For Your Eyes Only
Blootfotografie in huis, tuin, bed, bad, bos, branding en keuken 1870-1985
Wim de Jong
Inhoudsopgave
Voorwoord 7 Inleiding De Real Photo Post Card
15 35
Aaibaar voyeurisme Blootportretten in vingerverf
55 82
Garçonnes, flappers en andere Nieuwe Vrouwen
87
De blootfotograaf op eigen terrein
101
Naar buiten!
127
De pin-up van zijn dromen De indoor-wildlife-blootfotograaf Een heks met hulpstukken Nog zo’n onbegrijpelijke blootfoto
141 158 169 186
Herr Schnappschuss Aktphotographie zu Hause
189 202
Gewoontedieren en serial shooters
205
Speciale gelegenheden
229
De wanhopige blootfotograaf De blootmummie
243 251
De liefdesgodin met even niet zo’n zin
253
Happy endings
269
Literatuurlijst 285
Voorwoord
De foto’s in dit boek zijn aangekocht op online veilingen, op beurzen en rechtstreeks bij antiquairs en onbekende particulieren. Met de publicatie van dit boek gaan ze een volgende fase van hun bestaan in. Of dat een tweede of een derde fase is, valt niet vast te stellen. Geen man of vrouw die mij als geïnteresseerde verzamelaar tenminste ooit heeft laten weten dat het eigen privé-opnamen of van (groot)ouders geërfde foto’s betrof die hij of zij ter overname aanbood. Het is niet onwaarschijnlijk dat er daar in deze collectie vele van tussen zitten. Toch heeft ongetwijfeld het merendeel van de foto’s zijn weg via handelaren naar de buitenwereld gevonden. Of de eerste eigenaren, dan wel hun nakomelingen, het bij leven en welzijn ook goed hebben gevonden dat hun foto’s onder ogen van vreemden zouden komen, is evenmin nog te achterhalen. Anderzijds mag je er toch gevoeglijk vanuit gaan dat niet al deze foto’s zullen zijn gestolen. Of dat ze, buiten medeweten van hun afgebeelde echtgenote of verloofde om, door de mannen die ze maakten aan derden zijn verstrekt. Al heel wat meer plausibel is wat mij betreft de verklaring dat ze bij boedelruimingen van zolders, studeerkamers en antieke dressoirs simpelweg zijn aangetroffen door opkopers of aan hen zijn meegegeven. Dat laatste is in het licht van de taboevolle tijden die we tegenwoordig doormaken voor sommige mensen misschien niet meer helemaal te bevatten. Maar heus, in de achterliggende eeuw zijn er volop vrouwen, mannen, amateurfotografen, amateurmodellen, naturisten, nudisten, libertijnen en andere vrijdenkers geweest die niet zo moeilijk deden over bloot. Tot in de jaren tachtig deelden ze de snapshots, portretten en artistieke studies die ze in huis, tuin, bed, bad, branding en keuken van hun geheel of gedeeltelijk ontklede geliefde schoten bovendien soms met andere liefhebbers van het genre in fotografieblaadjes en andere daarvoor geschikte tijdschriften. Dat die bovengenoemde ‘geliefde’ hier alleen in de hoedanigheid als vrouw over het voetlicht treedt, heeft een simpele reden: waar hedendaagse vrouwen voor het maken van een sexy foto (denk: de selfie) aan zichzelf genoeg hebben, waren het vroeger toch altijd mannen die bij zo’n gelegenheid de camera bedienden. En alle keren dat de rollen waren omgedraaid, leverde dat ook in vrijwel alle gevallen dezelfde foto’s op. Hij die zijn spieren liet zien. Of hij die was verkleed als vrouw (zie foto pagina 25). Er is voor een verzamelaar weinig aan te beleven, tenzij hij of zij foto’s van stoere kerels en huisvaders in travestie echt niet kan weerstaan. Deze collectie, dit boek en de bijhorende en gelijknamige tentoonstelling in Kunsthal Rotterdam (12 september 2020 tot en met 7 februari 2021) spruiten voort uit een fascinatie die ik al veel langer voor vintage fotografie - en dan in het bijzonder voor found photography ofwel ‘vernacular photography’ - heb. Kortom: fotografie van en met
7
anonieme mensen. Je vindt er werkelijk juweeltjes tussen. Dat ik de afgelopen zes jaar een aanzienlijk deel van mijn tijd en geld aan het verzamelen van privéfoto’s met juist dít onderwerp heb besteed, is ook weer eenvoudig te verklaren: het is bij mijn beste weten nog nooit eerder op deze manier gedaan, terwijl het binnen de amateurfotografie sinds eind negentiende tot ver in de twintigste eeuw toch een onverwoestbaar genre is gebleken. Of, en in welke mate, de blootfotografie erna nog even populair is gebleven als in de 115 jaren daarvóór heb ik me verder niet afgevraagd. Wat ik wel weet, is dat het genre althans voor mij niet meer tot de verbeelding spreekt vanaf het moment dat achtereenvolgens de fotolabs, de wegwerpcamera’s en de digitale fotografie hun intrede doen. Verzamelen is één ding, iets over de foto’s kunnen zeggen een ander. Tegelijk met mijn collectie groeide ook mijn bibliotheek met vak- en secundaire literatuur. Dure handboeken die je leren hoe je foto’s kunt dateren aan de hand van chemische procedés, type negatief of dia, papiersoort en stadia en tinten van verkleuring. Boeken over het ondergoed en de lingerie die vrouwen in de beschreven periode droegen. Boeken over oude camera’s. Boeken over het naakt in de kunst- en fotogeschiedenis. Boeken over seksualiteit in de negentiende eeuw en later. Boeken van andere verzamelaars en boeken over de wijze waarop vrouwen en mannen toen en nu naar zichzelf en de ander keken. Waar het relevant is en ik betrekkelijk zeker van mijn zaak ben, deel ik mijn opgedane blootfoto-kennis in de nu volgende hoofdstukken. Maar ik ben en blijf een amateur, een liefhebber, een kleine verzamelaar - geen academicus. Dus ik hoop dat het thema en de selectie foto’s in dit doek het verder van zichzelf kunnen hebben. Dat ze - ook nu nog! - maar de nodige herkenning mogen oproepen. En waarom zou dat niet kunnen lukken. Blijven we niet altijd geprikkeld door een ravissante verschijning, een blik, een pose, een glimp, door sexy lingerie, door een even artistiek als aandoenlijk stukje bloot in moeder natuur, door een striptease, of door welke andere vorm van verleidingskunst dan ook? Of, kan ook gewoon: door de lol en opwinding die een amateurfotograaf en zijn partner aan het maken van blootfoto’s beleefden? Ik hoop van wel. Dat deze nalatenschap van onze vaders en moeders, onze opa’s en oma’s, hun grootouders en alle generaties die eraan voorafgingen ertoe mag bijdragen.
Wim de Jong, augustus 2020
8
9
10
11
12
13
14
Inleiding Kiekjes van toen, de kunst van nu
Het fenomeen is zo oud als de fotografie zelf: vanaf het moment dat de camera rond 1870 voor gewone mensen hanteerbaar en betaalbaar werd, hebben - voornamelijk mannelijke amateurs de kans aangegrepen om er hun geliefde geheel of gedeeltelijk bloot, of op z’n minst sexy, mee op de foto te zetten. Het genre wordt aan twee zijden van de lens al anderhalve eeuw lang net zo hartstochtelijk beoefend als het wijdvertakt is. De blootfoto (om de categorie waar het hier om gaat maar met deze generieke term te blijven benoemen) kende in elk tijdsgewricht haar eigen stijlen, intenties en culturele of maatschappelijke context. Van de dromerig artistieke naakten uit de belle epoque tot de ‘Frei Körper’-fotografie zoals die in het interbellum in reformbewegingen en onder naturisten populair was. Van de striptease en de serieus bedoelde artistieke figuurstudie tot het meer of minder pikante huis-, tuin- en keukensnapshot. En van de erotische pin-up tot het glamourportret, beide welbeschouwd de vroege voorlopers van de huidige selfie. Tenzij het om ‘ondeugende’ of expliciet pornografische plaatjes van negentiende- en begin twintigste-eeuwse (doorgaans anonieme) professionele fotografen gaat, is het een deelterrein dat door verzamelaars, schrijvers, fotohistorici en andere kunstwetenschappers nog niet of nauwelijks in publicaties is verkend. In die lacune hoop ik met dit boek op bescheiden wijze te voorzien. Aan de basis ervan ligt een collectie van zo’n duizend foto’s die over een periode van een jaar of zes door mij werd aangelegd. Voor die tijd kocht ik al langer oude foto’s, zij het minder doelgericht dan voor dit project. Hoe en wanneer ik door dit thema werd gegrepen, weet ik niet meer heel precies. Het kan zover teruggaan als tot begin jaren negentig, toen ik voor de kunstredactie van de Volkskrant een artikel over de Amerikaanse pin-upkoningin Bettie Page (1923-2008) schreef en meteen al gefascineerd raakte door de talloze vintage foto’s die ook nu nog van haar bewaard zijn gebleven. Misschien moet ik nog wel veel verder terug, naar de puberjaren waarin bij ons thuis elk half jaar de Wehkamp-catalogus op de mat viel. Gedeelde jeugdherinnering van veel mannen met wie ik er later over te spreken kwam: jongens sloegen die koopgids in het geniep toch altijd wel even open om zich te verlustigen aan de foto’s van de dames in de sectie corsetterie, en dan vooral die met de grote maten.
15
16
Zowel het feit dat ik zelf een tamelijk hartstochtelijk amateurfotograaf ben (met een mooie, maar niet altijd toegeeflijke echtgenote) als de intrigerende blootfoto’s die ik later tijdens bij de research voor een eerder boek op veilingen en beurzen aantrof, zijn zeker aanjagers geweest van de verzamelwoede die bij mij al gauw de kop opstak en waarvan het eind vermoedelijk ook met de verschijning van deze publicatie nog niet in zicht is. Hoewel ze lang geleden vrijwel allemaal strikt voor het eigen familiealbum, het fotolijstje of de schoenendoos werden gemaakt, komen oude privéfoto’s steeds vaker terecht bij nieuwe bewonderaars. Ze vinden hun weg naar de buitenwereld vooral via internet en worden voor vaak stevige bedragen aangekocht door verzamelaars. Is het niet omdat ze mooi, grappig, ontroerend, van documentaire waarde of dat allemaal bij elkaar zijn, dan wel omdat het patina van de vergleden tijd ze iets onweerstaanbaars verleent. Tegelijkertijd verwerven veel van zulke collectables ook een nieuw internationaal publiek door de artikelen, Facebook- en Instagram-posts, boeken en museale exposities die in toenemende mate aan oude amateurfotografie worden gewijd. Recent nog in het MoMa in New York en op het festival Paris Photo. “De kiekjes van toen vormen de kunst van nu”, schreef fotografie-expert Rianne van Dijck (NRC, 15 augustus 2018) in een artikel over de collectie amateurfoto’s van de Duits-Amerikaanse verzamelaar Artur Walther, waarvan die maand een selectie in het Amsterdamse Foam te zien was. In datzelfde Amsterdam organiseerde het Rijksmuseum het jaar daarop de tentoonstelling Iedereen fotografeert, waarin de opkomst van de amateurfotografie in Nederland aan het eind van de negentiende eeuw werd belicht. Bij die gelegenheid verscheen van curator Mattie Boom ook het boek Everyone a photographer, volgens de achterflap “the first comprehensive study of the roots and early development of amateur photography”.
17