Skip to main content

A Paper Trail

Page 1

A

PAP ER

TRAI L


Dit is niet de eerste keer dat de Werft in Geel en de Warande in Turnhout samenwerken. Voor theatervoorstellingen is het stilaan een traditie. Wel is het de eerste keer dat dit gebeurt voor een tentoonstelling. Omdat de Warande door verbouwingen momenteel niet beschikt over een exporuimte, gaat zij met haar tentoonstellingen op ronde in de Kempen. Onder de noemer EXPOrt was de Warande eerder al te gast in het Jakob Smitsmuseum in Mol, in het Stedelijk Museum in Hoogstraten en in het Taxandriamuseum in Turnhout. Vandaag stelt de Werft in Geel haar tentoonstellingsruimte de Halle open voor deze nieuwe halte op de EXPOrt-ronde. De groepstentoonstelling in Geel toont het publiek een reeks kunstwerken op een papieren drager. Gemeenschappelijk kenmerk is dat de kunstenaar niet vertrekt van een wit blad, maar kiest voor papier dat eerder al een andere functie had. Van krantenpapier tot enveloppe, van gevonden notaboekje tot pianorol. Enkele van de kunstenaars gaan altijd zo te werk, voor anderen is het uitzonderlijk. De stijl waarin de werken gemaakt zijn, gaat van een zeer geraffineerde tekenstijl tot een stijl die aanleunt bij graffiti. De motieven die meespelen in de keuze voor gebruikt papier zijn uiteenlopend: angst van het witte blad, toelaten van het toeval, iconoclasme en esthetiek zijn daar slechts enkele van. De tentoonstelling is een afwisselend geheel waarin grote en kleine namen samenkomen. Wij durven te hopen dat deze vorm van samenwerking voor herhaling vatbaar is, zo kan er in onze regio een extra dynamiek ontstaan op het vlak van beeldende kunsten. Kris Cuypers directeur cultuurcentrum de Werft Geel

Annelies Nagels

stafmedewerker tentoonstellingen De Warande Turnhout


Een Papieren Spoor… Beelden in Beweging Niels Van Tomme Moderniteit in de kunst wordt vaak uitgelegd als een vorm van iconoclasme, een radicaal vernieuwend gebaar dat tegelijk een vorm van vernietiging inhoudt. Om het met de woorden van de schrijver Marcel Schwob te zeggen: “[P]our imaginer un nouvel art, il faut briser l’art ancien. Et ainsi l’art nouveau semble une sorte d’iconoclastie.” 1

Vernieling, heropbouw en vernieuwing zijn de steeds terugkerende activiteiten van het

moderne Westerse subject, telkens op zoek naar een nieuwe vorm van expressie en naar een vernieuwende manier om de vooruitgang artistiek vorm te geven. Zo breekt het telkens weer op ingrijpende wijze met wat vooraf ging. Zoals kunsthistoricus Dario Gamboni aantoont, ontstond het figuratieve gebruik van de term ‘iconoclast’ voor “iemand die gekoesterde overtuigingen en vereerde instituten aanvalt omdat deze foutief of fnuikend zijn” in de context van een bewuste artistieke geste rond het midden van de negentiende eeuw. 2 De traditie waartegen men zich verzette kon artistiek, politiek, academisch of van een andere aard zijn. Maar, zoals Gamboni schrijft, als esthetisch ‘iconoclasme’ een radicalisering van het idee van artistieke vooruitgang inhoudt, dan betekent dit ook dat de traditie waartegen men zich verzet niet alleen ontoereikend is maar ook letterlijk die vooruitgang in de weg staat. 3

Ironisch genoeg, zou men vandaag de dag kunnen stellen dat de iconoclastische traditie

binnen de hedendaagse kunst het waarlijk iconoclastisch gebaar in de weg staat. Verwordt niet elke vorm van iconoclastisch verzet tot een zich inschrijven in de iconoclastische traditie? Het ingaan tegen een bepaalde traditie wordt op deze manier het zich inschrijven in alweer een nieuwe traditie. En zo wordt het iconoclastisch gebaar een artistieke conventie, en is de radicale verwerping van wat vooraf ging een haast onmogelijk te bereiken doeleinde. Artistieke vooruitgang, althans zijn Westerse variant, toont zo zijn ware aard: een repetitief schouwspel waarin een artistieke geste, om het met de woorden van Boris Groys te zeggen, “cannot take place once and for all times, but must be permanently repeated.” 4 Als de beelden in deze tentoonstelling niet strikt iconoclastisch van aard zijn — wat uit een oppervlakkige lezing van hun uiterlijke verschijningsvorm afgeleid zou kunnen worden, net omdat ze ons doen denken aan eerdere beelden van een veel vroegere avant-garde — wat zijn ze dan wel? David Bayles en Ted Orland geven ons in hun kunstenaarshandleiding Art & Fear een


mogelijke aanzet tot een antwoord. In zijn verbeelding kan een kunstenaar erg ver gaan en bij wijze van spreken al honderd werken vooruitlopen op het werk waar hij op dat moment aan bezig is. Maar bij de concrete uitvoering van een werk moet hij het werk dat hij zich inbeeldde omzetten naar een reëel werk. Met elke stap die hij zet in de uitvoering ervan maakt hij keuzes en reduceert zo zijn opties. In de visie van Bayles en Orland ligt de verleiding van het kunstenaarsmateriaal net in het potentieel ervan: een wit blad verleidt de kunstenaar met onbegrensde mogelijkheden. 5

Maar wat als het witte blad nu net geen potentieel inhoudt maar het subject vervult met

existentiële angst? Wat als dat witte blad door het subject wordt vervangen door een reeds beschreven blad? Een basis die sporen van eerder werk inhoudt, met andere woorden al een geschiedenis omvat? Een blad dat, om het met Walter Benjamin te zeggen, “fill[s] the lacunae of inspiration.” 6

In die zin zijn de beelden in deze tentoonstelling niet iconoclastisch van aard, maar

integreren zij hun eigen ontstaansgeschiedenis, het reeds beschreven blad, in een nieuwe context. Het zijn werken die als palimpsest hun identiteit creëren door middel van een vormelijke gelaagdheid — gefragmenteerde niveaus van betekenis die als een geheel functioneren. Eerder dan het originele beeld te vernietigen of schade toe te brengen, gaan zij nu net een actieve dialoog aan met elementen die buiten de beslotenheid van de pure artistieke geste ligt. Zo omvat het beeld tevens de genealogie van het beeld. Als ‘werk op papier’ dienen de beelden in deze tentoonstelling in de breedst mogelijke zin opgevat te worden, en niet als strikte vertegenwoordigers van hun medium, de tekenkunst. Als de klassieke ‘tekening’, volgens kunstcriticus Adam Gopnik, een spel tussen het conceptuele (de vormen die we kennen) en het perceptuele (de schakeringen die we zien) inhoudt, dan zijn de beelden in deze tentoonstelling een spel tussen het conceptuele (de artistieke vormen die we herkennen) en het reële (de ondergrond die we onderscheiden). 7 Zo omvatten zij naast een picturaal element, ook een gelaagdheid aan ondergrond, een residu aan documenten, van krantenpagina’s tot wetenschappelijke teksten, van notitieboekjes tot filmstrook, elementen die op zich al specifieke esthetische vormen vertegenwoordigen.

Het is net wanneer we dit residu gaan onderscheiden, dat we de beelden ook actief kunnen

interpreteren, en herlezen in relatie tot de verschillende vormen die er door de kunstenaar zijn op aangebracht. Langs de ene kant, omvat de artistieke geste een dubbele keuze: de keuze van de ondergrond en de keuze om markeringen achter te laten op die ondergrond. Langs de andere kant kan men ook bewust het element toeval in het werk introduceren door de diverse visuele


elementen te verwerken die al aanwezig zijn op het blad. Zo besluit Dieter Roth begin jaren ‘60 over reeds bestaande postkaarten heen te schilderen, iets waar hij een bedrieglijk eenvoudige maar sardonische reden voor opgaf: Om mijn correspondentie te vergemakkelijken aangezien ik met meer gemak schilder en teken dan dat ik denk en schrijf. Ik schilder al een kwart eeuw over postkaarten heen omdat schilderen en tekenen moeilijker is op onbeschilderd of ongemerkt papier dan op papier waar al iets op staat. 8 Eerder dan de bevestiging van het puur toeval, gaat het hier om een spel van bewuste keuzes en een radicale omkering van gangbare normen. Het heilige triumviraat van inspiratie, originaliteit en productiviteit wordt opzij geschoven ten gunste van een ware oppositionele geest: in oppositie tot gevestigde ideeën, sociale patronen, en manieren om te communiceren.

Een gelijkaardig omkering van normen vindt plaats in het werk van de Mexicaanse

kunstenaar Manuel DeLanda. In zijn korte experimentele film Ism Ism, 1979, verwerkt hij een reeks van persoonlijke street art actions, uitgevoerd in New York over een verloop van vijf jaar. Mutilaties aanbrengend op Winston Cigarettes reclamepanelen, wordt door DeLanda het gezicht van hun breed glimlachend model tot in het oneindige vervormd. Hij doet dit door gezichtsonderdelen van andere figuren over de originele Winston reclamepanelen aan te brengen. Zo verschijnt de Winston playboy vervolgens zonder ogen, dan weer met verschillende monden, of getransformeerd tot Smokey Bear, een onuitputtelijke stroom van georchestreerde mutilaties, aangebracht op reclamepanelen en vervolgens vastgelegd op pellicule. Of het nu gaat om het repetitieve van de iconoclastische geste, de angst voor het witte blad, het binnen brengen van de omliggende context of een bedrieglijk spel met het toeval, het gaat hier telkens onomwonden om een integreren van bestaande elementen in een nieuwe context. Op die manier zijn de beelden in deze tentoonstelling niet geïsoleerd van hun bredere culturele en intellectuele context, maar er mee vervlochten. Volgens de Amerikaanse theoreticus W.J.T. Mitchell zijn beelden, in tegenstelling tot wat algemeen wordt aangenomen, niet “stable, static, or permanent in any metaphysical sense.” 9 In die zin zijn zij niet exclusief visueel, “but involve multisensory apprehension and interpretation.” 10 Het beeld is dus in constante beweging, een beweging naar buiten toe, een beweging naar de realiteit die het omgeeft, naar de culturele, sociale en historische context die het vormt en


die eveneens ons begrip er van omkadert. In het geval van de werken in deze tentoonstelling kan dit vrij letterlijk genomen worden: zij integreren een veelheid aan ideologische, politieke en maatschappelijke elementen, en bieden herhaaldelijk een reeks van visuele configuraties die hun referentieel kader open trekt.

Zo maken de kunstenaars in de tentoonstelling beelden die onmiddellijk en onherroepelijk

verbonden zijn met de bredere context waarin ze zijn geproduceerd. In deze veelheid van werken vindt u een spoor van papier, een geschiedenis van visuele uitdrukkingen en de constante beweging van het beeld naar de wereld rondom.

1 Marcel Schwob, Le Livre de Monelle (Paris, 1894), http://www.arborigene.online.fr/textes/schwob/monelle. htm#debut, laatst geraadpleegd 25 juli 2011. 2 Dario Gamboni, The Destruction of Art, Iconoclasm and Vandalism since the French Revolution, London: Reaktion Books, 1997, 255. “one who assails or attacks cherished beliefs or venerated institutions on the ground that they are erroneous or pernicious,” (Vertaling: Annelies Nagels) 3

Gamboni, 1997.

4 Boris Groys, The Weak Universalism, e-flux journal #15, April 2010, http://e-flux.com/journal/view/130, laatst geraadpleegd 25 juli 2010. 5 David Bayles en Ted Orland, Art & Fear: Observations on the Perils (and Rewards) of Artmaking, New York: Image Continuum Press, 2001. 6 Walter Benjamin, “One-Way Street” in Reflections: Essays, Aphorisms, Autobiographical Writings, ed. Peter Demetz, trans. Edmund Jephcott, New York: Schocken, 1978. 7

Adam Gopnik, “Life Studies, What I learned when I learned to draw”, The New Yorker, 27 juni 2011.

8 Dieter Roth geciteerd in Roth Time: A Dieter Roth Retrospective, ed. Theodora Vischer en Bernadette Walter, Baden: Lars Müller Publishers, 2004. “To facilitate my correspondence, since painting and drawing comes more easily to me than thinking and writing, I (Dieter Roth) have been painting over postcards for a quarter of a century, since painting and drawing on unpainted or unmarked paper is harder to do than on paper with something already on it.” (Vertaling: Annelies Nagels) 9

W.J.T. Mitchell, Iconology; Image, Text, Ideology, Chicago: The University of Chicago Press, 1986.

10 Ibid.

Niels Van Tomme is onafhankelijk curator en kunstcriticus werkzaam in New York.


Fred Bervoets be Zelfportret op Darwin in de krant, 2009 Acryl, potlood en stift op krant, 23 x 29 cm Courtesy galerie De Zwarte Panter, Antwerpen


Joseph Beuys de Zonder titel, 1963 Olieverf en potlood op papier, 65,5 x 55,5 cm (met kader) Collectie S.M.A.K., Stedelijk Museum voor Actuele Kunst, Gent


MichaĂŤl Borremans be Honest Ways of Percepting Your Environment, 1999 Mixed media op karton, 54 x 50 cm Collectie S.M.A.K., Stedelijk Museum voor Actuele Kunst, Gent


Sofia Boubolis be Carnet de voyage, 2007 Inkt en potlood op gevonden schrift, 14,5 x 21,5 cm Courtesy van de kunstenaar


Marcel Broodthaers be Lettre ouverte ed. 72/300, 1972 Lithografie, 39 x 53 cm Collectie S.M.A.K., Stedelijk Museum voor Actuele Kunst, Gent


Troels Carlsen dk Crânes, 2008 Acryl op anatomieprent, 31 x 23 cm Particuliere collectie Denemarken


Martha Colburn us Don’t kill the weather man, 2007 Animatiefilm Courtesy van de kunstenaar


Gianluca Costantini it Gaza’s War Crimes, 2009 Mixed media op papier, 42 x 80 cm Courtesy Galeria Miomao, Perugia, Italië


Marcel Dzama ca Untitled (Winnipeg was won, Winnipeg was one), 2009 Grafiet, inkt, waterverf, en calqueerpapier op pianorol, 3 delen pianorol, 102,9 x 192,4 x 5,1 cm (ingekaderd) Courtesy David Zwirner, New York


Jan Fabre be Project voor nachtelijk grondgebied, 1979 Gemengde techniek, papier, 38,3 x 30,7 cm Verzameling Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen (M HKA)


Kim Gordon us Untitled, 2007 Waterverf op krant, 54,6 x 58,4 cm Courtesy Kerry Schuss, New York


CĂŠline Guichard fr Travaux pratiques, 2011 Inkt op bladen uit schoolschrift, 17 x 22 cm Courtesy van de kunstenaar


Keith Haring us Barking Dog, s.d. 29 x 32 cm Collectie S.M.A.K., Stedelijk Museum voor Actuele Kunst, Gent


Kati Heck de Die Grüne Hölle, 2005 Potlood op print, 29 x 25,3 cm Particuliere collectie Duitsland


Herman Kamphuis nl Zonder titel, 2005 Collage, enveloppe met 4 delen inhoud Collectie Museum Dr. Guislain, Gent


Gideon Kiefer be PiĂŤta or how to kill the pain, 2009 Inkt, potlood en waterverf op boekenkaft, 66 x 49 cm Particuliere collectie BelgiĂŤ Courtesy Geukens & De Vil, Antwerpen - Knokke


Johan Kleinjan nl Trouwboekje van Vlees & Pleun, 2009 Gebruikt schriftje, 15,5 x 21,5 cm Courtesy van de kunstenaar


Jacques Lizène be Arts syncrétique 1964, petit dessin médiocre façon 1964 en remake 2011 Inkt op enveloppe, 22,8 x 24,3 cm Courtesy galerie Nadja Vilenne, Luik


Capitaine Lonchamps be Neige, 2010 Gemengde techniek op gevonden prent, 22 x 18 cm Courtesy galerie Nadja Vilenne, Luik


Jonathan Meese de Zonder titel, 1992 – 2000 Acryl en mixed media op karton, 81 x 60 x 6 cm Courtesy Jonathan Meese, Berlijn


Benjamin Monti be Zonder titel, 2010 Gemengde techniek op gevonden papier, 29,7 x 21 cm Courtesy galerie Nadja Vilenne, Luik


Adam Nidzgorski pl Zonder titel, 2010 Inkt en krijt op krantenpapier, 63 x 83 cm Collectie De Stadshof / Museum Dr. Guislain, Gent


Panamarenko be Pepto Bismo, 1993 Lithografie, 64,5 x 45 cm (ingekaderd) Collectie S.M.A.K., Stedelijk Museum voor Actuele Kunst, Gent


Dieter Roth de Poeterei. Doppelnummer Der Halbjahresschrift FĂźr Poesie Und Poetrie, ed. 220/230, 1968 Leder, papier, collage, foto, kaas, drukinkt, viltstift, 25,3 x 14,5 cm Courtesy LIGHTMACHINE agency, Gent


Kurt Ryslavy at Baselitz stirbt aus, 1988 Gouache en lijmverf op papier, 30 x 43 cm Courtesy van de kunstenaar


Nedko Solakov bg From the Collector of Art, 1993 Oost-Indische inkt op papier, 18 x 13,5 cm Collectie S.M.A.K., Stedelijk Museum voor Actuele Kunst, Gent


Solichin Zonder titel, 1995 Viltstift en gekleurd potlood op papier, 74,5 x 60 cm (ingekaderd) Collectie S.M.A.K., Stedelijk Museum voor Actuele Kunst, Gent


Toon Tersas be Milipore, 1970 Gemengde techniek, papier, 15 x 20 cm Verzameling Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen (M HKA)


Dennis Tyfus be Double pleasure, 2010 Inkt, speeksel en folie op papier, 174 x 236 cm Courtesy galerie Tatjana Pieters, Gent


Anne-Mie Van Kerckhoven be Sol y Sombra, 2010 Collage op papier met tijdschrift en postkaart, bewerkt met stift en vetpastel, 40,5 x 29,7 cm Courtesy Zeno X Gallery, Antwerpen


Philippe Vandenberg be La Plage, 2008 Waterverf, kleurpotlood en bloed op papier, 75 x 54 cm Courtesy Estate Philippe Vandenberg, Brussel


Deze catalogus is een uitgave bij de tentoonstelling ‘A Paper Trail’ in de Halle in Geel van 10 september tot 16 oktober 2011. Deze tentoonstelling werd georganiseerd door de Warande in samenwerking met de Werft in het kader van ‘EXPOrt’, een reeks tentoonstellingen die de Warande op locaties in de regio organiseert in afwachting van de nieuwe tentoonstellingsruimte.

CATALOGUS Tekst

Kris Cuypers, Annelies Nagels, Niels Van Tomme

Coördinatie

Annelies Nagels

Fotoverantwoording

Stany Dederen, Jan Mast, Sofie Nagels

Vormgeving

Jan Mast, augustus 2011 ( in opdracht van de dienst communicatie van de Warande )

Druk GuidoMaes.Printingdeluxe, Gent Oplage 1000 exemplaren Wettelijk depot

D/2011/1848/1

ISBN 9789080752337

TENTOONSTELLING Idee & samenstelling

Annelies Nagels & Hélène Vandenberghe

Realisatie

Yari Arnesano, Johan Bronder, Brigitte Bruggemans & Annelies Nagels

Met dank aan alle kunstenaars en privéverzamelaars die werk in bruikleen hebben gegeven; Kris Cuypers, De Stadhof, galerie De Zwarte Panter, Estate Philippe Vandenberg, Geukens & De Vil, LIGHTMACHINE agency, Stella Lohaus, Jonathan Meese, Galeria Miomao, M HKA, Museum Dr. Guislain, galerie Nadja Vilenne, Kerry Schuss, S.M.A.K., galerie Tatjana Pieters, V1 Gallery, Zeno X Gallery, David Zwirner. Met speciale dank aan Hélène Vandenberghe.


L IART

RE PAP

A


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
A Paper Trail by LIGHTMACHINE agency - Issuu