Skip to main content

Automation Magazine nr 243 (NL)

Page 1


DRONE

p24 - Achtste editie van Indumation zet samenwerking mens en machine centraal

p36 - Hannover Messe 2026: Think Tech Forward

p42 - Wally Automation lanceert eerste compacte metselrobot

Wie zit er achter de schermen?

Beckhoff-technologie

Beckhoff biedt een compleet besturingssysteem dat perfect is voor de entertainment industrie:

1. Besturingsopties voor toepassingen die beweging vereisen

2. Integratie van licht via DMX, sACN, Art-Net™, DALI, BacNet, Pixel-LED, PWM, lichtontwerptools en nog veel meer

3. Volledige controle over je audio- en videosystemen via interfaces voor PIXERA, QSC®, d&b audiotechnik, PJ-link en nog veel meer

SAMEN STERK DOOR EEN UNIFORME EUROPESE INDUSTRIEPOLITIEK

De sfeer op het voorbije Indumation 2026 was optimistisch. De vakbeurs – georganiseerd door InduMotion, Agoria en Industrialfairs – noteerde een bezoekersrecord en is uitgegroeid tot het grootste en belangrijkste automatiseringsevent in de Benelux.

Geopolitiek is er minder optimisme. Oorlogen zorgen voor economische onzekerheid. Hoge olie- en gasprijzen zetten onze industrie nog meer onder druk. In 2007 pakte de Europese Commissie uit met een eerste industrieplan. Men beloofde om iets te doen aan de hoge energieprijzen en meer jongeren richting ingenieursopleidingen te sturen. Zonder resultaat. De industriële stroomprijzen zijn in België vandaag twee keer zo hoog als in China en drie keer zo hoog als in de Verenigde Staten. Het aandeel van STEM-kandidaten in ons onderwijs daalt…

Europa voert momenteel meer industriële goederen uit dan het invoert uit de rest van de wereld. Machinebouw, auto’s en geneesmiddelen zijn daarbij onze economische speerpunten, maar alle drie de sectoren staan onder grote druk. In de sector van gespecialiseerde machines voert de EU nog steeds ongeveer twee keer meer uit dan China. Deze sector is belangrijk voor vele kleine Europese nichebedrijven. Helaas is de wereldeconomie een ‘numbers game’ en winnen de Chinezen aan terrein, dit door hun gecentraliseerd bestuur en schaalgrootte, zoals de slagkracht van miljoenen Chinese ingenieurs.

De tijd dat men zei: ‘de USA innoveert, China kopieert en Europa reguleert’, is voorbij. China groeit dankzij grote investeringen van overheid en bedrijfsleven in R&D en STEM-opleidingen. Chinese overheidsinstellingen en bedrijven vroegen in 2024 zo’n 1,8 miljoen patenten aan, de helft van alle patenten dat jaar wereldwijd. De rest in de top vijf zijn de VS, Japan, ZuidKorea en Duitsland.

Heb je de humanoid robots zien dansen tijdens het CCTV Spring Festival Gala? Deze vier uur durende live televisieshow wordt sinds 1983 tijdens het Chinees nieuwjaar (dinsdag 17 februari, het nieuwe 2026 is het Jaar van het Vuurpaard) uitgezonden door CCTV (China Media Group) en staat bekend als het meest bekeken tv-programma ter wereld. Vier Chinese startups (Unitree Robotics, Galbot, Noetix en MagicLab) presenteerden hun humanoid robots in een indrukwekkende vechtkunstshow, naast menselijke acteurs. Een voorproefje van wat China in de toekomst gaat verwezenlijken.

China werkt sinds 1953 met een vijfjaarlijkse economische planning en voor de volgende periode tot 2030 ligt de focus op AI, robotica en energietransitie. Zo installeert China jaarlijks bijna 300.000 industriële robots, goed voor ongeveer 80 procent van de wereldmarkt. Maar China's maakindustrie kampt momenteel met een overcapaciteit. Het nieuwe vijfjarenplan zal dit groter maken. Het is dus oppassen voor een dumping van steeds meer geavanceerde producten op onze Europese markt.

‘Het is oppassen voor dumping van steeds meer geavanceerde producten op onze
Europese markt.’

Europa daarentegen handelt traag en versnipperd. Met 27 EUlidstaten is de besluiteloosheid vaak groot. De Amerikaanse president Donald Trump verdient geen Nobelprijs, maar misschien wel een award om Europa economisch wakker te hebben geschud. Zodat er nu eindelijk werk wordt gemaakt van een échte Europese integratie. Meer samenwerking op het gebied van defensie, energie, industriële concurrentie, handel, protectionisme en immigratie is noodzakelijk.

Zoals u zal lezen in dit nieuwe nummer van Automation Magazine is het hier niet allemaal economisch kommer en kwel. Op het gebied van drone-ontwikkeling zien we ook in België heel wat innovatieve ontwikkelingen. In het dossier over drones maken we kennis met heel wat start-ups die in deze sector actief zijn. Wij hopen dat dit onze lezers kan inspireren!

Transponderschakelaar met vergrendeling

Zeer compact design 135 mm

Metalen kop (3.000 N Fzh)

PL e / Cat 4 / SIL3

High level coded ISO 14119

Configureerbaar door FlexFunction

Uitgebreide diagnose met IO-Link

IP69 stofvrij en vochtdicht

Optionele escape release

Veiligheidstechniek voor de Machinebouw

INDUMOTION

InduMotion vzw is de beroepsfederatie voor bedrijven gespecialiseerd in industriële automatisering en aandrijftechnieken (elektrisch, hydraulisch, mechanisch en pneumatisch), die als producent, officiële invoerder of verdeler op de Belgische markt actief zijn.

Lid van het Europees comité CETOP.

vzw InduMotion

Provinciesteenweg 9 – 3150 Haacht

BTW BE0431 258 733

Secretariaat: Gerda Van Keer, tel. +32 471 20 96 73 gerda.vankeer@indumotion.be info@indumotion.be

RAAD VAN BESTUUR

Hugues Maes (SMC Belgium): Voorzitter

Jean-Marc Orban (Festo): Ondervoorzitter

Marcel De Winter: Penningmeester

Hanne Geelen (igus): Bestuurder

Stijn Provoost (Promation): Bestuurder

Pieter Vansichen (Cobotracks): Bestuurder

TOEZICHTHOUDERS

Guy Mertens (Act in Time)

Maciej Szygowski (Doedijns Fluid Industry)

AUTOMATION MAGAZINE

Automation Magazine is een driemaandelijkse uitgave van de beroepsfederatie InduMotion vzw. Het verschijnt in maart, juni, september en december.

REDACTIE

redactie@automation-magazine.be www.automation-magazine.be

ADVERTEREN

Jean-Charles Verwaest publiservice@automation-magazine.be mob. +32 475 44 57 91

VERANTWOORDELIJKE UITGEVER

Hugues Maes vzw InduMotion

Provinciesteenweg 9 – 3150 Haacht info@indumotion.be www.indumotion.be

REDACTIECOMITE

Ludo De Groef, Marcel De Winter, Hugues Maes, Guy Mertens, Patrick Polspoel, Roger Stas, Maxime Vansichen, Filip Vanwynsberghe.

SECRETARIAAT

Gerda Van Keer, tel. +32 471 20 96 73 gerda.vankeer@indumotion.be info@automation-magazine.be

REALISATIE

Magenta Uitgeverij

Lange Winkelhaakstraat 26 – 2060 Antwerpen

Jean-Charles Verwaest info@magenta-uitgeverij.be tel. +32 475 44 57 91

LAY-OUT

Hans Bungeneers www.brontosaurus-graphics.be

OPLAGE

8.300 ex. NL + 2.700 ex. FR

De advertenties en artikelen in Automation Magazine worden ter goedkeuring voorgelegd aan het redactiecomité.

Alle advertenties die betrekking hebben op technieken en producten voor industriële automatisering komen in aanmerking voor publicatie.

De artikelen en nieuwsberichten zijn door de redactie geselecteerd. Zij verschijnen gratis en bevatten geen publiciteit. De auteurs zijn verantwoordelijk voor hun teksten.

Automation Magazine wordt uitgegeven door InduMotion vzw. Een abonnement op dit vaktijdschrift is gratis en u kan dit aanvragen via het InduMotion secretariaat: gerda.vankeer@indumotion.be. Conform de Europese GDPR-wetgeving stellen wij u in kennis dat Automation Magazine hiervoor uw naam, bedrijf (optioneel) en adres bewaart. Deze informatie wordt nooit met derden gedeeld. U kan uw gegevens altijd via Gerda Van Keer opvragen en laten aanpassen of verwijderen.

Automation Magazine paraît aussi en français.

© InduMotion 2026 Coverfoto © INGIMAGE

P3 EDITO Samen sterk door een uniforme Europese industriepolitiek

P5 INHOUD

P6 DOSSIER Drone Technologie in België

P23 Metal Work Pneumatic, van pneumatica leverancier naar brede technologiepartner

P24 Achtste editie van Indumation zet samenwerking mens in machine centraal

P33 Automation Magazine wisselt van uitgever

P34 Festo 100 jaar: ‘Het succes van onze klanten bepaalt ons succes.’

P36 HANNOVER MESSE 2026: Think Tech Forward

P38 Beckhoff: Waar industrie en podiumkunsten elkaar ontmoeten

P40 Promation optimaliseert uw productie

P42 Wally Automation lanceert eerste compacte metselrobot

P44 AGORIA: Gematigde groei voor de technologiesector in 2026

P45 PRODUCTEN

P49 TECHTELEX

P50 AFSLUITER

DRONE

TECHNOLOGIE IN BELGIË

Drones duiken vrijwel dagelijks op in de media, vooral door de talrijke oorlogssituaties wereldwijd. We lezen eveneens over drones die Europese luchthavens, onze militaire basissen en belangrijke infrastructuur bespioneren. Daarnaast hebben drones gelukkig ook veel economische toepassingen zoals in de beveiligingssector (inclusief politie en brandweer), in de landbouw en in de logistiek. Automation Magazine onderzocht de drone-industrie in België.

Op bouwwerven en industrieterreinen zorgen drones voor overzicht en beveiliging.

De Belgische drone-sector groeit: er zijn honderden geregistreerde drones en honderden operators in het land, en er bestaan platforms en federaties om de industrie te ondersteunen. Er zijn test- en innovatiecentra zoals DronePort in Sint-Truiden (voor testen, demonstraties en productontwikkeling) en bijvoorbeeld Noordzee Drones voor gespecialiseerde opleidingen.

Er zijn wel degelijk Belgische drone-makers zoals AltiGator uit Waterloo, dat al jarenlang multirotor-drones ontwikkelt en produceert. Er zijn ook andere kleinere Belgische droneproducenten en start-ups actief in de sector (hardware én

software), al is de productie voor commerciële drones in ons land relatief bescheiden.

Het bedrijf COBBS Belux assembleert drones in Bonheiden (bij Mechelen), dit in samenwerking met het Amerikaanse bedrijf Anduril Industries. Deze drones worden lokaal gebouwd op basis van een kit-systeem. Een bedrijf zoals Drone Matrix in Hasselt heeft met Vansichen Linear Technology een box ontwikkeld waaruit de drones opstijgen en landen.

Het meest bekend bij het grote publiek is het Oostendse bedrijf Exail Robotics Belgium (een deel van de Franse ECA Group) waar geavanceerde onderwaterdrones worden gebouwd voor mijn-detectie en -opruiming. Deze worden bijvoorbeeld gebruikt door de Belgische en Nederlandse marine.

Huis-tuin-en-keuken-drones

Maar welke soorten drones bestaan er? Allereerst zijn er huistuin-en-keuken-drones, in feite hobbydrones die bijvoorbeeld al enkele jaren populair zijn bij foto- en videografen. Het zijn kleine en goedkope drones die minder wegen dan 900 gram en je in de winkel of online kan kopen. Voor drones onder de 250 gram heb je geen vliegbewijs nodig.

Onder jongeren zijn ook First Person View (FPV, je ziet wat de drone ziet) -en racedrones erg populair. Dat zijn kleine, wendbare drones met een camera, waarbij je door een bril (goggles) het livebeeld (dankzij live time streaming) van de drone ziet. Dit in tegenstelling tot Line Of Sight (LOS)drones, die je visueel met het blote oog moet blijven volgen. Overigens is er momenteel in het Amerikaanse leger een discussie om in de toekomst elke soldaat uit te rusten – naast het gebruik van een standaard M4A1-geweer – met een FPVdrone.

Hoewel drones onschuldig lijken, zijn er strenge regels voor het gebruik ervan. Zo mag je de drone in principe nooit uit het zicht verliezen en mag het toestel niet hoger vliegen dan 120 meter. Je moet ook rekening houden met de privacy van anderen, zoals je buren. Als je drone een camera heeft of meer dan 250 gram weegt, moet je uzelf als drone-operator registreren. Want als het geavanceerde toestellen zijn, dan vallen ze binnen een specifieke categorie, waardoor de piloot/ operator een vergunning, verzekering en risicobeoordeling nodig heeft. Professionele drones zien er ook anders uit dan hobbydrones. Ze kunnen meer gewicht dragen en tellen soms 6 of zelfs 8 propellers.

Op heel wat plaatsen is het verboden om met je drone te vliegen, zoals rond natuurgebieden of (militaire) luchthavens. Deze zones staan opgelijst in de Belgische Droneguide App (officiële kaart van de overheid). In die zones vliegen zonder toelating is een inbreuk op de luchtvaartwetgeving en dan riskeer je een boete tot 100.000 euro, omdat je ook met zo'n kleine drone het luchtverkeer kan verstoren.

Surveillance en logistieke drones

Drones hebben eveneens veel commerciële toepassingen en worden inmiddels volop gebruikt in onze economie: bijvoorbeeld in de industrie, logistiek, landbouw, de inspectie van infrastructuur, wetenschap (bijvoorbeeld klimaatonderzoek) of media. Politie of brandweer zetten drones – al dan niet voorzien met warmtecamera’s – in bij controles, rampen of zoekacties.

In de landbouw worden drones gebruikt voor precisielandbouw: als hulpmiddel bij het besproeien en zaaien, en het monitoren van de gezondheid van gewassen. In de industrie kunnen ze bijvoorbeeld ingezet worden voor de controle van hoogspanningslijnen of windmolens, bouwwerven en om goederen of medische materialen te vervoeren.

Zo transporteert het jonge Belgische bedrijf Helicus met een drone bloedstalen in een recordtijd van het ziekenhuis naar een onderzoekslabo. Op het dak van het Jan Yperman

Ziekenhuis in Ieper beschikt men nu over ’s werelds eerste Drone Cargo Port (DCP): een droneluchthaven die volledig automatisch bloedstalen aanneemt en via de interne buizenpost tot in het labo brengt. Een technisch huzarenstukje dat scale-up Helicus realiseerde met behulp van Avercon en Siemens. De Siemens Industry Academy speelde een mooie rol in deze realisatie.

Qua software heeft Siemens ook het bedrijf Aerosophia geholpen met het beheer van een volledige droneinfoworkflow. Het begint met het vastleggen van gegevens, waarbij drones worden gebruikt om beelden in hoge resolutie te verzamelen voor energie, landbouw en infrastructuur. Verwerking en analyse op basis van AI genereren realtime inzichten, waaronder foutdetectie en nalevingsstatistieken.

Militaire drones

Tot slot is er nog een derde categorie: de (al dan niet) bewapende militaire drones. Bij defensie is er een heel gamma aan drones die specifiek gericht zijn op verkenning, bewaking,

Een drone is al lang geen speelgoed meer voor kinderen, maar heeft inmiddels talrijke commerciële en militaire toepassingen.

elektronische oorlogsvoering en gerichte aanvallen.

In grote lijnen kan je binnen de militaire drones een opdeling maken in twee grote categorieën: de Intelligence, Surveillance & Reconnaissance (ISR)-drones (voor informatiewerving, bewaking en verkenning) en echte bewapende aanvalsdrones. De drones worden van op afstand bestuurd vanuit een grondstation of vliegen autonoom (al dan niet met behulp van artificiële intelligentie).

Onder de surveillancedrones valt bijvoorbeeld de Sky Guardian, een militaire drone die door ons land is aangekocht, en dagenlang kan waken en verkennen zonder te landen. De onbemande toestellen zijn technisch voorbereid voor bewapening, en de Belgische regering gaf daarvoor reeds groen licht, maar momenteel worden onze drones alleen gebruikt voor het vergaren van inlichtingen.

Uit de media kennen we natuurlijk de Bayraktar TB2, een drone gemaakt in Turkije en veel gebruikt in de Oekraïne-oorlog, en de Shahed-kamikazedrone uit het conflict Iran – VS, een kruising tussen een raket vol explosieven en een drone. Het is overigens het Brugse Sol.One dat een drone ontwikkelde om de Shahed neer te halen. Het Sol.One-team werkt aan de ‘Saboteur’, een drone met een vleugelbreedte van 4 meter, 60 kilo zwaar en vier elektrische motoren om op te stijgen. Twee tweetakt bezinemotoren zorgen voor de voortstuwing. Het toestel heeft een kruissnelheid van 120 km/uur op 5.000 m hoogte en een bereik tot 500 km. Het West-Vlaamse bedrijf wil dit jaar 2.000 drones bouwen.

www.aerospohia.com www.altigator.com www.dronematrix.eu www.droneport.eu www.exail.com www.helicus.com www.sol.one

Landbouwers controleren hun velden met een drone.

In het demonstratie- en belevingscentrum LogiVille tonen partners hun nieuwe ontwikkelingen en producten voor de logistieke sector.

DRONES CONTROLEREN INVENTARIS IN MAGAZIJNEN

Het controleren van de voorraad in een magazijn is een tijdrovende bezigheid die ook veiligheidsrisico’s met zich mee kan brengen indien operatoren daarvoor op grote hoogte moeten werken. Een van de demonstraties in LogiVille toont hoe drones ingezet worden om op een efficiënte en betrouwbare manier een volledige controle van de inventaris door te voeren.

Bij LogiVille in Niel, het demonstratiecentrum van VIL vzw (Vlaams Instituut voor de Logistiek), kunnen bezoekers tientallen demonstraties meemaken van innovaties in de logistiek en supply chain technologie. Het demonstratie- en belevingscentrum werd vijf jaar geleden opgericht door VIL, dat een van de speerpuntclusters is van de Vlaamse regering.

‘Het doel is om de bedrijfswereld te laten kennismaken met nieuwe technologieën’, zegt manager Paul Van Nuffel. ‘In onze demohal werken we met partners die hun nieuwe ontwikkelingen en technologieën kunnen voorstellen. Daarin maken we ook plaats voor start-ups die vaak met zeer innovatieve dingen bezig zijn. Momenteel hebben we bijvoorbeeld een demo van Manual.to – een Belgisch bedrijf dat een software ontwikkeld heeft die op basis van artificiële intelligentie automatisch handleidingen genereert. Daarbij wordt een filmpje gemaakt van een proces of taak. De software kan die beelden analyseren en beschrijven wat er gedaan wordt, in de gewenste taal die de gebruiker wenst.

Bij de innovaties zitten veel voorbeelden van digitalisering en artificiële intelligentie. Een ander thema blijft de automatisering van logistieke processen, zoals goods to person systemen, mobiele robots en geïntegreerde machine-machine en human-machine oplossingen.’

Een nieuwigheid en uniek in Vlaanderen is de immersive room waar met projecties interactieve presentaties gegeven worden. Momenteel gaat die over circulaire logistiek in de textielsector, waarin gekeken wordt naar oplossingen om die sector duurzamer te maken.

Fly and search

Een van de start-ups in de demonstratiehal is het Franse bedrijf Eyesee Drones, dat een oplossing ontwikkelde om met drones de voorraad in een magazijn te controleren. De drone kan autonoom langs alle vakken in een rek vliegen en in elk vak de barcode (of een andere code) scannen van de locatie en van de pallet die er staat. Via een link met het Warehouse Management

Systeem (WMS) kan gecontroleerd worden of de pallet in het rek overeenkomt met de data in het WMS. De drone kan ook zien wanneer een palletlocatie leeg is, of detecteren dat er iets staat dat niet herkend kan worden.

‘In het systeem worden drie functies aangeboden’, zegt Dirk Jocquet, innovatie ambassadeur bij VIL. ‘De eerste wordt blind operation genoemd, wat wil zeggen dat de drone een volledig rek scant van linksonder tot rechtsboven. De tweede functie is interactieve bediening waarbij de operator op een tablet mee kijkt naar wat de drone met zijn camera ziet. Op die manier kan de operator bijvoorbeeld naar bepaalde locaties in de hoogte gaan om zelf te verifiëren wat zich daar bevindt. Een derde functie is fly and search, waarbij de drone de opdracht krijgt om een bepaalde pallet, waarvan men niet meer weet waar ze zich bevindt, in een rek te zoeken aan de hand van de barcode.’

Positionering op basis van visiesysteem

De drone van Eyesee vliegt autonoom maar een operator is aanwezig om de drone in de gaten te houden en in te grijpen als er iets mis zou gaan. Dat biedt tegelijk het voordeel dat de operator tijdens de inventaris via een tablet kan volgen wat de drone ziet. Bij de demonstratie die we kregen in Logiville was er bijvoorbeeld een locatie waar een aantal lege paletten gestapeld lagen zonder barcode. De drone ziet dan dat het vak niet leeg is maar dat er ook geen pallet met barcode staat en kan dat melden aan de operator die dan zelf kan invoeren wat zich op die locatie bevindt. De drone neemt sowieso van elke locatie ook een foto die doorgestuurd wordt naar het WMS zodat men later ook nog elke locatie kan bekijken.

Om de drone autonoom te laten vliegen moet de configuratie van de stellingen eerst ingevoerd worden in het systeem. Daarbij worden de dimensionering en locatienummering opgetekend. ‘Bij de eerste generatie drones moesten er in de gang ook nog Ultra Wideband (UWB) geplaatst worden die de drone gebruikte om zich te positioneren’, zegt Dirk Jocquet. ‘Bij de tweede generatie is dat niet meer nodig omdat de drone via de camerabeelden zelf de rekconfiguratie herkent. In het warehouse zelf moeten dus geen aanpassingen gebeuren om met de drones aan de slag te gaan.’

De eerste generatie warehouse drone was een relatief groot toestel met meerdere sensoren om de vloer, het plafond, de rekconstructie en de beacons te detecteren

Innovatie ambassadeur Dirk Jocquet en LogiVille manager Paul Van Nuffel

De scan box heeft aan elke zijde camera’s die boven elkaar staan zodat per doorgang meerdere rijen tegelijk gescand kunnen worden.

Scan box op heftruck

De eerste generatie warehouse drone was een relatief groot toestel dat speciaal voor deze toepassing ontwikkeld was. De drone had meerdere sensoren om de vloer, het plafond, de rekconstructie en de beacons te detecteren. Naast de camera bevatte de drone ook nog traditionele barcode scanners. Bij de tweede generatie wordt een off-the-shelf drone gebruikt en worden alle functies gerealiseerd via beeldherkenning, gekoppeld aan slimme software voor de navigatie en het scannen van de voorraad.

Met de drone kunnen zo’n 400 palletlocaties per uur gescand worden. Een restrictie is wel dat de batterij om de 20 minuten vervangen moet worden, al gaat dit vrij snel via een eenvoudige plug & play.

Bij Logiville heeft men nog een andere demonstratie voor het controleren van de voorraad: de scan box van innovatiepartner Zetes. ‘Het is een box met camera’s die op de vorken van een heftruck geplaatst wordt’, zegt Dirk Jocquet. ‘Terwijl de truck in een gang rijdt kan de box aan beide zijden palletlocaties scannen. De boxen zijn in meerdere configuraties beschikbaar met camera’s die boven elkaar staan zodat per doorgang meerdere rijen tegelijk gescand kunnen worden. De box kan ook op een zelfrijdende truck geplaatst worden en zo autonoom een volledig warehouse scannen.’

Artificiële intelligentie

Wat de meest geschikte oplossing is moet per geval bekeken worden. ‘Voor een laag magazijn is het werken met een scan box duidelijk sneller. In een hoogbouwmagazijn heeft de drone een voordeel en die biedt ook meer flexibiliteit als men op een specifieke locatie wil gaan kijken wat zich daar bevindt.’

Beide technologieën zijn nog relatief nieuw maar toch zijn er steeds meer bedrijven aan de slag met proof of concepts en worden er ook implementaties uitgerold. De tijdrovende en kostelijke activiteit van inventarisopname, gekoppeld aan nieuwe mogelijkheden om deze efficiënter, sneller en zeker ook veiliger uit te voeren, maakt dat geautomatiseerde inventarisopname aan een stevige opmars bezig is. Dankzij de eenvoudige configuratie en makkelijke bediening wordt verwacht dat drones in de toekomst in steeds meer magazijnen zullen opduiken.

Bovendien zijn er een aantal onderzoeksprojecten om het systeem in de toekomst nog performanter te maken door met artificiële intelligentie te beoordelen wat zich in een vak bevindt. Zo zou de drone ook een beeld kunnen geven van hoeveel producten zich bijvoorbeeld nog op een pallet bevinden en of er andere anomalieën zijn die mogelijks verder bekeken moeten worden.

www.eyesee-drone.com www.logiville.be www.manual.to www.zetes.com

De nieuwe drone van Eyesee is een off-the-shelf toestel dat autonoom vliegt zich op basis van visietechnologie kan positioneren.

Tijdens een briefing werd door Noordzee Drones aan minister Francken uitgelegd wat de huidige technische mogelijkheden zijn voor drones.

MINISTER VAN DEFENSIE THEO FRANCKEN TEST

BELGISCHE TRAININGSDRONE THEQ-1

Begin maart bracht minister van Defensie Theo Francken een werkbezoek aan het opleidings- en expertisecentrum Noordzee Drones in Zeebrugge. Het bezoek stond in het teken van innovatie, opleiding en de strategische versterking van Belgische dronecapaciteiten binnen Defensie.

Noordzee Drones is een in België en Nederland erkende Unmanned Aerial Systems (UAS) vliegschool voor drone-opleidingen -en toepassingen. Tijdens het bezoek kreeg de minister toelichting over het Belgische en Europese drone-ecosysteem, de evoluties binnen de EASA-dronewetgeving, de gespecialiseerde opleidingen van Noordzee Drones en de operationele drone-toepassingen binnen Defensie.

Drones zijn niet meer weg te denken in de huidige manier van oorlogvoering.

Officiële inhuldiging van THEQ-1 Hoogtepunt van het bezoek was de officiële inhuldiging van THEQ-1, een 100% Belgische quadcopter-trainingsdrone, ontwikkeld samen met en voor Defensie.

De drone werd volledig opgebouwd met Belgische expertise en componenten en wordt reeds twee maanden ingezet voor de opleiding van militair personeel. Met deze THEQ-1 draagt Noordzee Drones bij aan een strategische drone-autonomie voor België, een versterking van het nationale defensieecosysteem, en een verbeterde en praktijkgerichte militaire opleiding.

De drone-operator kan met een 3D-bril vanop afstand alle bewegingen van de drone van nabij volgen.

Minister bestuurt zelf de drone

Onder het motto: ‘Beter een goede piloot met een eenvoudige drone dan een geavanceerde drone met een slechte piloot’, nam minister Francken zelf plaats aan de stuurknuppels in duo-control met een erkende instructeur. Minister Francken benadrukte daarbij het belang van opleiding en innovatie: ‘Technologie is cruciaal, maar opleiding maakt het verschil. Noordzee Drones helpt ons die opdracht waarmaken, met een gerichte training, een snelle opschaling en Belgische technologie van eigen bodem.’

Minister Theo Francken mocht onder toezicht zelf een testdrone besturen.

NOOMAD MAAKT MOBIELE LANCEERPLATFORMEN

Samen bouwen aan een Belgisch ecosysteem Tijdens het bezoek werden ook de samenwerkingen besproken met de Gentse universiteit/imec, Vintecc, surveillance specialist Tersec, de Britse defensie & transport multinational Serco, en Noomad die mobiele landing of lanceerplatformen maakt voor drones.

Noordzee Drones is voorts ook dankbaar voor de blijvende ondersteuning van Agoria en Voka, die innovatie en ondernemerschap binnen Vlaanderen en België actief ondersteunen.

Noomad maakt de meest modulaire & snel inzetbare onbemande grondplatforms ter wereld. Het Belgische bedrijf bouwt autonome, onbemande grondplatforms voor de lancering van drones. Dergelijke platforms kunnen zelfstandig werken of in groep.

Omdat ze compact zijn opgebouw met modulaire componenten, kunnen ze snel worden omgebouwd om aan diverse operationele behoeften te voldoen: van observatie en logistiek tot inspectie en commando-ondersteuning.

De modulaire architectuur met gestandaardiseerde interfaces zorgt voor snelle payloadwisselingen en schaalbare capaciteitsgroei. Voorts is er een geoptimaliseerde mobiliteit voor oneffen terrein en hebben de Noomad platforms een robuuste constructie voor veeleisende omgevingen.

Noomad maakt mobiele lanceerplatformen waarmee drones nauwkeurig kunnen opstijgen en landen.

Samen wordt nu gebouwd aan een krachtig Belgisch droneecosysteem, recent was dit onder meer zichtbaar op de eerste Belgische defensiebeurs BEDEX (Brussels European Defense EXhibition & Conference).

www.noomad.eu www.noordzeedrones.be www.serco.com www.tersec1.eu www.vintecc.com

De spuitbomen op moderne machines zijn ingedeeld in secties die op basis van taakkaarten afzonderlijk aangestuurd kunnen worden.

EFFICIËNTER SPROEIEN IN DE LANDBOUW OP BASIS VAN DRONEDATA

Moderne landbouwmachines kunnen zeer precies aangestuurd worden, bijvoorbeeld om onkruidbestrijding efficiënter te maken. Maar om dat te doen, hebben de machines data nodig. Het Gentse Croptic maakt gebruik van drones en artificiële intelligentie om de toestand van velden zeer nauwkeurig in kaart te brengen.

Vele onkruiden hebben de neiging om in groepen te groeien op plaatsen waar de omstandigheden toevallig ideaal zijn. Bij de bestrijding van onkruiden in velden kan dan ook enorm veel bespaard worden door alleen te sproeien op plaatsen waar de onkruiden aanwezig zijn.

Volgens de Gentse start-up Croptic kan tot 95% bespaard worden op onkruidbestrijdingsmiddelen. Het bedrijf heeft een technologie ontwikkeld om op basis van luchtfoto’s taakkaarten te maken waarmee de landbouwmachines automatisch aangestuurd kunnen worden.

Croptic werd in 2023 opgericht door Lander Pauwels Malengier en Ruben Van De Vijver. De familie van Lander heeft een zaak die landbouwmachines verkoopt. Vanuit die achtergrond is hij vertrouwd met de geavanceerde mogelijkheden die deze machines tegenwoordig hebben. Maar in de praktijk worden die mogelijkheden niet altijd benut.

‘Spuitmachines zijn daar een goed voorbeeld van’, zegt Lander Pauwels Malengier. ‘De spuitbomen op moderne machines zijn ingedeeld in secties die afzonderlijk aangestuurd kunnen

Met artificiële intelligentie worden de luchtfoto’s omgezet in taakkaarten voor het aansturen van de landbouwmachines.

worden. Op die manier kan men selectief sproeien, dus enkel op de plaatsen waar het nodig is. Maar om die machines aan te sturen, heb je data nodig over de plaatsen waar wel of niet gesproeid moet worden.’

Het idee voor Croptic ontstond na een toevallige ontmoeting met Ruben Van De Vijver die als onderzoeker werkte bij het Vlaamse Instituut voor Landbouw-, Visserij en Voedingsonderzoek (ILVO). Ruben had onderzoek gedaan naar methodes om met behulp van drones ziektes te detecteren in aardappelen en in kaart te brengen. Vanuit zijn kant was hij op zoek naar manieren om de data die zo gegenereerd kon worden, in de praktijk in te zetten.

Artificiële intelligentie maakt taakkaarten

De missing link, waar Croptic zich op toegelegd heeft, is het creëren van zogenaamde taakkaarten. Dat zijn bestanden met coördinaten die door de landbouwmachines ingelezen kunnen worden om bijvoorbeeld het sproeien automatisch aan te sturen. Sommige van die machines halen een resolutie van 25 cm, wat wil zeggen dat men heel precies kan bepalen waar er wel en niet gesproeid wordt. Terwijl de landbouwer met de machine over het veld rijdt, wordt continu de positie bepaald en aan de hand van de taakkaart gekeken welke secties op die plaats aangestuurd moeten worden.

‘Het maken van de kaarten gebeurt op basis van luchtfoto’s die we laten maken met behulp van drones’, zegt Lander Pauwels Malengier. ‘De eerste stap is het maken van een vluchtplan voor de drone op basis van de perceelgrenzen van een veld. De drone vliegt in lijnen op 12 meter afstand van elkaar over het veld en registreert bij elke luchtfoto

ook de coördinaten. Met artificiële intelligentie kunnen we vervolgens in de foto’s op zoek gaan naar bepaalde onkruiden. Daarvoor hebben we zelf een aantal modellen getraind en in functie van een bepaalde opdracht kunnen we ook een nieuw model maken dat specifieke onkruiden tussen de gewassen kan herkennen. De taakkaart voor de machine zijn dan de coördinaten van de plaatsen waar ons AI model in de foto’s de aanwezigheid van onkruid gedetecteerd heeft.’

Precieze positionering

Voor deze toepassing worden standaard drones gebruikt van DJI. De navigatie gebeurt op basis van RTK (Real-Time Kinematic) GPS. Dat is een technologie die gebruikmaakt van vaste basisstations om de nauwkeurigheid van het GPS systeem te verhogen. Zo een basisstation ontvangt, net als een drone, zijn positie via GPS. Omdat het station echter op een vaste plaats staat, waarvan de coördinaten gekend zijn, kan op die manier een correctiefactor bepaald worden die op de GPS-coördinaten toegepast moet worden om het resultaat nauwkeuriger te maken. Door die correctiefactor door te geven aan de drone, wat het RTK GPS systeem doet, kan met GPS een nauwkeurigheid tot enkele centimeter bekomen worden.

‘De landbouwmachines maken gebruik van dezelfde technologie voor hun positiebepaling’, zegt Lander Pauwels Malengier. ‘Op die manier kan via de taakkaarten precies gesproeid worden op de plaatsen waar met de drone onkruid te zien was.’

En het aantal toepassingsmogelijkheden eindigt daarmee nog lang niet. ‘We kunnen met dezelfde technologie ook de groei

Met behulp van drones kan onkruid gedetecteerd worden maar kan ook de groei van de gewassen zelf opgevolgd worden, net als de controle op ziektes.

van de gewassen zelf opvolgen en bijvoorbeeld nagaan of ze voldoende water krijgen. Een andere toepassing is de controle op mogelijke ziektes in de planten zodat tijdig ingegrepen kan worden.’

Multispectraalcamera’s sporen problemen op Voor het detecteren van ziektes kunnen de drones uitgerust worden met speciale camera’s die multispectraalcamera’s genoemd worden. Dat zijn camera’s met speciale filters die naast rood, groen en blauw ook licht in andere frequentiebanden kunnen detecteren. Door in het infrarood en nabij-infrarood gebied te kijken kunnen de camera’s problemen zien in planten die met het blote oog, of met een gewone camera, niet of nauwelijks opgemerkt zouden worden.

‘Het is alsof je in de diepte in een plant kan kijken’, zegt Lander Pauwels Malengier. ‘Met artificiële intelligentie kunnen we dan opnieuw een model maken dat typische patronen, eigen aan bepaalde ziektes, in de beelden van de multispectraalcamera’s kan herkennen. Voor landbouwers is dat zeer nuttig omdat ze dan tijdig kunnen ingrijpen. Voor dit soort toepassingen is wel een veel hogere resolutie nodig in de beelden, wat betekent dat op lagere hoogte en in smallere banen gevlogen moet worden, wat een grote invloed heeft op de kostprijs. De wetgeving is hierin tot nu toe de meest bepalende factor.’

Gecontroleerd luchtruim

Het lijkt wat tegenstrijdig maar voor dronetoepassingen is het momenteel veel makkelijker om ze te realiseren in de buurt van luchthavens en op andere plaatsen met een gecontroleerd luchtruim. ‘In de haven van Antwerpen, bijvoorbeeld, zijn er al heel wat toepassingen met autonome drones. Dat is mogelijk omdat ze een vluchtplan hebben en gecontroleerd worden zoals het andere vliegverkeer. In landelijke gebieden is die controle er niet en mogen drones enkel gebruikt worden wanneer er een piloot aanwezig is die het toestel continu kan zien. Dat maakt dat er voor onze metingen iemand ter plaatse moet gaan om de drone tijdens het maken van de foto’s in de gaten te houden.’

‘In de toekomst zal dat allicht beter geregeld worden’, zegt Lander Pauwels Malengier. ‘Je kan dan op een boerderij of op een andere locatie een drone in een box hebben die autonoom kan uitvliegen om op de velden metingen te doen. De landbouwer krijgt dan veel meer data en een real-time gezondheidskaart die niet alleen gebruikt kan worden om de machines aan te sturen, maar ook om acties zoals het sproeien optimaal te plannen. De wetgeving rond autonoom vliegen is nog een remmende factor hierin maar de technologie om dat mogelijk te maken is er al wel.’

www.croptic.ai

Start-up Agilica maakt een zeer nauwkeurige positionering mogelijk, zodat drones op schepen kunnen landen.

AGILICA LAAT DRONES VEILIG LANDEN OP SCHEPEN

Om drones autonoom te laten vliegen en landen is een nauwkeurig positioneringssysteem nodig. In de meeste toepassingen wordt hiervoor gebruikgemaakt van GPS en de meer nauwkeurige variant die RTK GPS genoemd wordt. De Brusselse start-up Agilica heeft hiervoor een performant alternatief ontwikkeld dat niet afhankelijk is van GPS signalen. Het Agilica Local Positioning System wordt onder meer gebruikt om drones veilig en autonoom te laten landen op schepen en andere bewegende platformen.

Het bedrijf Agilica is een spin-off van de Koninklijke Militaire School (KMS), waar de kern van de positioneringstechnologie initieel ontwikkeld werd. Het gebruik in drones kwam pas later en de technologie is ook niet beperkt tot toepassingen met drones. Maar met de grote aandacht die er momenteel is voor drones en de vraag naar toepassingen met een hoge betrouwbaarheid en autonomie is het momenteel wel de belangrijkste toepassing. Het Agilica Local Positioning System is een soort privaat GPS-systeem dat lokaal opgezet kan worden om binnen een bepaald werkingsgebied een zeer nauwkeurige positionering mogelijk te maken.

‘De initiële vraag was gekomen van een bedrijf dat in een wielerwedstrijd de posities van de deelnemers wou tracken’, zegt CEO Hafeez Chaudhary. ‘Ik was toen nog onderzoeker aan de Koninklijke Militaire School en we waren toen ook een project aan het opzetten met het Fraunhofer instituut om de

positie van sensoren te traceren met zeer hoge precisie. De wielerwedstrijd vond plaats op een locatie waar geen goede ontvangst was van GPS-signalen. De opdracht was dus om daar een alternatief voor te ontwikkelen.’

Het GPS-systeem werkt op basis van radiosignalen die door satellieten uitgezonden worden. Door de time-of-flight te meten – dat is de tijd tussen het verzenden en het ontvangen van een radiopuls – kan de afstand tussen de zender en een ontvanger bepaald worden. Door het principe van triangulatie toe te passen, waarbij de afstanden van een ontvanger tot meerdere satellieten berekend wordt, kan de exacte positie van de ontvanger ten opzichte van die satellieten bepaald worden.

Tijdsynchronisatie cruciaal

In de praktijk is het GPS-systeem echter een stuk complexer dan het op het eerste zicht lijkt. ‘Er zijn drie methodes om

met behulp van radiosignalen en time-of-flight data tot een positioneringssysteem te komen’, legt Hafeez Chaudhary uit. ‘De eerste methode maakt gebruik van bidirectionele communicatie waarbij een beacon – in het GPS-systeem is dat een satelliet – een bericht uitzendt en de ontvanger een antwoord terugstuurt. Op die manier kan vrij eenvoudig de time-of-flight berekend worden, maar voor een GPS-systeem met miljoenen gebruikers zou dat niet praktisch zijn.’

‘Daarom wordt in een GPS-systeem gewerkt met communicatie in één richting waarbij de satellieten signalen uitzenden met een zeer precieze time stamp. De ontvanger bepaalt de time-of-flight door die time stamp te vergelijken met de tijd op zijn lokale klok. De satellieten moeten hun tijd dan wel onderling perfect synchroniseren. Daarom hebben GPSsatellieten dure atoomklokken aan boord. De gebruiker moet in een dergelijk systeem vier onbekenden berekenen: de drie dimensies van zijn positie en de mogelijke afwijking van zijn klok met de perfect gesynchroniseerde tijd van de satellieten. Daarom heeft een gebruiker de signalen van vier verschillende satellieten nodig om zijn exacte positie te kunnen bepalen.’

Een derde methode lost de problematiek van tijdsynchronisatie op door de gebruiker een signaal te laten uitzenden dat door meerdere beacons ontvangen wordt. Op basis van de

aankomsttijden van het signaal in de verschillende beacons, die alle opnieuw een perfect gesynchroniseerde klok hebben, kan het netwerk dan de positie berekenen en terugsturen naar de gebruiker.

Resolutie kleiner dan een nanoseconde Het systeem van Agilica ondersteunt de drie verschillende methodes voor positionering. Het GPS-systeem wordt er lokaal nagebouwd. In de plaats van satellieten gebruikt het systeem een aantal beacons op vaste posities. Deze communiceren via Ultra Wide Band (UWB) met een mobiele navigatietag die zich bijvoorbeeld op een drone bevindt. De innovaties van het bedrijf zitten in het systeem dat op een uniforme manier met de drie positioneringsmethodes kan werken en in de methodes die gebruikt worden om de tijd van de beacons te synchroniseren. ‘We wilden een systeem bouwen dat geen dure atoomklokken nodig heeft’, zegt Hafeez Chaudhary. ‘In de plaats daarvan ontwikkelden we algoritmes die de beacons in staat stellen om hun tijd via communicatie in het netwerk te synchroniseren.’

Aangezien radiogolven bewegen aan de snelheid van het licht (pakweg 300.000 km/s) moet die synchronisatie van de tijd heel GPS-satellieten hebben dure atoomklokken aan boord.

Het is erg moeilijk om een drone veilig op een bewegend schip te laten landen.

Door de hoge nauwkeurigheid van het Agilica systeem is er ook interesse uit de defensiesector.

precies zijn – tot een resolutie kleiner dan een nanoseconde – om met het time-of-flight principe tot een nauwkeurige afstandsmeting te komen. ‘We bieden een positionering tot op enkele centimeter nauwkeurig. Om dat te bekomen, moeten we bijvoorbeeld ook rekening houden met de vertragingen in de elektronica van de zenders en ontvangers, zoals bijvoorbeeld de tijd die een signaal nodig heeft om te propageren tussen de ontvangst van het signaal en de start van de verwerking. Bovendien moeten we compensaties inbouwen voor het feit dat deze propagatietijd verandert met bijvoorbeeld de temperatuur. De keuze voor UWB is ook belangrijk in die context. De brede frequentieband laat toe om zeer korte pulsen te gebruiken, wat tot een zeer hoge resolutie leidt in het tijdsdomein.’

Verschillende positioneringsmethodes

De spin-off van de KMS werd opgericht in 2023. Aanvankelijk had het bedrijf moeite om een geschikte toepassing te vinden voor zijn geavanceerde technologie. In eerste instantie werd aan toepassingen in het domein van Industrie 4.0 gedacht, maar voor heel wat indoor toepassingen zoals positionering in magazijnen zijn er reeds alternatieven op basis van barcodes en visietechnologie.

De doorbraak kwam met de vraag voor een meer veeleisende toepassing, namelijk het landen van drones op schepen. ‘Men heeft daar vaak te maken met een beperkte zichtbaarheid. Bovendien beweegt een schip continu in drie dimensies’, zegt Hafeez Chaudhary. ‘Door met onze technologie beacons op een schip te plaatsen, kan een drone zich precies positioneren ten opzichte van het schip. Bovendien hebben we het voordeel dat we de drie verschillende positioneringsmethodes aanbieden. Wanneer de drone een schip nadert, kan de afstand bepaald worden via bidirectionele communicatie. Zodra het toestel

dichterbij is en zich binnen het volume bevindt dat afgedekt wordt door de beacons, kunnen we overschakelen op de modus die analoog is aan die van een GPS-systeem.’

‘We hebben een gelijkaardige toepassing voor voertuigen op het land die soms een drone aan boord hebben om hun omgeving te verkennen. Die drone kan dan ook gepositioneerd worden ten opzichte van beacons op het voertuig. Voor defensie en andere kritische toepassingen is het bovendien een voordeel van niet afhankelijk te zijn van het GPS-systeem waarvan de signalen vrij eenvoudig geblokkeerd of vervalst kunnen worden.’

Militaire toepassingen

De hoge nauwkeurigheid van het Agilica Local Positioning System creëert nog een andere reeks toepassingen, namelijk de kalibratie van andere positionerings- en navigatiesystemen. Het ILS-systeem dat in de luchtvaart gebruikt wordt om vliegtuigen informatie te geven over hun naderingshoek ten opzichte van de landingsbaan, bijvoorbeeld, is een systeem waarbij drones met precieze positioneringstechnologie gebruikt kunnen worden voor de kalibratie.

‘Met de oorlog in Oekraïne is het gebruik van drones in een stroomversnelling gekomen’, zegt Hafeez Chaudhary. ‘Omdat men in militaire toepassingen niet altijd kan of wil rekenen op de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van GPS-signalen, zien we een grote interesse in onze technologie voor dat soort toepassingen.’

www.agilica.be

Ontdek onze lineaire componenten, systemen, robottracks en positioners. www.vansichen.be

Ontdek de nieuwe HPM5000 datalogger

De HPM5000 is een mid-range, draagbare hydraulische datalogger voor gebruik op mobiele en industriële machines. Het toestel is ideaal voor foutopsporing, preventief onderhoud, pre-delivery inspecties, R&D-testen en montage op hydraulische testbanken.

VOOR MEER INFO CONTACTEER ONS

METAL WORK PNEUMATIC

METAL WORK PNEUMATIC: VAN PNEUMATICA

LEVERANCIER NAAR BREDE TECHNOLOGIEPARTNER

Metal Work Pneumatic begon als specialist in pneumatische componenten en groeide uit tot een vaste waarde in de wereld van industriële automatisering. Met een sterk assortiment cilinders, ventielen, koppelingen en persluchtverzorging bouwde het bedrijf een reputatie op van kwaliteit, betrouwbaarheid en technische ondersteuning.

Metal Work is onder meer specialist inzake elektrische cilinders. Alles kan op maat worden geconfigureerd.

De markt staat echter niet stil. Digitalisering, hogere eisen voor precisie en energie-efficiëntie vroegen om nieuwe ontwikkelingen. Metal Work Pneumatic speelde hier tijdig op in door het aanbod uit te breiden met elektrische actuatoren en een compleet gamma vacuümcomponenten. Elektrische actuatoren bieden nauwkeurige positionering, programmeerbaarheid en eenvoudige integratie in moderne besturingssystemen. Daarmee sluiten ze perfect aan bij geautomatiseerde productieomgevingen waar controle en flexibiliteit centraal staan. Door te investeren in kennis en begeleiding ondersteunt Metal Work Pneumatic de klanten niet alleen met producten, maar ook met advies en engineering.

Vacuümtechnologie is een volwaardige productgroep

Ook vacuümtechnologie is uitgegroeid tot een volwaardige productgroep binnen het portfolio. Door de integratie van AR Vacuum, een Spaanse leverancier met jarenlange ervaring, is Metal Work in staat ook op dit vakgebied oplossingen te bieden.

Met vacuümejectoren, zuignappen en toebehoren levert het bedrijf oplossingen voor handling- en pick and place toepassingen. De combinatie van pneumatica, elektrische aandrijvingen en vacuüm maakt een totaaloplossing mogelijk.

Verandering van de rol van Metal Work Pneumatic

De grootste verandering zit echter in de rol die het bedrijf vandaag opneemt. Metal Work Pneumatic in Italië, en lokaal Metal Work Benelux, zijn geëvolueerd van componentenleverancier naar meedenkende partner. Door een uitgebreide assemblage afdeling, technische ondersteuning en een toekomstgerichte visie helpt men klanten om hun machines en processen klaar te maken voor morgen.

Met een zeer uitgebreide voorraad in het hoofdhuis Benelux in Ede, midden Nederland, zorgt Metal Work Pneumatic voor heel vlotte dagelijkse leveringen naar klanten in Nederland, België en Luxemburg. Vanuit de Belgische tak van Metal Work Pneumatic, die gevestigd is in Vilvoorde, staan 5 ervaren sales engineers ter beschikking van alle klanten voor assistentie bij aankomende of lopende projecten.

www.metalwork.be

Vacuümtechnologie is inmiddels uitgegroeid tot een volwaardige productgroep binnen het portfolio van Metal Work.

ACHTSTE EDITIE VAN INDUMATION ZET SAMENWERKING MENS EN MACHINE CENTRAAL

Indumation 2026 focuste op de verschuiving naar een productieomgeving waarin mens en machine steeds nauwer samenwerken. Zo zag je bij Siemens robotarmen die worden aangestuurd door er tegen te spreken, waarbij het systeem de uitgesproken zinnen omzet in code die de robotarm programmeert en het commando laat uitvoeren.

Drie dagen lang, van 4 tot 6 februari 2026, stond Kortrijk Xpo volledig in het teken van industriële innovatie. De 8ste editie van Indumation groeide uit tot de grootste in de eigen geschiedenis: met 249 exposanten en 10.911 bezoekers. De tweejaarlijkse vakbeurs Indumation verstevigt hiermee zijn positie als toonaangevend Benelux-platform voor automatisering, digitalisering en de evolutie naar Industry 4.0 en 5.0.

Wat in 2011 begon als een ambitieus initiatief, is uitgegroeid tot een vaste waarde voor de industriële community. Deze editie onderstreepte niet alleen de kwantitatieve groei, maar ook de inhoudelijke maturiteit van het platform. Volgens de organisatoren – Industrialfairs, Agoria en InduMotion – lag het niveau van zowel bezoekers als exposanten uitzonderlijk hoog. Bedrijven investeerden zichtbaar in sterke, inhoudelijk onderbouwde presentaties en stands die innovatie tastbaar maakten.

De focus verschuift van louter automatisering naar een holistische benadering, waarin autonomie, digitalisering, menselijke expertise en duurzaamheid samenkomen.

Op de beursvloer combineert de exposant steeds vaker hardwarecomponenten, HMI en motion control met digitale, AI-gedreven applicaties in (IIoT-)geconnecteerde processen. Dit alles wordt optimaal beveiligd binnen de OT-context, met als doel te komen tot de ultieme, optimaal autonome oplossing voor de fabriek van morgen.

Naast de beursvloer met meer dan 250 exposanten bood de grootste industriebeurs in de Benelux een uitgebreid programma met sessies, keynotes en debatten rond thema’s zoals OT en IT-integratie, cybersecurity, AI, digitalisering en innovatie in de industrie. Het randprogramma was inhoudelijk sterker dan ooit. Experts uit industrie, onderzoek en technologie deelden inzichten in actuele thema’s zoals slimme productie, data-integratie en cyberweerbaarheid. Onder meer Flanders Make, Atlas Copco en Smurfit Westrock brachten praktijkgerichte cases.

Cybersecurity kreeg bijzondere aandacht en stond centraal tijdens het paneldebat OT Cybersecurity – Where are we now and what’s next?, georganiseerd in samenwerking met Cyber Made in Belgium. Experts van Siemens Digital Industries, Palo Alto Networks, Unilin en Spotit gingen met elkaar in gesprek over de groeiende druk op industriële netwerken, blootstelling aan het internet, en alle kwetsbaarheden voor een weerbare en veilige productie.

Ook de impact van Industry 4.0 en 5.0, edge computing en AI – en de toenemende verwevenheid van IT en OT – kwam uitgebreid aan bod. Het debat bood een scherp beeld van waar OT-cybersecurity vandaag staat en welke strategische keuzes nodig zijn om productieomgevingen te beveiligen. ‘De gevaarlijkste persoon in je organisatie ben je zelf’, klonk het, want inzake cybersecurity is de mens de zwakke schakel.

Een van de blikvangers op donderdag was de keynote van China-expert Pascal Coppens, die het publiek meenam in de snelheid waarmee industriële innovatie in Azië opschaalt. In het aansluitende panelgesprek met vertegenwoordigers uit onderzoek en industrie werd het belang van Europese samenwerking en kennisdeling onderstreept.

Vandaag verandert China sneller dan ooit tevoren: niet langer enkel als de ‘fabriek van de wereld’, maar als een wereldleider

in innovatie, industriële ecosystemen en consumentgedreven technologieën, zo stelt Coppens in zijn boek China’s Next Miracle. China’s innovatiemodel en zakelijk ecosysteem werken fundamenteel anders dan in het Westen.

In plaats van massaproductie en volume, richt China zich steeds meer op waardecreatie, klantgerichte innovatie en doorbraak-technologieën. Pascal Coppens benadrukt dat relaties in China gaan dieper dan transacties: ze zijn een vorm van vertrouwen, reputatie en sociale verplichting die zich ontwikkelt over tijd. In de Chinese cultuur is face (mianzi) — oftewel respect en sociale waardigheid — enorm belangrijk. Coppens stelt dat veel Chinese bedrijven experimenteren met nieuwe businessmodellen, met een focus op snelheid en continu leren. Dit is een andere benadering dan de langzame, plan-gebaseerde aanpak die westerse bedrijven vaak hanteren. Zoals het cliché dat Duitse ingenieurs jarenlang alles ‘kapot’ testen, vooraleer een product op de markt wordt gezet. ‘Omarm een snelle prototyping als strategische aanpak.Test producten en diensten in kleine markten of segmenten, leer van feedback en schaaf bij’, aldus Coppens. In China wordt leren van experimenten gezien als een noodzakelijk pad naar succes, en een manier om concurrenten constant voor te blijven.

Strategische lessen voor ons zijn dat de Europese maakindustrie zijn kracht niet moet uitspelen in

INNOVATION HUB

Nieuw op de industriebeurs was de Innovation Hub. Elf organisaties en kennispartners (POM West-Vlaanderen, Agoria, Flanders Make, Sirris, Howest, UGent, Vives, KU Leuven, RTC West-Vlaanderen en TUA West) bundelden hier hun krachten op een groepsstand waar je demo’s zag rond digitale werkinstructies en virtuele training, automatische kwaliteitscontrole met AI en vision systemen, flexibele productiecellen, digital twins voor ontwerp & planning, en slimme productie en machinemonitoring.

Aan de Innovation Hub ontmoeten we Jonas Lannoo, Senior Researcher Mechtronics bij VIVES en KU Leuven en Ine Van der Cruyssen (foto), Labmanager HITLab bij Howest, die een robothond besturen uitgerust met een akoestische camera om persluchtlekken te detecteren in een productieomgeving. Dergelijke autonome robot kan verschillende inspectietaken op zich nemen. Ine laat de robothond wuiven naar de bezoekers. ‘Toch wel handig voor iedereen die een hond wil zonder lawaai, diereneten en bijhorende uitwerpselen’, lachen bezoekers.

massaproductie, maar in flexibiliteit, specialisatie en een variabele productie. In tegenstelling tot het beeld van volledig geautomatiseerde ‘dark factories’ in China, moet Europa in de toekomst ook kiezen voor mensgerichte innovatie.

Technologie ondersteunt operators en teams, in plaats van deze werknemers door humanoids te vervangen. Om concurrentieel te blijven is voorts een samenwerking tussen industrie, kennisinstellingen en onderwijs erg belangrijk. Collectieve acties en cross-sectorale samenwerking zijn nodig om technische innovatie en skillsontwikkeling te stimuleren.

Bezoekers en exposanten kijken alvast uit naar de volgende editie van Indumation, die van 9 tot en met 11 februari 2028 opnieuw in Kortrijk Xpo zal plaatsvinden. Tussentijds blijft de community verbonden tijdens het Indumation Network Event (INE) op donderdag 4 maart 2027 in Leuven, waar beslissingsnemers uit de industrie opnieuw samenkomen om te netwerken, kennis te delen en toekomstige samenwerking te verkennen.

www.indumation.be

FOCUS OP TALENT EN TOEKOMST

Indumation 2026 fungeert ook als verbinding tussen industrie en onderwijs. Tijdens de Indumation Learning Tour 2026 – opgezet samen met Agoria, InduMotion en partnerbedrijven – maakten honderden leerlingen kennis met de technologieën van morgen.

‘Het is de vijfde keer dat we zo’n Learning Tour organiseren. Tijdens deze editie van Indumation waren er 24 groepen van telkens een vijftal leerlingen die op de beurs een parcours volgden met leeropdrachten. De deelnemende scholen zakten af naar Kortrijk Xpo vanuit heel Vlaanderen, van Kortrijk over Willebroek tot Herentals en Deinze’, vertelt coördinator Alain Wayenberg, Business Group Leader bij Agoria.

Voor deze enthousiaste jongens en meisjes hadden de sponsors Beckhoff, Sick, Jumo, SMC, Siemens, SEW Eurodrive, Endress+Hauser, Lenze, Innomotics, Pilz, Festo en FANUC mooie opdrachten voorbereid met veel aandacht voor de praktijk. Tijdens hun bezoek kregen de studenten een goodie bag mee. ‘Voor een aantal laatstejaars leerlingen die nog een studiekeuze moeten maken, was het bezoek heel inspirerend. We appreciëren het dat de studenten op alle standen goed zijn ontvangen en interessante opdrachten moesten uitvoeren’, aldus Alain Wayenberg.

RTC Match-Up verbindt scholen en bedrijven

Het RTC Match-Up event op woensdag bracht scholen, productiebedrijven en technologiepartners samen rond duurzame samenwerking, talentontwikkeling en

werkplekleren. De regionale technologische centra (RTC), vormen de brug tussen het onderwijs en het bedrijfsleven. Technische en STEM-gerichte opleidingen botsen vandaag steeds vaker op grenzen. Scholen beschikken niet altijd over de meest actuele machines, tools of technologische kennis om leerlingen optimaal voor te bereiden op de arbeidsmarkt. Tegelijk zoeken bedrijven naar manieren om jong technisch talent vroegtijdig te begeleiden en te enthousiasmeren voor een carrière in de industrie.

Volgens Sammy Decoene, directeur van RTC WestVlaanderen, ligt samenwerking aan de basis van de oplossing. ‘Werkplekleren is vandaag een van de meest effectieve manieren voor bedrijven om toekomstig technisch talent te ontdekken en te vormen. Door scholen en bedrijven rechtstreeks met elkaar te verbinden, creëren we meerwaarde voor beide.’

Met de MatchUp steunt RTC Vlaanderen onderwijsprofessionals door hen in contact te brengen met industriële productiebedrijven en technologieleveranciers. Scholen krijgen zo toegang tot expertise, infrastructuur en concrete samenwerkingsvormen zoals bedrijfsbezoeken, gedeeld gebruik van machines en trajecten rond werkplekleren.

Naast Sammy Decoene deelden ook Jean-Paul Commeene, zaakvoerder van Comet Technics en Frederik Bevernage, directeur van VTI Menen, hun visie en praktijkervaringen. ‘Zo groeit Indumation ook uit tot meer dan een beurs: het is een community die actief bijdraagt aan de versterking van technisch onderwijs en instroom’, aldus organisator Sven Mollie.

SNELSTE TIJD WINT INNOMOTICS MOTOR IN CHOCOLADE

Innomotics is wereldwijd leverancier van elektromotoren en grote aandrijfsystemen, en had voor de jongeren die Indumation 2026 bezochten een leuke opdracht klaar.

Alle deelnemers moesten met een plan een kleine motor assembleren. De scherpste tijd was 8 minuten 31 seconden en werd neergezet door een team van het GO! Atheneum in Willebroek.

Een trotse leerkracht Paul Creyelman van het zesde jaar Elektrotechniek en Industriële ICT werd gefeliciteerd door Yves Vandorpe, Country Division Head Innomotics BelgiëNederland. Hij overhandigde de leerlingen Ilias El Haddar (op de foto met de trofee in zijn handen), Dylan Van Bogaert en Fleurette Okuonghae een smakelijke miniatuurmotor in chocolade. ‘Het was een mix van handig zijn en een goede coördinatie door Fleurette’, verklapte Ilias het geheim van de overwinning.

www.innomotics.com

INDUMATION 2026 FACTS & FIGURES

INDUMATION 2026

VALVAN WINT ZEVENDE EDITIE VAN SIEMENS BEST APPLICATION CONTEST

Valvan, leverancier van sorteer- en balenperssystemen voor de textiel- en recyclingindustrie, is tijdens de vakbeurs Indumation uitgeroepen tot winnaar van de Siemens Best Application Contest (BAC).

Met zijn innovatieve textielsorteermachine Fibersort, kon de firma Valvan uit Menen de meeste stemmen wegkapen. Equans, specialist in technische dienstverlening, eindigde op een sterke tweede plaats met de renovatie van de Beverentunnel, terwijl machinebouwer Balliu het podium vervolledigde met de Flex Tube voor duurzame buisbewerking. In totaal werden meer dan 3.000 stemmen uitgebracht op de maar liefst 26 ingediende projecten.

De rode draad die door de zevende editie van de Best Application Contest liep was ‘Engineering a Sustainable future. Duurzaamheid is een van de belangrijkste pijlers waarop het portfolio van de technologiespeler is geënt.

‘Bij onze klanten zien we hoe digitale en duurzame transformatie elkaar versterken wanneer technologie doelgericht wordt ingezet’, reageert Thierry Van Eeckhout, Senior Vice President Siemens Digital Industries BelgiëLuxemburg. ‘Met onze portfolio helpen we bedrijven hun productie en processen slimmer, efficiënter en energiezuiniger te maken door de fysieke en digitale wereld te verbinden. De Best Application Contest toont hoe onze klanten die ambities succesvol vertalen naar de praktijk — met realisaties die zowel technologisch vooruitstrevend als duurzaam zijn.’

Textielrecyclage

De winnaar dit jaar is Valvan. Met de Fibersort pakt de firma een van de grootste knelpunten in textielrecyclage aan: het arbeidsintensieve en complexe sorteerproces. De machine

verwerkt tot 2.000 kledingstukken per uur en combineert AI, visiontechnologie en high-end automatisering om elk stuk textiel automatisch te classificeren.

Drie camera’s analyseren elk kledingstuk: een 3D-camera bepaalt volume en afmetingen, een RGB-camera detecteert de kleur en een infraroodcamera identificeert de vezels. Op basis daarvan worden de stukken automatisch gesorteerd in verschillende fracties, klaar voor hergebruik of verdere recyclage. De uitdaging zat niet alleen in de analyse, maar ook in de handling. Dankzij custom kinematica, deltapickers en krachtige Siemens controllers in combinatie met drives, kon Valvan extreem korte cyclustijden realiseren. Het resultaat is een modulaire, plug-and-play seriemachine die snel inzetbaar is en meegroeit met nieuwe software features.

‘Een logistiek proces automatiseren is één ding, maar een beslissingsproces automatiseren is van een andere orde’, zegt Maurits Vandeputte, CTO bij Valvan. ‘Dankzij Siemenstechnologie halen we snelheden die manueel onhaalbaar zijn, terwijl we tegelijk klaar zijn voor toekomstige uitbreidingen. De Fibersort laat zien dat automatisering niet alleen economische meerwaarde oplevert, maar ook bijdraagt aan maatschappelijke doelstellingen zoals circulariteit, lokale grondstoffenrecuperatie en het verminderen van zwaar en repetitief werk. Deze case toont perfect hoe digitalisering en automatisering vandaag tastbare oplossingen kunnen bieden voor grote maatschappelijke uitdagingen.’

www.valvan.com

MASSAPRODUCTIE OP MAAT: HET EINDE VAN DE LOPENDE BAND

Het was Henry Ford die het principe van de lopende band uitvond, de man die ook de legendarische woorden uitsprak: ‘Natuurlijk kan onze klant een auto kiezen in een kleur naar keuze, zolang het maar zwart is.’ Hiermee illustreerde hij meteen dat een lopende band beperkingen heeft. Je kan niet zomaar heel uw productie omgooien.

Inmiddels kiest een klant wél de kleur die men wil en zijn autofabrieken tot op zekere hoogte flexibel. In de toekomst gaat men nog een stap verder met ‘massaproductie op maat.’

Dan werkt men met machines die zichzelf instellen of zelf op instructie (of autonoom) beslissen wat er moet worden gemaakt. Een tipje van dergelijke hyperflexibele fabriek werd getoond bij Siemens, en traditiegetrouw had het bedrijf opnieuw de grootste Indumation-stand.

Waar klassieke automatisering steunde op vooraf gedefinieerde en vast geprogrammeerde processen, zet Siemens vandaag expliciet in op software -defined en AI-gedreven industriële systemen die flexibel omgaan met verandering. Siemens haalde tijdens Indumation 2026 alles uit de kast om klanten te inspireren met Generative/Agentic AI in automatisering tot IT/OT convergentie, connectiviteit en cybersecurity (inclusief 5G). Van besturing en HMI (TIA Portal V21, S7-1200 G2, WinCC Unified) over procesautomatisering (PCS 7) tot motion & drives (SINAMICS/SIMOTICS): Siemens toont hoe een end-to-end digitale productieketen mogelijk wordt. Bart Demaegdt, Digital Transformation & AI expert bij Siemens: ‘Ons doel is simpel: het verbinden van de echte en virtuele wereld zodat productiebedrijven sneller kunnen ontwerpen, valideren, virtueel alles testen met veilige trainingen en ook voortdurend flexibel en digitaal alles kunnen controleren en bijsturen.’

'De evolutie in een moderne productiefabriek gaat van reactief naar predictief en nu naar een autonome productie die zichzelf zal instellen.'

De kernboodschap bij Siemens tijdens Indumation 2026 was ‘Let’s automate automation.’ ‘Door de geopolitieke onzekerheid, stijgende energieprijzen, strengere duurzaamheidsvereisten en het tekort aan geschoolde arbeidskrachten, staan industriële bedrijven voor een ongekende complexiteit. De druk neemt dus toe om efficiënter en duurzamer te produceren’, aldus Katrien Valkiers, Head of Marketing & Communications bij Siemens.

Siemens-expert, Dr. René Graf voorspelt het einde van de lopende band.

‘Die uitdagingen vragen niet alleen om een verdere digitalisering, maar om een fundamenteel andere benadering van automatisering’, reageert Thierry Van Eeckhout, Senior Vice President Siemens Digital Industries België-Luxemburg. ‘Dit is geen pleidooi om méér te automatiseren, maar wel om slim te automatiseren. Waar klassieke automatisering steunde op vooraf gedefinieerde en vast geprogrammeerde processen, evolueert de industrie vandaag richting software-defined en AI-gedreven systemen die flexibel omgaan met verandering. Elk bedrijf is verschillend, maar in principe kan je hiermee bij iedereen efficiëntiewinsten boeken. Je hebt echter bedrijven die snel mee evolueren en anderen die conservatiever zijn. Vergelijk het met tragere bestuurders die op het rechtervak blijven, de iets snellere middenvak-rijders, en dan bedrijven en sectoren die haast hebben en kiezen voor het linkerrijvak.’

Thierry Van Eeckhout, Bart Demaegdt en Katrien Valkiers laten bij Siemens zien hoe automatisering ook zelf kan worden geautomatiseerd.

‘De evolutie in een moderne productiefabriek gaat van reactief naar predictief, naar nu een autonome productie die zichzelf zal instellen. Dat is nog in de conceptuele fase, maar zo krijg je een zeer flexibele maakindustrie. Deze autonome productie is ook het antwoord om de industrie in Europa te verankeren. Zo kunnen bedrijven concurrentieel blijven’, legt Thierry Van Eeckhout uit.

Siemens neemt het voortouw door automatisering zelf te automatiseren met Generative AI en Agentic AI. Waar Generative AI ondersteunt bij engineering, gaat Agentic AI een stap verder: systemen krijgen doelstellingen en nemen zelf beslissingen over hoe die bereikt worden binnen industriële randvoorwaarden. ‘In plaats van elke stap vooraf te programmeren, volstaat het om een doel te definiëren, waarna het systeem zelfstandig kan bepalen hoe dat doel precies wordt bereikt. Bedrijven kampen met een tekort aan geschoolde werkkrachten en competenties. Technologie wordt met Agentic AI toegankelijker gemaakt. Door gesproken commando’s wordt het instellen van machines vergemakkelijkt’, klinkt het bij Siemens.

Thierry Van Eeckhout: ‘Met Industrial Operations X slaat Siemens de brug tussen shopfloor en IT, waardoor industriële data real-time inzetbaar wordt voor optimalisatie, AI en autonome beslissingen. Automatiseringssystemen kunnen zo dynamisch reageren op real-time data en zich aanpassen zonder manuele tussenkomst. Onze missie is helder: technologie inzetten om dagelijkse uitdagingen om te buigen tot opportuniteiten.’

Deze GenAI-gedreven Engineering Copilot die automatiseringscodes genereert op basis van natuurlijke taal werd op de Siemens-stand concreet gedemonstreerd. Siemens-specialist Dr. René Graf, expert Control & Automation, stuurt een robotarm aan door er tegen te spreken, waarbij het systeem de uitgesproken zinnen omzet in code die de robotarm programmeert en het commando laat uitvoeren. Een robotarm op een AGV vist netjes een miniatuur Siemens robot uit een kist en de souvenir voor klanten wordt netjes overhandigd aan Dr. Graf.

‘Eigenlijk is dit het einde van de klassieke lopende band, want als er nu in een fabriek een probleem is met die band dan valt alles stil’, legt Dr. René Graf uit. ‘Stel u echter een autofabriek voor waarbij een auto op een rijdend platform wordt samengesteld en naargelang de bestelling van de klant zullen er door robots onderdelen worden aangedragen en beweegt het platform zich door de fabriekshallen waar men voor die specifieke onderdelen moet zijn. Als dan klanten plots een auto met een glazen dak en meer airco bestellen, moet voor dat model niet de hele band worden omgebouwd. De robots werken immers aan een bewegend, onafhankelijk eiland en schakelen gewoon om naar een andere productie.’

www.siemens.be

AUTOMATION MAGAZINE WISSELT VAN

UITGEVER

Uitgever Jean-Charles Verwaest neemt met dit nummer na twaalf jaar afscheid als realisator van Automation Magazine en draagt de fakkel over aan Karl D’haveloose. De nieuwe uitgever is een ervaren opvolger, want Karl D’haveloose bouwde Indumation uit tot de grootste industriële vakbeurs in de Benelux.

Het tweetalige Automation Magazine is in België het belangrijkste vakblad over aandrijftechniek en industriële automatisering. Uit een marktonderzoek tijdens de Indumation 2024-beurs bleek dat van alle vakbladen (in totaal 18 titels) Automation Magazine het meest werd gelezen en gewaardeerd.

Automation Magazine werd opgericht in mei 1970 – toen nog onder de naam ‘Hydropneuma’ – en onderging doorheen de jaren enkele gedaantewisselingen. Doel hiervan was nog meer abonnees werven: inmiddels staat de teller op 11.000. ‘De oude naam van het blad vatte meteen samen over wat de inhoud ging: hydraulica en pneumatica’, vertelt Jean-Charles Verwaest. ‘Het blad was toen meer een brochure en vooral gericht naar de leden, destijds van FIMOP en Belgitrans, die later zijn gefuseerd tot InduMotion vzw. Met de opkomst van mechatronica en robotica volgde er een verruiming en werd Automation Magazine de nieuwe titel, omdat dit ook bedrijven betrekt in technieken zoals monitoring, sensoren, meet- en regeltechniek, besturingssoftware, PLC’s, virtual reality, artificiële intelligentie … Kortom, alles wat met industriële automatisering te maken heeft.’

Ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van Automation Magazine in 2019 werd beslist om het blad voortaan op een 100 procent duurzame manier te laten drukken. Het papier dat nu wordt (her)gebruikt is volledig recycleerbaar en de inkten zijn biologisch afbreekbaar. ‘Daarnaast hebben we de tweetalige Automation Magazine website opgestart. Op deze site verschijnt dagelijks relevant nieuws uit de industrie en net zoals bij het magazine hanteren we drie criteria: het moeten innovatieve, relevante en inspirerende verhalen zijn voor onze lezers’, zegt Jean-Charles Verwaest.

‘Een fijne uitdaging was de lancering van de Automation Magazine Award, met in 2019 als eerste winnaar Lieven Scheire. De afgelopen jaren heb ik veel geleerd, en het is mijn overtuiging dat ingenieurs en technici de wereld gaan redden. Ik wens hier opdrachtgever InduMotion te bedanken voor het vertrouwen en ook een grote merci aan de leden van de redactieraad: Ludo De Groef, Marcel De Winter, Hugues Maes, Guy Mertens, Patrick Polspoel, Roger Stas, Maxime Vansichen en Filip Vanwynsberghe, want hun steun en expertise waren (en zijn) cruciaal.’

Jean-Charles Verwaest (foto links) wenst Karl D’haveloose veel succes met de verdere uitbouw van Automation Magazine.

‘De strikte deadlines van alle magazines onder mijn hoede, of waaraan ik meewerkte, zijn nu afgebouwd. Ik doe nog schrijfprojecten, maar wil mijn tijd vooral heroriënteren naar twee passies: gaming – met name bord- en kaartspelletjes – en een lifestyleplatform, dat helemaal teruggaat naar mijn eerste grote boekproject ‘Het Goede Leven’ uit 2004’, besluit JeanCharles Verwaest.

Opvolger Karl D’haveloose is alvast enthousiast om Automation Magazine verder uit te bouwen. Sinds 1992 is hij actief in de wereld van B2B-vakbladen en vakbeurzen. Karl D’haveloose richtte zes industriële technologiebeurzen op in de Benelux (waaronder ABISS, Indumation en Machineering) en lanceerde drie vakbladen in de sectoren petfoodretail, tankstations & carwash, en out-of-home convenience. Na de verkoop van zijn bedrijf in 2018 focust hij zich via Industrialfairs op de strategische ontwikkeling van beurzen en biedt hij inhoudelijke ondersteuning via debatten, podcasts en publicaties over automatisering, productietechnologie en digitale transformatie binnen de industrie. Karl D’haveloose kijkt er naar uit om Automation Magazine, net zoals zijn voorganger, gericht en inhoudelijk te positioneren voor zowel lezers als adverteerders en InduMotion-leden. Hij gelooft in nog meer interactie met de lezer zowel via online als print.

www.automation-magazine.be

‘HET SUCCES VAN ONZE KLANTEN

BEPAALT ONS SUCCES’

De Duitse motion-specialist Festo mocht vorig jaar honderd kaarsjes uitblazen. Het familiebedrijf blijft ambitieus en lanceert jaarlijks zo’n honderd nieuwe producten. Automation Magazine ontmoette tijdens Indumation 2026 de Festo-managers Dennis van Beers en Jean-Marc Orban en dat was een ideaal moment om aan het duo te vragen wat de volgende honderd jaar brengt voor het innovatieve bedrijf.

Festo zet de industrie in beweging in meer dan 35 sectoren: automotive, elektromobiliteit/batterijen, elektronica/ assemblage, halfgeleiders, life sciences, biotechnologie, farmaceutica, cosmetica, voedingsmiddelen, verpakkingen, intralogistiek, procesindustrie, waterstof/elektrolyzers, biologisering en nog veel meer.

België en Nederland werken sinds 2018 samen in de Festo Benelux-cluster die 160 medewerkers telt. ‘Hierdoor zijn onze mensen breed inzetbaar voor een optimale klantenservice in de Benelux’, aldus Jean-Marc Orban, Head of Operations BeLux. Collega Dennis van Beers, Head of Cluster North West Europe, benadrukt: ‘Al onze kennis en expertise staan ten dienste van elke klant. Ons DNA als bedrijf blijft gebaseerd op oplossingen die een meerwaarde zijn voor onze klanten. Wij maken het verschil in de samenbouw van componenten. Festo brengt de hele besturingsketen samen. Om het simpel te zeggen: De klant krijgt geen doos met losse componenten.’

AM: Wat maakt Festo uniek in vergelijking met concurrenten?

Jean-Marc Orban: ‘Festo is de enige leverancier die een naadloze combinatie van pneumatische, elektrische en digitale automatisering kan bieden, en met het breedste portfolio aan vrijwel elke bewegingsbehoefte kan voldoen.’

Dennis van Beers: ‘Bij Festo houden we onze platformen zo open mogelijk. We willen geen lock-in van klanten. De realiteit is dat klanten baas willen blijven van hun eigen data en fabriek, en daar spelen wij op in. Met onze open systeemarchitectuur garanderen we een naadloze en eenvoudige integratie in de besturingsarchitectuur van de machines en systemen van onze klanten. Er is voor onze klanten een gestandaardiseerd en consistent gebruik van de digitalisering en AI. Festo AX

Industrial Intelligence maakt bovendien predictief onderhoud mogelijk met realtime machinegegevens.’

Jean-Marc Orban: ‘Daarnaast is er onze nabijheid bij de klanten. Wereldwijd vertrouwen meer dan 300.000 klanten op Festo als hun partner voor pneumatische en elektrische aandrijfoplossingen, digitalisering, software en kunstmatige intelligentie in fabrieks- en procesautomatisering.’

AM: Hoe blijft Festo innovatief? Uw onderzoekers laten zich vaak inspireren door de natuur: robotvogels en vlinders, slurf-grijpers, zwevende kwallen, mechanische mieren … Jean-Marc Orban: ‘Festo is een innovatief bedrijf met een R&D ratio van meer dan 8 procent van onze omzet dat geïnvesteerd wordt onderzoek en ontwikkeling. Wij hebben wereldwijd 2.600 patenten op onze naam en lanceren jaarlijks meer dan honderd nieuwe producten, ook door open innovatie en in samenwerking met start-ups.’

Dennis van Beers: ‘Festo Bionics speelt hierin een strategische en creatieve rol. Het is een bron van inspiratie voor productinnovatie, techniekontwikkeling en procesverbetering. Natuurfuncties, -structuren en -principes worden bestudeerd en vertaald naar technische concepten, bijvoorbeeld bewegingen, sensoren, energie-efficiëntie… We ontwikkelen bionische demonstratoren om nieuwe technologieën, aandrijvingen en besturingsconcepten te verkennen en te tonen. Succesvolle bionische ideeën worden aangepast of opgeschaald voor proces- en automatiseringsproducten. Denk bijvoorbeeld aan grijpsystemen, lucht- en vacuümtechnieken, energiezuinige actoren. Een samenwerking tussen biologie, mechanica, elektronica, regeltechniek en materiaalwetenschappen leert ons ook om geïntegreerde oplossingen te ontwerpen.’

Jean-Marc Orban (l.) en Dennis van Beers (r.) benadrukken dat innovatiekracht cruciaal is voor onze economie.

‘Jonge ingenieurs en technici vinden dit wel cool. Het versterkt ons imago en toont onze technische expertise aan klanten en partners. We helpen het onderwijs ook met moderne technologie, nu ze instromen met verouderde kennis omdat scholen niet kunnen investeren in up-to-date technologie. Het is ook de overtuiging van de eigenaarsfamilie dat de jeugd aan de basis ligt van de technologie van morgen. Jonge mensen in het technisch onderwijs zijn onze toekomst.’

AM: Is er bij Festo een verschil in strategie voor de Belgische en de Nederlandse markt?

Jean-Marc Orban: ‘Binnen onze cluster Benelux is er éénzelfde marktbenadering. Sinds 2018 is Festo Benelux juist georganiseerd om beide markten uniform te bedienen, met een gedeelde expertise, één distributiebeleid en een landenoverstijgende klantondersteuning. Deze cluster verhoogt ook de beschikbaarheid van onze diensten via webinars, het Technoferium, onze Experience Centers en de Customer Day’s. We hebben inmiddels ook ons Benelux Partner netwerk verder uitgebreid naar negentien partners.’

Dennis van Beers: ‘We kiezen onze lokale partners omdat ze technisch getraind zijn. Je kan nooit zeggen dat een geografisch gebied vol zit. Een nieuwe partner is welkom als men op basis van meerwaarde een plaats kan verdienen in de markt. Festo staat altijd open voor nieuwe partnerschappen, maar alleen op meerwaarde, niet op prijs.’

AM: Hoe heeft u Festo doorheen uw loopbaan zien evolueren? Wat zou u graag nog verwezenlijken?

Jean-Marc Orban: ‘De internationalisering van Festo is indrukwekkend: van 8.000 gingen we naar 20.000 werknemers. Er was de afgelopen jaren een sterke focus op globalisering, digitalisering en de uitbouw van competence centra & shared services voor een optimale klantenservice. Maar er zijn nog heel wat uitdagingen. Het succes van onze klanten bepaalt ons succes. We willen onze ‘seamless connectivity EA’ positie verder uitbouwen, net als onze afdeling Technical Education, alsook nieuwe markten en opportuniteiten verder ontwikkelen.’

Dennis van Beers: ‘In de Benelux moeten wij het hebben van de kenniseconomie. Europa kent hoge loonkosten, dure energie en overregulering. Je moet hier presteren in een hoogwaardigde economie. Verandering moet je omarmen. Investeren in kennis is cruciaal. De universiteiten in België zijn prima georganiseerd, maar de technische sector heeft een imagoprobleem waardoor de instroom in STEM-richtingen daalt.’

‘We moeten jongeren ervan overtuigen dat ze via technische beroepen meebouwen aan een betere wereld. Innovatiekracht zal onze economie redden, onze overheden moeten dit stimuleren. Ook voor Festo is dat zo, want de markt zal bepalen of een bedrijf relevant blijft. Je moet dus voor uw klanten een wow-factor hebben, efficiënte oplossingen voor hun problemen. Innovatie is de enige garantie om een bedrijf te laten overleven.’

FESTO 100 JAAR

FESTO IN CIJFERS: AUTOMATION FOR A WORLD IN MOTION

Festo is een onafhankelijk Duits familiebedrijf en een wereldspeler in automatiseringstechnologie en technisch onderwijs (Festo Didactic), met hoofdkantoor in Esslingen am Neckar, in de Duitse deelstaat Baden-Württemberg.

Festo werd opgericht in 1925 en de bedrijfsnaam is afgeleid uit de namen van de twee oprichters: namelijk Albert Fezer en Gottlieb Stoll, waarvan de eerstgenoemde reeds in 1929 de onderneming verliet. Het bedrijf telt meer dan 20.000 medewerkers op circa 250 locaties wereldwijd, realiseert een omzet van ongeveer 3,5 miljard euro en investeert daarvan jaarlijks meer dan 8% in onderzoek en ontwikkeling.

Als ‘partner in beweging’ biedt Festo geïntegreerde en naadloze pneumatische, elektrische en digitale aandrijftechnologieën aan voor alle sectoren, inclusief software & AI-oplossingen en op maat gemaakte trainingsconcepten. Het bedrijf heeft wereldwijd 300.000 klanten in meer dan 35 automatiseringssectoren, en werkt samen met 56.000 onderwijsinstellingen. Festo heeft sinds 2018 haar vestigingen in Nederland (Delft) en België (Vilvoorde) ondergebracht in de nieuw gevormde cluster Festo Benelux.

Overzicht:

Oprichting: 1925

Hoofdkantoor: Esslingen am Neckar (nabij Stuttgart), Duitsland

Omzet: 3,5 miljard euro

Aantal medewerkers: 20.600 wereldwijd, 8.200 in Duitsland, 12.400 in het buitenland

Verkoopkantoren: in meer dan 60 landen

Vestigingen: circa 250 in 176 landen wereldwijd

Productiecentra: 22 wereldwijd

Logistieke centra: 10 wereldwijd

Engineeringcentra: 58 R&D-centra wereldwijd

Experience-centra: 26 centra wereldwijd voor klantspecifieke productontwikkeling in samenwerking met klanten en partners

www.festo.com

THEMA HANNOVER MESSE 2026: THINK TECH FORWARD

De Brainport Industries Campus (BIC) in Eindhoven vormde het decor voor de Hannover Messe Preview Benelux, waarbij de genodigden een voorproefje kregen van wat er dit jaar allemaal te zien is op de grootste industriebeurs ter wereld. Hannover Messe 2026 vindt plaats van 20 tot 24 april en deze editie heeft als centrale thema ‘Think Tech Forward.’

Gastheer John Blankendaal, Managing Director van Brainport Industries (gegroeid uit de legacy van Philips), legde tijdens de persconferentie uit dat de Brainport Industries Campus geen kantoorterrein is, maar een productieomgeving waar innovatie, onderwijs en maakindustrie samenkomen.

Volgens Arno Reich, Senior Vice President van Deutsche Messe, staat Hannover Messe 2026 volledig in het teken van samenhang. ‘We zijn een platform tussen politiek, industrie en wetenschap. Tijdens Hannover Messe ontmoeten meer dan 300 politieke en economische delegaties, uit 150 landen, elkaar.’

De focus van de beurs ligt op ‘cross-sector innovation.’ In onze moderne industrie, kan je niets meer alleen. Je hebt partners nodig. Software en hardware staan overigens niet meer los van elkaar, maar vormen samen één geïntegreerd systeem op de fabrieksvloer. Data is daarbij het startpunt. Alleen met betrouwbare data kan je AI gebruiken.

Arno Reich besprak ook dat de lay-out van de eventhallen is gewijzigd en opgedeeld in drie grote delen:  1. Automation & Digitalization, 2. Energy & Industrial Infrastructure, en 3. Research & Technology Transfer.

Triple-helixmodel

Peter Stolk, voorzitter van Holland High Tech, verwees naar de recent gepresenteerde tien actieagenda’s voor de Nationale

Technologiestrategie (NTS). Hiermee worden 53 grootschalige, meerjarige publiek-private innovatieprogramma’s met een totale investeringsomvang van ruim 14 miljard euro opgestart. Een initiatief waar België een voorbeeld aan kan (moet) nemen.

De Nederlandse deelname tijdens Hannover Messe illustreert het zogeheten triple-helixmodel, waarin overheid, kennisinstellingen en industrie nauw samenwerken. Nederland gebruikt dat om de eigen strategische technologieën rond halfgeleiders, hightech systemen, fotonica en digitale oplossingen te versterken.

Op de Hannover Messe krijgt ook cybersecurity en veilige datatransmissie grote aandacht. Voor bijvoorbeeld defensiegerelateerde toepassingen is dat erg belangrijk. Voor Peter Stolk is Hannover Messe vooral een platform voor het bouwen van nieuwe, internationale partnerschappen.

Krachtenbundeling onderzoek & innovatie

Die grensoverschrijdende samenwerking werd ook benadrukt door Piet Demunter, CEO van Flanders Investment and Trade (FIT). Europa staat onder druk door geopolitieke onzekerheid, hoge energieprijzen en verstoringen in toeleveringsketens. Alleen als alle Europese landen met elkaar samenwerken kan onze industrie antwoorden vinden om die internationale concurrentie het hoofd te bieden.

HANNOVER MESSE 2026

Schaalvergroting is daarbij belangrijk en Piet Demunter is dan ook een voorstander voor een krachtenbundeling – onder meer inzake onderzoek & innovatie – tussen Vlaanderen en Nederland. Zo ontstaat een geïntegreerd hightech ecosysteem dat internationaal kan concurreren.

Brazilië is dit jaar het partnerland Brazilië is dit jaar het partnerland van de Hannover Messe. De Braziliaanse ambassadeur Fernando Simas Magalhães, benadrukte dat zijn land een stabiele en betrouwbare industriële partner is. Naast de omvang van het land qua oppervlakte, grondstoffen en populatie, blijkt ook dat Brazilië maar liefst 80 procent van zijn elektriciteit uit hernieuwbare bronnen haalt. Het land is dan ook een prima partner voor een transitie naar een groene, duurzame productie.

Alex Figueiredo, Chief Operating Officer van ApexBrasil Europa, vertelde dat tijdens Hannover Messe zo’n 300 Braziliaanse bedrijven het land in de kijker zullen zetten. De focus ligt niet alleen op verkoop, maar ook als samenwerkingspartner inzake co-creatie, en de ontwikkeling en het versterken van internationale waardeketens wil en kan Brazilië een rol spelen.

Nieuw concept: de defensieproductiezone

In een wereld met tal van gewapende conflicten, wordt er volop geïnvesteerd in militair-industriële innovatie. Daarom heeft HANNOVER MESSE voor het eerst een zone die volledig is gewijd aan de allernieuwste productietechnologieën voor de defensiesector. Op dit gespecialiseerde platform presenteren bedrijven concrete oplossingen waarmee de defensie- en veiligheidsindustrie haar productiecapaciteit snel, efficiënt en met een focus op veiligheid kan opschalen.

Deze Defensieproductiezone in hal 26 biedt een centraal platform voor fabrikanten en leveranciers met technologieën, machines, systemen of componenten die worden gebruikt bij de productie van veiligheidsrelevante producten.

‘HANNOVER MESSE laat zien hoe kunstmatige intelligentie, digitalisering en automatisering de fabrieken van vandaag en morgen efficiënter, flexibeler en productiever maken’, aldus dr. Jochen Köckler, voorzitter van de raad van bestuur van Deutsche Messe AG. ‘De nieuwe Defensieproductiezone biedt bezoekers uit met name de defensie- en veiligheidsindustrie een centrale plek om meer te weten te komen over oplossingen voor het veilig en efficiënt opschalen van hun productie.’

Deze Defense Production Area, biedt krachtige synergieën met direct aangrenzende segmenten voor robotica, logistiek, IT/ OT-beveiliging, IIoT en draadloze communicatie & cloud.

www.hannovermesse.de

Dankzij de automatisatie van de trekkenwand door Stapotech en Boolean winnen ze bij De Velinx aan tijd en veiligheid.

WAAR INDUSTRIE EN PODIUMKUNSTEN ELKAAR ONTMOETEN

Er ooit al eens bij stilgestaan hoe het decor en de lichten op een voorstelling bewegen? Vroeger gebeurde dat volledig manueel door aan de juiste touwen te trekken. Vandaag bouwt Stapotech geautomatiseerde hijstechnische installaties, zodat de technische ploeg zich dat arbeidsintensieve karweitje kan besparen. Bij De Velinx zijn ze alvast opgetogen met hun trekkenwand. Een sterk staaltje industriële techniek waarbij Boolean en Beckhoff tekenden voor de sturing.

Pikt u binnenkort een voorstelling mee in CC de Brouckere Torhout, in de Minard in Gent of in CC Casino in Houthalen, kijk dan als het doek open gegaan is, eens goed rond naar wat er allemaal boven en achter de spelers gebeurt.

Stapotech, kort voor Stakebrand podiumtechnieken, bouwt sinds 1902 hijstechnische installaties voor podia van culturele centra, concertzalen, theaters … Niet alleen in België overigens, ze zijn ook actief tot in Litouwen in het Oosten en Aruba in het Westen. ‘Hoe ze ons in alle uithoeken van de wereld vinden? Het is een kleine wereld’, lacht Doranne Stakebrand, elektrisch ingenieur bij het familiebedrijf Stapotech.

‘Technische ploegen appreciëren de gebruiksvriendelijkheid van onze bediening. Dat is ook nodig. De verscheidenheid aan voorstellingen is groot, vaak wordt er met gasttechniekers gewerkt. Dan wil je een systeem dat veel kan, maar dat tegelijk alles makkelijk laat bewegen. Daarnaast staan we als familiebedrijf voor een grote klantgerichtheid. Is er ergens een probleem, dan proberen we het binnen de 24 uur op te lossen.’

Verademing na zware handbediening

Ook De Velinx in Tongeren werkt sinds september 2024 met een trekkenwand van Stapotech. Hij bestaat uit 38 trekken,

elk verbonden met een lier met een truss, een stilwerkende motor van Rossi, uitgerust met frequentiesturing en een eigen schakelkast.

‘Een verademing’, vertelt Inne Box, hoofd van de technische crew bij De Velinx die in totaal uit zes mensen bestaat. ‘Hiervoor werkten we met handbediende trekken. Alles moet manueel naar boven en beneden getrokken worden. Als je twintig lampen in zo’n trekkenwand moet hangen, moet je er ook twintig tegengewichten aanhangen. Fysiek labeur dat je voor elke voorstelling weer opbouwt en na elke voorstelling weer afbreekt. Als je weet dat we hier ongeveer zes voorstellingen per week organiseren … Vandaag moeten we enkel op een knopje drukken om alles naar beneden te halen en kunnen we er dubbel zoveel belasting in kwijt. Een enorme vooruitgang, in tijd en in veiligheid. Niemand wil nog terug’, verzekert ze ons.

Gebruiksvriendelijke bediening

Als we polsen naar wat Inne Box het meest apprecieert, moet ze niet lang twijfelen: de eenvoud van de bediening. ‘Dat is eigenlijk het enige dat we niet volledig in eigen beheer doen’, vertelt Stakebrand. ‘De rest, van de mechanische constructies tot en met de elektrische aansluiting, doen we zelf. Maar voor onze sturing zijn we enkele jaren geleden in zee gegaan

Hierboven, van links naar rechts: Bert Cuypers (Beckhoff Automation), Inne Box (De Velinx), Mickey Istace (De Velinx), Doranne Stakebrand (Stapotech), Chris Briers (Boolean) en Leander Dumas (Boolean).

Foto rechts: Bert Cuypers (rechts) en Chris Briers: ‘Dankzij de openheid van Beckhoff, kunnen we met verschillende merken motoren of types veldbussen werken.’

met Boolean. We zochten een partner die onze ervaring uit de podiumwereld wilde combineren met zijn kennis van automatisatie. We weten wat het beste en snelste werkt voor onze klanten, Boolean vertaalt dat in een gebruiksvriendelijke, veilige sturing die over flink wat features beschikt’, verduidelijkt Stakebrand. Het resultaat van die wisselwerking heet Elysium. De teller staat inmiddels op vijftien theaterzalen samen.

Open en redundant

Als Chris Briers, founding partner van Boolean, uitlegt hoe het systeem werkt, merk je meteen de gelijkenissen met de industrie. ‘Twee bijkomende belangrijke voorwaarden die Stakebrand gesteld had: het systeem moest open zijn, zodat er hardware-onafhankelijk gewerkt kan worden, en veilig.’

Boolean koos daarom voor Beckhoff technologie als backbone voor het systeem. ‘De PLC kiezen we in functie van de aangewezen performantieklasse. Hier in De Velinx gebruiken we een C6030. Daar draaien we dan alle motion op. We maken ook gebruik van camming, een stukje technologie dat typisch voor machines met holle assen gebruikt wordt, maar hier uitstekend werkt om de trekken in een bepaalde volgorde te laten bewegen en snel bij te sturen. Alle bedieningselementen worden afgehandeld in de CX8190 embedded PC. De signalen worden doorgestuurd naar een EL1918 bij de hoofdPLC die als safety controller fungeert. Alle I/O en safety gaan ook over dezelfde kabel (Ethernet met Extensible Authentication Protocol), wat het voor Stapotech makkelijk werken maakt. De verbinding tussen de regelaars en de PLC is opgebouwd in twee redundante lussen via een CU2508 port multiplier.’

Twee werelden samenbrengen

De keuze voor Beckhoff heeft voor Boolean alles te maken met de gewenste openheid. ‘Zo kunnen we met dezelfde

architectuur projecten realiseren met verschillende type motoren en veldbussen. Maar ook naar boven toe, geeft het ons enorm veel vrijheid om twee werelden te combineren in de bediening: de industriële kant met alle motion en machineveiligheid en dan de IT-kant met een op maat gemaakte user interface voor Stapotech.’

Voor elk nieuw project dat Stapotech aanpakt, denkt Boolean mee over hoe het alle features het beste kan integreren. Voor De Velinx wordt er bijvoorbeeld gewerkt met twee bedieningsmodules. ‘Als we de kleine of de grote zaal gebruiken, verandert de oriëntatie van het podium. Met één bedieningsmodule heb je dan nooit het volledige zicht over het podium in beide scenario’s. Nu wel, je ziet wat je doet. Die input van Stapotech hebben we enorm geapprecieerd’, voegt Inne Box nog toe.

Doorontwikkelen naar SIL3

De samenwerking tussen Stapotech en Boolean heeft dus al tot bijzonder mooie resultaten geleid. ‘We zijn intussen al een aantal versies verder en zijn tot een betrouwbaar en stabiel draaiende sturing gekomen met mooie features. Zo hoeven we trekken niet meer mechanisch te koppelen, dat kan allemaal softwarematig, met ook beperkingen in de hoogte, zodat je niet per ongeluk schade aan het decor toebrengt bij het spelen met de bediening. In een volgende fase willen we dit systeem nu nog doorontwikkelen naar SIL3 en evolueren naar safe motion. ‘Dan kan er decor en apparatuur ook veilig boven de hoofden van mensen verplaatst worden’, doet Doranne Stakebrand de toekomstplannen uit de doeken.

www.beckhoff.be

Promation heeft met de Cofeeder en Costacker twee succesproducten.

PROMATION OPTIMALISEERT UW PRODUCTIE

Automatiseringsspecialist Promation uit Booischot heeft slechts één doel: de productie van elke klant optimaliseren. Daarom creëert de jonge onderneming cobots en robots die voldoen aan de wensen en behoeften van elk productiebedrijf.

De mogelijkheden bij Promation zijn eindeloos: van een volledige automatisering en visiesystemen met camera’s die inspecties uitvoeren, tot robotarmen die millimeterwerk uitoefenen als aanvoerrobot, stapelrobot of vulrobot. Eén van de succesvolle ontwerpen is de Promation Cofeeder.

Cofeeder: kartonaanvoer als vaste schakel richting dark factory

Steeds meer productiebedrijven evolueren richting een dark factory: een omgeving die zo autonoom mogelijk draait, zonder continue menselijke tussenkomst. In dat verhaal volstaat het niet om enkel de verpakkingsmachine of robot te automatiseren.

Ook de aanvoer van karton moet betrouwbaar en continu verlopen. Exact daar ligt de kracht van de Cofeeder. De Cofeeder automatiseert de volledige kartonaanvoer en zorgt ervoor dat high-speed lijnen blijven draaien — ook zonder permanente operator aan de lijn.

Niet alleen om te automatiseren, maar ook om mensen te ontlasten

Naast de stap richting dark factory is er nog een duidelijke reden waarom bedrijven investeren in automatische kartonaanvoer: ergonomie en veiligheid. Het manueel aanvoeren van karton is fysiek zwaar werk door het

herhaaldelijk tillen van zware stapels, het draaien en reiken in onnatuurlijke houdingen, en door de constante belasting van rug en polsen. Op lange termijn leidt dat tot klachten en uitval.

Daarnaast is er ook een reëel snijgevaar. Kartonranden kunnen scherp zijn, zeker bij hoge volumes en tempo. Kleine snijwonden lijken banaal, maar vormen in productieomgevingen een risico dat men liever volledig uitschakelt. Door de kartonaanvoer te automatiseren, verdwijnt deze belasting volledig uit het takenpakket van operatoren.

Promation heeft zich bewust gespecialiseerd in dit specifieke vraagstuk: betrouwbare kartonaanvoer in industriële omgevingen. De Cofeeder is geen standaardrobot met een aangepaste grijper. Het is een systeem dat van bij de start ontwikkeld is rond het correct ontstacken, hanteren en positioneren van karton — stabiel, herhaalbaar en zonder stilstand.

Bedrijven wereldwijd nemen vandaag contact met Promation op omdat ze het intern of met andere leveranciers geprobeerd hebben en vastgelopen zijn. Ze zoeken geen experiment meer, maar een oplossing die bewezen werkt. Zelfs Amerikaanse partijen zijn reeds Belgische know-how komen halen om dit probleem structureel op te lossen.

NIEUW LID INDUMOTION

Bewezen op high-speed lijnen

De Cofeeder draait voornamelijk bij internationale spelers met high-speed productielijnen, waar stilstand meteen grote impact heeft. Het systeem is ondertussen voldoende volwassen en betrouwbaar om als vaste bouwsteen in hun automatisatiestrategie opgenomen te worden. Geen testproject, maar een standaardoplossing.

De Cofeeder werkt niet samen met operatoren, maar is wél ontworpen om compact in bestaande productieomgevingen te passen. Dankzij zijn kleine footprint kan hij in smalle gangpaden worden geplaatst, naast bestaande machines functioneren en geïntegreerd worden zonder bijkomend hekwerk. Dat maakt hem bijzonder geschikt voor retrofitprojecten waar ruimte beperkt is en productie moet blijven doorlopen. Het type machine waaraan het karton wordt aangevoerd, speelt daarbij geen rol.

Drie uitvoeringen voor verschillende kartonconfiguraties

Om zo breed mogelijk inzetbaar te zijn, bestaat de Cofeeder in drie varianten:

• Cofeeder Classic – opname via pennen in kartongaten

• Cofeeder SideGrip – zijdelingse opname

• Cofeeder Strap – opname via het bandeleerbandje, inclusief automatisch doorknippen en verwijderen

De Cofeeder past in compacte productieomgevingen.

Snel geplaatst, grondig afgewerkt

Fysiek staat de Cofeeder vaak binnen één dag op zijn plaats. Daarna volgt nog ongeveer een week opvolging en finetuning. Snelheid, stabiliteit en afstemming op de lijn worden verder geoptimaliseerd tot het systeem volledig stabiel draait.

Wie richting autonome productie wil evolueren en tegelijk ergonomische risico’s wil wegnemen, kan kartonaanvoer niet langer manueel blijven doen. De Cofeeder maakt van die stap een robuuste, bewezen en wereldwijd toegepaste oplossing. Wil je bekijken wat dit in jouw productieomgeving kan betekenen? Dan gaan de specialisten van Promation daar graag concreet op in.

www.promation.be

De Promation-stand op de vakbeurs Indumation 2026.

METSELEN-AS-A-SERVICE: WALLY LANCEERT EERSTE COMPACTE METSELROBOT

Wally Automation, een Belgische start-up uit de stal van Start it @KBC die werd opgericht door 2 Limburgse neven, lanceert zijn compacte en zelf ontwikkelde metselrobot. Met de robot wil Wally de lange wachttijden in de bouw terugdringen door tegemoet te komen aan het aanhoudende personeelstekort in de sector, dat alleen maar nijpender dreigt te worden nu we aan de vooravond van een wooncrisis staan. Momenteel wordt de robot voor het eerst ingezet op een werf in Koersel.

Wally Automation is een Belgische start-up die in 2024 opgericht werd door Jente Van Genechten en Maarten Gielkens. Het ontwikkelde een lichte en compacte metselrobot die aannemers en bouwbedrijven moet helpen om sneller en efficiënter te werken, door het zware en repetitieve metselwerk te automatiseren. De FANUC-robotarm doet het werk van drie metselaars. Jente Van Genechten uit Genk ging na het afstuderen aan de slag als aannemer. Toen ondervond hij zelf hoe moeilijk het is om goed personeel te vinden.

‘Als aannemer ondervond ik aan den lijve hoe moeilijk het is om op eigen kracht en zonder veel kapitaal te groeien. Zeker goed personeel vinden is erg moeilijk als jonge ondernemer, waardoor ik vaak zelf op de werf mee stond te metselen. Ik stelde me de vraag of dat zware, repetitieve en weinig uitdagende werk niet geautomatiseerd kon worden, en sprak mijn neef Maarten Gielkens aan, die toen afstudeerde als industrieel ingenieur. Samen begonnen we na te denken over

hoe we dat metselwerk efficiënter konden laten verlopen, en zo werd Wally geboren’, vertelt oprichter Jente Van Genechten. ‘Dat we dit jaar geselecteerd werden voor het acceleratorprogramma van Start it @KBC, is voor ons verdere bevestiging dat er toekomst zit in ons idee.’

Snel, licht en compact

De robot is snel, licht en compact, en metselt binnenmuren, waarvoor zware stenen van 13 kg nodig zijn. Goed een jaar na de officiële oprichting zijn de twee klaar om het eerste prototype op een werf los te laten. ‘Onze robot, die autonoom werkt onder toezicht van een operator, metselt binnenmuren op volledige hoogte, en dat even snel als drie mensen en minstens zo precies. Stellingen zijn daarbij niet meer nodig. In tegenstelling tot bijvoorbeeld een bedrijf uit Australië dat een grote metselkraan ontwikkelde, is onze robot bovendien heel klein: hij past binnen een palletvoet, is even zwaar als een pak stenen en kan dus vlot mee op de vrachtwagen, of mee

naar boven op eender welke verdieping’, vervolgt Jente Van Genechten. ‘Onze droom? Dat er nooit nog een steen manueel gezet moet worden.’

Metselen-as-a-service, tegen een vaste prijs per vierkante meter

Als de vuurdoop goed verloopt en eventuele kinderziektes verholpen zijn, wil Wally zijn product ‘as-a-service’ aanbieden aan kleine aannemers, met een vaste prijs per m₂: ‘We zijn een onderaannemer die muren verkoopt, geen bedrijf dat robots verhuurt. Op termijn willen we daarbij ook verder evolueren en opschalen naar grotere aannemers en bouwbedrijven, zodat ook zij efficiënter en sneller kunnen werken. Dat zal absoluut nodig zijn, gezien het enorme aantal woningen dat

er de komende 10-15 jaar moet bijkomen om iedereen in ons land te huisvesten’, zo besluit Van Genechten.

(Nog) geen AI

Momenteel komt er aan de robot van Wally (nog) geen AI te pas, maar dat kan in de toekomst veranderen. ‘Op dit moment zit er geen AI in onze oplossing. Wel verzamelen we nu van alles wat we doen de data, zodat we in de toekomst eventueel een ander pad kunnen bewandelen en de werking van onze robot verbeteren met AI’, aldus medeoprichter en ingenieur Maarten Gielkens.

www.fanuc.eu www.wallyautomation.com

Maarten Gielkens en Jente Van Genechten, neven en oprichters van Wally Automation

AGORIA

GEMATIGDE

GROEI VOOR DE TECHNOLOGIESECTOR IN 2026

Het nieuwe 2026 blijft somber

In 2025 is de activiteit in de technologische industrie met 1% toegenomen ten opzichte van 2024. Na het conjuncturele dieptepunt in het vierde kwartaal van 2024 heeft zich een geleidelijk herstel ingezet. Dit herstel verliep doorheen het jaar echter onregelmatig. De productieactiviteiten in de verschillende deeltakken van de maakindustrie bevinden zich nog niet terug op het niveau van 2024. Toch hebben o.a. de non-ferro, de gieterijen, de primaire metaalbewerking en de machinebouw positieve prestaties neergezet.

Activiteit in de technologische industrie (2015=100) Ontwikkeling van de activiteit in de sectoren

2026 blijft somber

In de maakindustrie vertoonde de brutocurve van de barometer in februari een sterke terugval. Het is nog te vroeg om te spreken van een definitieve onderbreking van de opwaartse trend die al meer dan een jaar aanhoudt. Desalniettemin wijst dit erop dat ondernemingen in deze sectoren hun huidige conjunctuur ongunstig beoordelen. De barometer voor IT-diensten blijft van zijn kant op een historisch laag niveau in vergelijking met de afgelopen tien jaar. Kijkend naar de langere termijn en de recente marktvoorspellingen, wordt een aanhoudende maar gematigde groei van de activiteit verwacht. Deze groei zal naar verwachting worden gestuwd door de investeringsvraag vanuit de bedrijfswereld en de overheid, waarbij defensiegerelateerde investeringen een prominente rol spelen. Ook de particuliere consumptie vormt een bron van vraag naar de producten van onze sectoren, met een stabiele groei in 2026. Daarentegen wordt er voor de bredere industriële activiteit en de bouwsector geen significant herstel verwacht. Hoewel de groei nog bescheiden zal zijn, wordt voor onze productiesectoren een stijging van 3% verwacht. Dit relatief hoge percentage geeft echter een vertekend beeld, aangezien het activiteitsniveau aan het einde van vorig jaar vrij hoog lag.

BNB-barometer voor de productiesectoren van de technologische industrie

Werkgelegenheid stabiliseert na forse daling

Op basis van de beschikbare gegevens schatten we dat de technologiesector in 2025 6.700 banen heeft verloren. De sluiting van Audi en de gevolgen daarvan voor de toeleveranciers wegen zwaar op dit cijfer. Hoewel de beslissing in 2024 werd genomen, kwam de evolutie pas in 2025 statistisch tot uiting. Elders verslechterde de werkgelegenheid vooral in de eerste twee kwartalen, waarna ze zich stabiliseerde en in het derde en vierde kwartaal zelfs lichtjes steeg. Wij schatten dat het personeelsbestand van de Belgische technologiesector eind 2025 bijna 315.000 banen zal tellen, waarvan 175.000 in de maakindustrie en 115.000 in de digitale sector.

www.agoria.be

DE NIEUWE CTS VEILIGHEIDSVERGRENDELING

Hoge vergrendelingskracht, een compact ontwerp en maximale flexibiliteit zijn de kenmerken van de nieuwe CTS veiligheidsvergrendeling.

Veiligheidsschakelaars met veiligheidsvergrendeling zijn de sleutel tot de veiligheid van productiepersoneel en de beveiliging van processen. Deze transponder gecodeerde veiligheidsschakelaars met veiligheidsvergrendeling bieden het hoogste veiligheidsniveau. De CTS veiligheidsschakelaar is de nieuwste ontwikkeling op dit gebied.

Met afmetingen van slechts 135x31x31 mm en een vergrendelingskracht tot 3900 N, plus diverse montagemogelijkheden, is hij veelzijdig genoeg voor vrijwel elke toepassing. De CTS kan in drie richtingen worden gemonteerd om zowel draai- als schuifdeuren te beveiligen. Een nieuwe, achteraf monteerbare noodontgrendeling breidt het aantal toepassingen aanzienlijk uit.

www.euchner.com

VOOR NIEUWE EUROPESE TANDWIELKASTTECHNOLOGIE IN DE MODERNE ROBOTICA HAALT AILOS ROBOTICS 3,5 MILJOEN EURO OP

AILOS Robotics heeft 3,5 miljoen euro aan startkapitaal opgehaald om een nieuwe klasse aandrijvingen voor moderne, mensgerichte robots te industrialiseren.

Met een gepatenteerde tandwielkast die de wendbaarheid en veiligheid van quasi-directe aandrijving combineert met een ongeëvenaarde koppeldichtheid, wil AILOS robots mogelijk maken die lichter, sneller, betaalbaarder en energiezuiniger zijn. De financieringsronde wordt geleid door QBIC en HighTech Gründerfonds (HTGF), met deelname van Wallonie Entreprendre en finance&invest.brussels.

AILOS, opgericht in Brussel als spin-off van de VUB BruBoticsonderzoeksgroep, transformeert bijna tien jaar werk aan R2poweR, een nieuwe planetaire tandwielkastarchitectuur ontworpen voor humanoïde robots, cobots, exoskeletten en protheses. Met de steun van VLAIO en Innoviris gedurende de gehele ontwikkeling heeft AILOS al een minimaal werkend prototype opgeleverd en positioneert het bedrijf zich nu als een nieuw Europees alternatief voor de huidige tandwielkasttechnologieën. AILOS biedt soepele terugkoppeling, een hoog koppelvermogen en robuuste industriële schaalbaarheid.

Voor de toekomst werkt AILOS samen met robotfabrikanten, industriële partners en toekomstige investeerders om de eerste pilotprojecten te realiseren, een betrouwbare toeleveringsketen in de EU op te bouwen en op te schalen naar massaproductie. Met deze seed-financieringsronde zet het bedrijf een belangrijke stap richting een nieuwe generatie lichtgewicht, wendbare, veilige en duurzame robots die naast mensen kunnen werken – en draagt het

bij aan de positie van Europa als leider in geavanceerde robotica-hardware. ‘Moderne robots vereisen een nieuwe categorie aandrijving’, aldus Pablo López García, CEO en medeoprichter van AILOS Robotics. ‘Wij combineren QDDachtige terugkoppeling met de hoge koppeldichtheid van geavanceerde tandwieloverbrengingen – waarmee we eindelijk een van de belangrijkste obstakels wegnemen voor wendbare, lichtgewicht en veilige robots die naast mensen kunnen werken.’

www.ailos-robotics.com

VB PARTS, uw partner voor al uw hydraulische toepassingen

Het realiseren van de meest efficiënte warmte-uitwisseling, het betrouwbaar regelen van vloeistoffen en het verbinden van beide: zo maakt ASA het verschil in mobiele en stationaire hydraulische toepassingen.

Met meer dan 40 jaar ervaring in warmtewisselingsapparatuur, verbindingstechnologie en vloeistofregeling staat ASA wereldwijd bekend als toonaangevend producent. Bij VB Parts zorgen wij ervoor dat deze hoogwaardige oplossingen snel en vakkundig tot bij u komen.

Aanzuigunit

Olie-water koeler

Lucht-olie koeler met circulatiepomp

VB Parts Hydraulics Abraham Hansstraat 7, 8800 Roeselare 051 24 06 05 info@vbparts.be www.vbparts.be

Bewegende energie eenvoudig gemaakt

Of het nu gaat om verticale, horizontale of roterende bewegingen – als beproefd standaardonderdeel voor de machinebouw of als innovatieve speciale oplossing; als losse componenten zonder minimale bestelhoeveelheid, als kant-en-klare voorgemonteerde systemen of met slimme technologie voor voorspellend onderhoud: bij igus® vindt u de juiste kabelrupsen en kabels voor elke soort beweging van uw machine. Getest in het 4.000 m² grote igus® laboratorium. Configureer en bereken online. www.igus.be

igus® Belgium

Tel. +32 3 330 13 60 info@igus.be motion plastics®

PRODUCTEN

BOSCH REXROTH REVOLUTIONAIRE SERVOHYDRAULISCHE POMPUNIT SHP4V

Rexroth toonde tijdens Indumation 2026 in Kortrijk Xpo de nieuwe baanbrekende servohydraulische pompunit SHP4V.

De servohydraulische pompunit van Bosch Rexroth maakt de constructie van machines eenvoudiger, verbetert de energie-efficiëntie, versnelt de installatie en inbedrijfstelling, en vermindert bovendien de geluidsproductie aanzienlijk.

Hogere energie-efficiëntie en lager olieverbruik

Door de sterk gestegen energieprijzen en de groeiende wens om het klimaat te beschermen, vragen eindgebruikers om energiezuinigere machines in alle vermogensklassen. De nieuwe servohydraulische pompunit SHP4V van Bosch Rexroth speelt hier perfect op in. In combinatie met een energiezuinige plunjerregeling wordt het energieverbruik drastisch verlaagd en is er aanzienlijk minder olie nodig.

Bosch Rexroth bereikt dit door de krachtige MS2N synchrone servomotoren te combineren met A4 axiale plunjerpompen. De beweging van de actuator wordt geregeld via het toerental van de motor of de verstelling van de pomp zelf. In conventionele machines wordt doorgaans het toerental gebruikt voor de positionering van de actuator en de pompverstelling om het vermogen te begrenzen.

Vereenvoudigde constructie en minder geluid Deze gestandaardiseerde, compacte aandrijfeenheid is beschikbaar in verschillende formaten en maakt het ontwerpen van zowel centrale als decentrale hydraulische systemen veel eenvoudiger. Doordat de SHP4V direct op het stuurblok gemonteerd kan worden, is er minder materiaal, montage- en inbedrijfstellingstijd nodig. Dit geeft engineers meer vrijheid bij het ontwerpen van modulaire machineconcepten, waarmee eenvoudig aan een breed scala van prestatie-eisen kan worden voldaan.

Een bijkomend voordeel van directe montage is een aanzienlijke geluidsreductie. Vergeleken met traditionele opstellingen waarbij pomp en stuurblok met leidingen zijn verbonden, neemt het lucht-, structuur- en vloeistofgeluid met circa 5 dB(A) af. Dit betekent in de praktijk meer dan een halvering van de geluidsemissie.

Intelligente energieterugwinning

De servohydraulische pompunit is bij uitstek geschikt voor vierkwadrantenbedrijf. Dit betekent dat bij

drukreductie de motor als generator fungeert en remenergie terugwint. Bij deellast draait de aandrijving op een lager toerental, waardoor de elektrische systemen optimaal benut worden. Het resultaat: er zijn minder krachtige motoren en vermogenselektronica nodig, wat zowel de systeem- als de energiekosten verlaagt.

Klaar voor de toekomst met Condition Monitoring

Als volledig 'connected' module ondersteunt de aandrijfeenheid toekomstgerichte concepten zoals Condition Monitoring en Predictive Analytics om maximale beschikbaarheid te garanderen. De servomotor fungeert zelf als sensor en registreert operationele data. Hiermee kunnen conclusies worden getrokken over mogelijke slijtage. Aanvullende sensoren verzamelen overige bedrijfsgegevens, waardoor onderhoudswerkzaamheden proactief gepland en uitgevoerd kunnen worden tijdens productiestops.

www.boschrexroth.com

PRODUCTEN

O+P: UW PARTNER IN HET PRODUCEREN VAN HYDRAULISCHE FLEXIBELS

EN BUIZEN

Al meer dan 40 jaar produceert O+P apparatuur voor hydraulische leiding en bieden ze op maat gemaakte oplossingen die zijn gebaseerd op onderzoek, precisie en kwaliteit. Dankzij het brede assortiment, ontwikkeling en innovatie is O+P uniek, jong en dynamisch.

Naast de gekende hydraulische slangenpersmachines, zijn er ook de unieke machines voor het vervaardigen van vaste leidingen. Zoals de UNISPEED USFL/01, met deze machine kunnen DIN2353- ringen worden voorgemonteerd, door middel van een handmatige drukinstelling.Met een speciaal stalen blok kan de UNISPEED USFL/01 ook worden gebruikt voor het 37° flaren met een diameter van 6 tot 42 mm met een maximale dikte van 4mm, het gebruikte materiaal kan zowel roestvrij staal (AISI 316 TI) en koolstofstaal zijn. Deze machine is beschikbaar in 3F 380V, 1F 230V als in een 12VDC of met een handpomp, ideaal voor werkzaamheden buitenshuis. Flaringgereedschap geleverd volgens de normen UNI ISO 8434-2 en DIN3949. Voor meer info omtrent het O+P gamma, neem contact op met VB-Parts, info@vbparts.be

www.vbparts.be

ALLES-IN-ÉÉN

OPLOSSING: ELEKTRISCHE

ACTUATOR MET GEÏNTEGREERDE CONTROLLER

De nieuwe EQ-serie elektrische actuatoren (zowel slide- en rod-type) van SMC beschikt over een volledig geïntegreerde controller. Dit zorgt voor een oplossing die eenvoudiger te configureren, gebruiksvriendelijker en ruimtebesparend is, en die gebruikers tegelijk helpt energie te besparen en de CO₂-uitstoot te verminderen.

Daarnaast bieden de elektrische actuatoren uit de EQ-serie een eenvoudige bediening met behulp van exclusieve en gebruiksvriendelijke software, waarmee gebruikers de actuatoren via één enkel scherm in slechts drie stappen kunnen laten werken. Eerst kiezen gebruikers de ‘set operation mode’, vervolgens bepalen ze de stopposities en ten slotte stellen ze de waarden voor snelheid, acceleratie en deceleratie in. Het is niet complexer dan het bedienen van een twee- of driepositie-magneetventiel.

Met alle gebruikelijke voordelen van SMC op het vlak van precisie en flexibiliteit lossen de elektrische actuatoren EQFS (slide-type) en EQY (rod-type) veel problemen in automatiseringsprojecten op. Ze bieden een oplossing voor onder meer beperkte ruimte in de elektrische kast, de

noodzaak om de efficiëntie te verhogen en een gebrek aan kennis over controllerprogrammering. De EQ-serie is ideaal voor een groot aantal motion-controltoepassingen, waaronder transfer, assemblage, heffen, doseren, persen en klemmen, en verbetert in wezen elk automatisch proces dat geen PLC gebruikt.

Opmerkelijk is dat de elektrische actuator en de controller deel uitmaken van hetzelfde product, waardoor bedrading tussen beide niet nodig is en waardevolle ruimte wordt bespaard. Deze vereenvoudigde configuratie, samen met het gebruik van slechts drie connectoren, vergemakkelijkt ook de installatie en maakt onmiddellijk gebruik mogelijk.

www.smc.be

Het Leuvense imec vierde de officiële opening van de Europese NanoIC-pilootlijn. De openingsceremonie werd bijgewoond door EU-commissaris Henna Virkkunen, premier Bart De Wever, Vlaams minister-president Matthias Diependaele, ASML-CEO Christophe Fouquet, en vertegenwoordigers van het NanoIC-consortium en de Europese hightech- en startupsector. Met een totale cleanroomoppervlakte van meer dan 12.000m² – en als host van de NanoIC-pilootlijn die focust op de ontwikkeling van chiptechnologie kleiner dan 2 nanometer – speelt imec een sleutelrol in de Europese ambitie om uit te groeien tot een van de wereldleiders op het vlak van chipinnovatie en -productie. Over een termijn van vijf jaar wordt de NanoIC-pilootlijn uitgerust met meer dan honderd state-of-the-art toestellen, verspreid over imec en de campussen van onderzoekspartners CEA-Leti (Frankrijk), Fraunhofer (Duitsland), VTT (Finland), CSSNT-UPB (Roemenië) en het Tyndall National Institute (Ierland). (www.nanoic-project.eu) Sensorspecialist SICK lanceert een gloednieuw Elite Partnerschap met de Belgische industriële technologiedistributeur Breemes. Tijdens de Indumation-vakbeurs in Kortrijk Xpo, maakten SICK en Breemes hun samenwerking bekend. Als onderdeel van het SICK International Distributor Partner Program zullen Elite Partnerschappen met geselecteerde distributeurs leiden tot intensievere samenwerkingen, als onderdeel van SICK’s streven naar uitmuntendheid binnen zijn distributienetwerk. (www.sick.com) Begin maart organiseerde Siemens de veertiende editie van Little Innovators (zie groepsfoto). Zo’n vijftig kinderen van Siemens-medewerkers en vijftig leerlingen van het vijfde leerjaar van de Gemeentelijke Basisschool Huizingen, doken via interactieve workshops in de wereld van STEM (Science, Technology, Engineering & Mathematics). Niet toevallig vond het initiatief plaats op UNESCO World Engineering Day for Sustainable Development. Met Little Innovators wil Siemens kinderen op jonge leeftijd warm maken voor wetenschap en technologie. Door hen zelf te laten experimenteren, programmeren en bouwen, ontdekken ze hoe creativiteit en technologie oplossingen bieden voor maatschappelijke uitdagingen. Dit jaar werkte Siemens samen met de VUB STEAMacademie, een interdisciplinair initiatief van de Vrije Universiteit Brussel. De academie brengt jongeren, leerkrachten en ondernemers samen in een innovatieve leeromgeving waar wetenschap, technologie, techniek en creativiteit elkaar versterken. (www.siemens.be) LogiVille, het open logistiek demonstratiecentrum van de vzw VIL in het Antwerpse Niel, heeft zijn startup-aanbod verdubbeld als rechtstreeks antwoord op de toenemende interesse van de industrie in innovatieve en schaalbare oplossingen. ‘Startups brengen met hun inventiviteit en flexibiliteit extra dynamiek in het demonstratiecentrum. Ze tonen creatieve en doeltreffende oplossingen voor prangende uitdagingen van logistieke operaties’, aldus LogiVille-manager Paul Van Nuffel Bij LogiVille worden technologieën niet alleen gepresenteerd, maar ook concreet gemaakt via demonstraties en praktijkvoorbeelden. (www.logiville.be) Onderzoeksbureau IDTechEx verwacht dat de wereldwijde markt voor humanoïde robots in 2036 een omvang bereikt van ongeveer 29,5 miljard dollar. De groei komt vooral uit de automobielindustrie en logistieke sector. De eerste toepassingen richten zich op relatief eenvoudige maar schaalbare taken zoals materiaalverplaatsing, inspectieondersteuning, intern transport en eenvoudige assemblage. Warehousing is het tweede grote commercialiseringstraject, maar wel met een belangrijke nuance: humanoïde robots concurreren in magazijnen namelijk met volwassen automatiseringstechnologieen zoals autonome mobiele robots (AMR’s), automatisch geleide voertuigen (AGV’s) en robotarmen. Die bieden nu al prima prestaties tegen lagere kosten. (www.idtechex.com) Bosch Nederland heeft sedert eind februari 2026 officieel een nieuwe locatie in Gebouw TX op industrieterrein Strijp-T in Eindhoven. Met deze stap brengt Bosch meerdere divisies samen onder één dak om samenwerking, innovatie en kennisdeling verder te versterken. Op de nieuwe locatie zijn inmiddels Bosch Rexroth BV, Robert Bosch BV en Robert Bosch Investment Nederland BV gevestigd. In mei sluit ook Bosch Semiconductors Nederland aan. Het gehuurde gebouw beslaat 7.000 vierkante meter voor Bosch en biedt onderdak aan circa 300 medewerkers. De nieuwe, duurzame en inspirerende locatie biedt ruimte aan product- en softwareontwikkeling, systeemontwikkeling, laboratoria, evenals klantenservice, shared services en logistiek. Daarnaast beschikt de locatie over demonstratie- en trainingruimtes, en kantoren voor verkoop en administratieve functies. (www.boschrexroth.com)

‘GEEF INGENIEURS EN TECHNICI DE KANS OM DE WERELD TE REDDEN’

Het zijn ingenieurs en technici die de wereld gaan redden, maar politici moeten hen daarbij helpen. Ze kunnen dit doen door in Europa efficiëntere industrieregels in te voeren en de energiehandicap aan te pakken. We moeten in België ook onze groeisectoren van de toekomst identificeren. Geen goal zonder doel.

Stop de de-industrialisatie van Europa, zoniet zijn we binnen enkele jaren voor alles afhankelijk van China, India en de Verenigde Staten. Europa heeft de laatste jaren zo’n tien procent van zijn productiecapaciteit verloren. De Amerikaanse president Donald Trump heeft duidelijk gemaakt dat als je technologisch niet relevant bent, je ook politiek niets voorstelt.

De patiënt is ziek en het herstelproces bekend: lagere energiekosten, een correctie van de klimaattaksen, geen naïeve opendeurpolitiek, sneller optreden tegen oneerlijke concurrentie (het bewaken van een level playing field), geen overregulering en onderlinge handelsbelemmeringen, investeren en innoveren in industriële transitie met een integratie van de internationale kapitaalmarkten. Van diagnose moet het nu naar actie: niet volgend jaar of volgende maand, maar vandaag.

Een betere integratie van de Europese markten is broodnodig, want in de praktijk zijn er nog veel handelsbelemmeringen tussen landen omdat er vaak andere regels gelden. Premier Bart De Wever wil dan ook zo snel mogelijk nauwer samenwerken met ‘EU-kernlanden’ die daar wel voor klaar zijn, in de eerste plaats met Nederland en Luxemburg.

België is een rijk land. Onze regio heeft een uitstekende geografische ligging, een hoge levenskwaliteit, een sterke sociale bescherming, een toegankelijke gezondheidszorg, betaalbaar onderwijs … Dit alles moet beschermd worden door de juiste politieke beslissingen. In een steeds meer autocratische wereld en een ‘insidereconomie’ (= alleen voor hen die tegen de machthebbers aanschurken), is een democratische rechtsstaat met een vrije pers, de beste voedingsbodem om te ondernemen.

Helaas, het aantal vergunningsaanvragen voor grote industriële projecten zakt in ons land naar een nieuw dieptepunt. Geef bedrijven geen subsidies, maar vergunningen, zeggen topondernemers. Tussen een idee en de bouw van een fabriek mag geen traject van 15 jaar liggen. Daarnaast moet ons land iets doen aan de versnippering van ons bestuursapparaat. Sirris, Flanders Make, VLAIO, Flanders Investment & Trade (FIT), de POM’s en RTC’s, CETIC, Materia Nova, Multitel … Al deze instellingen doen verdienstelijk werk, maar er is geen gezamenlijke strategische visie. Op internationale beurzen staan hun standen verspreid.

België telt dubbel zoveel ministers en staatssecretarissen (over alle regeringsniveaus heen) dan het grotere Nederland, maar recent tijdens Indumation 2026 – de belangrijkste industriebeurs in de Benelux – was er wederom geen enkele hoogwaardigheidsbekleder te bespeuren. In de krant lees je grote woorden dat onze industrie moet worden gered, maar écht de vinger aan de pols houden doen onze (talrijke) politici blijkbaar niet.

In zijn boek Breakneck: China’s Quest to Engineer the Future schrijft auteur Dan Wang dat China voornamelijk wordt bestuurd door politici met een technische achtergrond. Een deel van de top van het Chinese Politbureau is van opleiding ingenieur en als technocraten houden ze van snelle, meetbare oplossingen. Ons parlement telt veel juristen. Geen kwaad woord over juristen, ik ben er zelf een, maar legalisten benaderen de wereld toch op een andere manier. Ik vind het nog altijd opvallend hoe ingenieurs tijdens een vergadering oplossingsgericht werken, terwijl juristen/advocaten alleen maar extra obstakels zien.

Economisch hebben onze noorderburen ook een duidelijk afgelijnd industrieel plan. In januari 2024 publiceerde de Nederlandse overheid een document van 102 pagina’s met hun ‘Nationale Technologiestrategie’ (NTS). Daarin zitten 44 sleuteltechnologieën cruciaal voor economie, veiligheid en als antwoord op diverse maatschappelijke uitdagingen. Hieruit zijn vervolgens 10 technologische prioriteiten gepuurd waarin Nederland wereldwijd het technologisch leiderschap wil claimen. Het ‘Toekomstpact voor de Vlaamse Industrie’ van maart 2024, een 13 pagina’s tellende algemene intentieverklaring, is hiermee vergeleken een flauw afkooksel. Wij kunnen beter.

In Nederland is recent Peter Stolk – voorzitter van Holland High Tech – formeel benoemd als Voorzitter Sleuteltechnologieën, zodat er nu een helder leiderschap is om de afgesproken innovatieagenda uit te voeren. Peter Stolk is onder meer verantwoordelijk voor het bijeenbrengen van vertegenwoordigers uit overheid, kennisinstellingen, bedrijven en maatschappelijke partners rond de 10 NTS-prioriteiten. Concreet zie je op het werkveld inmiddels de groei van Brainport Industries in Eindhoven. Dit alles moet ons in België inspireren.

Jean-Charles Verwaest is zaakvoerder van Magenta Uitgeverij. Hij was 12 jaar lang uitgever en realisator van Automation Magazine.

KOMOTION

In a world of constant change, industries must adapt quickly and flexibly to survive. By integrating IT and OT, we empower industrial companies to become sustainable Digital Enterprises. Our solutions enable real-time data analysis, flexible automation, and enhanced cybersecurity, driving efficiency, transparency, and optimized decision-making across the entire supply chain.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Automation Magazine nr 243 (NL) by Magenta Uitgeverij - Issuu