Theo Driessen deelt zijn levensverhaal over angst, herstel en nieuwe betekenis.
Wat ging Anja doen na haar pensioen?
Anja was onder andere verpleegkundige bij het FACT-team in Winschoten.
Lijstenmakerij 50 jaar
Dit jaar bestaat de Lijstenmakerij 50 jaar. Met de rubriek ‘Ingelijst’ staan we in het Magazine ook stil bij dit bijzondere jubileum.
Het tijdschrift voor medewerkers en geïnteresseerden verschijnt drie keer per jaar zowel in digitale uitgave als gedrukt magazine.
LM #1 2026
Het avontuur van Dorine en partner Anita
“Het leek ons wel heel erg tof als je een voedselbos bij je huis hebt. Waar je voor een deel van kunt leven en een mooie bijdrage kunt leveren aan biodiversiteit en aan het herstel van de bodem.”
De kracht van een koerswijziging
Soms zijn het niet de grote gebeurtenissen, maar de keuzes die we onderweg maken die ons leven een verrassende wending geven. In deze editie staan drie collega’s centraal die ieder op hun eigen moment besloten om een andere koers te varen.
Anja vond bijvoorbeeld na 39 dienstjaren een nieuw talent in zichzelf als kunstenaar en docent. Een mooi voorbeeld van wat er kan ontstaan wanneer je jezelf toestaat iets totaal nieuws te proberen. Theo laat een ander pad zien: een leven dat zich boog van muziek, angst en vallen naar herstel, betekenis en ervaringsdeskundigheid. En Dorine en Anita kozen voor een toekomst die letterlijk wortel schiet — in een voedselbos waar zorg voor de natuur en zorg voor mensen samenkomen.
Verder staan de oude vertrouwde columns van Stynke en Rense natuurlijk ook weer in dit Magazine en vertelt
Idelette Kruidhof ons meer over hoe Lentis volop inzet op opleidingscapaciteit.
Tot slot vind je dit jaar op de achterflap een nieuwe rubriek, namelijk ‘Ingelijst’. In het kader van het 50-jarig jubileum van de Lijstenmakerij lijsten wij dit jaar speciale, mooie verhalen in op de achterkant van het Magazine.
Saskia Scholte (hoofdredactie), Petra Albertema, Anne Helmus, Jannie Strijk
Ontwerp en opmaak
Klaas van Slooten | bno
Inhoud
2
Lentis zet vol in op uitbreiding opleidingscapaciteit
Idelette Kruidhof schetst hoe Lentis de opleidingscapaciteit wil vergroten om medewerkers meer ontwikkelmogelijkheden te bieden en beter voorbereid te zijn op toekomstige zorgvragen. Tijdens een werklunch en het Opleidingssymposium deelt zij de nieuwe visie op leren en de ambities voor een krachtig opleidingsklimaat.
5
Leren kijken naar lichaam en geest met één gezamenlijke taal
Tijdens het Opleidingssymposium in het Flonk Hotel stond de samenhang tussen lichamelijke klachten en psychische processen centraal. In lezingen en workshops werd duidelijk hoe belangrijk een gezamenlijke visie, erkenning van klachten en een integrale aanpak zijn voor goede zorg.
7
Helmus zoekt een oude liefde
Anne beschrijft hoe hij in klei een nieuwe vorm van creativiteit, geluk en verbondenheid vindt.
8 Van podium en paniek naar betekenisvol werk in de forensische psychiatrie
Theo Driessen vertelt hoe een leven als zanger, gevolgd door zware angstklachten en opnames in de GGZ, uiteindelijk leidde tot zijn rol als ervaringsdeskundige in de FPK.
11 Lang leve Leefstijl!
In het column van Stynke lezen we meer over wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van leefstijl op de mentale gezondheid van mensen.
12 Het voedselbos van Dorine en haar partner Anita Dorine en Anita verruilden hun leven in Amersfoort voor een plek in Bellingwolde, waar ze hun droom van een eigen voedselbos werkelijkheid maken. Ze delen hun verhaal én hun recepten met ons!
15
Begrijp het heden, begin bij het verleden Rense beschrijft hoe de gemeenschap van Dennenoord (1895–1960) ons laat zien dat samenwerken altijd ontstaat uit de omstandigheden van de tijd.
18 Wat ging Anja doen na haar pensioen?
Hoe een voormalig verpleegkundige een onverwachte wending in haar leven maakte naar schilder én docent.
20 Kort Nieuws
De psycholance bestaat 5 jaar, een mooie gift voor Hamrikheem en meer informatie over de theatervoorstelling ‘Zij is van mij’ lees je in het korte nieuws.
22 Achterflap: nieuwe rubriek ‘Ingelijst’
Dit jaar bestaat de Lijstenmakerij 50 jaar. Daarom hebben we dit jaar een nieuwe rubriek op de achterflap van het Magazine, namelijk ‘Ingelijst’, waarin we bijzondere verhalen belichten. We trappen natuurlijk af met de Lijstenmakerij zelf.
Lentis zet vol in op uitbreiding opleidingscapaciteit
Door Anne Helmus
Idelette Kruidhof is manager ad interim van de afdeling Opleiden en Ontwikkelen. Ze kwam als kind al vroeg in aanraking met mensen met psychische problemen. Haar vader voerde als predikant gesprekken met deze mensen en ze ontmoette hen bij haar thuis. Idelette raakte hierin geïnteresseerd.
Toen hij haar erop attendeerde dat je ook met een studie verpleegkunde met deze doelgroep kunt werken, ging ze de opleiding verpleegkunde volgen. Tijdens haar stage op de BW-Oosterpoort ontdekte ze dat ze het heel boeiend vond om met bijzondere mensen en hun verhalen te werken. Om zich verder in het vak te verdiepen volgde ze de opleiding voor Verpleegkundig Specialist GGZ.
Vanwege haar drijfveer om goede GGZ zorg te realiseren kwam ze bij de afdeling Opleiden en Ontwikkelen terecht. Haar motto is: goed werk leveren voor alle betrokkenen, het goede doen en je er goed bij voelen. Een van haar doelen is nu om alle medewerkers bij Lentis volop mogelijkheden te bieden om zich te kunnen ontwikkelen en de balans te vinden tussen leren en realiseren.
In dit artikel krijg je een inkijkje in een werklunch die Idelette had met teamleiders en managers. Waarna een verslag volgt van haar presentatie tijdens het Opleidingssymposium.
Werklunch
Met een spectaculair uitzicht over het Paterswoldse meer kwamen teamleiders en managers voorafgaand aan het Opleidingssymposium bijeen in de nok van het Flonk Hotel. Op het menu: de uitbreiding van de opleidingscapaciteit bij Lentis.
Tijdens de werklunch ging men met elkaar in gesprek over de cijfers en de toekomst. Waar werken de meeste verpleegkundigen en agogen? Waar verwachten we verloop door pensionering? En waar bevinden zich
de praktijkleerplaatsen? Door leidinggevenden en opleidingsfunctionarissen aan tafel te brengen, ontstond een waardevol gesprek vanuit verschillende perspectieven.
Wat bleek? Er leeft veel onder medewerkers. Er is behoefte aan opleidingsroutes op maat, de wens om te investeren in een sterk leerklimaat en het verlangen om toekomstige medewerkers al tijdens hun opleiding écht kennis te laten maken met de GGZ.
Opleidingssymposium
Na de bijeenkomst met de managers en teamleiders sprak Idelette op het symposium. Ze begon haar presentatie door Ester Kuiper aan te halen die even daarvoor had gezegd. ‘Slim Organiseren van Leren is
essentieel om samen goede ggz-zorg te bieden.’ Vanuit haar functie manager ad interim Opleiden en Ontwikkelen gaf Idelette aan daar samen met de afdeling opleiders en opleidingsfunctionarissen een rol in te willen spelen. Ze wil graag de visie van de afdeling delen, maar er vooral ook bij stil staan wat dit concreet voor Lentis gaat betekenen.
Idelette vertelde een verhaal om te laten zien wat vakmanschap is. Ze liet een foto zien met daarop de afbeelding van een jonge vrouw die Silje Sandberg bleek te heten. Ze had haar ontmoet tijdens een werkbezoek in Noorwegen. Haar verhaal raakte haar diep. Silje vertelde over haar opname in de psychiatrie. Vijf jaar lang sprak ze met niemand. Niet met familie, vrienden en hulpverleners. Na een jeugd vol narigheid was ze haar vertrouwen in mensen
volledig verloren en niet meer in staat om te spreken. Op een onbewaakt ogenblik toen ze helemaal alleen was pakte ze de gitaar die daar stond en begon te spelen. Een oplettende verpleegkundige hoorde het en rende naar de muziektherapeut: Jij kunt helpen. Wil jij met Silje muziek maken?
De muziektherapeut ging met haar aan de slag. Eerst maakt hij alleen muziek terwijl Silje erbij zat. Later nodigde hij haar uit om mee te doen. Ze begon te roffelen op trommels. Door de muziek begon ze langzamerhand weer connectie te maken. Eerst met muziek en later ook met woorden.
Ze ontdekte dat de muziektherapeut te vertrouwen was. Ze vertelde: ‘Als ik mijn therapeut kan vertrouwen, kan ik misschien het systeem ook vertrouwen‘. Ze zei ‘Vaktherapie sluit aan bij wat je wél kunt.‘ Terwijl het in de psychiatrie vaak gaat over wat je niet meer kunt. Deze ervaring blijkt het begin van haar herstel. Op de foto zie je haar drie jaar later. Ze treedt op tijdens het Rockovery Festival in Oslo. Ze werkt nu als ervaringsdeskundige.
In de analyse van Idelette zijn er drie hoofdpersonen in dit verhaal. De verpleegkundige die opmerkzaam was en handelde vanuit de juiste timing en wist welke expertise in haar team aanwezig was.
De muziektherapeut die non-verbaal bij haar wist aan te sluiten. Haar vertrouwen te winnen en het contact te verbreden naar de rest van het behandelteam.
En Silje die haar kracht en plezier ontdekte in de muziek.
Dit verhaal laat volgens Idelette zien wat vakmanschap is. Vakmanschap ontstaat door iets herhaaldelijk te doen, waardoor de kwaliteit stijgt. Om van startbekwaam naar vakbekwaam te groeien en uiteindelijk meesterschap te ontwikkelen, is het nodig om routine op te bouwen en volhardend te zijn.
Lentis wil die vakbekwame zorg bieden voor patiënten met ernstige symptomen en hun naasten die vaak onder grote druk staan. Lentis staat volgens Idelette voor grote uitdagingen. De vraag naar GGZ neemt nog steeds toe. Er zijn personeelstekorten en
maatschappelijke ontwikkelingen zoals polarisatie, digitalisering en een veranderende arbeidsmarkt. Dit vraagt van ons dat we steeds meebewegen. Een manier om deze uitdagingen het hoofd te bieden is opleiden en ontwikkelen.
In gesprek met teamleiders, managers en werkbegeleiders en opleidingsfunctionarissen uit de hele organisatie is er een visie ontstaan:
1. Je leert het beste met het doel voor ogen
2. Je leert samen: met en van elkaar
3. Je leert door te doen: oefenen, spelen en ontdekken
4. Je leert met lef: door fouten te maken, terug te kijken en te werken aan ontwikkelpunten
5. Je leert het beste door zelf regie te nemen
Leidinggevende voor medewerkers in opleiding Idelette sloot haar praatje op het symposium af met de boodschap dat ze wil investeren in opleiden en een aantrekkelijke opleidingsinstelling wil zijn. Dat doen we ook door een leidinggevende te werven, specifiek voor onze medewerkers in opleiding. Nu, enkele weken later, is bekend dat Jolly ten Brinke deze rol gaat vervullen. Zij zal leidinggevende zijn van de opleidelingen, die tijdens hun opleiding een periode gedetacheerd zijn én voor de AIOS, die vaak wisselen van opleidingsplek. Ook de verpleegkundigen en agogen die tijdens hun opleiding vertraging oplopen of een periode ziek worden kunnen bij deze leidinggevende terecht.
Opleidingssymposium: een inspirerend succes!
Op donderdag 22 januari werd het jaarlijkse
Opleidingssymposium gehouden in het Flonk Hotel in Groningen. De titel van het symposium was ‘De taal van het lichaam en de stem van de geest’. In dit symposium werd plenair en in workshops aandacht besteed aan pijn en symptomen zonder lichamelijk oorzaak. Deze klachten worden vaak geduid als ALK, Aanhoudende Lichamelijke Klachten.
Ester Kuiper, voorzitter van de Raad van Bestuur, gaf in haar openingswoord aan dat ze uitkeek naar het symposium. Het was voor haar een interessante onderbrekening van de normale werkzaamheden.
Idelette Kruidhof, ad interim hoofd van de afdeling opleidingen, gaf een presentatie over de nieuwe visie op leren en ontwikkelen en de introductie van een aantal leerprincipes.
Behandelen vanuit een gezamenlijk perspectief Prof. Dr. Paul van Wilgen, van Transcare Groningen, besteedde in zijn lezing onder andere aandacht aan het pijnsysteem en aan een aantal zaken die dit systeem gevoeliger maken zoals: Angst voor lichamelijk letsel, Trauma, Slaapproblemen, Controle over je leven kwijtraken, Sociale problemen. Opiaten kunnen bij langdurig gebruik oorzaak zijn van de klachten en een depressie verergeren. Bij de behandeling van Aanhoudende Lichamelijke Klachten pleit hij om te behandelen vanuit een gezamenlijk perspectief want patiënten klagen er vaak over dat alle betrokken behandelaren wat anders zeggen. Aandacht voor leefstijl is ook van belang in de behandeling. Bewegen kan de pijn reduceren. Verder is het zaak om de klacht te erkennen. Erken de klacht als een aparte entiteit. Ga niet psychologiseren. Kijk welke mechanismen een rol spelen. Geef Psycho-educatie vanuit een holistische visie. Dit is een belangrijk middel om de patiënt met de klachten om te leren gaan. Verwacht niet te veel. Een patiënt vertelde hem eens aan het einde van de behandeling dat de pijn er nog steeds wel was maar dat hij er minder last van had.
Door Anne Helmus en Michiel Rusch
‘Lastige en zeurende patiënten’
Dr. Lina Tak, psychiater Dimence Alkura Deventer ging vanuit haar expertise verder in op ALK. Het zijn volgens haar lichamelijke klachten die minstens drie maanden aanhouden en het functioneren beperken of lijdensdruk veroorzaken. De DSM5 zegt dat het een somatische symptoomstoornis is die gepaard gaat met excessieve gedachten of gevoelens en gedragingen die samenhangen met de klachten. Voor patiënten met ALK is het niet gemakkelijk om hulp te krijgen. In het somatische circuit wordt tegen hen gezegd: ‘Op mijn vakgebied kan ik niets vinden.‘ Of: ‘Ik kan u geruststellen er is niets met u aan de hand.‘
Of: ‘De klachten zitten tussen uw oren.‘ Binnen de GGZ zegt men al snel: ‘Wij hebben geen expertise.‘ Of men verzucht: ‘Uw hulpvraag sluit niet aan bij ons hulpaanbod.‘ Volgens Lina is het van belang om de fantasie los te laten dat andere zorgverleners de problemen van patiënten met ALK wel op zullen
lossen. In plaats van ze alleen maar te beleven als lastige en zeurende patiënten is het van belang om de vicieuze cirkel te doorbreken. Men wordt bijvoorbeeld steeds zieker door lichamelijk zwakte, duizeligheid en moedeloosheid. Men gaat erbij liggen en wordt steeds inactiever wat de klachten doet verergeren. Betrek de patiënt bij zijn behandeling door samen te beslissen welke behandeling het meest passend is. Aangetoond is dat Cognitieve therapie en EMDR werkzaam kunnen zijn, alsook Hypnotherapie en Schematherapie.
Misleiding van de zintuigen
Na de plenaire lezingen werden er door beide sprekers nog workshops gehouden waarin ze in een kleinere groep dieper op de materie ingingen. Jan Oosterbeek, de enthousiaste bewegingsagoog, vertelde over de heilzame werking van verschillende vormen van bewegen. Door deel te nemen aan het autismebeleving-circuit konden de deelnemers aan het symposium zelf ervaren hoe mensen met autisme horen, zien en ruiken en hoe anders hun motoriek functioneert. Het is een interactieve workshop voor zowel professionals als naasten. Door ervaringsgerichte opdrachten en kennis ontstaat meer inzicht en begrip, wat bijdraagt aan een autismevriendelijke samenleving. Deelnemers aan deze activiteit toonden zich verrast. De opdrachten die tijdens het circuit worden doorlopen, zorgen voor misleiding van de zintuigen. Ze laten je ontdekken dat handelingen die heel gewoon zouden moeten zijn niet meer vanzelfsprekend voelen.
Aan het einde van deze goed bezochte middag was er de gelegenheid om even gezellig met elkaar te borrelen.
Helmus zoekt een oude liefde
Elke maandagmiddag vertrek ik, sinds enkele maanden, naar een buurthuis op de grens van Oude en Nieuwe Pekela. Evenals een aantal andere deelnemers loop ik met een plastic box over het parkeerterrein naar het buurthuis. Bij aankomst begroet iedereen elkaar vriendelijk en men begint de spullen in de box uit te laden.
Op de schone tafels worden grote platen hardboard neergelegd waar we zometeen lekker aan het werk gaan. De gastvrouw en tevens beheerder van het gebouw komt uit de ruimte waar de kleiovens staan en stalt de pas geglazuurde potten en schalen uit. Er vormt zich al snel een kring rond de uitstalling van glimmend keramiek. Er klinken bewonderende kreten, maar er is ook soms teleurstelling. De kleur is toch anders dan verwacht of men ontdekt lelijke luchtbelletjes in het glazuur. Na deze sessie ga ik weer naar mijn vaste plek en verder met het kleien van cartooneske mannetjes.
Het is de eerste maandag van de maand en ik betaal zestien euro contributie, de gastvrouw boekt ze in. Het leuke aan deze club is dat men elkaar helpt en tips geeft. Sommigen zijn al heel lang lid en hebben veel ervaring in het vervaardigen van allerlei soorten keramiek. Na een uurtje werken wordt er koffie of thee gereserveerd met iets lekkers erbij. Tijdens het kleien is er steeds een gezellig geroezemoes. Zelf begin ik ook wat meer over mezelf te vertellen. Af en toe komt er iemand kijken waar ik mee bezig ben. Zelf maak ik ook af en toe een rondje om de verrichtingen van mijn klei-collega’s te bewonderen.
Werken met klei heb ik altijd leuk gevonden. Tijdens de vijftiger jaren, in de periode dat ik op de lagere school zat, ging ik met mijn vriendje Gerrit vanuit de Indische buurt in Groningen noordwaarts op de fiets naar een steenfabriek voorbij Zuidwolde. Daar kregen we na een beetje soebatten met de voorman vers uit de machine of de pers een deel van de kleistreng, nadat die door een draadsnijder in de vorm van stenen was gesneden.
Dolgelukkig legden we deze klei op onze bagagedragers, zetten het vast met touw en snelbinders en fietsten naar huis om er allerlei dieren en gekke koppen van te maken. We hebben weleens
Door Anne Helmus
een keer een vuurtje gestookt om de klei in te bakken. De buurvrouw werd heel kwaad toen haar schone was een grauwsluier kreeg van de rookontwikkeling. Als de klei droog was gingen we het met plakkaatverf decoreren en mijn moeder zette de werkstukken op de schoorsteenmantel.
Begin zeventiger jaren werkte ik op de creatieve therapie van het toenmalige Groot Bronswijk. Toen ook weer kreeg ik aardigheid aan het werken met klei, al gauw had ik een clubje patiënten verzameld die daar ook lol aan hadden. Er werd een grotere oven aangeschaft om de toenemende productie te kunnen verwerken. Ik maakte malletjes om de minder handige patiënten ook een kans te geven om iets toonbaars te maken. Er waren ook stempels waar men tegels mee kon decoreren. Een van de collega’s heeft er zijn badkamer mee betegeld. Sommige patiënten hadden een heel duidelijke eigen stijl. Een dove patiënt maakt grote kegelvormige objecten en een vrouw met autisme maakt steeds dezelfde keurig afgewerkte vaasjes waar ze steeds dezelfde patronen in kerfde met een spatel. Zelf was ik ook altijd lekker bezig met het maken van vazen, bloempotten en beeldjes. Een aantal goed gelukte werkstukken kwam terecht in een winkeltje op het terrein. In die tijd waren er op meer plekken binnen instellingen ruimtes waarin patiënten allerlei voorwerpen van klei vervaardigden. Nu kom je dat nauwelijks meer tegen.
Na mijn pensionering was het mijn wens om verder te gaan met het vervaardigen van keramiek. Om een plek te vinden waar ik terecht kon viel niet mee. Uiteindelijk na twee jaar op de wachtlijst kon ik in het Buurthuis tussen de Pekela’s terecht. Ik ben wel een stukje gelukkiger geworden van deze gezellige bezigheidstherapie, waar ik een oude liefde terugvond.
Theo Driessen, de voorgeschiedenis van een ervaringsdeskundige
Door Anne Helmus
Theo is ervaringsdeskundige en werkzaam bij de FPK (Forensische Psychiatrische Kliniek) in Assen.
Theo: ‘Dat forensisch heeft te maken met mensen die ooit een delict hebben gepleegd. En daarvoor vast hebben gezeten en daarna een behandeling krijgen. Dit werk doe ik nu drie en een half jaar.
Daarvoor heb ik de opleiding voor ervaringsdeskundige gedaan aan de Hanzehogeschool in Groningen. In mijn werk hoor ik veel verhalen van cliënten of van mijn patiënten, zoals ze binnen de FPK vaak worden genoemd. Tijdens mijn stage heb ik gewerkt bij Limor, een beschermde woonsituatie in Veendam. Daar wonen veel mensen met een psychische kwetsbaarheid, vaak met alcohol en drugsproblematiek.’
Ik kon er goed van leven ‘Daarvoor heb ik een compleet ander leven geleid. Ik ben altijd zanger geweest. Nu ook nog wel maar in mindere mate. Hits hebben we nooit gehad. We hebben altijd genadeloos liedjes van anderen nagespeeld. We waren eigenlijk een coverband, wel een heel populaire coverband. Ik heb daar wel zo’n vijfendertig jaar mijn brood mee verdiend en er mijn beroep van gemaakt.
Ik ben dus artiest geweest, echt wel heel lang. Dat was best wel succesvol. In Groningen en Drenthe zijn we wereldberoemd en daarbuiten onbekend. Het was wel heel regionaal die bekendheid van ons. Het leek allemaal hartstikke mooi. We speelden meer dan honderd keer per jaar. Ik kon er goed van leven. Dat moet ik eerlijk zeggen.’
Ik moest mijn werk als zanger stoppen ‘Op een gegeven moment werd het met te veel. Midden in de nacht werd ik wakker en kreeg het Spaans benauwd. Ik wist niet wat mij overkwam. Die paniekaanval, dat was geen aanval: het heeft anderhalf jaar geduurd. In die periode werd ik elk ochtend wakker met een kloppende keel met hyperventilatie, zweten en durfde mijn bed niet uit te komen. Ik wist bij god niet hoe het kwam. Ik moest mijn werk als zanger toen stoppen. Ik ging naar buiten omdat het soms moest. Ik had continu het gevoel van angst. Ik leek altijd een grote zelfverzekerde man die alles wel aankon. Ik was echt een klein bang vogeltje dat letterlijk in een hoek zat.’
‘Op een gegeven moment wist ik echt niet meer wat ik moest doen en kwam ik aanraking met het GGZ-circuit. Via mijn huisarts kon ik komen voor een gesprekje. Ik kwam ook in een praatgroep terecht, dat leek allemaal wel een beetje te helpen. De angsten gingen toch niet weg. Ik heb toen ook nog klinische opnames gehad.
Na nog een aantal andere opnames werd ik opgenomen in het Centrum voor Klinische Psychotherapie in Zuidlaren. Je was de hele week opgenomen en in het weekend mocht je naar huis. Dat heeft mij toen wel geholpen. Na een jaar ging het in golfbewegingen steeds beter met me. Ik had niet meer de hele dag last van die angst. Ik dacht het gaat wel weer.’
Hier staat gestoord Nederland
‘Toen ik opgenomen was in Zuidlaren bestond mijn band tien jaar. Ze hadden een heel groot concert georganiseerd in Martiniplaza voor drieënhalf duizend man. Het was bij aanvang nog steeds niet bekend of ik daar zou optreden want ik was opgenomen. Er werd wel druk op me gezet. Het ging in die tijd wel wat beter met me. Een minuut voordat ik dat podium op moest dacht ik: ‘Ik ga niet, ik ga niet…!‘ De band startte en ik ging toch naar het podium en al mijn angst was weg. Dat was zo’n raar moment. Ik kreeg zoveel energie van die zaal. Al mijn medepatiënten uit Zuidlaren waren naar dat optreden gekomen met allemaal spandoeken. Met teksten als: ‘Hier staat gestoord Nederland.’ En ‘Hier staan alle gekkies.’
Dit keer heftiger dan de vorige keer ‘Toen ben ik het oude leventje weer op gaan pakken. Zingen en met de band op stap. Van het ene optreden kwam het andere. Voor ik het wist stond ik weer honderd keer per jaar ergens in het land op een podium, ergens in een feesttent in Brabant of Gelderland.
Toch dacht ik vaak: ‘Is dit het nou‘? Het is een paar jaar goed gegaan en toen kreeg ik weer ineens precies hetzelfde. In de morgen na een nare droom werd ik wakker en het greep me weer bij de keel. Dit keer nog heftiger dan de keer daarvoor. Hoe kon dit nou? Ik ben in therapie geweest. Ik heb er alles voor gedaan. Ik had inmiddels weer een huis, de kinderen woonden 50% bij mij, en in één keer, ‘bam’, was het weer zover. Ik heb toen weer alles af moeten zeggen. Ik kon gewoon niet meer. Als ik over straat liep benauwde alles me. Alles kreeg ook vreemde vormen en allerlei geuren kwamen op me af. Ik kon geweldig goed ruiken. De geuren waren ook scherp. Dat was heel naar. Men vroeg weleens: ‘Wat voor angsten heb je dan?‘ Ik had geen plein of smetvrees. Ik had, zoals ze dat zeggen, een gegeneraliseerde angststoornis. Wat is dat nou precies?
Het is het gevoel dat je heel zenuwachtig bent voor wat je moet doen. Maar je weet niet wat je moet doen. Ik ging weer het GGZ-circuit in. Psychiaters, maatschappelijk werkers, psychologen, socio- en systeemtherapeuten. Ik heb met allen gesprekken
en therapieën gehad. Dat zal ergens wel geholpen hebben, want na verloop van een jaar kwam ik er weer uit. Het lijkt een heel lange mop te worden met steeds hetzelfde refrein.’
Iets voor die mensen betekenen ‘Langzamerhand kwam ik erachter dat er in mijn jeugd dingen zijn gebeurd die me later in de problemen hebben gebracht. Ik was het vijfde kind in een katholiek gezin. Vijf kinderen was mijn moeder eigenlijk te veel. Ik heb me erg vaak onveilig gevoeld en kreeg veel negatieve aandacht. Misschien dat ik daarom ook graag op een podium stond, want daar kreeg ik veel positieve aandacht. Ik was echt iemand die bevestiging zocht. Op mijn zestiende ben ik het huis uit gevlucht na een incident. Ik ging naar het jongerencentrum. Zij hebben me met een busje naar een kraakpand in de Haagse Schilderswijk gebracht. Dat was wat. Iedereen in dat pand had een verslaving. Ik kreeg ook van alles aangeboden, maar gelukkig zorgde iedereen ervoor dat ik als zestienjarige niet ging gebruiken. Als je met de bewoners doorpraatte hoorde je dat ze allemaal een bak ellende achter de rug hadden. Ik had toen al sterk het gevoel iets voor die mensen te willen betekenen. Iets wat ik later ook ben gaan doen.’
Ze verdient dat bedrag in tien minuten terug ‘Ik had geen cent. Ik kreeg van een van die vrouwen in het kraakpand 25 gulden. Een heel bedrag. Ik bedankte haar uitvoerig. ‘Dat hoef je niet te doen,‘ zei de vrouw die naast haar zat. ‘Ze verdient dat bedrag in tien minuten terug.’
Ik ervaarde in dat huis veel goedheid en warmte om me heen, iets wat ik thuis had gemist. Er werd naar me om gekeken. Ik heb daar ongeveer een half jaar gewoond. Ik wilde iets voor die mensen betekenen en ging voor ze koken. Daar ben ik er ook achter gekomen dat achter elke verslaving een verhaal schuilgaat. Ik verhuisde vervolgens naar Groningen. Ik had een vriendin die in Groningen aan het conservatorium ging studeren en ik ging met haar mee naar het noorden en vond wederom huisvesting in een kraakpand, het bekende voormalige RK-ziekenhuis. Ik maakte mijn middelbare school af en werd vervolgens na een opleiding Informatica docent en ben dat vervolgens 13 jaar geweest.
Mijn zangcarrière is daarna toevallig ontstaan. Ik voetbalde en na de wedstrijd sprong ik weleens op de bar om bijvoorbeeld Manuela te zingen. Pé Daalemmer, die bij me in het elftal zat, ging me begeleiden. Van het een kwam het ander en opeens was ik zanger van een band waar ik duizenden keren
mee heb opgetreden. Eerst heetten we ‘Hollands Verdriet’ en uiteindelijk werd de naam van de band ‘Diep Triest’. En op een gegeven moment was het mijn baan. Het was in eerste instantie helemaal niet mijn bedoeling daar beroepsmatig iets mee te doen. We stonden plotseling in het voorprogramma van De Dijk in de Oosterpoort. Er verschenen artikelen in de krant. Ik had het niet meer in de hand. Het was eigenlijk een grote grap, een grote kermis. Het was hartstikke leuk.’
Waarom ben ik dit niet eerder gaan doen
‘Toch gaf het mij niet de voldoening die ik zocht. Ik dronk in die tijd om de angsten wat te dempen. Na een paar wijntjes zakte de angst wel. Ik was toen weer onder behandeling van een psychiater die zei: ‘Angst en alcohol gaan niet samen.’
Dat klopt, want je wordt de volgende ochtend alleen nog maar ellendiger wakker. Hij zei dat ik met drinken moest stoppen. Hij bood aan om mij aan te melden bij de kliniek voor verslavingen, genaamd Vossenloo. In ieder geval voor de detox. Ik vond alles goed. Ik kwam daar in die kliniek en zag daar alcoholverslaafden, mensen die in de prostitutie hadden gewerkt en mensen met zware psychiatrische problematiek. Precies eigenlijk die mensen waar ik mee in een kraakpand woonde toen ik zestien was. Toen dacht ik:
‘Dit was toch wat ik wilde doen, hier wilde ik toch voor gaan werken om deze mensen helpen.‘ Ik had altijd de gemakkelijkste weg gekozen. Om zanger te worden heb ik eigenlijk nooit wat hoeven doen. Toen ik in Vosseloo was dacht ik: ‘Waarom ben ik dit niet eerder
gaan doen?‘ Ik ben er twee weken geweest en heb me daarna voorgenomen om een jaar lang niet te drinken. Daarna lukte het me om af en toe te drinken.’
Ze zijn allemaal net zo gek als ik
‘Ik was niet in één keer van mijn angsten af. Daar kom je niet zomaar van af. Maar toen wist ik wat ik wilde. Ik werd door iemand getipt over de opleiding ervaringswerker. Eindelijk kon ik mijn hart volgen. Ik was er nog niet klaar voor. Ik had weer een jaar op mijn bed gelegen. Stap voor stap ben ik weer opgestaan. Eerst heb ik een paar uur per dag op de belastingtoko gewerkt. Het is een instantie waar mensen met een psychische kwetsbaarheid werken voor mensen met een psychische kwetsbaarheid. Ik voelde me daar wel op mijn gemak uiteindelijk. Ik keek om me heen en dacht:‘ Ze zijn allemaal net zo gek als ik.‘ Dat gaf me heel veel zelfvertrouwen. Als ik lekker bezig was met die cijfertjes vergat ik letterlijk mijn angst. Ik werd gedwongen met mijn hersenen iets anders te gaan doen. Door geconcentreerd bezig te zijn had ik geen last van piekergedachten en angsten.’
Heb jij dat ook gehad?
‘Nadat het een poosje goed was gegaan ben ik die opleiding gaan doen. Ook tijdens de opleiding werd ik gedwongen om mijn aandacht erbij te houden. Dat ging goed, omdat ik het gevoel had iets te doen waar ik achter sta. Tijdens mijn stage had ik opeens collega’s. Dat vond ik fijn, om in een club mensen te werken met allemaal hetzelfde doel, namelijk het helpen van mensen. De volgende dag kom je weer terug en ga je weer verder met waar je mee bezig was. Werken vanuit een teamgeest en werken met cliënten. Dat was helemaal nieuw voor mij. Heel anders dan werken in een band. Op mijn stageplek schreef ik een brief aan alle cliënten met mijn verhaal. Ik dacht ze zullen wel terugkomen op dat alcoholmisbruik. Maar nee, ze begonnen over de angsten en vroegen: ‘Heb jij dat ook gehad?‘ Daar kon ik prachtige gesprekken over voeren. Het belangrijkste voor mijn herstel was om uit mijn piekerzone te komen en iets te doen wat ik zinvol vond en ‘s avonds thuis te komen en het gevoel te hebben: ‘Ik heb iets zinvols gedaan in mijn leven.’
‘Gelukkig heb ik tijdens mijn herstel veel hulp en begrip gekregen van mijn partner en mijn kinderen die inmiddels volwassen zijn. Een steunend sociaal netwerk is belangrijk.’
Prof.dr. Stynke Castelein is Hoofd Lentis Research & hoogleraar Herstelbevordering bij Ernstige Psychische Aandoeningen, RuG
Dr. Sanne Booij, senior onderzoeker CIP
Lang leve leefstijl!
In de geestelijke gezondheidszorg draait het vaak om het verminderen van klachten. Minder angst. Minder somberheid. Minder onrust. Begrijpelijk, want psychische klachten kunnen het leven ontwrichten. Maar wat als herstel meer is dan klachtenreductie? Wat als het ook gaat over meedoen, betekenis ervaren en weer vertrouwen krijgen in jezelf?
In een tijd waarin de nadruk vaak ligt op directe verlichting van klachten, vergeten we soms dat duurzaam herstel ook begint bij het dagelijks leven. Bij leefstijl. Bewegen. Slapen. Ontspannen. Gezond eten. Minimaal middelengebruik. Zingeving. Sociale contacten. Een optelsom van kleine, haalbare stappen, die samen een belangrijke basis vormen voor je algehele welzijn. Het mooie - en tegelijk het lastige - is dat je er zelf mee aan de slag kunt, maar dat het ook blijvende aandacht vraagt én het kunnen stellen van compacte en zinvolle doelen.
zelfvertrouwen. En misschien nog wel belangrijker: ze gaan weer meer meedoen. Op het werk. In sociale contacten. In het leven.2
Dat is opvallend, want veel leefstijlonderzoek in de GGZ kijkt vooral naar mentale en lichamelijke gezondheid. Dit onderzoek laat zien dat leefstijl ook bijdraagt aan persoonlijk en maatschappelijk herstelaan geluk, betekenis en het gevoel ertoe te doen. Zelfs als klachten niet volledig verdwijnen.
Natuurlijk zijn er uitdagingen. De doelen van deelnemers verschillen sterk en effecten zijn daardoor niet altijd eenvoudig meetbaar op groepsniveau. Toch zijn de allereerste resultaten veelbelovend: de training lijkt meer op te leveren dan te kosten.1 Wel is vervolgonderzoek op grotere schaal nodig om de (kosten)effectiviteit te bevestigen en de inbedding in de GGZ te verkennen.
2 Schillemans, C., Hoenders, H. J. R., Steffek, E., Albers, C. J., Booij, S. H., & Castelein, S. (2024). A pilot randomised controlled trial of a multidomain lifestyle intervention for outpatients with chronic or severe mental illness. Psychiatry research, 342, 116227. https://doi.org/10.1016/j.psychres.2024.116227 C o l u m n S t y n k e & S a n n e
In het promotieonderzoek van Charlie Schillemans werd de groepstraining leefstijl van Lentis onderzocht1, ook wel de Gecombineerde Leefstijlinterventie in de GGZ (GLI-GGZ). Geen programma met strakke regels, maar wel een gestructureerde aanpak waarin deelnemers zelf kiezen waar ze aan willen werken. In groepssessies en met praktische thuisopdrachten leren zij stap voor stap bouwen aan gewoontes die vol te houden zijn. Wat opvalt? De grootste winst zit niet per se in kilo’s minder of een spectaculaire daling van klachten. De echte verandering blijkt subtieler én krachtiger. Deelnemers worden milder voor zichzelf. Ze leren hun grenzen beter aangeven. Ze voelen meer
Leefstijl kan een krachtig middel zijn om mensen een nieuw hoofdstuk te laten beginnen, waarin ze gezonder leven en kunnen doen wat voor hen echt belangrijk is, ook als mentale klachten blijven bestaan.
Lang leve leefstijl!
Referenties
1 Schillemans, C. (2026). A New Chapter: Lifestyle Change to Promote Recovery in Outpatient Mental Healthcare. [Thesis fully internal (DIV), University of Groningen]. University of Groningen. https://doi. org/10.33612/diss.1495176034
Door Anne Helmus
Het avontuur van Dorine en partner Anita
Zeven jaar geleden woonden Dorine Heij en Anita samen in een hoekhuis in Amersfoort. Dorine: ‘We hebben toen op een avond een wilde brainstorm over onze toekomst gedaan met de titel: ‘Wij over vijf jaar?‘ De uitkomsten varieerden van een camping beginnen in Namibië tot zelfvoorzienend wonen in Zweden. En alles ertussenin. Een tijdlang spookten er vele opties door ons hoofden. Wat willen we met ons leven en wat willen we bijdragen aan de maatschappij of aan zorg voor de natuur. Wat kunnen we daarin betekenen?’
Nu, jaren later, wonen ze in Bellingwolde. Naast hun ambities om een voedselbos te verwezenlijken hebben ze allebei nog een baan van vier dagen. Dorine werkt als psychomotorisch therapeut voor de deel persoonlijk
We hadden al op tien huizen een bod gedaan ‘Drie jaar na de brainstorm kwamen we het fenomeen voedselbos tegen op sociale media. Het leek ons wel heel erg tof als je een voedselbos bij je huis hebt. Waar je voor een deel van kunt leven en een mooie bijdrage kunt leveren aan biodiversiteit en aan het herstel van de bodem. En laten zien dat landbouw ook anders kan. Het hoeft niet allemaal monocultuur te zijn, er is meer onder de zon. Als we dat zouden willen dan moeten we niet wachten tot ons pensioen, want bomen groeien niet zo snel. We zijn toen op zoek gegaan naar een geschikte locatie. We hadden al op tien huizen een bod gedaan, maar we werden steeds overboden. Het was af en toe een gekkenhuis. Uiteindelijk kwamen we in Bellingwolde terecht om dit huis te bekijken. We hadden de plaats misschien wel eens op Funda langs zien komen, maar kenden het eigenlijk niet. Anita, mijn partner, is Groningse, ze komt wel uit een ander deel van Groningen maar kent de provincie goed. Inmiddels hadden we allebei onze baan opgezegd en de beschikking over een huis met een stuk grond. Dat de tuin dicht bij het huis ligt was wel een voorwaarde. Het huis uitlopen en een voedselbos in stappen, is wat we wilden. Dat is hier gelukt en het is supertof.’
Het is nu nog een babybos
‘Aan de voorkant van het huis ligt een halve hectare grond en daar bevindt zich het voedselbos. Aan de andere kant van het huis hebben we een mini campinkje gecreëerd. Dat is ook de plek waar we gasten ontvangen. Daar staan picknicktafels en beginnen de rondleidingen. Komende zaterdag hebben we bijvoorbeeld een meewerkdag en gaan we schuilplaatsjes voor dieren maken. Het is niet alleen werken, het moet ook gezellig zijn. Alles wat vrijwilligers doen is mooi meegenomen. Omdat we allebei nog vier dagen in de week werken is het lastig om een echt vast groepje vrijwilligers te hebben en dat te faciliteren. We hebben allerlei voedselboscursussen gedaan om meer te leren over plant- en bodemgezondheid en bijvoorbeeld het vermeerderen van bomen en planten. We zijn lid van Voedsel uit het Bos, een landelijke organisatie waar veel kennis en kunde is en waar we terecht kunnen voor de uitwisseling van ideeën, kennis en vaardigheden. Hier in de buurt is wel een voedselcoöperatie waar je producten kwijt kan en ook voedsel kan bestellen. We leveren daar nog wel eens eitjes aan van onze kippen of ik neem ze mee voor collega’s. Veel oogst hebben we zelf nog niet, want het is nog een babybos. Het was eerst allemaal grasland en werd voornamelijk gebruikt om te hooien.’
Tijdens het gesprek krijg ik wat snacks, fruitleer en gedroogde appeltjes en yacon, dat is een ZuidAmerikaanse wortel. En bij de koffie een heerlijke appelflap met appelbessen uit het bos.
Het bos
‘Wij hebben de keus gemaakt om een ontwerp te laten maken door de landschapsarchitect Evelyn Derksen, die al meerdere voedselbossen had ontworpen. We hebben er een hek omheen gezet en een poel laten uitgraven. En nog een kleinere poel waarvan de bodem is afgedekt met folie. Daar laten we eetbare waterplanten in groeien. Ons voedselbos is een zogenaamd romantisch voedselbos. Het staat niet allemaal in keurige rijen als bij een bos die meer op productie is gericht. Bij ons bos staat het wat meer door elkaar. Het is vooral ook een beleefbos waar je nieuwe smaken kunt ontdekken. We willen gasten erdoorheen laten lopen, ze dingen te laten ervaren, verschillende kleuren en smaken, echt de niet-standaarddingen. Niet een Elstar appel, maar wel bijvoorbeeld een Veendammerglorie, een soort hier uit de buurt of een rode walnoot, gewoon omdat het kan. Om de buitenkant hebben we windhagen gezet. Aan de ene kant zwarte elzen en aan de andere kant allemaal verschillende struiken, zoals haagbeuk en hazelaar, kardinaalsmuts en sleedoorn waar wat besjes in zitten voor vogels. Die bomen en struiken hebben ook de functie om de wind tegen te houden van beide kanten omdat het hier altijd waait. Veel struiken hebben wel de behoefte aan wat meer luwte. We hebben ook grotere bomen geplant. Wat je wil is dat de bodem van grasland verandert in een bosbodem. Grasland heeft een bacterierijke bodem. De bedoeling is dat het een schimmelrijke bodem wordt. Doordat de bomen onderling met schimmeldraden voedingsstoffen uit kunnen wisselen. We brengen veel organisch materiaal op de bodem aan in de vorm van bladcompost, maar ook houtsnippers, vele kubieke meters hebben we al op het bos uitgestort.’
De plannen
In 2023 hebben we de eerste voedselbosbomen aangeplant. Het belangrijkste onderhoud is in de zomer zorgen voor voldoende water. Als het echt nodig is gaan we sproeien, dat is wel altijd een hele operatie. Dat komt uit een put hier naast het huis of uit de poel via een dompelpomp. Dat moet nu nog. Het idee is dat op termijn het bos het vocht zelf meer vasthoudt. Het plan is om in de hiernaast gelegen schuur een keuken in te bouwen, zodat we daar ook voedselverwerking in kunnen doen, al dan niet workshopachtig. We zijn van plan groepen uit te
nodigen voor educatie waarbij je het voedselbos kunt gebruiken om iets te vertellen en iets te leren en te ervaren. Zodat het niet alleen van onszelf is, maar dat je ook kunnen delen met andere mensen. Onze minicamping gaat dit jaar voor het eerst open, acht weken lang. Afgelopen jaar waren er twee weekenden proefkampeerders, ook om te kijken of het zelf ook wel leuk zouden vinden.’
Een complete reeën-familie
Het is tijd om naar het voedselbos te gaan. Dorine gaat me voor. We komen via een hek binnen het omheinde deel van het voedselbos. In de verte zien we een complete reeën- familie. Een belangrijke reden voor
de omheining van het bos. Lopend over een graspad komen we langs alle zaken waar Dorine over vertelde. Veel bomen en struiken zijn nog klein, anderen al wat groter. Je kunt je er al wel een voorstelling van maken hoe het gaat worden. Dorine vertelt heel enthousiast over de dingen die we tegenkomen. Hier en daar staan palen met daarop keramische bordjes met de namen van de bomen en struiken die je daar kunt ontdekken.
Dorine deelt in de komende uitgaven van Lentis Magazine recepten van gezonde gerechten, waarvan een deel van de ingrediënten afkomstig is uit het voedselbos. We krijgen nu alvast een voorproefje met een heerlijk recept voor brandnetelsoep!
Voor 1 liter brandnetelsoep heb je nodig:
• 1 ui
• 1 teentje knoflook
• 1 aardappel
• 100 gr. brandnetelbladeren (pluk hiervoor de jonge brandnetelbladeren bovenaan de plant)
• 100 ml (vega) room
Snijd de ui en knoflook klein en fruit ze aan in een pan met olie. Voeg de in blokjes gesneden aardappel toe en bak ze even mee.
Voeg de bouillon toe en breng het aan de kook. De brandnetelbladeren kunnen erbij. Laat het 10 minuten koken.
Met een blender maak je een gladde soep. Je kunt ook kiezen om de brandnetelbladeren eerst fijn te snijden. Voeg tot slot de room toe en zout en peper naar smaak.
Lekker bij de soep zijn yoghurt wraps:
150 gr. zelfrijzend bakmeel 140 gr. Griekse (stijl) yoghurt.
Kneed beide ingrediënten tot een mooi deeg en laat het even rusten.
Maak er bolletjes van en rol ze uit op een plank. Bak ze kort aan beide kanten in een koekenpan met een beetje olie.
Om het helemaal af te maken kun je wat zelfgemaakte verse kruidenboter erop smeren. Denk aan kruiden als: rozemarijn, tijm, wilde marjolein en oregano.
Het leuke van dit recept is dat je het ook goed buiten kunt maken boven vuur. Dan wordt het helemaal een feest!
Kort nieuws
Psycholance 5 jaar
Onderstaand artikel, over het vijfjarig bestaan van de psycholance in onze provincie, stond in het laatste nummer van het magazine van Ambulancezorg Groningen. Collega Adriana Veldman-Lemnaru werd hiervoor geïnterviewd. Op de psycholance werken namens Lentis acht verpleegkundigen die samen met een psycholancechauffeur in opdracht van de meldkamer werken.
De psycholance heeft zijn plek veroverd binnen het zorgnetwerk Op 14 oktober 2020 reed de psycholance een eerste dienst door Groningen. Adriana Veldman-Lemnaru al twintig jaar werkzaam bij Lentis als verpleegkundige, was er vanaf dag één bij en vertelt over vijf jaar psycholance in Groningen. ‘De psycholancepilot begon in de pandemie, waardoor de start meteen al bijzonder was. Samen met zeven à acht collega’s uit de kliniek vormden we het eerste team. Het huidige team is alweer heel anders van samenstelling. Dat hoort bij een project dat groeit. En er is nog veel meer veranderd in de afgelopen vijf jaar.’
Wij bieden een heel specifiek expertise
‘In het begin was het behoorlijk zoeken. Er was veel terughoudendheid en iedereen moest aan ons wennen. De verwachtingen waren bovendien hoog: sommige mensen dachten dat we alle verwardheid op straat zouden oplossen. De bedoeling was dat wij na een jaar meer bevoegdheden zouden krijgen, maar door wisselingen in het management heeft dat veel langer geduurd. Dat was teleurstellend voor ons en voor het ambulancepersoneel.’
Inmiddels is dat beeld compleet veranderd. ‘We hebben heel veel ervaring opgedaan en een heel specifiek expertise opgebouwd.
Met Jan Willem de Boer als medisch manager is er veel gebeurd op het gebied van scholing en deskundigheidsbevordering en wij mogen nu ook triageren en als eerste ter plaatse zijn bij een casus. Het vertrouwen is enorm toegenomen, we kennen elkaar en collega’s vragen ons sneller om mee te denken.’
De psycholance is niet meer weg te denken uit Groningen
‘Onze expertise is onmisbaar voor goede zorg voor deze kwetsbare groep, maar ook als partner van de politie, de ALS, de huisarts, ambulant en de Crisisbeoordelingslocatie van Lentis. De psycholance heeft zijn plek echt veroverd en is niet meer weg te denken uit Groningen. Wanneer we het bij een verplichte opname of dwangvervoer voor elkaar krijgen dat iemand rustig en vrijwillig meegaat, zonder dat er dwang of politie aan te pas hoeft te komen, zijn dat de mooiste momenten. Met onze gesprekstechnieken en verpleegkundige achtergrond lukt dat vaak en voor de patiënt en de familie maakt dat een enorm verschil. Dat horen we ook terug van familie en huisartsen. Daar doen we het voor.’
Bron: Ambulancezorg Groningen
Deel 1. Begrijp het heden, begin bij het verleden*
Door Rense Schuurmans
Zonder dat de medewerkers samenwerken kan een organisatie haar doelstelling niet behalen. Iedere medewerker weet dit. Maar, de beslommeringen van alle dag kunnen tot gevolg hebben dat we de noodzaak tot verbinding maken vergeten. Dit artikel (dl1) en dat in het volgende Magazine (dl2) kunnen dienen als geheugensteuntje.
Andere omstandigheden maken alternatieve vormen van verbinding nodig. Onze voorouders, in deze tekst zijn dat de medewerkers van Dennenoord in de periode 1895-1960, gaven om die reden een andere invulling aan het begrip gemeenschapszin dan wij doen. Zij hadden dezelfde doelstelling als wij hebben: het bieden van de best mogelijke zorg. Zij maakten andere verbindingen, andere samenwerkingsvormen. De condities waarin ze leefden vereisten dit. Je ziet het ook terug aan de dorpse kenmerken van het Dennenoordtterrein in Zuidlaren,
Jaren ’40 – Een kamer van een verpleegster
met een watertoren, de kerk, begraafplaats, bibliotheek, de woningen en paviljoenen.
Kijkend vanuit hedendaags perspectief naar de toenmalige gemeenschap valt op: het trage levenstempo, tbc als reuzendoder, kindersterfte, het geven van een kind aan een kennis of familielid zonder kinderen, het elkaar kennen door dagelijkse ontmoeting, de vaste positie van het individu in de gemeenschap (het was zoals het was), liefdevolle zorg voor de patiënt (volgens huidig perspectief betuttelend, maar toen voldoend aan de standaard van goede zorg), de lage complexiteit met een minimale administratieve dienst (potlood, gom en vulpen), overzichtelijkheid, elkaar helpen bij persoonlijke problemen. Als verpleger/ster woonde je op de eerste verdieping van het paviljoen, op een kamertje naast een kamer van een patiënt; een eenvoudig, zuinig, sober, zonder keuze, hardvochtig leefniveau.
Er werden langdurige arbeidscontracten gesloten, er werd gehuwd binnen de gemeenschap, men woonde op of direct buiten het zorglandgoed. Het paviljoen werd bestierd door een Vader en een Moeder, als een gezin met zieke en gezonde kinderen. De dokter en verpleeg/ster waren geüniformeerd – patiënten hadden gestichtskleding aan. Paviljoenen werden ingedeeld in de categorieën rustig, halfrustig en onrustig.
De verpleger/sters waren ook schoonmaker, barbier en oppasser. Ze hadden geen dossierkennis, hij of zij richtte zich op de dagelijkse orde in het paviljoen. Patiënten werden zichtbaar gehospitaliseerd in de half- en onrustige paviljoenen, met vergaand decorumverlies en apathie (gekte niet door ziekte maar door het instellingsregime werd omstreeks 1960 gedacht door vernieuwers; tien jaar later werd het perspectief: de wereld is gek, niet de patiënt; in de huidige tijd bestaat het perspectief ‘tot gek gemaakten’). In de paviljoenen van rustigen kwam het voor dat de leerling werd ingewerkt door een eveneens inwonende patiënt.
Jaren ‘50 – Scheersalon
Jaren ’30 – In de tuin van paviljoen 8 (Groenehagen) op de achtergrond hekken die het paviljoen omringden. In dit pand waren onrustige patiënten gehuisvest. Gedurende de zomermaanden speelde het leven zich buiten af.
De gemeenschap was sterk hiërarchisch en statisch geordend, de geneesheerdirecteur was de absolute autoriteit. Hij leidde in alle facetten, de inschikkelijkheid/ dienstbaarheid van alle medewerkers was vanzelfsprekend. De geestelijk verzorger was de hoeder van de gedragsvoorschriften. De huismeester had een dwingende vinger in de pap van de gestichtshuishouding. Eenzelfde verticale autoriteit gold de diensten. Er was een sterk standen bewustzijn: huwelijk binnen de eigen groep, mate van luxe in huisvesting op het terrein van het landgoed was afhankelijk van de plek in de hiërarchie, communicatie en vertier vonden plaats binnen eigen kring (als je man promotie maakte zei je tegen de buurvrouw dat je haar geen koffiebezoek meer kon brengen).
De plek van de vrouw was dienstbaarheid aan de man. Na haar huwelijk volgde ontslag. Homoseksualiteit bestond niet openlijk. Ongehuwde vrouwen hadden vaak vriendinnen. Mannen huwden vrouwen. De vrouw kon carrière maken, mits ongehuwd.
Op de in bovenstaande context vormgegeven verbindingen wordt in deel 2 (1960 – heden), volgend Lentis Magazine, voortgeborduurd.
*Gemeenschapszin, toen, nu en in de toekomst is het onderwerp van de aanstaande wisselexpositie in het Museum van Lentis Erfgoed op het terrein van Dennenoord in Zuidlaren
Door Anne Helmus
Wat ging Anja doen
Anja is een ex-collega. Ik werkte met haar samen in het FACT-team in Winschoten. Ik kwam haar alweer even geleden tegen als exposant met een kraam vol kleurige schilderijen, op de jaarlijks Kunstmarkt in Sellingen. Ik was aangenaam verrast door haar werk. We maakten een afspraak voor een interview. Vandaag stond ik om tien uur bij haar op de stoep van hun mooie houten woning aan de rand van het Natuurgebied de Tjamme in Finsterwolde.
Anja was onder andere verpleegkundige bij het FACTteam in Winschoten. Vorig jaar is ze, na 39 dienstjaren op 62-jarige leeftijd tegelijk met haar partner met pensioen gegaan, op dezelfde dag. Ze zijn wat eerder gestopt dan hun pensioengerechtigde leeftijd.
‘We hebben niet uitgerekend wat het ons kost om eerder te stoppen. Maar we hebben gekeken wat we nodig denken te hebben om te leven en dat als uitgangspunt genomen. Als je gaat onderzoeken wat eerder stoppen je allemaal kost ga je dat moeilijker doen. Samen hebben we deze keuze gemaakt en we hebben gelijktijdig onze werkgevers vaarwelgezegd.’
Nooit getekend of geschilderd
Na haar pensionering is Anja nog meer gaan schilderen dan ze al deed. Dat ze zoveel lol aan het schilderen zou krijgen was voor haarzelf ook wel een verassing.
Voordat Anja, zes jaar geleden, begon met schilderen had ze nooit getekend en of geschilderd. Haar partner Alie was wel eens bezig met het kleuren van mandala’s. Zelf had ze wel eens een keer een paar tubes verf gekocht. Daar is ze, toen Alie bezig was met kleuren, ook mee aan de gang gegaan en schilderde een afbeelding van Maja Wildevuur na. Dat vond ze heel leuk om te doen.
‘Toen ben ik samen met mijn schoonzus een workshop gaan volgen. Dat was in de coronatijd. Voor het eerst schilderde ik op een doek. Vanaf dat moment heb ik niet anders meer gedaan. Inmiddels heb ik al heel veel cursussen en workshops gevolgd om me verder te ontwikkelen en ben van plan om hier mee door te gaan. Ik blijf heel erg nieuwsgierig naar nieuwe technieken.’
Naast de eettafel staat de schildersezel waar ze een portret in wording heeft staan. Ze heeft momenteel weinig werken in huis. Veel schilderijen worden namelijk geëxposeerd het Restaurant Atelier De Kamer in Emmen. De schilderijen van Anja hebben al op veel galeries en restaurants en andere plekken gehangen.
Anja werkt voornamelijk met acrylverf. Dat werkt wat gemakkelijker dan olieverf.
‘Deze drie portretten die hier hangen maak ik voor een expositie in Oudeschans, georganiseerd door de Kunstkring Westerwolde. Ook exposeer ik in het kader van de kunstroute Kunst aan de rand van Nederland.’
Zelf ontwikkelde werkwijze
‘In de wintermaanden geef ik workshops. Nooit gedacht dat ik dat zou doen. Als iemand dat zes jaar geleden tegen mij gezegd zou hebben, zou ik dat echt niet geloofd hebben. Het is heel leuk om te doen. En ook heel fijn om te zien hoe blij mensen weer weggaan met hun zelfgemaakte schilderij. Via mijn website kunnen zich maximaal vijf mensen per keer aanmelden. De deelnemers mogen schilderen wat ze leuk vinden. Van tevoren stuur ik ze een mail met de vraag om een voorbeeld wat ze gaan schilderen te mailen. Ik begeleid ze daarin. Soms komen ze met een voorbeeld dat moeilijk te realiseren is. Uiteindelijk kunnen ze maken wat ze zelf willen op een doek van 70 bij 70, of 60 bij 80, best wel groot. Soms vinden ze het spannend, dan staan ze te aarzelen voor zo’n groot doek en denken: ‘Wat nu?‘ Ik steun ze bij het opzetten van een schilderij. Op hun afbeelding zet ik een aantal hulplijnen om een goede vlakverdeling en compositie
na haar pensioen?
te krijgen. Ik help zo nodig om die lijnen op het doek over te brengen op de achtergrond die ze dan al hebben aangebracht met verf. Binnen deze belijning kunnen ze hun zelfgekozen afbeelding schetsen. Deze werkwijze kost mij nog wel wat voorbereiding. Ik weet dus van tevoren wat ze gaan doen en weet of het past op het doek. Deze methode geeft een bevredigend resultaat en het voorwerk dat ik heb gedaan geeft houvast. De verhoudingen hebben ze alvast goed en dan kunnen ze gaan schilderen. Deze manier heb ik zelf ontwikkeld. Ik ben deze werkwijze nog niet tegengekomen tijdens de workshops die ik heb gevolgd. Ik krijg heel positieve feedback, ook van mensen die best al wel ervaring hebben met schilderen. Dat vind ik dan ook wel weer heel leuk. Bij het tekenen op het doek kijk ik altijd mee om te zien of het er goed op komt. Na afloop krijg ik vaak foto’s van de werken als ze bij hen thuis aan de muur hangen. Mijn partner Alie helpt me mee om de huiskamer om te bouwen tot een schildersatelier. Ook verzorgt zij een lekkere lunch, de deelnemers zijn echt een dagje uit in een omgeving met veel natuur. Ook bij alle andere activiteiten rond het schilderen is Alie een enorme steun.’
Daar verkopen we het nooit voor ‘Ik heb tot nu toe vierenveertig schilderijen verkocht. De leeftijd van de kopers varieert van dertig tot tachtig. Heel divers dus. Bijvoorbeeld een schilderij van een grote olifant is naar Amsterdam gegaan. Die hing op een expositie in Diever. De koper, een chirurg, was erg geraakt door die olifant. Hij vroeg zich af hoe hij het grote schilderij in zijn woonplaats moest krijgen. Die hebben we bij hem persoonlijk aan de muur gehangen. Zelf had ik ook nooit gedacht dat het verkocht zou worden. Mijn partner Alie vond het werk ook heel erg mooi. Ze zou het jammer vinden als het de deur uit zou gaan. Maar voor vijftienhonderd euro zou het volgens haar verkocht mogen worden. Ik dacht: daar verkopen we het nooit voor. Het schilderij is vrij snel en inderdaad voor dat bedrag verkocht!‘
Ik stop niet meer met schilderen
‘We vinden het mooi en het is een kroon op mijn werk als iemand een schilderij koopt. We hebben een website, staan op beurzen en doen mee aan een kunstroute. Het is bevredigend om ze van eigenaar te laten verwisselen. Er komen steeds weer nieuwe/ andere schilderijen bij. Ik stop niet meer met schilderen. Ik zoek een afbeelding van bijvoorbeeld een dier en maak daar mijn eigen interpretatie van. Ik had laatst een wolf gemaakt. De verf is dan amper droog of ik heb hem alweer verkocht. Ik kan me niet meer een leven voorstellen zonder schilderen. Het is echt een way of live geworden.‘
Kort nieuws
Essity doneert 5000 euro aan Lentis Hamrikheem
Hoogezand – Medewerkers van Essity in Hoogezand hebben via een intern veiligheidsinitiatief 5.000 euro beschikbaar gesteld aan drie maatschappelijke organisaties in de regio. De bijdrage gaat naar Stichting Samen aan Tafel in Sappemeer, ZINN – De Burcht en Lentis Hamrikheem. De medewerkers kozen de organisaties zelf. Binnen het bedrijf kunnen medewerkers punten verdienen door actief bij te dragen aan veiligheid op de werkvloer, bijvoorbeeld door verbeteringen aan te dragen of risico’s te melden. Die punten worden jaarlijks omgezet in een financiële donatie aan lokale doelen.
De fabriek in Hoogezand produceert onder meer
incontinentieproducten en babybroekluiers die wereldwijd worden geleverd. De locatie telt circa 550 medewerkers.
Welzijn en zorg in de regio
De drie organisaties richten zich op ontmoeting, ouderenzorg en ondersteuning van mensen met een psychische kwetsbaarheid. Stichting Samen aan Tafel organiseert gezamenlijke maaltijden in Sappemeer. ZINN – De Burcht biedt dagactiviteiten aan ouderen met dementie of zware lichamelijke beperkingen in Hoogezand. Lentis Hamrikheem ondersteunt mensen met een psychische kwetsbaarheid in Groningen.
Bron: RTV Midden-Groningen
Overhandiging van de cheque aan dhr. Klaas Jan Jansen van stichting Samen Aan Tafel (SAT), door John Pasiman (l) en Otmar Henke (r) van Essity. (foto: Essity. )
Voorstelling Foolcolor over stalking en intiem partnergeweld verschoven
naar september
In de vorige Lentis Magazine las je al over de voorstelling Zij is van mij van onze theatergroep Foolcolor. Zij is van mij gaat over stalking en intiem partnergeweld - over liefde die omslaat in obsessie met als gevolg overmatige controle en delictgedrag. Een indringende voorstelling van 75 minuten. Wegens omstandigheden in de spelersgroep is de voorstelling verschoven naar 15 september om 19.30 uur in Grand Theatre in Groningen.
Actueel onderwerp
Ine Paulien Weijer en Sandra Hartzema schreven de voorstelling. In de vorige editie van Lentis Magazine vertelden hoofdrolspeelster Anouk Ebbens en regisseur en scenarioschrijver Ine Paulien Weijer meer over het stuk.
Ine Paulien: “In de voorstelling zijn twee lijnen verweven. Een lijn gaat over intiem partnergeweld.
De relatie tussen de man en de vrouw loopt uit de hand als zij de relatie verbreekt. De man blijft haar achtervolgen en er dreigt gevaar op femicide.” De andere lijn is die van de waanstalker. Anouk neemt daarin de hoofdrol voor haar rekening. “Ik speel Elsbeth. Zij wordt verliefd op haar leidinggevende. Ze is ervan overtuigd dat zij net zoveel van haar houdt als zij van haar.” In beide gevallen draait het uit op stalking. Voor beide vormen van stalking geldt dat het een enorme impact op het leven van slachtoffer en dader heeft. Ine Paulien: “Het is verstikkend, bedreigend en heel bepalend voor je leven.”
Lees het hele interview in Lentis Magazine 2025 #3.
Kom je ook?
Ben je benieuwd geworden naar deze aangrijpende voorstelling over een heel actueel onderwerp? Je kunt vanaf nu tickets kopen door de QR-code hieronder te scannen. Had je al een ticket besteld voor de gecancelde voorstelling? Dan heb je inmiddels een mail ontvangen van Grand Theatre.
Lijstenmakerij De Lijster 50 jaar!
In het gebouw Zuidend op het Dennenoord terrein is sinds vijf jaar de Lijstenmakerij gevestigd. De Lijstenmakerij is één van de werkprojecten van A&R Zuidlaren. Klanten komen van heinde en ver om hun schilderij, foto of borduurwerk in te laten lijsten. Op de Lijstenmakerij werkt een professioneel uitgerust cliënten-team als lijstenmakers. Zij beschikken over machines, gereedschappen en jarenlange ervaring om ieder werk te voorzien van een mooie lijst. Naast het inlijsten kunnen canvassen en borduurwerken worden opgespannen, posters worden geplakt en passe-partouts worden gesneden.
Dit jaar viert de Lijstenmakerij haar 50-jarige jubileum en daar staan we in Lentis Magazine ook graag bij stil. In de rubriek ‘Ingelijst’ delen we dit jaar bijzondere verhalen over (collega’s van) de Lijstenmakerij. Deze eerste editie van ‘Ingelijst’ vertelt Henk van der Heide, begeleider bij de Lijstenmakerij meer over de geschiedenis.
Medio 1975 begon men op de houtbewerking met het fabriceren van lijsten. De houtbewerking was toen nog gevestigd in gebouw E 024 waar tegenwoordig de kringloopwinkel (ook zo’n leuk werkproject van A&R) haar handel drijft en waar de groenvoorziening kantoor houdt. Dit lijsten maken sloeg kennelijk aan wat resulteerde in een
aparte activiteit. In de loop van 1976 werden de eerste gereedschappen en machines aangeschaft en werden er afspraken gemaakt met leveranciers van lijsten.
Ergens in de jaren 80 verhuisde de houtbewerking en de lijstenmakerij naar het Wester arbeidstherapie- ofwel WAT-gebouw. Daar was tot dan toe onder andere de kapper gevestigd. Ook was er de rietvlechterij gevestigd waar bijvoorbeeld antieke meubelstukken werden voorzien van nieuw riet.
Op 2 november 1987 trof de Lijstenmakerij een ramp. Vrijwel het hele gebouw brandde af. In 2006 herhaalde de geschiedenis zich en brandde het geheel nogmaals af. Na tot twee keer toe opnieuw te zijn opgebouwd, bleef de Lijstenmakerij in trek als werkproject en geliefd adres voor vele klanten die hun werken hier laten inlijsten.
In 2021 verhuisde de Lijstenmakerij samen met de houtbewerking naar de linkervleugel van gebouw Zuidend. Hier wordt na 50 jaar nog steeds hard gewerkt om de mooiste lijsten af te leveren.
Bij de Lijstenmakerij kunnen cliënten terecht voor het leren lijsten maken. De Lijstenmakerij is hiervoor in de ochtenden geopend. Hier kan men aan hun herstel en aan hun doelen werken. In de middagen is er dagbesteding waar plek is voor eenieder die zelfstandig creatief kan werken.
De Lijstenmakerij is op afspraak geopend voor klanten. Zij kunnen bellen met 050 409 73 24 of mailen naar lijstenmakerij@lentis.nl