Skip to main content

LHV-ledenblad De Dokter | December 2025

Page 1

NADA SID AHMED

‘ Maak tijd om het over jezelf te hebben’ Gezondheidsapps ‘Verwijzen naar een diga is straks heel vanzelfsprekend’

Uitspraak rechter NZa moet tarieven opnieuw berekenen

LHV-onderzoek ‘Praktijkhouderschap blijft populair’

#46

LEDENBLAD VAN DE LANDELIJKE HUISARTSEN VERENIGING

5 022 022 E2R EBR MM COE DEZ

deDokter


advertentie

‘De huisarts de somatische zorg, wij de complexe zorgvragen’ “Kan ik dat er wel bij hebben?” Dat is de vraag die veel huisartsen zichzelf stellen als een particuliere woonzorglocatie in de buurt de samenwerking zoekt. Dagelijks Leven, met 104 kleinschalige huizen voor mensen met dementie, weet dat de druk op huisartsen hoog is. Met een eigen vakgroep bestaande uit ruim 30 behandelaren ontzorgt de landelijke zorgorganisatie de huisarts zoveel mogelijk. “Elke samenwerking is op maat.”

In elke betaalbare, kleinschalige woonzorglocatie van Dagelijks Leven wonen maximaal 22 bewoners met dementie. Het zorgteam op locatie kan rekenen op de ondersteuning van een landelijke vakgroep met specialisten ouderengeneeskunde, verpleegkundig specialisten, physician assistants en psychologen. De vakgroep ondersteunt ook de huisarts, die betrokken blijft bij de zorg voor de bewoner. “Aan elke woonzorglocatie is een vaste specialist ouderengeneeskunde, verpleegkundig specialist of physician assistant verbonden, die de huisarts in medebehandeling kan vragen”,

Verpleegkundig specialist bij Dagelijks Leven

vertelt specialist ouderengeneeskunde Hans Stas. “De behandelaar kan ook als regiebehandelaar optreden. De vakgroep is 24/7 bereikbaar.” Verantwoordelijk voor eigen handelen De samenwerking met de huisarts is altijd op maat, vult verpleegkundig specialist Willy Erdhuizen aan. “De richtlijnen van de ‘Leidraad kleinschalige woonvormen’ vormt samen met het convenant Medisch Generalistische Zorg 2024 de basis. Bij Dagelijks Leven is in principe de huisarts het eerste aanspreekpunt voor somatische zorg, de behandelaar neemt de complexe ouderengeneeskundige zorg op zich. Vanuit daar kijken we: wat wil de huisarts graag zelf doen? Welke verantwoordelijkheden draagt hij of zij liever over? Denk aan palliatieve zorg rondom het levenseinde, of het voeren van ACP-gesprekken.” ‘Word als huisarts goed ondersteund’ “De taakverdeling is heel duidelijk”, zegt Kirsten Lasage van huisartsenpraktijk Grootstal, die samen met haar collega

11 bewoners van Het Gofferthuis in Nijmegen onder behandeling heeft. “Als huisartsen zijn wij puur verantwoordelijk voor de somatische kant. Is er bijvoorbeeld sprake van een longontsteking, een infectie of moet er een katheter verwisseld worden? Dan komen wij langs. We worden goed ondersteund door de behandelaar van Dagelijks Leven.” In een ideale situatie beperkt de samenwerking zich niet tot de huizen van Dagelijks Leven, zegt Erdhuizen. “We werken ernaartoe dat wij als behandelaren ook ondersteunen in de wijk. Als de huisarts een patiënt heeft met een complexe zorgvraag door een vorm van dementie, denken wij graag mee. Uiteindelijk willen mensen toch het liefst zo lang mogelijk zelfstandig thuis blijven wonen. Dan zijn dit soort samenwerkingen onmisbaar.”

Dagelijks Leven • info@dagelijks-leven.nl • www.dagelijks-leven.nl


Marjolein Tasche voorzitterscolumn Uitspraak

De rechter concludeerde dat de NZa binnen een half jaar de tarieven voor 2023, 2024 en 2025 moet herberekenen. Zij moeten dat dan doen in nauwe samenspraak met de huisartsenorganisaties (samen met Vph en Dbh), met ons. Uiterlijk binnen een half jaar. Wat dat precies gaat betekenen, weten we

nu nog niet. Maar we blijven erbovenop zitten en ervoor vechten. Wie zich ook duidelijk uitspreekt, is emeritus hoogleraar Toine LagroJanssen. In de jaren zeventig was zij de een van de eerste vrouwelijke huisartsen in Nijmegen en in die hoedanigheid vocht zij tegen de mannelijke dominantie in het vak. In mijn begintijd als huisarts was zij een enorme inspirator als de eerste Nederlandse hoogleraar Vrouwenstudies Medische Wetenschappen. In het interview verderop in het blad vertelt ze dat vrouwen en vrouwenklachten nog steeds systematisch worden onderschat. Haar meest recente onderzoek gaat over de invloed van persoonlijke omstandigheden, land van herkomst en cultuur op hoe vrouwelijke huisartsen willen leven en werken. Zij werd geraakt door de moed en het doorzettingsvermogen van de vrouwen die ze voor haar onderzoek uitgebreid sprak. Ondanks tegenslagen en teleurstellingen hebben zij hun droom waargemaakt: huisarts worden. Lagro-Janssen vertelt hoe ze hun levensgeschiedenis gebruiken als interne hulpbron en instrument in de arts-patiëntrelatie. De gesprekken met zeven huisartsen zijn opgetekend in een inspirerend boek. Ik raad je van harte aan om het te lezen.

f oto : pau l to l en a a r

O

p 18 november stonden we weer in de rechtbank, voor de uitspraak dit keer. Wie met ons meekeek via de livestream, kan het bevestigen: die uitspraak was kort en duidelijk. Het oordeel van de rechter: de poortwachtersfunctie van de huisarts is “de spilfunctie in het zorgstelsel” en is door de NZa onvoldoende gehonoreerd in de onderbouwing van de tarieven. Ten onrechte is geen rekening gehouden met vaak te krappe huisvesting en noodzakelijke investeringen in een nieuwe of grotere praktijkruimte. Ook de onderbouwing voor de 36 uur is niet voldoende. En de rechter concludeerde dat de functiewaardering zwaarder moet worden meegenomen. Zijn letterlijk woorden: “De opvatting dat een huisarts zich met minder ingewikkelde problemen geconfronteerd ziet omdat de huisarts immers kan doorverwijzen, doet geen recht aan de werkelijkheid.” Daarmee is de functie van de huisarts ondergewaardeerd. Klare taal.

‘ Spilfunctie in het zorgstelsel’ Wij zetten ons volgend jaar weer met veel plezier en optimisme in: voor jullie, het huisartsenteam en de huisartsenzorg nu en in de toekomst. Dat doen we samen met de LHV-ambassadeurs. Veel dank aan de ambassadeurs die onlangs afscheid namen vanwege het einde van hun termijn. Voor de nieuw gekozen ambassadeurs: alvast hartelijk welkom! Iedereen fijne feestdagen en een heel gelukkig nieuwjaar! ¶

Marjolein Tasche Voorzitter LHV

colofon De Dokter is het ledenblad van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en verschijnt 6 keer per jaar. De LHV is de beroepsorganisatie voor alle huisartsen in Nederland. Oplage 13.100 exemplaren Zestiende jaargang, nr 6 december 2025 Bladmanagement & eindredactie Nathalie Pol

Redactieraad Heleen van Bloemendaal, Wendy van den Brink, Yvette Haasbroek, Jelly Hogendorp, Iris Jansen, Annemarie Kerstens, Petra Meerkerk, Margriet Niehof, Lennart Rijkers, Cora ten Tusscher Tekst & Beeld Berber Bijma, Eelkje Colmjon, Sicco van Grieken, Rob van Hoorn, Corien Lambregtse, Mirjam van der Linden, Indra Simons, Hans Tak, Jeannette Verbeek, Lilli Vereijken

Lidmaatschap LHV Als LHV-lid ontvang je automatisch De Dokter. Het LHVlidmaatschap kun je schriftelijk of per e-mail beëindigen, uiterlijk één maand voor het einde van het kalenderjaar. Op www.lhv.nl vind je hierover meer informatie.

Art direction en vormgeving Curve Mags and More, Haarlem www.curve.nl Advertentieverkoop SGNM, Oscar van den Bosch Telefoon 06 11 59 15 22 Mail: oscar@sgnm.nl

Adreswijziging Graag doorgeven via ledenadministratie@lhv.nl

Drukwerk Senefelder Misset, Doetinchem

de Dokter 6/2025

3

Contact redactie Postbus 20056, 3502 LB Utrecht Mail: dedokter@lhv.nl www.lhv.nl/dedokter Overname van teksten is toegestaan onder bronvermelding en met toestemming van de redactie.


inhoud december 2025

#46

5 022 022 E2R EBR MM COE DEZ

deDokter LEDENBLAD VAN DE LANDELIJKE HUISARTSEN VERENIGING

08

NADA SID AHMED

‘Maak tijd om het over jezelf te hebben’ Gezondheidsapps ‘Verwijzen naar een diga is straks heel vanzelfsprekend’

Uitspraak rechter NZa moet tarieven opnieuw berekenen

LHV-onderzoek ‘Praktijkhouderschap blijft populair’

Huisarts Nada Sid Ahmed deelde haar levensverhaal met emeritus hoogleraar Toine Lagro-Janssen DD2506_01_Cover.indd 1

04-12-2025 16:55

06

16 Digitale gezondheidsapps

Verwijzen naar een digitale gezondheidsapp is straks heel vanzelfsprekend, als het aan LHV-bestuurslid Mariëtte Willems ligt. Zij vertelt hoe het project DiGA NL daar een handje bij gaat helpen.

15

20 Spoedtas

De groepspraktijk van huisarts Miranda van Reisen werkt sinds twee jaar met een spoedarts. Dat zorgt voor een rustiger spreekuur, merken ze. Maar ook voor een nieuwe tas!

BINNENKIJKEN Nooit in de file met je eigen praktijk naast de deur.

UITSPRAAK Goed nieuws na een lang juridisch gevecht: NZa moet tarieven opnieuw berekenen

25 26

VIJF VRAGEN

36 38

NIEUWS

Jaarverantwoording

PRAKTIJKVERHAAL Van nulpraktijk naar twee vestigingen met 5000 patiënten

WISSELCOLUMN Sasja Verhoeff

quickscan van... Annemarie van Haestregt, huisarts in Zoetermeer M

ijn huisartsenpraktijk zit in een rijtjeshuis in Zoetermeer. De buurvrouw heeft de sleutel, handig voor als ik die een keer vergeten ben. Interessant dat de huisarts uit Binnenkijken ook in een woonhuis zit. Als ik mijn praktijk toekomstbestendig wil houden, moet ik hier eigenlijk weg. Patiënten moeten de trap op. Tien jaar geleden begon ik met 27

ouderen, inmiddels zijn dat er 170. Een patiënt die slecht ter been is, zie ik in de onderzoekskamer. Of we ruilen onderling van kamer. Voor het opleiden van een doktersassistent, zoals in het gelijknamige artikel, heb ik geen plek. Wel ben ik huisartsopleider. Daarin heb ik een voorbeeldfunctie als praktijkhouder, lees ik in een ander artikel. Alle zeven

4

huisartsen in opleiding hebben gezien hoe hoog mijn werkdruk is met de veelheid aan taakjes, mailtjes, een contract hier en een verplichte cursus daar. Maar ze zien ook het kruis in de agenda voor de uitreiking van een tafeldiploma. Twee van de drie nu praktiserend huisartsen zijn inmiddels bezig met hun eigen praktijk. Verbaasd las ik over het verwijzen

de Dokter 6/2025

22 Doktersassistent als kansberoep

Huisarts Bibi Balhuizen overwon haar koudwatervrees en nam een assistent aan vanuit de WIA. Het UWV biedt gunstige regelingen voor het aannemen en opleiden van assistenten.


quotes ‘Onze eetkamer fungeerde als apotheek, de garage was spreekkamer’ Huisarts Cynthia Trimp in Binnenkijken (pagina 6)

30

34

Eigen praktijk blijft populair

Tweede verwijsdienst

Huisarts Norbert Majenburg wilde altijd al praktijkhouder worden: ‘Het werk is leuker als je werkt met een vast team en patiënten die je kent.’ Uit LHV-onderzoek blijkt dat een grote meerderheid dezelfde ambitie heeft. Welke afwegingen geven daarbij de doorslag?

Jarenlang was er in de praktijk één verwijsdienst. Vanaf 2026 komt daar een alternatief naast. Huisarts Merijn Godefrooij deed mee aan een pilot met Vecozo-verwijzen. ‘Met een tweede verwijsdienst ontstaat concurrentie op prijs en service.’

‘Een diga is een behandeling die gewoon vergoed moet worden’ Huisarts Anne Looshuis (pagina 16)

‘Je maakt sneller een grapje bij patiënten die je goed kent’

FOTO: SICCO VAN GRIEKEN

Huisarts Norbert Majenburg (pagina 30)

naar digitale gezondheidsapps. Dat doe ik allang! Maar patiënten met kanker schrijf ik geen app voor. Die bel ik om de paar maanden. Onder de streep leveren die telefoontjes ons veel op: je bent de vraag voor. En dit contact is veel leuker dan een e-consult. Als ik hier de wijk uit fiets, zwaaien veel bekenden me toe. Dan ben ik net Maxima op de fiets. ¶

‘Ik noem Marian weleens mijn cadeautje’ Huisarts Bibi Balhuizen (pagina 22)

de Dokter 6/2025

5


binnenkijken Huisartsenpraktijk Den Bommel TEKST: BERBER BIJM A / FOTOGR AFIE: MIR JAM VAN DER LINDEN

Vernieuwde praktijk naast de deur De sfeer van de praktijk is warm en niet te klinisch

C

ynthia Trimp woont naast haar apotheekhoudende huisartsenpraktijk in Den Bommel, maar binnendoor kan ze er niet naartoe. Zo zijn wonen en werk goed gescheiden én hoeft ze nooit in de file te staan. ‘Mijn voorganger heeft de praktijk laten bouwen als een woonhuis, met de gedachte: als het niet lukt een opvolger te vinden, kan ik de praktijk als woonhuis verkopen.’ Trimp werkte een tijdje in een maatschap en is sinds 2019 solopraktijkhouder, met één dag per week een huisarts in dienstverband. Twee jaar geleden breidde ze de praktijk uit naar de achtertuin. ‘We hadden veel te weinig ruimte.’ De complete ruimte werd gestript, opnieuw ingedeeld en ingericht. De praktijk verhuisde ondertussen deels naar het woonhuis van Trimp – ‘voordeel van het platteland is dat de huizen vrij ruim zijn’ – en naar porta-cabins in de voortuin. ‘Onze eetkamer fungeerde als apotheek, de garage was spreekkamer.’ Na drie maanden konden ze de nieuwe ruimte betrekken, met nu vijf spreekkamers en meer ruimte voor de apotheek. ‘Een grote verbetering is dat we sindsdien een medicijnautomaat aan de buitenkant hebben. Dat scheelt veel drukte in het

6

de Dokter 6/2025

apotheekgedeelte en is voor patiënten fijner: ze kunnen ieder moment hun medicijnen afhalen.’ Forse tegenvaller was dat één maand na de renovatie forse waterschade ontstond door rioolproblemen. ‘De praktijk overstroomde met rioolwater. Alle vloeren en onderste kasten moesten vernieuwd. We moesten er weer drie maanden uit. Weer hebben we een deel van de praktijk naar ons woonhuis verhuisd. Die tweede keer viel dat echt zwaarder, ook omdat we inmiddels meer praktijkruimte hadden. We hebben nóg meer portacabins in de voortuin gezet.’ Een kleine twee jaar na de (definitieve) verhuizing werkt iedereen naar volle tevredenheid in de vernieuwde praktijk. ‘Alle zorgverleners hebben een eigen kamer en ik heb ruimte om een aios op te leiden. Ik hoop dat we ook in de toekomst voldoende ruimte hebben; als plattelandspraktijk moet je best veel functies kunnen bieden.’ ¶ Bij huisartsenpraktijk Den Bommel werken 2 huisartsen, (meestal) 1 aios, 4 doktersassistenten, 4 apotheekassistenten, 1 POH, 2 POH’s-GGZ, 1 diabetesverpleegkundige, 1 praktijkmanager, 1 diëtiste, 1 administratief medewerkster en 1 interieurverzorgster.


Huisarts Cynthia Trimp

In de medicijnautomaat zitten ook zelfzorgartikelen als paracetamol en dameshygiëne. ‘Daar wordt regelmatig gebruik van gemaakt, ook omdat de winkels dicht zijn op zondag’

De paarse tulpenvelden verwijzen naar de tulpen die in de omgeving veel worden gekweekt

Op de gang een topografische kaart van Goeree-Overflakkee van de 18de-eeuwse landmeter Anthony van Weel

In de teamkamer ligt altijd een legpuzzel klaar, wie zin heeft doet een stukje

In alle spreekkamers hangen natuurfoto’s

De lunchruimte op de bovenverdieping biedt uitzicht over de landerijen

Checklist LHV Bouwadvies Heb je ruimte tekort, een nieuw pand op het oog of een huurcontract dat afloopt? Bij iedere stap richting jouw nieuwe praktijk kan LHV Bouwadvies je helpen.

7


FOTO: JEANET TE VERBEEK

Toine Lagro-Janssen, emeritus hoogleraar Vrouwenstudies Medische Wetenschappen

‘ Meer zelfinzicht helpt om een betere huisarts te zijn’ 8

de Dokter 6/2025


Hoe jij als huisarts je vak uitoefent, wordt in sterke mate bepaald door je levensgeschiedenis. Toine Lagro-Janssen, de eerste hoogleraar Vrouwenstudies Medische Wetenschappen in Nederland, interviewde zeven vrouwelijke huisartsen, beschreef hun levensverhalen en trok daaruit lessen voor de huisartsenzorg. ‘Het is belangrijk om je ervan bewust te zijn waar je vandaan komt.’ TEKST: CORIEN L AMBREGTSE

S

ekse, gender en vrouwengezondheid, dat zijn de thema’s waar Toine Lagro-Janssen zich al haar hele loopbaan als huisarts en wetenschapper mee bezighoudt. Inmiddels is ze met emeritaat, maar haar hoofd zit vol ideeën en ze is nog lang niet klaar. Als een van de eerste vrouwelijke huisartsen in Nijmegen, in de jaren zeventig, moest ze vechten tegen de mannelijke dominantie in het vak. Als wetenschapper richtte ze zich op blinde vlekken in de (huisartsen)geneeskunde, zoals urine-incontinentie. Volgens haar werden en worden vrouwen en vrouwenklachten systematisch onderschat. Ze zet zich nog altijd in voor sekse- en gendersensitieve zorg en betere zorg aan slachtoffers van seksueel misbruik. In het boek ‘Lessen uit het leven van vrouwelijke huisartsen’ beschrijft Lagro-Janssen de levensverhalen van zeven vrouwelijke huisartsen met zeer diverse (migratie) achtergronden. Tussen die verhalen door deelt ze relevante wetenschappelijke kennis en inzichten, onder meer over moederschap, discriminatie, gendersocialisatie en klachten van vrouwen, cultuur, islam en geloof in de zorg en opgroeien met alcoholmisbruik van moeder. ‘De verhalen van deze huisartsen laten zien hoe groot de invloed is van persoonlijke omstandigheden, land van herkomst, politieke geschiedenis en cultuur op wie deze vrouwen zijn en hoe zij willen leven en werken. Het zijn lessen waar iedereen van kan leren.’ ◼ WAARIN ZIJN DEZE HUISARTSEN EEN

VOORBEELD?

‘Wat mijzelf enorm heeft geraakt, zijn hun moed en doorverzettingsvermogen om op cruciale momenten in hun leven nieuwe stappen te zetten. Ondanks tegenslagen en teleurstellingen hebben ze hun droom waargemaakt: huisarts worden. En nu ze huisarts zijn, gebruiken ze hun levensgeschiedenis als interne hulpbron en instrument in de arts-patiëntrelatie. Waar dat uit blijkt? Ze zijn nieuwsgierig naar de achtergrond van patiënten, maken tijd om zich in hen te verdiepen, om een klacht in alle rust te onderzoeken. Als een contact minder goed loopt, gaan ze bij zichzelf te rade waar dat door komt. Ze kijken niet vreemd op als patiënten vanuit hun cultuur of geloofsovertuiging anders omgaan met ziekte en dood. Ze zijn betrokken, durven laten zien wie ze zelf zijn en wat hun opvattingen

zijn. Daardoor staan ze heel dicht bij de patiënt en creëren ze gelijkwaardigheid. Bij hen zie je wat de kernwaarde ‘persoonsgerichte huisartsenzorg’ inhoudt. Dankzij die manier van werken hebben ze ook nog eens veel plezier in hun vak en dat is de beste bescherming tegen burn-out en uitval.’ ◼ ZIJN HET VERHALEN WAARAAN ANDEREN ZICH KUNNEN SPIEGELEN? ‘In een medische opleiding leer je alles over het vak, maar niet over jezelf. Toch wordt de manier waarop je huisarts bent, in sterke mate bepaald door je afkomst, de relatie met je ouders, alles wat je hebt meegemaakt, hoe je daaruit bent gekomen en de keuzes die je hebt gemaakt. De vrouwen die ik voor het boek heb geïnterviewd, hebben heel veel meegemaakt. Dat zie je terug in hun huisartsenpraktijk: de locatie waar ze gevestigd zijn, de patiënten op wie ze zich richten. Hun verhalen nodigen andere huisartsen uit tot zelfreflectie. Ik hoop dat er ogen opengaan. Het is

‘ In een medische opleiding leer je alles over het vak, maar niet over jezelf’ heel belangrijk om je ervan bewust te zijn waar je vandaan komt. Dat verdient meer aandacht tijdens de huisartsenopleiding, en ook daarna, tijdens supervisie en intervisie. Sta eens stil bij je levensgeschiedenis en de impact daarvan op je vak. Ikzelf heb in 1978 een supervisiegroep met vrouwelijke huisartsen opgericht die nog steeds regelmatig bij elkaar komt. Daar heb ik heel veel over mezelf als persoon en als huisarts geleerd. Meer zelfinzicht helpt om een betere huisarts te zijn.’ ◼ OP WELKE PLEKKEN ZITTEN DEZE HUISARTSEN

ZOAL?

‘Op plekken waar ze denken het hardst te nodig zijn. De meesten van hen hebben een praktijk in een achterstandswijk met patiënten met een slechte gezondheid en lage levens­verwachting. Ze hebben affiniteit met mensen in de rafelrandjes van onze maatschappij, zoals daklozen,

de Dokter 6/2025

9


arbeidsmigranten en vluchtelingen. Omdat ze zelf als migrant in een onbekend land met een onbekende cultuur kwamen, herkennen ze de problematiek van achterstand en discriminatie. Ze hebben patiënten met trauma’s als seksueel misbruik, partnergeweld en kindermishandeling, maar ook jonge mensen met psychoses, stoornissen en verslaving. Ze zien veel patiënten met vrouwspecifieke klachten en vragen over anticonceptie, soa, abortus, seksualiteit en bekkenbodemproblematiek. Een aantal van hen geeft actief voorlichting over medische problemen aan vrouwen met een migratieachtergrond en werkt mee aan preventieve programma’s in de wijk.’

Toine Lagro-Janssen is emeritus hoogleraar Vrouwenstudies Medische Wetenschappen aan het Radboud Universitair Medisch Centrum in Nijmegen. Ze was de eerste Nederlandse hoogleraar Vrouwenstudies Medische Wetenschappen en een van de eerste vrouwelijke huisartsen in Nijmegen. In 2012 richtte ze het Centrum Seksueel Geweld Gelderland-Zuid en -Midden op. Ze is nog steeds actief betrokken bij onderzoek en nascholingen over sekse- en gender-sensitieve geneeskunde en seksueel misbruik. Een gedrukt exemplaar van ‘Lessen uit het leven van vrouwelijke huisartsen’ is voor €22,- te bestellen via Boekenbestellen.nl. Je kunt hier ook een gratis pdf van het boek downloaden. Klik daarvoor op ‘Download fragment’.

‘De komende jaren zal de druk op de zorg toenemen, vanwege de vergrijzing en het groeiend tekort aan zorgpersoneel. Veel huisartsen zijn al overbelast. Er moeten keuzes worden gemaakt in de zorg. Het appèl dat van deze vrouwelijke huisartsen uitgaat, is dat we ervoor moeten zorgen dat groepen met een kwetsbare gezondheid of achtergrond niet worden buitengesloten. Dat is de belangrijkste les. De tweede is dat medische protocollen vaak onvoldoende zijn afgestemd op vrouwen en mensen met verschillende sociaaleconomische, psychologische en culturele achtergronden. Je kunt mensen pas goed behandelen als je oog hebt voor de specifieke persoon en daarnaar handelt.’ ◼ WAT BETEKENT DAT CONCREET? ‘Een van de belangrijkste doelen voor de verbetering van de Nederlandse gezondheidszorg is gelijkheid van gezondheid, onafhankelijk van afkomst of achtergrond. Wil je gelijke uitkomsten behalen, dan moet je ongelijke zorg geven. Het vraagt grotere inspanningen om voor mensen in de meest kwetsbare omstandigheden dezelfde gezondheidsresultaten te behalen. Ik hoop dat huisartsen zich meer willen inzetten voor mensen in kwetsbare situaties, zich meer willen verdiepen in mensen met een sociaaleconomische achterstand, ongedocumenteerden en slachtoffers van seksueel misbruik. Juist voor die groepen moet de huisartsenzorg toegankelijk blijven. De gezondheidskloof tussen kansarm en kansrijk, tussen vrouwen en mannen en tussen mensen met en zonder migratieachtergrond moet verkleind. Daaraan kunnen huisartsen een belangrijke bijdrage leveren.’

10

de Dokter 6/2025

FOTO'S: HAR MEN DE JONG

Wie is Toine LagroJanssen?

◼ WAT IS DE BELANGRIJKSTE LES UIT DEZE VERHALEN?


HET LEVENSVERHAAL VAN HUISARTS NADA SID AHMED

‘Ik wil er zijn voor mensen die buitengesloten worden’ Nada Sid Ahmed is een van de huisartsen die meededen aan het onderzoek van Toine Lagro-Janssen. Ze is vrouw, moslima en heeft een niet-Westerse achtergrond. Drie vinkjes op achterstand dus. Voor haar Haagse patiënten, veelal Poolse arbeidsmigranten, is ze de beste huisarts die ze kunnen wensen. LEVENSVERHAAL ‘Het contact met de mens komt op nummer een’. Die titel boven het levensverhaal van Nada Sid Ahmed is kenmerkend voor hoe zij in het leven staat als mens en huisarts. Nada wordt in 1968 in Soedan geboren. Als ze twee jaar is, scheiden haar ouders. Haar moeder wil voor alles dat Nada en haar oudere zus op eigen benen kunnen staan. Ze stimuleert hen om arts te worden, ook al brengt de weg die ze daarvoor moeten gaan offers met zich mee. Dankzij een prestatiebeurs krijgt Nada de kans om in Polen te studeren. Ze lijdt aan heimwee, maar zet toch door. Na haar studie geneeskunde gaat ze terug naar Soedan om kinderarts te worden. Vanwege het strenge islamitisch bewind dat aan de macht is gekomen, voelt ze zich er echter niet meer thuis. In die tijd leert ze Saeed kennen, een Soedanese man die als ICT’er in Den Haag werkt. In 1999 trouwen ze in Den Haag en gaan daar ook wonen. Ze krijgen drie kinderen. Het lukt Nada om in zes maanden het Staatsexamen Nederlands als tweede taal te halen. Ze slaagt voor de entreetoets geneeskunde en mag in het vierde jaar van de studie geneeskunde aan de Universiteit van Leiden instromen. In 2002 behaalt ze haar artsexamen. Vijf jaar later start ze aan het LUMC bij de huisartsopleiding, die ze in 2010 afrondt.

de Dokter 6/2025

11


advertentie

Samen werken aan gezonde zorg! MedMij is dé Nederlandse standaard voor het veilig en betrouwbaar uitwisselen van medische gegevens tussen burgers en gezondheidsprofessionals. Sluit aan op MedMij en zorg ervoor dat jouw patiënten een completer beeld krijgen van hun gezondheid. Meer weten? Ga naar medmij.nl/zorgaanbieders

98107 MED MedMij adv De Dokter 204x136_v1.indd 1

Verkorte productinformatie VIAGRA® ODF Naam en samenstelling: VIAGRA 50 mg orodispergeerbare films. Elke orodispergeerbare film bevat sildenafilcitraat overeenkomend met 50 mg sildenafil. Farmacotherapeutische categorie: Urologica; Geneesmiddelen gebruikt bij erectiestoornissen, ATC-code: G04B E03. Indicatie: VIAGRA is geïndiceerd voor gebruik bij volwassen mannen met erectiestoornissen, dit is het onvermogen een erectie te krijgen en te behouden, voldoende voor bevredigende seksuele activiteit. Voor de werkzaamheid van VIAGRA is seksuele prikkeling noodzakelijk. Contra-indicaties: Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor één van de hulpstoffen. Gelijktijdige toediening van stoffen die stikstofmonoxide afgeven (zoals amylnitriet) of nitraten, ongeacht welke vorm, of met guanylaatcyclase-stimulatoren, zoals riociguat. Gebruik door mannen voor wie seksuele activiteit wordt afgeraden. VIAGRA is gecontra-indiceerd bij patiënten: 1) met visusverlies in één oog als gevolg van een nietarterieel anterieur ischemisch oogzenuwlijden, 2) met ernstige leverfunctiestoornis, 3) hypotensie, 4) recent een beroerte of een myocardinfarct hebben doorgemaakt, 5) met erfelijke degeneratieve retinale stoornissen, zoals retinitis pigmentosa. Waarschuwingen: Er dient een anamnese te worden afgenomen en lichamelijk onderzoek te worden uitgevoerd om de diagnose erectiestoornis te bevestigen en om eventuele onderliggende oorzaken vast te stellen, voordat farmacologische behandeling wordt overwogen. Er gelden waarschuwingen vanwege cardiovasculaire risicofactoren, effect op bloeding, priapisme en effecten op het gezichtsvermogen. Gelijktijdige toediening met ritonavir wordt niet aangeraden. Voorzichtigheid is geboden wanneer sildenafil wordt toegediend aan patiënten die een alfablokker gebruiken. Viagra dient niet te worden toegediend aan mannen met zeldzame erfelijke aandoeningen van galactoseintolerantie, algehele lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie. De filmomhulling van de tablet bevat lactose. VIAGRA is ‘natriumvrij’. VIAGRA is niet geïndiceerd voor gebruik door vrouwen. Bijwerkingen: Zeer vaak: hoofdpijn. Vaak: duizeligheid, afwijkingen in het kleuren-zien, visusverstoring, onscherp zien, blozen, opvliegers, verstopte neus, misselijkheid, dyspepsie. Afleverstatus: U.R. Registratienummer: EU/1/98/077/026-029. Vergoeding en prijzen: niet vergoed. Zie voor prijzen de Z-index taxe. Registratiehouder: Upjohn EESV, Rivium Westlaan 142, 2909 LD Capelle aan den IJssel, Nederland. Datum van herziening van deze tekst: juli 2025, gebaseerd op de SmPC van 4 maart 2025. Zie voor de volledige productinformatie de goedgekeurde SmPC op www.cbg-meb.nl. NL-VIAG-2025-00011

27-01-2025 17:46

VAN DER SCHOOT

ARCHITECTEN

bv BNA SCHIJNDEL

ONTWERP • ARCHITE CTUUR INTERIEUR • DIRECTIEVOERING BOUWMANAGEMENT • HAALBAARHEID W W W. VA N D E R S C H O O TA R C H I T E C T E N . N L


Daarna werkt ze vier jaar als waarnemend huisarts, onder meer in een gezondheidscentrum in een achterstandswijk in de regio Den Haag. Als haar man een baan krijgt in Cardiff, vertrekt het gezin naar Engeland. Nada wil daar huisarts worden. Maar dan, geheel onverwacht, overlijdt Saeed. Nada’s leven komt stil te staan. Werken kan ze niet, ze is totaal ontredderd. Na enkele maanden haalt de manager van het gezondheidscentrum in Den Haag haar en de kinderen terug naar Nederland. In 2017 begint ze in een duo-praktijk in een achterstandswijk in Den Haag en bouwt ze haar leven weer op. In 2025 start ze haar eigen praktijk. Het grootste deel van haar patiënten zijn arbeidsmigranten uit Polen, het land waarvan ze de taal en cultuur tijdens haar studie geneeskunde heeft leren kennen. Voor hen wil zij er zijn.

VEERKRACHT Hoe ze zelf naar dit verhaal kijkt? ‘Toen ik het teruglas in het boek, had ik tranen in mijn ogen. Het was alsof het over iemand anders ging. Wat een moeilijkheden, maar ook wat een veerkracht. Volhouden, niet opgeven, blijven verbeteren. Ik geloof dat als er een deur dichtgaat, er andere deuren opengaan. Dat wil ik ook aan anderen doorgeven.’ Ze wil huisarts zijn voor mensen die worden buitengesloten. ‘Poolse arbeiders staan erom bekend dat ze hard werken. Sommigen werken en wonen hier al lang, toch zijn ze niet goed geïntegreerd in de Nederlandse samenleving en worden ze gediscrimineerd. Ik snap dat ze bang zijn om hun baan te verliezen en daarmee vaak ook hun woning. Ik snap dat ze te veel drinken om hun angst en eenzaamheid te onderdrukken. Het is mijn rol om goed naar hen te luisteren en hen de ruimte te geven om te vertellen wat er echt speelt. Het helpt dat ze in het Pools met mij kunnen spreken. Zelf ben ik hier ook gekomen zonder dat ik een woord Nederlands sprak. Ik heb een plek moeten veroveren in deze maatschappij. Het gebeurt nog steeds dat mensen me niet zien staan of niet met mij praten. Ja, dat geldt ook voor collega’s. De meeste huisartsen zijn en denken wit.’

BEWUSTWORDING Ze wil met haar verhaal bereiken dat mensen zich bewust worden van de ongelijkheid in de samenleving. ‘Ik heb heel veel begrip, maar als iemand zich negatief uitlaat over een persoon van kleur, dan accepteer ik dat niet. Er was een patiënt die zich discriminerend uitliet tegenover een van mijn assistentes. Ik heb die patiënt wel geholpen, maar ook gezegd: ‘Voor mij zijn alle mensen gelijkwaardig. Ik wil dat u mijn assistente excuus aanbiedt. En als u dat niet doet, dan vraag ik u een andere huisarts te zoeken, want discriminatie tolereer ik niet.’ Nederland is een van de mooiste landen ter wereld. Er is hard gewerkt om dat te bereiken.

‘ Als iemand zich negatief uitlaat over een persoon van kleur, dan accepteer ik dat niet’ Niet alleen door Nederlanders, maar ook door immigranten die daaraan een bijdrage hebben geleverd.’ Met haar verhaal wil ze collega-huisartsen aanmoedigen om met hun eigen levensverhaal aan de slag te gaan. ‘Nadat mijn man was overleden, heb ik veel steun gekregen van mensen om mij heen. Maar ik ben ook met een psycholoog gaan praten, iemand die verder van mij af stond. Dat heeft me ontzettend geholpen om mijn gevoelens uit te spreken. Ik vind het nog steeds belangrijk om af en toe met een psycholoog te praten. Dat helpt mij om sterk in mijn schoenen te staan. Ik ben iemand van twee culturen: de cultuur van mijn moeder die nu in Egypte woont, en de cultuur van mijn kinderen die hier in Nederland zijn geboren en opgegroeid. Ik ben een moslima, maar op mijn eigen manier. Dat heeft invloed op hoe ik met patiënten omga en naar het leven kijk. Ik raad het alle collega’s aan: investeer in intervisie of supervisie. Zoek een coach of psycholoog en maak tijd om het over jezelf te hebben. Daar word je een beter mens en huisarts van.’ ¶

de Dokter 6/2025

13


advertentie

Vandaag kruipen we in de huid van de patiënt. Om haar te helpen met het juiste smeeradvies. Eén op de vijf kinderen heeft atopisch eczeem1. Een veel voorkomende huidaandoening die zorgt voor een droge, schilferende en jeukende huid. Naast een therapeutische behandeling, is het belangrijk om aanvullend te smeren met neutrale dermatica en ouders van patiënten hier goed over te adviseren.

Al meer dan 30 jaar kwaliteit

www.ace-pharm.nl Klantenservice Ace • 036-547 4093 • klantenservice@ace-pharm.nl 1. www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2015/46/ruim-1-2-miljoen-nederlanders-hebben-eczeem-of-psoriasis

Dé expert in neutrale dermatica

Persoonlijk advies en ondersteuning

Geaccrediteerde workshops

Take care of skin care

NL_NEUTRALE_202306_116

Ace helpt u daar graag bij. Scan de QR code en bekijk de mogelijkheden.


Rechter: NZa moet tarieven herberekenen

FOTO: MIR JA M VAN DER LINDEN

‘ Tarieven moeten aansluiten op de werkelijkheid van de spreekkamer’

De tarieven die de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) voor de huisartsenzorg heeft vastgesteld voor 2023, 2024 en 2025, voldoen niet. Met die uitspraak van 18 november heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) de LHV, de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen (VPH) en de Stichting De Bevlogen Huisartsen (DBH) gelijk gegeven. De NZa moet de tarieven opnieuw berekenen. De huisartsenorganisaties zullen dat nauwlettend volgen.

G

oed nieuws na een lang juridisch gevecht: binnen een halfjaar moet de NZa nieuwe tarieven voor de huisartsenzorg van de afgelopen drie jaren hebben vastgesteld. Die uitspraak van het CBb, medio november, betekent erkenning voor de bezwaren die huisartsenorganisaties al jarenlang hebben tegen de berekeningssystematiek van de NZa. De NZa houdt niet genoeg rekening met de daadwerkelijke kosten die huisartsen hebben. Dat zijn bijvoorbeeld de kosten voor huisvesting, die scherp zijn gestegen door schaarste en oplopende vastgoedprijzen. Ook baseert de NZa zich in haar berekening van de gemiddelde huisvestingskosten op de vaak krappe en onvoldoende huisvesting van huisartsen. De NZa heeft bovendien de poortwachtersfunctie van de huisarts niet goed genoeg meegenomen in de tarieven. De norminkomsten houden te weinig rekening met de taken, risico’s en verantwoordelijk-

heden van de praktijkhouder, aldus het CBb. Diezelfde norminkomsten gaan bovendien uit van een 36-urige werkweek; ook dat strookt niet met de werkelijkheid. De tarieven leiden niet tot een adequate waardering van het werk van de huisarts, stelt het CBb. ◼ ERKENNING De LHV is blij met de uitspraak van het college, al heeft die een wat wrange bijsmaak. LHV-bestuurder Lammert Hoeve: ‘We zijn blij dat de rechter opnieuw erkent hoe zwaar en complex het werk van de huisarts is. Maar het blijft pijnlijk dat een rechter aan de NZa moet uitleggen waarom onze poortwachtersfunctie juist veel waarde toevoegt. Dat hoort de NZa zelf te weten. Tarieven moeten bovendien aansluiten op de werkelijkheid van de spreekkamer, niet op verouderde aannames.’ De NZa moet nu binnen een halfjaar de tarieven voor 2023, 2024 en 2025 opnieuw

de Dokter 6/2025

15

berekenen. ‘We verwachten dat de NZa deze keer wél de volle breedte van de uitspraak meeneemt’, zegt Hoeve, verwijzend naar eerdere rechterlijke uitspraken van dezelfde strekking. De LHV en andere huisartsenorganisaties voeren al jarenlang juridische strijd voor tarieven die recht doen aan het complexe werk en de spilpositie van de huisarts. Eerdere herbeoordelingen door de NZa leidden ondanks positieve gerechtelijke uitspraken niet altijd tot hogere tarieven. ◼ TRANSPARANTE HERBEREKENING De NZa heeft in een eerste reactie gezegd de uitspraak “serieus” te nemen. De rechter heeft de NZa opgedragen de LHV, VPH en VBH te betrekken bij de herbeoordeling van de tarieven. Daarin moeten de kostencomponenten personeel, huisvesting, ICT en praktijkvoering duidelijk onderbouwd worden, moeten aannames en herberekeningen transparant zijn en moeten de tarieven aansluiten bij de werkelijkheid van de spreekkamer en de praktijk. De LHV blijft alert, zegt Hoeve. ‘Het echte werk begint nu: de NZa moet tot de kern komen van wat de huisartsenzorg nodig heeft om toekomstbestendig te blijven. Deze uitspraak geeft richting. Het is nu aan ons allemaal – huisartsenorganisaties, NZa en politiek – om de stap naar toekomstbestendige huisartsenzorg te zetten. De eerste afspraak met de NZa staat gepland.’ ¶

We houden je de hoogte van ontwikkelingen op het gebied van de tarieven.


VERWIJZEN NAAR DIGITALE GEZONDHEIDSAPPS WORDT VANZELFSPREKEND Het is een term die we straks allemaal kennen: diga, de digitale gezondheidsapp. LHV-bestuurslid Mariëtte Willems ziet digitale zelfzorg als een belangrijk onderdeel van de huisartsenzorg van de toekomst. ‘Met het project DiGA NL wordt een verwijzing naar een diga net zo vanzelfsprekend als een verwijzing naar de fysiotherapeut.’ TEKST: BERBER BIJM A

‘D FOTO: MIR JA M VAN DER LINDEN

iga’s geven patiënten handvatten om zelf aan de slag te gaan met hun gezondheid, waardoor de druk op de zorg afneemt’, zegt LHV-bestuurslid en huisarts Mariëtte Willems. ‘Er zijn al veel goede diga’s ontwikkeld, ook door huisarts-onderzoekers aan universiteiten. Daar zit vaak maatschappelijk geld in. Die apps zijn wetenschappelijk onderbouwd, bewezen effectief en zonder commercieel belang. Het is belangrijk dat ze worden gebruikt, zodat ze beschikbaar blijven en verder worden verbeterd.’ Op Thuisarts.nl zijn al heel wat verwijzingen naar diga’s te vinden. Willems: ‘Thuisarts.nl geeft voorlichting over gezondheidsklachten, maar een diga gaat verder: het ís een behandeling. Het is belangrijk dat ook huisartsen patiënten naar diga’s gaan verwijzen. Als je als huisarts tegen iemand zegt: dit is een heel geschikte app voor jou’, motiveert dat die patiënt om er echt mee aan de slag te gaan.’

16

de Dokter 6/2025

Maar hoe weet je welke diga’s effectief en betrouwbaar zijn? ‘Dat is een van de knelpunten die we met het project DiGA NL willen oplossen. Er wordt een toetsingsprocedure ontwikkeld om te bepalen welke diga’s voldoen aan de kwaliteitseisen. Goedgekeurde apps worden opgenomen in de verwijssystemen waarmee huisartsen werken: Zorgdomein en Vecozo-verwijzen. Het project is bewust klein begonnen met een pilot met drie bewezen diga’s voor veelvoorkomende klachten: incontinentieklachten, duizeligheidsklachten en vermoeidheidsklachten bij kanker. De komende tijd breiden we het project stapsgewijs uit. Uitgangspunt is dat we het overzichtelijk houden: per klacht slechts enkele betrouwbare apps. Een ander knelpunt dat we willen oplossen is de financiering. Diga’s worden soms met subsidie ontwikkeld. Zodra de diga klaar is, stopt de subsidie, maar de diga moet wel worden onderhouden, verbeterd en aan


strenge privacy- en veiligheidseisen voldoen. Structurele financiering is dus essentieel. Een goede manier om diga’s beschikbaar te houden is dat ze als een behandeling worden vergoed. Daarom zijn de zorgverzekeraars een belangrijke partner in DiGA NL.’

Welke plek krijgen diga’s straks in een spreekuur? ‘Een verwijzing naar een diga moet net zo vanzelfsprekend worden als een verwijzing naar de fysiotherapeut. Een diga is een extra mogelijkheid om bij veelvoorkomende klachten passende zorg te bieden. Het doel van dit project is dat als je in het verwijssysteem naar een passende verwijzing zoekt, je meteen ook de beschikbare diga’s ziet. De patiënt krijgt automatisch bericht: ‘Uw dokter heeft u hiernaar verwezen.’ De verwijzing wordt

Eén op de vier mensen krijgt te maken met een vorm van duizeligheid. Vertigo Training helpt bij chronische duizeligheidsklachten.

kwaliteit van leven van patiënten, maar levert dus ook nog eens geld op.’

‘Vertigo Training is gebaseerd op 60 jaar ervaring met vestibulaire revalidatie, oftewel: revalidatie van het evenwichtssysteem’, vertelt Vincent van Vugt. Hij is huisarts en senior onderzoeker aan het Amsterdam UMC en een van de ontwikkelaars van de app. ‘Het programma bestaat uit zes oefeningen die gaandeweg moeilijker worden. Patiënten oefenen elke dag en doorlopen zes weken lang iedere week een nieuwe sessie. De meesten merken binnen enkele weken verbetering. Als de klachten terugkomen, kunnen ze de oefeningen opnieuw oppakken.’ De effectiviteit van de app is bewezen in een ‘gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek’ (RCT). ‘Mensen die deelnamen aan dit onderzoek, maakten dankzij de training grote vooruitgang. Daar waren ook mensen bij die al tien jaar lang klachten hadden.’ Daarnaast is er een kosten-effectiviteitsonderzoek uitgevoerd. ‘Daaruit bleek dat we per patiënt over een half jaar zo’n 75 euro aan maatschappelijke kosten besparen. Denk aan kosten voor fysiotherapie, ziekenhuis en ziekteverzuim. De app verhoogt niet alleen de

Een goede diga is volgens Van Vugt heel toegankelijk. ‘We moeten voorkomen dat de toepassing van diga’s de gezondheidsverschillen in Nederland vergroot. Daarom doen wij ons uiterste best om de app zo eenvoudig mogelijk te maken, zowel qua taal als inlogscherm en gebruik. We werken samen met expertisecentrum Pharos om dat te bereiken.’ De app is in 2023 landelijk gelanceerd. De website Thuisarts raadt Vertigo Training al aan bij duizeligheidsklachten. ‘We hebben nu zo’n 10.000 gebruikers, maar willen doorgroeien naar minimaal 100.000 gebruikers.’ Om die sprong te maken, is het volgens hem cruciaal dat diga’s worden opgenomen in de verwijzingssystemen van de huisartsenzorg en structurele financiering krijgen vanuit de zorgverzekering. ‘Wij zijn heel blij met het project DiGA NL en de vergoeding die we nu krijgen. Wij hebben geen commercieel doel, maar er is wel geld nodig om de app te onderhouden en te verbeteren.’ Van Vugt ziet de pilot als het begin. ‘DiGA NL kan inzichtelijk maken welke diga’s betrouwbaar zijn en huisartsen zorg uit handen nemen.’

de Dokter 6/2025

17

GEZONDHEIDSVERSCHILLEN

FOTO: EELK JE COLMJON

WEBSITE

VERTIGO TRAINING; EFFECTIEF TEGEN DUIZELIGHEID


FOTO: HENK VEENSTR A

WEBSITE

URINCONTROL TEGEN URINEVERLIES Eén op de drie vrouwen heeft last van urineverlies, maar deze klacht wordt vaak onder-gediagnosticeerd en onderbehandeld. URinControl geeft vrouwen meer regie en brengt de zorg dichtbij. ‘In de appstore staan wel 130 apps voor urineverlies, maar de effectiviteit ervan is meestal niet bewezen. Wij wilden een app die echt werkt, veilig is en aansluit bij de NHG-standaard.’ Anne Loohuis is huisarts en onderzoeker aan het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). ‘Met subsidie van ZonMw kregen we als onderzoeksgroep de kans om die app te ontwikkelen.’ URinControl biedt een programma op maat voor urineverlies. Vrouwen doen bekken-bodemspieroefeningen en een blaastraining. Tussentijdse beloningen motiveren om vol te houden. Het programma duurt enkele weken, daarna volgen onderhoudsoefeningen,

18

drie keer per week. Bij onvoldoende effect of twijfel krijgen deelnemers het advies om naar de huisarts of bekkenfysiotherapeut in de buurt te gaan. De effectiviteit van deze diga is bewezen in een gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek (RCT). ‘We hebben niet alleen naar het urineverlies voor en na het programma gekeken, maar het resultaat ook vergeleken met behandelingen via de huisarts. Daaruit bleek dat de diga net zo goed werkt. De diga bespaart per patiënt per jaar gemiddeld 160 euro, onder meer aan fysiotherapie en incontinentiematerialen. Bovendien verbetert de app de kwaliteit van leven; alleen al door de erkenning van het probleem en de tips om er beter mee om te gaan.’

DREMPELVERLAGEND Loohuis gebruikt de diga ook in haar eigen huisartsenpraktijk. ‘Vrouwen komen voor iets anders en benoemen terloops het urineverlies. De app

de Dokter 6/2025

biedt dan een mooie opstart. Ik geef de app mee en zeg: kijk maar of het je wat brengt en kom anders terug. Het mooie is dat de app alles biedt wat je als huisarts volgens de richtlijn zou adviseren.’ De diga verlaagt de drempel naar hulp, biedt privacy, versterkt de eigen regie en is direct beschikbaar. Ook als het probleem terugkeert. ‘Als je stopt met oefenen, komt de klacht vaak terug. Dan is het fijn dat je de app er weer bij kan pakken, zonder dat je ervoor naar de dokter hoeft.’ Het UMCG is eigenaar van de inhoud en wil URinControl als maatschappelijk product beschikbaar houden. ‘Wij verdienen niet aan die app, maar het kost wel geld om de app te onderhouden en te verbeteren’, aldus Loohuis. ‘Daar is structurele financiering nodig. Een diga is een behandeling, die gewoon vergoed moet worden. Diga’s horen er inmiddels bij.’


UNTIRE: HOUVAST BIJ VERMOEIDHEID DOOR KANKER ook opgenomen in het patiëntdossier. Niet elke patiënt of klacht is geschikt voor digitale zelfzorg, maar waar het kan, moeten we dat actief stimuleren. Wanneer huisartsen hiermee kunnen werken? Je kunt patiënten nu al op de apps wijzen, want ze zijn beschikbaar op internet. In de loop van volgend jaar zullen de eerste diga’s in de verwijzingssystemen staan.’

Gaat digitale zorg alleen over diga’s? ‘DigA NL richt zich specifiek op diga’s, maar de digitalisering van de zorg gaat natuurlijk verder. Het platform Digizo.nu, voortgekomen uit het Integrale Zorgakkoord (IZA), werkt aan de transformatie naar digitale en hybride zorg. Ook daar zijn alle relevante partners bij betrokken. Digizo richt zich op het beoordelen van digitale en hybride zorgprocessen en werkt aan duurzame financiering. Mogelijk gaat DiGA NL na verloop van tijd op in het Digizo-proces, want het gaat natuurlijk om hetzelfde doel: bewezen digitale behandelingen en processen een vaste plek geven in ons zorgsysteem.’

Gaan diga’s echt doorbreken? ‘Innovaties beginnen altijd bij een kleine groep voorlopers. DiGA NL helpt om digitale zorg onderdeel te maken van de dagelijkse praktijk. Diga’s ondersteunen de beweging naar de voorkant, zoals we in het Aanvullend Zorg- en Welzijn Akkoord (AZWA) hebben afgesproken. Het gaat om een cultuuromslag: meer zelfmanagement, passende zorg, preventie en meer regie bij de patiënt. Uiteindelijk willen we dat elke patiënt de voor hem of haar geschikte betrouwbare digitale behandelingen in zijn persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO) of patiëntenportaal vindt. Dat bereiken we alleen als we met alle betrokken partijen samen de kwaliteit en continuïteit van diga’s borgen.’ ¶

Vermoeidheid is de grootste klacht bij kanker. De app Untire helpt mensen daar grip op te krijgen. ‘In het eerste ziektejaar heeft 80 procent van de mensen met kanker last van matige tot ernstige vermoeidheid. In de jaren daarna is dat nog 30 procent’, vertelt sociaal ondernemer Door Vonk. Samen met Bram Kuiper, psychooncoloog, ontwikkelde zij de app Untire. ‘Vermoeidheid is de meest voorkomende bijwerking en bijna altijd invaliderend. Mensen hebben geen energie voor hun werk of sociale leven. Wij hebben een app ontwikkeld die wetenschappelijk bewezen steun biedt: laagdrempelig, praktisch en altijd beschikbaar.’ Het Untire-programma bestaat uit drie onderdelen; psycho-educatie/ psychotherapeutische interventies, beweging (opbouwen kracht en fitness) en stressreductieoefeningen. Het bevat vijftien thema’s die samenhangen met vermoeidheid: van angst en piekeren tot slaap, beweging en grenzen stellen. Met filmpjes, teksten en oefeningen leren gebruikers hoe ze met hun klachten kunnen omgaan. ‘Neem het thema angst. Die angst is er, maar hoe kan je er zo mee omgaan dat die niet je hele leven beheerst?’, legt Vonk uit. ‘Of grenzen stellen. Mensen willen weer terug naar hoe hun leven was voor ze ziek werden, maar je bent anders geworden, dus je zal ook andere grenzen moeten leren. Als je over je grens heengaat, verlies je gewoon te veel energie.’ ‘Je kunt het hele programma doorlopen, maar de meeste gebruikers pakken het thema waar ze op dat moment behoefte aan hebben. De eerste tien weken zitten mensen er intensief in, dan weer een tijdje minder en later vaak

weer meer. Dat past bij het grillige verloop van het ziekteproces.’ Uit meerdere RCT’s blijkt dat Untire effectief is. ‘Mensen voelen zich significant minder vermoeid en de kwaliteit van leven gaat met punten omhoog’, aldus Vonk. ‘Wat gebruikers vooral waarderen, is de erkenning van de klacht. Ook doorbreekt de app het gevoel dat er niets aan vermoeidheid te doen is. Wij horen heel vaak: de app biedt houvast in moeilijke tijden. Mensen krijgen meer regie over hun leven en dagindeling. Daardoor lukt het beter om terug te keren naar werk of aan het werk te blijven. Untire is beschikbaar in het Nederlands, Duits en Engels en trekt 600 tot 800 nieuwe gebruikers per maand in Nederland. Dat kan flink omhoog als huisartsen ernaar gaan verwijzen. ‘Voorwaarde is dat er structurele financiering komt voor doorontwikkeling en onderhoud. De app is nu dankzij KWF en DiGA NL gratis beschikbaar voor patiënten, maar het wordt hoog tijd dat digitale zelfzorg een vaste plek krijgt in het zorg- en bekostigingssysteem in Nederland. In Duitsland is digitale zelfzorg al opgenomen in de basisverzekering. Untire is sinds september dit jaar permanent in het Duitse zorgstelsel toegelaten. Als we de druk op zorgverleners willen verminderen, is digitale zelfzorg geen keuze, maar noodzaak.’

WEBSITE

Wat houdt project DiGA NL in? Project DiGA NL is een samenwerking van LHV, NHG, InEen, Patiëntenfederatie Nederland en Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Het doel: betrouwbare gezondheidsapps duurzaam integreren in het zorgproces. De diga’s worden geïntegreerd in bestaande verwijsapplicaties (Zorgdomein en Vecozo-verwijzen), zodat huisartsen deze in hun werkproces tegenkomen. DiGA NL sluit naadloos aan bij onze visie op de huisartsenzorg van de toekomst, verwoord in De huisartsenzorg van de toekomst is hybride. Download de pdf op onze website.

de Dokter 6/2025

19


Een klassieke dokterstas, of toch een hippere variant? Als huisarts heb je steeds meer te kiezen. Wat zegt de tas eigenlijk over de dokter? En wat zit er in die tas? De vijf huisartsen van Medisch Centrum Nuth gebruiken samen een spoedtas. TEKST: BERBER BIJM A / FOTO: ROB VAN HOORN

‘ Eén gezamenlijke spoedtas is veel duurzamer’ 20

de Dokter 6/2025


De tas staat in een kast bij de assistentes, die buiten de openingstijden van de praktijk afgesloten is.Een assistente die goed is in organiseren heeft de tas ingericht. De indeling is heel overzichtelijk, met allemaal doorzichtige tasjes die met klittenband vastzitten. Dat werkt voor iedereen handig. Er zijn tasjes voor onder meer de diagnostisiche controles, wondzorg, ampullen en infuusmateriaal. Voor zuurstof hebben we vooralsnog niet gekozen, maar mogelijk verandert dat in de toekomst.

Wie? Miranda van Reisen (53) Huisarts sinds 2005 Hoe en waar? Praktijkhouder in een groepspraktijk Medisch Centrum Nuth

‘D

e afgelopen zes jaar is onze praktijk gegroeid van een duopraktijk met 4400 patiënten naar een groepspraktijk van 7800 patiënten. Dat betekende dat we een andere logistiek in de praktijk kregen en de drukte beter wilden reguleren. Sinds twee jaar werken we daarom met een spoedarts: een van de huisartsen is de hele dag beschikbaar voor spoedgevallen en voor overleg met de assistentes. We zijn met vijf huisartsen, dus we zijn allemaal een dag per week spoedarts. Sinds we met een spoedarts werken, hebben we een veel rustiger spreekuur. In het begin hadden we voor onze spoedartsdag alle vijf extra spullen in onze dokterstas, zoals uitgebreidere medicatie. Dat was niet erg duurzaam: je moet best veel medicatie weggooien die niet is gebruikt. Sinds een halfjaar werken we daarom met een gezamenlijke spoedtas: een rugzak waarin behalve de basisuitrusting extra hulpmiddelen zitten voor spoedsituaties. Ik heb de tas uitgezocht: een rode rugtas met de naam van onze praktijk erop.

Onze gezamenlijke tas heeft een belangrijke functie in de handzame en efficiënte organisatie van de spoedzorg. Zo mogelijk zet de assistente de tas klaar als de spoedarts naar een noodsituatie moet. Je wilt er in zo’n geval sneller zijn dan de ambulance én zeker weten dat je alle belangrijke spullen mee hebt.

Ik vond het wel spannend: gaan mijn collega’s deze tas echt gebruiken? Gelukkig wel. Van andere praktijken hoor ik dat huisartsen behalve hun gezamenlijke spoedtas ook nog een eigen dokterstas meenemen omdat ze daar zo aan gewend zijn. Dat is bij ons gelukkig niet het geval. Als het rustig is, doet de spoedarts alle voorkomende werkzaamheden, zoals telefoontjes van specialisten of ambulance aannemen, medicatie autoriseren of administratieve klussen. Als spoedarts ben je regelmatig bezig met een patiënt van een collega; zo zijn we beter betrokken geraakt bij elkaars werk en is er meer samenhang in ons team gekomen. ¶

EEN BLIK IN JOUW TAS? Wil je vertellen over jouw dokterstas? Meld je aan voor deze rubriek via dedokter@lhv.nl met in de titel ‘dokterstas’.

de Dokter 6/2025

21


OP ZOEK NAAR EEN ASSISTENT? DENK CREATIEF De doktersassistent staat volop in de schijnwerpers, door het aanhoudende tekort. De LHV zet zich al een aantal jaren in voor meer instroom. Huisartsen zelf kunnen hier ook een rol in spelen, zegt LHVbestuurder Hilly ter Veer, bijvoorbeeld met een opleidingsplek. Huisarts Bibi Balhuizen overwon haar koudwatervrees en nam een assistent aan vanuit de WIA. UWV biedt gunstige regelingen voor het aannemen en opleiden van assistenten. TEKST: BERBER BIJM A / FOTOGR AFIE: MIR JAM VAN DER LINDEN

22

de Dokter 6/2025

B

egin dit jaar had bijna de helft van de Nederlandse huisartsenpraktijken een openstaande vacature. In meer dan vier van de vijf gevallen ging het om een vacature voor doktersassistent. De nood blijft hoog, ziet huisarts en LHV-bestuurder Hilly ter Veer. ‘Het personeelsaanbod in de zorg zal niet meegroeien met de vraag, simpelweg omdat er verhoudingsgewijs steeds meer mensen komen die niet meer werken. De zorg is natuurlijk een cruciale sector om de maatschappij te laten draaien, dus het is mooi dat UWV het beroep van doktersassistent al in 2021 heeft bestempeld als kansrijk beroep: een beroep met hele grote baankansen.’ De gevolgen van het assistententekort laten zich voelen in de dagelijkse praktijk, zegt Ter Veer. ‘Continuïteit is ons krachtigste medicijn.


‘ WIA leek me gedoe, maar Marian is mijn cadeautje’

‘UWV neemt maar liefst vijf jaar het financiële risico op zich’ Niet alleen de dokter moet bij voorkeur een bekend gezicht zijn, maar ook de assistent. Een assistent die de patiënten kent, werkt efficiënter en beter. Bijvoorbeeld omdat patiënten meer vertrouwen hebben in iemand die ze kennen en omdat vaste assistenten beter op de hoogte zijn van complexe patiëntendossiers.’ ◼ ZET IN OP BEHOUD Het belangrijkste advies om een assistententekort tegen te gaan, klinkt misschien als een open deur, maar moet niet onderschat worden, zegt Ter Veer: ‘Een assistent die blijft, hoef je niet te vervangen. Met goede arbeidsvoorwaarden, oog voor de privésituatie en regelmatig een goed gesprek, kun je werken aan behoud van medewerkers. De Stichting Sociaal Fonds Huisartsenzorg, de SSFH, heeft daarvoor meerdere tools uitgebracht,

Doktersassistent Marian van Harten (l) en huisarts Bibi Balhuizen (r)

Bibi Balhuizen heeft een solopraktijk in Bennekom. Door het vertrek van een assistent moest ze op zoek naar een vervanger. ‘Ik ben in de loop der jaren steeds breder gaan zoeken: ook een zij-instromer is welkom. Maar er kwamen amper reacties. Er was wel een reactie van Marian, die verpleegkundige is, maar ook in de WIA zat. Mijn eerste reactie was: ik heb geen zin in gedoe, doen we niet. Dat was de korte bocht die ik nam. Maar mijn POH wees me nog een keer op Marians reactie, en toen hebben we haar toch uitgenodigd.’ Voor Marian van Harten (39) was het niet de eerste keer dat ze werd uitgenodigd, vertelt ze. ‘Ik had eerder al een paar keer eerder een gesprek gehad of zelfs meegelopen in een huisartsenpraktijk, maar uiteindelijk schrikt iedereen toch van het woord WIA. Je ziet soms tijdens een gesprek iemands gezicht betrekken als je vertelt wat er is.’ Wat er is, is dit: Marian werkte als verpleegkundige, eerst in de thuiszorg en later in het ziekenhuis. Ze had net haar opleiding tot dialyseverpleegkundige afgerond toen ze last van haar heup kreeg. Die bleek versleten. ‘Door de corona-achterstanden heb ik een jaar gewacht op een operatie. Daarna moest ik lange tijd revalideren.’ Ze kon haar heup houden, maar verloor haar werk in het ziekenhuis omdat het fysiek te zwaar was. Vanuit haar WIAuitkeringssituatie verstuurde ze talloze sollicitatiebrieven. Tevergeefs, tot ze met Balhuizen in gesprek kwam. ‘Op de site van UWV kon ik niet ontdekken wat het betekent om iemand vanuit de WIA aan te nemen’, vertelt Balhuizen. ‘Maar ik had een erg leuk gesprek met Marian. Ze bleek een pittige tante die open was over haar situatie. Daarna heb ik contact gehad met haar jobcoach en met iemand van UWV, om precies te zijn: van het Werkgeversservicepunt in onze regio, Food Valley. Ik had nog nooit van zo’n WSP gehoord, maar zij

de Dokter 6/2025

23

bleek heel erg mee te denken.’ Balhuizen ontdekte dat UWV gunstige regelingen heeft voor iemand die vanuit de WIA aan het werk gaat. ‘Eerst kon Marian via een proefplaatsing aan het werk, op kosten van UWV. Na een proefplaatsing heb je een keuze om wel of niet door te gaan. Ik heb gekozen voor een contract met bepaalde duur. UWV neemt maar liefst vijf jaar het financiële risico op zich, de no-riskpolis. Dus als Marian in die jaren uitvalt om welke reden ook, betaalt UWV dat. Dat gaat niet ten laste van mijn AOV. Die regeling voor vijf jaar heeft me over de streep gehaald. We mogen als werkgevers in de zorg echt blij zijn dat de overheid dit soort voorzieningen biedt. Zeker nu de krapte in de arbeidsmarkt zo groot is.’ UWV was ook bereid mee te betalen aan de triage-opleiding die Marian volgde aan het begin van de proefplaatsing. Balhuizen: ‘Maar omdat die proefplaatsing in de zomer viel, deels tijdens mijn vakantie, hebben we besloten in plaats daarvan de proefplaatsing te verlengen. De opleiding voor Marian heb ik zelf betaald. Na de proefplaatsing van drie maanden wilde ik heel graag dat ze bleef. Haar verpleegkundige achtergrond is waardevol en ze pakt snel dingen op. We leiden haar verder op in onze praktijk. Ik noem Marian weleens mijn cadeautje.’ Voor Marian zelf is juist de baan een cadeautje. ‘Ik moest behoorlijk wennen, want het werk is heel anders dan in het ziekenhuis. Maar ik ga met veel plezier naar mijn werk. Ik vind het héérlijk dat ik weer kan werken. Mijn familie merkt ook dat ik weer meer dingen onderneem en me minder terugtrek. Mijn heup blijft een tijdbom, maar twee halve dagen en één hele dag werken gaat prima. En mocht het binnen vijf jaar toch fout gaan, dan is het voor Bibi en mij allebei fijn dat we niet het hele WIA-traject opnieuw in hoeven.’


advertentie

Iedere patiënt verdient de juiste zorg, op het juiste moment. Digitale triage, chat en beeldbellen: minder wachttijd, minder druk. Hybride ANW-zorg: directe ondersteuning voor het HAP-team. AI als co-piloot: slimme support voor zorgverlener én patiënt. Al 25 jaar uw vertrouwde innovatiepartner in de zorg.

Meer weten? Advertentie De Dokter_Medicinfo_november_2025.indd 1

“Ik kan de hele wereld aan” Desiree kreeg een gastric bypass operatie Krijgt u als (huis)arts in deze tijd meer vragen van patiënten die bezorgd zijn over hun gewicht? Wij bieden verschillende behandelingen aan voor (ernstig) overgewicht, met en zonder operatie. Verwijzen is eenvoudig via Zorgdomein. Kijk voor onze behandelingen zonder operatie op nokclinics.nl

www.obesitaskliniek.nl

3-11-2025 11:38:52


zoals gesprekskaarten.’ De LHV heeft de afgelopen jaren meerdere wegen bewandeld om te zorgen voor meer assistenten. ‘Sommige opleidingen hebben nog een numerus fixus, onder meer vanwege het beperkte aantal stageplaatsen’, vertelt ter Veer. ‘Wij zetten ons al jaren in voor meer stageplaatsen, want dat is in het gesprek met de opleidingen het beste argument om de numerus fixus eraf te halen.’ Voor het regionaal opleiden van zij-instromers (via bblopleidingen) heeft de LHV een landelijk draaiboek gemaakt, na meerdere succesvolle pilots in samenwerking met onder meer UWV en opleidingsinstituten. ‘In het kader van het AZWA overleggen we met VWS en andere partijen over subsidies voor het opleiden van assistenten’, vult Ter Veer aan. ‘Veel subsidieaanvragen zijn zo ingewikkeld, dat ziekenhuizen daar iemand voor in dienst hebben. Dat kan in een huisartsenpraktijk natuurlijk niet. Daarom moeten die subsidies beter toegankelijk zijn.’ Daarnaast zet de LHV zich in SSFH-verband in voor stagevergoedingen, een betere begeleiding van stagiairs en een efficiëntere samenwerking tussen opleiding en praktijk. ◼ OPLEIDEN IN HAGRO-

VERBAND

Ter Veer drukt haar collega-huisartsen op het hart om het opleiden van assistenten op z’n minst te overwegen. ‘Stap uit de cirkelredenatie dat opleiden veel tijd kost en dat je daar vanwege een tekort aan assistenten geen tijd voor hebt. Zonder opleidingsplaats krijg je geen aanwas van medewerkers die zich aan jouw praktijk willen verbinden en die het werk

‘Denk in taken, niet in diploma’s’

N

iet voor iedereen is het mogelijk om meteen een volledige opleiding tot doktersassistent te volgen, zegt Patricia van Blitterswijk, landelijk werkgeversadviseur Zorg en Kinderopvang bij UWV. ‘Een opleiding op mbo-4-niveau kan een stip op de horizon zijn, maar hoeft niet het startpunt van een gesprek of arbeidscontract te zijn. Dat blokkeert namelijk de instroom.’ Als we doorgaan op de huidige voet, kunnen in 2034 maar liefst 15 miljoen patiëntencontacten in de huisartsenzorg niet doorgaan door personeelstekorten, blijkt uit recent onderzoek van Regioplus, de landelijke vereniging van 12 regionale werkgeversorganisaties in de Zorg. ‘Hoog tijd om het diplomadenken los te laten’, zegt Van Blitterswijk. ‘De laatste jaren zien we een ontwikkeling naar meer skillsgericht werven, leren en ontwikkelen. Mijn boodschap aan huisartsen is: denk als werkgever niet meteen in diploma’s, maar onderzoek voor welke taken je iemand het hardst nodig hebt en welke vaardigheden daarbij horen. Als UWV helpen wij werkgevers graag met het inzichtelijk maken van die taken. Ga in gesprek met talentvolle mensen die gemotiveerd zijn om in een huisartsenpraktijk te komen werken. Bespreek samen

van jou en je collega’s uiteindelijk een stuk makkelijker maken.’ Huisartsen die te weinig ruimte hebben om een assistent op te leiden, kunnen overwegen dat in hagroverband te doen, raadt Ter Veer aan. ‘Misschien zijn er in de hagro twee praktijken die elk op twee dagen ruimte hebben voor een assistent.’ De komende jaren zal het vak van assistent veranderen. Welke invloed dat heeft op het tekort, is volgens Ter Veer nog onvoorspelbaar. ‘Sommige

‘ Huisartsen die te weinig ruimte hebben om een assistent op te leiden, kunnen overwegen dat in hagro-verband te doen’ de Dokter 6/2025

welke scholing nodig is om de bedachte taken uit te voeren. Dat kan vaak prima met inzet van mbo-certificaten of keuzedelen. Zo werkt de nieuwe instromer aan de eigen ontwikkeling en heeft de werkgever al snel iemand die het werk in de praktijk ondersteunt. Gaandeweg kan iemand zich verder ontwikkelen met inzet van genoemde scholing en wellicht zelfs een volledige opleiding afronden.’ UWV ondersteunt werkgevers op verschillende manieren, bijvoorbeeld als je iemand vanuit een WIA-uitkering wil aannemen. Dat gebeurt onder meer met regelingen zoals Loonkostenvoordeel, No-riskpolis, voorzieningen en re-integratiemiddelen zoals aanpassingen op de werkplek, proefplaatsing met behoud van uitkering en/of het inkopen van scholing, die door UWV wordt betaald. Wil je meer informatie? Kijk op uwv.nl/nl/ voordelen-regelingen-werkgevers. Op werkcentrum.nl vind je een werkgeversadviseur in jouw regio. Of neem contact op met Patricia van Blitterswijk (patricia. vanblitterswijk@uwv.nl of 06-33333433). Zij kan je in contact brengen met een werkgeversadviseur in jouw regio.

van de huidige taken zullen over een paar jaar overgenomen zijn door kunstmatige intelligentie. Denk aan postverwerking of dossieroverdracht. Het werk van de assistent zal meer medisch-inhoudelijk worden. Als de assistent meebeweegt in die ontwikkeling, zal ze onmisbaar blijven, verwacht ik. In sommige praktijken zullen huisartsen misschien zonder assistent gaan werken – of met een regiearts, zoals je hier en daar ziet – maar op andere plekken is dat minder passend. Daar houdt de doktersassistent een cruciale functie. Niet als drempel om bij de dokter te komen, maar als iemand die de patiënt kent, begrijpt wat er nodig is en dat gaat regelen.’ ¶

25


‘ Een prettige sfeer helpt op het spreekuur’ Job Schimmer opende twee jaar geleden een nulpraktijk in Haarlem. Inmiddels heeft hij twee vestigingen, zo’n 5000 patiënten én werkt hij nog steeds zonder doktersassistenten. ‘Ons vak is echt schitterend, maar we maken het vaak zo moeilijk.’ TEKST: BERBER BIJM A / FOTOGR AFIE: MIR JAM VAN DER LINDEN

H

ij zat op de huisartsenopleiding toen in 2022 de grote huisartsenmanifes­ tatie op het Malieveld plaatsvond. Oef, dacht Job Schimmer (39), is dit mijn voorland? Waar ben ik aan begonnen? ‘Dat moment heeft bij mij wel een zaadje geplant: als we blijven doen wat we doen, dan sta ik daar over een paar jaar misschien ook tussen.’ Kort daarna studeerde hij af en begon hij te werken als waarnemend huisarts. ‘Met in het achterhoofd de vraag: wat maakt nou dat het voor veel huisartsen niet meer lekker loopt? Ik zag in de verschillende praktijken dat er veel schakels tussen patiënt en dokter zitten, en daarmee tussen de vraag en het antwoord. Het voelde alsof er veel tijd verloren ging. Ons vak is echt schitterend, maar we maken

het vaak zo moeilijk. Patiënten ervaren de assistent als een drempel die je moet nemen om een plekje bij de dokter te krijgen. Dat is ook niet fijn voor de assistent zelf. En dokters hebben weinig controle over de invulling van hun dag. Ik realiseerde me dat ik veel vragen die worden gesteld, direct kan beantwoor­ den. Zonder te overleggen en later terug te bellen. Dat scheelt tijd in de praktijk. En hoe fijn is het om als patiënt direct contact met je huisarts te hebben?’ Schimmer ziet een andere rol voor dokters­ assistenten. ‘Assistenten zijn vaak heel be­ gaafd, enthousiast en betrokken. De moderne assistent is veel waardevoller als ondersteu­ ning náást de huisarts – bij administratie, spreekuurondersteuning en praktijkorgani­

26

de Dokter 6/2025

satie – dan als telefoniste ervoor.’ In zijn eigen praktijk besloot hij zonder doktersassistent te gaan werken – in ieder geval voorlopig. ◼ OP AFSPRAAK Het klinkt misschien innovatief: werken zonder doktersassistent, maar eigenlijk is het de ouderwetse manier van werken, zegt Schimmer. ‘Ik wilde de weg van de patiënt naar de huisarts korter maken, eigenlijk zoals het vroeger was.’ Voor die werkwijze leende een nulpraktijk zich beter dan een bestaande praktijk, waar medewerkers en patiënten gewend zijn aan ‘hoe het al jaren gaat’. ‘Het voelde voor mij niet als een grote stap, om te gaan werken zonder assistent. Het was simpelweg een kwestie van: zorgen dat men­ sen direct de huisarts kunnen spreken. Om dat mogelijk te maken, gaan dingen wel op afspraak. Dat kan op drie manieren: mensen sturen hun vraag digitaal, plannen zelf een afspraak in op het telefonisch spreekuur óf maken zelf een afspraak voor het spreekuur in de praktijk. Daarnaast hebben we een aan­ tal plekken die alleen wij kunnen inplannen. Zo hebben we altijd de mogelijkheid mensen snel te zien.’


‘Niet minder druk, maar meer rust, controle en overzicht’ Zijn werkwijze doet vermoeden dat zijn populatie een bovengemiddeld opleidings­ niveau heeft en digitaal vaardig is. Klopt niet, zegt Schimmer. ‘Er zijn jonge gezinnen, expats, vluchtelingen uit onder meer Syrië en Oekraïne, jong en oud, mensen die kunnen lezen en mensen die niet kunnen lezen. Heel divers. We hebben er goed over nagedacht hoe je ervoor kunt zorgen dat iedereen con­ tact kan krijgen en een afspraak kan maken. Dat kun je ook telefonisch doen, dus zonder computer. En als dat te ingewikkeld is, kun je een spraakbericht achterlaten en dan bellen wij zelf terug. Een recent patiënttevreden­ heidsonderzoek liet mooi zien: hoe ouder de patiënt, hoe tevredener over onze werkwijze.’ ◼ SNELLE GROEI Schimmer spreekt inmiddels consequent van ‘we’, want zijn praktijk is razendsnel gegroeid. Twee jaar geleden begon hij in z’n eentje met honderd patiënten. Nu zijn er, inclusief Schimmer zelf, tien teamleden, ver­ spreid over twee locaties: Haarlem Centrum en Schalkwijk. Met 5000 patiënten werken ze nog steeds zonder doktersassistent, al sluit Schimmer voor de toekomst niets uit. ‘Wel­ licht kunnen we op termijn een spreekuur vullen dat aantrekkelijk is voor een assistent.’ Ieder systeem heeft nadelen, zegt Schimmer, dus ook het zijne. Soms plannen mensen zichzelf in op het spreekuur terwijl hij hun vraag ook telefonisch had kunnen afhande­ len. ‘Dat komt relatief weinig voor. Mensen moeten soms heel wat regelen om naar de dokter te gaan: vrij vragen of oppas voor de kinderen regelen. De meeste mensen doen dat alleen als het nodig is en vinden het in andere gevallen fijn als het digitaal of telefo­ nisch kan.’ Voor hem als huisarts is de combinatie van telefonische spreekuren, e-consults en spreekuur in de praktijk heerlijk, zegt Schim­

Huisarts Job Schimmer

mer. ‘We hebben in de ochtend een belblok en een fysiek blok. In de middag is er admi­ nistratietijd, tijd voor visites en dan weer een spreekuurblok en een belblok. Als huisartsen wisselen we elkaar af in de backoffice en de spreekkamer en zo zijn we de hele dag telefonisch bereikbaar én hebben we de hele dag fysiek spreekuur. Op deze manier maken we ook veel efficiënter gebruik van de prak­ tijk, met twee dokters gebruiken we nu één spreekkamer.’ ◼ EEN GOEDE KOP KOFFIE Een belangrijk onderdeel van Schimmers kijk op praktijkvoering, is de inrichting van de beide praktijken: geen losse folders, geen schermen met informatie over bijvoorbeeld

de griepprik of virussen die rondwaren, geen A4’tjes aan de wand. ‘Mensen komen om over hun gezondheid te praten – een van de belangrijkste dingen in hun leven. Laten we er dan voor zorgen dat er een prettige sfeer hangt. Gewoon met muziek en een goede kop koffie die ze zelf kunnen pakken. Dat helpt op het spreekuur, ik merk het echt.’ Inmiddels ziet Schimmer zichzelf niet meer naar het Malieveld trekken, maar eerder met veel plezier tot zijn pensioen doorwerken. ‘Het is niet minder druk, maar ik heb meer rust, controle en overzicht. Dat is een enorm verschil. Mijn agenda vult zich nooit meer zonder dat ik daar zeggenschap over heb. Dat maakt het werk veel leuker en langer vol te houden.’ ¶

Spaarne Huisartsen Huisartsenpraktijk Spaarne Huisartsen is in 2023 begonnen als nulpraktijk in Haarlem Centrum, in een voormalige verloskundigenpraktijk. Inmiddels is er een tweede locatie, in een nieuwbouwpand in Schalkwijk. Die wijk krijgt de komende jaren naar verwachting meer dan 6000 nieuwe inwoners. De locatie in het centrum heeft inmiddels 4000 patiënten, die in Schalkwijk 1000. De praktijk werkt met 5 huisartsen, een POH, een POH-GGZ, een leefstijlcoach/diëtiste, een praktijkmanager en een administratief medewerkster. de Dokter 6/2025

27


advertentie

VIAGRA ODF ®

De kracht van Viagra nu in een smeltstrip

NIEUW Handige verpakking Geen water nodig Smelt op de tong

Vraag een sample aan via viagraodf.nl Verkorte productinformatie, elders deze uitgave. Verkorte productinformatie, ziezie elders in in deze uitgave.

NL-VIAG-2025-00011

Frisse mentholsmaak


5

5 vragen

Jaarverantwoording Huisartsen moeten sinds dit jaar een jaarverantwoording inleveren. Wat betekent dat voor jou? TEKST: BERBER BIJM A

5

1

Waarom moet ik als huisarts een jaarverantwoording opstellen?

De Tweede Kamer wil meer zicht op het geld dat in de zorg omgaat. Achtergrond van die wens vormen frauduleuze situaties met zorggeld en de zorgen over private equity-partijen die actief zijn in de zorgsector. De Kamer vindt dat het gebruik van publiek geld vraagt om publieke verantwoording. Het aanleveren van een jaarverantwoording is verplicht voor – kort gezegd – zorgaanbieders die declaraties bij de zorgverzekeraar indienen. Zzp’ers zoals waarnemend huisartsen, vallen dus niet onder de plicht.

2

Wanneer moet ik die jaarverantwoording inleveren?

Als je al voor 2022 zorgaanbieder was, hoefde je over 2022 en 2023 nog geen verantwoording aan te leveren (de ‘pauzeknop’ van toenmalig minister Helder van VWS). Zorgaanbieders met 2022 of 2023 als startjaar moesten dat al wel. Over 2024 moeten álle zorgaanbieders een jaarverantwoording aanleveren. Zorgaanbieders die gebruik konden maken van de ‘pauzeknop’, konden uitstel vragen tot eind deze maand: zij kunnen de verantwoording aanleveren tot en met 30 december. Viel je niet onder de doelgroep van de ‘pauzeknop’, dan heb je je jaarverantwoording als het goed is, halverwege al dit jaar ingediend.

3

Welke gegevens moet ik aanleveren?

Dat hangt ervan af hoe groot jouw organisatie is. Zorgaanbieders met maximaal 10 fte medewerkers in loondienst, een balanstotaal van maximaal 450.000 euro en een netto-omzet van maximaal 900.000 euro gelden als micro-zorgaanbieders. Door de lobby van onder meer de LHV hebben zij een beperktere verantwoordingsplicht. Als microaanbieder vul je enkele vragen in over je identiteit, het aantal zorgverleners en het aantal patiënten. Daarnaast lever je een beperkte balans en een beperkte staat van baten en lasten aan. Als microaanbieder hoef je geen toelichting te geven op je financiële verantwoording. Ook hoef je geen bestuursverslag en accountantsverklaring aan te leveren. Kleine en (middel)grote zorgaanbieders moeten meer gegevens aanleveren. Kijk voor meer informatie daarover op lhv.nl en zoek op ‘ jaarverantwoording’. Je levert je gegevens aan in DigiMV.

4

Worden mijn gegevens openbaar?

Van micro-aanbieders wordt alleen de bestuursverklaring openbaar, tenzij je een micro-rechtspersoon bent, zoals een bv. Bij kleine en (middel)grote zorgaanbieders gaat het om meer gegevens. De openbare gegevens zijn na deponering in te zien via jaarverantwoordingzorg.nl.

de Dokter 6/2025

29

Hoe zit het met de jaarverantwoording over 2025?

De wettelijke aanleverdatum van 1 juni blijft gehandhaafd. De LHV en andere organisaties lobbyden voor een latere aanleverdatum, omdat 1 juni mogelijk nog niet alle gegevens over 2025 binnen zijn. Ontstaat er vertraging als gevolg van capaciteitproblemen bij financiële dienstverleners, dan kun je (of jouw financiële dienstverlener) vóór 1 april 2026 uitstel aanvragen op de webstie van de NZa. Dit uitstel wordt verleend tot 1 oktober van 2026. Heb je te maken met een eerste jaarverantwoording, overmacht of andere soortelijke omstandigheden? Dan kun je uitstel aanvragen die geldt tot 31 december 2026. De voorwaarden vind je ook op de website van de NZa. ¶

Vraag het onze jurist! Heb jij vragen over jouw jaarverantwoording? Onze juristen beantwoorden jouw vraag op maat. Jouw situatie en jouw praktijk zijn immers uniek. Daarom adviseren we je om ons te bellen. Als LHV-lid kun je bij de afdeling Juridische Zaken terecht voor deskundig, kostenloos en praktisch advies.


Wie praktijkhouder is, haalt werkplezier uit een vaste patiëntenpopulatie en heeft veel zelf in de hand – ook in de combinatie met het privéleven. Bij vier op de vijf (aanstaande) huisartsen speelt dit een rol in de wens om praktijkhouder te worden. Die verantwoordelijkheid delen ze wel graag met een collega, blijkt uit een onderzoek in opdracht van de LHV.

H

TEKST: BERBER BIJM A

et praktijkhouderschap blijft populair. Van alle huisartsen in opleiding wil maar liefst 86 procent op termijn praktijkhouder worden. Onder huisartsen in dienstverband en (vaste) waarnemend huisartsen ligt dat percentage weliswaar iets lager, maar het gemiddelde komt nog altijd uit op zo’n 80 procent. Dat is een van de uitkomsten van het onderzoek dat de LHV eind 2024 liet doen. Het onderzoek is uitgevoerd door onder andere Hinda Stegeman, promovenda bij de afdeling eerstelijnsgeneeskunde en langdurige zorg van het UMCG in Groningen. Voor haar proefschrift deed ze eerder al kwalitatief onderzoek naar redenen voor huisartsen om wel of geen praktijkhouder te willen worden; het

nu uitgevoerde onderzoek is kwantitatief. Naast promovenda is Stegeman directeur van Zorgadvies Groningen, regionale ondersteuningsstructuur (ROS) voor de eerste lijn. Voor de LHV is het belangrijk om inzicht te hebben in die redenen, vertelt projectleider Iris Jansen. ‘We wisten al wel veel over het praktijkhouderschap, maar nog te weinig over wat jonge huisartsen motiveert of juist belemmert om praktijkhouder te worden. Die kennis is belangrijk, want de laatste jaren hebben we het aandeel praktijkhouders zien afnemen. In 2012 was 87 procent van de huisartsen praktijkhouder, in 2022 was dat nog maar 64, blijkt uit Nivel-cijfers. Een van onze meerjarenprioriteiten is het stimuleren van het praktijkhouderschap, juist om voor continuïteit van

30

de Dokter 6/2025

zorg en toegankelijkheid te zorgen. Uiteraard is ons doel niet dat iedere huisarts praktijkhouder wordt, maar voor een evenwichtige balans tussen alle types huisartsen zijn er meer praktijkhouders nodig. Het is goed om te zien dat nog steeds veel huisartsen praktijkhouder willen worden. Met meer inzicht in hun beweegredenen, kunnen we effectiever werken aan manieren om hen daarbij te ondersteunen.’ ◼ DE VERANTWOORDELIJKHEID DELEN Aan het onderzoek hebben derdejaars aios meegedaan en huisartsen die in de afgelopen tien jaar zijn afgestudeerd. Onder hen zijn praktijkhouders, huisartsen in dienstverband (HD, voorheen hidha of hid), praktijkhouders in dienstverband (pd) en waarnemers. Veel huisartsen met de wens om praktijkhouder te worden, willen dat graag samen met een maat doen, zodat ze de eindverantwoordelijkheid kunnen delen. Bijna de helft van de huisartsen die praktijkhouder wil worden, heeft al een maat gevonden. De aanwezigheid van die maat is een positieve stimulans voor het praktijkhouderschap, blijkt uit het onderzoek. Een andere overweging die in positieve zin meespeelt rond de keuze voor praktijkhouderschap, is dat huisartsen verwachten continuïteit van zorg te kunnen bieden. ‘Een vaste patiëntenpopulatie zorgt vaak voor meer werkplezier’, zegt Stegeman. ‘En uit onderzoek weten we ook dat continuïteit de kwaliteit van zorg ten goede komt.’ Andere argumenten die een rol spelen in de wens om praktijkhouder te worden, zijn het kunnen combineren van werk en privé, het gevoel voldoende competent te zijn en het vooruitzicht van autonomie. Die laatste verwachting wordt in het onderzoek bevestigd door de huisartsen die al praktijkhouder zijn, ziet Stegeman. ‘Praktijkhouders ervaren dat ze regie hebben over hun werk. Ze

FOTO: GERLINDE SCHRIJVER

JONGE HUISARTSEN ZIEN TOEKOMST IN EIGEN PRAKTIJK


‘Mijn opleiders waren heel enthousiast over het praktijkhouderschap’

‘Je kunt sneller de vinger op de juiste plek leggen’ de Dokter 6/2025

Norbert Majenburg (33) wordt begin 2026 praktijkhouder in Marknesse, in de praktijk waar hij tijdens zijn huisartsenopleiding werkte en waar hij nu waarnemend huisarts is. ‘Er zitten straks net geen twee jaar tussen mijn afstuderen en mijn start als praktijkhouder. Tegen het einde van mijn opleiding bleek dat er ruimte was voor mij om te blijven werken bij diezelfde praktijk als waarnemer. In het begin samen met waarnemingen elders, zodat ik ook wat heb gezien van verschillende manieren van praktijkvoering. Maar ik wist al snel dat de praktijkvoering van de praktijk in Marknesse past bij hoe ik het zou willen. Daarna kwam het gesprek om praktijkhouder te worden op gang. De discussie over de fiscale problematiek van vaste waarnemers heeft daarbij slechts een beperkte rol gespeeld. Zonder die discussie had het hooguit twee maanden langer geduurd voor ik besloot praktijkhouder te worden.’ ‘Praktijkhouder heb ik altijd al willen worden, omdat ik denk dat het werk leuker is als je werkt met een vast team en patiënten die je kent. Consulten lopen vloeiender en je maakt sneller een grapje bij patiënten die je goed kent. De zorg is dan ook bewezen effectiever. Nu ik al bijna twee jaar waarnemer ben in dezelfde praktijk, merk ik ook echt dat het leuk is om vaste patiënten te hebben. Bepaalde mensen leer ik al best goed kennen en dan kun je sneller de vinger op de juiste plek leggen.’ ‘Die kwaliteit van zorg is mijn belangrijkste motivatie om praktijkhouder te worden. Door alle commotie over commerciële partijen voel ik ook de verantwoordelijkheid: laten we ervoor zorgen dat we de toekomst van het vak in eigen hand houden. Wat ook wel heeft meegespeeld: mijn opleiders waren heel enthousiast over het praktijkhouderschap en probeerden anderen daarvoor warm te maken.’ ‘Praktijkvoering is een stuk complexer geworden vergeleken met tien of vijftien jaar geleden. Ik verwacht dat het alleen maar complexer wordt de komende jaren, en dus kun je maar het beste zo snel mogelijk instappen. Dan kun je meegaan in die ontwikkeling. Daarnaast ben ik blij met twee ervaren praktijkhouders als collega. Ik kan er gaandeweg in groeien. Natuurlijk moet je wel het geluk hebben om een praktijk te vinden die bij je past.’ Ik heb in mijn opleiding in Zwolle wel wat geleerd over praktijkhouderschap, maar vooral omdat ik zelf koos voor een verdiepend keuzedeel over praktijkmanagement. Dat was welkome kennis. Ik weet niet hoe dat inmiddels is georganiseerd, maar het zou goed zijn als er meer praktijkmanagement in de standaardopleiding zou zitten.’

31


FOTO: HANS TAK

‘ Praktijkvoeren kost tijd en moeite, maar ik vind de afwisseling in een takenpakket wel fijn’ ‘Ik zie ernaar uit om te investeren in relaties’ Dajana Erceg (29) hoopt in februari af te studeren als huisarts en wordt met ingang van april praktijkhouder in Veendam. ‘Ik doe de huisartsopleiding in Rotterdam, maar heb geneeskunde gestudeerd in Groningen. Ik kom uit Hoogezand en wil graag naar die regio terug om huisarts te worden. Mijn moeder werkt als huisarts in Veendam waar vier solohuisartsen een hagro vormen. Drie praktijken zitten samen in een pand waar ze uit willen en de vierde is een praktijk aan huis. Die laatste ga ik overnemen. Dat gebeurt in een nieuw gezamenlijk pand, waarbij mijn moeder en ik een maatschap gaan vormen. De andere huisartsen houden een solopraktijk, waarmee we de onderlinge waarneming gaan regelen.’ ‘Al vanaf het begin van mijn huisartsenopleiding denk ik na over hoe ik het zelf zou willen regelen; daar heb ik na mijn stagejaren inmiddels wel een beeld van. Bovendien zie ik ernaar uit om me ergens te vestigen, daar te gaan investeren in relaties en een band met patiënten op te bouwen.’ ‘Ik heb gezien hoe mijn moeder het praktijkhouderschap heeft geregeld en heb altijd gedacht: dat zou mij ook wel bevallen. Dat maakt dat ik er niet erg tegenop zie. De cursus Praktijkmanagement van de LHV Academie vond ik een

32

de Dokter 6/2025

goede voorbereiding. Het zal wel even balanceren worden om samen met mijn moeder een praktijk te voeren, want zij heeft ook zo haar voorkeuren. Maar we hebben daar goede gesprekken over gehad. We zijn allebei ook in veel dingen flexibel en ik kan natuurlijk veel van haar leren.’ ‘Praktijkvoeren kost tijd en moeite, maar ik vind de afwisseling in een takenpakket wel fijn. En zo eng zijn die taken ook niet. Als de website een update moet krijgen, nou oké, dan gaan we daarmee bezig. En niet alles hoeft meteen. Binnen de hagro is het zo geregeld dat iedereen een halve dag heeft voor praktijkvoeringstaken. Wat er daarnaast bijkomt, probeer ik gedurende de andere dagen in te plannen. Het werkgeverschap lijkt me nog het moeilijkste van het praktijkhouderschap. Juist daarom is het fijn om samen met een ervaren huisarts te beginnen.’ ‘Er is momenteel een groot aanbod als je een praktijk wilt overnemen. Dat merk ik bijvoorbeeld uit vragen van collega’s op de huisartsenpost. Tegelijk is er ook veel ondersteuning, bijvoorbeeld vanuit de zorggroep. Je kunt begeleiding krijgen bij het hele proces. Dus als je het ziet zitten om praktijkhouder te worden, zijn er juist in deze tijd mooie kansen.’


Meer weten over praktijkhouderschap? kunnen er bijvoorbeeld voor kiezen om een waarnemer in te schakelen, een dienst te verkopen of ervoor te zorgen dat ze tussendoor een uurtje weg kunnen als dat nodig is.’ Ruim zeven op de tien praktijkhouders vinden dat ze hun praktijkhouderstaken goed kunnen combineren met de andere taken die ze in het leven hebben. Het aantal zittende praktijkhouders dat tevreden is met de werk-privébalans, is tegelijk wel een stuk lager: 42 procent. ‘Ik zie dat als twee verschillende dingen’, zegt Stegeman. ‘De werkdruk als geheel is voor praktijkhouders hoger dan voor niet praktijkhouders, maar bijna 60 procent van de praktijkhouders ervaren wel meer regie dan ze hadden verwacht over het organiseren van alle taken.’ ◼ BALANS EN COMPETENTIE Diezelfde werk-privébalans is overigens óók een argument voor huisartsen die geen praktijkhouder willen worden. Het overgrote deel van deze groep ervaart op dit moment een (vrij) goede balans tussen werk en privé. Zo’n beetje de helft verwacht dat het lastig wordt om die twee goed te blijven combineren als ze praktijkhouder zouden worden. Ook de inschatting van de eigen competenties kan zowel een overweging zijn om wel voor het praktijkhouderschap te kiezen als om dat niet te doen, laat het onderzoek zien. Van de huisartsen die praktijkhouder willen worden, is zo’n beetje driekwart positief of redelijk positief over de eigen competenties daarvoor – ietsjes positiever zelfs dan de zittende praktijkhouders. De huisartsen die het praktijkhouderschap niet zien zitten, schatten hun eigen competenties een stuk minder rooskleurig in: ongeveer zes op de tien zijn daar (redelijk) positief over, maar 15 procent denkt de benodigde competenties niet in huis te hebben. Stegeman: ‘In het kwalitatieve onderzoek hebben huisartsen

aangegeven dat ze bijvoorbeeld een hoog streefniveau hebben of moeite hebben met het nemen van beslissingen. Zij gaven aan dat huisarts zijn hun al voldoende energie kost. Het praktijkhouderschap zou mogelijk te veel van hen vragen, bijvoorbeeld op het gebied van besluitvaardigheid.’ ◼ BEELDVORMING Uit het onderzoek blijkt dat verhalen van huidige praktijkhouders grote invloed kunnen hebben op de wens van jonge huisartsen om wel of geen praktijkhouder te worden. Jansen: ‘Wie een positiever beeld heeft van het praktijkhouderschap is meer geneigd om ervoor te kiezen. Dat is eigenlijk een inkoppertje. Maar we zien het ook andersom: bij mensen die geen praktijkhouder willen worden, spelen de negatieve verhalen van zittende praktijkhouders een belangrijke rol in die keuze.’ ‘Het zou goed zijn als zittende praktijkhouders zich realiseren dat zij een rolmodel zijn’, reageert Stegeman. ‘Hoe zij spreken over het praktijkhouderschap, doet er echt toe.’ ◼ ONDERSTEUNING De LHV gebruikt de uitkomsten van het onderzoek om de ondersteuning voor huisartsen die een praktijk willen overnemen of starten, verder te ontwikkelen. ‘We willen het eerlijke verhaal vertellen, met realistische voorbeelden’, zegt Jansen. ‘Alles wat je moet regelen om praktijkhouder te worden, is de afgelopen jaren al wat vereenvoudigd, maar we willen het nog makkelijker en sneller maken. Als ideaalbeeld zie ik een soort wasstraat voor me, dat je als aankomend huisarts in één dag op één locatie langs diverse partijen gaat om alle administratieve zaken te regelen.’ De LHV biedt diverse individuele ondersteuningsmiddelen voor (aankomend) praktijkhouders (zie kader). Het team Praktijkhouderschap werkt daarin nauw samen met andere LHVteams. Jansen: ‘Praktijkhouderschap

de Dokter 6/2025

Overweeg jij om praktijkhouder te worden of ben je op zoek naar een praktijk waar dat kan? De LHV helpt je op verschillende manieren. ◼ Bij de LHV Academie kun je verschillende nascholingen volgen op het gebied van praktijkmanagement, kijk op lhv.nl/academie. ◼ Zoek je een praktijk waar je praktijkhouder kunt worden? Op praktijkmatch.lhv.nl vind je een actueel overzicht van ‘zoekende’ praktijken. ◼ In de LHV Podcast Een eigen praktijk (te vinden via jouw favoriete podcastkanaal) hoor je inspirerende verhalen en waardevolle informatie. ◼ Het LHV-Handboek Een eigen praktijk (digitaal of op papier) geeft gedegen informatie over alles wat je moet weten en regelen om praktijkhouder te worden, van huisvesting en wetgeving tot verzekeringen en pensioen. Volg je de cursus Praktijkstart, dan krijg je het handboek ter voorbereiding gratis thuis gestuurd. ◼ Wil je als (bijna-)praktijkhouder sparren met een ervaren collega? Doe mee aan het LHV-mentorschapsprogramma, kijk op lhv.nl, zoek op ‘mentorprogramma’. ◼ Ga je als (aankomend) praktijkhouder nauw samenwerken met een collega, bijvoorbeeld in een maatschap? Bereid je samen voor met het traject Samenwerking op maat. Kijk op lhv.nl, zoek op ­‘samenwerking op maat’.

stimuleren begint bij het interesseren van geneeskundestudenten voor de huisartsenopleiding, aandacht en scholing voor praktijkhouderschap in die opleiding, werken aan voldoende en betaalbare huisvestingsmogelijkheden, het verminderen van administratieve lasten en werken ­aan toekomstbestendige tarieven. Al die randvoorwaarden vormen één samenhangende keten waarmee we werken aan duurzame, sterke huisartsenzorg.’ ¶

33


ZORGDOMEIN KRIJGT CONCURRENTIE VAN VECOZO-VERWIJZEN

‘ Keuzevrijheid is goed voor innovatie en betaalbaarheid’ Digitale verwijzing is een onmisbare schakel in de huisartsenzorg. Jarenlang was er in de praktijk één verwijsdienst: Zorgdomein. Vanaf 2026 komt daar een alternatief naast: Vecozo-verwijzen. Een goede zaak, vindt LHV-bestuurslid en huisarts Mariëtte Willems. ‘Keuzevrijheid is goed voor innovatie en betaalbaarheid.’ TEKST: CORIEN L AMBREGTSE

Z

orgdomein verwerkt jaarlijks meer dan 24,5 miljoen verwijzingen, diagnostiekaanvragen, adviesconsulten, transfers en rapportages. Voor huisartsen en andere verwijzers is het gebruik kosteloos, de benaderde zorgaanbieders betalen per transactie. Dat gaat in de praktijk om substantiële bedragen. ‘Zorgdomein heeft jarenlang een monopoliepositie gehad’, zegt Willems. ‘Geen concurrentie kan ertoe leiden dat er minder prikkels zijn om kritisch te blijven op prijsstelling, service en functionali-

Over Zorgdomein en Vecozo

Z

◼ MEERDERE FUNCTIES De LHV steunt de nieuwe ontwikkeling. LHV-bestuurslid Mariëtte Willems: ‘Concurrentie is gezond, houdt partijen scherp en vergroot de ruimte voor innovatie. In een krappe zorgmarkt worden verwijsapplicaties alleen maar belangrijker. Ze hebben veel meer functies dan alleen verwijzen. Ze geven bijvoorbeeld inzicht in

wachtlijsten bij zorgaanbieders. Als de wachttijden te lang zijn en de toegang tot vervolgzorg beperkt, wil je dat een patiënt eenvoudig bij een andere zorgaanbieder terecht kan. In het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) is afgesproken dat zorgverzekeraars patiënten die dat willen zorgbemiddeling kunnen aanbieden. De zorgbemiddelaar heeft geen inhoudelijke inzage in het dossier, maar kan wel het nodige doen om de patiënt bij de juiste zorgaanbieder te krijgen. Dat ontlast huisartsen enorm bij het vinden van beschikbare zorg.’ Via de verwijsapplicaties wordt straks ook verwezen naar bewezen effectieve digitale gezondheidsapps (zie artikel Diga’s, pagina 16). Verder zijn er functies voor communicatie en databeschikbaarheid mogelijk. Volgens Willems willen huisartsen en regionale organisaties graag meer inzicht in verwijzingsstromen, zoals aantal verwijzingen, annuleringen en wachttijden. ‘Als we bijvoorbeeld weten hoeveel verwijzingen naar een GGZ-instelling worden geannuleerd omdat er geen plek is, helpt dat om regionale afspraken te maken en betere zorg te leveren.’

‘GOEDE STAP OM ALTERNATIEF IN DE MARKT TE ZETTEN’

David Oei, huisarts in RotterdamCrooswijk, deed mee aan de pilot Vecozo-verwijzen in de regio Rijnmond. Volgens hem hebben de ontwikkelaars goed geluisterd naar de wensen van gebruikers. ‘Zorgdomein heeft zich voor het verwijzen van patiënten in een monopoliepositie genesteld. Van wat ik erover heb gehoord kost Zorgdomein veel geld voor zorgaanbieders en is het vrijwel onmogelijk om niet aangesloten te zijn als je verwijzingen wilt ontvangen. Het is belangrijk dat er een alternatief komt voor Zorgdomein. Vecozo heeft dat ontwikkeld. De kosten beloven lager te zijn en de functionaliteit is van hetzelfde

FOTO: HANS TAK

orgdomein is een Nederlands ict-bedrijf dat sinds 2004 digitale verwijzingen faciliteert tussen verwijzers en zorgaanbieders. Het bedrijf is in handen van aandeelhouders. Vecozo is in 2002 door zorgverzekeraars opgericht om de administratieve lasten in de zorg te verminderen. Het opereert zonder winstoogmerk. Het verzorgt veilige en gestandaardiseerde digitale communicatie, waaronder berichtenverkeer, declaraties, machtigingen en nu ook digitaal verwijzen.

teiten. De zorgverzekeraars en grote zorgaanbieders wilden meer keuzevrijheid en meer grip op kosten en functionaliteiten.’ Die keuzevrijheid komt er nu met Vecozo-verwijzen. Vecozo ontwikkelde op verzoek van verzekeraars en aanbieders een alternatieve verwijsapplicatie die het volledige verwijsproces ondersteunt. De applicatie is het afgelopen jaar als pilot getest in de regio’s Rijnmond en Helmond. In 2026 wordt ze in de eerste regio’s ingevoerd en daarna verder uitgerold over Nederland. Een regio bestaat uit meerdere ziekenhuizen, huisartsen, VVT- en GGZ-instellingen, paramedici, diagnostisch centrum, zelfstandige klinieken en de regionale samenwerkingsorganisatie.

34


niveau of hoger. Bovendien biedt Vecozo meer openheid, bijvoorbeeld door de mogelijkheid om de catalogus met zorgaanbieders en zorgproducten separaat te ontsluiten. Qua gebruik werkt het verwijssysteem van Vecozo heel intuïtief. De ontwikkelaars hebben goed geluisterd naar de wensen van gebruikers. Ikzelf heb hen gevraagd om in het systeem ook de optie van een ‘open verwijzing’ op te nemen. Daarmee kan de patiënt met de inhoudelijke verwijsbrief van de huisarts zelf een specialist uitkiezen, al dan niet met hulp van de zorgverzekeraar. Dat bevordert de autonomie en keuzevrijheid van

FOTO: LILI VEREIJKEN

◼ EÉN SYSTEEM PER REGIO De verwachting is dat concurrentie prikkels geeft om de kosten van verwijzingen te verlagen. Willems: ‘Voor kleinere zorgaanbieders, zoals ggz-instellingen, onafhankelijke psychologen en fysiotherapeuten, zijn de kosten nu soms een belemmering om zich aan te sluiten bij een verwijsdienst. Met lagere kosten wordt het voor hen aantrekkelijker om zich wel aan te sluiten en wordt het voor huisartsen makkelijker om naar hen te verwijzen. Dat hoeft dan niet meer via beveiligde e-mail of op papier.’ Uitgangspunt voor de LHV is dat het verwijzen eenvoudig en werkbaar moet blijven. ‘Keuzevrijheid moet de praktijk ondersteunen, niet ingewikkelder maken’, zegt Willems. ‘Dus geen extra administratieve lasten en kosten, een soepele implementatie en heldere afspraken over verantwoordelijkheden. Het werkt het beste als regionale samenwerkingsorganisaties per regio gezamenlijk kiezen met welk systeem ze willen werken. Het feit dat ze kúnnen kiezen bevordert innovatie, leidt tot lagere kosten en betere samenwerking in de zorg.’ ¶

‘ PILOT GESLAAGD, NU DOORPAKKEN’ Merijn Godefrooij, huisarts in Helmond, was een van de huisartsen die meededen aan de pilot Vecozo-verwijzen. Hij kijkt er positief op terug. ‘Vecozo heeft een hartstikke mooi product ontwikkeld dat heel goed werkt. In het begin was het natuurlijk even wennen. Het is net als overstappen van Windows naar Mac: je kunt er vergelijkbare dingen mee, alleen zitten de knoppen ergens anders. Ook was het aanbod nog beperkt: alleen ons regionale ziekenhuis en het lab zaten op Vecozo. De GGZ, thuiszorg en andere zorgaanbieders in de regio nog niet. Daar hadden we Zorgdomein dus toch nog voor nodig. Tijdens de pilot hadden we toevallig twee keer een storing van Zorgdomein. Doordat we Vecozo hadden, konden we toch blijven verwijzen. De mensen van Vecozo waren heel coöpera-

de patiënt die weer zelf de verantwoordelijkheid neemt om bij een specialist terecht te komen. Als de wachtlijsten voor een behandeling te lang zijn, kan de zorgbemiddelaar van de zorgverzekeraar onderzoeken waar de patiënt sneller terecht kan en dit voor hun klanten regelen. Het gebeurt nu te vaak dat patiënten met een verwijzing worden teruggestuurd naar de huisarts om het hele verwijsproces nog maar eens over te doen voor een andere aanbieder. Dat is niet onze taak: wij zijn de poortwachter van de zorg, we stellen de indicatie tot het verwijzen. Wij zijn geen reisbegeleider voor de tocht tot in de spreekkamer van een andere zorg-

tief: ze luisterden goed naar onze feedback. Als we een functionaliteit misten of anders wilden, werd dat in volgende versies meteen doorgevoerd. Alles wat via Zorgdomein kan, kan nu ook via Vecozo. Ik vind het goed dat er naast Zorgdomein een tweede verwijsdienst komt, omdat hierdoor concurrentie ontstaat op prijs en service. Dat houdt beide partijen scherp. Hoe minder geld er naar een verwijsdienst gaat, hoe meer er voor de zorg zelf overblijft. Na de pilot ben ik Zorgdomein weer gaan gebruiken, omdat veel zorgverleners uit de regio (nog) niet op Vecozo zaten. Vanaf volgend jaar is dat anders en kunnen we tussen twee volwaardige systemen kiezen. Iedere huisarts heeft een eigen keuze, maar om het nieuwe systeem in een regio goed te laten werken, moeten huisartsen en ziekenhuizen in die regio besluiten om door te pakken.’

aanbieder. Ik hoop echt dat Vecozo die open verwijzing in de definitieve versie heeft opgenomen. Sinds de pilot gestopt is, werk ik weer met Zorgdomein, maar zodra Vecozo-verwijzen in onze regio beschikbaar is, maak ik daar graag gebruik van. Als ik moet kiezen tussen Zorgdomein en Vecozo? Dan kies ik Vecozo. Het is een open systeem, werkt net zo goed, is misschien nog wel beter afgestemd op de wensen van gebruikers en waarschijnlijk een stuk goedkoper. Het is een goede stap om een alternatief in de markt te zetten en zo de concurrentie op de markt te bevorderen.’

de Dokter 6/2025

35

Meer weten? Op onze website houden we je op de hoogte van ontwikkelingen rondom digitaal verwijzen.


LHV nieuws LHV ondertekent Green Deal Duurzame Zorg

Definitief oordeel zzp-casusposities De ministeries SZW, VWS en Financiën/ Belastingdienst hebben ons laten weten dat zij ons standpunt over de door ons ingediende casussen over het werken als huisarts-zzp’er niet delen. De LHV is het niet eens met de onderbouwing en motivering van het oordeel, omdat geen rekening is gehouden met wat werken in de zorg en in het bijzonder in de huisartsenzorg inhoudt. We verkennen nu verschillende acties waaronder een gang naar de rechter. Ook kijken we naar alternatieven.

f oto : n a d in e va n d en b erg

Wetgeving biedt ruimte De LHV is het niet eens met het oordeel van de ministeries dat in het bijzonder de inzet van waarnemers in situaties van ziek, piek en uniek en op de Huisartsenspoedposten niet meer mogelijk is. Wij zijn ervan overtuigd dat de huidige wetgeving ‘echte’ zelfstandigen in een aantal situaties nog steeds ruimte biedt om, zeker in het geval van kortdurende waarneming, als zzp-huisarts te werken. Ries van Wijngaarden (De groene Huisarts) en Mariëtte Willems tijdens de ondertekening.

Eind november heeft bestuurslid Mariëtte Willems namens de LHV de Green Deal Duurzame Zorg ondertekend. Daarmee bekrachtigen we onze rol als actieve partner in de verduurzaming van de huisartsenzorg.

‘E

r gebeurt al heel veel op het gebied van duurzaamheid in de huisartsenzorg’, ziet LHV-bestuurslid Mariëtte Willems. ‘Veel praktijken investeren in isolatie en zonnepanelen of maken gebruik van groene stroom. Er is veel aandacht voor het terugdringen van medicatieverspilling en gebruik van herbruikbare materialen. Ook op het gebied van mobiliteit zijn er veel initiatieven. Visites op de fiets in plaats van de auto bijvoorbeeld. Of patiënten stimuleren om op de fiets naar de praktijk te komen. Met de ondertekening

van de Green Deal willen we aansluiten bij al deze goede initiatieven en deze verder versterken, samen met de andere partijen binnen de Green Deal.’ KLEINE DINGEN Aanpassingen hoeven niet altijd groot te zijn. Willems: ‘Elke huisarts kan bijdragen aan verduurzaming, op een manier die bij zij of haar praktijk of werkvorm past. Dat kan ook zitten in kleine dingen. Spaardopjes op je kranen bijvoorbeeld, of de apparatuur aan het einde van de dag uitschakelen.’ EXTRA VOORDELIGE NASCHOLING Om je goed op weg te helpen, biedt de LHV de (nu extra voordelige) nascholing De Groene Huisartsenpraktijk aan. Je vindt ‘m op academie.lhv.nl.

36

de Dokter 6/2025

LHV-vergewistool Daarom hebben we, binnen de kaders van de huidige wet en rechtspraak, een praktisch instrument ontwikkeld waarmee je sneller kunt inschatten in welke situaties je nog wel als zzp-huisarts kunt werken of wanneer een dienstverband beter past. De LHV-vergewistool is speciaal voor de huisartsensector ontwikkeld en houdt rekening met de specifieke kenmerken van het werken in de huisartsenzorg. De tool is binnenkort beschikbaar. We informeren je via de LHV-nieuwsbrief wanneer dit het geval is.


Huisarts, kom jij bij de LHV werken?

B

en jij een ervaren huisarts met strategisch inzicht en affiniteit met politiek? Wil jij de stem van huisartsen versterken en bijdragen aan een toekomstbestendige huisartsenzorg? Dan is deze functie in het team Beleid & Belangenbehartiging van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) iets voor jou!

BELANGENBEHARTIGER In deze rol combineer je je loopbaan als huisarts met die van beleidsadviseur en belangenbehartiger. Je draagt bij aan het strategisch beleid van de LHV en vertaalt complexe vraagstukken naar praktische oplossingen die de huisartsenzorg nu en in de toekomst versterken. Denk aan thema’s zoals werkdruk, innovatie, kwaliteit, samenwerking en opleiding. Je adviseert bestuur en directie en werkt samen met interne en externe partijen om de belangen van huisartsen effectief te behartigen. Het gaat om een veelzijdige functie van 20 tot 32 uur per week. We overleggen hoeveel uur bij jouw werk als huisarts past en kijken samen naar de termijn waarop dit mogelijk zou zijn. Je werkt in Utrecht en kunt deels ook thuis werken.

BEKIJ VACATKUDE R HIER E

ALVAST IN JE AGENDA: HUISARTSENDAGEN 2026

G

een patiënt is hetzelfde. Van zorgmijders tot zorgzoekers, van kwetsbare patiënten tot uitgesproken patiënten en met uiteenlopende sociale en culturele achtergronden. Als huisarts kijken we verder dan de aandoening of ziekte, we zien de patiënt in de gehele context.

HaDagen'26_ADV-H&W'25-nr12_215x285mm (WT).indd 1

Wat vraagt dat van jou, van de praktijkorganisatie en van ons allemaal in al onze diversiteit? Daarover gaan de Huisartsendagen 2026, op donderdag 18 en vrijdag 19 juni in Den Bosch. Als LHV-lid krijg je bericht zodra het programma en de kaarten volgend jaar beschikbaar zijn. Zet je de datum alvast in je agenda?

Nieuwe pensioenregeling PFZW Vanaf 2026 gaan alle medewerkers die pensioen opbouwen bij PFZW over naar een nieuwe pensioenregeling. Dit heeft betrekking op al het ondersteunend personeel in de huisartsenzorg.

M

edewerkers hebben eind november een brief ontvangen met een eerste berekening van hun verwachtte pensioen-

vanaf 1 januari 2026. Deze stap is onderdeel van de overgang naar het nieuwe, landelijke pensioenstelsel waar elk pensioenfonds naar moet overstappen. Speciaal voor werkgevers heeft PFZW een informatiepagina samengesteld met informatie voor werkgevers. Op hun website vind je praktische informatie, antwoorden op veelgestelde vragen, een toolkit

voor communicatie aan medewerkers en een overzicht van (online) bijeenkomsten. HUISARTSENPENSIOEN VOLGT LATER De overgang naar de nieuwe regeling voor het pensioen voor huisartsen wordt verwacht in juli 2027. Daarover lees je meer op de website van Huisarts en pensioen.

de Dokter 6/2025

37

10-11-2025 15


wisselcolumn Sasja Verhoeff, huisarts in Waardenburg

Onbenullig

‘ Ik dacht even snel een boekenplankje op te hangen’ Terwijl ik de klusspullen aan het opruimen ben, komt Marleen de behandelruimte binnengelopen. ‘Nou Sas, ik heb nu een spoedvisite voor je. Mevrouw Stootjes is gevallen en kan niet meer opstaan.'

38

de Dokter 6/2025

Ik rijd de oprit op. Dochter en kleinzoontje van mevrouw Stootjes staan al in de tuin. De kleine man heeft een bal in zijn arm geklemd en kijkt beduusd naar de grond. Want daar ligt oma. Ik kniel voor haar neer. ‘Zo, mevrouw Stootjes, wat dacht u? Ik ga de grond even van dichtbij bekijken?’ ‘Ja, heel stom van me. Ik wilde een harde trap tegen de bal geven en opeens lag ik er.’ Als ik na deze chaotische en daardoor drukke dag naar huis rijd, verwerk ik mijn belevenissen. Wat doen mensen toch soms onnadenkend gekke dingen. ‘s Avonds kan ik me lekker uitleven op de tennisbaan. Ik sla de ene bal na de andere bal raak. Even waan ik me Aryna Sabalenka, maar dan zonder “service oerkreet”. Plotseling komt er een bal recht op mij af. In plaats van ruimte te maken, spring ik er in een reflex naartoe en maak een slaande beweging. Ik raak de bal nog met een soort halve volley, maar daarna belandt het racket vol tegen mijn oogkas. Dat de make-up het hematoom niet verhult, blijkt wel als ik de volgende ochtend de praktijk binnenstap. ‘Wat heb jij nou gedaan?’ Mijn collega’s proesten het uit, als ik vertel dat ik mezelf met een tennisracket heb geslagen... ¶

FOTO: ROB TER BEKKE

N

et nadat ik afscheid heb genomen van een patiënt, verschijnt assistente Marleen in de deuropening. ‘Sasja, ik heb weer een spoedje in de behandelkamer liggen.’ Ik loop meteen door. In de behandelkamer tref ik dertiger Roland aan, met een bloeddoorlopen witte handdoek om zijn hoofd heen. ‘Hee Roland, wat heb je gedaan?’ Zijn vriendin, die naast hem zit, schiet in de lach. Roland steekt van wal: ‘Zo dom van me! Ik dacht even snel een boekenplankje op te hangen. Terwijl ik aan het boren ben, zie ik dat het stof op een plant komt en...’ Hij kan zijn zin niet afmaken, want al ginnegappend, kapt zijn naaste hem af: ‘Ik zei nog tegen je, zet eerst even die plant weg. Maar nee, hoor, probeert ie met één been de pot opzij te schuiven, maar blijft ie haken aan het snoer van de boormachine en kiepert zo over de plant met zijn kop tegen het dressoir aan. Het zag er komisch uit.’


advertentie

kan dit onderzoek eenvoudig aanvragen via het Ksyos Platform of het HIS. De patiënt krijgt daarna een apparaat, een polygraaf, opgestuurd om ’s nachts thuis mee te slapen. Dit apparaat meet het zuurstofgehalte en de hartfrequentie. “Binnen een dag weten we er of sprake is van slaapapneu”, zegt Mulder. “Daarna heeft de patiënt een online consult met mij of met een van mijn collega’s. Voor de patiënt is het erg waardevol dat het onderzoek thuis uitgevoerd kan worden, gewoon in eigen bed. Deze aanpak is laagdrempelig, snel en effectief.” Niet voor niets waarderen patiënten Ksyos Slaap met een 8,4.

Ksyos biedt slaaponderzoek gewoon bij de patiënt thuis Bij een op de tien mensen die snurken is sprake van slaapapneu. En dit zijn zeker niet altijd mensen met overgewicht. Slaapapneu komt ook voor bij slanke mensen. Er lang mee rondlopen kan grote gezondheidsgevolgen hebben. Het is dus belangrijk dat de huisarts doorvraagt bij vermoeidheid, snurken of ademstops. Onderzoek kan dan – dankzij het slimme aanbod van Ksyos – gewoon thuis en zonder wachttijd plaatsvinden.

H

et lijkt zo onschuldig, snurken tijdens de slaap. Toch is het dat lang niet altijd. Het kan wijzen op slaapapneu en dan is snel handelen geboden. “Lang rondlopen met deze aandoening kan grote gezondheidsgevolgen hebben”, zegt KNO-arts en somnoloog Jeroen Mulder. Hij is verbonden aan digitaal ziekenhuis Ksyos. “Het gaat niet alleen om vermoeidheid. Onbehandelde slaapapneu verhoogt ook het risico op hart- en vaatziekten.” Snelle diagnose cruciaal Mensen met slaapapneu lopen gemiddeld acht jaar rond met klachten totdat ze de

juiste diagnose krijgen. Dit komt omdat de symptomen vaak worden toegeschreven aan andere aandoeningen zoals burn-out of depressie. Door de diagnose sneller te stellen verbetert de kwaliteit van leven van deze mensen enorm. En dat kan ook, stelt Mulder. “Als een patiënt bij de huisarts vermoeidheid meldt, zeker in combinatie met snurken of door de partner waargenomen ademstops, moet slaapapneu op de radar staan.” Onderzoek: gewoon thuis Vermoedt de huisarts slaapapneu? Dan is de diagnose snel te stellen met een thuis slaaponderzoek van Ksyos. De huisarts

"Als een van de grootste aanbieders van slaaponderzoek maken we dankzij onze landelijke dekking en directe toegang tot zorg echt het verschil” Joop Arends, Medisch directeur Ksyos Hogere waardering gezondheid Welke behandeling de patiënt dan na diagnose krijgt, is afhankelijk van de ernst van de klachten. Vaak is een CPAP-apparaat een goede optie. Soms kan ook een snurkbeugel volstaan. Positietraining is een oplossing voor mensen bij wie de slaapapneu alleen optreedt als ze op de rug slapen. “Leefstijlinterventieprogramma’s vormen een vast onderdeel van ons behandelplan”, zegt Mulder. En de behandeling loont. “Mensen met een passende behandeling van slaapapneu waarderen hun gezondheid veel hoger dan daarvoor.” Ksyos is het digitale ziekenhuis voor Nederland. We bieden persoonlijke zorg, afgestemd op de behoefte van de patiënt. Dichtbij of gewoon thuis en zonder wachttijd. De zorggebieden waarin Ksyos actief is: cardiologie, slaap, obesitas, GGZ, dermatologie, oogheelkunde, audiologie, radiologie en allergologie.

Wil je meer weten over het slaaponderzoek van Ksyos? Neem een kijkje op onze website: ksyos.nl/slaap


advertentie

Op zoek naar korte wachttijden voor electieve zorg? Diak Clinic is centraal gelegen in Midden-Nederland en goed bereikbaar vanuit het hele land. Het is onderdeel van het Diakonessenhuis en gevestigd in onze locatie in Zeist. Door focus op electieve zorg, leveren wij op een efficiënte manier kwalitatief hoogwaardige zorg. Patiënten kunnen snel, vaak binnen een week, terecht op onze poliklinieken. Na de afspraak op de polikliniek plannen we de behandeling op korte termijn in, altijd in overleg met uw patiënt. Deze zorg bieden wij aan alle patiënten die deze zorg nodig hebben, ook voor patiënten ouder dan 70 jaar of patiënten met co-morbiditeit.

De voordelen van Diak Clinic:

Voorbeelden van onze electieve zorg met wachttijden:

• Voor alle patiënten

Ontstoken keel- of neusamandelen: 1 dag Oorontsteking / buisjes: 1 dag Galstenen: 3 dagen Hand- en polsklachten: 1 dag Versleten knie of heup: 3 dagen

• Korte wachttijd • Goede bereikbaarheid vanuit het hele land (ASA 1-4) en alle leeftijden • Door ervaren medisch specialisten van het Diakonessenhuis • Hoge klanttevredenheid

Gescheurde kruisband of meniscus: 5 dagen

Bekijk onze zorg en actuele wachttijden op diakclinic.nl/onze-wachttijden

DC advertentie de Dokter November 2025 220x250mm 03.indd 1

Retouradres LHV Landelijke Huisartsen Vereniging T.a.v. Afdeling Ledenadministratie Postbus 20056 3502 LB Utrecht

04-11-2025 12:20


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
LHV-ledenblad De Dokter | December 2025 by Landelijke Huisartsen Vereniging - Issuu