Nulpraktijk Hoe werkt maatwerksteun van de zorgverzekeraar?
Huisarts en politiek ‘Ik wil meer zorgzaamheid in de samenleving brengen’
24-uurs thuiszorg
24-uurs zorg in huis:
Rust, continuïteit en vertrouwen
In een tijd waarin de druk op thuiszorg en verpleeghuizen toeneemt, zoeken huisartsen en families naar duurzame zorgoplossingen. 24-uurs zorg met een inwonende zorgverlener biedt ouderen de mogelijkheid om veilig en waardig thuis te blijven wonen.
Waarom inwonende zorg?
Wanneer wijkverpleging en mantelzorg niet meer volstaan, maar een verpleeghuis nog niet gewenst is, biedt inwonende zorg een passend alternatief.
Wat betekent dit voor de huisarts?
De zorgverlener fungeert als extra paar ogen en oren in huis. Dagelijkse zorgrapportage in een elektronisch dossier (ONS Nedap) zorgt voor transparantie, preventie en samenwerking.
“Dankzij de continue aanwezigheid durf ik mijn patiënt thuis te laten wonen. De zorgverlener signaleert veranderingen vroeg en voorkomt crisissituaties.”
— Huisarts van onze cliënten in zorg
Hoe werkt het?
Een vaste zorgverlener woont tijdelijk bij de cliënt en biedt (on)geplande zorgondersteuning. Er wordt gewerkt met vaste gezichten en nauwe afstemming met huisarts en familie.
Voor wie is het geschikt?
Voor volwassenen met een intensieve zorgvraag, na ziekenhuisopname of tijdens wachttijden voor het verpleeghuis. Er moet ruimte in huis zijn en financiering van dit type zorg verloopt meestal via een PGB.
Persoonlijke kennismaking en advies
Omdat elke situatie uniek is, starten wij altijd met een gratis intake en een vrijblijvend adviesgesprek. Wij komen graag bij de patiënt langs om de situatie ter plekke te bekijken. Tijdens dit gesprek:
-Luisteren we naar de specifieke wensen en behoeften.
-Bespreken we de praktische mogelijkheden in de woning.
-Adviseren we over de zorgfinanciering (bijvoorbeeld via het PGB) en helpen we met de PGB-administratie.
U zit nergens aan vast. Wij vinden het belangrijk dat de cliënt een weloverwogen keuze kan maken op basis van heldere informatie en een goed gevoel.
Zoekt u een betrouwbare zorgoplossing?
Wij staan klaar om uw vragen te beantwoorden en zorgen voor de perfecte match tussen uw patiënt en onze zorgverleners.
• Juliana van Stolberglaan 248, 2595 CN Den Haag
• 070 701 3930
• info@happyhomecare.nl
• www.happyhomecare.nl
Marjolein Tasche
voorzitterscolumn
Nieuwsgierig
Dit nummer van De Dokter valt bij je op de mat niet lang nadat de leden van het nieuwe kabinet de trappen van het bordes beklommen voor het gebruikelijke fotomoment. In het regeerakkoord doen zij een aantal mooie voorstellen voor de huisartsenzorg, de meeste kennen we al uit het AZWA. Zo wil het kabinet gericht het tekort aan huisartsen terugdringen in regio’s waar dat hard nodig is. Samen met de gemeenten willen zij initiatieven voortzetten waarin huisartsen hulp krijgen bij passende huisvesting. Zorgakkoorden worden verlengd, met afspraken over volumegroei en versterkt met wet- en regelgeving. Positief is ook dat dit kabinet de Zelfstandigenwet wil invoeren, een wet die naar verwachting meer duidelijkheid biedt voor de inzet van ‘echte’ zzp-ers en zo ruimte kan bieden voor situaties van ziek, piek en uniek. Het regeerakkoord is een akkoord op hoofdlijnen dat de nieuwe minister van VWS nu meer handen en voeten zal geven. En wij staan als LHV klaar om daar een flinke bijdrage aan te blijven leveren.
Op 18 maart mogen we weer gaan stemmen, nu voor de gemeenteverkiezingen. Ook de gemeentelijke politiek is belangrijk voor de huisart-
colofon
De Dokter is het ledenblad van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en verschijnt 6 keer per jaar. De LHV is de beroepsorganisatie voor alle huisartsen in Nederland.
Oplage 12.000 exemplaren
Zeventiende jaargang, nr 1 februari/maart 2026
Bladmanagement & eindredactie Nathalie Pol
Redactieraad
senzorg. Mooi om te zien dat de vier huisartsen uit het artikel ‘Gemeentepolitiek, invloed kan handig zijn’ een stap extra zetten en actief zijn bij een politieke partij in hun gemeente. Van inhoudelijk meedenken op het terrein van zorg en sociaal domein tot fractievoorzitter; vanuit maatschappelijke betrokkenheid brengen ze de realiteit uit de spreekkamer dichter bij de besluitvorming in de raadszaal. Huisarts Lianne Mulder omschrijft haar motivatie heel aansprekend: ‘Als huisarts help je het individu, als raadslid het collectief.’ Wil je na het lezen van het artikel verder luisteren, dan kan dat met de LHV-podcast Zo wil ik dokteren: invloed op gemeentebeleid.
Zelf luisterde ik recent naar een andere afleveringen van de podcast. Daarin vertellen huisartsen Bahar Golchehr en Fatima Özer-Büyükçetin over diversiteit en inclusie in de huisartsenpraktijk en vertelde Noor Compier over het starten van een nulpraktijk en haar migratie-achtergrond. Ze delen hun eigen ervaringen en vertellen wat het oplevert als je gericht aandacht aan diversiteit besteed. Nu dacht ik dat voor dit thema mijn ogen wel open waren, toch moet ik bekennen dat ik blinde vlekken heb. De oproep van de collega’s in de podcast
Heleen van Bloemendaal, Wendy van den Brink, Yvette Haasbroek, Jelly Hogendorp, Iris Jansen, Annemarie Kerstens, Petra Meerkerk, Margriet Niehof, Lennart Rijkers, Cora ten Tusscher
Tekst & Beeld
Berber Bijma, Vincent van Hoogen, Rob van Hoorn, Bas Jongerius, Corien Lambregtse, Mirjam van der Linden, Sandra Peereboom, Judith Potappel, Herman Zonderland
‘Nu dacht ik dat voor dit thema mijn ogen wel open waren’
was vooral: wees nieuwsgierig. Naar wat de ander drijft, wie de ander is, maar ook naar je eigen aannames en veronderstellingen.
Met dit thema willen we binnen de vereniging aan de slag. Daarom ben ik nieuwsgierig naar jouw ervaringen: is er aandacht voor diversiteit en inclusie in jouw werkomgeving? Is er een ervaring die jij wilt delen? Ik hoor het graag, mail het me: m.tasche@lhv.nl. ¶
Marjolein Tasche Voorzitter LHV
Art direction en vormgeving Curve Mags and More, Haarlem www.curve.nl
Advertentieverkoop SGNM, Oscar van den Bosch Telefoon 06 11 59 15 22 Mail: oscar@sgnm.nl
Drukwerk Senefelder Misset, Doetinchem
Lidmaatschap LHV Als LHV-lid ontvang je automatisch De Dokter. Het LHVlidmaatschap kun je schriftelijk of per e-mail beëindigen, uiterlijk één maand voor het einde van het kalenderjaar. Op www.lhv.nl vind je hierover meer informatie.
Adreswijziging Graag doorgeven via ledenadministratie@lhv.nl
Overname van teksten is toegestaan onder bronvermelding en met toestemming van de redactie.
maart 2026
Actief in de gemeentepolitiek
Beleid van de gemeente en het werk van de huisarts kruisen elkaar steeds vaker. Vier huisartsen zetten een stap extra en zijn actief bij een politieke partij.
Een kijkje in jouw tas?
Mail de redactie op dedokter@lhv.nl.
18
Dokterstas
Huisarts Käthe de Jong wil de overstap naar het huisartsenvak markeren met een mooie tas.
‘Digitale zorg verkleint de communicatiekloof’
Huisarts Wilbert van Oorschot werkt hybride in Gezondheidscentrum Zuidplein in Rotterdam
06
13
BINNENKIJKEN
Huisarts Igor Monzón heeft zich in zijn praktijk omringd met zijn hobby: stripfiguren.
VIJF VRAGEN
De overdracht van de specialist.
33 NIEUWS
36 WISSELCOLUMN
Rutger Verhoeff
Praktijkverhaal
Zorg leveren èn bijdragen aan kennis over de eerste lijn, die combinatie bevalt huisartsen Siamack Sabrkhany en Ellen Schoorel heel goed. Hoe doen ze dat in hun praktijk Maasmedics?
quickscan van...
Marissa Vane, huisarts in Eindhoven
Het artikel over hybride huisartsenzorg geeft een mooi overzicht van digitalisering in de huisartsenpraktijk. In de dagelijkse praktijk voelt het vaak nog als iets dat erbij komt, en moet ik tussen de drukke spreekuren en visites ook de e-consulten zien weg te werken. Het artikel laat zien dat digitale zorg een duidelijke meerwaarde kan hebben, mits de praktijkstructuur hierop wordt aangepast en er bewust tijd voor wordt vrijgemaakt. Daarnaast
blijkt dat digitale zorg ook van toegevoegde waarde kan zijn in praktijken met veel anderstalige patiënten en patiënten met een lage sociaaleconomische status, waardoor er meer tijd overblijft voor kwetsbare patiënten. Na een aantal maanden waarnemen in verschillende huisartsenpraktijken ben ik steeds meer bezig met de vraag: wat wordt mijn volgende stap? Ik wil graag praktijkhouder worden, het mooie en uitdagende van een nulpraktijk lijkt me dat je de
praktijk volledig zelf kunt opbouwen en inrichten, passend bij je eigen visie. Eerder hoorde ik vooral over de nadelen, zoals financiering en huisvesting. Ik word enthousiast van de verschillende initiatieven in het land waarbij huisartsen, zorggroepen, gemeenten en zorgverzekeraars startende nulpraktijken op uiteenlopende manieren ondersteunen. Hopelijk zorgen deze initiatieven ervoor dat meer collega’s enthousiast raken en de stap durven te zetten!
Steun voor nulstarters
Zorgverzekeraars kunnen helpen om nulpraktijken van de grond te krijgen. Een afspraak waar de LHV zich hard voor maakte. Drie praktijken over de ondersteuning in hun beginfase.
Wat mijn volgende stap ook wordt, ik zie mezelf als teamplayer, in ieder geval in een groepspraktijk. Daarnaast wil ik mij naast het huisartsenvak blijven ontwikkelen, bijvoorbeeld in bestuurswerk of onderzoek, zoals sommige collega’s doen door zich in te zetten voor de gemeentepolitiek of door wetenschappelijk onderzoek te verrichten, zoals de huisartsen uit het praktijkverhaal. ¶
‘In de spreekkamer merk ik hoe gemeentelijke keuzes doorwerken’
Huisarts Maritta Scheele (pagina 14)
‘Dat pingpongen wil je juist voorkomen’
‘Praktijkhouderschap maakt het werk veel breder dan “ik en mijn patiënt”.’
Huisarts Silvie Vleeming (pagina 18)
‘Bij ons is één plus één vaak drie, soms wel vier of vijf’
Huisarts Siamack Sabrkhany (pagina 21)
Huisarts Wilbert van Oorschot (pagina 08)
binnenkijken
Compas Huisartsenpraktijk Leeuwarden
TEKST: BERBER BIJMA / FOTOGRAFIE: MIRJAM VAN DER LINDEN
Een fleurige werkomgeving met stripfiguren
Huisarts Igor Monzón heeft zich in zijn werkomgeving omringd met zijn hobby: stripfiguren. Sterker nog: een rondleiding door zijn praktijk begint met een kort zelfgemaakt stripverhaaltje over hemzelf. ‘Gemaakt met ChatGPT.’ Op het scherm in de teamkamer laat Monzón zien hoe hij in zijn jonge jaren op Aruba al de strips in de plaatselijke boekhandel verslond. ‘Dat was niet de bedoeling, dus ze stuurden me elke keer weg.’
Tijdens zijn studie in Groningen en daarna zijn werk in Leeuwarden verzamelde hij striptekeningen, van posters tot gesigneerde zeefdrukken. In zijn omvangrijke praktijk hangen nu zo’n 100 ingelijste tekeningen, waarvan sommige zeer zeldzaam. Tijdens een rondgang vertelt hij voluit over zijn collectie: van architecturale strips van François Schuiten tot de Franka-strips van Henk Kuiper – ‘een exportproduct dat onder liefhebbers net zo bekend is als Nederlandse kaas’. Modern werk is er ook, zoals graphic novels en character designs voor games.
In de wachtkamer presenteert Monzón wisselende collecties. ‘Ik heb een patiënte van tachtig jaar, die vroeger bij een drukkerij werkte en daar illustraties voor kin-
derboeken regelde. Als zij een afspraak heeft, komt ze altijd wat vroeger om te kijken of er iets nieuws hangt.’
De medewerkers zijn blij met de vele striptekeningen in de praktijk. ‘Ze zorgen voor een fleurige werkomgeving. Iedere medewerker mag bovendien zelf uitzoeken wat ze in haar werkkamer heeft hangen.’
Monzón betrok het huidige praktijkpand negen jaar geleden. De praktijk groeide daarna flink. ‘Met een groot team kun je medewerkers beter in hun kracht zetten en hebben patiënten meer mogelijkheden voor een goede match.’ Binnen dat team zijn er slechts twee huisartsen. ‘We hebben een heel sterk team van VS’en en PA’s. Voor kwetsbare patiënten zijn zij, met hun verpleegkundige achtergrond, vaak betere zorgverleners dan wij als artsen met onze reflex om mensen beter te maken. Desondanks zoeken we al een tijd een extra huisarts, want twee is krap. We hebben de bovengrens van taakdifferentiatie bereikt.’ ¶
Klassiekers als Asterix doen het goed bij patiënten; tieners pakken de Marvel-encyclopedie (bovenste plank) er nog weleens bij
De tafel in de spreekkamer refereert in kleur en vorm aan de ‘golf’ in de wachtkamer.
Alle meubels zijn op maat gemaakt. ‘Ik had het geluk dat de materiaalprijzen negen jaar geleden ongeveer de helft waren van nu én dat mijn vrouw meubelmaker is’
Een grote geprinte tekening van Moebius (pseudoniem van Jean Giraud) uit de serie De reis van Hermès, op de kast in de wachtkamer, vormde het uitgangspunt voor de kleurstelling van de hele praktijk
Checklist
LHV Bouwadvies
Heb je ruimte tekort, een nieuw pand op het oog of een huurcontract dat afloopt? Bij iedere stap richting jouw nieuwe praktijk kan LHV Bouwadvies je helpen.
Huisarts Igor Monzón
De kleuren van de wachtkamerbank zijn afgeleid uit de ‘golf’ van Moebius
In de backoffice kozen de assistenten voor vrouwelijke stripfiguren
‘Digitale verkleintzorg de communicatiekloof’
Fysieke en digitale zorg vullen elkaar in het Rotterdamse Gezondheidscentrum Zuidplein aan. Huisarts Wilbert van Oorschot gebruikt zijn digitale tools door de hele dag heen. En patiënten zijn er tevreden over. Hoe ziet hybride zorg eruit in een praktijk in een achterstandswijk, waar 80 procent van de patiënten anderstalig is?
TEKST: CORIEN LAMBREGTSE / FOTOGRAFIE: INGEBORG VAN BRUGGEN
8.00 UUR DAGSTART
‘Elke dag slimmer’
‘Elke dag in ons gezondheidscentrum begint met een check-in: zijn er bijzonderheden, welke dingen moeten gebeuren om de dag tot een succes te maken? Alle teamleden doen eraan mee: assistentes, praktijkondersteuners, huisartsen en de praktijkmanager. Meestal zitten we met negen, tien teamleden bij elkaar. We gebruiken er een grote kalender en whiteboard bij. Als bij de dagafsluiting van de vorige dag een knelpunt is benoemd, lossen we dat tijdens de dagstart op. Dat kan een digitale oplossing zijn. Zo was er een probleem met de printer. Toen hebben we niet alleen de reparatie geregeld, maar ook gekeken wat we konden doen om minder te hoeven printen. Datzelfde gold voor het scan-apparaat. We hebben ons postadres afgeschaft en geven alleen nog ons e-mailadres door. We proberen zo LEAN mogelijk te werken; als er een probleem is, pakken we het direct aan.’
8.15 UUR E-CONSULTEN EN POSTVERWERKING
‘Digitaal waar het kan’ ‘We zijn dit jaar begonnen met digitale triage. We hebben alle patiënten via een vragenlijst van expertisecentrum Pharos getest op digitale vaardigheden. Wie digitaal kan, vragen we om digitaal te doen. Dat geeft ruimte om mensen die niet digitaal vaardig zijn telefonisch te woord te staan of uit te nodigen op de praktijk. Als iemand belt, kan de assistente in het dossier zien of de patiënt ook een bericht had kunnen sturen. Als dat zo is, vraagt ze om de volgende keer de app of de website te gebruiken. De meeste patiënten gebruiken de app om een berichtje naar de praktijk te sturen, de uitslagen van onderzoeken in te zien en zo nodig een afspraak in te plannen. Dat inplannen gaat via een digitale triagetool: de app Moet ik naar de dokter. De patiënt doorloopt een aantal vragen en krijgt dan een advies, bijvoorbeeld om meteen de spoedlijn te bellen, een afspraak te maken of om
op Thuisarts.nl te kijken. Patiënten vinden het soms vervelend dat ze eerst die vragen moeten doorlopen. Maar als we uitleggen dat het om veiligheid gaat, dat we zéker willen weten dat iemand met spoed de spoedlijn belt, hebben ze er wel begrip voor. Daarnaast helpt digitale triage om onnodige consulten te voorkomen en patiënten meer zelfredzaam te maken.
Ik begin vaak met een stuk of vijftien meldingen van e-consults op mijn dashboard. De U1- en U2-klachten zijn al doorverwezen naar de huisartsenpost. Ik pak de U3 en U4-klachten op. In de loop van de dag komen er nog zo’n tien e-consulten bij, die beantwoord ik later.
De toevoeging van digitale zorg heeft niet tot minder zorgvragen geleid, maar wel tot minder fysieke zorgcontacten per zorgvraag. Het aantal telefonische consulten is aanzienlijk verminderd.’
10.15 UUR FYSIEKE CONSULTEN, INCLUSIEF SPOEDPLEK
‘Digitale samenvatting’
‘Na een koffiepauze beginnen voor mij de fysieke consulten. Veel huisartsen maken gebruiken van apps voor spraakgestuurd rapporteren, zoals Juvoly. Ik gebruik hierbij zelf ook de patiëntgerichte app Ditto om een gesprek op te nemen en in gewone taal samen te vatten. Ik verwerk de medische samenvatting in het dossier. Met de QR-code en de app kunnen patiënten de patiëntsamenvatting zelf op hun telefoon lezen. Die samenvatting bevat de kern van het gesprek, het behandelplan en bijvoorbeeld uitleg over de medicatie. De patiënt kan thuis alles rustig nalezen en aan familie laten zien. Dat zorgt voor duidelijkheid en rust.’
11.45 UUR TWEEDE RONDE E-CONSULTEN
‘Hoe completer het antwoord hoe beter’ ‘Bij e-consulten gebruik ik diverse
digitale tools, zoals een medische zoekmachine en chatbots. Voor het herschrijven van informatie gebruik ik een betaalde chatbot, maar ik deel nooit informatie uit een dossier of persoonsgegevens. Ik werk met standaard antwoorden uit een database die we bij Zovida samen hebben opgebouwd. Zo’n antwoord personaliseer ik dan per patiënt. Op deze manier kan ik in drie kwartier makkelijk vijftien consulten wegwerken. Mijn ervaring is dat e-consulten soms bijna beter werken dan fysieke consulten. Mensen denken vaak goed na over de vraag die ze opschrijven en ze krijgen uitgebreid antwoord, met alle kennis die voorhanden is. Dat is een les die we in de praktijk hebben geleerd: hoe completer het antwoord, hoe kleiner de kans dat iemand terugkomt met een vervolgvraag. Dat pingpongen wil je juist voorkomen. Het mooie is ook dat een vraag in elke taal kan worden gesteld. Met behulp van een AI-tool kan ik desgewenst in elke taal antwoorden. Vaak zet ik het
Wilbert van Oorschot heeft naast zijn werk als huisarts een rol als chief medical information officer (CMIO). Hij is in dienst bij Zovida, een eerstelijns zorgorganisatie in het Rijnmond-gebied, met veertien multidisciplinaire gezondheidscentra en een eigen servicecentrum. Het is zijn taak om huisartsenzorg en ICT bij elkaar te brengen. Dat begint bij wat hij er zelf mee doet.
Wat is Digizo?
Digizo onderzoekt welke digitale toepassingen daadwerkelijk meerwaarde hebben. Voor de huisartsenpraktijk zijn inmiddels drie soorten toepassingen onderzocht:
Digitale triage en consultvoorbereiding in de dagpraktijk . Digizo onderzocht onder meer Moet ik naar de dokter?, Platform24 en Spreekuur.nl. Uit het onderzoek blijkt een voorzichtige trend: digitale triage is veilig en kan meerwaarde hebben voor de dagpraktijk. Digitale triage bij de huisartsenspoedpost . Ook hier zijn meerdere bekende toepassingen onderzocht. Ongeveer 90 procent van de huisartsenposten heeft digitale triage ingevoerd, maar het daadwerkelijk gebruik is nog laag.
Spraakgestuurd rapporteren. Bij toepassingen als Juvoly en Autoscriber laten de eerste onderzoeken zien dat spraakgestuurd rapporteren het werkplezier kan vergroten en de administratieve druk kan verlagen.
De volgende onderzoeken richten zich op digitale gezondheidsapps en daarna mogelijk op telemonitoring, met speciale aandacht voor hypertensie en diabetes.
Meer weten? Kijk op www.digizo.nl.
‘ Wij zijn geen digitale, maar een hybride praktijk. We hebben een deel van de zorg gedigitaliseerd, zodat we tijd hebben voor kwetsbare patiënten en patiënten die niet digitaal vaardig zijn.’
er dan ook in het Nederlands bij. Ik vraag altijd of het duidelijk is, maar daar is dus geen tolk meer bij nodig. Uit gesprekken met de cliëntenraad en onze jaarlijkse tevredenheidsenquête blijkt dat patiënten heel tevreden zijn over de hybride zorg die wij leveren. En dat terwijl 80 procent anderstalig is en slechts 5 procent een Nederlandse afkomst heeft. Veel patiënten vinden het zelfs makkelijker om digitaal met mij te communiceren dan fysiek. Omdat ze beter over de vraag kunnen nadenken en het antwoord kunnen nalezen. Hybride zorg draagt dus bij aan betere zorg. ik denk niet dat we er de gezondheidskloof mee dichten, maar de communicatiekloof ongeveer wel.’
12.30 UUR VISITES
‘Tijd voor terminale zorg’
‘Ik ga met de fiets door de wijk om patiënten te bezoeken. Vaak gaat het om terminale zorg. Daar neem ik de tijd voor. Als het nodig is gerust een uur. Daarna heb ik tijd voor lunch.’
14.00 UUR REGIEDIENST
‘Bij de frontdesk zie je wat beter kan’
‘We werken hier met vijf huisartsen en hebben allemaal een of twee dagdelen per week regiedienst. Ik zit dan bij de frontdesk tussen de assistenten zodat zij me snel advies kunnen vragen of zo nodig meteen met een patiënt kunnen doorverbinden. Als een kindje heel ziek is, doen we meteen een videoconsult, zodat ik zie hoe het kindje er aan toe is. Verder ben ik beschikbaar voor overleg met collega’s in de eerste of tweede lijn. Als het rustig is werk ik m’n administratie bij. Tijdens regiediensten zie ik wat er goed gaat in de praktijk, maar ook wat beter en slimmer kan. Als er op een dag meerdere telefoontjes komen over een bepaalde kwestie, het novovirus bijvoorbeeld, dan gaan we alle patiënten daarover proactief informeren, bijvoorbeeld via de website of een boodschap in de triage-app. Niet alleen mijn werkproces is veranderd, het hele team is anders gaan werken. Hybride zorg vraagt aanpas-
sing van de agenda, het werkproces en de werkafspraken in de praktijk. Patiënten kunnen niet alleen hun huisarts, maar ook de POH en doktersassistenten en zelfs de praktijkmanager een e-consult sturen. Alle teamleden zijn geschoold voor deze nieuwe werkwijze. Zo nodig krijgen ze daar hulp bij van een digicoach: een hiervoor opgeleide collega die het team op de werkvloer ondersteunt.’
16.45 UUR
DAGAFSLUITING
‘Zoals we de dag gezamenlijk starten, zo sluiten we die ook samen met alle teamleden af. We kijken terug: wat ging goed, wat was spannend, wat ging er mis in contacten met een patiënt of collega, waar hebben we ons aan geërgerd. Het is belangrijk om ergernissen uit te spreken, zodat je de volgende dag weer met een schone lei kunt beginnen. Het doel is dat iedereen met een vrij hoofd naar huis gaat. Dat lukt heus niet altijd, maar negen van de tien keer toch wel.’ ¶
Mariette Willems, huisarts en LHVbestuurder:
‘ De huisartsenzorg is al hybride’
De huisartsenzorg van de toekomst is hybride. Sterker: de meeste praktijken hebben al digitale stappen gezet, ziet Mariëtte Willems, huisarts en LHV-bestuurder.
Veel huisartsenpraktijken werken al met patiëntportalen, econsulten en spraakgestuurde verslaglegging, en ze verwijzen patiënten al naar Thuisarts.nl. Daar komen nu in hoog tempo nieuwe toepassingen bij, zoals digitale triage, gezondheidsapps (diga’s) en allerlei vormen van ondersteunende kunstmatige intelligentie (AI). ‘Digitalisering is nooit een doel op zichzelf’, zegt huisarts en LHVbestuurder Willems. ‘Het is een middel om de huisartsenzorg ook in de toekomst overeind te houden. Digitalisering moet de huisartsenzorg niet ingewikkelder maken, maar ondersteunen.’
Zorgproces centraal
Om de digitalisering in goede banen te leiden, hebben LHV, InEen en NHG de uitgangspunten voor digitalisering vastgesteld. Willems: ‘Bovenaan staat dat digitale zorg meerwaarde moet hebben, zowel voor de patiënt als de zorgverlener. Ook moet de digitalisering goed aansluiten bij de werkprocessen en informatiesystemen in de huisartsenpraktijk. Digitalisering mag geen extra administratieve lasten of werkdruk opleveren. Met andere woorden: het zorgproces staat centraal, niet de techniek. Ook als er nieuwe techniek komt die het zorgproces verandert, moet het zorgproces centraal staan. Verder willen we dat digitalisering het samenwerken met andere zorgpartijen in de wijk ondersteunt en innovaties stimuleert. Maar daarbij geldt dat oplossingen veilig moeten zijn en daadwerkelijk iets moeten opleveren, voordat we die breder inzetten.’
Voorkom stapelen
Hybride werken zit niet alleen in techniek, maar ook in de organisatie van de praktijk, stelt Willems. ‘Je ziet het aan het verhaal over de hybride zorg in Gezondheidscentrum Zuidplein: de invoering van digitale zorg heeft consequenties voor de dagindeling en de taakverdeling binnen het praktijkteam. Als je bijvoorbeeld econsulten invoert, dan moet je daar tijd voor inplannen. En voorkom vooral dat je gaat stapelen. Je kunt niet én de hele dag telefonisch bereikbaar blijven én digitale triage doen én econsulten afhandelen. Als je iets nieuws
invoert, moet je iets anders laten. Anders wordt het alleen maar drukker.’
Haar advies aan huisartsen: ‘Neem voordat je digitale stappen zet tijd om achterover te leunen. Stel jezelf vragen als: hoe werken we eigenlijk, waar zijn we veel tijd aan kwijt, waar willen we tijd winnen? Als je het druk hebt, is het lastig om die tijd te nemen, maar als je steeds blijft doorbuffelen, verandert er niets. Sterker: de druk op de praktijk wordt alleen maar groter. Elke huisartsenpraktijk zal zelf de balans moeten vinden tussen fysieke en digitale zorg. Het hangt af van wat past bij jouw populatie, jouw team, jouw manier van werken.’
Keuzes maken
De LHV ondersteunt huisartsen in dit proces door kennis te verzamelen en te toetsen wat werkt. ’Zo doen we bijvoorbeeld mee aan Digizo, een programma waarin hybride zorgprocessen worden onderzocht op veiligheid, effectiviteit en mogelijkheden voor opschaling (zie kader Digizo).
De LHV rolt dus zelf geen digitale systemen en instrumenten uit. Willems: ‘Wij delen de nodige informatie zodat huisartsen betere keuzes kunnen maken. De vraag is niet of de zorg meer hybride wordt. De vraag is hoe we het zo organiseren dat hybride zorg bijdraagt aan een hoge kwaliteit van zorg, goede toegankelijkheid en aan het werkplezier van huisartsen.’
Op 19 juni verzorgt Mariëtte Willems een sessie op de Huisartsendagen over de toekomst van hybride huisartsenzorg. Nu al meer lezen? Dat kan op www.lhv.nl/werkagenda.
Maak de juiste keuze:
Smalspectrum waar het kan, breed alleen waar het moet.
Het gebruik van breedspectrum antibiotica kan leiden tot het aantasten het microbioom van de gebruiker, dit verhoogt het risico op complicaties zoals Clostridioides difficile-infecties1,2. Smalspectrum antibiotica daarentegen richten zich op specifieke pathogenen, beperken daarmee resistentieontwikkeling en sparen het microbioom1.
Waarom is een smalspectrum-antibiotica belangrijk?
Beperking van antibioticaresistentie
Broxil® (feneticillinekalium) smalspectrum antibioticum is geïndiceerd voor niet ernstige tot matig ernstige infecties veroorzaakt door voor feneticilline gevoelige micro-organismen, met name streptokokkeninfecties, zoals keelinfecties, luchtweginfecties, huid- en weke delen infecties4
Smalspectrum-antibiotica richten zich op specifieke groep bacteriën, waardoor ze minder effect hebben op het microbioom1. Dit helpt resistentie tegen bredere antibiotica te voorkomen. Dit draagt bij aan verantwoord antibioticum gebruik3.
Optimale doelgerichte behandeling
Wanneer de veroorzaker van de infectie bekend is, kan het gebruik van smalspectrum antibiotica voordelen hebben1. Het gebruik van smalspectrum antibiotica verminderd het risico op onnodige schade aan het microbioom, waardoor de kans op infecties (zoals
Clostridioides difficile-infectie) afneemt1,2
De verkorte SmPC en referenties vindt u elders in deze uitgave.
Meer informatie
Overdracht van de specialist
De overdracht van een patiënt na behandeling bij een medisch specialist gaat niet altijd goed. Wat zijn jouw rechten en plichten?
TEKST: BERBER BIJMA
1
Moet ik tussentijdse controles uitvoeren op verzoek van de specialist?
Nee. Als jij een patiënt hebt doorverwezen naar een medisch specialist, is de specialist hoofdbehandelaar geworden. Als er tijdens de specialistische behandeling tussentijdse controles nodig zijn, hoort de specialist die zelf uit te voeren of aan te vragen. Het argument dat het ‘makkelijker’ is als de huisarts deze tussentijdse controles uitvoert, maakt dat niet anders. De patiënt is ook niet goedkoper uit als jij de controles uitvoert.
2 Ben ik verantwoordelijk voor het vervolgbeleid na ontslag bij de specialist?
Als een medisch specialist de behandeling van een patiënt heeft afgerond, kan de specialist jou vragen het vervolgbeleid over te nemen. Denk aan het voorschrijven of herhalen van medicatie of het uitvoeren van controles. Je bent niet verplicht hier ‘ja’ op te zeggen. De specialist is namelijk verantwoordelijk voor beleid dat in het verlengde ligt van de specialistische behandeling. Je mag het vervolgbeleid wel op je nemen, als je je daarvoor bekwaam voelt en het kunt organiseren. In dat geval word jij weer hoofdbehandelaar voor de betreffende zorg.
3
Wat moet er in een ontslagbrief staan?
Een goede ontslagbrief geeft een medische samenvatting en beschrijft welk beleid eventueel nog loopt, met welk doel, wanneer dat geëvalueerd moet worden en wie dat doet. De specialist mag vervolgbeleid niet zonder overleg bij de huisarts neerleggen, maar wel een expliciet verzoek daartoe doen. Daarbij moet duidelijk omschreven staan wat er precies wordt verwacht. De ontslagbrief moet verder duidelijk zijn over medicatie: welke, waarom, hoe lang, met welke monitoring en vooral: wie schrijft voor en stuurt bij als het niet goed gaat. In de brief moet ook duidelijk zijn dat de patiënt instemt met de overdracht van het hoofdbehandelaarschap. Tot slot moet de ontslagbrief duidelijk maken dat laagdrempelige afstemming tussen huisarts en specialist mogelijk is.
4
Welke zorg ben ik als huisarts verplicht te leveren?
Informatie hierover vind je in het document ‘Aanbod Huisartsgeneeskundige zorg’ op lhv.nl. Iedere huisarts is verplicht het basisaanbod te leveren. Daar bovenop mág je extra aanbod leveren, als je je daartoe bekwaam voelt en het kunt organiseren.
5
Wat als het niet lukt om medische zorg terug te leggen bij de specialist?
Dit is een vervelende situatie, waarbij de patiënt jou verwijten kan maken. Toch is het belangrijk om voet bij stuk te houden. Capaciteitsproblemen in de tweede lijn veranderen daar niets aan. Als jij zorg op je neemt waartoe je je niet bekwaam voelt, geeft dat risico’s voor de patiëntveiligheid en kom jij in een kwetsbare positie. Raadpleeg eventueel de LHV voor juridisch advies. ¶
Vraag het onze jurist!
Heb jij vragen over de overdracht door een medisch specialist?
Onze juristen beantwoorden jouw vraag op maat. Jouw situatie en jouw praktijk zijn immers uniek. Daarom adviseren we je om ons te bellen. Als LHV-lid kun je bij de afdeling Juridische Zaken terecht voor deskundig, kosteloos en praktisch advies.
GEMEENTEPOLITIEK: INVLOED KAN HANDIG ZIJN
Moet je als huisarts iets met de gemeentepolitiek? Dat kan zijn voordelen hebben, zeker nu het werk van de huisarts en het beleid van de gemeente elkaar vaker kruisen. Je politieke activiteit kan variëren van een brief tot regulier overleg. Deze vier huisartsen zetten een stap extra en zijn actief bij een politieke partij.
TEKST: BERBER BIJMA
‘Ik voel de opdracht iets goeds te doen voor de maatschappij’
MARIANNE BOEREBOOMVERSCHOOR is samen met haar echtgenoot sinds een jaar praktijkhouder in Eindhoven. Daarnaast is ze één dag per week docent aan de geneeskundeopleiding in Maastricht. Ze woont sinds ruim negen jaar in Eindhoven en is al die tijd aangesloten geweest bij de lokale CDA-afdeling. ‘Mijn bijdrage is tweeledig: ik help mee bij campagneactiviteiten en ik denk inhoudelijk mee, vooral op het terrein van zorg en sociaal domein. Op de achtergrond kun je wel degelijk serieuze invloed hebben. Zo had de gemeente een plan voor de hervorming van het sociaal domein, waarin belangrijke gesprekspartners als huisartsen, de politie en een aantal woningcorporaties niet waren betrokken. Met een clubje vanuit het CDA hebben wie in kaart gebracht wie ontbraken en hoe die alsnog aan tafel
Marianne Boereboom-Verschoor, huisarts in Eindhoven, campagnemedewerker en inhoudelijk gesprekspartner voor het CDA
konden komen. Uiteindelijk heeft de wethouder het plan ingetrokken, hebben die partijen toch meegepraat en is het plan opnieuw ingediend. Dat ik politiek actief ben, heeft ook te maken met mijn christelijke achtergrond. Ik heb het zelf gewoon goed getroffen in deze wereld. Daarom vind ik dat ik de opdracht heb om iets goeds te doen voor de maatschappij. Ik ben al meermaals gevraagd of ik op een verkiesbare plek op de lijst wilde. Dat zie ik nu niet zitten, nu we net een jaar geleden de praktijk hebben overgenomen. Ik ben voor de komende verkiezingen wel een van de lijstduwers. En over vier jaar zien we wel hoe de vlag er dan bij hangt.
Naast het sociaal domein is de zorg voor expats ook een belangrijk onderwerp in Eindhoven. We hebben nu al veel expats; de verwachting is dat dat de komende jaren nog flink zal toenemen. In de spreekkamer merk ik dat veel expats een andere zorgcultuur zijn gewend. We moeten als huisartsen steeds weer uitleggen hoe het hier werkt. Van zes grote werkgevers weet ik dat expats bij hen een welkomstpakket krijgen waarin onder andere staat hoe de Nederlandse gezondheidszorg werkt. Daar word ik als huisarts echt blij van, want daar kan ik dan naar verwijzen. Ik wil me de komende jaren er graag voor inzetten dat die informatie breder wordt verspreid, bijvoorbeeld bij meer bedrijven of via scholen. Ik vind het niet erg dat patiënten zien dat ik van het CDA ben, maar in de spreekkamer is politiek geen onderwerp. Die moet voor iedereen een veilige, neutrale plek zijn.’
‘Als er aanleiding is, praat ik graag over antirookbeleid’
STEPHAN SCHOUTEN was tot drie jaar geleden praktijkhouder in Oss. Een enkele keer springt hij nog in in de praktijk, die nu van zijn dochter en haar duocollega is. ‘Voor mijn pensionering was ik al actief geworden bij D66, als bestuurder en steunfractielid. Sinds 3 jaar ben ik nu commissielid – ook wel burgerlid genoemd – in de gemeenteraad. Als commissielid draai je volop mee in commissievergaderingen en bij de voorbereiding van stukken en raadsvergaderingen. Je stemt alleen niet mee in de raad. Misschien verandert dat binnenkort, want bij de komende verkiezingen sta ik als vijfde kandidaat op de lijst. Politiek heeft me altijd al geïnteresseerd; na mijn pensionering vond ik het een mooie uitdaging om mijn tijd daarmee te vullen. Ik zie mijzelf in de eerste plaats als betrokken burger, niet als vertegenwoordiger of pleitbezorger van huisartsen. Maar mijn kennis en ervaring komen natuurlijk regelmatig wel van pas. In de breedte, wanneer onderwerpen als ggz, de
GGD, armoedebestrijding of femicide aan de orde zijn. En soms vrij concreet, bijvoorbeeld toen we samen met een andere partij voor elkaar hebben gekregen dat huisartsen tegen betaling een parkeerkaart krijgen om parkeerboetes te voorkomen als ze visites rijden. En we hebben ook een garantstelling van de gemeente weten te realiseren bij een praktijk die de financiering van de huisvesting niet rond kreeg. Als er ook maar enigszins aanleiding is, probeer ik antirook- en antivapebeleid aan de orde te stellen; dat is een onderwerp dat ik erg belangrijk vind.
De meeste onderwerpen hebben weinig met huisartsenzorg te maken. We zijn bijvoorbeeld veel bezig met omgevingsvisies. En ik heb me beziggehouden met de nieuwbouw van het zwembad en het theater.
Ik hoop natuurlijk dat D66 de komende verkiezingen vijf zetels haalt in Oss. Dat zijn er nu drie. En anders blijf ik zeker commissielid Het is heel interessant om te zien hoe het er achter de schermen aan toe gaat in de gemeentepolitiek. Bovendien hebben we een plezierige gemeenteraad, waar oppositie en coalitie goed samenwerken en elkaar iets gunnen.’
Stephan Schouten, gepensioneerd huisarts in Oss, commissielid en kandidaat-gemeenteraadslid voor D66
‘Als huisarts help je het individu, als raadslid het collectief’
Lianne Mulder, huisarts in Marknesse, fractievoorzitter PvdA en lijsttrekker GroenLinks-PvdA in de gemeente Noordoorstpolder
LIANNE MULDER is praktijkhouder in Marknesse en fractievoorzitter van de PvdA in de gemeente Noordoostpolder. Voor de komende gemeenteraadsverkiezingen is ze lijsttrekker voor GroenLinks-PvdA. ‘De combinatie van praktijkhouder en fractievoorzitter is weleens een gepuzzel. Het leeswerk voor de raad is goed op tijd beschikbaar. Dat plan ik vaak in stukjes in het weekend. Op de praktijk zijn we met z’n drieën en mijn collega’s zijn heel flexibel. Als het nodig is, kan ik even weg. Het lastigst zijn onverwachte werkzaamheden voor de raad, bijvoorbeeld de drukte die ontstond toen er even sprake van was dat we een doorstroomlocatie voor asielzoekers zouden krijgen, om Ter Apel te ontlasten. Ik was eerder al actief in het bestuur van de lokale PvdA. Dat viel qua tijdsbesteding wel mee. Uiteindelijk heb ik toch voor het raadslidmaatschap gekozen. In de spreekkamer loop je aan tegen zaken die op papier goed geregeld zijn, maar in de praktijk weerbarstig zijn. Denk aan Wmo-aanvragen of inspanningen om de gezondheidsverschillen te verkleinen. Er gebeurt veel aan preventie, maar vaak bereikt het niet de juiste mensen. Als huisarts kan ik een individu helpen, in de raad kun je meer doen voor het collectief. Daarom wilde ik óók aan die kant zitten. Het moet duidelijk zijn of ik als raadslid of als
huisarts aan een gesprek deelneem. Ik zit daarom bijvoorbeeld niet in de commissie Samenlevingszaken, waar de zorg onder valt. Maar ik kan anderen daar wel input voor meegeven. En in bijvoorbeeld de commissie Woonomgeving kan ik ook mijn huisartskennis inbrengen, bijvoorbeeld als het gaat over positieve gezondheid, speelplekken of veiligheid voor vrouwen. Soms kan ik vertellen hoe de praktijk werkt, bijvoorbeeld toen sommige raadsleden volwaardige spoedzorg in Emmeloord wilden. Dat is simpelweg niet haalbaar. Het tempo van de besluitvorming ligt in de gemeenteraad een stuk lager dan in de spreekkamer. Soms valt een besluit pas na één of twee jaar en denk je: hèhè, heeft iedereen het nu pas door? Aan de andere kant: besluitvorming in de raad heeft tijd nodig. Over veel onderwerpen moet je het meermaals met elkaar hebben voor je tot gedragen besluiten komt. In de afgelopen periode hebben we onder meer een jongerenraad opgericht en de zondagsopening van winkels voor elkaar gekregen. Daar ben ik trots op.
Nu GroenLinks en PvdA een gezamenlijke lijst hebben, wordt het vast iets meer werk om lijsttrekker te zijn. Aan de andere kant: we kunnen hetzelfde werk onder meer mensen verdelen. Daar zie ik naar uit.’
‘ Ik hoop dat we wat meer zorgzaamheid in de samenleving kunnen brengen’
MARITTA SCHEELE is huisarts in dienstverband in Delft. Ze staat op de gemeentelijke kandidatenlijst voor Volt in diezelfde stad. ‘Ik ben de laatste jaren een soort maatschappelijke onvrede gaan ontwikkelen over de kant die Nederland opgaat. We worden gemakzuchtig over het klimaat, het armoedeprobleem wordt maar niet opgelost. Ik vind dat heel schrijnend. Het lijkt alsof we de mensen in armoede aan hun lot overlaten. Als huisarts kan ik daar niets aan doen, maar ik zie het wel terug in mijn spreekkamer. Wat ik mooi vind aan Volt, is dat die partij pleit voor een basisinkomen, zonder allerlei voorwaarden. Hoe het nu is, vind ik krom: als je rijk bent en steeds meer geld uit de samenleving trekt, stelt niemand daar voorwaarden aan. Als je amper geld hebt en een beroep doet op hulp, moet je je alsmaar verantwoorden. Aan de toeslagenaffaire zie je waar dat toe kan leiden.
In de spreekkamer merk ik hoe gemeentelijke keuzes doorwerken. Ik vroeg bijvoorbeeld iemand waarom ze niet meer sportte. “Omdat het sporten voor vrouwen is afgeschaft.” Zulke initiatieven hoeven helemaal niet duur te zijn en betekenen veel voor mensen, ook door de sociale contacten. Naast de algemene, grote onderwerpen als armoede en klimaat zijn er ook specifieke huisartsenonderwerpen waarvoor ik me hard zou willen maken. Bijvoorbeeld dat er bij nieuwbouw beter rekening wordt gehouden met ruimte voor huisartsenzorg. Dat moet
wel, willen we de zorg voor iedereen toegankelijk houden. Daarnaast: ik zie dat de gemeente wel de vrij eenvoudige jeugdzorg inkoopt, maar dat je als huisarts vastloopt als je een kind of jongere met zwaardere problematiek wilt doorsturen.
Volt heeft nu twee zetels in Delft. Om die twee raadsleden heen zit een hele gemeenschap die meedenkt en actief is. Ik sta op de kandidatenlijst op plek 5. Als ik niet in de raad kom, sta ik er zeker voor open om lid van een raadscommissie te worden en zo toch inbreng te hebben. Ik hoop dat we wat meer zorgzaamheid in de samenleving kunnen brengen.’
Maritta Scheele, huisarts in Delft, kandidaat-gemeenteraadslid voor Volt
WORKSHOP LOBBY
Iedere huisarts is belangenbehartiger én ambassadeur voor de huisartsenzorg. Wil je leren hoe je dit beter en efficiënter kunt doen? Organiseer een (online) lobbyworkshop voor jouw regio met hulp van het team Public Affairs van de LHV. Neem voor informatie contact op met Margriet Niehof, m.niehof@lhv.nl.
LHV-TOOLKIT
Invloed op lokale politiek, hoe pak je dat aan?
Je hoeft niet per se raadslid of commissielid te zijn om invloed te hebben op de lokale politiek. Ook op kleinere schaal kun je actief zijn, zegt Ilse den Hollander, adviseur communicatie en public affairs. Zij ontwikkelde een praktische toolkit voor huisartsen die meer grip wil krijgen op plannen en besluitvorming in hun gemeente. ‘Met een lijntje naar de gemeenteraad of naar bepaalde ambtenaren kun je vroegtijdig op de hoogte zijn als er iets speelt dat huisartsen aangaat. Denk aan de komst van een grote groep Oekraïners of van een kleinschalige woonvoorziening. Als je daar op tijd van weet, kun je ervoor zorgen dat daar goede afspraken over worden gemaakt. Hetzelfde geldt voor veranderingen op het gebied van bijvoorbeeld jeugdzorg of sociaal domein. Andersom kun je natuurlijk ook op eigen initiatief onderwerpen aankaarten.’
In de toolkit vind je onder meer tips voor:
Inspreken bij gemeentevergadering Iedere burger mag inspreken bij een vergadering van de gemeenteraad. Je kunt je daarvoor aanmelden bij de griffie van de gemeente. Weet je bijvoorbeeld dat de gemeente nieuwbouwplannen heeft en vraag je je af of daarin wel rekening wordt gehouden met eerstelijns zorgvoorzieningen? Dan kun je daarover inspreken. In de toolkit vind je voorbeeldteksten die je naar je eigen situatie kunt aanpassen. Naast inspreken kun je overigens ook een brief naar alle gemeenteraadsleden sturen. Ook dat verloopt via de griffie. Let op: in principe wordt je brief gepubliceerd bij de openbare stukken.
Raadslid of ambtenaar benaderen
Je kunt bijvoorbeeld beginnen bij een ambtenaar en als je merkt dat een onderwerp vastloopt, een raadslid benaderen. Het kan de gehele raadsperiode door lonend zijn om met zowel ambtenaren als raadsleden korte lijnen te hebben. Een werkbezoek is hiervoor een goed middel.
Organiseer het overleg Om er zeker van te zijn dat je op de hoogte bent van wat er bij de gemeente speelt en welke plannen er zijn én om signalen vanuit de huisartsenzorg eenvoudig door te kunnen geven, kan het lonend zijn een regulier overlegmoment op te zetten. Dit doe je het beste in hagro- of rho-verband.
Je vindt de LHV-toolkit op www.lhv.nl/lokalepolitiek
Je kunt de gemeente op verschillende manieren benaderen: bijvoorbeeld via de ambtelijke lijn of de politieke lijn (wethouder en/of raadslid). Die keuze is afhankelijk van de situatie en van jouw persoonlijke voorkeur.
Een klassieke dokterstas, of toch een hippere variant? Wat zegt de tas eigenlijk over de dokter? En wat zit er in die tas? Huisarts Käthe de Jong markeerde haar overstap naar het huisartsenvak met een mooie tas.
TEKST: BERBER BIJMA / FOTO: BAS JONGERIUS
‘De overstap naar huisarts wilde ik markeren met een mooie tas’
Wie? Käthe de Jong (60) Huisarts sinds 2011 Hoe en waar? Praktijkhouder in een duopraktijk in Workum
‘Door een promotieonderzoek rolde ik in de gynaecologie en verloskunde. Een prachtig vak, maar uiteindelijk werd ik er toch niet gelukkig van. Het werd een lange zoektocht naar wat ik dan wel wilde. Totdat op een gegeven moment binnen een paar weken de kwartjes vielen. “Waarom word je geen huisarts?” vroegen meerdere mensen me. Ik was 45 toen ik de huisartsopleiding ging doen –achteraf een hele goede keuze. Die overstap wilde ik markeren met een mooie tas.’
‘Een dokterstas is toch een soort statussymbool. Ik wilde liefst een beetje bijzondere tas, maar dat lukte eerst niet. Ik stond op het punt om dan maar een gewone, klassieke dokterstas te kopen toen ik deze tegenkwam. Er zit een patroontje
in dat aan slangenleer doet denken, maar dat is het volgens mij niet. Wel echt leer trouwens. Patiënten zeggen nog regelmatig dat ze mijn tas zo mooi vinden.’
‘Afgelopen najaar heb ik een maand vrijwilligerswerk gedaan op Lesbos. Mijn tas bleef thuis. Meestal had ik alleen een stethoscoop, opschrijfboekje en telefoon bij me. Bepaald ontregelend voor iemand die niet graag misgrijpt. Meestal gingen we van de ene spreekkamer – een container – naar de andere en daar lag meestal wel wat je nodig had. Voor een visite – outreach noemden we dat – stond er een enorme EHBO-tas klaar. Je komt daar van alles tegen, van kleine dingen tot afgrijselijke wonden. De eerste weken sta je te stuiteren van alles wat je ziet en meemaakt. Na een week of twee vond ik het op een bepaalde manier heerlijk om met zo weinig spullen rond te lopen. En na twee weken ga je je opvolger alweer inwerken omdat je bijna vertrekt.’ ¶
Je zou mijn tas een georganiseerde chaos kunnen noemen. Ik heb er kleine tasjes in. Blauw is voor als mensen gaan hemelen, rood voor bloedspoed en groen voor de rest. Daar zitten vooral verbandmiddelen in en bijvoorbeeld hulpmiddelen om hechtingen te verwijderen. Los in de tas staat een flexibel rieten mandje met allerlei spullen die anders los door de tas gaan zweven.
Ik wil mijn dag niet door knulligheden in de soep laten lopen, dus ik wil niet misgrijpen. Ik heb altijd een oplaadsnoertje bij me en migrainepillen – ik ben migrainepatiënt. Vroeger ook lippenstift, maar daar ben ik van afgestapt. Daar maakte ik vroeger weleens grapjes over als een mannelijke collega zei dat ik zo’n grote tas had: ‘Ja, maar jij hoeft geen lippenstift en tampons mee!’
Dit etuitje heb ik op Lesbos gekocht. Het is gemaakt door vluchtelingen, van oude bootjes waarmee ze de oversteek hebben gemaakt. Ik heb nu mijn spuiten en naalden erin. Een kostbare herinnering aan mensen die het met veel minder moeten doen dan wij in Nederland.
“Ik heb alle diëten gehad die er zijn”
Simone viel 50 kilo af met behulp van een maagverkleining
Krijgt u als (huis)arts in deze tijd meer vragen van patiënten die bezorgd zijn over hun gewicht? Wij bieden verschillende behandelingen aan voor (ernstig) overgewicht, met en zonder operatie. Verwijzen is eenvoudig via Zorgdomein.
Kijk voor onze behandelingen zonder operatie op nokclinics.nl
www.obesitaskliniek.nl
‘Zorg leveren in de buurt en bijdragen aan onderzoek’
Ze doen hun visites in de wijk met een bakfiets, met daarop in duidelijke letters: ‘Maasmedics’. In de Maastrichtse wijk De Heeg is de huisartsenpraktijk van Siamack Sabrkhany en Ellen Schoorel zichtbaar aanwezig. ‘We willen hier echt iets betekenen.’
TEKST: CORIEN LAMBREGTSE / FOTOGRAFIE: MIRJAM VAN DER LINDEN
Vier jaar geleden namen ze de praktijk over. Sindsdien is er veel veranderd: de patiëntenpopulatie groeide van 2100 naar 2800 patiënten en het praktijkteam is flink uitgebreid. Ze willen bewust niet dat de praktijk groot wordt. Ellen: ‘We zijn alleen nog open voor patiënten uit de wijk. De grens ligt bij 3000 patiënten. Dan kun je mensen blijven kennen en persoonlijke zorg blijven leveren.’
Ze kennen elkaar sinds 2007, toen ze begonnen aan de opleiding artsklinisch onderzoeker (AKO) aan de Universiteit Maastricht. Siamack had daarvoor een bachelor Moleculaire biologie gedaan, Ellen een bachelor Voeding en gezondheid. Een jaar later werden ze een stel. Na de AKOopleiding kozen ze beiden voor de huisartsenopleiding en deden ze een
promotieproject. Daarna combineerden ze hun werk als onderzoeker met werk als waarnemend huisarts. Een eigen huisartsenpraktijk was hun ideaal, al twijfelden ze eerst of ze dat samen moesten doen. Siamack: ‘We hebben ook naar andere opties gekeken, maar uiteindelijk kwamen we tot de conclusie dat we geen betere partner konden vinden dan elkaar. We delen dezelfde visie en hebben hetzelfde doel.’
◼ VOORBEREIDING
In januari 2022 werden ze eigenaar van praktijk Maasmedics, na een grondige voorbereiding, vertelt Ellen. ‘We hebben een praktijkscan laten doen en uitgebreid onderzocht of het financieel haalbaar was om hier met z’n tweeën in te stappen en of er mogelijkheden waren om vernieuwingen
door te voeren. ‘Siamack is meer de ondernemer, ik ben van de risicocalculaties en kijk of beslissingen verantwoord zijn. Siamack: ‘We vertrouwen op elkaar. Bij ons is één plus één vaak drie, soms wel vier of vijf.’ Siamack werkt formeel vier dagen per week in de praktijk en een dag per week als postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit Maastricht. Bij de onderzoeksgroep Huisartsgeneeskunde richt hij zich op doelmatige en innovatieve diagnostiek in de eerste lijn. Daarnaast heeft hij zijn eigen onderzoekslijn binnen de afdeling Biochemie, waar hij werkt aan de ontwikkeling van een bloedtest voor de vroegdiagnostiek van kanker. Ellen werkt drie dagen in de praktijk en heeft haar onderzoeksbaan tijdelijk laten varen om meer ruimte te maken voor het gezin (twee meiden, van 6 en 9 jaar) en hobby’s. Ze doet fanatiek aan Hyrox en heeft Siamack inmiddels aangestoken. Ze vinden het allebei leuk om hun kennis te delen en steken daarom veel tijd in de opleiding van praktijkmedewerkers: zowel coassistenten en aios als doktersassistenten en praktijkon-
Iedere patiënt verdient de juiste zorg, op het juiste moment.
Al 25 jaar uw vertrouwde innovatiepartner in de zorg.
Digitale triage, chat en beeldbellen: minder wachttijd, minder druk.
Hybride ANW-zorg: directe ondersteuning voor het HAP-team.
AI als co-piloot: slimme support voor zorgverlener én patiënt.
Meer weten?
VAN DER SCHOOT ARCHITECTEN bv BNA SCHIJNDEL
Werken als arts in Zweden
Verlang je naar een spannende baan en tegelijkertijd de mogelijkheid tot een rijk buitenleven? Solliciteer dan bij ons!
Zorgcentrum Närhälsan Bäckefors behoort tot Närhälsan, de openbare gezondheidszorgcentra in de grootste regio van Zweden, de provincie Västra Götaland. Wij zijn gevestigd midden in Dalsland in het noordwestelijke deel van de regio op de grens met Noorwegen. De omgeving heeft een zeer mooie natuur met bossen en meren waar je kunt genieten van alles wat de natuur te bieden heeft en het vinden van een mooie woonruimte eenvoudig is.
Wij zijn op zoek naar huisartsen met een aantal jaren ervaring die graag wat nieuws willen proberen. Je werk is op het platteland waar een lange relatie met patiënten, gedurende hun hele leven, de basis is en waar het ziekenhuis verder weg is waardoor je een grotere verantwoordelijkheid hebt voor de gezondheid van de patiënten.
Wat we bieden: een grote invloed op je werksituatie en ervaren collega’s. Je krijgt een opleiding in de Zweedse taal en een introductie op een plaats waar iemand jouw taal spreekt. Mocht je nieuwsgierig zijn en meer informatie willen:
dersteuners. Sinds kort neemt de praktijk deel aan het Onderzoekspraktijken Netwerk Huisartsgeneeskunde in Nederland (ONH). Siamack: ‘Dat past bij ons: wij willen zorg leveren, maar ook bijdragen aan kennis over de eerste lijn.’
◼ MEDISCH CENTRUM
De praktijk die ze overnamen, was een solopraktijk met één fte huisarts en 1,5 fte aan assistenten en een praktijkondersteuner. Inmiddels bestaat het team, naast Siamack en Ellen, uit twee waarnemers, een basisarts, een aios, coassistent, vier doktersassistenten en een POH-ggz. Ellen: ‘We leveren meer zorg en zijn veel laagdrempeliger geworden voor bijvoorbeeld jonge gezinnen.’ Ook fysiek maakte de praktijk een grote sprong. Siamack: ‘We kregen de kans om de panden links en rechts van onze praktijk te kopen en hebben vorig jaar een grote verbouwing gedaan. Het linker pand is bij de praktijk getrokken. We hebben nu een medisch centrum met ruimte voor partners als een fysiotherapeut, verloskundige, diëtist en psycholoog. Het idee is dat we echt samenwerken, bijvoorbeeld in projecten op het gebied van leefstijl.’ In het rechterpand startten ze Roya Clinics, een privékliniek voor medisch begeleiding van gewichtsverlies, leefstijlbegeleiding en cosmetische behandelingen.
◼ KETENZORGDILEMMA
Een belangrijk speerpunt in de praktijk is de zorg voor kwetsbare ouderen. Ellen: ‘We hebben gekeken welke patiënten in de ketenzorg zitten en of ze de juiste zorg krijgen. Vervolgens hebben we een basisarts aangenomen die ouderen thuis bezoekt, medicatie controleert en vroege signalen oppikt. We investeren bewust in preventieve zorg om te voorkomen dat mensen ineens intensieve zorg nodig hebben.’ Toch komt juist die zorg in gevaar door veranderend beleid van NZa en zorgverzekeraars, zegt Siamack. ‘Door wijzigingen in tarieven en vergoe-
Samen sporten
Voor Ellen en Siamack is sporten een belangrijk middel om werk en privé in balans te houden. Ze hebben dat ook nog eens in hun praktijk geïntegreerd. Twee avonden in de week sporten ze samen met collega’s die dat willen én met cliënten die het leefstijlprogramma in de Roya Clinics volgen: op dinsdag spinning en op vrijdag krachttraining. ‘Daarmee geven we het goede voorbeeld én stimuleren we elkaar om gezond te blijven.’
dingen wordt de basisarts die wij de afgelopen jaren hebben ingezet, niet meer vergoed. De verzekeraar rekent met een norm van 1,1 procent kwetsbare patiënten in een praktijk, bij ons ligt dat rond de 2 procent. We moeten dus beslissen of we die zorg nog blijven geven of niet.’
Dat plaatst hen voor een dilemma. Ellen: ‘Misschien moeten we gewoon stoppen met deze zorg en alle oudere patiënten met een klacht meteen doorsturen naar een specialist. Dan zal de zorgverzekeraar merken hoe duur dat is.’
Siamack: ‘Maar dan worden de patiënten de dupe. Wij willen goede zorg in deze wijk bieden. Het aantal ouderen gaat de komende tien jaar verdubbelen, misschien verdriedubbelen. Je moet als zorgverzekeraar niet op de zorg voor kwetsbare ouderen bezuinigen, maar investeren. Die boodschap moeten we als huisartsen luid en duidelijk laten horen. En dat gaan we ook doen.’
◼ WEINIG VERTROUWEN
De onzekerheid over beleid en financiering raakt hun vertrouwen in zorg-
verzekeraars en de NZa. ‘Je investeert in ruimte, in extra personeel, maar na twee, drie jaar veranderen zij het beleid en valt de vergoeding weg’, zegt Siamack. ‘Waar kun je als ondernemer op bouwen?’
Dat is ook de achtergrond van de keuze om naast de huisartsenpraktijk een privékliniek te starten. Siamack: ‘Die zorg valt buiten de verzekerde zorg. Hiervoor zijn we niet afhankelijk van tarieven en vergoedingen van verzekeraars en de NZa. Ik vrees dat we de Roya Clinics in de toekomst nodig hebben om de huisartsenpraktijk financieel en onze medewerkers in dienst te kunnen houden. Maar het is een drama dat we er andere dingen bij moeten doen om de huisartsenzorg overeind te houden.’ Een eigen praktijk blijft dus een uitdaging. Maar spijt hebben ze niet van de beslissing om praktijkhouder te worden. Ellen: ‘Huisarts zijn is het leukste wat je kan doen. Tachtig tot negentig procent van de dingen die we doen, geeft energie. Maar zonder dat financiële gedoe zou het een stuk makkelijker worden om voor het praktijkhouderschap te kiezen.’ ¶
NULPRAKTIJK: DE VERZEKERAAR HELPT MEE
Zorgverzekeraars helpen mee om nulpraktijken van de grond te krijgen. Die afspraak, waar de LHV zich jarenlang hard voor maakte, is vorig jaar gemaakt in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA).
Veel verzekeraars leveren al enkele jaren maatwerksteun in de beginfase van een nulpraktijk, met het oog op toegankelijke huisartsenzorg voor iedereen. Hoe kijken huisartsen die aan de slag gingen met een nulpraktijk én verzekeraars aan tegen deze ondersteuning?
TEKST: BERBER BIJMA
‘Zonder
subsidie van de zorgverzekeraar was onze start lastiger geweest’
Janneke de Klein en Marieke van den Ham begonnen samen een nulpraktijk in Veghel. De naam leidden ze af van hun ambitie om duurzaam te werken: Veghels Groen. De praktijk opende in maart 2024 zijn deuren.
‘We kenden elkaar via het bestuur van de Wagro’, vertelt De Klein. ‘We wisten van elkaar dat we op zoek waren naar een praktijk om over te nemen. Op een gegeven moment benaderde regionale huisartsenorganisatie HUMO mij met de vraag of ik een nulpraktijk in Veghel wilde openen, met het oog op een toekom-
stige nieuwbouwwijk. Ik wist meteen dat ik dat in ieder geval niet alleen wilde doen. Een nulpraktijk was niet mijn primaire wens, maar samen met Marieke durfde ik het wel aan.’
Ruim een halfjaar van voorverkenning volgde: gesprekken met elkaar, met de regio-organisatie, de hagro, de gemeente en de zorgverzekeraar. Van den Ham: ‘En bij andere nulpraktijken, want we wilden zien hoe zoiets in de praktijk gaat. Wat ons vooral aansprak is dat je met een nulpraktijk alles vanaf de start zelf kunt vormgeven.’ Inmiddels werken ze met zeven teamleden, inclusief henzelf. Huisves-
ting vonden ze in twee kamers bij de apotheek.
De startfase van een nulpraktijk is ingewikkeld, benadrukken ze, want er valt ontzettend veel te regelen en inkomsten zijn er eerst nog nauwelijks. Op aanraden van de regio-organisatie nam het duo contact op met VGZ, een van de beide preferente zorgverzekeraars in de regio. De Klein: ‘Eerst hebben we op aanraden van het Eerstelijns Servicepunt in Eindhoven een kleinere subsidie aangevraagd voor de begeleiding door iemand van hen die vaker nulpraktijken helpt opstarten. Later hebben we subsidie
aangevraagd voor onze eigen managementuren. Dat vergde wat overleg over de voorwaarden, maar is wel gelukt. Voorwaarden waren bijvoorbeeld samenwerking met de hagro en het opstellen van SMART-doelen.’ Voor een succesvolle start van een nulpraktijk is samenwerking van alle omringende partijen nodig, zeggen de praktijkhouders. Van den Ham: ‘Zonder die subsidie van de zorgverzekeraar was het een stuk lastiger geweest om die eerste fase door te komen. En als we de hagro niet mee hadden gehad, natuurlijk ook. De hagro heeft het eerste jaar voor één dag spoedwaarneming gezorgd, zodat wij maar vier dagen open hoefden. Daardoor was er ruimte om ook nog elders te blijven werken. Met HUMO werken we al sinds de eerste plannen heel goed samen. En de samenwerking met de gemeente is meer gericht op de toekomst, als de nieuwbouwwijk verder groeit.’
In die nieuwbouwplannen is inmiddels rekening gehouden met een gezondheidscentrum, inclusief huisartsenpraktijk. Het kan nog een paar jaar duren voordat Veghels Groen naar een meer groene plek in die nieuwbouw kan verhuizen, maar de gesprekken daarover verlopen prima.
De praktijk heeft nu een kleine 1800 patiënten. Met niet op naam ingeschrevenen als asielzoekers en Oekraïense vluchtelingen meegeteld komt de 2000 in zicht. De Klein: ‘We werken nu nog om de beurt. Iedere dag houdt een van ons spreekuur. We huren soms al een derde ruimte. We proberen de groei van de praktijk soms wat af te remmen, om straks voldoende capaciteit over te hebben voor de zorg aan mensen in de nieuwe wijk. Maar mogelijk zullen we in de tussenliggende fase toch nog wel op zoek moeten naar wat meer praktijkruimte.’
‘Hopelijk durven nu meer huisartsen deze stap te nemen’
Eenmodule voor iedereen maakt zichtbaar dat zorgverzekeraars huisartsen kunnen ondersteunen bij het opzetten van een nulpraktijk in gebieden waar een huisartsentekort is, zegt Mijke Wingens, senior Inkoper Integrale Zorg bij VGZ. ‘Voorheen boden we al regelmatig maatwerk als huisartsen bij ons aanklopten voor hulp bij een nulpraktijk. Het was zowel de wens van het Overleg Team Huisartsen van de LHV als onze eigen wens meer bekendheid te geven aan die ondersteuningsmogelijkheid. Deze module is een mooi voorbeeld van hoe we samenwerken om de toegang tot huisartsenzorg te bevorderen. We hopen dat dit de drempel verlaagt, zodat wellicht meer huisartsen deze stap durven nemen.’ VGZ vindt het belangrijk om nieuwe praktijken in het zadel te helpen ‘om toegang tot huisartsenzorg te borgen voor alle bewoners’, zegt Wingens. De hulp waarvoor VGZ nu een module heeft voor contracten met huisartsen, is nog steeds maatwerk, afhankelijk van bijvoorbeeld het aantal patiënten waarmee een nulpraktijk van start kan. Het gaat om financiële steun ter overbrugging van de eerste twee jaren van de praktijk. ‘Huisartsen kunnen die hulp aanvragen via VECOZO. We vragen daarvoor onder meer een ondernemingsplan inclusief een begroting met verwachte kosten en opbrengsten.’ Naast de specifieke steun voor nulpraktijken kunnen ook bestaande innovatiemodules een steun in de rug bieden voor nulpraktijken. ‘Bijvoorbeeld voor slimme triage of spraakgestuurd rapporteren.’
Huisartsen die nog twijfelen of ze een nulpraktijk willen openen, kunnen zeker naar VGZ bellen, benadrukt Wingens. ‘We gaan graag in gesprek om samen de mogelijkheden te onderzoeken in afstemming met de Regionale Huisartsen Organisatie.’
Janneke de Klein en Marieke van den Ham
‘De taskforce bracht ons op het idee van een nulpraktijk’
Silvie Vleeming en haar drie collega’s openden in het najaar van 2023 een nulpraktijk in Zwolle. Praktijk Hanzehart kwam er op initiatief van een taskforce waarin onder meer zorgverzekeraar Zilveren Kruis, regio-organisatie Medrie en de gemeente Zwolle deelnamen. De taskforce organiseerde een informatiebijeenkomst voor huisartsen die een nulpraktijk in overweging wilden nemen. Vleeming en haar collega’s Narmi Sollie, Annemiek Loman en Martine van der Laan durfden na de nodige gesprekken de stap te zetten. Zorggroep Medrie opende de praktijk en nam de vier huisartsen de eerste twee jaar in dienst. Sinds de zomer
van 2025 zijn de huisartsen zelf praktijkhouder. Ze werken alle vier precies evenveel, ook omdat dat de financiële verdeling overzichtelijk maakt: 3 dagen, waarvan 2,5 voor de zorg en een halve dag voor de administratie. De opstartfase is mede mogelijk gemaakt door Zilveren Kruis, vertelt Vleeming. ‘Medrie had bijvoorbeeld voor de voorbereidingen een externe projectleider ingehuurd, die mede gefinancierd is door Zilveren Kruis. Wij zijn zelf ook in gesprek geweest met Zilveren Kruis, maar het meeste is tussen zorgverzekeraar en zorggroep geregeld. Zilveren Kruis had overigens ook als voorwaarde dat Medrie ertussen zou zitten.’
Silvie Vleeming, Annemiek
Loman en Martine van der Laan
Of hun praktijk er ook was gekomen zonder de steun van de zorgverzekeraar? ‘Zonder de taskforce überhaupt niet. Die heeft de nulpraktijk op ons pad gebracht. Wij waren op dat moment allemaal een paar jaar afgestudeerd en nog niet allemaal heel serieus bezig met het praktijkhouderschap.’
‘De constructie met Medrie gaf rust en tijd om van alles uit te zoeken rond het praktijkhouderschap. Toch denk ik achteraf: we hadden het misschien net zo goed gelijk zelf kunnen doen. Dat scheelt ook veel overleg en een tussenstation waar alle beslissingen langs moeten, zeker als ze geld kosten. Maar goed, zonder het initiatief van de taskforce waren we dus helemaal niet op het idee van een nulpraktijk gekomen.’
Achteraf is het viertal heel blij dat ze de stap naar een – uiteindelijk – eigen praktijk hebben gezet. ‘Ik vind het heel fijn om niet alleen dokter te zijn, maar ook het ondernemerschap erbij te hebben. Hoe zorg je zo goed mogelijk voor je personeel, welke leuke projecten of samenwerkingen kun je in de omgeving opzetten? Dat zijn interessante onderwerpen om mee bezig te zijn. Het praktijkhouderschap
maakt het werk veel breder dan “ik en mijn patiënt”. Je kunt zelf kiezen hoe je je werk inricht. Zo werken we nu alle vier regelmatig als regie-arts in de backoffice.’
Nog niet alle onderdelen van het praktijkhouderschap zitten hen helemaal in de vingers, zegt Vleeming. ‘Bijvoorbeeld wat je aan het begin van een jaar allemaal moet aanleveren voor de afsluiting van het vorige jaar. Maar we hebben een hele fijne praktijkmanager die ons daarop wijst.’
Inmiddels heeft praktijk Hanzehart zo’n een kleine 5000 patiënten, inclusief ruim 600 Oekraïners. ‘We zijn nu alleen nog open voor inwoners van een bepaald postcodegebied binnen Zwolle die geen eigen huisarts hebben. En in overleg met de gemeente eventueel voor meer Oekraïners. Als we verder groeien of meer taken krijgen – we willen bijvoorbeeld alle vier op termijn opleider worden – hopen we binnen dit gebouw te kunnen uitbreiden naar meer kamers. Daarbij willen we de goede sfeer in het team vasthouden. Veel medewerkers zijn al vanaf het begin bij ons. We hebben dit samen opgebouwd en zijn daardoor een hecht clubje geworden.’
‘Onze hulp draait om duurzame, toekomstbestendige zorg’
Zorgverzekeraar
Zilveren Kruis hielp sinds 2020 al dertien nulpraktijken in de benen, vertelt zorginkoper Regio Noord Gert Jan Beekhuis. Soms kwam het initiatief van één of twee huisartsen, soms vanuit de verzekeraar zelf. Zilveren Kruis hielp onder meer bij de opstart van praktijk Hanzehart in Zwolle. ‘De taskforce waarmee we Hanzehart hebben opgericht bestaat nog steeds. In de regio IJssel-Vecht Flevoland zit ik in drie vergelijkbare taskforces. Toegankelijke huisartsenzorg is een zaak van lange adem. We houden een vinger aan de pols.’
De steun van Zilveren Kruis is divers. Belangrijk is de verbindende rol, zegt Beekhuis. ‘We voeren gesprekken met potentiele praktijkhouders, regionale huisartsenorganisaties en vaak ook gemeenten. We kijken welke zorg nodig is en wat daarbij past. Bijvoorbeeld tijdelijke uitbreiding van uren voor ondersteunend personeel om de huisarts te ontlasten.’
Een andere vorm van hulp is financieel, bijvoorbeeld voor aanloopkosten. De hulp volgt nadrukkelijk uit de intensieve gesprekken, zegt Beekhuis. ‘Onze werkwijze is niet: we leggen even wat geld bij en dan kun jij aan de slag. We werken aan brede samenwerking en bespreken met elkaar wat nodig is. Ons doel is een duurzame praktijk met toekomstbestendige zorg, niet een eenmalige kapitaalinjectie. Daarbij wijzen wij gemeenten en soms woningcorporaties ook op hun rol, bijvoorbeeld in het mogelijk maken van betaalbare huisvesting. En regio-organisaties kunnen meedenken over bijvoorbeeld het oprichten van nieuwe hagro’s.’
Van huisartsen vraagt Zilveren Kruis ‘eigenaarschap en ondernemerschap’ en de wil om langdurig zorg te bieden op de gekozen plek. ‘Onze ervaring is dat startende praktijkhouders die intentie zeker hebben.’
Narmi Sollie
NULPRAKTIJK:
Amber Geerts en Anne Peeters openden kort voor de zomer van 2025 hun nulpraktijk in Oosterhout: praktijk Middelwijk. Van haar kant was dat een langgekoesterde wens, vertelt Geerts. ‘Ik ben best wel eigenwijs, heb altijd wel ideeën over hoe iets moet. Het leek me makkelijker om het dan meteen op mijn manier te doen, dan om de koers van een bestaande praktijk langzaam te wijzigen.’
Ze wist ook dat ze het niet alleen wilde doen. ‘Na mijn eerste twee zwangerschappen kreeg ik diabetes type 1. Met – inmiddels – drie jonge kinderen en een chronische ziekte wilde ik niet in mijn eentje een praktijk dragen. Ik kwam Anne vorig jaar na lange tijd weer tegen en wist dat ze praktijkhouder wilde worden. Op kerstavond 2024 heb ik haar een berichtje gestuurd en een halfjaar later, in juni vorig jaar, openden we onze praktijk in Oosterhout.’
Ze betrokken er bewust een zorggroep bij, om niet meteen alle verantwoordelijkheid – ook financieel – zelf te hoeven dragen. ‘Wij hebben voorgesteld dat Zorroo, onze zorggroep, de praktijk zou openen en ons tijdelijk in loondienst zou nemen. Dat heeft ons veel rust gegeven. In die constructie zitten we nu nog. Het streven is om per 1 januari 2027 zelf eigenaar te worden. Dan zijn we anderhalf jaar onder de vleugels van Zorroo geweest.’
De praktijk is nu nog gehuisvest bij de huisartsenpost en verhuist per 1 maart naar een ander pand, bedoeld voor de langere termijn.
Geerts en Peeters hebben zelf bij de start wel wat contact gehad met de zorgverzekeraars, maar het meeste contact verliep via de zorggroep. ‘Zowel VGZ als CZ hebben een bedrag uitgekeerd aan de zorggroep voor deze praktijkstart. Uit de gesprekken die wij hadden met de zorgverzekeraars, werd ook wel duidelijk dat zij de krapte in de regio zagen en dus de noodzaak om nieuwe praktijken te
‘Prachtige
kans om je eigen perfecte werkomgeving te realiseren’
openen. Zij hebben ervoor gezorgd dat de zorggroep ons kon ondersteunen, zonder zelf al te veel risico te lopen.’
Het aantal patiënten is sinds de start sneller gegroeid dan verwacht. Geerts: ‘Er stonden duizend mensen in Oosterhout op de wachtlijst toen we onze praktijk openden. Intussen hebben wij 1500 patiënten, ook door nieuwbouw. Waarschijnlijk groeien we door tot ongeveer 2400 patiënten, misschien iets meer. We willen kleinschalig blijven, met twee dokters.’ De eerste assistente is net bij de prak-
tijk komen werken. ‘Onze patiënten maken zelf online hun afspraak en stellen ook digitaal hun vragen, waardoor de assistente amper aan de telefoon zit en we haar – in onze ogen – efficiënter kunnen inzetten. Bijvoorbeeld met een eigen spreekuur en verantwoordelijkheid voor kwaliteitsbeheer.
Door doelmatig gebruik te maken van digitale hulpmiddelen, willen we tijd creëren voor persoonlijke zorg die zelfredzaamheid stimuleert. We werken inmiddels ook met twee praktijk-
‘Soms geven we financiële steun, soms financieren we een adviseur’
Alselke verzekerde toegang moet krijgen tot huisartsenzorg, dan móeten er wel nulpraktijken starten. De afspraak in het AZWA is daarom voor CZ vanzelfsprekend, zegt Gaby Prins, teammanager Huisartsenzorg en V&V. CZ ondersteunt ‘nulstarters’ al een aantal jaren. ‘Rond de 1500 of 2000 patiënten bereiken praktijken vaak het punt dat ze uit hun kosten komen. Tot dat moment is aanvullende financiering nodig.’ Het kan per praktijk verschillen wanneer dat punt wordt bereikt. ‘Heb je bijvoorbeeld een nulpraktijk in een nieuwbouwwijk, dan moet je de opleverfases van nieuwe woningen afwachten.’
CZ helpt overigens niet alleen met een geldbedrag, maar soms ook ‘in natura’, bijvoorbeeld door een adviseur te financieren die bijvoorbeeld ict- of huisvestingsadvies geeft aan de starter(s). In het geval van financiële hulp kan die rechtstreeks naar de huisarts, maar ook via de regionale huisartsenorganisatie (RHO). ‘Dat hangt van de situatie af. De ondersteuning van een nulpraktijk is altijd maatwerk. In ieder geval vinden we het belangrijk dat de RHO betrokken is, vanwege de expertise die ze al hebben en die ze door hun betrokkenheid ook weer kunnen vergroten. Naast de betrokkenheid van de RHO vragen we de huisarts om een ondernemersplan voordat we steun op maat leveren.’
Hulp bij jouw praktijkstart
Bij de start van een nulpraktijk komt heel wat kijken. Als startende huisarts moet je veel investeren, terwijl er in de beginfase weinig inkomsten zijn. Toch is het heel belangrijk dat die nulpraktijken er komen, in gebieden waar niet iedereen een huisarts kan vinden. De LHV heeft zich er de afgelopen jaren voor ingezet dat ook verzekeraars hieraan bijdragen, met het oog op hun zorgplicht. In het AZWA zijn daarover vorig jaar afspraken gemaakt.
De meeste verzekeraars hebben inmiddels in hun contracten voor 2026 staan dat huisartsen maatwerkafspraken kunnen maken over praktijkstart en continuïteit. De precieze vorm in die ondersteuning verschilt per verzekeraar. Ook stelt de ene verzekeraar zich actiever op dan de andere. De LHV verwacht de komende jaren de resultaten te zien van de expliciete afspraken over de steun van verzekeraars. Overweeg jij een nulpraktijk te starten? Het LHV-handboek Praktijkstart heeft een apart hoofdstuk over de nulpraktijk. Meer informatie vind je ook op https://www. lhv.nl/thema/hoe-wil-jewerken/praktijkhouderschap/ ondersteuners. Het mooie is dat ze allemaal, buiten vacatures om, bij ons zijn binnengestapt met de vraag: kan ik bij jullie werken? Het lijkt erop dat onze werkwijze aanspreekt.’
‘Tegen huisartsen die een nulpraktijk overwegen, zou ik zeggen: zoek samenwerking met je regio-organisatie, investeer in de samenwerking als je het met een andere huisarts doet en realiseer dan gewoon je eigen perfecte werkomgeving.’ ¶
CZ neemt ook weleens zelf het initiatief om met een RHO in gesprek te gaan. ‘Als we zien dat in een regio veel patiënten zonder huisarts zijn, wisselen we daarover van gedachten. Wij openen geen praktijk, maar bespreken met de RHO wel wat de mogelijkheden zijn in zo’n regio. Dat kan een nulpraktijk zijn.’
Anne Peeters en Amber Geerts
Huisartsendagen 2026
De kracht van verschillen
Na een eerste succesvolle editie bundelen LHV, NHG en Lovah opnieuw hun krachten voor de Huisartsendagen 2026. Zet donderdag 18 juni (aios) en vrijdag 19 juni alvast in je agenda. Deze dagen draait het om persoonsgerichte zorg: hoe kun je de kracht van verschillen inzetten?
Als huisartsen zien we patiënten in alle soorten en maten: kwetsbare patiënten, uitgesproken patiënten, zorgmijders en zorgzoekers, van uiteenlopende sociale en culturele achtergronden, van jong tot oud. Geen patiënt is hetzelfde. Maar wat betekent dat voor jou en het team in de huisartsenzorg? Hoe
ben jij de beste dokter voor iedere patiënt? En wat vraagt dat van ons als huisartsen in al onze diversiteit? Hoe geef je ruimte aan diversiteit in het team? Daarover gaan de Huisartsendagen 2026. We tippen alvast aantal sessies. Wil je het volledige programma bekijken? Dat kan vanaf 2 maart op huisartsendagen.nl
VERWONDEREN ALS GENEESKUNST
Aan de ene kant worden onze patiënten in het dagelijks leven met een enorme hoeveelheid mis- en desinformatie geconfronteerd. Aan de andere kant hebben veel patiënten nog steeds een groot vertrouwen in hun huisarts. Wanneer patiënten door de bomen het bos niet meer zien, kloppen zij bij ons aan met zorgen over hun eigen gezondheid of die van hun kinderen. Juist dan vraagt goede zorg meer dan kennis en richtlijnen alleen. Het vraagt om verwondering: het vermogen om stil te staan bij wie deze patiënt is, waar diens zorgen vandaan komen, en wat er in deze context nodig is. Huisarts Shakib Sana neemt je mee in de verwondering die ons helpt om verschillen te zien — in achtergrond, overtuigingen, gezondheidsvaardigheden en verwachtingen — niet als obstakel, maar als uitgangspunt voor passende zorg. In de spreekkamer, en soms daarbuiten, door patronen te herkennen en te doorbreken die anders gezonde levensjaren zouden kosten.
KOOP JE KAART OP 9 MAART
Als LHV-lid ontvang je op 9 maart een mail met een link naar de kaartverkoop. Je kunt dan ook jouw programma samenstellen. Een week ervoor kun je al een overzicht van de sessies en het skillslab bekijken op www.huisartsendagen.nl
FOTO: SEBIHA
DOKTER, CHATGPT ZEGT
DAT HET ERNSTIG IS…
Huisarts Marie-Annet Vollebregt neemt je mee in drie lagen van AI die de huisartsenzorg op dit moment transformeren. Van de patiënt als ‘selfdiagnost’, via de digitale poortwachtersrol van digitale traigetools tot AI als co-piloot. Hoe ga je in gesprek over medische ‘hallucinaties’ van AI, juridische vraagstukken rondom aansprakelijkheid en is de groeiende digitale kloof te keren? Kernvraag van deze sessie: hoe houden we de menselijke maat en vertrouwensband met de patiënt vast als een algoritme zich tussen huisarts en patiënt nestelt?
DIVERSITEIT HEB JE. INCLUSIE DOE JE!
In elk (huisartsen)team bestaan zichtbare en onzichtbare verschillen: in achtergrond, leeftijd, neurodiversiteit, belastbaarheid en manier van werken. Die diversiteit is er al, maar zonder inclusie blijft de meerwaarde ervan beperkt. In deze sessie geeft Marisca Kensenhuis je een helder beeld van wat diversiteit en inclusie in teams werkelijk betekenen. Je verkent hoe onbewuste aannames en uitsluitingsmechanismen samenwerking beïnvloeden en wat dit vraagt van gedrag, communicatie en leiderschap. Met inzichten die helpen om verschillen in teams bewuster en effectiever te benutten in de dagelijkse praktijk.
GOED SAMENWERKEN
BEGINT VÓÓR DE START
Een interactieve workshop waarin LHV-experts je meenemen in situaties die je vast herkent als je wilt gaan samenwerken met een of meerdere huisartsen. Wat zijn onderlinge verwachtingen over het verdelen van taken en rollen? Waarin verschillen jullie en hoe kun je daar gebruik van maken? Delen jullie dezelfde kijk op zorg? En wat vinden jullie écht belangrijk in jullie samenwerking? Met een goed gesprek over thema’s die ook terugkomen in het LHV-traject ‘Samenwerking op maat’ leg je een stevige basis voor duurzame samenwerking.
WE ONTMOETEN JE GRAAG OP ONZE STAND!
Onze LHV- experts delen hun kennis in verschillende sessies op de Huisartsendagen. Kom je ook even langs op onze stand? We horen graag wat jou bezighoudt!
SPRAAKMAKENDE SPREKERS OP 19 JUNI
Michelle van Tongerloo is huisarts en straatarts in Rotterdam. Ze verbindt grote maatschappelijke vraagstukken met de rauwe realiteit van haar spreekkamer en bewandelt een pad dat buiten de kaders ligt. Teun Toebes is verpleegkundige en humanitair innovator met een missie: de levenskwaliteit van mensen met dementie wereldwijd verbeteren. Hij woonde 3,5 jaar op de gesloten afdeling van een verpleeghuis om van dichtbij te ervaren waarom een andere kijk nodig is. In deze sessie deelt hij zijn visie op het vermenselijken van zorg en het centraal stellen van kwaliteit van leven.
Verkorte productinformatie Broxil 250 mg en 500 mg harde capsules, Broxil 125 mg/5 ml poeder voor orale suspensie. Samenstelling: Elke harde capsule bevat 250 of 500 mg feneticilline (in de vorm van feneticillinekalium), orale suspensie bevat 25 mg feneticilline (in de vorm van feneticillinekalium) per ml suspensie na toevoeging van water. Farmaceutische vorm: harde capsules, poeder voor orale suspensie. Indicaties: Niet ernstige tot matig ernstige infecties veroorzaakt door voor feneticilline gevoelige micro-organismen, met name streptokokkeninfecties, zoals bij: bovenste luchtweginfecties zoals faryngitis, onderste luchtweginfecties zoals pneumonie en infecties van de huid en weke delen zoals impetigo of abcessen. Dosering: Niet ernstige infecties in goed doorbloede organen: volwassenen 3 maal daags 250 mg, kinderen tot 2 jaar één kwart van de dosering voor volwassenen, kinderen van 2-10 jaar de helft van de dosis voor volwassenen. Voor matig ernstige infecties kan de dosering verhoogd worden door de hoeveelheid Broxil per keer te verdubbelen en het aantal doses per 24 uur te verhogen tot maximaal 6. De poeder voor suspensie moet worden gereconstitueerd met water volgens de instructie in de SmPC. Voor aanvullende informatie zie volledige productinformatie (SmPC). Contraindicaties: Overgevoeligheid voor een of meer penicillinesoorten, de werkzame stof, of een van de hulpstoffen (zie SmPC). Kruisovergevoeligheid met cefalosporinen in de anamnese. Broxil suspensie bevat aspartaam en is gecontra-indiceerd bij kinderen met fenylketonurie (PKU) en zwangere vrouwen met fenylketonurie, indien de dagelijkse aspartaamconsumptie meer dan 45 mg aspartaam (= 25 mg fenylalanine) bedraagt. De suspensie bevat sorbitol en is gecontra-indiceerd bij patiënten met een fructose-intolerantie. Waarschuwingen en voorzorgen: Kruisovergevoeligheid: er bestaat kruisovergevoeligheid met andere penicillines, cefalosporinen en andere beta-lactam-antibiotica; voorzichtigheid is geboden bij patiënten met een historie van allergie (in het bijzonder op geneesmiddelen). Kruis-resistentie: er bestaat kruisresistentie met andere penicillines en dit is ook mogelijk met cefalosporinen. Broxil is niet stabiel tegen stafylokokken- en gonokokken-penicillinase en niet werkzaam tegen Gram-negatieve staafjes. De nieren, de lever en de hematologische status moeten gecontroleerd worden bij langdurige behandeling met hoge dosering. Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie: Er zijn interacties bekend met probenecide, fenylbutazon, oxyfenbutazon, acetylsalicylzuur, indometacine, sulfinpyrazon, methotrexaat, bacteriostatische middelen, antistollingsmiddelen, andere antibiotica, middelen met invloed op het kaliumgehalte en oraal tyfusvaccin. Bijwerkingen: Zeer zelden (< 1/10.000): tekort aan witte bloedcellen, ernstige allergische verschijnselen met onder andere dyspnoe, zwelling van mond, keel of strottenhoofd en shock. Niet bekende frequentie: neutropenie, anafylactische reactie, anafylactische shock, overgevoeligheidsreacties (dyspnoe, zwelling van mond, keel of strottenhoofd), hyperkaliëmie, diarree, misselijkheid en braken, pseudomembraneuze colitis, pijnlijke mond of tong, zwartharige tong, rash en typische allergische verschijnselen van het type I zoals urticaria en purpura (zie SmPC). Verpakking: Capsules: verpakking van 20 (2x10) harde capsules in PVC/PCTFE/Alu-blisterverpakking. Poeder voor suspensie: bruine glazen fles met 30 gram poeder. Maatbeker 5 t/m 15 ml meegeleverd, voor lagere doseringen dient een spuitje meegeleverd te worden. Afleverstatus: U.R. Registratienummers: RVG 04959 (250 mg), RVG 09101 (500 mg), RVG 02672 (poeder voor suspensie). Registratiehouder: Ace Pharmaceuticals BV, Schepenveld 41, 3891 ZK Zeewolde. Datum goedkeuring/herziening SmPC: 20 oktober 2023. Versie: november 2023. De volledige productinformatie (SmPC) is op aanvraag beschikbaar. Referenties:
1. Melander RJ et al. Medchemcomm. 2018;9(1):12-21
2. Ramirez J et al. Front Cell Infect Microbiol. 2020 Nov 24;10:572912
3. Bassetti S et al. Eur J Intern Med. 2022 May;99:7-12
4. SmPC Broxil® oktober 2023
NL_BROXIL_202509_417
Verkorte productinformatie Abrysvo (opgesteld: maart 2024). De volledige productinformatie (SPC) is op aanvraag verkrijgbaar. Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Samenstelling: Abrysvo poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie bevat RSV-subgroep A gestabiliseerd prefusie F-antigeen en RSV-subgroep B gestabiliseerd prefusie F-antigeen. Eén dosis (0,5 ml) bevat na reconstitutie 60 microgram RSV- subgroep A gestabiliseerd prefusie F-antigeen en 60 microgram RSV-subgroep B gestabiliseerd prefusie F-antigeen (RSV antigenen). Indicaties ●Passieve bescherming tegen onderste-luchtwegaandoeningen die worden veroorzaakt door het respiratoir syncytieel virus (RSV) bij zuigelingen vanaf de geboorte tot en met 6 maanden oud na immunisatie van de moeder tijdens de zwangerschap. ● Actieve immunisatie van personen van 60 jaar en ouder voor de preventie van onderste luchtwegaandoeningen die worden veroorzaakt door RSV. Het gebruik van dit vaccin dient in overeenstemming met de officiële aanbevelingen te zijn. Farmacotherapeutische categorie: Vaccins, andere virale vaccins; ATC-code: J07BX05. Dosering: Zwangere personen: Een enkelvoudige dosis van 0,5 ml dient te worden toegediend tussen week 24 en 36 van de zwangerschap. Personen van 60 jaar en ouder: Een enkelvoudige dosis van 0,5 ml dient te worden toegediend. Pediatrische patiënten: De veiligheid en werkzaamheid van Abrysvo bij kinderen (vanaf de geboorte tot jonger dan 18 jaar) zijn nog niet vastgesteld. Beperkte gegevens zijn beschikbaar bij zwangere adolescenten en hun zuigelingen. Contra-indicaties: Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen of voor een van de hulpstoffen. Waarschuwingen en voorzorgen: Terugvinden herkomst: Om het terugvinden van de herkomst van biologicals te verbeteren, moeten de naam en het batchnummer van het toegediende product goed geregistreerd worden. Overgevoeligheid en anafylaxie: Passende medische behandeling en toezicht dienen altijd voorhanden te zijn in het geval van een anafylactisch voorval na de toediening van het vaccin. Angstgerelateerde reacties: Angstgerelateerde reacties, waaronder vasovagale syncope, hyperventilatie of stressgerelateerde reacties kunnen optreden na vaccinatie als psychogene reactie op de injectie met een naald. Het is belangrijk dat er maatregelen zijn ingesteld om letsel door flauwvallen te voorkomen. Gelijktijdige ziekte: Bij personen die een acute ziekte met koorts hebben, dient de vaccinatie te worden uitgesteld. De aanwezigheid van een lichte infectie, zoals een verkoudheid, dient echter niet te leiden tot uitstel van vaccinatie. Trombocytopenie en stollingsstoornissen: Voorzichtigheid is geboden bij toediening van Abrysvo aan personen met thrombocytopenie of een stollingsstoornis, omdat na intramusculaire toediening bij deze personen een bloeding of blauwe plekken kunnen optreden. Immuungecompromitteerde personen: Bij immuungecompromitteerde personen kan de werkzaamheid van Abrysvo lager zijn. Personen die korter dan 24 weken zwanger zijn: Omdat de bescherming van de zuigeling tegen RSV afhankelijk is van de overdracht van maternale antilichamen door de placenta, dient Abrysvo te worden toegediend tussen week 24 en 36 van de zwangerschap. Beperkingen van de effectiviteit van het vaccin: Zoals met elk vaccin is het mogelijk dat na de vaccinatie geen beschermende immuunreactie wordt opgewekt. Hulpstof: Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosis, dat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is. Interacties: Abrysvo kan gelijktijdig worden toegediend met het seizoensgebonden quadrivalente influenzavaccin. Een minimum interval van twee weken wordt aanbevolen tussen de toediening van Abrysvo en de toediening van een vaccin tegen tetanus, difterie en acellulaire pertussis (Tdap). Bijwerkingen: Zwangere personen ≤ 49 jaar: Zeer vaak (≥1/10): hoofdpijn, myalgie, vaccinatieplaatspijn. Vaak (≥1/100, <1/10): roodheid op de vaccinatieplaats, zwelling op de vaccinatieplaats. Personen ≥ 60 jaar: Zeer vaak (≥1/10): vaccinatieplaatspijn. Vaak (21/100, <1/10): roodheid op de vaccinatieplaat, zwelling op de vaccinatieplaats. Zelden (21/10.000, <1/1.000): Guillain-Barrésyndroom. Zeer zelden (<1/10.000): overgevoeligheid. Afleverstatus: UR. Verpakking: Abryvo is verkrijgbaar als verpakking met 1 injectieflacon met poeder (antigenen), 1 voorgevulde spuit met oplosmiddel, 1 injectieflaconadapter met 1 naald. Registratienummer: EU/1/23/1752/001. Vergoeding en prijzen: zie de G-standaard. Voor medische informatie over dit product belt u met 0800-
MEDINFO (6334636) Registratiehouder: Pfizer Europe MA EEIG, Boulevard de la Plaine 17, 1050 Brussel, België. Neem voor correspondentie en inlichtingen contact op met Pfizer bv, Postbus 37, 2900 AA Capelle a/d IJssel.
PP-A1G-NLD-0067
Lees meer over Abrysvo op Pfizerpro.nl
ZORG VOOR PATIËNTEN MET EEN WLZ-INDICATIE?
Huisarts en AI: sluit je aan bij het netwerk
Het LHV-netwerk AI brengt huisartsen samen die nieuwsgierig zijn naar de mogelijkheden van AI, oog hebben voor de risico’s en samen een visie willen vormen hoe wij willen dat deze technologie ons gaat helpen.
GENERALISTISCHE ZORG
Wil je als huisarts zorg leveren in een kleinschalige woonzorginstelling? Maak dan goede afspraken over de verantwoordelijkheden en leg deze vast in de Modelovereenkomst Medisch Generalistische Zorg
De nieuwe modelovereenkomsten zijn een gezamenlijk document van ActiZ, de LHV en de VGN en niet meer eenzijdig opgesteld door de LHV. De partijen hebben twee modelovereenkomsten opgesteld die zorgaanbieders en huisartsen ondersteunen bij het maken van duidelijke en werkbare samenwerkingsafspraken. Het gaat om ondersteuning in verschillende praktijksituaties:
▪ Een samenwerkingsovereenkomst voor patiënten met een Wlz-indicatie zonder behandeling. Deze patiënten worden ingeschreven in de praktijk; de huisartsen/ huisartsenspoedposten zijn verantwoordelijk voor de huisartsenzorg.
▪ Een onderaannemingsovereenkomst voor patiënten met een Wlz-indicatie met behandeling. Deze patiënten
worden niet ingeschreven in de praktijk; de gehandicapten of ouderenzorgorganisatie zijn verantwoordelijk voor het organiseren van alle medische zorg. Huisartsen worden met deze overeenkomst als onderaannemer ingeschakeld voor de huisartsenzorg overdag.
De huisartsenspoedpost hoeft niet expliciet akkoord te gaan met de samenwerkingsovereenkomst. ANW-zorg voor de huisartsenzorg volgt namelijk uit de inschrijving op naam. De huisartsenspoedpost moet wel op de hoogte zijn van de gemaakte afspraken (en tekent daarom voor ‘gezien’).
Voor patiënten met Wlz-behandeling is de zorginstelling verantwoordelijk voor het organiseren van ANW-zorg, bijvoorbeeld door het inhuren van artsen. InEen heeft hierin meegelezen.
Je kunt de model overeenkomsten en de toelichting downloaden op www.lhv.nl.
PODCAST: KOMT EEN
WLZ PATIËNT BIJ DE DOKTER
In een nieuwe aflevering van de LHV-podcast Zo wil ik dokteren gaan Jenny Heering, huisarts en LHV-beleidsadviseur en Nettie Lensink, specialist ouderengeneeskunde met elkaar in gesprek over de zorg voor Wlz-patiënten. Wie is waarvoor verantwoordelijk en hoe spreek je dat duidelijk met elkaar af? Waar start en stopt de huisartsenzorg? Je vindt onze podcast op jouw favoriete podcastkanaal.
Op 3 februari kwam het netwerk bij elkaar, op deze bijeenkomst stond de implementatie van AI in de huisartsenpraktijk centraal. Deelnemers werden bijgepraat over de laatste ontwikkelingen en kregen praktische handvatten om AI-toepassingen beter te beoordelen en te benutten. Zo presenteerde Geert-Jan Geersing nzichten uit het onderzoeksconsortium Trinitas Dx over innovatie in medische diagnostiek. Reinier van Linschoten ging in op onderzoek naar AI-toepassingen die meeluisteren tijdens het consult en wat dat in de praktijk oplevert. En gaf Hidde van den Bergh van Gen AI Strategy een praktische introductie in Process Mapping: een methode om praktijkprocessen inzichtelijk te maken en kansen voor AI-ondersteuning concreet te identificeren.
Op de LHV-webpagina AI in de huisartsenpraktijk vind je een overzicht van kansrijke toepassingen en uitleg over risico’s en wettelijke kaders. Ook delen we daar een praktische checklist voor verantwoord gebruik. Tot slot vind je er het aanbod van de LHV en CMIO’s, zoals het AI-netwerk, scholing en praktijkverhalen.
De netwerkbijeenkomsten vinden een aantal keer per jaar plaats. Je kunt per keer kiezen of je meedoet. De eerstvolgende bijeenkomst is op 12 mei 2026, van 17.00 uur tot 21.30 uur in Utrecht. Leden kunnen deelnemen tegen een aantrekkelijke korting. Voor deelname ontvang je 3 accreditatiepunten. Aanmelden kan op www.lhv.nl/academie
Rutger Verhoeff, huisarts in Utrecht
Staartje wisselcolumn
Soms vraag ik me af hoe wij als huisartsen bij de specialisten te boek staan. Mijn gevoel zegt: niet altijd even goed. Kortgeleden werd dat gevoel versterkt.
In de nachtdienst werden we geroepen bij een dame van in de zestig. Ze was bekend met chronische rugklachten en had twee dagen eerder een prik via de pijnpoli gekregen. Plots was de rugpijn in alle hevigheid toegenomen en straalde uit naar beide benen. Ze kon niet op of om. Haar dochter deed de deur open; zelf lag ze kermend van de pijn op een tweezits in een kleine woonkamer.
Fatsoenlijk onderzoeken lukte me niet. Bij alles wat ik aanraakte, schreeuwde ze het uit van de pijn. Haar laten zitten was onmogelijk, laat staan haar op de benen laten staan. Zo stond ik daar, machteloos, met een reflexhamer in de achterzak van mijn broek. Dan maar de vitale functies meten, die overigens goed waren – op een sterk verhoogde hoge bloeddruk na. Maar ja, logisch in deze situatie. Met bijna lege handen belde ik de dienstdoende neuroloog van het ziekenhuis. Het duurde even voordat ze opnam. Haar stem klonk slaperig en geïrriteerd. Mijn verzoek om de patiënte in te sturen werd gezien als ‘over de schutting gooien’. Volgens haar had ik niet mijn best gedaan en maakte ik het mezelf te gemakkelijk. Ondertussen ving de dochter van de patiënte delen van het gesprek op. Omdat ook mijn irritatie toenam, wees ik haar op collegialiteit en sloot af met: ‘U
ziet de patiënt wel verschijnen.’ Haar laatste, dreigende woorden: ‘Dit krijgt nog een staartje voor u.’ Daarna regelde ik een ambulance. Op dat moment waren de patiënte en haar dochter erg dankbaar. Toch verliet ik hen met een vervelend gevoel. Ik vroeg me af of specialisten weten in welke situaties wij als huisarts soms belanden. Dat we het regelmatig moeten doen met alleen onze handen en zintuigen om een beslissing te maken.
‘ Zo stond ik daar, machteloos, met een reflexhamer in de achterzak van mijn broek’
Ik besloot later die week contact op te nemen met desbetreffende neuroloog. Maar nog vóórdat ik dat deed, werd er een doos pralines en een bos bloemen bezorgd bij de praktijk. Kort de afloop: de patiënte was uiteindelijk met spoed naar een ander ziekenhuis vervoerd wegens een bloeding in de rug met dreigende dwarslaesie. Wat als ik had geluisterd naar de neuroloog en haar thuis had gelaten?
Na meerdere pogingen ben ik gestopt met proberen de neuroloog te bereiken.
Misschien dacht ze dat ik mijn gelijk kwam halen, maar dat was niet mijn doel. Ik wilde de samenwerking verbeteren. Want als wij als artsen elkaar gaan tegenwerken, dan weet ik het ook niet meer. ¶
Mannen Sterilisatiepraktijk
Mannen Sterilisatiepraktijk
de vasman
de vasman
STERILISATIE VAN DE MAN IN UW EIGEN HUISARTSENPRAKTIJK
STERILISATIE VAN DE MAN IN UW EIGEN HUISARTSENPRAKTIJK
De gezondheidszorg in Nederland staat ernstig onder druk. Ziekenhuizen hanteren lange wachttijden of stoppen met bepaalde behandelingen. Dit geldt ook voor de sterilisatie van de man. Oplossingen vanuit de 2e lijn worden niet of mondjesmaat geboden. Vasectomie kan echter heel goed naar de eerste lijn worden gesubstitueerd: mannen kunnen gewezen worden op onze praktijk in Udenhout (gem. Tilburg). Maar, de ingreep kan nu ook in uw eigen praktijk worden uitgevoerd. A la de schooltandarts van vroeger kom ik dan naar u toe.
De gezondheidszorg in Nederland staat ernstig onder druk. Ziekenhuizen hanteren lange wachttijden of stoppen met bepaalde behandelingen. Dit geldt ook voor de sterilisatie van de man. Oplossingen vanuit de 2e lijn worden niet of mondjesmaat geboden. Vasectomie kan echter heel goed naar de eerste lijn worden gesubstitueerd: mannen kunnen gewezen worden op onze praktijk in Udenhout (gem. Tilburg). Maar, de ingreep kan nu ook in uw eigen praktijk worden uitgevoerd. A la de schooltandarts van vroeger kom ik dan naar u toe.
Waarom behandeling door de vasman?
JURRIËN WIND, STERILISATIE-ARTS
JURRIËN WIND, STERILISATIE-ARTS
Als huisarts met ‘voorliefde’ voor het vak urologie voer ik enkel nog vasectomieën uit, zo’n 20 tot 25 per week. Onze jarenlange ervaring, korte lijnen, kleinschaligheid en het werken zonder wachttijden worden enorm gewaardeerd. Soms erkent een man na afloop ‘dat hij het bij ons gezellig heeft gevonden…’ Een groter compliment dan dat bestaat er niet in ons mooie werk!
Als huisarts met ‘voorliefde’ voor het vak urologie voer ik enkel nog vasectomieën uit, zo’n 20 tot 25 per week. Onze jarenlange ervaring, korte lijnen, kleinschaligheid en het werken zonder wachttijden worden enorm gewaardeerd. Soms erkent een man na afloop ‘dat hij het bij ons gezellig heeft gevonden…’ Een groter compliment dan dat bestaat er niet in ons mooie werk!
Onze service breiden we nu uit met behandeling op locatie. Zodat het mannen ‘verderop in ons land’ ook mogelijk wordt gemaakt hun sterilisatie op een veilige en kwalitatief verantwoorde wijze te ondergaan. En dat, desgewenst op korte termijn. Maak kennis met deze chirurgische ingreep en assisteer zelf hierbij. Wellicht raakt u dusdanig enthousiast dat u zelf wilt leren steriliseren? Opleiding vasectomie wordt ook door mij verzorgd.
Waarom behandeling door de vasman?
• Veel ervaring, dé specialist in vasectomie (> 30 jaar, meer dan 7.000 sterilisaties)
• Veel ervaring, dé specialist in vasectomie (> 30 jaar, meer dan 7.000 sterilisaties)
• Geen wachtlijstproblematiek
• Geen wachtlijstproblematiek
• Gespecialiseerd in angstbegeleiding
• Gespecialiseerd in angstbegeleiding
• Transparantie (in behandelaar en kosten)
• Transparantie (in behandelaar en kosten)
Onze service breiden we nu uit met behandeling op locatie. Zodat het mannen ‘verderop in ons land’ ook mogelijk wordt gemaakt hun sterilisatie op een veilige en kwalitatief verantwoorde wijze te ondergaan. En dat, desgewenst op korte termijn. Maak kennis met deze chirurgische ingreep en assisteer zelf hierbij. Wellicht raakt u dusdanig enthousiast dat u zelf wilt leren steriliseren? Opleiding vasectomie wordt ook door mij verzorgd.
• ‘One stop shop’: sterilisatie direct tijdens 1e contact
• ‘One stop shop’: sterilisatie direct tijdens 1e contact
• Ruime agenda; veel flexibiliteit
• Ruime agenda; veel flexibiliteit
• Enthousiast team, ontspannen sfeer
• Enthousiast team, ontspannen sfeer
• Postoperatieve nazorg geregeld
• Postoperatieve nazorg geregeld
Het RS-virus raakt niet alleen kinderen
Abrysvo:
• Het eerste vaccin geregistreerd voor personen van 18+ én voor zwangere vrouwen (voor passieve bescherming van zuigelingen).
• Een bivalent vaccin tegen beide RSV-types (RSV-A en RSV-B) 1,2
• Helpt beschermen van personen van 60+ voor tenminste 2 seizoenen tegen ernstige RSV-ziekte.
Bij personen van 18 jaar en ouder waren de meest gemelde bijwerkingen vermoeidheid (23%), hoofdpijn (20%), pijn op de injectieplaats (19%) en spierpijn (16%)1
1. SmPC Abrysvo: https://www.ema.europa.eu/nl/ documents/product-information/abrysvo-eparproduct-information_nl.pdf. 2. Walsh, EE. et al. 2025. E icacy, Immunogenicity, and Safety of the Bivalent RSV Prefusion F (rsvpref) Vaccine in Older Adults Over 2 RSV Seasons. Clinical Infectious Diseases. DOI: 10.1093/cid/ciaf061.Zie verderop in dit magazine voor de verkorte productinformatie. Scan de QR-code voor meer informatie. Een initiatief van