Ouders willen het beste voor hun kind
Vaak speelt er meer
Gezinnen die het even niet meer zien zitten
2
6
7
Zorg voor de jeugd
18 | 09 | 14
Special gemeente Amsterdam
Ook voor kleine vragen, om grote problemen te voorkomen Ouder- en kindadviseurs Een centrale rol in de nieuwe jeugdhulp van Amsterdam is weggelegd voor de ouder- en kindadviseurs, onder meer te vinden op scholen. Ze zijn er ook voor kleine vragen. “Zo kunnen we grote problemen voorkomen.” De achtjarige Thijn werd voor de zomervakantie twee keer met buikpijn wakker. Daarom kon hij niet naar school. Tenminste, dat zei hij tegen zijn moeder. Na enig doorvragen bleek hij niet naar zwemles te willen. Andere kinderen werden daar gepest en dat kon hij niet aanzien. ‘s Nachts lag hij er wel eens wakker van. “Tegen hem werd ook wel eens onaardig gedaan, maar Thijn hield zich best staande”, zegt moeder Babette Hofstede. “We ervaarden het daarom niet als een groot probleem.” Toch is ze blij dat hij ‘steviger’ is geworden. Nee zeggen Via zijn school in de binnenstad deed Thijn mee aan een training sociale vaardigheden. Eerst kreeg zijn hele klas een algemene training. Later nam Thijn zeven woensdagmiddagen achtereen een uur lang deel aan rollenspelletjes en oefeningen, samen met vijf andere kinderen uit groep 4. Ze leerden nee zeggen, complimenten geven, vragen om mee te mogen doen als andere kinderen spelen. En ook hoe ze klasgeno-
Thijn en moeder | Foto Katrien Mulder
ten kunnen aanspreken op pesten of ander ongewenst gedrag.
Wat is zorg voor de jeugd? Ouder en kind Gelukkig gaat het met de meeste kinderen en jongeren in Amsterdam uitstekend. Maar soms zit je als ouder wel eens met een vraag. Mijn baby huilt wel erg vaak. Mijn peuter wil maar niet luisteren. Mijn puberzoon komt veel te laat thuis. In dat geval kunt u naar een ouder- en kindadviseur van het ouder- en kindteam stappen. U vindt ze onder andere op Ouder- en Kindcentra en op scholen. Zij kunnen u adviseren en tips geven, bijvoorbeeld over een handige cursus. En als de ouder- en kindadviseur het antwoord niet direct weet, kan
er informatie en advies gevraagd worden aan bijvoorbeeld een gedragsdeskundige die in het team zit. Zo heeft u alle hulp in uw eigen buurt bij de hand. Soms is er meer aan de hand en bent u niet geholpen met alleen een advies. Dan heeft een kind bijvoorbeeld gedragstherapie nodig. Of een cursus sociale vaardigheid. De ouder- en kindadviseur zoekt dan samen met u een oplossing bij een gespecialiseerde instelling. Dat gebeurt altijd in overleg, want de ouder houdt de regie over de zorg. Dat is het uitgangspunt van de nieuwe jeugdhulp.
“Ik weet nu hoe dat moet”, zegt Thijn, thuis op de bank, als hij zich heeft losgemaakt van de Wii-spelcomputer. “En als er echt iets is, ga ik naar de juf. Ik trek het me niet meer zo aan.” Zijn ouders zagen het verschil, thuis, in de omgang met zijn twee broertjes en zusje. “Thijn is standvastiger geworden”, zegt Hofstede. “Als hij iets niet wil, houdt hij daaraan vast.” Het ging om iets kleins, zegt ze nog eens, maar het had groter kunnen worden. “Als ouder kun je wel met je kind praten, maar dat werkt niet altijd goed. Door middel van spelvormen pikken ze nieuw gedrag sneller op.” De training sociale vaardigheden is een voorbeeld van het laagdrempelige werk van ouder- en kindadviseurs, die vanaf januari 2015 te vinden zijn op alle basisscholen en op andere ‘vindplaatsen’, zoals kinderdagverblijven, voorscholen, scholen voor voortgezet
onderwijs en Ouder- en Kindcentra (waar de consultatiebureaus in zijn opgegaan). “We verzorgen ook andere trainingen, zoals positief opvoeden voor ouders,” zegt Ine Welmers, sinds vorig jaar als ouder- en kindadviseur verbonden aan basisschool De Burght. “Maar vooral onderhouden we individuele contacten met ouders die specifieke problemen hebben.”
Aanspreekpunt Ouder- en kindadviseurs vormen het eerste aanspreekpunt. Welmers benadrukt dat zij en haar collega’s er niet alleen zijn voor zware problemen. “Ouders kunnen bij ons terecht met allerlei vragen over opvoeden en opgroeien. Groot of klein. We gaan samen op zoek naar een antwoord.” Kinderen kunnen ook uit zichzelf bij een ouder- en kindadviseur terecht, maar ouders worden daarvan wel op de hoogte gesteld.
2
Zorg voor de jeugd ■ 18 september 2014
‘Zwanger zijn en kinderen opvoeden is leuk én heeft lastige kanten’
Els Wiebrands en cliënt | Foto Katrien Mulder
Zwangerschap Els Wiebrands is jeugdverpleegkundige en één van de twintig ouder- en kindadviseurs uit het Ouder- en Kindcentrum in Bos en Lommer. “Ouders, ook aanstaande ouders, zijn hier van harte welkom met hun vragen.” “Opvoedvragen komen in alle lagen en kleuren van de bevolking voor,” zegt Els Wiebrands. “Opvoeden is leuk én heeft lastige kanten. Ouders moeten vooral niet denken dat ze tekortschieten als ze iets niet weten.” Niet alleen opvoeding, ook zwangerschap kan onzekerheden met zich meebrengen, vooral bij een eerste kind. Eet ik de juiste dingen om mijn kind goed te
laten groeien? Mag ik sporten tijdens de zwangerschap? “Ouders, ook aanstaande ouders, zijn hier van harte welkom met hun vragen.” Gedurende de zwangerschap, bij de bevalling en in de eerste vier levensjaren van een kind hebben ouders contact met een verloskundige, de kraamhulp en het consultatiebureau. “Het komt ook voor dat (aanstaande) ouders
Uit de praktijk van ouder- en kindadviseur Els Wiebrands
‘Mijn uitgangspunt is: ouders willen het beste voor hun kind’ Praktijkvoorbeeld “Ik had te maken met een meisje van bijna vier dat te zwaar was. Een verpleegkundige van het consultatiebureau wees mij erop, omdat ik al contact had met dit éénouder-gezin. Ze vroeg me het bij een huisbezoek een keer te bespreken. Mijn uitgangspunt is: ouders willen het beste voor hun kind. Voor deze moeder gold dat ook. Er werd in dit gezin best gezond gegeten. Maar het meisje bleek onvoldoende te bewegen. De oorzaak? De moeder durfde zelf niet
goed meer het park in sinds ze daar een keer lastig gevallen was door straatjongens. Daardoor kwam haar kind ook nauwelijks buiten. Doordat ze klein behuisd waren raakte het meisje haar energie niet kwijt. Ik heb de moeder gevraagd wat haar zou kunnen helpen om het park weer in te durven. We hebben samen geregeld dat ze met vrouwen uit de buurt mee kon. Ondertussen gaat ze ook weer alleen. Ze is daar heel blij mee. Haar dochter heeft bijna weer een gezond gewicht.”
zelf met vragen of problemen naar het Ouder- en Kindcentrum komen. In die gevallen is een ouder- en kindadviseur hun eerste aanspreekpunt. Die zoekt samen met hen naar een oplossing.” Jonge kinderen Waarmee kampen ouders met kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar? “Dat kan van alles zijn. Borstvoeding die niet goed loopt, een kindje dat veel huilt of niet wil slapen, dat onvoldoende groeit, allergisch is of overmatig druk. Dergelijke problemen hebben echt niet altijd een medische achtergrond. Vaak is een probleem met praktische ingrepen oplosbaar. In veel gevallen is een tip of zijn een paar gesprekken al voldoende.” Wiebrands benadrukt dat kinderen van ouders die advies vragen bij het centrum beslist niet meteen de hulpverleningsmolen ingaan. “Integendeel. Juist doordat zij tijdig aan de bel trekken kunnen we kleine problemen vaak klein houden. En als er wel specialistische hulp nodig is, regelt de ouder- en kindadviseur dat ook. Maar die doet dat áltijd in samenspraak met de ouder.”
Zorg voor zwangere vrouwen en voor de allerjongsten: hoe is die geregeld? ■
■
■
■
■
In een Ouder- en Kindcentrum werken meerdere zorginstellingen samen onder één dak. Voorzieningen voor zwangere vrouwen en voor kinderen van 0 tot 4 jaar horen daar ook bij. Zwangere vrouwen komen via het Ouder- en Kindcentrum in contact met een verloskundige. Die begeleidt hen bij zwangerschap en bevalling. Het centrum biedt daarnaast diverse cursussen aan (zoals zwangerschapsyoga) en voorlichtingsbijeenkomsten voor vrouwen die hun eerste kind krijgen. De eerste acht dagen na de geboorte krijgen ouders thuis professionele ondersteuning van een kraamhulp. Die biedt praktische hulp en geeft handige tips. Elk Ouder- en Kindcentrum werkt samen met kraamzorg. Ouders met kinderen van nul tot vier jaar hebben regelmatig een afspraak op het consultatiebureau. Met de artsen en verpleegkundigen die er werken bespreken ze de gezondheid, groei en ontwikkeling van hun kind. Als kinderen naar de basisschool gaan (meestal vanaf hun vierde) worden ze begeleid door de schoolgezondheidszorg. Op elk centrum werken ouder- en kindadviseurs. Ook zij zijn beschikbaar voor opvoed- en gezondheidsvragen en -adviezen.
3
Zorg voor de jeugd ■ 18 september 2014
Patricia woonde even bij haar vriendin
‘Iedereen kon even op adem komen’
Jonne, Jacqueline en Sjetta | Foto Katrien Mulder
Time out “Het was voor iedereen goed om even een time-out te nemen”, zegt Jacqueline van Abeelen. Samen met haar partner Sjetta Wallenburg ving ze de toen veertienjarige Patricia op omdat de spanningen bij haar thuis opliepen. Dat opvangen ging eigenlijk vanzelf. Patricia is de beste vriendin van hun dochter Jonne, hierdoor was er al contact met haar moeder.
Patricia woont nu weer gewoon thuis, maar ze komt nog geregeld langs bij Jacqueline en Sjetta, maar natuurlijk vooral bij Jonne. Soms om even te kletsen, soms om een nachtje te slapen en soms gaat ze mee met vakantie. Jacqueline: “We kennen haar al vanaf de derde groep van de basisschool. Ze is een vriendin van Jonne.” “Beste
vriendin”, komt Jonne tussendoor. “Zodoende kwam ze hier al vaak. Haar moeder kenden we ook goed, want zij kwam Patricia halen en brengen toen ze nog jong was.” Spanning Op een gegeven moment ging het bij haar thuis even wat minder. Er was
Eigen kracht Het verhaal van Jacqueline, Sjetta en Jonne past precies in het nieuwe denken over de jeugdhulp. Daarin staat de eigen kracht van het gezin centraal. Maar wat is eigen kracht? We vroegen het Rutger Hageraats, programmamanager ‘Om het kind’. Hij is namens de gemeente Amsterdam mede verantwoordelijk voor de veranderingen in de jeugdhulp. “De burger voert straks zelf de regie over de hulp aan zijn kinderen. De hulpverlener neemt de zorg niet over, maar ondersteunt het gezin. De hulpverlener vraagt ouders wat ze willen en helpt bij het organiseren van de hulp.” “Daar staat tegenover dat de burger meer verantwoordelijkheid krijgt. Mensen moeten elkaar meer ondersteunen. Ze kunnen bijvoorbeeld kijken op welke manier ze een familielid of een buurtgenoot kunnen helpen, bijvoorbeeld door eens op een kind te passen. En als iemand zich zorgen maakt, kun je hulp aanbieden. Of aankloppen bij de ouder- en kindadviseur.”
soms ruzie en de spanningen liepen op. “Patricia vertelde daar niets over”, zegt Jacqueline. “Dat doen kinderen niet. Haar moeder vertelde ons dat het haar soms teveel werd. We opperden toen de mogelijkheid om Patricia tijdelijk bij ons in huis te nemen. Dan had iedereen even een time-out. Zo konden ze even op adem komen en bedenken hoe ze samen verder wilden. Dat zou voor iedereen goed zijn. Haar moeder vond het een goed idee en zo kwam Patricia bij ons.” Voor Jonne was het even wennen. “Natuurlijk was het hartstikke leuk dat ze hier kwam, maar het was ook een beetje raar. Normaal spreek je af en nu was ze er ineens altijd. Je zit bovenop elkaar, 24 uur per dag. Maar op een gegeven moment ga je toch je eigen leven leiden. Ik had m’n huiswerk en ik sprak ook af met andere vriendinnen.” Weekenden Patricia bleef tien dagen bij Jacqueline, Sjetta en Jonne. Vervolgens ging ze weer naar haar moeder, maar eens in de drie weken kwam ze een weekend terug. “Ze deed gewoon mee met ons gezin, maar we vonden het wel belangrijk dat ze hier ook zichzelf kon zijn. We bespraken ook met Patricia hoe de situatie voor haar was, waar zij het moeilijk mee had en hoe ze dingen kon aanpakken.” Sjetta en Jacqueline waren er voor Patricia. Daardoor kwam er ook weer meer rust thuis. De relatie tussen moeder en dochter verbeterde en na zes maanden werd besloten een einde te maken aan de pleegzorg. Althans, aan
het formele deel daarvan, want Patricia komt natuurlijk nog steeds bij Jonne langs. Pleeggezin “We vonden het ook belangrijk voor de kinderen”, zegt Jacqueline. “Zo zien ze hoe we in de maatschappij staan. Zo zien ze dat je ook anderen kunt helpen als dat nodig is.” Jacqueline: “Vroeger was het ook gewoner dat je een bekende hielp. Zo hadden wij thuis eens een neef in huis omdat het bij hem thuis niet ging.” Sjetta: “Dat gebeurt nu misschien ook minder omdat families niet meer zo dicht bij elkaar wonen. Maar ik vind het belangrijk dat je elkaar helpt als je daar zelf de mogelijkheid toe hebt.” En het ziet er naar uit dat er binnenkort weer regelmatig iemand bij Jacqueline en Sjetta komt logeren. “Vanuit mijn werk als schoolmaatschappelijk werkster begeleid ik een jongetje van tien bij wie het thuis even wat minder gaat. Er is veel ruzie en die jongen heeft daar last van. Zijn moeder heeft wel eens gedacht aan een weekendpleeggezin, maar wil niet dat haar zoon in een vreemd gezin komt. Ons vertrouwt ze wel. Dus nu kijken we of hij af en toe een weekend bij ons kan komen. Dat geeft iedereen wat lucht in een moeilijke situatie.” De naam van Patricia is om redenen van privacy gefingeerd. De hulp die Jacqueline en Sjetta bieden heet officieel pleegzorg; het tijdelijk opvangen van een kind van een ander.
4
Zorg voor de jeugd ■ 18 september 2014
Wat is IPA? IPA staat voor ‘intensief preventieve aanpak’. Het IPA-programma (dat wordt uitgevoerd door Spirit en Streetcornerwork samen met partners) is voor jongeren van 12 tot 23 jaar die risicogedrag vertonen: ze spijbelen, plegen winkeldiefstallen, vertonen seksueel grensoverschrijdend gedrag of gebruiken drugs. De problematiek van IPA-jongeren is te licht voor specialistische hulp, maar te complex om door reguliere basisvoorzieningen – zoals een ouder- en kindadviseur - te worden opgevangen. ouder- en kindadviseurs kunnen jongeren doorverwijzen naar IPA. Het programma is bedoeld om te voorkomen dat risicojongeren afglijden naar zwaardere criminaliteit en zich isoleren van de samenleving. IPA is voor jongens en meisjes, ook als die een lichte verstandelijke beperking hebben. Jongeren nemen vrijwillig deel aan IPA. Meer info: www.spirit.nl Veronique Bos | Foto Katrien Mulder
‘Het gaat vaak om kwetsbare jongeren’ Preventie Veronique Bos, uitvoerend medewerker bij IPA, vertelt over dit preventieprogramma voor risicojongeren. Kun je een beeld geven van de jongeren die meedoen aan IPA? “De problemen waarmee ze hier binnenkomen zijn heel verschillend. Ze verzuimen school of ze hebben strafbare feiten gepleegd. Ze hebben hebben financiële zorgen of verkeerde vrienden. Hun problemen spelen zich vrijwel altijd op meerdere levensgebieden af. Doorgaans zijn het kwetsbare jongeren. Ze zijn naïef en kunnen hun eigen grenzen niet aangeven. Of ze doen stoer omdat ze denken dat ze anders afgewezen worden. Sommigen hebben een laag IQ. En nee, ze komen niet
alleen maar uit lagere sociale milieus. Er doen ook jongeren mee uit keurige gezinnen met hoogopgeleide, goed verdienende ouders.” Hoe komen de jongeren die meedoen bij jullie terecht? “IPA valt onder de flexibele schil in het nieuwe jeugdhulpstelsel. Dat betekent dat jongeren alleen kunnen instappen met een verwijzing van een huisarts of ouder- en kindadviseur. Jongeren kunnen trouwens ook zelf contact met ons opnemen. We gaan dan zeker het gesprek aan. Maar voor deelname is altijd een verwijzing nodig.” Hoe ziet een IPA-traject er concreet uit? “Het programma bestaat uit een intensieve fase en een nazorgfase. In de eerste fase praten en ondernemen we
veel. Ik ga vaak wandelen met mijn cliënten of spreek af in een café. Dat informele werkt beter dan elkaar zien op kantoor. We werken in die eerste fase vooral aan praktische doelen die we samen opstellen. Naar school gaan, geen overtredingen meer plegen, sporten, agressiebeheersing. We zien een jongere in die fase meerdere keren per week. In de nazorgfase is het contact minder intensief, maar houden we de vinger aan de pols.” Hoe lang duurt een IPA-traject? “In principe 12 óf 24 weken, maar het kan op maat gemaakt worden per cliënt. We kijken steeds wat past bij iemands individuele situatie. Onze cliënten waarderen dat: zij hoeven zich niet te voegen naar een standaardprogramma, het programma sluit aan bij hun omstandigheden en behoeften.”
Snellere verwijzing Gespecialiseerde hulp In het nieuwe stelsel is veel van de jeugdhulp beschikbaar via het ouder- en kindteam. Maar hoe is de verwijzing naar gespecialiseerde hulp geregeld? Petra Helderman, projectleider Verwijzen: “Die kan sneller, doordat hij niet langer verloopt via ingewikkelde indicatieprocedures.” “Stel, je hebt bij de ouder- en kindadviseur gesprekken over opvoeden, en je kind blijkt gespecialiseerde hulp nodig te hebben. Dan verwijst deze adviseur zelf door naar gespecialiseerde zorg, zonder tussenkomst van een indicatieorgaan. De gemeente moet hiervoor de toekenning afgeven.” Bepaalt een ambtenaar dan of die extra hulp nodig is? “Nee. De ouder- en kindadviseur en
zijn collega’s in het team zijn geregistreerde (jeugd)zorgprofessionals. Zij bepalen samen met de ouders wat de beste hulp voor het kind is. Ook een zorgaanbieder kan om advies worden gevraagd. De beoordeling is dus in handen van mensen die er verstand van hebben. De professionals worden door de gemeente gemandateerd om de toekenning op papier af te geven, zodat ouder en kind snel door kunnen naar de gespecialiseerde hulp. Er is dus
geen vertragende administratieve procedure. “ Waarom wordt elke toekenning op papier gezet? “Ter bescherming van de rechtszekerheid. De gemeente is verantwoordelijk voor de zorg en de betaling ervan. Daarom moet zij via een zogenaamde beschikking toestemming geven voor Lees verder op pagina 5.
IPA zou de eigen kracht van de jongeren en hun leefomgeving aanspreken. Kun je dat toelichten? “We kijken bij IPA niet alleen naar problemen, maar ook naar iemands kracht. Wat kan en wil deze jongere? We sporen jongeren aan hun eigen probleemoplossend vermogen te ontwikkelen. Verder betrekken we mensen uit het netwerk van de jongere bij het traject: ouders, leerkrachten, een werkgever, een buurtregisseur. Die aanpak blijkt motiverend. De meeste cliënten maken het IPA-programma helemaal af.”
‘Op mijn veertiende werd ik uit huis geplaatst’ ‘Birgit’ (16): “Toen ik negen was, kreeg mijn moeder een zware depressie. Ze raakte aan de drugs en belandde in een afkickkliniek. Op mijn veertiende werd ik uit huis geplaatst. Sindsdien heb Ik veel hulpverleners gezien. Bij Veronique van het IPAprogramma bleef het niet bij plannen maken. We stelden concrete doelen vast en ondernamen actie. Dat heb ik nodig. Een keer in de week zag ik haar. Ze ging mee naar afspraken bij de leerplichtambtenaar, de rechtbank en school. De afgelopen drie maanden heb ik het contact verbeterd met mijn vader, opa, oma en moeder. Met hulp van Veronique heb ik ook eigen woonruimte gekregen. Samen met een leeftijdsgenote woon ik in bij een volwassen hoofdhuurder, die op ons let. Ik zit nu in de nazorg, die ook drie maanden duurt. Het enige dat ik nog wil, is een leuke opleiding.”
5
Zorg voor de jeugd ■ 18 september 2014 Vervolg van pagina 4. gespecialiseerde hulp. Dat ‘papiertje’ garandeert dat de zorg zal worden vergoed aan de zorgaanbieder. En het geeft de cliënt de gelegenheid bezwaar te maken tegen een beslissing van hulpverleners. Bijvoorbeeld als zij extra hulp voor een kind niet nodig vinden, terwijl de ouders daar heel anders over denken.” Hoe is de privacy geregeld? “Privégegevens over de behandeling komen nooit bij de gemeente terecht. De beschikking vermeldt alleen globale aanduidingen, begin- en einddata. Hij wordt bewaard in een beveiligde omgeving die alleen toegankelijk is voor mensen met een geheimhoudingsplicht.” Kan de huisarts ook verwijzen? “Ja. Als je bij de huisarts bent met vragen over je kind, zal hij als dat nodig is verwijzen naar een zorgaanbieder van gespecialiseerde hulp. Die zorgaanbieder voert dan eerst een intakegesprek met jou en je kind. Daarna regelt hij bij het ouder- en kindteam dat hij die zorg kan gaan geven.” Gaan we erop vooruit? “Ja. Vroeger verloor je veel tijd bij het verkrijgen van een verwijzing en het voldoen aan alle regels. Nu bepalen de zorgprofessionals die al bij het kind betrokken zijn: wat is er aan de hand en welke hulp is nodig? Dat gaat sneller. Bovendien is de verwijzing nu gebaseerd op een veel completer beeld van het kind in het gezin. Daardoor kunnen we de hulp veel beter afstemmen op wat het kind werkelijk nodig heeft.”
Foto Katrien Mulder
Gemeente Amsterdam ligt op schema Overgang De overgang van de jeugdzorg naar de gemeente is een grote operatie, die op 1 januari 2015 gereed moet zijn. Is Amsterdam er klaar voor?
omheen een team van deskundigen. We wilden in de praktijk uitproberen of zo’n functie werkt. We wilden ook testen of een adviseur op ‘vindplaatsen’ als scholen goed kan functioneren. Sommige dingen moeten de professionals op de werkvloer uitvinden. Je kan en mag dat niet van achter je bureau verzinnen.”
Drie jaar geleden al begon de gemeente na te denken over een nieuwe inrichting van de jeugdhulp. Maar de praktische uitvoering ervan begon pas vorig jaar. In elk stadsdeel werden ‘proeftuinen’ ingericht: wijken waar de nieuwe manier van werken kon worden getest. Daar werden acht ouder- en kindteams samengesteld, met als centrale figuur de ouder- en kindadviseur. Deze adviseur is onder meer op scholen een eerste aanspreekpunt voor ouders en kinderen. De deskundigen uit de teams zijn afkomstig van bestaande zorg- en welzijnsorganisaties, zoals Altra, Spirit of de (gemeentelijke) GGD. Die moeten mee veranderen. “Al met al een enorme operatie,” zegt Yolanda Hoogtanders, gemeentelijk programmamanager van de ouder- en kindteams.
Wat hebben jullie geleerd? “Dat de nieuwe werkwijze goed uitpakt. Ouders en jongeren zijn tevreden met de ouder- en kindadviseur. Ze hebben het gevoel dat er geluisterd wordt, dat ze niet meer van het kastje naar de muur worden gestuurd. We hebben onderzoek laten doen naar 30 à 40 casussen. Die variëren van een ouder met de vraag ‘Mijn kind slaapt niet goed, wat kan ik doen?’ tot een alleenstaande ouder met een psychiatrische problematiek die aangeeft het niet meer te zien zitten. Dat komt allemaal bij een ouder- en kindadviseur binnen. In het eerste geval kan de adviseur zelf hulp bieden, in het tweede geval is hij de regisseur van de hulp en schakelt hij een huisarts in.”
Waarom heeft Amsterdam voor ‘proeftuinen’ gekozen? “Wij wilden de overgang van de jeugdzorg naar de gemeenten benutten om ingrijpende veranderingen door te voeren. Minder versnippering, snellere signalering, effectiever werken. Dat betekende bovenal de introductie van één ‘voordeur’: een generalistische ouder- en kindadviseur, met daar
Wat moet nog beter? “De adviseurs moeten niet alleen samenwerken met scholen, maar ook met bijvoorbeeld huisartsen. Nog niet iedereen in het veld is doordrongen van de rol van een ouder- en kindadviseur. De scholen uit de proeftuinen zijn positief, want de adviseur verlicht hun werk. Maar aanvankelijk waren sommige scholen sceptisch. Het kost veel tijd
voordat iedereen weet wat de adviseur doet en voordat de samenwerking met het netwerk goed op gang is.” De jeugdhulp gaat straks meer uit van eigen kracht. Kunt u dat uitleggen? “Hulpverleners hebben van oudsher de neiging om te zeggen ‘Ik ga uw probleem oplossen’. De houding van de ouder- en kindadviseur is: we gaan samen kijken hoe u het kunt oplossen. Mensen hebben zelf ook een netwerk. Bij ernstige problemen kunnen kinderen bijvoorbeeld tijdelijk door familieleden worden opgevangen. Dat zijn de oplossingen die we zoeken. We proberen ook om de bestaande voorzieningen te benutten. Soms bestaan in een wijk al groepen van ouders die praten over het opvoeden van hun pubers. Ook daar kunnen ouders gebruik van maken.” Er moet nog veel gebeuren. Is de gemeente er op 1 januari klaar voor? “Tot nu toe verloopt alles volgens het draaiboek. De contracten met de zorginstellingen liggen klaar voor akkoord. De acht ouder- en kindteams uit de proeftuinen draaien al, de leiders van de veertien andere teams zijn geselecteerd. Op 1 januari is alles klaar. Dat wil zeggen: dan staat de nieuwe structuur. De teams hebben nog wel tijd nodig om zich in te werken. In het begin zal het daarom niet vlekkeloos gaan. Maar de kwaliteit van zorg blijft overeind. We doen het met dezelfde professionals.”
6
Zorg voor de jeugd ■ 18 september 2014
Vaak speelt er meer JIP Jongeren met vragen over elk onderwerp kunnen in Noord anoniem terecht bij het Jongeren Informatie Punt, dat ruim een jaar bestaat en veel toeloop heeft. “Vaak blijkt er meer te spelen dan de vraag waarmee ze binnenkomen.” Het Jongeren Informatie Punt is gevestigd onderin het MBO College Noord, bij de toekomstige eindhalte van de Noord/Zuidlijn. De loop moet er nog in komen, maar evengoed wist het JIP de eerste negen maanden, van april tot einde 2013, niet minder dan 650 jongeren binnen te krijgen. Wat opvalt: de meeste vragen die zij stelden gingen niet over seks, drugs of een verslaving, maar over geld, opleiding en werk /stage. Drank en drugs worden meestal niet als probleem ervaren. “Maar als je geen geld hebt, merk je dat direct,” zegt JIPadviseur Fatima Fattouchi. “Je kunt niet bellen, niet shoppen, niet uitgaan.” Wat ook meespeelt: vragen over financiën, school en werk liggen minder gevoelig dan de liefde of problemen in de familiale of psychische sfeer. “Jongeren lopen heel makkelijk binnen met vragen over schulden,” zegt Fattouchi. Vragen over relaties of seks komen vooral binnen op de mobiele telefoon. Zoals een Whatsapp-bericht van een meisje dat haar recente seksuele contact beschrijft, plus de vraag of ze een SOA kan hebben opgelopen. Het JIP functioneert als laagdrempelig contactadres, met daaraan verbonden een netwerk van hulp- en zorgorganisaties voor werk, gezondheid, psychiatrie, verslaving, seksualiteit. “We zijn er in principe alleen voor jongeren uit of schoolgaand in Noord,” zegt Fattouchi. “Maar we sturen nooit iemand weg.” Langs digitale weg heeft het JIP vorig jaar met nog eens ruim drieduizend jongeren contact gehad. Jongens en meisjes, van uiteenlopende afkomst. De meesten zijn rond de 20 en doen een mbo-opleiding. “Een goed begin,” zegt Prins. “Maar het kan beter. We gaan de komende tijd ons best doen om aan iedereen duidelijk te maken dat we er niet alleen zijn voor de leerlingen van het ROC.” De jeugdhulp van de gemeente strekt zich uit tot jongvolwassenen van 23 jaar oud. Stadsdelen geven een eigen invulling aan hun informatie- en adviesrol. Noord heeft ervoor gekozen dat niet alleen online te doen, maar ook met een fysieke locatie. Een experiment zo succesvol dat het in 2015 wordt voortgezet. Een van de jongeren die bij het JIP binnenstapte is Wendel Bel (21), die voor de zomer geen opleiding volgde en geen werk had. Het JIP attendeer-
Wendel Bel en Fattima Fattouchi | Foto Katrien Mulder de hem op een zogenaamde startersbeurs van de gemeentelijke Dienst Werk en Inkomen, waarmee hij werkervaring kon opdoen bij een stichting in de schuldhulpverlening. “Ik had nog nooit van zo’n beurs gehoord,” zegt Bel. “Het gaf me het juiste duwtje.” Hij is inmiddels begonnen aan een mbo niveau 4 opleiding voor medewerker maatschappelijke zorg. “Hbo'ers vinden meestal op eigen kracht hun weg naar zo’n beurs, mbo’ers kunnen wel wat hulp gebruiken,” zegt Fattouchi. Volgens haar is een fysiek inloopadres voor jongeren van belang. “Je kunt hen in het gezicht kijken en een praatje maken.
Vaak blijkt er meer te spelen dan de vraag waarmee ze binnenkomen. Ik heb twee meisjes meegemaakt die voor de deur liepen te drentelen en niet naar binnen durfden. Toen ik ze aansprak, begonnen ze over woonruimte, maar er bleek veel meer achter te zitten.” De zusjes waren door hun ouders in de steek gelaten. “Veel jongeren hier hebben echt geen makkelijk leven. Vaak spelen er verschillende dingen tegelijk.”
meet af aan zit het vol,” zegt verpleegkundige Antoinette van Roosmalen. Fattouchi: “Omdat je hier ook terecht kunt met vragen over werk en opleiding, kun je gezien worden zonder dat men direct aan een SOA denkt. Dat scheelt.”
Contact met het JIP? ■
Sinds een jaar houdt de GGD er wekelijks een spreekuur, waar jongeren terecht kunnen voor een SOA-test, advies over anticonceptie of vragen omtrent seksuele gezondheid. “Van
■ ■ ■
Geopend ma-di-do-vr 12.00 en 17.00 uur. Adres: Termini 22, A'dam -Noord Telefoon: 020-3339222 SMS of What’s App: 06 2326 0849
Goede relatie met ouders en leerkrachten De toekomstvisie van wethouder Simone Kukenheim Waarmaken Geluiden van de stad komen het stadhuis binnen. Ouders met kinderwagens, pubermeiden op de fiets en een vader met twee kleine kinderen. Simone Kukenheim: “Met elkaar zijn we de samenleving. De komende jaren gaan we de jeugd helpen hun dromen waar te maken. En professionals geven we de ruimte om ze daarbij zo goed mogelijk te helpen.” Jeugd helpen hun dromen waar te maken “Iedereen moet zijn eigen droom kunnen vormgeven, vooral ook de jeugd. Daarin maken individuele mensen het verschil. We mogen elkaar aanspreken, en we moeten er voor elkaar zijn. En
als problemen daarbij de in weg staan, dan kunnen wij als gemeente helpen.” Ruimte geven aan professionals “Gaat er iets mis in een gezin, dan moeten professionals zoveel mogelijk ruimte krijgen om de juiste hulp te
geven. Zij weten welke middelen nodig zijn om gezinnen vooruit te helpen. De financiering moet helder zijn: geen ingewikkelde geldstromen en zo min mogelijk regels. Dat vind ik goed aan de Jeugdwet. Jeugdwet en professionals versterken elkaar.”
7
Zorg voor de jeugd ■ 18 september 2014
Esma Çuruk, teamleidster Samen DOEN
Gezinnen die het even niet meer zien zitten Gezinshulp “Wij zijn er voor mensen die vastlopen op verschillende leefgebieden”, vertelt Esma Çuruk. Ze is teamleidster van Samen DOEN in Geuzenveld/ Slotermeer. “Gezinnen die het even niet meer zien zitten, kunnen naar ons toe komen. We werken midden in de wijk. Onder andere in de huiskamers van de woningcorporaties. Daar kun je even een kopje koffie komen drinken en je zorgen delen. Maar je kunt ook koffie komen drinken als er geen problemen zijn. Of als je je zorgen maakt over je buurvrouw.” De medewerkers van Samen DOEN komen onder andere uit de maatschappelijke dienstverlening en de jeugdzorg. Toch is de werkwijze anders. Çuruk: “Wij nemen eerst de tijd om mensen te leren kennen. Dat hoeft echt geen weken of maanden te duren. Alleen al interesse in een schilderij aan de muur, doet wonderen. Vervolgens vertellen we niet wat er moet gebeuren, maar we kijken samen met de ouders waar ze nu staan en waar ze naar toe willen. Het gezin bepaalt wat er gebeurt. Daar is slechts één uitzondering op, namelijk wanneer de veiligheid van de kinderen in gevaar is.” “Opvoedingsvaardigheden zijn vaak een onderwerp”, zegt Çuruk, “maar het is natuurlijk moeilijk werken aan die opvoeding als je geen dak boven je hoofd hebt of als je niets te eten hebt. We werken daarom eerst aan die basisvoorwaarden en kijken daarna verder.” Direct handelen Çuruk geeft een voorbeeld. “DWI (Dienst Werk- en Inkomen) vroeg ons een kijkje te nemen bij een moeder over wie ze zich zorgen maakten. We belden bij haar aan, maar juist op dat moment braken haar vliezen. Ze moest in het ziekenhuis bevallen vanwege een bloedziekte, maar ze had geen familie, geen vrienden, niets. We hebben toen direct een ambulance geregeld en via de telefoonlijst van haar mobiel, zochten we ouders van schoolvriendinnen
Foto Katrien Mulder
van haar elfjarige dochter zodat ook zij werd opgevangen.” Direct handelen. Dat was het credo. Pas daarna was er ruimte voor een gesprek, onder andere over de obesitas van haar dochter, het huiselijk geweld en haar ziekte. Samen DOEN had van hulpverleners gehoord dat de moeder niet mee wilde werken, maar tijdens het gesprek bleek dat anders te liggen. Ze ging voor de obesitas niet naar het Ouder- en Kindcentrum, omdat ze al hulp kreeg van een kinderarts. Alleen wisten de hulpverleners dat niet. Çuruk: “De moeder vertelde ons dat ze wel hulp wilde, maar niet wist bij wie ze aan kon kloppen. Ze kende niemand in Amsterdam. Wij zijn toen samen met haar gaan kijken. Wie zie je tijdens de feestdagen? Wie stuurde je een kaartje
na de geboorte van je zoon? Ze bleek veel meer mensen te kennen dan ze zelf dacht. Tegelijk keken we waar ze goed in was. Dat was het bakken van mooie, kleurige taarten. Dat stimuleerden we. Ze gaf er zelfs een workshop over. Dat sterkte haar vertrouwen en samen met de kennissen uit haar nieuwe netwerk, kan ze de problemen nu zelf de baas. En daar gaat het ons om. We nemen de zorgen niet over, maar willen dat mensen de kracht vinden om samen met mensen uit hun eigen netwerk problemen op te lossen. In dit geval lukte dat prima. De dochter gaat nu naar de middelbare school en is in behandeling voor haar overgewicht.” Vertrouwen “Belangrijk is dat we de ouders een stem geven”, zegt Çuruk. “We wijzen
niet met het vingertje, maar geven vertrouwen. Dan vinden de mensen ook de kracht om hun eigen oplossingen te vinden.” Belangrijke voorwaarde daarvoor is dat Samen DOEN vanuit de buurt werkt. Çuruk: “Je weet dan wat er in de buurt speelt en hoort sneller of er ergens problemen zijn. Tegelijk heb je een overzicht van de mogelijkheden in de buurt. Zo hebben wij in Nieuw-West ‘Paint the Future’, een schilderworkshop voor kinderen. Maar we hebben ook een jongen die een fietswerkplaats runt, waar kinderen aan hun fiets kunnen klussen. Als ze een lekke band hebben, kunnen ze die daar plakken. Dat is niet alleen handig voor als je weinig geld hebt, maar het vergroot ook je netwerk.”
vervolg van P.6 Toekomstvisie wethouder
Goede relatie met ouders en leerkrachten “Heel belangrijk is het gesprek met ouders. Signalen dat er iets mis dreigt te gaan in een gezin moet je altijd serieus nemen. Daarbij hecht ik veel waarde aan een goede relatie tussen ouders en leerkrachten. Dat ouders betrokken zijn bij de school van hun kind en contáct hebben met leerkrachten. Dan kom je veel sneller tot een goed gesprek en tot een verbetering. Ieder kind staat centraal en verdient de beste kansen voor de toekomst.” Actief de praktijk onderzoeken “We zijn met elkaar de samenleving. Ouders, professionals in het onder-
wijs, leerkrachten, ouder- en kindadviseurs, en buurtvaders. Als bestuurder wil ik actief bij de praktijk betrokken blijven. De vloer op en praten met hulpverleners, met leerplichtambtenaren en ouder- en kindadviseurs. Dan kom je tot verbeteringen en kunnen we obstakels weghalen. Zo kan iedereen zijn werk goed doen, voor de jeugd van Amsterdam.” Suggesties voor de wethouder? Stuur dan een e-mail naar onze redactie: okt@amsterdam.nl
Foto Alphons Nieuwenhuis
8
Zorg voor de jeugd ■ 18 september 2014
Samen DOEN, betuttelen LATEN Samen DOEN Oud-Oost “Het is helemaal niet makkelijk om hulp te aanvaarden. Het geeft je al snel het gevoel dat je zwak bent. Je wilt dan vooral niet betutteld worden en dat doen we dan ook niet”, zegt Marèse Deckers, leider van het team Samen DOEN Oud-Oost. “We luisteren, begeleiden en helpen waar dat nodig is, maar laten de sleutel waar hij hoort: in handen van het gezin.” Teveel tegelijk De 26 Samen DOEN-teams in de stad zijn er voor huishoudens die op verschillende leefgebieden problemen hebben. In Oud-Oost en de Indische buurt samen waren dat er vorig jaar 350. “Als je bijvoorbeeld geen werk, geen goede woning, veel schulden, opvoedingsproblemen en een taalachterstand hebt, kun je zo in de narigheid zitten dat je vastloopt.” Hoe kom je dan bij Samen DOEN terecht? “Dat kan op allerlei verschillende manieren. Iemand van DWI (Dienst Werk - en
Colofon Uitgave Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling Amsterdam Tekst Marcel van Engelen, Else de Jonge, Martin Gerritsen Coördinatie DMO gemeente Amsterdam en Wit Bestuurscommunicatie Productie Movement Vormgeving Floppy Design Drukwerk Koninklijke Drukkerij Vorsselmans, Zundert
Inkomen) die je problemen kent, kan je met ons in contact brengen. Of iemand anders uit je directe omgeving, zoals je huisarts, fysiotherapeut of buurman. Vaak komen we via de ouder- en kindadviseur (op school of in de wijk) in contact met een gezin. Bijvoorbeeld als iemand met een opvoedvraag komt waarachter meer problemen schuil blijken te gaan. Je kunt ook zelf contact zoeken via het maatschappelijk loket.” Hoe gaat zo’n eerste gesprek? “Een professional uit ons team maakt een afspraak en komt daarna bij je op bezoek. Dat hoeft niet per se thuis te zijn. We bespreken wat er aan de hand is en proberen samen overzicht te krijgen. Dan bekijken we wat je zou willen en hoe je dat kunt aanpakken. Waar wil je mee beginnen en wie kan je daarbij helpen als je het niet in je eentje kunt? Dat kan de buurman zijn, een vriendin of een professional van binnen of buiten ons team. We respecteren de opvattingen van een gezin en sluiten daarbij aan. We schrijven dus niets voor, maar helpen overzicht te krijgen, wijzen de weg en bieden de hulp die nodig is.”
Hoe werkt het team? “Het team wordt gevormd door tien tot twaalf goed opgeleide, deskundige professionals met verschillende culturele achtergronden. We gaan allemaal op huisbezoek om gezinnen te begeleiden, maar hebben daarnaast onze eigen deskundigheid en ervaring. De één is verpleegkundige, de ander is jeugdpsycholoog, een derde weet veel van schuldhulpverlening, of van autisme, jonge kinderen, depressie enzovoort. Met elkaar bestrijken we dus een heel breed terrein. Behalve in ons wekelijks teamoverleg bespreken we de gezinsproblemen ook met de professionals van buiten het team. Maar het huishouden heeft één aanspreekpunt. Dat is de professional die het gezin begeleidt. Hij of zij kan een collega meenemen, of doorverwijzen naar een andere hulpverlener, maar blijft zelf steeds betrokken. Je wordt dus niet ‘doorgeschoven’, zoals dat vroeger vaak ging.” En de kinderen in die gezinnen, waar zitten die mee? “Dat loopt uiteen. Bijvoorbeeld gedragsproblemen, scheidingsproblematiek, game-, alcohol- of drugsverslaving. Sommige jongeren hebben te veel op hun bordje doordat ze mantelzorger voor een ouder zijn. Ze hebben steun nodig. Maar we kijken altijd naar het hele gezin, omdat problemen uit elkaar voortkomen en elkaar versterken. Dat proberen we te doorbreken.” Werkt die aanpak? “Zorgen bespreken, overzicht krijgen, doelen stellen, hulpbronnen aanboren,
deelproblemen oplossen: het helpt allemaal. Wij doen ons werk met hart en ziel zonder dat onze betrokkenheid zwak maakt of bevoogdend is. Mensen willen dingen zelf doen. Doordat de gezinnen hun eigen plan in hun eigen tempo kunnen uitvoeren, gaan ze zich beter en sterker voelen. Als ze eruit zijn zie je vaak dat juist deze mensen anderen gaan helpen, omdat ze weten wat het is. En ze kennen intussen de weg.” Het Samen DOEN team Oud-Oost is iedere dinsdagochtend te vinden in het Ouder- en Kindcentrum, Pontanusstraat 278.
Waar kun je terecht? In de volgende wijken zijn ouderen kindteams (OKT) en ouder- en kindadviseurs (OKA) actief: ■
ouder- en kindteam Oud Noord
■
ouder- en kindteam Slotermeer
■
ouder- en kindteam VO Noord
■
ouder- en kindteam Centrum
■
ouder- en kindteam Oud Oost
■
ouder- en kindteam Gaasperdam
■
ouder- en kindteam Zuid (Pijp/ Rivierenbuurt)
■
ouder- en kindteam Venserpolder
U kunt voor meer informatie bellen naar: 14020.