BEDENKT EER GIJ HERDENKT Kritische geluiden over het geplande Holocaust Namenmonument
Samenstelling Petra Catz Abram de Swaan Herman Vuijsje
INHOUD
Inleiding
7
hans van houwelingen en abram de swaan
Bedenkt eer gij herdenkt
13
david barnouw
Zoveel namen herdenken kan niet zonder fouten
19
ruben vis
Bouwen aan een monument of aan een toekomst?
24
jaap wertheim
Tweede namenwand is verspilling van middelen
27
jaap nijstad
Gedenken is mensenwerk, een monument is slechts een ding
32
marien schouten
Joods kwartier behoeft open discussie
39
moshe godschalk
Het Namenmonument: voor wie, waarom, waar?
44
abram de swaan
In gesprek met Herman Hertzberger
47
ronald van tienhoven
De weg naar de namen
51
Onzin
58
Vijf redenen waarom ik niet voor dit monument ben
61
marja j. smit
gerda roodenburg-slagter petra catz
Het Namenmonument: een project zonder gezamenlijkheid
64
max pam
De plek is mesjokke
69
maarten kloos
Gun de slachtoffers – symbolisch – de ruimte
71
herman vuijsje
Groot, groter, grotesk
74
INLEIDING
Het Nederlands Auschwitz Comité heeft het initiatief genomen om in Amsterdam een Nationaal Holocaust Namenmonument op te richten. Het moet een groot bouwwerk worden, ontworpen door de Amerikaanse architect Daniel Libeskind, met de namen, geboorte- en sterfdata van alle 102.000 Joden, Roma en Sinti die in de Tweede Wereldoorlog uit Nederland zijn weggevoerd naar de kampen, zijn omgekomen of vermoord en die geen graf hebben. Er is door gemeente en het Auschwitz Comité besloten dat dit monument gebouwd moet worden op een smalle groenstrook langs de Weesperstraat. Bedenkt eer gij herdenkt is een bundel met vijftien bijdragen van personen die niet gelukkig zijn met dit plan. Zij hebben hun gedachten laten gaan over het ontwerp, de omvang, de locatie of over het hele idee van een omvattend namenmonument. Zij staven hun uiteindelijke oordeel met argumenten die ‘een kwestie van smaak’ te boven gaan. De bijdragen zijn van zeer verschillende mensen, met sterk uiteenlopende achtergronden, met een persoonlijke geschiedenis, met emotionele betrokkenheid of met vakkennis met betrekking tot de Holocaust. De bundel is allereerst een pleidooi voor discussie over een beoogd nationaal monument van zeer groot belang, een pleidooi voor de inbreng van expertise en voor een open gedachtewisseling. Wij hebben met deze uitgave willen laten zien hoe één kant van de discussie, waar veel mensen zo nadrukkelijk om gevraagd hebben, er ongeveer uit had kunnen zien. We menen dat het belangrijk is dat ergens te lezen is, en bewaard blijft, hoe het proces van de totstandkoming van het monument is verlopen. Dat is ook belangrijk voor wie het verhaal misschien in eerste instantie niet zo gevolgd heeft maar toch op zeker moment zou willen weten hoe het eigenlijk gegaan is en waarom veel mensen zich niet kunnen vinden in het voorliggende ontwerp op deze plek.
[7]
De voorgeschiedenis in een notendop Het Holocaust Namenmonument kent in zijn totstandkoming een lange geschiedenis. Al in 2009 kreeg het Nederlands Auschwitz Comité (NAC), een particuliere stichting, van het gemeentebestuur te horen dat het niet wilde ingaan op het verzoek om een namenmonument te realiseren in, toen nog, het Westermanplantsoen aan de Plantage Middenlaan. ‘Twee monumenten die hetzelfde herdenken op een steenworp afstand van elkaar, dat is niet wenselijk,’ schreef burgemeester Job Cohen, daarbij doelend op de namenwand met 6.700 familienamen in de Hollandsche Schouwburg, ook aan de Plantage Middenlaan. Maar na het vertrek van Job Cohen werd bij interim-burgemeester Lodewijk Asscher en later bij Eberhard van der Laan een nieuw verzoek ingediend, en nu werd er wel positief op gereageerd. De eerste fase van het traject liep spaak. Het college had, zonder dat de gemeenteraad ook maar op enigerlei wijze was betrokken, ingestemd met het initiatief van het Auschwitz Comité en met de keuze voor de ontwerper, de beroemde architect Daniel Libeskind. Ook was samen met het Auschwitz Comité besloten het Wertheimpark, het kleine parkje aan het begin van de Plantage Middenlaan, aan te wijzen als de locatie voor het monument. Alles kwam in juni 2014 min of meer in één keer naar buiten: de locatie en het enorme ontwerp, een bouwwerk met muren tot zeven meter hoog. Het parkje zou met de komst van dit monument definitief van karakter veranderen en het Auschwitzmonument van Jan Wolkers, dat daar een mooie plek heeft, zou z’n rust en ruimte verliezen. De buurt maakte bezwaar en ook Karina Wolkers, de weduwe van Jan Wolkers, verzette zich tegen de plannen. Het stadsbestuur zwichtte voor de protesten en besloot dat het project op deze manier niet door kon gaan. Burgemeester Van der Laan trok het plan terug. Hierna kwam hij met een meer afgewogen voorstel: er zou een nieuw traject worden ingezet, een zorgvuldige procedure met besluitvorming in verschillende fases. Er zou ruim mogelijkheid tot inspraak worden geboden en een breed draagvlak werd essentieel geacht. Die procedure is door de gemeenteraad vastgesteld, maar er is nooit wat van terecht gekomen. Vlak na [8]
inleiding
het besluit door de raad drong het Auschwitz Comité bij het bestuur aan op grote spoed, waarna de procedure alsnog drastisch werd ingekort. Ingenieursbureau Royal HaskoningDHV deed met een matrixbenadering een onderzoek naar zestien mogelijke locaties. Met een simpel soort waarderingssysteem werd, zonder dat men op dat moment wist hoe het ontwerp er uit zou komen te zien, één locatie als favoriet aangemerkt: de groenstrook langs de drukke Weesperstraat. Deze open strook ligt vlak voor de Hoftuin, de oude gebouwen van de Hervormde Diaconie en de Hermitage. De locatie werd unaniem vastgesteld door de gemeenteraad, maar inhoudelijk werd er geen woord aan gewijd. Pas enige tijd later volgde het ontwerp van architect Libeskind. Dat ontwerp is nooit ter bespreking aan de gemeenteraad, of aan wie dan ook, voorgelegd. Het Auschwitz Comité vroeg voor het monument een bouwvergunning aan en deze werd in december 2017 verleend. Bezwaren Er lag aan dit plan, deze vergunning, dus geen enkele discussie ten grondslag over wat voor ‘nationaal’ monument Nederland eigenlijk zou willen en of er in brede kring wel behoefte bestaat aan zo’n soort monument. Er is geen onderbouwing geleverd waarom dit plan, of zo’n ontwerp, op dit moment in de geschiedenis een goed concept is voor zinvol herdenken. Wat wil Nederland precies en wat voor betekenis kan zo’n monument hebben over 25 of over 50 jaar? Er is geen onderzoek gedaan naar hoe er binnen Joodse kring over werd gedacht en welke wensen leefden bij Joodse instellingen of individuen. Er zijn geen kunstenaars of stedenbouwkundigen betrokken bij het proces. Er is geen open inschrijving geweest voor Nederlandse kunstenaars, geen prijsvraag, geen jury. Geen debat. Ook de buurt is op geen enkele manier bij het traject betrokken. Er is geen inspraak geweest, geen onderzoek naar draagvlak. Tijdens het traject van politieke besluitvorming was er feitelijk geen mogelijkheid om met bestuur of raad in overleg te komen. Als de buurt in gesprek wilde met de raad verwees men naar het bestuur van het stadsdeel, en zij verwezen naar de bezwaar- en beroepsprocedure die na de vergunningverlening zou volgen. [9]
In de juridische procedures (bezwaar bij de gemeente, beroep bij de rechter) wordt er getoetst aan de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo), waarin de regels staan waaraan bouwwerken moeten voldoen. Er zijn echter erg weinig specifieke bepalingen van toepassing op een bouwwerk zoals een Namenmonument. Daardoor is het toetsingskader heel smal. De politieke besluitvorming – waarin in dit geval erg veel mis was gegaan – onttrekt zich in het algemeen aan een juridische toets. Er werd dan ook niet ingegaan op het argument dat de manier waarop de locatie is vastgesteld niet zorgvuldig is geweest. Ook werd niet relevant geoordeeld dat het stadsbestuur uitdrukkelijk inspraak had beloofd en dat die belofte niet is nagekomen. Men wilde niet stilstaan bij de vraag waarom een project dat inmiddels is begroot op bijna 15 miljoen euro, en dat voor meer dan negentig procent uit publieke middelen zal worden betaald, wordt uitgevoerd zonder dat wie dan ook er ooit iets over heeft mogen zeggen. En bij dit alles komt nog het feit dat alleen wie op minder dan 250 meter van de locatie woont, ontvankelijk is in de juridische procedure. Dat betekent dat dus alleen de mensen die vlakbij wonen beroep kunnen aantekenen. Zij hebben hun bezwaren, onder andere dat de plek niet geschikt is voor zo’n groot monument, onderbouwd en gemotiveerd ingebracht maar zijn steeds als ‘tegenstanders’ weggezet. Als ‘een klein groepje mensen uit de buurt dat iedere gelegenheid aangrijpt om dwars te liggen’, als Nimby’s. In mei 2019 verklaarde de rechter het beroep van omwonenden ongegrond. De gemeente is begin augustus begonnen met de eerste stap om de grond bouwrijp te maken. De bomen zijn gekapt. Begin oktober, zo is de planning, zal de werkelijke bouw beginnen. Buurtbewoners zijn in hoger beroep gegaan bij de Raad van State, maar al met al is het niet onwaarschijnlijk dat het monument er zal komen. Reflectie en lering Is het dan geen mosterd na de maaltijd om nu nog een boekje uit te brengen? Wij denken van niet. De gedachte achter deze bundel is dat argumenten en afwe[10]
inleiding
gingen die kritisch zijn ten aanzien van het geplande namenmonument en de gevolgde procedure tot nu toe weinig zijn gehoord. Van een debat was al helemaal geen sprake. Dat is somber stemmend, in het bijzonder door de nooit te onderschatten enormiteit van de misdaad waar het hier om gaat. Het is een traject geweest waaruit lering getrokken kan worden voor volgende herdenkingsprojecten. Allereerst gaat het om de volstrekte miskenning van expertise. Er is geen sprake geweest van overleg met deskundigen. Er zijn geen uitgangspunten, doelstellingen of randvoorwaarden opgesteld. En dan: een locatie is niet zomaar een locatie. De keuze hangt samen met wat je eigenlijk verlangt van een monument. Een ingenieursbureau is daarbij ook geen ideale keus om over de locatie te adviseren, omdat technocratische afweging aan de emotionele betekenis voorbijgaat. Het gaat ook over het verzuim om kunstenaars in een prijsvraag met een deskundige jury bij de ontwerpfase te betrekken. Het zijn immers juist kunstenaars die kunnen bedenken wat tot dan toe ondenkbaar was. Hun inbreng had Amsterdam en Nederland de inspiratie en energie kunnen leveren om een monument te kiezen dat mensen in de vele jaren dat het er zal staan in hun hart had kunnen blijven raken. Er is de pertinente weigering van zowel het stadsbestuur als het Auschwitz Comité om het huidige ontwerp, en liefst een aantal voorontwerpen, voor te leggen aan een breed publiek – buurtbewoners, andere Amsterdammers of Nederlanders, overlevenden, Joodse organisaties – om de meningen te peilen, of, beter, in discussie te gaan. En ten slotte is van belang dat met dit ontwerp de omgeving volstrekt genegeerd wordt. In de oude Joodse buurt, ooit leeggehaald, daarna gesloopt, staat al een aantal musea en gedenkplaatsen. Dit beladen deel van Amsterdam heet nu ‘Het Joods Cultureel Kwartier’. Nadenken en discussiëren over het toevoegen van monumentale waarden had ertoe kunnen leiden dat deze buurt opnieuw in samenhang was bekeken en als oord van herdenking aan betekenis had gewonnen.
[11]
Herdenken is een actief werkwoord Dat brengt ons op eigenlijk het belangrijkste van alles. Dat is die vreemde, onbegrijpelijke, frustrerende en verlammende vrees voor discussie, voor controverse en voor kritiek. De gemeente en het Auschwitz ComitĂŠ wilden en willen niets horen van enige tegenspraak. Waarom niet? Waarom zouden we het van meet af aan in vrome plechtstatigheid met elkaar eens moeten zijn? Komt dat voort uit de sacralisering van de Holocaust, waarbij ook boetedoening past en delging van schuld? Is het het toe-eigenen van het grote leed, waardoor als vanzelf afwijkende meningen over hoe een monument er uit zou moeten zien, als oneerbaar worden neergezet, als gebrek aan respect voor al die mensen die zijn vermoord? Of was het simpelweg de situatie, de curieuze constructie waarin overheid en ComitĂŠ samen zonder iemands bemoeienis de boel konden regelen? Dit alles is het overdenken waard. Ook nu nog, in deze fase van het verhaal, nu het monument waarschijnlijk gebouwd gaat worden. Daarom komt deze bundel ook nu nog op het juiste moment. Herdenken is een actief werkwoord. We zullen steeds weer moeten stilstaan bij de vraag hoe, met wie, op welke plek en op welke manier we herdenken. Dat stilstaan, dat is feitelijk een belangrijk deel van het herdenken zelf. Bedenkt eer gij herdenkt. Petra Catz Abram de Swaan Herman Vuijsje Oktober 2019
[12]