Skip to main content

NoordZ Agri & Food 2020 - Leeuwarder Courant / Dagblad van het Noorden - Multiplus Media B2B

Page 1

DONDERDAG 9 APRIL 2020

THEMA: AGRIFOOD

‘BOEREN DURVEN ALS ONDERNEMER GEEN STAPPEN TE ZETTEN’ LIANNE VEENSTRA, AGROCOACH PAGINA 4 UITGAVE VAN DE NDC MEDIAGROEP


Advertentie

LTO Noord is een baken in roerige tijden Het zijn hectische tijden voor LTO Noord. De Corona-crisis klapt er in bepaalde delen van de agrarische sector keihard in. Veel boeren maken zich zorgen, over de actuele ontwikkelingen, maar zeker ook over de toekomst. LTO Noord is er voor haar leden. Niet voor niets heeft de boerenorganisatie het aantal informatielijnen opgeschaald. „Onze leden staan er niet alleen voor”, zegt Trienke Elshof, voorzitter regiobestuur LTO Noord. „Zij kunnen met al hun vragen bij ons terecht en daar wordt veel gebruik van gemaakt.” De leden zijn tevreden over deze service en sowieso over de manier waarop LTO Noord haar leden in deze crisistijd bijstaat, zo bleek uit een onlangs gehouden onderzoek. En dat doet de regiovoorzitter goed. Immers, het is nog niet zo lang geleden dat leden hun onvrede uiten over de manier waarop LTO omging met de stikstofproblematiek. Hoewel er nog steeds volop inzet is op dit onderwerp, verdienen de perikelen rondom Corona op dit moment uiteraard ook prioriteit. Arbeidskrachten „De problemen met Corona zijn heel divers”, zegt Elshof. „Zo wordt de sierteelt, bloemen en planten, enorm hard getroffen, heeft de akkerbouw met scherp dalende prijzen van bijvoorbeeld aardappelen te maken en wordt het transport van producten naar het buitenland bemoeilijkt. Verder zijn er problemen op zorgboerderijen, in de kinderopvang- en op de recreatieboerderijen. Daarnaast dreigt er een ernstig tekort aan beschikbare arbeidskrachten. Veel buitenlandse medewerkers zijn terug naar huis, maar de producten moeten wel geoogst worden. Daar worden problemen voorzien.” Niet voor niets werd onlangs een website in het leven geroepen waar vraag en aanbod elkaar kunnen ontmoeten. Er zitten immers veel mensen thuis,

Krachten bundelen, dat is waar LTO Noord steeds naar op zoek is, ook binnen de eigen gelederen. Zo werd een kleine vier jaar geleden al afscheid genomen van drie noordelijke provinciale besturen, die werden opgevolgd door het Regiobestuur Noord. Elke provincie heeft nu zogenaamde boegbeelden, het eerste aanspreekpunt voor de boer. In Friesland is Tineke de Vries boegbeeld. Samen met Jan-Teade Kooistra vormt zij de Friese afvaardiging in het regiobestuur. „We zijn beiden formeel aanspreekpunt, met elk een eigen portefeuille. Zo heb ik water, bodemzaken en landelijk gebied in mijn portefeuille en JanTeade natuur en fauna”, legt Tineke uit. Wat haar vooral aanspreekt in Friesland is de samenwerking in de keten. „Dat maakt ons sterker, zeker ook op de lange termijn.” Zorgen zijn er ook, bijvoorbeeld over de stikstofproblematiek. „De gesprekken daarover gaan onverminderd door. We hebben een aantal natuurgebieden in Friesland, waarbij de kritische depositiewaarde wordt overschreden. Daar moeten we wat mee. Er worden nu nieuwe regels opgesteld, maar daar maken we ons wel zorgen over, want de landbouw moet wel perspectief houden.” Maar, nog veel meer vragen de gevolgen van het Coronavirus nu om aandacht. Tineke:„ We leven in een surrealistische tijd. Als boer ben je vaak in het veld en gaat het werk gewoon door. Dat is tegenstrijdig met de actuele ontwikkelingen. Ja, veel boeren hebben het moeilijk, het is onze taak om die problemen aan te horen en dat helpt de betreffende boer vaak verder. Al met al is de toekomst niet te overzien, maar een ding staat vast: mensen moeten eten en daar zorgen wij voor.”

Tineke de Vries

Trienke Elshof die wellicht geïnteresseerd zijn om in de land- en tuinbouw aan de slag te gaan. Het is derhalve alle hens aan dek voor LTO Noord. Elshof:„ We zijn continu bezig om in beeld te krijgen wat de huidige situatie voor boeren betekent en welke gevolgen bepaalde maatregelen hebben. Vervolgens kijken we wie welke hulp nodig heeft en hoe we onze leden zo goed mogelijk kunnen helpen. Denk bijvoorbeeld aan de pagina ‘Koop onze oogst’, waar we vraag en aanbod van producten bij elkaar willen brengen.” Krachten bundelen Het ledenaantal van LTO Noord schommelt. „Er is sprake van een licht dalende trend”, weet Elshof. “Dat heeft te maken met het feit dat er elk jaar boeren stoppen, maar ook met de opkomst van andere organisaties die de belangen van boeren behartigen. LTO Noord krijgt er in het Noorden elk jaar tussen de 50 en 100 nieuwe leden bij, daarmee blijft de vertegenwoordiging op peil. We behartigen nog steeds de belangen van twee derde van de productiecapaciteit en meer dan 50 procent van de boeren. Op complexe dossiers bundelen we zoveel mogelijk onze krachten, zoals bijvoorbeeld met de stikstofproblematiek is gebeurd. Toen zaten we als landbouwcollectief aan tafel bij de minister. Op die manier denken we effectiever te kunnen werken, waarbij de belangen van onze eigen leden natuurlijk zoveel mogelijk voorop staan.” „En we kiezen daarbij voor een minder activistische aanpak”, vervolgt Elshof. „Onderhandelen doe je aan tafel en niet op het

Malieveld, is onze mening. Andere organisaties staan daar anders in en dat mag, het kan onze lobby ook versterken. Het is maar de vraag waarmee je meer kunt bereiken. We snappen ook dat leden die aanpak niet altijd begrijpen. LTO Noord vertegenwoordigt de hele sector, is sterk gesegmenteerd, maar voor de boer blijft het maatwerk op eigen erf. Dat maakt het wel eens lastig en ingewikkeld. Een ding weten we zeker, we kunnen het nooit iedereen naar de zin maken.” Werkgelegenheid De agrarische sector is voor Noord-Nederland van groot belang. Elshof:„ De werkgelegenheid in de landbouwsector ligt hier veel hoger dan elders in het land, circa 17 procent van de beroepsbevolking werkt in de landbouw of in aanverwante bedrijven, één op de zes werkenden is afhankelijk van de landbouw. We hebben immers ook talloze bedrijven in huis die de landbouwproducten verwerken. Dat doen we heel goed. De structuur die we met z’n allen hebben neergezet, moeten we zorgvuldig bewaken, zeker ook in deze tijd. De ontwikkelingen gaan snel. De opschaling gaat door en de opvolging is lastig. Ik voorzie richting toekomst een toename van specialistische bedrijven en kortere ketens. Voor LTO Noord staat voorop dat we onze leden nu en in de toekomst zo goed mogelijk bij blijven staan. Want dat is waarvoor we ooit zijn opgericht.” www.ltonoord.nl


NIEUWE WERKELIJKHEID

H

want daar schijnen ‘we’ goed in te zijn. Over het belang voor boeren om met iemand te praten over waar ze tegenaan lopen. En over wat we gaan eten in de toekomst. Meer lokaal is bijvoorbeeld een van de voorspellingen. Die laatste weg lijkt door de huidige omstandigheden al te zijn ingeslagen. Kijk alleen al naar de honderden lokale voedseldozen die Drachtster startup De Streekboer in samenwerking met het Groningse Lokaal Kilo’s Schuiven weet te verkopen in het Noorden. Ik vraag me graag hardop af of we met z'n allen deze kans aangrijpen om een nieuwe (economische) werkelijkheid te creëren. Want deze blijkt toch nogal fragiel als er onverhoopt een virus opduikt. Een werkelijkheid met minder nadruk op productiviteit, winstmaximalisatie en globalisering en meer nadruk op mens en milieu.

Op de cover: het citaat ‘Boeren durven als ondernemer geen stappen te zetten’ is van Lianne Veenstra, agrocoach. U vindt de quote terug op pagina 4.

et coronavirus brengt ons bijzondere tijden. Blijf thuis. Houd afstand. Sommige ondernemers spinnen garen bij de huidige omstandigheden of weten pijlsnel hun verdienmodel om te gooien. Anderen zien plots de inkomsten van hun goedlopende bedrijven opdrogen en moeten alle zeilen bijzetten om overeind te blijven. Een stortvloed aan informatie over tegemoetkomingen, noodveronderingen en maatregelen kwam over zakelijk Nederland heen. Zoek je overzicht? Op coronadossier.noordz.nl vind je up to date informatie, het laatste nieuws van verschillende instanties en interviews met ondernemers. Daar en in deze NoordZ-bijlage valt je dan vermoedelijk onze nieuwe huisstijl op. Onze focus verbreedt daarmee ook, naar de zakelijke markt van Noord-Nederland. Zodat we over meer dan alleen ondernemen informeren en inspireren. In het nieuwe logo zit het groen van buiten, van de natuur. Dat maakt een mooi bruggetje naar het onderwerp van deze editie: de agri-food sector. We brengen verhalen over hondenkoekjes,

COLOFON

INHOUD

NoordZ is een bijlage van NDC mediagroep

04

Aan tafel Agrocoach Lianne Veenstra biedt boeren een luisterend oor

Samenstelling & eindredactie Karlijn ter Horst Roel Snijder

08

Infographic: Dairy Campus Wat gebeurt er op die 300 hectare in Leeuwarden?

10

Hond krijgt wat wij lekker vinden Over premiumisatie en humanisatie in de wereld van het dierenvoer

18

Oma’s liefde voor de koe De Spiegel met William Polling

21

Blue Falcon: Als vrienden uit elkaar Hoe staat het ervoor met de startup die al eerder in NoordZ de revu passeerde?

24

Voeding voor straks Een balanceeract tussen gezond voor de mens en goed voor de aarde

30

De 7 producten van de toekomst Wat eten we straks?

33

Optimistisch Column Ronald Mulder

36

Zij die ’t willen Praktische oplossingen bij Fjildlab Noordoost-Fryslân

Vormgeving Alie Veenhuizen Telefoon bijlagenredactie 050-5844229 058-2845477 E-mail bijlagen@ndcmediagroep.nl Advertenties/branded content Multiplus Media, Drachten T: 06 44 91 12 63 E: s.osinga@mulitplusmedia.nl

Volg NoordZ ook online op het blog: www.noordz.nl

Never waist a good crisis. Namens de redactie,

NDC MEDIAGROEP DONDERDAG 9 APRIL 2020 3


Nieuwe regelgeving en roeptoeterende politici zorgen voor de onzekerheid die de afgelopen tijd veel losmaakte bij de boeren in Noord-Nederland. Een luisterend oor is welkom. Iemand die dat biedt, is agrocoach Lianne Veenstra uit Oosterwolde. Tekst Coen Berkhout Foto Pepijn van den Broeke

AAN TAFEL A

an de onzekere tijden voor het boerenbedrijf lijkt voorlopig geen einde te komen. Van de stikstofcrisis (die nog lang niet voorbij is) vallen we in de coronacrisis; en hoewel de boer prijkt op de lijst met vitale beroepen, kan niet gezegd worden dat het allemaal wel meevalt. Door het sluiten van bijvoorbeeld de horeca en de grenzen vallen ook harde klappen in de hoek van de voedselproducenten. Het is de zoveelste horde. ‘Verandering’ lijkt de laatste maanden het sleutelwoord te zijn voor de agrarische sector. Dat is vanaf de zijlijn makkelijk gezegd. Want buiten de externe ontwikkelingen die in rap tempo over elkaar heen vallen, zijn er op de boerenbedrijven ook zaken binnenshuis die om aandacht vragen. Vraagstukken over de overname of de transitie naar kringlooplandbouw, bijvoorbeeld. Al deze ballen in de lucht houden, zorgen dat de schoorsteen blijft roken en ondertussen niet uitgeblust raken; het vergt nogal wat van een ondernemer. ,,Boerenbedrijven doen geen investering voor nu tot een jaar, dat doen ze voor dertig jaar”, legt agrocoach Lianne Veenstra uit. ,,Aan alle kanten speelt iets. Ik merk dat het al jaren aan de gang is, deze onduidelijkheid. Boeren durven als ondernemer geen stappen te zetten – of ze aarzelen om dat te doen – omdat ze denken: ja, wie weet verandert er binnenkort weer wat.”

LIANNE VEENSTRA

KEUKENTAFEL Als agrocoach helpt Veenstra ondernemers in de agrarische sector bij hun persoonlijke ontwikkeling en de vorming van hun bedrijf. ,,Ik begeleid vooral dat wat onder de tafel speelt. Zaken als opvolging, toekomstvisie, onderlinge relaties; de zachte kant. De andere kant, alles wat in bedrijfstermen staat, zit boven tafel. Meestal schuif ik aan de keukentafel aan voor een gesprek, waarbij het doel is dat men zo veel mogelijk zelf tot inzichten komt. Hoewel ik er natuurlijk graag kom, moeten mensen zo snel mogelijk zonder mij kunnen. Dan heeft mijn coaching een duurzaam effect.” Ze merkt dat de vragen die ze krijgt wel vaak ontstaan uit een praktische noodzaak, iets wat direct gevoeld wordt in de onderneming. Er rust minder taboe op het vragen om hulp bij, bijvoorbeeld, een financieel vraagstuk. ,,Mensen bellen niet vaak met een sociaal probleem, maar uiteindelijk blijkt er vaak toch een diepere laag te zijn. Je moet ze niet

4 NDC MEDIAGROEP DONDERDAG 9 APRIL 2020

over een kam scheren, maar de oudere generatie boeren belt vaker als er echt stront aan de knikker is. De jongere generatie krijgt vanuit hun opleiding mee dat het goed is voor jouw ondernemerschap om ook de zachte kant bespreekbaar te maken.” Om een agrarisch ondernemer te coachen, moet je eigenlijk wel van boeren huize komen. Het is een way of life; nergens is werk en privé zo verweven als op het boerenerf. Daarom is een coach die de wereld van de boer begrijpt en hun taal spreekt waardevol, weet Veenstra. Ze groeide zelf op in Zeeland, als boerendochter op een akkerbouwbedrijf. Inmiddels woont ze aan de andere kant van het land in Oosterwolde. KENNISCENTRUM Met coachen hield ze zich al langer bezig. Onder andere als docent en mentor aan de agrarische hogeschool in Dronten en als coach van jonge ondernemers voor het NAJK (Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt), waarvoor ze nu bezig is met het oprichten van een kenniscentrum voor bedrijfsopvolging. Met haar bedrijf Veenstra Agrocoaching begeleidt ze nu jaarlijks ruim zestig verschillende ondernemingen in Noord-Nederland en de Flevopolder; twee derde in groepsverband en bij de rest aan de keukentafel. ,,Wat die coaching precies inhoudt, verschilt per bedrijf. Soms heb ik een gesprek en zeggen mensen: ‘Dit was even voldoende’. Bij anderen kom ik al jaren een keer of drie per jaar, zoals bij twee broers die af en toe even in de spiegel willen kijken om hun strategie en koers te bepalen. En alles daartussenin.” Een vraagstuk waar Veenstra vaak bij betrokken is, is die van de opvolging binnen het boerenbedrijf. ,,Dat is tegenwoordig niet meer zo vanzelfsprekend. Er is geen ‘troonopvolging’ meer. Het is een bewuste keuze die ook door de nieuwe generatie gemaakt wordt.” Toch krijgt deze beslissing niet altijd de aandacht die het verdient, merkt Veenstra. Dat is niet gek, want processen van overname binnen een boerenbedrijf gaan over periodes van tien of vijftien jaar. Specifieke beslismomenten worden zo opgeslokt in de dagelijkse gang van zaken op het erf, hoewel het erg belangrijk is dat iedereen weet hoe het zit. ,,Ik hoor wel eens: volgend jaar willen we het bedrijf echt eens overdragen. Dan is er al zoveel besloten en lijkt alles al helemaal helder. De vraag: ‘Wie van jullie wil boer worden?’, is dan niet eens gesteld. Mensen

denken vaak dat ruzie ontstaat vanwege geld, en zeker in grondgebonden bedrijven gaat het om veel kapitaal, maar mijn ervaring is dat het gaat om gezien worden en erkend worden in de keuzes die je wilt maken. Daarom zijn de ‘onder-de-tafel-gesprekken’ zo waardevol. Omdat je in een vroeg stadium die dingen die mensen over het hoofd zien of als vanzelfsprekend aannemen boven tafel kunt krijgen.” MODERNE SLAG Zo heeft ze gesprekken gehad met een gezin waar één kind als opvolger was aangewezen, maar vervolgens bleek dat een ander het ook graag wilde doen. Of waar een van de kinderen het bedrijf over wil nemen, maar ook wil horen wat de visie van de anderen is.

‘De jongere generatie krijgt mee dat ook de zachte kant bespreken goed is voor ondernemerschap’ Een ander onderwerp, wat vooral voor de buitenwacht lijkt te spelen, is die van de transitie binnen de sector. Om er weer op terug te komen: de veranderingen mogen te snel gaan, ze zijn ook nodig. ,,Als je het hebt over zaken als kringlooplandbouw, daar staan bijna alle boeren open voor. In mijn trainingsgroepen met jonge opvolgers zie ik dat ze fantastische plannen maken. Als ik vraag: ‘Wat zou je werkelijk willen?’, merk ik dat ze allemaal een moderniseringsslag willen maken.’’ ,,De schoorsteen moet natuurlijk roken, maar het streven bij de opvolgers is om een bedrijf neer te zetten dat kan blijven bestaan en oog heeft voor de omgeving en de maatschappij. Daarom vind ik duidelijkheid zo’n belangrijk punt. Zonder duidelijkheid op de korte, en zeker op de lange termijn, is het moe

NDC MEDIAGROEP DONDERDAG 9 APRIL 2020 5


Nieuwe regelgeving en roeptoeterende politici zorgen voor de onzekerheid die de afgelopen tijd veel losmaakte bij de boeren in Noord-Nederland. Een luisterend oor is welkom. Iemand die dat biedt, is agrocoach Lianne Veenstra uit Oosterwolde. Tekst Coen Berkhout Foto Pepijn van den Broeke

AAN TAFEL A

an de onzekere tijden voor het boerenbedrijf lijkt voorlopig geen einde te komen. Van de stikstofcrisis (die nog lang niet voorbij is) vallen we in de coronacrisis; en hoewel de boer prijkt op de lijst met vitale beroepen, kan niet gezegd worden dat het allemaal wel meevalt. Door het sluiten van bijvoorbeeld de horeca en de grenzen vallen ook harde klappen in de hoek van de voedselproducenten. Het is de zoveelste horde. ‘Verandering’ lijkt de laatste maanden het sleutelwoord te zijn voor de agrarische sector. Dat is vanaf de zijlijn makkelijk gezegd. Want buiten de externe ontwikkelingen die in rap tempo over elkaar heen vallen, zijn er op de boerenbedrijven ook zaken binnenshuis die om aandacht vragen. Vraagstukken over de overname of de transitie naar kringlooplandbouw, bijvoorbeeld. Al deze ballen in de lucht houden, zorgen dat de schoorsteen blijft roken en ondertussen niet uitgeblust raken; het vergt nogal wat van een ondernemer. ,,Boerenbedrijven doen geen investering voor nu tot een jaar, dat doen ze voor dertig jaar”, legt agrocoach Lianne Veenstra uit. ,,Aan alle kanten speelt iets. Ik merk dat het al jaren aan de gang is, deze onduidelijkheid. Boeren durven als ondernemer geen stappen te zetten – of ze aarzelen om dat te doen – omdat ze denken: ja, wie weet verandert er binnenkort weer wat.”

LIANNE VEENSTRA

KEUKENTAFEL Als agrocoach helpt Veenstra ondernemers in de agrarische sector bij hun persoonlijke ontwikkeling en de vorming van hun bedrijf. ,,Ik begeleid vooral dat wat onder de tafel speelt. Zaken als opvolging, toekomstvisie, onderlinge relaties; de zachte kant. De andere kant, alles wat in bedrijfstermen staat, zit boven tafel. Meestal schuif ik aan de keukentafel aan voor een gesprek, waarbij het doel is dat men zo veel mogelijk zelf tot inzichten komt. Hoewel ik er natuurlijk graag kom, moeten mensen zo snel mogelijk zonder mij kunnen. Dan heeft mijn coaching een duurzaam effect.” Ze merkt dat de vragen die ze krijgt wel vaak ontstaan uit een praktische noodzaak, iets wat direct gevoeld wordt in de onderneming. Er rust minder taboe op het vragen om hulp bij, bijvoorbeeld, een financieel vraagstuk. ,,Mensen bellen niet vaak met een sociaal probleem, maar uiteindelijk blijkt er vaak toch een diepere laag te zijn. Je moet ze niet

4 NDC MEDIAGROEP DONDERDAG 9 APRIL 2020

over een kam scheren, maar de oudere generatie boeren belt vaker als er echt stront aan de knikker is. De jongere generatie krijgt vanuit hun opleiding mee dat het goed is voor jouw ondernemerschap om ook de zachte kant bespreekbaar te maken.” Om een agrarisch ondernemer te coachen, moet je eigenlijk wel van boeren huize komen. Het is een way of life; nergens is werk en privé zo verweven als op het boerenerf. Daarom is een coach die de wereld van de boer begrijpt en hun taal spreekt waardevol, weet Veenstra. Ze groeide zelf op in Zeeland, als boerendochter op een akkerbouwbedrijf. Inmiddels woont ze aan de andere kant van het land in Oosterwolde. KENNISCENTRUM Met coachen hield ze zich al langer bezig. Onder andere als docent en mentor aan de agrarische hogeschool in Dronten en als coach van jonge ondernemers voor het NAJK (Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt), waarvoor ze nu bezig is met het oprichten van een kenniscentrum voor bedrijfsopvolging. Met haar bedrijf Veenstra Agrocoaching begeleidt ze nu jaarlijks ruim zestig verschillende ondernemingen in Noord-Nederland en de Flevopolder; twee derde in groepsverband en bij de rest aan de keukentafel. ,,Wat die coaching precies inhoudt, verschilt per bedrijf. Soms heb ik een gesprek en zeggen mensen: ‘Dit was even voldoende’. Bij anderen kom ik al jaren een keer of drie per jaar, zoals bij twee broers die af en toe even in de spiegel willen kijken om hun strategie en koers te bepalen. En alles daartussenin.” Een vraagstuk waar Veenstra vaak bij betrokken is, is die van de opvolging binnen het boerenbedrijf. ,,Dat is tegenwoordig niet meer zo vanzelfsprekend. Er is geen ‘troonopvolging’ meer. Het is een bewuste keuze die ook door de nieuwe generatie gemaakt wordt.” Toch krijgt deze beslissing niet altijd de aandacht die het verdient, merkt Veenstra. Dat is niet gek, want processen van overname binnen een boerenbedrijf gaan over periodes van tien of vijftien jaar. Specifieke beslismomenten worden zo opgeslokt in de dagelijkse gang van zaken op het erf, hoewel het erg belangrijk is dat iedereen weet hoe het zit. ,,Ik hoor wel eens: volgend jaar willen we het bedrijf echt eens overdragen. Dan is er al zoveel besloten en lijkt alles al helemaal helder. De vraag: ‘Wie van jullie wil boer worden?’, is dan niet eens gesteld. Mensen

denken vaak dat ruzie ontstaat vanwege geld, en zeker in grondgebonden bedrijven gaat het om veel kapitaal, maar mijn ervaring is dat het gaat om gezien worden en erkend worden in de keuzes die je wilt maken. Daarom zijn de ‘onder-de-tafel-gesprekken’ zo waardevol. Omdat je in een vroeg stadium die dingen die mensen over het hoofd zien of als vanzelfsprekend aannemen boven tafel kunt krijgen.” MODERNE SLAG Zo heeft ze gesprekken gehad met een gezin waar één kind als opvolger was aangewezen, maar vervolgens bleek dat een ander het ook graag wilde doen. Of waar een van de kinderen het bedrijf over wil nemen, maar ook wil horen wat de visie van de anderen is.

‘De jongere generatie krijgt mee dat ook de zachte kant bespreken goed is voor ondernemerschap’ Een ander onderwerp, wat vooral voor de buitenwacht lijkt te spelen, is die van de transitie binnen de sector. Om er weer op terug te komen: de veranderingen mogen te snel gaan, ze zijn ook nodig. ,,Als je het hebt over zaken als kringlooplandbouw, daar staan bijna alle boeren open voor. In mijn trainingsgroepen met jonge opvolgers zie ik dat ze fantastische plannen maken. Als ik vraag: ‘Wat zou je werkelijk willen?’, merk ik dat ze allemaal een moderniseringsslag willen maken.’’ ,,De schoorsteen moet natuurlijk roken, maar het streven bij de opvolgers is om een bedrijf neer te zetten dat kan blijven bestaan en oog heeft voor de omgeving en de maatschappij. Daarom vind ik duidelijkheid zo’n belangrijk punt. Zonder duidelijkheid op de korte, en zeker op de lange termijn, is het moe

NDC MEDIAGROEP DONDERDAG 9 APRIL 2020 5


Advertentie

Inspirerende werkomgeving voor enthousiaste kaasmakers Zuivel, kaas. Een machtig mooie wereld om in te werken. Ambachtelijk, innovatief, hoge standaarden, klantbeleving, impact. Daar kun je mee aankomen op een feestje. En dan neem je natuurlijk ook een stukje kaas mee, trots van Friese bodem. De kaasmakers van Henri Willig in Heerenveen weten daar alles van en zoeken nieuwe collega’s. Alle reden deze bijzondere kaasfamilie voor te stellen.

Kaasmakers zijn het. En kaasverkopers. En bedenkers van nieuwe kaasproducten en van betere productiemethoden. Ze laten ons graag proeven en genieten van hun heerlijke kaas, van het verhaal en de beleving. Ze verkopen -ruim 400 kaasartikelen onder eigen merken in Nederland en in 35 andere landen, wereldwijd. Het zijn gepassioneerde mensen die iedere dag met elkaar werken aan de ambitie om het nummer 1 premium kaasmerk ter wereld te worden. Welkom bij Henri Willig. Het verhaal van Henri Willig begint in 1974 in het Noord- Hollandse Katwoude, als boerenzoon besluit Henri Willig om kaas te gaan maken. Hij is een ondernemer die z’n hart volgt en kleinschalig ambachtelijk produceert. Anno 2020 is Henri Willig uitgegroeid tot een middelgrote kaasmaker en belangrijk exporteur. Het is een familiebedrijf, dat sterk gericht is op innovatie en bekend is van prachtige, luxe kaaswinkels in grote steden in binnen- en buitenland. De groei in de afgelopen 45 jaar tekent hun ambitie. Want het verhaal dat begon in Katwoude, kreeg vanaf 2001 een Fries vervolg met grote impact. Willig nam een bestaande productielocatie over in het hart van de Friese zuivelindustrie, investeerde er miljoenen euro’s en inmiddels staat er een hypermoderne kaasmakerij. ‘Heerenveen’ is uitgegroeid tot hoofdproductielocatie van Henri Willig, dat de wereld verovert met het rijke assortiment van kwaliteitskazen voor eigen Henri Willig en Cheese & More- winkels maar ook voor vele andere handelspartners. Een deel van de kaas gaat naar klanten in 35 landen over de hele wereld zoals Duitsland, België Israël, Egypte, Dubai, Australië, Japan en de Verenigde Staten. Henri Willig staat voor kwaliteit, voor steeds meer duurzaam geproduceerde, biologische kaas van koe, geit en schapenmelk. Maar bovenal wil Henri Willig niets liever dan kaasliefhebbers overal in de wereld inspireren om de volle beleving van smaak en kwaliteit te ervaren die Henri Willig kaas zo uniek maakt. Ambacht en technologie Daarom staat in die prachtige kaasmakerij het ambacht van kaasmaken hoog in het vaandel. „We voldoen aan de hoogste standaarden van veiligheid en productie, maar iedere kaas wordt nog steeds handmatig gecontroleerd voor hij in z’n luxe verpakking gaat”, vertelt Eric Jan

Diederix, plantmanager van Henri Willig in Heerenveen. „We onderscheiden ons door de passie waarmee en de manier waarop we onze kaas maken voor onze klanten. We bieden een gestructureerde, veilige industriele productieomgeving, waarin we een mooie mix hebben van semi- automatische productie van veel verschillende kaassoorten in zeer diverse productiehoeveelheden. Dat vergt van onze kaasmakers dat ze het ambacht beheersen om succesvol computergestuurd te kunnen produceren. Flexibiliteit, alertheid en inventiviteit bepalen onze productie. Als jij je daar in thuis voelt, zit je bij Henri Willig goed. Onze kaasmakers beheersen het hele ambachtelijke proces van pasteuriseren tot en met het pekelen en dat onderscheidt ons. Het ambachtelijke blijft doorslaggevend, met alle moderne techniek en technologie die je ter beschikking hebt. We hechten aan inzet en eigen verantwoordelijkheid: de collega’s op de vloer zorgen voor de productie.” „Van land tot klant, Henri Willig is een trots familiebedrijf in kaas en een heerlijk bedrijf om voor te werken. Een mooi en tegelijk complex bedrijf dat de hele keten van koe tot en met het proeven van kaas bestrijkt, met verschillende locaties in Noord- Holland en Friesland waar kaas geproduceerd, verkocht en beleefd wordt. In Heerenveen produceren we met zo’n honderd collega’s het grootste deel van alle kazen. Als je me vraagt wie we zoeken, dan zeg ik: we zoeken ondernemende, gepassioneerde mensen die zichzelf willen ontwikkelen binnen dit bedrijf. Vind je plek hier en je hebt een geweldige tijd!” Commercieel directeur Nieske Jaspers, die inmiddels tien jaar bij de kaasfamilie werkt en er begon als accountmanager vult Eric-Jan aan: „Kaas is bij Henri Willig van hobby een levensstijl geworden. Het is onze ambitie om het nummer 1 premium kaasmerk ter wereld te worden en die stip op de horizon bereiken we door onszelf te blijven, te werken vanuit passie, door gastvrij te zijn, te sturen op innovatie en duurzaamheid. We

doen het stap voor stap en het is altijd bedoeld voor de volgende generatie, het is en blijft een familiebedrijf.” Blijven inspireren Nieske Jaspers: „Henri Willig is een bedrijf met korte lijnen. In totaal werken we met 500 collega’s, verdeeld over veel verschillende locaties. We werken in veelal kleine teams, kennen een open cultuur waarin je ruimte hebt om met goeie ideeen te komen, om jezelf te ontwikkelen. Je hebt eigenaarschap in je functioneren zogezegd. We blijven inspireren, elkaar en onze klanten.” Ik kom niet uit de zuivel, hoe weet ik dan waar ik aan begin als ik bij jullie wil werken? Eric Jan: „Het liefst zouden wij regelmatig een open dag houden om iedereen die hier wil werken, alles te laten zien. Maar dat is te complex in de productie. Maar als je bij Henri Willig in Heerenveen solliciteert, loop je verplicht eerst een hele dag mee om te ervaren wat wij bedoelen met passie, ruimte vinden voor jezelf en je thuis voelen in onze kaasfamilie. Daarna besluit je of je definitief ja zegt. En als ik mensen laat zien wat we in Heerenveen allemaal doen, is de reactie vaak “Goh, dat had ik niet gedacht.” Dus laat je verrassen en kom als kaasmaker onze Cheese Family versterken. Je vindt meer informatie over de mogelijkheden op onze website www.werkenbijhenriwillig.nl\vacatures . We verwelkomen je graag bij Henri Willig in Heerenveen.” Onze webshop is 24 uur per dag geopend. https://cheeseshop.henriwillig.com/nl/


Advertentie

Holiday Ice Sint Nyk Trotse ijsmakers met passie Holiday Ice? Het doet misschien niet direct een lichtje branden, maar de kans is groot dat u, net als elke andere inwoner van Europa, zo af en toe geniet van hun ijsjes. Holiday Ice is een private label-producent. Dat betekent dat hun naam niet (nadrukkelijk) aanwezig is op de verpakking. In de volksmond heet dat ‘eigen merk’. Bekende supermarkten hebben hun ijsjes in de schappen liggen. Niet alleen in Nederland, het grootste deel van Europa wordt voorzien. Ook de ijsjes van Red Band en Venco zijn door Holiday Ice ontwikkeld en geproduceerd. Al met al is Holiday Ice een succesverhaal. Welke aanpak leidde tot dit succes?

Bart Hakbijl, Operational Director en Roelof Knijn, Managing Director hechten belang aan de persoonlijke benadering. „We werken voor klanten. Hun tevredenheid is ons succes. Daarvoor moet je met elkaar in contact blijven, korte lijnen houden, informeren en blijven bevragen. Alleen dan kun je maatwerk leveren met elkaar. Met deze werkwijze komen we tot ontwikkeling van innovatieve ijsjes waar we ons mee onderscheiden, maar óók onze klant onderscheidt zich daarmee.” „Ook intern is samenwerken een kernwaarde. Naar elkaar luisteren, met elkaar oplossingen zoeken. In die samenspraak zijn we ook overgegaan van een drie ploegen systeem naar vijf ploegen. Dat geeft meer rust en kortere werktijden. Door de vijfploegen dienst kan de omzet weer groeien en kunnen we samen met onze klanten innovaties in de markt zetten.” De persoonlijke benadering blijkt ook uit het feit dat aan werknemers gevraagd is input te leveren voor dit artikel. Zo zegt Gerlof Jongstra, Operationeel Technicus over de ploegendienst: „er is nu een goede balans tussen werk en vrije tijd.” Verantwoordelijkheid nemen „Nu, met de coronacrisis zijn er verschillende zaken van belang. De veiligheid voor de consument is met onze hoge kwaliteits- en hygiënenormen niet in gevaar. Wij behoren als voedingsproducent tot de cruciale beroepsgroep.

‘Er is nu een goede balans tussen werk en vrije tijd’ Dit betekent dat we onze verantwoordelijkheid moeten nemen, we moeten voorkomen dat er lege schappen ontstaan maar dit mag niet ten koste gaan van de gezondheid van onze mensen. We volgen de richtlijnen van de rijksoverheid, RIVM, onze brancheorganisatie (FNLI) en laten ons informeren door de bedrijfsarts. Op basis hiervan bekijken meerdere malen per dag welke aanpak nodig is.”

Sven Bijlsma, Paul van der Heide en Appie Brouwer (vlnr) en zie mijn toekomst met enthousiasme tegemoet.” Danny is niet de enige. „Ik zie elke dag gemotiveerde mensen die bezig zijn kwaliteitsproducten te maken”, vertelt Lieuwe van der Meer, Productieleider. Ook worden de persoonlijke ontwikkelmogelijkheden binnen het bedrijf veelvuldig benoemd. Lieuwe van der Meer; “je kan als persoon doorgroeien van de functie inpakker naar leidinggevende als je de ambitie en capaciteiten hebt”.

ijsjes („ja, ja, die maken wij”). Welke variant je ook kiest: het zijn ijsjes om van te watertanden. „We hebben er zin in”, zegt Bart. Hij laat in het midden of hij het over het ijs heeft of over het werk. www.holidayice.nl

Het resultaat van dat alles: een assortiment van wel 400 verschillende artikelen en wereldwijde distributie van waterijsklassiekers tot heerlijke roomijsvarianten; ijs op stokjes, ijs in bekertjes, ijs in hoorntjes; of neem de Redband Drop-fruit-

‘Ja, ja, die maken wij’

We hebben er zin in Het is af te lezen aan de gezichten van Bart en Roelof en in allerlei varianten wordt het gezegd: bij Holiday Ice wordt het werk met plezier gedaan. „Voor de consument is ijs eten een pleziertje en samen werken aan zoiets moois geeft ook plezier. Het is deel van de bedrijfscultuur.” De positieve sfeer, de waardering van en voor elkaar en de trots op wat het bedrijf dagelijks presteert, blijkt duidelijk uit de input van de medewerkers. Danny Bouman, Teamleider Logistiek zegt hierover: „ik heb hier weer plezier in mijn werk gevonden. Ik zit hier op mijn plek en Lieuwe van der Meer

Regenboogijsjes


Innovatie- en onderzoekscentrum voor de melkveehouderij

Dairy Campus in Leeuwarden in beeld

Welke vraagstukken lost Dairy Campus op? Dairy Campus houdt zich bezig met hele uiteenlopende vraagstukken. Die vallen binnen thema’s als stikstof, diervoeding of duurzaamheid. Zo blijkt dat je stikstofemissie al flink kunt verminderen door stallen aan te passen of de dieren een bepaald soort voer te geven. Ook werd kortgeleden ontdekt dat je de methaanemissie van koeien kunt verminderen door een deel van het voer te vervangen door zeewier.

Dairy Campus in Leeuwarden bestaat uit 300 hectare land. Dat is een flinke lap grond voor een innovatiecentrum voor melkveehouderij. Wat gebeurt daar eigenlijk de hele dag?

Hoe is de Dairy Campus ontstaan?

Tekst Wigger Brouwer Vorm Harry Kasemir

Aan het begin van 2009 waren er meerdere soortgelijke proefboerderijen, verspreid over heel Nederland. Er werd besloten om te centraliseren en meer functies bij elkaar te brengen. Dus werd er één nationaal centrum gemaakt: Dairy Campus.

Bedrijven en onderwijsinstellingen Dairy Campus werkt nauw samen met het bedrijfsleven en onderwijsinstellingen. Naast Wageningen Universiteit wordt er samengewerkt met Nordwin College, Van Hall Larenstein en Rijksuniversiteit Groningen. Studenten kunnen er bijvoorbeeld stage lopen of trainingen volgen. Ook werkt de campus onder meer samen met LTO Nederland, de zuivelindustrie en Dutch Dairy Centre.

7 8 9

4

5 6

Waarom in Leeuwarden?

10

Kees de Koning, manager van Dairy Campus: ,,Het is een combinatie van factoren. We hadden deze locatie al in bezit. Daarnaast waren we op zoek naar partnerships, en ik denk dat veertig procent van Nederlandse melkveebedrijven in Noord-Nederland zit, dus die kun je hier vinden. Daarnaast is Friesland echt een dairy-provincie, er is veel grasland.”

3

2 1

Waar komt het geld vandaan?

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10.

De financiering komt volledig uit de markt. De koeien van Dairy Campus produceren melk, wat wordt verkocht. Daarnaast produceren de koeien en het land data. Opdrachtgevers en onderwijsinstellingen die daarvan gebruik willen maken, dienen daarvoor te betalen. Wel is de totstandkoming van Dairy Campus deels betaald met subsidie van de Provincie Friesland, gemeente Leeuwarden en SNN, het samenwerkingsverband van de drie Noordelijke provincies.

Ontvangstruimte Praktijkstal Innoflex ligboxenstal Mestplein Sleufsilo’s

Waarom bestaat Dairy Campus?

Voedingsstal Innoflex vrijloopstal

Dairy Campus en corona

Milieu- en meetstal

Ook Dairy Campus kan niet om het coronavirus heen en neemt maatregelen. Zo is de agenda van de komende weken leeg gemaakt: onder andere de cursussen, excursies en kennisevents zijn geschrapt. De onderzoeken met koeien gaan wel door. Medewerkers die daarbij betrokken zijn hebben aangepaste werktijden en houden apart van elkaar pauze, om contact zo veel mogelijk te vermijden. De rest van het personeel werkt zo veel mogelijk thuis.

Transitiestal Melkstal

Wat is Dairy Campus? Dairy Campus is een innovatie- en onderzoekscentrum voor de melkveehouderij. Het is onderdeel van Wageningen Universiteit. Er staan zes stallen op het terrein en er zijn in totaal 550 koeien, verdeeld in twintig groepen. Daarnaast heeft de het innovatiecentrum een onderwijsprogramma met hogeschool Van Hall Larenstein en worden er workshops en rondleidingen verzorgd. Die zijn populair: over het hele jaar 2019 kwamen er 10.000 bezoekers.

Dairy Campus doet onderzoek dat voor bijvoorbeeld een melkveehouder te risicovol zou zijn. Een boer die bijvoorbeeld in het wilde weg begint te experimenteren met soorten veevoer loopt risico, omdat hij niet weet wat dat voer met zijn vee gaat doen. Misschien geeft het vee dan wel minder melk, of is het van mindere kwaliteit. Dairy Campus beschikt over faciliteiten en mensen om te kunnen experimenteren.

Ondernemers In indirecte zin heeft vooral de ondernemende boer voordeel van Dairy Campus. Maar ,,we hebben hier ook een sterke focus op ondernemers die in de dairy zitten,” aldus Kees de Koning. Zo werkt het innovatiecentrum bijvoorbeeld samen met Cowhouse. ,,Dat zit hier vlakbij, ze maken matrassen voor koeien. Die hebben we hier getest, samen met studenten van Van Hall Larenstein. Maar alle ondernemers zijn hier welkom met hun innovatie- of onderzoeksvragen. We werken met ze samen waar het kan.” © | |

8 NDC MEDIAGROEP DONDERDAG 9 APRIL 2020

NDC MEDIAGROEP DONDERDAG 9 APRIL 2020 9


Innovatie- en onderzoekscentrum voor de melkveehouderij

Dairy Campus in Leeuwarden in beeld

Welke vraagstukken lost Dairy Campus op? Dairy Campus houdt zich bezig met hele uiteenlopende vraagstukken. Die vallen binnen thema’s als stikstof, diervoeding of duurzaamheid. Zo blijkt dat je stikstofemissie al flink kunt verminderen door stallen aan te passen of de dieren een bepaald soort voer te geven. Ook werd kortgeleden ontdekt dat je de methaanemissie van koeien kunt verminderen door een deel van het voer te vervangen door zeewier.

Dairy Campus in Leeuwarden bestaat uit 300 hectare land. Dat is een flinke lap grond voor een innovatiecentrum voor melkveehouderij. Wat gebeurt daar eigenlijk de hele dag?

Hoe is de Dairy Campus ontstaan?

Tekst Wigger Brouwer Vorm Harry Kasemir

Aan het begin van 2009 waren er meerdere soortgelijke proefboerderijen, verspreid over heel Nederland. Er werd besloten om te centraliseren en meer functies bij elkaar te brengen. Dus werd er één nationaal centrum gemaakt: Dairy Campus.

Bedrijven en onderwijsinstellingen Dairy Campus werkt nauw samen met het bedrijfsleven en onderwijsinstellingen. Naast Wageningen Universiteit wordt er samengewerkt met Nordwin College, Van Hall Larenstein en Rijksuniversiteit Groningen. Studenten kunnen er bijvoorbeeld stage lopen of trainingen volgen. Ook werkt de campus onder meer samen met LTO Nederland, de zuivelindustrie en Dutch Dairy Centre.

7 8 9

4

5 6

Waarom in Leeuwarden?

10

Kees de Koning, manager van Dairy Campus: ,,Het is een combinatie van factoren. We hadden deze locatie al in bezit. Daarnaast waren we op zoek naar partnerships, en ik denk dat veertig procent van Nederlandse melkveebedrijven in Noord-Nederland zit, dus die kun je hier vinden. Daarnaast is Friesland echt een dairy-provincie, er is veel grasland.”

3

2 1

Waar komt het geld vandaan?

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10.

De financiering komt volledig uit de markt. De koeien van Dairy Campus produceren melk, wat wordt verkocht. Daarnaast produceren de koeien en het land data. Opdrachtgevers en onderwijsinstellingen die daarvan gebruik willen maken, dienen daarvoor te betalen. Wel is de totstandkoming van Dairy Campus deels betaald met subsidie van de Provincie Friesland, gemeente Leeuwarden en SNN, het samenwerkingsverband van de drie Noordelijke provincies.

Ontvangstruimte Praktijkstal Innoflex ligboxenstal Mestplein Sleufsilo’s

Waarom bestaat Dairy Campus?

Voedingsstal Innoflex vrijloopstal

Dairy Campus en corona

Milieu- en meetstal

Ook Dairy Campus kan niet om het coronavirus heen en neemt maatregelen. Zo is de agenda van de komende weken leeg gemaakt: onder andere de cursussen, excursies en kennisevents zijn geschrapt. De onderzoeken met koeien gaan wel door. Medewerkers die daarbij betrokken zijn hebben aangepaste werktijden en houden apart van elkaar pauze, om contact zo veel mogelijk te vermijden. De rest van het personeel werkt zo veel mogelijk thuis.

Transitiestal Melkstal

Wat is Dairy Campus? Dairy Campus is een innovatie- en onderzoekscentrum voor de melkveehouderij. Het is onderdeel van Wageningen Universiteit. Er staan zes stallen op het terrein en er zijn in totaal 550 koeien, verdeeld in twintig groepen. Daarnaast heeft de het innovatiecentrum een onderwijsprogramma met hogeschool Van Hall Larenstein en worden er workshops en rondleidingen verzorgd. Die zijn populair: over het hele jaar 2019 kwamen er 10.000 bezoekers.

Dairy Campus doet onderzoek dat voor bijvoorbeeld een melkveehouder te risicovol zou zijn. Een boer die bijvoorbeeld in het wilde weg begint te experimenteren met soorten veevoer loopt risico, omdat hij niet weet wat dat voer met zijn vee gaat doen. Misschien geeft het vee dan wel minder melk, of is het van mindere kwaliteit. Dairy Campus beschikt over faciliteiten en mensen om te kunnen experimenteren.

Ondernemers In indirecte zin heeft vooral de ondernemende boer voordeel van Dairy Campus. Maar ,,we hebben hier ook een sterke focus op ondernemers die in de dairy zitten,” aldus Kees de Koning. Zo werkt het innovatiecentrum bijvoorbeeld samen met Cowhouse. ,,Dat zit hier vlakbij, ze maken matrassen voor koeien. Die hebben we hier getest, samen met studenten van Van Hall Larenstein. Maar alle ondernemers zijn hier welkom met hun innovatie- of onderzoeksvragen. We werken met ze samen waar het kan.” © | |

8 NDC MEDIAGROEP DONDERDAG 9 APRIL 2020

NDC MEDIAGROEP DONDERDAG 9 APRIL 2020 9


Huisdieren vormen meer en meer een onderdeel van ons gezin. Ze krijgen steeds betere voeding én steeds betere beloningssnacks. Niet zelden gemaakt in Noord-Nederland, waar de groei er lekker in zit. Tekst Jean-Paul Taffijn Foto’s Animal Lovers

HOND KRIJGT WAT WIJ LEKKER VINDEN E

en koekie is een koekie, toch? Mooi niet. Er gaat een hele industrie achter schuil, vol innovatie, professionalisering, marketing, en hele batterijen aan dierlijke testpersonen. In Noord-Nederland is de productie van diervoeding goed vertegenwoordigd. Onder te verdelen in veevoer en huisdiervoeding. En dan heb jee nog de fabrikanten van nat voer (vlees) en die van droogvoer, geflankeerd door producenten die alleen snacks maken. Wij wenden de blik vooral op die laatste categorie. Wie het heeft over het maken van hondensnacks in Noord-Nederland, komt vooral in aanraking met twee namen: WHIMZEES en Animal Lovers. De één maakt miljoenen snacks in Veendam, de ander doet dat in Coevorden. Van allebei gaan de koekjes en snacks de hele wereld over, allebei groeiden ze afgelopen jaren flink, allebei gingen ze op in een grote multinational, allebei spelen ze in op trends in de markt. Toch zijn er best grote verschillen.

BETERE SNACKS ,,We merken dat premiumisatie en humanisatie de laatste jaren sterk in opmars zijn’’, zegt Koen van Broeck. De Vlaming is commercieel directeur van United Petfood Group en operationeel verantwoordelijk voor de fabriek van Animal Lovers in Coevorden. ,,De mensen willen steeds betere snacks voor hun dieren en besteden extra aandacht aan de ingrediënten. Met beter bedoel ik vooral gezonder. Gemaakt met de beste grondstoffen geschikt voor de humane consumptie. Dat is de premiumisatie.’’ De humanisatie betekent dat mensen vaker voeding voor hun dieren kopen die ze bij wijze van spreken ook voor zichzelf zouden uitzoeken. Met ingrediënten die ze zelf lekker vinden. ,,Maar je kunt er ook ontwikkelingen als grain free, high meat, volledig oven baked voer, et cetera onder scharen. Het is een trend die in de Westerse wereld

10 N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 A P R I L 2 0 2 0

al een tijd gaande is, maar nu ook in andere werelddelen opkomt.’’ Animal Lovers speelt daarop in door continu te zoeken naar wat dieren en hun baasjes willen en ingrediënten te gebruiken die goed zijn voor de gezondheid, en als het even kan ook voor het klimaat. ,,Dat we alleen hoogwaardige grondstoffen gebruiken, zit in het DNA. Dat was al lang voordat Animal Lovers onderdeel werd van United Petfood twee jaar geleden. Ik eet onze koekjes zelf ook wel eens. Dat kan gewoon.’’ Wat mensen vinden, is essentieel, wat de dieren zelf willen, is ook belangrijk. Bij de ontwikkeling van elk product focussen we steeds op de noden en het welzijn van het dier. Daarom zet het bedrijf verschillende kennels in voor smaaktesten. De fabriek in Coevorden produceert miljoenen koekjes, uitsluitend onder private label, en exporteert naar meer dan zeventig landen. ,,De productontwikkeling is altijd een samenwerking met onze klanten. Soms zien wij ergens een gat in de markt, soms komt de klant zelf met een idee tot bij ons. Dan is het een kwestie van ontwikkelen, testen, de juiste verpakking erbij en marketing.’’ Bij Paragon Pet Products in Veendam gaan veel dingen hetzelfde, en veel anders. Miljoenen snacks per jaar, wereldwijde verkoop, nadruk op gezondheid. Daar zijn de overeenkomsten. Toch zijn de producten uit Coevorden en Veendam prima naast elkaar te gebruiken. Paragon, dat vier jaar geleden juist stopte met de productie onder private label en uitsluitend producten onder de naam WHIMZEES op de markt brengt, richt zich namelijk op één specifiek domein: het gebit van de hond.

GEBITSVERZORGING ,,Wij maken snacks die een fijne beloning zijn en tegelijkertijd de tanden van de hond verzorgen’’, vertelt operationeel

directeur Felix Müller-Ohl. ,,Honden kauwen tot 80 procent langer op onze snacks en daarmee werken ze aan de gezondheid van het gebit.’’ Dat is geen nieuwe trend waar het bedrijf iets mee moest. Nee, die gebitverzorging is vanaf het begin leidend geweest. Whimzees vindt zijn oorsprong in Avebe. Binnen dat concern richtte een afdeling zich destijds op de ontwikkeling van bio afbreekbare plastics op basis van zetmeel. Dat werd geen succes, waarop een management-buyout volgde en de transformatie naar hondensnacks tot stand kwam, in nauwe samenwerking met de universiteit van Wageningen. ‘Dental’ was meteen speerpunt.

‘Snacks die een fijne beloning zijn’ ,,Net als het gebruik van 100 procent natuurlijke ingrediënten’’, vult Müller-Ohl aan. Aardappelzetmeel is nog altijd een belangrijk ingrediënt. ,,We kijken vanaf onze fabriek uit over de velden waar het hoofdbestanddeel groeit. Mooi toch?’’ Groeien doet het bedrijf ook. De laatste jaren steeds met een procent of 20. Rond 60 procent van de 150 miljoen snacks en treats per jaar in vormen als tandenborstels, diertjes, maar ook staven en botten, gaan van Veendam naar de Verenigde Staten, de grootste afzetmarkt. ,,Aardig is om te zien dat landen zo hun eigen voorkeuren hebben. In het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld, is de vorm van het bot populair. Dat is zelfs de bestverkochte hondensnack van het land. Elders zijn de tandenborstels juist >>

N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 A P R I L 2 0 2 0 11


Huisdieren vormen meer en meer een onderdeel van ons gezin. Ze krijgen steeds betere voeding én steeds betere beloningssnacks. Niet zelden gemaakt in Noord-Nederland, waar de groei er lekker in zit. Tekst Jean-Paul Taffijn Foto’s Animal Lovers

HOND KRIJGT WAT WIJ LEKKER VINDEN E

en koekie is een koekie, toch? Mooi niet. Er gaat een hele industrie achter schuil, vol innovatie, professionalisering, marketing, en hele batterijen aan dierlijke testpersonen. In Noord-Nederland is de productie van diervoeding goed vertegenwoordigd. Onder te verdelen in veevoer en huisdiervoeding. En dan heb jee nog de fabrikanten van nat voer (vlees) en die van droogvoer, geflankeerd door producenten die alleen snacks maken. Wij wenden de blik vooral op die laatste categorie. Wie het heeft over het maken van hondensnacks in Noord-Nederland, komt vooral in aanraking met twee namen: WHIMZEES en Animal Lovers. De één maakt miljoenen snacks in Veendam, de ander doet dat in Coevorden. Van allebei gaan de koekjes en snacks de hele wereld over, allebei groeiden ze afgelopen jaren flink, allebei gingen ze op in een grote multinational, allebei spelen ze in op trends in de markt. Toch zijn er best grote verschillen.

BETERE SNACKS ,,We merken dat premiumisatie en humanisatie de laatste jaren sterk in opmars zijn’’, zegt Koen van Broeck. De Vlaming is commercieel directeur van United Petfood Group en operationeel verantwoordelijk voor de fabriek van Animal Lovers in Coevorden. ,,De mensen willen steeds betere snacks voor hun dieren en besteden extra aandacht aan de ingrediënten. Met beter bedoel ik vooral gezonder. Gemaakt met de beste grondstoffen geschikt voor de humane consumptie. Dat is de premiumisatie.’’ De humanisatie betekent dat mensen vaker voeding voor hun dieren kopen die ze bij wijze van spreken ook voor zichzelf zouden uitzoeken. Met ingrediënten die ze zelf lekker vinden. ,,Maar je kunt er ook ontwikkelingen als grain free, high meat, volledig oven baked voer, et cetera onder scharen. Het is een trend die in de Westerse wereld

10 N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 A P R I L 2 0 2 0

al een tijd gaande is, maar nu ook in andere werelddelen opkomt.’’ Animal Lovers speelt daarop in door continu te zoeken naar wat dieren en hun baasjes willen en ingrediënten te gebruiken die goed zijn voor de gezondheid, en als het even kan ook voor het klimaat. ,,Dat we alleen hoogwaardige grondstoffen gebruiken, zit in het DNA. Dat was al lang voordat Animal Lovers onderdeel werd van United Petfood twee jaar geleden. Ik eet onze koekjes zelf ook wel eens. Dat kan gewoon.’’ Wat mensen vinden, is essentieel, wat de dieren zelf willen, is ook belangrijk. Bij de ontwikkeling van elk product focussen we steeds op de noden en het welzijn van het dier. Daarom zet het bedrijf verschillende kennels in voor smaaktesten. De fabriek in Coevorden produceert miljoenen koekjes, uitsluitend onder private label, en exporteert naar meer dan zeventig landen. ,,De productontwikkeling is altijd een samenwerking met onze klanten. Soms zien wij ergens een gat in de markt, soms komt de klant zelf met een idee tot bij ons. Dan is het een kwestie van ontwikkelen, testen, de juiste verpakking erbij en marketing.’’ Bij Paragon Pet Products in Veendam gaan veel dingen hetzelfde, en veel anders. Miljoenen snacks per jaar, wereldwijde verkoop, nadruk op gezondheid. Daar zijn de overeenkomsten. Toch zijn de producten uit Coevorden en Veendam prima naast elkaar te gebruiken. Paragon, dat vier jaar geleden juist stopte met de productie onder private label en uitsluitend producten onder de naam WHIMZEES op de markt brengt, richt zich namelijk op één specifiek domein: het gebit van de hond.

GEBITSVERZORGING ,,Wij maken snacks die een fijne beloning zijn en tegelijkertijd de tanden van de hond verzorgen’’, vertelt operationeel

directeur Felix Müller-Ohl. ,,Honden kauwen tot 80 procent langer op onze snacks en daarmee werken ze aan de gezondheid van het gebit.’’ Dat is geen nieuwe trend waar het bedrijf iets mee moest. Nee, die gebitverzorging is vanaf het begin leidend geweest. Whimzees vindt zijn oorsprong in Avebe. Binnen dat concern richtte een afdeling zich destijds op de ontwikkeling van bio afbreekbare plastics op basis van zetmeel. Dat werd geen succes, waarop een management-buyout volgde en de transformatie naar hondensnacks tot stand kwam, in nauwe samenwerking met de universiteit van Wageningen. ‘Dental’ was meteen speerpunt.

‘Snacks die een fijne beloning zijn’ ,,Net als het gebruik van 100 procent natuurlijke ingrediënten’’, vult Müller-Ohl aan. Aardappelzetmeel is nog altijd een belangrijk ingrediënt. ,,We kijken vanaf onze fabriek uit over de velden waar het hoofdbestanddeel groeit. Mooi toch?’’ Groeien doet het bedrijf ook. De laatste jaren steeds met een procent of 20. Rond 60 procent van de 150 miljoen snacks en treats per jaar in vormen als tandenborstels, diertjes, maar ook staven en botten, gaan van Veendam naar de Verenigde Staten, de grootste afzetmarkt. ,,Aardig is om te zien dat landen zo hun eigen voorkeuren hebben. In het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld, is de vorm van het bot populair. Dat is zelfs de bestverkochte hondensnack van het land. Elders zijn de tandenborstels juist >>

N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 A P R I L 2 0 2 0 11


12

donderdag 9 april 2020

Advertentie

Onderwijs en business komen op Aeres nadrukkelijk samen Het is niet voor niets dat de mbo-opleiding van Aeres, met onder andere een vestiging in Emmeloord, al een aantal jaren in de top 3 van de Keuzegids MBO staat. Het is dé groene kennisinstelling in ons land waar onderwijs, praktijkgericht onderzoek en commerciële kennisintensieve dienstverlening samenkomt. Gekoppeld aan een gezellige school, waar veel vakkennis aanwezig is, maakt van Aeres Emmeloord een opleiding waar opvallend veel studenten uit de noordelijke provincies graag de start richting hun groene toekomst maken. Wie passie heeft voor groen, is bij Aeres aan het juiste adres. De kennisinstelling heeft een breed scala aan opleidingen, op allerlei niveaus. Zo biedt Aeres MBO Emmeloord onderwijs in de vakgebieden planten, mechanisatie, paarden, techniek, leefomgeving, koeien, biologie en openbaar groen. “Daarbij streeft Aeres Emmeloord naar een sterke verbinding tussen business, onderzoek, experimenten, innovatie en kennis”, geeft directeur Anne Dijk aan. “In de praktijk betekent dit dat het bedrijfsleven een stevige vinger in de pap heeft bij de invulling van het lesprogramma. Zo worden bijvoorbeeld 20 procent van de beroepsgerichte lessen door of met behulp van het bedrijfsleven verzorgd.”

met deze bedrijven, waardoor de kans op een baan toeneemt. Zo versterken we elkaar.”

Elkaar versterken Als voorbeeld noemt Dijk het Agrofoodcluster. “Daarbinnen werken we samen met 32 bedrijven, die in de gehele kolom van dit cluster actief zijn, zoals handelsbedrijven, technische bedrijven en de verwerkende industrie. Wij vragen deze bedrijven mee te helpen bij het opzetten van onze opleidingen. Niet alleen halen we daarmee het bedrijfsleven binnen onze school, we bieden onze studenten ook de mogelijkheid kennis te maken

Meester-gezel Inmiddels draait de opleiding Plant & Business al 3 jaar, deze is samen met bedrijven uit het Agrofoodcluster vormgegeven. Dijk:” Studenten maken zelf een keuze in de richting die hen het meest aanspreekt. Dat kan de overname van een bedrijf zijn, maar ook handel of technologie. Lessen worden deels door docenten uit de praktijk gegeven en daarnaast is er een meestergezel concept opgezet. In het derde leerjaar gaan

studenten in groepjes, onder begeleiding van een leermeester, aan een opdracht werken voor een bedrijf. Daarmee creëer je deels een interne opleiding in het bedrijfsleven en dat slaat erg aan.” Veehouderij & Business Aeres is nu bezig om op dezelfde manier een opleiding Veehouderij & Business aan te bieden. “We hebben daarvoor het bedrijfsleven uitgenodigd mee te denken en elk jaar een bijdrage te leveren aan de opleiding. Dit betekent dat we bedrijven uit de hele kolom van de veehouderij in deze opleiding willen onderbrengen, waardoor studenten zelf de keuze kunnen maken welke kant ze op willen. Natuurlijk blijft ondernemerschap daar altijd onderdeel van.” Maatwerk staat voorop binnen Aeres. “Uiteindelijk gaat het erom dat de student eigenaar wordt van zijn eigen leerproces”, besluit Dijk. “Want dat is, zo heeft de afgelopen jaren bewezen, de beste garantie voor een succesvol vervolg in het bedrijfsleven.” www.aeresmbo.nl/emmeloord

Advertentie

‘Moov voeraanschuifrobot draagt bij aan welzijn van de koe’ Erwin Matthezing is blij met de Moov voeraanschuifrobot. De boer uit Assen heeft de praktische robot sinds begin dit jaar. De 36-jarige Matthezing wil niet meer zonder de robot, die hem veel werk uit handen neemt. Voorheen gebuikte de geboren en getogen Assenaar een aandruksysteem met behulp van twee trekkerbanden. Het voer kwam dan handmatig dichtbij de in totaal 190 koeien te liggen, maar ‘s nachts was er wat dat betreft geen activiteit. ,,En dat is juist wél nodig”, vertelt Matthezing. De voeraanschuifrobot is ook ‘s nachts actief en dat zorgt voor een goede en mooi

verdeelde loop van de koeien. Als er weer vers voer beschikbaar is, komt de koe rap in de benen. Gevolg is een veel stabielere loop richting de melkrobots en dat is positief voor de melkproductie. Het werken met de voeraanschuifrobot zorgt voor minder restvoer. Matthezing heeft het idee dat de koeien tegenwoordig meer voer tot zich nemen. De dertiger is dus blij met de voeraanschuifrobot. ,,Uit de cijfers die de melkrobot toont blijkt dat er simpelweg meer aanloop is door de koeien. Sterker, de eerste nacht mét de voeraanschuifrobot liet al een betere en meer actieve loop zien. In combinatie met de melkrobots - de koeien komen daar nu meer uit zichzelf heen - kan ik nu eerlijk gezegd niet meer zonder.” Verleden tijd Het gebruiksgemak is een belangrijk voordeel, zo stelt Matthezing. De veehouder hoeft nu overdag niet meer buiten op het land na te denken over de taak dat binnen nog voer moet worden aangeschoven. De afleidende factor van het handmatig voer aanschuiven is verleden tijd. ,,Deze robot verdient zich vast terug binnen een

aantal jaar. De exacte duur daarvan is niet aan te geven, denk ik.” De robot legt binnen 24 uur negen keer een vaste route af. De koeien waren in het prille begin nieuwsgierig en deden een stap achteruit, maar na 48 uur was alles volgens Matthezing weer gewoon. ,,Het zal wel, dachten ze.” De tegenwoordig meer gevulde koeien van Matthezing krijgen bijvoorbeeld kuilvoer, mais en een tarwegistconcentraat. ,,Ook koeien met een lagere rangorde krijgen nu goed voer voor de kiezen. De dieren zijn wat meer gelijkgesteld door de komst van de voeraanschuifrobot.” Matthezing denkt dan ook dat er zeker een markt is voor de voeraanschuifrobot van Moov. ,,Het welzijn van de koe wordt maatschappelijk gezien steeds belangrijker. En deze robot draagt bij aan dat welzijn. Sowieso zien we een stukje werkgemak steeds vaker in de veehouderij. Dat went heel snel.” www.joz.nl


‘DE VRAAG IS STEEDS: WELKE TOEGEVOEGDE WAARDE KUNNEN WE LEVEREN VOOR DE HOND?’

>> veelgevraagd. Dat is iets wat we continu onderzoeken.’’ De vormen zijn onderhevig aan innovaties, de eigenschappen van de treats ook. ,,De vraag is steeds: welke toegevoegde waarde kunnen we leveren voor de hond? Uiteraard zijn het de hondeneigenaren die kopen, dus we maakten de laatste jaren steeds meer vormen. Kerstvormen tijdens de feestdagen, kleinere vormen voor puppy’s, noem maar op.’’ Verspreid in het Noorden zitten meer producenten, die zich minder op de internationale markt storten. In Schoonebeek maakt Jaap Koopman For Pets al 55 jaar huisdiervoer. De verschillen met de koekjesgiganten uit Coevorden en Veendam zijn groot. In Schoonebeek wordt voer voor ongelooflijk veel verschillende huisdieren gemaakt. Van honden tot hangbuikzwijnen, van katten tot chinchilla’s.

‘Premiumisatie: de beste grondstoffen en geschikt voor humane onsumptie’

weten waar hun hondenvoer vandaan komt, wat er precies in zit. Daar hebben we de jaren hard aan gewerkt, aan een systeem waarmee we alle ingrediënten tot aan de boer kunnen terugleiden. En dat vertellen we duidelijk op de verpakkingen.’’ Nog zo’n voorbeeld van het groeiende bewustzijn is het belang dat consumenten hechten aan klimaatvriendelijke producten. ,,Afgelopen jaar waren we de eerste in de branche die CO2-neutraal konden produceren. Dat was een heel proces, maar het heeft ons twee eigen merken opgeleverd die het CO2-vrij-label mogen dragen. Daar is gewoon vraag naar.’’

DUIVENVOER ,,Wij zijn experts in het mengen van granen en zaden. Onze oorsprong is duivenvoer, dat is in de loop van de jaren steeds verder uitgebreid, van voer voor pluimvee, via knaagdieren tot honden en katten en later uiteenlopende niches’’, vertelt Marcel Visser, sinds 2000 eigenaar. Zijn producten zijn te vinden in dierenspeciaalzaken, tuincentra, bouwmarkten en supermarkten. Jaap Koopman For Pets produceert niet alleen zelf, het bestiert ook een groothandel in huisdiervoeding, al wordt dat laatste steeds minder belangrijk. ,,De groothandel verliest aan belang, omdat via het internet rechtstreeks in te kopen is. We hebben onze aandacht meer naar het ontwikkelen en fabriceren van eigen producten verlegd.’’ Voor die ontwikkeling houdt het bedrijf de trends uiteraard in de gaten. ,,Voer voor honden en katten loopt een jaar of twee achter de trends van menselijke voeding aan. Je zag op zeker moment producten met spelt, quinoa en dat soort ingrediënten opkomen. Net als vega, veggie, suikervrij, vetarm. Dat betekent dat we altijd een beetje vooruit moeten kijken. We hebben ook korte lijnen met de wetenschap om ons voordeel te doen met voortschrijdend inzicht over wat goed voor dieren is.’’

MARCEL VISSER

Een duidelijke trend die Jaap Koopman For Pets ter harte neemt, is die van het menselijke bewustzijn. ,,Consumenten willen

N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 A P R I L 2 0 2 0 13


14

donderdag 9 april 2020

Advertentie

AB Vakwerk springt in op schaarste met eigen vakschool Al sinds zijn aantreden in 2018 als algemeen directeur bij AB Vakwerk zat Marco Meijer erop te broeden: het idee om een eigen vakschool op te richten waar vakmensen worden opgeleid, om zo de schaarste op de arbeidsmarkt het hoofd te bieden. Gelukkig trof hij een aantal collega’s aan die zijn visie deelde. Dit jaar gaan de deuren van de AB Vakschool open.

Marco Meijer op de kraan van de AB Vakschool.

De arbeidsmarkt is volop in beweging. Enerzijds is er sprake van vergrijzing en ontgroening, waardoor het tekort aan vakmensen groeit. Dit tekort wordt extra aangewakkerd omdat vakwerk veelal wordt ondergewaardeerd. Meijer licht toe: ,,Ouders zien hun kinderen liever op de mavo of havo, dan op een technische school. Daar komt nog bij dat het reguliere praktijkonderwijs vaak niet goed aansluit bij de behoeften binnen het bedrijfsleven.” Praktijkschool met leermeesters Andere ontwikkelingen zijn volgens de algemeen directeur van AB Vakwerk dat veel mensen een beroep hebben gekozen waar ze, bij nader inzien, toch niet op hun plek zitten. Datzelfde geldt voor veel mbo-scholieren, al gaat het bij hen om een verkeerd gekozen opleiding. Dit leidt tot uitval. Allemaal problemen waar AB Vakwerk maar één oplossing voor ziet. Het oprichten van een eigen vakschool voor uitvallers en werkenden die een ander vak willen leren. Een vakschool die daarnaast inspeelt op de vraag bij bedrijven.

,,Vroeger had je praktijkscholen met leermeesters. Dat is dit ook. In groepjes krijgen cursisten les van een vakmeester die ze het vak leert. Al na drie weken gaan ze drie dagen per week aan de slag bij één van onze opdrachtgevers. De overige dagen krijgen ze les van de leermeester.”

AB Vakwerk onder contract, wij detacheren hen bij onze opdrachtgevers. Daarmee verbinden ze zich wel voor een bepaalde tijd aan ons, aangezien we in hen investeren. We doen dit vanuit sociaal maatschappelijk oogpunt, maar natuurlijk ook voor ons bedrijf.”

Leren door te doen De AB Vakschool start dit jaar. De eerste die opengaat, richt zich op de grond-, weg- en waterbouw (GWW). Daarna volgen agri & food en techniek. Tot en met 2022 opent AB Vakwerk nog vier vakscholen. ,,Omdat we in Friesland en Noord-Holland actief zijn, komen de vakscholen in beide provincies. In Grou en Spierdijk hebben we nu de AB Vakschool voor GWW. Zodra de coronacrisis achter de rug is, gaat het daar beginnen. Maar belangstellenden kunnen zich nu natuurlijk al aanmelden.” ‘Leren door te doen’, dat is het uitgangspunt van de AB Vakschool. Zoveel mogelijk praktijk, en alleen relevante theorie. Cursisten krijgen vanaf het begin betaald voor hun werk. ,,Ze komen bij

‘Impresario’ Het initiatief van een eigen vakschool sluit aan bij de nieuwe beweging die AB Vakwerk maakt: ,,We gaan van ‘regisseur van werk’ naar ‘impresario van medewerkers’. Als uitzendorganisatie maken we de match tussen vraag en aanbod. Nu zetten we de medewerker meer centraal. We kijken hoe we hem of haar verder kunnen opleiden en ontwikkelen, en laten hem of haar werken bij het bedrijf dat past. Dan komt het talent volledig tot zijn recht, waar zowel medewerker als bedrijf baat bij heeft.” Meer informatie: www.abvakschool.nl


donderdag 9 april 2020

15

Advertentie

‘Procesoptimalisatie leidt tot kostenbesparing en beter milieu’ Door processen te optimaliseren kunnen bedrijven in bijvoorbeeld de foodsector water en grondstoffen besparen, en lozen ze minder vervuilingseenheden. Dat betekent: minder kosten, én een schoner milieu. Lievense ǀ WSP, het landelijk advies- en ingenieursbureau, helpt bedrijven om dit resultaat te bereiken. Een bedrijf dat patat, snoep of zuivelproducten maakt, heeft vooral de focus op het eindproduct. Het proceswater en het verbruik van grondstoffen krijgen minder aandacht, weet Paul Zandstra, vestigingsleider van de locatie van Lievense ǀ WSP in Leeuwarden. ,,Bedrijven zijn verplicht om hun afvalwater te meten”, vertelt hij. ,,Wij zijn hier al jaren in gespecialiseerd. We meten en bemonsteren hoeveel vervuilingseenheden een bedrijf loost op de riolering of het oppervlaktewater. Aan de hand van het productieproces kan middels een benchmark worden bepaald wat normaal is wat een bedrijf aan vervuiling loost. Alles wat boven de benchmark wordt geloosd is in feite productverlies.” Forse kostenbesparing Procesoptimalisatie heeft volgens Zandstra meerdere voordelen. ,,Hierdoor ontstaan minder productverliezen. Dat betekent dat een bedrijf minder heffingen hoeft te betalen, en minder kosten kwijt is aan waterzuivering. Ten tweede helpt procesoptimalisatie om grondstofverlies zoveel mogelijk te voorkomen. En een bedrijf hoeft verder minder grondwater te onttrekken, waardoor op de kosten van grondwaterbelasting wordt bespaard. Naast kostenbesparing, die jaarlijks tot tonnen en zelfs miljoenen kan oplopen, leidt dit ook tot meer circulariteit en

duurzaamheid. Dit zijn belangrijke thema’s voor Lievense ǀ WSP, maar ook voor elk bedrijf in de foodsector.” In het proces Waar het mee begint: kijken hoe de processen lopen. ,,We voeren metingen uit met sensoren, en kunnen realtime meten. Als er een piek is in de waarden, kijken we onder andere naar wanneer dit gebeurde, uit welke stroom dit ontstond, wat voor grondstoffenpiek het was en bij welk proces grondstofverlies heeft opgetreden.” De metingen vinden een week of langer plaats. ,,Door zo lang mogelijk te meten, kunnen we heel scherp krijgen waar de winstpunten zitten. We meten bovendien in het proces, waar we normaliter aan het einde van de lijn kijken.” Juiste sensoren Zandstra verwacht dat steeds meer bedrijven een beroep zullen doen op de kennis en kunde van Lievense ǀ WSP. Vanwege de financiële besparing en de te behalen milieuwinst, maar ook omdat de technologische ontwikkeling op het gebied van sensoren een vlucht heeft genomen: die meten steeds accurater. ,,We hebben veel tijd geïnvesteerd in het vinden van de juiste sensoren die geschikt zijn voor het meten van verschillende soorten afvalwater, en die weinig tot geen onderhoud nodig hebben. Daarnaast hebben we

geïnvesteerd in adviseurs met de specifieke kennis om de data te vertalen naar een besparend advies.” De volgende stap is bedrijven over de streep trekken om de investeringen te doen die de kosten- en milieubesparende procesoptimalisatie mogelijk maken. ,,Maar die hebben ze er zo uit”, stelt Zandstra. Ondertussen is Lievense ǀ WSP achter de schermen bezig met nóg een kostenbesparende en duurzame oplossing voor bedrijven. ,,Samen met een ander bedrijf onderzoeken we hoe we warmte uit afvalwater kunnen terugwinnen als energie. Ook dit gaat bedrijven helpen om kosten te reduceren en om duurzamer te worden.” Meer informatie: www.lievense.com

Advertentie

Hanze leidend in succesvolle transitie van eiwit De wereldbevolking groeit, CO2- uitstoot moet drastisch naar beneden en we willen ook in 2050 gezond en volwaardig voedsel hebben. Argumenten genoeg voor de noodzakelijke transitie van dierlijke naar plantaardige eiwitten. Hanzehogeschool Groningen loopt met het Kenniscentrum Biobased Economy voorop in onderzoek naar de mogelijkheden voor productie en processing in het noorden. „We moeten lokaal en regionaal plantaardige eiwitten kunnen produceren en verwerken met gezonde verdienmodellen. Noord-Nederland moet schakelen naar grootschaliger teelt van gezonde en voedingsrijke gewassen en leren hoe je die in korte ketens efficient verwerkt tot aantrekkelijke goed geprijsde producten die de consument graag koopt. Veldbonen en lupinen zijn zeer geschikt. Het zijn gewassen die nu vooral als veevoer gebruikt worden en dat is vanuit duurzaam oogpunt pure verspilling.” Oplossingen in de regio Doede Binnema (lector Functionele Voedingsingrediënten & Gezondheid), Rob van Haren (Lector Transitie Bio-Economie) en Folkert Faber (hogeschoolhoofddocent Bioprocestechnologie) onderzoeken binnen Hanze’s Kenniscentrum Biobased Economy de transitie naar plantaardig eiwit. Rob van Haren leidt namens Hanze al enkele jaren het internationale onderzoeksproject LIBBIO naar de Europese teelt en opbrengst van lupine, een vlinderbloemachtige plant die rijk is aan eiwit en voedingsvezel en populair is in vleesvervangers. De kunst is echter die ook op minder rijke landbouwgronden succesvol te telen, omdat we steeds meer biomassa als energiebron nodig

zullen hebben. Hanze richt zich binnen LIBBIO op de maximalisatie van de opbrengst, het rendement en de industriele bioraffinage. Van Haren is een eiwitpionier die al sinds 2006 werkt aan vernieuwing in de landbouw en de ontwikkeling van voedingsproducten. Hij stond mede aan de wieg van de Vegetarische Slager. „Eiwittransitie is al meer dan een decennium een issue. De huidige vleesproductie kan niet meer: het vergt wereldwijd veel te veel prima eetbaar voedsel, energie, water en uitstoot. Maar vlees vervangen door import van gemanipuleerd soja is ook geen optie. Wij moeten leren om regionaal en lokaal in korte ketens verrijkt plantaardig eiwit te produceren en dat optimaal verwerken tot smaakvolle producten met hoge voedingswaarde.” Folkert Faber is daarom net nieuw onderzoek gestart naar de productie en processing in de regio van veldbonen, een verzamelnaam van vele boonrassen (Vicia faba). „Veldbonen zijn, net als lupinen, vlinderbloemachtige planten, die biologisch stikstof in de grond brengen. Daarnaast dragen ze in hoge mate bij aan de verrijking van biodiversiteit omdat ze bijen aantrekken, die zorgen voor de bestuiving van gewassen. Veldbonen zijn zeer geschikt om hier te telen, we deden het vroeger al, maar zijn vergeten

Lupinen hoe we welke soorten het best kunnen produceren. Daarnaast moeten we veel leren over processing, het verwerken, om een zo hoog mogelijke opbrengst van eiwitten en met name van essentiële aminozuren te krijgen.” Het driemanschap prijst de diversiteit aan opleidingen binnen Hanze en de samenwerking met regionale bedrijven om de eiwittransitie te laten slagen, van juridische kaders tot en met het vermarkten van gezonde producten. Transitie van ‘grond tot mond”. „Daarom organiseren we er later dit jaar een groot congres over en laten we internationaal zien waar wij staan met succesvolle eiwittransitie.” www.hanze.nl


16

donderdag 9 april 2020

Advertentie

Heerlijke en eerlijke koeken Fryslân heeft een duidelijk eigen gezicht: de taal, de Pompeblêden, de weidse uitzichten en prachtige natuur zijn in heel Nederland bekend. Een Fries kent zijn provincie, weet waar hij vandaan komt en omarmt de rijke tradities zoals ‘kaetsen, skûtsjesilen, fierljeppen en reedriden’. Ook kan de Fries genieten van het alledaagse. Een kopje thee, zoals vroeger bij ‘pake en beppe’ aan de keukentafel, met een heerlijke ‘Fryske koeke’. Voor koek zoals vroeger denk je al snel aan de De Molkwarder Koeke. Deze koeken zijn op ambachtelijke wijze en naar oud receptuur gebakken. Het dorpje Molkwerum, op zijn Fries Molkwar, aan de rand van het IJsselmeer, mag zich de bakermat noemen van deze koeken. Folkert Reitsema, directeur-eigenaar van Molkwar B.V. is er trots op. „De recepten die wij

als basis hebben, zijn al meer dan honderd jaar oud. Een heerlijk product en het symboliseert de smaak van Friesland.” Oude recepten, eerlijke koeken „We houden van traditie en we zijn dol op koek, maar we zijn geen museum. Hygiëne, goede arbeidsomstandigheden en gezond verstand vragen om een moderne aanpak.” Folkert geeft aan dat de moderne bakkerij, sinds 2015 in Joure gevestigd, prima samengaat met authenticiteit. „Volgens ons is het verschil tussen een handgemaakte koek en een fabriekskoek overduidelijk te proeven. Dat is een goede reden om het ambacht in stand te houden. Als je daar de oude receptuur, de unieke kruidenmix aan toevoegt, dan begrijp je waar die heerlijke geur en smaak van onze koeken vandaan komt.” Folkert benadrukt dat bij een traditioneel receptuur geen conserveringsmiddelen of chemische toevoegingen passen. Molkwar gebruikt daarom verse producten. Dat betekent dat het bedrijf een uitgekiende productie hanteert. De voorraden mogen niet te groot worden. Dat zou ten koste gaan van de versheid. „Dat zuivere is wat de koek oerecht en eerlijk maakt. Je weet wat je eet”, zegt Folkert.

Traditioneel, maar met oog voor de hedendaagse behoefte Traditie in ere houden, zoeken naar een eerlijke smaak, hoeft niet te betekenen dat je stil blijft zitten. Volgens Folkert is het nodig om je aan te passen aan een veranderende samenleving. „Mensen zijn veel op pad en hebben behoefte aan een goede manier om hun lekkere trek, flaubyt, te stillen. ‘Stek yn e bûse’, een los verpakte koekreep voldoet aan die behoefte. De reep past precies in een jas- of borstzak.” Puur genieten Bakkerij Molkwar heeft een breed assortiment aan koeken. „Van Sûkerlatte en Reepkoeke tot Keallepoat en Fryske Dúmkes en alles wat er tussen zit. Traditionele Friese lekkernijen. Voor iedere smaak hebben we een koek; dat is puur genieten van de smaak van Friesland” www.molkwarderkoeke.nl

Folkert Reitsema

Advertentie

Weidenaar: stevige groei door ambachtelijke kwaliteit Het gaat goed met Weidenaar. Het familiebedrijf in Dokkum is fors uitgebreid. In drie generaties van plaatselijke slagerij tot middelgroot landelijk speler in ambachtelijk droge worst, vers vlees en tal van vleesgemaksproducten. Lieuwe Weidenaar licht de succesvolle combinatie van modern en ambacht toe. De uitbreiding van 1.000 vierkante meter is bijna klaar. De aanleiding het bedrijf met een derde te vergroten is de stevige groei, legt algemeen directeur Lieuwe Weidenaar uit. ,,We hebben twee bedrijven, Weidenaar Retail en Weidenaar Worst. Met name die laatste groeit de laatste paar jaar als kool en dus moest onze worstmakerij fors uitgebreid en kregen we ook ruimte voor meer koelcellen.” Het is een rare tijd, erkent hij. ,,Ook wij merken natuurlijk wat er bij onze klanten aan de hand is. De horeca ligt stil, feestjes thuis of op kantoor zijn

Lieuwe Weidenaar

er niet meer, we zijn met z’n allen een stuk minder onderweg. In alle eerlijkheid, wij lopen behoorlijk goed door, mede door de spreiding van producten en verkoopkanalen.”

belegde broodjes voor AH-to-Go en benzinestations en de tapas die populair zijn bij Poiesz, AH, Jumbo en Sparwinkels in het noorden.”

Hoe verklaar je de groei? ,,Die wordt vooral verklaard door onze kwaliteit, onze flexibiliteit en de bescheiden omvang van een modern bedrijf. Kwaliteit staat bij ons boven alles, de ambachtelijke kwaliteit van de slagerij zoals we ooit zijn begonnen, blijft bepalend. Niet de prijs, wel de kwaliteit. ‘Nee’ bestaat hier niet, we zijn flexibel, we hebben korte lijnen en een lage overhead. En we zijn relatief klein in vergelijking met veel andere bedrijven in de keten. Supermarkten vinden het prettig zakendoen met Weidenaar, omdat we flexibeler en directer aanspreekbaar zijn.” Wat groeit het sterkst? ,,De producten van Weidenaar Worst. We groeien extreem met zo’n 20 tot 25 procent per jaar. Gemak en ontzorgen zijn stevig in opmars. Het beste voorbeeld daarvan is wat we leveren aan online supermarkt Picnic. Twee jaar geleden reden we voor 30 pakjes éen keer per week naar Nijkerk. Nu zijn dat zes vrachtwagens per week. Ja, natuurlijk is dat een avontuur, maar we zagen er iets in en dat geloof moet je er in houden. In bredere zin zitten alle Weidenaar- gemaksproducten in de lift, zoals

,,Daarnaast groeit Weidenaar Retail, waarmee we onze vleesproducten leveren aan de supermarkten, heel gestaag door, ieder jaar met zo’n tien procent. Ja, we doen het goed en daar zijn we trots op. We liggen nu in ruim 1.000 supermarktfilialen door het hele land, dat zegt wat.” Wat zegt dat? ,,De combinatie van moderne productiemethoden en ambachtelijk slagersvakwerk met vlees van duidelijke herkomst. We hebben onze eigen kwaliteitsmanager, scholen voortdurend onze slagers, vlees zoals onze biefstuk en entrecote snijden we gewoon met de hand en onze droge worst wordt op vuur gerookt. Dat doen we in een modern productieproces met de beste inpakmethodes voor veiligheid en houdbaarheid. Altijd op zoek naar het beste voor de klant: een goed, herkenbaar assortiment dat bepaald wordt door kwaliteit van regionale of biologische herkomst.” www.friesedrogeworst.nl


Advertentie

MBO Life Sciences van Friesland College en Nordwin College

School voor een gezond en duurzaam leven „Ik zie een groeiende bezorgdheid over de wijze waarop we met onze aarde omgaan”, zegt Wijnand Verschuur, onderwijsadviseur MBO Life Sciences. „We worden geconfronteerd met grote problemen: het smelten van de ijskappen, verdwijnen van het regenwoud, stikstof in het milieu; het is dagelijkse kost. Bij MBO Life Sciences zijn dergelijke vraagstukken onderwijsstof. Het mooie van onze opleiding is dat we tools creëren om deze vragen te beantwoorden en problemen aan te pakken. Onze studenten krijgen kennis en tools waarmee ze actief een bijdrage kunnen leveren aan een betere, gezonde en duurzame wereld.” Het gaat om theoretisch weten, maar ook om kunnen en doen „Neem nu de plasticsoep”, vult Alie de Boer, docent duurzaamheid, aan. „Als je alleen naar het probleem kijkt, zou je er depressief van worden. Wij richten ons graag op de mogelijke oplossingen. Onze 5 uitstroomrichtingen food, laboratorium, milieu, procestechniek en water kunnen zich met die plasticsoep bezighouden vanuit hun verschillende disciplines. Aan de voorkant kun je denken aan onderzoek naar alternatieve verpakkingsmaterialen, houdbaarheid van levensmiddelen en de alternatieve productiewijzen van voeding. Aan de achterkant denk ik aan processen waarbij plastic uit het milieu of het water kan worden gehaald op een biologisch verantwoorde wijze. Het probleem kan dus op verschillende wijzen aangepakt en opgelost worden.” „Bestaande kennis is ons uitgangspunt voor verder onderzoek. Laboratoriumonderzoek, maar ook praktijkonderzoek is hierbij erg belangrijk;

veldwerk, monsters nemen om te onderzoeken hoe de situatie is. Met die gegevens kunnen derden, zoals de milieudienst van de gemeente, worden voorzien van data waarop beleid kan worden getoetst. Bij MBO Life Sciences leren we onze studenten hoe ze kennis kunnen omzetten naar een ‘hands on’ bruikbare aanpak in een concrete situatie. Vaak betreft het vernieuwende, innovatieve methodes. In ons vak gaat het om kennis te nemen van de theorie, maar ook om kunnen en doen.” Samen: mensen, bedrijven, scholen, overheid De aanpak van een probleem zoals, het plastic afval, vereist een integrale aanpak. Partners en stakeholders uit de hele voedselketen dragen hun steentje bij, delen hun kennis en vragen hulp bij anderen. MBO Life Sciences werkt samen met Hogeschool van Hall Larenstein. Deze laatste niet alleen om een soepele overgang voor studenten van mbo naar hbo te waarborgen, maar ook voor kennisuitwisseling en gezamenlijk gebruik van faciliteiten. Docenten, studenten en cursisten kunnen hierdoor samenwerken aan projecten en onderzoeksdoelen. „Belangrijk is de regie op je eigen ontwikkeling nemen. Je moet blijven leren, maar wel vanuit een visie, een doelgerichtheid en daarbij

aansluiten bij de wereld om je heen. Op die wijze geven we ook vorm aan ons onderwijs. Het is het beroepenveld, de sector die vragen en eisen heeft en daar geven wij gehoor aan. Ook hier geldt, zonder communicatie en samenwerking kun je geen positieve en blijvende impact hebben.” Grote kansen, ook voor volwassen omscholers en voor de niet-bèta-mensen Samenwerken is meer dan alleen onderzoek doen en kennis toepassen. In het hele proces zijn mensen nodig die de opgedane kennis helder binnen verschillende disciplines kunnen overbrengen. Communicatief sterke mensen die kunnen verbinden, samenwerken, tot doelgerichte actie kunnen aanzetten of de juiste informatie daar brengen waar die gevraagd wordt. Daartoe ontwikkelt MBO Life Sciences de opleiding Adviseur leefomgeving en Voeding en voorlichting. „We zien nu dat volwassenen, die in een beroep zitten waar de ontslagen vallen, zich graag door ons laten omscholen. Dus niet alleen de 15-, 16-jarige studenten kan op onze school terecht, maar ook (werkende) volwassenen.” Studenten met verschillende interesses en talenten vinden hun passie bij MBO Life Sciences. Wat ze gemeen hebben is hun ambitie: werken aan een gezond en duurzaam leven. www.mbolifesciences.nl


DE SPIEGEL Elke ondernemer kent ze: van die momenten waarop je moeite hebt te ontdekken wat de juiste keuze is. Dan is het handig als je een groot voorbeeld hebt, iemand die je inspireert, aan wie je je even kunt spiegelen. Vandaag aflevering 10 van De Spiegel: William Polling (24), mede-eigenaar van melkvee- en akkerbouwbedrijf Maatschap Polling in Eelde. Tekst Jean-Paul Taffijn Foto Pepijn van den Broeke

WILLIAM POLLING

GEESJE BOELENS

OMA’S LIEFDE VOOR DE KOE en aardappelen. Dat is weer een heel nieuwe uitdaging. Daar hou ik van.’’

Dat zie je weinig meer, jongeren die boer willen worden… ,,Dat is zo. Heeft alles te maken met het beleid van de regering. Alle maatregelen die op je afkomen, stikstof, fosfaten, melkquota, de onzekerheid die dat geeft, dat maakt het niet aantrekkelijker natuurlijk. Uiteraard heb ik ook wel eens van die baal- of twijfelmomenten. Maar over het algemeen kan ik zeggen: ik ben nog steeds heel blij dat ik deze keuze gemaakt heb.’’ Hoe zag die keuze eruit? ,,Ik weet al een tijd dat ik als boer wil werken, met melkvee. Daar heb ik mijn opleiding in Eelde en Groningen ook op gericht. Ik liep alleen stage bij melkveebedrijven. Vijf jaar geleden dacht ik gewoon ergens op een bedrijf aan de slag te gaan, maar toen zei mijn vader: misschien kunnen we het wel zelf gaan doen. Zo is het gegaan.’’ Het land was er al? ,,Mijn opa en oma hielden hier vleesrunderen. Toen Europa het melkquotum losliet, zagen wij een kans om het bedrijf helemaal om te bouwen tot melkveebedrijf. Dat kostte behoorlijk wat moeite. Een maand lang molken we de eerste 36 koeien met de hand, omdat de melkrobot nog niet gearriveerd was. Intussen alles verbouwen en klaarmaken. Prachtig eigenlijk. Nu hebben we 250 koeien in een flink vergrote stal en een aparte jongveestal ernaast. Mijn vader, moeder, vriendin en oma werken mee en ook nog drie vaste medewerkers. Sinds kort verbouwen we ook bieten

18 N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 A P R I L 2 0 2 0

Ben jij zo’n jongen die er altijd al van droomde om boer te worden? ,,Eigenlijk wel ja. Als dreumes klom ik af en toe ’s nachts uit bed en stond ik buiten in mijn pyjama op klompjes de trekkers van het loonbedrijf van mijn opa en oma te bewonderen. Als klein jochie stapte ik regelmatig bij oma in de auto en reden we langs het weiland om de vleeskoeien te tellen. Ik was heel vaak bij haar en in mijn herinnering liep ik altijd tussen de koeien.’’

‘Als dreumes klom ik ’s nachts uit bed en stond ik buiten in mijn pyjama op klompjes de trekkers te bewonderen’

Kijk: zij is dus jouw inspiratiebron? ,,Zeker weten. Dankzij oma, Geesje Boelens heet ze, is mijn liefde voor koeien en voor het boerenbestaan in het algemeen aangewakkerd. Ik vind het nog steeds het mooiste wat er is. Elke dag anders, elke dag buiten, het hele jaar door kalfjes zien opgroeien. Dat mijn oma mij nu regelmatig meehelpt, is natuurlijk schitterend. Ze mag dan 76 zijn, ze is nog kwiek zat.’’ Houd jij het net als zij ook nog een jaar of vijftig vol? ,,Denk het wel ja. Het zijn lange dagen, meestal begin ik om 6 uur en ben ik tegen een uur of 11 ’s avonds klaar, zeven dagen per week. Maar ik vind het mooi en gezellig met de jongens. Je moet er gewoon lol in hebben. Dat heeft mijn oma ook nog steeds. Ik kan me niet voorstellen dat ik dit werk op zeker moment niet meer leuk zou vinden.’’

N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 A P R I L 2 0 2 0 19


DE SPIEGEL Elke ondernemer kent ze: van die momenten waarop je moeite hebt te ontdekken wat de juiste keuze is. Dan is het handig als je een groot voorbeeld hebt, iemand die je inspireert, aan wie je je even kunt spiegelen. Vandaag aflevering 10 van De Spiegel: William Polling (24), mede-eigenaar van melkvee- en akkerbouwbedrijf Maatschap Polling in Eelde. Tekst Jean-Paul Taffijn Foto Pepijn van den Broeke

WILLIAM POLLING

GEESJE BOELENS

OMA’S LIEFDE VOOR DE KOE en aardappelen. Dat is weer een heel nieuwe uitdaging. Daar hou ik van.’’

Dat zie je weinig meer, jongeren die boer willen worden… ,,Dat is zo. Heeft alles te maken met het beleid van de regering. Alle maatregelen die op je afkomen, stikstof, fosfaten, melkquota, de onzekerheid die dat geeft, dat maakt het niet aantrekkelijker natuurlijk. Uiteraard heb ik ook wel eens van die baal- of twijfelmomenten. Maar over het algemeen kan ik zeggen: ik ben nog steeds heel blij dat ik deze keuze gemaakt heb.’’ Hoe zag die keuze eruit? ,,Ik weet al een tijd dat ik als boer wil werken, met melkvee. Daar heb ik mijn opleiding in Eelde en Groningen ook op gericht. Ik liep alleen stage bij melkveebedrijven. Vijf jaar geleden dacht ik gewoon ergens op een bedrijf aan de slag te gaan, maar toen zei mijn vader: misschien kunnen we het wel zelf gaan doen. Zo is het gegaan.’’ Het land was er al? ,,Mijn opa en oma hielden hier vleesrunderen. Toen Europa het melkquotum losliet, zagen wij een kans om het bedrijf helemaal om te bouwen tot melkveebedrijf. Dat kostte behoorlijk wat moeite. Een maand lang molken we de eerste 36 koeien met de hand, omdat de melkrobot nog niet gearriveerd was. Intussen alles verbouwen en klaarmaken. Prachtig eigenlijk. Nu hebben we 250 koeien in een flink vergrote stal en een aparte jongveestal ernaast. Mijn vader, moeder, vriendin en oma werken mee en ook nog drie vaste medewerkers. Sinds kort verbouwen we ook bieten

18 N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 A P R I L 2 0 2 0

Ben jij zo’n jongen die er altijd al van droomde om boer te worden? ,,Eigenlijk wel ja. Als dreumes klom ik af en toe ’s nachts uit bed en stond ik buiten in mijn pyjama op klompjes de trekkers van het loonbedrijf van mijn opa en oma te bewonderen. Als klein jochie stapte ik regelmatig bij oma in de auto en reden we langs het weiland om de vleeskoeien te tellen. Ik was heel vaak bij haar en in mijn herinnering liep ik altijd tussen de koeien.’’

‘Als dreumes klom ik ’s nachts uit bed en stond ik buiten in mijn pyjama op klompjes de trekkers te bewonderen’

Kijk: zij is dus jouw inspiratiebron? ,,Zeker weten. Dankzij oma, Geesje Boelens heet ze, is mijn liefde voor koeien en voor het boerenbestaan in het algemeen aangewakkerd. Ik vind het nog steeds het mooiste wat er is. Elke dag anders, elke dag buiten, het hele jaar door kalfjes zien opgroeien. Dat mijn oma mij nu regelmatig meehelpt, is natuurlijk schitterend. Ze mag dan 76 zijn, ze is nog kwiek zat.’’ Houd jij het net als zij ook nog een jaar of vijftig vol? ,,Denk het wel ja. Het zijn lange dagen, meestal begin ik om 6 uur en ben ik tegen een uur of 11 ’s avonds klaar, zeven dagen per week. Maar ik vind het mooi en gezellig met de jongens. Je moet er gewoon lol in hebben. Dat heeft mijn oma ook nog steeds. Ik kan me niet voorstellen dat ik dit werk op zeker moment niet meer leuk zou vinden.’’

N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 A P R I L 2 0 2 0 19


Advertentie

Metslawier is het kenniscentrum van de wereld Waar Silicon Valley als het centrum voor hightechinnovatie geldt, is Noord- Nederland dit als Potato Valley voor de aardappelindustrie. Met HZPC uit Joure als internationaal marktleider op het gebied van veredeling, pootgoedhandel en ontwikkelaar van producten. Research & Development- directeur Robert Graveland vertelt over de kracht van innovatie, politieke strijd en aardappelinspiratie.

In het Friese Metslawier, ten noordoosten van Dokkum, ligt het wereldvermaarde onderzoeksen innovatiecentrum van HZPC. Van de ruim 400 mensen die bij de veredelaar werkzaam zijn, werken er meer dan 100 van 13 verschillende nationaliteiten voor HZPC Research. Veruit het grootste deel in Metslawier, een klein deel in de Research Hub op de Universiteitscampus in Wageningen. Opgericht in 1898, is HZPC de laatste 20 jaar sterk gegroeid en inmiddels actief in 95 landen. HZPC werkt continue aan het verbeteren van aardappelrassen en wil bijdragen aan de ontwikkeling en beschikbaarheid van verantwoord voedsel voor miljoenen mensen wereldwijd. Potato Valley Robert Graveland: „Friesland en Groningen behoren tot Potato Valley, waar de aardappel de kurk is van de akkerbouw en dat over een enorme kennis beschikt van het telen, veredelen en verwerken van aardappels. Met telers waar we zo trots op zijn, met kenniscentra, support van provinciaal bestuur, verwerkende industrie en toeleverende industrie: het maakt het noorden tot aardappelkenniscentrum van de wereld. Samen zorgen we er voor dat telers lokaal goed in kunnen spelen op veranderende marktomstandigheden of marktsegmenten, zoals de industrie, retail of de traditionele versmarkten. De basis om dat te kunnen, komt voort uit heel veel keten- en consumentenonderzoek. We houden ons bezig met data, genetica en resistenties, gericht op verduurzaming van de teelt en maximaliseren van verantwoorde economische pootgoedteelt.” We hebben haast Grote maatschappelijke thema’s als duurzaamheid, emissie, voedselveiligheid en beschikbaarheid bepalen HZPC’s blik op de wereld. „Het liefst wil je overal ter wereld aardappelen kunnen telen die residuvrij zijn, met een zo laag mogelijke emissie te telen, met zo min mogelijk waterverbruik, zo min mogelijk of geen gewasbeschermingsmiddelen en een zo hoog mogelijke opbrengstwaarde in volume, kwaliteit, voedingswaarde en smaak. Omdat omstandigheden overal ter wereld aan verandering onderhevig zijn, zijn wij in Metslawier voortdurend op zoek naar verbetering. We zijn gewend ver vooruit te kijken. Wat we nu

Robert Graveland

doen bepaalt wat er in 2030, 2035 op de markt komt. Maar we hebben ook haast, want de druk van verandering is groter dan ooit. De wereldbevolking neemt sterk toe, er staat grote druk op de beschikbaarheid van land, 40% van voedsel gaat verloren en er is een sterke behoefte vanuit de politiek en consument aan de beschikbaarheid van hoogwaardiger voedselproducten. De groeiende impact van duurzamer denken maakt dat wij sneller moeten zorgen voor betere veredeling, betere rassen en producten. We moeten als HZPC- team alles op alles zetten om te kunnen blijven bijdragen aan kwaliteit en veiligheid van wereldwijde voedselvoorziening. We hebben alle beschikbare data op gebied van biodiversiteit, klimaat, genetica en resistentie nodig, anders bereiken we niet tijdig wat nodig is.” Robert Graveland legt de ontwikkeling in veredeling uit: „De klassieke veredeling is die van selectie van plantjes zoals we dat al 100 jaar doen. Je start met één uniek plantje die knollen maakt. De knol wordt opnieuw in de grond geplant waardoor je er tien terug krijgt, eigenlijk een langzame kopieermachine. De volgende stap is de aardappel die je niet langer uit knollen, maar uit zaden ontwikkelt. Een belangrijke stap om veel sneller dan ooit mogelijk was, te komen tot betere aardappelrassen. Volgend jaar hebben we voor Centraal Afrika en Zuidoost Azië de eerste prototypen uit zaden gereed. Zaden kun je door het kleine volume ook veel duurzamer over de wereld versturen dan knollen. Wij blijven echter wel pootgoed nodig hebben. Het Europese klimaat is bijvoorbeeld te koud om te starten met een kwetsbaar zaadje. Ecologisch duurzaam De volgende stap in veredeling is politiek en maatschappelijk weliswaar lastiger, maar volgens Graveland absoluut noodzakelijk. „HZPC is er van overtuigd dat we de wereldbevolking op termijn alleen goed kunnen blijven voeden volgens

duurzame richtlijnen, als we de stap zetten om genetisch aardappelrassen te verbeteren volgens de zogeheten gen- aanpassing met crispr-cas methode. Daarbij verwijder je een klein stukje DNA (het erfelijk materiaal) uit een ras zodat het ras verbetert. Verwar dat dus niet met genetisch gemodificeerde rassen. Met crispr-cas maak je namelijk alleen gebruikt van het bestaande dna in de plant. Het is gene- editing: je voegt niets toe aan de bijvoorbeeld 40.000 eigenschappen van een plant, maar haalt er een eigenschap uit, waardoor de plant veel sterker en beter wordt. Een ras heeft dan bijvoorbeeld minder gewasbescherming nodig, produceert meer met minder water of meststoffen en kan beter tegen droogte en hitte. Daardoor kun je op ecologisch duurzame wijze bijdragen aan een meer stabiele voedselzekerheid. De Europese Unie vindt dat het hier (nog) niet mag, zij ziet het juridisch als een gentechnologie waarbij je uitkomt op een ras dat genetisch is gemodificeerd. Wetenschappelijk is wat wij doen gelijk aan een mutatie die je in de natuur kunt vinden met mutaties of ‘foutjes’ bij kruisingen tussen rassen, maar dan vele malen gerichter en sneller. Daarom gaan wij het gevecht aan om te zorgen dat het naast o.a. in Australië, Argentinië, Amerika en Japan, ook in Europa mag.” Op naar de Woksi „Iedere dag werken we ondertussen met tal van partners aan nieuwe aardappelproducten; dat is waar de consument ons van kent. Kijk naar de airfryer- frietjes van Leon & Léon bijvoorbeeld en let eind dit jaar in de winkels op het nieuwe aardappelproduct Woksi, sliertjes van aardappel om mee te wokken. Een lekker, laagcalorisch en voedzaam product waardoor je geen pasta of rijst meer nodig hebt. Dat is ook HZPC: blijven ontwikkelen, innoveren en inspireren. Voor hier en voor de andere kant van de wereld.” www.hzpc.com


Slechts 1 op de 10 startups wordt een succesvol bedrijf. In de afgelopen jaren passeerden een aardig aantal de revu van Noordz. Hoe staan ze er nu voor? In aflevering 9: Blue Falcon in Groningen. Tekst Karlijn ter Horst Foto Pepijn van den Broeke

CESCO HOMMINGA

ALS VRIENDEN UIT ELKAAR Wat doen jullie ook alweer? Cesco Homminga, één van de zes oprichters: ,,We waren van plan om een table top roll playing game te ontwikkelen. Vergelijkbaar met Dungeons and Dragons, waarbij je met spelers aan tafel zit en samen een verhaal creëert. Dat hebben we uiteindelijk ruim twee jaar geprobeerd te doen. Het ontstond omdat we allemaal dat soort spellen speelden als vriendengroep. Hoe vet zou dat zijn om zelf te maken? Een van ons had een idee voor een wereld, een science fiction setting. Met z’n zessen bedachten we dat zelf dan ook wel een spel konden maken. Want we wisten het natuurlijk allemaal beter. En toen zijn we maar begonnen.’’ Je zegt ‘waren van plan’. Hebben jullie gaandeweg de route bijgesteld? ,,Ja, klopt. En de route is inderdaad bijgesteld, want tweeënhalf jaar geleden stopte Blue Falcon. Ik - en ik denk ook de andere vijf hebben veel geleerd onderweg. We begonnen hals over kop, maar werden gaandeweg steeds gestructureerder. Wie heeft welke rol

en welke verantwoordelijkheden? We probeerden holacratie, bijvoorbeeld. Uiteindelijk moesten we de conclusie trekken dat we niet de benodigde skills en ervaring in huis hadden om het spel van begin tot eind te produceren. Er waren goede ideeën, een prima creatief proces, maar er komen zoveel dingen bij kijken. Een drukker vinden, publiceren, marketing: allemaal gebieden die nieuw voor ons waren. Waar we als vrienden elkaar goed aanvullen, merkten we dat we in een team dingen misten.’’ Wat heb je van de afgelopen jaren geleerd? ,,Ik heb er heel veel aan gehad, zowel op persoonlijk vlak als in samenwerken met een team. Ik weet welke rol ik heb. Ik deed contacten op. We hadden een werkplek in Het Kwadraat (in Groningen, red.) bij Indiestad. Uiteindelijk kon ik daar mijn eigen bedrijf een plekje geven en werd ik communitymanager. Ik heb in de Blue Falcon periode en daarna net zoveel over ondernemerschap geleerd als ik over muziek op het conservatorium leerde. Ook in de beginpe-

riode als zzp'er, de anderhalf jaar die daarop volgde. Over het beginnen van onderneming en alles wat erbij komt kijken.’’ Wat zijn jullie gaan doen na Blue Falcon? ,,Ik ben dus zzp’er geworden; geef muzikale workshops, ben communitymanager, help culturele organisaties op zakelijk vlak en organiseer evenementen. Twee van ons doen met ander team game design en werken aan een eigen product: AetherVoid, ook een pen and paper game met een wereld die ze zelf uitwerken. Dat doen ze samen met een team

‘We zijn als vrienden begonnen. Wie het eerst komt, wie het eerst maalt’

dat opleiding en ervaring heeft in game design. Een ander kijkt of hij toch iets tofs met onze wereld kan doen. Veel zijn er in ondernemerschap blijven hangen. Iedereen heeft er iets aan gehad. Ik heb nooit begrepen dat mensen me achteraf vroegen: ‘Heb je nu niet twee jaar van je leven weggegooid?’ Het is echt een toffe ervaring zelf geweest. En een wereld zelf bedenken is gewoon echt tof, zeker als je een beetje een nerd bent.’’ En zijn jullie nog vrienden? ,,Zeker! We zijn amicaal uit elkaar gegaan. We hebben het geprobeerd en het is niet gelukt. We hebben er allemaal veel aan gehad. En er zijn geen vriendschappen kapot. Mooi, he? Natuurlijk was het spannend, want je loopt tegen elkaar aan. Er komen frustraties die die je niet hebt als je als vrienden gaat chillen. Maar, er was ruimte om het daarover te hebben. We hebben altijd gezegd: friends first. We zijn als vrienden begonnen. Het zou raar zijn dat een bedrijf in de weg staat van vriendschap. Wie het eerst komt, wie het eerst maalt.’’

N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 A P R I L 2 0 2 0 21


22

donderdag 9 april 2020

Advertentie

Gezonde voeding voor de koe van eigen land, duurzaam en goedkoper Hoe bewuster de boer z’n koeien voert en verzorgt, hoe optimaler de koe functioneert voor zichzelf en haar omgeving. Meer melk en een gezondere omgeving. Jan Speerstra over lagere kosten, gezondere koeien, minder stikstof en een gezond melkveebedrijf.

Healthy Animals – High profits Speerstra Feed Ingredients is al bijna 25 jaar actief op het gebied van speciale veevoeder ingredienten. Jan Speerstra ontwikkelt nieuwe duurzame productconcepten en levert met name aan fabrikanten van mengvoeders. Hij en zijn tien collega’s dragen zo actief bij aan gezonder vee en een optimaler rendement voor de veehouder . Door betere afstemming van voer op de specifieke behoefte van een dier, draag je bij aan duurzame veestapel, optimaliseer je daarmee de productie van melk, wat weer bijdraagt aan een gezondere omgeving. „De huidige trend van verduurzaming, betekent voor de veehouder dat hij kritischer moet worden op de opbrengst van zijn grond. Het merendeel van het rantsoen (dagelijks dieet) van de koe komt van eigen land zoals gras en kuilgras. De eiwitten daaruit heeft de koe nodig voor de eigen eiwitproductie van de melk en zijn onderhoud.

Hoe meer eiwit een koe kan halen uit z’n eigen grasrijke omgeving, hoe minder krachtvoer je nodig hebt. Dat scheelt de boer in kosten en het is beter voor de omgeving, omdat gras meestal duurzamer is dan krachtvoer.” Zorg voor goede vertering „Naast de mogelijkheid om meer en duurzamer rendement uit eigen gras te halen, leiden de juiste aanvullingen in voeding tot een optimale productie van melk. Je bereikt dat bij een koe door te sturen op de synchronisatie van het verteringsproces van koolhydraten, eiwitten en vetten in de eerste maag, de pens. Een te veel aan eiwit kan leiden tot een te hoge aanmaak van ammoniak in de pens hiervan kan de koe weer zijn eigen eiwit maken maar als er teveel gemaakt wordt kan dit zorgen voor extra eiwit/stikstof uitstoot ( dit zie je vaak terug in een verhoogd ureum nivo in de melk of urine) Het hoge ureum nivo duidt dan ook op een verslechterde eiwit

Product

Diamondv Gist

Topmelk protispar

Kosten per koe per dag

6 tot 8 eurocent

6 eurocent

Besparing

Minimaal 1 kg krachtvoer

0,5 kg soya of ¾ kg raap

Opbrengst

30 tot 50 cent eurcent per koe per dag

20 eurocent per koe per dag

Jan Speerstra

FOTO: NIELS DE VRIES

efficientie. Met het product Topmelk Protispar kun je dit bijsturen doordat het eiwit minder snel wordt afgebroken in de pens. Dit kan een besparing van een halve kilo soyaschroot of ¾ kilo raapschroot opleveren. Een zinvolle aanvulling voor de koe is Diamondv gefermenteerde gist, een product dat ook wetenschappelijk onderbouwd is en waar we al meer dan twintig jaar mooie resultaat mee behalen. Die gist laat de pens optimaal functioneren, waardoor de koe beter het gras verteert en ook zelf meer eiwit aanmaakt. Ook dat scheelt in de aanschaf van krachtvoer en levert meer melk uit eigen voer als gras of kuilgras. Het draagt sterk bij aan een uitgebalanceerd immuunsysteem van de koe en verhoogt de weerstand.” speerstra.com

Advertentie

Investeren in een gezonde voedselketen Op Industrieterrein De Zwette in Leeuwarden liggen honderden natuurlijke grondstoffen opgeslagen, goed voor vijfduizend voedingsrecepten voor koeien, schapen, geiten, paarden, varkens en kippen. „Natuurlijke mineralen en sporenelementen zijn de bouwstenen van het leven”, stelt de van huis uit levensmiddelentechnoloog Wiebe Tromp. „Tegenwoordig krijgen veel dieren niet binnen van wat ze eigenlijk nodig hebben. Onze producten zorgen ervoor dat hun voer completer wordt. Met als resultaat: gezonder vee, meer weerstand en betere productie.” Tromp levert mineralenmengsels, premixen en likstenen aan vooral veevoederfabrikanten en fouragehandelaren. Het in 1937 opgerichte familiebedrijf wordt gerund door Wiebe Tromp, de achterkleinzoon van de oprichter. In Nederland is Tromp het enige nog zelfstandige familiebedrijf in deze sector. Het familiebedrijf werkt met korte lijnen. Wiebe: „De persoon die de klant aan de lijn krijgt, is hoogstwaarschijnlijk zelf betrokken bij de productie van de producten. Onze klanten weten doorgaans goed wat ze nodig hebben. Al drie generaties stellen we de premixen en likstenen samen op basis van hun behoefte. Hierbij maken we gebruik van natuurlijke, onbewerkte grondstoffen, zonder kunstmatige toevoegingen.” Likstenen verrijkt met sporenelementen Tromp BV denkt met de klant mee over hoe de voedingsproducten geoptimaliseerd kunnen worden, gebaseerd op continu veranderende omstandigheden en vraag. Zo bevatten de likstenen van Tromp tweemaal zoveel sporenelementen dan de gangbare verkrijgbare likstenen. En, ze zijn verkrijgbaar voor een scherpere prijs. Een liksteen wordt gebruikt om koeien te voorzien in hun behoefte van mineralen. „Veel likstenen bevatten vooral natrium (zout),

maar wij hebben er extra mineralen en sporenelementen aan toegevoegd. Dit is een aanvulling op de mineralen die koeien via hun gangbare voeding binnenkrijgen.” De laatste jaren wordt er steeds meer gekeken naar het toevoegen van mineralen en sporenelementen. Wiebe Tromp is ervan overtuigd dat hoe beter de koe wordt gevoed, des te gezonder de melk is die wij drinken. „Met onze likstenen krijgt het vee net dat extra’s binnen.” Duurzame pikstenen Sinds 1 september 2018 is er een snavelkapverbod van kracht bij pluimvee. Dit heeft tot gevolg dat kippen elkaar kunnen verwonden bij het pikken. Om ze afleiding te bieden worden vaak gipsblokken gebruikt waarop ze kunnen pikken. Gipsblokken zijn echter niet geschikt voor voeding, omdat ze niet gecontroleerd worden op schadelijke stoffen zoals diervoeding. Wiebe: „Nu hebben wij samen met een klant een piksteen ontwikkeld die o.a. bestaat uit waterleidingkorreltjes die vrijkomen bij de ontharding van drinkwater. Deze persen we met een aantal andere grondstoffen samen tot een piksteen, op basis van kalksteen in plaats van gips. Hiermee houden we rekening met de kringloop en worden de drinkwaterkorreltjes op

een duurzame manier afgezet. De waterleidingkorreltjes vallen onder het GMPkwaliteitssysteem en zijn geschikt voor gebruik als voeding voor de kippen. Bijkomend voordeel is dat deze waterleidingkorreltjes goed zijn voor de vertering.” Deze duurzame pikstenen zijn verkrijgbaar onder de naam Tockblok. Investeren Afgelopen jaren is de omzet van Tromp flink gegroeid. Hierdoor heeft het bedrijf kunnen investeren in nieuwbouw, optimalisering van productieprocessen, duurzame energievoorziening, kwaliteitsbewaking en track & tracing. www.trompbv.nl


Advertentie

‘Met robotmelken heeft de koe de regie’ Melkveehouders Theun Sibma en Rolf Roelofs melken met de nieuwste generatie melkrobot. Wat betekent dat voor mens en dier, voor hun opvolging, en de kwaliteit en voedselveiligheid van de melk? Twee ondernemende boeren over de nieuwste melkrobot van DeLaval, de VMS V310.

Rolf Roelofs is de derde generatie in het melkveebedrijf met 110 koeien en daarnaast verbouwt hij 8 hectare mais. Hij weet dat een van z’n kinderen interesse heeft het bedrijf voort te zetten. Roelofs begon vroeg in 2019 met de robot van DeLaval en molk daarvoor in een conventionele melkstal, deels met personeel. „Ik heb meer dan een jaar goed om me heen gekeken, anderen gevraagd naar ervaringen en een cursus gedaan om te leren wat automatisering betekende voor ik mijn keuze maakte. De keuze die je maakt, is voor lange tijd, je ruilt zo’n robot niet even om voor iets anders. Nu doe ik het bedrijf zelf, heb geen personeel meer die een aantal uren per week helpt met melken, ik heb meer vrijheid, ben meer inhoudelijk met mijn bedrijf bezig en m’n zoon vindt het een wijs besluit, want zo’n bedrijf wil hij wel overnemen. Melken zoals wij dat deden, is namelijk wel een dingetje. De tijd die ik heb vrijgemaakt, een paar uur per dag, vul ik nu met lesgeven aan de Praktijkschool hier en als regiobestuurder van LTO.” Meer tijd, minder belasting Theun Sibma nam met z’n broer in 2012 het bedrijf van hun vader over en zes jaar later splitsten de broers het bedrijf om allebei verder te gaan met een eigen bedrijf. „Je hebt allebei je gezin en het meest ideale plaatje naar opvolging als die aan de orde komt, is een bedrijf voor jezelf”, zegt Sibma. Hij heeft 80 koeien en runt daarnaast z’n eenmansbedrijf als financieel bedrijfsadviseur voor de agrarische sector. Zijn ervaring met robotmelken begon al in 2012. „Mijn broer en ik moesten kiezen, gaan we naar een groter bedrijf, met veel meer koeien en met personeel of wilden we een beheersbaar bedrijf dat we allebei konden runnen met behulp van robots? Het is het laatste geworden en dat maakt dat ik kan doen, wat ik doe, het runnen van een boerenbedrijf èn een adviesbedrijf.”

Theun Sibma

Dierenwelzijn bepaalt prestaties Wat betekent melken met een robot voor een koe? Rolf Roelofs: „Wat mij vanaf het begin opviel, is de rust in de stal. Koeien blijken heel snel te wennen aan het feit dat ze zelf kunnen kiezen voor het moment dat ze gemolken worden. Zijn ze zover, dan lopen ze naar de robot en gaat het hele melkproces vanzelf, van speenherkenning met camera’s, schoonspoelen, aansluiten op de robot, het melken en daarna weer afnemen. Ze worden beloond met wat krachtvoer en gaan weer hun natuurlijke gang. Het past in hun ritme.” Theun Sibma: „Als je begint met melken zoals we dat lang gedaan hebben, bepaalt de boer. Met een robot melken bepaalt de koe. En dat is wat ik heel belangrijk vind: Koe comfort. Ze moet goed kunnen lopen, lekker kunnen liggen, voldoende kunnen eten en drinken in haar eigen ritme. Deze robot past daarin. Hoe hoger dat koecomfort, hoe beter en hoger de melkproductie. Ik melk op deze manier tien koeien meer dan hiervoor, dat is dus 100.000 liter melk meer per jaar.” Rolf Roelofs: „Ik heb een hogere melkproductie, met hogere vet- en eiwitwaarden met gelijke melkkwaliteit; mijn opbrengst is dus echt hoger tegen minder werk en zorg.” Automatisch inzicht in vruchtbaarheid Wat maakt deze robot nu echt bijzonder? Theun Sibma: „Naast dat het automatisch inleren van het aansluiten van de DeLaval VMS V310 een grote arbeidsbesparing oplevert, onderscheidt de DeLaval VMSV310 zich ten opzichte van andere melkrobots, door de innovatieve Repro- module die zorgt voor volledig automatische detectie van de tocht- en dracht bij de koe, die we sinds juni afgelopen jaar gebruiken. Naast alle andere gezondheidswaarden van koe en melk die de robot al genereert, meet deze module naast tocht en dracht ook vruchtbaarheidsafwijkingen. Ik weet nu precies aan de hand van het gemeten progesterongehalte welke koeien wanneer

Foto: Anne van der Woude

Rolf Roelofs

vruchtbaar (tochtig) worden, veel beter dan voorheen. Omdat koeien hoog in hun productie zitten, zie je dat niet altijd op tijd. Hoe beter je in staat bent te zien welke koe wanneer drachtig kan worden en is geworden, hoe minder productieverlies je hebt en hoe gezonder je veestapel blijft.” Rolf Roelofs: „De Repro module helpt mij om de vruchtbaarheid op mijn bedrijf te verbeteren, waardoor mijn bedrijf rendabeler wordt, met meer comfort voor de koe en voor ons gezin.” Gezondere veestapel, meer rendement Roelofs: „Ik ben echt heel enthousiast, vrijheid, winstgevendheid, betere bedrijfsopvolging en een veestapel die het naar de zin heeft.” Sibma: „Als je naast al het gemak dat het biedt, ook echt leert deze robot te optimaliseren, kun je je rendement nog sterker verhogen, met alle vrijheid, comfort, ruimte en perspectief die het jou en je veestapel biedt. Het maakt het mogelijk om in de huidige tijd op verantwoorde wijze je productiecapaciteit te verhogen waarbij dierenwelzijn en je eigen comfort niet uit het oog wordt verloren. Theun Sibma: „Wat belangrijk daarbij is, is dat je alle kosten van aanschaf, aanpassingen, energieverbruik, en onderhoudscontract voor jezelf inzichtelijk moet maken en de factor arbeid op waarde moet zetten.” Ja zeggen de melkveehouders Roelofs en Sibma volmondig. De melkrobot scheelt een paar uur per dag aan tijd, en ja, ze worden veel minder fysiek belast. Het werk dat ze nu doen rond het melkproces, is inhoudelijker, ze sturen veel meer aan de hand van data. Ze zijn het er over eens dat het een gezonde investering is geweest, waardoor ze een gezondere veestapel hebben en met hun bedrijf in minder tijd een beter rendement draaien. www.delaval.com


Gezondere voeding maken voor de mens én de planeet. Dat is één van de grotere uitdagingen die de wereld voor ons heeft. In Noord-Nederland wordt hard aan antwoorden gewerkt. Tekst Jean-Paul Taffijn Foto Pepijn van den Broeke

VOEDING VOOR STRAKS A

ls het coronavirus iets duidelijk maakt, dan is het wel hoe kwetsbaar we eigenlijk zijn. Hoe kwetsbaar onze manier van leven is. Het is helemaal niet vanzelfsprekend dat we altijd maar door kunnen gaan op de manier die we gewend zijn. Juist niet. Het klimaat hielpen we al een eind om zeep, de volksgezondheid bewezen we afgelopen decennia ook weinig dienst. En dan moeten we nog een ander probleem oplossen: het kunnen blijven voeden van de snel uitdijende wereldbevolking. Dat is geen uitdaging van vandaag. En het is er ook geen die morgen opgelost is. Heel veel onderzoekers en ondernemers wereldwijd houden zich bezig met de vraag: hoe vinden we een antwoord dit probleem. EIWIT In Noord-Nederland alleen al zijn heel wat mensen er zoet mee. Aan de onderwijsinstellingen wordt het vraagstuk van alle kanten aangevlogen. In spin-outs en start ups wordt het voedsel van de toekomst ontwikkeld. Grote bedrijven als Avebe, Friesland Campina en Cosun houden zich er ook mee bezig. Eiwit. Dat is één van de toverwoorden in de zoektocht. Vlees bevat er veel van, maar het eten van veel vlees past niet in ons streven het klimaat te redden. Dus moeten de eiwitten ergens anders vandaan komen. ,,De eiwittransitie noemen wij dat’’, vertelt Joep de Vries, projectmanager bij de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij (NOM). ,,We moeten over naar meer plantaardige eiwitten. Tegelijkertijd is leven zonder dierlijke

24 NDC MEDIAGROEP DONDERDAG 9 APRIL 2020

eiwitten waarschijnlijk niet goed voor de gezondheid. Het gaat dus om het vinden van een balans tussen gezondheid en klimaat.’’ BALANCEERACT Het is een spagaat. Wie minder vlees wil eten, doet er goed aan noten te consumeren. Maar: die groeien hier niet goed en hebben bovendien veel water nodig. Dat is niet goed voor het klimaat. Om het nog ingewikkelder te maken, spelen koolhydraten en vetten een soortgelijke rol in de balanceeract tussen gezond voor de mens en goed voor de Aarde. Noord-Nederland is vastbesloten een voortrekkersrol te vervullen in het vinden van dat evenwicht. Samen met de Campus Groningen en de Hanzehogeschool werkt de NOM aan het ontwikkelen van proeffaciliteiten in Groningen en Leeuwarden. Daar moet kennis uitmonden in producten die beter zijn voor onszelf en ons allemaal. Joep de Vries: ,,In het Noorden is heel veel kennis op dit gebied en staan ondernemers te trappelen om verder te ontwikkelen. We hebben ook een groot areaal aan landbouwgrond waar we ons voordeel mee kunnen doen als heet gaat om het produceren van gunstige gewassen. We moeten al die kennis beter met elkaar verbinden.’’ ,,Bij Wetsus bijvoorbeeld zie je dat al de know how over water ook wordt ingezet om eiwitten uit plantaardige producten te halen. Een bedrijf als Wafilin in Leeuwarden die oorspronkelijk eiwitten uit zuivel wist te extraheren, kan dat nu ook op andere vlakken.’’ Eiwitverrijkking dus, een belangrijke ontwikkeling op weg naar een betere wereld. Maar

‘Het gaat om het vinden van een balans tussen gezondheid en klimaat’

LINDA DIJKSHORN

of het genoeg is om de groeiende wereldbevolking te voeden, is de vraag. Afgezien daarvan: de in ras tempo groter wordende middenklasse op Aarde wil luxe, wil vlees. De eiwittransitie lukt niet zonder uitgekiende marketing, zonder bijsluiter. Dat is typisch iets waarmee ook EV Biotech te maken heeft. De Groningse startup van Linda Dijkshoorn houdt zich onder meer bezig met onderzoek naar en ontwikkeling en toepassing van proteïnen, eiwitten dus. ,,Dit type onderzoek heb je nodig om te komen tot bruikbare vormen van synthetisch vlees. Dat doen wij vooralsnog niet. Wij zetten >>

NDC MEDIAGROEP DONDERDAG 9 APRIL 2020 25


Gezondere voeding maken voor de mens én de planeet. Dat is één van de grotere uitdagingen die de wereld voor ons heeft. In Noord-Nederland wordt hard aan antwoorden gewerkt. Tekst Jean-Paul Taffijn Foto Pepijn van den Broeke

VOEDING VOOR STRAKS A

ls het coronavirus iets duidelijk maakt, dan is het wel hoe kwetsbaar we eigenlijk zijn. Hoe kwetsbaar onze manier van leven is. Het is helemaal niet vanzelfsprekend dat we altijd maar door kunnen gaan op de manier die we gewend zijn. Juist niet. Het klimaat hielpen we al een eind om zeep, de volksgezondheid bewezen we afgelopen decennia ook weinig dienst. En dan moeten we nog een ander probleem oplossen: het kunnen blijven voeden van de snel uitdijende wereldbevolking. Dat is geen uitdaging van vandaag. En het is er ook geen die morgen opgelost is. Heel veel onderzoekers en ondernemers wereldwijd houden zich bezig met de vraag: hoe vinden we een antwoord dit probleem. EIWIT In Noord-Nederland alleen al zijn heel wat mensen er zoet mee. Aan de onderwijsinstellingen wordt het vraagstuk van alle kanten aangevlogen. In spin-outs en start ups wordt het voedsel van de toekomst ontwikkeld. Grote bedrijven als Avebe, Friesland Campina en Cosun houden zich er ook mee bezig. Eiwit. Dat is één van de toverwoorden in de zoektocht. Vlees bevat er veel van, maar het eten van veel vlees past niet in ons streven het klimaat te redden. Dus moeten de eiwitten ergens anders vandaan komen. ,,De eiwittransitie noemen wij dat’’, vertelt Joep de Vries, projectmanager bij de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij (NOM). ,,We moeten over naar meer plantaardige eiwitten. Tegelijkertijd is leven zonder dierlijke

24 NDC MEDIAGROEP DONDERDAG 9 APRIL 2020

eiwitten waarschijnlijk niet goed voor de gezondheid. Het gaat dus om het vinden van een balans tussen gezondheid en klimaat.’’ BALANCEERACT Het is een spagaat. Wie minder vlees wil eten, doet er goed aan noten te consumeren. Maar: die groeien hier niet goed en hebben bovendien veel water nodig. Dat is niet goed voor het klimaat. Om het nog ingewikkelder te maken, spelen koolhydraten en vetten een soortgelijke rol in de balanceeract tussen gezond voor de mens en goed voor de Aarde. Noord-Nederland is vastbesloten een voortrekkersrol te vervullen in het vinden van dat evenwicht. Samen met de Campus Groningen en de Hanzehogeschool werkt de NOM aan het ontwikkelen van proeffaciliteiten in Groningen en Leeuwarden. Daar moet kennis uitmonden in producten die beter zijn voor onszelf en ons allemaal. Joep de Vries: ,,In het Noorden is heel veel kennis op dit gebied en staan ondernemers te trappelen om verder te ontwikkelen. We hebben ook een groot areaal aan landbouwgrond waar we ons voordeel mee kunnen doen als heet gaat om het produceren van gunstige gewassen. We moeten al die kennis beter met elkaar verbinden.’’ ,,Bij Wetsus bijvoorbeeld zie je dat al de know how over water ook wordt ingezet om eiwitten uit plantaardige producten te halen. Een bedrijf als Wafilin in Leeuwarden die oorspronkelijk eiwitten uit zuivel wist te extraheren, kan dat nu ook op andere vlakken.’’ Eiwitverrijkking dus, een belangrijke ontwikkeling op weg naar een betere wereld. Maar

‘Het gaat om het vinden van een balans tussen gezondheid en klimaat’

LINDA DIJKSHORN

of het genoeg is om de groeiende wereldbevolking te voeden, is de vraag. Afgezien daarvan: de in ras tempo groter wordende middenklasse op Aarde wil luxe, wil vlees. De eiwittransitie lukt niet zonder uitgekiende marketing, zonder bijsluiter. Dat is typisch iets waarmee ook EV Biotech te maken heeft. De Groningse startup van Linda Dijkshoorn houdt zich onder meer bezig met onderzoek naar en ontwikkeling en toepassing van proteïnen, eiwitten dus. ,,Dit type onderzoek heb je nodig om te komen tot bruikbare vormen van synthetisch vlees. Dat doen wij vooralsnog niet. Wij zetten >>

NDC MEDIAGROEP DONDERDAG 9 APRIL 2020 25


NU LIVE! Coronadossier voor ondernemers

Alle informatie voor ondernemers op www.noordz.nl NoordZ staat klaar voor ondernemers in deze moeilijke periode. Juist nu is het belangrijk om goed voor elkaar te zorgen. Wij helpen jou als ondernemer een weg te vinden in de informatiestroom die op je afkomt. In ons coronadossier lees je actuele informatie en berichtgeving, volg je livestreams waarbij je live vragen kunt stellen en vind je relevante informatie over de noodregelingen die vanuit de overheid beschikbaar worden gesteld.

#zorgvoorelkaar Verbindt zakelijk Noord-Nederland.


‘GENETISCHE MODIFICATIE HEEFT VOORAL VOORDELEN’

<< meer in op hoogwaardige eiwitten voor bijvoorbeeld industriële toepassingen.’’ Dat is niet voor niets. Het maken van kunstvlees op basis van plantaardige eiwitten blijkt geen sinecure. Dijkshoorn kan dat poëtisch uitleggen. ,,Je moet de spiercelcultuur biochemisch overtuigen dat hij zich moet gaan vermeerderen. Daarvoor heb je groeifactoren nodig die vooralsnog erg duur om te produceren zijn.’’ En dat is nou net wel een tak van sport die EV Biotech ligt. ,,We zijn met enkele producenten van synthetisch vlees in gesprek over de mogelijkheid dat wij die groeifactoren gaan ontwikkelen. Je moet het ongeveer zo zien: op een cel zitten allemaal knopjes. Als je er de juiste combinatie van moleculen aan zet, dan wordt het knopje ‘groei!’ ingedrukt. Dat is wat we zoeken en produceerbaar willen maken.’’ GENETISCHE MODIFICATIE Willen we toch vlees blijven eten, dan is het het één of het ander. Of we eten allemaal wat minder, of we gaan aan de vervangers. In beide gevallen moeten we onze eiwitten uit andere bronnen halen. En er is één grote vijver waar we ze kunnen vinden, die we nog weinig gebruiken: die van de genetische modificatie. Dat klinkt veel enger dan het in werkelijkheid is, vindt Linda Dijkshoorn. ,,In de voorlichting is nog een hele weg te gaan. Mensen, ook beleidsmakers, denken meteen aan een partij als Monsanto, die gewoon niet eerlijk is geweest. Maar genetische modificatie heeft vooral voordelen.’’ ,,Sterker nog: het kruisen van rassen in onze voedselvoorziening, wat we al eeuwen doen, is in wezen een vorm van genetische modificatie. Maar dan wel één waar veel meer nadelen aan kleven. Je neemt de mindere eigenschappen namelijk altijd mee bij kruiing. Wat wij kunnen, is alleen dat stukje genetische code aanpassen dat we nodig hebben. De rest blijft identiek. En zo kun je dus exact hetzelfde gewas houden, waarin wel meer eiwitten zitten. Of welke stof je ook maar nodig hebt.’’ Dát is de enige manier om alle monden van de wereld te kunnen blijven voeden, denkt ze. ,,Met de klassieke agricultuur redden we het niet. Het is een verandering van mindset ook. We moeten niet proberen steeds méér voedsel te produceren. We moeten béter voedsel produceren. En dat kan met behulp van genetische modificatie. Dat is ook de beste manier om onze planeet niet uit te putten.’’

NDC MEDIAGROEP DONDERDAG 9 APRIL 2020 27


Advertentie

Bestuursvoorzitter coöperatie DOC Kaas U.A. Arjan Schimmel:

‘Resultaten fusie DMK zichtbaar’ Vijf jaar geleden – op 21 mei 2015 – stemden de leden van coöperatie DOC Kaas met grote meerderheid in met het voorstel om te fuseren met de Duitse zuivelcoöperatie DMK. Na goedkeuring van de Europese mededingingsautoriteiten was de fusie op 1 april 2016 een feit. Een roerige periode volgde. Bestuursvoorzitter van DOC Kaas Arjan Schimmel vertelt hoe het er nu voor staat.

De leden stemden 5 jaar geleden in met de fusie. U heeft geen makkelijke start gehad. Dat klopt, het was vanaf dag één uitdagend. Na 30 jaar melken met productiebeperking was vanaf 2015 de quotering weggevallen wat leidde tot disbalans in vraag en aanbod – en toen volgden ook de fosfaatperikelen. We moesten een slechte zuivelmarkt pareren en tegelijkertijd de integratie met DMK in goede banen leiden. Ook toen al overigens waren we door de fusie met DMK beter in staat om de schommelingen in de zuivelmarkt op te vangen, maar dit kon niet voorkomen dat de eerste jaren na de fusie de melkprijs lager uitkwam. De coöperatie DOC Kaas U.A. is nu voor 10% mede-eigenaar van de DMK Group, DOC Kaas B.V. is een dochteronderneming van DMK en alle activiteiten van de fabrieken van DOC Kaas in Hoogeveen zijn geïntegreerd in DMK – dit levert de gewenste synergie-effecten op. DMK heeft haar activiteiten in Nederland uitgebreid door o.a. Uniekaas te kopen – het oudste kaasmerk van Nederland – en per 1 januari 2020 DVNutrition volledig over te nemen – een joint venture tussen DOC Kaas en het Britse Volac die wei verwerkt tot eiwit- en lactose-ingrediënten. Deze activiteiten worden geïntegreerd met de andere weiactiviteiten van DMK en is een van de speerpunten in de strategie 2030 van DMK.” De DMK Group is de afgelopen jaren fors geherstructureerd. Waarom? “De onderneming moest sneller kunnen reageren op veranderingen in de markt – de volatiele zuivelmarkt en de veeleisende consumentenmarkt. Bovendien waren de leden niet tevreden over de resultaten. Er zijn enkele oude fabrieken in Duitsland gesloten en 1.500 medewerkers hebben binnen de onderneming een andere functie gekregen. Daarnaast is er veel geïnvesteerd in productielocaties, merken en afzet. De productielocatie in Strückhausen (D) is voor 135

miljoen euro omgebouwd tot een ultramoderne productielocatie voor babyvoeding voor het merk Humana en in 2019 in gebruik genomen. Inmiddels is de productielocatie ook gecertificeerd door China. De vernieuwde mozzarellafabriek in Nordhackstedt (D) is sinds 2019 in gebruik, evenals de nieuwe sproeidroogtoren voor speciaalpoeders in Beesten (D). De productie van speciaalkaas in Rusland wordt uitgebreid met een nieuwe kaasmakerij in Bobrow en er is ook geïnvesteerd in de ijsactiviteiten. Er is dus veel geïnvesteerd en bereikt de afgelopen jaren.” Is de herstructurering afgerond? “Ja. De focus is verlegd van volume naar marge en de investeringen beginnen zich terug te betalen. De onderneming heeft zich ontwikkeld van producent van standaard zuivelproducten naar aanbieder van zuivelproducten met toegevoegde waarde. Het productaanbod is afgestemd op de behoeften van de consument in elke levensfase – van babyvoeding naar de dagelijkse beker kwark tot voedzame seniorenvoeding.“ Toch zijn er de afgelopen jaren melkveehouders weggegaan bij DOC Kaas en DMK. “Dat klopt, dat is vooral heel jammer omdat het aangaf dat leden ontevreden waren. Wat in Nederland meespeelde was dat een nieuwe zuivelonderneming dringend behoefte had aan melk en melkveehouders actief benaderde om over te stappen tegen op dát moment voor de veehouder gunstige voorwaarden.

Arjan Schimmel

Het ledenverloop is een van de redenen waarom DMK het roer heeft omgegooid en de grootscheepse herstructurering doorvoerde. Tegelijkertijd heeft DMK van het lagere melkvolume gebruik gemaakt om de bezetting te

optimaliseren en producten met minder toegevoegde waarde niet meer te produceren. Met succes. We zien nu ook dat melkveehouders die ons de afgelopen jaren hebben verlaten zich weer bij ons melden en informeren wat de voorwaarden zijn om terug te kunnen keren – en die zijn van harte welkom.” Wat zijn de consequenties van het coronavirus voor DOC Kaas / DMK? “Ik heb veel bewondering voor medewerkers, RMO-chauffeurs en leden die ondanks de moeilijke omstandigheden iedere dag hun best doen om onze klanten en daarmee de consument te kunnen voorzien van voedingsmiddelen. De markt staat onder druk, maar het is lastig om nu aan te geven wat de gevolgen op de korte en langere termijn zullen zijn van deze crisis. Een ding staat vast. Ook tijdens deze coronacrisis blijkt dat je samen sterker staat. Als zelfstandig DOC Kaas met alleen kaas in het assortiment waren we veel kwetsbaarder geweest.“ Hoe ziet u de toekomst? “DOC Kaas bestaat dit jaar 125 jaar – we hebben dus een lange historie. Vrijwel alles is veranderd in die periode – behalve de kleur van de melk, zeg ik wel eens gekscherend. De veranderingen gaan snel, maar de toekomstperspectieven voor zuivel zijn positief. Kanttekening daarbij is dat de volatiliteit eerder toe- dan afneemt. Onze relatieve melkprijs ontwikkelt zich goed. Uitgangspunt van de fusie was het borgen van de ledenbelangen door het realiseren van een concurrerende melkprijs, continuïteit voor de leden en de coöperatie, en afnamegarantie. Wij hebben met de DMK Group een uitstekende uitgangspositie om deze doelen te realiseren.” www.dockaas.nl www.dmk.de/nl


Advertentie

Betere eiwitbenutting uit weidegras met RECYCLE Vorig jaar heeft veevoederproducent De Heus Voeders een nieuw en innovatief product toegevoegd aan haar assortiment: RECYCLE. Deze toevoeging aan het voer zorgt voor een betere benutting van het eiwit uit het verse gras. Zo werkt de mengvoederleverancier samen met boeren aan een kleinere en efficiëntere kringloop. RECYCLE staat voor Ruw Eiwit benutting in de keten en is bedoeld voor weidende of zomerstal gevoerde koeien.

Plantextracten Het product RECYCLE bevat een unieke en uitgebalanceerde combinatie van plantextracten voor een beter gebruik van eiwit in de vers gras vretende koe. Geertjan Fekken en Jeep Aalders zijn verkoopleiders bij De Heus voor NoordNederland: „Wij hebben RECYCLE ontwikkeld op basis van drie jaar intensief onderzoek naar de werking van dit product, waaruit bleek dat de juiste combinatie, hoeveelheid en origine van de verschillende extracten cruciaal is. RECYCLE zorgt dat er in de pens minder afbraak plaats vindt van eiwit en dat het efficiënter wordt omgezet.” 65% Eiwit van eigen land „Uit de praktijk weten we dat de stikstofefficiëntie van weidende koeien lager ligt dan de stikstof efficiëntie van mais gebaseerde rantsoenen. De focus op kringlooplandbouw zorgt ervoor dat veel boeren zich meer dan ooit richten op de verwaarding van het verse gras. De uitdaging is dan om de verliezen via methaan, ureum en ammoniak te beperken. RECYCLE zorgt ervoor dat grazende koeien het eiwit van eigen land beter gebruiken.” Beter werkende pens In 2013 heeft De Heus in Zuid-Afrika voor het eerst ervaring opgedaan met RECYCLE. Daarna volgden verschillende wetenschappelijke onderzoeken. Deze onderzoeken laten een verlaging van de afvalproducten van eiwitten zien, dus wordt een groter deel van het eiwit uit het voer benut in de koe. Dit komt ten gunste van de melk(eiwit)productie. Ook verbetert de energievoorziening van de verse koe, dankzijde efficiënter draaiende pens.

Grootschalig praktijkonderzoek Na doorontwikkeling in Nederland is in 2018 een grootschalig praktijkonderzoek opgezet op maar liefst 11 bedrijven met in totaal 1350 koeien. De wetenschappelijke en de praktijkonderzoeken tonen een eenduidig beeld: meer melk per koe per dag, hoger melkeiwit gehalte, lager melk ureum en een hogere eiwitbenutting.

Positieve ervaring maatschap S&E de Boer Maatschap S & E de Boer in Middelie was één van de deelnemers aan het praktijkonderzoek en is enthousiast over het gebruik. Bekijk de ervaring van melkveehouder Simon de Boer en rundveespecialist Bart Kistemaker van De Heus Voeders: www.de-heus.nl/recycle

Extra opbrengsten: 24 cent per koe per dag Het praktijkonderzoek van De Heus in Nederland laat een meeropbrengst zien van 24 cent per koe per dag als gevolg van een stijging van de melkinkomsten. „Geertjan en Jeep: „Daarnaast besparen melkveehouders op de kosten van mestafzet, door een lager melkureum. Dit laat de overige milieuwinst nog buiten beschouwing. Daarbij verbeteren door de efficiëntere penswerking ook de gezondheid en energiebalans van de koe. RECYCLE verbetert zo duurzaam hun rendement.” Meer informatie? Kijk op www.de-heus.nl/recycle

Geertjan Fekken, verkoopleider Noord-West

Jeep Aalders, verkoopleider Noord-Oost


DE VAN DE TOEKOMST

Wat eten we in de toekomst, in een wereld waarin natuur en klimaat aan de ene kant en onze eigen gezondheid aan de andere, steeds meer aandacht krijgen? We vroegen het de experts van hogeschool Van Hall Larenstein in Leeuwarden. Tekst Jean-Paul Taffijn Illustratie Job van der Molen

1. RAUWE MELK VOOR HET IMMUUNSYSTEEM Recent wetenschappelijk onderzoek laat zien dat het drinken van rauwe melk een positief effect heeft op het immuunsysteem en daarmee de gezondheid van de mens. Mensen die op een melkveebedrijf opgroeien hebben een veel lagere kans op het ontwikkelen van allergieën en astma. Maar door de aanwezigheid van bepaalde bacteriën in rauwe melk is er een heel kleine kans dat je er ziek van wordt en daarom is brede verkoop niet toegestaan. Bij Van Hall Larenstein wordt op dit moment onderzoek gedaan naar een innovatief proces waarbij de positieve eigenschappen van rauwe melk zoveel mogelijk worden behouden maar alle ziekteverwekkende bacteriën worden gedood. Hiermee worden de positieve effecten voor iedereen beschikbaar. 2. PLANTAARDIG EIWIT IN CRACKERS DOOR ALGEN EN ZEEWIER Hoe krijgen we voldoende eiwit binnen als we minder vlees willen eten? Docenten en studenten hebben onderzoek gedaan op twee festivals naar wat bezoekers vonden van een nieuwe cracker waarin algen of zeewier zijn verwerkt. Deze crackers bevatten 25 procent meer eiwit en 40 procent minder zout dan de reguliere cracker van de deelnemende bakker. Conclusie van dit onderzoek was dat de kleur van het met eiwit verrijkte product de consument tegenstaat. Van Hall Larenstein is nu bezig om levensmiddelen te verrijken met eiwitten zonder dat de kleur van het product verandert. 3. VEGAN GROENTE- EN FRUITSNACKS Tussendoortjes en snacks zullen in de toekomst steeds minder dierlijke producten bevatten. Er zijn al bitterballen waarin het vlees vervangen is door rode biet of oesterzwam, de bieterbal en de oesterzwambal. Ook grote fastfoodketens zoals McDonald’s, Burger King en KFC bieden steeds meer

30 NDC MEDIAGROEP DONDERDAG 9 APRIL 2020

vegan snacks aan. Studenten hebben in opdracht van een groot fruitverwerkend bedrijf een fruitkroket en fruitburger ontwikkeld waarbij snijresten van ananas en meloen als basis gebruikt werden. Het bedrijf gaat onderzoeken of deze snacks in productie genomen kunnen worden. 4. GEZONDE VOEDING OP MAAT Personalized food of gezonde voeding op maat zal in de tijden van individualisering een steeds hogere vlucht nemen. Voor de fitte ouderen, gamende jongeren en drukke zzp’ers zal voeding beschikbaar zijn, aangepast aan hun behoefte en levensstijl. Dit alles leidt in de toekomst tot een gezondere generatie Nederlanders. Het ontwikkelen van voeding op maat is niet alleen een kwestie van productontwikkeling, maar ook van het toepassen van nieuwe informatietechnologieën, communicatie en logistiek. 5. VEZELS Waar wij in de hele westerse wereld in onze maaltijden veel te weinig van eten zijn vezels. Vezels hebben een imago van vies, bruinig met de smaak van karton. Maar vezels hebben een positief effect op de darmen en darmflora, al helemaal in samenspraak met de opkomst van nieuwe plantaardige eiwitten. Dit huwelijk leidt tot een betere vertering van deze eiwitten en daarmee ook tot positieve effecten op onze gezondheid. Het ontwikkelen van producten met vezels en eiwitten staat nu nog in de kinderschoenen, maar is in de toekomst niet meer weg te denken. 6. 3D GEPRINT VOEDSEL Vandaag de dag zijn de eerste 3D-geprinte voedingsproducten al commercieel beschikbaar, van pasta tot ingewikkelde chocoladecreaties. De combinatie van beleving (textuur), genot en gezondheid biedt ongekende mogelijkheden voor deze producten.

Denk hierbij aan mensen met slikproblemen die nu een onooglijk papje drinken of ruimtevaarders richting Mars die astronautenvoeding eten. Wat zou het leven voor zieke mensen en astronauten er mooier uitzien, als dit geprinte maaltijden zijn met de juiste gezonde samenstelling en ook nog aantrekkelijk voor het oog. 7. REGIONALE PRODUCTEN We kopen en eten steeds meer regionale producten. Niet alleen omdat ze lekker en

‘Het gaat erom de voedselketen zo kort mogelijk te houden’ duurzaam zijn, maar ook om lokale ondernemers te steunen. Die zijn elke dag bewust bezig met het telen, verwerken, produceren en bereiden van voedsel. Hierbij staan kwaliteit en duurzaamheid, met oog voor natuur en milieu, voorop. Het gaat erom de voedselketen zo kort mogelijk te houden, zodat we weten waar ons eten vandaan komt. De lokale bakker, slager, groenteboer en ook de boer om de hoek hebben allemaal een verhaal achter hun product dat aanspreekt. Via een app, QR code of een andere tool kunnen we zelf ervaren hoe regionale ondernemers ons het beste voedsel kunnen bieden. Van Hall Larenstein ontwikkelt nu samen met agrarische ondernemers tussen- en eindproducten op de boerderij.

De experts De voor dit artikel geraadpleegde experts van hogeschool Van Hall Larenstein in Leeuwarden zijn: - dr. Peter de Jong, lector Zuivelprocestechnologie - dr. Eric de Bruin, lector Biobased Proteins - dr. Lizette Oudhuis, lector Food Physics - ingenieur Saskia van Gend, programmamanager Food.

N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 A P R I L 2 0 2 0 31


DE VAN DE TOEKOMST

Wat eten we in de toekomst, in een wereld waarin natuur en klimaat aan de ene kant en onze eigen gezondheid aan de andere, steeds meer aandacht krijgen? We vroegen het de experts van hogeschool Van Hall Larenstein in Leeuwarden. Tekst Jean-Paul Taffijn Illustratie Job van der Molen

1. RAUWE MELK VOOR HET IMMUUNSYSTEEM Recent wetenschappelijk onderzoek laat zien dat het drinken van rauwe melk een positief effect heeft op het immuunsysteem en daarmee de gezondheid van de mens. Mensen die op een melkveebedrijf opgroeien hebben een veel lagere kans op het ontwikkelen van allergieën en astma. Maar door de aanwezigheid van bepaalde bacteriën in rauwe melk is er een heel kleine kans dat je er ziek van wordt en daarom is brede verkoop niet toegestaan. Bij Van Hall Larenstein wordt op dit moment onderzoek gedaan naar een innovatief proces waarbij de positieve eigenschappen van rauwe melk zoveel mogelijk worden behouden maar alle ziekteverwekkende bacteriën worden gedood. Hiermee worden de positieve effecten voor iedereen beschikbaar. 2. PLANTAARDIG EIWIT IN CRACKERS DOOR ALGEN EN ZEEWIER Hoe krijgen we voldoende eiwit binnen als we minder vlees willen eten? Docenten en studenten hebben onderzoek gedaan op twee festivals naar wat bezoekers vonden van een nieuwe cracker waarin algen of zeewier zijn verwerkt. Deze crackers bevatten 25 procent meer eiwit en 40 procent minder zout dan de reguliere cracker van de deelnemende bakker. Conclusie van dit onderzoek was dat de kleur van het met eiwit verrijkte product de consument tegenstaat. Van Hall Larenstein is nu bezig om levensmiddelen te verrijken met eiwitten zonder dat de kleur van het product verandert. 3. VEGAN GROENTE- EN FRUITSNACKS Tussendoortjes en snacks zullen in de toekomst steeds minder dierlijke producten bevatten. Er zijn al bitterballen waarin het vlees vervangen is door rode biet of oesterzwam, de bieterbal en de oesterzwambal. Ook grote fastfoodketens zoals McDonald’s, Burger King en KFC bieden steeds meer

30 NDC MEDIAGROEP DONDERDAG 9 APRIL 2020

vegan snacks aan. Studenten hebben in opdracht van een groot fruitverwerkend bedrijf een fruitkroket en fruitburger ontwikkeld waarbij snijresten van ananas en meloen als basis gebruikt werden. Het bedrijf gaat onderzoeken of deze snacks in productie genomen kunnen worden. 4. GEZONDE VOEDING OP MAAT Personalized food of gezonde voeding op maat zal in de tijden van individualisering een steeds hogere vlucht nemen. Voor de fitte ouderen, gamende jongeren en drukke zzp’ers zal voeding beschikbaar zijn, aangepast aan hun behoefte en levensstijl. Dit alles leidt in de toekomst tot een gezondere generatie Nederlanders. Het ontwikkelen van voeding op maat is niet alleen een kwestie van productontwikkeling, maar ook van het toepassen van nieuwe informatietechnologieën, communicatie en logistiek. 5. VEZELS Waar wij in de hele westerse wereld in onze maaltijden veel te weinig van eten zijn vezels. Vezels hebben een imago van vies, bruinig met de smaak van karton. Maar vezels hebben een positief effect op de darmen en darmflora, al helemaal in samenspraak met de opkomst van nieuwe plantaardige eiwitten. Dit huwelijk leidt tot een betere vertering van deze eiwitten en daarmee ook tot positieve effecten op onze gezondheid. Het ontwikkelen van producten met vezels en eiwitten staat nu nog in de kinderschoenen, maar is in de toekomst niet meer weg te denken. 6. 3D GEPRINT VOEDSEL Vandaag de dag zijn de eerste 3D-geprinte voedingsproducten al commercieel beschikbaar, van pasta tot ingewikkelde chocoladecreaties. De combinatie van beleving (textuur), genot en gezondheid biedt ongekende mogelijkheden voor deze producten.

Denk hierbij aan mensen met slikproblemen die nu een onooglijk papje drinken of ruimtevaarders richting Mars die astronautenvoeding eten. Wat zou het leven voor zieke mensen en astronauten er mooier uitzien, als dit geprinte maaltijden zijn met de juiste gezonde samenstelling en ook nog aantrekkelijk voor het oog. 7. REGIONALE PRODUCTEN We kopen en eten steeds meer regionale producten. Niet alleen omdat ze lekker en

‘Het gaat erom de voedselketen zo kort mogelijk te houden’ duurzaam zijn, maar ook om lokale ondernemers te steunen. Die zijn elke dag bewust bezig met het telen, verwerken, produceren en bereiden van voedsel. Hierbij staan kwaliteit en duurzaamheid, met oog voor natuur en milieu, voorop. Het gaat erom de voedselketen zo kort mogelijk te houden, zodat we weten waar ons eten vandaan komt. De lokale bakker, slager, groenteboer en ook de boer om de hoek hebben allemaal een verhaal achter hun product dat aanspreekt. Via een app, QR code of een andere tool kunnen we zelf ervaren hoe regionale ondernemers ons het beste voedsel kunnen bieden. Van Hall Larenstein ontwikkelt nu samen met agrarische ondernemers tussen- en eindproducten op de boerderij.

De experts De voor dit artikel geraadpleegde experts van hogeschool Van Hall Larenstein in Leeuwarden zijn: - dr. Peter de Jong, lector Zuivelprocestechnologie - dr. Eric de Bruin, lector Biobased Proteins - dr. Lizette Oudhuis, lector Food Physics - ingenieur Saskia van Gend, programmamanager Food.

N D C M E D I A G R O E P D O N D E R D A G 9 A P R I L 2 0 2 0 31


Advertentie

’Samen Zorgen’ is het fundament van Mathot Een familiebedrijf met mensen die hart hebben voor de zorg. Als speciaalzaak in medische hulpmiddelen is het vinden van de best passende oplossing voor de individuele zorgbehoefte leidend. ,,Dat zit in de genen, zowel bij Mathot als bij de voormalige van oorsprong Friese medische Speciaalzaak Dantuma”, dat al in 2016 onderdeel werd van Mathot, vertelt algemeen directeur Oscar de Goederen.

‘Mathot, een Haarlems familiebedrijf. Dantuma, een Fries bedrijf, geworteld in Leeuwarden. Leveranciers van medische hulpmiddelen met een zorgzaam hart als basis. Al in 2016 werd Dantuma Medische Speciaalzaak overgenomen door Mathot en per 1 maart jl., als laatste stapje, is ook de naam gewijzigd. Dantuma is Mathot geworden.’ Door deze stap biedt Mathot klanten in regio Friesland meer duidelijkheid en het voordeel van een optimale serviceverlening. ,,Het is het laatste stukje van een heel mooi proces, dat eigenlijk al begon bij onze kennismaking. We deelden de passie voor de zorg van onze klanten, ieder vanuit eigen achtergrond en cultuur, we spreken dezelfde taal. Ik ben er trots op dat oprichter Geert Dantuma met tevredenheid terugkijkt hoe we de afgelopen vier jaar deze twee prachtige bedrijven in elkaar hebben laten opgaan en dat dat mooie Friese bedrijf nu dan ook de naam Mathot mag dragen. Het voornaamste is dat die typische Friese cultuur nog steeds de basis vormt van wat al onze Friese collega’s doen en dat zal ook zo blijven. Met de snelheid waarmee onze klanten gewend zijn dat we de gewenste middelen leveren, want daarin onderscheiden onze Friese vestigingen zich met name: de verpleegkundige

Motorfiets van J.T. Mathot circa 1930 zorg en logistiek is nog steeds op Friese leest geschoeid. Dat moet ook, want Friesland kent veel meer buitengebieden dan wij bijvoorbeeld rond Haarlem kennen en dus is de aandacht voor dat regionale aspect in de Friese regio erg belangrijk. De borging daarvan vind ik heel belangrijk.” Het moet altijd kloppen Oscar de Goederen is de derde generatie van een familiebedrijf dat oorspronkelijk uit 1897 stamt; zijn familie nam het over in de jaren zestig en heeft zich al decennia geleden toegelegd op medische hulpmiddelen en het leveren van aanverwante specifieke zorg voor haar klanten. De speciaalzaken kennen een inmiddels stevig gegroeide landelijke klantenkring en vestigingen door het hele land. Ook op de Ceresweg, waar het pand van Dantuma gevestigd was zit het bedrijf nog, alleen zie je daar nu de naam Mathot. De laatste 15 jaar is Mathot zich gaan specialiseren naar de productgroepen stomazorg, continentiezorg, wondzorg, compressietherapie, orthopedie en diabeteszorg. ,,De markt is continue in beweging en vraagt om meer specialisatie en aanpassingsvermogen. Kwaliteit wordt daarin steeds belangrijker. In deze bewegende markt is het voor ons het belangrijkste om de continuïteit van de zorg aan onze klanten consistent te waarborgen en te doen wat we beloven. De vijf hoofdgebieden waarop wij zorg en medische hulpmiddelen leveren met de dienstverlening die daarbij hoort is complex, speciaal en bijzonder., Elke klant heeft een individuele zorgbehoefte en een eigen verhaal, door de expertise van onze medewerkers weten wij die goed te inventariseren waardoor het mogelijk is de best passende oplossing aan te kunnen bieden. Een oplossing die werkt voor de klant. Of dat nu de gebruiker van de hulpmiddelen is of de zorgprofessional die hen naar ons verwijst.

Oscar de Goederen

Maakt de coronacrisis uw werk en dat van al uw zorgverleners anders? ,,We mogen wel stellen dat het een hele grote uitdaging is; niet voor niets

behoren we tot de kritische sectoren. Aan de ene kant doen we wat we altijd doen, op tijd, met alle zorg en aandacht. Aan de andere kant is het natuurlijk anders, niemand ontkomt aan de gevolgen. We hebben dan ook alle voorzorgsmaatregelen vertaald naar de dagelijkse praktijk en hopen daarmee verspreiding van het virus tegen te gaan en onze medewerkers en klanten gezond te houden. Dagelijks hebben we overleg over de situatie en doen aanpassingen wanneer dat nodig is. We houden onze klanten en medewerkers daarvan op de hoogte. Samen Zorgen ,,Onze mensen werken zo veel als mogelijk van huis uit. Onze afdelingen klantenservice en logistiek zijn zeker nu natuurlijk het hart van de aandacht, want die moeten samen met de verpleegkundige zorg blijven functioneren zodat wij onze continuïteit van diensteverlening kunnen blijven waarborgen. Daarom draait bijvoorbeeld logistiek nu in twee shifts, om er voor te zorgen dat we van vroeg tot laat goed bereikbaar zijn en continue kunnen leveren. Ik ben er ontzettend trots op dat al onze collega’s zo hard aan de slag zijn om er ieder moment van de dag maar weer voor te zorgen dat onze klanten zo goed bediend en geholpen worden op de manier die ze van ons gewend zijn. Iedereen in de organisatie denk mee en is heel flexibel, dat is geweldig.” Wat doet het met uw klanten? ,,Je merkt dat er onrust is, er heerst bij een deel van onze klanten onzekerheid. Of hun hulpmiddelen op tijd kunnen komen, of de zorg wel door kan gaan zoals ze dat gewend zijn. We begrijpen die zorg, want voor onze klanten zijn hun hulpmiddelen en de zorg net zo primair als voor u en mij ons eten. Gelukkig kunnen we ze ook geruststellen, omdat er meer dan voldoende voorraad is en omdat we onze processen nu zo hebben aangepast dat wij goede zorg kunnen blijven leveren in deze tijd van crisis, op een manier die onze klanten van ons gewend zijn.” www.mathot.nl


COLUMN Kansen genoeg na corona, maar zijn er straks nog ondernemers?

D

e deadline voor deze column ligt twee weken voor publicatie. Dat komt doordat hij in een bijlage, pardon, magazine staat, en niet in het nieuwskatern. Het magazine wordt eerder gemaakt. Normaal gesproken is dat geen probleem, maar in tijden van corona is twee weken een eeuwigheid. Ik schrijf dit op 25 maart; het openbare leven ligt eigenlijk nog maar een paar dagen stil, en er zijn tot nu toe in Nederland 279 mensen overleden. Wat er gebeurt tussen het moment van schrijven en het moment waarop u dit leest, weet ik uiteraard niet. Als ik ooit tussen hoop en vrees was, is het nu wel. Maar voor de langere termijn, de eerste jaren Na Corona, ben ik optimistisch. Zowel om wat er fout ging als om wat er goed ging. Tot nu toe dan, hè, tot 25 maart. Wat fout ging is allereerst het virus zelf. Het lijkt erop dat het, net zoals eerder de vogelgriep en de q-koorts, is overgesprongen van dier op mens. De discussie over onze omgang met de aarde in het algemeen en met dieren in het bijzonder, zal hierdoor ongetwijfeld nog feller worden. Vervolgens bleken sommige van de lange, wereldwijde productieketens kwetsbaar in tijden van crisis. Want in tijden van crisis gaan grenzen dicht en worden barricades opgeworpen. Er is een goede toekomst, lijkt me, voor duurzame regionale productienetwerken. Als eerste in de voedselvoorziening, later ook op andere gebieden.

OPTIMISTISCH Maar dan graag wel net zo flexibel en efficiënt als we gewend zijn. Nog veel meer kansen liggen er in alles wat goed ging. De bestrijding van het virus verspreidde zich nog sneller dan het virus zelf. Dankzij internet konden wetenschappers hun inspanningen coördineren en binnen twee maanden werden vorderingen gemeld op weg naar zowel een medicijn als een vaccin. Een ingenieur in India ontwierp een plastic splitter waarmee de capaciteit van een beademingsapparaat kan worden verdubbeld. Hij publiceerde het als 3D-ontwerp, en overal ter wereld begonnen 3D-printers deze splitters te maken. Laboratoria uit allerlei landen deelden hun testdata, zodat een vrijwel real time beeld ontstond van de genetische mutaties van het virus, en daardoor van de verspreidingsroutes die het volgde. Docenten werkten hun lessen in enkele weken tijd om naar online cursussen, inclusief oefeningen en toetsen. We hebben in deze crisis pas écht gezien wat we kunnen met technologieën als 3D-printen, e-learning en samenwerken-opafstand. En ook wat de kracht kan zijn van concepten als open source en open data. We hebben gezien dat er dingen anders moeten, en dat we de technologie hebben om dat te realiseren - daarom ben ik optimistisch.

‘Nog veel meer kansen liggen in alles wat goed ging’

Maar hebben we straks ook nog de ondernemers om dat te doen? Want het economisch steunpakket is wel erg eenzijdig gericht op werknemers en op grote bedrijven. De kleine en middelgrote ondernemer, met of zonder personeel, is aangewezen op de bijstand, de BBZ. Dat is beter dan niets, maar voor velen zal het niet genoeg zijn om in business te blijven. Er is nog tijd om hier iets aan te doen, maar niet veel. Zoals ik al zei: twee weken is een eeuwigheid.

Ronald Mulder is ondernemer en econoom. Man van weinig woorden. @ronaldmulder

LEEUWARDER COURANT DONDERDAG 9 APRIL 2020 33


34

donderdag 9 april 2020

Advertentie

Hou je van duurzaam, bouw je in hout Hout is een prachtig, eeuwenoud bouwmateriaal dat zich in rap tempo blijft ontwikkelen. Duurzame productie, uitgekiende verwerking en milieuvriendelijke bescherming maken het nog meer toekomstbestendig. Vader en zoon Fokke en Rick van Houten van Timboco Kozijntechniek & Prefab in Drachten houden van hout en weinig onderhoud. Timboco is fabrikant van duurzame kozijnen, ramen en deuren en complete houtskeletelementen, gemaakt van 100 % duurzaam hout met een zeer lange levensduur en weinig onderhoud. Fokke van Houten: ,,Voor iedere boom die wij gebruiken, worden er twee geplant, zodat je zorgt dat productie altijd doorgaat, dat het leven op aarde mogelijk blijft voor ieder mens in zijn omgeving. Dat betekent uiteraard dat je tropisch bos al helemaal niet moet kappen om er vervolgens soja te gaan verbouwen of rubberplantages van te maken, zoals helaas gebeurt. Gelukkig zijn er heel veel voorbeelden van duurzame, gezonde houtproductie zodat hout een onuitputtelijke grondstofbron vormt. Bovendien zijn bomen de beste opslag voor CO2 en is hout herbruikbaar. Voor de duidelijkheid: Timboco werkt louter en alleen met 100% gecertificeerd hout van PEFC en FSC” Rick: ,,En door de sterk verbeterde productiemethoden en door de verbetering van verfsoorten, zijn onze houten kozijnen onderhoudsarm: je hoeft ze pas na 12 jaar te schilderen.” Fokke: ,,We leren steeds beter wat we met welk hout kunnen maken en hoe we dat het beste kunnen

verwerken zodat het zolang mogelijk meegaat.” Hij laat een prachtig degelijk stuk kozijnhout zien. Dit is Red Grandis. Dit is gegroeid in plantagebossen in Uruguay. Per jaar worden daar 3,5 miljoen boompjes gekweekt en gepland. Na 23 jaar worden er lange kaarsrechte bomen geoogst voor duurzaam kozijnhout en worden er ook weer nieuwe boompjes gepland. Zo herhaald de cyclus zich weer.

‘Onze houten kozijnen; je hoeft ze pas na 12 jaar te schilderen’ Omdat het goed en gelijkmatig geproduceerd hout is, kun je het perfect verlijmen en verwerken. Waar je vroeger noesten en kromme planken had, hebben we nu veel sterkere, gelijkmatige planken en balken die we met CNC- apparatuur efficient bewerken tot hoogwaardige kozijnen en prefabproducten zoals topgevels.” Rick vult aan: ,,De hele keten heeft zich de afgelopen jaren enorm ontwikkeld. Momenteel komt het overgrote deel van de omzet uit samenwerking met co-makers en vaste klanten. Het voordeel is dat we juiste proces en productafspraken maken en niet voor elke klus

Rick en Fokke van Houten het wiel opnieuw uitvinden. Timboco richt zich helemaal op het prefabriceren van bouwonderdelen en dat is ook nodig als we in rap tempo willen blijven bouwen voor een concurrerende prijs. Daarom is Timboco nu bezig met het vergroten van de productiecapaciteit voor meer prefabproducten voor de bouw. We produceren machinaal kant-en-klare producten in geconditioneerde omstandigheden, die just-intime geleverd en daarna direct gemonteerd worden. Idealer en duurzamer kan het niet. Hout is een eindeloos mooi materiaal om heel lang van te genieten.” www.timboco.nl

Van Hall Larenstein master leidt op voor praktische innovatie in de zuivelketen Advertentie

Onze wereld is constant onderhevig aan veranderingen en (technologische) innovaties. Ook binnen de zuivelsector is dit een doorlopend proces. Van Hall Larenstein in Leeuwarden biedt opleiding en onderzoek voor perspectief in de zuivelketen. De master ‘Innovative Dairy Chain Management’ (IDCM) biedt studenten de skills. Jacob Duinstra en Koos Oosterhaven lichten het toe.

Voltijd, deeltijd, voor agri- food bachelors uit het hele land die willen doorstromen, voor studenten uit andere landen en werelddelen, voor werkenden in de zuivel en aanverwante sectoren die hogerop willen: voor hen is de éénjarige Van Hall Larenstein master IDCM. De opleiding typeert Van Hall Larenstein, dat praktisch en vernieuwend onderwijs en onderzoek verzorgt in samenwerking met zuivel gerelateerde bedrijven en organisaties zoals Dairy Campus, om werk en innovatie in de regio te behouden en te laten groeien. Gesteund in die missie door de sector en een financële bijdrage van de provincie Fryslân

Koos Oosterhaven en Jacob Duinstra

heeft Van Hall Larenstein in 2018 het Food Application Centre for Technology (FACT) opgericht, een moderne onderzoeks-, opleidingsen demonstratiefaciliteit. „Het FACT is geworteld in de zuivelsector in de regio, in Friesland en het noorden. Van boeren, kleine en grote melk- en kaasfabrieken, procesen maakindustrie tot en met de toeleveranciers aan de sector. Voor onze studenten een perfecte leeromgeving met veel kennis, ervaring, praktijkmogelijkheden en perspectief met een groeiend aantal banen op allerlei niveaus”, vertelt manager Koos Oosterhaven. „De Master kent een internationale oriëntatie, is gebaseerd op de westerse insteek en daarmee voor veel studenten en medewerkers in de keten met een hbo- diploma aantrekkelijk. Verrijkend voor bijvoorbeeld de Oegandese afgestudeerde Deo Wonekha, die hier de waarde en impact van onze zuivel in de wereld leerde begrijpen. Boerendochter Dorlin de Wit verbaasde zich over de verschillende perspectieven die ze tijdens deze master leerde om die keten te benaderen. Samen studeerden ze in Leeuwarden, dat steeds meer een aantrekkelijke, internationaal georiënteerde studentenstad is geworden”, voegt Jacob Duinstra toe, docent Strategie & Verandermanagement en coördinator van de master Innovative Dairy Chain Management.

„We gaan in de master uit van leiderschap, kwaliteit, governance en strategie in verandering. Persoonlijk leiderschap is één van de ‘facilitator of change’ vaardigheden waar we veel aandacht aan besteden. Een zuivelsector in transitie met bijbehorende uitdagingen heeft mensen nodig die hierop een visie hebben en hun collega’s kunnen leiden naar de toekomst. Kwaliteit en efficiency blijven constante waarden in de keten, waarbij er een toenemende vraag is naar steeds meer lokale waarde toevoeging in plaats van standaardproducten.” „We hebben met het FACT de praktische faciliteiten, zoals bijvoorbeeld onze DigiCooker, om studenten in het klein te laten experimenteren en vertrouwd te raken met innovatieve veilige voedselproductie. Op wetenschappelijke basis leren wat kan en niet kan. Proces, product en organisatie vernieuwen door te luisteren naar vraag, aanbod, maatschappelijke trends en met oog voor lokale kansen en mogelijkheden. Met de master IDCM dragen we bij aan het perspectief voor innovatie in de zuivel, die vanuit de Friese bakermat een voorsprong heeft blijft zorgen voor wereldwijde impact.” www.hvhl.nl


Advertentie

Van Smaak; een maaltijd met aandacht Thuis wonen is fijn. Het is goed dat er mogelijkheden zijn, voor ouderen, om zo lang mogelijk in hun vertrouwde omgeving te blijven. De kwaliteit van leven mag daarin niet ondergeschikt zijn.

Marrit de Vries Marketing Manager

Langer thuis wonen betekent ook dat een grotere groep mensen in onze samenleving kwetsbaarder wordt. Zelfstandig boodschappen doen, elke dag een volwaardige maaltijd verzorgen, kan een hele opgave worden. Een keer een ‘makkelijke hap’ is geen probleem, maar als er structureel niet wordt gezorgd voor voldoende, volwaardige en afwisselende voedingstoffen, ondermijnt dat de gezondheid. Dat is een zorg, niet alleen voor de oudere, maar ook voor de mantelzorger. Gelukkig is daar een oplossing voor. Zorg voor kwaliteit, 7 dagen per week maatwerk Van Smaak verzorgt, naast koelverse maaltijden, ook warme maaltijden. Niet alleen ’s middags, soms ook ’s avonds kan een volwaardige warme maaltijd worden bezorgd. Dat niet alleen door de week, maar ook in het weekend, 7 dagen per week. „Hierbij is maatwerk belangrijk. Mensen hebben niet alleen verschillende smaken waar we

met ons uitgebreide aanbod aan tegemoet willen komen, maar ook dieetwensen. Bijvoorbeeld licht verteerbaar, glutenvrij of lactosevrij. Bovendien hebben sommige klanten slikproblemen. Daarom leveren we de maaltijden ook gemalen of vloeibaar”, zegt Marrit de Vries, Marketing Manager. „Soms heeft iemand een combinatie van diëten. Wij kunnen deze klanten een uitgebreide maaltijdkeuze blijven aanbieden met een gevarieerd menu en keuze in portie grootte. Iedereen binnen ons bedrijf is gepassioneerd met onze dienstverlening bezig. Wij rusten dus niet voordat de klant tevreden is.” Zorg en aandacht Bij Van Smaak hebben we aandacht voor de klant. „We zijn laagdrempelig. Men kan bij ons een maaltijd proberen of tijdelijk gebruik maken van onze maaltijden, bijvoorbeeld wanneer men tijdelijk niet in staat is om eten te koken. We vergeten niet dat we dienstverlener zijn. Dat

betekent dat het niet om ons draait, maar om de consument. We werken met mensen met allerlei verschillende behoeftes en daar willen we aan tegemoet komen.” De wil om zorg te dragen is in het hele team terug te vinden. Opvallend is dat de maaltijdbezorgers een oogje in het zeil houden. „Onze maaltijdbezorgers vinden het fijn om even een praatje te maken met de klant. Dat is ook even een moment van ‘vinger aan de pols’. Als de maaltijdbezorger vermoedt dat er iets speelt kan een contactpersoon ingeschakeld worden. Ook die zorg is voor mantelzorgers een hele geruststelling. We brengen niet alleen eten, we doen graag iets meer.” www.vansmaak.nl


M

et boeren, ondernemers, het onderwijs en een flinke zak geld van het Rijk (9 miljoen euro in 2019 en nog 11 miljoen op de plank uit de Regio Deal Noordoost-Fryslân) wordt in het noordoosten van Friesland gewerkt aan de toekomst van de regio. Voor de agrarische sector is circa 5 miljoen beschikbaar uit Rijksmiddelen. De agrarische sector moet meer natuurinclusief en circulair worden, maar zoiets gaat natuurlijk niet van de ene op de andere dag. Bovendien, waar hebben we het eigenlijk over als we praten over zaken als ‘natuurinclusief’ en ‘kringlooplandbouw’? Durk Durksz, kartrekker bij Het Fjildlab, vraagt het zich af.

Je zet een stip op de horizon: zo ziet een duurzame landbouwsector er in de toekomst uit. Maar dat is makkelijk gezegd, want hoe zorg je ervoor dat de boeren dan ook geld kunnen verdienen? In het Fjildlab Noordoost-Fryslân zoekt men naar praktische oplossingen. Tekst Coen Berkhout Foto Pepijn van den Broeke

Het Fjildlab is een regionaal veldlaboratorium waar men werkt aan praktische oplossingen voor problemen die leven onder de boeren en andere ondernemers in de agrarische sector. Durksz: ,,Neem kringlooplandbouw. Praten we dan over de kringloop op het boerenerf, in de straat of in de hele regio? Belangrijker is de doelstelling van de boeren en ondernemers zelf. De definitie die wij hanteren is dat ondernemers in de regio in de toekomst meer samenwerken met de natuur, om zo de verliezen voor de natuur zo klein mogelijk te maken.” Met dat toekomstbeeld in zicht kun je bedenken wat nodig is om daar te komen. Als je een piketpaal in 2050 neerzet, komt niet iedereen daar op hetzelfde moment en met dezelfde ervaringen aan. Welke vragen komen onderweg bovendrijven, welke oplossingen zijn daarvoor te bedenken en welke bedrijven kunnen een bijdrage leveren aan het ontwikkelen van die oplossingen? ,,Het leuke is dat deze gedachtes samen met boeren en ondernemers in de agrarische sector ontwikkeld zijn. Zo kwamen we tot de acht thema’s waarin we aan innovatieprojecten werken.” FINANCIERING Binnen die thema’s gaan boeren, ondernemers, onderwijsinstellingen en onderzoekers in een kenniskring op zoek naar oplossingen. In mei vorig jaar kwamen die voor het eerst bijeen. Inmiddels zijn er meer dan honderd ideeën uit voortgekomen die door partijen in het netwerk omgezet moeten worden in praktische projecten. Het doel is volgens Durksz om binnen het veldlaboratorium in de komende vijf jaar meer dan honderd projecten af te ronden. In de eerste ronde, in mei (de toekenning is dan in de zomer), hoopt Durksz dat zo’n vijftien tot twintig projecten kunnen rekenen op een financiering uit de Regio Deal. ,,Je merkt dat de bottom-up methode van de kenniskringen werkt voor het vinden van de onderwerpen die echt spelen. Verzilting is nu een thema geworden, terwijl dat drie of vier jaar geleden niet aan de orde was. Een van de ideeën is hoe je een aardappel kan telen die tegen zilte omstandigheden kan. En als dat kan, is dat vervolgens te koppelen aan een vermarktbaar product?” ,,Op het gebied van de bodem, de grond, is ook veel ontwikkeling. Er lijken hele interessante verbanden te zijn tussen de gezondheid van de bodem en de gezondheid van ons voedsel. Door koeien te laten grazen op kruidenrijk gras, zoals in het eeuwenoude Friese coulisselandschap, verandert de samenstelling van de melk. Dat heeft misschien weer positieve gevolgen voor de gezondheid van de mens.” BALANS VINDEN Het is natuurlijk mooi om het allemaal uit de zoeken, maar doel van de Regio Deal is dat er een economische opleving ontstaat. De balans vinden tussen een ambitieuze toekomstvisie, de snelheid technologische ontwikkeling en de wil van de consument is een van de grootste uitdagingen voor de innovaties in de agrifood-sector. Durksz: ,,Enerzijds weten we dat we moeten veranderen.

36 NDC MEDIAGROEP DONDERDAG 9 APRIL 2020

ZIJ DIE ’T WILLEN

We weten ook dat het niet snel kan en dat de technologische ontwikkelingen soms sneller gaan dan de praktijk aankan.” En Durksz weet ook dat de burger die vindt dat er iets moet gebeuren, in de winkel ineens gewoon weer de consument is die kiest voor het goedkoopste. ,,Hoewel de coronacrisis ons misschien tot inzicht brengt dat er meer is dan het goedkoopste. Op dit moment springt de streekboer in door producten aan de man te brengen, want we blijven natuurlijk wel eten. Maar tuinbouwbedrijven hebben het erg moeilijk. En bloementelers... ja, wie koopt er nu nog bloemen.” Een andere horde is de bestaande regelgeving. Productieprocessen die gunstig zouden zijn, worden soms door lokale, nationale of Europese regelgeving tegengehouden.

DURK DURKZ

Toch denkt Durksz dat de methode van het Fjildlab uiteindelijk tot uitvoerbare oplossingen leidt. ,,Een kenniskring wordt inhoudelijk gecoördineerd door een lector van NHL Stenden of de Hanzehogeschool. Zo’n borging ben ik nog nooit tegengekomen. En op het gebied van regelgeving kunnen we ook naar oplossingen zoeken, als een probleem wordt aangekaart. De kenniskringen zijn open, waardoor we ook mensen met expertise op dat gebied toe kunnen voegen.”

‘De burger die vindt dat er iets moet gebeuren, kiest in de winkel gewoon voor het goedkoopste’ ONS KENT ONS Daarnaast noemt Durksz het brede netwerk, gecombineerd met de relatief kleine schaal van de regio, een groot voordeel. ,,Bij het coördineren van de projecten speel ik met mijn teampje van vier personen de grootste rol. Wij brengen de partijen die elkaar niet kennen, maar wel interessant zijn voor elkaar, in contact. Onze eigen netwerken reiken heel ver, van de politiek tot de ondernemersverenigingen en de Dairy Campus. Bovendien is het gebied klein: vier noordelijke gemeenten. Het ‘ons kent ons’ is een kracht van het kleine en het lokale.” Nog een voordeel: bijna iedereen, van boer tot bestuurder, gelooft in de transitie naar een duurzamere landbouw, waardoor de bereidheid om productieprocessen te veranderen breed gedragen wordt. Door de Nederlandse overheid en het Fjildlab zijn het geld en de infrastructuur er nu ook. ,,Het ontstaan van de Regio Deal komt voort uit 1992. Toen zeiden een aantal boeren uit Eastermar: als wij de handen niet ineen slaan, wordt het hier een kale arme vlakte met alleen grootschalige landbouw. Dat proces zie je nu weer ontstaan.’’ Van de in totaal 1500 tot 1600 boeren in de regio van het Fjildlab, zijn er meer dan 1000 aangesloten bij de natuurverenigingen in de gemeenten. ,,Die willers, en daar zijn er veel meer van, zijn bij ons belangrijker dan de neezeggers.”

NDC MEDIAGROEP DONDERDAG 9 APRIL 2020 37


M

et boeren, ondernemers, het onderwijs en een flinke zak geld van het Rijk (9 miljoen euro in 2019 en nog 11 miljoen op de plank uit de Regio Deal Noordoost-Fryslân) wordt in het noordoosten van Friesland gewerkt aan de toekomst van de regio. Voor de agrarische sector is circa 5 miljoen beschikbaar uit Rijksmiddelen. De agrarische sector moet meer natuurinclusief en circulair worden, maar zoiets gaat natuurlijk niet van de ene op de andere dag. Bovendien, waar hebben we het eigenlijk over als we praten over zaken als ‘natuurinclusief’ en ‘kringlooplandbouw’? Durk Durksz, kartrekker bij Het Fjildlab, vraagt het zich af.

Je zet een stip op de horizon: zo ziet een duurzame landbouwsector er in de toekomst uit. Maar dat is makkelijk gezegd, want hoe zorg je ervoor dat de boeren dan ook geld kunnen verdienen? In het Fjildlab Noordoost-Fryslân zoekt men naar praktische oplossingen. Tekst Coen Berkhout Foto Pepijn van den Broeke

Het Fjildlab is een regionaal veldlaboratorium waar men werkt aan praktische oplossingen voor problemen die leven onder de boeren en andere ondernemers in de agrarische sector. Durksz: ,,Neem kringlooplandbouw. Praten we dan over de kringloop op het boerenerf, in de straat of in de hele regio? Belangrijker is de doelstelling van de boeren en ondernemers zelf. De definitie die wij hanteren is dat ondernemers in de regio in de toekomst meer samenwerken met de natuur, om zo de verliezen voor de natuur zo klein mogelijk te maken.” Met dat toekomstbeeld in zicht kun je bedenken wat nodig is om daar te komen. Als je een piketpaal in 2050 neerzet, komt niet iedereen daar op hetzelfde moment en met dezelfde ervaringen aan. Welke vragen komen onderweg bovendrijven, welke oplossingen zijn daarvoor te bedenken en welke bedrijven kunnen een bijdrage leveren aan het ontwikkelen van die oplossingen? ,,Het leuke is dat deze gedachtes samen met boeren en ondernemers in de agrarische sector ontwikkeld zijn. Zo kwamen we tot de acht thema’s waarin we aan innovatieprojecten werken.” FINANCIERING Binnen die thema’s gaan boeren, ondernemers, onderwijsinstellingen en onderzoekers in een kenniskring op zoek naar oplossingen. In mei vorig jaar kwamen die voor het eerst bijeen. Inmiddels zijn er meer dan honderd ideeën uit voortgekomen die door partijen in het netwerk omgezet moeten worden in praktische projecten. Het doel is volgens Durksz om binnen het veldlaboratorium in de komende vijf jaar meer dan honderd projecten af te ronden. In de eerste ronde, in mei (de toekenning is dan in de zomer), hoopt Durksz dat zo’n vijftien tot twintig projecten kunnen rekenen op een financiering uit de Regio Deal. ,,Je merkt dat de bottom-up methode van de kenniskringen werkt voor het vinden van de onderwerpen die echt spelen. Verzilting is nu een thema geworden, terwijl dat drie of vier jaar geleden niet aan de orde was. Een van de ideeën is hoe je een aardappel kan telen die tegen zilte omstandigheden kan. En als dat kan, is dat vervolgens te koppelen aan een vermarktbaar product?” ,,Op het gebied van de bodem, de grond, is ook veel ontwikkeling. Er lijken hele interessante verbanden te zijn tussen de gezondheid van de bodem en de gezondheid van ons voedsel. Door koeien te laten grazen op kruidenrijk gras, zoals in het eeuwenoude Friese coulisselandschap, verandert de samenstelling van de melk. Dat heeft misschien weer positieve gevolgen voor de gezondheid van de mens.” BALANS VINDEN Het is natuurlijk mooi om het allemaal uit de zoeken, maar doel van de Regio Deal is dat er een economische opleving ontstaat. De balans vinden tussen een ambitieuze toekomstvisie, de snelheid technologische ontwikkeling en de wil van de consument is een van de grootste uitdagingen voor de innovaties in de agrifood-sector. Durksz: ,,Enerzijds weten we dat we moeten veranderen.

36 NDC MEDIAGROEP DONDERDAG 9 APRIL 2020

ZIJ DIE ’T WILLEN

We weten ook dat het niet snel kan en dat de technologische ontwikkelingen soms sneller gaan dan de praktijk aankan.” En Durksz weet ook dat de burger die vindt dat er iets moet gebeuren, in de winkel ineens gewoon weer de consument is die kiest voor het goedkoopste. ,,Hoewel de coronacrisis ons misschien tot inzicht brengt dat er meer is dan het goedkoopste. Op dit moment springt de streekboer in door producten aan de man te brengen, want we blijven natuurlijk wel eten. Maar tuinbouwbedrijven hebben het erg moeilijk. En bloementelers... ja, wie koopt er nu nog bloemen.” Een andere horde is de bestaande regelgeving. Productieprocessen die gunstig zouden zijn, worden soms door lokale, nationale of Europese regelgeving tegengehouden.

DURK DURKZ

Toch denkt Durksz dat de methode van het Fjildlab uiteindelijk tot uitvoerbare oplossingen leidt. ,,Een kenniskring wordt inhoudelijk gecoördineerd door een lector van NHL Stenden of de Hanzehogeschool. Zo’n borging ben ik nog nooit tegengekomen. En op het gebied van regelgeving kunnen we ook naar oplossingen zoeken, als een probleem wordt aangekaart. De kenniskringen zijn open, waardoor we ook mensen met expertise op dat gebied toe kunnen voegen.”

‘De burger die vindt dat er iets moet gebeuren, kiest in de winkel gewoon voor het goedkoopste’ ONS KENT ONS Daarnaast noemt Durksz het brede netwerk, gecombineerd met de relatief kleine schaal van de regio, een groot voordeel. ,,Bij het coördineren van de projecten speel ik met mijn teampje van vier personen de grootste rol. Wij brengen de partijen die elkaar niet kennen, maar wel interessant zijn voor elkaar, in contact. Onze eigen netwerken reiken heel ver, van de politiek tot de ondernemersverenigingen en de Dairy Campus. Bovendien is het gebied klein: vier noordelijke gemeenten. Het ‘ons kent ons’ is een kracht van het kleine en het lokale.” Nog een voordeel: bijna iedereen, van boer tot bestuurder, gelooft in de transitie naar een duurzamere landbouw, waardoor de bereidheid om productieprocessen te veranderen breed gedragen wordt. Door de Nederlandse overheid en het Fjildlab zijn het geld en de infrastructuur er nu ook. ,,Het ontstaan van de Regio Deal komt voort uit 1992. Toen zeiden een aantal boeren uit Eastermar: als wij de handen niet ineen slaan, wordt het hier een kale arme vlakte met alleen grootschalige landbouw. Dat proces zie je nu weer ontstaan.’’ Van de in totaal 1500 tot 1600 boeren in de regio van het Fjildlab, zijn er meer dan 1000 aangesloten bij de natuurverenigingen in de gemeenten. ,,Die willers, en daar zijn er veel meer van, zijn bij ons belangrijker dan de neezeggers.”

NDC MEDIAGROEP DONDERDAG 9 APRIL 2020 37


38

donderdag 9 april 2020

Advertentie

Weidse Blik Joure; Partner in agrarisch ondernemen Nu we in een coronacrisis zitten, is het stikstofvraagstuk in de media naar de achtergrond geschoven. Intussen blijft de agrarische sector zich bewust van hun verantwoordelijkheid de stikstofuitdaging aan te gaan. Weidse Blik houdt zich al jaren bezig met alle ins en outs rondom de bedrijfsvoering van rundveehouderijen „We zien onszelf als oplossingsleverancier”, zegt Gauke Adamse, mede-eigenaar van Weidse Blik. „Wij geven advies op basis van het totaalplaatje. Bij de stikstofproblematiek stellen we de vraag: hoe verlagen we de uitstoot en verhogen we, tegelijkertijd, het rendement. Met een goed rendement verzekert een bedrijf zich van continuïteit.” Kringloopwijzer biedt ook kansen „Efficiëntie is een belangrijk begrip. In dit geval

gaat het om beter benutten van de mest van de eigen koeien. De uitdaging is om deze mest zoveel mogelijk om te zetten naar veel energie en eiwit in het ruwvoer van eigen grond. Vervolgens zorgt dit voor veel melk met een hoog percentage vet en eiwit. Hiermee beperkt de veehouder aankoop van kunstmest en voer, verbetert de stikstof- en fosfaatefficiëntie en verhoogt de klant zijn bedrijfssaldo”, zegt Jan Kroes, mede-eigenaar. Uiteraard gaat dat niet ten koste van de kwaliteit van de melk. De veehouder wil uiteraard het best mogelijke product leveren.” Met passie en expertise Weidse Blik is een bedrijf met zo’n dertig mensen. Ook de vijf eigenaren onderhouden contact met de agrariërs. „Wij zitten al jaren in dit vak, we houden van deze bedrijfstak. Vanuit die achtergrond kunnen we een oprechte sparringspartner zijn voor onze klanten. Bovendien krijgen we in die gesprekken een goed beeld van wat er speelt in de sector en onze dienstverlening daarop afstemmen.”

Weidse Blik is zelfstandig dealer van ForFarmers en levert naast diverse voeders onder andere ook kunstmest, gras- en maiszaad voor met name rundveebedrijven. Het bedrijf richt zich op het verhogen van het bedrijfsrendement van de klanten. Dit realiseren zij door het geven van goed advies op basis van de volledige bedrijfsvoering en met het leveren van kwaliteitsproducten. Daarnaast heeft Weidse Blik een winkel in Joure waar alle benodigdheden voor tuin en dier worden verkocht en een eigen adviesdienst voor klanten met name toegespitst op de mestwetgeving. stalmanagement. Samen met de agrariër, die zijn bedrijf als geen ander kent en soms met een derde zoals een dierenarts of loonwerker, levert dat een praktijkgerichte totaalaanpak op met rendement voor de klant.” www.weidseblik.nl

V.l.n.r.: Sierd Veenstra, Wiebe Wiersma ( zittend), Gauke Adamse, Peter Allema en Jan Kroes

„Advies geven we vaak met twee experts. De één heeft expertise op het gebied van wet- en regelgeving, ruwvoerteelt en bedrijfsstrategie. De ander heeft vooral kennis van koe en

Advertentie

Nieuwe perslijn Stroobos zorgt voor meer capaciteit maatwerkvoeders ABZ Diervoeding heeft de fabriek in Stroobos (Friesland) voorzien van een vierde perslijn voor rundvee- en schapenvoeders. Hiermee wordt de groei in afzet en de toegenomen behoefte aan maatwerkvoeders ingevuld. ABZ Diervoeding en Sikma Veevoeders zijn in 2014 samen verder gegaan als specialist in maatwerkvoeders voor de rundvee- en schapenhouderij in Noord Nederland. Vanaf dat moment is er elk jaar een groei in leden/ afnemers en in totale afzet mengvoeders gerealiseerd. De afzet mengvoeders steeg van ongeveer 55.000 ton in 2014 naar ruim 90.000 ton in 2019. De noordelijke provincies zijn uitermate geschikt voor de melkvee- en schapenhouderij. De fabriek in Stroobos is centraal gelegen in het noordelijke veehouderij gebied en door de ligging aan het Prinses Margrietkanaal worden de grondstoffen efficiënt per binnenvaartschip aangevoerd. Specialist in maatwerkvoeders en advies ABZ Diervoeding heeft in haar advisering het

belang van de ondernemer en zijn/ haar dieren als uitgangspunt. Per bedrijf wordt op basis van de doelstelling en de bedrijfsspecifieke situatie maatwerkadvies uitgebracht. Op basis van de beschikbare ruwvoeders en eventuele hoogwaardige reststromen uit de voedingsmiddelenindustrie wordt met een maatwerkvoeder voor elke diersoort het rantsoen compleet gemaakt. Hierbij wordt rekening gehouden met de specifieke melkstromen waar voor geproduceerd wordt. ABZ Diervoeding levert zowel reguliere, non GMO, VLOG en EU28 voeders. Het uitgangspunt is niet de hoeveelheid mengvoeders die wordt geleverd, maar het rendement van de veehouder en de gezondheid van de dieren. Het bedrijf kent korte lijnen. Het rundveeteam Noord beschikt, naast eigen productie en expeditie vanuit Stroobos, over regionale medewerkers voor de afdeling Nutritie en Front Office om korte lijnen te waarborgen. Modernste perslijn van Europa staat op de grens Friesland/Groningen In de fabriek in Stroobos is naast de drie bestaande perslijnen een vierde, extra perslijn gerealiseerd. Deze perslijn is voorzien van de nieuwste

technieken op het gebied van voorbehandelen, persen, koelen en nabehandelen van voeders. Hierbij zijn verschillende technieken en machines gecombineerd die binnen de vijf fabrieken van ABZ Diervoeding ook ingezet worden. De configuratie van de lijn in combinatie met de procesautomatisering maakt dat de lijn voorop loopt in flexibiliteit en prestaties. De lijn is in staat snel te wisselen tussen productsoorten en kan van een brede variatie aan grondstoffenpatronen een harde, smakelijke korrel persen met weinig breuk en stofvorming. Tenslotte is de energiebehoefte per ton geproduceerd diervoeder lager dan bestaande perslijnen. De nieuwe lijn speelt in op een veranderende behoefte bij veehouders. Om goed in te spelen op de nieuwe regelgeving die op de veehouderij af komt, is het van belang een grotere diversiteit aan grondstoffen en additieven in de voeders te kunnen verwerken en meer maatwerkoplossingen te kunnen bieden. www.abzdiervoeding.nl


donderdag 9 april 2020

39

Advertentie

BPG Van der Meulen Hout & Bouwmaterialen BV

Van en voor professionals in de bouw Aan de rand van Nijbeets, op slechts 2 kilometer van de A7, liggen de panden van BPG Van der Meulen. Van der Meulen is een toeleveringsbedrijf voor de bouw en heeft aan haar klanten het beste van twee werelden te bieden. Enerzijds is het een klantgerichte en betrokken partner, hetgeen kenmerkend is bij veel familiebedrijven. Anderzijds heeft het de slagkracht van de grote onderneming door aansluiting bij de Bouwpartner Groep. „Door dit samenwerkingsverband van familiebedrijven kunnen we scherpere prijzen en meer servicemogelijkheden bieden”, zegt Andre van der Meulen. „Om onze service en dienstverlening te vergroten werken we ook samen met een aantal asbestsaneringsbedrijven. Dat kan bij agrarische bedrijven veel werk uit handen nemen.” We kennen de markt en houden de vinger aan de pols „Doordat je veel vaste klanten hebt, kan je service maatwerk worden. Je bent immers met elkaar in gesprek. Daardoor weet je wat er speelt, welke projecten eraan zitten te komen en wat je in moet slaan. Zo dachten we in eerste instantie dat de vraag naar golfplaten terug zou lopen toen de plicht tot saneren van asbestdaken voor 2024 van de baan was. Die gedachte was niet helemaal juist. Doordat veel verzekeringen asbestdaken gingen uitsluiten, bleef de asbestsanering en de vraag naar golfplaten. Door de vinger aan de pols te houden, hebben we goede beslissingen kunnen nemen en de voorraad op peil gehouden. Het nieuwe fonds voor asbestsanering zal de vraag

het product, maar ook op de plaatsing daarvan. Een andere kwaliteitsgolfplaat uit ons assortiment is Eternit.”

Andre van der Meulen ook verder stimuleren.” „Wij zien veel vraag naar Cembrit golfplaten. Dit zijn ademende en geluiddempende golfplaten waarmee een comfortabel stalklimaat wordt gecreëerd. De grondstoffen van de platen zijn milieuvriendelijk en de kwaliteit is uitstekend. Dat blijkt wel uit de totaalgarantie van 10 jaar die ze geven. Totaal betekent niet alleen garantie op

Niet alleen het product, maar ook het project en opslag „We hebben kennis van de markt en aannemers. Met veel van hen hebben we samenwerkingsverbanden. Als men bij ons inslaat voor een verbouwing, weten wij welke bedrijven het beste passen bij een dergelijke verbouwing. Ik kan dan twee (of meer) passende bedrijven een offerte laten opstellen. Dit bespaart de klant werk en geeft zekerheid.” „Met onze grote voorraad helpen we ondernemers met hun opslag. Als men iets nodig heeft, ligt het hier, als het ware, klaar of we bezorgen het bij het project in uitvoering. We hebben een goed distributiesysteem en over het algemeen is het bestelde de volgende dag ter plekke.” www.bpgvandermeulen.nl

‘De oplossing voor asbesthoudende daken’ Op talloze daken van gebouwen, schuren en woningen in ons land liggen nog asbesthoudende platen. Deze zogenaamde asbestdaken moeten vervangen worden, vooral omdat ze schadelijk zijn voor de gezondheid. Cembrit heeft daarvoor een oplossing in huis. Het bedrijf is producent en leverancier van vezelcementproducten, die worden gemaakt van van natuurlijke producten, waaronder cement, PVA vezels, water en cellulose. „We hebben voor elk dak een oplossing, waarbij maatwerk, begeleiding en advies voorop staan”, geeft Peter Lammertink, Area-manager van Cembrit, aan. Cembrit is van oorsprong Deens, het was de eerste producent die asbestvrije producten op de markt bracht. „Dat was al voordat er in Nederland een verbod op asbest kwam”, weet Lammertink. In de Scandinavische landen is Cembrit marktleider op het gebied van vezelcement voor gevels en daken, maar ook in ons land hebben de vezelcementproducten van Cembrit inmiddels een behoorlijk marktaandeel. Volgens Lammertink komt dit met name door de kwaliteit. „Onze Cemfort® B65 golfplaten zijn KOMOgecertificeerd, wat betekent dat de kwaliteit continu gecontroleerd wordt. Niet voor niets geven wij 10 jaar garantie op de hechting van de coating en eveneens 10 jaar Verzekerde Garantie. Mocht er iets mis gaan, dan staan we garant voor de oplossing.” Zorgen niet weg Volgens Lammertink moeten er in ons land nog heel veel asbestdaken worden gesaneerd. „De overheid had het voornemen om per 2024 een verbod in te stellen op asbestdaken, maar dit voorstel is vorig jaar juni niet door de Eerste

Kamer gekomen”, geeft hij aan. Daarmee zijn de zorgen echter niet weg. „Asbest is en blijft schadelijk voor de gezondheid. De opgave om asbest te verwijderen blijft daardoor onverminderd aanwezig.” Daarmee doelt Lammertink vooral op de gevaren die ontstaan bij bijvoorbeeld brand of stormschade. „Gebouweigenaren wachten nieuwe wet- en regelgeving af, voordat ze tot sanering overgaan, maar er speelt meer.” Na 2024 zullen verzekeraars de opruimings- en saneringskosten, in de breedste zin van het woord, niet meer verzekeren. Ook gaan de premies tussentijds fors omhoog, en/of keert het schadebedrag niet volledig uit. Lammertink:„ Met name bij brand kunnen asbestvezels zich in de omgeving verspreiden. Opruimen kost veel geld en daarvoor willen verzekeraars zich indekken.” Zonnepanelen De golfplaten van Cembrit zijn niet alleen een uitstekende vervanger, ze zijn ook geschikt voor installatie van zonnepanelen. „Voorheen konden gebouweigenaren daarvoor subsidie ontvangen en dat was enorm succesvol”, weet Lammertink. „Nog altijd zijn er provincies die subsidies geven, in het kader van asbest eraf, zonnepanelen erop. Als je je dak toch moet vervangen, is dit een uitstekende manier om er, naast de investering die het nu vraagt, in de toekomst geld mee te verdienen.”

Cembrit kan het volledige traject voor de opdrachtgever uit handen nemen. „Bij het vervangen van daken komt er het nodige kijken. Wij stemmen alle werkzaamheden goed op elkaar af, zodat de opdrachtgever er geen omkijken naar heeft. Bijkomend voordeel is dat onze Cemfort® B65 golfplaten relatief licht zijn, waardoor je een minder zware constructie nodig hebt. Op die manier kan Cembrit het probleem van vele asbesthoudende daken relatief eenvoudig oplossen.” www.cembrit.nl/golfplaten


Advertentie

Van fast naar fair T-shirts voor nop, spijkerbroeken voor een prikkie: fast fashion is verleidelijk. Maar steeds meer mensen doen het anders. Zij kopen bewust minder en kiezen voor tweedehands of fair. Olga Zijlstra, Groningse met Friese roots, verduurzaamde haar garderobe vooral vanuit een menselijke en maatschappelijke motivatie. ,,Over de hele wereld worden mensen uitgebuit voor van alles en nog wat, maar de fast fashion-industrie is wel een hele duidelijke bad guy,” vindt Olga. ,,Zo’n 90% van mijn garderobe is nu tweedehands of fair. Even omschakelen, maar inmiddels kost het geen moeite meer.”

gedragen is. Olga: ,,Dan kies ik als het kan voor fairtrade.” Voor dochter Kiki hanteert ze dezelfde ‘regels’.

Draag wat je hebt Sinds Olga een capsule wardrobe heeft, koopt ze (nog) minder nieuw. ,,Een aparte garderobe per seizoen geeft overzicht. Wat je hebt, dat draag je ook echt.” Nieuw? Dan fair De eerste stap is opruimen. Iets nieuws koopt Olga alleen Zonder genade: ,,Je mag als tweedehands lastig te vinalleen houden wat je morgen den is, of als nieuw hygiënimeteen aan zou willen scher is. Pantoffels en ondergoed, bijvoorbeeld. Toch minder trekken, wat lekker zit en waarin je je goed voelt.” fris als dat al door iemand

5x Olga’s tips voor tweedehands 1. Start bij de luxere tweedehands winkels 2. Doe een ‘rondje tweedehands’ in jouw omgeving 3. Check kledingmarkten in de buurt 4. Maak een moodboard 5. Niet jouw maat? Toch even passen Meer over Olga’s kledingkast vol tweedehands en fair fashion vind je op www.ikbenbewust.nl.

Ook op Ikbenbewust • 5x duurzame Nederlandse modemerken • Alles over biokatoen, lycocell en hennep • Tips voor thuiswerkers • 16 duurzame dingen om thuis te doen • Bewust kijkvoer: onze aanraders

Ontdek meer op Ikbenbewust! Wil jij duurzamer leven, maar weet je niet waar je moet beginnen? Op ikbenbewust.nl vind je inspiratie en simpele tips voor bewuster wonen, werken, reizen, ontdekken, persoonlijke verzorging en eten & drinken. Volg ons ook op Instagram en Facebook (@ikbenbewust.nl).

Ikbenbewust is een initiatief van:


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
NoordZ Agri & Food 2020 - Leeuwarder Courant / Dagblad van het Noorden - Multiplus Media B2B by Multiplus media - Issuu