Skip to main content

Verslagboek: Druk op Play | Beleidsdag Sector GGZ Broeders van Liefde 20.02.2020

Page 1

CENTRALE DIENSTEN BROEDERS VAN LIEFDE SECTOR VERZORGINGSINSTELLINGEN

DRUK OP PLAY

BELEIDSDAG GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG

VERSLAGBOEK VAN DE BELEIDSDAG GGZ ORGANISATIE BROEDERS VAN LIEFDE HOTEL VAN DER VALK, BEVEREN, 20.02.2020

#1#


Samenstelling / redactie: Stefan Van Sevecotte, Veerle Stevens, Tom Broekmans en Lieven Claeys Uitgave: Organisatie Broeders van Liefde Centrale Diensten Sector Verzorgingsinstellingen Stropstraat 119 9000 Gent

#2#


Woord vooraf

Beste lezer, Het is met trots dat ik jullie het verslagboek van onze sectorale beleidsdag “Druk op Play 2020” kan aanbieden. Dit naslagwerk verzamelt enerzijds de inbrengen van de key-note sprekers, die ons vanuit hun eigen praktijk en/of onderzoek prikkelden met hun inzichten. Een blik werpen buiten het gezichtsveld van onze eigen organisatie is immers steeds verrijkend. Anderzijds verzamelt dit verslagboek de presentaties en besprekingen van de workshops. Workshops die door onze eigen artsen en medewerkers werden voorbereid, en die door de deelnemers als bijzonder inspirerend werden gesmaakt. Het toont niet alleen de gespecialiseerde kennis die in onze organisatie reeds aanwezig is, maar de positieve drive waarmee deze workshops werden geanimeerd illustreren bovenal ook de begeerte die in onze zorgvoorzieningen aanwezig is om bij te leren. Om te zoeken hoe we nog betere kwaliteit van zorg kunnen leveren. Onze beleidsdag was bovendien ook een verbindend evenement. Het gevoel dat we met vele collega’s samen een opdracht te vervullen hebben, het delen van de (positieve en negatieve) ervaringen doet deugd en geeft energie. Het werk is zeker niet af. De komende jaren willen we met de input van deze dag de strategische doelstellingen van ons beleidsplan in de praktijk proberen te brengen. Dat kunnen we niet alleen. Maar vanuit het gevoel dat we overhouden aan deze beleidsdag, vervult het ons wel met vertrouwen dat we dit samen aankunnen. Dank voor uw betrokkenheid en engagement, en graag tot een volgende uitwisseling! Stefan Van Sevecotte Sectorverantwoordelijke

PS – uw ideeën of (kritische) reflecties kunt u nog steeds aan ons bezorgen via ggz@broedersvanliefde.be

#3#


#4#


9.30

18‐2‐2020

Welkom en situering. Stefan Van Sevecotte //

Over tendenzen in de zorg voor vandaag en morgen in het licht van het Vlaams en federaal gezondheidsbeleid. Over beleidskeuzes van de Organisatie Broeders van Liefde

Stefan Van Sevecotte // dagvoorzitter // sectorverantwoordelijke verzorgingsinstellingen Broeders van Liefde // // tangodanser //

via de vertaling in het sectoraal beleidsplan GGz.

Welkom en situering.

STRATEGISCH BELEIDSPLAN 2020‐2025

2

#5# 1


18‐2‐2020

De geestelijke gezondheidszorg binnen Broeders van Liefde is effectief, veilig, herstelgeoriënteerd en gebruikersgericht met een bijzondere aandacht voor de meest kwetsbare mens

3

VERANDERING IN GGZ‐LANDSCHAP

4

#6#

2


18‐2‐2020

VERANDERING IN GGZ‐LANDSCHAP Voorziening P.C. SINT‐AMANDUS U.P.C. SINT‐KAMILLUS P.C. MULTIVERSUM P.C. DR. GUISLAIN P.C. SINT‐ALEXIUS P.C. ARIADNE P.C. BRS ALEXIANEN P.C. SINT‐JAN‐BAPTIST P.C. ASSTER TOTAL BEDDEN BVL

Zkh 459 385 591 307 169 185 300 219 585 3.200

Fase 1 30 55 28 15 17 20 10 8 60 243

Fase 2 30 15 61 8 6 0 21 13 45 199

Tot.107 60 70 89 23 23 20 31 21 105 442 Mob. 13,81%

HIC 0 0 20 20 0 0 0 0 22 62

ID 30 15 10 12 13 14 0 0 18 112

Tot.Intf 30 15 30 32 13 14 0 0 40 174 Intens. 19,25% 5

6

#7#

3


18‐2‐2020

ONDERBOUWEN VAN DE ZORG

Clinical decision support resource 7

DATAGEDREVEN BELEID Kwaliteitsmonitoring Broeders van Liefde – centrale set indicatoren THEMA 1: De zorg voor de patiënt is effectief. Indicator 1.1.A Indicator 1.1.B Indicator 1.2

Beoordeling door de patiënt over het resultaat van zorg (VPP) Beoordeling door de patiënt over de therapeutische relatie (VPP) Feedbackgestuurde zorg: Implementatiegraad QuestManager

Indicator 2.1 Indicator 2.2.A Indicator 2.2.B

Afname van de ROPI‐R Ervaringsdeskundigheid (VIP²) Familie‐ervaringsdeskundigheid (VIP²)

Indicator 3

Beoordeling door patiënt over mogelijkheid tot inspraak (VPP)

Indicator 4.1 Indicator 4.2 Indicator 4.3 Indicator 4.4

Afzonderingen (uniforme registratie in Obasi) Suïcidepreventiebeleid (VIP²) Contract Patient Safety (FOD) Veiligheidscultuurmeting (FOD)

THEMA 2: De zorg voor de patiënt is herstelgericht.

THEMA 3: De zorg voor de patiënt is gebruikersgericht. THEMA 4: De zorg voor de patiënt is veilig.

8

#8#

4


18‐2‐2020

9

RESULTAATSGERICHTE FINANCIERING

_H __e_a_lt_h__O __u_t_c_om __e_s__ = Value Costs

10

#9#

5


18‐2‐2020

11

ZORGINNOVATIE REAKIRO – PSYCHIATRISCHE PALLIATIE Traject van herstel voor mensen met een euthanasieverzoek bij psychisch lijden

TRANSCULTURELE PSYCHIATRIE Zorgtraject voor vluchtelingen 12

#10#

6


18‐2‐2020

Sectorale beleidsdag Broeders van Liefde

13

OBJECTIEF VAN ONZE BELEIDSDAG

Groeiende deskundigheid Beleids‐ sturing 14

#11#

7


#12#


9.50

19‐2‐2020

Monitoring de-institutionalisatie voor mensen met een ernstige psychische aandoening. Prof. dr. Hans Kroon //

Monitoring in Wat kunnen we leren uit dede-institutionalisatie resultaten van de Nederlandse Nederland kernmonitor over transities in GGz-voorzieningen en uit de resultaten uit de peiling van het panel ‘Psychisch Gezien’? Hans Kroon Wat is de betekenis van deze resultaten voor de ambulante

en residentiële zorg ook in België?

Prof. dr. Hans Kroon // hoogleraar ambulantisering en deïnstitutionalisering Tilburg University // programmahoofd reïntegratie Trimbos-instituut // was graag een begenadigd keyboard speler geweest, maar houdt het bij het beluisteren van elektronische muziek. Momenteel is dit ‘Dancing and Blood’ van Low met overigens ook een sublieme clip. //

Broeders van Liefde, 20-02-20

Monitoring de-institutionalisatie voor mensen met een ernstige psychische aandoening. Disclaimer • • • •

Hoofd programma Zorg en Participatie Ti Hoogleraar TRANZO TiU Bestuur CCAF, FACT NL DSM runs in the family

#13# 1


19‐2‐2020

Motieven om te deïnstitutionaliseren: • Mensenrechten • Hospitalisatie: verlies aan eigenwaarde, vaardigheden • Opname traumatische ervaring, dwang • Beter problemen (leren) oplossen in de eigen omgeving • Zelfs na langverblijf: mensen meer tevreden met eigen woonplek

Boodschap over deïnstitutionalisering: • Beleidsstreven in meeste EU‐landen • Niet duurder/goedkoper, wel betere uitkomsten voor cliënten • Mits: goed gepland, lange termijnbeleid met aandacht voor context/diversiteit

#14# 2


19‐2‐2020

1990  1999: zorgvernieuwing en regionalisatie • Riagg, psychiatrisch ziekenhuis, PAAZ aparte bastions met gebrekkige continuïteit • Casemanagement om “gat” te vullen • Worstelen met “rehabilitatie” en “zorgplannen” • Pionierswerk • Vanaf 1995: regionalisatie/fusies, casemanagement als gevestigde waarde in het aanbod

5

Tussenbalans rond 2000 • Wachten we niet te lang? • Is het niet te veel “pappen en nathouden”?  multidisciplinaire teams • Te veel GGZ, te weinig verbinding met de samenleving?  kleinere schaal, streven naar “maatschappelijk steunsysteem”

6

#15# 3


19‐2‐2020

Rond 2000: laten we kansen liggen? De paradox van herstel zonder inclusie: “Here I sit – mad as a hatter – with nothing to do but either become madder and madder – or else recover enough of my sanity to be allowed to the life which drove me mad.”

Hoop! • • • •

FACT in decennium naar 400 teams Herstelgericht werken Evidence-based practices, standaarden Inzet psychologen, job coaches, ervaringsdeskundigen, e-health, leefstijl

2/19/2020

8

#16# 4


19‐2‐2020

Ondertussen: intramurale transformatie (geen afbouw)

9

Motieven om te deïnstitutionaliseren: • Mensenrechten • Hospitalisatie: verlies aan eigenwaarde, vaardigheden • Opname traumatische ervaring, dwang • Beter problemen (leren) oplossen in de eigen omgeving • Zelfs na langverblijf: mensen meer tevreden met eigen woonplek En: • Relatief veel bedden in Nederland En (althans in veel hoofden): • Hoop op kostenbesparing/beheersing GGZ (geen wetenschappelijk bewijs)

#17# 5


19‐2‐2020

Kader monitor ambulantisering • Bestuurlijk akkoord 2012: afbouw bedden met 1/3 en versterking ambulante zorg • Hervorming langdurige zorg (AWBZ/WMO) • Beperking: geen landelijk onderschreven outcomes/doelen, wel scenario’s Jaarlijkse rapportages sinds 2015, drie delen: • Panel van 1500 – 2000 mensen uit de doelgroep • Uitvraag aanbieders + data Vektis/CBS/etc. • Kwalitatieve verdieping op jaarlijks wisselend thema

11

Trends in verblijf: aantallen 2008: 32000  2018: 31000 (incl BW) = -2% 2008: 20000  2018: 14000 (excl BW) = -30% 20.000 18.000 16.000 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 0

Eerste opnamejaar 2008

2012

Langdurig verblijf 2013

2014

2015

Beschermd Wonen 2016

2017

2018 12

#18# 6


19‐2‐2020

Panel Psychisch Gezien

En meer dwangtoepassingen 13

Meer onvrijwillige opnamen

Tweejaarlijkse stijging in aanvragen dwangtoepassing

2012

2014

2016

2018

+7%

+9%

+11%

+10%

14

#19# 7


19‐2‐2020

15

Waarom?

16

#20# 8


19‐2‐2020

Geen fundamentele kostenverschuiving 2015

2018

Totaal GGZ (CBS)

6,3 mld = 0,91% BBP

6,6 mld = 0,86% BBP *

Aandeel GGZuitgaven (bron: monitoruitvraag aanbieders)

60% verblijf (inclusief BW)

60% verblijf (inclusief (BW)

Aandeel GGZbehandeluitgaven (raming op basis Vektis/ZIN)

50% verblijf

47% verblijf *

* = raming

17

Intramurale innovatie

18

#21# 9


19‐2‐2020

Overkomen stelselherziening: uitgangspositie

2006

19

2015: scheiding “behandeling” en “begeleiding”

20

#22# 10


19‐2‐2020

2014: Moord op Els Borst  “verwarde mensen”

21

Onduidelijke optelsom van beleid • Meer ambulante GGZ: goede reactie op beddenvermindering • Minder ambulante GGZ: gewenste verschuiving naar basiszorg/huisarts (of misschien gebeurt het wel bij de gemeente) • Meer beveiligde/gesloten bedden: goede reactie op “verwarde mensen” • Minder beveiligde/gesloten bedden: in lijn met mensenrechten en ambulantisering  Het is altijd goed, of fout, of we weten het niet

22

#23# 11


19‐2‐2020

Continueringsscenario Stakeholders: doe 2 of 3 Dichtst bij realiteit: 1

Stand van zaken 2014

Continueringsscenario 2020

Scenario intensivering ambulante opbouw

Scenario ‘Geïntegreerde GGZ in de wijk’ 20 %

Klinisch

38 %

35 %

27,5 %

Beschermd wonen

18 %

18 %

12,5 %

5%

Ambulant EPA

Ca 12 %

Ca 15 %

30 %

50 %

Ambulant overige patiënten Totaal

Ca 32 %

Ca 32 %

30 %

25 %

100 %

100 %

100 %

100%

23

Nadere trends • Ambulante aandeel nauwelijks gestegen • Regio’s experimenteren met verschillende vormen van integratie (wijk, zorgprogramma’s, doelgroepen) • Meer lichte zorg binnen behandeluitgaven • Relatief minder behandeltijd voor psychose • Veel regionale variatie  Zorgpatronen lijken logica te missen; financieringsbronnen/kolommen sturen praktijk

24

#24# 12


19‐2‐2020

Perpectieven • Regio’s experimenteren met verschillende vormen van integratie (in de wijk, van zorgprogramma’s, verbinding doelgroepen) • Rustiger beddenafbouw • Trauma, LVB, herstelacademie komen “in the picture” • Heruitvinding systemisch werken • Terug naar de waarden

26

#25# 13


19‐2‐2020

Team zonder opnamen en nauwelijks dwang • Krachtige visie, leiderschap: minder dwang, minder opnamen, herstelvisie • Wijgevoel, pioniersgeest  team al jaren stabiel • Gezamenlijke reflectie • Opties uitbreiden, risico’s in samenspraak durven nemen 27

Regio-innovatie • Samenwerking onder één naam: wijgevoel, niet “vingerwijzen” • Gedeelde waarden • Lange adem, moed, niet uit het lood door tegenslag • Getrapte reflectie (team  stuurgroep  land), doorbraaksessies (dus top-down + bottom-up) • Systemen niet leidend (wel veel last van): het “goede” betaalt zich uiteindelijk uit 28

#26# 14


19‐2‐2020

Inspiratie: Lille …

29

Lessons learned • Zorg veel heldere uitgangsdoelen • Investeren in “kwetsbaren” (zelfs bij onduidelijke kosteneffectiviteit) • Integreren werkt beter dan coördineren • Relax: er is niet één perfecte oplossing voor integratie van aanbod • Specifieke uitkomsten vergen specifieke interventies (en daarin is meer te doen) • Vanuit een basis van “er zijn” • Zorg voor permanent pionierswerk / leren

30

#27# 15


#28#


10.40

19-2-2020

Resultaten van zorg zichtbaar maken. Prof. Dr. Ralph Kupka //

Resultaten van zorg zichtbaar maken Prof. Dr. Ralph Kupka

Nederland kiest al meerdere jaren voor het zichtbaar

maken van de uitkomsten van zorg en blijft doorgaan met ROM. Wat zijn hun ervaringen met het meten

Ralph Kupka van klinische uitkomsten binnen en over voorzieningen

// hoogleraar bipolaire stoornissen VU Amsterdam // GGz InGeest en Altrecht GGz // vice-voorzitter Akwa GGz // maakt al eens een uitschuiver op piano bij Duke Ellington. //

Hoogleraar Stoornissencontext? heen? Kan dit worden vertaald naarBipolaire een Belgische Amsterdam UMC / VU Medisch Centrum, Amsterdam GGZinGeest, Amsterdam Altrecht, Utrecht

Druk op Play | Beleidsdag GGZ | Broeders van Liefde | 20 februari 2020

Resultaten van zorg zichtbaar maken. Richtlijnen en zorgstandaarden Kennis en Ervaring Wetenschappelijke evidentie (“evidence based”)

Praktijk overwegingen (“practice based”)

Ervaringen van patiënten, betrokkenen en behandelaren (“experience based”)

Richtlijnen Specifiek (stoornissen)

Generiek

Zorgstandaarden (stoornissen) “Richting geven aan Klinisch handelen”

Generieke Modules

“Geschreven vanuit patiëntperspectief”

GOEDE ZORG: persoonlijk, passend, uitvoerbaar, effectief, efficiënt

#29# 1


19-2-2020

NVvP: Richtlijnen Psychiatrie van A tot Z

27 specifieke en 22 generieke psychiatrische richtlijnen

Systematisch toepassen van richtlijnen verbetert de uitkomsten van behandelingen

#30#

2


19-2-2020

Kwaliteitsstandaarden

Kwaliteitsstandaard Wat is een kwaliteitsstandaard

• Een kwaliteitsstandaard beschrijft in algemene termen wat goede zorg is vanuit het perspectief van de patiënt (Zorginstituut Nederland) • Zowel richtlijnen, zorgstandaarden als generieke modules vallen onder de verzamelnaam ‘kwaliteitsstandaard’.

#31# 3


19-2-2020

Richtlijn Richtlijnen

• aanbevelingen voor de diagnostiek en behandeling van patiënten met psychische aandoeningen, berustend op wetenschappelijk onderzoek aangevuld met expertise en ervaringen van zorgverleners en zorggebruikers • een zorgstandaard baseert zich op bestaande richtlijnen • aan één bepaalde zorgstandaard kunnen meerdere richtlijnen ten grondslag liggen

Zorgstandaard Zorgstandaard

• • •

#32#

beschrijving wat goede zorg is voor mensen met een bepaalde psychische aandoening gedurende het complete zorgcontinuüm (landelijke) norm waaraan multidisciplinaire, integrale zorg bij psychische aandoeningen moet voldoen. Beschrijving wat de patiënt kan verwachten op het gebied van medicatie en behandeling, participatie, de omgeving en de organisatie van zorg.

4


19-2-2020

Generieke Module Generieke module

• beschrijving van zorgcomponenten of -onderwerpen die relevantie hebben voor meer psychische aandoeningen (bijvoorbeeld zelfmanagement en arbeidsparticipatie) • afhankelijk van de aandoening kan de zorg die wordt beschreven in een generieke module in één of meer fases van het zorgproces van toepassing zijn

#33#

5


28 Generieke Modules

15 Zorgstandaarden

19-2-2020

#34#

6


19-2-2020

Voorbeeld: Zorgstandaard

PatiĂŤnten informatie is the vinden op Thuisarts.nl

#35#

7


19-2-2020

Voorbeeld: Generieke Module

Zorgstandaard + Generieke Modules: samen een maatpak voor N=1 ?

#36#

8


19-2-2020

Routine Outcome Monitoring:

Het begint in de vorige eeuw

een (s)lopende discussie

Tijdschrift voor Psychiatrie 1999

#37# 9


ROM discussie vanaf 2012

19-2-2020

Kritische geluiden

Tijdschrift voor Psychiatrie 2012

Tijdschrift voor Psychiatrie 2012

#38#

10


2015: ROM ook in Vlaanderen?

19-2-2020

Kritische geluiden

Tijdschrift voor Psychiatrie 2015

Tijdschrift voor Psychiatrie 2016

#39#11


Tijdschrift voor Psychiatrie 2017

Toch ook positieve geluiden

Stoppen of doorgaan met ROM(melen)?

19-2-2020

Tijdschrift voor Psychiatrie 2017 & 2019

#40#

12


19-2-2020

Akwa GGZ en de veronderstelde erfenis van SBG* De alliantie

* SBG = Stichting Benchmark GGZ (2011-2018)

Vier onderscheiden ROM-doelen

Focus op verbetering van kwaliteit Verbetering van kwaliteit

Ondersteunen ROM DOEL 1

Leren van elkaar ROM DOEL 2

Transparantie van kwaliteit

Keuze-informatie voor patiĂŤnten ROM DOEL 3

Informatie voor zorgverzekeraars ROM DOEL 4

#41#

13


19-2-2020

Focus op verbetering van kwaliteit Ondersteunen bij de behandeling voor zowel de behandelaar als de patiënt.

Behandeling ROM DOEL 1

Leren van elkaar ROM DOEL 2

Intercollegiaal leren van elkaar om de kwaliteit van de zorg te verbeteren.

ROM in de behandeling (N=1) ROM in de behandeling (ROM-doel 1)

In lijn met plan van aanpak doorontwikkeling kwaliteitsregistratie(s) is set van indicatoren en meetinstrumenten per zorgstandaard opgesteld

Uitgangspunt is selectie van indicatoren en meetinstrumenten die zowel de behandelaar als patiënt ondersteunen bij de individuele behandeling De hoofdstukken ‘kwaliteitsindicatoren’ worden in januari 2020 aan ZINL aangeboden

#42#

14


19-2-2020

Welke domeinen van verbetering zijn betekenisvol? (en voor wie?) (en hoe meet je dat op een valide en betrouwbare manier?)

- Symptomatisch herstel - Functioneel herstel - Maatschappelijk herstel

PatiĂŤnt Professional

- Persoonlijk herstel

Instelling

- Kwaliteit van leven

Verzekeraar

- CliĂŤnttevredenheid

Hoeveel meetinstrumenten zijn in te passen in de dagelijkse zorg?

#43#15


19-2-2020

Vier onderscheiden ROM-doelen

Wat geeft transparantie van kwaliteit?? Verbetering van kwaliteit

Ondersteunen ROM DOEL 1

Leren van elkaar ROM DOEL 2

Transparantie van kwaliteit

Keuze-informatie voor patiënten ROM DOEL 3

Informatie voor zorgverzekeraars

?

ROM DOEL 4

Dilemma’s & Spanningsvelden - Stoornis-georiënteerd versus probleem-georiënteerd behandelen - Wetenschappelijke evidentie op groepsniveau versus N=1 - Standaard versus betekenisvolle uitkomstmaten - ROM: validiteit (meer m/weten?) versus haalbaarheid (minder m/weten?) - ROM i.e.z. (N=1) versus geaggregeerde transparantie van kwaliteit - (…)

#44#

16


19-2-2020

Wat is er te doen? - Implementatie van Zorgstandaarden (en versie 2.0?) - Actueel houden van Richtlijnen en Zorgstandaarden - Doelmatige keuze van betekenisvolle kwaliteitsindicatoren en meetinstrumenten - Inbedden van ROM / kwaliteitscyclus in het reguliere behandelproces - Indicatoren ontwikkelen voor ‘transparantie van kwaliteit’

- Samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen

#45#17


#46#


10.40

19‐2‐2020

Resultaten van zorg zichtbaar maken. Prof. Dr. Bernard Sabbe //

Nederland kiest al meerdere jaren voor het zichtbaar maken van de uitkomsten van zorg en blijft doorgaan met ROM. Wat zijn hun ervaringen met het meten

Em. Prof. Dr. Bernard Sabbe // hoogleraar psychiatrie universiteit Antwerpen // lid beheerscomité GGz Broeders van Liefde // neuriet geregeld een deuntje van Georges Brassens. //

Resultaten van zorg zichtbaar maken : van klinische uitkomsten binnen en over voorzieningen de Belgische context heen? Kan dit worden vertaald naar een Belgische context?

Em. Prof. Dr. B. Sabbe

Resultaten van zorg zichtbaar maken. Federale Overheid – Volksgezondheid Meerjarig Programma Quality & Safety

Nadruk op patiëntveiligheid 

Veiligheidmanagementsysteem risico‐analyse, meld‐ en leersysteem (bijna‐)incidenten

Veiligheidscultuur ziekenhuisbrede meting – benchmarkonderzoek o.l.v. Uhasselt

Specifieke thema’s per meerjarig programma zoals medicamenteuze zorg, agressie, valincidenten, vrijheidsbeperkende maatregelen Bron: Health.Belgium.be

#47# 2


19‐2‐2020

Vlaamse Overheid Vlaams IndicatorenProject voor Patiënten en Professionals – VIP² Kwaliteit van zorg = mate waarin de zorg geleverd aan individuen en patiëntenpopulaties de gewenste zorgresultaten verbetert. Kwaliteitsindicatoren = gestandaardiseerde evidence‐based maatstaven voor kwaliteit van zorg i.f.v. informeren v/d zorgverleners, zorgvoorzieningen, patiënt en overheid i.f.v. meten en opvolgen v/d klinische performantie en uitkomsten van zorg Metingen gestart in 2016

Bron: https://www.zorgkwaliteit.be/QI_GGZ

Vlaamse Overheid Overzicht Indicatoren GGZ ‐ 2020

Gevalideerde indicatoren INDICATOR

SECTOR

Vlaamse patiënten peiling GGZ Implementatie van een suïcidepreventiebeleid Volledigheid van het geneesmiddelenvoorschrift Inschakeling van ervaringsdeskundigen

Alle sectoren Alle sectoren PZ, PAAZ, PVT

Handhygiëne

PZ

Volledigheid beleid betrekken van de context Behandelplan Benzodiazepines

Alle sectoren BW, PVT PZ, PAAZ

INDICATOR

SECTOR

Behandelplan Hepatitis C

CGG Verslavingsconventies

INDICATOR

SECTOR

Suïcidepreventie in functie van zorgcontinuïteit Participatie Betrokkenheid van de context Hepatitis C Behandelplan

Alle sectoren BW PVT Verslavingsconventies CGG, CAR

Indicatoren in piloot

Indicatoren in ontwikkeling

#48#

3


19‐2‐2020

Vlaamse Overheid Dimensies van kwaliteit van zorg 6 dimensies • veiligheid • effectiviteit • persoonsgericht • tijdigheid • efficiëntie • gelijkwaardig Gebaseerd op The Alberta Quality Matrix (2005)

Vlaamse Overheid Uitkomsten van Zorg 

  

Uitkomstindicatoren geven informatie over de uitkomst van de zorg

gemeten op patiëntniveau Bv. mortaliteit, ziektesymptomen, pijn, functionele beperkingen, tevredenheid Vermits uitkomstindicatoren de resultante zijn van vele factoren is het meestal moeilijk om deze indicatoren te herleiden tot specifieke handelingen. Vooral uitkomstindicatoren vragen correcties om een geldige benchmarking te kunnen doen. Groeiende aandacht voor patiëntgerapporteerde uitkomstmaten (PROMs). Bron: Plessers et.al. (2019), VIKZ

#49#

4


19‐2‐2020

Nood aan wetenschap/richtlijnen in de Vlaamse psychiatrie en ggz Tijdschr. voor Geneeskunde, 69, nr.17, 2013 doi: 10.2143/TVG.69.17.2001446

Bernard Sabbe

Meer wetenschap in de Vlaamse psychiatrie Tijdschr. voor Geneeskunde, 73, nr.22, 2017 doi: 10.2143/TVG.73.00.2000000

Bernard Sabbe

Nood aan richtlijnen in de Vlaamse psychiatrie & geestelijke gezondheidszorg

Vlaamse Overheid Strategische doelen VIKZ

Strategisch doel: Kwaliteit meten ‐ ‐ ‐

 

#50#

OD: Ontwikkelen van indicatoren op instellingsniveau OD: Ontwikkelen van indicatoren op regionaal niveau OD: Inzetten op ontwikkeling minimale GGZ database

Zorginspectie verwacht dat er gewerkt wordt met uitkomstenmetingen. VIKZ denkt na over een instrument voor uitkomstmeting dat toelaat om enerzijds klinisch relevant te zijn op microniveau en ook informatief kan zijn op macroniveau.

5


19‐2‐2020

Waar staan Broeders van Liefde? Feedbackgestuurde zorg / routine outcome monitoring via softwarepakket Questmanager Fase 1: Adoptie gebruik QM Ontwikkelen v/e visie op feedbackgestuurde zorg Gebruik van QM – Uitkomsten op patiëntniveau Gebruik van uitkomsten op patiëntniveau – systematisch Fase 2: Gebruik van uitkomsten en klinische data ifv beleid op de afdeling Gebruik van uitkomsten en klinische data ifv beleid vd voorziening ? Gebruik van uitkomsten en klinische data ifv beleid BvL‐ GGZ ? Gebruik van uitkomsten en klinische data ifv beleid Vlaamse overheid? ‐> haalbaar?

Waar staan Broeders van Liefde? BvL Indicator Implementatiegraad Questmanager Adoptiefase

a) Afdeling is mondeling of schriftelijk geïnformeerd over feedback gestuurde zorg via QM b) Gebruik QM is op de afdeling besproken (overtuiging) c) Gebruik QM is op de afdeling gedemonstreerd (overtuiging) d) Pakket QM is lokaal geïnstalleerd en voor de afdeling toegankelijk (voorbereiding) e) De afdeling beschikt over een visie op het gebruik van QM (voorbereiding) f) De afdeling beschikt over een visie op het gebruik van QM die vertaald is in concrete afspraken omtrent het gebruik van QM bij de eigen doelgroep (voorbereiding) g) De afdeling heeft formeel beslist voor (bijna) elke patiënt een feedback gestuurd zorgtraject uit te werken.

Implementatiefase

h) QM wordt gebruikt voor patiënten. Het gebruik zit in de opstartfase; team en patiënten doen ervaring op met het pakket; een evaluatiemoment is voorzien.

Confirmatiefase

i) QM is algemeen in gebruik en maakt deel uit van het routinematig handelen van de afdeling. Dit omvat o.m. dat de resultaten uit QM worden teruggekoppeld naar de patiënt tijdens de besprekingen over zijn behandeltraject; m.a.w. dat feedbackstuurde zorg aan de hand van QM een feit is.

#51#

6


19‐2‐2020

Waar staan Broeders van Liefde? Visie feedback‐ gestuurde zorg per afdeling*

Implementatie Meetinstrumenten Meetinstrumenten Gebruik gegevens Gebruik gegevens Gebruik gegevens QuestManager Generiek** Specifiek per afdeling op patiëntniveau voor beleid voor beleid per afdeling afdeling*** zorggroep

d.d. 20‐02‐2020 PC DG

elke afd: 8/8

3/8

Neen

Ja

Ja

Neen

Neen

ZG St Kamillus

elke afd: 10/10

elke afd: 10/10

Neen

Ja

Ja

Neen

Neen

PC Ariadne

elke afd: 6/6

elke afd: 6/6

Neen

Ja

Ja

Neen

Neen

PC Beernem

elke afd: 14/14

elke afd: 14/14

Neen

Ja

Ja

Neen

Neen

PZ Sint‐Alexius

elke afd: 5/5

elke afd: 5/5

Ja

Ja

Ja

Neen

Neen

ZG Multiversum

17/19

13/19

Neen

Ja

Ja

Ja

Neen

Asster

elke afd: 23/23

7/23

Neen

Ja

Ja

Ten dele

Ten dele

PC SJB Alexianen ZG Tienen

9/11 elke afd: 10/10

elke afd: 11/11

Neen

elke afd: 10/10

Ja

Ja Ja

Ja Ja

Ten dele Ja

Ja (voor 9/11) Ja

*: noemer: aantal afdelingen in het ziekenhuis (= behandelunits, dagziekenhuis of polikliniek; geen PVT, Mobiel Team of IBW). teller: aantal afdelingen waar een visie op feedbackgestuurde zorg beschikbaar is (kolom 1) of waar medewerkers QM kunnen gebruiken (kolom 2) **: meetinstrumenten voor ernst, screening, diagnose, beloop of effect *** : data technisch niet automatisch beschikbaar op afdelingsniveau of niveau van de zorggroep

#52#

7


Een toelichting bij de nieuwe visietekst van de

Dr. Marc Eneman // hoofdgeneesheer PC Dr. Guislain // beleidspsychiater Centrale Diensten Broeders van Liefde // wil deze nacht in de straten verdwalen met Wannes Van De Velde. //

Visie op behandeling in een psychiatrisch ziekenhuis Welke verwachtingen stellen we aan onze behandelingen? Organisatie Broeders van Liefde op ‘behandelen’.

Hoe zijn deze afgestemd op herstelgerichte zorg?

Dr. Marc Eneman mevr. Veerle Stevens, dr. pedagogiek

Welke klemtonen leggen wij als Organisatie Broeders van Liefde? Beveren‐Waas 20.02.2020

Visie op behandeling in een psychiatrisch ziekenhuis 

1

Het psychiatrisch ziekenhuis (in brede zin): een plaats van intensieve behandeling. (‘functie 4’; Blauwe gids, FOD Volksgezondheid, 2010)

  

Visietekst: verwachtingen van de organisatie Broeders van Liefde omtrent behandeling. Richt zich tot alle disciplines in de zorg. Een tekst in ontwikkeling 2

#53#

1


Reeds een visietekst Herstelondersteunende zorg ‘Herstelondersteunende zorg: implementatie van ervaringskennis en – deskundigheid’ (Bevernage L. ‐ 2017) 

De regie over het eigen leven. 

Hersteldenken en interdisciplinaire psychiatrische behandeling: complementair.

Integrale zorg: beide aspecten, niet het één zonder het ander. Te onderscheiden, niet te scheiden. Soms wel accentverschuivingen. 

3

Mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen lijden niet alleen door symptomen en functionele beperkingen, maar ook door schade op hun zelfbeeld en toekomstperspectief, […] Onze bevindingen stellen het belang in het licht van het betrekken van beide aspecten in de behandeling van schizofrenie: zowel de symptomen en het functioneren als de subjectieve betekenis van het leven met een psychose.” (Cavelti, Rüsch en Vauth. Is living with psychosis demoralizing? The Journal of Nervous and Mental Disease, 2014, p.526). 4

#54# 2


Hier: inzoemen/focussen op behandeling in de meer strikte zin.

Koerselman, Leerboek Psychiatrie, 2005, p. 157: Psychiatrische behandelingen verschillen niet principieel van andere medische behandelingen.

Waar het om gaat: het diagnostisch en therapeutisch handelen kan onderbouwd worden met controleerbare bevindingen uit relevante wetenschapsgebieden. 5

Organisatie Broeders van Liefde: Een tiental verwachtingen ivm psychiatrische behandeling. Doel: aanbieden van zo optimaal mogelijke zorg. Open deuren? Ruimte voor verbetering? 6

#55# 3


Een drievoudige breedhoekbenadering

Zowel tijdens diagnosestelling als bij behandeling. In het bijzonder bij EPA‐patiënten.

Holistische benadering Alle dimensies van het mens‐zijn in etiologie, evolutie en behandeling. Hoedt ons voor een te eenzijdige benadering en de fouten hieruit vloeiend.

–

Interdisciplinair handelen Interdisciplinariteit leidt tot een verrijking ivm diagnosestelling en behandelingsmogelijkheden.

–

Handelen in Trialoog: patiënt, naastbetrokkenen en hulpverleners. Samenwerking en evenwaardigheid. Ieder zijn/haar eigen expertise. Wederzijds informeren, gezamenlijk reflecteren, zoveel als kan samen beslissen.

–

7

Een accurate diagnosestelling

Een goede diagnosestelling als fundering voor een adequate therapie.

8

#56# 4


Zoveel als kan in de samenleving

De connectie met het dagelijkse leven zoveel als kan vrijwaren. Kritisch nadenken over de modus van behandeling. Schade vermijden door opname en door niet‐opname.

9

Het gebruik van een behandelplan

Elke patiënt heeft een in gezamenlijk overleg tot stand gekomen en geactualiseerd behandelplan. – – –

bevat de samenvatting van de gezamenlijke inbreng monitoringstool faciliteert de zorgcontinuïteit

10

#57# 5


 Evidence‐based handelen in de ruime zin Evidence based practice Evidence‐based medicine: het consciëntieus, expliciet en oordeelkundig gebruik van de best beschikbare, bewezen kennis bij het nemen van beslissingen over de behandeling voor de patiënt (Sackett et al., 1996; Greenhalgh et al., 2014). Drie aspecten: ‐ kennis uit wetenschappelijk onderzoek (RCT’s, meta‐analyses, …). ‐ informatie verstrekt door de patiënt ‐ ervaring en inzicht van de beroepsbeoefenaar Evidentie in wetenschappelijke betekenis is noodzakelijk, maar ontoereikend. Dient door gezamenlijke reflectie geïndividualiseerd te worden toegepast. 11

Value‐based handelen Value‐based: de impliciete en expliciete waarden voor het voetlicht. In gezondheidszorg iha en in psychiatrie ihb is ethische reflectie van essentieel belang. Een aantal voor onze groep belangrijke waarden. 

Ethische adviezen organisatie Broeders van Liefde kunnen behulpzaam zijn bij het reflecteren. 12

#58# 6


Transparantie over diagnose en behandeling Transparantie en openheid: zo groot als mogelijk tov de patiënt. Mits zijn/haar toestemming: ook delen met de naastbetrokkenen. 

Cave! Geen ‘neutrale’ informatie. Bijzondere aandacht voor belevingsaspecten bij het informeren. 13

Preventieve aspecten

Preventie van terugval Uitwerken van een crisisplan, met voorkeuren van patiënt en omgeving. Algemene preventie: gezonde levensstijl • Fysiek: bloedbeeld, voeding, gewicht, beweging, roken en alcohol, … • Psychisch: druggebruik, balans draaglast‐draagkracht, … • Verbondenheid • Zingeving 14

#59# 7


Monitoring van de behandeling

Meten van de resultaten van de zorg. Feedback‐gestuurde zorg. Proberen indrukken te objectiveren en inzicht in complexiteit en evolutie van zorgvragen te verhogen.

15

Zorg in een netwerk

Ons werk: een schakel in een netwerk van omvattende zorg. Zorg dragen voor een constructieve samenwerking met andere hulpverleners, zorgcontinuïteit, gedegen zorgcommunicatie.

16

#60# 8


Klemtonen en bijzondere aandachtspunten in de zorg bij de Broeders van Liefde • • • • • • •

Diep respect voor de menselijke persoon, waardigheid en evenwaardigheid. Grote sensibiliteit voor ethische facetten in de zorg. Ruime aandacht voor aspecten van zingeving. Openstaan voor zorgvragen van moeilijke/minder gegeerde doelgroepen. Bij botsen op ‘therapieresistentie’: creatief zoeken, ons laten helpen. Bij grenzen van eigen kennen en kunnen: zorgvuldig verwijzen. Een verwijzing is geen afwijzing. Zorg dragen voor een kwaliteitsvolle werkgemeenschap: de kracht van een team heeft een impact op de kwaliteit van de zorg. 17

Besluit Een utopie? Realistisch? Overdreven? Een maatstaf in eigen kring. We staan er niet alleen voor: het interdisciplinaire team, samen met de patiënt en zijn/haar naastbetrokkenen. We kunnen samen die kern van ons werk realiseren. 18

#61# 9


Visie op behandeling in een psychiatrisch ziekenhuis Tekst in ontwikkeling | 20‐02‐2020 De samenleving heeft het psychiatrisch ziekenhuis1 de opdracht toegekend om intensieve behandelingen aan te bieden aan patiënten met psychiatrische aandoeningen2. De organisatie Broeders van Liefde wil met de voorliggende nota haar verwachtingen uitdrukken over de kwaliteit van de behandelingen in haar ziekenhuizen3. Wat mogen patiënten verwachten omtrent hun behandeling tijdens hun verblijf in het ziekenhuis? De voorliggende nota richt zich tot alle disciplines in de zorg, zoals verpleegkundigen, artsen, psychologen, ergotherapeuten, maatschappelijke werkers, ervaringsdeskundigen, criminologen, muziektherapeuten, orthopedagogen en bewegingstherapeuten.

Integrale zorg: herstelondersteunende zorg en behandeling samen Eerder definieerden we als organisatie dat de zorg die we bieden kadert binnen het hersteldenken (zie visietekst herstelondersteunende zorg; Bevernage, 2017). Hierbij engageerden de voorzieningen zich om voldoende aandacht te geven aan het vermogen van patiënten om de regie over hun leven in eigen handen te nemen of te houden, ondanks de aanwezigheid van symptomen en ziekte. Om dit engagement te ondersteunen werd ook ervaringskennis binnengebracht in de ziekenhuizen (Bevernage, 2018). Onze visie op herstelondersteunende zorg beschouwt de interdisciplinaire psychiatrische behandeling en het hersteldenken als complementair aan elkaar (zie ook Davidson et al, 2009). Ze onderstreept dat integrale zorg zowel aandacht schenkt aan de behandelaspecten in de meer strikte zin als aan het herstel van de patiënt als persoon. Voor het aanbod in onze voorzieningen geldt bijgevolg: geen herstel zonder goede interdisciplinaire behandeling, en omgekeerd, geen interdisciplinaire behandeling buiten het ruimere kader van het hersteldenken.

Behandeling Het begrip ‘behandeling’ in deze nota verwijst naar de strikte definiëring van de psychiatrische behandeling, die voor ons essentieel een interdisciplinair handelen behelst. Koerselman (2005) stelt dat psychiatrische behandelingen niet principieel verschillen van andere medische behandelingen. Deze laatste “worden

1

#62#

Voor de duidelijkheid verstaan we onder psychiatrisch ziekenhuis het ziekenhuis in al zijn geledingen, met name: residentiële afdelingen, dag‐ en nachtziekenhuis, poliklinische diensten, mobiele teams en outreachende werking. Op deze wijze zijn de initiatieven beschut wonen en de psychiatrische verzorgingstehuizen niet gevat in deze tekst: zij hebben in tegenstelling tot de ziekenhuizen geen opdracht tot intensieve behandeling. 2 Voor verdere toelichting verwijzen we naar de beschrijving van de vijf functies in de geestelijke gezondheidszorg volgens de blauwe gids (FOD Volksgezondheid, 2010). 3 Het initiatief voor deze nota gaat uit van de hoofdartsen van de organisatie Broeders van Liefde. Ze wordt als sneuvelnota op diverse fora besproken (met artsen en teammedewerkers, met patiënten en hun omgeving, met directies en beleidsmedewerkers) en ten gevolge van deze besprekingen ook aangepast.


toegepast op een individu met klachten of symptomen (de ‘patiënt’), ze zijn gebaseerd op hypotheses over de mogelijke oorzaak van die klachten of verschijnselen en over de mogelijkheid om daar invloed op uit te oefenen, en ze moeten zowel voor wat betreft die fundering als voor wat betreft hun resultaten getoetst kunnen worden. Waar het om gaat, is dat het diagnostisch en therapeutisch handelen kan onderbouwd worden met controleerbare bevindingen uit relevante wetenschapsgebieden. Voor de psychiatrie geldt dit onverkort.” (Uit: Leerboek psychiatrie, Hengeveld, p.157).

Verwachtingen betreffende de psychiatrische behandeling De Organisatie Broeders van Liefde formuleert een aantal verwachtingen voor de psychiatrische behandelingen in haar ziekenhuizen en dit met het oog op het aanbieden van optimale zorg. Bij enkele van deze punten lijkt het op intrappen van open deuren. De praktijk leert dat ondanks het grote engagement van hulpverleners er toch hiaten in de zorg kunnen bestaan en dat verbetering in dit geval wenselijk is.  Een drieledige breedhoekbenadering De ernst en de complexiteit van de psychische stoornissen of het psychisch disfunctioneren bij patiënten vereist een drieledige breedhoekbenadering, zowel tijdens de diagnosestelling als bij de behandeling. Dit geldt in het bijzonder voor EPA –patiënten4. De drieledige breedhoekbenadering behelst een holistische en interdisciplinaire werkwijze en een handelen in trialoog. (1) De holistisch benadering geeft zowel aandacht aan de biologische, psychologische, sociale en de existentiële componenten in de etiologie, de evolutie en de behandeling van de ziekte. Op deze wijze kan men fouten voorkómen die voortvloeien uit een te eenzijdige zienswijze. Wanneer patiënten bijvoorbeeld enkel worden benaderd vanuit biologische aspecten of enkel vanuit de invalshoek ‘betekenissen’, verhoogt de kans op hiaten in de diagnosestelling en het behandeltraject. (2) Interdisciplinair handelen betekent dat de diagnosestelling en de therapie worden opgebouwd door de respectievelijke betrokken disciplines. Doorheen het interdisciplinair overleg wordt het inzicht in de diagnose en de behandeling verrijkt waardoor ook de kwaliteit van de zorg kan toenemen. (3) Handelen in trialoog verwijst naar het overleg tussen patiënt, naastbetrokkenen en hulpverleners in een sfeer van samenwerking en evenwaardigheid. Zo is er meer evenwicht in de aandacht voor de informatie die respectievelijk de patiënt, de naastbetrokkenen en de hulpverleners inbrengen. Elk van deze drie partijen heeft een eigen expertise die wordt erkend en ingezet ten voordele van een accurate diagnose en gepaste behandeling. Niet alleen het wederzijds delen van informatie is belangrijk, maar tevens het gezamenlijk reflecteren en het zoveel als kan samen beslissen van alle betrokkenen.  Een accurate diagnosestelling Net zoals in de somatische geneeskunde dient de behandeling van psychische stoornissen gefundeerd te zijn op een accurate diagnose. Een juiste diagnosestelling onderbouwt de keuze voor de best passende therapie en vermindert de kans op behandelfouten. Deze verwachting impliceert dat op aangewezen tijdstippen in het contact met de patiënt de nodige informatie wordt verzameld via studie van de voorgeschiedenis van de patiënt, anamnese

4

Personen met een ernstige psychiatrische aandoening.

#63#

2


en hetero‐anamnese, onderzoek van het actuele klinische beeld, interdisciplinair overleg en zo aangewezen via psychodiagnostisch, somatisch, technisch en beeldvormend onderzoek. 

Zoveel als kan in de samenleving Het team van medewerkers reflecteert systematisch over de modus voor behandeling en bewaakt dat deze voor de patiënt het meest aansluit bij de gewone samenleving. Dit betekent dat voor de patiënt de connectie met het dagelijkse leven zoveel mogelijk wordt gevrijwaard, zodat wonen, leren, werken,… tijdens de behandeling kan worden gecontinueerd als dat voor de betrokkene ook haalbaar is. Op die manier vermijden we schade toe te brengen die een patiënt kan oplopen door bv. een volledige opname waar deze niet aangewezen is. Omgekeerd evenwel kan men ook schade berokkenen door iemand niet op te nemen wanneer dit wel noodzakelijk blijkt.

Het gebruik van een behandelplan Elke patiënt heeft een in gezamenlijk overleg tot stand gekomen en geactualiseerd behandelplan. De beschikbaarheid van behandelplannen is een krachtig hulpmiddel voor patiënt en hulpverlener: ‐ Het bevat de samenvatting van de inbreng van de patiënt, naastbetrokkenen en hulpverleners, alsook hun gezamenlijke besluit over het te volgen behandeltraject. ‐ Het doet dienst als monitoringstool waarmee patiënt en hulpverlener de voortgang van het behandeltraject kunnen opvolgen. ‐ Het faciliteert de zorgcontinuïteit op het moment waarop de patiënt overgaat naar een andere zorgmodus, binnen of buiten het ziekenhuis. Evidence‐based handelen in de ruime zin De toegediende behandeling is onderbouwd en kan worden gelabeld als evidence‐based practice. We verwijzen hierbij naar het begrip evidence‐based medicine waarbij het gaat om het consciëntieus, expliciet en oordeelkundig gebruik van de best beschikbare, bewezen kennis bij het nemen van beslissingen over de behandeling voor de patiënt (Sackett et al., 1996; Greenhalgh et al., 2014). Het omvat drie aspecten: (1) de kennis uit wetenschappelijk onderzoek (randomized controlled trials, meta‐analyses, …), (2) de informatie verstrekt door de patiënt over zichzelf en zijn of haar voorkeuren en (3) de ervaring en inzichten van de beroepsbeoefenaar. De neiging bestaat om evidence‐based practice te verengen tot onderzoeksgerelateerde informatie. Vaak vormt dit de enige basis bij de opmaak van richtlijnen en protocollen. Men vergeet daarbij dat de toepassing van wetenschappelijke evidentie in de praktijk haar beperkingen kent5. Evidence in haar wetenschappelijke betekenis is een noodzakelijke, maar ontoereikende tool voor het behandelen van (EPA‐)patiënten, en dient telkens door middel van een goede en gezamenlijke reflectie geïndividualiseerd te worden toegepast. Value‐based handelen Het team van medewerkers werkt niet alleen evidence‐based, maar evenzeer value‐based. Value‐ based handelen brengt de impliciete en expliciete waarden van het team voor het voetlicht

5

Denk bv. aan het gegeven dat duidelijke statistische verschillen in onderzoek vaak slechts marginale verbeteringen opleveren in de klinische praktijk, aan de beperkte toepasbaarheid van wetenschappelijke kennis wanneer deze wordt omgezet in weinig flexibele algoritmes gebaseerd op de gemiddelde patiënt of aan problemen die opduiken bij multimorbiditeit.

#64#

3


(Fulford, 2008) en doet medewerkers nadenken over de therapie die ze bieden en het besluitvormingsproces dat daartoe leidt, over de relatie tussen de hulpverlener, de patiënt en zijn of haar omgeving, en over een aantal bijzondere aangelegenheden zoals het gebruik van dwang of het maken van keuzes bij therapieresistentie. Belangrijke waarden in de zorg die binnen de organisatie Broeders van Liefde gehuldigd worden, zijn o.m. aandacht geven aan ieders kracht met oog voor ieders kwetsbaarheid, samenwerken in dialoog, verbondenheid en vertrouwen en een duurzaam engagement in de zorg voor de patiënt en diens omgeving (wat daarom niet betekent een langdurige opname). Als organisatie beschikken wij over meerdere ethische adviezen die artsen en hulpverleners kunnen ondersteunen bij hun beslissingen over behandelingen (voor het overzicht van de beschikbare adviezen zie: www.broedersvanliefde/identiteit/visie.be). 

Transparantie over diagnose en behandeling De transparantie en openheid over de diagnose en de behandeling is zo groot als mogelijk. De patiënt dient volledig en correct geïnformeerd te worden over zijn of haar diagnose, de uitgevoerde onderzoeken en de beschikbare behandelvormen. Dit laatste omvat het bieden van informatie over de voor‐ en nadelen van de verschillende therapieën, de impact ervan op korte, middellange en lange termijn, de mogelijkheden en beperkingen ervan, en de verwachtingen tijdens de behandeling t.a.v. de patiënt, diens omgeving en het team. Mits instemming van de patiënt kan de hierboven vermelde informatie ook gedeeld worden met de naastbetrokkenen. Informatie verschaffen vergt bij EPA‐patiënten bijzondere aandacht. Wat men als zorgverlener meedeelt, doorgeeft en bespreekt, is voor deze patiënten vaak geen ‘neutrale’ informatie. De inhoud kan voor de betrokkene of diens omgeving een uiterst persoonlijke, essentiële betekenis krijgen. Ziekte‐inzicht is soms pijnlijk en kan het lijden versterken. Het verhogen van ziekte‐inzicht blijft belangrijk maar het dient te gebeuren met bijzondere aandacht voor de belevingsaspecten. Preventieve aspecten Het team besteedt tijdens het behandelproces aandacht aan de preventie van terugval. Terugval kan immers voor de patiënt en de omgeving gepaard gaan met intense gevoelens van moedeloosheid. Deze verwachting houdt in dat het team met de patiënt, en eventueel ook met diens naastbetrokkenen, bespreekt waaraan tekenen van terugval herkenbaar zijn en hoe terugval kan worden voorkomen. Het is aanbevolen een crisisplan uit te werken waarin de voorkeuren van de patiënt en zijn of haar omgeving zijn opgenomen omtrent de gewenste zorg tijdens een terugval of crisismoment. Een gedegen behandeltraject neemt bij voorkeur ook de preventierichtlijnen voor een gezonde leefstijl ter harte. Bij patiënten met psychische problemen is het aangewezen om hen te behoeden voor de nadelen van een therapie (bv. door het opvolgen van gewicht of andere parameters bij het gebruik van bepaalde medicatie). Verder is het van belang om samen met de patiënt aandacht te hebben voor voldoende beweging, gezonde voeding, een goede lichaamsverzorging, omgang met middelen, een goede balans draaglast‐draagkracht, zingeving en voldoende verbondenheid.

#65#

4


Monitoring van de behandeling De aangeboden behandeling dient werkzaam te zijn en te leiden tot de gewenste resultaten. Daartoe besteedt het team samen met de patiënt aandacht aan de uitkomsten die het behandeltraject genereert en levert men inspanningen om de resultaten van de zorg te meten. De wijze en frequentie van meten, evenals de meetresultaten, zijn opgenomen in het behandelplan en worden met de patiënt besproken. Deze werkwijze beantwoordt aan de principes van een feedback‐gestuurde zorg. Feedback‐ gestuurde zorg verwijst naar het continue proces om de voortgang van de zorg samen met de patiënt te meten, te bespreken en bij te sturen. Deze manier van werken is erop gericht om de indrukken en verwachtingen van patiënten en hulpverleners te objectiveren en het inzicht te verhogen in de complexiteit en de evolutie van de zorgvragen. Zorg in een netwerk We moeten ons blijvend bewust zijn dat de zorg die wij bieden slechts een schakel is in het netwerk van omvattende zorg voor de patiënt. Hierin kunnen vele andere hulpverleners betrokken zijn. Belangrijk is om samen met de patiënt een constructieve samenwerking met deze hulpverleners op te bouwen en toe te zien op een goede continuïteit van zorg, met inbegrip van een gedegen zorgcommunicatie, zeker op momenten van transitie.

Klemtonen en bijzondere aandachtspunten in de zorg bij de Broeders van Liefde Bovenstaande verwachtingen achten we noodzakelijk met het oog op het aanbieden van optimale zorg aan patiënten en hun omgeving. Bovendien wensen we een aantal specifieke klemtonen te leggen in de manier waarop wij als organisatie Broeders van Liefde de zorg willen realiseren: o We gaan uit van een diep respect voor de menselijke persoon en de menselijke waardigheid en evenwaardigheid. o We ontwikkelen een grote sensibiliteit voor ethische facetten in de zorg. o We geven bijzondere aandacht aan aspecten van zingeving. o We staan open voor zorgvragen van moeilijke, soms minder gegeerde doelgroepen. o We geven niet op wanneer we botsen op therapieresistentie en blijven creatief zoeken naar oplossingen en goede zorg. We laten ons daarbij helpen via onderzoek, intervisie, een beroep doen op externen, het verbreden van het draagvlak, … o We erkennen de grenzen in het eigen kennen en kunnen en verwijzen de patiënt met grote zorgvuldigheid door wanneer we deze grens bereiken. Een verwijzing is geen afwijzing van of voor de patiënt. o We vormen werkgemeenschappen waar respectvolle omgang, dienstbaarheid en het stimuleren van dynamiek en creativiteit dragende krachten zijn: de kracht van een team heeft een impact op de kwaliteit van de zorg. Het is de hoop van de organisatie Broeders van Liefde dat deze tekst mag bijdragen tot een gezamenlijk reflecteren over onze behandelingen en, waar aangewezen, kan leiden tot het bijsturen van deze zorg. Marc Eneman en Veerle Stevens, 2020

#66#

5


Bronnen Bevernage L (2017). Visietekst ‘Herstelondersteunende zorg: Implementatie van ervaringskennis en – deskundigheid’. Bierbeek: UPC Sint‐Kamillus. Bevernage L (2018). Plaats van ervaringskennis en – deskundigheid in de geestelijke gezondheidszorg. Bierbeek: UPC Sint‐Kamillus. Davidson L, Schmutte T & Dinzeo TJ (2009). Oil and Water or Oil and Vinegar? Evidence‐Based Medicine Meets Recovery. Community Mental Health Journal, 45 (5) 323‐32. FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu ‐ Dienst Psychosociale Gezondheidszorg (2010). Gids ‘Naar een betere geestelijke gezondheidszorg door de realisatie van zorgcircuits en zorgnetwerken’. Brussel: FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu ‐ Dienst Psychosociale Gezondheidszorg. Fulford KWM (2008). Values‐based practice: A new partner to evidence‐based practice and a first for psychiatry? Mens Sana Monographs, 6(1)10‐21. Greenhalgh T , Howick J & Maskrey N (2014). Evidence based medicine: a movement in crisis? British Medical Journal, 348: g3725. Hengeveld MW & van Balkom AJLM (2005). Leerboek Psychiatrie. Utrecht: Uitgeverij De Tijdstroom. Sackett DL, Rosenberg WM, Gray JA, Haynes RB & Richardson WS (1996). Evidence based medicine: what it is and what it isn't. British Medical Journal, 312, 71‐72.

#67#

6


#68#


12.10

Somatische co-morbiditeit: een onderschat, maar toenemend probleem. Prof. Dr. Wiepke Cahn //

De wisselwerking tussen somatiek en psychische gezondheid is wellicht nog onderbelicht. Welke

Somatische co-morbiditeit: zorgnoden hebben psychiatrische patiënten met een een

onderschat,

maar toenemend probleem somatische co-morbiditeit en vice versa? Een kritische reflectie op de huidige en de gewenste zorg voor deze patiënten, o.m. de afstemming tussen zorgactoren, de opdracht van het psychiatrisch ziekenhuis en de rol van de zorgverleners.

Prof. Dr. Wiepke Cahn // hoogleraar lichamelijke gezondheid bij psychiatrische aandoeningen // psychiater // haar favoriete muziekstuk is ‘La forza del destino’ (De kracht van het lot) van Verdi. //

Beter in je lijf, beter in je hoofd Herstel van psychiatrische aandoeningen door een betere lichamelijke gezondheid.

Somatische co-morbiditeit: een onderschat, maar toenemend probleem. Hoe groot is het probleem?

#69#


Levensverwachting bij psychiatrische aandoeningen is tot wel 25 jaar afgenomen  85% van patiënten met complexe psychiatrische problemen overlijdt aan een

natuurlijke dood

 Het voortijdig overlijden wordt voornamelijk veroorzaakt door chronische somatische

aandoeningen (hart en vaatziekten, longziekten, infecties, diabetes, hoge bloeddruk)

Het sterftecijfer bij schizofrenie is 2 tot 2.5 keer hoger dan de algemene bevolking. Bij depressie 1.8 keer zo hoog

WHO 2015

Gemiddelde levensverwachting bij schizofrenie

WHO, 2015

#70#


Increasing mortality gap for patients diagnosed with schizophrenia over the last three decades: A Danish nationwide study from 1980 to 2010

Fig. 2. Exclusief suïcides Nielsen et al. 2013

Verminderde levensverwachting door:

WHO, 2017

#71#


Medicatie – polyfarmacie bij antipsychotica

Barrières en bevorderende factoren voor goede somatische zorg

Bramberg e.a. BMC 2018

Bevorderende factoren: 1. Behandelaar zijn/haar eigen interesse vergroten 2. Systeem altijd betrekken 3. Continuïteit van behandelaar borgen 4. Jaarlijkse herinneringen 5. Samenwerkingsafspraken tussen verschillende zorgverleners (van 0e lijn t/m 3e lijn) voor patiënten met complexe psychiatrische aandoeningen

#72#


Overlap morbiditeit psychiatrie en somatiek in USA

Overlap psychiatrie en somatiek in de GGZ (Nederland)  Van de EPA‐patiënten maakt in 2016 ruim 81% gebruik van de ggz‐zorg uit de

Zorgverzekeringswet

 76% van de EPA‐patiënten ontvangt zorg in de gespecialiseerde ggz.  7% van de EPA patiënten zorg in de basis ggz, en 1% in de langdurige ggz.  Een groot gedeelte ontvangt zorg (78%) in het ziekenhuis  16% van de EPA‐patiënten maakt gebruik van Wlz‐zorg.  Patiënten kunnen meerdere soorten zorg hebben ontvangen in 2016.

#73#


Somatische zorgconsumptie in de psychiatrie

Somatische zorgconsumptie van patienten met psychose of bipolaire aandoening is gelijk aan of minder dan de algemene populatie (Swildens et al. Adm Policy Ment Health. 2016).

#74#


Wat moeten zorginstelling doen? 1. Faciliteren van somatische screening in de psychiatrische instellingen ‐ in processen inbedden ‐ zorgen voor goede faciliteiten (onderzoeksbank,

bloeddrukmeter etc)

‐ zorgen voor samenwerkingsovereenkomsten met b.v. 2e lijn

somatische zorg

2. Zorg coördinatoren aanstellen of multidisciplinair overleg/netwerk zorg faciliteren/financieren 3. Zorgen dat richtlijnen worden geschreven of gebruikt voor geïntegreerde zorg

Wat moeten de behandelaren doen?

#75#


Somatische screening – veel praktijk variatie  Waarop?  Hoe uitgebreid?  Met wat?

Maak gebruik van wat er al is!

https://www.u-prevent.nl/nl-NL Cave: verschillende risk calculators komen tot verschillende resultaten

#76#


Screening en behandeling van de lichamelijke aandoeningen – vooral gericht op metabole afwijkingen…en toch….. 

Minder gescreend op hypertensie of hartritme stoornissen (Morrato et al. 2010; Deuschle et al. 2013; Akyuz et al. 2016; Jo et al. 2017)

Minder behandeld met bloeddrukverlagers of cholesterolverlagers (Nasrallah et al. 2006; Correll et al. 2010; Bruins et al. 2017)

Minder vaak opgevolgd in Nederland phamous studie (50%) (Bruins et al. 2017)

Morbide obesitas – niet alleen risico voor metabole problemen maar ook…..HVZ/DMII 1. Apneu 2. Kortademigheid 3. Gewrichtsklachten 4. Darmklachten Etc. .

#77#


Longziekten

Partti e.a. BJP 2015

Borst kanker screening

#78#


Paradigma van één ziekte, heeft geleid tot….. 1. Superspecialisatie 2. Ziekte/stoornis specifieke behandelingen 3. Ziekte/stoornis specifieke screening 4. Ziekte/stoornis specifieke richtlijnen

Conclusies  Somatische aandoeningen in de psychiatrie zijn eerder een regel dan uitzondering  Detectie, preventie en behandeling van de co‐morbiditeiten is nog

onvoldoende (aanwijzingen dat de ‘mortality gap’ steeds groter wordt)  Noodzaak om meer te doen dan screenen en behandelen van metabool syndroom

– screening longaandoeningen en kanker

Focus op veranderbare factoren: ‐ Integrale zorg ‐ (Bijwerkingen) medicatie ‐ Leefstijl interventies

#79#


Next step’ in het verbeteren van de lichamelijke en psychische gezondheid bij psychiatrische aandoeningen

#80#


Gepersonaliseerde interventies om de lichamelijke gezondheid te verbeteren 1. Samen met patient en familie 2. Medicatie verificatie/saneren 3. Leefstijl geneeskunde (en preventie) 4. Samenwerking in netwerken

De Psychose Prognose Predictor Hoe gaat het eruit zien? Mogelijkheid voor prognose bij psychose Uitkomstmaat:

Werk

Antipsychotica

Bron: http://chd.bestsciencemedicine.com/calc2.html

#81#


Medicatie (verificatie/saneren) Tenminste 1 x per jaar na kijken op bijwerkingen Bijwerkingen afzetten tegen de werking Onnodige medicatie afbouwen – langzaam en een plan Waar nodig medicatie toevoegen om risico op een toename van aandoeningen te verminderen

Behandelstrategieën

Somatische complicaties bij patiënten met psychiatrische aandoeningen

Farmacotherapie a) interventie b) preventie Switchen in medicatie

Leefstijlinterventie

#82#

Combinatie


Behandeling (morbide) obesitas 

Weinig farmacologische opties:

Richtlijn obesitas 2007 

Orlistat: 2-4 kg reductie ten opzichte van placebo in 1-2 jaar, veel GI klachten

Sibutramine: van de markt gehaald (risico CVA/hartinfarct)

Rimonabant: van de markt gehaald (ernstige psychiatrische bijwerkingen)

Nieuw Saxenda: (GLP-1 agonist)

Maagverkleining

Metformine  Meta‐analyse van 12 gepubliceerde studies met in totaal 743 patiënten  Bij patiënten die met antipsychotica werden behandeld, resulteerde de

behandeling met metformine in significant betere antropometrische en metabole parameters dan placebo.

 De gemiddelde gewichtsverandering was −3,27 kg (95% BI −4,66 tot −1,89) (Z =

4,64, p <0,001).

 Max. 850mg 2x daags

De Silva et al. 2016

#83#


Topiramaat - plaatsbepaling In 8 RCTs, gemiddelde duur 13.6 Âą 4.9 weken. 439 patients werden gerandomiseerd naar topiramaat (100-400 mg/d) versus placebo.

Correll e.a 2016 J. Clin. Psych

Topiramaat heeft ook goed effect op psychische klachten!

#84#


GLP-1 agonisten plaatsbepaling  Vooralsnog geen plek in standaardzorg  Studie met liraglutide 18 maanden positieve effecten op tailleomtrek,

glucoseparameters, plasmalipiden en carotis intima‐media dikte (121 patienten met METS met DMII) 26% voldeed niet meer aan de definitie van METS (Rizzo et al. 2016)  RCT of 103 patients with schizophrenia spectrum disorders with clozapine

or olanzapine, glucose tolerance improved significantly and also in prediabetes. Body weight loss of 5.3 kg (Larsen et al. 2017)  Bij patiënten die onvoldoende baat hebben bij:  Switches; Leefstijlinterventie; Metformine of topiramaat  In staat zijn om s.c. toedieningen zelf te doen

Leefstijlgeneeskunde

34

#85#


Stoppen met roken als medicijn 1094 patiënten met een psychose, ‐ 67% rookt 1047 broers en zussen van patiënten met een psychose ‐38% rookt 579 gezonde controles ‐25% rookt Rokers uit alle groepen presteerden cognitief slechter dan niet‐rokers. Bovendien ging stoppen met roken door patiënten gepaard met een verbetering in de snelheid van informatieverwerking. Consequentie voor de praktijk: Help patienten stoppen met roken – een niet‐rook beleid, psychoeducatie etc.

Vermeulen et al. 2018, JAMA

Bewegen als medicijn  Patiënten zijn meer sedentair en minder actief dan de algemene bevolking  Belangrijk om fitheid te verbeteren dit geeft verbetering in de

levensverwachting

 Meta‐reviews van Csoznek et al. 2019; Stubbs et al. 2018) laten zien dat a.

bij MDD vermindert fitness therapie de depressieve symptomen, verbetert de kwaliteit van leven en fitheid

b.

bij schizofrenie fitness therapie vermindert psychiatrische symptomen, cognitieve symptomen, verbetering fitheid.

c.

onvoldoende studies bij bipolaire stoornissen

NB – effect sizes zo groot als medicatie en psychotherapie

#86#


Schoenmaker blijf bij je leest

Meer lichamelijke fitheid minder hersenvolume afnames bij psychose â&#x20AC;˘ De cotrex van de linker hemisfeer. â&#x20AC;˘ Grote delen van de frontale, temporale en cingulate cortex.

Scheewe et al. 2013

#87#


Voeding als medicijn • Gezonde voeding is voor een ieder goed. • Omega‐3 vetzuur suppletie heeft gunstig effect op ADHD en depressieve stoornis (verbetert het effect van antidepressiva) • Het eliminatie dieet heeft effect op ADHD

Geïntegreerd leefstijl programma

Multi n=65 TAU n=43 Verbetering op meerder fysieke uitkomsten Niet op psychose

#88#


GeĂŻntegreerde leefstijl programma

Een gezonde leefomgeving

#89#


Hoe krijg je mensen in beweging om hun leefstijl te veranderen?  De GGZ professionals moeten zelf aan de slag met hun leefstijl  Bewustwording – kennis overdracht  Bespreek wat zal helpen om leefstijl veranderen  In behandelplan opnemen en in zorgprocessen inbedden.  Stoppen met roken programma’s  Beweeg experts inzetten om:

1. meer vertrouwen in het lichaam 2. beter lichaamsbeeld 3. minder schaamte etc. 4. andere belemmeringen (fysiek/mental) te adresseren  Diëtisten consulteren  Ervaringsdeskundigen raadplegen en inzetten

Conclusies  Stop de verwaarlozing van patiënten met complexe psychiatrische

aandoeningen – hef barrières op!

 Meer herstel mogelijk door focus op lichamelijke gezondheid  Meer aandacht voor de gezonde leefomgeving van psychiatrische patienten  Integrale zorg (medische domein verbinden met het sociale domein)  Het is mogelijk om de leefstijl en kwaliteit van leven te verbeteren!

#90#


Veel plezier vandaag en ga fietsen!

Start of Tour de France in Utrecht, 2016

Of lopen

#91#


Of dansen

Doodsoorzaken in Nederland 2017 (CBS)

#92#


14/02/20

DRUK OP PLAY

BELEIDSDAG GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG

14.00

Ervaringsdeskundigheid en participatie versterken Hans Meganck //

Hoever staat de Organisatie Broeders van Liefde met het integreren van ervaringsdeskundigheid in de zorg? Enkele kritische reflecties over hoe we als Click to add text organisatie de participatie van cliënten en hun familie

kunnen bevorderen.

Hans Meganck // studentencoach en coördinator preventieproject GGz bij Arteveldehogeschool // ervaringsdeskundige GGz // lid beheerscomité GGz Broeders van Liefde // de Argentijnse tanguero Astor Piazzolla kan hem bekoren.// Deze foto van Onbekende auteur is gelicentieerd onder CC BY‐SA

IT TAKES TWO TO TANGO Ervaringsdeskundigheid en participatie in organisatie Broeders van Liefde

Ervaringsdeskundigheid en participatie versterken. Hans Meganck ‐ 20 februari 2020

HERSTELGERICHT WERKEN EN ERVARINGSDESKUNDIGHEID  RELATIEF NIEUW ‐ WEERSTAND ?  ONLOSMAKELIJK AAN ELKAAR VERBONDEN  PATIENTGERICHTHEID HOUDT OOK PARTICIPATIE IN  BREED GEDRAGEN VISIE ?  ERVARINGSDESKUNDIGHEID KAN LEIDEN TOT ERVARINGSWERK  ERVARINGSWERK EN PARTICIPATIE OP MICRO – MESO – MACRONIVEAU

Hans Meganck ‐ 20/2/2020

#93#


14/02/2020

EEN STAND VAN ZAKEN ?  VEEL GOEDE INTENTIES EN ENKELE SCHITTERENDE PRAKTIJKEN  GROTE VERSCHILLEN TUSSEN DE INSTELLINGEN  GOOD PRACTICES DIE KUNNEN INSPIREREN !  EVOLUTIE NAAR MEER INSTELLINGEN EN EEN VOLWAARDIG STATUUT  DIALOGEREN OVER WEERSTAND, DREMPELS en omgaan met eigen kwetsbaarheid op alle zorgniveaus (en hoe we daarmee omgaan) !  HERSTELGERICHT EN ‐ERVARINGSWERK OOK IN FORENSISCHE SETTING  TANDJE BIJ OP VLAK VAN FAMILIE‐ en /of NETWERK‐ED ? KWARTIERMAKEN ? Hans Meganck ‐ 20/2/2020

VOORWAARDEN EN WERKINGSKADER  VISIE OP HERSTELGERICHTE ZORG MOET BREED GEDRAGEN ZIJN  BEREIDHEID TOT SAMENWERKING  ERVARINGSWERKER ALS VOLWAARDIGE COLLEGA MET ERKENNING  EEN DEGELIJK STATUUT EN / OF MIDDELEN: STRUCTUREEL ?  BELANG VAN DUO / TANDEM – WERKING  EEN PARTICIPATIEF KLIMAAT (INCLUSIEF FAMILIE E.A. NETWERK)  HERSTELDAGEN EN / OF GELIJKAARDIGE ACTIVITEITEN ALS AANZET  EEN KWETSBARE MENS IS NIET ZIJN / HAAR KWETSBAARHEID Hans Meganck ‐ 20/2/2020

#94# 2


14/02/2020

EEN GOEDE MATCH ?  BREED AANBOD IN OPLEIDINGEN DIE STREVEN NAAR ERKENNING  SUPERMAN OF – VROUW versus REALISME  GENERIEK COMPETENTIEPROFIEL (bespreekbaar)  FUNCTIES EN ROLLEN IN DIALOOG / OVERLEG ‐ MET RUIMTE VOOR VRIJHEID  AANDACHT VOOR STIGMATISERING EN TABOE ROND KWETSBAARHEID BIJ ALLE MEDEWERK(ST)ERS !  VOORZIE RUIMTE VOOR COACHING, INTERVISIE EN ZELFZORG !  ERKENNING EN WAARDERING DOOR O.M. DEGELIJKE VERGOEDING (OOK VOOR VRIJWILLIGERS)  GOOD PRACTICICE: RETURN OF INVESTMENT VERZEKERD Hans Meganck ‐ 20/2/2020

PARTICIPATIE ?  MICRO:

 DE PATIENT ALS MANAGER VAN HET EIGEN ZORGPROCES ?  DAARBIJ GECOACHT DOOR IEMAND MET WIE HET GOED KLIKT  NOOD AAN VEILIG EN ONGEDWONGEN KADER

 MESO:

 MEER DAN AFSPREKEN WIE BLOEMEN EN PLANTEN WATER GEEFT  DE PATIENT DIE ACTIEF WORDT UITGENODIGD OM MEE NA TE DENKEN EN FEEDBACK TE GEVEN OVER WAT ANDERS EN BETER KAN  MEER EN BETERE BETROKKENHEID VAN FAMILIE EN / OF NETWERK

 MACRO:

 ERVARINGSWERKERS MET EEN STEM IN HET BELEID GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG Hans Meganck ‐ 20/2/2020

#95# 3


14/02/2020

 "HERSTELLEN DOE JE ZELF  MAAR NIET ALLEEN"

Click to add text  Dank aan  Org. Broeders Van Liefde  Ervaringswerkers (in het bijzonder Anthony, Elke, Nathalie en Tom)  Studenten Arteveldehogeschool – PBA Sociaal werk

Hans Meganck ‐ 20/2/2020 Deze foto van Onbekende auteur is gelicentieerd onder CC BY‐NC

#96# 4


1

Els Pauwels, PhD // vakgroepverantwoordelijke psychodiagnostische dienst AZT Tienen // houdt van muziek waar ze vrolijk van wordt. //

Prof. dr. Eva Dierckx // fac. psychologie en educatieve wetenschappen VU Brussel // stafmedewerker onderzoek AZT Tienen // is fan van musicals. //

ASSEMBLAGE 1: 20 februari 2020

Meten van uitkomsten van zorg

1. Meten van uitkomsten van zorg Feedback gestuurd (be)handelen Els Pauwels en Eva Dierckx

2

Doelstelling Standpuntbepaling over de uitkomsten die zinvol en haalbaar zijn om te delen en bepaling van de modaliteiten waarbinnen dit gerealiseerd kan worden.

Deze standpuntbepaling kan als leidraad fungeren bij toekomstige besprekingen m.b.t. het meten van uitkomsten van zorg met de overheid en andere partners Voorbeeld van de AZT als aanzet voor brainstorm

3

1

#97#


Conceptualisering van uitkomstenmanagement naar feedbackgestuurd (be)handelen

Inhoud

Feedbackgestuurd handelen op verschillende niveaus - Microniveau: patiënten en therapeut/hulpverlener - Mesoniveau: afdeling en instelling/ziekenhuis Conceptualisering - Macroniveau: BvL en overheid uitkomstenmanagement naar feedbackgestuurd -vanMetaniveau: wetenschappelijk onderzoek en “big data”(be)handelen

Inhoud

Feedbackgestuurd handelen op verschillende niveaus SWOT analyse

- Microniveau: patiënten en therapeut/hulpverlener - Mesoniveau: afdeling en instelling/ziekenhuis Brainstorm Conceptualisering - Macroniveau: BvL en overheid uitkomstenmanagement naar feedbackgestuurd -vanMetaniveau: wetenschappelijk onderzoek en “big data”(be)handelen

4

4

Feedbackgestuurd handelen op verschillende niveaus SWOT analyse

- Microniveau: patiënten en therapeut/hulpverlener - Mesoniveau: afdeling en instelling/ziekenhuis Brainstorm - Macroniveau: BvL en overheid - Metaniveau: wetenschappelijk onderzoek en “big data”

SWOT analyse Brainstorm

Conceptualisering Meten van uitkomsten

4

VVGG: “Uitkomstenmanagement” De VVGG definieert uitkomstenmanagement als: “een organisatievorm waarbij systematisch belang wordt gehecht aan Conceptualisering het bekomen van resultaten en het meten ervan met als doel de Meten van uitkomsten kwaliteit van de zorg te verbeteren.” VVGG: “Uitkomstenmanagement” Walburg (2003): 4 uitkomsten De definieert uitkomstenmanagement als: “een 1. VVGG Klinische uitkomsten: symptoomreductie organisatievorm waarbij systematisch belang Conceptualisering 2. Functionele uitkomsten: stijging in kwaliteit vanwordt leven gehecht + beter aan hetfunctioneren bekomen van resultaten en leven het meten ervan met als doel de het alledaagse Meteninvan uitkomsten kwaliteit van de zorg te verbeteren.” 3. Tevredenheid 4. Kosten

5

VVGG: “Uitkomstenmanagement” + Walburg (2003): 4 uitkomsten (5. relatie) De VVGG definieert uitkomstenmanagement als: “een 1. Therapeutische Klinische uitkomsten: symptoomreductie organisatievorm waarbij systematisch belang 2. Functionele uitkomsten: stijging in kwaliteit vanwordt leven gehecht + beter aan hetfunctioneren bekomen van resultaten en leven het meten ervan met als doel de in het alledaagse kwaliteit van de zorg te verbeteren.” 3. Tevredenheid 4. Kosten + Walburg (2003): 4 uitkomsten

5

(5. relatie)symptoomreductie 1. Therapeutische Klinische uitkomsten: 2. Functionele uitkomsten: stijging in kwaliteit van leven + beter functioneren in het alledaagse leven 3. Tevredenheid 4. Kosten + Conceptualisering (5. Therapeutische relatie)

Meten van uitkomsten

5

AZT: van uitkomstenmanagement (ROM) naar feedbackgestuurd behandelen = niet enkel meten om te meten/weten Conceptualisering

Meten van uitkomsten

MAAR meten als een vorm van feedback: AZT: van uitkomstenmanagement (ROM) naar feedbackgestuurd - Microniveau: patiënt en therapeut behandelen Mesoniveau: afdeling instelling =- niet enkel meten om te en meten/weten Conceptualisering - Macroniveau: BvL en overheid Metenwetenschappelijk van uitkomsten - Metaniveau: onderzoek (+ big data) MAAR

#98#

6

meten als een vorm van feedback: AZT: van uitkomstenmanagement (ROM) naar feedbackgestuurd - Microniveau: patiënt en therapeut behandelen - Mesoniveau: afdeling en instelling = niet enkel meten om te meten/weten - Macroniveau: BvL en overheid - Metaniveau: wetenschappelijk onderzoek (+ big data) MAAR meten als een vorm van feedback: - Microniveau: patiënt en therapeut - Mesoniveau: afdeling en instelling - Macroniveau: BvL en overheid - Metaniveau: wetenschappelijk onderzoek (+ big data)


BASISSCREENING: Feedback microniveau Bij opname van een op patiënt →

Patiënt en therapeut zicht krijgen op probleemgebieden en mogelijkheden a.h.v. 3 domeinen:

BASISSCREENING:

1) K = Klachten (SCL-90-R, OQ-45, …) Feedback microniveau Bij opname van een op patiënt → (VTL) 2) O = levensOmstandigheden Patiënt enstijlkenmerken therapeut (ADP-IV, zicht op probleemgebieden en mogelijkheden 3) P =krijgen Persoonlijke YSQ, UCL) a.h.v. 3 domeinen: Schacht et al., 2007

7

BASISSCREENING: 1) K = Klachten (SCL-90-R, OQ-45, …) 2) O = levensOmstandigheden Bij opname van een patiënt → (VTL) 3) P = Persoonlijke stijlkenmerken (ADP-IV, YSQ, UCL) zicht krijgen op probleemgebieden en mogelijkheden

7

1) K = Klachten (SCL-90-R, OQ-45, …) 2) O = levensOmstandigheden (VTL) 3) P = Persoonlijke stijlkenmerken (ADP-IV, YSQ, UCL)

a.h.v. 3 domeinen:

Feedback op microniveau Patiënt en therapeut

7

Schacht et al., 2007

Schacht et al., 2007

Vertrekkende vanuit de basisscreening, nagaan welke instrumenten in kaart kunnen brengen: -

Feedback op microniveau

of de behandeling effectief is en therapeut of de Patiënt behandeldoelstelling(en) bereikt is (zijn)

Vertrekkende vanuit de basisscreening, nagaan welke Set van instrumenten die bij follow up metingen/herhaalde instrumenten in kaart kunnen brengen: metingen worden gebruikt Feedback op microniveau - of de behandeling effectief is -

of de Patiënt behandeldoelstelling(en) bereikt is (zijn) en therapeut

Vertrekkende vanuit dedie basisscreening, nagaan welke Set van instrumenten bij follow up metingen/herhaalde instrumenten in kaart kunnen brengen: metingen worden gebruikt

8

-

of de behandeling effectief is of de behandeldoelstelling(en) bereikt is (zijn)

Set van instrumenten die bij follow up metingen/herhaalde metingen worden gebruikt

8 Instrumenten Team Verslavingszorg

8 Instrumenten Team Verslavingszorg

Instrumenten Team Verslavingszorg

9

9

#99#


Patiënt en therapeut

Monitoring therapieproces

Feedback opdemicroniveau Antwoord bieden op vraag: Patiënt en therapeut “Zijn wij (mijn cliënt en ik als hulpverlener) goed bezig/ bezig geweest?” Monitoring therapieproces

Herhaalde metingen Antwoord bieden op vraag: Feedback opdemicroniveau =“Zijn set van vragenlijsten vanuit de basisscreening wij (mijn cliënt en ik als hulpverlener) goedwordt bezig/ bezig Patiënt en therapeut periodiek herafgenomen ROM metingen geweest?”

Monitoring therapieproces

10

10

klinisch interessant Herhaalde metingenvoor de INDIVIDUELE patiënt en Antwoord bieden op de vraag: therapeuten! = set van vragenlijsten vanuit de basisscreening wordt “Zijn wij (mijn cliënt en ik als hulpverlener) goed bezig/ bezig periodiek herafgenomen ROM metingen geweest?” klinisch interessant Herhaalde metingenvoor de INDIVIDUELE patiënt en therapeuten! = set van vragenlijsten vanuit de basisscreening wordt periodiek herafgenomen ROM metingen klinisch interessant voor de INDIVIDUELE patiënt en therapeuten!

Feedback op microniveau

10 Feedback op microniveau

Feedback op microniveau

11

11

11

#100#

12

12


Afdeling/instelling

Uitkomstenonderzoek (Follow up metingen) Feedback Antwoord bieden opop demesoniveau vraag:

“Zijn wijAfdeling/instelling als afdeling (instelling) goed bezig en waar kunnen we eventueel bijsturen?”

Uitkomstenonderzoek (Follow up metingen) Feedback Antwoord bieden opop demesoniveau vraag:

Herhaalde metingen wijAfdeling/instelling als afdeling (instelling) bezig en waar kunnen =“Zijn set van vragenlijsten vanuit degoed basisscreening wordt we eventueel bijsturen?” periodiek herafgenomen = ROM metingen

Uitkomstenonderzoek (Follow up metingen)

13

13

Antwoord op de vraag: Herhaaldebieden metingen De resultaten worden op GROEPSniveau verwerkt wij als afdeling (instelling) bezig en waar kunnen =“Zijn set van vragenlijsten vanuit degoed basisscreening wordt we eventueel bijsturen?”= ROM metingen periodiek herafgenomen Herhaalde metingen De resultaten worden op GROEPSniveau verwerkt = set van vragenlijsten vanuit de basisscreening wordt periodiek herafgenomen = ROM metingen De resultaten worden op GROEPSniveau verwerkt

Feedback op mesoniveau

13

Afdeling: voorbeeld stuurgroep Team verslavingszorg

Feedback op mesoniveau Afdeling: voorbeeld stuurgroep Team verslavingszorg

Feedback op mesoniveau Afdeling: voorbeeld stuurgroep Team verslavingszorg

14

14 Overzicht

14 “ROM”

Overzicht

 Procesmaat: percentage deelnemers  Productmaat: effecten o Symptomatologie: SCL-90-R, OQ-45 o Quality of Life: VTL o Tevredenheid: Vlaamse Patiëntenpeiling, Session Rating Scale, Vragenlijst “ROM” Tevredenheid AZT

Overzicht

 Procesmaat: percentage deelnemers  Opvolging per telefoon  Productmaat: effecten

o Symptomatologie: SCL-90-R, OQ-45 o Quality of Life: VTL o Tevredenheid: Vlaamse Patiëntenpeiling, Session Rating Scale, Vragenlijst “ROM” Tevredenheid AZT

 Procesmaat: percentage deelnemers  Opvolging per telefoon  Productmaat: effecten

15

o Symptomatologie: SCL-90-R, OQ-45 o Quality of Life: VTL o Tevredenheid: Vlaamse Patiëntenpeiling, Session Rating Scale, Vragenlijst Tevredenheid AZT

 Opvolging per telefoon

15

#101#


ROM: Procesmaat

ROM: Procesmaat

16

16 ROM: Procesmaat

16 ROM: Procesmaat

ROM: Procesmaat

17

17 ROM: Procesmaat

17 ROM: Procesmaat

ROM: Procesmaat

Concreet: in datafile 11 patiënten met follow up data

#102#

18 Concreet: in datafile 11 patiënten met follow up data

18


Paired sample t-tests wijzen op een significante daling in symptomatologie (SCL-90-R: subschalen en totaalscore).

ROM: Produktmaat (1/09/2018 – 1/09/2019) Paired sample t-tests wijzen op een significante daling in symptomatologie (SCL-90-R: subschalen en totaalscore).

ROM: Produktmaat (1/09/2018 – 1/09/2019) Paired sample t-tests wijzen op een significante daling in symptomatologie (SCL-90-R: subschalen en totaalscore).

19

19 ROM: Produktmaat (1/09/2018 – 1/09/2019)

19

Paired sample t-tests wijzen op een significante daling in symptomatologie (OQ-45: subschalen en totaalscore).

ROM: Produktmaat (1/09/2018 – 1/09/2019) Paired sample t-tests wijzen op een significante daling in symptomatologie (OQ-45: subschalen en totaalscore).

ROM: Produktmaat (1/09/2018 – 1/09/2019) Paired sample t-tests wijzen op een significante daling in symptomatologie (OQ-45: subschalen en totaalscore).

20

20 ROM: Produktmaat (1/09/2018 – 1/09/2019)

20

UCL: Paired sample t-tests wijzen op SIGNIFICANTE VERANDERINGEN bij de volgende subschalen: actief aanpakken, palliatieve reactie, passief/depressief reactiepatroon, sociale steun zoeken en vermijden. GEEN SIGNIFICANTE VERANDERINGEN op vlak van expressie van emoties en geruststellende gedachten hanteren

ROM: Produktmaat (1/09/2018 – 1/09/2019)

UCL: Paired sample t-tests wijzen op SIGNIFICANTE VERANDERINGEN bij de volgende subschalen: actief aanpakken, palliatieve reactie, passief/depressief reactiepatroon, sociale steun zoeken en vermijden. GEEN SIGNIFICANTE VERANDERINGEN op vlak van expressie van emoties en geruststellende gedachten hanteren

ROM: Produktmaat (1/09/2018 – 1/09/2019)

UCL: Paired sample t-tests wijzen op SIGNIFICANTE VERANDERINGEN bij de volgende subschalen: actief aanpakken, palliatieve reactie, passief/depressief reactiepatroon, sociale steun zoeken en vermijden. GEEN SIGNIFICANTE VERANDERINGEN op vlak van expressie van emoties en geruststellende gedachten hanteren

21

21

#103#


Paired sample t-tests wijzen op een significante verbetering in de “ervaren levenskwaliteit” gemeten a.h.v.

VTL

ROM: Produktmaat (1/09/2018 – 1/09/2019) Paired sample t-tests wijzen op een significante verbetering in de “ervaren levenskwaliteit” gemeten a.h.v.

VTL

ROM: Produktmaat

(1/09/2018 1/09/2019) Bij het begin van de behandeling is de gemiddelde beoordeling–4.43 (“eerder ontevreden” met het leven in het algemeen); terwijl de gemiddelde beoordeling bij ontslag 2.70 is (“eerder tevreden” met het leven in het algemeen).

Paired sample t-tests wijzen op een significante verbetering in de “ervaren levenskwaliteit” gemeten a.h.v.

VTL

22

22

Bij het begin van de behandeling is de gemiddelde beoordeling 4.43 (“eerder ontevreden” met het leven in het algemeen); terwijl de gemiddelde beoordeling bij ontslag 2.70 is (“eerder tevreden” met het leven in het algemeen).

Bij het begin van de behandeling is de gemiddelde beoordeling 4.43 (“eerder ontevreden” met het leven in het algemeen); terwijl de gemiddelde beoordeling bij ontslag 2.70 is (“eerder tevreden” met het leven in het algemeen).

ROM: Produktmaat (1/09/2018 – 1/09/2019)

22

SRS Team (n=134) Ik voelde mij gehoord, begrepen en gerespecteerd gemiddelde = 8.53/10 (sd:1.42)

ROM: Produktmaat (1/09/2018 – 1/09/2019)

We hebben gewerkt en gesproken over datgene waar ik aan wilde werken of over spreken gemiddelde = 8.33 (sd: 1.51)

De manier van werken van het behandelend team paste goed bij mij gemiddelde = 8.18 (sd: 1.50)

SRS Team (n=134)

Over het geheel vond ik het behandelcontact in orde Ik voelde mij gehoord, begrepen en gerespecteerd

gemiddelde = 8.56 (sd: 1.32) gemiddelde = 8.53/10 (sd:1.42)

ROM: Produktmaat

(1/09/2018 – 1/09/2019) We hebben gewerkt en gesproken over datgene waar ik aan wilde werken of over spreken Conclusie: Op alle onderdelen wordt een score van meer dan 8/10 behaald.

gemiddelde = 8.33 (sd: 1.51)

De manier van werken van het behandelend team paste goed bij mij

SRS Team= 8.18 (n=134) gemiddelde (sd: 1.50)

Ik voelde mij gehoord, en gerespecteerd Over het geheel vond ikbegrepen het behandelcontact in orde

gemiddelde == 8.56 8.53/10 gemiddelde (sd:(sd:1.42) 1.32)

23

We hebben gewerkt en gesproken over datgene waar ik aan wilde werken of over spreken gemiddelde 8.33alle (sd: 1.51) Conclusie:= Op onderdelen

wordt een score van meer dan 8/10 behaald.

De manier van werken van het behandelend team paste goed bij mij gemiddelde = 8.18 (sd: 1.50)

Over het geheel vond ik het behandelcontact in orde gemiddelde = 8.56 (sd: 1.32)

23

Conclusie: Op alle onderdelen wordt een score van meer dan 8/10 behaald.

ROM: Produktmaat (1/09/2018 – 1/09/2019)

23

SRS Medepatiënten (n=127) Ik voelde mij gehoord, begrepen en gerespecteerd gemiddelde = 8.09/10 (sd:1.33)

ROM: Produktmaat

We hebben gesproken over datgene waar ik over (1/09/2018 wilde spreken – 1/09/2019)

gemiddelde = 7.94 (sd: 1.25)

De manier van aanpak van mijn medepatiënten paste goed bij mij

gemiddelde = 7.53 (sd: 1.42) (n=127) SRS Medepatiënten

Over het geheel vond ik het contact met de medepatiënten in orde

Ik voelde =mij gemiddelde 8.27gehoord, (sd: 1.27) begrepen en gerespecteerd gemiddelde = 8.09/10 (sd:1.33)

ROM: Produktmaat (1/09/2018 – 1/09/2019)

We hebben overwordt datgene waarvan ik over spreken Conclusie: Op gesproken alle onderdelen een score meer wilde dan 7/10 behaald. gemiddelde = 7.94 (sd: 1.25)

De manier van aanpak (n=127) van mijn medepatiënten paste goed bij mij SRS Medepatiënten gemiddelde = 7.53 (sd: 1.42)

Ik voelde mij gehoord, en gerespecteerd Over het geheel vond ikbegrepen het contact met de medepatiënten in orde 8.09/10 gemiddelde = 8.27 (sd:(sd:1.33) 1.27)

#104#

24

We hebben gesproken over datgene waar ik over wilde spreken

Conclusie: alle(sd: onderdelen wordt een score van meer dan 7/10 behaald. gemiddelde =Op 7.94 1.25)

De manier van aanpak van mijn medepatiënten paste goed bij mij gemiddelde = 7.53 (sd: 1.42)

Over het geheel vond ik het contact met de medepatiënten in orde gemiddelde = 8.27 (sd: 1.27)

24

Conclusie: Op alle onderdelen wordt een score van meer dan 7/10 behaald.


Vlaamse Patiëntenpeiling (kliniekbreed)

ROM: Produktmaat (1/09/2018 – 1/09/2019)

file:///P:/Mijn%20Documenten/uitkomstenonderzoek/2019/Voorbereiding_present aties%20stuurgroepen/Team%20Verslavingszorg/vppggz_Psychiatrische%20Kliniek% 20Broeders%20Alexianen_D_resultaten%20finaal.html

Vlaamse Patiëntenpeiling (kliniekbreed)

ROM: Produktmaat (1/09/2018 – 1/09/2019)

file:///P:/Mijn%20Documenten/uitkomstenonderzoek/2019/Voorbereiding_present aties%20stuurgroepen/Team%20Verslavingszorg/vppggz_Psychiatrische%20Kliniek% 20Broeders%20Alexianen_D_resultaten%20finaal.html

Vlaamse Patiëntenpeiling (kliniekbreed)

25

file:///P:/Mijn%20Documenten/uitkomstenonderzoek/2019/Voorbereiding_present aties%20stuurgroepen/Team%20Verslavingszorg/vppggz_Psychiatrische%20Kliniek% 20Broeders%20Alexianen_D_resultaten%20finaal.html

25 Feedback op mesoniveau Afdeling/instelling

25

Metingen om een antwoord te kunnen formuleren op (beleids)vragen Voorbeelden: - Aparte Feedback afdeling voor patiënten met een PH-pathologie? op mesoniveau - Geen verschillen op het Afdeling/instelling

einde van de behandeling

patiënten met en Metingen om een antwoord tetussen kunnen formuleren op (beleids)vragen zonder PH-st. - MAAR: 1 maand na ontslag

Voorbeelden: wel terug toename van symptomen bij patiënten met op mesoniveau - Aparte Feedback afdeling voor patiënten met een PH-pathologie? een PH-st

Afdeling/instelling - Geen verschillen op het

einde van de behandeling

26

-Metingen Door vermaatschappelijking van patiënten zorgformuleren is er in pathologie en om een antwoord tetussen kunnen op (beleids)vragen metverzwaring en PH-st. zorgzwaarte? Voorstel: datazonder uit basisscreening over de jaren heen MAAR: 1 maand naSCL-90, ontslag …) bekijken (ADP-IV cluster B; -comorbiditeit Voorbeelden: wel terug toename van - Aparte afdeling voor patiënten met een PH-pathologie? symptomen bij patiënten met een PH-st

-

26 -

- Geen verschillen op het einde van de behandeling met en vermaatschappelijkingtussen van patiënten zorg is er verzwaring zonder PH-st.

Door in pathologie en zorgzwaarte? Voorstel: data uit basisscreening over de jaren heen - MAAR: 1 maand na ontslag bekijken (ADP-IV cluster B; wel comorbiditeit …) terug toename SCL-90, van symptomen bij patiënten met een PH-st

Door vermaatschappelijking van zorg is er verzwaring in pathologie en zorgzwaarte? Voorstel: data uit basisscreening over de jaren heen opB;macroniveau bekijkenFeedback (ADP-IV cluster comorbiditeit SCL-90, …)

BVL beheerscomittee

26

THEMA 1: De zorg voor de patiënt is effectief Indicator 1.1.A. Beoordeling door de patiënt over resultaat van zorg Indicator 1.1.B. Beoordeling door de patiënt over therapeutische relatie Indicator 1.2. Feedbackgestuurde zorg: Implementatiegraad QM (en ROM)

Feedback op macroniveau

beheerscomittee THEMA 2: BVL De zorg voor de patiënt is herstelgericht

Indicator 2.1. Afname van de ROPI Indicator 2.2.A. THEMA 1: De Ervaringsdeskundigheid zorg voor de patiënt is effectief Indicator Indicator 2.2.B. 1.1.A. Familie-ervaringsdeskundigheid Beoordeling door de patiënt over resultaat van zorg Indicator 1.1.B. Beoordeling door de patiënt over therapeutische relatie THEMA 3: zorg voor de patiënt is gebruikersgericht Indicator 1.2.De Feedbackgestuurde zorg: Implementatiegraad QM (en ROM) Indicator 3. Beoordeling van de patiënt over de mogelijkheid tot inspraak

Feedback op macroniveau

BVL beheerscomittee

THEMA 2: De zorg voor de patiënt is herstelgericht

THEMA 4: zorg voor deROPI patiënt is veilig Indicator 2.1.De Afname van de THEMA 1: De zorg voor de patiënt is effectief Indicator 4.1. Afzonderingen 2.2.A. Ervaringsdeskundigheid Indicator 2.2.B. 1.1.A. Beoordeling door de patiënt over resultaat van zorg Indicator 4.2. Suïcidepreventiebeleid Familie-ervaringsdeskundigheid Indicator 1.1.B. Beoordeling door de patiënt over therapeutische relatie Indicator 4.3. Contract Patient Safety (o.m. VCM) Indicator 4.4. 1.2. Incidentmeldingen Feedbackgestuurde zorg: Implementatiegraad QM (en ROM) Indicator THEMA 3: De zorg voor de patiënt is gebruikersgericht

27

27

Indicator 3. Beoordeling van de patiënt over de mogelijkheid tot inspraak

THEMA 2: De zorg voor de patiënt is herstelgericht

Indicator 2.1. Afname van de ROPI THEMA 4: De zorg voor de patiënt is veilig Indicator 2.2.A. Ervaringsdeskundigheid Indicator 4.1. Afzonderingen Indicator 2.2.B. Familie-ervaringsdeskundigheid Indicator 4.2. Suïcidepreventiebeleid Indicator 4.3. Contract Patient Safety (o.m. VCM) THEMA 3: zorg voor de patiënt is gebruikersgericht Indicator 4.4.De Incidentmeldingen Indicator 3. Beoordeling van de patiënt over de mogelijkheid tot inspraak

#105#


THEMA 1: De zorg voor de patiënt is effectief Indicator 1.1.A. Beoordeling door de patiënt over resultaat van zorg

CHECK (interpretatie): Actie is vereist indien < 70% “tevreden” (som “altijd en meestal”) + indien meer dan 10% slechter dan benchmark; indien cijfers dan borgen. THEMA 1: De zorg voor deoke, patiënt is effectief Indicator 1.1.A. Beoordeling door de patiënt over resultaat van zorg

88% T

94% T

CHECK (interpretatie): Actie is vereist indien < 70% “tevreden” (som “altijd en meestal”) + indien meer dan 10% slechter dan benchmark; indien cijfers oke, dan borgen.

28

88% T

94% T

CHECK (interpretatie): Actie is vereist indien < 70% “tevreden” (som “altijd en meestal”) + indien meer dan 10% slechter dan benchmark; indien cijfers oke, dan borgen.

28

88% T

94% T

THEMA 1: De zorg voor de patiënt is effectief Indicator 1.1.A. Beoordeling door de patiënt over resultaat van zorg

Alexianen Zorggroep Tienen: SCL-90-R (symptomen), Vragenlijst Tevredenheid levensdomeinen (Quality of Life) en tevredenheid over de instelling

28

SCL-90_R THEMA 1: De zorg voor de patiënt is effectief n=200

50

Indicator 1.1.A. Beoordeling door de patiënt baseline over resultaat van zorg ontslag

40 30 20

150

100 Alexianen Zorggroep Tienen: SCL-90-R (symptomen), Vragenlijst Tevredenheid

50 levensdomeinen (Quality of Life) en tevredenheid over de instelling

10 0

0

SCL-90_R n=200

10 0

ontslag

TOTAAL

THEMA 1: De zorg voor de patiënt is effectief ontslag

40

20

baseline

baseline over resultaat van zorg Indicator 1.1.A. Beoordeling door de patiënt

50

30

200

200 150

100 Alexianen Zorggroep Tienen: SCL-90-R (symptomen), Vragenlijst Tevredenheid

baseline ontslag

50

levensdomeinen (Quality of Life) en significante tevredenheid overindesymptomatologie instelling Paired sample t-tests wijzen op een daling (SCL-90-R: 0 subschalen en totaalscore). TOTAAL

n=192

SCL-90_R n=200

29

50

baseline

40

ontslag

30 20 10

200 150

baseline

100

ontslag

50 Paired sample t-tests wijzen op een significante daling in symptomatologie (SCL-90-R: 0 subschalen en totaalscore). TOTAAL

0

n=192

29 Paired sample t-tests wijzen op een significante daling in symptomatologie (SCL-90-R: THEMA 1: De zorg voor de patiënt is effectief subschalen en totaalscore). Indicator 1.1.A. Beoordeling door de patiënt over resultaat van zorg

29

Vragenlijst Tevredenheid Levensdomeinen (VTL) N=137 5

VTL THEMA 1: De zorg voor de patiënt is effectief Indicator 1.1.A. Beoordeling door de patiënt over resultaat van zorg

4 3

VTL

2 Vragenlijst Tevredenheid Levensdomeinen (VTL) 1

N=137 0 5

VTL ontslag THEMA 1: De zorg voor de patiënt is effectief

baseline

Indicator 1.1.A. Beoordeling door de patiënt over resultaat van zorg

4 Een paired sample t-test wijst op een significante verbetering in de 3 VTL behandeling is de scores van de VTL. Bij het begin van hun 2 gemiddelde beoordeling 4.43 (“eerder ontevreden” Vragenlijst Tevredenheid Levensdomeinen (VTL) met het leven in 1 het algemeen); terwijl de gemiddelde beoordeling bij ontslag 2.70 is N=137 0 VTL baseline ontslag het leven in het algemeen). (“eerder tevreden” met 5

#106#

30

Een paired sample t-test wijst op een significante verbetering in de 4 scores van de VTL. Bij het begin van hun 3 VTL behandeling is de 2 gemiddelde beoordeling 4.43 (“eerder ontevreden” met het leven in 1 het algemeen); terwijl de gemiddelde beoordeling bij ontslag 2.70 is 0 (“eerder tevreden” met baseline ontslag het leven in het algemeen).

30

Een paired sample t-test wijst op een significante verbetering in de scores van de VTL. Bij het begin van hun behandeling is de

n=192


Vragenlijst tevredenheid AZT N=108

ZOT

OT

N

T

ZT

NVT

THEMA 1: De zorg 2.8% voor 8.3% de patiënt is effectief 19.4% 56.5% 13.0% 0%

Kwaliteit maaltijden

Indicator 1.1.A. Beoordeling door patiënt over10.2% resultaat van zorg 2.8% 5.6% de 26.9% 54.6% 0%

Smaak maaltijden

Variatie in aanbod maaltijden

11.1%

23.1%

51.9%

10.2%

0%

1.9%

4.6%

32.4%

47.2%

13.9%

0%

N=108

3.7%

4.6%

51.9%

29.6%

10.2%

0%

Inhoud algemene onthaalbrochure

ZOT 0%

OT 2.8%

N 19.4%

T 57.4%

ZT 18.5%

NVT 1.9%

Mate van rekening met dieetbehoefte

3.7%

Vragenlijst tevredenheid AZT Mate van inspraak keuze dieet

19.4% 56.5% 13.0% 0% THEMA 1: De zorg 2.8% voor 8.3% de patiënt is effectief 0% 2.8% 15.7% 58.3% 21.3% 1.8%

Kwaliteit maaltijden Inhoud afdelingsbrochure

Smaak maaltijden Begrijpbaarheid taal onthaalbrochure

2.8% 5.6% de 26.9% 54.6% 0% Indicator 1.1.A. Beoordeling door patiënt over10.2% resultaat 0.9% 0.9% 4.6% 59.3% 31.5% 2.8% van zorg

Variatie in aanbod maaltijden Begrijpbaarheid taal afdelingsbrochure Mate van rekening met dieetbehoefte

3.7% 0.9%

11.1% 1.9%

23.1% 3.7%

51.9% 61.1%

10.2% 30.6%

0% 1.8%

1.9%

4.6%

32.4%

47.2%

13.9%

0%

6.5% 51.9%

21.3% 29.6%

11.1% 10.2%

57.4% 0%

Naleven geen juwelen bij zorgcontacten Vragenlijst tevredenheid AZT 2.8% Mate van inspraak keuze dieet 0.9% 3.7% 4.6%

N=108

Naleven ontsmetten handen na zorgcontact Inhoud algemene onthaalbrochure Kwaliteit therapievervanging mobiele equipe Kwaliteit maaltijden Inhoud afdelingsbrochure Smaak maaltijden Begrijpbaarheid taal onthaalbrochure Variatie in aanbod maaltijden Begrijpbaarheid taal afdelingsbrochure

31

Mate van rekening met dieetbehoefte Naleven geen juwelen bij zorgcontacten Mate van inspraak keuze dieet Naleven ontsmetten handen na zorgcontact Inhoud algemene onthaalbrochure Kwaliteit therapievervanging mobiele equipe Inhoud afdelingsbrochure Begrijpbaarheid taal onthaalbrochure Begrijpbaarheid taal afdelingsbrochure

31

Naleven geen juwelen bij zorgcontacten Naleven ontsmetten handen na zorgcontact Kwaliteit therapievervanging mobiele equipe

0%

0.9%

10.2%

19.4%

16.7%

52.8%

0% ZOT 1.9% 2.8% 0%

2.8% OT 4.6% 8.3% 2.8%

19.4% N 9.3% 19.4% 15.7%

57.4% T 22.2% 56.5% 58.3%

18.5% ZT 10.2% 13.0% 21.3%

1.9% NVT 51.8% 0% 1.8%

2.8% 0.9%

5.6% 0.9%

26.9% 4.6%

54.6% 59.3%

10.2% 31.5%

0% 2.8%

3.7% 0.9%

11.1% 1.9%

23.1% 3.7%

51.9% 61.1%

10.2% 30.6%

0% 1.8%

1.9% 0.9% 3.7% 0%

4.6% 2.8% 4.6% 0.9%

32.4% 6.5% 51.9% 10.2%

47.2% 21.3% 29.6% 19.4%

13.9% 11.1% 10.2% 16.7%

0% 57.4% 0% 52.8%

0% 1.9% 0%

2.8% 4.6% 2.8%

19.4% 9.3% 15.7%

57.4% 22.2% 58.3%

18.5% 10.2% 21.3%

1.9% 51.8% 1.8%

0.9%

0.9%

4.6%

59.3%

31.5%

2.8%

0.9%

1.9%

3.7%

61.1%

30.6%

1.8%

0.9%

2.8%

6.5%

21.3%

11.1%

57.4%

0%

0.9%

10.2%

19.4%

16.7%

52.8%

1.9%

4.6%

9.3%

22.2%

10.2%

51.8%

THEMA 1: De zorg voor de patiënt is effectief Indicator 1.1.B. Beoordeling door de patiënt over therapeutische relatie

31

Bvl Indicatoren: Vlaamse Patiëntenpeiling (VPP) THEMA 1: De zorg voor de patiënt is effectief Indicator 1.1.B. Beoordeling door de patiënt over therapeutische relatie 96%T Bvl Indicatoren: Vlaamse Patiëntenpeiling (VPP)

95%T

THEMA 1: De zorg voor de patiënt is effectief Indicator 1.1.B. Beoordeling door de patiënt over therapeutische relatie 96%T 89%T

95%T

98%T

93%T

89%T 96%T

95%T

98%T

93%T

Bvl Indicatoren: Vlaamse Patiëntenpeiling (VPP)

32

89%T

32

98%T

93%T

THEMA 1: De zorg voor de patiënt is effectief Indicator 1.1.B. Beoordeling door de patiënt over therapeutische relatie

32

Alexianen Zorggroep Tienen: Session Rating Scale (SRS) Team (n=203) Ik voelde mij gehoord, begrepen en gerespecteerd

THEMA 1: De zorg voor de patiënt is effectief

gemiddelde = 8.34/10 (sd:1.42)

Indicator 1.1.B. Beoordeling door de patiënt over therapeutische relatie We hebben gewerkt en gesproken over datgene waar ik aan wilde werken of over spreken

gemiddelde = 8.26 (sd: 1.46)

Alexianen Tienen: Sessionteam Rating Scalegoed (SRS)bijTeam De manier vanZorggroep werken van het behandelend paste mij (n=203)

gemiddelde = 8.03 (sd: 1.45)

Over het geheel vond ikbegrepen het behandelcontact in orde Ik voelde mij gehoord, en gerespecteerd

THEMA 1: De zorg voor de patiënt is effectief

gemiddelde == 8.34/10 8.42 (sd:(sd:1.42) 1.34) gemiddelde

Indicator Beoordeling door de patiënt over therapeutische relatie We hebben gewerkt en1.1.B. gesproken over datgene waar ik aan wilde werken of over spreken Conclusie:= 8.26 Op alle onderdelen wordt een score van meer dan 7/10 behaald. gemiddelde (sd: 1.46)

Alexianen Tienen: Sessionteam Rating Scalegoed (SRS)bijTeam De manier vanZorggroep werken van het behandelend paste mij (n=203) gemiddelde = 8.03 (sd: 1.45)

Over het geheel vond ik het behandelcontact in orde Ik voelde mij gehoord, begrepen en gerespecteerd

gemiddelde = 8.42 (sd: 1.34) gemiddelde = 8.34/10 (sd:1.42)

33

We hebben gewerkt en gesproken over datgene waar ik aan wilde werken of over spreken Conclusie: Op alle onderdelen wordt een score van meer dan 7/10 behaald.

gemiddelde = 8.26 (sd: 1.46)

De manier van werken van het behandelend team paste goed bij mij gemiddelde = 8.03 (sd: 1.45)

Over het geheel vond ik het behandelcontact in orde gemiddelde = 8.42 (sd: 1.34)

33

Conclusie: Op alle onderdelen wordt een score van meer dan 7/10 behaald.

#107#


Alexianen Zorggroep Tienen: Session Rating Scale (SRS) Medepatiënten (n=199) Ik voelde mij gehoord, begrepen en gerespecteerd

THEMA 1: De zorg voor de patiënt is effectief

gemiddelde = 7.98/10 (sd:1.49)

Indicator over 1.1.B.datgene Beoordeling dewilde patiënt over therapeutische relatie We hebben gesproken waar door ik over spreken gemiddelde = 7.80 (sd: 1.38)

De manier vanZorggroep aanpak van mijn medepatiënten pasteScale goed(SRS) bij mij Alexianen Tienen: Session Rating Medepatiënten (n=199)

gemiddelde = 7.33 (sd: 1.70)

Over het geheel vond ik het contact met de medepatiënten in orde en gerespecteerd

Ik voelde=mij gemiddelde 8.12gehoord, (sd: 1.54) begrepen gemiddelde = 7.98/10 (sd:1.49)

THEMA 1: De zorg voor de patiënt is effectief

Indicator 1.1.B.datgene Beoordeling door dewilde patiënt over therapeutische relatie We hebbenOp gesproken over waar ik over spreken Conclusie: alle onderdelen wordt een score van meer dan 7/10 behaald.

gemiddelde = 7.80 (sd: 1.38)

De manier vanZorggroep aanpak van mijn medepatiënten pasteScale goed(SRS) bij mij Alexianen Tienen: Session Rating Medepatiënten (n=199)

gemiddelde = 7.33 (sd: 1.70)

Over het geheel vond ik het contact met de medepatiënten in orde en gerespecteerd

Ik voelde=mij gemiddelde 8.12gehoord, (sd: 1.54) begrepen gemiddelde = 7.98/10 (sd:1.49)

34

We hebbenOp gesproken over datgene waar ik over Conclusie: alle onderdelen wordt een score vanwilde meer spreken dan 7/10 behaald.

gemiddelde = 7.80 (sd: 1.38)

De manier van aanpak van mijn medepatiënten paste goed bij mij gemiddelde = 7.33 (sd: 1.70)

Over het geheel vond ik het contact met de medepatiënten in orde gemiddelde = 8.12 (sd: 1.54)

34

Conclusie: Op alle onderdelen wordt een score van meer dan 7/10 behaald.

Feedback op macroniveau Overheid

34

Standpuntbepaling: MetenFeedback van uitkomsten op macroniveau Overheid

mede door BvL gekozen (afspraken omtrent instrumentenset) Of

Standpuntbepaling:

opgelegd door overheid: cfr. MPG en kwaliteitsindicatoren Meten van uitkomsten (VIP kwadraat) Feedback op macroniveau Of

Overheid

mede door BvL gekozen (afspraken omtrent instrumentenset) ??? Of

Standpuntbepaling:

35

35

opgelegd door overheid: cfr. MPG en kwaliteitsindicatoren Meten van uitkomsten (VIP kwadraat) Of

mede door BvL gekozen (afspraken omtrent instrumentenset) ??? Of opgelegd door overheid: cfr. MPG en kwaliteitsindicatoren (VIP kwadraat) Of

???

Feedback op metaniveau Wetenschappelijk onderzoek + “big data”

35 Bassisscreening en follow up metingen Feedback op metaniveau

Grote dataset voor wetenschappelijk onderzoek Wetenschappelijk onderzoek + “big data” Intern: - Doctoraat Els Pauwels: Young up Schema Questionnaire Bassisscreening en follow metingen

- Doctoraat Lies Depestele: Effectiviteit Multi Family Therapie FeedbackDr.op - Doctoraatsonderzoek Elsmetaniveau Santens (invloed van effortful control en Grote dataset op voor wetenschappelijk onderzoek werkgeheugen effectiviteit van behandeling) Wetenschappelijk onderzoek + “big data”

-Intern: … -Bassisscreening Doctoraat Els Pauwels: Young up Schema Questionnaire : Extern en follow metingen

#108#

- Doctoraat Liesmet Depestele: Effectiviteit Multi Family Therapie universiteiten samenwerking verschillende onderzoekers uit verschillende - Doctoraatsonderzoek Dr. Els Santens (invloed van effortful control en Grote dataset voor wetenschappelijk onderzoek werkgeheugen op effectiviteit van behandeling)

… 36 -Intern:

- Doctoraat Els Pauwels: Young Schema Questionnaire : Extern -samenwerking Doctoraat Liesmet Depestele: Effectiviteit Multi Family Therapie universiteiten verschillende onderzoekers uit verschillende - Doctoraatsonderzoek Dr. Els Santens (invloed van effortful control en werkgeheugen op effectiviteit van behandeling)

36 - …


Wetenschappelijk onderzoek + “big data” Toekomst: Big data?

Feedback op metaniveau

Samenvoeging data van de verschillende instellingen Wetenschappelijk onderzoek + “big data” - BvL: datawarehouse - Overheid/zorgnet Icuro

Toekomst: Big data?

Feedback opverschillende metaniveau Samenvoeging data van de instellingen - BvL: datawarehouse Wetenschappelijk onderzoek + “big data” - Overheid/zorgnet Icuro Toekomst: Big data?

37

Samenvoeging data van de verschillende instellingen - BvL: datawarehouse - Overheid/zorgnet Icuro

37 Meten van uitkomsten van zorg Alexianen Zorggroep Tienen: SWOT

37 Meten van uitkomsten van zorg Alexianen Zorggroep Tienen: SWOT

Meten van uitkomsten van zorg Alexianen Zorggroep Tienen: SWOT

38

38

Microniveau – Patiënt en HV - SWOT 38

• Strengths

• Optimalisatie behandelproces • Motivatie en Autonomie versterkend • Betere focus op hulpvraag cliënt

Microniveau – Patiënt en HV - SWOT

• Weaknesses

• Zelfrapportage

• Strengths • Focus op klachten (itt krachten) • Optimalisatie behandelproces • Opportunities

•• Motivatie en Autonomie versterkend Open cultuur van feedback installeren

•• Betere focus op hulpvraag Retrospectief onderzoek opcliënt groepsniveau mogelijk Microniveau – Patiënt en HV - SWOT

•• Weaknesses Threats

•• Zelfrapportage Administratieve en logistieke belasting op werking

• Focus op klachten (itt krachten) • Strengths • Optimalisatie behandelproces • Opportunities

en Autonomie versterkend • Motivatie Open cultuur van feedback installeren focus op hulpvraagopcliënt • Betere Retrospectief onderzoek groepsniveau mogelijk

39

Weaknesses • Threats

Zelfrapportage en logistieke belasting op werking • Administratieve • Focus op klachten (itt krachten)

• Opportunities

39

• Open cultuur van feedback installeren • Retrospectief onderzoek op groepsniveau mogelijk

• Threats

#109#


• Strengths

• Mogelijkheid om programma’s of wijzigingen te evalueren en bij te sturen • Resultaten behandelingen evalueren

•Mesoniveau Weaknesses

– afdeling en kliniek - SWOT

• Meting brengt niet alle factoren die bijdragen tot succes van behandeling in kaart

•• Opportunities Strengths

•• Mogelijkheid tot verbeteren vanofzorgprocessen zorgprogramma’s Mogelijkheid om programma’s wijzigingen te en evalueren en bij te sturen

• Threats • Resultaten behandelingen evalueren

• Medewerkers evalueren op basis van hun ‘uitkomsten’ – ook hier niet •Mesoniveau Weaknesses – afdeling en kliniek - SWOT

mogelijk om alle factoren mee te nemen, slechts beperkt verhaal • Meting brengt niet alle factoren die bijdragen tot succes van behandeling in kaart

•• Opportunities Strengths

• Mogelijkheid tot verbeteren van zorgprocessen en zorgprogramma’s • Mogelijkheid om programma’s of wijzigingen te evalueren en bij te sturen

• Threats • Resultaten behandelingen evalueren

40

• Medewerkers evalueren op basis van hun ‘uitkomsten’ – ook hier niet • Weaknesses

mogelijk om alle factoren mee te nemen, slechts beperkt verhaal • Meting brengt niet alle factoren die bijdragen tot succes van behandeling in kaart

• Opportunities

• Mogelijkheid tot verbeteren van zorgprocessen en zorgprogramma’s

• Threats

40

• Medewerkers evalueren op basis van hun ‘uitkomsten’ – ook hier niet mogelijk om alle factoren mee te nemen, slechts beperkt verhaal

Macroniveau – BVL en overheid - SWOT 40

• Strengths

• Informatief over wie waar behandeld wordt • Informatief over zorgprocessen

•Macroniveau Weaknesses

– BVL en overheid - SWOT

• Idem MESO – niet mogelijk om alle factoren in kaart te brengen – vergelijking tussen organisaties kan ook een valkuil zijn

•• Opportunities Strengths •• ••

Identificeren good practices mogelijk?wordt Informatief over wie waar behandeld Identifceren treatment gaps? Informatief over zorgprocessen

•• Threats Weaknesses Macroniveau

– BVL en overheid - SWOT

•• Idem Wanneer ROM bedreigend – minder MESO – niet mogelijk wordt om alleervaren factoren in kaartbetrouwbare te brengen – metingen vergelijking tussen organisaties kan ook een valkuil zijn

•• Opportunities Strengths • • • •

41

Identificeren good practices mogelijk? Informatief over wie waar behandeld wordt Identifceren treatment gaps? Informatief over zorgprocessen

•• Threats Weaknesses

• Wanneer ROM bedreigend wordt ervaren – minder betrouwbare metingen • Idem MESO – niet mogelijk om alle factoren in kaart te brengen – vergelijking tussen organisaties kan ook een valkuil zijn

• Opportunities

• Identificeren good practices mogelijk? • Identifceren treatment gaps?

41

41

• Threats

• Wanneer ROM bedreigend wordt ervaren – minder betrouwbare metingen

Metaniveau – Theorie en Onderzoek - SWOT • Strengths

• ROM inzetten voor onderzoek – meer inzicht in oorzaken en achtergronden van bepaalde stoornissen en effectiviteit

• Weaknesses

Metaniveau – Theorie en Onderzoek - SWOT • Zelfrapportage beperkt – geen multimethod approach

• Opportunities

• Grote hoeveelheid klinische data • Strengths

•• Hefboom naarvoor meeronderzoek toegepast–klinisch onderzoek ROM inzetten meer inzicht in oorzaken en achtergronden • Hefboom naarstoornissen behandelstudies en hun effectiviteit van bepaalde en effectiviteit

•• Threats Weaknesses

•• Ownership data? Metaniveau – Theorie en Onderzoek - SWOT Zelfrapportage beperkt – geen multimethod approach

• Opportunities

• Grote hoeveelheid klinische data • Strengths

#110#

42

• Hefboom naar meer toegepast klinisch onderzoek • ROM inzetten voor onderzoek – meer inzicht in oorzaken en achtergronden • Hefboom naarstoornissen behandelstudies en hun effectiviteit van bepaalde en effectiviteit

•• Threats Weaknesses

•• Ownership data? Zelfrapportage beperkt – geen multimethod approach

• Opportunities

42

• Grote hoeveelheid klinische data • Hefboom naar meer toegepast klinisch onderzoek • Hefboom naar behandelstudies en hun effectiviteit

• Threats


Brainstorm: Wat willen wij? Vinden we op Macro niveau (BVL – breed) gemeenschappelijke doelen die we kunnen bevatten in een gemeenschappelijke uitkomstmeting? VRAAG 1: Welke doelgroepen kunnen we identificeren binnen BVL? Brainstorm: Wat willen wij? VRAAG 2: Hebben deze doelgroepen gemeenschappelijke doelstellingen?

Vinden we op Macro niveau (BVL – breed) gemeenschappelijke doelen 3: Kunnen we deze doelstellingen operationaliseren in gedeelde die VRAAG we kunnen bevatten in een gemeenschappelijke uitkomstmeting? uitkomstmaten?

Brainstorm: Wat willen wij? VRAAG 1: Welke doelgroepen kunnen we identificeren binnen BVL?

VRAAG 2: Hebben deze doelgroepen gemeenschappelijke doelstellingen?

Vinden we op Macro niveau (BVL – breed) gemeenschappelijke doelen 3: Kunnen we deze operationaliseren in gedeelde die VRAAG we kunnen bevatten indoelstellingen een gemeenschappelijke uitkomstmeting? uitkomstmaten?

VRAAG 1: Welke doelgroepen kunnen we identificeren binnen BVL?

43

VRAAG 2: Hebben deze doelgroepen gemeenschappelijke doelstellingen? VRAAG 3: Kunnen we deze doelstellingen operationaliseren in gedeelde uitkomstmaten?

43

Brainstorm: Wat willen wij? 43

VRAAG 1: Welke doelgroepen kunnen we identificeren binnen BVL?

Brainstorm: Wat willen wij? VRAAG 1: Welke doelgroepen kunnen we identificeren binnen BVL?

Brainstorm: Wat willen wij? VRAAG 1: Welke doelgroepen kunnen we identificeren binnen BVL?

44

44

Brainstorm: Wat willen wij? 44

VRAAG 2: Hebben deze doelgroepen gemeenschappelijke doelstellingen?

Brainstorm: Wat willen wij? VRAAG 2: Hebben deze doelgroepen gemeenschappelijke doelstellingen?

Brainstorm: Wat willen wij? VRAAG 2: Hebben deze doelgroepen gemeenschappelijke doelstellingen?

45

45

#111#


Brainstorm: Wat willen wij? VRAAG 3: Kunnen we deze doelstellingen operationaliseren in gedeelde uitkomstmaten?

Brainstorm: Wat willen wij?

VRAAG 3: Kunnen we deze doelstellingen operationaliseren in gedeelde uitkomstmaten?

46 46

Dank!

Dank! 47 47

#112#


VERSLAG VAN DE WORKSHOP

met dank aan Bart Goossens en Riet Fonteyne

ASSEMBLAGE 1:

1. Meten van uitkomsten van zorg Doelgroepen en doelstellingen DOELGROEPEN • 5 categorieën • • • • •

Diagnose Statuut: forensisch, GO en vrij Leeftijd: kinderen, adolescenten en transitie, volwassenen en ouderen Functie: crisis, behandeling kort en lang Modus: residentieel, dag/nacht, …

DOELSTELLINGEN Quality of life Groep: ik wil van mijn klachten af Groep: ik heb symptomen, maar ik kan ermee omgaan (persoonlijk herstel) Groep: crisis Groep: forenische: risicoreductie Impact op de omgeving Procesmaten: band met de zorgverleners Tevredenheid behandeling Observatielijsten ipv zelfrapportage

#113#


• 5 categorieën • • • • •

Diagnose Statuut: forensisch, GO en vrij Leeftijd: kinderen, adolescenten en transitie, volwassenen en ouderen Functie: crisis, behandeling kort en lang Modus: residentieel, dag/nacht, …

DOELSTELLINGEN Quality of life Groep: ik wil van mijn klachten af Groep: ik heb symptomen, maar ik kan ermee omgaan (persoonlijk herstel) Groep: crisis Groep: forenische: risicoreductie Impact op de omgeving Procesmaten: band met de zorgverleners Tevredenheid behandeling Observatielijsten ipv zelfrapportage

Doelgroepen en doelstellingen DOELGROEPEN - Leeftijd - Fase van herstel: acuut, symptoomreductie, stabilisatie, - Acuut en langdurig - Organische - Langdurige zorg - Curatieve zorg - Ontwikkelingsgerelateerde zorg - Pathologie - Contextfactoren: kinderen, verstandelijke beperking, geriatrie, forensische, … DOELSTELLINGEN - Symptoomreductie - Kwaliteit van leven - Gedragsaanpassingen - Functioneren in de brede zin - Tevredenheid - Forensische: veiligheid voor de maatschappij - Rehabilitatie: terugkeer naar maatschappij (overkoepelend) - Gemeenschappelijke = het herstel

#114#


Peiling Is het meten van uitkomsten haalbaar op? 1. Microniveau (patiënt en therapeut):ja 2. Mesoniveau (afdeling en instelling): ja 3. Macroniveau BvL: +/-, zinvol wel, maar haalbaar? (heterogeniteit); wel zinvol: data van verschillende specialistische afdelingen (bv verslaving) samenvoegen om te kijken hoe we het doen voor die groep van patiënten (ziekenhuizen hebben verschillende middelen); hebben we alles in huis (Bvl)? Te ver weg van nut op microniveau 4. Macroniveau Overheid: +/- afhankelijk van de doelstelling (is alles aanwezig? Ja; is iedere behandeling doeltreffend genoeg? Minder). Dingen op microniveau niet zomaar extraheren naar een macroniveau (cfr. Faling Nederland). Heel nuttig, maar ook heel gevaarlijk 5. Metaniveau: +/-

Brainstorm: Wat willen wij? Vinden we op macroniveau gemeenschappelijke doelen die we kunnen bevatten in een gemeenschappelijke uitkomstmeting? VRAAG 1: Welke doelgroepen kunnen we identificeren binnen BvL? Via deze eerste vraag werden de deelnemers uitgedaagd doelgroepen te identificeren. Dit bleek geen eenvoudige opdracht. Volgende doelgroepen werden voorgesteld, maar er waren er nog meer te onderscheiden: - Leeftijd (kinderen – jongvolwassenen – volwassenen – ouderen) - Fase van herstel (acuut; symptoom reductie, stabilisatie) - Acuut en langdurig - Langdurige - Curatieve zorg - Ontwikkelings-gerelateerde zorg - Volgens pathologie - Contextfacturen: kinderen, verstandelijke beperking, geriatrie, forensische,…

#115#


Feedback vanuit de groep: Het is belangrijk om te kunnen vertrekken vanuit de doelstelling die men wil bereiken ikv ROM. Per doelstelling kan immers de doelgroep variëren. Hierbij werd een voorstel gedaan om te werken ROM-trajecten met een generiek doel en een specifiek doel. Zie voorbeeld: A. Generieke doelen die kunnen dienen voor de verschillende niveaus: a. Verbetering Quality of Life: VTL b. Tevreden patiënten: VPP, tevredenheid AZT, SRS B. Specifieke doelen (afhankelijk van de doelgroep): a. Groep met als gemeenschappelijk doel “symptoomvermindering – SCL-90 of BSI VRAAG 2: Hebben deze doelgroepen gemeenschappelijke doelstellingen? Gemeenschappelijke doelstellingen kunnen zijn: symptoom reductie, kwaliteit van leven, gedragsaanpassingen, functioneren, tevredenheid, band met zorgverleners, herstel,…. Binnen doelgroepen kunnen er ook nog gemeenschappelijke doelstellingen zijn, vb. forensische: veiligheid voor maatschappij, rehabilitatie: terugkeer naar maatschappij, gemeenschappelijke = het herstel VRAAG 3: Kunnen we deze doelstellingen operationaliseren Is meten van uitkomsten haalbaar op: - Micro: JA - Meso: JA - Macro BvL: JA, maar…. o De groep bevestigd dat dit erg zinvol kan zijn voor de opvolging van generieke thema’s (transparantie!), maar vraagt zich af of vergelijking tussen voorzieningen (benchmarking) wel haalbaar/betrouwbaar is gezien de grote verscheidenheid tussen de voorzieningen? o Er werd benadrukt dat dit wel interessant kan zijn voor verschillende specialistische afdelingen (vb. verslavingen): Zo kunnen we bijvoorbeeld data samenvoegen over verschillende afdelingen om te kijken hoe goed we het doen voor deze groep van patiënten. o Dit kan mogelijkheden bieden: Hebben we alles (vb. behandelprogramma’s) wel in huis wat we binnen onze voorzieningen zouden moeten kunnen aanbieden? o Ook risico: te ver weg van het nut op microniveau: We moeten bewaken dat we ook op dit niveau blijven inspelen.

#116#


- Macroniveau overheid: JA, maar… o Dit is afhankelijk van de doelstelling van de overheid: • Is alles (zorgaanbod voor bepaalde doelgroepen) aanwezig? Ja zeker! • Is iedere behandeling doeltreffend genoeg? Minder, al kan dit ook zorgen voor een zeker kwaliteitsbewaking. Er dient hierbij wel rekening gehouden te worden met specifieke eigenschappen van doelgroepen (sommige problematieken zijn beter behandelbaar dan andere)/de context!

o We moeten ervoor opletten dat de ROM voor de psychiatrische ziekenhuizen niet te sterk bepaald wordt door ROM binnen somatische ziekenhuizen. De eigenheid van de psychiatrie dient bewaard te blijven.

- Metaniveau: wetenschappelijk onderzoek/big data o Dit kan zeker voordelen hebben, maar hiertoe dienen dan ook nog alle juridische aspecten verder uitgeklaard te worden (eigenaarschap gegevens,….).

#117#


#118#


14.30 en 15.45 2. Gebruik van richtlijnen en protocollen in de zorg

19/02/2020

Hendrik Peuskens // Marc Hebbrecht //

Dr. Marc Hebbrecht // psychiater PC Asster SintTruiden en UPC KU Leuven // kan moeilijk kiezen tussen een cantante of de Goldbergvariaties van Bach. //

Dr. Hendrik Peuskens // psychiater AZT Tienen en UPC KU Leuven // gebruikt zijn lange vingernagel als plectrum voor zijn klassieke gitaar. //

ASSEMBLAGE 2:

2. Gebruik van richtlijnen en protocollen in de zorg

Gebruik van behandelrichtlijnen en protocollen in het werken met meervoudige, complexe problematieken

Studiedag : 20‐02‐2020

Dr. H. Peuskens

#119# 1


19/02/2020

Evidence based werken • "Evidence‐based practice is the integration of best research evidence with clinical expertise and patient values.” (Sacket et al, 2000) • “The integration of the best available research with clinical expertise in the context of patient characteristics, culture, and preferences.” (American Psychological Association, 2005) • “Het oordeelkundig gebruik maken van systematisch verzamelde resultaten van wetenschappelijk onderzoek bij het nemen van beslissingen voor individuele patiënten. 'EBM 'in de praktijk toepassen impliceert het integreren van klinische expertise met beschikbaar wetenschappelijk bewijs, waarbij de voorkeur en opvattingen van de patiënt een belangrijke rol spelen.” (http://www.minerva‐ebm.be/Home/Glossary)

Evidence based werken Integratie van drie componenten: • Informatie uit het wetenschappelijke domein, meestal in de vorm van peer‐reviewed artikelen in vakbladen of wetenschappelijke databanken • Ervaring en inzicht van de beroepsbeoefenaar zelf en de kennis van experts in het vakgebied • Informatie en voorkeuren van de gebruiker(s)

#120# 2


19/02/2020

Evidence based werken Integratie van drie componenten: • Informatie uit het wetenschappelijke domein, meestal in de vorm van peer‐reviewed artikelen in vakbladen of wetenschappelijke databanken • Ervaring en inzicht van de beroepsbeoefenaar zelf en de kennis van experts in het vakgebied • Informatie en voorkeuren van de gebruiker(s)

Implementatie van behandelrichtlijnen en protocollen A huge gap exists between the production of research evidence (what is known) and its uptake in healthcare settings (what is done) It remains unclear whether treatment guidelines have any material impact on provider performance and patient outcomes, and how implementation should be conducted to maximise benefit. A gap in knowledge still exists about how implementation strategies might improve patient outcomes and health services.

Bighelli et al. Implementation of treatment guidelines for specialist mental health care. Cochrane Database of Systematic Reviews 2016

#121# 3


19/02/2020

Implementatie van behandelrichtlijnen en protocollen • Wanneer lukt het wél om richtlijnen te gebruiken en te transponeren naar de behandelsetting? • Wat zijn de voorwaarden hiervoor? • Hoe kunnen richtlijnen een meerwaarde betekenen voor het team en wat is daarvoor nodig? • Richtlijnen voor het gebruik van richtlijnen?

#122# 4


19/02/2020

#123# 5


19/02/2020

Implementatie research

CFIR model ‐ Damschroder, L.J., Aron, D.C., Keith, R.E. et al. Fostering implementation of health services research findings into practice: a consolidated framework for advancing implementation science. Implementation Sci 2009

#124#

6


19/02/2020

Greenhalgh et al describe the significant role of individuals: People are not passive recipients of innovations. Rather....they seek innovations, experiment with them, evaluate them, find (or fail to find) meaning in them, develop feelings (positive or negative) about them, challenge them, worry about them, complain about them, “work around” them, gain experience with them, modify them to fit particular tasks, and try to improve or redesign them – often through dialogue with other users.

CFIR model ‐ Damschroder, L.J., Aron, D.C., Keith, R.E. et al. Fostering implementation of health services research findings into practice: a consolidated framework for advancing implementation science. Implementation Sci 2009

Evidence based werken: Wat verwacht het NIAZ? 16.0 Het team baseert zijn geestelijke gezondheidszorg op informatie uit wetenschappelijk onderzoek, evidence‐based richtlijnen en best practices. • Het team hanteert evidence‐based richtlijnen voor geestelijke gezondheidszorg. • Het team volgt een gestandaardiseerde procedure om evidence‐based richtlijnen voor geestelijke gezondheidszorg te selecteren. • Het team volgt een gestandaardiseerde procedure om te kiezen tussen tegenstrijdige evidence‐based richtlijnen. • Het team gebruikt klinische richtlijnen om het verlenen van geestelijke gezondheidszorg te standaardiseren. • Het team heeft op de 'werkvloer' toegang tot klinische richtlijnen. • Het team beoordeelt zijn richtlijnen regelmatig om te controleren of zij actueel zijn en de huidige stand van onderzoek en best practices weerspiegelen. • De wetenschappelijk onderzoeksactiviteiten van het team op het gebied van geestelijke gezondheidszorg voldoen aan vigerende onderzoeksprotocollen en ethische procedures en normen. Niaz, Q‐mentum, Normenset Geestelijke Gezondheidszorg

#125#

7


19/02/2020

EB‐werken

https://rnao.ca/sites/rnao‐ca/files/RNAO_ToolKit_2012_rev4_FA.pdf

EB‐werken Step 1: Identify problem, review and select knowledge

Identify practice need/gap using quality improvement process data Identify new best practice guidelines Appraise guidelines using AGREE II tool Select guideline Assess gap between current and recommended practice using Gap Analysis Tool

Step 2A: Adapt knowledge to local context

Use ADAPTE process (The ADAPTE Collaboration, 2009) to systematically adapt guidelines to local context Set up infrastructure to implement best practice guideline

Step 2B: Stakeholders

Define stakeholders and vested interests Perform a stakeholder analysis Complete the Stakeholder Influence & Support Grid

Step 2C: Resources

Create a campaign strategy Develop a business case ‐ see Business Case Development Checklist Create a plan to attract resources Pool resources/build partnerships with stakeholders Action Plan https://rnao.ca/sites/rnao‐ca/files/RNAO_ToolKit_2012_rev4_FA.pdf

#126# 8


19/02/2020

Implementing the Method/Tool EB‐werken Step 3: Assess facilitators and barriers to knowledge use

Assess facilitators and barriers related to: evidence/guideline, target audience (individuals, teams), resources (environment), organization Maximize facilitators Make a plan ‐ see Appendix 3.1 Guiding Questions for Facilitators and Barriers

Step 4: Select, tailor and implement interventions and strategies

Select from the comprehensive list of implementation strategies Understand the change process during implementation

Step 5: Monitor knowledge use and evaluate outcomes Evaluate implementation strategies and program outcomes

Step 6: Sustain knowledge use

Develop a positive attitude for sustainable evidence‐based practice Conduct interprofessional reflective practice Ensure appropriate leadership

https://rnao.ca/sites/rnao‐ca/files/RNAO_ToolKit_2012_rev4_FA.pdf

Forsner T et al, Implementing clinical guidelines in psychiatry: a qualitative study of perceived facilitators and barriers. BMC Psychiatry 2010

#127#

9


19/02/2020

Forsner T et al, Implementing clinical guidelines in psychiatry: a qualitative study of perceived facilitators and barriers. BMC Psychiatry 2010

Implementatie ‘tools & strategies’ 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Planning Educating Financing Restructuring Managing quality Attending to policy context

Powell BJ et al 2012 A compilation of strategies for implementing clinical innovations in health and mental health. Med Care Res Rev. 2012

#128# 10


19/02/2020

Powell BJ, McMillen JC, Proctor EK, Carpenter CR, Griffey RT, Bunger AC, Glass JE, York JL. A compilation of strategies for implementing clinical innovations in health and mental health. Med Care Res Rev. 2012

Implementatie ‘tools & strategies’

Liang L et al, Number and type of guideline implementation tools varies by guideline, clinical condition, country of origin, and type of developer organization: content analysis of guidelines. Implement Sci. 2017

#129# 11


19/02/2020

Ervaringen met implementatie van richtlijnen? Aanpassen van richtlijnen aan de context? ‐Voorbeelden? Systematiek? ‐Wie? Hoe? Weerstand ervaren ‐Hoe op het spoor gekomen? ‐Hoe aangepakt? Implementatie ‐Welke instrumenten? ‐Informatiedragers? ‐Voor welk publiek? Opvolging ‐Audits? ‐Kwaliteitsindicatoren? ‐Onderhoud en update?

#130#

12


BELEIDSDAG GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG

14.30 en 15.45 2. Gebruik van richtlijnen en protocollen in de zorg

Hendrik Peuskens // Marc Hebbrecht //

RICHTLIJNEN EN PROTOCOLLEN IN DE ZORG Dokter Marc Hebbrecht Beleidsdag Geestelijke gezondheidszorg Broeders van Liefde, 20.02.2019

Probleemstelling/ Eigen ervaring  

Richtlijnen en procedures: Waar zijn ze te vinden? Weet elk teamlid dat ze bestaan? Wie kent de inhoud ervan? Ervaring in Asster:  

APA richtlijnen in verband met stoornissen door misbruik van middelen Medical Audit:     

Praktijkrichtlijnen bij bipolaire stoornis Praktijkrichtlijnen bij depressie Praktijkrichtlijnen bij eetstoornissen De multidisciplinaire richtlijn persoonlijkheidsstoornissen Multidisciplinaire richtlijn afzondering en fixatie in de residentiële geestelijke gezondheidszorg

Dagklinisch programma NOVA 2 (MBT bij borderlinepatiënten): selectie van gemotiveerde teamleden, externe opleiding, ondersteuning van de KUL, een psycholoog die hiervan de voortrekker is, investering van het ziekenhuis.

We weten dat richtlijnen bestaan, veel artsen kennen de inhoud ervan maar het is nog niet systematisch geïmplementeerd in de werking. Opleiding vraagt motivering, teamleden een actieve rol laten vervullen, tijd.

#131# 1


ZIJN BEHANDELRICHTLIJNEN ZINVOL?     

Ze adviseren zorgverstrekkers en patiënten bij de klinische besluitvorming Ze vormen een bron van wetenschappelijke medische kennis Ze laten toe de kwaliteit van zorg te evalueren en te optimaliseren Ze verminderen de risico’s op schadeclaims. Ze beschermen zowel de patiënt als de zorgverstrekker. Ze komen tegemoet aan de verwachtingen van de zorginspectie (er zijn duidelijke richtlijnen in verband met isolatie en fixatie).

NADELEN VAN RICHTLIJNEN    

De clinicus voelt zich geremd in zijn professionele autonomie Geen enkel protocol slaagt erin om 100 % succes te bereiken. Het kan de therapeutische creativiteit afremmen. Zeker wanneer protocollen onpraktisch zijn of te complex, blijken ze niet werkzaam te zijn en zijn ze meer een bron van stress dan een hulp. Toenemende administratieve druk op hulpverleners (burn-out). Kwaliteitscontrole dreigt een doel op zich te worden (audits, check-lists, procedures) en brengen de primaire taak in de verdrukking.

#132# 2


KRITIEK OP GEBRUIK VAN RICHTLIJNEN -

-

De aanbeveling dat de behandeling wordt afgestemd op de DSM-diagnose. DSM is een classificatiesysteem van syndromen en biedt onvoldoende aanknopingspunten voor indicatiestelling en psychotherapie. Het probleem van de adherentie: de mate waarin de clinicus de aanbevelingen opvolgt ligt niet hoger dan 60 %. Studie 2017: Van Fenema: De meeste GGZ instellingen geven aan dat ze in de praktijk wel evidence-based richtlijnen gebruiken, maar geen van de instellingen kon gestandaardiseerde data voorleggen over de mate waarin richtlijnen daadwerkelijk worden toegepast in de dagelijkse behandelpraktijk. Er is weinig significant bijdragend onderzoek gepubliceerd om beter zicht te krijgen op de implementatie en toepassing van richtlijnen.

KRITIEK 

Richtlijnen komen tot stand op basis van de uitkomsten van gerandomiseerd onderzoek met controlegroepen. Het is de vraag of deze onderzoeksgroepen een goede afspiegeling zijn van de patiënten in de dagelijkse praktijk. De inclusiecriteria dat deelnemers bijvoorbeeld niet suïcidaal mogen zijn of geen drugs mogen gebruiken tijdens een trial waarin een antidepressivum wordt onderzocht op effectiviteit, leidt in de praktijk tot behandelingen die niet onderzocht zijn met een representatieve populatie. De minder gecompliceerde patiënten worden in studies geïncludeerd; in de dagelijkse praktijk krijgt men met complexere situaties te maken.

#133# 3


DE HUIDIGE REALITEIT 

Op onze afdeling NOVA 1 krijgen we steeds meer te maken met patiënten die complexe pathologie vertonen waarbij tezelfdertijd persoonlijkheidsstoornissen, middelenmisbruik, suïcidedreiging en stemmingsstoornissen aan de orde zijn. We zijn verplicht om te kiezen voor een multimodale benadering en een flexibele houding aan te nemen.

Wat met patiënten met complexe pathologie? Kennis van de richtlijnen is belangrijk en noodzakelijk.  Besteed vooral aandacht aan het afdelingsklimaat (steun) en onderzoek of de psychotherapeutische relaties waarvan bewezen is, dat ze effectief zijn- consistent en coherent aan bod komen. 

#134# 4


Welke zijn effectieve psychotherapeutische elementen? Psychotherapeutische elementen die effectief zijn:

      

De persoon van de therapeut (selectie van personeel dat geschikt is om met een bepaalde doelgroep te werken, is cruciaal): warmte, aanvoelen, empathie, eerlijkheid, respect, aandacht, optimisme, authenticiteit. De kwaliteit van de persoonlijke relatie en het samenwerkingsverbond Overeenstemming over de doelen die men wil bereiken (patiënten worden meer betrekken in overleg: in team, familie) Wekken van hoop, een positieve kijk, congruentie Aanmoedigen, bevestigen, het geven van feedback. Terugkoppeling van ROM gegevens werkt vooral bij patiënten die baat hebben bij een behandeling. Herstel van empathische breuken of breuken in de samenwerkingsrelatie Oog hebben voor de tegenoverdracht. Groepscohesie (het team, patiëntengroepen, artsen): voorspelbaarheid

VERLIES DE ESSENTIE NIET UIT HET OOG 

De kwaliteit van de therapeutische relatie en het feit dat de patiënt de behandelaar als steunend en meelevend ervaart is van groot belang voor het behandelresultaat.Het toepassen van richtlijnen of technieken is verantwoordelijk voor 15% van het behandelresultaat. Het accent dient te liggen op de basishouding van de behandelaars.

#135# 5


BESLUIT  

 

Kennis en implementatie van richtlijnen en protocollen is noodzakelijk en overmijdelijk. Het ziekenhuis dient te investeren in een wetenschappelijk departement. Zodat zorgverstrekkers niet overbelast worden door extra administratieve taken. Aandacht voor motivering, coaching en opleiding van teams. De noodzaak van levenslange opleiding van alle teamleden. Verlies de primaire taak niet uit het oog. Daar dient minstens de helft van de werktijd naar toe te gaan. Kies voor een multi-modale en flexibele aanpak bij patiënten met complexe pathologie. Implementatie van behandelrichtlijnen is haalbaarder bij homogenere patiëntengroepen.

#136# 6


VERSLAG VAN DE WORKSHOP

met dank aan Filip Morisse en Kate Van der Meulen

ASSEMBLAGE 2:

2. Gebruik van richtlijnen en protocollen Vooraf: het verslag van de plenaire discussie is vrij kort, omdat de tijd hiervoor beperkt bleef tot een kleine 20’. De workshop werd boeiend ‘ingeleid’ door Dr. Peuskens en Dr. Hebbrecht. Kwamen achtereenvolgens aan bod (Dr. Hebberecht): ervaringen, zinvolheid, nadelen, kritiek op gebruik, wat met patiënten met complexe pathologie, effectieve psychotherapeutische elementen. Dr. Peuskens focuste vooral op implementatie van richtlijnen en protocollen. Te onthouden: - Onderzoek wijst uit dat het toepassen van richtlijnen en protocollen voor slechts 15% verantwoordelijk is voor behandelresultaten. - In settings waar er zogezegd gewerkt wordt met richtlijnen en protocollen, volgt slechts 60% van de medewerkers deze richtlijnen. - Zorg voor personeel (motivering, coaching en opleiding) blijkt bv. zeker zo belangrijk. - Multi-modale en flexibele aanpak is noodzakelijk. - Vooral haalbaar bij homogene patiëntengroepen (die eigenlijk zo goed als niet voorkomen in onze ziekenhuizen).

#137#


Discussie: - Richtlijnen blijken behoorlijk cultureel bepaald: het valt op dat richtlijnen vooral afkomstig zijn van NL, UK en VS. Is er toch geen risico op het inperken van therapeutische creativiteit en innovatie ? - Je kunt het volgen van richtlijnen/protocollen niet afdwingen. Dr. Hebbrecht citeert: ‘Als je mensen wilt doen varen, moet je ze naar de zee doen verlangen’. Positieve concurrentie onder afdelingen, departementen werkt wel. Maar je kunt dus beter mensen die dat niet zien zitten, niet willen overtuigen. Zie ook Change management (freeze-unfreeze) van Lewin. Weerstand is dus normaal en wordt nog te vaak (maar begrijpelijk) gepercipieerd als ‘deden we het niet goed misschien?’ - Wat helpt wel ? o Feedback geven over toepassing van richtlijnen; gevoel creëren van return on investment. o Dus data terug koppelen en aantonen dat het concreet iets oplevert (bv. op vlak van kwaliteit van zorg, efficiëntie,…) o Toepassen bij moeilijke discussies/beslissingen: bv. gaan we ECT toepassen ? Helpt tegen te intuïtieve beslissingen met hoge E.E. - Metafoor van ‘kookboekgeneeskunde’: beter kiezen voor GPS-geneeskunde. Met dergelijke GPS kun je flexibel afwijken van de weg en motiveren waarom je afwijkt en waarom niet. - Betrekken van patiënten en hun omgeving bij toepassing richtlijnen/protocollen: gebeurt nog zeer minimaal. - Kan tav medewerkers best gekaderd worden in cultuur van levenslang leren. Er zijn extra investeringen en incentives nodig om medewerkers plezier te leren ervaren in het leren. Is bij uitstek nodig omdat de complexiteit van het werk steeds toeneemt. Dit leren wordt best breed gezien: kunnen ventileren, maar ook delen, mentaliseren, intervisie… - Vraag wordt ook gesteld op welk niveau het werken met richtlijnen en protocollen best wordt aangestuurd/geïmplementeerd: niveau van de afdeling, ziekenhuis, organisatie BvL ? Wie is best geplaatst ? En … gaan afdelingen/ziekenhuizen het zo leuk vinden als dit centraal wordt ‘doorgeduwd’ ?

#138#


Evidence based werken Vraagt de integratie van 3 componenten: • Informatie uit wetenschappelijke domein, meestal in de vorm van peer-reviewed artikelen in vakbladen of wetenschappelijke databanken • Ervaring en inzicht van de beroepsbeoefenaar zelf en de kennis van experts in het vakgebied • Informatie en voorkeuren van de gebruiker(s) De ervaring leert dat er een grote kloof is tussen wat richtlijnen voorschrijven en wat er gebeurt in de praktijk. Er ontbreekt kennis over of behandelingsrichtlijnen gevolgen hebben voor de prestaties van de behandelaars en de resultaten bij de patiënt en hoe men richtlijnen dient te implementeren om het beste resultaat te bekomen. Kernvraag die we ons stellen: Wat zijn voor de voor- en nadelen van het werken met behandelprotocollen en richtlijnen? En wanneer we opteren om ermee te werken… Hoe behandelrichtlijnen en protocollen te implementeren? Wanneer lukt het wél om richtlijnen te gebruiken en te transponeren naar de behandelsetting? Wat zijn de voorwaarden hiervoor? Hoe kunnen richtlijnen een meerwaarde betekenen voor het team en wat is daarvoor nodig? Kan je werken met ‘richtlijnen voor het gebruik van richtlijnen’? Elke richtlijn is steeds ‘een slecht passende’. Ze vraagt aanpassing aan de context en dient ook rekening te houden met mogelijkheden (personele en financiële middelen, timing,…) Het gebruik van behandelrichtlijnen wordt gezien als zinvol aangezien ze • Zorgverstrekkers en patiënten adviseren bij klinische besluitvorming • Ze een bron vormen van wetenschappelijke medische kennis En secundair … • Laten ze toe de kwaliteit van zorg te evalueren en te optimaliseren Zo zien we dat snelle feedback over gebruik van richtlijnen leidt tot positieve resultaten op korte termijn (zowel wat de kwaliteit van de zorg betreft als de motivatie van de teamleden) • Verminderen ze de risico’s op schadeclaims; ze beschermen zowel de patiënt als de zorgverstrekker • Komen ze tegemoet aan de verwachtingen van de zorginspectie (denk aan richtlijnen m.b.t. isolatie en fixatie,…) We moeten ons echter ook bewust zijn van het feit dat het gebruik van behandelprotocollen en –richtlijnen ook zijn nadelen/tekortkomingen heeft, nl. • Geen enkel protocol slaagt erin om 100% succes te bereiken • Het kan de clinicus beperken in zijn gevoel van professionele autonomie

#139#


• Het kan de therapeutische creativiteit afremmen • Ze kunnen een bron van stress i.p.v. hulp worden indien ze onvoldoende praktisch of te complex zijn • Ze zijn onderhevig aan tijd en context en daardoor ook niet algemeen implementeerbaar en eindeloos van toepassing • Er is weinig geïnvesteerd in vertaling/aanpassing van richtlijnen naar Vlaamse richtlijnen. Bovendien moeten we indachtig houden dat een protocol geen doel op zich is zodat we ons niet verliezen in ‘pervertering van kwaliteitscontrole’. Belangrijk dat we financiële en economische belangen niet (teveel) laten meespelen. Theorie vs. praktijk… • Richtlijnen zijn vaak afgestemd op DSM-diagnoses met behandeling die gericht is op één afgebakend pathologisch ziektebeeld. Iets wat in de realiteit (nog) nauwelijks voorkomt • Richtlijnen komt tot stand na onderzoek binnen sterk afgebakende onderzoekgroepen die vaak geen goede afspiegeling zijn van het werk dat we als hulpverlener dagdagelijks tegenkomen • Implementatie van behandelrichtlijnen is haalbaarder bij homogenere patiëntengroepen. De praktijk toont ons dat we meestal niet anders kunnen dan handelen volgens een multimodale benadering waarin we een flexibele houding moeten aannemen. Toch blijft de kennis van de richtlijnen belangrijk en noodzakelijk. Bovendien vatten richtlijnen de ‘psychotherapeutische elementen’ niet die nochtans zeer bepalend zijn voor het welslagen van een behandeling. Denk daarbij aan … • De persoon van de therapeut (eerlijk, open, oprecht,…) • De kwaliteit van de persoonlijke relatie en het samenwerkingsverbond • Overeenstemming over de doelen die men wil bereiken • Wekken van hoop, een positieve kijk, congruentie • Aanmoedigen, bevestigen, geven van feedback • Herstel van empathische breuken of breuken in de samenwerkingsrelatie • Oog hebben voor de tegenoverdracht • Groepscohesie: voorspelbaarheid. Onderzoek wijst uit dat het behandelresultaat sterk bepaald wordt door de kwaliteit van de therapeutische relatie en het feit dat de behandelaar als steunend en meelevend ervaren wordt. Het toepassen van richtlijnen of technieken zou voor 15% verantwoordelijk zijn voor het behandelresultaat. Vanuit deze optiek dient het accent te liggen op de basishouding van de behandelaars.

#140#


Bovenstaande toont reeds aan hoe belangrijk het is in te zetten op het contact met de patiënt en dienst netwerk. Zo ook wanneer het neerkomt op de keuze en implementatie van behandelprotocollen en richtlijnen. We evolueren naar een ander model van gezondheidszorg waarin de cliënt mee beslist. Er wordt dan ook voor gepleit om cliënten en hun netwerk actief te betrekken in deze keuzes en samen af te stemmen over de individuele aanpak. Essentie is het komen tot consensus over de behandeling. Blijvende aandachtspunten… • Gevaar voor een vals gevoel van veiligheid door te blijven vasthouden aan dingen die je doet ‘omdat we het al jaren zo doen’ • Investeren in vertalen van richtlijnen naar Vlaamse noden • Belang van investeren in onderzoek naar implementatiestrategieën We kunnen concluderen dat … • Kennis en implementatie van richtlijnen en protocollen noodzakelijk (en onvermijdelijk) is, toch wordt de implementatie laag geschat (NL: 28%, voor Vlaanderen geen cijfer bekend maar vermoedelijk lager) • De implementatie vraagt opzet van modellen en beschikbaar zijn van programma’s ter ondersteuning • Protocollen en richtlijnen niet zomaar implementeerbaar zijn, ze vragen hertaling naar de context • Het belangrijk is dat er gekozen wordt voor een multimodale en flexibele aanpak bij patiënten met een complexe pathologie • Het zinvol is om algemene richtlijnen te bepalen op niveau van een zorggroep om deze dan verder te differentiëren en specifiëren afhankelijk van de doelgroep • Je dient te investeren in je hulpverleners: zorg voor een ondersteunend wetenschappelijk departement gelinkt aan de organisatie, heb aandacht voor motivering, coaching en opleiding van teams. • Je de primaire taak niet uit het oog mag verliezen, nl. het bieden van geestelijke gezondheidszorg. • De keuzes die je maakt voor richtlijnen en protocollen onderbouwd kunnen zijn door een visie (vb. herstelondersteunende zorg, ACT,…) of o.b.v. evidence based practice • Het belangrijk is om de protocollen en richtlijnen blijvend te evalueren • Je je bewust dient te zijn van het feit dat implementatie van behandelprotocollen en richtlijnen tijd, expertise en bereidheid vraagt Wanneer behandelprotocollen en richtlijnen echter goed geïmplementeerd geraken, kunnen ze grote ‘winst’ opleveren (in termen van veilige en kwaliteitsvolle zorg) Essentie: Fixeer niet op behandelprotocollen en richtlijnen maar zet klare richtlijnen wel in als richtinggevend kader.

#141#


#142#


Tom Broekmans, PhD // stafmedewerker patiëntenen bewonerszorg Centrale Diensten Broeders van Liefde // zit veel in de wagen en is dus verslingerd aan de (auto)radio. //

Workshop 3. Beleid met klinische data 20 februari 2020

ASSEMBLAGE 3:

3. Beleid met klinische data Doel van de workshop Het resultaat is een adviesnota over mogelijkheden voor eigen investeringen inzake data‐ondersteuning voor klinische zorg en het wel of niet delen van klinische data met externe partners.

#143#

1


Wat is ‘beleid met klinische data’ Gebruik van klinische gegevens ter ondersteuning van beleidsbeslissingen  Dus niet‐klinische beslissingen  Overstijgt het casusniveau  Kennis die je verwerft door gegevens geaggregeerd te verwerken  = Business Intelligence 

Wat is ‘beleid met klinische data’ 

Definitie volgen Gartner: Analytics and Business Intelligence (ABI) Analytics and business intelligence (ABI) is an umbrella term that includes the applications, infrastructure and tools, and best practices that enable access to and analysis of information to improve and optimize decisions and performance.

#144# 2


Belangrijke context ivm ‘beleid met klinische data’ 

Privacy wetgeving & GDPR wetgeving Beheersbaarheid welke (persoonsgebonden) data gebruikt wordt  Loggen wie, wat en wanneer met data doet  Werken met anonieme‐ (voorkeur) of pseudonieme data 

Mag geen negatieve impact hebben op stabiliteit en performantie van de (bron)toepassingen

Gehanteerd kader ‘klinische data’ 

Klinische data in kader van maatschappelijke doelen: Door gebruik van geaggregeerde gegevens om tendensen in kaart te brengen  Bv. Bevolkingsonderzoek (doelgroep specifiek: bv. TDI) 

#145# 3


Klinische data in kader van maatschappelijke doelen 

Moeten we hieraan participeren?

Is er een verschil van waaruit de vraag komt?

Zijn er bepaalde voorwaarden die we best hanteren? 

Indien ja, welke zijn deze dan?

Gehanteerd kader ‘klinische data’ 

Klinische data in kader van wetenschappelijke doelen: 

Bv. Ontwikkelen van een klinische beslissingsboom

#146# 4


Klinische data in kader van wetenschappelijke doelen 

Als er een externe vraag komt om als ‘data’ partner te participeren, hoe beoordelen we zo een vraag?

Zijn er bepaalde voorwaarden die we best hanteren? 

Indien ja, welke zijn deze dan.

Gehanteerd kader ‘klinische data’ 

Klinische data in kader van eigen beleidsmatige doelen: Ter ondersteuning van kwaliteit van zorg  Belang van korte (feedback)cycli 

Correctheid  Effectiviteit  Motivatie van gebruikers voor gegevensinvoer 

=Basis voor gebruik van klinische data voor andere doelen

#147# 5


REALISTISCHE MOGELIJKHEDEN INZAKE DATA‐ONDERSTEUNING

Wat is ‘beleid met klinische data’ 

WEL:  

(geaggregeerde) gegevens belangrijk voor lokaal en centraal (klinisch) beleid Visualiseren en monitoren in kader van de lokale zorgkwaliteit

NIET:  

Uitbreiding van de visualisatiemogelijkheden van het EPD op casusniveau Niet als ‘operationele tool’ voor de individuele zorgverlener

#148# 6


Hoe ‘beleid met klinische data’ 

Onze klinische data zit in de EPD toepassingen: Zorgdossier (Obasi)  Medicatie (Infomedic / Izoproc)  ROM (Questmanager)  Patiënt administratieve gegevens (Wish / Obasi) 

Huidige werking en EPD‐toepassingen Ziekenhuis

PVT

Patiënt‐ dossier

Mobiel team

IBW

#149# 7


Huidige werking en EPD‐toepassingen Zorgdossier/‐ communicatie/‐ organisatie

Patiënt gegevens

Medicatie

Zorgdossier Obasi

Routine outcome management

Admin / facturatie

Izoproc / infomedic

‘Systeem’ Obasi

Quest‐ manager

IBM / Wish

Hoe beleidsgegevens aanbieden uit de verschillende EPD toepassingen Zorgdossier Medicatie

Datawarehouse Klinische gegevens

Visualiseren van gegevens

ROM

‐ Technisch uitvoering ‐ Service centrale dienst ‐ GDPR!! ± 80% Tijdsbesteding

‐ Stafmedewerker ‐ Lokale dienstverlening ‐ GDPR!! ± 20% Tijdsbesteding

#150# 8


Datawarehouse klinische gegevens 

Algemene uitgangsprincipes: Correctheid gegevens is leidend!  Beheersbaarheid ikv gebruik van persoonsgebonden gegevens (GDPR!)  anomimiseren / pseudonimiseren  Inzetten op loggen van gebruik (GDPR)  # gegevens datawarehouse ≠ al de gegevens in de toepassingen, maar wel een bewuste selectie van noodzakelijke gegevens 

Datawarehouse klinische gegevens 

Waarom als centrale dienstverlening? 

Correctheid 

Beheersbaarheid  

Niet op productie systemen Geen conflicten tussen betalende dienstverlening leverancier

Duurzaamheid 

Welke gegevens worden er gebruikt  goed documenteren! Uniform principe hanteren (geen maatwerk per voorziening!)

Stabiliteit 

Extractie van gegevens uit toepassingen vergt diepgaande kennis van de databases van die toepassingen

Als EPD toepassingen veranderen van leverancier, continuïteit garanderen

Kennisdeling tussen voorzieningen faciliteren

#151# 9


Datawarehouse klinische gegevens 

Welke klinische gegevens? Afzonderingsgegevens  Suïcidepreventie / risicotaxatie gegevens  Wachtlijst gegevens  Aandachtpunten (algemene / somatische)  Diagnose gegevens  Medicatie gegevens  Opname gegevens (persoonsgebonden / opname gebonden)  ROM gegevens 

Datawarehouse klinische gegevens 

Welke klinische gegevens zijn nog belangrijk?

Vanuit welke verschillende invalshoeken willen we deze beleidsdata bekijken?

#152# 10


Datawarehouse klinische gegevens 

Vertrekken we inhoudelijk van een wit blad? Reeds ervaring in AZT en Sint‐Jan‐Baptist!  Reeds experten in onze verschillende voorzieningen 

Nood aan pragmatische aanpak! 

Gefaseerd werken

Timing! 

Aantal resultaten (= specifieke inhoudelijke thema’s) realiseren in 2020

Visualiseren van gegevens 

Door (staf)medewerker met ‘data expertise’

Belang van hanteren van GDPR principes 

Door combineren van een aantal gegevens kan de anonimiteit worden opgeheven

Duidelijk beschrijven welke doel van de rapportage heeft (definities, context, kwaliteit van registratie,…)

#153# 11


Visualiseren van gegevens 

Er zijn verschillende software tools die de focus hebben op het visualiseren van gegevens. Elke hebben ze hun sterktes en zwaktes  Belang voor onze behoeftes hierin te benoemen 

Welke zijn dit?

#154# 12


VERSLAG VAN DE WORKSHOP

met dank aan Lore Van Hulle en Joris Dhooghe (samengevat door Tom Broekmans)

ASSEMBLAGE 3:

3. Beleid met klinische data SESSIE 1 Onder ‘beleid met klinische data’ verstaan we het gebruikmaken van klinische gegevens ter ondersteuning van beleidsbeslissingen (i.e., niet klinische beslissingen). Bij gebruik van klinische data dienen we rekening te houden met de privacy wetgeving en GDPR wetgeving. Dit veronderstelt beheersbaarheid van de data (o.a. als organisatie moeten we goed weten waar de data naartoe gaat), loggen van het gebruik hiervan, en werken met anonieme (bij voorkeur) of anonieme data. Daarnaast mag de eindgebruiker geen negatieve gevolgen ervaren van het verder gebruik van de data: de stabiliteit en performantie van de (bron)toepassingen moeten gewaarborgd zijn. We kunnen bovendien verschillende doelen onderscheiden bij het gebruik van klinische data 1. Klinische data in het kader van maatschappelijke doelen 2. Klinische data in het kader van wetenschappelijke doelen 3. Klinische data in het kader van eigen beleidsmatige doelen We bediscussiëren op welke manier we omgaan met (eventuele) vragen naar het gebruik van onze klinische data, welke voorwaarden we hierbij zouden stellen of welke vragen we steeds beantwoord willen zien, en in welke mate dit verschilt afhankelijk van de doelstelling van het gebruik.

#155#


Klinische data i.k.v. maatschappelijke doelen MOETEN WE HIERAAN PARTICIPEREN? Wanneer de data worden gedeeld ter ondersteuning van een groter maatschappelijk doel wordt participatie aan dergelijke projecten zeker zinvol geacht. ZIJN ER BEPAALDE VOORWAARDEN DIE WE BEST HANTEREN? Een aantal vragen zijn relevant om te beantwoorden:

• (Pseudo)anonimiteit van de data

o Idealiter betreft het (volledig) geanonimiseerde data, maar volledig anoniem is in de praktijk weinig mogelijk. Pseudoanonieme data is blijkbaar altijd nodig om iets te kunnen betekenen (cfr. TDI, rijksregisternummer).

+ Bij pseudoanonieme data is unieke identificatie van de persoon mogelijk, maar wordt deze omgevormd naar een niet-herkenbaar nummer. Bij anonieme data wordt deze unieke identificatie niet meegenomen.

+ Indien pseudoanonieme data worden gebruikt, dan is er in principe toestemming nodig van de persoon. Probleem hierbij is dat het vaak niet evident is om retrospectief toestemming te vragen. Hier kan echter van worden afgeweken. Vanuit de Centrale Ethische Commissie wordt aangegeven dat een positief advies kan worden gegeven indien het argument is dat er geen alternatieve manier is om deze vraag te beantwoorden.

+ Er kan ook gebruik gemaakt worden van een ‘thrusted third party’ om anonimiteit te garanderen (cfr. kwaliteitsindicatorenproject).

• Wettelijk kader

o Indien de vraag naar data geregeld is vanuit het wettelijk kader, dan ok (cfr. TDI).Dit dienen we anders te bekijken dan wanneer de vraag komt vanuit een bepaalde onderzoeksinstantie.

• Toestemming Centrale Ethische Commissie BvL

o Indien het gaat om anonieme, retrospectieve en monocentrische data, is dit niet verplicht en is enkel toestemming van directie voldoende (bvb. masterthesissen).

#156#


• Enkel in functie van een specifiek doel

o De vraag wordt gesteld of wij als organisatie eigenaar blijven van de data die we ter beschikking stelden? Van uit de Centrale Ethische Commissie wordt gesteld dat het instituut steeds verantwoordelijk blijft voor de data. Als data worden vrijgegeven, dan is dat in functie van een specifieke vraag en niet voor andere doeleinden. Voor de rest blijven de data onder het beheer van de organisatie.

Klinische data i.k.v. wetenschappelijke doelen Vraag is of we hier dezelfde houding aannemen of zijn we nog strenger/gerichter? Uit de discussie blijkt dat dezelfde vragen relevant zijn als bij gebruik van data voor wetenschappelijke doelen.

• (Pseudo)anonimiteit van de data

• Toestemming van de Centrale Ethische Commissie BvL o Cfr. hierboven. Indien het gaat om anonieme, retrospectieve en monocentrische data, is dit niet verplicht en is enkel toestemming van directie voldoende (bvb. masterthesissen). o Indien er commerciële partijen bij betrokken zijn is het niet langer monocentrisch, maar dient advies te worden gevraagd. + Zijsprong: mag je geld vragen voor het gebruik van je data? Zelf data verwerken kost ook middelen. Vanuit ethisch standpunt zal dit strenger worden bekeken: wijk je hier af van het doel van verbeteren van patiëntenzorg en leeft hier eerder het commerciële aspect? Anders is wanneer je instapt in een onderzoek om data aan te leveren. Dan ben je partner binnen wetenschappelijk onderzoek, waarbij je de resultaten terug meeneemt naar de organisatie. Het kan dan zijn dat je er dan ook een stuk budget voor vraagt omdat je er zelf ook mankracht in steekt. Een dergelijke vraag wordt aan alle leden van de Centrale Ethische Commissie voorgelegd.

• Enkel in functie van een specifiek doel

Klinische data i.k.v. eigen beleidsmatige doelen In het kader van kwaliteit van zorg bestaat er vandaag een grote nood aan eigen beleidsdata. Het daadwerkelijk benutten van beschikbare data kan daarnaast ook motiverend werken naar medewerkers, die dagelijks een grote registratielast ervaren.

#157#


Benchmarking binnen BvL? Het gaat om één vzw, wat het juridisch makkelijk maakt om data te delen. Ook daar zijn echter goede afspraken en principes van belang. Bvb. ook de vraag of diegenen die de data onderzoeken geschikt zijn om deze te onderzoeken? Het is echter belangrijk om het doel van het gebruiken van de data voor ogen te blijven houden, nl. het verbeteren van de kwaliteit van zorg voor de patiënt. De context van een voorziening is zeer belangrijk, waardoor het niet altijd relevant is om te benchmarken.

Realistische mogelijkheden inzake dataondersteuning Er wordt onderstreept dat het hier niet gaat om het voorzien van operationele tools, zoals bvb. checklists, die beschikbaar zijn vanuit Obasi. Hier gaat het om het werken met (klinische) data ter ondersteuning van lokale en centrale (klinische) beleidsvoering. Huidige werking? Onze klinische data zit vervat in tal van toepassingen: zorgdossier (Obasi), medicatie (Infomedic/Izoproc), ROM (Questmanager), patiëntenadministratie (Wish/Obasi). Op dit moment zijn er aparte servers en databases per voorziening, met input vanuit verschillende zorgvormen in verschillende toepassingen. Op welke manier kunnen deze beleidsgegevens worden aangeboden? • Beleidsgegevens vanuit de verschillende EPD toepassingen kunnen worden ondergebracht in een datawarehouse (apart per voorziening). Dit datawarehouse vormt dan de basis voor het visualiseren van gegevens. Een zorgvuldige definiëring van welke gegevens hiervoor uit de verschillende toepassingen worden gehaald is hierbij van groot belang. Denk bvb. aan eventuele toekomstige wijzigingen in softwarepakketten.

#158#


Het visualiseren van de data moet zeker mogelijk zijn vanuit de voorzieningen zelf, net zoals toegang tot het eigen datawarehouse. De inhouden/thematieken zouden voor elke voorziening dezelfde zijn, maar elke voorziening heeft zijn eigen processen uitgetekend. Kanttekening wordt gemaakt dat de verschillende organisaties niet altijd met dezelfde thema’s bezig zijn! De grootste tijdsinvestering zit hem in de ‘achterbouw’, de techniciteit van het ontwerpen van een datawarehouse.

• Een algemene uitgangsprincipes voor het datawarehouse worden vooropgesteld: o Correctheid van de gegevens o Beheersbaarheid o Logging van gebruik o Datawarehouse bevat slechts een selectie van gegevens die beschikbaar zijn vanuit de verschillende toepassingen: enkel noodzakelijke gegevens • Ook de redenen waarom dit bij voorkeur centraal wordt opgebouwd worden aangehaald: o Correctheid o Beheersbaarheid o Stabiliteit o Duurzaamheid o Kennisdeling tussen voorzieningen faciliteren • Er moet beslist worden welke klinische gegevens in het datawarehouse moeten komen, maar ook vanuit welke invalshoeken deze gegevens moeten worden bekeken. Cfr. volgens leeftijd, geslacht, … o Wat met data van niet-opgenomen patiënten?

• De vraag wordt gesteld in hoeverre deze datawarehouses flexibel zijn. Relevante thematieken veranderen nl. doorheen de tijd (Bvb. belang van familie/context). Zullen we dergelijke gegevens er dan ook kunnen uithalen? Zeker is dat het een dynamisch systeem moet zijn, maar er is wel een kader nodig. • We beschikken daarnaast ook over heel wat niet-klinische gegevens, bvb. personeelsdata, administratieve gegevens, … Ook hier wordt het belang van een goede definiëring in functie van een correcte interpretatie van de data onderstreept (cfr. personeelsbezetting). • M.b.t. de ‘eerste pijl’ in de afbeelding wordt gesuggereerd dat deze zou kunnen fungeren als ‘thrusted third party’. Als je dit laat uitbesteden echter zeer grote kost. Het zou ook een louter functionele derde partij kunnen zijn, centraal.

#159#


SESSIE 2 Klinische data in kader van maatschappelijke doelen

WELKE MEERWAARDE HEEFT HET INSTAPPEN IN EXTERNE PROJECTEN VOOR DATADELING? 1. Moeten we hieraan participeren? Er kunnen bedreigingen zijn, maar indien een kader wordt opgemaakt dat voldoet aan wettelijke en ethische vereisten, is dit zeker mogelijk. Niet tot iets komen als Minimale Psychiatrische Gegevens (MPG), waarbij Return On Investment te beperkt is. D.w.z. sámen tot iets komen en de output aanwenden om de eigen zorgkwaliteit te verhogen. Tot slot hebben ook wij een maatschappelijke opdracht, de plicht om aan de samenleving aan te tonen en zichtbaar te maken wat we doen, welke effecten er zijn. Inhoudelijk: goede afspraken maken welke data gebruikt worden en op welke manier deze wordt gegenereerd. Het is belangrijk dat data “zuiver” blijft door aan bronbepaling te doen (bv. bij diagnose: aan te geven of ze verkregen werden door observatie, NPO, medische beeldvorming, etc.). Zijn cijfers wel voldoende om zicht te krijgen op tendensen? Kans bestaat dat de context ontbreekt bij de analyse van de gegevens. 2. Is er een verschil van waaruit de vraag komt? Is de partner betrouwbaar? Onderzoeksinstituten lijken meer betrouwbaar, indien commerciële accent niet doorweegt. Belangrijkere vraag: wie is / wordt eigenaar van de gegevens? We wensen zelf eigenaar te blijven. Kan dit overigens? 3. Welke voorwaarden? Transparantie betreft commerciële oogpunten zijn van belang. Return of Investment is noodzakelijk. Minstens win-win situatie. Contract op te maken dat we gegevensverzameling elk moment kunnen inzien, stopzetten, terugvragen, vernietigen. Vergelijkbaar met informed consent onderzoek. 4. Hoe beoordelen we een vraag?

• Contract opmaken: heldere afspraken mogelijk? • Doelstelling duidelijk? • Geen derde partij -> zelf eigenaar blijven! • Geen commerciële doelstellingen? • Ethische toets doorstaan! Een “ethische commissie” die zich over vragen buigt?

5. Kunnen wij als organisatie een compensatie / financiële tegemoetkoming vragen? Kan meerwaarde zijn - extra middelen - maar letten op het gevolg dat grootste speler dan meer mogelijkheden hebben (farma-industrie). Ethisch oké om uit patiëntengegevens financiële voordelen te halen? Naar privatisering zorgsector?

#160#


6. Waarom niet alles vrij (open source)? Ook wij kunnen profiteren van analyses die door andere partijen worden uitgevoerd op onze gegevens. Op die manier krijg we meer zicht op de vaak complexe tendensen, laten we de ontwikkelingen de vrije loop, zodat ook cliënten hiervan op lange termijn kunnen profiteren. Mogelijk houden we door een (te) verkrampte houding net nieuwe inzichten tegen. Die maatschappelijke vragen dienen uiteindelijk vaak een goed doel: efficiënter, effectiever, humaner maken van de zorg. 7. Conclusie Meerwaarde: Financiële middelen of alternatieve tegemoetkomingen, waarvan instellingen en zorgsector kunnen profiteren. Zicht krijgen op tendensen, nieuwe ontwikkelingen binnen onze sector. Analyses laten maken van onze gegevens en hier zelf uit leren.

Klinische data op macroniveau (Broeders van Liefde)

WAT IS DE MEERWAARDE OM ZELF TE INVESTEREN IN HET CREËREN VAN KLINISCHE DATATOOLS? 1. Wat doen we gemeenschappelijk als Broeders van Liefde? Wat bepalen instellingen zelf?

• Pro gemeenschappelijk werken (uniformisering)

Gemeenschappelijke werkwijze rapportage EPD binnen Broeders van Liefde hanteren, zodat er spraken kan zijn van benchmarken. Informatie en datagebruik en -analyse voor zowel zorgverleners als beleid zinvol maken. Visie en werking afdelingen moeten niet in conflict staan met uniforme structuur in het EPD.

• Contra uniformisering

Op ziekenhuisniveau (meso) al een uitdaging om data zuiver te houden en correcte analyses te maken. Lokaal beleid is namelijk erg “context-gebonden”. En welke klinische gegevens zijn niet “gekleurd” door context? Bijna allemaal … bv. “Suïciderisico”. Als we afspreken kleurcode te gebruiken, bij wie betekent deze code hetzelfde? Of “afzondering”: afhankelijk van bv. bezettingsgraad? Het is bijgevolg erg moeilijk om met deze data te ‘benchmarken’, de oorspronkelijke context is vaak veel “rijker” dan de cijfers die worden gegenereerd. Wat zal er gebeuren met de cijfers? Hoe gaan we leren uit de gegevens? Als we gaan ‘benchmarken’, zijn deze cijfers dan evaluatief? Wie krijgt inzage? Is het de bedoeling deze ook openbaar te maken? Om na te gaan welke instelling sterk presteert bij behandeling depres-

#161#


sie, verslaving, ... welke ziekenhuizen het “best” handelen bij suïcide- of agressierisico, etc.? Opletten voor argwaan, het mag geen impact hebben op welke gegevens we inbrengen, en … welke patiënten we opnemen. 2. Conclusie Meerwaarde: Zeker, mits belang goede afspraken wat betreft databorging en investering in ‘datawarehouse’ centraal. Op die manier sparen we lokaal tijd en middelen uit. In de eerste plaats als instelling leren uit informatie, zelf context nagaan bij wanneer data aangeleverd worden + indien nodig en mogelijk aanpassingen te doen. Maar zoals altijd gegevens kritisch benaderen. Omzichtig omgaan met het trekken van conclusies en maken van analyses.

#162#


14.30 en 15.45 4. Participatie van patiënten en familie

19‐2‐2020

Luk Bevernage // Dag Van Wetter //

Dag Van Wetter // stafmedewerker patiëntenzorg PC Sint-Amandus Beernem // Organisator Cactusfestival Brugge en vurig verdediger dat participatie een samenspel is. //

participatie van patiënten en familie ASSEMBLAGE 4:

Luk Bevernage // gewezen directeur patiëntenzorg UPC Sint-Kamillus Bierbeek // docent opleidingstraject ervaringswerker CVO Heverlee // in moeilijker tijden is de filmmuziek uit ‘La Fabuleux Destin d’Amelie Poulain’een sprookje over hoop. //

Luk Bevernage en Dag Van Wetter Broeders van Liefde – Beleidsdag Geestelijke Gezondheidszorg 20/02/2020, Hotel Van der Valk Beveren

4. Participatie van patiënten en familie

starten met ‘waarom’…

(Simon Sinek, Start with why)

belang van participatie: waarom en hoe gaan we doen wat we doen?

#163# 1


19‐2‐2020

“wie participeert bij wie?” triade: ruimer dan patiënten‐ en familieparticipatie •

ons vertrekpunt: vooraf is er al een vorm van samenwerking tussen patiënt, familie/andere naasten en reeds betrokken hulpverlening (mogelijk met vallen en opstaan – en met de nodige zorgen) waarbij wij zelf ook verder willen aansluiten, als nieuwe participant → we zijn als hulpverlener op de eerste plaats zélf participant

• • • •

partnerschap als uitgangspunt – participatie is een samenspel focus op samenwerking én aansluiten hulpverlenen is verbinding maken – hoe kunnen we compagnons zijn? wat we van de mensen zelf, familie en naastbetrokkenen kunnen meenemen, wanneer we ons – aansluitend en aanvullend vanuit onze professionele expertise – ook zélf als medebetrokkene opstellen…

elke opgenomen patiënt blijft eigenlijk een burger/ambulante cliënt die tijdelijk/meer langdurig een opname nodig heeft

#164#

2


19‐2‐2020

participatie binnen behandeling ‐ ruimere hersteltraject empowerment – krachtgericht werken • •

verbinding maken rond klachten & krachten bij persoon zelf ‐ bezorgdheden & hulpbronnen bij omgeving ander perspectief/volgorde: niet enkel vertrekken van problemen, beperkingen maar vooral eigen sterktes, doelen, wensen, ambities, veerkracht, moed, hulpbronnen, verbinding met eigen omgeving, … die net nodig zijn om met deze problemen en beperkingen om te gaan

•

hoe kunnen we aanwezige krachten versterken? (ontdekken, ontwikkelen, leren inzetten) - eigen sterktes (eigen ervaringen, doelen, identiteit, wensen, ambities, talenten, …) - externe hulpbronnen (capaciteiten van naaste omgeving/sociale netwerk die daarbij kunnen helpen)

•

door patiënt en zijn/haar naaste omgeving (vanuit ontmoeting – luisteren wat men zelf te vertellen heeft, hoe het met henzelf gaat) actief te bevragen, betrekken, verbinden én mee te ondersteunen wordt meteen actief werk gemaakt van kansen voor persoonlijke groei en stimuleren van eigen initiatief en verantwoordelijkheid bij dit samen zoeken, inzetten, herhalen wat wél werkt, maken we ook mogelijke hindernissen, tussenstappen en beschermende factoren bespreekbaar

• •

dr. Stephan De Bruyne: “ik wil een expert zijn die geen last heeft van zijn expertise…” 6

#165#

3


19‐2‐2020

het eigen verhaal ‐ ervaringskennis

persoonlijke ervaringen: wat je persoonlijk helpt en wat je belemmert in je herstel bij elke mens/cliënt relevant, serieus te nemen ervaringskennis inzetten binnen eigen hersteltraject (trialoog, participatie)

ervaringsdelen: al die (herstel)verhalen bij elkaar vormen collectieve ervaringskennis kennis over hoe het is om te leven met psychische kwetsbaarheid en de gevolgen daarvan bv. herstelwerkgroepen, herstelacademie

kans/bagage om die kennis in te zetten/over te dragen aan anderen: ontwikkeling ervaringsdeskundigheid, bouwt verder en overstijgt de eigen ervaring en het eigen verhaal ervaringswerkers als nieuwe compagnons en collega’s

iedereen met een psychische kwetsbaarheid heeft zijn/haar eigen verhaal

de participatieladder (Edelenbos, 1998) variatie van de mate van participatie ZELFBEHEER MEEBESLISSEN CO‐PRODUCEREN ADVISEREN

De patiënt/cliënt ontwikkelt geheel zelfstandig en onafhankelijk zijn/haar besluiten. De patiënt/cliënt heeft de primaire rol in de besluitvorming, de professionelen een adviserende rol. De patiënt/cliënt heeft een gelijkwaardig rol in de besluitvorming. De adviezen van de patiënt/cliënt worden meegenomen in de besluitvorming.

RAADPLEGEN

De patiënt/cliënt denkt mee maar zijn adviezen zijn vrijblijvend en worden niet noodzakelijk gevolgd.

INFORMEREN

De patiënt/cliënt wordt geïnformeerd maar heeft zelf geen inbreng.

8

#166#

4


19‐2‐2020

patiënten‐ en familieparticipatie op micro‐, meso‐, en macroniveau participatie op microniveau: actief samenwerken rond het eigen individuele traject, samen met familie en andere naastbetrokkenen (triade) inzet van ervaringsdeskundigheid op microniveau

participatie op mesoniveau: actief samenwerken rond de afdelingswerking aanbod herstelactiviteiten op mesoniveau, gericht op ervaringsdelen en co‐productie inzet van ervaringsdeskundigheid op mesoniveau

participatie op macroniveau: macroniveau: actief samenwerken rond visie en aanpak van PZ, PVT en Netwerk GGZ aanbod van herstelactiviteiten op macroniveau, gericht op ervaringsdelen en co‐productie inzet van ervaringsdeskundigheid op macroniveau

9

onze eigen voorzet naar sterkere participatie zélf aan het werk ‐ uitwisseling in kleine groepjes focus op micro‐, meso‐ en macroniveau (10’) 1. Hoe kunnen we zélf sterker participeren en aansluiten bij noden van patiënten en familie? Hoe maken we onze participatie mogelijk? (10’) 2. Hoe kunnen we medewerkers, patiënten en familie sterker samen laten participeren? Hoe maken we hun participatie mogelijk? (10’) 3. Welke ondersteuning, vaardigheden en mensen hebben wij nodig om participatie steviger te realiseren? (10’) 4. terugkoppeling

#167# 5


19‐2‐2020

"Leer zo te luisteren dat anderen worden uitgenodigd om te spreken. Leer zo te spreken dat anderen worden uitgenodigd om te luisteren."

een pad ontstaat door er samen op te lopen

#168#

6


VERSLAG VAN DE WORKSHOP

met dank aan Evy Schroyen en Stefanie Everaert

ASSEMBLAGE 4:

4. Participatie van patiënten en familie SESSIE 1 1. Inleiding rond basisprincipes inzake participatie • Ga voor Annie Lenox en vertrek steeds van de waarom-vraag (Why) • Participatie: stap af van het klassiek wij-zij verhaal: wij ‘ontvangen’ hen maar durf te gaan voor wij nemen deel aan hun verhaal, hun moment. • What’s in a name: een patiënt blijft nog altijd een BURGER die tijdelijk nood heeft aan ondersteuning en zorg. • I’ve got the power? Krachtgericht werken staat centraal vanuit een oeroud recept nl. dat van Nivea: niet invullen voor een ander. • The story of us: verhalen (mogen/kunnen) vertellen is een stap (ervaringskennis ME), ervaring delen een duidelijk begin (ervaringsdelen (MYSELF)), ontwikkeling een sterke hefboom voor verandering (ervaringsdeskundigheid (and I)). • Werk je door de LEVELS (Avicii): van focus op micro- naar meso- en macroniveau.

Are you ready for this? Hoe kunnen we zelf sterker participeren en aansluiten bij de noden van patiënten en familie? Hoe maken we onze participatie mogelijk?

#169#


Hoe kunnen we medewerkers, patiënten en familie sterker samen laten participeren? Hoe maken we hun participatie mogelijk? Welke ondersteuning, vaardigheden en mensen hebben wij nodig om participatie steviger te realiseren. 2. Brainstormsessies binnen groepen

MICRO Zelf participeren

• ACTIEF SAMENWERKEN + Taal aanpassen bv. ‘team’vergadering eerder ‘cliënt/patiënt’vergadering/ overleg. Bespreek op voorhand wat er aan bod kan komen + Vertrekken van het verhaal van patiënt/familie + Wijze van organiseren van teams/ mini-teams + Familie mee zien tijdens intake of sneller uitnodigen + Briefing met patiënt, samen-denken, inspraak (2) + Meer tussen patiënten zitten, open wacht + Overleg met patiënten: LUISTEREN + Betrokkenheid + HOOP geven

• INZET ED + Keuzevrijheid patiënt over wie moet betrokken worden

Sterker samen laten participeren

• ACTIEF SAMENWERKEN + Geen solofuncties/ back-up + Uitnodigen op teamoverleg + Mee-eters = medewerkers + Samen ACT + Informatie geven + Bewonersvergaderingen + Bottom-up organisatie + panelwerking

#170#

• INZET ED


Randvoorwaarden

• Investeren in ‘open dialogue’ methodiek samen met partners • Kansen om te leren oefenen in meerzijdige partijdigheid • Intensieve behandeling (IB) • Alterheid • Voldoende bezetting • Betere taal • Maak het niet complexer • Ruimte geven • Experimenteren • huisregels afspreken

MESO Zelf participeren

• AFDELINGSWERKING: + Shift van wie bij wie + Participeren laten landen bij elke medewerker en team + Patiëntenraad + Organiseren van mini-teams evt. themagebonden + Patiënten op teambespreking + Uitnodigen van familie en betrokkenen - trajectbespreking

• HERSTELACTIVITEITEN: + Netwerk rond de cliënt als primaire overlegplaats = empowerment + Informeren

• INZET ERVARINGSDESKUNDIGHEID: + Afhankelijk van de mogelijkheden van de patiënt uitwerken

Sterker samen laten participeren

• Binnen organisatie voor ervaringsdeskundigheid en familie deskundigheid oproepen om deel te nemen een back-up te voorzien • Structurele inbedding in een organisatie • Individuele begeleiders die zelf geen therapie geven/meevolgen • Wat met bezoekuren? Te beperkend om mens af te grezen • Familie en patiënt betrekken in afdelingsregels

Randvoorwaarden

• Investeren in ‘open dialogue’ methodiek samen met partners • Kansen om te leren oefenen in meerzijdige partijdigheid • Bewustmaking

#171#


• Ondersteuning • Externe kennis uitnodigen • Over het muurtje kijken • Toegankelijk dossier voor alle betrokkenen • Doelstelling gemeenschappelijk maken • Aansluiting van mens tot mens

MACRO Zelf participeren • ACTIEF WERKEN ROND VISIE

+ ED en familie ED op directieniveau integreren + Patiëntenraad (2) maar patiënten moeten dan voorbereid worden want zijn dat niet gewend (1)

• HERSTELACTIVITEITEN: + Similes/Uilenspiegel • INZET ERVARINGSDESKUNDIGHEID: + Geen schijndemocratie, echt rekening houden. Sterker samen laten participeren • Binnen organisatie voor ervaringsdeskundigheid en familie deskundigheid oproepen om deel te nemen een back-up te voorzien • Structurele inbedding in een organisatie • Wanneer de familie betrekken (‘a vonds?) • Leiderschap moet participeren: cultuurverandering ondersteunen • Vrijplaats creëren Randvoorwaarden • Hoe combineren met heropname? • Netwerk neemt in de strategische werkgroep familie/ED op • Betrekken familieplatform Smilis, Up&Down • Omgaan met moeilijke situaties • Netwerkvergaderingen in huis samen met bewoners en cliënten • Veilig statuut voor ervaringswerkers. 3.

Centrale terugkoppeling

Wegens tijdsgebrek gebeurde er enkel een beperkte centrale terugkoppeling.

#172#


SESSIE 2 Participatie op microniveau

Participatie op mesoniveau

Participatie op macroniveau

Hoe kunnen we zelf sterker participeren/aansluiten bij noden van patiënten en familie?

Hoe medewerkers, patiënten en familie sterker samen laten participeren?  Participatie behandelplan: tijdens de teamvergadering  Meer systematiseren in de processen en procedures of miniteam  Betrokkenheid van naasten kan Doelstellingen gezamenlijk opstellen groeien. De vraag meermaals Van belang bij elke trajectovergang en eveneens herhalen: wie is er belangrijk betrekken van familie indien toestemming. voor u? Inspraak trajectplan het sterkst met steun ervaringsdeskundige/ IB.  Bevragen waar de persoon zelf  Netwerkoverleg niet over maar met de patiënt voorkeur aan geeft: nauw  Luisterend oor zonder voorgestructureerde vragen betrokken zijn in een miniteam of (actief luisteren en zelf zwijgen) meteen het ruimere  Jezelf kwetsbaar opstellen teamoverleg.  Rekening houden met waarden en normen van familie  Patiënt bepaalt de richting – als en cliënten HV aan de zijlijn staan  Respect voor ieders kader (het is hun omgeving)  Cultuur opbouwen: vertrekken  Laagdrempelig opstellen vanuit trialoog  Bureau met open deur  Kijken naar sterkes en kwaliteiten  Aanknopen bij wie ze zijn, familie erkennen in hun voorgeschiedenis.  Samen (dag)dagelijkse activiteiten doen  Vraag om advies aan patiënt vb. rond al dan niet in week te gaan ikv suïcidaliteit  Herstelwerkgroepen ervaringsdelen  Verloopt organisch door de creatie Vb. informatiesessies gegeven door van een laagdrempelig inloophuis. ervaringsdeskundigen aan patiënten zonder hulpverleners: erg krachtig.  In duo sessies aanbieden vb. iemand van de herstelacademie –  Participatievergadering op afdelingsniveau hulpverlener: beeldend, psycho – (patiëntenraden): verbindende projecten geven veel educatie, zelfzorg – vertrekken energie, maar ook ideeën die de dagdagelijkse  Cultuur opbouwen: vertrekken afdelingswerking ten goede komen. vanuit trialoog  Inrichten van de kamer  Autonome bewoners – of  “Taken” geven op afdelingsniveau patiëntenraad  Patiënt als co – therapeut  Beleid en visie van de afdeling  Mee ateliers laten sturen  Wat is een goede IB volgens  Familiedagen patiënten?  Vertrouwenspersoon noteren en betrekken  Actieve deelname aan overkoepelende werkgroepen,  Bewoners participeren aan het LAC focusgroep samen met het eigen netwerk  Condities verankeren om participatie en herstelgericht te werken  Kader uitwerken om ervaringsdeskundigheid in te zetten, te erkennen (eventueel te verlonen)  Beleidsthema’s integreren die aangebracht zijn door de patiënten. Thema met inhoud voorbereid in de afdeling. Terugkoppeling aan themahouders (personeel)

Welke ondersteuning, vaardigheden en mensen hebben we daarvoor nodig?  Beslissingsmandaat: het systeem met miniteams mag bv. niet overruled worden door het ruimere teamoverleg.  De richting wordt bepaald in de kleine groep maar draagvlak in ruimere groep  Participatie op maat van mensen uittekenen, diversiteit toelaten  Een schijnvertoning tegengaan, principes afspreken om echte participatie mogelijk te maken  ‘Goed luisteren om te kunnen spreken’  Open Dialoog methodiek  Goed opgeleide ervaringsdeskundigen met de juiste vaardigheden  Cultuur van gelijkwaardigheid op alle niveaus  Betrokken familie  Extra tijd en personeel  Vanuit de talenten van mensen vertrekken en op die manier sessies/initiatieven/projecten co‐ creëren  De nodige structuur zodat participatie mogelijk wordt  Vorming medewerkers, ervaringsdeskundigen, patiënten Niet een ‘wij – zij’ verhaal

 Vrijmaken van middelen (verloning) voor ervaringsdeskundigen  Ruimtes voor intervisie, coaching  Architecturale aanpassingen  Verpleegpost?  “Werken” in een leefzaal?  Uitwisseling van good practices  Ervaringsdeskundigen die informeren op scholen, bij justitiële partners  Zorg efficiënter organiseren om meer tijd vrij te maken om met de patiënten/bewoners bezig te zijn.

#173#


sie, verslaving, ... welke ziekenhuizen het “best” handelen bij suïcide- of agressierisico, etc.? Opletten voor argwaan, het mag geen impact hebben op welke gegevens we inbrengen, en … welke patiënten we opnemen. 2. Conclusie Meerwaarde: Zeker, mits belang goede afspraken wat betreft databorging en investering in ‘datawarehouse’ centraal. Op die manier sparen we lokaal tijd en middelen uit. In de eerste plaats als instelling leren uit informatie, zelf context nagaan bij wanneer data aangeleverd worden + indien nodig en mogelijk aanpassingen te doen. Maar zoals altijd gegevens kritisch benaderen. Omzichtig omgaan met het trekken van conclusies en maken van analyses.

#174#


Dr. Frank Van Steenkiste // hoofdarts PC Sint-Jan Baptist Zelzate // als DJ heeft hij een brede muzieksmaak tot zelfs punk en acid jazz toe. Hij is gezegend met dysesthesie voor Vlaamse schlagers. //

Dr. Jeroen Decoster // hoofdarts UPC Sint-Kamillus Bierbeek // speelt te weinig saxofoon. //

ASSEMBLAGE 5:

5. Samenwerking GGz en AZ: Betere afstemming tussen somatische en psychische zorg Van deze workshop zijn geen handouts beschikbaar.

VERSLAG VAN DE WORKSHOP

met dank aan Isabelle de Wispelaer en Leen Bouving

ASSEMBLAGE 5:

5. Samenwerking GGz en AZ SESSIE 1 Inleiding De reden waarom veel psychiatrische patiënten ook somatische klachten hebben, heeft vaak te maken met bijwerking van medicatie – vooral groep antipsychotica. Deze kunnen leiden tot meer slaapstoornissen, longontstekingen, …

#175#


Zelfs met een rookstop dienen we op te letten, omdat men meer antipsychotische bijwerkingen heeft. Bij een roker breekt de dosis van medicatie sneller af! Huidige situatie - Commentaar op ziekenhuis: Niet respectvol behandeld, onbegrip, afstandelijk contact, te snel terug sturen, plat spuiten - Commentaar op psychiatrie: het duurt (te) lang voor men een psychiater ziet. Somatische specialisten in psychiatrie Bierbeek: gesprek gevoerd over welke somatische zorg/specialisten (vb dermatoloog) we op de campus willen aanbieden en voor welke zaken we willen doorverwijzen naar buiten. - Voordeel van de somatische zaken zelf aan te bieden in de eigen voorziening: continuïteit van zorg, alles loopt beter, betere doorverwijzing, meer doorverwijzing, communicatieoverdracht, … - Nadeel: tegen de emancipatorische gedachte, tegenwoordig zijn specialisten hypergespecialiseerd en kunnen ze dat ook zijn in algemene ziekenhuizen. Andere mogelijkheid: samenwerken met vaste (externe) tandarts Zijn er voldoende somatische artsen in de psychiatrie? Zij kunnen juist doorverwijzen naar specialisten in algemeen ziekenhuis. Contact van psychiatrie naar algemeen ziekenhuis Op PVT veel somatische aandoeningen – verpleegkundige gaat mee op consultatie/ assisteert naar ziekenhuis. Daardoor kan deze de link maken met andere problemen, correcte info doorgeven en meenemen. Je krijgt betere zorg en betere feedback als iemand mee gaat. Probleem is het niveau van opleiding, waarbij nood is aan meer verpleegkundigen, die kunnen fungeren als liaison. Is individueel te bekijken bij welke patiënten ze mee gaan. Vooral bij multiproblematieken. Psychiater kan ook contact opnemen met specialist om deze te informeren wat er aan de hand is (vb telefonische liaison). Belangrijk is dat er een win-win voor beide partijen moet aangetoond worden: wat wint de psychiater erbij? Wat wint de somatische arts/specialist erbij? Betere afspraken maken met het ziekenhuis, hen stuk meenemen in de hele (psychiatrische) weg die wij al afgelegd hebben. Uitleggen dat het soms lang(er) duurt om mensen na bepaalde resultaten te motiveren om zich verder te laten onderzoeken/behandelen. Vaak ook moeilijk om onze patiënten naar het ziekenhuis te krijgen (soms weigeren zij behandeling), zien zij de zin er niet van in.

#176#


Wat kan psychiatrie intern doen? In psychiatrie is er nood aan een betere interne samenwerking tussen verschillende disciplines. Bijvoorbeeld de dieetist komt langs, maar ’s avonds is er pizzafeestje door de therapeut. Zorgen voor een goede interne geïntegreerde aanpak! Psycho-educatie (preventie van ziekte, informatie over bijwerkingen, …) is belangrijk om mensen te responsabiliseren. Per definitie integreren in behandelplan. PMT om mensen in beweging te krijgen. 4 woensdagavonden “kennis maken met sport”, niet zelf geven, maar laten organiseren door sportclub (ook niet zorgpartners) en dit dan verder zetten door samen te gaan wandelen. Belangrijk om op maat van de persoon iets van beweging uit te werken. Ervaringen door patiënten zelf laten uitwisselen, en elkaar informeren/waarschuwen. vb dat je honger hebt als je Seroquel neemt. Vb dat je suf wordt van sommige medicatie en daardoor nog minder zin hebt om te bewegen. -> Gebouwen maken die stimuleren om te bewegen/wandelen. Welke evidenties zijn er voor somatische screening (vb EEG, ECG, bloedonderzoek, …)? Mee opnemen met indicatoren? Welke basisscreening doen we? Richtlijn werd reeds uitgewerkt door dr. Marc Eneman en dr. Paul de Cort ‘Naar consensus somatisch onderzoek in het psychiatrisch ziekenhuis?’ In: Psychiatrie & Verpleging, Jaargang 87, 2011/1, p. 4-10. Belangrijk om niet alleen screening te doen, maar op basis hiervan ook een goed (en persoonlijk) vervolgtraject op te zetten met de patiënt. Samenwerken Voor de somatische arts is het heel moeilijk om juist af te gaan op signalen van de patiënt, vaak door de psychische problematiek (vb. pijn, …) Zijn er ervaringen met het samenwerking met wachtposten van huisartsen of spoeddienst? Vooral voor PVT van belang, bij opname in het ziekenhuis zit huisarts in forfait. Deze financiëring klopt niet. Samenwerken met externe specialisten loopt vaak beter als we ‘vaste’ partners hebben, waarmee we regelmatig contact opnemen. Waar zitten opportuniteiten, studiedagen, trainingen in AZ en in psychiatrie. Samen volgen om meer van elkaar te leren. Eventueel ook uitwisselen van personeel van AZ met psychiatrie en omgekeerd. Coördineren: Hebben we nood aan een somatische zorg coördinator? Bijvoorbeeld één referentiemedewerker en één verantwoordelijke in het team. Pleiten om per x aantal bedden een specialist te voorzien. Om dit zo op elkaar te coördineren. Integreren: Parallel circuit van de somatische zorg. Naast dat van psychiatrie, weinig samenwerking en geen overlap. Geen samenwerking vanuit verschillende hoeken rond patiënt. Ook niet in PAAZ: is niet geschikt voor een psychiatrische patiënt die somatische zorg nodig heeft.

#177#


Verder doorgedreven, in plaats van coördineren, kunnen we ook kiezen voor een meer geïntegreerde aanpak. Geen onderscheid maken tussen psychiatrisch en algemeen ziekenhuis, maar zorg rond patiënt organiseren, volgens zijn nood.. Ook met de 1ste lijn. Volgende stappen Goede voorbeelden opzetten en manier van werken al uitproberen. Dit kan afhankelijk van de regio uitgewerkt worden. Zo werd bijvoorbeeld in Antwerpen al meer afspraken gemaakt, in Mortsel extra uitleg aan de spoed gegeven. Bijvoorbeeld eerst afspreken wanneer, hoeveel en door wie EKG gemaakt wordt, nodige opleiding en afspraken voorzien, en dan pas keuze maken op basis van deze info. Belangrijk om toch keuzes te kunnen maken en dit weloverwogen te kunnen doen. Interdisciplinaire groep somatiek in de GGZ van de Broeders van Liefde opzetten. Om ervaringen uit te wisselen en te leren van elkaar. Op basis van deze succeservaringen een advies doen naar overheid toe.

SESSIE 2 Het resultaat van de workshop is een adviesnota die de hindernissen in de samenwerking tussen PZ/GGZ en AZ detecteert en beschrijft hoe PZ de somatische zorg kan ondersteunen en vice versa. Hij bevat voorstellen voor acties voor een nauwere samenwerking tussen PZ en AZ ten voordele van betere zorg voor psychiatrische patiënten met somatische problemen en voor somatische patiënten met psychiatrische noden. De voorstellen laten toe het gesprek met AZ aan te gaan. Inleidend wordt de gap in levensverwachting toegelicht aan de hand van verschillende voorbeelden uit de literatuur. Met o.a. aandacht voor de invloed van anti-psychotica en ongezonde levensstijlfactoren zoals roken en te weinig beweging op cardio-vasculaire aandoeningen. Concrete voorbeelden benadrukken het belang van een betere afstemming tussen somatische en psychische zorg. Een verhelderend voorbeeld was o.a. dat roken voor een versnelde afbraak van anti-psychotica zorgt, dus dat het van belang is om deze patiënten bij rookstop en –afbouw dan weer op te volgen i.k.v. optreden of verergerende extrapiramidale symptomen. Mogelijke interventies, zoals “collaborative care”-model, en de visie op organisaties als deel van een netwerk kunnen helpend zijn. Er bestaan oude weerstanden en hindernissen, zoals elkaar niet/moeilijk vinden (door fysieke afstand, onbegrip of de gedachte elkaar niet te begrijpen). Uit de workshop komen volgende suggesties en voorbeelden van good practices: - Structurele samenwerking met een internist, neuroloog, tandarts, … die met een vaste regelmaat aanwezig is in of aan het PZ/GZZ.

#178#


- Persoonsgebonden factoren hebben een niet-onbelangrijke invloed: bejegening van de patiënt, eigenaarschap (vb. project rond systematisch screenen valt weg bij vertrek van arts). - Bij het uitschrijven van het zorgstrategisch plan, zowel in AZ als in PZ/GGZ, zou er geformuleerd moeten worden wat die samenwerking inhoudt, meer concreet wat doet PZ/GGZ voor AZ en omgekeerd. - Binnen een netwerk zou er op zijn minst een samenwerking tussen spoed AZ en opnameafdeling PZ moeten zijn. - Pleidooi voor een betere screening op o.a. metabool syndroom. Nood aan een onderbouwde systematiek/ zorgpaden, al dan niet gelijk voor alle ziekenhuizen binnen BVL (hindernissen hierbij zouden ICT en het verschil in settings kunnen zijn). - Suggestie om heel breed te screenen a.h.v. voorbeeld (pat. uitte omwille van psychiatrische problematiek/behandeling geen klachten maar had wel ernstig somatisch probleem). - Betoog om krachten te bundelen. - Extra aandacht voor patiënten die langdurig zijn opgenomen in PZ/GGZ waar de psychiater (of internist?) ook eigenlijk de taken van huisarts (op tijd bepaalde controles inplannen) dient over te nemen. - Het uitwerken van samenwerkingsverbanden van PZ/GGZ met meerdere AZ (voor sommige PZ is het zo dat er meerdere AZ dicht in de buurt liggen) zal voor een extra uitdaging zorgen. - Faciliteren en stimuleren van “eens over de muur te kijken” (vb. psychiater geeft een uiteenzetting in het AZ over verslaving en psychose, cardioloog komt in PZ uitleg geven, psychiatrisch verpleegkundige volgt een cursus wondzorg of verpleegkundig specialist wondzorg vanuit AZ komt langs om complexe wonde te bekijken, …). - Voorbeeld van een bestaande afspraak tussen een bepaald PZ en AZ waarbij het PZ wat extra relevante info m.b.t. te verwachten gedrag doorgeeft aan AZ, en waarbij AZ voorrang geeft op dienst radiologie aan patiënten die vanuit PZ komen. - Suggestie om in het kader van een betere somatische zorg in het PZ/GGZ ook de familie te betrekken, enerzijds als belangrijke bron van informatie en helpend bij vb. vervoer naar AZ. - Een bezorgdheid van familie is nu dat patiënt tijdens opname, zowel in PZ als AZ nauw opgevolgd wordt, maar dat dit na opname wegvalt. - Waarom benutten we het huidige e-healthplatform niet beter, met meer info die gedeeld wordt? Eventueel zelfs aangevuld met bepaalde adviezen vb. regelmaat van

#179#


bloednames (al dan niet automatisch gegenereerd). - Nood aan een geïntegreerde aanpak. - Algemeen meer inzetten op “een gezonde organisatie” (vb. gezondheidshuis, rookvrije ziekenhuizen, gezonde voeding, aanbod in winkeltje, …).

#180#


14.30 en 15.45

6. Zijn we een aantrekkelijke werkgever? Olivier Lefevre // Inge Vandendriessche //

sector

Inge Vandendriessche // directeur Organisatie en HR P.C. Ariadne, Lede // heeft een brede muzikale interesse van de discohits uit de jaren â&#x20AC;&#x2DC;70 tot Bruno Mars. //

Olivier Lefevre // director public sector Randstad // employer brand inspirator // laat geregeld wat Purple Rain van Prince miezeren. //

een werkgeversbelofte die werkt.

inzichten.

ASSEMBLAGE 6:

employer brand research 2019, landenrapport belgiĂŤ |

1

6. Zijn we een goede werkgever?

kandidaat is koning(in)! |

#181#


2/14/2020 2/14/2020

wat vindt hij/zij nu belangrijk.

|

veranderende eisen aan bedrijven en aan werknemers. 1950 1970 efficiëntie

1960 1980 efficiëntie kwaliteit

1970 1990

1980 2000

efficiëntie

efficiëntie

kwaliteit

kwaliteit

flexibiliteit

flexibiliteit innovativiteit

2000 nu efficiëntie kwaliteit flexibiliteit innovativiteit duurzaamheid

bron: uitwerking van Dankbaar (2008), geïnspireerd door Bolwijn & Kumpe | (1998)

2

wat vindt hij/zij nu belangrijk.

|

veranderende eisen aan bedrijven en aan werknemers. 1950 1970 efficiëntie

1960 1980

1970 1990

1980 2000

2000 nu

efficiëntie

efficiëntie

efficiëntie

efficiëntie

kwaliteit

kwaliteit

kwaliteit

kwaliteit

flexibiliteit

flexibiliteit

flexibiliteit

innovativiteit

innovativiteit duurzaamheid

bron: uitwerking van Dankbaar (2008), geïnspireerd door Bolwijn & Kumpe | (1998)

#182# 2


wat potentiële werknemers willen de belangrijkste criteria bij het kiezen van een werkgever. belangrijke criteria

versus 2018

aantrekkelijk salaris en secundaire…

Europa

2018 59%

63%

werkzekerheid aangename werksfeer

65%

49%

53%

50%

54%

46%

48%

63%

55%

51%

53%

balans tussen werk & privé

2017

55%

50%

48%

loopbaanontwikkeling

37%

37%

37%

flexibele regelingen

36%

36%

37%

36%

36%

32%

locatie

27%

33%

financieel gezond

29%

interessante functie-inhoud*

27%

goede training

15%

sterk management

12%

maakt gebruik van de nieuwste…

27%

23%

10%

Het benadrukken van deze elementen of verbeteren is cruciaal voor uw EVP, omdat ze het meeste bijdragen aan de kracht van uw employer brand.

21%

15%

14%

15%

14%

15%

14%

13%

17%

14%

12%

16%

11%

9%

13%

9%

8%

14%

diversiteit & inclusie

30%

27%

18%

17%

kwaliteitsproducten

29%

32%

17%

19%

zeer goede reputatie

32%

26%

24%

geeft terug aan de maatschappij

35%

*2017: werk dat stimulerend en uitdagend is/**vorige jaren: sterk imago/sterke waarden

employer brand research 2019, landenrapport belgië |

5

wat vindt hij/zij nu belangrijk bij de keuze van een werkgever 1/2

aantrekkelijk(e) salaris en arbeidsovereenkomsten

werkzekerheid

prettige werksfeer

80

balans tussen werk & privé

60 60

60

80

40

40 60

20

20 40

2015

2016

2017

2018

2019

0

carrièremogelijkheden 40

2015

2016

2017

2018

2019

40

flexibele regelingen

2015

2016

2017

2018

2019

0

locatie

2015

2016

2017

2018

2019

financieel gezond

40

40 60

40

20

20

20

20

2015

2016

2017

2018

2019

0

2015

2016

2017

2018

2019

0

2015

2016

2017

2018

2019

0

2015

2016

2017

2018

2019

*employer brand research 2019, landenrapport belgië |

6

#183# 3


wat vindt hij/zij nu belangrijk bij de keuze van een werkgever

2/2

interessante functieinhoud*

goede training

geeft terug aan de samenleving

40

60

zeer goede reputatie** 20

20

40

20

20

0

2015

2016

2017

2018

2019

0

kwaliteitsproducten

2015

2016

2017

2018

2019

0

sterk management

20

0 2015

2016

2017

2018

2019

diversiteit & inclusie

20

2015

2016

2017

2018

2019

gebruikt nieuwste technologieĂŤn

20 20

0

2015

2016

2017

2018

2019

0

2015

2016

2017

2018

2019

0

2015

2016

2017

2018

2019

0

2015

2016

2017

2018

2019

*2017: werk dat stimulerend en uitdagend is **voorheen tot 2017: sterk imago/sterke kernwaarden

employer brand research 2019, landenrapport belgiĂŤ |

7

waarom u en niet een ander. |

#184# 4


sector www.werkgeversbelofte.vl wat – wie - waarom

inzichten.

employer brand research 2019, landenrapport belgië |

9

“ employer branding is what is communicated – consciuosly or unconsiousy – to every employee or prospective employee” Adrew Mayo / Professor Human Capital Management, Middlesex University Business School |

#185# 5


kader authentieke werkgeversbelofte

missie organisatie HR - missie

EVP (belofte) TALENT VALUE PERCEPTION

CANDIDATE VALUE PERCEPTION

| 11

brand persona (vb. politie) Onboarding management level / assessment

Nieuws (gevangenenbegeleiding, moordzaken, overvallen,….)

Begeleiding betoging of event

Vrijwillig vertrek/ ontslag

Opnemen getuigenis

solliciteren

stage

Verkeer (alcoholcontrole, regelen verkeer, opnemen en nazorg ongeluk,…) onboarding

Controle luchthaven

Fishing computer

Buurtwerking (domicilie controle, buurtruzie, patrouilles,…) Eerste studentenjob

Schoolopdracht Controle fietsveiligheid/ schoolezing alcohol en drugspreventie

Helpen oversteken aan kleuterschool

| | 12

#186# 6


â&#x20AC;&#x153; one of the things you find in companies is that once a culture is formed it takes nuclear weaponry to change it.â&#x20AC;?

Jeff Bezos / CEO Amazon |

de kosten per aanwerving liggen in bedrijven met sterk werkgeversmerk 46% lager.

|

#187# 7


2/14/2020

23% van de jonge professionals (18-35) is bereid om 2% van hun loon in te leveren om over te stappen naar een bedrijf met een sterk werkgeversmerk en 15% is zelfs bereid om 5% van hun loon in te leveren. |

korte handleiding.

6 stappenplan. | 16

8

23% van de jonge professionals (18-35) is bereid om 2% van hun loon in te leveren om over te stappen naar een bedrijf met een sterk werkgeversmerk en 15% is zelfs bereid om 5% van hun loon in te leveren. |

korte handleiding.

6 stappenplan. | 16

#188# 8


zorg voor commitment. heb je steun van de top? kun je bouwen op een team? weet je waar je bedrijf voor staat? weet je waar naartoe?

|

waar sta je vandaag. waar scoor je goed? waar minder of slecht? waar liggen de opportuniteiten?

|

#189# 9


bepaal je focus. welke behoefte heb je als werkgever? rekruteren of “geëngageerde” retentie?

|

maak een plan en vul het in. welke kenmerken maken het verschil? welke verhalen maken dit duidelijk?

|

#190#

10


wees eerlijk. wat kan je echt waarmaken? wat kan je nog niet waarmaken?

|

Breng je merk tot leven. communiceer je werkgeversmerk, online en offline

|

#191# 11


84% controleert de reputatie van potentiĂŤle werkgever.

employer brand research 2019, country report #Country | 23

Kanalen voor reputatiecontrole website van het bedrijf

50%

meningen van vrienden en familie

40%

algemene artikelen op internet (m.u.v. bedrijfswebsite)

33%

fysieke aanwezigheid (bijv. winkels, warenhuizen, restaurants)

27%

jobsites

27%

Facebook

27%

Linkedin

21%

algemene artikelen in de pers (m.u.v. internet)

20%

reclame (televisie, posters, radioadvertenties, online banners, m.u.v. pers)

20%

blogs

9%

Twitter

7%

anders glassdoor Xing

5% 4% 1%

employer brand research 2019, landenrapport belgiĂŤ | 24

#192# 12


hoe zoeken\vinden Belgen werk. 54%

openbare diensten voor arbeidsvoorziening

banenportals (bijv. monsterboard, indeed.com, jobs.com, recruit.net)

39%

16%

39%

24% 9%

23%

Facebook

13%

26%

36%

advertenties in kranten, tijdschriften (print)

17%

35%

persoonlijke connecties/doorverwijzingen

carrièrewebsite van een bedrijf

Linkedin

15%

uitzendbureaus (interim)

Google

33%

recruiters

28%

banenmarkt

26%

34% 12%

Twitter

23% 6%

15% 6%

5% 7%

employer brand research 2019, landenrapport belgië | 25

sector De uiteindelijke doelstelling is om een gewaardeerde werkgever te worden die de beste kandidaten aantrekt en behoudt omwille van de aantrekkelijke bedrijfscultuur die er heerst.

inzichten.

employer brand research 2019, landenrapport belgië | 26

#193# 13


19‐2‐2020

dank u wel!

"Leer zo te luisteren dat anderen worden uitgenodigd om te spreken. Leer zo te spreken dat anderen worden uitgenodigd om te luisteren."

een pad ontstaat door er samen op te lopen

vragen? | 27

#194#

6

14


VERSLAG VAN DE WORKSHOP

met dank aan Kevin Berben en Steven Dewulf

ASSEMBLAGE 6:

6. Zijn we aantrekkelijke werkgever? SESSIE 1 1. Een werkgeversbelofte die werkt (presentatie) Dia 2: Kandidaat is koning(in): Het is de kandidaat die aan het stuur zit (is een evolutie). Het is de kandidaat die tegenwoordig kiest en niet meer de dienst HR. Vraagt anno 2020 op vlak van rekrutering een andere benadering. Dia 3: Wat vindt hij of zij nu belangrijk: Welke zijn de criteria waardoor mensen keuzes gaan maken op vlak van hun job? Vaak vanuit een bepaald gevoel. Als werkgever is het nuttig om daar bij stil te staan. Dia 4: Veranderende eisen aan bedrijven en aan werknemers: Overzicht zie presentatie. Doorheen de evolutie steeds meer parameters en eisen aan bedrijven en aan werknemers. Dia 5: Wat potentiĂŤle werknemers willen: Top 3 van de bouwsteunen op vlak van keuze op de arbeidsmarkt: salaris en arbeidsvoorwaarden blijven nog steeds de belangrijkste factor (BelgiĂŤ maar ook wereldwijd). Werkzekerheid is nummer twee (dit is wel typisch Belgisch). Aangename werksfeer staat op nummer drie. Deze criteria kan je als werkgever meenemen in het vormgeven van je rekruteren en hoe je je als werkgever aantrekkelijk maakt.

#195#


Dia 8: Waarom u en niet een ander? Waarom maak je als bedrijf het verschil en hoe kan je daar aan werken? Is een cruciale vraag die je je als werkgever kan stellen. Dia 9: Zie www.werkgeversbelofte.vl (wat, wie, waarom). Wie bent u als organisatie en wat wilt u zijn t.o.v. de buitenwereld. Een belofte doe je met een bepaalde reden! Er zit een doel achter en doet moet duidelijk omschreven zijn, en dat is best in overeenstemming met de doel en missie van je organisatie. Employer Branding is een taak van iedereen in de organisatie die bij HR betrokken is. Ook deze vraag kan je als werkgever meenemen! Is je doel duidelijk omschreven en staat het in verhouding met het doel en de missie van de organisatie? Dia 11: Kader authentieke werkgeversbelofte: Uniek zijn vanuit de bouwstenen is vaak een missie van heel wat organisaties. Kan en mag dit proberen. Je bent pas uniek als je ook authentiek bent. Je gaat zowel iets geven als iets nemen bij een werkgeversbelofte en is een goed evenwicht vinden en houden. Duidelijke, authentiek verwachtingen scheppen is een belangrijke interventie. Alles begint met de identiteit van een organisatie. Werkgeversbelofte in lijn met waar je staat als organisatie in lijn met perceptie van de kandidaat. Zorg ervoor dat je je klant verwent zoals je een kandidaat verwent. Eens een werkgeversbelofte staat, dan krijg je deze niet zomaar kapot. Belangrijk om negatieve commentaar in de kiem te kunnen smoren. Goed geformuleerd krijg je een werkgeversbelofte moeilijk stuk. Vanaf dia 16: Korte handleiding: 6 stappenplan. (1) zorg voor commitment: gelinkt met missie, maar vertaal dit ook naar hoe je met je mensen omgaat. (2) waar sta je vandaag: wat zijn de bouwstenen waar je vandaag goed op scoort? Is je identiteit, welke bouwstenen ervaren jou mensen op dit moment als goed? (3) bepaal je focus? Heb je veel turn-over, vind je het moeilijk om de juiste mensen aan te trekken? Belangrijk om vast te leggen. (4) Maak een plan en vult het in. Niet enkel HR die verantwoordelijk is (zie ook eerder). (5) Wees eerlijk: ontwijk de zaken die je niet kan waarmaken en wees daar eerlijk in. (6) Breng je merk tot leven: zowel online als offline. Als werkgever is het zinvol om deze zes stappen uit te werken bij het uitschrijven van een werkgeversbelofte. Dia 24: Kanalen voor reputatiecontrole: Vrienden en familie zijn belangrijke graadmeters als mensen willen solliciteren in een bedrijf. Komt trouwens bij alle generaties terug (staat ook algemeen op de tweede plaats). Ambassadeurs binnen uw organisatie zijn heel belangrijk, het zijn zij die als belangrijke parameter genomen worden in het wel of niet solliciteren bij een bepaald bedrijf. Is trouwens ook één van de vragen bij het tevredenheidsonderzoek dat door BvL om de drie jaren wordt uitgevoerd. Deze vraag is dan ook belangrijk ijkingspunt die je als organisatie kan gebruiken. Dia 25: Hoe zoeken/vinden Belgen werk: Mensen gebruiken een drietal kanalen om werk te zoeken. 9 op 10 mensen solliciteert tegenwoordig met zijn smartphone. Persoonlijke contacten en referenties zijn belangrijk bij het vinden van werk. Zijn werknemers die ook het langst blijven. Is uw website mobile proof? Is een smartphone compatibel met uw website? Indien een sollicitant meer dan drie keer moeten klikken op je website, dan haken ze af. Dus hou dit eenvoudig. Zorg dat je onmiddellijk een reactie stuurt dat je zijn of haar boodschap hebt ontvangen. Disclaimer met een melding. Is belangrijk om mee te nemen. Best binnen één minuut een dergelijke reactie aanbieden.

#196#


2. Een werkgeversbelofte die werkt (brainstorm groep) Vanuit de groep werd er geen antwoord geformuleerd op de vraag over welke kwaliteiten die Broeders van Liefde als werkgever moet beschikken. Er werd meer stil gestaan bij de voorstellen voor acties om sterker te profileren als een aantrekkelijke zorgactor voor toekomstige medewerkers. De reacties van de groepsleden van deze workshop gingen hoofdzakelijk over de missie en visie en hoe deze in verband staat met de werkgeversbelofte (werd ook in presentatie benoemd): 1. Over de meningen van de herwerkte visie en missie van Broeders van Liefde waren de meningen verdeeld: een aantal vonden de missie kort en krachtig (en dus goed), anderen vonden deze niet hedendaags, te algemeen en niet passend bij de missie en visie waar zij op lokaal niveau voor staan. 2. De identiteit van de organisatie moet scherp zijn: niet iedereen op lokaal niveau confirmeert zich met de waarden en normen van het centrale beleidsniveau. Scherp stellen? 3. Opportuniteit 1: (de missie en visie van) Broeders van Liefde leeft op lokaal niveau niet (of te weinig). 4. Opportuniteit 2: Wordt een werkgeversbelofte door het beleid (centraal / lokaal) op dit moment voldoende gedragen? Een beleid (of het nu centraal en/of lokaal is) moet een werkgeversbelofte best dragen om het te doen slagen! 5. Reputatie als werkgever lokaal blijft toch ook belangrijk om te behouden om sollicitanten aan te trekken. 6. Staan wij voor Broeders van Liefde? Of staan wij voor onze eigen identiteit? a. Blijft een belangrijke hamvraag tijdens het discussiemoment in deze workshop! b. Elke voorziening heeft een eigen missie (die geënt is op een centrale missie) maar dit geeft soms wel een gevoel van een wespennest! c. Het rekruteren van nieuwe medewerkers (en het uitschrijven van de werkgeversbelofte) is voornamelijk belangrijk om mee te nemen op lokaal niveau. Maar we wensen toch een klein kader vanuit Broeders van Liefde te krijgen. Draagt de voorkeur. d. Sollicitaties via de website van Broeders van Liefde die doorstromen naar lokaal niveau zijn beperkt. Behouden? e. Is het voor een sollicitant voldoende duidelijk dat een ziekenhuis deel uitmaakt van Broeders van Liefde? En wat betekent dat dan? f. Iedere voorziening zou graag een eigen werkgeversbelofte willen uitschrijven (is een wens vanuit de groep), mits uiteraard een verwijzing naar de ‘moedermaatschappij’.

#197#


7. Feedback van spreker van Randstad: a. Het is niet erg om een eigen accent te leggen, maar vanuit een groep is het wel belangrijk om een grote overkoepelende visie te hebben. b. Wees voorzichtig dat je als partners van de groep geen concurrenten van elkaar wordt. c. Eenheid behouden blijft uiteraard belangrijk. d. Lokaal vooral schrijven is een belangrijk accent. Maar gemeenschappelijk punt wat jullie allemaal bindt blijft belangrijk om mee te nemen. e. Communiceer via elke website en houdt de link met de centrale missie. f. Wie verstrekt welke visie? Welke is overkoepelend? Hoe ondersteunen ze elkaar of juist niet? Is belangrijk om te evalueren! g. Via welke kanalen ga je verspreiden en hoe compatibel zijn de kanalen met de noden van (nieuwe) medewerkers? Is belangrijk om te evalueren! h. Werk je bij het formuleren van je werkgeversbelofte bottom-up of werk je top down? Belangrijk om dit vanuit beleid duidelijk te formuleren vooraleer je de belofte uitwerkt! i. De cultuur in de ziekenhuizen is verschillend. Bouwstenen zijn verschillend. De basis van uw werkgeversbelofte zou hetzelfde mogen zijn (herkenbaarheid).

SESSIE 2 Onderstaande nota’s zijn een weergave van de discussie gevoerd na een toelichting over het concept ‘employer branding’, vanuit de vraag welke aanpak dit binnen de groep BvL nodig maakt. • De bestaande troeven van onze ziekenhuizen en groep worden te beperkt en onvoldoende expliciet naar buiten gebracht. Bv moeilijke doelgroepen worden bediend/geholpen/niet uit de weg gegaan (vanuit noden, ethisch besef, moraal,… cfr positionering). Echter, de PZ, noch BvL diepen dit communicatief uit, positioneren zich hier niet mee. BvL als merk is weinig zichtbaar in de maatschappij. • Nood aan duidelijkheid over lokaal vs centraal wervingskanaal. Nood wordt aangehaald om centrale mogelijkheden meer te benutten (als ‘moederbedrijf’).

#198#


• Jongeren werken voor merendeel via smartphone (>80%), ook voor kandidaatstelling. Sociale media moet daarop aangepast zijn; weinig clicks (<3), vlot toegankelijk, via kanalen die zij kennen en gebruiken. Belangrijkste bron van info voor kandidaten: uw ambassadeurs. Kandidaten hebben tegenwoordig keuze, het is aan ons om een verhaal te schrijven dat appelleert • De centrale werkgeversbelofte dient helder en duidelijk omschreven te worden, met inbegrip van centrale of decentrale aansturing (bv sollicitaties: centraal OF lokaal). Welke keuze ook gemaakt wordt, gedeelde noemer in waarden zullen zichtbaar zijn over geheel van alle voorzieningen. Dit moet het vertrekpunt zijn/blijven. De toon van dit verhaal mag wel lokaal verschillen. o Dit kan door de centrale missie en visie een lokale toets te geven; bv lokale medewerkers die er een verhaal van maken, die dit levend maken, via en door medewerkers (mw). Daar zit de authenticiteit van je verhaal. o Stages en verbondenheid met scholen zijn erg belangrijk. • Kandidaten kiezen voor een job, voor een bedrijf, en voor een verhaal of reis. Dit maakt het leiderschap en de leiderschapsstijl erg belangrijk. Deze waardering wordt financieel, intellectueel en emotioneel vorm gegeven, en moet in lijn liggen met de werkgeversbelofte. Een kandidaat moet een evenwicht voelen tussen het geven en nemen in deze. • We vissen veel in dezelfde vijver (cfr kinderen en familie van mw’ers). Hoe verbreden? Stigma GGZ speelt hier mee een rol. Maar ook bv de facilitaire component; de staat van onze gebouwen en infra. Dit beeld dient integratief bijgesteld te worden. Tegelijk aandacht voor wie we dan wel willen als mw; moet over een match met gewenste profiel gaan. o Nieuwe vijver aanboren is een LT-doel voor de grotere organisatie. • In zoektocht naar wat verschil maakt, kijken naar high-performers als ‘brand-persons’. Welke mw’ers zijn dit? En waarom zien wij hen zo? In gesprek motivatie uitdiepen, zicht krijgen op welke talenten zij hebben, profiel, hoe maken zij verschil? Om van daaruit zicht te krijgen op strategie waarmee we dit profiel knn bereiken (naar talent, competentie en motivatie). Doelstelling is kandidaten aan te trekken die voor ons het verschil kunnen maken. • Conclusie is dat EB in eerste instantie lokaal moet aangepakt worden. Centrale sturing is niet nodig, de gedeelde noemer moet herkenbaarheid evident maken. • Nood aan een stimulerende werkomgeving voor niet alleen ptn (cfr healing environment), maar ook voor onze mw. Dit maakt belangrijk deel uit van de algemene beleving (het verhaal dat moet geschreven worden), en wordt alleen maar belangrijker als er meer keuze is voor een kandidaat. • Belang van dienst communicatie; communicatie dient gestructureerd aanwezig te zijn in de organisatie, moet interdisciplinair zijn, het is een onlosmakelijk onderdeel van

#199#


employer branding. Toewijzing van deze opdracht noodzakelijk, voor elke discipline. • Om de diversiteit in medewerkers op te vangen, is loopbaanplanning nodig. Differentiëring moet mogelijk zijn, naargelang mogelijk traject, op basis van competenties, talent en motivatie. • Het is steeds een verhaal van EN-EN; employer branding heeft maar zin als er aan de verschillende en noodzakelijke randvoorwaarden voldaan/gewerkt wordt.

#200#


19/02/2

14.30

7. Over mensen met migratie-achtergrond en psychiatrische problematiek Godfried Van Beuren // Ann Maesen //

Dr. Ann Maesen // psychiater PC Sint-Alexius Grimbergen // POZAH-project // is vast overtuigd dat elke vogel zingt zoals hij gebekt is. //

Psychiatrische ondersteuning aan asielzoekers/vluchtelingen met ernstige psychische problemen

Godfried Van Beuren // Algemeen directeur PC Sint-Alexius Grimbergen // vindt laudate dominum van Mozart het mooiste muziekstuk dat ooit is geschreven. //

Cultuur sensitieve zorgverlening/transculturele psychiatrie

ASSEMBLAGE 7:

7. Over mensen met migratie-achtergrond en psychiatrische problematiek Voorstelling van POZAH 

Residentiële zorg en behandeling met outsourcing: psycho-sociaal zorgtraject 

Fase 1: Residentieel (max. 3 maanden), daarna fase 2: outsourcing (“huisbezoek” en coaching) (max. 1 jaar), fase 3 volledige overname door reguliere zorg

Opname: max 3 patiënten tegelijkertijd, verblijven in zorgeenheid voor crisisinterventie

Multidisciplinair team: twee psychiaters, maatschappelijk werker, ergo-therapeut, verpleegkundige, ervaringsdeskundige, coördinatie-functie

Gestart in 2016

#201#


Cijfers 

 

40 residentiële opnames sinds 2016 (september 2019) variatie van de opnameduur: 40 dagen tot 3 maanden, soms langer hoofdzakelijk mannelijke patiënten variatie nationaliteit/etniciteit/cultuur: Afghanistan, Sudan,Syrie,Somalië, Eritrea, Palestina, Iran,Irak,Oekraine,... meest voorkomende diagnose PTSD, Depressie, psychose

Hindernissen – Swot-analyse     

#202#

gebrek aan hetero-anamnese: eigen verhaal is vaak enige bron Specifieke gevoeligheden op vlak van psychopharmaca psychotherapie: vaak pas mogelijk in 2de fase: taal, veiligheid culturele gewoontes: veelheid aan verschillende culturen: leren van de patiënten! en kennis over gebied waar ze vandaan komen. Westers paradigma – westerse geneeskunde – westerse GGZ 

Taal (semantiek): psychotherapie (individueel en in groep), ander therapeutisch aanbod (PMT, Crea, ergo…..), psycho-educatie

Paradigma GGZ = Westers perspectief

2


Casus 

Vrouw (Afghanistan – landelijk gebied) Man gedood, met 4 kinderen op de vlucht, 2 jongste kinderen “verdwenen”, vertoont verlammingsverschijnselen, vertelt (met tolk) dat zij bezeten is door geesten, spreekt alleen Dari.

Diagnose PTSS met psychotisch decompensatie (somatisatie, hallucinaties…), opstarten antipsychotica

Gaat niet goed, symptomen verergeren, gesprek met de twee kinderen, zij vertellen over rouwritueel, bij overlijden vertonen de vrouwelijke clanleden verlammingsverschijnselen en worden bezeten door de geest van de overledene, “sjamaan” voert rituelen uit met de vrouwelijke clanleden en symptomen verdwijnen na korte tijd.

Anti-psychotica wordt stop gezet, psycholoog begint samen met tolk gesprekken (frequentie van drie keer per week), na een paar weken is er vertrouwen tussen patiënt en psycholoog/tolk, zij vertelt voor schuld, verdriet……., symptomen verminderen geleidelijk.

Na drie maanden: vrouw symptoomvrij en gaat met ontslag, wordt nog een tweetal maanden begeleid en dan neemt eerste lijn over.

Hindernissen 

stress rond erkenning: patiënten zijn soms eisend naar verslaggeving als secundair hulpmiddel bij erkenningsprocedure, kan leiden tot instrumentele gedragingen (rakkers en stakkers). belang van snelle procedure (zeer grote stressfactor, Rohlof en Bloemen): alle asielzoekers zouden snel te horen moeten krijgen waar ze aan toe zijn (politieke besluitvorming).

#203# 3


Hindernissen werken met tolken:      

moet zich eigen gemaakt worden: hulpverlener voert het gesprek en niet de tolk, vragen stellen rechtstreeks aan patiënt en niet aan de tolk… let op politieke verschillen tussen cliënt en tolk verschillende werkbare concepten: professionele tolk versus co-therapeut face à face tolken,tolken via webcam/telefoon beschikbaarheid beperkt, mogelijkheden tot continuïteit beperkt Alternatief: Werken met ervaringsdeskundigheid (met migratieachtergrond) is een must 

Mensen met migratieachtergrond en opleiding (witte raven)

Personeelsbeleid – werving – selectie

Integratie is een complex en stresserend proces •

Integratie: Multidimensionaal en is in twee richtingen

Economische, educatieve, psychisch en sociale integratie

De maatschappij heeft “verwachtingen” en “vooroordelen” Migratie is een “gedwongen” (onveiligheid, levensomstandigheden…) gebeuren

 •

•

Integratie wordt beïnvloed door verschillende factoren: •

Veerkracht: Persoonlijkheid, motivatie, doelgerichtheid, coping … (asielzoeker – vluchteling)

•

Gebrek aan kennis over cultuur sensitieve elementen (hulpverlener – GGZ – Gezondheidszorg) Momenteel weinig toegang tot de juiste hulpverlening (taalbarrière)

•

Integratie is een tweerichtingsproces

Bij psychisch kwetsbare mensen leidt het tot een secundair stress-syndroom (racisme, discriminatie….) Vluchtelingen hebben een hogere kans op trauma gerelateerde stoornis •

#204#

Vb. PTSS, Depressie, automutilatief gedrag, suïcidale gedachten, psychose etc.

4


Integratie - bevorderend Inspanning vanuit verschillende actoren: de verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij de nieuwkomer •

De rol van het (lokale) bestuur als bruggenbouwer tussen de bevolking en de vluchtelingen: mate van sociale steun is een indicator voor betere psychische aanpassing

•

Multidisciplinaire benadering en nauwkeurige beoordeling en opvolging •

•

Uitbouw van lokale netwerken (subregionaal, regionaal…)

Psychische opvang en juiste sociale hulpverlening is doorslaggevend in het integratieproces

5 competenties Transculturele competenties in psychiatrie en psychologie / cultuursensitieve zorgverlening

1. Culturele formulering Diagnostiek Hulpmiddelen: 4. vragenlijsten/testen

Nood aan vormingspakketten gericht naar verschillende disciplines, ook naar de eerstelijns en welzijnszorg

5. tolken/ervaringsdeskundigheid Therapie 2. Psychotherapie 3. Farmacotherapie

#205# 5


Competentie 1. De culturele formulering 

DSM IV Appendix I, 1994

5 onderdelen 

1. Culturele identiteit

2. Culturele verklaringen van de symptomen van de patiënt

3. Psychosociaal milieu en niveau van functioneren (vroeger en nu)

4. Culturele elementen in de (hulpverleners) arts-patient (client) relatie

5. Algehele culturele inschatting 

Bv. Geven van een hand tussen mannen en vrouwen (traditionele moslimcultuur)

Culturele identiteit 

culturele referentiegroep

taal

culturele factoren in de ontwikkeling/samenleving van herkomst

migratie/vlucht

mate van betrokkenheid bij de cultuur van het land van herkomst

mate van betrokkenheid bij de Belgisch/Vlaamse cultuur/samenleving 

Voorbeeld: “Ik heb 50 broers en 60 zussen” Tehmne, Sierra Leone

#206# 6


Praktische adviezen 

Vergroot de eigen algemene kennis van andere culturen. Verfijn deze kennis door met de patiënt te praten over diens opvattingen en denkbeelden om stereotyperingen te vermijden

Wanneer u spanningen of dreigende conflicten in de werkrelatie opmerkt vanwege culturele verschillen, maak deze bespreekbaar.

Probeer na uitwisseling van ideeën en visies om met de patiënt tot een compromis te komen dat voor beiden (hulpverlener-patiënt) aanvaardbaar is.

Western High Bicultural or Multicultural Traditional

Acculturated

Low

High Traditional

Alienated Low

Ethnocultural Identification Matrix Met dank aan: A. Marsella

#207# 7


Begrip Cultuur 

Psychiatrische stoornissen: universele biologische of psychologische menselijke stoornissen of een cultuurrelativistische aandoening. Algemeen: cultuursensitieve zorg is nodig.

Statisch cultuurbegrip: vast patroon van normen, waarden en gedrag binnen een groep mensen – risico van stereotyperingen

Dynamisch cultuurbegrip: een systeem van betekenissen, dat de mens gebruikt om de wereld om hem heen te interpreteren en dat vorm geeft aan zijn reactie hierop, proces in en tussen mensen dat onderhevig is aan veranderingen

Hulpverlener zoekt de balans tussen een medisch-wetenschappelijke verantwoorde aanpak van de patiënt (evidence-based psychiatry) en een benadering van de patiënt die past bij diens cultuur

Emotionele beleving wordt door cultuur beïnvloed. Schuld (westers) en schaamte (oosters)

Internet

Online Data Analysis http://www.worldvaluessurvey.org/

www.psychiatrienet.nl www.ethnopsychopharmacology.com (medicatie en etniciteit, site is in ontwikkeling) www.psychiatrienet.nl/categories/472 psychiatrienet.nl de transculturele pagina Tijdschriften: “transcultural psychiatry”, “culture,psychiatry and medicine”, www.worldculturalpsychiatry.org Textbook of Cultural Psychiatry (2018) D.Bhugra&K.Bhui, Cambridge University Press

#208# 8


Competentie 2: psychotherapie 

Be aware of cultural impact

Establish and maintain a culturally adjusted therapist-patient relationship

Foster culturally relevant communication

Develop culture-oriented psychodynamic understanding

Select a culturally suitable mode of psychotherapy

Utilize culturally sanctioned coping mechanisms

Be aware of the implications of psychotherapy’s effect on culture

Tseng & Streltzer, 2004 Cultural competence in clinical psychiatry Arlington: APA

Adviezen 

Observeer het gedrag van de patiënt, luister naar diens verhaal en registreer alles wat u ziet en hoort in het idioom van de patiënt

Ga in dialoog met de patiënt en eventueel ook met anderen die de cultuur van de patiënt (familie, kennissen…) goed kennen, om te achterhalen welke betekenissen de patiënt en zijn omgeving geven aan het verhaal en het gedrag van de patiënt

Onderzoek of er voldoende overeenkomst bestaat tussen de betekenis van de gepresenteerde symptomen en de diagnostische omschrijvingen (bv in DSM). Als dit het geval is kan men een diagnose en behandelplan opstellen.

#209#

9


Competentie 3: farmacotherapie

#210# 10


Transculturele psychiatrie 

Enkele kenmerken van “de Pozah psychiater” (verwijzen naar zorgprogramma cultuur-sensitieve zorg en migratie):

-kennis van de transculturele psychiatrie is handig doch behandelaar en patiënt moeten niet noodzakelijk dezelfde culturele achtergrond hebben.

-belangrijk is de bewustwording van ieder zijn context om psychische problemen aan te pakken

-we benadrukken het belang van een open, niet wetende houding om met een neutrale bril naar onze patiënten te kijken.

Plaats van psychofarmaca en etnische verschillen in metabolisatie: 

- angst/depressie, trauma :gebruikelijke SSRI’s

- psychose maar ook gedragsregulerend: atypische antipsychotica, (quetiapine lage dosis)

- slaapstoornissen: regulier,enkele specifieke behandelopties enkele nachtmerries, nachtelijke herbelevingen:

topiramaat (25-50mg)

prazosine (2-16mg) cave hypotensie.

- plaats van benzodiazepines bij acute crisissituaties

- tramadol/opioïde verslaving: suboxone, methadone,comforttherapie ( Buscopan, Spasmomen, paracetamol, domperidone)

#211# 11


Kernboodschap : start low , go slow 

CYP450 enzymsysteem:

De CYP enzymen zijn direct betrokken bij de metabolisatie van psychofarmaca.

CYP enzymen vertonen een grote variatie in activiteit hetgeen de effectiviteit van psychofarmaca kan beïnvloeden.

PM: poor metaboliser :sterk verlaagde of afwezige metabole capaciteit

IM: intermediair M:verlaagde metabole capaciteit

EM: extensive M:normale metabole capaciteit

UM: ultrarapid M: verhoogde metabole capaciteit.

Genotypering

- niet in eerste instantie, wel TDM ,spiegelbepaling: bepalen van de concentratie en de actieve metabolieten van een medicijn in het bloed om te lage concentratie ( =geen werking) of te hoge concentratie( =risico op ernstige bijwerkingen)

-Het blijkt dat er niet alleen tussen etnische groepen verschillen bestaan in de respons op psychofarmaca, maar ook tussen individuen binnen een etnische groep. Kennis= fragmentarisch.

- moeilijk exacte richtlijnen voor de klinische praktijk

#212# 12


Trends uit de literatuur: 

- Aziaten hebben vermoedelijk lagere doseringen tricyclische antidepressiva nodig dan Kaukasiërs.

-De therapeutische spiegel voor lithium en Haldol is bij Aziaten lager dan bij Kaukasiërs.

-Aziaten hebben meestal voldoende aan de helft tot twee-derde van de dosering benzodiazepinen die gebruikelijk is voor Kaukasiërs.

-Afro-Amerikanen vertonen waarschijnlijk een snellere respons op tricyclische antidepressiva dan Kaukasiërs.

-carbamazepine tegenaangewezen bij specifieke Aziatische regio's, waaronder China, Taiwan, Thailand, Maleisië, Oceanië en India.(Stevens Johnsons sd)

-Cave clozapine en Goedaardige etnische neutropenie is waargenomen o.a. in (Haddy, 1999): Afrikanen Amerikaanse en Britse kinderen en volwassenen van Afrikaanse afkomst West-indianen in het VK Midden-Oosterse mensen, waaronder: Jemenitische joden zwarte Beduin Arabieren Ethiopische joden Jordaniërs

Interessante links:

http://www.ethnopsychopharmacology.com/index.php/psychoactive-drugs

Adviezen 

Informeer de patiënt over de diagnose en de geïndiceerde behandeling: neem ruim de tijd voor uitleg en voorlichting, zo veel mogelijk in termen van het ziekte-idioom (eigen uitdrukkingen in een taal) van de patiënt en van diens verklaringsmodel voor zijn ziekte.

Probeer consensus te bereiken met de patiënt over de behandeling, lukt dat onvoldoende, zoek naar een compromis dat acceptabel is voor beiden

Pas uw professionele rolgedrag zo veel mogelijk aan aan de verwachtingen van de patiënt.

#213# 13


â&#x20AC;˘ Culturele equivalentie Content equivalence Semantic equivalence Technical equivalence Criterion equivalence Conceptual equivalence

c ultuur p a tiĂŤ n t

Competentie 4: testen / vragenlijsten ideale equivalentie

Flaherty et al. 1988

cultuur psychiater

Competentie 5: Verbale communicatie (interculturele communicatie Lieve Lenaerts), het adequaat inzetten van tolk/vertalers Ervaringsdeskundigen, opleiding en migratieachtergrond Ervaringsdeskundigen: buddy system (VZW Pin)

#214# 14


Werk op de plank 

     

Migratie is een feit (cijfers Vlaamse migratie en integratiemonitor) – Discours over Vlaamse indentiteit/diverse samenleving bv. Vilvoorde) – spanningen – evenwicht Vormingspakketten (Nederland) en netwerking bevorderen (o.a. Solentra) Capaciteit verhogen (oproep) – competenties ontwikkelen – kwaliteitsvolle hulpverlening = cultuursensitieve zorg Wetenschappelijk onderzoek: Prof. Sabbe, Prof. Kortmann, Prof. Braakman Doelstelling: 5 thema’s/diverse en specifieke vormingen omzetten in competenties Doelstelling: sensibilisering 1ste fase (video…) Beleidsplan (transculturele psychiatrie/cultuursensitieve zorg) – waarden/missie/visie

#215# 15


19‐2‐2020

dank u wel!

"Leer zo te luisteren dat anderen worden uitgenodigd om te spreken. Leer zo te spreken dat anderen worden uitgenodigd om te luisteren."

een pad ontstaat door er samen op te lopen

vragen? | 27

#216#

6

14


VERSLAG VAN DE WORKSHOP

met dank aan Guido De Geyter

ASSEMBLAGE 7:

7. Over mensen met migratie-achtergrond en psychiatrische problematiek Deze workshop werd geleid door Godfried Van Beuren en Dr. Maesen. Het was eerder een informatieve dan een interactieve workshop maar dat neemt niet weg dat ik het als heel boeiend en motiverend kon ervaren. Godfried toonde zich andermaal een gepassioneerd spreker die vol overgave en met kennis ter zake verslag uitbracht over het POZAH project binnen het psychiatrisch centrum Sint Alexius te Grimbergen. POZAH staat voor Psychiatrische Ondersteuning en Zorg voor Asielzoekers aan Huis. De voorstelling van Godfried, ondersteund door een vrij uitgebreide PowerPoint presentatie, was ronduit verrijkend met als enige bedenking dat de focus verengd werd tot die doelgroep die voor het POZAH project in aanmerking kwamen. (mensen uit Afghanistan, Sudan, Somalië, Eritrea, Irak, Iran, Palestina, Oekraïne, Syrië, …) Het betreft een zeer kwetsbare en vaak getraumatiseerde doelgroep met ernstige multiproblematiek. Een doelgroep waartoe kanunnik Triest, mocht hij nog leven, ons ongetwijfeld zou oproepen om ook voor hen een signaal van hoop en verrijzenis te zijn. In Grimbergen verleent een multidisciplinair team van hulpverleners met inbegrip van een ervaringsdeskundige zowel residentiële zorg als behandeling met outsourcing aan volwas-

#217#


sen vluchtelingen die nog in een asielprocedure zitten en tevens een ernstige psychiatrische problematiek vertonen waardoor er nood is aan specifieke behandeling en zorg. Het project startte in 2016 in samenwerking met Fedasil en wordt gefinancierd met AMIF middelen; het vroegere Europees Vluchtelingen Fonds. Het rijke aan de uiteenzetting van Godfried is dat hij zich kon beroepen op concrete werkervaringen waardoor zijn uiteenzetting heelwat praktische handvaten omvatte die m.i. bruikbaar zijn in tal van andere psychiatrische centra. Voor Godfried staat het vast dat de hulpvraag van mensen met een migratie achtergrond jaar na jaar zal toenemen en zich op termijn niet langer zal beperken tot het grootstedelijke gebied maar zich zal uitbreiden over geheel Vlaanderen. Meerdere deelnemers aan de workshop wisten dit te beamen en ook binnen het eigen centrum, P.C. Dr. Guislain te Gent, merk ik dat de opname afdeling meer en meer een intercultureel gebeuren wordt, met op momenten meer dan 10 verschillende nationaliteiten, uit bijna alle werelddelen. In tegenstelling tot de specifieke doelgroep waarmee men in Grimbergen werkt zijn in de andere centra de mensen met een migratie-achtergrond veelal een 2e generatie migrant of mensen met een dubbele nationaliteit die dus ook het Nederlands of het Frans machtig zijn of die zich ook in het Engels verstaanbaar kunnen maken. Het feit dat sommigen al meerdere jaren in BelgiĂŤ verblijven maakt dat er taalkundig toch al contact mogelijk is. Toch mag het duidelijk wezen dat we steeds meer en meer geconfronteerd zullen worden met een doelgroep waarbij de voornaamste hindernissen taal en cultuur zijn. De valkuil hierbij is dat we deze mensen meestal met onze Westerse bril proberen te benaderen en te begrijpen waardoor deze mensen vaak het gevoel hebben niet gezien en gehoord te worden. De workshop had dan ook ĂŠĂŠn duidelijke oproep: hoe kunnen wij deze mensen een goed zorgprogramma aanbieden? Hoe doet men aan psychotherapie met iemand die de taal niet kent of nog nooit iets over het begrip GGZ gehoord heeft? De workshop leert dat we deze vragen niet langer voor ons uit mogen duwen maar dat we dit binnen de BvL hoog op de agenda moeten plaatsen. Niet afwachten maar anticiperen en tijdig een passende strategie voorzien! Dat alles kan zich vertalen in: 1. Een specifiekere aanwervingsproblematiek waarbij we nog meer gaan focussen op personeel en ervaringsdeskundigen die ook een migratie achtergrond hebben of die een andere taal machtig zijn. Binnen het Guislain merk ik alleszins het voordeel om binnen het verpleegteam ook mensen te hebben die Turks, Arabisch, Pools of zelfs een Afrikaanse taal spreken. Zij zijn binnen het centrum snel inzetbaar als tolk bij een intakegesprek of als tolk naar de familie toe die niet altijd het Nederlands machtig is.

#218#


2. Vorming personeel a. Het meer en beter aandacht hebben voor transculturele competenties b. Oog hebben voor culturele formulering: deze patiënten hanteren een verschillend concept i.v.m. gezondheid, behandeling, behandelduur, afstand- nabijheid, man – vrouw positie en rollen. c. Uitbouw van non verbale therapieën d. Inzetten op cultuur- sensitieve hulpverlening e. Sensibilisering van personeel: zij moeten zich ook aanpassen 3. Inzetten op stress wegnemende factoren zoals veiligheid- vertrouwen – kleinere leefgroepen … want integratie is een complex en stresserend proces. 4. Een betere kennis van te gebruiken psychofarmaca. Interessante bijdrage van Ann Maesen. Ervaring leert dat we niet altijd dezelfde dosis mogen toepassen als bij Westerse patiënten. Start low- Go slow! 5. Opstart buddy systeem 6. Duidelijke richtlijnen vanuit BvL

#219#


#220#


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verslagboek: Druk op Play | Beleidsdag Sector GGZ Broeders van Liefde 20.02.2020 by Lieven Claeys - Issuu