Skip to main content

8 Struikelstenen

Page 1

Inleiding Op 8 mei 1945 eindigde WOII, dat is inmiddels meer dan 75 jaar geleden. De meeste oud-strijders en oorlogsslachtoffers zijn reeds overleden. Dat wil echter niet zeggen dat wij deze oorlog, evenals de Eerste Wereldoorlog, mogen vergeten. Zelfs na zovele jaren vrede in ons land, is het nodig om onze helden te blijven herdenken. Zij vochten en hebben zwaar geleden om ervoor te zorgen dat wij het na zovele jaren nog altijd goed hebben om te leven in welvaart en vrede. Deze vrede is echter een fijne draad geworden. Dan denken we aan de oorlog en bezetting van de Russen in Oekraïne welke ons doen herinneren aan die vreselijke periode die ons land en de hele wereld meemaakten in beide wereldoorlogen. De oud-strijders hebben de herinnering aan hun vreselijk verleden altijd hooggehouden. Door ouderdom, overlijden en ziekte werden hun taken de laatste jaren overgenomen door sympathisant-oudstrijders. Meestal familieleden, maar eveneens personen die de herdenking willen bewaren. Naast de plechtigheden ter gelegenheid van Wapenstilstand, V-dag, Bevrijdingsfeesten en andere herdenkingen, wordt er in Herzele ook gezorgd voor het behoud, onderhoud en inventarisatie van oud-strijdersgraven. Recent werden tevens nieuwe monumenten geplaatst in Wijnhuize en Sint-Antelinks.


Voor de gesneuvelden begraven op gemeentelijke begraafplaatsen hebben NSB en OSC Herzele hun medewerking verleend aan het project “Vergeten Helden”. Hierdoor is er voor deze graven bescherming verzekerd, net zoals deze op de Militaire Begraafplaatsen. Dat is anders voor de Weerstanders, Politieke Gevangenen en opgeëiste burgers uit WOII die in concentratie- en werkkampen verbleven en daar om het leven kwamen en er meestal gecremeerd werden. Zij kregen geen waardig graf. Speciaal ter hunner herinnering worden struikelstenen geplaatst. Deze struikelstenen (zogenaamde Stolpersteine) worden in het voetpad geplaatst voor de deur waar iemand woonde of opgroeide die tijdens de oorlog opgepakt werd om te sterven in één of ander kamp. Deze stenen komen er op vraag van enkele verenigingen en het lokaal bestuur Herzele. De bedenker van deze Stolpersteine, de Duitse kunstenaar Gunter Demnig, heeft samen met zijn team sinds 1994 ongeveer 70 000 herinneringsstenen over heel Europa geplaatst. Eerst voor Joodse mensen die in de uitroeiingskampen slachtoffer werden van de Holocaust, nu voor Weerstanders die gedood werden of in concentratiekampen omkwamen. Als symbolische herdenking aan alle Weerstanders en Opgeëiste Werkplichtigen.


Onze dank aan: • • • • •

•

Lokaal bestuur Herzele en in het bijzonder schepen Benjamin Rogiers, voorzitter van het Oud-Strijderscomité. Mark Van den Driessche, voorzitter van de Nationale Confederatie der Politieke Gevangenen en Rechthebbenden Gewest GentEeklo en de Belgische Vriendenkring Neuengamme. Vele archieven in België, Nederland en Duitsland en de heer Heinke Müller. Weekblad PANO en de personen die ons inlichtingen, foto’s en bidprentjes bezorgden: Alexander Stukenberg, Dr. Albert Van Damme, Antoine Fonck, Michiel Baele, Daniël De Grootte, Martine Van Lierde, Patrick Geenens, Bea Van Steenberghe, Hector Vidts, Eddy Mertens, Fabienne Van Damme, Christiane Van De Wiele. ‘Analyse van het Gewapend Verzet te Herzele tijdens WOII’, geschreven door Jan Mertens, was eveneens een bron die ons veel gegevens opleverde.

Lijst van Politieke Gevangenen Nr

Naam

Plaatsing struikelsteen

† Concentratiekamp

1

De Naer Edmond

Ressegem, Borsbekestraat 31

Neuengamme

2

De Rijck Andreas Petrus

Herzele, Peperstraat 37

Neuengamme/Sandborstel

3

De Vadder Albert

Woubrechtegem, Neerwegstraat 4

Elrich

4

De Vuyst Georges

Herzele, Solleveld 20

Neuengamme

5

Goossens Marcel

Borsbeke, Molendijk 30

Brandenburg – Görden

6

Mertens Stephanus

Borsbeke, Molendijk 20

Craslice (Tsechië)

7

Schollaert Roger

St.-L.-Esse, Steenhuizestraat 5

Mathausen Gußen

8

Van den Driessche Urbain

Woubrechtegem, Sleistraat 8

Neuengamme

John Van Impe voorzitter/secretaris Nationale Vereniging voor Weggevoerden en Werkweigeraars Herzele (NVW) – Secretaris OSC Herzele


Geboren te Ressegem Molenstraat 18 (nu Borsbekestraat 31) op 18 maart 1894 Had het statuut van oud-strijder 1914-18. Was een gepensioneerd rijkswachter. Werd lid van het Geheim Leger in Ressegem, waar Maria Van der Biest sectieoverste was. Ook buurvrouw Simonne Mertens, haar vader Theophiel en Adreas De Ryck uit Herzele maakten deel uit van deze groep. Na de crash van de Amerikaanse Liberator op 29 mei in Aaigem, waar alle levende bemanningsleden gered werden door het Geheim Leger, zetten de Duitsers een valstrik op door een valse zogenaamde Australische parachutist uit te zetten tussen Aaigem en Ressegem. Toen Edmond te horen kreeg van deze Australiër ging hij er naar op zoek. Hij vond hem verscholen op de boerderij van Emiel Backaert in Aaigem. Deze vermeende geallieerde werd overgebracht naar Ressegem en verstopt bij Theophiel en Simonne Mertens. Maria Van der Biest kreeg echter argwaan en haalde er sectieoverste Omer Huylebroeck bij die de spion ontmaskerde als Frans Martens uit Nukerke.


Huylebroeck gaf opdracht om hem te liquideren. Martens kon echter voortijdig ontsnappen. Enkele dagen later, op 21 juli 1944, werden De Naer, Van der Biest, Simonne Mertens en Augusta Van Melckebeke gearresteerd door Martens, samen met de Gestapo. Ook het gezin Backaert en Andreas De Ryck werden diezelfde dag nog op de boerderij in Aaigem gevangengenomen en overgebracht naar de gevangenis van Oudenaarde. De vrouwen werden later terug vrijgelaten. Edmond De Naer, Urbain Van den Driessche, Georges De Vuyst, Emiel Backaert en Andreas De Ryck werden op 30 augustus 1944, via de gevangenis van Gent en Antwerpen, naar Neuengamme gedeporteerd. De trein kwam aan in Neuengamme in de nacht van 1 op 2 september 1944. Edmond De Naer kreeg het KZHäftlinge nr.: 44953 Hij overleed op 30 april 1945 te Sandborstel, een nevenkamp van Neuengamme. Postuum vereremerkt met meerdere eretekens.


Geboren te Herzele Peperstraat 27 (nu 37) op 09 juni 1919 Zoon van Gustaaf en Maria Backaert Werd op 01 september 1940 gemobiliseerd en nam deel aan de 18-daagse veldtocht waar hij krijgsgevangen werd en tot maart in Duitsland moest verblijven. Hij was ten gevolge van die gevangenschap zeer anti-Duits. Sloot in 1943 aan bij het Geheim Leger en was ook actief bij l’ Organisation Militaire Belge de Résistance. Op 21 juli 1944 werd Andreas opgepakt in Aaigem bij zijn oom Emiel Backaert waar ze een vermeende Australische piloot verborgen hadden. De piloot bleek een spion voor Duitsland te zijn, namelijk Frans Martens uit Nukerke. Andreas en Emiel werden samen met andere gevangenen op 30 augustus 1944, via de gevangenis van Gent en Antwerpen naar Neuengamme gedeporteerd. De trein, met meer dan 2000 Belgische gevangenen (waaronder Urbain van den Driessche, Georges De Vuyst en Edmond De Naer), kwam uiteindelijk aan in Neuengamme in de nacht van 1 op 2 september 1944.


De vrouwen werden na een tijdje in de gevangenis van Oudenaarde terug vrijgelaten, maar de mannen vonden de dood in Duitsland. Andreas De Ryck was gevangengezet in het buitenkamp in Porta Westfalica. Bij het oprukken van de geallieerden werden de gevangenen naar het noorden gebracht, o.a. via de “dodenmarchen”. Hij overleed in Wöbbelin op 05 april 1945. Postuum vereremerkt met meerdere eretekens. Wöbbelin was een nevenkamp van het concentratiekamp Neuengamme bij de stad Ludwigslust. De SS had Wöbbelin opgericht om gevangenen van de concentratiekampen te huisvesten die uit andere kampen geëvacueerd werden om hun bevrijding door de geallieerden te voorkomen. Dit kamp was operationeel van 12 februari 1945 tot 2 mei 1945.


Neerwegstraat 4, Woubrechtegem Geboren te Woubrechtegem Neerwegstraat 26 (nu 4) op 19 augustus 1916 Zoon van René en Romanie Van Gysegem Bernard Albert Leopold De Vadder, gekend als Albert, had een broer en twee zussen en was gehuwd met Anna Plompen. Tot aan de oorlog sergeant bij de spoorwegtroepen in de kazerne van Hoogboom. Tijdens de oorlog werkte hij als klerk bij de politie van Ekeren. Nam deel aan de weerstand als lid van de Nationale Koninklijke Beweging. Bij de geboorte van zijn zoon Luc kreeg hij drie dagen verlof. Hij zou echter de geboorte niet meemaken, want bij zijn thuiskomst aan zijn ambtswoning te Fortdreef 27 in Hoogboom-Ekeren werd hij omsingeld door Duitsers. Hij werd opgepakt op 12 februari 1944 en door Sipo Brussel gedeporteerd op 08 mei1944 met een konvooi van 967 gevangenen, waaronder 920 Belgen, naar Buchenwald en op 23 mei 1944 getransfereerd naar Dora-Mittelbau. Op 17 februari 1945 werd hij overgeplaatst naar het buitenkamp Winklarn-Ellrich waar hij een put moest graven. Hij werd met de schop doodgeslagen en begraven in zijn eigen gedolven put.


Zijn doodsfiche duidde zijn dood aan als een longinfectie, zoals wel vaker vermeld werd. Sommige bronnen melden 17 februari 1945 als overlijdensdatum, andere 21 april 1945. Zijn stamnummer was 49349. De Fortdreef in Ekeren werd na de oorlog omgedoopt tot de Bernard De Vadderlaan. Zijn weduwe en zoon bleven daar wonen, maar overleden beide op jonge leeftijd. Postuum vereremerkt met meerdere eretekens.


Geboren te Herzele in de Wolvenstraat 1 op 16 juli 1925 Zoon van Amaat Petrus en Vermeulen Maria Leonia Immigreerde met zijn gezin in 1927 naar Ontario, Canada. In 1937 kwam de moeder met de twee zonen Georges en Jozef terug naar België. Door het uitbreken van de oorlog en de bezetting van België in 1940 werd de burgerluchtvaart stilgelegd en konden ze niet meer terugkeren naar Canada. Zij verbleven tijdelijk bij familie om later hun intrek te nemen in een woning op Solleveld 20. Aangezien Georges de Engelse taal machtig was, werd hij ingelijfd op 01 februari 1942 bij de weerstandsgroep van het Geheim Leger waarbij hij inlichtingen overbracht aan het Britse leger. Buiten zijn spionagediensten hielp hij ook mee aan het wegbrengen en verbergen van geallieerde vliegeniers en gevluchte weerstanders. Hij stond ook in voor het transport van wapens over het traject van Appelterre naar Woubrechtegem. (Zie ook de beschrijving bij Urbain Van den Driessche waar hij mee samenwerkte). Op 12 augustus 1944 nam hij deel aan de overval op het postbureel te


Mijlbeek in Aalst, samen met Van den Driessche. Deze overval was bedoeld om rantsoenzegels te bemachtigen die ze nodig hadden om verstekelingen mee te voeden. Door verraad werden ze in een hinderlaag gelokt door de Gestapo en gevangengenomen. Georges De Vuyst en zijn vriend Urbain Van den Driessche werden op 30 augustus 1944, via de gevangenis van Gent en Antwerpen naar Neuengamme gedeporteerd. De trein, met meer dan 2000 Belgische gevangenen (waaronder Andreas De Rijck en Edmond De Naer), kwam uiteindelijk aan in Neuengamme in de nacht van 1 op 2 september 1944. Werd samen met Van den Driessche tewerkgesteld bij Blohm & Voss in Hamburg, waar onderdelen van U-boten vervaardigd werden. Hij bezweek er op 06 april 1945 door ondervoeding en uitputting. Hij ontving postuum heel wat eretekens: Kruis van de Ridder in de Orde van Leopold II met de Palm, Oorlogskruis 1940 met de Palm, Medaille van de Weerstand, Herinneringsmedaille van de Oorlog 40-45 met 2 gekruiste sabels, Erebrevet van president Dwight D. Eisenhouwer van de Verenigde Staten van Amerika, alsook een erecertificaat van the British Commonwealth of Nations.


Geboren te Borsbeke in de Molendijk 30 op 30 oktober 1908 Zoon van Casimir en Marie-Louise Braekman Ging bij de Rijkswacht en werd wachtmeester te Dendermonde. Huwde met Maria Dermotte en was tijdens de oorlog woonachtig in de rijkswachtkazerne op de Leopoldlaan in Dendermonde. Majoor van de lokale cel van het Belgisch Vrijwilligerslegioen. Deze Dendermondse verzetsgroepering ‘Dom Anselmus’ werd genoemd naar de kloosternaam van de geestelijke leider Aloïs Meirsman. Deze lokale cel werd opgericht op 01 juni 1941. Marcel was verantwoordelijk voor de wapensmokkel samen met Jozef Maes. Zij verzamelden inlichtingen die werden doorgegeven aan de geallieerden. Op 26 september 1942 werd hij opgepakt door de Geheime Feldpolizei.


Naar verluid gebeurde dit niet zonder slag of stoot. Marcel verzette zich hevig maar moest zich uiteindelijk toch gewonnen geven. Hij werd overgebracht naar de gevangenis Nieuwewandeling in Gent. Van daar werd hij getransporteerd naar Bochum, een buitenkamp van KZ Buchenwald en dan naar straf gefängenenlager Esterwegen. Op 20 oktober 1943 werd Marcel door Senat des Volkgerichtshof ter dood veroordeeld. Op 10 november 1943 brachten ze hem naar Zuchthaus Hameln en vervolgens naar Brandenburg-Görden waar hij 12 dagen later onthoofd werd. Zijn as werd op 20 oktober 1945 overgebracht naar Laken of Ukkel (volgens fiche). Een andere bron schrijft dat deze naar het Urne ereperk Schoonselhof Antwerpen werd overgebracht. Er werd al een struikelsteen voor hem geplaatst aan de rijkswachtkazerne te Dendermonde, waar eveneens een bronzen gedenkplaat voor Marcel en drie anderen in de gevel ingebouwd werd. Werd postuum vereremerkt met meerdere eretekens.

Flossenburg verbrandingsoven


Geboren te Borsbeke in de Molendijk 167 (nu 20) op 18 januari 1920 Zoon van Victor Mertens en Catherina Van den Berghe Was arbeider en reed als bijverdienste in het weekend met zelfgemaakte ijscrème rond. Voor zover gekend was hij geen lid van de weerstand. Niet tegenstaande werd hij in Brussel opgepakt op 24 juni 1943 (volgens een bidprentje op 19 februari 1944) en gedeporteerd naar Duitsland. In Borsbeke werd er door kwalijke tongen verteld dat hij vrijwillig naar Duitsland was gaan werken. Mogelijks lag het feit dat één van zijn neven collaboreerde met de Duitsers aan de basis daarvan. Er was onduidelijkheid waar deze persoon zich in Duitsland bevond. Op een dag ontving de familie dan toch een teken van leven via een


handgeschreven brief. Hierin vermeldde hij dat hij er slecht aan toe was en vroeg zijn broer Pierre om te zorgen voor zijn verloofde Anaïs indien hem iets zou overkomen. Na de oorlog huwde Pierre met Anaïs. Na twee jaar opzoekingswerk in de archieven van de concentratiekampen, Volksbond, Aachen en het Arolsen Archief in Duitsland vond men uiteindelijk het bewijs: een fiche met een minimum aan gegevens, die eigenaardig genoeg gevonden werd tussen de gegevens van een persoon met dezelfde naam, maar met een andere geboortedatum en geboren in Moskou. Deze man met een niet-Russische naam zou eveneens bij dezelfde Organisation Todt – Speer ingelijfd geweest zijn. Op de fiche stond zijn naam met daarvoor ‘Kraftf’, wat zou kunnen vertaald worden als kracht (arbeider) of kraftfahrer (chauffeur of operateur). Eveneens op de fiche staan zijn geboortedatum, naam en adres van zijn vader, een stamnummer 014 135 en de stempel van de firma. Een rechtstreeks contact en hulp van het Arolsen Archief gaf meer details: een tweede fiche met vermelding dat hij onbezoldigd tewerkgesteld was bij deze organisatie, zich in een Arbeitslager (werkkamp) bevond en sinds 31 maart 1944 ingezet werd via dit kamp. Via het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocausten Genocidestudies in Nederland bleek zijn naam niet voor te komen in de lijsten van het ingeschreven personeel van de bouwfirma Organisation Todt – Speer.


Dit betekent dat Stephanus Mertens weldegelijk dwangarbeid verricht heeft en er zoals vele anderen aan ten onder is gegaan. Gestorven op 14 december 1944. Mogelijks werd na zijn dood zijn identiteit gestolen door een Russische gevangene waardoor er verwarring ontstaan is. Soms werden de kleren van een dode, met daarop het stamnummer, gestolen. Op dergelijke wijze kon men ontsnappen aan het gezag van de Kapo’s en zich ongemerkt in een andere groep vestigen. Deze Rus was op het einde van de oorlog gevestigd in Willingen en stierf er op 27 januari 1945. De Borsbeekse Stephanus is volgens zijn overlijdensprentje overleden in Graslitz (Duitsland) Sudetengouw. De gemeente Graslitz bestaat echter niet in Duitsland, maar is de vertaling van Craslice dat zich net over de grens van Tsjechië bevindt. In Craslice was er een buitenkamp van KZ Flossenburg (Duitsland). Dit kamp was echter een vrouwenkamp. Het is mogelijk dat de tewerkgestelden van de Organisation Todt – Speer regelmatig van kamp moesten veranderen naargelang de uit te voeren werken. Waarschijnlijk is deze regelmatige wissel van kamp een verklaring waarom er zo weinig concrete gegevens bestaan over deze Politieke Gevangene.


Geboren te Sint-Lievens-Esse in de Steenhuizestraat 5 op 18 april 1914 Zoon van Aloïsius en Van Lierde Elisa-Maria Woonde bij zijn ouders op de boerderij, maar werkte eveneens als elektricien. Werd als korporaal van de troepen overseining opgeroepen in het Belgisch leger om deel te nemen aan de 18-daagse veldtocht. Werd voor een korte periode krijgsgevangen genomen. Hij was één van de meest door de vijand gevreesde weerstanders. Zijn palmares is dan ook niet klein: wapensmokkel (voornamelijk vanuit Wallonië) het verbergen van wapens, sabotage van spoorlijnen en watersluizen op de Dender, verbergen en verdelen van uitzendapparatuur, overseinen van vijandelijke gegevens, verbergen en begeleiden van vliegtuigbemanning en vervalsen van identiteitskaarten voor geallieerden, werkweigeraars en gezochte weerstanders. Roger was eerst aangesloten bij het Geheim Leger in 1941, maar stapte in september 1943, samen met zijn zus


Marie en Albert Matthijs over naar de Gewapende Partisanen, waar hij samen met Rufin Penne uit Appelterre groepskommandant werd. Zijn schuilnaam was Leopold. Andere leden waren Joe Arents, Albert en Omer Van De Wiele en Maurice en Prosper De Lange. Hij werd een eerste keer opgepakt op 10 maart 1942 op verdenking van medewerking aan de sluikpers. Hij werd opgesloten in de Nieuwe wandeling in Gent, maar na een maand terug vrijgelaten. Op 27 mei 1944 werd hij voor een tweede maal opgepakt in zijn woning - zijn vriend Rufin Penne was de avond daarvoor al gearresteerd - en werd terug vastgehouden in de Nieuwewandeling. Beiden werden op 02 september 1944 op transport naar Duitsland gezet. Eerst naar Neuengamme, daarna naar Güsen, een buitenkamp van KZ Mauthausen. Op 01 februari 1945 overleed Roger, twee dagen na zijn vriend Rufin Penne. Schollaert kreeg een postuum erkenning als gewapende weerstander en werd tijdens de oorlog reeds onderscheiden door het Amerikaanse leger met een ‘Eervolle vermelding Vrijheidsmedaille’. Deze laatste werd ingelijst teruggevonden onder de keldertrap door de huidige bewoners van zijn woning. Het familiegraf met herinneringstekst aan Roger in Sint-Lievens-Esse, waar zijn zuster Marie begraven ligt, werd als eregraf erkend door lokaal bestuur Herzele en het War Heritage Institute. Verder werd er voor Roger ook een gedenkplaat ingemetseld in de voorgevel van de boerderij in de Steenhuizestraat.


Geboren te Woubrechtegem in de Sleistraat 8 op 01 oktober 1922 Zoon van Petrus en Estella Bruyland Urbain Van den Driessche, onderwijzer, maar werkzaam als gemeenteambtenaar, woonde met zijn echtgenote Marie-Josée De Coster in bij zijn moeder. In 1942 sloot hij zich aan bij de plaatselijke weerstandsgroep van het Geheim Leger, onder leiding van zijn neef Omer Huylebrouck. Deze groep opereerde vanuit Woubrechtegem en zorgde voor werkweigeraars, gezochte weerstanders, geallieerde parachutisten, enz. door hen te voorzien van een schuilplaats, voeding, kledij, valse identiteitskaarten en arbeidscertificaten. Zij voerden wapentransporten uit en verzamelden inlichtingen van militaire aard. Urbain werd er pelotonoverste. Hun meest in het oog springende wapenfeit was de redding van zes geallieerde bemanningsleden van een neergestort vliegtuig. De Amerikaanse Carpetbagger werd op 29 mei 1944, bij zijn terugvlucht naar Engeland, neergehaald door een Duitse nachtjager en stortte neer in Aaigem. Om deze geallieerden van de nodige zaken te voorzien waren rantsoenzegels nodig. Elk gezin had slechts recht op een aantal zegels, goed voor kleine hoeveelheden vlees, aardappelen en kledij.


Om aan deze rantsoenzegels te geraken werd een overval gepland op het postkantoor van Aalst op 12 augustus 1944. Urbain werd echter verraden door de verbindingsman in Aalst, die eigenlijk een agent van de Sicherheitsdienst was. Urbain, amper 21 jaar, en zijn vriend Georges De Vuyst werden op brutale wijze aangehouden. Urbain en Georges werden op 30 augustus 1944, via de gevangenissen van Gent en Antwerpen, naar Neuengamme gedeporteerd. De trein, met meer dan 2000 Belgische gevangenen (waaronder Andreas De Ryck en Edmond De Naer), kwam uiteindelijk aan in Neuengamme in de nacht van 1 op 2 september 1944. Urbain Van den Driessche kreeg het KZ-Häftlinge nr. 45167. Hij heeft deze gevangenschap niet overleefd.

Concentratiekamp Neuengamme luchtfoto

Zijn echtgenote Marie-Josée, dochter van de plaatselijke bakker, ging terug bij haar vader wonen. Haar zoon Mark, geboren op 13 oktober 1944, heeft zijn vader Urbain nooit gekend. Mark is vandaag voorzitter van de Belgische Vriendenkring van Politieke gevangenen van het Concentratiekamp Neuengamme.

Urbain ontving postuum meerdere eretekens waaronder het Kruis van de Ridder in de Orde van Leopold II met de Palm, het Oorlogskruis 1940 met de Palm, de Medaille van de Weerstand, de Herinneringsmedaille van de Oorlog 40-45 met twee gekruiste sabels en het Kruis Politieke Gevangene 1940-1945. Het graf in Woubrechtegem, met herinneringstekst aan Urbain, waar zijn moeder Estella Bruyland begraven ligt, werd erkend door lokaal bestuur Herzele en het War Heritage Institute


Locaties struikelstenen

6 5 1

4

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Ressegem, Borsbekestraat 31 Herzele, Peperstraat 37 Woubrechtegem, Neerwegstraat 4 Herzele, Solleveld 20 Borsbeke, Molendijk 30 Borsbeke, Molendijk 20 St.-L.-Esse, Steenhuizestraat 5 Woubrechtegem, Sleistraat 8

2

8 3

7


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
8 Struikelstenen by Lokaal Bestuur Herzele - Issuu