LEDENBLAD VAN DE LANDELIJKE HUISARTSEN VERENIGING
Van coschap naar huisartsenopleiding
‘Ik was echt verrast: zo kan het dus ook’ Gegevenshack Terugblik op een praktische en juridische uitdaging
Nieuwe cao Inhaalslag voor huisartsen in loondienst
Boost voor belangenbehartiging ‘Meer impact en scherper kiezen’
#4
26 0202 ERR2 OBE OTM OZK
deDokter
Marjolein Tasche voorzitterscolumn Inhaalslag
I
n september stemde de Landelijke Ledenvergadering in met de nieuwe cao voor huisartsen in loondienst. De afgesproken structurele loonsverhoging is een inhaalslag: achtergebleven loonontwikkeling en inflatie van de afgelopen jaren worden daarin gecompenseerd. Zo geven we invulling aan goed werkgeverschap voor de groeiende groep huisartsen in dienstverband, collega’s die van cruciaal belang zijn bij het bieden van continue zorg aan onze patiënten. In tegenstelling hiermee zag de NZa in de uitspraak van de rechter geen reden voor een inhaalslag in de tarieven voor de basiszorg. De werkelijke bijdrage van praktijkhoudend huisartsen blijft ondergewaardeerd en doet geen recht aan de werkelijke inzet van de praktijkhouder. Ondanks voorstellen van onze kant, uitgewerkte alternatieven en vele gesprekken, heeft dat niet geleid tot de gewenste uitkomst. Alleen op huisvesting zet de zorgautoriteit een stap, maar maakt de uitvoering ervan grotendeels onuitvoerbaar. Daarom hebben we opnieuw beroep ingesteld. Op 19 januari 2027 is de zitting, een volgende stap in de procedure. Terwijl we wederom veel energie en tijd steken in het broodnodige her-
stelwerk van de bekostiging, werken we ook keihard aan voorstellen voor de toekomst. Die bekostiging moet de huisartsenzorg juist ondersteunen, in plaats van bepalen hoe de zorg wordt georganiseerd. Alleen met kostendekkende tarieven heeft de huisarts ruimte voor persoonlijke, continue zorg en blijft het vak aantrekkelijk. We willen immers dat jonge huisartsen hierop kunnen vertrouwen. Ook de geneeskundestudenten die straks (hopelijk meer en meer) gaan kiezen voor de vervolgopleiding tot huisarts. Vanaf 2027 kunnen jaarlijks 1.026 basisartsen instromen in de huisartsenopleiding. De minister nam in mei het advies van het Capaciteitsorgaan over, waarin de druk op de huisartsenzorg duidelijk benoemd staat. De grote uitdaging is nu om deze opleidingsplaatsen te vullen. Aan de huisartsen uit het artikel in deze editie zal het niet liggen, zij bieden volop ruimte aan de coassistenten om het vak te ervaren. En met succes. Zo begint Samia Hussein dit najaar aan de huisartsenopleiding. Met dank aan haar supervisoren, die ‘waarschijnlijk niet beseffen hoeveel invloed ze hebben.’ Als LHV pleiten we voor een vervolg van het project Meer Extramurale Art-
f oto : pau l to l en a a r
advertentie
‘ Toekomstige bekostiging moet de huisartsenzorg juist ondersteunen’ sen. In het eindrapport staan mooie aanbevelingen. nu zijn concrete vervolgafspraken over de uitwerking nodig. Wij dringen er al langere tijd bij VWS op aan dat de minister hierin een regierol neemt. Deze regierol is nodig, omdat de belangen van partijen uiteenlopen en samenwerken tot het echte resultaat niet altijd vanzelfsprekend is. De aanbevelingen liggen er, we moeten met elkaar aan de slag om het echt te realiseren. ¶
Marjolein Tasche Voorzitter LHV
colofon De Dokter is het ledenblad van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en verschijnt 6 keer per jaar. De LHV is de beroepsorganisatie voor alle huisartsen in Nederland. Oplage 12.500 exemplaren Zeventiende jaargang, nr 4 oktober 2026 Bladmanagement & eindredactie Nathalie Pol
Redactieraad Heleen van Bloemendaal, Wendy van den Brink, Yvette Haasbroek, Jelly Hogendorp, Iris Jansen, Annemarie Kerstens, Petra Meerkerk, Margriet Niehof, Lennart Rijkers, Cora ten Tusscher, Johan Snijders, Christiaan Grigoleit
Art direction en vormgeving Curve Mags and More, Haarlem www.curve.nl
Tekst & Beeld Rob ter Bekke, Berber Bijma, Ferdy Damman, Bas Jongerius, Olaf Kraak, Corien Lambregtse, Mirjam van der Linden, Sandra Peerenboom, Paul Tolenaar
Drukwerk Senefelder Misset, Doetinchem
Lidmaatschap LHV Als LHV-lid ontvang je automatisch De Dokter. Het LHVlidmaatschap kun je schriftelijk of per e-mail beëindigen, uiterlijk één maand voor het einde van het kalenderjaar. Op www.lhv.nl vind je hierover meer informatie.
Advertentieverkoop SGNM, Oscar van den Bosch Telefoon 06 11 59 15 22 Mail: oscar@sgnm.nl
de Dokter 4/2026
Adreswijziging Graag doorgeven via ledenadministratie@lhv.nl
3
Contact redactie Postbus 20056, 3502 LB Utrecht Mail: dedokter@lhv.nl www.lhv.nl/dedokter Overname van teksten is toegestaan onder bronvermelding en met toestemming van de redactie.
quotes
#4
deDokter
26 0202 ERR2 OBE OTM OZK
inhoud oktober 2026
LEDENBLAD VAN DE LANDELIJKE HUISARTSEN VERENIGING
Van coschap naar huisartsenopleiding
14
‘Ik was echt verrast: zo kan het dus ook’ Gegevenshack Terugblik op een praktische en juridische uitdaging
Nieuwe cao Inhaalslag voor huisartsen in loondienst
Boost voor belangenbehartiging ‘Meer impact en scherper kiezen’
DD2604_01_Cover.indd 1
06
08 Inhaalslag met cao huisartsen in loondienst
‘De eisen lagen in het begin ver uit elkaar, maar goede arbeidsvoorwaarden en behapbare werkdruk zijn tegelijk gemeenschappelijke belangen.’ Wat brengt de nieuwe cao voor huisartsen in loondienst?
20 Boost voor belangen behartiging
Weten wat huisartsen nodig hebben en wat hen drijft, maar ook begrip van wat er bij andere partijen speelt. Het team Public Affairs vertelt over hun aanpak en plannen voor het komende jaar.
‘Het vakje waarin de conducteur zijn stempel had, is perfect voor de saturatiemeter’
18-09-2026 10:06
BINNENKIJKEN De passie voor biologie ademt door in de sfeer van praktijk Heinsdijk: ‘Hartelijk en geruststellend, alsof je bij een ouderwetse praktijk aan huis komt.’
12
DE TAS
33 34
NIEUWS
Vader en dochter, allebei een conducteurstas.
WISSELCOLUMN Huisarts Rutger Verhoeff voorziet een nieuwe NHGstandaard.
25
28
Praktijkverhaal: van stad naar platteland
Gegevenshack
Begin april werd HIS-leverancier ChipSoft getroffen door een hack. ‘Volledig beschermen kan nooit, maar je kunt wel de nodige maatregelen nemen.’
Huisartsen Marieke en Martijn Verlaan maakten de stap. 'In een dorp kun je wat proactiever dokter zijn’
‘Laatst had ik nog een verkeerd lichaamsdeel gehoord in het verhaal van een patiënt’
ontwikkelingen op macroniveau spreekt me aan. Het grote plaatje, het politieke, is me afgelopen jaren steeds meer gaan interesseren. Hoe organiseer je dingen en hoe ga je bij krapte om met het verdelen van zaken? Mijn opleider heeft zeker een rol gespeeld in die groeiende belangstelling. In een van de artikelen wordt ook beschreven welke positieve invloed een supervisor heeft op
4
Huisarts Marieke Verlaan (pagina 25)
de interesses van een coassistent. Ik ben blij om te lezen dat het team voor public affairs is uitgebreid, zodat we meer zichtbaar zijn. Er ligt voor komende jaren een grote kluif waar we met z’n allen hard aan mogen werken. Hoe houden we ons vak houdbaar? En, hoe trekken we meer AIOS aan? Dat brengt in mijn optiek ook wat leuks, omdat het betekent dat er verandering aan
de Dokter 4/2026
FOTO: ROB TER BEKKE
k blader uit interesse altijd eerst door naar de rubrieken De Tas en Binnenkijken. In De Tas hebben vader en dochter dezelfde conducteurstas; mooi die persoonlijke touch. Dat geldt ook voor de praktijk in Binnenkijken, waar de huisarts haar passie voor biologie tot in de kleinste details heeft doorgevoerd. De combinatie van het kleine in de spreekkamer en daarnaast de
‘Zo nu en dan drukken ze hun vinger op een kennislacune’ Huisarts Dennis Hooijberg (pagina 14)
quickscan van... Floris Heijboer, huisarts in Utrecht I
Huisarts Theo Bakker over zijn dokterstas (pagina 12)
zit te komen. Zelf werk ik inmiddels anderhalf jaar als waarnemer. Ik heb net een zwangerschapsvervanging erop zitten en start binnenkort bij een praktijk waar iemand tijdelijk is uitgevallen: nu werkend volgens het principe ziek, piek en uniek. Fijn dat ik op die manier een bijdrage kan leveren. ¶
‘Je kunt het bij wijze van spreken zo gek maken als je wilt.’ Huisarts in opleiding Samia Hussein (pagina 14)
de Dokter 4/2026
5
binnenkijken Huisartsenpraktijk Heinsdijk in Haarlem TEKST: BERBER BIJM A / FOTOGR AFIE: MIR JAM VAN DER LINDEN
Huisartsen Mariët Heinsdijk (rechts) en Hanneke Swinkels
Toegankelijke sfeer van een praktijk aan huis
D
e praktijk van Mariët Heinsdijk zit al meer dan drie jaar op een nieuwe locatie, maar als ze erover vertelt, is ze zo enthousiast dat het klinkt alsof ze gisteren is verhuisd. In afstand was de verhuizing klein: van nummer 80 naar nummer 26 op de Zijlweg in Haarlem. Tegelijk kon het contrast niet groter zijn. ‘We hadden één spreekkamer en een wachtkamer, later met nog een soort bezemkast er tussenin als extra spreekkamer. Samen 50 vierkante meter.’ Hanneke Swinkels, die ook als huisarts in de praktijk werkt: ‘We hadden een avondspreekuur om met die beperkte ruimte alle patiënten te kunnen zien.’ Op de nieuwe locatie is het vloeroppervlak bijna vijf keer zo groot. Heinsdijk, die nu 21 jaar praktijkhouder is, was al jaren op zoek naar een nieuw pand. Uiteindelijk lukte het via de gemeente. Het pand waar ze nu zit, is van de grond af opnieuw opgebouwd in originele stijl, maar dan wel energieneutraal. De begane grond hield een maatschappelijke bestemming en leende zich daarom goed voor een huisartsenpraktijk.
Het pand is recent opnieuw opgebouwd in originele stijl
‘Meneer beentjes’ is in trek bij kinderen
Het ‘urineluikje’ in de wc komt uit in het lab
6
de Dokter 4/2026
Het nieuwe pand vulde zich vanzelf, maar Heinsdijk is selectief op wat wel en niet binnenkomt, want de praktijk werkt ook Lean
De sfeer had Heinsdijk meteen voor ogen: ‘Hartelijk en geruststellend, alsof je bij een ouderwetse praktijk aan huis komt.’ De inrichting is deels nieuw en deels vintage. Heinsdijk: ‘Biologie is mijn passie. Vandaar de walvis in ons logo: dat is mijn lievelingsdier.’ Met het nieuwe pand is het een stuk eenvoudiger om geaccrediteerd te worden, vertelt Swinkels. ‘Je hebt betere mogelijkheden om aan de regels te voldoen, zoals gescheiden koelkasten.’ Daarnaast is er nu ruimte om assistenten op te leiden. Voor de assistenten is de verandering het grootst, zegt Heinsdijk. ‘We hebben een gescheiden front- en backoffice. En een fijne lunchruimte, die bijdraagt aan de gezelligheid én aan de overlegmogelijkheden.’ ¶
Opgeknapte vintage meubelen geven de wachtkamer een huiselijke sfeer. Uit de ideeënbox voor het nieuwe pand; een oudere patiënt vroeg om een stoel met armleuningen
Het linnen behang werd speciaal voor de praktijk ontworpen
Kinderen mogen na het consult een diertje uitzoeken
De sfeer is ‘warm, benaderbaar en welkom’
De kroonluchter in de keuken is het cadeau van een patiënt
Bij Huisartsenpraktijk Heinsdijk werken 3 huisartsen, 1 POH, 2 POH’s-ggz, 4 assistenten (van wie 2 ook spreekuurondersteuner), 2 assistenten in opleiding, eens per maand een psychiater, 1 praktijkmanager en een schoonmaakster.
'Biologie is mijn passie'
7
TEKST: BERBER BIJM A
H
8
rieven die de NZa vaststelt. Clemens: ‘De NZa verwerkt de OVA in zijn tarieven, maar doet dat op een manier waarover geen enkele praktijkhouder tevreden is – ook wij beiden niet. Dat staat echter los van het feit dat wij binnen de huisartsenzorg streven naar goed werkgeverschap en daarom de lonen met de inflatie mee willen laten stijgen. Wat dat betreft was er, door de lange onderhandelingstijd, een inhaalslag te maken. De cao die we nu hebben, zou met terugwerkende kracht moeten ingaan per 1 oktober 2025. Dat zou betekenen dat iedere huisarts-werkgever de lonen over de afgelopen tien maanden zou moeten laten herberekenen. In plaats daarvan is de gemiste loonontwik-
de Dokter 4/2026
keling sinds 1 oktober 2025 met een eenmalige uitkering van 4,25 procent gerepareerd. Vanaf 1 augustus wordt het salaris dan wel met 3,5 procent verhoogd. Met dat alles samen hebben we binnen de ruimte die de overheid biedt, de inhaalslag gemaakt en zijn we voor huisartsen in loondienst weer bij met de inflatie. Tegelijk komt het inkomen van de praktijkhouder als ondernemer onder druk door de NZa-tarieven die onvoldoende stijgen. De frustratie daarover hebben wij zelf ook, maar dat is dus een wezenlijk ander spoor.’ ◼ GEMEENSCHAPPELIJKE BELANGEN Beide onderhandelaars hebben zelf
huisartsen in dienst. Van Kleef heeft in zijn praktijk met 2700 patiënten in Hasselt één huisarts in loondienst. Clemens heeft twee praktijken, in Ouderkerk aan de Amstel en in Weesp. In beide praktijken samen heeft hij dertien huisartsen in dienst, die opgeteld voor 17.500 patiënten werken. ‘Dat is door omstandigheden zo gelopen. Voor beide praktijken hoop ik de komende anderhalf jaar maatschappen aan te gaan met collega’s die nu in loondienst zijn.’ Voor beiden was het de eerste keer dat ze aan de onderhandelingstafel zaten. Een uitdagende, maar leerzame vuurdoop, is hun oordeel. Ze zijn te spreken over de samenwerking aan werkgeverskant met InEen,
Huisarts Robert van Kleef
die de gezondheidscentra vertegenwoordigde. Clemens: ‘Zowel vanuit het LHV bureau als InEen werden we goed ondersteund door ervaren teamleden. Van Kleef: ‘De gesprekken in de werkgroepen deden we meestal alleen, maar aan de centrale onderhandelingstafel zaten we samen.’ Gesprekspartner was de LAD, de vereniging van huisartsen in dienstverband. ‘De eisen lagen in het begin
‘Met deze cao tonen we goed werk geverschap’ de Dokter 4/2026
ver uit elkaar, maar goede arbeidsvoorwaarden en behapbare werkdruk zijn tegelijk gemeenschappelijke belangen. Dat is een goed uitgangspunt. Bovendien hadden wij het duidelijke mandaat vanuit de LHV: alle besluiten die geld kosten, moesten passen binnen de OVA.’ Clemens: ‘De LAD had nog hoop dat de nieuwe NZatarieven meer ruimte zouden bieden. Toen bleek dat dat niet het geval was, waren we er vrij snel uit.’ Feeling met hun achterban hielden ze binnen hun eigen netwerk, via de werkgroepen en via de vragen die de LHV van huisartsen krijgt op arbeidsvoorwaardengebied. Clemens: ‘Bij een volgende onderhandelingsronde willen we vooraf knelpunten
9
▲
uisartsen en praktijkhouders Joost Clemens en Robert van Kleef kregen als cao-onderhandelaars een duidelijk mandaat mee vanuit de LHV: salarisverhoging én andere caomaatregelen die geld kosten moesten samen passen binnen de Overheidsbijdrage in de Arbeidskosten (OVA). De OVA is het percentage dat de overheid vaststelt om de loonkosten in de zorg te indexeren. ‘We zijn ook daadwerkelijk binnen de OVA gebleven. De loonsverhoging past dus bij de inflatie’, zegt Clemens. De nieuwe cao loopt tot en met december 2027. Clemens noemt de timing van het cao-akkoord ‘ongelukkig’, omdat het vrijwel samenviel met de nieuwe ta-
Huisarts Joost Clemens
FOTO: FERDY DA MM AN
Er is een nieuwe cao voor huisartsen, na driekwart jaar onderhandelen. De Landelijke Ledenvergadering stemde begin september in met de nieuwe arbeidsvoorwaarden. Die gaan onder meer over een loonsverhoging voor alle huisartsen in dienstverband van 3,5 procent in 2026 en nog eens 4 procent in 2027. Die verhoging past binnen de Overheidsbijdrage in de Arbeidskosten (OVA), vertellen Robert van Kleef en Joost Clemens. Zij zaten vanuit de LHV namens de werkgevers aan tafel.
FOTO: MIR JA M VAN DER LINDEN
Inhaalslag met cao voor huisartsen in loondienst
‘ Alle huisartsen hebben baat bij goede arbeids voorwaarden’ LHV-bestuurder en huisarts Antonie van Schothorst is ingenomen met de nieuwe cao en de instemming van de Landelijke Ledenvergadering daarvoor. De LHV zat aan de onderhandelingstafel namens de werkgevers; de LAD namens de huisartsen in loondienst. De LAD werd daarbij gevoed door de LHV-denktank voor huisartsen in loondienst. ‘Binnen de LHV zorgen we voor een waterscheiding tussen de denktank en de onderhandelaars van werkgeverskant. Er is geen contact over de cao’, zegt Van Schothorst. De nieuwe cao is een goede uitkomst voor alle huisartsen, of ze nu in dienstverband werken of werkgever zijn, stelt hij. ‘De afspraken dragen bij aan toekomstbestendige huisartsenzorg: de sector blijft aantrekkelijk om in te werken. Door salarissen die meegaan met de inflatie, maar ook door het faciliteren van gesprekken over werkdruk. Huisartsen die werknemer zijn hebben ondernemende huisartsen nodig als werkgever én andersom. Daarvoor zijn goede arbeidsvoorwaarden nodig. Dat drukt deze cao uit.’ Van Schothorst begrijpt heel goed dat praktijkhouders zich zorgen maken over de betaalbaarheid van de nieuwe cao. ‘We zien al langere tijd dat het inkomen van de praktijkhouder onder druk staat door de NZa-tarieven. Deze loonsverhoging maakt die druk niet minder. Tegelijk moeten we ons realiseren dat dit gesprekken aan twee verschillende tafels zijn. Tegen de NZa voeren we rechtszaken en die zullen we met alle inzet blíjven voeren totdat er eerlijker tarieven komen. Daarnaast zijn we bezig om te komen tot een nieuw bekostigingsmodel. De discussie over die tarieven moeten we niet meenemen naar de cao-tafel. Daar spreken we over goede arbeidsvoorwaarden, goed werkgeverschap en toekomstbestendige huisartsenzorg. Ik ben blij dat de Landelijke Ledenvergadering die verschillende sporen onderkent door met ruime meerderheid in te stemmen met de nieuwe cao.’
10
Van der Ven is blij met de afgesproken loonstijging. ‘Het is goed dat we de inhaalslag hebben gemaakt, nadat er tien maanden geen cao meer was. Wij hadden een grotere slag willen maken, maar zien ook dat praktijkhouders en gezondheidscentra financieel onder druk staan. Dit was het maximaal haalbare. Het is mooi dat we weer bij zijn met de cao’s voor ziekenhuizen en VVT, want je wilt als sector niet minder aantrekkelijk zijn. De stip op de horizon blijft om aantrekkelijker te worden dan die andere specialismen, nu een groeiende groep huisartsen ervoor kiest om in loondienst te werken.’ Van der Ven is daarnaast blij dat er een extra loonschaal is gekomen voor praktijkhouders in loondienst. ‘Zij
in de cao ophalen bij een brede groep collega’s.’ ◼ COLLEGA EN
LEIDINGGEVENDE De nieuwe cao maakt een duidelijker verschil tussen huisarts in dienst (HD) en praktijkhouder in dienst (PD). De eerste heeft de zorg voor patiënten, de tweede is daarnaast ook verantwoordelijk voor onderdelen van de praktijkvoering. Van Kleef: ‘In de praktijk is dat een duidelijk verschil in verantwoordelijkheden. Dat komt in de nieuwe cao beter in de salariëring tot uitdrukking.’ Wie huisartsen in loondienst heeft, als PD of HD, is zowel collega als leidinggevende. Dat kan conflicten geven, maar de erva-
de Dokter 4/2026
hebben meer verantwoordelijkheid dan HD’s, maar kwamen omgerekend met al hun taken uit op een lager uurloon dan HD’s. Met deze cao hebben we een eerste stap gezet om dat te repareren. Ook daarvan hoop ik overigens dat we in de volgende cao het verschil verder kunnen repareren.’ De werkdrukmaatregelen zijn zeer welkom bij huisartsen in loondienst. ‘Werkdruk is een belangrijke factor bij het kiezen van een specialisatie na je opleiding als basisarts. Heel goed dus dat structureel overwerk nu wordt vergoed en dat we een gesprek over werkdruk beter faciliteren. Als je van acht tot vijf werkt, zou je niet iedere dag om half zes klaar moeten zijn.’ ‘Het is belangrijk dat je als huisarts in loondienst lid bent van de LHV’, geeft Van der Ven zijn achterban mee. ‘Een sterke vertegenwoordiging van alle huisartsen, bijvoorbeeld in de rechtszaken over bekostiging, is goed voor de toekomst van de huisartsenzorg en daarmee ook voor huisartsen in loondienst.’
ring van beide huisartsen is dat dat weinig voorkomt. ‘Het werkt ’t beste als de hiërarchie zo min mogelijk merkbaar is’, is Clemens’ ervaring. ‘Al is het soms nodig een gesprek vanuit je werkgeverschap te voeren, bijvoorbeeld als je ziet dat de ene huisarts veel meer tijd steekt in een vergelijkbare patiëntengroep dan de ander.’
‘Structureel overwerk is een teken dat je samen in gesprek moet'
‘ Goed dat huisarts worden even aantrekkelijk is als andere specialismen’
FOTO: ROB TER BEKKE
Michaël van der Ven zat aan de cao-tafel namens de huisartsen in loondienst. Hij vertegenwoordigt de LAD, de vakbond voor artsen in loondienst en heeft daarnaast een link met de LHV-denktank die zich buigt over arbeidsvoorwaarden voor huisartsen in loondienst.
Dat sluit aan bij een ander belangrijk gespreksonderwerp tijdens de onderhandelingen: werkdruk. Structureel overwerk is een teken dat werkgever en werknemer met elkaar in gesprek moeten, stellen de onderhandelaars. Clemens: ‘Werkdruk komt deels door de patiëntenpopulatie, dus het is goed daar rationeel, met cijfers onderbouwd, naar te kijken. Anderzijds kan ook de werkstijl een rol spelen.’ Aan de onderhandelingstafel is afgesproken dat de LHV een training ontwikkelt, die helpt om in gesprek te gaan over werkdruk. Daarnaast is de regeling voor overwerk verruimd. Van Kleef: ‘Overwerk van een halfuur of korter van de HD kan nu ook worden vergoed, als het
structureel is. Ook die afspraak past binnen de OVA.’ Beide huisartsen zijn tevreden met het resultaat dat er ligt. Van Kleef: ‘Het is een mooi samenspel om ergens terecht te komen waarmee iedereen terug kan naar zijn achterban’, zegt Van Kleef. Clemens: ‘Ik merk dat een cao zorgt voor houvast in gesprekken tussen werkgever en werknemer: er is duidelijkheid over wat mogelijk is. Het is goed om aan landelijke afspraken daarover mee te werken.’ ¶
de Dokter 4/2026
Meer leren over jouw rol als huisarts in loondienst? Als huisarts in loondienst krijg je een nieuwe positie binnen de praktijk. Plots heb je een werkgever, maak je deel uit van het team en werk je samen vanuit andere verantwoordelijkheden en verwachtingen. Welke rol pak je nu? Hoe positioneer je jezelf binnen de praktijk? En hoe voer je gesprekken die nu een andere dynamiek hebben dan voorheen? De antwoorden op deze vragen krijg je in de interactieve nascholing ‘Stevig in je rol als huisarts in loondienst’ van de LHV Academie. De nascholing combineert theorie, reflectie, interactie en oefenen. Kijk op academie.lhv.nl voor meer informatie.
11
Een klassieke dokterstas, of toch een hippere variant? Wat zegt de tas eigenlijk over de dokter? En wat zit er in die tas? Huisarts Theo Bakker en zijn dochter, verloskundige Florien Bakker, zijn allebei verknocht aan hun conducteurstas. TEKST: BERBER BIJM A / FOTO: BAS JONGERIUS
Theo heeft de voorgeschreven ampullen in een aparte tas, die bijna altijd in de auto blijft. ‘Volgend jaar verhuist de praktijk en gaan we als vier huisartsen samen één of twee spoedtassen gebruiken. Dat scheelt heel wat weggooien.’ Florien heeft altijd vijf ampullen mee op huisbezoek. Via een assistente van Theo kreeg ze de perfecte verpakking: een blikje waarin eerder make-up ampullen zaten.
Vader en dochter hebben beiden iets ouds mee in de tas. Florien een houten doptone voor het geval de moderne, elektronische variant het begeeft. Theo neemt al dertig jaar verbandmateriaal mee in hetzelfde, onverwoestbare Tupperware-bakje.
‘Ik dacht dat Florien deze tas veel te T oubollig zou vinden’ 12
Wie? Huisarts Theo Bakker (63) en verloskundige Florien Bakker (28) Huisarts sinds 2000 Verloskundige sinds 2026 Hoe en waar? Theo is praktijkhouder in Sneek, Florien zzp-verloskundige in Amsterdam
afscheidscadeau. Zo’n conducteurstas leek me bij de start van mijn huisartsopleiding geweldig handig. Lekker stevig en er kan best veel in omdat-ie van onder tot boven even breed is. Overigens heb ik er steeds minder in, vooral nog de standaardspullen.’
heo Bakker: ‘Na mijn geneeskundeopleiding heb ik een jaar bij het Gemeentelijk VervoersBedrijf in Amsterdam gewerkt. Ik zag zieke medewerkers, maar fungeerde tegelijk als een soort huisarts voor de anderen. Prachtig werk. Na een jaar vroegen ze of ik een wens had voor een
Florien Bakker: ‘Ik heb eerst de kunstacademie gedaan, daarna de opleiding voor verloskundige. Dat voelt niet als een enorme switch. Als verloskundige heb je ook je creativiteit nodig om voor iedere vrouw een passende oplossing te vinden. Toen ik geen geschikte tas kon vinden, vertelde mijn vader dat
de Dokter 4/2026
hij nog precies zo’n tas als die hij zelf gebruikt, op zolder had staan.’ Theo: ‘Ooit gekregen van een patiënt die er niets mee deed, om op termijn mijn eigen tas te vervangen. Maar die blijft al dertig jaar prima en gaat nog wel mee tot mijn pensioen. Ik had trouwens nooit gedacht dat Florien ’m zou willen gebruiken, zo’n oubollige tas.’
heb ik een grote spoedrugzak met andere spullen. Maar daarnaast gaat deze tas ook altijd mee, want daarin zitten mijn standaardspullen. Ik zie trouwens dat mijn vaders tas in dertig jaar toch aardig soepeler is geworden dan de mijne in drie weken.’ ¶
Florien: ‘Ik vind het juist geweldig. Ik vertel het aan iedereen en heb er ook bij mijn afstuderen nog iets over gezegd. Mijn spullen voor een huisbezoek aan zwangere en pas bevallen vrouwen passen er perfect in. Voor een bevalling
Een blik in jouw tas? Wil je vertellen over jouw dokterstas? Meld je aan voor deze rubriek via dedokter@lhv.nl met in de titel ‘dokterstas’.
de Dokter 4/2026
Theo: ‘Het vakje waar de conducteur vroeger zijn stempel in had, is perfect voor de saturatiemeter. Zo ligt-ie altijd mooi bovenop.’ Florien: ‘Wat een geweldig idee! Ik ga mijn saturatiemeter meteen ook in dat vakje doen.’
13
Zo maak je de coassistent enthousiast voor het vak
◼ VERANTWOORD LOSLATEN Huisartsen Hooijberg en Burgers kiezen ervoor hun coassistenten met de hele breedte van het huisartsenvak kennis te laten maken en daarbij zoveel mogelijk zelfstandigheid te geven. ‘Verantwoord loslaten’ noemen ze dat. Hooijberg: ‘Elke patiënt wordt nabesproken, maar we kijken niet bij iedere patiënt mee. Zodra de coassistent enige vorm van twijfel heeft, overleggen we of kijken we mee.’ Om het leereffect maximaal te maken, worden in principe alle mogelijke (nieuwe) klachten, inclusief de spoedconsulten, bij de coassistent ingepland. ‘We proberen ook zoveel mogelijk rekening te houden met de affiniteit van de coassistent. In het geval van Fien is dat chirurgie, dus het is mooi als ze zo nu en dan ingrepen kan doen.’
Geneeskundestudenten maken vaak vrij laat kennis met het huisartsenvak. Uit onderzoek blijkt dat er tijdens de opleiding meer aandacht moet komen voor werken buiten het ziekenhuis. Hoe ervaren geneeskundestudenten hun kennismaking met de huisartsenzorg? En hoe het werken als huisarts meer aandacht krijgen in de opleiding? Diverse betrokkenen aan het woord.
◼ FRISSE ENERGIE Of Fien daadwerkelijk huisarts wil worden, weet ze nog niet, maar een serieuze optie is het zeker. Dat haar moeder ook huisarts is, maakt dat ze extra goed nadenkt over die vraag, zegt Hooijberg lachend. Zelf ziet Fien in ieder geval veel medestudenten die na hun coschap enthousiast zijn en naar de huisartsenopleiding willen. In Wijk aan Zee blijven ondertussen nieuwe coassistenten welkom. Hooijberg: ‘Ze brengen frisse energie mee, zorgen ervoor dat wij feeling houden met hoe de jonge generatie in het leven staat. En zo nu en dan drukken ze hun vinger op een kennislacune. Dat houdt je scherp.’ Aan het einde van een coschap krijgt iedere coassistent een klein passend cadeau. ‘Iets voor in de dokterstas of thuis, of een boek. Zo blijven we ook na het coschap verbonden.’
TEKST: BERBER BIJM A / FOTOGR AFIE: OL AF KR A AK
F
14
is vermoeiend en daardoor stagneert je leerproces soms.’ Fien is de negentiende coassistent die wordt opgeleid in de praktijk die Hooijberg en Burgers vijf jaar geleden overnamen. De praktijk leidt daarnaast ook assistenten, POH’s, en aios op. ‘Het beeld van de huisarts in de media is dat die het te druk heeft, te weinig betaald krijgt en dat veel mensen geen huisarts hebben’, zegt Hooijberg. ‘Wij willen aan de coassistenten een ander beeld laten zien: een efficiënte praktijk die betrokken zorg levert, met twee praktijkhouders die beiden drie dagen werken van acht tot vijf. Zo kan het ook en zo kun je heel
de Dokter 4/2026
plezierig werken. Wat ook meespeelt is dat wij beiden in het ziekenhuis zijn begonnen. Het duurde even voor we erachter kwamen dat het huisartsenvak toch het beste bij ons past. We willen dat coassistenten zich op z’n minst realiseren dat huisarts worden óók een goede optie is.’ ◼ EERDERE SNUFFELSTAGE In het coschap bij de huisarts komt voor Fien alles samen wat ze eerder in de opleiding leerde. ‘Ik heb al heel wat coschappen gedaan. Veel dingen die ik nu tegenkom in de huisartsenpraktijk, heb ik bij een eerder coschap in het ziekenhuis ook al eens gezien.
Ik vind het daarom heel prettig en ook wel logisch dat het huisarts-coschap vrij laat in de opleiding zit. Dat past bij de breedte van de huisartsenzorg. Overigens had ik eerder in de opleiding al wel eens een snuffelstage gehad: in het tweede jaar heb ik in
‘Ik voelde me de eerste week al onderdeel van het vaste team’
een periode van acht weken zes dagen meegelopen met een huisarts. Het is wel fijn om zo vroeg al een globaal beeld te hebben van het vak.’ Dat beeld heeft zich tijdens haar coschap verdiept en is daardoor eigenlijk alleen maar positiever geworden. ‘In mijn laatste week ga ik voor de derde keer bij dezelfde patiënt op visite. Zelfs in zo’n korte tijd kun je dus dezelfde patiënt al meerdere keren zien. Daarnaast: als huisarts kun je ervoor kiezen om bij bepaalde klachten even af te wachten en de patiënt te laten terugkomen als het erger wordt. Dat vind ik ook fijn ten opzichte van hoe je in een ziekenhuis werkt.’
de Dokter 4/2026
▲
ien Kloos begint op het moment van het interview net aan haar zesde en laatste week als coassistent in Huisartsenpraktijk Wijk aan Zee, bij huisartsen Mick Burgers en Dennis Hooijberg. Ze is vijfdejaars geneeskundestudent aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en erg enthousiast over haar coschap in Wijk aan Zee. ‘Ik ben in een leuke praktijk terechtgekomen, met een leuke patiëntenpopulatie. Het mooie van een coschap bij de huisarts is dat je in een vast team komt. Daar voelde ik me meteen in de eerste week al onderdeel van. In het ziekenhuis heb je voortdurend nieuwe gezichten. Dat
15
onderzoek. Vervolgens heb ik er nog een tijd gewerkt. Ik kwam erachter dat ik toch geen tropenarts wilde worden. Je wordt vaak voor een jaar op missie gestuurd en bouwt dus geen langdurige relaties op. Bovendien leiden veel lagelonenlanden inmiddels zelf artsen op; het voelde niet goed dat ik kwam vertellen hoe het moest.’ ‘Terug in Nederland heb ik onder meer in de gehandicaptenzorg, de verslavingszorg en de psychische zorg gewerkt. Gaandeweg ontdekte ik dat ik juist het brede van het huisartsenvak aantrekkelijk vind. En het is fijn dat je het werk zo kunt inrichten dat het bij je privéleven past. Dennis en Mick deden de praktijk weleens een middag dicht om met hun gezinnen te gaan surfen. Ik was echt verrast: zo kan het dus ook.’
‘Uiteindelijk wil ik straatarts worden, in combinatie met huisarts’
‘ Ze gaven me ruimte terwijl ze naast me bleven staan’
S
amia Hussein deed haar coschap vier jaar geleden in de huisartsenpraktijk van Dennis Hooijberg en Mick Burger in Wijk aan Zee. ‘Een groot deel van mijn opleidingsjaren zat ik in het ziekenhuis, zowel voor de theoriejaren als voor de coschappen. Maar ik wist dat ik uiteindelijk niet in het ziekenhuis wilde werken. Liefst wilde ik tropenarts worden. Ik werk graag voor
kwetsbare patiënten en infectieziekten interesseren mij.’ ‘Mijn coschap in Wijk aan Zee was de eerste keer dat ik buiten het ziekenhuis werkte. Dat was een opluchting. Je kunt het sociaal-maatschappelijke aspect meenemen en hebt mogelijkheden om het werk naar eigen inzicht en voorkeur in te richten. Mick en Dennis begeleidden me ook fantas-
tisch. Ik kreeg steeds meer ruimte om zelfstandig te werken. En als ze een bijzondere infectie tegenkwamen, riepen ze mij erbij. Ik realiseerde me dat je als huisarts ruimte hebt om iets te doen met je eigen interesses. Je kunt het bij wijze van spreken zo gek maken als je wilt.’ ‘Aan het einde van mijn coschappen ben ik naar Tanzania gegaan voor
‘Dit najaar begin ik aan de huisartsenopleiding, in een opleidingspraktijk op fietsafstand. Uiteindelijk wil ik straatarts worden, in combinatie met huisarts. Ik zie veel anderen die in het ziekenhuis blijven werken, uit angst dat een andere keuze – al is het maar tijdelijk – niet goed staat op hun cv. Ik raad iedereen aan: ga op zoek naar wat jou gelukkig maakt. Op dat punt ben ik Mick en Dennis dankbaar: zij gaven mij de ruimte daarvoor, terwijl ze naast me bleven staan. Supervisoren beseffen waarschijnlijk niet hoeveel invloed ze hebben. Juist daarom is het goed dat studenten verschillende voorbeelden meemaken.’
‘Jammer dat coassistenten pas laat zien hoe leuk het huisartsenvak is’ Marieke van Druenen is huisarts en docent aan de geneeskundeopleiding aan het Erasmus MC in Rotterdam. Daarnaast coördineert ze de coschappen bij huisartsenpraktijken. ‘Wat ik vaak van coassistenten terug hoor is dat ze zich in een huisartsenpraktijk voor het eerst echt helemaal dokter voelen. Van anamnese tot beleid mag je zelfstandig doen. Daarnaast vinden ze het heel fijn om één vaste begeleider te hebben. Ze waarderen ook de persoonlijke sfeer in de huisartsenpraktijk. Dat iemand bijvoorbeeld vraagt of het leuk was bij de verjaardag van je moeder.’ Het coschap bij de huisarts komt in de studie geneeskunde pas erg laat in de geneeskundeopleiding: in het vijfde of zesde jaar. Dat heeft een voordeel omdat de geneeskundestudent alles in huis heeft om als beginnende dokter te functioneren. Maar ergens is het ook jammer, zegt Van Druenen, want veel studenten hebben zich dan al een beeld gevormd van het werk van de huisarts. ‘Ze zijn vaak verbaasd over hoeveel een huisarts zelf doet en dat de huisarts dus veel meer is dan een soort doorgeefluik. Het is jammer dat dat zo laat pas duidelijk wordt, want veel studenten hebben dan al gekozen om verder te gaan binnen het ziekenhuis. Dan verrast het werk van een huisarts hen wel positief, maar blijven ze vaak toch bij de keuze die ze al hebben gemaakt.’
Van Druenen wil graag dat geneeskundestudenten eerder in hun opleiding kennis maken met extramurale artsenberoepen in bijvoorbeeld de ouderenzorg, de gehandicaptenzorg of de huisartsenzorg. We denken vanuit de afdeling huisartsgeneeskunde naar mogelijkheden hiervoor, bijvoorbeeld kleine ‘uitstapjes’ naar de extramurale zorg tíjdens een coschap in het ziekenhuis. Wat ook zou helpen, denkt van Druenen, is dat huisartsen zelf zich positiever uitlaten over hun vak, bijvoorbeeld op sociale media. ‘Ik snap de berichten in de trant van “zo houden we het niet vol”, want ik voel dat zelf ook weleens. Maar het helpt niet om jonge huisartsen enthousiast te maken voor het vak. Het zou mooi zijn als we laten zien hoe afwisselend en zinvol ons vak is, en hoe mooi het is om vaste patiënten te hebben.’ ‘Ook een praktisch knelpunt waar we tegenaan lopen is dat coassistenten meestal geen stagevergoeding krijgen in een huisartsenpraktijk, terwijl ze in het ziekenhuis wel een kleine vergoeding krijgen. Het zou mooi zijn als we dat landelijk beter kunnen regelen.’
▲
16
de Dokter 4/2026
de Dokter 4/2026
17
Op de foto: Elvira Schouten tijdens
‘ Met langere coschappen kun je nog meer de diepte in’
F
loris Wildeboer Schut is vijfdejaars geneeskundestudent in Utrecht. Hij liep en werkte dit voorjaar vier weken mee in de huisartsenpraktijk van Elvira Schouten en haar duocollega Bart Waalewijn in Bennekom. In het derde jaar van zijn studie heeft hij ook al twee weken in een huisartsenpraktijk meegekeken. ‘Ik ben erg enthousiast over het huisartsenvak en daardoor misschien wel een beetje bevooroordeeld’, zegt hij met een lach. ‘De zorg die je levert is vaak meer persoonlijk en sowieso langduriger dan in het ziekenhuis.’ Schouten en haar collega hebben de afgelopen jaren een kleine vijftien coassistenten in hun praktijk verwel-
18
komd, zowel derde- als vijfdejaars. ‘Wij willen bijdragen aan het opleiden van nieuwe huisartsen, zoals we dat ook doen met POH’s en doktersassistenten. Hoe eerder je geneeskundestudenten laat kennismaken met het dokteren buiten het ziekenhuis, hoe groter de kans dat ze huisarts als serieuze mogelijkheid laten zien. Voor onszelf is het ook een verrijking. Ik ben al 31 jaar huisarts, dus het leuk om de frisse blik en het enthousiasme van artsen in opleiding mee te maken.’
FOTO: MIR JAM VAN DER LINDEN
een visite
de eerste dagen ging hij mee naar een patiënt die net een ernstige diagnose had gekregen; op een van zijn laatste dagen in de praktijk overleed diezelfde patiënt. ‘Ik vond het bijzonder om te zien wat je als huisarts kunt betekenen zonder iets te doen. Dat wil zeggen: zonder een behandeling in te zetten die de oorzaak van de klachten moet wegnemen. Je kunt vragen van
‘Huisarts staat van alle ◼ VAN DIAGNOSE TOT OVERLIJDEN mogelijkheden Floris maakte tijdens zijn coschap een bijzondere situatie mee. Op een van nu wel bovenaan’ de Dokter 4/2026
patiënten beantwoorden, het beloop en de verwachtingen daarover bespreken. Als huisarts ben je de perfecte persoon om het zowel professioneel als persoonlijk te houden. Dat kan mensen geruststellen. We – meestal Bart en ik – gingen er iedere week twee of drie keer naartoe.’ Schouten: ‘Op de fiets, door het bos.’ Binnen de praktijk kreeg Floris, ondanks de korte periode die het coschap besloeg, ruimte om ook eigen consulten te doen. ‘De problematiek die je in het ziekenhuis tegenkomt bij patiënten, kan intimiderend zijn. De zorg in een huisartsenpraktijk is vaak toegankelijker, waardoor je als coassistent wat meer vrijheid kunt krijgen. Dat maakt het erg leuk.’ ◼ LANGERE COSCHAPPEN Derdejaars coassistenten lopen met alle disciplines binnen Schoutens praktijk mee en gaan ook een dag naar de apotheek in het dorp. ‘Andersom doen we dat ook: studenten vanuit de apotheek komen een dag bij ons om te zien wat er aan de voorkant van een recept gebeurt. Heel leerzaam.’ De coschappen voor geneeskundestudenten bij de huisarts zijn met ingang van dit najaar langer geworden: vier weken voor derdejaars en zes weken voor vijfdejaars. Dat is winst, vindt Schouten. ‘Dan kun je nog meer de diepte in. Voor degenen die huisarts willen worden is dat fijn, maar ook voor degenen die later specialist worden, is het goed om grondig kennis te maken met hoe het in de huisartsenpraktijk werkt.’ Floris begint inmiddels aan zijn zesde jaar als geneeskundestudent. ‘Dat kan ik grotendeels zelf invullen. Ik doe opnieuw een coschap in een huisartsenpraktijk, naast een coschap bij neurologie. Van alle mogelijkheden staat huisarts worden op dit moment toch wel bovenaan mijn lijstje.’ ¶
‘ Minister moet regie nemen voor meer extramurale artsen’
E
r moeten meer artsen worden opgeleid voor een loopbaan buiten het ziekenhuis. Dat is de conclusie van het project Meer Extramurale Artsen (MExA), waarin afgelopen tijd achttien partijen samenwerkten. Jenny Heering, huisarts en beleidsmedewerker bij de LHV, was namens de LHV betrokken. ‘Centrale vraag bij MExA was: wat kunnen we doen aan het tekort aan artsen buiten de ziekenhuizen? De huisartsen zijn de grootste en meest bekende groep waar je het dan over hebt, maar het gaat ook om bijvoorbeeld specialisten ouderengeneeskunde, jeugdartsen, artsen verstandelijk gehandicapten, forensisch artsen en verzekeringsartsen. Binnen het MExA-traject hebben we meerdere oplossingsrichtingen onderzocht: hoe geef je extramurale beroepen meer aandacht in de geneeskunde-opleiding, hoe zorg je ervoor dat meer geneeskundestudenten daar na hun opleiding voor kiezen, hoe verbeteren we het imago van extramurale artsenberoepen, hoe zorg je – buiten het salaris – voor meer gelijkheid in arbeidsvoorwaarden? Bij dat laatste kun je bijvoorbeeld denken aan zeggenschap en autonomie in het werk.’ Over het probleem waren alle betrokken partijen het eens, zag Heering: er worden te weinig artsen voor extramurale beroepen opgeleid. ‘Als je komt bij de vraag wat we daaraan gaan doen, worden de gesprekken lastig. Verschillende belangen gaan dan spelen. Wij vinden het bijvoorbeeld een goede zaak als er tijdens de opleiding meer aandacht komt voor extramuraal werk, want wat je niet kent, ga je niet doen.’ Het MExA-traject heeft nog te weinig concrete resultaten opgeleverd, ziet Heering. ‘Dat is jammer, want we hebben elkaar nodig. Zonder jeugdartsen geen vaccins, zonder specialisten ouderengeneeskunde meer druk op de huisartsen- en ziekenhuiszorg. We moeten met elkaar zorgen voor genoeg artsen voor alle specialismen.’
GEZAMENLIJK BELANG De LHV dringt, samen met andere partijen, aan op een vervolg op het MExA-traject. Penvoer-
de Dokter 4/2026
19
ders KNMG en UMCNL hebben de bevindingen naar de ministers van VWS, OCW en SZW gestuurd met de vraag hoe zij verder willen met de aanbevelingen. ‘Het kabinet komt, waarschijnlijk dit najaar, met een inhoudelijke reactie’, vertelt LHV-beleidsmedewerker Elsbeth Zeijlemaker. Verschillende kamerleden hebben hier ook om gevraagd. ‘Wij dringen er al langere tijd bij VWS op aan dat de minister van VWS hierin een regierol neemt. Deze regierol is nodig, omdat de belangen van partijen uiteenlopen en samenwerken niet altijd vanzelfsprekend is. De aanbevelingen liggen er, we moeten met elkaar aan de slag om echt veranderingen door te voeren. Wij pleiten voor meer aandacht voor extramurale zorg in de bacheloropleidingen en willen dat er in de bachelor meer onderwijs wordt gegeven door docenten uit bijvoorbeeld de huisartsenzorg en de ouderenzorg. Daarmee krijg je meer zichtbare rolmodellen in de opleiding. Meer en langere extramurale coschappen zijn ook belangrijk. Verder moeten de vergoedingen voor opleidingsplaatsen gelijk worden getrokken. Er moet op meerdere vlakken tegelijk iets veranderen.’ De LHV pleit samen met de KNMG en andere federatiepartners voor concrete acties om meer extramurale artsen op te leiden. ‘Het is echt mooi dat we hier samen in optrekken. De KNMG vertegenwoordigt óók de medisch specialisten. Dat laat zien dat dit geen wij-zij-discussie is. De hele artsenberoepsgroep heeft er iets aan als we meer artsen opleiden voor werk buiten het ziekenhuis.’ In mei maakte Minister Sterk van Langdurige zorg bekend dat zij de adviezen van het Capaciteitsorgaan opvolgt. De LHV pleitte al jaren voor meer huisartsen. Vanaf 2027 kunnen jaarlijks 1.026 basisartsen instromen in de huisartsenopleiding. Meer over het instroomadvies en het MEXA-project lees je hier.
‘ We willen eerder aan tafel zitten en invloed uitoefenen voordat keuzes zijn gemaakt’ ‘De LHV heeft veel kennis van beleid en juridische zaken en veel expertise op diverse dossiers’, zegt Boufrach. ‘Met extra PA-kracht kan die kennis nog gerichter worden ingezet. We kijken waar de ruimte zit om iets voor elkaar te krijgen. De sweet spot is de plek waar regels, macht en mensen samenkomen.’ Meer impact maken betekent volgens haar ook: scherper kiezen. ‘Waar willen én kunnen we het verschil maken? In onze impactagenda ligt de focus op onderwerpen waar we hard op inzetten, zoals voldoende extramuraal opleiden en toekomstbestendige tarieven voor de basishuisartsenzorg. Bij die onderwerpen gaan we de diepte in: is het een systeem- of weeffout? Wat willen we veranderen, hoe gaan we dat veranderen, wie hebben we daarbij nodig en hoe nemen we de leden daarin mee? Door onze ambities concreet te maken en daar gericht actie op te ondernemen, behalen we onze doelen.’
ZWAARDERE INZET OP PUBLIC AFFAIRS ‘VAN BELEID NAAR MEER IMPACT’ Met goed beleid, juridische kennis en communicatie kom je als belangenbehartiger een heel eind. Maar om echt iets voor huisartsen te bereiken, moet je invloed uitoefenen op de plekken waar besluiten worden genomen. Een essentiële taak voor het Public Affairsteam van de LHV. TEKST: CORIEN L AMBREGSE / FOTOGR AFIE: PAUL TOLENA AR
hebben, wat hen drijft en wat hen dagelijks bezighoudt, van patiënt tot praktijkvoering. Maar het vraagt ook begrip van wat er bij andere partijen speelt. Je moet weten wat anderen willen en nodig hebben. Belangen kunnen verschillen en soms botsen, maar dat is niet erg. Af en toe is een harde botsing nodig om samen weer verder te komen.’ ◼ REGELS, INVLOED EN MENSEN Het afgelopen jaar is het Public Affairs-team uitgebreid van één naar meerdere adviseurs. Doel is om meer impact te maken voor huisartsen.
◼ COLLECTIEF BELANG Individuele huisartsen kunnen wetten, tarieven en landelijk beleid niet veranderen. Daarom is het belangrijk dat huisartsen zich verenigen. Voor Boufrach is het collectieve belang het fundament van de vereniging en een belangrijk deel van de waarde van het LHV-lidmaatschap. ‘Daarbovenop moet dat lidmaatschap ook individueel iets opleveren. Daarom vertalen we abstracte dossiers naar de dagelijkse praktijk. We komen op voor huisartsen die naar beste vermogen hun vak willen uitoefenen. Dat kan alleen als aan de juiste randvoorwaarden is voldaan.’
de Dokter 4/2026
Van links naar rechts: Marleen Okma, Margriet Niehof, Ilse den Hollander, Loubna Boufrach, Simone Melis
◼ AGENDASETTEND Levert meer inzet op PA daadwerkelijk meer resultaten op voor de huisartsenzorg? Boufrach is realistisch: ‘Belangenbehartiging kent geen gegarandeerde uitkomst. Daarvoor spelen in politiek en beleid te veel partijen en belangen mee. We gaan ons wel maximaal inspannen en daar ook maximaal over communiceren. Want we horen van leden dat ze niet altijd voldoende merken wat de LHV voor hen doet. Daar hebben we nog winst te boeken.’ Doel is om niet alleen te reageren op besluiten die huisartsen raken, maar een stap verder te gaan. ‘Wij willen eerder aan tafel zitten en invloed uitoefenen voordat de keuzes zijn gemaakt. Van reactief naar proactief en het liefst agendasettend. Om dat te bereiken, moeten we niet alleen zeggen wat er fout gaat, maar ook met oplossingen komen. Dat vraagt een wendbare houding en ondernemend gedrag. We moeten nadenken over de huisartsenzorg van morgen.’
21
▲
20
G
oede huisartsenzorg is niet alleen in het belang van patiënten en huisartsen, maar van de hele samenleving. Dat staat voor LHV-directeur Loubna Boufrach als een paal boven water. ‘Negentig procent van de zorgvragen handelt de huisarts zelf af. Daarom maken wij ons als LHV hard voor de belangen van huisartsen en voor de omstandigheden die zij nodig hebben om hun vak goed uit te oefenen. Daarmee dragen we bij aan toegankelijke huisartsenzorg voor iedereen in Nederland.’ Haar missie is om de belangenbehartiging een boost te geven. ‘Dat begint bij weten wat huisartsen nodig
Om meer voor elkaar te krijgen, zoekt de LHV ook samenwerking met andere huisartsen- en eerstelijnsorganisaties, patiëntenorganisaties, zorgverzekeraars, toezichthouders en de overheid. Boufrach: ‘We kijken waar belangen elkaar raken en waar we samen verder kunnen komen.’ Daarbij spelen ook de regio’s een rol. ‘Wat huisartsen in hun praktijk meemaken, moet meer naar boven komen om de landelijke strategie te beïnvloeden. Een voorbeeld uit de praktijk maakt vaak meteen duidelijk wat beleid voor huisartsen betekent.’
‘Lobby is altijd kleine stapjes vooruit’
Margriet Niehof is coördinator van het PA-team. Ze kent de Haagse wereld van binnenuit. Volgens haar begint Public Affairs met een blik naar buiten. ‘Public Affairs is breder dan lobbyen in Den Haag. Natuurlijk komen wij op voor het belang van huisartsen. Maar als je effectief invloed wilt uitoefenen, moet je dat belang verbinden met het algemene belang. Neem de bekostiging van de huisartsenzorg: het gaat niet alleen om wat huisartsen nodig hebben, het gaat erom dat iedereen in ons land toegang heeft tot een huisarts. De groep mensen in ons land zonder huisarts groeit. Honderden huisartsen in achterstandswijken geven aan financieel niet meer uit te komen. Er zijn huisartsen die willen stoppen met hun praktijk. Dat laat zien wat er op het spel staat. Belangenbehartiging draait om bepalen waar je invloed kunt uitoefenen, wie je daarvoor nodig hebt en wat het juiste moment is om in actie te komen. Er zijn verschillende routes en strategieën: ambtelijk, politiek, juridisch, via de media en via samenwerking. Maar welke route je ook kiest, je moet investeren in contacten, meedenken in oplossingen en een betrouwbare gesprekspartner zijn.’
TIMING IS CRUCIAAL ‘Bij belangenbehartiging zijn de juiste mensen, boodschap en timing cruciaal. Een voorbeeld
is het zorgdebat in de Tweede Kamer op 1 juli, net voor het zomerreces. Een dag eerder had de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) het definitieve besluit over de tarieven voor huisartsenzorg bekendgemaakt. Ondanks een duidelijke uitspraak van de rechter, waren de belangrijkste gebreken in de bekostigingssystematiek niet hersteld. Voor ons was dat zorgdebat hét moment om onze bezwaren en zorgen over het besluit over te brengen. Dat hadden we ook zo voorbereid. We zijn met onze ambassadeurs en voorzitter Marjolein Tasche naar de Tweede Kamer gegaan en hebben voorafgaand aan het zorgdebat in de hal met de zorgwoordvoerders en de ministers gesproken. Als huisartsen hebben de ambassadeurs zelf verteld wat zo’n besluit voor hun praktijk betekent. In het debat erna hebben meerdere Kamerleden vragen gesteld over het NZa-besluit en de gevolgen voor de huisartsenzorg. Minister Hermans kan zo’n besluit niet terugdraaien, maar heeft wel gezegd persoonlijk betrokken te willen zijn bij de gesprekken over een toekomstbestendige bekostiging. Is het probleem daarmee opgelost? Nee. Lobby is altijd kleine stapjes vooruit. Je hebt nooit meteen een kant-en-klare oplossing. Maar je kunt wel zorgen dat mensen begrijpen wat er speelt en dat er een volgende stap wordt gezet.’
22
Marleen Okma is sinds maart senior PA-adviseur bij de LHV. Ze werkte daarvoor bij de Patiëntenfederatie Nederland en heeft ruime ervaring met public affairs en belangenbehartiging. Ze richt zich op verschillende dossiers en zoekt daarbij de samenwerking met partijen binnen en buiten de huisartsenzorg. ‘Steeds meer medische zorg vindt buiten het ziekenhuis plaats. Om mensen nu en in de toekomst van goede zorg te kunnen voorzien, moeten er meer extramurale artsen worden opgeleid: huisartsen, maar ook specialisten ouderengeneeskunde en artsen voor verstandelijk gehandicapten. De opleidingsplekken zijn er wel, maar er zijn te weinig jonge artsen die daarvoor kiezen. Hoe zorgen we dat meer jonge artsen die keuze wél maken? Naar deze vraag is uitgebreid onderzoek gedaan. Dat heeft onder meer geleid tot het rapport Meer Extramurale Artsen (MExA), over de noodzaak om meer artsen te interesseren en op te leiden voor zorg buiten het ziekenhuis. Er staan veel goede aanbevelingen in, maar daarmee is het probleem natuurlijk nog niet opgelost. Wij willen voorkomen dat er een strikje om het rapport gaat en het vervolgens in een la
de Dokter 4/2026
verdwijnt. De aanbevelingen moeten daadwerkelijk voor meer instroom gaan zorgen. Als LHV kunnen we dat niet alleen bereiken. Daarom trekken we samen op met andere artsenorganisaties. We hebben hetzelfde belang: zorgen dat er voldoende artsen buiten het ziekenhuis zijn om goede zorg te kunnen blijven bieden. Onze collega’s van beleid hebben structureel overleg met ambtenaren van de betrokken ministeries over wat er met het rapport moet gebeuren. Wij zorgen er vanuit PA via de politieke lijn voor dat het onderwerp op de agenda blijft. Zo nodig vragen we Kamerleden om de bewindspersonen van VWS, SZW en OCW daarop aan te spreken. Zij kunnen aanjagen dat partijen samen blijven werken aan concrete verbeteringen, waar nodig bijsturen en de juiste randvoorwaarden scheppen. Onze inzet houdt pas op als er daadwerkelijk meer jonge artsen voor extramurale opleidingen kiezen. Doel is dat de opleidingsplaatsen, zeker die voor huisartsgeneeskunde, over twee jaar allemaal zijn gevuld.’
‘Met een mooi rapport zijn we er nog niet’
‘PA en communicatie versterken elkaar’
‘Belangenbehartiging is teamwerk’
Simone Melis, senior PAadviseur, is eveneens in maart bij de LHV begonnen. Ze heeft ruime ervaring met politiek, public affairs en belangenbehartiging in de zorg. Nu werkt ze nauw samen met beleidsadviseurs, juristen en communicatiecollega’s en zoekt daarbij ook de verbinding met huisartsen in de regio en andere organisaties. ‘Belangenbehartiging is teamwerk. Beleidsadviseurs, juristen, communicatie- en PA-adviseurs kijken ieder vanuit hun eigen expertise naar een vraagstuk. We hebben elkaar nodig om een goede strategie neer te zetten. Samen bepalen we wat we willen bereiken, wie we daarvoor nodig hebben en welk gereedschap we daarbij inzetten. Zo versterken we elkaar. Een mooi voorbeeld is onze inzet rond de Jeugdwet. Er ligt op dit moment een wetsvoorstel waarin wordt voorgesteld om het verwijsrecht van huisartsen in te perken. Huisartsen zouden kinderen en jongeren dan niet meer rechtstreeks naar gespecialiseerde jeugdhulp kunnen verwijzen, maar eerst naar het lokale team van de gemeente. Wij vinden het echter van cruciaal belang dat huisartsen wel rechtstreeks kunnen blijven verwijzen als dat medisch noodzakelijk is. Daarom zetten
we ons in om het wetsvoorstel aangepast te krijgen. Onze juristen kijken hoe dat juridisch kan worden geregeld, onze beleidscollega’s brengen hun inhoudelijke kennis in en hebben regelmatig overleg met de betrokken ambtenaren en relevante stakeholders. Wij voeren vanuit PA gesprekken met het ministerie van VWS en Kamerleden en helpen coalities te smeden. We dragen concrete alternatieven aan voor hoe het verwijsrecht in de wet geregeld kan worden. Vervolgens kijken we welk gereedschap we op welk moment uit de kist pakken. Wanneer dienen we een juridisch voorstel in bij het ministerie? Wanneer praten we met Kamerleden? En wanneer zoeken we de publiciteit? Daar maken we samen een tijdlijn voor. Zo mogelijk trekken we daarin samen op met andere stakeholders. Door coalities te smeden, maken we de lobby nóg krachtiger. Ook maken we de verbinding tussen wat er in de regio gebeurt en wat we landelijk doen, door actief praktijkverhalen uit de regio op te halen’. Of onze inzet voor het behoud van het verwijsrecht uiteindelijk slaagt, weten we nog niet. Maar we doen er alles aan om resultaat te boeken. We houden de druk op de ketel.’
Ilse den Hollander werkt als senior communicatieadviseur bij de LHV en combineert deze functie met 8 uur inzet per week op Public Affairs. Ze merkt dat de twee disciplines elkaar versterken. ‘PA en communicatie liggen in elkaars verlengde. Vanuit PA onderhouden we contacten met de politiek en ambtenaren en proberen we in Den Haag invloed uit te oefenen. Communicatie helpt om onze boodschap scherp te krijgen en breder onder de aandacht te brengen, bijvoorbeeld door op het juiste moment aandacht in de media te zoeken. Ook gebruiken we communicatie om onze leden te laten zien waar we ons voor inzetten en wat we voor hen bereiken. Een mooi voorbeeld is de Eerstelijnscoalitie, waarin de LHV samenwerkt met andere organisaties in de eerstelijnszorg, zoals apothekers, verloskundigen en diëtisten. We zetten ons onder meer gezamenlijk in om de
de Dokter 4/2026
administratieve lasten terug te dringen. In maart dit jaar hebben we een kennissessie over regeldruk georganiseerd voor beleidsmedewerkers van Tweede Kamerfracties. Huisartsen en andere zorgverleners vertelden daar wat de enorme regeldruk in hun dagelijkse praktijk betekent. Zo brengen we de praktijk rechtstreeks naar Den Haag. Dat heeft effect: we zagen het onderwerp terug tijdens het debat over de eerstelijnszorg in de Tweede Kamer. Kamerleden stelden er vragen over en de minister zegde toe met de Eerstelijnscoalitie in gesprek te gaan over oplossingen. Dat laat zien hoe PA en communicatie elkaar versterken. Een goed inhoudelijk verhaal alleen is niet genoeg. Je moet er ook voor zorgen dat het op het juiste moment bij de juiste mensen terechtkomt. Via een gesprek, een bijeenkomst of de media. Communicatie is geen sluitstuk van onze belangenbehartiging, maar onderdeel van onze strategie.’ ¶
Meer weten over hoe de LHV opkomt voor jouw belangen? Je leest erover op onze website.
23
advertentie
huisarts, brachten de plannen in een stroomversnelling: wat je ‘ooit’ nog eens wilt, kun je maar beter nu doen. Bovendien, bedachten ze, je trekt de kinderen weliswaar uit hun sociale omgeving door te verhuizen, maar zo laat je ze in hun jonge jaren ook kennismaken met de rijkdom van twee totaal verschillende plekken.
Ace Huidverzorging in een nieuw jasje! Vertrouwde kwaliteit, vernieuwde uitstraling. Wat is nieuw?
Met een frisse, duurzame en professionele uitstraling versterken we de zichtbaarheid van ons assortiment in de apotheek, terwijl de vertrouwde kwaliteit ongewijzigd blijft.
Vernieuwde productverpakking Betere herkenbaarheid in het schap Een duurzame, professionele uitstraling Geen papieren bijsluiter in de doosjes
Meer weten? Bekijk onze nieuwe website acehuidverzorging.nl of scan de QR code
Ace Huidverzorging • Hét huidmerk uit Nederland Wat goed is, komt van dichtbij. Puur, duurzaam en vertrouwd.
Wat blijft vertrouwd?
Na dertien jaar verruilde doktersechtpaar Marieke en Martijn Verlaan Haarlem voor Heeg. Van een groot gezondheidscentrum voor onder meer een achterstandswijk gingen ze naar een brede dorpspraktijk op het Friese platteland. ‘Het is mooi om beide werelden meegemaakt te hebben, ook voor onze kinderen.’
Dezelfde betrouwbare kwaliteit Materialen voor deskundig advies in de apotheek
TEKST: BERBER BIJM A / FOTOGR AFIE: BAS JONGERIUS
NL_ZELFZORG_202607_530
De vertrouwde basiscrèmes en -zalven van Ace hebben een vernieuwde uitstraling en worden voortaan gepresenteerd onder de naam Ace Huidverzorging.
‘ In een dorp kun je wat proactiever dokter zijn’
Z
e waren het bepaald niet zat in Haarlem. Een fijne praktijk in een groot gezondheidscentrum bood allerlei mogelijkheden tot samenwerking en innovatieve projecten. Martijn en Marieke Verlaan hadden het er naar hun zin en hun vier kinderen (inmiddels 17, 14, 11 en 9 jaar oud) waren er geworteld. De
kinderen wisten wel dat hun ouders ‘ooit’ nog eens naar Friesland wilden, de provincie waar ze iedere zomervakantie drie weken op het water zaten. Martijn: ‘Zo rond ons pensioen wilden we aan het water gaan wonen.’ Ingrijpende gebeurtenissen in hun nabije omgeving, waaronder het plotselinge overlijden van een collega-
de Dokter 4/2026
25
◼ AVONTUUR Martijn, huisartsopleider aan de Vrije Universiteit, had een collega-docent met een praktijk in het Friese Heeg, die met pensioen wilde. Zijn praktijk sloot precies aan bij hun wensen. Marieke: ‘We wilden een kleine dorpspraktijk op het platteland, die we met z’n tweeën konden runnen. Niet omdat we het grootschalige zoals in Haarlem vervelend vonden, maar om samen een nieuw avontuur aan te gaan.’ Voor hun praktijk in Haarlem vonden ze snel een belangstellende: de aios die Martijn twee jaar eerder had opgeleid. In het voorjaar van 2024 namen ze samen de apotheekhoudende praktijk in Heeg over. Die is gevestigd in een overzichtelijk gezondheidscentrum, waarin onder meer nog een huisartsenpraktijk zit, naast diverse paramedici. Grootschalig en kleinschalig hebben beide hun voordelen, weten ze nu uit ervaring. ‘In Haarlem waren de praktische dingen heel goed geregeld’, vertelt Martijn, ‘van ict tot HR. Als de printer nu kapot is, moet ik zelf aan de slag. En ik hou zelf de salarisadministratie bij.’ Een beperkt team dat breed inzetbaar is, heeft ook voordelen. Marieke: ‘Toen er voor het eerst een assistente ziek was, dachten wij even: hoe gaan we dat oplossen in zo’n klein team? Toen bleek dat ze het onderling al hadden opgelost. Wij moesten alleen nog even op de hoogte worden gebracht. Dat was in Haarlem anders gelopen.’
advertentie
Juridisch advies met hart voor de huisarts
PAE: een bewezen alternatief voor TURP bij benigne prostaathyperplasie
Maatschapsovereenkomst | Praktijkoverdracht | Huur Wet DBA | Vastgoed - BV Samenwerking | Zorgverzekeraars | Overeenkomsten
ST
EE
RS
JU
• Goedgekeurd door de NZA, internationaal toegepast • Vergoeding1 valt onder de basisverzekering • Doorverwijzen via Zorgdomein of via verwijzing@link2care.nl. Ook voor andere urologische klachten en beeldvorming (Echo, MRI, CT en röntgen) zonder wachttijd
RENKEMA
Bij Link2Care Clinics zijn er sinds 2022 al ruim 1200 PAE’s uitgevoerd
GRATIS geaccrediteerde nascholing op maandag 5 oktober 2026. Meld je nu aan via nacholing@link2care.nl
www.eerstelijnszorgjurist.nl
ONVZ, DSW, Caresq volledig vergoed, bij overige zorgverzekeraars vergoeding tussen de 65%-100%
1
ALEXANDERMONRO.NL ALEXANDER MONRO ZIEKENHUIS Gespecialiseerd in borstkanker Vervolg na bevolkingsonderzoek Expert d n o c e s in s n o i n i p o
Mar tijn worstelde voor de verhuizing nog met plan een ‘goede keuze’ was. ‘Het voelde alsof de vraag of hun goede óf een slechte keuze was. Uiteindelijk verhuizen óf de proces geleerd dat er geen goede of slechte heb ik van dit hele e is. Het is een keuze en mocht die verkeerd uitpakken, dan keuz maa k een ander plan. Dat was voor mij een bevrijdende gedaje chte.’
Minimaal invasieve (dag) behandeling zonder narcose met minder risico’s en sneller herstel
RI
TE
NSZORG LIJ
Goede keuze?
◼ APOTHEEK De apotheek was een onderdeel van de nieuwe uitdaging dat ze graag aangingen. Marieke: ‘We hebben allebei wel ondernemersgevoel.’ Ze volgden nascholingen om een apotheekhoudende praktijk te runnen en kregen bruikbare adviezen van apotheekhoudende collega’s. Evengoed was het vooral in het eerste jaar een flinke uitdaging om de apotheek rendabel te krijgen. ‘Als je niet goed inkoopt, zit je zo in de rode cijfers’, merkte Martijn. ‘Inmiddels hebben we dat beter onder controle.’ Het grote voordeel van een apotheekhoudende praktijk ervaren ze ook: je hebt als huisarts overzicht over de hele patiënt, inclusief medicijngebruik. Dat komt de kwaliteit van zorg ten goede. De praktijk heeft een overzichtelijke groep patiënten, die bovendien niet al te snel naar de dokter gaan. ‘Daardoor heb je meer regie’, vertelt Martijn. ‘Dokter zijn is vaak een reactief vak: iemand komt met een probleem en wij gaan aan de slag. Hier hebben we meer tijd om ook nog eens een sociale visite te doen of op kraamvisite te gaan. In Haarlem probeerden we dat, maar was er nauwelijks tijd. Nu kunnen we langsgaan zonder dat er een directe vraag is. We doen kraamvisites bijvoorbeeld om even ons gezicht te laten zien. Dat geeft veel werkplezier en maakt ook dat je het vak wat meer proactief kunt invullen, in plaats van alleen reactief. Ik ben daardoor een ander soort dokter geworden.’ Een medisch-inhoudelijk opvallend verschil – niet evidence based, nuanceert Martijn – is dat ze in Heeg naar verhouding nogal wat meer patiënten met de ziekte van Parkinson hebben. Ook de sociale problematiek is anders, vertelt Marieke. ‘In Haarlem
‘Even dachten we: hoe gaan we dat oplossen in zo’n klein team? Toen bleek dat ze het onderling al hadden opgelost’ hadden we regelmatig te maken met een taalbarrière en hadden we vaker contact met Veilig Thuis. Alle problematiek die we in Haarlem zagen, zien we uiteindelijk hier ook wel, maar in mindere mate. Mensen bekommeren zich hier meer om elkaar. Als in het dorp iemand overleden is, komen er heel veel mensen langs, ook met eten. Dat is mooi om te zien. In Haarlem kun je jarenlang ergens wonen zonder je buren te kennen.’ ‘Daar hadden we soms echt schrijnende gevallen waarvan we dachten: hoe gaan we dit oplossen’, vult Martijn aan. ‘Hier komt het natuurlijk ook
de Dokter 4/2026
voor dat iemand plotseling niet meer zelfstandig kan wonen, maar dat kan altijd tijdelijk worden opgelost door buren, familieleden of mensen van de kerk. De mienskip zoals ze het hier noemen. Zorgproblemen gaan er niet door weg, maar ze worden minder acuut.’ ◼ WONEN AAN HET WATER Hun droomplek om te wonen hebben ze inmiddels ook gevonden: een huis aan het water met plek voor hun vier boten. En hoezeer ze zich ook thuis voelen, zeker in de zomer is er ook nog altijd een vakantiegevoel. Martijn, lachend: ‘Alleen al door al die passanten die in de praktijk komen.’ De Friese taal verstaan ze inmiddels ook redelijk, zegt Marieke, die al voor de verhuizing een cursus Fries deed. ‘Mensen mogen gewoon Fries tegen mij praten. Als ik het niet versta, check ik het altijd nog even. Laatst had ik nog een verkeerd lichaamsdeel gehoord in het verhaal van een patiënt. Daar lachen we dan even hard om, maar het gaat steeds beter.’ ¶
27
de vraag: hoe reageer je, welke toon is passend en wat houdt juridisch stand? Wij hielpen praktijken met een antwoord dat de situatie niet verder liet escaleren, maar wel recht deed aan de ernst ervan en aan de terechte zorgen van patiënten. En dat uiteraard juridisch goed in elkaar stak.’
jullie ervan en informeert ChipSoft jullie voldoende? Daarnaast hebben we bij dat eerste contact vooral een luisterend oor geboden, want zo’n hack zorgt natuurlijk voor onrust.’ ◼ VERVOLGSTAPPEN Nadat duidelijk werd dat óók de backup van ChipSoft was geraakt en ook patiëntgegevens waren buitgemaakt, organiseerde het LHV-team een online bijeenkomst voor getroffen huisartsen. Daarin gaf ook Z-CERT een toelichting op de technische situatie. Een volgende online sessie stond meer in het teken van juridische vervolgstap-
Gegevenshack: een praktische en juridische uitdaging Meer dan 40 huisartsenpraktijken werden dit voorjaar getroffen door een cyberaanval op hun HIS-leverancier ChipSoft. Een terugblik op drie intensieve maanden. TEKST: BERBER BIJM A / FOTOGR AFIE: SANDR A PEERENBOOM
O
28
appte eerst en belde even later met het bericht dat ChipSoft was gehackt. De kantoorsoftware kon niet meer worden gebruikt, maar de cloud waarin onze gegevens staan, was niet aangedaan, meldde hij. Onze relatie is zodanig dat ik daarop vertrouwde.’ Het was alleen nog niet duidelijk of de back-up van onze gegevens, met daarin ook patiëntgegevens, was getroffen. Enerzijds schrok ik wel, want zo’n hack is groot nieuws. Anderzijds:
de Dokter 4/2026
◼ ONRUST Bij de LHV kwam de hackmelding binnen via Z-CERT, het expertisecentrum voor cybersecurity in de zorg. Christiaan Grigoleit, beleidsmedewerker ICT & Zorg bij de LHV, nam direct contact met hen op. ‘We wilden helder krijgen hoeveel en welke praktijken betrokken waren bij de hack. En bovendien om welke gegevens en systemen het ging.’ Op dat moment was de exacte
omvang nog niet duidelijk. Grigoleit vormde samen met juristen en de communicatieadviseur een crisisteam en hield huisartsen via updates op de LHV-website op de hoogte. ‘Daarin wilden we snel en transparant informeren, zodat mogelijk getroffen praktijken wisten wat hen te doen stond: welke stappen moet je zetten, wat meld je bij de Autoriteit Persoonsgegevens en waar kun je terecht voor ondersteuning? Maar ook: wat kunnen andere huisartsen aan hinder ervaren en wat weten we al via Z-CERT en ChipSoft?’ Zodra bekend werd welke praktijken betrokken waren, namen Grigoleit en collega’s contact op met zoveel mogelijk praktijkhouders. ‘In eerste instantie vroegen we vooral: weten jullie van de hack, wat merken
pen, de reactie van ChipSoft en de vraag wat praktijken concreet konden verwachten. Grigoleit had veelvuldig contact met Z-CERT, de Autoriteit Persoonsgegevens en het landelijke crisisteam. ‘We hebben nieuwe informatie steeds vertaald naar praktische keuzes voor huisartsen, denk aan patiëntcommunicatie, dossiervorming en contact met verzekeraars. We zetten veelgestelde vragen op een rij, schreven communicatiescripts en actualiseerden voorbeeldbrieven. We deelden alles in de besloten HAwebgroep voor de betrokken huisartsen. Daarin konden zij ook vragen stellen en ervaringen uitwisselen.’ Veel vragen gingen over de communicatie met patiënten. ‘Er waren bijvoorbeeld patiënten die wilden dat hun dossier werd verwijderd of die dreigden met juridische stappen. Iemand vroeg 1000 euro voor de vergoeding van emotionele schade. Huisartsen kregen brieven die mogelijk met hulp van ChatGPT waren opgesteld. Dan is
de Dokter 4/2026
29
▲
p een gewone dinsdagmiddag begin april ging het mis: HIS-leverancier ChipSoft werd getroffen door een hack. De praktijk van Joan van den Heuvel, onderdeel van een gezondheidscentrum in Uden met vijf huisartsenpraktijken, ging in 2019 over op het HIS van ChipSoft. Als ‘eerste klant’ heeft Van den Heuvel nog altijd veel rechtstreeks contact. ‘Mijn belangrijkste contactpersoon
wij konden dus gewoon doorwerken. De assistenten merkten het meest van de hack, zij kregen het extra druk. Verder deed de HIS-app op mijn telefoon het niet, kon ik geen e-consulten sturen en lag ZorgDomein er even uit. Dat was onhandig, maar toch bleef de impact op het dagelijks werk beperkt.’
‘Voor huisartsen is het fijn dat ze bij de LHV terechtkunnen voor betrouwbaar advies’
◼ AFHANKELIJK ChipSoft is een grote speler op de ict-markt voor ziekenhuizen, als leverancier van een groot zorgplatform en zorgportaal. Maar een relatieve nieuwkomer als HIS-leverancier. Inmiddels maken tientallen huisartsenpraktijken gebruik van het HIS van ChipSoft. Een aantal doet dat via de zorggroep, zo’n veertig praktijken hebben ChipSoft rechtstreeks als leverancier. ‘Het risico voor die veertig praktijken was relatief groot. Samen hebben zij zo’n 120.000-140.000 patiëntendossiers in de cloud van ChipSoft en in deze situatie zijn ze bovendien compleet afhankelijk van de leverancier.’ Ook de praktijk van huisarts Sylvana Hazenveld hoort bij de laatstgenoemde groep. Samen met haar echtgenoot is ze eigenaar van Fonkelzorg, een organisatie met vijf huisartsenpraktijken in Brabant. ‘De hacks bij Odido en BasicFit waren net in het nieuws geweest en we waren persoonlijk kort daarvoor ook getroffen door een gegevenshack. Voor ons was het dus meer een kwestie van ‘wanneer’ dan van ‘of’ het onze organisatie zou overkomen.’ Hazenveld is zeer te spreken over de manier waarop ChipSoft hen steeds op de hoogte hield en hielp met onder meer brieven aan patiënten. ‘Toch is het fijn dat de LHV als onafhankelijke derde partij kan checken of de informatie van de leverancier klopt. Het enige belang van de LHV is dat de huisarts en de patiënt goed worden geholpen. Ze konden daardoor ook wat directer zijn naar ChipSoft toe.’ ‘We hebben onze brief die naar
advertentie
V D S A
VA N D E R S C H O OT A R C H I T EC T E N B N A G ES PECI A LI S EER D A RC H IT ECT VO O R D E 1E LIJ N S ZO RG
Iedere patiënt verdient de juiste zorg, op het juiste moment.
Al 25 jaar uw vertrouwde innovatiepartner in de zorg. Digitale triage, chat en beeldbellen: minder wachttijd, minder druk. Hybride ANW-zorg: directe ondersteuning voor het HAP-team. AI als co-piloot: slimme support voor zorgverlener én patiënt.
ONTWERP • A R C H ITE C TU U R INTERIEUR • DIRECTIEVOERING AANBESTEDING • BOUWMANAGEMENT HAALBAARHEID • BOUWBEGELEIDING
Meer weten?
W W W. VA N D E R S C H O O TA R C H I T E C T E N . N L
Advertentie De Dokter_Medicinfo_okt_2026.indd 1
“Hier durfde ik alleen maar van te dromen” Jordy viel ruim 70 kilo af na een maagverkleining Krijgt u als (huis)arts in deze tijd meer vragen van patiënten die bezorgd zijn over hun gewicht? Wij bieden verschillende behandelingen aan voor (ernstig) overgewicht, met en zonder operatie. Verwijzen is eenvoudig via Zorgdomein. Kijk voor onze behandelingen zonder operatie op nokclinics.nl
www.obesitaskliniek.nl
24-8-2026 13:19:43
patiënten ging – een aangepaste versie van de modelbrief die we van ChipSoft hadden - gedeeld, zodat andere praktijken daar mogelijk iets aan hadden. En we hebben met de LHV overlegd over wat je als praktijk in juridische zin wel of niet mag doen in zo’n situatie.’ Ongeveer tachtig van de in totaal 20.000 patiënten stuurden een brief naar de praktijk. Deels met steunbetuigingen, maar in ongeveer de helft van de gevallen met een aansprakelijkstelling voor geleden schade. ‘Dat hebben we goed uitgezocht. Eerst zelf, later ook in contact met de LHV. Zo’n claim is alleen rechtsgeldig als de patiënt kan bewijzen dat de schade door de hack bij ChipSoft komt. Dat is lastig, omdat er net ook andere grote hacks waren geweest.’ Fonkelzorg heeft de betreffende patiënten een brief gestuurd met de mededeling dat de claim voorlopig niet behandeld zou worden, inclusief uitleg. ‘Uiteindelijk heeft één patiënt onze praktijk verlaten. Hoe dan ook is het best heftig wat er op je afkomt met zo’n hack. Voor huisartsen is het dan fijn dat ze bij de LHV terechtkunnen voor betrouwbaar advies.’ ◼ BELANGENBEHARTIGING Grigoleit is positief over de manier waarop ChipSoft de aangesloten praktijken informeerde, maar ziet ook dat het belangrijk is dat een onafhankelijke partij daarin meekijkt. ‘Er is geen gebruikersvereniging van huisartsen die bij ChipSoft zijn aangesloten. Daardoor kreeg iedereen afzonderlijk informatie. We kregen in die dagen veel vragen van leden over de informatie die zij van ChipSoft kregen: ik hoor dit, klopt dat inderdaad?’ De LHV stelde zich daarom op als collectieve belangenbehartiger voor de getroffen individuele praktijken. ‘We zaten namens deze praktijken in een landelijk crisisoverleg’, vertelt Grigoleit. Daarin zaten onder meer ook VWS, de getroffen ziekenhuizen en andere zorgorganisaties, juristen
‘ Ongeveer tachtig patiënten stuurden een brief naar de praktijk’ en deskundigen op het gebied van ict, informatiebeveiliging en privacy. Van den Heuvel is naast huisarts ook CMIO bij zijn zorggroep. Voor hem boden de informatiebijeenkomsten van de LHV weinig nieuws. ‘Ik wist hoe druk ChipSoft met het incident bezig was. In het begin vond ik de juridische insteek van de LHV wel érg kritisch. Ik begrijp dat dat de rol is die de LHV nu eenmaal heeft, maar in mijn beleving was het nogal wij-zij. Even later was de insteek meer op samenwerking gericht, daar voelde ik me beter bij. Overigens heb ik wel de brief medeondertekend waarin de LHV ChipSoft aansprakelijk stelde, want dat is een noodzakelijke formaliteit, hoe zakelijk ook.' ◼ TOCH GEGEVENS BUITGEMAAKT Op enig moment werd duidelijk dat er toch patiëntengegevens waren buitgemaakt’, vertelt Grigoleit. ‘Toen werd de vraag wat er met die gegevens zou gebeuren, ineens heel spannend.
ChipSoft heeft een overeenkomst met de hackersgroep gesloten en daarmee voorkomen dat de data werden gepubliceerd. Er is een deskundige derde partij bij betrokken geweest die met grote zekerheid stelde dat de buitgemaakte informatie was vernietigd. Maar wij blijven terughoudend met de term “100 procent zeker”, want volledige zekerheid heb je bij dit soort situaties eigenlijk nooit. De boodschap aan de praktijken en hun patiënten is dus dat zij alert moeten blijven op phishing en ander mogelijk misbruik van gegevens. Dat is helaas de realiteit waarin we momenteel leven en die we ook terugzien bij andere grote hacks, zoals die bij Odido. Verder kan een incident als dit iedere leverancier overkomen,’ stelt Grigoleit. ‘Huisartsenpraktijken kunnen zichzelf nooit volledig beschermen tegen hacks, maar wel de nodige maatregelen nemen. En die gaan ook over gedrag, alertheid en de manier waarop je iedere dag werkt. Informatiebeveiliging is en blijft work in progress.’ ¶
Wat kun je zelf doen? De LHV Checklist Informatiebeveiliging geeft eenvoudige tips om de informatiebeveiliging binnen je praktijk snel te verhogen. Kijk ook op de themapagina Veilig omgaan met gegevens in de praktijk. Hier lees je hoe je jouw systemen kunt inrichten, aan welke wettelijke regels jouw praktijk moet voldoen en hoe je veilig gedrag bij het hele team kunt stimuleren.
de Dokter 4/2026
31
Toch een datalek Wat doe je bij een datalek in je huisartsenpraktijk of bij een verwerker? In een video zetten we de stappen helder voor je op een rij. Je kunt ze gebruiken om je team te briefen en vindt ze op onze website (‘wat te doen bij een datalek’).
advertentie
Nascholingsagenda Opvang na een zorgincident Veerkrachtig na een ingrijpende gebeurtenis. Driedaagse cursus Start op 11 november
Herstelgerichte zorg Handvatten voor een cliëntgerichte aanpak Symposium op 22 januari
Leefstijl in de spreekkamer Maak leefstijl onderdeel van je behandeling
Eendaagse cursus 27 januari
Psychiatrie en Zwangerschap Optimale zorg voor moeder en kind Symposium op 7 februari
Verkorte productinformatie Prevenar 20 (opgesteld: maart 2024). De volledige productinformatie (SPC) is op aanvraag verkrijgbaar. ▼Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Samenstelling: 1 dosis Prevenar 20 suspensie voor injectie (0,5 ml) bevat: pneumokokkenpolysacharide serotype 1, 3, 4, 5, 6A, 6B, 7F, 8, 9V, 10A, 11A, 12F, 14, 15B, 18C, 19A, 19F, 22F, 23F, 33F geconjugeerd aan het dragereiwit CRM₁₉₇ (± 51 µg) en geadsorbeerd aan aluminiumfosfaat (0,125 mg aluminium). Indicaties: Actieve immunisatie voor de preventie van invasieve ziekte, pneumonie en acute otitis media veroorzaakt door Streptococcus pneumoniae bij zuigelingen, kinderen en adolescenten in de leeftijd van 6 weken tot 18 jaar. Actieve immunisatie voor de preventie van invasieve ziekte en pneumonie veroorzaakt door Streptococcus pneumoniae bij personen van 18 jaar en ouder. Zie de SPC voor informatie over bescherming tegen specifieke pneumokokkenserotypen. Prevenar 20 dient te worden gebruikt in overeenstemming met officiële aanbevelingen. Farmacotherapeutische categorie: vaccins, pneumokokkenvaccins, ATC-code: J07AL02. Dosering: De primaire serie voor zuigelingen bestaat uit drie doses, elk van 0,5 ml, waarbij de eerste dosis gewoonlijk wordt gegeven op de leeftijd van 2 maanden, met een interval van ten minste 4 weken tussen de doses. De eerste dosis kan al worden gegeven op de leeftijd van 6 weken. De vierde (booster)dosis wordt aanbevolen tussen de leeftijd van 11 en 15 maanden. Prevenar 20 dient te worden toegediend als enkelvoudige dosis bij personen van 18 jaar en ouder. De noodzaak van revaccinatie met een volgende dosis Prevenar 20 is niet vastgesteld. Voor Prevenar 20 zijn er geen gegevens beschikbaar over opeenvolgende vaccinatie met andere pneumokokkenvaccins of een boosterdosis. Als het gebruik van een 23 valent pneumokokkenpolysacharidenvaccin (Pneumovax 23) zinvol wordt geacht, dient gebaseerd op de klinische ervaring met Prevenar 13 (een pneumokokkenconjugaatvaccin dat bestaat uit 13 polysacharidenconjugaten die ook in Prevenar 20 zitten), eerst Prevenar 20 gegeven te worden. Zie de SPC voor verdere informatie over dosering. Contra-indicaties: Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen of voor een van de hulpstoffen of voor het difterietoxoïd. Waarschuwingen en voorzorgen: Prevenar 20 mag niet intravasculair worden toegediend. Terugvinden herkomst: Om het terugvinden van de herkomst van biologicals te verbeteren moeten de naam en het batchnummer van het toegediende product goed geregistreerd worden. Overgevoeligheid: Zoals bij alle injecteerbare vaccins dienen passende medische behandeling en toezicht altijd direct beschikbaar te zijn in geval van een zeldzame anafylactische reactie na toediening van het vaccin. Gelijktijdige ziekte: De vaccinatie dient te worden uitgesteld bij personen die aan een acute, ernstige ziekte met koorts lijden. De aanwezigheid van een milde infectie, zoals een verkoudheid, is echter geen reden om vaccinatie uit te stellen. Trombocytopenie en stollingsstoornissen: Het vaccin moet met voorzichtigheid worden toegediend aan personen met trombocytopenie of een bloedingsstoornis, aangezien er na een intramusculaire toediening een bloeding kan optreden. Het risico op een bloeding bij patiënten met stollingsstoornissen moet vóór intramusculaire toediening van een vaccin zorgvuldig worden beoordeeld. Subcutane toediening dient te worden overwogen indien het potentiële voordeel duidelijk opweegt tegen de risico’s. Bescherming tegen pneumokokkenziekte: Prevenar 20 kan alleen bescherming bieden tegen serotypen van Streptococcus pneumoniae die in het vaccin zijn opgenomen en biedt geen bescherming tegen andere micro-organismen die invasieve ziekten, longontsteking of otitis media (OM) veroorzaken. Zoals voor elk vaccin geldt, kan het zijn dat Prevenar 20 niet alle personen die het vaccin krijgen beschermt tegen invasieve pneumokokkenziekte, pneumonie of OM. Raadpleeg de desbetreffende nationale organisatie voor de meest recente epidemiologische informatie. Immuungecompromitteerde personen: Over Prevenar 20 zijn geen veiligheids- en immunogeniciteitsgegevens beschikbaar voor personen in immuungecompromitteerde groepen. Vaccinatie dient op een individuele basis te worden overwogen. Op basis van de ervaring met pneumokokkenvaccins kunnen sommige personen met een gewijzigde immuuncompetentie een verminderde immuunrespons op Prevenar 20 hebben. Pediatrische patiënten: Er dient rekening te worden gehouden met het mogelijke risico op apneu en de noodzaak voor bewaking van de ademhaling gedurende 48 tot 72 uur wanneer de primaire immunisatieserie aan zeer premature zuigelingen (geboren bij 28 weken zwangerschap of vroeger) wordt toegediend, en met name bij degenen met een voorgeschiedenis van respiratoire immaturiteit. Aangezien het voordeel van vaccinatie bij deze groep zuigelingen groot is, dient de vaccinatie niet achterwege te worden gelaten of te worden of uitgesteld. Hulpstof: Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosis, dat wil zeggen dat het in wezen ‘natriumvrij’ is. Interacties: Verschillende injecteerbare vaccins dienen altijd op verschillende vaccinatieplaatsen te worden toegediend. Prevenar 20 mag niet in dezelfde injectiespuit gemengd worden met andere vaccins of geneesmiddelen. Pediatrische patiënten: Bij zuigelingen en kinderen van 6 weken tot 5 jaar kan Prevenar 20 gelijktijdig worden toegediend met een van de volgende vaccinantigenen, als monovalent of als combinatievaccin: difterie-, tetanus-, acellulaire pertussis-, hepatitis B-, Haemophilus influenzae type b-, geïnactiveerd poliomyelitis-, mazelen-, bof-, rodehond- en waterpokkenvaccins. In klinische onderzoeken mochten rotavirusvaccins gelijktijdig worden toegediend met Prevenar 20 en werden er geen veiligheidsproblemen waargenomen. Personen van 18 jaar en ouder: Prevenar 20 kan gelijktijdig worden toegediend met het seizoensgriepvaccin (QIV; oppervlakteantigeen, geïnactiveerd, met adjuvans). Bij personen met onderliggende aandoeningen die gepaard gaan met een hoog risico op het ontwikkelen van levensbedreigende pneumokokkenziekte, kan worden overwogen QIV en Prevenar 20 apart toe te dienen (bijv. met ongeveer 4 weken ertussen). Prevenar 20 kan gelijktijdig worden toegediend met het COVID19-mRNA-vaccin (nucleoside-gemodificeerd). Er zijn geen gegevens over gelijktijdige toediening van Prevenar 20 met andere vaccins. Bijwerkingen: Zuigelingen/kinderen/adolescenten (6 weken tot 5 jaar): Zeer vaak (≥1/10): verminderde eetlust, prikkelbaarheid, suf voelen/veel slapen, rusteloos slapen/weinig slapen, koorts (pyrexie), erytheem op de vaccinatieplaats, induratie van/zwelling op de vaccinatieplaats, erytheem of induratie/zwelling op de vaccinatieplaats (>2,0-7,0 cm) (zeer vaak na peuterdosis en bij oudere kinderen [van 2 tot 5 jaar]), vaccinatieplaatspijn/gevoeligheid op de vaccinatieplaats. Vaak (≥1/100, <1/10): diarree, overgeven, huiduitslag, koorts hoger dan 38,90C, erytheem of induratie/zwelling op de vaccinatieplaats (>2,0-7,0 cm) (na zuigelingenserie), vaccinatieplaatspijn/gevoeligheid op de vaccinatieplaats die een bewegingsbeperking van het ledemaat veroorzaakt. Soms (≥1/1.000, <1/100): huilen, insulten (waaronder koortsstuipen), urticaria of urticaria-achtige huiduitslag, erytheem of induratie/zwelling op de vaccinatieplaats (>7,0cm). Zelden (≥1/10.000, <1/1.000): overgevoeligheidsreactie (waaronder gezichtsoedeem, dyspneu, bronchospasme), hypotone-hyporesponsieve episode, vaccinatieplaatsovergevoeligheid. Zuigelingen/kinderen/adolescenten (5 jaar tot 18 jaar): Zeer vaak (≥1/10): verminderde eetlust, prikkelbaarheid, suf voelen/veel slapen, rusteloos slapen/weinig slapen, hoofdpijn, spierpijn, vermoeidheid, erytheem op de vaccinatieplaats, induratie van/zwelling op de vaccinatieplaats, vaccinatieplaatspijn/gevoeligheid op de vaccinatieplaats. Vaak (≥1/100, <1/10): diarree, overgeven, huiduitslag, gewrichtspijn, vaccinatieplaatspijn/gevoeligheid op de vaccinatieplaats die een bewegingsbeperking van het ledemaat veroorzaakt. Soms (≥1/1.000, <1/100): urticaria of urticaria-achtige huiduitslag, koorts (pyrexie). Volwassenen: Zeer vaak (≥1/10): verminderde eetlust, hoofdpijn, spierpijn, gewrichtspijn, vermoeidheid, vaccinatieplaatspijn/gevoeligheid op de vaccinatieplaats, vaccinatieplaatspijn/gevoeligheid op de vaccinatieplaats die een bewegingsbeperking van het ledemaat veroorzaakt. Vaak (≥1/100, <1/10): koorts (pyrexie), erytheem op de vaccinatieplaats, induratie van/zwelling op de vaccinatieplaats. Soms (≥1/1.000, <1/100): overgevoeligheidsreactie (waaronder gezichtsoedeem, dyspneu, bronchospasme), diarree, misselijkheid, overgeven, huiduitslag, angio-oedeem, pruritus op de vaccinatieplaats, lymfadenopathie, urticaria op de vaccinatieplaats, koude rillingen.. Afleverstatus: UR. Verpakking: Prevenar 20 suspensie voor injectie (0,5 ml) is verkrijgbaar in een voorgevulde spuit (type I-glas) met een afsluitdopje (synthetisch rubber van gemengd isopreen/bromobutyl) en een zuigerstop (chlorobutylrubber). De verpakking bevat 1 voorgevulde spuit met 1 aparte naald. Registratienummer: EU/1/21/1612/002. Vergoeding en prijzen: Zie de G-standaard. Voor medische informatie over dit product belt u met 0800-MEDINFO (6334636). Registratiehouder: Pfizer Europe MA EEIG, Boulevard de la Plaine 17, 1050 Brussel, België. Neem voor correspondentie en inlichtingen contact op met Pfizer bv, Postbus 37, 2900 AA Capelle a/d IJssel.
LHV nieuws LHV INKOMSTENTOOL: BEREKEN HET VERSCHIL O verweeg je als huisarts de overstap van waarnemer naar loondienst of andersom? Of ben je praktijkhouder en wil je weten wat het financieel betekent om iemand in loondienst te nemen in plaats van een waarnemer in te huren? De nieuwe LHV Inkomstentool-huisarts geeft je snel en overzichtelijk inzicht in de financiële verschillen.
Inzicht vóór je keuze De tool is een webapplicatie die je eenvoudig op je mobiel of computer gebruikt. Je vult je eigen situatie in op basis van de keuzes binnen de cao. De tool
rekent daarna automatisch door wat dit voor jou betekent. Zo kun je verschillende scenario’s naast elkaar leggen en ontdekken welke situatie het beste bij je past. De tool is gebaseerd op de nieuwe Cao Huisartsen in loondienst en actuele weten regelgeving, en doorgerekend en gevalideerd door een accountantsbureau. Zo weet je zeker dat je een realistisch beeld krijgt. Je vindt de tool en een verdere toelichting hier.
Signaleringsmatrix voor regionale knelpunten
H
uisartsen, regionale huisartsenorganisaties en zorgverzekeraars krijgen voortaan beter inzicht in regio’s waar de toegankelijkheid en continuïteit van de huisartsenzorg onder druk staan. Het Dashboard huisartsenzorg van Vektis is hiervoor uitgebreid met een nieuwe signaleringsmatrix. De signaleringsmatrix is ontwikkeld door de LHV, InEen en Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Zo wordt gekeken naar de huisartsendichtheid, de verwachte uitstroom van huisartsen, het aandeel verzekerden dat niet staat ingeschreven bij een huisartsenpraktijk, bevolkingsontwikkeling, vergrijzing en sociaaleconomische kenmerken. Door deze signalen samen te brengen, wordt sneller zichtbaar waar nadere regionale analyse nodig is en welke aanpak bij de knelpunten past.
Mogen we bij jou binnenkijken? Voor de rubriek Binnenkijken zijn we op zoek naar praktijken met karakter. Heb jij een praktijk waar je trots op bent? Waar je bijvoorbeeld, zoals in deze editie, je passie in laat terugkomen? Oud of nieuw, alles mag. We zijn benieuwd naar je verhaal bij het gebouw en de inrichting. Meedoen? Mail dedokter@lhv.nl met een korte toelichting over jouw praktijkinrichting.
de Dokter 4/2026
33
advertentie
‘Google het beestje maar eens’
Horror
FOTO: ERIK VAN DER BURGT
M
eneer Stevens (73 jaar) is heel zeker van zijn zaak. Hij maakt zich grote zorgen. Zijn verhaal heeft iets weg van een horrorfilm. Hij voelt zich een beetje misselijk en duizelig. Ik vraag of er iemand bij hem in de buurt is. Zijn vrouw klinkt op de achtergrond door zijn mobiel. Zij zal hem zo snel mogelijk naar de praktijk brengen. Ondertussen bel ik met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum. Die bel ik nooit voor dit soort problemen. Meestal voor andere intoxicaties. Ik denk aan alle rare dieren die ik in mijn loopbaan als huisarts tegen het lijf ben gelopen. Ik herinner me die ene keer dat ik me wild schrok toen ineens een alpaca boven de heg van een boerderij verscheen, die me volgde tot aan de voordeur. Voor de zekerheid hield ik de gehele tijd mijn dokterstas voor mijn gezicht om later van de heer des huizes te horen dat het vooral lama’s zijn die spugen. Of die ene keer in een klein appartement in een buitenwijk van Utrecht, op bezoek bij een oud dametje. Om de zoveel tijd scheerde er een grote, groen gevederde papegaai rakelings over mijn hoofd, want het was te zielig om hem in een kooitje gevangen te houden. Geen makkelijke visite, kan ik je vertellen. De man van het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum klinkt minder verbaasd dan ik was. ‘U moet weten dat het klimaat verandert.’ Dat weet ik.
‘Daardoor kunnen deze beestjes tegenwoordig beter overleven in Nederland. Vooral door deze hete zomers,’ gaat hij koeltjes verder. ‘Het is goed dat u hem zo snel mogelijk onderzoekt.’ Hij legt uit waar ik op moet letten: ‘Roodheid en zwelling rond de beet. Een hoge bloeddruk en een snelle hartslag. Zweten, forse spierkrampen en benauwdheid.’ Zijn laatste zin blijft hangen: ‘Check maar eerst of het verhaal waar is.’ Ik krijg een ‘geweldige’ tip: ‘Google het beestje maar eens.’ Met een vissershoed op zijn hoofd, een safarivest aan, een korte broek met zakken aan de zijkant en hoog opgetrokken witte sokken met daaronder bergschoenen loopt mijnheer Stevens even later soepel met me mee naar de spreekkamer. Hij zweet niet en oogt niet kortademig. Al gauw blijkt al mijn voorwerk voor niets. Hij kijkt naar een foto van de zwarte weduwe op mijn beeldscherm. ‘Nee, die van mij had geen rood kontje.’ Ook de grootte van het beestje dat hem in het bos gebeten heeft, komt niet overeen. We komen uit op een ongevaarlijke spin. Gelukkig maar. Als hij weg is, kijk ik door het raam naar buiten, waar de temperatuur boven de dertig graden is. Ik voorzie in de toekomst een nieuwe NHG-standaard. ¶
Rutger Verhoeff, huisarts in Tiel
34
de Dokter 4/2026
Ambulante ECG-diagnostiek: van klacht naar diagnose Hartkloppingen, duizeligheid of een onregelmatige pols: het zijn klachten die vrijwel elke huisarts regelmatig op het spreekuur ziet. Een 12-kanaals ECG geeft niet altijd uitsluitsel. Wanneer is ambulante ECG-diagnostiek dan de logische volgende stap, en hoe kies je tussen een holter en een event recorder? dr. Jeroen Bucx cardioloog
dr. Jelle Himmelreich huisarts-onderzoeker
C
ardioloog dr. Jeroen Bucx en huisarts-onderzoeker dr. Jelle Himmelreich delen de belangrijkste inzichten, die de basis vormen voor het nieuwe Ksyos-whitepaper over ambulante ECG-diagnostiek. Van klacht naar diagnostische strategie De diagnostiek start volgens de richtlijn altijd met anamnese, lichamelijk onderzoek en een ECG. “Pas als dat geen duidelijke diagnose oplevert, maar het vermoeden van bijvoorbeeld paroxismaal atriumfibrilleren blijft bestaan, komt ambulante ECGdiagnostiek in beeld”, zegt Himmelreich. Een veelvoorkomend manco is een aanvraag zonder duidelijke indicatie. “Een ‘routine’-aanvraag levert weinig op en maakt interpretatie lastiger. Hoe beter de informatie die je meegeeft, zoals voorgeschiedenis, medicatie en klachtenpatroon, hoe beter het advies dat je terugkrijgt.” Holter of event recorder? Binnen ambulante ECG-diagnostiek wordt onderscheid gemaakt tussen een holterregistratie (een continue meting, 24 tot 72 uur, die als geheel wordt geanalyseerd) en een event recorder (langere opnameduur, maar waarbij alleen de door patiënt of door de recorder als 'mogelijk afwijkend' gemarkeerde ritmestroken worden
geanalyseerd). Welke van de twee passend is, hangt vooral af van hoe vaak de klachten optreden: bij dagelijkse klachten volstaat doorgaans een kortdurende holter, bij klachten die met tussenpozen komen is een langere registratie met een event recorder logischer. Kwaliteit bepaalt de opbrengst Een ambulante ECG-registratie heeft des te meer waarde als de uitvoering juist is, benadrukt Bucx: correcte elektrodeplaatsing, goed onderhouden apparatuur en een patiënt die de holterrecorder trouw draagt gedurende de afgesproken periode. “De kernvraag bij interpretatie is steeds: matchen de klachten van de patiënt met de ritmestoornis die we zien? Data is alleen waardevol in de juiste klinische context.” Sommige bevindingen zijn onschuldig, zoals extrasystolen, maar andere zijn potentieel levensbedreigend, zoals een hooggradig AV-blok, ventriculaire tachycardieën of significante pauzes. In die gevallen treedt het spoedprotocol in werking. Wat leert de praktijk? Onderzoek van bijna 1.000 holterregistraties binnen de huisartspraktijk laat zien dat hartkloppingen de meest voorkomende indicatie is (circa 67%) en dat een 3daagse holter het vaakst wordt gekozen
(circa 50%). Zo’n 40% van de registraties is volledig normaal en ongeveer 25% laat significante afwijkingen zien, meestal supraventriculaire of ventriculaire extrasystolen of niet-ernstige geleidingsstoornissen. De belangrijkste bevinding: in 90% van de afwijkende gevallen wordt de relevante hartritmestoornis al op de eerste dag van de registratie gedetecteerd. Langer meten levert dus vaak weinig extra informatie op, al zijn er geen harde voorspellers voor de optimale duur. Hogere leeftijd, mannelijk geslacht en bestaande ectopie verhogen de kans op het registreren van afwijkingen.
“Help de cardioloog, zodat hij jou kan helpen.” Kortom: begin eenvoudig, want een korte meting is vaak al voldoende. Stem de duur af op het klachtenpatroon in plaats van standaard te verlengen, en geef als huisarts zoveel mogelijk klinische context. Data helpt, maar vervangt het klinisch denken niet. Een goede samenwerking tussen huisarts en cardioloog blijft onmisbaar voor een gerichte diagnose. Whitepaper: Meer grip op ambulante ECG-diagnostiek In het whitepaper van Ksyos zetten we de belangrijkste inzichten over holter- en eventECG-diagnostiek voor je op een rij: van triage en de keuze van meetduur tot interpretatie en samenwerking met de cardioloog. Direct toepasbaar in de dagelijkse praktijk.
→ Download het whitepaper via ksyos.nl/cardiologie
Ksyos is slimme zorg, snel en dichtbij. Iedere dag helpen wij patiënten aan de juiste zorg op de juiste plek. Digitaal waar het kan en fysiek als het nodig is. Bij de zorgverlener in de buurt of gewoon thuis. Zo maken wij goede zorg sneller en makkelijker bereikbaar.
advertentie
Weten uw patiënten wat pneumokokken zijn?
INFORMEER HEN OVER DE RISICO’S PP-PNR-NLD-0225
n.nl watzijnpneumokokke
BB155-001233-00 BS 220x250 Adv Prevnar.indd 1
Retouradres LHV Landelijke Huisartsen Vereniging T.a.v. Afdeling Ledenadministratie Postbus 20056 3502 LB Utrecht
Een initiatief van
05/03/2026 10:54