Skip to main content

De Nieuwe Provincie - De Balans

Page 1

Provincie

De Balans


Provincie


Voorwoord Tijdsbeelden veranderen razendsnel. Bij het begin van deze Statenperiode was het hoogconjunctuur en leken de bomen tot in de hemel te groeien. Nu bijna vier jaar later is een van de meest ingrijpende financieel/economische crises nog steeds niet voorbij. Het politieke landschap is omgewoeld. Bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer werd de PVV de grootste partij in Limburg. Te midden van deze gigantische turbulentie is het provinciebestuur volop in de weer om een reeks grote projecten tussen Eijsden en Mook gestalte te geven. Een paar voorbeelden: de culturele hoofdstad Maastricht, campussen in SittardGeleen, Maastricht en Venlo, de nieuwe autowegverbinding tussen Roermond en Weert, meer allure voor de Maasplassen, Greenport Venlo, de Floriade en de afronding van de Zandmaas. Die projecten zijn het uitvloeisel van de nieuwe koers van de provincie, die bijna vier jaar geleden werd ingezet met het programma Investeren en Verbinden. In het boek De nieuwe provincie schetsen overheden en private partijen in 2007/2008 de kansen van die nieuwe koers. Wat zijn de effecten geweest van dat nieuwe beleid? Wat is er bereikt? Moest er bijgesteld worden? Wat zijn de successen en wat zijn de tegenslagen? Zijn de hooggespannen verwachtingen uitgekomen? En wat moet de focus zijn tot 2015? Op al deze vragen geeft het boek De Nieuwe Provincie De Balans een antwoord. Dit boek werd drie jaar geleden al aangekondigd. Want ook dat was een van de aspecten van die nieuwe koers: de provincie wilde graag afgerekend worden op het nieuwe beleid. Vele tientallen interviews, indringende blikken in de keuken van het bedrijfsleven en bestuurlijke analyses zorgen niet alleen voor het antwoord op de vraag of het de moeite waard is geweest. Dit boek geeft ook een gedegen beeld van de staat van Limburg op dit moment.

Peet Adams producent/eindredacteur


Colofon Uitgever

Schatbeurderlaan 6 Postbus 249, 6000 AE Weert, Nederland Tel.: +31 (0)495 45 00 95 Fax: +31 (0)495 52 13 35 E-mail: info@louwersuitgevers.nl www.louwersuitgevers.nl

inhoud

Redactieadres Schatbeurderlaan 6 Postbus 249, 6000 AE Weert, Nederland Tel.: +31 (0)495 45 00 95 Fax: +31 (0)495 52 13 35 E-mail: info@louwersuitgevers.nl

Redactie Peet Adams Bart Ebisch Pedro Rademacher

5

Voorwoord

10

Analyse | Geen totempalen, maar wel piketpalen

14

Gouverneur Leon Frissen | ‘In Zuid-Limburg ontbreekt de power’

16

Gedeputeerde Ger Driessen | ‘We beseffen te weinig wat de mensen echt bezighoudt’

18

Gedeputeerde Odile Wolfs | ‘Olympisch vuur met een Limburgs tintje’

20

Gedeputeerde Bert Kersten | ‘Met de VVD was er meer balans geweest’

22

Gedeputeerde Jos Hessels | ‘Er lag helemaal niets voor Chemelot’

24

Gedeputeerde Noël Lebens | ‘Provincie niet langer rondrijdende pinautomaat’

26

Directeur Jos Schneiders van DSM Nederland BV | ‘Provincie moet koers verbreden naar Eindhoven’

30

Directeur Jan van den Berg van Sabic Limburg BV | ‘We zijn bezig met hardlopen’

32

Wethouder Jacques Costongs van Maastricht | ‘Ze kunnen niet om ons heen voor titel culturele hoofdstad van Europa’

34

Directeur Kees van der Veeken van Consortium Grensmaas BV | ‘Tegen een crisis kun je je niet wapenen’

Eindredactie Tekst en Communicatiebureau Feedback Peet Adams Mosterdgriend 14 6049 MG Herten

Bladmanagement Bert van de Port E-mail: b.vandeport@louwersuitgevers.nl

Bladcoördinatie Thorold Wevers

Secretariaat Manuela Depenbrock

Fotografie Franco Gori E-mail: info@francogori.com www.francogori.com Jac Beekers en anderen

Druk Drukkerij Offset Service, Valkenswaard, NL

Vormgeving LOGO Reclame- Ontwerpbureau BV Postbus 631, 6000 AP Weert, Nederland Tel.: +31 (0)495 45 00 65 Fax: +31 (0)495 54 69 78 E-mail: info@logobv.nl Valerie Berben Petra Kunnen

Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen of vermenigvuldigd zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever en zonder bronvermelding. Hoewel dit blad op zorgvuldige wijze en naar beste weten is samengesteld kunnen uitgever en auteurs op geen enkele wijze instaan voor de juistheid of volledigheid van de informatie. Zij aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die het gevolg is van handelingen en/of beslissingen die gebaseerd zijn op deze informatie.


Provincie Cover

De Balans

Heuvelland Schin op Geul Fotografie: Franco Gori

36

Directeur Anya Niewierra van VVV Zuid-Limburg | ‘We moeten trotser zijn’

40

Directeur Jack Corten van Laudy Bouw | ‘Maak van Zuid-Limburg één gemeente’

42

Wethouder Jos van Rey van Roermond | ‘Groei krijg je alleen door kwaliteit’

46

Voorzitter Noud Janssen van de LLTB | ‘Twee keer meer voedsel, op twee keer minder grond’

48

Directeuren Peter Doveren en Ger Coolen van Vodafone | ‘We blijven in Limburg’

52

Projectontwikkelaar Piet van Pol | ‘Deels gewoon mazzel gehad’

54

Burgemeester Hans Gilissen en wethouder Jan Loonen van Venray | ‘We gaan voor veelzijdigheid’

60

Directeur Reginald Thal van Sphinx Maastricht | ‘De naam is goud waard’

62

Burgemeester Jos Som van Kerkrade | ‘We hebben te weinig terug gekregen van het Rijk’

64

Directeur Arnold van Malde van Wonen Zuid | ‘Nú doortasten’

68

Directeuren Ko Remijnse en Johan Peleman van Nunhems Vegetable Seeds | ‘Greenport is voor ons niet geschikt’

72

Burgemeester Bas van den Tillaar van GulpenWittem | ‘Provincie moet niet alleen oog hebben voor eigen programma’

74

Topman Han Fennema van Enexis | ‘Limburg zal merken dat we meer zijn dan zomaar een energiedistribiteur’

76

Prof. Martin Paul van Life & Science Campus | ‘Goede én gezonde leven is het toekomstige imago van Limburg’

80

Burgemeester Arno Verhoeven en directeur Ton Donders van Leudal | ‘Samenwerking draait om de juiste balans’

82

Directeur Jan Tindemans van Maastricht Aachen Airport | ‘Sluiting zou aderlating betekenen voor hele provincie’

84

Burgemeester Kees van Rooij van Horst aan de Maas | ‘Grote projecten in Noord-Limburg waren alleen mogelijk door steun provincie’

86

Manager René Verhoeven van Euro Grass | ‘Innovatieve grassoorten waaieren uit over Europa’

92

Directeur Ton Mans van ZO Wonen | ‘In ZuidLimburg proberen ze elkaar vooral vliegen af te vangen’

De Balans


inhoud 94

Directeur Michiel Smals van Smals Bouwgrondstoffen | ‘Niet teveel elementen in gebiedsontwikkeling stoppen’

122 Topvrouw Carla Langen van Leeuwenborgh

96

Burgemeester Bert Oord en wethouder Jan Smolenaars van Beesel | ‘Over onze slagkracht hoeft niemand te twijfelen’

124 Directeur René Postulart van Greenport Venlo |

98

Manager Jan Janssen van Freshpark Venlo | ‘Provincie heeft haar nek uitgestoken’

102 Directeur Tilman Schreurs van OML | ‘Geen nieuwe bedrijventerreinen meer bestemmen’

106 Waarnemend burgemeester Jean Bronckers van Margraten | ‘Deel Limburg op in twee miniprovincies’

108 Directeuren Hans Laudy en Jack Gorgels van Weller | ‘Nieuwe werkgelegenheid is het allerbelangrijkste’

112 Manager Marc Bauwens van het Designer Outlet Center in Roermond | ‘Crisis heeft in ons voordeel gewerkt’

116 Oud-burgemeester Mat Vestjens van Peel en Maas | ‘Burgemeesterschap is uitgeholde functie’

118 Hans Hillebrand van Habitura en Wouter Helmer van Ark | ‘Groen biedt economisch perspectief’

120 Wethouder Twan Huyskens van Maasgouw | ‘Samenwerking is kracht’

Opleidingen | ‘Limburg onderschat tekort aan arbeidskrachten’

‘Wij hebben de toekomst’

128 Directeur Mirjam Depondt van Woonpunt | ‘Limburg staat aan vooravond van mega-transformatie’

132 Topman Ward Vleugels van Q-Park | ‘Negatieve sfeer rond A2-tunnel snel ombuigen’

136 Willem Mattens van Brains Unlimited | ‘Maastricht wordt internationaal centrum voor hersenonderzoek’

138 Marlie Berghs van Dienst Landelijk Gebied | ‘Urgentie van beveiliging Zandmaas blijven aantonen’

142 Directeur Dirk Stoll en manager Sandra Bremmers van Faurecia | ‘We bieden gegarandeerde werkgelegenheid tot 2020’

146 Gebiedsontwikkeling Valkenburg-Maastricht | ‘Van de gekke dat we blind zijn geweest en kansen niet eerder hebben gezien’

148 Directeur Michiel Dankers en manager Jerom Coppus van Niba | ‘We maken een parel van Drakenrijk’

150 Burgemeester Dieudonné Akkermans en

wethouder Jac Dijcks van Echt-Susteren | ‘We zijn te arrogant als overheid’


154 Directeur Henk Stevens van WoonGoed2-Duizend | ‘Politiek is kortzichtig’

156 Topman Karel van Rosmalen van Hogeschool

Zuyd | ‘We moeten nadrukkelijker waarderen wat goed is’

160 Directeur Rits Verkerk van Janssen de Jong

projectontwikkeling | ‘Het gaat allemaal veel te traag in Parkstad’

164 Directeur Guy Habets van Arcus Zuid | ‘Kwaliteit

192 Directeur Bert Ubachs van Imtech | ‘Op alle Maastrichtse schooldaken zonnecollectoren’

196 Burgemeester Ricardo Offermans van Meerssen | ‘Verbinden staat of valt met personen’

198 Boels Zanders Advocaten | ‘Limburg juridiseert steeds verder’

202 Directeur Rob van Midden van LHB | ‘2000 Hectare bedrijventerrein is verouderd’

toerisme moet omhoog’

168 Wethouder Ruud Guyt van Sittard-Geleen | ‘Blijven roepen dat vroeger beter was, zet geen zoden aan de dijk’

172 Directeur Sirt Mellema van Sekisui S-Lec | ‘We willen de nummer één van de wereld zijn’

176 Directeur Joh Hoen van BAM | ‘Visie van provincie is niet helder genoeg’

206 Directeur Paul Derckx van Derckx Bedrijfshuisvesting | ‘Overheid ziet de ondernemer te weinig als klant’

210 Oud-burgemeester Armand Cremers van Beek | ‘Raadsleden weten niet meer wat er leeft in de dorpen’

212 Makelaar Leon Hauzer | ‘In stormen fier blijven staan’

178 Aad van den Enden en Franz Willi Honnen | ‘Durf die grens over te gaan’

182 Managers Henk Weijs en Ger Kamps van

FloraHolland | ‘Het grijpt allemaal mooi in elkaar’

188 Ronald Siebrand van DHV | ‘Limburg heeft nog veel groeipotentie’

190 Voorzitter Jacques Niederer en manager

Ton Hagelstein van Hoge Dunk | ‘We zijn te bescheiden’

214 Directeur Jo Cox van Smurfit Kappa | ‘Passie voor papier’

218 Burgemeester Marlies de Loo en wethouder Ingrid Voncken van Gennep | ‘Door uitblijven herindeling kachelen we gewoon achteruit’

222 Adviseur Margriet Tonnaer van Ligro Trading | ‘Infrastructurele werken houden nooit op; de files blijven groeien’


10


Investeren en verbinden; de analyse

Investeren en verbinden; de analyse

Geen totempalen, maar wel piketpalen De Statenperiode 2007-2011, die nu bijna ten einde loopt, zal in de annalen worden bijgeschreven als een van de woeligste na de Tweede Wereldoorlog. En het is juist in deze Statenperiode dat de provincie een nieuwe koers uitzette met Investeren en Verbinden; de focus op grote projecten, samenwerking met private partijen en regionale samenwerking.

oor die nieuwe aanpak was vooral breed draagvlak nodig. En op dat vlak is een strategische blunder gemaakt. De VVD, decennialang vaste partner van het CDA en de PvdA, wordt in 2007 buiten de coalitie gehouden. Daarmee versmalde niet alleen de politieke steun. De verhoudingen in de Staten verscherpten ook en verslechterden snel. De liberalen ontpopten zich als luis in de pels en vormden samen met de SP de krachtigste oppositie van de afgelopen jaren. De verdeeldheid in de Staten overschaduwde vaak de vooruitgang van Investeren en Verbinden.

V

Sporting Limburg en de media pakten groot uit met het declaratiegedrag van enkele gedeputeerden. Kwesties die de beeldvorming van het provinciebestuur absoluut geen goed deden.

Gedeputeerde Herman Vrehen stapte tussentijds op, de gouverneur kwam in aanvaring met de Staten in het dossier

De gebiedsontwikkeling krijgt gestalte en de slimme zet om regiofondsen te vormen, begint vruchten af te werken. >

De crisis betekende ook dat private partijen investeringen op een laag pitje zetten, of afbliezen. De projecten kwamen minder snel van de grond. Voorbeeld is de Innovatoren, de blikvanger van de Floriade, die bij gebrek aan investeerders, door de provincie gefinancierd wordt. Op het vlak van de regionale samenwerking zijn er duidelijk stappen gezet in Noord- en Midden-Limburg.

11


Investeren en verbinden; de analyse

In schril contrast daarmee verloopt de samenwerking in Zuid-Limburg. Die staat nog altijd in het teken van onderlinge concurrentie en een soms ongekende stroperigheid. De blik van menig bestuurder daar reikt nog altijd niet verder dan de kerktoren. De ziekenhuizen Orbis in Geleen en Atrium in Heerlen geven eindelijk het goede voorbeeld; ze gaan samen. Nu Weert, Venlo en Roermond nog. Ronduit onthutsend is de conclusie van oud-gedeputeerde Jean Bronckers, waarnemend burgemeester van Margraten, dat de bestuurders in het Heuvelland met hun onderlinge verdeeldheid, de inwoners tekort doen. Bronckers pleit zelfs voor een opdeling van de provincie. Eind november 2010 heeft de provincie een ultieme poging gedaan om ook bestuurlijk Zuid-Limburg op één lijn te krijgen. In april 2011 moet er een nieuw samenwerkingsplan liggen. In 2007 werden totempalen aangekondigd. Die zijn er nog niet. Wel zijn er stevige piketpalen geslagen. De verandering is Limburg is ingezet. Maar één Statenperiode blijkt eenvoudigweg te kort om echt zichtbare resultaten te boeken. Het belang van Investeren en Verbinden in de afgelopen vier jaar is vooral dat er volop gezaaid is en een mooie oogst in het verschiet ligt. Voorbeelden genoeg. De agrosector in Noord-Limburg ronkt. Met dank aan Greenport. De komst van een vestiging van de Hogeschool HAS naar de regio Venlo lonkt en dat bewijst de alsmaar grotere uitstraling van Greenport, waar duizenden nieuwe banen in het verschiet liggen. De Floriade zet Noord-Limburg in 2012 internationaal in de schijnwerpers en dat levert altijd nieuwe kansen op. Maar ook kleinere regio’s als Venray en Weert krijgen alsmaar meer kleur, tonen zelfbewustzijn en proberen een heldere eigen identiteit te ontwikkelen; de basis voor het onderscheid en dus het succes. Venray met het megaproject Ooijen-Wanssum. Weert dat met Hoge Dunk stevig knipoogt naar Brainport Eindhoven. En waarom ook niet? En Venlo dat met de Maasboulevard een einde hoopt te maken aan de neerwaartse spiraal in de binnenstad. Roermond is eenzame top en toont ongeëvenaarde daad- en bestuurskracht. De stad profiteert optimaal van de komst van de A73, maar toont ook gewoon lef en vormt het bewijs dat een goed onderne-

12

mersklimaat altijd tot investeringen leidt. Bovendien heeft Roermond met Jos van Rey een onvermoeibare ambassadeur zonder uiterste verkoopdatum. Roermond toont het verschil tussen bestuurlijke doeners en de eeuwige wauwelaars. Het bedrijventerrein Chemelot in SittardGeleen loopt als een trein. Maastricht is in de race als culturele hoofdstad van Europa en gedeputeerde Ger Driessen is met succes blijven volhouden aan de komst van de Buitenring Parkstad. Op het einde van 2010 dienen zich nieuwe, mooie ontwikkelingen aan. De komst van een reeks nieuwe Solarbedrijven betekenen nieuwe impulsen voor Avantis en een verdere uitbouw van Chemelot. En dan is er ook nog zoiets als de lancering van het plan voor een nieuw mega-attractiepark in Brunssum door Toverland-oprichter Jean Gelissen, dat op termijn jaarlijks vijf miljoen bezoekers naar Parkstad moet brengen. Daar tegenover staat dat de bevolkingskrimp niet stopt in 2011. Die noodzaakt om nu eindelijk een gecoördineerde aanval te doen op de zorgwekkende woningleegstand, die zich ook buiten Parkstad begint te manifesteren. Bovendien hangt boven Sittard-Geleen de grauwsluier van massa-ontslagen bij NedCar en op termijn het einde van de automotive in Limburg. En die dreigingen manifesteren zich in een periode dat er forse bezuinigingen en een gereduceerd takenpakket voor de provincie in aantocht zijn. Wat de strategie tot 2015 zou moeten zijn? In elk geval starten met een brede coalitie na de verkiezingen van maart 2011. En zorgen voor continuïteit, zodat de piketpalen daadwerkelijk kunnen uitgroeien tot totempalen. Aan de regio Zuid-Limburg de taak om eindelijk te zorgen voor samenwerking en samenhang en niet langer te praten maar doen. Daarbij zou het een verademing zijn als de provincie Limburg zich, wellicht tegen de stroom in, nadrukkelijker naar de mensen richt. En echte barricades opwerpt tegen de verdere uitholling van de ouderenzorg en de verdere aantasting van het veiligheidsgevoel van veel Limburger. Onderwerpen die de mensen raken. Elke dag opnieuw. Want hoe je het wendt, of keert; het zijn de mensen die uiteindelijk de legitimatie van de provincie en haar bestuur bepalen. I

"Midden-Limburg krijgt mogelijk ook eindelijk kleur als watersportregio. Er is een regionale compensatieregeling in de maak die een einde moet maken aan het bouwverbod langs de Maasplassen"


13


Gouverneur Leon Frissen

Gouverneur Leon Frissen pleit voor meer urban culture

‘Belang van deze periode zal over tien jaar blijken’ Leon Frissen is vijf jaar gouverneur in Limburg. In 2011 moet hij herbenoemd worden. Frissen wil nog voor een tweede periode gaan. Er was even twijfel. Verlies van een dierbare. Het besef dat alles relatief is. Maar er liggen nog teveel uitdagingen. En hij houdt na al die jaren nog steeds van een goed politiek debat. “Als het tenminste ergens over gaat en er visie uit blijkt. En er meer eenheid is dan de afgelopen periode in de Staten. Op dat vlak is het een verloren Statenperiode geweest. Maar als de omgeving in grote meerderheid zegt, dat Frissen beter kan gaan vissen, weet ik wat me te doen staat”.

H

ij heeft zich deze Statenperiode enkele keren publiekelijk laten ontvallen dat hij er vooral is om op de boel te passen. Nee, volgens Frissen is er geen sprake van tanend elan. Wél van een stuk zelfreflectie. Zelfreflectie die indringender werd tijdens zijn klus als voorzitter van de commissie die het echec van het CDA bij de Kamerverkiezingen van juni 2010 evalueerde. “Dat heeft alles te maken met de politieke focus in deze Statenperiode. Eendrachtige steun voor de vele grote projecten in Limburg is er niet. De actualiteit van gisteren en vandaag lijkt soms belangrijker, dan de gezamenlijke blik op de toekomst van Limburg. Dat leidt tot wat meer behoedzaamheid. Je steekt niet meer zo snel publiekelijk je nek uit. Sporting Limburg? De teleurstelling zit niet zozeer in het afketsen van een voetbalfusie. Die teleurstelling heeft veel meer te maken met de uiteindelijke opstelling van sleutelfiguren die allemaal enthousiast waren over het initiatief. Maar ga er maar vanuit dat deze gouverneur op de achtergrond alle energie blijft steken in het creëren van mogelijke winsituaties voor Limburg. Nationaal en internationaal. Zo krijg ik met het oog op de Floriade veel ambassadeurs over de vloer. Dat leidt er bijvoorbeeld toe dat Thailand ook met een groot paviljoen op de Floriade present is”. Elan is er bij Frissen nog volop. Geestdrift over de ontwikkelingen in Noord-Limburg. “Geen vuiltje aan de lucht. Greenport loopt

14

als een trein. Dat zegt alles over de kracht en de mentaliteit van die regio. Gewoon de handen uit de mouwen steken en over de schutting heen kijken”. Ook MiddenLimburg heeft volgens Frissen goede slagen gemaakt. Weert en Roermond zijn nader tot elkaar gekomen. Over de nieuwe verbinding N280-west bijvoorbeeld. En hij heeft respect voor de positie die Roermond zich verworven heeft. “Aan de basis van dat succes ligt natuurlijk de ontsluiting van Roermond door de A73 en de goede verbinding met Duitsland. Die infrastructuur was een samenspel van gemeenten, provincie én Rijk. Maar buiten kijf staat dat Roermond goede bestuurders heeft en een prima economisch beleid met de focus op retail. Als alle Limburgse gemeenten zo’n beleid etaleerden, zou er in de provincie volledige werkgelegenheid zijn”. En Zuid-Limburg dan? De gouverneur betitelt de regio als ‘een vlaai die in drie stukken is gedeeld’. Frissen: “De provincie heeft geen doorzettingsmacht om een einde te maken aan de verdeelheid. Er is wel eens geroepen dat er maar een gebiedsautoriteit moet worden benoemd, maar het besef moet toch van de bestuurders zelf komen. Zaken als zorg, onderwijs en economie moeten gezamenlijk worden aangepakt. De power ontbreekt. Dat is jammer genoeg al decennia zo in Zuid-Limburg. Als die regio de handen in elkaar zou slaan, was de krimp geen probleem. Buitenlandse investeerders staan in de rij. Maar dan moet je ze wel daadkracht bieden”.

Sittard-Geleen dan. De stad heeft het fantastisch perspectief van de campus Chemelot. Op termijn epicentrum van onderzoek, innovatie, kennis en bedrijvigheid. Waarom het allemaal zolang duurt? “Dat lag niet aan ons. Het had te maken met de wijze waarop de universiteit Maastricht financieel wilde participeren. Maar dat is opgelost. De partijen zijn het eens. Chemelot groeit de komende jaren uit tot brainport. Samen met Eindhoven. Philips en DSM worden één entiteit. Met een alsmaar bredere inbreng van kennis en kunde door het overige bedrijfsleven. Het is alleen jammer dat Sittard-Geleen zich niet weet te ontworstelen aan de uitstraling dat het toch vooral een optelsom is van twintig dorpen, terwijl het wel degelijk gericht is op de ontwikkeling van de innovatieve maakindustrie. Sittard-Geleen moet meer de kracht van een robuuste stad ontwikkelen. Dat komt de leefbaarheid van de dorpen alleen maar ten goede. Het knispert ook niet echt. De bestaande cultuur wordt gekoesterd, maar er borrelt weinig nieuws op. Waar zijn de rebelse tijden van Don Kiesjot en Jan Smeets? “Ook in Maastricht ontbreekt de urban culture. Maastricht heeft de uitstraling van chique en sjoen, maar de stad zou zich veel meer moeten profileren als kennisen cultuurcentrum. Die sfeer is er maar één week per jaar: tijdens de TEFAF. Dan is er dynamiek, dan is er Europees elan. Maastricht wordt nu vooral gezien als inkoopstad, terwijl er een scala aan mogelijkheden voor het grijpen ligt.


Gouverneur Leon Frissen

Daarom is die kandidatuur voor de titel culturele hoofdstad van Europa zo immens belangrijk. De stad kan niet eeuwig blijven teren op het Verdrag van Maastricht dat inmiddels bijna twintig jaar geleden is. Grijp ook de kwaliteiten van de universiteit en het academisch ziekenhuis aan voor die urban culture. Als de prooi niet naar het aas komt, moet het aas naar de prooi”, zo benadrukt Frissen. De gouverneur knikt. Hij is niet vergeten dat hij ruim drie jaar geleden riep, dat Investeren en Verbinden alleen slaagt als de provincie ook voor totempalen zorgt. Het nieuwe beleid zichtbaar maakt. “We hebben behoorlijke slagen gemaakt. Maar het draait om echte megaprojecten die op de lange termijn gestalte krijgen. Daar zit ook de waarde van gedeputeerde Driessen die met z’n gebiedsontwikkeling voor de juiste contouren heeft gezorgd. Over tien jaar wordt gegarandeerd het grote belang van deze Statenperiode onderkend. Over Greenport, de Maasplassen, Chemelot, de A2-tunnel en de Europese hoofdstad Maastricht wordt dan geheid gezegd: “Het is in deze Statenperiode gebeurd”. Frissen is somber over de toekomst van NedCar. De kans dat de automotive uit Limburg verdwijnt, is levensgroot Op het moment dat dit boek naar de drukker gaat, liggen er nog meerdere scenario’s van Mitsubishi. Onmiddellijke sluiting met een laatste handdruk voor werknemers en de omgeving, of een exit-plan, waarmee de Japanse autoproducent binnen een termijn van enkele jaren afscheid neemt van Limburg. In hetzelfde Born liggen overigens ook nieuwe kansen voor de ondergrondse opslag van energie; de zogenaamde OPAC-centrale. “Er zijn nieuwe ontwikkelingen, die ook de weg vrij maken voor grote investeringen. Er komt een OPAC-bedrijf. En dat gaat zeker rendement opleveren. DSM staat er inmiddels ook positief in. Het concern kan daarmee een goede invulling geven aan Graetheide”. Zijn oordeel over de kleur van deze tijd? “De samenleving is volledig gehorizontaliseerd. Het is een tijdsbeeld waarin macht en gezag steeds meer vervagen. Posities van individuen zijn nagenoeg genivelleerd. Dat maakt bestuurders nog kwetsbaarder en stelt de hoogste eisen aan integriteit. Een ander fenomeen is dat de gevestigde politieke partijen moeten rekenen op nieuwe concurrentie, die verder reikt dan de PVV. Overal in Europa zie je zowel aan de linker als de rechterkant nieuwe politieke partijen ontstaan waarvan de aanhang snel groeit”. Hoe zit het trouwens met zijn gezondheid die hem de eerste jaren van het gouverneurschap nogal eens parten speelde? “Ik voel me veel beter dan vier jaar geleden. Heb de balans gevonden. Door niet meer alles binnen te laten, maar soms ook gewoon eens ‘nee’ te zeggen”. I

15


Gedeputeerde Ger Driessen

Gedeputeerde Ger Driessen vindt dat veel stappen voorwaarts zijn gezet

‘We beseffen nog te weinig wat mensen echt bezighoudt’ Na twaalf jaar wilde hij graag nog één Statenperiode vlammen. Tot grote verbazing van velen besliste het CDA-bestuur in november 2010 dat gedeputeerde Ger Driessen geen plek meer op de kandidatenlijst krijgt. Verjonging, zo heet het officieel. Op de achtergrond speelt ook een rol dat het CDA-Limburg Driessen niet meer kon bijbenen. Zijn ster rees te hoog en daarbij koos de gedeputeerde vaak z’n eigen weg. En dat pikt niet iedereen. Teleurgesteld? Ja, al is het pleit over zijn kandidatuur bij het ter perse gaan van dit boek nog niet beslecht. Maar er is ook tevredenheid. Over een reeks successen. Greenport Venlo is inmiddels een begrip. Hij is zo ongeveer de vormgever van de Floriade. Aan de Buitenring Parkstad komt ook z’n naamkaartje te hangen. En landbouw en natuur in Limburg gaan steeds meer hand in hand.

Ger Driessen:

“Op veel plaatsen staat de ruwbouw”

16


Gedeputeerde Ger Driessen

H

et onbehagen van de bevolking over bestuur en politiek. Driessen ziet het de komende vier jaar als een van de belangrijkste opgaven van de provincie om die ontevredenheid weg te nemen. De veiligheid, de gezondheidszorg, woningcorporaties, instanties als de UWV en het CWI. Het is allemaal op afstand van de overheid komen te staan. En daarmee ook verder weg van de mensen. Ondoorzichtig voor de doorsnee burger. Die niet meer snapt waarom de politie niet meer komt na een inbraak. Die moet toekijken hoe steeds meer Limburgse ziekenhuizen in de rode cijfers belanden, zonder daarvoor verantwoording af te leggen. “De overheid heeft teveel weggegeven. De politiek zou weer mandaat moeten krijgen om op hoofdlijnen besluiten af te dwingen in de gezondheidszorg en de veiligheidssector. Het provinciebestuur moet een platform bieden en zich met name op die terreinen als een ombudsman ontpoppen. Die oor heeft voor de klachten en de ergernissen van de inwoners. Een provincie die daarmee ook de samenleving beter in beeld krijgt. Die niet alleen agendeert, maar ook doorzet. We beseffen nu te weinig wat de mensen écht bezighoudt. En als we het al weten, doen we er te weinig mee”. Driessen noemt als voorbeeld de concurrentieslag van de Limburgse ziekenhuizen. Zeven ziekenhuizen telt de provincie. De financiële situatie is overal zorgwekkend. Het Academisch Ziekenhuis in Maastricht kaapt ook nog een deel van de basiszorg bij de overigen weg. “Ik voorspel dat we de komende jaren in Limburg ziekenhuizen moeten sluiten. We hebben voldoende aan vier ziekenhuizen. Een in Noord-, een in Midden- en twee in Zuid-Limburg. In plaats van zelf initiatieven te nemen om te fuseren, blijven ziekenhuisbesturen aan hun huidige positie vasthouden. Uiteindelijk worden de patiënt en de zorg de dupe”. Driessen wijst op nog een fenomeen: terwijl Limburgers steeds massaler ingrepen ondergaan in ziekenhuizen in Duitsland en België, komt er geen buitenlander naar Limburgse ziekenhuizen. “De verzekeraars in het buitenland schermen hun gezondheidszorg af”.

De kwaliteit van de (pleeg)zorg en de bureaucratie waarmee zorgaanvragers worden geconfronteerd, verdienen in Limburg ook meer aandacht, oordeelt de gedeputeerde. Ook daar zou de provincie als platform kunnen dienen. Kritiek heeft Driessen ook over de organisatie en aansturing van de politie. “Eigenlijk weet niemand meer van wie en voor wie de politie nu is. Een korpschef, Justitie en één regioburgemeester bepalen het beleid. Op zo’n grote afstand van de bevolking dat de inwoners zijn vervreemd van de politie. In geen enkel dorp noch in Provinciale Staten wordt nog gediscussieerd over veiligheid. En ook daar kan de provincie een rol spelen als ombudsman. Het zou fantastisch zijn als we instrumenten kregen om ervoor te zorgen dat de politie er ook staat waar dat nodig is. Niet omdat de provincie meer moet gaan doen. Wel omdat het anders moet. Nog meer heldere keuzes maken”. Driessen stond vier jaar geleden aan de wieg van de gebiedsontwikkeling, de regionale samenwerking en de focus op grote projecten. Zijn oordeel: “We hebben belangrijke stappen voorwaarts gezet. Ik heb de nieuwe aanpak van de provincie vergeleken met de bouw van een huis: in de ene regio staat inmiddels de ruwbouw, terwijl we in de andere met de tweede verdieping bezig zijn. De provincie is nu regisseur en ontwikkelaar. Als je dat vergelijkt met de situatie bij mijn aantreden waren we toen veel meer hoeder en toetser”. En de aanhoudende discussie dan dat veel grote gemeenten oordelen dat de provincie zich veel bescheidener moet opstellen? “Uitgangspunt is dat de provincie de zaken moet oppakken waar de samenleving behoefte aan heeft. Maar het is een denkfout van jewelste dat gemeenten regionale ontwikkelingen zouden kunnen sturen. Daarvoor staan ze te weinig op afstand en is het gebied buiten de gemeentegrens niet meer hun verantwoordelijkheid. Je ziet dat Venlo niet alleen de Floriade kan trekken. En dat geldt ook voor Maastricht in de race om de titel van culturele hoofdstad”. Driessen vindt het jammer dat er vaak te lang gepraat wordt over noodzakelijke ontwikkelingen. “De bestuurskracht in ZuidLimburg is te gering. Er is een gezamenlijke ambitie nodig. Een plan van aanpak, gericht op uitvoering en sturing met doorzettingsmacht. Complexe vraagstuk-

ken als krimp en de herstructurering van de woningmarkt vragen om een onorthodoxe aanpak. Het is tijd om daar vergaande besluiten over te nemen”. De beoogde investeringen in De Maasplassen zijn tot nu toe ook uitgebleven. Volgens Driessen denken individuele ondernemers langs die plassen nog te zeer aan het eigen- en te weinig aan het gemeenschappelijk belang. Maar er is absoluut geen reden om te somberen, oordeelt Driessen. Met de focus op grote, regionale projecten is een trend gezet. Een trend die effecten oplevert. Een paar voorbeelden: De Greenportlane, de Innovatoren en Klavertje Vier in de regio Venlo, de rivierbeveiliging in combinatie met woningbouw en natuurontwikkeling in Ooijen-Wanssum, de toekomstige autoweg N280-west tussen Roermond en Weert, het cultuureiland in Roermond, de Buitenring Parkstad, de verbreding van de A2 en de start van de race met als inzet: Maastricht culturele hoofdstad. Ontwikkelingen waarvan hij bij het begin van deze Statenperiode haarfijn voorspelde dat ze realistisch waren. Volgens Driessen heeft de crisis weinig invloed gehad op de planontwikkeling. “Wij zorgen voor het klaarstomen van de ensembles, zodat die groepen uiteindelijk kunnen optreden. Samen met Rijk en gemeenten hebben we de financiering van een deel van die projecten al rond. Maar we moeten nu ook andere geldbronnen aanboren. Er is voldoende geld in de samenleving, maar door de crisis vloeit dat te weinig. Je ziet het bijvoorbeeld bij de uitvoering van de Grensmaas in Zuid-Limburg. De kostendrager van die investering, de grindwinning, stagneert. Toch zal het bedrijfsleven ook meer het voortouw moeten nemen. Zeker bij de ontwikkelingen van de campussen”. Er is trouwens nog één wezenlijke verandering die Driessen na twaalf jaar provinciebestuur signaleert. De politieke cultuur is veranderd. “Door het dualisme is er veel meer controle gekomen. Daar heb ik geen enkel probleem mee. Zeker niet als het bedoeld is om er lering uit te trekken en de kwaliteit te verbeteren. Maar al die controles hebben stilaan iets weg van een politieke afrekencultuur. En dan ga je een stap te ver. Want daardoor verlam je ontwikkelingen”. I

17


Gedeputeerde Odile Wolfs

Gedeputeerde Odile Wolfs:

‘Olympisch vuur met een Limburgs tintje’

18


Gedeputeerde Odile Wolfs

Het is de laatste Statenperiode voor gedeputeerde Odile Wolfs. Na zestien jaar wil ze zich op andere fronten voor Limburg inzetten. Investeren en Verbinden betekende voor Wolfs met name investeren in mensen. Vooral in hun talenten, het culturele aanbod en het sociale klimaat. “Een klimaat waarin mensen vooral oog hebben voor elkaar”, zo benadrukt Wolfs. Hoe succesvol was investeren in mensen? Een overzicht.

H

et jaar 2028 heeft iets magisch voor Limburg. Nederland doet dan een gooi naar de organisatie van de Olympische Spelen. En op de weg daar naartoe, timmert Limburg duchtig aan de weg als dé sportprovincie van Nederland. Met dank aan Odile Wolfs. Niet alleen door het binnenhalen van een mooi incidenteel succes als het wereldkampioenschap wielrennen in 2012. Maar toch vooral ook door het verankeren van structuren. Het scheppen van het juiste klimaat waarin niet alleen topsport, maar ook breedtesport kan gedijen. Want dat is waarvoor de sportzone Limburg in de regio Sittard-Geleen is bedoeld: het verknopen van sport, onderwijs, leisure, innovatie en ondersteunende diensten. “In brede zin mag je het een soort sportcampus noemen. Een kweekvijver van talent waarin ook het bedrijfsleven, onderwijs en de zorg participeren”, zo benadrukt Wolfs. De eerste resultaten van de sportzone zijn er. Zoals nationale trainingscentra voor triatlon, handbal en polsstokhoogspringen en regionale traningscentra voor wielrennen, handbal, zaalvoetbal, atletiek en vrouwenvoetbal. Het onderwijs, de gemeente Sittard-Geleen en de provincie zorgen met Fitland voor de combinatie van onderwijs en sport. Bij Orbis is de afstudeerrichting sportbiometrie in ontwikkeling. Verder sluit de gemeente Beek aan bij de Sportzone met een centrum voor aangepaste sport in het complex De Haamen. Het Limburgse paardensportplan ligt er. Een nationaal traninigscentrum tafeltennis is onderwerp van gesprek. Limburg heeft z’n zinnen gezet op een provinciaal topsportklimaat door acht takken van sport centraal te stellen. Dat zijn: atletiek, handbal, volleybal, tafeltennis, triatlon, wielrennen, zwemmen en de paardensport. “Voor elke tak van sport worden de krachten gebundeld en intensief samen-

gewerkt met alle geledingen, waaronder het NOC*NSF. Wat we nastreven is een Olympisch niveau voor 2016. Dat betekent dat over zes jaar 75 procent van de bevolking actief moet sporten, Limburg goed presteert in de sport en we in staat zijn om op succesvolle wijze topsportevenementen te organiseren”. Dat jaar 2016 is maar een tussenfase. Einddoel is het binnenhalen van de Olympische Spelen in 2028. “Het zou fantastisch zijn als het Olympisch vuur dan ook een Limburgs tintje zou krijgen”, aldus Wolfs. “Voor de wielerwedstrijden lijkt dat al vanzelfsprekend”. De gedeputeerde wijst nog maar eens op de effecten van topsport in Limburg. Dat heeft een voorbeeldfunctie, leidt tot groei van sportverenigingen, draagt bij aan de volksgezondheid en leidt ook tot economische impulsen door bijvoorbeeld extra omzetten in de horeca- en de toeristische sector. “Bovendien is het ook goed voor het imago van Limburg. Zo’n wereldkampioenschap wielrennen zet Limburg dagenlang mondiaal op de kaart”, verzekert Wolfs. Maar Wolfs is meer dan alleen gedeputeerde van sport. Jeugdzorg en cultuur behoren ook tot haar portefeuille. De wachtlijsten in de jeugdzorg zijn afgebouwd. “Vroege signalering en preventie hebben ertoe geleid dat geen kind meer langer dan negen weken wacht op hulp. Daarmee lopen we voorop in Nederland”. Cultuur? Ondersteund door de euregio is de gemeente Maastricht op weg naar de titel van culturele hoofdstad van Europa in 2018. “Een dot van een kans. Want cultuur betekent ook economische groei. En met zo’n titel spreek je over een extra economische groei van al gauw enkele honderden miljoenen euro’s voor de hele provincie. Want de uitstraling reikt natuurlijk veel verder dan Maastricht. Het is nu zaak om ook de bevolking te betrekken bij de plannen, zodat de kandidatuur ook

breed gedragen wordt. Kwartiermaker Guido Wevers had wel gelijk dat de opzet van het evenement van iedereen moet worden. Hoe groot de kans dat we de titel binnenhalen? We winnen gewoon”. Inmiddels wordt er ook gewerkt aan verbetering van de culturele infrastructuur. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de financiering van het museum aan het Vrijthof, de Timmerfabriek, de renovatie van het Royal Theater en het zichtdepot voor het Bonnefantenmuseum. Bovendien wordt er gekeken naar de haalbaarheid van een euregionaal poppodium. Het jaar 2012 wordt niet alleen het jaar van de wereldkampioenschappen wielrennen in Limburg, maar ook het jaar van de Floriade. Als het aan Wolfs ligt, krijgt die Floriade ook een geduchte culturele uitstraling, als opstapje naar de evenementen in het kader van Maastricht als culturele hoofdstad van Europa. Menu 2010 gaf al een voorproefje van de band tussen kunst en cultuur en agro- en foodbusiness. De bevolkingskrimp heeft z’n effecten op alle beleidsterreinen van de provincie. Ook op die van Wolfs. “Jammer genoeg accepteert nog steeds niet iedereen dat die krimp er gewoon zit aan te komen. En krimp is een kans. Als de regels van het Rijk en de financiering daar bij aansluiten. Gelukkig is het besef er inmiddels wel in Den Haag dat er extra maatregelen nodig zijn. Het gaat immers niet alleen om zoiets als de huizenmarkt, maar ook om onderwijs en de arbeidsmarkt”. Wolfs zegt als gedeputeerde over enkele maanden met een tevreden gevoel te vertrekken. “Er is veel bereikt. Na de verkiezingen in maart 2011 moet je wel langlopende projecten loslaten. Maastricht Culturele Hoofdstad van Europa en de sportzone Limburg bijvoorbeeld. Dat zal lastig zijn. Maar daar staat tegenover dat ik mede aan de wieg van die ontwikkelingen heb gestaan. En dat doet deugd”. I

19


Gedeputeerde Bert Kersten

Gedeputeerde Bert Kersten wil het karwei afmaken

‘Duurzaamheid levert ook

economische groei’ De tijd die het college van Gedeputeerde Staten zichzelf gunde om Investeren en Verbinden echt te laten wortelen in Limburg, is te kort gebleken. ”De drive en de keuzes zijn goed. Maar Je hebt zeker tien jaar nodig om alle plannen tot een goede einde te brengen”. Was getekend: PvdA-gedeputeerde Bert Kersten.

H

et mag duidelijk zijn. Bert Kersten is niet helemaal tevreden als hij terugblikt op de afgelopen Statenperiode. Hij noemt enkele factoren. Zo had de nieuwe bestuurlijke koers nadrukkelijker hand in hand met de ambtelijke organisatie moeten worden

20

uitgestippeld. De regio-agenda’s zijn moeizaam tot stand gekomen en vergden meer tijd dan verwacht. ”Waarbij nogal wat gemeenten vooral de krenten uit de pap wilden halen. En dan is er de controledrang van Provinciale Staten. Controle ja, maar teveel controle nee. Dat frustreert en vertraagt. En we produceren in dit huis veel te

veel rapportages. Er is nog steeds teveel bureaucratie”. Kersten geeft aan altijd voorstander te zijn geweest van een coalitie met drie partijen. Voortzetting van de oude coalitie van CDA, PvdA en VVD had meer voor de hand gelegen. ”Met drie grote partijen in de coalitie was er meer balans geweest en minder incidentenpolitiek gevoerd”.


Ofschoon er signalen waren dat Kersten het provinciehuis na deze Statenperiode vaarwel zegt, is hij voorgedragen als lijsttrekker voor de PvdA voor de verkiezingen. ”Ik wil er nog graag vier jaar voor gaan. Het karwei afmaken. Ik mag graag opereren op het snijvlak van bedrijfs-leven en overheid. Om op dat front partijen bij elkaar te brengen. Ik denk dat daar mijn kracht ligt. En partijen verbinden is ook de komende Statenperiode van groot belang”. Duurzaamheid. Het is een van de centrale thema’s waarmee Kersten ook al in de vorige Statenperiode de boer op ging. Het leidde aanvankelijk alleen tot wat schamper gelach. Maar inmiddels is het begrip ingeburgerd. Zowel bij gemeenten, als provincie, onderwijs en bedrijfsleven. Maakt duurzaamheid deel uit van het beleid. Bij inkoop van materialen, de bouw, de mobiliteit en toepassingen van (zonne)energie. Hij is er trots op dat Limburg is uitgeroepen tot meest duurzame provincie van Nederland. Zo’n duizend banen lonken door de bouw van silicumfabriek The Silicon Mine op Chemelot in SittardGeleen en een nieuwe zonnepanelenfabriek op Avantis. Als de Arabische investeerders woord houden wordt Zuid-Limburg op langere termijn zelfs het centrum voor een complete keten van zonne-energie die 5000 banen oplevert. Nog een paar wapenfeiten? Limburg krijgt bijvoorbeeld twee duurzame energiecentrales in Venlo en Maastricht. Samen met Hogeschool Zuyd wordt er gewerkt aan de wijk van morgen. En Kersten noemt Mosa Maastricht en Van Houtum Papier in Swalmen als voorbeelden van bedrijven waar het kringloopprincipe van Cradle tot Cradle wordt toegepast. Zo’n dertig ondernemingen zijn daar al serieus mee bezig. Kersten: ”Het begint steeds breder tussen de oren te zitten dat duurzaamheid uiterst belangrijk is. Ook voor economische groei. Bedrijven die aantonen dat ze echt duurzaam bezig zijn, kunnen rekenen op omzetverhogingen. Duurzaamheid leidt tot nieuwe klanten en is het tijdperk van modieus gedoe al lang voorbij. Duurzaamheid betekent vaak ook innovatie. Mede daarom groeit duurzaamheid uit tot een synoniem voor economische groei. Daar ben ik echt van overtuigd. Probleem dat daarbij ook in Limburg opduikt is dat we innovaties niet kunnen vermarkten. Dat het bij mooie ideeën blijft. Teveel wordt overgelaten aan de marktwerking. Ik vind dat de overheid meer moet bijspringen om inno-

vatieve ontwikkelingen de ruimte te bieden en een kans te geven”. De gedeputeerde wijst ook op duurzame mobiliteit: het vervoer te water. Voor de uitbreiding van de infrastructuur van de Limburgse binnenhavens is 34 miljoen euro beschikbaar. Daarvan komt 15 miljoen euro van het Rijk. Moeizamer gaat het met de komst van de grensoverschrijdende spoorverbindingen. Met Aken en Luik. Kersten geeft het toe dat het op dat front allemaal moeizamer loopt. ”Je hebt met zoveel partijen te maken. Dat is een vertragende factor”. Toch zijn er volgens Kersten ook slagen gemaakt. Hij wijst op de aanhaking van Venlo op de Betuweroute door de aftakking bij Meteren. En hij wijst op de spoorfaciliteiten bij bedrijventerrein Chemelot in Sittard-Geleen. ”Onze lobby heeft in Den Haag wel geleid tot meer aandacht voor grensoverschrijdend openbaar vervoer”. Op sommige fronten heeft Kersten zich ontpopt als een terriër. Zo blijft hij z’n tanden zetten in de komst van een ondergrondse energieopslag (OPAC). Positieve en afkeurende adviezen over OPAC volgen elkaar op. Volgens Kersten is er een kentering ten goede. Er is overleg met het ministerie van Economische Zaken dat toch weer zoekt naar mogelijkheden om de instabiliteit van het stroomnet op te vangen door tijdelijke opslag van energie. ”Ik blijf erbij dat het een geweldige kans is voor Limburg. Het bedrijfsleven toont ook steeds meer interesse om mee te doen aan dit project. Er lopen heel serieuze gesprekken”. Ook Kersten signaleert dat het besef van de noodzaak tot samenwerking nog lang niet overal in Limburg is doorgedrongen. Hij beaamt bijvoorbeeld dat het wel erg stil is geworden rond Tripool, het samenwerkingsverband tussen Maastricht, Heerlen en Sittard-Geleen. Hij merkt ook op, dat er soms de verkeerde mentaliteit heerst. Bedrijven voelen zich volgens Kersten soms nauwelijks welkom. Hij pleit voor afschaffing van gemeentelijke afdelingen economie. ”Als het om nieuwe bedrijvigheid en andere economische ontwikkelingen gaat, moeten we kiezen voor een organisatie die op de schaal van Zuid-Limburg opereert. Waarin gemeenten nauw samenwerken met het LIOF. In Midden- en Noord-Limburg gaat die samenwerking gewoon beter. Heeft ook te maken met cultuur en mentaliteit. In de regio Venlo wordt na twee vergaderingen al gezegd: tijd om knopen door te hakken.

In het zuiden wordt er vooral gepraat en gepraat. Toch zie je ook in Parkstad een kentering en manifesteert Heerlen zich steeds nadrukkelijker als centrumstad”. De rivierbeveiliging in Zuid-Limburg is ook een van de projecten in de portefeuille van Bert Kersten. Het grootste, lopende project in de provincie wordt geteisterd door de crisis in de bouw, waardoor de grindafzet is geminimaliseerd. ”Het project Grensmaas was goed op gang. De economische crisis is overmacht. We zoeken met alle partijen gezamenlijk naar een oplossing. De rivierbeveiliging is voor mij heilig”. De Limburgse campussen, zoals Chemelot en Solaris, vormen voor Kersten ook de komende jaren de motoren van de economie. Daar vloeit de kennis van bedrijfsleven en overheid samen. ”Ook de ambtelijke organisatie in Limburg moet een versnelling hoger schakelen. Uitgangspunt daarbij is dat ambtenaren projecten niet tegenhouden en vertragen, maar juist mogelijk maken. En we moeten in Limburg eindelijk eens af van de mentaliteit dat we bestuurders en ondernemers die hun kop boven het maaiveld uitsteken, meteen afschieten. Lef tonen moeten we belonen. En wij moeten ervoor zorgen dat we er vooral het tempo inhouden” I

21


Gedeputeerde Jos Hessels

Gedeputeerde Jos Hessels vindt glasvezelnet van levensbelang voor Limburg

‘Van oceaanstomer naar speedboot’ Van Tweede Kamerlid naar gedeputeerde Economische Zaken. Echt logisch is die stap niet. Maar het was in 2008 een overstap op verzoek van de CDA-top. Een noodsprong eigenlijk. Herman Vrehen was tussentijds opgestapt en voor de uitvoering van de Versnellingsagenda moest wel iemand met enig gewicht aantreden. Jos Hessels dus. ‘Ik belandde in een grote snoepwinkel met veel lekkers.’

O

h ja, de verschillen zijn groot en hij heeft eraan moeten wennen. “Het was directer, zakelijker, harder in Den Haag. Zowel politiek als bestuurlijk. Al zeg ik het in het provinciehuis ook gewoon als iets niet deugt. Maar dan ontbreekt vaak de dialoog”, zegt Hessels over het cultuurverschil tussen Den Haag en Maastricht. De overgang? In de juiste verhouding? “Dat is de overstap van een oceaanstomer naar een speedboot. Laat daar geen misverstanden over bestaan. De fout die de provincie nog steeds maakt, is dat ze een te grote broek aantrekt. Maar daar staat wel weer tegenover dat Limburg in Den Haag als meest innovatieve en dynamische provincie te boek staat. De samenhang zoeken in projecten en partners, zoals bedoeld in Investeren Verbinden, is bijvoorbeeld prima en krijgt ook waardering”, benadrukt Jos Hessels. Met de portefeuille economie kreeg Hessels ook het ‘beheer’ over de Versnellingsagenda. Wat trof hij aan? Hessels: “De Versnellingsagenda is een geweldig instrument waarmee Limburg op de economische agenda is gezet, maar op sommige punten schrok ik wel even. Vooral als het om de belangrijkste campus van Limburg gaat: Chemelot dus, lag er eigenlijk helemaal niets. Behalve dan de vrijblijvende uitspraak van provincie/rijk, DSM en de Universiteit Maastricht dat er 600 miljoen euro bij elkaar gebracht zou moeten worden om de campus gestalte te geven. Daar hebben we dus hard aan moeten trekken. Het heeft geknald en uiteindelijk is er toch een principeovereenkomst getekend. Een

22

gouden plan, omdat het de ruimte biedt onze oude industrie om te zetten in een vloedgolf van nieuwe, innovatieve bedrijvigheid. Met de nadruk op life sciences. Het masterplan voor de campus Chemelot komt in het begin van het nieuwe jaar”. Hessels werd eigenlijk meteen geconfronteerd met de kredietcrisis, die het Limburgse bedrijfsleven en met name het MKB in ademnood bracht. De drempel om kredieten los te peuteren werd door de banken verhoogd. Hessels kwam met het innovatiefonds. Ondernemingen met een vernieuwend karakter konden tegen aantrekkelijke voorwaarden een beroep doen op dat fonds, gevuld met twintig miljoen euro. “We wilden tijdens de crisis niet weer met de geldbuidel rond gaan. Wel steun verlenen met toegevoegde waarde en de focus op kennis en kunde”, zo verduidelijkt Hessels. Een ontwikkeling die steeds dichterbij komt, is volgens Hessels de aanleg van een glasvezelnet in Limburg. “Van levensbelang voor de economie, omdat we het bedrijfsleven daarmee een voorsprong kunnen bieden als het gaat om de uitwisseling van informatie. Aanvankelijk heette het dat de overheid zich daar niet mee zou moeten bemoeien. Maar zelfs tot uit Brussel zijn positieve reacties gekomen. De infrastructuur voor zo’n datatransport zet Limburg zelfs mondiaal op de kaart.


We zitten in de laatste fase van de voorbereiding. Potentiële aanbieders van breedband willen er dolgraag op inspringen. De totale kosten bedragen zo’n 500 miljoen. Maar met die investering verdienen we uiteindelijk veel meer dan met de rente die we op de bank krijgen”. In de ogen van Hessels maakt Limburg trouwens de strategische fout nog steeds het vizier louter te richten op Den Haag terwijl het epicentrum voor Limburg het Ruhrgebied is. “Daar ligt voor Limburg de echte economische potentie. En Aken is voor ons de innovatiepoort naar dat Ruhrgebied. We moeten onze strategische agenda verder over de grenzen uitklappen. Daarbij besef ik terdege dat de internationalisering van Limburg nog steeds belemmerd wordt door regelgeving en de grensoverschrijdende samenwerking stug verloopt”. Ingewijden weten dat Hessels vooral naar Limburg is gehaald om de verkoop van Essent zo vloeiend mogelijk te laten verlopen. Hij is uiterst tevreden over de afronding van die klus. “Die is nergens zo voorspoedig gelopen als in Limburg”. Dan is er nog zoiets als de branding van ZuidLimburg, die wat hem betreft provinciebreed mag worden getrokken met bijvoorbeeld de Floriade in het verschiet. En de overheid mag volgens hem nog steeds een stuk klantvriendelijker gaan opereren. “Die andere overheid die we nastreven is nog altijd te weinig zichtbaar”, oordeelt Hessels. De gedeputeerde heeft zich met name het afgelopen jaar nadrukkelijk gemanifesteerd als promotor van Limburgse streekgerechten. Zijn vaste slogan: Limburg kan samen met de Duitse en Belgische grensregio uitgroeien tot het Piemonte van het noorden. Met een verwijzing naar de gelijknamige Italiaanse streek die wereldvermaard is door haar regionale producten, zoals de witte truffel, kaas en wijnen. “Limburg heeft op culinair gebied zoveel eigens dat we veel beter moeten vermarkten. Waar we trots op moeten zijn. En gastronomie kan ook economische impulsen leveren. We moeten Limburg in samenwerking met producenten, de VVV en de overheid op de kaart weten te zetten als een topregio van streekproducten”. Het internationaal vermarkten van streekproducten, slowfood, past volgens Hessels exact in de beoogde beeldvorming voor Limburg als regio die het economisch goed doet, maar ook alle oog heeft voor de geneugten van het leven, zoals een bijzonder verfijnde dis. De contacten met Piemonte, feitelijke de regio Turijn, moeten er toe leiden dat in 2012 tijdens de Floriade een Limburgse variant van de Salone internazionale del Gusto wordt georganiseerd. Dat is een beurs van streekgerechten van wereldfaam. “Daarmee bieden we de Limburgse streekgerechten een internationaal podium en een prima kans om de Limburgse producten ook op grotere schaal te kunnen vermarkten”. De toekomst van Jos Hessels? Een burgemeesterschap wellicht, of toch nog een periode als gedeputeerde? “Ik heb ontzettend veel geleerd op het bestuurlijk vlak. Ook dat je soms keihard tegen een muur aanloopt. Als ze me nodig hebben in een bestuurlijke functie, dan doe ik dat graag, maar een terugkeer naar het bedrijfsleven is zeker ook een optie. Tegengevallen is me vooral het gebrek aan discipline in de Staten die te pas en te onpas met voorstellen komen die vaak grote financiële consequenties hebben. Dat zou echt anders mogen en moeten”. I

“Aken is voor ons de innovatiepoort naar dat Ruhrgebied”

23


Gedeputeerde Noël Lebens

Noël Lebens oordeelt dat met Investeren en Verbinden een trend is gezet

‘We moeten onze

successen beter verkopen’ Investeren in Steden en Dorpen. Dat was het programma waarvoor nieuwkomer Noël Lebens verantwoordelijk werd bij de start van het college van Gedeputeerde Staten in 2007. Door het tussentijdse vertrek van Herman Vrehen kreeg de CDA-gedeputeerde ook onder meer financiën en het wel en wee van de ambtelijke organisatie op z’n bordje. Hij wil graag een tweede periode als gedeputeerde aan de slag. Om te oogsten. Want op veel fronten zijn de fundamenten gelegd.

H

ij is glashelder. Investeren en Verbinden was een goede zet. Maar het heeft meer tijd gekost dan voorzien. Lebens wijst op tijdrovende procedures die moe(s)ten worden doorlopen. Hij wijst op het gebrek aan flexibiliteit dat soms opdoemt bij langlopende projecten. Hij beaamt dat bij gebiedsontwikkeling wellicht ook teveel onderwerpen tegelijk worden opgepakt. En nee, dit college van Gedeputeerde Staten is niet te optimistisch geweest met Investeren en Verbinden. “Je moet tonen dat je veel ambities hebt. Je hebt die drive nodig”. Lebens: “Doordat gebiedsontwikkeling zoveel facetten omvat, wordt de erwtensoep soms zo dik, dat de lepel erin blijft staan. Maar belangrijk is de trend die we hebben gezet. Er is een einde gekomen aan de provincie als rondrijdende pinautomaat voor de meest uiteenlopende subsidies. We sturen nu in gezamenlijkheid met gemeenten, Rijk en private partners mee”.

“Er is een einde gekomen aan de provincie als rondrijdende pinautomaat voor de meest uiteenlopende subsidies” 24


Gedeputeerde Noël Lebens

De gedeputeerde wijst nog op een aantal ontwikkelingen. “We hebben in deze Statenperiode meer dan een miljard euro naar Limburg gehaald. Dat is een geweldig succes. Overal waar je komt in het land hoor je dat Limburg het goed voor elkaar heeft. De versnellingsagenda is een investeringsagenda geworden. Maar helaas zijn we er niet in geslaagd om dat voor de bühne te brengen. We moeten onze successen beter verkopen. Besturen is toch vooral ook communiceren. Eerlijk is eerlijk: zelf ben ik ook te zeer met de inhoud bezig en heb soms te weinig aandacht voor de verpakking”. Gedegen en behoedzaam. Dat zijn de typeringen voor het optreden van gedeputeerde Lebens. Wat zijn voor zijn beleidsterreinen de belangrijkste stappen die zijn gezet? “We hebben in Den Haag eindelijk een poot aan de grond gekregen voor de herstructurering van het woningbestand die onvermijdelijk is door de bevolkingskrimp. Bijna vijftien miljoen euro van het Rijk is daarvoor naar Parkstad gegaan. De provincie heeft eenzelfde bedrag bijgepast. Met geld van de Parkstadgemeenten ligt er nu 44 miljoen. En in Sittard-Geleen is het businessplan voor de aanpak van een wijk als Sanderbout nagenoeg klaar. In de regio Maastricht en Heuvelland wordt een regionale woonvisie gemaakt. Dat is een doorbraak na al die jaren dat de stad en het platteland met de rug tegenover elkaar stonden. Limburg is verkeersveiliger geworden door de besteding van achttien miljoen euro in de bebouwde kommen van provinciale wegen. Acht van de negen bebouwde kommen zijn uitvoeringsgereed of al klaar. En samen met bewoners, gemeenten en

ondernemers hebben we ook voor een veiliger woon- en leefomgeving in buurten en bedrijventerreinen gezorgd. Het aandeel van de provincie in die projecten bedraagt meer dan een miljoen”. De woningcorporaties zijn een van de belangrijkste partners van de provincie bij de herstructureringsopgave waar Limburg de komende decennia mee te maken krijgt. De resultaten van de corporaties staan onder druk door de invoering van de zogenaamde Vogelaar- en Bosheffingen. “De relatie met de corporaties was vier jaar geleden tot het vriespunt gedaald. Door opmerkingen dat de corporaties hun miljarden ook maar moesten investeren in Limburg. De relatie is nu weer goed. Door de regionale opzet van de meeste corporaties in de provincie zijn het ook de meest logische partners om samen te bouwen aan die woningmarkt van de toekomst. En de wil is er”. Lebens wijst erop, dat de financiële crisis noopte tot extra steunmaatregelen voor met name de bouwsector die het door de krimp in Zuid-Limburg toch al bijzonder zwaar heeft. Maatregelen waarbij het accent lag op duurzaamheid, werkgelegenheid voor de langere termijn en vliegwieleffecten. Voorbeelden daarvan zijn het realiseren van leerlingbouwplaatsen, extra geld voor restauratie van monumentale gebouwen en cofinanciering van projecten als het ECI-cultuureiland in Roermond en het Kloosterkwartier in Sittard. Die twee laatste investeringen hebben weer effecten op de woningbouw in de Roermondse Roerdelta en ontwikkelingen in het winkelcentrum van Sittard.

Gaat de ambtelijke organisatie ook mee in Investeren en Verbinden? Kansen zien en mogelijk maken in plaats van oordelen dat zaken niet kunnen? “Nog steeds schrijven we teveel rapporten hoe we iets moeten aanpakken, terwijl dat aanpakken zelf er bij inschiet. Toch merk ik steeds meer enthousiasme voor de programmatische aanpak en opereren minder medewerkers alleen maar vanuit een sectorale insteek of de eigen afdeling”. Lebens is het eens met de commissie Lodders die oordeelde dat het takenpakket van de provincie moet worden toegespitst op fysieke, ruimtelijke en economische ontwikkelingen en sociale taken vooral bij de gemeenten thuishoren. “Dat betekent wel dat de provincie mogelijk nog verder van de mensen af komt te staan. En dat leidt ook tot de vraag, of we ons nog wel zoveel inspanningen moeten getroosten om toch vooral ook een sexy bestuurslaag te zijn, terwijl we steeds nadrukkelijker op afstand gaan opereren in de komende decennia”. En de tientallen miljoenen die de provincie moet bezuinigen? “Die bieden ook de uitdaging om de platgetreden paden te verlaten”. Los van die discussie over het takenpakket blijft de leefbaarheid van het platteland een van die onderwerpen waarvoor het provinciebestuur haar nek blijft uitsteken. Door de vergrijzing én de krimp sluiten in steeds meer dorpen de laatste winkels en laatste pinautomaten. Lebens kondigt een onderzoek aan, dat gedetailleerd in beeld moet brengen hoe het nu met die leefbaarheid is gesteld. Vooruitlopend daarop heeft hij gemeenten benaderd met het plan om basisvoorzieningen als zorg, de boekenuitleen en de afwikkeling van bankzaken mobiel naar het platteland te brengen. In een bus waarin al dat soort voorzieningen zijn gebundeld. Tot zijn grote verbazing krijgt hij weinig respons in Zuid-Limburg, terwijl gemeenten als Leudal, Roerdalen en Weert enthousiast reageren. Als het gaat om de voortgang van de gebiedsontwikkeling in de afzonderlijke regio’s bespeurt Lebens met name in Midden-Limburg veel vooruitgang. “Het heeft daar lang geduurd maar de neuzen staan dezelfde kant op. In Parkstad gaat het allemaal moeizamer. Jammer van die verdeeldheid over de Buitenring, terwijl toch iedereen weet dat een goede infrastructuur de sleutel is voor succes. Parkstad moet nu ook eens zelf initiatieven tonen”. I

25


DSM Nederland

DSM-directeur Jos Schneiders

‘In Limburg is nog veel ruimte voor verbetering’ Hij wil het best toegeven. Het plan om de campus op Chemelot in Geleen gestalte te geven, is behoorlijk vertraagd. Als oorzaken noemt hij de gedeputeerdenwissel Vrehen-Hessels en de economische crisis. Maar “elk nadeel heeft z’n voordeel”: De hoofdrolspelers als DSM, provincie en de universiteit Maastricht/het Universitair Medisch Centrum hebben het concept van de campus kunnen verdiepen. Jos Schneiders, directeur van DSM Nederland, verwacht en hoopt dat in 2011 alles duidelijk wordt over de campus.

O

pleidingen, onderzoek en onroerend goed Naast de uitbreiding van de businessactiviteiten door groei en aantrekken van nieuwe bedrijven zijn dat de drie centrale thema’s van de campus Chemelot. De campus moet zich vooral concentreren op praktijkgerichte opleidingen en praktijkgericht onderzoek met uitdagende thema’s die aansluiten op de groeiambitie van de campus in materials sciences en gerelateerde life sciences. Schneiders: “Op Chemelot moet ook de eerste universitaire opleiding gevestigd worden die dicht bij de industrie opereert. De beste ideeën worden vaak in de kantine geboren. Daarom moet de campus ook een netwerk-plaza krijgen, seminars organiseren en bijeenkomsten met kenniswerkers van diverse achtergronden. Een smeltkroes van kennis en kunde om de innovatie maximaal te steunen. En daarbij uiteraard de beste hoogleraren en professoren aantrekken. Chemelot moet een eigen, internationale uitstraling krijgen. Die mondiaal als een magneet werkt op ondernemingen en studenten. The place to be. Zoals Harvard in Massachusetts. We moeten zorgen voor een eigen identiteit, waarin dynamiek centraal staat. Dan ben je ook in staat om niet alleen jonge toptalenten in Limburg te houden, maar willen ze vanuit het buitenland ook graag naar Limburg komen. Met clustering alleen ben je er niet. Dat kan ook in Eindhoven of Leiden”. Partijen bij elkaar brengen. Dat is het motto van de campus. Maar bij

26

een eigen identiteit hoort ook onderscheidende nieuwbouw, zo erkent Schneiders. “Daarvoor liggen bij ons echt geen blanco cheques. Iemand zal dat geld toch moeten ophoesten. Maar het zal duidelijk zijn dat de industrie dat niet alleen kan. Ook dat zal in samenwerking met de overheid moeten gebeuren”. Het Rijk is overtuigd van de enorme potenties van Chemelot. Geleen is aangewezen als een van de zes groeicampussen van nationaal belang. Een centrum voor materials, sciences en gerelateerde life sciences, dat tot de kern van Brainport 2020 behoort. Schneiders benadrukt dat er in Nederland een inhaalslag nodig is. Volgens hem heeft het de afgelopen decennia ontbroken aan een krachtig industriebeleid. “De industrie verdient meer aandacht. Daarbij gaat het echt niet alleen om subsidies. Het gaat ook om een houding, een mentaliteit. Kijk naar Duitsland,

waar een veel nadrukkelijker industriepolitiek wordt gevoerd. Het hele land heeft zich bijvoorbeeld massaal achter de autoindustrie geschaard”. Het gaat goed met DSM. Dit jaar maakte DSM bekend dat het concern nog meer mondiaal wil gaan. Met de focus op groeimarkten in China, India, Rusland en Brazilië, waar de omzet de komende vijf jaar moet verdubbelen. “In die landen zit op dit moment 75 procent van de groei van de wereldeconomie. Het zou een foute beslissing zijn om daar niet in te spelen. Maar de associatie dat we onze rol in Limburg laten verbleken, is niet de juiste. We moeten wel beseffen dat je noodlesoep voor de inwoners van China niet kunt uitvinden in het laboratorium in Geleen of Delft. Daarom breiden we onze regionale aanwezigheid en researchcentra in de groeilanden verder uit. Maar Limburg


DSM Nederland

blijft voor ons een van de belangrijkste centra van innovatie. En naarmate we DSM in China beter neerzetten, kunnen we de kennis en kunde in Limburg ook beter inzetten”. Limburg op weg naar de status van technologische topregio. Dat was een van de doelstellingen van Investeren en Verbinden. Schneiders: “Die term technologische topregio betekent feitelijk dat je je op wereldformaat onderscheidt. Dat doet DSM dus al. Met vindingen die de wereld er beter op maken. Want daar draait het uiteindelijk toch om. De supersterke vezel Dyneema is hier gemaakt. Een van de beste innovaties van de afgelopen decennia. Ongeveer een miljard euro van onze verkoop is terug te voeren op producten die vijf jaar geleden nog niet eens bestonden. Dat is een verdubbeling met de periode daarvoor. Het stoort me persoonlijk wel eens, dat Limburg de inspanningen van DSM weinig uitdraagt. En er wordt te vaak en te gemakkelijk gedacht dat DSM financieel best kan opdraaien voor alle nieuwe ontwikkelingen. Vergelijk dat maar eens met een regio als Eindhoven, die meer dan honderd miljoen euro op tafel heeft gelegd voor de Philips-campus”. De topman van DSM wijst ook op een onderzoek van het ministerie van Economische Zaken naar de verdiencapaciteit van afzonderlijke regio’s. Het zuidoosten van Nederland schommelt rond de 35 procent (van ons nationaal export product). En als het om innovatie gaat? Maar liefst 45 procent van alle patenten komt uit deze regio. “De koers van de provincie om partners te zoeken is op zich prima. Alleen zou die koers verder verbreed moeten worden. Nadrukkelijker kiezen voor Brainport Zuid-Oost-Nederland. Limburg kan het niet alleen, maar moet bestuurlijk over de provinciegrenzen heen kijken. En vooral ook zorgen voor stroomlijning binnen de provincie. Want er zijn veel bestuursapparaten en veel gemeenten. Ook in ziekenhuizen en het onderwijs heerst die bestuursdrukte. En iedereen heeft z’n eigen belang. Dat leidt tot competentie en afstemmingsproblematiek, terwijl we juist behoefte hebben aan coöperatie, synergie en integraal denken. Ja, in Limburg is nog veel ruimte voor verbetering”. De kracht van Chemelot is de bundeling van business en research. Het Chemelot Industrial Park , het bedrijventerrein grenzend aan de Chemelot Campus waar vele bedrijven fabrieken runnen, blijft groeien en krijgt

mogelijk een geweldige verdere impuls met de vestiging van TSM (The Silicon Mine) goed voor 400 nieuwe banen en een investering van 450 miljoen euro. De afgelopen vijf jaar hebben zich meer dan veertig nieuwe bedrijven gevestigd op Chemelot, goed voor bijna 300 arbeidsplaatsen. De nadere vormgeving van de campus moet leiden tot een verdubbeling van het aantal kenniswerkers van 1000 naar 2000. In totaal biedt Chemelot al werk aan 6500 mensen. Schneiders waarschuwt dat voor de verdere uitbouw van Chemelot meer nodig is dan alleen een campus sec. Hij wijst erop, dat een groep van zeker veertig DSM-managers rond Brussel, België een woning heeft gezocht. Bij gebrek aan een kwalitatief hoogwaardige internationale school in Limburg, hebben ze hun kinderen moeten aanmelden bij de internationale school in Brussel. Daarom steunt DSM de vestiging van het United World College in Maastricht. Hij duidt er ook op dat er de afgelopen jaren weinig vorderingen zijn gemaakt om een internationale arbeidsmarkt van de grond te krijgen. “De nationale regeltjes leveren nog steeds grote en kleine barricades op voor buitenlands personeel. Tot aan de hypotheekrente toe. Mensen halen uit de Randstad? Die heeft z’n eigen dynamiek. We moeten ons vooral concentreren op ons eigen achterland. Duitsland en België.

De mondialisering van DSM levert op dat terrein ook nog een voordeel op. Landen als China en Brazilië hebben al die grensoverschrijdende barrières niet”. I

Nieuwe impulsen voor Chemelot DSM, SABIC, de provincie en de gemeente Sittard-Geleen hebben met succes een beroep gedaan op het Fonds Economische Structuurversterking (FES) en een bedrag van 7,2 miljoen euro binnengehaald voor de aanleg van een railterminal en de bijbehorende railinfrastructuur. Dat is opnieuw een erkenning van het nationale belang van Chemelot, zo reageerde bijvoorbeeld de gemeente Sittard-Geleen. De totale kosten van de railterminal bedragen zo’n vijftien miljoen euro. Het Amsterdamse technologiebedrijf Avantium wil ongeveer vijftien miljoen euro investeren in de bouw van een testfabriek op Chemelot. In dat bedrijf wordt met een gepatenteerde katalysator suiker afkomstig uit biomassa omgezet in bouwstenen waaruit bioplastics en biobrandstoffen gemaakt kunnen worden.

27


DSM – de Life Sciences en Materials Sciences-onderneming Koninklijke DSM N.V. creëert oplossingen voor betere voeding, betere bescherming en betere prestaties. Eindmarkten zijn o.a. voedings- en gezondheidsproducten voor mens en dier, producten voor persoonlijke verzorging, geneesmiddelen, auto’s, coatings en verf, elektronica, life protection en producten voor de bouw. DSM richt zich bij al zijn activiteiten op de triple bottom line van economische prestaties, kwaliteit van de leefomgeving en sociale verantwoordelijkheid en streeft ernaar deze elementen gelijktijdig en in gelijke mate te realiseren. www.dsm.com

DSM heeft een netto-jaaromzet van circa € 8 miljard en biedt werk aan zo’n 22.700 mensen wereldwijd. Het hoofdkantoor van DSM is gevestigd in Nederland en de onderneming heeft vestigingen op vijf continenten. DSM is genoteerd aan Euronext Amsterdam.


SABIC Limburg BV

Directeur Jan van den Berg wil duidelijker gezicht voor SABIC:

‘We hebben sinds 2002

al 400 miljoen euro geïnvesteerd’

SABIC is alweer acht jaar actief in Limburg, na overname van de petrochemische activiteiten van DSM. De Saudi Basic Industries Corporation (SABIC) trad de afgelopen jaren niet echt op de voorgrond in Geleen. De bouw van een nieuwe naftakraker ging aan Limburg voorbij. En daarmee ook een miljardeninvestering. Toch bouwt SABIC volop en zelfverzekerd aan de toekomst. SABIC in Sittard-Geleen is inmiddels uitgegroeid tot een topvestiging in Europa. Jan van den Berg, directeur van SABIC Limburg BV vertelt over de ambities van het bedrijf.

H

et kan verkeren. Terwijl menige onderneming flink op de trom zou slaan, heeft SABIC in vrijwel complete windstilte een nieuw onderzoekscentrum op Chemelot geopend. En levert daarmee een belangrijke onderzoeksbijdrage aan de Chemelot-campus. Internationaal onderzoek is immers een van de peilers van die campus. In het onderzoekscentrum wordt internationaal aan de weg getimmerd met de ontwikkeling van nieuwe hoogwaardige producten. Er werken tachtig onderzoekers uit binnen- en buitenland. En dat researchcentrum is maar een klein deel van de SABIC-investeringen, die mega blijken te zijn. “We hebben in Sittard-Geleen eerst voet aan de grond gezet, toen leren lopen en zijn nu bezig met hardlopen. SABIC heeft inmiddels meer dan 400 miljoen euro geïnvesteerd in Geleen”, zo maakt Van den Berg bekend. Dat geld zit in nieuwe installaties,veiligheidsmaatregelen, nieuwe infrastructuur, stroomdistributie en de ontwikkeling van nieuwe technologieën. “Bijvoorbeeld voor de toepassing van onze hoge druk technologie voor specifieke coatings. En innovaties, die onder meer leiden tot een forse energiebesparing in de productie van een van de twee naftakrakers. Die besparing maakt het mogelijk de grond-

30

stoffen goedkoper te produceren. En met dat investeren gaan we door. Ons motto is ‘Geleen to the top’. We zijn al een speler in de Europese champions league van de chemie. Maar in die league willen we ook de absolute top vormen. Daarom blijven we in Limburg een stabiele economische factor van betekenis. Vooral omdat we willen blijven investeren”. SABIC is een wereldwijde speler op het gebied van chemicals, fertilizers, plastics en metals. In Nederland heeft het bedrijf bijvoorbeeld ook in Bergen op Zoom een vestiging. De directeur van SABIC Limburg BV geeft toe dat het concern meer aan de eigen profilering zou mogen doen. “We hebben nog te weinig een eigen gezicht. Ook goede wijn behoeft zo nu en dan een krans. De chemie in onze regio zorgt voor een enorme export. We gaan er de komende tijd voor zorgen dat dit sterker tot uitdrukking komt. SABIC is immers inmiddels de grootste speler op Chemelot”. Voor wie het nog steeds niet weet: SABIC produceert in Geleen de grondstoffen voor een uitgebreid assortiment chemicaliën en plastics. Van kunststof voor de auto-industrie tot kratten en plastic zakjes die niet meer weg te denken zijn in het huishouden. SABIC voelde de afgelopen jaren ook de klauwen van de crisis. Met name door de malaise in de autosector.

“We hebben het hoofd goed boven water kunnen houden. En de markt krabbelt gelukkig weer op. De resultaten dit jaar zullen naar verwachting aanzienlijk beter zijn dan in 2009. De vraag blijft echter of dat herstel ook doorzet”, aldus Van den Berg. Zo’n 1750 mensen werken bij SABIC in Geleen en op het Europees hoofdkantoor in Sittard. De logistiek is van levensbelang voor het bedrijf. Op Chemelot rijden dagelijks zo’n 800 vrachtauto’s en 100 goederenwagons af en aan. “Als industriële locatie van nationaal belang is het zaak om te zorgen voor een goede verkeersdoorstroming op de autosnelweg A2. De vluchtstrook is een goed begin. De toekomstige railterminal op Chemelot past ook in dat plaatje. Het Rijk heeft recent een subsidie van 7,2 miljoen euro toegezegd uit de pot voor Economische Structuurversterking (FES-gelden). Fantastisch. Daarvoor heeft de provincie samen met SABIC en andere partijen het initiatief genomen. Die railterminal is van eminent belang voor onze verdere groei en de uitbouw van alle bedrijvigheid op Chemelot. Nu nog de fly-over bij Kerensheide die een einde moet maken aan de filevorming rond Chemelot. Maar ook de waterverbinding met de haven in Stein is voor ons van belang. En de verbinding tussen Antwerpen en Chemelot wordt ook steeds belangrijker voor onze


SABIC Limburg BV

logistiek”. Van den Berg kondigt aan dat SABIC de komende tijd energie zal steken in het contact met de omwonenden. Hij wil hen de achtergronden van de stijging van het goederenvervoer per rails van en naar SABIC verduidelijken. Die discussie, met name over het vervoer van LPG, woedt al maanden. “We willen de aan- en afvoer van onze producten meer per trein en minder per auto gaan regelen. Richting Genk, Aken en Venlo. Dat betekent minder files in de regio. Dat de inwoners zich daar zorgen over maken, kan ik begrijpen. Maar je moet het verhaal wel genuanceerd brengen. De directeur van SABIC tekent daarbij nadrukkelijk aan dat voor hem veiligheid als kernwaarde belangrijke is dan economische waarde. “Veiligheid staat bij ons altijd voorop. Daar willen we aan blijven vasthouden en in blijven investeren”, benadrukt Van den Berg. De contacten met de provincie, maar ook met de gemeentebesturen van Sittard-Geleen, Stein en Beek betitelt Van den Berg als goed. “De provincie zet nadrukkelijk in op verdere groei van Chemelot. Dat doen wij ook. Dit is toch de plek waar het geld verdiend moet worden. Met nieuwe kansen door de transformatie van DSM-terrein naar een open multi-users site, die uiteindelijk moet uitgroeien tot een van de motoren van de Limburgse economie. Dit betekent een gigantische nieuwe potentie voor core activiteiten van andere bedrijven.

Hierin werken wij samen met andere bedrijven aan ontwikkelingen die er toe doen. Ook door gebruik te maken van elkaars kennis en kunde”. Bijna de helft van de huidige medewerkers van SABIC gaat de komende tien jaar met pensioen. Voor SABIC is dat reden om nu al strategieën te ontwikkelen voor de komst van een nieuwe generatie medewerkers. Niet alleen door zowel nationaal als internationaal hoog gekwalificeerd personeel te werven, maar bijvoorbeeld ook op basisscholen al interesse te kweken voor de chemiesector. “Chemie is scheikunde. Beta-opleidingen zijn minder populair dan een paar jaar geleden, terwijl het een fantastisch vakgebied is. Daarom werken we ook intensief samen met het onderwijs. Met acties als ‘Maak het in de techniek’, het Center of Expertise Chemie (HB) en het Centrum

voor Innovatief Vakmanschap (MBO). Want het blijft natuurlijk machtig interessant dat zo’n naftakraker door procesoperators met een computerschermpje in de lucht wordt gehouden”. Duurzaamheid staat prominent op de agenda bij SABIC en is inmiddels een van de kerntaken. “Ook wij beseffen dat onze grondstof olie eindig is en werken volop mee aan het hergebruik van kunststoffen. Daarnaast zijn we volop bezig met de ontwikkeling van producten, gebaseerd op biologisch afbreekbare kunststoffen”. SABIC-topman Van den Berg zelf bouwde zijn carrière op binnen DSM en SABIC, startend in de petrochemie. Hij verbleef veertien jaar in het buitenland en staat sinds een jaar aan de leiding bij SABIC in Limburg. “Gewoon een fantastische job waarmee de cirkel rond is”. I

31


hoofdstuk artikelnaam Wethouder Jacques Costongs

Politiek en bestuurlijk Maastricht kende een rumoerige nazomer in 2010. De coalitie ontplofte. Inmiddels is er een andere coalitie en is de nieuwe burgemeester Onno Hoes aan het werk. PvdA-wethouder Jacques Costongs is blij dat de situatie weer genormaliseerd is. “Het kan gebeuren, maar goed voor het imago van het bestuur is het natuurlijk allemaal niet”. Costongs over samenwerking in Zuidstad en de impact van de kandidatuur van Maastricht als culturele hoofdstad van Europa.

De culturele groene wei van Jacques Costongs

‘Bestuurders lopen uit de pas met ontwikkelingen in samenleving’ 32


Wethouder Jacques Costongs

J

acques Costongs is ervan overtuigd dat de provincie met het programma Investeren en Verbinden een ‘belangrijke sprong voorwaarts’ heeft gemaakt. “Niet langer een diarree van kleinere projecten produceren, maar inzetten op het aan elkaar knopen van strategische agenda’s. In ons geval de Stadsvisie Maastricht”, zo zegt Costongs. Maar dat is volgens de Maastrichts wethouder niet voldoende als echte succesformule. Daarvoor is het nodig dat er eerst en vooral ook mentaal een knop omgedraaid wordt. Costongs: “We moeten afrekenen met het idee dat we in Limburg in de periferie zitten en met ontzag richting Randstad kijken. De Randstad is ook een gewone regio. Niet meer en niet minder dan de regio Zuid-Limburg. En vanuit onze regio ben ik veel eerder in Brussel dan in Den Haag. We liggen zelfs veel centraler dan de Randstad. Laat ons dan eindelijk werk maken van Zuidstad en de krachten bundelen in de Euregio. Als bestuurders lopen we volledig uit de pas met de ontwikkelingen in de samenleving. We vinden het normaal dat de GGD en woningcorporaties op regionale-, of Zuid-Limburgse schaal opereren. De inwoners gedragen zich ook als burgers van Zuidstad. Ze zijn wel Maastrichtenaar, of Heerlenaar, maar zijn het gewoon om gebruik te maken van de voorzieningen in de hele regio en ook de Euregio. Daarom moeten we die stap maken en een visie voor Zuidstad gedetailleerd uitwerken. Vooral omdat onze onderlinge afhankelijkheid zo gigantisch is. Maastricht heeft het Heuvelland nodig. De universiteit gaat aan de slag met life sciences op Chemelot in SittardGeleen en zo kun je nog wel even doorgaan. Het is eigenlijk ondenkbaar dat we echte sprongen voorwaarts kunnen maken, zonder de uitvoering van zo’n gedeelde visie”. Jacques Costongs is een groot voorstander van scenarioplanning. Niet ad hoc besluiten nemen en ook geen maanden vergaderen om het vergaderen. Maar scenario’s ontwikkelen als mogelijkheden die je als bestuurder een blik gunnen die verder reiken dan vandaag en morgen. “Kies je voor verdere fragmentatie, of toch voor samenhang en vooral het lef om heldere keuzes te maken?” Zo’n heldere keuze is de kandidatuur van Maastricht voor de titel culturele hoofdstad van Europa in 2018. Kosten zo’n 60

tot 100 miljoen euro, waarvan de overheden tweederde voor hun rekening moeten nemen en het bedrijfsleven de rest. “Eigenlijk is dat samenwerking vanuit een groene wei. Want er is niets. Geen structuren, geen afspraken. Je begint met nul. Samen met Aken, Luik, Hasselt, Eupen, Heerlen, Sittard-Geleen en de bijbehorende provincies en regio’s. Een gigantische berg werk, maar het grote voordeel is dat je met een schone lei begint. Dat maakt het complex en moeilijk, maar ook uitdagend en prikkelend. Want daarmee geven we ook vorm aan die Euregio. We rekenen ons niet rijk aan het binnenhalen van die titel. Ook als we het niet halen, is dat geld absoluut niet weggegooid. Je ziet nu al veel moois opborrelen. De synergie groeit. Op theatergebied wordt al volop samengewerkt in de Euregio. En we maken een kwaliteitssprong. Door een bundeling van het aanbod in de Timmerfabriek. Inclusief een middenzaal die als een creatieve en kunstzinnige magneet zal werken. Maar er is ook een noodzaak om die titel binnen te halen. Een absolute noodzaak. We kunnen tonen dat we niet naar die periferie willen afzakken, maar willen uitgroeien tot een zelfbewuste internationale regio, die niet bang is voor de krimp”, aldus Costongs. De wethouder verwacht dat Maastricht samen met de Euregio een grote kans maakt op de titel culturele hoofdstad van Europa. “Ik denk zelfs dat ze gewoon niet om ons heen kunnen, omdat wij de meest Europese kandidaat zijn. In tegenstelling tot de overige kandidaten die zich eigenlijk alleen maar met nationale argumenten kunnen onderscheiden. Op dat front kunnen we in elk geval niet verliezen”. Zowel artistiek als zakelijk trekt Maastricht voor het binnenhalen van de titel samen op met de provincie. Costongs benadrukt dat 2011 vooral in het teken staat om het draagvlak voor het project verder te verbreden. “Dit evenement reikt veel verder dan zomaar een feestje voor Maastricht. Heel Limburg kan daar cultureel, maar ook economisch van profiteren met honderdduizenden extra bezoekers. Het project is ook uitermate boeiend, omdat het kabinet Rutte een kaalslag in petto heeft voor de culturele sector en we alles uit de kast moeten halen om die politieke tegenwinden te pareren. Voor alle duidelijkheid: ook ik vind dat tegenover cultuursubsidie de verplichting moet staan om je prestaties te verbeteren. Maar uit simpele bezui-

nigingsoverwegingen een streep halen door een deel van het cultureel aanbod, gaat veel te ver”. Costongs wijst er nadrukkelijk op, dat er in Maastricht behalve de uitbouw van cultuur en kennis en de zorg voor het juiste woonklimaat nog een belangrijke uitdaging ligt: het verminderen van de sociale ongelijkheid in de stad. Met meer samenhang in de wijkaanpak. Niet alleen de focus richten op verbetering van de huisvesting, maar ook zorgen voor educatie, werk en vrijetijdsbesteding. “Zoveel mogelijk mensen betrekken bij de stappen voorwaarts die we de komende jaren kunnen zetten. Want er is nog zoveel meer dat kansen biedt. De gebiedsontwikkeling met Heuvelland en de A2-tunnel bijvoorbeeld”. En Costongs is niet te beroerd om toe te geven, dat hij bij zijn aantreden als wethouder aanvankelijk ook de verkeerde blik had. “Ik meende dat Maastricht het ook wel op eigen kracht zou redden. Gewoon op de golven van het relatieve succes zou kunnen doorgaan. Maar dat is onvoldoende. We hebben een samenwerkingsmotor op de schaal van Zuid-Limburg nodig. In goede samenwerking met de grensgebieden. De kandidatuur voor culturele hoofdstad is daar een prima voorbeeld van”. I

33


hoofdstuk artikelnaam Consortium Grensmaas

foto’s : jac beekers

Consortium heeft bij omgeving krediet opgebouwd met Grensmaasproject

‘De klus moet gewoon afgemaakt worden’ Ook het Grensmaasproject is begin dit jaar ingehaald door de crisis. Door de malaise in de bouw is de vraag naar grind fors gedaald. De vraag nam af met ongeveer een kwart. Directeur Kees van der Veeken van uitvoerder Consortium Grensmaas benadrukt dat er aanvullende maatregelen nodig zijn. De uitvoering van de rivierbeveiliging en de natuurontwikkeling moeten immers wél betaald worden. Maar dat is problematisch als zand en grind niet kunnen worden verkocht.

L

imburg hield in november 2010 de adem in. Twee dagen van regenval zorgde voor een razendsnelle stijging van het waterpeil in de Maas en de Limburgse beken. Het NOS journaal was weer in Itteren en inwoners van dat Zuid-Limburgse Maasdorp werden geïnterviewd aan de oevers van de Maas. Heel even liet de Maas haar tanden weer zien. Heel even werd de noodzaak van het

34

project Grensmaas weer zichtbaar. De officiële uitvoering van dat project ging ruim twee jaar geleden uiterst voortvarend van start. Binnen een mum van tijd manifesteerde zich eerst de financiële en vervolgens de economische crisis. In ongekende hevigheid. Inmiddels lijkt het dal bereikt. In diverse sectoren zijn de signalen weer gunstig. De export bloeit op, de industrie neemt weer nieuw personeel aan en de rentetarieven blijven gunstig.

De effecten van de opkrabbelende conjunctuur zijn echter nog absoluut niet merkbaar in de bouw. Met name de woningbouwmarkt trekt pas als laatste aan na crises. Wanneer? Dat blijft de vraag. De consument twijfelt. De onzekerheid over de aftrek van de hypotheekrente blijft. “Wij verwachten dan ook dat het zeker nog tot 2013 en misschien wel 2014 gaat duren voordat de grindmarkt weer


Consortium Grensmaas

voorzichtig tekenen van herstel gaat vertonen”, zo benadrukt Kees van der Veeken die aan de leiding staat van het Consortium Grensmaas, het samenwerkingsverband van grindproducenten, aannemers en Natuurmomenten. Eerder dit jaar klopte het Consortium Grensmaas ook al aan bij de overheid. In juni 2010 gingen provincie en het Rijk akkoord met het voorstel om de grindwinning op de locatie Bosscherveld (Maastricht) voor maximaal drie jaar stil te leggen en op de locatie Meers (Stein) op een lager pitje te zetten. Die maatregelen blijken nu een half jaar later niet afdoende om de dalende grindverkopen te compenseren. Op dit moment wordt er met de overheid overleg gevoerd, welke mogelijkheden er zijn om het project weer uit het moeras te tillen en nieuwe impulsen te geven. “We willen de klus gewoon afmaken. Met name de beveiliging van de Maas. Maar dat moet economisch natuurlijk wel mogelijk zijn”, aldus Van der Veeken. De komende maanden wordt duidelijk hoe en in welke constellatie het project voortgezet wordt. Van der Veeken wijst erop dat zijn Consortium de afgelopen drie jaar overduidelijk bewezen heeft de uitvoering van de rivierbeveiliging, natuurontwikkeling en grindwinning dichtbij bevolkingsconcentraties prima te beheersen. “De verhouding met de inwoners is goed. We zorgen

ervoor zo weinig mogelijk overlast te veroorzaken en zorgen voor goed overleg met alle partijen. Bovendien is de kwaliteit van ons werk van hoog niveau, zo wijzen audits telkens weer uit ”. Het Consortium heeft zich de afgelopen drie jaar ook nadrukkelijk als een betrouwbare partner van provincie en gemeenten gemanifesteerd, benadrukt de directeur van het Consortium. “Wij doen eigenlijk ook aan gebiedsontwikkeling. De basis van het huidige beleid van de provincie”, zegt Van der Veeken. De werkzaamheden op de locatie ItterenBorgharen zijn nog volop aan de gang. En met het dagelijks bestuur van de gemeente Sittard-Geleen is overeenstemming bereikt over een nieuwe uitvoering voor de locatie Trierveld in Born. Daar gaat het Consortium vooralsnog vanaf 2013 tien jaar aan de gang met grindwinning en rivierbeveiliging. Van der Veeken: “Over die nieuwe uitvoering, die veel minder overlast oplevert voor de inwoners, hebben we bijna twee jaar intensief gepraat met de gemeente SittardGeleen. Er ligt nu een overeenkomst die de inwoners minder overlast en nog meer groen oplevert. We leggen in het Trierveld ook een verwerkingsbekken aan en we kiezen net als in Itteren en Borgharen voor droge grindwinning. De leefbaarheid in dorpen als Schipperskerk, Grevenbicht en Visserweert gaat er stukken op vooruit. Dat bewijst dat we dolgraag verder aan de

slag willen. De klus gewoon willen afmaken. En dat wij er ook nog steeds in geloven. Want het blijft een mooi project dat straks een fantastisch nieuw natuurgebied oplevert”. Bij Consortium Grensmaas werken direct en indirect zo’n 200 mensen aan een veiliger Maas. De wijze waarop het Consortium met de omgeving omgaat, heeft veel krediet opgeleverd. Zo is de bevolking uiterst tevreden over de openheid die het Consortium hanteert en functioneren de klankbordgroepen volgens Van der Veeken goed. In die klankbordgroepen voeren delegaties van de bevolking overleg met het Consortium over de aanpak en de voortgang van het werk. Dat soort groepen zijn inmiddels geformeerd in Itteren/Borgharen, Bosscherveld, Meers en Geulle aan de Maas. “We nemen de omgeving uiterst serieus en zijn ook niet bang om fouten toe te geven. Dat wordt gewaardeerd”, aldus Van der Veeken. De directeur van het Consortium Grensmaas wijst er nadrukkelijk op dat de ongekende economische crisis van de afgelopen twee jaar ‘overmacht’ is. “Daar kun je je niet tegen wapenen. Zonder ingrijpen van de overheid waren in Nederland banken omgevallen. Het publieke belang van een rivierbeveiliging is zo groot, dat de overheid ook bij dit project de helpende hand zou moeten bieden. Ik had het graag anders gezien. Maar het is nu eenmaal niet anders”. I

Kees van der Veeken

35


hoofdstuk artikelnaam VVV Zuid-Limburg

De droom van directeur Anya Niewierra van de VVV Zuid-Limburg

‘We mogen best trotser op Limburg zijn’ Voor alle duidelijkheid. Het gaat goed met het toerisme in Limburg. Maar het kan altijd beter. Volgens VVVdirecteur Anya Niewierra liggen er nog volop kansen. Deze provincie is immers in alle opzichten ‘liefde voor het leven’.

Z

e heeft een droom. In tien afleveringen. Als die droom uitkomt, is een internationale toppositie voor Limburg als toeristische regio gegarandeerd. Enkele details van die droom? Limburg slaagt erin een attractie van wereldfaam binnen te halen, zodat de provincie zich kan afficheren als het Orlando van West-Europa. Limburg groeit uit tot een synoniem voor topsport. Van wielrennen, tot handbal en paardensport. Limburg krijgt zicht-iconen; een reeks kunstwerken op de landsgrenzen die aangeven hoe belangrijk de geschiedkundige rol van deze provincie is. En ook hoe Europees deze regio is. Limburg slaagt erin een internationaal centrum voor bezinning en wellness van de grond te krijgen, waar topmanagers uit de hele wereld op adem kunnen komen. Traditie en innovatie gaan hand in hand. In cultuur en architectuur. En de Limburgers zelf? Die etaleren met trots en zelfbewustzijn aan de hele wereld dat Limburg the place to be is. Het Piëmonte van het noorden met een eigen identiteit vol streekproducten en regionale folklore. Het tekent de gedrevenheid van Anya Niewierra, dat ze haar droom tijdens presentaties ook

36

telkens weer ontvouwt aan bestuurders en stakeholders uit het bedrijfsleven. Ze gelooft er heilig in. Wil haar enthousiasme en visie delen met anderen. Om Limburg weer dat treetje hoger te brengen op de toeristische ladder. Limburgse bestuurders zouden dat belang van het toerisme voor Limburg ook best wat frequenter mogen benoemen, zo oordeelt ze. Gewoon omdat die cijfers indrukwekkend zijn. Een greep uit de overzichten: elf miljoen overnachtingen, 38.000 banen en een omzet van 2,5 miljard. Niewierra: “En toch wordt het belang van de sector in Limburg zelden aangestipt als bestuurders het woord voeren. Het heeft er wellicht mee te maken dat de toeristische markt voornamelijk uit kleine bedrijven bestaat. En bestuurders hebben meer ontzag voor grote industrieën. Maar het toerisme in Limburg kun je onderhand vergelijken met wel tien mega-industrieën. En het is nog goed voor de leefkwaliteit van de bevolking ook. Want toerisme betekent tegenwoordig per definitie hoogwaardige kwaliteit”. De VVV in Zuid-Limburg werkt inmiddels met honderd mensen én een begroting van 6,3 miljoen euro aan de verdere verankering van het toerisme. Anya kan zich goed vinden in de gebieds-

gerichte ontwikkeling van de provincie, inclusief de focus op grote projecten. “Met die aanpak hangt de provincie mooie worsten aan het plafond voor publiek-private investeringen”. Voor Zuid-Limburg betekent dat bijvoorbeeld samenwerking tussen Maastricht en Valkenburg, de wedloop om Maastricht samen met Luik en Aken tot culturele hoofdstad van Europa uit te roepen en Parkstad als centrum van leisure. De regio Parkstad is al de snelst groeiende toeristische trekpleister van Nederland. Met dank aan Gaia, Snowworld en Mondo Verde. De VVV heeft bij dat provinciale initiatief aangehaakt met het project ‘vlakfietsen’. “In Zuid-Limburg blijft de ontwikkeling van het recreatief fietsen achter. Dat heeft te maken met het ontzag voor de heuvels. We zijn nu met andere partijen bezig met de ontwikkeling van nieuwe fietsroutes, die op vlak terrein voornamelijk langs de Maas en de Geul leiden”. Anya Niewierra verwacht met name veel van de mogelijke titel culturele hoofdstad voor Maastricht: “Dat kan een waanzinnig visitekaartje opleveren voor Zuid-Limburg. Het is de spaceshuttle naar de toekomst.>


Anya Niewierra:

“Culturele hoofdstad is voor Limburg spaceshuttle naar de toekomst” 37


Droomhuis op een

Ruimte voor Ruimte bouwkavel

www.ruimtevooruwdroomhuis.nl Ruimte voor Ruimte is een samenwerking van de Provincie Limburg en Bouwfonds Ontwikkeling, onderdeel van de Rabovastgoed Groep.


VVV Zuid-Limburg

Het Ceramique terrein, Maastricht Bibliotheek op het Ceramique terrein, Maastricht

Druiven in Zuid Limburg

Wandelen langs de Maas, Maastricht

Die titel brengt Europa naar Limburg. En onze bereikbaarheid is super. Met acht luchthavens in de nabijheid en twee TGVstations” De VVV-directeur is dolblij dat het organisatorisch eindelijk klopt bij de marketing van het toerisme in Limburg. Vooral in Midden- en Noord-Limburg gingen er jaren van gekrakeel, ruzie en geldverliezen aan vooraf. De opzet van drie regionale toeristische organisaties in Zuid-, Middenen Noord-Limburg, de VVV Maastricht en de samenwerkende VVV’s Limburg loopt nu gesmeerd. En het allerbelangrijkste: er wordt verder gekeken dan de eigen kerktoren. “De Limburgse organisatie is nu een voorbeeld voor andere provincies.

Vrijthof, Maastricht

Valkenburg

Zo zijn wij in Zuid-Limburg ook gewoon keihard bezig om van de Floriade in NoordLimburg het succes te maken dat ze verdient”. Liefde voor het leven. Die slogan blijkt ijzersterk in de verkoop van Limburg als toeristische regio. Een slogan ook waarmee eindeloos te variëren valt. Liefde voor het grenzeloze (de ligging van Limburg), of liefde voor de tong (de Bourgondische en culinaire geneugten van Limburg). De liefdescampagne en de commercials gebruikt de VVV inmiddels in Engeland, Nord Rhein Westfalen, Vlaanderen en de Randstad. En met die campagne won de VVV prijzen tot in Brazilië toe.

Gulpen

Toch zijn er ook rimpelingen in het vaarwater van de VVV. Het vorige vakantieseizoen daalde het aantal buitenlandse toeristen met tien procent. Een effect van de crisis, volgens Anya. En het aantal slaapplaatsen per vierkante kilometer is nog wel het hoogste van het land (54), maar vertoont een daling. “De concurrentie groeit. Dat betekent dat we meer nadruk moeten leggen op een goede bezetting van de slaapplaatsen buiten het seizoen”. Die trends betekenen stevig inzetten op toeristen uit de Duitse en Belgische grensstreek, zo luidt het parool van Anya Niewierra . De VVV geeft zelf het goede voorbeeld met de vestiging van een eigen marketingbureau in Köln. De toeristen komen vooral naar Zuid-Limburg voor de natuur en het landschap, de rust en ruimte, wandeltochten en de Bourgondische sfeer, zo blijkt uit onderzoek. Daar mogen de komende jaren nog wel van elementen aan worden toegevoegd. Uit de droom van Anya bijvoorbeeld. En ondertussen wordt Anya Niewierra steeds nadrukkelijker het gezicht van de VVV en het toerisme in Zuid-Limburg. “Soms vind ik dat wel eens moeilijk. Mensen beginnen je ook in de supermarkt aan te spreken. Maar ach, aan de andere kant: het hoort er allemaal bij”. I

39


Laudy Bouw & Ontwikkeling

‘

Directeur Jack Corten van Laudy Bouw & Ontwikkeling in Sittard:

Zuid-Limburg

moet één gemeente worden’ SITTARD – “Zuid-Limburg zou in zijn geheel één grote gemeente moeten worden. Op die manier zal die nieuwe gemeente veel efficiënter omgaan met de beschikbare ruimte. Dan zou er een einde komen aan het navelstaren van gemeenten, die meestal niet over de eigen gemeentegrenzen heenkijken”.

D Gebedshuis Mariapark, Sittard

Kapel ballustrade

40

at zegt Jack Corten, directeur van bouwbedrijf Laudy Bouw & Ontwikkeling in Sittard. Laudy gelooft in met name de potentie van Zuid-Limburg, wanneer de krachten gebundeld worden. “Zuid-Limburg is een sterke regio met stedelijke gebieden rondom het prachtige Heuvelland. Door één gemeente te worden kan die regio zich veel sterker profileren dan we nu doen. Bovendien zou die nieuwe gemeente met 650.000 inwoners qua inwonertal even groot zijn als Rotterdam”. Ieder dorp en iedere stad in Zuid-Limburg mag wat Corten betreft natuurlijk zijn of haar eigen identiteit, folklore en tradities behouden. “Maar bestuurlijk gezien is Zuid-Limburg gebaat bij één gemeente”. In de visie van Corten is Zuid-Limburg momenteel teveel versnipperd door het grote aantal gemeenten. “Al die gemeenten zijn vooral voor zichzelf bezig. Iedere gemeente wil een groot, bovenregionaal bedrijventerrein, terwijl bij een gemeente verderop nog genoeg bedrijventerreinen leeg liggen. Bovendien werkt die versnippering zeer verwarrend voor mensen van buiten Limburg”.Als Zuid-Limburg één gemeente zou zijn, kunnen er duidelijke afspraken gemaakt worden: “Hier gaan we werken, daar gaan we wonen, daar gaan we winkelen, en hier is ruimte voor natuur en recreatie”. Op den duur zou zo’n zelfde scenario ook kunnen werken voor Noord- en Midden-Limburg, aldus Corten. Dan zou Limburg uiteindelijk bestaan uit drie gemeenten.


Laudy Bouw & Ontwikkeling

Directeur Jack Corten: “We moeten af van het ‘groeidenken’ Daarvoor in de plaats komt het ‘kwaliteitsdenken’”

De bouwwereld beleeft sinds de economische crisis moeilijke tijden. Gemiddeld zagen bouwbedrijven de omzet met 15 tot 20 procent dalen. “Het dieptepunt van die crisis voor de bouw ligt waarschijnlijk in 2011. Volgens de laatste prognoses zou het in 2012 weer moeten aantrekken”. Laudy Bouw & Ontwikkeling is een oud familiebedrijf (anno 1852), dat in de jaren voor de crisis genoeg spek op de ribben heeft verzameld om de huidige, moeilijke tijd te doorstaan. “Gelukkig hebben we geen werknemers hoeven te ontslaan”. Laudy telt 200 medewerkers.In 2001 is het bedrijf overgenomen door het beursgenoteerde Ballast Nedam in Nieuwegein. Maar dat heeft in Sittard niet tot grote veranderingen geleid. “We werken nog steeds zelfstandig zoals voorheen. Zolang we de gestelde doelen waarmaken mogen wij onze gang gaan”. Laudy Bouw & Ontwikkeling produceert per jaar een gemiddelde omzet van 60 miljoen euro. Corten verwacht dat zijn bedrijf straks sterker uit de crisis tevoorschijn komt. “Tot aan de crisis hadden we het zo druk, dat we alleen maar continu met ons werk bezig waren. Dankzij de crisis hebben we allemaal even een pas op de plaats moeten maken. Toen zijn we allemaal gaan denken. Waar staan we, wat willen we, wat vinden we nu echt belangrijk en welke invloed kunnen wij zelf op de toekomst uitoefenen?” De crisis heeft menigeen gelouterd, denkt Corten. “We zijn wat bewuster geworden. Vrijwel iedereen streeft nu naar duurzaamheid. Samen met Ballast Nedam streven wij naar Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO). We houden bijvoorbeeld onze uitstoot aan CO2 in de gaten, en op bouwplaatsen zijn we heel bewust bezig met het milieu”. Laudy Bouw en Ontwikkeling is er klaar voor, als de markt straks in 2012 weer aantrekt. “Speciaal daarvoor hebben we nieuwe concepten ontwikkeld. Laudy Bouw & Ontwikkeling is gespecialiseerd in utiliteitsbouw, woningbouw en restauratiewerkzaamheden. “Restauratie is niet de hoofdmoot van ons werk, maar dat is wel een onderdeel waar je als bouwer veel passie in kwijt kunt. Restaureren vraagt toch een heel speciaal soort vakmanschap”. Laudy werkt momenteel aan de restauratie en modernisering van het Kloosterkwartier in Sittard. Laudy kocht twee leegstaande, eeuwenoude kloosters in de binnenstad van Sittard (het Dominicanenklooster en het Ursulinenklooster). De bij elkaar gelegen kloosters worden gerestaureerd en gemoderniseerd tot een luxe hotel met horeca, kleinschalige, exclusieve winkels, kantoren en 15 luxe appartementen. Totale investering: 29 miljoen euro. Oplevering in 2012. Onlangs hield het bedrijf een open dag in het Kloosterkwartier, die door zo’n 2000 Sittardenaren werd bezocht. “Dat geeft wel aan dat die gebouwen en onze plannen daarmee leven bij de bevolking. Het Kloosterkwartier wordt mede door de prominente plek in de binnenstad een visitekaartje van Laudy Bouw & Ontwikkeling”. Verder restaureert Laudy onder andere het Chateau Neubourg in Gulpen, en realiseert de cascorestauratie van de Sint Lambertuskerk in Maastricht. Nu de bouw de crisis bijna heeft doorstaan dient zich een nieuw fenomeen aan: de bevolkingskrimp in Limburg. Maar dat hoeft volgens Corten geen probleem te zijn. “Er zal letterlijk meer ruimte ontstaan in Limburg. De druk op de open buitengebieden gaat afnemen”. Steden gaan kernachtiger worden. “Politiek en bestuurlijk gezien staan we op een keerpunt. We moeten af van het ‘groei-denken’ dat decennialang heeft gedomineerd. Daarvoor in de plaats komt het ‘kwaliteitsdenken’: hoe kunnen we de kwaliteit van wonen, werken en leven in Limburg zo hoog mogelijk krijgen. Daar zou het om moeten draaien”. I

41


Gemeente Roermond

‘

Roermonds wethouder Jos van Rey pleit voor snellere besluiten

Wat sterk is,

moet je sterker maken’ Vriend en vijand zijn het erover eens: Roermond heeft de afgelopen tien jaar een topprestatie geleverd. Van slaperig provinciestadje tot belangrijkste winkelhart van Limburg. Met internationale waardering. Want Roermond steekt Maastricht stilaan naar de kroon. Wethouder Jos van Rey had een belangrijk aandeel in dat succes. Hij beseft dat er ook een keerzijde is: “Er wordt nu makkelijker gedacht dat we het wel alleen kunnen”.

H

ij moet er even aan herinnerd worden. Ja, de provincie heeft prima werk geleverd rond het cultuureiland ECI. Een cultureel warenhuis met kunst, musea, een platte zaal, film en horeca. Op een droomlocatie aan de zuidrand van het stadscentrum. Van Rey: “Gedeputeerde Noël Lebens heeft goed meegedacht om de financiering van het project van zo’n zeventien miljoen euro rond te breien. En dat cultuureiland wordt een geweldig succes. Let maar op. Ook in cultureel opzicht wordt Roermond een bovenregionale trekker van jewelste”. Maar voor de rest? Van Rey oordeelt dat teveel van de inzet van de provincie is geënt op de Floriade. “Daar is al meer dan honderd miljoen euro in gestoken. En dat voor een eenmalig evenement dat anderhalf tot twee miljoen bezoekers trekt. Natuurlijk besef ik best, dat je in de Floriade wilt investeren voor de economische effecten in de regio NoordLimburg op de lange termijn. Maar toch: ons Designer Outlet Center trekt inmiddels vier miljoen bezoekers per jaar. Met topweken in de vakantieperiode van 200.000 klanten”. Het Outlet Center werkt in veel opzichten als een magneet. De volgende uitbreiding staat er aan te komen. Weer

42

30 winkels erbij. Hoogste tijd om de infrastructuur te verbeteren. “De provincie moet daar de helpende hand reiken. Wat sterk is, moet je sterker maken”, oordeelt Van Rey. De toeloop naar het Center én ook de alsmaar groeiende stroom consumenten naar het Retailpark leidt en op termijn tot verkeersinfarcten. Het verkeer moet kunnen blijven doorstromen. “De aanleg van een autoweg tussen Weert en Roermond, de N280-West, vormt maar eigenlijk een onderdeel van het pakket maatregelen dat nodig is. De Roersingel is ook een bottleneck”, benadrukt de wethouder. De automobilist moet op de toegangswegen naar het Outlet niet telkens in de file belanden. Dat heeft ook negatieve effecten voor de binnenstad, die nu mede floreert dankzij het Outlet Center. “Zonder bereikbaarheid geen economische impulsen”, concludeert Van Rey. Maar die N280 West is toch een van de belangrijkste onderdelen van Investeren en Verbinden in Midden-Limburg? Vormt toch een van de beeldbepalende objecten van de gebiedsontwikkeling? Van Rey: “Dat klopt. En er wordt ook heus wel aan gewerkt en aan getrokken. Maar het gaat mij toch wat te traag. En de gemeente Leudal twijfelt over die weg . Dus moet er weer gepraat, gemasseerd en nieuwe nota’s geschreven worden. Dat kost tijd.

Er zit onvoldoende snelheid achter de komst van die nieuwe verbinding tussen Roermond en Weert. Zeker in vergelijking met de sneltreinvaart die nu wordt ingezet voor de Greenportlane en de A74”. Van Rey wijst op toekomstige ontwikkelingen, die het Designer Outlet Center nog meer de allure van een diamant geven: het project Jazz City bijvoorbeeld. Dat biedt het Designer Outlet Center een waterfront en Roermond fantastische mogelijkheden voor nieuwe vormen van wonen, winkelen en leisure. Voordat er twijfel ontstaat; Jos van Rey oordeelt dat er best voortgang zit in de samenwerking in Midden-Limburg. Hij noemt bijvoorbeeld het zogenaamde Vlekkenplan voor de Maasplassen, waarin op een rijtje is gezet wat nu precies de mogelijkheden zijn voor de verdere ontwikkeling van dat watersportgebied. ‘Grote winst’, noemt hij de afspraken met Rijkswaterstaat die helderheid bieden over investeringen open aan het water. De angst voor negatieve waterstandseffecten zorgde tot nu toe alleen maar voor verboden. “Als overheid moet je het bedrijfsleven zo weinig mogelijk regels opleggen, maar juist maximale vrijheden bieden. Dat is een van de principes van de VVD en een van mijn basisprincipes. De enige voorwaarde die we het Retailpark feitelijk hebben opgelegd is dat de toestroom van consumenten niet ten koste mag gaan van de binnenstad”. Van Rey is geen bestuurder die zaken verbloemt. Dus zegt hij nog maar eens hardop dat hij gruwt van de ambtelijke cultuur in het provinciehuis in Maastricht. Een cultuur die volgens hem meer in het teken van afremmen en traineren staat, dan stimuleren en enthousiasmeren. >


43


Gemeente Roermond

“Daarom blijf ik ook roepen dat de provincie zich moet concentreren op een paar kerntaken, zoals economie en infrastructuur. Het is toch van de zotte dat de provincie zich nu ook met armoedebeleid bemoeit”. Crisis? Bevolkingskrimp? Roermond wil er niet van weten en kiest zelfbewust voor groei. Vorig jaar liet een vestigingsoverschot van 400 inwoners zien. Die uitbreiding van het aantal inwoners, ligt ook dit jaar weer in het verschiet. Met een luxe wijk als Oolder Veste trekt Roermond ook veel mensen van elders uit het land. En met de schitterende Natalinitoren aan de Maasoever zorgde Roermond voor een van de mooiste landmarks van heel Limburg. “Groei krijg je alleen door voor kwaliteit te kiezen. Daarmee trek je de middengroepen met kinderen weer naar de stad. Dat biedt weer perspectief voor de toekomst”. Toch ontkomt ook het gemeentebestuur van Roermond niet aan bezuinigingen om de gaten te dichten die de crisis in overheidsbegrotingen heeft geschoten. “We moeten nadrukkelijker een beroep doen op de eigen verantwoordelijkheid van de inwoners. Als overheid kun je niet overal meer voor opdraven. Je eigen stoep schoonhouden bijvoorbeeld. Het openbare pad naast mijn huis hou ik zelf schoon. Is toch vanzelfsprekend?” Tot in Milaan toe waren er de afgelopen jaren prijzen voor Roermond. Beste gemeente. Beste binnenstad. Beste Designer Outlet Center van Europa. Er lijkt geen einde te komen aan de bekroningen voor de stad. Maar er moeten toch ook bedreigingen en knelpunten zijn? De kritiek dat de historische binnenstad wordt gemolesteerd bijvoorbeeld. “Ach, soms moet je in die binnenstad kleine aanpassingen toestaan om het de consument nog beter naar z’n zin te maken. Maar we zouden gek zijn als we dat

historisch centrum echt geweld gingen aandoen. Dat is juist een van de sterke kanten van Roermond”. Dan nog maar zo’n punt van kritiek: wordt er niet teveel en te eenzijdig gebouwd? Van Rey: “Zolang we groeien, gaan we door met die bouw. Je ziet ook de trend dat de mensen weer de stad verkiezen boven het platteland. Daar blijven we op inhaken”. Kiezen voor een pragmatische opstelling met heldere doelen. Dat is nog zo’n credo van wethouder Van Rey. “Als overheid moet je niet voor ondernemer gaan spelen. Je moet wel durven te kiezen voor een ondernemende aanpak. In Roermond ligt de focus op retail. Ja zeker. Maar we hebben ook alle aandacht voor de maakindustrie die het in de stad eveneens goed doet. Voorbeelden? De SIF-Group die wereldwijd actief is in de sector windenergie. Of atp Kurvers bv, de producent van aluminium profielen. En natuurlijk Rockwool, Koma, Faurecia en vele anderen. Op logistiek gebied hebben we een wereldspeler als UPS”.

Van Rey is behalve wethouder ook oudKamerlid en inmiddels het langst zittende lid van Provinciale Staten in Limburg. Hij zou het na de Statenverkiezingen in maart 2011 wel aardig vinden om een rentree te maken in Den Haag: als senator Van Rey in de Eerste Kamer. “Maar laat ons eerst eens die verkiezingsuitslag afwachten. Het zijn tumultueuze tijden in de politiek”. Sleet? Die is bij Van Rey nog niet merkbaar. Integendeel. Soms is de gedrevenheid groter dan ooit. Het economisch klimaat in Roermond mag bijzonder aangenaam zijn. Het mag bruisen en lekker knisperen in de stad; toch blijft hij op jacht naar nieuwe investeerders en vestigingen van internationale winkelketens. Wethouder Van Rey zoekt daarvoor zelf contacten met bedrijven in binnen- en buitenland. “Dat zijn ze niet gewend. Dat er opeens een wethouder uit Roermond aan de lijn hangt. Maar het wordt wel gewaardeerd, dat je je stad zo onder de aandacht brengt. En weet je? De stad is nooit af. En voor mooie ontwikkelingen is altijd ruimte”. I

Wethouder Jos van Rey:

“Groei krijg je alleen door kwaliteit te bieden” 45


LLTB

Voorzitter Noud Janssen over het zelfbewustzijn van de LLTB

‘Trots zijn op wat we doen’ Vraag: hoe belangrijk is de agrarische sector in Limburg nog? Antwoord: van eminent belang. Zomaar een paar cijfertjes: de jaarlijkse export is goed voor een bedrag van vijf miljard euro. Van de 215.000 hectare grond in Limburg heeft 103.000 hectare de bestemming landbouw en nergens in Nederland is de landbouwsector zo gevarieerd als in Limburg. ”En vergeet ook niet dat we een geweldig innovatieve bedrijfstak zijn”, vult voorzitter Noud Janssen van de LLTB aan. Hij geeft antwoord op de hamvraag: waar staat de Limburgse boer anno 2010?

O

ngeveer 5000 agrarische bedrijven telt Limburg nog. Het ledental van de LLTB is al enkele jaren stabiel en schommelt rond de 3000. Er zit dus nog rek in. ‘Anders durven doen’, is tegenwoordig het motto van de LLTB. Die slogan staat voor een zelfbewuste belangenorganisatie die nadrukkelijk naar buiten treedt. Die in gezamenlijkheid de koers uitstippelt en door de samenwerking met het MKB en de LWV in Ondernemend Limburg zich als een sterk blok kan manifesteren. “De provincie is daarbij voor ons een belangrijke partner om de agrofood sector neer te zetten. De zogenaamde Verklaring van Roermond is daarbij een belangrijke mijlpaal. In 2009 hebben we in die overeenkomst heldere afspraken kunnen maken om te voorkomen dat het areaal landbouwgrond alsmaar verder afkalft door claims van natuurorganisaties en –regelingen als Natura 2000 en de Ecologische Hoofdstructuur. Met die Verklaring heeft de provincie de agrosector benoemd als een sector van groot economisch belang die de ruimte moet blijven houden om te kunnen produceren”, zo benadrukt Janssen. Waarom het zo belangrijk is dat er voldoende landbouwgrond resteert? “Nederland en dus ook Limburg spelen een hoofdrol als het gaat om het hongerprobleem in de wereld. Op de Verenigde Staten na zijn we het grootste export-

46

land van agrarische producten. Daarom zien wij het ook als een van de belangrijkste taken van de LLTB om de bevolking bewuster te maken van onze rol in het dagelijkse leven als voedselproducent. Dat moeten we veel meer uitdragen. Met een duidelijke, krachtige smoel. We hebben daar behoorlijk moeite mee, terwijl onze sector toch topprestaties levert op alle mogelijke fronten, zoals het water, het milieu, voedselinnovatie en het bestrijden van ziektes. Door de kennis die zich alsmaar verder ontwikkelt produceren we nu al twee keer meer voedsel op twee keer minder grond. Vergeet daarbij ook niet dat we als belangenorganisatie sterk staan doordat we gebruik kunnen maken van ons landelijk netwerk”

aan de rand van het bos en kijken meestal uit op wei- en akkerlanden. Dat zegt veel over de waarde van het cultuurlandschap”. En dan is er ook nog de duidelijke trend dat steeds meer agrariërs kiezen voor nevenactiviteiten. De zorglandbouw rukt in Limburg op. Er zijn al veertig zorgboerderijen en die opereren steeds professioneler. “Die tak krijgt steeds duidelijker bestaansrecht”, zo merkt Noud Janssen op. De streekproducten, de boerderijwinkel, natuurbeheer en de boerderijcamping zijn trouwens andere voorbeelden van nevenactiviteiten. “De variëteit van de productie en al die nevenactiviteiten maken de agrosector sterk naar de maatschappij en leveren een ‘licence to produce’ op”.

Maar er zijn ook andere tendensen. Steeds nadrukkelijker rukt het besef op dat er minstens zoveel te genieten is van het cultuurlandschap van de boer als van bossen. En de boer wordt eigenlijk overal geconfronteerd met de consument. De agrarisch ondernemer is alom zichtbaar. Dat maakt hem kwetsbaarder dan ondernemers op een industrieterrein. “En die positie levert kansen en uitdagingen op om te tonen wat we betekenen voor de samenleving. Wij zijn ondernemers in het publieke domein. Want het buitengebied beschouwen de mensen gemakshalve als van iedereen. Maar als daar iets niet klopt, wordt er meteen aan de bel getrokken. Trouwens: Zitbankjes staan altijd

De LLTb wil de komende jaren gaan voor vijf hoofddoelstellingen: voedsel, welzijn, welvaart, duurzaamheid en innovatie. “Op milieugebied hebben we forse verbeteringen doorgevoerd. Deels door techniek deels door bewuster om te gaan met bestrijdingsmiddelen. De emissies van de landbouwsector zijn sterk afgenomen,de natuurlijke onkruidbestrijding wordt steeds vaker toegepast, overbemesting is niet meer aan de orde en de landbouwer groeit op termijn uit tot een schone elektriciteitsleverancier”, aldus Janssen. De LLTB geeft zelf het goede voorbeeld als het gaat om bureaucratie en bestuurlijke drukte. Het aantal LLTB-afdelingen is gehalveerd.


Twaalf telt Limburg er nu nog. Die bureaucratie en de ingewikkelde spelregels voor landbouwondernemingen, beschouwt Janssen als een van de bedreigingen voor de toekomst. Net als de grondclaims die ook in de toekomst voor spanningen zullen blijven zorgen, zo verwacht Janssen. Net als de provincie heeft ook de LLTB investeren en verbinden hoog in het vaandel staan. “De samenwerking zoeken. Dat is ook ons belangrijkste parool. Zo hebben we samen met de provincie ook Greenport Venlo op de kaart gezet. Inmiddels een landelijke trekker, maar ook internationaal in de picture. Heel Limburg kan van Greenport profiteren. Je ziet in de provincie ook die uiterst gevarieerde ontwikkeling. De mensen denken wel eens dat de Zuid-Limburgse boeren alleen voor het mooie Heuvelland zorgen, maar juist daar zie je een sterke ontwikkeling van hypermoderne melkveebedrijven, fruitteelt en akkerbouw”. Kansen zijn er voor de sector volop, zo benadrukt Janssen. Het gigantische afzetgebied Duitsland, dat zo dichtbij ligt. Voeding in relatie tot de vergrijzing, dat een verdere doorontwikkeling van de diversiteit vergt. En meer fair trade. De supermarkten maken nu de meeste winst op het voedsel dat de boer levert. Een nieuwe dialoog met de supermarkten moet leiden tot een eerlijker opbrengst voor de agrarische producent. En dan is er nog die mooie doelstelling dat de omzet van Greenport Venlo binnen 10 jaar moet verdubbelen van één naar twee miljard euro. De Floriade biedt de LLTB in 2012 een fantastisch internationaal podium om zich aan de wereld te tonen. “Maar we staan daar niet als LLTB, maar als land- en tuinbouwsector. Niet met de nadruk op streekproducenten. Maar wel als voedselproducent, energieleverancier en zorgaanbieder. Een sterke sector die trots is op haar activiteiten en soms nog te bescheiden om te laten zien wat we doen. We gaan de Floriade benutten om het complete verhaal achter de Limburgse land- en tuinbouw te vertellen. Ja, ook als maker van het platteland, waar iedereen elke dag mee te maken heeft”. I

Limburg ook kippen-paarden en varkens0provincie De agrarische sector zorgt voor indrukwekkende cijfers. Limburg telt bijvoorbeeld 750.000 vleesvarkens, 750.000 biggen en vijftien miljoen kippen. Het aantal landbouwbedrijven daalt fors, maar de resterende bedrijven worden aldsmaar groter. Ruim tien jaar geleden waren er nog 7200 agrarische bedrijven. Dat zijn er nu nog 5000. Daarvan is 41 procent actief in de veeteelt, 26 procent in de tuinbouw en 17 procent in de akkerbouw. Gemengde bedrijven vormen 15,5 procent van het totaal. Het aantal vrouwen in de bedrijfstak neemt toe. Van 22 naar 30 procent. Met de paardenhouderij heeft de LLTB nog een belangrijke tak binnen de gelederen. Een groeisector die 760 bedrijven, 8000 paarden en 3000 pony’s telt.

47


hoofdstuk artikelnaam Vodafone

Directeuren Peter Doveren en Ger Coolen van Vodafone:

‘Mobiele telefoon geeft ons groot gevoel van veiligheid’ MAASTRICHT - “De mobiele telefoon heeft in de afgelopen vijftien jaar een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt. Inmiddels is het mobieltje niet meer weg te denken uit ons leven. Als we van huis gaan nemen we standaard onze sleutels, een portemonnee en het mobieltje mee. De mobiele telefoon geeft ons een groot gevoel van veiligheid: waar we ook zijn en wat er ook gebeurt, we staan altijd in contact met de buitenwereld”.

D

at zegt Ger Coolen, technisch directeur van Vodafone in Maastricht. Vodafone is een multinational en wereldleider op het gebied van mobiele telefonie en internet. Vodafone is actief in 28 landen. De hoofdvestiging ligt in Newbury, UK. Vodafone Nederland scoorde vorig jaar een totale jaaromzet van ruim 1,9 miljard euro. De geschiedenis van Vodafone in Limburg begint in Maastricht en Heerlen. Daar richtte pionier en grondlegger John de Wit in 1995 het bedrijf Libertel op. Op 30 september 1995 ging het GSM netwerk van Libertel in Nederland in de lucht. John de Wit voorspelde in 1995 bij de lancering van het mobiele netwerk dat “mobiel bellen zo gewoon zou worden als water uit de kraan”. Een vooruitziende blik. De ontwikkeling is sinds 1995 razend snel gegaan. Niet alleen de ontwikkeling van het mobiele netwerk, maar ook de ontwikkeling van mobiele telefoons is in een razend tempo vooruit gegaan. In 1999 nam Vodafone Libertel over. Vodafone vestigde het hoofdkantoor in Nederland in Maastricht, aan de Avenue Ceramique.

48

Vodafone telt momenteel ruim 4,8 miljoen klanten in Nederland. Van de vier miljoen klanten zijn ruim 40% prepaid klant en de overige 60% belt met een mobiel abonnement op het netwerk van Vodafone. Libertel-grondlegger John de Wit overleed in 2008. In de Zuidlimburgse media

verschenen in september 2010 berichten alsof Vodafone bezig zou zijn met de ontmanteling van het hoofdkantoor in Maastricht. Die berichten worden ontkend door Ger Coolen en Peter Doveren), directeur klantenservice. “Wij zijn vanuit onze Libertel-historie heel nauw verbonden


Vodafone

Peter Doveren (links) en Ger Coolen (rechts) in het verbouwde hoofdkantoor van Vodafone in Maastricht:

“Wij zijn heel nauw verbonden met Zuid-Limburg: hier liggen onze roots”.

met Zuid-Limburg. Wij hebben geen enkele plannen om hier te vertrekken. Hier liggen onze roots”. De berichten in de media worden wellicht gevoed door het feit dat Vodafone in 2008 een tweede hoofdkantoor voor Nederland vestigde in Amsterdam, en dat op het hoofd-

kantoor in Maastricht een aantal werkzaamheden werd geschrapt. “De keuze voor Amsterdam als tweede hoofdkantoor is simpel: we hebben ontzettend veel klanten en stakeholders in de Randstad en die willen we terplekke zo goed mogelijk bedienen”, zegt Doveren. Bij Vodafone

Amsterdam werken 300 mensen. In Amsterdam zitten voornamelijk de commerciële afdelingen van Vodafone en een groot deel van de directie. Dat er in Maastricht een aantal banen verloren zijn gegaan, komt omdat Vodafone gedwongen moest herstructureren. >

49


Start een familiealbum Supersnel foto’s uploaden: ons netwerk is er klaar voor.


Vodafone

“We hebben de afgelopen 15 jaar een explosieve groei meegemaakt. Al vanuit het Libertel-tijdperk hadden wij de filosofie om alles binnen de bedrijfsvoering zoveel mogelijk zelf te doen. Maar door de enorme groei lukte dat niet meer. We zijn ons toen gaan herbezinnen op onze kerntaken. Daardoor hebben wij een aantal taken uitbesteed, bijvoorbeeld ons netwerk, IT, netwerk en facilitaire dienstverlening”. Bij Vodafone Maastricht werken 1500 medewerkers op de afdelingen klantenservice, financiën en ICT. Dat Vodafone niet weg wil uit Maastricht blijkt wel uit het feit dat het bedrijf recent het hoofdkantoor ingrijpend heeft verbouwd. In februari 2010 werd de verbouwing afgerond. Het Vodafonehoofdkantoor is verbouwd tot een duurzaam, cradle to cradle-kantoor. Het gebouw is ingericht met volledig recyclebare materialen. Er zijn geen vaste werkplekken meer voor medewerkers. “Wij rekenen een werknemer niet af op het aantal uren dat hij op kantoor is. Wij vinden het belangrijker dat iemand zijn taak volbrengt. Hoe en waar hij dat doet, moet de medewerker zelf weten”, zegt Coolen.

“Uiteraard zijn er bepaalde functies waarbij fysieke aanwezigheid noodzakelijk is, zoals bijvoorbeeld de klantenservice. Maar dan kijken we naar zaken als zelfplanning”. Vaste bureaus, bureaukasten en bureaulades zijn verdwenen in het nieuwe kantoor. “Bureaukasten en bureaulades zijn bij uitstek de plekken waar papieren plannen vaak voorgoed verdwijnen. Dat willen we niet meer in deze tijd”. Werknemers zijn flexibel en vrij om hun eigen werkplek te kiezen. Printers zijn zoveel mogelijk afgeschaft: werknemers werken niet langer op papier maar op laptops. Ondanks de flexibele werkplekken is contact met de medewerkers relatief eenvoudig dankzij de techniek. Doveren: “Iedere laptop heeft een webcam en daarmee kun je op afroep met iedereen in gesprek komen. Of iemand nou thuis zit, op kantoor is of onderweg is. Dat maakt niets uit”. Dankzij de voortschrijdende techniek gaan we in de nabije toekomst een hele andere dimensie geven aan het begrip ‘werk’, denkt Coolen. “De tijd van op maandagmorgen inklokken en de hele week zichtbaar aanwezig zijn op kantoor gaat veranderen. In de toekomst maakt het niet uit waar een werknemer is: als hij zijn werk maar doet”. Werknemers

krijgen veel meer vrijheid om hun werkweek naar believen in te richten. Om zodoende voor zichzelf een goede balans te vinden tussen werk en leven. “Wij geloven dat werknemers daar uiteindelijk gelukkiger en dus beter van worden”. Ook in de nabije toekomst zal de techniek met rasse schreden voortschrijden. Coolen: “De klant wil per definitie alles steeds sneller en steeds beter. Als je thuis gewend bent aan razend snel internetten, dan wil je dat onderweg op je laptop ook”. Vanaf 2010 biedt Vodafone in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag snelheden aan tot 28.8 Mbps voor mobiel internetten op een laptop: het snelste mobiele netwerk van Nederland. In het najaar van 2010 is Vodafone samen met Eurofiber begonnen aan de aanleg van glasvezelkabels voor bedrijven en bedrijfsterreinen. In de komende jaren gaan beide ongeveer 1000 kilometer glasvezelkabel per jaar uitrollen in Nederland. Coolen: “Glasvezel kan veel meer informatie verwerken dan de bestaande koperen kabels of Coaxkabels. Bovendien zijn glasvezelkabels veel minder storingsgevoelig”. Vanaf 2011 kunnen zakelijke klanten diensten afnemen van Vodafone via het glasvezelnetwerk. I

51


Projectontwikkelaar Piet van Pol

Projectontwikkelaar Piet van Pol draagt fors bij aan gedaantewisseling Roermond

’Ik “Ikben bengeen geen

tovenaar tovenaar”’ Hij drukt een belangrijk stempel op het nieuwe gezicht van Roermond. Een skyline die zelfverzekerdheid, allure en succes uitstraalt. Met de Natalinitoren aan de Maasoever als voorlopig kroonjuweel. En een indrukwekkend rijtje andere projecten. Het Retailpark en het Kazernevoorterrein behoren ook tot zijn palmares. En het einde is nog lang niet in zicht. Het ECI-complex, de Roerdelta en Jazz City zijn in aantocht. Investeringen van enkele honderden miljoenen. Ondanks de vele successen is projectontwikkelaar Piet van Pol geen type dat zichzelf luidruchtig op de borst slaat: “Ik heb deels gewoon mazzel gehad”.

H

et gebeurt niet gauw dat Piet van Pol ingaat op een interviewverzoek. Hij moet niets hebben van publiciteit. Openheid prima. “Maar ik hou niet zo van dat gebluf. Daar heb je niets aan. Er wordt al zoveel poespas verkondigd. Ik laat dat liever aan anderen over. Ik sta niet graag op de voorgrond. Hoef ook niet zo nodig naar de golfbaan. Voel me het meeste op mijn gemak als ik op een rustige plek met bekenden samen ben”. Het geheim van het succes van Van Pol? Lachend: “Ik heb geen geheim. Ik ben geen tovenaar. Ik heet niet Hans Klok. Ik ben gewoon een eenvoudige jongen. Mijn successen zijn terug te voeren op een paar factoren. Roermond heeft een gemeentebestuur, met Jos van Rey voorop, die mensen met initiatieven de ruimte geeft. Kwaliteit, economische groei en werkgelegenheid zijn altijd het uitgangspunt. Met bouwbedrijf VolkerWessels heb ik een fantastisch sterke partner, die prima dochterondernemingen in Limburg heeft. Zelf opereren we met een klein, flexibel team van zes mensen. Samenvattend? Zeventig procent keihard werken, vijftien procent kennis en vijftien procent mazzel. Ik heb geluk gehad, dat we grote projecten voor de crisis zijn opgestart. De Natalinitoren hebben we geheel voor eigen risico

52

gebouwd. Je mag best weten dat ik daar nachten van wakker heb gelegen. Maar op enkele verdiepingen na zijn de twaalf etages van de toren allemaal verhuurd. En wat misschien ook nog wel een rolletje speelt, is dat ik van een generatie ben, die zaken beklinkt met een handdruk. Afspraak is afspraak. Ook al kom je de ontdekking dat je jezelf ook wel eens tekort doet. Daar moet je niet over zeuren”. Zijn band met de gemeente Roermond is innig. Hij houdt van de stad. Niet alleen omdat het zakelijk voor de wind gaat. Ook emotioneel. De focus van de projectontwikkeling ligt dan ook in Roermond. Al trekken steden als Weert en Venlo inmiddels ook aan Piet van Pol. “In Venlo hoop ik mooie dingen te gaan doen. Mijn eerste wapenfeit daar? Een nieuwe bioscoop met 600 stoelen op de Picardie”. Maar in Roermond ligt zijn hart. Niet in het minst door de visie en strategie van het gemeentebestuur. Van Pol: “Besluiten zijn van het hele gemeentebestuur. Maar de ziel ligt toch bij Jos van Rey. Jos is een aparte. Een streber. Maar wel eentje met visie en een ongelooflijk netwerk. Over onze relatie wordt veel gepraat. Ja, we zijn vrienden. Maar iedereen met goede ideeën wordt in Roermond met open armen ontvangen. En hij is zo transparant als Spa-water. Er zijn ook momenten dat we elkaar de huid vol schelden. Over de grondprijzen bijvoorbeeld”.

Het grote verschil tussen Roermond en overige steden? In Roermond is de samenwerking tussen bestuurd en ambtenaren optimaal, benadrukt Van Pol. “Daardoor kan de gemeente met lef opereren, snel handelen en zaken meteen oppikken. Veel ambtenaren elders durven niet, of hebben niet de kennis”, zegt hij. Voorbeeld? Hengelo deed acht jaar over de komst van het Retailpark. Roermond fikste het in minder dan de helft van de tijd. En het Outdoor Center was er in anderhalf jaar. “Toch had ik net als iedereen ook te maken met strenge milieuvoorschriften, dassenburchten en herplantplicht. Maar de gemeente denkt daarin mee en probeert te helpen in plaats van dwars te liggen. Trouwens ook de provincie heeft bij het Retailpark getoond razendsnel en goed te kunnen opereren”. Hij houdt zich afzijdig van de politiek, maar steekt de loftrompet over gedeputeerden die er zijn als het nodig is. De basis van de glorie van Piet van Pol in Roermond is toeval. Bij de breuk met voormalig partner Har Muermans was een van de afspraken dat Van Pol Roermondse projecten als Roerdelta en Buitenop verder kon ontwikkelen. Die afspraak heeft van Pol de afgelopen tien jaar uitgebouwd tot een absolute koploperspositie. Met hoogst originele projecten.


Projectontwikkelaar Piet van Pol

Zoals Quartier Damianus met de voormalige ‘bolletjesgevangenis’, waar nu in een trendy hotel met ruim veertig kamer verrijst. En het voormalig bisschoppelijk paleis dat plaats gaat bieden aan superluxe huizen en ruim 30 huurwoningen. Of Buitenop waar meer dan 12.000 vierkante meter kantoorruimte werd gecreëerd. Het is maar een greep uit de wapenfeiten van Van Pol. Van sommige projecten geniet hij extra. Het Kazernevoorterrein bijvoorbeeld, inclusief de fraaie passage naar de binnenstad. “Dat krijg je nooit van de grond, zei iedereen. Daarvoor is Roermond te klein. Het staat er. Inclusief bioscoop, horeca, amusement, kantoren en De Stadhouder, een appartementencomplex toegespitst op 55-plussers”. Ach en na enig aandringen wil hij het wel toegeven: “Het geeft inderdaad een kick als je langs als die projecten komt”. Nieuwe parels zijn in aantocht. Roerdelta, een compleet nieuw stadsdeel tussen Maas en Roer met een voorzichtig gefaseerde bouw van ongeveer 800 woningen en de ECI cultuurfabriek. Met een boulevard aan de Maas. Volgend jaar valt het startschot. Piet van Pol verwacht een doorlooptijd van tien jaar. Dan is er Jazz City. Die uitbreiding biedt het Designer Outlet Center een waterfront aan de Maas. Met enkele honderden woningen, horeca, retail en leisure. Binnen drie tot vier jaar staan daar de bouwkranen, voorspelt Van Pol. Verhuurders en winkelketens staan al op de stoep voor een plek in Jazz City. Daarmee krijgt het Outlet Center hoogglans. “Roermond is pas echt op de kaart komen te staan door dat Designer Outlet Center. Dat is de moeder van alle succes”. De toekomst van Roermond? Van Pol is ervan overtuigd dat de stad verder uitgroeit tot een van de belangrijkste winkelcentra in de euregio. “Ook als het om wonen en werken gaat, zal die groei blijven. Teveel bouwen? Dan zouden al die woningcorporaties die kopen niet weten wat ze doen. Natuurlijk heeft alles z’n grenzen. Maar de kansen die er nu liggen, moet Roermond grijpen. En de huidige crisis biedt één voordeel. De zekerheid dat er ook weer betere tijden aanbreken”. Piet van Pol is 67, getrouwd en vader van vier kinderen. Rustiger aan doen? Nog effe niet. Wel drie keer in de week fitness als compensatie voor de sigaretten en de vele vergaderuren. En dan is er nog zijn bedrijf HCREP in Duitsland. Een bedrijf in de zorgsector. Vanuit een kantoor in Düsseldorf koopt Van Pol verzorgingshuizen op en zorgt voor het beheer. Zowel bestaand als in aanbouw. Pflegeheimen, die in Duitsland allemaal in particuliere handen zijn. “Een volstrekt andere bedrijfsactiviteit, die je lekker alert houdt. Want in ons vak moet je voorkomen dat je met oogkleppen op rondloopt. En die Pflegeheimen bieden perspectief. En leveren weinig risico op”. Lachend: “Met de vergrijzing is het absoluut zeker dat ze nog wel even vol blijven”. I

53


Gemeente Venray

‘Burgemeester Hans Gilissen en wethouder Jan Loonen over de ambities van Venray

’

Veelzijdigheid

is ons kenmerk en onze

grote kracht’

‘De wereld draait om Venray’. Deze slogan is terug te vinden in de Strategische Visie van de Peelstad in Noord-Limburg. Nee, nee. Da’s geen arrogantie benadrukken burgemeester Hans Gilissen en wethouder Jan Loonen. Het heeft alles te maken met het hoge ambitieniveau en de dadendrang die in Venray op vele fronten tastbaar zijn. En dan mag je met een knipoog best een tikkeltje brutaal zijn.

A

ls je veel in huis hebt waarom zou je je dan alleen maar profileren op één front? Venray wil graag van alle markten thuis zijn en dus zet de gemeente in op vijf hoofdlijnen. Agribusiness, de maakindustrie, de zorg, logistiek en toerisme, recreatie en het stadscentrum. “Wij kiezen gewoon voor een handvol doelstellingen, waarbij ons agrarisch DNA natuurlijk overal op de voorgrond treedt. Maar ook daarbij zie je onze veelzijdigheid. Venray is stad én land. Daarbij koesteren we de goede samenwerking met Venlo. En we zijn blij dat de provincie met de herindeling van 1 januari 2010 de basis heeft gecreëerd voor een regionale samenwerking die lekker loopt. Dat regionale denken is mede te danken aan de provincie”, aldus wethouder Loonen. Venray is dan ook tevreden over het Investeren en Verbinden van de provincie. Maar de gemeente zit zelf ook beslist niet stil. Zo gaat Venray nadrukkelijker inzetten op het toerisme. Gilissen erkent dat dat een nog wat maagdelijk gebied is. “Maar

54

we zijn na de herindeling sinds 1 januari 2010 ook Venray aan de Maas. We hebben fantastische dorpen in het groen in het Maasdal. We hebben de Witte Vennen: het mooiste water van Nederland. We hebben een bijzonder winkelcentrum. Met ruim 225 ondernemers. Veel lokale winkeliers die voor een eigen karakteristiek zorgen. En we ademen de Peel. Dat zijn onze troeven om vooral op de markt van de dagrecreatie een plek te verwerven”, benadrukken Gilissen en Loonen. Met het project Ooijen-Wanssum heeft Venray een van de belangrijkste uitdagingen van de provinciale agenda van Investeren en Verbinden binnen de gemeentegrenzen. Een project van 150 miljoen euro met als belangrijkste ingrediënten: rivierbeveiliging, recreatie, woningbouw, nieuwe infrastructuur en de ontwikkeling van nieuwe bedrijvigheid rond de haven in Wanssum, die nu officieel te boek staat als Haven Venray. Van dat megabedrag moet nog ongeveer 80 miljoen ingevuld worden door het Rijk en overige partners. Loonen staat te trappe-

len om aan de gang te gaan met die klus. Want de Haven Venray kan grote economische impulsen opleveren. “We willen er niet nog eens vijf jaar over heen laten gaan. We willen desnoods als gemeente zelf het voortouw nemen en vooral met die haven aan de gang gaan. De Haven Venray biedt alle perspectief voor nieuwe bedrijfsvestigingen. Er is veel overslagcapaciteit nodig voor het containervervoer. De Rotterdamse haven is naarstig op zoek naar nieuw achterland voor de groeiende stroom containertransporten. Met Born, Venlo en Venray kunnen we in Limburg dat achterland bieden. Het containervervoer is een gigantische groeimarkt”. Een goede infrastructuur is de belangrijkste voorwaarde voor succes op alle fronten, benadrukt Loonen. Dat is de reden dat de gemeente op de regionale agenda van Noord-Limburg hoog prijkt met de Via Venray. De oost-west-as die Venray zonder belemmeringen een goede verbinding garandeert met het Brabantse achterland (Brainport) en Duitsland. “De ontsluiting naar het noorden en het zuiden is met de A73 gegarandeerd. Maar voor onze


Gemeente Venray

logistieke ambities is meer nodig”, aldus Gilissen. En langs die Via Venray moet ook het nieuwe evenementen- en congrescentrum verrijzen. Die logistiek is in Venray trouwens al een factor van belang en is goed voor zo’n vier- tot vijfduizend arbeidsplaatsen. Samen met Venlo vormt Venray een van de logistieke hotspots

van Nederland. Met aanvoer van productieonderdelen uit de hele wereld voor bedrijven als Xerox, Inalfa en Flextronics. En om dan nog maar een opmerkelijk cijfer te noemen. De totale werkgelegenheid in de kern van Venray bedraagt bijna 30.000 banen. “Venray is ook werkstad”, lacht Gilissen. >

Hans Gilissen en Jan Loonen

“Die veelzijdigheid van Venray komt telkens weer aan de oppervlakte”

55


Innovatieve bouwer met rijke traditie

Als bouwer hebben we een rijke geschiedenis geschreven en in Limburg komt u LAUDY Bouw & Ontwikkeling dan ook overal tegen. In anderhalve eeuw zijn we uitgegroeid tot een full-service bouwonderneming die met 160 medewerkers in alle marktsegmenten opereert. De LAUDY organisatie beschikt over een brede kennis en ervaring en heeft beproefde concepten voor uw huisvestingsvraagstukken. Zo zijn we actief in de utiliteits- en industriebouw, woningbouw en restauratie. Met een heldere kijk op ontwikkelingen, een procesmatige werkwijze, een concurrerend prijsniveau en een grote regionale betrokkenheid is LAUDY de ideale partner om mee te bouwen.

Irenelaan 8 • 6133 BG Sittard NL • Postbus 89 • 6130 AB Sittard NL • T (046) 451 69 33 • F (046) 452 06 31 • E laudy@laudybouw.nl • I www.laudybouw.nl

Laudy advert Algemeen 197x267 2010 E.indd 1

22-09-10 13:36


Gemeente Venray

De twee Venrayse bestuurders zien het als een groot voordeel, dat ondernemingen die zich in de Peelstad willen vestigen geen half jaar nodig hebben om ergens een plek te vinden. Venray heeft enkele particuliere exploïtanten van bedrijfsterreinen die, als het moet, voor kant en klare huisvesting zorgen. “Dat heeft onze gemeente al veel werkgelegenheid opgeleverd”. Venray, dat ruim 43.800 inwoners telt, verwacht ook positieve effecten van de Floriade. Loonen beaamt dat Venray in de aanloop van dat evenement wellicht wat te zeer in de schaduw blijft staan, terwijl de stad toch een van de partners is. “De Floriade wil vooral groen uitstralen. Maar de kleur van de sector in Venray is meer roze. De Peel is het gebied van de varkens- en pluimveehouderijen. In die sector wordt op dit moment gruwelijk veel geïnvesteerd in innovaties. Venray wil graag met gemeenten als Horst aan de Maas, Peel en Maas en ook Leudal aan de slag om die positie van de agribusiness op een verantwoorde manier uit te bouwen. Daarbij past ook de filosofie van concentratie in Landbouw Ontwikkelings Gebieden. Mét Greenport is heel NoordLimburg toch eigenlijk doordrenkt met de agribusiness. En die Floriade krijgt straks toch z’n uitstraling over de hele regio. Als het regent in Venlo, druppelt het ook

in Venray”, aldus Jan Loonen en Hans Gilissen. Die veelzijdigheid van Venray komt telkens weer aan de oppervlakte. De stad is ook een bovenregionaal zorgcentrum. Met een ziekenhuis, psychiatrische zorg, een Korsakov- en een TBSkliniek. “Ook die zorg zit in het DNA van Venray”, benadrukt Gilissen. Loonen verwacht dat het Venrayse ziekenhuis, gespecialiseerd in kleinere ingrepen, meer dan voldoende kwaliteit heeft om te blijven bestaan. En Venray wil ook cultuurstad zijn met een schouwburg die na een vernieuwbouw weer helemaal up to date moet zijn. Venray heeft trouwens ook nog vliegbasis De Peel. Goed voor 750 arbeidsplaatsen. Op termijn gaat de basis door wijzigingen in de organisatie wellicht werk bieden aan 1200 mensen. Gilde

Opleidingen zorgt met het ROC voor middelbaar beroepsonderwijs en ja hoor, Venray is ook een kleine beetje universiteitsstad. Het Wageningen University and Research Centre heeft in de Peelstad een vestiging voor praktijkonderzoek. De focus op mensen. Dat is het motto van het gemeentebestuur. Ook in Venray staan bezuinigingen op stapel. Maar dat drukt niet op het enthousiasme en het elan in de stad. Venray gaat de komende jaren voor verdere groei. Niet alleen economisch, maar ook als het gaat om het aantal inwoners. Gilissen: “We denken daarbij ook aan huisvesting voor Polen en hun gezinnen. Die doelgroep zal de komende decennia de gaten in de arbeidsmarkt blijven opvullen. Want vergrijzing krijgen we ook in Venray”. I

57


Mijn badkamer Ma salle de bains My bathroom

Mijn badkamer. Mijn domein.

Zet de tijd stil. Stap uit de drukte van alledag en creĂŤer een

wel zoals de Sphinx 345 serie. Deze badkamer combineert ruim-

vitaliserende rust op een plek die helemaal van jezelf is. En waar

telijke architectuur met comfort. De vloeiende lijnen worden

de wereld even heel ver weg lijkt. Zo’n plek is veel meer dan een

afgewisseld met asymmetrische elementen zoals het planchet

badkamer. Het is jouw domein. Hoe ziet dat eruit? Misschien

en de lichtlijst welke de badkamer een moderne twist geven.


Naast de Sphinx 345 serie biedt Sphinx een uitgebreide keuze

een van de 65 Sphinx Concept Centers, met zorg geselecteerde

aan badkamerseries. Complete concepten waarin alle elementen

badkameradviseurs met uitgebreide showrooms. Hier ligt ook

op elkaar zijn afgestemd, van het keramiek tot de douchewanden,

het inspirerende Sphinx Badkamerboek voor je klaar. Het adres

van het bad tot het meubilair. Je kunt ze nu zelf beleven bij

van een Concept Center vind je op www.sphinx.nl


BV De Sphinx Maastricht

Maastrichts sanitairbedrijf is het tijdperk van de tranen voorbij

‘Sphinx was er, is er en blijft er’ Algemeen directeur Reginald Thal windt er geen doekjes om. De afgelopen vijf jaar waren somber en grauw voor sanitairproducent Sphinx uit Maastricht. Na ruim een eeuw productie was Sphinx gedwongen twee fabrieken in Maastricht te sluiten. Ongeveer 450 mensen kwamen op straat te staan. Maar Sphinx is weer uit de as herrezen. “Ons marktaandeel groeit. En we zijn nog altijd de grootste in de Benelux”.

H

et blijft even slikken. Met ingang van 1 januari 2011 mag Sphinx het predikaat koninklijk niet meer gebruiken. Dat heeft niets te maken met slecht gedrag of de afslanking van het sanitairbedrijf. Wél met de productie die niet meer in eigen handen is en niet meer in Nederland plaatsvindt. “Jammer, maar zo zijn nu eenmaal de spelregels. Maar ik denk niet dat we daardoor een badkamer minder verkopen. Met dat koninklijke hebben we ons nooit echt uitbundig geprofileerd. Uiteindelijk gaat het erom dat de klant zich koninklijk voelt in onze badkamers”, zegt Thal. Emotioneel heeft de algemeen directeur het nog steeds een stuk moeilijker met de massa-ontslagen. “Er zijn veel tranen gevloeid. De Sphinx-fabrieken hoorden bij Maastricht als het water van de Maas. Het leven is soms hard, maar hoe hard ook: het blijft wel gewoon doordraaien”. “BV De Sphinx Maastricht”. Zo treedt het bedrijf nu naar buiten. “Een naam die goud waard is”, vindt Thal. Ongeveer 80 mensen zijn in Maastricht in de weer met de verkoop en marketing van Sphinxproducten, die nu in Zweden, Duitsland, Frankrijk en Polen worden geproduceerd. “We voelen ons nauw verbonden met Maastricht. Als het aan ons ligt, zullen we Maastricht ook nooit verlaten. Dat zou gewoon onverstandig zijn. De combinatie Maastricht en Sphinx bepaalt mede ons imago. De stad heeft veel toege-

60

voegde waarde voor Sphinx. Die combinatie staat voor luxe, kwaliteit, ontspanning en een Bourgondische levensstijl. Elke Nederlander heeft een goed gevoel bij Maastricht. We gebruiken de stad er graag bij als onderdeel van ons imago. Ook de aankoop van badkamers is voor een groot deel gebaseerd op imago. Dat is net als bij de aankoop van auto’s. Sphinx is dan een middenklasser. Maar in dat segment zitten we wel in de top”. Het assortiment van Sphinx wordt onder andere via een netwerk van 75 dealers bij de groothandel afgenomen. Met de verkoop van het merk Keramag gaat Sphinx Maastricht zich ook in het upper en luxury segment begeven. Thal benadrukt dat de contacten met de gemeente Maastricht intensief en veelzijdig zijn. Het contrast is groot als het gaat om de verhouding met de provincie. “Met de provincie hebben we eigenlijk helemaal niets. En dat is jammer. In de branding zou het provinciebestuur Sphinx ook als partner kunnen gebruiken. Als marktleider in Nederland in een sector die ook steeds meer met wellness te maken heeft. De provincie doet in algemene zin te weinig met het bedrijfsleven om zich te profileren. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld Mosa en het Academisch Ziekenhuis. Dat zijn toch totempalen binnen de provincie waarmee je ook best internationaal mag pronken ”, benadrukt Thal. Hij ziet onder de streep dan ook ‘ weinig tastbare resultaten’ van de inspanningen van de provincie om extra werkgelegenheid naar Limburg te halen. “Gouverneur Frissen lijkt een


BV De Sphinx Maastricht

aardige vent, maar ik vraag me werkelijk af hoe groot zijn invloed bijvoorbeeld in Den Haag is”. Sphinx maakt sinds 1999 deel uit van het Finse Sanitec. Een wereldspeler in de sanitaire sector met 8000 arbeidsplaatsen en een omzet van 800 miljoen euro. Thal is SVP region manager en zo commercieel verantwoordelijk voor de omzet in de regio centraal Europa. In die regio wordt jaarlijks 210 miljoen euro omgezet. Sanitec is feitelijk een bundeling van twintig merken, waarvan Sphinx er één is. Sphinx is nog altijd goed voor een omzet van 60 miljoen euro. Behalve in Nederland, België en Luxemburg vormen de landen en gemeenten van de voormalige Nederlandse Antillen ook nog altijd een aardig afzetgebied voor Sphinx. Voor sanitairproducenten zijn het moeilijke tijden. De bouw ligt nagenoeg stil door de economische crisis. In grote steden, ook

in Maastricht, zijn te ambitieuze bouwprojecten zelfs stilgelegd. De groei van Sphinx zit ‘m in het wegsnoepen van marktdelen van de concurrentie. Juist in deze tijd zouden overheden als gemeente en provincie een tandje bij moeten zetten. Om overbodige regels, taaie bureaucratie en allerlei vreemdsoortige belastingen voor het bedrijfsleven af te schaffen, zo oordeelt Thal. Een voorbeeld? Als je als startende ondernemer in Maastricht een naambordje wilt ophangen aan de voorgevel betaal je daarvoor enkele honderden euro’s belasting aan de gemeente. “De markt voor alle ondernemers is negatief. Dan is zo’n heffing waanzin”, zo vindt Reginald Thal. Ook 2011 belooft niet veel goeds voor de bouw. Hoe Sphinx zich dan toch staande houdt? “We zorgen dat we er gewoon altijd zijn. Niet alleen met kwaliteit, maar ook met het juiste assortiment en optimale betrouwbaarheid. En

een goede spits is altijd voorin te vinden. Maar dan moet je wel een goed team hebben dat de spits aanspeelt”, aldus Thal die daarmee even refereert aan zijn voetbalcarrière als spits bij MVV. Het interieur van de badkamer is wereldwijd een miljardenbusiness. Van washok, naar luxe ruimte om te onthaasten. En het einde is nog lang niet in zicht. “Ook in onze branche zijn we volop bezig met onderzoek en ontwikkeling. We hebben daarbij het voordeel dat we deel uitmaken van zo’n grote organisatie als Sanitec. Die besteedt volop aandacht aan research en development. De badkamer wordt high tech. Met spiegels waarin je televisie kunt kijken, op internet kunt en allerlei wetenswaardigheden over je gezondheid kunt opvragen. Gewicht, temperatuur, hartslag en ga zo nog maar even door. Wij zullen daarbij mede de trend zetten. Want Sphinx was er, is er en blijft er”. I

61


hoofdstuk artikelnaam Gemeente Kerkrade

Hij laat er geen twijfel over bestaan. “Als er ergens geïnvesteerd moet worden, dan is het in dit gebied. Deze stad”.

Burgemeester Jos Som wil zijn droom werkelijkheid laten worden

‘Kerkrade heeft 48.000 ambassadeurs

nodig’

62


Gemeente Kerkrade

Kerkrade. Zo’n 48.000 inwoners en een slecht imago. In de beeldvorming synoniem voor grijs, grauw en leegstand. Kerkrade in realiteit? Groen, ruim, vriendelijk en kansrijk. Alleen weet dat bijna niemand. Zelfs in Limburg niet. Burgemeester Jos Som over de lange weg die Kerkrade te gaan heeft.

J

os Som. Tien jaar burgemeester in Kerkrade. Hij hoeft niet meer naar een andere gemeente. Wil er de komende jaren hard aan trekken in Kerkrade. Om Kerkrade dat andere imago te bezorgen. Groen, toeristisch, met optimale zorg, goede huisvesting en voldoende werkgelegenheid. Som is volop in de weer om zijn gemeenteraad en vooral de inwoners mee te krijgen. Op weg naar nieuw elan. “Er liggen volop kansen en die gaan we grijpen”. Hij kiest voor onorthodoxe methoden om de bevolking in het hart te raken. Gaat daarbij risico’s niet uit de weg. Meteen na de Kamerverkiezingen in juni 2010 plofte bij alle inwoners een droombrief op de deurmat. Afzender? Burgemeester Jos Som. Een persoonlijke oproep aan de bevolking om mee te denken en te doen. Ideeën te leveren om van Kerkrade weer een droomstad te maken waar jong en oud graag woont, werkt en ontspant. Hij kreeg ruim 850 reacties. Nu wacht de uitdagende klus om ook iets met die reacties te gaan doen. Aan de slag te gaan om die dromen

van de inwoners ook waar te maken. Er zijn verwachtingen gewekt. Het eerste grote karwei dat wacht: opknappen en uitbreiden van het winkelcentrum. Met een theaterhotel, zoals de Oranjerie in Roermond, een gevarieerd winkelaanbod en parkeervoorzienigen. “Zonder economisch hart in de stad, bloed je dood. Komen de mensen niet in de stad na een bezoek aan het Gaiapark, of het Continium. En laat ons dan voor nog een extra attractie zorgen. Een kabelbaan bijvoorbeeld. Over dat centrum is lang genoeg gepraat. We moeten nu aan de slag. Gas geven. Als het moet zal ik het gaspedaal zelf induwen”. Investeren en Verbinden? Som: “De lijnen richting provinciehuis zijn kort. We vinden altijd een open deur. Dat ligt ook aan jezelf. Maar we moeten uitkijken dat we bij de gebiedsontwikkeling niet alles aan elkaar koppelen. Dat is met de Buitenring ook gebeurd en je ziet waar het toe leidt”. Kerkrade heeft geld nodig om uit het dal te klimmen. Het dal van werkloosheid, wegtrekkende Rijksdiensten, zwakke sociale structuren, krimp en leegstaande woningen. Volgens Som is de provincie een van die partijen die met dat geld over de brug moet komen. “Investeer het in de bevolking en haar gebied”. Gezien de problemen waar Kerkrade mee worstelt, vindt Som de prijs voor de Buitenring Parkstad onevenredig hoog. Het verzet van Kerkrade tegen de twee keer tweebaans autoweg is legitiem, zo oordeelt de burgemeester. Ook al levert dat jarenlange procedures op. “Ik vind dat doodzonde. Gedeputeerde Driessen blijft vasthouden aan z’n eigen uitgangspunten. Een tweebaans weg zou voor Kerkrade wellicht bespreekbaar zijn. Nu is de Buitenring een muur van ongenoegen, die teveel aan natuur en uitzicht vernietigt in de stad”. Som wijst op het succesverhaal van Gaiapark. De dierentuin die prijs na prijs behaalt. De attractie met de snelst groeiende bezoekersstromen in Nederland. Samen met Mondo Verde is het Gaiapark met een jaarlijkse toeristische besteding van 159 miljoen euro al een grotere kaskraker dan Valkenburg. “Daar geloofde niemand in. Gaiapark is met wat losse gedachten begonnen tijdens gesprekken in de kroeg. Geloof hebben dat alles kan. Dat moet terug in Kerkrade”. Soms wijst op de uitstraling van Roda JC Kerkrade, noemt

het Wereld Muziek Concours, het conferentiecentrum Rolduc, het Continium, de naamsbekendheid die het Schlagerfestival in de goede jaren met zich meebracht en de lightrail die Kerkrade met Maastricht en Aken verbindt. “Het gaat erom dat we het vele goede van Kerkrade weer op de juiste manier zien te verkopen. Het is er, maar het is onvoldoende zichtbaar. We moeten snel voor een positief imago zorgen. Een imago van krachtige stad, met goede sociale voorzieningen. Waar het de moeite waard is om te investeren. Waar je geborgenheid voelt. Een goede slogan voor onze stad met nieuwe allure zou kunnen zijn: In Kerkrade ben je nooit alleen”. De burgemeester is ervan overtuigd dat Kerkrade zich vooral als een aantrekkelijke stad voor de regio Aken moet profileren. Ook al verwacht hij geen wonderen van de mega-uitbreiding van de Akense universiteit. “We zullen niet opeens een toestroom krijgen van duizenden studenten die hier willen wonen. Maar je moet dat soort ontwikkelingen natuurlijk ook niet negeren”. Som betitelt zichzelf als ‘de levendigste optimist van de stad’. Maar hij beseft maar al te goed dat hij maar een klein radertje in het geheel is. De inwoners moeten uitgroeien tot een legioen van 48.000 ambassadeurs voor Kerkrade, vindt hij. Alleen met gezamenlijk krachten kan Kerkrade uit het dal klimmen. Kerkrade moet weer trots worden op Kerkrade. Zou Kerkrade niet veel beter af zijn in één grote, krachtige Parkstadgemeente? Herindeling dus? “Binnen Parkstad werken we al op veel fronten samen. Dat is een natuurlijk proces, dat je niet moet forceren. Uiteindelijk komt dat besef wel dat samen uiteindelijk beter is”. Som maakt zich grotere zorgen over wat hij noemt ‘erosie van gezag’, de bureaucratie die alles zoveel langer laat duren. Als het gaat om zaken als zorg en veiligheid weet de burger volgens hem niet meer waar ‘ie terecht kan. Wie waarvoor aansprakelijk is. “Dat gezag moet je als bestuurder terugverdienen door niet alleen de burger weer op te zoeken, maar resultaten te tonen. Daar ligt het nieuwe begin”. Som wil de komende jaren vooral voor Kerkrade gaan. “Als een bok op de haverkist springen als dat nodig is. Want Kerkrade is een van die steden die na de mijnsluitingen te weinig terug heeft gekregen van het Rijk. En van dat weinige steeds meer kwijt dreigt te raken”. I

63


hoofdstuk Wonen Zuidartikelnaam

64


Wonen Zuid

Directeur Arnold van Malde van Wonen Zuid

‘Wij willen meehelpen aan herstructurering’ Woningcorporatie Wonen Zuid heeft een bijzondere positie. De corporatie is zowel vertegenwoordigd in booming city Roermond als in het Heuvelland en Parkstad waar de huizenmarkt door de krimp zwaar onder druk staat. Bestuursvoorzitter Arnold van Malde van Wonen Zuid over de handreikingen die over en weer noodzakelijk zijn om het woningbestand in Limburg weer up to date te krijgen.

D

e tijd van nota´s produceren en overleggen, is voorbij. Als het aan Wonen Zuid ligt, wordt er op korte termijn een overeenkomst getekend tussen corporaties, de provincie, het Rijk en gemeenten over de herstructurering van het woningbestand in Limburg. Vrij vertaald, massale sloop van verouderde huizen en beperkte nieuwbouw. Daarvoor zijn in de provincie miljarden nodig. “Het Rijk erkent inmiddels de problematiek die terug te voeren is op de bevolkingskrimp. Er ligt een eerste bedrag van zo’n 44 miljoen van het Rijk, provincie en Parkstad. Daarmee ben je er natuurlijk niet. Wij willen daarom nu ook meedoen aan een zo maximaal mogelijke ontwikkeling. We gaan een aanbod doen. Niet alleen in de vorm van een duidelijk en helder investeringsbedrag, maar vooral ook door het uitzetten van een heldere lijn. Daar heeft het tot nu toe aan ontbroken. Het antwoord op de vraag hoe we die herstructurering programmeren. Op de een of andere manier is het besef van de urgentie er nog steeds niet bij alle partijen”, zo benadrukt Van Malde. De bestuursvoorzitter van Wonen Zuid tekent daarbij onmiddellijk aan dat de overheid niet langer het beeld moet neerzetten dat het geld bij woningcorporaties over de rand van de badkuip klotst. “Ons geld zit in de stenen. En als we niet goed oppassen worden die stenen steeds minder waard. Als corporatie moet je zorgvuldig met de middelen omgaan. En de overheidsheffingen betekenen al aanzienlijk minder investeringsruimte. We betalen bijvoorbeeld al zeven

ton aan de Vogelaarheffing. Dat is één procent van onze jaarlijkse huurinkomsten”. Van Malde erkent dat het eigenlijk allemaal al te lang heeft geduurd. Vier jaar geleden werd er al gerept over een Limburgs herstructureringsfonds door de provincie. Wantrouwen, de invoer van Rijksheffingen voor corporaties en de crisis; het zijn allemaal redenen waarom de bundeling van krachten is uitgebleven. “Nu moeten we doortasten”, oordeelt hij. Wonen Zuid, hoofdvestiging in Roermond, heeft ruim 14.200 huurwoningen. Verdeeld over Roermond, Leudal, Maasgouw en Nederweert (7300 huizen), Heerlen, Brunssum en Kerkrade (4400 huizen) en Valkenburg en Nuth (2500 huizen).

Van Malde voelt er niets voor om Parkstad neer te zetten als achterstandgebied. “Ook in Roermond heb ik al op de knop mogen drukken, om een complete flat op de Donderberg te kunnen ruimen. Dat doet pijn. En uiteraard doet Roermond het fantastisch dankzij de A73, het Designer Outlet, het retailpark, de inzet van het gemeentebestuur en de ruimte die commerciële partijen en ontwikkelaars krijgen. Maar op de Donderberg zijn nog forse investeringen nodig om de leefbaarheid te verbeteren. De twee miljoen, die de gemeente onlangs van het Rijk heeft gekregen, zijn maar een begin. En natuurlijk is het in Roermond makkelijker dan in Parkstad. >

Foto: Peter Wijnands

Plaza Nora

65


Wonen is mensenwerk

Wonen Zuid staat midden in de samenleving. We staan voor goed wonen in een gezonde en veilige omgeving. Zowel voor starters, gezinnen met kinderen als senioren. Als maatschappelijk verantwoord ondernemer staat Wonen Zuid klaar om mensen te helpen met hun woonwensen. Met goede en betaalbare woningen. En vooral: veel verschillende woningen om uit te kiezen. Om te huren of te kopen. Ruime keus

Wonen Zuid verhuurt ruim 14.200 woningen in Midden- en Zuid-Limburg. We zorgen voor goede en betaalbare woningen, afgestemd op de specifieke leefstijlen van al onze doelgroepen. Voor mensen met een smallere beurs, maar ook in het hogere huursegment.

Klaar voor de toekomst

Om niet alleen nu, maar ook in de toekomst goed in te kunnen spelen op de vraag van de markt werkt Wonen Zuid aan een transformatie van haar woningportefeuille. We houden rekening met veranderende woonwensen, spelen in op demografische ontwikkelingen en besteden veel aandacht aan duurzaamheid en energie. Zo kunnen we ook over 10 jaar een solide partner zijn als het om wonen gaat.

Wonen Zuid

WWW.WONEN-ZUID.NL

Buitenop 9, Roermond Postbus 176, 6040 AD Roermond T (0475) 473 999 E wonen-zuid@wonen-zuid.nl I www.wonen-zuid.nl


Wonen Zuid

Wonen Zuid is in Roermond verreweg de grootste corporatie. In Parkstad heb je veel meer partijen en ook bestuurlijke drukte. Maar we zijn allemaal Limburgers. Daarom moeten we vooral niet bij de pakken neerzitten, wanneer het minder gaat. Ook in niet stedelijke gebieden als Valkenburg en Nuth moeten we keuzes maken. Het gaat om het beeld dat we gezamenlijk van de provincie neerzetten”, zo benadrukt Van Malde. Ook voor Wonen Zuid wachten grote opgaven. Binnen tien jaar moet de woningvoorraad zijn teruggebracht van 14.200 naar 12.800. Een combinatie van verkoop, nieuwbouw, maar toch vooral ook sloop. En Van Malde vraagt zich al hardop af of die afslanking wel voldoende is. Net als veel andere corporaties zit ook Wonen Zuid ‘gevangen’ in het huidige woningbestand met teveel en vaak verouderde eengezinswoningen, terwijl de focus juist gericht moet zijn op huisvesting voor éénen tweepersoonshuishoudens en vooral seniorenwoningen. Jaarlijks zorgt Wonen Zuid er nu nog voor dat zo’n 1300 mensen een nieuw/ander huurhuis vinden. En er is nog een ander fenomeen. De werkelijke kostprijs van een huurwoning. Die is niet transparant. Elke huurwoning kent een onrendabele top. Op een huurprijs van 550 euro bedraagt die zo’n 200 euro. Die drukt alsmaar zwaarder op de resultaten van de corporaties. “In een krimpmarkt is die situatie niet vol te houden. Zeker nu de woningverkopen op alle fronten stagneren. Als je die onrendabele top gaat afwentelen op de huurders worden de lasten onbetaalbaar. Daar komt bij dat in een krimpmarkt de prijzen dalen. Er worden enorm veel woningen op de markt gebracht, die vaak ook nog eens dik gefinancierd zijn door de banken”, benadrukt Van Malde. Van Malde is overigens tevreden over de stimuleringssubsidie van de provincie voor koopwoningen. Die subsidie fungeert toch als een vliegwiel. En kan starters op de markt over de drempel heen helpen en een woning betaalbaar maken. “Aan dat goedkope segment waagt geen projectontwikkelaar zich meer. De winstmarges zijn te minimaal geworden. Wij blijven het ook een taak van Wonen Zuid vinden om mensen met een smalle beurs ook aan een koopwoning te helpen”, zo zegt Van

Foto: Peter Wijnands

Malde. Niet alleen met subsidies maar ook bijvoorbeeld met erfpachtformules. Een onafhankelijk onderzoek van een zogenaamde visitatiecommissie wees onlangs uit dat Wonen Zuid een prima financieel beleid voert, doelmatig en efficiënt opereert en de maatschappelijke betrokkenheid bovengemiddeld is. Van Malde wil graag verder investeren in die kwaliteit en niet, of veel minder in de kwantiteit”. Die kwaliteit moet zich niet alleen manifesteren in de juiste, open opstelling richting huurder, maar vooral ook in duurzaamheid van het woningbestand. Wonen Zuid wil een inhaalslag maken als het bijvoorbeeld gaat om het terugdringen van het energieverbruik. “Die kosten stijgen voor de huurder immers harder dan de feitelijke woonkosten”. Een ander voornemen van de corporatie is zorgen voor de juiste balans in vraag en aanbod. De juiste mix bieden van sociale huurwoningen, het duurdere huursegment en de koopsector. “Alleen sociale woningbouw is te eenzijdig. Je moet ambitie en lef tonen en dan wijs ik toch weer naar Roermond, waar we als corporatie al jarenlang goede prestatieafspraken met de gemeente hebben. En verder zijn we absoluut niet meer de Goliath die de hele wereld voorhoudt hoe het moet. We zijn aanspreekbaar voor de huurders en moeten gewoon keihard aan de slag om die transformatie van het woningbestand op gang te krijgen en tot een succes te maken”. I

Seniorencomplex Wonen Zuid Pius Vista Molenberg Nieuwbouw Schimmert Foto: Stefan Koopmans

Nieuwbouw Maasbracht

Foto: Peter Wijnands

67


Nunhems Vegetable

Nunhems Vegetable Seeds werkt al aan de groenten van de toekomst:

’Ons levenspatroon gaat drastisch veranderen’ NUNHEM – “Over pakweg tien jaar ziet ons dagelijkse levenspatroon er heel anders uit. Tegen die tijd zal de traditionele warme maaltijd als centraal gezinsmoment zo goed als verdwenen zijn. Door de week koken mensen niet meer, door gebrek aan tijd. Koken wordt een hobby, die we hooguit in de weekenden bedrijven. Mensen voeden zich meer en meer met snelle, maar gezonde tussendoortjes, of kant en klaarmaaltijden, of ‘quick service’ restaurants. De consumptie van groenten gaat verschuiven naar ‘convenience’-groenten”.

Ko Remijnse en Johan Peleman van Nunhems: “Het telen en veredelen van groenten vergt heel specialistische kennis. En die kennis is in het Leudal sinds jaar en dag aanwezig”.

68


Nunhems Vegetable

Foto: Michael Rennertz

D

at zeggen Ko Remijnse en Johan Peleman, respectievelijk directeur marketing & sales en directeur research & development van Nunhems in Nunhem. Als de huidige trend zich doorzet wordt de levenswijze van mensen er in de toekomst niet gezonder op, denkt Remijnse. “Qua voedseltrends lopen de Verenigde Staten van Amerika al jaren voorop. Door ongezonde leefgewoontes en ongezonde voeding stijgt in Amerika het aantal mensen met obesitas. De verwachting is dat Europa en ook Azië die ongezonde leefgewoontes uit Amerika gaan overnemen, en dat obesitas ook hier snel gaat groeien. Bewustwording en een ander eetpatroon zullen hier een antwoord op moeten geven. Als veredelaar van groentezaden speelt Nunhems een voorbereidende rol; groenterassen die inspelen op trends en behoeftes”. Nunhems werkt nu al aan producten die over tien jaar op die veranderende voedselmarkt moeten aansluiten. “Denk aan makkelijke, gebruiksvriendelijke producten, denk aan ‘snackgroenten’ in kleinere porties, denk aan groenten die als gezonde tussendoortjes worden aangeboden, denk aan groenten in sapvorm, die de consument alleen maar hoeft te drinken”. Nunhems ontwikkelt en produceert zaden voor 28 groentegewassen zoals tomaat,

komkommer, augurk, ui, meloen, watermeloen, sla, prei, wortel, paprika, pepers en spinazie. Het bedrijf werd in 1916 opgericht door Herman Meddens. Meddens teelde groenten in Nunhem. Maar toen het tegen de tijd van oogsten aanliep waren de prijzen op de veiling zo laag dat Meddens op advies van de latere professor Sprenger van gedachten veranderde. Hij bracht zijn groenten niet meer naar de veiling, maar ging de beste planten selecteren en liet die verder rijpen voor hun zaad, dat hij vervolgens ging verkopen. De geboorte van Nunhems. Inmiddels is Nunhems één van de vier grootste groentezaadproducenten ter wereld. Het bedrijf heeft vestigingen in 40 landen in alle continenten van de wereld, met 1600 werknemers, waarvan 450 in Nederland. Het bedrijf telt 26 veredelingsstations en 3 research laboratoria waar wetenschappers alle veredelaars in hun programma’s ondersteunen. Nunhems haalde in 2009 een jaaromzet van 240 miljoen euro. In 2002 werd Nunhems onderdeel van Bayer CropScience. Bayer CropScience is een dochteronderneming van Bayer AG en is wereldwijd een van de grootste en meest innovatieve ondernemingen op het gebied van gewasbescherming. “Nunhems is ‘the global specialist’ en als dochteronderneming van Bayer verantwoordelijk voor alle groentezaadactiviteiten wereldwijd”, zegt Remijnse. Nunhems is van oudsher hecht verankerd in het

Foto: Wim van Groenendaal

Leudal. “De gemeente Leudal hoort bij de top 5 gemeenten van Nederland wat betreft het telen van groenten in de volle grond. Mensen werken hier al van generatie op generatie op het land. Dat heeft geleid tot veel kennis en ervaring, die je terugvindt in onze organisatie. Het telen en veredelen van groenten vergt hele specialistische kennis. En die kennis is in het Leudal sinds jaar en dag aanwezig”. Het ondernemersklimaat in Limburg ervaren ze als goed. Maar Remijnse en Peleman zijn niet altijd even gelukkig met de rol van de Provincie Limburg. “De provincie wil vaak wat te geforceerd iedereen met iedereen in contact brengen, terwijl we daar niet altijd behoefte aan hebben. Dat de provincie dingen wil faciliteren en mogelijk maken: prima. Maar laat het aan de bedrijven zelf over met wie ze in contact willen komen”. Desondanks heeft Nunhems een goede verstandhouding met de Provincie Limburg. “De gedeputeerden zijn altijd welkom bij ons en wederzijds. De nu in bouw zijnde uitbreiding van het Research & Development laboratorium tot 7000 m2 is daarvan een goed voorbeeld”. Enige spanning tussen Nunhems en de provincie is ontstaan, naar aanleiding van de wens om 20 hectare land aan te kopen om in fases 20 hectare tuinbouwkassen te realiseren. >

69


Nunhems Vegetable

Daarin wil Nunhems gaan werken aan verdere veredeling van asperge, tomaten en andere groentezaden voor de toekomst. “De provincie Limburg wil heel graag dat wij dat nieuwe centrum vestigen in Greenport Venlo. Maar dat is voor ons geen geschikte plek. Een centrum voor veredeling van zaden stelt hoge eisen aan de omgeving. Je wil immers niet dat een plantenziekte zo’n centrum binnendringt en het werk van jaren vernietigt. Maar aangezien we dan in een gebied zitten te midden van groentetelers, is het risico op insleep van plantenziektes erg groot. Daarom willen wij dat nieuwe centrum liever hier in Nunhem bouwen, in een solitaire omgeving met weinig risico op plantenziektes en plagen”. Bovendien, zegt Remijnse: “Als we zouden doen wat de provincie wil zitten wij straks met vestigingen in Venlo en in Nunhem. Dat is organisatorisch en logistiek gezien niet erg praktisch. Dan verknoeien we onnodig veel tijd aan reizen. Tijd die we beter kunnen gebruiken”.

Nunhems Netherlands, Haelen

Ondanks dat Nunhems één van de grootste producenten van zaden ter wereld is, komt het bedrijf zelden of nooit in het nieuws. Peleman: “We zijn een global company, en niet zozeer gericht op Limburg. Bovendien werken wij vooral business to business. Daarom heeft publieksvoorlichting bij ons een lagere prioriteit. Maar in 2011 bestaan we 95 jaar. Tegen die tijd hopen we dat ons nieuwe Research & Development-centrum klaar is, en gaan we open dagen houden voor

Directie Nunhem’s zaden

onze buren en onze eigen medewerkers met familie en vrienden. Dan kunnen wij laten zien wat we hier doen”. Nunhems heeft de afgelopen jaren een aantal opmerkelijke nieuwe groenten gelanceerd: een watermeloen zonder pitten, de zogenaamde ‘Intense’ tomaat: een tomaat die bij het snijden geen vocht lekt, en de zogenaamde ‘Multileaf sla’: een nieuwe, gebruiksvriendelijke slasoort. “Als je die krop Multileaf sla aansnijdt vallen de slablaadjes saladeklaar op je bord”. I

Foto: Zebra Fotostudio’s B.V.

71


Gemeente Gulpen-Wittem

Burgemeester Bas van den Tillaar oordeelt dat Heuvelland inwoners tekort doet

’Meer samenwerking keihard nodig’ 72


Gemeente Gulpen-Wittem

Brabander Bas van den Tillaar heeft er alweer de helft van z’n eerste ambtsperiode opzitten als burgemeester van Gulpen-Wittem. Hij oordeelt dat de provincie zich helder en duidelijk manifesteert. Beter dan in NoordBrabant. Maar er is een keerzijde. De provincie mocht bij de gebiedontwikkeling wat meer oog en oor hebben voor de wensen van de regio. Maar de regio zelf moet beter samenwerken.

D

e positieve effecten die Gulpen-Wittem merkt van de provincie? “De herkenbare lijnen die de provincie uitzet, als het gaat om de bereikbaarheid, de demografische ontwikkelingen en de opbouw van brainport Zuid-Limburg. De gebiedsontwikkeling krijgt aardig vorm in de Westelijke Mijnstreek, is herkenbaar in Parkstad, maar blijft helaas achter in het Heuvelland”. Bas van den Tillaar is best complimenteus over de provincie, maar schuwt niet om ook de vinger op de zere plekjes te leggen. “De provincie zou een tikkeltje meer als dienstverlenende en ondersteunde instantie mogen opereren. Niet alleen strak het eigen programma nastreven, maar ook open staan voor projecten die door de regio worden aangedragen. Ook als die niet helemaal in het straatje van de provincie passen”. Van den Tillaar heeft zich in een paar jaar tijd ontpopt als een groot voorstander van meer en betere samenwerking in het Heuvelland. “Ik was op dat vlak verwend als bestuurder die deel uitmaakte van het Samenwerkingsverband Eindhoven. Daar waren ook meningsverschillen, maar de neuzen stonden altijd weer dezelfde richting uit”. Het Heuvelland is nog niet zover. En doet zich daarmee zelf en haar inwoners tekort, beaamt hij. “Door de verdeeldheid laten we kansen én subsidies liggen. Als Gulpen-Wittem stellen we in overlegstructuren met Den Haag weinig voor. Dat wordt anders als we ons als stedelijk netwerk Maastricht-Heuvelland kunnen presenteren. Maar daarvoor is het nodig dat we Maastricht als regisseur van de regio accepteren en de stad ook nadrukkelijk het gezicht naar de regio draait”. Volgens Van den Tillaar is het absolute noodzaak dat de bestuurders in de regio doordrongen worden van het belang van samenwerking. Waarom het nog steeds niet lukt? “Er zitten niet altijd de juiste mensen aan de overlegtafels. En het gebied is nogal heterogeen. Om

maar een voorbeeld te noemen: GulpenWittem, Vaals en Valkenburg aan de Geul vormen de helft van de gemeenten in het Heuvelland die wél voor negentig procent van de overnachtingen zorgen. Maar we blijven eraan trekken. Die samenwerking is noodzaak om Heuvelland op alle fronten toekomstbestendig te maken. En met het nieuwe college in Maastricht is er ook een nieuwe samenwerkingswind gaan waaien”.

gedwongen hun stek moeten verlaten. Met de krimp voorziet Van den Tillaar op termijn ook leegstand. Met name oudere koopwoningen zullen steeds moeilijker aan de man te brengen zijn, zo verwacht hij. “Ook dat is zo’n probleem, dat je samen in de regio moet oppakken”. Van den Tillaar ziet in de ontwikkeling van de nieuwe campus van de Technische Universiteit van Aken ook kansen voor Gulpen-Wittem.

Hij geeft zonder dralen toe dat GulpenWittem met een kleine 15.000 inwoners organisatorisch niet de juiste maat heeft om volledig op eigen benen de toekomst in te gaan. Van den Tillaar gelooft desondanks in de zelfstandigheid van de gemeente, maar wel in vergaande samenwerking met Valkenburg aan de Geul en Vaals. “Voor die samenwerking heb ik geen blauwdruk. We moeten zoeken naar het juiste model. De kleinschaligheid en de korte lijnen naar de inwoners zijn uiterst belangrijk en worden ook belangrijk gevonden door de bevolking. Daarnaast moet je ervoor zorgen dat de service voor de inwoners op niveau blijft. Dan heb je de twee belangrijkste basisvoorwaarden voor de legitimiteit als zelfstandige gemeente. We zijn nu present bij het 350-jarig bestaan van de schutterij in Mechelen. Dat is voorbij als je opgaat in een veel grotere gemeente en daarmee breekt ook een band tussen inwoners en bestuur”, zo benadrukt Van den Tillaar. Net als in andere plattelandsgemeenten is het behoud van de leefbaarheid in de tien kernen van Gulpen-Wittem een van de belangrijkste opgaven voor het gemeentebestuur. De burgemeester wijst erop dat het wenselijk is om basisvoorzieningen als gemeenschapshuizen en scholen in stand te houden, als belangrijke schakels voor de dorpen. Multifunctioneel gebruik van gebouwen is een andere optie. Kleine bouwprojecten en woon/zorg-combinaties vormen een ander middel om jongeren te binden en te voorkomen dat ouderen nood-

“Die wetenschappers uit Aken blijven niet op de campus zitten. Noch om te wonen, noch om te brainstormen. Werken in Aken, wonen en confereren in het groen in Gulpen-Wittem. Daar zouden we voor kunnen gaan. Het liefst als regio”. Gulpen-Wittem telt trouwens ook nog 160 agrarische bedrijven. Volgens Van den Tillaar mag niet vergeten worden dat de agrarische sector het fraaie cultuurlandschap van de gemeente heeft gevormd. Een decor waarin tienduizenden recreanten wandelen, fietsen en genieten van de natuur. “Dat landschap willen we samen met de boeren in stand houden. Mét een kwaliteitsslag als het gaat om hotels. Want de toerist verlangt steeds meer kwaliteit. Maar zonder grote dagattracties. Laat Parkstad daar maar sterk in zijn. Bij ons gaat het erom het landschap te beleven. Er ook iets van op te steken. We hebben nu een gedichtenroute die zich gaat uitstrekken over het hele Geuldal. En ik zie veel perspectief in het bezinningstoerisme. Op adem komen in mooie kloosters, zoals in Wittem. Een trend waar we als Heuvelland op moeten inspelen”. Gulpen-Wittem in 2020? “We zijn dan nog steeds zelfstandig, maar doen veel taken samen met Valkenburg aan de Geul en Vaals. De agrarische sector heeft nog steeds een volwaardige plaats en als toeristisch centrum van het Heuvelland groeien en bloeien we, omdat we die kwaliteitsslag hebben kunnen maken”. I

73


Enexis

Topman Han Fennema van netwerkbedrijf Enexis

‘Meer gevoel voor de klant tonen’ Enexis is in Limburg, na de opsplitsing van Essent, de beheerder van gasleidingen en stroomkabels in Limburg. Behalve in Limburg zorgt Enexis ook in Noord-Brabant en de noordoostelijke provincies voor de distributie van stroom en gas. De energienetbeheerder heeft bijna 4000 mensen in dienst, waarvan zo’n 1200 in Limburg. Gesprek met topman Han Fennema over de klant, mentaliteitsveranderingen, de energierevolutie die op komst is en forse investeringen in Limburg.

H

ij heeft al aan inburgering gedaan in Limburg, waar Enexis een half miljoen klanten heeft. Hij was een weekendje weg Maastricht en Meerssen. Heeft ook al kennis gemaakt met een deel van de aandeelhouders: provincie en gemeenten. Fennema is het type topman dat wil weten wat er in de regio speelt. De nieuwe directeur van Enexis is trouwens een Fries, die bewijst dat Friezen helemaal niet stug zijn. Fennema is gewoon een goedlachse Bourgondiër, die zich vooral heeft voorgenomen om de klanttevredenheid op een hoger peil te brengen. De 2,6 miljoen huishoudens die Enexis in totaal bedient, geven het bedrijf nu het cijfer 7,5. En dat mag hoger, oordeelt Fennema:”We moeten nog meer gevoel krijgen van wat de klant van ons verwacht. Onze monteurs moeten niet belemmerd worden door teveel regels, maar meer de ruimte krijgen om klantgericht te werken. Uiteraard staat daarbij de veiligheid wel voorop. Bij stroomstoringen moeten we van hoog tot laag tonen dat we de klanten serieus nemen en verduidelijken dat uren in het donker zitten geen lolletje is. Wederzijds begrip kweken. Een hartelijk briefje doet dan al wonderen”. Klanten van netbeheerders hebben recht op compensatievergoeding als een stroomstoring langer dan vier uur duurt.

74

Fennema heeft daar geen moeite mee, maar hij verwacht dat de klant bij de juiste benadering daar nauwelijks gebruik van zal maken. “Die vergoedingen worden uiteindelijk betaald door de klanten zelf. Maak dat de mensen ook duidelijk. En storingen zijn veelal overmachtsituaties. Dertig procent is terug te voeren op graafwerkzaamheden”. Fennema vindt ook dat de telefonische contacten beter kunnen. Hij heeft zelf een dagje gebeld met klanten op het callcenter. “Als klanten bellen met opmerkingen, moeten we helder en duidelijk zijn en ze niet vermoeien met regeltje zus of zo. Gelukkig merk ik dat we heel betrokken medewerkers hebben. Bij een van de laatste storingen zat Rosmalen acht uur zonder stroom. Onze meteropnemers zijn spontaan de straat opgegaan om de bevolking te informeren”. Limburg heeft verhoudingsgewijs de minste stroomstoringen in het werkgebied van Enexis. “In Limburg zijn kwalitatief goede netten. Deels terug te voeren op gemeentelijke energiebedrijven die hun zaakjes tiptop in orde hadden”. Limburg ligt dan ook onder het Enexis-gemiddelde van 20 minuten stroomstoring per jaar. Aan de andere kant: in Limburg en Noord-Brabant heeft Enexis weer meer last van hennepkwekerijen dan in de noordoostelijke provincies. Ook Limburg zal de komende jaren nadrukkelijk merken dat Enexis meer wil zijn dan een energiedistributeur van dertien in het dozijn. Meer wil zijn dan een bedrijf, waarvan je de naam alleen invalt

als de stroom uitvalt. Duurzaam, betrouwbaar en betaalbaar zijn daarbij de kernbegrippen. En met die duurzaamheid zit Enexis op één lijn met een van de speerpunten van de provincie Limburg. Fennema: “De energiesector zal volledig veranderen. De fossiele brandstoffen raken op. We krijgen een klimaatverandering. Duurzame energie heeft de toekomst en die willen wij zo goedkoop en zo slim mogelijk bij de klant brengen. Maar daarvoor is er ook een mentaliteitsverandering bij de klant nodig”. Enexis stond al aan de wieg van het initiatief e-laad van de verenigde netwerkbedrijven om binnen drie jaar 10.000 laadpunten voor elektrische auto’s aan te leggen. De eerste laadpunten staan ook al in Limburg. “De elektrische auto zal steeds meer inburgeren. Dat betekent dat we de komende 30 jaar extra miljarden moeten steken in de uitbreiding van de netten. Het stroomverbruik zal immers fors toenemen. Die uitgaven kunnen we deels vermijden door slimme oplossingen. Het verbruik spreiden. Door het zo te sturen dat de accu’s in de auto ’s nachts worden geladen. Op op momenten dat er een groot aanbod is van duurzame energie. Dat geldt ook in het huishouden. We moeten meer prikkels inbouwen om het voor de klant zo goedkoop mogelijk te kunnen houden. Scherpere daltarieven bieden, zodat je pieken op de stroomleiding voorkomt”. Nog zo’n mooie ontwikkeling: de slimme energiemeter. Fennema gelooft er heilig in dat die meters over tien jaar gemeengoed


Han Fennema, Enexis Foto: Henry Peters Fotostudio

zijn in 80 procent van de huishoudens. In Limburg zijn de eerste slimme meters al geïnstalleerd. In alle nieuwbouwwoningen zijn ze standaard en na renovatie komen ze voortaan ook in de huursector. Wat er slim is aan die meters? Ze kunnen zo aangestuurd worden, dat ze een signaal zenden naar de wasautomaat om met wassen te beginnen op een moment dat de stroomvraag laag is en er gebruik kan worden gemaakt van duurzame energie. Van windmolens, tot zonnepanelen en warmtekrachtcentrales van tuinders. Zoals in het kassengebied Californië in Noord-Limburg, waar de tuinders gezamenlijk het surplus aan elektriciteit weer terug op het net kunnen zetten. Belangrijk onderdeel van de energierevolutie is dat de consument steeds nadrukkelijker producent wordt en een grotere bijdra-

ge levert aan het gebruik van duurzame energie. Het gebruik van zonnepanelen, warmtepompen en windmolens betekent dat particulieren hun energieoverschot weer kunnen doorgeven aan het net. Dat netwerk moet dus geschikt worden gemaakt voor tweerichtingsverkeer. De jaarlijkse investeringen van Enexis moeten voor die aanpassing omhoog van 500 naar zo’n 700 miljoen. Er wacht trouwens nog een forse uitdaging voor Fennema. Binnen tien jaar gaat twintig procent van het huidige personeel met pensioen. Vooral technici. “We zijn nu al volop bezig met de werving van nieuwe technici. We hebben uiteindelijk zo’n 800 mensen nodig. We zijn een eigen bedrijfsschool gestart. Buiten werken in weer en wind is niet echt aantrekkelijk. We moeten dus extra moei-

te doen. Ik sluit niet uit dat we straks ook zo’n school in Limburg gaan opzetten”, zo kondigt Fennema aan. En dan is er ook nog een forse extra investering van Enexis in Limburg. De netwerkbeheerder steekt 30 miljoen euro in de bouw van twee nieuwe regiokantoren in Maastricht en Venlo. Over twee jaar staan die kantoren er. Duurzaam gebouwd natuurlijk. Want Enexis wil ook op dat front het goede voorbeeld geven. Fennema: “De energiesector is een mooi vak. De ontwikkelingen zijn ongekend. Wij mogen managen. Maar de echte taak ligt bij onze mensen in het veld. Ik kan geen mof lassen. De wijze waarop wij met mensen omgaan bepaalt mede hoe snel al die mooie en duurzame ontwikkelingen gestalte krijgen”. I

75


hoofdstuk artikelnaam

Martin Paul, vice-voorzitter van de Raad van Bestuur van het Maastricht UMC+: “We zijn straks niet meer uitsluitend een ziekenhuis: we worden meer en meer een ‘gezondheidshuis’. We helpen en begeleiden mensen om gezond te blijven en om ziekte zoveel mogelijk te voorkomen”.

76


Maastricht Life & Science Campus

‘Maastricht Life & Science Campus’ tilt gezondheidszorg naar internationaal niveau

Nieuw imago van Limburg:

goed èn gezond leven… MAASTRICHT – “Limburg heeft een goede naam en een goed imago als het gaat om het genieten van het goede, Bourgondische leven. Maar wij als Maastricht Universitair Medisch Centrum+ (Maastricht UMC+) willen de komende jaren iets wezenlijks toevoegen aan dat imago: gezondheid. In de toekomst zal Limburg bekend staan om het goede èn het gezonde leven”.

D

at zegt prof. dr. Martin Paul vice-voorzitter van de raad van bestuur van het Maastricht UMC+. Nederlands jongste universitair medisch centrum heeft ambitieuze plannen voor de toekomst samengevat in de ‘Maastricht Life & Science Campus’. Dat project wil zogeheten ‘Centers of Excellence’ verder ontwikkelen op het gebied van hart- en vaatziekten, oncologie, hersenonderzoek en chronische ziekten. De Universiteit Maastricht, de gemeente Maastricht, het LIOF en de Provincie Limburg werken mee aan het project. De Maastricht Life & Science Campus vergt een totale investering van ongeveer 330 miljoen euro. In 2009 is het project door het ministerie van Economische Zaken erkend als een “campus van nationale betekenis”. Paul: “Momenteel leggen we de laatste hand aan het masterplan voor het project, dat naar verwachting in voorjaar 2011 gaat verschijnen”. Op het gebied van hart- en vaatziekten werkt het Maastricht UMC+ intensief samen met het

Universitätsklinikum Aachen. “Die samenwerking is al concreet: Maastrichtse chirurgen opereren in Aken en Akense chirurgen opereren in Maastricht. Die samenwerking moet op termijn resulteren in de oprichting van een cardiovasculair centrum op het grensoverschrijdende bedrijventerrein Avantis bij Heerlen. In dat centrum gaan Maastricht en Aken de kennis op gebied van hart- en vaatziekten bundelen. In dat cardiovasculair centrum kunnen patiënten straks internationale topzorg verwachten op het gebied van hart- en vaatziekten”, zegt Paul. Dat centrum zal rond 2015 opgeleverd worden.Een ander ‘Centre of Excellence’ dat het Maastricht UMC+ wil oprichten is het ‘Particle Therapy Centre’, een nieuw bestralingscentrum (radiotherapie) voor kankerpatiënten. “Bij bestraling van een tumor wordt helaas ook veel gezond weefsel van een patiënt aangetast. Vervelend en pijnlijk voor patiënten. In het nieuwe Particle Therapy Centre ontwikkelen we een vorm van bestraling die alleen de tumor aantast en het gezonde weefsel in tact laat. >

77


windturbines

biogas windturbines

elektrisch vervoer zonnepanelen

slim netwerk

biomassa centrale

zonnepanelen

elektrisch vervoer

slim netwerk

slimme woonwijk

zonnecentrale

elektrisch vervoer

even inzoomen op de energie van morgen Bij Enexis steken we veel energie in het energielandschap van morgen. Duurzame bronnen als wind, zon en biomassa spelen daarbij een steeds belangrijkere rol. Ons netwerk verbindt vraag en aanbod; nu en in de toekomst. Bij Enexis lopen we voorop als het gaat om innovatieve en duurzame oplossingen. Zo werken we aan pilots in woonwijken. We sluiten duurzame woningen aan op een innovatief energienet. Dit slimme energienet maakt het mogelijk om lokaal opgewekte energie aan het netwerk terug te leveren. Zodat bewoners straks niet alleen gebruikers, maar ook leveranciers van energie zijn. Ook voor elektrische auto’s is in de toekomst een belangrijke rol weggelegd. Met 10.000 oplaadpunten zijn we al een eind op weg. Zo werken wij samen met u aan een duurzame energievoorziening. Wat wij doen, ziet u op www.enexis.nl. Kijk wat u kunt doen op www.zelfenergieproduceren.nl.


Maastricht Life & Science Campus

dat het Maastricht UMC+ in de toekomst van karakter verandert. “We zijn straks niet meer uitsluitend een ziekenhuis: we worden meer en meer een gezondheidshuis. We helpen en begeleiden mensen om gezond te blijven en om ziekte te voorkomen”. Van groot belang daarbij is vroege diagnostiek. “Dankzij de snel voortschrijdende techniek kunnen we steeds vroeger steeds betere diagnoses stellen. Daarmee kun je risicogroepen in een vroeg stadium traceren en behandelen zodat ze uiteindelijk niet ziek zullen worden”.

Bestralen wordt een veel meer pijnloze en schadevrije behandeling”, aldus Paul. Binnen dat Particle Therapy Centre gaat het Maastricht UMC+ samenwerken met MAASTRO Clinic, het radiotherapeutisch onderzoekscentrum in het Duitse Jülich en het Klinikum in Aken. Hoge verwachtingen heeft het Maastricht UMC+ ook op het gebied van hersenonderzoek. De universiteit gaat samen met het Maastricht UMC+ twee hypermoderne MRI-scanners aanschaffen, waarmee hersenen tot op microscopisch niveau onderzocht kunnen worden. “Van dat type scanners zijn er momenteel nog maar drie in de wereld”, zegt Paul. Paul verwacht dat het hersenonderzoek in Maastricht de komende 15 jaar belangrijke nieuwe kennis gaat opleveren, die bij gaat dragen aan oplossingen voor diverse volksziekten zoals Alzheimer, Parkinson, epilepsie en multiple sclerose. Dankzij de nieuwe ‘superscanners’ kunnen patiënten straks

rekenen op een snelle en exacte diagnose, zonder vervelend of pijnlijk onderzoek. Artsen krijgen antwoord op hun vragen over ziektes van lichaam en geest. De farmaceutische industrie toont nu al grote interesse voor de toepassingsmogelijkheden van deze scanners voor de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen. Economen kunnen, bijvoorbeeld, dankzij dit type scanners meer inzicht krijgen in menselijke besluitvorming. Psychologen en pedagogen kunnen de ontwikkeling van menselijk gedrag beter gaan begrijpen en zo nieuwe inzichten verwerven in hoe mensen leren. Nog zo’n ‘Centre of Excellence’ wordt het ‘Personalised Lifestyle Centre’. Dat centrum gaat inspelen op het bewustzijn van gezond leven. Een centrum dat op individueel niveau voorlichting gaat geven over gezondheid, sport en bewegen, lifestyle en voeding. Een plek waar het publiek naartoe kan komen voor persoonlijk advies. Dat centrum gaat er volgens Paul aan bijdragen

Op het gebied van hart- en vaatziekten start het Maastricht UMC+ eind 2010 een grootschalig gezondheidsonderzoek onder 10.000 personen in de regio. “Op die manier willen we met deze Maastricht Studie meer inzicht krijgen in preventie en behandeling van chronische ziekten zoals diabetes en hartziekten”. Vroege diagnostiek, in combinatie met voorlichting en persoonlijke begeleiding door het ‘Personalised Lifestyle Centre’ moeten ertoe leiden dat uiteindelijk minder mensen ziek zullen worden. “Dat helpt om de kosten van de toekomstige gezondheidszorg beheersbaar te houden”, zegt Martin Paul. De ‘Maastricht Life & Science Campus’ gaat samenwerken met het bedrijfsleven. Daarvoor komen er meer zogenoemde ‘incubators’, waar (nieuwe) bedrijven mee kunnen participeren in onderzoek en ontwikkeling van bijvoorbeeld nieuwe medicijnen. Naar verwachting gaat de ‘Maastricht Life & Science Campus’ ongeveer 2.500 nieuwe banen opleveren. Volgens Martin Paul gaat die nieuwe campus dankzij toonaangevend, internationaal onderzoek een belangrijke bijdrage leveren aan het toekomstige imago van Limburg en de Euregio. “Limburg krijgt het imago van een provincie waar het niet alleen goed, maar ook gezond leven is”. I

79


hoofdstuk artikelnaam Gemeente Leudal

Arno Verhoeven en Ton Donders gaan voor groene zorggemeente Leudal

‘Kansen krijg je niet, maar moet je creëren’ Burgemeester Arno Verhoeven van Leudal oordeelt dat Midden-Limburg op de goede weg is met de regionale samenwerking. Mét de N280 West en de zogenaamde Zorgstrip en de doorvertaling ervan naar de leefbaarheid in de zestien kernen, heeft Leudal twee belangrijke onderwerpen van de regionale agenda binnen de gemeentegrenzen. Verhoeven analyseert samen met Ton Donders, directeur Ontwikkeling in Leudal, de actuele stand van zaken.

W

at de provincie met Investeren en Verbinden doet, kan ook op lokale schaal uitgevoerd worden. Leudal bewijst het. Met een eigen Eenheid Ontwikkeling focust de gemeente op grotere projecten binnen Leudal, zoekt daarvoor de juiste partners en probeert nieuwe ontwikkelingen zo goed

80

mogelijk te faciliteren en de gebiedsagenda voor Midden-Limburg uit te voeren. ‘’Het is alle moeite waard om te investeren in regionale samenwerking. Maar we bouwen ook aan een eigen ontwikkelingsagenda voor Leudal. Daar hebben we de gemeentelijke organisatie zelfs op aangepast. Om Leudal met projecten die er toe doen op de kaart te zetten”, benadrukt burgemeester Verhoeven.

Een van de eerste projecten van die Eenheid Ontwikkeling, is het project Zorg en Leefbaarheid Kleine Kernen. Daarbij gaat het om zorg, maar ook om het behoud van winkels en andere voorzieningen. “Met de vergrijzing, de alsmaar duurdere zorg en de bevolkingskrimp in het achterhoofd, is het zaak de zorg zo dicht mogelijk aan huis te brengen. In samenwerking met het verwe wat de mogelijkheden zijn voor de inzet van


Gemeente Leudal

vrijwilligers voor die leefbaarheid. En we bekijken in samenspraak met zorgverleners wat de mogelijkheden zijn. Denk aan Brede Maatschappelijke Voorzieningen. We zijn met dat project de proeftuin voor de overige gemeenten in Midden-Limburg. Uitgangspunt is dat we de verenigingen, instellingen en ondernemers van de kernen optimaal betrekken bij de plannen. Zo bekijken we of we bijvoorbeeld toch een winkel in stand kunnen houden door co-ondernemerschap en de inzet van vrijwilligers”, legt Ton Donders uit. Zestien kernen telt Leudal en Arno Verhoeven benadrukt nog maar eens dat het onmogelijk is alle basisvoorzieningen in die kernen te behouden. “We kunnen wel slimme combinaties leggen. En functies nabij kernen in stand houden. Een tenniscomplex op de rand van twee kernen bijvoorbeeld. En vooral de ogen open houden voor nieuwe media, zodat je vanuit servicepunten in de kernen toch visueel contact kunt leggen met bijvoorbeeld gemeente, politie, de bank en de zorginstelling”. Leudal wil met name een rol spelen in de verdere ontwikkeling van het zorgaanbod in Midden-Limburg. En heeft daarmee met Proteion, het Academisch Ziekenhuis Maastricht en Ciro sterke partners. Ciro heeft op het terrein van het voormalige sanatorium Hornerheide een expertisecentrum voor chronisch falen van hart- en longen ontwikkeld. Inclusief patiëntenopvang, centra voor onderzoek naar slaapgedrag en een bewegingscentrum. Ciro werkt aan nieuwe behandelmethoden en wil ook een bijdrage leveren aan lifesciences in Limburg. De provincie zou die voorzieningen graag willen uitbouwen tot een zorgstrip, of zorgboulevard, inclusief een nieuw centraal ziekenhuis voor heel MiddenLimburg. Volgens Verhoeven richt zich daarop thans niet de aandacht. “In de zorg worden er geen stenen meer gestapeld op één centrale plek. De toekomst is aan poliklinieken in meerdere regiogemeenten”. De burgemeester ziet op die zorgstrip wel alle ruimte voor opleidingen, zodat Leudal ook een steentje kan bijdragen aan het beleid van de provincie om jongeren weer te bewegen naar Limburg te komen en/ of te blijven. Verhoeven en Donders gaan er vanuit dat die zorg in Leudal op termijn honderden arbeidsplaatsen kan opleveren. Een heikel thema in Leudal is de uitbreiding van de N280-west tussen Weert en Roermond tot een twee keer tweebaans autoweg. “Een goed initiatief van de pro-

vincie. Die weg loopt alleen voor het grootste deel over ons grondgebied. Het is dus legitiem om die snelle verbinding tussen Roermond en Weert niet alleen te faciliteren, maar ook onze eigen opvattingen in te brengen. Hoe die weg het beste ingepast kan worden in onze gemeente. Welke ongelijkvloerse kruisingen er eventueel nodig zijn. En welke economische ontwikkelingen die nieuwe autoweg met zich mee kan brengen. Daarvoor willen we graag onze inbreng leveren in de tracékeuze. Niet omdat we dat initiatief willen vertragen”, zo benadrukt Arno Verhoeven. En dan gaat Leudal ook aanhaken bij de Maasplassen. Met eventueel dag- en verblijfsrecreatie en een nieuwe jachthaven in Neer. Hoogwaterbescherming, mogelijk in combinatie met ontgrindingen in Buggenum, Hanssum en Neer met recreatie als toegevoegde waarde. Leudal levert daarmee een bijdrage aan de hoogwaterbescherming van de regio Roermond door aanpassing van de brug bij Buggenum door Rijkswaterstaat. Die brug heeft nu opstuwende effecten bij hoogwater. Verhoeven: “In de regionale samenwerking gaat het om de balans. Niet alleen naar jezelf redeneren, maar voor de totaliteit gaan. De herindeling van Midden-Limburg had alles te maken met het creëren van meer bestuurskracht voor de hele regio. Samen strategische thema’s uitwerken die je niet alleen kunt verhapstukken. Daar draait het om. En binnen die gebiedsontwikkeling Midden-Limburg (GOML) zijn we tevreden over de ruimte die Leudal krijgt”. Het agrarische karakter van Leudal herbergt tevens de grote toeristische potentie van Leudal, in 2009 uitgeroepen tot de beste gemeente van Limburg. Nunhems zaden is zelfs een wereldspeler in de agribusiness. Die wereldspeler gaf onlangs nog te kennen graag in Leudal te blijven. De gemeente beseft het grote belang van de agrarische sector en gaat ook met plattelandsburen als Peel en Maas, Horst aan de Maas en Venray praten over samenwerking. Ton Donders maakt bekend dat Leudal momenteel bekijkt of en welke rol er voor de gemeente is weggelegd op de Floriade. En Verhoeven concludeert dat ook in Leudal

de schaalvergroting steeds meer haar intrede doet in de landbouw. “Daarnaast zal de multifunctionale landbouw het buitengebied van Leudal gaan typeren. Zorgboerderijen en bedrijven die zich richten op streekproducten. We hebben al een tiental zorgboerderijen in Leudal”. De gemeente verwacht trouwens dat het toerisme in Leudal met Buitenhof de Leistert een geweldige injectie krijgt. In dat nieuwe vakantiedorp in Roggel verrijzen 225 vakantiewoningen. Woningen in de stijl van Limburgse boerderijen. Een mega-investering waarvoor grote belangstelling uit het hele land is. In het gemeentehuis wordt al gesproken over De Leistertboulevard, want het vakantiedorp zal een grote aanzuigende werking hebben op andere recreatieondernemers. Langs de Leistert is ook planologisch nog alle ruimte voor recreatieve ontwikkelingen. “De Leistert wordt het zeventiende dorp van Leudal. Met een gigantisch vliegwieleffect. Niet alleen voor de lokale middenstand, maar ook voor regionale attracties zoals bijvoorbeeld Toverland. De gemeente profiteert ook in de vorm van toeristen- en onroerend zaak belasting. Bovendien worden de camping en alle bestaande voorzieningen opgewaardeerd”, aldus Verhoeven en Donders. Behalve de Leistert heeft Leudal nog een aardige ontwikkeling in het verschiet: de aanleg van een golfbaan komt steeds dichterbij. De burgemeester voorspelt een zonnige toekomst voor Leudal. “We groeien uit tot een gemeente met het mooiste buitengebied. Met een combinatie van landbouw, recreatie en hoogwaardige zorg dicht bij huis. Een omgeving waar iedereen veel en graag wil zijn”. I

81


Maastricht Aachen Airport

Jan Tindemans van Maastricht Aachen Airport over ‘wisselende snelheden’ van provincie

‘We liggen beter dan

Schiphol’

Éen tot anderhalf miljoen passagiers. En zo’n kwart miljoen ton aan vrachten. Nieuwe luchthavengebouwen met kantoren, horeca, leisure, attracties en een nieuw hotel langs de A2. Op het bedrijventerrein Aviation Valley is 50 ha bebouwd met nieuwe ondernemingen. Dat beeld schetst directeur Jan Tindemans over Maastricht Aachen Airport (MAA) in 2020. Ondanks alle misère van de afgelopen decennia voorspelt Tindemans een gouden toekomst voor MAA.

82


Maastricht Aachen Airport

I

n politieke kringen hoor je het wel eens opperen: ‘Sluit Maastricht Aachen Airport. In de directe nabijheid liggen voldoende luchthavens’. Directeur Jan Tindemans reageert stoïcijns: “Dat zou een aderlating zijn voor heel Limburg”. Maar even wat cijfers die Tindemans etaleert om zijn opmerking kracht bij te zetten. Maastricht Aachen Airport biedt directe- en indirecte werkgelegenheid aan zo’n 1500 mensen. De teller op de luchthaven gaat weer richting 350.000 passagiers en er wordt 86.000 ton aan vrachten genoteerd. Vooral elektronicaonderdelen die voor de assemblage naar bedrijven in Venray, Roermond en Tilburg gaan. De vrachten uit China groeien gestaag. En Leeuwenborgh opende onlangs een nieuwe school voor vliegtuigtechniek bij MAA: het Aviation Competence Centre. De opleiding telt 250 leerlingen. “Een opleiding die altijd werk biedt”, zegt Tindemans. Met de vlieginstructeur- en pilotenopleiding van Stella Aviation Company en Air Service Limburg biedt de luchthaven ook al opleidingscentra van formaat. “We liggen beter dan Schiphol. Vooral het vrachtverkeer wordt van steeds groter belang voor de regio. We zitten al op een niveau dat Schiphol niet meer leuk vindt”, knikt de luchthavendirecteur. Voor een optimale afwikkeling van het verkeer werd twee jaar geleden de aansluiting op de A2 al verbeterd, als onderdeel van een nieuwe Ringweg (kosten tien miljoen euro) rond de luchthaven. De bemoeienis van de provincie met de luchthaven zorgt voor gemengde gevoelens bij Tindemans. “Het is een provinciebestuur van wisselende snelheden”. Hij roemt de snelheid waarmee Gedeputeerde Driessen 40 procent van de grond van bedrijventerrein Aviation Valley aankocht voor verdere ontwikkeling door het provinciaal grondbedrijf in combinatie met private investeerders en de luchthaven. Maar hij zucht diep als hij het heeft over het uitblijven van het besluit van de provincie om de infrastructuur van MAA over te nemen. “Die infrastructuur is een publieke taak die weinig risico oplevert. De luchthaven blijft verantwoordelijk voor de exploitatie en de commerciële risico’s. Provinciale Staten hebben er één discussie aan besteed en we wachten nu al ruim een

half jaar op een besluit. Dat is teleurstellend. Vooral omdat dezelfde constructie voor de luchthavens in Antwerpen, Oostende en Kortrijk inmiddels nagenoeg afgerond is”, aldus Tindemans. Volgens de MAA-directeur, zelf oud Pvda-gedeputeerde, heeft de invoering van het dualisme voor littekens gezorgd in het provinciehuis. “De gedeputeerden zijn niet in staat een eenduidige koers uit te zetten, het ambtelijk apparaat wordt onvoldoende aangestuurd en Provinciale Staten laten zich verleiden tot ad hoc besluiten. Zo’n beslissing om te participeren in onze infrastructuur wordt meteen in de politieke sfeer getrokken en Gedeputeerde Staten deinzen terug voor het publicitair risico dat opdoemt”. Tindemans merkt dat zowel de aard van de passagiersstromen, als de inkomsten veranderen. Door de low cost vluchten verdienen de luchthavens steeds minder aan het personenvervoer. Tindemans wijst erop, dat deskundigen inmiddels voorspellen dat het vliegen op termijn gratis wordt en de verdiensten moeten komen uit hotelboekingen, parkeertarieven, autohuur en winkelen in Luchthavens. Op Maastricht Aachen Airport is een nieuwe tendens zichtbaar. Met name de 25 wekelijkse vluchten van Ryan Air, zorgen tegenwoordig voor inkomende stromen passagiers uit Spanje en Italië. “Die doen een weekje Maastricht en besteden gemiddeld zo’n 300 euro per dag in de regio aan hotels en in winkels”. Tindemans concludeert dan ook dat de regio de helpende hand zou moeten reiken om het aantal inkomende passagiers verder op te krikken. “Elk vliegveld wordt afgemeten op het aantal passagiers. Weeze heeft het voordeel dat de overheid geld stopt in de exploitatie. Eindhoven groeit met name dankzij de status van militair vliegveld. Wij hebben die voordelen niet. Daarom zou er ook in het buitenland reclame moeten worden gemaakt voor Maastricht Aachen Airport. Hotels, de VVV en de Limburgse steden zouden daar hun steentje aan moeten bijdragen. We bouwen zelf volop aan een nieuwe luchthaven met een positief imago”. Ook als het gaat om de binnenlandse markt leunt de MAA-directeur niet achterover. Tindemans zou dolgraag de lijnverbinding met Schiphol weer herstellen. Die route werd in 2008 geschrapt door de

KLM. Aanvankelijk wilde Stella die route overnemen. Dat plan ketste af. De luchthavenleiding is in onderhandeling met een nieuwe partij die de verbinding weer wil herstellen. “Gouverneur Frissen heeft er alles aan gedaan om de KLM op andere gedachten te brengen. Dat is helaas niet gelukt. Ik heb er vertrouwen in dat het met die nieuwe partij wél rond komt. Die verbinding is zowel voor ondernemers als voor toeristen van belang en brengt Limburg veel dichter bij de Randstad”. De Oost-Westbaan, verbod op nachtvluchten , protesten van omwonenden; de geschiedenis van de luchthaven in Beek herbergt veel turbulentie. Tegenwoordig is het veel rustiger aan het front. Klachten zijn incidenteel. “We nemen onze verantwoordelijkheid. Maar wel vanuit de realiteit dat vliegverkeer altijd enige overlast oplevert en klachten soms ook met een stukje psychologie te maken hebben”. In 2004 kreeg de combinatie Omniport/Dura Vermeer een meerderheidsbelang in de luchthaven. Maastricht Aachen Airport is nog steeds de enige geprivatiseerde luchthaven van Nederland. Met de kansrijke combinatie met businesspark Aviation Valley, waar inmiddels de eerste bedrijfsvestigingen een feit zijn en de provincie zich ook als partner manifesteert. “Het begint nu echt goed te lopen. Met vier andere ondernemingen zijn de onderhandelingen ver gevorderd”, benadrukt Tindemans. De aantrekkingskracht van de luchthaven blijkt ook wel uit de vestiging van klinkende namen als Deloitte , KPMG en advocatenkantoor Boels Zanders op het gemeentelijk kantorenpark Maastricht Airport. Tindemans wil op Maastricht Aachen Airport vooral inzetten op verdere groei van het vrachtverkeer. Dat is ook een van de aanbevelingen in het rapport Terugblikken en Vooruitzien voor Maastricht Aachen Airport van Roland Berger Strategy Consultans. In die rapportage wordt MAA een belangrijke regionale toekomst toegedicht als de luchthaven zich kan concentreren op de commerciële exploitatie. “Eigenlijk is het heel logisch. Alle regio’s die het economisch goed doen, hebben vliegverbindingen met de rest van Europa en de wereld. De universiteit, het Mecc en de Tefaf zouden een stuk minder bereik en uitstraling hebben zonder de luchthaven. En dan wil ik het nog niet eens hebben over de logistieke sector in Limburg”. I

83


hoofdstuk artikelnaam Gemeente Horst aan de Maas

Het dienend leiderschap van burgemeester Kees van Rooij

‘Het leven moet gewoon goed zijn in Horst aan de Maas’ Hij heeft het prima naar z’n zin in Horst aan de Maas. Hij is er nu ruim vijf jaar aan de slag als burgemeester. Sollicitaties naar een andere stek zijn vooralsnog niet aan hem niet besteed. Kees van Rooij: “Ik ben niet zo’n carrièrejager”.

V

an belangenbehartiger (algemeen secretaris) van het MKB Limburg naar het burgemeesterschap in Horst aan de Maas. Het is hem goed afgegaan. Geen mediastormen rond bestuurder Kees van Rooij, die het burgemeesterschap beschouwt als ‘dienend leiderschap’. “Veel werk gebeurt op de achtergrond. Het zware noodweer in juli heeft in de gemeente een ravage aangericht. Dan sta je er voor de mensen. Ook diep in de nacht als het moet”. Met ingang van 1 januari 2010 is Horst aan de Maas uitgebreid met Sevenum en een deel van MeerloWanssum. De gemeente telt nu 41.000 inwoners en is met een oppervlakte van 20.000 hectare de grootste van Limburg. Agrarisch of toeristisch? Wat weegt het zwaarst? Volgens Van Rooij hoeft die keuze helemaal niet gemaakt te worden. “Het is niet zo zwart-wit, als sommigen willen doen geloven. Een akker met golvend koren kan mooier zijn de aanblik van een bos. Beide sectoren kunnen goed naast elkaar renderen. Zeker als de nadruk ligt op kwaliteit, zoals in Horst aan de Maas. De agrarische sector heeft de drive om te innoveren. Levert ook haar bijdrage aan het welbevinden van de twee miljoen toeristen die hier jaarlijks overnachten. Denk aan de vormgeving van het landschap, de vele streekproducten en de teelt van blauwe bessen”. Het beoogde imago van Horst aan de Maas

84


Gemeente Horst aan de Maas

hoeft voor Van Rooij dan ook niet toegespitst te worden op de landbouw, of het toerisme. “We moeten vooral uitstralen dat het hier in alle opzichten goed leven is. Prettig werken en mooi toeven voor iedereen. Daar draait het toch om? Goed leven in Horst aan de Maas. Dat moet het imago zijn”. Hij is enthousiast over het verbindende optreden van de provincie. “Veel initiatieven die zes jaar geleden nog ideeën waren, zijn in uitvoering of gerealiseerd. Greenport Venlo en Klavertje Vier dat voor het grootste gedeelte op grondgebied van Horst aan de Maas ligt. De nieuwe infrastructuur die de Floriade met zich meebrengt”. De regionale agenda voor Noord-Limburg was volgens Van Rooij ook de opmaat voor de gemeentelijke herindeling. “Je hebt bestuurlijk robuuste gemeenten nodig om grote projecten uit te voeren en op alle fronten kwaliteitsslagen te maken. Bij Klavertje Vier manifesteert zich dat in nadrukkelijke aandacht voor voldoende groen en de vestiging van het voorkeursrecht voor de gemeenten voor de aankoop van gronden. Dat is vrij bijzonder voor een gebied van 5000 ha”. Van Rooij roept ambtelijk en bestuurlijk Noord-Limburg wel op de vele overlegstructuren te versimpelen. Structuren die deels nog terugvoeren naar de tijd dat de regio nog veertien gemeenten telde. De regionale samenwerking moet zich in zijn ogen vooral toespitsen op ruimtelijke en economische ontwikkelingen. De grote projecten in de regio zijn volgens Van Rooij alleen maar mogelijk gebleken door steun van de provincie.

Vooral inde persoon van gedeputeerde Ger Driessen. “Driessen steekt z’n nek telkens weer uit om nieuwe impulsen te geven. De bouw van de Innovatoren door de provincie en Villa Flora door de regio getuigen van lef. Beeldbepalende gebouwen die gegarandeerd uitgroeien tot landmarks van Noord-Limburg”. Van Rooij proeft in Horst aan de Maas dat het goed komt met die Floriade. “De mensen beginnen er in te geloven. Maar zien is pas echt geloven. Dat hebben we hier met ons centrumplan in Horst ook meegemaakt. Het enthousiasme van de grote massa komt pas als het klaar is. Om de Floriade ook in onze gemeente te verankeren leggen we ondermeer een band tussen het rozenfestival in Lottum en de Floriade. Tijdens de Floriade is er een week van de roos gepland in juni 2012 en heeft Rozendorp Lottum een inzending. Het nieuwe Parkhotel en Park de Peelbergen (Toverland, Center- en Sunparks) kunnen ook voor zo’n band zorgen. Dat soort recreatieve ijkpunten moeten uiteindelijk een sterke regionale ketting vormen. De bevolking moet voelen dat de Floriade ‘van ons’ is. Dat gevoel is echt een must voor het slagen van de expo en wij ondersteunen dat van harte”. Horst aan de Maas ziet trouwens een duidelijk toegevoegde waarde in samenwerking met de plattelandsgemeenten Peel en Maas, Venray en ook Leudal. Gezamenlijk vormen ze het centrum van de Limburgse agribusiness, die van eminent belang is voor de verdere ontwikkeling van de regio. “Op terreinen als de huisvesting van arbeidsmigranten, innovaties in de intensieve veehouderij en

reconstructieplannen moeten we nog meer expertise gaan delen. Dat kan alleen maar voordelen opleveren”. Ofschoon het economisch goed gaat in Horst aan de Maas moet de gemeente de komende jaren zes tot acht miljoen euro bezuinigen. Gevolg van de financiële crisis. Van bevolkingskrimp krijgt de gemeente volgens de prognoses niet veel last. Maar de vergrijzing slaat wel hard toe. Volgens Van Rooij kan die forse bezuiniging worden uitgevoerd zonder zware offers voor inwoners en verenigingsleven. Maar mét een herijking van taken en rollen. “Daarover moeten we discussiëren. Hebben we het UVW nog wel nodig om kansrijke werklozen weer op de arbeidsmarkt te brengen? Dat is een taak die marktpartijen grotendeels hebben overgenomen. En is de taak van de brandweer niet te verlichten door de inwoners ertoe te brengen massaa rookmelders aan te schaffen? Want er is ook nog zoiets als eigen verantwoordelijkheid”. Zestien dorpskernen kent Horst aan de Maas. En die hebben een duidelijke onderlinge band, zo weet Van Rooij sinds 32 koren uit alle kernen in mei op een bomvol Wilhelminaplein het nieuwe volkslied zongen dat bij gelegenheid van de herindeling werd gecomponeerd. Dao wil ich woëne, zo heet dat volkslied. “Ik kreeg er kippenvel van. De uitstraling van het verenigingsleven dat daar werd geëtaleerd. NoordLimburgers zijn inderdaad nuchter. Maar ze tonen wel naoberschap. En dat is een emotie die een gemeenschap veel kracht biedt. En die emotie vormt ook een van de tastbare bewijzen dat het inderdaad goed leven is in Horst aan de Maas”. I

85


Euro Grass

Euro Grass manifesteert zich op de Floriade in 2012

‘Er gaat niks boven gras’ In het topje van Noord-Limburg - Ven-Zelderheide - bevindt zich Euro Grass. Een relatief nieuw graszaadveredelingsbedrijf, voortgekomen uit een rijke historie en een schat aan praktijkervaring. En daarom binnen acht jaar toonaangevend in Europa. Marketing manager en grasexpert René Verhoeven: “Gras is puur natuur, daarom mogen we niet ontbreken op de Floriade in Venlo, zeg maar in onze achtertuin”.

Z

EN-ZELDERHEIDE - Vanuit zijn kantoor op de bovenverdieping kijkt René Verhoeven uit over landerijen, tweehonderd hectare groot, inclusief het bosgebied van vijftig hectare, waar graag wandelaars komen. Links aan de horizon doemt het voorzichtig het voormalige klooster Roepaen op. En als de mist langzaam is opgetrokken laat midden in zijn blikveld ook de molen van Ven-Zelderheide zich zien, molen Rust na Arbeid.

Een pittoresk beeld, dat hand in hand blijkt te gaan met succesvol zaken doen. Euro Grass, daar bevinden we ons aan de rand van het achthonderd zielen tellende dorpje, is een van de toonaangevende bedrijven in Europa op het gebied van graszaadveredeling. Gras om van te eten (weilanden), gras om op te voetballen (sportparken) en te golfen (golfbanen) en gras om van te genieten (parken en tuinen). De gazons van vele particuliere tuinen zijn ontsproten uit zaad van Euro Grass. Net als de grasmat in de Kuip in Rotterdam en die van de voetbalclubs RKC en ADO. Net zoals openbaar groen waar dan ook in Nederland en weilanden waar koeien vredig in staan te grazen. Euro Grass B.V., veertig man personeel, produceert circa zevenduizend ton graszaad per jaar, goed voor een omzet afgelopen jaar van 36 miljoen euro. Een derde van de productie is bestemd voor de Nederlandse markt, de rest gaat naar het buitenland, voornamelijk Duitsland, Denemarken, Frankrijk, UK, Italie, Spanje en in toenemende mate naar Oost Europa. Verhoeven: “Euro Grass is goed ontvangen op de markt. We worden erkend, gezien en gewaardeerd. We groeien, in alle segmenten, met tien tot vijftien procent per jaar”. Om de naamsbekendheid verder te vergroten, en daarmee het marktaandeel, zal Euro Grass zich gaan manifesteren op de

86

Floriade, de wereldtuinbouwtentoonstelling in 2012 die in het teken zal staan van duurzaamheid, ofwel een groene toekomst. “Gras is puur natuur, daarom mogen we niet ontbreken op de Floriade”, zegt de marketing manager. “De Nederlandse Tuinbouwraad beschikt over de helft van de aandelen van de Floriade, vijf


hoofdstuk artikelnaam Euro Grass

Noord-Limburgse gemeenten, waaronder Gennep, de andere helft. Ons bedrijf bevindt zich in de gemeente Gennep, dus doen we mee, hebben we besloten. Het is een unieke gelegenheid om ons in onze achtertuin, Venlo, te profileren. Het Floriadeterrein is 65 hectare groot, waarvan tien hectare bestaat uit gras. Gras van Euro Grass. Het plaatje zal perfect zijn, mede dankzij een goede bodem, goede bemesting en niet te vergeten onderhoud en beregening. Gras is rustgevend en zorgt voor een ruimtelijk gevoel”. Hij vervolgt: “Dat zullen we onze klanten uit binnen- en buitenland graag laten zien. Ik zie de Floriade als een beurs zonder dak. Ook zullen we de bedrijven hier in de kop van Noord-Limburg een rondleiding geven. Het complete programma moeten we nog in elkaar zetten”. Euro Grass komt voort uit kweekbedrijf en zaadhandel Zelder, in 1948 opgezet door de standsorganisaties NCB, LLTB en CBTB. Doel: op de Limburgse zandgronden betere roggesoorten ontwikkelen om de voedselvoorziening na de Tweede Wereldoorlog veilig te stellen. De daarop volgende decennia groeide Zelder uit tot een kweekbedrijf voor maïs, granen en graszaden. In 2002 besloten de aandeelhouders - Cebeco en CHV Landbouwbelang - het kweekbedrijf af te stoten. De graszaaddivisie kwam in handen van Hunsballe uit Denemarken en DSV uit Duitsland. ‘Maïs’en ‘granen’ gingen naar een andere partij. De bundeling van krachten had een positief effect op de kostprijs Verhoeven: “We behoren tot de top 3 in Europa. Het hoofdkantoor bevindt zich in Lippstadt, . In Ven-Zelderheide houden we ons bezig met veredeling, productie en verkoop”. We sluiten contracten met akkerbouwers, voornamelijk in ZeeuwsVlaanderen, die onze grassoorten telen. Dan praten we over drieduizend hectare. Waarom in Zeeuws-Vlaanderen? Je hebt daar een combinatie van goede akkerbouwers, goede gronden, plus een ideale bestuiving als gevolg van de invloed van de zeewind. Het kaf van het koren scheiden doen we vervolgens hier, letterlijk dus. Wat overblijft, is puur graszaad dat de hele wereld over gaat”. >

87


De perfecte strategische locatie

Naast uw regionale luchthaven wordt nu gebouwd aan het AviationValley businesspark. Maastricht Aachen Airport staat in de Euregio Maas-Rijn bekend om haar uitstekende bereikbaarheid en goede service. Steeds meer mensen ontdekken het groeiend aantal passagiers- en vrachtbestemmingen en ook de bedrijvigheid rondom de luchthaven neemt toe. Om de aanhoudende vraag naar vestigingsruimte ook te komende jaren te kunnen garanderen wordt aan de oostzijde van de luchthaven, aansluitend op TPE, het nieuwe hoogwaardige AviationValley businesspark ontwikkeld. Grote delen van het gebied hebben een groenbestemming, waarin de kenmerken van het Limburgse landschap terugkeren. Deze hoogwaardige uitstraling sluit nauw aan bij de vraag van de hedendaagse ondernemer naar ruimte, veiligheid en beheersbare kosten. Ook de flexibel in te delen kavels spelen hier uitstekend op in. Wilt u meer weten over het aanbod van luchthaven en bedrijventerrein bezoek ons dan via www.aviationvalley.nl.

043-35 89 898 | info@maa.nl | www.maa.nl

043-35 89 999 | info@bpav.nl | www.bpav.nl


hoofdstuk artikelnaam Euro Grass

Bijna zou de marketing manager de opgebouwde kennis vergeten te vermelden. In Ven-Zelderheide filtert een team van deskundigen de beste eigenschappen uit de verschillende grassoorten, met het Engels raaigras als veruit meest gebruikt uitgangsmateriaal. Iedere deelmarkt verlangt specifieke kwaliteiten. Gras om op te voetballen bijvoorbeeld moet sterk zijn en snel kunnen herstellen van een slijtageslag. De voedergrasmarkt vraagt een samenstelling die veel melkproductie oplevert. Dus moet het gras smakelijk zijn voor de koe en goed verteerbaar. Daar kan geen voederbrok tegenop, zeker ook niet wat betreft de kostprijs, aldus Verhoeven. Hij laat de rassenlijsten zien, met exotische namen als Pomposo Trivos en Maurizio, goedgekeurd door de NAK, de Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen. Het keuren van zaaizaad en pootgoed is namelijk een wettelijke taak. “Op die lijsten zijn we goed vertegenwoordigd. Dat zegt voldoende over de kwaliteit. Dat betekent bijvoorbeeld dat de kiemkracht van al onze grassoorten

aan de minimum eis voldoet en dat de zuiverheid perfect is. Pas dan krijg je van de NAK verkeersrecht. Met andere woorden, dan mag je het graszaad verkopen. De lat ligt zeer hoog”.

dus. Dankzij deze gedoseerde bemesting gaat het grastapijt gezond de winter in en door. Zoals ook het Vriendenbos op de Floriade. Ook dat groeit op grasklaver”. I

Gras is nooit klaar, betoogt de marketing manager. Ieder seizoen dienen zich nieuwe veredelde soorten aan. Het gaat niet alleen om het verder perfectioneren, soms dienen zich nieuwe soorten aan, zoals het graszaadmengsel met micro-klavertje, Bonair genaamd. “Het klaver (vlinderbloemig) haalt stikstof uit de lucht en legt dit vast in zijn wortels. Daarna komt de stikstof geleidelijk beschikbaar in de bodem en kunnen de omringende grasplanten hier hun voordeel mee doen. Een natuurlijke stikstofbron

89


ZO investeren wij In samenwerking met onze bewoners, gemeenten, zorginstellingen en anderen Leefbaarheid en sponsoring

Kerncijfers • ZO Wonen is actief in Zuid- en Midden

We ondersteunen initiatieven uit de buurten en dorpskernen. Niet alleen in de vorm van geld, maar ook door hen actief te helpen.

Limburg. 90% van het woningbezit ligt in de Westelijke Mijnstreek. • Bij ZO Wonen werken ruim 160 mensen. Het hoofdkantoor staat in Sittard. • ZO Wonen beheert en verhuurt 14.000

• ZO Wonen werkt intensief samen met

sociale huurwoningen.

vrijwillige wijktoezichthouders (bewoners). Zij melden verbeterpunten en

Nieuwbouw en renovatie

ruimen zwerfafval op in hun buurt. • Inrichten van een inloophuis, tweeweke-

• Odaflat Sittard: grondige verbouwing en uitbreiding 129 sociale huur seniorenapparte-

voor 152 sociale huurappartementen aan de

lijks bijhouden van groenvoorzieningen

Jos Klijnenlaan in Geleen.

en extra meerjarige inspanningen om de

menten plus bouw van 28 nieuwe woningen • Aan de Einderstraat in Puth worden 15 sociale voor zorgbehoeftige ouderen en een ont-

huurwoningen voorzien van nieuwe keukens,

Broekmolen Sittard leefbaar te houden.

moetingscentrum voor senioren uit Sittard.

badkamers, toiletten en worden daken, vloe-

• Extra verlichting en/of schoonmaken

• Centro Carré Geleen: in centrum van Geleen realisatie 45 huurappartementen. • 33 huurwoningen (waarvan 17 sociale huur), woongebouw voor 17 cliënten van RIBW en

Wijkvernieuwing en participatie

buurt rond Janekersvaart, Oudeweg en

ren en gevels geïsoleerd. • In juli start bouw van 8 energiezuinige sociale huurwoningen aan de Hortensiastraat in Geleen.

gebouw met dagcentrum voor 22 cliënten • Op de plek van de ABC-school in MunsterStichting Pergamijn in Molenbeek. • Nieuwe badkamers, toiletten en keukens

geleen ontwikkelt ZO Wonen 9 patiowoningen en 5 eengezinswoningen.

brandpaden in Borrekuil, Lahrhof, Janssenstraat en wijk Kluis Geleen. • Ondersteunen straatspeeldag in de wijken Ophoven, Lindenheuvel en Geleen-Zuid. • Actieve deelname en ondersteuning van de Dag van de wijk in Limbrichterveld, Stadbroek, Munstergeleen, Krawinkel,

Wij pakken vraagstukken in buurten samen

Lindenheuvel en Sanderbout.

op met bewoners, gemeenten, zorginstel-

• Financiële bijdrage aan speeltuin in o.a.

lingen en anderen door hen te betrekken in

Carmelwijk Beek en Limbrichterveld

de plannen.

Sittard.

• In woongebied Molenbeek in de wijk

• Buurtbarbecue in Gregoriuslaan en

Stadbroek bouwt ZO Wonen samen

Ploeghenpoort Susteren.

met projectontwikkelaars 300 huur- en

• Banken in Schinnen voor ontmoeting

koopwoningen.

senioren.

• We betrekken bewoners actief bij de wijkvernieuwing van de Burgemeester Lemmensstraat in Geleen. • Huismeester en buurtbeheerder in Thienbunder zetten samen met buurtbewoners de schouders eronder: tuinen worden bijgehouden en de leefbaarheid wordt op peil gehouden. • Thienbunder: eind 2009 zijn 219 (94%) gezinnen verhuisd en 11 woningen gesloopt. • In 2010 worden de plannen voor het TASs (Thienbunder, Achtbunder en

Organisatie • ZO Wonen spant zich in om het KWH-label (label voor de kwaliteit van de dienstverlening) te behouden. • Wij sluiten in 2010 een nieuwe overeenkomst met de huurdersorganisaties af over de huurdersparticipatie.

Sanderbout) gebied in overleg met

• In 2010 laten we ons visiteren (relaties geven

bewoners en de gemeente ontwikkeld.

hun mening over de prestaties van ZO Wonen)

• ZO Wonen gaat laten zien hoe zij haar vrije vermogen wil inzetten. • ZO Wonen bekijkt of vragen van bewoners in de toekomst via één klantencontactpunt kunnen verlopen. • In 2011 bouwt ZO Wonen haar nieuwe kantoor op het Fortunaterrein.

www.zowonen.com


ZO Wonen

Ton Mans, directeur van ZO Wonen

‘We zijn nog te weinig transparant’ Met 14.000 sociale huurwoningen in Sittard-Geleen, Beek, Schinnen, Echt-Susteren, Onderbanken en Brunssum is ZO Wonen een van de grootste spelers op de markt van corporaties in Limburg. Directeur Ton Mans wil ZO Wonen ontwikkelen tot een corporatie die de ingrijpende opgaven voor de komende jaren vooral samen met de bewoners en de diverse overheden tot een goed einde brengt.

E

r is Ton Mans alles aan gelegen om de buitenwacht te tonen wat zich daadwerkelijk binnen de burelen van ZO Wonen afspeelt. Ook wat de corporatie doet met haar vrije vermogen dat voor het grootste deel door de huurders is gevormd. Op het eind van dit jaar wil Mans dat voor iedereen inzichtelijk maken. Met de zogenaamde transparantiebalans wil ZO Wonen tonen dat zij meer is dan alleen een grote woningverhuurder. Meer doet dan alleen de huur incasseren. En vooral een maatschappelijk ondernemer is. Want de corporatie investeert op alle mogelijke manieren in de leefbaarheid van wijken, sponsort maatschappelijke doelen en bouwt zorgwoningen voor speciale doelgroepen. “We zijn nog te weinig open. We gaan die transparantiebalans presenteren en dan mag iedereen daar wat van vinden. Openheid, ook over onze financiële positie, is een onderdeel van de relatie met onze stakeholders en maatschappij. We willen de mensen zelf ruimte bieden om te kiezen. Onze huurders hebben beperkte keuzemogelijkheden, want het zijn over het algemeen mensen met een smalle beurs. Een kwetsbare groep. Die kwetsbaarheid wordt vergroot als er ook nog sociale of persoonlijke problemen om de hoek komen kijken. Die categorie doet ook een beroep op ons. Als corporatie heb je daarom meer verantwoordelijkheden dan louter zorgen voor de stenen. En die verantwoordelijkheden willen we niet alleen nemen, maar ook dui-

92


ZO Wonen

“De enige echte oplossing is volgens mij een integrale aanpak van de woningmarkt, zowel in de huurals de koopsector”

delijk tonen en bespreekbaar maken”, zo betoogt Mans. De inbreng van de huurders is ook prominent aanwezig bij de uitwerking van de plannen voor de wijkvernieuwing in Thienbunder, Achtbunder en Sanderbout (TASs). Thienbunder is al een eind op weg met de verhuizing van bijna 300 gezinnen. Het plan voor Sanderbout is eind 2010 klaar. Totale kosten van de integrale aanpak van die wijkvernieuwing? Dertig tot veertig miljoen euro onrenda-

bel. De hele investering bedraagt het drietot viervoudige. “Dat leggen we samen met provincie en gemeente op tafel. Sanderbout is een oude mijnwerkerskolonie. Met bewoners die onderling een hechte band hebben. Daarbij gaat het niet alleen om de stenen, maar ook om het sociale klimaat, de veiligheid en wijkvoorzieningen. En die samenwerking loopt goed. Partijen moeten daarbij elkaars handen blijven vasthouden. We gaan immers voor hetzelfde doel. Zorgen voor een woonklimaat dat de mensen bindt. Wat mij betreft mag dat soort samenwerking, om de krimp in de regio aan te pakken, verplichtend zijn. Dan voorkom je dat deze of gene gemeente, ondanks de afspraken daarover, toch weer te snel een bouwproject toevoegt. Maar lokaal en ook regionaal loopt de samenwerking in elk geval veel beter dan op Zuid-Limburgse schaal. Die staat nog te zeer in het teken van pogingen om elkaar vliegen af te vangen”. De woningvoorraad in Sittard-Geleen in het bijzonder en de Westelijke Mijnstreek in het algemeen moet de komende decennia voor een groot deel getransformeerd worden. Één op de zeven woningen voldoet niet meer aan hedendaagse eisen. Door de bevolkingskrimp en de vergrijzing doemt ook een huizenoverschot op. Tegenover één nieuwbouwwoning, staat de sloop van een bestaand huis, zo luidt het adagium in de regio. “Wij slopen zelfs meer dan we terugbouwen. Onze woningvoorraad zal op termijn dalen van 14.000 naar 11.000 huurwoningen. Niet alleen door sloop, maar ook door verkoop”, aldus Mans. De directeur van ZO Wonen benadrukt dat ook in de Westelijke Mijnstreek de woningmarkt volledig op slot zit. Volgens hem is dat vooral terug te voeren op het alsmaar groeiende gat dat gaapt bij de overstap van huur naar koop. “Daardoor blijft iedereen zitten en komen huurders niet meer weg. Hun huur is de afgelopen jaren alleen maar met de inflatie gestegen, terwijl de prijzen van koopwoningen met vele tientallen procenten de hoogte zijn ingegaan. De enige echte oplossing is volgens mij een integrale aanpak van de woningmarkt, zowel in de huur- als de koopsector. Dat betekent ook de hypotheekrente geleidelijk afschaffen, waardoor de huizenprijzen dalen”. Mans wijst erop dat ZO Wonen zich ook op de markt van goedkope sociale koopproducten heeft begeven om starters de helpende hand te reiken. “Maar we willen geen onverantwoorde risico’s nemen. Opereren

terughoudend en voorzichtig. Als je met dat soort woningen blijft zitten, drukt dat zwaar op de totale exploitatie. Je ziet dat projectontwikkelaars zich niet op die markt begeven, omdat er te weinig aan te verdienen is. Dat soort woningen zijn hooguit kostendekkend. Bovendien komt er vrijwel zeker Europese regelgeving aan die dit soort activiteiten van corporaties verbiedt”. Momenteel stellen de gemeenten in samenwerking met de provincie, corporaties en marktpartijen de structuurvisie Wonen Westelijke Mijnstreek op. Plannen worden vanaf volgend jaar aan die visie getoetst. Mans is er blij met dat totaalplan. “Dat is veel beter dan van postzegel- naar postzegelplan te sjouwen”. Kern van die visie is de vervanging van een groot aantal verouderde woningen door nieuwbouw die veel meer is afgestemd op één en tweepersoonshuishoudens én senioren. Met een nadrukkelijker rol voor het groen in en rond de kernen Sittard en Geleen. “Onze voorraad is nu niet afgestemd op kleine huishoudens. We hebben veel eengezinswoningen, maar weinig gezinnen als huurder. Zeventig procent bestaat al uit één en tweepersoonshuishoudens. Het grootste deel van onze woningen is gebouwd na de Tweede Wereldoorlog en heeft een afschrijvingsduur van 50 jaar. Daarom is het wel makkelijk om te roepen dat we eerder meer seniorenwoningen hadden moeten bouwen, maar dan moet je een deel van de woningen veel eerder afschrijven en dat kost kapitalen”. Bijna de helft van de 3000 woningen die op de nominatie staan om gesloopt te worden, is gestapelde bouw. Met name appartementen van enkele woonlagen zonder lift zijn minder gewild. Maar ook hoogbouw ontkomt niet aan de slopershamer. “Niet alle flats gaan tegen de vlakte. Kwalitatief zijn het heel hoogwaardige gebouwen en de woonoppervlakte van de flats bieden voldoende perspectief. Voor die herstructurering zijn we heel erg afhankelijk van een goede samenwerking met de gemeente. Daarvoor maken we ook prestatieafspraken. Niet alleen met Sittard-Geleen, maar ook met de overige gemeenten in ons werkgebied”, aldus Mans. “Zeggen wat je gaat doen en doen wat je zegt”. Met die zin geeft Ton Mans eigenlijk de koers aan die ZO Wonen nog nadrukkelijker wil inslaan. Helder en transparant. En vooral samen met de huurders. I

93


Smals Bouwgrondstoffen

Smals Bouwgrondstoffen al 125 jaar grindproducent in Limburg

‘We willen maatschappelijke

meerwaarde bieden’ Smals Bouwgrondstoffen in Herten bestaat 125 jaar. Het was een van de eerste grindproducenten in ZuidNederland die besefte dat er pas echt draagvlak ontstaat voor (grootschalige) afgravingen als dat meerwaarde oplevert. Smals is een van de hoofdrolspelers in het project Ooijen-Wanssum: gebiedsontwikkeling met de focus op rivierbeveiliging. Een bedrijfsportret aan de hand van een gesprek met directeur Michiel Smals.

Z

omaar een paar cijfers. Smals heeft een jaarlijkse omzet van 40 miljoen euro. De productie schommelt rond vijf miljoen ton zand en grind per jaar. Het bedrijf is actief in Nederland, België en Duitsland, waar het in de loop van de tijd meerdere bedrijven heeft overgenomen. Er werken ruim honderd mensen. De onderneming heeft een eigen vloot. Smals werkt mee aan het project Grensmaas. Hij zorgde voor de mooiste totempaal van de Midden-Limburgse Maasplassen: het deels drijvende vakantiedorp Marina Oolderhuuske. En in het Brabantse Cuijk heeft Smals een indrukwekkende verwerkingsinstallatie voor zand en grind. In die plaats realiseerde Smals de Kraaijenbergse plassen, een uitgebreid (water)recreatiegebied. Smals is ook een van de partners bij de uitvoering van de Grensmaas. Michiel Smals is inmiddels de vierde generatie in de familie die de onderneming leidt. De vijfde generatie heeft ook al een plek gevonden in de onderneming: zoon Maarten. En Michiel Smals is allesbehalve uitgekeken op de grindsector. De buitenwacht ziet uiteindelijk alleen de baggermolens aan het werk. Bij de zand- en grindwinning komt echter heel wat meer om de hoek kijken. “Geen enkele dag is hetzelfde. Altijd is er dynamiek. Is het zoeken en speuren geblazen naar nieuwe projecten. Moet je initiatieven nemen om projecten te stimuleren.

94

Overeenstemming bereiken met overheden. Consensus zoeken met de omgeving. En je werkt als een katalysator om allerlei ontwikkelingen voor gemeenten en provincies mogelijk te maken. Dat kan recreatie zijn, maar ook veiligheid, natuurontwikkeling en ook woningbouw. Het scala aan activiteiten is heel breed”, zo benadrukt Smals. Zijn overgrootvader Arnoldus Smals stond in 1885 aan de wieg van de huidige onderneming. Op een bootje met beugelemmers haalde hij grind uit de Maas tussen Maasbracht en Ravenstein. “In die tijd had de overheid 250 vergunningen afgegeven voor de grindwinning op de Maas. De concurrentie was gigantisch”. Arnoldus had snel in de gaten dat zand- en grindwinning veel perspectief had. Meer kansen bood dan werken in de landbouw, of een baan in de fabriek. Het grind werd in die tijd veel gebruikt voor dijkverhogingen. Maar het was ook de tijd van de industrialisatie. De razendsnelle uitbreiding van het wegennet en de groei van de steden. Twee jaar later verscheen Smals met zijn eerste stoombaggermolen op het water van de Maas. “De zand en grindproductie steeg in die periode elk jaar met zo’n 25 procent. Het waren gouden tijden”. In 1911 maakte Arnoldus de cirkel van productie naar klant rond: met een stoomsleepbootje bracht hij het zand en grind zelf naar de klanten. Met die boot kon hij zijn afzetmarkt verder vergroten. Het innovatieve karakter van de onderneming

Smals manifesteerde zich al in de dertiger jaren van de vorige eeuw. Smals kwam als eerste met een revolutionaire sorteermachine, waarmee de productie fors kon worden verhoogd. En innovatief is Smals nog steeds. “We hebben in eigen huis apparatuur ontwikkeld voor monstername en analyses. Daarmee is de productie van bouwgrondstoffen voor hoogwaardige toepassingen mogelijk. Met besparingen van cement. Smals zet daarmee de norm voor constante kwaliteit”. De onderneming kwam trouwens ook op de markt met een kant en klare mortel voor cementdekvloeren. Een initiatief dat veel waardering kreeg, maar uiteindelijk logistiek te kostbaar was. En Smals levert het speciale zand voor zandsculpturenfestivals in nagenoeg heel Europa. Michiel Smals heeft trouwens meer met zand dan met grind. “Met zand kun je creatiever zijn. Het heeft ook meer toepassingsmogelijkheden. Zand zou het grind zelfs overbodig kunnen maken. Door de juiste menging van zand en cement, krijgt je immers ook beton. Met de vele mogelijkheden voor toepassing van zand, denk ik dat we de sector op termijn nog nieuwe injecties kunnen geven”. ‘Zonder bouwgrondstoffen geen bouw’. Een slogan waar Smals zich graag mee afficheert. Maar Michiel voegt er meteen aan toe: “Wel maatschappelijk verantwoord”. Daarmee doelt hij niet alleen op de toegevoegde waarde die afgravingen


moeten opleveren, maar ook op openheid en transparantie. Afspraken nakomen. Als serieuze partner optreden bij soms grootschalige transformaties van landschappen. “Een man een man, een woord een woord. Daarmee hebben we krediet opgebouwd”. Smals kan als initiatiefnemer worden beschouwd van het project OoijenWanssum: de rivierbeveiliging door reactivering van een oude Maasarm en afgraving van een nevengeul in combinatie met woningbouw, aanleg van wegen en bruggen. Het project dat een slordige 80 miljoen euro kost, is een van de speerpunten uit het programma Investeren en Verbinden van de provincie. Smals heeft belangrijke grondposities in het gebied. “Het is een mooie uitdaging en we willen dat project graag uitvoeren. Maar we moeten uitkijken dat we er niet teveel elementen bij halen en de overheid allerlei extra

en aanvullende eisen op tafel blijft leggen. Dat vertraagt en bemoeilijkt de uitvoering. Eigenlijk hadden we verwacht al in 2008, of 2009 te kunnen starten”, benadrukt Smals. De economische crisis trekt ook een zware wissel op de zand- en grindwinning. Door de stagnerende bouw zijn afzetmarkten verschrompeld. En de bouw herstelt als laatste na een recessie. Smals Bouwgrondstoffen concentreert zich op kostenbesparingen in afwachting van het aantrekken van de markt, dat in 2013 wordt verwacht. Michiel Smals bevestigt dat zijn onderneming steeds meer het buitenland opzoekt. Niet omdat Nederland teveel spelregels oplegt, maar wel omdat de ruimte in ons land alsmaar beperkter wordt en de projecten daardoor steeds meer versnipperd en kleinschaliger worden. Michiel Smals:

“De toenemende afhankelijkheid van de overheid constateert onze branche ook in het buitenland. Maar daar is wel nog de ruimte”. Smals was een van de bedrijven die de Midden-Limburgse Maasplassen gestalte gaf. Ook Michiel Smals merkt dat er steeds meer waardering komt voor het gebied na jaren van negatieve oordelen. “Maar die plassen zijn te klein en zouden beter met elkaar verbonden moeten worden om tot een echt aantrekkelijk en aaneengesloten vaar- en recreatiegebied uit te groeien. Daar ligt nog mooi werk in het verschiet”. Heeft de grindwinning trouwens nog toekomst in Limburg? Michiel Smals: “Ik denk het wel. In Midden-Limburg liggen nog enorme pakketten grind. Maar absolute voorwaarde is wel dat je de bevolking een landschap teruggeeft dat mooier en aantrekkelijker is. Dat is de essentie van die maatschappelijke meerwaarde”. I

95


hoofdstuk artikelnaam Gemeente Beesel

Gemeente kiest steeds nadrukkelijker voor toerisme en recreatie

Beesel

barst van de ambitie In 2008 ontsnapte Beesel aan de herindelingsdans in Midden- en Noord-Limburg. Het resultaat? Tussen Roermond en Venlo opereert een kleine, zelfbewuste gemeente in het groen die veel grotere buren naar de kroon steekt als het om de kwaliteit gaat. Beesel is bijvoorbeeld Limburgs topscorer en behoort tot de top tien van Nederlandse gemeenten met de laagste belastingdruk. Burgemeester Bert Oord en wethouder Jan Smolenaars over het toekomstperspectief van Beesel.

D

agjesmensen? Het is allemaal leuk en aardig, maar veel mooier is het als je toeristen langer binnen je gemeente kunt houden. Door goede overnachtingsmogelijkheden. Beesel heeft natuurlijk bungalowpark Landal Lommerbergen. De prima verstandhouding met de gemeente werpt nu vruchten af. Lommerbergen heeft laten weten uit te breiden met zo’n 60 groepsbungalows. Een miljoenenproject dat in 2012 klaar is. Het aantal overnachten stijgt daarmee met 100.000 naar zo’n 650.000. Een geweldig succes. Maar Beesel wil niet alleen op Lommerbergen leunen. Er zijn meer markten dan de liefhebbers van een vakantiebungalow, zo redeneert het college van B en W. Het zakelijk segment bijvoorbeeld. De plannen voor een hotel aan de rotonde bij de A73 zijn vergevorderd. Ideaal natuurlijk met het oog op de Floriade. “Dat hotel komt er”, zegt Smolenaars zelfverzekerd. Dan is er de markt van toeristen die naar rust zoeken. De Witte Stein in Reuver heeft plannen voor bungalows en een hotel. Met het toekomstig recreatiepark Drakenrijk wordt gepraat over de mogelijkheid om ook daar vakantiehuizen te bouwen. Beesel wil ook alle ruimte geven aan particuliere initiatieven om toeristen bed and breakfast te bieden. En dat alles onder het motto dat de gemeente een prima uitvalsbasis vormt voor een onbezorgd uitje van meerdere dagen. Met

96

natuur, historie, keramiek en natuurlijk het Draaksteken in eigen huis. Met winkelstad Roermond op een steenworp afstand en België en Duitsland binnen handbereik. “We willen de blik trouwens ook nadrukkelijker op de Maas richten”, benadrukken Oord en Smolenaars. Beesel gaat ervoor om de rivierverruiming, die als onderdeel van het beveiligingsproject Zandmaas nog op stapel staat, zodanig uit te voeren dat het er mooier op wordt langs de rivieroevers. Rivierbeveiliging die iets extra’s oplevert voor de recreatie. En dat betekent geen, of zo weinig mogelijk dijkverhoging, maar wel verbreding van de Maas. Inclusief de aanleg van twee passantenhavens, zodat ook de recreatievaart kennis kan maken met het moois dat Beesel te bieden heeft. Het wensenlijstje vermeldt ook een nieuw fietspad langs de Maas, dat nu nog ophoudt in Belfeld. Met dat fietspad ontstaat een geweldige Maasroute tussen Venlo en Beesel die aanhaakt op Kessel. En mooie ‘spottersplekken’ natuurlijk, want het Maasdal in Beesel biedt adembenemende vergezichten. Dan is er ook nog de groene ‘boulevard’ aan de Rijksweg tussen Beesel en Reuver. Waar de enige, deels overdekte, visrivier van Nederland is gevestigd. De gemeente wil die zone graag benutten voor bedrijfsvestigingen die zich richten op vrijetijdsbestedingen. Een tuincentrum zou daar prima in passen, oordeelt Smolenaars. De wethouder wijst daarbij op de rol van de pro-

vincie. Inderdaad Investeren en Verbinden. “Hoe dynamisch we ook willen opereren; een deel van die plannen kunnen we niet alleen uitvoeren. Daarvoor hebben we de provincie nodig. Een voorbeeld: de Witte Stein wil graag meer evenementen organiseren. Prima, maar de belangenafweging van een gemeente is veel complexer dan die van een individuele ondernemer. De Witte Stein ligt bijvoorbeeld in een stiltegebied. De accommodatie grenst aan de ecologische hoofdstructuur en er spelen ook nog belangen van de landbouw”. In tegenstelling tot veel andere gemeenten zijn de bevolkingsprognoses voor Beesel allesbehalve rampzalig. Geen krimp, maar consolidatie van de huidige, bijna 14.000 inwoners. Oord en Smolenaars willen toch gaan voor lichte groei. In eerste instantie door inbreiding. Maar als de operatie slaagt om Beesel te vermarkten als een van de mooiste woonplekken van Midden-Limburg, biedt het uitbreidingsplan Bergerhof de ruimte voor zo’n 200 woningen. “Dat zou je heel voorzichtig en gefaseerd kunnen doen. Met kwaliteitswoningen die gezinnen met kinderen naar Beesel trekken. Want dat is onze belangrijkste doelgroep”, zegt wethouder Smolenaars. Wat in elk geval onaangeroerd blijft, is het buitengebied van Beesel. “Daar willen we zo weinig mogelijk activiteiten. Dat groen is onze kracht, vormt het karakter van de gemeente. En dat moet je niet willen aantasten”, benadrukt Oord.


Gemeente Beesel

De financiële crisis gaat ook niet aan Beesel voorbij. De belastingdruk zal stijgen naar het Limburgse gemiddelde. Burgemeester Oord en wethouder Smolenaars erkennen dat het weer tijd wordt dat de gemeente Beesel zich manifesteert. Op de trom slaat. Van zich laat horen. Voor de juiste beeldvorming zorgt. Als zelfbewuste gemeente die voor de duvel niet bang is. En zich ook vol zelfvertrouwen richting inwoners etaleert, dat Beesel gewoon die zelfstandige status behoudt. Oord: “We vinden het nog steeds heel gewoon wat we allemaal in huis hebben. Iedereen heeft de mond vol van innoverende bedrijven. Wij hebben bedrijven die aan de autoindustrie in heel Europa leveren, aan de top staan als het gaat om slim gebruik van digitale bestanden én we hebben tuinbouwbedrijven, die bol staan van de innovatie”.

Jan Smolenaars wijst er ook op dat het zaak is om de ijzersterke troeven van Beesel te bundelen in een aantrekkelijk totaalpakket. Een duidelijke smoel te geven. Ook fysiek. Het Draaksteken, het keramisch verleden en de molen zijn maar enkele ingrediënten van dat pakket. Smolenaars wijst in dat verband op de uitstraling van bijvoorbeeld rozendorp Lottum. Voor de samenwerking in de regio blikt Beesel zowel naar het noorden als het zuiden. Beesel vormt het scharnierpunt tussen Noord- en Midden-Limburg. Oord over de economische ontwikkelingen in de regio Venlo: “Daar spreek je over gigaprojecten als Klavertje Vier en de Floriade. Waar mogelijk haakt Beesel daarbij aan en geeft ondersteuning”. In Midden-Limburg zorgen (winkel)toerisme en recreatie voor steeds meer inkomsten. “Daar moeten we

dwarsverbanden leggen die voor de regio én voor Beesel nieuwe perspectieven kunnen bieden”, benadrukt Smolenaars”. Het gemeentebestuur van Beesel wil vooral ook eensgezindheid uitstralen. Zo is unaniem besloten om Bert Oord, die in oktober afscheid neemt, voor te dragen als waarnemer in afwachting van de komst van zijn opvolger. Beesel kiest daarmee voor een extra stukje continuïteit. Want de gemeente wil ook bestuurskracht uitstralen. In 2012 is er nog een ijkmoment. Moet Beesel nog eens bewijzen dat het voldoende slagkracht heeft. “En daar hoeft niemand aan te twijfelen”, knikken Oord en Smolenaars. Voor alle duidelijkheid: de toekomstvisie van de zelfstandige gemeente Beesel in 2030 ligt al in de rekken. I

Links burgemeester Oord en rechts wethouder Smolenaars.

97


Fresh Park Venlo

Jan Janssen over het bijzonder concept van Fresh Park Venlo

‘De wereld draait om de logistiek’ Een businesspark waarin vers, productie en kennis zijn gebundeld op een totale oppervlakte van 130 hectare. Behalve groenten en fruit, moet het de komende jaren ook uitgroeien tot een centrum voor vlees, vis en zuivel. Versbreed heet dat. Het park is strategisch gelegen bij het kruispunt van de A73 en A67: alle wegen leiden naar Fresh Park Venlo. De Floriade in 2012 speelt zich af bij de voordeur. Het perspectief voor Fresh Park Venlo is wel heel positief. Dat blijkt overduidelijk uit het gesprek met parkmanager Jan Janssen.

H

oe bijzonder is Fresh Park Venlo? Janssen ziet het af en toe niet meer in de dagelijkse praktijk. Totdat er weer eens delegaties uit India, Japan en China op bezoek komen. En niet uitgepraat komen over het concept. En telkens weer naar huis gaan met het vaste voornemen ook zo’n park van de grond te krijgen.

98

“Ja, dan moet je wel bijzonder zijn. Onze clustering is ijzersterk en biedt het voordeel dat de belangen van alle ondernemingen parallel lopen. Die clustering is er elders ook wel in Nederland. In het Westland bijvoorbeeld. Maar zo omvangrijk als bij ons zie je die concentratie nergens. En we zijn de enige private partij in Limburg die op deze schaal een bedrijventerrein beheert. Philips en Chemelot hebben op hun vak-

gebied hetzelfde concept”, knikt Janssen tevreden. Zo’n 1500 mensen verdienen hun boterham op het Fresh Park. In het hoogseizoen zijn dat er 3000. Per dag rijden 1600 vrachtauto’s af en aan om fruit en groenten te verspreiden over Europa. Het Ruhrgebied vormt daarbij vooralsnog het epicentrum. Maar Fresh Park Venlo vormt meer en meer ook een springplank naar Rusland en de Oekraïne. >


“We profileren ons nu al stevig met die duurzaamheid�

99


‘Where everything comes together’ Met ‘Where everything comes together’ bedoelen we ook echt everything. Vlees, vis, zuivel, groenten en fruit, bloemen, bewerkt of onbewerkt, alle denkbare versstromen komen samen op Fresh Park Venlo. Hier krijgen versondernemers de ruimte om te ondernemen. Ambitieuze plannen stranden niet op de tekentafel maar komen in hoog tempo tot volle wasdom. Heeft u verse ideeën? Wij hebben de mogelijkheden. Kijk voor meer informatie op www.freshparkvenlo.nl of neem direct contact met ons op: 077-3239588.

Venrayseweg 102 5928 RH Venlo Postbus 3200 5902 RE Venlo info@freshparkvenlo.nl


Fresh Park Venlo

Op het bestaande terrein is nog 25 hectare ruimte. De verwachting is dat die ruimte binnen vier jaar ook vol is. Fresh Park Venlo telt inmiddels zo’n 130 ondernemingen in de verssector en de ondersteuning daarvan. Eigenaar ZON (de coöperatieve veiling Zuid-Oost Nederland) heeft bij Klavertje Vier inmiddels een optie genomen op een uitbreiding van 60 hectare. De effecten van de crisis zijn beperkt gebleven. “De onderhandelingen met nieuwe partijen duren langer. Maar we hebben geen leegstand al moeten we niet te hard roepen. De malaise is nog niet voorbij”, benadrukt Janssen. Fresh Park Venlo is een van de partners van de provincie bij de facilitering van de Floriade. De Greenportlane, de belangrijke ontsluitingsweg voor Klavertje Vier, loopt straks deels over het terrein van Fresh Park Venlo, dat in 2012 ook dient als parkeerterrein voor de bezoekers van de wereldtuinbouwtentoonstelling. Janssen heeft waardering voor de inzet van de provincie. “Dat we een van de Greenports van Nederland zijn, kan op het conto van de provincie worden geschreven. De provincie steekt toch maar haar nek uit met de Innovatoren en haakt daarmee ook in op de mentaliteit van deze regio. Niet lullen maar poetsen. We zijn een volkje van harde werkers. Dat is prima. Maar met strategie zijn

we soms wat te weinig bezig. Er wordt bijvoorbeeld te weinig nagedacht over het antwoord op de vraag wat je positie is als regio. Zo merken we dat het alsmaar moeilijker wordt om hoog opgeleiden te vinden die meehelpen om nieuwe concepten en ideeën te bedenken. Fresh Park Venlo is een van de paradepaardjes van Klavertje Vier en de hele opzet van Greenport Venlo. Maar je moet wel blijven innoveren. Meegaan met de trends van gezonde voeding, de seniorenmarkt, hoogwaardige kant- en klare producten leveren die ook een bijdrage kunnen leveren aan beperking van de ziektekosten. Een voorbeeld daarvan is het initiatief Ganz und gahr: kant en klare maaltijden met vlees, vis en groenten die we op de institutionele markt in Duitsland brengen”. Jan Janssen gelooft dat de Floriade een succes wordt en een vliegwieleffect heeft voor de hele regio Noord-Limburg. “We richten ons dan wel niet op de consumentenmarkt, maar het internationale bedrijfsleven zal ook present zijn tijdens de Floriade. Tijdens de business workshops zullen we ons presenteren. Bovendien zien alle Floriadebezoekers Fresh Park Venlo liggen en ook op die manier kunnen we als centrum van producenten en verwerkers van vers een brug slaan naar de consument”. Fresh Park Venlo haakt ook

nadrukkelijk aan bij het duurzame karakter dat de Floriade toch vooral wil uitstralen. Janssen: “We profileren ons nu al stevig met die duurzaamheid. Op ons park kunnen we een geweldige slag maken als het gaat om het hergebruik van overtollige warmte die vrijkomt bij het gebruik van gigantische koelcellen. We passen al gerecycled asfalt toe voor onze infrastructuur en moedigen het gebruik van zonnepanelen aan. We ontwikkelen een groenplan, zorgen voor de opvang van hemelwater en we gaan steeds meer over op energiezuinige verlichting. Fresh Park Venlo moet uitgroeien tot een voorbeeld van duurzaamheid”. Ondernemers die kiezen voor vestiging kunnen zelf beslissen of ze huren, zelf bouwen of laten bouwen. “We beheren niet alleen, maar ontwikkelen ook”, benadrukt Janssen. Uitgangspunt van het parkmanagement is dat de ondernemers zich volop kunnen concentreren op de corebusiness. “Ontzorgen op maat”, zo betitelt Janssen de vele diensten, waarvan de bedrijven gebruik kunnen maken. Dat varieert van postbezorging, onderhoud en beveiliging, tot het inhuren van uitzendorganisaties en de dienstverlening van een accountantskantoor. Met dat complete pakket is de slogan van Fresh Park: where everything comes together niet zomaar een kreet. Die slogan wordt ook bewaarheid vanuit een andere optiek. Fresh Park Venlo is niet zomaar een verzameling losstaande bedrijven. Janssen: “De bedrijven vormen een netwerk, dat gezamenlijk aan de weg timmert”. Jan Janssen is ervan overtuigd dat het concept van Fresh Park Venlo alles in zich heeft voor verdere groei. “Het Floriadeterrein wordt straks onder meer Greenpark Venlo. Met kantoren voor zakelijke dienstverlening, maar ook research en development. Dat levert ook voor ons nieuwe kansen op om nog bredere verbindingen te leggen en gezamenlijke belangen bij elkaar te brengen. Er zijn al veel contacten in de regio met de hogescholen Fontys, de HAS en met Knowhouse. We hoeven straks niet meer naar Wageningen voor wetenschappelijk onderzoek. De kennisontwikkeling, de innovatie en de juiste bedrijfsvoering doen we uiteindelijk ook in deze regio, die daarmee een ijzersterke positie krijgt. Ketensamenwerking; daar draait het uiteindelijk allemaal om”, zo benadrukt Janssen. I

101


hoofdstuk artikelnaam Ontwikkelings Maatschappij Midden-Limburg

102


Het motto van directeur Tilman Schreurs van OML is samenwerking

‘We willen uitgroeien tot motor van

economische groei’ Begin 2010 verruilde Roermondenaar Tilman Schreurs het wethouderschap in de Bisschopsstad voor de directeursstoel van Ontwikkelings Maatschappij Midden-Limburg. Belangrijkste doelen van OML? Verkoop en beheer van bedrijfsterreinen, maar vooral ook faciliteren, adviseren en ondersteunen van ondernemers in de gemeenten Echt-Susteren, Roerdalen, Roermond,Leudal en Maasgouw; de aandeelhouders van OML, met Maasgouw nog als kandidaat-aandeelhouder. “Midden-Limburg economisch op de kaart zetten. Dáár draait het om”, zegt Schreurs.

H

et is nog niet zo lang geleden dat MiddenLimburgse gemeenten met elkaar concurreerden om nieuwe bedrijven binnen te halen om het eigen terrein maar vol te krijgen. Die tijd is voorbij. OML opereert niet vanuit sec lokale belangen. Tilman Schreurs: “De R van regio staat nu centraal. Het maakt in wezen niet uit in welke gemeente een onderneming zich vestigt. Dat mag Echt-Susteren, Roermond, maar net zo goed Weert zijn. Als het maar in Midden-Limburg is”. De directeur van OML benadrukt dat hij ook niet de concurrentiestrijd aangaat met de regio Venlo, of Zuid-Limburg, maar samen met die regio’s juist wil bekijken wat ze voor elkaar kunnen betekenen. “Je ziet overal segmentering. In Venlo is dat de logistiek en voeding, in SittardGeleen concentreert Chemelot zich op life science en Midden-Limburg zou zich juist kunnen profileren met een brok diversiteit. Dat levert nieuwe kansen op. Onder meer door interregionaal overleg over eventuele verplaatsingen van bedrijven die niet in een bepaalde segmentering thuishoren. De bedrijfsontwikkeling langs met name de autowegen A2 en A73 en hun aftakkingen in Limburg zou door dat overleg beter gestructureerd en gebundeld kunnen worden”, oordeelt Schreurs. Die argumentatie gaat ook op voor het

samenwerkingsverband dat hij graag wil aangaan met de Hoge Dunk, het samenwerkingsverband dat de dienstverlening aan het bedrijfsleven in Weert, Nederweert, Leudal en Cranendonk wil stroomlijnen. “Toenadering en samenwerking is ook ons motto als het om de Hoge Dunk gaat”, zegt Schreurs. Als het om Midden-Limburg zelf gaat wijst hij ook op de noodzaak van bedrijfsverplaatsingen van maakindustrieën aan de westkant van de Maasplassen, waar veel aandacht de komende jaren uitgaat naar de verdere ontwikkeling van de waterrecreatie. “Jachthavens en zeilboten gaan niet samen met fabrieken die bijvoorbeeld grondstoffen voor de bouw produceren”. In de praktijk wordt in Midden-Limburg zo’n 80 tot 85 procent van bedrijfskavels verkocht aan regionale verplaatsers. De resterende twintig procent zijn bedrijven van elders. Of nieuwkomers. Opvallend: ook ondernemers uit het Oost-Europa oriënteren zich in Midden-Limburg. “Ondernemers kijken daarbij niet alleen sec naar de beschikbaarheid van kavels en de prijs. Ze zijn pas te bewegen om te investeren als het totaalplaatje klopt. De kwaliteit van de leefomgeving. De kwaliteit en de beschikbaarheid van arbeidspotentieel. En ook daarvoor is het absoluut noodzakelijk dat de samenwerking in de regio maximaal is. >

103


Wie midden-limburg sterk wilt maken moet midden tussen de ondernemers staan

OML adviseert en begeleidt ondernemers en fungeert als hét aanspreekpunt voor bedrijven die zich willen vestigen in de regio. Daarbij blijft de dienstverlening van OML niet alleen beperkt tot de feitelijke verkoop van een bedrijfskavel of de verhuur van een kantoor of bedrijfsruimte. Daar waar bedrijven te maken krijgen met regelgeving, beschikkingen en vergunningen van de overheid kunnen ze een beroep doen op OML om hun belangen te behartigen en de noodzakelijke procedures te begeleiden. OML vervult dan een intermediaire functie en draagt zorg voor een zorgvuldige en oplossingsgerichte afhandeling bij de betreffende gemeente. Met de komst van de A73, de aansluiting op de A52 in Duitsland en de economische opbloei van de regio Midden-Limburg is het gunstig ondernemen. Om de stijgende lijn in Midden-Limburg vast te houden is er begeleiding en ondersteuning nodig op het vlak van bedrijfshuisvesting en alles wat daarmee samenhangt. OML is daarom hét aanspreekpunt en servicecentrum voor zowel gevestigde, als nieuwe bedrijven in de regio. Door slagvaardig en pro-actief meedenken komen we samen met u tot een oplossing op maat. Want daar maken wij ons sterk voor! Onze hoofdactiviteiten: • Verkoop van bedrijfskavels • Beheer van bedrijventerreinen • Herstructurering bedrijventerreinen • Advies, begeleiding en intermediaire functie voor ondernemers • Verhuur van bedrijfsruimten

GODSWEERDERSINGEL 85 6041 GK ROERMOND T 0 0 3 1 4 7 5 4 2 6 2 4 2 E I N F O @ O M L . N L W W W W. O M L . N L


Ontwikkelings Maatschappij Midden-Limburg

Werk is de basis van leefbaarheid. En dat zijn twee voorwaarden om een regio sterk te maken en te houden. Daarom ook wil ik niet louter koopman, maar ook een tikkeltje dominee zijn”, lacht Schreurs. En met die ‘preek’ voor regionale samenwerking zit Tilman Schreurs op één lijn met de provincie. In Midden-Limburg is nog 180 hectare aan bedrijfsterreinen beschikbaar. Voorbeelden zijn St. Joost, Zevenellen, Ittervoort, de Zuidelijke stadsrand Roermond en Roerstreek Zuid. Volgens Tilman Schreurs is die voorraad voldoende om tot 2030 vooruit te kunnen. “We moeten geen nieuwe terreinen bestemmen. Dat leidt opnieuw tot concurrentie en herbergt het risico dat de grondprijzen onder druk komen te staan. Die discussie moeten we niet willen”. En OML kijkt inmiddels ook over de grenzen. De herbestemming van de militaire basis in Elmpt bijvoorbeeld. De crisis heeft ook in Midden-Limburg geleid tot een daling van de verkoop van bedrijfskavels. In 2009 kwam het negen keer tot een verkoop. Daarbij werd in totaal drie hectare verkocht. Er was op 50 procent meer gerekend. OML verwacht dit jaar een kentering ten goede, maar tekent daar met-

een bij aan dat het wellicht nog drie jaar duurt voordat de verkopen weer op het peil van voor de crisis zijn. E het blijft natuurlijk de vraag of die hoogconjunctuur ooit nog terugkeert. Tilman Schreurs benadrukt dat hij niet alleen afgerekend wil worden op het aantal verkopen. “Het gaat niet alleen om de acquisitie en de verkoop. Het gaat ook om het juiste beheer van de terreinen, de advisering en de ondersteuning bij onder meer de vergunningverlening. Daarvoor hebben we afspraken gemaakt met de ambtelijke organisaties om te voorkomen dat regelgeving barricades opwerpt. Daarnaast is er ook de taak om de juiste bedrijven bij elkaar te krijgen. Want ook dat levert kwaliteit op. Een high tech bedrijf dat dagelijks veel klanten ontvangt, moet je niet bij een onderneming zetten met veel transportbewegingen, of een bedrijfsloods waar personeel binnen en buiten met productie bezig is”. En dan is er ook nog de opgave van herstructurering en revitalisering van bestaande bedrijventerreinen. Als Roermonds wethouder kreeg hij veel waardering voor zijn initiatief om de leefbaarheid in de wijk ’t Veld

te verbeteren door gedeeltelijke sloop en nieuwbouw. Op bedrijventerreinen staat dezelfde opgave voor de deur. Hij wijst erop dat bestaande bedrijfsgebouwen en kantoren van twintig jaar en ouder niet voldoen aan duurzaamheidsprincipes die steeds belangrijker worden voor ondernemers. Ze zijn niet meer te verkopen. Sloop is dan vaak de beste optie. Eventueel ook in combinatie met erfpacht. Schreurs oppert dat hij op bedrijventerreinen ook erfpachtconstructies wil gaan toepassen voor ondernemers om bedrijfsvestigingen nieuwe impulsen te geven. “Pacht van de grond kan financieel voordeliger zijn voor ondernemers”. Waarbij dan ook de principiële vraag opdoemt of OML uiteindelijk niet ook recht heeft op Onroerend Zaak Belasting als ze onder meer openbare wegen beheert, gronden in erfpacht geeft en het complete parkbeheer doet. De winsten die OML uiteindelijk maakt, wil Schreurs het liefste weer investeren in de kwaliteit en het onderhoud van de bedrijvenparken. “Dat bepaalt immers mede de kwaliteit van Midden-Limburg”. Tilman Schreurs is volop bezig om OML te transformeren tot een organisatie, die in alle openheid naar buiten treedt. Hij doet dat op de manier waarmee hij zich ook manifesteerde als wethouder: heel toegankelijk en zonder poeha. OML bestaat trouwens uit een klein team van dertien mensen. “We opereren met open vizier. Voor ondernemers én gemeenten willen we een verbindende schakel zijn. Psychologisch is het van groot belang dat Roermond een heel belangrijke speler is, maar geen meerderheid van de aandelen meer heeft. Daardoor is de samenwerking nadrukkelijker gebaseerd op gelijkwaardigheid. En het allerbelangrijkste? We merken steeds nadrukkelijker dat de klant ons weet te vinden. Want ook daar gaat het natuurlijk allemaal om”. I

105


Burgemeester Margraten

Burgemeester Jean Bronckers van Margraten hekelt gebrek aan samenwerking

‘Deel Limburg op in twee mini-provincies’ Het is echt zijn laatste klus. Waarnemend burgemeester Jean Bronckers van Margraten oordeelt dat stilaan de tijd is gekomen om te stoppen als gemeentebestuurder. Maar niet voordat hij nog eens zijn zorgen heeft uitgesproken over het gebrek aan samenwerking in Zuid-Limburg. Die verdeeldheid kost de regio Heuvelland miljoenen aan gemiste subsidies.

M

argraten is een van de mooiste parels van Zuid-Limburg. De fruitigste gemeente van Nederland, zoals Margraten zich graag afficheert, won in 2009 de nationale landschapsprijs. Met dank aan de inspanningen voor het behoud van karakteristieke landschapselementen, zoals de hoogstamboomgaarden. Margraten fuseert per 1 januari 2011 met Eijsden. Niet meer over zeuren, oordeelt Bronckers. De gemeenteraden hebben zich daar immers al in 2008 voor uitgesproken. En het is mede zijn taak om de gemeente op de best mogelijke manier naar de samenvoeging met Eijsden te loodsen. Toch is Bronckers in algemene zin geen aanhanger van herindeling als middel om bestuurlijke problemen op te lossen. “De omvang van een gemeente is niet bepalend voor de kwaliteit. Het gaat erom wat je in samenhang tot stand brengt. Daarom ben ik er voorstander van om Limburg op te delen in twee mini-provincies. De mini-provincies Zuid- en Noord-Limburg. Voordeel daarvan is dat je gemeenschappelijke taken op een ander, gezamenlijk niveau kunt brengen. Zoals bijvoorbeeld woningbouw en bedrijventerreinen. Zo’n mini-provincie met uitvoerende taken heeft een betere positie richting burgers en gemeenten. Bovendien kun je de problemen, maar ook de kansen veel beter oppakken in een kleiner gebied met hetzelfde karakter. Noord-Limburg is nu eenmaal volstrekt anders dan het zuiden van de pro-

106

vincie”, zo legt Bronckers uit. Hij is ervan overtuigd dat zo’n mini-provincie ook een einde maakt aan de onderlinge concurrentie tussen gemeenten en de solidariteit verbetert. “Zo’n mini-provincie pikt namelijk ook de taken op, waarvoor de ene gemeente nu concurreert met de andere”. Bronckers betreurt het, dat provincie en Rijk ook in het Heuvelland de ruimte scheppen om miljoenen binnen te halen aan budgetten voor landschap en natuur, maar gemeenten dat onvoldoende oppakken. “Er worden gewoon te weinig concrete plannen gelanceerd. Niet iedere gemeente omhelst het provinciale landschapsbeleid. Maar ik denk vaak; pik dan die delen uit het beleid waar je het wel over eens kunt worden. Dat gebeurt veel te weinig. En daardoor halen we maar tonnen binnen. Voor een stukje Via Belgica bijvoorbeeld. Peanuts, want dat zouden miljoenen kunnen zijn”. Het besef over de noodzaak van samenhang en samenwerking is groeiend, maar gaat te langzaam, oordeelt Bronckers. “We moeten veel meer zoeken naar wat ons bindt. Ook in de relatie met Maastricht. Wij vormen samen het stadspark van Maastricht. Om dat op orde te houden, maken we kosten die ten goede komen van iedereen. Omgekeerd profiteren wij van alle voorzieningen van de stad. Het schort ook aan het besef om als regio gemeenschappelijke regelingen op te zetten. De inning van belastingen bijvoorbeeld. Valkenburg doet nog niet mee aan de gemeenschappelijke sociale dienst. Toch kun je in gemeenschap-


Burgemeester Margraten

pelijkheid ook geld besparen en voorkomen dat je tekorten straks weer moet afwentelen op de inwoners. Bovendien kun je je samen beter voorbereiden op financieel zwaar weer”. En samen zou er zoveel meer mogelijk zijn, benadrukt Bronckers. Hij wijst op het mooie plan om in de nabijheid van het Amerikaans kerkhof een regionaal infocentrum te bouwen. De poort naar het Heuvelland. Een centrum waar je als bezoeker informatie krijgt over de Tweede Wereldoorlog en de vele Amerikaanse oorlogsslachtoffers die er begraven liggen. Maar ook over de natuur en het landschap. Een centrum waar je een elektrische fiets kunt huren. Omdat senioren op die manier graag de regio verkennen. “Je spreekt over een miljoeneninvestering, maar het zorgt wel voor een toegevoegde waarde voor de hele regio”. Ruim anderhalf jaar is Bronckers aan de slag in Margraten. Hij was eerder alom gewaardeerd gedeputeerde financiën en waarnemend burgemeester van Sittard-Geleen. Het beeld dat Margraten

financieel een van de gezondste gemeenten van Limburg is, heeft hij moeten bijstellen. De bodem van de schatkist is in zicht. Het geld dat er nog is, moet in Margraten geïnvesteerd worden, zo heeft de gemeenteraad beslist. Dus wordt het Amerikaplein gereconstrueerd en een multifunctionale accommodatie gebouwd. De rek in de woningbouw is er inmiddels uit. Margraten telt nog ongeveer 700 geregelde bouwplaatsen. Gelet op de krimp worden er de komende jaren ongeveer 280 benut. Bronckers verwacht dat het aantal woningen de komende tien jaar nog licht groeit. “Voor starters- en seniorenwoningen is onvoldoende belangstelling. We moeten het vooral hebben van mensen die zich hier willen vestigen. Dicht bij Aken, Maastricht en Luik en in het groen. En we willen ervoor zorgen dat de kleine kernen hun eigen aanwas kunnen opvangen. Maar je moet realistisch zijn: de geweldige vlucht naar het Heuvelland van de afgelopen jaren is voorbij”.

De samenvoeging van Eijsden en Margraten? Het wordt een gemeente van bijna 25.000 inwoners met veertien kernen. Bronckers wijst op de overeenkomsten tussen de inwoners van het Eijsdense Maasdal en het Mergelland. En hij wijst op de eigen identiteit van de kernen die gewoon blijft. Kernen ook die zelf keuzes moeten maken in samenspraak met het nieuwe gemeentebestuur. Dorpsontwikkelingsplannen kunnen daarbij de leidraad zijn. De discussie over de bouw van het nieuwe gemeentehuis is opgeschort. Maar Bronckers laat er geen twijfel over bestaan. “Het ambtelijk apparaat hoort bij elkaar. Een gescheiden huisvesting is veel duurder en komt de dienstverlening niet ten goede”. Bronckers waarschuwt dat het mooie beeld van het Heuvelland, met grazende koeien op glooiende weilanden onder druk staat. Net als elders in de wereld moeten landbouwers in het Heuvelland aan schaalvergroting doen en innoveren om te overleven. “En die innovatie betekent vaak dat de koeien voortaan op stal blijven. En hoogstamboomgaarden zijn prachtig. Zolang er tenminste subsidie wordt gegeven. Maar voor de pluk vind je bijna niemand meer en de Arbo-wetgeving doet moeilijk over dat geklim op ladders om bij het fruit te komen. Dat wordt nostalgie”. Investeren en verbinden dan? Bronckers: “Een goede ontwikkeling. Er is veel in beweging gezet. Maar om dat beleid in concrete daden om te zetten, kost nu eenmaal tijd. Meer tijd dan één Statenperiode biedt”. I

107


Woningstichting Weller

Hans Laudy en Jack Gorgels van woningstichting Weller:

’Bevolkingskrimp hoeft niet nadelig te zijn voor Parkstad’ HEERLEN – In Parkstad is de krimp inmiddels begonnen en voelbaar. Woningstichting Weller heeft sinds 2004 al ruim 600 woningen gesloopt, terwijl daar maar circa 200 nieuwe woningen voor zijn gebouwd. Parkstad staat aan het begin van een nieuwe tijd waarin die bevolkingskrimp voor iedereen voelbaar en zichtbaar zal zijn. Maar dat hoeft niet per se nadelig te zijn voor de regio, integendeel.

D Jack Gorgels en Hans Laudy

at zeggen Hans Laudy en Jack Gorgels, directeuren van de woningstichting Weller in Heerlen. Weller bestaat

sinds 2004, en is destijds ontstaan door de fusie van vijf woningcorporaties in de regio. Weller is een eigentijdse, service- en klantgerichte corporatie. Wie de woonwinkel (Wellerij) aan de Geerstraat in

Heerlen betreedt, valt op dat hier balies, loketten en spreekkamers volledig ontbreken. “Wij geloven in een open cultuur waarin we op basis van gelijkheid onze klanten willen benaderen”,

Hans Laudy en Jack Gorgels van woningstichting Weller in Heerlen:

“Wat je gaat zien in de toekomst is dat het groen, de natuur terugkeert in de stad”.

108


Woningstichting Weller

70 aanleunwonigen voor senioren (Icarus)

2100 m2 commerciële ruimte en 30 appartementen (Piazza) 12 seniorenappartementen (Parklunet 2)

is de mening van Jack Gorgels. Ook de systematiek waarmee Weller woningen toewijst is heel anders dan vroeger bij de woningstichtingen, waaruit Weller is voortgekomen. “Die woningstichtingen wezen woningen toe op basis van het aantal punten dat een klant had. Hoe meer punten, hoe sneller iemand aan een woning kwam. Dat puntensysteem hebben wij afgeschaft. Ons credo nu is dat wij iedere klant op basis van zijn of haar voorkeur zo goed mogelijk en zo snel mogelijk begeleiden naar een woning die bij hem of haar past. Dat is wat wij verstaan onder servicegericht”. Weller beheert momenteel zo’n 10.000 woningen, winkels, kantoren en garages voor 22.000 klanten in Heerlen, Brunssum en Schinveld. Bij Weller werken circa 120 mensen. Het anticiperen op de huidige bevolkingskrimp is bij de corporatiesector al zo’n tien jaar geleden begonnen, zegt Laudy. “Het uitgangspunt toen was: leegstand voorkomen. Want leegstand leidt tot verpaupering, en dat tast de leefbaarheid en het imago van je

regio ernstig aan. We zijn toen ons totale woningaanbod gaan inspecteren om systematisch de slechte woningen te slopen. In feite is dat nog steeds de kern van ons huidige beleid. Zodoende raakt de regio op den duur steeds meer slechte woningen kwijt”. Door die sloop komt er steeds meer open ruimte in het verstedelijkte gebied. “Wat je gaat zien in de toekomst is dat het groen, de natuur terugkeert in de stad”, merkt Laudy op. “Zo’n tien jaar geleden is voor het eerst de term Parkstad gebruikt voor deze regio. Eerlijk gezegd denk ik dat veel mensen weinig hadden en hebben met die term. Maar door die terugkeer van de natuur in de stad wordt die naam Parkstad wel steeds toepasselijker: een stedelijk gebied in een parkachtige omgeving”. Kijken Laudy en Gorgels naar de toekomst, dan zien zij een Parkstad voor zich met goede, moderne woningen in een steeds groenere, landschappelijke omgeving, die goed ontsloten is. “De leefbaarheid van de regio zal erop vooruit gaan”. Naar verwachting

daalt het aantal inwoners in Parkstad in 2025 met 15 %. Voor provincie, gemeenten en alle betrokken maatschappelijke instanties is het volgens Gorgels prioriteit nummer één om te zorgen voor voldoende werkgelegenheid in de toekomst. “Je hebt niets aan een fraai woongebied met een goede leefbaarheid als er vervolgens niet voldoende werkgelegenheid is”. De regiobranding Zuid-Limburg is wat hen betreft alvast een goede manier om de bekendheid van de regio te vergroten, om zodoende werkgelegenheid aan te trekken. Ook zou Limburg meer aansluiting moeten zoeken met de Duitse grensregio, met name Aken. De Rheinisch Westfälische Technische Hochschule Aachen (RWTH) is op het gebied van technisch onderwijs één van de topuniversiteiten van Europa. Om die reden trekt de Akense universiteit veel bedrijven aan, die in samenwerking met de universiteit nieuwe productiemethoden of innovatieve producten ontwikkelen. Daar liggen ook kansen voor Limburg, denkt Gorgels. Ook zal de regio Parkstad in de toekomst moeten blijven investeren in cultuur en onderwijs. “Cultuur en onderwijs zijn heel doorslaggevend voor een regio om jongeren aan je te binden”. Parkstad heeft qua cultuur al het nodige te bieden, met grote publiekstrekkers als Pinkpop, Cultura Nova, het Booch-festival, het nieuwe Parkstad Limburg Theater, Glaspaleis Schunck en de culturele activiteiten in De Nieuwe Nor. “We spreken in dat verband al over de ‘culturele lente’ in de Parkstad”. Weller is ook betrokken bij de ontwikkeling van de grootschalige opwaardering van de stationsomgeving in Heerlen, in de vorm van het Maankwartier. >

109


Gewoon lekker wonen. Meer dan 25.000 mensen, groot en klein, vinden hun thuis in een woning van Weller. En die 25.000 mensen hebben elk op zijn of haar beurt een eigen smaak, leefstijl en specifieke woonwensen. Die persoonlijke wensen van onze klanten staan bij Weller centraal. Want als wij weten wat ze willen, kunnen wij beter en actiever bijdragen aan hun woonplezier. Daarom heeft elke Wellerklant een eigen Wellerman of -vrouw die de buurt goed kent en altijd klaar staat. Of het nu gaat over veiligheid, een verbouwing of gewoon om eens van gedachten te wisselen over woonplezier. Weller wil haar klanten gewoon lekker laten wonen. Meer informatie? Kijk op www.wellernet.nl of kom langs in de Wellerij aan de Geerstraat 320 in Heerlen of aan de Raadhuisstraat 21b in Brunssum. Bellen kan ook: 045 - 404 86 00.


hoofdstuk artikelnaam

Cultuurcluster in Heerlerheide(gemeenschapshuis,grand café, bibliotheek, stadsdeelwinkel, mijnwater-info-center, supermarkt, ondergrondse parkeergarage met 255 pp) in de vorm van een iterson-koeltoren als verwijzing naar het mijnverleden. (Gen Coel)

Brede school incl. 45 appartementen en 52 ondergrondse parkeerplaatsen (Papero)

Maquette van het Maankwartier

Het Maankwartier is het gebied in en rondom het NS-station van Heerlen. Dat gebied gaat de komende jaren driftig op de schop. Er komt een nieuw NS-station, met daaromheen winkels, kantoren en woningen. Het Maankwartier wordt vermoedelijk rond 2017 of 2018 opgeleverd. “Weller heeft nu al 70 % van de beschikbare ruimte in het Maankwartier verkocht of verhuurd, nog voordat de eerste steen is gelegd”, zegt Gorgels, die hoge verwachtingen heeft. “Het Maankwartier wordt een icoon voor Heerlen en bovendien een soort poort van Parkstad Limburg, voor wie met de trein of bus naar Heerlen komt”. Het Maankwartier is niet ontwikkeld door een architect, maar door de kunstenaar Michel Huisman. “Ook dat is typerend voor de ‘culturele lente’ in Parkstad: andere wegen durven te gaan, nieuwe keuzes durven te maken en kie-

zen voor kwaliteit in plaats van kwantiteit”. Volgens Laudy heeft het aanvankelijk even geduurd voordat de bevolkingskrimp in Parkstad hoog op alle politieke en maatschappelijke agenda’s stond. “Her en der werd er aanvankelijk wat gehuiverd, waarschijnlijk omdat bevolkingskrimp een taai en verstrekkend gegeven is. Maar inmiddels merk ik dat iedereen doordrongen is van de noodzaak om op die bevolkingskrimp te anticiperen. Dat sterkt ons in het vertrouwen dat deze regio goed om zal gaan met die krimp, om er uiteindelijk zelfs beter van te worden”. Ondanks de financiële crisis en de krimp investeert Weller nog volop in de regio. In de wijk Heerlerbaan levert Weller een nieuw complex Kaer op met 52 aanleunwoningen, 16 koopwoningen en ondergrondse parkeerplaatsen. In oktober 2010 leverde Weller 22 grondgebonden koop-

woningen op aan de Landvoogdstraat in Heerlen-centrum. In het centrum van Brunssum werkte Weller aan een complex met 12 huurappartementen voor senioren. In de wijk Heerlerheide heeft Weller in het najaar het complex Papero geopend: een basisschool, gymzaal, 20 koopwoningen en ondergrondse parkeerplaatsen. Eveneens in Heerlerheide bouwde Weller het complex Icarus: 70 aanleunwoningen voor senioren, en complex Piazza: 30 sociale huurappartementen en 2100 m2 commercieel vastgoed. In de wijk Schandelen leverde Weller dit jaar het Dienstencentrum Schandelen op: een dienstencentrum van ongeveer 250 vierkante meter voor bewoners van de wijk. Weller wil, nét in tijden van krimp en crisis, blijven investeren in kwaliteit en werkgelegenheid, zo lang de financiële continuïteit dit toelaat. En dat is het geval. I

111


Designer Outlet Roermond

‘Merkendorp’ versterkt positie van bisschopsstad als dé winkelstad van Limburg:

Designer Outlet Roermond mikt op 5 miljoen bezoekers per jaar ROERMOND – “Het Designer Outlet Center (DOC) in Roermond is in 2010 door 3,8 miljoen mensen bezocht, en is bovendien het grootste outletcenter van de Benelux en Duitsland. Na de afronding van de derde nieuwbouwfase in 2011 telt het DOC 140 winkels en 10 horecagelegenheden. In die nieuwe vorm streeft het center ernaar om binnen vijf jaar vijf miljoen bezoekers per jaar te trekken”.

D Marc Bauwens van Designer Outlet in Roermond: “Roermond is dé winkelstad van Limburg geworden, mede dankzij het voortvarende beleid van het Roermondse gemeentebestuur”.

112

at zegt Marc Bauwens, landenmanager van de DOC’s in Nederland en Duitsland. Bauwens is uitermate tevreden over de ontwikkeling van het DOC in Roermond, dat commercieel gezien één groot succes is. “Het succes van dit DOC is vooral de ligging: het center ligt in de dichtstbevolkte regio van Europa, met optimale verkeersverbindingen. Binnen een straal van anderhalf uur rijden wonen er ruim 26 miljoen mensen in deze regio”. De economische crisis heeft het DOC niet of nauwelijks gedeerd. “Sterker nog: ik denk dat die crisis in ons voordeel heeft gewerkt”, zegt Bauwens. “Door die crisis zijn mensen veel prijsbewuster geworden. Ze weten dat ze in ons center kwaliteitsproducten van topmerken kunnen kopen tegen gereduceerde prijzen”. Het DOC Roermond werd in 2001 geopend, en is eigendom van het Britse moederbedrijf McArthurGlen. McArthurGlen beheert 19 outletcenters bij grote steden in Oostenrijk,

België, Frankrijk, Duitsland, Italië, Groot Brittannië en Nederland. In die outletcenters zijn alle topmerken van de wereld vertegenwoordigd, op het gebied van kleding, sportkleding en interieur. Die topmerken verkopen hun producten in die outletcenters tegen kortingen van 30 tot 70 procent. Alle centers zijn met veel gevoel voor details ‘dorps’ ingericht, naar de aard van de regio of het land waar het center is gevestigd. Zo is het Roermondse DOC opgetrokken in de stijl van de Maasland-architectuur. Bij de opening van het DOC in Roermond klonk er veel kritiek, vooral van winkeliers in de oude binnenstad van Roermond. Zij waren bang voor concurrentie en vreesden dat de bezoekers van het DOC de Roermondse binnenstad links zouden laten liggen. Maar nu, negen jaar later, is die kritiek helemaal verstomd, zegt Marc Bauwens. En dat verbaast hem niet. “Mensen die naar het DOC komen, doen dat meestal niet om even snel wat producten te kopen. De meesten komen hier voor een dagje uit. En na een poosje winkelen in ons DOC bezoeken heel veel van onze klanten de vlakbij gelegen binnenstad, met zijn historische straten en panden, en de prachtige pleinen van Roermond. Het DOC en Roermond versterken elkaar en vullen elkaar juist aan”. Het succes van het DOC in Roermond is niet aan komen waaien. “In de eerste plaats heeft het te maken met de sterkte van de merkenportefeuille. Met namen als Prada, Gucci, Armani, Polo Ralph Lauren, Tommy Hilfiger, Dolce & Gabbana, Hugo Boss is het ‘designergehalte’ ongemeen


hoog en hebben we een steengoede reputatie opgebouwd”. “Maar dat succes is ook mede een gevolg van ons strenge beleid om het center kwalitatief zo optimaal en veilig mogelijk te houden. Wij doen er alles aan om de klant zo tevreden mogelijk naar huis te laten gaan. We hebben met winkeliers duidelijke regels afgesproken over bijvoorbeeld de inrichting van etalages. Als een winkelier zich daar niet aan houdt en van zijn etalage een rommeltje maakt, dan wordt hij daarop meteen aangesproken”. Ook de dagelijkse en nooit aflatende inspanningen om het centrum ondanks de vele bezoekers schoon te houden, dragen bij aan dat succes. “Onze toiletten zijn luxe afgewerkt met marmer en altijd schoon. Dat versterkt het tevredenheidgevoel van de klant”. Verder stuurt Bauwens regelmatig ‘mystery guests’ het center in, om te testen hoe klantvriendelijk winkeliers en winkelpersoneel zijn. Wie daar-

bij in gebreke blijft, wordt daarop aangesproken. “Dat is ook de McArthurGlenfilosofie: elke dag weer kritisch blijven op wie je bent en wat je doet. En daarbij moet je zelf het goede voorbeeld geven. Ik loop nooit een papiertje voorbij, zonder dat op te rapen”, zegt Bauwens. Qua bezoekersaantallen is het DOC na de Efteling in Kaatsheuvel de meest bezochte ‘attractie’ van Nederland. Van alle bezoekers aan het DOC komt 56 procent uit Duitsland, 36 procent uit Nederland en 8 procent uit België. Vooral op Duitse feestdagen wil het druk worden in het DOC. “Op 1 november, Allerheiligen, trokken we op één dag ruim 30.000 bezoekers”. Met uitzondering van Eerste Kerstdag en Nieuwjaarsdag is het DOC 363 dagen per jaar geopend. In het DOC werken 1400 mensen. Mede door het DOC, het Retailpark, de Huisen Tuinboulevard, het Outdoorcenter,

de Meubelboulevard en door de historische binnenstad is Roermond in een paar jaar tijd uitgegroeid tot de winkelstad van Limburg, zegt Bauwens. “Dat is mede te danken aan het voortvarende beleid van het Roermondse gemeentebestuur. Vooral wethouder Jos van Rey heeft een aanstekelijke drive om dingen mogelijk te maken”. Verder constateert Bauwens dat het DOC in recente jaren steeds vaker wordt bezocht door internationale shoppingtoeristen, met name Russen en Chinezen. “Die zijn voor hun werk in Nederland, België of Duitsland, en gebruiken hun vrije dagen om wat mooie merkartikelen mee naar huis te nemen”. Volgens de gegevens van Global Blue (de Tax Refund organisatie) is Roermond, na Amsterdam, de tweede belangrijkste stad van Nederland wat betreft de besteding van deze internationale toeristen. I

113


geniet van 30 - 70% korting op je favoriete merken

Meer dan 170 designermerken in ruim 100 shops. Ook iedere zon- en feestdag open. Slechts enkele minuten loopafstand van de Roermondse binnenstad.

adidas • aigner • armani burberry • calvin klein • diesel escada • ferragamo • hugo boss marc o’polo • nike • zegna and many more www.designer-outlet-roermond.com Designer Outlet Roermond Stadsweide 2 6041 TD Roermond, Nederland Tel. +31 (0) 475 351 777 info@designer-outlet-roermond.com

Openingstijden: Maandag - vrijdag Donderdag Zaterdag & zondag

10 -18 u 10 - 20 u 10 -19 u

Open 363 dagen per jaar. Enkel gesloten op 1e kerstdag en nieuwjaarsdag.


De beste start voor je carrière ■ CIOS, Handel, Toerisme, Uiterlijke Verzorging, Veiligheid ■ Techniek ■ Economie ■

Educatie

■

Zorg & Welzijn

www.leeuwenborgh.nl Locatie Maastricht Sibemaweg 20 6224 DC Maastricht Tel. 088 00 15 000

Locatie Sittard Arendstraat 12 6135 KT Sittard Tel. 046 420 26 26


hoofdstuk artikelnaam Gemeente Peel en Maas

Mat Vestjens: Peel en Maas is in 2011 beste gemeente van Limburg

‘Het burgemeesterschap is een uitgeholde functie’ Hij kwam ruim drieënhalf jaar geleden naar Helden. Belangrijkste taak? De fusie tussen Helden, Maasbree, Meijel en Kessel realiseren. Die missie van burgemeester Mat Vestjens is geslaagd. Vestjens vindt het prima dat de provincie het voortouw neemt voor gebiedsontwikkeling. Maar het kan sneller, dynamischer en minder stroperiger.

A

ls gedeputeerde was hij gewend om van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat in de weer te zijn. Die eerste weken als burgemeester van Helden waren een verschrikking. Een paar uurtjes in de ochtend en dan zat het werk erop. “Ik was wanhopig. Heb zelfs de gouverneur gebeld en gevraagd hoe hij destijds zijn werk indeelde. Uiteindelijk heb ik maar zelf meer invulling aan de job gegeven. Door de ouders van elke boreling en de nabestaanden van elke overledene in de gemeente persoonlijk te bezoeken bijvoorbeeld. Daardoor gaf ik op mijn manier ook invulling aan het burgervaderschap. En mede door de vele tijd kon ik me maximaal inzetten voor de fusie van de vier gemeenten”. Zijn oordeel over het burgemeesterschap blijft echter keihard. “Het is een uitgeholde functie. Door het dualisme heb je nauwelijks nog zeggenschap. Je bent in principe alleen technisch voorzitter van de raad en het college. Veiligheid en coördinatie zijn de enige taken die resten. Juist burgemeesters van centrumsteden als Venlo en Maastricht hebben geen dagtaak. Als korpsbeheerder van de politie zijn ze wekelijks anderhalf tot twee dagen in de weer. Gerd Leers van Maastricht ging dan ook nog één dag in de week de wijk in. Dat zegt toch genoeg. Ook een burgemeester als Hubert Bruls van Venlo is na aftrek van z’n vrijwillig korpsbeheerderschap in ruim drie dagen in de week klaar met z’n werk. Ik heb navraag gedaan: in een normale werksituatie is de afgelopen tientallen jaren geen enkele burgemeester in Nederland overspannen geraakt. Dat zijn allemaal feiten die tot nadenken stemmen over het burgemeesterschap”, benadrukt

116

Vestjens. De gekozen burgemeester is in de ogen van Vestjens de enige mogelijkheid om het ambt weer inhoud te geven. “Een burgemeester met mandaat, met een eigen programma die ook z’n eigen wethouders kan kiezen”.

De komst van Peel en Maas Verantwoordelijk staatssecretaris Ank Bijleveld van Binnenlandse Zaken betitelde het eind 2009 als ‘een modelfusie waar andere gemeenten een voorbeeld aan kunnen nemen’. Vestjens: “Een mooier compliment hadden we niet kunnen krijgen. Het proces is geweldig succesvol verlopen. Vier partijen die op basis van gelijkwaardigheid samen zijn gegaan. Uitgangspunt was dat de schaalvergroting meer kwaliteit zou opleveren. Dat is alom zichtbaar. Ik heb mijn aandeel gehad in de kwaliteit van dat proces. Toen ik kwam zaten alleen de 54 raadsleden bij elkaar. De colleges van B en W hebben ook hun positie in het proces gekregen. Inclusief een heldere planning. Want in dit soort processen is planning cruciaal”. Peel en Maas straalt minder dan een jaar na de fusie al uit, dat die gemeente nieuwe wegen wil inslaan. In de contacten met de bevolking bijvoorbeeld. De ontvangsthal van het gemeentehuis in Panningen is de meest bijzondere van Limburg. Laagdrempelig, uitnodigend en klantvriendelijk. Met een gezellige koffiehoek/bar. En een praathoek met pluche bankjes waar ambtenaren inwoners te woord staan en de weg wijzen. In een boek kan de bevolking haar oordeel geven over de geboden service. En die entourage is nog maar tijdelijk in afwachting van de (ver)nieuwbouw van het gemeentehuis. “We hebben

de belastingen verlaagd, het winkelcentrum wordt deels vernieuwd en de zelfsturing van de kleine kernen ontwikkelt zich steeds verder. Draait niet meer alleen om de leefomgeving, maar ook om de infrastructuur, het nabuurschap en de (mantel) zorg. Op al die fronten willen we de mensen activeren. Zodat er een einde komt aan de individualisering en de menselijke warmte weer terugkeert. Ook wij hebben het al meegemaakt dat er iemand weken dood in huis ligt, zonder dat de buurt het merkt. Dat mag niet meer voorkomen. Mensen moeten weer voor elkaar klaar staan. Dat is een groeiproces, dat we nadrukkelijk vorm moeten geven. In Grashoek is het al de gewoonste zaak van de wereld dat er elke dag voor en gezamenlijke maaltijd wordt gezorgd”. Eind 2011 staat Peel en Maas te boek als de beste gemeente van Limburg, zo voorspelt Vestjens. De eerste onderscheidingen voor de nieuwe gemeente zijn al binnen. Zo is Peel en Maas een van de beste gemeenten in Nederland als het gaat om de inburgering van asielzoekers. De bindende rol van de provincie dan? Vestjens zegt er ‘heilig in te geloven’. Greenport, Klavertje Vier, de nieuwe bestuurlijke landkaart, de toeristische infrastructuur. Met internationale investeerders worden er gesprekken gevoerd over een mega-investering in een hippisch centrum. Maar toch. De regionale samenwerking is volgens hem een kwestie van geven en nemen. Centrumstad Venlo zou die samenwerking met de andere gemeenten en vooral de provincie wat nadrukkelijker mogen omarmen, merkt Vestjens op. Volgens hem heeft dat te maken met personen met menselijke relaties. De niet echt doortastende


Gemeente Peel en Maas

Mat Vestjens:

“Fusie is geweldig succesvol verlopen”

opstelling van burgemeester Bruls als het gaat om het motiveren van het bedrijfsleven bijvoorbeeld. “Zijn voorganger Jan Schrijen gunde anderen ook hun succes. Daardoor heeft de regio bijvoorbeeld de Floriade kunnen binnenhalen”. Hij is overigens sceptisch over het succes van de Floriade. “Het is overdreven dat de Floriade aandacht van de hele wereld voor Noord-Limburg met zich meebrengt. En de spin off is niet in kaart gebracht en ook niet gegarandeerd. Je weet dus ook nooit hoe groot het succes eigenlijk had kunnen zijn. Venlo heeft daar steken laten vallen. De provincie heeft deels de regie moeten overnemen”. De samenwerking met Horst aan de Maas en Venray loopt prima. De drie plattelandsgemeenten steken zelfs twaalf miljoen euro in een zes jaar durend project om het onderne-

mersklimaat, het onderwijs en het bestuur verder te verbeteren. Peel en Maas heeft daarbij een groot voordeel. Die gemeente krijgt volgens Vestjens nauwelijks last van de bevolkingskrimp. Wilma DelissenVan Tongerlo is inmiddels aan de slag als nieuwe burgemeester van Peel en Maas. En Mat Vestjens? Die heeft het burgemeestershoofdstuk afgesloten. De knop gaat weer om. “Ik heb veel mooie nieuwe contacten gelegd in Peel en Maas. Ik ga nu gevraagd en ongevraagd verder als adviseur optreden. Gewoon lekker blijven werken”. Heeft hij trouwens ook fouten gemaakt in z’n periode als burgemeester van Helden en Peel en Maas? “Ik reken het me toch persoonlijk aan dat de afgesproken nieuwbouw van het gemeentehuis aan de Kerkstraat niet is doorgegaan. Dat was een domper”. I

117


Habitura en Ark

‘

Habitura en Ark werken samen in Veluwe van het Zuiden

Groen

biedt ook veel economisch perspectief ’ Grenspark Kempen-Broek? Veel Limburgers zullen de schouders ophalen. Nooit van gehoord. Toch gaat het straks om 25.000 hectare natuurgebied in Belgisch en Nederlands Limburg en Noord-Brabant. Die huidige natuurgebieden moeten beter met elkaar verbonden worden. En de waterhuishouding moet verbeteren. “Maar dan hebben we ook een parel die je zonder overdrijving de Veluwe van het Zuiden mag noemen”, roepen Wouter Helmer van Ark en Hans Hillebrand van Habitura. Een verhaal dat vooral over gedrevenheid gaat.

Z

e schudden hun hoofd. Het beeld dat met elke hectare natuur de hoeveelheid prikkeldraad in Limburg navenant toeneemt, klopt al lang niet meer met de werkelijkheid. “Dat is een karikatuur van 20 jaar geleden”, benadrukt Helmer. Habitura en Ark ruimen juist prikkeldraad. “We werken aan een vrij toegankelijk landschap, waar mensen kilometers kunnen afleggen zonder op hekken te stoten. Waar bossen en weilanden zonder prikkeldraad in elkaar overgaan. Begraasd door vrij rondtrekkende kuddes”, aldus Hillebrand. Natuur, recreatie, landbouw en waterbeheer. Dat zijn de vier hoofddoelstellingen van het klimaatproject Grenspark Kempen-broek. “De boeren hebben we dus hard nodig. In Kempen-Broek worden ze bij het project betrokken op basis van vrijwillige kavelruil. De animo daarvoor is groot, benadrukt Hilllebrand. Voordeel is dat de landbouwgrond beter gestructureerd wordt, verdwijnt ui de natte gebieden en de grenzen tussen de afzonderlijke natuurgebieden weggewerkt kunnen worden. Aan die ontwikkeling wordt nu een half jaar gewerkt. Met succes. Het gaat razendsnel met de verwerving van de eerste 60 hectare grond. Veel sneller dan de drie jaar die Habitura en Ark daarvoor aanvankelijk hadden gereserveerd. In totaal moeten er 225 hectare zogenaamde sleutelhectares in handen van de boeren overgaan naar natuurbeheer. De Dienst Landelijk Gebied (DLG), ook een partner in het project, heeft veel grond als ruilgrond in eigendom en dat vergemakkelijkt transacties. De rol van de provincie in dat geheel? “Ze maakt een ondernemende vorm van natuurontwikkeling mogelijk. Met dank aan gedeputeerde Ger Driessen. Hij coördineert en zorgt dat de uitvoering vooral niet verzandt in bureaucratie. En we heel doelgericht te werk kunnen gaan. Zo kunnen we flexibel omgaan met bijvoorbeeld de Ecologische Hoofd Structuur. In de praktijk betekent dat gewoon niet op elk metertje precies kijken.

118


Habitura en Ark

Door koppeling met andere maatschappelijke belangen denken we zelfs 175 hectare extra natuur te ontwikkelen. De provincie heeft drie miljoen euro beschikbaar gesteld als voorfinanciering van de grond. Bedrijven en overheden kunnen in ons project natuur compenseren die elders bij woningbouw of andere ontwikkelingen verloren gaat. Ook ondernemingen die compensatie zoeken voor hun CO2-uitstoot willen we vragen om in Kempen-broek natuur te ontwikkelen. Zo kunnen we een deel van de investering weer terugverdienen”, aldus Hillebrand en Helmer. Met de totale kosten van het klimaatproject is zo’n 23 miljoen euro gemoeid. Een verhaal apart is de waterhuishouding in het gebied. De vroegere moerassen in het Belgisch-Nederlands grensgebied zijn nog niet eens zo heel lang geleden drooggelegd. Daardoor vloeit het regenwater nu veel sneller af naar de Maas. Zoals onlangs nog bleek, kan dit grote problemen veroorzaken tijdens periodes van extreme regenval en droogte, die door de klimaatverandering steeds vaker zullen optreden. Het water langer vasthouden is het parool. Dat gebeurt door het creëren van bijvoorbeeld grote vennen. “De waterkwaliteit in het gebied is absolute top. Nergens zie je zoveel libellen en vlinders als hier”, benadrukt Helmer van Ark. En Hillebrand: “De natuur fungeert

dadelijk als een spons om schoon regenwater vast te houden”. De natuurgebieden in Kempen-Broek kennen al tien wandelroutes. Een meerdaagse trektocht van ruim honderd kilometer is ook al mogelijk. Fietsroute-netwerken op zowel Nederlands als Belgisch grondgebied haken al aan bij Kempen-Broek. En er zijn ook al trajecten voor ruiters en mountainbikers uitgezet. Maar de natuurbeleving is natuurlijk pas optimaal als je niet telkens op barrières stuit in de vorm van wegen en maïsakkers. Dat geldt uiteraard ook voor de enorm rijke flora en fauna, die zich nu niet over het hele gebied kunnen verspreiden en ook met obstakels worden geconfronteerd. Ruilverkaveling op vrijwillige basis moet een deel van die obstakels wegnemen. “Met natuurontwikkeling vergroot je in feite Nederland. Ons land is nu voor ruim zestig procent niet toegankelijk. Het besef dat we door natuurontwikkeling allemaal meer ruimte kunnen krijgen, is er nog te weinig. Dat komt ook door de natuurbescherming zelf, die natuur meer in samenhang zou moeten ontwikkelen met allerlei andere doelstellingen. Recreatie, waterbeheer, landbouw en noem maar op. Daarbij streven we heus niet alleen naar bossen, maar naar een zo afwisselend mogelijk landschap. Met natuurlijke graslanden, vennen, beekdalen, heidevelden en broekbossen”, aldus Helmer.

Habitura is trouwens een particuliere onderneming die niet alleen natuur ontwikkelt, maar zich richt op de totale ontwikkeling van het buitengebied. En daarbij brede samenwerking zoekt met overheden en natuurorganisaties zoals Ark. Het project Kempen-Broek is door het Nationaal Groenfonds genomineerd voor de Natuurprijs 2010 Gebiedsmakelaar Habitura en Ark gaan onconventioneel te werk in het klimaatproject. Met de natuurcompensatie bijvoorbeeld, die in hun ogen vaak zonder samenhang wordt uitgevoerd. “Om het tempo erin te houden en kwaliteit te garanderen zou je ook kunnen denken aan compensatie vooraf. Bedrijven en overheden kunnen hun compensatie dan bij ons inkopen. Daar is in Nederland al veel over gefilosofeerd, maar wij gaan dat gewoon doen”. Helmer en Hillebrand voorspellen een mooie toekomst voor Kempen-Broek. Vooral ook in economisch opzicht. Volgens beiden wordt het gebied een recreatieve trekker van formaat die je kunt vergelijken met bijvoorbeeld de Millingerwaard in Gelderland, die snel 200.000 bezoekers per jaar telde. “Voor bed en breakfasts, rondleidingen en fietsverhuur liggen er gigantische mogelijkheden. Want groen biedt ook veel economisch perspectief”, zegt Hillebrand. I

119


Gemeente Maasgouw

Wethouder Twan Huyskens over de kracht van het collectief

‘Het gaat om het gezamenlijk aanbod in Midden-Limburg’ Waarom moeilijk doen als het simpel kan? Twan Huyskens zoekt het niet in moeilijke luchtdromerij maar in praktische oplossingen. Voorbeeld? De miljoenen bezoekers van het Designer Outlet Center in Roermond moet je bij de entree op een slimme en gastvrije manier confronteren met alle moois dat Midden-Limburg te bieden heeft. Met een mooie folder bijvoorbeeld. Want het blijft doodzonde dat al die mensen na een middag winkelen weer naar huis gaan. Huyskens over de kracht en de onmacht van Midden-Limburg.

I

n bestuurskringen staat hij bekend als de vleesgeworden pleitbezorger van samenwerking. “Samenwerking betekent kracht. Als afzonderlijke gemeenten kunnen we het niet. Als collectief hebben we een podium om Midden-Limburg beter te vermarkten. De kansen zijn enorm. We hebben water, natuur, cultuur, kooptoerisme en ook culinair staan we ons mannetje. De ligging van de regio is ideaal om al die elementen goed te vermarkten. Ook internationaal. We hebben de A2 en de A73, we vormen het hart van de Euregio en we hebben een handvol vliegvelden binnen handbereik. Aan de slag dus, om die samenwerking te verdiepen”, zo luidt de oproep van Huyskens. De wethouder van Maasgouw merkt in de dagelijkse praktijk, dat de bereidheid tot samenwerking in Midden-Limburg is toegenomen. Er zijn behoorlijke stappen gezet. Met dank ook aan de gebiedsontwikkeling die dankzij de provincie op gang is gekomen. Maar hij wijst ook op de obstakels die telkens weer opdoemen. “Over het belang van de uitbouw van de N280-West tot autoweg bijvoorbeeld. Die verbinding levert alleen maar voordelen op zowel voor het oosten als het westen van de regio. En wat Roermond heeft, hoeft Weert niet te hebben. Het gaat toch om het gezamenlijk aanbod. De houding van Rijkswaterstaat mag wat minder stroever als je spreekt over ontwikkelingen op en aan het water. En wat je ook merkt is dat er na de raadsverkiezingen van dit jaar nieuwe mensen in het bestuur zijn gekomen, die je

120

opnieuw moet meenemen in de gedachte dat het alleen kan als de regio de handen in elkaar slaat. Dat kost tijd. Maar het is niet anders en alleen als collectief zorg je altijd voor meerwaarde.Met de juiste samenwerking voor de investering kun je van elke euro gemiddeld twee euro terugkrijgen. Niet alleen de provincie, maar ook het Rijk en de Europese Gemeenschap belonen samenwerking”. Huyskens constateert dat er ondanks alle mooie plannen die in de Gebieds Ontwikkeling Midden-Limburg (GOML) op een rijtje zijn gezet, er nog te weinig concrete projecten in uitvoering zijn. Maasgouw wil die trend volgend jaar doorbreken met de uitvoering van het project Havenfront Maasbracht. Een kwaliteitsimpuls voor het hele havengebied, dat ook nadrukkelijker een recreatieve bestemming moet krijgen. Als alle onderdelen doorgaan, spreek je over een investering van een kleine tachtig miljoen euro, inclusief verlenging van de sluizen, de bouw van een regiocentrale voor de bediening van negen Limburgse sluizen, de bouw van een woontoren met 40 appartementen en passantensteigers voor plezierjachten en rondvaartboten. “We willen de sfeer van een boulevard met veel terrassen”, aldus Huyskens. Voor die herinrichting van het havengebied komt er zo’n negen ton uit de GOML-pot. Maasgouw wil meer op en aan het water. Met het project Land van Thorn bijvoorbeeld; het gebied tussen Thorn en Wessem. Daar moet een accommodatie verrijzen die het watersportseizoen verlengt. Belangrijkste kenmerk is dat we

het land en de waterlijn willen verbinden. Spelen met land en water. We willen de plannen eerst intern uitwerken in een business-case voordat we in detail naar buiten treden. De kans dat we het project in beweging krijgen is realistisch. Er staan private partners klaar om mee te investeren”. De watersportontwikkelingen in de jachthaven van Wessem passen ook in de ambitie van Maasgouw als pareltje aan het water. “Wessem is een geweldig mooie locatie. Maar wil je daar ook een havenfront dat past bij de watersport dan zijn we tien, vijftien jaar verder. Je moet dan eerst aan bedrijfsverplaatsingen denken”. En het Eiland in de Maas, de betere toeristische ontsluiting van Stevensweert en Ohé en Laak, heeft ook alles met de aantrekkingskracht van de Maas en de Maasplassen te maken. Een paradijs voor rustzoekers. Inmiddels wordt er samen met de provincie en Echt-Susteren hard gewerkt om voor dit gebied een projectplan op te stellen. Met nog meer faciliteiten voor fietsers en wandelaars. Van het fietsveer bij Ohé en Laak maken jaarlijks al 80.000 mensen gebruik”. Huyskens pleit ook voor een totaalvisie over wonen op het water in de regio. “En in elk geval de kansen grijpen die er liggen. De laaghangende appels die je zonder moeite kunt plukken. Want laat ons nu toch eerlijk zijn; zo’n pier in de Oolderplas had er al lang moeten zijn. Voor het onderscheid op het water. Het plan ligt er, dus steek die schop de grond in en leg die pier aan”. Dan de Clauscentrale. Ook al aan het water. Die wordt de komende jaren uitgebouwd en gemoderniseerd om


Gemeente Maasgouw

uiteindelijk aan zo’n vier miljoen huishoudens in Nederland stroom te leveren. De centrale moet de modernste stroomfabriek van Nederland worden. Essent steekt er zo’n twee miljard in. “Dat biedt de komende tien jaar werk aan zo’n 1500 mensen en levert ook nog eens veel indirecte werkgelegenheid op”, zegt Huyskens. Hij oordeelt wel, dat de gemeente alles op alles moet zetten om bij de Clauscentrale een nieuwe af- en toerit bij de A2 te realiseren. “De verkeersoverlast bij de centrale is nu al te groot. De klachten zijn terecht. Alle verkeer moet zich over één weg door de wijk persen”. Huyskens benadrukt dat de bevolking van Midden-Limburg ook te

weinig beseft hoe groot het economisch belang van de regio al is. Er zou wat meer trots mogen zijn. “Als je alleen al de ontwikkelingen in Maasgouw op een rijtje zet, is onze gemeente van strategisch belang. Half Nederland zou op z’n gat liggen als wij er hier de stekker uit zouden trekken. We leveren immers drinkwater uit Heel, zorgen voor stroom en bedienen straks de scheepvaart op een groot deel van de Maas”. Vermarkten, vermarkten en nog eens vermarkten. Dat is wat Midden-Limburg nu nodig heeft, zo hamert Huyskens. Hij is blij dat de fusie tussen de TROM en de VVV Midden-Limburg eraan zit te komen. Een VVV die kan rekenen op steun van het

bedrijfsleven. Een VVV ook die nadrukkelijk in binnen- en buitenland kan etaleren dat Midden-Limburg rijk is aan cultuurhistorie. “We zijn niet de mindere van Margraten en zelfs niet van Maastricht als het om historische relicten gaat. In Maasgouw met de historische kernen Stevensweert, Wessem en Thorn spreek je over 204 Rijksmonumenten en ruim honderd gemeentelijke monumenten. In de hele regio spreek je over een veelvoud daarvan. Vlak vooral ook niet uit dat we in Maasgouw het mekka zijn van de Limburgse blaasmuziek. En met het twee sterrenrestaurant Da Vinci en De Kolentip, het beste restaurant van Limburg, zijn we ook nog een echte culinaire hotspot”. I

“Samenwerking betekent kracht”

121


hoofdstuk artikelnaam Leeuwenborgh Opleidingen

Carla Langen van Leeuwenborgh pleit voor meer samenwerking

‘Limburg stolt zonder vakmensen’ Ongeveer 11.000 Leerlingen. Zowel jongeren als ouderen. Circa 800 leerkrachten. En scholen in onder meer Maastricht, Sittard en Beek. Zomaar wat cijfers van Leeuwenborgh Opleidingen, een van de Regionale Opleidingen Centra in Limburg. Carla Langen, voorzitter van het College van Bestuur, oordeelt dat het belang van goed beroepsonderwijs nog steeds wordt onderschat. En bestuurders beseffen nog te weinig dat er grote tekorten ontstaan op de Limburgse arbeidsmarkt.

J

azeker. Leeuwenborgh merkt wel degelijk iets van de doelstelling van de provincie om het onderwijs in Limburg nadrukkelijker bij de economische ontwikkelingen te laten aansluiten. De financiële steun van de provincie bij de bouw van de nieuwe Leeuwenborgh-opleiding Aviation Competence Centre voor luchtvaarttechniek bij Maastricht Aachen Airport bijvoorbeeld. “Dat is een van onze pareltjes. Van groot belang voor de werkgelegenheid. Niet alleen rond het vliegveld in Beek, maar ook euregionaal. Denk aan de ontwikkelingen rond de technische universiteit in Aken. Zowel in de burger- als de militaire luchtvaart is steeds meer onderhoud nodig. Bovendien staat bij grote vliegmaatschappijen een hele generatie klaar om met pensioen te gaan”. Nog maar een voorbeeld van de relatie tussen provincie en Leeuwenborgh. De ontwikkeling van de sportzone in SittardGeleen, waar sport, gezondheid en onderwijs de verbindende factoren zijn in opleidingen trainingscentra van allerlei sportbonden. Of de opleiding voor proces-operator. En dan is er natuurlijk het overleg tussen onderwijs, arbeidsmarkt, gemeenten en provincie-

122

bestuur. “Ook daarin probeert de provincie de verbindende factor te zijn, maar ik bespeur dat in dergelijk overleg het risico van ’eigenbelang en onderlinge concurrentie’ snel de kop opsteekt. Tussen gemeenten, maar ook binnen sectoren van het bedrijfsleven. Die samenwerking zouden we veel meer als speerpunt moeten benoemen. En je moet ook het lef hebben om te kiezen. Met het LIOF afspraken maken dat bij de acquisitie de nadruk moet komen te liggen op bijvoorbeeld bedrijven die zich bezighouden met biomedische technologie. Zodat je als onderwijs gericht mensen kunt opleiden voor bepaalde sectoren”. Carla Langen: “Uiteindelijk komt het werk naar de mensen toe en niet omgekeerd. En dat betekent dat je voor een goed opgeleide bevolking moet zorgen. Het Middelbaar Beroeps Onderwijs krijgt daarbij te weinig aandacht en wordt ook te weinig gewaardeerd. Uiteindelijk zal


Leeuwenborgh Opleidingen

de wal het schip keren. De havonisering grijpt maar om zich heen. Iedereen denkt dat de zakelijke dienstverlening je van het is. Maar zonder loodgieter en verwarmingsmonteur komt de zakelijke dienstverlening er bekaaid vanaf. En ook de meest innovatieve apparatuur in de gezondheidszorg moet wel onderhouden worden. De MBO-ers presenteren gemiddeld ook beter bij doorstroming naar het HBO. Ze zijn beter voorbereid en doelgerichter”. Leeuwenborgh biedt een breed scala aan onderwijs. Van economie en techniek, zorg en welzijn, tot toerisme en veiligheid. Leeuwenborgh wordt nog niet geconfronteerd met een daling van het leerlingaantal door de krimp. Wel ziet Langen een verschuiving naar het volwassenenonderwijs en met name de bedrijfsscholen. Ondernemingen beseffen steeds nadrukkelijker dat ze hun werknemers niet alleen moeten bijscholen, maar ook steeds nieuwe bagage moeten meegeven. “De economische crisis brengt de noodzaak van innovatie met zich mee. Het onderwijs loopt achter op die innovatie. Daarom is het noodzakelijk dat de school nadrukkelijker een plek krijgt in het bedrijf om meer betrokken te raken en meer te helpen bij innovaties. Onze docenten krijgen al veelvuldig vragen om mee te denken over ontwikkelingen in het bedrijf. Ze helpen mee bij laboratoriumonderzoek. Leeuwenborgh wil die rol in elk geval nadrukkelijker op zich nemen”, aldus Carla Langen. Grote bedrijven als Rockwool, DSM, SABIC en zor-

ginstellingen als Orbis, Mondriaan en het Academisch Ziekenhuis Maastricht zijn kind aan huis bij Leeuwenborgh en behoren tot de uitgebreide klantenkring die om toegespitste opleidingen vraagt. De veelgehoorde klacht in het verleden dat het onderwijs niet aansluit bij de wensen van het bedrijfsleven, is veel minder aan de orde. “Wij kunnen niet zonder het bedrijfsleven. De samenwerking wordt steeds inniger. Alleen weten we nog steeds niet goed raad met de opleidingen voor het midden- en kleinbedrijf. Dat is een sector die zo gevarieerd en zoveel gedaanten heeft dat het moeilijk is om daar maatwerk voor te leveren”. De topvrouw van Leeuwenborgh bespeurt dat het bedrijfsleven zich zorgen begint te maken over het tekort aan arbeidskrachten dat zich binnen enkele jaren al zal manifesteren. “Denk alleen maar aan de zorg hoeveel extra mensen we door de vergrijzing van de bevolking nodig hebben. Dementie wordt een gigantisch probleem bij die ouderen. Dat kun je niet oplossen door op grote schaal arbeidskrachten uit het buitenland naar Limburg te halen. Dat is een probleem dat met name bestuurders nog te weinig onderkennen. In de discussies over de arbeidsmarkt speelt dat probleem in elk geval nog een ondergeschikte rol.“ Langen ziet een deel van de oplossing in stimulerings- en scholingsmaatregelen voor de tienduizenden Limburgers die nu buiten de arbeidmarkt staan. Door gebrek aan scholing, of langdurige werkloosheid. In samenwerking met de gemeente

Maastricht heeft Leeuwenborgh inmiddels het raamwerk klaar van de zogenaamde A2-school. Een brok praktijkonderwijs die enkele honderden mensen zonder werk aan de slag moet helpen bij de aanleg van de A2-tunnel bij Maastricht. Carla Langen draait er niet omheen. De menselijk maat behoort uitgangspunt te zijn in het onderwijs. Alsmaar verdergaande schaalvergroting leidt tot vervreemding en afstand, zo erkent ze. “Leeuwenborgh heeft onderwijsteams gevormd. Scholen binnen de organisatie met maximaal 300 leerlingen en zo’n twintig docenten. Een kleine organisatie met een eigen identiteit. Waar iedereen weer iedereen kent. Als ik het oneerbiedig verwoord, dan is uiteindelijk ‘ons product’ een goed opgeleide mens. En ons ‘productiemiddel’, in de vorm van leerkrachten, zijn ook mensen”. Carla Langen heeft nog een oproep in petto voor de partners van Leeuwenborgh in het bedrijfsleven, en bij de overheid. “Het zou fantastisch zijn als we gezamenlijk konden besluiten om de overlegcultuur af te schaffen en meer te kiezen voor resultaatcultuur. Want er wordt teveel en te lang gepraat in Limburg. En uiteindelijk draait het er toch om dat het onderwijs en het bedrijfsleven samen ruimte scheppen voor een goed aanbod aan voldoende gekwalificeerde mensen. Zodat we kansen kunnen grijpen voor nieuwe bedrijvigheid en economische groei. Daarbij staat één ding als een paal boven water: zonder voldoende vakmensen stollen alle ontwikkelingen in Limburg”. I

123


Development Company Greenport Venlo

Algemeen directeur René Postulart ziet grote kansen voor Noord-Limburg

‘Greenport

heeft de toekomst’ De uit Brunssum afkomstige René Postulart staat aan het hoofd van Development Company Greenport Venlo (DCGV). De algemeen directeur gebiedsontwikkeling moet bedrijven op het gebied van agro en logistiek naar Noord-Limburg halen. “De organisatie staat in de steigers”, zegt Postulart. “Nu komt het aan op de invulling”.

H

oe bent u in Noord-Limburg terecht gekomen? René Postulart: “Eind vorig jaar werd ik benaderd door een goede kennis. DCGV, dat toen nog Werklandschaps-ontwikkelingsmaatschappij Klavertje 4 heette, zocht een directeur. Iemand die de logistiek en de agri-business wil ontwikkelen, in samenhang met innovatie en duurzaam produceren en dat in een kwalitatief zeer hoogwaardig gebied. Ik ben goed bekend met publiekprivate samenwerkingsprojecten, in binnen- en buitenland. De laatste vijf jaar heb ik gewerkt bij VolkerWessels. Nu ben ik dus terug in Limburg Dat voelt als thuis komen”.

124

Hoe ziet de organisatie van Greenport eruit? ”DCGV heeft als aandeelhouders de provincie Limburg, Venlo, Horst aan de Maas en Peel en Maas. Met het neerzetten van een stevige bestuurlijke organisatie heeft mijn voorganger Pierre Sommer ervoor gezorgd dat de neuzen dezelfde kant uitwijzen. Nu komt het aan op de uitvoering; dat is mijn specialisme”. Bij de presentatie werd het plan van een innovatie- en technologiecentrum gepresenteerd. “Greenport is verwant aan de mainport Eindhoven. In Noord-Limburg missen we echter grote trekkers als Philips en ASML. Dat ondervangen we met een innovatie-instituut voor mkb-bedrijven, die actief zijn in de agrobusiness en de voedingswereld. Een steuntje in de rug is welkom. Bedrijven kunnen op die manier gemakkelijker contacten leggen met bijvoorbeeld onderwijsinstituten en financiers. Directeur Jérôme Verhagen van het LIOF treedt op als kwartiermaker. En dan is er nog wat we noemen quality of life. Bij economie en werkgelegenheid horen gezondheidszorg, wonen, vrije tijd. Het hele pallet moet in orde zijn. Hier is vooral een taak weggelegd voor de Stichting Greenport Venlo waar burgemeester Hubert Bruls van Venlo de bestuurlijk trekker van is”.


Development Company Greenport Venlo

Greenport moet de toegevoegde waarde in de regio verdubbelen van één naar twee miljard euro in 2025. Dat klinkt ambitieus. “Waar komen die bedrijven vandaan, zullen mensen zich afvragen. Neem de agro- en logistieke bedrijven in een straal van honderd kilometer om ons heen. Dan praat je over een toegevoegde waarde van acht miljard euro, goed voor 120.000 banen. Die bedrijven vernieuwen, breiden uit, herhuisvesten. Laat eens tien procent van die bedrijvigheid hier landen, dan zitten we al in de buurt van ons doel. Reken uit wat dat betekent voor de economie. Gemeenten innen meer belastingen, de supermarkten profiteren, de slager om de hoek idem”. Waarom zouden bedrijven kiezen voor Greenport? “Interessante vraag. Neem de glastuinbouw. Die faciliteren we in grootschalige gebieden als Siberië en Californië. Duurzaamheid staat voorop, bijvoorbeeld duurzame energie in de vorm van aardwarmte waar op dit moment binnen Californië naar geboord wordt. Op een slimme manier kunnen bedrijven warmte delen. Dat gegeven maakt het aantrekkelijk dat ze elkaar opzoeken. Een ander facet. Venlo en Venray vormen samen de logistieke hotspot van Nederland. Met de aanleg van de A74 zal de ontsluiting perfect zijn. Verder wordt

ingezet op vervoer via het spoor en water. Greenport is de regio waar het de komende decennia gaat gebeuren, daar ben ik van overtuigd. Afrekenen gebeurt in 2042. We hebben nog enkele tientallen jaren te gaan”. De eerste daad torent boven de regio uit; de bouw van de Innovatoren. Die gaat samen met Villaflora de entree van de Floriade vormen. “En krijgen een functie in het gebied ná de Floriade. Dat is het grote verschil met de vorige Floriades. Dit keer eindigt de gebiedsontwikkeling niet met de wereldtuinbouwtentoonstelling, maar vormt die de opmaat naar een brede gebiedsontwikkeling. Zo heeft gedeputeerde Ger Driessen het uitgestippeld. Hij heeft heel duidelijke opvattingen over wat goed is voor de regio op de langere termijn. Een visionair”. Waar kunnen we Greenport mee vergelijken? “Qua grootte met de tweede Maasvlakte en met Schiphol. 5400 hectare. Bij de presentatie projecteerden we de regio op het havengebied van Rotterdam. Daar schrokken de mensen in de zaal van. Zo groot. Niet voor niets wordt Greenport genoemd in het regeerakkoord als een van de drie mainports van Nederland”. De economische crisis is nog niet voorbij. Vormt die een bedreiging? “Er waren allerlei tempo-ontwikkelingen bedacht. Door de voorgangers zijn die iets naar achteren bijgesteld. We zien tekenen van herstel in de agro-wereld en in de logistiek. Het klinkt misschien vreemd, maar de crisis biedt ook extra kansen. Dan doel ik op anticyclisch investeren. Als je durft en kunt, dan moet je juist nu gronden verwerven en bouwrijp maken. Nu zijn de prijzen namelijk laag. Dan ben je over een paar jaar spekkoper wanneer de economie aantrekt. Ervan uitgaande dat er geen double dip komt”. Wat maakt deze regio zo aantrekkelijk? “Neem het Duitse achterland. In Noordrijnland Westfalen wonen achttien miljoen mensen. De bulk van onze export gaat daarheen. De Nederlandse export naar Duitsland is groter dan de export naar alle andere landen samen. Mensen realiseren zich dat niet. En als gevolg van de globalisering schuift logistiek op van het westen naar het oosten. Hier hebben we geen files. Zelfs Milaan kunnen we binnen één dag beleveren met verse producten. Dat is ook wat afnemers in toenemende mate eisen”.

Greenport als antwoord op de mainports Antwerpen, Rotterdam en Amsterdam? “Zeker. Die trendbreuk is al vijftien jaar aan de gang. De Floriade was altijd in het westen; in Rotterdam, Haarlemmermeer of Zoetermeer. En nu plotseling hier. Omdat het hier gaat gebeuren. Logistiek schuift 150 kilometer op naar het oosten, dicht op het Duitse achterland met Oost-Europa binnen handbereik. De grond is hier goedkoper en we hebben een sterk logistiek verhaal. De A74 is een feit, we bereiden de komst van een tweede railterminal voor en vervoer over water zal gaan toenemen. Of neem het vliegverkeer. Op Schiphol ben je veel kwijt met inchecken. De luchthavens vlakbij, zoals Weeze en Beek, vormen een meer dan prima alternatief”. Krimp wordt het thema van de toekomst. “We kunnen krimp in Noord-Limburg compenseren of zelfs voorkomen door dit gebied te ontwikkelen. Dat levert werkgelegenheid op. De vraag is of al die mensen die nodig zijn zich hier ook allemaal hier willen vestigen. Een voorwaarde is dat je het gebied aantrekkelijk maakt. Quality of life”. Het belang van Greenport dringt nog niet door bij de burgers. “Het is tot nu toe misschien te vaag. Nu begint het concreter te worden met de Innovatoren in aanbouw als entree van de Floriade in 2012. Toch gebeurt er al heel veel. Neem de Maasboulevard in Venlo, het nieuwe stadion van VVV, het grijpt allemaal in elkaar. Ik vind dat de mensen best wat trotser mogen zijn op wat er allemaal gebeurt. Al is het maar om nieuwkomers die zich hier willen vestigen het gevoel krijgen dat het bruist. Zoals Rotterdam, dat trots is op zijn haven, ook al stinkt het er soms naar olie. Die haven is een icoon, zoals het Museumplein een icoon is voor Amsterdam. Voor deze streek kan Greenport die icoon worden. Niet van de ene dag op de andere. Daar zullen we samen hard aan moeten werken”. We maken een sprong in de tijd, naar 2040. Hoe ziet regio er dan uit? “Het zal een mooi gebied zijn met veel bedrijvigheid en waar met zorg wordt geproduceerd. Her en der bevinden zich broeiplekjes met jonge innovatieve ondernemers op het gebied van agro en logistiek. Economie, kwaliteit, ecologie, natuur en vrije tijd gaan hand in hand. Kortom, het zal een voorbeeldgebied voor Nederland zijn”. I

125


Development Company Greenport Venlo

www.dcgv.nl Development Company Greenport Venlo (DCGV) verzorgt de integrale gebiedsontwikkeling van het gebied Klavertje 4, van 5.400 hectare. Werklandschappen (bedrijventerreinen) worden ingepast in het landschap. Het wordt een concurrerend, innovatief en duurzaam gebied, waar het aangenaam wonen, werken en verblijven is. DCGV is opgericht door haar aandeelhouders: de gemeenten Horst aan de Maas, Peel en Maas, Venlo en de provincie Limburg. Haar opgave is economische structuurversterking te bewerkstelligen. DCGV ontwikkelt duurzame werklandschappen en legt verbindingen tussen ketens. De voornaamste sectoren zijn Agro en Logistiek. Innovatie is een onlosmakelijke factor. Samen met u realiseert DCGV uw duurzame en innovatieve bedrijfsplannen.

Development Company Greenport Venlo (DCGV) Venrayseweg 182 5928 RH Venlo T 0031 77 850 34 56 E info@dcgv.nl


Maatsc HaPPelijk betrOkken

De maatschappelijke verantwoordelijkheid van Q-Park is gericht op: | Ondersteunen van duurzame mobiliteitsgroei. | Harmoniseren van verschillende parkeerbehoeften. | Ontwikkelen van de economie. | Verbeteren van het milieu. | Zorgdragen voor kwalitatieve parkeerfaciliteiten.

Meer informatie over deze stedelijke uitdagingen, bestel de brochure Quintessence - De logica van betaald parkeren, via www.q-park.com of e-mail naar cmc@q-park.com


Woningcorporatie Woonpunt

Mirjam Depondt van Woonpunt over de bevolkingskrimp en de toekomst:

‘Limburg staat aan vooravond van mega-transformatie’ ELSLOO – “Limburg staat aan de vooravond van een belangrijke transformatie, als gevolg van de krimpende bevolking. Om die transformatie goed te laten verlopen is het belangrijk dat provincie, gemeenten, woningcorporaties, private partijen en betrokken maatschappelijke organisaties gezamenlijk een horizon definiëren: hoe willen we dat Limburg er straks uit gaat zien? Als dat eenmaal duidelijk is kunnen we gezamenlijk de nieuwe toekomst voor Limburg werkelijkheid maken”.

D

at zegt Mirjam Depondt, directeur van woningcorporatie Woonpunt, de grootste woningcorporatie van Zuid-Limburg. Volgens Depondt moeten we in Limburg ophouden met bevolkingskrimp louter als een probleem te zien. “Je kunt bevolkingskrimp ook als een uitdaging zien. Woningcorporaties zijn tot nu toe altijd alleen maar bezig geweest met groei-groeigroei. In de vorige eeuw groeide de bevolking zo snel, dat corporaties die groei maar met moeite konden bijbenen. In de haast om de bevolkingsgroei op te vangen ontstonden wel eens minder fraaie wijken, of minder fraaie gebouwen. Dankzij de bevolkingskrimp kunnen we gaan herstructureren, en kunnen we ‘vergissingen’ uit het verleden opruimen en vervangen door leefbaardere wijken en toekomstbestendige woningen. In principe kan Limburg er alleen maar beter en mooier op worden”. Depondt werd in 1999 voor het CDA wethouder in Maastricht, met onder andere de portefeuilles stadsontwikkeling, ruimtelijke ordening, onderwijs, regiobeleid en woonwagenbeleid. Het besturen van een stad is andere koek dan het besturen van een woningcorporatie, weet ze inmiddels uit ervaring. “In de politiek wordt een ‘prestatie’ heel anders geïnterpreteerd dan bij een woningcorporatie.

128

Een politicus ‘presteert’ wanneer een plan, vaak na jarenlange voorbereiding, door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Maar het feitelijke werk, de uitvoering van dat plan, moet dan nog beginnen. Bij de corporatie valt die fase onder ‘planning en voorbereiding’, en is de prestatie pas geleverd als het plan ook daadwerkelijk is gerealiseerd”. Na 7 jaar stopte ze als wethouder in Maastricht in 2006. “Die periode uit mijn leven beschouw ik als een goed boek. Ik ben blij dat ik het heb gelezen, ik heb er veel van geleerd, maar dat boek is nu even uit”. Achter de schermen is ze overigens nog landelijk en provinciaal actief binnen het CDA. In 2006 werd ze algemeen directeurbestuurder van Woonpunt. “Het huidige Woonpunt is ontstaan door een geleidelijke fusie van 9 woningverenigingen en – stichtingen in Zuid-Limburg, en overname van een gemeentelijk woningbedrijf. Woonpunt telt zo’n 250 medewerkers, verdeeld over vestigingen in Maastricht, Heerlen en Sittard-Geleen. Woonpunt is met ongeveer 20.000 woningen de grootste corporatie van Zuid-Limburg. Woonpunt heeft een gemiddelde jaaromzet van 110 tot 120 miljoen euro. Voor de komende vijf jaren heeft Woonpunt investeringsplannen van rond de 400 tot 500 miljoen euro. >


129


Bouwbedrijf J.H. van Heur B.V. Ellerweg 1 6037 RR Kelpen Oler Tel. 0495-651225 www.heur.nl


Woningcorporatie Woonpunt

‘Investeren en verbinden’, het coalitieprogramma van het college van Gedeputeerde Staten in Limburg van de afgelopen vier jaren is haar goed bekend. “Als het gaat om Limburg klaar te maken voor de toekomst, moet de provincie Limburg meer regie gaan voeren. De demografische ontwikkeling, maar ook het veranderend consumentengedrag door toenemende fysieke en digitale mobiliteit, maakt dat vertrouwde structuren zoals kleinschalige wijken en kernen met elk hun eigen voorzieningen niet meer houdbaar zijn. Nieuwe concepten zijn nodig om de vitaliteit van de samenleving te waarborgen, aansluitend bij de wensen van nieuwe generaties Limburgers. Dat is geen gemakkelijke opgave, en kan alleen slagen als alle partijen (overheden, private partners, corporaties en maatschappelijke organisaties) samenwerken volgens een gemeenschappelijke agenda. Het lef om daarbij over de eigen schaduw heen te springen is daarvoor essentieel”. “Ook is een omslag in denken nodig. Als corporaties hebben we bijna 100 jaar lang de groei moeten faciliteren: er was altijd tekort, dus altijd druk om snel en veel woningen te realiseren. In delen van het land is dat nog steeds zo, maar een kentering is zichtbaar; onze strategie is nu veel meer gericht op het voorkomen en zelfs wegwerken van overschotten. Want als overschot ontstaat, dan ontstaat leegstand en verloedering, en dat moeten we te allen tijde zien te voorkomen”. “De bevolkingskrimp geeft Limburg de kans om even pas op de plaats te maken: even goed kijken naar wat we nu hebben, en naar wat we in de toekomst nodig hebben. “We kunnen gaan heroverwegen, fouten uit het verleden herstellen en gaan werken aan een beter en leefbaarder Limburg. Dat is in feite een luxepositie, die ze bijvoorbeeld in de Randstad niet hebben. Daar is nog steeds een tekort aan woningen, waardoor ze niet aan zo’n heroverweging en kwaliteitsslag toekomen. Iedere woning, iedere flat is daar nog steeds hard nodig voor huisvesting, hoe slecht de kwaliteit ook is. Zij hebben domweg geen keuze. Wij wel”. Limburg heeft ontzettend veel potentie voor de toekomst, denkt Depondt. “Dankzij onze centrale ligging binnen Europa, de aansluiting op de Hoge Snelheids Lijn in Aken en Luik en bovenal de goede leefbaarheid in Limburg (of met een mooie Engelse term ‘work life balance’) , die in de toekomst alleen maar beter gaat worden. Als mensen een keuze zouden hebben, dan denk ik dat veel mensen in de Randstad veel liever zouden werken en leven in Zuid-Limburg. Voorwaarde daarvoor is wel dat er ook in de toekomst voldoende werkgelegenheid is. Als provincie en gemeenten zorgen voor die werkgelegenheid, zorgen wij er wel voor dat die werknemers hier prima kunnen wonen. Samen investeren en verbinden”. Ook zal er volgens Depondt actief beleid gevoerd moeten worden om jongeren aan Limburg te binden, of aan te trekken. “Zonder jongeren verliest de Limburgse samenleving de dynamiek die een maatschappij nodig heeft. Ik geloof niet in een monocultuur van welke aard dan ook, maar in een samenleving waar mensen van allerlei pluimage met elkaar samenleven. Dat wil niet zeggen dat we geen economisch profijt zouden moeten trekken van de ’silver economy’, maar een Florida aan de Maas zie ik echt niet zitten!” Depondt is ervan overtuigd dat Limburg ook op de lange termijn in staat is om een leefbare provincie te blijven. “Ook over pakweg 20 jaar kun je beter hier wonen en werken dan waar dan ook. En of er tegen die tijd nou een miljoen Limburgers wonen of 900.000, dat maakt eigenlijk helemaal niet zoveel uit”. I

Mirjam Depondt, algemeen directeur van woningcorporatie Woonpunt:

“Als provincie en gemeenten zorgen voor voldoende werkgelegenheid, dan zorgen wij er wel voor dat die werknemers hier prima kunnen wonen. Samen investeren en verbinden”.

131


Q-Park

132


Ward Vleugels, voorzitter van de raad van bestuur van Q-Park roept op tot meer positivisme

‘Centrale ligging van Limburg

internationaal promoten’ Q-Park heeft zich in twaalf jaar tijd ontpopt tot een Limburgse multinational van formaat. Met 800.000 parkeerplaatsen en kantoren in Nederland, Duitsland, België, Frankrijk, Groot Brittannië, Ierland, Zweden, Denemarken, Noorwegen en Finland behoort Q-Park tot de top drie van Europese parkeerbedrijven. Topman Ward Vleugels over de centrale ligging van Limburg en de parkeergarage van de toekomst.

P

arkeren is niet alleen big business. Het is uitgegroeid tot wetenschap en filosofie. Met doelstellingen als verbetering van de levenskwaliteit, totale stadsconcepten en duurzaamheid. En met slogans zoals: geen vooruitgang zonder mobiliteit. Met Q-Park is het voorspoedig gegaan. In 1998 gestart als nevenactiviteit van projectontwikkelaar Ruijters is het nu een Maastrichts bedrijf met Europese allure én indrukwekkende cijfers. Een jaaromzet van ruim 600 miljoen euro, 3200 werknemers en uiterst solide aandeelhouders. Voornamelijk institutionele

beleggers als pensioenfondsen, verzekeraars en banken. Zelfs uitvaartconcern Dela belegt in Q-Park. “Onze sector is stabiel en rustig. Het rendement schommelt rond vier procent”, knikt een tevreden Ward Vleugels, voorzitter van de raad van bestuur. Q-Park is uiterst tevreden met Maastricht als vestigingstad. “We blijven ook in Maastricht. Als internationaal bedrijf kun je niet centraler zitten. Met een handvol vliegvelden binnen handbereik en goede autoverbindingen naar België, Duitsland en Frankrijk. Wil je de hogesnelheidstrein? Dan ben je in een mum van tijd bij de HSL stations van Luik of Aken. En voor het goederentransport

hebben we ook nog ideale vaarroutes. De mobiliteit in Limburg is dan ook perfect. En dat zouden we internationaal veel meer moeten verkopen. In plaats daarvan mopperen we elke dag dat we weer een kwartiertje bij Kerensheide, of bij het Ei van St. Joost in de file staan. We denken te bekrompen en vergroten de eigen ongemakjes. We vergeten helemaal om in heel Europa de centrale ligging van Limburg aan te prijzen. Want er zijn zoveel goede mogelijkheden en ontwikkelingen in Limburg. Nog maar een voorbeeld: vanuit Maastricht ben ik vaak sneller in Frankfurt dan bij Schiphol”, aldus Vleugels.De CEO van Q-Park oordeelt dat de provincie en gemeenten die prima infrastructuur in Limburg vaker en nadrukkelijker zouden moeten promoten. “Samen met andere grote Limburgse bedrijven overleggen ook wij met de provincie. Maar daarin komt de centrale ligging en goede infrastructuur te weinig aan de orde”. Volgens Vleugels moet Maastricht nu al een campagne starten. >

133


Links Wil Montforts, rechts Eugene Hendrikx

Aan- en verkoop van gronden | Montforts Vastgoed B.V. Projectontwikkeling | Montforts Vastgoed B.V. Participatie in projecten | Montforts Vastgoed B.V. Bemiddeling en advisering bij bouwprojecten | Montforts Vastgoed B.V.

Prins Bernhardstraat 24 | 6101 ED Echt | telefoon 0475 - 485283 | fax 0475 - 411711


Q-Park

Waarin vooral afgerekend wordt met de vrees dat de Limburgse hoofdstad tijdens de bouw van de A2-tunnel jarenlang slecht bereikbaar is. “De negatieve sfeer over dat project begint al rond te waren. Buig dat snel om. Kijk naar de aanleg van de Randweg bij Eindhoven. Daar heeft niemand noemenswaardig last van gehad. En wellicht ben je met de juiste omleidingen sneller door Maastricht dan nu. Zet daar op in”. De parkeercapaciteit in Limburg is in de ogen van Vleugels goed op orde. Het is nu vooral een kwestie van optimaliseren van het aanbod, want de parkeerfaciliteiten van Q-Park ontpoppen zich de komende jaren meer en meer als hypermoderne, multifunctionele gebouwen. Ook op Europese schaal is er sprake van consolidatie. Desondanks investeert Q-Park dit jaar toch nog zo’n 150 miljoen om de parkeerfaciliteiten kwalitatief te verbeteren. Als Limburgse locaties waar in de toekomst mogelijk nog geïnvesteerd wordt in nieuwe parkeergarages worden

het Julianapark in Venlo, de Dobbelsteen in Sittard en Belvédère in Maastricht genoemd. In Maastricht lopen inmiddels allerlei proeven als voorbode van de parkeergarage van de toekomst. Zoals de inzet van navigatieapparatuur die actuele file-informatie verstrekt en de automobilist vertelt waar nog een vrije parkeerplaats beschikbaar is. Vleugels denkt ook aan het gebruik van de OV-chipcard die als trein- én parkeerkaart gebruikt wordt. “Naarmate die kaart meer treinkilometers registreert, krijg je een grotere korting op je parkeerplaats”. En Vleugels wil nadrukkelijker het middel van prijsmechanisme gebruiken voor een betere spreiding van het verkeer. “Een parkeerplaats onder het Vrijthof zou je twee keer zo duur kunnen maken en die prijs ook vermelden op parkeerinformatieborden. Dat leidt ertoe dat meer automobilisten parkeerruimte zoeken aan de rand van stad en de kans op opstoppingen vermindert. Het mag raar klinken, maar eigenlijk willen we geen

volle parkeergarages. Onze filosofie is dat we vooral in dienst van de omgeving willen staan. Zo goed en zo effectief mogelijk deel willen uitmaken van de mobiliteitsketen. Parkeren doe je niet om te parkeren maar om je eindbestemming te bereiken. En als het voor de consument gemakkelijk is om met de bus of de trein te gaan, moet hij of zij dat meer en meer doen. Zo ben ik een groot voorstander van de komst van lightrail als nieuwe verbinding tussen de steden in Zuid-Limburg”. Overigens: Vleugels verwacht dat je parkeerrekening in de toekomst automatisch afgeschreven kan worden door bijvoorbeeld gebruik te maken van digitale registratie van je autokenteken.De parkeergarages van de toekomst krijgen bij Q-Park meer en meer het karakter van een multifunctionele ruimte, waarbij vooral de veiligheid uitgangspunt is. “Comfortabel en rustgevend. Met het besef dat je zelf en je auto veilig zijn. Met hartdefibrillators, maar ook met schone toiletten en de mogelijkheid om een fles fris, of water te kopen en een paraplu, of kinderwagen te lenen. Additionele diensten als waterloos autowassen en elektrische oplaadpunten voor e-cars komen meer en meer voor. En optimale klantvriendelijkheid hoort er vanzelfsprekend bij. Met bijvoorbeeld extra zorg voor patiënten en bezoekers in parkeergarages bij ziekenhuizen. We besteden ook alle aandacht aan duurzaamheid. Door afzuiging en filtering van de lucht. Door coating van de vloeren en zuinig energieverbruik. En door het terugdringen van het zoekverkeer. Op die manier voegen we inderdaad iets toe aan de kwaliteit van leven”. De krimp en de vergrijzing in Limburg betekenen dat vooral de parkeervoorzieningen in de centra van de steden optimaal bereikbaar en toegankelijk moeten zijn. “Dat betekent dat er nog meer mensen naar de binnenstad gaan. Niet alleen om te winkelen, maar ook om te wonen. Dat biedt nieuwe kansen voor ons. Veertig procent van onze huidige klanten wordt gevormd door 55-plussers”. Ward Vleugels wijst er nadrukkelijk op dat parkeren veel meer is dan een noodzakelijk kwaad. “ Als je het slim en goed aanpakt is het van grote toegevoegde waarde voor de omgeving en van groot belang voor nieuwe economische ontwikkelingen”. I

135


hoofdstuk artikelnaam Universiteit Maastricht

Nieuwe ‘superscanners’ maken grote sprong voorwaarts mogelijk

’Toonaangevend hersenonderzoek aan Universiteit Maastricht’ MAASTRICHT – “Aan de Universiteit Maastricht wordt internationaal toonaangevend hersenonderzoek gedaan. Dit onderzoek moet helpen om de sleutel te vinden die ziekten zoals Alzheimer, Parkinson, epilepsie en Multiple Sclerose moet gaan bestrijden. Bovendien krijgen we door dit onderzoek veel meer inzicht in het tot stand komen van menselijk gedrag”.

D

at zegt Willem Mattens van Brains Unlimited, een project van de faculteit Psychologie en Neurowetenschappen van de Universiteit Maastricht. Speciaal voor dat onderzoek worden drie nieuwe gebouwen gecreëerd op het universiteitsterrein aan de Universiteitssingel in Maastricht. De bouw begint in februari 2011. Het onderzoek en de bouw worden mede gefinancierd door 8 miljoen euro aan subsidies van de Europese Gemeenschap, de Provincie Limburg, de gemeente Maastricht en het ministerie van Economische Zaken. Het hersenonderzoek wordt straks uitgevoerd door het ‘Maastricht Brain Imaging Centre’ (M-BIC), onder aanvoering van professor dr. Rainer Goebel, hoogleraar Cognitieve Neurowetenschappen aan de Universiteit Maastricht. Hij werkt samen met een internationaal team van bevlogen wetenschappers. De Universiteit Maastricht werkt in het M-BIC nauw samen met onder andere het Maastricht Universitair Medisch Centrum, het Forschungszenter Jülich, Universitätsklinikum Aachen en de Universiteit van Luik. Het onderzoek draait rond de meest geavanceerde, allersterkste MRI-scanner nu verkrijgbaar. “MRI staat voor ‘Magnetic Resonance Imaging’, waarbij hersens door middel van magnetische resonantie worden gescand. Daarmee kan de activiteit van de hersenen door middel van een computer driedimensionaal zichtbaar worden gemaakt”, zegt Mattens.

136

Ter vergelijking: de gemiddelde MRIscanners in een gemiddeld ziekenhuis hebben een kracht van 1,5 of 3 Tesla. Tesla is de eenheid waarmee de kracht van de gebruikte magneetvelden wordt aangeduid. De MRI-scanner waarmee M-BIC straks in Maastricht gaat onderzoeken heeft een magneet met een sterkte van 9,4 Tesla. Van deze scanner zijn er momenteel nog maar drie op de wereld: één in Minnesota (VS), één in Tübbingen (D) en één in het Forschungszenter Jülich (D). “Dankzij die enorme kracht van die nieuwe scanner gaat er straks letterlijk een nieuwe wereld voor ons open. We gaan dingen zien die we nog nooit eerder hebben gezien. Dankzij deze apparatuur maken we een grote sprong voorwaarts op het gebied van hersenonderzoek. We brengen de anatomie en het functioneren van de hersenen

tot op microscopisch niveau haarscherp in beeld. Door de hoge resolutie van de beelden, vergelijkbaar met die van de meest geavanceerde HD-televisies, krijgen we een goed inzicht in hoe de hersenen in elkaar zitten en hoe ze werken”, aldus Mattens. Mattens verwacht dat het hersenonderzoek in Maastricht de komende 15 jaar belangrijke nieuwe kennis gaat opleveren, die bij gaat dragen aan oplossingen voor diverse ziekten. “Veertig procent van alle ziekten komt voort uit afwijkingen in de hersenen. Als je die afwijkingen weet op te sporen kun je beginnen met de behandeling ervan, en komt de genezing al een hele stap dichterbij”. Dankzij de nieuwe ‘superscanners’ kunnen patiënten straks rekenen op een snelle en exacte diagnose, zonder vervelend of pijnlijk onderzoek. Artsen krijgen antwoord op hun vragen over ziektes van lichaam en


geest. De farmaceutische industrie toont nu al grote interesse voor de mogelijkheden van de scanner voor de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen. Economen krijgen dankzij de scanner inzichten in menselijke besluitvorming. Psychologen en pedagogen kunnen de ontwikkeling van menselijk gedrag beter begrijpen en krijgen nieuwe inzichten in hoe mensen leren. Mattens verwacht dat het Maastrichtse hersenonderzoek “baanbrekend” zal zijn binnen de internationale, biomedische wereld. “Dan moet je denken aan baanbrekend op het niveau van belangrijke wetenschappelijke artikelen en prijzen, maar ook belangrijke nieuwe klinische toepassingen. Dat is goed voor het imago van de Universiteit Maastricht, dat is goed voor Maastricht èn voor Limburg”. Ook is het de bedoeling dat door spin off van het onderzoek er ongeveer 25 nieuwe bedrijven gaan ontstaan de komende vijf jaar. Daar zijn ongeveer 125 tot 175 nieuwe banen mee gemoeid. Mattens: “Vooral de farmaceutische industrie is heel geïnteresseerd. De ontwikkeling van nieuwe medicijnen kost heel veel tijd en geld, omdat iedere keer volgens vaste protocollen proefondervindelijk moet worden vastgesteld welke invloed en bijwerkingen die nieuwe medicijnen precies hebben. De ontwikkeling van een nieuw medicijn duurt gemiddeld tien jaar. Dankzij onze nieuwe superscanners kan de farmaceutische industrie veel exacter en veel sneller ontdekken welke werking nieuwe medicijnen hebben”. Het nieuwe Scannerlab in Maastricht gaat inclusief de nieuwbouw ongeveer 26 miljoen euro kosten. Het hersenonderzoek van Brains Unlimited is een belangrijk onderdeel van het project ‘Maastricht Health Campus’. Voor dat project worden zogenaamde ‘Centers of Excellence’ opgericht op de onderzoeksterreinen van hart- en vaatziekten, oncologie, hersenonderzoek en chronische ziekten. Binnen de ‘Maastricht Health Campus’ wordt samengewerkt door de Universiteit Maastricht, het Maastricht Universitair Medisch Centrum, de gemeente Maastricht, het LIOF en de Provincie Limburg. Het ministerie van Economische Zaken heeft het project ‘Maastricht Health Campus’ in 2009 omschreven als “campus van nationale betekenis”. De totale investering voor de campus bedraagt 330 miljoen euro. Overigens, vanaf september 2011 gaat de Universiteit Maastricht ook een bètaopleiding aanbieden, via het Maastricht Science College. Maastricht wilde al eerder een bètaopleiding aanbie-

den, maar kreeg daar aanvankelijk geen toestemming voor van het ministerie van Onderwijs. Mattens: “Het ministerie vond dat er al genoeg bètaopleidingen in Nederland waren. Maar sinds de afgelopen twee jaar is de vraag naar technisch en exact onderwijs enorm gestegen. Maatschappelijk gezien zie je een algemene herwaardering van de technische en exacte vakken. Vandaar dat nu ook de Universiteit Maastricht universitair bètaonderwijs gaat aanbieden”. I

“Willem Mattens verwacht dat het hersenonderzoek in Maastricht de komende 15 jaar belangrijke nieuwe kennis gaat opleveren, die bij gaat dragen aan oplossingen voor diverse ziekten”

137


Dienst Landelijk Gebied

138


Dienst Landelijk Gebied

Zandmaas II na lange voorbereiding nu van start

‘We moeten urgentie blijven aantonen’ Het grootste deel van de Zandmaas, in Limburg de rivier tussen Roosteren en Mook, is inmiddels beveiligd door de aanleg van kades. Maar er moeten nog wat extra klussen worden geklaard. Dienst Landelijk Gebied (DLG) is bezig met de uitwerking van het project Zandmaas II. Om de Maas extra dynamiek te geven door spontane natuurontwikkeling, maar ook dat laatste stukje (extra) veiligheid te bieden. Gesprek met projectleider Marlie Berghs van DLG.

A

anleg van nevengeulen, hoogwatergeulen en de reactivering van een oude Maasarm. Dat is in een notendop het project Zandmaas II. Nevengeulen stromen permanent mee met de Maas en zijn vooral bedoeld om de rivier weer meer natuurlijke dynamiek te geven. Hoogwatergeulen stromen alleen mee bij hoog water. Daartoe wordt bovenstrooms een drempel aangelegd. De concrete projecten van Zandmaas II zijn: de hoogwatergeul Raaijweide bij Blerick en de nevengeulen Stadsweide Roermond, Baarlo, Afferden en de gebiedsontwikkeling rond Oude Maasarm Ooijen-Wanssum. Mooie initiatieven. Probleem is alleen dat er nog een tekort gaapt van tientallen miljoenen euro. Met name voor de brede gebiedsontwikkeling in Ooijen-Wanssum.

“Het zijn mooie plannen. Maar zoals alles in het leven is het bij de Zandmaas II ook een kwestie van geld. Bovendien is het gevoel van urgentie een beetje weg doordat echte nieuwe dreigingen van overstromingen uitblijven. Ook zijn bij de uitvoering heel veel partijen betrokken. Voor de realisering ben je dan toch afhankelijk van de daadkracht van bestuurder. Gedeputeerde Ger Driessen toont juist bij deze projecten zijn grote daadkracht. De voortgang hangt vaak af van de drive van individuele personen”, zo zegt Marlie Berghs. De Zandmaas II is in oorsprong een initiatief van de Statenfractie van het CDA. Voor de financiering is tot nu toe een bedrag van 35 miljoen euro toegekend door het ministerie van LNV. In ruil daarvoor moet er wel 600 ha natuur ontstaan bij de vijf deelprojecten, die in principe in 2015 moeten zijn afgerond. >

139


Dienst Landelijk Gebied Dienst Landelijk Gebied werkt vandaag aan het landschap van morgen. Als publieke organisatie met kennis van het landelijk gebied, zorgen wij dat beleid wordt uitgevoerd. Wonen, werken en recreëren in een mooi en duurzaam ingericht Nederland. Met ruimte voor water, gezonde landbouw en waardevolle natuur. Daar zetten wij ons voor in, samen met bewoners, overheden en belanghebbenden. Van ontwerp tot realisatie. Om een mooi en duurzaam ingericht Nederland te kunnen realiseren, richten we ons op de volgende kernactiviteiten: • Vertalen van beleid naar uitvoering • Samenbrengen van partijen en geldstromen • Inzetten van grond voor gebiedsontwikkeling • Integraal ruimtelijk ontwerpen Vanuit deze uitgangspunten dragen wij concreet bij aan: • Verbetering van de landbouwstructuur • Realisatie van waterberging • Herstel van beken en kreken • Verdrogingsbestrijding • Erosiebestrijding • Realisatie van de Ecologische Hoogstructuur • Natuurcompensatie • Ontwikkeling van recreatiemogelijkheden • Hoogwaterbestrijding door meer ruimte te creëren voor de rivieren Programma Zandmaas II Het Limburgse deel van Zandmaas behelst de Maas vanaf Maasbracht tot Mook. Na de hoge waterstanden in 1993 en 1995 werden tientallen riviermaatregelen genomen om de Maas te beschermen tegen hoog water. Deze kregen een plek in de programma’s Zandmaas I en Zandmaas II. Laatstgenoemde richt zich op integrale gebiedsontwikkeling waarbij naast waterveiligheid wordt gefocust op natuurontwikkeling, recreatie en cultuurhistorie. Project Raaijweide De ontwikkeling van hoogwatergeul Raaijweide is het eerste Zandmaas II-project in uitvoering. Het plangebied is circa 19 ha groot en ligt aan de westoever van de Maas ten hoogte van het centrum van Venlo. Raaijweide maakt onderdeel uit van de Maascorridor die een deel van de Limburgse Zandmaas beslaat.

Kijk voor meer informatie op: www.dienstlandelijkgebied.nl en www.zandmaas2.nl

Dienst Landelijk Gebied werkt vandaag aan het landschap van morgen


Dienst Landelijk Gebied

Ooijen-Wanssum is een verhaal apart. De tien kilometer lange oude Maasarm tussen die beide dorpen moet bij hoogwater weer mee stromen, waardoor de rivier extra ruimte krijgt. Die veiligheidsmaatregel wordt niet alleen gecombineerd met natuurontwikkeling, maar ook recreatie, landbouw, woningbouw, havenuitbreiding en een rondweg bij Wanssum. De uitvoering is een voorschot op aanvullende maatregelen rond de Maas met het oog op de klimaatverandering (Integrale Verkenning Maas). Daarom heeft de provincie ook een beroep gedaan op een bijdrage uit de toekomstige pot van de Deltacommissie. Die commissie adviseerde in 2009 onder leiding van oud-minister Cees Veerman, dat er de komende decennia tientallen miljarden extra nodig zijn om Nederland waterproof te houden. Midden- en Noord-Limburg werden in 1993 en 1995 ook hard getroffen door de twee overstromingen. Vijftien jaar later is nagenoeg 70 procent van de bevolking verzekerd van een beschermingsniveau van één overstroming in de 250 jaar. Dat geldt met name voor de stedelijke gebieden Roermond, Venlo, Gennep en Mook. Het plan Integrale Verkenning Maas moet leiden tot aanvullende maatregelen die nodig zijn om wateraanvoeren tot 4600 kuub per seconde de baas te worden. Die waterstanden worden in 2050 verwacht als de klimaatverandering doorzet. Marlie Berghs over de afzonderlijke projecten: • De nevengeul Stadsweide Roermond, een gebied van bijna 120 hectare, nabij de binnenstad, moet in 2015 klaar zijn. Probleem vormt de grondverwerving. De kosten bedragen vier miljoen euro, bij elkaar gebracht door diverse overheden. De nevengeul bestaat uit een

beek van 2,4 kilometer die op de oostelijke Maasoever om de stuw heen loopt. De nevengeul zorgt voor een bijzonder nieuw natuurgebied met ooibossen en graslanden. Na explosievenonderzoek zijn er zo’n 80 granaten uit de Tweede Wereldoorlog onschadelijk gemaakt. Dat gebeurde voor de start van de Jamboree 2010 van Scouting Nederland. • Voor de aankoop van de gronden bij de nevengeul bij Baarlo is Rijkswaterstaat Maaswerken aan zet. De financiering daarvan is nog niet rond. Pas na verwerving van de grond kan DLG het gebied gaan inrichten. Bij het opzetten van de plannen zijn door de gemeente Peel en Maas ecologische en recreatieve verbindingszones van de nevengeul naar Baarlo ingebracht; de zogenaamde inslagen. De nevengeulen en de inslagen samen vormen het project ‘Schering en Inslag’. • Raaijweide bij Blerick is de eerste hoogw atergeul in Limburg die eind 2011 klaar moet zijn. De geul wordt zo’n 800 meter lang en 35 meter breed. Zo’n honderd dagen per jaar zorgt de geul voor extra capaciteit voor de Maas. Het startsein is in november 2010 gegeven. De totale kosten bedragen 4 miljoen euro. Het hele project moest Europees aanbesteed worden en er is veel tijd gaan zitten in archeologische opgravingen. Als Raaijweide is opgeleverd, krijgt de bevolking niet alleen een verrijkt natuurgebied van bijna 20 hectare, maar loopt de omgeving ook aanzienlijk minder risico op een overstroming. • De uitvoering van de nevengeul Afferden is vooralsnog niet op korte termijn te voorzien. De grondverwerving is

ook hier een taak van Rijkswaterstaat Maaswerken. DLG heeft een inrichtingsplan gemaakt voor het gebied, dat ruim 70 hectare telt. Het is de bedoeling dat er een geul van 3,6 kilometer wordt gegraven die om de stuw Sambeek heen loopt. • Ooijen-Wanssum. Brede gebiedsontwikkeling met veel extra veiligheid en 370 ha nieuwe, robuuste natuur met hoge ecologische waarde, grotendeels te beheren door de landbouw. Ofschoon er nog een gat gaapt van 80 miljoen euro, is er door provincie en gemeenten wel al ruim 50 miljoen toegezegd. Voor de uitvoering is een projectbureau opgezet, waarvan DLG ook deel uit maakt. Marlie Berghs is blij dat met Raaijweide het project nu echt van start is gegaan. “Dan ben je de lange voorbereidingstijd weer snel vergeten. En de brede steun uit de regio voor Ooijen-Wanssum wijst ook op dynamiek van het project”. De aanleg van de hoogwater- en nevengeulen is overigens niet echt ingewikkeld. Het is een kwestie van simpelweg een sleuf in het landschap graven. Een sleuf die uiteindelijk vanzelf een natuurlijke vorm aanneemt door de eroderende kracht van het water. De aanleg van de geul is een kwestie van enkele zomermaanden werk. Complicerende factoren zijn zaken als grondverwerving, archeologie, kabels en leidingen en uiteraard de financiering. “Maar we gaan gewoon door met de onderdelen die wél uitgevoerd kunnen worden. En verder is het een kwestie van benadrukken dat de urgentie hoe dan ook blijft. Als je alles op de lange baan schuift, krijg je uiteindelijk de misère over tien, of twintig jaar weer dubbel terug. Gewoon in de vorm van nieuwe overstromingsschade”. I

141


Faurecia Emissions Control Technologies

Faurecia Roermond gaat fors uitbreiden

‘Gegarandeerde werkgelegenheid tot 2020’ Hoezo crisis in de autobranche? Faurecia Emissions Control Technologies in Roermond is een wat verborgen pareltje in het Limburgse ondernemersland, dat het op alle fronten verbluffend goed doet. Faurecia in Roermond produceert uitlaatsystemen voor zowel personen- als vrachtauto’s. En draagt zo nadrukkelijk bij aan een brok duurzaamheid in de wereld. Directeur Dirk Stoll en Sandra Bremmers, human resources manager, over het succes van Faurecia.

Z

onniger kan het perspectief voor een onderneming nauwelijks zijn. De werkgelegenheid bij Faurecia staat de komende tien jaar als een rots. Sterker nog; Dirk Stoll verwacht dat er nog eens honderd extra mensen nodig zijn, bovenop de 400 die al bij Faurecia aan de slag zijn. De onderneming gaat ook fysiek uitbreiden. En heeft daartoe het belendende fabriekspand van pijpfabrikant Gubbels aangekocht. Recent breidde Faurecia al uit met een warehouse van 4800 vierkante meter. “We kunnen inderdaad zeggen dat de werkgelegenheid bij ons tot 2020 is gegarandeerd. We gaan de uitlaatsystemen van de nieuwe Ford Mondeo en het

142

nieuwste model van DAF-trucks produceren. Dat zijn twee mega-orders die we voor Roermond hebben binnengehaald”, zo legt Stoll uit. Faureca is een van de vele tientallen vestigingen van het gelijknamige concern voor auto-onderdelen dat wereldwijd 60.000 mensen in dienst heeft en bijvoorbeeld ook autostoelen en dashboards produceert. Het aandelenpakket van Faurecia, mondiaal marktleider, is voor het merendeel in handen van het Franse Peugeot (PSA-concern). Het bedrijf in Roermond werd begin dit jaar overgenomen door Faurecia en stond tot dat moment als een van de vestigingen van EMCON Technologies op de markt, een

Amerikaanse onderneming. Mét EMCON kwamen 8000 nieuwe medewerkers naar Faurecia. “De synergie van die samenvoeging is enorm. Zowel kwalitatief als kwantitatief”, zegt Stoll. De productie van uitlaatsystemen in Roermond begon overigens al in 1969 onder de naam Cheswick. “Op de een of andere manier is vooral die naam blijven hangen. Het bedrijf stond bekend als de knalpottenfabriek van Roermond”, lacht Stoll. De directeur van Faurecia Roermond is een selfmade man zonder kapsones. Een gewone jongen uit Roermond, zoals hij zelf zegt. Als het moet, helpt hij nog gewoon mee in de fabriek. “Heerlijk. Nog steeds. Want daar gebeurt het toch”. Begonnen als afdelingschef, zwaait hij nu de scepter over


Faurecia Emissions Control Technologies

tien fabrieken van Faurecia in onder meer Duitsland, Zweden, Turkije en Zuid-Afrika. In Roermond worden jaarlijks bijna een miljoen uitlaatsystemen geproduceerd voor Ford, Peugeot, Mini, Toyota, General Motors, Landrover en voor vrachtautoproducenten als DAF en IVECO. De jaarlijkse omzet schommelt rond een kwart miljard euro. Innovatie is bij de vestiging in de Bisschopsstad geen trend maar een must. De emissie van de auto is een van de meest prangende milieuvraagstukken in de wereld. “Ook uit concurrentieoverwegingen moeten we ons onderscheiden. Iedereen in de branche kan een uitlaat maken. Daarom concentreren wij ons op innovatie. We willen een uitlaat maken, die

Directie Faurecia

anderen niet kunnen maken. Met geavanceerde productietechnieken, lichtgewichten eersteklas materialen, alsmaar voortschrijdende automatisering en het allerbelangrijkste: zo weinig mogelijk, of helemaal geen uitstoot van schadelijke stoffen. En altijd voldoen we aan de strengste Europese emissie-eisen. We hebben in Roermond een van de sterkste vestigingen in Europa. Onze omzet groeit”, zo benadrukt Stoll. Sandra Bremmers vult aan: “Daarbij geven we zelf het goede voorbeeld. Door de toepassing van filtersystemen is de emissie van Faurecia in Roermond teruggebracht tot nul”. De elektrische auto komt eraan. Dat betekent dat de huidige uitlaatsystemen hun

langste tijd hebben gehad. En daarmee lijkt ook de toekomst van Faurecia Roermond nog maar een beperkte houdbaarheidsdatum te hebben toch? “Nee hoor. Dat is gewoon een kwestie van tijdig participeren. We zijn nu al bezig met de what if scenario’s. We kunnen bijvoorbeeld warmte-wisselaars voor die elektrische auto gaan produceren. En we leveren al de uitlaten van hybride-auto’s van Toyota. En in de vrachtautosector is nog een wereld te winnen. De productie van uitlaatsystemen kent trouwens cycli van ongeveer zeven jaar. De huidige auto, aangedreven door benzine en diesel, is de eerste decennia nog niet weg te denken. De uitstoot daarvan wordt ook minder en minder. >

143


Faurecia Roermond Al meer dan veertig jaar zorgt ons bedrijf voor werkgelegenheid. Producent van o.a. Uitlaatsystemen, Manifolds en Catalysatoren, voor zowel personenauto’s, vrachtauto’s en off road voertuigen, zoals landbouw en wegenbouw machines. Door continu te ontwikkelen en verbeteren helpen we mee aan een schonere lucht voor de toekomst. Bij Faurecia Roermond werken ongeveer 400 personen uit Roermond en omstreken. Het bedrijf neemt deel aan projecten om o.a. jeugdwerkeloosheid terug te dringen.


Faurecia Emissions Control Technologies

We leveren al uitlaatsystemen voor bijvoorbeeld stadbussen met een nulemissie”. Hoe doorstond de uitlatenproducent de stormachtige crisis in de autoindustrie? Deels met een portie geluk. In Roermond werden uitlaten gemaakt voor veel kleine, zuinige en dus populaire auto’s zoals de Ford Fiësta. En de slooppremie van de Duitse overheid zorgde voor een hausse in de verkoop. Drie jaar geleden, net voor de crisis, was er zelfs nog zoveel vraag naar uitlaatsystemen bij DAF en IVECO, dat Stoll besloot nieuwe mensen aan te trekken en van drie ploegen over te schakelen naar vijf. “Dat was niet efficiënt. Door de haast waarmee het gebeurde, hebben we kwalitatief niet de juiste mensen binnengehaald. Dat is teruggedraaid. Maar we hebben niemand hoeven te ontslaan door de crisis. Wel hebben we even gebruik moeten maken van de regeling deeltijd-ww”. Stoll moest wel overgaan tot sluiting van een productievestiging voor uitlaatsystemen in het Engelse Blackpool. Stoll: “Het ging niet anders. De Engelse overheid doet geen stap extra voor de maakindustrie, maar zet alles in op de banksector en verzekeringsmaatschappijen. Dat is een keus, maar dat betekent dat je zonder markt geen mensen in dienst kunt houden. De productie in Engeland is

overgeheveld naar Roermond. Ik ben blij dat ik als kapitein het schip zonder averij in een veilige haven heb gekregen”. Faurecia is overigens blij met Roermond als vestigingsplaats. Niet alleen door de ideale ligging met het oog op de logistieke stromen, maar ook met het oog op de ondernemersvriendelijke opstelling van de gemeente Roermond. “Over de ondersteuning en advisering bij de vergunningaanvraag voor ons warehouse, het nieuwe logistieke centrum, niets dan lof. Maar er is meer. Ik ben ervan overtuigd dat die houding van het gemeentebestuur en de prima ontsluitingen op termijn leiden tot nieuwe investeringen en uitbreidingen.

Met name voor de vrachtautosector voorspel ik dat we in Roermond uitgroeien tot de belangrijkste producent in Europa”. Faurecia heeft trouwens een goede reputatie op de arbeidmarkt. Het personeelsverloop is minimaal. Het aantal jubilea met een zilveren kleurtje rijgt zich aan elkaar. En elke dag melden zich wel mensen met de vraag of er vacatures zijn. Het opleidingsniveau schommelt tussen LBO en MBO. “We gaan goed met de mensen om. Zakelijk maar ook sociaal. We communiceren open. Zowel goede als slechte boodschappen. En we proberen de mensen bij belangrijke besluiten te betrekken. Want de mensen zijn je kapitaal”, zo benadrukken Stoll en Bremmers. I

145


Gebiedsontwikkeling Maastricht-Valkenburg

Gebiedsontwikkeling Maastricht-Valkenburg

‘Je moet bereid zijn elkaar iets te geven’ Maastricht en Valkenburg. Buren die elkaar wonderwel aanvullen. De perfecte combinatie vormen. Stadse allure, groen en toerisme. Na lang praten, aftasten en afstemmen is de ondertekening van een samenwerkingsovereenkomst binnenkort een feit. Freddy de Groot van de gemeente Valkenburg, Léon Roomans van de provincie en Wim Jan Doelman van de gemeente Maastricht over de grote kansen van samenwerking. De drie ambtenaren maken deel uit van het Kernteam van de gebiedsontwikkeling Maastricht-Valkenburg.

Z

eventig miljoen euro. Dat bedrag zit dadelijk in het regiofonds MaastrichtValkenburg. De helft van de beide gemeenten. De andere vijftig procent van de provincie. Als vliegwiel voor investeringen in de komende jaren van zo’n 700 miljoen euro in de belangrijkste economische ontwikkelingen in de regio, waarvan deze gebiedsontwikkeling er één is. Een gebiedsontwikkeling waarbij de focus ligt op verbetering van de vrijetijdseconomie. Normaal gesproken zou de hele regio Heuvelland moeten meedoen. Maar bij de start van de gebiedsontwikkeling was die regio nog bezig met het opmaken van een eigen agenda. “Gedeputeerde Driessen heeft uiteindelijk beslist daar niet op te willen wachten en van start te gaan met Maastricht en Valkenburg”, benadrukt Roomans. Een juiste beslissing want de samenwerking in het Heuvelland is nog steeds niet wat het zou moeten zijn. Meerssen heeft zich wel snel aangesloten bij de gebiedsontwikkeling betrokken. De nieuwe gemeenteraad van Meerssen heeft echter afgehaakt omdat ze financieel andere prioriteiten wil stellen. En daar paste bijvoorbeeld de ontwikkeling van het project Eiland in de Geul niet bij. Waarom het allemaal zo lang geduurd heeft? De vorming van de spelregels voor het regiofonds zorgden voor de nodige discussie. En een deel van de projecten

146

Eén groene weldadige stad

liep al en zijn ook voortvarend opgepakt. Het Geusseltpark in Maastricht bijvoorbeeld. Of het Centrumplan Valkenburg. “En we wilden eerst draagvlak verwerven bij de gemeenteraden. Die zaten eerst apart. Maar je proeft de toenadering. De raadsleden zaten al snel gewoon door elkaar”. De economische crisis is ook een vertragende factor. “Investeerders zijn terughoudender geworden”, beamen Doelman en De Groot. Dat betekent bijvoorbeeld dat twee bouwprojecten in het Geusseltpark op de lange baan zijn geschoven. Ondanks die tegenslagen lonkt er veel moois. Twee steden, één gebied.

Dat is eigenlijk het centrale motto van de gebiedsontwikkeling MaastrichtValkenburg. Met het citypark als groen, verbindend element. De ruimte tussen beide steden moet uitgroeien tot een stadspark met allure. Om even de dynamiek van de stad te ontvluchten. Fietsen, wandelen, een terrasje te pikken, open lucht theater, en overnachtingen: het citypark, een gebied van zeven bij tweeënhalve kilometer, van het Geusseltpark tot de voormalige Leeuwbrouwerij, wordt een gebied om met allure te onthaasten. Met landgoederen en kastelen. Met stadslandbouw en veel streekgerechten. Het citypark biedt ook de juiste entourage voor zorg. Semi-medische klinieken, maar ook absolute topzorg. Met een omgeving waar je in alle rust kunt herstellen, kuren kunt volgen en via een nieuw fietspadennetwerk op je gemak de


V.l.n.r.: Wim Jan Doelman, Freddy de Groot en Léon Roomans

omgeving kunt verkennen. De uitvoering start in 2011 en vormt een van de successen van de samenwerking waarvoor de gemeenten en de provincie al in een vroeg stadium geld hebben gereserveerd. Valkenburg sluit daarbij aan met een verbreed aanbod van wellnessvoorzieningen, waardoor die gemeente kan uitgroeien tot een centrum van body en mind. Ideaal voor bedrijfsuitstapjes en congressen. Op die semi-zakelijke toeristenmarkt gokken Maastricht en Heuvelland ook. Het imago van goedkoop massatoerisme in Valkenburg is gelukkig al aan het veranderen. Kwaliteit en onderscheid zijn de trefwoorden voor die transformatie. “Eigenlijk is het van de gekke dat we de kansen van dat gebied niet veel eerder onder ogen hebben gezien. Die blindheid is terug te voeren op het feit dat de twee gemeenten in het verleden te zeer met de ruggen naar elkaar stonden. Met de centrale gedachte dat Maastricht wel uit zou zijn op het inlijven van Valkenburg. Met het gekissebis over de plek van het nieuwe casino. Nu wordt er op basis van gelijkwaardigheid geopereerd. En terecht. Valkenburg heeft bijvoorbeeld nog iets meer overnachtingen dan Maastricht. Maar samenwerking betekent vooral dat je bereid moet zijn elkaar iets te geven en te gunnen”, aldus De Groot en Doelman.

En zou die samenwerking logischerwijs niet moeten uitmonden in één stad? “Daar moeten de bestuurders en de politiek uiteindelijk maar een oordeel over vellen”, klinkt het uit drie monden. Hoe zit het met de private investeerders voor die wellness, care en cure? Er is veel belangstelling, benadrukken de drie leden van het Kernteam. “Maar wat nog ontbreekt is een centrale organisatie die coördineert en investeerders de weg wijst. Van de komst van zo’n zorgport moet nu snel werk worden gemaakt. Zorgverzekeraars, klinieken, maar ook patiëntenorganisaties moeten op één nummer en op één plek terecht kunnen om meteen wegwijs te worden gemaakt in de mogelijkheden. Variërend van nieuwbouw tot huisvesting in bestaande gebouwen, of andere investeringen. Als overheid kunnen we faciliteren, maar het grote geld zal toch van de marktpartijen moeten komen. Die partijen moet je wel professioneel bedienen”, benadrukt Léon Roomans. De gebiedsontwikkeling MaastrichtValkenburg lift mee op enkele megaprojecten. De kandidatuur van Maastricht als culturele hoofdstad van Europa bijvoorbeeld. Maar ook de aanleg van de A2-tunnel met een volledig vernieuwde noordelijke entree van de stad. “Die pro-

jecten lopen parallel met de gebiedsontwikkeling. Ons tijdspad loopt vooralsnog tot 2020. Dan moet het citypark gestalte hebben gekregen”, voorspelt Roomans. De cijfertjes die passen bij de doelstellingen van de gebiedsontwikkeling zijn indrukwekkend en ambitieus. De toeristische omzet moet verdrievoudigen naar één miljard euro. De verblijfsduur van de gemiddelde toerist stijgt fors. En het aantal banen in de sector moet groeien van 3500 naar 10.000. Het Kernteam van de gebiedsontwikkeling Maastricht-Valkenburg is ervan overtuigd dat uitvoering van de plannen betekent dat de regio op alle fronten kan groeien en bloeien. En op de kaart kan komen te staan als een internationaal centrum voor zorg, wellness, leisure en (semi-zakelijk) toerisme. “Voorwaarde blijft dat we ook daadwerkelijk komen tot echte robuuste, regionale samenwerking. Alleen daarmee versterk je de identiteit van de regio. Als dat slaagt, ligt er een wereld open. Door de gigantische impulsen die de vrijetijdseconomie krijgt, kunnen we immers fenomenen als krimp en vergrijzing en het wegtrekken van jongeren pareren. In een gebied waar cultuur, natuur, gastronomie flonkeren, je prima kunt uitgaan, waar innovatie plaats vindt en topzorg geboden wordt, wil gewoon iedereen graag zitten”. I

147


hoofdstuk artikelnaam Niba

Niba gaat in Limburg alleen nog voor projecten met toegevoegde maatschappelijke waarde

‘Drakenrijk kan in 2012 van start’ Zo’n zeven maanden wint Niba inmiddels zand en grind bij de zuidelijke entree van Reuver. Grondstoffenwinning die gestalte geeft aan het toekomstig recreatiepark Drakenrijk. De productie gebeurt vrijwel geruisloos. Een hypermoderne win- en verwerkingsinstallatie en een geluidswal zorgen ervoor dat de omgeving nauwelijks iets merkt van de winning van in totaal vier miljoen kuub zand en grind. Projectmanager Jerom Coppus en algemeen directeur Michiel Dankers over de voortgang, de verhouding met de inwoners en de bestuurlijke sfeer in Limburg.

B

elofte maakt schuld. Ook zandproducent Niba heeft last van de crisis in de bouw. Het zand en grind uit Reuver zijn immers grondstoffen voor de betonindustrie. En de afzet van die grondstoffen stagneert. “De crisis zorgt voor een ongekende situatie”, knikt het duo. Toch willen Dankers en Coppus niet tornen aan de belofte dat Drakenrijk in 2012 van start kan gaan met waterrecreatie. “In dat jaar ligt er een strand en kunnen bezoekers ter plaatse zwemmen. Wij verkassen dan met de zandzuiger naar een andere plek binnen het gebied waar recreanten geen last van ons hebben. Die beperkte start van Drakenrijk was afgesproken en daar houden we ons aan. Ook al is de zwemplas

148

dan wellicht wat minder diep dan in de eindsituatie”, benadrukt Michiel Dankers. In mei 2010 verliet de eerste vrachtauto met zand de werklocatie. Drieënhalf jaar na ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst tussen betrokken partijen en twee jaar nadat de gemeenteraad van Beesel unaniem akkoord ging met de komst van het recreatiepark. Op en rond de werklocatie in Reuver is alles op alles gezet om overlast voor de omgeving te voorkomen. Zo worden de vrachtauto’s geladen op geasfalteerde wegen, zodat de af- en aanvoerroute ook tijdens slecht weer nooit wordt opgezadeld met modder. De diverse eindproducten voldoen aan de hoogste kwaliteitseisen en zijn gecertificeerd. Aan alle eisen

van de klant kan worden voldaan. De zand- en grindwinning biedt directe werkgelegenheid voor zo’n vijftien mensen. En een rotonde bij de werklocatie zorgt voor optimale verkeersveiligheid en een snelle ontsluiting richting autoweg A73. “De relatie met de omgeving is goed. En dat willen we vooral zo houden. We zijn toch minstens vijftien jaar lang te gast in Reuver. Tijdens de opbouw van de installaties en ook in de eerste maanden van de productie hebben we geen enkele klacht gekregen. Ons verblijf in de gemeente is van lange duur. Je wordt toch een beetje onderdeel van die lokale gemeenschap. Daarom praten we ook graag mee met bewonersorganisaties om te horen wat er in het dorp leeft ”, aldus Coppus.


Het landschap achter de geluidwal is inmiddels danig omgewoeld en vertoont al een behoorlijke waterpartij. Niba wil de inwoners van de gemeente Beesel tot in detail tonen wat er eigenlijk gebeurt op het terrein van zo’n 60 hectare. Daarom wordt er in 2011 een open dag georganiseerd. “We willen in alle openheid communiceren met de omgeving en daar hoort gewoon bij dat we van tijd tot tijd een open dag houden”. Het Drakenrijk in de gemeente Beesel is grondstoffenwinning met een toegevoegde, maatschappelijke waarde. Die toegevoegde maatschappelijke waarde is het belangrijkste motto in de bedrijfsfilosofie van Niba. “Het bestaande landschap en de beoogde eindinrichting zijn leidend en niet de delfstoffenwinning”, benadrukt Dankers. Het Drakenrijk betekent concreet dat de zandwinning leidt tot nieuwe impulsen voor de recreatie en de natuurontwikkeling. Met nieuwe kansen voor Beesel en de regio Midden- en Noord-Limburg om met die attractie jaarlijks zo’n 300.000 dagjesmensen aan zich te binden. Dat zand- en grindwinning tot toegevoegde waarde kan leiden, wil Niba de komende jaren optimaal etaleren in Reuver. “We willen van het Drakenrijk een pareltje maken. Dat is de beste reclame om aan te tonen dat zand- en grindwinning in combinatie met andere doelstellingen, zoals recreatie, veiligheid en woningbouw, fantastische resultaten kunnen opleveren”, aldus Coppus. Coppus is als projectmanager in Reuver een nieuwkomer in de grondstoffensector. Hij heeft een juridische achtergrond en werkte bij de Raad van State, voordat hij bij Niba aan de slag ging. “Bij de delfstoffenwinning zit je aan de voorkant van het proces. Met de poten in de klei. Zorgen voor aansturing. Onderhouden van contacten met omwonenden en andere belanghebbenden, maar ook met bestuurders”. Michiel Dankers is met Niba niet alleen actief in Reuver. Het bedrijf is ook een van de partners in Maasgrind, het samenwerkingsverband van grindproducenten, dat het project Grensmaas mede uitvoert. Het Grensmaasproject is de combinatie van rivierbeveiliging, natuurontwikkeling en ontgrinding tussen Maastricht en Roosteren. Aanpassing van dat project is noodzakelijk, omdat er in de huidige economische omstandigheden te wei-

Directeuren Coppus en Dankers

nig grind wordt afgezet om de rivierbeveiliging en de natuurontwikkeling binnen de overeengekomen planning te kunnen realiseren. Dankers: “Het zou goed zijn als het project Grensmaas uiteindelijk een restyling kreeg, met nieuwe en betaalbare elementen die de bewoners langs de Maas niet alleen na 2020, maar ook ver na 2050 voldoende veiligheid tegen overstromingen biedt. Nadrukkelijker anticiperen op de klimaatverandering, die volgens de voorspellingen met veel meer regen gepaard zal gaan”. Niba opereert ook buiten Limburg. Dankers signaleert bestuurlijke verschillen. “Het provinciebestuur in Limburg is makkelijk benaderbaar. En in Limburg wordt niet alleen beleid afgekondigd, maar er ook daadwerkelijk invulling aan

gegeven. Met Drakenrijk sluiten we mooi aan bij de nieuwe filosofie van slimme gebiedsontwikkeling, waarin je allerlei doelstellingen met elkaar verbindt. Feitelijk waren we met dit project een van de eersten”, zo benadrukt Dankers. De directie van Niba gelooft niet dat de zand- en grindwinning binnen enkele decennia eindig zal zijn in Limburg. Voor de langere termijn wordt er heel voorzichtig gestudeerd op nieuwe projecten. “Zolang je zorgt voor maatschappelijke meerwaarde en er voldoende draagvlak bestaat , is er een rol voor ons weggelegd. Een rol met een grote verantwoordelijkheid. Want je pleegt forse ingrepen en zorgt voor een transformatie van het landschap. De zand- en grindwinning zal nooit meer op zichzelf staan. En dat is ook goed zo”. I

149


Gemeente Echt-Susteren

Burgemeester Dieudonné Akkermans en wethouder Jac Dijcks van Echt-Susteren

‘We zijn te arrogant als overheid’ Nee, Echt-Susteren is geen gespleten gemeente die vertwijfeld zoekt naar de juiste balans tussen Zuid- en Midden-Limburg. Die gedeelde, geografische focus biedt juiste extra kansen. In het zuiden lonkt Chemelot. En aan de noordkant wordt bijvoorbeeld twee miljard geïnvesteerd bij de Claus Centrale. En Echt-Susteren heeft zelf ook nog mooie troeven op meerdere fronten. Was getekend: burgemeester Dieudonné Akkermans en wethouder Jac Dijcks.

I

nvesteren? Ja. Dat gebeurt. En de Gebieds Ontwikkeling Midden-Limburg (GOML) heeft iets gemeenschappelijks gebracht rond de Maasplassen. Eindelijk concrete projecten in de regio. “Die waren er drie jaar geleden niet. Toen was de samenwerking nog los zand. Maar verbinden? Dat vraagt om meer reflexie naar jezelf. Daarvoor moeten we veel meer de hand uitsteken. In Midden-Limburg weet nauwelijks nog iemand wat GOML eigenlijk is. We moeten de samenleving veel nadrukkelijker bij de plannen betrekken. Het maatschappelijk middenveld met projecten laten komen. Investeren en Verbinden is te zeer een bestuurlijk ding. We opereren te arrogant als overheid die het allemaal zelf meent te weten. Wat buiten leeft moeten we veel meer naar binnen laten”. Dieudonné Akkermans wil als bestuurder deels best de hand in eigen boezem steken. Het ontbreken van voldoende verbinding, betekent ook dat er nog steeds te weinig iconen zijn te zien van die eendrachtige samenwerking die de provincie zo graag propageert. “Eigenlijk zouden we in heel Limburg nu al projecten moeten kunnen tonen. Maar het bedrijfsleven

150

en het maatschappelijk middenveld doen maar schoorvoetend mee. Dat heeft veel minder met de crisis te maken, als met het feit dat Investeren en Verbinden een heel hoog abstractieniveau heeft en iedereen toch met zijn eigen zaken bezig blijft. Er is onvoldoende nieuwsgierigheid om buiten de geijkte paden te treden. Ik hoef maar te wijzen op het debacle van de TROM. De regionale agenda zou door de bevolking zelf moeten worden samengesteld”, zo benadrukt Akkermans. Echt-Susteren steekt die hand inmiddels zelf wel uit. Zo gaat de gemeente intensief samenwerken met Maasgouw en Roerdalen. “Dat gaan we doen om het serviceniveau voor de inwoners op peil te houden en verder te verbeteren. Het gaat vooral om samenwerking bij het innen van belastingen, het ophalen van huisvuil en de sociale dienst”. Ook Echt-Susteren is vanuit de roze wolken van de hoogconjunctuur weer neergedaald in de aardse werkelijkheid. Het ambitieniveau op het terrein van de volkshuisvesting is drastisch bijgesteld. De prognose dat er nog ruimte is voor duizend woningen in de gemeente EchtSusteren is afgeslankt met zo’n dertig procent. Wethouder Dijcks is eerlijk: “We hebben te laat ingezet op de bouw

Burgemeester Akkermans

van seniorenwoningen en huisvesting voor alleenstaanden. Daar moeten we nu een inhaalslag maken. In ‘t Thaal en EchtZuidoost (230 woningen) zijn de uitbreidingplannen voor de komende jaren. En ook in de kleine kernen kunnen we het niet meer zoeken in stenen, maar veel meer in sociale structuren waarbij de bewoners ook zelf een stuk verantwoordelijkheid zullen moeten nemen”. Jac Dijcks én Akkermans oordelen dat het tijd is voor de nuchtere erkenning dat de Maas en haar plassen het enige echte onderscheidende element van de regio Midden-Limburg vormen. Volgens wethouder Dijcks past daarbij ook het betrekken van Maaseik bij de verdere ontwikkeling van de Maasplassen. En er is extra aandacht nodig voor de verbinding van de Grensmaas met de Maasplassen. Daarvoor moet werk gemaakt worden van de ontsluiting van het eiland in de Maas (Stevensweert en Ohé en Laak). Verder zou wonen op het water gestimuleerd moeten worden. Het groen met het water te verbinden. Niet alleen op papier. Dijcks: “Het loopt allemaal nog te stroperig. Rijkswaterstaat ziet overal beren op de weg. Roermond wil het liefst drie versnellingen hoger. En terecht. Die verbinding Grensmaas/Maasplassen biedt grote kansen voor de recreatie. Echt-Susteren wil met een uitbreiding van het leisure-park De Bandert op de Maasplassen aanhaken en een slecht weer voorziening bieden voor het Maasplassengebied. Met een reeks indoor sportvoorzieningen, fitness en sauna. Gewoon een dagje uit voor het hele gezin als het weer niet uitnodigt om naar buiten te gaan. Vanuit de GOML is een bijdrage van


Gemeente Echt-Susteren

770.000 euro gereserveerd. Het project kost ongeveer anderhalf miljoen euro. “Als vliegwielfunctie. De Bandert moet uitgroeien tot een evenementencentrum van allure”, aldus wethouder Dijcks. Akkermans wijst erop, hoe snel inzichten wijzigen en de politiek vaak achter de feiten aanholt. “Zo’n vijftien jaar geleden besloot de gemeenteraad het buitenbad te sluiten. In de regio Maaseik is onlangs een nieuw wellness-centrum met zwembad geopend. De opening trok 6000 bezoekers, waarvan de helft uit onze regio. Het geeft aan dat we op grotere schaal moeten denken. De regio is net als een waterbed. Als je op een punt drukt, heeft dat consequenties voor de vorm van het hele waterbed. De rolluiken moeten open en we moeten meer in de spiegel kijken. Als je ziet dat samenwerking voordelen oplevert, moeten we dat gewoon stimuleren”. Dijcks is ‘hartstikke blij’, dat de Ontwikkelings Maatschappij Midden-Limburg (OML) het bedrijventerrein St. Joost onder haar hoede heeft geno-

men. De gemeente probeerde de afgelopen jaren tevergeefs zelf om bedrijven naar die gouden driehoek te halen. De verwachtingen zijn nog steeds positief. Ondanks de mindere ondernemerstijden. “Als we één grote vis hebben gevangen, komen er ongetwijfeld meer”, verzekert Dijcks. Het winkelcentrum van Echt floreert en krijgt steeds nadrukkelijker een regionale uitstraling. Het gemeentebestuur zet in op verdere versterking van dat winkelcentrum. Met vestigingen van C&A en Xenos bijvoorbeeld. Maar ook met verbetering van de inrichting van het winkelgebied. “Dat is ook de reden waarom we afzien van retailontwikkelingen op bedrijventerrein De Loop langs de A2. Verzoeken daartoe hebben we afgewezen, omdat we de uitbouw van het winkelcentrum niet willen frustreren”, aldus Dijcks. Echt-Susteren speelt ook een belangrijke rol in de gezamenlijke ontwikkeling van de A2-zone. Daarvoor wordt het hele gebied tussen Kerensheide tot Eindhoven onder de loep genomen. Een

van de belangrijkste vragen: hoe komt de segmentering eruit te zien? De gemeente had liever gezien dat er gekozen was voor ruimte voor detailinvulling van Roosteren tot Maasgouw. Een natuurtransferium en een ecoduct zijn de eerste invullingen voor Echt-Susteren. En natuurlijk de afrondingen van bedrijventerreinen De Berk en De Loop. Volgens Akkermans moet er goed nagedacht worden over de inpassing van nieuwe bedrijvigheid langs de A2. “We moeten kiezen voor hoogwaardige bebouwing. Ik geef de voorkeur aan de parc-way gedachte. Bedrijvigheid in het groen met mooie landmarks. De Maasplassen en de Maas zijn nu helemaal verstopt als je over de A2 rijdt. Zorg voor een knipoog naar de Maas. Door transparantie in de opzet van die bedrijvigheid een het gebruik van water rond de bedrijfsgebouwen. Een groene A2-boulevard die meteen duidelijk maakt dat Echt-Susteren behalve fantastisch groen en boeiende historie ook een duidelijke band met de Maas heeft ”. I

“Eigenlijk zouden we in heel Limburg nu al projecten moeten kunnen tonen”

Wethouder Dijcks

151


Een wereld te winnen

Als specialist op het gebied van zand- en grindwinning en innovator op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling levert Niba essentiĂŤle grondstoffen aan de bouwsector en draagt zij op een maatschappelijk verantwoorde wijze bij aan de inrichting en vormgeving van het landschap.

20717

Bent u ook geĂŻnteresseerd in onze visie? kijk op www.nvniba.nl


civiele techniek verkeer & vervoer landschap ecologie water openbare ruimte sport

Roermond Postbus 14 6040 AA Roermond T 0475 - 39 59 79 ‘s-Hertogenbosch Postbus 2309 5202 CH ‘s-Hertogenbosch T 088 - 33 66 333 W kragten.nl


WoonGoed 2-Duizend

Directeur Henk Stevens van WoonGoed 2-Duizend in Reuver:

‘Politiek heeft vaak een te korte termijn visie’ Woongoed 2-Duizend is een corporatie met ruim 5000 woningen in Beesel, Roermond, Echt-Susteren, Leudal en Maasgouw. En Den Haag en Delft, want daar heeft WoonGoed 2 –Duizend gloednieuwe appartementencomplexen gebouwd voor verhuur aan studenten. WoonGoed 2 -Duizend mag niet de grootste woningverhuurder in Limburg zijn; het is wel een van de meest originele. Met gedurfde initiatieven en veel oog voor de gemeenschap waarin de corporatie actief is. Directeur Henk Stevens over Sociaal Ondernemerschap. Ja, ja. Met hoofdletters.

G

oed wonen, is goed leven. Dat is de slagzin waarmee WoonGoed 2-Duizend zich profileert. Met een hoog waarheidsgehalte.Slecht wonen, betekent eigenlijk geen goed leven. Zo moet Limburg bijvoorbeeld meer dan honderd miljoenen uittrekken om het leefklimaat in achterstandswijken in onder meer Sittard, Roermond, Venlo en Maastricht weer op peil te brengen. De Beeselse corporatie heeft daar weinig last van. Manifesteert zich vooral als plattelandscorporatie die voor een grote, andere uitdaging staat. De leefbaarheid in de kleine kernen.En op dat terrein laat WoonGoed 2-Duizend nadrukkelijk van zich horen. Henk Stevens raakt niet meer echt van de kook over de oprispingen van provincie en Rijk, dat corporaties hun kapitaal ook nadrukkelijker moeten inzetten voor het algemeen belang en met name de herstructurering van de woningmarkt. “We zijn al volop in de weer voor dat algemeen belang. Dat het grote geld bij de corporaties zit kun je absoluut niet meer generiek zeggen. De banken zijn ook strenger voor ons. De investeringscapaciteit neemt af. We worden al afgeroomd. We zijn inmiddels vennootschapsplichtig. Trouwens, de politiek is wel erg kortzichtig. De achterstanden in de probleemwijken in de grote steden zijn door de politiek zelf gecreëerd. Het zijn veel wijken die ooit werden beheerd

154

door gemeentelijke woningbedrijven. Die van dat beheer weinig of niets hebben gebrouwen. Zijn de politici dat vergeten, of willen ze er niet meer aan herinnerd worden?” Stevens zegt in de dagelijkse praktijk nog niet veel te merken van Investeren en Verbinden door de overheid. Hij ziet wel veel kansen in de komst van het glasvezelnetwerk in Limburg. Droomt ervan om van Beesel de eerste glasvezelgemeente van Limburg te maken. En hij heeft nog steeds veel respect voor het duizendwoningen-plan waarmee gedeputeerde Driessen enkele jaren geleden nieuwe impulsen gaf aan de woningmarkt. Financieel wordt de corporatie ‘als zeer gezond’ beoordeeld door het Centraal Fonds Volkshuisvesting. Het eigen vermogen is ongeveer 70 miljoen euro. De bedrijfswaarde van WoonGoed2-Duizend staat in de boeken voor 282 miljoen. Stevens maakt er geen enkel punt van: “Financieel staan we er goed voor. Ik kan ook prima uit de voeten met de schaal van onze corporatie. Groeien mag, maar hoeft niet. Het aantal woningen van een corporatie is niet bepalend, maar het sociale ondernemerschap, de kwaliteit en je visie. Bovendien hebben we het voordeel van de menselijke maat. “ WoonGoed 2-Duizend onderscheidt zich met projecten die verder gaan dan sec de volkshuisvesting. Zo ontwikkelde de corporatie een fantastisch groene long in het centrum van Reuver. De voormalige tuin

van het H. Hartklooster werd omgetoverd tot een dorpspark, dat zorgwijk Bösdael met de kern van het dorp verbindt. In het klooster is niet alleen de corporatie gevestigd, maar ook het WMO/kantoor, een expositieruimte en het parochiehuis. Met het centrumplan Beesel maakte de corporatie de oude kern van het dorp veel aantrekkelijker voor inwoners en recreanten. En er liggen plannenom nog zo’n tien tot vijftien miljoen euro te investeren in de afronding van het centrumplan. Met bijvoorbeeld woningen bij ’t Spick en de transformatie van de Aaj Mert. Daar moet een museum komen, een bibliotheek, commerciële ruimten, woningen en een nostalgisch winkeltje. Maatregelen die de toeristische aantrekkingskracht van Beesel verder vergroten. Maar er is meer. “Onze inspanningen in Beesel hebben er toe geleid dat de marktwaarde van de huizen in het dorp niet zijn gedaald, maar gestegen. Het is telkens weer de kunst om te zoeken naar nieuwe kansen en de extra kosten daarvan terug te halen en weer in te zetten voor de gemeenschap. Maarhet is niet altijd even gemakkelijk. in ons werkgebied word je geconfronteerd met verschillende bestuursstijlen, verschillende visies en een nogal uiteenlopende slagvaardigheid”, verzucht Henk Stevens. De directeur van WoonGoed 2-Duizend is niet erg enthousiast over de ontwikkelingen op de woningmarkt in Roermond.“De stad bouwt en bouwt maar door.


Maar doet dat veel te eenzijdig. Roermond vergeet dat je voor alle lagen van de bevolking moet bouwen. En zoekt het vooral in grote hoeveelheden appartementen in de vrije sector. Ik ben erg huiverig voor de consequenties op de langere termijn”. De Beeselse corporatie heeft razendsnel ingespeeld op de veranderde markt. In concreto betekent dat minder woningen bouwen. Maar de corporatie wil voor mensen met een smalle beurs niet alleen woningn verhuren, maar ook blijven helpen aan een eigen woning. En zet daarom nadrukkelijk in op een verfijnd systeem van erfpacht, waardoor een eigen huis voor starters bereikbaar blijft. WoonGoed 2-Duizend concentreert zich ook meer op de behoefte van speciale doelgroepen, zoals senioren en gehandicapten en heeft zich daarmee ontpopt als een partner voor diverse zorginstellingen. Maar ook studenten behoren tot de doelgroep. Zelfs buiten Limburg. Zo heeft WoonGoed2-Duizend twee nieuwe studentenflats gebouwd in Delft. Elk moment kan de bouwvergunning worden verleend voor een nieuw complex in Den Haag. Met ruimte voor de huisvesting van bijna 900 studenten. De exploitatie en daarmee ook het risico is voor rekening van de stichting DUWO, een instelling voor studentenhuisvesting.Het onroerend goed is eigendom van WoonGoed

2-Duizend. “Dat betekent geld investeren met een gegarandeerd rendement. Want de komende tien jaar blijft er een tekort aan studentenhuisvesting in de Randstad. Alleen al met de waardestijging van de gebouwen kweek je extra vermogen, dat je weer kunt gebruiken voor je sociaal ondernemerschap in Limburg’’. Samen met de gemeente Echt/Susteren zijn er prestatie-afspraken gemaakt over zogenaamde Dorps Ontwikkelingsplannen in St. Joost, Nieuwstadt en Koningsbosch.Daarbij gaat het niet alleen om woningbouw, maar ook om een school, een supermarkt en brede maatschappelijke voorzieningen; gebouwen met een multifunctionele bestemming. Bijzonder is de aankoop van het voormalig kloostercomplex in Koningsbosch. Met de aankoop is ongeveer twee miljoen euro gemoeid. Er ligt nu een projectplan. In dat plan wordt uitgegaan van drie toekomstige functies van het complex: wonen, gezondheid en educatie.

“We denken aan een internationale opleiding. Een knowhow center, dat past in de innovatieve kracht van de regio Maastricht, Aken en Leuven. De tweede peiler is wonen in het absolute topsegment met alle mogelijke voorzieningen en verder wellness voor mensen die in luxe en met alle denkbare zorg willen onthaasten onder het motto energize your life”, zo maakt Stevens bekend. De totale kosten van de herbestemming van het klooster schat Stevens op zo’n vijftien miljoen euro. Het projectteam krijgt een jaar de tijd om de plannen uit te werken. Eind 2012 moet de schop de grond in. Stevens: “Voor de vitalisering van Koningsbosch is dit project van levensbelang. Het kan het dorp op de kaart zetten. Het past ook prima in de gebiedsontwikkeling van MiddenLimburg. Bij de ontwikkeling hopen we behalve de regio en de provincie ook het Rijk en Europa als (financiële) partners aan onze zijde te krijgen”. I

155


Hogeschool Zuyd

Directeur Carl van Rosmalen

156


Hogeschool Zuyd

Hogeschool Zuyd wil voor het onderscheid zorgen

‘Wij moeten de regio bedienen’ Euregionaal Kenniscentrum. Zo etaleert Hogeschool Zuyd zich momenteel. Zo’n 14.500 studenten verdeeld over vestigingen in Heerlen, Maastricht en Sittard-Geleen telt de hogeschool. 1550 medewerkers zorgen voor 40 bachelor en tien masteropleidingen in alle denkbare richtingen. Daarnaast wordt een breed pakket aan opleiding , training en advies geboden aan bedrijven en doen 17 lectoraten toegepast onderzoek op hoog niveau. Gesprek met voorzitter Karel van Rosmalen van de College van Bestuur. Zijn inzet: Hogeschool Zuyd moet een kennisinstituut met Europese uitstraling worden.

B

estuurders roepen het telkens weer opnieuw: Limburg moet er alles aan doen om hoogopgeleiden aan zich te binden. Het komt te vaak voor dat jongen hier afstuderen en dan naar elders verkassen. Van Rosmalen knikt. Hij kent de discussie en geeft aan waar de verantwoordelijkheid ligt. “Het is in eerste instantie

onze taak de regio te bedienen. Wij leiden op de voor de praktijk in die regio. Dat is niet de primaire taak van de universiteit. Die moet vooral een internationale focus hebben. Als we die taak niet goed uitvoeren, mogen bestuurders en politici ons op ons daarop aanspreken. Heel simpel”. Volgens Van Rosmalen is het gewoon praktijk dat de Hogeschool bij grote werkgevers in Limburg al vele honderden banen invult. Studenten van de hogeschool van elders in het land en ook buiten de landsgrenzen, blijven na hun opleiding al in Limburg of komen op een zeker moment hier terug. Alleen slaat Hogeschool Zuyd daarover wellicht wat te weinig op de trom. Communicatie? Net als veel bedrijven en andere onderwijsinstituten kondigt ook Zuyd aan meer aan de juiste beeldvorming te willen doen. Op internet is bijvoorbeeld weinig onderscheidends terug te vinden van de hogeschool. >

157


Hogeschool Zuyd

Hogeschool Zuyd wil daarbij nadrukkelijker onderscheid gaan maken in opleidingen met regionale en (inter-)nationale aantrekkingskracht. De toneelacademie in Maastricht is bijvoorbeeld zo’n merk met bovenregionale aantrekkingskracht, dat Van Rosmalen de komende jaren extra wil profileren. “Oké, toneel in Nederland blijft op Amsterdam georiënteerd, maar wij zien toch ook een duidelijke groei in de behoefte aan afgestudeerden in de regio. De aantrekkingskracht van Maastricht en Luik bijvoorbeeld is groeiende. En de kandidatuur voor de titel culturele hoofdstad van Europa levert geheid nieuwe dynamiek op”. Fysiotherapie is nog zo’n voorbeeld van een opleiding die gewoon aan de top staat. “Zodanig zelfs dat ik durf te roepen dat je wel gek zou zijn, als je naar een andere school gaat voor fysiotherapie”, merkt Van Rosmalen op. De

158

Hogeschool Zuyd beschouwt zich als een van de actoren in het Investeren en Verbinden zoals de provincie dat heeft uitgestippeld. Van Rosmalen: “We doen dat door met onderzoek, onderwijs, opleiding en training bij te dragen aan projecten waar de omgeving wat aan heeft. In het verlengde van de Versnellingsagenda. Cure and care. Met onze Wijk van Morgen op Avantis dragen we bij aan het thema duurzaamheid, nieuwe materialen en nieuwe energie. Eigenlijk de enige plek ter wereld waar alle innovatie in synergie wordt toegepast. Een stukje entrepeneurschap voor de toekomst, want we geven mede de richting aan. In de Zorgacademie werken we samen aan oplos-

singen voor het tekort aan capaciteit dat in de zorg dreigt te ontstaan. En vergeet ook onze bijdrage aan de Chemelot campus vooral niet of de activiteiten om in Maastricht een Quartier des Arts te laten ontstaan. Alleen samen kun je de toekomst creëren”. Wat zijn de tendensen momenteel in het hoger onderwijs? De opleidingen in de financiële dienstverlening vertonen een groei. Net als de zorg die aantrekt met ondermeer hon-


Hogeschool Zuyd

derd extra studenten verpleegkunde bij Hogeschool Zuyd. En ook de belangstelling voor techniek groeit. “Tegen de richting in”, knikt Van Rosmalen. Hogeschool Zuyd wenst een propedeuse-rendement te behalen van hogeschoolbreed 70%. In de hoofdfase is het rendement circa 90%, waardoor twee op de drie studenten de hogeschool met een diploma verlaten. Hogeschool Zuyd komt uit onderzoeken steeds als een van de beste grote hogescholen van Nederland uit de bus. Van Rosmalen wil Zuyd ook steeds nadrukkelijker etaleren op Europees niveau. “In de praktijk is het helaas zo dat de zwakste hogescholen in Nederland steeds extra ondersteuning krijgen, terwijl de opleidingen die het beste presteren nooit iets extra’s krijgen. We moeten in Nederland nadrukkelijker waarderen wat goed is”. In de Euregio denkt Van Rosmalen vooral aan samenwerking met de Fachhochschule en de RWTH in Aken en de Provinciale Hogeschool Limburg te Hasselt. De krimp. De Hogeschool Zuyd heeft er volgens Van Rosmalen nog niet echt last. Het studentaantal stabiliseert zich. “We hoeven ook niet per sé de grootste van Nederland van Nederland te worden. Maar we willen onze opleidingen buiten de regio wel beter gaan vermarkten. Uitgroeien tot een aantrekkelijk instituut voor buitenlandse studenten. Ook Engelsen en Fransen”. Van Rosmalen beseft dat de identiteit van de Hogeschool Zuyd daarbij van doorslaggevend belang is. “Persoonlijke aandacht, vakmanschap en en kleinschaligheid zijn de trefwoorden. Want we hebben dan wel 14.500 studenten; elke opleiding kent toch z’n eigen karakter en afbakening, dat blijkt steeds weer in de waardering van studenten en medewerkers”. I

159


Janssen de Jong Projectontwikkeling

Directeur Rits Verkerk van Janssen de Jong Projectontwikkeling

‘Overheid moet meer aan de markt overlaten’ Het zijn geen gemakkelijke tijden voor de projectontwikkeling. De kantorenmarkt zit op slot. De woningbouw ontwikkelt zich nog maar mondjesmaat. Steden als Amsterdam halen zelfs een streep door bouwplannen. Voor nieuwe bedrijfsruimten is echter altijd een markt, zo benadrukt directeur projectontwikkeling Rits Verkerk van Janssen de Jong: “De eisen voor bedrijfsgebouwen worden alsmaar verscherpt. Denk maar eens aan de strenge eisen in de foodsector”.

“

D

e 50-plusser kiest voor individualiteit en wil beslist geen massaliteit meer. Alleen tijdens het WK-voetbal willen we nog bij elkaar op de schoot zitten. Verenigingen hebben steeds meer moeite om nieuwe leden te vinden. We willen zelf over onze vrije tijd beslissen. We merken dat appartementen steeds minder in trek zijn. De jonge senioren willen niet meer opgesloten zitten op een minibalkon. Ze willen een eigen voordeur, een eigen tuintje en een kleiner, onderhoudsvrij huis. Dat zijn momenteel de belangrijkste wensen van 50-plussers die een andere woning zoeken”, zo benadrukt Rits Verkerk. De directeur projectontwikkeling van Janssen de Jong ziet nog een tweede trend. De starters die de stap kunnen maken naar een eigen woning, kiezen voor nieuwbouw en laten goedkope opknappers links liggen. “Die starters willen al bijna net zo luxueus wonen als hun

ouders. Die ontwikkeling betekent dat opknappers steeds moeilijker te verkopen zijn, verder in prijs dalen en we zonder actie geconfronteerd worden met verpaupering”, zo zegt Verkerk. Volgens hem is het dan ook onvermijdelijk dat er in Limburg veel nadrukkelijker ingezet wordt op sloop. En op een veel breder front dan alleen Parkstad. Verkerk: “De overheid moet echt het middel van slooppremies gaan inzetten. Iemand zal dat verlies op de woningmarkt moeten nemen. Het opknappen van portieketages zet geen zoden meer aan de dijk. Met een lik verf los je niets op. Dat leidt uiteindelijk tot nog grotere verpaupering. De woonvraag van mensen is volstrekt anders dan vroeger. Limburg zet ook teveel in op gebouwen met combinaties van wonen en zorg. Met de massale vergrijzing in Limburg is dat straks niet meer betaalbaar. Ook wat dat betreft is de patio-woning zowel voor de huur- als de koopsector een ideale oplossing. Niet alleen voor echtparen, maar ook

voor alleenstaanden”. Verkerk wijst erop dat het de hoogste tijd is om de natuurontwikkeling in Nederland ook naar stedelijke gebieden te brengen, zodat inbreiding in de steden ook in het groen kan gebeuren. Door grootschalige sloop en aanleg van groenvoorzieningen op de plaats van woningen ontstaan er nieuwe ontwikkelingsgebieden. Door het ontbreken van echte bewegingen op de Limburgse markt signaleert Verkerk dat projectontwikkelaars al terugtrekkende bewegingen maken in deze provincie. Vooral in ZuidLimburg. Hij oppert daarom een nieuwe versie van de Ruimte voor Ruimte regeling op touw te zetten. Gesubsidieerde sloop in ruil voor nieuwbouw in stedelijk groen. “Het wordt de hoogste tijd om samen met gemeenten ingrepen te doen in die stedelijke omgeving. Niet meer wachten tot de zaak uit de hand loopt. Vroeger anticiperen op ontwikkelingen, omdat herstructurering op termijn alleen nog maar meer geld kost”. >

Het Schip, Tegelen

160


Janssen de Jong Projectontwikkeling

Aldegonda, Maastricht

Aldegonda, Maastricht

"Limburg moet veel meer inzetten op de bouw van levensbestendige patiobungalows en woningen voor starters"

Overloon Het Schip, Tegelen

161 Rits Verkerk


Janssen de Jong Projectontwikkeling

Rits Verkerk

Volgens Verkerk wordt het ook tijd voor een heldere keuze: moet de overheid de regie in handen houden in de bouwsector, of is het wellicht beter dat die overheid de projectontwikkeling overlaat aan de vrije markt economie? Verkerk geeft de voorkeur aan die laatste variant. Zijn belangrijkste argument daarvoor: geen enkele ondernemer bouwt voor leegstand, maar heeft veel meer oog voor de markt dan de overheid. “De gemeente Roermond is een mooi voorbeeld, dat bewijst dat je ondernemers de ruimte moet geven. Roermond blijft ook in deze mindere economische tijden bouwen en doet dat met oog voor de markt”. Verkerk constateert dat de provincie bij Investeren en Verbinden de markt wel nadrukkelijker consulteert, maar alleen pas na de zoveelste aanbestedingsprocedure als partner in de arm neemt. “Bij grote ontwikkelingen is het veel beter meteen gebruik te maken van de kennis en ervaring van de markt. Die wordt nu in de praktijk echter vooral gevraagd om zonder verdere verplichting adviezen te geven, waarna het project via een tender wordt aangeboden. Dat verbindt niet echt. Kijk naar het project Ruimte voor Ruimte in Limburg, waarbij de private partner meedeelt in het resultaat, maar ook risico draagt. Ondernemers willen dat risico best nemen, maar niet als ze eerst hun kennis en kunde hebben ingezet en vervolgens nog een keer moeten tenderen. Dat tempert het enthousiasme van elke ontwikkelaar. Zeker nu de ene na de andere gemeente overgaat tot het schrappen van bouwplannen, of het stilleggen van projecten. De regierol van de overheid levert zo extra risico’s op voor ontwikkelaars. Je ziet

nu vaak dat plannen die gunstig uitpakken voor de gemeentelijke grondexploitatie wel doorgaan. Dat verbetert de sfeer op de markt niet echt”. Verkerk signaleert in Limburg verschillende posities bij de overheid als het gaat om de ontwikkeling van projecten. Van een sterke regierol in Zuid-Limburg en de afspraak in de Westelijke Mijnstreek dat tegenover een nieuwbouwwoning ook een huis gesloopt moet worden tot gemeentebestuurders in Noord-Limburg die wel de ruimte geven om te ontwikkelen. “Vooral in tijden van stagnatie in de bouw zie je bij een sterke regierol van de overheid dat er eigenlijk helemaal niets meer gebeurt. Kijk maar naar Parkstad waar het allemaal veel te traag gaat”. Net als veel andere ontwikkelaars kiest Verkerk tegenwoordig voor kleinschalige projecten met een grote kans op realisatie. Plukjes van acht tot tien nieuwbouwhuizen. In Limburg gaat het om enkele honderden woningen in onder meer Reuver, Maasbree, Venlo, Horst aan de Maas, Sittard-Geleen, Heel, Heerlen, Bocholtz en Roermond. De afdeling projectontwikkeling van Janssen de Jong opereert in Nederland vanuit Son en Breugel, Venray, Bodegraven en Hengelo. Duurzaamheid staat ook met hoofdletters geschreven bij Janssen de Jong en

is tegenwoordig een van de hoofddoelstellingen. Die duurzaamheid begint al in de ontwerpconcepten. “Voor de consument worden de woonlasten steeds belangrijker De energieprijzen stijgen verhoudingsgewijs veel sneller dan de huur. Daar moet je op inspelen. Zo ontwikkelen we de gasloze woning, hebben al plafonds geïnstalleerd die warmte afgeven en werken aan de sensorverwarming. Die slaat pas aan als de bewoners in de ruimte komen. Duurzaamheid betekent voor Janssen de Jong ook een prettig en goed woonklimaat. Met ons ontwerp voor de zogenaamde frisse school in Amsterdam zijn we landelijk in de prijzen gevallen”. Met de zogenaamde warmtemuur heeft Janssen de Jong een innovatie energievoorziening in handen. Zonne-energie wordt via de muren omgezet in vloerverwarming. Vernieuwing van de woningsector in Limburg? Volgens Verkerk is dat alleen mogelijk door grootschalige herstructurering. Daadwerkelijke ingrepen in bestaande wijken, om vervolgens weer optimale kwaliteit te leveren in selectieve nieuwbouw. “Maar daarbij past wel meer vrijheid en ruimte voor ondernemerschap. Wij staan in zo’n klimaat graag klaar om die herstructurering aan te pakken”. I

Aldegonda, Maastricht

163


Arcus Zuid Projectontwikkeling

Directeur Guy Habets van projectontwikkelaar Arcus Zuid in Oirsbeek:

‘Kwaliteit

toerisme

moet omhoog’ OIRSBEEK - “Limburg heeft in de toekomst behoefte aan kwalitatief goede, hoogwaardige verblijfsrecreatieve voorzieningen voor toeristen. Limburg heeft een enorme potentie op het gebied van toerisme en recreatie, maar daar wordt nog niet efficiënt genoeg gebruik van gemaakt. Bovendien laat de kwaliteit van een deel van de bestaande verblijfsrecreatieve voorzieningen nog vaak te wensen over”.

D

at zegt Guy Habets, directeur van projectontwikkelaar Arcus Zuid in Oirsbeek. Habets werkt al bijna zijn hele arbeidsleven lang in de projectontwikkeling. Aanvankelijk voor Stienstra en daarna tot 2008 voor Arcus Projectontwikkeling in Goes, Zeeland. In 2008 richtte hij samen met Bart Mertens Arcus Zuid op in Oirsbeek. “Toen ik nog in Zeeland werkte was ik vaak dagen van huis, veel onderweg en

164

zoveel aan het werk dat ik mijn gezin nauwelijks nog zag. Sinds ik ben teruggekeerd in Limburg en ben gaan werken in mijn eigen woonplaats heeft mijn leven een toegevoegde waarde gekregen”, aldus Habets. Arcus Projectontwikkeling Goes en Arcus Zuid in Oirsbeek zijn juridisch niet aan elkaar gelieerd. “Je moet ons zien als broer en zuster: we kennen elkaar goed en maken gebruik van elkaars kennis en ervaring en werken we in een aantal projecten samen, zoals de ‘Noordzee Recidence Cadzand Bad’”.

Sfeerimpressie Nautisch Kwartier Roermond


Arcus Zuid Projectontwikkeling

Guy Habats Sfeerimpressie Buitenhof de Leistert Roggel

Bij Arcus Zuid werken 10 mensen. Arcus Zuid is voor tweederde gespecialiseerd in projectontwikkeling van recreatieve woningen en een derde huizen voor permanente bewoning. “Sinds de crisis gaat het minder goed met de bouw van woningen voor permanente bewoning. Vandaar dat wij ons wat meer gespecialiseerd hebben in recreatieve woningen”. Opmerkelijk genoeg heeft diezelfde crisis de handel in recreatieve woningen juist versterkt. “Beleggers zijn altijd op zoek naar ideale mogelijkheden om een goed en solide rendement te halen. Sinds de crisis zijn velen wantrouwig ten opzichte van beleggen op de beurs. Sparen op de bank is ook geen optie met de huidige, historisch lage rente. Vandaar dat veel beleggers kiezen voor beleggen in recreatiewoningen van hoge kwaliteit en goede verhuurpotentie”. Beleggers kopen één of meerdere recreatiewoningen, die vervolgens worden verhuurd aan toeristen. “Gemiddeld levert dat de belegger een rendement op het eigen vermogen op tot 10 %. Bovendien heeft het kopen van een recreatiewoning nog een bijkomend voordeel: desgewenst kan de eigenaar zijn vakanties doorbrengen in zijn eigen vakantiewoning”. De toerist van de toekomst wil vooral luxe en comfort, zegt Habets. “Mensen die op vakantie gaan willen minstens evenveel luxe als thuis, maar liefst nog een beetje meer”. De kleine vakantiehuisjes uit het verleden zijn verleden tijd, en maken plaats voor vakantieparken met grote, luxe vakantievilla’s. Arcus Zuid is gespecialiseerd in de projectontwikkeling van moderne vakantieparken met luxe vakantievilla’s. “Zo’n park moet een smoel hebben, een goede stijl, uitstraling en een thema. Zo ontwikkelen wij bijvoorbeeld vakantieparken met villa’s in maritieme stijl, of villa’s in boerderijstijl. Ondanks die overkoepelende thema’s kunnen de villa’s in zo’n vakantiepark toch allemaal uniek en eenmalig zijn. Dat zijn de kwalitatief hoogwaardige vakantieparken van de toekomst”. Limburg heeft op het gebied van toerisme en recreatie een goede naam, zegt Habets. “Limburg heeft een hoge potentie, maar het gemiddelde aanbod aan recreatieve voorzieningen is te laag. Veel vakantieparken worden slecht geëxploiteerd, de kwaliteit van de voorzieningen is te laag of er is sprake van verrommeling van vakantieparken. In veel vakantieparken zie je dat bewoners zich permanent in een vakantiewoning vestigen, en dat is niet de bedoeling. >

165


p r o j e c to n t w i k k e l i n g B o u w m a n a g e m e n t i n f r a m a n a g e m e n t

u w

s a l e s

&

pa r t n e r

i n

Arcus Zuid ontwikkelt vastgoedprojecten. Wij richten ons in het bijzonder op woningbouwprojecten en verblijfsrecreatieve projecten (vakantieparken). De eindgebruiker en de marktsituatie staan continue centraal. Rendabele en kwalitatief hoogwaardige projecten, daar staat Arcus Zuid voor.

m a r k e t i n g

va s tg o e d p r o j e c t e n

Het team van Arcus Zuid beschikt over een gedegen kennis van zaken en de benodigde managementkwaliteiten. In het verleden opgebouwde ervaringen worden voortdurend omgezet in het optimaliseren van het ontwikkelproces en de kwaliteit in de projecten.

Wilt u er zeker van zijn dat u project in goede handen is? Neem dan gerust contact met ons op. Wij zullen dan voor u een passende aanbieding uitbrengen. Heeft u grond of projecten die u wilt verkopen, wij zijn gaarne bereid in overleg te treden tot aankoop/overname.

Arcus Zuid Projectontwikkeling B.V. Dorpstraat 98, 6438 JX Oirsbeek, telefoon +31 (0)46 4113290, fax +31 (0)46 4113299, info@arcuszuid.nl

w w w. a r c u s z u i d. n l


Arcus Zuid Projectontwikkeling

Bovendien is de kwaliteit van veel vakantiehuizen onder de maat: een slordig in elkaar getimmerd chalet is geen vakantiehuis van de toekomst”. Zuid-Limburg heeft met het Heuvelland een toplocatie voor toerisme. “Dat Heuvelland heeft inmiddels de status van nationaal park, waardoor er weinig ruimte is voor nieuwe ontwikkelingen. Dat is jammer, want ik denk dat er ook in dat Heuvelland nog veel ruimte is voor verbetering. Geef mij 20 hectare van dat Heuvelland en ik maak een kwalitatief hoogwaardig vakantiepark, waar de hele regio van zal profiteren”. Midden-Limburg heeft met de Maasplassen een potentieel magnifiek toeristisch gebied, waar helaas nog veel te weinig mee gedaan wordt, vindt Habets. “Noord- en Midden-Limburg bieden nog veel ruimte voor toeristische ontwikkeling, met de Maasplassen als de belangrijkste troef”. Toch gaat het Habets wat te ver om Limburg in de toekomst te gaan promoten als watersportprovincie. “Bij

Guy Habets leidt gasten rond bij het vakantiehuizen projerct in Roggel.

Nieuwe recreatiewoningen Klein Vink

watersport denk ik vooral aan provincies als Friesland en Noord-Holland. Daar is een enorm vlechtwerk van waterwegen, die allemaal met elkaar verbonden zijn, en waar je via-via altijd het open water van het Marker- en IJsselmeer kunt bereiken. Dat heb je in Midden-Limburg niet. Je kunt wel varen op een Maasplas, maar dan houdt het ook al snel op. Eenmaal op de Maas moet je rekening houden met het drukke, internationale vrachtschepenverkeer en stuit je op de belemmering van sluizen. Wat dat betreft heeft MiddenLimburg minder te bieden aan de echte watersportliefhebber. Echter, de combinatie van Limburg, met al zijn kwaliteiten

en de extra mogelijkheid van een nautische ervaring maken de Maasplassen verblijfsrecreatief tot een zeer interessant gebied”. Arcus Zuid is sinds 2008 onder andere betrokken bij de projectontwikkeling van 100 nieuwe vakantievilla’s in Residence Klein Vink in Arcen en 225 nieuwe recreatiewoningen in Buitenhof De Leistert in Roggel. Deze projecten zijn momenteel in aanbouw en gaan in de zomer van 2011 in de verhuur. Momenteel werkt Arcus Zuid bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van het ‘Nautisch Kwartier Roermond’: een drijvend (vakantie)dorp met een mix van woningen voor permanent en recreatief wonen, met in totaal zo’n 400 woningen. En dat op het Maaswater, op een steenworp van de Roermondse binnenstad. Habets verwacht dat het Nautisch Kwartier vanaf 2015 opgeleverd kan worden. Ook start binnenkort de ontwikkeling van de uitbreiding van Vakantiepark Leukermeer, waar 150 recreatiewoningen op en aan het water worden gerealiseerd. I

167


Gemeente Sittard-Geleen

Wethouder Ruud Guyt van gemeente Sittard-Geleen:

’De bevolkingskrimp is de meest interessante opgave van de laatste decennia’ SITTARD – “Bestuurders moeten niet in een kramp schieten van de bevolkingskrimp. Het is belangrijk om de feiten rondom die bevolkingskrimp tijdig te erkennen om vervolgens samen de nieuwe opgave te tackelen. Wij moeten vooral gaan zorgen voor een woningvoorraad en voorzieningen die nauw aansluiten bij de behoeften in de toekomst. De bevolkingskrimp is de meest interessante opgave van lde aatste decennia”.

D

at zegt wethouder Ruud Guyt van de gemeente Sittard-Geleen. Guyt is wethouder van Volkshuisvesting, Duurzaamheid en Sport. Hij is momenteel bezig aan zijn tweede termijn. “Een paar jaar geleden merkte ik nog dat sommige mensen bijna in paniek raakten toen ze hoorden over de naderende bevolkingskrimp. Alsof dat het slechtste was, dat ons kon overkomen. Alsof we hoe dan ook alles op alles moesten zetten om de krimp om te zetten in groei. Maar dat is niet realistisch. Die krimp wordt een feit, en dus moet je tijdig maatregelen nemen. Dan hoeft dat allemaal niet zo erg te zijn”, aldus Guyt. Ondanks die bevolkingskrimp blijft de behoefte aan woningen in de gemeente opmerkelijk genoeg ongeveer op hetzelfde niveau. “In 2020 hebben we evenveel woningen nodig als nu. Dat komt omdat er steeds meer ouderen komen, die steeds langer zelfstandig blijven wonen. En daarbij komen er steeds meer huishoudens die bestaan uit één persoon. Zodoende daalt onze bevolking, maar blijft de behoefte aan woningen gelijk”. De gemeente zal in de toekomst keuzes moeten maken op basis van de demografische ontwikkelingen. “Daarbij zal kwaliteit de doorslag moeten geven: niet meer maar beter”. Guyt noemt bijvoorbeeld de toekomst van de sportaccommodaties in Sittard-Geleen. “Nu tellen we nog 19 sportparken in onze gemeente. Maar

168

die zijn kwalitatief niet allemaal even optimaal. Waar wij naartoe willen is 10 tot 12 kwalitatief optimale sportparken voor de hele gemeente”. Overigens gaat het volgens Guyt veel te ver om op basis van de huidige demografische prognoses het complete beleid voor de toekomst nu al vast te spijkeren. “Die hele demografische ontwikkeling is een heel dynamisch en complex systeem, dat soms een dempend, maar soms ook een versterkend effect heeft. Je kunt het boek van de toekomst nu nog niet schrijven. Maar ik ben redelijk optimistisch. Als wij mensen ergens goed in zijn, dan is het in aanpassen aan nieuwe omstandigheden”. De gemeente Sittard-Geleen is in 2001 ontstaan, door de bestuurlijke samenvoeging van de gemeenten Sittard, Geleen en Born. Aanvankelijk werd het politieke klimaat in de nieuwe gemeente vertroebeld door de oude animositeit tussen vooral Sittard en Geleen. “Die sentimenten zijn er nu eenmaal. Voordat die helemaal verdwenen zijn hebben we nog wel wat jaren nodig. Maar ondertussen merk ik dat voor steeds meer mensen die fusie geen enkel issue meer is”, zegt Guyt. “We gaan de goede kant op. We zijn doordrongen van de noodzaak om het samen op te lossen. Blijven roepen dat vroeger alles beter was zet geen zoden aan de dijk”. Bovendien kunnen de bewoners van Sittard-Geleen best trots zijn op wat die nieuwe gemeente tot nu

toe al heeft gepresteerd, vindt Guyt. “Kijk nu eens naar ons nieuwe, hypermoderne ziekenhuis, nota bene op de grens van Sittard en Geleen: het Orbis Medical Parc. Het papierloze ziekenhuis van de 21ste eeuw, waar patiënten een individuele hotelkamer als verpleegkamer krijgen. Door de efficiëntere zorg duurt een verblijf in Orbis Medical Parc gemiddeld minder lang dan in een traditioneel ziekenhuis. Dat maakt dat het ziekenhuis van SittardGeleen nu al in de top 10 staat van de beste ziekenhuizen van Nederland”. Of kijk naar het nieuwe centrum van Geleen dat de nieuwe gemeente inmiddels heeft gerealiseerd, zegt Guyt. “Daar mag de hele gemeente trots op zijn”, zegt Guyt. Na Geleen is nu het centrum van Sittard aan de beurt. De binnenstad van Sittard wordt onder handen genomen in het ambitieuze plan ‘Zitterd Revisited’. Dat plan is gemaakt door architect Jo Coenen. Zitterd Revisited kent zeven deelgebieden. De werkzaamheden worden gefaseerd uitgevoerd en zijn rond 2020 klaar. Maar niet alleen in het in het oog springende centrum wordt hard gewerkt. Ook de buitenwijken worden niet vergeten. Zo is de gemeente volop bezig met de herstructurering van oude volksbuurten zoals Stadbroek, Sanderbout en Lindenheuvel. “Die wijken gaan we in alle opzichten naar een hoger niveau tillen. Niet alleen door kwalitatief goede nieuwbouw en de sloop van verouderde woningen. >


Gemeente hoofdstuk Sittard-Geleen artikelnaam

Wethouder Ruud Guyt van Sittard-Geleen over de toekomst:

“Als wij mensen ergens goed in zijn, dan is het in aanpassen aan nieuwe omstandigheden�. 169


Waa rom we er altijd zo vr oe g bi j ge r oe pe n wo r de n. . . Vroeg. Vijf letters. Een woordje. De een koppelt het aan fris, schoon, voor dag en dauw. De ander aan snel, eerder dan de rest. Voor ons staat vroeg voor optimaal. Voor slim, voor denken, voor vooruitzien.

Vroeg wil zeggen dat we nu al rekening houden met de volgende bestemming van het gebouw. Voor generaties die na ons komen.

Vroeg in onze geschiedenis was het begrip vroeg al onze reden van bestaan. Voor klanten een argument om met ons in zee te gaan.

Vroeg is niet meer dan logisch. Zonder vroeg geen denken, geen ontwikkelen, geen bouwen. Vroeg is wat ons heeft gevormd. Tot wie we zijn.

Vroeg betekent begrijpen wat u met uw plan bedoelt. En weten wat kan en wat niet, al voor de eerste steen bedacht is. Vroeg is financieel haalbaar maken. En houden.

Maak een afspraak met Joh Hoen, directeur regio Maastricht (043) 308 83 46. Wij schuiven graag bij u aan. Hoe vroeger, hoe beter. www.bamutiliteitsbouw.nl


Gemeente hoofdstuk Sittard-Geleen artikelnaam

Fotografie Orbis Medisch en Zorgconcern

We gaan de bewoners van die wijken ook kansen bieden op het vlak van werkgelegenheid, onderwijs en zaken als schuldsanering. Ik ben ervan overtuigd dat die oude volksbuurten in de toekomst net zo’n moderne en dynamische wijken zullen worden als alle andere wijken in Sittard. En dat is vooruitgang”. “De ontwikkeling van de Chemelot Campus is een van de speerpunten van het economisch beleid van Sittard-Geleen en de regio Zuid-Limburg”, aldus Guyt. De Chemelot Campus in Geleen wordt dé Euregionale vestigingsplaats voor bedrijven en onderwijs- en onderzoeksorganisaties op het gebied van nieuwe materialen. Denk daarbij aan technologisch geavanceerde grondstoffen voor bijvoorbeeld de automobielindustrie en de telefonie. Maar ook nieuwe producten uit biologische grondstoffen, duurzame energie, schone technologie en de life sciences. Ook is Sittard-Geleen druk bezig met de ontwikkeling van de Sportzone Limburg. Rondom het Fortuna-stadion wordt 25.000 m2 gereserveerd voor onderwijs-

Fotografie Frank Eggels

en sportvoorzieningen. “De bouw daarvan kan in 2011 beginnen”, aldus Guyt. De Sportzone Limburg is een gezamenlijk initiatief van de Provincie Limburg

en de gemeenten in de regio Westelijke Mijnstreek, en is voor de Provincie Limburg één van beeldbepalende ontwikkelingen in de provincie. I

171


Sekisui S-Lec

Veel autocomfort komt van Sekisui S-Lec uit Roermond

‘We gaan voor verdere groei’ Auto’s worden steeds stiller en veiliger. Slechts weinige automobilisten weten dat dit comfort voor een deel is terug te voeren op innovatie bij het Roermondse bedrijf Sekisui S-lec, onderdeel van het wereldwijde Japanse concern Sekisui. Elke derde auto die in de wereld geproduceerd wordt, is voorzien van een PVB- folie made in Roermond. Directeur Sirt Mellema over de onstuitbare groei van filmtoepassingen in glas.

H

et zijn omzetcijfers om van te dromen. In 1996 startte Sekisui S-LEC BV op het bedrijventerrein Roerstreek in Roermond met een omzet van tien miljoen euro. Veertien jaar later is die omzet gegroeid naar 140 miljoen euro. “Dat mag je inderdaad stormachtig noemen”, glimlacht directeur Mellema. Die omzet wordt trouwens behaald door de inzet van zo’n 170 medewerkers. De groei leidde er in 2006 toe, dat Sekisui S-LEC op bedrijventerrein Chemelot in Sittard-Geleen een nieuw bedrijf startte, waar de grondstof voor de glasfolie worden geproduceerd: poly vinyl butyral. Die chemische stof wordt in Roermond verwerkt tot doorzichtige folie met een hoog kleefgehalte. Mellema: “Met onze vestiging in Sittard zijn we tegemoet gekomen aan de wens van de provincie én het bedrijfsleven om de chemie te clusteren. We hebben in heel Europa naar vestigingsplaatsen gekeken maar Chemelot stak er met kop en schouder bovenuit. De clustering, de prima infrastructuur, maar vooral ook de open innovatie op Chemelot zorgt ervoor dat dat bedrijventerrein de absolute nummer één is in Europa. Ik ben er ook heilig van overtuigd dat clustering de toekomst is voor bedrijvenparken. Je bent heel herkenbaar en kunt van elkaar leren”. Het bedrijfsklimaat in Limburg? “We hebben ons van meet af aan thuis gevoeld in Roermond. Het is een gemeente waar je als ondernemer de

172

ruimte krijgt en er ook naar je geluisterd wordt”, aldus Mellema die vanaf de eerste dag van Sekisui S-Lec in Roermond de leiding in handen had. Mellema weet waarover hij praat als het gaat om het werkgeversklimaat. Hij heeft onder meer zitting in het Algemeen Bestuur van de Limburgse Werkgevers Vereniging (LWV). Snelheid, service en superieure producten zijn de belangrijkste motto’s van de onderneming. Ongeveer 99 procent van de productie van Sekisui S-Lec is bestemd voor het buitenland en gaat voornamelijk naar glasleveranciers voor de automotive in de hele wereld. Maar de onderneming is ook actief in de Solar-keten. Zo levert het bedrijf warmtewerende folie voor de Venlose onderneming Scheuten Glas. Dat warmtewerende glas wordt vooral toegepast in de bouw. Sekisui S-Lec is een van de vier zusterbedrijven van de Japanse multinational in Roermond, waar in totaal 550 mensen werken. Wereldwijd werken bij Sekisui bijna 20.000 mensen. Het concern is onder meer actief in de farmaceutische industrie, de chemie, produceert tapes en foam, bouwt woningen en doet aan engineering. Mellema voert de snelle groei van Sekisu S-lec terug op twee aspecten: kwaliteit en constante innovatie. De folie die de onderneming produceert krijgt steeds meer functies door toepassing van de meerlagentechnologie (coëxtrusie) waarmee S-Lec als eerste op de markt kwam. Oorspronkelijk had de folie vooral betekenis voor de veiligheid. >


173


Sekisui S-Lec

De gelaagde voorruit die al jaren verplicht is in alle auto’s betekent dat bij een breuk geen levensgevaarlijke scherven meer kunnen rondvliegen. Door de kleefkwaliteit van de folie blijft het glas als het ware hangen. “De folie die we op de dag van vandaag produceren voor de autoindustrie zorgt niet alleen voor veiligheid, maar is ook zonwerend en zorgt voor een aanzienlijke vermindering van het geluidsniveau in de auto. Tot wel veertig procent toe. Met ons product zorgen we voor extra comfort voor automobilisten. Die ontwikkeling om ook geluidwerend materiaal in de folie toe te passen, is begonnen in de bouw. In de beginfase werd die folie na verloop van tijd optisch een stuk minder. We hebben de techniek nu zodanig ontwikkeld dat we niet alleen optimale kwaliteit, maar ook een lange levensduur van de folie kunnen garanderen”, zo zegt Mellema. Hij herinnert zich dat het vooral de Franse autoindustrie was die mede aan de wieg

stond van de toepassing van geluidwerende folie in autoglas. “De Franse auto’s maakten veel meer herrie dan de producten van de Duitse autoindustrie. De Renault Clio was het eerste Franse model waarin onze geluidwerende folie werd toegepast. Tegenwoordig is die folie terug te vinden in een op de drie auto’s. Die folie vermindert ook de UV-straling in de auto met 99 procent”, benadrukt Mellema. Het exportgebied van Sekisui S-Lec in Roermond strekt zich uit over West-Europa, het Europese deel van Rusland en Afrika. “We zijn de enige producent in Europa. Wereldwijd zijn er drie concurrenten die ook de knowhow in huis hebben om een soortgelijk product te maken. Maar wij willen de nummer één in de wereld zijn. Ook Sekisui-breed. In totaal vijf van de dertien business-units van Sekisui zijn al mondiaal marktleider”. De research van Sekisui vindt centraal in laboratoria in Japan plaats. Uiteraard wordt een vestiging als Sekisui S-Lec nauw

betrokken bij die onderzoeken. Mellema benadrukt dat de focus van de innovatie bij de toepassingen van autoglas vooral gericht is op het reduceren van het energieverbruik. “Maar dat zijn ontwikkelingen die mogelijk pas over tien jaar in auto’s worden toegepast”. Ligt het niet voor de hand dat de Roermondse vestiging van Sekisui zich ook nadrukkelijker richt op allerlei toepassingen van zonne-energie. Folie in glas als energieleverancier? Mellema: “De bakermat van de solar industrie ligt in Azië. Maar zonne-energie is wereldwijd een groeimarkt. We vormen al een klein onderdeel van die keten. In hoeverre Sekisui zich ook op die markt begeeft, is nog niet beslist. Maar we zijn een bedrijf dat bewezen heeft razendsnel te kunnen anticiperen op marktontwikkelingen. En we blijven gericht op groei. Ons marktaandeel bedraagt nu al 50 procent. Maar er zijn altijd mogelijkheden om dat verder te verhogen”. I

“Snelheid, service en superieure producten zijn de belangrijkste motto’s van de onderneming”

175


BAM Utiliteitsbouw

Joh Hoen van BAM Utiliteitsbouw regio Maastricht

‘We stralen te weinig dynamiek en

ondernemerschap uit’ Plagerig heeft hij binnen z’n team al eens opgemerkt dat het wellicht beter was geweest om in Roermond dan in Maastricht-Airport een kantoor te bouwen. Waarom? “Roermond lijkt het economisch epicentrum van Limburg te zijn geworden. De dynamiek van Roermond zou heel Limburg moeten uitstralen. Dan maakten we sprongen voorwaarts”. Directeur Joh Hoen van BAM Utiliteitsbouw, regio Maastricht, over het gebrek aan het juiste imago van Zuid-Limburg.

D

e utiliteitsbouw in Limburg zucht en kreunt nog steeds onder de knellende last van de economische crisis. De kantoorbouw zit niet alleen op slot, maar kenmerkt zich door overcapaciteit en leegstand. Hoe houdt BAM Utiliteitsbouw in de regio Maastricht, die Zuid- en Midden-Limburg bestrijkt tot aan Venlo, zich staande in die malaise? “Door in een zo kort mogelijk

176

tijd een optimaal eindproduct te leveren. We hebben alle kennis in huis en leveren kwaliteit binnen het budget en op tijd. We behoren echt tot de top van de ontwikkelende bouwers in Limburg”, zegt Joh Hoen.Hij staat aan de leiding van de BAM-vestiging in Maastricht-Airport met zo’n 120 medewerkers en een jaaromzet van 50 miljoen euro. De vestiging is momenteel onder meer bezig met de renovatie van gevangenis De Geerhorst

in Sittard. Ook het Huis van bewaring Overmaze in Maastricht is recentelijk door BAM gerenoveerd. De nieuwbouw van CBS in Heerlen, de Zorgboulevard van Orbis in Sittard-Geleen, het winkelgebied Mosae Forum, de kantoortorens voor het AZM in Maastricht en scholenbouw in Weert, Heythuysen en Maastricht vormen een greep uit de overige, recente wapenfeiten van BAM. De huisvesting op het bedrijventerrein Maastricht-Airport


BAM Utiliteitsbouw

vormt trouwens ook een eigen ontwikkeling.Hoen beaamt dat de markt nog altijd alleen maar op een piepklein kiertje staat. “Nieuwe ontwikkelingen stagneren door de houding van de banken. De drempels voor financiering zijn nog steeds verhoogd. Ondernemingen willen wel, maar kunnen niet door de weigering van de banken. Je ziet nu de tendens dat bouwers maar financieel participeren om projecten van de grond te krijgen. Een andere reden voor de stagnerende markt is dat investeerders voorzichtiger zijn geworden. Er zijn weliswaar allerlei tekenen dat de economie zich herstelt. Maar dat heeft vooral betrekking op de industrie en de export. De bouw zit achteraan de keten van herstel dat nog heel broos is”, zo legt Hoen zijn visie op de markt uit. Maar er is meer. Hoen vat het samen onder de noemer ‘het verkeerde imago van ZuidLimburg’. “Deze regio heeft beslist niet het imago van dynamische bedrijvigheid en innovatie. Bij Zuid-Limburg denkt de rest van Nederland aan lekker recreëren. We stralen nog altijd onvoldoende uit dat hier veel gebeurt. Bij Eindhoven begint de Randstad. Je ziet het aan de bedrijvigheid langs de A2. Die stokt als je Limburg binnenrijdt. Ik heb alle respect voor de positie die Roermond zich verworven heeft. Het samenspel tussen bedrijfsleven en bestuur in die stad leidt tot een enorme dynamiek en enthousiasme. Die drive zouden we over heel Limburg moeten uitbreiden”. Het oordeel van Hoen over de rol van de provincie is tweeledig. Hij is heel tevreden over de manier waarop de provincie heeft gezorgd voor nieuwe impulsen in de

bouw. “De eerste Innovatoren, Villa Flora, Poort van Limburg en het Museum aan het Vrijthof zijn projecten waar de provincie haar stempel op heeft gedrukt. We hebben meegedaan bij een deel van die aanbestedingen. Helaas is alleen de Innovatoren door BAM Utiliteitsbouw verworven. Dat is pech, maar voor de branche in totaal zijn die prikkels heel goed. Ook als je werken niet krijgt, is nieuwe bedrijvigheid prima. Dat is goed voor branche en de uitstraling van de regio”. Maar er is ook een andere kant, zo benadrukt Hoen. In zijn optiek is de visie van de provincie niet helder genoeg. “Welke kant wil de provincie nu uit met Zuid-Limburg? Ik heb het idee dat nagenoeg alleen het prettig leefgebied en de goedkope woningen worden gebrand door het provinciebestuur. Ik geloof heilig in branding, maar dan moet die wel dynamiek, creativiteit en bedrijvigheid uitstralen. Met iconische architectuur profileren we ons bijvoorbeeld nauwelijks. Terwijl mooie gebouwen een grote aantrekkingskracht hebben op de regio. Kunstwerken die door de architect worden bedacht, maar door bouwers als de BAM worden gemaakt. Met hoogstaande utiliteitsbouw kun je prima tonen dat een regio economisch bruist. In Zuid-Limburg trekken bedrijven weg. Vesteda, Vodafone en ook DSM opereert alsmaar meer mondiaal. Daar staat weinig tegenover. Door een onduidelijke visie mis je richting en daardoor passie. Die passie is nodig om echt iets van de grond te krijgen”, zo betoogt Hoen. BAM denkt inmiddels actief na hoe ze een rol kan spelen om die broodnodige dynamiek in de provincie gestalte te geven. Hoen oordeelt ook dat Limburg te weinig gebruik maakt van slimme publiek-private samenwerkingmogelijk-

heden. “De zorg is bijvoorbeeld booming. BAM heeft een speciale PPS constructie, waarbij wij voor een integrale aanpak zorgen, inclusief de exploitatie. De gebruiker van het vastgoed betaalt per kwartaal een beschikbaarheidvergoeding en kan zonder directe investering toch dat project realiseren”. De regiodirecteur van BAM voorspelt trouwens nieuwe totaalconcepten, waarbij woningen en utiliteitsbouw steeds nadrukkelijker bij elkaar komen en elkaar ook versterken. Vooral ook vanuit het besef dat de groei van de kantorenmarkt eindig is. “Op dit moment speelt de discussie nadrukkelijk hoe we met die markt moeten omgaan. Daarbij word je geconfronteerd met beleggers die geen extra risico willen lopen. En dat bemoeilijkt de transformatie van het bestaande vastgoed”. De Koninklijke BAM is overigens een bouwgroep met 27.000 werknemers en behalve in Nederland ook actief in onder meer Duitsland, België, Ierland en Engeland. Hoen: “Als BAM Utiliteitsbouw voor Zuid- en MiddenLimburg zitten we niet alleen dicht op de regio, maar bieden ook een totaalpakket plus het voordeel van een grote organisatie op de achtergrond”. De utiliteitsbouw van BAM kenmerkt zich niet alleen door commerciële en technische ontwikkeling en realisatie waarbij duurzaamheid een heel belangrijk factor is, maar ook door beheer en onderhoud. Dat beheer en onderhoud wordt aangestuurd vanuit Roermond. Voor de restauratie heeft BAM een eigen bedrijf in Limburg: Schakel & Schrale in Roermond. “Die restauratie loopt heel goed. We zijn in Limburg zelfs in korte tijd uitgegroeid tot een begrip op het gebied van restauratie”. I

177


Veiling Rhein-Maas

Aad van den Enden en Franz-Willi Honnen van (joint venture) Veiling Rhein-Maas:

‘Samenwerking over grens heen maakt sterker’ De Veiling Rhein-Maas is een feit. Een sterk staaltje van NederlandsDuitse samenwerking. Vandaar de oproep van Aad van den Enden en Franz-Willi Honnen van de joint venture-veiling: “Wat Landgard en FloraHolland lukten, moet ook kunnen op het gebied van logistiek, onderwijs en innovatie. De provincie moet doorzetten. Want samenwerking over de grens maakt ons zoveel sterker”.

H

et kantoor van Aad van den Enden en FranzWilli Honnen op de derde verdieping biedt een panoramablik over de giga bloemenveiling in Herungen, pal gelegen aan de A40 nabij Venlo. De klok is gesloten, alle bloemen zijn verhandeld. De bedrijvigheid is nu vooral buiten te zien. Het complex krijgt een aansluiting op de A40. De joint venture tussen de veilingen van Landgard (Lüllingen en Herungen) en FloraHolland (Venlo) brengt extra kwekers en dus extra bloemen met zich mee. Vandaar dat de afmijnzaal, ofwel verkoophal is uitgebreid van 450 naar 600 plaatsen. Daarom ook dat er voor vijf hectare aan hallen is bijgebouwd voor kopers en logistieke dienstverleners. Het complete complex is nu zeventien hectare groot, met nog volop ruimte voor uitbreiding. Jaaromzet:

178


Veiling Rhein-Maas

250 miljoen euro, met vooruitzichten op (spectaculaire) groei. Er werken 450 mensen, Nederlanders en Duitsers. Op 29 november was de nieuwe DuitsNederlandse organisatie - Veiling RheinMaas - een feit. Daarmee is het samenwerkingsproces nog niet ten einde, benadrukken Van den Enden en Honnen. Het is zaak nu om de cultuurverschillen verder te verkleinen. Verschillen waarin? De taal bijvoorbeeld. De voertaal is Duits. Het is ook handig wanneer de Duitse werknemers hun Nederlandse collega’s kunnen verstaan. Vandaar dat er taalcursussen worden gegeven. Van den Enden noemt nog enkele verschillen. “In Nederland wordt meer vergaderd. In Duitsland zijn de lijnen korter. De bureaucratie is er minder. De structuur van de organisaties in Duitsland is wel hiërarchischer ingesteld”. Honnen, die goed Nederlands spreekt: “Het kan ook gaan om kleine dingen. In Duitsland is het gebruikelijk om iemand de hand te geven, in Nederland niet zo. De Duitser denkt: ‘die Nederlander is ook niet vriendelijk’. Dat heeft hij dus verkeerd begrepen. Daarom moet je verschillen met elkaar bespreken. Ofwel: verstehen um verstanden zu werden. Begrijpen om begrepen te worden”. Wat meehelpt is de grote saamhorigheid, signaleert Van den Enden. “In Herungen werken van oudsher mensen uit de regio Venlo. Andersom hebben er altijd Duitsers in Venlo gewerkt. We hebben een gezamenlijk doel. Er lonkt nieuw perspectief. De samenwerking tussen FloraHolland en Landgard is verschrikkelijk belangrijk; het is een prachtige kans voor de ontwikkeling van de Euregio”. Dat de veiling op Duitse bodem terecht is gekomen, lag voor de hand, stellen de twee. Honnen: “Dit complex is moderner en ligt gunstiger, zo pal gelegen aan de autosnelweg. Weldra zal de aansluiting op de A40 een feit zijn”. Van den Enden: “In Venlo zouden we knel komen te zitten. Hier kunnen we in de toekomst uitbreiden”. Nogmaals zijn Duitse collega: “We moeten wel uitkijken dat de markt niet wordt overvoerd. In principe mag iedereen van FloraHolland in Duitsland zijn product verkopen, maar als de vraag er niet bij aansluit heeft een groter aanbod geen zin. Dat zullen we de komende tijd goed in de gaten houden”. De aanvoerders en

klanten van Veiling Rhein-Maas zullen profiteren van een “knoert van een afzetgebied”, zoals Van den Enden het schetst. Op twee uur rijden wonen dertig miljoen consumenten. Daarnaast zullen kwekers de positieve gevolgen van de economische opmars van Oost-Europa beleven. In Warschau en Moskou heeft de consument tegenwoordig geld voor luxe producten, dus ook voor een bloemetje. “We hebben tweehonderd kilometer voordeel op het westen van Nederland. Het perspectief is gewoon heel erg goed. Een gevarieerder aanbod trekt meer kopers. En waar het om draait; een sterke markt is goed voor de telers, die het momenteel echt niet gemakkelijk hebben”. Veiling Rhein-Maas is een feit. Dat betekent niet dat het werk daarmee gedaan is. De samenwerking moet de opstap zijn naar meer vormen van samenwerking over de grenzen heen, betogen de twee. Die boodschap is inmiddels opgepikt. Bestuurders en organisaties aan beide kanten van de grens, inclusief de provincie Limburg, organiseren zogenaamde Spitzenmeetungen. Greenport Venlo werkt samen met zusterorganisatie Agribusiness Niederrhein aan de realisatie van het meest innovatieve tuinbouwgebied van West-Europa. Ook op het gebied van logistiek zijn er afspraken gemaakt. Samenwerking op het gebied van onderwijs en innovatie volgen. “We gaan het imago van de tuinbouwregio in kaart brengen. Daarin nemen we zaken als onderwijs en arbeidsmarkt mee”, stelt Honnen. “Krimp ligt in het verschiet wat betreft de bevolking. Daarom zullen we jongeren aan de regio moeten gaan binden. Daar kunnen we niet vroeg

genoeg mee beginnen”. Van den Enden, knikt. “We zijn het tweede tuinbouwgebied van West-Europa. Een impuls geven aan logistiek, innovatie en handel maakt de Euregio nog krachtiger. Dat moeten we samen oppakken. Ieder op zijn niveau. De provincie Limburg meldt zich met dezelfde boodschap in Düsseldorf, bij de Bezirksregierung”. Zet dat door, zeg ik. Durf die grens over. Want durf levert heel veel op”. Honnen: “Sommige zaken kunnen wij niet oplossen. Zaken als btw en belastingafdracht zijn verschillend geregeld in Nederland en Duitsland. En de telefoon valt nog altijd uit als je over de grens rijdt. Dat soort zaken ergert telers en kopers. Ze vragen ons; ‘hoe doen we dat nu?’” “Die belemmeringen moet de overheid wegnemen”, besluit Van den Enden. “We praten hier per slot van rekening over één Europa”. I

Kerncijfers: Productiewaarde Greenport Rhein-Maas: 1,8 miljard euro (inclusief groenten en fruit, waarvan 800 miljoen euro sierteelt) Omzet toegevoegde waarde: 1,5 miljard euro. Regio Rhein-Maas (totale tuinbouw): 5.500 tuinbouwbedrijven, 35.000 arbeidsplaatsen, 2.200 hectare glastuinbouw en 30.000 hectare vollegrondstuinbouw. Omzet veilingen Landgard en FloraHolland: 250 miljoen euro. Aanvoerders: 4.000. Handelaren: 2.300

179


Der ganze Markt an einer Uhr. www.veilingrheinmaas.com


MUE_steenentrappen_185x270

15-02-2005

09:17

Pagina 1

De Steenen Trappen - Roermond

Oog voor detail.

Muermans Projectontwikkeling & Management ontwikkelt en belegt in innovatieve en creatieve projecten. Zonder hierbij details uit het oog te verliezen. Hoe gewoon ze ook lijken, zij bepalen het karakter en geven ieder project een eigen gezicht. Hierdoor blijft Muermans zich al meer dan 25 jaar onderscheiden in de markt. Details maken tenslotte het verschil.

Buitenop 16 - 6041 LA Roermond T 0475 39 92 00 - F 0475 39 92 01 www.muermansontwikkeling.nl


Ger Kamps en Henk Weijs (FloraHolland) over kracht Noord-Limburg

Sierteeltmarkt in beweging 182


FloraHolland

De sierteeltsector in de Euregio vertegenwoordigt een waarde van één miljard euro. Centrale speler op de markt is FloraHolland. De organisatie gaat een nieuwe toekomst tegemoet, vertellen twee ervaren mensen uit het vak, Henk Weijs (programmamanager Euregio) en Ger Kamps (facility manager).

I

n het belang van de bloemenen plantenkwekers in de Euregio heeft FloraHolland er voor gekozen om haar klokverkoop vanuit Venlo in te brengen in een joint-venture met de klokverkoop van Landgard. In Herongen is daardoor een grote Euregionale klokmarktplaats ontstaan, genaamd Veiling Rhein Maas. Deze marktplaats zal naar verwachting tussen de 250 en 300 miljoen euro per jaar gaan omzetten. De Euregio, het gebied dat bestaat uit ZuidOost Nederland en Noordrijn Westfalen herbergt echter een veel groter productiepotentieel van maar liefst ruim één miljard euro. Een potentieel dat dus het marktbereik van veiling Rhein Maas overstijgt. “FloraHolland heeft kwekers en kopers in de Euregio daarom nog veel meer te bieden”, zegt programmamanager Henk Weijs

van FloraHolland. “Zo is er de sterk groeiende bemiddelingsorganisatie Connect, die ook in dit gebied met een krachtig team vertegenwoordigd is, en zijn er de afzetmogelijkheden op de vijf klokmarktplaatsen van FloraHolland in Nederland. Samen met het afzetinstrument veiling Rhein Maas, dat als magneet voor de Euregio gaat werken, vormen deze afzetinstrumenten een compleet en sterk pakket voor kwekers en kopers. Daarmee is FloraHolland goed voorbereid op de toekomst”. Hij vervolgt: “Zestig procent van de omzet van FloraHolland - vier miljard euro - is handel via de veilingklok. Veertig procent, en dat percentage groeit, wordt verkocht via de bemiddelingsorganisatie FloraHolland Connect. Bij potplanten loopt dat zelfs op tot ruim tachtig procent. Landgard doet hetzelfde met zijn cash & carry’s verspreid over heel Duitsland.

Collega Ger Kamps, facility manager, vult aan: “Natuurlijk, het opgeven van een eigen veilplek doet pijn. Maar dit is wel het beste voor de sierteeltsector. Dankzij een optimale concentratie van vraag en aanbod ontvangen kwekers ook een optimale prijs voor hun producten. Jarenlang is er over gesproken, nu is het dan zover. Dit is pure winst voor de kweker!” Jan Boumen, voormalig directeur van de veiling - destijds CVV geheten - en zijn opvolger Kees van Beek hadden de groeipotentie van de regio goed ingeschat. Op het huidige kruispunt van A73 en A67 zetten zij een nieuw veilingcomplex neer, met volop groeimogelijkheden. De bloemenveiling ging later als onderdeel van het concern FloraHolland verder. Iedereen was er destijds al van overtuigd dat de sierteeltmarkt geen grenzen kent. Het duurde alleen even. Eind 2010 ging Veiling RheinMaas in Herongen officieel van start. >

183


Aalsmeer • Naaldwijk • Rijnsburg • Bleiswijk • Eelde • Herongen

www.floraholland.com

FloraHolland. Where beauty meets business.


FloraHolland

“De schaalvergroting heeft op de achtergrond altijd gespeeld. Alle drie de veilpunten waren te klein voor het tafellaken en te groot voor het servet”, zegt Ger Kamps, sinds een kwart eeuw werkzaam bij de veiling in Venlo. “Als regionale marktplaats was de joint venture met Landgard noodzakelijk. De markt kan nu niet meer om ons heen. Veiling RheinMaas zal verder groeien en dat geldt ook voor Venlo als handelscentrum. Dankzij virtuele verkoopsystemen komt het grote aanbod in de Euregio beschikbaar voor een veel groter kooppubliek. FloraHolland Connect zal daarvan profiteren”. Weijs: “FloraHolland is in de Euregio daar waar klanten dat van haar verwachten. Niet meer uitsluitend vanuit een fysieke locatie in Venlo, maar aan beide zijden van de grens. Een aantal handelsbedrijven kiest er uit concurrentieoogpunt, of fiscaal-juridische aspecten voor om in Venlo te blijven. Op Flora Trade Parc Venlo zijn daar mogelijkheden voor, en ontstaat dus een sterk handelscomplex. Klokgerelateerde handelsbedrijven concentreren zich op Veiling Rhein Maas in Herongen. Er zal een nieuw evenwicht met activiteiten aan beide zijden van de grens ontstaan. Een groot aantal kopers zal Veiling Rhein-Maas opzoeken, kleine kopers kunnen bovendien hun aankopen doen bij cash & carrybedrijven”. Kamps, met beeldspraak: “Beschouw de veiling

als het reuzenrad van een groot kermisterrein. Het reuzenrad is verdwenen, maar het ‘kermisterrein’, ofwel handelsterrein, is inmiddels zo groot en sterk dat het op eigen kracht verder kan”. Er speelt nog iets anders ten gunste van de regio. De logistiek verschuift van het westen naar het oosten, met VenloVenray als logistieke hotspot, nabij het grote Duitse achterland. Op een uur rijden wonen liefst twintig miljoen consumenten. Dat is goed voor de continuïteit van de sierteeltsector. Van veiling Rhein Maas in Herongen zal een magneetwerking uitgaan, precies zoals beoogd is met de ontwikkelingsvisie van Greenport. De toegevoegde waarde in het productiegebied verdubbelt tot 2025 van één naar twee miljard euro, zo is de bedoeling. Niet voor niets staat Greenport Venlo met name genoemd in het regeerakkoord van het nieuwe kabinet. Daarnaast zal het vervoer van bloemen en planten een efficiëntieslag ondergaan. Weijs: “Kwekers brengen hun bloemen en planten nu voor de klok in West-Nederland en zien het product de volgende dag als het ware voorbij komen richting Duitsland. De toekomst zal zijn dat producten pas van plek a naar plek b gaan nadat ze zijn verkocht. Het aanleveren gebeurt alleen nog virtueel. Dat levert een plantenkweker al gauw een kostprijsreductie op van acht procent!” “En minder verkeer op de weg! Deze

nieuwe aanpak vereist een collectiepunt in de regio”, vult Kamps aan. “Het veilpubliek verandert ook. In Venlo hadden we vier klokken, in Herongen zijn er acht. Het aanbod is veel groter, de veiltijd neemt toe”. Boumen en Van Beek hadden destijds goed begrepen dat het agrarisch bedrijfsleven niet zonder overheid kan. Vandaar dat beide directeuren nauw contact onderhielden met de provincie en omliggende gemeenten. Wat dat betreft is er anno 2010 niets veranderd. De namen zijn alleen veranderd. Ook de overheid beseft zich terdege dat toekomstplannen maken alleen zin heeft als het bedrijfsleven meedoet. Kamps: ‘Greenport Venlo, de Floriade, de Innovatoren, Villa Flora. En niet te vergeten de schaalvergroting. De herindeling van de gemeenten in NoordLimburg is nagenoeg afgerond. Ze steken de koppen bij elkaar voor de ontwikkeling van de regio. Daar profiteren wij van mee”. “Het grijpt allemaal mooi in elkaar”, glundert Weijs. “De onderwijscomponent is ook in Greenport opgesloten. Er moet voldoende gekwalificeerd personeel zijn in de toekomst willen we de wens van 12.000 nieuwe banen waar kunnen maken. En er komt een innovatiecentrum, als steun in de rug voor bedrijven die willen innoveren en investeren. En dat alles onder het mom van duurzaam produceren. De lat ligt hoog, en dat moet ook willen we de nieuwe toekomst van Noord-Limburg ook waar kunnen maken. I

185


De nieuwe website voor succesvol verbinden!

Hogedunk verbindt ondernemers, kennis en kracht binnen de regio Cranendonck, Nederweert, Leudal en Weert. Hogedunk inspireert, versterkt, onderneemt, groeit en bloeit. Ook succesvol verbinden?

bezoek www.hogedunk.nl

H O G E D U N K V E R B I N D T


1+1=3

Sneller

Beter

₏

Slimmer

Slimmer dhv.nl

Sneller, beter, slimmer Samen met onze opdrachtgevers hun ambities waarmaken. Gedreven en professioneel betrokken. Dat is waar DHV voor staat. Vanuit verschillende disciplines zetten wij onze wereldwijde kennis en expertise in. Dat resulteert in innovatieve en duurzame oplossingen voor de complexe vraagstukken waarvoor u zich gesteld ziet. Of het nu gaat om wet- en regelgeving, mobiliteit, water, gebiedsontwikkeling, bevolkingsafname, het milieu of duurzaamheid: wij kunnen samen met u een passend antwoord vinden. Juist in deze tijd, waarin meer moet met minder middelen. Een tijd die vraagt om een andere aanpak: sneller, beter en slimmer. Meer weten? Kijk op www.dhv.nl

Advies- en ingenieursbureau


Advies- en ingenieursbureau DHV

Advies- en ingenieursbureau DHV wil taken van de overheid overnemen:

Een multinational met een missie BEEK – “Sinds het uitbreken van de financiële crisis heeft de overheid veel geld in de economie geïnvesteerd om alles draaiende te houden. Nu raken de reserves langzaam uitgeput en zie je dat de overheid noodgedwongen fors gaat bezuinigen. De regering van premier Mark Rutte heeft al aangekondigd dat zij de overheid aanzienlijk wil afslanken. Daar liggen toekomstkansen voor ons: wij willen en kunnen taken van de overheid overnemen, zoals beheer en onderhoud van openbare ruimtes en van infrastructuur”.

D

at zegt Ronald Siebrand van DHV bij Maastricht Aachen Airport. DHV is een toonaangevend, internationaal advies- en ingenieursbureau dat diensten verleent en innovatieve oplossingen biedt op het gebied van mobiliteit, water, bouw en industrie, gebiedsontwikkeling, milieu en duurzaamheid. DHV, met het hoofdkantoor in Amersfoort, is een multinational met een netwerk van 75 kantoren in Europa, Azië, Afrika en Noord-Amerika. Een multinational met een missie: “Onze klanten profiteren van ons grote netwerk met beschikbare kennis, resulterend in een integrale projectaanpak gericht op een duurzame ontwikkeling van onze leefomgeving”. Bij DHV werken wereldwijd 5.500 medewerkers. In 2009 realiseerde DHV een netto-omzet van 481 miljoen euro. De geschiedenis van DHV begint meteorologisch. In januari en december 1916 woeden er zware stormen over Nederland, waardoor de dijken van Noord-Holland en Friesland ernstige schade oplopen. Naar aanleiding daarvan besluiten drie ingenieurs in Den Haag om samen een ingenieursbureau te beginnen, bestaande uit de heren Dwars, Heederik en Verhey (DHV). De eerste jaren staan vooral in het teken van de strijd tegen het water in de getroffen provincies. In 1920 verhuist DHV naar Amersfoort om uiteindelijk in 1970 neer te strijken in het huidige kantoor. “Dat was in 1970 het eerste kantoor in Nederland met een kantoortuin dat symbool stond voor openheid en

188

gelijkheid. Iedereen werkte gelijkvloers in één grote, open ruimte. Dat kantoor was ultramodern en zijn tijd ver vooruit”, zegt Siebrand. Tijdens de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog groeit DHV snel van 50 naar 250 medewerkers. Ze werken aan de aanleg van elektriciteitscentrales, fabrieken, kanaliseringswerk, rioleringswerken en zuiveringsinstallaties. Vanaf 1980 oriënteert het bedrijf zich meer en meer richting het buitenland. “Nederland heeft een enorme kennis op het gebied van strijd tegen het water. De kennis die wij daarmee hebben opgedaan is een uitstekend exportproduct gebleken”, zegt Siebrand. DHV werkt onder andere mee aan de verbreding van het wereldberoemde Panama-kanaal. In 2007 kreeg DHV van Egypte de opdracht voor het opstellen van een plan voor een havencomplex bij Port Said aan het Suezkanaal. De Egyptische havenstad moet over twintig jaar tot de top tien van containerhavens in de wereld gaan behoren. In eigen land was DHV vanaf jarenlang betrokken bij de aanleg van de Hogesnelheidslijn, vanaf Antwerpen via Breda en Rotterdam naar Amsterdam. “Dan praat je over de aanleg 95 kilometer spoorlijn dwars door het drukste en dichtstbevolkte gebied van Nederland: de Randstad. Dat was een huzarenstukje!”, zegt Siebrand. In Limburg was DHV betrokken bij de aanleg van de A73 in Noord- en MiddenLimburg. DHV beheert en onderhoudt het 850 hectare grote industrieterrein van chemiebedrijf Chemelot in Geleen, maakte het meerjaren onderhoudsplan

voor DSM Pharma in Venlo, maakte een bestuurlijke evaluatie van de Limburgse waterschappen en was betrokken bij de verkeersveiligheidsanalyse van de ondertunneling van de A2 bij Maastricht. Ook is DHV actief betrokken bij de voorbereiding van de aanleg van de nieuwe buitenring in Parkstad. Die buitenring wordt naar verwachting eind 2014 opengesteld. Duurzaamheid in projecten en in de eigen bedrijfsvoering wordt steeds belangrijker. Was duurzaamheid vroeger een bescheiden onderdeel van de projecten, nu wordt duurzaamheid ook voor opdrachtgevers steeds belangrijker als onderscheidende factor. Om het goede voorbeeld te geven heeft DHV recent haar eigen hoofdkantoor in Amersfoort duurzaam gerenoveerd. DHV brengt Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) al jaren zelf in de praktijk. 2010 Is voor DHV geen makkelijk jaar, als gevolg van de financiële crisis. “Voor DHV Nederland is 2010 een jaar van matige tot zelfs helemaal geen groei. Het publieke geld raakt op, en dat merken wij in onze opdrachtenstroom”, zegt Siebrand. Maar er klinkt hoop voor de nabije toekomst. Op nationaal en lokaal niveau ziet DHV kansen op het gebied van ondersteuning van de overheid. “Gedwongen door de beperkte middelen zie je dat de overheid zich steeds meer wil concentreren op kerntaken. Dat betekent dat de overheid zal krimpen en taken moet afstoten. Sommige taken zouden wij moeiteloos kunnen overnemen, zoals beheer en onderhoud van de openbare ruimte of van infrastructuur”.


“Wij zijn al actief als ‘asset manager’ in de private sector, zoals bij Chemelot in Geleen. Chemelot wilde het 850 hectare grote fabrieksterrein niet langer zelf onderhouden. Dat zien zij niet als hun kerntaak. Die taak hebben wij overgenomen, zodat Chemelot zich op haar kerntaken kan concentreren. Datzelfde zouden we ook kunnen doen in de publieke sector”. DHV wil zich meer gaan toeleggen op beheer en onderhoud van infrastructuur, zoals wegen. “Uit ervaring weet ik dat het voor de verschillende overheden een hele klus is om het wegbe-

heer goed op elkaar af te stemmen. Je hebt rijkswegen, provinciale wegen en wegen die onder een gemeente vallen: dat maakt beleid en afstemming over het beheer altijd een uitdaging. Als wij dat werk overnemen, ontlasten we de overheden zodat zij zich op hun kerntaken kunnen concentreren”. Siebrand ziet Zuid-Limburg als een aantrekkelijk gebied, met vele mogelijkheden. “De regio heeft geen verkeersproblemen zoals de Randstad en ligt het centraal in de Euroregio. Limburg heeft nog veel groeipotentie. Daarmee bedoel ik niet dat je alles

vol moet bouwen, maar dat je hier nog een goede balans kunt realiseren tussen wonen, werken en recreëren”. Hij kijkt uit zijn raam van het Aviation House, letterlijk aan de rand van Maastricht Aachen Airport . “Zoals je ziet is er hier nog volop ruimte voor bedrijven. Dus bij deze nodig ik bedrijven van harte uit om zich hier te komen vestigen. Dan kunnen we er samen iets moois van gaan maken”. I

Ronald Siebrand van DHV:

“DHV wil zich meer gaan toeleggen op beheer en onderhoud van infrastructuur, zoals wegen.“

189


Hoge Dunk

Voorzitter Jacques Niederer en programmamanager Ton Hagelstein van Hoge Dunk

‘Wij willen als Makeport fungeren voor Brainport’ Hoge Dunk is een regionaal samenwerkingsverband van de gemeenten Weert, Nederweert, Leudal en Cranendonck. Het vindt z’n eigenlijke oorsprong al in 2001. Een onderzoek wees toen uit dat de potentie van die regio zo ongeveer het best bewaarde geheim van Limburg en Noord-Brabant was. Dat stadium is Hoge Dunk al lang voorbij. Er staat een rits veelbelovende projecten op stapel. Hoge Dunk-voorzitter Jacques Niederer, nog even burgemeester van Weert en programmamanager Ton Hagelstein over de eigenzinnige en originele koers van Hoge Dunk.

“

190

H

et heeft met een stukje psychologie te maken. We zijn in deze regio nogal eens te bescheiden en daardoor vergeten we te vertellen

over onze successen en vergeten we ons te verkopen”. Toekomstig burgemeester van Roosendaal Jacques Niederer draait er niet omheen in zijn karakterschets over de regio. Het kan beter. De synergie van Hoge

Dunk moet voor een inhaalslag zorgen. De regio moet nadrukkelijker zelfbewustzijn, trots en zelfvertrouwen uitstralen. En dat onder het motto meer samen, samen meer. Dat proces is trouwens volop in beweging.


Hoge Dunk

“We zijn een zelfstandige, assertieve regio met een erg gunstige ligging die we graag willen uitbuiten”, zo benadrukt Niederer. Hoge Dunk vergeet Midden-Limburg absoluut niet, maar richt zich óók op Brainport Eindhoven. Centrum van kennis, kunde en innovatie dat op slechts dertig kilometer afstand van de regio Hoge Dunk ligt. Het is én én. Bij zijn komst als burgemeester van Weert in 2005 trof Niederer de Hoge Dunk aan als een heel grote club van veertig mensen. Een nogal bureaucratisch aandoend gezelschap. “De Hoge Dunk moest meer zijn dan het bedenken van projecten. We hebben er een kleine, maar sterke, provincieoverschrijdende uitvoeringsorganisatie van gemaakt waarmee we voor het onderscheid zorgen. Met korte lijnen. Waarin de overheid samen met de ondernemers en het onderwijs voor versterking van de regionale, economische structuur wil zorgen. Met veel ruimte voor de inbreng van ondernemers”. De regio Weert heeft veel, zo niet alles. Tienduizend grote en kleine ondernemers telt het gebied van Hoge Dunk, dat bevolkt wordt door zo’n 125.000 mensen. De maakindustrie, transport en logistiek, zorg en agro zijn sterk vertegenwoordigd. Kempen Airport, de uitvalsbasis voor veel zakenvluchten, het bungalowpark Roompot Weerterbergen, maar ook een militaire school en innovatieve bedrijven in de farmacie, uitgebreide natuur, water en een aantrekkelijk woonklimaat bevestigen dat complete aanbod. Hoge Dunk bestaat uit een klein bestuur en een Taskforce, waarin de samenwerking overheid, ondernemers en onderwijs nadrukkelijk weer tot uiting komt. Partners zijn de LWV, het MKB Weerterland, de KvK en het ROC Gilde Opleidingen. “Bereikbaarheid, economische groei, innovatie en regiopromotie zijn de hoofddoelstellingen”, zo legt Ton Hagelstein uit. Niederer beaamt dat een brede HBOopleiding nog een fantastische aanvulling van het aanbod zou betekenen. Hoge Dunk heeft geen miljoenenbudget. Zo’n vier ton is er jaarlijks beschikbaar. Belangrijkste taak is partijen bij elkaar krijgen. Ook concurrerende ondernemers, die in de praktijk toch van toegevoegde waarde voor elkaar kunnen zijn. Kansrijke initiatieven wegen, een ondernemersloket zijn, wegnemen van hindernissen voor investeringen. Faciliteren om het juiste klimaat te scheppen. Het initiatief om projecten aan te dragen, ligt trouwens bij de ondernemers.

Voorzitter Niederer en programmamanager Hagelstein

En dat alles met de focus op meer economische groei. “We verbinden en daarbij willen we graag profiteren van de mega-ontwikkelingen in het zuiden en oosten van Brabant. We zijn de Poort van Limburg, maar ook de Poort naar Brabant. Je moet proberen complementair te zijn. Wij beseffen dat het Designer Outlet van bovenregionaal belang is. En we werken samen met Greenport in Venlo. Maar de link met de regio Eindhoven is met name voor de werkgelegenheid van immens belang. Wij willen als Makeport fungeren voor Brainport. Wij maken wat in Eindhoven bedacht wordt”, benadrukken Niederer en Hagelstein. Wat heeft Hoge Dunk nu concreet bereikt? Een greep uit een lange lijst. Er is inmiddels een Hoge Dunk Huis; de ontmoetingsplek voor alle geledingen van het samenwerkingsverband. Met de bouw van een multimodale terminal in Weert wordt de positie van de regio in de transportwereld en logistiek aanzienlijk versterkt. In het zogenaamde Make Techplatform wisselt de maakindustrie structureel nieuwe ideeën uit. Ook in de regio Weert is de toepassing van breedband onderwerp van onderzoek om supersnelle internetverbinden mogelijk te maken. Met het Hippisch Centre of Excellence (HCE) heeft Hoge Dunk al een voorschot genomen op de plannen om van Limburg de belangrijkste paardensportprovincie van het land te maken. Hoge Dunk ziet daarin de rol van kennisregio voor zich weggelegd. Zowel voor topruiters als voor de breedtesport. “Die HCE heeft inmiddels al een schakel met de Universiteit Maastricht voor toegepast wetenschappelijk onderzoek naar de beweging van paarden.

Kennisoverdracht waarbij het Hippisch Centre of Excellence centraal staat”, zegt Niederer. De agrarische sector in de regio Weert barst van het zelfvertrouwen en heeft zich gebundeld in een platform. De veehouderij in het gebied van Hoge Dunk moet in 2015 te boek staan als de meest duurzame en professionele van de hele regio. Innovatie is trouwens een permanent onderwerp van gesprek in de gelederen van Hoge Dunk. Het grootste deel van het bedrijfsleven in het gebied van Hoge Dunk behoort tot het MKB. Dat midden- en kleinbedrijf heeft vaak te weinig tijd, geld en ruimte voor innovatie. In samenwerking met onder meer de Hogeschool Zuyd helpt het Hoge Dunk project ‘Weert innoveert’ de ondernemers met een stuk zelfreflectie op dat gebied. “Zonder innovatie verschrompelt het economisch perspectief”, waarschuwt Ton Hagelstein. Brainport Eindhoven etaleert Hoge Dunk inmiddels als schoolvoorbeeld hoe aanpalende regio’s op een goed georganiseerde manier kunnen aanhaken bij de razendsnelle ontwikkelingen in en rond de Philipsstad. Voor Hoge Dunk zelf wacht nog een belangrijke uitdaging; het regionale samenwerkingsverband moet nog een eigen smoel krijgen. Niet alleen richting inwoners, maar ook als het gaat om het bereiken van alle ondernemers. Niederer en Hagelstein: “Daar valt nog een slag te maken. Hoge Dunk moet uiteindelijk ook zorgen voor een eigen regionale identiteit. Die identiteit moet uitstralen dat we inderdaad een hoge dunk mogen hebben van onze regio”. I

191


Imtech NV

Bert Ubachs van technische dienstverlener Imtech NV:

’De 21 eeuw wordt de eeuw van de techniek’ e

KERKRADE – “De 21e eeuw wordt de eeuw van de techniek. De techniek gaat deze eeuw grote vooruitgang boeken op gebied van energie, mobiliteit en de bouw. In deze eeuw gaat de techniek het voortouw nemen en de lakens uitdelen. De bouwwereld zal zich nadrukkelijk moeten schikken naar de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van de techniek”.

D

at zegt Bert Ubachs, commercieel directeur van Imtech Energy Solutions. Volgens Ubachs worden de bordjes in de bouwwereld in deze nieuwe eeuw verhangen. “In de vorige eeuw was het zo dat de techniek meestal de sluitpost van een bouwproject was. Maar door de technologische vooruitgang gaat dat radicaal veranderen. De techniek gaat de bouw leiden en sturen”. Imtech NV is een Europese technische dienstverlener op het gebied van elektrotechniek, ICT en werktuigbouw. Imtech heeft 450 vestigingen in Europa, waar 25.000 mensen werken. Daarnaast is Imtech een top 5-speler in de mondiale markt van maritieme (scheepvaart-)technologie en beschikt wereldwijd over een netwerk van 70 steunpunten langs alle

Bert Ubachs: “De mens heeft in de toekomst steeds meer energie nodig en met alternatieve energiewinning kunnen we vooralsnog niet in die behoefte voorzien”. 192


Imtech

belangrijke scheepvaartroutes in bijna alle continenten. Imtech is vooral sterk in de markten van utiliteitsbouw, industrie, infrastructuur, maritiem en ICT. Per jaar draait Imtech een gemiddelde omzet van 4,5 miljard euro. Het verhaal van Imtech begint in de Rotterdamse haven in 1860. Kapitein Jan Jacob van Rietschoten besluit dat jaar om niet langer te gaan varen, maar om in plaats daarvan aan vaste wal te blijven bij zijn vrouw en kinderen. Hij opent een winkel voor scheepvaartbenodigdheden en specialiseert zich in de techniek van stoommachines. In 1872 richt hij samen met ingenieur Willem Houwens een bedrijf op, gespecialiseerd in werktuigbouwkundige oplossingen. Als het bedrijf zich gaat specialiseren in elektrotechniek begint een spectaculaire groei. Van Rietschoten en Houwens zijn betrokken bij de aanleg van straatverlichtingen, elektrische spoorbanen, telefooncentrales en elektrotechniek op marineschepen en koopvaardijschepen. Het bedrijf groeit tot 1000 werknemers in 1950. Vanaf 1950 gaat het bedrijf steeds internationaler werken. In 1967 wordt Van Riethoven en Houwens overgenomen door handel- en scheepvaartconcern Internatio. In 1970 fuseert Internatio samen met ijzerertsproducent Müller tot Internatio-Müller NV. In 1993 besluit de raad van bestuur van Internatio-Müller tot een bundeling van krachten van 35 aangesloten, technische bedrijven (waaron-

der Tummers-Cremers uit Roermond en Roderland uit Kerkrade) tot Imtech NV, een afkorting voor Internatio-Müller Techniek. Die naam wordt aanvankelijk alleen intern gebruikt, maar vanaf 1998 presenteert de NV zich ook naar buiten toe als Imtech. In 2010 viert Imtech het 150-jarig bestaan. Het hoofdkantoor van Imtech NV staat in Gouda. In Limburg telt Imtech twee vestigingen: Roermond en Kerkrade, met in totaal 900 werknemers. In de ogen van Bert Ubachs was de recente financiële crisis vooral een “uitdaging”. Ubachs: “Het slechtste wat je tijdens zo’n crisis kan doen is achteroverleunen en treuren over hoe erg het allemaal is. Dat zet helemaal geen zoden aan de dijk. Je kunt veel beter gewoon doorgaan met je werk en zoeken naar nieuwe afzetmarkten”. Tijdens de crisis presenteerde Imtech onder andere het ambitieuze plan ‘Green Office 2015’. Een concept voor de toekomst van duurzame kantoorgebouwen, waarvoor Imtech samenwerkte met tal van partijen, kennisinstituten en bouwers. “Naar aanleiding van die studie kregen we een aantal concrete opdrachten”. ‘Duurzaamheid’ is overigens een woord waar Ubachs niet te veel over wil spreken. “Je moet niet praten over duurzaamheid, duurzaamheid moet je gewoon doen in het belang van ons nage-

slacht”. In Frankfurt, het hart van de Duitse economie, werkt Imtech momenteel aan de hightech ‘groene renovatie’ van het kantoor van de Deutsche Bank. “Daar hebben we letterlijk het gebouw tot op het beton kaal gestript en circa 98% gerecycled. Daarna zijn we het kantoor helemaal opnieuw gaan inrichten. Als dat kantoor straks in 2011 klaar is, verbruikt het de helft minder energie en water dan voorheen. Bovendien stoot het kantoor vanaf dat jaar de helft minder CO2 uit”. In eigen land werkt Imtech samen met de Schiphol Group, TU Delft, TU Wageningen en TNO samen aan de 15 jaar durende inrichting van de techno boulevard theGROUNDS. Uitgangspunt: Schiphol moet in 2025 een duurzame, en technisch hoogwaardige luchthaven zijn met de naam ‘Schiphol Sustainable Airport’. In Limburg gaat Imtech in opdracht van de provincie Limburg twee nieuwe, duurzame energiecentrales bouwen in Venlo en Maastricht. Die centrales gaan vanaf 2012 wind-, zonne- en bio-energie opwekken voor 65.000 huishoudens in Limburg. Totale investering: 140 miljoen euro. Met name in Maastricht wil Imtech aan die nieuwe energiecentrale ook een educatief project toevoegen. Ubachs: “We overwegen om op alle daken van scholen in Maastricht zonnecollectoren te plaatsen. >

193


Wist

de

U

dat

blaUW

eigentijdse

zo

groen

dUUrzame

van

imtech

kan

zijn?

oplossingen


Imtech

Imtech Team en Bert Ubachs

Door middel van demonstratieborden in de scholen kunnen leerlingen dan zien hoeveel energie hun collectoren opwekken. Op die manier hopen we de jeugd enthousiast te maken voor techniek en nieuwe manieren van energiewinning”. Hoe belangrijk die nieuwe, en duurzame manieren van energiewinning ook zijn voor een leefbare toekomst, met uitsluitend zonne-, wind-, en bio-energie redden we het niet, concludeert Ubachs: “De mens heeft in de toekomst steeds meer energie nodig en met alternatieve energiewinning kunnen we vooralsnog niet in die behoefte voorzien. Ondanks de nadelen die eraan kleven, denk ik dat we toch meer kernenergie gaan opwekken”. Technische vooruitgang op het gebied van mobiliteit laat niet lang meer op zich wachten. De elektrische auto en bus staan in de startblokken en zullen in de komende jaren duidelijk zichtbaar worden in het straatbeeld. Het Imtech GreenMoves & SmartGrid concept zal deze techniek ondersteunen. Toch denkt Ubachs niet dat de ‘oude’, mechanische auto’s daardoor gaan verdwijnen. “In Duitsland werken wij samen met BMW en Mercedes om mechanische auto’s steeds efficiënter te maken. Daar zit nog steeds veel vooruitgang in, en dat is op zich ook een goede zaak”. Imtech is de enige technische dienstverlener in Europa, die op dit moment zowel als technologiepartner acteert voor het Olympisch stadion voor de Olympische

Spelen van Londen in 2012 en voor drie stadions van het EK Voetbal 2012 in Polen. Inmiddels beschikt Imtech over zoveel stadionervaring, dat een speciaal competentiecentrum is ingericht: het Competence Center Stadiums in München. Hier is alle Imtech-expertise op het gebied van ‘groene’ stadions aanwezig. Samenwerking met de ruim 450 Imtech-vestigingen in Europa maakt het mogelijk overal in, en ook buiten, Europa ‘groene’ stadions te realiseren.

De technologische vooruitgang zal ervoor zorgen dat het leven in de 21ste eeuw een stuk gemakkelijker wordt, denkt Ubachs. “Mensen kunnen straks vanaf een bankje in het park van Maastricht hun werk doen”. Maar dat leven wordt niet perse goedkoper. “Het zal ook in de toekomst een gigantische en kostbare klus blijven om een land met alle voorzieningen in stand te houden. Daar zal iedere burger aan bij moeten blijven dragen”. I

195


hoofdstuk artikelnaam Gemeente Meerssen

Burgemeester Ricardo Offermanns van Meerssen over de positie van Zuid-Limburg

‘Zorg voor betere verbindingen tussen Limburg en de Randstad’ Verantwoordelijkheden delen en ambities bijstellen. Dat is het parool in de gemeente Meerssen. Net als veel andere Limburge gemeenten worstelt ook Meerssen met de financiën. Die worsteling zorgt er volgens burgemeester Ricardo Offermanns mede voor dat Investeren en Verbinden nog te weinig voor zijn gemeente heeft opgeleverd.

196


Gemeente Meerssen

“

J

ammer. Maar de lat ligt gewoon te hoog”. Offermanns windt er geen doekjes om. Meerssen zou ruim vier miljoen euro moeten bijdragen aan de totale pot van 70 miljoen om samen met Maastricht, Valkenburg aan de Geul en de provincie Limburg mooie, nieuwe initiatieven binnen de regio op de rails te zetten op het gebied van infrastructuur, cultuur en toeristische voorzieningen, gecombineerd met wellness en zorg. “Omdat het Geuldal grotendeels op ons grondgebied ligt, heeft Meerssen zelf het initiatief genomen om bij de grootschalige gebiedsontwikkeling tussen Maastricht en Valkenburg aan te sluiten. Door de huidige financiële situatie hebben wij echter niet meer de middelen om volop mee te doen. Inmiddels hebben we samen met de Provincie bekeken of we een alternatieve bijdrage kunnen leveren. Conclusie is dat we voorlopig prioriteit geven aan de doorontwikkeling van het Centrumplan Kern Meersen. Op deze wijze hopen we, zij het met beperktere middelen, toch een waardevolle bijdrage te kunnen blijven leveren aan de gezamenlijke visie, namelijk binnen de regio een economische impuls geven. Waarbij we tevens invulling geven aan de behoefte om de woon- en leefkwaliteit voor de eigen inwoners te verbeteren”. Daarbij benadrukt Offermanns dat Maastricht opnieuw een klimaat is gecreëerd, waarin er met Meerssen weer naar gezamenlijke belangen wordt gekeken. “Voorheen had Maastricht toch z’n eigen agenda. Verbinden blijkt dus ook te staan of te vallen met personen.Van tripool, de samenwerking tussen Maastricht, Heerlen en Sittard-Geleen hoort niemand meer iets”. Meerssen ligt trouwens niet echt wakker van de altijd weer oplaaiende herindelingsdiscussie. “De gemeente Meerssen kan haar opgaven nog steeds aan. Of je nu 20.000, 60.000 of 120.000 inwoners telt: binnen een regio is altijd samenwerking nodig. Bovendien blijft de vraag of schaalvergroting altijd tot succes leidt. De roep om herindeling zal ongetwijfeld bij bezuiningen van het Rijk weer klinken. Maar dat moet je alleen doen als er voldoende steun voor is onder de mensen”. Offermanns, ook voorzitter van de Limburgse VVD, wijst erop dat Investeren en Verbinden in zijn ogen ook in de rest van ZuidLimburg bij de verwachtingen achterblijft. “In Parkstad gaat het nu de goede kant op, maar in de Westelijke Mijnstreek die-

nen nog steeds de nodige inspanningen te worden geleverd. Met name de infrastructuur binnen Zuid-Limburg en de verbinding van onze regio met de rest van Nederland is een zorgenkind. Daarom loopt het economisch in Noord-Limburg een stuk beter. Die regio profiteert volop van de A73. Bedrijven vestigen zich op plekken waar ze goed bereikbaar zijn. Daar komt nog eens bij dat Zuid-Limburg gewoon leegloopt”. Offermanns heeft een geheel eigen kijk op de strijd tegen de bevolkingskrimp. “Met betere en vooral snellere verbindingen kun je de krimp te lijf gaan. Ik ben ervan overtuigd dat veel mensen die in de Randstad werken best in Limburg willen wonen. Maar niet als ze tweeënhalf uur moeten reizen. Een snelle treinverbinding zou al wonderen doen. Limburg zou tevens moeten zorgen voor een nieuwe vliegverbinding met de Randstad. Binnen een half uur van Amsterdam naar Beek. Je ziet het in Frankrijk. Mensen die in Parijs werken, reizen ook elke dag een uur om toch buiten te kunnen wonen. Maar wel met goede, snelle verbindingen”. Offermanns verwacht overigens niet dat de introductie van breedband-internet in Limburg zal leiden tot een daling van het aantal verkeersbewegingen tussen Randstad en provincie. “Mensen willen mensen zien”. Meerssen profiteert wel al van oudsher van de goede verbindingen via A2 richting Sittard-Geleen en A76 richting Heerlen en de twee treinstations binnen de gemeentegrenzen, waarvan er één zelfs is opgewaardeerd tot provinciaal busknooppunt. De verknoping van de A2 en A79 wordt met smart afgewacht. Verder wacht Meerssen in spanning af welke gevolgen het project voor de ondertunneling van de A2 in Maastricht op de gemeente zal hebben. Meerssen is een van de partners bij de tunnelaanleg en draagt zelf ook een miljoen euro bij. De vrees bestaat echter, dat Meerssen tijdens de aanleg zes jaar lang te maken zal krijgen met een gigantische stroom sluipverkeer. “Onze inzet is dat Meerssen niet met onevenredig veel overlast wordt opgezadeld en tijdens de tunnelbouw goed bereikbaar blijft”. Offermanns omschrijft Meerssen graag als ‘Sfeervol stadje met een dorps karakter aan de rand van het Heuvelland’. Met het Geuldal en fantastische landgoederen, die nadrukkelijker in het zicht zouden moeten komen. De burgemeester schildert het beeld, dat de lijnen met ruim 19.000 inwo-

ners erg kort zijn, er sprake is van ‘ons kent ons’ en er ook tussen burgemeester en inwoners weinig afstand is. Het winkelaanbod van Meerssen is een regionale trekker. “Onze winkeliers zijn nagenoeg allemaal echte MKB’ers. Meerssen onderscheidt zich met name van het omringende winkelaanbod in de regio door het grote aantal speciaalzaken. De afronding van het centrumplan moet nog meer waardering van consument en toeristen opleveren”. Die laatste fase van het centrumplan komt er voornamelijk op neer, dat de Markt een nog nadrukkelijker verblijfsfunctie krijgt, met gezellige terrassen en sfeervol groen. Inclusief een mooiere blik op het schitterende Proosdijpark. Het bestuurscentrum krijgt een nieuwe entree aan de Markt waar de publieksfuncties naartoe verhuizen. De begane grond van het bestuurscentrum en de Proosdijhoeve kunnen dan eventueel worden gebruikt als kantoor- cq winkelruimte. Offermanns denkt hierbij nog steeds aan de komst van een publiekstrekker, bijvoorbeeld een Hema. In de persoon van Bert van Marwijk, trainer van het Nederlands elftal, heeft Meerssen inmiddels een ambassadeur die de gemeente door de successen van Oranje in ZuidAfrika over de hele wereld brengt. Van Marwijk heeft al publiekelijk verkondigd dat ie zich zo goed thuis voelt in Meerssen dat hij er nooit meer weg gaat. En het Oranjekleurtje van Meerssen wordt nog wat dieper en feller, want speler Mark van Bommel komt ook in Meerssen wonen. “Het zou inderdaad mooi zijn als de familie Van Marwijk voor Meerssen dezelfde uitstraling krijgt als André Rieu voor Maastricht”, lacht Offermanns. I

197


hoofdstuk artikelnaam Boels Zanders Advocaten

Boels Zanders Advocaten en de jacht op juridisch toptalent

‘We zoeken de jongeren zelf op’ Limburg heeft de grootste moeite om jongeren aan zich te binden. Studenten uit de provincie gaan naar de universiteit en vestigen zich vaak in de Randstad. Daar is cultuur, daar is vertier en daar bruist het pas echt. Boels Zanders Advocaten, met vestigingen in Maastricht, Roermond en Venlo bewijst dat het kan om toptalenten ook voor Limburg te behouden en zelfs naar Limburg te halen.

M 198

et 58 advocaten en in totaal ruim honderd medewerkers is Boels Zanders veruit het grootste advocatenkan-

toor in Limburg. De jaarlijkse omzet is de afgelopen 10 jaar met circa 50% gegroeid naar een niveau van 12½ miljoen euro. Die omzet wordt ook dit jaar gehaald.Ook de personele bezetting is in 10 jaar tijd

met 50% gegroeid. Het kantoor biedt een breed scala aan specialisaties: Ondernemingsrecht, Handelsrecht, Vastgoedrecht, Arbeidsrecht, Bestuursrecht en Familierecht. Daarnaast kent het


Boels Zanders Advocaten

Boels Zanders Advocaten heeft de tweede prijs in de wacht gesleept in het jaarlijkse onderzoek Incompany 100 naar de kwaliteit van zakelijke dienstverleners in Nederland. Vooral de specialistische kennis, de service, eerlijkheid en de verhouding prijs-kwaliteit leverden complimenten op. Het is de derde keer dat Boels Zanders in de prijzen valt bij het onafhankelijk onderzoek van het zakenblad Incompany.

kantoor Praktijkgroepen Zorg en Onderwijs, waarin de kennis van diverse specialisten gebundeld wordt en toegespitst wordt op de juridische behoefte van de betreffende branches. Verder heeft het kantoor een German Desk, die zich specifiek richt op de juridische behoefte van Duitse en Nederlandse ondernemingen in grensoverschrijdende transacties tussen Nederland en Duitsland. Boels Zanders is een kantoor dat zich concentreert op het bedrijfsleven, non profit instellingen en overheden. De hedendaagse advocaat in de civiele praktijk is uitgegroeid tot een multidisciplinaire juridisch dienstverlener. “Enerzijds voeren wij voor onze cliënten procedures, waar nodig op het scherpst van de snede; anderzijds geven wij juridisch advies. En natuurlijk begeleiden wij onze cliënten bij de totstandkoming van complexe transacties, projecten en juridische structuren”, zo benadrukken Peter Brouns en Ruud Tuinstra, beiden lid van het dagelijks bestuur van Boels Zanders. De focus van Boels Zanders is op dit

moment voornamelijk gericht op Limburg. Al is het kantoor in heel Zuid-Nederland en ook Duitsland actief. Het kantoor groeide de afgelopen jaren met circa vijf procent per jaar. Overnameplannen zijn er vooralsnog niet. De regio Eindhoven lonkt evenwel. In Limburg is Boels Zanders veruit het grootste advocatenkantoor, in Zuid Nederland één van de grotere spelers in de markt en op landelijke schaal een middelgroot kantoor (qua grootte tussen plaats 25 en 30 in Nederland.) “We realiseren ons terdege dat grootte niet alles zegt over kwaliteit”, aldus Brouns. “Maar schaalgrootte is wel een belangrijke voorwaarde om kwaliteit te kunnen bieden, zowel qua know how als kantoororganisatie”. Om kwalitatief hoogwaardige juridische diensten te kunnen leveren heb je bovenal goede advocaten nodig. Die advocaten vind je alleen als je ze iets te bieden hebt: je moet een aantrekkelijke werkgever zijn. Uit recent uitgevoerd onderzoek blijkt dat de huidige en komende generatie pas afgestudeerde juristen niet louter kijkt naar de financiële arbeidsvoorwaarden. Vanzelfsprekend moeten deze arbeidsvoorwaarden marktconform zijn. Maar zeker zo belangrijk vindt men dat de (aanstaande) werkgever een professionele organisatie heeft met een adequaat hrm-beleid. De werkgever moet een goed opleidings-en loopbaanbeleid hebben, uitdagend werk en flexibiliteit bieden. Het ‘Nieuwe Werken’ zal ook zijn intrede doen in de advocatuur. “The world is changing, and so should lawyers”, zo luidt het in de literatuur over dit onderwerp. Boels Zanders heeft veel twintigers en dertigers in dienst. Jonge advocaten waarvan sommigen zelfs de Randstad hebben verlaten om in Limburg aan de slag te gaan. En daarmee een keuze maken voor leuk werk, en een gezonde work life balance. Maar een goed leefklimaat en betaalbare huisvesting zijn niet de doorslaggevende argumenten waarom talentvolle juristen voor Maastricht, Venlo of Roermond kiezen, weten de twee advocaten van Boels Zanders. “Zeker zo belangrijk is het bieden van een professionele uitdaging”, Om advocaten in spé te overtuigen van de meerwaarde die Boels Zanders als werkgever te bieden heeft is een intensief arbeidsmarktcommunicatiebeleid ontwikkeld. Zo presenteert het advocatenkantoor zich veelvuldig bij de

universiteiten in Maastricht, Nijmegen en Tilburg door deelname aan bedrijveninformatiedagen voor rechtenstudenten, door het geven van presentaties aan juridische studentenverenigingen en het zitting nemen in de jury van pleitwedstrijden. Daarnaast biedt het kantoor op jaarbasis aan zo’n 30 studenten een stageplek”. Zo proberen we heel doelgericht talenten te bereiken. En daarvoor kun je het beste jonge advocaten van ons kantoor inzetten omdat zij bij uitstek kunnen uitleggen wat een loopbaan binnen de advocatuur en ons kantoor inhoudt. Ons ouderen geloven ze niet zo snel”, lacht Tuinstra. Behalve die externe profilering is er ook de interne bedrijfsvoering die voor het onderscheid zorgt. “Bij grote kantoren in de Randstad moet je soms vijf, zes jaar in de slipstream van de ervaren mensen meelopen, voordat je zelfstandig aan de slag mag. Bij ons hebben jonge advocaten al heel snel cliëntcontact. Vanzelfsprekend is er in het begin sprake van een intensief opleidings- en coachingtraject. Het omgaan met cliënten zien wij als een belangrijk onderdeel daarvan. Het afleveren van een goed juridisch product is belangrijk maar je dient dit als advocaat ook in de juiste verhouding van de behoefte en het belang van de client te kunnen plaatsen. “Mensen kunnen bij ons hun ei kwijt”, zo zegt Tuinstra het wat directer. De schaalgrootte van Boels Zanders garandeert de aanwezigheid van brede, specialistische kennis. Nieuwkomers kunnen zich daardoor ook sneller specialiseren doordat er in teamverband veel informatie uitgewisseld- en kennis gedeeld kan worden. En ze worden optimaal gefaciliteerd. Met toegang tot een digitale juridische databank bijvoorbeeld die in een mum van tijd alle relevante wetteksten, rechtspraak en juridische literatuur toegankelijk maakt via speciaal ontwikkelde software. Voor het ontsluiten van die interne en externe kennisbronnen en voor het beheren en managen van de eigen know how heeft Boels Zanders een zogenaamde kennis en informatiemanager in dienst. “Verder bieden we veel opleidingen, een marktconform salaris en besteden we veel aandacht aan human resource management. Die nieuwe generatie wil tegenwoordig heldere antwoorden op vragen als: wat kan de organisatie voor mij betekenen en wat zijn mijn carrièremogelijkheden”, aldus Brouns. >

199


Tweede plek Incompany 100

Op weg naar de top Boels Zanders Advocaten behaalt dit jaar een toppositie in de Incompany 100, een jaarlijks onderzoek naar de kwaliteit van zakelijke dienstverleners. Niet geheel onverwacht: we bereikten al eerder het podium. Het is net topsport. Dit jaar staan we in de sector Advocatuur en Notariaat op de tweede plek, slechts tweehonderdste punt achter de nummer 1. Tweede worden in een landelijke competitie, is een hele eer. Dat we bovendien eerste zijn geworden in de categorieën ‘oplossen acute problemen’, ‘eerlijkheid in factureren’ en ‘ondernemersvisie’ is misschien nog wel het allermooiste. En goed nieuws voor u. Tevreden achterover leunen zit niet in onze aard. Doortrainen, de toppositie handhaven en dan volgend jaar bovenop het ereschavot. Er mag immers iets te wensen over blijven.

Boels Zanders Advocaten Ondernemingsrecht Handelsrecht Vastgoedrecht Arbeidsrecht Bestuursrecht

Maastricht Bergerstraat 2 - 4 T +31 (0)43 362 66 55 maastricht@boelszanders.nl Roermond Natalinitoren, Looskade 20 T +31 (0)475 31 91 46 roermond@boelszanders.nl Venlo Deken van Oppensingel 23 T +31 (0)77 354 89 51 venlo@boelszanders.nl

www.boelszanders.nl Over top gesproken. Sinds 1 juni zit onze vestiging Roermond op de 7e en 8e verdieping van de Natalinitoren. Geen topprestatie, maar wel een toppositie van waaruit we alles in de juiste proporties kunnen zien. En waar we u bijzonder goed kunnen ontvangen. U bent van harte welkom.


Boels Zanders Advocaten

De formule van Boels Zanders werkt. Toch is het toekomstperspectief allesbehalve wolkeloos. Jaarlijks studeren nog zo’n 3000 rechtenstudenten af. De verwachting is dat dit aantal in de toekomst gaat afnemen. De stijgende vervangings- en uitbreidingsvraag zal waarschijnlijk steeds moeilijker kunnen worden ingevuld. Bovendien is de populariteit van de opleiding Nederlands recht tanende en de waardering van de kwaltiteit ervan trouwens ook. En van de afgestudeerden, kiest slechts de helft of minder voor de advocatuur. Dat leidt tot een ‘war on talent’. Ofschoon een advocatenkantoor als dat van Boels Zanders redelijk conjunctuurongevoelig is, zijn de economische ontwikkelingen wel duidelijk merkbaar in de praktijk. De vraag naar juridische bijstand op het gebied van projectontwikkeling en bouwplannen is aanmerkelijk minder geweest. Daartegen over staat

dat het op het terrein van het Arbeidsrecht en Ondernemingsrecht razend druk was met allerlei reorganisaties en herstructureringen. Faillissementen? Echt grote faillissementen zijn in Limburg vooralsnog uitgebleven. “Het zijn vooral de faillissementen van kleine ondernemingen en ZZP-ers die hebben geleid tot een forse stijging. En al twee jaar worden grote klappen in de bouw verwacht. Maar vooralsnog gebeurt dat gelukkig niet”, zo zegt Peter Brouns. Boels Zanders Advocaten is ook een internationaal opererende onderneming. Het kantoor maakt deel uit van Advoc, een internationaal netwerk van advocaten. Boels Zanders kan Limburgse cliënten die in het buitenland in een procedure verwikkeld zijn, via Advoc over nagenoeg de hele wereld juridische ondersteuning bieden. Het advocatenkantoor gaat trouwens fors investeren in nieuwe huisvesting. Het fraaie

historische kantoorpand aan de rand van Maastricht wordt verruild voor nieuwbouw langs de A2 bij Maastricht Aachen Airport in Beek. Het stadscentrum van Venlo wordt verlaten voor nieuwbouw langs de A73 in Venlo-Zuid en in Roermond heeft Boels Zanders domicilie gekozen in twee etages van de Natalini-toren. De twee advocaten van Boels Zanders bevestigen dat ook de Limburgse samenleving steeds verder juridiseert. Dat is vooral terug te voeren op de steeds complexere samenleving en toename van regelgeving. Het aantal procedures bij rechtbanken stijgt (landelijk) jaarlijks met ca 8%. “Er wordt meer geprocedeerd”. De claimcultuur – hoewel Amerikaanse toestanden uitblijven - neemt toe. Mensen worden mondiger en krijgen via de moderne communicatiemiddelen ook alle mogelijke basisinformatie die de drempel verlaagd. I

Boels en Zanders

201


LHB

LHB gaat bedrijventerreinen in de provincie herstructureren:

’Excellent klimaat

ondernemers Limburg’

voor in

MAASTRICHT - “Limburg wil in de toekomst een excellent en gezond vestigingsklimaat voor ondernemers blijven bieden. Daar hoort een infrastructuur bij van moderne en duurzaam ingerichte en onderhouden bedrijventerreinen. En daar gaan wij samen met ondernemers, gemeenten en de Provincie Limburg aan werken”.

D

at zegt Rob van Midden, directeur van de Limburgse Herstructureringsmaatschappij voor Bedrijventerreinen BV (LHB) in Maastricht. LHB is in december 2009 opgericht door de Provincie Limburg en NV Industriebank LIOF. LHB inventariseert alle bedrijventerreinen in Limburg, signaleert problemen en gaat die samen met gemeenten en ondernemers terplekke oplossen. “Ons doel is om het vestigingsklimaat voor ondernemers in Limburg te verbeteren en de leefbaarheid te vergroten”, zegt Van Midden. Binnen de Provincie Limburg is het beleid voor bedrijventerreinen gewijzigd. Het accent ligt niet meer op de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen, maar veel meer op de herstructurering van bestaande bedrijventerreinen. “Langzaamaan is het besef ontstaan dat uitbreiding van het areaal ongewenst is; enerzijds vanwege de toenemende schaarste aan ruimte, anderzijds omdat er door bedrijfsverplaatsingen op bestaande terreinen problemen ontstaan zoals leegstand en verpaupering”. Van Midden: “Limburg telt in totaal zo’n 8.500 hectare aan bedrijventerreinen. Zo’n 2.000 hectare daarvan zijn verouderd, verrommeld of verloederd. Het blijkt een illu-

202

sie om te denken dat overheid en bedrijfsleven die problemen zelf wel oppakken, omdat herstructurering risicovol is en veelal verlieslatend. Daarom gebeurt er in de praktijk te weinig. Feitelijk is er sprake van marktfalen. De Provincie Limburg heeft haar verantwoordelijkheid genomen. Daarom is LHB opgericht: om daadwerkelijk de verouderde bedrijventerreinen aan te pakken en te moderniseren naar de behoeften van deze en de toekomstige tijd”. Herstructurering van bedrijventerreinen is nodig omdat sommige terreinen economisch verouderd zijn. “Veel bedrijventerreinen zijn in het verleden aangelegd voor productiebedrijven. Maar in de afgelopen decennia is de bedrijvigheid verschoven van productie- naar dienstverlenende bedrijven. En dienstverlenende bedrijven stellen vaak hele andere eisen aan bedrijventerreinen dan productiebedrijven”. Ook de infrastructuur op bedrijventerreinen is vaak verouderd en laat te wensen over. “Wegen zijn slecht onderhouden, zijn te krap bemeten of sluiten slecht aan op grote verkeersverbindingen”. Ook kan een bedrijventerrein last hebben van “hinderlijke milieucontouren” of kan een bedrijventerrein zijn ingesloten door oprukkende

woningbouw. “Daardoor is er vaak geen ruimte meer voor bedrijfsuitbreiding en zit het terrein ‘op slot’”. In het verleden voeren veel gemeenten hun eigen koers met de aanleg van bedrijventerreinen. “Gemeenten beconcurreerden elkaar en probeerden soortgelijke bedrijven aan te trekken”. Tegenwoordig is er steeds meer sprake van intergemeentelijke samenwerking. “In Parkstad Limburg, Midden-Limburg en rond Greenport Venlo bijvoorbeeld werken gemeenten gezamenlijk aan één beleid op het gebied van bedrijventerreinen. Dat is een goede zaak die wij zeker verder gaan stimuleren”. Verder wil LHB af van de wat traditionele invulling van bedrijfsterreinen. Van Midden: “Op de meeste bedrijventerreinen wordt alleen tussen 9.00 en 17.00 uur gewerkt. Buiten die uren is het er stil en leeg. Door multifunctioneel gebruik van bestaande gebouwen en terreinen zou je bijvoorbeeld ook een sportschool, een bioscoop, een hotel, een congrescentrum, een parkeerplaats of kinderopvang op een bedrijfsterrein kunnen vestigen. Ook zou je kunnen overwegen om fiets- of wandelroutes door een bedrijventerrein te laten lopen. Dan komt er automatisch wat meer leven in de brouwerij”. >


Rob van Midden: “Wij bieden regio’s een concrete kans om te verbeteren. Maar dan moeten betrokken gemeenten en ondernemers ook hun verantwoordelijkheid nemen”.

203


Hauzer & Partners

Hoeveel adviseurs heeft ú eigenlijk nodig? Hauzer staat bekend om zijn kennis op het gebied van makelaardij. Maar bij Hauzer & Partners hebben we meer in huis. Zo hebben wij ook kennis op het gebied van hypotheken, assurantiën en financiële dienstverlening. Wij vinden deze adviesgebieden zelfs zo belangrijk dat wij deze in aparte kennis-units, de Partners, hebben ondergebracht. Want dit zijn geen specialismen die “je er eventjes bij doet”. Iedere kennis-unit heeft zo zijn eigen deskundigen en experts die nauw samenwerken. Zo is het voor u niet alleen veel makkelijker om alle zaken op een centraal punt te laten regelen, maar het levert u ook nog eens flink wat voordeel op.

Noorderpoort 11a, Venlo Tel. (077) 321 91 00 • www.hauzer.com

Makelaardij • Assurantiën • Hypotheekadvies Financiële planning • Bedrijfsmakelaardij


LHB

Voor de toekomst verwacht Van Midden een afname van de totale ruimte voor bedrijventerreinen in Limburg, al is een nuancering op zijn plaats. “Dienstverlenende bedrijven hebben in de regel minder oppervlakte nodig dan productiebedrijven. Maar daar staat tegenover dat vooral de logistieke bedrijven groeien, vooral dankzij de snel groeiende internethandel. En logistieke bedrijven hebben nogal wat ruimte nodig”. Ook nieuwe, flexibele manieren van werken hebben straks invloed op de manier waarop we in de toekomst bedrijven en bedrijventerreinen gaan inrichten. Van Midden: “Dankzij de techniek hoeven we niet perse meer op kantoor te zijn om ons werk goed te doen. Eerlijk gezegd verbaast het mij dat mensen daar nog maar zo weinig gebruik van maken. Maar dat gaat in de toekomst zeker wel veranderen”. Tot 2020 heeft LHB zich tot doel gesteld om 1.000 hectare aan bedrijventerreinen te herstructureren, met een prioriteit voor de regio’s Venlo en Parkstad Limburg. “Wij bieden regio’s een concrete kans om te verbeteren. Maar dan moeten betrokken gemeenten en ondernemers ook hun verantwoordelijkheid nemen. Herstructurering kan alleen succesvol zijn als er lokaal én regionaal wordt samengewerkt, met een substantiële financiële bijdrage van de gemeenten en marktpartijen. Om het proces op gang te helpen, stelt LHB allereerst expertise en procesmanagement beschikbaar. Samen met de ondernemers en de gemeente wordt vastgesteld hoe de opgave eruit ziet, waar de prioriteiten liggen en hoe en wanneer de verbeteringen gerealiseerd gaan worden”. Dit moet vervolgens leiden tot een concrete businesscase op basis waarvan partijen besluiten tot deelname aan het project. Indien noodzakelijk kan LHB risicodragend participeren. “Als een bedrijventerrein eenmaal is geherstructureerd, moeten overheid en bedrijfsleven afspraken maken over gezamenlijk, duurzaam beheer (parkmanagement), om verval van gerealiseerde kwaliteit te voorkomen”, zegt Van Midden. De huidige bedrijventerreinen in Limburg bieden werk aan 200.000 werknemers. Dat is ongeveer 38 procent van de totale Limburgse werkgelegenheid. LHB werkt met een budget van 25 miljoen euro, dankzij investeringen van de Provincie Limburg, de rijksoverheid en NV Industriebank LIOF. I

205


hoofdstuk Derckx BV artikelnaam

Derckx Bedrijfshuisvesting levert totaalconcepten voor MKB

‘Overheid ziet de ondernemer niet als klant’ Van staalbouwer tot specialist in bedrijfshuisvesting. Dat is in zes woorden de bijna 40-jarige geschiedenis van Derckx bedrijfshuisvesting in Weert. De onderneming biedt een totaalpakket voor de huisvesting van het midden- en kleinbedrijf. Van overleg met de bank en de accountant, de regelgeving en de vergunningen tot het ontwerp, de bouw en de oplevering. Directeur Paul Derckx over het vestigingsklimaat in Limburg.

E

conomische groei hangt samen met de investeringsbereidheid van ondernemers. Alle Limburgse gemeenten hunkeren naar nieuwe bedrijfsvestigingen. Dat is goed voor de werkgelegenheid, de uitstraling van de gemeente en het zorgt voor extra belastinginkomsten. Je zou mogen verwachten dat ambtenaren optimale klantvriendelijkheid betrachten om nieuwe vestigingen binnen te halen en bestaande ondernemers te faciliteren. “In de praktijk valt dat vaak tegen. Een simpel basisprincipe als bijvoorbeeld afspraken nakomen. Als ik met iemand wat afspreek doe ik er alles aan om deze

afspraak na te komen en ik verwacht hetzelfde terug. Kan ik om wat voor reden dan ook de afspraak niet nakomen, informeer ik de andere partij hierover. Als ik met een ambtenaar wat afspreek, ben ik in het verleden zo vaak teleurgesteld dat ik op dit moment positief verrast bent als de ambtenaar zijn afspraak nakomt. De overheid ziet de ondernemer nog te weinig als klant en door die opstelling hebben veel ondernemers weinig respect voor en vertrouwen in de overheid”, zo benadrukt Paul Derckx. Paul Derckx is ervaringsdeskundige. De afgelopen jaren zat hij tientallen keren met ambtenaren aan tafel om vergunningen te verzorgen en de regelgeving

rond bedrijfsvestigingen in kaart te brengen voor zijn klanten. Het werkgebied van Derckx BV ligt grofweg in een straal van 50 kilometer rond Weert. Hij benadrukt dat er ook een keerzijde is aan het verhaal van passieve ambtenaren. “Ondernemers hebben te weinig begrip voor de overheid en kennis van regelgeving. Je mag van ambtenaren niet verwachten dat ze eigenhandig de regels veranderen. Maar zo’n oproep van de provincie om inventief te zijn en niet te blijven redeneren vanuit het standpunt ‘dit kan niet’, is nog veel te weinig doorgedrongen bij ambtenaren. Dat cultuurverschil tussen ondernemers en ambtenaren moet nodig verkleind worden”.

Een project van Derckx BV; het nieuwe pand van Janssen Weert BV

206


Derckx BV onderscheidt zich van de meeste andere ondernemers op de markt van bedrijfshuisvesting door in principe al het werk voor de klanten uit handen te nemen. “Dat voortraject is voor de meeste MKB-ondernemers het moeilijkste. Waar begin je als je een nieuwe huisvesting wilt? Wat wil je? En waar wil je? Als dat nodig is, treden we van meet af aan op als intermediair. Wij zorgen in eigen huis voor het op-maat ontwerp van het bedrijfspand, geheel kosteloos en vrijblijvend. Dat betekent dat we heel snel kunnen handelen en de klant geen weken hoeft te wachten op tekeningen en prijsopgave. We bouwen het bedrijfspand ook zelf en kunnen in de regio Weert ook kavels aanbieden op bedrijventerreinen. Eigenlijk hebben we alles onder één dak voor de huisvesting van het MKB. En dat zorgt voor het onderscheid”, legt Paul Derckx uit. Hij juicht het toe, dat de provincie nadrukkelijk etaleert dat Limburg een regio is met dynamiek en kansen. Dat er geen enkele reden is voor het Calimero-effect in de provincie. Dat er voldoende kansen liggen en ondernemend Limburg zelfvertrouwen en trots moet uitstralen. “Dat is een focus die ik kan waarderen. Die ook voor enthousiasme zorgt. Dat streven naar dynamiek moet tot in de haarvaten van alle overheden komen”. Derckx BV probeert zo ook in de markt te staan. En voor het MKB meer te zijn dan sec een bouwer van bedrijfspanden. “Hoe onderscheiden we ons ten opzichte van anderen. Daar draait het om wat mij betreft. We begeleiden de MKBondernemer tijdens het gehele traject. Ik zie Derckx ook meer als dienstverlener dan een productiebedrijf. Het fysieke bedrijfspand is het eindproduct van onze dienstverlening. >

“Dat cultuurverschil tussen ondernemers en ambtenaren moet nodig verkleind worden”

Paul Derckx

207


Derckx BV

De directie Ruud van den Bosch en Paul Derckx

Een opdrachtgever die gelukkig is met het eindresultaat maar tevens vol lof is over de weg die we samen hebben afgelegd, is voor ons de ultieme bekroning van een succesvol project”. Paul Derckx merkt dat een fenomeen als duurzaamheid niet echt tot prioriteit is gebombardeerd in het middenen kleinbedrijf. “Het neemt toe. Dan heb je het met name over energiebesparing. Maar duurzaamheid moet ook niet alles bepalend zijn. Effectiviteit en betaalbaarheid zijn ook belangrijke elementen”. Derckx bv focust zich pas vijf jaar volledig op het totaalconcept voor de bedrijfshuisvesting in Limburg. De vader en de ooms van de huidige directeur startten het bedrijf als traditioneel staalbouwer. Later kwamen daar ook dak- en wandbekleding bij. Derckx besloot zo’n twintig jaar geleden niet meer louter als toeleverancier, maar als hoofdaannemer

te gaan opereren. “We namen zo’n groot gedeelte van de bouwwerkzaamheden voor onze rekening dat we van de eindgebruikers steeds vaker te horen kreeg: goh we zien jullie zoveel, waarom hebben we eigenlijk nog een aannemer nodig”. In 2005 besloot Derckx tot de grote ommekeer. De wedergeboorte door een hernieuwde focus. “Van ingetogen productiebedrijf naar een allround onderneming die alle mogelijke diensten op het terrein van de bedrijfshuisvesting levert”. Paul Derckx, die sinds 2008 samen met Ruud van den Bosch de scepter zwaait, draait er niet om heen. Aan het einde van 2010 stagneert ook de markt van nieuwe MKB-vestigingen. “Dat betekent dat we nog creatiever moeten zijn, nog nadrukkelijker zij aan zij met de klanten moeten optrekken en nog meer onderscheidend moeten opereren”. Derckx ondersteunt de

intensieve samenwerking tussen overheden in de regio Midden-Limburg als het gaat om de invulling van bedrijventerreinen. En hij steunt ook het beleid van OML om geen nieuwe bedrijventerreinen meer te bestemmen. “We moeten niet langer ongebreideld akkers omturnen tot nieuwe bedrijventerreinen. Er is ruimte en aanbod genoeg. En er wacht nog een grote inspanning om verouderde bedrijventerreinen te revitaliseren en te herstructureren. Daar liggen ook voor ons nieuwe kansen”. Paul Derckx wijst ook in algemene zin op het belang van een positieve uitstraling van regio’s die goed samenwerken in Limburg. “Het bestuurlijk rumoer, de verdeeldheid en beeldvorming in Parkstad van de afgelopen jaren was puur negatief. Dat schrikt ondernemers gewoon af. Als een regio een positieve uitstraling heeft, zie je het tegenovergestelde effect. “Mensen willen wonen en leven in een regio waar het goed gaat en voor ondernemers geldt hetzelfde. Ik ben overtuigd van het algemene uitgangspunt dat als het goed gaat met een regio het ook goed gaat met de mensen in die regio of het nu bewoners of ondernemers zijn”. I

209


Gemeente Beek

Burgemeester Armand Cremers van Beek

‘We zijn het middelpunt van Zuid-Limburg’ Hij is al enkele jaren de oudste medewerker van de gemeente Beek. Heeft er inmiddels twaalf jaar opzitten als burgemeester en in die periode alles wel een of meerdere keren meegemaakt. En dan is er ook nog zoiets als het dualisme dat het karakter van de gemeenteraad volledig gewijzigd heeft. Dat zijn enkele redenen waarom Armand Cremers op 1 december afscheid heeft genomen als burgemeester van Beek. Maar niet zonder terug te blikken en vooruit te zien.

B

eek mag dan niet de hoofdstad van Zuid-Limburg zijn. “Door de optimale bereikbaarheid zijn we wél het middelpunt van Zuid-Limburg”, knikt Cremers heel gedecideerd. De burgemeester doelt met die uitspraak op de aanwezigheid van Maastricht Aachen Airport, de uitmuntende spoorverbinding, maar uiteraard ook op de ligging van de gemeente nabij de A2 en de A76. En die naam Maastricht Aachen Airport? Ach Cremers snapt wel dat het internationaal leuk en aardig klinkt. “Maar in de regio en de provincie mag het van mij gewoon vliegveld Beek blijven heten. Daar word ik tot in Friesland op aangesproken. Beek is een synoniem voor het vliegveld, dat voor Limburg de poort naar Europa is”. Dat vliegveld en de ligging maken van Beek een gewilde vestigingsplaats voor het bedrijfsleven. Op het gemeentelijke bedrijvenpark Technoport Europe wordt ondanks de crisis gewoon doorgebouwd. Van de oorspronkelijke 35 ha resteren er nog maar twee. Deloitte en Touche, Boels Zanders en KPMG zijn maar enkele voorbeelden van bedrijven die voor Beek hebben gekozen. En Business Park Aviation Valley, het bedrijventerrein van het vliegveld, begint ook te lopen. De gemeente etaleert zich dan ook als veelzijdige, vitale en vooral

210

ondernemende gemeente in Zuid-Limburg. Met alle ruimte voor innovatie. En Cremers is er trots op dat Beek in de Limburgse ranglijsten van de gemeenten met de meeste werkgelegenheid en gevestigde bedrijven steevast in de top tien staat. Als enige gemeente die geen stad is. Beek is dan ook

bereid om weer aandeelhouder te worden van de infrastructuur op en rond Maastricht Aachen Airport. “Dat is een publieke taak en die constructie garandeert de toekomst van het vliegveld. Dat is nodig omdat de toekomst van deze regio toch vooral afhangt van een snelle


Gemeente Beek

verbinding met het buitenland. Dat geldt bijvoorbeeld voor Chemelot, maar ook voor de Universiteit Maastricht”, oordeelt Cremers. Daarbij roept Beek op tot veel meer samenwerking in de regio Zuid-Limburg. Een regio waar de achttien gemeenten, van Cremers mogen worden teruggebracht tot de helft. En die negen gemeenten moeten dan op allerlei uitvoeringstaken en beleidsterreinen intensief samenwerken. In één overkoepelende Zuid-Limburgse uitvoeringsorganisatie. Belastingheffingen en uitkeringen zijn maar enkele voorbeelden van taken die centraal kunnen worden opgepakt. “Als je dan een compleet pakket basisvoorzieningen kunt leveren aan de inwoners heb je een bestaansrecht als zelfstandige gemeente. Die grens ligt voor mij zo rond de 30- tot 40.000 inwoners”. Cremers vindt het jammer dat de gemeenteraden in zijn ogen niet meer als volksvertegenwoordiging opereren, maar vooral als de baas van gemeenten willen worden beschouwd. “Dat is het gevolg van het dualisme, maar dat betekent wel dat raadsleden niet meer echt weten wat er leeft in de dorpen. Voor de inwoners bestaan gemeentegrenzen nauwelijks nog. Raadsleden hangen er alles aan op. En het is funest dat de burgemeester tegenwoordig door de raad gekozen wordt, als een soort tussenvorm voor de gekozen burgemeester. Burgemeesters worden daardoor afhankelijk van de raad”. In de verhouding met de provincie ziet Cremers twee tendensen: De steden zetten het liefst een eigen koers uit, terwijl de kleinere gemeenten het prettig vinden om tegen de provincie aan te schuiven en de provincie als hoeder en broeder zien. Cremers oordeelt dat de provincie in de Westelijke Mijnstreek goed werk heeft verricht met de regiovisie en het gezamenlijke fonds waarin gezamenlijk 25 miljoen is gestopt. “Voor de regio is de ontwikkeling van de sportzone een belangrijk speerpunt. Beek haakt daarbij aan als gemeente die uitgroeit tot een centrum van aangepaste sport voor gehandicapten. We zijn tevreden over ons aandeel in die regiovisie, maar hebben daarnaast natuurlijk onze eigen strategische doelen”, benadrukt de burgemeester. Beek zet daarbij niet alleen in op grootschalige bedrijvigheid, maar wil bijvoorbeeld ook het winkelaanbod in het centrum, maar ook in het overdekte Makado, op peil houden. Voor een gemeente met bijna 17.000 inwoners heeft Beek met 45.000 vierkante meter winkeloppervlakte een veel gro-

ter aanbod dan vergelijkbare gemeenten. En met name in de afzonderlijke kernen wil de gemeente alle vrijheid bieden aan kleinschalige bedrijvigheid. Niet alleen winkels, maar ook zorgbedrijfjes. Want Beek wordt ook geconfronteerd met bevolkingskrimp en een leefbaarheid die in de kleine kernen onder druk staat. “Wonen in het groen en werken in de buurt”, is een van de slogans van Beek om de mensen aan de gemeente te binden. Cremers: “En waar structurele leegstand dreigt, moeten we snel ingrijpen en meteen slopen. Want leegstand leidt snel tot verloedering”. De gemeente Beek heeft het regelwoud voor ondernemers sterk vereenvoudigd. Dat leverde complimenten op van de Rekenkamer. Twee jaar geleden ging Beek aan de haal met de titel van vriendelijkste gemeente voor het MKB in ZuidLimburg. “Bij een optimale ondernemersgeest hoort deregulering en maatwerk in de vergunningverlening”. Cremers zit het nog steeds niet lekker dat de Kamer van Koophandel niet voor zijn gemeente heeft gekozen als vestigingsplaats. “De KvK was dan het gewogen middelpunt van een ondernemend middelpunt geworden”, zegt Cremers. Beek heeft wel nog een wens: de bedrijvigheid in- en rond Beek moet beter geprofileerd worden. Parkstad heeft Avantis, Geleen heeft Chemelot en de businessparken in Beek zouden bijvoorbeeld als Becha Drome (de oude naam van Beek) kunnen worden aangeduid. Voor de bedrijvigheid zou Zuid-Limburg zich dan kunnen manifesteren als ABC-regio. Burgemeester Cremers noemt het voor de komende decennia uiterst belangrijk dat ouderen kunnen blijven deelnemen aan het verenigingsleven en dat verenigingen ook open blijven staan voor de vergrijzende bevolking. En hij zou de recreatieve mogelijkheden van Beek graag wat beter willen vermarkten. “We zijn wieler- en wandelgemeente en hebben culinair best het nodige te bieden, maar de zuigkracht van het Mergelland is natuurlijk erg groot. Toch zie ik best wel kansen voor de dagrecreatie in Beek. ”De ondernemersgeest in Beek en omgeving mag van Cremers ook eindelijk wel eens getoond worden. Hij pleit al geruime tijd voor een landmark. “Kerensheide vormt het hart van de technologische topregio. Toon dat dan ook. Maak met een imposant bouwwerk of bijzonder kunstwerk duidelijk dat dit the place to be is. Zorg nu eindelijk eens voor zo’n totempaal”. I

Beek is een synoniem voor het vliegveld, dat voor Limburg de poort naar Europa is 211


hoofdstuk artikelnaam Hauzer & Patners

Ondernemer Leon Hauzer over Innovatoren, Maasboulevard en woningbouw:

‘Migranten zijn medelanders van de toekomst’

Hauzer & Partners uit Venlo is bij twee gezichtsbepalende projecten in Venlo betrokken; de Maasboulevard en de Innovatoren. En daar is Leon Hauzer trots op. De directeur-eigenaar zijn bedrijf Hauzer & Partners bestaat een kwart eeuw - geeft tevens een waarschuwing af: “De provincie Limburg moet de regie van de woningbouwmarkt in handen nemen”.

212


Hauzer & Partners

V

ENLO - ‘Te huur: Innovatoren Greenpark Venlo. Op absolute zichtlocatie aan de Rijksweg A73 (NijmegenMaas-tricht) gelegen zeer markant kantoorgebouw ontworpen door de voormalige Rijksgebouwenmeester Jo Coenen’. Zie hier de wervende foldertekst van Hauzer & Partners, die de circa 5000 vierkante meter kantoorruimte, verdeeld over tien verdiepingen, gaat verhuren. De bouw van de zeventig meter hoge eyecatcher - die zal dienen als entree van de Floriade volgend jaar - is inmiddels gestart. Perfect gelegen op het knooppunt van de A73 en A67. En gebouwd voor de toekomst; dus (bijna helemaal) cradle to cradle en daarmee trekpleister voor bedrijven die duurzaam produceren. “We zijn er van overtuigd dat de Innovatoren zich gaat terugverdienen”, verklaarde gedeputeerde Ger Driessen in de Limburgse kranten. “De hele regio krijgt een grote economische impuls”. Hauzer houdt wel van ferme taal. “Een fantastisch gebouw”, vult de directeur-eigenaar aan. “Onze ambitie is om de Innovatoren vol te krijgen met vernieuwende bedrijven. En dat gaat lukken. Kwaliteit zal zegevieren”.

Symbool De woning- en kantorenmarkt heeft het moeilijk op dit moment, mede als gevolg van de economische crisis. Op termijn liggen er grote kansen voor Greenport, de projectnaam voor het agro-centrum Venlo, Peel en Maas en Horst aan de Maas. De Floriade gaat als opstap fungeren voor een regionaal centrum van innovatieve bedrijven op het gebied van fresh, food, flowers en agro logistiek. Zo groot als de Maasvlakte, en met de Innovatoren als symbool. “Het gaan dan niet om het gebouw, maar om het concept. De vestigingsvoorwaarden zijn optimaal. Er wordt werkgelegenheid gecreëerd, wat goed is voor de woningmarkt en dus voor de economie. Noord-Limburgse bestuurders steken daar hun nek voor uit. Die voortrekkersrol is nodig, zeker nu. De private sector laat het om begrijpelijke redenen afweten. Banken maken terugtrekkende bewegingen als gevolg van de economische crisis. Dan is het knap om te zien dat de bestuurders in Noord-Limburg voet bij stuk houden”. Hij vervolgt: “Als je praat over imago en branding, dan moet je juist in de storm fier staan. En het stormt nu. Over vijf jaar ziet het er heel anders uit. Dan weten we zeker dat we met de Innovatoren en de Floriade

een vliegwiel hebben gecreëerd voor de toekomst. Stel je voor zeg dat niemand het stuur in handen had genomen. Dan was de Floriade een lachertje geworden en was de regio nooit in beweging gekomen”.

Maasboulevard Hauzer weet waarover hij praat. Hij speelt ook een nadrukkelijke rol bij de Maasboulevard, Venloos paradepaardje dat zo lang op zich liet wachten. “Het genot van democratie is dat het er komt, de tol van de democratie is dat het lang duurt. De uiteindelijke kwaliteit en de toevoegingen op gebied van retail en cultuur, doen naar ik denk de lange aanlooptijd snel vergeten. De stad wordt weer meer compleet. De winkelruimtes zijn inmiddels samen met projectontwikkelaar 3W voor 85 procent weggezet in de markt. De verkoop van de appartementen, in totaal 180, verloopt stroef. Hauzer blijft positief over dit initiatief van 3W. “De regio moet duidelijk nog wennen aan het fenomeen stedelijk wonen, met een jachthaven voor de deur, de winkels dichtbij evenals de culturele voorzieningen. We hebben er het volste vertrouwen in dat het fenomeen stedelijk wonen ook in Venlo opgepakt gaat worden. Misschien niet per omgaande, maar dan binnen een korte tijdshorizon”. De kritiek dat in Roermond alles sneller kan, is niet fair, benadrukt Hauzer: “Hulde wat Roermond presteert, laat ik dat voorop stellen. Nieuwbouw aan de rand van een stad is wel totaal iets anders dan de hier in Venlo gerealiseerde stedelijke bebouwing in het centrum. Dat laatste is veel complexer. Vergeet niet dat Venlo van heel ver is moeten komen. Nu praten we over flaneren aan de Maasboulevard; begin jaren vijftig waren de mensen blij dat ze een dak boven hun hoofd hadden. Venlo lag in puin als gevolg van de oorlog. Drie generaties gaan er overheen om de schade weg te poetsen. Zover zijn we nu. De Maasboulevard is de missing link. Zonder Maasboulevard was het parelsnoer van het centrum van Venlo niet compleet”. Ook hier is een compliment aan de bestuurders op zijn plaats. Of je het er mee eens bent of niet - er gebeurt wat in Venlo. De Maasboulevard is een landmark waar de stad nog decennia lang plezier aan zal beleven”.

Woningmarkt Macro gezien is de Limburgse woningmarkt deep down op dit moment, signaleert Hauzer. Hij maakt daarbij wel een relativering. Bestaande woningen in de prijsklasse tot 220.000 verkopen redelijk.

Veel moeilijker is de nieuwbouwmarkt. “Bij een bestaande woning kun je vaak met de prijs iets doen. De prijselasticiteit is daar groter dan bij nieuwbouw. Dat heeft alles te maken met gestegen kosten voor de grond. Nieuwbouw is vaak duurder vergeleken met een bestaande woning”. Krimp maakt de markt extra moeilijk. Daar heeft de sector vaak onvoldoende op geanticipeerd, vindt Hauzer. “Venlo heeft een plancapaciteit van ca. vijfduizend eenheden. De recent gemeten behoefte is de helft, dus ligt het gevaar op de loer dat voor leegstand gebouwd gaat worden, met name in de appartementenbouw. Langzaam zijn we de markt aan het opblazen. Daarom zeg ik tegen de provincie en gemeenten; breng in kaart hoeveel en aan welk type woningen behoefte is. Vergelijk het met de woningcontingenten voorheen per gemeente. Er moet een rem komen op ongebreideld bouwen. Hier ligt een duidelijke regiefunctie voor de overheid. Enkel de marktwerking als instrument gebruiken is niet afdoende en levert uiteindelijk schrale kwaliteit op. De aanbieders moeten zich nadrukkelijk de vraag stellen; bouwen we wel wat de mensen willen? Dat valt blijkbaar best tegen in de praktijk. Hier ligt een geweldige uitdaging voor de gehele vastgoedmarkt. Ja, uiteindelijk zal de consument, ook in deze regio de winnaar zijn. Deze consument heeft in een straal van vijftien kilometer rondom Venlo een zeer ruime keuze; van een stedelijke woonomgeving tot landelijk wonen op ruime kavels”.

Migranten In Zuid-Limburg tekent krimp zich inmiddels af. Aan grootschalige sloop van woningen zal niet te ontkomen zijn. Bestuurders in Noord-Limburg geloven krimp op afstand te houden door bedrijven en daarmee werkgelegenheid hierheen te lokken. Hauzer ziet de Eindhovenaar nog niet zo snel de move naar Venlo maken, wel de nieuwe migranten, de Polen en andere OostEuropeanen. Zij zullen binnen vijf, tien jaar Noord-Limburg van een wezenlijke economische impuls voorzien. “Daar moet de overheid op inspelen”, blikt Hauzer vooruit. “Eerste onderzoeken wijzen uit dat het om veel meer mensen gaan dan gedacht. Daarom moeten we nu al werk maken van integratie, zodat de tweede generatie volledig wordt opgenomen in de Limburgse samenleving. Ontvang ze als toeristen, niet als gastarbeiders. Het zijn namelijk geen gastarbeiders, maar medelanders van de toekomst”. I

213


hoofdstuk artikelnaam

Algemeen directeur Jo Cox: “De papierindustrie is één van de meest groene, industriële sectoren. De zorg voor het milieu en onze omgeving, hergebruik en efficiënt gebruik van grondstoffen zijn ontzettend belangrijk”.

214


Smurfit Kappa Roermond Papier

Smurfit Kappa Roermond Papier: “Innovatie door vakmanschap en gedrevenheid”

‘75 Jaar passie voor papier’ ROERMOND – Midden in het bruisende hart van Midden-Limburg ligt Smurfit Kappa Roermond Papier, in de volksmond beter bekend als ‘De Papierfabriek’. De fabriek maakt onderdeel uit van de Smurfit Kappa Group, een multinationale onderneming met 38.000 medewerkers en 350 vestigingen in 30 landen, in Europa en ZuidAmerika. Ondanks de inbedding in een multinational is en blijft Smurfit Kappa Roermond Papier een solide en ambitieus bedrijf dat sterk verankerd is in de regio.

“

D

e stad Roermond biedt een aantrekkelijk woonen werkmilieu waar hard gewerkt wordt aan de toekomst. Deze ambitie sluit naadloos aan bij de ambitie van ons bedrijf: modern, innovatief en in alle opzichten bereid om maatschappelijke verantwoordelijkheden te nemen met het oog op een duurzame toekomst”, zegt algemeen directeur Jo Cox.

Bezoek Ierse ambassadeur Op vrijdag 16 april 2010 bracht de Ierse ambassadeur in Nederland mevrouw Mary Whelan een bezoek aan Smurfit Kappa Roermond Papier. Het bezoek was een onderdeel van een meerdaags werkbezoek van mevrouw Whelan aan Limburg. Dit op uitnodiging van de Limburgse Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij LIOF. Naast een algemene introductie kreeg de ambassadeur een rondleiding door de fabriek waarin ze de kunst van het papiermaken ‘live’ kon meemaken.

De Smurfit Kappa Group is de grootste speler op de Europese markt voor kartonnen verpakkingsmateriaal. Bij de Roermondse vestiging werken zo’n 255 medewerkers. Met een jaarproductie van 550.000 ton verpakkingspapier is het bedrijf goed voor een jaaromzet van ongeveer 200 miljoen euro. “Het papier dat wij in Roermond maken is het belangrijkste basismateriaal voor golfkarton. Het merendeel van de kartonnen dozen uit de Nederlandse supermarkt is gemaakt van papier uit Roermond”, zegt Jo Cox. Recycling is de kernactiviteit van Smurfit Kappa Roermond Papier. Dat was bijna 75 jaar geleden zo, bij de oprichting van de fabriek in 1937, en dat is nog steeds het geval. De grondstof voor de productie van nieuw papier bestaat uit 100 procent oud papier. >

215


hoofdstuk artikelnaam

Van de totale hoeveelheid oud papier die jaarlijks in Nederland wordt ingezameld, verwerkt Roermond circa 25 procent . Elke dag passeren gemiddeld 100 vrachtwagens de fabriekspoort, goed voor 2.500 ton oud papier. In de loop der tijd is het productieproces voortdurend aangescherpt en verbeterd. Daarbij is maatschappelijk verantwoord ondernemen en zorgvuldig omgaan met eindige grondstoffen altijd één van de uitgangspunten geweest. Algemeen directeur Jo Cox: “De papierindustrie is één van de meest groene, industriële sectoren. De zorg voor het milieu en onze omgeving, hergebruik en efficiënt gebruik van grondstoffen zijn ontzettend belangrijk. We proberen zoveel mogelijk te werken met gesloten kringlopen. Roermond is daarin altijd koploper geweest: de energie die we nodig hebben wekken we zelf op met onze eigen warmtekrachtcentrale en ons afvalwater wordt biologisch gezuiverd en omgezet in biogas. Het restafval van onze productie wordt omgezet in

216


Smurfit Kappa hoofdstuk Roermond artikelnaam Papier

Lossen van oud papier Smurfit Kappa world leader in paper based packaging

hoogwaardige brandstof, de zogenaamde ‘Rofire-pellets’”. Cox kan niet vaak genoeg benadrukken dat het de mensen zijn die het doen. “Het klinkt als een cliché, maar onze medewerkers zijn het kapitaal van ons bedrijf. Een belangrijke randvoorwaarde is de zorg voor een veilige werkomgeving. Het aantal ongevallen met verzuim binnen ons bedrijf behoort tot de laagste binnen de Nederlandse papierindustrie”. Smurfit Kappa Roermond Papier heeft een breed scala aan techniek en technologie in huis, van werktuigbouw, procesautomatisering tot chemie, waarbij mensen over de grenzen van hun eigen vakgebied heen kijken. Cox: “Zonder hun vakmanschap en gedrevenheid zou ons bedrijf nooit de huidige positie bereikt hebben. Daarom doen wij er alles aan om het onze medewerkers naar hun zin te maken. Daar horen uitstekende arbeidsvoorwaarden bij met voldoende opleidings- en persoonlijke ontwikkelingsmogelijkheden. Zo werken we samen met het Arcus College, voor de

opleiding van onze toekomstige operators en zijn we een erkend leerbedrijf”. Smurfit Kappa Roermond Papier staat nooit stil. In de woorden van Jo Cox: “Stilstand is achteruitgang. We moeten voortdurend scherp blijven, daar gaat het om. We blijven de lat hoog leggen. Onze werkprocessen zijn gecertificeerd en voldoen aan diverse kwaliteits-, milieu- en arbo-certificaten. Maar er is meer. Ons bedrijf heeft een sterk innovatief karakter. Onze mensen streven ernaar om door innovatie nieuwe, technologische oplossingen en toepassingen mogelijk te maken”. Samen met collega-bedrijven wisselt Smurfit Kappa kennis uit en wordt er gewerkt aan nieuwe concepten voor de toekomst. Cox: “In het verleden hebben we samen met DSM gewerkt aan de ontwikkeling van de Rofire-pellets. Meer

recentelijk hebben we met een andere papierfabriek in de gemeente Roermond samengewerkt aan een proces voor de inzet van papierresidu. Nieuwe kansen voor de toekomst zien we op termijn voor de ontwikkeling van bioraffinage. We zijn een veelzijdig bedrijf met goede perspectieven voor jong en oud. Met één verbindende en constante factor: onze passie voor papier!” I

217


hoofdstuk artikelnaam

Burgemeester Marlies de Loo en wethouder Ingrid Voncken

‘Gennep wil uitgroeien tot toeristische trekpleister’ 218


hoofdstuk Gemeente artikelnaam Gennep

Gennep is zo’n gemeente waar het leven gewoon zoet is. Geen politieke sores, maar een raad in harmonie, financiën op orde, vlotte bestuursstijl en veel perspectief als toeristisch diamantje. Stadje om pardoes verliefd op te worden. Nu alleen die herindeling nog in de kop van Noord-Limburg. Het uitblijven van de samenvoeging met Bergen en Mook en Middelaar begint zwaar op de maag te drukken. Maar burgemeester Marlies de Loo en wethouder Ingrid Voncken blijven optimistisch.

D

e burgemeester en de wethouder zijn glashelder. De toekomst van Gennep ligt in de recreatie en het toerisme. De gemeente wil de uitstraling van het historisch centrum daarbij graag benutten om die doelstelling te bereiken. Natuurlijk hoort daarbij het fraaie Maaslandschap en de natuur. Gennep wil ook de positie van schakel in logistiek en transport verder uitbouwen. En ruimte bieden voor excellente woningbouw. Huizen in de XXLklasse, type landgoederen liefst. Steden als Nijmegen en Venlo hebben daarvoor immers niet echt meer de ruimte. ”Maar de nadruk moet liggen op het toerisme. En op dat vlak is er al veel werk verricht”, oordeelt Marlies de Loo. Wethouder Ingrid Voncken zorgt voor de details: ”Onder de paraplu van ‘Gennep Vitale Vesting’ is een deel van de oude vesting rond het Genneperhuis teruggegeven aan de bevolking. Dat gebied hebben we ontsloten met vijf bruggen. Een deel van de grachten is hersteld en de ruïne van het Genneperhuis, een burcht van meer dan duizend jaar, wordt opnieuw toegankelijk. En dat alles in en natuurgebied van 60 hectare langs de Maas. Die combinatie van cultuurhistorie, toerisme en natuur willen we de komende jaren verder verbreden”. Met het vermarkten van toeristisch Gennep als keramiekstad heeft de Nederweertse Voncken, de enige vrouwelijke wethouder in Limburg die door het plaatselijke CDA van buitenaf werd gehaald, een schot in de roos. Het traditionele pottenbakken hoort bij Gennep als het zand in de woestijn. De gemeente wil met die typische karakteristiek voor het onderscheid gaan zorgen door niet alleen keramiek te laten zien, maar ook te laten beleven. De eerste heldere visies liggen er al. Op de plek van de voormalige brandweerkazerne, aan het riviertje de Niers moet de Keramiek Experience verrijzen.

Een combinatie van museum, atelier, factory en expositieruimte toegespitst op keramiek. Geflankeerd door een hotel en een grand café. ”Een topproject waarmee we toeristisch een heel bijzondere identiteit kunnen verwerven en veel creatieve mensen naar Gennep kunnen halen. Marktpartijen zijn geïnteresseerd en we gaan nu aan een businessplan werken”, aldus Voncken. De eerste ramingen van de kosten van de Keramiek Experience komen uit op ruim zeven miljoen euro. Voorzichtige schatting van het aantal bezoekers per jaar: zo’n 30.000. Burgemeester De Loo benadrukt dat Gennep niet wil uitgroeien tot een soort pretpark in de kop van Noord-Limburg. ”We willen rustige recreatie. Wandelaars en fietsers. We maken deel uit van de Pieterpad route. Jaarlijks hebben we trouwens al bijna één miljoen overnachtingen bij Centerparcs Heijderbos. Met oog op de verbreding van recreatie en toerisme willen we ook ons gezicht nadrukkelijker keren naar de Maas en de Niers. Vanuit de bevolking is het idee gelanceerd om de Niers bevaarbaar te maken voor de pleziervaart en een jachthaven aan te leggen. Dat plan is beloond met onze iD Trofee en gaan we nader onderzoeken. Een haven nabij het historisch centrum zou natuurlijk fantastisch zijn”. Economisch doet Gennep het ook al niet gek: de gemeente herbergt ruim 8000 arbeidsplaatsen en heeft een werkloosheidspercentage van ongeveer 6,5 procent. Maar hoezeer het ook borrelt van de initiatieven in Gennep; het is niet allemaal rozengeur en maneschijn. Gennep zou liever gisteren dan vandaag fuseren met Bergen en Mook en Middelaar. De gemeente Bergen weigert en geeft de voorkeur aan samenwerking tussen de drie gemeenten. De provincie besloot de fusie op te leggen. Die was eigenlijk voorzien op 1 januari 2011, maar de voortijdige val van het laatste kabinet Balkenende gooide roet in het eten. Eind november 2010 gingen de drie gemeenten afzonderlijk weer naar de stembus om een nieuwe gemeenteraad te kiezen. Gennep voelt zich benadeeld door de weigering van Bergen. ”Samenwerking tussen drie gemeentebesturen verloopt veel moeizamer dan gewoon helder te kiezen voor één bestuur, dat verbindt en bindt. En het blijft de vraag of die bereidheid tot samenwerking wel echt gemeend is. Bovendien zijn we als drie afzonderlijke spelertjes geen volwaardige partner in de regio Noord-Limburg. >

Recreatie Genneperhuis

219


Kleurrijk als bewerkt keramiek en diep geworteld in de klei van Maas en Niers: dat is Keramiekstad Gennep. Sterk verbonden met het verleden, boordevol inspiratie en ambitie voor de toekomst. Hier komen vele vormen van genieten bij elkaar: Natuur, historie, de kwaliteit van het leven ĂŠn keramische kunst en design. Zo is Gennep een plek van ontmoeten, leren en creĂŤren, maar ook van ontspannen, recreĂŤren en beleven. In Keramiekstad Gennep draait alles om inspiratie... voor een rijker leven.


Gemeente Gennep

Burgemeester de Loo links en wethouder Voncken

We kachelen dus gewoon achteruit. En dat is jammer en niet in het belang van de bevolking”, zo legt Marlies de Loo haar irritatie nog eens bloot. De burgemeester wijst erop, dat de samenwerking met de rest van de regio Noord-Limburg rimpelloos verloopt. ”We zijn partner in de Floriade, die hier wis en zeker ook gaat leven onder de bevolking zodra het evenement dichterbij komt. We zijn ook mede aan zet om Noord-Limburg neer te zetten als de regio van de smaak”. Wanneer de herindeling weer actueel wordt? Wellicht 2012? ”Dat is afhankelijk van de politieke constellatie en meerderheden in de Tweede Kamer. Wij hopen echt zo snel mogelijk. De huidige situatie frustreert allerlei ontwikkelingen. En het risico ligt op de loer dat je geïsoleerd raakt”, zo beamen Voncken en De Loo.

gische regiovisie. Twee projecten springen eruit: de verdere ontwikkeling van het Maasdal en het in de etalage zetten van de N271, de oude Rijksweg tussen Venlo en Nijmegen. Die weg moet nadrukkelijker aangekleed en ingericht worden als toeristische route. Met mooie vergezichten op de Maas en snelheidsbeperkende maatregelen voor het autoverkeer. Voor het toeristisch etaleren van die N271 heeft de regio Noord-Limburg inmiddels tweeënhalf miljoen euro toegezegd. Marlies de Loo is inmiddels aan haar derde burgemeesterstermijn in Gennep bezig. Lachend: ”Ze willen me nog niet weg. En weet je wat nog steeds het mooiste compliment is? Als je inwoners hoort zeggen dat er zoveel gebeurt in Gennep en ze gewoon tevreden zijn”. I

Recreatie Niers

In afwachting en/of voorschot op de herindeling hebben de drie afzonderlijke gemeenten de strategische regiovisie Keuren, Kiezen en Excelleren van stedebouwkundige Riek Bakker onderschreven. De provincie heeft dat beloond door die regiovisie de status van Beeld Bepalende Ontwikkeling te geven. En die status betekent dat er extra geld komt voor de uitvoering van projecten uit die strate-

221


Wereldwijd duiken hun Caterpillars op. Zware, imposante jongens. Grondverzetmachines voor de weg- en waterbouw, omvangrijke bouwprojecten, steengroeven en mijn- en bosbouw. Of het nu de tweede Maasvlakte is in Rotterdam, de Grensmaas in ZuidLimburg of nieuwe infrastructuur in China; grote kans dat de gele Caterpillars uit Heel komen. Het familiebedrijf Ligro Trading is marktleider in de verhuur, verkoop, onderhoud en het transport van Caterpillars. Beleidsadviseur Margriet Tonnaer over de gebiedsontwikkeling in Midden-limburg, de kracht van een familiebedrijf en het perspectief van Ligro Trading.

Grondverzetmachines van Ligro Trading gaan de wereld over Nee hoor, aannemers kijken niet meer op als ze geconfronteerd worden met Margriet Tonnaer. Toch is een vrouw in het grondverzet nog steeds heel apart. In het decor van graafmachines, dumptrucks en rupsdozers passen traditioneel immers alleen maar mannen. ”Ze zijn aan me gewend. Het gaat er niet om dat je vrouw bent. Het draait om je deskundigheid en kwaliteit. In de Verenigde Staten zie je in onze sector meer vrouwen. Daar worden bedrijven vaker geleid door mannen én vrouwen samen”.

voor een onderneming die zich aanvankelijk concentreerde op de wegenbouw. ”De hele infrastructuur lag aan diggelen. Van de wegenbouw hebben we in de loop van de tijd de overstap gemaakt naar de machines voor het grondverzet”.

“We zijn een familiebedrijf en dat zorgt voor het onderscheid.”

Ligro Trading is een familiebedrijf. Die karakteristiek zit al ruim een halve eeuw tot in de haarvaten van de onderneming, die zo’n 35 man personeel in dienst heeft. Haar partner Jan den Ouden bracht het bedrijf naar de top. Zoon Gerrit den Ouden zorgt voor de dagelijkse leiding. Het technisch en commercieel management zijn in handen van de broers Gerard en Adrie den Ouden en de volgende generatie, de zonen van Gerard en Adrie en de kleinzoon van Jan den Ouden, zijn inmiddels al werkzaam in de organisatie. De oorsprong van het bedrijf ligt overigens in de watersnoodramp van 1953 in Zuid-Beijerland. De familie Den Ouden ruilde haar boerderij in Margriet Tonnaer en Gerrit den Ouden


Onze reputatie is net zo onverwoestbaar als ons materieel

De crisis heeft de wereld veranderd, maar vooral ook groter gemaakt

Volgens Margriet Tonnaer is die familiestructuur ook de grote kracht van Ligro Trading. En zorgt die familieband ook voor het grote onderscheid. ”Een bedrijf bestaat bij de gratie van teamwork. De onderlinge banden. Die zijn bij ons supersterk. We zijn nooit te beroerd om een extra tandje bij te zetten en kunnen zonder morren altijd een beroep op elkaar doen. We kennen onze taken en verantwoordelijkheden. We lopen elkaar niet voor de voeten. Die formule werkt fantastisch. Want ons imago berust wereldwijd op betrouwbaarheid, degelijkheid en klantenservice tot in het detail”. Daarbij maakt het trouwens niets uit of klanten van Ligro Trading in Timboektoe, of in Australië zitten. Het logistieke netwerk van Caterpillar is zo verfijnd dat Ligro Trading altijd kan garanderen dat onderdelen van de grondverzetmachines binnen 48 uur ter plekke zijn. Ligro Trading etaleert zich ook niet voor niets met de slogan: onze reputatie is net zo onverwoestbaar als ons materieel.

De omzet van Ligro Trading wordt voor 80% gerealiseerd door projecten in het buitenland. De overige 20 procent zijn projecten in Limburg en de rest van Nederland, waar Caterpillars uit Heel worden ingezet. Door de economische crisis werden grote infrastructurele projecten overal op een laag pitje gezet of op de lange baan geschoven. ,,We hebben een paar moeilijke jaren gehad. Maar langzaam maar zeker is er weer sprake van een ommekeer. De groei in landen als India, Brazilië en China is ongekend. De crisis heeft de wereld veranderd, maar vooral ook groter en innovatiever gemaakt.

PA N H E E L

AN

L

WORL WIDE D TH L E NE HER T

Gebiedsontwikkeling in Midden-Limburg Ligro Trading gaat vrijwel zeker een rol spelen bij de gebiedsontwikkeling in Midden-Limburg. Voor verdere groei in de toekomst heeft de onderneming het oog laten vallen op bedrijven-terrein Zevenellen in Buggenum. Met multimodale ontsluitingen en ruimte om op de langere termijn doordacht en evenwichtig te groeien met een verdubbeling van het aantal werknemers. De huidige locatie aan de Heelderweg maakt deel uit van plannen van de gemeente Maasgouw en de provincie om langs de A2-zone ter hoogte van Heel nieuwe concepten van de grond te krijgen. Een combinatie van recreatie en zorg. ,,Geen nieuw park met vakantiehuisjes of drijvende woningen. Maar wel een zorggerelateerde bebouwing met optimale service en vergaande toepassingen van domotica: ict-toepassingen in huis”. Margriet Tonnaer is ook op dat front optimistisch. Ze verwacht dat het nieuwe project over twee jaar al van start kan gaan. Vooral omdat zich meerdere private partners hebben aangediend van nationale allure. ,,Dat is de kracht van deze gebiedsontwikkeling. Verschillende doeleinden en krachten slim met elkaar verbinden. Onze verhuizing betekent op termijn groei en werkgelegenheid. In Heel kan een nieuwe vorm van recreatie ontstaan, die belangrijk kan zijn voor de verdere toeristische uitbouw van Midden-Limburg”.

DS

BV NG

RO TRADI G I

Het verre oosten speelt een steeds grotere rol. Dat biedt alle perspectief. Als ondernemer moet je basishouding positief zijn. Dat is een van mijn belangrijkste motto’s. Jammer genoeg denkt lang niet iedereen zo. Een deel van de economische malaise van de afgelopen jaren hebben we ons zelf aangepraat. Gelukkig zie je ook dichterbij nieuwe ontwikkelingen met perspectief. Duitsland is weer volop bezig met de wegenbouw en in Limburg wacht de aanleg van de A2tunnel bij Maastricht met gigantisch veel grondverzet. En waar dat soort projecten zijn, is Ligro Trading ook”. Op het ondernemersklimaat in Midden-Limburg heeft Margriet Tonnaer nauwelijks iets aan te

merken. Het versterken van de publiek-private samenwerking in de provincie juicht ze toe.

En de toekomst van Ligro Trading zelf? Over de positie van de onderneming maakt Margriet Tonnaer zich niet echt zorgen. “Dat zit wel snor. Door ons totaalconcept hebben we een voorsprong. Niet alleen nationaal, maar ook internationaal. Ook wij zijn met duurzaamheid bezig. De emissies van Caterpillars worden alsmaar minder. In onze begeleiding en advisering

van de klanten wijzen we tegenwoordig ook nadrukkelijk op duurzaamheidaspecten in het gebruik. En wat het werk betreft? Infrastructurele projecten houden nooit op en blijven in de hele wereld nodig. Je ziet het aan de files. Die blijven gewoon groeien”.


REGIONAAL, NATIONAAL, INTERNATIONAAL,

LIGRO KAN HET ALLEMAAL!

Grondverzetmachines van Ligro Trading worden ook dichter bij huis ingezet. Zoals o.a. bij het Grensmaas project aan de noordrand van Maastricht.

Ligro Trading levert wereldwijd grondverzetmachines, afgestemd op

Veel grond, waar ook ter wereld. Onze business is

de betreffende projectwerkzaamheden. Maatwerk dus! Voor weg- en

verhuur, in- en verkoop, leasing en financiering

waterbouw, omvangrijke bouwprojecten, steengroeven en mijn- en

van Caterpillars. En het transport heen en terug?

bosbouw leveren wij voornamelijk Caterpillars om grond te verzetten.

Dat regelen wij zelf. Just in time en al meer dan 50 jaar!

More than 50 Years, your partner for reliable used CAT equipment

Ligro Trading BV - Heelderweg 30 - 6097 EX  Panheel

T +31 (0) 475 571 911 - sale@ligrotrading.com - www.ligrotrading.com


Wie zijn wij ?

Wie zijn wij ?

De historie van Louwers Uitgeversorganisatie BV gaat terug naar 1987. Op een zolderkamertje wordt begonnen met het uitgeven van onder andere de Nederlandse Notarisagenda. Al snel daarna werd met de eerste medewerkers op bescheiden schaal gestart met het uitgeven van de eerste vakbladen.

retailers

twee winkels.

Als wij

it.

schop.nl of

voor meer

2

bel

jaargang 16

| www.profiel-onlin e.nl

FLAMEY de absolut Belgische e top van kantoren gespecialiseerde in publiek en adminis d tratief recht.

Het kantoor verleent private overheidsbedri en lokale besture jven, particulieren,

16 zowel juridisc n en intercommunales h advies als 2018 Antwerp bijstand en in administratieve en Tel: + 32 3 257 33 16 procedures, en is in gerechtelijke het bijzond gespecialiseerd Fax: + 32 er in volgende 3 237 38 51 materies: - Overheid sopdrach

ten www.flamey-ad - PPS vocaten.be - Ruimteli info@flamey-ad jke ordening en vocaten.be stedenbouw

- Milieurec ht - Onteigen ingen - Monume nten, landscha ppen

en natuurbe scherming - Energier echt - Handelsv estigingen - Brownfie lds

EXPOSANT

Maatschapp onderneme elijk verantwoord n

'Duurzaam heid levert

er n ov n ater ente vakk met , evenem ssen f nu ies ngre locat en co

klanten op' Vana

2

GRAT

IS Catalogus 2010 - 2011 op www.euroren t.be Bisschoppenhoflaan

visitekaartje

633 ❙ 2100 Deurne

Jan Van Rijswijc klaan 16 2018 Tel: 03/257 Antwerpen .33.16 Fax: email: info@fla 03/237 mey-advocaten .38.51 .be

❙ T 03 325 43 00

❙ www.euroren t.be

❙ info@eurore nt.be

voor eigen geve lproduct I eyec I thema dakatcher spoo en gevelbekl lderwerk eding I them a FsC hout

1

Nieuwe vorm en in oud Brug ge Overijse renov eert graanmole Ecologische n wasserij in Wetteren Groenstaete, stadsparkPeterals Flamey bonus Concentragebo uw in de krant Consultat Ener iesgiepr zijn steeds ijsop afspraak voor Bayerkant oor

Nummer N ummer 1

ineken Hous e promotie

naar Holland

4 | www.profi el-online.nl

hospitality

Nummer 1

I

okt - nov - dec

NEERLA NDS MOOIST E…

I 2010

2010

2010 | jaargang

van atleten

I

erfgoed

profiel | nr 2

Holland He

erfgoed

van cultureel

Advocatenvennoo tschap FLAMEY een gerenom is meerd nichekan vestiging in toor met Antwerpen. Het kantoor bogen op een kan rijke expertis dan 25 jaar e en meer ervaring.

❘ www.cas.nl

ion Service Realisat ion DesignProject management Exhi rvice Creative idea bition Se s DynamicConcepts State of the art desi gn Pr

MEUBEL BESLAG OP MAAT

beheer en behoud

475 26 00

1

Jan Van Rijswijc klaan

van cultureel

, restaurat ie,

I livecomm .nl

venlo ❘ 077

NUMMER 1 JAARGANG I 11 I FEB-MRT 2010 WWW.BOUWENAA -APRIL NVLAANDEREN.BE Advoca VAKTIJDSCHRIFT tenvennootscha VOOR DE BOUW behoor p t tot

rn

beheer en behoud

monumentenzorg

serrebouw | nr 2 2010

kate

rg, restauratie,

Tijdschrift over

| dak- en geveltec hniek | glas |

vak

monumentenzo

MONUM ENTEN

en sluitwerk

INSPIRER END INTERIEU R

Tijdschrift over

Vlaanderen

WENAANVLAANDE REN.BE

I 2010 I jaargang 16

deur-, kozijntec hniek | hang-

CB

1

thema aan EERSING

BOUWEN AAN

Bo uw lift en

vaktijdschrift over | raam-,

De kracht van

M Specialisten voo r de interieurbo uw Spuiterij klaar voor de toekom st Zijladers geënt opgroeien

Shick

Brandstore KLIMBou AATwen BEH

VAKTIJDSCHRIFT OVER BEURZEN , ZAKELIJKE EVENEMENTEN & CONGRESSEN | NUMMER 2 2010

I nummer 2

any

2

WE Nijmege n

VAKTIJDS CHRIFT VOOR DE BOUW • WWW.BOU

❘ desig n ❘ realis ation

a dynamic comp

Berry Kolde wijn

Beate Uhse / Christine le Duc

TE H U U R / TE KOOP KAMER GEBON DEN SANITA IR IN HOF VAN BREUNI SSEN

Vlaanderen

THEMA KNIKAR M- EN UITVALS OP (ON)VER WACHT BEZOEK CHERMEN IN BADHOE THIELEMANS VEDORP EN & CO LIJNDEN

‘NVTG’ BOUWA VOOR VLIETLA WARD 2010 ND ZIEKENH UIS

INTERVIEW

Bouwen aan

exhibi tion >> cas

WOON ZORGCENTRU M DE VESTEN IN ZOUTLE EUW

2010

NABESCHOUWIN G KROEZON ZONWERPOLYCLOSE EN HEIMTE XTIL ING ENERGIEKATER N

Tijdschrift

g

nummer 2

n!

over winkel inricht

informatie.

ritsscree

Telefoon (040) Fax (040) 251 251 38 77 43 66 E-mail d-verkoop@ www.mado.com mado.com

nummer

ting ept.

jaargang 1

Kijk op www.ben 079 - 3300123

ing & instore marke

en

van het retailconc

2010

d leiden door vermogen

jaargang

is

men, maar

nooit ons doel. Want wij laten ons uitsluiten

onderscheidend

-online.nl

line.nl

dat mooi meegeno

n

van

En als wij

mee winnen

www.binnenwerk

het belang

toeneemt.

daar dan prijzen

rendement

_ /

2010

dat

zegt over creativite

wanneer budgette

nummer 1 2010

uw

hebben is

uit eigen ervaring

kleiner worden, creativiteit

ketens met

en en voor

- en standbo

met één of iets geleerd

budget niets Sterker nog, weten wij dat

.EU

werkt voor

16

Benschop

www.instore-on

Mado Nederland BV Langendijk 10 5652 AX EINDHOVE N Postbus 7040 5605 JA EINDHOVE N

2010

NAAND EZORG

100 vestiging

www.binnenwe rk-online.nl

vaktijdschrift voor de inter ieur- en stand bouw

voor de interieur

WWW. BOUWE

• Naadloze kast en geleiders • Strakke plaatsing in de geve • Aluminium l kopschott en • Topkwalite it glasvezeld oek • Hoogste afwerking niveau

Dé ultiem e

2

NUMME R

& instorem arketing

• Flexibele

VITEIT

Vaktijdschrift

n

MEER C R E AT I

G IN DE ZORG

Voor zorgin stelling en die een warme willen creëre , gezellige en n, heeft Lensen individuele sfeer ontwik keld. Projec tinrich De collect ies ters een specia bestaa n uit in versch illende le collect ie kleure n en vorme diverse model len tafels en stoelen , n én met een riante keus in stoffen .

LINE.NL

age • Klikbare zijgeleider s • Gepatente erde kasts luiting motorkabe ldoorvoer • Groot montageen servi cegemak

en afslu itinge

VEREIST

TH U IS IN D E ZO RG

14 ■ WWW.Z ENRON

frontmont

heer sing

BUDGET

IFT OVER DE BOUW EN ONTWI KKELIN

over winkelin richting

klima atbe

1 2010 ■ JAARGA NG

Beaufort™

De ultiem e ritsscreen is de vertik Beaufort ™ aal van Mado Nederland BV: • Unieke

MINDER

VAKTIJ DSCHR

Tijdschrift

Z&R ■ NUMME R

Mado ® ve rtikaal

bouwen aan

DE ZORG

2010 • JAARGA NG 14 W W W. Z ENRON LINE.NL

Instore

1

vakti jdschLensen Projectinrichters rift over zonwBV ering , rollui ken,

georiënteerde onderneming naar een multimediale uitgeverij waarbij het accent steeds meer op ‘merken’ ligt. Met deze informatie op maat bieden wij het bedrijfsleven uitstekende mogelijkheden om met zijn of haar doelgroep te communiceren zowel via gedrukte als digitale uitgaven. Deze Multimediale aanpak passen we in veel branches toe. Interessant voor de deskundige lezer. Nuttig voor de professionele adverteerder.

Inmiddels is Louwers Uitgeversorganisatie alweer bijna 25 jaar een vertrouwd gezicht voor veel bedrijven in het ‘business to business segment’ in Nederland, België en Duitsland. Op dit moment zorgt een team van zo’n 35 vaste medewerkers en ongeveer even zoveel freelancers voor de exploitatie van een grote variëteit aan titels voor professionals in het bedrijfsleven, de zorg en de overheid. De afgelopen jaren heeft het bedrijf een verandering ondergaan van een voornamelijk print

Na een succesvolle start met vakbladen voor onder andere cardiologen, diverse ministeries, het notariaat en bijvoorbeeld over winkelinrichting, groeide het bedrijf in korte tijd uit tot een middelgrote uitgeverij met een breed scala aan vak- en special-interestbladen, jaarboeken, agenda’s en websites. Bouw, zorg, retail en veiligheid hebben hierin een groot aandeel. Enkele jaren na de start volgt ook een vestiging in België waar vooral titels in de bouw worden uitgegeven.

PIETERS

Winnaar van HEIM de Vlaamse Monume ntenprijs 2010

PALEIS LANG De restauratie S DE 1

van een schitter end 18de-eeuws

MEIR

stadspaleis

’S HERTOGENM Aarschots topm OLENS van de onderganonument g gered

d

te Bol

rsta

Inte

225


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
De Nieuwe Provincie - De Balans by Louwers Mediagroep - Issuu