Skip to main content

LHV-ledenblad De Dokter juli 2026

Page 1


deDokter

LEDENBLAD VAN DE LANDELIJKE HUISARTSEN VERENIGING

‘Onbegrijpelijk besluit NZa’

LHV stapt opnieuw naar de rechter

Inperken

verwijsrecht tast kern van ons vak aan

De RHO is ook van jou! Zo krijg je zelf invloed op regionale besluiten

Noodsituaties

‘Alles wat je vooraf kunt regelen, is winst’

Hoe verwerk jij post?

‘Niet meer dan twintig episodes per patiënt’

Als je POH-GGZ wegvalt, wat dan?

Stel: je POH-GGZ meldt zich op maandagochtend ziek, heeft een andere baan gevonden of gaat over een aantal maanden met pensioen of zwangerschapsverlof. Of de vraag naar mentale ondersteuning in jouw praktijk groeit sneller dan de huidige bezetting aankan. Het zijn situaties waar elke huisartsenpraktijk mee te maken kan krijgen.

Toch zien we dat het onderwerp ‘vervanging’ vaak te laat prioriteit krijgt in de agenda.

Wanneer een POH-GGZ wegvalt, gaat er meer verloren dan alleen een collega. Je verliest ook de zorg die dagelijks werd geleverd. Dat betekent: patiënten die midden in een traject zitten en opeens nergens terechtkunnen, een wachtlijst die stilaan groeit en een huisarts die vragen opvangt die eigenlijk bij de POH-GGZ terecht zouden komen – bovenop alles wat er al speelt in de praktijk.

Waarom uitval van een POH-GGZ vaak wordt onderschat

De rol van de POH-GGZ is in de afgelopen jaren sterk gegroeid. Steeds meer patiënten met psychische klachten vinden hun weg naar de huisartsenpraktijk. De POH-GGZ is daarbij de spil en begeleidt de patiënten die door de huisarts worden doorverwezen – laagdrempelig, dichtbij en vertrouwd. Juist die nabijheid maakt het waardevol, maar tegelijkertijd kwetsbaar. Niet in de kwaliteit van de zorg, maar in de vanzelfsprekendheid ervan. Zolang de praktijk draait en patiënten worden geholpen, is er weinig reden om na te denken over wat er gebeurt als de POHGGZ vertrekt, uitvalt of met pensioen gaat.

Wat kun je nu al doen met het oog op de toekomst?

Continuïteit van zorg begint niet op het moment dat er iets misgaat. Het begint bij een eerlijke blik op de eigen praktijk. Is er achtervang geregeld als de POH-GGZ er tijdelijk niet is? Wat gebeurt er met patiënten die midden in een traject zitten als de POH-GGZ wegvalt? En sluit de huidige bezetting nog aan op de groeiende vraag naar mentale ondersteuning?

Wie dit soort vragen nu stelt, staat straks veel sterker. Niet omdat uitval of een groeiende zorgvraag altijd te voorkomen is, maar omdat een praktijk die er op tijd over nadenkt veel beter in staat is om de POH-GGZ-zorg te blijven bieden die patiënten nodig hebben.

Praktijksteun denkt graag met je mee

Praktijksteun organiseert sinds 2009 GGZ-zorg in en rondom de huisartsenpraktijk, inmiddels voor meer dan 500 huisartsen door heel Nederland. We denken dagelijks mee met huisartsen die werken aan de continuïteit van hun GGZ-zorg — of dat nu gaat om uitval, een groeiende zorgvraag of de toekomst van hun praktijk.

Wil je weten hoe we jouw praktijk kunnen ondersteunen bij het borgen van de (POH-)GGZ-zorg?

Kijk op onze website of neem vrijblijvend contact met ons op.

Voor de zorg, achter de professional

Marjolein Tasche

voorzitterscolumn

Kracht van het collectief

Was je er ook bij, op de Huisartsendagen? Ook deze tweede editie bruiste weer van de energie. Op de LHV-stand sprak ik aankomend huisartsen, waarnemers, praktijkhouders en huisartsen in dienstverband. En in al die gesprekken kwam terug: we werken dan wel apart, maar als we de krachten bundelen dan bereiken we veel meer.

De kracht van het collectief is ook een rode draad in dit nummer. Zo vertelt LHV-bestuurslid Mariëtte Willems hoe we ons in drie verschillende coalities verzetten tegen de voorgenomen afbouw van het verwijsrecht van artsen in het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet. In dit wetsvoorstel staat dat (huis)artsen alleen nog maar mogen verwijzen naar het lokale team van de gemeente, die vervolgens onderzoek doet naar passende jeugdhulp. Dat wringt met onze taak om te zorgen voor tijdige en adequate zorg en tast de kern van ons vak aan. Samen met de huisartsenorganisaties, in artsenverband met de KNMG en vanuit de Samenwerkende Beroepsverenigingen Jeugd hebben we een reactie gestuurd op het conceptwetsvoorstel. Ook bij calamiteiten is goede samenwerking cruciaal. LHV-ambassadeur Brenda Kieboom oefende in Maas-

sluis met gemeente, veiligheidsregio, brandweer, ambulance, ziekenhuizen en VVT-instellingen wat er gebeurt als de stroom 72 uur lang uitvalt. Ze vertelt hoe de oefening draaide om het doordenken van de situatie om zo boven water te krijgen welke afspraken relevant zijn om vooraf te maken. Een belangrijke vraag: hoe kunnen we elkaar blijven bereiken als mobiele communicatie uitvalt? De LHV maakte met andere huisartsenorganisaties een handreiking waarmee je dit binnen je praktijk kunt oefenen in een rollenspel.

Op de Huisartsendagen sprak ik huisarts Assil Garcia. Een maand nadat zij begin dit jaar haar opleiding afrondde, werd ze bestuurslid bij de coöperatie van Huisartsen Zorggroep Breda. Ze wil zich hard maken voor de duurzame inzet van (jonge) huisartsen en bijdragen aan de ontwikkeling van de huisartsenzorg in haar regio. Als LHV moedigen we die betrokkenheid bij regionale huisartsenorganisaties van harte aan. Wil je weten hoe je kunt meedoen? Verderop in het blad geven we je tips en vertellen twee huisartsen over hun eigen rol bij de regionale huisartsenorganisatie. Als dit nummer op de mat valt, is het besluit van de NZa over de tarieven inmiddels bekend. Dat besluit gaat

‘Als we de krachten bundelen, dan bereiken we veel meer’

verder dan een tariefvraagstuk.

Uiteindelijk gaat het erom of de bekostiging aansluit bij de praktijk van vandaag én voldoende ruimte biedt voor toegankelijk huisartsenzorg in de nabije toekomst. Zodat huisartsen als Assil Garcia weten dat zij nu en straks met het bieden van basiszorg voldoende basis hebben voor hun praktijkhuisvesting, het team en de patiëntenzorg. Als het besluit hier geen gehoor aan geeft, dan leggen we ons daar zeker niet bij neer. ¶

Marjolein Tasche Voorzitter LHV

De Dokter is het ledenblad van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en verschijnt 6 keer per jaar. De LHV is de beroepsorganisatie voor alle huisartsen in Nederland.

Oplage 12.500 exemplaren

Zeventiende jaargang, nr 3 juli 2026

Bladmanagement & eindredactie Nathalie Pol

Redactieraad

Heleen van Bloemendaal, Wendy van den Brink, Christiaan Grigoleit, Yvette Haasbroek, Jelly Hogendorp, Iris Jansen, Annemarie Kerstens, Petra Meerkerk, Margriet Niehof, Lennart Rijkers, Cora ten Tusscher

Tekst & Beeld

Rob ter Bekke, Berber Bijma, Erik van der Burgt, Aad Goudappel, Harmen de Jong, Medea Huisman, Corien Lambregtse, Mirjam van der Linden, Ruud Rodermond,

Roy Soetekou, Hans Tak, Bianca Verhoef,

Art direction en vormgeving Curve Mags and More, Haarlem www.curve.nl

Advertentieverkoop SGNM, Oscar van den Bosch Telefoon 06 11 59 15 22 Mail: oscar@sgnm.nl

Drukwerk Moderna Printing

Lidmaatschap LHV Als LHV-lid ontvang je automatisch De Dokter. Het LHVlidmaatschap kun je schriftelijk of per e-mail beëindigen, uiterlijk één maand voor het einde van het kalenderjaar. Op www.lhv.nl vind je hierover meer informatie.

Adreswijziging Graag doorgeven via ledenadministratie@lhv.nl

Op pagina 13 lees je over het besluit en de acties van de LHV. Die pagina is vlak voor het ter perse gaan toegevoegd.

Contact redactie Postbus 20056, 3502 LB Utrecht Mail: dedokter@lhv.nl www.lhv.nl/dedokter

Overname van teksten is toegestaan onder bronvermelding en met toestemming van de redactie.

juli/aug 2026

LHV naar de rechter ‘Onbegrijpelijk dat de NZa vasthoudt aan hun eerdere lijn.’ Voor de LHV zijn de benodigde acties helder: een nieuw stap naar de rechter en volle bak inzetten op vernieuwing van de systematiek.

14

De RHO is ook van jou

De LHV geeft in een nieuwe handreiking geeft tips voor actieve betrokkenheid bij jouw regionale huisartsenorganisatie.

‘Uiteindelijk hebben beslissingen van de RHO invloed op hoe jij je werk doet.’

deDokter

Inperken verwijsrecht tast kern van ons vak aan

De LHV verzet zich in drie coalities tegen het wetsvoorstel dat het verwijsrecht voor jeugdhulp wil inperken.

06

BINNENKIJKEN

Zeker eens per week schuift een wachtende patiënt even achter de piano in de wachtkamer van Praktijk Wapenveld

18 DE TAS

Huisarts Els Struijk kocht een donkerrode tas op Marktplaats, ook in haar praktijk wil ze duurzaam werken

32

PRAKTIJKSTART

'We hebben een soort ‘klein-in-groot’constructie'

34 NIEUWS

38 WISSELCOLUMN

Huisarts Rutger Verhoeff zoekt een nieuwe vertaalapp

quickscan van...

Anke Daling, huisarts in dienstverband in Ede

De artikelen zijn een mooie verbinding tussen maatschappij en vakinhoud. In dit nummer sloeg ik gelijk aan op het interview over het inperken van het verwijsrecht voor jeugdhulp. Mijn eerste vraag: waarom komt dat nieuwe wetsvoorstel er nu ineens? Het typeert de bestuurlijke afstand en een gebrek aan waardering voor de huisarts. Ik dacht eerst

Wat mij in het artikel over weerbare zorg prikkelde, was de kwetsbaarheid van het systeem. We zijn zo afhankelijk geworden van de digitale infrastructuur. De handreiking uit het artikel is heel praktisch: een lijst van wat je nodig hebt en een rollenspel voor de praktijk. Goed om te zien dat verschillende regio’s al oefenen. Want je kunt 13 20

ook even: ‘Eindelijk ook iets bij ons eraf.’ Maar na het lezen realiseerde ik me dat het helemaal niet klopt als we kwetsbare jeugd niet meer zelf kunnen verwijzen. Je komt dan in de rare situatie dat je wel de verantwoordelijkheid hebt, maar niet meer de invloed. Ik vind het geruststellend dat de LHV zich met anderen verenigt om dit wetsvoorstel aan te vechten.

Post verwerken Hoe ga je om met het verwerken van post? Drie huisartsen delen hun tips en aanpak.

Noodsituaties

Van noodpakket tot samenwerkingsafspraken, in een nieuwe handleiding vind je adviezen en een simulatiespel voor een goede voorbereiding in je praktijk. ‘Alles wat je vooraf kunt regelen, is winst’.

Huisartsendagen

De LHV is #teamhuisarts. Onze gesprekken op de Huisartsendagen gingen dan ook veel over het bundelen van de krachten voor het huisartsenvak.

wel een kast vol noodvoorraad hebben, je moet elkaar vooral weten te vinden als er een calamiteit is.

Leuk aan De Dokter is dat je bij elkaar kunt binnenkijken: Hoe pak jij iets aan? Zoals in het verhaal over postverwerking. Voor mij zou het al helpen als de hoeveelheid knippen en plakken in het HIS wordt teruggebracht. Mogelijk kan AI daar binnenkort aan bijdragen.¶

‘Fijn als ik in een dossier goede samenvattingen met inhoudelijke kopregels vind’
‘Vorige week hadden we

André Hazes

om 9 uur

’s ochtends’

‘Ik wil niet alleen in de winkel, maar ook aan de winkel werken’
Huisarts Michiel Hamelink, artikel postverwerking (pagina 20)
Huisarts Floris van Werkum, Binnenkijken (pagina 06)
Huisarts en LHV-ambassadeur Reinier Spillenaar Bilgen (pagina 28)

binnenkijken

Praktijk Wapenveld

TEKST: BERBER BIJMA / FOTOGRAFIE: MIRJAM VAN DER LINDEN

Wachtkamer als een

Frans café, mét piano

De apotheek is er misschien wel het meest op vooruit gegaan: van ongeveer 30 naar 120 vierkante meter, met een eigen backoffice

‘Het lijkt wel een wellness centrum’ zeggen patiënten weleens; bij de receptie hangen portretjes van het hele team

Zeker eens per week schuift een wachtende patiënt even achter de piano in de wachtkamer van Praktijk Wapenveld, de huisartsenpraktijk van Floris van Werkum en Maarten Bijl. En heel soms Van Werkum zelf, ‘al is mijn repertoire beperkt door te weinig oefentijd.’ Het pianospel maakt het beeld af dat ze voor ogen hadden voor hun nieuwe praktijk: een wachtkamer met de warme sfeer van een Frans café, zoals Bijl het omschrijft.

Van Werkum: ‘Vorige week hadden we André Hazes om 9 uur ’s ochtends.’

De praktijk zit sinds januari in het nieuwe pand. De zoektocht naar een nieuwe praktijkruimte begon al zo’n acht jaar geleden. Meerdere opties vielen af en de praktijk redde zich ondertussen met onder meer een portakabin voor de administratie en een soort bijgebouwtje met twee kleine spreekkamers, op vijftig meter afstand van de praktijk. Toen de gemeente kwam met het idee voor een groot gezamenlijk pand voor meerdere hulp- en ondersteuningsvoorzieningen, bracht dat de doorbraak. Directe aanleiding was dat er een onderkomen nodig was voor een nieuw, fors bosbrandblusvoertuig – Wapenveld ligt

De kern van de praktijk is afgewerkt met geluiddempend materiaal, gemaakt van gerecyclede petflessen

aan de rand van de Veluwe. Een verlaten tennishal maakte plaats voor nieuwbouw. Van Werkum: ‘De gemeente heeft altijd constructief meegedacht, ook financieel. Wij huren met onze apotheekhoudende praktijk 600 vierkante meter, bijna het dubbele van voorheen.’ Een deel daarvan is in onderhuur aan onder meer kinder- en jeugdhulpverlening, fysiotherapeut, diëtiste en podotherapeut. Bijl: ‘Wapenveld groeit. Daarom huren wij ook op de groei, met een flexibele schil qua ruimte.’

Beide huisartsen leverden financieel iets in om een extra mooi pand te kunnen realiseren. Van Werkum: ‘We lopen hier tenslotte tien uur per dag rond.’

Bijl: ‘Wat ook meespeelt: we willen graag de medewerkers aan ons binden omdat ze nergens anders zo’n mooie werkplek vinden. Soms horen we ze trots aan patiënten van alles vertellen over het nieuwe gebouw.’ ¶

Bij Praktijk Wapenveld werken 2 huisartsen, 2 physician assistants, 3 POH’s, 2 POH’s GGZ, 7 assistenten (van wie 1 ook financiën doet), 6 apothekersassistenten, 1 praktijkmanager, 1 financieel medewerker en 3 medicijnbezorgers.

Cadeau van de medewerkers: de skyline van Wapenveld in hout, inclusief de Saab van Bijl en de elektrische fiets van Van Werkum

De wachtkamer, met piano en planten, heeft een huiselijke sfeer. Huisartsen Floris van Werkum en Maarten Bijl

De sfeer is ‘industrieel Scandinavisch’

De lampen zijn van karton, als verwijzing naar een papierfabriek die er ooit stond

Een lichtbak met zijdeplanten scheidt spreek- en onderzoeksdeel

De praktijk heeft een sedumdak en keramische gevelbekleding

Ook de stoelen in de wachtkamer zijn gemaakt van gerecyclede petflessen

Jouw praktijk in De Dokter?

Gun je collega's een kijkje in jouw praktijk en is het team enthousiast over een fotoreportage? We horen graag van je, mail dedokter@lhv.nl

‘Inperking verwijsrecht tast kern van ons vak aan’

Huisartsen kunnen kinderen en jongeren straks alleen nog maar via de gemeente doorverwijzen naar jeugdhulp (inclusief jeugd-ggz). Dat staat in het wetsvoorstel Reikwijdte

Jeugdwet. De LHV heeft een stevige lobby tegen deze passage in het wetsvoorstel ingezet, samen met veel andere zorgpartijen. ‘Dit raakt aan de kern van ons vak’, zegt LHVbestuurder en huisarts Mariëtte Willems.

TEKST: BERBER BIJMA / ILLUSTRATIE: AAD GOUDAPPEL

Kinderen en jongeren die hulp nodig hebben, moeten sneller op de juiste plek worden geholpen. Daarover zijn het Rijk, gemeenten en zorgverleners het zonder meer eens. De wachtlijsten en problemen met doorverwijzing naar de (specialistische) jeugdhulp zijn de afgelopen jaren steeds nijpender geworden.

Het kabinet kwam dit voorjaar met een wetsvoorstel waarin het verwijsrecht van artsen wordt afgebouwd. Doel is dat verwijzingen naar jeugdhulp straks allemaal via het lokale team van de gemeente lopen. Na jaren van overleg, waarin afbouw van het verwijsrecht definitief van tafel leek te zijn, kwam dat wetsvoorstel voor de LHV en andere partijen als donderslag bij heldere hemel. Hoe de afbouw van het verwijsrecht eruit moet zien, is nog niet duidelijk, vertelt Mariëtte Willems, huisarts en LHVbestuurder. ‘Gemeenten werken aan stevige lokale teams, maar zijn daar niet allemaal even ver mee. Het idee van dit wetsvoorstel is: zodra een lokaal team sterk genoeg is, kan dat team het verwijsrecht van de huisarts overnemen. De huisarts verwijst dan dus alleen nog naar het lokale team. Dat team verwijst eventueel door naar bijvoorbeeld psycholoog, psychiater of orthopedagoog.’

Is de LHV betrokken geweest bij dit wetsvoorstel?

‘Het verzet tegen deze passage uit het wetsvoorstel is breed'

‘Nee. We wisten dat er een wetsvoorstel aankwam, maar niet dat daarin het verwijsrecht van de huisarts zou worden afgebouwd. Dat is op zich al raar, maar helemaal omdat we samen met onder andere de Vereniging van Nederlandse Gemeenten werkten aan een leidraad over de samenwerking met de stevige lokale teams. Die leidraad was bijna klaar voor publicatie en heeft als uitgangspunt dat het verwijsrecht bij de huisarts blijft en dat we de onderlinge samenwerking versterken. Dat kan bijvoorbeeld met een jeugdconsulent als linking pin. Daarmee kun je ervoor zorgen dat de huisarts een minder grote rol hoeft te spelen, maar nog steeds wel een rol kán spelen als dat nodig is. Nu blijkt dat er parallel aan het traject van de leidraad een wetsvoorstel in de maak was waarin het verwijsrecht verdwijnt. Hoe dat kan, begrijpen wij niet.’

Waarom is de LHV faliekant tegen afschaffing van het verwijsrecht?

‘Afschaffing tast onze professionele autonomie aan. Daarom is dit voor ons een principieel punt. Het voorstel gaat over onze poortwachtersfunctie en daarmee over de kern van ons vak. Door een patiënt rechtstreeks te verwijzen naar jeugdhulp wanneer dat medisch noodzakelijk is,

LOES KEIJSERS, HOOGLERAAR AAN DE ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM

‘Dit wetsvoorstel is een risicovol experiment met jongeren’

Het overgrote deel van de jongeren heeft geen idee wat een wijkteam, gebiedsteam of lokaal team is. De huisarts kennen ze vaak wél en ze weten dat die aan niemand doorvertelt wat een patiënt zegt. Alleen al vanwege die vertrouwensband moet de huisarts de doorverwijzer naar de specialistische jeugdhulp blijven, vindt Loes Keijsers, hoogleraar orthopedagogiek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. ‘De voorgestelde route via wijkteams past op geen enkele manier bij hoe jonge -

ren hulp zoeken, wat ze nodig hebben en waar ze volgens het VN-kinderrechtenverdrag recht op hebben: adequate zorg bij mentale problemen.’

Dat dat recht er überhaupt is, is volgens Keijsers cruciaal. ‘We weten dat 70 tot 75 procent van de mentale problemen voor het 25ste levensjaar ontstaat. Daarbij wil je vroeg ingrijpen, om te voorkomen dat er een negatief effect optreedt voor de verdere ontwikkeling. Jongeren onder de 18 hebben precies hetzelfde recht op adequate zorg als

mensen boven de 18. Als je dat voor jongeren ingewikkelder en minder toegankelijk maakt dan voor volwassenen, is er misschien wel sprake van leeftijdsdiscriminatie. Ik ben benieuwd hoe juristen daarover denken.’

Juist jongeren ervaren toch al drempels bij het zoeken van hulp. ‘Het stigma, angst dat hun privacy geschonden wordt, maar ook de praktische drempels dat je iemand moet bellen of op een wachtlijst wordt gezet. Als je hulp moet zoeken op een onbekende plek bij een onbekende persoon, is dat een enorme drempel. We weten, uit heel recent onderzoek van dit voorjaar door mijn collega Angelique Boering, dat meer dan de helft van de jongeren tussen 12 en 25 jaar het heel moeilijk vindt om over hun problemen te praten: 57 procent. Zo’n 9 procent praat überhaupt niet over

zorgen we als huisartsen voor goede vervolgzorg. Als het verwijsrecht wegvalt, kunnen we dat niet meer garanderen, terwijl we daar als zorgverlener wel verantwoordelijk voor zijn. Die verantwoordelijkheid is ook vastgelegd in de geldende professionele standaarden en in wetgeving. Daar komt bij dat het om een schrapping in de wet gaat. Dat is dus ook niet zomaar weer terug te draaien. Natuurlijk zien wij ook dat er een probleem is met het aantal jongeren dat naar de jeugdhulp gaat. Daarin lijkt ook medicalisering een rol te spelen. Ook wij willen dat jongeren weer beter in hun vel komen te zitten en dat er minder professionele hulp nodig is. Maar afschaffing van het verwijsrecht is daarvoor niet de oplossing. De huisarts is een vertrouwd eerste aanspreekpunt en kan 24 uur per dag doorverwijzen naar psychische of psychiatrische hulp als dat echt nodig is. Als dat via het lokale team moet, kan dat zelfs gevaarlijk zijn. Als ik een patiënt heb met vermoedelijk een psychotische stoornis of suïcidaliteit, dan moet ik niet naar een lokaal team hoeven verwijzen en dan maar hopen dat het goed komt. Tegelijkertijd zijn er ook problemen waarbij de aanpak van een lokaal team juist beter past, zeker als er in een gezin meerdere problemen spelen. Daarvoor werken we aan betere samenwerking, ook via de Hervormingsagenda Jeugd.’

de dingen waarmee ze zitten. Slechts 1 op de 3 overweegt om met een docent te praten en 62 procent heeft geen idee dat er zoiets als een wijkteam bestaat.’

Die optelsom van gegevens maakt het een slecht idee om de huisarts als vertrouwde doorverwijzer uit de keten te halen, vindt Keijsers. ‘Naar de huisarts kun je desnoods met een smoesje, waarna je in de spreekkamer het echte verhaal vertelt, bijvoorbeeld een eetstoornis of mishandeling thuis.’

De vraag of mentale problemen van jongeren vandaag de dag niet te snel gemedicaliseerd worden, vindt Keijsers legitiem. ‘Het zou prachtig zijn als elke jongere iemand heeft om mee te praten in de eigen omgeving, zodat het beroep op hulpverlening veel minder zou zijn. Maar de praktijk is anders.’ Daar ligt

Er zijn ook huisartsen die blij zijn met dit wetsvoorstel. Het scheelt veel gedoe rond verwijzingen.

‘Van sommige huisartsen horen we dat verwijzen voor lichtere problematiek via het lokale team heel goed gaat. Maar we horen inderdaad ook huisartsen over jeugdhulp die in hun regio zo slecht is georganiseerd, dat ze nauwelijks kúnnen verwijzen en daarom die verantwoordelijkheid ook maar liever kwijt zijn. Dat klinkt begrijpelijk, maar nogmaals: afschaffing van het verwijsrecht is niet de oplossing. Die kinderen en gezinnen blijven namelijk nog steeds patiënt bij ons. Specialistische jeugdhulp moet beter toegankelijk zijn, er moet voldoende aanbod zijn en het moet regionaal worden ingekocht, zodat het niet in de ene gemeente wel wordt vergoed en in de andere niet. Dát is waar jeugdigen en huisartsen mee zijn geholpen – niet met het afnemen van het verwijsrecht voor patiënten die evengoed in hun praktijk blijven.

Als de lokale teams goed functioneren, verwacht ik dat wij minder psychische klachten van jeugdigen op ons spreekuur krijgen die wij willen doorverwijzen. Die verwijzingen zullen dan vaker via het lokale team gaan. We moeten ons dus zeker inzetten voor betere lokale samenwerking, maar ook het verwijsrecht behouden voor situaties waarin dat

een maatschappelijke taak voor álle volwassenen, niet alleen voor huisartsen. ‘We moeten eerst zorgen dat de sociale en pedagogische basis voor jongeren sterk is, dat er een zorgzaam, warm en ondersteunend netwerk is rondom jongeren. Pas dan kunnen we zeggen: deze vraag hoort misschien niet in de zorg.’

Om de stijgende kosten van jeugdzorg tegen te gaan, kunnen wellicht vaker trusted adults betrokken worden, zegt Keijsers. ‘En blijf ook aan jongeren zelf vragen wat hen helpt. Uit ons onderzoek blijkt dat jongeren vaker zeggen dat het helpt om iets met anderen ondernemen, zoals sporten, chillen of uitgaan, dan om te praten. Vaak zijn er al gratis bronnen van veerkracht voorhanden, of dat nou de kerk, hiphop of de natuur is.’

De grote vraag naar jeugdhulp betekent volgens Keijsers zeker niet ‘dat jongeren kapot zijn’. ‘Ze zijn een product van de maatschappij die wij met elkaar vormen, waarin perfectie belangrijk is en waarin volwassenen kennelijk niet altijd uitstralen dat jongeren bij hen terechtkunnen.’

De remedie voor dat probleem moet in ieder geval níet zijn om het jongeren moeilijker te maken om zorg te krijgen, zeker als het om ernstige en urgente problematiek gaat. Keijsers noemt dat ‘een experiment met een zeer hoog risico’. ‘Mijn maag draait zich om bij het idee dat kinderen door deze nieuwe werkwijze te laat worden geholpen en misschien zouden kunnen overlijden.’

echt nodig is. Zeker omdat lokale teams op sommige plekken lange wachtlijsten hebben.’

Wat doet de LHV om het wetsvoorstel aangepast te krijgen?

‘We hebben als LHV dit voorjaar in drie verschillende coalities een reactie gestuurd op het conceptwetvoorstel: namens de huisartsenorganisaties, in breder artsenverband samen met de KNMG, kinderartsen, jeugdartsen, kinder- en jeugdpsychiaters en medisch specialisten en tot slot vanuit de Samenwerkende Beroepsverenigingen Jeugd, de SBJ.

Het verzet tegen deze passage uit het wetsvoorstel is dus breed. Zelfs het samenwerkingsverband van wijkteams is ertegen. Zij zien dit voorstel als een mogelijke bron voor extra administratieve lasten en conflict in plaats van betere samenwerking. Het is onmogelijk voor een lokaal team om alle beoordelingen van artsen opnieuw te doen. En: wat als een huisarts vindt dat een kind psychologische hulp nodig heeft, maar eerst naar het lokale team moet verwijzen? Moet het team dan het werk van de huisarts overdoen?’

Hoe gaat het nu verder? ‘Het traject rond de leidraad hebben we voorlopig stilgezet.

Wij kunnen niet bouwen aan betere samenwerking terwijl tegelijk een essentieel onderdeel van ons werk afgeschaft dreigt te worden. Wat zou de waarde van zo’n leidraad dan nog zijn?

Het ministerie is nu bezig alle reacties op het conceptwetsvoorstel te verwerken in een aangepast voorstel. Wij hopen daar een terugkoppeling op te krijgen. Bedoeling is dat het wetsvoorstel na de zomer naar de Raad van State gaat voor advies en mogelijk nog dit najaar naar de Tweede Kamer. Wij bekijken per fase welke acties passend zijn en blijven daarin de samenwerking zoeken met onder andere NHG, KNMG, SBJ en mogelijk ook de Nederlandse ggz. Uiteindelijk draait het om betere zorg en ondersteuning voor jeugdigen en gezinnen die dit nodig hebben. De wet moet die beweging ondersteunen. Het is daarom goed te merken dat onze inspanningen om het medisch verwijsrecht te behouden, breed in het zorgveld wordt gedragen.’ ¶

Online platform www.injebol.nl biedt jongeren tussen 16 en 27 jaar één centrale vindplek voor mentale gezondheid. Zij vinden er betrouwbare info, tips & tools die hen verder kunnen helpen om goed in hun vel te zitten.

Samen werken aan gezonde zorg?

Sluit aan op MedMij!

Goede en veilige zorg begint met inzicht en overzicht. MedMij is dé Nederlandse standaard voor het veilig en betrouwbaar delen van medische gegevens tussen burgers en zorgprofessionals via een zelfgekozen gezondheidsomgeving, zoals een PGO.

Sluit aan op MedMij en geef jouw patiënten/cliënten regie over hun gezondheid. Zij verzamelen al hun medische gegevens overzichtelijk op één plek. Dit leidt tot betere gesprekken in de behandelkamer en draagt bij aan gezondere zorg voor iedereen.

Wil je meer weten of direct aansluiten?

Kijk op medmij.nl

Seminar | 21 november 2026 | Burgers' Zoo Arnhem
‘Onbegrijpelijk besluit over de tarieven’

LHV STAPT OPNIEUW NAAR RECHTER

Opnieuw houdt de NZa vast aan een rekenmethode die geen recht doet aan de dagelijkse praktijk van de huisarts, zo blijkt uit het besluit dat de zorgautoriteit op 30 juni bekendmaakte. Voor de LHV zijn de benodigde acties helder: een nieuwe stap naar de rechter en volle bak inzetten op een vernieuwing van de systematiek.

TEKST: LHV / BEELD: CURVE MAGS AND MORE

‘Jarenlang hebben huisartsen aangegeven dat de tarieven niet aansluiten bij de werkelijkheid van de praktijk. De rechter gaf ons vorig jaar in november gelijk en stelde dat de onderbouwing van de tarieven, door de NZa, tekortschoot.’ LHV-voorzitter Marjolein Tasche had verwacht van de NZa dat zij de opdracht van de rechter zou benutten om de tarieven eerlijker en kostenbestendiger te maken. ‘We hebben er alles aan gedaan om ze daartoe te bewegen.’

Toch kiest de NZa er uiteindelijk voor om de bestaande systematiek grotendeels in stand te houden en vooral uitgebreider te onderbouwen. Alleen op huisvesting zet de NZa een stap, maar met een ingewikkelde uitvoering. ‘Onbegrijpelijk dat de NZa ook na de rechterlijke uitspraak vasthoudt aan hun eerdere lijn’, vindt ook LHV-bestuurder Lammert Hoeve. ‘Het

gevolg is dat opnieuw kostbare tijd en energie moet gaan naar juridische procedures. Terwijl die juist nodig zijn om samen te werken aan een beter bekostigingssysteem.’

De LHV is diep teleurgesteld over het definitieve besluit van de NZa, waarin de belangrijkste gebreken in de tarieven niet hersteld zijn. Een nieuwe stap naar de rechter is daarom onvermijdelijk, stelt Marjolein Tasche. ‘Het is treurig dat we zo moeten vechten voor kosten die huisartsen echt moeten maken voor goede patiëntenzorg. Maar we leggen ons er niet bij neer en blijven ons actief inzetten voor toekomstbestendige huisartsenzorg. Zo sprak ik samen met een aantal LHV-ambassadeurs vandaag (red. 1 juli 2026) minister Hermans en verschillende Tweede Kamerleden in Den Haag. Dat leidde meteen tot Kamervragen op deze dag.’ ¶

‘We spraken vandaag de minister en Tweede Kamerleden’

URGENT!

Blijf bij over onze acties!

De LHV blijft zich inzetten voor tarieven die de kosten dekken. Zo lazen we de besluiten grondig na en ontdekten we verkeerde percentages in de berichten van de NZa. De toegezegde stijging van de tarieven blijkt in werkelijkheid lager. We spreken met minister, ministerie en kamerleden. We bereiden de volgende rechtszaak voor. En we zetten ons in voor zowel het herstel van de tarieven uit het verleden, als voor een bekostigingssystematiek die recht doet aan de werkelijkheid van de huisartsenpraktijk van nu en in de toekomst.

Op onze website zetten we onze bezwaren voor je op een rij. We praten je regelmatig bij over onze acties in het LHV Weeknieuws, de socials en op www.lhv.nl/urgent.

LHV-handreiking geeft tips voor actieve betrokkenheid

De RHO is ook van jou

De regionale huisartsenorganisaties (RHO’s) krijgen een steeds belangrijker rol. Vragen en problemen in het zorgveld worden steeds meer regionaal georganiseerd en opgelost. Daarom is het van cruciaal belang dat huisartsen zelf aan het roer staan en de koers van hun RHO bepalen. Een nieuwe handreiking van de LHV geeft praktische handvatten: hoe kun je actief meedoen en je zeggenschap vergroten?

TEKST: CORIEN LAMBREGTSE

De meeste huisartsen voelen zich goed betrokken bij hun RHO, zo bleek uit de vorig jaar gehouden LHV-ledenpeiling. Toch heeft een op de vijf respondenten het idee weinig invloed te hebben op de besluitvorming en het beleid van de RHO. En iets minder dan de helft geeft aan dat in hun RHO niet alle huisartsen gelijk stemrecht hebben. Dat zou beter moeten. Een regionale huisartsenorganisatie is immers de organisatie van, voor en door huisartsen in de regio. RHO’s organiseren zaken als ANWzorg en scholing van praktijkondersteuners, ondersteunen ketenzorgprogramma’s en maken regionale afspraken met ziekenhuizen en andere zorgaanbieders. Ook pakken ze onderwerpen op als digitalisering,

arbeidsmarkt, huisvesting en gegevensuitwisseling. Volgens Jacqueline Berends, huisarts en senior beleidsmedewerker bij de LHV, wordt soms onderschat hoeveel invloed regionale keuzes hebben op het werk van huisartsen. ‘Veel huisartsen denken bij organisatorische vraagstukken: fijn dat de RHO dat regelt. Maar uiteindelijk hebben die beslissingen wel invloed op hoe jij je werk doet. RHO’s kunnen bijvoorbeeld besluiten dat huisartsen in de regio voortaan één gezamenlijk HISsysteem gebruiken.’

Daarom heeft de LHV de handreiking Positionering huisartsen in de regio uitgebracht. Hierin vinden huisartsen tips en tools die helpen om actief te participeren in hun RHO en daadwerkelijk invloed uit te oefenen op regionale keuzes.

◼ ZEGGENSCHAP VRAAGT BETROKKENHEID

De groeiende rol van de RHO in het zorgveld maakt het voor huisartsen nog belangrijker om actief betrokken te zijn bij de RHO in hun regio en invloed te hebben op de keuzes die worden gemaakt, zegt Berends. ‘Door actief deel te nemen, ontstaat meer verbinding en krijg je meer gevoel bij waarom bepaalde keuzes worden gemaakt.’ Dat draagt volgens haar ook bij aan het werkplezier. ‘Een voorbeeld is de invoering van een nieuw roostersysteem. Huisartsen die meedachten over de inrichting ervan zagen uiteindelijk dat diensten beter werden verdeeld en beter aansloten bij wensen. Dan merk je dat je samen iets hebt verbeterd. Dat geeft energie.’ Meer betrokkenheid betekent volgens haar niet dat elke huisarts veel tijd moet steken in de RHO. ‘Niet iedereen hoeft bestuurder te worden. Er zijn ook andere manieren om betrokken te zijn: vul een enquête in, denk mee in een werkgroep of bezoek een ledenvergadering. Zorg ervoor dat je het gevoel hebt dat de RHO jouw organisatie is en dat je invloed hebt op de koers ervan. Je wilt niet pas aan het eind van een traject horen wat er besloten is.’

◼ BELANG VAN GOEDE VERTEGENWOORDIGING

In de net verschenen handreiking heeft de LHV zes uitgangspunten geformuleerd voor een goede positionering van huisartsen in hun RHO. Een daarvan is dat de RHO een monodisciplinaire organisatie moet zijn. Volgens Berends heeft dat te maken met eigenaarschap. ‘Een RHO is een organisatie van en voor huisartsen. Dan moeten huisartsen ook daadwerkelijk aan het roer staan. Natuurlijk is de samenwerking met andere disciplines ook belangrijk. Huisartsen werken dagelijks samen met wijkverpleegkundigen, apothekers, fysiotherapeuten en medisch specialisten. Maar goede samenwerking begint met een goed georganiseerde beroeps-

‘Een RHO is er primair voor de huisarts’

Mirjan Talsma is huisarts, oud-ambassadeur van de LHV en voorzitter van de Friese Huisartsenvereniging (FHV), die eigenaar is van de regionale huisartsenorganisatie Dokterszorg Friesland. De FHV denkt intensief mee over de organisatie en toekomst van de huisartsenzorg in de regio.

‘De FHV heeft veel invloed op de organisatie van de zorg in onze provincie, omdat ze eigenaar is van Dokterszorg Friesland. Als bestuur hebben we veel overleg met Dokterszorg over onderwerpen als digitalisering, ANW-zorg, praktijkvoering en continuïteit. Dat zijn onderwerpen die direct invloed hebben op de dagelijkse huisartsenpraktijk én op de toekomst van de zorg. Je moet er niet aan denken dat je dat als praktijk allemaal zelf moet bedenken en regelen.

Er zijn veel manieren waarop je als huisarts betrokken kunt zijn bij Dokterszorg. Als FHV-bestuurslid of portefeuillehouder, maar ook door deel te nemen aan een regiocommissie. Hierdoor komen signalen uit Dokkum, Leeuwarden, Sneek, Drachten en Heerenveen rechtstreeks bij Dokterszorg op tafel. Dat zorgt ervoor dat besluiten daadwerkelijk aansluiten bij de praktijk.

Betrokkenheid vraagt natuurlijk inzet. Het is makkelijk om kritiek te hebben op genomen besluiten, maar dan moet je wel weten wat er speelt. Verdiep je in onderwerpen, lees nieuwsbrieven, stel vragen en laat van je horen. Dan heb je invloed op de keuzes die worden gemaakt. Veel huisartsen in onze provincie zijn lid van de LHV en de meesten ook van de FHV. Dat is heel belangrijk. Het zijn twee aparte organisaties. Via de LHV heb je invloed op de landelijke belangenbehartiging, via de FHV op de organisatie van de huisartsenzorg in Friesland.

Regionale huisartsenorganisaties krijgen steeds meer taken en worden daardoor ook steeds groter. Daarom is het belangrijk om scherp te houden waarvoor een RHO bestaat. Dokterszorg Friesland is er voor de huisartsen, de huisartsen zijn er voor de patiënt. Dat lijkt misschien een klein onderscheid, maar het bepaalt wel hoe je naar de organisatie kijkt en welke keuzes je maakt. In de Visie en Missie 2030 hebben we vastgelegd dat Dokterszorg als missie heeft ‘om het werkplezier van professionals in de huisartsenzorg te verbeteren, de huisartsenzorg zo slim en effectief mogelijk te organiseren en de samenwerking met partijen te versterken, zodat huisartsenpraktijken de best mogelijke zorg kunnen blijven leveren.’

Daarom is het belangrijk dat alle huisartsen in onze regio lid zijn van de LHV en de FHV en actief meedenken met Dokterszorg Friesland. Samen bepalen we waar we met de huisartsenzorg in onze provincie naar toe willen.’

Marie Elise Bolt is praktijkhouder in Heeten en actief binnen de regionale huisartsencoöperatie

Huisartsen Coöperatie Deventer e.o. (HCDO).

Pas toen ik actiever werd binnen de HCDO, zag ik hoeveel zorg regionaal wordt georganiseerd. In onze regio leren we als huisartsen van elkaar, trekken we samen op en organiseren we de zorg op een manier die hier past. De HCDO ondersteunt de huisartsenpost, organiseert nascholingen, werkt samen met het ziekenhuis, ondersteunt praktijkontwikkeling en speelt een belangrijke rol bij crisiscoordinatie. De kracht van onze regio is dat de lijnen kort zijn. Huisartsen, ziekenhuis, zorgverzekeraar en HCDO weten elkaar gemakkelijk te vinden en trekken samen op waar dat nodig is. Daardoor kunnen we snel schakelen en samen oplossingen vinden voor problemen die een praktijk niet alleen kan oplossen.

Sinds een jaar is Bolt ook lid van het Overlegteam Huisartsen (OTH), waar zij via de RHO in deelneemt. Het OTH overlegt periodiek met zorgverzekeraar

Salland over de zorgcontracten voor huisartsen in deze regio. ‘Ik wilde begrijpen hoe het financieringssysteem achter de huisartsenzorg in elkaar zit. Daar heb ik het afgelopen jaar enorm veel geleerd. In het overlegteam ontdekte ik hoeveel invloed huisartsen kunnen hebben op de zorgcontractering. Dat komt ook doordat de OTH’s op landelijk niveau worden ondersteund vanuit de LHV; zij hebben de OTH's opgezet en bundelen kennis, ervaringen en signalen. Zo kunnen we afspraken maken over zaken die voor huisartsen belangrijk zijn, maar die niemand alleen voor elkaar krijgt.'

'Een mooi voorbeeld: onze zorgverzekeraar zag dat in onze regio relatief veel consulten voor palliatieve zorg buiten kantooruren worden geregistreerd en vroeg hoe dat kwam. Mijn antwoord was dat veel huisartsen in onze regio zelf bereikbaar blijven voor hun terminale patiënten, ook in de avond, nacht en het weekend. Wij bieden patiënten dus meer continuiteit van zorg en voorkomen daarmee inzet vanuit de huisartsenpost, wat vaak duurdere zorg is. Wat door de zorgverzekeraar als een vraagpunt werd ingebracht, veranderde daarmee in een compliment voor de kwaliteit van zorg in onze regio. Zo’n voorbeeld laat zien hoe belangrijk het is om als huisartsen in een regio een stem te hebben.

Ik ben ervan overtuigd dat sterke regionale huisartsenorganisaties heel belangrijk zijn voor de toekomst van ons vak. Ik kan me eerlijk gezegd nauwelijks voorstellen hoe we de huisartsenzorg zonder een RHO als de HCDO zouden organiseren. Denk aan zaken als digitalisering, opleiding en samenwerking. Je moet er toch niet aan denken dat je dat als individuele praktijk allemaal zelf zou moeten regelen?’

‘Wat zouden we zonder onze RHO moeten?’

groep. Huisartsen zijn de spin in het web. Als huisartsen zich geen eigenaar van hun organisatie voelen, verdwijnt op den duur de verbinding tussen de werkvloer en de besluiten die worden genomen. Je wilt ontzorgd worden, maar je wilt niet dat anderen over jou besluiten.’

Dat eigenaarschap moet ook zichtbaar zijn in de manier waarop een RHO is ingericht. ‘Dat is aan de ene kant een verantwoordelijkheid van de aangesloten huisartsen: zij moeten betrokkenheid tonen. Maar er ligt ook een verantwoordelijkheid bij de RHO zelf’, meent Berends. ‘RHO’s doen er goed aan om zichzelf af te vragen: vormen onze werkgroepen, ledenraden en bestuur een goede afspiegeling van de huisartsen in de regio? Zijn zowel praktijkhouders als waarnemers en huisartsen in dienstverband vertegenwoordigd? Kan elke huisarts meebeslissen? Als dat het geval is, ontstaan er besluiten die breed worden gedragen en aansluiten bij wat er leeft op de werkvloer. Dat is goed voor de RHO én voor de huisartsen.’

◼ TOEKOMSTIGE RESV’S

Het belang van een goed functionerende regionale huisartsenorganisatie wordt nog groter met de komst van de Regionale Eerstelijns Samenwerkingsverbanden (RESV’s). In RESVverband werken huisartsen samen met andere eerstelijnspartijen om de zorg in de regio te organiseren. Al die partijen hebben hun eigen belangen. Berends: ‘Een monodisciplinaire huisartsenorganisatie kan de belangen van huisartsen helder en duidelijk naar voren brengen. Als je als huisartsen niet goed georganiseerd bent, bepalen anderen de agenda en verlies je de grip op keuzes die direct invloed hebben op jouw werk.’

Met de ontwikkeling naar RESV’s worden samenwerkingsorganisaties steeds groter. Berends: ‘Dat hoeft niet erg te zijn, maar we moeten er wel voor oppassen dat geld dat bedoeld is voor directe zorg in de wijk, niet

verdwijnt in overheadlagen, maar daadwerkelijk wordt besteed om de samenwerking op wijkniveau te bevorderen. Een goed georganiseerde monodisciplinaire RHO helpt om ook dat financiële aspect te bewaken.’

◼ RHO EN LHV HEBBEN ELKAAR NODIG

De regionale huisartsenorganisatie en de LHV kunnen elkaar versterken en aanvullen. Volgens Berends hebben beide organisaties een eigen rol. ‘De RHO richt zich op de organisatie van zorg in de regio. Zij ontzorgt huisartsenteams en bevordert de regionale samenwerking. De LHV vertegenwoordigt de belangen van alle huisartsen en kijkt naar het grotere geheel. Ze kijkt nadrukkelijk ook naar de langere termijn en strategische vraagstukken: de positie van de huisarts, de continuiteit van zorg en landelijke ontwikkelingen.’

LHV-ambassadeurs kunnen volgens haar een verbindende rol spelen tussen regionaal en landelijk niveau. ‘Zij brengen kennis over landelijke ontwikkelingen naar de regio en regionale ervaringen naar de landelijke vereniging. Zo ontstaat kruisbestuiving. Goede ideeën worden in de regio verspreid, regionale ervaringen helpen bij landelijke standpuntvorming.’

De landelijke behartiging van huisartsenbelangen blijft volgens Berends noodzakelijk, ook als RHO’s optimaal functioneren. ‘Er blijft een partij nodig die namens de huisartsen overleg heeft met het ministerie van VWS, zorgverzekeraars en andere landelijke partijen. Een partij die het verschil bewaakt tussen basisaanbod huisartsgeneeskundige zorg en extra aanbod en die voorkomt dat zorg uit de tweede lijn zomaar naar de eerste lijn wordt verplaatst. Anders verlies je op den duur de grip op zaken die op regionaal niveau niet zijn op te lossen.’ ¶

Check je zeggenschap

Hoe gaat jouw RHO om met participatie en zeggenschap? Gebruik de checklist uit de LHV-handreiking Positionering huisartsen in regionale samenwerkingsverbanden en ga hierover het gesprek aan binnen jouw RHO.

◼ Kunnen alle huisartsen in de regio lid worden of alleen praktijkhouders?

◼ Is de RHO monodisciplinair: een organisatie van en voor huisartsen, die samenwerkt met andere disciplines maar waarbij huisartsen de regie houden?

◼ Hoe is het eigenaarschap geregeld? Zijn huisartsen formeel eigenaar? Bestaat het bestuur in meerderheid uit huisartsen? Wat staat hierover in de statuten?

◼ Hebben huisartsen zeggenschap over begroting, jaarplannen en jaarrekening?

◼ Is vastgelegd welke besluiten instemming van de ALV vereisen en welke besluiten het bestuur zelf kan nemen?

◼ Hoe is het stemrecht geregeld? Hebben alle aangesloten huisartsen gelijk stemrecht?

◼ Kunnen alle leden deelnemen aan commissies en ledenvergaderingen of zijn er drempels?

◼ Worden leden gefaciliteerd? Denk aan vacatievergoedingen, scholingskosten en vergaderingen op bereikbare tijden.

Wil je je verder ontwikkelen als huisartsbestuurder? De LHV Academie biedt de Leergang Besturen: zes bijeenkomsten over leiderschap, strategie, financiën en meer. Kijk op academie.lhv.nl.

Heb je een vraag over de governance in jouw RHO? Of heb je moeite met het helpen bij de interpretatie van de stukken. Stuur jouw vraag naar: jz@lhv.nl en we nemen contact met je op.

Een klassieke dokterstas, of toch een hippere variant? Als huisarts heb je steeds meer te kiezen. Wat zegt de tas eigenlijk over de dokter? En wat zit er in die tas?

Huisarts Els Struijk vond op Marktplaats een klassieke dokterstas in een net wat andere kleur: donkerrood.

TEKST: BERBER BIJMA / FOTO: BIANCA VERHOEF

‘Ik probeer duurzaam te werken’

Wie? Els Struijk (45)

Huisarts sinds 2011

Hoe en waar? Sinds vier jaar solopraktijkhouder in Emmen

‘Mijn vorige tas had ik al een paar keer gerepareerd. Het hengsel schoot soms los, ook een keer terwijl ik bij een patiënt de trap op liep. Met het oog op dat traplopen had ik trouwens het liefst een rugtas als nieuwe dokterstas, maar ik kon geen geschikte vinden. Deze vond ik op Marktplaats. Een klassieke dokterstas, maar dan donkerrood.’

‘Ik vraag me regelmatig af waarom mijn tas zo zwaar is. Volgens mij heb ik er geen ongewone dingen in zitten. Mijn assistente controleert de inhoud elke maand. De ampullen zorgen best wel voor verspilling, want vaak gebruik je ze niet binnen de houd-

baarheidstermijn. Ik vraag me weleens af of onderzocht kan worden wat de werkelijke houdbaarheid is; misschien kunnen we er veel langer mee. In de praktijk probeer ik ook duurzaam te werken. Zo gaat papier van de onderzoeksbank dat nog schoon is, in de oudpapierbak en gebruik ik alleen handschoenen als dat echt nodig is.’

‘Mijn dokterstas mee op vakantie? Nee, dat lijkt me veel gedoe. Ik ga gewoon zonder stethoscoop, zonder thermometer. Die heb ik ook nog nooit gemist. Mijn kinderen zijn eigenlijk nooit ziek. En ja, je kunt weleens onderweg iets meemaken, maar daar red ik me dan wel mee. Afgelopen zondag nog zagen we iemand op een bankje in het dorp onwel worden. Dan bel je de ambulance. Ik heb mijn dokterstas niet gemist; ik red me met wat er voorhanden is. Dat zou ik op vakantie ook doen.’¶

Een blik in jouw tas?

Wil je vertellen over jouw dokterstas?

Meld je aan voor deze rubriek via dedokter@lhv.nl met in de titel ‘dokterstas’.

Deze grote spuit gebruik ik soms voor een verstopte katheter. Je beweegt even met wat vloeistof heen en weer en iemand is meteen geholpen. Het scheelt een bezoek van de thuiszorg, die dan ook nog eerst langs de apotheek moet voor spoelvloeistof.

Superhandig en het neemt nauwelijks ruimte in: mijn mini-ECG-apparaatje. De patiënt legt er vier vingers op en ik krijg een ritmestrookje op mijn telefoon.

In een etui dat in het voorvak van de tas past, heb ik de spullen die ik het vaakst gebruik tijdens visites: stethoscoop, bloeddrukmeter en zuurstofmeter. Soms loop ik bij een patiënt naar de slaapkamer met alleen dit etui.

Postverwerking: lust of last?

En kan het slimmer?

Iedere dag enkele tientallen berichten, vooral van specialisten. Voor sommige huisartsen geen favoriete klus, voor anderen een prima bezigheid tussendoor. De een besteedt de verwerking grotendeels uit aan de assistenten, de andere ziet het als een kerntaak van het eigen vak. Drie huisartsen over hun kijk op postverwerking en tips voor collega’s om er efficiënt mee om te gaan.

TEKST: BERBER BIJMA

MICHIEL HAMELINK

‘EEN

INHOUDELIJKE TITELREGEL SCHEELT

VEEL ZOEKWERK’

Michiel Hamelink verwerkt de post op ‘tussendoormomenten’ gedurende de dag. Hij is solopraktijkhouder in Vlissingen, met 2400 patiënten. Hamelink heeft met de basisarts in zijn praktijk duidelijke werkafspraken over de postverwerking. De assistenten spelen daarbij een minder grote rol. Zij verwerken bijvoorbeeld dossier- en receptaanvragen.

‘Vaak doe ik ’s ochtends voor het spreekuur al een paar berichten. Daarna op kleine vrije momenten. Soms tussen twee consulten door, als het rustig is tijdens het telefonisch spreekuur of als ik weinig visites hoef te doen. Desnoods verwerk ik de laatste berichten aan het einde van de dag, maar dat is vooral nodig als ik net van vakantie terug ben. Dat zijn ook de enige momenten dat ik het wel een hele klus vindt, want dan staan er zo een paar honderd berichten op me te wachten. Dat vraagt een paar dagen. Gewoonlijk zit ik er kort op, zodat berichten eigenlijk altijd binnen twee werkdagen verwerkt zijn.’

‘Mijn basisarts en ik hebben afspraken gemaakt over de postverwerking, zodat we dat op precies dezelfde manier doen. We nemen beiden de post door. De eerste schrijft een samenvatting voor het dossier van de betreffende patiënt, maar laat de berichten nog in het postvak staan. De tweede leest de samenvatting en verwerkt het bericht dan. Zo zijn we altijd allebei op de hoogte.’

‘De kopregel ‘specialistenbericht gekoppeld’ veranderen we standaard in een inhoudelijke regel over het betreffende specialisme, met de naam van de specialist tussen haakjes en de inhoud van de brief

in een paar woorden. Bijvoorbeeld:

‘NEUROLOOG (Kwekkeboom): iCVA re’. Of bij een verwijzing via Zorgdomein: ‘ZD MDL’. Dat voorkomt later veel zoekwerk.’

‘Ik vermoed dat ik daarmee ook collega’s aan wie ik patiënten overdraag bij verhuizing, een plezier doe, al weet ik niet zeker wat wel of niet overkomt. Die verhuizingen zijn er in mijn praktijk behoorlijk veel: er is een verloop van zo’n 10 procent per jaar. Zeeuwen zijn honkvast, maar in Vlissingen als havenstad heb je toch meer verloop. Het is fijn om in een binnenkomend dossier goede samenvattingen met inhoudelijke kopregels te vinden, in plaats van tientallen berichten met ‘specialistenbrief gekoppeld’.

‘Ik vind het belangrijk dat wij als artsen zelf de post verwerken en dat niet aan onze assistenten overdragen. Zelf doornemen zorgt ervoor dat je op de hoogte bent van wat er met je patiënten gebeurt – dat hoort bij ons werk. Ik denk ook dat ik beter en sneller kan inschatten wat er met een bericht moet gebeuren: ter kennisgeving lezen, een consult inplannen, de patiënt bellen of wellicht nog iets anders. Daarmee moet je overigens ook weer niet té snel zijn. Ik belde een patiënt na een specialistenbericht over ernstige ziekte. De patiënt bleek pas later diezelfde dag het uitslaggesprek in het ziekenhuis te hebben. Daarna heb ik de betreffende afdeling gevraagd om uitslagen pas door te geven nadat ze die met de patiënt hebben besproken. Dat gaat nu goed.’

Michiel Hamelink deelt zijn protocol voor postverwerking graag met collega’s. Vraag het aan via dokter@mhamelink.nl.

GUUS THEEUWEN

‘POSTVERWERKING IS HIS-ONDERHOUD’

Guus Theeuwen heeft een solopraktijk in Beuningen met een kleine 2300 patiënten. Hij werkt vier dagen in de week op de praktijk; diverse waarnemers houden beurtelings het spreekuur op de vijfde dag.

‘Het verwerken van de post vind ik echt huisartsenwerk, omdat het tegelijk een vorm van HISonderhoud is. Tijdens het verwerken maak je episodes aan, pas je die aan of maak je nieuwe. Vooral het samenvoegen van ICPC’s is belangrijk om overzicht te houden. Als iemand voor hetzelfde probleem een nieuw medicijn krijgt, bijvoorbeeld vanwege overgevoeligheid voor de eerdere medicatie, dan moeten dat geen twee episodes zijn maar één. Vier urineweginfecties in de loop der jaren, zet ik ook bij elkaar

in één episode. En andersom: ik zet alle gynaecologische dingen onder één IPCP, maar als er een afwijkend uitstrijkje is waarop verder onderzoek volgt, dan maak ik daarvoor een aparte episode aan.’

‘Het is niet onmogelijk dat een assistente dat doet, maar die zou dan wel heel goed moeten weten hoe jij het als huisarts wilt. Bovendien wil ik zelf graag op de hoogte zijn en denk ik dat het weinig tijd zou besparen als de assistente het doet. De post kost me 20 tot 30 minuten per dag. De praktijkondersteuners verwerken de labuitslagen voor de ketenzorg, maar pas nadat ik een vinkje heb gezet dat ik het heb gezien. Ik vind het toch prettig om er even overheen te waaien, om te zien of ik iets moet afvangen.’

‘Ook zonder AI valt er veel te verbeteren aan HIS’en’

Veel huisartsen zien postverwerking als een van hun kerntaken. Je wilt immers op de hoogte zijn van je patiënten. De vraag is of ‘op de hoogte blijven’ niet efficiënter kan, zegt Christaan Grigoleit, LHV-beleidsmedewerker ICT en Zorg. Die vraag sluit aan bij de afspraken die in het Integraal

Zorgakkoord en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord zijn gemaakt: de administratieve last voor zorgverleners moet met 20 procent afnemen.

De LHV deed twee jaar geleden

onderzoek naar de knelpunten die huisartsen ervaren bij het verwerken van hun post. ‘Soms is onduidelijk van wie een bericht afkomstig is. Dan is de afzenderinformatie onvolledig of niet goed leesbaar’, zegt Grigoleit. Een ander knelpunt is de inrichting van veel HIS’en, die onvoldoende mogelijkheden bieden om berichten te groeperen, filteren, sorteren of prioriteren. ‘Alles lijkt dan even belangrijk.’ Probleem is ook dat berichten van specialisten niet altijd volgens de bestaande afspraken zijn op-

‘De post verwerken is niet mijn favoriete klus, maar wel heel nuttig en essentieel werk. Ik doe het deels in geplande tijd en deels tussen de bedrijven door. Op zondagavond verwerk ik de post van het weekend, voornamelijk van de huisartsenpost. Dat kost me meestal zo’n 20 minuten. Dan ben ik op maandagochtend voorbereid als dezelfde mensen eventueel op het spreekuur komen. De assistente probeert ook maandagochtendvroeg de berichten van de huisartsenpost door te nemen, zodat ze voorbereid is als mensen bellen.’

‘De waarnemers die in mijn praktijk werken, zijn bijna allemaal voormalige aios’en, die goed ingevoerd zijn in mijn werkwijze. En als er een ander werkt, vraag ik om de post alleen door te

gesteld. Het kost huisartsen daardoor extra tijd om de relevante informatie te vinden. Grigoleit: ‘Die onduidelijkheid maakt de verwerking foutgevoeliger’.

Een ander verbeterpunt dat huisartsen noemen is het ontbreken van contextgegevens bij labuitslagen: als eerdere uitslagen niet bij de meest recente uitslag staan, ontbreekt de informatie om de nieuwste uitslag meteen te interpreteren. Ook dat kost extra zoektijd. ‘Die eerdere uitslagen zouden meteen gekoppeld kunnen worden’, zegt Grigoleit. ‘Daar

heb je niet eens AI voor nodig.’ Hetzelfde geldt voor een automatische koppeling van een specialistenbrief aan de oorspronkelijke verwijzing of aanvraag van de huisarts.

De knelpunten uit het onderzoek van 2024 zijn momenteel onderwerp van een vervolgonderzoek door de stichting Legio, in opdracht van LHV en NHG. Het vervolgonderzoek richt zich enerzijds op de vraag hoe de inrichting van een HIS verbeterd kan worden. Anderzijds gaat het om een ingewikkelder vraag, zegt Grigoleit: hoe willen we de communicatie tussen huisarts, specialist en paramedici verbeteren? ‘Je kunt denken aan een soort ombudsman die stimuleert dat iedereen zich beter houdt aan

nemen voor urgente zaken. De rest verwerk ik dan liever zelf. Ik ben erg van de controle. In de vakantie laat ik het overigens wél helemaal los, om te voorkomen dat ik bij terugkomst honderden berichten moet verwerken. ‘

‘Het belangrijkste van postverwerking is dat iedereen in de praktijk hetzelfde doet. Als in een groepspraktijk vier van de vijf huisartsen hetzelfde systeem aan houden en de vijfde gooit er met de pet naar, dan schiet die het hele systeem lek. Bij de toetreding van een nieuw maatschapslid lijkt het misschien een onbelangrijke vraag: hoe ga je het met HIS om? Maar voor de kwaliteit van zorg is het essentieel om een goedwerkend gezamenlijk systeem te hebben.’

‘Niet mijn favoriete klus, maar wel nuttig en echt huisartsenwerk’
JOKE SMIT-SMOUTER ‘NOOIT MEER DAN TWINTIG EPISODES PER PATIËNT’

Joke Smit-Smouter werd huisarts in de tijd dat alle post nog op papier kwam en vond toen al dat het haar (te) veel tijd kostte. Ze betrok er al vroeg de assistenten bij. Samen met haar twee collega-huisartsen laat ze de postverwerking in hun Rotterdamse praktijk inmiddels voor het overgrote deel over aan de assistenten.

bestaande afspraken over bijvoorbeeld standaardformats om informatie aan te leveren. Maar je zou ook AI kunnen inzetten.’ ‘Om informatie die niet helemaal volgens de regels wordt aangeleverd, te ordenen, is geen AI nodig. Maar wil je die berichten ook laten analyseren, interpreteren of het HIS zelfs vervolgacties laten voorstellen? Dat kan met AI, maar raakt wel aan de beroepsopvatting van de huisarts, omdat het medische taken zijn.’ Een cruciale vraag voor de komende tijd is volgens Grigoleit dan ook niet ‘Wat kan AI ons brengen?’, maar: ‘Welke rol willen wij AI geven?’. ‘Dat is een ingewikkelde discussie waar de beroepsgroep een antwoord op moet formuleren.’

‘Ik heb altijd geloofd in de kennisvermeerdering van de assistenten. Het is goed dat zij iets weten van ziektebeelden en ook weten wat er speelt bij patiënten die ze aan de lijn krijgen. De triage verbetert erdoor en we merken ook dat we relatief weinig “gedoe” hebben aan de telefoon. Bijkomend voordeel is dat we altijd up-to-date zijn met de verwerking. En natuurlijk dat het de huisartsen ontlast. Als huisartsen verwerken wij zelf uitslagen van onderzoek dat we hebben aangevraagd, zoals bloedonderzoek of een scopie. Ook de hapberichten verwerken wij. De assistenten doen de specialistenbrieven. Berichten waarvan de assistente denkt dat het goed is dat de huisarts ze ziet, zet ze voor ons klaar. Dat is gemiddeld minder dan één per dag, bijvoorbeeld de diagnose van ernstige ziekte. Soms verandert een diagnose, bijvoorbeeld als blijkt dat pijn op de borst tóch een infarct is geweest. Als het om een ingewikkelde diagnose gaat, verwerkt de assistente het bericht al wel, maar zet ze het daarna voor de huisarts klaar. Ik kijk dan de samenvatting na en verander de titelregel van

de betreffende ICPC. Als een specialist vraagt om een vervolgactie van ons, zet de assistente dat ook in onze agenda. Dan bekijkt een van de huisartsen wat er moet gebeuren en plant dat in.

Je wilt natuurlijk goed op de hoogte zijn van je patiënten, ook als je zelf niet alle post verwerkt. Het is voor ons een tweede natuur geworden om eerst in het dossier te kijken naar de laatst ingevoerde berichten als een patiënt op het spreekuur komt. Daarnaast kun je in ons HIS een overzicht krijgen van wat een assistente heeft ingevoerd. Zeker bij assistentes die nog niet heel lang bij ons werken, kijken we daarnaar.

Per patiënt moet je nooit meer dan twintig ICPC’s hebben, is mijn ervaring. Dan is het werkbaar voor assistente en huisarts. Soms krijg ik van een binnenkomende patiënt een dossier aangeleverd met meer dan honderd. Acht keer huidplekjes, tien keer kortademigheid, enzovoorts. Ik ben zomaar een dik halfuur kwijt om dat allemaal te bundelen. Op dat punt verwacht ik dat we baat kunnen hebben bij AI, die ICPC-codes bij elkaar zoekt en een voorstel doet voor bundeling. Ik verwacht dat AI überhaupt het invoeren van specialistenberichten makkelijker gaat maken. Maar we zullen er altijd zelf nog naar moeten en willen kijken.’ ¶

Weerbare zorg: klaar voor noodsituaties

Stroomuitval, cyberdreigingen, overstromingen en militaire spanningen: veel noodscenario’s zijn de laatste tijd realistischer geworden dan voorheen. De Nederlandse zorgsector werkt aan ‘weerbare zorg’. Landelijk en regionaal, maar ook op het niveau van de individuele huisartsenpraktijk. Wat kun jij doen om de weerbaarheid van je praktijk te verhogen en wie zijn daarbij de samenwerkingspartners? De LHV bracht er onlangs een handleiding over uit: van noodpakket tot samenwerkingsafspraken.

TEKST: BERBER BIJMA / FOTOGRAFIE: HARMEN DE JONG

Tijdens de Covid19-pandemie werd in allerijl zorg voor noodsituaties opgetuigd. Veel ging goed, maar Nederland bleek matig voorbereid op onverwachte grootschalige gebeurtenissen met impact op de zorg. Een belangrijke les was: we moeten ons beter voorbereiden op mogelijke noodsituaties.

Daarbij moeten we niet alleen denken aan de volgende pandemie, zegt Yvette Koense, senior beleidsadviseur bij de LHV en algemeen commandant geneeskundige zorg bij de Veiligheidsregio Utrecht. ‘Je kunt de dreiging in drie categorieën verdelen. Natuur en klimaat – denk overstromingen of extreme hitte. Daarnaast kunnen we te maken krijgen met uitval van nutsvoorzieningen zoals stroom, water en telefonie. Dat kan door overbelasting gebeuren, maar ook door bijvoorbeeld een cyberhack. De derde categorie is militaire dreiging. Die laatste is toegenomen door de oorlog in Oekraïne en de onrustige geopolitiek.’ De oorlog in Oekraïne heeft nu al gevolgen voor de Nederlandse gezondheidszorg, omdat gewonde Oekraïense soldaten in ons land worden

behandeld. Ook stroomuitval (door brand in een datacentrum) en een overstroming (in Zuid-Limburg) deden zich de afgelopen jaren al voor.

Hoe bereid je je voor op een ramp waarvan je vooraf nooit kunt weten in welke van die drie categorieën die valt en wat er dan precies gebeurt? Dat is lastig, maar niet onmogelijk, zegt Koense. ‘Alles wat je vooraf kunt bespreken en regelen, is winst.’ En dat is heel wat, blijkt uit de handleiding Weerbaarheid noodsituaties in de huisartsenpraktijk, die de LHV onlangs samen het NHG uitbracht, in afstemming met InEen.

◼ NOODPAKKET IN DE PRAKTIJK

Een goede voorbereiding op noodsituaties is geen luxe, maar noodzaak, met het oog op de

‘Alles wat je vooraf kunt bespreken en regelen is winst'

wettelijke verplichting die huisartsen hebben om 24/7 zorg te bieden. Koense: ‘Daar zal een individuele huisarts in geval van een ramp niet snel op worden aangesproken, maar je hebt wel de inspanningsverplichting om het met elkaar zo goed mogelijk te regelen op dat moment.’ En dus om voorbereid te zijn.

De handleiding verdeelt die voorbereiding in drieën: zorg voor een noodpakket in de praktijk, maak een noodplan en zorg voor goede samenwerkingsafspraken. Het noodpakket richt zich voor een belangrijk deel op stroomuitval. Die keuze is verklaarbaar, zegt Koense. ‘Deskundigen zien dit als een reëel scenario en er ontstaan bij stroomuitval veel verschillende problemen.’ Mocht dat gebeuren, bijvoorbeeld door een cyberaanval of door onvoorziene problemen op het overvolle stroomnet, dan moet een huisartsenpraktijk zoveel mogelijk kunnen doorwerken. Een papieren noodprotocol, receptenblokken, uitgedraaide lijsten met belangrijke telefoonnummers zijn dan van groot belang, maar ook een koeltas met koelelementen. De handleiding bevat een flinke lijst aan

Speel, deel en win een noodradio! (p. 27)

noodmiddelen. ‘Die lijst is een advies, geen juridisch voorschrift’, benadrukt Koense. ‘Bovendien hebben praktijken standaard al veel van deze spullen op voorraad, omdat ze horen bij de standaarduitrusting van een praktijk.’ Voor bepaalde spullen die in geval van nood van pas kunnen komen, zoals een portofoon, kan gezamenlijke inkoop via de RHO een handige route zijn.

◼ SAMENWERKING

Vrijwel altijd zal een huisartsenpraktijk in een noodsituatie moeten samenwerken. Bijvoorbeeld met buurpraktijken, de apotheek en het dichtstbijzijnde ziekenhuis, maar wellicht ook met de GGD, de veiligheidsregio of met nutsbedrijven. Op regionaal niveau wordt al enige tijd gewerkt aan samenwerkingsafspraken. Dat gebeurt onder andere via de Regionale Overleggen Acute Zorg (ROAZ’en) en de regionale huisartsenorganisaties. Koense: ‘Voor de regio’s is er een model integrale crisisplan huisartsenzorg. De RHO’s spelen daarin een belangrijke rol. Die crisisplannen gaan vooral over structuren, processen en werkafspraken op regio-

‘Het is goed om in een rollenspel een crisissituatie na te bootsen’

naal niveau. Dat niveau moet integreren met wat er op praktijkniveau gebeurt en wat daar tussenin zit, bijvoorbeeld de samenwerking binnen de hagro, met de apotheek of met het streekziekenhuis. Aan die integratie wordt momenteel gewerkt.’

◼ LANDELIJKE AFSPRAKEN

Ook landelijk wordt er veel in gang gezet, zoals de ‘Denk Vooruit’-campagne en de ontwikkeling van noodsteunpunten. Deze noodsteunpunten worden nu in pilots ontwikkeld door gemeenten en veiligheidsregio’s.

‘De LHV zit aan verschillende landelijke overlegtafels’, vertelt Koense. ‘Steeds is de vraag: wat moeten we met elkaar regelen om voorbereid te zijn? De afspraken die we maken, gaan ervan uit dat we allemaal in

principe 72 uur zelfredzaam zijn. Dat is in lijn met de ‘Denk vooruit’-campagne die de overheid voor burgers heeft opgezet. Die 72 uur is een Europese afspraak. Het gaat om de tijd die hulpdiensten nodig hebben om volop operationeel te worden. Hoe langer en hoe beter we de reguliere zorg overeind houden in crisistijd, hoe beter de hulpdiensten het echte crisiswerk kunnen doen.’

Bij een ramp of grotere oorlogsdreiging zullen allerlei effecten op elkaar ingrijpen. Vandaar dat ook het ministerie van Defensie zich voorbereidt op het verstevigen van militaire paraatheid. Koense: ‘In geval van een oorlog in omringende landen of bij ons, zullen zorgverleners nodig zijn om de gewonden te verzorgen. Nederland is in dat kader een belangrijk logistiek punt. Je ziet dat nu al bij de Oekraïense militairen die naar Nederland komen, maar dat aantal zou nog veel hoger kunnen worden. In dat geval zijn er effecten op de beschikbaarheid van bijvoorbeeld zorgverleners en ziekenhuiscapaciteit, wat direct raakt aan het werk van huisartsen. Vandaar dat allerlei scenario’s worden doorgesproken.’

“Ik kan de hele wereld aan”

Desiree kreeg een gastric bypass operatie

Krijgt u als (huis)arts in deze tijd meer vragen van patiënten die bezorgd zijn over hun gewicht? Wij bieden verschillende behandelingen aan voor (ernstig) overgewicht, met en zonder operatie. Verwijzen is eenvoudig via Zorgdomein.

Kijk voor onze behandelingen zonder operatie op nokclinics.nl

www.obesitaskliniek.nl

Meer zorgkracht, minder werkdruk

Met praktisch inzetbare e-health van Evie voor de huisartsenpraktijk

Ontdek wat Evie kan betekenen voor jouw praktijk

• 400+ modules, dagboeken en vragenlijsten

• Meer grip op wachttijden en behandeltrajecten

• Inclusief begeleiding, training en implementatie voor jou als professional

Onze e-healthadviseurs vertellen je er alles over.

088 201 3851 info@evie.nl evie.nl/demo

◼ OEFENEN IS BELANGRIJK

Wat kan een individuele praktijk ondertussen doen om weerbaar te worden voor crisissituaties? Zorg voor een noodpakket, een noodplan en ga oefenen, is het belangrijkste advies van Koense. ‘Het is goed om in een rollenspel een crisissituatie na te bootsen. Daarmee wordt duidelijk wie rustig blijft, wie van nature de neiging heeft om de leiding te nemen en wellicht ook wat er nog aan het noodplan of -pakket ontbreekt. Zorg bijvoorbeeld dat je ook van elkaar weet of er teamleden met bepaalde gezondheidsproblemen zijn, of wie thuis mantelzorg verleent.’ De LHV biedt in de handleiding een simulatiespel aan over stroomuitval. ‘Een mooie eerste oefening’, zegt Koense. ‘Als vanuit de gebruikerservaringen van de handleiding en het simulatiespel er behoefte blijkt aan verdere training of formats, gaan we daarmee aan de slag.’

Weerbaarheid is geen taak om af te vinken, maar een vaardigheid en een alertheid om regelmatig mee bezig te zijn, stelt ze. ‘We zien de net verschenen handleiding dan ook als een levend document: als praktijken ermee gaan werken en feedback op geven, blijkt vast waarin het document nog tekortschiet. Zo willen we het gaandeweg verbeteren en uitbreiden.’ ¶

Speel het simulatiespel

In de handleiding Weerbaarheid noodsituaties in de huisartsenpraktijk vind je concrete tips voor de huisartsenpraktijk. Scan de qr-code, lees de handleiding en speel het simulatiespel! De eerste praktijk (per LHV-afdeling) die de ervaringen over het spel met ons deelt, wint een noodradio. Een foto van jullie oefening vinden we extra leuk. De feedback gebruiken we bij het verbeteren van de handleiding. Mail jullie ervaringen naar lhv@lhv.nl o.v.v. noodradio.

‘Communicatie wordt de cruciale factor’

Als we elkaar maar kunnen bereiken. Dat is de belangrijkste gedachte die huisarts en LHV-ambassadeur Brenda Kieboom uit Den Hoorn heeft overgehouden aan een oefening met allerlei partijen, dit voorjaar in Maassluis.

‘De gemeente Maassluis, die vooroploopt met plannen voor noodsituaties, had het initiatief genomen. We oefenden met gemeente, veiligheidsregio, brandweer, ambulancezorg, VVT-instellingen, ziekenhuizen en huisartsen wat er gebeurt als de stroom langdurig uitvalt. We gingen uit van een scenario van 72 uur zonder stroom.’

De oefening draaide vooral om het doordenken van die situatie, om vandaaruit boven water te krijgen welke afspraken relevant zijn om vooraf te maken. ‘We gingen ervan uit dat na het moment van stroomuitval er nog vier uur mobiele communicatie mogelijk zou zijn. Voor nooddiensten zoals de brandweer nog iets langer, omdat die een eigen systeem gebruiken.

‘ Waar concentreren we de zorg en hoe zorgen we ervoor dat we elkaar kunnen blijven bereiken?’

De oefening was ‘best wel confronterend’, blikt Kieboom terug, omdat pas bij zo’n oefening duidelijk wordt hoeveel cruciale vragen nog openliggen. ‘Je kunt bijvoorbeeld geen twintig huisartsenpraktijken door laten draaien. Dat moet er één worden. Waar wil je die hebben? In het geval van Maassluis leek de buitenpoli van het Franciscus Gasthuis een goede optie. Daar zijn veel faciliteiten en kun je relatief makkelijk een stroomgenerator aansluiten.’ De vervolgvraag is: hoe maak je dat duidelijk aan alle patiënten in de regio? ‘Dat moet je dus eigenlijk nu al doen, proactief’, stelt Kieboom.

Als telefoonverbindingen helemaal uitvallen, wordt communicatie binnen een

team ook ingewikkeld. ‘Mensen moeten op een gegeven moment naar huis. Maar dan kun je elkaar dus niet meer bereiken.’ Een mogelijk scenario is dat zorgverleners gaan werken bij de noodzorglocatie die het dichtst bij hun huis is. Ook daarover zijn vooraf afspraken te maken.

Als LHV-ambassadeur voelt Kieboom extra verantwoordelijkheid om bij te dragen aan goede plannen voor zorg in noodsituaties. ‘Daarom ben ik nu bezig om in mijn eigen regio Haaglanden/Westland/ Zoetermeer een vergelijkbare oefening te organiseren.’ De bereidwilligheid is groot bij alle partijen, ook vanuit de zorg, merkt ze. ‘Dit onderwerp staat op de agenda van ieder Regionaal Overleg Acute Zorg. Maar ook daarbuiten is het onderwerp meer gaan leven. Iedere keer als ergens een systeem uitvalt, worden we met onze neus op de feiten gedrukt.’

‘Je weet nooit vooraf hoe een crisis eruit gaat zien. Het kan extreem koud of warm worden, er kan militaire dreiging zijn of de stroom kan uitvallen. Voor al die situaties kun je een aantal afspraken vooraf maken. Uit de oefening in Maassluis heb ik meegenomen dat de belangrijkste vragen zijn: waar concentreren we de zorg en hoe zorgen we ervoor dat we elkaar kunnen blijven bereiken als mobiele communicatie uitvalt? Die communicatie zal een cruciale factor zijn. Het is bijvoorbeeld belangrijk dat bepaalde mensen elkaar op een afgesproken plek weten te vinden, zodat ze fysiek kunnen overleggen. Als ik op basis van de oefening in mijn eigen regio de blauwdruk van de belangrijkste vragen kan delen met andere regio’s en ambassadeurs, vind ik dat ik mijn werk goed heb gedaan.’

HUISARTSENDAGEN 2026

De kracht van samen

Een paar duizend huisartsen kwamen op 18 en 19 juni in Den Bosch bij elkaar voor de tweede editie van de Huisartsendagen. Het programma draaide om persoonsgerichte zorg en de kracht van verschillen. Op de LHV-stand ging het gesprek vaak over samen de krachten bundelen in en voor het huisartsenvak.

TEKST: NATHALIE POL |

FOTOGRAFIE: MIRJAM VAN DER LINDEN

Sebastiaan Roos (rechts op de foto) is naast huisarts ook LHVambassadeur bij afdeling Midden-Nederland. ‘We zijn hier met het hele afdelingsteam omdat we willen laten zien dat je het samen moet doen. In de zorg hebben we solidariteit nodig. Als we met alle huisartsen een vuist maken, komen we samen verder.’

Praktijkhouder Jurgen van der Heijden bezoekt met hagrogenoot Jos van der Sande de Huisartsendagen. ‘Onze hagro’s zijn gefuseerd. Met 20 huisartsen bieden we nu huisartsenzorg aan 30.000 patiënten. In de toekomst willen we volledig uitwisselbaar zijn, met alle functies binnen de praktijk, en werken met één rooster voor de hele hagro.’

Leontien van Ravesteyn (rechts op de foto) is samen met Louise Hoevenaars (midden) en Inge de Grauw op de Huisartsendagen. De huisartsen kennen elkaar van de opleiding tot Arts Internationale Gezondheidszorg. ‘Opgeleid tot tropenarts en met ervaring in het buitenland, hebben we allemaal oog voor de onderste laag van de samenleving, dat bindt ons. We werken nu alle drie met de meest kwetsbaren in onze samenleving.’

‘Huisartsen staan sterker als we samen richting geven aan de toekomst’

Huisartsen Petra Meerkerk en Jacqueline Berends en beleidsadviseur Joelle van Pelt waren namens de LHV onderdeel van de programmacommissie van de Huisartsendagen. Al vrij snel stond Teun Toebes (links) hoog op de wensenlijst voor het programma. Hij gaf huisartsen vandaag ‘een menselijke kijk op dementie’.

Heleen Labuschagne-Opstal (links) en Julienne Koenen (rechts) raakten met elkaar in gesprek na de sessie van Michelle van Tongerloo.

Julienne is sinds januari LHV-ambassadeur bij afdeling Brabant Oost: ‘Binnen de huidige uitdagingen in de zorg en de praktijk, staan huisartsen sterker als we samen richting geven aan de toekomst.' Nadat ze haar opleiding had afgerond en startte als waarnemend huisarts, vond Julienne als waarnemend huisarts in de LHV ‘een plek om op terug te kunnen vallen’. ‘Dat vangnet wil ik nu als LHV-ambassadeur aan huisartsen in mijn afdeling bieden.’

VAN DER SCHOOT

Zorg op maat voor elke situatie

Altijd iemand in huis die er écht voor u is. Onze inwonende zorg betekent meer dan alleen hulp bij wassen, aankleden of medicatie. Denk aan begeleiding, koken, boodschappen doen, huishoudelijke hulp en ondersteuning bij oefeningen. Alles in één, met een vertrouwd gezicht dat bij u woont.

Ervaar de rust van een vast team met vertrouwde zorgverleners. Bij Happyhomecare zorgen we voor persoonlijke aandacht en stabiliteit, zodat het thuis ook echt als een thuis blijft voelen.

Wij leveren gespecialiseerde zorg in de thuissituatie, afgestemd op de actuele zorgbehoefte van de cliënt. De bekostiging verloopt via een pgb vanuit de Wlz en is volledig kostendekkend. Om de cliënt maximaal te ontlasten, nemen wij de volledige regie in het administratieve traject: van de CIZ-indicatiestelling tot en met het pgb-beheer.

Goede zorg begint met één stap.

Plan vandaag nog een vrijblijvend intakegesprek met onze zorgspecialisten.

Juliana van Stolberglaan 248 2595 CN Den Haag 070 701 3930

info@happyhomecare.nl www.happyhomecare.nl

Capaciteit tekort in uw praktijk?

Vrijwel iedere huisartsenpraktijk heeft ermee te maken: tekorten aan doktersassistenten, POH’s, huisartsen of specialistische ondersteuning. Patiënten blijven zorg vragen, terwijl het steeds moeilijker wordt om voldoende capaciteit te vinden. Hulp voor Huisartsen biedt de oplossing.

Ontdek wat wij voor uw praktijk kunnen betekenen

5 unieke bouwstenen voor uw praktijk

1. Doktersassistent op Afstand

2. Huisarts in Beeld

3. Specialist Ouderengeneeskunde voor de Wijk

4. POH Somatiek op Afstand

5. POH-GGZ op Afstand

Graag beantwoorden wij al uw vragen over onze dienstverlening. U kunt ons bereiken door te mailen naar info@hulpvoorhuisartsen.nl

HUISARTSENDAGEN 2026

Bella van Langen is samen met aankomend huisartsen uit haar terugkomgroep van de opleiding in Den Bosch. ‘Het huisartsenvak zou niet solistisch moeten zijn. Als we ons meer samen verenigen, dan staan we sterk richting politiek. Nu investeren in de huisartsenzorg betekent dat wij over 10 jaar nog steeds huisarts zijn met net zoveel werkplezier.’

Bestuurslid Mariëtte Willems en ambassadeur Janneke Burggraaff (links) spreken veel huisartsen en LHVleden in de stand. Burggraaff: Keynote spreker Danielle Braun noemt aandacht het ‘nieuwe goud’. Dat geldt voor onze patiënten maar ook voor onze vereniging.

Als ambassadeurs hebben we een speciale rol om ervoor te zorgen dat alle huisartsen gezien worden.’

Voor LHV-ambassadeur Reinier Spillenaar Bilgen is het een thuiswedstrijd. ‘Dat geldt ook voor Dianne (van de Veerdonk), in mijn eerste opleidingsjaar werkte ik in haar duopraktijk in Sint-Michielsgestel. Daar leerde ik over de balans tussen je praktijk zien als een bedrijf en anderzijds als collega’s of familie. Als LHV-ambassadeur wil ik behalve in de winkel ook áán de winkel werken, voor mezelf en alle (toekomstige) collega’s.’

Meer inspiratie en ontmoeten?

Wil je meer nieuwe inzichten en inspiratie? Kom dan de LHV Kennisdag! Een energieke dag vol verdieping en ontmoeten van collega’s. Geaccrediteerd met 6 punten. Dit jaar nog in Zwolle (7 oktober) en Nijmegen (26 november). www.lhv.nl/academie

‘We hebben de onderlinge vervanging goed geregeld’

Huisarts Michiel Hijzen is praktijkhouder in Uithoorn. Aan zijn praktijkhouderschap ging een zoektocht van zo’n negen jaar vooraf. Nu heeft hij gevonden wat hij zocht: een kleine praktijk met de voordelen van een groter samenwerkingsverband.

TEKST: BERBER BIJMA / FOTOGRAFIE: MIRJAM VAN DER LINDEN

Je hebt een vrij lange aanloop gehad. Hoe ging dat?

‘Toen ik klaar was met de huisartsenopleiding, wilde ik wel uiteindelijk praktijkhouder worden, maar ik had geen haast. Waarnemen leek me een eerste logische stap. Er was genoeg werk en ik kon rustig rondkijken. Alleen maar losse dagen heeft me nooit erg aangesproken. Voor ik het wist werkte ik ergens toch voor langere tijd als waarnemer. Na een jaar of twee begon het te kriebelen en wilde ik toch gaandeweg op zoek naar een eigen praktijk. Ik weet nog dat ik het de eerste keer best gaaf vond om gevraagd te worden als waarnemer met het oog op associatie. Dat is toch best egostrelend. Ik ging werken in een van mijn opleidingspraktijken, waar ik na een paar jaar op een haar na ben geassocieerd. Het liep stuk op verschillende, maar onuitgesproken verwachtingen over goodwill en verdeling van winst. Daarna was de vaart van de overnamezoektocht er een beetje uit. Ik ging weer waarnemen, ons tweede kind werd geboren, er is altijd wel iets te doen. Ik heb zelfs nog een paar maanden vrij genomen om samen met de onderburen te klussen aan een oude motor. Daarna heb ik nog een jaar in Volendam gewerkt, in een praktijk waar de praktijkhouder plotseling was overleden. Associatie daar zag ik niet zitten. We vonden elkaar onvoldoende in temperament en visie. Ik ben weer actief gaan zoeken en heb op iedere gespreksmogelijkheid ‘ja’ gezegd, ook als het me niks leek. Dat is een goed uitgangspunt om van alles te zien, van solopraktijk aan huis tot grote praktijken met elf huisartsen.’

Hoe ben je uiteindelijk hier terechtgekomen?

‘Via een waarneembemiddelaar kwam ik in contact met mijn huidige

medepraktijkhouder. Hij bleek bijna bij mij om de hoek te wonen. Een van de eerste dingen waar we over hebben gepraat, was goodwill, om te voorkomen dat het weer op onuitgesproken verwachtingen zou stranden. Ik ben eerst bij hem gaan waarnemen en vandaar uit zijn we stap voor stap verder gegaan. Wat me meteen aansprak, was de constructie. Het duurde even voor ik die doorgrondde: drie duopraktijken vormen samen één maatschap in een gezondheidscentrum, waarin nog twee grote maatschappen

Laat je verrassen!

‘Kijk breed rond en laat je verrassen. Zeg niet te snel nee. Ik heb fijn gewerkt in praktijken waarvan ik vooraf niet dacht dat ze bij me zouden passen. Daardoor werd steeds duidelijker wat ik wél zocht. Ik heb veel praktijken gezien, maar er zijn er nog veel meer. Er is voor iedereen wel een smaak te vinden.’

zitten die onderling goed samenwerken. Alle maatschappen samen plus één huisarts die niet in het centrum zit, vormen samen de hagro, die daarmee uit alle huisartsen van Uithoorn bestaat. Je hebt daardoor een soort ‘klein-in-groot’-constructie, met zowel de voordelen van een kleine praktijk waarin je eigen patiënten hebt, als de voordelen van het grotere geheel. Je houdt je bezig met veel verschillende dingen, zowel kern- als randzaken, maar met goed overleg en afstemming wordt het werk verdeeld en dus lichter.’

Hebben jullie als duo werk gemaakt van een goede klik? ‘Zeker. Je gaat toch een soort huwelijk

met elkaar aan voor een hele lange tijd. Dan moet je niet alleen kijken of iemand aardig is, maar ook of je inhoudelijk op dezelfde golflengte zit. Dat ontdek je niet in één gesprek. Het begint met samenwerken in de praktijk en gesprekken over onder andere verwachtingen en gevoeligheden. We hebben, deels met goede begeleiding, gesprekken gevoerd aan de hand van het op te stellen maatschapscontract. Dat is een juridisch document, maar dwingt je ook om te bespreken wat je belangrijk vindt en wat je wilt regelen voor als het ooit níet goed zou gaan. Zo leer je elkaar nog beter kennen en bouw je aan een solide basis.’

Hoe bevalt het je nu?

‘De overstap was minder groot dan je zou denken. Ik ben in het eerste jaar als waarnemer ook overal bij betrokken en voluit serieus genomen. In de praktijk, maar ook de grote maatschap en de hagro. Wat ik nu vooral fijn vind, is de continuïteit. Ik ben voor de patiënten nu echt de vaste huisarts en ik merk dat ze dat belangrijk en fijn vinden. Het praktijkhouderschap geeft ook ruimte om je werk zo in te richten als je wilt. Dat we binnen de maatschap en de hagro heel goed samenwerken, scheelt enorm. We hebben de onderlinge vervanging goed geregeld. Dat geeft rust en vrijheid.’

Wat zou je anderen willen meegeven?

‘Dat ze er niet te zwaar aan moeten tillen. Zeker, er komt best veel bij kijken, maar het is echt niet zo zwaar als het soms door alle gezucht en gesteun van huisartsen lijkt. Waarnemen is flexibel en overzichtelijk en daardoor aantrekkelijk, maar voor mij is praktijkhouderschap de mooiste manier om het vak in de volle breedte uit te oefenen. Als je toch in zo’n praktijk zit, zorg dan dat je mede-eigenaar bent en meepraat. Daarmee draag je ook bij aan de instandhouding van de huisartsenzorg. Ik denk dat ons vak uiteindelijk alleen maar werkt als er voldoende praktijkhouders zijn.’ ¶

Michiel Hijzen (42) is praktijkhouder in een duopraktijk in Uithoorn die 3075 patiënten heeft. De praktijk vormt met twee andere duopraktijken een maatschap binnen een gezondheidscentrum met nog twee grote maatschappen. Michiel is getrouwd en heeft twee kinderen van 11 en 8 jaar.

MOTOR

Michiel heeft een oude BMW-motor waar hij graag op rijdt. ‘Die is van mijn vader geweest, die vorig jaar is overleden. Nog voor we wisten dat hij ziek was, heb ik die motor in oude luister hersteld.’

DANSLES

‘In mijn studententijd ben ik lid geworden van een rock-n-rollvereniging. Ik geef nog steeds regelmatig dansles. Nee, daar ga ik niet op die motor naartoe, al past dat op zich wel mooi bij elkaar.’

LHV nieuws

Informele manier van zeggenschap in jouw praktijk?

LAAT HET ONS WETEN!

De mening van de patiënt telt, ook in de eerstelijnszorg en kleinschalige zorg. De medezeggenschap zoals vormgegeven in de Wmcz is echter een te formeel instrument De Eerstelijnscoalitie (ELC), waar de LHV deel van uitmaakt, blijft pleiten voor een verhoging van de getalsgrens voor de verplichte cliëntenraad.

Momenteel moeten eerstelijnszorgaanbieders met meer dan 25 zorgverleners verplicht een cliëntenraad instellen. Uit zowel de evaluatie van VWS als uit de flitspeiling van de ELC onder ruim 400 aanbieders blijkt echter dat dit in de praktijk niet overal werkt. Eerstelijnszorgaanbieders geven aan dat het oprichten en onderhouden van een cliëntenraad veel tijd kost en de gesprekken over het algemeen weinig nieuwe informatie opleveren.

Verhoog grens naar 50 zorgverleners

Inspraak van patiënten is een groot goed, maar de ELC is van mening dat formele

medezeggenschap, zoals geregeld in de Wmcz, niet past bij de aard, inhoud en inrichting van de eerstelijnszorg. De ELC pleit voor een verhoging van de grens van 25 naar 50 zorgverleners. Uit de flitspeiling van de ELC blijkt namelijk dat bij een praktijk van een dergelijke omvang een cliëntenraad meerwaarde heeft. Dit sluit ook goed aan bij de getalsgrens die wordt gehanteerd in de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) en de Wet op de Ondernemingsraden (WOR).

De mening van de patiënt telt, ook in de eerstelijnszorg en kleinschalige zorg. De medezeggenschap zoals vormgegeven in de Wmcz is een te formeel instrument. We onderzoeken daarom welke informele manieren van zeggenschap in de eerstelijn worden gebruikt en goed werken. Hiervoor zijn we op zoek naar goede voorbeelden.

Mail jouw voorbeeld

Werk je in jouw praktijk met een informele manier van medezeggenschap voor patiënten? Dan horen we dat graag. Je kunt ons mailen op communicatie@lhv.nl

Een kijkje in jouw tas?

Voor de rubriek ‘de tas’ zijn we op zoek naar verhalen over jouw dokterstas. Heb jij een fijne tas of een leuk verhaal over jouw tas? Of ken je een collega met een bijzondere dokterstas? Mail de redactie op dedokter@lhv.nl.

NIEUWE AFLEVERING

PODCAST JE EIGEN PRAKTIJK

Steeds meer huisartsen denken na over praktijkhouderschap, maar de stap daadwerkelijk zetten blijkt spannend. Want wat komt er financieel en organisatorisch allemaal bij kijken? En hoe combineer je het met een gezin? En: is praktijkhouderschap echt zo zwaar als vaak wordt gezegd? In de nieuwste aflevering van de podcastserie Je eigen praktijk vertellen huisartsen Eline Dekker en Ingrid Nagtzaam over hun overstap van waarnemer en loondienst naar praktijkhouder. Beiden begonnen op 1 januari 2026 aan hun nieuwe rol en delen hun ervaringen, twijfels en inzichten.

LHV nieuws

LHV Academie Nascholing over femicide

We zien femicide steeds vaker terug in het nieuws.

Als huisarts sta je dichtbij je patiënten en bouw je vertrouwen op. Kun je als huisarts al vroeg signalen oppikken en het verschil maken voor je patiënten?

In deze nascholing vergroot jij je inzicht in femicide en (dodelijk) geweld tegen vrouwen. Je leert risicosignalen, letselpatronen en intieme terreur herkennen en je leert hoe je kunt handelen volgens de actuele richtlijnen.

Plaats en locatie

Deze nieuwe nascholing is op woensdag 30 september, bij de LHV in Utrecht, van 16.00 – 20.00 uur. Je ontvangt voor deze scholing 4 accreditatiepunten.

Je kunt je nog aanmelden op www.lhv.nl/academie. Als LHVlid krijg je een aantrekkelijke korting.

Verwijzen naar het Veteranenloket

Ook na hun diensttijd hebben veteranen recht op goede zorg bij klachten die samenhangen met een uitzending naar een conflictgebied. Vermoed je psychosociale problemen die daarmee te maken hebben? Verwijs dan naar het Veteranenloket voor gespecialiseerde ondersteuning.

Gemiddeld hebben huisartsenpraktijken zo’n tien veteranen als patiënt. Zij hebben gediend onder oorlogsomstandigheden of tijdens missies en kunnen – soms pas jaren later – psychische klachten ontwikkelen, zoals trauma- of stressgerelateerde stoornissen. Zelf leggen ze niet altijd een link met hun verleden als militair.

Medisch dossier

Weet je dat iemand veteraan is? Noteer dit dan in het medisch dossier. Dat helpt bij vroegtijdige herkenning en passende zorg.

Veteranenloket

Denk je dat een patiënt kampt met psychosociale klachten die te herleiden zijn tot een uitzending? Verwijs dan naar het Veteranenloket (https:// www.nlveteraneninstituut.nl/).

Via dit loket krijgen veteranen en hun naasten toegang tot het Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen (LZV). De voordelen: kortere wachttijden en geen eigen bijdrage – die vergoedt Defensie.

Ook voor gezin

De zorg strekt zich ook uit tot (ex-)partners en gezinsleden van de veteraan. Zij ervaren soms ingrijpende gevolgen door missie-gerelateerde klachten en ziektebeelden van veteranen.

Ook zij kunnen dan contact opnemen met het Veteranenloket en zo nodig gebruik maken van de hulpverlening via het LZV.

Download de handreiking

Een handreiking van LHV en ministerie van Defensie helpt je bij het bieden van goede huisartsenzorg aan militairen, veteranen en hun families. Je vindt de handreiking op onze website.

Informatie voor huisartsen

Mensen met psychische klachten sneller en op de juiste plek helpen

Wat zijn Mentale Gezondheidsnetwerken?

Een Mentale Gezondheidsnetwerk is een regionaal samenwerkingsverband tussen de huisarts, het sociaal domein en de ggz om de hulpvraag van mensen met psychische klachten snel en op de juiste plek op te pakken.

Mentale gezondheidsnetwerken in het kort

Sinds dit jaar is er in elke regio een mentaal gezondheidsnetwerk (MGN). Hierin werken huisartsen, sociaal domein en de ggz samen om patiënten met psychische klachten sneller en op de juiste plek te helpen. Door het land zien we echter nog grote verschillen in de mate waarmee huisartsen bekend zijn met de mentale gezondheidsnetwerken en de manier waarop ze hiermee werken.

Met een nieuwe infographic bieden we een extra hulpmiddel dat

overzichtelijk de hoofdpunten weergeeft over de werking en het doel van de mentale gezondheidsnetwerken. De infographic geeft in één oogopslag een overzicht van de functies van het MGN: het verkennend gesprek, het domeinoverstijgend casusoverleg, het transfermechanisme en inzicht in wachttijden.

Jouw regio

Werk je nog niet met het MGN of ben je er nog niet mee bekend? Check dan hoe het mentale gezondheidsnetwerk in jouw regio is georganiseerd en welke organisaties betrokken zijn. Via de

TOEKOMST CHRONISCHE KETENZORG

Hoe houden we de chronische ketenzorg in de toekomst toegankelijk, passend en van goede kwaliteit? Om die vraag te beantwoorden, hebben LHV, NHG en InEen een plan van aanpak opgesteld dat moet leiden tot een concrete, breed gedragen werkagenda.

Naar verwachting groeit de groep van 10,5 miljoen mensen in 2022 naar 12 miljoen mensen in 2050. Gezien de arbeidsmarktkrapte in de huisartsenzorg, vraagt dit om een toekomstbestendige inrichting van de chronische ketenzorg.

Beweging in de regio

In veel regio’s wordt al volop geëxperimenteerd met nieuwe vormen van zorg. Denk aan initiatieven rondom zelfmanagement, waarbij patiënten meer regie krijgen, thuismonitoring en hybride

Waarom Mentale Gezondheidsnetwerken?

De wachtlijsten in de ggz zijn de afgelopen jaren zo ver opgelopen dat huisartsen te lang verantwoordelijk blijven voor patiënten die ze hebben doorverwezen. Door een betere samenwerking tussen sociaal domein, huisartsenzorg en ggz verwachten we patiënten sneller op de juiste plek hulp te kunnen bieden. Hierdoor komt er ruimte in de wachtlijsten. Daarmee wordt de patiënt beter geholpen en de huisarts ontlast. Het opzetten van een succesvol netwerk begint met elkaar beter leren kennen, vertrouwen ontwikkelen en helder krijgen wat we van elkaar kunnen verwachten.

Functies van Mentale gezondheidsnetwerken

Verkennend gesprek Patiënten met (lichte) psychische klachten en problemen op meerdere levensdomeinen kun je verwijzen naar het Verkennend Gesprek. Hierin bespreekt de patiënt samen met professionals uit het sociaal domein en de ggz waarmee hij/zij het beste geholpen kan worden. Samen maken zij een plan om daarmee aan de slag te gaan. Het VG is dus geen behandeling.

Transfermechanisme Ggz-aanbieders geven elkaar inzicht in de aantallen en soorten zorgvragers die op hun afzonderlijke wachtlijsten staan. Ook bekijken ze gezamenlijk hoe vraag en aanbod beter bij elkaar gebracht kunnen worden, zodat ze patiënten aan elkaar kunnen overdragen en sneller met een behandeling kunnen starten.

Informatievoorziening wachttijden

Hiermee worden de wachttijden

contactpersoon in het overzicht kun je nagaan hoe de verschillende functies praktisch geregeld zijn. Een overzicht van alle netwerken vind je op www. mentalegezondheidsnetwerken.nl.

Bekijk de infographic

zorg. Tegelijkertijd is nog niet altijd precies duidelijk wat nu echt werkt, voor welke patiëntengroepen en onder welke voorwaarden. Het plan van aanpak omvat daarom een stappenplan om: regionale initiatieven systematisch in kaart te brengen; te onderzoeken waar kennis ontbreekt; en te bepalen welke onderwerpen prioriteit vragen.

We willen komen tot een gedragen werkagenda die goed aansluit op de dagelijkse praktijk. Houd de LHV-nieuwsbrief in de gaten voor de momenten waarop je je praktijkervaring, knelpunten en ideeën met ons kunt delen.

Het plan van aanpak en meer toelichting vind je op www.lhv.nl

Vertaalapp

Als ik het consult met mevrouw Kovalenka (36 jaar) afrond, zie ik dat nog een paar minuten over heb. Dat zou een paar jaar geleden ondenkbaar zijn geweest. Consulten die werden bemoeilijkt door een taalbarrière liepen vrijwel altijd uit. Dankzij het handige gebruik van vertaalapps aan beide kanten is dat bijna verleden tijd. En ze worden steeds beter. Er komen zelfs vertaalapps die niet alleen woorden, maar ook de juiste emotionele lading kunnen overbrengen.

Na mevrouw Kovalenka is het echtpaar Vulkens (beiden in de tachtig) aan de beurt. Al bij de deuropening gaat het mis. Ik gebaar hen vriendelijk naar binnen, waarop ze zich gelijktijdig door de opening wringen, hun gekromde lichamen naast elkaar: hij met wandelstok, zij zonder. Prompt volgt gemopper over en weer. Het zitten gaat een stuk soepeler.

Meneer Vulkens heeft enorme jeuk.

‘Dokter, ik krab me we-zen-loos,’ benadrukt hij, terwijl zijn vrouw instemmend meeknikt.

‘Waar heeft u jeuk?’ vraag ik hem. ‘Vooral in bed,’ antwoordt hij. Zijn vrouw kijkt hem aan. ‘Nee, de dokter bedoelt je rug.’ Dan met een grijns naar mij: ‘Hij heeft de meeste jeuk op zijn rug.’

‘Schei uit, mens, ik weet toch wat de dokter bedoelt,’ zegt hij geirriteerd.

Vervolgens kijken ze me aan alsof ik moet zeggen wie gelijk heeft. Dat doe ik niet.

‘En wanneer is het ontstaan?’ ‘Met kerstmis,’ antwoordt meneer Vulkens.

‘Al veel langer daarvoor,’ corrigeert

mevrouw Vulkens.

‘Da’s niet waar,’ zegt hij vervolgens, opnieuw geïrriteerd.

‘Da’s wel waar,’ brengt zij daartegenin.

Ook over de oorzaak zijn ze het niet eens. Hij geeft de nieuwe suikermedicatie de schuld, zij het rommelen in de stoffige schuur.

‘Heeft u het ooit eerder gehad?’ vraag ik daarna.

Hij: ‘Dat zeg ik net, die suikermedicatie was nieuw.’

Zij: ‘Nee, hij heeft wel eens eerder suikermedicatie van de praktijkondersteuner gekregen.’

Ik: ‘Ehm, ik bedoel de jeuk. Heeft u die weleens eerder zo ervaren?’

Weer krijg ik van beiden een wisse lend antwoord. Hij zegt nee. En zij zegt dat hij altijd al een jeukerige man is geweest.

Aan de huid van zijn rug is weinig afwijkends te zien, behalve een lichte schilfering en sporen van hevig gekrab. Mijn uiteindelijke diagnose is prurigo senilis.

Vanwege de jeuk en het slechte slapen daardoor stel ik een smeerschema met hormoon zalf en vaselinecrème voor.

De vaseline lijkt niet nodig.

Hij: ‘Op de badkamer staat nog een pot uierzalf.’

Zij: ‘Nee, dat is niet waar.’

Hij: ‘Da’s wel waar.’

Zij: ‘Die is op.’

Ik: ‘Ik schrijf wel een recept uit.’

Tijdens mijn uitleg over het smeerschema hunker ik naar een nieuwe vertaalapp. ¶

‘Schei uit mens, ik weet toch wat de dokter bedoelt’
Rutger Verhoeff, huisarts in Tiel

PAE: een bewezen alternatief voor TURP bij benigne prostaathyperplasie

Minimaal invasieve (dag) behandeling zonder narcose met minder risico’s en sneller herstel

De Prostaat Arterie Embolisatie (PAE)1,2 is een effectief en patiëntvriendelijk alternatief

• Goedgekeurd door de NZA, internationaal toegepast

• Vergoeding3 valt onder de basisverzekering

• Doorverwijzen via zorgdomein of via verwijzing@link2care.nl

Bij Link2Care Clinics zijn er sinds 2022 al ruim 1200 PAE’s uitgevoerd

L2C Clinics in Bilthoven combineert de expertise van ervaren radiologen en urologen met hypermoderne diagnostische systemen voor CT, MRI, echografie en röntgen.

De kliniek heeft een sterke focus op regionale samenwerkingsverbanden en wachttijdvermindering in de regio.

1 Bilhim T, et al. Long-Term Outcome of Prostatic Artery Embolization for Patients with Benign Prostatic Hyperplasia: Single-Centre Retrospective Study in 1072 Patients Over a 10-Year Period. Cardiovasc Intervent Radiol. 2022 Sep;45(9):1324–1336. doi:10.1007/s00270-022-03199-8. PMID:35778579.

2 Altman R, et al. Comparing prostatic artery embolization to surgical and minimally invasive procedures for the treatment of benign prostatic hyperplasia: a systematic review and meta-analysis. BMC Urol. 2024;24:22. doi:10.1186/s12894-023-01397-1.

3 ONVZ, DSW, Caresq volledig vergoed, bij overige zorgverzekeraars vergoeding tussen de 65%-100%

‘Uw patiënt sneller pijnvrij’

Diak Clinic opent Niersteencentrum Midden-Nederland

Wij bieden uw patiënt:

Binnen 5 werkdagen een behandelplan

Gespecialiseerde zorg door een ervaren niersteenteam

Alle behandeltechnieken, volgens de nieuwste inzichten

Patiënttevredenheid: 9,3 (2025)

Scan de QR-code voor meer informatie

Niersteencentrum

Midden-Nederland

Zorg die continu wordt verbeterd door onderzoek

Bekijk de actuele wachttijdkorte ZorgDomeinop

Retouradres LHV

Landelijke Huisartsen Vereniging

T.a.v. Afdeling Ledenadministratie

Postbus 20056

3502 LB Utrecht

H. de Vries uroloog & medisch leider Niersteencentrum

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook