Eindhoven met het oog op Gestel

![]()

Ontwikkelingen in de wijken en buurten van Gestel in het heden en verleden
Rob van Brunschot
Henny van Laarhoven–Lammers
Jan Wierts
Over Eindhoven zijn de afgelopen halve eeuw talloze boeken geschreven. Deze handelen veelal over onderwerpen zoals de eeuwenlange geschiedenis van het stadje en de omliggende dorpen of over de industriële ontwikkelingen gedurende de afgelopen twee eeuwen. Veel minder is geschreven over de recente ontwikkelingen in de diverse wijken en buurten van de stad.
De stichting Eindhoven in Beeld wil samen met uitgeverij Lecturis deze lacune enigszins opvullen. In 2023 besloten ze om een serie boeken te schrijven en uit te brengen over de recente veranderingen in elk van de zeven stadsdelen. Ieder stadsdeel bestaat uit een aantal wijken, die weer onderverdeeld zijn in buurten. De opzet van dit boek is gebaseerd op deze indeling in buurten. Per buurt worden een of meerdere recente ontwikkelingen beschreven en voorzien van historische achtergrondinformatie. Het bijbehorende beeldmateriaal komt voort uit de eigen verzameling van de stichting.
Eindhoven in Beeld is al ruim vijftien jaar bezig met het vastleggen van foto- en filmmateriaal over de stad in een digitaal archief, dat voor iedereen toegankelijk is. Eindhovenaren hebben inmiddels tienduizenden afbeeldingen ingestuurd. Deze worden geclassificeerd, indien nodig bewerkt en opgeslagen op de website. Dit boek maakt er ruimschoots gebruik van en heeft dit fotomateriaal aangevuld met recente foto’s, gemaakt door de eigen fotoclub.
Inmiddels zijn er vier boeken verschenen waarin de stadsdelen Woensel-Zuid, Stratum, Strijp en Tongelre beschreven worden. Dit vijfde deel van de serie handelt over het stadsdeel Gestel. Het geeft eerst een beknopte beschrijving van de geschiedenis van deze voormalige gemeente, gevolgd door een hoofdstuk over de overgang van het dorp Gestel naar het stadsdeel Gestel. Het hoofdbestanddeel van het boek wordt gevormd door de beschrijving van kenmerkende ontwikkelingen in de afgelopen twintig tot dertig jaar in de wijken en de buurten van Gestel. Daartoe werden gesprekken gevoerd met bewoners en instellingen. Binnen iedere buurt wordt een bijzondere ontwikkeling of gebeurtenis uitgelicht, soms historisch van aard, soms meer anekdotisch. Deze onderwerpen belichten elk een van de vele recente veranderingen in Gestel. Ook wordt aandacht besteed aan enkele projecten waarvan de plannen op het moment van schrijven in een min of meer vergevorderd stadium verkeren.
Wij streven naar actualiteit en nauwkeurigheid, maar kunnen niet garanderen dat alle informatie de meest recente stand van zaken weergeeft.

— De Band
Geplaatst in het kader van het project Kunst in de Buurt. Onthuld op 9 september 2001 door wethouder Han Scherf. De ‘muziekinstrumenten’ versterken elkaar, waarbij hun locatie op het grasveld, naar de bebouwing toe als het ware een podiumfunctie krijgt.
Plaatsing: Tussen Vivaldistraat en Gender Kunstenaar: Wim Geeven

— Zonder titel - Huib Benschop in 1992 geplaatst in het plantsoen aan de Maria van Bourgondiëlaan.

van
Het begin van Gestel
Oorspronkelijk waren Gestel en Blaarthem afzonderlijke dorpen, gelegen in het kwartier van Kempenland. In het begin van de 16e eeuw werden beide dorpen gekocht door Frederik van Egmond. In 1559 werd Gestel, evenals de dorpen Stratum en Strijp, in pand gegeven aan Willem van Oranje. Sinds 1551 was hij, door zijn huwelijk met Anna van Buren, al heer van Eindhoven en Woensel. Blaarthem werd in 1560 verpand aan Willem de Borchgrave en later aan de familie Van Eyck als bezitters van het Blaarthemse kasteel.
Wat betreft de rechtspraak viel
Blaarthem onder één schepenbank met Veldhoven en Zeelst. De dorpen Gestel, Strijp en Stratum hadden samen een schepenbank.
De oudste schriftelijke vermelding van Blaarthem, toen Blartheim genoemd, dateert uit 1173 en die van Ghestel uit 1312. Ze stonden in de 16e eeuw aangegeven op kaarten van de omgeving van Eindhoven. De beide dorpen kenmerkten zich door hun lintbebouwing langs de Hoogstraat en de (huidige) Blaarthemseweg. Het dorp Gestel ligt op een langwerpige dekzandrug tussen de Gender en de Dommel/Tongelreep. De zandrug is duidelijk zichtbaar (lichte kleur) op de kaart van Jacob van Deventer uit 1560. De oorsprong van de naam Gestel heeft te maken met deze zandrug. Hierover bestaan twee visies: de ene legt het uit

als een hoogte tussen twee dalen, de andere als een samentrekking van geest (zandige strook grond) en de uitgang lo voor dorp.
De dorpsnaam Blaarthem, in 1271 geschreven als Blarthem, in augustus 1281 als Blaerthem en in mei 1297 als Blaarthem bestaat uit ‘blaarte’ (boomloze plaats) en ‘hem’ (woonplaats) en heeft dus de betekenis van ‘woning op een boomloze plaats’.
In 1810, toen Nederland werd ingelijfd bij het Franse keizerrijk, werd de gemeente Gestel en Blaarthem gevormd doordat Gestel werd afgescheiden van Strijp en Stratum en het dorp Blaarthem werd afgescheiden van Veldhoven en Zeelst. In 1814 werden alle gemeentewapens opnieuw vastgesteld. Het nieuwe wapen van Gestel kreeg de beeltenis van Sint-Lambertus, van oudsher de patroonheilige van het dorp.

Gestel en Blaarthem op de kaart
Op de kaart van Jacob Kuyper uit 1868 staan enkele gebieden en de buurtschap Gennep aangegeven, waarvan we de namen in het latere Gestel als stadsdeel van Eindhoven zien terugkomen. Ook de locatie van de kastelen van Blaarthem, Gagelbosch en het huis Rapenburg is op deze kaart te zien.

Aan weerszijden van het bebouwde lint zien we de gebieden Broek, Beemden, Bennekel Akkers, Hagenkamp en de buurtschap Gennep. Gestel telde toen 1400 inwoners. Dat aantal groeide naar 3.000 in 1900. Velen werkten in de textiel- en sigarenfabricage in Eindhoven. Landbouwers waren er ook, ze gebruikten het gras op de natte graslanden in de beekdalen als veevoer. Bijgaande kaart toont de beekdalen (groen gekleurd) en de hoger gelegen zandruggen (geel gekleurd).

Kerkelijk hoorde Blaarthem oorspronkelijk bij de St.-Severinusparochie, waarvan de kerk op het Zevereind stond, aan de overzijde van de Rungraaf, waar tegenwoordig Industrieterrein De Hurk gelegen is. We vinden deze naam nu nog terug bij het Severinuskerkhof in de Kerkhoflaan. Volgens de oudste vermelding werd in de 14e eeuw in de buurt van het Blaarthemse kasteel een nieuwe kerk gebouwd. Sindsdien
Ontwikkelingen tot 1920
Tot 1920 ontwikkelde de gemeente Gestel en Blaarthem zich tot een lintdorp langs de Hoogstraat. Aan het lint stonden naast enkele kleine fabrieken met de bijbehorende fabrikantenvilla’s de SintLambertuskerk met pastorie, klooster en school, de burgemeesterswoning en het raadhuis. De plek waar de Genneperweg (vóór 1920 Genniperweg) samenkwam met de Hoogstraat was het centrum van het dorp. Omdat er markt werd gehouden werd het plein, waar nu het Franz Leharplein ligt, in de volksmond ‘Markt’ genoemd. Hier lag café de Zwaan, een café dat meer dan 100 jaar lang naar een der eerste eigenaren, Balthasar van Gennip (1832-1913), werd genoemd: Bal van Gennip. Het stamde uit 1810 en was de centrale ontmoetingsplaats van Gestelse mensen. Het café werd vanaf 1897 ook als tramhalte van de tramwegmaatschappij ‘De Meierij’ gebruikt. In 1960 werd het café afgebroken en het plein opnieuw ingericht. De nieuwe naam van het plein werd Franz Leharplein. Die naam is (foutief) vastgesteld zonder accent, terwijl de naam van de componist met een accent geschreven wordt (Franz Lehár).




Gestel was tot aan het eind van de 19e eeuw heel dun bevolkt. De dorpskern van Gestel lag lange tijd rond café Bal van Gennip. Die van Blaarthem lag op de plek waar Hoogstraat en Laagstraat samenkomen. Behalve enkele boerderijen was er een lintbebouwing met arbeiderswoningen. Zelfs in 1958 was er nog veel open ruimte, getuige bijgaande luchtfoto.
Woningbouw
Omstreeks 1900 werden nieuwe woningen gebouwd aan onder andere de Gestelsestraat, Laagstraat en Hagenkampweg. Ongeveer 12% van het huidige woningbestand dateert van voor de Tweede Wereldoorlog. Het grootste deel hiervan maakte deel uit van het uitbreidingsplan voor Groot-Eindhoven van Louis Kooken en Jos Cuypers uit 1918 en het latere uitbreidingsplan van G.C. Kools.
In het begin van de jaren ‘30 werd het eerste deel van de Bennekel gebouwd,
een buurt die toen enigszins geïsoleerd lag ten opzichte van de overige bebouwing. Bouwen werd bemoeilijkt doordat een groot deel van Gestel laaggelegen was. In die tijd werd ook besloten de krotwoningen aan de Laagstraat te slopen.
Omstreeks dezelfde periode werd ‘Nieuw Gestel’, de latere Schrijversbuurt gebouwd. Beeldbepalend in deze buurt zijn de woningen van J.W. Hanrath aan de Guido Gezellestraat, de blokken van Van den Elst in de Nicolaas Beetsstraat en de Helmerslaan. Van latere datum zijn de vijf zigzagblokken aan de Busken Huetstraat en de Willem Klooslaan, ook wel Grijpmaflats genoemd naar architect J. Grijpma. Bijna de helft van de Gestelse woningen werd gerealiseerd in de wederopbouwperiode tussen 1944 en 1970. In die tijd werd onder andere de Bennekel verder uitgebreid en aan de rest van Gestel vastgebouwd.
Op de kaart uit 1560 is de aanzet van de bebouwing langs de Hoogstraat in Gestel duidelijk te zien. Deze straat zou nog lange tijd de belangrijkste verbinding tussen Eindhoven en de Kempen blijven. Toch was de Hoogstraat tot in de 19e eeuw nog een zandweg.
In 1866 werd door een Belgische spoorwegmaatschappij de spoorlijn van Hasselt naar Eindhoven aangelegd, de Kempische spoorbaan, ook wel Bels lijntje genoemd. De spoorweg was bedoeld om het industriegebied rond Luik te ontsluiten, maar werd niet veelvuldig gebruikt voor personenvervoer.
In 1896 werd Tramwegmaatschappij ‘De Meierij’ opgericht. Door de verschillende tramlijnen werden de radiale wegen van en naar de stad levendiger en aantrekkelijker. Zo ook de Hoogstraat. Vrij snel na de
oprichting werd begonnen met de aanleg van een tramlijn tussen Veghel en Reusel met een aansluiting naar Turnhout in België. Deze lijn liep onder andere over de Hoogstraat richting Veldhoven. Bij café de Zwaan was een vaste halte. Hier werden de goederenwagons gerangeerd om te laden en lossen. Vanwege de opkomst van het busvervoer werd het personenvervoer met de stoomtram in 1935 gestaakt. Aan de sinds 1866 bestaande spoorlijn stond bij de overweg aan de Hoogstraat een baanwachtershuisje (nr. 38). In 1901 werd aan de Genneperweg een stationnetje (nr. 37) aangelegd. Mensen uit Gestel werden hierdoor verbonden met de rest van het land. Uit bezuinigingsoverwegingen en het steeds belangrijker wordende busvervoer werd deze halte in 1938 opgeheven. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het lijntje nog gebruikt

— Het traject van het Bels lijntje is zichtbaar als de rechte lijn aan de rechterkant van het beeld. Bovenin kruist de Hoogstraat de spoorlijn. Aan deze straat is onder andere de Lambertuskerk te herkennen. De Gestelsestraat loopt met een boog door het rechterdeel van de foto. Linksonder in de hoek bevindt zich de sigarenfabriek van Kerssemakers.
door de Duitsers voor goederenvervoer. Na de oorlog deed het lijntje enige tijd dienst voor vervoer van Belgische werknemers van Philips. Zij hadden een eigen perron op het Lodewijk Napoleonplein. In 1959 werd de verbinding tussen Eindhoven en Hasselt opgeheven. Het baanwachtershuisje nummer 38 aan de Hoogstraat mocht blijven. Inmiddels staat het op de gemeentelijke monumentenlijst.
Annexatie
Zoals al bleek uit de verslaglegging uit 1916 van de Commissaris van de Koningin werd in Gestel de druk hoog om op te gaan in Eindhoven. De sterke groei van Philips en de daarmee gepaard gaande behoefte aan veel meer woningen, scholen, infrastructuur, enzovoort maakte een bredere aanpak noodzakelijk. De bebouwing van het dorp was Eindhoven inmiddels ook zo dicht genaderd dat het eigenlijk al bij de stad hoorde.


Identiteit van Gestel
Gestel is vooral in het tweede deel van de 20e eeuw gegroeid. Ondanks deze groei is de historische structuur van het dorp Gestel nog goed herkenbaar. De oude Hoogstraat, de vroegere dorpskern bij het Franz Leharplein, de beekdalen van de Gender en de Dommel en Tongelreep zijn nog goed te zien. Er zijn drie wijken ontstaan die in veel opzichten erg verschillen van elkaar. Ze hebben ieder een eigen karakter waarbij de bouwperiode en de aard van het woningbezit sterk uiteenlopen. Ook sociaal zijn de verschillen groot. Het aantal werklozen en mensen met een laag inkomen of bijstandsuitkering ligt in Oud Gestel hoger dan in het Rozenknopje en Gestelse Ontginning. De ‘kwetsbare groepen’ zijn in sterke mate geconcentreerd in de buurten Bennekel-Oost en -West. De sociale samenhang is in deze buurten aanmerkelijk minder dan gemiddeld. Overlast en onveiligheid zijn groter dan gemiddeld.
Beide buurten grenzen, gescheiden door de Dommel, aan de buurt Beemden waar de High Tech Campus Eindhoven zich bevindt. In deze twee werelden zo dicht bij elkaar gelegen, maar gescheiden door de Dommel, leven en werken twee totaal verschillende gemeenschappen. Het contrast tussen deze buren kan haast niet groter zijn.

Tussen 1958 en 1995 nam het aantal Nederlanders dat lid was van een kerkgenootschap sterk af. Democratisering, emancipatie, televisie, welvaart en scholing waren factoren die uiteindelijk leidden tot ontzuiling en daarmee tot ontkerkelijking. Gelovigen werden minder afhankelijk van en minder betrokken bij de kerken. Kerken kwamen in financiële problemen en door vergrijzing ontstond er een tekort aan priesters. In Eindhoven begon deze ontkerkelijking in de jaren ’70. In de eerste decennia van de 21e eeuw leidde dit tot fusies en sluiting van kerkgebouwen. Na een veelomvattende fusie op 1 januari 2012 bleven nog maar twee rooms-katholieke parochies over in Eindhoven, Sint-Petrus’ Stoel ten noorden van de spoorlijn en de parochie Sint-Joris ten zuiden ervan. Vóór 1
Al in 2015 meldde hij zich bij het parochiebestuur dat op zoek was naar een nieuwe bestemming voor het gebouw. Zijn idee was de ruimte in te richten met o.a. fitnessapparatuur en bowlingbanen. Het parochiebestuur zag de ideeën van de ondernemer wel zitten, maar de buurt ging de juridische strijd aan. Die werd pas in 2024 beslist. In 2012 werd de Heilig Hartkerk aan de eredienst onttrokken als gevolg van het besluit van het bisdom tot samenvoeging van een aantal Eindhovense parochies. Dat was bijna honderd jaar na de oprichting van de parochie in 1917. In dat jaar werd de nieuwe parochie afgescheiden van de eerste Gestelse parochie rond de Lambertuskerk. Het aantal parochianen was in die tijd enorm toegenomen binnen de toen nog zelfstandige gemeente Gestel. Voor de nieuwe parochie werd eerst een noodkerk gebouwd aan de Hoogstraat. Die stond tussen 1917 en 1931 ongeveer op de hoek Hoogstraat/ Edenstraat, naast het nu nog bestaande pand nr. 41. Na de bouw van de nieuwe kerk aan de Ploegstraat in 1931 werd de voormalige noodkerk nog jarenlang gebruikt als garage.

— De noodkerk aan de Hoogstraat in 1928.
De nieuwe kerk werd samen met de pastorie tussen 1929 en 1931 gebouwd naar de plannen van Dom Paul Bellot en H.C. van de Leur. Paul Bellot was een benedictijner monnik die ook de vleugel
ontwierp voor het Gymnasium Augustinianum aan de Kanaalstraat. De kerk en de pastorie staan op de lijst van Nederlandse rijksmonumenten. Kenmerkend voor het gebouw zijn de hoge ronde toren met een met koper bedekte spits en het prachtig gemetselde gewelf binnen.
Tijdens de glorietijd van de parochie tussen 1950 en 1960 had de kerk een verdienstelijk koor dat ‘Schola Cantorum Cor Jesu’ heette. Achter de kerk stonden de gebouwen van de katholieke meisjesschool en de kleuterschool en verderop aan de Edenstraat de Cor Jesu Kweekschool, gebouwd in 1950 en afgebroken in 1993. Samen met de jongensschool aan de Ploegstraat vormden al deze instellingen jarenlang het religieuze hart van dit deel van Gestel.Op de plaats van de kweekschool, de kleuterschool en de meisjesschool staat nu het wooncomplex Hof van Eden.
De jongensschool is jaren geleden verbouwd tot appartementen en de kerk wordt nu Game Centre: Cor Jesu heeft deze plek definitief verlaten.


ruim voordat de officiële kerkenfusie tot PKN (Protestantse Kerk in Nederland) in 2004 een feit werd. Na een pilot van vijf jaar besloot de Protestantse Gemeente Eindhoven in 2007 tot het oprichten van een bijzondere wijkgemeente: de Kruispuntgemeente. Deze verzorgt op zondagmorgen in de Adventskerk laagdrempelige diensten.

Doopsgezinde kerk aan de Jan Luikenstraat
Dit doopsgezinde kerkje werd in 1952 in gebruik genomen. Het ontwerp was van A. Siebers en W. van Dael. In 2016 werd het verkocht en verbouwd tot twee wooneenheden. Sindsdien gebruikt de Doopsgezinde Gemeente de kerkruimte van de remonstranten aan de Dommelhoefstraat. Naast de diensten voor de Doopsgezinde Gemeente, huisvestte het gebouw ook enige tijd de oudste peuterspeelzaal van Eindhoven, peuterspeelzaal Gestel. Deze werd in 1969 opgericht op initiatief van ouders. Later werd het ook een tijdje als klaslokaal gebruikt door scholengemeenschap ‘De Roosten’.


Ten slotte noemen we hier de Gestelse moskee.
Moskee Anwar-e-Madinah aan het Kastelenplein
In het midden van de jaren ’70 kwamen als gevolg van de Surinaamse onafhankelijkheid veel Surinamers naar Nederland. Later volgden immigranten uit de Antillen. Een deel van deze immigranten was wel islamitisch, maar sloot zich liever niet aan bij de Turkse of Marokkaanse islamitische organisaties en richtte aparte moskeeën op. Anwar-e-Madinah aan het Kastelenplein in de buurt Hanevoet is zo’n moskee. Deze moskee met de markante ‘ui’ op de toren werd opgericht door de Surinaams-Islamitische gemeenschap Soenni-Hanafi, een kleine geloofsgemeenschap van ca. 300 gezinnen. De eerste steen werd gelegd eind 1994.
In de zomer van 1995 had de bouw van de nieuwe moskee een tijd stilgelegen en dreigde de gemeente met sloop. Onder moslims uit heel Nederland werd daarop binnen een jaar twee miljoen gulden bij elkaar verzameld en kon de moskee toch worden afgebouwd. Eind 1997 werd de moskee officieel in gebruik genomen. De moskee is een belangrijke ontmoetingsplaats voor de Surinaams-Islamitische gemeenschap in Eindhoven. De moskee biedt niet alleen ruimte
Een wandeling over de Hoogstraat, deel 1 – van het begin tot aan de Edenstraat
De wandeling begint na de splitsing van de Kleine en Grote Berg. Voorbij de Sint Catharinastraat begint de Hoogstraat. Tot de annexatie lag hier de grens tussen Gestel en Eindhoven. Nu is de Edenstraat de grens tussen de stadsdelen Centrum en Gestel. We gaan de stad uit in de richting van Gestel. Het pand nr. 2 op de hoek met de Sint Catharinastraat werd gebouwd in het begin van de jaren ’90. In het verleden lag op deze plek ‘Het Pannenhuis’. Dit was het rechtshuis van Gestel, o.a. de vergaderplaats van de schepenen. Dit pand werd echter in 1929 afgebroken. Daarna was er tot 1970 een vestiging van winkelketen De Gruyter gehuisvest. Het huidige pand herbergt zes appartementen met op de benedenverdieping een kapperszaak.





De huisnummers 12 en 14 zijn twee panden die de gemoederen lang hebben beziggehouden. Hier geen verdichting, geen renovatie, zelfs geen sloop. Beide panden bevonden zich lang in een vervallen staat. Nummer 12, waar vroeger een parenclub en daarna een kamerverhuurbedrijf was gevestigd, stond sinds een brand in 2009 leeg. Nummer 14 huisvestte tot 2013 een beddenspeciaalzaak. Beide panden werden regelmatig
gekraakt en door daklozen en verslaafden gebruikt.
In 2015 gaf de gemeente opdracht om de panden dicht te timmeren om verdere illegale bewoning te voorkomen. Plannen voor herontwikkeling, zoals een hotel of woonruimte, stuitten op vertragingen door complexe vergunningaanvragen, met name rond bestemmingsplannen en parkeren. De eigenaar deed meerdere pogingen om de panden te verbouwen, maar deze liepen spaak. In 2020 werd het pand op nummer 14 eindelijk getransformeerd tot een kantoorruimte met vijf appartementen daarboven. Tenslotte werd het pand van de buren op nr. 12 in 2025 gerenoveerd.

Op de hoek van de Mauritsstraat en Hoogstraat lag sinds de doorbraak van de Mauritsstraat een braakliggend terrein, waarvan men dacht dat bebouwing onmogelijk was vanwege de smalle vorm: een taartpunt van 30 meter lang en slechts twee meter breed op het smalste punt. Jacobs Architecten ontwierp hiervoor echter een modern, gebogen gebouw met vijf bouwlagen en een opvallende glazen gevel met geïntegreerde zonnecellen, die zowel voor energieopwekking als zonwering zorgen. Het pand werd ontworpen als kantoor voor het architectenbureau zelf en kreeg lof vanwege de positieve bijdrage
aan het stedenbouwkundig aanzien van het kruispunt.

We steken de kruising met de Edenstraat en de Mauritsstraat over en zijn dan in het stadsdeel Gestel aangekomen. De wandeling wordt vervolgd in hoofdstuk 5 bij de buurt Oude Spoorbaan.
Woningen in plaats van …
In Gestel valt op dat 88% van de woningen na 1945 zijn gebouwd. Dat is aanmerkelijk meer dan in de meeste andere stadsdelen. Tot aan de Tweede Wereldoorlog was er vrijwel uitsluitend lintbebouwing aan de Hoogstraat. In het kader van Groot Eindhoven werden in de jaren ’20 de uitbreidingsplannen van Kooken en Cuypers ontwikkeld. Deze plannen kwamen pas na de Tweede Wereldoorlog tot ontwikkeling. Reeds in de jaren ’30 was een begin gemaakt in de Bennekelsche Akkers. De crisisjaren en de Tweede Wereldoorlog veroorzaakten stagnatie. In de wederopbouwperiode vanaf de jaren ’50 kwam de vaart erin, getuige bijgaande kaarten op pagina 34. Lange tijd werd het straatbeeld nabij het Franz Leharplein bepaald door de sigarenfabriek van Kerssemakers-Rath & Co, Keraco. Eind 20e eeuw had PMB, Patent Machine Bouw, de gebouwen in gebruik.

Het was een particulier initiatief, BIEB – Bouwen In Eigen Beheer – genaamd, in het kader van Collectief Particulier Ondernemerschap. Met uitbreiding op het terrein en de gymzaal werden er in totaal 21 woningen gerealiseerd.


Aan de Edenstraat stond decennialang de kweekschool zoals de Pedagogische Academie in die tijd werd genoemd.

Achter de kweekschool bestierden de Zusters van het Heilig Hart uit Veldhoven een kleuterschool.

De Edenstraat is genoemd naar de Hof van Eden. Voor 1920 heette de straat nog Paradijsstraat. De Hof van Eden komt terug in de naam van de 94 woningen die tussen 1990 en 2000 op de plaats van het scholencomplex werden gebouwd. Dit Hof van Eden is in een min of meer besloten vorm gebouwd. Een deel van de woningen is bestemd voor beschermd wonen in het kader van het zogenaamde Fokusproject, bedoeld voor mensen met een lichamelijke beperking.




Aan de Karel de Grotelaan staat al sinds 1967 het voormalige belastinggebouw.
De belastingdienst kreeg in 2021 een nieuw onderkomen aan Fellenoord.
De Rijksgebouwendienst verkocht het oude gebouw aan Stichting Trudo. Het gebouw moest een maatschappelijke bestemming krijgen. Die bestemming werd gevonden in de vorm van gedeeltelijk huisvesting voor vluchtelingen en gedeeltelijk voor tijdelijke bewoning in de sociale huursector door mensen die in nood zijn. Meer hierover wordt verteld bij de buurt Hagenkamp.
In Gestel zijn al flink wat veranderingen gaande en er komt nog veel meer aan. De gemeente Eindhoven heeft daarom een plan gemaakt: de Gebiedsvisie Groots
Gestel. Hierin staat hoe het stadsdeel zich in de komende jaren zou kunnen ontwikkelen.
Gebiedsvisie Groots Gestel
De regio Brainport groeit snel en heeft de komende 15 jaar zo’n 40.000 nieuwe woningen nodig. Een groot deel hiervan is in Gestel gepland. Om dat in goede banen te leiden heeft de gemeente samen met bewoners, woningcorporaties en andere betrokkenen nagedacht over hoe Gestel eruit kan komen te zien. Dit plan, de Gebiedsvisie Groots Gestel, moet helpen om de diverse losse projecten in de toekomst geïntegreerd uit te voeren. Er zijn vier grote thema’s in de plannen ondergebracht:
Elke buurt behoudt haar eigen karakter
Gestel is een stadsdeel met een eigen karakter, gevormd door haar unieke buurten en dat moet zo blijven. Nieuwe woningen en gebouwen moeten dan ook goed aansluiten bij de bestaande omgeving. Dit wordt in de plannen bereikt door een geleidelijke overgang in bouwhoogte tussen oud en nieuw, zodat het straatbeeld harmonieus blijft.
Langs de Karel de Grotelaan komen betere voorzieningen voor fietsers en wandelaars, waarbij de uitstraling van de straat open en groen blijft.
Historische straten zoals de Hoogstraat en Blaarthemseweg behouden hun karakter: hier blijft de nieuwbouw laag en passend in het straatbeeld. Monumenten worden gekoesterd.
Daarnaast krijgt het Franz Leharplein een groene en aantrekkelijke uitstraling als ontmoetingsplek voor de buurt. Ook het Kastelenplein wordt vernieuwd tot een levendig gebied met ruimte om te wonen, winkelen en ontspannen.

Het viaduct Laareind onder de Randweg in de buurt Beemden (Professor Holstlaan) draagt de naam ‘Palette Couleurs’ en werd in 2022 gecreëerd door de Franse kunstenaar Stoul en het Belgische collectief Treepack. De titel verwijst naar het kleurrijke palet waarmee het viaduct werd verfraaid.


Viaduct De Meierij onder de Randweg en over de Meerveldhovenseweg op de grens van Eindhoven en Veldhoven. De naam van dit kunstwerk is Phases, het werd in 2019 gemaakt door het duo Treepack en Russ Het geeft een plantaardige wereld in verschillende fasen weer die een gevoel van kosmische beweging suggereren. In 2020 werden aan beide kanten van de Boutenslaan in zes randen van bruggen over de Dommel en de Tongelreep verfraaid door Stichting MOS. Het werk heet Flow en de kunstenaars brachten hier een ode aan de Dommel en Tongelreep door te verwijzen naar iconische rivieren. Helaas
zijn ze niet allemaal meer goed te lezen. De tekst op deze brug is hier letterlijk weergegeven:
“ONTMOET JANGTSEKIANG DE TONGTIAN HE - ZOALS DOMMEL DE TONGELREEP ONTMOET - MISSISIPIPI DE MISSOURI”
De bruggen over Dommel en Tongelreep in de Ring werden aan beide kanten gekleurd in 2023 (pagina 42).
Sinds 2013 werden tijdens het festival Step in the arena ook de transformatorhuisjes van Endinet voorzien van graffiti. Langs de Roffart vind je het werk Super Lempke van kunstenaar Belin en aan het Willaertplein een huisje zonder titel van de kunstenaars SatOne en Nawer. Genderbird (roodborstje) is een kunstwerk van Emil van der Wijst, dat hij in samenwerking met stichting buurtbeheer Genderbeemd heeft gemaakt. Het is aangebracht op de muur van het basketbalveld in Nieuwerhoek. In 2012 werd in opdracht van Woonbedrijf een graffitikunstwerk gecreëerd op de voormalige grafische school aan de Humperdincklaan, gemaakt door kunstenaars uit verschillende landen. De afbeelding weerspiegelde de identiteit van de wijk Gestel, met thema’s als eten, sporten, ontmoeten, talent en design. In 2018 werd het gebouw gesloopt. Het streetart duo Studio Giftig maakte al lang geleden deze realistische man op ladder aan de Hoogstraat. Inmiddels zijn deze kunstenaars wereldwijd aan het werk, vaak in opdracht, om grote muren op bijzondere plaatsen te voorzien van hun schilderingen. Het Street Art duo won begin 2025 voor de tweede keer de prijs voor ’s werelds beste mural. Op pagina 45 zie je een voorbeeld aan de Bayeuxlaan van de vele elektriciteitskastjes in de stad die sinds 2020 een nieuw uiterlijk hebben gekregen dankzij graffiti.
Het stadsdeel Gestel wordt aan de westkant en de zuidkant begrensd door de Randweg A2/N2. Aan de noordwestkant vormt de Beemdstraat de grens met Strijp. Aan de oostkant is de Tongelreep de natuurlijke grens tussen Gestel en Stratum. Het stadsdeel wordt doorsneden door het Afwateringskanaal tussen de Dommel en het Beatrixkanaal.
Een significant deel van de oppervlakte van dit stadsdeel bestaat uit een groene long. Deze bevindt zich in het zuidoosten tussen de Dommel en de Tongelreep en is alleen bebouwd door de High Tech Campus Eindhoven, het vroegere natuurkundig laboratorium van Philips en het preHistorisch Dorp. Gestel telde in 2023 omstreeks 29.000 inwoners.
Grenzen verleggen
In de jaren ‘60 van de vorige eeuw werd de grens met Veldhoven verlegd naar het tracé van de aan te leggen ‘Poot van Metz’. Dit stuk snelweg dankt haar naam aan ingenieur Chris Metz van de gemeente Eindhoven die zijn ‘poot’ stijf hield om de verbinding tussen de A58 en de A67 voor elkaar te krijgen. De naam heeft dus niets te maken met de Franse stad met die naam.
Bij de grenscorrectie met de gemeente Waalre in 1972 werd de zuidelijke Randweg aangewezen als de nieuwe grens met Eindhoven. Hierdoor kwam onder andere het terrein van het voorma-
lige Philips Natuurkundig laboratorium, de huidige High Tech Campus Eindhoven, binnen de gemeentegrenzen van Eindhoven te liggen.


— Het westelijk deel van de Randweg.
Ook de grens tussen de stadsdelen Strijp en Gestel werd enigszins gewijzigd. Zoals eerder in het deel over Strijp werd beschreven, vormde het riviertje de Gender oorspronkelijk de scheidslijn tussen beide stadsdelen. Maar het watertje werd deels overkluisd en verdween onder de grond. Toen werd besloten dat de grens niet meer langs het vroegere tracé van de Gender zou lopen, maar via de Mecklenburgstraat naar de grens van stadsdeel Centrum. Het was slechts een kleine verandering, maar het had destijds wel de nodige gevolgen: de bewoners van enkele straten die als gevolg van de grenswijziging voortaan bij Strijp hoorden, zoals de Willem de Zwijgerstraat en de Nassaustraat, moesten, voor zover ze katholiek waren, ook veranderen van parochie: zij werden overgeheveld van de Gestelse Heilig Hartkerk naar de Strijpse Steentjeskerk.
De indeling van Gestel in drie wijken. Gestel is ingedeeld in de volgende drie wijken.
1. De wijk Rozenknopje. Dit is het deel van Gestel dat binnen de Ring ligt. In deze wijk liggen de buurten met de nummers 711 t/m 713. Deze wijk wordt beschreven in hoofdstuk 5.
2. De wijk Oud-Gestel, gelegen tussen de Ring en het Afwateringskanaal. De wijk bestaat uit zeven buurten (nummers 721 – 727). Hoofdstuk 6 gaat over deze wijk.
3. De wijk Gestelse Ontginning. Dit buitenste gedeelte van Gestel ligt tussen het Afwateringskanaal en de westelijke Randweg. In deze wijk liggen de buurten met de nummers 731 – 733. De beschrijving ervan volgt in hoofdstuk 7.

— Indeling in wijken en buurten in Gestel. (Bron: Beeldbank-Eindhoven.nl.)

— De wijk Rozenknopje is aangeduid in de donkere kleur.
De wijk Rozenknopje is genoemd naar het café ’t Rozenknopje, dat al meer dan 150 jaar een huiskamer is voor mensen uit Gestel en heel Eindhoven. Gerardus Kneepkens startte hier in 1876 café Kneepkens. De huidige naam verwijst naar de Gestelse zang- en toneelvereniging ‘De Rozenknop’, die hier haar thuisbasis had. In dit hoofdstuk worden enkele bijzondere ontwikkelingen in elk van deze drie buurten beschreven.
De wijk is onderverdeeld in drie buurten, te weten:
Schrijversbuurt (711) Oude Spoorbaan (712) Hagenkamp (713)
De Schrijversbuurt ontleent haar naam aan de straatnamen die zijn vernoemd naar Nederlandse en Vlaamse schrijvers en dichters. Oorspronkelijk werd de buurt Nieuw-Gestel genoemd. Een groot deel van de woningen in deze buurt werd gebouwd in de periode 1925 tot 1935. De buurt wordt begrensd door de Tongelreep, de Ring, de Gender en de Edenstraat. In 2024 had de Schrijversbuurt 3610 inwoners. Opvallend is dat meer dan de helft van de gezinnen bestaat uit éénpersoons huishoudens. In een zevental straten, waaronder de Jan Luikenstraat en de Nicolaas Beetsstraat, zijn veel woningen beeldbepalend voor de buurt en hebben de status van gemeentelijke monumenten. De meerderheid van de woningen is particulier eigendom. Het is aan de eigenaren hoe ze de woningen bij de tijd houden. Dat is anders bij de sociale huurwoningen, die in deze buurt ongeveer 25% van het woningbestand uitmaken. Woningcorporatie Woonbedrijf is begonnen om de 81 woningen van de zogenoemde Grijpmaflats, ontworpen door architect J. Grijpma, aan de Willem Klooslaan en de Busken Huetstraat te renoveren en gelijktijdig te verduurzamen. Bovendien wordt elk van de vijf zigzaggebouwen voorzien van een extra bouwlaag, opgetopt zoals dat heet, met twee studio’s voor één of twee- persoonshuishoudens.


In Gestel, met name in de Schrijversbuurt, zijn meerdere instellingen en organisaties actief die zich richten op het ondersteunen van kwetsbare groepen in de samenleving. Een mooi voorbeeld is de Kledingbank Eindhoven, opgericht en beheerd door vrijwilligers. In de beginfase was de organisatie gehuisvest aan de Kerkstraat. Enige jaren later verhuisde ze naar Gestel. Hieronder staat het verhaal van de Kledingbank Eindhoven.
Het idee ontstond op schoolplein
Door het grote succes van de Kledingbank Eindhoven waren de organisatoren genoodzaakt om uit te zien naar een grotere ruimte. Na een jarenlange zoektocht vonden ze begin 2022 een geschikt pand en verhuisden ze van de Gestelsestraat naar de nabijgelegen Camphuysenstraat. Buurthuis De Rondweg was daar vrijgekomen en bleek uitermate geschikt voor de Kledingbank omdat het beschikte over een flinke oppervlakte, waar eerder onder andere een kinderdagverblijf en enkele maatschappelijke organisaties
gebruik van hadden gemaakt. Door dit verleden had het gebouw drie ingangen en drie adressen, de Gestelsestraat, de Camphuysenstraat en de Brederolaan. Het officiële adres van de Kledingbank is Camphuysenstraat. Door de versnipperde indeling moest er eerst flink gesloopt en vervolgens herbouwd worden.

De Kledingbank Eindhoven bedient een voorzieningengebied met een straal van circa 30 kilometer rond Eindhoven. Het merendeel van de cliënten komt, vanwege de afstand, uit Eindhoven. Cliënten kunnen door tientallen instanties naar de Kledingbank verwezen worden. Dat zijn onder andere Vluchtelingenwerk, Neos, Stichting Leergeld, WIJeindhoven en de Voedselbank. Het zijn veelal gezinnen die de noodzakelijke verwijzing krijgen. Daarmee kunnen ze na afspraak twee keer per jaar kleding uitzoeken. Dat kan vanaf het voorjaar voor zomerkleding en vanaf de herfst voor winterkleding. In de winkel worden de bezoekers begeleid door een vrijwilliger. Ze hebben dan een half uur de tijd om uit de voorraad hun garderobe te kiezen.
Aan zo’n 2000 bezoekende families worden jaarlijks omstreeks 120.000 kledingstukken verstrekt. De gebruikte kleding wordt vrijwel volledig aangeleverd door particulieren. De verwerking hiervan vergt een gestroomlijnde logistiek. In de eerste plaats wordt gesorteerd wat wel en niet geschikt is om in de winkel aan te bieden. Vervolgens wordt geregistreerd wat er per categorie kleding in het centrale magazijn wordt opgeslagen.
op de plek van het ‘oude’ Labrehuis. Het nieuwe gebouw bevat 80 studio’s en 16 appartementen. Het is een opvangvoorziening voor dak- en thuislozen in combinatie met zelfstandige wooneenheden. De organisatie Neos hanteert er een moderne ‘krachtgerichte’ aanpak: vanaf dag één is die aanpak erop gericht deelnemers de regie over hun eigen leven te geven. Dit wijkt af van de oude ‘bed, bad en brood aanpak’ uit de beginperiode, waarbij veel uit handen van de dakloze genomen werd.
Die beginperiode loopt vanaf 1945, toen de Augustijner pater Marcellus Francissen het initiatief nam om een opvanghuis voor dak- en thuislozen op te zetten. Hij plaatste dit initiatief onder de patronage van de Heilige Benedictus Joseph Labre, patroon van zwervers en bedelaars. Dankzij de medewerking van de gemeente en enkele gulle gevers kreeg hij hiervoor het pand Stratumseind 46-48 tot zijn beschikking. Toen Francissen overgeplaatst werd naar Nijmegen nam pater Govert Mijnsbergen het roer over. Gedurende vele jaren was deze ‘bedelpater’ een begrip in de stad. Onder zijn leiding verhuisde het Labrehuis naar de Hoogstraat, naar het pand dat nu bekend staat als het Ritahuis. Tegelijkertijd ondernam hij allerlei initiatieven om geld op te halen. Zo kwam er een betaalde fietsenstalling en werd er oud papier opgehaald. Maar het bekendste middel om geld in te zamelen was het draaiorgel van het Labrehuis. Christje Tangermann was het vaste gezicht bij dit draaiorgel, dat volgens de verhalen regelmatig nogal vals klonk.



In de Schrijversbuurt werd in het verleden niet alleen aandacht besteed aan de huisvesting van dak- en thuislozen, maar ook aan het bieden van woonruimte aan een geheel andere groep: jonge mannen van protestantse huize die in het begin van de 20e eeuw in groten getale naar Eindhoven kwamen, aangetrokken door de werkgelegenheid die met name door het groeiende Philipsbedrijf geboden werd. Voor deze jonge mannen werd destijds het gezellenhuis aan de Guido Gezellestraat gebouwd. Hieronder volgt het verhaal van dit huis, dat bijna 100 jaar een gastenfunctie heeft gehad.
Het gezellenhuis in Gestel
In 1991 kreeg het voormalige ‘Woonhuis voor Jonge Mannen’ aan de Guido Gezellestraat een nieuwe bestemming. Nadat het ongeveer 20 jaar een hotelfunctie had gehad, werden er toen studenten in gehuisvest. In 2007 kwam het gebouw opnieuw in handen van een andere eigenaar. Het pand werd gerenoveerd en ingedeeld in zes appartementen met een gezamenlijke woonoppervlakte van bijna 900 m2. Deze zes separate woonruimten werden wederom in gebruik genomen door studenten.
In 2002 kreeg het gebouw de status van rijksmonument. Die status heeft het onder andere te danken aan de vormgeving en de detaillering die kenmerkend zijn voor de Amsterdamse School.
Vanwege de huisvesting van protestantshervormd personeel in dienst van de Philipsfabrieken, heeft het cultuurhistorische waarde als illustratie van de sociaaleconomische ontwikkeling in die tijd. Het architectuurhistorisch belang zit in het gebruik van baksteen en massief metselwerk, dat kenmerkend was voor architect A. Ingwersen. Het gebouw sluit architectonisch goed aan bij de woningen in de omgeving, die in dezelfde tijd werden gebouwd.
In 1928 gaf het Nederlandsch Jongelings Verbond (N.J.V.), dat nu Young Men’s Christian Association (YMCA) heet, opdracht om voor jongemannen een woonhuis met 30 kamers te bouwen aan de Guido Gezellestraat 35. Omdat er alleen maar ongetrouwde jongemannen mochten wonen, kreeg het de bijnaam ‘Maeghdentroost’. De meeste jongemannen die er woonden werkten bij Philips.

— Het gezellenhuis in 1935.

— Het gezellenhuis in 2025.
Begin jaren ’70 was het pand ‘uitgewoond’ en kon het voor een redelijke prijs worden gekocht met de bedoeling om er een hotel van te maken. Er was veel beschadigd en gestolen, zodat een flinke opknapbeurt noodzakelijk was.
De nieuwe eigenaar en zijn familie gingen in de linkervleugel van het gebouw wonen. De rechtervleugel werd verhuurd aan een dertigtal studenten. Dat bleek geen onverdeeld succes. Daarom werd deze vleugel verhuurd aan de stichting ‘Contact Buitenlandse Werknemers’. Ook dat duurde maar een paar jaar en het pand kwam vervolgens leeg te staan.
Nadat het interieur door de nieuwe eigenaar in 1979 ingrijpend was opgeknapt werd het gebouw in gebruik genomen

In de Schrijversbuurt richten we ons niet alleen op de verschillende groepen bewoners van nu. Ook is er oog voor een specifieke groep die in het verleden in deze buurt woonde: de Joodse bevolking die tijdens de Tweede Wereldoorlog vrijwel volledig werd afgevoerd en vermoord. In Eindhoven zijn, ook in de Gestelse Schrijversbuurt, Stolpersteine (struikelstenen) in het trottoir geplaatst voor de huizen waar tijdens de oorlog Joodse gezinnen woonden. Deze bronzen plaatjes bevatten namen en geboortedata, die dienen als herinnering aan deze Joodse slachtoffers van het naziregime. Sinds 2009 werden ze in Eindhoven, net als in andere gemeenten, geplaatst, niet alleen om nooit te vergeten wat er met deze mensen is gebeurd, maar ook als waarschuwing wat er met mensen kan gebeuren als ze worden gediscrimineerd, uitgesloten en tot zondebok verklaard. In het stadsdeel Gestel liggen circa 69 struikelstenen, verspreid over 15 straten. In de hiernavolgende tekst belichten we het verhaal van een Gestels gezin, dat sinds 2024 ook verteld wordt in een splinternieuw museum in het Designhuis, het Hornemann Huis.
Een verhaal dat nooit vergeten mag worden
Een geschiedenis die lange tijd minder bekend was bij vele Eindhovenaren, kreeg in 2020 een nieuwe impuls door de publicatie van ‘De meedogenloze moord op Edo en Lexje Hornemann’ door journalist Lout Donders. Voor Martijn Docters, een familielid van de kinderen, was dit boekje over zijn achterneefjes aanleiding om op scholen te gaan vertellen over de gevolgen van antisemitisme, racisme en discriminatie. Hij gebruikte hun verhaal als een kapstok voor zijn gastlessen. Ook zette hij zich als stuwende kracht in voor de oprichting van een museum. Hij richtte de Stichting Het Hornemann Huis op en ging op zoek naar medestanders en een fysieke plek waar het verhaal tastbaar kon worden gemaakt. Hij vond die uiteindelijk in het Designhuis. Hier is ruimte voor een permanente expositie, lezingen, theatercolleges en tijdelijke tentoonstellingen over de Tweede Wereldoorlog in context met de huidige tijd. De tweede verdieping van het pand wordt op het moment van schrijven verbouwd om nog meer ruimte te creëren. Om aan het verhaal van zijn familie meer
ruchtbaarheid te geven, maakte hij een documentaire en een theaterstuk. Ook maakte hij het stripboek ‘Proefkonijnen van de Nazi’s’ over de tragedie. De opening van het museum had onder andere tot gevolg dat er nieuwe foto’s van de vermoorde broertjes Hornemann opdoken, waaronder een klassenfoto van Edo. Wellicht zal deze foto een aanknopingspunt voor nieuwe verhalen zijn.
Het Eindhovens verhaal over de Joodse familie Hornemann begon in 1925 toen vader Flip zich in Eindhoven vestigde en bij Philips ging werken. Hij trouwde in 1930 met Bets Docters, die tot dan toe ook bij Philips had gewerkt. Ze gingen wonen in de Staringstraat nr. 29 in Gestel, waar ze twee kinderen kregen, Eduard en Alexander. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Flip tewerkgesteld in een speciale werkplaats die door Philips was opgericht voor de eigen Joodse werknemers. Deze werkplaats werd het SOBU, Speciale Opdrachten Bureau, genoemd. Eind 1942 werd het gezin uit hun huis gezet om plaats te maken voor een NSB’er die woonruimte zocht. Niet veel later werden de mensen van de SOBU-afdeling opgepakt en naar kamp Vught gebracht, waar ze aan het werk werden gezet in het Philips-Kommando. Zo ook Flip. Moeder Bets besloot haar man te volgen en nam de twee kinderen mee.
In 1944 werd het gezin, samen met de andere medewerkers van het Philips-Kommando, naar Auschwitz gedeporteerd, waar Bets door uitputting stierf aan tyfus. Vlak voor de bevrijding van Auschwitz overleed Flip tijdens een transport naar concentratiekamp Gross Rosen.
Lex en Edo werden, na de dood van hun moeder, op last van dr. Mengele, naar het concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg gestuurd. Daar werden ze ge-
durende vijf maanden als proefkonijnen misbruikt voor medische proeven. Toen in 1945 de geallieerden oprukten, moesten de kinderen en verplegend personeel verdwijnen en alle sporen van de gruwelijkheden gewist worden. Edo en Lex, 18 andere kinderen en 28 volwassenen werden in een schoolgebouw in Hamburg door ophanging om het leven gebracht. De kinderen Hornemann waren toen 12 en 8 jaar oud.

— De struikelstenen in het trottoir bij de voormalige woning van de familie Hornemann in de Staringstraat.
Bij hun woonhuis aan de Staringstraat in Gestel liggen de struikelstenen in het trottoir.



— Een indruk van de natuurtuin in juni 2025. — Deze toren van de voormalige kleuterschool in de Staringstraat stond lange tijd in de Hof van Eden. Enkele jaren geleden is hij overgebracht naar deze tuin. De verwachting is dat er zich vleermuizen in vestigen.
vereniging telt 180 leden en 25 actieve vrijwilligers, die de tuin beheren en onderhouden. Zij begeleiden ook de bezoekers, die op elke eerste zondag van de maand tussen 12 en 16 uur welkom zijn. De ‘bijna verborgen’ ingang van de tuin bevindt zich in de poort in de Palingstraat, tussen de huisnummers 21 en 23. Een bezoek aan De Vergeten Tuin is een beleving om niet te vergeten.
In de straten die De Vergeten Tuin omringen, werden circa een eeuw geleden fraaie woonhuizen voor arbeiders gebouwd. De bewoners hadden destijds onder andere beroepen als sigarenmaker, gasfitter en textielarbeider.
In de Sint Lambertusstraat staan enkele panden die de status gemeentelijk monument hebben. Dit in tegenstelling tot de, nauwelijks minder fraaie, woningen in de Palingstraat. Deze woningen hebben, zoals we zagen, zelfs op de nominatie gestaan om afgebroken te worden.
De architectuur van de huizen in deze straten, gekenmerkt door het mansardedak, ook wel Franse kap genoemd, werd in het begin van de 20e eeuw veelvuldig toegepast voor landelijk gelegen woningen in kleinere plaatsen.


De Palingstraat komt, zoals gezegd, uit op de Hoogstraat, en wel op de plek waar het oude café ‘De Gouden Bal’ staat. Dit café wordt besproken in het hiernavolgende tweede deel van de wandeling over de Hoogstraat. Dit deel begint bij de kruising van de Hoogstraat en de Edenstraat. De Hoogstraat vormt hier de grens tussen de buurten Schrijversbuurt en Oude Spoorbaan. De nummers aan het begin van een alinea zijn de huisnummers.
Een wandeling over de Hoogstraat deel 2 – Van de Edenstraat tot aan de Ring 36. Op deze plek voorbij de kruising met de Edenstraat en Mauritsstraat staat een gemeentelijk monument uit 1936. Dit pand huisvestte in het verleden een vleeshouwerij en varkensslachterij. Boven de deur van de huidige winkel in tweedehands kleding en sieraden, Second Floor, hangt als herinnering een uithangbord met een varken aan de gevel. Ook de glas-in-loodramen en het interieur van de winkel roepen nog steeds de sfeer van de voormalige slachterij op.

38 tot en met 44. In tegenstelling tot de wat stedelijke bebouwing van de Hoogstraat in de buurt De Bergen, zijn deze vier huisjes uit de late 19e eeuw
kenmerkend voor de eenvoudige dorpswoningen uit die tijd. De achterzijde van de huisjes bestaat echter uit moderne nieuwbouw. Samen vormen ze een gemeentelijk monument.

39. Een voormalig bankgebouw dat al jaren leegstond op de hoek Hoogstraat/ Edenstraat werd in 2019 omgebouwd tot huurappartementen met op de begane grond het medisch centrum Hoogbergen en de apotheek BENU. Het gebouw kreeg een extra verdieping om nog vijf woningen meer te kunnen bouwen.

41 en 43. In deze oude panden uit 1925 zijn inmiddels 8 appartementen gerealiseerd.

een beugelbaan moest men met een houten schep in één beweging een bal met een gewicht van 5 kg door een beugel scheppen, die in de grond vastzat. Vandaar de naam ‘Gouden Bal’ voor dit bruine café.

De inrichting van de Gouden Bal heeft een onbekende herkomst en is waarschijnlijk meer dan 75 jaar oud. Ze is kenmerkend voor een bruin café: een traditionele, ouderwets ingerichte kroeg met schaarse verlichting en veel donkerbruin hout. Er heerst een intieme sfeer, een gevoel van huiselijke gezelligheid. Het tempo waarin de maatschappij verandert staat in schril contrast met wat je ervaart in dit oude café. Het kent nog steeds een groot aantal vaste klanten, van wie velen er op hoge leeftijd nog steeds trouw komen.Gesprekken gaan vaak over vervlogen tijden. Dat de stamgasten nog steeds zeer begaan zijn met ‘hun’ café bleek in 2021. Toen de gouden bal aan de gevel was gestolen, zorgden zij ervoor dat er binnen drie maanden weer een nieuw uithangbord met een goudblinkende bal hing. In 1976 dreigde het pand gesloopt te worden. Stamgasten lieten hun ongenoegen hierover blijken door de tekst “3 eeuwen lang sta ik in weer en wind. Moet ik dan nu bezwijken door dit gemeentebewind?” op de zijgevel te schilderen. Je ziet op de foto dat de muren gestut werden. Uiteindelijk werd alleen het rechtergedeelte van het
pand, waar de groente/viswinkel van de familie Van Hout was gevestigd, opnieuw opgetrokken in dezelfde stijl. Het dak kreeg wel een andere vorm, maar het pand is dus niet bezweken.



— Stamgasten in de tijd van de hoeden.
In 1960 nam Elly Verbeek op 24-jarige leeftijd het café over, samen met haar partner Wim Rooijakkers. In 2024 stond Elly nog steevast op woensdag achter de bar, hoewel de dagelijkse gang van zaken sinds 2010 door haar zoon wordt uitgevoerd. Haar zoon toont interesse om
als derde generatie, na zijn grootouders en zijn moeder, de ‘Gouden Bal’ voort te zetten. Wellicht wordt deze kroeg, die nu al één van de oudste is in Eindhoven, in de toekomst het oudste bruine café.
114-116. Rond 2020 werden de panden met deze huisnummers gesloopt om plaats te maken voor een nieuwbouwcomplex van drie verdiepingen met zorgappartementen. Achter deze woningen bevond zich een braakliggend terrein, ingesloten door de Hoogstraat, Palingstraat, Philips de Goedelaan, Hagenkampweg en Snoekstraat. Op dit terrein werden nieuwe grondgebonden woningen gerealiseerd en werd een nieuw straatje aangelegd: de Goudvisstraat. Deze verdichtingsontwikkeling werd project Hooghwerf genoemd.

119-125. Op de hoek met de Rivierstraat werd in 2003 een rijtje huizen en appartementen gebouwd. Van 1980 tot 2001 was op deze hoek een Aldi supermarkt gevestigd. Nog langer geleden, anno 1935, lag achter de toenmalige bebouwing de Eerste Eindhovense Volksbadinrichting met twee verdiepingen, beneden badhokjes en boven douches. Het
badhuis was toegankelijk via een pad tussen twee huizen.


122. Eén van de fabrikantenvilla’s aan de Hoogstraat ligt op dit huisnummer. In juli 1928 werd in dit, toen al bestaande, pand de ‘Linnen- en Damast Compagnie’ opgericht door Theophilus Henricus Gerardus Kerssemakers. Sinds 1952 werd de villa verschillende keren verkocht en was deze steeds in gebruik als woon- en/of kantoorruimte. Vanwege het architectuurhistorisch belang staat de villa op de gemeentelijke monumentenlijst. De

128-134. Dit rijtje woningen vormt een onderdeel van de karakteristieke lintbebouwing langs de Hoogstraat. Ze zijn rond 1906 gebouwd. Vanwege de cultuurhistorische waarde zijn ze opgenomen op de gemeentelijke monumentenlijst.

137. Dit huis met neorenaissance-motieven is een gemeentelijk monument dat ook wel het ‘huis met de vogel’ wordt genoemd. Het huis werd gebouwd in 1920. Tegenwoordig is hier Galerie De Stenen Uil gevestigd.

172. Dit iconische gebouwtje, spoorwachtershuisje nr. 38, herinnert aan de geschiedenis van de Kempische Spoorbaan, die op 20 juli 1866 werd geopend en Eindhoven, via Valkenswaard en Hasselt, met Luik verbond. De lijn was eigendom van de Luik-Limburgse Spoorwegmaatschappij. Het deel tussen Eindhoven en Valkenswaard werd geëxploiteerd door de Staats Spoorwegen. In de volksmond stond deze spoorlijn bekend als ‘t Bels lijntje. Ter
hoogte van deze plek was voorheen een spoorwegovergang op de Hoogstraat. Het goederenvervoer op de lijn werd beëindigd op 4 februari 1959, waarna de rails werden opgebroken. Het huisje was de dienstwoning waar de spoorwachter met zijn gezin woonde.
Na 1972 kreeg spoorwachtershuis 38 een tweede leven. Vrijwilligers richtten Buurtcomité Gestel-Noord op en zij onderhielden het gebouw gedurende 50 jaar in samenspraak met de gemeente. Er waren spreekuren van de politie, sociale verenigingen hielden er hun vergaderingen en het wijkblad werd er gemaakt. In 2022 werd het Buurtcomité opgeheven. De bestuursleden, waarvan de meesten meer dan tachtig jaar oud waren, hadden geen opvolgers meer.

In maart 2025 kreeg het huis een derde leven, toen online radiostation Rararadio zich hier vestigde. Rararadio werd in 2018 opgericht om muziek en cultuur van Eindhovense bodem beter tot zijn recht te laten komen. Het bood een podium voor dj’s, artiesten en programmamakers. In 2024 eindigde het station tijdelijk met zenden vanwege gebrek aan vrijwilligers en liquide middelen. Maar sinds maart 2025 worden in het spoorwachtershuisje weer live radioprogramma’s gemaakt met de beste artiesten van Eindhoven. Het station is van maandag tot en met zaterdag in de ether. Op de begane grond worden
podcasts gemaakt en op de verdieping vinden de radio-uitzendingen plaats. Voor het huisje staat het Stadsvernieuwingsmonument van kunstenaar Theo Coenen.
231. Hier staat een van de vier rijksmonumenten aan de Hoogstraat, het Ritahuis, waarover elders in dit hoofdstuk meer verteld wordt.
We komen bij de Ring, aangelegd aan het einde van de jaren vijftig. Het vervolg van de wandeling over de Hoogstraat wordt beschreven bij de buurt Rapelenburg.

De Hoogstraat is eeuwenlang de uitvalsweg geweest richting de Kempen.
Zoals eerder beschreven kon deze straat het steeds verder toenemende verkeer onvoldoende verwerken. In 1950 werd daarom de Karel de Grotelaan aangelegd. Jarenlang vond de auto hier ruim baan om de stad in en uit te rijden. Maar in 2025 liggen er plannen klaar om een deel van de rijstroken te bestemmen voor een nieuwe moderne vorm van openbaar vervoer die door dit stukje Gestel zal rijden: de HOV4, de vierde lijn van het hoogwaardig openbaar vervoer met snelle comfortabele bussen op een aparte busbaan. Zoals in hoofdstuk 3 al werd aangegeven zal deze buslijn het Centraal Station verbinden met o.a. het ASML-complex in Veldhoven. Het Gestelse deel van het
tracé loopt via de Mecklenburgstraat en de Karel de Grotelaan richting Veldhoven. In bijgaande tekst wordt meer verteld over de plannen met betrekking tot deze toekomstige buslijn.
De bus verdringt de auto
Volgens de plannen, die begin 2025 gepresenteerd werden, zullen de bussen van de HOV4-lijn de Gestelse buurt Oude Spoorbaan binnenrijden bij het kruispunt Mecklenburgstraat/Mauritsstraat. Daar ligt ook meteen het lastigste punt van het hele tracé: een scherpe bocht en twee straten die te smal zijn voor extra busbanen. Om toch ruimte te maken voor één busbaan is het plan om voor beide straten alleen autoverkeer toe te staan richting ‘stad-uit’. Voor de Mecklenburgstraat betekent dat dus een busbaan ‘stad-in’ en een rijstrook voor het autoverkeer ‘stad-uit’.

Dat betekent dat auto’s, die vanaf de Karel de Grotelaan komen, niet verder de stad in kunnen rijden dan tot de zijstraten Palingstraat en Hagenkampweg-Noord. Dat is een ingrijpende maatregel: er rijden nu nog heel veel auto’s via dit punt naar het stadscentrum. In de plannen is op die plek een ‘keerlus’ gesitueerd zodat auto’s daar kunnen omdraaien.
Het is precies op deze plek waar vroeger het Bels lijntje het einde van de Mecklenburgstraat kruiste. In die tijd was de Karel de Grotelaan voorbij de overweg nog niet aangelegd, er lag alleen een veldweg
doorstaan. Maar na het Bels lijntje moet nu ook deze autorotonde plaats maken voor nieuwe ideeën over vervoer binnen de stad waarbij de snelle bus de hoofdrol speelt.
Hagenkamp (713)
De naam Hagenkamp is afgeleid van ‘hagen’ en ‘kamp’. ‘Hagen’ verwijst naar een omheining of haag, vaak van hout, en ‘kamp’ betekent een afgebakend stuk land of akker. De naam duidt dus op akkers of velden, omgeven door een haag of houtwal. Oorspronkelijk werd deze benaming gebruikt als aanduiding van het gebied tussen Dommel en Hoogstraat, waar nu de Schrijversbuurt is. Het gebied is te zien op het kaartje van Kuyper uit 1867 in hoofdstuk 1. Vanuit dat gebied liep een weg naar het westen die de naam Hagenkampweg had en nog heeft. De buurt wordt begrensd door de Gender, de Anna van Engelandstraat, de Karel de Grotelaan en de Limburglaan. In 2024 had de buurt 1235 inwoners.
De buurt is hiërarchisch opgebouwd, dat wil zeggen, middelhoogbouw aan de Karel de Grotelaan en daarachter grondgebonden woningen met veel publiek groen daartussen. Het merendeel van de woningen stamt uit de wederopbouwperiode van 1950 tot 1970. In 2020 werden op de hoek van Maria van Bourgondiëlaan en Maximiliaanstraat 15 woningen van Woningcorporatie Trudo vervangen. De oude woningen werden in 2018 afgebroken omdat ze niet op een rendabele manier te verduurzamen waren. In de nieuwbouw was veel groen voorzien en in de binnentuin kwam een wadi voor de opvang van regenwater. Het voormalige belastingkantoor aan de Karel de Grotelaan wordt in de toekomst een woongebouw voor asielzoekers en spoedzoekers. Lees in de volgende tekst hoe dit unieke concept tot stand kwam.


Voormalig belastingkantoor wordt ‘Huis van Intussen’ Begin april 2025 werd bekend dat het complex Karelspoort, waaronder het voormalige belastingkantoor, zou worden verkocht aan woningcorporatie Trudo. Deze zou het gebouw gaan transformeren tot woongebouw voor verschillende doelgroepen. Door deze woningcorporatie wordt het inmiddels ‘het Huis van Intussen’ genoemd. Het COA (Centraal Orgaan opvang Asielzoekers) zal voor 30 jaar zeven verdiepingen van Trudo huren. Eindhoven krijgt hiermee haar eerste grote permanente opvanglocatie voor maximaal 300 asielzoekers. In de toren worden de bovenste vier verdiepingen

— De wijk Oud-Gestel is aangeduid in de donkere kleur.
De wijk Oud-Gestel is onderverdeeld in zeven buurten, te weten: Genderdal (721), Blaarthem (722), Rapelenburg (723), Bennekel-Oost (724), Bennekel-West, Gagelbosch (725), Gennep (726), Beemden (727).
Omdat het grootste gedeelte van deze wijk ligt in het oude gebied van de voormalige gemeente Gestel werd voor deze wijk de naam Oud-Gestel gekozen.
Genderdal (721)
De naam van de buurt Genderdal verwijst naar het aangrenzende riviertje de Gender. De buurt wordt begrensd door dit riviertje, samen met de Limburglaan, het Afwateringskanaal en de Karel de Grotelaan. In 2024 telde de buurt 2950 inwoners. Op meerdere plekken in deze buurt zijn in de afgelopen jaren woningen gerenoveerd en nieuwe woningen gebouwd. Twee van deze projecten zijn te vinden aan de Karel de Grotelaan en aan de Mascagnilaan.
Aan de Karel de Grotelaan werd in 2015 een aantal oude Airey-woningen afgebroken en vervangen door 82 nieuwe grondgebonden en etagewoningen. De Airey-woning was een type systeembouw dat kort na de Tweede Wereldoorlog op ruime schaal werd toegepast, zo ook in deze buurt van Eindhoven.

Verderop in de buurt werden in 2017 meer dan 200 andere Airey-woningen op een duurzame manier gerenoveerd. Naast de isolatie en verduurzaming van het dak konden de bewoners kiezen voor andere comfortverhogende en energiebesparende maatregelen.
Het nieuwbouwproject aan de Mascagnistraat bestaat uit drie appartementengebouwen met 89 woningen voor sociale huur, gebouwd door Woonbedrijf. Hier stonden 28 kleine woningen die niet meer voldeden aan de eisen van deze tijd en het jongerencentrum Your Choice.




Dit bouwproject is gebaseerd op het zogeheten WoonST-concept, dat werd ontwikkeld om gestandaardiseerde sociale huurwoningen te realiseren. Door deze aanpak kunnen woningen sneller en goedkoper worden gebouwd, wat bijdraagt aan het terugdringen van de woningnood. Het concept is voortgekomen uit een samenwerking tussen dertien woningcorporaties en negen gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven.
In deze buurt liggen niet alleen nieuwgebouwde woningen, maar ook een nieuwgebouwde school, het Huygenslyceum, een van de drie locaties van het Christiaan Huygenscollege. Na tien
jaar voorbereiding opende het lyceum in 2022 de deuren van een splinternieuw eigentijds gebouw. Het oude gebouw kampte met ruimtegebrek en voldeed niet meer aan de hedendaagse eisen. Het had bijvoorbeeld nog een oliegestookte verwarmingsinstallatie. Ondanks meerdere aanpassingen tijdens de afgelopen decennia bleek renovatie geen optie. In de volgende tekst is meer te lezen over het nieuwe gebouw en de weg ernaartoe.
Nieuwbouw voor het Huygenslyceum Zoals al genoemd in de tekst over het Van Maerlantlyceum, voert de gemeente Eindhoven sinds 2019 gefaseerd een
schoolgebouw aan de Laagstraat, is deze kringloopwinkel al ruim 25 jaar een begrip in Gestel. Wat in de jaren ‘80 begon als een humanitair initiatief om hulpgoederen naar Polen te brengen, groeide uit tot een kringloopwarenhuis dat jaarlijks ongeveer €65.000 voor diverse projecten genereert. De oorsprong van het Wereldhuis ligt in de humanitaire transporten naar Polen, gestart door een, in Eindhoven woonachtige, Poolse ex-militair. In 1990 werd dit initiatief overgenomen door de in dat jaar opgerichte stichting Stedenkontakt Eindhoven - Białystok. In Białystok werd een kringloopwinkel geopend, die iedere zes weken werd bevoorraad door een vrachtwagen vol ingezamelde goederen uit Eindhoven. De opbrengst van de winkel werd gebruikt voor sociale en culturele projecten aldaar, gericht op hulp aan mensen in kwetsbare omstandigheden. In 1997 werd de Eindhovense opslagloods van de stichting door brand verwoest. Op initiatief van burgemeester Welschen stelde de gemeente Eindhoven het leegstaande gebouw van de voormalige Lambertusschool ter beschikking. In ruil daarvoor kreeg de stichting de opdracht om in de omliggende buurten kwetsbare mensen te helpen door hen in de op te richten kringloopwinkel werkervaring te laten opdoen. De voormalige Lambertusschool ligt namelijk tussen de buurten Genderdal en Bennekel, waar sprake is van aanzienlijke sociaaleconomische problemen. Zo sneed het mes aan twee kanten. De winkel werd een van de eerste kringloopwinkels in Eindhoven en werd in 1998 geopend.


De Sint-Lambertusschool werd in 1952 gebouwd als jongensschool. In 1968 opende zij ook haar deuren voor meisjes, nadat de Theresiaschool aan de Genneperweg gesloten werd. Aanvankelijk verhuisden de meisjesklassen in hun geheel naar de Lambertusschool. Uiteindelijk waren alle klassen gemengd. Na een fusie in 1992 hield de Lambertusschool op te bestaan. Het gebouw bleef behouden en stond op enig moment op de nominatie voor sloop. Dankzij de komst van de kringloopwinkel kreeg het pand een nieuwe bestemming.
In 2012 verbrak de gemeente Eindhoven de stedenbanden met Białystok, Minsk en Gedaref, waardoor de stichting haar subsidie verloor en zich moest heroriënteren. De focus verschoof naar bredere sociale doelen. Wereldhuis Eindhoven onderscheidt zich nu van de meeste andere kringloopwinkels door zich te richten op drie belangrijke kerngebieden:
De eerste pijler is sociale activering. De kringloopwinkel biedt werkervaringsplekken aan mensen met een kwetsbare positie, zoals langdurig werklozen, personen met een afstand tot de arbeidsmarkt of mensen die via de reclassering hun weg in de samenleving moeten terugvinden. Ongeveer 40% van de vrijwilligers behoort

— Het graffiti-meisje ziet met angstige ogen het einde naderen. Het gehele graffiti-project werd gemaakt door een internationaal gezelschap van graffiti-kunstenaars.
In 2022 waren de plannen voor de bouw van een groot aantal woningen gereed: in totaal tien woonblokken, zeven woonlagen hoog aan de Karel de Grotelaan en lagere woonblokken en eengezinswoningen aan de kant van de Humperdincklaan. Bij de presentatie gingen veel vragen over de hoogte van de woonblokken aan de Humperdincklaan: op twee plekken zes bouwlagen hoog. Ook het aantal geplande parkeerplaatsen was reden tot zorg voor de buurt.
In de eerste helft van 2025 werd dus ook het gebouwencomplex van de voormalige Internationale School afgebroken. In 2025 werd het terrein bouwrijp gemaakt. Het nieuwbouwproject heeft de naam ‘INCK’ gekregen. De naam is een verwijzing naar het verleden van de locatie.

— Ontwerp voor de bouw van ongeveer 400 woningen.

— Luchtfoto uit 1964 met links van het midden de nieuwe Bayeuxlaan. Links daarvan de buurt Bennekel-Oost en daarboven een deel van de huidige buurt Rapelenburg. Midden op de foto de Tongelreep. Tussen de Tongelreep en de Dommel ligt de huidige buurt Gennep met aan de bovenrand van de foto de vroegere Heliport.
Rapelenburg (723)
Deze buurt is genoemd naar het landgoed Rapelenburg waarop het kasteeltje werd gebouwd. In 1950 werd het landgoed onteigend ten behoeve van de aanleg van de toenmalige rondweg.

Na de afbraak van het buitenhuis werd op een deel van het terrein het Clarissenklooster gebouwd. Slechts de toegangspoort van het terrein herinnert nog aan het oude kasteeltje. De buurt wordt begrensd door de Ring (Boutenslaan), de Hoogstraat, Franz Leharplein, Genneperweg, Lottistraat, Sint Claralaan en de Dommel. In 2024 had Rapelenburg 1265 inwoners. De meerderheid van de woningen in Rapelenburg werd in de periode voor
de Tweede Wereldoorlog gebouwd. De huizen tegenover het klooster aan de Sint Claralaan en de Rapelenburglaan dateren uit de wederopbouwperiode. De bebouwing op de hoek van de Bayeuxlaan/Sibeliuslaan is van recente datum.
Zoals gezegd wordt de buurt gedeeltelijk begrensd door de Hoogstraat. Daarom vervolgen we op deze plaats de wandeling over de Hoogstraat, waarvan de beschrijving begon in hoofdstuk 3. In dit deel vormt de Hoogstraat de grens tussen de buurten Blaarthem en Rapelenburg.
Een wandeling over de Hoogstraat, deel 3 – Van de Ring tot aan het Franz Leharplein 250-258. Net na de kruising met de Ring op de hoek met de Botstraat werd aan het begin van deze eeuw een gebouw met appartementen voor young professionals gebouwd. Daarvoor zou een monumentaal pand moeten worden afgebroken. Nadat hierover klachten kwamen besloot de gemeente dat het bijzondere geveltje moest worden ingepast in de al bestaande plannen. Ook werd vastgelegd dat de nieuwe gebouwen maximaal drie bouwlagen mochten
hebben. Het geveltje werd behouden en het uiterlijk van het appartementengebouw werd erop aangepast.


Aan de overkant op de hoek van de Hoogstraat met de Boutenslaan bevindt zich een groen perkje met een meer dan honderd jaar oude, monumentale moeraseik. Op deze locatie stond vroeger ook een schoenenfabriekje met een fabrikantenvilla. De boom was samen met de villa de inzet van een jarenlang conflict over herontwikkeling van deze hoek, dat speelde sinds de jaren ’90. De villa werd in 2002 gesloopt. Dankzij de inspanningen van de buurtbewoners bleef de historische boom wel behouden. Aan de Boutenslaan kwamen nieuwe appartementen voor studenten en expats.


265. Naast het perkje staat sinds 2010, op de hoek met de Kreeftstraat, dit nieuwe kantoorpand op de plaats van vier voormalige woon-winkelpanden.

277 tot en met 287. Deze woningen werden gebouwd in 1920 en staan op de gemeentelijke monumentenlijst. Het waren van oorsprong drie authentieke, eenvoudige dorpswoningen en ze dragen bij aan de herkenbaarheid van de historische kern van Gestel.
— Oude dorpswoningen op de nummers 277 tot en met 287.
286 en 288. Deze twee dorpswoningen uit het einde van de 19e eeuw sluiten aan bij de herkenbaarheid van de historische kern van Gestel. Vandaar dat ze op de gemeentelijke monumentenlijst staan. Let op het meerkleurig gemetseld gedeelte onder het mansardedak (fries) en de nog oorspronkelijke deur met smeedijzeren rooster.

297. Het bij de Lambertuskerk horende Lambertushuis werd in 1925 in opdracht van de toenmalige pastoor gebouwd als een patronaatsgebouw voor jongens. Voor de bouw werden destijds drie woonhuizen omgebouwd. Een patronaat was een belangrijke sociale voorziening binnen de parochiestructuur in de tijd van de verzuiling. Het was bedoeld voor kinderen die van de lagere school af waren. In die patronaten werd van alles georganiseerd. Er werd toneel gespeeld, muziek gemaakt, e.d.
In de nis op de hoek staat een HeiligHartbeeld. Sinds ca. 2010 is in dit pand het Kerkwijk Centrum (KWC) van Gestel te vinden. Het gebouw heeft de status van gemeentelijk monument. Achter het Lambertushuis met het adres Hoogstraat 297a bevindt zich de tegenhanger van het jongenspatronaat, het Mariapatronaat voor meisjes. Meisjes konden daar verenigingen bezoeken waar ze bijvoorbeeld voorbereid werden op een leven als huisvrouw. In het voormalige meisjespatronaat is nu Zalencentrum Eindhoven gevestigd.
298 en 300. Ook deze authentieke huizen uit 1894 met een doorlopend mansardedak dragen bij tot de herkenbaarheid van de historische kern van Gestel. De gevels en boogramen zijn voorzien van veel decoratieve details in het metselwerk. Ze staan op de gemeentelijke monumentenlijst.


299. Hier ligt de Lambertuskerk. Deze kerk werd eerder in hoofdstuk 3 onder het kopje ‘Kerkgebouwen in Gestel’ besproken.
301. Naast de kerk ligt de voormalige pastorie. Hier woonden en werkten de pastoor en zijn kapelaans in vroeger tijden. Net als de kerk werd de pastorie door Wolter te Riele in 1909 ontworpen. Beide staan op de rijksmonumentenlijst. In 1993 verhuisde het interieurbedrijf Lebesque van het Stationsplein naar deze pastorie. Hier hadden ze een showroom voor meubels en tapijten en een kantoor voor interieuradvies in het duurdere segment. Toen het bedrijf in 2013 failliet ging, moest de pastorie, eigendom van de Stichting Sint-Lambertusgemeenschap, worden verlaten. Sindsdien wordt het monumentale pand onder de naam De Pastorie gebruikt als het kantoor van de stichting en als werkruimte van een tiental zzp’ers en enkele creatieve bedrijfjes.

301a. Het voormalige klooster van de Zusters van Liefde is een gemeentelijk monument. Het heet nu ‘Het Kloosterhof van Gestel’. Bijna 140 jaar geleden trokken de Zusters van Liefde uit Schijndel naar de Hoogstraat in Eindhoven. Ze zorgden er voor onderwijs en ouderenzorg, maar later ook voor opvang van vluchtelingen en uitgeprocedeerde asielzoekers. Over de Kloosterhof is
verderop in dit hoofdstuk meer te lezen. 310. Hier staat het voormalige zalencentrum ‘De Harmonie’. Het pand uit de jaren dertig was de thuisbasis van de Koninklijke Harmonie Phileutonia en de Carnavalsvereniging De Blauwbuiken. Er bestaat een projectplan om op dit perceel drie appartementen en 13 grondgebonden woningen te bouwen in de stijl van de jaren ’50. Het ontwerp is van Van Santvoort architecten. Op het moment van schrijven zijn de toekomstige woningen verkocht en kan de bouw starten.


Er ontstonden diverse buurt-/wijkorganisaties die hun achterban goed mee wisten te krijgen. Enkele voorbeelden zijn ‘Buurtplatform Bennekel Belang’, ‘Marokkaanse Buurtvaders Gestel’ en ‘Türk Odak’. Er werden taal- en computercursussen gegeven en de jongeren konden voor activiteiten terecht in Jongerencentrum De Dommel. Zogenaamde voorlopers namen het voortouw om buurtbewoners te enthousiasmeren om mee te doen aan activiteiten. Ze vormden een bindende factor en werden waar nodig ondersteund door professionals.
Eén van die activiteiten die veel sociale cohesie teweegbracht, was het bewonersinitiatief met de naam ‘Mozaiekmarathonproject’. Bijgaande vier foto’s


geven een indruk van de vele mozaïeken die op de gevels van woningen werden aangebracht. Het project werd in 2008 door de minister, Ella Vogelaar, beloond met een cheque van duizend euro.


Ondanks het succes van enkele van deze programma’s blijken er in de Bennekel ook nu nog de nodige problemen te bestaan, met name op het punt van de sociale samenhang. In het evaluatierapport van het landelijke programma ‘Van Aandachtswijk naar Krachtwijk’ is onder andere te lezen “Sociale investeringen zoals buurtcomités en buurtregisseurs hadden geen meetbaar effect.” en “Fysieke investeringen zoals de verkoop van sociale huurwoningen hadden geen meetbaar positief effect op de leefbaarheid van de buurt.” De weg van ‘Aandachtswijk’ naar ‘Krachtwijk’ is blijkbaar erg lang. Een van de meer recente initiatieven om de sociale samenhang in de Bennekel te verbeteren wordt gevormd door de werkgroep ‘Groen Bennekel’. Deze werkgroep is ontstaan vanuit de bewonersorganisatie ‘Buurtplatform Bennekel Belang’. De Bennekel was van oorsprong een groenarme buurt. De werkgroep ‘Groen Bennekel’ heeft in samenwerking met de gemeente en Woonbedrijf de taak op zich genomen om meer groen aan te brengen. Vrijwilligers brengen verspreid over de buurt geveltuintjes, moestuinen en bloembakken aan. Waar dat mogelijk is helpen ze bewoners met het vergroenen van de voortuin of het aanleggen van een moestuin.






en uitdagende leeromgeving werken aan groei, ontwikkeling en verbinding binnen de diversiteit van onze school.”
De inspanningen om in deze nieuwe school het onderwijs te verbeteren heeft succes: zowel de ouders als de leerlingen zijn tevreden over de school. Uit het tevredenheidsonderzoek van 2022 blijkt dit duidelijk: ouders geven de school een 8,3 en oudere leerlingen waarderen de school met een 8,0. Zij zijn positief over de inzet van extra leerkrachten, de kleinere groepen, over de differentiatie in lesmethoden en de inclusieve veilige leeromgeving.

Het gebouw van de voormalige Sint
Henricusschool werd in 2007 gerenoveerd en uitgebreid. Het nieuwe gedeelte werd met het oude deel verbonden door middel van een overdekte glazen loopbrug op de eerste verdieping. In het nieuwe gebouw is ruimte voor 17 klaslokalen, het kinderdagverblijf Korein, de speelzaal Peuterplaza en de buitenschoolse en naschoolse opvang. Het geheel draagt de naam Spilcentrum De Bennekel.


De Sint Henricusschool werd gebouwd in 1929. In die tijd was de Bennekelstraat nog een oude landweg. Er waren wel grote bouwplannen, maar de straat zou pas jaren later bebouwd gaan worden. In 1934 stonden er alleen een paar oude panden en de twee scholen, die alvast midden in een verder nog kaal gebied gebouwd waren. Twee scholen, want gescheiden door een zijstraat stond naast de katholieke jongensschool Sint Henricus de katholieke meisjesschool Sint Barbara. Deze meisjesschool was gebouwd als een semi-openluchtschool, de eerste in Nederland. De achterzijde bestond uit enorme klassenramen die in de goede seizoenen geheel werden geopend. Het was een vooruitstrevend ontwerp van architect Kees Geenen. Naast de voormalige school staat nog steeds de houten uitbreiding, die in 1953 bij de school werd geplaatst.

levensloopbestendig worden ingericht. Het project heet Hoogstaete en de oplevering van de appartementen vindt medio oktober 2025 plaats.
Tot in de jaren ’80 was op nummer 387 rijwielspecialist Bert Louwers gevestigd. Aan het andere einde van de bouwlocatie was Metaal- en Machinehandel Teunissen gevestigd. Dit bedrijf begon ooit als kleine schroothandel op nummer 397a. Door aangrenzende woningen te kopen kon het bedrijf in de loop van de tijd steeds uitgebreid worden. In het begin van deze eeuw werd voor het bedrijf een nieuw pand opgetrokken (zie foto uit 2012). Dit werd in 2024 gestript, waarna het skelet als basis werd gebruikt voor het blok nieuwbouwappartementen. Het metaalbedrijf was in 2016 naar de Hurksestraat vertrokken en nog later naar de Achtseweg-Noord. Inmiddels heeft het bedrijf een wereldwijd distributienetwerk voor oude metalen.



420. Aan de overkant van dit project ligt een pand dat in 1924 werd gebouwd als café. Sinds 1993 draagt het de naam De Cactus, geïnspireerd door een café uit de tv-serie ‘Goede Tijden Slechte Tijden’. Voorheen had het café andere namen, waaronder ‘Oud-Gestel’. Deze bruine kroeg, met een trouwe klantenkring, is een van de 30 panden aan de Hoogstraat die in 1934 als café fungeerden. Daarvan zijn er nu nog maar zes over.

gebouwd. Het was grotendeels geschikt voor gezinnen en had toen een huurprijs van 20 gulden per week. Het was destijds een van de eerste voorbeelden van hoogbouw bij Eindhovense woningen en werd in de Nieuw Eindhovense Krant een ‘gigantisch plan’ genoemd.
Op de plaats van het afgebroken flatgebouw werd een nieuwe woontoren gerealiseerd in het complex De Vier Jaargetijden, vernoemd naar de vioolconcerten van Vivaldi, passend bij deze componistenbuurt. Dit complex bestaat uit drie appartementengebouwen van vijf woonlagen, genaamd Lente, Zomer en Herfst. De nieuwe woontoren op de plaats van de ‘torenflat’ werd Winter genoemd. De officiële opening van het nieuwe complex vond halverwege 2006 plaats. Langs de drukke Bayeuxlaan staan nu, behalve de opgeknapte galerijflats, drie woongebouwen en de nieuwe toren. De nieuwe gebouwen zijn opgetrokken in donkere baksteen, met groene accenten. Ook de galerijflats kregen een donkere buitenkant, wat goed aansluit bij de nieuwbouw.



Bennekel-West, Gagelbosch (725)
De naam Gagelbosch komt voort uit de benaming van het hoogadellijk huis dat er heeft gestaan. De naam van het kasteeltje verwijst naar de gagelstruiken die in de omgeving groeiden. Het werd in 1569 omschreven als ‘huis in ’t Gagelbroeck’. Het kasteel werd in 1718 afgebroken. De buurt wordt begrensd door de Reinkenstraat, de Bennekelstraat, de




— Swing in het plantsoen tussen de Karel de Grotelaan en de Meerveldhovenseweg. Het kunstwerk heeft een andere aanblik afhankelijk van welke kant je het bekijkt.
De buurt Gennep wordt begrensd door de Boutenslaan, de Tongelreep, de Zuidelijke Randweg (A2/A67), de Professor Holstlaan en de Dommel. In 2024 had Gennep 35 inwoners. Archeologische vondsten wijzen erop dat dit gebied al in de nieuwe steentijd (10.000 – 3000 voor Chr.) bewoond was. De naam Gennep is afgeleid van het Keltische Ganapa, wat zou duiden op een plaats waar twee rivieren samenvloeien. In dit geval zijn het de Dommel en de Tongelreep die samenkomen achter het
huidige Van Maerlantlyceum. Sinds 1953 is die plek onderdeel van de buurt ‘Schrijversbuurt’. In 1249 werd Gennep voor het eerst vermeld in een schenkingsoorkonde met betrekking tot de Genneper Watermolen. De brug bij de watermolen was vanuit Gennep de enige verbinding in de richting van Gestel en Eindhoven. De weg van Waalre naar Eindhoven liep via deze brug en was historisch gezien een belangrijke verbindingsroute. Dankzij de nabijheid van Eindhoven en de ligging aan deze weg waren de boerderijen langs de


Het antroposofisch gedachtegoed paste het echtpaar ook toe in de omgang met werknemers. De 25 tot 30 medewerkers op het bedrijf zijn allen gelijkwaardig. Handwerkers, mensen met een beperking, begeleiders en vrijwilligers beginnen de werkdag met een bijeenkomst om de saamhorigheid te stimuleren. Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt die op het land werken worden begeleid door professionals van een zorginstelling. Degenen die op de boerderij zelf werken in de winkel of in het Proeflokaal, worden onder verantwoordelijkheid van de bedrijfsleiding begeleid.

Het educatieve aspect is een belangrijk onderdeel van de Genneper Hoeve. Het bedrijf is een aantal uren van de dag voor
iedereen toegankelijk. Groepen scholieren zijn graag geziene gasten. Educatie bestaat verder uit de mogelijkheid om stage te lopen. Daar wordt veelvuldig gebruik van gemaakt door velerlei onderwijsinstellingen.
De rechtsvorm van de Genneper Hoeve is een vennootschap onder firma. De hoeve kon vele jaren rekenen op financiële steun van de gemeente. Vanaf 2015 werd deze in enkele jaren afgebouwd. Als compensatie kreeg het bedrijf de mogelijkheid om op eigen kracht uit te breiden met een open stal voor koeien, kassen voor vruchtenteelt en een Proeflokaal. Deze verbreding van het bedrijf zorgde ervoor dat de bedrijfsvoering financieel gezond bleef.

Van de 40 hectaren die in pacht zijn, worden er 25 gebruikt voor landbouw en de overige 15 voor natuurbeheer. Verder heeft de hoeve 100 hectaren in gebruik, soms gepacht, soms zonder pacht, die eigendom zijn van Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, de High Tech Campus, enz. Deze gronden worden als hooi- en weidegronden gebruikt en er wordt aandacht besteed aan natuurbehoud.
Zo is er in de loop van bijna 25 jaar een bijzondere manier van voedsel produceren ontwikkeld in een voor Nederland uniek landgoed. De bedrijfsvoering is gestoeld op een zo breed mogelijke basis, bestaande uit akkerbouw en veeteelt, kaasmaken, tuinbouw, kassenteelt, winkel, Proeflokaal, natuurbeheer en educatie. Het is voor Mirjam en Age van belang dat deze bijzondere manier van werken ook na hun pensioen nog een lange toekomst heeft.

Anno 2025 werken er 12.500 mensen bij circa 300 bedrijven. Voor onderzoek en ontwikkeling zijn vijf sleutelgebieden gedefinieerd. Deze hebben betrekking op gezondheid en vitaliteit, duurzame energie en opslag, software en platforms, toegepaste intelligentie (zelflerende data-gestuurde producten en diensten) en slimme omgeving en connectiviteit (intelligente netwerken die op elkaar inwerken en autonome beslissingen nemen). Met deze concentratie wil men vooroplopen in de ontwikkelingen van technologie en innovatie.


Ter hoogte van de High Tech Campus Eindhoven overspant een bijzonder viaduct de Randweg. Ooit was dit een prestigieus symbool van Brainport. De opvallende vormgeving is gecreëerd door lichtkunstenaar Har Hollands. Inmiddels begint het kunstwerk duidelijke sporen van slijtage te vertonen en doet het nog nauwelijks eer aan zijn oorspronkelijke uitstraling. In de volgende tekst is meer over dit viaduct en de plannen voor restauratie te lezen.
Uniek viaduct zal niet meer worden opgeknapt
In de zomer van 2007 kreeg de High Tech Campus Eindhoven (HTCE) haar eigen snelwegaansluiting. Rijkswaterstaat verleende destijds toestemming om het bijbehorende viaduct over de A2/A67 een unieke uitstraling te geven. Kunstenaar Har Hollands maakte het ontwerp, terwijl advies- en ingenieursbureau DHV verantwoordelijk was voor de uitvoering.

Het resultaat was een opvallend verlicht viaduct dat zowel de identiteit van de campus als die van Brainport symboliseerde. De 120 meter lange overspanning werd aan beide zijden bekleed met glazen panelen, voorzien van afbeeldingen van hersencellen die maar liefst 40.000 keer waren vergroot en geprint op folie. De afbeeldingen, gemaakt van foto’s van de hersenschors van een zoogdier, lieten licht door op de plekken van de cellen en zenuwen, terwijl de rest donker bleef. Zo werden de celstructuren zichtbaar gemaakt door duizenden ledlampjes in wisselende kleurcombinaties. Deze

De naam van de wijk Gestelse Ontginning (eerder ook wel Oud Kasteel genoemd) verwijst naar de ontwikkeling van het gebied rond de voormalige kastelen Gagelbosch en Blaarthem, waarbij het oorspronkelijk landschap plaatsmaakte voor woningbouw, met name de buurten Hanevoet, Genderbeemd en Ooievaarsnest. De wijk ligt tussen het Afwateringskanaal en de Randweg (Poot van Metz). De zuidgrens wordt gevormd door de Dommel en de noordgrens door het Nelson Mandelapark.
De wijk Gestelse Ontginning is onderverdeeld in drie buurten, te weten: - Genderbeemd (731), - Hanevoet (732) - Ooievaarsnest (733)
De buurt Genderbeemd is vernoemd naar de beemd, het natte gebied, van het riviertje de Gender. De buurt wordt begrensd door de Beemdstraat, het Nelson Mandelapark, de Karel de Grotelaan en het Afwateringskanaal. In 2024 telde de buurt 3600 inwoners. Het merendeel van de woningen werd gebouwd tussen 1970 en 1980. De meeste woningen zijn eengezinswoningen en zijn particulier eigendom. Door deze grootschalige nieuwbouw zijn de laatste resten van het eeuwenoude kasteel Blaarthem, dat hier ooit stond, volledig verdwenen. Zoals in de hiernavolgende tekst beschreven wordt ontstond er in 1893 brand tijdens reparatiewerken aan het kasteel. Er bleef slechts een ruïne over. De omliggende grond, met nog wat stenen resten van het kasteel, werd van 1912 tot eind jaren ’60 van de 20e eeuw gebruikt als akkerland. Voorafgaand aan de bouw van de nieuwe buurt in 1974, werden opgravingen in het gebied gedaan waarbij onder andere de keldervloer werd blootgelegd.


Kasteel Blaarthem
Jarenlang herinnerde een oude boerderij midden tussen de huizen aan de tijd dat de woonwijk Genderbeemd nog niet gebouwd was. De boerderij functioneerde weliswaar al lang niet meer als landbouwbedrijf, maar bezat nog wel een ‘boerenziel’, omdat leden van de boerenfamilie er nog lange


boerenerf een studio voor ‘soundhealing en frequentietherapie’ gevestigd. Klanten zoeken er de ultieme rust in een ruimte, die de naam ‘Harmonic Egg’ gekregen heeft. Met enige goede wil kan die naam nog verbonden worden met het verleden, toen er kakelende kippen over het boerenerf rondscharrelden.
Die voormalige boerderij lag vóór 1975 aan de enige weg door dit gebied, de Kasteelweg. Het tracé van deze weg is nog deels te herkennen aan de hand van enkele van de grote oude bomen in de huidige Genderbeemd, die destijds aan weerszijden van deze weg stonden. Deze bomen en de voormalige boerderij, dat is alles wat er in deze buurt herinnert aan de inrichting van dit gebied vóór 1975. Nu ligt het boerderijgebouw ingeklemd tussen de grootschalige nieuwbouw, die hier vanaf 1975 is verrezen.
In de jaren dat het nog wel een boerderij was, woonden hier enkele nakomelingen van boer Johannes Coppelmans, die de boerderij liet bouwen in 1924. Hij bouwde toen zijn nieuwe woning annex bedrijf op de gronden waar ooit het kasteel Blaarthem, de bijbehorende kerk en de kasteelboerderij hadden gestaan.
Hij kocht de ruïne en de omliggende gronden in 1912 en liet vervolgens de, op dat moment nog bestaande, resten van het kasteel slopen. Volgens een nazaat van Johannes Coppelmans gebruikte hij de resten van de kasteelmuren om de fundamenten van zijn boerderij te bouwen.
tijd gewoond hebben. Inmiddels is de boerderij gerenoveerd en opgedeeld in drie appartementen en is op het
Kasteel Blaarthem was, samen met het Eindhovense Die Haghe, het oudste in de regio de Kempen. De vroegste aanleg van het kasteel dateert uit omstreeks 1100. Die datering is gebaseerd op gevonden potscherven. Uit de tweede helft van de 12e eeuw is een Berta de Blartehim bekend als schenker van goederen aan de priorij van Postel. Mogelijk was het

Hanevoet (732)
Mogelijk is de buurt Hanevoet vernoemd naar een beemd met dezelfde naam in het naburige Meerveldhoven. Een andere verklaring is dat er in het Broek (het natte stuk land grenzend aan Waalre) een driehoekig stuk weiland lag, dat naar zijn vorm de Hanevoet werd genoemd. De buurt Hanevoet wordt begrensd door het Afwateringskanaal, de Dommel, en de straten Hunenborg, Ulenpas en de Karel de Grotelaan. In 2024 telde de buurt 3705 inwoners. Het leeuwendeel van de woningen werd tussen 1970 en 1985 gebouwd. Ongeveer de helft is particulier bezit en de andere helft is eigendom van corporaties. Tijdens de ontwikkeling van de wijk Hanevoet ontstond een bijzondere waterplas. In 1971 werd hier een zandwinningsput gegraven om materiaal te leveren voor de aanleg van straten in de nieuwbouwwijk. De plas die daarbij ontstond kreeg later de naam ‘Recreatieplas Hanevoet’.
Recreatieplas Hanevoet
Recreatieplas Hanevoet had nooit eerder zoveel belangstelling van sportvissers als in de jaren 2020 en 2021. Dat was de periode waarin de coronapandemie heerste en samenkomen alleen mogelijk was in de buitenlucht. Sportvisserij Nederland werd in 2021, met bijna 700.000 leden, de op één na grootste sportbond van Nederland. Bij de Hanevoetvijver, een naam die ook wel gebruikt wordt, hebben sportvissers vaak beet. Hun vangst bestaat uit witvissen waaronder brasem, voorn en kolblei. Ook de roofvissen snoekbaars, snoek en baars zwemmen in de vijver. Het is een favoriete plek voor karpervissers. Er worden karpers gevangen met een gewicht tussen 5 en 15 kilo.
Ook watersport is op de recreatieplas mogelijk, zij het in beperkte mate. Kanoën, roeien en sup-boarden zijn welkome activiteiten. Motorvaartuigen zijn dat daarentegen niet, behalve als ze elektrisch worden aangedreven. Zwemmen en schaatsen is toegestaan, zij het op eigen risico.


plannen werden twee mogelijke uitwerkingen voorgelegd aan belangstellenden. In de eerste invulling wordt de huidige winkelpassage vervangen door een groene open winkelstraat met daarnaast vormen van stedelijk wonen in het groen: optie Wijkhart. In de andere mogelijke invulling wordt de winkelpassage vervangen door een compact plein met winkels en woontorens en daarnaast een groot woon-stadspark als onderdeel van de groene corridor tussen de Gender en de Dommel: optie Woonvallei. Deze twee opties waren bedoeld om een idee te geven van mogelijke uitwerkingen.


Het winkelcentrum werd in 1976 geopend. In de jaren ervoor en erna werden de buurten Genderbeemd, Hanevoet en Ooievaarsnest gebouwd. Daarvóór was dit gebied een groene ruimte, weilanden waar de oude weg tussen Eindhoven en Veldhoven doorheen liep met slechts enkele huizen, twee cafés en een paar
bedrijven, waaronder steenfabriek De Meierij. Op bijgaande foto van een begrafenisstoet zien we de vroegere Blaarthemseweg met op de achtergrond de twee cafés: rechts het café Groenewoud (ooit café de Tramhalte, met als laatste kastelein Harrie van Zon) en links café ’t Wit Paard (’t Wit Perd).

op

— In de onderste helft van deze foto uit 1973, tussen de twee wegen, is het gebied te zien waar het toekomstige Kastelenplein gebouwd zou worden, tussen het rijtje huizen links en de bomenrij rechts. Het bovenste deel op de toont de bouw van de buurt Hanevoet.
Aan de zuidkant van het huidige Kastelenplein liep ooit de oude weg tussen de stad en het dorp, de Meerveldhovenseweg. Het tracé van die weg is nu ingericht als een tweebaansweg voor het verkeer richting Eindhoven. Voor het verkeer richting Veldhoven werd een nieuwe tweebaansweg aangelegd ten noorden van het Kastelenplein, een verlenging van de Karel de Grotelaan.
Zo werd het Kastelenplein een eiland tussen twee doorgaande wegen. Het was daardoor goed bereikbaar per auto, maar werd nooit een vanzelfsprekend wijkhart voor de drie buurten.

De eerste 25 jaar voldeed het winkelcentrum goed aan de behoeften van de bewoners van dit nieuwe stuk van Gestel. De toenmalige eigenaar van het complex, de uitvaartcoöperatie DELA, bracht bij de eerste renovatie in 2000 enkele belangrijke veranderingen aan, zoals een uitbreiding van de ruimte voor de twee supermarkten en meer licht in de overdekte passage. Hierdoor werd de algemene uitstraling transparanter en minder rommelig. Door deze vernieuwing was het winkelcentrum, zoals men toen zei, “millennium-klaar”. Maar dat bleek na enkele jaren toch anders te liggen. Winkels die traditioneel de ruggengraat vormden van het centrum, verdwenen geleidelijk uit het aanbod, zoals de bakker, de slager, de kantoorboekhandel annex postagentschap en de doe-hetzelfzaak. De twee supermarkten aan de beide ingangen van de passage bleven publiek trekken, maar in het middendeel ontstond steeds meer leegstand.

Het is begrijpelijk dat het winkelend publiek vraagt om een volwassen winkelcentrum. De Eindhovense federatie voor de detailhandel (FOE) is echter van oordeel dat het zogenoemde verzorgingsgebied te klein is om er een winkelcentrum van te maken zoals het Woensels Winkelcentrum. Ook daar is overigens sprake van leegstand. Maar een simpele facelift, zoals in 2000, is niet voldoende. Er is nu sprake van meer fundamentele problemen, zoals de bestaanszekerheid van de kleine zelfstandige winkelier. En de vraag hoe een nieuw winkelplein het beste gecombineerd kan worden met veel hoogbouw en meer groen. En zelfs de vraag of het ‘eilandgevoel’ aangepakt zou moeten worden door een van de wegen (bijvoorbeeld waar de toekomstige HOV4-bussen gaan rijden) in een tunnel aan te leggen, zoals wordt voorgesteld door de Stichting Buurtbeheer Genderbeemd.
De gemeente werkt in 2025 aan het ontwerp van een totaalplan voor het hele gebied. Op onderstaande luchtfoto is te zien dat dit gebied niet alleen het winkelcentrum zelf (iets links van het midden op de foto) omvat, maar ook de parkeerplaats aan de oostzijde (met enkele witte stippen: een paar marktkraampjes). Rechts daarvan, onder de bovenste witte lijn ligt het gezondheidscentrum en iets verder de moskee. Helemaal rechts is het dak van een groot winkelpand te zien.

Beplanting en onderhoud van bomen en ander groen in de openbare ruimte zijn een taak van de gemeente. Een onderdeel van onderhoud is dat het wel eens nodig is om bomen te kappen. In onderstaande tekst wordt beschreven waarom er in enkele straten van de buurt Ooievaarsnest bomen gekapt werden en hoe in overleg met de bewoners nieuwe bomen geplant werden.
Zorg voor bomen in Ooievaarsnest
In de buurt Ooievaarsnest werden in het najaar van 2023 in de straten Twickel, Rooswijck en Herinkhave 67 moerascipressen gekapt. Deze ingreep was onvermijdelijk vanwege de grote overlast die de bomen veroorzaakten. In de jaren voorafgaand aan de kap namen de klachten van bewoners toe. Door zogenaamde kniewortels, die soms tot in de tuinen omhoog kwamen, raakten stoeptegels ontwricht en ongelijk, waardoor de trottoirs moeilijker begaanbaar werden. Afgebroken takken en hars veroorzaakten schade aan eigendommen en de lange periode van naaldval maakte het onderhoud voor de bewoners intensief en lastig. Hoewel de bomen nog gezond waren, adviseerde Trefpunt Groen
Eindhoven positief over de kap vanwege de ongeschikte groeiplaatsen en blijvende overlast. De cipressen moesten vaker worden gesnoeid dan straatbomen elders in de stad, wat ook voor de gemeente extra onderhoud vergde.
De cipressen werden 40 tot 45 jaar geleden geplant, tegelijk met de bouw van de buurt. Dat was destijds, voor dit oorspronkelijk moerasachtige gebied, een goede keuze omdat dit soort bomen goed gedijen in een natte ondergrond. De bomen hadden op den duur echter te weinig plaats om te groeien. Het waren mooie bomen maar de kap was noodzakelijk. De gemeente besloot daarom, in overleg met
de wijkvereniging en Trefpunt Groen, tot een grootschalige renovatie, waarbij ook de gewone essen in de straat Herinkhave, die wel in slechte conditie verkeerden, vervangen werden.
De straten kregen nieuwe bomen en groen terug op basis van een vervangingsplan, dat samen met de bewoners werd opgesteld. Voor elke straat werd een specifieke boomsoort gekozen: veldesdoorns voor Rooswijck (18 bomen), iepen voor Twickel (29 bomen) en zuilvormige eiken voor Herinkhave (13 bomen). De nieuwe bomen werden, samen met blokhagen en andere soorten beplantingen, in april 2025 geplant in ruime plantvakken. Tegels werden verwijderd om het water beter af te voeren. Het groene straatbeeld bleef behouden, terwijl het risico op overlast in de toekomst kleiner was. De periode waarop er geen bomen in de straat stonden, was zo kort mogelijk gehouden.

De eikenbomen aan de Twickel, op de plek waar vroeger de Ontginningweg verder ging, bleven wel behouden. Het
Eikenlaantje, zoals de Ontginningweg nu in de buurt bekend staat, is een markant onderdeel van de buurt. De bomen, die meer dan 100 jaar oud zijn, hebben zowel historische als ecologische betekenis. De Ontginningweg verbond vroeger de Blaarthemseweg met Veldhoven. Het was een landelijk weggetje met enkele boerderijen, waaronder de boerderij ‘Ooievaarsnest’ en 12 burgerwoningen in een rijtje, die de ‘Twaalf Apostelen’ werden genoemd. Vóór 1920 heette het weggetje Broekstraat. Bij de sanering van straatnamen werd de naam Ontginningweg vastgesteld (zonder tussen-s, al wordt die s door veel Eindhovenaren wel uitgesproken).

— De ‘s’ is zo ingeburgerd dat ook op het straatnaambordje de naam van de straat verkeerd gespeld werd.
In de jaren ’70 verdwenen de panden en akkers om plaats te maken voor de nieuwe woonwijken Hanevoet en Ooievaarsnest. Een klein stukje van de Ontginningweg bleef behouden als voetgangersgebied.

— Ontginningweg of Eikenlaantje.

Rond 2015 werden diverse bomen in het laantje geveld omdat ook deze inmiddels te weinig ruimte hadden. De stammen mochten blijven liggen en boden een leefomgeving aan insecten, vogels, paddenstoelen, mossen enz. Tijdens een van de jaarlijkse boomplantdagen werden jonge boompjes en struiken door kinderen tussen de oude bomen geplant.
In 2025 startte het ministerie van Verkeer en Infrastructuur de procedure die op termijn moet leiden tot de verbreding van de Westelijke Randweg. Dit stuk snelweg op de grens van Eindhoven en Veldhoven tussen de knooppunten Batadorp en De Hogt is bij veel Eindhovenaren beter bekend als ‘Poot van Metz’. Bij die komende verbreding van de Westelijke Randweg zal ook het knooppunt De Hogt te zijner tijd opnieuw uitgebreid worden. Dat zal dan de vierde aanpassing zijn sinds het ontstaan van het knooppunt.
Snelwegknooppunt De Hogt
In 1968 werd de ‘Poot van Metz’ aangesloten op de destijds nieuwe A67 (snelweg Antwerpen – Venlo), die toen nog E3 genoemd werd. Het knooppunt werd vernoemd naar het natuurgebied
De Hogt, dat onderdeel is van het Dommeldal. Het geheel ligt op het grondgebied van Eindhoven, stadsdeel Gestel, in de buurt Ooievaarsnest.

Die aansluiting werd toen gebouwd als een zogenoemd ‘halfklaverblad’.
Oorspronkelijk was het de bedoeling dat die vorm zou uitgroeien tot een compleet klaverblad op het moment dat de geplande snelweg naar het zuiden, richting Valkenswaard en België, aangelegd zou worden. Die snelweg is er nooit gekomen. Na jaren van procedures en bezwaren kwam uiteindelijk de N69 tot stand die nu iets westelijker aansluit op de A67. In 1980 werd het kruispunt veranderd. Het drukke noord-zuid verkeer moest tot dan via een krappe draai naar de A67. Bij deze eerste aanpassing werd die bocht vervangen door een ruime boog van het noorden naar het oosten.


Deze situatie heeft tot na 2000 bestaan. In de loop der jaren waren de verkeersstromen zodanig toegenomen dat een ingrijpende verbouwing nodig was. Er kwamen aparte rijbanen voor het doorgaande verkeer (de A2) en daarnaast rijbanen met af- en opritten voor het lokale verkeer (de N2). Als gevolg daarvan werd het knooppunt De Hogt veel complexer. Na de voltooiing in 2009 lag er een constructie met rijbanen op drie niveaus (17, 25 en 36 meter). Het lokale noord-zuid verkeer rijdt sindsdien over het hoogste punt: een immense fly-over steunend op zware betonnen palen.



— Kaart uit 2010 met het knooppunt.
Van bovenaf is dat een indrukwekkend gezicht, maar ook van onderaf is het imposant. Al die rijbanen kruisen niet alleen elkaar maar ook de Dommel, die onder het knooppunt door stroomt.
Onder dit complex van viaducten zijn fiets- en wandelpaden aangelegd.

Fietsers en wandelaars gaan hier tussen de betonnen pijlers door, die de rijbanen dragen.
Lange tijd stond op deze bijzondere plek in Gestel een informatiebord met de titel ‘De Groene Kathedraal’. De betonnen pijlers werden vergeleken met de enorme pilaren van een kathedraal. De kruisende rijbanen, hoog boven de wandelaar, vormden in die vergelijking het gewelf. Beneden in dit ‘gebouw’ geen kerkbanken

maar de groene oevers van de Dommel.
De stad, die nooit een bisschopsstad is geweest en dus nooit een kathedraal binnen de stadsmuren heeft gehad,

is zodoende toch in het bezit van een ‘Groene Kathedraal’, niet gebouwd ter ere van God maar ter ere van de moderne heilige koe: de auto.
Het in 2025 gestarte onderzoek van het ministerie van Verkeer en Infrastructuur zal te zijner tijd aangeven aan welke eisen de volgende versie van ‘Kathedraal De Hogt’ moet voldoen.

Dank
Voor hun bijdrage aan het tot stand komen van dit boek zijn we dank verschuldigd aan:
Dionne van Gendt, stedenbouwkundige gemeente Eindhoven
Wieteke de Jong, programmamanager gemeente Eindhoven
Mirjam Matze, medebeheerder Genneper Hoeve
Hans Michels, Eindhoven in Beeld
Stephanie Rambonnet, Marketing en communicatie Wooninc.
Ward Rennen, directeur Museumpark VONK
Hans Roothaert, cultuurhistoricus gemeente Eindhoven
Ilse Santema, medeoprichter Kledingbank Eindhoven
Jan Spoorenberg
Marjolein Versfeld, Eindhoven in Beeld
Fotobijdragers, Eindhoven in Beeld
Emily Zwartkruis, medeoprichter en oud-voorzitter Kledingbank Eindhoven
Colofon
Teksten Rob van Brunschot, Henny van Laarhoven-Lammers en Jan Wierts
Archieffoto’s, fotografie en coördinatie Jan Wierts
Grafische bewerkingen Marjolein Versfeld
Redactie Rob van Brunschot en Henny van Laarhoven-Lammers
Eindredactie Hans Michels
Ontwerp Marc Koppen en Lecturis
Druk Finidr
Uitgave Lecturis
ISBN 978 94 6226 567 7
Deze uitgave is mede mogelijk gemaakt dankzij het Cultuurfonds en de gemeente Eindhoven.


©2026 Lecturis, Eindhoven in Beeld
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.