologisch ‘heel gaaf’, aar qua economische haalbaarheid ‘heel lecht’. En dan moet je keuzes maken. Dat eeft hij in zijn studio in Groningen edaan, samen met Petra Boorsma an Biosintrum in Friesland.
ortom: weer inspiratie genoeg n deze NoordZ
eel leesplezer, an Rozendaal
04
Honderdduizenden herbruikbare bekers gaan elke week vanuit Leeuwarden het land in Cup Concept blijft maar groeien
07
Visionair of wachten tot we vastlopen?
Column Eelko Huizingh
10
Voormalig wonderkind EV Biotech vindt zichzelf opnieuw uit ‘Faillissement was totaal overbodig’
14
‘Daar waar je veel tijd besteed aan terugkerende handelingen; dáár moet je zijn’
Expert Menno uit Groningen adviseert over AI
18
Tjeerd van Veenhoven wil impact maken met zijn innovatieve designs ‘Soms is een idee gewoon slecht’
22
Een lampenkap van olifantenpoep maken is het probleem niet Maar hoe krijg je het rendabel?
27
Burgertje pesten
Column Ronald Mulder
30
Biologische klok belangrijk voor gezondheid en productiviteit Chronowetenschapper Marijke Gordijn legt uit
33
Jarno (24) uit Joure maakt video’s die écht aanslaan
Start Me Up
35
Algen die de huid jong houden Start Me Up
36
Hinderlijke wet- en regelgeving als speerpunt
Interview met nieuwe VNO-NCW MKB Noord-voorzitter Marcella Ensel-Boonstra
NoordZ is een bijlage van Mediahuis Noord
Samenstelling & eindredactie Gerda Douma, Jan Rozendaal, Kitty Thijsebaard, Theo Zandstra Vormgeving Alie Veenhuizen E-mail bijlagen@mediahuisnoord.nl
Advertenties/branded content Multiplus Media, Drachten 06 44 91 12 63 s.osinga@multiplusmedia.nl
Reageren of tips?
Mail naar: noordz@mediahuis.nl

De moeilijkheid zit zelden in het verzinnen van iets nieuws. De echte kunst is: loskomen van wat je altijd al deed. John Maynard
Keynes – de Britse econoom die het ergens in de eerste helft van de vorige eeuw opschreef – had het evengoed kunnen hebben over een plastic beker op een Fries industrieterrein.
TEKST RADBOUD DROOG
FOTO’S JACOB VAN ESSEN
Aan de Neptunusweg in Leeuwarden rijden op maandagochtend de vrachtwagens af en aan. De stad slaapt nog half, maar hier begint de week in volle vaart: schone bekers van Cup Concept worden kriskras door het land gereden. Maandag en dinsdag zijn piekdagen, want dan zit het drukke weekeinde erop. Bezoekers van voetbalwedstrijden, festivals en studentenfeesten hebben de handen vol gehad. En die lege bekers gaan niet in de afvalbakken, maar wordenteruggeleverdaan Cup Concept. En daarna, hup,doorde twee enormevaatwasmachinesin de loodsen aan de Neptunusweg.
Cup Concept is groot geworden dankzij die herbruikbare beker. Jaarlijks gaan er naar schatting 20 tot 25 miljoen bekers door de wasstraten in Leeuwarden. Als je ze op één bult zou gooien, grapt directeur AlexElsinga, dan kun je er de monumentale Oldehove meermaals mee vullen. Het beeld is absurd, maar precies daarom werkt het: je ziet in één keer de schaal.
Elsingabegon zoals veel ondernemers beginnen: niet met een plan van tachtig pagina’s, maar met een probleem dat iedereen kende en niemand echt oploste. Hij had al horecaervaring, organiseerde al evenementen, en zag steeds hetzelfde: „Nahet evenement bleven er gewoon heel veel bekers op de grond achter.” Dat kon toch anders, beslotenElsingaen de zijnen.
HOUTJE-TOUWTJE
Met een groep van vijf kochten ze honderdduizend bekers. In een garagebox flansten ze een wasstraatje in elkaar. De logistiek deden ze zelf.„In mijn pick-up-truck met een kar erachter waar 25.000 bekertjes in pasten.” Houtje-touwtje dus, maar toen kwam de test. De bezoekers vanIntotheGrave betaalden statiegeld voor hun eerste drankje. Geschonken in een sterkere, herbruikbare beker. Elsinga: „Toener na het festival geen beker meer op de grond lag, hadden we meteen zoiets van dít is de toekomst!” Toch werd het vijftal kapiteins op een schip teruggebracht naar twee. Te veel visies, te veel richtingen:Elsingazette het bedrijf-in-wording voort met Rick deNekkeren later ook GerlofLeijstra. Wie denkt dat een beker een beker is, heeftElsinganog niet horen uitleggen waarom die


van Cup Concept anders is.„Dit is op afstand de duurzaamste beker die er maar is”, zegt hij. Niet omdat het woord duurzaam lekker klinkt– „Daarworden we hier ook wel eens flauw van” – maar omdat het aantoonbaar is in gebruik.
De beker is gemaakt van stevig polypropyleen en de bedrukking van de logo’s is tussen twee lagen geplaatst. Je kunt de beker honderden keren wassen, wassen, wassen, zonder dat de opdruk vaag wordt of loslaat.„We hebben bekers van PEC Zwolle, onze eerstebetaaldvoetbalclub. Die hebben wij in 2019 voor het eerst ingezet en die wassen we nog. Die zijn nog goed.”
BETAALDVOETBALORGANISATIES
De clubleiding van PEC Zwolle was erg enthousiast, kijktElsingaterug.„Na Zwolle raakten al snel andere stadionmensen overtuigd.
PSV was de eerste grote club die instapte.” Vanaf dat punt begon Cup Concept naam te maken. De UEFA kwam langs en het Leeuwarder bedrijf werd drie jaar geleden gevraagd om de herbruikbare beker in te zetten bij de vrouwen-ChampionsLeague-finaletussen Barcelona en Wolfsburg in het PSV-stadion. Alles verliep op rolletjes. „En daardoor maakten we nog meer naam.”
Inmiddels levert Cup Concept aan zo’n vijftienbetaaldvoetbalorganisatiesin Nederland.
PSV, FC Groningen,Stadion Feijenoord, FC Emmen en ook aan trainingscomplexen, zoalsVarkenoordin Rotterdam.Elsingavertelt hoe PSVaanvankelijktwijfelde omdat het tapsysteem niet aansloot op het schenkblad; waarop de biertjes in grote aantallen werden volgeschonken.Elsingazorgde vervolgens dat de aluminiumbladen aangepast werden.
SC CAMBUUR NIET
Toch knaagt er iets bij hem. Want tussen al die clubs door blijft één naam pijnlijk afwezig: SC Cambuur. Zijn club uit zijn stad.„Ik vind het natuurlijk verschrikkelijk jammer”, zegtElsinga, bij wie ook SC Heerenveen nog niet op zijn klantenlijst staat. „We zijn natuurlijk een Fries bedrijf, doen heel veel in heel Nederland maar jammer genoeg niet in de eigen provincie.”
Waarom eigenlijkniet? In de praktijk, zegt hij, bepaalt de cateringpartij vaak de keuze. Herbruikbaar wordt gezien als hogere kosten en extra gedoe.„Singleuse, waarbij de beker maar een keer wordt gebruikt, is een goedkopere oplossing, denkt men. Maar dat klopt niet.” Het rekenwerk is simpel: mensen betalen statiegeld – vaak 2 euro – en leveren hem na de wedstrijd in. Sommigen nemen de beker mee naar huis: „Hetis de goedkoopste merchandise die je maar kan krijgen.” En dat is dus ook duurzaam: „Want de beker belandt niet in de vuilnisbak.”
TREKKEN, DUWEN EN ZELF WASSEN
In de beginjaren was het vooral trekken, duwen en zelf wassen. „Waar ben ik in godsnaam mee bezig, heb ik die periode regelmatig gedacht.” Acquisitie deed hij zelf, presentaties ook. „In het begin was ik behoorlijk zenuwachtig, maar door het veel te doen ging het steeds beter.”
Eerst voor kleine groepen, daarna in zalen
met vier- à vijfhonderd man. Hij nam een accountmanager aan met veel ervaring bij een grotebierbrouwerij, Gerlof Leistra, en bouwde een kernteam met mensen die hij kende uit de horeca.„We weten precies wat we aan elkaar hebben.” De groei van het bedrijf zie je letterlijk in stenen. Toen de loods en kantoren de Neptunusweg 34 ontgroeiden, werd de Neptunusweg 20 erbij betrokken. En toen volgde de werkelijke gezinsuitbreiding: ook de panden aan de nummers 22, 24, 26, 28, 30 en 32 werden aan de Cup Concept-familie toegevoegd. Elsinga sluit verdere uitbreiding niet uit: „Want we kunnen natuurlijk ook nog de lucht in.”
Het wagenpark groeide ook mee. Inmiddels rijden er vier vrachtwagens. De logistiek is strak, vooral rond Europese voetbalwedstrijden.Elsingaschetst hoe het gaat als Feyenoord op donderdag in Europa speelt en zaterdag weer thuis: „Vrijdagochtendom 8 uur wordt de vrachtwagen helemaal volgedrukt en de bekers worden dezelfde dag nog gewassen. Danstaat er een dubbelewasploegklaar. Zestien mannen en vrouwen. Toppers! Zó snel als die werken, dat is niet normaal.”
GRONINGSE UITGAANSLEVEN
In het Groningse uitgaansleven gaan de bekers van hand tot hand. Duizenden, nee tienduizenden en soms zelfs meer dan honderdduizend – per weekeinde –herbruikbare bekers worden geleverd en opgehaald.Hufterproof.„Je kunt erin knijpen, zonder dat het deuken of scheuren nalaat.” Bijna alle studentenverenigingen zijn klant bij Cup Concept.
En terwijl de operatie aanzwelt, wordt de technologie slimmer. Het bedrijf heeft ze al in omloop: bekers met chips of onzichtbare QR-codes. Zodat het statiegeld direct gekoppeld wordt aan een bankrekening.„Als je de beker inlevert staat het statiegeld meteen op je rekening.”
Cup Concept is de pick-up met eenzelfgetimmerdevaatwasser allang ontstegen. Want wat begon als ergernis over zwerfafval groeide uit tot een populair recyclesysteem. Door te durven en te doen en los te komen van het oude. Keynes had gelijk.
Samenwerking Rijk Noord is een netwerkorganisatie die 25 aangesloten rijksdiensten en partners verbindt in Friesland, Groningen, Drenthe en Noord-Overijssel, met als doel structureel samen te werken op de arbeidsmarkt. Niet alleen met elkaar, maar ook met het onderwijs, overige overheden en andere partners in het Noorden.
De Noordelijke arbeidsmarkt heeft specifieke uitdagingen en door rijksdiensten en regionale partners te verbinden is men in staat om talent beter vast te houden, kennis te delen en de noordelijke regio sterker te vertegenwoordigen binnen de landelijke besluitvorming.
ÑSamenwerking Rijk Noord is uniek en is er voor en door het Noordenî, zegt Angelique de la Cousine, voorzitter dagelijks bestuur SRN.
ÑInmiddels zijn er 25 rijksorganisaties aangesloten bij onze raad van participanten.î
Het waren Henkjan Derks, destijds directeur Bedrijfsvoering & ICT van het CJIB, en Wim Westerbeek, destijds directeur FinanciÎn en Services van DUO, die in 2018 met het idee kwamen om meer te gaan samenwerken. ÑHet beeld bestond dat allerlei rijksorganisaties in dezelfde vijver voor nieuwe medewerkers zaten te vissen. Krachten bundelen om nieuw talent te werven en talent voor de rijksdiensten vast te houden, was een belangrijke reden om tot oprichting van Samenwerking Rijk Noord te komenî, geeft manager Marjo Lubach aan. ÑNaast de arbeidsparticipatie speelden er in die tijd themaís als ICT en de impact van digitalisering op het administratieve werk.î
Jaarplan 2026
Inmiddels doet Samenwerking Rijk Noord veel meer, blijkt uit het Jaarplan 2026. Er wordt ingezet op het beter positioneren van het rijk als aantrekkelijk werkgever in het noorden, behoud van talent voor Noord-Nederland en het doel om meer Rijk in de regio en meer regio in het Rijk te realiseren. Zo kent SRN zogenaamde domeintafels, waar niet alleen kennisdeling plaatsvindt, maar ook binden en boeien, samenwerking met het onderwijs en interne mobiliteit centraal staan. ÑWe hebben domeintafels op het gebied van ICT, juridisch, administratief, veiligheid (uniform) en het klant contact centrumî, vertelt Lubach. ÑIn deze tafels zijn managers actief, die gezamenlijk activiteiten initiÎren voor de interne en externe arbeidsmarkt. Ook werken we structureel samen met het mbo, hbo en wo in het Noorden, om jong talent kennis te laten maken met de Rijksoverheid. En we hebben intensief contact met met regionale partners als Noorderlink, Samenwerking Noord en Werken in Friesland.î
ìUnieke samenwerking van 25 rijksorganisatiesî
ÑDaarnaast hebben we een aantal themawerkgroepen, waarin bestuurders van diverse rijksorganisaties zich buigen over diverse vraagstukken. Themaís zijn bijvoorbeeld diversiteit en inclusie, waarbij we met 12 rijksdiensten een vlaggendag hebben georganiseerd. Binnen het thema rijk en regio maken bestuurders zich onder meer sterk voor een kansrijke positie van het Noorden bij nieuwe rijkswerkgelegenheid. Verder is er een themawerkgroep gericht op de interne arbeidsmarkt. We willen onze mensen graag behouden voor de overheid en zichtbaar maken

dat je bijvoorbeeld ook tussen diverse rijksorganisaties van baan kunt switchen.î
Vervangingsvraag
Noord-Nederland telt circa 35.000 rijksmedewerkers. Dat aantal zal, zo is de verwachting, de komende jaren nog licht stijgen, waarbij vooral groei zit bij defensie en het gevangeniswezen. De la Cousine: ÑDit betekent dat we niet alleen meer mensen nodig hebben, we hebben ook met een vervangingsvraag te maken, op allerlei functies. Er gaan veel mensen uitstromen en waar de ene rijksdienst voldoende nieuwe aanwas heeft, denk aan de politie, daar moet de andere rijksdienst wat meer moeite doen. Binnen SRN helpen we elkaar om de vraagstukken die er liggen zo goed mogelijk op te lossen.î
ÑWe willen mensen, wanneer ze eenmaal bij de Rijksoverheid werken, graag vasthoudenî, vult Lubach aan. ÑBijvoorbeeld door aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden, maar ook door de mogelijkheid van hybride werken aan te bieden. Dat vinden veel mensen prettig. We merken ook dat we meer ons best moeten doen om met name jongeren te binden, zij zijn gewend om snel te wisselen van baan. Daar is niets mis mee, maar dan wel graag binnen de organisaties die binnen ons netwerk actief zijn. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om met behoud van (bepaalde) arbeidsvoorwaarden bij een andere rijksorganisatie aan het werk te gaan.î
Podcast
SRN grijpt elke mogelijkheid aan om te laten zien dat werken voor de rijksoverheid interessant en maatschappelijk relevant werk is. Lubach: ÑEr is
onlangs, in samenwerking met studenten van de Hanze, een podcast opgenomen waarin drie jonge ambtenaren worden geÔnterviewd. Zij geven daarin aan hoe ze het werken bij de overheid ervaren en dat leidt tot verrassende uitspraken. Verder organiseren we jaarlijks diverse events, waarop medewerkers, studenten en belangstellenden uit andere sectoren van de economie welkom zijn. Dat is elke keer weer een groot succes. En wij zijn met een grote Rijksoverheidsstand aanwezig op de Noordelijke Banenbeurs, begin maart in Groningen. Met het onderwijs organiseren we regelmatig ontmoetingen tussen studenten en Rijksoverheidsorganisaties, zowel op mbo, hbo als universitair niveau. Kortom, er gebeurt heel veel en daar gaan we mee door.î
Samenwerking Rijk Noord is uniek, nergens anders in Nederland werken rijksdiensten zo intensief met elkaar samen. Ook is er veelvuldig overleg met de beleidsbepalende departementen in Den Haag. De la Cousine:Ñ Het Ministerie van Binnenlandse Zaken heeft ons benaderd met de vraag om loopbaanmogelijkheden binnen het rijk inzichtelijk te maken. Daarnaast gaan we voor het ministerie een blauwdruk maken van de manier waarop wij de samenwerking binnen
Samenwerking Rijk Noord georganiseerd hebben, zodat dit ook elders in het land kan worden uitgerold.î
www.samenwerkingrijknoord.nl
Stel: iets is onvermijdelijk en logisch. Gebeurt het dan ook? In de kern is dit het vraagstuk van de circulaire economie, een transitie die ondanks alles vaak moeizaam van de grond komt. Maar soms is de transitie niet het hoofddoel, maar een handig middel om andere problemen op te lossen. En dan blijkt de omslag wel snel mogelijk.
De circulaire economie is onvermijdelijk omdat onze aarde slechts een beperkte hoeveelheid grondstoffen bevat. Alsmaar nieuwe producten van nieuwe grondstoffen maken houdt daardoor een keer op. De oplossing ligt voor de hand: oude producten niet meer verbranden of begraven in een vuilnisbelt, maar bruikbare materialen terugwinnen en daar weer nieuwe producten van maken. Geen speld tussen te krijgen.
De onvermijdelijke transitie wordt tegengewerkt, omdat kortetermijnbelangen nogal eens haaks staan op langetermijnbelangen. Op korte termijn bezorgt circulair zowel bedrijven als consumenten hogere kosten en meer gedoe. Daarnaast verlopen systeemtransities zoals de circulaire economie altijd stapsgewijs. Het begint met idealisten en visionairs. Zij ontwikkelen uiteenlopende innovaties zoals zonnepanelen, isolatiemateriaal van natuurlijke grondstoffen, modulaire en repareerbare telefoons (Fairphone) en initiatieven voor lokaal en biologisch voedsel (Herenboeren).
En dan opeens blijkt de circulaire economie een originele oplossing te bieden
Hierdoor ontstaat bewustwording, terwijl concrete oplossingen aantonen dat wat in theorie mogelijk is, ook daadwerkelijk kan. Echter, vaak alleen op kleine schaal en economisch weinig aantrekkelijk. Met een voedselpluktuin word je niet snel rijk. En is dus voor veel mensen niet aantrekkelijk.
Toch is de grote massa, zowel consumenten als bedrijven, vaak best van goede wil. Maar ze komt moeilijk in beweging. We vinden het allemaal wel een goed idee, maar nu nog even niet. De overheid kan dan helpen, maar helaas gebeurde dat afgelopen jaren niet. En dus bleef het circulair kwakkelen.
Dat blijkt ook uit recent onderzoek van twee van mijn studenten. Dat bevestigt dat circulair voor bedrijven een uitgebreid leerproces is dat vraagt om experimenteren en veel veranderingen. Voortgang is soms moeilijk vanwege aarzelingen bij klanten, voortkomend uit prijsgevoeligheid, risicopercepties en onbekendheid met circulaire oplossingen. Is een product gemaakt van hergebruikte onderdelen wel even goed als een geheel nieuw product? En voldoet het aan alle standaarden? Hierdoor staat de uitkomst van de transitie niet vast,
soms blijven bedrijven steken in het leerproces en besluiten dat de tijd nog niet rijp is.
Ook ontstaan in de transitie soms ongewenste neveneffecten door perverse prikkels. Zo is mede dankzij de opkomst van elektrische auto’s minder benzine nodig, maar oliemaatschappijen willen graag tot de laatste druppel geld verdienen. Dus wat gebeurt? Doordat de olieprijs sinds medio 2022 bijna gehalveerd is, wordt het maken van nieuw plastic uit olie steeds goedkoper. Met als resultaat dat inmiddels al vele Nederlandse plasticrecyclingbedrijven failliet zijn gegaan.
Ik schreef al eens eerder dat we moeten voorkomen dat het de wal is die het schip dwingt te keren. Maar soms is het niet anders. Een goed voorbeeld komt uit Friesland. Daar speelden gelijktijdig meerdere problemen, zoals woningcorporaties die talloze huizen moeten isoleren, bouwbedrijven die klemzitten door stikstof en boeren die worstelen met stikstofregels, lage prijzen en mestoverschotten.
En dan opeens blijkt de circulaire economie een originele oplossing te bieden, uitmondend in de Fryske Vezelhennepdeal. Meer dan honderd Friese boeren, ruim twintig bouwbedrijven, vijf woningcorporaties en de provincie maakten gezamenlijk afspraken om met in Friesland geteelde vezelhennep meer dan duizend huizen te isoleren.
Dus het hoofddoel is niet om een idealistisch geitenwollensokken ideaal te realiseren, maar gewoon: de bouw vlottrekken, de landbouw versterken en het wooncomfort van huurders vergroten. En als bijvangst slaat vezelhennep CO2 op, zowel in woningen als in de grond, en daalt de CO2-uitstoot vanwege verminderd vervoer van bouwmaterialen.
Op zich is het natuurlijk jammer dat het de wal is die het schip moet keren. Maar we leven nu eenmaal niet in een perfecte wereld. Idealisten en visionairs deden het licht aan en ontwikkelden bruikbare oplossingen. Dan is het toch prachtig als we die kunnen gebruiken voor het creatief oplossen van maatschappelijke problemen.
Dr. Eelko Huizingh werkt bij de vakgroep Innovatiemanagement & Strategie van de Rijksuniversiteit Groningen en is auteur van het boek Innovatiemanagement


Het is uniek in de wereld. Nergens anders wordt moeilijk te verwerken gemengd plastic afval ñ vaak in combinatie met textiel ñ op industriÎle schaal omgezet in palen, planken en balken die direct toepasbaar zijn in de openbare ruimte Èn aan het einde van hun levensduur opnieuw recyclebaar zijn. In Farmsum staat de circulaire
DEMO-fabriek van UPPACT | The UnWaste Company, waar oprichters Jan Jaap Folmer en Michel Walstock zichtbaar trots een rondleiding verzorgen.
In een grote installatie, de zogeheten UnWastor, verdwijnt gemengd plastic en textiel dat anders zou worden verbrand. Via een ingenieus, volledig mechanisch proces, ontstaan robuuste, kwalitatief hoogwaardige en 100% recyclebare bouwmaterialen. Producten die inmiddels al de interesse hebben gewekt van uiteenlopende afnemers.
ÑDaarnaast zijn we met verschillende partijen in gesprek om te onderzoeken of we ook specifieke producten kunnen ontwikkelen die aansluiten bij hun toepassingenî, vertelt Folmer. ÑDenk aan duurzame havenvoorzieningen, zoals gordingen die de impact van aanmerende schepen opvangen aan de kade. Daarvoor starten we binnenkort een pilot in de haven van Delfzijl.î
Onderzoek en marktontwikkeling Ook op kennisniveau wordt samengewerkt. ÑWe zijn in overleg met de Rijksuniversiteit Groningen,î vult Walstock aan. ÑZij onderzoeken voor ons hoe deze producten via verschillende marktsegmenten kunnen worden afgezet, bijvoorbeeld richting bouwmarkten of andere toepassingen. De mogelijkheden zijn breed ñ nu is het zaak om de juiste markten te bereiken. Dat is de afgelopen maanden al goed op gang gekomen.î
UPPACT ziet vooral kansen in de inrichting van pleinen, parken en kades. ÑOnze producten zijn geschikt voor straatmeubilair, beschoeiing, steigers en constructieve elementen,î aldus Folmer. ÑHet gebruik van tropisch hardhout is daarmee niet langer nodig en kan worden vervangen door circulaire producten uit plastic en textiel.î
Zo wordt onderzocht of van ingezameld waddenplastic zogeheten waddenplanken kunnen worden gemaakt. En die worden dan weer toegepast in de waddenhavens van Lauwersoog, Den Oever en Groningen Seaports.
Gesloten afvalketens
Daarnaast is UPPACT met diverse gemeenten in gesprek om de afvalketen daadwerkelijk te


sluiten. Folmer: ÑOp dit moment wordt ongeveer 50 tot 60 procent van het plastic gerecycled. Wij richten ons juist op de overige 40 ‡ 50 procent: gemengd plastic en textiel dat nu nog wordt verbrand. Dat materiaal kan naar ons, zodat we richting veel hogere recyclingpercentages gaan.î Samen met Verpact en geÔnteresseerde gemeenten wil UPPACT een circulair ketenprogramma opzetten. ÑGemeenten leveren hun afval aan en krijgen er duurzame producten voor terug, gemaakt van hun eigen materiaal. Zo gebruik je afval opnieuw, in plaats van het te verbranden.î
Nieuwe toepassingen en regionale samenwerking UPPACT werkt verder samen met studenten Industrieel Product Ontwerp van de Hanzehogeschool Groningen. ÑZij ontwerpen nieuwe toepassingen waarvoor ook daadwerkelijk een markt is,î zegt Folmer. ÑDaarnaast verkennen we samenwerking met lokale werkbedrijven, bijvoorbeeld bij bewerking, assemblage of plaatsing van de producten.î
Aan grondstoffen geen gebrek, benadrukt hij. ÑDe aanvoer van plastic en textiel is ruimschoots aanwezig. In deze DEMO-fabriek verwerken we straks zoín 4.000 ton per jaar, maar dat moet op termijn fors groeien. Pas dan maak je Ècht impact.î
Ter illustratie: 4.000 ton afval levert tienduizenden palen, planken en balken op ñ circulair, robuust en van hoge kwaliteit. ÑEn volledig recyclebaar, ook nadat ze zijn toegepast en ooit weer vervangen worden.î
Wereldprimeur uit Noord-Nederland De productie start in het Chemport Innovation Center in Farmsum, waar een team van inmiddels
15 operators uit de regio de fabriek 24/7 draaiende houdt. Maar daar blijft het niet bij. ÑNoord-Nederland heeft hiermee een wereldprimeur en daar zijn we trots op,î zegt Walstock. ÑTegelijkertijd is het onze ambitie om dit concept ook elders toe te passen. Er is belangstelling vanuit Nederland en andere landen. We verwachten dat het UnWastorconcept, met de Mixer-Melter als kern, op termijn op meerdere plekken gaat draaien.î
De oprichters zijn realistisch: ÑWe kunnen dit niet alleen. We hebben partners nodig in de hele keten,î besluiten zij. ÑDaarom zijn we blij dat er politiek weer aandacht is voor het behalen van circulaire doelstellingen. Als we in Nederland op termijn 50.000 ton (per jaar) gemengd plastic en textiel kunnen verwerken, levert dat circa 150.000 ton CO₂-besparing op. En dat is waar we het samen voor doen.î
UPPACT ziet Noord-Nederland als de kraamkamer van het concept. Hier wordt het ontwikkeld, getest en opgeschaald. Vanuit Farmsum wil het bedrijf bijdragen aan een oplossing voor een wereldwijd probleem: gemengd afval waar tot nu toe geen goed antwoord op bestond.
www.uppact.com
Voor Visser Transporten Bolsward B.V. is vooruitdenken belangrijk. Het familiebedrijf, dat sinds 1920 actief is in transport en bouwlogistiek, bouwt al generaties lang aan de toekomst. Een jaar of vier geleden werd daar een belangrijke stap aan toegevoegd: de keuze voor een duurzame, volledig elektrische vrachtwagen, in samenwerking met Scania Rinsma.

Volgens eigenaren en broers Gjalt en Peter Visser was die stap een logisch vervolg op een jarenlange samenwerking. ÑDe relatie met Scania Rinsma gaat terug tot 1985, toen onze ouders hun eerste Scania kochten. Dat ging op een prettige manier waarbij vertrouwen voorop stond. Dat vertrouwen is altijd gebleven en vormde de basis voor deze stap.î
Vooruitkijken naar 2030
Maar waarom precies verduurzamen? ÑWij doen veel binnenstedelijke distributie,î vertelt Gjalt Visser. ÑMet de komst van milieuzones en regelgeving richting 2030 steken we nu al in op deze manier van rijden en techniek. Dan weten we waar we aan toe zijn.î Operationeel manager Simon Eekhof ziet het als een noodzakelijke ontwikkeling. ÑAls bouwmaterialenvervoerder mÛeten we dit doen. Als we niet verduurzamen, verdwijnen er klanten.
‘Het maakt ons bedrijf toekomstbestendig’
Intensieve samenwerking
De overstap naar elektrisch transport bleek complex, maar volgens Gjalt Visser maakte juist de begeleiding van Scania Rinsma het verschil. ÑZe waren echt een sparringpartner. Samen hebben we gekeken wat wel en niet kan. Dat gaf vertrouwen.î Remko van Keulen, directeur bij Scania Rinsma, benadrukt dat die prettige samenwerking wederzijds is. ÑWe merkten dat Gjalt Visser serieus met verduurzaming bezig was. In Nederland waren er toen nog maar een handvol transportbedrijven die deze stap durfden te zetten. Het is mooi om zoín traject samen aan te gaan.î Salesmanager Bonne Hylkema vult aan:
ÑVanaf het begin hebben we samen gekeken hoe we het project konden vormgeven. Niet alleen naar de vrachtwagen, maar ook naar alles eromheen en alle betrokken partijen.î
Stroom grootste uitdaging
De grootste uitdaging bleek niet de vrachtwagen, maar de energievoorziening. Gjalt Visser: ÑWe waren afhankelijk van derden en dat traject viel tegen. Netwerkverzwaring was noodzakelijk. We hebben nu een oplossing met een laadpaal die is voorzien van een batterij van 200 KW die we van Rinsma Scania huren totdat de netverzwaring er is.î Van Keulen: ÑDat is typerend voor de huidige fase van elektrisch rijden. De techniek van de voertuigen ontwikkelt snel, maar de energieinfrastructuur blijft een belangrijke factor.î
Eekhof: ÑDe vrachtwagen heeft 517 kWh netto capaciteit. Als we kijken naar ons totale energiegebruik op het terrein, houden we voldoende vermogen over. Door opslag bij onze eigen laadpaal hoeven we onderweg niet te laden.î Als voorzitter van Parkmanagement Bolsward en deelnemer van Circulair Friesland weet Gjalt Visser dat gezamenlijke energieoplossingen ook essentieel zijn. Te denken valt dan aan collectieve laadpleinen en het delen van energiecapaciteit op bedrijventerreinen.
„Klanten vragen steeds vaker zelf naar
elektrisch transport”
Ervaring op de weg
Ondanks aanvankelijke scepsis onder chauffeurs is het enthousiasme inmiddels groot. ÑTijdens een chauffeursbijeenkomst zagen sommigen het nog

niet zitten,î vertelt Gjalt Visser. ÑMaar anderen vinden het fantastisch.î Eekhof noemt een opvallend voorbeeld: ÑEen ervaren chauffeur, iemand met diesel in het bloed, rijdt nu elektrisch en haalt uitstekende rijscores. Dat laat zien hoe snel mensen zich aanpassen.î Van Keulen vertelt dat technologie daarbij goed helpt. ÑWe kunnen prestaties van de auto en chauffeur monitoren. Dat helpt om het maximale uit elektrisch rijden te halen.î
Investeren in kennis en mensen
Voor zowel Visser Transport als Scania Rinsma is elektrificatie geen experiment meer, maar een strategische keuze die ook nieuwe kennis vraagt. Van Keulen: ÑOnze monteurs volgen speciale opleidingen, van onderhoud tot werken aan batterijen. Je trekt specialisten aan, zoals elektrotechnici en software-experts.î Die ontwikkeling sluit aan bij de visie van Gjalt Visser. ÑWe willen weten wat voor transportbedrijf we in 2030 willen zijn. Daarom investeren we nu in mensen, techniek en infrastructuur.î Inmiddels is er al een tweede nieuwe elektrische Scania besteld.
De belangrijkste les?
Volgens Gjalt Visser is dat duidelijk: ÑBegin op tijd en zorg dat je visie hebt.î Eekhof sluit zich daarbij aan: ÑHet vraagt lef, want het is een grote investering. Iedere technologische revolutie, ook die van paard en wagen naar diesel, begon met ondernemers die durfden.î Hylkema benadrukt de randvoorwaarden: ÑHet begint met een goede stroomaansluiting. Als die basis er is, kun je echt stappen zetten.î Van Keulen ziet de toekomst positief tegemoet. ÑDe ontwikkelingen gaan snel. Door nu ervaring op te doen, zorgen bedrijven zoals Visser ervoor dat ze in 2030 op volle kracht vooruit kunnen.î

www.vissertransporten.nl www.rinsma.nl

EV Biotech gold jarenlang als grote belofte in het Groningse start-uplandschap. Maar eind 2024 ging het opeens mis. Het bedrijf ging failliet. Snel daarna kwam er een verse start, met nieuwe plannen, een nieuwe directie, een nieuwe koers, maar dezelfde ambitie.
TEKST JEAN-PAUL TAFFIJN
FOTO’S GEERT JOB SEVINK
Het Innolab op de Zernike Campus in Groningen. Dat is sinds de nieuwe start de plek waar het gebeurt voor EV Biotech. De omgeving straalt start-up uit, met gedeelde kantoorruimte, gezamenlijk lab, jonge mensen en frisse ideeën. EV heeft geen doorstart gemaakt, maar is opnieuw begonnen, met nog altijd Linda Dijkshoorn als uithangbord.
Natuurlijk, jaren aan onderzoek naar de geautomatiseerde productie van biologische bouwstenen zijn niet opeens weg. EV Biotech maakte naam vanwege de kunst om door middel van precisiefermentatie microorganismen zo aan te passen, dat ze in verschillende producten toepasbaar zijn als alternatief voor fossiele bouwstenen.
Dat is nog altijd de basis van het bedrijf, waar inmiddels weer een handvol medewerkers en stagiairs aan de toekomst werkt. „Toch hebben we veel veranderd”, vertelt Corina Prent. Zij bezet sinds de herstart een directiefunctie. Dat is even wennen. Zij kent EV Biotech al jaren, maar dan van de investeerderskant. „Omdat wij heilig in de onderneming geloven. En dat doe ik nog steeds. Daarom zit ik hier nu ook.”
DE KLAD ERIN
Geloof of niet, het klapte vorig jaar, al heeft dat volgens Prent voor een groot deel te maken met omstandigheden van buitenaf. „EV deed aan contractresearch. Dat betekent langdurige samenwerkingen om samen met klanten tot nieuwe dingen te komen. Maar in de loop van 2024 kwam er de klad in die markt. De vraag nam enorm af, bedrijven stopten er massaal mee. Dat had alles te maken met onzekerheid als gevolg van de oorlog in Oekraïne. Bedrijven sneden onderzoeksprojecten weg die niet direct geld opleveren. EV was net bezig met grote, nieuwe klanten toen dit speelde.’’
Paniek was er niet meteen. Met de aandeelhouders (waaronder RUG Holding) werd gesproken over de toekomst, over het veranderen van de strategie om risico’s beter te spreiden. Prent: „We waren letterlijk onderweg naar de notaris om de nieuwe overeenkomst te tekenen toen een van de aandeelhouders op het laatste moment afhaakte. Het lukte niet om dat financiële gat op te
vullen en daarom moest de stekker eruit worden getrokken. Totaal overbodig, is mijn mening.”
DIGITALE TWEELINGEN
Wat EV Biotech kan en doet, is uniek. Het bedrijf bouwt met AI digitale tweelingen van beestjes (micro-organismen) en fermentatieprocessen. Het grote voordeel daarvan is dat de beestjes daarna direct in het laboratorium worden geoptimaliseerd tot nieuwe biologische bouwblokken. Zo gaat de verdere ontwikkeling sneller en kan snel worden opgeschaald en dat is heel interes-
Omdat wij heilig in de onderneming geloven. Daarom zit ik hier

Corina Prent: „Faillissement EV Biotech was totaal overbodig.”
sant voor ondernemingen die deze nieuwe, biologische bouwblokken willen gebruiken.
Shridhar Kumaraswamy ziet de enorme potentie. Hij werd bekend als founder van de Groningse medtech-start-up Ancora Health – een digitaal platform voor positieve, datagedreven zorg. En nu bekleedt hij er een directiefunctie bij EV Biotech bij. „Ik zie het als een wederopstanding van het bedrijf. Het geloof is er altijd geweest, bij Corina, bij Linda. En ik heb dat ook. Mijn zus is biotechnoloog en die vindt het razend interessant. Ik heb mensen om me heen gevraagd die iets snappen van scheikunde en biotechnologie. Zij zeggen allemaal dat het baanbrekend is wat EV doet. En ik heb dat de laatste maanden ook ontdekt.”
EIGEN PRODUCTEN EV BIOTECH
Hoe laat je beestjes doen wat ze moeten doen en hoe zorg je ervoor dat je van tevoren al precies hebt uitgevogeld wát ze gaan doen? Bij EV Biotech noemen ze dat rapid prototyping en dat is waarop de klanten afkwamen en waarvoor ze nog steeds komen. Corina Prent: „We werken samen met grote internationale bedrijven. Dankzij onze hulp kunnen zij hun groene belofte waarmaken. Maar we hebben onszelf opnieuw uitgevonden en werken aan meer: onze eigen producten.’’
Dat is serieus andere koek, maar het is een ommezwaai die nodig is voor de toekomst. Kumaraswamy: „We rekenen erop dat we de eerste pakweg vier jaar geen winst maken, omdat we vol in de ontwikkeling investeren. Maar daarna hebben we een uniek product waarmee we de markt kunnen bestormen. We worden toeleverancier van fabrieken.’’
Wat EV Biotech gaat maken, noemen de mensen zelf well defined polymeren. Hier komt de scheikundige achtergrond van Corina Prent van pas. „Polymeren, zowel de fossiele als de groene varianten, zijn als het ware aan elkaar geregen kraaltjes. Maar die komen nooit in dezelfde volgorde. Dat lukt ons wel. We kunnen de polymeren zo maken, dat ze altijd exact hetzelfde zijn. En dat vinden producenten heel fijn. Het stelt ze in staat producten en productieproces te optimaliseren.”
Die truc kost veel onderzoek en ontwikke-
ling. „We werken ervoor samen met bedrijven, maar ook met onder meer de universiteiten in Delft, Amsterdam en Wageningen”, zegt Max Guillaume. Hij is verantwoordelijk voor de AI-technologie, terwijl Courtney Klaips het laboratorium onder haar hoede heeft.
Kumaraswamy: „Wat wij doen is engineering en beestjes met elkaar verbinden. Het is de eerste keer dat dat op deze manier gebeurt. Ik weet zeker dat we nog op allerlei technologische uitdagingen stuiten, die we moeten aangaan. Dat is hoe het werkt in een bedrijf als dit. Je bent continu vooruitgang aan het maken in het oplossen van een probleem. En dat kan jaren duren, maar dan ben je ook écht ergens.’’
Het jonge bedrijf spreidt in zijn tweede leven de risico’s meer. Eigen ontwikkeling, contracting, samenwerking met onderzoek en onderwijs. Maar investeringsgeld is en blijft nodig om vooruit te komen. Dat kan in de nieuwe koers in de vorm van subsidies en toelagen, maar de markt moet ook bijdragen.
NIET WEER ZO’N MOEILIJK MOMENT
Corina Prent: „Dat blijft een uitdaging. In het Noorden, en eigenlijk in heel Nederland, lukt het vaak wel om geld binnen te krijgen voor de heel vroege fase. Maar als je wilt gaan opschalen, dan is het veel moeilijker om extra geld te krijgen. Dat is een probleem dat niet van vandaag of gisteren is, maar ook wij krijgen daar snel weer mee te maken.”
De directie gelooft niet dat er weer zo’n moeilijk moment aankomt als in 2024, al bestaat er geen zekerheid. Kumaraswamy: „Ik denk dat we beter snappen hoe het werkt en waarop we moeten letten. Timing is essentieel bij deep tech. We weten welke route we moeten bewandelen om te komen waar we willen. We hebben helder wat we gaan doen en hoe we het gaan aanpakken. Kijk, ASML heeft er ook tien jaar over gedaan voordat de groei echt kwam. Wij hebben ook even nodig, maar we geloven er allemaal heilig in. Wat wij kunnen is uniek. Steeds meer mensen zien de noodzaak om verder weg te komen van fossiele grondst offen. Wij passen perfect in die ontwikkeling.’’


Jarenlang stonden data, modellen en digitale systemen nauwelijks op de politieke agenda in Den Haag. Inmiddels is data-autonomie opgenomen in het nieuwe coalitieakkoord. Internationale spanningen en afhankelijkheden maken duidelijk waarom dit onderwerp snel belangrijker wordt. Ook voor Frysl‚n.
In recente Europese en landelijke rapporten, waaronder dat van Draghi en Wennink, wordt gewezen op de risicoís van afhankelijkheid van externe digitale systemen en het belang van zeggenschap over data. Tegen deze achtergrond schreven Rudolf Simons en Else Maria van der Meulen het rapport ëAutonomie voor Frysl‚ní, een beschouwende analyse van hoe data en digitale infrastructuur steeds bepalender worden voor besluitvorming. Rudolf Simons is directeur van DataFrysl‚n. Else Maria van der Meulen is directeur van DDFR IT Infra & Security. Samen laten zij zien wat deze ontwikkeling vraagt van organisaties en bestuurders in Frysl‚n.
Besluiten worden eerder voorbereid dan gedacht Voor Simons wordt digitalisering te vaak gezien als een technisch onderwerp. In de praktijk gaat het volgens hem over verantwoordelijkheid en zeggenschap, en over wie invloed kan uitoefenen. Veel beleid wordt voorbereid met data, modellen en digitale analyses. Daarbij liggen aannames en definities vaak al vast voordat het gesprek begint.
Dat verschuift invloed, meestal zonder dat daar bewust voor wordt gekozen. Juist daarom is het belangrijk om vooraf afspraken te maken, benadrukt Simons. ìMet duidelijke kaders kan data ook helpen om keuzes beter uit te leggen en inwoners inzicht te geven in hoe besluiten tot stand komen.î
Fryslân is geen gemiddelde
Frysl‚n wijkt op meerdere punten af van landelijke gemiddelden. Afstanden zijn groter. De bevolking vergrijst. Voorzieningen zijn dunner gespreid. Ook taal en cultuur spelen hier een belangrijke rol. Wanneer generieke modellen leidend zijn, sluiten uitkomsten niet altijd goed aan bij deze regionale werkelijkheid. Dat kan leiden tot beleid dat formeel klopt, maar in de uitvoering schuurt.
ìEn dan ontstaat spanning,î zegt Simons. ìNiet omdat iemand iets fout doet, maar omdat regionale verschillen onvoldoende worden meegenomen.î Volgens hem raakt dat direct aan rechtvaardigheid. ìGelijke behandeling betekent niet dat iedereen hetzelfde krijgt, maar dat verschillen worden herkend en meegewogen.î
Zeggenschap over data
In het rapport wordt data-autonomie niet gezien als een technisch vraagstuk. Het gaat niet om alles zelf doen of om eigendom van data, maar om invloed op de voorwaarden waaronder data worden gebruikt.
ìData-autonomie betekent weten welke data worden gebruikt en hoe ze worden geÔnterpreteerd,î aldus Simons. ìZonder die kennis verschuift besluitvorming naar systemen en partijen buiten het directe zicht. De gevolgen daarvan voelen we hier.î
De stille basis onder digitale diensten Achter data en digitale toepassingen zit een technische basis. Om data veilig te kunnen transporteren is een betrouwbare infrastructuur nodig. Deze onderdelen zijn vaak onzichtbaar, maar vormen het fundament onder alle digitale dienstverlening.

Else Maria van der Meulen ziet dagelijks hoe belangrijk dit fundament is. Vanuit haar rol bij DDFR is zij hier al vijfentwintig jaar continu mee bezig. ìInfrastructuur wordt vaak gezien als iets technisch, maar het is de basis onder bereikbaarheid en continuÔteit. Als die niet op orde is, merken organisaties en inwoners dat direct,î zegt zij. ìDe wereld is de afgelopen jaren enorm veranderd. Kijk alleen al naar de hoeveelheid DDoS-aanvallen nu en pakweg vijftien jaar geleden.î
Volgens Van der Meulen vraagt dat om blijvende aandacht voor veiligheid en betrouwbaarheid. ìDDFR zorgt voor de digitale snelweg. Wij zorgen met onze dienstverlening dat data op een veilige manier wordt getransporteerd, zodat organisaties op een betrouwbare manier met elkaar data kunnen uitwisselen.î ContinuÔteit en veiligheid zijn volgens haar geen extraís. Ze zijn voorwaarden om vertrouwen te behouden.
Waarom dit nu speelt Dat het onderwerp data-autonomie nu zo nadrukkelijk speelt, vraagt om keuzes die passen bij de Friese schaal en manier van samenwerken. ìNiet omdat Frysl‚n voorop wil lopen, maar omdat de gevolgen hier vroeg zichtbaar zijn,î zegt Simons.
Digitale systemen en contracten worden vaak voor meerdere jaren vastgelegd. Wat vandaag praktisch lijkt, kan later lastig te veranderen zijn. Zoals Simons het samenvat: ìNiet handelen is ook een keuze. En die keuze werkt lang door.î
Volgens Van der Meulen is dit een bewuste regionale keuze. ìDoor samen te werken aan data en infrastructuur ontstaat ruimte om publieke
waarden te borgen en organisaties beter voor te bereiden op de toekomst.î
Samen sterker in Fryslân Geen enkele organisatie kan deze opgave alleen aan. Samenwerking binnen Frysl‚n is daarom essentieel. Door kennis te delen en afspraken te maken, wordt de weerbaarheid vergroot, stelt Van der Meulen. Dat voorkomt dat organisaties afzonderlijk afhankelijk worden van systemen waar zij weinig invloed op hebben.
Waarom dit iedereen raakt
Voor inwoners lijkt digitalisering soms ver weg. Toch raakt het direct aan bereikbaarheid, dienstverlening en vertrouwen. ìAls data en systemen bepalen wat zichtbaar wordt, bepalen ze ook welke keuzes worden gemaakt,î stelt Simons. ìJuist daarom is het belangrijk dat die keuzes aansluiten bij wat inwoners van Frysl‚n nodig hebben.î
Van der Meulen vat het samen. ìData en infrastructuur zijn geen doel op zich. Ze zijn een voorwaarde voor een toekomstbestendig Frysl‚n in een onrustige wereld.î
Je kunt het volledige rapport vinden op autonomie.frl.
Het kost je niets. Je krijgt wel zicht op je productdata, processen en digitale veiligheid. En ondersteuning naar uw digitale toekomst. Hanze biedt de NoordNederlandse maakindustrie een unieke masterclass. Hoe kom jij met jouw bedrijf van datavaardig bedrijf naar digitaal product paspoort?
Victoria Houwing en Marike Peterzon zijn twee Hanze- docenten die deze kosteloze masterclass volgende maand geven in Groningen. In het kort wat die masterclass je oplevert. Eind maart weet je wat het digitale product paspoort betekent voor jouw bedrijf. Circulair ontwerp en servitisatie worden steeds belangrijker in het productontwerp en productlevenscyclusbeheer. Om de product- en processtatus te volgen, zullen fysieke (bijv. via een QR-code of barcode) en digitale productpaspoorten worden geÔmplementeerd. Dit maakt het mogelijk om productgegevens gedurende de gehele levenscyclus te verzamelen en te delen. Dit zal de milieukenmerken en recycleerbaarheid in de productie mogelijk maken. Dit kan niet zonder goede data management systeem dus zonder Product Lifecycle Management (PLM).
Verder krijg jij inzicht in datarisicoís en cyberveiligheid op de werkvloer. En zwaai je af met een realistische roadmap voor jouw bedrijf.
Waarom kost een masterclass mij geen geld?
Digital skills officer en docent digitale transformatie Marike Peterzon van Hanze legt het uit. ÑHanze is een van de kennispartners in de European Digital Information Hub in NoordNederland, die gefinancierd wordt door de Europese Unie. Met onze hub adviseren en ondersteunen we regionaal bedrijven in hun digitale ambities of vraagstukken en de ontwikkeling en het gebruik van autonome systemen. Deze masterclass kunnen we dankzij die Europese steun kosteloos aanbieden aan de Noord-Nederlandse mkb- bedrijven, maakindustrie en toeleveranciers.î
Waarom vooral die doelgroepen?
ÑOm de stap naar verduurzaming, naar betere recycling en vervolgens een circulaire economie mogelijk te maken is het noodzakelijk inzicht te hebben in de kenmerken van een product. Kenmerken zoals de herkomst van gebruikte grondstoffen, de milieu-impact, productielocatie en onderhoudsinstructies. Al die informatie moet worden vastgelegd in een zogeheten DPP, een Digitaal Product Paspoort. Dat is in Europese wetgeving vastgelegd. Vanaf 2027 moeten de eerste producten daaraan voldoen. Internationale opererende ondernemingen zijn goed op de hoogte. We weten uit onderzoek dat dat nog niet geldt voor allerlei mkb- bedrijven, die hebben daar veel minder middelen voor. Wij willen ze bewust maken van wat straks wettelijk verplicht wordt, welke rol digitalisering daarin speelt en vooral wat het concreet voor hun bedrijf betekent.î
Wat maken jullie concreet tijdens de masterclass?
Victoria Houwing is werktuigbouwkundige van huis uit en werkte eerder voor diverse maakbedrijven. Nu is ze programmamanager smart industrie aan Hanze. ÑWe hebben om de closed loop Product Lifecycle Management inzichtelijk te maken een proefopstelling gebouwd



in ons living lab, hiermee visualiseren de volledige lifecycle van design, maken en onderhoud van een product of asset. Deze infrastructuur maakt het product paspoort mogelijk. Dat is het uitgangspunt om met en ook van elkaar te leren. Als engineers zorgden we vroeger voor de ëhardwareí, maar systemen worden complexer waar besturing en digitale schil meer en meer belangrijker wordt. We leerden zelf dat we ICT en engineering veel beter bij elkaar moesten brengen. Want de praktijk van smart industrie gaat behalve over digitalisering vooral over de samenwerking en integratie van alle vakgebieden in je bedrijf, van ontwerpen, tot maken, verkopen, onderhouden en weer kunnen recyclen. Zo maken we aan de hand van de proefopstelling alle processtappen en data heel inzichtelijk en concreet tijdens de masterclass: wat betekent ëvan datavaardig naar een veilig digitaal product paspoortí voor jouw bedrijf?î
Marike Peterzon: ÑHet gaat in de masterclass over het bewustzijn van wat er op je afkomt, naar transparantie in processen en jouw verantwoordelijkheid voor productinformatie. Hoe kom je van losse informatiedata uit je bedrijf naar de volgende stap; wat is de betekenis van een Product Lifecycle en is dat voor jouw bedrijf interessant, wat is de relatie daarvan tot dat digitale product paspoort, welke stappen leer je aan de hand van je productieproces? En daarna, welke informatie mag je delen, wie mag welke gegevens kunnen zien, hoe bescherm en beveilig je kritieke data en tot slot, de scan van jouw bedrijf.î
Hoe weet ik nu zeker of die masterclass wel iets voor mij is?
Marike Peterzon en Victoria Houwing beseffen de verschillen tussen bedrijven. Waar de een nog veel met papier werkt, de ander graag exceloverzichten ziet, heeft de derde de digitalisering van zín productieproces voor elkaar.
Marike Peterzon: ÑWe spreken een brede groep ondernemers aan in Groningen, Drenthe en Friesland. Het gaat er om of je hierin herkent en of je met ons en anderen de mogelijkheden wilt verkennen van wat ter sprake komt. Hoe digitaal vaardig is je bedrijf: ben jij als ondernemer voorbereid op wat er op je af komt?î
ÑDe masterclass biedt je de kans iets nieuws te ontdekken over de koppeling en implementatie van data, het digitaliseren van processen en je cyberveiligheid. Samen kijken met andere ondernemers naar de toekomstbestendigheid van je bedrijf en je producten. En we helpen je ook de weg te vinden naar eventuele subsidies en we hebben mensen die jou in die digitale transformatie kunnen ondersteunen.î
De masterclass bestaat uit twee dagdelen op woensdagmiddag 11 en 18 maart en wordt gegeven bij de Hanze in Groningen. Meer informatie en aanmelden via m.d.peterzon@pl.hanze.nl www.edih-nn.nl

De experts zijn het erover eens: AI is geen modeverschijnsel dat weer overgaat. AI grijpt razendsnel om zich heen en raakt steeds meer geïntegreerd in ons dagelijks werk en bestaan. Als ondernemer kun je er niet meer omheen, maar het is wel lastig om de bomen te ontdekken in het uitgestrekte AI-bos. In deze serie nemen we je het hele jaar mee. Vandaag aflevering 1: Laaghangend fruit.
TEKST JEAN-PAUL TAFFIJN
FOTO JASPAR MOULIJN
‘Vind je het goed dat ik het gesprek opneem? Dan stuur ik daarna meteen de transcriptie naar mijn laptop en laat ik er direct zelf een verhaal van maken.’’
Zo. Menno Fokkema snapt hoe hij de techniek kan benutten. De uit Groningen afkomstige oprichter en eigenaar van DataNorth AI in Groningen zit erop. Zijn bedrijf adviseert over het gebruik van de nieuwe technologieën en ontwikkelt maatwerkoplossingen. Op alle niveaus, van multinationals die een specifieke vraag hebben (zoals American Express, Nestlé en Scania), tot lokale ondernemers die niet weten waar ze moeten beginnen.
„Wekelijks geven we een handvol workshops aan mkb’ers die zich afvragen hoe ze AI kunnen gebruiken. Maar we staan bedrijven en overheidsinstellingen ook terzijde tijdens de hele reis; van het nadenken over, tot het implementeren van AI-oplossingen. En daarna ook nog met de transformatie van een bedrijf, als dat nodig of gewenst is.’’
DataNorth AI bestaat nog maar vier jaar, maar telt nu al 22 medewerkers. Dat zegt iets over de vraag.
Moet iedere ondernemer gebruikmaken van AI? „Dat doet eigenlijk iedereen al, vaak zonder het te weten. Of het nou ChatGPT, Copilot of Gemini is, dat wordt snel gemeengoed. Nog afgezien van alle AI-techniek die al langer onzichtbaar aanwezig is in bestaande software zoals CRM of ERP
pakketten. Mijn eerste advies is om gewoon te beginnen met tools als ChatGPT of Copilot en kijk vooral welke AI-mogelijkheden al in je huidige softwarepakketten zitten. Vaak kun je daar direct mee aan de slag en rustig ervaren wat het voor je kan betekenen.”
GEWOON DOEN
„Tegelijkertijd is het belangrijk om alert te blijven op wat je invoert, zeker bij gratis tools. Zet daar geen vertrouwelijke informatie in, omdat vaak niet volledig duidelijk is wat er met die data gebeurt en of die wordt gebruikt om de technologie verder te trainen. Werk je met gevoelige gegevens, kies dan liever voor een betaalde dienst. Daar kun je meestal instellen dat jouw data niet worden gebruikt en binnen je eigen omgeving blijven.”
Niet te moeilijk doen dus, zien waar het direct zinvol is. Meestal is het kantoor een
mooie plek om te beginnen. „Het vastleggen van gesprekken, het opzoeken van informatie, het opstellen van mails, maken van offertes, presentaties, tekst en plaatjes: dat gaat allemaal erg gemakkelijk. Dat moet je gewoon doen. Scheelt heel veel tijd en fouten. Veel van die toepassingen zitten in de nieuwste software die je waarschijnlijk gewoon gebruikt. Klantenbestanden bijhouden, boekhouden, standaardantwoorden voor de klantenservice instellen: hier kun je in korte tijd veel verbeteren met AI.’’
Maar welke programma’s moet je hebben? „Voor dit laaghangende fruit zijn de tools die je binnen je office-omgeving hebt meestal voldoende. Ga niet blind allerlei verschillende tools van verschillende aanbieders inkopen. Die werken vaak niet optimaal samen en het is niet nodig. Als je team gewend raakt, dan krijg je vanzelf meer ideeën over welke mogelijkheden er nog meer zijn.’’
Te groot beginnen hoeft echt niet. Je moet er langzaam ingroeien en afwegen waar je echt geholpen bent. „Zwaar investeren in een tool die je helpt een handjevol pakbonnen per week uit te lezen, moet je niet doen. Daar waar je veel tijd besteed aan terugkerende handelingen; dáár moet je zijn. Gebruik wat je hebt en breid langzaam uit. En als je er niet uitkomt, dan staan wij altijd voor je klaar.’’
Voor de goede orde: dit verhaal is geheel AI-vrij tot stand gekomen. Dat is een keuze. Het door Menno Fokkema aan AI gevraagde verhaal mag er best zijn.
Jouw vraag over AI
Waar worstel jij als ondernemer mee als het aankomt op AI? Laat het ons weten en wie weet lees je je antwoord terug in deze rubriek in de komende maanden. Stuur je vraag naar: noordz@mediahuis.nl

„Dit is hét voorbeeld van een samenwerking binnen de circulaire economie, waarbij de keten volledig gesloten is en de kans van slagen toeneemt.” Dat zegt Charles Graft, directeur van stichting Sympany, 1 van de 14 bedrijven, onderzoekers en overheden, die samenwerken binnen het project SORTED; een innovatieproject dat zich richt op het beter sorteren en recyclen van gebruikt textiel. „We moeten kleding en textiel niet meer als afval zien, maar als een grondstof die we opnieuw kunnen gebruiken. Dat is wat SORTED doet”, zegt wethouder Guido Rink van Emmen.
De gemeente Emmen is 1 van de deelnemers in het consortium en vertegenwoordigt de regio in het project. Zo komen in Emmen test- en recyclingfaciliteiten voor chemische recycling van textiel. Rink:Ñ We hebben in Emmen een aantal bedrijven die zich bezighouden met groene en circulaire chemie en daarnaast bevinden zich in Emmen diverse winkels waar kleding een tweede leven krijgt. SORTED biedt niet alleen de kans om kleding en textiel te hergebruiken, het zorgt ook voor versterking van onze regionale economie.î
Ondernemingsnetwerk
Woorden die door RenÈ van Bremen, directeur van Suspacc Bio Cooperative worden onderschreven. ÑSuspacc Bio Cooperative is een ondernemingsnetwerk voor groene en circulaire chemie in Noord-Nederland, waarbij de bedrijven actief werken aan de transitie naar biobased grondstoffen, circulaire kunststoffen en bio afbreekbare materialen. Kennisdeling en kennisontwikkeling staat daarbij voorop. Op die manier willen we met minder inspanning sneller tot de gewenst overgang komen.î
ÑDe deelnemende bedrijven binnen Suspacc Bio Cooperative bevinden zich in Noord-Nederland en een aantal daarvan is nauw betrokken bij SORTEDî, gaat Van Bremen verder. ÑDaarbij gaat het met name om de chemische recycling, waardoor (gemengde) reststromen textiel en kunststoffen hergebruikt kunnen worden. Het mooie van dit project is dat het breed wordt aangevlogen, daardoor heb je de meeste kans op succes.î
Impact maken
Sympany in Assen is ÈÈn van de initiatiefnemers van SORTED. De stichting houdt zich al sinds 1987 bezig met de inzameling van gebruikte kleding en textiel. Dit ging in al die jaren handmatig, maar om echt impact te maken moet met name de verwerking van alle kleding en textiel geautomatiseerd worden. Graft:Ñ De textielketen verandert snel, zowel productie als inzameling. Handmatig sorteren wordt daarom te duur en bovendien als we echt impact willen maken, moeten we dit proces verder automatiseren, digitaliseren en robotiseren. Dat is niet eenvoudig, maar ÈÈn van onze partners, Demcon (waarover u op de pagina hiernaast meer leest) is bezig dit proces van sorteren en verwerken vrijwel volledig te automatiseren.î


Daarbij moet je bijvoorbeeld denken aan het automatisch openmaken van de kledingzakken, het herkennen van merken kleding, de samenstelling en of kleding beschadigd is of niet.
Bewustwording ÑWe doen daarom ook een beroep op de inwonersî, vult beleidsmedewerker Matthijs de Jong aan. ÑHet gaat daarbij om bewustwording. Samen met de Rijksuniversiteit Groningen doen we onderzoek en gaan we concreet aan de slag om te kijken op welke manier we de inwoners in SORTED mee kunnen nemen. Zelf zitten we ook niet stil. Zo hebben we in Emmen een textielhub opgezet, waarin workshops worden georganiseerd, kleding met een tweede leven wordt verkocht en reparatie van kleding plaatsvindt. We willen met inwoners samen aan de slag met de oplossingen. Dat kleding een tweede kans verdient, zoals bijvoorbeeld in winkels als WearWear, Kamst Mode, Zinn en Reset Deluxe, waar kleding dat winkelwaardig is verkocht wordt.î

Voorloper ÑHet mooie van SORTED is dat de keten in de regio helemaal rond isî, gaat Rink verder. ÑDat moet, want we hebben elke schakel nodig. Zo is bijvoorbeeld ook het onderwijs bij dit project betrokken.î De subsidie uit het Just Transition Fonds van 15 miljoen euro heeft een looptijd van 4 jaar, maar Rink geeft aan dat de project periode sowieso tot 2035 doorloopt. ÑEn ik denk dat we tegen die tijd een waardecreatie van zeker 100 miljoen hebben gerealiseerd. Bovendien, en dat is mooi, weten we de blik van heel Europa op dit project gericht. Noord-Nederland is op het gebied van samenwerken en circulariteit ÈÈn van de voorlopers en daar mogen we trots op zijn. Maarî, zo waarschuwt hij, Ñwe zitten op een tipping point en dat is nog geen kipping point. Het is in elk geval goed dat we ons steeds bewuster worden van het feit dat er iets moet gebeuren met alle afgedankte kleding en textiel. SORTED gaat daarbij helpen.î
Graft en Van Bremen denken dat er uiteindelijk een aantal grote fabrieken in Nederland komen te staan, die allemaal een speciaal onderdeel uit de keten van sorteren en hergebruik voor hun rekening gaan nemen. ÑDaarom is het noodzakelijk dat we de keten verder industrialiseren. Het zou mooi zijn als een aantal van die fabrieken in Noord-Nederland komt te staan.î
Meer informatie over het project leest u op: www.sorted.nl
Vijftien bedrijven en organisaties in het noorden bundelen de komende jaren hun krachten om te werken aan de textielketen. Het doel? De keten schoner en meer circulair maken. Er gebeurt al veel op dit gebied, maar om dit echt te realiseren én om klaar te zijn voor de toekomst moeten er veel innovaties en onderzoek gedaan worden. Van het automatiseren van de textielsortering tot het aanpassen van consumentengedrag: op elk onderdeel van de keten gaat gewerkt worden. Het project, genaamd SORTED, wordt gesubsidieerd uit het Just Transition Fund.
Demcon industrial systems is een van deze partners en speelt vooral een belangrijke rol in de technologie. De Demcon Group startte ruim 30 jaar geleden in Enschede en houdt zich vooral bezig met het ontwikkelen van high-tech oplossingen, voor bijvoorbeeld defensie, ruimtevaart, en life sciences & health, waarbij duurzaamheid en circulariteit een belangrijke rol spelen. Een opdracht zoals SORTED past daar perfect in. Het bedrijf telt inmiddels tien vestigingen, vooral in Universiteitssteden, in binnen- en buitenland. ÑEen bewuste keuzeî, geeft Lars de Groot, managing director van Demcon industrial systems, aan: Ñwe halen er deels onze kennis vandaan en werven hier medewerkers.î
In Groningen zit Demcon industrial systems. Het bedrijf ontwikkelt innovatieve productietechnologie voor veeleisende markten. Lars: ÑWij hebben een betrouwbaar standaardplatform ontwikkeld waarop we snel en efficiÎnt klantspecifieke oplossingen kunnen realiseren. Onze modulaire productiesystemen zijn gebaseerd op actuele industriestandaarden en lopen uiteen van kleine, halfautomatische modules tot complete, geautomatiseerde productielijnen.î
Het bedrijf heeft als een van de speerpunten maatschappelijk verantwoord en duurzaam ondernemen. Lars: ÑDaar past een project als SORTED uiteraard heel mooi bij. Ook onze medewerkers reageren enthousiast om aan de slag te gaan voor dit project. Ons doel is om automatische textiel sortering technisch mogelijk en schaalbaar te maken. Voor dit project gaat het om geavanceerde machines die afgedankt textiel sneller, nauwkeuriger en efficiÎnter kunnen herkennen en sorteren.î
‘We willen recycling naar een hoger level tillen’
80 miljard kledingstukken
ÑHet probleem van afgedankte textiel is grootî, zegt Kim Poldner, hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen en gespecialiseerd in circulaire economie en regionale ontwikkeling. Ze heeft twintig jaar ervaring in de mode en textiel. ÑIn de afgelopen decennia is de productie van textiel verdubbeld, we produceren jaarlijks 80 miljard nieuwe kledingstukken. Daarnaast, en dat is anders dan vroeger, kopen we veel meer textiel, gebruiken we de kleding korter en gooien we het sneller weg. En dat heeft gevolgen.î Lees: een enorme textielberg waarvan we eigenlijk niet goed weten wat we er mee moeten doen. ÑOndanks enkele mooie stappen, zoals de opkomst van tweedehands kledingwinkels en de handel op internet, zien we ook de opkomst van ultra fast fashion. Kortom, we zitten met een enorm probleem.î


Met SORTED hoopt Noord-Nederland een deel van dat probleem te kunnen oplossen. Kim: ÑIk ben erg blij met dit project, we tillen recycling naar een hoger niveau en daarbij speelt de consument ook een belangrijke rol. We moeten echt leren anders met textiel om te gaan, ik noem het wel eens re-think, re-use en repair. En wat we dan nog weggooien moeten we zo goed mogelijk sorteren, waardoor we vervolgens waardevolle grondstoffen kunnen herwinnen.î
EÈn van de initiatiefnemers voor SORTED is Sympany in Assen, dat al jarenlang ervaring heeft met de inname en het sorteren van kleding en textiel. ÑDe hele markt van inname en verwerking is aan het veranderen en dat willen we op regionaal niveau oppakken met diverse partners uit de regioî, vertelt directeur Charles Graft. ÑOm echt impact te maken moeten we het proces industrialiseren, zodat we daadwerkelijk tot een circulaire keten kunnen komen. Dat is wat we met SORTED willen realiseren.î
Industrieel recyclen
Daarvoor moet de innovatieve technologie van Demcon gaan zorgen. ÑTextiel wordt al jarenlang handmatig gesorteerd, maar dat wordt te duur, zeker wanneer je echt impact wilt gaan makenî, geeft Lars aan. ÑDaarnaast is handmatige sortering niet nauwkeurig genoeg voor alle gewenste toepassingen.î
ÑOp dit moment zijn we bijvoorbeeld bezig met een prototype machine die zakken kan openen zonder de kleding aan te tasten. Dat klinkt simpel, maar je hebt allerlei zakken: groot, klein, dun plastic, dik plastic, zakken waar nog andere materialen tussen zitten. Daarnaast komen er bij
onze partner Sympany dagelijks meerdere vrachtwagens met afgedankt textiel binnen, dus de machine moet niet alleen goed zijn, maar ook snel genoeg.î Lars schat in dat voor het project SORTED in eerste instantie 20 machines nodig zijn, die de aangeboden textiel gaan sorteren in diverse hergebruik en recycle stromen.
ÑIn het proces om te komen tot innovatieve oplossingen zijn een aantal uitdagingenî, gaat hij verder. ÑZo heb je dus te maken met een variatie in de hoeveelheid textiel dat wordt aangeboden, maar er zit ook van alles in de zakken wat er niet in thuis hoort. Daar moeten we de consument op gaan aanspreken. Alle textiel gaat langs sensoren en dan weten we precies waar we mee te maken hebbenî, aldus Lars.
ÑBinnen het SORTED project zit de hele keten aan tafel: wetenschap, bedrijfsleven en overheidî, gaat Kim verder. ÑIk ben ervan overtuigd dat de techniek er wel komt, maar we moeten ook de maatschappij mee krijgen. Daarom ben ik blij met partijen als Demcon, zij denken verder dan alleen de gedachte van de ingenieur. Ze denken grootser, denken mee met het hele verhaal. Het stukje business development wordt ook meegenomen. Samen met alle andere partners ontstaat synergie om kennis te vertalen naar maatschappelijke impact. Dat is prachtig, we gaan het gewoon doen.î
industrialsystems.demcon.com

Designer Tjeerd Veenhoven won tien jaar geleden een prijs voor zijn idee om kleding te maken met algen. Een kijkje in zijn studio laat zien dat de ontwerper zich tegenwoordig vooral focust op materialen als lisdodde, riet en bomen die goed gedijen in veengrond.
TEKST GEERTRUID PEENE
FOTO’S SIESE VEENSTRA
‘De laatste vijftien jaar ben ik vooral materiaalontwikkelaar”, zegt Veenhoven. Fel licht valt door de hoge ramen in de grote studio aan de Paradijsvogelstraat in Groningen. Overal liggen zijn ontwerpen en experimenten: slippers, schimmels, bankjes en zitjes. Veenhoven is al zo’n 25 jaar ontwerper en kan een eigen tentoonstelling inrichten van alle ontwerpen.
Sinds een aantal jaren werkt Veenhoven samen met het Biosintrum in Oosterwolde, dat bedrijven en anderen probeert samen te brengen in het werken aan een duurzame toekomst. Directeur Petra Boorsma loopt enthousiast rond in de loods en de twee raken niet uitgepraat over alle ontwikkelingen. „We gaan nu echt naar een industrialiseringsslag, dat is voor jou ook wel spannend Tjeerd,” zegt ze. „We gaan uit het museum de maatschappij in.”
Ze doelt op het lisdodde-project. Die planten, die vooral groeien in veengebieden, kreeg Veenhoven ongeveer tien jaar geleden in het vizier. „Er is nu geen discussie in Nederland die niet raakt aan wat wij doen”, zegt Veenhoven. Lisdodden nemen tijdens de groei van de plant namelijk CO2 op en kunnen worden gebruikt als duurzaam isolatiemateriaal.
VEENGEBIEDEN ALS NIEUWE LANDBOUWGROND Bovendien groeien lisdodden ook nog eens welig op grond waar verder geen andere bestemming voor is. Sterker nog, vanwege bodemdaling is het juist belangrijk dat de veengebieden intact blijven. „Maar al die gewassen die in natte omgeving groeien, daarmee hebben we natuurlijk nooit zo heel veel gedaan in het verleden. En daar moeten dus een heleboel functies opnieuw bedacht worden.” Dat is het moment dat Veenhoven zich kan uitleven op het experimenteren en herontdekken.
„Wat ik het mooiste daaraan vind is om de proof of principle te leveren, dat je dit dus kan waarmaken met anderen.” Hij werkt inmiddels zo’n vijf jaar samen met Boorsma. „En eindelijk is het nu zover dat we de hele keten van land tot pand kunnen gaan maken.”
Boorsma knikt. Het gaat nu hard, zegt ze. „Er melden zich nu spontaan boeren bij ons.” Die boeren hebben gedeeltes van hun
land die erg nat zijn. „Dus er komt nu een professionaliseringsslag in combinatie met boerenwijsheid.”
Wie denkt dat Veenhoven alleen tijd doorbrengt in zijn studio heeft het mis. „Ik ben tegenwoordig overal”, zegt hij terwijl hij op zijn laptop bladert door foto’s van oogsten waar hij bij was. „Kijk, gisteren hadden we een fantastische oogst en hadden we te weinig bakken.”
KLEDING VAN ALGEN
Voorafgaand aan de lisdodde waren er de al-


gen. In 2015 won Veenhoven een prijs voor zijn idee om kleding te maken met algen. „Over tien jaar lopen we allemaal rond in kleding van algen”, voorspelde hij ooit. Is dat eigenlijk gelukt? Kleding maken van algen?
Veenhoven lacht even. „Ja dat kan. Het is wel een heel slecht idee.” Dat heeft weinig te maken met of het haalbaar is om kleding te maken van algen, dat dat kan is hem wel duidelijk. „Soms heeft iets methodisch gezien wel waarde, maar heeft het qua impact geen waarde”, legt Veenhoven uit.
„We hebben inderdaad algen geoogst uit de zee, die gedroogd, daar de cellulose uitgehaald, schoongemaakt, die cellulose in een gesloten chemisch systeem opgelost en daar dan zo’n pastaslier van geperst”, somt Veenhoven op. „Als je die pastasliert uitrekt, krijg je op een gegeven moment een draadje dat net zo dun is als een stukje katoen.”
Dus ja: het kan. Cellulose is echter nog op veel meer plekken te vinden. „Dus waarom zou je daarvoor helemaal de zee op gaan?”
Het is een belangrijke vraag voor zijn werk als ontwerper, vindt hij. „De duurzaamheid was geweldig, de technologie heel gaaf, maar qua economische haalbaarheid is het heel slecht.” Hij vindt het belangrijk dat ontwerpers kritisch naar hun eigen werk durven kijken. „Onze oplossingen zijn soms echt heel slecht.”
INGEMAAKTE LISDODDEWORTEL
Dat geldt ook voor toepassingen van lisdodde, zegt Veenhoven. „Maar ik vind het wel belangrijk dat er dingen geprobeerd worden.” Zo zijn de wortels van de lisdodde eetbaar en bevatten ze veel zetmeel. „In 2016 hebben we dus eens ingemaakte lisdoddewortel gegeten.” Een leuk experiment, voor bijvoorbeeld een restaurant. „Maar je kunt net zo goed aardappel eten.”
In het midden van het atelier ligt een flinke stapel platen op een pallet. Ze lijken op regulier plaatmateriaal dat veel wordt gebruikt in de bouw, maar dan van lisdodden. „Plaatmateriaal is het tweede product, waarmee we alle resten die we niet voor isolatie gebruiken kunnen gebruiken”, zegt Veenhoven.
„Hier is echt veel interesse in”, zegt Boorsma, terwijl ze vragend naar Veenhoven
kijkt. Die knikt. Hij mist op dit moment de mankracht om grote partijen te kunnen klaarmaken. „Het is ook nog best wel lastig. Plaatmateriaal heeft een heel brede hoeveelheid specificaties: watervast, brandwerend en sterk genoeg.”
Er hangen al wat platen in een kantoor in Friesland om te testen. Veenhoven wil weten hoe ze zich houden in bijvoorbeeld vochtige omstandigheden. Hij laat een foto zien. „Kijk, ik heb er een bereklauw in verwerkt.” Zodat mensen misschien toch iets langer stilstaan bij de wandbekleding. „Dan komt toch de ontwerper weer om de hoek kijken.”
Het blijft niet bij de lisdodden, verwachten de twee. „De wilg, de els”, somt Boorsma op. „Daarvoor zijn verschillende behandelingen nodig, van oogst tot drogen. Daar kun je allemaal verschillende producten van maken.”
HERGEBRUIKT RIET
Riet is de bekendste ‘nattevoetenplant’ die wel al veel gebruikt wordt in de bouw, vooral voor rieten daken. Na dertig of veertig jaar worden die doorgaans vervangen en wordt het riet verbrand. „Maar Tjeerd heeft nu bedacht hoe het gerecycled kan worden”, zegt Boorsma. Ze wijst naar een rieten bankje. „In het riet is al CO2 opgeslagen. Het zou raar zijn als je dat niet gebruikt en verbrandt.”
En dan is er nog de pitrusplant, vertelt Veenhoven enthousiast. „Dat was een van mijn favoriete projecten afgelopen jaar.” Vroeger was de grasachtige plant geen graag geziene gast: het zou betekenen dat de grond slecht was.
Ecologen zijn al langere tijd bezig met het aantrekkelijker maken van de omgeving voor de zwarte stern. Die vogel wil graag op het groen in sloten nestelen, maar dat hebben we in Nederland nauwelijks meer. Ontwerpen blijkt dan soms ook een kwestie is van heruitvinden.
Veenhoven bladert door een tijdschrift uit de jaren 70, waarin een meisje vlecht met pitrusplanten. Zijn grote inspiratie, lacht hij. De pitrusplantjes bleken namelijk uitstekend vlechtmateriaal te zijn om mandjes te maken voor de zwarte stern. Niet per se direct een grote winstgever? Wel in het grotere plaatje. „Die zwarte stern is belangrijk voor de biodiversiteit en als je daar stenen uit sloopt, stort de hele piramide in.”

Een stille ziekte met grote gevolgen. Diabetes type 2 treft al meer dan een miljoen Nederlanders. De toename van het aantal patienten zet de zorg steeds verder onder druk. Het digitale begeleidingsprogramma DiavantisWijze(r) moet daar fundamenteel verandering in brengen.
DiavantisWijze(r) wil het onderscheid maken door standaardzorg om te buigen naar persoonlijk maatwerk met meer regie voor de patiÎnt zelf. Aan Rijksuniversiteit Groningen is inmiddels wetenschappelijk onderzoek gestart. Daarvoor worden mensen gezocht met diabetes type 2 en prediabetes die hun ervaringen willen delen. Hun inzichten kunnen het verschil maken.
Het gevecht van Piet-Jan Coremans uit Sneek duurde enkele decennia. Ondanks de diagnose ëdiabetes type 2í had hij niet door wat er in zijn lichaam gebeurde. Hij slikte wat een arts hem voorschreef en hield zijn bloedwaarden bij. Ondertussen deed de sluipmoordenaar ësuikerziekteí zestien jaar lang zijn verwoestende werk. Opeens was Piet-Jan zijn gezichtsvermogen bijna kwijt en ternauwernood konden zijn voeten gered van amputatie. ìDoor te doen alsof een pilletje en gegevens bijhouden genoeg was, hield ik mezelf voor de gek. Ik besefte het niet.î
Inzicht delen
Een zoektocht in medisch Amerika gaf hem inzicht in wat diabetes met zijn lichaam deed en hoe hij weer grip kon krijgen op zijn leven. En het besef dat deze aanpak ook voor anderen van betekenis kon zijn. ÑDe schade in mijn lichaam kan ik niet meer herstellen, maar het inzicht kan ik wel delen. Want diabetes type 2 is geen standaardziekte. De oorzaak en de uitwerking verschillen per persoon. Het vraagt om maatwerk, dagelijkse aandacht en begeleiding om gezonder ouder te worden en, waar mogelijk, toe te werken naar een leven met minder of geen medicatie.î
Het leidde tot de oprichting van Diavantis, waarmee Coremans zijn persoonlijke ervaringen vertaalde naar een bredere aanpak voor mensen met diabetes type 2.
Boudewijn Baks, directeur van Diavantis: ÑEr zijn nu al 1,1 miljoen mensen in Nederland met Diabetes type 2 en er komen er ieder jaar 55.000 bij. ìUit recent onderzoek blijkt zelfs dat meer dan 400.000 Nederlanders diabetes type 2 hebben zonder het zelf te weten. De druk op onze zorg neemt steeds verder toe. Het is onmogelijk al die (toekomstige) patiÎnten met diabetes type 2 te helpen zonder digitale zorg. De urgentie is enorm. Zoals Piet-Jan helaas zelf heeft ervaren: als je niets doet, is diabetes type 2 een sluipmoordenaar. Suikerziekte klinkt bijna vriendelijk, als je beseft hoe groot de schade aan bloedvaten en zenuwen kan zijn, met kans op nierschade, zenuwpijn, hart- en vaatziekten en amputatierisico. Met DiavantisWijze(r) willen we mensen inzicht en regie geven over hun leven en tegelijk de druk en de stijgende kosten op de zorg verminderen. De verantwoordelijkheid ligt bij iedere patiÎnt zelf, maar je moet mensen wel helpen. DiavantisWijze(r) gaat uit van de vraag: ëwat kun jij zelf doen om beter te worden?í Als dat je aanspreekt, vragen wij je ons nu te helpen bij de ontwikkeling van het programma.î
Vorig jaar is met Europese subsidie via SNN het wetenschappelijk onderzoek gestart. Boudewijn Baks: ÑWe weten dat de strijd tegen diabetes type 2 maatwerk vereist. De ontwikkeling van de apptechnologie is een wetenschappelijke uitdaging. We moeten kunnen aantonen dat de app werkt

voor veruit de meeste mensen, hoe verschillend de oorzaak of de uitwerking ook is. Daarom hebben we de samenwerking gezocht met experts in digitale zorgtechnologie en met wetenschappers die het programma en de app kunnen onderbouwen en valideren.î
Onderzoeksleider op de faculteit Science en Engineering van Rijksuniversiteit Groningen is Adjunct-hoogleraar Robotica in de zorg, Elisabeth Wilhelm. Samen met onderzoeker Fatemeh Omidi is ze verantwoordelijk voor de wetenschappelijke keuzes en onderbouwing van de app. ÑHet doel is technologie te vinden die een goede afspiegeling van de bevolking in kaart brengt, met al haar verschillende kenmerken. De mensen die meedoen in het onderzoek vormen die afspiegeling. Ze bieden ons noodzakelijk inzicht in een complexe mix van data: leeftijden, leefstijl, beweging en voeding, medische kenmerken, fysieke en mentale inzichten. Om die data naar een app te kunnen programmeren, heb je eerst zoveel mogelijk verschillende patiÎnten nodig die bereid zijn hun gegevens met je te delen. Met hun hulp kunnen wij tot een grondige wetenschappelijke analyse komen, die de basis vormt voor een betrouwbare app.î
In een wetenschappelijk onderbouwde app met persoonlijk maatwerk, ligt de crux benadrukt ervaringsdeskundige Piet-Jan Coremans. ÑMensen willen zich gehoord voelen. Het gaat erom mensen digitaal mee te nemen in zelfwillendheid, regie leren nemen, leren wat het is anders te leven, wat voor jou gezonder eten betekent, leven zonder stress en de weg vinden naar een medicijnarm of medicijnvrij leven.î
Persoonlijk onderscheidend De app combineert taal, technologie, sociaal gemak en kunstmatige intelligentie. Danny
Brugman van Elastique Health in Emmen, bedenker en ontwikkelaar van digitale concepten, is vanaf dag 1 bij het programma en de app DiavantisWijze(r) betrokken. ÑGebruikers moeten hun persoonlijke meetbare data zoals bloedsuikerwaarden, lichamelijke beweging, eetgedrag, slaapritme en emotionele gesteldheid dagelijks bijhouden. Op basis daarvan krijgen ze op maat gemaakt inzicht en persoonlijke ondersteuning. De digitale ëbuddyí leert de gebruiker de verbanden te zien tussen de data en welk effect het op het lichaam heeft. De gebruikersdata worden met behulp van kunstmatige intelligentie gebruikt om het programma verder te optimaliseren. Daarnaast worden gebruikers via de app ondersteund om ook makkelijk in contact komen met een menselijke buddy, een hulplijn of professionele hulp als dat gewenst is.î
DiavantisWijze(r) moet uitgroeien tot een door de zorg vergoed, digitaal en persoonlijk begeleidingsprogramma voor mensen met diabetes type 2 en prediabetes. Het programma onderscheidt zich door de wetenschappelijke onderbouwing en ze voor een brede groep toegankelijk moet zijn. De volgende stap kan alleen worden gezet met hulp van mensen die n˙ willen meedoen. Pioniers die bereid zijn hun dagelijkse ervaringen te delen met onderzoekers van Rijksuniversiteit Groningen. Hun inbreng is cruciaal om te bepalen of deze nieuwe vorm van zorg daadwerkelijk het verschil kan maken. Aanmelden kan via info@diavantis.nl www.diavantis.nl
Het team van Smeets bouwmanagement en advies in Meppel brengt met veel passie de kansen van circulair bouwen onder de aandacht. Directieleden Erik Posthumus en René Grummel hebben circulariteit jaren geleden al op de agenda gezet, waardoor het bureau er vaak in slaagt opdrachtgevers van hun eventuele koudwatervrees af te helpen.
De vijftig specialisten van Smeets leveren oplossingen voor uiteenlopende vastgoedvraagstukken. De dienstverlening bestaat onder meer uit projectmanagement en bouwkostenadvies, energie-inspecties, bouwkundig advies, directievoering en toezicht. Het bureau richt zich sinds de oprichting in 1989 bewust op met name zorg- en onderwijsinstellingen, woningcorporaties en overheden in Noord-Nederland. RenÈ Grummel: ,,In die sectoren komt onze maatschappelijke betrokkenheid het beste tot zijn recht.íí
Tool ontwikkeld
Op de website staat de visie zwart op wit: Smeets wil in 2030 koploper zijn in het realiseren van circulaire en betaalbare woningen en gebouwen. ,,We zetten doorlopend stappen om die visie te verwezenlijkeníí, zegt Erik Posthumus. ,,Een interne projectgroep vergaart en deelt kennis over circulair bouwen en renoveren. Dat heeft onder meer geleid tot de ontwikkeling van een sturingstool. Deze helpt opdrachtgevers een goede afweging te maken, door niet alleen de kosten in kaart te brengen, maar ook de opbrengsten zoals CO2-reductie, financiÎle restwaarde en comfort voor gebruikers.íí
‘Circulariteit is meer dan losmaakbaarheid’
De tool voorziet duidelijk in een behoefte. ,,We merken dat veel opdrachtgevers geÔnteresseerd zijn in hergebruik van bouwmaterialen, maar ervan uitgaan dat dit hoge kosten met zich meebrengtíí, zegt RenÈ Grummel. ,,In werkelijkheid is er vaak meer mogelijk dan men denkt. We adviseren om klein te beginnen. Als je het ambitieniveau relatief laag houdt, is het risicoprofiel ook laag. Technisch en financieel blijft het project beheersbaar, terwijl wel ervaring wordt opgedaan met circulair bouwen of renoveren. In toekomstige projecten doen opdrachtgevers daar hun voordeel mee. Uiteindelijk is het een kwestie van gewoon beginnen.íí
Vroegtijdig betrokken
Smeets treedt op als een partner en wordt bij voorkeur al vroeg bij projecten betrokken. Dat



leidt tot ontwerpen die uitvoerbaar zijn en aansluiten bij de circulaire doelstellingen van de opdrachtgever. Erik Posthumus: ,,Circulariteit is een containerbegrip en gaat over meer dan de losmaakbaarheid en het hergebruik van bouwmaterialen. Het heeft ook invloed op de levensduur en onderhoudscyclus van objecten. Door vroegtijdig betrokken te zijn bij nieuwbouwof renovatieplannen, kunnen we opdrachtgevers daar volledig in bijstaan.íí
In diverse projecten komt de visie van Smeets inmiddels tot uitdrukking en bij elk vastgoedvraagstuk doet het bureau belangrijke kennis en ervaring op. Dat geldt onder meer voor de herbouw van gymzaal De Meet in Haren, waarvoor Smeets in 2023 het ontwerp en de realisatie verzorgde. Het bureau slaagde erin aan te sluiten bij de ambitieuze beleidsdoelstellingen van de gemeente Groningen op het gebied van circulair bouwen. ,,Een mooi en leerzaam projectíí, zegt Grummel. ,,Die ervaring is inmiddels toegepast bij de realisatie van verschillende objecten. Er is van alles mogelijk, van een houten hoofddraagconstructie tot een buitengevel van gerecyclede stoeptegels. Bij de bouw wordt rekening gehouden met losmaakbaarheid, zodat materialen opnieuw gebruikt kunnen worden.íí
Nieuwe projecten Smeets adviseert zorgorganisatie Philadelphia de circulaire ambities te integreren in de realisatie van een nieuw zorgcomplex in Sneek. Het project bevindt zich in de schets- en ontwerpfase en de oplevering staat gepland voor het najaar van 2027. Deze organisatie profiteert optimaal van de vroegtijdige betrokkenheid van Smeets. Circulariteit is meegenomen in het bepalen van het ambitieniveau en de budgettering sluit daar
bij aan. ,,Voor Philadelphia is het een pilot. De ervaring die de organisatie nu opdoet, kan later toegepast worden bij de bouw of renovatie van andere locaties. Door vanaf het begin mee te denken, kunnen we helpen bij het maken van beleidskeuzes ten aanzien van circulariteit.íí
Onderwijsinstelling Landstede schakelt Smeets in om het hoofdgebouw in Zwolle, met een bruto vloeroppervlak van bijna 15000 vierkante meter, te verduurzamen. Een uitdagende klus vanwege de omvang en de leeftijd van het gebouw, maar ook omdat er nieuwe keuzes gemaakt moeten worden ten aanzien van een veranderende vraag in het gebruik van de huisvesting. Ook woningcorporatie Woonborg in Vries maakt gebruik van de expertise van Smeets bij de verduurzaming van ruim driehonderd woningen.
Uitbreiding team
Om de verwezenlijking van de circulariteitsvisie mogelijk te maken, is Smeets op zoek naar projectleiders met belangstelling voor ontwikkeling, techniek en EPA-adviseurs. Zij zijn van harte welkom om kennis te komen maken.
smeetsbma.nl

In Emmen kunnen ze lampenkappen maken van gerecycled verpakkingsfolie en olifantenpoep. Een van de vele vernuftige kunstjes met duurzame plastics. Probleem is alleen: hoe krijg je het rendabel? Daarbij probeert de Greenwise Campus te helpen.
TEKST YKE BREMER
FOTO’S BOUDEWIJN BENTING
Greenwise Campus in Emmen wil – in samenwerking met diverse partijen – met het project plesTic Ready inventariseren tegen welke uitdagingen en obstakels ondernemingen in NoordNederland aanlopen en hoe ze geholpen kunnen worden bij het ontwikkelen en op de markt brengen van duurzame, circulaire kunststoffen.
Greenwise Campus werkt als penvoerder in het project plesTic Ready nauw samen met bedrijven, kennisinstellingen en overheden. Deze brede samenwerking zorgt voor een krachtige mix van kennis, netwerk en uitvoeringskracht, met een gezamenlijke ambitie: Noord-Nederland positioneren als koploper in circulaire en biobased plastics.
UITDAGINGEN EN BELEMMERINGEN
De zeven letters van het woord plesTic –een hele toepasselijke naam – vertegenwoordigen de zeven gebieden waarop Greenwise Campus en haar samenwerkingspartners de grootste uitdagingen en belemmeringen verwachten bij het verduurzamen van de kunststofindustrie, legt Martijn Beljaars uit. Hij is projectleider van plesTic Ready en vervult deze rol vanuit de programmalijn Greenwise Circular Plastics.
Technologie is vaak niet de bottleneck, maar het in de markt zetten van duurzame plastics vraagt om een multidisciplinaire aanpak. „We zetten in op een slimme, brede aanpak die niet alleen kijkt naar techniek, maar ook naar zaken als wetgeving, logistiek, geld, gedrag en ontwerp. Het zijn de gebieden die minder bekend zijn, maar die wel een rol spelen bij het in de markt zetten van een innovatief product. Daar ligt onze hoofdfocus”, aldus Beljaars.
VRAAGGEDREVEN
De letters plesTic staan voor de gebieden policy, logistics, economics, social acceptance, technology, innovative design, corporate & community. „We werken vraaggedreven. We kijken wat er speelt in duurzaam Noord-Nederland en waar ondernemers tegenaan lopen. Soms zijn het meerdere partijen die tegen dezelfde zaken aanlopen en dan gaan we die combineren.”
Zo zijn er al verschillende projecten opgezet rondom het ontwikkelen van circulaire plastics en het vergroten van het verdienmodel voor bedrijven aan de hand van de plesTic-aanpak. „Per letter wordt een schaalverdeling gemaakt om te laten zien hoe ver dat deelgebied nog afligt van de markt, welke uitdagingen er liggen, welke expertise daarbij hoort en wat er zou moeten gebeuren om het technical readiness level (TRL) te vergroten.”
Om de kunststofindustrie te verduurzamen
volgt plesTic Ready gelijktijdig twee routes: recycling van bestaande kunststoffen en gebruik van bio-gebaseerde grondstoffen. Beljaars licht beide routes toe aan de hand van een project.
HERGEBRUIK VERPAKKINGSPLASTIC
Ten eerste het REPACK+ project, waarbij in nauwe samenwerking met een aantal grote supermarkten onderzocht wordt hoe verpakkingsfolie hergebruikt kan worden.
„Door de huidige wet- en regelgeving wordt er bij voedselcontact-toepassingen veel plastic weggegooid en mogen er alleen virgins – nieuw en ongebruikt plastic –worden gebruikt. Dit is ooit bedacht vanuit het kader van voedselveiligheid. Tegenwoordig kan hergebruik veilig, maar dan moet hiervoor wel de regelgeving worden aangepast (de p van policy).”
De inzet van het REPACK+ project is om te
De zeven letters van PlesTic
Politics: bijdragen en meewerken aan veranderende wet- en regelgeving, beleid en vergunningen om een circulaire kunststofketen mogelijk te maken.
Van lokale tot Europese
Logistic: het duurzaam organiseren van de grondstoffenketen met onderbouwende Life Cycle Assesments (LCA’s) om circulaire productie mogelijk te maken
Economics: gedeelde economische uitdagingen aankaarten die een haalbare circulaire kunststofindustrie in de weg staan, zoals een ongelijk speelveld of moeilijk te financieren innovaties
Social acceptance: nieuw gedrag stimuleren en omarmen wat bijdraagt aan een circulaire kunststofketen
Technology: processen ontwikkelen en opschalen om kunststoffen te recyclen en/of uit hernieuwbare bronnen te produceren met behoud of verbetering van de materiaaleigenschappen
Innovative design: al tijdens het ontwerp van producten rekening houden met de mogelijkheid tot hergebruik of recycling, zodat ze niet nodeloos worden verbrand, maar in de materiaalkringloop blijven
Corporate & community: een organisatie en governance inrichten die flexibel inspeelt op ontwikkelingen, met de juiste schaal, werkwijzen, teams, kennisontwikkeling en ketensamenwerking

kijken hoe de plastic materialen – ook van bigbags uit professionele bakkerijen – kunnen worden hergebruikt. Zo worden grote kratten vaak afgedekt met folie bij supermarkten afgeleverd. Dit folie en de bigbags worden op het moment in grote hoeveelheden weggegooid.
Dat kan anders, vindt Beljaars. „Onze inzet is om dit plastic, dat goed te traceren is naar de supermarkten of professionele bakkerijen, te hergebruiken. We halen nu samples op bij enkele grote supermarkten. Er worden testen gedaan waarbij het plastic wordt teruggehaald, gereinigd en opnieuw gebruikt. Natuurlijk zijn hier strenge eisen aan verbonden. Met name als het gaat om hergebruik in de voedselindustrie. Zo moeten ze een zogenaamde foodcontact approval krijgen in de vorm van een certificaat. Als dit niet lukt dan kunnen we in ieder geval de circulaire plastics hergebruiken voor niet-voedseltoepassingen.”
PLASTIC VAN PLANTEN
Een tweede project van plesTic Ready is het gebruik van olifantenpoep bij het maken van lampenkappen. „Hierbij werken we nauw samen met Wildlands in Emmen en wordt bio-gebaseerd materiaal in combinatie met bioplastics als PLA en PHA gebruikt. PLA zijn plastics gemaakt van planten en bij PHA wordt bij de productie bacteriën gebruikt”, legt Beljaars uit.
Om de lampenkappen te maken worden de vezels uit de olifantenpoep gedroogd, gemalen en gezeefd. Vervolgens wordt dit gemengd met PLA of PHA, wat vervolgens in een 3D-printer wordt gestopt om er een lampenkap van te maken.
Door het kleine spuitmondje van de 3Dprinter kunnen er alleen heel fijne vezels van de olifantenpoep gebruikt worden. „Hierdoor kunnen er geen grote concentraties gebruikt worden en is de lampenkap slechts voor 10 tot 15 procent opgebouwd uit olifantenpoep. Bij het persen van plastic platen kan dit oplopen tot zo’n 30 tot 40 procent.”
Bij WILDnights in de donkere maanden december en januari konden een vijftigtal lampenkampen worden bewonderd tijdens de ‘lampenkaproute’. De kappen werden deels gemaakt van oud verpakkingsplastic zoals patatbakjes en drinkbekers uit het dierenpark Wildlands in combinatie met de olifantenpoep. Wetenschappers van NHL Stenden hebben dit verwerkt tot biobased plastic en er een nieuw product van gemaakt.
KIP EN EI
Omdat het maken van circulair materiaal meer geld kost en virgin materiaal goedkoper is, is er op het moment nog weinig
ruimte voor de duurzame initiatieven, is de sombere conclusie van Beljaars. „Ten eerste sta je al 1-0 achter door de hogere kostprijs, die tot wel 25 procent hoger kan liggen. De onvoldoende vraag leidt er bovendien toe dat je de productie niet kunt opschalen. Geen vraag, betekent geen aanbod en zo blijft er geen vraag komen. Het is een kipen-eiprobleem”, zo verklaart Beljaars de moeilijkheden van bedrijven met duurzame initiatieven op de markt.
Een belangrijke stimulans om de positie van circulaire initiatieven te versterken zou het invoeren van een bijmengverplichting vanuit Brussel zijn, vindt Beljaars. „Er zijn Europese regels in de maak, maar die laten op zich wachten. Die regel houdt in dat er een verplichting komt om minstens 10 procent gerecycled materiaal te gebruiken bij de productie van materialen. Zolang Europa die bijmengverplichting niet doorvoert, is er geen stimulans voor producenten om gerecycled inputmateriaal te maken. Niemand durft het eerste risico te nemen. Bovendien heb je de concurrentie van traditionele producten uit China. Ook hier heb je het probleem van vraag en aanbod en het kip-en-eiprobleem. Het staat en valt dus met de Europese wet- en regelgeving.”
In een ideale wereld zou 100 procent van het ingezamelde materiaal gerecycled kunnen worden, maar zonder de nodige beleidsondersteuning vanuit Europa gaat dat niet lukken, vreest Beljaars. „Europa vormt een groot economisch blok. Zij kunnen het probleem van kip en ei vlottrekken, waardoor het marktaandeel van circulaire producten kan groeien. Niet alleen bij de interne productie, maar dezelfde regels gelden dan ook voor goederen die Europa worden ingevoerd. Alleen het Europabreed invoeren van de bijmengverplichting biedt ondernemers de benodigde kansen om van bestaande en nieuwe innovaties op het gebied van duurzame plastics een succes te maken op de markt.”
Wat is plesTic Ready en wie werken er aan mee?
Het consortium achter plesTic Ready bestaat uit Greenwise Campus, NHL Stenden, Hanzehogeschool Groningen, Rijksuniversiteit Groningen, bedrijvencollectief SUSPACC, Circulair Groningen Drenthe, Vereniging Circulair Fryslân, de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen en de gemeenten Emmen en Heerenveen. Greenwise Campus is penvoerder van het project. plesTic Ready is een project binnen het programma EFRO Noord-Nederland 2021-2027 en wordt mede mogelijk gemaakt door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling.

Op 23 februari staat het nieuwe Kabinet Jetten I op het bordes van Paleis Huis ten Bosch. Hoewel werkgevers- en ondernemersorganisaties over het algemeen positief hebben gereageerd op de regeringsplannen, hoort Van Braak Accountants andere geluiden in ëhet veldí. Hoge energieprijzen, een almaar toenemende regeldruk, personeelstekorten, cybercrime, financiÎle stress vanwege niet of veel te laat betaalde facturen. Het is maar een kleine opsomming waar de moderne ondernemer op dit moment mee te maken heeft.
ÑEn er is nog ietsî, wil Arjen van Braak daar meteen aan toevoegen. ÑDe laatste maanden heeft de overheid de burgers erop geattendeerd welke maatregelen ze moeten nemen indien er zich noodsituaties voordoen. Dat is verstandig. Maar, wat wij hebben gemist is hetzelfde verhaal richting ondernemers. Wat moeten zij doen wanneer het echt misgaat en hun business als gevolg van een noodsituatie dreigt om te vallen? Daar mogen we met elkaar best wat kritischer op zijn. Als de werkmaatschappij bijvoorbeeld niet door kan, dan betekent dat dat een ondernemer helemaal opnieuw moet beginnen. Heeft hij daar voldoende vermogen voor? En wat gebeurt er met de medewerkers, de machines en hoe kun je het beste met een noodsituatie omgaan? Daar moeten ondernemers op voorbereid zijn en daarin is ook een rol weggelegd voor de accountant.î
Energieprijzen
Terug naar het nieuwe Kabinet, dat volgens Van Braak nog weinig enthousiasme los maakt bij de gemiddelde ondernemer. ÑDe ondernemer ondervindt elke dag de gevolgen van Haags handelen. Men spreekt van ëmooie praatjesí die in de praktijk weinig opleveren. Daardoor is het vertrouwen onder ondernemers in de politiek laag. Kijk bijvoorbeeld naar de energieprijzen. We zitten middenin een energietransitie, waarbij de verwachting was dat de prijzen van energie een dalende trend zouden laten zien. Inmiddels blijkt dat we ons in Nederland bovenin de ranglijst van duurste energieprijzen in Europa bevinden. Dat merken ondernemers wanneer ze moeten concurreren met ondernemers in andere landen. Je ziet nu al talloze fabrieken sluiten of verhuizen. Die ontwikkeling moet worden gestopt, willen we in de toekomst ook nog wat verdienen met elkaar.î
ÑEn dan hebben we het nog niet over de netcongestie, waardoor duizenden ondernemers worden gehinderd in hun dagelijkse werkzaamhedenî, gaat hij verder. ÑHoe is het mogelijk dat de overheid dit zo uit de hand heeft laten lopen? Er zijn rigoureuze maatregelen nodig om dit probleem op te lossen en ik ben benieuwd of het nieuwe Kabinet daarin slaagt. De urgentie is in elk geval duidelijk.î
ÑDaarnaast zijn we, mede doordat Slochteren dicht is gegaan, wel erg afhankelijk geworden van gas uit het buitenland. En dat baart ondernemers ook zorgen. Wat gebeurt er als een buitenlandse mogendheid niet meer levert of de prijs exorbitant verhoogt. Dat zou desastreuze gevolgen hebben voor onze industrie en onze ondernemers.î
Mentaliteit
Dat ondernemen in deze tijd niet eenvoudig is blijkt onder andere uit het feit dat onlangs bekend werd dat ruim een derde van de kleinere ondernemers overweegt de zaak te verkopen. Van Braak kan dat bevestigen. ÑDat heeft te maken met de huidige situatie in ondernemend Nederland, maar ondernemers worden ook ouder en willen het wat rustiger aan gaan doen. Probleem is alleen dat er in verhouding

onvoldoende kopers en opvolgers zijn. Daarnaast zijn mensen niet meer bereid om veel uren te maken. De mentaliteit van, als het moet, zes dagen werken, begint te verdwijnen.î
Regeldruk Of bijvoorbeeld de regeldruk daar mee te maken heeft, weet Van Braak niet. ÑWel is het zo dat de regeldruk veel te hoog is en alleen maar verder toeneemt. Het invullen van allerlei Kvkformulieren, het openen van een bankrekening, voldoen aan wet- en regelgeving, zoals bijvoorbeeld van de Wwft. Het lijkt erop of politiek Den Haag van elke ondernemer een ambtenaar wil makenî, zegt Van Braak met enige ironie. ÑEr verandert telkens zoveel, dat is bijna niet meer bij te houden. Het zetten van vinkjes is ook werk waar je niets aan hebt, waar je geen
voldoening uithaalt, maar wel veel tijd kost.î Kortom, er is werk aan de winkel voor politiek Den Haag. ÑWe zijn in elk geval benieuwd waar ze mee gaan komen en wat er voor de ondernemers in het vat zit. Want, dat er iets moet gebeuren, is klip en klaar.î
www.vanbraakaccountants.nl
Je bedrijf laten groeien in deze complexe wereld, vraagt om structuur, inzicht en snelheid. IT is daarbij onmisbaar. De IT- specialisten van Agiliq in Joure zien volop kansen voor kunstmatige intelligentie op de werkvloer. Meer werk met minder mensen? Eddie Huizinga over een nieuwe generatie collegaís.


Verminder kosten, beheer risicoís en versnel bedrijfsprocessen. Het is een kwestie van IT op maat, zeggen ze bij Agiliq. Hun kracht: denken over software automatisering voor primaire bedrijfsprocessen vanuit een technisch bedrijfskundige achtergrond. Eddie Huizinga richtte Agiliq in 2007 op en zag zijn bedrijf de afgelopen jaren gestaag groeien. ÑWe houden er van om bedrijfsprocessen in het mkb te stroomlijnen, vooral bij technisch gedreven ondernemingen. Het is de kunst je te verdiepen in de kernactiviteiten van een bedrijf en software zo te maken dat het werken beter en makkelijker wordt.î
Een nieuwe generatie collegaís EfficiÎnter en slimmer is het credo en kunstmatige intelligentie of AI speelt daarbij een steeds grotere rol, stelt Huizinga. ÑDe laatste paar jaar is AI een toverwoord geworden. Veel mensen gebruiken AI om bijvoorbeeld vragen te beantwoorden of te helpen bij teksten of andere taakgerichte acties. Je geeft de computer een opdracht via een zogeheten prompt en die wordt uitgevoerd. Waar wij op focussen bij kunstmatige intelligentie voor bedrijven, is het volgende niveau van AI: de zogeheten AI-agents.î ÑIn feite is de AI-agent een nieuwe collega, die zelfstandig taken en processen uit kan voeren die jij voor hem bedenkt. Dat is een grote stap voorwaarts, omdat het gaat over het vervangen van menselijke inzet binnen je bedrijf. En dat is des te interessanter, nu veel mkb- bedrijven zich in toenemende mate zorgen maken over de krappe arbeidsmarkt. Kunstmatige intelligentie biedt enorme kansen. Zo beschikken we sinds kort binnen het ERP systeem Business Central over AI- medewerker verkoop binnendienst. Hij functioneert in dat verkoopproces zelfstandig, voert gerichte taken en processen nauwkeurig uit die we hebben bedacht en leert voortdurend bij.
Deze AI-agent speelt zo een volwaardige rol binnen onze dagelijkse bedrijfsvoering, het is een van onze collegaís.î
AI ook geschikt voor risico-detectie
ÑAls je beschikt over een bedrijfsstructuur in ERP kan een AI-agent, die nieuwe collega, klantvragen afhandelen, orders verwerken, leveringen controleren, papieren of pdf- facturen inlezen, controleren en boeken, complete kas- en bankstromen te controleren op onnauwkeurigheden of onjuistheden. Met name typisch repetitieve taken zijn bij uitstek geschikt om door een agent te laten uitvoeren. Binnen een duidelijk omschreven kader of context binnen een systeem gaat hij zelfstandig aan het werk.î
ÑEen andere interessante inzet van AI-agentsî, stelt Eddie Huizinga, Ñis op het gebied van risicodetectie. Wij maken daar zelf ook gebruik van: alles wat digitaal bij ons binnen komt, wordt volledig automatisch door een AI-agent gescreend op mogelijke dreiging. Het is dus feitelijk een hacker, die hackers van buitenaf screent en ons waarschuwt voor digitale dreiging.î
ÑDe bedrijfsmatige totaaloplossingen van Microsoft, zoals Business Central zijn bij uitstek geschikt om uit te breiden met AI-agents. Veel van onze klanten behoren tot het technische mkb, zoals jacht- en machinebouwers, technische groothandels, verhuurbedrijven, de verfbranche en de foodindustrie. Tal van die nauwkeurige processen en taken zijn zeer geschikt om door AIagents te laten uitvoeren. Omarm de mogelijkheden van deze nieuwe digitale collegaís, die je op maat kunt laten maken. Als je dat goed doet, dus die taken en processen op de juiste manier automatiseert inclusief de inzet van AIagents, kunnen je mensen in dezelfde tijd meer andere dingen doen met meer plezier waardoor je waarde toevoegt. Je creÎert meer efficiency en
omzet, reduceert fouten en je verbetert je bedrijfsvoering in een krappere arbeidsmarkt.î
De veranderingen gaan snel ÑDe mogelijkheden van kunstmatige intelligentie voor bedrijven nemen nu snel toe. Het biedt mkbbedrijven mogelijkheden die voorheen vooral beschikbaar waren voor veel grotere ondernemingen. Die veranderingen gaan in rap tempo door. Straks zijn AI-agents al uitstekend in staat heel snel binnen inkoopsystemen te zoeken. Nu herkent AI een plaatje of afbeelding, straks herkennen ze in dezelfde tijd alle specificaties. Het biedt mogelijkheden, die voor heel veel bedrijven snel beschikbaar zijn.î
Eddie Huizinga: ÑHet grote voordeel van Microsoft is dat we vanuit een zekere standaardisatie snel een mkb-template kunnen ontwerpen, die vervolgens per bedrijf op maat gesneden kan worden. Op die manier kunnen we toepassingen snel beschikbaar hebben voor het mkb. Met Agiliq heb je ook het voordeel van betrouwbare support. Want waar we werken, staan we voor je klaar en dat wordt herkend. We groeien vooral in het noorden, omdat ook steeds meer mkb-bedrijven in deze regio professionaliseren. Dat betekent dat we bij Agiliq ook wel een paar gedreven mensen kunnen gebruiken.î
ÑWe geloven in wat we doen. In de steeds complexere wereld willen we positief bijdragen om vanuit onze technische bedrijfskundige achtergrond de juiste software te ontwikkelen om waarde en resultaat toe te voegen aan mkbbedrijven. Ontdek wat AI voor u kan betekenen!î agiliq.nl

Een online platform dat vraag en aanbod op de duurzame arbeidsmarkt in Noord-Nederland bij elkaar brengt, dat is wat GreenCareer wil bereiken. Het platform doet dit door zowel vacatures, stages, evenementen, opleidingen als ervaringen uit de praktijk samen te brengen.
GreenCareer is ontwikkeld vanuit het project H2 Train and Learn Hub, waar New Energy Coalition coördinator van is. Het project ontvangt subsidie vanuit de Europese Unie en heeft als doel enkele duizenden goed geschoolde, additionele werknemers klaar en beschikbaar te maken om de uitdagingen van de waterstofeconomie in NoordNederland aan te gaan.
Inspireren
„Met dit platform willen we de groene arbeidsmarkt versterken en mensen inspireren aan de slag te gaan in de energie- en duurzaamheidssector”, geeft coördinator van het project bij New Energy Coalition Jogchem Meinema aan.
Collega Marcel Boss vertelt dat GreenCareer zich richt op zowel werkgevers en opleiders als mensen die een baan zoeken of overwegen in de energie- en duurzaamheidssector. „En dan maakt het niet uit of je net begint, jezelf wilt omscholen of wilt doorgroeien in de sector. Er is op alle fronten een tekort aan vakmensen en dat is van invloed op de voortgang van de energietransitie. Op dit platform vind je alle mogelijkheden voor een groene carrière.”
Hoewel het platform nog niet officieel gelanceerd is, dat gaat op 5 maart a.s. gebeuren, staan er nu al ruim 500 vacatures, een kleine 100

Nederland is er krapte op de arbeidsmarkt en is het lastig om in de energie- en duurzaamheidssector voldoende mensen te vinden met de juiste skills. „Met dit platform willen we de groene arbeidsmarkt verder versterken”, aldus Meinema. „We hebben mensen nodig die oplossingen bedenken, maar ook die het kunnen uitvoeren. Op alle niveaus worden specialisten gevraagd.”
opleidingen, 8 proeftuinen voor innovatie en 5 praktijkverhalen op de website.
Bedrijvenportal
Het platform haalt met behulp van een slimme koppeling zelf vacatures van het internet, maar het heeft ook een bedrijvenportal waar ondernemers zich kunnen registreren en een eigen bedrijfspagina kunnen inrichten om zo beter op te vallen. „Naast informatie over het bedrijf kunnen ze daar hun vacatures en stageplaatsen vermelden”, vertelt Boss. Dat dit nodig is, blijkt uit de cijfers. Ook in Noord—
Groei Er is veel enthousiasme rondom de energietransitie en diverse organisaties hebben hun interesse voor het platform al kenbaar gemaakt. Boss: „Er zijn inmiddels zo’n 30 bedrijven actief op GreenCareer, dat moeten er natuurlijk nog veel meer worden. Zeker wanneer je bedenkt dat er alleen in Noord-Nederland al honderden bedrijven bezig zijn met duurzaamheid en de energietransitie.” Uiteindelijk, zo is de bedoeling, moet GreenCareer een bindende factor worden in de energietransitie. „In deze sector gaat het vaak over dingen samen doen en de krachten bundelen. Dat is waar GreenCareer voor staat.” www.greencareer.nl
ADVERTENTIE

Administratiekantoor Kleingeluc in Hoogkerk mag je met recht een bijzonder kantoor noemen. Eigenaar Wieger Luchtenburg was jarenlang diaken in de kerk en hielp in die tijd regelmatig particulieren uit de schulden. ÑOp een gegeven moment dacht ik: wat ik met particulieren kan dat moet ook met mkbíers kunnen.î Het betekende in 2011 de start van Administratiekantoor Kleingeluc, een samenvoeging van de achternaam van de vrouw van Wieger en zijn eigen achternaam.
ÑIk noem mezelf geen doorsnee boekhouder, maar een procesverbeteraar. Op die manier benader ik ook mijn klanten.î En dat doet hij allemaal onder het motto: ëWat vandaag goed is, kan morgen beterí. Luchtenburg is er van overtuigd dat ondernemers goed kunnen ondernemen, wanneer ze hun hoofd vrij hebben. ÑEn daarin passen geen schulden, laat staan een organisatie zonder structuur. Als ik met een klant in zee ga, dan maak ik een gedegen plan waarmee hij verder kan en maak van een mogelijk gebrekkige administratie een goede administratie. Verloning doe ik niet, dat heb ik uitbesteed aan een betrouwbare partij. Je moet nooit dingen doen waar je geen verstand van hebt. Ik weet waar ik goed in ben en waarin niet.î
Klantgericht ÑKlanten vinden het hier zo gewoon, hoor ik regelmatig. Dat is precies wat ik graag wil. Ik ben heel duidelijk, zodat klanten precies weten waar ze aan toe zijn. Ja, dat kost me wel eens een klant, maar dat maakt me niet uit. Voorop staat dat ik altijd klantgericht naar oplossingen zoek. Als iemand nog met een schoenendoos bij me komt, wat heel af en toe gebeurd, dan vraag ik me af hoe

Wieger Luchtenburg
we daar vanaf kunnen komen. Dat betekent de klant bij de hand nemen en hem laten zien dat het ook anders kan. Op een manier die hem en mij minder tijd kost.î
Klanten zijn nooit een nummer bij Kleingeluc. ÑZe vinden hier altijd een luisterend oor, ook als dat ís avonds bij een kop koffie moet. Maatschappelijk verantwoord ondernemen staat bij hoog in het
vaandel, ik wil mensen helpen. Zo is het kantoor erkend leerbedrijf voor MBO Opleidingen en werken er bij Kleingeluc mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Die wil ik helpen, ik wil mensen kansen geven, dat zit in mijn dna.î
Meedenken
Dankzij automatisering denkt Luchtenburg de komende jaren sterk te kunnen groeien. ÑIk ben onlangs overgegaan op Afas, als je dat goed inregelt, dan kun je daarmee een kleine 200 klanten per jaar bedienen. Kortom, automatisering helpt me bij de groei die ik wil realiseren. Daarnaast gaat advisering de hele dag door, ook pro-actief. Als ik iets constateer in de boekhouding, dan meld ik dat aan de klant. Noem het meedenken, daarmee kun je je nog steeds onderscheiden.î
www.kleingeluc.nl
Ik weet niet hoe het in jouw gemeente gaat, want overal gaat het weer anders, maar in de gemeente Groningen heb je een huisvuilpas nodig om van je afval af te komen. Je hebt de pas nodig als je grofvuil gaat wegbrengen en, als je in de binnenstad woont, ook om de ondergrondse afvalcontainers te openen. Of eigenlijk: container. Enkelvoud.
De huisvuilpas opent slechts één container, ook als er meerdere in de buurt van je huis zijn. De reden hiervoor is mij niet bekend. Handig is het niet, want de containers zijn geregeld vol of buiten werking, en dan heb je geen ander alternatief dan je vuilnis terug mee naar huis te nemen. Op de niet-werkende container zit een grote sticker die vermeldt welke straf je krijgt mocht je op het idee komen om je vuilniszak naast het ding te deponeren.
Slecht ontwerp, denkt u misschien. Slecht bedacht en nu niet meer te veranderen omdat ergens in een database een cel slechts één waarde mag bevatten, en niet meerdere. Tenminste, dat was wat ik dacht. Als ik er al over dacht, want er zijn boeiender onderwerpen dan het gemeentelijke huisvuilpassenbeleid. Totdat ik mijn pas kwijtraakte en de gemeentelijke website hierover raadpleegde. Toen bleek dat werkelijk alles rondom de huisvuilpas uitsluitend is ontworpen om burgers te pesten.
Werkelijk alles rondom de huisvuilpas is ontworpen om burgers te pesten
Er wordt slechts één pas per adres verstrekt. Verlies je hem, dan kost een nieuwe 25 euro. Zodra je een vervangende pas bestelt, wordt de oude geblokkeerd. De vervangende pas wordt binnen vijf werkdagen geleverd. Vijf (5) werkdagen! In 2026! Iedereen kan binnen 24 uur alles aan huis bezorgd krijgen, inclusief wapens en drugs, maar de gemeente Groningen heeft vijf werkdagen, een hele week dus, nodig om een stukje plastic in de eigen gemeente te bezorgen.
Is je pas kapot dan krijg je trouwens wel gratis een andere, mits je de kapotte pas persoonlijk komt inleveren ergens in de buurt van de Euroborg. Ik verwacht dat iemand dan gaat testen of de pas echt kapot is – zoals al deze regeltjes gebaseerd lijken op wantrouwen. In ieder geval zijn ze niet bedoeld om de burger zo goed mogelijk van dienst te zijn, dat is duidelijk.
Het gekke is: ik kan geen manieren bedenken om te
frauderen met huisvuilpassen. Al had ik er honderd, hoe zou ik daarmee iemand kunnen benadelen?
Onwillekeurig moet ik denken aan die andere pas, de Stadjerspas, een kortingspas voor minima. Een jaar of tien geleden heeft Groningen meer dan een ton uitgegeven om die Stadjerspas ‘op de blockchain’ te zetten. Innovatie stimuleren en tegelijk uitkeringsgerechtigden beter in de gaten houden, wat wil je nog meer.
Alleen: toen Groupcard vorig jaar failliet ging, het bedrijf dat voor Groningen en veel meer gemeenten de kortingspas uitvoerde, was er nergens een blockchain te bekennen. Laat staan dat er iets op stond. Groningen werkt nu aan een eigen oplossing voor de Stadjerspas, die volgende maand klaar moet zijn. Ik hoop dat ze het mannetje van de huisvuilpassen erop hebben gezet. Dan komt het vast goed.
Ronald Mulder is ondernemer en econoom. Man van weinig woorden.
@ronaldmulder

,,Dat we als Noordelijke bouwbedrijven bijdragen aan de energietransitie én aardbevingsbestendig bouwen is geweldig’’, zegt Rolf Vuurboom, eigenaar van Bouwmaatschappij Vuurboom in Valthermond. ,,De circulaire bouwelementen van Rebuildit in Emmen passen perfect bij de mede door ons ontwikkelde fundering voor bouwen in aardbevingsgebied. Gezamenlijk zetten we stappen voor toekomstbestendig bouwen.’’
Rolf Vuurboom staat als vijfde generatie aan het roer van het in 1884 opgerichte familiebedrijf. De ondernemer loopt overduidelijk warm voor innovatie. Gemakkelijk is dat niet altijd, maar uitdagingen vragen om oplossingen en Vuurboom draagt daar graag aan bij. ,,In onze regio hebben veel huizen en andere gebouwen aardbevingsschade als gevolg van aardgasboringen. Ook collegaís hebben daar mee te maken en als het zo dichtbij komt, wil je als bouwbedrijf het beste resultaat bij de versterking van bestaande woningen en nieuwbouw in deze regio. We zijn daarom in 2016 begonnen met de ontwikkeling van een nieuwe trillingbestendige fundering.íí
Gepatenteerd systeem Samen met een funderingsspecialist in Numansdorp richtte Rolf Vuurboom het bedrijf Nederboom op, dat onafhankelijk opereert van Bouwmaatschappij Vuurboom. ,,De fundering van Trilling Absorberend Schuimbeton die we gezamenlijk hebben ontwikkeld, is een gepatenteerd systeem. Het schuimbeton is hoogwaardig van kwaliteit, licht, heeft gesloten cellen en is voorzien van kunststof vezels. De fundering is sterk, isolerend en neemt geen vocht op. Er is bovendien geen heiwerk voor nodig, de fundering drijft als het ware op de ondergrond. Wij noemen het wel eens ëeen bootje in de kleií. Tijdens de ontwikkeling zijn diverse tests uitgevoerd door TU Delft en Building. Die toonden aan dat onze fundering trillingen uitstekend opvangt. Het materiaal is bovendien sterk. Bij een vermoeiingsdruktest werd een blok schuimbeton na 24 uur van de testtafel gehaald, omdat het de test toen ruimschoots had doorstaan. Het materiaal was warm, maar het blok was nog intact.íí
In Loppersum werden op initiatief van Nederboom acht woningen gebouwd met de innovatieve fundering. De monitoring van het project werd uitgevoerd door Hanze Hogeschool en de resultaten overtuigden de woningstichting. Bij een beving in het gebied kon worden vastgesteld dat de huizen wel bewogen, maar er geen schade was ontstaan. ,,Het beste bewijs

wordt geleverd in de praktijkíí, zegt Vuurboom. ,,We kregen het mooiste compliment van bewoners van een huis dat we met behulp van deze systemen aardbevingsbestendig bouwden in ít Zand. Na een beving zeiden zij dat ze zich voor het eerst in jaren weer veilig hadden gevoeld in hun huis.íí
‘Circulair en modulair bouwen is de toekomst’

Lichtgewicht constructie De fundering van Trilling Absorberend Schuimbeton kan gebruikt worden voor de versterking van bestaande funderingen en begane vloeren, maar ook voor nieuwbouw. Nederboom zocht daarvoor naar manieren om een lichtgewicht constructie te kunnen bouwen op de lichtgewicht fundering. ,,Het gewenste evenwicht vonden we in de toepassing van prefab onderdelen met een staalframe. Helaas zijn de gipsplaten die daarbij gebruikt worden, niet bestand tegen vocht. Tijdens een bouwproject met veel regen gingen die gipsplaten stuk in het werk. Zo kwamen we uit bij Rebuildit in Emmen. Dat bedrijf bleek de oplossing te hebben: bouwelementen van staal in combinatie met cementloze mortel voor muren en een gewapende betonschil voor vloeren.íí
Perfecte combinatie
De elementen van Rebuildit worden op maat gemaakt en maken grote overspanningen in licht materiaal mogelijk. Volgens Rolf Vuurboom is de combinatie van Trilling Absorberend Schuimbeton en bouwelementen van Rebuildit perfect. ,,Deze materialen zijn niet alleen ideaal voor bouwen in aardbevingsgebied, maar maakt het voor bouwbedrijven ook mogelijk om te voldoen aan strenge milieueisen. Onze fundering
heeft een lange levensduur en is geschikt voor lage temperatuurverwarming. Dat is noodzakelijk voor het gebruik van een warmtepomp waarmee we van het gas af kunnen. De bouwelementen van Rebuildit zijn demontabel en eindeloos herbruikbaar. Het isolatiemateriaal dat in de holle binnen- en buitenmuren wordt gebruikt, behoudt zijn vorm, heeft een hoge isolatiewaarde en is recyclebaar. Grondstoffen voor de bouw zullen in de toekomst alleen maar duurder worden, wat circulair bouwen extra aantrekkelijk maakt. De combinatie van deze systemen zorgt voor een snellere manier van bouwen, wat een groot voordeel is in tijden van woningnood.íí
Zowel Rebuildit als Nederboom blijven doorontwikkelen. Zo onderzoekt Hanze Hogeschool in opdracht van Nederboom de mogelijkheden om ook het schuimbeton volledig hernieuwbaar te maken. Rolf Vuurboom: ,,Nederland staat voor een grote bouwopgave en veel uitdagingen zoals stikstofuitstoot, klimaatdoelen en een tekort aan vakmensen. Door circulair en modulair te bouwen, kunnen we die uitdagingen het hoofd bieden. We houden grondstoffen betaalbaar, werken schoner en sneller, waardoor vakmensen beschikbaar blijven voor bijvoorbeeld de verbouw, renovatie en restauratie van panden, waaronder monumenten.íí
www.nederboom.nl
www.rebuildit.nl
In het voorjaar van 2022 opende het Amerikaanse bedrijf NewAge Industries Inc. zich in Europa. Op bedrijventerrein De Hare in Coevorden werd de ideale productielocatie voor slangen en buizen voor de farmaceutische industrie gevonden. Er wordt inmiddels volop geproduceerd en de komende jaren wordt het assortiment uitgebreid.

In het omvangrijke pand zijn cleanrooms gerealiseerd, waarin medewerkers van NewAge Europe B.V zich bezighouden met de productie van flexibele slangen. Het Amerikaanse moederbedrijf produceert voor opdrachtgevers in de biofarmaceutische-, voedingsmiddelen- en drankenindustrie, maar de Europese vestiging richt zich uitsluitend op de farmaceutische industrie. ,,Onze producten worden gebruikt bij de productie van medicijneníí, zegt directeur Ben Bode. ,,Dat doen we vooral voor klanten in Europa en AziÎ. We hebben op veel plekken in Europa gezocht naar een goede productielocatie en vonden deze in Coevorden. De aansluiting op het elektriciteitsnet is op veel plekken niet mogelijk, maar hier lukte dat wel. Voor de benodigde hoogspanningsaansluiting moest een kabel van vijf kilometer gelegd worden naar ons pand, dus het had wel wat voeten in aarde. Daarnaast is het bestaande pand aangepast, waarbij de bouw van de cleanrooms het belangrijkste was. Zij vormen nu een ëfabriek in een fabriekí.íí
Schoon productieproces
Medewerkers in beschermende kleding werken in ÈÈn van de cleanrooms aan het extruderen van siliconen. In een andere cleanroom worden de slangen gemaakt van kunststof granulaat dat gesmolten wordt. Tijdens het productieproces moet volledig schoon gewerkt worden, om hoogwaardige slangen af te leveren voor het transport van vloeistoffen. Bode: ,,Voor de vorming van flexibele slangen met verschillende diameters gebruiken we met platina uitgeharde siliconen van hoge zuiverheid. Sommige slangen worden gewapend met Polyester vlechtwerk. In de andere cleanroom worden slangen vervaardigd
door TPE-granulaat om te smelten. Later dit jaar voegen we een spuitgietafdeling toe voor het produceren van kleine onderdelen en op den duur gaan we ook klemmen produceren. Er staat dus nog genoeg in de planning. De voorbereiding daarvan is al begonnen. Dit bestaat onder meer uit het opstellen van de benodigde documentatie. Onze productieprocessen en kwaliteitsnormen moeten zorgvuldig omschreven worden en ook traceability moet voor elk product geregeld zijn. Daarnaast is uitbreiding van het team noodzakelijk om de nieuwe productielijnen op te zetten.íí
In Coevorden hebben we ruimte voor groei
Groeiend team
Momenteel werken er ruim twintig mensen bij NewAge Europe B.V., maar op den duur zal het team uitgroeien tot ongeveer tachtig medewerkers. ,,We zoeken operators die zich doorlopend bewust zijn van het belang van schoon werken. Opleiding en ervaring zijn minder belangrijk dan de juiste instelling. Iedereen die gedisciplineerd omgaat met onze schone manier van werken, kan door ervaren collegaís intern opgeleid worden. De eerste medewerkers in Coevorden hebben een training gehad in Amerika, die ik zelf ook heb gevolgd. Zij kunnen hun kennis goed overdragen op nieuwe collegaís. We hebben inmiddels een leuk team. Als werkgever doen we ons best om bij te dragen aan een goede sfeer, bijvoorbeeld door leuke activiteiten te organiseren.íí Bijzonder is dat medewerkers gezamenlijk eigenaar zijn van het bedrijf. Het moederbedrijf in Amerika is sinds 2019 volledig

in handen van de medewerkers. CEO Ken Baker heeft in de afgelopen vijftien jaar zijn aandelen overgedragen om het voortbestaan van het bedrijf te waarborgen. ,,Hoe langer iemand bij ons werkt, hoe meer aandelen hij of zij heeft. In Nederland is dat een aanvulling op het pensioen, omdat Nederlandse bedrijven verplicht zijn om pensioen af te dragen voor hun medewerkers. In Amerika werkt dat anders en zijn een paar medewerkers inmiddels zelfs miljonair dankzij deze constructie.íí

De slangen worden geproduceerd in cleanrooms.
Ecologische voetafdruk Maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzaamheid zijn belangrijke waarden voor NewAge Industries en de Europese vestiging in Coevorden. Ben Bode: ,,We willen de ecologische voetafdruk van ons productieproces zo klein mogelijk houden en hebben daarom bij de verbouwing van het pand gekozen voor de installatie van drie grote warmtepompen en het gebruik van restwarmte uit het productieproces. Verder gebruiken we groene stroom van zonneenergie, die helaas niet afkomstig is van eigen zonnepanelen. Ons dak is daar niet geschikt voor. We vinden het ook belangrijk om in contact te zijn met onze omgeving, dus waar mogelijk kopen we lokaal of regionaal in.íí newageindustries.com

Onze biologische klok tikt, maar de wijzers staan bij niemand hetzelfde. Steeds duidelijker wordt hoe belangrijk het mechanisme is voor onze gezondheid en productiviteit. Het Groningse Chrono@Work brengt de kennis erover naar de markt.
TEKST JEAN-PAUL TAFFIJN
FOTO GEERT JOB SEVINK
Ja, het klopt. Je hebt ochtendmensen en avondmensen. Het gezonde verstand ziet dat, maar je kunt het ook meten. Het hormoon melatonine speelt een belangrijke rol in ons ritme van slapen en wakker zijn. Bij avondmensen bereikt dat hormoon (zogezegd ‘de zandkorrels van Klaas Vaak’) op een later tijdstip zijn hoogtepunt dan bij ochtendmensen.
„We weten er steeds meer over en zien ook welke verstrekkende gevolgen er zijn als we verkeerd met de biologische klok omgaan’’, vertelt Marijke Gordijn. Zij is oprichter en eigenaar van Chrono@Work. „Slaap en ritme zijn superbelangrijk. In grote rampen als die met de Challenger, de Exxon Valdes en Tsjernobyl bleek de menselijke factor essentieel. Een gebrek aan slaap en tegen het ritme ingaan speelt in het maken van zulke rampzalige fouten een rol.”
Alstublieft. De biologische klok beïnvloedt dus nogal wat, te beginnen met ons eigen leven. En dat gaat heel ver. Meer en meer wordt duidelijk dat die biologische klok tot in onze cellen zijn werk doet. Weet dat en je snapt dat het toedienen van geneesmiddelen bij de ene mens eigenlijk op een ander tijdstip zou moeten gebeuren dan bij de andere. Gepersonaliseerde geneeskunde dus. Slapen, eten, werken, sporten, het hele leven. Voor iedereen is er een andere ideale tijdsindeling.
Dr. Marijke Gordijn (64) wordt in Nederland en daarbuiten gezien als slaapgoeroe. „Ik word zo ongeveer gezien als de moederoverste van deze tak van wetenschap in Nederland, ja’’, vertelt ze vanuit haar kantoor in de oude melkfabriek Ommelanden in Groningen. Ze geeft nog altijd gastcolleges aan de Rijksuniversiteit in de stad en spreekt op heel veel congressen en andere bijeenkomsten.
Wetenschap zit in haar genen, maar de commercie trok. Dus besloot ze in 2012 de sprong te wagen. „Een jaar lang heb ik het 50/50 gecombineerd met mijn werk aan de universiteit. Ik mocht één project meenemen om een vliegende start te kunnen maken.’’
OP EIGEN BENEN
Het lukte haar om het jonge bedrijf op eigen benen te laten staan. Haar weten-
schappelijke autoriteit hielp daar ongetwijfeld bij, zoals dat nog steeds geldt.
„Dat is wel iets waar ik mee bezig ben, om het bedrijf wat los te zingen van mijn naam. Niet dat ik van plan ben snel te stoppen hoor, maar het is gewoon gezonder om mezelf vervangbaar te maken. De kennis ligt bij Chrono@Work, niet bij mij persoonlijk.”
Haar bedrijf beweegt zich vooral op de business-to-businessmarkt. Contractresearch is het belangrijkste onderdeel van het bedrijf, waar inmiddels vier medewerkers naast Marijke een baan hebben. „Dat heeft bijna altijd te maken met mentale gezondheid. Ondernemingen zijn geïnteresseerd in producten die goed zijn voor mensen.’’
Aanjager was zonder meer de Nobelprijs die in 2017 ging naar een groep Amerikaanse chronobiologen die moleculaire ritmes blootlegden. De groeiende aandacht geldt niet alleen de medische sector. Particuliere klanten zijn ook steeds meer op zoek naar gezondheid. Denk maar aan alle smartwatches, voedingssupplementen, apps en meer. Health is hot.
Toen Marijke Gordijn nog aan de universiteit werkte, hield ze zich er eigenlijk al mee bezig. Voor Philips deed ze met collega’s onderzoek dat een wetenschappelijke claim legde onder de Wake Up Light, een wekker die licht gebruikt om makkelijker wakker te worden. „Dat was een geweldig project, waar eigenlijk het zaadje werd geplant voor de stap naar de commercie. Philips had meer onderzoeksvragen die niet bij de universiteit pasten, omdat het niet om fundamenteel onderzoek ging. Toen dacht ik al: jammer dat het niet past, want dat had ik graag gedaan.’’
INFRAROODLICHT
Chrono@Work deed daarna onderzoek voor meer grote bedrijven, zoals voor SunLED Life Sciences. „Dat project heeft raakvlakken met wat we voor Philips deden. In dit geval gaat het om nabij-infrarood licht. Daarvan werd verondersteld dat dat gezondheidsvoordelen kan opleveren, en wij mochten helpen onderzoeken of dat klopt. En ja, dat bleek het geval. Voor je rusthartslag, immuunsysteem en stemming kan zulk licht veel opleveren.’’ Een jaar, anderhalf soms. Zo lang duren die
projecten. Advies tegen jetlags om de effecten te verzachten, onderdeel van een project waarbij een e-learning over slaap gemaakt wordt dat Chrono doet voor NOC*NSF. „Als je in een vliegtuig stapt voor een verre vlucht, breng je je biologische klok flink in de war. Hoewel de één er meer last van heeft dan de ander, waaruit maar weer blijkt dat iedereen een eigen biologisch ritme heeft. Dus is het belangrijk om te weten hoe dat werkt én hoe je daar met elk individu het beste mee omgaat.”
Defensie is een andere grote klant. Daar is slaap het belangrijkste onderzoeksgebied voor het Groningse bedrijf. En dat is best een doorbraak. Wie weleens het tv-programma Kamp van Koningsbrugge heeft gezien, weet dat gebrek aan slaap wordt ingezet om soldaten hard te maken. Maar duidelijk is in die serie ook hoeveel invloed zo’n slaapgebrek heeft op prestaties, veiligheid en welbevinden.
ESSENTIEEL VOOR MILITAIREN
„Voor militairen is het essentieel om altijd paraat te zijn en in actie te kunnen komen. Ook hier kijken we naar individuele verschillen. We denken dat de groep sterker wordt door onderscheid te maken in het slaapritme van de militairen. Door dat aan te passen kun je ervoor zorgen dat iedereen zo goed als mogelijk op zijn best is. Afgezien daarvan is de vraag wat je doet met de slaap bij een langdurige inzet een interessante.’’
Iedereen zijn eigen ritme. Dat is zo’n beetje de heilige graal van de chrono-wetenschap. Vraag is dan wel: hoe meet je wie wat wanneer nodig heeft? Dat is waaraan Chrono@Work nu werkt, samen met Defensie. „Denk aan een slim horloge waarop je je eigen biologische klok ziet. Met die kennis kun je je dag beter indelen. Wanneer eet je, slaap je, ga je in het licht of juist in het donker, rust je en sport je. Zoiets kan levens redden.”
Op basis van alle data die het horloge verzamelt, voorspelt de technologie hoe de biologische klok tikt. Melatonine is hierbij essentieel. De grafiek van de hormoonspiegel vertelt hoe het biologische ritme van een individu werkt. Met slim gebruik van het hormoon zelf is het mogelijk iemands biologische klok wat te verschuiven. Dat weet de markt, die al een tijd melatonine verwerkt in allerlei producten die zouden moeten helpen met (in) slapen. Maar hoe je dat inzet is specialistenwerk en het gebruik van het juiste licht op de juiste tijd is net zo sterk.
SLAAP EN MELATONINE
„Wij kregen ook steeds vaker vragen van particulieren over slaap en melatonine, dus hebben we besloten er wat mee te doen. Sleep in Sync hebben we dat genoemd. Dat is eigenlijk de eerste keer dat we ons op de B2Cmarkt begeven. Maar dan wel serieus. Wij bieden niet zomaar producten aan. We willen eerst weten welke klachten iemand precies heeft en doen een interview vooraf of laten een vragenlijst invullen. Als we denken dat die klachten kunnen worden verholpen met advies over de biologische klok, willen we de melatonine meten. Dat betekent dat de klant op verschillende tijdstippen van de dag buisjes vult met speeksel. Die krijgen wij binnen en onderzoeken we op het laboratorium. Vervolgens sturen we een rapport op met daarin een advies. Dat is veel werk en niet goedkoop. Als we naar aanleiding van het gesprek of de vragenlijst denken dat de klant beter naar een andere oorzaak dan melatonine kan kijken, dan zeggen we dat meteen.’’
De biologische klok beïnvloedt ieders leven
De biologische klok beïnvloedt ieders leven. Voorlopig blijft Marijke Gordijn dat nog wel uitleggen, net als haar collega’s. Ze schreef er ook het boek De klok met duizend wijzers over (2023). „Het zou heel goed zijn als we er allemaal meer rekening mee houden. Dat is waarom wij hier met zijn allen zo graag aan werken.’’

De jarenlange ambitie van dakdekkersbedrijf DNN Groep in Emmen om de dakenbranche te verduurzamen, werpt vruchten af. ,,Het streven om voor 2030 te beschikken over bitumen dat voor de helft uit gerecycled materiaal bestaat, is voor de onderlaag nu al gehaald’’, zegt algemeen directeur Martijn Kerkdijk. ,,Voor de toplaag is dat 35 procent.’’
DNN Groep is partner voor aannemers, woningcorporaties, gemeenten en zorginstellingen in grote nieuwbouw- en renovatieprojecten. Met ruim zestig vaste medewerkers en een flexibele schil van zoín veertig vakmensen behoort het familiebedrijf tot ÈÈn van de grotere partijen in de branche. Kerkdijk: ,,We streven niet alleen naar het realiseren van platte daken met een lange levensduur, maar kiezen er bewust voor om bij te dragen aan verduurzaming. Daarbij willen we gebruik blijven maken van bitumen, omdat het weersinvloeden goed kan opvangen en tientallen jaren meegaat.í' Bitumen wordt echter gewonnen uit ruwe olie en komt overwegend uit ZuidAmerika. Hergebruik biedt kansen om de aanvoer van nieuwe grondstoffen fors terug te dringen en mede dankzij bedrijven als DNN Groep volgen de ontwikkelingen op dit gebied elkaar snel op.
Breed gedragen
Als circulariteit geen lege marketingterm is, maar een missie die door de hele organisatie gedragen wordt, kan succes op dat gebied bijna niet uitblijven. Al in 2022 formuleerde DNN doelen voor de korte en lange termijn, om in de branche aanjager te zijn op het gebied van circulariteit en duurzaamheid. Sinds 2023 wordt uitsluitend gewerkt met bitumineuze dakrollen van WÈdÈflex en de IKO Atelia-range.
‘We liggen voor op onze circulariteitsdoelstelling voor 2030’
,,Bitumen is volledig recyclebaaríí, zegt salesmanager Marcel Murris. ,,De bitumineuze restanten en snijafval zijn goed te scheiden en in te zamelen, al vereist het uiteraard wel beleid, draagvlak en discipline.íí Begin 2023 sloot DNN zich aan bij Bitumen Recycling Network en werd het inzamelen van snijrestanten van bitumen, EPS- en PIR-isolatie een gewoonte. Het materiaal wordt door fabrikanten teruggenomen en verwerkt tot grondstoffen voor nieuwe producten. Murris: ,,Onze ambitie wordt breed gedragen in de hele organisatie. Inmiddels vullen onze medewerkers zoín 65.000 kilo snijrestanten per jaar. Aanvankelijk was het een pilot, maar sinds een jaar kunnen andere dakdekkersbedrijven zich


ook aansluiten bij BRN. We hopen dat ze dit massaal gaan doen, zodat we gezamenlijk het percentage gerecycled materiaal in nieuwe bitumen verder kunnen laten stijgen.íí
Recycling sloopdaken
Op korte termijn gaat DNN de eerste sloopdaken recyclen. Kerkdijk: ,,Tot nu toe gaan sloopdaken nog naar de verbrandingsoven omdat het materiaal gezien wordt als afval en niet als grondstoffen. Dat is jammer, omdat met name APP-bitumen (Atactisch Poly-Propyleen) volledig gerecycled kan worden. De verbranding zorgt bovendien voor extra CO2-uitstoot. Samen met een aantal opdrachtgevers onderzoeken we de mogelijkheden om dit te voorkomen. Een ander voorbeeld is het integreren van biobased isolatiemateriaal in het platte dak. Dat is uitdagend vanwege de verschillen in vochtgehaltes tussen een dakopbouw en de gevel. Daarnaast gaan we PIR-platen met minimaal de helft biobased grondstoffen verwerken en ook de mogelijkheden van mycelium of andere plantaardige producten worden onderzocht.íí
Nieuw pand
Voor de verwerking van sloopdaken en opslag van snijrestanten heeft DNN steeds meer behoefte aan meer ruimte. Kerkdijk en Murris kijken dan
ook uit naar de oplevering van het nieuwe onderkomen, dat dit jaar gebouwd wordt aan de A37. De oplevering staat gepland voor februari 2027. Op de nieuwe locatie wordt een milieustraat gerealiseerd, waar op den duur ook andere dakdekkersbedrijven hun materialen voor recycling kunnen aanbieden. De productieruimte, waar prefab dakelementen op maat worden gebouwd, wordt ruim twee keer zo groot en het nieuwe pand beschikt tevens over veel meer kantoorruimte.
Voor opdrachtgevers legt DNN al jaren groene daken aan, waarbij de beplanting onder meer bijdraagt aan biodiversiteit en waterbeheer. ,,Uiteraard krijgt ons nieuwe pand ook een groen dakíí, zegt Martijn Kerkdijk. ,,In alle opzichten wordt het een gebouw dat niet alleen voor ons prettig is, maar ook een inspiratieplek is voor gasten. Wij nemen graag het voortouw in verduurzaming, maar hebben andere partners in de keten nodig om nog meer vooruitgang te boeken. Daarom houden we onze duurzame ambities niet voor onszelf, maar delen we ze met zoveel mogelijk anderen.íí dnn.nl
Honderden start-ups zien jaarlijks het levenslicht. Veel daarvan groeien op tot een stabiele onderneming, sommige stranden vroegtijdig, een heel klein deel verovert de wereld. Wie zijn die starters, wat willen ze, wat doen en laten ze ervoor, waar willen ze heen? Start Me Up duikt in een wereld vol beloften, onzekerheid, doorzettingskracht, visie en hard werken.
Wie Jarno Klijnsma
Wat commerciële short video content
Waar Joure
Waarom om bedrijven te helpen groeien
Wanneer sinds 2024
Hoe door middel van een poule freelancers en een uitgekiend proces
TEKST JEAN-PAUL TAFFIJN
FOTO NIELS DE VRIES
Auto’s zijn alom tegenwoordig in het kantoor van Shortclips in eenbedrijfsverzamelgebouw in Joure. Foto’s, boeken, miniaturen, een legomodel. Dat is een uiting van de liefhebberij van oprichter en eigenaar Jarno Klijnsma. Hij heeft – hoe fijn en afgezaagd – van zijn hobby zijn werk gemaakt, en maakt inmiddels mooie stappen. Zijn bedrijf maakt in binnen- en buitenland korte filmpjes die bedrijven op verschillende platforms aan de man brengen.
Die auto’s zijn nog altijd een belangrijk deel van zijn bestaan, maar lang niet zo erg meer als pakweg vijf jaar geleden. Klijnsma (24) fotografeerde als hobby mooie wagens. Toen hij zijn foto’s op de socials begon te plaatsen, gebeurde er iets moois: de eigenaren van de bolides hielden van dat fotowerk en vroegen om meer. „Vaak waren dat ondernemers, die me vervolgens vroegen ook voor hun bedrijf foto’s te komen maken.’’
BEWEGEND BEELD
Zo kantelde de hobby in een onderneming. Hij startte JKSocials naast zijn studie aan NHL Stenden. „Van het een kwam het ander. Ondernemers vroegen me of ik ook bewegend beeld maakte, dus besloot ik dat ook te proberen.’’
Het eerste filmpje bleek een schot in de roos en had weer alles met auto’s van doen. „Ik maakte een clip van een Porsche die door de garage werd afgeleverd bij een mooie boerderij. Nieuw was dat de

eigenaar van het autobedrijf daarin rechtstreeks de kijkers toesprak. Dat zag je toen nog nergens, maar het sloeg enorm aan.’’
Klijnsma rook kansen en zag dat de aanvragen steeds meer verschoven van foto naar video. „Een van de belangrijkste besluiten die ik heb genomen, was in 2024. Ik besloot mijn studie te stoppen en me volledig te gaan richten op het maken van video’s. Onder de nieuwe naam, Shortclips.’’
Dankzij mond-tot-mondreclame breidde zijn klantenkring snel uit. „We kregen op zeker moment Makelaardij Friesland binnen. Dat was belangrijk. De filmpjes die we maakten, hadden een rechtstreeks effect. De makelaardij werd het snelstgroeiende bedrijf in die branche op de socials. Een dure boerderij werd verkocht aan mensen uit de Randstad die het anders nooit zouden hebben gezien. Vanaf dat moment kwamen nieuwe klanten ook binnen omdat ze ons werk zagen.’’
Klijnsma heeft het over ‘ons’, omdat hij al snel een collega aannam, en daarna een stagiair. Intussen breidde hij zijn vijver met freelancers steeds uit. „Dat moet als je wil groeien, en dat wil ik. Het editen van zo’n video bijvoorbeeld, is specialistisch werk. Dat kunnen onze freelancers veel beter en sneller. Ik richt me vooral op de business, hoewel ik ook nog regelmatig met de camera op pad ga, vooral bij de klanten van het eerste uur. Ja, vaak autobedrijven.’’
De twintiger pakt het serieus aan. Hij nam een mentor uit Brussel in de arm om hem te leren hoe hij zijn business verder uitbreidt. Shortclips doet meer dan filmpjes maken, vertelt hij. „Wij zijn echt een partner. Eerst willen we alles over het bedrijf weten en uitvinden wat de doelgroep is. Dan kunnen we een plan maken voor de inhoud van de video’s, maar ook alles eromheen: wanneer, welk platform, hoeveel? Het gaat om het effect. Dat meten we ook, zodat we continu kunnen bijsturen. Kijk, het grote verschil is, denk ik, dat wij video’s maken vanuit de kijker. Wat wil die zien? Veel bedrijfsmatige clips die je ziet zijn vanuit het oogpunt van het bedrijf gemaakt. Dat is zenden, en niet wat je wil. Daar zit de doelgroep meestal niet op te wachten.”
Shortclips werkt met abonnementen, waarin alles is inbegrepen. „Het is geheel ontzorgen. Wij zorgen voor conversie en aandacht. Sommige klanten blijven een paar maanden bij ons en hebben hun doel bereikt, andere bedienen we veel langer. Het is maar wat de klant wil, maar het gaat altijd om resultaatgerichte groei.”
De grote vraag naar toekomstbestendige woningen vergt niet alleen volume, snelheid, efficiency en kostenbesparing. Deze tijd verlangt ook steeds meer natuurlijke materialen en minder uitstoot. Wat bepalend wordt, zijn betere samenwerking en het delen van kennis vroeg in het bouwproces. Building the Future: wij helpen je!
Patrick Looper en Eelke Buis vormen het directieteam van BTF Prefab in Wolvega. Een gezond en dynamisch bedrijf met een schat aan kennis en ervaring. Met een even ambitieuze als nuchtere visie op de bouw. ÑDoor kennis, digitalisering, gezondheid en samenwerking in de keten te verbinden naar biobased prefab oplossingen wordt de bouw beter, meer inzichtelijk en duurzaamî, vat Patrick Looper, commercieel directeur, het samen.
BTF beschikt over een grote en goed geoutilleerde fabriekshal met ruim voldoende capaciteit om gestaag verder te groeien. Met kennis en hoogwaardige prefab elementen ontzorgen ze aannemers en bouwbedrijven in het hele land, van nieuwbouwcascoís en renovatiedaken tot en met het optoppen van flatgebouwen met biobased prefab elementen. Al vanaf 2008 is het bedrijf gespecialiseerd in houtskeletbouw van wanden, vloeren, daken en tal van andere elementen. Met een sterk gedigitaliseerd productieproces legt het ervaren team zich steeds verder toe op het produceren van prefab met biobased materialen, stelt Eelke Buis, operationeel directeur van BTF.
ÑHet inzicht in het gehele bouwproces en onze kennis, ervaring en digitalisering in productie maakt BTF tot specialist in prefab en biobased prefab, tot een partner die ontzorgt. Alles draait om efficient, betrouwbaar en duurzaam bouwen met een consistente kwaliteit. De mens is voor ons het uitgangspunt. Als bewoner van een huis, als ontwerper, ontwikkelaar, als producent, als onderdeel in de bouwketen. Het beste product maken voor een ander mens vraagt om respect voor elkaars opvatting en gezondheid in iedere fase.î
ÑGoede woningen bouwen vraagt om aandacht in ontwerp, berekening, productie, montage en oplevering. Het maakt dat mensen graag in de bouw willen werken, ook bij BTF Prefab. Als prefab en houtskeletbouwspecialist, dragen we bij door een snellere bouwtijd, hogere kwaliteit en lagere kosten. Daar hoort voor ons bij dat het proces in de bouw beter en duurzamer moet en kan. Met steeds meer natuurlijke materialen en sterkere aandacht voor de mens.î
BTF staat voor Building the Future en dat betekent elkaar helpen in het complexe proces van de bouw. Patrick Looper: ÑWat ons betreft hoort bij bouwen aan de toekomst dat je het bouwproces anders inricht. Niet meer langs traditionele, hiÎrarchische lijnen en druk zetten om even een prijsje te maken. Wij geloven in het bouwen van langdurige relaties en in de ambitie van betrokken bouwteams, die vanuit dezelfde visie aan een project werken. Vroegtijdig met alle disciplines om tafel om de beste oplossing of het beste product voor een bewoner of gebruiker tegen de beste prijs te willen ontwerpen en maken. Samenwerken en kennis delen vanuit ieders expertise is de basis van duurzaam succes in de bouw.î

ÑDie manier van werken en denken om elkaar en producten beter te maken, is ook nodig om te innoveren en op te schalen. Het is beide nodig, willen we niet alleen kunnen voldoen aan de stijgende productievraag, maar ook aan de noodzaak van betaalbaarheid, kwaliteit en verduurzaming.î
Welke rol spelen biobased materialen in de bouw en het bouwproces van nu? Patrick Looper: ÑJe mag gerust stellen dat onze wet- en regelgeving nog niet is ingericht op grootschalige inzet van meer natuurlijke materialen in de bouw. Dat is jammer, want de mogelijkheden daarvan zijn groot. Het vergt alleen wel anders denken in iedere fase, van ontwerp tot en met realisatie. Daarom is kennis en samenwerking zo cruciaal om het in de praktijk van vandaag al toe te passen. We sturen in onze Nederlandse manier van bouwen sterk op het toevoegen van techniek, bijvoorbeeld om te koelen, te verwarmen en te ventileren. Als je uitgaat van de werking van natuurlijke materialen, dan is een deel van die techniek feitelijk niet nodig. Wil je stappen maken, dan gaat het er niet om een nietnatuurlijke materiaal te vervangen door de natuurlijke tegenhanger: je gaat immers bouwen met een materiaal dat andere eigenschappen heeft. Daarom is het belangrijk met elkaar vroeg in dat ontwerp- en bouwproces te stappen en elkaar vanuit inhoudelijke kennis te bevragen.î ÑMeer kennis en samenwerking is ook nodig om
kritisch te blijven op wat we wel en niet doen. De laatste paar jaar neemt het aantal natuurlijke isolatiematerialen snel toe. Hennep, lisdodde, kurk, mycelium, riet, jute, leem, cellulose, het is er allemaal en ze hebben prachtige eigenschappen. Op tal van plekken schieten initiatieven uit de grond en de ene fabriek schaalt nog sneller op dan de andere. De vraag die daarbij past, wat wijsheid is. Er kan heel veel, maar moet je alles ook willen? Laten we alles aan de markt over of sturen we scherper op duurzaamheid en betaalbaarheid om grote volumes in de bouw blijvend mogelijk te maken, zeker met de toename van fabrieksmatig bouwen?î
De ambitie om het met elkaar beter te doen is omdat het kan. BTF, biobased prefab bouwers met ervaring en passie. Een sterk geautomatiseerd en dynamisch bouwbedrijf in Wolvega waar mensen tellen. Bouwen aan de toekomst betekent voor BTF elkaar helpen door in te zetten op kennis en samenwerking. btfprefab.nl
Honderden start-ups zien jaarlijks het levenslicht. Veel daarvan groeien op tot een stabiele onderneming, sommige stranden vroegtijdig, een heel klein deel verovert de wereld. Wie zijn die starters, wat willen ze, wat doen en laten ze ervoor, waar willen ze heen? Start Me Up duikt in een wereld vol beloften, onzekerheid, doorzettingskracht, visie en hard werken.
Wie Cindy Semeijn, Marc van der Maarel, Alle van Wijk en Mariska van der Hoek
Wat glycogeen uit micro-algen
Waar Groningen
Waarom om duurzame geproduceerde glycogeen op de markt te krijgen
Wanneer sinds 2024
Hoe door middel van wetenschappelijke kennis
TEKST JEAN-PAUL TAFFIJN FOTO GEERT JOB SEVINK
Een jonge huid, dat willen we toch allemaal? Hydrateren is dus het credo. De cosmetische industrie zoekt vrijwel continu naar middelen om dat beter voor elkaar te krijgen, zodat crèmes veel toegevoegde waarde hebben, en daarmee veel verkoopwaarde. Als je het over hydrateren hebt, dan is glycogeen een geweldig middel. In dit Groningse geval een prachtig, natuurlijk product, gemaakt door microalgen.
Glycogeen dus, het komt veel voor. In ons lichaam heeft het als functie om energie uit glucose korte tijd op te slaan. Dat doet vet ook, maar dat is meer voor de lange termijn. Het type alg dat dit bedrijf gebruikt, slaat veel glycogeen op, maar helemaal geen vet. Je moet het alleen wel even weten te oogsten. En dat is wat ModAlgae kan. De Groningse start-up ontwikkelt een manier om de specifieke microalgen schaalbaar te kweken en er de werkzame stof uit te winnen.
COSMETISCHE TESTS
In een nagelnieuw laboratorium in het al even nieuwe Feringagebouw op de Zernikecampus gebeurt het allemaal. Daar veranderen microalgen in een wit poeder: het algenglycogeen in droge vorm. De eerste cosmetische bedrijven testen er al mee, terwijl ModAlgae nog geen twee jaar bestaat.
„Hoogleraar Marc van der Maarel doet er al veel langer onderzoek naar”, vertelt Mariska van der Hoek. Zij is CEO en co-founder van het jonge bedrijf. „Hij was mijn scriptiebegeleider en vertelde me over zijn onderzoek. Later besloten

we samen met Alle van Wijk en Cindy Semeijn ModAlgae op te richten. Wij zien allemaal grote kansen vanwege de duurzame, biologische manier waarop wij dit unieke glycogeen winnen.”
In eerste instantie mikte de hoogleraar op sportvoeding, omdat glycogeen ook daarin een belangrijke rol kan spelen. „Dat idee hebben we nog niet helemaal laten varen”, vertelt Mariska van der Hoek. „Maar we hebben besloten ons eerst te richten op personal care. De goedkeuringstrajecten zijn in die branche korter, de marges hoger en de volumes kleiner. Dat past beter bij een startende onderneming zoals wij. En ons glycogeen kan daar een prachtige toevoegde waarde leveren.”
TUSSEN LAB EN PILOT
De productie van de start-up zit inmiddels ergens tussen laboratorium en pilot in. Van der Hoek: „We kweken al 40 liter per batch. Dat kan nog hier in het laboratorium, maar we willen snel opschalen naar een eigen locatie. In 2028 moet er een commerciële proeffabriek draaien, waarin we tientallen kilo’s glycogeen produceren.”
‘We hebben besloten ons eerst te richten op personal care’
Ambitie zat. Dat heeft te maken met het proces dat ModAlgae steeds beter onder controle heeft. „We gebruiken een specifiek type microalg die gewoon uit de natuur komt. Deze alg is extremofiel, hij houdt van donkere en extreme omstandigheden, zoals een heel lage zuurgraad. Die omgeving kunnen we hier goed nabootsen, zodat we de algen kunnen laten groeien zoals wij dat willen. Ze leven van suiker die hier uit de buurt komt. Wij zorgen voor de perfecte omstandigheden door te sturen op luchttoevoer, pH-waarde, temperatuur, voeding en licht.”
Als de diertjes na pakweg een week klaar zijn om geoogst te worden, is het tijd voor een andere speciale truc van de Groningse start-up. „We breken de cellen open en winnen het glycogeen. Die is in water oplosbaar en wij hebben een manier gevonden om door middel van filtratie de droge stof te scheiden.”
Om schaalbaar te zijn, moet het productieproces precies herhaalbaar zijn en het product steeds exact hetzelfde. En wat dat betreft is ModAlgae al een heel eind. De signalen staan op groen. Subsidies zijn toegekend, het eerste investeringsgeld stroomt binnen.
Paspoort
Naam Marcella
Ensel-Boonstra
Geboren 11 oktober 1968 in Dokkum
Opleiding vwo en Bedrijfskunde
Getrouwd ja, met Hartog Ensel
Kinderen twee
Loopbaan Ensel
Staalkonstrukties, lid RvC
Rabobank Drachten Noordoost Friesland, RvT Sionsberg/CCN, AB Dockinga College, AB Pro Dokkum, voorzitter Metaalunie Noord, voorzitter VNO-NCW MKB Noord (sinds december 2025)
Eerste baan secretaresse
Ontspanning sporten, reizen en golfen
Ondernemen of besturen? ondernemen
Twee maanden nu is Marcella Ensel-Boonstra de nieuwe voorzitter van VNO-NCW MKB-Noord. Ze nam de voorzittershamer over van Sieger Dijkstra. Vol met energie begint ze aan een nieuwe baan als bestuurder, waarbij ze hoopt dat ze invloed kan hebben op ondernemers: „Ieder klein steentje dat ik bij kan dragen is mooi meegenomen.”
TEKST MARCO KUIPER FOTO’S SIESE VEENSTRA
De eerste weken als voorzitter van VNO-NCW zitten erop. Hoe bevalt het tot nu toe?
„Het bevalt heel goed. Ik ontmoet veel nieuwe mensen en kom in allerlei netwerken. Iedereen wil met je kennis maken, je mening horen en even met je praten maar dat is ook leuk. Op kantoor van VNO-NCW MKB in Groningen voelt het aan als een warm bad. De enige valkuil tot nu is dat ik mijn agenda goed moet bewaken, zeker in combinatie met mijn verschillende werkzaamheden.”
Je blijft actief ondernemen bij je eigen bedrijf, Ensel Staalkonstrukties, samen met je man. Wordt je rol hierbij minder actief of passief?
„In principe ben ik twee dagen in de week werkzaam voor VNO. Of dit nu hele dagen of dagdelen zijn maakt niet uit. Wel besef ik dat ik het eerste halfjaar veel extra tijd ga investeren. Dat is niet erg, ik ga altijd voor de volle honderd procent.”
„Daarnaast blijf ik volledig werkzaam in ons bedrijf, samen met mijn man en sinds een tijdje zijn onze zoon en schoonzoon ook toegetreden tot het bedrijf, als derde generatie. Wél worden er dingen ietwat verschoven en anders ingedeeld, wat betekent dat ik flexibel ben en goed kan schakelen. Ik heb weinig lege momenten in een normale week.”
VAST RITUEEL
Om door de drukke werkdagen toch nog voor ontspanning te zorgen, heeft Marcella een vast ritueel. Iedere ochtend rijdt ze om 6 uur naar de sportschool om te gaan sporten. „Dat is echt een moment voor mijzelf. Als ik die kant oprijd en allemaal busjes en auto’s met mensen onderweg naar hun werk tegenkom, dan besef ik dat het een luxe is dat ik ga sporten op dat tijdstip.’’
Het creëren van een (vast) moment voor jezelf is ook belangrijk. „Zeker door sport ga je goed in je vel zitten waardoor je fit bent en dus ook beter presteert op de werkvloer.’’
Het ondernemen heeft Ensel vanuit huis meegekregen. „Na het afronden van het vwo ben ik meteen gaan werken. Pas later, toen ik 40 was,
heb ik bedrijfskunde gestudeerd wat veel deuren voor mij heeft geopend. Tijdens de studie werd ik benaderd door de Rabobank om toe te treden tot de Raad van Commissarissen van de regio Drachten en Noordoost Friesland. Sinds 2014 ben ik lid van de RvC. Eind dit jaar treed ik hier uit, dan zit de laatste termijn erop.”
„Voor mij is het ook belangrijk dat ik inhoudelijk een bijdrage kan leveren; op zowel ondernemend als bestuurlijk gebied. Zo probeer ik ook invloed te hebben in het onderwijs en de zorg, twee belangrijke pijlers, ook in NoordNederland.”
Ensel geeft ook aan dat het onderwijs en de zorg belangrijk zijn voor de regio. „Het is mooi dat er veel studenten studeren aan de hogescholen en universiteit, maar het is ook zaak dat ze in de regio blijven. Of nog mooier: terugkeren na een studie elders.”
Wat wil je over vier jaar, aan het einde van de eerste termijn als voorzitter van VNO-NCW, hebben bereikt?

„Ik wil de leden meer betrokken laten worden, dat ieder lid hoe groot of klein zich gehoord gaat voelen. Natuurlijk halen we, samen met de regiomanagers informatie op, maar het zou mooi zijn als ondernemers ook actief bij ons aankloppen voor adviezen, problemen waar ze tegenaan lopen en het delen van kennis.”
„Daarnaast hoop ik dat ik mijn energie kan geven, maar ook kwijt kan. Ik wil samen doelen stellen en hier vol voor gaan. Als ik aan het eind van de termijn niet alleen overleg heb gehad met de ondernemer, maar diegene ook echt heb geraakt en geholpen dan is het geslaagd.”
PLANNEN KABINET
Met de publicatie van de plannen van het nieuwe kabinet breekt er een nieuwe fase aan voor ondernemers. VNO-NCW kijkt gematigd positief tegen de plannen aan. „Er wordt veel geïnvesteerd, maar ook streng bezuinigd. Ondernemers hebben behoefte aan stabiliteit en willen net als het kabinet aan de slag.”
Verder is Ensel van mening dat de Lelylijn een impuls kan geven aan het Noorden. „Het zou het woon-werkgebied in het Noorden vergroten. We hebben al grote bedrijven en voorzieningen zoals het UMCG en de RUG. Als we meer voorzieningen in Noord-Nederland krijgen, dan kunnen we aantrekkelijke banen creëren. Als dat lukt dan is het voor alle niveaus aantrekkelijk om hier te werken én te wonen. Er zijn nu genoeg mensen die goede banen hebben in het Noorden maar hier niet wonen. Dat zou anders moeten kunnen.’’
„Noord-Nederland zit vol met kleine en middelgrote bedrijven die nu vaak hinder ondervinden van veel wet- en regelgeving. Dat is voor ons een speerpunt om aan te pakken, hoe lastig dit ook is.’’
Voor zowel VNO-NCW als MKB Noord is het lobbyen een belangrijke methode. „Soms is het bij lobbyen lastig om verder te kijken dan de korte termijn. Het is echt iets voor de lange termijn, het is investeren in de toekomst.’’

Meiwurkje uitzendbureau in Joure: persoonlijke aandacht, korte lijnen en oplossingsgericht. Voor mensen die willen werken en voor het mkb in de regio dat mensen zoekt. Frieda, Gerda en Ramona over doen wat nodig is om mensen en werk te verbinden.
Samen zijn ze goed voor ruim 60 jaar uitzendervaring in Friesland. Ze zijn alle drie al gelouterde intercedenten als ze in 2023 uitzendbureau Meiwurkje in Joure overnamen. Ze doen als eigenaren van hun bedrijf nog steeds wat

ze het liefste doen: mensen in de regio aan het werk zetten en helpen met scholing. Wie vlot een bijbaan of werk zoekt in de techniek, bouw, transport, ICT, schoonmaak, detailhandel of horeca belt met Frieda, Gerda of Ramona. Ze maken het leven niet ingewikkelder dan het is. Meiwurkje staat voor mensen, werk en scholing.
ÑMensen met plezier aan het werk helpen waar zij het naar hun zin hebben. Als er iets is, het oplossen. Luisteren naar wat iemand vraagt, klaarstaan voor elkaar. Doen waar Meiwurkje voor staat: werkgevers helpen aan goede mensen, mensen helpen aan een fijn werk. Dat is voor ons samen verder komenî, zegt Frieda.
ÑWe zetten veel in op ontwikkeling. Wat is er nodig om iemand verder te helpen, dat is de vraag. Met een taalcursus, een training digitale vaardigheden, een specifieke opleiding? We weten de weg naar opleidingsbudgetten, onder meer via Stichting Doorzaam. We doen ook mee aan landelijk onderzoek naar duurzame inzetbaarheid van uitzendkrachten. Het gaat er om dat mensen goed aan het werk kunnen blijven en later ook gezond ouder kunnen worden,î stelt Gerda.
ÑHet is zo leuk om te zien hoe mensen reageren op wat we voor hen doen, ze teruggeven wat tijd en aandacht naar elkaar doet. Ieder op zín eigen manier, in je eigen taal, of dat Frysk, OekraÔens of Nederlands is: hier ben je welkom om je weg naar werk te vindenî, voegt Ramona toe.
Gerda, Frieda en Ramona zijn even nuchter als praktisch. ÑNiet iedereen wil of kan via een online portaal alles rond zín werk regelen. Vinden we geen probleem. Waar het om gaat is dat je mensen helpt bij wat ze graag willen: net als wij met plezier kunnen werken. Geen poespas, maar doen wat nodig is om dat voor elkaar te krijgen.î
Plezier houden in werk en dat overbrengen. Ook op scholen, waar ze jongeren kennis laten maken met solliciteren, een cv maken of een gesprek voeren. Maar ook door in hun gemeente Fryske Marren Pastiel te ondersteunen met raad en daad En met datzelfde plezier ook sponsor zijn van sc Heerenveen. Meiwurkje in Joure: mensen en werk in de regio verbinden.
meiwurkje.nl









Voor 8.15 uur op werkdagen besteld, dezelfde dag geleverd (mits product voorradig).
WPA-Robertus is als toeleverancier voor de akkerbouw, veehouderij, bloembollentelers,boomkwekerijen,loonwerkers,hoveniers,retail,gemeentes



Eenvoudig bestellen met behulp van onze vernieuwde bestelapp!






Door de persoonlijke, deskundige advisering en een snelle uitlevering streven








EEW Energy from Waste Delfzijl verwerkt afval en slib tot hernieuwbare energie en grondstoffen voor andere bedrijven in de Eemsdelta. EEW wil graag verder verduurzamen. De middelen zijn er, de vergunning ook. Directeur Wilfred de Jager: „We kunnen meer dan we nu al doen.”
Op enkele kilometers van Delfzijl vormen tal van innovatieve bedrijven samen Chemport Europe, een ecosysteem van bedrijven in de chemie en groene grondstoffen. Voorzieningen zoals transportsystemen voor stoom, perslucht en proceswater worden gemeenschappelijk gebruikt. Samen verduurzamen ze de Nederlandse chemiesector, door stap voor stap fossiele energie en grondstoffen te vervangen door hernieuwbare energie en dito grondstoffen. In dat ambitieuze landschap zorgt EEW voor stoom en warmte, perslucht en elektriciteit. Die energie en grondstoffen ontstaan dankzij de verbranding van bedrijfs- en gemeentelijk afval en de verwerking van slib.
Directeur Wilfred de Jager: ÑWe zijn er trots op dat we de meest innovatieve en de schoonste afvalverbrander van Nederland zijn, met de laagste uitstoot. Dat komt omdat we doen wat we kunnen. Niet allÈÈn voldoen aan de norm, maar alles uit de installatie halen wat maximaal haalbaar is. Kijk bijvoorbeeld naar onze NOxemissies, daar presteren we het om op de helft te zitten van wat volgens de vergunning is toegestaan. Daarmee zijn we verreweg de schoonste Afvalenergiecentrale (AEC) in een land wat op het stikstofslot zit! Ondanks dit feit willen we nog een stap verder. We spelen een dominante rol in de energietransitie, juist omdat alles wat we produceren, bijdraagt aan verdere vergroening van onze fabriek en van andere bedrijven in de Eemsdelta. Wij ontwikkelen steeds meer kennis over het terugwinnen van bruikbare grondstoffen, die wij ter beschikking kunnen stellen aan omliggende bedrijven. Op dit moment loopt er ook een challenge via ChallengeBase waar startups, scale-ups en innovatieve MKB bedrijven in binnen- en buitenland, een oplossing kunnen ontwikkelen die samen met ons geÔmplementeerd kan worden. Daarmee neemt de waarde die onze aanwezigheid heeft voor de rest van het industriegebied, op het gebied van verduurzaming en reductie van de CO2 uitstoot nog verder toe. Dat betekent heel concreet dat door onze aanwezigheid op Chemport, de gaskranen bij bedrijven bij ons in de buurt, gewoon dicht kunnen.î
‘Ondanks het feit dat we nu al de schoonste installatie hebben blijven we streven naar verdere verduurzaming’
Dat klinkt alsof u meer kunt verwijderen dan u nu al doet?
Wilfred de Jager: ÑOoit was een afvalverwerker het einde van de lineaire keten, waar al het afval van huishoudens en bedrijven op een hoop kwam te liggen. Stortplaatsen -met een enorme uitstootzoals je nog in het buitenland ziet, zijn hier verleden tijd. Afvalverwerkers zijn nu innovatieve bedrijven die aan het begin staan van de circulaire keten. Want hoe beter je in staat bent,


schoon, veilig en hygiÎnisch afval te verbranden en allerlei denkbare stoffen in dat complexe proces te scheiden, hoe meer niet-fossiele energie je opwekt en hoe meer hernieuwbare grondstoffen je uit de rookgassen haalt. We kunnen veel meer dan we nu doen.î
Rem op verduurzaming en vermindering uitstoot
ÑDe regering wil de uitstoot bij afvalverwerkers verlagen en legt daarom zowel CO₂-kosten (via ETS en nationale heffing) als afvalstoffenbelasting op. Dat beleid is bedoeld om minder restafval te verbranden en afvalpreventie te stimuleren. In de praktijk stapelen de lasten zich op en neemt onze financiÎle ruimte voor investeringen sterk af, terwijl het afval niet werkelijk minder wordt , maar juist weglekt over de grens en tegen minder goede voorwaarden wordt verwerkt of zelfs gestort . Het afvalprobleem is niet zomaar opgelost, en restafval blijft voorlopig een realiteit. Wij doen er alles aan om dat afval zo duurzaam mogelijk te verwerken en de uitstoot daarbij stap voor stap te verlagen.î
Wat maakt die investeringen wel mogelijk? Wilfred de Jager: ÑOns doel is een negatieve footprint voor EEW Delfzijl in 2035. Het eerste deel, een investering van tweehonderd miljoen, is al gerealiseerd. We hebben in 2025 een monoslibverbrandingsinstallatie gebouwd waarin het rioolslib van de noordelijke waterschappen wordt omgezet in groene energie. En we ronden dit jaar de bouw van onze kunststof sorteerinstallatie
Wilfred de Jager
rEEWcycle plastics af. Deze installatie maakt het mogelijk om plastic uit afval te sorteren en aan te bieden voor recycling.î
ÑNaast de levering van schone energie en hernieuwbare grondstoffen, hebben we twee pilotinstallaties gebouwd voor het afvangen van zowel CO2 als NOx om uitstoot verder te beperken. Als de politiek het ons mogelijk maakt, willen we graag verder investeren in het bouwen van een grootschalige CO2 installatie, een installatie voor de terugwinning van bicarbonaat (bakpoeder), terugwinning van fosfaat en in een superbatterij. Als de testen met de NOx installatie goed uitpakken, kan dit zelfs een gamechanger worden op landelijke schaal.î
Eerste circulaire chemieregio ter wereld
Overheden, bedrijven en kennisinstellingen hebben notabene in december de samenwerkingsovereenkomst Chemport Europe 2026-2030 gesloten, met als doel NoordNederland tot de eerste circulaire en groene chemieregio ter wereld te maken. Wilfred de Jager: ÑDaarom nodigen we gemeenten in het noorden en het Rijk uit om te komen kijken hoe EEW Energy from Waste juist bijdraagt aan de energie- en grondstoffentransitie!î
www.eew-energyfromwaste.com


