Karin de Vries en Renske Feenstra ‘Een school is een ideale plek
LEFF Kinderen en ouders motiveren elkaar bij
om snel signalen op te pikken’
aanpak overgewicht
3
4
Samen DOEN Op eigen benen staan met: Samen DOEN buurtteams
6
Zorg voor de jeugd
13 | 11 | 14
Special gemeente Amsterdam Ouder- en kindadviseur Mayra van Uum
‘We helpen ouders zoveel mogelijk op weg’ Wat is een ouder- en kindadviseur Natuurlijk is Mayra van Uum nog steeds verpleegkundige bij het consultatiebureau. Ze houdt gewoon haar spreekuur en bezoekt nog altijd gezinnen waar net een baby is geboren. Maar ze is nu ook ouder- en kindadviseur en kan ouders daardoor beter ondersteunen. “In de oude situatie verwees ik ouders door naar een andere organisatie.”
“Bij de ouder- en kindadviseur kun je terecht met vragen over allerlei onderwerpen, zoals gezondheid, opvoeding en opgroeien”, zegt Van Uum. Ze werkt vier jaar als jeugdverpleegkundige, maar is sinds kort ook ouder- en kindadviseur bij het Ouder- en Kindcentrum in Amsterdam-Oost. Van Uum bezoekt als verpleegkundige gezinnen twee weken na de geboorte van een kind. Soms zitten ouders dan met meer vragen dan alleen over hun pasgeboren kindje. Van Uum: “Bijvoorbeeld wanneer er iets is met de broertjes of zusjes. Ook kunnen er zorgen zijn over de financiën, of psychische klachten bij de ouders. Nu help ik deze ouders zelf op weg en hoef ik hen niet door te verwijzen naar een andere organisatie.” Simpel Vaak zijn mensen al geholpen met simpele tips. “Iemand die in de financiële
Mayra van Uum | Foto Katrien Mulder problemen dreigt te komen, adviseer ik de uitgaven nauwkeurig bij te houden. Een moeder die weinig kennissen heeft, kan ik bijvoorbeeld wijzen op een kookclub in het buurtcentrum om daar nieu-
Amsterdam opent speciale jeugdhulp telefoonlijn Wat is een ouder- en kindadviseur? Waar vind ik bij mij in de buurt een consultatiebureau? Wat verandert er nu precies in de zorg voor de jeugd in 2015? Ik heb als kind of jongere problemen thuis. Waar kan ik naartoe voor hulp? En het aanvragen van een Persoonsgebonden budget, hoe gaat dat volgend jaar in zijn werk? De veranderingen in de zorg voor de jeugd roepen mogelijk vragen op. Inwoners van Amsterdam kunnen met die vragen terecht bij de gemeente. ■ Bellen kan met het telefoonnummer 020 255 2911, van maandag tot en met vrijdag, van 8.00 tot 18.00 uur. Dit is het nummer van de speciale jeugdhulp telefoonlijn, die op 15 oktober van start gegaan is. De medewerkers van de gemeente Amsterdam staan iedereen graag te woord. ■ Ook op de website van de gemeente Amsterdam worden veel vragen beantwoord. Kijk op: www.amsterdam.nl/veelgevraagd. De informatie wordt regelmatig aangevuld. ■ Voor algemene informatie over zorg voor de jeugd, kijk ook op: www.amsterdam.nl/zorgvoordejeugd
we contacten op te doen. Bij simpele vragen over de opvoeding help ik zelf met opvoedadvies.” Eén contactpersoon “Het fijne is dat we in het Ouder- en Kindcentrum in een team werken,” gaat Mayra verder. “De ene collega weet veel van opvoeding, de ander van psychische hulp en ik weet veel over gezondheid. We hebben een bespreking geregeld waarin we naar de vragen van een gezin
kijken. Ieder kan dan vanuit zijn of haar eigen deskundigheid oplossingen aandragen. Op die manier proberen we de mensen zoveel mogelijk te helpen. Dat lukt ook in de meeste gevallen, maar soms is er meer nodig. Dan verwijzen we naar collega’s die verder kunnen helpen, bijvoorbeeld met een therapie of schuldsanering. Maar ik blijf contact houden met het gezin. Ze krijgen dus niet telkens een andere hulpverlener. Ik ben hun contactpersoon.”
Goed voorbereid op vragen Actuele informatie De gemeente Amsterdam wil inwoners zo goed en volledig mogelijk informeren over de veranderingen in de zorg voor de jeugd. “Daar bereiden we ons uitvoerig op voor,” zegt projectleider Ingrid Nooijens. “Onze medewerkers aan de telefoon krijgen een speciale opleiding
om vragen hierover te beantwoorden. We zorgen dat de informatie steeds actueel is. Krijgen de medewerkers aan de telefoon een nieuwe vraag, dan geven zij die door en komt de nieuwe vraag met het juiste antwoord ook op de website.” www.amsterdam.nl/veelgevraagd
2
Zorg voor de jeugd ■ 13 november 2014
Het uiteindelijke doel is om de zorg voor het kind beter te maken Veranderingen Er gaat het nodige veranderen in de zorg voor de jeugd. Ook bij de betrokken instellingen. Dat vergt een hoop gepuzzel. Maar het uiteindelijke doel is om de zorg voor het kind beter te maken. In de laatste jaren is er al veel veranderd bij Altra, een van de grootste instellingen voor jeugd- en opvoedhulp in Amsterdam. “Zo geven wij geen groepstrainingen meer in onze gebouwen,” zegt bestuurder Nicolette Engbers. “We willen de kinderen en jongeren zoveel mogelijk in hun omgeving ontmoeten: op school en thuis. Samen met hun eigen netwerk zoeken we naar een oplossing.” Altra telt ongeveer driehonderd hulpverleners. Een flink deel gaat volgend jaar deel uitmaken van de ouder- en kindteams die het hart vormen van de nieuwe zorg voor de jeugd. Het zijn
teams met verschillende deskundigen, zoals jeugdartsen en -psychologen en de ouder- en kindadviseurs, die het eerste aanspreekpunt zijn. “Onze organisatie gaat volledig op de schop,” zegt Engbers. “Dat vraagt een hoop creativiteit. We zijn nu bezig onze organisatie zo efficiënt mogelijk in te richten, zodat we met het beperkte budget zoveel mogelijk kinderen en gezinnen kunnen helpen.” De transformatie van Altra is de voorbije maanden al zoveel mogelijk in gang gezet. “Wij streven naar een zachte landing in januari”, zegt Engbers. “We proberen onze hulpverleners zoveel moge-
lijk in hun huidige wijk te laten werken.” Er is behoorlijk wat tijdsdruk: Altra weet pas sinds kort hoe hoog haar budget is voor 2015. Dat is minder dan dit jaar. “We gaan hoe dan ook niet bezuinigen op het hulpverlenend personeel. We willen dat iedereen die nu zorg van ons krijgt, dat volgend jaar ook krijgt. Al kan het wel gebeuren dat cliënten een andere zorgverlener krijgen.” Engbers: “We zien ook veel voordelen. De teams van deskundigen uit verschillende disciplines kunnen straks snel een volledig beeld vormen van een probleem. In de proefgebieden reageren de medewerkers zeer positief. Er veranderen veel dingen tegelijk. Dat gaat gepaard met veel onzekerheden. Maar we hebben allemaal hetzelfde doel voor ogen: een goede toekomst voor ieder kind”.
Nicolette Engbers | Foto Katrien Mulder
Hoe zit het met de huidige zorg?
‘Gezinnen behouden dezelfde zorg’ Vragen De zorg voor de jeugd verandert op 1 januari 2015. Maar hoe zit het als je nu al zorg voor de jeugd krijgt? Houd je je eigen hulpverlener? Krijg je in 2015 nog wel hulp? We vroegen het Marleen Beumer, programmadirecteur van de ouder- en kindteams. Wat gebeurt er als je nu al zorg voor de jeugd ontvangt? Loopt die zorg in 2015 door? “Het antwoord is simpel: ja. De mensen die nu al zorg ontvangen en bijvoorbeeld meedoen aan een bepaalde aanpak, kunnen dat volgend jaar gewoon blijven volgen. De meeste programma’s
blijven gewoon bestaan. Maar zelfs als de gemeente heeft besloten een programma niet meer aan te bieden, dan kunnen de mensen die nu dit programma volgen het gewoon afmaken. Ook in 2015. Er zullen in 2015 alleen geen nieuwe mensen worden toegelaten. Verder blijft alles bij het oude.”
De hulp wordt straks verleend vanuit ouder- en kindteams. Krijgen gezinnen nu met allemaal nieuwe hulpverleners te maken? “Dat proberen we zoveel mogelijk te voorkomen. In de ouder- en kindteams komen mensen te werken die nu bij andere organisaties werken, zoals de jeugdgezondheidszorg, de jeugdhulp en het welzijn. We willen ervoor zorgen dat mensen zoveel mogelijk de hulpverlener houden met wie ze nu contact hebben. Als dat niet mogelijk
is, kijken we samen met het gezin hoe en aan wie we de hulp kunnen overdragen.” Verliezen gezinnen hun Persoonsgebonden budget (Pgb) op 1 januari? “Nee. Alle Pgb’s die in januari en februari 2015 aflopen, worden automatisch met drie maanden verlengd. Vervolgens kijkt het Pgb Jeugdteam van de gemeente samen met de gezinnen of en op welke manier de financiering kan worden voortgezet.”
Zorg voor de jeugd in de buurt 4 Slotervaart
1 Centrum-West OKC Lindengracht Lindengracht 204, 1015 LK
7 Noord-Oost
OKC Het Meervoud August Allebéplein 11, 1062 AA
2 Centrum-Oost
5 Geuzenveld-Slotermeer
OKC Kraijenhoff Kraijenhoffstraat 32, 1018 RL
OKC De Honingraat Slotermeerlaan 103, 1063 JN
3 Osdorp
6 Geuzenveld-Slotermeer
OKC De Kikker Evertsweertplantsoen 3, 1069 RK
OKC dependance Albardakade, sluit per april 2015 Albardakade 9, 1067 DD
OKC Waterlandplein Beverwijkstraat 3, 1024 VR 8 Oud-Noord OKC Wingerdweg Wingerdweg 52, 1032 AN 9 Noord-West OKC Aldebaranplein Aldebaranplein 2, 1033 GS 10 Indische buurt - Oostelijk Havengebied OKC Flevopoort Kramatplantsoen 101, 1095 LE
Noord West
11 Oud-Oost
Noord Oost
Westerpark
OKC Pontanusstraat Pontanusstraat 278, 1093 SH 12 IJburg - Zeeburgereiland
17 Buitenveldert-Zuidas OKC Binnenhof A.J. Ernststraat 112, 1082 LP 18 Zuid OKC Bockesprong Theophile de Bockstraat 100, 1058 VC 19 De Pijp - Rivierenbuurt OKC Jan v.d. Heijdenhuis 2e Jan van der Heijdenstraat 75-77, 1074 XR 20 Bijlmer-Oost OKC Klein Gooioord Bijlmerdreef 1005, 1103 TW 21 Gaasperdam-Driemond OKC Gaasperdam Reigersbos 309, 1107 EZ 22 Bijlmer-Centrum
Oud Noord
Geuzenveld/Slotermeer
Bos en Lommer
OKC Pampuslaan Pampuslaan 26, 1087 LA
Oostelijk Havengebied/ Indische Buurt Centrum West De Baarjes/ Oud West
Osdorp
Centrum Oost
13 Oud-West IJburg/Eiland Zeeburg
Slotervaart
OKC Brederostraat Brederodestraat 108, 1054 VH
Oud Oost Zuid De Pijp/ Rivierenbuurt
Watergraafsmeer
14 De Baarsjes
De Aker/Nieuw Sloten
OKC Magelhaensplein Magalhaensplein 2, 1057 VG
Buitenveldert/Zuidas
Bijlmer Oost
Bijlmer Centrum Gaasperdam/Driemond
15 Bos en Lommer OKC Bos en Lommer Tijl Uilenspiegelstraat 12, 1055 CK 16 Westerpark Jongerencentrum Houtmanhoek Houtmankade 334, 1013 RR
Altra-locatie Hofgeest 341, 1102 ER
3
Zorg voor de jeugd ■ 13 november 2014
‘Een school is een ideale plek om snel signalen op te pikken’ De ouder- en kindadviseur lost de problemen op waar dat het beste kan: in de directe omgeving van het kind.
Karin de Vries en Renske Feenstra | Foto Katrien Mulder
Aanspreekpunt Vanaf januari heeft elke school in Amsterdam een ouder- en kindadviseur, het eerste aanspreekpunt bij kleine en grote opvoedproblemen. Op het Clusius College in Noord hebben ze er al ervaring mee en zijn ze enthousiast. Sommige leerlingen die door de gangen van het Clusius College lopen, wippen vaak even binnen bij Karin de Vries. Sinds een jaar is ze ouderen kindadviseur op de ‘groene’ vmbo-school, waar onderwijs wordt gegeven over planten, voeding, dieren en duurzaamheid. “Hé juf,” zeggen ze dan, want de meeste leerlingen zien haar als juf. “Ze vertellen bijvoorbeeld hoe hun weekend is geweest als ze na lange tijd hun vader weer hebben gezien”, zegt De Vries. Voordat de jeugdhulp in nieuwe vorm start, is deze eerst getest op alle middelbare scholen in Noord. Op alle middelbare scholen in Noord heeft een ouder- en kindadviseur proefgedraaid. Vanaf 2015 werkt op iedere Amsterdamse school in het basis- en voortgezet onderwijs en in het middelbaar beroepsonderwijs een ouder- en kindadviseur. De ouder- en kindadviseur is het eerste aanspreekpunt voor
kinderen, ouders en leerkrachten die vragen hebben over opvoeden en opgroeien. De adviseur kan tips of een training geven bij lichte problemen. Zo nodig verwijst de ouder- en kindadviseur door naar gespecialiseerde hulpverleners. “Een school is een ideale plek om snel signalen op te pikken”, zegt De Vries. De introductie van een ouder- en kindadviseur is een vooruitgang, vinden haar collega’s. “Als we op school problemen zien, spelen deze vaak ook thuis”, zegt Renske Feenstra, als zorgcoördinator verantwoordelijk voor onder andere de begeleiding van leraren. Dat is de meerwaarde van een ouder- en kindadviseur: die kijkt ook naar wat er thuis speelt. De ouder- en kindadviseur gaat op huisbezoek en zoekt in overleg met de ouders naar een oplossing. De probleemsituaties die De Vries tegenkomt lopen uiteen van huiselijk geweld tot concentratie-
problemen, van financiële nood tot psychische stoornissen van een ouder. De ouder- en kindadviseur komt in de plaats van de schoolmaatschappelijk werker. “Die was minder aanwezig en volgde de leerlingen vooral binnen de school,” zegt Feenstra. “De ouder- en kindadviseur lost de problemen op waar dat het beste kan: in de directe omgeving van het kind.” Bovendien werkt de ouder- en kindadviseur in een team van specialisten, met artsen en psychologen. Iedereen beoordeelt de situatie vanuit zijn eigen specialisme, ze vullen elkaar mooi aan. “De ondersteuning die ik zelf geef, probeer ik licht te houden. Vaak krijg je ouders in twee of drie gesprekken weer op de rit. Maar er is ook een leerling geweest die lange tijd afwezig was vanwege angsten. Dankzij begeleiding door ons ouder- en kindteam, zijn mentor en een jeugdpsychiater, keerde hij weer terug op school.” “De ouders en leerlingen weten de ouder- en kindadviseur goed te vinden,” zegt Feenstra. “Via nieuwsbrieven, via de leerlingen en vooral in persoonlijke gesprekken met de mentoren worden zij op het bestaan van de nieu-
we hulpverlener gewezen.” De Vries: “Het rapportgesprek is daar een goed moment voor. Vaak komt dan de thuissituatie aan de orde. Als er iets is, kan de link naar mij worden gelegd.” Heel belangrijk is dat directie, mentoren en de rest van de school het belang inzien van een ouder- en kindadviseur. De ouder- en kindadviseur is niet in dienst van de school, maar komt van buiten. Bovendien is sinds augustus Passend Onderwijs ingevoerd Daarmee wordt de ondersteuning die scholen kunnen bieden belangrijker. Van docenten en intern begeleiders wordt bijvoorbeeld verwacht dat ze eerder problemen signaleren. De ouder- en kindadviseur kan scholen daarbij ondersteunen. “Het succes van de ouder- en kindadviseur ligt voor een groot deel aan zijn of haar persoonlijkheid,” zegt Feenstra. “Maar van groot belang zijn ook: een duidelijk plan, goede afspraken en voortdurende onderlinge communicatie. Wij hebben er alle vertrouwen in dat het dan lukt en de ouder- en kind adviseur een grote toegevoegde waarde heeft.”
4
Zorg voor de jeugd ■ 13 november 2014
Aanpak overgewicht LEFF Overgewaaid vanuit Amerika en Engeland: LEFF, een succesvol programma om overgewicht bij kinderen terug te dringen. Ze leren spelenderwijs een nieuwe levensstijl aan. “Ik merk nu al een groot verschil”, zegt een moeder.
Samira zat met haar handen in het haar. Haar dochter Romaissa heeft flink overgewicht. Maar hoe leer je een negenjarige anders te eten en meer te bewegen? Hoe maak je een kind bewust van het belang daarvan? “Als ik haar probeerde te corrigeren, eindigde dat meestal in een drama”, zegt de moeder. “Als we naar een diëtist gingen, had ze bij voorbaat geen zin.” Sinds eind september doen Samira en Romaissa mee aan LEFF, een nieuw programma dat is gestart in Slotermeer. “Ik merk nu al een groot verschil”, zegt de moeder. Ook Romaissa zelf is enthousiast. De letters van LEFF staan voor lifestyle, energy, fun and friends. Tien weken achtereen komen ouders en hun kinderen twee keer per week twee uur naar een locatie in de buurt. In het eerste uur vertelt een coach op een speelse manier over voeding en gedragsverandering. De kinderen gebruiken daarbij een werkboekje. Ze krijgen stickers voor behaalde concrete doelen, zoals minder pakjes fruitsap drinken. Na het eerste uur spelen de kinderen met
'Kinderen en ouders motiveren elkaar' Halima el Makhloufi en spelende kinderen | Foto Katrien Mulder elkaar. De coach praat met de ouders door. Eetgedrag veranderen betekent vaak dat er anders gegeten, bewogen en geleefd moet worden in het hele gezin. “Mijn dochter ziet dat ze niet de enige is met overgewicht,” zegt Samira. “Dat werkt. De kinderen motiveren elkaar. De ouders ook trouwens.” “We zijn met dertien kinderen begonnen en ze reageren allemaal positief”, zegt LEFF-coach Halima el Makhloufi.
“Broertjes en zusjes mogen meekomen, waardoor de bijeenkomsten een open karakter hebben.” “Overgewicht is een probleem waar vaak veel meer achter schuil gaat,” zegt schoolverpleegkundige Len Pulles van de GGD. “Een goede aanpak vergt meestal een verandering van levensstijl van het hele gezin.”
Engeland, Amerika, Canada en Australië heeft dit programma tot blijvende gedragsverandering geleid.”
“De nadruk bij LEFF ligt op spelen, ontmoeten en leren van elkaar”, zegt Pulles. “Dat blijkt goed te werken. In
Kijk op: www.amsterdam.nl/ aanpakgezondgewicht en www.start-leff.nl.
LEFF is onderdeel van de Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht, het gemeentelijke programma dat zich inzet om overgewicht bij kinderen terug te dringen.
Jeugdplatform geeft jongeren en ouders een stem
‘Een goede mogelijkheid de zorg te verbeteren’ Jeugdplatform “De jeugdhulp kan hierdoor beter worden”, zegt Maya Kruijt, moeder van drie kinderen. Zij is een van de leden van de Adviesgroep van het Jeugdplatform die de gemeente namens ouders en kinderen vanaf 1 januari adviseert.
Jeugdplatform “Het Jeugdplatform is een groep jongeren en ouders van verschillende achtergronden en leeftijden. De gemeente vraagt het Jeugdplatform om advies, maar het Jeugdplatform geeft ook ongevraagd advies over de zorg voor de jeugd en onderwijs. Het Jeugdplatform is een formeel adviesorgaan en de gemeente moet dus het advies meenemen in de besluitvorming. De vraag van de gemeente bepaalt de samenstelling van het Jeugdplatform. Als de gemeente bijvoorbeeld iets wil weten over jeugdpsychiatrie dan vormen we een kerngroep van ouders en jongeren die hier iets over kunnen vertellen.” Sophie Pennington de Jongh, projectmedewerker van het Jeugdplatform Meer weten of deelnemen aan het platform? Kijk op www.jeugdplatformamsterdam.nl.
“Met mijn middelste kind ging het niet zo goed,” vertelt Kruijt. “Vandaar dat we bij jeugdhulp kwamen. Daar keken ze eerst naar onze opvoedvaardigheden en niet naar wat er met ons kind aan de hand was. ‘Het is belangrijk dat jullie aan tafel eten’, kregen we te horen. Alsof we dat niet deden. Ik vond dat zo belerend. Alsof het allemaal aan ons lag.” Kruijt volgde drie individuele sessies Positief Opvoeden, maar dat hielp niet. Haar zoon werd daarom doorverwezen voor observatie en diagnose. “We moesten steeds allemaal formulieren invullen. Dat kan toch beter?” Zorgen Het was voor Kruijt aanleiding deel te nemen aan het Jeugdplatform. Daarin krijgen namelijk ook ouders en jongeren een stem. Kruijt: “Ik maak me wel zorgen over de nieuwe Jeugdwet, maar ik zie het ook als een kans om de zorg beter te maken. Als alles bij het oude blijft, verandert er zeker niets. Nu kan het alleen maar beter worden.”
Sophie Pennington de Jong en Mayra Kruijt | Foto Katrien Mulder
5
Zorg voor de jeugd ■ 13 november 2014
Samen DOEN
Amsterdamse ouder- en kindteams en Samen DOEN teams: verzegeling van goede samenwerking zorgaanbieders en gemeente Samen DOEN “De tijd van pionieren is bijna voorbij, maar laten we de pioniersgeest behouden.” Die prikkelende woorden sprak wethouder Jeugd Simone Kukenheim bij de ondertekening van twee collectieve samenwerkingsovereenkomsten: voor de ouder- en kindteams en de wijkteams Samen DOEN in de buurt. Het juridische deel van de transitie jeugdzorg is daarmee zo goed als voltooid. “We zijn er nog niet,” aldus Kukenheim in conferentiecentrum De Bazel, waar zo’n zestig vertegenwoordigers van gemeente en (jeugd)zorginstellingen bijeen waren. “Over een jaar volgt nóg een bezuinigingsronde. Bovendien zullen we problemen tegenkomen op de werkvloer. Hoe werkt het straks in de praktijk? En bereiken we hiermee wel wat we willen?” Evengoed is met de overeenkomsten een cruciale horde genomen. Voor even duidelijkheid en rust, zo was de teneur onder de aanwezigen. Al begint het echte werk pas na 1 januari. “Deze mijlpaal heeft bloed, zweet en tranen gekost,” zei Mariënne Verhoef, bestuurder van Spirit Jeugd en Opvoedhulp, die een deel van de presentatie op zich nam. De samenwerkingsovereenkomst voor de ouder- en kindteams ondertekende de gemeente met 23 instellingen, zoals Altra, Spirit, Combiwel en Cordaan. Zij leveren de ouder- en kindadviseurs aan de teams die straks actief zijn in 22 wijken. De ouder- en kindteams vormen het hart van de jeugdhulp nieuwe stijl. Voor ouders is zo de onontwarbare kluwen van jeugdhulporganisaties opgelost, aldus Ronald van Rooden, bestuurder van IJsterk, die zeven ouder- en kindadviseurs levert aan de teams. “In het verleden zijn er schrijnende voor-
Sanne Iris Lentjes van Arkin | Foto George Maas beelden geweest van verschillende hulpverleners die met één gezin bezig waren, zonder dat ze het van elkaar wisten. Vanaf januari is het: één gezin, één plan.” Van Rooden is erg te spreken over het optreden van de gemeente. “De transitie is grondig uitgevoerd en goed geleid. Dat het is gelukt om met zoveel partijen tot één overeenkomst te komen, zegt natuurlijk minstens zoveel over de betrokkenheid, bezieling en verantwoordelijkheid van de instellingen.”
Samen DOEN Buurtteam Het programma Samen DOEN beoogt met haar gemeentelijk aangestuurde multidisciplinaire buurtteams (teams waarin verschillende expertises rond jeugd en volwassenen zijn vertegenwoordigd) Amsterdamse huishoudens te ondersteunen die met (zware) domein overstijgende problematiek kampen en niet in staat zijn deze zelfstandig op te lossen. De teamleden ondersteunen het huishouden als generalist en pakken samen met het huishouden zaken daadwerkelijk op om tot een oplossing te komen op basis van 1 huishouden, 1 plan, 1 regisseur en 1 budget. Daarnaast zijn zij op basis van hun kennis en ervaring vanuit de moederorganisatie specialist binnen het team. Elk van de teamleden wordt geacht een aantal huishoudens te ondersteunen; zowel actief als passief. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op eigen kracht en het vergroten van de zelfredzaamheid.
De overeenkomst voor Samen DOEN in de buurt werd ondertekend door achttien instellingen, voor een groot deel dezelfde. De Samen DOEN buurtteams richten zich op de meest kwetsbare gezinnen, die kampen met een opeenstapeling van problemen. Het gaat daarbij om veel meer dan jeugdhulp. “Omdat het veelal dezelfde instellingen zijn en omdat de ouder- en kindteams zoals wij vanuit de wijken gaan opereren, worden de ouder- en kindadviseurs directe collega’s van ons,” zei Rob van Eupen, teamleider van Samen DOEN in Osdorp. De teams van Samen DOEN, waarin specialisten van de gemeente en instellingen samenwerken, bestaan al sinds 2011. Ze werkten tot dusver op basis van geïmproviseerde contracten, vooruitlopend op de decentralisatie. “Deze overeenkomst betekent dat de instellingen eindelijk weten waar ze aan toe zijn. Wat ze betaald krijgen en wat de gemeente van hen verwacht.” Op 2 oktober sloot Amsterdam (samen met vijftien buurgemeenten) al contracten met afzonderlijke jeugdhulpinstellingen voor de inkoop van specialistische hulp en preventie en hulp in de ouderen kindteams. Met de nieuwe collectieve overeenkomsten waarin de samenwerking tussen de gemeente, GGD en de instellingen is beschreven, is de tran-
sitie juridisch beklonken. Amsterdam koos niet voor de makkelijke weg: de hele jeugdzorg ging op de schop. Marleen Beumer, programmadirecteur ouder- en kindteams namens de instellingen, drukte de zaal op het hart: “Het gaat niet om een structuurwijziging, het is een andere manier van werken.” Samen met de nieuwe programmadirecteur namens de gemeente, Francien Anker, opereert ze de komende maanden vanuit een ‘actiecentrum’ in de Tweede van der Helststraat, om de praktische uitwerking van ouder- en kindteams in goede banen te leiden. In de proeftuinen hebben ze ervaren hoe weerbarstig de praktijk is. “Het multidisciplinaire karakter van het team werkt goed,” aldus Brigit Beek, teamleider ouder- en kindteam Bos en Lommer en De Baarsjes, waarin straks twintig ouder- en kindadviseurs werken (naast een jeugdpsycholoog en een jeugdarts). “Het maakt me trots dat ze zich voorstellen als ouder- en kindadviseur, niet als medewerker van Altra, Spirit of een andere organisatie.” Niettemin zijn de ambities van de nieuwe jeugdhulp voer voor lastige onderlinge discussies. “Wat is eigen kracht precies? Wanneer is iemand zelf-redzaam en wanneer niet? En wat betekent kleine problemen klein houden?”
6
Zorg voor de jeugd ■ 13 november 2014
Samen DOEN
Op eigen benen staan met: Betere hulp Gemeente Amsterdam besloot drie jaar geleden de meest kwetsbare groepen in de samenleving op een andere manier te helpen. Amsterdam was bang dat deze mensen door bezuinigingen extra getroffen zouden worden. Om dat te voorkomen werd het programma Samen DOEN gestart. Samen DOEN biedt betere hulp aan huishoudens die met meerdere problemen kampen, zoals armoede, schulden, psychische problemen of verslaving. De huishoudens krijgen hulp om te voorkomen dat de problemen verergeren. Samen DOEN houdt contact met de huishoudens om snel te kunnen helpen wanneer dit nodig is. De hulpverlener houdt nog twee jaar contact met de huishoudens. Na deze periode moet het huishouden weer op eigen kracht verder kunnen. Eén aanspreekpunt Door Samen DOEN hebben huishoudens niet meer met meerdere instanties te maken. Dankzij Samen DOEN heeft elk huishouden één aanspreekpunt. Met dat aanspreekpunt wordt één plan gemaakt om samen de problemen op te lossen. De hulpverlener helpt het huishouden de juiste richting op en ondersteunt waar nodig.
Vervolgens komt het huishouden zelf in actie en gaat zelf aan de slag om de problemen op te lossen. De hulpverlener springt bij wanneer dat nodig is. Dat is het doel van Samen DOEN: samen op zoek naar een oplossing voor het probleem. De hulpverlener is onderdeel van één van de buurtteams die verspreid zijn
over Amsterdam.. In een buurtteam werken verschillende hulpverleners samen. Die hulpverleners hebben allemaal hun eigen expertise. Zo wordt er samengewerkt om het huishouden zo goed mogelijk te helpen. Worstelt een huishouden met een specifiek probleem, dan raadpleegt het aanspreekpunt de andere hulpverleners om tot de beste oplossing te komen. Via één aan-
spreekpunt wordt het huishouden met verschillende problemen geholpen. Contact met buurtteam Samen DOEN Huishoudens komen op verschillende manieren terecht bij een Samen DOEN buurtteam. Aanmelden kan via de ouder- en kindteams of wijkzorgteams of via de gemeente.
Door Samen DOEN de kans gekregen om opnieuw te beginnen Geen uitweg Drie jaar geleden zag Faiza Mehar (40 jaar, getrouwd en twee kinderen) geen uitweg meer. De zorgen groeiden haar boven het hoofd. Een faillissement, de zorg voor haar kinderen en problemen in de directe omgeving. Er kwam geen einde aan. Nu ziet ze weer licht aan het eind van de tunnel. Met dank aan de hulp van Samen DOEN. “Soms denk ik: gelukkig krijgen we hulp van Tom.” “We hadden een afhaal- en bezorgservice. Dat liep niet. In 2010 gingen we failliet. Daarna volgde een periode met veel ellende. De oude eigenaar van de zaak bleef ons lastig vallen. Ook toen mijn man een nieuwe baan had gevonden. Hij viel hem lastig op zijn werk, waardoor hij die baan ook kwijtraakte. Het kostte ons heel veel moeite de administratie bij te houden. Er was een bewindvoerder, maar toch werden we gek van al die papieren. Mijn man spreekt niet goed Nederlands, dus ik moest het meeste doen. We hadden geen geld en stonden er alleen voor. Ik had ook nog de zorg voor twee kleine kinderen. Het werd me te veel.”
zeg wel eens: ‘Arme Tom, wat moet jij veel voor ons doen.’ We zijn er nog
lang niet, maar we hebben wel veel meer rust gekregen en daar ben ik al heel erg blij mee. Via Samen DOEN zijn we aan de slag gegaan met het ordenen van onze administratie. Af en toe komen er heel veel brieven. We worden gek van dat papier en dan bel ik Tom. Die komt altijd.” “Ik heb het gevoel dat we de problemen oplossen, het gaat de goede kant op. Dankzij Tom ben ik een opleiding
tot facilitair medewerker gaan doen. Daar ben ik heel blij mee, nu kan ik eindelijk weer eens het huis uit. Ik loop nu stage en vind het erg leuk. Via Samen DOEN krijg ik sollicitatietraining. Als ik de opleiding af heb, wil ik gaan solliciteren. Nu bereid ik me alvast voor. Mijn leven is de afgelopen twee jaar enorm veranderd. Het gaat al stukken beter, hoewel we er nog niet zijn. Over twee jaar zijn we hopelijk van de schulden af en is het tijd om opnieuw te beginnen.”
“We kwamen via de gemeente in contact met Samen DOEN. Zo leerden we Tom kennen, onze hulpverlener. En daar ben ik nog steeds heel blij mee. Ik
Faiza Mehar: ‘Gelukkig hebben we Tom’
Foto Katrien Mulder
7
Zorg voor de jeugd ■ 13 november 2014
Samen DOEN
Samen DOEN buurtteams
Ervaringsdeskundige Frans wil verhaal doorvertellen Goede regelingen Frans Lewandowski (55 jaar, alleenstaand, geen kinderen) is blij met Nederland. Er zijn andere landen, waar volgens hem veel minder goede regelingen zijn voor mensen met problemen. “Ik weet niet of ik het dan had gered.”
De Frans die in de zomer van 2014 door Amsterdam wandelt, is een enthousiaste, opgewekte man. Een man van wie je niet snel denkt dat hij kort geleden diep in de put zat. Zelf geeft hij daarvoor veel credits aan hulpverleenster Evelyne. “Ze heeft me geholpen met
het weer opbouwen van mijn leven. Dat vergeet ik niet.” Jarenlang ging het goed met Frans, hij had een goede baan in de zorg en een eigen huis. De economische crisis veranderde veel. Frans raakte zijn werk kwijt en de schulden stapelden zich op. “Ik
‘Mijn schulden liepen op, ik zag geen uitweg meer’
kon een tijdlang het ene gat dichten met het andere, maar als je een tegenvaller te veel hebt, gaat het mis. Mijn schulden liepen op, ik zag geen uitweg meer.” Via Maatschappelijke Ondersteuning en Integratie (MOI), kwam hij bij Samen DOEN terecht. Met Evelyne, hulpverlener van Samen DOEN, werkte hij aan plannen om zijn schulden weg te werken en te leven op een budget. “Ik had moeite met de zaken op orde houden. Er is een heel plan opgesteld, vooral om te voorkomen dat ik weer terugval in de schulden.” Frans waardeert vooral de waardigheid van de hulp: “Evelyne heeft een groot talent om op een menselijke manier met je om te gaan. Ik was op een gegeven moment helemaal in paniek, voelde me hopeloos. Dankzij de hulp van Evelyne sta ik nu weer waar ik sta.
Dat vergeet ik niet, dat was heel intens.” Zelf wel je huiswerk doen Een van de zaken die Frans via de hulpverlening oppakte, was het aangaan van nieuwe uitdagingen. Zelf spreekt hij over ‘triggers’. Hij doet een opleiding tot apothekersassistent. Hij hoopt weer een baan te vinden. “Soms hoor ik mensen die vinden dat de hulpverlening te traag gaat. Ik vraag ze dan meteen wat ze er zelf voor hebben gedaan. Want dat is wel zo: je moet je huiswerk doen.” Inmiddels ziet Frans de vooruitgang. Heeft het gevoel dat hij er weer uitkomt. Hij zou nog veel meer willen. Hij zou zijn verhaal graag doorgeven aan anderen. Anderen die in dezelfde problemen zitten als hij zat, of die daarin terecht dreigen te komen. “Ik ben tenslotte ervaringsdeskundige.”
8
Zorg voor de jeugd ■ 13 november 2014
Samen DOEN
Foto Katrien Mulder
E-mailadressen buurtteams
Eunice Roberts staat weer fier rechtop
Stadsdeel
Buurtteam
E-mailadres
Stadsdeel West
Bos en Lommer Kolenkit Bos en Lommer Landlust De Baarsjes Westerpark - Oud West
samendoen@west.amsterdam.nl samendoen@west.amsterdam.nl samendoen@west.amsterdam.nl samendoen@west.amsterdam.nl
Stadsdeel Noord
Vogelbuurt - IJplein Nieuwendam Noord
samen.doen@noord.amsterdam.nl samen.doen@noord.amsterdam.nl
Stadsdeel Oost
Indische Buurt & Havengebied Oost Oud Oost Watergraafsmeer
samendoen@oost.amsterdam.nl samendoen@oost.amsterdam.nl samendoen@oost.amsterdam.nl
Geuzenveld - Slotermeer Slotervaart Overtoomse Veld/ Westlandgracht Osdorp Osdorp Oost - De Aker/Sloten
samendoen@nieuwwest.amsterdam.nl samendoen@nieuwwest.amsterdam.nl samendoen@nieuwwest.amsterdam.nl samendoen@nieuwwest.amsterdam.nl samendoen@nieuwwest.amsterdam.nl
dat Eunice Roberts (33 jaar, alleenstaand, twee kin-
Stadsdeel Centrum
Centrum
samendoen@centrum.amsterdam.nl
wel een eind op weg.
Stadsdeel Zuid
De Pijp Rivierenbuurt Buitenveldert Hoofddorpplein-Museumkwartier
samendoen@zuid.amsterdam.nl samendoen@zuid.amsterdam.nl samendoen@zuid.amsterdam.nl samendoen@zuid.amsterdam.nl
H-buurt Holendrecht E-G-K-Buurt
loketzorgensamenleven@zuidoost.amsterdam.nl loketzorgensamenleven@zuidoost.amsterdam.nl loketzorgensamenleven@zuidoost.amsterdam.nl
Stadsdeel Nieuw-West
Stadsdeel Zuidoost
Door hulpverlening uit een dal geklauterd Eind op weg Het is nog net te vroeg om te zeggen
Samen DOEN 26 Buurtteams per januari 2014 N3 BS
N2 BS
deren) haar problemen de baas is. Maar Eunice is een half jaar nadat ze in contact kwam met Samen DOEN
Of Eunice vindt dat haar leven is veranderd door Samen DOEN? “Ja, en niet een klein beetje ook!” Dankzij haar hulpverlener is ze uit een dal geklauterd, zonder hem was dat niet gelukt. Daarvan is ze overtuigd. “Dankzij mijn hulpverlener heb ik weer het gevoel dat ik zelf dingen voor elkaar kan krijgen. En als dat lukt, geeft hij mij veel complimenten. Dat geeft me een positief gevoel.”
N1 W2 NW 1
W1 W3 C1 W4
NW 2
O2 NW 3
NW 5
O1 Z2
NW 4
NW 6
O3 Z3
N1 = Vogelbuurt / IJplein N2 = Nieuwendam Noord N3 = Noord West
Z1
+ 2 Beter Samen teams, in Oud Noord en Banne Buiksloot.
C1 = Centrum O1 = Oud-Oost O2 = Indische Buurt, West en Oost O3 = Watergraafsmeer W1= Westerpark / Oud-West W2= Bos+Lommer 1 W3= Bos+Lommer 2 W4= De Baarsjes NW1= Geuzenveld / Slotermeer NW2= Osdorp NW3= Osdorp-midden NW4= De Aker / Sloten NW5= Slotervaart NW6= Overtoomse Veld
ZO 3
ZO1 = Bullewijk / Amstel III ZO2 = Bijlmer Centrum ZO3 = Bijlmer Oost 1 ZO4 = Bijlmer Oost 2 ZO5 = Holendrecht / Reigersbos ZO6 = Nellestein / Gein / Driemond. Z1 = Buitenveldert / Zuidas Z2 = De Pijp Z3 = Rivierenbuurt
ZO 4
ZO 2
ZO 6
ZO 1 ZO 5
PrT SD T St 5 december 2013
Zonder oordelen Wat Eunice is opgevallen aan Samen DOEN is het uitblijven van oordelen. “Ze luisteren goed naar je, ze helpen je zaken op te pakken, maar oordelen niet.” In zeven maanden tijd is Eunice opgeleefd. Haar zelfvertrouwen is nu een stuk groter. Door het gedrag van haar ex kwam Eunice bij de GGD terecht. Die verwees haar door naar Samen DOEN. Dat ging niet zomaar. Eunice moest haar trots wegslikken om de hulp te aanvaarden. Hulp die ze nodig had om medische problemen op te lossen, maar ook steeds grotere financiële problemen.
Trots opzij zetten Eunice is blij dat ze haar trots aan de kant heeft geschoven. Met haar hulpverlener praatte ze langdurig over de plannen om haar leven weer op de rails te krijgen. Na zeven maanden is Eunice uit het dal geklauterd, ze staat positief in het leven en is haar hulpverlener dankbaar. Problemen? Die zijn er nog. Met de school van haar jongens bijvoorbeeld. Met de schuldsanering ook. Maar ze heeft haar familie weer terug. En die helpt haar af en toe financieel. Nu de gewelddadige ex uit beeld is, is het contact met de familie veel beter geworden. “Alle probleemsituaties zijn verbeterd. Door de hulpverlening kreeg ik de kracht weer dingen zelf te doen.” Eunice heeft niets dan lof voor Samen DOEN. “Zonder Samen DOEN komen heel veel mensen op straat te staan.”
Op de foto's staan niet de geïnterviewde personen.
9
Zorg voor de jeugd ■ 13 november 2014
Einde aan de onzekerheid
‘Iedereen die nu jeugdhulp krijgt, kan in 2015 op diezelfde hulp rekenen’
Wethouders en bestuurders van zorginstellingen ondertekenen zorgcontracten | Foto Katrien Mulder
Verzekerd van hulp De ongeveer 15.000 kinderen die op dit moment gebruik maken van jeugdhulp zijn ook voor volgend jaar verzekerd van hulp. Als een van de eerste gemeenten heeft Amsterdam contracten ondertekend met de instellingen die de zorg verlenen.
Vertrouwenspersoon bereid met u te praten! De vertrouwenspersonen van het Algemeen Klachtenbureau Jeugdzorg zetten de belangen van cliënten in de jeugdhulp voorop. Jongeren, (pleeg)kinderen, (pleeg- en groot)ouders en verzorgers- kunnen een beroep op de vertrouwenspersoon doen. De vertrouwenspersoon beantwoordt vragen over de (rechts)positie, en probeert problemen en klachten over het functioneren van jeugdhulporganisaties snel en op een laagdrempelige manier op te lossen. Het is de bedoeling dat de betrokkenen er samen uitkomen. Is dat niet voldoende, dan kan de cliënt via de formele klachtenprocedure (klachtencommissie Jeugdzorg) bezwaar maken. Ook dan biedt de vertrouwenspersoon ondersteuning. Neem contact op met een vertrouwenspersoon via 088 555 1000, info@akj.nl, het contactformulier op de website of chat met een vertrouwenspersoon op www.akj.nl. Jongeren die in een instellingen wonen of behandeld worden, krijgen regelmatig een vertrouwenspersoon op bezoek. Bent u ontevreden over de jeugdhulp, meldt dit aan de medewerker of instelling waar u ontevreden over bent of bij de teamleider van het ouder- en kindteam. U kunt ook uw klacht neerleggen bij de gemeente via de website www.amsterdam.nl of via tel. 020 2552 911. De gemeente Amsterdam streeft naar een snelle afhandeling van klachten. Daarnaast worden klachten gebruikt als verbeterpunten, zodat de kwaliteit van dienstverlening wordt verbeterd. Blijf daarom niet zitten met een klacht. Uw mening telt.
Op 2 oktober sloot verantwoordelijk wethouder Simone Kukenheim samen met collega’s uit vijftien buurgemeenten de overeenkomsten. “Dit is een bijzondere stap in het proces om de jeugdhulp te verbeteren,” aldus Kukenheim op het stadhuis. “We organiseren de jeugdhulp dichter bij de mensen. Het principe van één gezin, één plan, één regisseur is daarbij leidend.” De afgelopen maanden uitten ouders hun zorgen: zou de ‘jeugdhulp nieuwe vorm’ wel op tijd gereed zijn? Per 1 januari gaat de verantwoordelijkheid voor de jeugdhulp over van het Rijk naar de gemeenten. Die overdracht verloopt niet overal even soepel. De landelijke transitiecommissie, die toegang houdt op de overgang, berichtte onlangs dat veel gemeenten achterlopen. Veel jeugdhulpinstellingen weten daardoor nog niet of ze in 2015 kunnen doorgaan met hun werk. In Amsterdam is aan die onzekerheid een einde gekomen. Samen met de buurgemeenten sloot de stad overeenkomsten met veertig instellingen en 120 kleinere praktijken die pleegzorg, jeugdpsychiatrie en andere vormen van jeugdhulp verlenen. “Iedereen die nu
jeugdhulp krijgt, kan in 2015 op diezelfde hulp rekenen”, aldus de instellingen. De instellingen in de regio Amsterdam beschrijven de transformatie als ‘een zachte landing’. De gemeenten hebben ervoor gekozen door te gaan met de instellingen die nu de jeugdhulp al verlenen, zodat cliënten weinig van de overgang op 1 januari zullen merken. De echte veranderingen zullen daarna merkbaar worden. Zo krijgen alle nieuwe cliënten eerst te maken met een ouder- en kindteam. Hierin zitten professionals met elk hun eigen specialisme, bijvoorbeeld consultatiebureauverpleegkundige, orthopedagoog, specialisatie voor bijvoorbeeld licht verstandelijke beperking, enzovoort. In elk team zit ook een aantal artsen en psychologen. De ouderen kindadviseur kan kleine problemen zelf oplossen en geeft voor specialistische hulp een verwijzing. De nieuwe manier van werken in Amsterdam betekent dat de jeugdhulp in 2015 grotendeels wordt verleend door dezelfde professionals, maar velen wisselen wel van functie. In totaal kochten Amsterdam en de buurgemeenten voor 235 miljoen euro aan jeugdhulp in voor 2015.
10
Zorg voor de jeugd ■ 13 november 2014
Stephanie Meijs van Jeugdbescherming Regio Amsterdam
‘We werken nu samen met het gezin’ Het roer om Gezinnen zijn tevreden en het aantal kinderen dat gedwongen uit huis wordt geplaatst is met bijna veertig procent gedaald. Jeugdbescherming Regio Amsterdam - tot voor kort Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam - gooide het roer drastisch om. En dat heeft effect, merkt ook Stephanie Meijs, senior gezinsmanager in Amsterdam-Noord.
“Ik begeleid op dit moment een moeder met twee puberende dochters”, vertelt Meijs. “Zij had grote moeite met haar kinderen. Er was thuis veel ruzie. Het gevolg was dat zij het niet meer zag zitten. ‘Lossen jullie het maar op. Ik heb het met ze gehad. Jullie praten alleen maar. Jullie doen niks. Ik werk nergens meer aan mee!’ Vroeger zou ik de kinderen gedwongen uit huis moeten plaatsen in afwachting van een plek waar ze zelfstandig kunnen wonen.” Maar zo werkt Jeugdbescherming niet meer. Sinds twee jaar werkt de organisatie volgens de methode van het Generiek Gezinsgericht Werken. De gezinsmanager bepaalt niet meer
welke hulp noodzakelijk is, maar kijkt naar wat het gezin wil en zelf kan. Meijs plaatste in dit geval de kinderen niet uit huis, maar nam de tijd om vertrouwen te winnen. Meijs: “De moeder riep wel dat ze haar dochters niet meer thuis wilde hebben, maar diep in haar hart wilde ze dat natuurlijk wel. Ze was alleen overbelast, helemaal op. Ze snakte naar rust en iemand die haar zou kunnen ondersteunen. We besloten uiteindelijk samen om een van de dochters een paar maanden bij familie onder te brengen, zodat de moeder even tot rust kon komen. In de tussentijd werkten we aan opvoedingsvaardigheden. Binnenkort gaat de dochter weer terug naar haar moeder en dat is precies wat iedereen wil.”
‘Sinds we op de nieuwe manier werken, heb ik geen enkele gedwongen uithuisplaatsing meer hoeven doen’
Stephanie Meijs | Foto Katrien Mulder
Investeren “Het belangrijkste verschil met vroeger, is dat we nu samenwerken met het gezin”, zegt Meijs. “Ik gebruik de eerste zes weken om iedereen beter te leren kennen en het gezin de kans te geven mij te leren kennen. Zo zie ik wat het gezin kan doen en het gezin ziet wat wij kunnen bieden. Samen zoeken we welke hulp het beste aansluit op het gezin. De hulp heeft zo meer effect omdat het gezin erachter staat. Sinds we op de nieuwe manier werken, heb ik geen enkele gedwongen uithuisplaatsing meer hoeven doen.” Het lijkt allemaal logisch, maar tot voor kort werkte Meijs anders. “Vroeger voerde je twee, drie gesprekken met de ouders en dat was het. Je zag vaak niet eens de kinderen. Als ik er nu op terugkijk, vind ik dat ‘shocking’. Je vormde een oordeel op basis van rapporten. Ik voelde me soms net een huisarts die heel snel tot de kern van het probleem moest komen, maar zo werkt dat niet in de jeugdbescherming. Nu neem ik de tijd om het gezin te leren kennen. De rapporten lees ik nog steeds, maar ik neem ze door met het gezin. Het gaat immers over hen. Als er informatie in staat waar ze het niet mee eens zijn, kunnen ze dat zeggen.”
Samen Die werkwijze heeft ook gevolgen voor de gezinnen met wie Meijs al langer werkt. “Ik begeleid een moeder met drie kinderen. Ze had een depressie, waardoor het thuis niet zo goed ging. De kinderen hadden gedragsproblemen en woonden daarom in een leefhuis. Maar het lukte me niet om erachter te komen wat er werkelijk speelde. De moeder wantrouwde me. Ze dacht dat ik vond dat ze een slechte moeder was, dat ik de kinderen bij haar weg wilde halen.” Onlangs meldde de school dat er nog steeds problemen waren. Meijs ging daarom weer naar de moeder, maar ditmaal niet met een hulpverleningsplan. Ze gebruikte de eerste tijd om het gezin beter te leren kennen. “Ik bezocht haar elke week om te kijken hoe het met haar ging. Door die interesse groeide het vertrouwen. Ik laat haar ook merken dat ik haar een goede moeder vind en dat ze sommige zaken goed aanpakt. Door dat vertrouwen, durfde ze toe te geven dat ze slachtoffer was van huiselijk geweld. Dat was een enorme stap voorwaarts. Daarom kunnen we nu samen kijken wat het beste is voor haar en haar kinderen.”
11
Zorg voor de jeugd ■ 13 november 2014
Peter werkt weer aan zijn toekomst
Foto Katrien Mulder
Pgb Anna Bijlsma ontvangt een Persoonsgebonden budget (Pgb) voor haar zoon Peter. Hij is zestien en heeft een vorm van autisme. “Peter is normaal begaafd, maar door zijn autisme heeft hij een leer- en ontwikkelingsstoornis. Alles moet bij hem gedoseerd en in kleine stapjes. Toen ik een Pgb voor hem aanvroeg, ging hij al twee jaar niet meer naar school. Hij past niet in het reguliere schoolsysteem en er waren geen passende alternatieven. Hij heeft die twee jaar vooral op zijn kamer doorgebracht.
Het Pgb dat ik sinds eind 2013 voor hem krijg, zetten we in voor individuele begeleiding en voor groepsactiviteiten. De individueel begeleider is een hulpverlener die met hem praat en dingen met hem onderneemt. De begeleiding is erop gericht om hem actief te houden en te motiveren. Dankzij deze ondersteuning kan Peter meedoen met groepsactiviteiten bij WorkItOut van CareHouse. Hij zit daar in een groep van tien jongeren met een vorm van autisme of ADHD, met wie hij kookt en boodschappen doet. Geen behandeling of therapie, maar naschoolse acti-
viteiten waarbij wel leerdoelen worden nagestreefd, zoals beter communiceren met anderen. Dankzij de begeleiding die we met het Pgb konden inkopen, werd het voor Peter mogelijk om weer voorzichtig aan zijn toekomst te werken. Ik weet niet wat de veranderingen in de Pgb-regelgeving ons precies gaan brengen. De individuele begeleiding loopt door tot eind 2015. Of de groepsactiviteiten bij CareHouse doorgaan is nog onduidelijk. Peter gaat binnenkort weer voor een uur per week
naar school en het is nu lastig om een Pgb-indicatie voor dagbesteding te krijgen als je ook naar school gaat. Ik hoop dat de zorg wordt afgestemd op wat jongeren nodig hebben. Het mag niet zo zijn dat Peter de rest van zijn tijd weer zonder verdere begeleiding op zijn kamer moet doorbrengen, alleen omdat hij zijn schooluren weer wil opbouwen.”
De namen in deze artikelen zijn om privacyredenen gefingeerd.
Pgb: wat verandert er per 1 januari 2015? Een Persoonsgebonden budget (Pgb) is een bedrag waarmee mensen zelf zorg kunnen inkopen. Ouders van kinderen die extra ondersteuning behoeven of meer gespecialiseerde zorg nodig hebben dan ouder- en kindteams bieden, kunnen daarvoor in veel gevallen een Pgb krijgen. Per 1 januari verandert er het één en ander rond Pgb’s. Zo krijgen Pgb-houders vanaf 1 januari 2015 het bedrag niet meer op hun eigen bankrekening gestort, maar betaalt de Sociale Verzekeringsbank de zorgverlener, na goedkeuring van de Pgb-houder. Het Pgb-beleid wordt per gemeente bepaald. Wie meer wil weten over de algemene uitgangspunten van de gemeente Amsterdam kan informatie vinden op www.amsterdam.nl/pgb.
Wat verandert er per 1 januari 2015 voor kinderen en jongeren die nu al een Pgb hebben? In november krijgen de ouders/verzorgers van kinderen die nu al een Pgb hebben een brief van de gemeente. Daar staat in welk bedrag zij volgend jaar krijgen. Als hun indicatie doorloopt in 2015 zullen zij hun Pgb budget houden tot de datum waarop dat afloopt, uiterlijk 31 december 2015. Twee maanden voor de einddatum wordt vanuit het Pgb jeugdteam contact opgenomen met de ouders/verzorgers, om te kijken wat er nodig is voor de periode daarna. Hoe verloopt een Pgb-aanvraag per 1 januari 2015? Ouders/verzorgers die denken dat hun kind individuele zorg of ondersteuning
nodig heeft melden zich bij een ouder- en kindadviseur. Die kijkt met hen of de vraag kan worden opgelost door de mensen zelf, hun naaste omgeving of het ouder- en kindteam. Als blijkt dat die mogelijkheden onvoldoende zijn, wordt onderzocht welke hulp, ondersteuning of behandeling er nodig is. Ouders/verzorgers kunnen de zorg in natura ontvangen van een leverancier van de gemeente Amsterdam, of die zorg zelf inkopen met een Pgb. De keuze voor een Pgb moet onderbouwd worden in een Pgb-plan en in een gesprek met de gemeente. De gemeente beslist op basis van plan en gesprek of het Pgb wordt toegekend.
12
Zorg voor de jeugd ■ 13 november 2014
Huiselijk geweld of kindermishandeling?
‘Beter ten onrechte dan te laat bellen’ Veilig Thuis Amsterdammers die te maken krijgen met huiselijk geweld of kindermishandeling kunnen vanaf 1 januari 2015 contact opnemen met Veilig Thuis. Projectleider Michèle Hering geeft een toelichting. Wat is Veilig Thuis precies? “Veilig Thuis is het regionale advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Eerder had de regio Amsterdam-Amstelland meerdere steunpunten, die gericht waren op huiselijk geweld of op kindermishandeling. Met Veilig Thuis brengen we alle
Foto Katrien Mulder
bestaande steunpunten onder één dak, met één adres, één telefoonnummer en één werkwijze.” Stel, een burger neemt bij buren signalen waar van huiselijk geweld en besluit contact op te nemen met Veilig Thuis. Wat gebeurt er met zo’n telefoontje? “Soms hebben mensen alleen een vermoeden van geweld of mishandeling. Dan overleggen we met de beller wat die zou kunnen doen om meer duidelijkheid te krijgen over de situatie. Vragen de omstandigheden om direct ingrijpen, dan ondernemen we zelf stappen. Veilig Thuis is een telefoon-
dienst, maar beschikt ook over een interventieteam dat dag en nacht beschikbaar is en dat bij crises een eind maakt aan de onveilige situatie. De specialisten van Veilig Thuis beoordelen wat passende vervolgstappen zijn en welke personen of instellingen de gewenste zorg leveren. Dat gaat altijd in overleg met de betrokkenen.” Huiselijk geweld en kindermishandeling kunnen lastige onderwerpen zijn om ter sprake te brengen, helemaal als het om vermoedens gaat. Kunnen zij dan toch bellen? “Dat hoeft geen reden te zijn om niet te bellen. Veilig Thuis is er ook om
over vermoedens te praten en helder te krijgen of er reden is voor zorg. We zijn er nadrukkelijk niet op uit om mensen met drang en dwang tot ander gedrag te bewegen, maar willen met mensen samen naar een oplossing zoeken. Die proberen we te creëren in de sociale omgeving van mensen zelf. We zetten geen stappen zonder medeweten van alle betrokkenen en gaan volstrekt vertrouwelijk om met adviesvragen en meldingen. Je kunt beter ten onrechte dan te laat bellen. Slachtoffer of getuige zijn van mishandeling brengt meer schade teweeg dan alarm slaan dat achteraf loos blijkt.”
‘Ook jongeren kunnen rekenen op een luisterend oor’ “Ik werk bij Vangnet Jeugd van de GGD. Wij leggen op verzoek van bijvoorbeeld de politie, een schoolarts of een huisarts huisbezoeken af bij gezinnen waar misstanden zoals mishandeling gesignaleerd zijn. Sinds enkele maanden ben ik betrokken bij de opbouw van het loket Veilig Thuis. We brengen in kaart wat voor vragen en meldingen we straks kunnen verwachten en hoe we die eenduidig kunnen afhandelen. Omdat meldingen van de politie, van hulpverlenende instanties en van
Amsterdammers kunnen komen, moeten Veilig Thuis-medewerkers van alle markten thuis zijn. Ze worden erop getraind aan de telefoon zo veel mogelijk relevante informatie te verzamelen. Alle bellers, ook jongeren, kunnen bij Veilig Thuis hun verhaal doen en mogen rekenen op een luisterend oor. Hoe beter en vollediger de informatie, hoe beter de eventuele vervolgstappen zijn die we kunnen nemen. Ik vind het een grote vooruitgang dat adviesvragen en meldingen over hui-
selijk geweld en kindermishandeling straks op één punt binnenkomen. Amsterdammers kloppen niet meer bij het verkeerde loket aan. Een voordeel van deze alles-onder-één-dak-aanpak is ook dat alle experts bij elkaar zitten: artsen, psychiatrisch verpleegkundigen, maatschappelijk werkers, enzovoort. Al met al reageren we sneller en effectiever op signalen van geweld of mishandeling.”
Krisje Hunfeld, maatschappelijk werker GGD Amsterdam Foto Ministerie van VWS