

Gamma zomerbanden









OPLEIDING 4
Naar goede jaarlijkse traditie organiseerden TRAXIO en Educam met de hulp van een groot aantal sponsors de Gouden Autosleutel.
AFTERSALES 6 - 7
Mercedes-Benz was voor de derde maal op rij aanwezig op Autotechnica en maakte daarvan gebruik om zijn aftersales aanpak toe te lichten.
CONGRES 8 - 9
AutoTechnica trok 30.0000 professionals aan en profileerde zich eens te meer als toonaangevend Benelux evenement voor de after-market. Niet alleen het aanbod van de bijna 300 exposanten wist te overtuigen, ook het Mobility Talks congresprogramma trok veel enthousiaste vaklui aan.
CLASSIC CARS 10 -15
Roel Geraerts is wat je noemt een ware ‘petrol head’ met een voorkeur voor klassieke auto’s.
DOSSIER SMEERMIDDELEN EN ADDITIEVEN 16 - 31
Motoroliën: de strijd om de normen gaat inderdaad plaatsvinden. Elke fabrikant ontwikkelt zijn eigen olienormen, die bovenop de ACEA- en API-classificaties komen.
FABRIEKSBEZOEK CONTIDROM 32 - 36
Goede banden maken overigens rijhulpsystemen nog efficiënter. Dat banden echt meer aandacht verdienen, was het centrale thema voor een bezoek aan de Contidrom van Continental.
DOSSIER CONCEPTEN 38 - 55
België telt een ruim aanbod aan conceptformules, die elk op hun beurt hun eigenheid en sterktes kennen.
TECHNOLOGIE 56 -57
Hella Gutmann nodigde ons uit voor een demonstratie van de volledig nieuwe Hella Gutmann CSC Tool PRO, bedoeld voor een snelle en uiterst nauwkeurige ADAS-kalibratie, in het bijzonder de nauwkeurige kalibratie van frontcamera’s.
BRANCHENIEUWS 58 - 59
De activiteiten van VGL² Car Solutions zijn, met terugwerkende kracht per 1 januari dit jaar, overgegaan naar AA-Equipment Support Belux.
Voorwoord
Is de Taskforce onder leiding van onze premier de voorbode van ... of is dit rookgordijn een overduidelijk signaal dat onze ooit zo sterke autobouwerreputatie zijn laatste adem uitblaast.
Dat de Volvo EX30 nu al gebouwd wordt op het platform van zustermerk Zeekr is veelzeggend en de assemblage verplaatsing van de EX40 naar Slovakije toont eveneens aan dat men in Oostakker binnen de kortste keren best hun rendementscijfers opkrikken. Gelukkig zijn de 6500 mankrachten in Gent voorlopig nog even verzekerd van voldoende Chinees vertrouwen, al dan niet door het optreden van onze politici.
Dan is de aftersales markt er beter van af. Het is net hier dat onze Chinese vrienden het massaal laten afweten. Voorlopig ligt hun enige focus op sales, sales en nog eens sales. Marktaandeel veroveren is hun mantra. Voor wie hier snel en doortastend kan ageren liggen gouden kansen voor het grijpen. Hier speelt de afhankelijkheid van Chinese technologie voorlopig nog veel minder.
Tony De Clercq
Uitgever Info Garage

Een uitgave van MEDIA SURPLUS b.v.
Redactieadres MEDIA SURPLUS b.v. Daknam-dorp 25 B-9160 Lokeren
Advertising Tony De Clercq + 32 (0)475 52 27 15 tony@media-surplus.be
Dossier Smeermiddelen
Gouden Autosleutel 2026
Méér dan een wedstrijd
Naar goede jaarlijkse traditie organiseerden TRAXIO en Educam met de hulp van een groot aantal sponsors de Gouden Autosleutel. De wedstrijd bekroont de beste student automechanica tijdens een dag vol uitdagingen, zoals de praktijk van het vak die ook dagelijks voorschotelt.
De Waalse editie, de 19e al, ging op donderdag 23 april door in het AutoFORM opleidingscentrum in Luik; de Vlaamse tegenhanger, de 54e editie, vond op dinsdag 28 april een onderkomen in het Educam opleidingscentrum in Lokeren. In Luik traden 26 leerlingen aan; in Lokeren waren het er 40.
Op de dagagenda stonden verschillende selectieproeven om de finalisten te bepalen:
• Elektroproef
• Airco
• Schemalezen
• Geometrie en ADAS
• Proeven op computer
• HEV
De selectieproeven waren gelijk verdeeld tussen praktische en theoretische proeven. Het programma omvatte meer dan alleen proeven afleggen. Via een aantal ‘sponsorateliers’ konden de leerlingen ook nog wat extra kennis opdoen.
BMW was voor het tweede jaar op rij hoofdsponsor en bracht een indrukwekkende vloot auto’s mee in topuitvoeringen. Na het succes van vorig jaar, werd dit jaar opnieuw de ‘BMW Speed Dating’ op de agenda geplaatst. BMW Belux organiseerde twee sessies waarin de aanwezige deelnemers konden kennismaken met een concessionaris van het merk en uitzoeken of daar een start voor hun professionele loopbaan kan liggen.
Na de puntentelling volgde het spannende moment waarop de vier finalisten werden bekend gemaakt door de presentatrice van dienst, Virginie Claes, inmiddels ook al een zeer vertrouwd gezicht op de Gouden Autosleutel.
Op naar de finale
Voor de beslissende eindproef traden aan:
• Warre Hendrickx, T.I.S.P Mol
• Pieter Vanherck, T.I.S.P Mol
• Wibbe Vancleuvenbergen, VITO Hoogstraten
• Iben Smolderen, PTS Boom
Voor de tribune, waar alle niet-finalisten de eindproef konden volgen, stonden een BMW M4 Cabrio, M3 4-deurs, M3 Touring en een M4 Coupé te wachten op reanimatie door de finalisten.
Arno Legrand, Technical trainer bij BMW Group Belux, stelde de eindproef voor: een diagnose-opdracht op wagens die door een takeldienst waren binnengebracht nadat ze oververhit waren geraakt en op het dashboard een foutmelding was verschenen over

energieproblemen. Voor de beoordeling werd niet alleen rekening gehouden met het vinden van het probleem, maar evenzeer met de ontwikkelde methodiek om tot een oplossing te komen.
Later zou Arno Legrand ook toelichten waar het probleem verscholen zat: het LIN-netwerk (Local Interconnect Network) waarop veel (comfort)functies zijn aangesloten en ingevoerd als aanvulling op het veel snellere CAN-bus (Controller Area Network), lag in kortsluiting met het 12V boordnet.
Vanuit de tribune konden we de finalisten gadeslaan en viel het op hoe rustig de meesten het aanpakten: de wagen identificeren voor diagnose, veel opzoekingswerk op de computer alvorens onder de motorkap te duiken… De examinatoren hielden elke beweging nauwlettend in de gaten. Na een half uurtje deliberatie volgde de proclamatie.
Iben Smolderen, PTS Boom, eindigde vierde, gevolgd oor Wibbe Vancleuvenbergen, VITO Hoogstraten.
Pieter Vanherck , T.I.S.P Mol legde beslag op een tweede plaats en zag klasgenoot Warre Hendrickx eindigen als winnaar.
Een opmerkelijke prestatie
Twee 7e jaars van het Technisch Instituut Sint-Paulus Mol eisten de hoogste schavotjes voor zich op en hun school eindigde voor het derde jaar op rij als winnaar! We hadden verleden jaar het genoegen leerkracht Benny Claes beter te leren kennen en zijn stimulerende invloed op zijn studenten is ronduit geweldig. Als trotse winnaar mocht hij een cheque van 2.500 euro, geschonken door TRAXIO in ontvangst nemen voor het T.I.S.P Mol, evenals een rijkelijk pakket mooie sponsorprijzen, waaronder een aantal opleidingen. Benny Claes is een groot pleitbezorger voor het 7e jaar en voor meer lesuren praktijk: “Het vak in de vingers krijgen, wat vandaag vooral neerkomt op een methodiek ontwikkelen om via een juiste foutdiagnose tot een oplossing te komen, is essentieel en kan slechts door doen en nog eens doen”.

FOCUS OP EUROPA, VANUIT NEDERLAND
Er is niet voor niks voor de naam Draper Tools Europe gekozen. Ondanks dat het bedrijf gevestigd is in Nederland, ligt de focus op meerdere Europese landen. Het bedrijf is namelijk ook al jarenlang actief in België en delen van Duitsland. En daar wil len ze het niet bij laten. Draper Tools heeft een sterk groeiplan voor de Europese markt.


Daar waar het hoofdkantoor van Draper
Tools zich richt op de landen binnen het Verenigd Koninkrijk, zal Draper Tools Europe zich de komende jaren gaan richten op steeds meer landen binnen Europa.


Tijdens Autotechnica 2026 organiseerden we een winactie waarbij bezoekers hun visitekaartje konden achterlaten in de BUNKER Load Up op onze stand. Daarmee maakten zij kans op een BUNKER Gereedschapswagen.
Brouwers Auto Onderdelen, gevestigd in Aarschot, mocht deze namens Draper Tools Europe uitreiken aan de winnaar: Red Bay Cars ook uit Aarschot.
Met dank aan onze accountmanager Ferry Van Den Boom.
Wij bedanken iedereen die heeft deelgenomen en wensen Red Bay Cars veel werkplezier met de BUNKER Gereedschapswagen!
kwaliteit en afwerking
• Stel uw eigen Bunker samen op de nieuwe website
markt. Doordat de Europese vestiging nu ook echt de Draper Tools naam draagt, brengt dit ook gelijk een forse uitbreiding van het assortiment met zich mee.
TERUGBLIK AUTOTECHNICA
Wij willen alle bezoekers hartelijk bedanken voor het overweldigende enthousiasme en de grote opkomst op onze stand tijdens Autotechnica.
Dankzij het succes van de beurs zijn wij momenteel op steeds meer locaties in Nederland winkels aan het inrichten met ons assortiment. Ook in België breiden we verder uit via de Vroaam-grossiers.

Waar het bedrijf eerst een geselecteerd aanbod aan producten van het merk Draper Tools verkocht, zijn daar sinds de naamswijziging ineens maar liefst meer dan 2000 nieuwe Draper Tools producten bijgekomen! Zo kunnen de klanten van nog meer kwaliteitsgereedschap genieten.
VOLG

DRAPER TOOLS EUROPE
Benieuwd naar het assortiment van Draper Tools Europe en nieuwsgierig naar de stappen die het bedrijf nog gaat maken binnen de Europese markt? Houd dan hun website en social media kanalen in de gaten!


NL WEERT +31495588583 info@eu.drapertools.com
https://www.drapertools.com/
WINACTIE: DE BUNKER GEREEDSCHAPSWAGEN
Aftersales
benadering met ster

Mercedes-Benz was voor de derde maal op rij aanwezig op Autotechnica en maakte daarvan gebruik om zijn aftersales aanpak toe te lichten. De nieuwe meerweg aanpak getuigt van een grondige analyse van wat vandaag leeft binnen de garagesector.
PARTSpro+
Geert De Boeck, Director Custommer Services, ziet AutoTechnica als een strategisch platform voor Mercedes-Benz. Hij verwees naar PARTSpro, dat verleden jaar als B2B aanbod werd voorgesteld en nu vervolg krijgt met PARTSpro+. “Het gaat om 100% originele onderdelen, met focus op een uniforme merkbeleving. Het label staat voor kwaliteit en service, met nog verder aangescherpte certificatiecriteria. Naast Mercedes-Benz dealers kunnen ook onafhankelijke multimerkengarages en carrosseriebedrijven er hun voordeel mee doen. Allen genieten van een specifiek bestelplatform, een betere beschikbaarheid en snellere levertijden”.
De nieuwe B2B Connect App vereenvoudigt onderdelenidentificatie en -bestelling. De app biedt een mobiele en geïntegreerde omgeving, bruikbaar in het magazijn, in de werkplaats, alsook op de auto zelf. Naast geavanceerde onderdelenscanners is het scannen van het VIN-nummer geïntegreerd, zodat enkel die onderdelen worden getoond die voor het betreffende voertuig in aanmerking komen. De onderdelenidentificatie zit gekoppeld aan de Xentry Parts Catalogus voor versnelde bestelprocedures.
Wanneer het voertuig bij de garage bekend is, kan ook de volledige onderhoud- en herstelge-
schiedenis worden afgeroepen.
De B2B Connect App krijgt in de toekomst nog een uitbreiding gericht op schadeherstelbedrijven met een calculatietool voor de benodigde stukken.
Talent aantrekken en vormen
BePartOfUs startte in 2016 als duaal leren en bundelt theorie, praktijk en coaching. Geert De Boeck: “Doel is het voorbereiden van jongeren op integratie in onze merkgarages. Daarvoor is een aangepast programma uitgewerkt met Educam. BePartOfUs zorgt niet alleen voor een hoge instroom van jong talent naar de sector, maar resulteert vooral in 87% doorstroming naar tewerkstelling in onze sector”.
Aandacht voor circulariteit
Met Mercedes-Benz Used Parts speelt de ster in op de tendens naar duurzaamheid en circulariteit. In het eigen demontagecentrum worden originele onderdelen grondig gecontroleerd en gecertificeerd om ze een tweede leven te geven. De catalogus telt meer dan 460.000 onderdelen, getest en traceerbaar, ingedeeld naar staat van gebruik. Mercedes-Benz Used Parts genieten 24 maand garantie en bieden een prijsvoordeel tot -40% t.o.v. de nieuwprijs.

De hand reiken naar oudere voertuigen
Met ‘Service Select’ introduceert de ster betaalbaar onderhoud voor voertuigen ouder dan 6 jaar. “We willen een premium service voordeliger aanbieden met als doel lifetime excellence voor eigenaars van onze wagens” licht Geert De Boeck toe. “Naast de garantie dat uitsluitend gecertificeerde technici aan de voertuigen werken, genieten de klanten aantrekkelijke voorwaarden, zoals een vaste korting op geselecteerde onderhoudsbeurten, wanneer ze zich registreren voor het programma. Bovendien behoudt de klant zijn/haar Mobilo-mobiliteitsgarantie van onderhoudsbeurt tot onderhoudsbeurt”.
Vanaf eind april loopt een communicatiecampagne om het ‘Service Select’ programma kenbaar te maken. Dealers krijgen hiermee een hefboom voor een versterking van de klantloyaliteit; klanten kunnen de levensduur van hun voertuig verlengen en/of de restwaarde ervan verhogen.



Erfgoed koesteren
Mercedes-Benz viert dit jaar 140 jaar autogeschiedenis en 130 jaar commerciële voertuigen voor transport, een ideaal moment om de spots te richten op het ‘Classic Partner’-concept. Het betreft een mondiaal netwerk van geselecteerde gespecialiseerde vestigingen waar old- en youngtimers de beste zorgen genieten.
Zij hebben toegang tot specifieke classic onderdelen, trainingen en ondersteuning in aftersales en verkoop van classic cars. Eventueel kunnen zij de assistentie van ‘flying doctors’ inroepen, experts die ter plaatse komen om specifieke technische problemen op te lossen. België telt momenteel vijf Classic Partners.

info@belgium.messefrankfurt.com
Nieuwigheden ontdekken en bijleren: AutoTechnica ‘26: Mobility Talks
AutoTechnica trok 30.0000 professionals aan en profileerde zich eens te meer als toonaangevend Benelux evenement voor de after-market. Niet alleen het aanbod van de bijna 300 exposanten wist te overtuigen, ook het Mobility Talks congresprogramma trok veel enthousiaste vaklui aan. Info Garage pikte dit alvast mee.
Hervorming autokeuring:
heet hangijzer van al vele jaren.
“De meest ontvangen klachten betreffen De Lijn en de autokeuring” opende Annick De Ridder, Vlaams minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Havens en Sport. “De huidige werking is niet optimaal - zelfs strenger dan wat Europa voorschrijft – en weinig klantvriendelijk. Het is vandaag een gedateerd systeem”. De minister wil zaken op orde stellen en hanteert daarvoor een ‘holistische benadering’, te verstaan als een meerstappen uitrol met ‘versoepelen waar zinvol’ als doel.

Een eerste fase gaat in op 1 september dit jaar. Na een eerste keuring op het vierde jaar na inschrijving, moet het voertuig slechts om de twee jaar verplicht naar de keuring. Dat geldt ook voor LCV’s. Bovendien vervalt de afzonderlijke keuring voor trekhaken. Autobussen moesten driemaandelijks worden voorgereden; dat wordt nog slechts jaarlijks.
“Met deze aanpassingen zetten we ons meer in lijn met landen als Nederland en Duitsland” argumenteert minister Annick De Ridder. “Er is geen reden tot ongerustheid over afbreuk aan de veiligheid, want een menselijke fout is in 95% van de ongevallen de oorzaak”.
Wat wel blijft en waarop streng zal worden toegezien is de roetfiltertest. De herkeuring na een zwaar ongeval blijft ook verplicht. Bij een tweedehands verkoop is geen keuring meer vereist - het keuringsbewijs wordt overdraagbaar – maar handelaren in tweedehandswagens kunnen wel het initiatief nemen voertuigen te laten keuren als ‘kwaliteitsgarantie’ tegenover potentiële kopers. De CarPass blijft behouden en is verplicht bij herinschrijving van een wagen.
Voor geïmporteerde auto’s blijft de keuring wel verplicht. ‘Keuring in de garage’ waar al zoveel over te doen was, is deel van de tweede vernieuwingsfase,
Rentabiliteit van de werkplaats onder de loep.
De opmars van elektrische auto’s is een feit, in het bijzonder omwille van de fiscaliteit voor bedrijfswagens. Dat heeft gevolgen voor het garagebedrijf, vooreerst voor de merkgarages, maar op iets langere termijn evenzeer voor de merkonafhankelijke garages.

die eind 2027 gepland staat. Minister Annick De Ridder: “Het betreft het openstellen van de markt voor andere spelers. De huidige keuringscentra mogen hun activiteiten verderzetten”. Het gaat dus over het aantrekken van nieuwe (internationale) bedrijven tot de keuringsmarkt en niet over keurders uit de huidige keuringscentra die naar garages komen om daar wagens te keuren. Let wel: er zal een strikte scheiding geëist worden tussen wie herstelt en wie keurt, wat betekent dat binnen een garagebedrijf een aparte entiteit moet worden opgericht voor de keuringen. De minister sprak ook over het opleggen van KPI’s (Key Performance Indicator) voor meer klantvriendelijkheid en kwaliteit.
David Desmet, Manager Customer Services & Parts Ghistelinck Autobedrijven: “De transitie naar elektrisch rijden ging gepaard met zware investeringen in o.a. het plaatsen van laadpalen op onze bedrijfsterreinen, de aankoop van aangepast gereedschap en uitrusting, diverse veiligheidsmaatregelen, het bijsturen van de onderdelenstocks voor BEV’s en PHEV’s, het voorzien van elektrische vervangwagens en niet in het minst opleidingen. Per technieker werden tot 25 lesdagen geïnvesteerd voor het hoogste HEV-niveau”. Vandaag nemen elektrische wagens 21% aandeel in de werkorders voor onderhoud bij Ghistelinck Autobedrijven. Tegen 2030 wordt een verdubbeling verwacht. Hoewel dan nog steeds 58% van het wagenpark met verbrandingsmotor zal rondrijden, ligt een aanzienlijke terugval van de omzet met olie, filters, remmen en ook factureerbare werkuren voor de hand. “We schatten op een omzetdaling met -30%, waarbij de overheadkosten per werkorder gelijk blijven” verwacht David Desmet. “Dat houdt een ernstig risico in voor de rentabiliteit van de werkplaats”. Het spreekt dan ook voor zich dat aandacht voor deze evolutie en een goed plan onontbeerlijk zijn. “De kosten moeten omlaag en de omzet omhoog” klinkt het kort en krachtig. Kosten drukken kan door het digitaliseren en efficiënter maken van processen. Het optrekken van het kennisniveau bij de medewerkers leidt ook tot meer efficiëntie. De integratie van AI dient overwogen te worden. Meer omzet schuilt in aandacht voor bandenservice. Werken aan elektrische voertuigen gaat gepaard met hogere uurlonen en biedt in bepaalde gevallen de mogelijkheid tot aan-huis-service. Er is ruimte voor margeverbetering op onderdelen en de verkoop van digitale services. Tenslotte mogen oudere wagens, in het bijzonder de groep 5 tot 8 jaar, niet uit het oog verloren worden. David Desmet besluit: “De werkplaats kan rendabel blijven door te investeren in processen, de juiste medewerkers aanwerven en/of omscholen en het factureren van de juiste prijs voor alle diensten”.

KWALITEIT WAAROP

UW KLANTEN ZIJN NIET ZOMAAR IEMAND.
DUS NEEMT U NIET ZOMAAR ALLES.
LIQUI MOLY BIEDT VOOR ELKE AUTO DE PASSENDE MOTOROLIE.









U KUNT VERTROUWEN




































Classic Cars Van restauratie tot eigen creatie
Roel Geraerts is wat je noemt een ware ‘petrol head’ met een voorkeur voor klassieke auto’s. Samen met zijn ondernemerschap heeft dat elf jaar geleden geleid tot de oprichting van Car Cave, gespecialiseerd in oldtimers en youngtimers. Daaruit is MIYO ontstaan dat gepersonaliseerde 4X4’s bouwt op basis van de klassieke Defender. Ook een creatie van Geraerts is GOAT dat trips voor autoliefhebbers organiseert.
Voor Roel Geraerts is van ‘Limburger tot wereldburger’ meer dan een slogan maar een realiteit. Als een liefhebber van oldtimers en een geinspireerd ondernemer heeft hij een eigen concept met de naam Car Cave ontwikkeld. Car Cave is ontstaan in Limburg maar ondertussen is het ook gelanceerd In de Verenigde Staten, Polen en Cyprus. Car Cave leidde ook tot de creatie van MIYO en GOAT.
Het begon in Hasselt
Roel Geraerts vertelt hoe het allemaal is begonnen: “Als liefhebber van klassieke auto’s heb ik indertijd tot mijn spijt moeten vaststellen dat er heel wat auto’s te koop worden aangeboden waarbij niet alles verteld wordt over het verleden en de mogelijks verborgen mankementen. Het is ook niet altijd geweten wat het precieze verleden is van een auto. Op die manier ontaardt het bezitten van een klassieke auto vaak in een periode van heel wat problemen, frustraties en onvoorziene kosten. Het verleden van een auto beperkt zich niet tot het hebben van een overzicht van de vorige eigenaars en waar de auto vandaan komt. Het is ook belangrijk om te weten hoe en door wie de auto is onderhouden, welke herstellingen zijn

Links op de foto Roel Geraerts

gebeurd en hoe een eventuele restauratie is verlopen. Dat gebrek aan transparantie heeft mij doen inzien dat er een gat in de markt is voor auto’s met een overzichtelijke degelijke correcte historiek en een kwaliteitsvolle restauratie.”
Dat inzicht heeft Roel Geraerts geïnspireerd om zich beroepshalve toe te spitsen op het verhandelen van kwaliteitsvolle oldtimers: “We zijn elf jaar geleden voorzichtig begonnen in Hasselt om te zien hoe het zou lopen. Na drie jaar proberen, was duidelijk dat we konden verder gaan met het concept en zijn we verhuisd naar dit ruim pand in Zonhoven. Aan onze visie werd de naam Car Cave gekoppeld.”
Car Cave spitst zich toe op old timers en klassieke auto’s. Centraal een replica van een Jaguar D-Type.
Internationaal
Het concept van Car Cave is meer dan een naam. Auto’s worden aangekocht en weer verkocht na technische ingrepen of een gedeeltelijke of gehele restauratie. Car Cave verzorgt ook herstellingen en onderhoud.
“Voor elke aangekochte auto hebben we een ‘check list’ uitgewerkt en het volgen van die ‘check list’ neemt makkelijk een halve dag in beslag. Op basis daarvan wordt de auto naar waarde geschat en ook opgemaakt wat er allemaal moet gebeuren. Het is de bedoeling dat de potentiële klant ook een overzicht heeft van de uitgevoerde ingrepen. Die manier van werken geeft transparantie aan de potentiële klant. Onze manier van werken is tijdrovend. Daarom zijn we niet de goedkoopste maar wij staan wel voor kwaliteit en daarmee kunnen wij ook een garantie van één jaar geven.
Concreet komt het erop neer dat elke auto die wij te koop aanbieden aan ons concept en onze normen voldoet.”
Car Cave is een beschermde naam en wordt automatisch gelinkt aan die specifieke manier van werken. Ondertussen bestaat Car Cave ook in de Verenigde Staten, Polen, Griekenland en Cyprus. Die buitenlandse bedrijven huren als het ware de naam ‘Car Cave’ en volgen dezelfde kwaliteitsvolle en transparante manier van werken. Ondertussen valt sedert oktober verleden jaar Car Cave in België wat ‘super cars’ en ‘classics’ betreft, onder het beheer van Tom Knaepen.



MIYO
Car Cave is actief op het domein van elke waardige klassieke auto, oldtimer of youngtimer. Toch valt op dat er een voorliefde is voor Lancia en meer bepaald de Fulvia Coupé die van 1965 tot 1977 werd geproduceerd. Een andere auto die een speciale voorkeur geniet bij Car Cave is de klassieke Land Rover Defender en dat heeft zelfs geleid tot de creatie van het eigen label MIYO wat staat ‘Make It Your Own’.
Roel Geraerts vertelt hoe dat gebeurd is: “Een Amerikaanse klant kwam een achttal jaar geleden aankloppen voor het kopen van twee technisch nagekeken Defenders met V8-motor. Dat heeft ons doen inzien dat er een markt is voor deze klassieker. Zo zijn we op het idee gekomen om op basis van een Defender V8 gepersonaliseerde versies te realiseren en daaraan de naam MIYO te koppelen. Als basis wordt de korte (90-reeks) of lange (110-reeks) wielbasisversie gebruikt. De donorauto wordt volledig gestript en weer opgebouwd. Er wordt speciale aandacht besteed aan het ladderchassis. Elektriciteit en elektronica zijn volledig nieuw. Het interieur wordt aangekleed volgens de wensen van de klant die ook kan kiezen voor de koetswerkkleur, het type wielen, de uitrusting en de mogelijke uitrusting. Kortom het eindresultaat is een zogenaamde ‘custom car’, zeg maar een gepersonaliseerde Defender die in de eerste plaats bedoeld is als een kwaliteitsvolle vrijetijdsauto met een uitgesproken eigen karakter.”
Thierry Boutsen
Ondertussen zijn op vier jaar tijd meer dan dertig MIYO’s gerealiseerd.
Als basis zijn er vier versies waaruit de klant kan kiezen. De Safari op basis van de 90 en 110 is een volledig open uitvoering met softtop.
De Classic is een gedeeltelijk open versie. De Nomad is een 110 met vast dak en oprolbare zijwanden. De Urban tot slot, op basis van de 90, is het meest geschikt voor dagelijks gebruik door zijn gesloten carrosserie en beperkte afmetingen.
De MIYO’s zijn verkrijgbaar in België, de VS, Griekenland, Polen, Frankrijk en Monaco waar Boutsen Classics van gewezen Belgisch piloot Thierry Boutsen voor de verkoop en het onderhoud instaat.
Roel Geraerts ziet nog meer mogelijkheden voor MIYO: “Tot nu toe hebben we enkel auto’s gebouwd op basis van de Defender V8 maar binnenkort starten we ook met de Td5 als donorauto, de dieselversie met vijfcilinder motor. Een andere optie is dat we Defenders gaan voorzien van de General Motors LS-motor. In de toekomst gaan we ook starten met gepersonaliseerde 4X4’s op basis van de Toyota Land Cruiser.”





AUTOMATISEER KLEUR ALS NOOIT TEVOREN


VOLLEDIG GEAUTOMATISEERDE MENGMACHINE



Hands-free, snel, accuraat kleur mengen met Axalta Irus Mix.





Kleur mengen was een tijdrovend proces in elk schadebedrijf. Maar nu niet meer. Met Axalta Irus Mix - de hands-free, snelste volledig geautomatiseerde mengmachine op de markt - kunt u het mengproces versnellen zonder in te boeten aan kleurnauwkeurigheid. Zo eenvoudig en snel, iedereen kan het bedienen, waardoor uw spuiters meer tijd hebben voor winstgevendere taken.
Ontdek het nu: refinish.axalta.eu/Axalta-Irus-Mix-be-nl













Naast restauratie worden ook onderhoud en herstellingen gedaan.
Een bestaande Defender wordt volledig gestript en weer opgebouwd.
De klassieke Land Rover Defender heeft geleid tot de creatie van het eigen label MIYO wat staat voor ‘Make It Your Own’.
Op vier jaar tijd zijn al meer dan dertig MIYO’s gebouwd.

Elke auto die wordt gerestaureerd, krijgt eerst een zorgvuldige controle op basis van een uitgebreide ‘check list’.
Samen op stap
Eigenaars van klassieke auto’s willen geregeld een trip met hun vierwieler maken maar hebben niet altijd de tijd om dat eigenhandig te organiseren. Om daaraan tegemoet te komen heeft Roel Geraerts vier jaar geleden GOAT (Greatest Of All Tours) opgericht. Deelnemers kunnen genieten van een ‘all-in’ toer met hun auto en ze hoeven zich geen zorgen te maken over de te volgen route, overnachting en catering. Daar staat GOAT voor in. Dit jaar staat een trip door de Alpen op het programma met als smaakmakende stopplaatsen Cannes en Monaco.


Motoroliën
De strijd om de normen gaat inderdaad plaatsvinden
Elke fabrikant ontwikkelt zijn eigen olienormen, die bovenop de ACEA- en API-classificaties komen. Stellantis heeft dit zojuist op de meest concrete manier aangetoond: een bijgewerkte norm, en de garantie van de klant staat op het spel. Voor de professional is het risico op fouten nog nooit zo groot geweest.
ACEA, API: de basis die niet langer volstaat Lange tijd vormden de ACEA- en API-classificaties een toereikend referentiekader voor de keuze van een olie. De ACEA definieert prestatieniveaus voor benzine- en dieselmotoren. Deze zijn onderverdeeld in drie grote families: A/B voor motoren zonder geavanceerd emissiereductiesysteem, C voor motoren uitgerust met roetfilters of katalysatoren en E voor vrachtwagens. De API, de Amerikaanse tegenhanger, hanteert een vergelijkbare logica met de classificaties S voor benzinemotoren en C voor dieselmotoren. Deze classificaties blijven een nuttige basis, maar volstaan tegenwoordig niet meer. Ze definiëren minimale prestatieniveaus en niet langer de specifieke eisen van elke fabrikant voor elke motor. Twee oliën die beide ACEA C3 aangeven, kunnen zeer verschillende chemische samenstellingen hebben, additievenpakketten die onverenigbaar zijn met bepaalde motoren en radicaal verschillende beschermingsniveaus. De gemeenschappelijke norm is een minimum geworden, maar vormt niet langer het maximum.
Terugwerkende kracht
Tussen februari 2024 en maart 2025 heeft Stellantis geleidelijk een nieuwe oliespecificatie verplicht gesteld voor een aantal van zijn meest gangbare motoren in Europa. De 1.2 PureTech turbo, de 1.5 BlueHDi, de 2.2 BlueHDi en de 2.0 BlueHDi vallen nu onder de eigen norm FPW9.55535/03. Dit is een 5W30 ACEA C3-olie verrijkt met anti-slijtageadditieven, met name ZDDP. De verandering is niet onbelangrijk: de oude aanbeveling van 0W20 ACEA C1/C2, met minder additieven, was onvoldoende om de zuigerveren en distributiekettingen van deze motoren te beschermen. De problemen met overmatig olieverbruik en vroegtijdige slijtage, die uitgebreid zijn gedocumenteerd bij de PureTech, zijn hier uiteraard de directe oorzaak van. Maar wat opvalt aan dit besluit, is de terugwerkende kracht ervan. Een onafhankelijke garagehouder die vandaag een PureTech 1.2 een oliewissel geeft met olie die aan de oude norm voldoet – hetzij omdat hij niet op de hoogte is gebracht van de wijziging, hetzij omdat zijn stock nog niet is aangepast aan de nieuwe norm – stelt zijn klant bloot aan het risico dat de schade niet wordt gedekt. Dit geldt ook voor defecten die al door de fabrikant zijn erkend, zoals problemen met de riem. De norm is veranderd, maar de aansprakelijkheid blijft dus bestaan.


Ieder zijn eigen taal
Hier wordt het voor garages pas echt ingewikkeld. Naast de basisnormen van ACEA en API heeft elke grote autofabrikant zijn eigen, gepatenteerde specificaties ontwikkeld op basis van interne tests met zijn eigen motoren. Volkswagen AG legt zijn normen VW 504.00 en 507.00 op voor langdurige olieverversingen en deze gelden voor de hele groep. BMW eist op zijn beurt Longlife-04 of LL-17 FE+, afhankelijk van de generatie motoren, en Mercedes onderscheidt verschillende klassen, gaande van 229.51 tot 229.71 voor zijn nieuwste motorblokken. En dat is nog niet alles: Renault werkt met zijn normen RN0700, RN0710 en RN17, terwijl Ford zijn eigen referenties oplegt, zoals de WSS-M2C934-B voor zijn EcoBoost-motoren. Je zou kunnen denken dat deze normen bureaucratisch zijn. Maar in werkelijkheid weerspiegelen ze technische eisen die verband houden met het specifieke ontwerp van elke motor, of het nu gaat om de geometrie van de lagers, de materialen van de afdichtingen, de emissiecontrolesystemen of de verversingsintervallen. Een jerrycan met de juiste viscositeit en de juiste ACEA-klasse, maar zonder de juiste goedkeuring van de fabrikant, is een jerrycan die de motor kan beschadigen of de garantie ongeldig kan maken. En de klant zal daar niets van weten totdat er een probleem ontstaat.


Low SAPS: het compromis dat zijn prijs heeft
De algemene invoering van roetfilters en katalysatoren vanaf de jaren 2000 heeft een nieuwe eis gesteld aan de samenstelling van motoroliën: het gehalte aan sulfaatas, fosfor en zwavel (de zogenaamde SAPS) moet worden verlaagd om te voorkomen dat deze stoffen de emissiebeperkende systemen verstoppen. Oliën die in deze zin zijn samengesteld, worden Low SAPS of Mid SAPS genoemd en vallen onder de ACEA C-classificaties.
Het probleem is dat SAPS ook uitstekende mechanische beschermers zijn, met name ZDDP (of zinkdithiofosfaat), een antislijtage-additief dat een beschermende film vormt op nokkenassen en oppervlakken die aan hoge druk worden blootgesteld. Door het SAPS-gehalte te verlagen om het filter te ontzien, wordt ook deze bescherming verminderd. Dit is wat Stellantis heeft willen corrigeren met zijn nieuwe norm FPW9.55535/03: een C3-olie die de compatibiliteit met de roetfilter behoudt en tegelijkertijd voldoende bescherming tegen slijtage biedt voor zijn motoren. Andere fabrikanten staan voor hetzelfde dilemma en lossen dit op verschillende manieren op.
DOSSIER SMEERMIDDELEN EN ADDITIEVEN
De verantwoordelijkheid van de garagist
Bij motorschade komt de vraag naar de gebruikte olie al snel ter sprake. De door de fabrikant of de verzekeraar aangestelde expert raadpleegt het onderhoudsboekje en de bestelbonnen van de garage. Als de gebruikte olie niet voldoet aan de norm die op het moment van de olieverversing van kracht was (en zelfs als deze wel voldeed aan de vorige norm), komt de professional in een lastig parket terecht.
In het Belgische recht houdt de contractuele aansprakelijkheid van de dienstverlener een middelenverbintenis in: de beroepsbeoefenaar moet zijn dienst verlenen volgens de regels van het vak. Het gebruik van een olie die niet voldoet aan de aanbevelingen van de fabrikant kan worden opgevat als een schending van deze verplichting, ongeacht of dit opzettelijk is gebeurd.
De aansprakelijkheidsverzekering na werkzaamheden dekt dit soort uitgestelde geschillen, maar u moet deze wel hebben afgesloten en controleren of er geen uitsluitingen in zijn opgenomen. Neem contact op met uw makelaar.


Het overzicht behouden: de juiste reflexen
Door de wildgroei aan eigen normen is het bijhouden van de ontwikkelingen onontbeerlijk, maar er bestaan concrete hulpmiddelen. Alle grote leveranciers van smeermiddelen – Castrol, Total, Mobil, Liqui Moly, Q8, MPM, Wolf Oil, enz. – bieden online zoekmachines aan waarmee de juiste olie kan worden geïdentificeerd op basis van merk, model en bouwjaar. Deze hulpmiddelen worden regelmatig bijgewerkt en vormen de meest betrouwbare operationele referentie voor de garage. Zoals gezegd: viscositeit alleen is nooit voldoende om een olie te kiezen. De goedkeuring van de fabrikant is doorslaggevend en deze kan tijdens de levensduur van het model veranderen. Het bijhouden van een register van de per voertuig gebruikte oliën met de exacte referenties en de data van de onderhoudsbeurten is geen overbodige administratieve last: het is de eerste verdedigingslinie in geval van een geschil.
Wat nog niet is opgelost, is de kwestie van de duidelijkheid naar het onafhankelijke marktsegment . De officiële netwerken worden via de tools van de fabrikanten op de hoogte gebracht van wijzigingen in de normen, terwijl onafhankelijke garages zelf initiatief dienen te nemen om op de hoogte te blijven. Het ontbreken van een gecentraliseerd waarschuwingssysteem voor wijzigingen in de normen blijft een moeilijk te begrijpen tekortkoming.


MPM 05000C5
De breedst inzetbare 0W-20 motorolie
De afgelopen decennia is de viscositeit van motorolie voor personenauto’s aanzienlijk lager geworden: van 10W-40 naar 5W-40, 5W-30, 0W-20, 0W-16 tot aan 0W-8 van vandaag.
Op dit moment is 5W-30 nog de meest gebruikte motorolie, maar elk jaar verschuift steeds meer marktaandeel naar 0W-20. Hierdoor staat 0W-20 inmiddels op de tweede plaats van meest voorkomende motoroliën, waarbij circa 20% van het wagenpark van een gemiddeld garagebedrijf deze olie gebruikt. Uiteraard zijn er verschillende soorten 0W-20, maar dankzij de upgrade van de MPM 05000C5 is deze olie nu zeer breed inzetbaar.
Upgrade MPM 05000C5
De vernieuwde MPM 05000C5 Motor Oil 0W-20 Premium Synthetic C5 voldoet onder andere aan de ACEA C6-norm en is gecertificeerd voor API SQ en ILSAC GF-7A. Daarnaast beschikt het product nu over een officiële Volvo-approval.
De MPM 05000C5 overtreft de 05000ECB, 05000VLV en 05000JP op veel vlakken. Toch wordt de 05000JP nog steeds voorgeschreven vanwege de Dexos1 Gen 3-approval voor onder andere General Motors voertuigen.
Vind het juiste product
Wilt u zeker zijn van de juiste productkeuze?
U vindt het voorgeschreven product en het verversingsinterval altijd op www.mpmoil.com
05000C5 Motor Oil 0W-20 Premium Synthetic C5 Specificaties en approvals:
H ACEA C5/C6
H API SP/SP-RC, SQ/SQ-RC
H ILSAC GF-6A/GF-7A
H BMW LL-17FE+
H Fiat 9.55535-DM1/9.55535-DSX
H Ford WSS-M2C952-A1/WSS-M2C954-A1
H GM Dexos D
H Jaguar/Land Rover STJLR.03.5006/STJLR.51.5122
H MB 229.72
H MB-Approval 229.71
H Opel OV 040 1547 - A20
H Volvo VCC RBS0-2AE
H Volvo approval VCC C6SP
Bij technische vragen: neem contact op met MPM
support@mpmoil.com
Additieven voor motorolie
Effectief, nutteloos of gevaarlijk?
Lekstoppers, viscositeitsverhogers, slijtagewerende middelen: de markt voor aftermarket-additieven groeit explosief en klanten komen steeds vaker met hun eigen producten aan. Sommige zijn onschadelijk, maar andere kunnen een roetfilter verstoppen, een fabrieksgarantie ongeldig maken of de garagehouder aansprakelijk stellen voor iets waarvan hij dacht dat hij er geen verantwoordelijkheid voor had. Dit is wat u moet weten.
Steevast aantrekkelijk
De wereldwijde markt voor motorolieadditieven vertegenwoordigde in 2025 bijna 2,7 miljard euro. Achter dit cijfer schuilt een zeer concrete realiteit voor garages: de klant die binnenkomt met een flesje dat online of in de supermarkt is gekocht, is schering en inslag geworden.
De beloften op de verpakkingen zijn steevast aantrekkelijk: een stillere motor, een lager verbruik of langdurige bescherming tussen twee olieverversingen. Het beschikbare productassortiment omvat verschillende grote productgroepen. Zo zijn er lekstoppers die de elastomeerafdichtingen regenereren om microlekkages te stoppen. Viscositeitsverhogers, vaak op basis van aardolie, verdikken de olie om slijtage te compenseren, terwijl antislijtagebehandelingen gebruikmaken van zwavelhoudende moleculen, molybdeendisulfide of keramische verbindingen om een beschermende film op de metalen oppervlakken te vormen. Ten slotte zijn er ook motorreinigers die afzettingen willen oplossen en de bewegende onderdelen vrij van roet willen houden. Elke categorie heeft zijn eigen logica en zijn beperkingen.
Wat werkt, wat werkt niet?
Het eerlijke antwoord is dat de meningen over de doeltreffendheid sterk uiteenlopen, afhankelijk van de context. Een lekstopmiddel kan bijvoorbeeld een microlek in een versleten afdichting weliswaar verminderen, maar lost het probleem daarmee niet op; bij sommige moderne afdichtingsmaterialen kan het de slijtage zelfs versnellen. Reinigingsmiddelen voor het verversen van de olie hebben een bewezen nut bij motoren met vervuiling: ze vergemakkelijken de afvoer van slib tijdens het aftappen. Een antislijtage behandeling op basis van molybdeen of MoS2 kan de wrijving onder specifieke omstandigheden verminderen, maar de doeltreffendheid hangt natuurlijk af van de kwaliteit van het basisproduct en de activeringstemperatuur. Veel problematischer is echter de neiging om producten toe te voegen zonder na te denken over hun chemische interactie. Een moderne motorolie is een uitgebalanceerde formule: de additieven (detergenten, dispergeermiddelen, antioxidanten, antislijtage additieven) zijn op elkaar afgestemd.
Het toevoegen van een extern additief verstoort dit evenwicht dus onvermijdelijk op onvoorspelbare wijze. In het ergste geval kunnen twee onverenigbare samenstellingen chemische reac-
ties veroorzaken, teerafzettingen vormen of de doeltreffendheid van het volledige smeermiddel verminderen. Motorolie is duidelijk geen cocktail die men kan verbeteren door ingrediënten toe te voegen.
De roetfilter: de rode lijn die je niet mag overschrijden
Het toevoegen van een aftermarket-additief aan een olie die al is samengesteld voor een motor met roetfilter, is bovendien een risico dat veel monteurs onderschatten. Oliën die voor deze motoren zijn ontworpen (en door de fabrikanten zijn geclassificeerd als ACEA C1, C2, C3 of C4) worden namelijk aangeduid als Low of Mid SAPS (voor Sulfated Ash, Phosphorus and Sulphur). Concreet betekent dit dat ze bewust weinig gesulfateerde as, fosfor en zwavel bevatten. Deze elementen zijn uitstekende mechanische beschermers, maar ze hebben ook een groot nadeel: bij de verbranding produceren ze vaste resten die het filter niet kan verbranden. En wanneer er te veel SAPS is, raakt het filter voortijdig verstopt. Een standaard aftermarket-additief – zoals een viscositeitsverhoger of een klassieke antislijtagebehandeling – is vaak rijk aan dezezelfde componenten. Toegevoegd aan een goedgekeurde Low SAPSolie verstoort het de balans van de samenstelling. En een voortijdig verstopt filter betekent een reparatie waarvan de kosten regelmatig meer dan 1.500 euro bedragen. En als de klant zes maanden na zijn olieverversing met dit probleem terugkomt, zal de door de fabrikant of de verze-
keraar aangestelde expert een heel eenvoudige vraag stellen: wat staat er op de bestelbon van de laatste olieverversing?
De fabrikanten: een ondubbelzinnig standpunt De overgrote meerderheid van de Europese fabrikanten verbiedt expliciet het gebruik van externe additieven in hun onderhoudshandleidingen. Volkswagen, Stellantis, Renault, BMW, Mercedes: ze geven allemaal een soortgelijke waarschuwing. Bij motorschade is dit het eerste document dat een door de fabrikant of verzekeraar aangestelde technische expert zal raadplegen. Als een klant wiens auto nog onder de garantie valt, met een flesje komt en vraagt om dit bij de oliewissel in de motor te gieten, neemt men als garagehouder die dit doet zonder iets op papier te zetten een heel groot risico. Eén motorstoring later (zelfs als er geen direct verband is met het additief) is genoeg om de situatie ingewikkeld te maken.
De juiste reflexen
Voor veel garagehouders is de natuurlijke reflex om toe te geven om de klant niet voor het hoofd te stoten. Maar dat is de weg die de meeste risico’s met zich meebrengt. De juiste werkwijze kan in drie stappen worden onderverdeeld.
Allereerst moet de klant duidelijk worden geïnformeerd over de risico’s: mogelijke onverenigbaarheid met de samenstelling van de olie, het risico voor het roetfilter en de mogelijke gevolgen voor de fabrieksgarantie. Dit gesprek moet kort en zakelijk zijn, maar het moet wel plaatsvinden.



Als de klant bij zijn verzoek blijft, moet op de bestelbon schriftelijk worden vastgelegd dat het product op zijn uitdrukkelijk verzoek en onder zijn verantwoordelijkheid is toegevoegd, met de exacte productreferentie. Zonder deze ondertekende vermelding kan de aansprakelijkheid op de garagist terugvallen. Met deze werkwijze is de situatie voor elke expert oneindig veel duidelijker. Ten slotte bestaat er ook de mogelijkheid om het product te vermelden in de onderhoudshistorie van het voertuig, met de datum en het nummer van de bestelbon.
Documentatie en verzekering: een echte vangnet?
Het bijhouden van een digitaal register van alle producten die bij elke interventie worden gebruikt (olie, additieven en hun exacte referentienummers) is eveneens een goede werkwijze. Het bewijst dat de vakman de aanbevelingen van de fabrikant heeft opgevolgd en dat hij niet op eigen initiatief niet-goedgekeurde producten heeft toegevoegd. Maar dit register biedt op zichzelf geen volledige bescherming: in geval van een schadegeval bepaalt de technische expertise de oorzaak. Het register is een eerste verdedigingslinie die zeker nodig is, maar niet voldoende. De verzekeringsdekking blijft dan
ook de andere pijler. In België dekt de bedrijfsaansprakelijkheid de schade die tijdens de werkzaamheden wordt veroorzaakt. Het is de aansprakelijkheid na de werkzaamheden die de schade dekt die zich voordoet na de aflevering van het voertuig, dus precies het scenario waarbij een motor twee weken na een oliewissel defect raakt. Veel garages hebben de eerste zonder de tweede. Of ze hebben die wel, maar met weinig bekende uitsluitingen. Dit is een punt dat u met uw makelaar moet controleren voordat er een geschil ontstaat. Maar de echte vraag waarover de fabrikanten nog geen uitspraak hebben gedaan, is die van de additieven die zij zelf in bepaalde omstandigheden aanbevelen. Dit is het geval bij Stellantis met zijn specifieke behandelingen voor PureTech-motoren. Op dit moment is de grens tussen verboden en voorgeschreven additieven echter te vaag. Dit plaatst onafhankelijke professionals in een regelgevend grijs gebied dat verduidelijking verdient.
Directe injectie waarom
de motorolie twee keer
zo hard moet werken
TSI, PureTech, TCe, EcoBoost, TwinPower: vrijwel alle benzinemotoren die tegenwoordig in garages worden onderhouden, werken met directe injectie. Deze technologische verandering heeft directe gevolgen voor het gedrag van de motorolie. En fouten bij het onderhoud kunnen duur uitvallen.
In Europa heeft directe benzine-injectie zich vanaf het midden van de jaren 2000 geleidelijk doorgezet en is deze vanaf 2012-2015 vrijwel standaard geworden bij benzinemotoren. Concreet betekent dit dat het overgrote deel van de benzinevoertuigen jonger dan vijftien jaar die een Belgische garage binnenrijden, hiermee te maken heeft. Volkswagen met zijn TSI, Stellantis met de PureTech, Renault met de TCe, Ford met de EcoBoost, BMW met de TwinPower: al deze motoren werken volgens hetzelfde principe van brandstofinjectie onder hoge druk rechtstreeks in de verbrandingskamer, in plaats van in het inlaatkanaal. Dit principe verbetert het thermisch rendement en verlaagt het verbruik. Het creëert ook bedrijfsomstandigheden die bij multipoint-injectie niet voorkwamen en die de olie op een andere manier moet opvangen.
Kleppen en LSPI: wat de olie verergert of voorkomt Directe injectie heeft ervoor gezorgd dat de inlaatkleppen niet meer continu door brandstof worden gespoeld. Wat vaak wordt onderschat, is de rol van de olie in de snelheid waarmee deze kleppen vervolgens vervuilen. De oliedampen die door het ventilatiesysteem van het carter circuleren, zetten zich daar namelijk voortdurend af. Een verslechterde olie, die te veel residuen bevat of niet geschikt is voor de motor, versnelt dit proces aanzienlijk. De keuze van het smeermiddel en het naleven van de verversingsintervallen hebben dus een directe invloed op de snelheid waarmee vervuiling optreedt en op de daaruit voortvloeiende reinigingskosten.
LSPI (Low Speed Pre-Ignition of voorontsteking bij lage toerentallen) is een ander bekend verschijnsel bij motoren die zijn uitgerust met kleine turbo’s met hoge druk. Wat minder bekend is, is dat de olie hier vaak de directe oorzaak van is: druppeltjes smeermiddel of afzettingen die in de verbrandingskamer terechtkomen, zijn voldoende om het mengsel vóór de vonk op ongecontroleerde wijze te doen ontbranden. De gevolgen kunnen zelfs leiden tot de vernietiging van de zuiger of de drijfstang. Oliën die voldoen aan de normen ILSAC GF-6 of ACEA C5 bevatten samenstellingen die specifiek zijn ontworpen om dit risico te verminderen. Dit is niet het geval bij standaardoliën. Het verschil in samenstelling tussen beide is geen detail: het is het verschil tussen een motor die het volhoudt en een motor die kapotgaat.



Plug-in hybrides: het meest lastige geval
Plug-in-hybride voertuigen voegen een extra laag complexiteit toe die vaak wordt onderschat. Hun verbrandingsmotor werkt met tussenpozen: hij stopt zodra de accu het overneemt, start vaak koud op en draait soms korte periodes zonder ooit zijn optimale bedrijfstemperatuur te bereiken. Dit gebruiksprofiel is bijzonder belastend voor de olie, ongeacht het aantal gereden kilometers. De verdunning van de olie door benzine is het meest concrete probleem: bij een motor die niet vaak op temperatuur komt, verdampt de benzine die tijdens de injecties in het carter sijpelt niet. Deze blijft in de olie achter, vermindert de viscositeit en tast de smerende eigenschappen aan. Metingen bij grote vloten van PHEV-voertuigen in intensief stadsverkeer hebben verdunningspercentages van meer dan 5% aangetoond, een drempel waarboven de bescherming van de motor

ernstig in het gedrang komt, ongeacht de kwaliteit van de originele olie. In de praktijk kan de klant die voornamelijk elektrisch rijdt met korte ritten deze drempel bereiken lang voordat de op het dashboard aangegeven verversingstermijn is verstreken. Het interval van de fabrikant is berekend voor gemengd gebruik, maar niet voor tien kilometer per dag in thermische modus. De fabrikanten adviseren doorgaans kortere verversingsintervallen voor deze wagens, maar deze informatie wordt niet altijd consequent doorgegeven. De monteur speelt hierin een belangrijke rol en moet uitleggen waarom een PHEV die voornamelijk in de elektrische modus wordt gebruikt, met korte ritten, niet op dezelfde manier kan worden behandeld als een klassieke auto met verbrandingsmotor. De klant blijft vrij in zijn keuzes, maar hij moet deze wel met kennis van zaken maken. Want als er een motorschade optreedt na een te late oliewissel, zal onvermijdelijk de vraag rijzen wie wie heeft geïnformeerd.



Waar men kan op anticiperen
Wat de monteur kan vaststellen
Verschillende signalen in de werkplaats moeten in verband worden gebracht met het gebruiksprofiel van het voertuig en de kwaliteit van de olie. Olie die bij een motor met directe injectie tussen twee verversingen door
zeer snel zwart wordt, is niet per se een teken van een storing. Het is zelfs vaak een teken dat de olie zijn reinigende werk doet. Daarentegen is olie die naar benzine ruikt of waarvan het peil tussen twee controles abnormaal stijgt, een aanwijzing voor verdunning. Verstopping van de kleppen is helaas niet aan de olie te zien, maar alleen met een endoscoop tijdens een inspectie of door schokken bij koude start en een hoger verbruik. Motorreiniger die vóór de oliewissel wordt toegevoegd, kan afzettingen bij licht vervuilde motoren beperken, maar vervangt nooit een mechanische reiniging in vergevorderde gevallen.
De eerste concrete stap is het systematisch vaststellen van het gebruiksprofiel bij de ontvangst van het voertuig. Een PHEV die voornamelijk elektrisch rijdt met korte ritten verdient een frequentere oliewissel dan wat het onderhoudsboekje aanbeveelt, ongeacht de onderhoudsindicator. Dit is een feitelijk argument, geen commercieel argument, en de meeste klanten begrijpen dit wanneer het goed wordt uitgelegd. Voor een onafhankelijke garage is het ook een kans om klantloyaliteit op te bouwen op basis van vertrouwen.
Ten tweede: vertrouw bij motoren met directe injectie nooit alleen op de viscositeit die op de verpakking staat vermeld. Met de zoekfuncties van de grote leveranciers kunt u binnen enkele seconden de goedgekeurde olie per merk en motorisatie vinden. Bij deze motoren geldt meer dan bij welke andere ook dat de juiste verpakking degene is met het juiste referentienummer van de fabrikant.
Geen directe injectie
Directe injectie

Q8Oils
Duurzaamheid en kwaliteit
zijn onlosmakelijk vervlochten
Info Garage bezocht Q8Oils, producent van smeermiddelen en vetten, gesitueerd op een opmerkelijke locatie ten zuiden van Antwerpen. Petroleum Zuid opende in 1891. Q8Oils is er vandaag zowat het enige overblijvende bedrijf in de petrochemische sector. Ondanks de status van industrieel erfgoed gonst het op de site van onderzoek en innovatie.
In 2016 werd een totaal- en ingrijpende renovatie, van de 43.500m² grote site afgerond. Verleden jaar verrees een gloednieuw kantoor, research- en labogebouw. Productontwikkeling staat centraal bij Q8Oils, dat net geen 200 medewerkers in 2 shiften tewerkstelt en dit jaar zijn 40e verjaardag viert in België. “Q8Oils investeert toenemend, waar anderen op de rem gaan staan” opent Joris van der List, Technology Manager. “Het labo in Antwerpen speelt daarin een sleutelrol. R&D is de onmisbare basis voor innovatie”. Met trots wordt gesteld dat alle R&D activiteiten in eigen huis zijn ondergebracht, een unicum, want anderen nemen vaak hun toevlucht tot outsourcen. “Dat maakt dat we maximaal kunnen inspelen op de veranderingen in de markt” vervolgt Joris Segers, Sales Account Manager België & Nederland. “We merken geen daling van het volume, maar wel verschuivingen, zoals een toenemende vraag naar smeermiddelen voor heavy duty toepassingen, ook deze met waterstofaandrijving”.



Het verschil maken
“We spelen in op de complexiteit van de goedkeuringen en fabrikantenspecificaties” duidt Joris van der List. “Want ondanks dat een product voldoet aan de fabrikantenspecificaties, kunnen er - zelfs grote - meetbare verschillen voorkomen. De consument ziet dat helaas niet in één oogopslag en heeft niet echt een houvast”. Q8Oils claimt 8 à 9% marktaandeel voor smeermiddelen en wil zowel met productkwaliteit als ondersteuning het verschil maken.
“De Europese wetgeving verstrengt voortdurend naar veiligheid; te verstaan als het weren van bepaalde stoffen in de productsamenstellingen” geeft Joris van der List aan. “De eisen worden steeds verder aangescherpt en dit komt bovenop de milieuwetgeving rond chemicaliën en de bepalingen rond het einde van de levenscyclus van elk product. De producent/leverancier draagt hierin een verregaande verantwoordelijkheid van A tot Z”.


Duurzaamheid die er echt toe doet
“Smeermiddelen kunnen een belangrijke rol spelen in de duurzaamheidsuitdagingen” benadrukt Joris van der List. “Ze zijn onzichtbaar, maar wel overal aanwezig. Hun primaire functie is smeren, maar daarnaast ook frictie verlagen. Daar ligt een onderschat potentieel”. Frictie - diverse wrijvingen in de motor, transmissie, overbrenging…veroorzaken energieverlies, wat zich vertaalt in een oplopend brandstofverbruik. In de transportsector zouden die verliezen oplopen tot 30%! Joris van der List: “Door innovatie in de smeermiddelenontwikkeling verlagen we de frictie. In specifieke toepassingen zien we een vermindering met 40 à 45% als realistisch, wat een enorme impact zal hebben op het totale energieverbruik. Wereldwijd is een daling met zowat 3100 megaton CO2 mogelijk, of het equivalent van de totale Europese uitstoot”.
Joris Segers sluit aan: “Smeermiddelen zijn zeer belangrijk voor het behalen van de Green Deal inzake het terugdringen van de CO2-voetafdruk. Het gaat dan zowel om CO2-emissie bij de productie – de footprint – als CO2-uitstoot tijdens het gebruik – de handprint”. Daarnaast is het verlengen van de standtijd een bijdrage tot meer duurzaamheid. Uiteraard is een langere gebruiksduur slechts mogelijk met gelijkblijvende smeerkwaliteit, wat hoogkwalitatieve producten vereist. “De standtijd is door de jaren enorm toegenomen” geeft Joris Segers aan. “Dat heeft niet alleen belang voor het verlengen van de levensduur, maar vermindert eveneens het risico op schade bij langere stilstand van machines”.
Aan de juiste
knoppen draaien…
Voor het bereiken van meer duurzaamheid zijn er diverse mogelijkheden, die al dan niet los of in combinatie met elkaar kunnen worden bespeeld. Het verlagen van de footprint slaat op minder energieverbruik voor productie en het optimaliseren van de logistiek. Het verlagen van de handprint slaat op minder energieverbruik tijdens het verbruik, wat in hoofdzaak het terugdringen van frictie betekent. “Betere duurzaamheidsprestaties zijn onlosmakelijk verbonden aan kwalitatief betere producten” stelt Joris van der List. “Maar let op: er is veel meer verbetering mogelijk met het verbeteren van
de handprint dan met ingrepen op de footprint!”. Q8Oils vermeldde wereldwijd als eerste de PCF-waarden (Product Carbon Footprint) op haar producten. Vandaag wordt al heel intens aan CO2-engineering gedaan met OEM’s. Door in een vroeg stadium samen te werken boekt men sneller en betere resultaten in verduurzaming. “Het produceren van producten van hogere kwaliteit gaat veelal gepaard met een hogere footprint” licht Joris van der List toe. “Maar daar staat tegenover dat zo’n product een enorme verbetering van de handprint en dus een daling van de emissies,tot 64%, mogelijk maakt”.


Bij de productie van specifiek Q8 Formula automotive motorolie veroorzaken grondstoffen, logistiek en het productieproces samen 1,17 kg CO2-eq per kilogram. Zetten we dit om naar CO2-uitstoot per kilometer, de reele uitstoot tijdens de gebruiksfase, dan komt dit neer op een waarde van 1,75 × 10¯⁴ kg CO2eq per kilometer. In vergelijking met andere producten is een verlaging van 23% CO2-emissie door deze olie haalbaar. Sterker
nog, de als gevolg gerealiseerde brandstofbesparing is ook nog eens goed voor 95% uitstootdaling ten opzichte van de extra emissies met het referentieproduct, als gevolg van vermeden brandstofemissies. Joris van der List: “De bepaling van de footprint is nu gestandaardiseerd en Europa neemt daarin het voortouw. Helaas is dat niet het geval voor de handprint; binnen de industrie wordt nog gewerkt aan de ontwikkeling van een geschikte methode.” -

We want to make you Shine!

Qualitycarrosserie is dé carrosserieformule voor alle carrosserieherstellingen aan elk soort of type auto. Onze leden genieten van een professionele uitstraling, en voldoen steeds aan verschillende kwaliteitsnormen om de best mogelijke service te kunnen aanbieden aan de klant. Daarbij biedt Qualitycarrosserie zowel marketing als technische ondersteuning, en kunnen de leden genieten van commerciële voordeeltarieven van het landelijke netwerk.
Meer weten over Qualitycarrosserie of direct gebruik maken van de voordelen? Neem dan nu contact op!
Contacteer uw conceptmanager Vincent de Clerck vincent.declerck@lkqbelgium.be www.qualitycarrosserie.be
















WORD LID
OF VRAAG MEER INFORMATIE

Klaar voor morgen
Q8Oils beschouwt gerecycleerde olie als haalbaar en maakt daar ook gebruik van. “Vandaag wordt 60% van de olie al ingezameld in Europa, waarvan 80% beschikbaar komt als gerecycleerde olie” weet Joris Segers. “De kwaliteit daarvan is de voorbije 10 jaar fel verbeterd. We gebruiken ze dan ook in bijmenging, maar nog niet in onze producten die aan OEM-specificaties voldoen”. Elektrische voertuigen hebben vetten, smeer- en koelmiddelen nodig. Er ligt een geheel nieuwe markt open voor vloeistoffen die elektrisch niet-geleidend zijn. Ook hier draait de R&D bij Q8Oils op volle toeren. Product alleen volstaat vandaag niet meer; sterke marketingondersteuning is minstens even essentieel. Kristel Nicolaij, Trade Marketing Coördinator bij Q8Oils:“Onze distributeurs zijn onze partners en spelen een sleutelrol in het succesvol in de markt zetten van onze producten. Zij vormen bovendien het eerste aanspreekpunt voor de eindgebruikers. Daarom investeren we in hun opleiding en ondersteunen we hen bij het positioneren van onze producten ten opzichte van de concurrentie.
Tot 1986 was ‘Gulf’ vooral de algemeen bekende naam van de tankstations. Daarna werden de activiteiten overgenomen en geleidelijk ondergebracht onder de naam Q8, die sindsdien als uithangbord wordt gebruikt. De basis van het bedrijf is Kuwait Petroleum International, de internationale koepel, waarvan de staat Kuwait 100% aandeelhouder is. Q8 is goed voor 418.000 vaten per dag en stelt iets meer dan 2.500 mensen tewerk. Onder de Q8-koepel bevinden zich:
• Q8Oils, producent van smeermiddelen en vetten, heeft in Antwerpen zijn grootste Europese vestiging, naast een site in Castellar Guidobono in het noorden van Italië. Het bedrijf is wereldwijd actief in 90 landen en beschikt daarnaast over licentieovereenkomsten in onder meer Zuid-Afrika, de VS, Brazilië, Dubai en China.
• Q8Retail, de tankstations, veelal in eigen beheer en gekenmerkt door een convenience klantenbenadering in samenwerking met partners als Delhaize shop&go, Panos en Starbucks.
• Q8Truck, een toonaangevend netwerk van 1.100+ gespecialiseerde truckstations, 24/7 beschikbaar in 27 Europese landen.
• Q8Electric, waarin fors wordt geïnvesteerd, heeft de ambitie om tegen 2030 een 500+ laadstations in de Benelux te exploiteren. Het betreft zowel locaties die volledig gericht zijn op elektrisch laden als tankstations met laadinfrastructuur. Het bedrijf werd bovendien genomineerd voor een Trends Gazellen-award als snelgroeiende onderneming.
Op lokaal niveau bouwen we samen met onze distributiepartners aan de zichtbaarheid van het merk en ondersteunen we hun initiatieven. Dit vullen we aan met internationale B2B-campagnes. In onze B2B-communicatie leggen we een duidelijke focus op de diepgaande expertise en innovatie die binnen onze organisatie aanwezig zijn, en positioneren we ons nadrukkelijk als een sterke en betrouwbare kennispartner waarbij de klant centraal staat”.
“R&D is cruciaal voor elke productontwikkeling” besluit Joris van der List kort en krachtig ons bezoek. “De uitdaging zit erin alle aspecten van elk product samen te maximaliseren”.


• Blending Plant Antwerpen
• Capaciteit (max.): 250 miljoen liter/jaar
• Uitlevering 60% verpakt en 40% bulk
• Automatische invoer en dosering van basisolie en additieven voor aanmaak productassortiment
• Gemiddelde tijd voor blenden: 45’
• Gemiddelde samenstelling product: 80% basisolie en 20% additieven
• Voorraad basisolie: 24 silo’s à 1,5 miljoen liter
• Opslag- en dagtanks voor standaard productassortiment en maatwerk
• Productcategorieën automotive: motorolie, smeermiddelen, olie voor remmen en stuurinrichting, vetten, koelvloeistoffen en antivries, versnellingsbakolie, hydraulische oliën, dieselolie voor heavy duty toepassingen.


















GESCHIKT VOOR ALLE
E-voertuigen, plug-in hybrides, verbrandingsmotoren, klassieke auto's, campers

Verolub
Van olie tot expertise: de rol van de smeermiddelenleverancier verandert
Waar smeermiddelenleveranciers vroeger vooral werden beoordeeld op prijs en beschikbaarheid, ligt de lat vandaag een stuk hoger. De moderne werkplaats verwacht ondersteuning, advies en vooral: technische zekerheid. Want met de toenemende complexiteit van voertuigen wordt de keuze en toepassing van smeermiddelen allesbehalve evident. Die evolutie dwingt leveranciers om hun rol te herdenken, kennis wordt meer dan ooit primordiaal. Info Garage ging aankloppen bij Verolub, erkend verdeler van Castrol, hoe zij deze ontwikkeling ervaren en hoe ze er op inspelen.
Minder marge voor fouten in de werkplaats
Motoren worden kleiner, thermisch zwaarder belast en uitgerust met nabehandelingssystemen die gevoelig zijn voor de kleinste afwijkingen. Tegelijkertijd zorgen verlengde onderhoudsintervallen en specifieke OEM-voorschriften ervoor dat één verkeerde oliekeuze al snel grote gevolgen kan hebben. Voor de werkplaats betekent dit dat “even een olie kiezen” niet langer volstaat. De juiste specificatie, viscositeit en toepassing moeten perfect kloppen — niet alleen technisch, maar ook met het oog op garantie en klantentevredenheid. Daarbij groeit de nood aan betrouwbare ondersteuning. Niet alleen in uitzonderlijke gevallen, maar als structureel onderdeel van de dagelijkse werking. Wij als Verolub spelen hier nadrukkelijk op in en zien ons als kennispartner die de werkplaats kan bijstaan.

Technische ondersteuning als meerwaarde
Volgens Verolub zit precies daar de kern van hun rol vandaag. Werkplaatsen hebben nood aan een aanspreekpunt dat verder gaat dan productlevering alleen.
“We merken dat garages steeds vaker met concrete technische vragen zitten. Het gaat allang niet meer alleen over ‘welke olie moet erin’, maar over het totaalplaatje: specificaties, toepassingen en risico’s.
Onze rol is om daar duidelijkheid en zekerheid in te brengen, zodat technici met vertrouwen kunnen werken.”
Dat vertaalt zich concreet in ondersteuning bij:
• het correct selecteren van smeermiddelen per voertuig
• interpretatie van OEM-specificaties
• advies bij specifieke technische vraagstukken
• optimalisatie van voorraad en gebruik in de werkplaats
Door die ondersteuning te integreren in de dagelijkse praktijk, kunnen garages niet alleen fouten vermijden, maar ook efficiënter werken.

Van leverancier naar opleider
Naast directe ondersteuning investeert Verolub ook in kennisoverdracht. Technici krijgen immers steeds vaker te maken met nieuwe technologieën, terwijl de tijd om zich daarin te verdiepen beperkt is. Opleidingen en technische sessies spelen daarop in. Daarbij ligt de nadruk op herkenbare situaties uit de werkplaats: welke olie gebruik je bij hybride voertuigen? Wat met lage viscositeiten en slijtage?
Hoe ga je om met tegenstrijdige informatie uit verschillende bronnen?
“Kennis delen is vandaag minstens even belangrijk als leveren. Hoe beter een technicus begrijpt waarom hij een bepaald product gebruikt, hoe kleiner de kans op fouten en hoe groter de meerwaarde richting de klant.”
Door kennis praktisch en toepasbaar te maken, helpt Verolub technici om sneller en met meer zekerheid beslissingen te nemen.
Sparringpartner voor de werkplaats
Opvallend is dat de rol van Verolub steeds vaker verder reikt dan puur technische vragen. Werkplaatsen betrekken hen ook bij bredere vraagstukken, zoals procesoptimalisatie of het vermijden van faalkosten.
Die evolutie naar sparringpartner is geen toeval. In een sector waar efficiëntie en first-time-fix steeds belangrijker worden, is externe expertise een hefboom om competitief te blijven.
Voorbereid op de toekomst
Met de verdere elektrificatie en de opkomst van nieuwe aandrijftechnieken zal het landschap opnieuw veranderen. Ook daar blijven smeermiddelen — zij het in andere toepassingen — een belangrijke rol spelen. Voor werkplaatsen betekent dit dat de behoefte aan actuele kennis alleen maar zal toenemen.
Meer dan een bidon olie
De conclusie is duidelijk voor Verolub: de smeermiddelenleverancier van vandaag levert niet alleen producten, maar ook zekerheid. “We willen dat klanten ons zien als een verlengstuk van hun werkplaats. Als iemand die meedenkt, ondersteunt en helpt om problemen te voorkomen in plaats van ze achteraf op te lossen.” Door in te zetten op technische ondersteuning, opleiding en begeleiding positioneren we ons als een partner die meedenkt en meegroeit met de werkplaats. En juist dit maakt het verschil in een sector waar de foutenmarge steeds kleiner wordt.
Continental Contidrom
Banden verdienen beter

Er wordt – gelukkig maar – nog steeds veel gesproken over auto’s, maar in die gesprekken komen banden haast nooit aan bod. Zeer onterecht, want banden zijn een essentieel veiligheidsonderdeel, nog voor welke andere veiligheidsuitrusting als ABS, ESP, ADAS, enz. kan ingrijpen. De juiste banden maken overigens rijhulpsystemen nog efficiënter. Dat banden echt meer aandacht verdienen, was het centrale thema voor een bezoek aan de Contidrom van Continental.
Contidrom
Continental produceert banden voor zowat alles waar wielen onder zitten en dat sinds 1871. De hoofdzetel is nog steeds gevestigd waar het begon – Hannover (D) – en een 50km noordelijker, in Jeversen (D), opende in 1967 de ‘Contidrom’, het grootste R&D centrum voor Continental in Europa. In totaal beschikt Continental wereldwijd over 16 R&D sites.
Philipp Must, Head of Technical Customer Interface Management, gaf een korte introductie in de ‘bandenwetenschap’: “Bij de ontwikkeling van banden zijn er een aantal parameters waarop we kunnen werken. Maar elke parameter beïnvloedt één of meer andere parameters, zodat één parameter tot het uiterste optimaliseren onvermijdelijk andere parameters ongunstig zal beïnvloeden. Elke band is het resultaat van variabelen en in die zin een compromis tussen alle parameters, maar kan aldus wel maximaal inspelen op bepaalde verwachtingen als bv. comfort, zuinigheid, levensduur…”.
Bepalende parameters:
• Geluidsproductie
• Rolweerstand
• Gedrag op droog wegdek
• Remmen op nat wegdek
• Levensduur, aantal kilometers
• Comfort
• Aquaplaning
Moderne banden bestaan uit vele componenten die elk ook de uiteindelijke prestaties beïnvloeden.
Op het loopvlak bekeken (van boven naar onder):
• Het profielpatroon of eigenlijke loopvlak
• Het onderloopvlak of de ‘kap’
• De gordellaag
• De karkaslaag
• De binnenvoering
Op de flank bekeken (van voor naar achter)
• De zijflank, waarop ook de bandeninformatie is aangebracht
• De versteviging van de kraal of het hielvulstuk
• Het topprofiel
• De kraalkern of hieldraadbundel
Voor de productie van banden worden diverse materialen toegepast:
• Rubber – 39% aandeel, waarvan 17% natuurlijk rubber en 22% synthetisch rubber
• Vulstoffen - 29% aandeel, waarvan 16% koolstof en 13% silica
• Versterking - 18% aandeel, waarvan 13% staal en 5% textiel
• Weekmakers - 5% aandeel, waaronder oliën en harsen
• Diversen – 9% aandeel
De eigenschappen en functionaliteit van banden worden als volgt waargemaakt:

• De constructie van de band is bepalend voor de belastbaarheid (gewicht), max. toegelaten snelheid (Vmax), het rijcomfort
• De materiaalsamenstelling is bepalend voor de rolweerstand, het remgedrag en de ‘handling’ (weggedrag)
• Het loopvlakpatroon is bepalend voor het gedrag bij aquaplaning, remmen op nat wegdek, rijden op sneeuw en ijs
EV driving
Elektrische voertuigen stellen nieuwe, extra uitdagingen voor de R&D van banden: hun hoger gewicht stelt hogere eisen aan de belastbaarheid en duurzaamheid (levensduur), terwijl de rijeigenschappen met elkaar in evenwicht moeten blijven.
Geluidsmeting
Voor de gestandaardiseerde NVH-analyses (Noise, Vibration, Harshness) en de en EU-bandengeluidslabelingstests, is een specifieke afgesloten testzone aangelegd. Twee parallel verlopende rijstroken met op het einde een keerlus zijn centraal voorzien van een meetzone waar microfoons naast de rijweg worden opgesteld. Hier zijn realistische akoestische beoordelingen op verschillende wegdekoppervlakken (glad en ruw asfalt, beton) mogelijk, representatief voor diverse Europese wegen. Continental doet zowel metingen in het wageninterieur als buiten. Microfoons worden in de auto geplaatst voor het opmeten van rol- en rijgeluiden. Bij metingen buiten wordt de motor uitgezet voor de auto de meetzone binnenrijdt, zodat enkel rolgeluiden van de banden worden gemeten. Opvallend is dat de tekening van het loopvlakprofiel veel uitmaakt voor de geluidsproductie, zowel geluidssterkte (dB) alsook frequentie. We stelden vast dat geluid heel hinderlijk kan zijn ondanks matige dB-meetwaarden. De verdeling van zijdelingse groefjes in de profieltekening, hun richting en lengte, geeft ontwikkelaars speelruimte om te experimenteren en de band de gewenste ‘stilte’ en geluidscomfort aan te meten.


Wetenschappelijk pretpark
De ‘Automated Indoor Braking Analyzer’ (AIBA) werd in 2012 in gebruik genomen. Het is een absoluut unicum en een bijzonder waardevolle tool voor Continental. Voor de bouw werd beroep gedaan op een gespecialiseerd bedrijf voor pretparkattracties… Doodserieus en ‘fun’ versterken elkaar hier op uitzonderlijke wijze. Met AIBA zijn nauwkeurig reproduceerbare testsessies op verschillende wegdekken –droog en nat – mogelijk onder laboratoriumomstandigheden.
De afgesloten hal – 350 x 30mis uitgerust met klimatisatietechniek (10 tot 25°C), waardoor men het gewenste weer ‘op maat’ kan nabootsen. Automatisch uitwisselbare ‘cassettes’ met diverse types wegoppervlakken faciliteren de remtesten op verschillende ondergrond. De infrastructuur wordt dagelijks in twee shiften benut tussen 06 en 22.00u.


Continental koopt de testwagens ‘ad-random’ aan, als representatief staal voor het actuele wagenpark. Ze worden ter plaatse omgebouwd voor de metingen. In het interieur wordt heel wat meetapparatuur verankerd, maar ook een gerobotiseerde ‘remvoet’, die garant staat voor een steeds gelijke druk op het rempedaal met 800Nm. De testsessies worden volledig automatisch afgehandeld. De wagens zijn mechanisch omgebouwd om ze in amper 3,5s op snelheid te katapulteren. Voor droog wegdek is dat 115km/u en 85km/u voor nat wegdek. De m.b.v. laterale rails geleide testauto’s worden autonoom versneld en weer afgeremd tot 0km/u via
een elektromagnetische lineaire aandrijving. Naast de grote hal die volautomatisch functioneert is er een wat kleinere ‘ijshal’. Hier heerst voortdurend vriestemperatuur (-1 tot -10°C) om metingen op bevroren, glad wegdek uit te voeren. Het wegdek wordt 2x/dag opnieuw geprepareerd, vergelijkbaar met de behandeling voor schaatspistes. Een testrijder neemt het stuur van een elektrische wagen, omdat bij een verbrandingsmotor de uitlaatgassen het bevroren wegdek zouden ontdooien. De testauto wordt aan beide zijden geleid, zodat ook metingen met schuin gedraaide stuurwielen mogelijk zijn, zonder dat de auto kan wegslippen.
Nattigheid en verbazing
We werden naar het ‘wet handling’ circuit gebracht waar ons een rare confrontatie met zeer uiteenlopende voertuigen opwachtte: een knappe ultra sportieve Audi RS3 Sportback en een VW Caddy met… dieselmotor. De eerste – 400 pk en 500Nm machtig – schitterde nog steeds met imposante zwarte velgen, maar bij nader toezien bleken daar goedkope zomerbanden op te liggen. Merk ‘Winrun’ - nooit van gehoord - maar blijkbaar de snelst te vinden goedkope zomerband op het internet. De niet zo verleidelijk ogende VW Caddy was door de Continental boys opgetut met Continental PremiumContact 7 banden.
Het vrij korte, 1.8 km, maar best technische circuit werd volautomatisch onafgebroken natgehouden; geen ‘bakken water’, maar een constante waterfilm over de volledige baanbreedte en lengte van het circuit. Het rijbaanoppervlak is gericht op een lage wrijving.
En dan was het stuur aan ons!
De Audi RS3 Sportback was te verleidelijk om hem nog wat te laten rusten, dus sportstoel goed afstellen, gordel vast en ‘los’. Tenminste in het spoor van de instructeur, en dat bleek al gauw moeilijk genoeg. Zelfs bij het eerste langzame kennismakingsrondje bleek de RS3 met quattro vierwielaandrijving niet meer zo leuk als we hem in ons hoofd hadden geklasseerd.

De Audi RS3 zou zich normaal als één van de snelsten bewijzen op dit circuit, maar gedroeg zich onvoorspelbaar, wazig sturend, twijfelachtig remmend en terughoudend optrekkend door gebrek aan grip. De chrono bevestigde onze gevoelens: 95,5s voor een rondje op goedkope banden; 81s rond op Continental banden. Een verschil van zo’n slordige 14,5s! De VW Caddy op Continental PremiumContact 7 banden, stelde meteen gerust in alle bewegingen, toonde zich goed handelbaar en voelde veilig tot haast ‘speels & sportief’ aan na onze ervaringen met de goedkope banden. En de chrono verbaasde al helemaal: 87,5s, of flink beter dan de ‘onteerde’ RS3.


















Met 2 voeten op de rem
Contidrom

Een volgende stop op het programma was de ‘wet breaking’ testsessie. Het betreft een 500m lange rechte asfaltstrook met 0,5mm waterlaag. Er wachten een paar VW ID.3 met Continental PremiumContact 7 in de maat 215/55 R 18. Op de eerste auto liggen nieuwe banden; op de tweede banden uit dezelfde productieweek, maar waarvan de profieldiepte tot 1,6mm was afgedraaid. De test beoogt enkel de invloed van de profieldiepte aan te tonen, zonder de effecten veroorzaakt door bandenveroudering, wat de resultaten nog slechter zou maken. We nemen het stuur, versnellen tot +/- 85km/u en gaan vol in de remmen bij de twee kegels die voor dat momentum staan opgesteld. De meetapparatuur herrekent de eigenlijke snelheid tot een exacte 80km/u om daaruit de remafstand te berekenen. Dat komt voor onszelf en de meeste collega’s uit rond gemiddeld 26,5m. Bij de wagen met nog 1,6mm resterende profieldiepte liep dat op tot een verontrustende 38,5m. Continental testpiloten lieten 40m optekenen met de nieuwe banden voor een 100 – 0 remproef. Met 1,6mm profieldiepte werd dat 77,5m. Een bijna verdubbeling met mogelijk fatale gevolgen in het dagelijks verkeer.
Geopend in 1967 als specifiek testcentrum voor banden
Locatie: Jeversen (D)
Oppervlakte: 160 hectaren
Aantal medewerkers: +/- 100
Aantal banden getest: 150.000/ jaar
Aantal testsessies: 80.000/jaar
Aantal afgelegde testkilometers: 40 miljoen km/jaar
Wielopslag voor 22.000 velgen
Andere belangrijke Continental R&D centra:
• Arvidsjaur (Zweden) voor wintertests
• Uvalde (Texas - USA) voor zware trucks en off road
• Hefei (China) voor lokale markt
Alle remmen los Als afsluiter van de dag mochten we naar het ‘dry handling circuit’, 3,8km lang en ontworpen voor realistische rij dynamische tests op de grens van de grip, met de nadruk op de subjectieve beoordeling van veiligheidsrelevant gedrag.We werden getrakteerd op een rij veelbelovende speeltjes, waaronder de Audi RS3 Sportback, 400 pk sterk, die we al eens mochten sturen tijdens de ‘wet handling’; een BMW M3 Competition, die ons verraste met een klassieke handmatig te bedienen handrem en 450pk naar de achteras stuurt; een Mercedes-Benz AMG C63 S, met zalige 4.0-liter V8 biturbo, goed voor 510 pk onder de rechtervoet; en tot slot een Hyundai Ioniq 5N, die 650 elektrische pk’s verdeeld over beide assen. Alle wagens waren uitgerust met Continental SportContact 7.
Met een instructeur op kop, die stelselmatig het tempo opdreef, was duidelijk te voelen hoe hard de banden moesten werken en hoe belangrijk ze zijn voor het weggedrag, het rijplezier en de veiligheid. De Audi RS3 Sportback liet zich nu van zijn beste kant zien, overtuigde omgekeerd evenredig met de ontgoocheling die bij achterliet na de test met goedkope banden… En iedereen zijn mening natuurlijk, maar het gemak waarmee de AMG C63 S zijn krachten aan het wegdek sleet, koersvast remde en weer wegschoot, was een onvergetelijke bekroning van onze kennismaking met de Contidrom!









Bosch Garageformules
Twee toekomstgerichte formules met tegelijk een rijk verleden
Met Bosch Car Service heeft Bosch de langst bestaande garageformule in Europa. In de Belux voeren zo’n 140 garages het label en het is meteen de meest verregaande garageformule van Bosch. Als alternatief is er AutoCrew waarvan het netwerk in de Belux ongeveer 70 garages telt. De toekomst van beide formules is verzekerd omdat Bosch voortdurend blijft investeren in onder meer bijkomende opleidingen en een betere toegankelijkheid tot de nieuwe technologieën. Zo wordt alles wat nodig is om aan elektrische voertuigen te werken binnen Bosch zelf ontwikkeld en aangeboden.

In de Belux voeren zo’n 140 garages het label en het is meteen de meest verregaande garageformule van Bosch
De eerste Bosch Service garage werd in 1921 opgestart in het Duitse Hamburg en in 1955 opende het eerste opleidingscentrum zijn deuren in Stuttgart.
Toch duurde het nog tot 1999 eer het label zijn entree maakte in de Benelux.
Als fabrikant van zowel onderdelen als onderhoudstoestellen en diagnose-apparatuur is Bosch enorm goed geplaatst.
Dat Bosch ook een gereputeerde OE-leverancier is en aan de basis ligt van heel wat ontwikkelingen die een toepassing kennen in de
de werkplaats, zonder de zaakvoerder mee te rekenen, 3 techniekers fulltime actief zijn. De werkplaats moet minstens 3 hefbruggen tellen en per jaar moeten verschillende trainingsdagen gevolgd worden. Behalve de trainingen kan het garagebedrijf ook gebruik maken van de technische helpdesk. Het aangesloten garagebedrijf heeft toegang tot de technische informatie ter ondersteuning van onderhoudsen reparatiewerkzaamheden van alle automerken. In de werkplaats wordt gebruik gemaakt van Bosch-apparatuur zoals de KTS en de ESI[tronic] diagnosesoftware.

In de Belux telt het
AutoCrew-netwerk ongeveer 70 aansluitingen
autosector, vergroot enkel maar zijn technische achtergrond, status en marktpositie. Samen met de opleidingen die Bosch van in het begin heeft voorzien ligt dat ongetwijfeld mee aan de basis van het succes van zowel
Bosch Car Service als AutoCrew, de tweede garageformule van Bosch.
Bosch Car Service
Bosch Car Service is de meest verregaande garageformule die Bosch voert. Wil een garage dit label voeren dan moeten in
Bosch Car Service garages hoger in het zoekoverzicht verschijnen. Daarnaast heeft BCS als eerste garagenetwerk een extra Google button ‘Online boeken’ op de Google bedrijfspagina die het maken van een online afspraak voor klanten vergemakkelijkt. In slechts één jaar tijd steeg het aantal online boekingen dankzij deze knop met 25%.
AutoCrew
Met ESI[tronic] beschikt de garage over een systeem dat ook elektrische modellen ondersteunt, waaronder Tesla en de allernieuwste Chinese automerken.
Een Bosch Car Service moet een professionele uitstraling hebben met duidelijk aangegeven werken klantzones. Verder wordt er gepleit voor een verzorgde klantvriendelijke wachtruimte met zitplaatsen en actueel leesmateriaal.
Nog altijd in functie van de klanten moet er voldoende en een goed onderhouden parkeergelegenheid beschikbaar zijn en de mogelijkheid om voertuigen ‘s nachts te laten beveiligen. Om de reputatie van het garagebedrijf te ondersteunen moet de branding duidelijk zichtbaar zijn en op die manier visuele uitstraling garanderen. De maandelijkse fee bedraagt € 448 of € 490 voor de garagebedrijven die ook voor leasingbedrijven werken. Om de online zichtbaarheid van het netwerk te vergroten worden de Google Business pagina’s van de Bosch Car Service -kortweg BCS- garages geoptimaliseerd. Zo worden deelnemende BCS garages gezien als onderdeel van het BCS netwerk op Google. Dit zorgt er op zijn beurt voor dat
voordoet binnen een straal van 100 kilometer van de garage, wordt de auto naar de AutoCrew of Bosch Car Service van de klant gesleept.
Commerciële ondersteuning
Belangrijk voor de garages die één van de garageformules voeren, is uiteraard de ondersteuning zowel commercieel als technisch.
In 2009 nam Bosch AutoCrew over van ZF Trading GmbH. AutoCrew is een toegankelijker label. Een minimum van 2 fulltime techniekers, de zaakvoerder niet meegerekend, en minstens 2 hefbruggen in de werkplaats zijn hier de norm. Voor een AutoCrew garage bedraagt de maandelijkse fee € 248 en € 290 voor garagebedrijven die voor leasingbedrijven werken. Voor AutoCrew garages zijn 4 trainingsdagen voorzien. Net zoals de Bosch Car Service garages moet een AutoCrew-garage in het bezit zijn van een Bosch KTS-diagnosetester of moet het bereid zijn er een aan te schaffen. Per monteur wordt een bedrag overeengekomen voor het gebruik van Bosch-producten. Bosch heeft ook overeenkomsten met leasingbedrijven om klanten naar de garages te loodsen. Ongeacht het label, blijft de garage onafhankelijk. Het ter beschikking stellen van een vervangwagen voor de eindklant is dan ook iets waar elke garage afzonderlijk over beslist.
Sinds begin 2023 kunnen AutoCrew- en Bosch Car Service garages hun klanten één jaar gratis pechhulp aanbieden bij elk onderhoud van minimum € 300. De pechhulp biedt dekking in België en Luxemburg en geldt voor technische problemen, een lekke band, brandstofproblemen, lege batterij, verkeerd tanken of verloren/vergeten sleutels in een afgesloten auto. Als de pech zich
Via remote diagnostics krijgen
Bosch Car Service en AutoCrew toegang tot ondersteuning op afstand door technische specialisten, zodat ook complexe softwarematige ingrepen en coderingen rechtstreeks in de werkplaats kunnen worden uitgevoerd. Op die manier kan een KTS-tester worden aangevuld met de functionaliteit van OEM-apparatuur wanneer dat nodig is.
ner’. Dit programma is bedoeld voor garagebedrijven die gebruik willen maken van de technische ondersteuning en opleidingen van Bosch. In totaal zijn er 8 verschillende trainingsmodules waarop kan worden ingetekend. Na het afronden van een module ontvangt de garage een modulespecialisme-bord voor aan de gevel, waarmee de gevolgde expertise zichtbaar wordt gemaakt.
krijgen tot beveiligde voertuigfuncties. Alle diagnose- en onderhoudswerkzaamheden kunnen dan onbeperkt worden uitgevoerd, zonder een account aan te maken bij de autofabrikanten.
De marketingondersteuning verschilt lichtjes per concept maar in het algemeen kan gesteld worden dat er vooral ingezet wordt op online marketing zoals online advertenties op de Google-platformen en online nieuwswebsites om de doelgroep zo goed mogelijk te bereiken.. Voor Bosch Car Service wordt dit jaar volop ingezet op Google Maps-advertenties zodat het logo van een Bosch Car Service verschijnt wanneer iemand een garage zoekt in de buurt of er voobij rijdt. Dit zorgt voor extra conversies en het vereenvoudigen van het maken van een afspraak. De concepten kunnen ook intekenen op een gepersonaliseerde website die onlangs in een nieuw jasje werd gestoken. De websites hebben een afsprakenplanner en de mogelijkheid om tweedehandsauto’s te tonen. Er is ook een zogenaamde ‘Marketing Toolkit’ waar de garages zelf marketingmaterialen kunnen downloaden of bestellen om lokaal in te zetten. Ook wordt er waar mogelijk ingezet op offline ondersteuning met POS (toonbank) pakketten voor in de garages zelf.
Technische ondersteuning
De technische bijstand kan in twee groepen worden verdeeld. Enerzijds is er de daadwerkelijke technische bijstand met ESI[tronic] dat ook elektrische modellen ondersteunt. Er kan ook ingebeld (helpdesk) worden.
Daarnaast is er een ruim aanbod technische trainingen die in het Bosch-trainingscenter in Brussel gegeven worden door interne technische Bosch-specialisten. Bosch voorziet een EV-opleidingstraject in zes stappen, waarbij technici zich stapsgewijs kunnen verdiepen in hybride en elektrische voertuigen. Van basisinzichten rond veiligheid en opbouw tot doorgedreven diagnose en werken aan hoogspanningscomponenten.
Certificaten zoals HEV 2 en HEV 3 zijn daarbij geen formaliteit, maar een noodzakelijke voorwaarde om bepaalde werkzaamheden te mogen uitvoeren. Na de basisopleidingen kunnen technici zich verder specialiseren, bijvoorbeeld in batterijherstel of het veilig gebruik van specifieke apparatuur..
Daarnaast zijn er ook trainingen over ESI[tronic] 2.0, Sensoren en Actuatoren, ADAS, PassThru per merk, Tesla-trainingen, benzineen dieseltrainingen en een Airco-traject. Bosch moedigt elke monteur ook aan om trainingen die reeds in het verleden werden gevolgd opnieuw te volgen. De opleidingen worden continu aangepast aan nieuwe technologie en regelgeving, zodat de kennis in de werkplaats mee evolueert met de allernieuwste ontwikkelingen en technologieën.
Bosch Workshop Partner
In 2018 lanceerde Bosch het concept ‘Bosch Workshop Part-

De Bosch KTS-diagnosetester en ESI[tronic]-software zijn net zoals voor de andere Bosch-concepten ook voor een Bosch Workshop Partner een onmisbare schakel in de werkplaats. Dankzij de SDA-functie (Secure Diagnostic Access) in de ESI[tronic] 2.0-diagnosesoftware kunnen Bosch KTS-gebruikers moeiteloos moderne voertuigen met een beveiligde diagnosetoegang ontgrendelen en servicen. Op die manier is het niet langer nodig bij de afzonderlijke voertuigfabrikanten te registreren en te betalen voor hun individuele oplossingen. Na een eenmalige aanmelding, en in sommige gevallen online gebruikersidentificatie, ontvangen monteurs een persoonlijke identificatiecode waarmee ze via SDA toegang
Job invulling
Het vinden en behouden van bekwaam personeel is een heikel punt. Om daaraan te verhelpen heeft Bosch voor Bosch Car Service en AutoCrew een vacaturewebsite garagejobs.eu ontwikkeld. Hier kan elke garage makkelijk zelf een openstaande vacature posten of mogelijke kandidaten vinden. De vacatures worden verder verspreid via grote jobportalen om extra zichtbaarheid te creëren.
Er is een ruim aanbod technische trainingen die in het Bosch-trainingscenter in Brussel gegeven worden door interne technische Bosch-specialisten
CARX-Benelux
Garageformules
Nieuwkomer met eigen aanpak
Op vijf jaar tijd hebben Geert Verboven en zijn team een eigen distributienetwerk voor onderdelen, gereedschappen en uitrusting uitgebouwd in de Benelux. Van de 32 aangesloten bedrijven zijn 22 deelnemende grossiers mede-aandeelhouders. Daarmee is onder de noemer van CARX-Benelux een netwerk met een eigen aanpak uitgebouwd. De volgende stappen zijn een verdere uitbreiding van het netwerk, de lancering van CARX-France en de creatie van een nieuwe garageformule CARX-Garage waarbij de aangesloten onafhankelijke garages met klem baas blijven in eigen huis.
Een gat in de markt? Dat kun je zelf creëren door te kiezen voor een originele aanpak die afwijkt van de gangbare manier van doen. Dat blijkt alleszins de visie van Geert Verboven, de inspirator en oprichter van CARX-Benelux. Geert Verboven is niet aan zijn proefstuk toe. Voor hij in 2021 het moedige besluit nam om zijn eigen weg te gaan, was hij actief bij Van Heck-Interpièces dat ondertussen door LKQ Fource is overgenomen. Bedoeling was en is om een eigen distributiemodel te creëren. Na de basis te hebben gelegd voor dat distributiemodel is het nu de bedoeling onder de noemer van CARX-Benelux met de zelfde insteek een garageformule te creëren. De eerste contacten daarvoor zijn gelegd en ondertussen hebben al een aantal garages ingetekend. Op AutoTechnica deed CARX-Benelux op een succesvolle manier zijn publieke outing.

Naar Duits model
Bij de start in 2021 liet Verboven zich inspireren door het Duitse CAR Gmbh (Centraler Autoersatzteile Ring). CAR is een coöperatieve met 76 aandeelhouders. Elk daarvan is een onafhankelijk grossier. Samen vertegenwoordigen ze 305 verkooppunten, beschikken ze over 2 magazijnen en hebben ze drie eigen ‘private labels’. CAR diende niet enkel als inspiratiebron maar speelde ook een actieve rol in het initiatief van Verboven. Als distributeur van onderdelen en uitrusting was CAR zelfs voor 100% eigenaar van het in 2021 nieuw opgerichte CarXma BV. Ondertussen is deze Belgische onderneming zelfstandig geworden maar CAR beschikt nog wel altijd over 51% van de aandelen. Op vijf jaar tijd werd in de Benelux een netwerk van 32 grossiers opgebouwd, 22 van hen zijn aandeelhouder en daarmee mede-eigenaar en vertegenwoordigen 49% van de aandelen. Het netwerk vertegenwoordigt 40 vestigingen. Een beetje verwarrend misschien is dat het nieuw gecreëerde netwerk naar buiten treedt als CARX-Benelux. Met andere woorden CARX-Benelux is de operationele naam en zal ook gebruikt worden voor de volgende stap: een netwerk van zelfstandige multi-merken garages.
Hybride model
Voor de distributie van onderdelen en uitrusting streeft CARX-Benelux naar een zogenaamd ‘hybride model’. Dat vraagt om wat uitleg. Geert Verboven: “Heel wat grossiers zijn afhankelijk van een grote distributeur. Daarmee hebben we het zogenaamde 3-trapsmodel in de distributie. Binnen die structuur hebben grossiers heel wat ondersteuning maar hun zelfstandigheid wordt op termijn bedreigd en het is zeer de vraag of zij zullen blijven passen in de strategie van hun voornaamste leverancier. Net daarom ben ik ervan overtuigd dat er wel nog plaats is voor een onafhankelijke grossier die de mogelijkheid blijft behouden om zelf te groeien. Wel is er voor die onafhankelijken behoefte aan een platform en dat hebben wij in de voorbije drie jaar gecreëerd met CARX-Benelux. Wij hebben naast een centrale database en catalogus, waarin alle mogelijke onderdelen met bijhorende prijs zijn opgenomen, de mogelijkheid om te bestellen via het CARX-portaal. De leveringen gebeuren overwegend door de fabrikant en dan spreken we van een 2-trapsmodel waarbij een distributeur in de klassieke zin van het woord overbodig is. Bij het hybride model dat wij hanteren, wordt dit 2-trapsmodel aangevuld met een 3-trapsmodel waarbij Motor-Parts met twee vestigingen in Nederland en een vestiging in België en Frankrijk, optreedt als distributeur. Het voordeel van deze manier van werken is dat de grossier zijn onafhankelijkheid bewaart, geniet van een gunstige prijs, zeker is van een ruim aanbod en ook medezeggenschap heeft omdat hij mede-aandeelhouder is.”

Garageformule
De toekomst heeft nog meer uitdagingen. In de eerste plaats wil CARX-Benelux zijn netwerk in België en Nederland uitbreiden. Geert Verboven: “Het concrete doel is om van 40 naar een 80-tal vestigingen te gaan.” De ambities blijven trouwens niet beperkt tot de Benelux. Geert Verboven: “ Ook in Frankrijk willen we CARX-France met de partner-leveranciers in een gelijken hybride-model uitbouwen.”
Tot slot is de wil er om CARX-Garage als concept te lanceren. “ De leden krijgen daarbij de nodige tools en ondersteuning aangereikt, en profiteren ook van de groepsafspraken die we bedingen met de leveranciers. Wel kunnen zij vrij blijven ondernemen en bepalen ze zelf hoe ze hun deelname aan het concept precies willen invullen.”
Geert Verboven is de inspirator en oprichter van CARX-Benelux en lanceert een zogenaamd hybride distributiemodel.
Op AutoTechnica deed CARX-Benelux op een succesvolle manier zijn publieke outing.

Covalux
Garageformules
Met Atelier Expert en ConnectMotive
Covalux levert niet enkel onderdelen, gereedschappen en uitrusting voor de werkplaats en carrosseriebedrijven. De Waalse grossist heeft ook twee garageformules gecreëerd. Eén daarvan is Atelier Expert dat 12 jaar geleden werd gelanceerd en ondertussen 32 aangesloten garages telt. Twee jaar geleden is Covalux gestart met ConnectMotive. Voor beide garageformules kunnen nog nieuwe aansluitingen gebeuren.
Covalux, dat deel uitmaakt van de Cofinar Groep, is een Waalse grossist met 13 verkooppunten in het Zuiden van het land. Het garagenetwerk Atelier Expert dat in 2014 werd opgestart door Covalux, telt ondertussen 32 aangesloten garages die allen in Wallonië zijn gevestigd. Nieuwe aansluitingen zijn nog altijd mogelijk om het netwerk verder uit te breiden.
Covalux richt zich volledig tot de professionele klanten in zowel de industrie als de autosector. Voor wat de autosector betreft, is het aanbod groot met wisselstukken van gerenommeerde OE-leveranciers gaande van Bosch tot Brembo en Valeo. Met Drive+ heeft Covalux ook een eigen private label. Het aanbod van Drive+ bestaat vooral uit filters, remonderdelen en wiellagers. Met dit private label, dat gemiddeld tot 20% goedkoper is, kan Covalux inspelen op de noden van de zogenaamde ‘budget’-automobilist. Covalux voorziet ook in gereedschappen van onder meer Facom, Milwaukee, Class, Bossauto en Nilfisk, werkplaatsuitrusting zoals hefbruggen van Ravaglioli en Mahle, laadpalen voor elektrische voertuigen en plug-inhybriden. Covalux kan ook helpen met de installatie van laadsystemen in zowel de garages als ook bij de eindklanten. Daarnaast kunnen ook carrosseriebedrijven terecht bij Covalux. Opmerkelijk is dat Covalux ook onderdelen voor motorfietsen verdeeld.
Atelier Expert
Met de garageformule Atelier Expert zijn twee zaken belangrijk: enerzijds professionalisme bij de aangesloten garages en anderzijds het creëren van een gemoedelijk familiair karakter waarbij teamspirit belangrijk is. ‘Je bent niet alleen’, is dan ook niet toevallig een boutade van het label. Met Atelier Expert wordt in de eerste plaats gezorgd voor een professionele uitstraling naar de buitenwereld toe. Dat gebeurt uiteraard door de aankleding van de garage. Aansluitend wordt commerciële ondersteuning gegeven via een nationale site met de mogelijkheid voor de klanten om 24/24 een reservatie vast te leggen bij de garage van voorkeur. Ook worden de aangesloten garages ondersteund met wisselende commerciële acties waarbij bijvoorbeeld oliën, banden of remmen de topics zijn. Tegelijk zijn er acties gekoppeld aan een winter- en lentenazicht. De acties kunnen gestuurd worden via sociale of lokale media met dan nog eens een ondersteuning op de nationale site. Hoewel een Atelier Expert garage zijn onafhankelijkheid bewaart, wordt uiteraard wel verwacht dat onderdelen, uitrusting en gereedschappen bij Covalux worden gekocht. Er is zelfs een systeem van kortingen en incentives naargelang de omzet van producten die door Covalux worden geleverd.
Ondersteuning
Eén van de voornaamste voordelen voor een aangesloten garage is de technische ondersteuning. Elke Atelier Expert heeft recht op minstens vier opleidingen per jaar. Naast de klassieke thema’s zijn er onderwerpen die meteen aansluiten op de actualiteit en nieuwe technische ontwikkelingen. ADAS-kalibratie en de nieuwe metingen van roetdeeltjes op de technische keuring zijn maar een paar voorbeelden van actuele onderwerpen.
Van elke garage die bij het netwerk is aangesloten, wordt verwacht dat er met een Connect Pro diagnosetoestel wordt gewerkt. Daarmee kan niet enkel aan diagnose worden gedaan maar ook aan codering en is er toegang tot technische gegevens. Door met dat ene toestel te werken is er uniformiteit binnen het netwerk en dat vergemakkelijkt de technische ondersteuning en de trainingen.
Covalux ondersteunt ook bij de mogelijkheid om op een verantwoorde en wettelijke manier afvalolie en andere gebruikte producten te laten ophalen.
Een belangrijk aspect bij de ondersteuning is het helpen bij de verschillende certificeringen zoals onder meer voor SERMI, ‘Duurzaam Repareren’ (Réparer Durablement) en ‘Eco-onderhoud’, een label dat door Traxio wordt uitgereikt. Het label ‘Duurzaam Repareren’ (Réparer Durablement) is steeds meer een vereiste van verzekeringsmaatschappijen en leasingbedrijven.

ConnectMotive
Anderhalf jaar geleden lanceerde Covalux ConnectMotive®, een innovatieve oplossing voor de multimerken service. De recente ontwikkelingen in de automobielsector, gekenmerkt door een daling van het aantal inschrijvingen van nieuwe voertuigen, een stijging van de verkoop van tweedehandsvoertuigen en de opkomst van elektrische en hybride voertuigen, tegen de achtergrond van een verouderend wagenpark, hebben geleid tot een groeiende vraag naar reserveonderdelen en technische diensten voor onderhoud en reparatie van voertuigen. Het nieuwe label biedt een geïntegreerde, hoogwaardige respons, met uitgebreide technische en diagnostische ondersteuning, levering van gecertificeerde kwaliteitsonderdelen, telematica-assistentie en software-updates. Tegelijk voorziet Covalux met dit nieuwe concept technische bijstand. Met de ConnectMotive-oplossing, waarvoor een maandelijkse fee van € 149 wordt betaald, krijgt de garage toegang tot een van de diagnose-instrumenten, die Covalux aanraadt en het best past bij elke garage. Met een ‘remote control’ is toegang mogelijk tot de speciale hotline. De gebruikte toestellen zijn de Connex Brainbee of de Delphi 180.
Covalux, dat deel uitmaakt van de Cofinar Groep, is een Waalse grossist met 13 verkooppunten.
De garageformule Atelier Expert vertegenwoordigt 32 garages in Wallonië.
Doyen Auto Garageformules

1,2,3 AutoService is bijzonder goed vertegenwoordigd met 170 garages waarvan 32 ‘Expert’ zijn.

42 bedrijven voeren het label AD en daarvan zijn er 8 ‘Expert’.
1,2,3 AutoService en AD
Doyen Auto biedt vier garageformules aan die kaderen binnen het strategische ‘Move Up 2027’-plan dat voortdurend verder worden verfijnd in functie van de noden van de garages en de technische ontwikkelingen. Het aanbod bestaat hoofdzakelijk uit de formules 1,2,3 Autoservice en AD Garage die respectievelijk worden bevoorraad via de grossiers API en Autodistribution.
Aanvullend op deze formules is er voor elk van deze concepten een “Expert”-niveau dat garages toegang biedt tot een uitgebreider en modulair dienstenpakket. Het Omnitech-label vormt hierbij de technische ondersteuning over het volledige netwerk.
De netwerkontwikkeling kadert volledig binnen het strategische ‘Move Up 2027’-plan. Dit plan vormt een flexibel en schaalbaar kader dat afgestemd is op de noden van zowel nieuwe garages als ervaren marktspelers.
Om deze groeistrategie te ondersteunen, wordt er blijvend geïnvesteerd in de optimalisatie van de garageconcepten. Daarbij ligt de focus op het verhogen van de toegevoegde waarde via een versterkte klantenservice, geavanceerde online ondersteuning, doelgerichte commerciële animatie, een uitgebreid productgamma en efficiënte logistieke oplossingen.
Omnitech
Garages die zich niet willen aansluiten bij één van de vier garageformules maar wel willen genieten van technische ondersteuning kunnen intekenen op Omnitech. Dit label is bedoeld voor garages die inzetten op operationele efficiëntie. Het garandeert de betrouwbaarheid van technische informatie (VTS), toegang tot de technische hotline en permanente bijscholing via de Doyen Campus. Het vormt de essentiële basis om elke interventie veilig en correct uit te voeren. Garages die kiezen voor het ondersteuningspakket Omnitech, betalen een maandelijkse fee van € 199. Voor dat geld hebben ze recht op drie trainingen per jaar, de toegang tot de technische gegevens van Haynes Pro Workshop Data en de toegang tot de Doyen Campus, de complete online trainingscatalogus die 24u/24 toegankelijk is. Daarnaast kunnen ze gebruik maken van een Hotline en hebben ze de mogelijkheid speciaal gereedschap bij de grossier te huren tegen een billijke prijs. Momenteel maken 180 garages gebruik van Omnitech. Dit ondersteuningspakket is ontstaan door de uitdagingen die gepaard gaan met de elektrificatie, de nieuwe technologieën en de toenemende complexiteit van de montage van wisselstukken.
De diensten van Omnitech zijn integraal onderdeel van de garageformules 1,2,3 AutoService en AD maar worden nog met tal van diensten aangevuld.
De maandelijkse fee van deze concepten bedraagt € 299. Wie kiest voor één van de garageformules heeft recht op vier trainingen per jaar, waarvan één training bij Educam.
Ook kan gebruik gemaakt worden van de ‘Remote’-dienst waarbij technische en diagnostische ondersteuning van op afstand wordt gegeven terwijl het voertuig in de werkplaats blijft.
Als optie is er de certificering van training en de beschikbaarheid van tools voor elektrische voertuigen. Ook een optie is het kunnen beschikken over apparatuur en software voor het meten van emissies.
Verder worden de garages die bij een van de netwerken zijn aangesloten, ondersteund op het gebied van communicatie met onder meer vier nationale B2C campagnes per jaar. Uiteraard zijn de netwerkgarages ook te zien online, op sociale media en met ondersteuning van lokale SEO, met name hun Google Business Profile en de mogelijkheid van de eindklant om online een afspraak vast te leggen.
Het kunnen aansluiten bij nationaal afgesloten raamcontracten hoort daar ook bij. Dat is vooral belangrijk in het binnen krijgen van werk voor leasingbedrijven die steeds meer open staan voor het samenwerken met onafhankelijke garages zeker als de kwaliteit wordt gegarandeerd.
Deze garageformules bieden dus meer dan technische ondersteuning maar zorgen ook voor een volledige commerciële begeleiding. Het omvat merksignalisatie, nationale B2C-campagnes, zichtbaarheid op iDgarages.com, het beheer van Google beoordelingen, evenals diverse tools die bijdragen tot het verbeteren van de rentabiliteit. De garages zijn op die manier beter uitgerust om aan efficiëntie en groei te winnen.
Door de uitbreiding met Expert voor zowel 1,2,3 Autoservice als AD ligt de focus dan vooral op management, rekrutering, occasievoertuigen, WESP-managementondersteuning, leasing en de certificering ‘Duurzaam repareren’. Momenteel zijn er 170 garages aangesloten bij 1,2,3 AutoService waarvan 32 ‘Expert’ zijn. 42 bedrijven voeren het label AD en daarvan zij er 8 ‘Expert’.

Requal aanbod blijft groeien
Alle garages kunnen zich via API en Autodistribution grossisten laten bevoorraden van een uitgebreid assortiment onderdelen van A-merken en het eigen Requal-merk dat gemiddeld 30% goedkoper is dan een premium equivalent. Trouwens het aanbod beperkt zich niet tot onderdelen maar bevat ook verbruiksgoederen. Momenteel telt Requal meer dan 8.000 artikelen, verdeeld over 25 productgroepen.
Isotech: versterkte en structurerende werkplaatsuitrusting voor 2026
Doyen Auto heeft op Isotech voorgesteld. Het assortiment is bijzonder uitgebreid en omvat onder meer hefbruggen (2-koloms, 4-koloms en schaarhefbruggen), balanceermachines en banden(de) montagemachines van de nieuwe generatie, aircoservicestations, mobiele liften en hefapparatuur, speciaal gereedschap, diagnoseapparatuur voor de werkplaats en compressoren en oplossingen voor perslucht. Maar daar blijft net niet bij. In de loop van 2026 wordt de Isotech-lijn verder versterkt met een uitgebreid en gemoderniseerd catalogusaanbod, een hogere beschikbaarheid, kant-en-klare installatieoplossingen, technische ondersteuning door de teams van Doyen en een aanbod dat volgens Doyen is ontworpen om de productiviteit van distributeurs en hun klanten te optimaliseren. Met Isotech wil Doyen Auto distributeurs in staat stellen om betrouwbare en robuuste oplossingen aan te bieden die zijn afgestemd op de hedendaagse autotechnologieën.

Eurorepar Car Service
Garageformules

Voorbij de kaap van tien jaar
Eurorepar Car Service is aanwezig in 30 landen en telt meer dan 6.000 aangesloten garages. In de Belux bestaat het netwerk sedert 2015 en vertegenwoordigt het ondertussen 169 garages. Eurorepar Car Service is in 2003 ontstaan na de fusie van twee netwerken van onafhankelijke garages: Motaquip van Peugeot en Eurorepar van Citroën. Momenteel maakt het netwerk deel uit van Stellantis maar netwerkverantwoordelijke voor de Belux Jan Vanrijkelen benadrukt dat de aangesloten garages hun onafhankelijkheid bewaren en ‘multi-merk’ zijn.
Het netwerk van Eurorepar Car Service recupereert heel wat dealers die kiezen voor een nieuwe strategie en zich als onafhankelijke multi-merken garage opstellen. Een meerderheid van die ex-dealers hebben een Stellantis verleden, 60 tot 70%. Dat betekent echter ook dat een groot deel geen vroegere binding met Stellantis had. Eurorepar Car Service evolueert duidelijk steeds meer naar een multi-merken netwerk. Die multi-merken aanpak mag ook blijken uit het aanbod van onderdelen en accessoires dat via de partner Distrigo wordt aangeboden. Naast de typische Stellantis-onderdelen, die sedert ruim twee jaar onder het label Mopar worden verdeeld, zijn er de Eurorepar-onderdelen. Ook zijn er onderdelen beschikbaar van verschillende erkende leveranciers die onder hun eigen label werken. Nieuw is ook het aanbod van gereviseerde onderdelen die onder de noemer SUSTAINera worden verdeeld. Daarmee wordt ingespeeld op de trend van een circulaire economie. Alles samen zijn op die manier steeds meer onderdelen voor alle automerken beschikbaar en dat tegen een gunstige prijs.
Onafhankelijk en toch deel van een gemeenschap Het Belgisch netwerk is op net iets meer dan 10 jaar tijd spectaculair gegroeid en volgens Vanrijkelen is er nog plaats voor bijkomende garages: “Er is altijd plaats voor nieuwkomers. België is een klein land maar wel met een groot wagenpark. We dekken al vele gebieden zeer goed af maar er zijn ook nog regio’s waar het minder is momenteel. We beoordelen elke aanvraag afzonderlijk in functie van de regio, het wagenpark en het potentieel van de garage. De aangesloten garages moeten elkaar aanvullen en mogen geen concurrenten van elkaar zijn.”
Volgens Jan Vanrijkelen is Eurorepar Car Service niet het netwerk van de grote verplichtingen: “Belangrijk voor de aangesloten garages is dat ze hun autonomie behouden maar tegelijk het gevoel hebben dat ze er niet alleen voor staan. We wensen een meerwaarde te creëren door de producten en diensten die we aanbieden. De garagehouder ondersteunen op alle mogelijke vlakken dat is ons grote doel. Als ik dan toch enkele “verplichtingen” moet noemen. Ze moeten alle nodige garage-uitrustingen hebben, werken met een DMS (dealer management systeem) en beschikken over gereedschap voor een multi-merken diagnose. Dat laatste kan misschien een beetje raar lijken maar daaraan zie je dat we ontsprongen zijn uit een netwerk van officiële erkende herstellers. Daar is het niet altijd zo evident om over een dergelijk toestel te beschikken.”

Ontzorgen
Eurorepar Car Service wil de aangesloten garages zo veel mogelijk ontzorgen. Volgens Jan Vanrijkelen moet de garagehouder zich kunnen bezig houden met het gene hij het meeste door gepassioneerd is: “Meestal is dat sleutelen aan de wagens van klanten. Zo bieden we verschillende zaken aan om de garage te ondersteunen: Wegbijstand -met drie mogelijke formules- om zijn klanten mobiel te houden, een toegewijde webpagina op onze website met alle gegevens van de garage, een online agenda en online offertes die volledig volgens de wens van de garage gepersonaliseerd kunnen worden.”
Aangesloten garages genieten ook van extra zichtbaarheid. Daarnaast zorgt Eurorepar Car Service er voor dat ze niet alleen meer, maar ook trouwere klanten krijgen, via precies die extra zichtbaarheid en ook grootschalige communicatiecampagnes die anders niet binnen de individuele mogelijkheden zouden vallen. Ook technisch is er ondersteuning met onder meer opleidingsprogramma’s (online en klassikaal) en een technische Hotline voor alle problemen groot of klein in de werkplaats.
Jan Vanrijkelen vervolledigt: “We organiseren ook netwerkevents die zeer gesmaakt worden. We benadrukken graag dat we één grote familie zijn. Onze garages hebben toegang tot alle diagnosedata van alle merken. Die sterke tools, samen met het persoonlijke contact, de kwaliteit, het onderhoud met behoud van de fabrieksgarantie en de concurrentiële prijs in de buurt, maken de garages binnen ons netwerk zo populair bij de eindklant.”
Eurorepar Car Service biedt ook tal van commerciële acties voor de eindklanten en voor de aangesloten garages is er ook ondersteuning met behulp van de Service Hotline, een dienst die garagehouders snel verder helpt als ze vastzitten tijdens een herstelling. Tot slot biedt Eurorepar Car Service de aangesloten garagehouders ook concrete producten aan in de vorm van banden, accessoires en een exclusief aanbod van onderdelen via partner Distrigo. Daardoor krijgen ze toegang tot originele onderdelen. Het aanbod wordt aangevuld met Eurorepar, het private merk van Distrigo, Mopar, SUSTAINera en een uitgebreid aanbod van after market onderdelen van gerenommeerde leveranciers.
Eurorepar is het private merk van Distrigo
De garages van Eurorepar Car Service hebben toegang tot alle diagnosedata van alle merken.
LKQ Garageformules
Een strategie met meerdere formules
In de Belux vertegenwoordigt LKQ met zijn meerdere garage- en werkplaatsformules precies 500 bedrijven. De meest bekende formules zijn AutoFirst en Qualitygarage. Daarnaast heeft LKQ verschillende ondersteuningspakketten onder de noemer LKQ ‘Connecting Together’. Met Moobi biedt LKQ dan weer ondersteuning aan EV-specialisten. Bovendien is er de mogelijkheid om via LKQ aan te sluiten bij Bosch Car Service of AutoCrew. Het succes van de garageformules heeft LKQ geïnspireerd om net iets meer dan twee jaar geleden ook een netwerk voor carrosseriebedrijven, met name Qualitycarrosserie, op te starten.
In de Belux slaagt LKQ er al zes jaar op rij in om zijn garagenetwerken uit te breiden. In totaal zijn er momenteel 112 Belgische garages met het AutoFirst-label en nog eens 167 bedrijven maken deel uit van het Qualitygarage netwerk. Hoewel Qualitycarrosserie slechts iets meer dan twee jaar geleden werd opgestart, zijn er al 50 carrosseriebedrijven op aangesloten. Opmerkelijk is dat 16 daarvan ook deel uitmaken van een andere garageformule zoals Qualitygarage. Stefan Bornauw (Regional Head Workshop Solutions): “Het belang van de verschillende formules voor onze leden zit hem in de synergie en bepaalde, ook economische, schaalvoordelen die we kunnen behalen. Elke formule heeft wel zijn eigen insteek en doelpubliek maar een aantal basiscomponenten en hoekstenen zijn gemeenschappelijk. Dit is zelfs ook zo in relatie tot de Bosch concepten die wij ondersteunen. Zowel op het vlak van marketing als training maar ook op het vlak van techniek en networking. Een mooi voorbeeld daarvan is onze driedaagse LKQ Concept Conventie die doorgaat in Spanje midden september van dit jaar en openstaat voor leden van zowel de LKQ eigen formules als voor de Bosch formules. Op dit event verzamelen een kleine 300 formuledeelnemers.”
Stefan Bornauw benadrukt het belang van persoonlijk contact: “Vanuit LKQ ondersteunen we de garageformules met een breed team. In totaal staan er binnen de Belgische LKQ organisatie 30 personen rechtstreeks en exclusief ten dienste van de formuleleden. Dit laat ons toe om een hoge graad van ondersteuning en dienstverlening te bieden met behoud van een sterk persoonlijk karakter.”

AutoFirst

16 van de 50 Qualitycarrosserie-bedrijven maken ook deel uit van de garageformule Qualitygarage.
Qualitygarage
Bornauw:“Vanuit LKQ ondersteunen we de
met een breed team.”
AutoFirst is LKQ’s eerste werkplaatsconcept en richt zich tot garages met minstens één technieker in de werkplaats. Daarmee is het bij uitstek geschikt voor traditionele onafhankelijke garages. Bij een mogelijke toetreding wordt rekening gehouden met de locatie en de eventuele nabijheid van andere AutoFirst garages om op die manier binnen het netwerk onderlinge concurrentie te vermijden. Verder wordt verondersteld dat de garage gebruik maakt van de diensten van LKQ. De maandelijkse fee bedraagt € 249. De ondersteuning vanuit LKQ berust op vier pijlers. In de eerste plaats is er de technische ondersteuning met onder andere LKQ Techline en LKQ Remote Support (diagnose van op afstand), toegang tot technische data via zowel HaynesPro als DiagnoseDan TSB en opleidingen via LKQ Academy. Per jaar hebben AutoFirst-garages recht op twee opleidingsdagen en ook twee online trainingen.
De tweede pijler van ondersteuning heeft met marketing te maken via AutoFirst TV, nationale radiozenders, online en via sociale media. De derde en vierde pijler bestaan uit het gebruik van diensten en partners op het gebied van aankopen en mobiliteit . Voorbeelden daarvan zijn onder meer het kunnen aanbieden van Private Lease, een vervangwagen en 2 jaar garantie op onderhoud en herstelling voor de eindklant. Bij LKQ wijzen ze er verder op dat tijdens het voorbije jaar de service voor de aangesloten garage nog verder is uitgebreid met FLOA ( Buy now, Pay later), een betaaloplossing voor de eindklant die toelaat om in drie keer te betalen.
De tweede garageformule is Qualitygarage. Met dit concept heeft de werkplaats net als bij AutoFirst technische ondersteuning via LKQ Techline, LKQ Remote Support en technische data via HaynesPro en DiagnoseDan TSB. Bij Qualitygarage is de inhoud van het concept nog diepgaander dan bij AutoFirst. Qualitygarage is bedoeld voor garages met minstens 2 werknemers in de werkplaats en is daarmee een interessant concept voor ex-dealers die als onafhankelijke garage willen verder gaan. Voor de garage zijn er ook enkele verplichtingen, zoals een keuring door Qualified voor het verlenen van het certificaat ‘Duurzaam Repareren’. De maandelijkse fee bedraagt € 279. Net zoals bij AutoFirst is de ondersteuning gebaseerd op vier pijlers: technische ondersteuning, marketing, het kunnen gebruik maken van diensten en partners en de aankoopcentrale. Wat de technische ondersteuning betreft heeft een Qualitygarage recht op drie opleidingsdagen per jaar, aangevuld met jaarlijks twee online trainingen. LKQ heeft een uitgebreid aanbod van meer dan 100 verschillende opleidingen. Hiervoor wordt samengewerkt met verschillende partners. LKQ heeft ook verschillende raamcontracten met leasebedrijven en vlootbeheerders. Een Qualitygarage kan daar op intekenen. Een Qualitygarage voorziet ook in uitgebreide diensten voor hun klanten, zoals 1 jaar gratis Europese pechhulp na een onderhoud van minstens € 400. Ze positioneren zich als het ware als multi-merken dealer. Eenmaal een garage intekent op het garageconcept, moet de huisstijl van het merk overal toegepast worden en ook duidelijk zichtbaar zijn op het gebouw.

Met LKQ Remote kunnen de LKQ-technici van op afstand de controle overnemen om een probleem te helpen oplossen.
LKQ ‘Connecting Together’
LKQ ‘Connecting Together’ kan als een concept worden beschouwd en biedt technische ondersteuning voor in de werkplaats (‘workshop’) en de carrosserie-afdeling (‘bodyshop’). Daarbij wordt telkens een onderscheid gemaakt tussen drie niveaus van ondersteuning: ‘Affiliate’, ‘Partner’ en ‘Expert’. Bij elk niveau horen twee trainingen per jaar terwijl de LKQ Techline en LKQ Remote Support voor de ‘workshop’-module enkel toegankelijk is voor de twee hoogste niveaus en voor de ‘bodyshop’-module bij het hoogste niveau, ‘Expert’ dus. ‘Expert’ is geschikt voor het oplossen van de meest complexe problemen. Zo kan indien nodig een voertuig naar een B2B-werkplaats van LKQ worden gebracht voor een volledige diagnose. Hiervoor beschikt LKQ over een van de best uitgeruste werkplaatsen op het gebied van multi-brand ADAS kalibratie. Voor uitzonderlijke problemen die niet opgelost kunnen worden via LKQ Techline of LKQ Remote Support, beschikt LKQ over de mogelijkheid een “flying technician” uit te sturen om een diagnose op het voertuig uit te voeren.
Moobi
Moobi is het label voor EV-specialisten die over de nodige certificering en tools beschikken. Deze werkplaatsen hebben vervolgens toegang tot EV-specifieke technische opleidingen en ondersteuning.
Los daarvan kunnen alle garages die intekenen op een LKQ-formule een CARA (Car Remarketing Association Europe) erkende SOH test (‘State Of Health) van de HV-batterij van een EV uitvoeren via de LKQ Remote Support. Deze test kan onder de vorm van een pdf-document in Carpass opgeladen worden om zo te voldoen aan de vereiste voor het documenteren van de SOH-waarde.
Stefan
garageformules
Motrio Garageformules
20 aangesloten garages in België
De Renault Group heeft naast zijn officieel dealernetwerk, dat Renault, Dacia en Alpine vertegenwoordigt, zijn Motrio garagenetwerk. Daarmee richt de Franse constructeur zich tot de zelfstandige garages die hun onafhankelijkheid willen behouden maar tegelijk op zoek zijn naar een sterke structuur en ondersteuning. Momenteel zijn 20 garages aangesloten in België. Fabrice De Greef (Motrio Network Manager) geeft aan dat er nog ruimte is voor uitbreiding: “Wij stellen nauwelijks verplichtingen en er zijn geen aansluitingskosten.”
De Renault Group was er vroeg bij om met Motrio een alternatief garagenetwerk naast zijn officieel dealernetwerk op te richten. Als garagenetwerk is Motrio in 2003 van start gegaan. Ondertussen zijn wereldwijd 2.500 garages aangesloten, verspreid over 21 landen. In België waren twee jaar geleden 10 garages aangesloten; Nu zijn dat er 20. Fabrice De Greef geeft toe dat de uitbreiding synoniem staat met een voorzichtige groei: “Voor ons is motivatie en engagement het belangrijkste. Dat gaat boven een snelle groei.” Motrio wil drie types garages aanspreken. In de eerste plaats zijn dat ex-merkverdelers die zich niet langer willen inzetten om te voldoen aan de steeds toenemende eisen en investeringen. Ten tweede zijn er de starters en ten derde de onafhankelijke reeds bestaande multi-merken garages die hun zelfstandigheid willen bewaren. Volgens Fabrice De Greef is er bij elk van die garages behoefte aan een structuur, beschikbaarheid van onderdelen tegen gunstige voorwaarden en ondersteuning op zowel het gebied van beheer als op technisch en commercieel vlak. Motrio is er dus niet enkel voor ex-concessiehouders van Renault, Dacia en Alpine maar voor elke multi-merken garage die op een zelfstandige manier wil werken.

Stappenplan
De lancering van Motrio is in verschillende fases verlopen. Eerst ging de Renault Group van start met de introductie van een eigen B-lijn van onderdelen onder de merknaam Motrio. Dat was in 1998. Het aanbod bleef niet beperkt tot onderdelen van auto’s uit de Renault Group. Nu kan met Motrio 70% tot 80% van het huidig wagenpark gecoverd worden.
In totaal zijn er iets meer dan 30.000 referenties. Motrio garandeert een snelle levering. Er is immers een magazijn in Boom wat
de logistieke keten aanzienlijk verkort. Opmerkelijk is dat Motrio sedert 2010 ook een eigen B-gamma met banden heeft. Het gamma bestaat niet enkel uit winter- en zomerbanden maar ook uit ‘all season’-banden. In 2003 werd met de lancering van een eigen garagenetwerk een belangrijke tweede fase in de ontwikkeling van Motrio opgestart. Dat gebeurde eerst in Frankrijk en Italië. Daarna waren Duitsland, Spanje en Portugal vrij gauw aan de beurt.

Garages en klanten recupereren
Met het garagenetwerk wil de Renault Group dealers die afhaken recupereren. Dat zijn niet enkel Renault/Dacia-garages maar ook andere merkverdelers die onafhankelijk willen worden. Bovendien wil Renault zoveel mogelijk eindklanten behouden eens hun auto uit garantie is. Het kostenplaatje is voor de eindklant zeker belangrijk, niet in het minst omdat het wagenpark steeds ouder wordt. Een oplossing daarvoor zijn de goedkopere maar kwaliteitsvolle Motrio-onderdelen die gemiddeld 30% goedkoper zijn dan A-producten. Officieel luidt het: ‘Motrio wil kwaliteitsvolle service leveren aan een billijke prijs.’
Motrio wil de eindklant geruststellen. Mocht er nog een fabrieksgarantie zijn, dan blijft die geldig. Bovendien krijgt de eindklant twee jaar waarborg op onderdelen en arbeid.
Een grote familie
De toetreding van een garage tot het Motrio-netwerk is heel laagdrempelig. Garagehouders die zich willen aansluiten op het netwerk betalen hiervoor geen instapkosten en hoeven ook geen maandelijkse royalty’s af te dragen. Dat betekent daarom nog niet dat er geen voorwaarden aan verbonden zijn.
Afhankelijk van de regio moet de garage een minimum bedrag aan onderdelen van Motrio afnemen. Iets wat wordt vergemakkelijkt door het ondertussen uitgebreide multimerken-gamma. Er zijn nog meer voorwaarden. De werkplaats moet minstens twee actieve mekaniekers hebben en over twee werkbruggen beschikken. Ook moet de garage over mul-

timerken-diagnose-apparatuur beschikken en het beheer van de garage moet gedigitaliseerd zijn. Verder blijft de aangesloten garage vrij en zorgt voor zijn eigen beheer. Wel kunnen zij genieten van enkele financiële voordelen zoals voor gereedschappen, oliën en bedrijfswageninrichting op maat.
Het is uiteraard ook de bedoeling onder de aangesloten garages een samenhorigheidsgevoel te creëren, ‘deel van een familie’, zoals dat heet. Zo komt regelmatig een Motrio-afgevaardigde langs.
Ook is het de bedoeling om regionale bijeenkomsten te voorzien met de aangesloten garages. Een belangrijk luik is uiteraard de technische ondersteuning en die is er via de PRO-licentie Rpartsto-
re die toegang geeft tot de technische gegevens van alle merken. Daarnaast biedt dit systeem ook tools voor werkcodes, facturatie, onderdelenbeheer en bestellingen.
Aangesloten garages kunnen ook ondersteuning en advies krijgen bij investeringen en Motrio ondersteunt de aangesloten garages met regionale en nationale communicatie. Op de gevel van de garage wordt gratis Motrio-signalisatie aangebracht en van elke aangesloten garage wordt visibiliteit gegarandeerd op de Motrio-website en op de sociale media kanalen. Voor de inrichting voorziet Motrio ook een bandenrek en een display voor zowel ruitenwissers als lampen.
Motrio heeft 20 aansluitingen in België.
Het gamma Motrio-onderdelen telt meer dan 30.000 referenties.
Het Motrio bandengamma bestaat niet enkel uit winter- en zomerbanden maar ook uit ‘all season’-banden.
Alliance Automotive Group Garageformules
Garageformule Full Car Service klaar voor de toekomst
Full Car Service, de garageformule van Alliance Automotive Group Benelux, voegt technische ondersteuning en training via TECH360 (ook onderdeel AAGB) standaard toe aan de formule. Daarnaast is de huisstijl vernieuwd en wordt het basispakket aan lokale marketingcommunicatie uitgebreid met o.a. social media ondersteuning en huis-aan-huis leaflet.
Om in te spelen op het veranderende wagenpark en nieuwe technologieën wordt het TECH360 Assist-pakket standaard toegevoegd aan Full Car Service. Het automotive expertise systeem voor training en ondersteuning biedt tweejaarlijkse hoogwaardige praktijktrainingen, onbeperkt gebruik van de ‘Vraagbaak’ voor technische ondersteuning, toegang tot Remote Services en Pass Thru.
De garageformule Full Car Service positioneert zich als uitsluitend business-to-business en vervult met TECH360 de behoefte van ondernemers om toekomstbestendig te zijn, maar ook professioneel hun eigen merknaam lokaal in de markt te zetten. ‘Met deze doorontwikkeling, groeit Full Car Service door naar een full service garageformule die aansluit bij de wensen van de autobedrijven’, vertelt Bjorn Van Cauwenberghe, Formule Manager. ‘Full Car Service richt zich niet rechtstreeks op de consument, maar ondersteunt juist de lokale eigen identiteit van het autobedrijf. De kracht van een garageformule, maar wel met jouw naam op de gevel.’
Naast de technische ondersteuning met TECH360 biedt Full Car Service een complete mix aan on- en offline middelen zoals online vindbaarheid, reviews en social media ondersteuning. Het autobedrijf lift ook mee op twee lokale campagnes incl. huis-aan-huis leaflet in eigen huisstijl met logo. Met een geavanceerd online marketingportal kan het bovendien ook zelf extra communicatie-uitingen maken en drukwerk bestellen in de uitstraling van het garagebedrijf.

Alliance
Automotive Group Benelux
Alliance Automotive Group Benelux is actief in de distributie en verkoop van after-market onderdelen, accessoires, equipment, gereedschappen, banden, garageformules en business boosters. PartsPoint is het eigen grossiersnetwerk in Nederland en België. Via het netwerk worden duizenden garagisten dagelijks van onderdelen en ondersteuning voorzien. Alliance Automotive Group Benelux bedient tevens ruim 60 onafhankelijke grossiers in Nederland via Alliance Automotive Trading en Precisium. Alliance Automotive Group Benelux Alliance Automotive Group Benelux biedt werk aan ruim 2.500 medewerkers. Alliance Automotive Group Benelux is een onderdeel van Alliance Automotive Group (Europa). Voor nadere informatie: www.allianceautomotivegroupbenelux.nl .

Alliance Automotive Group
Alliance Automotive Group is een leidende distributeur van personenauto- en bestelwagenonderdelen voor de onafhankelijke Europese after-market. De groep bedient ongeveer 40.000 garages met ruim 100.000 verschillende onderdelen voor onderhoud en reparatie via een netwerk van meer dan 300 vestigingen in eigendom en via circa 1.800 vestigingen van verbonden partners. Alliance Automotive Group is volledig in handen van Genuine Parts Company (GPC), de grootste wereldwijde automotive onderdelendistributeur met activiteiten in Noord-Amerika, Europa en Australië. Voor nadere informatie: www.allianceautomotivegroup.eu

Over Genuine Parts Company
Opgericht in 1928, Genuine Parts Company (GPC) is een wereldwijd opererende serviceorganisatie op het gebied van de distributie van vervangings-onderdelen in de automotive en de industrie. De automotive tak van GPC distribueert vervangingsonderdelen in de U.S.A., Canada, Mexico, Australazië, Frankrijk, het Verenigd Koningrijk, Ierland, Duitsland, Polen, Nederland, België, Spanje en Portugal. De industrie tak distribueert vervangingsdelen voor de industrie in de U.S.A., Canada, Mexico en Australazië. Wereldwijd opereert men via het uitgebreide netwerk van meer dan 10.000 locaties in 17 landen, met circa 58.000 werknemers. Meer informatie is beschikbaar op www.genpt.com .
Meer informatie op www.fullcarservice.be
Profile Garageformules
‘One-stop-shop’ formule: bandenservice, onderhoud en herstellingen
In navolging van Profile in Nederland kunnen klanten sedert
2020 ook in België bij bepaalde Profile vestigingen terecht voor niet enkel de bandenservice maar ook voor het onderhoud en de herstellingen van alle automerken. Deze ‘one-stop-shop’ formule wordt toegepast in 33 van de 68 Belgische vestigingen.
Jen De Clerck (Managing Director) vertelt meer over deze aanpak.
Profile is in de eerste plaats bekend als een netwerk van bandencentrales maar ondertussen is er een serieuze evolutie. In 2010 is in Nederland gestart met het uitbreiden van de diensten met het verzorgen van onderhoud en herstellingen van alle automerken.
Jen De Clerck: “Bedoeling was en is om een ‘one-stop-shop’ formule te kunnen aanbieden. Die aanpak wordt vooral geapprecieerd door leasingmaatschappijen en wagenparkbeheerders die op één plek of bij één partner terecht kunnen voor alles wat te maken heeft met het onderhoud van hun wagenpark en dus kiezen voor één aanpreekpunt. Dat vergemakkelijkt het beheer zeker op het gebied van een afspraak maken en het factureren. Uiteraard zijn er ook particuliere klanten die deze aanpak appreciëren. Afspraken kunnen online 24/7 worden vastgelegd.”
Voor de uitbaters van deze Profile centra is het resultaat een toegenomen omzet en kan het de activiteiten die verbonden zijn aan de seizoensgebonden bandenservice uitvlakken.
Andere aanpak
Voor een garage lijkt het makkelijker om een bandenservice aan te bieden dan voor een bandenspecialist om zijn activiteiten uit te breiden met typische garage-activiteiten zoals onderhoud en herstellingen.
Een eerste probleem dat zich opdringt, is het vinden van bekwaam personeel. Daarvoor doet Profile een beroep op wervingspartners, zoals onder meer ‘Link 2 Europe’ dat over heel Europa naar bekwa-
me mensen zoekt. Profile deed al eerder een beroep op ‘Link 2 Europe’ om op piekmomenten in de bandencentrales -met bijvoorbeeld de seizoenverandering- tijdelijk extra personeel te vinden. Bij die buitenlandse werkkrachten wordt wel eens het tijdelijk karakter overschreden en dat is zeker welkom voor een Profile vestiging die ook onderhoud en herstellingen doet.
De 33 Belgische vestigingen die

Formules op maat
Voor een Profile vestiging bestaan verschillende formules. Een volwaardig Profile center geniet van nationale en regionale marketing ondersteuning. Bovendien is het center van buiten uit meteen herkenbaar door een mooie signing waarbij steeds rekening wordt gehouden met de kracht van de lokale ondernemer.
Jen De Clerck: “De juiste formule voor de vestiging wordt bepaald tijdens de prospectiegesprekken die met de nieuwe potentiële leden plaatsvinden. Wij vinden het bij Profile belangrijk om vanaf dag één vestigingen inspraak te geven in de richting die ze willen opgaan. Er is reeds een formule beschikbaar vanaf een maandelijkse fee van € 295. Voor een Profile center wordt verder een onderscheid gemaakt tussen
een ‘light’-concept en een ‘full’-concept. Een ‘light’ vestiging verhandelt minder dan 2.500 banden per jaar. Een ’full’-versie van een Profile center verhandelt per jaar meer dan 2.500 banden.” Naast de twee bovenstaande formules, werkt Profile ook samen met een aantal “Profile Fleetpartners” die in bepaalde regio’s opdrachten uitvoeren voor de klanten met wie Profile centrale akkoorden heeft afgesloten. De aankoop van banden gebeurt bij de fabrikant of grossier volgens het centraal door Profile afgesproken condities. De leveringen en facturatie gebeuren ook rechtstreeks tussen het lid en de fabrikant of grossier.
Jen De Clerck: “Profile is dankzij deze aanpak ook volledig merk-onafhankelijk wat de leden

naast de bandenservice ook onderhoud en herstellingen aanbieden, worden voornamelijk bevoorraad door PartsPoint, Doyen en LKQ en dit aan centraal onderhandelde condities die er voor zorgen dat ze kunnen genieten van competitieve aankoopvoorwaarden. Profile heeft met één van deze partners ook een akkoord afgesloten om elk van de vestigingen te ondersteunen met een volledig technisch pakket.
Uiteraard moet een Profile vestiging die zijn activiteiten uitbreidt, extra investeren in gereedschappen en uitrusting. Maar, zo wordt bij Profile geredeneerd, door die uitgebreide activiteiten, stijgt ook het zakencijfer. De klant heeft meer redenen om bij een Profile vestiging langs te gaan. Bovendien spreekt die formule met een algemene aanpak aan bij vlootbeheerders en leasingmaatschappijen.

ook zeer veel vrijheid geeft op de merken die ze willen voeren. Echter door de enorme Benelux inkoopkracht kan Profile gunstige tarieven onderhandelen. Profile werkt vandaag de dag nog niet met een centraal logistiek systeem maar aangezien we continu blijven innoveren is dit wel iets dat voor de komende jaren op de radar staat. Dit zowel omwille van efficiëntie maar ook zeker omwille van de steeds strenger wordende Europese duurzaamheidseisen.”
In België zijn er 68 vestigingen die bij Profile zijn aangesloten. 33 daarvan staan niet enkel in voor bandenservice maar ook voor onderhoud en herstellingen.
Het Profile center in Stekene
Het Profile center in Herselt.
Hella Gutmann
Precisie en zorgvuldigheid
resulteren in succesvolle kalibratie
Hella Gutmann nodigde ons uit op AutoTechnica voor een demonstratie van de volledig nieuwe Hella Gutmann CSC Tool PRO, bedoeld voor een snelle en uiterst nauwkeurige ADAS-kalibratie, in het bijzonder de nauwkeurige kalibratie van frontcamera’s.
Het stabiele en verrijdbaar frame bevat aan de voorzijde twee geïntegreerde 3D-camera’s, links en rechts, voor een volledig geautomatiseerde digitale uitlijning van zowel ‘wieldoelen’ of ‘wieltabs’ als reflectoren. Aan één zijde zit een draaibaar, ontspiegeld 86-inch Ultra HD-beeldscherm voor horizontaal of verticaal gebruik; aan de andere zijde een PC-scherm, wat werken aan beide zijden toelaat.
De CSC Tool PRO biedt ook flexibele oplossingen voor frontradarsystemen: een adapter voor de Radar Kit I EVO met hoekverstelplaat, handig voor kleinere werkplaatsen, en een ‘Radar-Tool’ die inspeelt op de noden om moderne front- achter- en zijradarsystemen, zoals die onder andere bij BMW-modellen worden toegepast, te kalibreren. Via diagnosesystemen zoals de Hella Gutmann mega macs X, mega macs S 20 en mega macs PLUS, kan de CSC Tool PRO gekoppeld worden met een cloud-database met voortdurend geactualiseerde voertuigspecificaties en kalibratiegegevens van de constructeurs, die door hun integratie in het kalibratieproces de werkzaamheden versnellen.
Een bijkomende troef is de geïntegreerde chassis-PreCheck voor het controleren van de asgeometrie voorafgaand aan de kalibratie. Dit voorkomt verkeerde kalibraties, verhoogt de procesbetrouwbaarheid en vermijdt dat onnodig tijd wordt geïnvesteerd in de eigenlijke kalibratie.


Self learning en coaching
Bijzonder handig is dat de CSCTool PRO de gebruiker stap-voorstap door het kalibratieproces meeneemt, te beginnen bij de voertuigidentificatie en opstelling, over de plaatsing van de uitlijndoelen op de wielen tot de finale meting.
Marcel Gerbracht, internationaal product trainer: “Door het diagnoseapparaat met internetverbinding aan te sluiten op de auto, verloopt de identificatie van het voertuig automatisch, al blijft ook een stand-alone werking voor ADAS-kalibratie mogelijk”. Een niet te veronachtzamen aandachtspunt bij de identificatie van het voertuig is de selectie van het aanwezige onderstel. Zo hebben een verlaagde ophanging, luchtvering… invloed op het verloop van de verdere procedure. Door het samenspel tussen diagnoseapparaat en de CSC-Tool PRO verschijnen ook eventuele foutcodes voor het voertuig in beeld.
In een volgende stap verschijnt een keuzelijst voor het soort uit te voeren kalibratie, bv. camera. Daarna worden de wieldoelen aangebracht. Dat zijn wielklemmen met haaks gemonteerde plaatjes die door de camera’s
Volledig gedocumenteerd proces
Elke stap in het proces wordt digitaal gedocumenteerd, met inbegrip van foutcode-analyses, een bescherming tegen aansprakelijkheidsrisico’s voor de garage en een sluitend bewijs van correcte uitvoering t.o.v. de klant. Het rapport vermeldt de gemeten waarden naast de referentiewaarden voor het voertuig, opgehaald via het aangesloten diagnoseapparaat. De rapporten kunnen uitgeprint worden of per mail uitgestuurd als PDF-document.
van de CSC-Tool PRO worden gezien. De camera’s zien de vier wieldoelen tegelijk. Marcel Gerbracht verwijst hier ook naar ‘roll out’-compensatie, het over een kort stukje vooruit/achteruit bewegen van het voertuig om verschillen in spanning bij het opzetten van de wieltabs uit te vlakken.
Dan is er een keuzelijst met de reden waarom men wil kalibreren, zoals bv. het vervangen van een voorruit. Een verdere stap vraagt naar de voorwaarden voor het uitvoeren van de werken. Hier kan bv. aangegeven worden dat de motorkap geopend is om een batterijlader aan te sluiten. Marcel Gerbracht wijst op het belang om altijd een batterijlader te gebruiken tijdens het kalibreren. Afhankelijk van het voertuig, wordt gevraagd om het stuurwiel in de middenstand te blokkeren.
Met de CSC-Tool PRO richt Hella Gutmann zich zowel naar garages – merkonafhankelijke en merkgarages – als carrosseriebedrijven en autoglasherstellers, gezien het een belangrijke hulp biedt bij het verzekeren van de wettelijke normen en het naleven van alle originele OEM-specificaties.

WORD EEN CHAMPION LUBRICANTS SPECIALIST



VGL² CAR SOLUTIONS WORDT AA-EQUIPMENT SUPPORT BELUX
De activiteiten van VGL² Car Solutions zijn, met terugwerkende kracht per 1 januari dit jaar, overgegaan naar AA-Equipment Support Belux. Hierdoor versterkt AA-Equipment Support haar aanwezigheid op de Belgische markt. De integratie van de activiteiten bouwt voort op een reeds langdurige samenwerking, waarbij VGL² verschillende productlijnen afnam van AA-Equipment Support. Door de krachten nu volledig te bundelen, ontstaat een sterkere organisatie met een breder dienstenaanbod, uitgebreide technische expertise en directe toegang tot de kennis en schaal van de Nederlandse groep. AA-Equipment Support Belux zal opereren als de Belgische vestiging binnen de groep en zal zich richten op het verder uitbouwen van duurzame klantrelaties in zowel België als Luxemburg. In zijn nieuwe rol als bedrijfsleider, zal Philippe de Buck zich voornamelijk bezighouden met het beheren van
bestaande accounts en het uitbouwen van het marktaandeel binnen België en Luxemburg. Philippe blijft hierbij het vaste aanspreekpunt voor de huidige relaties.

CLARIOS BREIDT ZIJN RECYCLINGACTIVITEITEN IN EUROPA UIT
Clarios heeft zonet de overname afgerond van 3 Ecobat batterijrecyclingcentra in Duitsland en Oostenrijk. Hiermee breidt het bedrijf zijn recyclingactiviteiten in Europa beduidend uit en versterkt het zijn gesloten batterijtoeleveringsketen. Nu alle wettelijke goedkeuringen zijn afgerond, integreert Clarios de recyclingactiviteiten in Freiberg en Braubach (Duitsland) en Arnoldstein (Oostenrijk). De extra faciliteiten vergroten het vermogen van Clarios aanzienlijk om kritieke materialen, waaronder lood en polypropyleen, terug te winnen en te hergebruiken bij de productie van nieuwe laagspanningsbatterijen. Dit versterkt de leverings-

zekerheid, terwijl de afhankelijkheid van primaire grondstoffen wordt verminderd en de ecologische voetafdruk gedurende de hele levenscyclus van de batterij wordt verkleind. “Deze overname is een strategische stap voorwaarts voor Clarios in Europa”, aldus Werner Benade, President bij Clarios EMEA. “Door onze capaciteiten op het gebied van recycling en materiaalterugwinning uit te breiden, bouwen we aan een veerkrachtigere en duurzamere toeleveringsketen die de komende EU-batterijregelgeving ondersteunt en echte milieuvoordelen oplevert voor zowel klanten als gemeenschappen.”
SNAP-ON NDDM35 DE OPLOSSING VOOR RADARSENSOR AFSTELLING
Radarsystemen worden steeds vaker standaard op nieuwe voertuigen. En steeds vaker moet de radarsensor worden afgesteld na een aanrijding, bumper reparatie of vervanging. Dat kost tijd. Tenzij je het juiste gereedschap hebt. Een voertuig komt binnen voor een ADAS-kalibratie of een kleine aanrijdingsschade. De bumper is terug gemonteerd. Nu moet je de ACC-radarsensor bijstellen. Op de meeste voertuigen betekent dat: bumper demonteren, clips los, panelen verwijderen, afstellen en alles weer terugplaatsen. Dat kost gemiddeld een kwartier tot een half uur extra. Alleen maar om bij één stelschroef te komen. De Snap-on NDDM35 is een inwendige 3,5 mm zeskant afstelschroevendraaier die speciaal is ontwikkeld voor het afstellen van radarsensoren op de beugel. De steel is precies lang genoeg om door de bumper heen bij de stel-
schroef te komen. Zonder demontage. Zonder omwegen. Je steekt hem erin, je stelt bij, je bent klaar. De NDDM35 werkt op voertuigen met ACC-radarsystemen van Volkswagen, Audi, Porsche, Lamborghini en Bentley vanaf 2006, Honda en Acura vanaf 2015, en het volledige Stellantis-gamma waaronder Jeep, Fiat, Alfa Romeo, Peugeot, Citroen en Opel vanaf 2011.

Dat zijn merken die dagelijks de werkplaats inrijden. De kans is groot dat je ze deze week al op je planning hebt staan. De rekensom is snel gemaakt. Eén keer de bumper niet hoeven demonteren voor een radarafstelling levert je minstens 20 minuten werkplaatstijd op. Reken dat terug naar je uurtarief en je ziet direct wat dit gereedschap waard is. Na een handvol klussen heeft de NDDM35 zichzelf ruimschoots terugverdiend.
SENSIFY™ BY BREMBO GAAT IN PRODUCTIE
Brembo, heeft zopas bekendgemaakt dat Sensify™, de nieuwe standaard in intelligent remmen, in productie is genomen voor een toonaangevende wereldwijde autofabrikant. Sensify™ is ontworpen als een schaalbare en aanpasbare oplossing en is ontwikkeld om een breed scala aan geavanceerde voertuigarchitecturen te ondersteunen, van de volgende generatie rijhulpsystemen tot volledig autonome toepassingen. Dit markeert een belangrijke mijlpaal in de evolutie van remmen naar een echt softwaregedefinieerde toekomst. Deze mijlpaal betekent een belangrijke stap voorwaarts in de toepassing van by-wire, softwaregedefinieerde remsystemen voor veiligheidskritische automobieltoepassingen. Sensify™ is ontstaan als een vloeistofloze architectuur die intelligentie op wielniveau verdeelt, waardoor hydraulische circuits en gecentraliseerde aandrijving overbodig worden. Deze innovatieve aanpak maakt een nauwkeurige en continue aanpassing van de remkrachten mogelijk, wat zorgt voor stabiel en gecontroleerd voertuiggedrag in complexe en sterk wisselende rijomstandigheden, en zo meer gemoedsrust biedt. Terwijl de markt een groeiende golf van aankondigingen rond elektromechanische remtechnologieën (EMB) ziet, onderscheidt Sensify™ zich met state-of-the-art hardware en aanpasbare softwarelagen. Het integreert zich op natuurlijke wijze in het softwaregedefinieerde voertuigparadigma, waardoor fabrikanten geavanceerde functionaliteiten kunnen inzetten op verschillende voertuigplatforms, terwijl schaalbaarheid, consistentie en langetermijnwaarde gedurende de gehele levenscyclus van het voertuig worden gewaarborgd.



Autozoekertjes aan de juiste prijs! Autozoekertjes aan de juiste prijs!









Wordt uw autobedr�f onze nieuwe


CarProf?






Scan de QRcode voor meer informatie!


Sluit u zich aan bij één van de garageformules van ?
Gewoon expert in ons vak
Ben jij garagehouder en zoek je naar manieren om je bedrijf toekomstbestendig te maken? Dan is aansluiten bij Autorepairmaster een slimme zet.
Scan de QR-code voor meer informatie!

A UTOREPAIRMAS TER
