NO
DONDERDAG 9 MEI 2019
Geen containerhaven in de Eemshaven is eigenlijk van de zotte Willem Swinkels
Advertentie
Zoeken naar de lekkerste én beste aardappel Als Nederlanders eten we met elkaar jaarlijks ongelooflijke hoeveelheden aardappels. Maar allang niet meer alleen in de vorm van de traditionele gekookte aardappel, geserveerd met groente en vlees. Ook in de vorm van chips en frites zijn we enthousiaste aardappeleters. C. Meijer BV legt zich al bijna honderd jaar toe op de handel, het ontwikkelen en introduceren van aardappelrassen die zich in tal van opzichten onderscheiden van de 'gewone' aardappel.
„Wat is een 'gewone' aardappel?”, stelt Hendrie Poppe, Field Specialist bij Meijer. „Voor het gemak bedoelen we daar de aardappel mee waar de consument al decennia vertrouwd mee is. Maar tegelijk zien we dat de aardappelconsumptie afneemt. De Nederlander eet steeds minder aardappels. Waarom? Omdat smaken veranderen. Als Meijer zijn we alert op die ontwikkelingen en anticiperen daarop door voortdurend te innoveren in nieuwe rassen.” Er zijn op het kweekbedrijf in Rilland enorme stappen gezet in de onderzoek en ontwikkeling. „We staan aan begin van een periode waarin een hele serie nieuwe rassen zijn introductie gaat doen. Robuuste rassen met een hoge opbrengst en daarnaast een resistentie tegen belangrijke ziekten en plagen zonder concessies te doen aan de kwaliteitsniveaus. Mooie rassen voor onze klanten maar ook een uitkomst voor onze pootgoedtelers. Met deze telers hebben we een sterke band, telers moeten tevreden zijn, dat telt! We proberen de telers zeer regelmatig te bezoeken om te ondersteunen in teelt en bewaring. Dit ondersteunen we met diverse proefvelden om duidelijkheid te krijgen in specifieke teeltwensen. Er zijn vandaag de dag best veel uitdagingen die we hebben tav gewasbescherming en bemesting. Daarnaast hebben we in Rilland ook een nieuw kwaliteitsgebouw om partijen beter te beoordelen en te volgen. Niet alleen op uiterlijk, maar ook de inwendige kwaliteit wat vitaal pootgoed geeft is van belang! Daarnaast leren we tijdens de bezoeken ook van onze telers en de teelt van de rassen. Ervaringen in de pootaardappelteelt delen we weer met collega’s en klanten in binnen en buitenland.
Hendrie Poppe: 'We staan aan begin van een periode waarin een hele serie nieuwe rassen zijn introductie gaat doen.'
Zeker in de eerste teeltjaren van een nieuw ras is dit belangrijk. Naar de toekomst toe zal de relatie en het bezoek aan de telers steeds belangrijker worden. Juist om in een tijd van schaalvergroting en flinke arealen je rassen eerder te willen introduceren en vermeerderen is het belangrijk om een goede relatie te hebben en veel kennis van de teelt van dat ras te verzamelen. Rassen zullen in de toekomst sneller vervangen worden door nieuwe, dit betekent dat je vanaf het begin veel wilt weten voor een optimale teelt.
Maar ook andere redenen zijn aanleiding om nieuwe aardappelrassen te ontwikkelen. Meijer doet zaken met klanten in zo'n vijftig landen over de hele wereld, die overkoepelende of meer specifieke problemen en behoeften hebben. „Om een paar zaken te noemen: de toename van de wereldbevolking, de afname van geschikte landbouwgrond, het altijd dreigende gevaar van ziektes, de beschikbaarheid van water, de kwaliteit van dat water, de efficiëntie en de voedselveiligheid. De aardappel is nummer 3 voedselgewas, en groeit wereldwijd , zowel in de verse markt als verwerkt (friet en chips). ” Voordat een aardappel als ras geregistreerd wordt, is er vaak een ontwikkelproces van gemiddeld tien jaar aan vooraf gegaan. Poppe: „Elk jaar zetten we meer dan driehonderdduizend zaailingen (potentieel nieuwe rassen) uit. Daar blijft na één jaar drie tot vier procent van over. Dan volgen jaren van testen en beproevingen, met als resultaat dat er na tien jaar één ras overblijft, soms twee. We veredelen namelijk niet alleen ten behoeve van de consument. Die is weliswaar eindgebruiker, maar de hele keten -waaronder telers en verwerkers- moet rendement kunnen halen uit het nieuwe ras. Haalt het ras het, dan gaat de aardappel de hele wereld over als hoogwaardig pootgoed of wordt ze onder licentie geteeld.” www.meijer-potato.com
BRANDSTOF
D
e agrarische sector is de motor van de Nederlandse economie. Toch wordt de bedrijfstak van land- en tuinbouw en visserij nog wel eens over het hoofd gezien als het over ondernemerschap gaat. Het begin van meimaand leek de noordz-redactie een mooie moment om de diverse agrifoodsector in NoordNederland in woord en beeld te brengen.
Het citaat ‘Geen containerhaven in de Eemshaven is eigenlijk van de zotte’ is een uitspraak van Willem Swinkels, telg uit de Bavaria-familie Swinkels en CFO van Holland Malt. Je vindt deze quote terug op pagina 34.
Zo gingen we buurten op de visafslag van Harlingen. Dat leverde naast hele mooie plaatjes óók inzicht in golvende markt van de garnalenvisserij op. Want hoewel er te veel garnalen in de zee zwemmen, mogen vissers minder vissen. En om in de garnalen te blijven: op de Zernikecampus in Groningen maakt men medische coatings van de schalen die overblijven na het pellen. Overigens niet het enige afvalproduct dat in Noord-Nederland wordt hergebruikt voor nieuwe toepassingen. We maakten een overzicht. Aanvulling zijn meer dan welkom, via info@noordz.nl of onze sociale media (Twitter en LinkedIn).
aflevering van onze online video-serie noordz on-site gaan mede-presentator Gijs Nillessen en ik binnenkort op bezoek bij Annechien ten Have, boerin in Beerta. Samen met haar gezin runt ze een innovatieve, duurzame en energieneutrale varkensboerderij: Hamletz. De familie Ten Have werd eind maart ‘Agrarisch Ondernemer van het Jaar’ en volgens de jury ‘een voorbeeld voor de varkenshouderij’. Hoe runt de familie haar onderneming? De agrarische sector zal moeten meebewegen om de motor van onze economie te blijven. Een veelzijdige blik in de toekomst mag in noordz niet ontbreken. Hoe die toekomst eruit ziet? Minder regelgeving, meer circulair en af van massaproductie, zeggen respectievelijk Jakob Bartelds (LTO Noord), Gert Jan Euverink (RUG) en Welmoed Deinum (boer). Dat vergt overigens wel een andere mindset dan die van de gemiddelde Nederlander: bedachtzamer zijn over onze eigen benodigde brandstof.
Digitaal is deze meimaand nog veel meer over ons thema te vinden. Voor de tweede
COLOFON
INHOUD
noordz is een bijlage van NDC mediagroep
04
Een beetje van het activisme van Tim Noakes De Spiegel, met Jan Buining
Samenstelling & eindredactie Gerda Douma, Karlijn ter Horst, Theo Zandstra, Janna Zuiderveld
07
Bloemen zaaien Column Ronald Mulder
12
Blik in de toekomst Een drieluik
16
Aardappelen tussen de studenten In het Avebe Innovation Center worden dingen ontwikkeld ‘die niet voor de hand liggen’
23
Een kwestie van balans Een dagje op de visafslag van Harlingen
26
Infographic: Hoe duur is de grond? Een overzicht van grondprijzen in Noord-Nederland
31
CleverDesk: ‘Steeds slimmer maken’ Hoe staat het ervoor met de startup die al eerder in noordz de revu passeerde?
34
Mout voor de uithoeken van de wereld De grootste mouterij van Nederland: Holland Malt in de Eemshaven
38
De 4 bedrijven waar afval niet bestaat Reststromen en afval krijgen een nieuwe bestemming
Vormgeving Alie Veenhuizen Telefoon bijlagenredactie 050-5844229 058-2845477 E-mail bijlagen@ndcmediagroep.nl Advertenties / brandend content Multiplus Media, Drachten 0512-204109 E-mail: s.osinga@multiplusmedia.nl Volg noordz ook online op het blog: www.noordz.nl
N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 M E I 2 019 3
DE SPIEGEL Elke ondernemer kent ze: van die momenten waarop je moeite hebt te ontdekken wat de juiste keuze is. In zo’n geval is het handig als je een groot voorbeeld hebt, iemand die je inspireert, die heeft laten zien hoe het kan of moet, iemand aan wie je je even kunt spiegelen. De Spiegel gaat over grote voorbeelden en inspiratiebronnen. Vandaag aflevering 3: Jan Buining, oprichter van leverancier van gezonde voeding TastyBasics in Aalden.
Jan Buining
Tekst Jean-Paul Taffijn Foto Pepijn van den Broeke
EEN BEETJE VAN HET ACTIVISME VAN TIM NOAKES
Jan Buining (1960) startte in 1992 - na een periode als commercieel directeur bij melkpoederfabrikant Kievit - Food Basics en later DP Supply in Emmen. De bedrijven leveren wereldwijd ingrediënten voor de voedingsindustrie zoals creamers, melkpoedervervangers en emulgatoren. Vijf jaar geleden verkocht hij DP Supply. Vier jaar geleden begon Buining TastyBasics, producten met minder koolhydraten en juist meer echte voedingswaarde.
Aan wie denk je bij de term inspiratie? ,,Professor Tim Noakes. Ik denk niet dat veel mensen hem kennen, maar hij is echt een lichtend voorbeeld voor me. Noakes is een Zuid-Afrikaanse voedingswetenschapper die veel onderzoek deed voor sportdrankmerken. Om uit te vinden op welke manier die drankjes de sportprestaties kunnen verhogen. Wat hem bijzonder maakt is dat hij op zeker moment radicaal alle banden met die industrie doorsneed. Dat was toen hij ontdekte hoe belangrijk vetverbranding kan zijn en wat de nadelen van grote hoeveelheden suiker ook voor topsporters kunnen zijn. Hij vertelde in het openbaar dat het hem speet dat hij zo lang op het verkeerde spoor zat. Dat vind ik heel sterk. Het heeft hem vijanden opgeleverd, maar dat was het hem waard.’’ Dat zijn geen kleine schoenen om in te staan… ,,Zo activistisch als hij ben ik niet; ik bemoei me ook niet met sportvoeding. Mijn wereld is de voedingsindustrie die excellent is in het maken van lekkere producten voor een steeds lagere prijs ten opzichte van ons besteedbaar inkomen. We kunnen ook betaalbaar bijdragen aan ‘fit en gezond’. Maar dat vraagt een radicaal ander denken en een ander kennisnetwerk. In mijn geval betekent dat samenwerking zoeken met artsen en fysiologen om ervoor te zorgen dat er radicaal iets verandert in de samenstelling van onze voeding.’’
4 N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 M E I 2 019
Dat is een lastige opgave. Hoe pak je dat aan? ,,We proberen mensen wakker te schudden, te laten zien hoe zinloos en slecht de overvloed aan calorieën uit koolhydraten is die we dagelijks tot ons nemen. Om welvaartsziektes tegen te gaan is het noodzakelijk dat mensen bewuster gaan eten. Zo’n verandering is moeilijk, die proberen wij te vergemakkelijken door producten te maken die in smaak en vorm lijken op wat
‘We proberen mensen wakker te schudden’
mensen gewend zijn, maar dan zonder toegevoegde suikers en andere koolhydraten. Alleen maar voedzame grondstoffen.’’ Lukt dat? ,,Inmiddels liggen onze producten bij bijna 1500 detailhandelszaken, de omzet groeit. Winst is alleen maar een doel voor de lange termijn, maar die omzetverhoging is
nodig om de productie op te schroeven en meer mensen te bereiken. De grootste supermarktketen heeft besloten onze producten in het reguliere schap te leggen, weg van de reformhoek. Zo moet het.” Wat zou Tim Noakes daarvan vinden? ,,Hij heeft in wezen hetzelfde doel, namelijk bewustwording creëren en actie ondernemen. Het is makkelijker om te denken: wat maak ik me druk, het is de eigen keuze van mensen wat ze eten en drinken. Maar ik krijg er juist energie van om te helpen een verandering haalbaar te laten zijn, waardoor mensen zich op korte termijn fitter voelen en de kans op vroege chronische ziekte afneemt.’’ Dat mea culpa van Noakes, kun je je daar in inleven? ,,Net als hij heb ik jarenlang in de reguliere voedingsindustrie gewerkt, dat doe ik nog steeds. In mijn geval als ondernemer. Ook binnen het huidige Food Basics is de omzet van emulgatoren de belangrijkste kostendrager. Ze maakt het mogelijk om met onze kennis en expertise voorop te lopen met TastyBasics. Breder kijken, juist als je al jaren met de stroom mee loopt. En dan actie ondernemen. Ook als anderen nog niet durven te denken aan de grote veranderende rol van voeding. Noakes’ woorden en daden bevestigen me in de keuze die ik met TastyBasics heb gemaakt. Iemand moet de eerste zijn.’’
‘WINST IS ALLEEN MAAR EEN DOEL VOOR DE LANGE TERMIJN’ N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 M E I 2 019 5
DE SPIEGEL Elke ondernemer kent ze: van die momenten waarop je moeite hebt te ontdekken wat de juiste keuze is. In zo’n geval is het handig als je een groot voorbeeld hebt, iemand die je inspireert, die heeft laten zien hoe het kan of moet, iemand aan wie je je even kunt spiegelen. De Spiegel gaat over grote voorbeelden en inspiratiebronnen. Vandaag aflevering 3: Jan Buining, oprichter van leverancier van gezonde voeding TastyBasics in Aalden.
Jan Buining
Tekst Jean-Paul Taffijn Foto Pepijn van den Broeke
EEN BEETJE VAN HET ACTIVISME VAN TIM NOAKES
Jan Buining (1960) startte in 1992 - na een periode als commercieel directeur bij melkpoederfabrikant Kievit - Food Basics en later DP Supply in Emmen. De bedrijven leveren wereldwijd ingrediënten voor de voedingsindustrie zoals creamers, melkpoedervervangers en emulgatoren. Vijf jaar geleden verkocht hij DP Supply. Vier jaar geleden begon Buining TastyBasics, producten met minder koolhydraten en juist meer echte voedingswaarde.
Aan wie denk je bij de term inspiratie? ,,Professor Tim Noakes. Ik denk niet dat veel mensen hem kennen, maar hij is echt een lichtend voorbeeld voor me. Noakes is een Zuid-Afrikaanse voedingswetenschapper die veel onderzoek deed voor sportdrankmerken. Om uit te vinden op welke manier die drankjes de sportprestaties kunnen verhogen. Wat hem bijzonder maakt is dat hij op zeker moment radicaal alle banden met die industrie doorsneed. Dat was toen hij ontdekte hoe belangrijk vetverbranding kan zijn en wat de nadelen van grote hoeveelheden suiker ook voor topsporters kunnen zijn. Hij vertelde in het openbaar dat het hem speet dat hij zo lang op het verkeerde spoor zat. Dat vind ik heel sterk. Het heeft hem vijanden opgeleverd, maar dat was het hem waard.’’ Dat zijn geen kleine schoenen om in te staan… ,,Zo activistisch als hij ben ik niet; ik bemoei me ook niet met sportvoeding. Mijn wereld is de voedingsindustrie die excellent is in het maken van lekkere producten voor een steeds lagere prijs ten opzichte van ons besteedbaar inkomen. We kunnen ook betaalbaar bijdragen aan ‘fit en gezond’. Maar dat vraagt een radicaal ander denken en een ander kennisnetwerk. In mijn geval betekent dat samenwerking zoeken met artsen en fysiologen om ervoor te zorgen dat er radicaal iets verandert in de samenstelling van onze voeding.’’
4 N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 M E I 2 019
Dat is een lastige opgave. Hoe pak je dat aan? ,,We proberen mensen wakker te schudden, te laten zien hoe zinloos en slecht de overvloed aan calorieën uit koolhydraten is die we dagelijks tot ons nemen. Om welvaartsziektes tegen te gaan is het noodzakelijk dat mensen bewuster gaan eten. Zo’n verandering is moeilijk, die proberen wij te vergemakkelijken door producten te maken die in smaak en vorm lijken op wat
‘We proberen mensen wakker te schudden’
mensen gewend zijn, maar dan zonder toegevoegde suikers en andere koolhydraten. Alleen maar voedzame grondstoffen.’’ Lukt dat? ,,Inmiddels liggen onze producten bij bijna 1500 detailhandelszaken, de omzet groeit. Winst is alleen maar een doel voor de lange termijn, maar die omzetverhoging is
nodig om de productie op te schroeven en meer mensen te bereiken. De grootste supermarktketen heeft besloten onze producten in het reguliere schap te leggen, weg van de reformhoek. Zo moet het.” Wat zou Tim Noakes daarvan vinden? ,,Hij heeft in wezen hetzelfde doel, namelijk bewustwording creëren en actie ondernemen. Het is makkelijker om te denken: wat maak ik me druk, het is de eigen keuze van mensen wat ze eten en drinken. Maar ik krijg er juist energie van om te helpen een verandering haalbaar te laten zijn, waardoor mensen zich op korte termijn fitter voelen en de kans op vroege chronische ziekte afneemt.’’ Dat mea culpa van Noakes, kun je je daar in inleven? ,,Net als hij heb ik jarenlang in de reguliere voedingsindustrie gewerkt, dat doe ik nog steeds. In mijn geval als ondernemer. Ook binnen het huidige Food Basics is de omzet van emulgatoren de belangrijkste kostendrager. Ze maakt het mogelijk om met onze kennis en expertise voorop te lopen met TastyBasics. Breder kijken, juist als je al jaren met de stroom mee loopt. En dan actie ondernemen. Ook als anderen nog niet durven te denken aan de grote veranderende rol van voeding. Noakes’ woorden en daden bevestigen me in de keuze die ik met TastyBasics heb gemaakt. Iemand moet de eerste zijn.’’
‘WINST IS ALLEEN MAAR EEN DOEL VOOR DE LANGE TERMIJN’ N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 M E I 2 019 5
6
donderdag 9 mei 2019
Advertentie
Samenwerking draagt bij aan verbetering voeding voor ouderen Gezonder ouder worden is het centrale thema van Healthy Ageing in het Noorden en ook een van de drie speerpunten van de Hanzehogeschool Groningen. Afgelopen jaar voerden studenten van de Hanzehogeschool en Van Hall Larenstein samen met het Antonius Ziekenhuis in Sneek een bijzonder project verbetering van de smaakbeleving bij ouderen. „Onze samenwerking past in de toenemende aandacht voor het belang van voedsel bij gezonder ouder worden. Het is bijzonder dat we met twee kennisinstellingen, een ziekenhuis en diverse bedrijven in Friesland hebben samengewerkt in dit project”, vertellen Doede Binnema, Lector Ingrediënt Development van de Hanzehogeschool en Lizette Oudhuis, lector Food Physics aan Van Hall Larenstein. Smaakbeleving bij ouderen „Het Antonius Ziekenhuis in Sneek signaleerde dat vaak sprake is van andere smaak en smaakbeleving bij ouderen en dat de kennis in de zorg achterbleef bij het onderwijs en de horeca. Wij hechten grote waarde aan de rol van onze
Lizette Oudhuis en Doede Binnema
eigen keuken om patiënten zo goed mogelijk te ondersteunen met goede, gezonde en volwaardige voeding, zeker bij ziekte of herstel. Van ouderen is bekend dat ze door een ziekte zoals kanker een deel van hun smaak missen, bijvoorbeeld omdat ze geen speeksel meer aanmaken. Toen de provincie Fryslân hoorde van het initiatief meer met smaak van voedsel bij ouderen te doen, heeft zij ons in contact gebracht met de Hanzehogeschool, Van Hall Larenstein en de bedrijven Koopmans en Bakkerij Breimer”, vertelt Bauke Dooper van de Maaltijdservice van Antonius Ziekenhuis. Nieuwe producten ontwikkelen Doede Binnema: „We wilden de smaak van producten leren versterken door ingrediënten toe te voegen en nieuwe producten te ontwikkelen die zowel betere voedingswaarde hebben als beter worden gewaardeerd door ouderen. Het mooiste is als je zover komt dat ze die producten uit intrinsieke motivatie kiezen omdat ze passen binnen hun smaakbeleving en gewoonten. De studenten die het project hebben uitgevoerd, hebben een paar honderd ouderen betrokken door middel van tal van vragen. Wat vindt u lekker, wat proeft u, waar denkt u aan bij een bepaald product?”
Onderwijs, Onderzoek en Ondernemerschap Lizette Oudhuis: „Het belang van voeding bij ouderen en zeker tijdens ziekte en herstel, verdient veel meer aandacht. Door smaakbeleving van ouderen te peilen en door de samenwerking met bedrijven hebben we onder meer een nieuw brood ontwikkeld, dat door de ouderen en zieken als positief wordt gewaardeerd. Een van de essenties daarin is de toevoeging van extra smaak, verrijkt met plantaardige eiwitten. Ziekte en herstel vragen deels om ander eten, bijvoorbeeld met meer eiwitten om het herstel te bespoedigen.” Doede Binnema: „Het is mooi om te zien dat de samenwerking van onderwijs en bedrijven voor het Antonius een positieve concrete uitkomst heeft gekregen, want het brood dat is ontwikkeld met behulp van Koopmans en Breimer, wordt nu door Breimer gemaakt en geleverd aan het ziekenhuis. De volgende stap is meer inspelen op de behoefte en vraag, zodat meer specifieke producten ontwikkeld worden die ook in het winkelschap verkrijgbaar zijn. Dit project was een mooie eerste stap om meer te doen voor het gezonder ouder worden in Noord- Nederland.” www.hanze.nl/healthyageing www.hvhl.nl
Advertentie
Aeres Emmeloord: dé groene opleider van Nederland Tijdens voorlichtingsbijeenkomsten en open dagen loopt Anne Dijk, directeur Aeres Emmeloord, bij ouders van potentiële leerlingen nog dikwijls tegen het idee aan dat Aeres alleen zou opleiden voor boeren. „Niets is minder waar. De agro- en groensector is zich in hoog tempo aan het differentiëren en specialiseren. Geënt op de klassieke onderwijspeilers die wij aanbieden van plant, dier, biologie en natuur, zie je een toenemende verfijning die voor de leerlingen talloze nieuwe mogelijkheden biedt. Nieuwe kansen op niet alleen een leuke baan, maar met een vrijwel 100% garantie dat je die baan ook gaat krijgen." Zo is in het schooljaar 2018-2019 de opleiding Plant & Business gestart, dat voorheen 'Akkerbouw' heette. „Waar het in de oude opleiding in hoofdzaak de primaire productie draaide, wordt nu alle bedrijvigheid die
gerelateerd is aan die productie aangeboden. Denk aan techniek, handel, veredeling en alles wat te maken heeft met biodiversiteit. We werken daarbij nauw samen met zo'n veertien bedrijven uit de regio. Die bedrijven hebben ook geparticipeerd in het samenstellen van de lesstof, zodat vraag en aanbod perfect op elkaar aansluiten. Als Aeres zijn wij de enige groene onderwijsinstelling in Nederland die een dergelijk breed en gevarieerd lesprogramma aanbied." Voor het schooljaar 2020-2021 verwacht Aeres MBO Emmeloord te starten met de nieuwe opleiding Melkvee & Business. Anne: „Ook hier werken we intensief samen met het bedrijfsleven, niet in de laatste plaats met Friesland Campina. En ook hier spreiden we het terrein van alleen een bedrijfsopleiding uit over de volle breedte van de sector melkvee. De sector zit fors in de groei, zowel in de breedte als de diepte. Waar het aan ontbreekt is goede, adequaat geschoolde werknemers. Op alle niveaus. We werken in dat verband ook samen met Aeres Hogeschool Dronten en brengen hbo en mbo studenten al in
een vroeg stadium van de opleiding met elkaar in contact." Binnenkort wordt in de locatie in Emmeloord de nieuwbouw opgeleverd van wat in eerste instantie op een heel grote keuken lijkt. „Het wordt ingezet voor 'Food' en gaat door alle opleidingen gebruikt worden als een proefruimte, een laboratorium waarin onderzoek wordt gedaan naar alle mogelijke aspecten die liggen op het traject van producent naar consument." Bij Aeres kan de leerling het 'Goudgroene Carrièrepad' volgen. "Met dat 'goud' willen we de diversiteit benadrukken van de agro- en groensector. Het geeft alle mensen die een hart voor groen leven hebben, de mogelijkheid zich ten volle te ontplooien." www.aeresmbo-emmeloord.nl
COLUMN Het was een sympathieke oproep van onze minister-president, vorige maand. Mark Rutte riep mensen op bloemen te gaan zaaien voor bijen en vlinders.
‘Z
org dat je gaat zaaien’’, zei Rutte ter gelegenheid van de Landelijke Zaaidag. ,,Dus als je een stukje tuin over hebt of een balkon: zaai. Het is echt heel leuk.’’ Bloemen zaaien is inderdaad leuk. Het is leuk om uit het niets iets moois te zien groeien. Het is ook best belangrijk dat de vlinders en de bijen niet uitsterven, want vlinders zijn mooi en zonder bijen zijn er helemaal geen bloemen meer en gaan we allemaal dood. Helaas was de oproep ook een beetje hypocriet. Rutte is al heel lang de baas van het land, en Nederland loopt niet bepaald voorop in het terugdringen van insecticiden, gewasbeschermingsmiddelen die insecten bestrijden als vlinders en bijen. Neonicotinoïden, een categorie insecticiden die verantwoordelijk wordt gehouden voor een groot deel van de bijensterfte, zijn pas sinds dit jaar in Europa verboden. Mede dankzij Nederland is er een uitzondering gemaakt voor gebruik in kassen. De oproep om bloemen te zaaien is het zoveelste voorbeeld van de heersende politieke gedachte dat alles een individuele verantwoordelijkheid is. Zelfs als dit filosofisch juist zou zijn (wat ik betwijfel), is het niet erg praktisch. Veel dingen kun je veel beter, sneller en efficiënter voor elkaar krijgen door een collectieve aanpak. We organiseren onze defensie immers ook niet door iedereen op te roepen een geweer te kopen. ‘Een beter milieu
BLOEMEN ZAAIEN begint bij jezelf’, maar het is wel handig als de overheid zorgt voor glasbakken, bouwbesluiten, uitstootnormen en een paar agenten die je in de kraag vatten als je de vuilniszakken in het park dumpt. Bij het klimaatvraagstuk zien we dezelfde benadering. Korter douchen, minder vlees eten, niet vliegen – elke week lezen we weer een nieuw beroep op onze individuele verantwoordelijkheid. En het is nooit iets leuks. Zou het niet effectiever zijn als de overheid zou zorgen voor beter en goedkoper openbaar vervoer? En ophield de luchtvaart te subsidiëren en aanbieders van vleesvervangers dwars te zitten? Het verschijnsel beperkt zich niet tot klimaat en milieu. We zien het ook in het sociaaleconomische domein. Werkloos? In de bijstand? Dan wil de overheid van alles voor je doen, behalve het enige dat echt zou helpen, namelijk je een baan aanbieden. Want hé, eigen verantwoordelijkheid! De overheid is geen geluksmachine! Maar als we het zo belangrijk vinden dat iedereen een baan heeft, dan kunnen we dat toch gewoon regelen?
Als we het zo belangrijk vinden dat iedereen een baan kan krijgen, dan kunnen we dat toch gewoon regelen?
In Goirle is, naar Amerikaans voorbeeld, een open hiring project gestart. Babywinkel MamaLoes neemt iedereen aan die wil werken, zonder sollicitatiebrief en ongeacht diploma’s, cv of persoonlijke achtergrond. Prachtig initiatief hoor, maar waarom moet een particulier bedrijf dit oplossen? Waarom heeft niet iedere gemeente een werkbedrijf met open hiring? Veel vraagstukken vragen om een collectieve oplossing. Een politiek die dat ontkent en de bal steeds weer terugkaatst naar de burger, moet niet raar opkijken als de burger de politiek dan niet meer zo nuttig vindt.
Ronald Mulder is ondernemer en econoom. Man van weinig woorden. @ronaldmulder
N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 M E I 2 019 7
Advertentie
De herontdekking van de multifunctionele hennepplant Het is een hardnekkig misverstand dat maar moeilijk de wereld uit kan worden geholpen: de gelijkstelling van vezelhennep met wiet. En daarmee, de vermeende overeenkomst tussen de heilzame CBD-olie en wietolie. Albert Dun, oprichter en eigenaar van Dun Agro in Oude Pekela, moet te pas en te onpas en telkens opnieuw uitleggen dat er helemaal niets mis is met vezelhennep. Integendeel. Het is een natuurproduct met haast onbegrensde mogelijkheden. Oeroud gewas „Vezelhennep wordt in Noordwest Europa al eeuwen verbouwd", weet Albert. „De hennepvezel werd op grote schaal toegepast in de scheepsbouw voor het maken van touwwerk en canvas. Langzaam maar zeker werd de natuurvezel verdrongen door kunststoffen en mét de toename rond 1970 van het cannabisgebruik, kwam het negatieve oordeel over de hennepplant opzetten. Vezelhennep werd synoniem gesteld met wiet, omdat beide planten door de naam 'Cannabis' een gelijke afkomst kennen. Maar daarmee houdt elke vergelijking op. Echter denken nog heel wat mensen -op alle niveaus- dat we hier in Oude Pekela dingen doen met hennep, die niet deugen. Klinkklare nonsens, maar krijg zo'n vooroordeel maar eens de wereld uit." Brede hennepverwerking Albert -met zijn roots in de landbouw- kwam in 1994 voor het eerst in contact met een hennep verwerkend bedrijf en begon zes jaar later voor zichzelf met Dun Agro. Hij ontwikkelde een revolutionaire productielijn, waar de hennep werd verwerkt tot onder andere hennepstrooisel voor gebruik in stallen en kooien voor kleine huisdieren en vezels voor de automobielsector. Het bedrijf heeft zich door de jaren heen verder ontwikkeld. Een complete productielijn voor het maken van prefab hennepwanden voor de woningbouw en de productie van CBDgrondstoffen en -producten als voedingssupplementen. Kortom: een industrie waarbij de gehele hennepplant wordt benut. Albert Dun in het laboratorium van Dun Agro. Duurzaam en energiezuinig Een duurzame toepassing is de verwerking tot prefab hennepwanden, waarvan huizen worden gebouwd. „Duurzaam en energiezuinig bouwen zijn tegenwoordig sleutelwoorden in de bouw. De hennepwanden hebben als bijzondere eigenschap dat ze warmte vasthouden, waardoor een gezond en aangenaam binnenklimaat ontstaat. Ze zijn ook zeer geschikt voor het na-isoleren van bestaande wanden en voor toepassing als binnenwand. Bovendien zijn de wanden onbrandbaar en hebben ze een hoge aardbevingsbestendigheid." Hennephuizen Dun Agro is eigen aannemer in de bouw van 'hennephuizen', waarvan er inmiddels een aantal in Oude Pekela, Hoogezand, en Ommen staat en binnenkort in Rotterdam. Albert: „Daarnaast zijn we bezig met prefab woningen voor de sociale woningbouw -meerdere woningen onder één kapen semipermanente woningen. De overheid toont zich zeer geïnteresseerd in onze concepten en recent zijn we door het Ministerie van Volkshuisvesting uitgenodigd om onze ideeën te komen toelichten. Voordeel is, dat wij nooit problemen hebben met de levering van materialen: met 1300 hectare vezelhennep in de regio zorgen we daar zelf voor."
Innovatieve techniek In 2011 ontwikkelde Dun Agro een eigen oogstmachine die het mogelijk maakte dat voor het eerst op grootschalige wijze hennepbladeren en -bloemen konden worden geoogst. Na eerst alleen grondstof te hebben geleverd aan de Verenigde Staten, steeg ook in Europa de vraag naar CBD. Dun Agro maakt onder de naam 'Dun Agro Plant Products' hoogwaardige CBD-olie uit haar eigen hennepplanten. Het zogenaamde hennepextract dat als grondstof dient voor vele CBD-producten, wordt vervaardigd in Duitsland (waar ook hopextract voor bier wordt geproduceerd). De verwerking van de hennepextracten in eindproducten wordt gedaan in een volledige foodgrade productie-unit met eigen laboratorium. Het eindproduct, de CBDolie, vindt haar weg naar de schappen van de Etos, Kruidvat, Holland & Barrett, DA en Trekpleister, Maar ook naar Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Ierland en de Verenigde Staten. Géén wietolie CBD-olie wordt in de volksmond nog vaak geheel ten onrechte 'wietolie' genoemd. Wietolie is olie gemaakt uit wiet die hoge percentages - tot wel
20% - THC bevat. THC is de psychotische stof die ervoor zorgt dat je stoned of high raakt. Echte CBD-olie wordt gemaakt van vezelhennep en bevat nagenoeg alleen CBD en niet meer dan 0,05% THC. CBD-olie is dan ook vrij verhandelbaar in Nederland, mits het THCgehalte onder de 0,05% ligt. Biologische hennepthee Naast CBD-olie vervaardigt Dun Agro uit het blad van de hennepplant het unieke product 'Sana Hemp Powder', een botanisch superfood pur sang. Verder is Dun Agro Plant Products producent van de biologische gedroogde hennep in 'Dutch Harvest Hemp Tea'. Dutch Harvest verwerkt de hennep tot bio tea blends, die onder andere verkrijgbaar is bij EkoPlaza en andere natuurwinkels. www.dunagro.nl www.dutchhempgroup.com
donderdag 9 mei 2019
9
Advertentie
Méér dan alleen agrarisch makelen Ze zijn al ruim vijfentwintig jaar een begrip in de agrarische makelaardij en landelijk wonen. De AgriPlaza en Mooi Wonen reclameborden met ‘Te koop’ en/of ‘Verkocht’ kom je in het landelijk gebied van de provincies Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel en zelfs tot de Veluwe aan toe overal tegen en maken inmiddels een vast onderdeel uit van dat landschap. Maar AgriPlaza is méér dan alleen een agrarische makelaardij. „Heel in het kort gezegd bestaat onze corebusiness uit het oplossen van problemen voor boeren", aldus Olof Kroes, regiomakelaar voor Zuid-Oost Friesland en mede-eigenaar van AgriPlaza. ,,Er komen heel wat zaken op de agrarisch ondernemer af, die om een oplossing vragen. Denk aan bijvoorbeeld pachtzaken, bedrijfsverplaatsing, bouwplannen, aan- of verkoop van grond, overnames, vergunningen, onteigening en productierechten. Maar ook bij een ingrijpende beslissing om Nederland voor gezien te houden en verder te gaan boeren in het buitenland, staan wij de agrariër met raad en daad ter zijde." (zie: www.farms4sale.eu) Jan Breimer, franchisenemer voor AgriPlaza in Zuid-West Friesland: ,,Een sterk punt van AgriPlaza is onder andere dat onze makelaars ieder hun eigen gebied hebben. Ze kennen de regio dus door en door, weten precies wat er
speelt en werken met korte lijntjes. Ze staan dicht bij de agrarische wereld, spreken de taal, ze weten van de emoties, niet in de laatste plaats omdat ze zonder uitzondering een agrarische achtergrond hebben. Dat maakt dat wanneer er een vraag komt van bijvoorbeeld een varkenshouder, dat daar van ons iemand naar toe gaat die zijn of haar roots heeft in die wereld. De beste garantie om een vertrouwensrelatie op te bouwen." „De agrarisch ondernemer heeft met AgriPlaza één loket waar hij met al zijn beroepsgerelateerde vragen terecht kan", vervolgt Kroes. ,,Dat maakt het voor hem makkelijk en overzichtelijk. En het scheelt aanzienlijk in de kosten, een factor die er in deze tijden zeker toe doet. Veranderingen in onder andere regelgeving buitelen over elkaar heen en het is voor een boer ondoenlijk die allemaal zelf bij te houden. Hoeft ook niet: die zorg nemen wij hem uit handen. We beschikken
over alle noodzakelijke disciplines én de expertise, aangevuld met een groot netwerk waar we altijd een beroep op kunnen doen." „En waar we ook over beschikken, zijn een paar laarzen en een grondboor", lacht Breimer. ,,Die hebben we altijd bij ons in de auto wanneer we naar de klant toe gaan. We denken méé met de agrarisch ondernemer, tot in het detail." www.agriplaza.eu www.agriplein.eu www.agriplazamooiwonen.nl
Advertentie
PAS Mestopslagsystemen: al 40 jaar specialist De gemiddelde burger komt enkel in aanraking met mest als hij in de lente door het platteland toert. Voor de één een aangename geur, de ander haalt zijn neus er voor op. Hoe dan ook, de tijd dat de koeienvlaai rechtstreeks van de koe op het land valt om daar op die wijze een voedingsbron voor het gewas te zijn, is niet meer. Eenvoud in de agrarische sector bestaat allang niet meer. Dat geldt voor alle aspecten in deze branche en dus ook voor mest. Mestopslag op maat „Uitrijden van mest kent beperkingen. Bovendien is mest van de veehouderijen ook een gewild productiemiddel bij akkerbouwers. Opslag, soms tijdelijk, is dus voor elk agrarisch bedrijf een goede optie”, zegt Jaap Veenstra, commercieel directeur van PAS Mestopslagsystemen. „Er zijn meerdere soorten mest en elke mestsoort kent zijn eigen verwerkingsprocedures. Door onze jarenlange ervaring en expertise kennen we de ins en outs van de verschillende vormen van mestopslag als geen ander. We kunnen alles leveren wat er op de markt verkrijgbaar is. Of het nu gaat om betonsilo’s, netsilo’s, mestzakken of een andere vorm van mestopslag, wij hebben het. Niet alleen nieuw, maar ook gebruikt. Onze missie is dat opslag, gebruikte mixers en pompen, een goed functionerend geheel zijn met de mestsoort die de boer gebruikt en de doelstellingen die hij heeft met zijn bedrijfsvoering.”
geproduceerde mest op een verantwoordelijke wijze moeten opslaan en verwerken. Mestopslag kent daarom een ingewikkelde regelgeving. Wij helpen onze klanten daarbij. We nemen, indien gewenst, het papierwerk uit handen en door onze ervaring en kennis omtrent milieueisen en regelgeving zijn we sterk in het verkrijgen van vergunningen voor onze klanten.”
Jaap Veenstra, commercieel directeur PAS neemt het uit handen De bekende geur van mest komt van de ammoniak. Dat is één van de mestingrediënten die, in grote hoeveelheden, belastend zijn voor het milieu. „Je begrijpt dat veehouderijen de
Service door praktijkervaring „Service begint al als men ons belt. Je krijgt een ervaren medewerker uit de praktijk aan de telefoon met kennis van zaken. Onze service heeft ook een onlineversie: de webshop. Snel even een onderdeel bestellen behoort daarmee ook tot de mogelijkheden en dat komt altijd van PAS.” www.pasmestopslag.nl
Advertentie
Kom ijs maken in Sint Nyk! Ze maken tientallen miljoenen ijsjes voor supermarkten in 22 landen. Een zelfstandig familiebedrijf, sterk in export, gewoon om de hoek. IJsjes eten is genieten, het bedenken en maken er van ook. Op bezoek bij Holiday Ice in Sint Nicolaasga, makers van meer dan 400 soorten ijsjes. Buiten is het heerlijk warm zomers weer. Bij Holiday Ice staat de telefoon roodgloeiend. Een deel van de mannen en vrouwen zit in T-shirt de telefoons te bemannen om orders van tal van vooral Europese supermarkten te noteren. Bij de expeditie is het een aan en afrijden van vrachtwagens, in het vrieshuis wordt bij min 23 de volgende pallet automatisch naar de palletwagen gestuurd en in het hart van de productie draaien de ijscarrousels rondje na rondje om allerlei bekende en minder bekende ijsjes op tal van ingenieuze logistieke transportsystemen af te leveren in het vrieshuis, klaar voor transport over de hele wereld. IJs blijft een feestje Holiday Ice levert aan 22 landen private label ijsjes voor vooral supermarkten. Van waterijsklassiekers op stokjes tot bekertjes (ja, ook die met de kauwgombal onder in) en hoorntjes met heerlijk vers roomijs; van chocolavarianten, mixvarianten van roomijs en vullingen met kleurige toppings tot de populaire mini- ijsjes en de multipacks met verschillende soorten ijsjes. Momentjes om te genieten in miljoenen aantallen. Van al het ijs dat we eten, komt tachtig procent uit de supermarkt en Holiday Ice is een van de grote ijsfabrieken in dat segment. In Nederland levert het familiebedrijf onder meer aan Albert Heijn en Aldi, in Frankrijk aan Carrefour, in Engeland aan Sainsbury en zo kunnen we nog even doorgaan. Grote kans dus dat het ijs dat bij u thuis in de vriezer ligt of dat u koopt tijdens uw vakantie, gewoon in Sint Nicolaasga gemaakt is. Wat in 1928 begon met het vakmanschap van banketbakkerij Postma is uitgegroeid tot een internationale ijsfabriek van kwaliteitsproducten die 75 procent van z’n omzet uit export haalt en waar zo’n 150 mensen hun brood met plezier verdienen. IJs is en blijft een feestje. „IJs eten is altijd genieten, het blijft bijzonder”, vertellen Bart Hakbijl en Roelof Knijn. „Wat wij
Holiday Ice in Sint Nicolaasga is een familiebedrijf dat 75% van z’n omzet realiseert uit export. Het maakt voor retailers in 22 landen private label ijs, in totaal meer dan 60 labels en 400 soorten ijsjes. Innovatie, kwaliteit en vakmanschap kenmerken de Friese ijsmaker. Nieuwe collega’s zijn welkom. Ben je zelfstandig, hou je van aanpakken, van oplossingen bedenken, ben je toe aan verantwoording voor je eigen werk en werkplek en wil je groeien in je werk? Kijk dan op www.werkenbijholidayice.nl hier doen is ook een feestje, want wij bedenken en maken die ijsjes, iedere maand, het hele jaar door. Hoe gaaf is het dat je zelf van grondstoffen op een paar vierkante meter allerlei heerlijke genietmomentjes voor de halve wereld mag maken? Het is een van de kenmerken van Holiday Ice: we zijn zelfstandig, we maken ijs, ieder van ons is verantwoordelijk voor een deel van het proces. Je ziet wat je maakt en levert.” In de hallen lopen we langs de indrukwekkende mixbakken waar grondstoffen gemengd worden voor de smaakmixen, met boven ons hoofd een oneindige hoeveelheid leidingen. Separaat opgesteld staan vijftig rvs opslagtanks van 1.000 tot 10.000 liter met alle basissmaken en in de volgende ruimte de negen productielijnen waar de ijsjes gemaakt worden en collega’s machines en transportsystemen scherp in de gaten houden. Overal bij Holiday Ice zit je met je neus op het ijs, ben je aan het nadenken over het volgende succesvolle ijsje of verzin je een technische oplossing in de goed uitgeruste werkplaats. „De basis van een productielijn bestaat uit standaard machines van een aantal internationale producenten. Daarnaast bedenken en ontwerpen wij in nauw overleg met een aantal vaste lokale toeleveranciers verbeteringen om de output te verhogen of aan de klant specifieke wensen te voldoen. Daarnaast hebben we alle onderdelen in huis en doen een groot deel van het onderhoud zelf”, vertellen Roelof en Bart met gepaste trots. Vakmanschap en goed gevoel „ Het feit dat we ons gefocust hebben op multipacks binnen ijs, de snelst groeiende categorie, heeft ons deze groei gebracht waarbij
het afstoten van andere bedrijfsonderdelen zoals een horeca groothandel en een homeservice bedrijf een eerste stap is geweest in de focus. Dat heeft gezorgd voor een stevige groei in productie, we zijn in 20 jaar van 2 miljoen naar 36 miljoen euro omzet gegroeid. We zijn sterk geautomatiseerd, er is veel geïnvesteerd in machines en logistieke transportsystemen, we hebben processen geoptimaliseerd zodat we met minder mensen meer kunnen maken en nu schakelen we over van drie naar vijfploegen en dat betekent dat we collega’s zoeken. Mensen uit allerlei sectoren, en vooral mensen die kunnen en willen aanpakken in een technische, productie- en logistieke omgeving. Gevoel voor vakmanschap hebben, betekent dat je hier uit de voeten kunt. Niet voor niets doen we met Nordwin College en Friesland College mee in de brede opleiding Wendbaar Vakmanschap. Veel mensen zoeken iets nieuws, werk met uitdaging dat beter bij ze past, waarin ze veel meer zelfstandig zijn in hun werk. Bij Holiday Ice kunnen we die mensen goed gebruiken.” „De omschakeling naar vijf ploegen is een goed moment, omdat het meer rust brengt in de hele organisatie en het past in de tijd. We weten waar we sterk in zijn, we kennen onze markt, we hebben veel kennis en ervaring in huis en het is tijd om dat fundament verder te verstevigen. Onze kracht is het maken van ijsjes in veel verschillende soorten en smaken voor veel verschillende retailers, het biedt diversiteit en afwisseling. Werken bij Holiday Ice is altijd praktijkgericht. Je leert en ervaart hier wat het is om ijs te maken. Niet met je neus in een controlekamer, nee, je maakt ijs en je zorgt er voor dat dat goed gaat, je lost op wat opgelost moet worden. Holiday Ice speelt steeds beter in op verduurzaming van de productie en op smaaktrends in allerlei landen, de ijsinnovaties die we hier bedenken en testen in overleg met onze klanten winnen steeds meer terrein. Kortom, ons ijs heeft toekomst. Holiday Ice kan goede smaakmakers gebruiken, dus iedereen is van harte uitgenodigd.” www.holidayice.nl
donderdag 9 mei 2019
11
Advertentie
BBQ Star: een compleet nieuw barbecueassortiment voor de echte grill liefhebbers Echte barbecueliefhebbers gaan voor groots. Daarom heeft Vion Food Group begin mei BBQ Star geïntroduceerd. Een geheel nieuw barbecue-assortiment voor grote grillmeesters en voor bbq’ers die groot willen worden. Met BBQ Star leggen liefhebbers een mooi stuk vlees op de grill, met bijpassende kruidenrubs die ‘s lands bekendste BBQ-master Jord Althuizen speciaal voor het nieuwe merk ontwikkelde. Het barbecueseizoen gaat weer van start! Consumenten willen steeds vaker een premium stuk vlees op hun barbecue leggen en kiezen daarbij voor kwaliteit en smaak. BBQ Star speelt hier op in met een nieuw assortiment waarbij beleving centraal staat. Het assortiment van BBQ Star bestaat uit zeven varkens- en rundvleesproducten: Spareribs (v), Porchetta (v), Pulled Pork (v), Flat Iron Steak (r), Côte de Boeuf (r), Ribeye (r) en Picanha (r). Grill-master Jord Althuizen Voor BBQ Star is er een samenwerking met grill-
master Jord Althuizen, binnen Nederland dé autoriteit op het gebied van barbecue. Elk van de zeven vleessoorten van BBQ Star zijn in samenspraak zorgvuldig geselecteerd. Voor BBQ Star zijn de beste delen van het Simmentaler rund en het 1 ster Beter Leven-varken gekozen. Dit zorgt voor mooi sappig vlees, vol van smaak. ‘‘Alle producten zijn voorzien van mijn unieke kruidenrub of marinade’’, aldus Jord Althuizen. Dit maakt de producten nóg smakelijker. Neem bijvoorbeeld de Picanha: zet je tanden erin en je bent verkocht. Bereidingstips Barbecueën is groter dan ooit. Iedereen kan nu een sterrenkok zijn in eigen tuin. Bij BBQ Star helpen we je graag een ster te worden. Op elke verpakking van het BBQ Star-vlees staat een QRcode die verwijst naar een bereidingsfilmpje waarin Jord Althuizen smakelijk uitlegt hoe je het vlees tot in perfectie kunt grillen op jouw barbecue. Daarnaast vind je ook op de website van BBQ Star, www.bbq-star.com, barbecue-tips en meer lekkere recepten.
De zeven premium barbecueproducten van BBQ Star
Waar te koop? Bij BBQ Star zorgen we met dezelfde aandacht voor het vlees als waarmee jij het op je barbecue
Grill-master Jord Althuizen met één van de BBQ Star producten legt. Met vlees van BBQ Star schotel je jouw gasten iets bijzonders voor. Daar durven wij onze handen voor in het vuur te steken. Het vlees van BBQ Star inclusief kruiden, marinade of seasoning en met duidelijke bereidingstips is nu te koop. Alle producten zijn verkrijgbaar via de 35 Albert Heijn XLvestigingen in Nederland en daarnaast vanaf medio mei via www.ah.nl. Op de hoogte blijven? BBQ Star gaat als een lopend vuurtje! Volg ons op Facebook @BBQxStar en Instagram @BBQStar__. www.bbq-star.com
Advertentie
Strategisch partner op elk moment Of het nu gaat om een lokale fabrikant van streekeigen ontbijtkoeken of een zuivelverwerkende multinational: van doorslaggevend belang voor het voortbestaan van de onderneming is het behoud en het versterken van de positie die ze heeft in de productieketen. Verliest ze die positie, dan wordt het moeizaam ondernemen. ABN AMRO adviseert haar klanten in alle aspecten van verantwoord en succesvol ondernemerschap, waarbij het 'versnellen van duurzame groei' een begrip is. „Als ABN AMRO zijn we doorlopend in gesprek met onze klanten: Wat beweegt ze? Waar willen ze naar toe? En hoe?”, aldus Diana Bergsma, Sector Directeur Food. „De foodondernemer van morgen is zich bewust van haar positie in de foodketen en de noodzaak tot transitie. Die transitie kan bestaan uit schaalvergroting middels fusies, overnames of samenwerkingsverbanden. Of juist de andere kant op, door je specifiek te richten op een nichemarkt. Cruciaal voor de ondernemer is dat hij zelf regisseur blijft over zijn positie in de keten. ABN AMRO is daarbij een strategisch partner en biedt de ondernemer naast de eigen specialisten ook een uitgebreid netwerk van relaties. Via dit netwerk verbinden wij klanten met elkaar en kunnen ze hun kennis delen of samen innoveren en producten ontwikkelen. Dat strekt zich uit van een lokale bijeenkomst tot deelname aan een wereldwijd platform als Opportunity Network waarbij bedrijven elkaar ontmoeten.” Een essentieel aspect binnen de moderne bedrijfsvoering is het verduurzamen van het productieproces en het productenpakket. Jan Droppers, Relatiemanager Food: „Hier is stilstand echt achteruitgang. Consumenten en afnemers worden steeds kritischer en duurzaam
ondernemen heeft inmiddels de status van een license to operate gekregen. Het is tot een absolute randvoorwaarde geworden. Dat betekent voor de productverwerker dat hij steeds verder terug moet in de keten, tot en met de grondstoffen. Sleutelwoord daarbij is 'transparantie'. Laat zien wat je doet, toon je footprint. Op de website, in de jaarverslagen, overal. En niet alleen op het gebied van natuur en milieu, maar ook en juist op sociaal gebied. Maak werk van maatschappelijk verantwoord ondernemen.” „Ook in het versnellen van duurzame groei is ABN AMRO strategisch partner”, vervolgt Diana Bergsma. „Op elke plek in de keten en op elk gewenst moment. Belangrijk in het proces van de transitie naar een duurzamer business model is weten waar je nu staat als onderneming. Wij kunnen hierbij helpen door die positie te vergelijken met die van andere marktpartijen. Daarmee kan de ondernemer zicht krijgen op mogelijke verbeterpunten in de eigen bedrijfsvoering. Mocht een koersaanpassing noodzakelijk blijken dan kunnen wij partners aandragen die hierover gericht advies geven. Denk aan het verlagen van de CO2 uitstoot en het verduurzamen van het bedrijfspand. En mocht dit
Jan Droppers, Relatiemanager Food, en Diana Bergsma, Sector Directeur Food.
investeringen vereisen, dan faciliteren wij de ondernemer hierin met groene financieringen.” www.abnamro.nl
BLIK IN DE TOEKOMST Tekst Coen Berkhout Foto’s Pepijn van den Broeke
De agrarische sector: motor van de Nederlandse economie. Samen met de voedselindustrie topsector: goed voor 10 procent van onze economie en werkgelegenheid. Het omvat niet alleen de productie van voedsel; ook de bewerking, vermarkting en distributie. Drie visies op de toekomst van de sector.
Jakob Bartelds
Het gaat om de combinatie van toegevoegde waarde op bedrijven en innovatieve oplossingen voor uitdagingen JAKOB BARTELDS, ALGEMEEN VOORZITTER LTO NOORD
O
ver het doel en de missie van LTO Noord, de grootste belangenbehartiger voor de agrarische sector, wil Jakob Bartelds geen misverstand laten bestaan: het behouden en ontwikkelen van een economisch gezonde land- en tuinbouwsector in de ‘negen provincies boven de Maas’. Belangenbehartiging, maar zeker ook het stimuleren en faciliteren van toekomstig ondernemerschap en vernieuwing binnen de sector. Bartelds: ,,We leveren een bijdrage aan veel innovatieve projecten. Bijvoorbeeld op het gebied van de waterkwaliteit, een belangrijk dossier voor veel boeren en tuinders. Binnen een van de projecten gaan adviseurs met de boeren over het erf om te kij-
12 N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 M E I 2 019
ken hoe ze deze kunnen aanpassen om vervuiling tegen te gaan. Een van deze projecten in Friesland gaan we nu ook uitrollen in Drenthe en Groningen.” Dergelijke projecten zijn waardevol, omdat de ondernemers de vruchten plukken van de oplossingen. Het gaat volgens Bartelds om de combinatie van die toegevoegde waarde voor de bedrijven en de positieve externe effecten op het milieu en de samenleving. Dat de sector grote stappen zette op het gebied van energie reducerende maatregelen – volgens Bartelds wekken boeren en tuinders momenteel 80 procent op van de groene energie in Nederland – bewijst volgens hem dat de wil er zeker is. Er zijn twee knelpunten: investeringsbereidheid (en door wie) en hoeveel vrijheid en verantwoordelijkheid ondernemers krijgen. Het financiële vraagstuk is simpel: als er niet voor wordt betaald gebeurt het niet. Maar wie moet investeren: overheden, boeren of consumenten? ,,Uiteindelijk produceren we
veel voedingsmiddelen en grondstoffen voor non-food toepassingen. Als je wilt verduurzamen, moeten die voedingsgrondstoffen in prijs omhoog. Dan gaat het er ook om wat wij als burgers echt belangrijk vinden en of wij daarnaar handelen. We willen duurzaam zijn en letten op het milieu, maar als we voor het schap staan pakken we toch de goedkoopste aanbieding.” Het woud van regels ziet Bartelds als tweede belemmering voor innovatieve ontwikkelingen. ,,Zo kunnen we onze bodem gezonder maken en het klimaat verbeteren door CO2 in de grond vast te leggen. Echter, door problemen in het verleden op het gebied van stikstof en fosfaat zijn er nu nog steeds regelingen die dat onmogelijk maken, terwijl de mineraalbalans nu weer goed is”, stelt hij. Hij pleit niet voor vrijheid-blijheid, maar de teugels mogen wat losser. Bovendien, als ondernemers meer vrijheid krijgen mag je ook verwachten dat zij voldoende doen, vindt hij. ,,Het gaat ook om
Gert-Jan Euverink
aantonen en meten. Dat zorgt voor draagvlak bij boeren. En het geeft de kans oplossingen op maat te ontwikkelen. Als het gaat om bodembeheer, is dat voor de een misschien mest, voor de ander compost of juist een groenbemester. Op het gebied van waterkwaliteit zijn er boeren die de waterschappen bellen om te zeggen: wij moeten iets doen, want de waterkwaliteit in mijn sloot gaat achteruit.” De regelgeving moet ruimte bieden om samen aan oplossingen te werken waarbij iedereen zijn steentje bijdraagt en waarvan iedereen profijt heeft. Dat klinkt utopisch, maar met vrijheid en wederzijdse verantwoordelijkheid is dat volgens Bartelds mogelijk.
De bio-economie moet niet dezelfde, maar betere producten maken om de transitie te laten slagen GERT-JAN EUVERINK, DIRECTEUR CARBOHYDRATE COMPETENCE CENTER
D
e productieketen stopt niet op het moment dat voedingsgrondstoffen van het land komen. Immers gaat niet alles naar de supermarkt en de consument. De agrarische sector produceert ook veel grondstoffen voor nonfood toepassingen in onder meer farmaceutische en chemische industrieën. Daarnaast is er veel winst te behalen en te innoveren door fundamenteel onderzoek te doen naar de bouwstenen van ons voedsel, bijvoorbeeld koolhydraten. Dat gebeurt bij het Carbohydrate Competence Center (CCC), een samenwerkingsverband van de Rijksuniversiteit Groningen en Wageningen University
Research, gevestigd op Zernike in Groningen. Het is onderzoek naar koolhydraten in de breedste zin, legt directeur Gert-Jan Euverink uit: ,,Iedereen kent koolhydraten van de voedingswaardetabellen op verpakkingen, maar er zijn ontzettend veel toepassingen. Coatings, bindmiddelen ... Er zit een laagje zetmeel op papier, dat ervoor zorgt dat de inkt uit jouw pen er niet van afglijdt. Het onderzoeken van de effecten van antibiotica op dieren en mensen, met name op de darmflora, is een groot project voor ons. Zo komen we tot inzichten die waardevol zijn voor het ontwikkelen van geneesmiddelen, bijvoorbeeld voor de ziekte van Crohn, een chronische darmontsteking.” De toepassingen en dus de onderzoeksmogelijkheden zijn legio. Juist daarom probeert het CCC onderzoek te faciliteren waardoor kennisinstellingen en industrieën dichter bij elkaar komen. Want de industrie is nodig om uitvindingen daadwerkelijk te maken en
te vermarkten, zegt Euverink. Het faciliteert de ontwikkeling van toepassingen die mensen nodig hebben, die ze willen gebruiken en, niet geheel onbelangrijk, die ze kunnen betalen. ,,De grondstoffen voor producten die we nu met olie maken, kunnen we ook van het land halen, maar de schaalgrootte is te klein om met olie te concurreren. De massa gaat af op de prijs of efficiëntie van een product. Daarom moeten landbouwproducten beter zijn dan olieproducten. Fundamenteel onderzoek, in samenspraak met het bedrijfsleven, levert daar een bijdrage aan.” Het is een investering in kennis, industrie en mensen, want het CCC leidt binnen de projecten nieuwe wetenschappers op. De essentiële vragen zijn: welke nieuwe ketens kunnen we ontdekken en hoe maken we die ketens (en de individuele schakels daarvan) zo efficiënt mogelijk? Daarom is het volgens Euverink belangrijk dat mensen weten waar ze elkaar kunnen
vinden en hoe ze elkaar kunnen helpen; er moet een constante stroom van innovatie en een kruisbestuiving tussen sectoren en disciplines ontstaan. Daarom zijn de onderzoeken helemaal openbaar. Zo kan een project vervolg krijgen bij een toegepaste onderzoeksinstelling of binnen een R&D-afdeling (research and development, ofwel onderzoek en ontwikkeling) van een bedrijf. Euverink: ,,Als we echt naar een circulaire biobased economie willen moeten verschillende sectors met elkaar in contact komen. Wat vroeger afval was, is nu een bijproduct en te gebruiken in een andere sector of in een andere schakel binnen de keten. Maar dan moet je natuurlijk wel weten dat die mogelijkheid er is.”
>>
N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 M E I 2 019 13
BLIK IN DE TOEKOMST Tekst Coen Berkhout Foto’s Pepijn van den Broeke
De agrarische sector: motor van de Nederlandse economie. Samen met de voedselindustrie topsector: goed voor 10 procent van onze economie en werkgelegenheid. Het omvat niet alleen de productie van voedsel; ook de bewerking, vermarkting en distributie. Drie visies op de toekomst van de sector.
Jakob Bartelds
Het gaat om de combinatie van toegevoegde waarde op bedrijven en innovatieve oplossingen voor uitdagingen JAKOB BARTELDS, ALGEMEEN VOORZITTER LTO NOORD
O
ver het doel en de missie van LTO Noord, de grootste belangenbehartiger voor de agrarische sector, wil Jakob Bartelds geen misverstand laten bestaan: het behouden en ontwikkelen van een economisch gezonde land- en tuinbouwsector in de ‘negen provincies boven de Maas’. Belangenbehartiging, maar zeker ook het stimuleren en faciliteren van toekomstig ondernemerschap en vernieuwing binnen de sector. Bartelds: ,,We leveren een bijdrage aan veel innovatieve projecten. Bijvoorbeeld op het gebied van de waterkwaliteit, een belangrijk dossier voor veel boeren en tuinders. Binnen een van de projecten gaan adviseurs met de boeren over het erf om te kij-
12 N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 M E I 2 019
ken hoe ze deze kunnen aanpassen om vervuiling tegen te gaan. Een van deze projecten in Friesland gaan we nu ook uitrollen in Drenthe en Groningen.” Dergelijke projecten zijn waardevol, omdat de ondernemers de vruchten plukken van de oplossingen. Het gaat volgens Bartelds om de combinatie van die toegevoegde waarde voor de bedrijven en de positieve externe effecten op het milieu en de samenleving. Dat de sector grote stappen zette op het gebied van energie reducerende maatregelen – volgens Bartelds wekken boeren en tuinders momenteel 80 procent op van de groene energie in Nederland – bewijst volgens hem dat de wil er zeker is. Er zijn twee knelpunten: investeringsbereidheid (en door wie) en hoeveel vrijheid en verantwoordelijkheid ondernemers krijgen. Het financiële vraagstuk is simpel: als er niet voor wordt betaald gebeurt het niet. Maar wie moet investeren: overheden, boeren of consumenten? ,,Uiteindelijk produceren we
veel voedingsmiddelen en grondstoffen voor non-food toepassingen. Als je wilt verduurzamen, moeten die voedingsgrondstoffen in prijs omhoog. Dan gaat het er ook om wat wij als burgers echt belangrijk vinden en of wij daarnaar handelen. We willen duurzaam zijn en letten op het milieu, maar als we voor het schap staan pakken we toch de goedkoopste aanbieding.” Het woud van regels ziet Bartelds als tweede belemmering voor innovatieve ontwikkelingen. ,,Zo kunnen we onze bodem gezonder maken en het klimaat verbeteren door CO2 in de grond vast te leggen. Echter, door problemen in het verleden op het gebied van stikstof en fosfaat zijn er nu nog steeds regelingen die dat onmogelijk maken, terwijl de mineraalbalans nu weer goed is”, stelt hij. Hij pleit niet voor vrijheid-blijheid, maar de teugels mogen wat losser. Bovendien, als ondernemers meer vrijheid krijgen mag je ook verwachten dat zij voldoende doen, vindt hij. ,,Het gaat ook om
Gert-Jan Euverink
aantonen en meten. Dat zorgt voor draagvlak bij boeren. En het geeft de kans oplossingen op maat te ontwikkelen. Als het gaat om bodembeheer, is dat voor de een misschien mest, voor de ander compost of juist een groenbemester. Op het gebied van waterkwaliteit zijn er boeren die de waterschappen bellen om te zeggen: wij moeten iets doen, want de waterkwaliteit in mijn sloot gaat achteruit.” De regelgeving moet ruimte bieden om samen aan oplossingen te werken waarbij iedereen zijn steentje bijdraagt en waarvan iedereen profijt heeft. Dat klinkt utopisch, maar met vrijheid en wederzijdse verantwoordelijkheid is dat volgens Bartelds mogelijk.
De bio-economie moet niet dezelfde, maar betere producten maken om de transitie te laten slagen GERT-JAN EUVERINK, DIRECTEUR CARBOHYDRATE COMPETENCE CENTER
D
e productieketen stopt niet op het moment dat voedingsgrondstoffen van het land komen. Immers gaat niet alles naar de supermarkt en de consument. De agrarische sector produceert ook veel grondstoffen voor nonfood toepassingen in onder meer farmaceutische en chemische industrieën. Daarnaast is er veel winst te behalen en te innoveren door fundamenteel onderzoek te doen naar de bouwstenen van ons voedsel, bijvoorbeeld koolhydraten. Dat gebeurt bij het Carbohydrate Competence Center (CCC), een samenwerkingsverband van de Rijksuniversiteit Groningen en Wageningen University
Research, gevestigd op Zernike in Groningen. Het is onderzoek naar koolhydraten in de breedste zin, legt directeur Gert-Jan Euverink uit: ,,Iedereen kent koolhydraten van de voedingswaardetabellen op verpakkingen, maar er zijn ontzettend veel toepassingen. Coatings, bindmiddelen ... Er zit een laagje zetmeel op papier, dat ervoor zorgt dat de inkt uit jouw pen er niet van afglijdt. Het onderzoeken van de effecten van antibiotica op dieren en mensen, met name op de darmflora, is een groot project voor ons. Zo komen we tot inzichten die waardevol zijn voor het ontwikkelen van geneesmiddelen, bijvoorbeeld voor de ziekte van Crohn, een chronische darmontsteking.” De toepassingen en dus de onderzoeksmogelijkheden zijn legio. Juist daarom probeert het CCC onderzoek te faciliteren waardoor kennisinstellingen en industrieën dichter bij elkaar komen. Want de industrie is nodig om uitvindingen daadwerkelijk te maken en
te vermarkten, zegt Euverink. Het faciliteert de ontwikkeling van toepassingen die mensen nodig hebben, die ze willen gebruiken en, niet geheel onbelangrijk, die ze kunnen betalen. ,,De grondstoffen voor producten die we nu met olie maken, kunnen we ook van het land halen, maar de schaalgrootte is te klein om met olie te concurreren. De massa gaat af op de prijs of efficiëntie van een product. Daarom moeten landbouwproducten beter zijn dan olieproducten. Fundamenteel onderzoek, in samenspraak met het bedrijfsleven, levert daar een bijdrage aan.” Het is een investering in kennis, industrie en mensen, want het CCC leidt binnen de projecten nieuwe wetenschappers op. De essentiële vragen zijn: welke nieuwe ketens kunnen we ontdekken en hoe maken we die ketens (en de individuele schakels daarvan) zo efficiënt mogelijk? Daarom is het volgens Euverink belangrijk dat mensen weten waar ze elkaar kunnen
vinden en hoe ze elkaar kunnen helpen; er moet een constante stroom van innovatie en een kruisbestuiving tussen sectoren en disciplines ontstaan. Daarom zijn de onderzoeken helemaal openbaar. Zo kan een project vervolg krijgen bij een toegepaste onderzoeksinstelling of binnen een R&D-afdeling (research and development, ofwel onderzoek en ontwikkeling) van een bedrijf. Euverink: ,,Als we echt naar een circulaire biobased economie willen moeten verschillende sectors met elkaar in contact komen. Wat vroeger afval was, is nu een bijproduct en te gebruiken in een andere sector of in een andere schakel binnen de keten. Maar dan moet je natuurlijk wel weten dat die mogelijkheid er is.”
>>
N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 M E I 2 019 13
Advertentie
OrangeGas, leverancier van uitsluitend schone brandstoffen CO2-uitstoot, opwarming van de aarde en klimaatprobleem zijn begrippen die het nieuws domineren. Mocht u daar al te pessimistisch van worden, bedenk dan dat er tal van organisaties en bedrijven zijn die werken aan een duurzame toekomst. Ze zien mogelijkheden om met de huidige technische kennis een stap voorwaarts te maken. Zo’n bedrijf is OrangeGas. OrangeGas exploiteert meer dan 130 tankstations in Nederland en Duitsland met uitsluitend schone brandstoffen. „Op dit moment is Groengas ons voornaamste product. Rijden op Groengas biedt hetzelfde gemak als rijden op een fossiele brandstof, maar het is goedkoper en schoner.”, zegt Johan Bloemsma regiomanager van OrangeGas. GFT-afval verzamelen en op GFT-afval rijden Dat een auto kan rijden op aardgas (CNG) is bij veel mensen bekend. CNG is milieuvriendelijker dan andere brandstoffen, maar het kan nog schoner door gas te tanken dat gemaakt is van organisch afval. „Het Groengas productieproces, gemaakt van rioolslib, is zelfs CO2-negatief.” Is je auto geschikt voor CNG, dan kun je ook Groengas tanken. Bloemsma verwijst naar Omrin, het afvalwerkingsbedrijf, als aansprekend voorbeeld van de mogelijkheden van Groengas. „Het GFTafval dat zij verzamelen, vergisten ze tot Groengas. Dat Groengas dient weer als brandstof voor de vrachtauto’s waar ze GFT-afval mee ophalen.” Groengas, door steeds meer particulieren gekozen Groengas is een goedkoop en schoon alternatief en wordt daardoor populairder bij autobezitters. „Het rijden op Groengas lijkt op rijden op LPG, maar er zijn grote verschillen waardoor Groengas veel aantrekkelijker is.” Groengas is een hernieuwbare brandstof, terwijl LPG een fossiele brandstof is. Groengas kan bij onbemande tankstations worden verkocht. Terwijl LPG alleen onder toezicht mag worden aangeboden. Groengas auto's zijn gewoon bij de dealer te bestellen. Van binnen en van buiten merk je geen verschil ten opzichte van een benzine auto. Als enige zit er een extra brandstofmeter op het dashboard. Volkswagen, Audi, Skoda, Fiat en Seat hebben al een uitgebreid aanbod van auto’s die op CNG en dus op Groengas kunnen rijden. Ook occasions zijn er inmiddels in overvloed. Kijk voor het aanbod op smartgreencars.nl. De goedkope en schone brandstof van OrangeGas „De prijs van Groengas is ook zeker een voordeel.
OrangeGas Amsterdam Australiëhavenweg Eén kilo Groengas kost momenteel €1,179. Daar kan net zover op gereden worden als op één liter diesel met een vergelijkbare auto. In mijn geval is dat zo’n 20 kilometer”, zegt zegt Bloemsma, die zelf in een Skoda Octavia rijdt. OrangeGas heeft inmiddels 83 tankstations in Nederland waarvan 15 in Friesland. „Dus het plannen van je route via tankstation is niet meer nodig. Echter zijn er handige apps beschikbaar om je naar de dichtstbijzijnde tanklocatie te navigeren. Dit geld ook voor de navigatiesystemen in de auto's op Groengas.” Op vakantie naar het buitenland hoeft geen obstakel meer te zijn. In Duitsland, België, Zwitserland en Italië wordt Groengas gestimuleerd als alternatieve brandstof. Daar zijn tankstations in overvloed. In Frankrijk starten ze met het bouwen van een netwerk. Langs de route du soleil is Groengas tanken geen probleem. „Anders dan bij een volledige elektrische auto, is de actieradius 300 – 500 kilometer. Mocht er geen tankstation in de buurt zijn, kun je terugvallen op benzine.” OrangeGas timmert aan de weg OrangeGas heeft meer dan 130 tankstations in Nederland en Duitsland. Dat aantal blijft zich uitbreiden, verder wordt OrangeGas dit jaar ook actief in België en Zweden. OrangeGas beschikt over twee eigen productielocaties, waar Groengas wordt geproduceerd. Het andere deel wordt, ingekocht bij andere Nederlandse producenten. Wie bij OrangeGas tankt, tankt 100% groen. „Een aantal jaren geleden waren het voornamelijk bedrijven die overstapten, inmiddels kiezen ook
OrangeGas Hannover Vahrenwalderstrasse
particulieren voor Groengas. Logisch, er zijn verschillende modellen beschikbaar, de brandstof is schoon en goedkoop. Wie Groengas tankt bij OrangeGas tankt goedkoop, met oog op de toekomst. Wie daar meer over wil weten, nodigen we uit contact met ons op te nemen.” orangegas.nl
ALS WE VOOR HET SCHAP STAAN, PAKKEN WE TOCH DE GOEDKOOPSTE AANBIEDING
Welmoed Deinum
>>
Wij lijken misschien een vreemde eend in de bijt, maar als je de boekhouding erbij legt is er onder de streep geen verschil WELMOED DEINUM, AGRARIËR
D
at velen opgevoed zijn met het idee hoe meer, hoe beter is misschien wel de grootste horde bij de transitie naar een volledig duurzame agrarische sector in Nederland, denkt Welmoed Deinum: ,,Hoe groter de trekker, hoe mooier. Mensen kijken naar elkaar en tegen elkaar op. Je wilt dat jouw koeien net zoals die van de buren 10.000 liter melk geven. Die van ons geven iets meer dan de helft: 5500 liter.”
Het boerenbedrijf van haar familie is een eigen weg ingeslagen. Op de biologisch dynamische grasgevoerde melkveehouderij, De Graasboerderij in Sondel, voeren zij hun koeien louter gras. De koeien geven dan wel minder, de boeren profiteren van een hogere melkprijs en zijn niet afhankelijk van externe input. Nagenoeg alles wat ze nodig hebben, is op hun eigen terrein beschikbaar. En zodra het lukt om daar geld mee te verdienen, en dat lukt, dan neemt de passie het over. ,,Wij vinden het heel belangrijk gezonde voeding te produceren op een gezonde wijze. Door goed op moeder aarde te passen, zorgen wij ervoor dat we er niet alleen nu voeding vandaan halen, maar dat ook in de toekomst kunnen blijven doen. Oogsten, maar niet uitputten”, vertelt Deinum. Het vertrouwen in ‘hun’ manier van boeren is gesterkt door de wetenschap dat de pro-
ducten die van hun land komen heel gezond zijn. Deinum: ,,Koeien zijn van nature geen graaneters; de korrel komt eruit zoals-ie erin gaat. Tijdens mijn studie, en op de havo al, deed ik onderzoek naar de invloed van koeien gras voeren en de voeding die zij vervolgens produceren. Gras is een veel gezondere voeding voor koeien, het zorgt voor minder ontstekingen. Bovendien zitten in melk van grasgevoerde koeien veel meer voedingsstoffen voor ons.” Natuurlijk, weet ze, kan niet ieder boerenbedrijf zomaar een volledige ommekeer maken. Maar Deinum hoopt wel dat mensen, boeren én consumenten, andere keuzes durven te maken.
boeren en ik zou het bedrijf over vele jaren graag weer doorgeven. Met een gezonde bodem kan dat ook. Je bent absoluut niet anders of raar als je op een andere manier boert.’’ ,,Het gaat erom dat je kiest voor wat je zelf belangrijk vindt. Je durft misschien als jonge boer die stap niet te zetten, omdat jouw ouders op een zekere manier boeren. Je moet je dan wel afvragen hoe lang je bereid bent op een uitputtende manier door te gaan en of jouw bedrijf daarvan de gevolgen kan dragen”, besluit ze.
De consument beweegt al in de biologische richting, denkt ze, maar nog steeds zijn we verwend. Aardbeien in hartje winter, het hele jaar door asperges, is dat allemaal nodig? ,,Ik hoor bij de vierde of vijfde generatie
N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 M E I 2 019 15
Een aardappel. Daar zit wat in. Om uit te vinden wat allemaal opende Avebe het Avebe Innovation Center. Een bijzondere mix van ontmoeten, bedenken, koken, testen en produceren. Tekst Jean-Paul Taffijn Foto Pepijn van den Broeke
AARDAPPELEN TUSSEN DE STUDENTEN Gerard ten Bolsscher
I
nnovatie is een breed begrip. Dat hebben ze bij Avebe in Veendam begrepen. Echt nieuwe dingen bedenk je niet alleen en verzin je niet binnen de muren van je productiebedrijf. Naar buiten treden is het toverwoord. Dat betekent samen met mensen die heel andere dingen weten om tafel gaan. Het betekent kennis bundelen, ideeën uitwisselen én die zo snel mogelijk uitproberen. Dat is zo’n beetje de filosofie achter het Innovation Center dat Avebe bouwde op de Zernike Campus in Groningen. Het gebouw dat afgelopen jaar verrees valt op. ,,De openheid, het licht, de sfeer. Veel van onze medewerkers wilden hier wel naartoe verhuizen, ja’’, zegt directeur Innovations Gerard ten Bolscher lachend. Ze komen er in een omgeving die bepaald anders is dan de andere locaties van de aardappelreus. En dan vooral omdat er ook veel mensen van ander pluimage rondlopen. Studenten, promovendi, maar ook klanten wandelen er binnen. ,,Ja, dat vinden wij logisch. We zijn hier vooral bezig met marktgedreven onderzoek. Dan wil je die markt ook wat laten zien. En dat kan hier.’’ Laboratoria zijn er om te ontdekken welke geheimen de aardappel nog niet heeft prijsgegeven. In het culinaire center wordt geproefd, in zaaltjes gediscussieerd over nieuwe concepten. Ten Bolscher: ,,We beginnen in het laboratorium en schalen vervolgens snel op naar de proeffaciliteit. Die is zo ingericht dat processen op semi-technische schaal kunnen worden uitgevoerd. Experimenten zijn het, met als doel de slaagkans van de uiteindelijke introductie in de fabriek zo groot mogelijk te maken.’’
‘WE DOEN VOORAL MARKTGEDREVEN ONDERZOEK. DAN WIL JE DIE MARKT OOK WAT LATEN ZIEN’ 16 N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 M E I 2 019
Exemplarisch hoe het eraan toe kan gaan is de totstandkoming van een nieuw kansrijk product afgelopen jaar. ,,In die hete zomer bedachten een paar collega’s dat het mooi zou zijn als ijsjes wat minder snel zouden smelten. Ze zijn ermee aan de slag gegaan en nu hebben we een product dat echt werkt. Wie het eet heeft niet in no time plakkende handen. En het is gezonder omdat er minder vet in zit en toch de romige smaak behoudt. Is hier bedacht, uitgewerkt, getest en op kleine schaal gemaakt. Dat is
precies waar het Innovation Center voor is: dingen ontwikkelen die niet voor de hand liggen.’’ Avebe heeft een nieuwe strategische koers. Lag de focus jarenlang op de productie en verwaarding van (industriële) verschillende soorten zetmeel, nu gaat het vooral om good food. Geen E-nummers, meer plantaardige ingrediënten, minder vetten. ,,Dat is al jaren een trend, en die is voorlopig niet voorbij. Wij zien de aardappel als uitstekende grondstof om daarin mee te gaan. We maken bijvoorbeeld ook grote sprongen op het gebied van vlees-, gelatine- en zuivelvervangers. En glutenvrij voedsel wordt ook steeds belangrijker.’’
‘Je krijgt echt meer ondernemerschap op de werkvloer, omdat het hier kan en mag’ Wat in het Innovation Center kan en wat relatief nieuw is voor Avebe, is dat de knappe koppen er ook eindproducten maken. ,,Weet je, we bewegen ons in marktsegmenten waarin je soms zelf naar de klant moet gaan met je ideeën, omdat ze nieuw zijn. Een voorbeeld? Onze producten van aardappelzetmeel en -eiwitten zijn uitstekend toepasbaar in de industrie van vleesvervangers. Door plat gezegd aan wat knoppen te draaien zorgen we voor een grondstof die precies de geur, het uiterlijk, de smaak en het gevoel heeft van vlees. Dat laten we hier zien door er zelf bijvoorbeeld hamburgers van te maken en die te laten proeven. Je kunt nauwelijks zeggen welke van dierlijk vlees is gemaakt en welke plantaardig is.’’ Zetmelen blijven van groot belang voor
Avebe, eiwitten winnen aan gewicht. ,,Ooit was het zo dat we het zetmeel uit de aardappel haalden en het restproduct gebruikten in diervoeding. Dat gebeurt al lang niet meer. Die eiwitten zijn heel bijzonder en van grote waarde in voeding. Eiwitten uit aardappelen zijn uniek, omdat ze een voedingswaarde hebben die dichtbij eiwit uit melk komt, veel meer dan andere plantaardige eiwitten. Met die eiwitten maken we constant nieuwe producten. Maar er zit nog veel meer moois in een aardappel, stoffen waarvan de toepassingen zich nog moeten uitkristalliseren. Dat is typisch iets wat we hier doen, dat soort onderzoeken.’’ De nabijheid van de universiteit en de hogeschool werkt wat dat betreft heel goed. ,,Sterker nog: we geven hier zelfs colleges. Zo komen studenten direct in aanraking met de praktijk. Ja, een mooi neveneffect kan zijn dat een paar van hen een carrière bij Avebe gaan overwegen.’’ Avebe innoveert in het Innovation Center in drie tempo’s. Het snelst gebeurt dat op basis van contacten in de markt. Oplossingen om yoghurt iets dikker te maken bijvoorbeeld. Op de iets langere termijn werken medewerkers en studenten aan de applicatie van vindingen, aan de weg van het lab naar het schap. En tenslotte wordt er ook op iets abstracter niveau naar de materie gekeken. Hoe moeten processen worden aangepast om de gevraagde producten te kunnen maken. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat andere ingrediënten uit de aardappel worden gebruikt. Het is vrij vroeg om nu al te concluderen welke toegevoegde waarde de nieuwbouw op Zernike heeft, vindt Ten Bolscher. ,,We zijn net open, innovaties en uitvindingen kosten tijd. Maar ik zie nu al dat we die processen veel gestructureerder aanpakken. Dat is meteen winst. Mooi om te zien is dat die werkwijze zichzelf uitbouwt. Je krijgt echt meer ondernemerschap op de werkvloer, omdat het hier kan en mag. Dat we hier ook mensen weten te verbinden is ook een enorme pre. Net als de veel grotere interactie met de buitenwereld. Direct contact met de markt en de wetenschap is voor ons goud waard.’’
N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 M E I 2 019 17
Een aardappel. Daar zit wat in. Om uit te vinden wat allemaal opende Avebe het Avebe Innovation Center. Een bijzondere mix van ontmoeten, bedenken, koken, testen en produceren. Tekst Jean-Paul Taffijn Foto Pepijn van den Broeke
AARDAPPELEN TUSSEN DE STUDENTEN Gerard ten Bolsscher
I
nnovatie is een breed begrip. Dat hebben ze bij Avebe in Veendam begrepen. Echt nieuwe dingen bedenk je niet alleen en verzin je niet binnen de muren van je productiebedrijf. Naar buiten treden is het toverwoord. Dat betekent samen met mensen die heel andere dingen weten om tafel gaan. Het betekent kennis bundelen, ideeën uitwisselen én die zo snel mogelijk uitproberen. Dat is zo’n beetje de filosofie achter het Innovation Center dat Avebe bouwde op de Zernike Campus in Groningen. Het gebouw dat afgelopen jaar verrees valt op. ,,De openheid, het licht, de sfeer. Veel van onze medewerkers wilden hier wel naartoe verhuizen, ja’’, zegt directeur Innovations Gerard ten Bolscher lachend. Ze komen er in een omgeving die bepaald anders is dan de andere locaties van de aardappelreus. En dan vooral omdat er ook veel mensen van ander pluimage rondlopen. Studenten, promovendi, maar ook klanten wandelen er binnen. ,,Ja, dat vinden wij logisch. We zijn hier vooral bezig met marktgedreven onderzoek. Dan wil je die markt ook wat laten zien. En dat kan hier.’’ Laboratoria zijn er om te ontdekken welke geheimen de aardappel nog niet heeft prijsgegeven. In het culinaire center wordt geproefd, in zaaltjes gediscussieerd over nieuwe concepten. Ten Bolscher: ,,We beginnen in het laboratorium en schalen vervolgens snel op naar de proeffaciliteit. Die is zo ingericht dat processen op semi-technische schaal kunnen worden uitgevoerd. Experimenten zijn het, met als doel de slaagkans van de uiteindelijke introductie in de fabriek zo groot mogelijk te maken.’’
‘WE DOEN VOORAL MARKTGEDREVEN ONDERZOEK. DAN WIL JE DIE MARKT OOK WAT LATEN ZIEN’ 16 N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 M E I 2 019
Exemplarisch hoe het eraan toe kan gaan is de totstandkoming van een nieuw kansrijk product afgelopen jaar. ,,In die hete zomer bedachten een paar collega’s dat het mooi zou zijn als ijsjes wat minder snel zouden smelten. Ze zijn ermee aan de slag gegaan en nu hebben we een product dat echt werkt. Wie het eet heeft niet in no time plakkende handen. En het is gezonder omdat er minder vet in zit en toch de romige smaak behoudt. Is hier bedacht, uitgewerkt, getest en op kleine schaal gemaakt. Dat is
precies waar het Innovation Center voor is: dingen ontwikkelen die niet voor de hand liggen.’’ Avebe heeft een nieuwe strategische koers. Lag de focus jarenlang op de productie en verwaarding van (industriële) verschillende soorten zetmeel, nu gaat het vooral om good food. Geen E-nummers, meer plantaardige ingrediënten, minder vetten. ,,Dat is al jaren een trend, en die is voorlopig niet voorbij. Wij zien de aardappel als uitstekende grondstof om daarin mee te gaan. We maken bijvoorbeeld ook grote sprongen op het gebied van vlees-, gelatine- en zuivelvervangers. En glutenvrij voedsel wordt ook steeds belangrijker.’’
‘Je krijgt echt meer ondernemerschap op de werkvloer, omdat het hier kan en mag’ Wat in het Innovation Center kan en wat relatief nieuw is voor Avebe, is dat de knappe koppen er ook eindproducten maken. ,,Weet je, we bewegen ons in marktsegmenten waarin je soms zelf naar de klant moet gaan met je ideeën, omdat ze nieuw zijn. Een voorbeeld? Onze producten van aardappelzetmeel en -eiwitten zijn uitstekend toepasbaar in de industrie van vleesvervangers. Door plat gezegd aan wat knoppen te draaien zorgen we voor een grondstof die precies de geur, het uiterlijk, de smaak en het gevoel heeft van vlees. Dat laten we hier zien door er zelf bijvoorbeeld hamburgers van te maken en die te laten proeven. Je kunt nauwelijks zeggen welke van dierlijk vlees is gemaakt en welke plantaardig is.’’ Zetmelen blijven van groot belang voor
Avebe, eiwitten winnen aan gewicht. ,,Ooit was het zo dat we het zetmeel uit de aardappel haalden en het restproduct gebruikten in diervoeding. Dat gebeurt al lang niet meer. Die eiwitten zijn heel bijzonder en van grote waarde in voeding. Eiwitten uit aardappelen zijn uniek, omdat ze een voedingswaarde hebben die dichtbij eiwit uit melk komt, veel meer dan andere plantaardige eiwitten. Met die eiwitten maken we constant nieuwe producten. Maar er zit nog veel meer moois in een aardappel, stoffen waarvan de toepassingen zich nog moeten uitkristalliseren. Dat is typisch iets wat we hier doen, dat soort onderzoeken.’’ De nabijheid van de universiteit en de hogeschool werkt wat dat betreft heel goed. ,,Sterker nog: we geven hier zelfs colleges. Zo komen studenten direct in aanraking met de praktijk. Ja, een mooi neveneffect kan zijn dat een paar van hen een carrière bij Avebe gaan overwegen.’’ Avebe innoveert in het Innovation Center in drie tempo’s. Het snelst gebeurt dat op basis van contacten in de markt. Oplossingen om yoghurt iets dikker te maken bijvoorbeeld. Op de iets langere termijn werken medewerkers en studenten aan de applicatie van vindingen, aan de weg van het lab naar het schap. En tenslotte wordt er ook op iets abstracter niveau naar de materie gekeken. Hoe moeten processen worden aangepast om de gevraagde producten te kunnen maken. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat andere ingrediënten uit de aardappel worden gebruikt. Het is vrij vroeg om nu al te concluderen welke toegevoegde waarde de nieuwbouw op Zernike heeft, vindt Ten Bolscher. ,,We zijn net open, innovaties en uitvindingen kosten tijd. Maar ik zie nu al dat we die processen veel gestructureerder aanpakken. Dat is meteen winst. Mooi om te zien is dat die werkwijze zichzelf uitbouwt. Je krijgt echt meer ondernemerschap op de werkvloer, omdat het hier kan en mag. Dat we hier ook mensen weten te verbinden is ook een enorme pre. Net als de veel grotere interactie met de buitenwereld. Direct contact met de markt en de wetenschap is voor ons goud waard.’’
N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 M E I 2 019 17
18
donderdag 9 mei 2019
Advertentie
Efficiënt en flexibel, technologie helpt de boer Hoe ga ik efficiënt, en flexibel om met m’n bedrijf, is de vraag van menig jonge boer. Henk Mulder in Nieuwehorne heeft voor zichzelf het antwoord. De toekomst in de maatschap bestaat uit vertrouwen hebben in technologie. JOZ heeft hem net z’n nieuwe mestrobot gebracht. „Ik ben 34 en wil graag m’n hele leven hier lekker werken. Technologie helpt me daarbij, daar heb ik vertrouwen in. Het is efficiënt, veilig en maakt mij flexibeler. De robots doen 24/7 hun werk, ik heb er geen omkijken naar en als er storing is, krijg ik een waarschuwing op de telefoon. Daarom investeren we fors in vernieuwing om inhoud te geven aan de komende twintig jaar. Het is de bedoeling dat ik dit bedrijf feitelijk in m’n eentje kan draaien.”
Z’n ouders Frietsje en Sytze hebben een groot deel van hun werkzame leven op de boerderij al achter zich, hebben een mooi bedrijf opgebouwd en zitten sinds een jaar of negen met Henk in de maatschap. Er is de afgelopen jaren veel veranderd . Er liggen net 874 zonnepanelen op het dak en de 22 jaar oude melkstal is sinds kort vervangen door melkrobots. Verderop in de stal doen de JOZ mestrobot en JOZ MoovPro voeraanschuifrobot in stilte en geautomatiseerd hun werk.
dienst, ja, ook van JOZ. Hij is lang meegegaan hoor, maar op een goed moment is het tijd voor vervanging. De nieuwe robot is duidelijk van een andere generatie, meer technologie, meer vernuft en gemak onder de kap; robuust en zwaar ook in de uitvoering om te voorkomen dat hij slipt of weggedrukt wordt door de neus van een koe. Looppaden worden mooi schoon, de hoeven blijven schoon, minder rotzooi en bacteriegevaar in de stal, dit is ideaal. Als er iets is, krijg ik een berichtje en kijk ik wat er loos is.”
„Dit scheelt zoveel tijd en energie en zo wordt het mogelijk fysiek ook veel langer gezond door te gaan”, meent jonge Henk. Moeder Fritsje beaamt het: het scheelt heel veel handen, want zij en haar man weten hoeveel tijd en inspanning mestschuiven betekent. In de stal gaat de mestrobot net aan de slag. Hij verlaat het laadstation en schuift tussen de koeien door, die het nog glimmende apparaat nieuwsgierig besnuffelen, de looppaden schoon. „Deze mestrobot blinkt nog, dat is morgen wel anders”, zegt Henk toekijkend. „De oude mestrobot is vanochtend opgehaald na twaalf jaar trouwe
Ook de voeraanschuifrobot maakt zich op om z’n ronde te doen. „Dit rondje is het opwarmen, nu gaat hij z’n route doen, precies zoals we hem hebben ingesteld. Hij schuift het voer keurig aan, precies zoals wij het willen. De koeien aan het hek zien met gerust hart de MoovPro langskomen, ze vinden het prima. Laat Henk en z’n robots maar schuiven, een mooi team in de maatschap. www.joz.nl
Advertentie
‘Voor elke situatie de beste oplossing’ Dat is waar DSD Stalinrichting in Dokkum altijd naar streeft. Het bedrijf heeft al vele tientallen jaren ervaring met het zo optimaal mogelijk inrichten van stallen. Daarbij heeft DSD, wat staat voor Desirable Solutions for Dairy, het hele proces in eigen hand. En dat is precies datgene waar de veehouder naar op zoek is. „Dankzij onze eigen productie hebben we voor alle wensen de juiste invulling”, zegt Pieter Joost Bos. Hij vormt samen met Douwe Soepboer en Pieter Riepma de directie van DSD Stalinrichting. Wie bij het bedrijf alleen denkt aan ligboxafscheidingen of voerhekken komt bedrogen uit. DSD heeft het hele pallet voor een optimale stalinrichting in huis. Van voerhekken tot ligboxbedekking, van mestverwerkingssystemen tot stalventilatie en van drinkwatervoorziening tot kalverhuisvesting: de klant kan op één adres terecht. „Wij streven altijd naar een optimale situatie voor de koe, zij moet zich prettig voelen”, zegt Bos. „Dat betekent bijvoorbeeld een goeie ligplaats, prima boxbedekking, voldoende ruimte en voldoende grip.” Maatwerk Natuurlijk heeft DSD Stalinrichting vooral standaard producten in huis, maar maatwerk behoort, afhankelijk van de bedrijfssituatie en wensen van de veehouder, ook tot de mogelijkheden. „Sinds 2003 hebben we een eigen productiebedrijf in Drachten en daardoor zijn we in staat om maatwerk te leveren”, geeft Soepboer aan. “Daarnaast, en dat stelt de veehouder op prijs, kunnen we alle producten zelf monteren met onze eigen montage teams.” „We willen de veehouder zoveel mogelijk ontzorgen”, voegt Riepma toe. „Mede om die
reden hebben we het hele traject van advies tot montage van stalinrichting zelf in handen, inclusief zijwandventilatie, ventilatoren en mestverwerking. Ik denk dat we daarmee uniek zijn in de markt.” Een markt die zich allang niet meer uitstrekt tot alleen ons eigen land. De producten van DSD Stalinrichting gaan de hele wereld over. Soepboer:„ Nederland is kennisland op het gebied van de veehouderij. Dat zien we aan de belangstelling vanuit het buitenland.” Comfort „De veehouder zoekt kennis en ondersteuning bij het inrichten van zijn stal en dat kunnen wij bieden”, gaat hij verder. “Wij hebben alle benodigde kennis in huis en volgen alle ontwikkelingen, bijvoorbeeld op het gebied van wet- en regelgeving, op de voet. Wat we tegenwoordig zien is dat de veehouder zijn stal diervriendelijker en arbeidsvriendelijker wil inrichten, dus de routing is belangrijk, maar vooral het belang van de koe wordt op waarde geschat. Veehouders willen dat hun koeien langer melk kunnen geven en daarom moet er een situatie worden gecreëerd waarin dat kan. Dus, het comfort voor de koe is eerste prioriteit.” Naast nieuwbouw is DSD Stalinrichting ook
uitstekend thuis in renovatie of een combinatie van beiden. „Natuurlijk richten we graag nieuwe stallen in, maar ik durf wel te stellen dat renovatie onze core business is”, zegt Bos. „Daarbij zijn korte lijnen van belang. Door veel te renoveren bouwen we veel kennis op. Dat helpt ons om er bij elke klant iets moois van te maken, zowel voor mens als dier.” www.dsd-stalinrichting.nl
Advertentie
Schakel in de keten van koe tot consument Van Hall Larenstein profileert zich als de meest groene hogeschool van Nederland. Duurzaamheid dringt door in alle haarvaten van het onderwijs, in een zich steeds vernieuwend proces van ontwikkelingen en ontdekkingen. Bij dat proces hoort het voortdurend zoeken naar uitbreidingen van kennis en onderzoeksmogelijkheden. Hierin is de installatie en ingebruikname van een gekoelde melkketen met de DigiCooker de nieuwste aanwinst van Van Hall Larenstein.
Koos Oosterhaven, manager van het FACT en Kees de Koning, manager van Dairy Campus
Dat doet de hogeschool in samenwerking met de Dairy Campus, het onderzoek- en praktijkcentrum voor de melkveehouderij van de WUR. „Als Dairy Campus zijn wij het (inter)nationale innovatiecentrum met een sterke regionale rol,” legt Kees de Koning, manager van Dairy Campus, uit. „We vervullen een paraplufunctie voor het leggen van verbindingen tussen onderwijs, onderzoek, het bedrijfsleven en de overheid, waarbij het accent vooral ligt op onderzoek en innovatie, maar ook Educatie (met VHL en Nordwin), praktijkleren en kennisdoorstroming. Met de focus die Van Hall Larenstein legt op onderwijs, hebben we elkaar jaren geleden al gevonden in het samen oplossen van vraagstukken in de melkveehouderij . Wij leveren melk waarvan de bron-data bekend is (koefamilie, gezondheid van het dier, voersoort), VHL heeft de faciliteiten om de melk te onderzoeken en hiermee te experimenteren. Kennisuitwisseling tussen Van Hall Larenstein, de Dairy Campus en het (inter)nationale netwerk achter Dairy Campus staan hierbij centraal.” Dat onderzoek wordt uitgevoerd in het Food Application Centre for Technology (FACT), het voedingsinnovatiecentrum van VHL. „Het centrum richt zich vooral op de zuivelindustrie,” legt Koos Oosterhaven, manager van het FACT, uit. „Hier kunnen bedrijven en studenten werken met – bijna – alle vormen van zuivelverwerking op de zogenaamde DigiCooker, geïnitieerd door lector Zuivelprocestechnologie Peter de Jong. Zoals het ‘kraken’ van melk in haar diverse componenten, steriliseren en pasteuriseren, het maken van zuivelgebaseerde sauzen (in samenwerking met sauzenproducent Oliehoorn),
yoghurtbereiding, zuiveldranken en kaas - met als ambitie pilotmatige productie en verkoop in de kantine en wellicht ook in test-supermarkten - en medische voeding of supplementen. Daarnaast is de apparatuur voorzien van extra sensoren om procesoperators en studenten het proces te leren ‘lezen’ en inzicht te geven in de consequenties van het wijzigen van parameters als temperatuur, samenstelling van de melk en het product, en hoeveelheid, op de productkwaliteit. In samenwerking met het Nordwin college is een investering gaande in de training en opleiding van operators in het werken aan robotisering en automatisering .” Doel van het FACT is het onderzoeken van een professionele en volledige melkketen – van de productie van het voer van de koe tot de consument. „Met deze keten-in-het-klein hebben we de mogelijkheid om op een relatief kleinschalige wijze de uitwerkingen van bepaalde invloeden op de praktijk te simuleren,” legt Wiepk Voskamp, lector Duurzame Melkveehouderij en verbonden aan Dairy Campus, uit. „Bijvoorbeeld: we gaan bodemdiversiteit verbeteren door het inzaaien van kruidenrijk grasland. Welke invloed heeft dat op de gezondheid van de koe die het gras eet, en op de samenstelling en de verwerkingsmogelijkheden van haar melk? De mogelijkheid om hiermee te experimenteren in een veilige, goed gemonitorde omgeving is uniek in Nederland.” Daarmee wordt aangehaakt op actualiteiten uit het werkveld. „De functie van een lector is vooral het slaan van een brug tussen onderwijs en de actuele praktijk. Kennis en competenties die
studenten verwerven moeten een naadloze aansluiting geven op die praktijk. Momenteel bestaat die praktijk vooral uit het vinden van een balans tussen de maatschappij, mens, economie, ecologie en dierwelzijn. Voor boeren in het algemeen betekent dit dat ze een weg moeten vinden naar toekomstbestendigheid met de juiste combinatie tussen het gezin, de bedrijfsvoering en een verdienmodel. Dat laatste wil in de meeste gevallen zeggen: aansluiting zoeken bij een keten. Dat kan een bestaande keten zijn, maar ook een nieuwe - bijvoorbeeld het zelf verkazen of verzuivelen. Wat de keuze ook zal zijn, er zullen zich vragen aandienen. Met de melkketen-opschaal kunnen wij de boeren en verwerkers daarin enerzijds faciliteren en hun vragen beantwoorden, anderzijds pakken we casussen uit het werkveld op om in projecten samen met docenten en studenten de oplossing te vinden.” „De samenwerking is vanzelfsprekend,” besluit De Koning. „Alleen op een eilandje kom je nooit tot vooruitgang. Pas als je al die eilandjes naar elkaar toe trekt en samen gaat werken, kom je tot oplossingen.” Diary Campus is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van het Regionaal Economisch Programma (REP) van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN). Het FACT wordt mede mogelijk gemaakt door de Provinsje Fryslân. www.dairycampus.nl www.hvhl.nl/onderzoek/food-application-centrefor-technology-fact.html
20
donderdag 9 mei 2019
Advertentie
Van asbestdaken naar daken met oog voor dierenwelzijn Vroeger was asbest de standaard. Isolatie, gevel- of dakbedekking, het was een goedkoop, sterk en brandwerend materiaal. Dat er een nadeel aan kleefde werd langzaam duidelijk. Aan asbest kleeft veel leed. Voor de overheid de reden om per 1993 de productie en verwerking van asbest te verbieden. Om meer schade in de toekomst te voorkomen, moeten op 31 december 2024 alle asbestdaken gesaneerd zijn. Voor Marten Dijkstra, eigenaar van het biologisch melkveebedrijf De Skâns, was dit de aanleiding om niet alleen het dak van de stal te vervangen, maar dit ook te doen op een wijze die past bij zijn visie op duurzaam ondernemerschap.
V.l.n.r.: Nico Idzenga, eigenaar Ark&Reau, Bart Jannink, commercieel directeur Cembrit BV en Marten Dijkstra, eigenaar van het biologisch melkveebedrijf De Skâns.
Dierenwelzijn „Wij willen zorgvuldig omgaan met onze leefomgeving, de natuur en onze dieren”, zegt Marten. „Met die uitgangspunten zijn we op zoek gegaan naar een bedrijf voor de sanering van het dak van onze stal. We kwamen uit bij Ark & Reau asbestverwijdering. Zij wezen ons op de vezelcement golfplaten van Cembrit. Het zijn ademende en geluiddempende golfplaten waarmee een comfortabel stalklimaat wordt gecreëerd. Bovendien wordt door Cembrit bij de keuze van de grondstoffen gezocht naar milieuvriendelijke oplossingen zonder aan kwaliteit in te boeten.” Kwaliteit en garantie „Asbestsanering en dakrenovaties zijn onze specialiteit”, zegt Nico Idzenga van Ark & Reau. „We leggen zo’n 85000 m² golfplaten per jaar. Wij werken graag met Cembrit vanwege de continue hoge kwaliteit van hun producten en vanwege de projectgarantie van 10 jaar. Dat is meer dan alleen fabrieksgarantie op het product. Mocht er wat zijn met het dak, dan staat Cembrit
garant voor volledig herstel van het dak. Dat is een unieke aanpak en voor de klant neemt dat alle zorgen weg.” Innovatief met oog voor de toekomst In de bijna honderd jaar van haar bestaan is Cembrit uitgegroeid tot een internationaal bedrijf met vestigingen in 15 Europese landen. „Met Cembrit willen we bouwen aan de toekomst”, zegt Bart Jannink, commercieel directeur van Cembrit BV. „Als bedrijf heb je de mogelijkheid, misschien wel verplichting, een meerwaarde te creëren voor de maatschappij. Dat was ook de reden om, jaren voordat asbest verboden werd, te stoppen met de productie hiervan. ‘Bouwen voor de toekomst’, betekent duurzaam bouwen. Dat zijn producten met een lange levensduur en producten met oog voor het welzijn van mens, dier en milieu”, zegt Bart. www.cembrit.nl
Extra garantie. Extra vertrouwen. Cembrit Cemfort® B65 vezelcement golfplaten worden al jarenlang naar tevredenheid toegepast in de agro-industriebouw. Cembrit biedt u kosteloos een extra projectgarantie aan. Voor meer informatie kijk op www.cembrit.nl. Brandklasse A1-s1-d0 • KOMO • Geluiddempend • Stroef oppervlak • Roest en rottingsvrij
www..arkenreau.nl asbestverwijdering dakrenovatie sloopwerken Swynswei 2
9245 HE Nij Beets Tel. 0512-460022
verkoop@bpgvandermeulen.nl
grondverzet
www.bpgvandermeulen.nl
BPG, DÁÁR BOUW JE MEE!
Ark & Reau uit Aldeboarn is gecertificeerd asbestverwijderderaar en levert en plaats nieuwe daken. Wij kunnen het gehele traject van A tot Z voor u verzorgen. Ark en Reau asbestverwijdering sloopwerken & grondverzet Bordego 17 8495 NS Aldeboarn 0566-631495
Advertentie
‘Wij trekken de stoute schoenen aan’ Wat valt er te innoveren als we het hebben over Melba toast? Een hele hoop. Bij Van der Meulen in Hallum zien ze tenminste veel kansen, vooral internationaal.
In 1910 begon Hessel van der Meulen een beschuitenbakkerij in Ferwerd. De beschuiten vonden gretig aftrek in heel Nederland, en een grotere bakkerij werd noodzaak. Van der Meulen verhuisde naar ‘De Volharding’ in Hallum, en is hier inmiddels niet meer weg te denken. De vierde generatie Van der Meulen staat ondertussen aan het roer van dit bedrijf dat altijd op zoek is naar vernieuwing. De focus ligt daarbij op toast. Vernieuwing in toastschap De Melba toastjes gaan de hele wereld over. Petra Loos, Marketing & Innovatie Manager bij van der Meulen legt uit wat het Melba toastje van Van der Meulen zo uniek maakt: „Wij zijn de enigen in de wereld die zo’n dun, knapperig en toch ook nog zeer luchtig toastje kunnen maken. Daar zijn we best trots op! In Nederland hebben we op dit moment nog de grootste afzetmarkt, maar we groeien heel hard door in exportlanden als Frankrijk, Spanje en Canada. In die landen eten ze toast soms anders dan wij gewend zijn, wat het innovatie traject ook zo leuk maakt.” Ondertussen heeft Van der Meulen een missie als het aankomt op het toastschap. Al jarenlang ziet dit schap er hetzelfde uit. „Wij trekken de stoute schoenen aan en gaan voor vernieuwing. We hebben hiervoor een aantal pijlers op een rijtje gezet, die afgestemd zijn op consumententrends. Die wil tegenwoordig namelijk steeds meer gemak, gezond eten en een fijne beleving tijdens de verschillende eetmomenten.” Magische combinatie In de zoektocht naar een product met een gemakspropositie is Van der Meulen een samenwerking aangegaan met Heks’nkaas. „Een perfecte combinatie”, aldus Loos. „De one-bite Dippers op basis van extra vierge olijfolie geven een krokante en luchtige bite aan de smaakvolle Heks'nkaas. De Dippers, verkrijgbaar in twee smaken, zijn vanaf half mei verkrijgbaar bij PLUS Supermarkt en binnenkort ook bij Deen, Deka Markt en Albert Heijn. Daarnaast staan we eind mei samen met Heks'nkaas op de Libelle Zomerweek, waar mensen onze Dippers kunnen proeven.”
Tjitse Offenga (Productontwikkelaar), Petra Loos (Marketing & Innovatie manager) en Joost van der Meulen (Productmanager) met de Dippers. Ook ziet Van der Meulen potentie voor toast in het snelgroeiende versschap in de supermarkten. „De borrelplanken worden steeds groter en gevarieerder. Daar hoort een lekker toastje ook bij. Op dit moment zijn dit nog twee gescheiden werelden in de supermarkt, die wij graag bij elkaar brengen. Een lekkere ambachtelijke toast is hierop ons antwoord. Naar verwachting is deze toast dit najaar al te verkrijgen in de supermarkt.”
‘De consument zoekt nieuwe smaaksensaties’ Bij Van der Meulen weten ze dat het toastje meestal als vrij neutrale drager dient van een topping. Loos: „Maar we zijn een tikkeltje eigenzinnig. Wij geloven dat toast, wanneer verrijkt met zuidvruchten en noten, van zichzelf al
echt een delicatesse kan zijn. In dit kader kijken we ook naar andere basisingrediënten, zoals gekiemde granen, groenten of zelfs insecten. Dit klinkt wellicht als de wereld op zijn kop, maar de consument zoekt ook naar nieuwe smaaksensaties.” Gemotiveerde medewerkers Innoveren gaat vaak gepaard met de zoektocht naar goede en gemotiveerde medewerkers. „We zijn een no-nonsense familiebedrijf, waar voldoende ruimte is voor persoonlijke ontwikkeling en ondernemerschap. Toch is het ook voor ons lastig om goede (productie)medewerkers te vinden. We zijn daarom onder andere aangesloten bij Bakery Sweets Center, een samenwerking tussen bedrijfsleven, onderwijs en overheid binnen de bakkerij- en zoetwarensector. Zo bereiden we ons voor op de toekomst.” Terwijl nieuwe soorten toast het levenslicht zien bij Van der Meulen, probeert het bedrijf dat op een zo verantwoord mogelijke manier te doen. „Duurzaamheid is belangrijk. Dat vinden we zelf, maar het wordt ook van ons verwacht. We leveren aan (inter)nationale retailers, en die stellen hoge eisen. Plasticreductie, restafval verminderen, palmolie vrij produceren en energieverbruik omlaag. Daar zetten wij vol op in. We zijn er trots op dat we ruimschoots voldoen aan de hoge eisen die gesteld worden. Maar het blijft onze aandacht vragen. Zo zijn wij nu bezig met het plastic venster uit de verpakking te halen. Dat gaat dit jaar nog gebeuren.” Meegaan met de tijd en innoveren, het kan dus ook met klassieke broodproducten zoals Melba toast. Maar in de basis blijft het altijd een ambacht, benadrukt Loos. „We zijn trotse meesterbakkers, en dragen het vakmanschap hoog in het vaandel.” www.meulenholland.nl
Offenga, Van der Meulen en Loos in de proefkeuken.
Garnalen. Er zijn er te veel in de Wadden- en Noordzee. Daarom mogen de vissers minder vangen. Dat is niet zo onlogisch als het klinkt, blijkt na een dagje bij de visafslag in Harlingen. Tekst Jean-Paul Taffijn Foto’s Pepijn van den Broeke
EEN KWESTIE VAN BALANS E
en lekker zonnetje, blauwe lucht boven de Waddenzee. Geen verkeerde dag om de zee op te gaan, de netten uit te gooien en een berg garnalen binnen te halen. Zoals de HA 40 heeft gedaan. De kotter van Daniël Koornstra meert net af aan de stijger bij de visafslag. De kookpot aan boord rookt nog een beetje terwijl de Harlinger zijn netten uithangt.
‘Als het nodig is ga ik nog gewoon mee de zee op, hoor’
,,Daniël, we tillen de garnalen met je lier.’’ Willem Mulder (60) is het bekendste gezicht van de visafslag. Hij runt er de boel samen met zijn baas, Peter Hovius. Willem is waar de vissers komen. Willem regelt wat de garnalenopkopers willen, Willem weet wat er moet gebeuren. In dit geval: de in grote zakken verpakte gekoelde en gekookte garnalen van boord halen. ,,Als het moet, ben ik hier elke dag. Vind ik niet erg. Ik houd van dit werk. Wij zorgen ervoor dat de garnalen op exact de juiste wijze van de visser naar de handel gaat. Met de juiste papieren en controles, ingepakt in de goede kratten. Soms gaan de garnalen vanaf hier rechtstreeks naar Marokko voor het pellen, soms gaan ze eerst naar de handelaar.”
Willem Mulder
Het is een rare tijd voor garnalenvissers. We hebben jaren achter ons liggen waarin het aantal garnalen in de zee klein was. Dat betekende automatisch dat de prijs ervan steeg. ,,De vissers hebben die extra inkomsten gebruikt om hun schepen op te knappen, of zelfs nieuwe te kopen.’’ En nu hebben we te maken met juist een hoge garna>>
2 2 N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 M E I 2 019
N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 M E I 2 019 2 3
Garnalen. Er zijn er te veel in de Wadden- en Noordzee. Daarom mogen de vissers minder vangen. Dat is niet zo onlogisch als het klinkt, blijkt na een dagje bij de visafslag in Harlingen. Tekst Jean-Paul Taffijn Foto’s Pepijn van den Broeke
EEN KWESTIE VAN BALANS E
en lekker zonnetje, blauwe lucht boven de Waddenzee. Geen verkeerde dag om de zee op te gaan, de netten uit te gooien en een berg garnalen binnen te halen. Zoals de HA 40 heeft gedaan. De kotter van Daniël Koornstra meert net af aan de stijger bij de visafslag. De kookpot aan boord rookt nog een beetje terwijl de Harlinger zijn netten uithangt.
‘Als het nodig is ga ik nog gewoon mee de zee op, hoor’
,,Daniël, we tillen de garnalen met je lier.’’ Willem Mulder (60) is het bekendste gezicht van de visafslag. Hij runt er de boel samen met zijn baas, Peter Hovius. Willem is waar de vissers komen. Willem regelt wat de garnalenopkopers willen, Willem weet wat er moet gebeuren. In dit geval: de in grote zakken verpakte gekoelde en gekookte garnalen van boord halen. ,,Als het moet, ben ik hier elke dag. Vind ik niet erg. Ik houd van dit werk. Wij zorgen ervoor dat de garnalen op exact de juiste wijze van de visser naar de handel gaat. Met de juiste papieren en controles, ingepakt in de goede kratten. Soms gaan de garnalen vanaf hier rechtstreeks naar Marokko voor het pellen, soms gaan ze eerst naar de handelaar.”
Willem Mulder
Het is een rare tijd voor garnalenvissers. We hebben jaren achter ons liggen waarin het aantal garnalen in de zee klein was. Dat betekende automatisch dat de prijs ervan steeg. ,,De vissers hebben die extra inkomsten gebruikt om hun schepen op te knappen, of zelfs nieuwe te kopen.’’ En nu hebben we te maken met juist een hoge garna>>
2 2 N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 M E I 2 019
N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 M E I 2 019 2 3
Advertentie
‘Het hygiënisch ontwikkelen en bouwen zit in onze genen’ Het is een van die bedrijven op een voor niet-insiders anoniem industrieterrein van een middelgrote stad in Friesland, die binnen zijn discipline een wereldspeler blijkt te zijn. Zoals De Jager RVS op het bedrijventerrein Betterwird in Dokkum, specialist in het ontwikkelen en bouwen van machines en apparaten van roestvaststaal voor de voedingsmiddelenindustrie. En met klanten all over the planet. Het begon allemaal ruim vijftig jaar geleden in de binnenstad van Dokkum waar de familie De Jager op bescheiden schaal bezig ging met de vervaardiging van tanks voor de zuivelindustrie. Al rond 1970 volgde een verhuizing naar Betterwird en de zaken namen een dermate vlucht dat in 1991 verhuisd werd naar een ruimere locatie op datzelfde Betterwird. „En de groei is er nog lang niet uit”, lacht Frits de Jager, algemeen directeur van De Jager RVS. „We hebben in het afgelopen jaar vooral geïnvesteerd in het eigen machinepark en voor dit jaar staat de bouw van een nieuwe hal gepland van maar liefst 1000 vierkante meter. De projecten worden steeds groter en gecompliceerder en juist omdat we in de regel altijd proefopstellingen maken van de projecten -zodat ze turn key kunnen worden opgeleverd-, vereist dat extra vierkante meters vloeroppervlak.” Van origine een familiebedrijf met de klanten dicht in de buurt, ontwikkelt De Jager RVS zich steeds meer tot een internationaal georiënteerd bedrijf. Rutger Popkema, technisch directeur van De Jager RVS: „De groei zit vooral in de export. In 2018 ging vijftig procent van onze machines de grens over, naar landen als Canada, Roemenië, Japan, België en Duitsland. En op dit moment hebben we projecten onderhanden voor Hongarije, Turkije, Egypte en Frankrijk. Bij ongeveer de helft onderhandelen we rechtstreeks met de opdrachtgever, de rest loopt via onze partners. Het gaat hierbij vaak om grote projecten, niet om een enkele ketel.” De roestvaststaal business van De Jager RVS rust op twee pijlers: processing en handling. De processing betreffen de tanks en ketels voor verwarmen of koelen, inclusief roerwerk, bordessen en besturing. Handling is het horizontaal of verticaal verplaatsen van
Frits de Jager (l) en Rutger Popkema.
voedingsmiddelen, verpakt of onverpakt. Het gaat daarbij om liften, kantelaars en banden, bedoeld voor onder andere transport, doseren en wegen. De Jager: „Sleutelwoord in de foodsector is -in kapitalen geschreven- HYGIËNE. De eisen die gesteld worden aan de degelijkheid, reinigbaarheid en het voedselcontact zijn hoog. Daar weten we als bedrijf met een historie in de foodsector van bijna zestig jaar alles van. Wij zijn goed op de hoogte van de eisen die de HACCP, BRC en IFS aan het productieproces van onze klanten stelt. Het hygiënisch ontwikkelen en bouwen zit diep in onze genen. Onze machines hebben geen zogenoemde 'dode ruimtes',
waardoor bacteriegroei uitgesloten is. En voordat een machine wordt afgeleverd, wordt die volledig getest, schoon geblazen, opgepoetst en gekeurd.” Het hele proces van het ontwikkelen en bouwen van een machine vindt bij De Jager RVS in eigen huis plaats. „Van het eerste contact met de klant tot en met de oplevering”, aldus Popkema. „We beschikken over een team van uitstekend gekwalificeerde engineers, lassers en monteurs die elk ontwerp als een nieuwe uitdaging zien. Het voordeel van een eigen engineersteam is dat misinterpretaties van ontwerptekeningen en communicatieproblemen worden voorkomen. Er is altijd een 1 op 1 relatie met de opdrachtgever, die bij het hele proces nauw wordt betrokken. De opdrachtgever is méér dan een klant: hij is een partner.” De Jager: ''Vanzelfsprekend hechten wij optimaal belang aan het leveren van goed werkende en vooral veilige machines. Ze worden dan ook uitgebreid getest aan de hand van secuur opgestelde checklists, voordat ze aan de klant worden geleverd. Bij het ontwerp is rekening gehouden met de veiligheid gedurende de hele levensloop van de machine, middels preventief, periodiek en groot onderhoud. Een aanpak die naadloos aansluit op onze missie: een bijdrage leveren aan een risicoloze voedselproductie door het leveren van veilige en hygiënische maatwerkoplossingen in RVS.” www.jagerrvs.nl
‘DE TIJD HEEFT HIER NIET STILGESTAAN’
>> lenstand. En dan ligt het risico van een sterke prijsdaling op de loer. Om dat te voorkomen zegt het huidige PAP (Productie- en Afzetprogramma) dat de vissers minder vaak de zee op mogen. Het is een precair evenwicht, in stand gehouden door afspraken tussen producenten en afnemers, om de prijs min of meer stabiel te houden. Bij te hoge prijzen haken consumenten af, bij te lage prijzen wordt de zee leeggevist. En zo kan het dus gebeuren dat na een explosie aan jonge garnaaltjes de vissers hun netten terughoudend uitgooien. Dat heeft ook simpelweg met capaciteit te maken. Op zeker moment zitten alle vriezers in Nederland vol en het komt ook voor dat de pelbedrijven shet werk niet meer aankunnen. In zulke gevallen moeten de afnemers een tijdelijke vangststop afkondigen, tot verdriet van de vissers. Mulder: ,,De vissers komen hier nu maar één of twee keer per week met maximaal 1500 kilo garnalen per schip. Daar wordt ook flink op gecontroleerd.’’ Er is volop toezicht op de afslag. De Voedsel- en Warenautoriteit test er de versheid van garnalen, opkopers bekijken de kwaliteit van hun waar, medewerkers van de afslag doen een check op bacteriën en temperatuur en camera’s kijken mee bij het sorteerproces. Mulder weet dat het moet. Hij ziet ook dat het er heel anders aan toe gaat dan toen hij jong was. ,,Ikzelf? Op mijn dertiende begon ik al in de kokkelvisserij te werken, als knecht aan boord. Later werd dat de garnalenvisserij en nu werk ik al jaren hier op de afslag. Maar als het nodig is, ga ik nog gewoon mee de zee op hoor, om een visser uit de brand te helpen. Ik vind het heerlijk.’’
Visafslag Harlingen De visafslag in Harlingen is sinds een jaar of twintig onderdeel van Visveiling Urk. Sinds die overname heeft Harlingen zich gespecialiseerd in garnalen. Zeevis gaat naar Urk voor het zeef- en sorteerproces. Voordien stonden in de Harlinger hal ongeveer honderd dames vis te sorteren aan grote tafels. Machines hebben hun taak grotendeels overgenomen.
Aan boord is ook veel veranderd in al die jaren. De kotters die in Harlingen hun garnalen brengen, hebben een heel productiesysteem aan boord. Dat begint al bij de netten. Daarin zit een binnennet dat voorkomt dat grotere vissen erin verstrikt raken. Eenmaal aan boord gaan de garnalen door een zeef die te kleine exemplaren eruit filtert en weer overboord zet. Dat is verplicht. Wie te veel jonge garnaaltjes meeneemt, krijgt een boete. De garnalen gaan via een lopend bandje de kookpot in, waarin ze van de schrik kromtrekken en hun bekende kleur krijgen. Na 4 minuten vallen ze er gaar uit en gaan door een spoeltrommel. Uiteindelijk belanden ze in kratten of zakken in de koelruimte in het ruim. De HA 40 heeft intussen gelost. Dik 1500
kilo verse garnaal, keurig per grootte verpakt in kratten, klaar voor de reis naar de afnemer . In Harlingen wordt de vangst van vissers langs een hele strook Noordzeekust en een deel van de Wadden gesorteerd en verhandeld. De meeste arriveren per schip, maar ook vrachtwagens lossen garnalen. Vanaf de eilanden bijvoorbeeld. Waar in Lauwersoog nog met de klok wordt gewerkt, is het gros van de garnaaltjes in Harlingen van tevoren al contractueel verkocht aan bekende bedrijven als Heiploeg en Klaas Puul. De tijd heeft hier niet stilgestaan. Het gecomputeriseerde systeem weet welke kratten – elke garnalengroothandel heeft zijn eigen – naar de zeef moeten. De garnalen worden in een grote bak gekieperd en via een band naar de zeef gebracht. Te kleine garnalen vallen er meteen door en worden ter plekke verhakseld voor de diervoederindustrie. Binnen een kwartier is de hele vangst van de HA 40 erdoor, keurig gesorteerd. De handelaar kijkt tevreden naar zijn waar. Mulder maakt een uitdraaitje. ,,Kijk, hier staat precies hoeveel kilo hij van welke maat garnalen heeft aangeboden. Dat kan hij zo overleggen aan zijn afnemer. Er staat ook op hoeveel conserveermiddel er is gebruikt. Dat is een poeder dat wij er meteen bij het zeven op strooien. De hoeveelheid is afhankelijk van wat de afnemer wil.’’ In een hoek van de grote hal liggen zware kettingen klaar. Ze liggen er voor enkele vissers die een moeilijke tijd tegemoet gaan. Mulder: ,,Een paar jongens zijn bezig geweest met pulsvissen op garnalen. Dat schijnt heel goed te werken, maar dat lijkt door nieuwe wetgeving nu echt afgelopen. Dus moeten ze ombouwen. Die kettingen liggen alvast klaar om dat te kunnen doen.’’ Het garnalenseizoen is vroeg begonnen, begin april al. Normaal gesproken loopt het zo’n beetje van mei tot december. Dat betekent dat de vissers nu minder tijd hadden voor het broodnodige jaarlijkse onderhoud aan hun schepen. Het betekent ook dat ze uitgesmeerd over langere tijd inkomsten hebben. Toch zijn dit geen goede tijden. ,,Ze varen minder vaak uit vanwege de PAP. Dat is vooral voor de knecht aan boord best lastig. Die vangt meestal tussen de 20 en 25 procent van de dagopbrengst. De kiloprijs ligt nu op 2,84 euro per kilo. Een visser mag 1500 kilo vangen in een week. Van de winst gaan dan nog de brandstofkosten af. Reken maar uit.’’
N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 M E I 2 019 2 5
GEMIDDELDE GRONDPRIJS LANDBOUWGROND NNL 3. Oostelijk Hogeland
HOE DUUR IS DE GROND?
Gemiddelde grondprijs (per ha.) grasland: 72.118 euro Gemiddelde grondprijs (per ha.) akkerbouwland: 83.500 euro Een derde van de grond in Oostelijk Hogeland wordt gebruikt als grasland. Tweederde van de landbouwgrond wordt gebruikt voor akkerbouw. Net als in De Marne worden vooral pootaardappelen, granen voor de oogst van de korrel (tarwe, haver, e.d.) en suikerbieten verbouwd.
2. De Marne Gemiddelde grondprijs (per ha.) grasland: 82.757 euro Gemiddelde grondprijs (per ha.) akkerbouwland: 47.621 euro De prijs voor een hectare grasland is het hoogst in dit landbouwgebied. In De Marne wordt driekwart van de landbouwgrond gebruikt voor akkerbouw. Daar worden vooral pootaardappelen, granen voor de oogst van de korrel (tarwe, haver, e.d.) en suikerbieten verbouwd. Een kwart van de landbouwgrond wordt gebruikt als grasland.
Wat betaal je eigenlijk voor een hectare landbouwgrond in Noord-Nederland? Wij zetten de verschillende landbouwgebieden en de bijbehorende meest recente gemiddelde grondprijzen voor je op een rijtje.
4. Centraal Weidegebied Groningen Tekst Karlijn ter Horst Infographic Harry Kasemir
Noord-Nederland: de laagste prijzen In vergelijking met het zuiden, westen en oosten van Nederland zijn de prijzen van landbouwgrond historisch gezien gemiddeld het laagst, blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Wageningen. De gemiddelde prijs van een hectare landbouwgrond in Nederland was 60.900 euro in 2018; in Noord-Nederland kostte een hectare gemiddeld 53.700 euro.
Wat bepaalt de prijs? De prijs van landbouwgrond wordt bepaald door verschillende factoren. Zo kijkt men onder meer naar de kwaliteit van grond, de gewassen die erop geteeld kunnen worden, de dieren erop gehouden kunnen worden en de opbrengst van de laatste twee. Ook van invloed is de ligging van een perceel ten opzichte van de landbouwgrond. Wanneer de grond in een gebied ligt met agrarische bedrijven die willen groeien, dan stijgt de prijs per hectare.
Gemiddelde grondprijs (per ha.) grasland: 47.500 euro Gemiddelde grondprijs (per ha.) akkerbouwland: 79.581 euro Tachtig procent van de landbouwgrond in het Centraal Weidegebied Groningen is grasland. Op de overige twintig procent wordt op ruim de helft van de grond granen voor oogst van de korrel verbouwd. Daarnaast verbouwen akkerbouwers in het Centraal Weidegebied Groningen aardappelen en suikerbieten.
1. Noordelijk Friesland Gemiddelde grondprijs (per ha.) grasland: 54.635 euro Gemiddelde grondprijs (per ha.) akkerbouwland: 66.094 euro In Noordelijk Friesland wordt ruim tweederde van de grond gebruikt als grasland. Op de landbouwgrond worden vooral pootaardappelen, granen voor de oogst van de korrel (tarwe, haver, e.d.) en suikerbieten verbouwd.
8. Zuidelijk Westerkwartier Gemiddelde grondprijs (per ha.) grasland: 30.000 euro Gemiddelde grondprijs (per ha.) akkerbouwland: 40.000 euro De gemiddelde grondprijzen voor akkerbouwland zijn in het Zuidelijk Westerkwartier het goedkoopst van Noord-Nederland. Het landschap wordt bijna volledig gedomineerd door grasland. Op ruim 2 procent van de grond wordt iets anders verbouwd; in dit geval aardappelen (consumptie en zetmeel).
3
2 4
1
5. Oostelijke Bouwstreek Groningen Gemiddelde grondprijs (per ha.) grasland: 56.896 euro Gemiddelde grondprijs (per ha.) akkerbouwland: 76.007 euro In de Oostelijke Bouwstreek Groningen wordt landbouwgrond vaker gebruikt voor akkerbouw dan als grasland. Ruim de helft van de akkerbouwgrond wordt gebruikt voor granen voor oogst van de korrel. Daarnaast worden er op de grond niet voornamelijk poot-, maar zetmeelaardappelen verbouwd.
5 8 9
9. Weidegebied Noorderveld Gemiddelde grondprijs (per ha.) grasland: 34.495 euro Gemiddelde grondprijs (per ha.) akkerbouwland: 44.525 euro Het Weidegebied Noordenveld is het qua aantal hectares het kleinste land bouwgebied van Noord-Nederland. Driekwart is grasland; een kwart in gebruik voor akkerbouw (zetmeelaardappelen).
6
7
12 12. Westerwolde en Groninger Veenkoloniën
10 11
6. Weidestreek Friesland Gemiddelde grondprijs (per ha.) grasland: 45.723 euro Gemiddelde grondprijs (per ha.) akkerbouwland: 76.877 euro Vrijwel alle landbouwgrond in de Weidestreek Friesland is in gebruik als grasland. Minder dan vijf procent van de landbouwgrond wordt gebruikt als akkerbouwgrond, met name voor pootaardappelen en granen voor oogst van de korrel.
Gemiddelde grondprijs (per ha.) grasland: 42.426 euro Gemiddelde grondprijs (per ha.) akkerbouwland: 68.460 euro In de Groninger Veenkoloniën is - net als in de Drentse - de landbouwgrond die gebruikt wordt voor gras in de minderheid - zo’n 25 procent. Op de overige 75 procent worden vooral zetmeelaardappelen, granen en suikerbieten verbouwd.
13 14 11. Drentse Veenkoloniën en Hondsrug Gemiddelde grondprijs (per ha.) grasland: 60.000 euro Gemiddelde grondprijs (per ha.) akkerbouwland: 73.351 euro In het gebied Drentse Veenkoloniën en Hondsrug groeit op ongeveer dertig procent van de landbouwgrond gras. Het is ook het landbouwgebied waar verreweg de meeste hectares van de akkerbouwgrond aan aardappelen worden besteed; in dit geval zetmeelaardappelen.
7. De Wouden Gemiddelde grondprijs (per ha.) grasland: 44.869 euro Gemiddelde grondprijs (per ha.) akkerbouwland: 87.523 euro De Wouden is het landbouwgebied met het hoogste aantal hectares landbouwgrond vanNoord-Nederland. Een summier deel is in gebruik als akkerbouwgrond. Daar worden vooral consumptieaardappelen verbouwd. In het grootste deel van het gebied is de landbouwgrond grasland.
14. Zuidelijk Zandgebied Drenthe 13. Zuidwestelijk Weidegebied Drenthe Gemiddelde grondprijs (per ha.) grasland: 25.244 euro Gemiddelde grondprijs (per ha.) akkerbouwland: 47.500 euro In het Zuidwestelijke Weidegebied Drenthe is de gemiddelde grondprijs voor een hectare grasland het laagst van Noord-Nederland. Dat geldt niet voor akkerbouwland (Groninger Zuidelijk Westerkwartier). Minder dan tien procent is in gebruik als akkerbouwland (granen en consumptie- en zetmeelaardappelen).
Gemiddelde grondprijs (per ha.) grasland: 43.116 euro Gemiddelde grondprijs (per ha.) akkerbouwland: 59.661 euro Ruim een kwart van de grond in het Zuidelijk Zandgebied Drenthe is voor de akkerbouw. Er worden voornamelijk zetmeelaardappelen verbouwd. Driekwart van de landbouwgrond is in gebruik als grasland.
10. Smilde en Centraal Zandgebied Gemiddelde grondprijs (per ha.) grasland: 70.000 euro Gemiddelde grondprijs (per ha.) akkerbouwland: 63.739 euro Ruim zestig procent van Smilde en het Centraal zandgebied is grasland. Op de overige landbouwgrond worden onder andere zetmeelaardappelen, granen voor de oogst van de korrel en suikerbieten verbouwd.
Cijfers De genoemde grondprijzen (meest recente cijfers) zijn afkomstig van Boerderij (https://www.boerderij.nl/landbouwgrond/grondprijzen/). De overige informatie zijn uit het overzicht van grondgebruik in 2018 en afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
2 6 N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 M E I 2 019
N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 M E I 2 019 2 7
GEMIDDELDE GRONDPRIJS LANDBOUWGROND NNL 3. Oostelijk Hogeland
HOE DUUR IS DE GROND?
Gemiddelde grondprijs (per ha.) grasland: 72.118 euro Gemiddelde grondprijs (per ha.) akkerbouwland: 83.500 euro Een derde van de grond in Oostelijk Hogeland wordt gebruikt als grasland. Tweederde van de landbouwgrond wordt gebruikt voor akkerbouw. Net als in De Marne worden vooral pootaardappelen, granen voor de oogst van de korrel (tarwe, haver, e.d.) en suikerbieten verbouwd.
2. De Marne Gemiddelde grondprijs (per ha.) grasland: 82.757 euro Gemiddelde grondprijs (per ha.) akkerbouwland: 47.621 euro De prijs voor een hectare grasland is het hoogst in dit landbouwgebied. In De Marne wordt driekwart van de landbouwgrond gebruikt voor akkerbouw. Daar worden vooral pootaardappelen, granen voor de oogst van de korrel (tarwe, haver, e.d.) en suikerbieten verbouwd. Een kwart van de landbouwgrond wordt gebruikt als grasland.
Wat betaal je eigenlijk voor een hectare landbouwgrond in Noord-Nederland? Wij zetten de verschillende landbouwgebieden en de bijbehorende meest recente gemiddelde grondprijzen voor je op een rijtje.
4. Centraal Weidegebied Groningen Tekst Karlijn ter Horst Infographic Harry Kasemir
Noord-Nederland: de laagste prijzen In vergelijking met het zuiden, westen en oosten van Nederland zijn de prijzen van landbouwgrond historisch gezien gemiddeld het laagst, blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Wageningen. De gemiddelde prijs van een hectare landbouwgrond in Nederland was 60.900 euro in 2018; in Noord-Nederland kostte een hectare gemiddeld 53.700 euro.
Wat bepaalt de prijs? De prijs van landbouwgrond wordt bepaald door verschillende factoren. Zo kijkt men onder meer naar de kwaliteit van grond, de gewassen die erop geteeld kunnen worden, de dieren erop gehouden kunnen worden en de opbrengst van de laatste twee. Ook van invloed is de ligging van een perceel ten opzichte van de landbouwgrond. Wanneer de grond in een gebied ligt met agrarische bedrijven die willen groeien, dan stijgt de prijs per hectare.
Gemiddelde grondprijs (per ha.) grasland: 47.500 euro Gemiddelde grondprijs (per ha.) akkerbouwland: 79.581 euro Tachtig procent van de landbouwgrond in het Centraal Weidegebied Groningen is grasland. Op de overige twintig procent wordt op ruim de helft van de grond granen voor oogst van de korrel verbouwd. Daarnaast verbouwen akkerbouwers in het Centraal Weidegebied Groningen aardappelen en suikerbieten.
1. Noordelijk Friesland Gemiddelde grondprijs (per ha.) grasland: 54.635 euro Gemiddelde grondprijs (per ha.) akkerbouwland: 66.094 euro In Noordelijk Friesland wordt ruim tweederde van de grond gebruikt als grasland. Op de landbouwgrond worden vooral pootaardappelen, granen voor de oogst van de korrel (tarwe, haver, e.d.) en suikerbieten verbouwd.
8. Zuidelijk Westerkwartier Gemiddelde grondprijs (per ha.) grasland: 30.000 euro Gemiddelde grondprijs (per ha.) akkerbouwland: 40.000 euro De gemiddelde grondprijzen voor akkerbouwland zijn in het Zuidelijk Westerkwartier het goedkoopst van Noord-Nederland. Het landschap wordt bijna volledig gedomineerd door grasland. Op ruim 2 procent van de grond wordt iets anders verbouwd; in dit geval aardappelen (consumptie en zetmeel).
3
2 4
1
5. Oostelijke Bouwstreek Groningen Gemiddelde grondprijs (per ha.) grasland: 56.896 euro Gemiddelde grondprijs (per ha.) akkerbouwland: 76.007 euro In de Oostelijke Bouwstreek Groningen wordt landbouwgrond vaker gebruikt voor akkerbouw dan als grasland. Ruim de helft van de akkerbouwgrond wordt gebruikt voor granen voor oogst van de korrel. Daarnaast worden er op de grond niet voornamelijk poot-, maar zetmeelaardappelen verbouwd.
5 8 9
9. Weidegebied Noorderveld Gemiddelde grondprijs (per ha.) grasland: 34.495 euro Gemiddelde grondprijs (per ha.) akkerbouwland: 44.525 euro Het Weidegebied Noordenveld is het qua aantal hectares het kleinste land bouwgebied van Noord-Nederland. Driekwart is grasland; een kwart in gebruik voor akkerbouw (zetmeelaardappelen).
6
7
12 12. Westerwolde en Groninger Veenkoloniën
10 11
6. Weidestreek Friesland Gemiddelde grondprijs (per ha.) grasland: 45.723 euro Gemiddelde grondprijs (per ha.) akkerbouwland: 76.877 euro Vrijwel alle landbouwgrond in de Weidestreek Friesland is in gebruik als grasland. Minder dan vijf procent van de landbouwgrond wordt gebruikt als akkerbouwgrond, met name voor pootaardappelen en granen voor oogst van de korrel.
Gemiddelde grondprijs (per ha.) grasland: 42.426 euro Gemiddelde grondprijs (per ha.) akkerbouwland: 68.460 euro In de Groninger Veenkoloniën is - net als in de Drentse - de landbouwgrond die gebruikt wordt voor gras in de minderheid - zo’n 25 procent. Op de overige 75 procent worden vooral zetmeelaardappelen, granen en suikerbieten verbouwd.
13 14 11. Drentse Veenkoloniën en Hondsrug Gemiddelde grondprijs (per ha.) grasland: 60.000 euro Gemiddelde grondprijs (per ha.) akkerbouwland: 73.351 euro In het gebied Drentse Veenkoloniën en Hondsrug groeit op ongeveer dertig procent van de landbouwgrond gras. Het is ook het landbouwgebied waar verreweg de meeste hectares van de akkerbouwgrond aan aardappelen worden besteed; in dit geval zetmeelaardappelen.
7. De Wouden Gemiddelde grondprijs (per ha.) grasland: 44.869 euro Gemiddelde grondprijs (per ha.) akkerbouwland: 87.523 euro De Wouden is het landbouwgebied met het hoogste aantal hectares landbouwgrond vanNoord-Nederland. Een summier deel is in gebruik als akkerbouwgrond. Daar worden vooral consumptieaardappelen verbouwd. In het grootste deel van het gebied is de landbouwgrond grasland.
14. Zuidelijk Zandgebied Drenthe 13. Zuidwestelijk Weidegebied Drenthe Gemiddelde grondprijs (per ha.) grasland: 25.244 euro Gemiddelde grondprijs (per ha.) akkerbouwland: 47.500 euro In het Zuidwestelijke Weidegebied Drenthe is de gemiddelde grondprijs voor een hectare grasland het laagst van Noord-Nederland. Dat geldt niet voor akkerbouwland (Groninger Zuidelijk Westerkwartier). Minder dan tien procent is in gebruik als akkerbouwland (granen en consumptie- en zetmeelaardappelen).
Gemiddelde grondprijs (per ha.) grasland: 43.116 euro Gemiddelde grondprijs (per ha.) akkerbouwland: 59.661 euro Ruim een kwart van de grond in het Zuidelijk Zandgebied Drenthe is voor de akkerbouw. Er worden voornamelijk zetmeelaardappelen verbouwd. Driekwart van de landbouwgrond is in gebruik als grasland.
10. Smilde en Centraal Zandgebied Gemiddelde grondprijs (per ha.) grasland: 70.000 euro Gemiddelde grondprijs (per ha.) akkerbouwland: 63.739 euro Ruim zestig procent van Smilde en het Centraal zandgebied is grasland. Op de overige landbouwgrond worden onder andere zetmeelaardappelen, granen voor de oogst van de korrel en suikerbieten verbouwd.
Cijfers De genoemde grondprijzen (meest recente cijfers) zijn afkomstig van Boerderij (https://www.boerderij.nl/landbouwgrond/grondprijzen/). De overige informatie zijn uit het overzicht van grondgebruik in 2018 en afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
2 6 N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 M E I 2 019
N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 M E I 2 019 2 7
ADVERTENTIE
22
Export? Oranjewoud! Vanuit Friesland de wereld over
,,Export is import van welvaart en daarom essentieel voor de economie van het Noorden.” Beter worden in export is daarom het doel van de Oranjewoud Export Academy, die export-expertise van gerenommeerde Friese bedrijven via jonge, commerciële talenten overdraagt op noordelijke ondernemingen die verre markten willen veroveren.
Directeur Rimmert de Jong van Royal Steensma. In de stellages achter hem staan producten klaar om verscheept te worden naar vele Europese bestemmingen en onder meer het Midden-Oosten, de Verenigde Staten, Zuid-Afrika, Australië, Korea en Japan. Foto: Niels Westra
De export is Rimmert de Jong (56), directeur van Royal Steensma in Franeker, met de paplepel ingegoten. Zijn vader was directeur van firma R.A. de Jong, op dezelfde locatie als waar zoon Rimmert de producent van bakkerijingrediënten nu leidt. ,,De omzet van de firma, die gekonfijt fruit produceerde, bestond toen al voor 80 á 85 procent uit export”, vertelt hij. ,,Toen ik opgroeide, kon het ’s avonds voorkomen dat een buitenlandse agent totally upset opbelde en gerustgesteld moest worden. Dat was aan onze keukentafel normaal.” Carrière De Jong breidde zijn expertise uit tijdens zijn lange carrière in het exportvak, die hem langs vele plaatsen in de wereld leidde en uiteindelijk toch terug naar Friesland bracht. Hij is als lid van de raad van advies verbonden aan de Oranjewoud Export Academy en wil zijn kennis graag overbrengen op de volgende generatie exportmanagers. ,,Zelf stelde ik me na mijn studie de vraag: hoe overbrug ik het gat van theorie naar
de praktijk? En hoe onderscheid ik me? Ik kwam toen uit bij een advanced business school, waar ik in drie maanden enorm veel leerde. Ik dacht telkens: wow! Die kans willen we met de Academy ook bieden aan pas afgestudeerden en jonge professionals.” Niet elke afgestudeerde komt in aanmerking voor de Oranjewoud Export Academy, er vindt een zorgvuldige selectie plaats. ,,Een exportmanager moet in elk geval extravert zijn en lef hebben. Ook moet hij een groot empathisch vermogen hebben om zich aan te passen aan vreemde culturen en het niet erg vinden om veel op auto- en vliegtuigstoelen te zitten.” Na toelating van een toekomstige exportmanager wordt deze voor 1000 dagen aan een bedrijf gekoppeld. Zo wordt kennis overgedragen op zowel de trainee als het exporterende bedrijf. Focus Ook aan bedrijven die deelnemen worden voorwaarden gesteld. ,,Als bedrijf heb je een focus nodig. Kies een niche.” Royal Steensma heeft wat De Jong betreft een goed voorbeeld in huis. ,,Er worden steeds meer donuts gegeten. De industrie wil ze kunnen invriezen en ontdooien. Bij het invriezen krimpen de donuts iets en bij het ontdooien zetten ze iets uit. Wij hebben een chocoladecoating die meebeweegt, zodat er geen barstjes of scheuren ontstaan. Die coating is een heel specifieke oplossing, waar wereldwijd toch een enorme markt voor is.” Het principe van groot zijn in een niche komt ook naar voren in het boek Crossing the Chasm van Geoffrey Moore. ,,Zijn filosofie is een leidraad
voor het programma van de Academy”, zegt De Jong. ,,Er zijn namelijk altijd wel een paar klanten te vinden die een nieuw product willen proberen, maar hoe krijg je het vervolgens bij de grote groep?” Moore komt op 6 juni naar Oranjewoud om ondernemers en jonge professionals toe te spreken. Rimmert de Jong hoopt dat de Oranjewoud Export Academy vervolgens groeit. ,,En dat gaat niet over geld, maar om vanzelfsprekendheid. Dat het straks is: voor een vreemde taal ga je naar de nonnen van Vught, voor export ga je naar Oranjewoud.”
Royal Steensma Royal Steensma bestaat ruim 175 jaar na de oprichting uit vijf vestigingen, waaronder die in Franeker en de oorspronkelijke vestiging van Steensma in Leeuwarden. Het bedrijf heeft 240 werknemers in dienst en produceert 37.000 ton bakkersingrediënten per jaar, goed voor een omzet van 80 miljoen euro. De producten, zoals gekonfijt fruit, roompoeder, chocoladecoatings en amandelspijs, worden geëxporteerd naar 52 landen op alle continenten. In 2015 kreeg het bedrijf het predicaat ‘Koninklijk’.
donderdag 9 mei 2019
29
Advertentie
Zorg en zelfstandigheid rond de maaltijd Maaltijdservice Van Smaak breidt gestaag haar gebied en diensten uit. Poiesz nam de maaltijdbezorger begin 2018 over. Henk Peter Jagersma bouwt verder aan synergie tussen zorg in de wijk en de levering van smaakvolle gezonde maaltijden. „Het gaat om zelfstandigheid en de combinatie naar zorg en dat breiden we uit. In Groningen zijn we in januari begonnen met het verstrekken van maaltijden, in Drenthe zijn we ook van start gegaan. Zelfstandigheid en zorg gaan samen. Het gaat terug naar ons ontstaan in 1971 toen we de maaltijdverzorging voor ouderen startten onder de naam Maaltijdservice Friesland. Van zorg in de buurt om mensen een goede maaltijd te leveren als ze dat zelf niet meer konden, naar smakelijke maaltijden voor mensen in het noorden thuis of op het werk. Via thuiszorgorganisaties, via wijkteams of rechtstreeks, Van Smaak zorgt er voor. De zorginstelling zorgt voor de zorg, wij zorgen voor de maaltijden, geven aandacht en houden een oogje in het zeil. Dat is wat we noemen de Smaak van het Noorden: gezonde maaltijden voor iedereen die het nodig heeft omdat hij of zij het zelf niet meer kan of wil. Daar hoort bij dat je soms een stuk moet omrijden, het hoort bij de zorg voor elkaar. Inmiddels bedienen we Friesland, Groningen, Drenthe en Zwolle. De synergie met Poiesz is groot, ons dna is verwant, want we willen lokaal de verbinding vormen. Wat begon met een logistieke samenwerking van onze bezorgdiensten om optimaal auto’s te kunnen
laten rijden, is uitgegroeid naar betekenis hebben in het noorden: de Smaak van het Noorden bij u thuisbezorgd of op het werk, van boodschap tot maaltijd.” Directeur Henk Peter Jagersma van Van Smaak kan het niet duidelijker zeggen: „We moeten het goed doen, want wij komen bij de mensen thuis, onze chauffeurs leveren iedere dag de maaltijd en hebben het contact met de mensen. Wij kennen de wijken, we kennen de mensen. Vaste bezorgers, want het gaat om vertrouwen, het is lokale verbinding. Wij kiezen voor deze werkwijze, de zorg en het vertrouwen, voor het contact. Als je dat doet, moet je het goed doen, anders moet je het laten. Juist het contact met de mensen waar het om gaat, even kijken of het goed gaat en als er toch iets mis blijkt, of je twijfelt, contact opnemen met de contactpersoon. Ook aan de telefoon, want regelmatig worden we gebeld. Even een stem willen horen, het is aandacht. En juist omdat we wel eens omrijden, juist omdat we extra zorg en aandacht voor mensen thuis hebben en ze telefonisch te woord staan, juist daarom moet ons hele proces van maaltijden bedenken, bereiden en afleveren goed gestroomlijnd zijn.
Die efficiency maakt dat er ruimte is voor aandacht en overleg. Dat maakt ons uniek en dat houden we zo om voor mensen in het noorden van betekenis te kunnen zijn.” www.vansmaak.nl
Het optimale afdeksysteem met een robuuste sleufsilo en een degelijk goedkope water/perssappen afvoersysteem Het meest flexibele inzetbare afdeksysteem voor uw ruwvoer. Het afdekken van ruwvoer vraagt steeds meer aandacht bij de veehouderijen. Met name bij het tussentijds (lasagne) inkuilen vraagt het veel energie van de veehouder om een goed zuiver product te maken. Door middel van een in de breedte instelbare afdekmachine (op verschillende breedte van silo’s te plaatsen) met een 1.7 kg per m2 zware elastisch afdekkleed, word er enorm gespaard op fysieke arbeid, en volgt er een veel betere conservering van uw product. Gelijktijdig zorgt het elastische afdekkleed ervoor dat men 1.50 meter boven de sleufsilo muur uit kan kuilen, en dat het regenwater 100% buiten de silomuren gestuurd word, zodat men minimaal aan kuil/perssappen heeft. Een sleufsilo met optimale water/perssappen afvoersysteem mede door het afschot van de vloer die naar één zijkant van de sleufsilo loopt, werk u op een volledige vlakke vloer, en blijf uw ruwvoer optimaal droog in uw silo en het systeem heeft geen last van verstoppingen (dit systeem is ook goedgekeurd in Denemarken, Duitsland en Zwitserland). Een heel groot voordeel is dat men met grondwallen werkt, het is namelijk absoluut lucht dicht en het geeft koeling aan uw product. Erg belangrijk is dat de water afvoer
via het zand in de drains terechtkomt zodat weer als schoon afgevoerd kan worden! Doordat men de silo wanden tot ± 30 cm. onder de rand afvuld met zand, kan men optimaal veilig boven op de silo werken, en kan men er veel makkelijker een binnenkleed inhangen wat wel noodzakelijk is voor een optimale conservering en om schimmels te verkomen. www.kornetbeton.nl
30
donderdag 9 mei 2019
Advertentie
Toonaangevend in het verbeteren van de bodem Het begon 105 jaar geleden met een bedrijf in zaadteelt en zaadhandel, het is anno 2019 uitgegroeid tot één van de grootste producenten en verwerkers van zaaizaden in Nederland en ver daarbuiten. We hebben het over Vandinter Semo in Scheemda. Daarnaast heeft het bedrijf zich ontwikkeld tot een vooraanstaande speler in het veredelen van gewassen, die de grond weer gezond maken. „Wij geloven in duurzame landbouw en willen daarin een actieve rol spelen”, zegt directeur Bert-Jan van Dinter. Zaaizaden van Vandinter Semo gaan de hele wereld over. Om een indicatie te geven, elk jaar verhandelt het bedrijf circa 6000 ton zaaizaad, onder andere afkomstig van de vele akkerbouwers in de omgeving. „De vraag naar gezond voedsel groeit, goed zaaizaad is de basis voor gezond voedsel”, zegt Van Dinter. „De Nederlandse akkerbouw wordt wereldwijd als toonaangevend gezien. Dat heeft niet alleen met goede akkerbouwers en de gunstige omstandigheden te maken, maar ook met de infrastructuur daar omheen. Al in de 19e eeuw werd in Nederland de basis gelegd voor een goede infrastructuur voor zaaizaad en pootgoed.”
Bert-Jan van Dinter
Bodem Die vooraanstaande positie heeft ook te maken met het feit dat we in Nederland al vroeg in de gaten hadden dat de kwaliteit van de grond steeds verder achteruit gaat. „Dat wisten wij 25 jaar geleden al, vandaar dat we toen zijn begonnen met het veredelen van gewassen die
resistent zijn voor ziektes en de bodem weer gezond kunnen maken”, legt Van Dinter uit. „En daarmee lopen we wereldwijd voorop.” De bodem zit namelijk vol met zogenaamde aaltjes. Die leveren een bijdrage aan een gezond bodemleven, maar er zijn ook vele soorten die een serieuze bedreiging vormen voor allerlei gewassen. Zo veroorzaakt er bijvoorbeeld een soort aaltje aardappelmoeheid. Het is algemeen bekend dat je niet elk jaar op hetzelfde perceel dezelfde gewassen moet verbouwen. De akkerbouwer probeerde dat echter wel, totdat het fout ging. Er ontstonden ziektes die werden bestreden met chemische middelen. „En juist dat willen we niet meer. Ons bedrijf zorgt er voor dat dit probleem grotendeels wordt opgelost, dankzij de inzet van natuurlijke alternatieven als aaltjes-resistente groenbemesters en vanggewassen, zoals gele mosterd, bladrammenas en japanse haver. Daarnaast is er de ‘urgentie’ van een veranderend denken over de inzet van gifstoffen bij de bestrijding van schadelijke insecten, zoals de uitzending van Zembla van donderdag 25 april jl. liet zien.” Laboratorium „Een resistente plant ontwikkelen duurt ongeveer 15 jaar”, gaat Van Dinter verder. „Dat heeft te
maken met het proces van kruisen, selecteren, testen, rechten, rassenlijsten, enzovoort. Wij zijn nu circa 25 jaar bezig met de ontwikkeling van resistente rassen en hebben er inmiddels 30 kunnen realiseren. Het is een proces dat altijd doorgaat.” Om die reden is Van Dinter blij met het nieuwe laboratorium, waarin nog beter onderzoek kan worden gedaan naar de beste manier om bestaande rassen continu te verbeteren.” 9 van de 10 akkerbouwers in ons land hebben last van aaltjes. Dat probleem wordt onderkend en er wordt veel aan gedaan om dit op een biologische manier te bestrijden. „Men beseft dat het probleem in de grond zit en er een beter rendement behaald kan worden door aaltjes te bestrijden. Daarmee lopen we ver voorop ten opzichte van andere landen”, geeft Van Dinter aan. De toekomst van Vandinter Semo ziet er dan ook goed uit. „Ga maar na, de wereldbevolking groeit, de welvaart neemt toe, waardoor de vraag naar voedsel toeneemt. Wie een hoger rendement van z’n grond en z’n gewassen wil, komt bijna automatisch bij de zaden en groenbemesters van Vandinter Semo uit.” www.vandintersemo.nl
Advertentie
Molkwarderkoeke, de smaak van Friesland De receptuur met vertrouwde smaak is al meer dan een eeuw oud, de productie nog steeds ambachtelijk. Wie Molkwarder Koeke proeft, weet het. Dit is traditie, het is de smaak van Friesland. En wat goed is, verander je niet. Folkert Reitsema van Molkwarder Koeke over gewilde traditie, geliefde smaak en vakmanschap. Hij nam na een tip uit de markt, de bakkerij Molkwarder Koeke in 2009 over; een bedrijf uit 1916 en de trots van Molkwerum in het zuidwesten van Friesland. Toch verhuist Reitsema het bedrijf in 2015 naar Joure. „We konden helaas niet verder in Molkwerum, het was er te klein en uitbreiding zat er helaas niet meer in. Daarom zijn we verhuisd naar een groter en moderner pand in Joure, waar we de traditie van het ambachtelijk koekbakken in ere houden.” Folkert Reitsema heeft twee nieuwe ovens laten installeren om aan de stijgende vraag naar z’n reep- en plaatkoeken te kunnen voldoen. „Molkwarder Koeke staat voor reepkoeken, traditioneel per stuk opgezet op de bakplaat, in tegenstelling tot ontbijtkoek dat als geheel gestort wordt en daarna gesneden. Wij maken nog steeds die ouderwetse reepkoek in verschillende smaken, naar uniek Fries recept. En uiteraard maken we nog steeds de plaatkoek, ook naar het vertrouwde recept uit Molkwerum. Die smaak van Friesland is gewild onder jong en oud, want we breiden nog steeds uit. Inmiddels liggen we in een groot aantal supermarkten in Friesland en in een groeiend aantal winkels zoals Albert Heijn in Groningen, Drenthe, een stuk van Overijssel en NoordOostpolder. In Friesland leveren we inderdaad
nog steeds alles zelf, ook dat past ons. We kennen onze afnemers, onze afnemers kennen onze verkopers en dat biedt aan twee kanten comfort.” „We zijn net een familiebedrijf, we werken met z’n tienen, het is een hechte club. Traditioneel vakmanschap combineren we met onze nieuwe ovens, ook steeds vaker met wat we waarnemen in de winkels. Niets mooier dan in een winkel rond te lopen en te kijken welke keuzes mensen maken bij het schap. Je kijkt wat er past bij de smaaktraditie van Molkwarder. Op een gegeven moment zijn we kleinere reepkoeken gaan maken en die blijken enorm aan te slaan, gewoon omdat het een koek is voor één persoon, het komt tegemoet aan de vraag naar kleinere porties, niet alleen bij jongeren, maar ook bij ouderen. Zo blijf je telkens kijken wat je kunt toevoegen, maar altijd binnen het authentieke van Molkwarder, ambachtelijk gebakken en verpakt met de traditionele uiting van Ald Molkwar.” www.molkwarderkoeke.nl
Folkert Reitsema
Slechts 1 op de 10 start-ups wordt een succesvol bedrijf. In de afgelopen jaren passeerde een aardig aantal de revue van noordz. Hoe staan ze er nu voor? In aflevering 2: Cleverdesk in Assen. Tekst Jasper de Vries Foto Pepijn van den Broeke
Ronald Sijbom Maarten Overeem
‘CLEVERDESK STEEDS SLIMMER MAKEN’ Wat doen jullie ook alweer? Medeoprichter Maarten Overeem: ,,Cleverdesk is ontstaan vanuit het bedrijf Idee101 en is een projecttool voor bedrijven die werken met mensen en materieel. Bij dat soort bedrijven lopen veel informatiestromen. Veelal hebben ze hun administratieve processen op kantoor heel goed voor elkaar, terwijl iedereen in het veld alles op papier doet. En juist voor in het veld bedenken wij slimme dingen. Met ons platform kunnen mensen in het veld zelf invullen wat ze gebruiken aan materialen, maken aan kilometers en uren, etc. Ook is het mogelijk om vanuit je projectbegroting je projectplanning te maken. Daardoor wordt het uren verantwoorden en bonnetjes bijhouden in het veld veel gemakkelijker. Al die informatie komt op die manier digitaal terug op kantoor.’’ Hebben jullie gaandeweg de route bijgesteld? ,,We zijn druk bezig om van Cleverdesk steeds meer een platform maken. Daarom hebben we nu een koppeling gemaakt met sensoren. Een klant kan zijn eigen sensoren koppelen aan Cleverdesk en daarmee bepaalde taken
‘We zijn nu meer een nichespeler dan bij de start’
starten. Een voorbeeld: bij het aanleggen van een viaduct moeten tweehonderd bomen komen. Dan komt er een bomendienst elke keer controleren of er nog genoeg water in de grond zit. Wij zeggen: we stoppen een sensor in de grond, waarmee je op afstand conditiegebaseerd werkzaamheden kunt uitvoeren. We gaan meer de datakant op en willen Cleverdesk steeds slimmer maken. Daarnaast zijn we nu meer een nichespeler dan bij de start. We krijgen steeds specifiekere klanten. Dit geeft ons meer focus en hierdoor
kunnen we meer waarde toevoegen aan onze klanten.’’ Zijn jullie inmiddels al doorgebroken? ,,Wij verkopen vertrouwen. De trajecten waar wij een rol spelen, zijn langdurig. En dat is logisch, want bedrijven gaan niet zomaar driehonderd man met een ander pakket laten werken. Met Cleverdesk hadden we natuurlijk nog geen naam, dus we moesten ons echt bewijzen in de markt en de taal spreken. We vechten tegen een aantal concurrenten die al dertig jaar in deze markt zitten en hem op slot hebben gezet. Cleverdesk heeft tijd nodig en moet vertrouwen winnen, maar we liggen goed op schema. Volgens ons businessplan moet dit jaar de doorbraak komen. Dat is afwachten, maar ik verwacht het wel. We hebben alles in huis om het te halen. We hebben net onze eerste internationale klant binnengehaald, die mede vanwege onze schaalbaarheid ook hard kan groeien. Een mooi compliment.’’ Wat heb je van de afgelopen jaren geleerd? ,,Met Cleverdesk zijn we heel opportunistisch
toegetreden tot een markt die we heel slecht kenden. Daar komen we nu steeds meer achter. We hebben veel aannames gedaan en dachten: ‘dit gaan we wel even doen’. Dat hebben we een beetje onderschat. Een plekje vinden, dat heeft meer van onze sales gevraagd dan gedacht. En daarnaast leerde ik vooral dat we gewoon onszelf moeten zijn. We pretenderen niet één van de grote bedrijven te zijn, maar juist onszelf. LEAN-ingericht, papierloos, flexibel, creatief en werkend met design thinking.’’ Hoe ziet de toekomst er nu uit? ,,Als een groeiproces. We begonnen als een ontwikkelbedrijf met één iemand die de verkoop deed. Het ontwikkelteam is inmiddels ingespeeld, het verkoopteam nog zoekende. Een data-gedreven verkoopafdeling die staat als een huis: dat is wat we willen. Verder willen we doorgroeien naar een team waarmee we de potentie van Cleverdesk in de markt volledig kunnen benutten. Onze droom is dat straks ieder groot bedrijf dat met mensen en materieel werkt, met of gekoppeld is aan Cleverdesk.’’
N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 M E I 2 019 31
32
donderdag 9 mei 2019
Advertentie
‘Afgestudeerden willen niet meer weg bij Sonac’ Al sinds jaar en dag krijgen operators in de dop een gedegen opleiding bij Sonac in Burgum. Eenmaal het diploma op zak mogen ze solliciteren waar ze maar willen. Maar het gros is dan al verknocht aan dit bedrijf. „Het is een speeltuin voor operators en technici.” Werken in afgescheiden ruimtes is normaal binnen de procestechniek. Zo niet bij Sonac. Het bedrijf is 11 hectare groot en staat vol met hightech procesapparatuur. Plus een waterzuivering met een capaciteit voor de stad Groningen. Studenten die hier de interne opleiding volgen, werken en leren op alle werkplekken. Ze leren elke machine kennen, tot op het kleinste onderdeel.
Het is een intensieve tweejarige opleiding: werken, één dag per week op locatie college krijgen, en daarnaast nog huiswerk. Maar ben je eenmaal bij Sonac afgestudeerd, dan ligt de wereld aan je voeten; het diploma is gewild in de procesindustrie. „Maar de meesten vinden het hier te mooi”, vertelt production manager Willem Kuipers. „Ze hebben volop vrijheid, doorgroeimogelijkheden en heel veel variatie in hun werk. Ze willen hier blijven.” Vaak zijn er vacatures waar ze op kunnen solliciteren. Zo zoekt Sonac Burgum momenteel vijf procesoperators. Kweekvijver De beste technici en operators opleiden beperkt zich niet tot binnen de bedrijfsmuren. Het bedrijf denkt op ROC’s mee over het optimaliseren van het lesmateriaal. Om techniek aantrekkelijker te maken bij jongeren, kunnen leerlingen van welke opleiding dan ook maar in de weekenden werken bij Sonac. Kuipers: „De winst voor ons is dat zij met andere ogen naar dit bedrijf kijken. En het is een kweekvijver waar wij talenten uit halen.”
bij Sonac. „In onze fabriek worden grondstoffen van vandaag, in een dag verwerkt tot hoogwaardige producten. Ik denk nu mee over het stroomlijnen van de productieprocessen. Er is volop ruimte om te innoveren. Daar krijg ik ook alle ruimte voor. Zoeken naar plekken waar verbeteringen mogelijk zijn, en dit stroomlijnen. Dat vind ik mooi.” Frisse lucht Hoe goed het imago van het bedrijf ook is onder technici, operators en klanten, de omgeving noemt Sonac nog ‘de Stjonkfabryk’. Maar de omwonenden mogen op zoek naar een andere bijnaam. Het bedrijf gaat dit jaar miljoenen investeren in nieuwe geurbestrijding. Onder andere de nieuw te bouwen RTO zal de geuremissie drastisch verlagen. Het streven is om de totale nieuwbouw op eerste kerstdag van dit jaar op te starten. www.sonac.biz
Dat je veel kansen krijgt bij Sonac, weet Patrick Rozema. Vorig jaar afgestudeerd op de Universiteit Twente, en sinds oktober werkzaam
Advertentie
Het slimme roeren van Jongia Overal ter wereld doen ze hun werk, de Jongia mixers en mengers voor onder meer voedingsindustrie, chemie, drank- en sapproducenten, petrochemie. Meer dan 25.000 mix technologie applicaties hebben ze in tachtig jaar al bedacht en geleverd. „Het begint net: er is een wereld te winnen in de procestechnologie van onze klanten”, zegt Johan Postma. Voer voor procestechnologen: op naar Leeuwarden! Wie het industriële proces van z’n klant kan doorgronden, kan bijdragen aan de volgende stap naar verbetering. Op die gedachte is de transformatie van Jongia gericht: de afgelopen twee jaar heeft het bedrijf een metamorfose ondergaan van braaf doen wat je altijd al deed naar het met open mind meedenken naar klantspecifieke oplossingen. „Wij moeten veel meer doen met de kennis en kunde die we hebben en met de bedrijven waar we mee samenwerken. Klanten naar Leeuwarden halen bijvoorbeeld om in onze nieuwe showroom en het laboratorium te laten beleven wat wij kunnen betekenen. Procestechnologie draait om data en parameters. Meten is weten, het gebeurt in industriele processen alleen nog veel te weinig. Of het gaat om droge of natte stof, overal ter wereld worden stoffen gemengd en gemixt. Daar valt met auditing en de interpretatie van data veel in te verbeteren als je leert denken vanuit mix technologie. Meedenken in het proces van de klant, elkaars probleem definiëren en van daaruit het proces optimaliseren, zodat er beter, slimmer, efficiënter gemixt en gemengd kan worden, met als resultaat een veel hogere en constantere kwaliteit.”
bijvoorbeeld, een doorbraak na jaren ontwikkeling, bedoeld om bacterievorming in tanks te vermijden. Klinkt simpel, maar het is een revolutie. Als wij inzichtelijk maken dat wij begrijpen wat er in een tank met stoffen gebeurt, dan kunnen we uitleggen hoe het slimmer kan. Iedere verbetering in de procestechnologie begint bij het roerwerk en de andere zaken, daarna komt de rest.”
Passie voor procestechnologie „De afgelopen jaren hebben we ieder deel van ons bedrijf onder de loep gehad en geoptimaliseerd, engineering, productie, auditing, testen, het belang van notified bodies, automatisering, noem maar op. Kennis, innovatie, equipment en support, alles is op orde, nu moeten we het zichtbaar maken. Daarom zetten we volgende maand de laatste stap: het bouwen van ons eigen laboratorium met showroom, waar we klanten kunnen laten beleven wat wij weten en samen met anderen kunnen leveren. De magneetmixer
„Meedenken en op termijn wellicht ook meeinvesteren bij de klant; in de industrie is het betalen voor gebruik van apparatuur of machines steeds gewoner, dus wij kunnen ook volgens dat principe van servitization werken. Die manier van denken, oplossingen aandragen, van klantspecifiek maatwerk bedenken om het proces van de klant te verbeteren vereist nieuwe vakmensen. Mensen met een passie voor procestechnologie of chemische technologie. Wat wij hier doen leer je niet op school, maar het biedt je een geweldige wereld van diversiteit, maatwerk en procesgericht innovatief vakmanschap. Die mensen wil ik dolgraag leren kennen.” www.jongia.com
donderdag 9 mei 2019
33
Advertentie
De smaakmakers uit Leeuwarden We schrijven het jaar 2010, het jaar waarin CSK besluit de productie van CSK Food Enrichment vanuit Ede naar Leeuwarden te verhuizen. Sindsdien heeft het bedrijf een spectaculaire groei doorgemaakt, wat noopt tot de nieuwbouw van een enorme koelcel bij de fabriek aan de Pallasweg. De letters 'CSK' gaan terug tot het jaar 1905 wanneer een achttiental Friese zuivelfabrieken de Coöperatieve Stremsel- en Kleurselfabriek oprichtten. Doel was om met zuivelcultures smaak aan kaas te geven, iets wat tot op de huidige dag de corebusiness van CSK is gebleven. ''Er wordt nog vaak gedacht dat wij makers van zuivel zijn”, vertelt Sanne Melles, algemeen directeur van CSK. “Dat zijn wij niet: wij zijn de smaakmakers van zuivel. Wij bepalen de smaak van allerlei producten die van melk worden gemaakt. Dat is vooral kaas, maar ook yoghurt, kwark en boter. Die smaak komt van natuurlijke, melkeigen bacteriën, het zogenaamde zuursel, waarvan wij honderden varianten produceren. Er zijn talloze soorten bacteriën die melkzuur produceren en daarbij hun eigen karakteristieke smaak en textuur aan het zuivelproduct meegeven.” Met afnemers in heel Europa -waaronder een sterk groeiende markt in Rusland- en Amerika, is CSK sinds 2010 fors gegroeid. Zo zitten de bacterieculturen van CSK in de top 3 kazen van de ‘United States Championship Cheese Contest’ van dit jaar. In 2013/14 werd de bestaande
stremselfabriek uitgebreid met een zuurselfabriek en op dit moment vordert de nieuwbouw van een koelcel. Ondertussen zijn ook de afdelingen Marketing, Sales en R&D verhuisd naar een nieuwe locatie, in Wageningen. Samen zijn zij verantwoordelijk voor de voor CSK zo belangrijke innovatie. In de laboratoria worden de selecties gemaakt van bacteriën, afgestemd op de vraag van de markt. Melles: ,,Met hulp van ons 'Flavour wheel' -een pallet van smaken- gaan we in nauwe samenwerking met de klant op zoek naar de gewenste smaak en passen tegelijk de textuur aan. Alles met inzet van authentieke, hoogwaardige zuivelingrediënten, puur natuurlijk en die naadloos aansluiten op een gezonde, verantwoorde en duurzame manier van leven.” Als gevolg van de groei is CSK dringend op zoek naar talent binnen diverse disciplines, zoals ‘Production, Plan & Deliver en Technology’, om de technologisch hoogwaardige productiefaciliteit in Leeuwarden nu en in de toekomst optimaal te laten werken. Sanne Melles, staande voor de nieuwbouw van de mega koelcel.
www.cskfood.com
DE LINK NAAR REGIONAAL TALENT HOE LEG IK SNEL CONTACT MET TALENT UIT DE REGIO?
WAAR VIND IK ALLE BANEN BIJ MIJ IN DE BUURT?
Talent zoekt werk in de buurt, u zoekt regionaal talent. Waarom verder kijken? Leg de connectie op ambitie.nl. In uw eigen regio. Snel, interactief en effectief. In de inspirerende context van relevante verhalen over trends en kansen in de Noord-Nederlandse wereld van werk. Profielen scannen, contacten leggen. Met werkzoekenden en zzp’ers. Snel en rechtstreeks. Delen en verbinden. Informeren, motiveren, activeren. Noord-Nederland heeft ambitie! Op zoek naar ambitieus talent? Zet uw vacatures op ambitie.nl. Versterk uw arbeidsmarktcommunicatie en werkgeversmerk met de kracht van een crossmediaal platform. Meer weten over de mogelijkheden? Kijk op www.ambitie.nl.
HET NOORDEN HEEFT
.NL
Neem ergens op aarde een biertje en de kans is aanzienlijk dat je een beetje Eemshaven proeft. Holland Malt hoort bij de grootste mouterijen van de wereld, met een productie van bijna 300.000 ton mout. Tekst Jean-Paul Taffijn Foto Pepijn van den Broeke
MOUT VOOR DE UITHOEKEN VAN DE WERELD H et gaat lekker met Holland Malt. Vorig jaar werd de mouterij in de Eemshaven fors uitgebreid en geüpdatet met als gevolg een verdubbeling van de productie. Het imposante stel torens staat als een huis. De bovenste verdieping, op een hoogte van 50 meter, biedt uitzicht op een deel van de afzetmarkt. Over zee lopen de aanvoerschepen binnen.
Holland Malt zit al sinds 2003 in de Eemshaven. Dat was pionieren in het begin. Waar nu energiecentrales, industrie en bedrijvigheid het beeld bepalen, was er toen nog amper iets. De aanwezigheid van de diepzeehaven, de betrokkenheid van regionale overheden, de nabijheid van leverancier Agrifirm en de opdoemende kansen gaven de doorslag naar het Noorden te komen. Holland Malt dankt zijn ontstaan aan zakelijke keuzes bij bierbrouwer Bavaria. Waar eerst vooral voor eigen gebruik in de brouwerij werd gemout, werd steeds duidelijker dat andere partijen het mout – een van de grondstoffen van bier – uit Lieshout ook wel zagen zitten. ,,Dus hebben we de mouterijen tot een apart bedrijf gemaakt. Die in Lieshout produceert nog altijd veel voor Bavaria en andere Nederlandse brouwerijen. De veel grotere mouterij in de Eemshaven is er voor de internationale markt, die veel harder groeit’’, vertelt Willem Swinkels, telg uit de bekende Bavariafamilie en cfo van Holland Malt. Met de toename van de wereldbevolking groeit de mondiale bierconsumptie. Vooral de toename van de verkoop van speciaalbieren is fijn voor Holland Malt. Speciaalbieren bevatten meestal meer mout. Toch is die verbeterde marktsituatie alleen niet genoeg aanleiding om zo op het gas te trappen in de Eemshaven. Om mout te maken is allereerst gerst nodig. Bij Holland Malt wordt dat aangevoerd over zee vanuit het buitenland en met vrachtwagens vanuit het nabije binnenland. Eerst worden de gerstkorrels schoongemaakt, daarna worden ze een dag geweekt in water terwijl het gerstmengsel wordt belucht. Het kiemingsproces komt zo langzaam op gang. Vervolgens hebben de korrels een warme, vochtige, lichte omgeving nodig om verder te kiemen. Dat gebeurt in de Eemshaven in reusachtige ruimtes waarvan de vloeren
3 4 N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 M E I 2 019
draaien. Na vijf dagen is het kiemproces voltooid waarna de gekiemde korrels naar de droogruimte gaan, waar het proces stopt en het vochtgehalte wordt verlaagd. En zo is gerst veranderd in mout en kan het verpakt naar de brouwerijen in de wereld worden gestuurd. ,,De marges zijn in deze wereld heel klein’’, zegt plantmanager Marco van Dun. ,,De efficiëntieverhoging die we de afgelopen jaren hebben kunnen realiseren is daarom essentieel. Meer produceren alleen, daarmee red je het niet.’’ Die verhoging zit hem voor een deel in automatisering. Door de nieuwste technieken toe te passen in het nieuwe, aangebouwde gedeelte werd aanzienlijk bespaard. Van Dun: ,,De weekkuipen moesten bijvoorbeeld altijd met de hand worden schoongespoten. Dat hoeft niet meer, omdat het volautomatisch gaat.’’
De marges in deze wereld zijn heel klein Die efficientie zou nog een flinke slinger kunnen krijgen als de Eemshaven verder ontwikkelt, zegt Swinkels. ,,Wat ik eerlijk gezegd niet begrijp, is dat er nog geen containerterminal is in de Eemshaven. Onze verpakte mout moet nu nog over de weg naar Westerbroek om verladen te worden. Dat is eigenlijk van de zotte, en het is ook niet wat we hadden verwacht in 2003. Heel eerlijk: het is een van de belangrijkste redenen waarom we twijfelden of we hier wel moesten uitbreiden. Ik vind dat dat voor elkaar moet zijn voordat we nog een keer besluiten groter te groeien in de Eemshaven.’’ De twijfel over de uitbreiding is logisch. Twee jaar aan marktonderzoek ging eraan vooraf. Toen bleek dat dat klanten het extra mout graag wilden, ging het sein op groen. Van Dun: ,,Je hebt het niet over zo maar een beetje meer mout. Dit zijn substantiële aantallen. Als daarvoor geen markt is, ga je het schip in.’’ Een dreigend bankroet overkwam Holland
Marco van Dun
Malt in 2007 al bijna. Al had dat wel heel andere redenen. Noem het kinderziektes, noem het technologische problemen. De ontwerper van de mouterij had een baanbrekend ontwerp. De hele vloer in de kiemkamer zou om een as draaien om het kiemen te optimaliseren. Swinkels: ,,Een geweldig plan, maar nooit eerder gedaan. We kregen te maken met allerlei technische problemen met als gevolg dat we onze klanten niet konden beleveren.’’
Achterblijvende inkomsten, oplopende kosten en dan ook nog de komst van de financiële crisis. ,,Het is dat we toen fors hebben ingegrepen en grondig gereorganiseerd. Anders hadden we het niet gered. We draaiden in overlevingsmodus en sleutelden intussen aan de efficiency en de kwaliteit. Pas in 2014, 2015 ging het weer goed.’’ Sindsdien is de lijn omhoog ingezet en bereikt mout van Holland Malt vanuit de Eemshaven de hele wereld. Bijzonder aan de nieuwe installaties is de mogelijkheid om op een heel snelle en slimme manier blends te maken van diverse gerstemoutsoorten door geautomatiseerd verschillende moutsilo’s te openen. Van Dun: ,,We kunnen zo heel snel de gewenste moutblend leveren. Die flexibiliteit en het kunnen leveren op klantspecificatie zijn belangrijk in de markt.’’ Swinkels: ,,Als je China even buiten beschouwing laat, waar vooral voor de interne markt wordt gemout, horen we bij de mondiale Top-7 wat betreft productieomvang. En als het aan ons ligt, groeien we rustig verder.’’ In die ambitie zijn twee sleutelbegrippen leidend. Logistiek is het ene. De diepzeehaven in Groningen is hét grote voordeel van die locatie, hoewel de absentie van een containerterminal zoals gezegd problematisch wordt. Het andere sleutelbegrip is energie. Het kost nogal wat warmte – gas dus – om het mout te laten drogen. ,,Als je vanaf de zolder uit het raam kijkt, zie je hoe de warmte uit de energiecentrales zo de lucht wordt ingeblazen, terwijl wij het heel goed zouden kunnen gebruiken. En andere bedrijven ook. Dat zou pas echt een mooie stap zijn, als we daarmee iets zouden kunnen. Koppen bij elkaar steken en een systeem van warmterecycling omzetten. Het wordt steeds logischer om daarnaar eens echt goed te kijken.’’
IK BEGRIJP NIET DAT ER NOG GEEN CONTAINERHAL IN DE EEMSHAVEN IS N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 M E I 2 019 3 5
Neem ergens op aarde een biertje en de kans is aanzienlijk dat je een beetje Eemshaven proeft. Holland Malt hoort bij de grootste mouterijen van de wereld, met een productie van bijna 300.000 ton mout. Tekst Jean-Paul Taffijn Foto Pepijn van den Broeke
MOUT VOOR DE UITHOEKEN VAN DE WERELD H et gaat lekker met Holland Malt. Vorig jaar werd de mouterij in de Eemshaven fors uitgebreid en geüpdatet met als gevolg een verdubbeling van de productie. Het imposante stel torens staat als een huis. De bovenste verdieping, op een hoogte van 50 meter, biedt uitzicht op een deel van de afzetmarkt. Over zee lopen de aanvoerschepen binnen.
Holland Malt zit al sinds 2003 in de Eemshaven. Dat was pionieren in het begin. Waar nu energiecentrales, industrie en bedrijvigheid het beeld bepalen, was er toen nog amper iets. De aanwezigheid van de diepzeehaven, de betrokkenheid van regionale overheden, de nabijheid van leverancier Agrifirm en de opdoemende kansen gaven de doorslag naar het Noorden te komen. Holland Malt dankt zijn ontstaan aan zakelijke keuzes bij bierbrouwer Bavaria. Waar eerst vooral voor eigen gebruik in de brouwerij werd gemout, werd steeds duidelijker dat andere partijen het mout – een van de grondstoffen van bier – uit Lieshout ook wel zagen zitten. ,,Dus hebben we de mouterijen tot een apart bedrijf gemaakt. Die in Lieshout produceert nog altijd veel voor Bavaria en andere Nederlandse brouwerijen. De veel grotere mouterij in de Eemshaven is er voor de internationale markt, die veel harder groeit’’, vertelt Willem Swinkels, telg uit de bekende Bavariafamilie en cfo van Holland Malt. Met de toename van de wereldbevolking groeit de mondiale bierconsumptie. Vooral de toename van de verkoop van speciaalbieren is fijn voor Holland Malt. Speciaalbieren bevatten meestal meer mout. Toch is die verbeterde marktsituatie alleen niet genoeg aanleiding om zo op het gas te trappen in de Eemshaven. Om mout te maken is allereerst gerst nodig. Bij Holland Malt wordt dat aangevoerd over zee vanuit het buitenland en met vrachtwagens vanuit het nabije binnenland. Eerst worden de gerstkorrels schoongemaakt, daarna worden ze een dag geweekt in water terwijl het gerstmengsel wordt belucht. Het kiemingsproces komt zo langzaam op gang. Vervolgens hebben de korrels een warme, vochtige, lichte omgeving nodig om verder te kiemen. Dat gebeurt in de Eemshaven in reusachtige ruimtes waarvan de vloeren
3 4 N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 M E I 2 019
draaien. Na vijf dagen is het kiemproces voltooid waarna de gekiemde korrels naar de droogruimte gaan, waar het proces stopt en het vochtgehalte wordt verlaagd. En zo is gerst veranderd in mout en kan het verpakt naar de brouwerijen in de wereld worden gestuurd. ,,De marges zijn in deze wereld heel klein’’, zegt plantmanager Marco van Dun. ,,De efficiëntieverhoging die we de afgelopen jaren hebben kunnen realiseren is daarom essentieel. Meer produceren alleen, daarmee red je het niet.’’ Die verhoging zit hem voor een deel in automatisering. Door de nieuwste technieken toe te passen in het nieuwe, aangebouwde gedeelte werd aanzienlijk bespaard. Van Dun: ,,De weekkuipen moesten bijvoorbeeld altijd met de hand worden schoongespoten. Dat hoeft niet meer, omdat het volautomatisch gaat.’’
De marges in deze wereld zijn heel klein Die efficientie zou nog een flinke slinger kunnen krijgen als de Eemshaven verder ontwikkelt, zegt Swinkels. ,,Wat ik eerlijk gezegd niet begrijp, is dat er nog geen containerterminal is in de Eemshaven. Onze verpakte mout moet nu nog over de weg naar Westerbroek om verladen te worden. Dat is eigenlijk van de zotte, en het is ook niet wat we hadden verwacht in 2003. Heel eerlijk: het is een van de belangrijkste redenen waarom we twijfelden of we hier wel moesten uitbreiden. Ik vind dat dat voor elkaar moet zijn voordat we nog een keer besluiten groter te groeien in de Eemshaven.’’ De twijfel over de uitbreiding is logisch. Twee jaar aan marktonderzoek ging eraan vooraf. Toen bleek dat dat klanten het extra mout graag wilden, ging het sein op groen. Van Dun: ,,Je hebt het niet over zo maar een beetje meer mout. Dit zijn substantiële aantallen. Als daarvoor geen markt is, ga je het schip in.’’ Een dreigend bankroet overkwam Holland
Marco van Dun
Malt in 2007 al bijna. Al had dat wel heel andere redenen. Noem het kinderziektes, noem het technologische problemen. De ontwerper van de mouterij had een baanbrekend ontwerp. De hele vloer in de kiemkamer zou om een as draaien om het kiemen te optimaliseren. Swinkels: ,,Een geweldig plan, maar nooit eerder gedaan. We kregen te maken met allerlei technische problemen met als gevolg dat we onze klanten niet konden beleveren.’’
Achterblijvende inkomsten, oplopende kosten en dan ook nog de komst van de financiële crisis. ,,Het is dat we toen fors hebben ingegrepen en grondig gereorganiseerd. Anders hadden we het niet gered. We draaiden in overlevingsmodus en sleutelden intussen aan de efficiency en de kwaliteit. Pas in 2014, 2015 ging het weer goed.’’ Sindsdien is de lijn omhoog ingezet en bereikt mout van Holland Malt vanuit de Eemshaven de hele wereld. Bijzonder aan de nieuwe installaties is de mogelijkheid om op een heel snelle en slimme manier blends te maken van diverse gerstemoutsoorten door geautomatiseerd verschillende moutsilo’s te openen. Van Dun: ,,We kunnen zo heel snel de gewenste moutblend leveren. Die flexibiliteit en het kunnen leveren op klantspecificatie zijn belangrijk in de markt.’’ Swinkels: ,,Als je China even buiten beschouwing laat, waar vooral voor de interne markt wordt gemout, horen we bij de mondiale Top-7 wat betreft productieomvang. En als het aan ons ligt, groeien we rustig verder.’’ In die ambitie zijn twee sleutelbegrippen leidend. Logistiek is het ene. De diepzeehaven in Groningen is hét grote voordeel van die locatie, hoewel de absentie van een containerterminal zoals gezegd problematisch wordt. Het andere sleutelbegrip is energie. Het kost nogal wat warmte – gas dus – om het mout te laten drogen. ,,Als je vanaf de zolder uit het raam kijkt, zie je hoe de warmte uit de energiecentrales zo de lucht wordt ingeblazen, terwijl wij het heel goed zouden kunnen gebruiken. En andere bedrijven ook. Dat zou pas echt een mooie stap zijn, als we daarmee iets zouden kunnen. Koppen bij elkaar steken en een systeem van warmterecycling omzetten. Het wordt steeds logischer om daarnaar eens echt goed te kijken.’’
IK BEGRIJP NIET DAT ER NOG GEEN CONTAINERHAL IN DE EEMSHAVEN IS N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 M E I 2 019 3 5
ADVERTENTIE
22
Eerste Agri & Food Tech in Noord-Nederland op 7 juni
Slimme technologie en co-creatie voor duurzame voedselproductie
In 2050 telt de wereldbevolking bijna één miljard mensen. Om iedereen op een duurzame manier van voldoende voedsel te kunnen voorzien, zijn nieuwe technieken en samenwerkingen nodig. Welke kansen biedt dit toekomstige en bestaande bedrijven? Ontdek het tijdens de eerste Agri & Food Tech van Noord-Nederland op 7 juni in Leeuwarden.
Anna Farrenkopf, Elnaz Khatami, Lilly Truong en Erwin Kenter. Foto: Niels Westra
De Agri & Food Tech is een plek voor inspiratie en cocreatie, voor nieuwe ondernemers en traditionele bedrijven die willen innoveren. Nieuwe technologieën worden geschetst en innovatieve startups delen hun verhaal. Ontmoet professionals die voor jouw (toekomstige) bedrijf van waarde kunnen zijn. Ontdek hoe je van een innovatief idee tot business komt of hoe je binnen een bestaand bedrijf kunt vernieuwen. Techniek omarmen Erwin Kenter, medeorganisator van de Agri&Food Tech en eigenaar van startup ecosysteem ‘there’ (zie kader) benadrukt de noodzaak van innovatie. ,,De agri- en foodsector in Noord-Nederland heeft een achterstand op het gebied van techniek. In Amsterdam wordt al voedsel verbouwd in vertical farms. De ecologische voetafdruk is kleiner, ze zijn minder afhankelijk van de seizoenen en er zijn minder bestrijdingsmiddelen nodig.” Tijdens de Agri & Food Tech gaan (toekomstige) ondernemers met elkaar in gesprek over uitdagingen van de toekomst. Vanuit de community van there kunnen aan de hand van die vraagstukken nieuwe startups worden opgericht.
Agri & Food Tech Noord-Nederland Datum: vrijdag 7 juni van 13.00 tot 18.00 uur Locatie: Heliconweg 60 in Leeuwarden Meer info en kaarten zijn te bestellen via: www.letsgothere.nl of www.rerglobal.com Er is slechts een beperkt aantal kaarten beschikbaar dus meld u snel aan!
Startups vertellen Twee startups vertellen tijdens het event hoe zij innoveren met behulp van nieuwe technologie en slimme samenwerkingen. Catharinus Wierda produceert natuurinclusieve kaas onder de merknaam De Fryske. Voor de productie en afzet wordt met grotere partijen in de zuivel samengewerkt. Twee Friese boeren die alleen gras telen en veel natuurland beheren, leveren de melk. Melk van koeien die veel gras eten heeft een gunstigere samenstelling. In een zogenoemd Melklab werkt De Fryske samen met andere zuivelspelers aan een methode om boeren te ondersteunen nog beter grip op dit proces te krijgen. Kaas van De Fryske is inmiddels landelijk verkrijgbaar. Ook Anna Farrenkopf van startup Mastiline komt aan het woord. Mastiline zet hoogwaardige sensortechnologie in combinatie met Artificial
Intelligence in voor een duurzame zuivelketen. Met hun meetinstrument LUCI wordt uierontsteking (Mastitis) vroegtijdig opgespoord. LUCI meet in de melkrobot het celgetal van de melk van elke individuele koe. Een te hoog celgetal duidt op de infectie die verantwoordelijk is voor Mastitis. Door de snelle en nauwkeurige meting weet een melkveehouder al vroegtijdig of een koe ziek dreigt te worden. Hierdoor blijft antibioticagebruik beperkt en loopt de melkproductie niet sterk terug door ziekte. LUCI wordt nu doorontwikkeld om er straks ook de melkproductie mee te kunnen verhogen. Met behulp van big data zet Mastiline een uniek product in de markt, waarvoor interesse is in binnen- en buitenland. In onder andere Frankrijk en Canada draaien prototypes van LUCI en de eerste bestellingen zijn een feit.
Startup ecosysteem there: Voor tech- en social impactmakers De Agri&Food Tech wordt georganiseerd door Erwin Kenter van startup ecosysteem there in samenwerking met event manager Lily Truong. Zij organiseren vanuit RER Global zakelijke evenementen in het Noorden gericht op nieuwe technologieën. Startup ecosysteem there bouwt aan een ondernemersklimaat waarin je alles vindt om je bedrijf te starten en te groeien. Het on- en offline platform richt zich op startende ondernemers die duurzaamheid of technologie als uitgangspunt hebben en bestaande bedrijven die willen innoveren. Members kunnen bij there aan de Heliconweg in Leeuwarden gebruikmaken van creatieve werkplek-
ken en meetingruimtes, bedrijfsrestaurant en sportvoorzieningen. Met techpartners als IBM, Amazon en KPN organiseert there trainingen, opleidingen en events gericht op nieuwe technologieën als Artificial Intelligence, Blockchain, Internet of Things en Virtual Reality. Doel is om tech in het Noorden bekender te maken en talentvolle mensen en bedrijven te laten groeien. Inmiddels zijn 215 mensen en bedrijven verbonden aan there, waaronder Mastiline. ,,Wij gebruiken onze expertise graag om beginnende ondernemers verder op weg te helpen”, zegt mede-eigenaar Anna Farrenkopf. ,,We hopen ook op samenwerkingen met nieuwe talenten.”
Advertentie
Duurzame voedselproductie voor de mens, comfort en welzijn voor het dier Techniek en technologie maakt duurzaam voedsel produceren mogelijk. Dierenwelzijn en het welzijn van het boerengezin blijken door nieuwe ontwikkelingen prima samen te gaan met eenvoudige, efficiënte bedrijfsvoering en voedselveiligheid. Op bezoek in ’t Groningse Oldambt, een relaxte omgeving met ruimte voor mens en dier. „Eerlijk gezegd had ik eerst best m’n twijfels bij de omschakeling, want ja, het moet allemaal maar werken zoals het bedacht is, maar het went zo snel dat ik nu al bijna ben vergeten hoe het was. We hebben nu veel meer aandacht en tijd voor de individuele koe en wat me enorm opvalt is de rust in de stal.” Aan het woord is Wouter van Breugel die in het Groningse Nieuwolda samen met z’n vrouw Antje de maatschap De Waarhoeke runt. ’n Melkveebedrijf met 325 koeien en 160 stuks jongvee, dat het afgelopen half jaar is omgeschakeld naar een nieuwe bedrijfsvoering. Met apparatuur en machines van leverancier DeLaval verzorgde Daling Melk- en Installatietechniek uit Bedum de nieuwe stalinrichting met VMS V300 melkrobots, DeLaval koeborstels, ledverlichting, ventilatoren en een Optiduo voeraanschuiver die het voer ook nog ververst. Wouter Breugel kijkt tevreden terug op de afgelopen maanden: „Die jongens hebben goed werk gedaan, wij hoefden alleen maar te kijken hoe makkelijk onze koeien wennen aan de melkrobots en hoe goed deze hun werk gingen doen.” Tijd voor individuele koe „Het omschakelen naar deze nieuwe manier van bedrijfsvoering heeft een paar oorzaken. We wilden graag een beter dierenwelzijn voor onze koeien, wilden minder fysieke belasting voor onszelf en minder afhankelijkheid zijn van personeel, omdat goede mensen steeds moeilijker te vinden zijn. Het dierenwelzijn betekende voor ons dat we minder verplichtingen en meer vrije keuze mogelijkheden aan de kant van de koe wilden en meer natuurlijk gedrag. Met een goed geautomatiseerd melksysteem zijn er immers geen verplichte melktijden meer en kan de koe haar eigen, natuurlijke gedrag blijven vertonen. Als je zorgt dat de stal in z’n geheel een optimale verblijfsruimte wordt, waar de koe op haar gemak kan eten, herkauwen en rusten, dan biedt dat de koeien veel welzijn en dat is goed voor hun gezondheid en voor de melkafgifte.” „We hebben veel rondgekeken op allerlei bedrijven en kwamen tot de conclusie dat we met de oplossingen van DeLaval de beste keuze maakten voor onze bedrijfsgrootte en met onze
Wouter en Antje van Breugel wensen. Het zit in de combinatie van dierenwelzijn, goede verzorging en maatwerk per koe, omdat de robots iedere koe perfect kunnen aansluiten (met het nieuwe DeLaval Insight systeem). De koe krijgt van het systeem individuele aandacht en kan daardoor haar eigen tempo en leefpatroon volgen, zodat rust en regelmaat ontstaat. Je merkt het verschil in de stal, het is er rustiger geworden. Koeien zoeken zelf de robot als ze daar aan toe zijn, drie tot vier keer per 24 uur en de VMS V300 melkrobot zoekt zelf iedere keer op precies dezelfde wijze de spenen van de koe en sluit iedere keer op exact gelijke wijze aan; dat geeft niet alleen rust bij de koe, maar het komt ook de melkafgifte ten goede. Het systeem gaat geheel automatisch z’n gang en de koeien voelen zich daar prima bij, ze wachten rustig af tot ze gemolken zijn, ze volgen gewoon de routing. Voor het melken worden de spenen voorbehandeld (gewassen), de koe blijft mooi schoon en zoekt weer een plekje in de stal. Ik heb een heel goed beeld van de gezondheid, in de voedingspatronen en melkafgifte van iedere koe, ik kan met alle gegevens uit het systeem zien hoe welke koe er voor staat en zie daardoor eerder of er met een koe iets mis is dan voorheen.” Rust in de stal, rust in huis „Door de nieuwe stalindeling met de nieuwe VMS V-300 robots, we hebben er vijf staan, hebben we ruimte gekregen voor royale strohokken voor droge koeien en als afkalfruimte. Ventilatoren verdeeld over de hele stal zorgen altijd voor een goede ventilatie en natuurlijke luchtbehandeling, de koe kan eten aan het voerhek waar het verse voer altijd automatisch aangeschoven en door de vijzel luchtig neergelegd, ververst wordt. Ik vind dat machtig om te zien, ze hebben het naar de zin en er is rust in de stal.” „Wat het voor ons betekent? Veel, echt veel, ik had dat niet verwacht hoor. Reken maar uit, ik was voorheen zeker tien uur per dag bezig met
melken, dus die tijd kan ik nu aan andere zaken besteden. Bovendien is dat ruim tien uur per dag minder zwaar fysieke belasting, dus dat voelt nu al beter. Het scheelt daarnaast ongeveer 1,5 arbeidsplaats op jaarbasis, dus dat betekent een lager kostenniveau. En wat me opvalt is, dat ik nu zelf ook veel meer tijd heb en tijd neem voor iedere individuele koe. Door gebruik van technologie kunnen we dus veel betekenen voor het welzijn van zowel mens als dier. De koeien zijn blij met de verandering en ja, ik heb meer tijd voor m’n gezin. Ik ben vrijer in m’n tijdsindeling, de fysieke belasting is veel minder, ik heb meer rust in en op het bedrijf en daardoor ik ben ik relaxter. Het dierenwelzijn is enorm verbeterd vind ik, dat is wat we wilden en het is prachtig om te zien dat dat gelukt is. En je weet het, als het goed gaat met de koeien, gaat het ook goed met ons, met mij en ons gezin met drie jonge kinderen.” www.delaval.com
DE 4 bedrijven WAAR AFVAL NIET BESTAAT
Hergebruik van natuurlijke (landbouw)grondstoffen: in Noord-Nederland krijgen reststromen en afval een nieuwe bestemming. Wat maakt men zoal? Een overzicht. Tekst Coen Berkhout Illustratie Job van der Molen
BIOBTX: GRONDSTOFFEN VOOR DE CHEMISCHE INDUSTRIE
ZERNIKE ADVANCED PROCESSING: NIEUWE TOEPASSINGEN ONTWIKKELEN
In de een proeffabriek op het Zerniketerrein in Groningen (de Zernike Advanced Processing-faciliteit (ZAP), daarover verderop meer) maakt de startup BioBTX biobased aromaten: ruwe benzeen, tolueen en xyleen (BTX). Het zijn de bouwstenen voor de chemische industrie. Op dit moment worden ze voornamelijk nog uit aardolie gewonnen, een natuurlijke grondstof. Maar het kost de aarde miljoenen jaren om die olie te maken. BioBTX maakt het daarentegen in enkele minuten van glycerine, een afvalproduct van de biodieselproductie. Zo veranderen ‘grijze’ chemische bouwstenen in groene, duurzamere varianten.
Er blijft een hoop zogeheten biomassa over bij het verwerken van natuurlijke producten. Aardappelen, gras, suikerbieten, hennep, noem maar op. Uit de resterende biomassa kan energie worden gehaald. Bijvoorbeeld door het restproduct te verbranden, zoals in biomassacentrales gebeurt. Maar dat is natuurlijk geen circulaire oplossing voor het bioafval. In de Zernike Advanced Processing-faciliteit in Groningen (ZAP) wordt toegepast onderzoek uitgevoerd naar
DEEPGROOVES: ELPEES VAN BIOMASSA De enorme vlucht die de vinyltrend – elpees of langspeelplaten – de afgelopen jaren opnieuw nam, is niet bijzonder goed voor het milieu. Er is een grote kans dat jouw favoriete platen gemaakt zijn van polyvinylchloride, beter bekend als pvc. Dat is niet het enige product waarvoor het plastic wordt gebruikt. Dashboards van auto’s, raamkozijnen: allemaal worden ze van het polymeer gemaakt. Een droomproduct, maar met consequenties om nachtmerries van te krijgen. Pvc is een type plastic dat voor consumenten niet gemakkelijk te recyclen is. Echter, in de Blokhuispoort in Leeuwarden maakt de vinylperserij Deepgrooves elpees van een duurzaam vinylgranulaat. Dat duurzame granulaat komt uit biomassa, de restproducten die overblijven na het produceren van biologische grondstoffen. Deepgrooves heeft ook een eigen recyclingsysteem. Oude platen kunnen worden ingeleverd en worden hergebruikt voor nieuw te persen elpees. Zo probeert de Friese vinylperserij de platen volledig circulair te maken.
3 8 N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 M E I 2 019
Pvc is een droomproduct, maar met consequenties om nachtmerries van te krijgen de valorisatie van biomassa. Dat wil zeggen: er wordt onderzoek gedaan naar nieuwe toepassingen en verwerkingsmogelijkheden van biomassa. Deze nieuwe producten zijn bijvoorbeeld voor de farmaceutische, cosmetica-, voedings- en kledingindustrie. Een ander voorbeeld is dat van de garnalenschalen. Enkele jaren geleden werden de Noordzee- en Waddenzeegarnalen die de garnalenvissers in Lauwersoog aan land
brachten nog in Marokko gepeld. Allemaal met de hand. Door het Telson-Kantproject in Lauwersoog, de komst van de garnalenpelmachine van Telson (handelaar) en Kant (pelmachine), worden er weer garnalen in Noord-Nederland gepeld. Dat zorgt wel voor een gigantische hoeveelheid afval: een bult garnalenschalen. Een dure hoop afval? Of juist een goudmijn? In de pantsers van de garnalen zit chitine. In het ZAP zet een chemisch proces dat om in chitosan. Chitosan heeft een antibacteriële werking. De natuurlijke grondstof kan daardoor worden gebruikt in bijvoorbeeld coatings voor implantaten. Of in een verf voor schepen, waarop algen nauwelijks kunnen groeien dankzij de chitosan.
SUIKERUNIE: SUIKERBIET VOLLEDIG VERWAARDEN Voor de noorderling geen onbekend fenomeen: het suikerbietenseizoen. Voor de bietenwagens leiden alle wegen in die periode naar de fabriek van de SuikerUnie in Hoogkerk. De suikerbiet blijft een van de belangrijkste landbouwproducten in Nederland. Met in totaal meer dan 80.000 hectare bietengrond, goed voor een miljoen ton suiker per jaar, is niet onbelangrijk om je af te vragen wat er gebeurt met de reststromen van al die bieten. SuikerUnie probeert de suikerbieten volledig te verwaarden. Dat wil zeggen dat ieder stukje van de biet een bestemming vindt, zelfs het restafval. Zo worden de bietenpuntjes en -staartjes vergist, waardoor biogas ontstaat. Er wordt inmiddels ook onderzocht of hiervan bioplastics zijn te maken. Het blad gaat er op het land al af en blijft daar liggen als groenbemester. En zelfs het water uit de bieten (ze bestaan voor driekwart uit water) wordt gezuiverd en opgeslagen voor gebruik in de tuinbouw.
N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 M E I 2 019 3 9
DE 4 bedrijven WAAR AFVAL NIET BESTAAT
Hergebruik van natuurlijke (landbouw)grondstoffen: in Noord-Nederland krijgen reststromen en afval een nieuwe bestemming. Wat maakt men zoal? Een overzicht. Tekst Coen Berkhout Illustratie Job van der Molen
BIOBTX: GRONDSTOFFEN VOOR DE CHEMISCHE INDUSTRIE
ZERNIKE ADVANCED PROCESSING: NIEUWE TOEPASSINGEN ONTWIKKELEN
In de een proeffabriek op het Zerniketerrein in Groningen (de Zernike Advanced Processing-faciliteit (ZAP), daarover verderop meer) maakt de startup BioBTX biobased aromaten: ruwe benzeen, tolueen en xyleen (BTX). Het zijn de bouwstenen voor de chemische industrie. Op dit moment worden ze voornamelijk nog uit aardolie gewonnen, een natuurlijke grondstof. Maar het kost de aarde miljoenen jaren om die olie te maken. BioBTX maakt het daarentegen in enkele minuten van glycerine, een afvalproduct van de biodieselproductie. Zo veranderen ‘grijze’ chemische bouwstenen in groene, duurzamere varianten.
Er blijft een hoop zogeheten biomassa over bij het verwerken van natuurlijke producten. Aardappelen, gras, suikerbieten, hennep, noem maar op. Uit de resterende biomassa kan energie worden gehaald. Bijvoorbeeld door het restproduct te verbranden, zoals in biomassacentrales gebeurt. Maar dat is natuurlijk geen circulaire oplossing voor het bioafval. In de Zernike Advanced Processing-faciliteit in Groningen (ZAP) wordt toegepast onderzoek uitgevoerd naar
DEEPGROOVES: ELPEES VAN BIOMASSA De enorme vlucht die de vinyltrend – elpees of langspeelplaten – de afgelopen jaren opnieuw nam, is niet bijzonder goed voor het milieu. Er is een grote kans dat jouw favoriete platen gemaakt zijn van polyvinylchloride, beter bekend als pvc. Dat is niet het enige product waarvoor het plastic wordt gebruikt. Dashboards van auto’s, raamkozijnen: allemaal worden ze van het polymeer gemaakt. Een droomproduct, maar met consequenties om nachtmerries van te krijgen. Pvc is een type plastic dat voor consumenten niet gemakkelijk te recyclen is. Echter, in de Blokhuispoort in Leeuwarden maakt de vinylperserij Deepgrooves elpees van een duurzaam vinylgranulaat. Dat duurzame granulaat komt uit biomassa, de restproducten die overblijven na het produceren van biologische grondstoffen. Deepgrooves heeft ook een eigen recyclingsysteem. Oude platen kunnen worden ingeleverd en worden hergebruikt voor nieuw te persen elpees. Zo probeert de Friese vinylperserij de platen volledig circulair te maken.
3 8 N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 M E I 2 019
Pvc is een droomproduct, maar met consequenties om nachtmerries van te krijgen de valorisatie van biomassa. Dat wil zeggen: er wordt onderzoek gedaan naar nieuwe toepassingen en verwerkingsmogelijkheden van biomassa. Deze nieuwe producten zijn bijvoorbeeld voor de farmaceutische, cosmetica-, voedings- en kledingindustrie. Een ander voorbeeld is dat van de garnalenschalen. Enkele jaren geleden werden de Noordzee- en Waddenzeegarnalen die de garnalenvissers in Lauwersoog aan land
brachten nog in Marokko gepeld. Allemaal met de hand. Door het Telson-Kantproject in Lauwersoog, de komst van de garnalenpelmachine van Telson (handelaar) en Kant (pelmachine), worden er weer garnalen in Noord-Nederland gepeld. Dat zorgt wel voor een gigantische hoeveelheid afval: een bult garnalenschalen. Een dure hoop afval? Of juist een goudmijn? In de pantsers van de garnalen zit chitine. In het ZAP zet een chemisch proces dat om in chitosan. Chitosan heeft een antibacteriële werking. De natuurlijke grondstof kan daardoor worden gebruikt in bijvoorbeeld coatings voor implantaten. Of in een verf voor schepen, waarop algen nauwelijks kunnen groeien dankzij de chitosan.
SUIKERUNIE: SUIKERBIET VOLLEDIG VERWAARDEN Voor de noorderling geen onbekend fenomeen: het suikerbietenseizoen. Voor de bietenwagens leiden alle wegen in die periode naar de fabriek van de SuikerUnie in Hoogkerk. De suikerbiet blijft een van de belangrijkste landbouwproducten in Nederland. Met in totaal meer dan 80.000 hectare bietengrond, goed voor een miljoen ton suiker per jaar, is niet onbelangrijk om je af te vragen wat er gebeurt met de reststromen van al die bieten. SuikerUnie probeert de suikerbieten volledig te verwaarden. Dat wil zeggen dat ieder stukje van de biet een bestemming vindt, zelfs het restafval. Zo worden de bietenpuntjes en -staartjes vergist, waardoor biogas ontstaat. Er wordt inmiddels ook onderzocht of hiervan bioplastics zijn te maken. Het blad gaat er op het land al af en blijft daar liggen als groenbemester. En zelfs het water uit de bieten (ze bestaan voor driekwart uit water) wordt gezuiverd en opgeslagen voor gebruik in de tuinbouw.
N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 M E I 2 019 3 9
40
donderdag 9 mei 2019
WPA-Robertus Leverancier van: • • • • • • • •
Gewasbeschermingsmiddelen Zaaigranen Graszaden Maiszaden Plastic / Beschermkleden / Toptex Vloeibare en vaste meststoffen Persoonlijke beschermingsmiddelen Biologische bestrijding
WPA Robertus zeker & vast Westerbork 0593-332800 | Winschoten 0597-413142 | Warffum 0595-422744 Apeldoorn 055-3666556 | Dedemsvaart 0523-615555 website: www.wpa-robertus.nl
Advertentie
Het DNA van werken met roestvaststaal zit in IJlst Waar kwaliteit en hoge afwerkingsgraad vereist is, leveren zij hun machines en apparaten in roestvaststaal. De mannen van Machine- en Apparatenbouw Berco BV in IJlst zijn wel wat gewend. Roestvaststaal is hun vak, hun lust en hun leven. Ze bestaan al dertig jaar. Van zuiveltank tot vacuümtank, van leidingwerk tot machinebouw, van stoominjecteurs tot CIP-installaties en maatwerk in de civiele sector, hun vakbekwaamheid wordt wereldwijd geleverd. Voedingsmiddelenindustrie, waterschappen, chemie, offshore, biogasinstallaties, het zijn allemaal sectoren waar kwaliteit van gecertificeerde lassers een vereiste is. Eind vorig jaar namen Feite van der Veen en Oscar Poelstra, de beide eigenaren van Berco, het toen nog in Makkum gevestigde Technisch Bureau Venema over. Het bedrijf verdient ook al jaren z’n sporen in de roestvaststaal branche met het leveren van tal van spleetgoten, bakgoten, zwembadgoten, putten, spoelbakken, luxe maatwerk in de woningbouw en ander specialistisch werk en vormt een mooie aanvulling op het vakwerk van Berco. „Het werken met roestvaststaal zit in het DNA van de Súdwest”, zegt Feite van der Veen. Vroeger zat in vrijwel ieder dorp een zuivelfabriek en ieder dorp had z’n eigen smid. Het vakmanschap in de sector in deze omgeving is hoog. Juist die relatie met voorheen vooral de zuivel en later de breedte van de voedingsmiddelenindustrie, maakt dat we gewend zijn aan hoge eisen en aan het leveren van maatwerk. De kwaliteit, het vakmanschap, het werken met gecertificeerde mensen en materialen zit dus in ons DNA. We leveren vooral
Nederland, maar in heel veel landen staan werken van Berco. Heel dichtbij ook hoor: de felgekleurde bloemen en bladeren van de 11Fountains fontein van IJlst zijn door ons gemaakt en die worden nu door duizenden mensen van overal ter wereld bekeken en gefotografeerd.”
Feite van der Veen en Oscar Poelstra veel halffabricaten aan een groot scala klanten uit diverse sectoren en voor alles en altijd geldt dat het aan een hoge standaard moet voldoen. De machines en apparaten die wij voor onze opdrachtgevers maken, vinden overal ter wereld hun weg. Niet alleen in Friesland of elders in
Wie voorop wil blijven in z’n vak is gewend vooruit te kijken. Van der Veen en Poelstra doen dat zeker, want de CO2 footprint mag en kan naar beneden vinden ze. Dus onderzoeken ze diverse mogelijkheden om daar een bijdrage aan te leveren, van zonnepanelen op het dak tot energieheipalen voor in de toekomstige nieuwe hal om aardwarmte te gebruiken om te verwarmen. En bij vooruitkijken hoort de uitnodiging aan goede vakmensen, want de toekomst van roestvaststaal in Friesland kan niet zonder vakbekwame gemotiveerde mensen. www.berco-rvs.nl