Ouders Samen met zorginstellingen verantwoordelijk voor jeugdhulp. Hoe werkt dat?
Ouders Samen met zorginstellingen verantwoordelijk voor jeugdhulp. Hoe werkt dat?
2
Kinderen Passend onderwijs? Dat hebben we al!
3
Zorg voor de jeugd
26 | 06 | 14
Special van de gemeente Amsterdam
In 2015:
Jeugdhulp 2015: sneller en dichterbij iVeilig en gezondi Alle kinderen moeten veilig en gezond kunnen opgroeien. Ouders en verzorgers spelen hierbij uiteraard de belangrijkste rol. Maar wanneer kinderen extra hulp of ondersteuning nodig hebben, kunnen ze vanaf 1 januari 2015 ook op de gemeente rekenen. Want dan wordt de gemeente verantwoordelijk voor hulp bij opvoed- en gezinsproblemen. Vanaf 1 januari 2015 worden taken van de Jeugdwet niet meer door het Rijk, maar door de gemeente uitgevoerd. De gemeente grijpt deze verandering aan om anders te gaan werken. Want de ‘oude zorg’ was te versnipperd georganiseerd. Er waren te veel loketten, formulieren en instellingen. Daardoor werd vaak te weinig, te laat of juist te veel zorg gegeven. Bovendien was de zorg erg bureaucratisch en veel te duur.
Wat verandert er precies? De gemeente wil het anders gaan doen. Daarom is zij al twee jaar hard bezig met een nieuwe aanpak van jeugdhulp die beter en ook goedkoper kan werken. Deze aanpak gaat uit van de eigen kracht van mensen, met hulp en steun waar het nodig is. Problemen worden daardoor eerder gesignaleerd en sneller en dichter bij huis opgelost.
• Eerst zelf oplossen vanuit eigen kracht • Ouder- en kindteam in de eigen buurt • Hulp op maat • Eenvoudiger en directer
of binnen een gezin. Het ouder- en kindteam kan ook de hulp van andere deskundigen inroepen, zoals artsen, therapeuten en psychologen. Als het nodig is, schakelt het team speciale zorginstellingen in de regio in. Op die manier krijgt het kind of het gezin precies de hulp die het nodig heeft.
Hoe werkt de nieuwe jeugdhulp? Als ouders hulp nodig hebben, dan kunnen ze terecht bij een ouder- en kindteam in hun buurt. In het team zitten ouder- en kindadviseurs. Dat zijn hulpverleners die meteen helpen als er problemen zijn met een kind
iOuder- en kindadviseuri Nathalie van Snek is ouderen kindadviseur op twee basisscholen in Amsterdam Centrum. Met veel plezier én succes. ‘’Leerkrachten en ouders weten mij te vinden.’’
“Ouders komen vaak vanzelf met een oplossing”
• Eerder signaleren
Ouder- en kindadviseurs werken voor ouders en kinderen. “Ik werk vanuit een ouder- en kindteam in de wijk op twee scholen, Basisschool Oostelijke Eilanden en de Dr. E. Boekmanschool. Ook leerkrachten kunnen mij om advies vragen” legt, Nathalie van Snek uit. Van Snek en haar team draaien eigenlijk proef om te ervaren wat goed werkt in de nieuwe aanpak en wat minder. Per 1 januari 2015 draagt de rijksoverheid de zorg voor de jeugd over aan de gemeente en dan gaat er veel veranderen. Alle basisscholen en middelbare scholen krijgen een ouder- en kindadviseur. Meedenken “Vragen, tips en adviezen over opvoeden en opgroeien, zoals over driftbuien, vrienden maken, niet eten of juist te veel, niet luisteren, pesten of veranderende omstandigheden thuis zoals bij een echtscheiding. Ouders kunnen bij mij aan de bel trekken voor alle kleine en grote kwesties. Soms is een gesprek voldoende. Soms is er meer voor nodig om
een oplossing te vinden. Dan praat ik verschillende keren met de ouders, het kind of de juf. Als ouders dat willen betrek ik school erbij. En zo nodig organiseren we specialistische hulp die goed bij ouders en kind aansluit”. Over één ding wil Van Snek heel duidelijk zijn: ouders die bij haar aankloppen, gaan niet meteen het hulpverlenerscircuit in. “Ouders komen vaak zelf met een oplossing. Zij kennen hun kind het beste. Ik help ze daarbij. Wat ik doe is meedenken, vragen stellen en mee zoeken naar wat helpt en wat past. Ouders houden zelf de verantwoordelijkheid”. En dat doet ze met veel plezier. “Het is ontzettend leuk om concrete hulp te kunnen bieden aan mensen die met vragen zitten.”
2 Zorg voor de jeugd
Zorgcontinuïteit gegarandeerd! iJeugdhulpi Samen met zorgaanbieders in de regio gaat de gemeente de jeugdhulp uitvoeren. Deze aanbieders hebben al jaren ervaring in jeugdhulp. Hun hulp wordt ingeroepen als het ouder- en kindteam denkt dat dat nodig is. Kern van de nieuwe jeugdhulp is het ouder- en kindteam met ouder- en kindadviseurs als vast aanspreekpunt. Zij kunnen direct helpen als er vragen of problemen zijn op het gebied van opvoeden en opgroeien. Maar soms gaan de problemen verder. Dan is er bijvoorbeeld sprake van huiselijk geweld of het kind heeft psychologische problemen. In die gevallen roept de ouderen kindadviseur de hulp in van gespecialiseerde zorginstellingen. Amsterdam wil hiervoor gaan samenwerken met instellingen die al ervaring hebben in hulp en zorg aan kinderen en gezinnen. Het gaat hier om instellingen in de regio Amsterdam-Amstelland, Zaanstreek-
Waterland en de Haarlemmermeer. De gemeente heeft deze zorginstellingen uitgenodigd om zichzelf aan te bieden. 45 instellingen hebben hierop gereageerd met een offerte. De offertes worden eerst beoordeeld en daarna vinden de onderhandelingsgesprekken plaats. De verwachting is dat na de zomer de contracten worden ondertekend. Op dat moment zijn we weer een stap verder op weg naar Jeugdhulp 2015. De vrijgevestigde psychologen, psychiaters en psychotherapeuten, groepspraktijken en aanbieders van zorg voor dyslexie kunnen vanaf juli overeenkomsten aangaan met de gemeenten in de regio, voor de te leveren diensten in het volgend jaar.
1
gezin, 1 plan, 1 adviseur
De nieuwe jeugdhulp begint bij eerder signaleren van problemen. Eigen kracht, daar gaat het om. Lukt dat niet, dan kunnen ze rekenen op hulp op maat van het ouderen kindteam in de eigen buurt. Uitgangspunt daarbij is: 1 gezin, 1 plan, 1 adviseur. Als het nodig is worden extra deskundigen en speciale zorgverleners ingezet. Al met al wordt jeugdhulp een stuk eenvoudiger en directer.
Contract met jeugdbescherming
....
...
Wist u dat...
iContracti In april van dit jaar heeft Amsterdam een contract gesloten met Jeugdbescherming, voorheen
Nieuwe Pgb regeling in de maak
bekend als Bureau Jeugdzorg. Jeugdbescherming
Ondanks de grote veranderingen in de jeugdhulp blijft het
gaat acute hulp geven aan drieduizend gezinnen waar
persoonsgebonden budget (Pgb) ook na januari 2015 gewoon bestaan.
de veiligheid van kinderen in gevaar is. Daarmee is
Amsterdam wil het Pgb voor jeugd en volwassenen in één regeling stoppen. In het nieuwe Pgb komt ook ruimte om ondersteuning
een belangrijk deel van de noodzakelijke jeugdhulp
uit je sociale netwerk in te kopen, of samen met anderen zorg in te
geregeld.
kopen. Bestaande Pgb-houders hoeven zich geen zorgen te maken.
Het gaat om een contract van drie jaar met Jeugdbescherming Regio Amsterdam en de William Schrikker Groep, die daaraan verbonden is. Als kinderen zich in een onveilige thuissituatie bevinden, worden deze instellingen ingeschakeld. Het kan gaan om mishandeling, vechtscheiding, seksueel misbruik en verwaarlozing.
werkers en deskundigen. Zij kunnen onveiligheid en verwaarlozing steeds eerder herkennen en behandelen. Doordat zij direct samenwerken met de ouder- en kindteams in de buurten, kunnen zij met elkaar complexe problemen steeds beter voorkomen. En dat is waar we naar streven.
Hun zorgaanbod loopt in 2015 gewoon door tot het einde van de indicatiestelling, of uiterlijk tot 31 december 2015. Meer informatie in de volgende Jeugdhulpkrant!
Huiselijk geweld en kindermishandeling De gemeentes in Amsterdam-Amstelland richten een Advies- en Meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling (AMHK) op. Met het AMHK worden bestaande advies-, meld- en steunpunten bij elkaar gebracht. Met één telefoonnummer en één adres. Het AMHK biedt vanaf 1 januari telefonische hulp. En er is een interventieteam dat dag
Problemen voorkomen Bij de Jeugdbescherming werken gespecialiseerde maatschappelijk
en nacht paraat is. www.amhkamsterdamamstelland.nl
3 Zorg voor de jeugd
Passend onderwijs? Dat hebben we al!
iInvoeringi In augustus wordt de
wet Passend Onderwijs ingevoerd. Dan moeten scholen ervoor zorgen dat elke leerling een passende onderwijsplek krijgt, liefst op een reguliere school. Gaan er nu heel veel leerlingen uit het speciaal onderwijs naar een ‘gewone’ school en worden daar de klassen overvol? Dat valt allemaal erg mee. Want Amsterdam blijkt passend onderwijs al te hebben ingevoerd vóór de wetgever dat eiste. Frits Otto, coördinator van het Samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs, en Jaap Lemereis, projectleider van de gemeente, leggen uit hoe het zit. Breed palet “Landelijk is het speciaal onderwijs de laatste jaren te sterk gegroeid”, zegt Frits Otto. “De nieuwe wet wil die groei beheersen door leerlingen zoveel mogelijk naar een reguliere school te laten gaan. Wie dat nodig heeft kan daarbij extra ondersteuning krijgen. Maar in Amsterdam doen we dat al lang. Daar is jaren aan gebouwd in goed overleg met de gemeente. Kinderen die dat echt nodig hebben, gaan naar het speciaal onderwijs - en dat blijft ook zo. Andere leerlingen gaan naar een reguliere school
Jaap Lemereis (l) en Frits Otto Foto: Eveline Hagenbeek
i
In het Samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs werken alle schoolbesturen samen aan passend onderwijs. Er is ook een Samenwerkingsverband voor het Primair Onderwijs.
Ondersteuning Over wat voor ondersteuning hebben we het? Jaap: “Elke school heeft een eigen aanbod voor onderwijsbegeleiding bij bijvoorbeeld dyslexie, taal- en leerachterstanden. Daar is geen extra budget voor en dat is ook niet nodig. De leerkrachten, zorgcoördinatoren en intern begeleiders zijn geschoold in die vorm van begeleiding. Maar wanneer bijvoorbeeld een kind tijdelijk of langdurig gedragsproblemen heeft, gaat dat soms de basisondersteuning te boven. We komen dan op het terrein van de zorg en dat valt onder verantwoordelijkheid van de gemeente.” Hier draait het om in de samenwerking tussen Frits en Jaap.
en krijgen waar nodig extra ondersteuning. Dat kan, omdat we een breed palet aan keuzemogelijkheden hebben, van speciaal onderwijs via allerlei tussenvormen naar regulier onderwijs met of zonder extra (lichte of zwaardere) ondersteuning. Hierdoor ligt in Amsterdam het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs onder het landelijk gemiddelde. We hoeven daarom ook niet te bezuinigen.” Rugzakje Waaruit wordt die extra ondersteuning voor leerlingen betaald? Nu nog hebben veel kinderen het zogenaamde rugzakje voor extra begeleiding, maar dat gaat veranderen. Frits: “Het budget blijft bestaan, maar gaat rechtstreeks naar de samenwerkende scholen. Die besteden het aan álle leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben.”
Afstemming en aansluiting “De scholen zijn verantwoordelijk voor de invoering van passend onderwijs”, zegt Jaap, “maar de gemeente is met ingang van 1 januari 2015 verantwoordelijk voor de jeugdhulp – en dus ook voor de zorg voor jongeren en hun ouders. We hebben hetzelfde doel: we willen dat elke leerling krijgt wat hij nodig heeft om prettig naar school te kunnen gaan en zich verder te ontwikkelen. Daarom is onze samenwerking erop gericht de jeugdhulp goed te laten aansluiten op het onderwijs en elkaar nog beter aan te vullen en te versterken. De school zorgt voor onderwijskundige steun, de gemeente voor extra zorg voor kind en gezin waar dat nodig is.”
Vast aanspreekpunt “Centraal hierin staat dat elke school een ouder- en kindadviseur (OKA) krijgt”, vertelt Jaap. De OKA is een bekend gezicht en vast aanspreekpunt voor de leerlingen. Het is geen ambtenaar, zoals sommige mensen denken, maar een gekwalificeerde professional die in dienst is van een zorginstelling. Hij zit ook in het ouderen kindteam in de wijk, waar gezinnen terecht kunnen met opvoed- en opgroeivragen. Op school vormt de OKA een sterk duo met de intern begeleider of de zorgcoördinator. Het werk van de schoolmaatschappelijk werker gaat als het ware op in het werk van de
Passend Onderwijs is: • Passende onderwijsplek voor ieder kind • Zoveel mogelijk op gewone scholen • Goede aansluiting met jeugdhulp • Ouder- en kindadviseur als vast aanspreekpunt
OKA, die meer armslag en meer bevoegdheden heeft. Jaap: “Als een kind extra ondersteuning nodig heeft, biedt de OKA die in eerste instantie zelf. Vaak is kortdurende begeleiding genoeg om het kind verder te helpen. Is er meer nodig, dan kan de OKA snel
een collega-hulpverlener van het ouderen kindteam in de wijk inschakelen, bijvoorbeeld een jeugdpsycholoog. Als er specialistische hulp nodig is, heeft de OKA de bevoegdheid om zelf door te verwijzen. De jeugdhulp is op deze manier dichtbij, snel, effectief - en preventief waar dat kan.” Positief Amsterdam is al geruime tijd bezig om met deze werkwijze ervaring op te doen in verschillende wijken van de stad. De reacties zijn overwegend positief. Jaap: “De OKA is zichtbaar in de school en toegankelijk voor de leerlingen: ze lopen gemakkelijk bij hem binnen en hij is behulpzaam bij gesprekken tussen ouders en kinderen. Ook leerkrachten kunnen bij hem terecht.” Overgangsperiode “Maar we zitten wel in een overgangsperiode en daar horen nu eenmaal de nodige onzekerheden bij”, zegt Frits. “Een goede afstemming is van groot belang: wie neemt welke rol en verantwoordelijkheid?” Intussen wordt er ook hard gewerkt aan de professionalisering van de OKA en het onderwijspersoneel. Jaap: “We willen het nóg sneller in de gaten hebben als er iets met een leerling aan de hand is, zodat we het probleem klein kunnen houden en tijdig de juiste ondersteuning kunnen bieden.”
4 Zorg voor de jeugd
iNieuwe vormi Er gaat van alles veranderen in de zorg voor de jeugd en nu al is in veel wijken een nieuwe vorm van jeugdhulp beschikbaar. Waar kunt u vanaf 1 januari 2015 als Amsterdammer met uw jeugd- en gezinsvragen terecht? Yolanda Hoogtanders, projectmanager van de gemeente Amsterdam, heeft het afgelopen jaar ervaring opgedaan met het nieuwe jeugdstelsel in de stad. ‘De
Dichtbij en heel toegankelijk
belangrijkste verandering? Zonder twijfel is dat de aanwezigheid van de ouder- en kindadviseur (OKA).’ Wat is een OKA? “Dat is een vast aanspreekpunt voor ouders en kinderen, een bekend gezicht in de wijk en op school. Je vindt hem of haar op het consultatiebureau, het kinderdagverblijf, de peuterspeelzaal en op alle scholen. Het is een professional met heel veel kennis en ervaring op het gebied van opgroeien en opvoeden. Als je je zorgen maakt over je kind, is het fijn om daar even met iemand over te kunnen praten. De OKA luistert en geeft tips en trucs waar je verder mee kunt, maar hij kan je bijvoorbeeld ook in contact brengen met andere ouders. Als er meer nodig is, zoekt hij - niet voor, maar samen met - ouders en kind naar oplossingen, liefst in de directe omgeving. Omdat hij hulpverlener is, kan hij ook zélf hulp bieden. Bijvoorbeeld door samen met ouders en kind een plan op te stellen en te ondersteunen bij de uitvoering daarvan.”
team inschakelen. Bijvoorbeeld de jeugdpsycholoog. Doorverwijzen naar specialistische hulp kan de OKA ook en daarbij zorgt hij voor een goede overdracht. Je hoeft je dus niet meer te melden bij het volgende loket, daar weer je verhaal te doen en af te wachten of je hulp krijgt. Het gaat allemaal veel sneller en dat is een hele verbetering.”
Maar als er toch meer hulp nodig is? “De OKA werkt niet in zijn eentje. Hij zit in het ouderen kindteam in de wijk en kan snel een collega uit dat
En een bezuiniging…. “We hebben de opdracht om te bezuinigen, daar kunnen we niet
omheen. Maar we verwachten dat deze nieuwe aanpak zal leiden tot minder gebruik van zwaardere vormen van zorg. De jeugdhulp is nu veel dichterbij georganiseerd, directer, toegankelijker en sneller beschikbaar. Problemen krijgen daardoor veel minder de kans om groter te worden en dan komen mensen ook niet zo gauw in het medische of hulpverlenerscircuit terecht.” “De OKA is de centrale figuur. We zien het in de wijken waar we dit al
toepassen. OKA’s kunnen door hun directe contact met ouders, kinderen en leerkrachten veel tot stand brengen en zelfs heftige situaties voorkomen.” En het oordeel van de Amsterdammers? “De mening van de ‘klant’ telt heel zwaar voor ons. We zullen hem steeds vragen of hij zich geholpen voelt, wat hij gemist heeft en wat er beter kan: doen we de goede dingen en doen we de dingen goed?”
Verordening Zorg voor de Jeugd iEenvoudiger en makkelijkeri De verordening regelt en bepaalt hoe u toegang krijgt tot de zorg, en welke rechten en plichten daaraan verbonden zijn. De ingewikkelde indicatieprocedures proberen we eenvoudiger in te zetten, zodat het proces makkelijker verloopt. In grote lijnen maakt de verordening onderscheid tussen twee soorten zorg: voorzieningen die voor elke Amsterdammer vrij toegankelijk zijn, en voorzieningen waarvoor op individueel niveau beoordeeld wordt of u daar recht op hebt. Vrij toegankelijk is het aanbod van de ouder- en kindteams. Zij bieden jeugdigen en ouders directe ondersteuning en advies, zonder ingewikkelde procedures. Voor andere zorg, zoals specialistische geestelijke gezondheidszorg of intensieve gezinsbegeleiding, wordt eerst beoordeeld of die zorg noodzakelijk is. Die beoordeling wordt namens de gemeente door deskundige zorgprofessionals gedaan. De verordening bevat daarvoor alleen globale richtlijnen. Zodat
de professional kan doen wat nodig is. Bewoners hebben recht op een second opinion als ze het niet eens zijn met een beoordeling van een professional over het recht op zorg. Bij een geschil kunnen zij terecht bij een onafhankelijk vertrouwenspersoon. Binnenkort inspraak Inmiddels is de verordening in concept klaar. Onderdelen zijn besproken met bijvoorbeeld cliëntvertegenwoordigers, zorgaanbieders, onderwijspartners en huisartsen. Naar verwachting zal het nieuwe college van Burgermeester en Wethouders de verordening begin juli vrijgeven voor inspraak, die zal duren tot 29 augustus. Houd de website van de gemeente in de gaten voor de informatie- en inspraakavond op 19 augustus: www.amsterdam.nl/Omhetkind.
? Heeft u vragen over opvoedhulp? Neem dan contact met ons op via: www.amsterdam.nl/okt okt@amsterdam.nl