deDokter
LEDENBLAD VAN DE LANDELIJKE HUISARTSEN VERENIGING

VOLGENDE STAP IN MTVP NODIG
‘Extra tijd blijft
![]()
LEDENBLAD VAN DE LANDELIJKE HUISARTSEN VERENIGING

‘Extra tijd blijft
Zelfstandigenwet
LHV blijft pleiten voor flexibele schil
Overbodige regels
Zo pak je ze aan, met het hele team
Vijf vragen Zorgbemiddeling, wat verandert er?
Het is een herkenbaar beeld op veel huisartsenposten: volle wachtkamers, telefoons die blijven rinkelen en triagisten die continu schakelen tussen spoed en minder urgente vragen. Tegelijkertijd is een aanzienlijk deel van de zorgvragen niet acuut. Toch komen ze vaak wel via dezelfde route binnen.
De uitdaging is niet alleen méér capaciteit regelen, maar vooral de zorgvraag slimmer organiseren. Steeds meer regio’s kijken daarom naar hybride ANW-zorg, waarin je een deel van de zorgvragen digitaal opvangt en helpt om sneller de juiste route te bepalen.
Een andere route voor niet-acute zorgvragen
Digitale triage en zorg op afstand kunnen een belangrijke rol spelen in het anders organiseren van zorgvragen. Patiënten kunnen hun klacht via een app of website invoeren, waarna direct de urgentie bepaald kan worden en de best passende vervolgstap. Soms is dat een zelfzorgadvies of een kort online consult. In andere gevallen volgt alsnog een afspraak of visite, die direct ingepland kan worden.
Steeds vaker gebeurt dit via een medisch servicecentrum: een digitale entree waar zorgvragen binnenkomen, worden beoordeeld en waar mogelijk direct worden afgehandeld. Zo krijgen patiënten sneller duidelijkheid, komen de meest urgente zorgvragen direct bovenaan in de wachtrij en ontstaat er meer overzicht in de zorgstroom. Door laag-urgente vragen digitaal af te handelen, blijft fysieke capaciteit beschikbaar voor patiënten die echt acute zorg nodig hebben.
Een verlengstuk van de post
Een medisch servicecentrum staat niet los van de huisartsenpost, maar functioneert juist als een verlengstuk van het bestaande triageproces. BIG-geregistreerde zorgverleners ondersteunen via live chat, beeldbellen of telefonisch contact, waarbij zij werken in hetzelfde HAPIS, volgens dezelfde protocollen en professionele standaarden als op de post zelf.
Dat biedt extra en flexibele capaciteit, bijvoorbeeld tijdens piekmomenten in de avond of in het weekend. Tegelijkertijd blijft het vertrouwde zorgproces intact, doordat digitale oplossingen aansluiten op bestaande systemen en werkafspraken.
Wat levert het in de praktijk op?
In Friesland wordt deze aanpak al meerdere jaren toegepast. Daar kozen de huisartsenspoedposten samen voor een hybride model via een medisch servicecentrum. 20% van de patiënten stelt daar nu al via een webapp hun zorgvraag, waarna een groot deel van de consulten volledig digitaal wordt afgehandeld.
De wachttijd daalde met maar liefst 70%, het aantal zelfverwijzers daalde ook significant. Zo ontstond meer ruimte voor acute en complexere zorgvragen. Volgens de bestuurder zorgt dit voor betere bereikbaarheid en meer rust op de werkvloer.

Samen bouwen aan toekomstbestendige
ANW-zorg
Elke regio en huisartsenpost heeft zijn eigen populatie en uitdagingen. Een medisch servicecentrum als digitale entree kan helpen om de zorgvraag beter te organiseren en zo behapbaar te houden. Zodat er meer ruimte ontstaat voor waar het uiteindelijk om draait: goede ANW-zorg voor de patiënt die die zorg echt nodig heeft.
Meer weten over de mogelijkheden van het Medisch Servicecentrum? Kijk voor meer informatie op: medicinfo.nl/huisartsenposten
Mooi om in deze editie ook drie bestuurscollega’s aan het woord te zien. Lammert Hoeve vertelt over de ontwikkelingen van Meer tijd voor de patiënt en de volgende stap die we daarin kunnen en moeten zetten. Mariëtte Willems neemt ons mee in alle inspanningen rondom het verminderen van administratieve lasten, van het afschaffen van overbodige formulieren tot het voorkomen van nieuwe regels. Zo konden we met een stevige lobby een belangrijk deel van de administratieve belasting van de openbare jaarverantwoording voorkomen. Hilly ter Veer zet nog eens goed op een rij wat ons standpunt is voor de nieuwe Zelfstandigenwet die in de maak is en hoe we daarover in gesprek zijn met verschillende stakeholders. De LHV zit hier vanaf het begin al bovenop, juist omdat je vooral in het begin van een beleidstraject invloed kunt uitoefenen.
Sinds april zijn we als landelijk bestuur weer compleet met de komst van Antonie van Schothorst. Hij is een gedreven huisarts op Urk, met relevante bestuurlijke ervaring en die net als de collegabestuurders de dagelijkse praktijk goed op het netvlies heeft. Die dagelijkse huisartsenpraktijk brengen we als LHV ook steevast naar Den Haag. Zo bezochten we op 1 april
De Dokter is het ledenblad van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en verschijnt 6 keer per jaar. De LHV is de beroepsorganisatie voor alle huisartsen in Nederland.
Oplage
12.500 exemplaren
Zeventiende jaargang, nr 2 april/mei 2026
Bladmanagement & eindredactie
Nathalie Pol
Redactieraad
de Tweede Kamer, samen met een LHV-ambassadeur, de public affairs adviseurs en vijftien huisartsen in opleiding. We spraken uitgebreid met verschillende zorgwoordvoerders en woonden het commissiedebat Eerstelijnszorg bij. In dat debat waren minister Hermans en minister Sterk van VWS beiden aanwezig. Zij reageerden op de vele vragen en voorstellen van de leden van de Vaste Kamercommissie van VWS. Vooraf hebben we met andere huisartsenpartijen aandacht gevraagd voor een aantal punten. Deze werden goed door verschillende Kamerleden ingebracht in het debat. Er was aandacht voor het tekort aan doktersassistenten en het gebrek aan stageplaatsen. Minister Sterk noemde het tekort zorgelijk en wil samen met de AZWA-partijen kijken naar innovatieve oplossingen. Ook werd er uitgebreid gesproken over de noodzaak om drempels voor startende praktijkhouders te verlagen en het belang van toekomstgerichte tarieven voor de huisartsenzorg.
We voelden ons ook heel gehoord toen verschillende partijen opriepen tot behoud van de flexibele schil in de huisartsenzorg en deze te borgen in de nieuwe Zelfstandigenwet. Minister Sterk gaf aan dat de nieuwe zelfstandigenwet formeel bij Sociale Zaken ligt, maar dat zij al geruime tijd gesprek-
Heleen van Bloemendaal, Wendy van den Brink, Yvette Haasbroek, Jelly Hogendorp, Iris Jansen, Annemarie Kerstens, Petra Meerkerk, Margriet Niehof, Lennart Rijkers, Cora ten Tusscher
Tekst & Beeld
Rob ter Bekke, Berber Bijma, Erik van der Burgt, Jeroen Jazet, Corien Lambregtse, Ella Kragt, Harald Lakerveld, Mirjam van der Linden, Roy Soetekou, Jeannet Verbeek, Ronald Zijlstra

‘De dagelijkse huisartsenpraktijk brengen we als LHV steevast naar Den Haag’
ken voert met de LHV en InEen over hoe de continuïteit van huisartsenzorg kan worden geborgd. Zo zegde zij de Kamer toe bij haar collega-minister Aartsen (zzp) hiervoor aandacht te vragen. Hoe mooi was het om hier met vijftien aankomend huisartsen het gesprek te voeren en hierbij aanwezig te zijn. Het specifieke welkom van minister Hermans aan deze jonge huisartsen en haar merkbare betrokkenheid bij de huisartsenzorg spreekt boekdelen.¶
Marjolein Tasche
Voorzitter LHV
Art direction en vormgeving Curve Mags and More, Haarlem www.curve.nl
Advertentieverkoop SGNM, Oscar van den Bosch Telefoon 06 11 59 15 22
Mail: oscar@sgnm.nl
Drukwerk Senefelder Misset, Doetinchem
Lidmaatschap LHV Als LHV-lid ontvang je automatisch De Dokter. Het LHVlidmaatschap kun je schriftelijk of per e-mail beëindigen, uiterlijk één maand voor het einde van het kalenderjaar. Op www.lhv.nl vind je hierover meer informatie.
Adreswijziging Graag doorgeven via ledenadministratie@lhv.nl
Contact redactie Postbus 20056, 3502 LB Utrecht Mail: dedokter@lhv.nl www.lhv.nl/dedokter
Overname van teksten is toegestaan onder bronvermelding en met toestemming van de redactie.
april/mei 2026

Belangenbehartiger bij de LHV
Huisarts Petra Meerkerk neemt ons mee in haar werk bij de LHV: van het verschil maken in ggz-problematiek tot ledenvragen over wel of niet voorschrijven van obesitasmedicatie.
20
Urgentie voor overbodige regels
Na een weekje turven ontdekte huisarts Robbert Keppel dat het hele team samen zo’n veertig uur per week bezig was met onnodige administratie. Daarmee gingen ze aan de slag: ‘Iedereen moet er alert op zijn.’

Mijn opleidingsjaren vliegen voorbij, vanwege een paar jaar ervaring als basisarts ging ik in één weekend van het eerste naar mijn derde jaar. Deed ik in mijn eerste opleidingspraktijk nog consulten van tien minuten, in de huidige praktijk is dat een kwartier. Het verschil van meer tijd voor de patiënt is heel erg merkbaar. Een patiënt komt met pijn in zijn teen, maar eigenlijk speelt er












‘Extra tijd blijft noodzakelijk voor goede zorg’




06
13
18
BINNENKIJKEN
Het was even wennen, alle ruimte die de verdubbeling van het vloeroppervlak meebrengt. ‘We drinken ’s ochtends samen koffie zodat je weet wie er die dag is.’
VIJF VRAGEN
Zorgbemiddeling, wat verandert er?
DE TAS
Zijn patiënten zien Bart Jongmans regelmatig voorbijvliegen op zijn speed pedelec. Die hoge snelheid vroeg om een andere dokterstas.
32 NIEUWS
36
iets anders. Je hebt tijd nodig om daar doorheen te prikken. In mijn opleidingspraktijk vallen hagro en praktijk samen: tien huisartsen op vier locaties, samen één telefooncentrale en er is uitwisseling voor spoed en visites. Zo hoeven ze weinig beroep te doen op waarnemers. Binnen de differentiatie Beleid en beheer ben ik bezig met het opzetten van een nulpraktijk. Onze
WISSELCOLUMN
Huisarts Sasja Verhoeff ontdekt een recept tegen tijdrovers.

Kracht van verschillen
Een vooruitblik naar twee dagen vol ontmoeting en inspiratie, op de Huisartsendagen in Den Bosch.
visie: bewust klein blijven zodat we onze patiënten goed kennen. Maar ook korte lijnen met apotheek en buurtzorg, doordat we samen lunchen in een gedeeld pand. We hopen over twee á drie jaar te starten. Eerst zal ik nog de nodige diensten moeten doen voor het opbouwen van bedrijfsvermogen. Met belangstelling las ik dan ook het artikel waarin Hilly ter Veer vertelt over de


Zelfstandigenwet
De Zelfstandigenwet lijkt meer ruimte te geven aan de echte zelfstandige. Maar hoe precies is nog niet duidelijk. Hilly ter Veer vertelt waarom de LHV zijn best doet om daar invloed op te hebben.

Praktijkstart
Huisarts Jade Vermeer vindt het huisartsenvak op het platteland leuker. Sinds drie jaar is ze praktijkhouder van een apotheekhoudende praktijk in Kuinre.
zelfstandigenwetgeving en de acties van de LHV.
In het verhaal van Petra Meerkerk, naast huisarts ook beleidsadviseur bij de LHV, herken ik dat het harstikke leuk is om er dingen naast te doen. Mooi hoe ze de omgekeerde wereld van damage control omschrijft: ergens aan tafel gaan zitten om te voorkomen dat er een extra taak voor de huisarts bij komt. ¶
‘Meer échte spoed en minder gevoel voor drama’
‘Je wilt niet ergens aankomen om te ontdekken dat je tas nog halverwege ligt’
‘Waar staat dat dit moet?’
Ontregelexpert Boukje Keijzer (pagina 20)

TEKST: BERBER BIJMA / FOTOGRAFIE: MIRJAM VAN DER LINDEN


De kleuren in de praktijk zijn gebaseerd op de foto’s van de omgeving
Een grotendeels glazen voorgevel en een dak vol zonnepanelen: de duurzaamheid is af te lezen aan de buitenkant van Gezondheidscentrum De Tjasker in Giethoorn. De gelijknamige apotheekhoudende huisartsenpraktijk vult het grootste deel van de ruimte binnenin. Meer dan twee keer zoveel vloeroppervlak als op de vorige locatie en lagere energielasten, vertelt Birgit Brinkman, die samen met Hanneke Kamphuis praktijkhouder is.
Brinkman kwam in 2019 bij de praktijk werken, nadat ze er in 2010 al een coschap had gelopen. Even later werd duidelijk dat niet één, maar beide praktijkhouders wilden stoppen. ‘Ik kende Hanneke uit een van mijn opleidingspraktijken. We hebben samen een coachingstraject gevolgd en in 2021 de praktijk overgenomen.’
Over nieuwe huisvesting dachten ze toen al na. De praktijk zat in een gebouw op het perceel van een van de stoppende huisartsen, waar ze goed en wel na de overname drie losse units bij plaatsten. ‘De gemeente heeft heel goed meegedacht en meegewerkt. We zijn verhuisd naar de plek waar een leeggekomen schoolgebouw stond.’ De plannen wis-
selden: eerst nieuwbouw, toen verbouw, toen toch weer nieuwbouw. De gemeente bood aan het pand te bouwen en te verhuren aan de praktijkhouders. Uiteindelijk bleek het toch mogelijk dat ze het pand zelf kochten, tegen een lening met gunstige rente via de gemeente. Dat was voor alle betrokkenen de beste oplossing. In de tussentijd had de gemeente al veel voorwerk verricht, onder meer door een architect in te schakelen. ‘Samen met die architect hebben we de LHV-normen toegepast op de indeling’, vertelt Brinkman. Voor de inrichting legden ze een link met de landelijke omgeving: veel natuurlijke kleuren, waaronder terracotta voor een warme sfeer. Nu ze een paar maanden in het nieuwe pand zitten, horen ze dat patiënten de warmte en de rust waarderen. ‘Als team moesten we wel even wennen aan zoveel ruimte. We drinken ’s ochtends eerst even samen koffie in de backoffice, zodat je in ieder geval weet wie er die dag is.’ ¶
Bij huisartsenpraktijk De Tjasker werken 3 huisartsen, 3 doktersassistenten, 3 apotheekassistenten, 2 POH’s, 1 POH-GGZ en (via de gemeente) 1 POH-jeugd.






Nieuwsgierig naar de samenwerking met de gemeente? Je leest het uitgebreide verhaal op lhv.nl bij het themadossier Huisvesting, onder het kopje ‘Ervaringen’.
Ben jij ook op zoek naar nieuwe huisvesting? Het stappenplan nieuwe praktijkruimte helpt je vanaf het begin door de verschillende fases heen. De LHVbouwadviseur kan je advies geven over bijvoorbeeld het ontwerp of je begroting. Daarnaast bieden we tools waarmee je de gemeente tot actie kunt aanzetten, zoals voorbeelden van brieven en inspraakteksten.
Kijk voor alle hulpmiddelen op lhv.nl bij het themadossier Huisvesting.
Meer tijd voor de patiënt leverde de afgelopen drie jaar meer tevredenheid op bij patiënten en meer werkplezier bij huisartsen.
De meer ‘harde’ resultaten op het gebied van zorggebruik bleven achter, zo blijkt uit onderzoek dat LHV, Ineen en Zorgverzekeraars Nederland hebben laten uitvoeren. Volgens LHV-bestuurder Lammert Hoeve is dat de volgende stap.
TEKST: CORIEN LAMBREGTSE

‘Meer tijd voor de patiënt was geen luxe, maar noodzaak. Zorgvragen van patiënten zijn steeds ingewikkelder geworden. We hebben als huisartsen meer tijd nodig om goed te kijken wat er aan de hand is en wat nodig is’, zegt LHV-bestuurder en huisarts Lammert Hoeve. ‘Daarom was MTVP in 2022 een keiharde voorwaarde voor de LHV om het Integraal Zorgakkoord te ondertekenen.’
Hij is er trots op dat het is gelukt. ‘We hebben het voor elkaar gekregen dat MTVP versneld is uitgerold en sinds 2025 in segment 1 van de bekostiging zit. De zorgverzekeraars zijn hierbij over hun schaduw heen gestapt. De opname in S1 zorgt voor duidelijk-
heid, transparantie en gelijke behandeling, maar vrijblijvend is het niet. In de onderhandelingen zijn over en weer verwachtingen uitgesproken en doelstellingen vastgelegd, het is aan ons om de verwachtingen waar te maken. Daarom hebben we samen met Ineen, VPH en Zorgverzekeraars Nederland vorig jaar onderzoek laten doen naar wat Meer tijd voor de patiënt oplevert.’
◼ ONDERZOEK NAAR EFFECT INTERVENTIES
Uit dat onderzoek komt een gemengd beeld naar voren. Aan de ene kant heeft MTVP een duidelijk positief effect op de tevredenheid van patiënten en het werkplezier van huisartsen.
Aan de andere kant blijven de resultaten op harde indicatoren achter: het aantal consulten, doorverwijzingen, diagnostische onderzoeken en het medicatiegebruik daalden nog niet. ‘Natuurlijk zijn daar verklaringen voor’, zegt Hoeve. ‘Je kunt het effect van MTVP nu eenmaal niet los van andere ontwikkelingen meten. In de praktijk speelt natuurlijk veel meer mee: de hoge werkdruk, de toenemende zorgvraag, wachtlijsten in de ggz, extra zorgvragen via e-consulten en meer zorg die vanuit de tweede naar de eerste lijn verschuift. De vier harde indicatoren kunnen elkaar ook in de weg zitten. Vermindering van het aantal verwijzingen zou immers kunnen leiden tot extra consulten, en
mogelijk ook tot meer diagnostiek of medicijnkosten. Zeker nu we ook vaker nieuwe en duurdere medicatie voorschrijven zoals bijvoorbeeld GLP-1. Tegelijkertijd moeten we ook kijken wat we beter kunnen doen om de gestelde doelen toch te behalen.’ Huisartsen die met MTVP aan de slag zijn gegaan, hebben hun praktijk daarop moeten aanpassen. Hoeve: ‘Hiervoor waren verschillende werkwijzen beschikbaar: zoals anders werken in de praktijk, meer samenwerken met het netwerk, eventueel extra personeel aannemen en het goede gesprek met patiënten voeren. Je hoeft niet alles tegelijk te doen, maar er moet een opbouw in zitten. De regionale huisartsenorganisaties hebben hierin een belangrijke rol. Zij ondersteunen praktijken met scholing, projectleiding en praktijkplannen en helpen om regionaal in te zetten op wat goed werkt.’
Uit het onderzoek komen een paar interventies naar voren die in veel praktijken worden toegepast, zoals flexibele consultduur, triagetraining en taakherschikking. Ook zijn er goede ervaringen met meekijkconsulten, meedenkadviezen en Welzijn op Recept. Veel praktijkteams zijn uitgebreid met een verpleegkundig specialist, physician assistant en hebben soms de functie van regiearts toegevoegd. Hoeve: ‘We slagen er alleen nog niet goed in om aan te tonen welke interventie welk effect heeft. Ook is er niet één voorbeeldregio of praktijk waarvan je kunt zeggen: zo moet het overal. Wat goed werkt, hangt sterk af van de huisartsenpraktijk, de mensen die er werken en de regionale context.’
◼ HARDE RESULTATEN
De komende jaren moet de volgende stap worden gezet om de effecten van MTVP te vergroten, meent Hoeve. ‘De eerste fase was: invoeren en goed regelen. Dat is gelukt. Nu moet het veel meer gaan over: wat werkt echt, waar zit het effect en hoe ga je daar gericht op sturen. Die harde indicatoren, daar

‘MTVP is een van de grote verbeteringen in ons vak’
In de ruim 25 jaar dat ze nu praktijkhoudend huisarts is, heeft LHV-ambassadeur Christine van der Pol enkele grote veranderingen meegemaakt die het vak echt beter maakten: de invoering van NHG-standaarden, de komst van huisartsenposten, Thuisarts.nl en de digitalisering. Meer Tijd voor de Patiënt hoort ook in dat rijtje thuis. Het heeft de huisartsenpraktijk in Gaanderen die ze samen met haar man runt, merkbaar veranderd.
‘Toen we ruim 25 jaar geleden in deze praktijk begonnen, wilde ik de patiënten echt leren kennen. Ik begon dus al meteen met langere consulten. Die 10-minutenconsulten zijn mij nooit goed gelukt. Nu staat er tenminste een vergoeding tegenover. Het is een soort rechtvaardiging: het ligt niet aan mij dat ik niet uitkom met 10
minuten, er is gewoon meer tijd nodig om je werk goed te kunnen doen. En ik gun startende praktijkhouders ook dat zij de tijd hebben om te investeren in de relatie met de patiënt. Wij plannen nu maximaal vier patiënten per uur. Dat werkt heel goed, al blijft er maatwerk nodig. Als iemand met een verzwikte enkel komt en er een röntgenfoto gemaakt moet worden, ben ik snel klaar. Maar het gebeurt ook vaak dat iemand voor iets kleins komt en dat er toch meer achter zit.
Meer Tijd voor de Patiënt zit niet alleen in langere consulten, maar ook in hoe je je praktijk organiseert, taken herschikt en als team samenwerkt. Wij hebben een praktijkassistente die de opleiding tot spreekuurondersteuner huisarts heeft gedaan en nu veel eenvoudige klachten overneemt. Onze praktijkondersteuners en assistentes hebben scholing gehad in gespreks-
Verkorte productinformatie Prevenar 20 (opgesteld: maart 2024). De volledige productinformatie (SPC) is op aanvraag verkrijgbaar. ▼Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Samenstelling: 1 dosis Prevenar 20 suspensie voor injectie (0,5 ml) bevat: pneumokokkenpolysacharide serotype 1, 3, 4, 5, 6A, 6B, 7F, 8, 9V, 10A, 11A, 12F, 14, 15B, 18C, 19A, 19F, 22F, 23F, 33F geconjugeerd aan het dragereiwit CRM₁₉₇ (± 51 µg) en geadsorbeerd aan aluminiumfosfaat (0,125 mg aluminium). Indicaties: Actieve immunisatie voor de preventie van invasieve ziekte, pneumonie en acute otitis media veroorzaakt door Streptococcus pneumoniae bij zuigelingen, kinderen en adolescenten in de leeftijd van 6 weken tot 18 jaar. Actieve immunisatie voor de preventie van invasieve ziekte en pneumonie veroorzaakt door Streptococcus pneumoniae bij personen van 18 jaar en ouder. Zie de SPC voor informatie over bescherming tegen specifieke pneumokokkenserotypen. Prevenar 20 dient te worden gebruikt in overeenstemming met officiële aanbevelingen. Farmacotherapeutische categorie: vaccins, pneumokokkenvaccins, ATC-code: J07AL02. Dosering: De primaire serie voor zuigelingen bestaat uit drie doses, elk van 0,5 ml, waarbij de eerste dosis gewoonlijk wordt gegeven op de leeftijd van 2 maanden, met een interval van ten minste 4 weken tussen de doses. De eerste dosis kan al worden gegeven op de leeftijd van 6 weken. De vierde (booster)dosis wordt aanbevolen tussen de leeftijd van 11 en 15 maanden. Prevenar 20 dient te worden toegediend als enkelvoudige dosis bij personen van 18 jaar en ouder. De noodzaak van revaccinatie met een volgende dosis Prevenar 20 is niet vastgesteld. Voor Prevenar 20 zijn er geen gegevens beschikbaar over opeenvolgende vaccinatie met andere pneumokokkenvaccins of een boosterdosis. Als het gebruik van een 23 valent pneumokokkenpolysacharidenvaccin (Pneumovax 23) zinvol wordt geacht, dient gebaseerd op de klinische ervaring met Prevenar 13 (een pneumokokkenconjugaatvaccin dat bestaat uit 13 polysacharidenconjugaten die ook in Prevenar 20 zitten), eerst Prevenar 20 gegeven te worden. Zie de SPC voor verdere informatie over dosering. Contra-indicaties: Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen of voor een van de hulpstoffen of voor het difterietoxoïd. Waarschuwingen en voorzorgen: Prevenar 20 mag niet intravasculair worden toegediend. Terugvinden herkomst: Om het terugvinden van de herkomst van biologicals te verbeteren moeten de naam en het batchnummer van het toegediende product goed geregistreerd worden. Overgevoeligheid: Zoals bij alle injecteerbare vaccins dienen passende medische behandeling en toezicht altijd direct beschikbaar te zijn in geval van een zeldzame anafylactische reactie na toediening van het vaccin. Gelijktijdige ziekte: De vaccinatie dient te worden uitgesteld bij personen die aan een acute, ernstige ziekte met koorts lijden. De aanwezigheid van een milde infectie, zoals een verkoudheid, is echter geen reden om vaccinatie uit te stellen. Trombocytopenie en stollingsstoornissen: Het vaccin moet met voorzichtigheid worden toegediend aan personen met trombocytopenie of een bloedingsstoornis, aangezien er na een intramusculaire toediening een bloeding kan optreden. Het risico op een bloeding bij patiënten met stollingsstoornissen moet vóór intramusculaire toediening van een vaccin zorgvuldig worden beoordeeld. Subcutane toediening dient te worden overwogen indien het potentiële voordeel duidelijk opweegt tegen de risico’s. Bescherming tegen pneumokokkenziekte: Prevenar 20 kan alleen bescherming bieden tegen serotypen van Streptococcus pneumoniae die in het vaccin zijn opgenomen en biedt geen bescherming tegen andere micro-organismen die invasieve ziekten, longontsteking of otitis media (OM) veroorzaken. Zoals voor elk vaccin geldt, kan het zijn dat Prevenar 20 niet alle personen die het vaccin krijgen beschermt tegen invasieve pneumokokkenziekte, pneumonie of OM. Raadpleeg de desbetreffende nationale organisatie voor de meest recente epidemiologische informatie. Immuungecompromitteerde personen: Over Prevenar 20 zijn geen veiligheids- en immunogeniciteitsgegevens beschikbaar voor personen in immuungecompromitteerde groepen. Vaccinatie dient op een individuele basis te worden overwogen. Op basis van de ervaring met pneumokokkenvaccins kunnen sommige personen met een gewijzigde immuuncompetentie een verminderde immuunrespons op Prevenar 20 hebben. Pediatrische patiënten: Er dient rekening te worden gehouden met het mogelijke risico op apneu en de noodzaak voor bewaking van de ademhaling gedurende 48 tot 72 uur wanneer de primaire immunisatieserie aan zeer premature zuigelingen (geboren bij 28 weken zwangerschap of vroeger) wordt toegediend, en met name bij degenen met een voorgeschiedenis van respiratoire immaturiteit. Aangezien het voordeel van vaccinatie bij deze groep zuigelingen groot is, dient de vaccinatie niet achterwege te worden gelaten of te worden of uitgesteld. Hulpstof: Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosis, dat wil zeggen dat het in wezen ‘natriumvrij’ is. Interacties: Verschillende injecteerbare vaccins dienen altijd op verschillende vaccinatieplaatsen te worden toegediend. Prevenar 20 mag niet in dezelfde injectiespuit gemengd worden met andere vaccins of geneesmiddelen. Pediatrische patiënten: Bij zuigelingen en kinderen van 6 weken tot 5 jaar kan Prevenar 20 gelijktijdig worden toegediend met een van de volgende vaccinantigenen, als monovalent of als combinatievaccin: difterie-, tetanus-, acellulaire pertussis-, hepatitis B-, Haemophilus influenzae type b-, geïnactiveerd poliomyelitis-, mazelen-, bof-, rodehond- en waterpokkenvaccins. In klinische onderzoeken mochten rotavirusvaccins gelijktijdig worden toegediend met Prevenar 20 en werden er geen veiligheidsproblemen waargenomen. Personen van 18 jaar en ouder: Prevenar 20 kan gelijktijdig worden toegediend met het seizoensgriepvaccin (QIV; oppervlakteantigeen, geïnactiveerd, met adjuvans). Bij personen met onderliggende aandoeningen die gepaard gaan met een hoog risico op het ontwikkelen van levensbedreigende pneumokokkenziekte, kan worden overwogen QIV en Prevenar 20 apart toe te dienen (bijv. met ongeveer 4 weken ertussen). Prevenar 20 kan gelijktijdig worden toegediend met het
COVID19-mRNA-vaccin (nucleoside-gemodificeerd). Er zijn geen gegevens over gelijktijdige toediening van Prevenar 20 met andere vaccins. Bijwerkingen: Zuigelingen/kinderen/adolescenten (6 weken tot 5 jaar): Zeer vaak (≥1/10): verminderde eetlust, prikkelbaarheid, suf voelen/veel slapen, rusteloos slapen/weinig slapen, koorts (pyrexie), erytheem op de vaccinatieplaats, induratie van/zwelling op de vaccinatieplaats, erytheem of induratie/zwelling op de vaccinatieplaats (>2,0-7,0 cm) (zeer vaak na peuterdosis en bij oudere kinderen [van 2 tot 5 jaar]), vaccinatieplaatspijn/gevoeligheid op de vaccinatieplaats. Vaak ≥1/100, <1/10): diarree, overgeven, huiduitslag, koorts hoger dan 38,90C, erytheem of induratie/zwelling op de vaccinatieplaats (>2,0-7,0 cm) (na zuigelingenserie), vaccinatieplaatspijn/gevoeligheid op de vaccinatieplaats die een bewegingsbeperking van het ledemaat veroorzaakt. Soms ≥1/1.000, <1/100): huilen, insulten (waaronder koortsstuipen), urticaria of urticaria-achtige huiduitslag, erytheem of induratie/zwelling op de vaccinatieplaats (>7,0cm). Zelden (≥1/10.000, <1/1.000): overgevoeligheidsreactie (waaronder gezichtsoedeem, dyspneu, bronchospasme), hypotone-hyporesponsieve episode, vaccinatieplaatsovergevoeligheid. Zuigelingen/kinderen/adolescenten (5 jaar tot 18 jaar): Zeer vaak (≥1/10): verminderde eetlust, prikkelbaarheid, suf voelen/veel slapen, rusteloos slapen/weinig slapen, hoofdpijn, spierpijn, vermoeidheid, erytheem op de vaccinatieplaats, induratie van/zwelling op de vaccinatieplaats, vaccinatieplaatspijn/gevoeligheid op de vaccinatieplaats. Vaak (≥1/100, <1/10): diarree, overgeven, huiduitslag, gewrichtspijn, vaccinatieplaatspijn/gevoeligheid op de vaccinatieplaats die een bewegingsbeperking van het ledemaat veroorzaakt. Soms ≥1/1.000, <1/100): urticaria of urticaria-achtige huiduitslag, koorts (pyrexie). Volwassenen: Zeer vaak (≥1/10): verminderde eetlust, hoofdpijn, spierpijn, gewrichtspijn, vermoeidheid, vaccinatieplaatspijn/gevoeligheid op de vaccinatieplaats, vaccinatieplaatspijn/gevoeligheid op de vaccinatieplaats die een bewegingsbeperking van het ledemaat veroorzaakt. Vaak (≥1/100, <1/10): koorts (pyrexie), erytheem op de vaccinatieplaats, induratie van/zwelling op de vaccinatieplaats.
Soms ≥1/1.000, <1/100): overgevoeligheidsreactie (waaronder gezichtsoedeem, dyspneu, bronchospasme), diarree, misselijkheid, overgeven, huiduitslag, angio-oedeem, pruritus op de vaccinatieplaats, lymfadenopathie, urticaria op de vaccinatieplaats, koude rillingen..
Afleverstatus: UR. Verpakking: Prevenar 20 suspensie voor injectie (0,5 ml) is verkrijgbaar in een voorgevulde spuit (type I-glas) met een afsluitdopje (synthetisch rubber van gemengd isopreen/bromobutyl) en een zuigerstop (chlorobutylrubber). De verpakking bevat 1 voorgevulde spuit met 1 aparte naald. Registratienummer: EU/1/21/1612/002. Vergoeding en prijzen: Zie de G-standaard. Voor medische informatie over dit product belt u met 0800-MEDINFO (6334636). Registratiehouder: Pfizer Europe MA EEIG, Boulevard de la Plaine 17, 1050 Brussel, België. Neem voor correspondentie en inlichtingen contact op met Pfizer bv, Postbus 37, 2900 AA Capelle a/d IJssel.

moeten we ons meer op richten.’ Dat vraagt volgens hem iets van alle betrokken partijen. ‘De LHV moet helder communiceren over de beoogde resultaten van MTVP. We moeten laten zien dat de extra middelen voor MTVP een verantwoordelijkheid met zich meebrengen. Van regionale huisartsenorganisaties vraagt het dat zij praktijken goed ondersteunen met scholing, projectleiding, intervisie, spiegelinformatie en vooral ook dat zij samen met huisartsen focus aanbrengen: wat werkt in onze regio, waar willen we op sturen, wat kunnen we van elkaar leren. En huisartsenpraktijken zelf moeten meer naar hun eigen cijfers kijken en die ook spiegelen met andere praktijken. Het gaat er niet alleen om hoe het voelt, maar ook wat er feitelijk gebeurt. Daar zit de volgende uitdaging.’
De LHV gaat voor een goede voortzetting van MTVP. ‘De extra tijd blijft noodzakelijk om goede zorg te kunnen verlenen, maar het is geen cadeautje. Dit is structureel extra geld, waar iets tegenover moet staan. We moeten laten zien dat MTVP niet alleen waardevol is voor huisarts en patiënt, maar ook voor de maatschappij: het draagt bij aan doelmatiger zorg.’ ¶

‘Er is gewoon meer tijd nodig om je werk goed te kunnen doen’
Meer weten over meer tijd voor de patiënt, over mogelijke interventies, doelstellingen, behaalde resultaten en de bekostiging? Kijk op de LHVthemapagina Meer tijd voor de patiënt.
voering op basis van positieve gezondheid en zetten dat nu ook in. De nieuwe werkwijze geeft meer lucht en werkplezier.
Ik denk echt dat MTVP ervoor zorgt dat we ons vak langer kunnen volhouden. Dat geldt niet alleen voor ons als huisartsen, maar voor het hele team. Een assistente die meer kan, een praktijkondersteuner die een ander gesprek leert voeren, dat maakt het werk voor hen interessanter. Ze kunnen echt iets voor patiënten betekenen. Dat helpt om personeel te behouden.’
Ruimte om verder te kijken
‘Meer tijd per consult zorgt ervoor dat je verder kunt kijken dan alleen de klacht waarmee iemand komt. Bij mensen tussen de veertig en zestig bespreken we bijvoorbeeld een check-up: zijn er risicofactoren, speelt er nog iets anders, is er iets waar je op terug wilt komen? Ik denk dat patiënten heel goed merken dat er meer tijd en aandacht is. Dat helpt ook om onnodige zorg te voorkomen. Er is meer tijd om uit te leggen waarom je bij hoofdpijn niet meteen aan een scan denkt. En dat bij klachten over een knie of onderrug een foto niets toevoegt aan wat we ermee doen.
Meer Tijd voor de Patiënt gaat ook over passende zorg: de juiste zorg op de juiste plek. Dus niet alles medicaliseren, maar goed kijken wat iemand nodig heeft. Soms bespreek ik iets met een buurtcoach of denk ik: dit moet ik in een multidisciplinair overleg inbrengen. Dat soort dingen lukt beter als je tijd en ruimte hebt om breder te kijken.’
Harde resultaten
‘Hoeveel minder verwijzingen MTVP heeft opgeleverd of hoeveel het medicatiegebruik
van patiënten in onze praktijk is verminderd?
Dat vind ik moeilijk te zeggen. Je kunt kijken of een cijfer naar beneden gaat, maar de werkelijkheid is ingewikkelder. Er speelt zoveel tegelijk. Mensen worden gemiddeld ouder, hebben vaker meerdere aandoeningen, meer overgewicht, lezen van alles op internet en komen met allerlei vragen. Ook krijgen we patiënten sneller terug vanuit de tweede lijn en de ggz. Het lijkt mij logisch dat het aantal doorverwijzingen, consulten, diagnostiek en medicatiegebruik niet meteen daalt. We mogen al blij zijn dat de aantallen niet stijgen.
Aan de andere kant: meer inzicht in de cijfers, ook in die van andere praktijken, en meer focus op de resultaten, het kan wel helpen om bewuster te kijken naar wat we doen. We werken ook met spiegelinformatie van radiologie, laboratorium en apotheek. Mijn ervaring is dat je daardoor gaat kijken en vergelijken: waarom doen wij het anders, hoe kan het slimmer? Ik zou best meer cijfers willen zien zodat wij daarvan kunnen leren. Zolang er maar rekening wordt gehouden met verschillen in patiëntenpopulatie. Harde resultaten zijn mooi, maar meer tijd voor de patiënt gaat voor mij over werkplezier, over de samenwerking met andere disciplines en de kwaliteit en toegankelijkheid van de huisartsenzorg. Ik ben er van overtuigd dat meer tijd voor de patiënt bijdraagt aan de juiste zorg op de juiste plek. Het lied van cabaretier-huisarts Ernst van der Pasch ‘De dokter die iedereen kent’ (2011) geeft weer hoe mooi en breed het huisartsenvak is. ‘Wij zijn de basis, het fundament, wij zijn de dokter die iedereen kent.’ Ik ben nog altijd blij dat ik voor dit vak gekozen heb.’



Onze opleidingen zijn ontwikkeld door praktijkhouders en praktijkmanagers uit de huisartsenpraktijk en sluiten aan op de dagelijkse praktijk van huisartsenzorg. Sinds 2016 volgden al ruim 1.500 (startende) praktijkmanagers onze opleiding.
Met onze opleidingen versterken praktijkmanagers hun kennis en vaardigheden, zodat zij zowel op operationeel als strategisch niveau bijdragen aan de kwaliteit, continuïteit en organisatie van uw huisartsenpraktijk.
Leslocaties:

Zwolle, Woerden, Eindhoven of als incompany-traject.
Opleidingsaanbod:
• Basisopleiding
7 dagen | Certificaat
• Vervolgopleiding
6 dagen | Diploma (HBO-niveau)
• Eénjarige opleiding
12 dagen | Diploma (HBO-niveau)



Gemiddeld beoordeeld met een 8,2!
Persoonlijk advies?
Plan direct een belafspraak: www.sitis.nl/bel

Erkend door alle grote zorgverzekeraars voor vergoeding van praktijkmanagement.
Gun uw praktijk de ondersteuning die het verdient!


Sitis
Hofstraat 167
5641 TD Eindhoven Nederland
088 201 3860
www.sitis.nl
info@sitis.nl
Klaar om te starten?
Inschrijven kan via QR of: www.sitis.nl/start


Zorgbemiddeling helpt patiënten
sneller
aan passende zorg. Zorgverzekeraars werken daar binnenkort proactief aan mee. Wat verandert er? 5
TEKST: BERBER BIJMA
1Waarom verandert de zorgbemiddeling?
Zorgverzekeraars kunnen patiënten helpen om na een verwijzing van de huisarts sneller passende zorg te krijgen, als de wachttijd lang is. Het kan zowel gaan om medischspecialistische zorg als om zorg binnen de ggz. In het Aanvullend Zorgen Welzijnsakkoord is afgesproken dat verzekeraars proactief aan de slag gaan met zorgbemiddeling. Nu moet een patiënt zelf contact opnemen met de zorgverzekeraar als de wachttijd te lang is. In de nieuwe werkwijze kan de patiënt de zorgverzekeraar meteen na de verwijzing toestemming geven om hem of haar te benaderen voor zorgbemiddeling. Dit geldt alleen als de wachttijd langer is dan de Treeknorm.
2Hoe werkt het straks in de praktijk?
Je blijft verwijzen via ZorgDomein of VECOZO Verwijzen. Als de patiënt een mail krijgt over de verwijzing, kan hij of zij in de online omgeving van de verwijsdienst toestemming geven om een beperkte set gegevens met de zorgverzekeraar te delen. Als de wachttijd bij de gekozen zorgverlener boven de Treeknorm ligt, kan de verzekeraar de patiënt actief benaderen om te helpen bij het vinden van een aanbieder met een kortere wachttijd. De inhoud van de verwijsbrief wordt niet gedeeld. Patiënten
houden de mogelijkheid om zelf contact op te nemen met de verzekeraar voor zorgbemiddeling.
3
Wanneer gaat de nieuwe werkwijze in?
De invoering van de proactieve zorgbemiddeling begint eind april of begin mei. ZorgDomein is de eerste verwijsdienst die in de online omgeving de optie van zorgbemiddeling gaat aanbieden. VECOZO Verwijzen volgt later. Zorgverzekeraars voeren de optie stapsgewijs in. In het begin zal nog niet iedere patiënt deze mogelijkheid meteen te zien krijgen.
4
Wat kan of moet ik als huisarts doen?
Er zijn twee eenmalige handelingen nodig: het aanpassen van de privacyverklaring op de praktijkwebsite en het sluiten van een verwerkersovereenkomst met jouw verwijsdienst. Als jouw patiënt naar een andere zorgverlener ‘verhuist’, hoef je geen nieuwe verwijzing te maken. De zorgverzekeraar zorgt voor de zogeheten heradressering. Verder kun je de komende tijd bij een verwijzing aan patiënten uitleggen dat ze de optie voor zorgbemiddeling tegenkomen. Die kunnen ze desgewenst aanvinken. Als je naar één specifieke zorgverlener of zorgaanbieder verwijst, is het beter dat de patiënt die optie niet aanklikt.
Hoe helpt de LHV mij?
De LHV heeft een verwerkersovereenkomst van Zorgdomein getoetst, die nu aan alle eisen voldoet. Het akkoord daarop is een kleine handeling. Ook heeft de LHV voor leden een standaardformulering waarmee je de privacyovereenkomst op je website kunt aanpassen. De LHV houdt de komende maanden nauwgezet bij hoe de nieuwe werkwijze van zorgbemiddeling in de praktijk uitpakt. Dat gebeurt in samenwerking met de andere zorgpartijen die bij de nieuwe werkwijze betrokken zijn.¶
Vraag het onze jurist!
Heb jij een vraag over zorgbemiddeling? Onze juristen beantwoorden jouw vraag op maat. Jouw situatie en jouw praktijk zijn immers uniek. Daarom adviseren we je om ons te bellen. Als LHV-lid kun je bij de afdeling Juridische Zaken terecht voor deskundig, kosteloos en praktisch advies.

Petra Meerkerk is huisarts en belangenbehartiger bij de LHV. De combinatie van individuele patiëntenzorg en landelijk beleid vindt ze ideaal, net als de twee totaal verschillende werkritmes.
‘Op landelijke problemen heb je niet in een kwartier een antwoord, maar het is mooi om uit te zoomen en onderwerpen van een afstandje te bekijken.’
TEKST: BERBER BIJMA / BEELD: ROB TER BEKKE
Al tijdens de huisartsenopleiding wist Petra Meerkerk (34) dat ze naast de zorg ‘iets’ wilde doen met de organisatie van die zorg en met politiek en actualiteit. ‘Toen ik goed en wel werkte als huisarts, zag ik bij de LHV een vacature voor beleidsadviseur. Ik heb gebeld en gevraagd: werken er ook huisartsen bij jullie in deze functie? Zo kwam van het een het ander.’
Meerkerk werkt nu sinds 2,5 jaar bij de LHV als huisarts-belangenbehartiger. Dat doet ze 2,5 dag per week.
Daarnaast werkt ze sinds afgelopen zomer als huisarts in loondienst in Hardinxveld. ‘Ik werk één tot anderhalve dag op de praktijk en doe regelmatig een dienst.’ De combinatie van die twee banen bevalt haar uitstekend. ‘In de praktijk ben je veel met individuele patiënten bezig. Vaak gaat het om redelijk duidelijke, eenduidige problemen, al kunnen die voor het individu heel bepalend zijn. Ik vind het mooi om daarnaast te vertragen, uit te zoomen en met wat meer afstand naar een probleem te kij-

‘Als LHV blijven we ons hard maken voor verwijsrecht voor jeugdhulp’
ken. Daarvoor moet je wel een beetje houden van de lange adem, want op landelijk niveau worden weinig problemen in een kwartier opgelost. Die lange adem heb ik wel moeten leren. Maar overeenkomsten zijn er ook: je doet een probleemanalyse, bekijkt een probleem van meerdere kanten, weegt af en probeert een oplossing te zoeken. Ook de diversiteit en de afwisseling zijn vergelijkbaar: als huisartsbelangenbehartiger hebben wij veel verschillende onderwerpen in onze portefeuille.’
◼ ANALYSE IN TEAMVERBAND
De interactie met collega’s is bij de LHV heel anders dan in een huisartsenpraktijk. ‘In de praktijk ben je een behoorlijk deel van de dag één-op-één in gesprek met patiënten. Bij de LHV praat ik juist veel met collega’s die veel kennis, expertise en creativiteit hebben op allerlei onderwerpen. Als je in teamverband een probleem analyseert, kun je elkaar versterken. Heel leuk en leerzaam.’
Haar werk bij de LHV zou ze niet kunnen doen zonder de binding met de dagelijkse praktijk. ‘Als huisartsen weten we wat er speelt en kunnen we soms voorzien hoe een bepaald besluit in potentie gaat uitpakken: als we dit gaan doen, loopt het daar vast. Het werkt ook andersom: door mijn werk bij de LHV zit ik best dicht op de actualiteit en kan ik nieuwe ontwikkelingen meenemen naar de praktijk, waar we er met z’n allen iets aan hebben. Dat speelde een tijdje geleden rond de leveringsproblemen van medicatie. We waren in de huisartsenpraktijk veel machtigingsformulieren aan het invullen om een middel dat niet meer leverbaar was, om te zetten naar een ander middel. Vanuit de landelijke afspraken wist ik dat de apotheek dat zelf mag doen. Dat scheelde ons uiteindelijk een hoop formulieren. In zo’n situatie is het fijn om op de hoogte te zijn van de nieuwste afspraken.’
MAANDAG 10.30 UUR
Waar kunnen wij verschil maken in ggz-problematiek?
Een van de redenen dat ik bij de LHV ben gaan werken, is dat ik me wil inspannen voor verbetering van de toegang tot ggz en jeugdhulp. We zien hoe dat vastloopt en hoe de zorg het minst terechtkomt bij de patiënten met de meest complexe problematiek. Bij de LHV hebben we een team GGZ en Jeugd. In het teamoverleg ggz praten we elkaar bij en bepalen we samen onze koers. Met name sinds het IZA en het AZWA zijn er veel overlegstructuren bijgekomen. Voor je het weet word je daarin meegezogen en ben je vooral nog aan
MAANDAG 14.30 UUR
Huisarts moet verwijsrecht jeugdhulp houden
In overleg met de Vereniging
Nederlandse Gemeenten over het recht dat huisartsen hebben om jongeren naar jeugdhulp te verwijzen. Een eerder plan van het ministerie van VWS was om huisartsen voor jeugdhulp alleen nog te laten verwijzen naar het lokale team van de gemeente. Die zou dan kunnen bepalen of een jongere wel of niet door moet naar jeugdhulp. Als LHV hebben we ons hiertegen verzet. Huisartsen moeten het recht houden om bijvoorbeeld een jongere met een psychose of een ernstige depressie rechtstreeks naar een kinderpsychiater te verwijzen. Zo’n patiënt wil je niet in de wachtrij bij de gemeente plaatsen. Onze inzet heeft geleid tot samenwerkingsafspraken met de VNG. Helaas blijft het verwijsrecht onder druk staan. De discussie keert steeds terug, nu vanwege het concept wetsvoorstel Reikwijdte. We blijven ons daarom hard maken voor behoud van het verwijsrecht.

het vergaderen. We bespreken dus regelmatig: waar willen wij ons punt maken en waar zien wij ruimte om verandering voor elkaar te krijgen?
In veel regio’s zijn de mentale gezondheidsnetwerken aan het opstarten. Het is goed dat de verantwoordelijkheid voor patiënten met psychische klachten in de regio gezamenlijk wordt opgepakt, in plaats van naar elkaar te wijzen. We moeten nog kijken welke effecten de mentale gezondheidsnetwerken hebben op de beschikbaarheid van zorg; hopelijk dragen ze bij aan een oplossing.
MAANDAG 15.30 UUR
Lekker creatief meedenken over de invulling van de Huisartsendagen in juni! Ik zie uit naar de verhalen van Teun Toebes en Michelle van Tongerloo. Voor mij is dit het tweede jaar dat ik in de programmacommissie zit. Uit een lange brainstormlijst hebben we samen met mensen van het NHG en Lovah een mooi gevarieerd programma samengesteld rondom persoonsgerichte zorg. Naast de inspirerende verhalen, waaronder ook de keynote van Daniëlle Braun, zijn er hele praktische sessies, bijvoorbeeld over de vraag hoe je een praktijk zoekt die bij je past. Ook persoonsgericht, maar dan gericht op de persoon van de huisarts in plaats van de patiënt.
WOENSDAG 8.00 UUR
afwisselende dag op de praktijk
Ons vak blijft een heel mooi vak. Zo’n afwisselende praktijkdag tussendoor, waarbij je ’s ochtends nog niet weet hoe je dag eruit gaat zien, is mooi. Mijn LHV-dagen zijn een stuk meer gepland. Regelmatig doe ik vanuit de praktijk ook een dienst op de huisartsenpost. Daar werkte ik ook al voordat ik in dienst kwam bij mijn huidige praktijk. Sinds een jaar of twee kunnen zelfstandig werkende huisartsen vanaf het begin mee roosteren. Dat leidt in onze regio tot veel tevredenheid en een betere verdeling tussen praktijkhouders en niet-praktijkhouders.


ONTWERP • ARCHITECTUUR
INTERIEUR • DIRECTIEVOERING BOUWMANAGEMENT • HAALBAARHEID
WWW.VANDERSCHOOTARCHITECTEN.NL
Juridisch advies met hart voor de huisarts
Maatschapsovereenkomst | Praktijkoverdracht | Huur Wet DBA | Vastgoed - BV
Samenwerking | Zorgverzekeraars | Overeenkomsten

Verlang je naar een spannende baan en tegelijkertijd de mogelijkheid tot een rijk buitenleven? Solliciteer dan bij ons!
N S Z O
www.eerstelijnszorgjurist.nl
Zorgcentrum Närhälsan Bäckefors behoort tot Närhälsan, de openbare gezondheidszorgcentra in de grootste regio van Zweden, de provincie Västra Götaland. Wij zijn gevestigd midden in Dalsland in het noordwestelijke deel van de regio op de grens met Noorwegen. De omgeving heeft een zeer mooie natuur met bossen en meren waar je kunt genieten van alles wat de natuur te bieden heeft en het vinden van een mooie woonruimte eenvoudig is.

Wij zijn op zoek naar huisartsen met een aantal jaren ervaring die graag wat nieuws willen proberen. Je werk is op het platteland waar een lange relatie met patiënten, gedurende hun hele leven, de basis is en waar het ziekenhuis verder weg is waardoor je een grotere verantwoordelijkheid hebt voor de gezondheid van de patiënten.
Wat we bieden: een grote invloed op je werksituatie en ervaren collega’s. Je krijgt een opleiding in de Zweedse taal en een introductie op een plaats waar iemand jouw taal spreekt. Mocht je nieuwsgierig zijn en meer informatie willen:
Karin Utbo leidinggevende (spreekt Engels)
Mail: karin.utbo@vgregion.se Telefoon: +46703270701
Renske Spek psycholoog (spreekt Nederlands)
Mail: renske.spek@vgregion.se
DONDERDAG 9.30 UUR
Preventie is een heel actueel onderwerp. Oorspronkelijk gingen gesprekken over preventie in relatie tot de huisartsenzorg vooral over de bevolkingsonderzoeken en vaccinaties. Er komt steeds meer aandacht voor andere aspecten van preventie en leefstijl in de zorg. Als LHV erkennen we het belang van preventie, maar we zien dat een heel groot deel van preventie buiten de zorg moet plaatsvinden. Dan gaat het over een gezonde leefstijl en een gezonde omgeving, maar ook over bestaanszekerheid. Ik zit bij de KNMG aan tafel omdat dit een onderwerp
is dat álle artsen aangaat. We spreken bijvoorbeeld over de vraag: welke vormen van preventie horen op de maatschappelijk en politieke agenda en hoe krijgen we daar aandacht voor? Bestaanszekerheid is zo’n onderwerp, net als voorkomen dat jongeren beginnen met roken, gelijke toegang tot zorg om gezondheidsverschillen tegen te gaan. Als huisartsen doen we aan ziektegerichte en individuele preventie, maar het preventievraagstuk in z’n geheel heeft een grotere aanpak nodig. Anders blijven we dweilen met de kraan open.
Als LHV-huisartsen om tafel
We werken met vier heel verschillende huisartsen-belangenbehartigers bij de LHV. Verschillend qua levensfase en achtergrond. Toch zijn we het bijna altijd snel met elkaar eens. Als we om tafel zitten, gaat het vaak over de vraag: moeten we hier als LHV iets mee en waar raakt dit de huisartsenzorg? We krijgen veel uitnodigingen voor allerlei zaken. De onderwerpen kunnen variëren van samenwerkingsafspraken over de toegang tot medisch-specialistische zorg tot een verzoek om steun voor een initiatief dat het dragen van een fietshelm wil bevorderen.
MAANDAG 10.00 UUR
Goed
Het zelfstandigenbeleid is een hot item. Daarover overleggen we regelmatig met een multidisciplinair team binnen de LHV, waarin onder meer juridische zaken, communicatie en public affairs betrokken zijn. Van alle zelfstandigen in Nederland vormen zzp-huisartsen maar een heel kleine groep, terwijl wetgeving op alle zzp’ers gericht is. In de huisartsenzorg zijn alle huisartsen nodig. We maken ons sterk voor het behoud van zzp-huisartsen in geval van ziek, piek, uniek en de ANW. We spreken dus regelmatig over de ruimte die er is om huidige en toekomstige wetgeving ook voor huisartsen passend te maken. Juist omdat het zo’n gevoelig onderwerp is waarover huisartsen van mening verschillen, stemmen we regelmatig af met onze klankbordgroep van ambassadeurs. Uitgangspunt is dat we samen staan voor de continuïteit van de huisartsenzorg en daarbij iedere huisarts nodig hebben.
Waar moeten we als LHV actief in meedoen? Waar leggen we onze prioriteiten? Veel onderwerpen zijn zonder meer sympathiek, maar we kunnen niet overal onze tijd in steken. Soms kies je ervoor om ergens aan tafel te gaan zitten om te voorkomen dat er een extra taak bij de huisarts komt. In zekere zin de omgekeerde wereld, want dan is niet onze eigen agenda leidend, maar die van een ander. Geregeld is het belangrijk om onterechte verwachtingen aan de huisartsenzorg in een vroeg stadium te voorkomen. Zie het als damage control.
MAANDAG 11.30 UUR
Wel of geen obesitasmedicatie voorschrijven?
Een collega-huisarts aan de telefoon; hij vraagt zich af of hij verplicht is obesitasmedicatie voor te schrijven, nu daar een NHG-standaard voor is. Die nieuwe standaard roept veel vragen op, merken we. We krijgen ook geregeld vragen van huisartsen die merken dat het lokale ziekenhuis deze zorg nu afhoudt. Het antwoord is: dat mág je als huisarts doen, maar je bent er niet toe verplicht. Als huisarts moet je basis huisartsgeneeskundige zorg verlenen. Aanvullend aanbod is de zorg die je mag verlenen als je daar feeling mee hebt en mits je basiszorg daar niet onder lijdt. Obesitasmedicatie valt onder dat aanvullende aanbod. Zo’n antwoord vanuit de LHV geeft huisartsen soms de onderbouwing en de legitimiteit om een verzoek als dit te weigeren.

Ben jij huisarts en heb je zin om je daarnaast op landelijk niveau bezig te houden met het beleid rond de huisartsenzorg en de belangen van huisartsen? Bij de LHV is plek voor een huisarts-belangenbehartiger! Het maakt niet uit of je waarnemend huisarts, huisarts in dienstverband of praktijkhouder bent. Meer weten? Kijk op lhv.nl bij de vacatures.
Een klassieke dokterstas, of toch een hippere variant? Wat zegt de tas eigenlijk over de dokter? En wat zit er in die tas? Huisarts Bart Jongmans zet zijn tas steeds vaker uit het zicht, maar wil ’m wel in de buurt hebben.
TEKST: BERBER BIJMA / FOTO: JEANNET VERBEEK

‘Zo’n rugzak geeft meteen een vakantiegevoel’
Wie? Bart Jongmans (51)
Huisarts sinds 2005
Hoe en waar? Duo-praktijkhouder met echtgenote in een HOED in Duiven
‘Toen ik een speed pedelec aanschafte, kon ik mijn dokterstas daar niet goed aanhangen. Je gaat met hoge snelheid – maximaal 45 kilometer per uur – en wilt niet ergens aankomen om te ontdekken dat je tas nog halverwege ligt. In die tijd, een jaar of vijf geleden, kon ik nog niet een goede medische rugtas vinden. Op mijn zoektocht kwam ik terecht bij een cameratas. Het idee is hetzelfde: je hebt verstelbare vakken waar je al je spullen in kunt doen. Ideaal.’
‘Ik ben blij met zo’n sportieve tas. Ik heb geen behoefte aan een tas die duidelijk maakt dat ik dokter ben, zoals ik soms van anderen in deze rubriek lees. Waarom niet? Geen idee, wellicht voer voor psychologen. Met mijn knalgele jack val ik overigens natuurlijk al genoeg op. Zo’n rugzak geeft me ook meteen een soort vakantiegevoel. Lekker erop uit tijdens je werkdag. Van patiënten krijg ik bijna altijd dezelfde reactie: “Ik zag u voorbijvliegen dokter, maar u zwaaide niet”. Inderdaad: vanwege mijn best hoge snelheid kijk ik vooral op de weg en hou ik m’n handen aan het stuur.’
‘Ik merk dat ik mijn tas steeds vaker uit het zicht zet als ik bij een patiënt kom. Tas weg, eerst maar eens luisteren. Tegelijk ben ik wel erg aan mijn tas gehecht. Ik gebruik ‘m in mijn spreekkamer, maar ook altijd als ik voor de huisartsenpost werk. De chauffeur mag gerust de dienstkoffer in de auto zetten, maar mijn rugzak gaat ook altijd mee. Zoals een timmerman liefst zijn eigen hamer gebruikt, denk ik.’ ¶

Een blik in jouw tas?
Wil je vertellen over jouw dokterstas?
Meld je aan voor deze rubriek via dedokter@lhv.nl met in de titel ‘dokterstas’.

De spullen die ik het meest gebruik, zitten onder het bovenste klepje: bloeddrukmeter, saturatiemeter, thermometer. Als je de tas op z’n buik legt, kun je de achterkant openritsen en heb je een soort koffer waarin alle andere spullen overzichtelijk voor het grijpen liggen. In de achterkant – het stuk dat je tegen je rug aan hebt – zitten papieren, medicijnen, ampullen. Het enige dat oververtegenwoordigd is in mijn tas, zijn pennen, vrees ik. Geef mij een pen en je bent je pen kwijt.

Mijn vorige tas was bijna een soort viskoffer: nogal groot en onhandig om mee te nemen. Hij staat nog steeds in een kast in de spreekkamer. Ik gooi niet zo makkelijk spullen weg die nog goed zijn, maar ik zou eigenlijk prima zonder kunnen. Nu ik zo’n mooie sportieve tas heb, ga ik deze natuurlijk niet meer gebruiken.

Een mooie herinnering aan mijn vader die ook huisarts is geweest. In zijn tijd had je nog artsenbezoekers en sommigen brachten spulletjes mee die je kon verzamelen. Mijn vader had een artsenbezoeker die iedere keer een kleine tinnen dokterstas meebracht. Zo heb ik nu nog steeds een verzameling van een stuk of acht in mijn spreekkamer staan.
Regels en administratieve verplichtingen zorgen voor werkdruk en irritatie bij huisartsen. Je ertegen verzetten lijkt misschien vechten tegen de bierkaai, maar loont wel degelijk, zegt huisarts Robbert Keppel uit ervaring. ‘Ontregelexpert’ Boukje Keijzer helpt huisartsenpraktijken al jaren om geen dingen te doen die niet nuttig zijn.
TEKST: BERBER BIJMA | ILLUSTRATIE: AAD GOUDAPPEL
Robbert Keppel ‘rolde zeven jaar geleden in het ontregelen’, zoals hij het zelf omschrijft. Hij is huisarts in Maarn, in een praktijk met drie collegahuisartsen. ‘We besloten dit onderwerp urgentie te geven. Overbodige regels hebben van zichzelf nooit écht urgentie. In de drukte van de dag doe je toch maar even wat er van je wordt verwacht, ook al vind je het niet nuttig of weet je zeker dat het overbodig is.’ Na een weekje turven in de hele praktijk ontdekte het team dat alle medewerkers samen zo’n veertig uur per week bezig waren met onnodige administratie. ‘Dat was echt een schok. Daar moesten we iets mee, vonden we.’
De praktijk deed destijds mee aan een pilot van het ministerie van VWS, met de ‘Ontregelbus’. Sociaal psycholoog, auteur, spreker en ‘ontregeldeskundige’ Boukje Keijzer reed daarmee het land rond om huisartsenpraktijken en andere zorgorganisaties te helpen bij het afschaffen van overbodige regels – en daarmee onnodige administratie. Zeven jaar later komt Keijzer nog steeds veel bij huisartsen over de vloer. Haar confronterende observatie: ‘Veel regels waar mensen last van hebben, blijken uiteindelijk helemaal geen regels te zijn. Het zijn aannames of procedures die ooit zijn ontstaan en die niemand meer ter discussie stelt. Deels zijn dat ooit formele regels geweest die inmiddels zijn afgeschaft, maar vaak gaat het om briefjes of verklaringen die aan huisartsen worden gevraagd. Dat doen bijvoorbeeld gemeenten, scholen, zorgverzekeraars. De huisarts moet dan ergens een oordeel over geven of informatie uit het dossier halen, terwijl je je kunt afvragen: waarom zou de huisarts hiertussen moeten zitten?’ Keijzer ziet twee antwoorden op die vraag. Nederlanders hechten in haar ogen bovenmatig aan ‘bewijs van een officiële deskundige’, ook als dat tegen het boerenverstand ingaat. ‘Als iemand bij de gemeente een Wmo-voorziening vraagt, zoals een traplift, waarom zou diegene dan faken dat zoiets nodig is? Toch willen veel gemeenten graag een verklaring van de huisarts.’ Het tweede antwoord is een opsteker voor huisartsen, maar helaas wel een opsteker die tijd kost: ‘De huisarts heeft nog steeds veel autoriteit.
Als die zegt hoe het zit, dan zien we dat als betrouwbare informatie. Ook daarom hechten we aan soms onnodige tussenstappen via de huisarts.’
◼ STANDAARDMAIL: DIT IS DE REGEL Robbert Keppel herkent het mechanisme dat andere partijen graag de huisarts inschakelen. Soms ook simpelweg uit onwetendheid. ‘Als een patiënt verhuist naar een andere regio en daarom van specialist moet wisselen, denken sommige specialisten dat de huisarts dat moet regelen. Hetzelfde geldt voor een second opinion: specialisten kunnen dat gewoon zelf regelen. Dat is vaak helemaal geen onwil, maar eerder onwetendheid.’
In de praktijk van Keppel worden overbodige regels al jarenlang grondig aangepakt. ‘Belangrijk is om dat met het hele team te doen. Met één assistente of één huisarts lukt zoiets niet; iedereen moet erop alert zijn. We bellen meestal niet achter overbodige verzoeken aan, maar sturen een mail. Als je belt naar een gemeente, verzekeraar of specialist sta je in de wacht, je raakt geïrriteerd of je belt iemand op een ongelegen moment. Wij hebben voor misverstanden die vaker voorkomen standaardmails gemaakt voor zowel ketenpartners als patiënten, waarin we op een positieve toon uitleggen hoe iets is geregeld. Vaak voegen we een link toe naar landelijke afspraken. Op zo’n beveiligde mail krijgen we negen van de tien keer een positieve reactie: o natuurlijk, gaan we regelen. Met een mail die iemand kan lezen wanneer het uitkomt en die bovendien feitelijk en positief van toon is, haal je de emotie uit de discussie.’
‘ De verwachting is langzaam gaan voelen als een regel’
◼ ‘WAAR STAAT DAT DIT MOET?’
Als Keijzer bij een praktijk komt, vraagt ze altijd welke regels zorgen voor irritatie, omdat ze overbodig lijken. ‘De eerste vraag is altijd: waar staat dat dit moet?
Soms concludeer je dat je niet om een bepaalde regel of administratieve verplichting heen kunt. Dat is dan duidelijk. Maar heel vaak blijkt dat iets wat wij een regel noemen, onvindbaar of er blijkt iets anders te staan dan gedacht. Een mooi voorbeeld hiervan is de verwijzing tussen specialisten. Regelmatig wordt gedacht dat de huisarts dat moet regelen. Maar specialisten kunnen gewoon onderling verwijzen. Maar de gewoonte of verwachting is langzaam gaan voelen als een regel.’
Als voor een bepaalde (administratieve) handeling wel een regel bestaat, beschrijft die vaak dát iets moet gebeuren, maar niet hóe, ziet Keijzer. ‘Dat betekent dat je je dus altijd kunt afvragen: kan dit eenvoudiger? Dat geldt bijvoorbeeld voor formulieren die je naar de verzekeraar stuurt. Je zou met hen kunnen overleggen of bepaalde formulieren niet de helft korter kunnen, omdat voor de feitelijke toestemming of bewijslast de helft van de informatie ook wel volstaat.’

Huisartsen willen hun tijd besteden aan de zorg voor hun patiënten. Natuurlijk hoort administratie daarbij, maar die moet wel zinnig zijn en beperkt blijven, zegt huisarts en LHV-bestuurder Mariëtte Willems. ‘Administratietijd is tijd die je niet aan de patiënt kunt besteden. Als dat te veel wordt, gaat dat ten koste van het werkplezier.’ De LHV zet zich daarom op meerdere fronten in voor het ontregelen van de zorg.
De LHV bestrijdt overbodige administratieve lasten op drie punten: regels die al zijn afgeschaft maar nog worden nageleefd, geldende regels die geen nut hebben en nieuwe overbodige regels die er door nieuwe wet- en regelgeving dreigen te komen. ‘Alles wat niet bijdraagt aan betere zorg voor de patiënt, moeten we weghalen.’
Duidelijkheid over wat niet meer hoeft
De LHV en andere organisaties zetten zich al jarenlang in voor het schrappen van overbodige regels. Zo zijn er in de loop van de jaren al heel wat regels geschrapt. ‘We zien alleen dat dat niet overal landt in de dagelijkse praktijk’, vertelt Willems. ‘Toen we de LHV-ambassadeurs vroegen van welke administratieve lasten ze af wilden, noemden ze meerdere regels die al zijn afgeschaft.
Soms weten huisartsen trouwens wel dat iets formeel niet meer hoeft, maar houdt bijvoorbeeld een assistente van een polikliniek er toch aan vast en dreigt de patiënt de dupe te worden. Dan doe je het soms toch maar. We moeten er dus, met andere koepelorganisaties, voor zorgen dat bij iedereen beter duidelijk wordt wat wel en niet moet. Een specialist kan bijvoorbeeld zonder tussenkomst van de huisarts verwijzen naar een fysiotherapeut of voor diagnostiek. Als een patiënt volgens afspraak na een jaar terugkomt bij een specialist, is daar niet een nieuwe verwijsbrief voor nodig. We blijven eraan werken dat dit soort informatie beter bekend is bij alle betrokkenen. Voor wie zich afvraagt hoe het precies zit, is de website verwijsafspraken.nl erg handig. En huisartsen die onterechte verzoeken krijgen, kunnen een melding
van overbodige administratieve lasten doen bij het Huisartsen Interventie Team (zie kader, red).’
Bestaande regels afschaffen
Regels afschaffen die nog wel gelden maar niet nuttig zijn, is vaak een zaak van de lange adem. ‘Maar het kán wel’, zegt Willems. ‘Zo is het bijvoorbeeld gelukt diverse formulieren af te schaffen, zoals de dieetbevestiging die sommige patiënten voorheen standaard vroegen voor hun belastingaangifte. Ook voor het ministerie van Defensie en gemeenten hoeven we geen medische verklaringen in te vullen en is een zogeheten terminaliteitsverklaring in de meeste gevallen niet meer nodig.’ Op landelijk niveau werkt de LHV aan het afschaffen van meer overbodige formulieren.
Soms voelt het als vechten tegen de bierkaai: er ontstaan zomaar nieuwe regels. Willems: ‘Vooral na incidenten is de reflex vaak: een nieuwe regel of een nieuw verantwoordingsinstrument. Via de Eerstelijnscoalitie zijn we daar heel alert op, in de fase dat nieuwe regelgeving in de maak is. Een goed voorbeeld zijn Wtza-verplichtingen zoals de openbare jaarverantwoording en intern toezicht. Met een stevige lobby hebben we een belangrijk deel van deze administratieve belasting weten te voorkomen. Soms is dat het maximaal haalbare: nieuwe verplichtingen beperken.’ Willems denkt dat kunstmatige intelligentie de komende jaren ook gaat helpen om administratietijd binnen de perken te houden. ‘Denk aan consultsamenvattingen, maar zeker ook aan de slimme verwerking van binnenkomende post. Dat zijn administratieve lasten die we makkelijker accepteren omdat ze direct met de patiëntenzorg te maken hebben, maar ook die kunnen minder. Daarnaast blijven we op alle fronten inzetten op het ontregelen van de zorg, want regeldruk zet ons werkplezier onder druk, zéker als het niet bijdraagt aan de kwaliteit van zorg.’
Ze noemt het voorbeeld van formulieren die een huisarts moet invullen om incontinentiemateriaal voor een patiënt vergoed te krijgen. ‘Bij sommige verzekeraars moet je invullen waarom de patiënt dat materiaal nodig heeft. Ooit vertelde een huisarts me dat ze bij dat invulveld schreef “Om puppysnot af te vegen”. Ze heeft er nooit iets over terug gehoord. Dus het antwoord wordt niet gelezen of het is niet relevant voor de vergoeding. Het is leuk om dit soort grappige voorbeelden uit te wisselen bij zo’n taai onderwerp, maar tegelijk is het natuurlijk ook wel treurig en veelzeggend. Overigens zijn de regels binnen een huisartsenpraktijk soms ook onnodig ingewikkeld. Bij de administratie rondom het inleveren van een potje urine kun je je ook afvragen: kunnen we dit proces niet sterk versimpelen en alleen de écht relevante gegevens vastleggen? Ook daar valt een hoop tijd en energie te winnen.’
◼ REGIONALE AANPAK
De scope van regels en administratielast is dus nogal divers. Sommige regels bestaan alleen binnen de praktijk en kunnen mogelijk worden afgeschaft of versimpeld. Andere regels bestaan, al dan niet terecht, in de communicatie met andere partijen in de regio. Voor die laatste categorie is een regionale aanpak aan te raden, zegt Keppel. Huisartsen die weigeren zich te houden aan regels die niet formeel bestaan of niet nuttig zijn, krijgen namelijk nogal eens te horen: ‘Maar de andere praktijken in de regio doen hier helemaal niet moeilijk over!’
‘In zulke gevallen is het belangrijk om als praktijken één lijn te trekken’, zegt Keppel. Hij is betrokken bij het project Regelwijzer van de zorggroep in zijn regio, Unicum. Aangesloten praktijken kunnen melden tegen welke regels ze aanlopen. ‘Daarna kijken we: is dit een lokaal, regionaal of landelijk probleem? Lokale of regionale problemen kun je met bijvoorbeeld een ziekenhuis samen oppakken, zodat het ziekenhuis en alle betrokken huisartsenpraktijken uitgaan van dezelfde regels. Landelijke problemen geven we door aan bijvoorbeeld de LHV.’ De communicatie tussen die drie niveaus is van wezenlijk belang, zegt Keppel. ‘Landelijk kun je regels veranderen, maar als huisartsen daar lokaal niets mee doen, blijven ze gewoon bestaan.’
◼ MEER WERKPLEZIER
Werken aan minder regels is best tijdrovend en kan frustrerend zijn. Wat staat daar tegenover? Daarover zijn Keppel en Keijzer het roerend eens: meer werkplezier en meer tijd. Keijzer: ‘De sfeer in de praktijk verandert. Minder irritatie, meer een gevoel van: we doen dit samen. In de tien jaar dat ik praktijken begeleid, is het nog nooit voorgekomen dat we géén winst boekten. De vraag is niet: kunnen we alle regels afschaffen? Maar: kan het simpeler, effectiever en minder tijdrovend? Daar heb je echt invloed op.’ Meer gevoel van regie en meer teamspirit is ook wat Kep-
De LHV neemt deel aan verschillende werkgroepen en initiatieven die werken aan minder administratieve lasten in de zorg. De belangrijkste op een rij.
◼ Huisartsen Interventie Team (HIT): een initiatief van de LHVafdelingen van Midden-Nederland, Rotterdam en West, dat in de loop van dit jaar wordt uitgebreid naar het hele land. Huisartsen kunnen niet passende of onterechte verzoeken melden bij het HIT.
◼ Verwijsafspraken.nl: hier vind je alle afspraken die zijn gemaakt rondom verwijzingen, verklaringen, uitvoeringsverzoeken en formulieren en machtigingen.
◼ Werkgroep Bureaucratie en Administratieve Lasten: voortgekomen uit de oproep van huisartsen-actiegroep Het Roer Moet Om en een van de eerste groepen die serieus werk maakte (en nog
maakt) van minder regels voor huisartsen. Deelnemende organisaties: LHV, NZa, VPH, VWS en ZN.
◼ Regiegroep Aanpak Regeldruk: samenwerkingsverband van alle IZA- en AZWA-partijen. Doel is dat in 2030 zorgverleners maximaal 20 procent van hun tijd kwijt zijn aan zinnige administratie. De regiegroep heeft twee speciaal gezanten Aanpak Regeldruk, onder wie huisarts Toosje Valkenburg.
◼ Ontregel de Zorg: VWS-programma in samenwerking met zorgpartijen dat knelpunten, informatie, tools en goede voorbeelden verzamelt (zie ontregeldezorg.nl, met een apart tabblad voor huisartsen).
◼ Eerstelijnscoalitie: een brede samenwerking van acht eerstelijns zorgpartijen, die zich samen inzetten om regeldruk die voortkomt uit wet- en regelgeving te voorkomen of te beperken.

GOEIE TIP? WIN EEN BOEK!
Ben jij zelf bezig met ontregelen? En heb je een gouden tip voor collega’s hoe ze dat kunnen aanpakken? Deel je tip met ons via dedokter@lhv.nl. De 3 beste tipgevers winnen het boek De regels en de rek van Boukje Keijzer. Het boek is geschreven voor professionals in (publieke) organisaties die door de vele administratie niet meer toekomen aan hun ‘echte’ werk. Over hoe je ruimte creëert zonder het houvast van regels los te laten. pel terugziet. ‘Huisartsen verliezen soms hun interesse in het vak of haken af door alle regeldruk en de tijd die ze aan administratie kwijt zijn. Als je er niets mee doet, blijft het bestaan en hou je het gevoel dat veel dingen je nu eenmaal overkomen. Wij zijn er echt blijer van geworden om als team wél aan de slag te gaan. Dat werkplezier geeft de energie om ermee door te gaan. Bovendien win je er uiteindelijk echt tijd mee. Niet om ineens honderd patiënten per week extra te zien, maar misschien wel om als team koffie te drinken. Dat lijkt misschien klein, maar het is essentieel. Regeldruk geeft druk in je hoofd. Als je dat vermindert, krijg je ruimte terug. Voor je patiënten, maar ook voor elkaar.’ ¶
18 en 19 juni 2026
Patiënten zijn er in alle soorten en maten, huisartsen ook. Hoe kun je een nog betere dokter zijn voor al jouw patiënten? Op de Huisartsendagen 2026 in Den Bosch gaat het over ‘Persoonsgerichte zorg: de kracht van verschillen’. Een programma voor en door huisartsen.
TEKST: CORIEN LAMBREGTSE

Verschillen zijn geen zwakte, maar een kracht. Tijdens de Huisartsendagen wordt dit thema vanuit allerlei perspectieven uitgewerkt. ‘Het wordt een congres vol inspiratie, informatie en ontmoeting’, zegt Jacqueline Berends, lid van de programmacommissie van de Huisartsendagen. Ze is zelf huisarts en werkt daarnaast als beleidsmedewerker bij de LHV. ‘We hebben deze dagen met een brede groep huisartsen samengesteld, van huisartsen-in-opleiding tot ervaren collega’s. Het resultaat is een inhoudelijk sterk programma rond één centraal thema. Dat was een duidelijke wens uit de evaluatie van de vorige editie van de Huisartsendagen.’
Het is de tweede keer dat de Lovah, LHV en het NHG dit congres samen organiseren. De donderdag is een dag voor huisartsen-in-opleiding, de vrijdag heeft een programma voor alle huisartsen.
◼ KERN VAN HET VAK
Het thema raakt volgens Berends de kern van het huisartsenvak. ‘We komen uit een tijd waarin zorg soms werd benaderd als one size fits all. Maar in de praktijk is elke patiënt anders. Juist doordat je als huisarts de context kent, kun je betere zorg leveren. Dat vraagt maatwerk, communicatie en continuïteit. Dat maakt het vak tegelijk intensief én interessant.’
De programmacommissie heeft bewust gekozen voor een brede insteek. ‘We wilden een programma dat voor iedere huisarts relevant is, in elke fase van iemands loopbaan. Of je nu in opleiding bent, net begint, praktijkhouder bent of richting het einde van je carrière gaat: er moet iets tussen zitten dat je raakt of verder helpt.’
Deelnemers kunnen zelf hun programma samenstellen. ‘De vrijdag begint met een keynote van antropoloog Danielle Braun die je uitnodigt om anders naar mensen en hun ‘gektes’ te kijken. Daarna volgen vijf workshoprondes met inhoudelijke sessies en skillslabs. Er zijn vakinhoudelijke sessies bij, maar ook sessies over praktijkorganisatie en persoonlijke ontwikkeling. Je kunt je verdiepen in digitalisering, vapende jongeren, taalbarrières of anale penarie. Misschien wil je leren hoe je meer regie kunt houden over je leven, hoe je mentaal fit blijft én hoe je de kracht van het huisartsenteam benut. Maar je kunt het ook met Teun Toubes over dementie en kwaliteit van leven hebben.’
◼ INSPIRATIE
Wat de dag volgens Berends oplevert, gaat verder dan kennis alleen. ‘Het wordt vooral ook een inspirerende dag. Door andere perspectieven en ervaringen van collega’s ga je anders naar je eigen werk kijken. Ik verwacht dat iedereen die de Huisartsendagen bezoekt met een nieuw idee of inzicht naar huis gaat en daarmee in de praktijk aan de slag gaat.’
Daarom is er naast alle sessies ook tijd voor ontmoeting. ‘Een dag lang alleen maar huisartsen om je heen. Een mooie gelegenheid om nieuwe contacten op te doen en ervaringen uit te wisselen. Dat verbreedt je blik en helpt misschien wel om je opnieuw te verbinden met het vak en met elkaar als huisartsen.’
LEUK OM JE TE ONTMOETEN!
De LHV is met een stand aanwezig op de Huisartsendagen. Daar is Jacqueline Berends zeker te vinden. ‘Loop vooral langs. Bestuursleden, mijn collega’s en ik willen je graag ontmoeten. En spreek ons ook gerust aan als je ons bij een inhoudelijke sessie treft. We horen graag wat er speelt in de praktijk. Waar loop je tegenaan, wat vind je belangrijk en welke vragen heb je richting de LHV? Dat helpt ons om nog beter aan te sluiten bij wat er in de praktijk onder leden leeft. Want de LHV is er voor alle soorten huisartsen: praktijkhouders, waarnemend huisartsen en huisartsen in dienstverband.’
Regie op jouw doktersleven, nu en in de toekomst
Hoe houd je als huisarts plezier in je vak, hoe blijf je uitdagingen zoeken? Sonia Jennings, HR-expert en gastdocent aan de LHV Academie, stelt vragen om over na te denken. Niet alleen als je net begint als huisarts, maar elke tien jaar. Daar gaan haar sessies op de Huisartsendagen over. ‘Het is belangrijk om jezelf af te vragen wat voor huisarts je wil zijn, voor welke patiënten, op welke locatie en in welke praktijkvorm. Als je weet wat voor huisarts je wil zijn, stap dan niet zomaar ergens in, maar ga zo’n praktijk zoeken of starten. Als je al langer huisarts bent, ga dan af en toe terug naar het begin: waarom wilde je huisarts worden? Wat voor plaatje had je voor ogen? Neem geen genoegen met hoe je praktijk is gegroeid, maar zorg ervoor dat je die in de gewenste richting ombuigt of laat groeien. Maak keuzes waar je warm van wordt. Wil je je bezig houden met wetenschappelijk onderzoek of wil je jonge artsen opleiden? Gaat je hart uit naar patiënten in een achterstandswijk in een stad of kies je voor een dorp? Zeg ja tegen wat je wilt en
nee tegen wat je niet wil. Daarmee neem je de regie over je leven. Twintig, dertig jaar geleden waren huisartsen voornamelijk solisten met een eigen praktijk. Die tijd is voorbij. Het huisartsenvak zit in een transitiefase. Het voordeel is: je kunt kiezen op welke manier je huisarts wil zijn. En al vindt de ‘oude garde’ dat soms spijtig, voor de jonge generatie huisartsen is het winst. Wil je eerst en vooral dokter zijn of vind je het juist leuk om te ondernemen en een praktijkteam te managen? In dat laatste geval heb je niet alleen medische kennis nodig, maar moet je ook verstand hebben van financiën en bedrijfsvoering. Bij bijna elke huisarts komt elke tien vijftien jaar de vraag bovendrijven of het vak nog leuk en uitdagend genoeg is. Er zijn mensen die het vak verlaten, maar dat hoeft niet als je op tijd voor nieuwe dingen kiest. Ga voor inhoudelijke verdieping, ga jonge huisartsen opleiden of word bestuurlijk actief: zet je kennis en ervaring in voor de toekomst van de huisartsenzorg.’




Zorg op maat voor elke situatie

Altijd iemand in huis die er écht voor u is. Onze inwonende zorg betekent meer dan alleen hulp bij wassen, aankleden of medicatie. Denk aan begeleiding, koken, boodschappen doen, huishoudelijke hulp en ondersteuning bij oefeningen. Alles in één, met een vertrouwd gezicht dat bij u woont.
Ervaar de rust van een vast team met vertrouwde zorgverleners. Bij Happyhomecare zorgen we voor persoonlijke aandacht en stabiliteit, zodat het thuis ook echt als een thuis blijft voelen.
Wij leveren gespecialiseerde zorg in de thuissituatie, afgestemd op de actuele zorgbehoefte van de cliënt. De bekostiging verloopt via een pgb vanuit de Wlz en is volledig kostendekkend. Om de cliënt maximaal te ontlasten, nemen wij de volledige regie in het administratieve traject: van de CIZ-indicatiestelling tot en met het pgb-beheer.
Goede zorg begint met één stap.
Plan vandaag nog een vrijblijvend intakegesprek met onze zorgspecialisten.
Juliana van Stolberglaan 248 2595 CN Den Haag 070 701 3930
info@happyhomecare.nl
www.happyhomecare.nl



Leefstijl in de spreekkamer
Praktische interventies voor de zorgpraktijk
Eendaagse cursus | 2 juli
“Ik heb alle diëten gehad die er zijn”
Simone viel 50 kilo af met behulp van een maagverkleining
Krijgt u als (huis)arts in deze tijd meer vragen van patiënten die bezorgd zijn over hun gewicht? Wij bieden verschillende behandelingen aan voor (ernstig) overgewicht, met en zonder operatie. Verwijzen is eenvoudig via Zorgdomein.
Kijk voor onze behandelingen zonder operatie op nokclinics.nl
www.obesitaskliniek.nl

De-escaleren kun je leren
Van spanning naar verbinding
Tweedaagse cursus start 10 september

Lichaamsgericht werken
Eetbuien en gewichtproblematiek
Het lichaam als ingaan voor begeleiding en behandeling nieuw!

Diagnostiek, comorbiditeit en behandeling van de eetbuistoornis
Tweedaagse cursus Congres | 3 december
Check alle nascholingen op medilex.nl nieuw!


Hoe kunnen huisartsen de gezondheidskloof tussen mensen verkleinen? Daarover gaat de sessie van Jeanine Suurmond, hoogleraar Inclusieve persoonsgerichte zorg voor kwetsbare burgers aan het Radboudumc, een leerstoel medegefinancierd door Pharos, expertisecentrum gezondheidsverschillen.
‘Inclusieve persoonsgerichte zorg, dat klinkt misschien dubbelop. Toch is persoonsgerichte zorg niet automatisch inclusief. Inclusieve zorg vraagt dat huisartsen niet alleen kijken naar de medische klacht maar ook naar de omstandigheden die gezondheid beïnvloeden. Als een patiënt bijvoorbeeld diabetes of astma niet onder controle krijgt, is de vraag niet alleen welke medicatie werkt, maar ook: wat speelt er op de achtergrond wat goede zorg in de weg staat? Dat kunnen factoren zijn waar mensen zich voor schamen en die zij niet meteen aan de huisarts vertellen: armoede, schulden, laaggeletterdheid, ervaringen met discriminatie. Culturele verschillen spelen ook mee. Hoe spreek je over de dood met mensen voor wie het in hun cultuur niet gebruikelijk is om daar expliciet over te spreken? Hoe doe je recht aan mensen met andere culturele normen en waarden? Om inclusieve, persoonsgerichte zorg te leveren, heb je als huisarts een scherpe antenne nodig. Niet alleen als je in een kwetsbare wijk werkt, maar overal. Ook huisartsen
die al jaren persoonsgerichte zorg leveren, kunnen baat hebben bij een bredere blik op hun patiëntenpopulatie. Pharos, het expertisecentrum gezondheidsverschillen, heeft hiervoor een gesprekskaart ontwikkeld, met plaatjes van verschillende onderwerpen, die je voor zo’n breder gesprek kunt gebruiken.
De gezondheidskloof kan worden verkleind, maar dan moet inclusieve zorg meer prioriteit krijgen. In de opleiding van huisartsen, in nascholingen en ook in de praktijk. Een voorbeeld: als je een medicijn voorschrijft waarvoor de patiënt moet bijbetalen, bespreek dat dan. Niet iedere patiënt kan die kosten dragen; soms is een andere aanpak passender. Een ander voorbeeld: de Z-codes in patiëntendossiers, voor sociale factoren als huisvesting, schulden en armoede. Die worden vaak niet ingevuld, maar geven meer inzicht in de rol die deze factoren spelen. Medicatie lost weinig op als de onderliggende oorzaken blijven bestaan. Bij terugkerende hoofdpijn is het bijvoorbeeld zinvol om te kijken naar sociale factoren zoals schulden of de kwaliteit van de woning. Wellicht moet daar ook iets aan gebeuren. Dat kun je als huisarts niet oplossen. Daarom vraagt inclusieve zorg om een brede blik en nauwe samenwerking met andere professionals. Het is een goede ontwikkeling dat huisartsen steeds vaker samenwerken met het sociaal domein, zoals schuldhulpverlening of een wijkteam.’
Klaar voor de tweede editie van de Huisartsendagen? Kom dan op donderdag 18 (aios) en vrijdag 19 juni 2026 naar Den Bosch. Ontdek de kracht van verschillen. Laat je inspireren, haal kennis op en ontmoet andere huisartsen en huisartsen in opleiding. Koop op tijd je ticket om je favoriete sessies bij te wonen. Je vindt het hele programma en alle informatie op www.huisartsendagen.nl.
In leerboeken over dermatologie gaat het gros van de afbeeldingen en teksten over lichte huidtypes. Aandoeningen van patiënten met een donkere huid worden hierdoor vaak onderbehandeld en verkeerd gediagnostiseerd. Daarom richt Eva Huis in ‘t Veld, dermatoloog in het Erasmus MC, de aandacht op de donkere huid. Haar doel is dat huisartsen zich ervan bewust worden dat huidaandoeningen zich bij verschillende huidtypes verschillend kunnen presenteren en ook om verschillende behandelingen vragen.
‘Het belangrijkste is met een open blik kijken, luisteren en doorvragen. Het gaat niet alleen om verschillen in presentatie, herkenning en diagnostiek, maar ook om cultuurverschillen. Zoals haarlijnuitval, veroorzaakt door een strakke hoofddoek of strak naar achter getrokken haar. Maar ook aandoeningen veroorzaakt door douchegedrag: in sommige culturen is het normaal om twee keer per dag te douchen.’
Een goede behandeling vraagt volgens haar meer kennis van verschillend huidtypes, maar ook meer aandacht voor onderliggende cultuurverschillen.
‘Alle patiënten hebben recht op goede zorg. Laten we ons bewust zijn van verschillen.’
Het nieuwe kabinet schrapt de geplande zzpwet Vbar grotendeels en wil die vervangen door de Zelfstandigenwet. Daarmee lijkt er een einde te komen aan jarenlange onduidelijkheid. Wat is de laatste stand van zaken en wat doet de LHV om ervoor te zorgen dat de huisartsenzorg uit de voeten kan met de toekomstige wet? LHV-bestuurder en huisarts Hilly ter Veer gaat in op de belangrijkste vragen.

TEKST: BERBER BIJMA
Is de komst van de Zelfstandigenwet goed nieuws voor de huisartsenzorg?
‘In grote lijnen wel. De huidige wet DBA voor het zelfstandigenbeleid zou worden opgevolgd door de wet Vbar, maar daarover is de laatste jaren veel onrust geweest. De wet Vbar gaf en geeft veel onduidelijkheid. Voor de ongeveer 1,3 miljoen zzp’ers in Nederland, maar zeker ook voor de circa 5.000 huisartsen die als zzp’er werken. Dat die wet grotendeels van tafel gaat, is positief. Het lijkt erop dat de Zelfstandigenwet, waaraan al een tijdje wordt gewerkt, meer ruimte geeft aan de echte zelfstandige. Maar het is nog niet duidelijk hoe de Zelfstandigenwet er precies uit gaat zien. Daarom doen we ons best daar invloed op te hebben.’
Wat is het LHV-standpunt over zelfstandigen?
‘Wij pleiten al heel lang voor het behoud van een flexibele schil. Die is nodig voor wat we noemen “ziek, piek en uniek”, maar ook voor de ANWzorg. Ons pleidooi is nadrukkelijk niet dat zoveel mogelijk huisartsen als waarnemer gaan werken. Maar we hebben wel die flexibele schil nodig, zodat we in de dagpraktijk zoveel mogelijk persoonlijke continuïteit kunnen bieden. Het zelfstandigenbeleid moet dus zo zijn ingericht dat het ten dienste staat van die persoonlijke continuïteit. De vaste huisarts moet er ook een keer níet kunnen zijn, bijvoorbeeld door ziekte of vakantie. Daarnaast moet de nieuwe Zelfstandigenwet ook ruimte geven aan de ANW-zorg die huisartsen bieden. Daar knelt het nu nog. We hebben de afgelopen jaren veel verbeterd aan de ANW-zorg: betere tarieven, een meer solidaire verdeling, zelfroosteren. Daarmee lijken we onszelf nu in de staart te bijten, want de aansluitovereenkomst bij de huisartsenpost lijkt te worden gezien als een verkapt dienstverband. Met als gevolg dat de huisartsenpost al die huisartsen in dienst zou moeten nemen. Dat levert allerlei problemen op. Huisartsenposten moeten dan een hele werkgeverscontext inrichten, met hr-managers en al. Vandaar ons pleidooi: we hoeven geen uitzonderingspositie, we willen dat de nieuwe wet ruimte biedt aan de specifieke context van de huisartsenzorg.’
Hoe werkt de LHV daaraan?
‘We zitten hier al vanaf het begin bovenop, juist omdat je vooral in het begin van een beleidstraject invloed kunt uitoefenen. We zijn in gesprek met onder meer Sociale Zaken en VWS, en met Kamerleden. Die ambte-
lijke en politieke lobby is een belangrijke actielijn.
Om specifiek voor die ANW-zorg een oplossing te vinden, onderzoeken we samen met InEen de mogelijkheden van andere organisatievormen. Denk bijvoorbeeld aan een coöperatie, van waaruit je ANW-zorg levert. Zzp’ers zouden binnen zo’n coöperatie – of wellicht een andere rechtsvorm – bepaalde verantwoordelijkheden kunnen delen, maar toch zelfstandig blijven. Met het oog op datzelfde doel onderzoeken we samen met InEen ook wat nodig is om in de dagpraktijk reguliere waarneming te blijven inzetten. Hierbij kijken we nadrukkelijk ook naar andere oplossingen voor incidentele of tijdelijke waarneming. Niet alles hoeft opgelost te worden met een “losse” waarnemer. Soms kun je ook binnen de hagro of binnen de regio afspraken maken om elkaar bijvoorbeeld bij ziekte of vakantie te helpen. Ik denk dat we daarin als huisartsen nog beter kunnen samenwerken.’
Hoe weet je nu en straks of je volgens de regels werkt?
‘Daarvoor werken we aan een vergewistool: een hulpmiddel waarmee je vooraf kunt toetsen of een bepaalde opdracht naar verwachting wel of niet als zzp-opdracht kan worden gedaan. Dat is voor opdrachtgever en opdrachtnemer belangrijk. Nu ook al, want op dit moment geldt de wet DBA en de Belastingdienst handhaaft die ook. Dit jaar worden er weliswaar nog geen boetes uitgedeeld bij het constateren van een verkapt dienstverband, maar de Belastingdienst kan wel naheffingen opleggen. De vergewistool is bedoeld om, welke wet op dat moment ook geldt, te helpen bij het maken van verantwoorde keuzes. De tool beweegt mee met ver-
anderende wetgeving. We hopen dat er voor de zomer een eerste werkbare versie ligt en dat we in het najaar een volledig werkende tool hebben.’
Wat hoor je van huisartsen over dit onderwerp?
‘Onlangs hadden we een themabijeenkomst met ambassadeurs, na afloop van een Ledenvergadering. Daaruit bleek dat met name het probleem rond zelfstandigen in de ANW-zorg vastzit; huisartsen zien daar op dit moment geen goede oplossing voor. Ik merk daarnaast dat praktijkhouders en waarnemend huisartsen steeds serieuzer met elkaar in gesprek gaan over hun werkrelatie. Niet alleen op juridisch gebied, maar ook vanuit de vraag: hoe wil ik werken? Mijn indruk is dat meer huisartsen kiezen voor een dienstverband of een maatschap. Het vaste waarnemerschap is aan het verdwijnen. Dat kán ook niet meer, dus dat is een goede ontwikkeling.’
Wat wil je huisartsen meegeven?
‘Praktijkhouders hebben behoefte aan duidelijkheid. Tegen hen zou ik willen zeggen: verdiep je in de regels, wees flexibel, ga in gesprek met de huisarts met wie je wilt samenwerken, onderzoek je risico’s en probeer die af te dekken. Voor startende waarnemend huisartsen is het logisch dat ze op verschillende plekken ervaringen willen opdoen en willen ontdekken wat de plek is waar zij persoonlijke continuïteit willen bieden. Het is belangrijk dat je die zoektocht invult op een manier die juridisch houdbaar is. Maar zorg ervoor dat je niet blijft hangen op één plek als een soort vaste waarnemer. Dat past niet meer bij de richting waarin de wetgeving en de praktijk zich bewegen.’ ¶
‘Mijn indruk is dat meer huisartsen kiezen voor een dienstverband of een maatschap. Het vaste waarnemerschap is aan het verdwijnen’
De LHV werkt via vijf actielijnen aan goede wetgeving voor zzp-huisartsen: Politieke lobby: we lobbyen bij ministeries en politici voor de wettelijke borging voor de flexibele schil voor de dagpraktijk en de inzet van zzp’ers in de ANW-zorg. Ook vragen we om handhaving die zich alleen richt op problemen of risico’s, tot er nieuwe wetgeving is.
De Vergewistool: Samen met de Waarneemapp ontwikkelen we een Vergewistool, een vragenlijst waarmee je kunt toetsen of een opdracht naar verwachting wel of niet door een zzp’er kan worden gedaan.
Alternatieven voor de dagpraktijk : We verkennen, samen met InEen, andersoortige organisatievormen voor reguliere waarneming. Oplossingen voor de ANW: We onderzoeken, samen met InEen, hoe zzp’ers kunnen blijven werken op de HAP, op een manier die juridisch houdbaar is.
Juridische actie: We verkennen de mogelijkheid voor een proefproces over een werkelijke casus om te zorgen voor jurisprudentie.
Heb jij vragen over dit onderwerp?
Leg ze voor aan de LHV via lhv@lhv.nl of 085-04 80 000. Kijk voor meer informatie ook op onze themapagina ‘Zzp-wetgeving in de huisartsenpraktijk’ op lhv.nl/zzp.


Huisarts Jade Vermeer kiest bewust voor werken en wonen op het platteland. ‘We zijn graag en veel buiten. Bovendien vind ik het huisartsenvak op het platteland leuker.’
TEKST: BERBER BIJMA / FOTOGRAFIE: ELLA KRAGT
Hoe ben je met je vader in één praktijk beland?
‘Mijn vader was altijd huisarts in de Randstad. Daar ben ik dus opgegroeid. Ik heb de huisartsenopleiding in Den Haag-Leiden gedaan. Een jaar of twaalf geleden verhuisden mijn ouders naar het noorden met het idee daar een Bed & Breakfast te beginnen. Maar nog voor de verhuizing zag mijn vader dat er een vacature was in de apotheekhoudende huisartsenpraktijk van Kuinre, in de Kop van Overijssel, bij de grens met Friesland. Hij werd al snel verliefd op het ‘plattelandsdokteren’ en is daar toen maat geworden. In het jaar dat mijn vader 67 werd, zou zijn maat de praktijk voortzetten. Dit ging door omstandigheden niet door. Mijn man en ik hadden toen al de ambitie om de Randstad te verlaten. Zodoende ben ik drie jaar geleden, op mijn 29ste, praktijkhouder geworden. Het idee was dat we na mijn eerste jaar een maat voor mij zouden vinden, zodat mijn vader met pensioen kon. Helaas hebben we die maat nog niet gevonden. Ik werk nu met een zeer ervaren hidha. Tijdens mijn vakanties en de afgelopen maanden ook tijdens mijn zwangerschapsverlof, vervangt mijn vader mij. Hij zit nog in de maatschap.’
Was het altijd je wens om met je vader samen te werken?
‘De droom van mijn man en mij was eigenlijk om na het afronden van mijn huisartsenopleiding naar Nieuw-Zeeland te gaan. Maar toen kwam corona en vrijwel tegelijkertijd bleek dat mijn man om gezondheidsredenen beter in Nederland kon blijven. We wilden dan wel liever op een plek met meer natuur en ruimte dan we in Den Haag hadden. En zo ben ik dus bij mijn vader in de praktijk
terechtgekomen. Hij heeft me steeds alle vrijheid en steun gegeven om de praktijk in te richten zoals ik wilde. Huisartsen die bijna met pensioen gaan, zijn nog weleens terughoudend met investeringen. Mijn vader wilde juist alles doen wat nodig was om de praktijk te verbeteren. Als hij jonger was geweest, had ik graag nog een paar jaar met hem samengewerkt.’
Jade Vermeer zoekt iemand die samen met haar praktijkhouder wil worden . 'Ik zou ik graag de eindverantwoordelijkheid voor de praktijk willen delen, zodat je beiden bijvoorbeeld met een gerust hart op vakantie kunt gaan en samen de praktijk verder kunt ontwikkelen.’
Voel je voor een nadere kennismaking? Neem contact op via jvermeer@huisartsenkuinre.nl.
Waarom werk je graag op het platteland?
‘De sfeer is echt anders. De diensten hier zijn bijvoorbeeld een verademing vergeleken met de Randstad. Het is rustiger, je ziet meer échte spoed en minder gevoel voor drama. Ook de samenwerking met de thuiszorg is prettig; voor 80 procent van mijn patiënten heb ik contact met één thuiszorgorganisatie. En ik merk dat mensen elkaar hier helpen. Als iemand in de Randstad op straat een heup breekt, bellen omstanders de ambulance. Hier tillen twee buurmannen de patiënt naar binnen en bellen ze de huisarts.’
Een apotheekhoudende praktijk, hoe bevalt dat?
‘Ik wist vooraf niet zo goed wat ik ervan moest verwachten, maar het bevalt heel goed. Aan de ene kant zit er meer werk aan, ook doordat je meer medewerkers hebt, aan de andere kant maakt het je meer ondernemer. Dat ondernemerschap is een hele leuke uitdaging. Voordeel is natuurlijk dat je goed zicht hebt op de medicatie van je eigen patiënten. De stelregel van mijn vader is: als je iets tegenkomt wat je niet kent, zoek het dan op. Dat doe ik ook altijd en zo heb ik in een paar jaar al heel veel geleerd over medicatie. Er is overigens ook een goed digitaal bewakingssysteem en met vragen kan ik bij een apotheker terecht. Daarnaast doet de Stichting Apotheekhoudende Huisartsen Friesland veel én heb ik ervaren apothekersassistenten. Alles bij elkaar is het heel goed te doen. Voordeel van een apotheekhoudende praktijk is ook dat je met twee huisartsen prima van een wat kleinere praktijk kunt leven, omdat de apotheek voor extra inkomsten zorgt.’
Zou je anderen een eigen praktijk aanraden?
‘Absoluut. Het mooie is: alles wat je aan verbeteringen doorvoert, komt ten gunste van óf je eigen werkplezier óf je eigen inkomsten. Ik heb vanaf het begin steeds iedere week een managementdag genomen, zodat ik er helemaal in kon duiken hoe alles zit. Daarmee word je minder afhankelijk van een specifieke medewerker die alles over één onderwerp weet. Als die medewerker ziek wordt, zou je ineens heel kwetsbaar zijn. Ik wilde zelf weten hoe alle processen lopen en die goed inrichten. Nu ik terug ben na mijn zwangerschapsverlof pluk ik daar de vruchten van: alles is goed door blijven lopen. Ik zou het apotheekhoudende praktijkhouderschap zeker ook aanraden. Het valt mee hoe ingewikkeld het is. Ik zie het juist als een verrijking van het vak: je bent dokter over de hele linie.’ ¶
Jade Vermeer (32) is sinds 3 jaar praktijkhouder in de apotheekhoudende huisartsenpraktijk van Kuinre. Haar vader is medepraktijkhouder, maar hoopt binnenkort met pensioen te gaan. De praktijk heeft 2200 patiënten en naast de beide huisartsen 8 medewerkers. Jade is getrouwd en sinds vorig najaar moeder van een dochter.
‘We gaan graag naar buiten en genieten van de natuur die hier is. Trailrunnen, mountainbiken en wandelen kan hier eindeloos. Daarnaast hebben we nu een camper waarmee we veel op pad gaan. In de winter gaan we ook graag skiën.’
Ook haar werk brengt Jade op de mooiste plekken, zoals oude dijkhuisjes of boerderijen waarin je via de stal naar het woonhuis loopt. ‘Sommige van mijn patiënten zijn niet met de auto bereikbaar, dan moet ik het laatste stuk met kaplaarzen door een natuurgebied lopen. Heerlijk.’

De LHV heeft grote zorgen over de voorgenomen afbouw van het verwijsrecht van artsen in het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet. Dit wetsvoorstel druist lijnrecht in tegen de professionele autonomie van de (huis)arts en belemmert het toepassen van de professionele standaarden en richtlijnen. De LHV dient daarom in drie verschillende coalities een reactie in op de internetconsultatie voor dit wetsvoorstel.
Kern van het huisartsenvak
In het wetsvoorstel staat onder meer dat het verwijsrecht voor jeugdhulp wordt ingeperkt en dat (huis)artsen alleen nog maar mogen verwijzen naar het lokale team van gemeente, die vervolgens onderzoek doet naar passende jeugdhulp. Samen met NHG, Psyhag (kaderhuisartsen ggz) en InEen hebben we de minister laten weten dat dit raakt aan de kern van het vak als huisarts. Namelijk het tijdig op gang brengen van hulp als dat noodzakelijk is.
Het beperken van deze mogelijkheid wringt met de taak van artsen om te zorgen voor
tijdige en adequate zorg, zoals dat expliciet in de WGBO is vastgelegd.
Risico’s door vertraging
Het afbouwen van het directe verwijsrecht en het invoeren van een herbeoordeling door het lokale team leidt tot vertraging. Dit zorgt niet alleen voor grote risico’s voor de veiligheid, kwaliteit en tijdigheid van noodzakelijke jeugdzorg, maar ook voor potentiële ondermijning van de medische expertise. Dit kan zeer ernstige gevolgen voor de patiënt hebben.
Afspraken onder druk
Als gevolg van het wetsvoorstel komen de gemaakte afspraken voor samenwerking met lokale teams onder druk te staan. De LHV kan niet akkoord gaan met deze afspraken als een belangrijk onderdeel van de afspraken terzijde wordt geschoven. Ook het verplichten van het maken van afspraken met gemeenten, zonder het uitgangspunt dat huisartsen het recht hebben op verwij-
zen, is voor huisartsen dan geen reële optie. Wat ons betreft is betere samenwerking met gemeenten de weg om te komen tot passende inzet van jeugdhulp. Wanneer verwijzers en lokale teams elkaar beter weten te vinden, kunnen zij gezamenlijk, ieder vanuit de eigen rol, verantwoordelijkheid en deskundigheid, tijdige en passende hulp organiseren voor een kind en gezin.
Geen steun
De LHV is, net als veel andere beroepsorganisaties, tegen het voorstel voor het afbouwen van het verwijsrecht. Wij zijn bij de totstandkoming hiervan niet betrokken en wij steunen dit uitdrukkelijk niet. We verzoeken de minister dan ook met klem om de inperking van het verwijsrecht uit het wetsvoorstel te halen en (huis)artsen in staat te stellen hun vak voor kinderen en jongeren op een goede manier te blijven uitoefenen.
Je kunt de reactie die we naar de minister hebben gestuurd nalezen op www.lhv.nl.
De Landelijke Ledenvergadering van de LHV heeft Antonie van Schothorst, huisarts op Urk, unaniem benoemd tot lid van het landelijk bestuur.
Naast zijn werk als praktijkhoudend huisarts op Urk is Antonie al ruim 10 jaar bestuurlijk actief als huisarts, zowel lokaal, regionaal, bovenregionaal als landelijk. Hanneke van der Veer, voorzitter van de benoemingscommissie: ‘Antonie is analytisch sterk en als bestuurder collegiaal. In een tijd waarin draagvlak voor collectieve belangenbehartiging niet vanzelfsprekend is, heeft hij oog voor het verbinden van huisartsen in verschillende werkvormen en loopbaanfasen om ons vak toekomstbestendig te houden.’ Antonie van Schothorst is blij met zijn benoeming: ‘Ik kijk ernaar uit om samen de koers te bepalen, kansen te benutten en de stem van ‘de huisarts’ in welke organisatievorm ook krachtig en herkenbaar te laten doorklinken.’
Antonie kijkt er naar uit om aan de slag te gaan als landelijk bestuurslid: ‘Als praktijkhoudend huisarts en ondernemer zie ik iedere dag hoeveel energie, creativiteit en veerkracht er in onze beroepsgroep zit. Tegelijkertijd merk ik hoe groot de uitdagingen zijn rond organisatie van zorg, contractering en personele krapte. Juist op dat snijvlak van praktijk, innovatie en beleid wil ik mij inzetten in het landelijk bestuur van de LHV.’
Antonie wil zich inzetten om ruimte te maken voor ondernemerschap en vernieuwing. ‘Innovatie is voor mij geen modewoord, maar een manier om huisartsenzorg toegankelijk, uitvoerbaar en aantrekkelijk te houden. Daarbij geloof ik sterk in samenwerking: met collega-huisartsen, het huisartsenteam maar ook met andere stakeholders. Door verbinding te zoeken en gezamenlijke belangen scherp te krijgen, kunnen we als beroepsgroep steviger aan tafel zitten en écht verschil maken.’

Heb je een eigen huisartsenpraktijk? En wil je leren hoe je beter kunt functioneren in als leidinggevende en manager? In de nascholing De ondernemende huisarts versterk je jouw ondernemende competenties zodat je beter bent voorbereid op de uitdagingen waar je als praktijkhouder mee te maken krijgt. Je leert welke persoonlijke eigenschappen van belang zijn om ondernemender te zijn in denken en doen. En je gaat aan de slag met een verbeterplan: welke competentie heeft versterking nodig en hoe pak je dat aan?
Plaats en locatie
De eerstvolgende nascholing is op donderdag 21 mei, bij de LHV in Utrecht, van 16.00 – 20.00 uur. Je kunt je nog aanmelden op www.lhv.nl/ academie. Als LHV-lid krijg je een aantrekkelijke korting.

Wil je meer verhalen en ervaringen van collega’s? Luister dan naar de LHV-podcast Zo wil ik dokteren. Je vindt de afleveringen in je favoriete podcastapp of op www.lhv.nl/ podcast.
Voordat mijn ochtendspreekuur start, verschijnt de eerste assistente in mijn kamer. ‘Goedemorgen! Héél veel plezier met je spreekuur!’ Dat belooft wat.
Ik haal de heer Van den Hoogenland uit de wachtkamer. Een begin zestiger, gekleed in een blouse met een gilet waarvan op zijn minst één knoopje aan de bovenzijde dicht had gekund, neemt plaats op de stoel. Zijn benen uitgestrekt en de armen over elkaar. Hij begint zijn monoloog: ‘Ik wil graag terugkomen op het vorige consult bij u. Ik ben het niet eens met uw beleid.’
De twintig minuten die de assistente had ingepland, zijn duidelijk niet genoeg.
Dat geldt ook voor de moeder en haar tienerdochter die daarna volgen. De moeder spreekt haar overbezorgdheid uit: ‘Dit is toch niet normaal meer! Ze is altijd moe. Er moet toch echt iets lichamelijks aan de hand zijn?!’
Daarna volgt mevrouw Bloemen: ‘Hallo! Daar ben ik weer!’
Met grote ogen bekijk ik hoe ze haar volledig volgeschreven
A4tje ontvouwt.
Eindelijk, pauze. Alhoewel, er zijn nog maar vijf minuten over. Ik neem snel een slok thee en kijk Jolinde lachend aan: ‘Nou, nou, je had mijn spreekuur wel lekker vol gezet met tijdrovende types.’
‘Ja sorry, ze kwamen nu allemaal tegelijk. En morgen toevallig ook.’
De volgende dag besluit ik wat strenger te zijn in de tijdsbewaking. Het echtpaar Slotjes gaat voor me zitten. Normaal gesproken vliegen ze elkaar op de een of andere manier altijd in haren, maar nu niet. Binnen negen minuten zijn ze weg. Ook mevrouw Bloemen vertrekt ruim binnen de twintig minuten.
‘Maar u heeft toch veel meer klachten?’
‘Eh ja, maar daar maak ik wel een andere afspraak voor.’ Maar dan verschijnt mevrouw Abromovia met haar fibromyalgie. Ze steekt direct van wal: ‘Ik altijd overal pijn, jij mij nooit goede medicijnen geven.’
Ik probeer haar wederom te motiveren om naar een speciaal revalidatiecentrum te gaan.
Tot mijn verbazing is haar reactie: ‘Is goed dokter, is goed dokter, ik afspraak maken.’ En weg is ze...
Ik pak in de koffieruimte een stuk fruit en overdenk mijn spreekuur. Dat ging nu wonderwel snel en echt streng ben ik toch niet geweest? Sterker nog, daar kreeg ik niet eens de tijd voor. Na een kwartier komen mijn collega’s de kamer binnen. ‘Wow, wat stinkt het hier!’
Ik voel het schaamrood op mijn kaken opkomen. Gisteren heb ik heerlijk gegeten bij vrienden. Rode curry. Met heel veel knoflook. ¶
‘Dat ging wonderwel snel. Ik was toch niet echt streng?’
Sasja Verhoeff, huisarts in Waardenburg






Ksyos heeft het zorgpad Slaap vernieuwd, om slaapgerelateerde problemen volledig in kaart te kunnen brengen. De patiënt krijgt zo direct toegang tot het complete behandelaanbod.

“Slaap is complex”, zegt Pien Bosschieter, somnoloog en productspecialist Slaap bij Ksyos. “Voor de huisarts is het moeilijk een duidelijk vertrekpunt te vinden voor verwijzing of behandeling. Dan kan het gebeuren dat de patiënt een lange reis door de zorg moet maken voordat hij de juiste hulp vindt. Met ook economische gevolgen, want slaapproblemen zijn vaak een oorzaak voor langdurig ziekteverzuim.”
Zorgpad vernieuwd
Om dit te voorkomen, wil Ksyos voor de huisarts de eerste toegangspoort tot slaap zijn. Hiervoor is het zorgpad Slaap vernieuwd. Bosschieter legt uit: “We gaan hierin nadrukkelijk een stap verder dan het OSAS gerichte aanbod dat we al langer bieden. OSAS blijft interessant, want er is veel onderdiagnostiek van slaapapneu.
Maar slaapproblematiek is veel breder.”
Vandaar de doorontwikkeling naar een volledige slaap polikliniek, waarnaar huisartsen kunnen verwijzen om patiënten passend te laten helpen. “De introductie van polysomnografie in ons zorgpad stelt ons in staat een veel breder zorgonderzoek te doen, op basis waarvan we oorzaken van het probleem van de patiënt kunnen uitsluiten en vaststellen, als basis voor een gerichte aanpak. Bij het merendeel van de patiënten kunnen we dan direct zelf de hulp bieden die nodig is. Zo niet, dan kunnen we direct verwijzen naar de plek waar de patiënt zonder omwegen het best kan worden geholpen.”
Specifi eke zorgpaden
Met deze vernieuwing van het zorgpad Slaap zet Ksyos een stap die ook verdere ontwikkelingen mogelijk maakt. Bosschieter: “Bepaalde problemen zullen we vaker gaan tegenkomen, denk bijvoorbeeld
aan restless legs syndroom of insomnie. Ook typisch problemen waar huisartsen tegenaan lopen. En ook daarmee zullen we hen kunnen gaan helpen, door er specifieke zorgpaden voor te ontwikkelen. Verder helpen we de huisarts ook door problemen als slaapritmestoornissen en slaapwandelgedrag te signaleren en voor behandeling naar de juiste plek te verwijzen.”
"De introductie van polysomnografie in ons zorgpad stelt ons in staat een veel breder zorgonderzoek te doen”
Direct verwijzen
Het zijn slaapgerelateerde problemen waarvoor huisartsen als generalist niet altijd over de specifieke kennis zullen beschikken. “En ook niet over de tijd en juiste tools. Polysomnografie kan de huisarts zelf niet rechtstreeks aanvragen, dit kan alleen de medisch specialist doen. En het interpreteren ervan vereist specifieke expertise.” Als somnoloog heeft Bosschieter die. “Mijn specialisatie in slaap heeft mij het belang geleerd van in de volle breedte naar slaapproblemen kijken, niet vanuit een specifieke hoek”, zegt ze. “Met die brede blik kunnen wij bij slaapgerelateerde problemen een extra poortwachter zijn. Daarom is mijn boodschap aan huisartsen: weet ons te vinden als je een patiënt hebt met een slaapprobleem, in welke vorm dan ook. Verlies geen tijd voor de patiënt, want slaapproblemen worden alleen maar erger.”
Ksyos is slimme zorg, snel en dichtbij. Iedere dag helpen wij patiënten aan de juiste zorg op de juiste plek. Digitaal waar het kan en fysiek als het nodig is. Bij de zorgverlener in de buurt of gewoon thuis. Zo maken wij goede zorg sneller en makkelijker bereikbaar.
Het zorgpad Slaap van Ksyos biedt één ingang voor elke slaapvraag.
Wil je weten hoe dit werkt of direct starten?
→ ksyos.nl/slaap





























Landelijke Huisartsen Vereniging
T.a.v. Afdeling Ledenadministratie
Postbus 20056




