

SNAPSHOTS of Jan & Miep Duyn
Johannes Petrus Duijn
(Jan Duyn) 04-06-1917 / 14-02-1977
Maria Catherina Duijn - Kleijne
(Miep Duyn) 03-06-1921 / 18-01-2007
by Little Wings May 2017 ISBN 978-0-9563589-5-0 www.corinaduyn.com

Jan Duyn’s Dagboek/Diary
Miep Duyn’s Dagboek/Dairy
Mijn geheugen is als een vergiet wat er gisteren gebeurde weet ik niet.
Maar wat niet door de gaatjes ging staat gegrift in mijn herinnering.
My memory is like a sieve what happened yesterday, I don’t know.
But what did not fall through the holes is etched in my memory.
M’n ouders, school en m’n jeugd weet ik nog haarscherp, vaak met vreugd.
My parents, school and my youth I remember razor-sharp, often with joy.
En dat is toch belangrijker dan te weten wat je gisteren hebt gegeten.
Surely that is more important than to know what food you ate yesterday.
Uit Miep’s dagboek. Schrijver niet bekend
From Miep’s dairy. Author unknow
CORINA
Een paar jaar geleden werden er plannen gemaakt om de hele familie Duyn te verzamelen in Nederland op 4 Juni 2017. Dit ter ere van de honderdste geboorte dag van onze vader, opa, and overgroot-opa Jan Duyn. Hij overleed in 1977, op 59 jarige leeftijd. Onze familie is sinds het overlijden van Miep Duyn-Kleijne in 2007 niet meer samen geweest.
Ina de oudste van hun zes kinderen woont in Nederland (heeft in Ierland gewoond). Peter emigreerde naar Canada maar woont nu in Chili. Kees woont in Canada. Hans, na veel reizen, woont in Nederland.
Joop en Corina wonen beiden in Ierland.
Voor deze reünie werd ik gevraagd om het dagboekje geschreven door onze vader aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, te vertalen voor de Engels-taligen in onze familie. Sommige verhalen zijn grappig. Anderen moeilijk voor te stellen: Uren achtereen trokken we voort door een mul en onbegaanbaar bospad in een mistige, donkere nacht met niets meer dan de pure werkelijkheid van de oorlog mee te dragen. Sommigen een prachtige beschrijving: ... En toen beleefden en we ons mooiste moment: het liggen onder de appelbomen, roken, gelukkig elkaar van onze ervaringen te kunnen vertellen ... Maar gedurende het vertalen van dit dagboekje veranderde deze taak in een veel dieper project.
A few years ago plans were hatched to gather the whole Duyn family in Holland on the 4th June 2017, to celebrate the centenary of the birth of our dad, granddad and great-grand dad Jan Duyn. He passed away in 1977 aged 59. Our family has not been together since the passing of Miep Duyn-Kleijne in 2007.
Ina, the eldest of their six children lives in Holland (has lived in Ireland), Peter emigrated to Canada but now lives in Chile. Kees lives in Canada. Hans, after many travels, lives in Holland. Joop and Corina both live in Ireland.
For this reunion I was asked to translate the small diary, written by our dad at the start of WWII, for the English speaking members of our family. Some stories are funny. Others difficult to imagine: For hours and hours we ploughed through a damp and impassable forest path in a foggy, dark night, with nothing more than the pure reality of war to carry with us. Others are beautifully descriptive: ... And then we had our finest moment: lying under the apple trees, smoking, happily telling each other of our experiences ...
But as I worked on translating the diary, this task turned into a much deeper project.
Ik beelde me in hoe mijn vader was op die momenten.
Waarom had hij de dagen en zelfs seconden die hij in het leger was berekend? Wat was het verhaal achter het adres in Leipzig?
Ik begon de verhalen in mijn moeder’s dagboek weer te lezen. Herinneringen samengesteld terwijl zij in haar
70’er jaren was. Snapshots en grappige anekdotes uit haar jeugd; ervaringen tijdens de oorlog; ontmoeten van haar toekomstige echtgenoot Jan; een nieuw gezin.
En zo werd dit project een soort archeologische opgraving. Ik graafde verhalen en foto’s op. Vond connecties tussen mijn vader’s en moeder’s woorden. Kwam informatie tegen in andere schriftjes, en uitleg online. Ik bombardeerde mijn broers en zus met vragen, en voor hun herinneringen. Menig ander werd aangesproken (zie laatste pagina) tijdens deze opgraving.
Dit werd een boek van Snapshots. Over familie. Over Moeilijkheden. Veerkracht. Creativiteit en plezier. Weergegeven in hun eigen woorden.
Mijn vader stierf plotseling toen ik 14 was. Door het maken van dit boek ben ik me veel bewuster geworden van zijn leven, hun leven, ons leven. En van hun invloed op mijn (creatieve) leven. “Dank U beiden.”
I found myself imagining my father in those moments. Why had he calculated the days and even seconds of his time in the army? What was the story behind the Leipzig address?
I started to re-read stories in my mother diary. Memories compiled while she was in her late 70’s. Snapshots and funny anecdotes of her childhood; experiences during the war; meeting her future husband Jan; starting a family. And thus this project turned into a kind of archaeological dig. I unearthed stories, and photographs. Found the links between my dad and mothers’ words. Came across information in other notebooks, and explanations online. I bombarded my siblings with questions, and asked them for their memories. Many others were enlisted (see last page) during this dig.
This became a book of Snapshots. About family. About Challenges. Resilience. Creativity, and joy. Captured in their own words. My dad suddenly died when I was 14. Through creating this book I became much more aware of his life, their lives, our lives. And of their influence on my (creative) life. “Thank You both.”
Corina April 2017

MIEP
SINTERKLAAS
Mijn vader was werkloos, zo ongeveer 1933.
Het werd 5 December en ze hadden geen geld voor inkopen voor Sinterklaas. Nu kocht vader een thee kist bij de kruidenier voor 25 cent. Die kisten waren ongeveer 70cm, en van een sort triplex (je kocht het meest losse thee, was goedkoper).
Van die kist zaagde vader een complete boerderij voor de jongens, en een stoeltje voor mijn pop.
De dag voor Sinterklaas was de voorkamer op slot, en een gordijn voor de glazen deur.
Nu 6 December… de deur was open, en alles uitgestald op de vloer. Wat een pret. Mijn pop had ook nog een nieuwe jurk. Een lapje gekregen van een buurvrouw, vertelde moeder later.
Ook vertelde ze, nu hadden we wel wat speelgoed maar geen taai of zoiets. 5 December werd er laat aangebeld, stond er een grote mand met levensmiddelen en taaitaai, speculaas enz.
Vader en moeder geloofden toen echt in Sinterklaas.
SAINT NICOLAS
My father was unemployed, around 1933.
It was almost the 5th of December and they had no money to buy anything for St. Nicolas. My father bought a tea-chest from the grocery store for 25 cent. These crates were about 70 cm and made from a kind of triplex (you mostly bought loose tea, was cheaper).
My father cut a complete farm for the boys from this chest, and a small chair for my doll.
The day before St. Nicolas - the front room was locked and there was a curtain in front of the glass door.
Now, 6th December ...the door was open and everything was displayed on the floor. Such joy. My doll also had a new dress. My mother told me later that a neighbour had given her the fabric.
She also said that although we now had toys, we had no ‘taai’ or anything. The bell rang late on 5th December, and there was a large basket with groceries and ‘taaitaai’, speculaas, etc.
Father and mother really did believe in St. Nicolas that time.
Taai: kind of ginger bread. / Speculaas - spiced biscuit.
FIETSEN -
1932
Mijn broertje Gerard en ik mochten een fietsje huren voor 25 ct per uur. Gerard eerst fietsen, dan ik weer even een rondje. Na het tweede rondje viel ik. Mijn rechterarm was uit de kom. Het deed gemeen pijn. Moeder met mij naar de dokter. Hij trok heel hard aan mijn arm, en het schoot in de kom. Maar nadien wilde ik niet meer leren fietsen.
Nu was mijn Vader bezig om een fiest te maken (een oude) dat zag ik wel, maar ik zei niets.
Het was Zaterdag middag, “Zo” zei Vader, “we gaan fietsen naar Wijk aan Zee.” Ik wilde niet. Dacht steeds aan mijn arm.
“Niks mee te maken,” zei Vader. Hij nam me mee naar de fiets, pakte me bij de kraag van mijn jas, “en nou fietsen, en niet naar de trappers kijken.”
Ik ben mijn vader nog steeds dankbaar.
Niet te denken dat je niet kan fietsen!
CYCLING - 1932
My younger brother Gerard and I were allowed to rent a bicycle for 25 cents per hour. Gerard cycled first, then me again for another round. After the second time round, I fell. A dislocated right shoulder. It was very painful. Mother brought me to the doctor. He pulled very hard on my arm, and it went back into the socket.
But after that I did not want to learn to cycle anymore.
I had seen that my father was making a bike (old) for me, but I said nothing.
On a Saturday afternoon: "So" said my Father, "we are going to cycle to Wijk aan Zee." I did not want to. I kept thinking about my arm.
“Doesn’t matter,” Father said. He took me to the bike, grabbed me by the collar of my coat, “and now cycle, and don’t look at the pedals.”
I am still so grateful to my father.
Can’t image not being able to cycle!
Vader moest iedere dag stempelen. Hij kreeg een gratis rijwielplaatje met een gat er in. Dan mocht hij op de fiets werk zoeken van Alkmaar, de Zaan, tot Heemstede.

Father had to sign on each day. He was given a free bicycle tax disc with a hole in it. That allowed him to look for work on the bike from Alkmaar, the Zaan, and Heemstede.
Bij het eind van de 19de Eeuw waren er steeds meer fietsen. In 1897 werd er een fiets belasting ingevoerd, f2 per fiets. In 1919 werd dit afgeschaft, maar een nieuwe belasting werd ingevoerd in 1924, f3.Op dat moment waren er in Nederland ruim 1,7 miljoen belastbare fietsen. Je kon wel lopen met je fiets zonder belasting plaatje. Een plaatje met een gat betekende dat je een ‘armoedzaaier’ was. In 1932 werd het gat ook gebruikt voor werkelozen om werk te zoeken. In 1941 werd het voorgoed afgezegd.
At the end of the 19th Century there were more and more bicycles. In 1897 a bicycle tax was introduced, f2 for one bike. It was abolised in 1919, but a new tax was introduced in 1924, f3. You could walk with your bike without the tax plate. A plate with a hole meant you were a ‘pauper’. In 1932 the hole in the disc was also used for the unemployed to seek work. In 1941 it was cancelled for good.

De Dam, Amsterdam, op door reis naar (on route to) Leusden. Mobilisatie 6 Dec. 1939
MOBILISATIE
28 Augustus 1939 brak de algemene mobilisatie uit.
Op 29 augustus vertrok ik met bestemming Den Helder.
Na drie dagen daar gelegerd te zijn vertrokken wij op 1 September ‘s nachts om 2 uur naar Hamersveld waar we om 14.00 uur aankwamen. Daar werden we gelegerd in de nieuwe boerderij van Kleinveld.
Na 14 dagen daar gelegerd te zijn vertrokken wij
naar boerderij Zwanenburg, omdat bij Hamersveld werkzaamheden waren voor de Grebbelinie. Deze plaats werd geheel ge-inundeerd (onder water gezet).
Na enige maanden daar gelegerd te zijn vertrokken wij
weer, nu naar het barakkenkamp Waterloo te Leusden bij Amersfoort.
Dat was 6 december 1939.
Ik was ingedeeld bij de 6e Compagnie, tweede Bataljon van de 21e Regiment Infanterie (II-21 RI).
Daar hebben wij tot de oorlog gelegen .
Hamersveld was een klein dorp onder Amersfoort wat onderdeel werd van de Grebbelinie. Deze lijn liep van Bunschoten, aan het IJsselmeer, tot Rhenen, aan de Rijn, en was aangelegd om onder water te zetten. Het water zou dan zo hoog komen te staan dat het voor voertuigen niet meer mogelijk was om er doorheen te rijden. Er werd toen nog volop aan gewerkt.
MOBILIZATION
28th of August 1939 was the start of the mobilization. On 29 August I departed for Den Helder. After being encamped there for three days, we left on the 1st September at 2 o’clock at night towards Hamersveld.
We arrived there at 2 in the afternoon. There we were encamped at the new Kleinveld farm.
After being encamped there for 14 days we moved on to farm Zwanenburg, because at Hamersveld work was being carried out for the Grebbelinie . This location was being swamped (flooded with water).
After several months of encampment we moved again, this time to the barracks of Waterloo, in Leusden near Amersfoort.
That was the 6th of December 1939.
I was assigned to the 6th Company, 2nd Battalion of the 21st Regiment Infantry (II-21 RI). We were stationed there until the war began.
Hamersveld was a small village near Amersfoort, which became part of the Grebbelinie. This line ran from Bunschoten, on the IJsselmeer, to Rhenen, on the Rhine, and was built to flood. The water would get so high that it was not possible for vehicles to drive through. During those days work was carried out on a daily basis.

Op 3 april gaf Rood-Wit een feestavond in het Kennemer Theater te Beverwijk. Maar omdat tegen die tijd de verloven werden ingetrokken kon ik er niet bij zijn. Maar ik wou deze avond toch niet aan mij voorbij laten gaan. Ik had mijn burgerkleding bij de familie van Dijk in Amersfoort laten bezorgen.
De Zondag van het feest was aangebroken en na het middageten trok ik met Cees van Dijk op de fiets naar zijn huis om mijn uniform te verwisselen met mijn burgerkleding. Het uniform borg ik op in een koffer en als burger stapte ik op station Amersfoort in de trein naar Beverwijk. Om 6 uur kwam ik daar aan en heb dus toch mooi het feest meegemaakt.
Maar intussen moest wel mijn afwezigheid in de barak verdoezeld worden. Daar zorgde Wim Bruins voor.
Bij elk appël figureerde hij als dubbelsoldaat. Bij het avond-appël maakte Wim mijn veldbed op alsof ik er in lag. Hij gebruikte mijn gasmasker, helm en nog wat uitrusting zodat het net leek alsof er een lekker slapend persoon vanwege de kou diep onder de dekens lag.
Rood-Wit: dat zijn de kleuren van voetbalclub Sport Vereniging Beverwijk.
Appél: verzameling van troepen waarbij namen worden afgeroepen om te zien wie er zijn.
SV BEVERWIJK
On the 3rd April, Red-White was hosting a party at the Kennemer Theatre in Beverwijk. As around that time our leave was being withdrawn, I was unable to attend this event. But I did not want to let this evening pass me by. I organized to have my civilian clothes delivered to the family van Dijk in Amersfoort.
The Sunday of the festive evening had arrived and after lunch I left with Cees van Dijk on the bike to his house in Amersfoort, to change my uniform with my civilian clothing. I put my uniform in a suitcase and boarded the train at Amersfoort station as a civilian. I arrived at about 6 o'clock so was in time to join the party. But meanwhile my absence at the barracks had to be covered up. Wim Bruins took care of that. With every roll call he acted as my double-soldier.
For the night-time roll call, Wim made up my field bed as if I was in it. He used the gas mask, helmet and some other pieces of equipment as if there was a sleeping person in that bed, who because of the cold was lying deep under the covers.
Red-White are the colours of the Beverwijk Footbal Club. Roll call is where troops names are called to see who is present.
Om 2 uur ‘s nachts werd er contra- appël gehouden in de barak door sergeant van de week, Jansen, en de kapitein. Deze twee waren eveneens in de veronderstelling dat er iemand in dit bed lag. Dit verliep dus ook zonder ongelukken.
Om 5 uur stond Wim op om de rommel uit mijn bed te halen en het bed weer op te maken voor de reveille van half 6.
En op de vraag van de sergeant van de week waar ik was antwoordde Wim dat ik eventjes naar de wc was, dat liep ook goed af, evenals het appël van 8 uur.
Intussen was ik weer vertrokken naar Amersfoort, naar van Dijk, om mijn burgerkleding weer te verruilen voor het veldgrijs, en terug naar Leusden te lopen, waar ik om half 12 aankwam.
De onder-officieren en soldaten feliciteerden mij met dit zeer geslaagde avontuur wat zonder straf is verlopen, dankzij Wim Bruins.
At 2 o'clock at night an unannounced roll call was held at the barracks by the Sergeant of the week, Jansen, and the Captain. These two were also under the impression that there was somebody sleeping that bed. So this also proceeded without difficulties.
Wim got up at 5 o'clock to take everything out of my bed and to make the bed ready for the half past 5 reveille .
To the sergeant of the week’s question where I was, Wim answered that I had just gone to the toilet. So that also worked out okay, as well as the 8 o'clock roll call.
In the meantime I was on my way back to Amersfoort, to van Dijk, to exchange my civilian clothing again for field grey, and to walk back to Leusden, where I arrived at half past eleven.
The petty officers and the soldiers congratulated me with this very successful adventure. Completed without punishment, thanks to Wim Bruins.
Contra-appël is een niet van tevoren aangekondigd appël door een andere sergeant. Reveille: er wordt op een trommel geslagen om de soldaten te wekken.
Contra-appël is a not earlier announced roll call by an other sergeant
Reveille is a bugle call, trumpet call most often associated with the military and prisons

EEN BABY
In de weken hierna kreeg de vrouw van Wim een baby en werd hem gevraagd naar huis te komen. We besloten om een klein cadeautje voor het gelukkige echtpaar te kopen. Ik maakte een lijst waar de jongens hun naam en het bedrag wat ze konden geven op te zetten. We hadden zoveel opgehaald dat er een behoorlijk cadeautje van af kon.
Zaterdagavond 4 mei gingen we naar Amersfoort om het geschenk te gaan kopen. We hadden eerst een grote mond dat we wel even een babywinkel in zouden stappen, maar toen we er voor stonden waren we niet zo dapper meer. Toen ontmoetten we de vrouw van Cees van Dijk en Cees zelf. We vertelden hen van onze moeilijkheden waarop de vrouw van Cees besloot mee de winkel in te gaan. Daar vroegen we naar een kussen voor een kinderwagen, een roze, en toen hadden we nog geld over om een babypakje te kopen.
We lieten het voorlopig waar het was en gingen met zijn tweeën even de stad in om een biertje te kopen. Toen we daar vandaan kwamen waren we niet nuchter meer.
A BABY
A few weeks after that, Wim’s wife was having a baby, and he was asked to come home.
We decided to buy a small present for the happy couple.
I made a list where the men could write their names and the amount they were able to give.
We collected so much that we could buy a decent present.
On Saturday evening on the 4th of May we went to Amersfoort to buy a gift. At first we were full of talk that we would walk into a baby shop, but when we were standing in front of it we were not so brave any more.
Then we met Cees van Dijk and his wife. We told them of our dilemma and Cees’ wife offered to go into the shop with us. There we asked for a cushion for a pram, a pink one, and we had enough money left to buy some baby clothes.
We left our purchases where they were and the two of us went into town for a beer. On our return we were not very sober anymore.
Eerst nog naar de winkel om het pak op te halen en op weg naar het kamp kochten we op de markt een paar palingen.
Toen we weer aankwamen in de barak, het was intussen half 12 geworden, werd het kussen door de jongens aan een nauwkeurig onderzoek onderworpen maar het bracht niets meer dan lof.
Er werd een gedicht gemaakt door Gerrit Zellema voor dat kleintje.
Er werd een groot pakket van gemaakt en dat hele gevalletje werd verzonden naar Wim en zijn vrouw die er danig mee in hun sas waren.
First we had to go back to the shop to pick up our package, and on the way back to the camp we bought some eel at the market.
When we arrived back at the barracks, it was already half past 11, the men examined the cushion in great detail and it was given much praise.
Gerrit Zellema wrote a poem for the little one.
We made it all into a large parcel and posted it off to Wim and his wife, who were chuffed with it all.

DE INVASIE
Onze mooie tijd was voorbij, er kwamen donkere dagen voor ons aan. De verloven werden weer ingetrokken, degenen die thuis zaten moesten onverwijld weer naar hun onderdeel terugkeren. Donderdagavond moesten we onze rugzakken, uitrusting onderdelen en dergelijke gereed houden voor eventueel alarm.
Vrijdagmorgen 10 mei om 4 uur werden we opgeschrikt door het langverwachte alarm: we moesten ons in gevechtsuitrusting klaar maken.
Er vlogen wel honderden vliegtuigen over onze barak heen, waar danig op geschoten werd.
Om zes uur moesten we klaar zijn en op de appélplaats verschijnen, gewapend en wel, om vervolgens naar de Grebbelinie in Hamersveld te vertrekken.
Om half 1 werd ons pas duidelijk gemaakt dat Nederland in oorlog tegen Duitsland was.
Na 5 dagen, op 14 Mei, werd de strijd gestaakt waarna we door de Duitsers bezet werden.
In 5 dagen tijd!
THE INVASION
Our good times were over. Some darker days presented themselves to us.
The permissions to leave were being withdrawn again, and those who were at home had to return to their divisions.
Thursday night we had to have our backpacks, equipment etc. ready for a possible alarm.
On Friday morning the 10th May, we were awoken at 4 o'clock by the long awaited alarm: we had to prepare ourselves in our combat clothing.
There were at least a hundred airplanes flying over our barracks, which were shot at repeatedly.
At 6 o’clock we had to be ready and present ourselves for the roll call, armed and all, in order to depart for Grebbelinie in Hamersveld.
It was only at half past 12 that we were informed that the Netherlands was at war with Germany. After 5 days, on the 14th May, the offensive was halted after we became occupied by the Germans.
In 5 days!

DE LANGE AFTOCHT
De Tweede Pinksterdag, 18 mei 1940, vertrokken we van de Grebbelinie in Hamersveld naar Utrecht.
's Avonds om 10 uur was het sein van vertrek omdat ons wijs werd gemaakt dat de Engelsen onze wacht in de Grebbelinie zouden betrekken, wat op geen enkele waarheid berustte.
Met dat al ging onze grote aftocht een aanvang nemen naar Utrecht. Dat is een tocht geworden om nooit te vergeten. Uren achtereen trokken we voort door een mul en onbegaanbaar bospad in een mistige, donkere nacht met niets meer dan de pure werkelijkheid van de oorlog mee te dragen.
's Morgens, de vijfde dag van de oorlog, om een uur of 5 trokken we een stille stad binnen met de gedachte dat er aan onze lijdensweg een eind was gekomen.
We waren doodop en iedereen klaagde over gewonde voeten van de verschrikkelijke lange tocht, maar toen we even rust kregen werd ons meegedeeld dat we ons pas in Zeist bevonden. Grote verontwaardiging brak over de troepen los, maar er zat niets anders op dan weer op te staan en onze tocht weer te vervolgen naar Utrecht.
THE LONG RETREAT
On Whit Monday May 18th 1940, we departed from the Grebbelinie in Hamersveld to Utrecht. At 10 o'clock at night we were given notice of our departure, as it was made clear to us that the English would take over our guard in the Grebbeline, which was not based on any truth.
With all that our big retreat to Utrecht was to begin. This became a journey to never be forgotten. For hours and hours we ploughed through a damp and impassable forest path in a foggy, dark night, with nothing more than the pure reality of war to carry with us.
In the morning, the fifth day of the war, at about 5 o'clock we entered a quiet city with the thought that our suffering had come to an end.
We were exhausted and everybody complained about injured feet as a result of the terrible long journey, but during some moments of rest we were told that we had only reached Zeist.
Great indignation broke out among the troops, but there was no other option then to stand up and continue our journey to Utrecht.
Retreat: withdrawal of troops from a battlefield
Met al de kracht die nog in ons zat liepen we naar Utrecht waar we om ongeveer half 7 binnentrokken.
Maar van het frisse leger van de vorige avond was niet veel meer overgebleven dan een leger van dodelijk vermoeide en ineengezakte mensen door de zware uitrusting die we ook tijdens deze tocht hadden mee te sjouwen. Er was niet één soldaat meer die in staat was om te vechten.
We rusten in niet afgemaate kazematten, waar de burger bevolking ons gul voorzag van etenswaren, frisse dranken en sigaretten, wat ons weer enigszins op krachten deed komen. Tijdens de hele tocht mocht er namelijk niet gerookt of gegeten worden.
Na dit oponthoud moesten we weer vertrekken met onze zware last wat als lood op de schouders drukte.
We vertrokken naar Vechten om daar onze stelling in te nemen, maar die kon niet ingenomen worden. Er bleken niet genoeg stellingen te zijn om de overgrote troepenmacht onder te brengen. Dus we waren overgeleverd aan de aanvallen uit de lucht wat ook niet lang op zich liet wachten.
With all the power that was still within us, we walked to Utrecht, which we entered at about half past 6.
But from the fresh army of the night before remained very little, other then an army of deadly tired and exhausted people because of the heavy equipment we had to carry during this trip. There was not one soldier left who was able to fight.
We rested in unfinished fortifications where the civilian population provided us generously with food, fresh drinks and cigarettes, which gave us back some strength again. During the entire trip we were not allowed to smoke or eat.
After this break we had to move on again with our heavy burden, which felt like lead pressing on the shoulders. We departed for Vechten to take on our position, but that could not be taken. It appeared that there were not enough positions to accommodate the large army.
So we were at the mercy of the attacks from the air, which did not take long to arrive.
Kazematten zijn vestingwerken / Stelling is een plek waar soldaten zich op konden stellen met hun geschut om de vijand tegen te houden.
Positions – like trenches – a place where soldiers take up their places.
We waren nog geen half uur bij Fort Rhenen of er werd vanuit een Duits vliegtuig op ons geschoten waarbij gelukkig niemand werd gewond.
Na nog enige aanvallen uit de lucht doorstaan te hebben vertrokken we daar weer vandaan naar Fort Vechten, maar daar bleek het ook al overvol te zijn. Dus gingen we maar aan de kant van de weg liggen.
Na enige tijd daar gelegen te hebben moesten we een stelling betrekken in een bosrand want er werden
Duitse troepen in het terrein waargenomen. Onze stelling was niet zoals die moest zijn, maar we konden ons verdedigen. Na een half uur in stelling gelegen te hebben moesten we weer enige honderden meters terugtrekken, en maar weer wachten op nieuwe orders.
Dat wachten was een kwelling: we hadden honger en waren doodmoe, en het wachten werd door gebeurtenissen afgewisseld die we niet licht vergeten.
Er kwamen paard en wagens beladen met een lugubere last, namelijk gesneuvelde Nederlandse militairen met onherkenbare, verminkte gezichten. Dat zou ook ons lot worden, maar nee er kwam redding.
We were barely half an hour at Fort Rhenen when a German plane fired at us. Fortunately no one was injured.
Having endured a few more attacks from the air, we left again towards Fort Vechten, but it turned out to be full too.
So we just went to lie on the side of the road.
After having spent some time there, we had to move into a position in a forest as German troops were observed in the fields.
Our position was not like it should have been but we could defend ourselves. After having been in position for half an hour we had to retreat a few hundred meters, where we again waited for new orders.
That wait was torture: we were hungry and were totally exhausted, and the wait was accentuated by events which would not easily be forgotten.
We saw horse and carts laden with a horrifying load, namely fallen Dutch soldiers with unrecognizable, disfigured faces. That could be our fate, but no, we were rescued.



CAPITULATIE
In de laatste uren van de oorlog kregen we de orders om het voorterrein te bezetten. Er werd verteld dat alle Nederlandse troepen waren gesneuveld in dit terrein door verraderlijke elementen, namelijk Duitse parachutisten verkleed in Nederlandse uniformen en boerenoveralls, dus daar was geen vechten tegen. Was het een eerlijke strijd geweest hadden we ondanks onze vermoeidheid geen moment geaaarzeld om onze kameraden te gaan helpen.
We stonden dus opgesteld om op te vertrekken naar het slagveld, beter gezegd slachtveld, toen mijn vriend Cees
Daemen met het bericht kwam dat de capitulatie een feit was. Maar dat was niet genoeg voor onze kapitein, die maar drong op vertrek naar onze post.
Maar hij verzon alle middelen om ons weg te krijgen, dan weer om de doden en gewonden weg te halen.
Maar niets hielp. We weigerden te vertrekken met voor ons de Duitse troepen, en achter ons de Nederlandse troepen. Als wij terug keerden om aan te vallen, zaten we dus midden tussen het vuur.
Capitulatie: ook wel overgave, is tegenwoordig internationaalrechtelijk een verklaring dat een partij de strijd staakt tijdens een oorlog.
CAPITULATION
During the last hours of the war, we received orders to occupy the grounds. We were told that Dutch troops had already been killed in this area by treacherous elements, namely German paratroopers dressed in Dutch uniforms and farmer overalls, so there was no fighting against that.
If it had been a fair fight, we would not have hesitated to support our comrades despite our fatigue.
So we were prepared to depart towards the battlefield, or rather killing field, when my friend Cees Daemen came with the news that the capitulation was a fact. But that was not enough for our Captain, who insisted we depart for our post. He came up with all sorts of ideas to get us to move on, or to remove the dead and wounded. But nothing worked. We refused to leave with the German troops ahead of us and behind us Dutch troops. If we turned back for attach, we would be in firing line.
Capitulation: to stop fighting in a war and accept that you are defeated.
Er kwam al beweging in de gelederen.
De voorste sectie had zich er al bij neergelegd om naar het front op te rukken, maar de achterste bleef staan. Dat was een benauwd half uurtje.
Net toen we op het punt stonden allemaal naar het front te vertrekken waar we een zekere dood tegemoet gingen, kwam er een auto met witte vlag met de ordonnance (verklaring) dat de oorlog werkelijk gestaakt was. Tot grote opluchting van onze compagnie die een ware opgekropte vreugdeuitbarsting liet horen. Niet omdat wij bang waren te vechten, maar tegen verraad viel niet te vechten.
Ons land was in de oorlog aan de verraders der N.S.B. overgeleverd. Dat wisten we. Maar we wisten niet of een man in een uniform, of een boerenoverall, een vijand was of een vriend. Een rare strijd. Maar onze vreugde was dat we na 5 dagen weer konden eten en slapen. Dat hadden we niet te veel gedaan in die 5 dagen, ook al door de slechte organisatie in het leger. Maar dat waren we spoedig vergeten. We moesten ons opstellen en vertrokken naar een verzamelplaats.
There was movement in the ranks.
The front section were resigned to march to the front, but the ones at the rear stayed put. That was a difficult half hour.
Just as we were about to leave to the front where we would meet our certain death, a car arrived with a white flag with the statement that the war had actually ceased. To the great relief of our company, who let out a long held outburst of emotions. Not because we were afraid to fight, but you can not fight against betrayal.
N.S.B. De Nationaal-Socialistische Beweging. Een politieke partij die van 1931 tot 1945 bestaan heeft. NSB wilde een ‘gezonde volksgemeenschap’, waarmee men bedoelde een Nederland zonder democratie, vakbonden, en klassenstrijd.
During the war our country was in the hands of the traitors of N.S.B. That much we knew. But we did not know if a man in a uniform, or farmer overalls, was the enemy or a friend. A strange fight. But we were pleased that after 5 days we could eat and sleep again. This we had not been able to do much of during those 5 days, also because of the poor organization of the army. But that was soon forgotten. We had to line up at our assembly point.
N.S.B. The National Socialist Movement. A Dutch political party which existed between 1931 to 1945. NSB wanted a ‘healthy national community’, by which they meant a Netherlands without democracy, unions, and with class warfare.
Daar werd een toespraak gehouden door bataljons Commandant Majoor Groeneveld, bijenaamd Grumpie.
Hij was weliswaar hard voor ons geweest is, maar toch een dapper soldaat bleek te zijn.
Hij vermeldde ons in zijn toespraak:
“Ik dank jullie, soldaten, allen hartelijk voor uw betoonde moed. Het heeft niet aan jullie gelegen, mannen, maar er bleken een stelletje verraders aan het hoofd te staan, waar menigeen voor gevallen is. Ik weet stellig, ware dit een eerlijke strijd geweest, hadden jullie laten zien wat een Nederlandse soldaat kan. Maar helaas, het heeft niet zo mogen zijn, maar allen feliciteer ik jullie met jullie behoud.
En laten we deze dag, 15 mei, niet vergeten, maar denk ieder jaar op deze dag wat wij hier meegemaakt hebben.
We zijn als het ware, niet in de strijd geweest, maar wat wij meegemaakt hebben, is niet gauw te vergeten.”
Hij eindigde met een driewerf hoera voor generaal Winkelman.
Battalion Commander Major Groeneveld, nicknamed Grumpy, was giving a speech. Although he had been hard on us, he turned out to be a brave soldier.
He told us in his speech:
“I thank you, soldiers, thank you all for your bravery. It was not your fault, my men, but it turned out that a group of traitors were at the helm, which many had fallen for. I know with certainty, if had it been a fair fight, that you would have shown what a Dutch soldier can do. But unfortunately it was not to be, but I congratulate all of you for your perseverance.”
And let's not forget this day, May 15th, but think back every year on this very day what we have experienced.
We have not been, as it were, part of the fight, but what we have experienced here is not soon to be forgotten.” He finished with three cheers for General Winkelman.
EVEN RUST MAAR NIET
VOOR LANG
Na de toespraak moesten we onze wapens en munitie inleveren. Daarvan verlost gingen we weer verderop naar onze legerplaats, een grote boerderij.
Ik wist nog gauw een bus gehakt te bemachtigen en een paar beschuiten. Na die eerst opgegeten te hebben, liet ik mijn voeten verbinden waar zich grote blaren op vertoonden. Na dit gebeuren lekker opgefrist onder de pomp.
Maar tussen al die bedrijven door had ik Wim Bruins al gemist. Ik haalde mijn dekens van mijn rugzak. Cees Daemen ook en Jan van de Boer. Toen ging ik op zoek naar Wim Bruins, die ook al voor de capitulatie verdwenen was. Na een half uur gezocht te hebben kwam hij het boerenerf oprijden met een fiets die vroeger naar een andere baas geluisterd heeft. Maar dat deed er in die dagen niet erg toe.
Na elkaar geluk gewenst te hebben met ons behoud liepen we naar binnen, waar we gezamenlijk: Cees
Daemen, Jan van de Boer, Wim Bruins, wat mijn beste vrienden waren, en ik onder de dekens kropen. Lekker warm met zijn vieren naast elkaar op het stro wisten we na 5 minuten niet meer wat wij de laatste vijf dagen meegemaakt hebben.
SOME REST BUT NOT FOR LONG
After the speech we had to hand in our weapons and ammunition. Freed from that we moved on to our army camp, a large farm.
I managed to quickly grab a jar of mince and a few biscuits. After having eaten, I had someone look after the large blisters on my feet. After this I freshened up under the pump.
All the while I had missed Wim Bruins.
I pulled my blankets from my backpack. So did Cees
Daemen and Jan van de Boer. Then I went looking for Wim Bruins, who had already disappeared before the capitulation. After looking for half an hour, he cycled into the farmyard on a bicycle which surely had a different owner before. But that did not matter much in those days.
After having wished each other well with our lot, we went inside, where we: Cees Daemen, Jan van de Boer, Wim Bruins, who were my best friends, and I, crawled together under the blankets. Nice and warm with the four of us side by side on straw, and after 5 minutes we did not remember what we had experienced in the last five days.
Om 8 uur kropen we in bed en na de hele nacht zonder kanongebulder geslapen te hebben, kwamen we 's morgens half 10 uit bed.
De zon scheen lekker. We waren uitgeslapener dan ooit te voren. Na ons heerlijk verfrist te hebben werden we onthaald met een fles melk van de boerin en een brood uit de keuken. Daar we nog gehakt over hadden van de vorige dag hadden we zodoende ons eerste behoorlijke ontbijt en verwend door het mooie weer wisten we niet hoe of we het hadden. Eindelijk weer rust gevonden.
Na dat ontbijt kregen we pap uit de keuken en koffie voor de veldfles. We werden ook nog getrakteerd op sigaren en sigaretten.
We moesten ons geweer en bajonet aan de wagen inleveren, daar werd onze uitrusting heel wat lichter door. En toen hadden we ons mooiste ogenblik: we lagen lekker te roken onder de appelbomen, heerlijk elkaars belevenissen te vertellen en adressen op te geven, opdat we elkaar toch maar niet zouden vergeten.
Toen moesten we de rugzakken omhangen en vertrokken welgemoed naar Utrecht, niet te weten wat ons daar te wachten stond. Geen oorlog, maar nieuwe onaangenaamheden.
We crawled into bed at 8 o’clock and after a whole night sleep without the sound of gun fire we got up out of bed at half past nine in the morning.
The sun was shining. We were more rested than ever before. After feeling wonderfully refreshed, we were treated with a bottle of milk from the farmer’s wife and bread from the kitchen. As we had some mince left over from the previous day, we had our first decent breakfast and were spoiled by the lovely weather. We did not know how good we had it. Finally we found peace again.
After that breakfast we were given porridge from the kitchen and coffee for our flask. We were also treated to cigars and cigarettes.
We had to return our rifle and bayonet to the car, which made our equipment a lot lighter. And then we had our finest moment: lying under the apple trees, smoking, happily telling each other of our experiences and to share our addresses, so that we would not forget each other.
Then we had to put our backpacks on again and departed with lighter hearts to Utrecht, not knowing what would be waiting for us. No war, but new unpleasantness.
Onze reis was naar de Kromhout kazerne alwaar we ons nieuwe onderkomen gingen bewonen. Daar werd ons verteld dat het niet voor lang zou zijn, maar helaas, het zou langer duren dan wij wel wensten. Het was dus 15 mei 1940 dat we daar introkken, alwaar we met Duitse soldaten op wacht moesten. Wat onnodig was, want ons geweer, wat we dan weer van de Wehrmacht kregen (Hollandse geweren) waren weliswaar geladen met 1 patroon, doch verzegeld.
Maar we schikten ons maar weer daarin, en zaten dusdanig met de Duitsers te praten over de toestand.
Vele soldaten verklaarden hierbij dat ze verachtelijk op de verraderlijke N.S.B.’ers neerzagen, die in hun ogen geen echte Nederlanders konden zijn. Waar wij natuurlijk grif mee instemden.
Enfin, zo ging dat week na week, en wij hoorden maar niet wanneer wij naar huis konden. Er gingen wel enkele groepen naar huis, dat waren tuinders en dergelijke, die niet uit de voedselvoorziening gemist konden worden. Wim Bruins was ook bij die groep, dus één van mijn grootste vrienden vertrok al naar huis. En ‘t eten was in die dagen ondragelijk geworden. Het brood was oud en beschimmeld. Het eten was ook droog en dus smaakte het nergens naar.
Our journey was to the Kromhout barracks in which we took up our new residency.
There we were told that it would not be for long, but unfortunately, it would take longer than we wished for. It was May 15th 1940 when we moved there, we had to share the guard with German soldiers, which was unnecessary. Our guns, which we received from the Wehrmacht (Dutch guns) were loaded, but with one cartridge, and sealed.
But we settled into it, and talked with the Germans about the state of affairs. Many soldiers said that they looked down with contempt on the treacherous N.S.B.’ers, which, in their eyes were not proper Dutch men. Which we of course readily agreed with.
So, this is the way it went week after week, and we heard nothing about when we could go home.
A few groups did go home, gardeners and the like, who could not be missed from the food production. Wim Bruins was also in that group, so one of my greatest friends left to go home. The food had become unbearable in those days. The bread was old and mouldy. The food was dry, so didn’t taste like anything.
D. Kokker en ik gingen iedere avond de stad maar in om daar nog wat te eten om ons op krachten te houden. Dat was onze dank nou!
En in één van die dagen gingen berichten over de radio dat natuurlijk verschillende troepen behouden waren.
En ook dat troepen niet meer bestonden. Zo werd ook ons onderdeel genoemd: dat wij allen waren gesneuveld.
Wij waren daar zeer ongerust over, niet om onszelf, wij wisten wel beter, maar als het onze familieleden ter oren kwam, zaten die in nog grotere zorg.
Maar gelukkig, enkele dagen later ging er een bericht over de radio dat onze afdeling nog geheel in tact was gebleven en dat we allemaal gezond waren. Dat was een opluchting.
Intussen zaten we al 14 dagen in de Kromhout kazerne en nog geen bericht wanneer we konden vertrekken. We waren nog steeds krijgsgevangenen, maar ja, eindelijk kregen we weer bericht, maar niet gunstig. We moesten weer verhuizen naar kamp Waterloo in Leusden, waar ons nieuwe onaangename avonturen stonden te wachten.
D. Kokker and I went into the city every evening to find some food to keep our strength up. That was our thank you!
And on one of those days we heard reports on the radio that some troops were detained. And also that some troops no longer existed. Our department was also mentioned: that we had all been killed.
We were very worried about that, not for ourselves, we knew better, but for our family members on hearing this, they would have felt even greater concern. But fortunately, a few days later there was a message on the radio that our group was still complete, that we were all healthy. That was a relief.
Meanwhile, we were already 14 days in the Kromhout barracks and no message when we could leave. We were still prisoners of war, but yes, finally we got word, but not favourable. We had to move to camp Waterloo in Leusden, where new unpleasant adventures were waiting for us.
1940
… ondertussen had mijn moeder kennis gemaakt met Mevr. Duijn. Ze dronken koffie met elkaar. Ook gingen ze samen naar de tandarts in Haarlem voor een gebit.
Jan, haar zoon, was lid van een mannenkoor De Eendracht in Velsen, en maakte moeder een donateur. Zo kwam hij dan ook donatie-geld ophalen.
Hij vroeg mij op een keer om mee te gaan naar een uitvoering van het koor, zijn familie ging ook mee. Het was een mooi concert. Na afloop was er dansen.
Jan kon niet dansen, ik heb toen heerlijk gedanst. Later bestelde Oma Duijn een taxi, en wij naar huis.
Op Munnikenweg 92* stopt de taxi, ik er uit. Jan bleef zitten. Zo verlegen was hij.
Jan moest in dienst voor zijn nummer. Hij kwam, als hij weer weg moest naar de kazerne, een gulden ophalen bij mijn moeder. Die jongens kregen in dienst f1.10 per week.
* Jan woonde op Munnikenweg 133
1940
... Meanwhile my mother had met Mrs. Duijn. They drank coffee together. They also went to the dentist in Haarlem for dentures.
Jan, her son, was a member of the choir De Eendracht (The Harmony) in Velsen, and made mother a subscriber. He would come over to collect the donation money.
At some point he asked me to go to a recital of the choir, his family was also going.
It was a great concert. Afterwards there was dancing.
Jan could not dance. I had a great night dancing.
Oma Duijn ordered a taxi to go home again. At Munnikenweg 92*, the cab stops, I got out. Jan stayed in the taxi. That is how shy he was.
Jan was drafted for the army. When he had to go back to the barracks, he’d stopped by to collect a guilder from my mother. These young men were paid f1:10 per week.
* Jan lived at Munnikenweg 133
1942
Zo de oorlog toestand werd steeds erger. Wij gingen op een Zondag middag fietsen, richting Assendelft. We zijn op de Communicatie weg, en ineens een gevecht boven ons hoofd, van een Engels en 2 Duitse vliegtuigen. De Engelse werd geraakt en duikt. Wij schuilen onder een boom met nog 2 andere mensen. Stom hoor. Zo’n boom geeft toch geen bescherming…
Maar aan de overkant van de weg valt een motor en nog wat op het veld. Waar zo gauw die Duitse militairen vandaan kwamen weet ik niet. Later hoorden wij dat een Engelse vliegenier op het dak van de Protestantse
Kerk terecht was neer gekomen.
Wij zijn na dat ‘exident’ maar naar huis gegaan. ***
Je mocht later niets mee. Niet meer dansen, geen zang clubs, alleen Duitse films (wel mooi). Nu deed mijn moeder wel eens de hele kamer leeg halen, het vloerkleed er uit. En er werden vrienden uitgenodigd, meest van mijn broer Gerard, en maar dansen, met muziek van af de grammofoon.
1942
The state of war was getting worse. On a Sunday afternoon we went for a bicycle ride towards Assendelft. We were at the Communicatie Weg (road), and suddenly there was a battle over our heads. An English and two German planes. The English one was hit and dived. We sheltered under a tree with 2 other people. Stupid. A tree won’t give much protection ... Across the road we saw an engine and some parts fall onto the field. Where the German military came from so quickly, I do not know. Later we heard that an English pilot had landed on the roof of the Protestant Church. We went home after that incident.
***
Later, you were not allowed to do anything. No more dancing, no choirs, only German films (they were beautiful). Now, my mother occasionally cleared out the whole living room, even the carpet. Friends were invited, mostly my brother Gerard’s, and just danced to music from the gramophone.
VERKERING
Jan had mij al menig keer gevraagd, maar ik zag het niet.
De 5 dagen oorlog! Hij was in de omgeving van de Grebbeberg vertelde zijn moeder. Later werden ze als krijgsgevangenen naar Den Helder verplaatst. Ik schreef hem een brief en vertelde dat ik het fijn vond voor hem dat hij de 5 dagen overleefd had. En onderaan schreef ik, een kus van mij.
Nu dacht Jan dat ik verkering wilde… maar ik had een vriendje. Je gaf ‘n jongen, als hij je thuis bracht van dansen ook wel eens een kus! 1942
Eind Mei. Jan heeft gewonnen. Verkering.
2 Juni op verjaren bij zijn moeder. Kennis gemaakt met Wim en zijn vrouw Geert.
3 Juni ik jarig. Boek gekregen van Jan Het Spiegeltje van Ina Boudier Bakker.
4 Juni Jan jarig.
COURTSHIP
Jan had asked me many a time, but I did not ‘see’ it.
The five days of war! He was in the vicinity of the Grebbeberg his mother had told me. Later they were moved to Den Helder as prisoners of war.
I wrote him a letter and said that I was happy for him that he had survived the five days.
At the bottom I wrote, a kiss from me.
Now Jan thought we were dating ... but I had a boyfriend. You gave a friend, when he brought you home from dancing, sometimes a kiss too!
1942
The end of May. Jan has won. We are going out. 2nd birthday celebrations at his mother’s. Met Wim and his wife Geert.
3rd June my birthday. Got a book from Jan Het Spiegeltje van Ina Boudier Bakker.
4th June Jan’s birthday.
Het Spiegeltjy: The small mirror


WOENSDAG 3 JUNI 1942
2/3 terug betalen van fl 1863 = 1240
Onkosten Vroom en Dreesman
2 pantalons a 195 f390. 22p**.
1 werkjas Blauw f 300 21p. f 750 41p.
Onkosten Stoutenbeek
6 witte zakdoeken a 22 f 132 6p.
Onkosten de Zwart
1 bl. Werkjas f590 21p.
1 Gr. overhemd f390 20p.
Totaal
Vr.en Dr. f750 41p.
Stoutenb. f132 6p. de Zwart f980 41p. f1862 88p.
**Punten uit Bon-boekje?
WEDNESDAY 3 JUNE 1942
2/3 to be paid back van fl 1863 = 1240
Expenses Vroom en Dreesman*
2 pairs of trousers a 195 f390. 22p**.
1 work coat blue f300 21p. f750 41p.
Expenses Stoutenbeek*
6 white handkerchiefs a 22 f132 6p.
Expenses de Zwart*
1 blue workcoat f590 21p.
1 Grey shirt f390 20p.
Total
Vr.en Dr. f750 41p.
Stoutenb. f132 6p. de Zwart f980 41p. f1862 88p.
* Names of shops
*Points from ration-book?

LEIPZIG 1943
Tijdens het werken aan dit boek heb ik (Corina) geprobeerd om de geschiedenis te achterhalen van het Juni ‘43 treinkaartje naar Leipzig, uit Miep's plakboek en het adres in Jan's dagboek.
Peter:
... alles wat ik weet is dat hij een nacht door de Duitsers werd opgepakt en naar dit kamp gebracht werd om als een metaalbewerker te werken. Waarschijnlijk voor het maken van tanks of een andere wapens. Voor hoe lang, ik weet het niet, waarschijnlijk minder dan een jaar.
Op het moment dat hij werd opgepakt (hij ging al uit met Ma) beloofde hij aan Ma, ik zal thuis zijn voor je verjaardag, dat gebeurde ook. Ik weet niet hoe ... Hij ontsnapte op een of andere manier.
... Een van de theorieën die worden verspreid, is dat Jan speelde dat hij ernstig ziek van heimwee was.
LEIPZIG 1943
While working on this book I (Corina) tried to find out the story of the train ticket from June ‘43 to Leipzig from Miep’s scrapbook, and the address written in Jan’s diary.
Peter:
... All I know is that he was picked up one night by the Germans and brought to this camp to work as a metal worker. Probably making tanks or some other type of weapons. For how long, I do not know, probably less then a year.
At the time he was picked up (he already went out with Ma) he promised Ma, I will be home for your birthday, which he did. I do not know how ... He escaped somehow.
... One of the theories that are circulated is that Jan played up that he was extremely ill from homesickness.

LIJSTEN UIT OORLOG-DAGBOEK LISTS FROM WAR-DIARY
Onderkleren
2 korte pantalons
2 hemden
Bovenkleren
2 broeken
2 jassen
4 p. sokken
1 slipover
1 trui
1 das
1 stropdas
3 Overhemden
2 p. schoenen
1 Overal
1 Bl. werkjas
6 zakdoeken
1 p. b. handschoenen
2 bloknoten a 50 vel = 100
2 dozen enveloppen
1 kerkboek
1 vademecum *
2 jampotten
1 suikerbuisje
1 roman klein, Levenslang
1 drink kruikje
1 lepel vork, mes
1 eet schaaltje
1 langhals vulpeninkt
2 stukjes waschzeep
2 stukjes scheerzeep
1 scheerkwast
1 apparaat en 10 mesjes
1 scheerdoosje rood
1 zeepdoosje
1 groen tabaksdoosje
totaal 23 stuks
* Een handboek die altijd bij de hand wordt gehouden voor advies.
Underclothes
2 short trousers
2 vests Outerwear
2 pairs of trousers
2 coats
4 p. of socks
1 slip-over
1 sweater
1 scarf
1 neck-tie
3 Shirts
2 p. shoes
1 pair of overalls
1 Bl. work coat
6 handkerchiefs
1 p. b. gloves
2 noteblocks a 50 sheerts = 100
2 boxes of envelops
1 Bible
1 vademecum *
2 jam-jars
1 sugar tube
1 novel small, Levenslang
1 mug
1 spoon, fork, knife
1 dish
1 bottle of writing ink
2 pieces of soap
2 pieces of shaving soap
1 shaving brush
1 razor and 10 blades
1 shaving box, red
1 soap box
1 green tobacco box
total 23 pieces
*A handbook that is kept constantly at hand for consultation.

Wasgerei
scheerdoos met inhoudende
2 stukjes scheerzeep
1 scheerkwast in koker
1 scheer apparaat
1 pakje scheermesjes 10 stuks
1 tube scheerzeep
1 zeep doosje
1 tandenborstel
1 tube tandpasta
3 handdoeken
Eetgerei
2 jampotten
1 suikerbuisje
1 lepel, vork en mes
1 eetschaaltje
1 theekruikje
1 leren broodzak
1 katoenen broodzak
Schrijgerei
2 Bloknoten a 50 vel
1 langhals vulpeninkt
1 vulpen
1 vulpotlood
1 inktgum
Diveren
1 Kerkboek
1 handleiding
1 Rozenkrans in etui
1 beeldje in etui
1 Roman, klein. Levenslang
1 groen tabaksdoosje
1 combinatie tang
1 cigarettenkoker
2 sloten met sleutels
Toiletries
shaving box containing
2 pieces of shaving soap
1 shaving brush in case
1 razor
1 packet of 10 razor blades
1 tube of shaving soap
1 soap box
1 toothbrush
1 tube of toothpaste
3 towels
Eating utensils
2 jam-jars
1 sugar tube
One spoon, fork and knife
1 dish
1 mug
1 leather bread-bag
1 cotton bread-bag
Writing equipment
2 Note books a 50 sheets
1 fountain pen ink bottle
1 fountain pen
1 pencil
1 eraser
Miscellaneous
1 Bible
1 manual
1 Rosary in pouch
1 relic in a pouch
1 novel small. Levenslang
1 green tobacco box
1 set of pliers
1 cigarette tube
2 locks with keys


EVACUATIE
23 September 1944 moesten we evacueren.
Heel Beverwijk moest leeg. Wij namen onderdak bij de Familie De Bruijne. Wat kleren mee, beddengoed, winter voorraad, en inmaak. Wij waren daar met 17 personen. Vader, Moeder en Corry sliepen in de voorkamer (kermisbed). De jongens op de zolder. Nelie en ik in een kamertje.
Willem de kostganger en Ome John uit Belgie in het andere kamertje, De Bruine in de slaapkamer beneden.
Ieder had z’n eigen taak. Juffouw de Bruijne kookte op het fornuis. Moeder maakte schoon enz. Nelie en ik werkten in Beverwijk. Soms deed Vader klusjes bij boeren in ruil voor wat eten.
‘S avonds allemaal gezellig om de tafel. De olie lamp aan. We moesten klusjes doen zoals sokken stoppen, die hadden op het laatst allerlei kleuren. Een model zat er ook niet meer in. Nelie en ik maakten er wel eens grapjes over. Werd Juffrouw de Bruijne kwaad.
Zondags kwam Jan en Barend Bruins, Nelie’s vriend, er ook nog bij.
EVACUATION
We had to evacuate on September 23rd 1944.
All of Beverwijk had to move out. We found shelter with Family De Bruijne. We brought a few clothes, bedding, food supplies, preserved foods. We were there with 17 people. Father, Mother and Corry slept in the front room (field beds). Boys in the attic. Nelie and I in a small room.
William the lodger and Uncle John from Belgium in the other room, De Bruine in the downstairs bedroom.
We all had our own task. Misses De Bruijne cooked on the stove. Mother cleaned etc. Nelie and I worked in Beverwijk. Sometimes Father did chores by farmers in exchange for some food.
At night, all cozy around the table. Oil lamp lighting. We had to do jobs like darning socks, which in the end had all sorts of colours. The shape resembling a sock was gone. Nelie and I made jokes about this sometimes. This annoyed Misses De Bruijne.
On Sundays Jan and Barend Bruins, Nelie's friend, were also present.
HOME
5 Maart gingen we terug naar huis...
De familie die in ons huis zat, had ‘n ander onderkomen gevonden. Nu moest ik naar de gaarkeuken om wat soep te halen (nou ja, soep), er was soms wat groente te krijgen.
Jan kwam soms iedere avond een potje kaarten, al moest je om 8 uur binnen zijn. Hij stak de straat over. Achter de overburen waren groente tuinen en zo kwam hij thuis.
VREDE
5 Mei 1945. Vrede. Wat een feest.
6 Mei. Wij gingen naar de Breestraat waar de Canadezen aankwamen. We kregen grote blikken bisquit en blikken Corned Beef.
Later in Mei was er in het veiling gebouw dansen met muziek ala Glen Miller. Ik ga dansen met een Canadees.
“You like cigarettes?” Oh ja! Jan blij. Zo had ik wat voor hem, en chocolade voor mij!
HOME
5 March we went back home ...
The family who had stayed in our house, had found other accommodation. I had to go to the soup-kitchen to get some soup (if you could call it soup?), at times we could get some vegetables.
Jan came almost every evening for a game of cards, although you had to be inside by 8 pm. He crossed the street. There were vegetable gardens behind the neighbour’s houses, that is how he’d make it home.
PEACE
5 May 1945. Peace. What a relief.
6 May. We went to the Breestraat where the Canadians were arriving. We got large tins of biscuits and tins of Corned Beef.
Later in May there was dancing in the auction houses, with music ala Glen Miller. I danced with a Canadian.
"You like cigarettes?” Oh yeah! Jan happy. So I had something for him, and chocolate for me!
BADHUIS
... Maar eerst moesten we allemaal, heel Nederland, naar het badhuis. Kregen we een behandeling tegen scabies. Ik had voor Oma Duijn een hemd en onderbroek gemaakt van een rood-wit gestreepte beddentijk. Het was net een clown. Maar heel schoon. Je moest schoon ondergoed meenemen. Je werd met bruine pasta ingesmeerd en dan onder de douche. Dat gebeurde in het badhuis. Van de left-over van die beddentijk heb ik nog een jurkje gemaakt voor Corrie Duijn.
BATHHOUSE
... But first we had to, the whole of the Netherlands, go to the bathhouse where we received treatment for scabies. I made a vest and underpants for Oma Duijn from a red and white striped bedsheet. A bit like a clown. But very clean. You had to bring clean underwear. You were plastered with brown paste and then put under the shower. That happened in a bathhouse. From the left-overs of that sheet I made a dress for Corrie Duijn.


Jan & friend Kosse
EEN HUIS
Wij hadden al drie jaar verkering en wilden trouwen, maar er was geen woning. Daarom maar trouwen voor de wet (4 Mei 1944) misschien dan eerder een huis. Jan had in begin December 1945 een zwerende vinger, kon toen niet werken. Hij ging iedere dag naar de het huisvestingsbureau. Eens zij hij: “Nu zijn we al een tijd getrouwd, maar mijn vrouw woont bij haar ouders op Munnikenweg 92, en ik op Munnikenweg 133 bij mijn ouders.” Ineens hadden we twee adressen: Een als inwoning en die andere was ‘n vrij bovenhuis. Nu dat was leuk, uitzicht op De Meer. Een Slaapkamertje, WC, en een soort keuken. Het moest eerst uitgemest worden, maar met man en macht ging dat wel. Oma Duijn zag het en zei “je hoeft hier niet in hoor.” Maar we hebben er toch 5 jaar gewoond. Het was wel behelpen soms. er was een klein halletje beneden. Eerst hingen onze fietsen daar aan het plafond, later de kinderwagen, de fiets op je nek naar boven enz. Toen nummer 4 (Hans) zich aankondigde in 1951, wist ik niet meer waar er een slaapplaats voor hem zou zijn. Maar god zij dank, we kregen een mooi huis in de van der Palstraat. De huur 7 gulden per week. De Meer was 2,50, maar we kwamen daar wel overheen. We waren blij.
A HOUSE
We had been dating for three years and wanted to get married, but there was no house. That’s why we had a civil marriage (4 May 1944) maybe we would get a house quicker. Jan had a infected thumb in early December 1945, and was unable to work. He went every day to the housing office. One day he said: "We have been married for a while, but my wife lives with her parents at Munnikenweg 92 and I at Munnikenweg 133 with mine." Suddenly we were offered two addresses: One would be as boarders, and the other one was an independent loft apartment. Now that was lovely, with view of De Meer (Quay). One small bedroom, WC and a kind of kitchen. It had to be cleaned out first, but was done with lots of help. Oma Duijn saw it and said "you do not have to take this." But we lived there for five years. It took improvisation at times. There was a small hallway downstairs. At first our bikes hung from the ceiling, later the pram, you had to bring your bike on your neck upstairs, etc.
When number four (Hans) was on his way in 1951, I did not know where I’d find a place for him to sleep. But thank God, we got a nice house in the van der Palstraat. Rent 7 guilders a week, De Meer 2.50, but we managed. We were happy.

Bovenhuis is rechts naast het witte huis/ Loft apartment is on the right of the white house. Image from www.beverwijkprentenkabinet.nl

10 JANUARI 1946
Trouwen. Het was stralend weer, mooi winter weer.
Jan had een koetsje besteld. Dat vonden wij leuker dan een taxi. Jan had het trouwpak van Wim aan. Dat was mooi van Geert (Wim’s widow) dat ze dat gaf. Wim was in Duitsland gestorven.
De pijpen waren iets te kort maar Jan liet de broek wat zakken dan zag je het niet. Ik had via ‘n nicht van Vader, Tinie Kleijne, die bij Stoutenbeek werkte een mooi mantelpakje kunnen kopen. Een witte bloese, en schoenen van Tante Truus.
Om 10 uur de kerkdienst. Ook een rijtuig voor de ouders, de rest maar lopen. Geert was met de 2de koets.
Een nicht van mij, Wil Groen zorgde voor de koffie enzovoorts. ‘s Avonds een broodje, cadetjes en krentebrood. Ik ging Wil even helpen in de keuken, zakken we door de vloer, die was al een tijdje rot. Moeder had van zwarte bessen nog een drankje kunnen maken. Om een uur of tien afscheid, en onder geleide van mijn broers Gerard, Lou en Piet, naar De Meer. Ons eigen huis.
10 JANUARY 1946
Wedding Day. It was gorgeous weather, beautiful winter weather. Jan had booked a carriage. We preferred that over a taxi. Jan was wearing Wim’s wedding suit. That was kind of Geert (Wim’s widow) to give him that. Wim had died in Germany.
The trouser legs were a bit short but Jan let the trousers down a little so you wouldn’t notice. I was able to buy a nice suit via my Father’s niece Tinie Kleijne, who worked at Stoutenbeek. A white blouse and shoes from Aunt Truus.
Church service at 10am. Also a carriage for the parents, but the rest had to walk. Geert was with the 2nd coach. A cousin of mine, Wil Groen looked after the coffee etc. In the evening we had sandwiches, buns and currant bread. I went to help Wil in the kitchen, and we fell through the floor, which was rotten.
Mother made a alcoholic drink from blackcurrants. At about ten we departed, and walked under guidance of my brothers Gerard, Lou and Piet, to De Meer. (Quays) Our own house.
Wim was Jan’s eldest brother. He died 23 May 1945 in Germany. Wim was Jan’s oudste broer. Hij was op 23 May 1945 overleden in Duitsland.

Corrie, Jan, Theo, Henk, Annie Duijn Piet, Corry, Gerard, Miep, Lou, Wim Kleijne


Miep Joop
Ina Kees Peter Jan Hans 1956 and much later ... Corina (1962)

CANADA
1953
Corry en Dirk emigreren naar Canada. Vader, Jan en ik brengen ze weg met de trein naar Rotterdam. Ze gingen met de ‘Maasdam’, maar de boot had vertraging dus wij hebben ze niet weg zien varen. Moeder was niet mee, dat kon ze niet aan, ze dacht ‘die zie ik nooit meer...’
1965
Vader en moeder voor een jaar met de boot naar Canada. Tien dagen varen to Halifax, dan nog 5 dagen met de trein ... Een hele onderneming voor ze, ze spraken geen woord Engels. Na een half jaar kwamen ze thuis met het vliegtuig. Moeder hield het niet langer uit. Vader wel, maar die was veel aan het werk, metselen by Jan Bos. Zo heeft hij ook de reis terug verdiend.
1971
Hemelvaartsdag. Peter emigreerde naar Canada.
1972
Juni: Naar Canada voor 4 weken. Peter was ook over gekomen uit White Horse, Yukon, Hij had er 3 1/2 dag over gedaan. Het was een onvergetelijke maand. Veel gezien. Veel meegemaakt.
CANADA
1953
Corry and Dirk immigrated to Canada. Father, Jan and I brought them by train to Rotterdam. They went on the ‘Maasdam’ but as the boat was delayed we did not see them depart. Mother did not come,she could not cope with it, she thought ‘I will never see them again...’
1965
Father and mother went for a year by boat to Canada. Ten days sailing to Halifax, then five days by train ... A huge undertaking for them, they did not speak a word of English. After six months they came home by plane. Mother wanted to come home. Father was ok. He had a lot of work, bricklaying by Jan Bos. That is how he earned the trip back.
1971
Ascension Day. Peter emigrates to Canada.
1972
June: To Canada for four weeks. Peter joined us from White Horse, Yukon, he had traveled for 3 1/2 days. It was an unforgettable month. Seen lots. Many experiences.


CANADA
Onze reis naar Canada is op een nogal vreemde manier tot stand gekomen.
Midden November 1971 reed ons aller buurman Bloem z’n auto in de prak, dat was nog niet zo erg, het was meen ik de vijfde al, maar die zelfde gedenkwaardige dag stond er al weer een andere voor de deur. De zesde wagen was nou net die druppel die de emmer van Miep deed overlopen. Om die reden zocht ze naarstig, uit pure nijd, de gewenste papieren op, en schreef, zonder ergens anders aan te denken, naar het N.K.V. die ook de reis naar Canada voor Vader en Moeder Kleijne hadden verzorgd. Ik wist van dit alles nog niets, en de volgende drie dagen ook niet. De daarop volgende dag werden de gevraagde gegevens bij ons in de bus gedeponeerd, en werden die zelfde avond, onder de aandacht van de totaal niets vermoedende Jan gebracht. Nadat Miep vertelde welke beweegredenen haar hier toe had gebracht, stemde ik volledig met toestemming uiteraard van Corina, want die moest mee, toe. We zijn aan het rekenen gegaan, en kwamen tot de conclusie, met een beetje scharrelen het komende half jaar, zou het best wel lukken.
N.K.V. Nederlands Katoliek Vakverbond
CANADA
Our trip to Canada came about in a rather strange way.
Mid November 1971 our neighbour Bloem crashed his car, that was not so bad, but it was I think the fifth time already, but that same memorable day there was a replacement already parked outside his door. The sixth car was just the last straw for Miep. For that reason, she diligently explored, out of jealousy, the required papers for travel to Canada. She wrote, without thinking about anything else to N.K.V. who also organised the travel to Canada for Father and Mother Kleijne.
I knew nothing of all this, nor for the next three days. The following day the requested forms were deposited through our letter box, and were that same evening, brought to the attention of the totally unsuspecting Jan.
When Miep told me the reasons which had brought her to this, I agreed completely, with permission from Corina, because she had to come too.
We started to do the sums, and concluded with a bit of scraping over the next six months, we could manage it.
N.K.V. Dutch Catholic Workers Union

Christmas 1976
Jan Peter Linda Hans Miep Marco
Ina Piet Jenny Kees
Corina Joop

Peter Corina Kees Miep
Hans Joop

MOEDER
Moeder met je schaar, knip- knap, Happend door de lange lap, Zie ik je vriendelijk, flink gezicht, Glanzend onder ‘t lampelicht, denk ik, hoe je levenslang, hebt geknipt, gestukt, gemeten, menigmaal gekeerd en bang, lang getuurd op ‘t kaal- versleten.
Moeder, als je uit ouwe brokken wrochten kon het nieuwe stuk, en vergeten al je wrokken in een glimlach van geluk.
Moeder, ouwe tovenaar kon ik maar met mijn gedichten zoveel snuitjes blij doen lichten als jij steeds het steeds deed met je schaar.
Marie W. Vos
Een gedichtje dat Ma had overgeschreven in een van haar gedichtenboeken.
MOTHER
Mother with your scissors, chop-chop, Cutting through the long sheet, I see you friendly, brave face, Shining in the light of the lamp I think how throughout your life, you cut, mended, measured, often reserved and afraid, prolonged staring at the bald-patch.
Mother, if you, from old pieces brought forth the new, and forget all your grudges with a smile of happiness.
Mother, old wizard I wish I could with my poems bring light to many faced as you always always did with your scissors.
Marie W. Vos
A poem which Ma had copied into one of her many poetry books.
GELUID
Het staat daar
Geen geluid
Ze wacht
Op geluid
Ze loopt voorbij
Hoort ze wat?
Nee
Tevergeefs
Een teken
Geen geluid
Stil
Ze wacht
Tevergeefs
Dan!
Een stem
Een vreemde
Ze praat
Haar gedachten
Weer niet!
Tevergeefs
De uren, dagen
Verstrijken
Ze wacht op het juiste geluid.
It stands there
No sound
She waits
For sound
She walks past
SOUND
Did she hear something?
No
In vain
A sign
No sound Silence
She waits
In vain
Than!
A voice
A stranger
She talks Her thoughts Nothing! In vain
The hours, days Pass by She waits for the right sound.

Peter Kees Ina Hans Joop Een Zondag in Mei 1957/A Sunday in May 1957
PETER
HERINNERINGEN
Het eerste wat ik me herinner is toen Pa alleen mij naar de Luxor bracht om de film Ben Hur te zien.
Ik moet ongeveer 12 of 13 geweest zijn. Tot vandaag weet ik niet wat de reden was om alleen met mij naar deze film te gaan. Misschien was er iets gebeurd thuis wat ik niet mocht weten.
Wat ook in mijn geheugen geschrift staat is toen we de busreis naar Praag maakten, om de voetbal wedstrijd tussen Ajax en Dukla Praag te zien, voor de Europa Cup (die we verloren 2-1), maar de ervaring was erg leuk.
MEMORIES
The first thing I remember was when Dad brought me to see the movie Ben Hur in the Luxor.
I must have been about 12 or 13. Up to this date I do not know what the reason was to go only with me to see this movie. Maybe something happened at home which I was not suppose to know.
Also what really stands out in my memory is when we took the bus ride to Prague, to see the soccer game between Ajax and Dukla Prague for the European Cup (we lost 2-1) but the experience was very nice.
Toen we kinderen waren (nog geen Corina) gingen we naar het strand op een zonnige zondag in Wijk aan Zee, en ik herinner me dat Pa alleen zijn sokken uitdeed, zijn broek een beetje opstroopte, wat zijn benen zo wit als melk liet zien en dat hij nog steeds zijn stropdas om had.
When we were kids (no Corina yet) we all went to the beach on a sunny Sunday in Wijk aan Zee, and I remember Dad only took his socks of, rolled up his pants a little, to show his legs as white as milk and was still wearing his neck tie.
Toen ik na mijn reis naar Midden-Amerika thuiskwam voor de kerst, herinner ik me dat Pa thuis kwam voor lunch dezelfde ochtend dat ik was aangekomen.
Pa's gezicht was zo rood als een biet. Op dat moment denk ik dat hij al een zeer hoge bloed druk had.
Toen Kees en ik in Montreal woonde belden we naar huis op een zondagavond, gewoon om gedag te zeggen.
Dit was dezelfde avond dat Pa stierf.
Ongelooflijk maar waar.
When I came home for Christmas after my trip to Central America, I remember Pa arriving home for lunch the same morning I’d arrived.
Pa’s face was as red as a beet. At the time I think he already had very high blood pressure.
When Kees and I were living in Montreal we phoned home on a Sunday night, just to say hi.
This was the same night that Pa died.
Incredible but true.

Miep Peter Hans Jan Schiphol 1974

KEES
HET LUIKJE
Op een avond speelde Pa met al zijn jongens, Peter, Kees, Hans en kleine Jopie. Rondrennen door de woonkamer naar de keuken heen en weer. Doen wat vaders doen. Terwijl we allemaal rond rende, belandde Pa in de hal van ons klein huisje, en wij vieren waren in de woonkamer.
De hal en de woonkamer was gescheiden door een houten deur. We deden snel de deur achter Pa dicht, om hem in de gang te houden.
Pa met al zijn macht probeerde, zonder geluk, om de deur open te duwen. Wij duwde heel hard tegen de deur om Pa buiten te houden.
Na een tijdje leek het alsof Pa het had opgegeven en we ontspanden allemaal een beetje. Maar tot onze verbazing vonden we Pa nu ook terug in de woonkamer en hielp mee om de deur gesloten te houden. We keken over onze schouders en zagen Pa's hand op de deur.
Pa, zo groot als hij was, was geslaagd door het kleine doorgeefluik tussen de keuken en de woonkamer te kruipen. Hoe hij er doorheen gekropen is, is nog steeds een vraag. Misschien had Ma hem ingevet met boter en duwde hem door die kleine opening.
THE HATCH
One early evening when Pa was playing with all his boys, Peter, Kees, Hans and little Joop. Running around from the living room to the kitchen back and forth, to do what ever dads do. While we were all running around, Pa ended up in the hallway of our small house and all four of us were inside the living room. The hallway and living room was separated by a solid wooden door. We quickly closed the door behind Pa to keep him in the hallway.
Pa with all his power was trying to push the door open with no luck. We pushed as hard at the door to keep Pa outside.
After a while we felt that Pa had given up and we all relaxed a bit. But to our surprise we found Pa now also back in the living room helping to keep the door closed. We all looked over our shoulders and saw Pa’s hand on the door.
Pa, as big as he was managed to crawl through the tiny hatch between the kitchen and the living room. How he got through there is still a miracle today. Maybe Ma greased him with butter and helped push him through that small opening.
HERINNERINGEN
Wij hadden thuis een kat met de naam Loekie.
Een hele slimme kat. Pa had de deurhendel overeind gezet omdat Loekie de gewoonte had om tegen de hendel te springen en zodoende eigenhandig (-potig) de deur te openen .
Ma had in het plafond een punaise gedrukt met een touwtje eraan waar een pingpongballetje aan vast zat voor Loekie om mee te spelen .
De eerste keer had ik mijn nieuwe vriendin Loes mee nam om aan mijn ouders voor te stellen, wist Ma niet hoe snel ze het touwtje van het plafond af moest trekken om te voorkomen dat Loes zou denken: ‘wat een idiote familie.’
De keer daarop dat Loes kwam was een paar weken later. Ik moest haar vertellen dat Pa overleden was.
Wat ik ook nog weet, dat als ma weer eens een speld had laten vallen op het vloerkleed Pa hem vaak terug vond. Hij stapte er regelmatig op, waarna natuurlijk de opmerkingen volgde...
MEMORIES
We had a cat called Loekie. A very smart cat. Pa had to switch the door handle in the upright position as Loekie had the habit to jump on the handle to open the door herself.
Ma had attached a thumb-tack to the ceiling, with a string and a ping-pong ball at the end for Loekie to play with.
The first day I brought Loes home to meet my parents, Ma did not know how fast she had to pull the rope from the ceiling, to avoid that Loes might think: ‘what a weird family!’
The next time Loes came over was just a few weeks later. I had to tell her my Pa had died.
What I also remember is that when Ma had dropped a needle on the carpet yet again, it was often Pa who would find it. He often stood on it, which of course was followed by a commentary...
Pa had een tover lantaarn (ik heb het nog steeds in mijn kamer boven). Je moest een glazen strook door de lantaarn schuiven, wat een verhaal maakte.
Pa maakte de schuur donker, en we nodigden allemaal onze naaste vrienden uit. Er waren veel in onze buurt. Het was erg populair. Soms zaten er wel 20 kinderen op de koude stenen vloer te kijken naar de ontvouwende magie.
Pa had a magic-lantern (I still have it in my room upstairs). You had to move a glass strip with images on it through the lantern, which made the story.
Pa used to darken the shed, and we invited all our neighbour friends. There were many in our neighbourhood. It was very popular.
Sometimes there were 20 kids sitting on the cold stone floor watching the magic unfold.
Loekie in de garage, gemaakt door Jan. Er word nog steeds mee gespeeld by zijn achter- klein-kinderen in 2017. / Loekie in the garage, made by Jan. It is still being played with by his great-grand-children in 2017.


KOPER SLAGER EN CANADA
Een paar woorden over onze prachtige tijden die we met onze ouders hadden.
Pa had een kans om zelfstandige koper slager te worden. Hij heeft dit voor een paar jaar gedaan. Ik moet ongeveer 8 jaar zijn geweest en herinner me dat ik naar zijn werkplek ging en hielp op mijn manier. Helaas was zijn eigen bedrijf geen succes. Wat ik altijd heb onthouden, is dat op een avond hadden onze ouders de familie Van Tunen over voor een drankje. Ze waren naar Canada geëmigreerd menig jaar daarvoor. Ma’s zus is getrouwd in die familie.
Ze waren grote tuinders en waren erg onder de indruk van pa’s koperen vazen en emmers. Nu hier komt het punt van dit verhaal. Ze vertelde mijn vader dat als hij ook zou emigreren, de eerste bestelling van hen zou 10.000 koperen vazen zijn. Deze zouden gepresenteerd worden met de tulpen die zij teelden en verkochten in Canada. Dus met dat in ons achterhoofd, konden we allemaal Canadezen zijn geworden. Raar hoe het leven kan lopen.
Joop (nu een Ier).
COPPER SMITH AND CANADA
A few words of a tiny part in our wonderful times we had with our parents.
Pa had a chance to become a self employed copper craftsman, which he did for a few years. I must have been around 8 years old and remember going to his workplace and help out in my own way. Unfortunately running his own busnines was not successful. What I always remembered is that one evening our parents had the family Van Tunen over for drinks. They had emigrated to Canada many years before. Ma’s sister is married into the family.
They were big time gardeners and were very impressed with pa’s copper vases and bowls. Now here comes the point of this story. They told my father that if he would emigrate as well, the first order from them would be for 10,000 copper vases. These were to be presented with the tulips they were growing and selling in Canada. So with that in mind we could all have become Canadians. Strange how life pans out. Joop (now an Irishman).
Vijf van de zes kinderen van Jan en Miep, zijn of waren ge-emigreerd ... Five of the six children of Jan en Miep, have or had emigrated...
CORINA
EDVARD MUNCH ONTMOET LOUIS ARMSTRONG
EDVARD MUNCH MEETS LOUIS ARMSTRONG
“Mijn kleine meid. Mijn kleine meid,” herhaalt mijn vijfen-tachtigjarige moeder keer op keer. Ze streelt mijn gezicht met haar koude dunne vingers. “Mijn kleine meid…”
Terwijl ze mijn beeltenis absorbeert, met ogen diep weg gezakt in haar grauwe gezicht, vraag ik me af wat ze in zich op neemt. Mijn bruine ogen? Tevredenheid? Dat ik nog steeds een rolstoel gebruik? Gedachten over ons verleden? Of wat mijn toekomst zal brengen?
“...En je mocht gelijk komen?” Ik kijk mijn broer aan, die aan de andere kant van het Nederlandse ziekenhuis bed zit. “Ma had eerder vandaag gevraagd of ik iedereen zou willen bellen,” legt hij uit.
“Ja, Ma, we hebben de zusters verteld dat ik net uit Ierland was aangekomen, toen mocht ik gelijk naar binnen om jou te zien. Ik ben zo blij hier te zijn!”
Als ik haar arm aanraak, trekt ze die terug, in pijn. De slordige nachtjapon laat een diepe, diamantvormige holte zien, boven haar borstbeen. Een mislukt infuus heeft een grote paarse plek achtergelaten op haar klaprooskleurige huid. Haar borst gorgelt in tandem met de jammerende geluiden van een mede-patiënt.
“My little girl. My little girl,” repeats my eighty-five year old mother again and again. She strokes my face with her cold thin fingers. “My little girl…”
As she soaks up my image with big eyes deeply sunken in her ashen face, I wonder what is she taking in. My brown eyes? Contentment? That I am still using a wheelchair? Thoughts about our past? Or what my future will bring?
“…And you were allowed to come straight away?”
I look at my brother seated on the other side of her Dutch hospital bed.
“Ma expressed a wish earlier today, that I should call everybody,” he explains.
“Yes Ma, when we told the nurses that I just arrived from Ireland, they allowed me to come and see you straight away. I am so glad to be here!” She squirms away in pain when I touch her arm. The unruly nightdress exposes a deep diamond-shaped hollow above her chest bone. A failed drip has left a large bruise, already purple in color, on her poppy - flower skin. The gurgling sound of her chest is in tandem with the bleating sounds emanating from a fellow patient.
“Mijn kleine meid mocht gelijk binnen komen. Ik moet plassen,” roept mijn moeder als ze een zuster voorbij ziet komen. Terwijl we in de hal wachten vertelt mijn broer hoe het taalgebruik van onze moeder hem doet denken aan haar vader.
“Sinds haar beroerte vertelt ze soms mensen om ‘op te rotten’. Ik ben trots op haar,” zegt mijn broer met een glimlach. We praten over het soms afwijkende gedrag van onze opa. Zo was er die keer dat hij zijn wandelstok tussen de spaken van de fiets van een jonge man prikte. Had hij maar niet op de stoep moeten fietsen.
“Ma?” Ik houd de hand van mijn moeder vast. Nagels zo broos als haar geest. “We vinden dat je je een beetje gedraagt als opa de laatste tijd”. Diepe groeven verschijnen tussen haar ogen, gevolgd door een brede glimlach.
“Goede herinneringen?” vraagt de zuster. Een zeer overtuigd ‘Ja’ is het antwoord. Het is moeilijk te geloven dit vederlichte lichaam zo hard kan knijpen in mijn hand. Als de zusters haar klaar maken voor de nacht, staan we op het moment van het Nieuwe Jaar, een nieuw tijdperk. Ik ga zitten op mijn moeder’s roomkleurige bank. Een oranjegeblokt dekentje en blauwe geblokte kussens wachten op middagdutjes.
“My little girl was allowed to come straight away. I need to pee,” my mother bursts out when she sees a nurse. While we wait in the hall, my brother tells me how our mothers changed vocabulary reminds him of her father.
“Since her stroke she sometimes tells people to ‘bugger off’. I am proud of her,” my brother says with a smile. We reminisce about our granddad’s deviancy, recalling stories of how he once put his walking stick in between the spokes of a young man’s bicycle. The young man had cycled through a pedestrian area.
“Ma?” I hold my mother’s hand. Nails as brittle as her mind. “We think you behave a bit like granddad these days.” Deep crevices appear between her eyes, followed by a great smile, which momentarily lights up her face. “Happy memories?” the nurse asks. A very definite ‘Yes’ follows. It is hard to believe that the strong squeeze of my hand comes from this featherweight body As the nurses settle her for the night, we are on the brink of a New Year, a new era.
I sit down on my mother’s cream couch. An orange-checkered blanket and blue patchwork cushions are waiting for midday snoozes.

Ik stel me voor dat ze hier zit, grijze broek, groen overhemd. Starend uit het raam, ogen wijd open, rechter been atletisch over haar linker gevouwen, knie hoog in de lucht, hiel plat op de bank, met haar linkerhand haar open mond strak toegedekt.
De bruine plastic plantenbak, ooit broedplaats voor een paar tortelduifjes, is leeg en levenloos. De magere takken van een kastanjeboom in zijn winter uitdossing blokkeert gedeeltelijk het zicht op tegenoverliggende flats. Ik zie mijn moeder met haar vinger wijzen naar de zwartwitte foto van haar man, die dertig jaar geleden was overleden. Ze riep dan: ‘Jij! Waarom heb je me hier alleen gelaten!’ Buiten wordt het Oudejaarsavond vuurwerk afgestoken.
Onze dagelijkse routine bestaat uit tweemaal daags een bezoek aan het ziekenhuis. Mijn moeder’s twee overgebleven broers, schoonfamilie, nichten en neven, kleinkinderen en vrienden, jong en oud, komen ook op bezoek. Zodra we onze jassen hebben opgehangen wil ze alweer dat we weggaan.
Op een dag had ze vijf van haar zes kinderen om haar heen, toen kregen we iets meer van haar tijd. “Ga weg en ga wat koffie drinken!” zegt ze na twintig minuten.
I imagine her perching here, wearing grey trousers and green shirt. Staring out the window, eyes wide open, right leg athletically folded over the left, knee high up in the air, heel flat on the couch, left hand tightly covering her open mouth.
The brown plastic window box, once home to a pair of brooding collar doves, is bare and lifeless. The straggly branches of a chestnut tree in its winter outfit partially blocks the view of a block of flats across the road. I can see my mother raising her finger at the black and white photograph of her husband, who passed away thirty years ago. She’d scream: ‘You! Why did you leave me here alone!’ The sky lights up with customary New Year’s Eve fireworks.
A daily routine sets in, with twice-daily visits to the hospital. My mother’s two remaining brothers, in-laws, nieces and nephews, grandchildren and friends, old and young, also come to visit. She wants us to leave almost as soon as we have our coats off.
The day she has five of her six children around her, we are granted a little more of her time.
“Go away to drink coffee!” she tells us after twenty minutes.
Ze draait zich op haar zij, de boom buiten haar raam bestuderend. Haar handen zijn druk bezig een servet in een perfecte driehoek te vouwen.
Deze handen, blauwe aderen in een patroon niet zo heel anders dan haar borduurwerk, lagen nooit stil. Als klein meisje leren ze al naaien. Op tachtigjarige leeftijd maakte ze sommige van haar eigen kleren. Trots dat ze een koopje had. De stof was met zorg uitgezocht op de lokale wekelijkse markt.
Haar flat liep over van de kunst- en handvaardigheidsmaterialen: spullen om kaarten mee te maken; potloden, verf en kwasten; kleurboeken met Keltische patronen; lint, kralen en garen; patronen voor schattige konijntjes en grappige knuffelbeertjes. Het is niet allemaal weggestopt. Haar huis is een galerie waarin haar creatieve, familie en reislustige leven te zien is. Iedere vierkante centimeter op de muur vertelt een verhaal, zelfs de badkamermuur wordt in beslag genomen door een puzzelachtige collage door haar nageslacht gemaakt.
Een foto van mijn moeder’s eerste ontmoeting met haar achterkleinzoon in zijn incubator, hangt naast een nogal officiele foto van een kleindochter en haar vriend.
She turns on her side, seemingly examining the tree outside the window. Hands busy folding a napkin into a perfect triangle.
These hands, blue veins in a pattern not unlike her embroidery, were never idle. As a young girl, she learned how to sew. Taking pride in finding a bargain, she still made some of her own clothes at the age of eighty. Fabric carefully selected from the weekly local market.
Every available storage space in her flat is spilling over with art and craft materials: tools for card making; pencils, paints and brushes; colouring books with Celtic designs; ribbon, beads and yarn; patterns for endearing rabbits and funny teddy bears. It is not all hidden away. Her home is a gallery of her creative, family, and traveling life. Every inch of all tells a story, even the bathroom wall, with its jigsaw-collage created by her offspring.
A photograph of my mother’s first encounter with her great-grandchild in his incubator, hangs beside a rather official portrait of a granddaughter and boyfriend.
Een kalender, barstensvol verjaardagen en trouwdagen van familie en vrienden, bevat ook de data wanneer vijf van haar zes kinderen emigreerden. Een familieportret, genomen op haar 85e verjaardagsfeest, hangt boven de tafel. Ze kijkt naar ons en krabbelt wat op een gele vinyl placemat. Ik vraag me af of we ooit nog eens met z’n alleen bij elkaar zullen komen. Misschien dacht ze wel hetzelfde.
Boven de televisie, naast wat tekeningen van Beverwijk, hangt een krachtig portret van een oude zeeman, getekend door mijn vader. Op de donkereiken ladenkast rust een oude koperen briefopener. Deze neemt een prominente plaats in tussen recente correspondentie uit de hele wereld. Een mozaïek van bloemen en bladeren delen de ruimte op de muur met een kopie van het schilderij De Schreeuw van Edvard Munch. Boos omdat we allemaal Nederland hadden verlaten, keek ze naar dit krachtige beeld en smeet kussens door de slaapkamer.
Zuster in opleiding Jessie geeft haar patiënt een lepel vla. Mijn moeder opent haar mond en slikt met gemak het gele goedje naar binnen. Bij de aanblik van een tweede lepel, komt er een blik van totale walging over haar gezicht. We moeten er een beetje om lachen.
A calendar, crammed with birthdays and wedding dates of family and friends, includes the dates when five of her six children emigrated. The family snapshot, taken during her 85th birthday celebration, hangs above the table. Looking at us, she’d doodle on her yellow vinyl placemat. I wonder if we will ever meet as a family again. She might have had the same thought. Above the television, a few etchings of Beverwijk hang beside a powerful portrait of an old sailor, drawn by my father. On the dark oak chest of drawers rests an ancient copper letter-opener. It holds a prominent place among recent correspondence from around the world. Her patchwork of flowers and leaves, share the wall space with a print of Edvard Munch’s painting The Scream. Angry with us for leaving Holland, she’d look at this powerful image and throw pillows around her bedroom.
Student nurse Jessie gives her patient a spoonful of custard. My mother opens her mouth and swallows the yellow substance with ease. At the sight of another spoonful, a look of utter repulsion comes over my mothers face. It kind of makes us laugh.
“Nha nha…” Ma zwaait heftig met haar hand en duwt die van de zuster weg. Er gaat een blik van verstandhouding tussen de twee. Mijn moeder lijkt te zeggen: “Je begrijpt dat ik wil sterven.” De zuster dringt niet aan. Deze jonge zuster wordt de communicatieschakel tussen mijn moeder en ons.
Mijn moeder’s huis wordt het hoofdkwartier van de familie. We eten Chinese afhaalmaaltijden, een familie traditie voor familiebijeenkomsten, en proosten op een goed leven. We horen onze moeder zeggen: ‘Zeker wil ik nog een drankje, je kunt niet op één been lopen!’ Het verhaal dat het meest tot de verbeelding spreekt bij de kleinkinderen is dat van hun achtenzeventigjarige oma die door haar drie vriendinnen was uitgedaagd on een seksshop in te lopen en om een dildo te vragen. Tot genoegen van haar gezelschap liep ze naar binnen en vroeg de nogal verbaasde uitbater de haren van zijn hoofd.
Mijn moeder ziet er oud uit, afgepeigerd, maar toch sterk, in haar tere lichaam. Ze stopt haar vingers in haar mond en haalt er wat slijm uit. Ze smeert het op haar witte lakens. Ik maak haar hand schoon. Onze rollen zijn omgedraaid.
“Nha nha…” Ma waves her hand frantically, and pushes away the nurse’s hand. There is a look of understanding between the two of them. My mother seems to say: ‘You understand that I want to die.’ The nurse doesn’t persevere. This young nurse becomes the link of communication between my mother and us.
My mother’s home becomes the family headquarters. We eat Chinese take-away, a family tradition for family gatherings, and toast a life well lived. We hear our mother say: ‘Sure I want another drink, you can’t walk on one leg!’ The story that makes the headlines for the grandchildren is about when their seventy-eight year old grandmother was challenged by her three girlfriends of similar age to go into the sex shop and ask for a dildo. To the delight of her companions, she went in and asked all there was to know from a rather surprised shop owner.
My mother looks old, worn out, and yet strong in her fragile body. She puts her fingers in her mouth and takes out some phlegm. She smears it on the white starchy sheet. I clean her hand. Our roles have been reversed.

Jan. 2007 Loes Joop Hans Corina Kees Peter Ina
Het slijm bevat bloed dus moet er een monster naar het laboratorium worden gestuurd. “Mevrouw Duyn, kunt u alstublieft wat slijm uithoesten?” vraagt zuster Jessie. Mijn moeder kijkt verbaasd. In de hoop dat wat drinken de kans op een slijmmonster vergroot, houdt Jessie een rietje voor mijn moeder’s mond. Ze doet haar ogen dicht en haar mond ver open, als een pasgeboren vogeltje.
Stukje bij beetje, blader ik door de uiteenlopende manieren waarop mijn moeder haar leven heeft vastgelegd. Er zijn veel fotoboeken, sommigen al verdeeld onder ons, voor het geval ze zou overlijden. Plakboeken met concert programma’s; en een ‘grappige verhaaltjes-plakboek’ met krantenknipsels, met koppen als: ‘Afrikaan eet zijn vader, moeder en drie kinderen’; en ‘Uit protest doet een familie hun was in de kerk’. In haar dagboeken lees ik over mijn eigen leven en de levens van mijn broers en zus. Details allang vergeten. Deze schatkist aan herinneringen, geschreven en geïllustreerd door mijn moeder, geeft me een uniek inzicht in haar leven als kind, opgroeiend in armoede, en vertelt me over haar ouders en het leven gedurende de oorlogsjaren.
As the slippery deposit contains blood, a sample needs to be sent to the laboratories.
“Mrs. Duyn, could you please cough up some phlegm?” nurse Jessie asks. A look of puzzlement appears on my mother’s face. In the hope that a drink would increase the chances of a sample, Jessie holds a straw up to my mother’s mouth. She closes her eyes and opens her mouth wide, like a nestling.
Bit by bit, I page through the varied ways my mother documented her life. There are a large number of photo albums, some already divided up for us, in the event of her departure. Scrapbooks with concert programs; and a ‘funny stories-scrapbook’ with newspaper clippings, with headlines like: ‘African eats his father, mother, and three children;’ and ‘Out of protest a family do their laundry in a church’. In her diaries I read about my own life and the lives of my siblings. Details long forgotten.
This treasure-trove of memories, written and illustrated by my mother, gives me a unique insight into her life as a child growing up in poverty, as well as stories about her parents and life during the war years.
In mijn moeders huis, tussen haar spulletjes, voel ik me dichter bij haar dan ik ooit feitelijk geweest ben. Ik besef het onvermijdelijke verband met mijn eigen creativiteit en mijn verlangen om te schrijven en te illustreren en word volledig bewust van het feit dat onze communicatie vooral via onze creativiteit verliep.
Terwijl de stemmen van haar bezoek over haar stille lichaam vliegen, schreeuwt Ma plotseling uit: “Godsamme truttebollen!” We moeten er allemaal om lachen. “Ik zeg dat ook,” zegt mijn zus. “Geleerd van Mam,” die op haar beurt het lukt om ons te laten weten dat zij het weer van háár moeder heeft. Ik vraag me af wat er door haar verwarde hoofd heen ging toen deze onschuldige vloek het licht zag? Wilde ze ons iets vertellen maar kon ze de woorden niet vinden?
Stoort ze zich aan onze aanwezigheid? Was ze zich opeens bewust van zichzelf, zo ziek en klein in een ziekenhuisbed?
Ik denk dat mijn moeder gewoon rust wil. Een rust die ze niet krijgt met zoveel drukte om haar heen. “Kom hier, ik wil je iets vertellen.” Mijn moeder vraagt Jessie om wat dichterbij te komen, alsof ze een geheim met haar wilde delen.
Being in my mother’s house, among her personal and intimate belongings, brings me closer to her than we ever actually were. I finally acknowledge the inevitable link with my own creativity and desire to write and illustrate, and become fully aware that our best communication was through our creativity.
As the voices of her visitors fly above her silent body, Ma suddenly bursts out: “Godsamme truttebollen!” We all laugh. “I say that as well,” says my sister. “I learned it from Ma,” who in turn manages to let us know that she had learned it from her mother. I wonder what thought ran through her frazzled mind before this very gentle swearing saw the light of day? Was she trying to tell us something but could not find the words? Is she annoyed with us for being here? Was she suddenly aware of herself, so ill and small in a hospital bed?
I think all my mother wants is peace. Peace she is not experiencing when her busy visitors are around. “Come here, I want to tell you something.” My mother beckons nurse Jessie to come close, as if she had a secret to share.
“Het is tijd om te gaan. Ik weet wat ik wil…”
“Oh ja?” Jessie lijkt zich wat ongemakkelijk te voelen. “Een witte doodskist, met blauwe bloemen.”
Als we terug zijn in het huis van onze moeder, bladeren we door haar vele reisverhalen. We vinden een lijst van alle reizen die ze heeft gemaakt naar haar kinderen in Canada, Ierland, Amerika en Chili. In totaal vijfendertig.
Ze was al langer klaar voor haar laatste reis dan wij vermoedden. In 1979 had ze al een lijst gemaakt van muziek die ze graag gespeeld wilde hebben op haar begrafenis: Isis und Osiris, opgevoerd door het koor waar mijn vader aan deelnam. Adagio Sostenuto van Vladimir Horowitz, en als laatste een lied van Louis Armstrong.
Ze wil sterven maar haar wens gaat niet gemakkelijk in vervulling. Haar bijna gewichtloze lichaam is sterk. Ik begrijp niet wat ze me wil vertellen, dus streel ik haar altijd bezige handen maar. Ik ben dankbaar dat ik eindelijk even alleen kan zijn met mijn moeder, zonder drukke broers en zus. Voordat ik weg ga, trekt Ma mijn hoofd dichterbij en word ik getrakteerd op een lange stevige zoen op mijn wang.
“It is time to go. I know what I want…”
“Oh?” Jessie looks a little overwhelmed by this conversation.“A white coffin, with blue flowers.”
Back in my mother’s house, we page through her many travelogues. We find a list of all the journeys she made to her offspring in Canada, Ireland, America and Chile. The count comes to thirty-five. She has been ready to go on her last journey for much longer than we were aware. In 1979 she had written a list of music she would like to have played at her funeral: Inis und Osiris, performed by the choir our dad was a member of. Adagio Sostenuto by Vladimir Horowitz and to finish, a song by Louis Armstrong.
Her wish to die does not come easily. Her body, in all its weightlessness, is strong. Unable to understand what she is trying to tell me, I stroke her ever-busy hands.
I am grateful that I finally have the opportunity to be with my mother alone, without the company of a busy sibling. Before departing, Ma pulls my head close, and I am granted a long intense kiss on the cheek.
Ma vertrekt op haar laatste vlucht als er in het land een stevige storm woedt.
We tekenden allemaal blauwe en groene bloemen op haar witte kist.
Op het crematorium plaatst mijn enige nog in Nederland wonende broer een klein glaasje van Ma’s favoriete jenever op haar kist. Haar twee oudsten dansen naast haar, op de klanken van Louis Armstrong’s Hello Dolly.
Ma leaves for her last flight while a violent storm rages over the country.
We all draw blue and green flowers on her white coffin.
At the crematorium, my only brother still living in Holland places a small glass of Ma’s favourite brandy on her coffin. My two eldest siblings dance to Louis Armstrong’s Hello Dolly, beside her.
Corina Duyn 2008 - Eerder verschenen in Spokeout 2008. Vertaald door Marco Hollenberg 2017. Jan & Miep Duyn’s oudste kleinkind.
Corina Duyn 2008 - First published in Spokeout 2008. Translated by Marco Hollenberg 2017. Jan & Miep Duyn’s eldest grandchild.

Jan Duyn Febr. 1977
CORINA
DE CREATIVE BRON
Een van de laatste projecten die Pa deed voor zijn vroegtijdige dood, was het maken van een model schip, de HMS Bounty. Ik herinner hoe Pa aan tafel zat, de enorme geschaalde tekening voor hem, hoe elk onderdeel met de hand gemaakt werd, van niets.
Ik herinner me hem in onze kleine schuur, staande bij de werkbank, zagen en vormgeven van de dunne lagen hout om de boot te creëren. Het maken van de masten, de reddingsboten, de scheepsbel ... Hij heeft zelfs een draaibank ontworpen om de kleine kanonnen te kunnen maken.
Zijn geduld, en aandacht voor detail.
Het schip was nooit afgekomen, maar nam een prominente plaats in het huis van mijn moeder tot haar eigen overlijden tien jaar geleden. De boot is voor mij, maar ik ben nog niet in staat geweest om het mee te nemen naar Ierland. Wat ik wel mee heb genomen, als een symbool, zijn twee van de kleine kanonnen. En ik heb nog, veertig jaar later, de twee kleine potjes verf die mijn vader heeft gebruikt voor het schip.
THE CREATIVE SOURCE
One of the last creative projects Pa was involved in before his untimely death, was the making of a model ship, the HMS Bounty. I remember Pa sitting at the table, the huge scaled drawing in front of him, how every single bit was created by hand, from scratch. I remember him in our small shed, standing at the workbench, cutting and shaping the thin layers of wood to create the body of the boat. Making the masts, the life boats, the ships' bell...He even designed and made a lathe to be able to make the tiny canons.
His patience, and attention to detail. The ship was never finished, but took pride of place in my mother’s house until her own passing ten years ago. The boat was left to me, but I have not been able to bring it over to Ireland, yet. What I did bring, as a token, were two of the small canons.
And I still have, forty years on, the two pots of paint my dad used for the ship.
Nu, al die jaren later, herken ik hoe mijn eigen aandacht voor detail in mijn werk, de manier waarop ik aanpast gereedschap maak, en hoe ik manieren vind om te kunnen maken wat ik wil, dit hoogstwaarschijnlijk is beïnvloed (of in mijn genen geplaatst) bij mijn vader.
Pa was een koperslager en deed ongelooflijk gedetailleerde werk. Helaas belandde hij in een baan zonder creativiteit, om toch voor zijn gezin te kunnen zorgen. Een baan waar hij een erge hekel aan had.
Door het samenstellen van dit boek, het lezen en onderzoeken van zijn leven, werd ik meer bewust van zijn gedachten. Ik kan me nu voorstellen hoe hij dit ingewikkelde creatieve project, het maken van de Bounty, gebruikte om evenwicht te brengen in zijn leven. Ik kan dit zien in mijn eigen leven. Ziekte is niet een plek waar ik veel tijd in/mee will doorbrengen ... creativiteit is een geweldige uitvlucht.
Pa, Dank u voor uw begeleiding.
Now, all these years later, I recognize how my own attention to detail in my work, or the way I adapt tools, or find methods to be able to create what I want to create, are most likely influenced (or put into my genes) by my dad. Pa was a copper smith and did incredible detailed work. Unfortunately he ended up in a un-creative job, in order to be able to provide for his family. A job he very much disliked.
Through the compiling of this book, reading and researching his life, I became more in tune with his thoughts. I can now imagine how he used this intricate creative project, the making of the Bounty, to bring much needed balance in his life.
I can relate to this in my own life. Illness is not a place I like to spend too much time in/with... creativity is a great escape.
Pa, Thank you for your guidance.

Corina & Jan 1965
Duijn Kleijne

Duijn/Duyn

Miep Duyn- Kleijne Jan Duyn
CORINA
MIJN DANK
Mijn diepste dankbaarheid aan iedereen die mij tijdens deze archeologische opgraving heeft gesteund, om zo het leven van mijn ouders beter te begrijpen, en daarbij ook mijn eigen.
Joop Duyn voor de vraag om het dagboekje van onze vader te vertalen voor de Engels sprekende kant van onze familie. Dit verzoek bracht me op een ontdekkingsreis. Bibliothecaris
Brendan Connors voor het vergroten van mijn vader’s kleine handschrift. Hans Duyn voor het transcriberen van het oud Nederlands in meer leesbaar Nederlands, en het verdelen in hoofdstukken.
Broers en zus Ina, Peter, Kees, Hans en Joop voor hun herinneringen en zoeken naar fotos. Neef Marco Hollenberg voor het vertalen van Edvard Munch ontmoet Louis Armstrong.
Hij concludeerde dat ‘Vertalen is een grotere uitdaging dan ik dacht.’ Ik bied mijn excuses aan!
Dank je Rose Duijn om het tussen person te zijn voor Jan’s enige overlevende broer Theo, om een aantal vragen te beantwoorden. Neef Killian Duyn voor verfraaiing van een paar van de oude foto’s.
Jane Jermyn, Pascale de Coninck, Joop en Hans voor het proef lezen. City Print, Cork, voor hun kwaliteitsondersteuning ... en mijn dank aan al die vrienden en vreemden, die me aangemoedigde, en hun enthousiasme deelden gedurende dit project. Mijn dank voor uw gezelschap.
THANK YOU
My deepest gratitude to all who supported me during this archaeological dig to further understand the lives of my parents, and in turn my own.
Joop Duyn for asking me to translate our dad’s diary for the English speaking side of our family. This request brought me on a journey of discovery. Librarian Brendan Connors for helping me to enlarge the tiny text. Hans Duyn for transcribing the old Dutch into more readable Dutch and dividing it into chapters.
Siblings Ina, Peter, Kees, Hans, and Joop for their stories and search for images. Nephew Marco Hollenberg for translating Edvard Munch meets Louis Armstrong. He concluded that ‘Translating is more challenging than I thought’. Sorry about that!
Thank you Rose Duijn for being the link to Jan’s only surviving brother Theo, to fill in some of the blanks. Nephew Killian Duyn for sprucing up some of the old photographs.
Jane Jermyn, Pascale de Coninck, Joop and Hans for proofreading. City Print, Cork, for their quality support ...and thanks to all those friends, and strangers, who encouraged me along the way and shared their enthusiasm for this project. Thank you for your company.
Published by Little Wings - Corina Duyn - May 2017 ISBN 978-0-9563589-5-0 www.corinaduyn.com
To read more about the making of this book visit: https://www.corinaduyn.com/site/snapshots-of-jan-miep-duyn
SNAPSHOTS of Jan & Miep Duyn
Johannes Petrus Duijn (Jan Duyn) 04-06-1917 / 14-02-1977
Maria Catherina Duijn - Kleijne ( Miep Duyn) 03-06-1921 / 18-01-2007
In Nederlands & English
Bewerkt en samengesteld door / Edited and Compiled by Corina Duyn
Published by Little Wings May 2017
ISBN 978-0-9563589-5-0 www.corinaduyn.com
