

![]()


Smart farmers worden opgeleid bij Aeres in Dronten en Leeuwarden. Autonome zelfrijdende machines bepalen straks het beeld op de Nederlandse velden. Alys Schuiling en Jaap Rosier van Aeres over de mens in die nieuwe landbouwwereld en specifiek MBO-praktijkonderwijs.

Op de proefvelden van Aeres aan de Wisentweg in Dronten zijn zelfrijdende machines een gewoon onderwijsbeeld geworden. Programmamanager / docent landbouwmechanisatie Jaap Rosier: ÑZes jaar geleden waren ze nog een bijna uniek verschijnsel in het onderwijs, nu is het gemeengoed aan het worden. En dat moet, want de wereld verandert snel, heel snel.î Strengere regelgeving en een sterk toenemend tekort aan gekwalificeerd personeel maakt smart farming noodzakelijk. En smart farmers, de landbouwer en groene inframedewerker die vertrouwd is met autonome voertuigen, met de technieken en de mogelijkheden. In Dronten en Leeuwarden leidt Aeres die mensen op, de boer en loonwerker van morgen. ÑSmart farming is niet alleen een verzamelnaam voor toenemende digitalisering en meer autonomie in de landbouw, maar in de hele sector van akkerbouw, grond en groene infra.î
Programmamanager / docent van loonwerk Alys Schuiling: ÑHet is aan ons om jonge mensen skills en inzichten mee te geven. Het gaat om de combinatie van het technische en technologische inzicht met aloude landbouw- en grondkennis.
We doen dat sterk praktijkgericht en in samenwerking met de sector. Want juist bij allerlei akkerbouw- en loonbedrijven in NoordNederland maken onze studenten kennis met de nieuwste autonome technieken en systemen. Van grondbewerking, zaaien, onkruidbestrijding en oogsten, voor iedere handeling in de landbouw en groene techniek komen autonome systemen in rap tempo op de markt. Met vaak verbluffend resultaat: gewasbescherming door een autonoom zelfrijdend voertuig kan tot 90 procent reductie van beschermingsmiddelen leiden, door de enorme nauwkeurigheid op plantniveau.î
Jaap Rosier: ÑProbeer maar met je auto op de centimeter nauwkeurig langs een lijn te rijden. Dat lukt je niet, ook niet met je navigatie. Landbouwvoertuigen van nu kunnen dat wel: het is fascinerend hoe nauwkeurig autonome zelfrijdende voertuigen zijn. Deze fase in ontwikkeling betekent een enorme stap in mogelijke optimalisatie van gewasopbrengst en de reductie van arbeid, brandstof, kosten en middelen. De ontwikkelingen gaan snel en het is mooi om te zien dat jongeren tijdens excursies en
op onze proefvelden zich thuis voelen bij de mogelijkheden. De trots om een autonoom systeem te laten werken, de kansen die het ze biedt in de landbouw van morgen. Autonomie op het veld die jij met jouw kennis letterlijk bepaalt en stuurt en waarvan je het resultaat analyseert. Toenemende digitalisering, robotisering en elektrificering: het gaat snel. Schoner, stiller, veel minder fysieke belasting: als onze studenten daar eenmaal kennis mee maken, worden ze heel snel enthousiast.î
Met de toenemende krapte op de Nederlandse arbeidsmarkt en enorme vraag naar mensen die zich thuis voelen in de mix van landbouwkennis en expertise van die digitale autonomie, hebben de jonge vakmensen die Aeres opleidt volop toekomst en perspectief. www.aeres.nl
Tik de woorden ‘afval bestaat niet’ in bij een willekeurige zoekmachine en elk zichzelf respecterende afvalverwerker komt voorbij. Alweer vier jaar geleden voegde Van Dale een nieuwe definitie aan het woord afval toe: ‘grondstoffen om nieuwe producten van te maken’.
En daar kan nu ook bierbostel bij. In Veenhuizen maken Geert Kuiper en Bram Fledderus er snacks voor bij de borrel van. Voor het tweetal ‘heel logisch’ omdat bierbostel rijk is aan vezels en eiwitten.
Met hun Brew’dBites verkochten ze al producten op Eurosonic. En op de lunchkaart van Brouwerij Maallust staat – je kon er op wachten – de bierburger al op de kaart. Logisch dat ze daar de primeur kregen, want Kuiper en Fledderus gebruiken bostel van het blond bier van Maallust, de Mooie Madam.
Op andere plekken in de regio werken koks aan bostelbitterballen en -kroketten om zo de snacks uit te rollen in de horeca en op evenementen in het Noorden. En daarmee is het verhaal voor Kuiper nog niet af. Hij test inmiddels ook met boekweit om daar weer koffie en bier van te maken.
Iemand die ook aan opschaling werkt, is Floris Glasbeek. Hij maakt gefermenteerde dranken en smeersels en probeert met hulp van SG Papertronics en Avebe zijn producten op grotere schaal aan de man te brengen. Dat er een markt voor is in een tijd dat er veel aandacht is voor gezonde voeding en het alcoholgebruik afneemt, is voor Glasbeek helder: „Onze drankjes hebben dezelfde culinaire functie als bier en wijn. Ze kunnen het eten complementeren. Het is een volwassen alternatief: een gefermenteerde drank zonder alcohol met gezonde en levende bacteriën.’’
Wie gewoon nieuwsgierig is naar waar die driehoeksandwich of dat yoghurtje uit het tankstation vandaan komt, is in deze NoordZ ook aan het goede adres. In Leeuwarden werken zo’n vijfhonderd mensen bij Goedhart Bakery Kitchen voor de snelle hap voor onderweg. En daar weten ze ook wat ons te jtbekers en andere

reemd? „Zo gaat dat vaker met voedseltrends. erst is iets vreemd, dan hip, daarna normaal”, ldus algemeen directeur Emiel Boogaard.
atuurlijk helpen we weer een stapje zetten p het AI-pad, haalt FC Groningen niet lleen z’n sterspelers uit de regio maar ook e versnaperingen voor de toeschouwers en oudt onze columnist Ronald Mulder een leidooi om een paar tanden uit de economiche groei te trekken. En daar kun je zelf aan eehelpen. Het enige wat je moet doen is wat angzamer eten en wat langzamer rijden. cht waar, hij legt het uit.
eel leesplezier, an Rozendaal
04
Snacks van bierbrouwafval voor bij de borrel Brew’dBites serveert bierburger bij Maallust in Veenhuizen
07
Ga lekker zelf consuminderen, mafkees
Column Ronald Mulder
10
Ontbijtje on-the-go is een groeimarkt
Goedhart Bakery Kitchen maakt snelle happen voor in de auto
14
FC Groningen gaat voor lokaal: op het veld en in de horeca ‘Euroborg onderscheidt zich van andere stadions in Nederland’
18
Direct profiteren van AI Martijn leert je heel eenvoudig je eigen hulpjes bouwen
22
Floris uit Groningen wil met levende voeding en dranken de markt veranderen ‘Onze drankjes hebben dezelfde culinaire functie als bier en wijn’
27
Eten van dichtbij?
Column Eelko Huizingh
31
Deeptech-kweekbak voor microalgen
Start me up
33
Het groene acrylaat van Circolide komt uit hoofd van Nobelprijswinnaar Ben Feringa
Start me up
36
Hoe Saska Frost leerde met haar man een bedrijf te leiden ‘Soms moet je voor het team kiezen’
noordz is een bijlage van Mediahuis Noord
Samenstelling & eindredactie Jan Rozendaal, Gerda Douma, Kitty Thijsebaard, Janna Zuiderveld Vormgeving Alie Veenhuizen E-mail bijlagen@mediahuisnoord.nl
Advertenties/branded content Multiplus Media, Drachten
T: 06 44 91 12 63 E: s.osinga@mulitplusmedia.nl
Volg noordz ook online op het blog: www.noordz.nl
Lekker smaken ze. Heel lekker. Waarmee bewezen is dat je prima kroketten en bitterballen kunt maken op basis van bierbostel. Dat maakt het restproduct van het brouwen, dat nu vooral afgevoerd wordt en soms als veevoer gebruikt, opeens een waardevolle grondstof. En dat is precies waar het Geert Kuipers en Bram Fledderus om te doen is.
Met hun piepjonge bedrijf Brew’dBites verkochten ze al producten op evenementen als Eurosonic in Groningen. Bij brouwerij Maallust in Veenhuizen krijgen ze de ruimte om hun producten te testen en verbeteren. „Weet je, eigenlijk is het logisch om iets met die bierbostel te doen’’, vertelt Geert Kuipers. „Rijk aan vezels en eiwitten, plantaardige voedingstoffen die we nodig hebben in een duurzamere wereld. En soja over de wereld verslepen lijkt me niet het beste idee.’’
EEN BIERBURGER
Nu wordt de reststof van het brouwproces ook al wel gebruikt, maar dan in gedroogde vorm. En daarmee is het spul lastig te gebruiken als vleesvervanger. „Door de natte vorm direct te gebruiken, hebben we de mogelijkheid om de eiwitten en vezels er uit te halen’’, zegt Kuipers. „Het lukt ons in het lab al om de vezel er voor 99 procent schoon uit te krijgen en zo toe te passen als voedseltoevoeging. Maar het is ook een mooie basis voor de productie van biopolymeren.’’
Dat is heel mooi, maar je kunt de natte fractie ook meteen gebruiken voor het maken van een bierburger. Bij brouwerij Maallust staat die snack al op de kaart. „De reacties zijn overwegend positief. Mensen vinden hem lekker, zeker mensen die van bier houden. Want die smaak zit er nog een beetje aan. Dat kun je met allerlei kruiden en ingrediënten helemaal veranderen natuurlijk.’’
Vooralsnog gebruikt Brew’dBites de bostel van blondbier – de zogeheten Mooie Madam – dat in Veenhuizen wordt gebrouwen. Die geeft een geur en smaak waarmee het beste kan worden getest, geëxperimenteerd en gevalideerd. Met de biersmaak worden door een professionele kroketten- en bitterballenmaker in de regio verschillende soorten bitterballen en kroket-
Afval bestaat niet, ook niet in de wereld van het bierbrouwen. Bij brouwerij Maallust in Veenhuizen worden van bierbostel –de vaste bestanddelen die na het brouwen overblijven – verschillende snacks gemaakt. En zo krijgt het afval waarde.
TEKST JEAN PAUL TAFFIJN
FOTO’S RENS HOOYENGA
Bierbostel
Bij het brouwen worden granen (meestal gerst) gemengd met water om suikers eruit te halen (dit heet maischen). De vloeistof (wort) wordt gebruikt voor bier, en de vaste resten van het graan noem je bierbostel of ook wel draft. Veel brouwerijen geven de bostel weg, waarna het meestal wordt gebruikt als veevoeder. Bierbostel is rijk aan vezels en eiwitten.
ten gemaakt. Met stukjes chorizo bijvoorbeeld, of met een rundvleessmaak. Het idee is dat die snacks steeds massaler te koop zijn in de horeca en op evenementen.
Om die groei te kunnen bewerkstelligen, verhuisde Brew’dBites onlangs van het fieldlab in Meppel – waar een laboratoriumruimte werd gehuurd – naar Veenhuizen. Kuipers: „Dit gaat om een groter plaatje. Ik wil daar zitten waar de grondstoffen zijn. Maallust produceert jaarlijks 60 ton bierbostel, dus dat is een mooie plek. Kijk, dit is een schakel in de ketting die nog gesloten moet worden. Die gaat over het verbouwen van oude graanrassen die de biodiversiteit moeten verbeteren en het gebruik van pesticide verlagen. Daarvan kan Maallust nieuwe bieren ontwikkelen, waarvan wij de bostel weer gebruiken voor speciale snacks. Ik test inmiddels ook met boekweit, om te zien of we daar lekkere koffie en bieren van kunnen maken.’’
Dat is een ander verhaal, weliswaar met parallellen. Het zegt wel iets over de drive die Geert Kuipers heeft om nieuwe dingen te bedenken én ten uitvoer te brengen. En ook over de expertise die hij opbouwde in het extraheren

van voedingsstoffen uit verschillende producten. Hij werd groot met insecten. Zijn in Meppel gevestigde bedrijf Distribugs levert inmiddels wereldwijd gedroogde insecten, poeders en voedingsstoffen uit insecten. En ook vleesvervangende producten op basis van insecten. En dan is de stap naar Brew’dBites niet meer zo groot.
COMMERCIEEL MAKEN
„Het is allemaal met horten en stoten gegaan hoor. Vrienden van me verwerkten die insecten al, totdat ze in 2017 failliet gingen. Ik heb de novel-foodrechten toen veiliggesteld. Een jaar later besloot ik er werk van te maken. Dat ging heel snel. We bevoorraadden alweer supermarkten en horeca in heel Europa. En toen sloeg corona toe. We zijn snel geswitcht naar andere markten, zoals diervoeding. De oorlog in Oekraïne maakte dat even later weer moeilijk en toen besloten we ons meer te gaan richten op de ingrediënten in onder meer meelwormen.’’ Datzelfde trucje past hij nu in wezen ook toe op de bierbostel. Het is een kwestie van heel precies persen, verhitten en verkoelen, zodat overblijft wat je nodig hebt. „Dit is eigenlijk een veel eenvoudiger proces. Insecten zijn moeilijker, omdat je te maken hebt met olie en velletjes, die je nog apart moet scheiden.’’
EXPERIMENTEREN
Afgelopen augustus waren Kuipers en Bram Fledderus bij de Kamer van Koophandel en werd de bv een feit. Dankzij subsidies voor Noord-Nederland (SNN) en van de provincie Drenthe konden de twee van Brew’dBites een commercieel bedrijf maken. Daarin komt de expertise van Fledderus goed van pas. De 21-jarige student bedrijfskunde is liefhebber. „Van koken ja. Dat ben ik zeker in coronatijd veel gaan doen. Ik vind vooral productontwikkeling interessant, maar ook het hele verhaal. Het gaat mij erom dat we iets bedenken dat ook echt concreet wordt. En dat doen we.’’
Fledderus is over een jaar afgestudeerd. Nu al besteedt hij minimaal twee dagen per week aan zijn start-up. „Dat voelt niet als werk. Ik vind het prachtig om zo te experimenteren en te bouwen aan ons eigen bedrijf. En ik heb nu al zin om er straks nog meer tijd in te steken en het te helpen uitbouwen.’’

De Agrofood- opleidingen van Hogeschool Van Hall Larenstein vormen het fundament onder ons landbouw- en voedselsysteem. De toekomst daarvan is vaak onderwerp van gesprek. Nieuwsgierigheid naar perspectief verbindt mensen en inzichten. Praat mee op 16 juni!

Roel Frijling en AndrÈ van der Schaaf zijn opleidingsmanagers binnen het Agrofoodcluster van Hogeschool Van Hall Larenstein in Leeuwarden. Van tuin- & akkerbouw, plantenteelt en voedingsmiddelentechnologie tot dier- en (melk)veehouderij: de diverse sectoren binnen de landbouw en het voedselsysteem komen er samen.
De opleidingen binnen het Agrofoodcluster werken nauw samen met stichting Agrofoodcluster (www.agrofoodcluster.com), een netwerkorganisatie in de open teelten. Dit zorgt voor een directe verbinding tussen studenten en het werkveld.
De urgentie om te komen tot verandering naar een houdbare en perspectiefrijke toekomst voor individu en maatschappij wordt hier diep gevoeld. ÑDe noordelijke landbouw- en voedselketen staat bol van ondernemerschap en voortdurende innovatieî, stelt Roel Frijling. ÑDe overtuiging en diepe passie die daarbij horen, zitten geworteld in ieders vakgebied.î Andre van der Schaaf: ÑDe complexiteit en uitdagingen van landbouw- en voedingsketen, de problemen van onze globaliserende maatschappij van migratie tot en met uitputting van grondstoffen, de verslechtering van bodem- en waterkwaliteit, het behoud van voedselzekerheid, samen met
gewenste verandering, gevoelde noodzaak of behoud van het huidigeÖhet ligt hier op tafel en zorgt ook voor spanning en polarisatie.î Maar de mix aan opvattingen van al die doeners en denkers zeggen ze, vormt vooral een prachtig platform voor verbinding.
ëDe noordelijke landbouw- en voedselketen staat bol van ondernemerschap en voortdurende innovatie
ÑHoe kunnen we samen onze landbouw en het voedselsysteem toekomstgericht vorm en inhoud geven? Waar komen we vandaan, waar willen we naar toe, wat is ieders rol binnen dat ontwikkelperspectief? Dat gesprek kun je alleen voeren uit respect voor elkaar en de culturele achtergronden van verschillend landbouw- dna.î
Beide opleidingsmanagers zijn positief over de wil van studenten om verder te kijken dan het hier en nu. ÑEr is ruimte om vanuit verbinding en samenwerking te kijken naar het oplossen van vraagstukken. Voorheen gingen we in ons onderwijs uit van de kracht en focus op het eigen sectorale verdienmodel. Nu sturen we op
integrale visie om zowel een gezamenlijke toekomst als een eigen vakmatig verdienmodel te ontdekkenî, stelt Roel Frijling.
AndrÈ van der Schaaf: ÑDaarin je rol pakken, vraagt nieuwsgierigheid naar waarom een ander iets doet. Of dat nu is door historische verdieping in het Fries Landbouwmuseum, de waarde van inspirerende gastlessen door onze alumni en het kennismaken met producten, processen en bedrijven tijdens excursies. Het heeft ook iets kwetsbaars het gezamenlijke te ontdekken, maar vormt nu wel het fundament voor ons agrofoodonderwijs. Om dat gesprek maatschappelijk te verbreden, staat het ook centraal tijdens ons Studium Generale op dinsdag 16 juni.î
Van buiten naar jezelf kijken om begrip te krijgen voor gezamenlijk perspectief in de toekomst van het landbouw en voedselsysteem. U bent van harte welkom op 16 juni mee te praten! www.hvhl.nl/samenwerken
WAT GROEIT
EIGENLIJK, ALS DE ECONOMIE GROEIT? RONALD MULDER
Het kromme aan economische groeicijfers is dat ze geen waarde hechten aan gedrag dat leidt tot minder verkeersongelukken, uitstoot of minder obesitas. Dat moet anders, betoogt Ronald Mulder.
Er is een groeiende groep economen die pleit voor het afschaffen van economische groei. Een deel bedoelt dit letterlijk: ze pleiten voor ‘ontgroeien’ – gewone mensen noemen dat krimpen. Maar de meesten bedoelen dat we af moeten van groei als belangrijkste doel van economisch beleid.
Groei van het nationaal product is bedoeld als maatstaf voor groei van het algemeen welzijn, maar de maatstaf deugt niet. Ze zegt namelijk niets over zaken als klimaatverandering, uitputting van grondstoffen en verdeling van de welvaart. Het zonder meer najagen van groei kan dus heel goed leiden tot minder welzijn in plaats van meer. De Groningers onder u zullen het betoog waarschijnlijk wel begrijpen.
Hoeveel gelijk deze economen ook hebben, ze gaan het nooit krijgen als ze blijven hangen in een pleidooi voor minderen. Dat is een kansloze boodschap. Mensen willen meer, niet minder. Waarschijnlijk zit dat in ons DNA, en anders krijgen we het wel met de paplepel ingegoten. Meer is beter dan minder. Punt. Wie pleit voor minder, gaat het in een democratie nooit winnen. Consuminderen? Ga zelf lekker consuminderen, mafkees.
‘Ga lekker zelf consuminderen, mafkees’
Maar er is hoop. In antwoord op de burn-out epidemie die ons teistert, is er steeds meer belangstelling voor onthaasten, niksen, lanterfanten en lummelen. Time Magazine schreef jaren geleden al eens over deze trend, en Nederland schijnt een van de koplopers te zijn. Doe één ding tegelijk, met aandacht, en neem af en toe de tijd om niets nuttigs te doen, daar komt het ongeveer op neer. De lummelbeweging heeft een stevig filosofisch fundament. Van de stoïcijnen tot de taoïsten, allemaal zijn ze het er over eens dat het de kunst is om dingen hun tijd te geven, in plaats van zo veel mogelijk dingen in een hoeveelheid tijd te proppen. Of, zoals het bijbelboek Prediker zegt: alles heeft zijn tijd.
Het mooie is, of het grappige, dat ‘langzamer’ precies hetzelfde is als het veel minder populaire ‘minder’. Ga maar na. Als je iets langzamer doet, doe je minder in dezelfde tijd. In veel gevallen is het effect exponentieel. Als je langzamer rijdt, doe je langer over de rit,
maar ook langer met je benzine, je banden en je auto. Wie langzamer eet, eet negen van de tien keer ook minder.
En als iedereen langzamer rijdt en langzamer eet, hebben we minder verkeersongelukken, minder uitstoot van kool-, stik- en fijnstof, en minder obesitas. Allemaal vooruitgang die je niet terugziet in de economische statistieken. Integendeel, die zullen zeggen dat de groei afneemt. Dus wat groeit er eigenlijk, als de economie groeit?
De schrijver A.F.TH. van der Heijden introduceerde in de vorige eeuw het concept ‘leven in de breedte’: de tijd oprekken door momenten heel intensief te beleven en te verrijken met associaties en herinneringen.
Van der Heijden hoopte zo de tijd tandeloos te maken. Wat zou het mooi zijn als we een ‘groei in de breedte’ zouden kunnen definiëren. En daarmee ook de economische groei een paar van haar tanden zouden kunnen uittrekken.
Ronald Mulder is ondernemer en econoom. Man van weinig woorden.
@ronaldmulder


Wie het heeft over de Groene Transitie, denkt misschien al snel aan beleid, systemen en grote ambities. Een ver-van-mijn-bed-show. Maar wie beter kijkt, ziet dat die transitie allang is begonnen. Het is een beweging naar bewuster omgaan met water, plastics en eten. Dat gebeurt in het bedrijfsleven, het onderwijs en misschien al bij jou in huis. Je doucht bewust korter, je gooit minder eten weg en je neemt je eigen tas mee naar de supermarkt.
In de bakkerij- en zoetwarensector wordt dagelijks gezocht naar manieren om slimmer met reststromen om te gaan. Bij GreenPAC in Emmen buigen studenten zich over de samenstelling van plastics. Bij het Centre of Expertise Water Technology (CEW) onderzoeken studenten hoe we rioolwater schoon kunnen krijgen om te hergebruiken. Juist in die alledaagse praktijk krijgt een begrip als ëduurzaamheidí langzaam maar zeker betekenis.
Unieke samenwerking in het Noorden Binnen het Consortium Groene Transitie in Water, Chemie en Food komt die beweging samen. Hier werken noordelijke onderwijsinstellingen, bedrijven en onderzoekers niet vanuit abstracte doelen, maar vanuit een gedeeld besef dat de vraagstukken van vandaag ó van grondstoffenschaarste tot watergebruik ó simpelweg te groot zijn om alleen op te lossen. Wat deze samenwerking bijzonder maakt, is niet alleen de inhoudelijke focus op water, chemie en food, maar vooral de manier waarop die werelden elkaar raken. Want waar grondstoffen veranderen, verandert ook productie. Waar water schaarser wordt, veranderen processen. En waar processen veranderen, veranderen opleidingen en vakmanschap.
Een oplossing voor retourbrood
Bakery Sweets Center (BSC) is een van de deelnemende partijen (food) binnen dit unieke samenwerkingsverband. In dit regionale netwerk, werken bedrijven uit de keten van bakkerij en zoetwaren samen aan onder meer transities.
ìGroene Transitie betekent voor ons vooral: blijven bewegenî, stelt programmamanager Hilco Wagenaar. ìNiet wachten tot oplossingen zich aandienen, maar zelf beginnen. Soms klein, soms experimenteel, maar altijd met de blik vooruit. Het retourbroodproject is daar misschien wel het meest sprekende voorbeeld van. Wat ooit werd gezien als reststroom ó brood dat zijn weg naar de consument niet meer vond ó vormt nu de basis voor versuikerde broodpasta: een nieuwe grondstof met verrassende toepassingen, onder andere als alternatief voor suiker. Het idee ontstond niet vanuit een groot masterplan, maar vanuit een eenvoudige vraag: Wat kunnen we doen met de massaís onverkocht brood dat dagelijks terugkeert uit de winkel? De vraag kwam voort uit het bedrijfsleven; studenten van Aeres MBO pakten hem op. Daarna sprongen Firda en Hogeschool Van Hall Larenstein op de trein. Nu, 3 jaar later, hebben we de eerste pilot in de Èchte bakkerspraktijk achter de rug en kunnen ambachtelijke bakkerijondernemers overal in Nederland er straks mee aan de slag. Een Ècht succes!î
Watergebruik reduceren Deze praktische werkwijze is beeldend voor alle

Groene Transitie is bewuster omgaan met water, plastics en eten. Bijvoorbeeld door onverkocht brood te herverwerken in suikerbrood. (Foto: BSC/Black Coffee Visuals)
projecten binnen Groene Transitie. Studieprojecten zijn niet langer een theoretische oefening, maar onderdeel van een reÎel vraagstuk. Zo onderzochten studenten Labtechniek van Firda bij negen bedrijven (aangesloten bij BSC) of Èn waar het watergebruik gereduceerd kan worden. Drinkwater wordt schaarser; het gebruik moet de komende jaren met 20% minderen. Door letterlijk te meten, ontstaat inzicht bij student Èn ondernemer ó en misschien nog belangrijker: betrokkenheid. De intrinsieke motivatie om Ècht duurzamer te denken en te doen. Duurzaamheid als uitgangspunt
Wat de samenwerking uiteindelijk laat zien, is dat de Groene Transitie geen losstaand traject is, maar een verweven ontwikkeling waarin onderwijs, onderzoek en praktijk elkaar continu beÔnvloeden. Die samenwerking wordt ook zichtbaar buiten de projecten om. Tijdens de Dag van Europa op 8 mei presenteren opleiders als Aeres MBO, Firda en Hogeschool Van Hall Larenstein gezamenlijk hoe zij studenten voorbereiden op een toekomst waarin duurzaamheid geen keuze meer is, maar uitgangspunt. Door te laten zien wat er nu al, samen met onder meer Bakery Sweets Center, gebeurt.
Een nieuwe generatie
Door projecten als deze gaat een nieuwe generatie professionals anders naar hun vak kijken. Niet alleen vanuit efficiÎntie of smaak, maar vanuit verantwoordelijkheid. Ook binnen productontwikkeling zie je die verschuiving. Waar voorheen vooral werd gestuurd op smaak en textuur, komt daar nu een extra laag bij: controle over processen en grondstoffen. Weten wat je als ondernemer gebruikt aan plastics, water en grondstoffen voor de productie van voedingsmiddelen.
Met de Groene Transitie hebben we in het Noorden een uniek samenwerkingsverband, waarin alle losse initiatieven ÈÈn verhaal vormen. Een verhaal dat gericht is op een duurzame toekomst, met waardevolle oplossingen voor praktische vragen. Oplossingen waar we allemaal baat bij hebben!
Meedenken? Mail naar of info@bakerysweetscenter.nl
Familie Bouwhuis en Julianne Brunsveld hebben allebei in Royal A-ware de geschikte partner gevonden. Als melkveehouder wil je een samenwerking met een zuivelproducent die past bij jouw manier van werken. Geen ingewikkelde structuren, maar duidelijkheid, persoonlijk contact en ruimte om zelf keuzes te maken over wat past bij jouw bedrijf. Voor zowel ervaren ondernemers als starters is Royal A-ware een partner die rust en perspectief biedt: met een lage instapdrempel, twee keer per maand uitbetaling van het melkgeld en ondersteuning om het bedrijf toekomstbestendig te ontwikkelen. Zowel Jelle en Alyanne Bouwhuis als Julianne Brunsveld hebben besloten een samenwerking aan te gaan met Royal A-ware en zijn hier zeer over te spreken.
Persoonlijk contact
In Slangenburg, net buiten Doetinchem, runt Julianne Brunsveld samen met Bert Smallegoor en Frieda Honders een melkveebedrijf met zoín 85 melkkoeien. Wat begon als een bijbaan voor Julianne, groeide uit tot een toekomst als bedrijfsopvolger. Een paar jaar geleden maakte de maatschap de overstap naar Royal A-ware. ëWe merkten al snel dat dit een goede match was,í vertelt Julianne. ëVooral de korte lijnen en de gemoedelijkheid van een familiebedrijf spraken ons aan. Het contact is laagdrempelig en persoonlijk. Als er iets is, wordt er echt met je meegedacht. We hebben nog nooit het idee gehad dat we een nummer zijn.í
Die persoonlijke benadering herkennen ook Jelle en Alyanne Bouwhuis, die een melkveebedrijf hebben in Wachtum. ëVanaf het eerste gesprek voelde het goed,í zegt Alyanne. ëDe mensen bij Royal A-ware zijn nuchter en toegankelijk. We kunnen altijd snel schakelen en wisten precies waar we aan toe waren.í En dat was extra fijn, want een eigen melkveebedrijf runnen is voor de jonge ondernemers een geheel nieuwe stap. Eigenlijk was het de bedoeling om op de aangekochte locatie legkippen te houden, maar omdat de vergunning niet omgezet kon worden besloten ze in 2025 het avontuur aan te gaan. Alyanne: ëIk werkte al eerder op melkveebedrijven en heb ook een agrarische opleiding gedaan. Jelle heeft vooral veel ervaring op het gebied van legkippen houden. Een eigen melkveebedrijf runnen is voor ons dus nieuw, maar we hebben er veel plezier in. Het is mooi werk.í
Lage instap en steun in het ondernemerschap
Voor starters Èn gevestigde ondernemers biedt Royal A-ware een belangrijk voordeel: er is geen risicovolle kapitaalinleg nodig. Bovendien biedt Royal A-ware als financieel sterk familiebedrijf rust en vertrouwen. Het bedrijf denkt in generaties en steunt melkveehouders actief in hun


ondernemerschap. Julianne: ëWe zijn blij dat we bij Royal A-ware in de Beter Voor-melkstroom kunnen leveren. Met deze melkstroom kunnen wij meer waarde halen uit de melk, wat weer ruimte geeft om te investeren in het bedrijf en vooruit te kijken. Het is een partij die echt met ons wil samenwerken. Ze zijn meedenkend.í
Ook Alyanne en Jelle ervaren veel steun bij hun ondernemerschap. ëHet is natuurlijk nog vroeg en we hebben weinig vergelijking, maar ik heb het gevoel dat Royal A-ware ons echt helpt om te groeien. Ik heb ook echt het idee dat ze hun best doen om een goede, eerlijke melkprijs te bieden.í, aldus Jelle. Alyanne vult aan: ëAls melkveehouder ben je heel afhankelijk van de zuivelverwerker waar je mee samenwerkt. Dus het is belangrijk dat je je gesteund voelt en dat je goed contact

hebt met elkaar en weet wat er speelt. Zo ervaren wij het tot nu toe bij Royal A-ware absoluut.í
Van elkaar leren en samen verder groeien De Dairy Academy is het exclusieve kennisplatform voor melkveehouders die samenwerken met Royal A-ware en biedt de kans om te leren van kennispartners Èn van elkaar. Samen met deskundige partners wordt jaarlijks een aanbod van workshops, webinars en kennisdagen samengesteld, met onderwerpen waar melkveehouders direct iets aan hebben.
Julianne: ëDe workshops gaan over onderwerpen waar je als melkveehouder echt iets aan hebt. Ik vind het heel nuttig om er heen te gaan. Het zijn altijd goed verzorgde dagen en je krijgt daar ook de kans om je collega melkveehouders te spreken.í
Ook voor starters zoals Jelle en Alyanne is de Dairy Academy waardevol. Alyanne: ëIk ben sinds onze start naar ÈÈn workshop geweest. Dat was ontzettend leuk en leerzaam. Het fijne is dat je hier ook de kans krijgt om andere melkveehouders te spreken en van elkaar te leren.í
Kijken naar de toekomst en samen vooruit Of je nu, zoals Julianne, al langer onderneemt of, zoals Jelle en Alyanne, net begonnen bent: bij Royal A-ware werk je samen aan een toekomstbestendig bedrijf. Met persoonlijke begeleiding, duidelijke voorwaarden en ruimte voor ondernemerschap.
Heb jij interesse in melk leveren aan Royal A-ware Scan dan de QR-code en maak vrijblijvend een afspraak.


Ongetwijfeld wel eens een hap genomen uit zo’n driehoeksandwich bacon-ei bij het tankstation. Of op een station een yoghurtje, overnight oats of een wrap uit het koelvak gepakt. Grote kans dat het product uit Leeuwarden komt. Op bedrijventerrein De Zwette staat met Goedhart Bakery Kitchen een van de grootste makers van het Nederlandse ‘eetmoment onderweg’: eten dat je direct kunt meenemen, openmaken en opeten.
TEKST RADBOUD DROOG FOTO MARCHJE ANDRINGA
In Leeuwarden werken ongeveer 500 mensen, verspreid over de totale Bakery Kitchen Group – met vestigingen in Amsterdam en Alphen aan de Rijn – zijn dat er zo’n 1200. De vestiging in de Friese hoofdstad is de grootste productielocatie en tegelijk het hart van de organisatie. Hier worden dagelijks rond de 250 verschillende producten gemaakt: van belegde broodjes en wraps tot pizza’s, panini’s, ontbijtpotjes, salades en soepen. Voedsel voor on-the-go, noemen ze dat in de branche. In normaal Nederlands: eten voor mensen die geen tijd hebben om een boterham te smeren, maar wel trek hebben. Of haast. Of allebei.
„Wij gaan verder waar brood stopt”, zegt algemeen directeur Emiel Boogaard. De bakker bakt en verpakt het brood waarna Goedhart Bakery Kitchen dat brood weer uit de verpakking haalt en er ingrediënten en beleg aan toevoegt. Niet alleen voor de supermarkt, maar ook voor tankstations, hotels, cateraars en luchthavens.
Achter Goedhart Bakery Kitchen zit een lange familiegeschiedenis. Die begint bij Goedhart Borgesius, de Groningse bakker die ooit startte met een traditionele bakkerij. Vanuit die bron groeide een groter bedrijf, eerst in het Noorden, later in de rest van het land. In Leeuwarden ontstond vervolgens een specialisme dat steeds groter werd: gemaksvoedsel voor onderweg. Boogaard kent die wereld inmiddels. Hij is 49 en werkt al bijna 25 jaar bij het bedrijf. Ooit begon hij op de kwaliteitsdienst. Daarna groeide hij door, stap voor stap, via verschillende functies naar zijn huidige rol. In 2018 maakte hij nog een uitstap naar de gebakswereld binnen hetzelfde familiebedrijf.
Boogaard: „De bekende driehoeksandwich bacon-ei is nog altijd een klassieker, maar de smaak van Nederland schuift op.” Zo is ontbijt buitenshuis volgens Boogaard een van de grootste groeimarkten. Niet alleen yoghurt, maar ook chiapudding, skyr, hangop en overnight oats rukken op. „De Nederlander vertrouwt er steeds meer op dat hij onderweg niet alleen koffie, maar ook ontbijt kan ko-
Zo gaat dat vaker met voedseltrends. Eerst is iets vreemd, dan hip, daarna normaal
pen.” De broodtrommel is er nog wel, maar niet langer vanzelfsprekend.
ENGELAND ALS VOORBEELD
Om de Nederlandse eet- en drinkbehoeftes te kennen, kijkt het bedrijf nadrukkelijk over de grens. Naar Engeland bijvoorbeeld, terwijl dat land toch niet per se geroemd wordt om zijn keuken. „Engeland loopt vaak voorop als het gaat om gemakseten. Niet omdat het land bekendstaat om zijn culinaire verfijning, maar wel omdat buiten de deur eten daar al veel langer normaal is. In het Verenigd Koninkrijk koop je op de vreemdste en gewoonste plekken een sandwich of een lunchproduct. Dat gebruik sijpelt langzaam ook ons land binnen.”
Warme ontbijtproducten, hartige ontbijtbekers en andere nieuwe gemaksproducten zouden hier op termijn daarom ook kunnen aanslaan, denkt Boogaard. Niet meteen overal, en misschien ook nog niet direct in Leeuwarden. „Zulke ontwikkelingen landen vaak eerst op plekken met veel internationale invloeden: Amsterdam, hotels, luchthavens en grote

stations. Zo gaat dat vaker met voedseltrends. Eerst is iets vreemd, dan hip, daarna normaal.”
Ook op een ander vlak ziet Boogaard kansen: de borrel en shared dining. Kleine hapjes om te delen, warme en koude snacks: het zijn volgens hem geen eendagsvliegen. „Het zijn geen trends die morgen weer voorbij zijn.” Juist dat onderscheid is voor een bedrijf als dit belangrijk. Hypes zijn verleidelijk, maar vaak alweer verdwenen voordat de machine op stoom is. „Een rage als de crompouce is snel weer weg. De eiwittrend daarentegen is breder, duurzamer en op veel producten toepasbaar.”
Om het verschil tussen een trend en hype bloot te leggen – al weet je het in beginsel natuurlijk nooit helemaal zeker – staat een team van specialisten klaar: voedingsmiddelentechnologen, diëtisten, productontwikkelaars en mensen met horeca-ervaring werken samen aan de vraag wat de consument morgen wil eten. Daarbij stapelen de eisen zich op. Klanten letten meer op voedselkeuzelogo Nutri-Score, consumenten vragen vaker om eiwitrijke producten en duurzaamheid wordt steeds belangrijker.
KRITISCH TESTPANEL
En mocht er twijfel blijven bestaan over een nieuwe yoghurt of wrap: thuis wacht hem een testpanel waar geen marketingafdeling tegenop kan. Zijn kinderen van 10, 13 en 15 jaar oordelen zonder mededogen. „Dan is het lekker of niet lekker.” Vooral bij de ontwikkeling van pizza’s bleek die huis-tuin-en-keukenfeedback waardevol. „Als een pizza thuis niet wordt gewaardeerd, dan heb je daar als producent toch iets van te vinden.” Boogaard luistert naar zijn kinderen, zegt hij, al is het „met een filter. Want niet ieder oordeel is heilig. Maar soms zit in zo’n opmerking precies de waarheid waar je wat aan hebt.”
Niet alles wat het bedrijf beïnvloedt, komt uit zijn keuken, van zijn collega’s of uit de tankstations of supermarkten. Want terwijl de driehoeksandwiches en yoghurts van de band rollen, dringt ook de wereldpolitiek door tot in de productielijnen van Leeuwarden. De oorlog rond Iran en de onrust rond de Straat van Hormuz hebben de olie- en energieprijzen flink opgedreven. Voor een bedrijf als Goedhart Bakery Kitchen blijft dat niet hangen bij alleen duurdere diesel of benzine voor het transport; het werkt door in de prijs van verpakkingsmateriaal, gas, elektriciteit en uiteindelijk in de hele keten van leveranciers en producenten.
EEN BROODJE BAL Boogaard maakt zich daar zorgen over. „Eerst stijgen de kosten, dan de lonen, en vervolgens wordt produceren in Nederland opnieuw duurder in vergelijking met andere landen.” Volgens hem moet de overheid daarom sneller en duidelijker aangeven welke maatregelen zij wil nemen om energie en mobiliteit betaalbaar te houden. „Als iedereen blijft praten terwijl de keten duurder wordt, is de schade op den duur niet meer zo makkelijk terug te draaien.”
Boogaard kijkt desondanks met vertrouwen vooruit. Met de wereldwijde bankencrisis en de coronapandemie nog vers in het geheugen, heeft het bedrijf laten zien tegen een stootje te kunnen. En wat die toekomst ook brengt: Goedhart Bakery Kitchen blijft zoeken naar de balans tussen gezonder en lekker, tussen innovatie en herkenning. Dus niet alleen producten maken die goed scoren in een maatschappelijk rapport, maar ook blijven leveren aan hen met een lekkere trek. „We willen waken voor al te veel betutteling. Ja, een broodje bal op z’n tijd mag er zeker zijn.”

Wie langs de rand van Middelsee in Leeuwarden loopt, ziet iets onverwachts: wuivend graan midden in de stad. Dit urban tarweveld brengt mensen dichter bij hun eten en bij elkaar, met ruimte voor beleving, ontmoeting en nieuwe inzichten over landbouw en natuur.
Het veld is ontstaan in samenwerking met de gemeente Leeuwarden en laat zien hoe stad en platteland elkaar kunnen versterken. Waar beton en baksteen normaal de boventoon voeren, groeit nu tarwe volgens regeneratieve principes. Dat betekent aandacht voor de bodem, biodiversiteit en een natuurlijk evenwicht. Bezoekers zien, voelen en ervaren hoe voedsel ontstaat. Niet als abstract idee, maar als iets tastbaars, midden in hun leefomgeving.
Kinderen rennen door het veld tijdens een speurtocht, terwijl volwassenen luisteren naar verhalen via een audiotour. Zo wordt het veld een plek waar leren en beleven samenkomen. Het roept vragen op: waar komt ons voedsel vandaan? En wat is er nodig om het te verbouwen?
Beleven De kracht van het urban tarweveld zit in de activiteiten die mensen samenbrengen. Van vroege vogel ecotours, workshops tot culinaire avonden: het veld leeft op verschillende momenten van de dag. Tijdens de ochtendwandelingen deelt Ecoloog Ben Koks zijn kennis over natuur en landschap, terwijl de zon opkomt boven het graan.
Verbinding Het urban tarweveld maakt de keten van Nedertarwe tastbaar. Wat hier groeit, vindt zijn weg naar de molen in Leeuwarden en uiteindelijk naar de Nedertarwe bakkers. Lokale
bakkers werken met dit graan en vertalen het naar brood dat je dagelijks op tafel ziet, maar nu met een zichtbaar verhaal erachter.
Pop-up restaurant Het hoogtepunt zijn de exclusieve diners midden in het veld. Vijf avonden lang kookt chef Tiemen tussen het graan, met een beperkt aantal gasten per avond. ìLange tafels, zacht ritselende aren en gerechten die het verhaal van de plek vertellen, maken dit tot een unieke ervaringî, vertelt Tiemen Bandstra, chef Kok. ìVoor mij begint koken hier, op het land, verser wordt het nietî.
ìIk wil dat je hier niet alleen eet, maar voelt waar het begint en met een onvergetelijke ervaring naar huis gaatî
De diners zijn intiem en snel volgeboekt, maar laten een blijvende indruk achter. Niet alleen door het eten, maar door de setting en het besef dat voedselproductie dichterbij is dan veel mensen denken.
ADVERTENTIE

Zo ontstaat een directe lijn tussen veld en wijk, tussen boer en bakker, tussen landschap en bord. Het veld wordt meer dan een plek met graan: het is een uitnodiging om anders te kijken naar voedsel en naar de mensen die het maken. Want wie hier heeft rondgelopen, proeft dat verschil, ook lang nadat het graan is geoogst.
Benieuwd naar de activiteiten of dineren in tussen het graan?

www.nedertarwe.nl/urbantarweveld
Ons verleden was niet duurzaam, omdat de mensheid dat zelf niet was. In Zuidoost-Drenthe heersten lange tijd armoede en honger. Sinds de 20e eeuw brachten innovatie, kunstmest en gewasbescherming vooruitgang, maar wel ten koste van de natuur. ìDat moet anders. Met moderne kassen worden wij de eerste duurzame generatie,î zegt Inge Bergsma-de Vries.
Bergsma-de Vries is komkommerteler en mededirectielid van Drenthe Growers. Ze is voorzitter van Greenport Noord en regiovoorzitter van Glastuinbouw Nederland. Daar werkt ze aan de grote themaís van de glastuinbouw: arbeid, energie en water. Het komkommerbedrijf in Erica beslaat 18 hectare, 36 voetbalvelden, en produceert zoín veertig miljoen komkommers per jaar. Samen met haar echtgenoot en broers is Inge de derde generatie telers op het bedrijf. Met een team van 140 medewerkers werken ze aan de komkommer van de toekomst.
Anders telen ìHet is onvermijdelijk dat we groenten anders gaan telen,î stelt zij. ìEr komt steeds meer nadruk op gezond en milieuvriendelijk voedsel. En er zijn steeds minder middelen om gewassen te beschermen tegen ziekten en plagen.î
Het bedrijf doet daarom mee aan een landelijke pilot met zes andere telers van tomaat, paprika en aubergine. Samen met leveranciers, veredelaars en adviseurs ontwikkelen zij een duurzame en rendabele groenteteelt in kassen. De Federatie Vruchtgroente Organisaties ondersteunt de pilot, die in het najaar afloopt.
Uitdaging
Op een deel van het bedrijf wordt op de nieuwe

Inge Bergsma-de Vries: ìHet is onvermijdelijk dat we groenten anders gaan telen. Steeds meer telers tonen interesse.î
manier geteeld. Dat is best uitdagend want komkommers zijn een lastig gewas. De groei is sterk afhankelijk van licht en de planten zijn erg gevoelig voor ziekten en plagen.
ìIn het nieuwe teeltsysteem groeit het gewas op organische matten en worden alleen natuurlijke middelen gebruikt om plagen te bestrijden. We doen er alles aan om het gewas gezond te houden. Dat vraagt meer werk, maar het gaat goed en we zijn tevreden over de opbrengst.î
ìDaarnaast werken we aan de circulaire komkommerkas. We hebben daarvoor subsidie gekregen. We onderzoeken de mogelijkheden om reststromen te hergebruiken. De organische matten kunnen bijvoorbeeld in de potplantenteelt of als compost worden gebruikt. Met restwater kunnen boeren mogelijk hun grasland bemesten. In het gemengde bedrijf 2.0 worden tuinbouw, akkerbouw en veehouderij gecombineerd en worden nutriÎnten behouden in de regio.î
Samen vooruit
ìIk wil niet te hard oordelen over het verleden,î zegt Bergsma-de Vries. ìVeel was toen nog onbekend. De efficiÎntie van bedrijven moest in de jaren í70 omhoog. Plaats het in de tijdgeest: niet alleen in de land- en tuinbouw ging men anders om met chemie. Denk eens aan de verven die lange tijd zijn gebruikt, of hoe automonteurs omgingen met olie en bouwvakkers met asbest!î ìIk ben trots op de stappen die we maken. Steeds meer telers tonen interesse in onze manier van werken. Met moderne kassen kunnen we duurzaam produceren Èn zorgen voor voldoende gezonde, betaalbare groenten in de supermarkt. Samen werken we aan de eerste duurzame generatie telers.î
drenthegrowers.nl
De Groningse pioniersgeest is al eeuwen een drijvende kracht achter het succes van landbouw, agrarisch ondernemerschap en voedselinnovatie in deze provincie. Binnen het open innovatieprogramma Fascinating werken boeren, (MKB-)bedrijven en kenniscentra nauw samen aan het doel van ëmeer gezondheid per hectareí. Door anders te kijken naar landbouw, voeding en samenwerking in de keten, creÎert
Fascinating nieuwe perspectieven voor boeren, vernieuwende producten voor consumenten en duurzame groei voor de regionale economie.
Landbouw is voor Groningen altijd belangrijk geweest. Dat gaat veel verder dan het economische belang. Het gaat ook om historisch besef en culturele identiteit. Eerst was er veen, zand en klei. Met hard werken, pioniersgeest en vakmanschap maakten vroege generaties Groningers daar een vruchtbare akkerbouwregio van. Granen, aardappelen, suikerbieten en strokarton gingen al lang geleden naar alle windstreken via wegen en kanalen. Landbouw en de bijbehorende pioniersgeest vormen al eeuwenlang een onlosmakelijk onderdeel van het Groningse DNA.
Tegenwoordig levert het Groningse agrocluster met ca. 2.500 boerderijen en tal van bedrijven in voedselverwerking, distributie, handel en toelevering, enkele tienduizenden banen op. Het is niet alleen de ruggengraat van de lokale economie en een bron van voedsel en bijproducten met een substantiÎle meerwaarde. De landbouw zorgt ook voor een aantrekkelijk en vitaal platteland en landschap waar alle Groningers kunnen recreÎren en van genieten.
Perspectief voor de landbouw
Voor de provincie Groningen staat het streven
Enkele voorbeelden van Fascinating innovatieprojecten: fascinating.nl/projecten
ï Hybrid food: breed gedragen onderzoeksprogramma gericht op het optimaal verwerken van melk en plantaardige ingrediÎnten in nieuwe hybride producten. Het beste van twee werelden combineren voor meer gezondheid, functionaliteit en duurzaamheid.
ï Zeewierteelt in industrieel restwater: zout proceswater van Nedmag als groeimedium voor zeewierteelt op Groningse bodem. Kansen voor duurzame kweek voor voedsel, supplementen en cosmetica.
ï 100 hectare regeneratief: 40 boeren testen teeltmethoden met minder inputs zoals kunstmest voor behoud en herstel van bodem- en plantvitaliteit, een betere oogst en versterking van het verdienvermogen op de boerderij.
ï Kringloopmest op maat: zes boeren onderzochten hoe digestaat als eindproduct van mono-mestvergisting op de boerderij een rol kan spelen bij het verminderen van gebruik kunstmest en het sluiten van regionale kringlopen
ï Groninger mosterdzaaizaad met wereldwijde impact: samenwerking tussen twee MKB-bedrijven en de Hanze hogeschool gericht op de ontwikkeling van hoogwaardig, lokaal geteeld mosterdzaaizaad met een sterke streekidentiteit. Het zaaizaad kan o.a. worden afgezet bij boeren in OekraÔne. Met de waardevolle bijproducten worden lokale mosterdproducten gemaakt die de streek verder versterken.


naar een ëperspectiefvolle landbouwí in 2035met groeipotentieel - voorop. Daarbij ligt de focus op hoogwaardig en gezond voedsel, groene grondstoffen voor de bouw en industrie en toepassing van duurzame landbouwmethoden.
Het behoud van het inkomensperspectief van de boeren staat daarbij centraal, want geen boeren, is ook geen voedsel.
ëWaarde in de voedingsketen ontstaat wanneer gezondheid en smaak samenkomení
Die ambities krijgen sinds 2021 concreet vorm binnen Fascinating. Dit open, ketenbrede innovatieprogramma is onderdeel van het Nationaal Programma Groningen en werkt aan een toekomstbestendige agrofoodsector, met oog voor gezondheid en leefbaarheid in de provincie.
Fascinating-directeur Tjeerd Jongsma: ìMijn passie voor gezonde voeding vormt de basis voor Fascinating. Ik geloof dat echte waarde in de voedingsketen ontstaat wanneer gezondheid en smaak samenkomen. Door de keten anders in te richten, creÎren we waarde voor de consument, versterken we het verdienvermogen van boeren en leveren we een positieve bijdrage aan de maatschappij. Dat kan alleen met een holistische blik op landbouw, voeding en regionale economieî.
Een uniek agrofood consortium
In vijf jaar tijd is met Fascinating een uniek agrofood consortium ontstaan dat innovatie structureel organiseert. Het programma beschikt over een heldere visie, een meerjarige aanpak en stevige cofinanciering vanuit de provincie, het Nationaal Programma Groningen en de aangesloten bedrijven.
Grote landbouwcoˆperaties zoals Avebe, Cosun,
FrieslandCampina en Agrifirm legden samen met Rabobank, Gasunie en LTO Noord en honderd agrarische bedrijven het fundament voor Fascinating. Praktijknetwerken van boeren, SPNA proefboerderijen en kennisinstellingen zoals Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) en Van Hall Larenstein voegen daar diepgaande kennis en technologische expertise aan toe. Inmiddels zijn ook Vreugdenhil Dairy Foods en een snelgroeiende groep van midden- en kleinbedrijven (MKB) aangesloten.
Die samenwerking vertaalt zich in uiteenlopende innovaties: van hybride producten op basis van melk en planten en verbeterd mosterdzaad voor lokale streekproducten tot zaaigoed voor OekraÔense boeren en zeewier als kansrijke voedselbron, geteeld in industrieel restwater op Groningse bodem.
Kansen voor Groningen Volgens Jongsma treedt voor Fascinating een nieuwe fase aan. Het consortium groeit uit tot een innovatieve agrofood-beweging die steeds meer MKB-bedrijven aantrekt, op zoek naar samenwerking met boeren, bedrijvenpartners en nieuwe kansen in de markt. Allemaal willen en durven ze het anders en toekomstbestendiger te doen. Jongsma: ìDankzij de groeiende betrokkenheid van de MKB-bedrijven is innovatie inmiddels zichtbaar en voelbaar tot in de haarvaten van het Groningse platteland en landschap. We zien het MKB en de lokale agroketens als de motor van de regionale economie. Een goede zaak, want hier liggen veel kansen voor Groningen. Het staat anderen uiteraard vrij om met ons mee te doen. Fascinating startte in Groningen, maar de impact van het programma, de kansen en spin-off zijn uiteraard grenzeloos.î fascinating.nl

De afgelopen jaren heeft FC Groningen lovende kritieken ontvangen over het sportieve beleid: veel jeugdspelers die uit de regio komen kregen kansen in het eerste elftal. En hoewel de horeca en het sportieve beleid los van elkaar staan, wil de club ook zoveel mogelijk lokale leveranciers in de armen sluiten. En dat gaat al heel behoorlijk.
TEKST MARCO KUIPER
FOTO’S CORNÉ SPARIDAENS
Toen Remko Fuchs in de zomer van 2022 bij FC Groningen begon als manager Horeca en Events viel het hem op dat er bijna geen lokaal assortiment in de keuken was te vinden. „Niet eens de mosterd van Marne, een echt Gronings product.’’
Hoe anders is dat nu: een snelle kijk op de menukaart in het stadion verklapt al genoeg. Daarop is Bozu te vinden, een hardseltzer die haar oorsprong in Groningen heeft liggen. Hooghoudt, hoewel niet meer in Gronings bezit nog steeds een oer-Gronings product. En ook Marne is aan het assortiment toegevoegd; tijdens een toiletbezoek kun je om de grote posters niet heen.
En dit is pas het begin als je het aan Fuchs vraagt. „Bij lokale artikelen kan de supporter zich beter identificeren met de club. Het is net als op het veld, je wil een gevoel van trots creëren. Sinds we zijn begonnen met het lokaal inkopen van ons assortiment hebben we al stappen gezet. Euroborg onderscheidt zich op dit gebied van andere stadions in Nederland.’’
Het aanbieden van lokaal assortiment is stap één, het benoemen is stap twee, zo legt Jorrit Hoexum van Hospitality uit. „Door uit te leggen wat mensen op hun bord hebben, proberen we hen enthousiast te maken. Dat is ook hoe we ons willen onderscheiden. Dat mensen naar buiten lopen met het idee dat ze Groningse eieren en Gronings brood hebben gegeten. Wij zijn bereid om hier tijd in te steken.’
In eigenlijk alle mogelijke lokale producenten wordt tijd gestoken. Maar er zijn wel voorwaarden. „We denken natuurlijk ook aan de logistiek’’, legt Mark van Esveld uit. „We willen niet te veel op pad zijn voor een levering. Het moet wel uit kunnen.’’ Aan de andere kant moet het voor een leverancier wel allemaal mogelijk zijn. „Producenten moeten natuurlijk op een bepaalde schaal kunnen leveren. Soms moeten er ook andere, grote investeringen gedaan worden.’’
Dan nog even terug naar het begin: Fuchs gaf de regioambassadeur een opdracht mee. Wat is er in de provincie allemaal te koop? Al snel bleek dat het om een enorm scala
Wat biedt FC Groningen lokaal aan in Euroborg?
Mosterd van Marne
Mixdrankjes van Bozu en Hooghoudt met onder andere jenever en kalmoes
Knol’s Koek
Eierballen en andere snacks van Uildriks
Zuivel van de Zandster zuivelboerderij Vlees van Of je worst lust
aan producten ging. Vervolgens ging de bal rollen en biedt de club een breed assortiment aan lokaal goed aan. „In de beginfase kwam het initiatief vanuit ons, maar we ervaren ook dat wij worden benaderd door lokale producenten’’, stelt Fuchs. Mocht het tot een contact komen dan kijken beide partijen of het mogelijk is om samen te werken. „Pas als het echt niet kan zoeken we verder. Onder sommige niet-lokale
artikelen komen we niet uit. Denk dan bijvoorbeeld aan bier en wijn.’’
Keukenmanager Simon Feitsma probeert ook altijd lokaal te kijken in plaats van naar de groothandel te reiken. „We zoeken altijd naar Groningse alternatieven. Bijvoorbeeld sinaasappels. Niet lokaal te krijgen dus dan gaan we op zoek naar iets anders wat wél verkrijgbaar is.’’
Feitsma is met Van Esveld de provincie ingetrokken om op zoek te gaan naar lokaal assortiment. Het geplande dagje duurde iets langer: drie dagen zijn de mannen de regio rond geweest op zoek naar regionale parels voor in de keuken van de Euroborg. Dat leverde naast bijzondere ontmoetingen met supporters van de club vele leveranciers op.
Dat de mannen een missie hebben is duidelijk. Ze spreken allen gepassioneerd over het zoveel mogelijk lokaal maken van de keuken en het restaurant van de club. Het streven is om 90 tot 95 procent van het assortiment uit de regio te verkrijgen. De volle honderd procent zal lastig worden door al bestaande contracten en assortiment dat niet lokaal te verkrijgen is. Al zijn de lopende contracten volgens Fuchs niet zozeer een probleem. „We maken nu ruim-

Een greep uit de regionale producten.
‘We maken nu ruimte voor lokaal assortiment ten opzichte van de groothandel’
te voor lokaal assortiment ten opzichte van de groothandel. Het is echt een doel op zich.’’
Hoewel het beleid op het veld en in de keuken niet op elkaar zijn afgestemd, passen ze wel heel goed bij elkaar. Volgens Fuchs is het ook een manier om binding te creëren buiten het veld. „Maak het uniek. FC Groningen zonder de regio is geen FC Groningen.’’
TOEKOMSTPLANNEN
Hoewel het gros van het assortiment in het stadion al van lokale producenten afkomstig is, zet de club zich nog steeds in om de menukaart – waar mogelijk – volledig lokaal te krijgen.
Met trots meldt Feitsma ook dat het lunchbuffet over een maand volledig Gronings is. Denk hierbij aan brood wat gemaakt is door een ambachtelijke bakker met granen van Groningse komaf, vlees dat door Groningse slagers is bereid en eieren van kippen die in de provincie rondlopen. „In alles wat we doen proberen we de gast te verrassen.’’ Over de volgende stap wordt ook al gesproken, maar het eerste doel is duidelijk: de Euroborg afhankelijk laten worden van regionale producten. Als die missie is geslaagd volgt stap twee: ook het restaurant op het trainingscomplex Corpus den Hoorn moet regionaal zijn. Voor FC Groningen een prachtig vooruitzicht: regionale spelers die hun benodigde voedingsstoffen halen uit regionale producten.

we bij Sonac als waardevolle reststromen. Richard Dijkstra: ÑWe zijn een circulair bedrijf. Van de circa veertig procent van dieren die wij als consument niet opeten, maken wij waardevolle producten en grondstoffen. De wettelijke grondslag wie wat in de verwerking van dieren mag doen en hoe je dat moet en kunt doen, is en blijft het uitgangspunt. Daarmee blijven we kansen zien voor een goede en gezonde toekomst.î
ëEen innovatief en circulair bedrijf als Sonac beweegt altijd mee in de tijdí
ÑWe willen ook graag stappen zetten naar meer hernieuwbare energie, voor zowel onze eigen productie als voor de omgeving. Een innovatief en circulair bedrijf als Sonac beweegt altijd mee in de tijd: wat kan beter, hoe kun je minder water en energie verbruiken en minder uitstoten, hoe kun je samenwerken naar verduurzaming van bedrijf en omgeving.î
ÑDat realiseert een ieder die hier werkt en in de omgeving is opgegroeid met de fabriek. Je ontkomt er niet aan dat we in bepaalde weersomstandigheden waarneembaar zijn qua geur, maar we blijven altijd investeren in schonere en betere processen en minimalisering van uitstoot, De impact op de omgeving qua geuremissie is door de vele investeringen en innovaties drastisch afgenomen.î En dat kan en hoort ook niet anders zo te zijn: de fabriek staat nu eenmaal waar ze al 100 jaar staat, tussen Sumar aan de ene, en Burgum aan de andere kant van het kanaal. Sonac zuivert al het water dat ze gebruikt in haar eigen waterzuiveringsinstallatie en mag het daarna weer op het kanaal lozen. Met een collega bedrijf verderop wordt bekeken of ook warmte terug gewonnen kan worden uit hetzelfde water, zodat minder gas nodig is.
Trots onderdeel van de omgeving Generaties wisselen elkaar af en volgen elkaar op, ook binnen de muren van Sonac, dat al een eeuw lang een voornaam werkgever is. ÑSonac is geworteld in Sumar en Burgum, we maken deel uit van de ontwikkeling en de toekomst van deze

omgeving. Als modern bedrijf dat werk biedt aan nu 130 mensen binnen het bedrijf, maar daarnaast bij tal van toeleveranciers. In totaal biedt Sonac werk aan ongeveer 300 mensen. En we leiden veel mensen intern op: Sonac heeft een eigen geaccrediteerde operatoropleiding, als een van de weinige bedrijven in Noord-Nederland. î
Sonac steunt vanaf de oprichting ook het brede lokale netwerk van verenigingen en initiatieven. Wat we op ons bedrijfsterrein, in de fabriek en in de kantoren ook aanpassen en verbouwen, besteden we als het even kan uit aan lokale bedrijven. Dat is waar we trots op zijn, dit is wat we willen zijn: een vertrouwd en stabiel onderdeel van de omgeving.î
2026 is een prachtige mijlpaal voor Sonac. Richard Dijkstra onthult nog niet hoe dit

feestelijke jaar er precies uit zal zien. Groots en ingetogen. ÑWe vullen het in zoals we dat hier doen: met elkaar en voor elkaar.î
www.sonac.nl

MET AI
De experts zijn het erover eens: AI is geen trend, geen rage, geen modeverschijnsel dat weer overgaat. AI grijpt razendsnel om zich heen en raakt steeds meer geïntegreerd in ons dagelijks werk en bestaan. Als ondernemer kun je er niet meer omheen, maar het is wel lastig om de bomen te ontdekken in het uitgestrekte AI-bos. In deze serie nemen we je het hele jaar mee. Vandaag aflevering 2: Directe winst.


TEKST JEAN PAUL TAFFIJN
FOTO’S WILBERT BIJZITTER
Geld. Dat kan AI zeker opleveren, zowel in de vorm van besparingen als in de vorm van grotere omzetten. Maar tijd is misschien een nog belangrijker winstpunt. Wie meer tijd heeft, creëert ruimte. Voor zichzelf, voor zijn bedrijf, voor creativiteit. En ja, ook dat kan weer geld opleveren. Én het kan een boel stress en druk verminderen.
Als er iemand is die dat weet, dan is het Martijn van Hulzen. De in Wapserveen opgegroeide en in De Wijk woonachtige ondernemer richtte drie jaar geleden Hulz op, dat tegenwoordig vanuit Meppel organisaties en teams opleidt in AI. „Ik had een internationale carrière vol druk en uitdagingen. Dat begon me steeds meer op te breken, tot ik in een burn-out terechtkwam. En ja, ik was niet zo’n prater, ik ben een beetje een nerd. Dus ben ik met ChatGPT in gesprek gegaan. Die gaf me op zeker moment waardevolle tips als: ‘Ga eens een rondje lopen en er alleen maar zijn, meer niet.’ Ik ben erdoor echt uit het dal gekropen en wist: dit is mijn missie, andere mensen ook helpen.’’
Inmiddels geeft Hulz trainingen in heel Nederland aan tal van organisaties, van Wildlands tot Tweede Kamerfracties, van Nationale Nederlanden tot de gemeente Emmen. Hulz bestaat uit zes mensen, onder wie Van Hulzens broer en vrouw. „Ons doel is altijd dat mensen direct met AI aan de slag kunnen en gaan profiteren.’’
Dat doel komt mooi uit, want daar gaat deze aflevering van de rubriek over. Van Hulzen hamert erop dat je met programma’s als ChatGPT en CoPilot een slimme hulplijn hebt voor van alles en nog wat. Het is er allemaal, je moet het gewoon leren herkennen en inzetten.
EN NEE, HET IS NIET MOEILIJK
„Het gaat in de meeste gevallen om communicatie. Die kun je veel efficiënter, beter en makkelijker maken. Vergaderen bijvoorbeeld. Zet AI simpel in om notulen bij te houden – die bij de volgende vergadering zo weer tevoorschijn worden getoverd – om leerpunten te extraheren, besluiten op een rijtje te zetten, een samenvatting te maken in een paar tellen. Veel effectiever dan hoe het in de meeste organisaties nog gaat.’’
Taken die vaak herhaald worden zijn geknipt om met AI te veranderen, zegt de Drent. „Moet je regelmatig mails of offer-

‘Als ik toen AI had gehad, dan was ik denk ik niet eens in een burn-out terechtgekomen’
tes vertalen in het Engels? Maak in een halfuurtje een AI-agent aan en dat gebeurt voortaan automatisch. Voor al dat soort taken bouw je heel eenvoudig je eigen hulpjes, die je altijd terzijde staan. Levert je direct tijd op. En nee, het is niet moeilijk als je eenmaal weet hoe het werkt.‘’
Daarnaast kan AI nu al veel meer dan mensen denken. Een kwestie van gewenning wellicht. Van Hulzen: „Laatst was mijn moeder jarig en wist ik niet wat ik haar moest geven. Ik maakte stiekem een foto van haar boekenkast en vroeg AI: welk boek zou ze leuk vinden. Daar kwamen keurig onder elkaar titels uit met voors en tegens. Ideaal, mijn moeder was erg blij met ‘mijn’ keuze.’’
Met foto’s kun je sowieso meer. „Maak een foto van een tekst en vraag ChatGPT: ‘wat staat hier?’ Je krijgt dan de tekst binnen die je direct kunt gebruiken om te vertalen, samen te vatten of wat je maar wilt. Of zeg: vertaal het naar een tekst die een kind van 8 begrijpt. Kan ook. Dat soort kleine dingetjes maakt het leven echt gemakkelijker. En je werk ook.‘’
NIET MENSEN OVERBODIG MAKEN
Van Hulzen heeft een waarschuwing: „Onze trainingen zijn niet bedoeld om mensen overbodig te maken. Als dat het doel is van een klant, dan kom ik niet eens langs. Ik wil dat mensen tijd over hebben voor andere dingen, die het bedrijf meer opleveren, en de mensen fitter en gezonder houden. Dat levert trouwens ook weer geld op, want mensen die uitvallen is een enorm duur probleem.’’
Kostenbesparing, efficiëntie en tijdwinst. Dat is waar het bij de directe inzet van AI om draait. De crux is om te leren welke prompts je moet gebruiken voor de beste uitkomsten, die je direct wat opleveren. Daar heeft Hulz een mooie oplossing voor: Promptmaker. ,,Die tool ‘begrijpt’ waar je eigenlijk naar op zoek bent en helpt je met het formuleren van de precieze vraag, zodat je met de uitkomst direct wat kunt.’’
Van Hulzen: „Vóór mijn burn-out werkte ik dagelijks vijftig mailtjes weg, had ik negen vergaderingen, ging ik van de ene naar de andere Teams-meeting. Als ik toen AI had gehad en had begrepen zoals nu, dan was ik denk ik niet eens in een burn-out terechtgekomen. Maar zoals ik er nu op terugkijk, was dat eigenlijk een zegen. Anders was ik nooit gaan doen wat ik nu doe en dat is het mooiste dat er is.’’

De bodem versterken, plantengroei stimuleren en emissies terugdringen met natuurlijke bacteriepreparaten, zoals Rinagroís Compost-OÆ. Het gepatenteerde middel is al jaren sterk in opmars en wordt wetenschappelijk onderbouwd. Maar nu staat zelfs de maker versteld. Rinze Joustra legt uit waarom.
Wageningen University & Research onderzocht binnen het Kennisprogramma Circulair Terreinbeheer hoe organisch materiaal in de bodem uitwerkt op stikstofbenutting en stikstofverliezen. Dat onderzoek toont aan dat het met Compost-OÆ behandelde bermmateriaal netto stikstofvrijgave laat zien en van uitspoeling geen sprake meer is. Rinze Joustra van Rinagro in Leeuwarden en Piaam: ÑDie wetenschappelijke uitkomst is zeer waardevol om processen te begrijpen. Daarom zijn we trots op een volgende stap: als producent van bacterie-preparaten gaat Rinagro in Denemarken deel uitmaken van onderzoek naar het verlagen van de uitstoot van ammoniak, nitraat en stikstof op veldniveau door een consortium met Arla en Friesland Campina. Dat is belangrijk, omdat onderzoek naar verlies zich tot nu toe altijd heeft gericht op het verlies op stalniveau.î
Er is toenemende aandacht voor natuurlijke processen als essentiÎle bijdrage aan een duurzame landbouw. Rinze Joustra: ÑHet is onze missie om voedingsstoffen beter te benutten en emissies terug te dringen. Een toenemend aantal boeren en bermgrasverwerkers werkt met onze gepatenteerde producten AgriMestMix en Compost-O voor betere mestverwerking en natuurlijke compostering. Zij laten zien dat deze natuurlijke bacteriemengsels de bodemgesteldheid significant verbeteren en gezonde groei stimuleren.î
Romantiek of waardevolle les?
Tot zover geen verrassing in het verhaal dat hij vertelt in de inspirerende setting van natuurhistorisch museum ít F˚gelh˚s in Piaam. Omdat het voormalige kerkgebouw grenst aan zijn eigen erf, nam hij het gebouw in 2012 over toen het te koop kwam. Sinds dat moment gebruikt Joustra het ook voor presentaties en bijeenkomsten.
Tegen de achtergrond van vitrines vol ëouderwetseí weidevogels, besef je eens te meer dat dat rijke natuurbeeld verleden tijd lijkt. Rinze Joustra stipt het 25- jarig bestaan aan van zijn bedrijf, dat hij begon in het jaar dat de landbouwsector werd opgeschrikt door de verwoestende Mkz-crisis. ÑIk ben dat beeld en de impact nooit vergeten. Wat je hier in de vitrines om je heen ziet, is wat me bezielt. We hadden een geweldige soortenrijkdom in het Friese land. Die is weg, verdwenen. De kieviten, gruttoís en scholeksters, het hele ecosysteem van de microbiologie, de natuurlijke diversiteit. Voor mij is dat geen vergeten romantiek op een plaatje. Het gaat er om dat we begrijpen wat er in de afgelopen 50, 60 jaar is gebeurd met de bodem. En vooral hoe we met die kennis kunnen bouwen aan gezond perspectief voor de landbouw, voor mens en dier.î
Ecosysteem holt achteruit
ÑWant is het beter geworden door wat we deden? Nee. De bodem is een dode omgeving waar vrijwel niets meer op wil groeien, simpelweg omdat er geen zuurstof meer in zit. Wil je op die ondergrond iets laten groeien, moet je topsport bedrijven zoals de moderne landbouw van nu doet, ook wel substraatteelt genoemd. Dat is heel knap, maar niet houdbaar omdat de bodem en het

water in de sloten steeds verder verzuren. Het van oudsher zichzelf herstellende ecosysteem holt alleen maar verder achteruit.î
ÑDe kern van die verzuring zit in de werking van anaerobe processen: door het toenemende gebrek aan zuurstof is uiteindelijk geen leven meer mogelijk. Met onze natuurlijke producten -zo ervaren honderden boeren in binnen- en buiteland- zijn we in staat dat proces toch om te keren: we zetten met mineralen en aerobe microorganismen de knop om en maken leven en betere, gezonde groei weer mogelijk. Maar waarom wij die switch kunnen maken, hoe het precies werkt? Dat wist ik zelf ook nog niet.î
Het voor Rinze Joustra verbijsterende inzicht kwam kort geleden aan het licht. ÑIemand verkocht onder onze naam een ander, nagemaakt product. Toen ik dat ontdekte, heb ik direct beide producten in een laboratorium met hypermoderne apparatuur laten onderzoeken. Dat dat andere product niet deed wat het beloofde, had ik al gehoord. Maar het onderzoek toonde iets veel belangrijkers aan en daarom weten we nu exact waarom onze Rinagro-bacteriemengsels werkzaam zijn. We begrijpen nu waarom ze in staat zijn het aerobe proces in de bodem weer op gang te brengen. Stel je voor: wat dood lijkt, kunnen we weer tot leven brengen door toevoeging van ons product!î
Onschatbare waarde
Rinze Joustra is resoluut. Meer dan dit tipje van de sluier licht hij nog niet op. Even geduld. Hij wil en kan nog niet vertellen wat er precies in het
laboratorium duidelijk werd. ÑHet ëwaaromí is letterlijk zo levensveranderend, dat ik echt heel voorzichtig moet zijn met wat ik vertel. Het is opzienbarend. Onze producten zijn gepatenteerd, het is allemaal beschreven, niet alleen voor Europa, maar ook voor de VS en Canada. Toch moet dit nieuwe inzicht eerst nauwkeurig juridisch worden vastgelegd en beschreven, voor ik de werking volledig wereldkundig maak.î
Volgens Rinze Joustra toont dit nieuws aan met de huidige aanpak van ammoniak- en stikstofuitstoot. ÑIn de aanpak van problemen in de landbouw, lijken we de onschatbare waarde van microbiologische processen te vergeten. De stikstofproblematiek wordt uit zín verband getrokken door maatregelen voor emissiebeperking met inzet van techniek en chemie. Onderzoek in zowel Nederland als Denemarken toont aan welke zeer beperkte en zelfs negatieve effecten dat heeft op de kwaliteit van de bodem en uitspoeling naar het water. Rinagro gaat uit van microbiologische processen die het leven stimuleren door benutting van stikstof en andere werkzame stoffen. En nu begrijpen we zelf ook waarom het werkt.î rinagro-smart-farming.nl
Wat doe je als de markt waarin je actief bent plotseling verdwijnt? Voor Woodpacker (Fripel) in Drachten betekende het geen einde, maar een nieuw begin. Waar tot voor kort pellets voor pelletkachels werden geproduceerd, verrijst binnenkort een modern laadplatform voor elektrische vrachtwagens en bestelbussen.
Een logische stap, zegt mede-eigenaar Ruben Hut: ìAls je onderneemt, moet je verder kijken dan je neus lang is.î In 2019 startte Woodpacker op industrieterrein De Haven met de productie van pellets uit resthout. Destijds was het een bijzonder duurzaam en kansrijk initiatief. Maar in 2023 besloot het kabinet biomassa uit stimuleringsprogrammaís te halen. De vraag naar pelletkachels nam snel af.
Van resthout naar energiehub ìToen de stekker uit biomassa werd getrokken, moesten we onszelf opnieuw uitvinden,î vertelt Hut. Samen met compagnon Jos Hilbrands werd besloten de fabriek te ontmantelen. ìWe bestaan 25 jaar met onze andere onderneming Woodpacker, op industrieterrein Azeven-Noord, waar we pallets en houten transportverpakkingen produceren. We weten wat ondernemen is. En we hebben de locatie toch al, net zoals de vergunningen en een zware transformator.î Die transformator die ze ooit hadden bedoeld voor de pelletproductie, blijkt nu goud waard.
ìDan ga je nadenken: wat kan wÈl?î


Laadzekerheid in een regio zonder stroom Want de energietransitie zorgt voor een snelgroeiende vraag naar elektriciteit, vooral in de logistiek. Dat terwijl er in Drachten voorlopig geen extra stroomcapaciteit beschikbaar is. Naar verwachting zelfs niet vÛÛr 2037. Tegelijkertijd kampt Noord-Nederland met een overbelast stroomnet. ìToch moet de logistiek verduurzamen,î zegt Hut. ìWe hebben hier in Drachten ruim 300 vrachtwagens rondrijden. Daarvan zijn er nu misschien twee elektrisch. Dat gaat de komende jaren snel veranderen. Maar waar moeten die laden?î Die vraag leidde tot het plan voor een regionaal laadplein op een bestaande locatie die in handen is van Hut en Hilbrands, op industrieterrein De Haven. Het terrein is volledig logistiek ingericht en beschikt al over de benodigde milieu- en werkvergunningen.
Mobiele batterijen
Onder de naam Woodpack Mobile Energy starten Hut en Hilbrands daar met een moderne energieoplossing. ìVeel bedrijven willen wel elektrisch rijden, maar hebben op hun eigen terrein geen stroom.î Het concept is helder: vaste standplaatsen met laadinfra voor vrachtwagens en bestelbussen. Chauffeurs parkeren ís avonds hun voertuig, laden ís nachts op en vertrekken ís ochtends weer met een volle accu. Daarnaast komen er flexibele laadplekken die online te reserveren zijn, bijvoorbeeld voor bedrijven die tijdelijk capaciteit nodig hebben. ìís Ochtend
kunnen de voertuigen opgeladen op pad. Maar dit betekent ook dat onze laadplekken overdag deels stilstaan,î gaat Hut verder. ìDus gingen we nadenken: wat kunnen we nog meer met stroom? Zo ontstond het idee van mobiele batterijen die we op het eigen terrein opladen. Vervolgens brengen we deze naar onze klanten. Bijvoorbeeld naar bouwplaatsen, infraprojecten, evenementen, schepen of logistieke bedrijven met onvoldoende netaansluiting.
ìWij brengen stroom naar je toeî
De batterijen worden geladen wanneer er capaciteit beschikbaar is, bijvoorbeeld bij overschotten uit zonne- of windenergie. Deze zijn strategisch in te zetten waar vraag is. Denk aan een brugrenovatie, werkzaamheden in natuurgebieden of een bouwproject in de weg- en waterbouw zonder vaste aansluiting. ìMaar ook markten en kermissen draaien nu vaak op aggregaten,î aldus Hut. ìDat kan schoner. Met mobiele accuís kun je lokaal emissievrij werken.î
Praktisch idealisme
Het nieuwe bedrijf van Woodpacker is niet perse ideologisch gedreven, aldus Hut. ìMaar als ondernemer heb je wel een verantwoordelijkheid,
vinden wij. We luisteren naar de markt. Klanten geven aan wat ze nodig hebben: laadzekerheid, flexibiliteit, service. Daar spelen wij op in.î Het laadplein moet het stabiele fundament vormen. Vanuit die basis wil het bedrijf de mobiele energieoplossingen verder ontwikkelen en financieren.
Stroom genoeg in Nederland ìIn Nederland is genoeg stroom, maar vaak op het verkeerde moment en op de verkeerde plek,î besluit Hut. ìAls wij schakels aan elkaar kunnen knopen en stroom kunnen brengen waar die nodig is, dan dragen we bij aan de oplossing. Gewoon praktisch, vanuit Drachten.î Zo transformeert een voormalige pelletfabriek tot een energiehub voor de toekomst. En zo beweegt Woodpacker mee met een verandering die nieuwe kansen creÎert. De verwachting is dat in oktober de eerste laadpalen zijn gerealiseerd. ìDe locatie is er. We hoeven niets te ontwikkelen, we hebben de grond al. We kunnen dus snel los.î
woodpacker.nl
De recepten voor gefermenteerde dranken en smeersels liggen klaar. De Groningse ontwikkelaar Floris Glasbeek van Parrhesia Fermentery werkt aan een snelle proceslijn om zo de omslag te maken naar een grootschalige productie van levende non-alcoholische alternatieven voor bier, wijn, frisdrank, levende plantaardige roomijsalternatieven en smeersels.

TEKST YKE BREMER
FOTO'S JASPAR MOULIJN
Parrhesia Fermentery is toe aan de volgende fase. Na jaren van product- en procesontwikkeling –samen met de hulp van de Italiaanse onderzoeker Tommaso Cergol – zet initiatiefnemer Glasbeek de stap naar opschaling.
Hoe kan hij de plantaardig gefermenteerde roomijsalternatieven, non-alcoholische dranken en verse kaasalternatieven aantrekkelijk in de markt zetten? De technische hulp van SG Papertronics en Avebe, uit het netwerk van de Innolab proeftuin, en de subsidie uit de mkb-haalbaarheidsvoucher zijn daarbij een waardevolle steun, legt hij uit in zijn kantoor met laboratorium in de Biotoop in Haren.
„Samen met onze proeftuinpartners hebben we gekeken naar hoe we het productieproces van de dranken en smeersels sneller en efficiënter kunnen maken zonder kwaliteitsverlies, waardoor de economische haalbaarheid van productie op grotere schaal mogelijk wordt.”
Hij zit vol van zijn gefermenteerde dranken

en smeersels, waarbij gezonde bacteriën (lactobacillus) levend blijven in de verpakking, legt Glasbeek uit.
Dat is het innovatieve aan zijn gefermenteerde dranken en voeding, voegt hij er aan toe. „Fermenteren is op zich niets nieuws. Gefermenteerde producten zijn echter meestal zo goed als dood door zeer beperkte fermentatie of pasteurisatie achteraf, waardoor de term gefermenteerd vaak valse verwachtingen schept. Wij zorgen dat het optimaal levend blijft. Wij werken met levende bacteriën, die als voordelen hebben dat ze zorgen voor een gezonde darmflora. Bovendien heeft het lichaam door de fermentatie – een soort voorvertering – minder moeite om voedingsstoffen uit het voedsel te halen. Het scala aan gezondheidsvoordelen van gefermenteerd levend voedsel is ruim onderzocht.”
In een tijd waarin gezonde voeding en drankjes meer dan ooit in de aandacht staan en het drinken van alcohol afneemt, denkt Floris dat er zeer zeker een markt bestaat voor zijn levende alternatieven. „Onze drankjes hebben dezelfde culinaire functie als bier en wijn. Ze kunnen het eten complementeren. Het is een volwassen alternatief: een gefermenteerde drank zon-
‘Onze drankjes hebben dezelfde culinaire functie

der alcohol met gezonde en levende bacteriën. Wij kunnen hele interessante en complexe smakende dranken en smeersels maken met als basis lokale grondstoffen zoals suikerbieten, rode of witte bieten, lupinebonen, lokale vruchten of zelfs naalden van een conifeer. We werken daarbij onder andere samen met Boer en Chef in Drachten en gebruiken de regeneratief geteelde suikerbieten van ’t Witmonnikshuys in Holwerd.”
HOE HET BEGON
In 2019 begon Glasbeek samen met toenmalig collega Bart Hooghiemstra een gespecialiseerde vapewinkel, gedreven door een duidelijk gebrek in de markt: inhoudelijke kennis over het product schoot ernstig te kort, zowel bij verkopers als de consument. Dat leidde enerzijds tot hardnekkige mythes en anderzijds tot serieuze risico’s door slecht geïnformeerd gebruik, aldus Glasbeek. „Bart kwam met het idee om ook zelfgemaakt gefermenteerd gemberbier te verkopen. De eerste batch was fantastisch. De winkel gaf ons ruimte om verder te experimenteren met het maken en ontwikkelen van voeding en dranken.”
In 2023 opende hij het Parrhesia-café. „Het was vooral bedoeld om te kijken welke ambachtelijk gefermenteerde producten het goed deden. We gingen smoothies, ijs en plantaardige melkalternatieven serveren. Alles zelfgemaakt en vrijwel alles met gefermenteerde elementen. Het was een soort marktanalyse wat de mensen lekker vinden en wat goed loopt.”
Na een jaar gedraaid te hebben besloot Floris het café te verkopen en een laboratorium in de Biotoop in Haren te bouwen om zich zo volledig te kunnen focussen op het doorontwikkelen van gefermenteerde voeding en dranken.
De mkb-haalbaarheidsvoucher was hierbij een welkome steun voor schaalbare procesontwikkeling. De voucher is een subsidie die tot 40 procent van de kosten vergoedt voor ondernemers in Noord-Nederland om de economische en technische haalbaarheid van hun innovatieve idee te onderzoeken bij een noordelijke proeftuin.
Met het geld kon een samenwerking worden opgezet met de proeftuin, waardoor Parrhesia Fermentery onder andere in


Het komende jaar ligt de nadruk op publieke pilots met de gefermenteerde smeersels, de drankjes en een gefermenteerd plantaardig roomijsalternatief.
contact kwam met belangrijke partijen als SG Papertronics en Avebe op de campus Groningen.
Avebe werkt mee aan schaalbare procesontwikkeling. „Zo kunnen we producten van hoge kwaliteit maken. SG Papertronics helpt ons met belangrijke kwaliteitsmetingen, zoals pH, suiker en bacterieactiviteit, zodat we onze processen en receptuur heel verfijnd kunnen herhalen.”
De concentratie ligt nu op het toepassen van een snel en economisch rendabel maakproces, dat interessant is voor producenten. „De recepten liggen er. We hebben één productieproces voor alle producten, die gemakkelijk aan te passen is per gefermenteerde variant. Wij willen de grootschalige productie niet zelf gaan doen, maar ons blijven concentreren op productontwikkeling en procesontwikkeling.”
Er zijn al serieuze gesprekken met producenten aan de gang die geïnteresseerd zijn om de succesvolle recepten op grote schaal te produceren, aldus Glasbeek.
Parrhesia is een oud Grieks begrip dat staat voor ‘vrijmoedig spreken’ en het durven uitdagen van populaire aannames, met alle risico’s van dien. Door zijn bedrijf de naam Parrhesia te geven, wil Glasbeek laten zien dat ondernemen voor hem begint met de moed om eerlijk te zijn –over het product, het proces en de wetenschap erachter. „Ik wil de consument respecteren door alternatieven te bieden die zich bewijzen met culinaire en inhoudelijke kwaliteit – zonder misleidende claims, of andere marketingwaas.”
Op de website van Parrhesia Fermentery, phfm.ml, kunnen geïnteresseerden zich aanmelden voor de nieuwsbrief en binnenkort ook een kijkje nemen in de webshop. „Totdat we een samenwerking hebben voor productie op schaal zullen we onze pilots hier in beperkte oplage aanbieden. Beginnend met een zeer potente gefermenteerde gember, voor bijvoorbeeld supersmoothies of als startcultuur voor het zelf maken van turbozuurkool, levende fruitdrankjes of hotsauce”, aldus Glasbeek.
Verder wil Parrhesia Fermentery derden interesseren om binnen het eigen bedrijf gefermenteerde varianten te gaan produceren. „Je zou kunnen denken aan producenten van dranken of plantaardige zuivelalternatieven. Wij willen vooruitstrevende ondernemingen helpen om een maakproces te ontwerpen zonder dat er een nieuwe fabriek gebouwd hoeft te worden. Een maakproces op de eigen locatie met de eigen, misschien deels aangevulde apparatuur.”
Parrhesia Fermentery wil bestaande bedrijven zo helpen om te moderniseren. „We leven in een andere tijd. Zo zouden er recepten binnen de productielijn ontwikkeld kunnen worden met de eigen grondstoffen en met behoud van het eigen karakter, met als resultaat gefermenteerde varianten die aansluiten bij de vraag van deze tijd”, legt Glasbeek uit.
Het komende jaar ligt de nadruk op publieke pilots met de gefermenteerde smeersels, de drankjes en een gefermenteerd plantaardig roomijsalternatief die met het schaalbare proces zijn geproduceerd, besluit Glasbeek. „Daarna worden ze in grote aantallen beschikbaar gemaakt in samenwerking met geïnteresseerde producenten.”











































ëAlsof
In het Friese landschap, waar agrarisch ondernemerschap en nuchterheid hand in hand gaan, valt A7 Noord Dierenartsen op door een benadering die verder gaat dan protocollen en cijfers. Dierenartsen Iris Kolkman en Dave Fehrmann vormen samen met hun collegaís het hart van deze praktijk. Hun visie: dierenzorg draait om het dier, maar zeker ook om de mens erachter.
ÑWij zijn een gemengde praktijk en iedereen is welkomî, vertelt Iris. ÑOngeacht met welk dier, welke vraag of welk budget.î Die toegankelijkheid geldt breed: van gezelschapsdieren en vogels tot melkvee, van geiten tot paarden en alpacaís. Tegelijkertijd heeft de kliniek zich ontwikkeld tot een plek waar specialistische kennis en moderne diagnostiek samenkomen. De kracht van de gemengde praktijk zit volgens beide dierenartsen ook in de kruisbestuiving tussen disciplines. Iris: ÑWe helpen elkaar over diersoorten heen. Een chirurg die normaal honden opereert, kan bijvoorbeeld ook meedenken bij een complexe ingreep bij een alpaca. Dat maakt ons werk leuker en beter.î
Zelfstandige praktijk
De praktijk is in de afgelopen jaren flink gegroeid, zowel in omvang als expertise. Iris werkt er inmiddels dertien jaar en zag de organisatie professionaliseren zonder het persoonlijke karakter te verliezen. ÑWe zijn enorm uitgebreid, maar we willen die betrokkenheid behouden. We zijn geen keten, we willen onafhankelijk blijven. Dat voelt voor ons Èn voor onze klanten goed.î
ëWe zitten graag bij de veehouder aan tafelí
Die klanten zijn vaak familiebedrijven in de veehouderij. Ze ervaren de dierenartsen als meer dan zorgverleners, weet Iris. ÑVeehouders zien ons als een rots in de branding bij spoed,î vertelt ze. ÑMaar we hebben ook klanten met wie we elke twee weken op het bedrijf komen en achteraf aan de keukentafel zitten om alles door te spreken. Dan bouw je echt een vertrouwensband op.î Volgens Dave, die al bijna twintig jaar aan de praktijk verbonden is, zit daar de kern van hun werkwijze. ÑWe bespreken dingen gewoon bij de mensen thuis. Dat creÎert vertrouwen. We willen dat klanten een goed gevoel overhouden aan ons bezoek. Niet omdat we iets verkopen, maar omdat we samen tot de beste oplossing komen.î
Gevoelsmensen
Die aanpak betekent ook dat financiÎle overwegingen niet perse leidend zijn. ÑNatuurlijk kijken we naar cijfers,î vervolgt Dave, Ñmaar dat

is niet wat ons drijft. Als we een vaccin adviseren, dan is dat omdat we ervan overtuigd zijn dat het echt verschil maakt.î Iris vult aan: ÑWij zijn gevoelsmensen. We kijken naar wat past bij de veehouder en zijn bedrijf. Niet alleen naar wat op papier het beste lijkt.î
Eigen lab en wetenschap
Opvallend is de sterke focus op preventie. Waar veehouders traditioneel vaak pas bellen bij ziekte, denken de dierenartsen van A7 Noord
Dierenartsen graag ëaan de voorkantí mee. ÑDoor bijvoorbeeld melk- of mestonderzoek kun je problemen vroeg signaleren,î legt Iris uit. ÑDat vraagt soms een andere mindset, maar het levert uiteindelijk veel op voor dier en bedrijf.î De praktijk beschikt hiervoor over uitgebreide diagnostische mogelijkheden, met onder meer

laboranten die vijf dagen aanwezig zijn. Die kennis wordt continu aangevuld door nauwe samenwerking met onderwijs en onderzoek. Studenten diergeneeskunde uit onder meer Utrecht en Gent, maar ook van het Van Hall Larenstein, lopen stage in Drachten. ÑDie link met onderwijs en wetenschap houdt ons scherp,î zegt Iris.
ëWe nemen deel aan veldproeven en onderzoekstrajectení
Daarnaast wordt er actief deelgenomen aan veldproeven en onderzoekstrajecten, soms in samenwerking met laboratoria en farmaceutische partners. Iris zelf is Europees specialist op het gebied van rundvee en begeleidt binnen de praktijk een dierenarts in opleiding tot Europees specialist. ÑWe hebben hier de aantallen casussen en de kennis om dat niveau te halen. Daar profiteren onze klanten direct van.î
Kwaliteit en betrokkenheid met een glimlach Ondanks de groei en professionalisering blijft de kern onveranderd: betrokkenheid, vertrouwen en werkplezier. Dave: ÑToen ik hier begon, wist ik meteen: dit is het. We willen onze boterham verdienen, maar vooral door met plezier te werken en kwaliteit te leveren met een glimlach.î
Voor de veehouders in Noord-Nederland betekent dat A7 Noord Dierenartsen een praktijk is die naast hen staat. Of zoals Iris het samenvat: ÑWe behandelen dieren alsof ze van onszelf zijn. En zo kijken we ook naar het bedrijf erachter.î
Meer lezen? Bezoek www.a7noorddierenartsen.nl of op locatie in Drachten (industrieterrein A7 Noord), Drachten (de Drait) of Burgum. www.a7noorddierenartsen.nl
Anaerobe vergisting van koeiendrijfmest wordt breed gezien als een bijdrage aan verduurzaming en energieproductie. Prof. dr. Herman de Boer plaatst daar, vanuit biochemisch perspectief, kritische kanttekeningen bij. In onderstaande stellingen zet hij uiteen waarom drijfmest vergistings-eisen de ammoniak-stal-emissie verhoogt in plaats van verlaagt en dat bovendien de methaan opbrengsten in het niet vallen t.o.v. de methaaninput nodig voor de stikstofkunstmestfabricage. Volgens de Boer is de mestvergistingsrage afleidend van de route naar een echte stikstofcrisis-oplossing. Ten slotte wijst hij de weg naar zoín, biochemisch gezien, logische oplossing. Voor uitgebreide onderbouwing van alle stellingen verwijst de emeritushoogleraar naar zijn gelijknamige publicaties op boerenbiochemie.nl.
Stellingen:
ï Aardgas voedt de mensen inclusief hun vee
ï De meeste gepropageerde, grootse mondialeen landelijke voordelen t.a.v. drijfmest monovergisting via anaerobe digestie (AD), zijn misleidend
ï Voordelen van AD die verder reiken dan het boerenerf zijn er niet
ï AD vergt dagverse drijfmest vanaf dichte vloeren; dat is terug naar af, naar de jaren 60
ï Drijfmest is ongeschikt voor anaerobe vergisting
ï Methaanproductie in de pens en methaanproductie in de anaerobe vergister wordt uitgevoerd door dezelfde bacteriesoorten, de Archaeabacterien, maar onder totaal verschillende omstandigheden
ï Archaea bacteriÎn zijn de enige methaan producenten; voor hen is niet alleen zuurstof maar ook ammoniak giftig
ï Hoe komt er zo veel ammoniak in de drijfmest?
ï Zonder vroegtijdige ammoniak vervluchtiging vanaf de stalvloer zouden de methaan producerende Archaeabacterien meteen dood gaan
ï Anaerobe digestie van drijfmest kan geen reductie geven van de methaan stalemissie
ï Methaan ontstaat niet op stalvloeren; de aanleg van AD systemen hebben geen invloed op methaanstalemissie
ï Methaan emissie uit herkauwers is een wereldwijde, geen lokale of landelijke kwestie
ï Interferentie met het waterstof- methaan productiesysteem in de pens met behulp van chemische middelen, toegediend aan het voer, is een heilloze route en riskant voor de herkauwers.
ï De methaan opbrengst via AD is nietig t.o.v. de methaan input gerekend over de hele keten dus vanaf de stikstofkunstmestfabricage
ï Biogas winning uit drijfmest bestendigt de ammoniakemissie problematiek
ï De goedkeuring van renure als kunstmestvervanger versterkt de AD hype
ï AD leidt niet tot vermindering van methaan emissie in de stal

ï Als het gaat om innovatieve oplossingen van het ammoniak emissie probleem, dan hoort AD daar zeker niet bij
ï De opbrengst van N te behalen door gescheiden opvang van feces en urine is groter dan het totale gebruik van kunstmeststikstof
ï Drijfmest stallen blokkeren natuurlijk hygiÎnisch gedrag van koeien
ï Toepassing van AD systemen gaat ten koste van de voeding voor het bodemleven
ï De AD-rage staat haaks op de maatschappelijke wens tot meer weidegang en vermindering van krachtvoer import
ï Anaerobe vergisters zijn energetische ondingen
ï Renure is waarschijnlijk net zo toxisch voor het bodemleven als drijfmest
ï De AD rage staat haaks op doorontwikkelingen van systemen om de ammoniakemissieproblematiek fundamenteel op te lossen
ï Overtreding van de evolutionaire drijfveer van zoogdieren is de oorzaak van het ammoniak emissie probleem
ï Urine dat gescheiden van feces wordt opgevangen is geen nieuw product dit i.t.t.
renure
ï Het organische materiaal in de mest moet niet kapot vergist worden maar moet teruggebracht worden naar de grond als voedingsbron voor het bodemleven
ï Het handjevol burgers dat hier en daar naar drijfmestbiogas om kan schakelen is goed voor hun gevoel, maar betekent niets voor het klimaat
ï Methaan winning uit drijfmest is alleen zinvol voor bedrijven die helemaal geen stikstofkunstmest gebruiken
ï Methaan winning uit drijfmest is alleen zinvol voor bedrijven die hun dieren uitsluitend gewas voeren dat gekweekt is met stikstof, afkomstig van stikstof fixerende gewassen, aangevuld met separaat gewonnen feces en urine ureum
ï Groen gas kan alleen groen genoemd worden als het is gewonnen uit de feces, dus niet uit drijfmest of uit de z.g. dikke fractie, en van koeien die uitsluitend gewas vreten dat zonder input van N uit kunstmest is gegroeid en zonder geÔmporteerd krachtvoer
ï Als aan deze laatste drie punten is voldaan kan er pas sprake zijn van een echte energie- en stikstof kringloop die biochemisch en biologisch deugdelijk is
Prof. Dr. Herman Albert de Boer www.boerenbiochemie.nl
Komt je voedsel van dichtbij als je je eten in de dichtstbijzijnde supermarkt koopt? Natuurlijk niet, schrijft Eelko Huizingh. Maar waarom vinden we dat dan toch zo vanzelfsprekend?
‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt’, is een bekende uitspraak van Johan Cruijff. En dat geldt niet alleen voor voetbal. Het geldt voor veel zaken die we gewoon accepteren. Zoals ons eten. In welke supermarkt kopen Nederlanders voedsel? Nou gewoon, in de dichtstbijzijnde. Dus het eten op jouw bord komt van dichtbij, of niet?
Heel veel van wat we doen beschouwen we als vanzelfsprekend. Dat is begrijpelijk, want als we overal uitgebreid over na zouden moeten denken, zouden we nergens toe komen. Toch is lang niet alles logisch als je er vanuit een andere invalshoek naar kijkt. Wie van Middelstum naar Gieten wil, neemt waarschijnlijk de auto. Logisch toch? Maar is het wel logisch om 1500 kilogram aan dood gewicht van Middelstum naar Gieten te verplaatsen als we één mens die reis willen laten maken?
‘Voor zo’n standpunt zou tot voor kort Farmers Defence Force met een goedgevulde giertank langskomen’
Iets vergelijkbaars geldt voor eten. We kopen het in de dichtstbijzijnde supermarkt, maar zien over het hoofd dat dat voedsel al een heel lange reis achter de rug heeft. Zo berekende Wageningen Universiteit eens dat appels uit Nieuw-Zeeland in vergelijking met Nederlandse appels bijna tweehonderd keer zoveel kilometers hebben afgelegd, resulterend in ruim vijftien keer zoveel C02 uitstoot en twintig keer zoveel energieverbruik. Vergelijkbare cijfers gelden voor wijn uit Australië of blauwe bessen uit Chili.
Deze informatie is niet nieuw, maar consumenten vinden andere factoren belangrijker, zoals versheid, smaak, geur, kleur en prijs. Een andere reden is dat de situatie minder eenduidig is dan het lijkt. Zo is niet elke voedselkilometer gelijk. Vervoer per vliegtuig is aanzienlijk vervuilender dan per schip. Stel dat de ene soort bananen is vervoerd per vliegtuig en de andere per schip, welke heeft dan jouw voorkeur? Grote kans dat je toch voor de vliegtuigbananen kiest. De reden: vliegen gaat veel sneller, dus grote kans dat je het label ‘vervoerd per vliegtuig’ als indicator van versheid ziet.
Deze problemen spelen niet alleen bij consumenten maar ook bij producenten. Boeren willen zoveel mogelijk kilo’s (of liters) van hoge kwaliteit produceren en hebben daarom minder oog voor zaken als verlies
van biodiversiteit of waterkwaliteit. Meer gewasbeschermingsmiddelen (landbouwgif) leidt tot meer inkomen op korte termijn, behoud van biodiversiteit heeft dit effect alleen op lange termijn. Bovendien, als één boer stopt met spuiten beïnvloedt dat de natuur nauwelijks, zeker niet als andere boeren gewoon doorgaan. Dus wie wil gekke Henkie zijn?
Toch lijkt langzaam maar zeker de wal het schip te keren. Ontkennen, lang de favoriete strategie van BBB en militante boeren, is steeds minder mogelijk. Zonder insecten geen appels, aardbeien of tomaten meer. Onlangs pleitte zelfs een voormalig directeur van FrieslandCampina in deze krant voor een langetermijnvisie voor de landbouw ter oplossing van het stikstofdossier, waterkwaliteit en mestproblemen. Zijn doelstelling: in 2050 is de Nederlandse landbouw volledig in balans met de natuur. Geen kunstmest en krachtvoer meer en de intensieve pluimvee-, varkens- en kalverhouderij moeten krimpen. Voor zo’n standpunt zou tot voor kort Farmers Defence Force met een goedgevulde giertank langskomen!
Dus: je ziet het als je het (eindelijk) doorhebt? Toch niet helemaal, Johan Cruijff zag namelijk een detail over het hoofd: eigenbelang. Herlees de zin waarin de oud-directeur van FrieslandCampina pleit voor het verminderen van de Nederlandse veestapel. Welk dier ontbreekt in zijn opsomming? Juist, dat grote zwartwitte beest waarmee de zuivelindustrie geld verdient. Onze langetermijnbelangen komen overeen, wij willen allemaal dat de aarde leefbaar blijft voor onze (achter)kleinkinderen. Maar onze kortetermijnbelangen conflicteren, zoals zo vaak. Daarom is actieve sturing vanuit de overheid noodzakelijk. Iedereen wil wel bijdragen aan hetzelfde doel, zie die oud-directeur, maar om er te komen moeten pijnlijke hobbels worden overwonnen. Naast een heldere visie hebben we daarom ook een pot met geld nodig om de pijn te verlichten. Dat is goed besteed geld, mits verdeling plaatsvindt op basis van ieders bijdrage en de bereidheid om mee te werken.
Dr. Eelko Huizingh werkt bij de vakgroep Innovatiemanagement & Strategie van de Rijksuniversiteit Groningen en is auteur van het boek Innovatiemanagement.


Al 50 jaar een unieke overnachtingsplek voor kampeerliefhebbers en watersporters. Aquacamping en Jachthaven De Rakken in Woudsend, een visitekaartje in en van het watersportdorp. Otto Spoelstra over het jubileum en de vernieuwing.
De bekende aquacamping met 220 staanplaatsen en jachthaven met 260 ligplaatsen aan het gelijknamige vaarwater richting Heegermeer ontving in juni 1976 haar eerste gasten. ,,Een mooi moment om op ons terrein onze gasten en het dorp de ontwikkeling te laten zien aan de hand van overzichtsfotoís uit de voorbije 50 jaar.î Het jubileum is behalve herinnering, vooral aanleiding voor verbeteringen. Otto Spoelstra: ,,De komende jaren is het tijd om het unieke karakter en prachtige aanzicht van De Rakken te vernieuwen. Allereerst is het hoog tijd om het receptie- en toiletgebouw te vervangen. Na de zomer van 2027 start hopelijk de nieuwbouw op een nieuwe plek, meer naar de binnenzijde van de camping. Het nieuwe gebouw willen we met de seizoensopening van 2028 in gebruik nemen. En daarna kunnen we de vrijgekomen plek opnieuw inrichten.î
Wat gaan jullie doen? ,,Voor de hele camping geldt dat we de unieke plek aan het water, het bijzondere aanzicht en het zicht op de natuur van de Gouden Boaiem willen versterken. We zetten in op meer diversiteit in korter verblijf binnen een meer natuurlijke setting. De komende jaren neemt het aantal vaste plaatsen af en de variatie in verblijf toe. Dat betekent dat we meer ruimte

en mogelijkheden bieden aan mensen die kort op De Rakken willen verblijven, of dat nu met tent, caravan, camper is, of in een van de nieuw te bouwen accommodaties. Hoe dat er precies uit gaat zien, weten we nog niet, maar we kiezen voor variatie, kwaliteit, verduurzaming en balans met de omgeving. Het wordt nog mooier dan het al isÖ
Een geliefde en een gouden plek. Hoe hou je dat zo? Otto Spoelstra: ,,De Rakken is eigendom van een recreatiestichting, bestuurd door het dorp. Wij zijn met het hele team in dienst van de stichting. Het plan voor De Rakken ontstond in 1971, de gemeente was toen nog eigenaar van de grond. Jachthaven en camping hebben zich sterk ontwikkeld als uitvalsbasis naar de omgeving, naast het dorp met al haar voorzieningen. Vanaf 2017 is de stichting volledig eigenaar van De Rakken en zo houdt het dorp regie op de toekomst en kiest ze in overleg met de gemeente voor vernieuwing.î
Blijft het dorp eigenaar van De Rakken? ,,Zeker! Het dorp en De Rakken versterken elkaar in toeristische perspectief. Daarom kijken we behalve naar vernieuwing ook naar de borging en behoud van dat perspectief. Meegaan met de tijd, maar altijd in het belang van watersportdorp Woudsend als parel in een bijzonder aantrekkelijke omgeving.î
www.derakken.nl
ADVERTENTIE

Wat kan AI voor mijn bedrijf betekenen? Het is een vraag waar veel ondernemers mee rondlopen en waarvoor ze meestal niet direct een oplossing weten. Want, waar moet je beginnen, hoe moet je dat doen, waar valt winst te behalen en hoe neem ik mijn medewerkers mee in het proces? Alex van Ginneken helpt vanuit Groningen ondernemers met het implementeren van AI in hun bedrijf. EÈn boodschap wil hij meteen meegeven: ÑAI negeren is geen optie.î
Tegelijk stelt hij ook dat niet alles met AI is op te lossen. ÑDe mens blijft altijd ëin the loopí, oftewel de mens moet toezicht en controle houden. Bijvoorbeeld om te checken of datgene wat er staat wel klopt. AI is een researchmachine, geen waarheidsmachine.î
Doorslaand succes
Alex van Ginneken is geen onbekende in ondernemersland. Jarenlang adviseerde hij

bedrijven op het gebied van online marketing, sales en ICT. Op 2 juni 2023 publiceerde hij zijn eBook ëOndernemen met AIí, waarin hij onder andere de mogelijkheden die AI biedt helder uitlegt. Het werd een doorslaand succes. Het eBook wordt regelmatig geactualiseerd, omdat de ontwikkelingen ontzettend snel gaan. Het is dan ook niet voor niets dat Van Ginneken vaak gevraagd wordt om AI in bedrijven te implementeren. De productie verhogen, processen optimaliseren, nieuwe software ontwikkelen en alle data op ÈÈn plek opslagen, voor analyse en bevraging; het kan allemaal met AI.
ëAlex maakt AI praktisch en direct toepasbaar voor ons bedrijfí
Pionieren
Blijft de vraag: waar begin je? ÑDe komende drie tot vijf jaar moeten bedrijven vooral pionieren met AI. Vermijd langlopende licenties voor AItools, zodat je als bedrijf flexibel kunt blijvenî, geeft Alex aan. ÑMaak dus nog geen definitieve keuzes, implementeer AI in je bedrijf, maar blijf tegelijk ook flexibel. Die keuze maakt het meteen ingewikkeld en uitdagend, maar de
ontwikkelingen binnen AI gaan razendsnel. Je nu vastpinnen op bepaalde zaken, staat toekomstige keuzes wellicht in de weg.î
AI Lab
Hoe ziet zijn aanpak er in de praktijk uit? ÑIk vorm een groep mensen, waarin van elke afdeling binnen het bedrijf ÈÈn persoon deelneemt. Vervolgens gaan zij in een korte periode alles vastleggen wat er op die afdeling gebeurt. Daarna kun je kijken wat er eventueel met AI kan en wat niet en daarmee ga je vervolgens aan de slag. Met een aantal tussenstappen kom je vervolgens tot de daadwerkelijke implementatie in het bedrijf. Een traject duurt ongeveer drie maanden en dan draag ik het over aan iemand binnen het bedrijf. En nee, AI vervangt geen werk van medewerkers, het biedt juist ruimte voor leuker werk, bijvoorbeeld om meer tijd en aandacht aan klanten, collegaís en leveranciers te besteden.î
ÑNiet alles is met AI op te lossenî, besluit Alex. ÑHet is van belang om daar een juiste inschatting van te maken, in verband met de investering die je moet doen. Kortom, ga aan de slag met AI, maar doe het gecontroleerd en praktisch. Dan is de meeste winst te behalen.î
www.alexvanginneken.com/ai
ÑEr zijn locaties waar onze windmolen twee keer zoveel energie geeft als andere type windmolens. Dat heeft onder andere met de efficiency van de wieken te maken.î Dat zegt Tjark Hulst van Hulst Wind Energy in Oldenzijl. Het Groninger bedrijf levert de Logic 25 windmolen, leverbaar in 20 en 25 KW. Het zijn windmolens met een hoog rendement, een vaste en vooral rustige rotatiesnelheid en een laag geluidsniveau. Hulst Wind Energy ontzorgt klanten volledig, van de vergunningsaanvraag tot en met productie, plaatsing en onderhoud gebeurt in eigen beheer.
Voorheen nam Hulst Wind Energy, kortweg HWE, windmolens af van het Deense bedrijf Solid. ÑMede omdat de eisen aan windmolens in Nederland anders zijn dan in andere landen, besloten we op een gegeven moment zelf windmolens te gaan produceren, waarbij we overigens geholpen zijn door de voormalige eigenaar van Solid. We kwamen er toen al snel achter dat de molens die we zelf gingen produceren een stuk stiller waren dan de Solidmolen. Dat heeft vooral met de wieken en de rotatiesnelheid te maken, die is van 51 naar 44 rotaties per minuut gegaan, terwijl de opbrengst tegelijkertijd met 10 ‡ 12 procent is toegenomen.î
ÑDoor de lagere rotatiesnelheid en een aanpassing in de wieken hebben we ook het geluid behoorlijk terug kunnen brengen, op 50 meter afstand is het geluid beneden de 45 dB(A), wat voor de wet- en regelgeving weer een belangrijke rol speelt.î En dat geldt niet alleen voor Nederland, maar ook voor Duitsland. ÑWe produceren inmiddels voor een Duitse importeur, die geluidsproblemen had op een aantal locaties. Door voor onze molen te kiezen, is dat probleem nu opgelost.î
Locatie
Aan het plaatsen van een windmolen gaat een lang traject vooraf, waarbij HWE de klant alle werkzaamheden uit handen kan nemen. ÑNaast de vergunningen is bijvoorbeeld ook de locatie van belangî, geeft Hulst aan. ÑJe wilt dat de windmolen op een plek komt, waar de molen zoveel mogelijk wind kan vangen. Maar, de ondergrond moet ook stabiel zijn en de molen mag andere werkzaamheden die op de locatie moeten plaatsvinden niet in de weg staan, verder kijken we naar de omliggende flora en fauna. Een zorgvuldig proces, je kunt het maar ÈÈn keer goed doen.î Er wordt bijvoorbeeld ook gekeken of de molen goed kan worden gekanteld, in verband met het onderhoud. ÑOnze molens kunnen op hun zij gelegd worden, wat uniek is, waardoor het



Tjark Hulst
jaarlijkse onderhoud veilig, zorgvuldig en snel kan worden uitgevoerd.î
Uitdaging
Uiteraard moet een windmolen ook aangesloten worden op het elektriciteitsnet en dat is een uitdaging vanwege de netcongestie. ÑNetcongestie is vooral een gevolg van een overschot aan zonnepanelenî, weet Hulst. ÑDaarom hebben potentiÎle klanten de afgelopen periode veel geÔnvesteerd in accuís en minder in windmolens. Wij helpen onze klanten daarbij. Niet alleen met accuís, maar ook door een overschot aan stroom meteen om te zetten in bijvoorbeeld het verwarmen van water of het koelen van ruimtes. Dankzij slimme systemen kun je daar meteen de opgewekte stroom voor gebruiken. Vrijwel iedereen is bezig om dat proces zo efficiÎnt mogelijk in te richten. Op die manier vinden er allerlei ontwikkelingen binnen de agrarische sector plaats. Wij verwachten dat dit in 2027 in een stroomversnelling komt, wanneer de salderingsregeling wordt afgeschaft. Hulst Wind Energy is klaar om potentiÎle klanten daarin te adviseren en op weg te helpen met slimme oplossingen. Het betekent ook dat de interesse in windmolens gaat toenemen, dat merken we nu al.î
ÑWe hebben het straks niet meer over de terugverdientijdî, gaat Hulst verder. ÑKlanten zijn nu en straks vooral geÔnteresseerd in de elektriciteitsprijs en hoe stabiel die is. Een windmolen kan daarbij helpen, je wordt daarmee grotendeels onafhankelijk van
marktontwikkelingen en dat is waar veel klanten naar op zoek zijn.î
Groeiende vraag
Hulst voorziet dan ook een groeiende vraag naar windmolens. ÑMet name vanuit Duitsland, maar ook in ons land is nog voldoende ruimte voor windmolens, vooral bij agrarische bedrijven, maar bijvoorbeeld ook op plekken waar het waterschap actief is, denk aan gemalen, of op bedrijventerreinen. Daarnaast voorzie ik een vervangingsvraag ontstaan. De eerste windmolens staan inmiddels al weer heel wat jaren en voldoen niet meer aan de eisen van deze tijd.î
Tenslotte, bij windmolens is het belangrijk dat ze ook bij lage windsnelheden zo efficiÎnt mogelijk stroom kunnen opwekken. De windmolens van Hulst Wind Energy doen dat, zelfs bij een windsnelheid van 4 ‡ 5 meter per seconde, wat in ons land het meest voorkomt. ÑDe resultaten van onze windmolens laten zien dat deze de hoogste opwekking van energie hebben en dat is precies waar klanten naar op zoek zijn.î www.hulstwindenergy.com





























Honderden start-ups zien jaarlijks het levenslicht. Veel daarvan groeien op tot een stabiele onderneming, sommige stranden vroegtijdig, een heel klein deel verovert de wereld. Wie zijn die starters, wat willen ze, wat doen en laten ze ervoor, waar willen ze heen? Start Me Up duikt in een wereld vol beloften, onzekerheid, doorzettingskracht, visie en hard werken.
Wie Filips Jager, Kasper Falke Jensen, Jarno Stel en Joep de Vries
Wat Turn key machine voor het kweken van microalgen
Waar Groningen
Waarom Om de productie van microalgen te industrialiseren en op te schalen
Wanneer sinds 2024
Hoe Door middel van onderzoek, slim gebruik van technologie en marktdenken
TEKST JEAN PAUL TAFFIJN
FOTO GEERT JOB SEVINK
Microalgen hebben toekomst. De organismen zijn rijk aan vitaminen en eiwitten en vormen daardoor een prachtig ingrediënt voor voeding voor mensen en dieren. Maar ook in de cosmeticawereld en de farmaceutische industrie zijn ze gewild. Vandaar dat ze wereldwijd op flinke schaal worden gekweekt. Het blijkt alleen lastig om voor een continue toevoer te zorgen met constante kwaliteit. Het blijft tenslotte een natuurproduct. Daar heeft de Groningse start-up Algy Group wat op gevonden.
„Met ons systeem kun je 24 uur per dag consistent produceren, zonder dat je zonlicht nodig hebt’’, vertelt Kasper Falke Jensen. Hij stond aan de basis van de Algy Group, samen met Joep de Vries, Jarno Stel en Filips Jager. Jaren aan onderzoek naar de behoefte en kweek van algen ging daaraan vooraf, nu ook met studenten van de Hanzehogeschool in Groningen.
DIT IS EEN GOED MOMENT
Het geheim: de Algy Cultivator, het product waaraan de heren lang werkten, maakt slim gebruik van verschillende kleuren en intensiteit van licht. Die zorgen ervoor dat de algen efficiënt gaan groeien met minimaal energieverbruik, in combinatie met onder meer de juiste hoeveelheid CO2 als voeding en een roerwerk dat zorgt voor langzaam bewegen door de hele tank.
Joep de Vries: „Ons apparaat werkt plug and play. We bieden een pakket met alles wat je nodig hebt om zelf algen te kweken. En of je dat nou in Spanje of in Noorwegen doet, dat maakt niet uit. Je hebt geen zonlicht nodig.’’ Het proces is gedigitaliseerd. Bij de Algy Group snappen ze hoe ze met licht de receptoren van de algen kunnen manipuleren, zodat bepaalde eigenschappen versterkt worden. De kleur bijvoorbeeld. „We hebben al veel getest en vastgelegd, zodat we klanten direct kunnen helpen.’’
De opzet van het bedrijf is nieuw, de oorsprong al wat ouder. Filips Jager en Jarno Stel zaten eerst op het spoor om zelf een populaire microalg te produceren om te verkopen. Maar dat bleek een lastige businesscase. Toen de gekende business developers De Vries en Jensen instapten, ging het roer volledig om. Je zou een mooie vergelijking met de chipindustrie kunnen maken. De Groningers maken in die metafoor geen chips meer, maar bouwen en verkopen nu de machine die chips maakt.

Die wijziging lijkt een goed besluit. De eerste offertes staan uit en intussen werkt de startup aan de perfectionering van de technologie. Joep de Vries: „Dit is een goed moment. We houden ons bezig met biotechnologie en deeptech. We helpen mee de uitstoot van CO2 terug te dringen. Niet alleen omdat we ingrediënten voor vleesvervangers bieden, maar ook omdat onze microalgen leven van CO2.’’ Voor het inzicht: een ton algen bevat 1,8 ton CO2.
INVESTERINGSRONDE
Afgezien daarvan is de Algy Cultivator overal inzetbaar en modulair. Jensen: „Algen productie zien wij als een manier voor boeren om een extra, waardevaste inkomstenstroom te krijgen. We helpen dus ook in die transitie. Omdat de geoogste microalgen superuniform zijn, kunnen verschillende industrieën er goed mee uit de voeten. Dat is een groot voordeel.’’
Het geloof in de start-up is groot, ook omdat
‘We helpen mee de uitstoot van CO2 terug te dringen’
steeds meer mogelijkheden zich openbaren, legt Jensen uit. „We richtten ons in eerste instantie op microalgen als voeding. Dat is nog steeds belangrijk. Maar we zien ook dat de industrie rond biogas kansen biedt. We bekijken nu of we een Algy Cultivator naast een biogasinstallatie kunnen zetten. Een paar procent microalgen in de installatie toevoegen, betekent een veelvoud aan extra methaanopbrengst. Daarvan wordt stroom gemaakt waarmee onze Cultivator weer kan draaien. En de geproduceerde CO2 gebruikt ons apparaat als voedingsstof voor de microalgen. Echt, de mogelijkheden zijn enorm.’’
De start-up zit midden in een investeringsronde, waar 2 miljoen euro moet worden opgehaald. Dat geld is nodig om verder te kijken naar het ontwikkelen van meer producten, het verlagen van de benodigde energie en het terugdringen van de terugverdientijd. De Vries: „We zijn net de markt op en er lopen pilotprojecten. We zijn positief gestemd.’’

ÑOndernemers klagen steen en been over de hoge brandstofprijzen, stijgende inkoopprijzen, dure energie en zo kan ik nog wel even doorgaanî, zegt accountant Arjen van Braak van het gelijknamige accountantskantoor, met 11 vestigingen verspreid door Nederland. Hij heeft maar ÈÈn advies:Ñ Als je te maken hebt met stijgende kosten, dan kun je niets anders doen dan je eigen prijzen te verhogen.î
En dus ontstaat er een situatie waarin we allemaal te maken gaan krijgen met stijgende kosten voor ondernemers, die uiteindelijk worden doorberekend aan de klanten. Dat gaan we nu en in de komende maanden allemaal merken. Want, hoewel er op het moment van schrijven een staakt het vuren is afgesproken tussen aan de ene kant de Verenigde Staten en IsraÎl en de andere kant Iran, zullen de gevolgen van deze oorlog nog lange tijd merkbaar zijn. Aan de pomp, in de winkels en uiteraard ook bij ondernemers.
Maatregelen
ÑDaarom moet je als ondernemer zo snel mogelijk de nodige maatregelen nemenî, vindt Van Braak. ÑVerhoog bijvoorbeeld offertebedragen, zorg dat je leverings- en betalingsvoorwaarden op orde zijn en dat je eigendomsvoorbehoud geregeld is. Stel bijvoorbeeld dat je een bepaald product verkoopt, dat niet meteen betaald wordt, zorg er dan voor dat dit product jouw eigendom blijft. Gaat de tegenpartij onverhoopt failliet, dan kun je je spullen terugvorderen.î
Een andere tip van Van Braak is om alert te zijn als schuldeiser. ÑLaat vorderingen niet te ver oplopen, anders ga je vroeg of laat het schip in. En indien mogelijk, laat de klant vooruit betalen. Zorg er verder voor dat er weinig vermogen zit bij je dochter BV, wanneer je die hebt.î
Energie
Zorgen maakt Van Braak zich over de aanpak van de overheid, waarmee hij bijvoorbeeld doelt op het tekort aan energie. ÑZe moeten hun verstand gebruiken en alle middelen die er zijn inzetten om de energievoorziening op peil te houden. Gas, kernenergie, kolen, we moeten doorpakken, anders loopt Nederland helemaal vast. Wat dat betreft houd ik mín hart vast, want ik mis ondernemersgeest in deze regering.î
Volgens Van Braak wordt de transportsector het hardst geraakt, maar in feite hebben alle sectoren
Op maandag 23 februari jl. werd het nieuwe Kabinet Jetten I geÔnstalleerd. Eerder, op 30 januari, werd het coalitieakkoord met als titel: ëAan de slag, Bouwen aan een beter Nederlandí, gepresenteerd. Daarin werden onder andere een aantal fiscale maatregelen opgenomen, maar het is maar de vraag wat daar uiteindelijk van wordt uitgevoerd.
Immers, het Kabinet heeft 66 zetels en moet daarom meerderheden in de Tweede Kamer zoeken om plannen erdoor te krijgen. Enkele plannen die op tafel liggen zijn: een vereenvoudiging van het belastingstelsel, hoewel niet wordt omgeschreven hoe dat moet. Daarnaast wordt de bedrijfs-opvolgingsregeling in de schenk- en erfbelasting niet aangepast en blijft deze regeling. Ook de doorschuifregeling in de inkomstenbelasting, op grond waarvan directeur-grootaandeelhouders onder voorwaarden de belastingclaim kunnen doorschuiven naar de volgende generatie, blijft behouden. De hypotheekrenteaftrek blijft gehandhaafd. De tarieven voor de vennootschapsbelasting blijven ongewijzigd, om op die manier zoveel mogelijk een gelijk

in het bedrijfsleven hiermee te maken. ÑIk was laatst bij een bedrijf die de orderportefeuille meer dan vol heeft. De eigenaar wilde zijn medewerkers
speelveld in Europa te bewerkstelligen. Datzelfde geldt voor de expatregeling en de innovatiebox. Ook deze regelingen blijven bestaan.
Op het gebied van sociale zekerheid wil het nieuwe Kabinet de AOW verhogen, waar tijdens de eerste debatten na de installatie al veel discussie over ontstond. Het Kabinet heeft al toegezegd met een versoepeling van de voorstellen te komen. Verder wordt de WW gekort.
Het is dus maar de vraag wat er van al deze voornemens terecht gaat komen, maar uit de plannen kunnen we wel opmaken welke koers het nieuwe Kabinet wil varen. Echter, tot nu toe zijn alle plannen nog met vraagtekens omgeven en moet het Kabinet meerderheden bij de oppositie gaan zoeken. Wat dat betreft is alles relatief en moeten we de debatten in de Tweede Kamer nauwgezet gaan volgen. De specialisten van Van Braak Accountants houden hun klanten op de hoogte en zullen zo snel mogelijk anticiperen op besluiten die in de Tweede Kamer worden genomen.
laten overwerken, maar dat kon niet, want dan gebruikten ze teveel elektriciteit. Dat bestaat toch niet? We lopen wat dat betreft enorm achter de feiten aan en dat schaadt het bedrijfsleven.î
Sfeer verziekt
Sterker nog, Van Braak heeft al ondernemers op zijn kantoor gehad die serieus overwegen om te gaan verhuizen. ÑZij vinden dat de sfeer in Nederland is verziekt, dat ze niet meer fatsoenlijk kunnen ondernemen en willen weg. Anderen stoppen met hun zaak, omdat ze er geen fiducie meer in zien. Wij zien het als onze taak om klanten tijdig te wijzen op acties die ze kunnen nemen om hun bedrijf draaiende te houden. Daar zijn we momenteel dan ook erg druk mee. En ja, daar horen ook basale zaken bij, zoals de verkeerde naam op een verzekeringspolis of de inschrijving bij de Kamer van Koophandel klopt niet meer. Het zijn vaak kleine dingen, die grote gevolgen kunnen hebben. Bij Van Braak Accountants zitten we er bovenop, want dat is wat de klant van ons mag verwachten. Zeker, of misschien wel juist, in de moeilijke economische omstandigheden waarin we ons nu bevinden.î
www.vanbraakaccountants.nl 0318-587373
Vervolg
Circolide
Wie Hannah Feringa, Thomas Freese (met Ton Vries en Ben Feringa)
Wat coatings op basis van reststromen uit biomassa
Waar Groningen
Waarom Om de wereld een beetje beter te maken
Wanneer sinds 2025
Hoe Door middel van wetenschappelijk onderzoek en sterke bewijslast
TEKST JEAN PAUL TAFFIJN FOTO GEERT JOB SEVINK
Bouwstenen voor de chemie halen uit reststromen van biomassa. Dat klinkt als tovenarij, maar het gebeurt gewoon, in Groningen. Daar combineert Circolide verschillende technieken om tot een verbluffend resultaat te komen: de productie van duurzame bouwstenen voor coatings die beter zijn dan de fossiele varianten.
„Afhankelijk van de gekozen bouwsteen zijn de coatings erdoor harder, slijtvaster, krasbestendiger en duurzamer’’, vertelt Hannah Feringa (CCO/COO). „En dat is essentieel. Een groener alternatief maken dat net zo goed is, maar wel duurder, werkt gewoon niet. Onze oplossing kost ook iets meer, maar dan krijg je dus ook meer. Zodra de productie omhoog gaat, zakt de prijs.’’
Zij richtte de start-up twee jaar geleden op samen met Thomas Freese (CEO/CTO), Ton Vries (strategisch adviseur) en haar vader, Nobelprijswinnaar Ben Feringa (wetenschappelijk adviseur) uit Paterswolde. „Dit bedrijf komt rechtstreeks voort uit zijn wetenschappelijke zoektocht naar een duurzaam alternatief voor acrylaat. Binnen zijn onderzoeksgroep deed Thomas Freese met collega’s het onderzoek dat leidde tot de ontdekking van een molecuul met de juiste eigenschappen. Thomas had bovendien zelf de drive om met die ontdekking een bedrijf te starten en zo bij te dragen aan een duurzamere toekomst.’’ Freese: „Ik was meteen enthousiast toen Ben met het idee kwam om er een bedrijf van te maken.’’
Veel meer mensen delen dat enthousiasme, zo blijkt. Pilots bij verschillende concerns lopen, inmiddels haalde de start-up een miljoen euro op voor de verdere ontwikkeling. „De tijd is goed”, zegt Thomas Freese. Dat denkt ook Hannah Feringa. „De industrie zoekt continu naar innovatieve oplossingen

die zowel beter zijn als groener en wij bieden een dergelijk alternatief. Bovendien kunnen wij een bijdrage leveren aan het versterken van de Europese positie en die van onze boeren om biomassa te gebruiken voor het produceren van materialen. Bijkomend voordeel is dat er in Circolides proces reststromen gebruikt worden en er daardoor ook niet geconcurreerd wordt met de voedselindustrie.”
Wat Circolide doet, is gebruikmaken van furfural, een molecuul dat wordt gewonnen uit reststromen van biomassa. Door dit molecuul te laten reageren onder fel, rood licht, ontstaat een nieuw molecuul: butenolide. En dat kan worden gebruikt als belangrijke bouwsteen voor het maken van coatings. Freese: „Wat wij maken kan eruitzien als een wit poeder, maar we kunnen het ook als vloeistof leveren, dat de industrie verder kan verwerken. Wij zijn ook in staat om de eigenschappen van het molecuul aan te passen. Andere kleur, waterbestendigheid, hardheid. Daar doen we continu onderzoek naar, zodat we kunnen ontwikkelen wat de markt vraagt.’’
‘Wetenschap naar de markt brengen is gewoon heel mooi’
Hannah Feringa: „AkzoNobel is onze strategische partner. Samen testen we om tot betere producten te komen. Maar we hebben juist ook het mkb nodig om nieuwe coatings te lanceren, zodat we geleidelijk de productie kunnen opschroeven.’’ De start-up maakt binnenkort 10 kilo van het product per dag, een gewicht dat snel omhoog moet naar 200 kilo. Daarvoor moet volgend jaar weer geld worden opgehaald. Het voorlopige doel is een demofabriek – waarschijnlijk in de provincie Groningen – waarin een productie van 200 tot 500 kilo per dag mogelijk is.
Intussen probeert de start-up zoveel mogelijk klanten aan te sluiten om te testen en zo te helpen het product verder te ontwikkelen. „Dat is waar ik veel mee bezig ben, ja’’, vertelt Hannah Feringa. „Bedrijven overtuigen, geld ophalen en het ecosysteem versterken. Mijn naam? Ja, ik denk dat het niet tegen me werkt als ze weten dat mijn vader de Nobelprijswinnaar is. Hij heeft nog steeds een belangrijke rol als adviseur. Dit bedrijf is ook een uitvloeisel van decennialang onderzoek van hem en zijn onderzoeksgroepen. In de jaren 70 publiceerde hij er al over. Ik heb gezien wat een lange adem je moet hebben om écht iets te bereiken. Wetenschap zoals hij het beoefent, heeft veel van topsport.’’
KANSEN VOOR DE LANDBOUW Hannah zelf wist altijd wel dat ze wilde ondernemen. „Ik heb veel gedaan en gezien en wist: de tijd komt wel een keer. Dat was dus twee jaar geleden. Hier ben ik echt op mijn plek. Wetenschap naar de markt brengen is gewoon heel mooi. Zeker als het goed is voor de aarde.”
Freese ziet daarnaast ook kansen voor de landbouw en regionale ketens. „Hoe mooi zou het zijn als uiteindelijk het landbouwafval van een boer uit Noord-Nederland verwerkt wordt tot een verf op de Martinikerk?’’ Voor hem staat ook de bijdrage aan de strijd tegen klimaatverandering met stip op één. „Elk jaar wordt 9 miljoen ton acrylaat geproduceerd uit fossiele bronnen. Dat kan anders, dat laten wij zien.’’

ÑSmaak is bij ons geen loze belofte, maar een ervaring die je bijblijft.î Met die overtuiging bouwen Gijs Raat en Peter Kooistra samen met hun team aan De Smaak. Een cateraar die zich moeiteloos beweegt tussen zakelijke events, exclusieve bruiloften en high-end fine dining. Wat de gelegenheid ook is, ÈÈn ding staat vast: kwaliteit, creativiteit en ontzorging vormen altijd de basis.
Van intieme diners tot grootschalige evenementen: De Smaak tilt elk moment naar een hoger niveau. Niet voor niets werd het bedrijf gekozen om de catering, fine dining en VIPbeleving te verzorgen tijdens de Tall Ships Races in Harlingen. Geen toevalstreffer, maar een bewuste keuze. Tijdens een pitch, inclusief proefkoken voor een 12-koppige jury, wist De Smaak zich te onderscheiden op precies datgene waar het om draait: smaak, beleving en vakmanschap.
Unieke locaties met karakter bij De Plek Wie op zoek is naar mÈÈr dan alleen catering, vindt bij De Plek de perfecte aanvulling. Deze zusteronderneming biedt bijzondere locaties voor vergaderingen, congressen, presentaties en evenementen. Stuk voor stuk plekken met een verhaal.
Van de industriÎle sfeer van De Puddingfabriek en de historische charme van Het Oude Raadhuis in Groningen tot de inspirerende setting van De Luchthaven in Eelde: elke locatie heeft zijn eigen uitstraling en mogelijkheden. Wat ze delen? Een gastvrije benadering die vanzelfsprekend voelt, maar voor gasten altijd bijzonder blijft. Hier draait het niet alleen om de ruimte, maar om de totale beleving.

Vers, puur en met aandacht
In de keuken van De Smaak begint alles bij de basis: verse, eerlijke ingrediÎnten. Brood van de bakker, groenten uit de buurt en vlees van de slager. Geen concessies, geen shortcuts. De chefs vertalen deze pure producten naar verrassende gerechten die blijven hangen. Van toegankelijk en smaakvol tot culinair verfijnd, maar altijd met oog voor detail en afgestemd op
ADVERTENTIE
de wensen van de klant. Juist die flexibiliteit maakt De Smaak sterk in elke markt en voor iedere doelgroep.
Klaar voor de toekomst
De groei van De Smaak blijft niet onopgemerkt. Met een nieuwbouwproject op bedrijventerrein Westpoort zet het bedrijf een volgende stap. Duurzaamheid speelt daarin een grote rol: slimme energieoplossingen, innovatieve recycling en een zo laag mogelijk verbruik vormen de standaard.
Tegelijkertijd wordt er gewerkt aan nieuwe concepten en uitbreidingen van het bedrijf met een blik op de toekomst en ruimte voor vernieuwing.
Meer dan catering
Of het nu gaat om een groot evenement, een bruiloft of een exclusief diner: bij De Smaak draait alles om beleving. Elk detail moet kloppen. Elk moment is bijzonder. En elke klant moet zich volledig ontzorgd voelen.
Dat is geen streven. Dat is de standaard. www.desmaak.nl - www.deplek.nl

De kogel is door de kerk. Na een lange aanloopperiode mag Dun Agro Hempgroup in Oude Pekela uitbreiden, waardoor de productie van biobased hennepproducten fors omhoog gaat en de kostprijs omlaag kan. Denk aan hennepmatten, die gebruikt kunnen worden voor isolatie van wanden en kalkhenneppanelen, waarmee huizen gebouwd kunnen worden.
Eigenaar Albert Dun kijkt optimistisch naar de toekomst en verwacht dat de teelt van vezelhennep voor agrarische ondernemers in Groningen, Friesland en Drenthe veel kansen gaat bieden. Om voldoende volume te realiseren zal het aantal hectares waarop vezelhennep wordt gekweekt fors omhoog moeten. ìMomenteel bedraagt dit circa 2.000 hectare, dat moet naar minimaal 5.000 hectareî, weet Dun. Daarover is Dun Agro in gesprek met een groot aantal agrariÎrs in de regio. ìWe willen een telerscoˆperatie oprichten, waarbij in de toekomst boeren mede aandeelhouder kunnen worden. Er is in elk geval genoeg belangstelling voor de teelt.î
Keten dichtbij
En dat is nodig ook, want de capaciteit van de fabriek neemt met een factor 3 toe. ìWaar we tegenaan lopen is dat we op dit moment nog niet zelf het eindproduct kunnen maken. Dat gebeurt elders, waardoor we met hoge transportkosten zitten en de prijzen van isolatiehennep en kalkhennep niet kunnen concurreren met reguliere bouwmaterialen. Door het eindproduct in Oude Pekela te gaan maken en de hele keten dichtbij te organiseren, kan de prijs omlaag, waardoor isolatiehennep en kalkhennep, die hun

Albert Dun
waarde in de bouw al hebben bewezen, voor veel meer partners in de bouw binnen handbereik komt.î
Dat isolatiehennep en kalkhennep interessant zijn voor de bouw blijkt uit het feit dat Dun Agro in januari al meer volume heeft verkocht dan in het hele jaar 2025. ìWe gaan de goede kant op en het bevestigt onze plannen voor verdere opschalingî, aldus Dun.
Voordelen
De voordelen van isolatiehennep zijn evident: het is zeer duurzaam en slaat CO₂ op, het is qua warmte en geluid comfortabel, het is vochtregulerend en zorgt daardoor voor een gezonde woonomgeving. Verder is het gebruiksvriendelijk en veilig. ìDaarnaast is de teelt van hennep geen concurrentie voor het verbouwen van voedsel, omdat hennep een rotatiegewas is. Bovendien zijn bestrijdingsmiddelen niet nodig. In feite is de teelt van vezelhennep ideaal voor deze regio.î ìSamen met de boeren die belangstelling hebben moeten we nu op zoek naar voldoende capaciteit en machines, want zowel het zaaien van vezelhennep als het oogsten vraagt veel van alle betrokkenen. Om de kwaliteit te borgen moet de oogst namelijk droog gebeuren en in zo kort mogelijke tijd. Daarvoor heb je capaciteit nodig, dat moeten we van tevoren goed met elkaar organiseren. Ook daarin kan de coˆperatie een belangrijke rol spelen. Als we dit allemaal voor elkaar krijgen, dan biedt dit product enorme kansen voor iedereen: van boer tot fabriek en van bouw tot bewoners.î
www.dunagrohempgroup.nl
ÑKlanten leggen hun probleem bij ons neer, wij zorgen voor de oplossing.î Welkom bij Poelstra Machinefabriek in Groningen. Het familiebedrijf is van alle markten thuis, met name op het gebied van reparatie, revisie en onderhoud. ÑAls het maar geen standaard werk isî, geeft directeur Bert Poelstra aan. ìNatuurlijk komt dat ook wel voor, als de klant er om vraagt, maar de machinefabriek is groot geworden door juist niet alledaagse klussen snel op te kunnen lossen.î
Dat was vroeger zo, dat is nu het geval en dat zal ook altijd zo blijven, is de verwachting van Poelstra. ÑEen strakke planning kennen wij niet. Draai- en freeswerk doen we in overleg met de klant, waardoor we ruimte houden voor reparatieklussen. En ja, daar zit wel eens haastwerk bij. Maar we zijn een dienstverlenend bedrijf. Dat betekent wel eens dat we ons flexibel moeten opstellen en het in sommige periodes hectisch is.î
Dat is ook de reden dat Poelstra het bedrijf naar een hoger plan wil tillen. ÑWe hebben zoín 5 jaar geleden volop geÔnvesteerd in automatisering en optimalisering van de werkplaats. Nu is het tijd om de front office uit te breiden, oftewel we willen een kwaliteitsslag op kantoor maken. Daarmee leg je de basis voor de verdere groei van het bedrijf, zowel in personeel als in het werk, is onze verwachting.î Het pand aan de Atoomweg in Groningen wordt daarvoor uitgebreid met enkele kantoorruimtes.
Vaklieden
De kracht van Poelstra Machinefabriek zit hem in het personeel. Stuk voor stuk vaklieden die uitstekend thuis zijn in de techniek. ÑKlanten komen wel eens bij ons met een onderdeel van een machine, die vervangen moet worden. Een tekening is er dan vaak niet. Het is aan onze mensen om dat onderdeel vervolgens tot in de perfectie na te bootsen en daar slagen we altijd wel weer in. Dat maakt ons bedrijf uniekî, zegt Poelstra met trots.
Perslucht
Kansen pakken en daar op inzetten, Poelstra Machinefabriek doet niet anders. Dat was ook de reden dat het bedrijf in 2011 een tweede tak aan het bedrijf toevoegde, namelijk Poelstra Perslucht. ÑOveral in het noorden staan machines en installaties van onsî, licht Poelstra toe. ÑOok in die markt zien we groei en willen we verder uitbreiden. Niet groeien om het groeien, maar geheel organisch.î


Detachering
Medewerkers van Poelstra Machinefabriek worden regelmatig gedetacheerd bij bepaalde klanten. ÑDat heeft te maken met de situatie op de arbeidsmarkt, waarin mensen met een technische achtergrond steeds schaarser worden. Maar, we gaan ook naar fabrieken die voor twee ‡ drie weken stilliggen voor onderhoud. Onze medewerkers hebben dan de tijd om de machines weer up to date te maken. Daarnaast komt het voor dat de productie ÈÈn dag per twee ‡ drie weken wordt stopgezet en dan moeten wij er staan. Dat gaat altijd in goed overleg. Na al die jaren weten we wat we aan elkaar hebben en wat er van ons wordt verwacht.î

Overigens kost het Poelstra Machinefabriek weinig moeite om nieuwe mensen aan te trekken. Poelstra:Ñ Je moet daar wel in investeren. Zo doen we al jarenlang heel veel met stages, op alle niveaus: VMBO, MBO en HBO. Daarnaast organiseren we regelmatig open dagen en instructiedagen. Iedereen mag hier binnenlopen en rondkijken wat wij hier doen. We zijn trots op ons bedrijf en wat we allemaal maken.î
Prachtig vak ÑJa, ik vind het jammer dat het ambacht wordt ondergewaardeerd in Nederland. Gelukkig is er wel een kentering gaande, want veel mensen zijn heel gelukkig met het uitvoeren van ambachtelijke werkzaamheden. Het is een prachtig vak. Bij ons staat plezier in het werk voorop. Als je techniek leuk vindt en je houdt van afwisseling en vrijheid, maar ook van verantwoordelijkheid, dan ben je hier welkom. Wij leren je het vak.î
Zo gaat Poelstra Machinefabriek en Poelstra Perslucht met vertrouwen de toekomst in. ÑOnze kwaliteit zit hem in het feit dat we snel op de klantvraag kunnen reageren. Een eigenschap dat zeer wordt gewaardeerd. Ja, dit vak blijft, want er gaat altijd wel iets kapot bij de klant. Het is aan ons om dit vakgebied aantrekkelijk te houden, want onderschat niet de waarde van de maakindustrie voor dit land. Die is groter dan menigeen denkt.î
www.poelstra-machinefabriek.nl www.poelstra-perslucht.nl

Ondernemen is vallen en weer opstaan, uithuilen en aanpakken. Het is leiderschap tonen en benaderbaar zijn, focus houden en uitzoomen. Elke ondernemer is uniek, alle ondernemers hebben te maken met gelijksoortige uitdagingen. In deze serie zoeken we de steentjes in de schoenen en de schatten die eronder verborgen liggen.
TEKST JEAN PAUL TAFFIJN
FOTO GEERT JOB SEVINK
Enablemi is een familiebedrijf geworden. Ja, vader, moeder, dochter en zoon werken mee, maar dat ‘familiebedrijf’ gaat vooral om het gevoel in de hele organisatie, meer dan om de bloedband. Het Groningse bedrijf helpt innovaties versnellen door de juiste subsidies te vinden. De afgelopen tien jaar veranderde alles. En directeur Saskia Frost veranderde mee. „We waren impulsief, wat ongecontroleerd soms, opportunistisch en opereerden wat te veel vanuit man en vrouw. Dat hebben we allemaal aangepakt. We zijn bewuster gaan bouwen.’’
Erik Matien begon het bedrijf in 2011. In 2016 voegde echtgenote Saskia zich bij hem om samen het co-directeurschap vorm te geven. Dat was een leuk avontuur in het begin, een zoeken naar de beste verdeling van taken en verantwoordelijkheden. Én een lesje ‘hoe houden we werk en privé nog een beetje gescheiden’.
„Dat is iets wat mensen zich moeilijk kunnen voorstellen, hoor ik vaak’’, zegt Saskia. „Dat je zo intensief met je partner samenwerkt. Bij ons ging dat wel. Tuurlijk moeten we thuis soms even uitschakelen om niet continu door te gaan over het werk. Maar opvallender was misschien wel dat we elkaar op het werk nogal direct aanspraken, zoals we ook thuis gewend zijn. Dat was voor de medewerkers – van wie we er steeds meer kregen – soms best ongemakkelijk.’’ Enablemi groeide van vier mensen in 2016 naar dik twintig anno nu.
Maar wanneer besluit je daar iets aan te gaan doen, aan die rolverdeling, en waarom? Voor Saskia en Erik werd dat besluit van buitenaf opgedrongen, als een bliksemschicht. In de diepe coronacrisis was het afgelopen met innovaties, toen thuiswerken de norm werd. „Dat is het moment waarop wij tegen elkaar zeiden: nu gaan we er écht voor. Nu gaan we een serieus bedrijf bouwen. Achteraf gezien waren we daarvoor meer aan het freewheelen. Dat was leuk en het bracht ons
‘Ja, misschien is dat wel mijn stip, mezelf overbodig maken’
toen genoeg, maar niet om te komen waar we heen wilden, hoewel we niet precies wisten wat dat was.’’
De bekende stip op de horizon. Die ontbrak bij Enablemi. Maar hoe vind je zo’n stip?
Saskia: „We hebben erover gekibbeld, omdat we zo anders zijn. Erik is meer outgoing, houdt van sales, inhoud en praten. Ik ben socialer, richt me op de menselijke kant. Erik is gefocust, ik heb een popcornbrein. Dus samen zijn we heel complementair. En kunnen we heel wat bereiken, besloten we. Dus hebben we gezegd: wij willen serieus bijdragen aan de wereld, ook aan het geluk van de mensen die voor ons werken. Dat is niet precies een stip aan de horizon, maar wel een visie, een meetlat waarlangs we onze beslissingen sindsdien leggen.’’
Om het vergezicht te schetsen, namen ze nog een bepalende beslissing: ze besloten intensieve leiderschapstrainingen te gaan volgen. „Als je samen besluit waar je heen wil, dan moet je helder hebben wat je van je mensen verwacht. Maar je moet ook precies weten wat je van elkaar verlangt. Omdat ik er later bijkwam, voelde ik me eerst een soort codirecteur. We waren gewoon te veel man en vrouw en moesten duidelijk vastleggen wie de kapitein is en wie de reder. Krachten bundelen, verantwoordelijkheden
delen. Daar hebben we intensief aan gewerkt toen.’’
Die leiderschapstrainingen zijn nog niet voorbij. Leren stopt niet. „We hebben ook collega’s op die lijn gezet. Je ziet veranderingen. Discussies worden opener, afspraken helderder. De teams worden steeds sterker. Dat maakt me nog wel het meest trots, als ik terugkijk op tien jaar werken hier. En ja, daarvoor heb ik moeten leren om eerder afscheid van mensen te nemen. Ik was vaak te lief, zocht naar de positieve kanten die er altijd waren. Maar soms moet je voor het team kiezen en besluiten nemen. Dat gaat me nu veel beter af.’’
KLEINE STAPJES TERUGDOEN (!!!)
Saskia Frost is onderweg van punt A naar punt B. „Wat dat punt precies is, dat passen we elk jaar aan, ook welke stapjes daarvoor nodig zijn. Dat is iets wat we met al onze mensen bespreken. Maar zo’n leidraad is voor ons essentieel maar bovenal noodzakelijk. Groei is voor ons belangrijk, niet alleen van ons bedrijf, maar ook groei van onze mensen en onszelf. We hebben een kantoor in Eindhoven geopend. Dat is voor ons een logische plek. In de Brainport komt nu eenmaal heel veel innovatie tot stand. We willen eigenlijk dat dat een kantoor wordt waar de Enablemi-cultuur heerst, maar ook met een leider die een eigen manier van werken invoert. Dat is best spannend om een beetje los te laten, maar het is wel de weg die ik op wil.’’
Ze wil kleine stapjes terugdoen, verantwoordelijkheden overdragen. „Niet om te stoppen hoor. Daar moet ik nog niet aan denken. Meer omdat ik weet dat het gezond is voor Enablemi. We hebben een jong team vol gedreven, enthousiaste mensen. En ik ben echt bezig om mijn positie wat te veranderen. Ik was ooit heel directief en altijd maar bezig in het bedrijf zelf dingen op te lossen. Nu vraag ik waarom mensen het zo doen in plaats van zeggen dat het anders moet. Dat proces kost tijd, want ze zien nog altijd Saskia de directeur natuurlijk. Daar werk ik aan. Ja, misschien is dat wel mijn stip, mezelf overbodig maken.’’
Enablemi
Het in Groningen – en binnenkort Eindhoven – gevestigde Enablemi helpt bedrijven en organisaties met innoveren. Dat kan zijn door middel van het regelen van subsidies, het begeleiden van hele projecten en strategisch advies. Enablemi werkt alleen samen met organisaties die zich met hun projecten inzetten voor de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties en richt zich op de energietransitie, healthy ageing en duurzaamheid.
Tip van Saskia Frost „Als iets ongemakkelijk is, is dat vaak precies omdat het belangrijk is (zoals verkopen, bellen of confronteren). Comfort houdt je bezig, maar ongemak brengt je vooruit.”
Peter Scherjon: Maak rolverdeling expliciet
„Mijn tip voor ondernemersduo’s: maak de rolverdeling expliciet zoals Saskia en Erik dat bijvoorbeeld deden met het onderscheid tussen de ‘reder’ en de ‘kapitein’. Pas wanneer je de informele dynamiek van de keukentafel vervangt door duidelijke zakelijke kaders, creëer je de rust en de helderheid die nodig is om verder te kunnen bouwen.”
Peter Scherjon, coach in ondernemerschap en leiderschap, begeleidt ondernemers vanuit Hartman & Hartman


ìMijn hele dag was verpest als ik toch een taartje nam op een verjaardagî, vertelt Nicky Meursing. Na een jarenlange strijd met haar gewicht ging het roer om en richtte zij FitPiggy op. Het merk maakt luxe, eiwitrijke snacks die bewust niet ësupergezondí zijn. ìWe moeten onszelf niets ontzeggen, maar ons juist afvragen wat we onszelf gunnenî, vertelt ze.
Niet in de spiegel kijken
Lange tijd beheerste Nickyís overgewicht haar leven. ìIk wilde mezelf niet terugzien op fotoís en ging spiegels uit de weg. Als ik toch in de spiegel keek, zag ik niets positiefs. Mijn benen waren te dik en mijn kont ook.î

Superlekker
waren te d Hoe gra den we trictiesî tijd zakken ch ik mezelf te denken N
Hoe graag ze het ook wilde, diÎten leverden weinig op. ìIk zocht controle in restrictiesî, vertelt Nicky. ìMaar vervolgens at ik tijdens een vreetbui geen appels, maar zakken chips en snoep. Dat waren dingen die ik mezelf had verboden. Het is een utopie om te denken dat je iets nooit meer zult eten.î
Volgens Nicky zit precies daar het probleem van veel diÎten.
Nickyís grootste ergernis was dat niets lekker mocht zijn tijdens een dieet. ìMet FitPiggy zorgen we ervoor dat onze repen juist wÈl superlekker zijn. Wij zijn er namelijk van overtuigd dat je echt niet alle suiker hoeft te schrappen. Juist als je af en toe iets eet dat superlekker is, behoud je de controle.î
De kans dat je meerdere repen achter elkaar eet, is klein, vertelt Nicky. ìVanwege de eiwitten is een reep heel vullend en heb je er aan ÈÈn genoeg. Daardoor krijg je uiteindelijk veel minder calorieÎn binnen dan bij normale snacks die je blijft dooreten.î

Iedere dag een taartje
De repen mogen dan eiwitrijk zijn, toch krijgt Nicky regelmatig te horen dat FitPiggy evenmin een gezond product is. ìDat is het bewust nietî, vertelt ze. ìFitPiggy laat zien dat we niet in extremen hoeven te leven. Wie obsessief met eten bezig is, slaat juist door. Je kunt jezelf iets gunnen en alsnog goed voor jezelf zorgen.î ìNu kun je iedere dag zonder schuldgevoel iets eten dat eruitziet als een taartje.î
In het hart van de Nederlandse agri- en foodsector groeit een samenwerking die laat zien hoe traditie, duurzaamheid en smaak elkaar kunnen versterken. Eisenga Kaas, een Fries familiebedrijf met een rijke historie, werkt al jaren intensief samen met de zuivelboeren van het Waddeneiland Schiermonnikoog. Samen brengen zij bijzondere kazen voort die niet alleen uitblinken in kwaliteit, maar ook een verhaal vertellen dat geworteld is in landschap, natuur en toewijding.
De basis van dit verhaal ligt bij de boeren van Van Schier. Al generaties lang zijn zij verbonden met het eiland en dragen zij zorg voor het unieke ecosysteem. Met lef en visie hebben zij hun veestapel met meer dan een derde teruggebracht. Dit resulteert in minder stikstofuitstoot, een gezondere bodem en meer ruimte voor biodiversiteit. Door zelf hun melk te verwerken tot kaas, creÎren zij meer waarde en blijven zij toekomstbestendig boeren. Een krachtig voorbeeld van moderne kringlooplandbouw.

De kazen van Van Schier kenmerken zich door hun pure, volle smaak en het karakter van het eiland. De zilte zeelucht, de kruidenrijke weides en de rust van het Waddengebied proef je terug in elke hap. Van romige jonge kazen tot rijk gerijpte varianten met een stevig en uitgesproken smaakprofiel - elk stuk kaas weerspiegelt de unieke herkomst.
Eisenga Kaas speelt hierin een onmisbare rol. Als familiebedrijf uit Friesland combineert Eisenga
generaties aan kennis en ervaring met een moderne visie op kwaliteit en samenwerking. Het bedrijf is gespecialiseerd in het zorgvuldig rijpen van kaas, waarbij tijd, temperatuur en aandacht zorgen voor de optimale smaakontwikkeling. In hun rijpingshuizen krijgen de kazen van Schier de kans om zich volledig te ontwikkelen tot hoogwaardige specialiteiten.
Daarnaast verzorgt Eisenga Kaas de distributie, waardoor deze bijzondere kazen hun weg vinden naar speciaalzaken, horeca en liefhebbers in binnen- en buitenland. Zo wordt het verhaal van Schiermonnikoog niet alleen lokaal verteld, maar ook ver daarbuiten gedeeld.
Wat deze samenwerking uniek maakt, is de gedeelde overtuiging dat kwaliteit begint bij de bron. Respect voor natuur, dier en product staat centraal. De boeren van Schiermonnikoog - al meer dan 80 jaar verenigd in de Vereniging Boerenbelang - werken nauwer samen dan ooit. Niet alleen als producenten, maar ook als beheerders van het landschap en gastvrije ondernemers. Eisenga Kaas en Van Schier bewijzen dat duurzame keuzes en ambachtelijke kwaliteit hand in hand kunnen gaan. Het resultaat is een reeks kazen met een authentiek karakter en een eerlijk verhaal.
Een smaak van het eiland, gedragen door generaties vakmanschap.
eisengakaas.nl vanschier.nl
Voorjaar. Tijd voor de nieuwe oogst aardappels: Maltaís. Al generaties lang aan een feest op je bord. Van eenvoud tot culinaire inspiratie. Greydanus Aardappelgroothandel in Heerenveen viert de Malta. Samen met Parkhotel Tjaarda in Oranjewoud en Visit Malta is het dit voorjaar feest. Op naar de winkel!
Malta in de Middellandse Zee. Overzichtelijk eiland met de zilte zegening van een aangenaam klimaat. Het voorjaar is een geweldige tijd om er te vertoeven. Het uit de zee oprijzende eiland is een aaneenschakeling van indrukwekkende bouwwerken uit 7000 jaar geschiedenis in hoofdstad Valletta, van kleurige vissersbootjes, eindeloos mooie stranden, schitterende duiklocaties, machtige vergezichten, een binnenland om te ontdekken en de beleving van de inspirerende mediterrane cultuur. Lokale producten en kleinschaligheid zijn er troef. De rijke Maltese keuken kent een grote diversiteit van eilandeigen deegproducten, groenten en kruiden, wijnen, olijven en olijfolie. De basis daarvan vormen de veelal kleine akkers omzoomd door lage stenen muurtjes, die als ít waait jonge gewassen bescherming bieden. De gezonde kalksteenrijke rode kleigrond zorgt voor een goede voedingsbodem en zo wordt ook de Malta vrijwel zonder bestrijdingsmiddelen verbouwd.
Als in ons vlakke land de eerste pootaardappelen in de grond gaan, zijn de Maltaís op Malta al klaar om geoogst te worden. En daarom liggen ze ieder voorjaar als nieuwe oogst bij de groenteboer en in de supermarkt. Bijvoorbeeld om met wat roomboter zo te eten of als heerlijke lichtzoete smaakmaker bij verse asperges. Ons voorjaar begint met de Malta op je bord.
De Malta: aardappelras of niet?
Dick Noteboom van Greydanus verklaart de naam. ,,De Malta is geen ras, maar een verzamelnaam voor alle aardappels die op Malta worden verbouwd, meestal van het ras Alfa. De Malta komt dus van Malta. Dat ze al in april en mei al worden geoogst, maakt ze juist hier zo populair. Met die typische ëjongeí smaak is het weer de eerste aardappel in het voorjaar die veel mensen al heel lang kennen. Greydanus brengt ze al decennialang op de markt: Ze komen met de vrachtwagen rechtstreeks uit Malta en Greydanus zorgt dat ze in Friesland, Groningen en Drenthe in de winkel liggen.î
Is er reden voor een feestje?
,,Wat goed en lekker is, mag je wel eens in de schijnwerper zetten. Het verhaal vertellen waarom de Malta ëMaltaí heet en wat je je er mee kunt. Met deze campagne eren we wat het eiland Malta ons biedt. We zetten de fijne lokale

producten van Malta graag in het zonnetje in combinatie met Friese lokale producten. Dat is een echte beleving, het is een feest van smaak, geur en passie voor eten. Daarom beginnen we deze lente met een feestje en dat doen we samen met Pakhotel Tjaarda in Oranjewoud en Visit Malta.î
Vertel! Gaan we op vakantie?
,,We beginnen met het eten, want de Maltaaardappel verdient het om van te genieten. Daarom vieren we het voorjaar op 31 mei in Tjaarda Oranjewoud, waar chef Mark van Noord een verfijnd menu heeft samengesteld, waarin de Malta centraal staat samen met lokale Friese producten.î Een tipje van deze culinaire reis voor liefhebbers: variaties van de Malta als menumiddelpunt, met ook paling uit ít Sneekermeer, Coppa di Akkrum, lokale specerijen, olijfolie en wijnen van Malta, verse Friese asperges en aardbeien. Tjitte de Wolff van Parkhotel Tjaarda over de samenwerking met

Greydanus: ,,We bieden het beste van twee lokaal gewortelde bedrijven met een lange historie en liefde voor lokale en natuurlijke producten. Greydanus is onze vertrouwde leverancier van die gezonde producten, wij serveren ze graag uit aan onze lokale en internationale gasten met de wijnen van Gran Cavalier uit Malta. Op 31 mei komt het samen: de lokale kracht van Malta en Friesland in een creatief culinaire samenwerking en de inspiratie om vaker te genieten, zoals van een reis naar de bakermat van iedere MaltaÖ.î
Wie gaat er op reis? ,,Die 50 mensen die komen dineren, zijn de winnaars van onze Malta-campagne dit voorjaar. In alle winkels in Friesland, Groningen en Drenthe waar de Malta te koop is, vind je een deelnameformulier. Uit de deelnemers trekken we 50 winnaars, die op 31 mei komen genieten van het Malta-menu samen met de ambassadeur van Malta in Parkhotel Tjaarda. Tijdens die prachtige avond maakt de ambassadeur van Malta de winnaar bekend van de Reiskoffer van Greydanus: een geheel verzorgde reis voor twee personen naar Malta, aangeboden door Visit Malta.î
Lokaal van de Malta genieten kan natuurlijk altijd thuis, want de aardappel is dankzij Greydanus een groot deel van het jaar verkrijgbaar in de winkel. Maar om mee te dingen naar de Reiskoffer van Greydanus en kans te maken op een vakantie op Malta, moet u toch echt naar de winkel. Koop een zak Maltaís, ding mee naar de culinaire beleving in Parkhotel Tjaarda en op 31 mei naar de geheel verzorgde reis naar de bakermat van die fijne aardappel: Malta! Ook dit voorjaar is het feest!
www.visitmalta.com/nl aardappelgroothandel.eu





























































































































