Natuurlijk

20 Molens en landschap, een hechte band 6
De sprinkhaan zingt, de zomer klinkt 18
Onderweg: rondom Beerze

![]()

20 Molens en landschap, een hechte band 6
De sprinkhaan zingt, de zomer klinkt 18
Onderweg: rondom Beerze

Zomer! Dé tijd om de natuur in te trekken, om het landschap te beleven en stil te staan bij alles wat groeit, bloeit en leeft. In deze editie lees je bijzondere verhalen die laten zien hoe rijk en veelzijdig landschap, natuur en erfgoed in Overijssel zijn. Zo nemen we je mee langs de molens van Landschap Overijssel: markante bakens in het landschap, waar natuur, cultuur en erfgoed samenkomen. Veel van deze molens worden draaiende gehouden door vrijwilligers. Sterker nog: zonder de inzet van vrijwilligers kunnen wij ons werk niet doen. Zij zetten zich dagelijks met hart en ziel in voor natuur en erfgoed. Veilig werken is daarbij essentieel. Want goed zorgen voor natuur en erfgoed begint met goed zorgen voor elkaar. Ook lees je waarom dood hout van levensbelang is voor talloze planten en dieren. Wat voor de één een omgevallen boom lijkt, is voor de ander een complete leefwereld. Het laat zien hoe ingenieus én kwetsbaar de natuur is, zeker nu klimaatverandering steeds zichtbaarder wordt. Klimaatadaptatie is daarom geen keuze meer, maar noodzaak. Daarom werken wij dagelijks aan een landschap dat weerbaar is voor de toekomst.
Aan dat weerbare landschap werken we niet alleen buiten, maar ook binnen aan de vergadertafel. Zo maken we kennis met nieuwe bestuurders en gaan we in gesprek over wat we samen kunnen betekenen voor natuur en erfgoed. Tegelijk bereiden we ons voor op de Provinciale Staten- en waterschapsverkiezingen van 2027. Die zijn van groot belang, omdat provincie en waterschappen een cruciale rol spelen bij het realiseren van onze doelstellingen. Ook jij kunt invloed uitoefenen. Rond deze tijd worden de verkiezingsprogramma’s geschreven. Wij zeggen vaak: ‘aan Landschap Overijssel zal het niet liggen’ als het gaat om het behalen van onze doelen, maar we hebben daarbij wel de steun van samenleving en overheid nodig.’
Veel plezier deze zomer bij het ontdekken van ons mooie Overijsselse landschap vol leven!
Hans Pohlmann directeur-bestuurder
Blauw is de kleur
De kleur van de lucht
Kleurrijk de bloemen
Die stralen in de zon
Groen is het gras
Waar je op ligt
Komt tot rust
Die je er vindt
Vogels zweven
Hoog boven ons
Met om ons heen
Een hoop gegons
Natuur te ontdekken
Waarin je leeft
Je oren gespitst
De ogen gericht
‘t Is de tijdgeest
Die je beleeft
Genietend
‘t is het moment
Henri Kroes

Foto: Jacob van der Weele

06 Draaiend erfgoed
De molens van Landschap Overijssel
10 Dood doet leven
Bomen in verval bieden perspectief
13 Sleedoornpage
Insectenwerkgroep telt eitjes
16 Ongeluk - klein hoekje
Vrijwilligers leren veilig werken
18 Sprinkhaan zingt, zomer klinkt
Krasser, zoemertje en wekkertje
20 Onderweg
Beerze blijft verrassen
24 Aanpassen geen keuze
Leer van het 1.000 jaar oude landschap
26 De achtertuin van ...
Bert Kroeze
En verder
04 Nieuws
14 Bedrijfsvrienden
15 Eropuit
27 Colofon

Landschap Overijssel legt de komende twee jaar op strategische plekken zo’n 50 nieuwe broeihopen aan. In deze hopen van compost en mest leggen ringslangen hun eieren, die dankzij de natuurlijke warmte kunnen uitkomen.
In Salland leeft de ringslang in vier kleine, geïsoleerde populaties. Door deze met elkaar te verbinden, ontstaat meer genenuitwisseling en wordt de soort sterker – de ‘datingmarkt’ wordt vergroot. Samen met vrijwilligers en grondeigenaren zijn in 2024 en 2025 al tachtig broeihopen aangelegd, op eigen terreinen, maar ook in het buitengebied bij andere grondeigenaren. Met succes: er werden meer dan driehonderd uitgekomen eieren geteld. De nieuwe broeihopen komen strategisch tussen leefgebieden rond Dalfsen, Ommen, Raalte en Hellendoorn. Zo kunnen ringslangen zich makkelijker verplaatsen en verzekerd zijn van goede ‘kraamzorg’.
De ongevaarlijke ringslang is herkenbaar aan gele vlekken achter de kop en laat zich soms zien op zonnige plekken bij water, zoals op landgoed De Horte of in het Boetelerveld.


Zonnepanelen in het landschap bij Goor.
Iedereen kan nu zien waar in Overijssel grote ruimtelijke veranderingen op stapel staan – en welk erfgoed daar richting aan kan geven. Online kaarten brengen voor het eerst deze transitieopgaven en cultureel erfgoed samen in één overzicht.
De kaarten van het project Laat Erfgoed Spreken staan sinds begin juni online. Ze zijn onderdeel van een methodiek waarin erfgoed wordt ingezet als richtinggevend vertrekpunt. Vier lagen – van oerlandschappen en historische dorpsgemeenschappen tot actuele transities en karakteristiek erfgoed – laten zien waar de komende jaren de meeste druk ontstaat en welke kwaliteiten daar van betekenis zijn. Dat is zichtbaar in het landschap zelf. Van IJsselhoeven in Salland tot grafheuvels in Twente en eendenkooien in de Kop van Overijssel: ze liggen er niet willekeurig, maar volgen de logica van bodem, water en gebruik. Die samenhang laat
Een vertrouwd onderdeel van het magazine verdwijnt: het gedicht van Henri Kroes.
Sinds de eerste editie van 2017 schreef tuinman Henri Kroes voor elke uitgave een gedicht. Te lezen op een prominente plek naast de inhoudsopgave, steeds gecombineerd met een toepasselijke fraaie foto. Dat zijn er maar liefst 38 in totaal. In deze editie staat zijn laatste gedicht. De creatieve Henri Kroes werkte
zien hoe plekken zijn ontstaan én hoe nieuwe ontwikkelingen daar zorgvuldig op kunnen aansluiten. De kaarten vormen de basis voor vervolgprojecten binnen het project Laat Erfgoed Spreken, waarin acht erfgoedpartners in Overijssel samenwerken. Zij nodigen gemeenten en projectontwikkelaars uit om concrete locaties voor te dragen voor deze projecten. Zo kan erfgoed uitgroeien tot een motor voor een toekomstbestendige leefomgeving in Overijssel. Kijk op landschapoverijssel.nl/project/ laat-erfgoed-spreken

jarenlang als tuinman op De Horte. Na zijn pensioen bleef hij daar als vrijwilliger actief – én hij bleef dichten. “Het is de emotie die ik voel in de natuur, die heb ik met veel plezier al die jaren met de lezers gedeeld. Nu is het mooi geweest,” aldus de dichtende tuinman.
Inwoners van Den Ham maakten samen met Landschap Overijsel een video over de geschiedenis van hun dorp en de omgeving. Dat is van belang voor het behoud van de geschiedenis en het streekeigen landschap.
Hoe vormden natuur en mensen jarenlang het landschap? Het project Dorpslandschappen draait om bijzondere landschapsverhalen. Ze worden opgehaald en vastgelegd, zodat de cultuurhistorie en het unieke landschap van het gebied niet vergeten worden. Tijdens lezingen, een fietstocht en de productie van een video deelden de inwoners van Den Ham hun verhalen. Die zijn nu zijn vastgelegd, mede ter inspiratie voor de toekomst.
De zeldzame aardbeivlinder krijgt extra kansen in natuurgebied de Vossenbelt bij Lemelerveld. Daar is hij sinds kort weer te zien.
Deze kleine dagvlinder is kieskeurig. Hij legt zijn eitjes uitsluitend op tormentil. Juist daardoor is hij kwetsbaar én bijzonder. Tormentil groeit vooral in natte, schrale graslanden waar schoon, mineraalrijk kwelwater opborrelt. De Vossenbelt is zo’n moerassig gebied bij de Lemelerberg. Door de ligging aan de voet van de stuwwal komt hier het kwelwater aan de oppervlakte. Zo kunnen er bijzondere planten groeien, zoals orchideeën en moerasviooltjes.
In de video nemen drie inwoners je mee van door de tijd - van prehistorie, naar middeleeuwen, naar de moderne tijd - en laten ze zien wat nog zichtbaar is in het landschap. Dorpslandschappen krijgt een vervolg in diverse dorpen op de Sallandse Heuvelrug en het Twents Reggedal, waaronder IJpelo. Bekijk de video: landschapoverijssel.nl/denham

Die bloemrijke, natte graslanden vormen een waardevol leefgebied voor zeldzame vlinders als de aardbeivlinder en de zilveren maan.
Landschap Overijssel heeft in en naast de Vossenbelt recent percelen aangekocht, samen 12.000 vierkante meter natuurgrond. Zo kan het gebied beter als één geheel worden beheerd. Dat biedt kansen om de natuur te herstellen en het leefgebied van de aarbeivlinder te versterken.
De achtergronden bij de berichten op deze pagina’s vind je op landschapoverijssel.nl/nieuws.
Op de hoogte blijven van het nieuws over landschap en natuur in Overijssel? Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief op landschpoverijssel.nl/nieuwsbrief of scan de QR-code.
Het project Wilde bomen en struiken krijgt een vervolg in Zwolle en ook in het Vechtdal. Daarmee zet Landschap Overijssel een volgende stap richting een provinciebrede inventarisatie van deze bijzondere en zeldzame gewassen.
Wilde, autochtone bomen en struiken zijn nakomelingen van oorspronkelijke populaties die zich na de laatste ijstijd spontaan hebben gevestigd. Ze komen voor in oude boskernen, houtwallen en landgoederen en vertellen het verhaal van ons landschap en historisch landgebruik. Tegelijk zijn ze van groot belang voor biodiversiteit en een veerkrachtig ecosysteem. Toch is nog maar ongeveer 3 procent van alle bomen en struiken in Nederland autochtoon. Om deze populaties te beschermen, is het essentieel te weten waar ze staan. In dat kader zijn eerst kansrijke locaties in kaart gebracht; daarna volgt nader onderzoek op deze plekken. In Zwolle zijn vrijwilligers inmiddels gestart met deze inventarisatie. De resultaten maken gericht beheer mogelijk en bieden kansen om waardevol genetisch materiaal te behouden en te versterken. Zwolle en het Vechtdal vormen na het Reestdal een logische volgende stap. Zo werkt Landschap Overijssel stap voor stap aan een compleet overzicht – en aan de bescherming van dit groene erfgoed voor de toekomst.


Tekst: Frans Bosscher
Dat er langs de Mosbeek ooit watermolens werden gebouwd, had alles te maken met het schone water dat er stroomde. Zo vertellen molen en landschap een boeiend verhaal over het verleden, waarin mens en natuur samen optrokken. Dat geldt ook voor de wind- en watermolens molens van Landschap Overijssel. Juist daarom is restauratie noodzakelijk –en daarvoor is steun onmisbaar.
Als je bij Watermolen Bels aan de Mosbeek in Mander staat, is het meteen duidelijk: watermolens en het omringende landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wat voor watermolens geldt, geldt voor veel monumenten: historische bouwwerken vertellen samen met het landschap waarin ze staan, de geschiedenis van die plek. Dat verhaal over het verleden maakt dat mensen zich ermee verbonden voelen.
Rood (gebouwen) en groen (natuur) erfgoed zijn dus nauw verwant. En dan is het eigenlijk heel logisch dat natuurorganisaties ook zo goed mogelijk willen zorgen voor de monumenten in hun terreinen. Landschap Overijssel bezit momenteel 42 rijksmonumenten en beheert daarnaast acht rijksmonumenten voor andere organisaties. Het is een gevarieerde collectie: van prehistorische grafheuvels tot een prieeltje, van tuinen en parken tot boerderijen en van buitenhuizen tot een biljarthuisje.
Bij die vijftig monumenten zitten ook drie water- en twee windmolens. Johan Wigger is één van de dertien molenaars op de watermolens Bels en Frans bij Mander. Hij is de verpersoonlijking van de stelling dat molens en landschap bij elkaar horen, want behalve molenaar is hij natuurgids in de nabijgelegen natuurgebieden Dal van de Mosbeek en de Manderheide. Johan groeide op langs de Mosbeek, zijn

geboortehuis stond op een steenworp afstand van de Watermolen Bels. Het zorgde voor een levenslange band. “De geschiedenis van de molens fascineert me enorm. Er stonden hier drie molens, Bels, Frans en De Engel. De reden dat deze molens langs de Mosbeek werden gebouwd, had alles te maken met het schone en stromende water. De eerste molens waren namelijk papiermolens. Om papier te maken had je schoon water nodig. En het water dat uit de bodem komt en de beek in stroomde, was schoon. Schoner kon je het niet krijgen.
Dat papier werd overigens gebruikt voor de productie van bijbels.”
Zo zijn er in Twente veel meer watermolens gebouwd. De eerste dateren uit de twaalfde eeuw. Door de hoogteverschillen, die zijn ontstaan in de laatste ijstijd, was het Twentse landschap heel geschikt voor watermolens. Regenwater dat boven op de stuwwallen viel, zakte weg in de bodem. Vele jaren later borrelde het aan de voet van de wallen uit de bodem. Veel van deze bronnen waren het


‘Hij draait heel anders dan een molen die helemaal van hout is’
begin van een stromende beek. In beken met veel water, zoals de Dinkel, kwamen zogenoemde onderslagmolens. Bij deze molens stroomt het water onder het rad door. Was de stroming zwakker, zoals in de Mosbeek, dan werden bovenslagmolens gebouwd. Bij dit molentype valt het water van boven op het rad. Bij deze molens werd soms ook een molenvijver aangelegd, die diende als waterbuffer en voor een constante watertoevoer zorgde.
Onderzoekers hebben met zekerheid vastgesteld dat er in Twente 88 watermolens
zijn geweest, mogelijk waren het er achttien meer. Van al die watermolens zijn er nog negen over. De oudste watermolens in Twente zijn gebouwd om graan te malen en om lijn- en raapzaad te pletten. Lijn- en raapolie werden gebruikt als bakolie, voor olielampen en olieverf. Vanaf de zeventiende eeuw is er ook papier gemaakt. Handel en industrie groeiden flink in de Gouden Eeuw, de vraag naar papier voor documenten én boeken nam toe.
Watermolen De Mast aan de Vasserbeek is de oudste van drie watermolens van Landschap Overijssel. De eerst bekende vermelding van De Mast dateert uit 1433, toen de bisschop van Utrecht de molen verpachtte aan Reynolt van Coevorden. De molen is gebruikt als koren- en oliemolen. In 1811 werd Jan Mast de eigenaar. Een tijdlang was de molen in verval, maar na een grondige restauratie vijftig jaar geleden is hij nu in goede staat. Sinds 2022 is de molen in handen van Landschap Overijssel. De drie molens op de Mosbeek – Bels, Frans en De Engel – die niet meer bestaat – zijn gebouwd in het begin van de achttiende eeuw. Anderhalve eeuw later, toen stoommachines de productie van papier overnamen, gingen de molens Bels en Frans over op de productie van cichorei en graan. De muren van het molenbuis van Bels zijn nog altijd zwart geblakerd door het roosteren

van de cichorei, dat als surrogaat voor koffie werd gebruikt. Bij Frans is in die periode ook een molenvijver aangelegd.
Vanouds
Molen De Engel is in die periode vermoedelijk afgebroken. Wigger: “Ik heb met buurtgenoten vaak naar sporen gezocht van deze watermolen, maar we hebben er nooit wat van terug kunnen vinden. Helemaal niks.” Bels en Frans zijn wel behouden. Vooral Bels is bijzonder, omdat alle gebouwen, erf en kolk er nog als vanouds bij liggen. Het laat goed zien hoe de watermolens in Twente er in het verleden uitzagen. Landschap Overijssel kocht Watermolen Bels in 1958 (van Jannes Bels) en Watermolen Frans in 1962 (van Gerrit Frans). Beide molens worden dit en volgend jaar onder handen genomen. Zo krijgen de molens nieuwe waterraderen en worden de gemetselde muren – die veertig tot zestig centimeter dik zijn – opnieuw gevoegd. Dat vraagt een stevige investering.
Johan Wigger en de andere twaalf molenaars malen nog regelmatig graan, maar dé functie van de molens is tegenwoordig bijdragen aan het watersysteem in het dal van de Mosbeek, waarvan zeldzame planten afhankelijk zijn. Je moet dan denken aan muskuskruid, goudveil, beenbreek, orchideeën, klokjesgentiaan, vetblad en echte koekoeksbloem. Mede om de aanwezigheid van deze planten is het gebied aangewezen als natuurgebied van Europees belang (Natura 2000).
Bakstenen molen
Behalve De Mast nam Landschap Overijssel vier jaar geleden ook de Molen van Frielink bij Fleringen en de Molen Oude Hengel in Ootmarsum over, beide windmolens. De Oude Hengel wordt eind dit jaar opgeknapt. De molen is in 1866 gebouwd op de plek van de stadsmolen die er al sinds de middeleeuwen stond. Herman Oude Hengel kocht de molen in 1911. Sinds 2017 draait de korenmolen dankzij een actieve molenaarsploeg weer. De afgelopen jaren
zijn er enkele herstelwerkzaamheden geweest, nu zijn de grote klussen aan de beurt. De roeden – de balken die de basis van de wieken vormen – moeten vervangen worden, net als de kap die is gedekt met zogenoemde schaliën. Dat zijn houten plankjes die overlappend op de kap liggen.
De Molen van Frielink werd gebouwd in 1846. Op dezelfde plek stond eerder een olie- en korenmolen die werd verwoest door een brand. De eigenaar was de familie Von Bönninghausen, die destijds al de nabijgelegen havezate Herinckhave bewoonde. De koren- en pelmolen kwam in 1916 in het bezit van de familie
Frielink. De nazaten wonen nog altijd aan de voet van het imposante bouwwerk; zij runnen café-restaurant De Molen.
Afgebrand
De Frielinkmolen is gebouwd op de restanten van de afgebrande molen die destijds werd bedekt met zand. Daardoor ligt de molen nu op een heuvel. Bijkomend voordeel hiervan is dat de windvang niet wordt belemmerd door bomen. Het is een zogenoemde grondzeiler, omdat de wieken bijna de grond raken. De molen is volledig opgetrokken uit baksteen. De onderste drie meter heeft een cilindrische vorm, daarboven is het een kegel. “Hij draait heel anders dan een molen die helemaal van hout is”, vertelt Peter Bakema, een van de molenaars. “Een houten molen, zoals de standaardmolen in Usselo, voel je. Die kreunt en steunt, en beweegt wat. Het is net alsof je op een schip zit. Bij deze molen heb je dat niet. Ook die verhoogde ligging is bijzonder. Bij de meeste molens is er in zo’n geval een onderdoorgang, waar de boeren hun zakken graan konden lossen. Hier moesten ze met paard en wagen de verhoging op.” Dit voorjaar heeft de Molen van Frielink nieuwe wieken gekregen. “Dat moet eens in de vijftig jaar gebeuren”, aldus Peter. “Ze waren eraan toe. Met de nieuwe wieken, en ook nieuwe zeilen, hebben we weer een goed draaiende molen, die we graag aan de mensen laten zien.”
De molens van Landschap Overijssel worden deze jaren grondig gerestaureerd, zodat ze weer veel jaren meekunnen. Heb je een molenhart en wil je dit prachtige erfgoed in beweging houden? Met een bijdrage maak je noodzakelijk herstel van jouw favoriete molen al mogelijk. Zo behouden we dit ambacht en de Twentse cultuurhistorie voor de volgende generaties.
Scan de QR-code of ga naar landschapoverijssel.nl/molenrestauratie

Bezoek de wind- en watermolens van Landschap Overijssel in Twente. Draaiende geschiedenis in een prachtig landschap. Kijk voor de openingstijden op landschapoverijssel.nl/eropuit/bezoekerscentra.

Of stap op de fiets voor de molenroute (54 km) die start bij de Molen van Bels in Vasse. Met de app Fietsen in Overijssel vind je moeiteloos je weg en ontdek jet het verhaal achter het landschap. De app is te downloaden in de App Store en de Google Play Store.

Of ze nou staan of liggen, dode bomen zijn een zegen voor de soortenrijkdom in het bos. Als het maar even kan laten de terreinbeheerders van Landschap Overijssel dode bomen dan ook met rust.

We zijn nog maar net op pad als Quinten Pellegrom bij een dode boom stil blijft staan. De stam zit vol gaten, hele stukken bast zijn er al afgevallen. Pellegrom tilt een stuk bast een klein stukje op en er verschijnen tientallen pissebedden en één duizendpoot. Welkom in de wereld van dood hout. Een wereld die in Pellegrom, adviseur natuur- en landschapsbeleving bij Landschap Overijssel, een enthousiaste ambassadeur heeft.
“Dode bomen zijn mini-natuurgebieden. Je hebt ze in veel varianten: van een op het oog vitale boom met zwammen aan de voet tot aan een liggende stam die al vele jaren
ligt te vermolmen. Bij al die fases van sterven en verteren zijn steeds weer andere dieren en planten die erop en ervan leven.”
Talloze insecten
Het is een proces dat honderden jaren kan duren. In zijn boek ‘De oude wegen’ schrijft de Brit Robert Macfarlane dat een eik 300 jaar nodig heeft om te groeien, daarna leeft hij 300 jaar om vervolgens gedurende 300 jaar te sterven. En al die eeuwen is het een komen en gaan van talloze insecten, vogels, zoogdieren en schimmels.
Van alle planten- en diersoorten op land is 10 procent afhankelijk van dood hout. Van alle soorten die in het bos leven, is het maar liefst 40 procent. “In België hebben onderzoekers onlangs in een kuub hout bijna 10.000 insecten gevonden,” vertelt Pellegrom. “Probeer je dan eens voor te stellen hoeveel er in een dode beuk of eik kunnen zitten.”
750 keversoorten
Bomen kunnen op veel manieren doodgaan: ouderdom, droogte, een storm, een brand, een overstroming of gebrek aan voedingsstoffen. Als een boom verzwakt, vermindert de hoeveelheid afweerstoffen. Dat is het moment dat kevers hun kans grijpen. Elke boomsoort heeft zijn eigen keversoorten. Op diverse dode boomsoorten zijn meer dan 750 verschillende keversoorten gevonden, waaronder de zeldzame vermiljoenkever, de juchtleerkever en het vliegend hert. Die kevers graven gangen in de boom om bij de suikers te kunnen komen. Ze nemen sporen van schimmels mee, zoals tonderzwammen, elfenbankjes, berkenzwam, zwavelzwam en honingzwam. De schimmels tasten het kernhout van de boom aan, waardoor dat zacht wordt. Bijen en wespen maak daarna dankbaar gebruik van al die gangen die de kevers maken. Ze leggen er hun eitjes in. De boom ontwikkelt zich tot een natuurlijk bijenhotel.
Hoornaarvlinder
Binnen de kortste keren hebben spechten in de gaten dat er veel insecten te halen zijn op de kwijnende boom. In het zachtere hout hakken ze holen. Zo ‘bouwen’ ze een dode stam om tot een spechtenhotel vol kamers met ronde openingen; het is vooral de zwarte specht die hierbij een hoofdrol vervult. Al die holen vinden mezen, boomklevers, boomkruipers en bosuilen ook heel aantrekkelijke nestgelegenheden, net als boommarters,

‘De stam zit vol gaten, hele stukken bast zijn er al afgevallen’
vleermuizen en Europese hoornaars. Roofvogels gaan in de toppen zitten om uit te kijken naar prooien. Een favoriet van Pellegrom is de hoornaarvlinder. “Die ziet er helemaal niet uit als een vlinder. Het vrouwtje dropt haar eitjes aan de voet van een dode boom. De rupsjes die daaruit komen, kruipen in het hout. Daar zitten ze twee tot drie jaar. Ondertussen groeien ze natuurlijk, waardoor ze soms half uit de stam steken. Nadat ze zijn uitgevlogen, kun je de lege poppen uit de stam zien steken of op de grond zien liggen. Echt een prachtig dier.”
Luilekkerland
Er komt een moment dat de dode boom om gaat. Dan breekt een nieuwe fase aan met weer heel andere diersoorten. En hoe dikker de boom, hoe meer leven. Kevers ruimen de bomen op, samen met mijten, springstaarten, wantsen, tripsen, pissebedden, duizendpoten, miljoenpoten, spinnen, vliegen, muggen, bijen, wespen, mieren en vele honderden soorten paddenstoelen en mossen.
Belangrijke voedingsstoffen komen door al die opruimwerkzaamheden in de bodem terecht. Omdat reeën en herten er liever niet komen – achter een dikke stam kan zomaar een roofdier op de loer liggen – en er veel licht op de bodem valt, krijgen jonge planten, struiken en bomen de kans om te kiemen en te groeien.
Ringslangen
Door al die insecten is een dode boom bovendien een luilekkerland voor boommarters, dassen, vossen, gladde slangen, hazelwormen, levendbarende hagedissen, bruine


‘dood hout brengt ook weer voedingsstoffen in de bodem’
kikkers en watersalamanders. Boommarters en vossen leggen hun uitwerpselen op de stam om hun territorium te markeren. Padden en bosspitsmuizen vinden er heel geschikte schuilplekken. “En het is goed denkbaar dat ringslangen op deze plekken hun eieren legden, voordat we broeihopen voor ze gingen maken,” stelt Pellegrom. Het is er vochtig en met al het organisch materiaal kan het er lekker broeien.”
Grote omslag
Gezien al dat leven is de stelregel voor Landschap Overijssel dan ook: lekker laten

Nieuwsgierig wat er allemaal leeft op dood hout? Dat kun je eenvoudig ontdekken met de app Obsidentify. Je maakt een foto van de soort die je ziet en de app herkent welke soort het is. Vervolgens kun je de vondst vanuit de app invoeren op waarneming.nl. Daarmee help je mee aan een actueel beeld van de biodiversiteit.

staan of liggen, dat dode hout. “Wat dat betreft is er een grote omslag geweest,” vertelt de adviseur. “Tot dertig, veertig jaar geleden was het heel normaal om dood hout uit het bos weg te halen. Bossen waren toen nog belangrijk voor de houtproductie. Nu staat de natuur voorop en daar hoort dood hout gewoon bij. Niet alleen zijn veel organismen ervan afhankelijk, dood hout brengt ook weer voedingsstoffen in de bodem. Die ben je kwijt als je het weghaalt. Takken laten we daarom ook liggen.”
De richtlijn is dat een gezond bos zo’n 15 tot 20 procent dood hout bevat. Landschap Overijssel zit op zo’n 5 procent, omdat de bossen van de organisatie vrij jong zijn. Bovendien is het niet altijd mogelijk om dode bomen met rust te laten. Pellegrom: “Uit dode bomen kunnen takken vallen, een boom kan omvallen. Langs wandelpaden willen we dat risico niet lopen. Een oplossing kan dan zijn dat we wel alle takken eraf zagen – kandelaberen heet dat – en dan houd je een stam over, waar spechten nog volop in kunnen hakken.”
Spagaat
Een andere reden om dode bomen toch weg te halen, is het behoud van
erfgoed. “Je moet dan denken aan cultuurhistorische lanen,” zegt Pellegrom. “In het verleden hadden lanen ook een productiefunctie. De bomen leverden mooie, rechte planken en balken. Ze werden in een keer geoogst, waarna er weer nieuwe bomen werden geplant. Lanen hebben dus altijd bomen van dezelfde soort en dezelfde leeftijd. Juist dat maakt de lanen op landgoederen zo karakteristiek. Wij laten ze nu zo lang mogelijk staan, maar hoe langer je wacht met kappen hoe meer vleermuizen en spechten erin zitten. Op een zeker moment vallen er links en rechts bomen uit. Dan moet je wat doen, want dan verdwijnt het cultuurhistorisch beeld. We kiezen er dan voor om de hele laan in een keer te kappen. Maar pas nadat we in de buurt goede alternatieven voor de vleermuizen hebben gecreëerd.” Het is de spagaat waarin een organisatie zit die zich én voor behoud van natuur én voor behoud van erfgoed inzet. “Maar gelukkig hebben we ook veel bosvakken waar we natuur gewoon haar gang kunnen laten gaan. En daar gaan we nog veel meer ontdekken over het verborgen leven in dood hout. Want daar weten we nog veel te weinig van.”
Tekst: Mieke Scharloo
Wie de sleedoornpage wil zien, moet geluk hebben. Deze zeldzame vlinder leeft vooral hoog in de boomkruinen en laat zich zelden zien. Daarom trekken vrijwilligers van de insectenwerkgroep Zwolle er juist in de winter op uit. Niet om vlinders te spotten, maar om eitjes te tellen.
Die kleine witte eitjes – afgezet op jonge takken van de sleedoorn – verraden waar de vlinder voorkomt. Omdat de soort vrij verborgen leeft, is dit dé manier om haar te volgen. Door jaarlijks op vaste plekken te tellen, ontstaat een betrouwbaar beeld van de populatie en wordt duidelijk of beheermaatregelen effect hebben. Martin Wolters van de Insectenwerkgroep Zwolle vertelt dat hij samen met anderen deze winter zo’n 600 uur heeft geteld. Dat leverde circa 3.600 eitjes op in Zwolle. “We hebben er nog nooit zoveel geteld!”
Vliegtijd
De sleedoornpage is een kleine, vrij onopvallende vlinder die je vooral herkent aan de donkerbruine bovenzijde van de vleugels met oranje vlekjes. De onderzijde is roestbruin. De soort overwintert als eitje, waar de rupsen door een klein gaatje in het voorjaar uitkruipen om zich tegoed te doen aan de jonge blaadjes van de sleedoorn. De vlinders verschijnen relatief laat in het jaar, met een vliegtijd die eind juli start en doorloopt tot in september. Op zonnige dagen zijn de mannetjes vaak hoog in bomen te vinden, waar ze uitkijken naar voorbijvliegende vrouwtjes; die zoeken hen daar al snel op voor de paring. Kort daarna zetten de vrouwtjes weer eitjes af op sleedoorn, waarmee de cyclus zich herhaalt.
Hoopvoller
De sterke afhankelijkheid van sleedoorn maakt de sleedoornpage kwetsbaar. De rupsen leven uitsluitend van deze struik, die van oudsher voorkomt in houtwallen, bosranden en struweelrijke overgangen. Juist die landschapselementen zijn op veel plekken verdwenen of veranderd door intensiever landgebruik en ander beheer.

Daardoor gaat het landelijk minder goed met de soort. In en rond Zwolle is het beeld hoopvoller. Hier werken vrijwilligers, gemeente en terreinbeheerders samen aan gericht beheer en herstel van sleedoornstruwelen. Ook Stichting Landschap Overijssel draagt daaraan bij, bijvoorbeeld met aanplant in de polder Sekdoorn. Sleedoorn hoort van nature thuis in dit landschap en vormt een belangrijke schakel tussen natuur en cultuurhistorie.
De wintertellingen laten zien dat deze aanpak effect heeft. Op steeds meer plekken worden eitjes gevonden. Zwolle is een belangrijk gebied voor de sleedoornpage. Tegelijk blijft het werk nodig: sleedoorn moet verjongd worden om geschikt te blijven, en verbindingen tussen leefgebieden zijn essentieel.

Meetellen? Neem contact op met insecten@ivnzwolle.nl

Afgelopen maanden kreeg Stichting Landschap Overijssel er weer verschillende bedrijfsvrienden bij. Landschap Overijssel is trots op de samenwerking met deze maatschappelijk betrokken bedrijven. Oude Lashof Groen BV stelt zich graag voor.
Oude Lashof Groen BV. Is een groenbedrijf met passie voor natuur, vakmanschap en duurzame leefomgevingen.
Oude Lashof Groen BV
Welhuis Landschaps advies- en onderhoudsbedrijf
Wij realiseren en onderhouden groene projecten met oog voor kwaliteit en de toekomst. Door vriend van Stichting Landschap Overijssel te worden hopen wij een bedrage te kunnen leveren aan het behoud en de versterking van natuur, biodiversiteit en karakteristieke landschappen in onze provincie.
• Aannemersbedrijf Gerwers B.V., Tilligte
• Aannemingsmij Hegeman B.V., Nijverdal
• Aannemingsbedrijf Netjes, Kampen
• Aveco de Bondt, Holten
• Ben & Jerry’s Hellendoorn, Hellendoorn
• Bevede, Zwolle
• Boskalis Nederland, Rotterdam
• Bouwbedrijf Salbam B.V., Vilsteren
• Bouwbedrijf Scholte op Reimer, Vasse
• Bouwhuis Aannemingsmaatschappij ‘Bouwmij’ B.V., Beerzerveld
• BPD Ontwikkeling B.V. -Regio Noord-Oost & Midden, Amersfoort
• CIUS Techniek B.V., Dalfsen
• Cogas, Almelo
• Countus Accountants + adviseurs, Zwolle
• De Friesland, Leeuwarden
• De Ridderschap van Overijssel, Velp
• Dolmans Landscaping Noord en Oost, Beilen
• Dunnewind Groep B.V., Ommen
• Eshuis Accountants en Adviseurs, Almelo
• Eelerwoude B.V., Goor
• Gasunie, Vilsteren
• Gemeente Dinkelland, Denekamp
• Gemeente Oldenzaal, Oldenzaal
• Grolsche Bierbrouwerij Nederland B.V., Enschede
• Heutink, Nijverdal
• Installatiebedrijf Tijhaar Vilsteren B.V., Vilsteren
• Koopmans Bouw B.V., Enschede
• KWS Infra B.V., Zwolle
• Landgoed de Wilmersberg, De Lutte
• Lenferink Schilders - Afbouw en Vastgoedonderhoud, Lemelerveld
• NABR B.V., Enschede
• Negam, Borne
• NV Rova Holding, Zwolle
• ODIN Landschapsontwerpers B.V., Diepenheim
Gouden vrienden:


mooi kan dichtbij zijn
postcodeloterij .nl

Foto: Gonny Sleurink
• OnzEnergie, Zwolle
• Oude Lashof Groen B.V., Rossum
• Roelofs Beheer B.V., Den Ham
• R-vent, Staphorst
• Sensata Technologies Holland B.V., Hengelo
• Sazas, Woerden
• Schuitemaker, Rijssen
• SIGHT Landscaping B.V., Harderwijk
• St. Military Boekelo, Enschede
• Sweco Nederland B.V., Zwolle
• Takman IJzerwaren, Ommen
• Timmerhuis Groep, Vriezenveen
• Twence B.V. Afval en energie, Hengelo
• Vebego Groen, Enschede
• Vechtstede Notarissen, Zwolle
• Wadinko N.V., Zwolle
• WandelWol V.O.F., Nieuwleusen
Zilveren vrienden:

Een wandeling door het bos. Vlinders spotten op de heide. Samen een vogelhuisje timmeren of kleien met klei uit de Mosbeek. Stichting Landschap Overijssel laat jong en oud de natuur van dichtbij beleven. Met excursies, rondleidingen en activiteiten in het groen. En met vrijwilligers die samen het landschap onderhouden. Zo blijft het Overijsselse landschap leven. Als deelnemer van de Postcode Loterij maak je dit mede mogelijk. Dat is The Power of Postcodes
De Kansspelautoriteit heeft voor het organiseren van de Postcode Loterij een vergunning verleend.
Varen én wandelen door het Reggedal
Stap aan boord van een Enterse zomp en vaar over de kronkelende Regge. Terug ga je te voet. Onderweg vertellen gidsen over de cultuurhistorie en bijzondere planten en dieren in het gebied.
– Rijssen, 11 juli en 22 augustus

In de ban van de mysterieuze nachtzwaluw
Beleef de natuur op een bijzonder moment: na zonsondergang. Ga op pad met de gids en luister naar de de kenmerkende ratelende roep van de nachtzwaluw.
– Mander, 24 juni – Lemele, 30 juni, 7 juli
Op zoek naar vleermuizen in de schemering

Speuren naar vlinders en insecten
In het Reestdal wemelt het van de kleine beestjes. Tijdens deze excursie ga je met een vlindergids op zoek naar vlinders, rupsen en andere insecten. Ontdek op welke planten ze leven en waarom ze zo belangrijk zijn voor de natuur.
– Balkbrug, 26 juli



Lekker vies worden op Modderdag
Durf jij het aan om in de modder te springen? Tijdens de Modderdag bij Hof Espelo ontdekken kinderen hoe leuk én belangrijk de bodem is. Van een voorzichtige teen in de blubber tot een complete modderduik. Leer spelenderwijs over het leven onder onze voeten.
– Enschede, 27 juni
Ga mee op avontuur op Landgoed Smalenbroek en ontdek de wereld van vleermuizen. Na een korte lezing trek je met een gids het bos in. Met batdetectors luister je naar hun geluiden en leer je hoe deze nachtdieren zich oriënteren in het donker. Spannend én leerzaam!
– Enschede, 3 juli

KIJK VOOR DE MEEST ACTUELE ACTIVITEITEN EN VERRASSENDE ROUTES OP LANDSCHAPOVERIJSSEL.NL/ACTIVITEITEN Alle data zijn onder voorbehoud.

Manoeuvreren met een uilenkast op hoogte.
Tekst: Frans Bosscher
Vrijwilligers doen werk op moeilijk bereikbare plekken in omstandigheden die ze niet altijd gewend zijn. Een ongeluk zit dan in een klein hoekje. Landschap Overijssel bereidt de vrijwilligers zo goed mogelijk voor met cursussen en opleidingen.
De klimgordels zijn aangesnoerd, de helmen opgezet. Het plaatsen van de uilenkast in een eik op Erve Peeze bij Bornerbroek kan beginnen. Het eerste wat nu opgelost moet worden: hoe zet je een ladder goed tegen de stam van de boom? Elkaar aanwijzingen gevend, proberen cursisten de ene na de andere positie uit. Als de ladder staat, wacht de volgende klus: hoe zorg je ervoor dat je boven op de ladder veilig kunt manoeuvreren? Opnieuw wordt er gepuzzeld en gewezen. Even later hangt de boom vol met kleurige klimtouwen en hangen de eerste kandidaten lachend met losse handen aan de ladder. Zo leren vrijwilligers van enkele vogelwerkgroepen uit de provincie deze dag hoe ze veilig op hoogte kunnen werken. Niet onbelangrijk, want uilenkasten hangen doorgaans hoog in een boom of in de nok van een schuur. Nadat ze er een keer geplaatst zijn, moeten ze regelmatig gecontroleerd en schoongemaakt worden. “We hebben altijd aandacht voor veiligheid en doen voorzichtig. Maar het kan dus een stuk veiliger,” zegt een van de deelnemers na afloop. “Deze dag geeft me stof tot nadenken. Het maakt me ervan bewust dat we nog veel meer kunnen doen.”
De cursus Werken op hoogte illustreert de inzet van Landschap Overijssel om vrijwilligers veilig te laten werken. Dat doet de organisatie met financiële steun van de provincie voor haar eigen bijna 500 vrijwilligers, maar dus ook voor andere vrijwilligersgroepen in Overijssel, zoals vogelwerkgroepen.
Na een noodlottig ongeval bijna tien jaar geleden bij Emmen, waarbij iemand tijdens het zagen met een motorzaag onder een vallende boom terechtkwam, is de aandacht voor veilig werken sterk verbeterd.
De gezamenlijke provinciale landschappen inventariseerden zeventig verschillende klussen die vrijwilligers in hun terreinen uitvoeren, van het schonen van poelen tot het snoeien van hoogstamfruitbomen.
Van elke klus hebben ze de risico’s in kaart gebracht en op een rij gezet wat er nodig is om de kans op ongelukken zo klein mogelijk te maken. Dat varieert van het dragen van beschermingsmiddelen, zoals helmen en handschoenen, tot het behalen van certificaten.
“Onze vaste vrijwilligers zijn onze vrijwillige personeelsleden,” zegt Marja van Harten, die het vrijwilligerswerk coördineert. “Ze werken in onze opdracht in onze terreinen en gebouwen. Landschap
Overijssel is dan officieel werkgever – we sluiten een vrijwilligersovereenkomst - en dan gelden alle verplichtingen voor veilig werken.”
Geen paniek
De vrijwilligers die in de terreinen werken, doen eens per twee jaar de cursus veldhulpverlening, de vrijwilligers die in de gebouwen werken doen de cursus bedrijfshulpverlening. Daarin leren ze om alert te zijn op de risico’s en hoe ze moeten handelen als er iets gebeurt. “Dat is niet om paniek te zaaien. Ernstige ongelukken hebben zich bij ons gelukkig niet voorgedaan,” zegt Marja. “Het is juist om paniek te voorkomen.”
Dat is ook de bedoeling van het werkdagformulier, dat
‘Cursussen zijn juist om paniek te voorkomen’
vrijwilligers invullen voordat ze aan een klus beginnen. “Daarin staat welke werkzaamheden ze gaan doen, maar ook noteren ze waar het dichtstbijzijnde ziekenhuis is, welke route een huisarts of een ambulance moet nemen om bij de werkplek te komen. Als je in een bezoekerscentrum werkt, is het goed te weten waar de brandblusser en de AED hangen. Als je vooraf over dergelijke zaken nagedacht hebt, is de paniek een stuk minder als er iets gebeurt. Dan weet je hoe je moet handelen.”
Een belangrijk aspect van veiligheid is ook dat vrijwilligers elkaar aanspreken op onveilig handelen, vertelt Marja van Harten. “We hadden iemand die altijd op klompen een ladder op ging. Dan kun je zeggen dat het zijn eigen verantwoordelijkheid is. Maar als hij valt, belast hij daar de hele groep mee. Dat willen we dus niet meer. We zorgen met elkaar dat iedereen met twee ogen en tien vingers weer naar huis gaat.”
Daarnaast zijn er speciale cursussen voor werkzaamheden met een verhoogd risico, zoals het werken met bosmaaiers, het vellen en zagen van bomen, en het werken op hoogte. Van Harten: “We werken alleen met handgereedschap, met uitzondering van bosmaaiers. Bramen weghalen met een snoeischaar is eigenlijk niet te doen. Daar gebruiken we dan bosmaaiers voor. Daar werken alleen vrijwilligers mee die een certificaat hebben gehaald. Die weten dus goed hoe ze ermee moeten omgaan.”
Ook het gereedschap krijgt de nodige aandacht. Want goed gereedschap verlaagt de kans op ongelukken. “We hebben depots in Dalfsen, Bornerbroek en De Lutte voor alle groene vrijwilligers in de provincie. Of ze nou aan de slag gaan voor Landschap Overijssel of voor een andere organisatie, dat maakt niet uit. Al het gereedschap wordt voor hen goed onderhouden door onze vrijwillige depotbeheerders. Na gebruik maken ze alles grondig schoon, zodat het gereedschap lang meegaat.”


van Harten.
Landschap Overijssel biedt vrijwilligers een groot aanbod in opleidingen, cursussen, workshops en online trainingen. Kijk voor cursussen die jouw eigen veiligheid en die van anderen vergroten op landschapoverijssel.nl/ meehelpen/vrijwilligerswerk/cursussen

Het is het geluid van de zomer. De raspende zang van sprinkhanen en krekels. Een mediterraan geluid, toch hoef je er niet voor naar Zuid-Frankrijk. In Overijssel zijn genoeg sprinkhanen en ze zijn gemakkelijk te vinden.

Het is een van de weinige insecten die geluid maken: de sprinkhaan. Of, in ieder geval, een van de weinige insecten die wij mensen kunnen horen. Dat maakt ze makkelijk te vinden. Voor sprinkhaandeskundige Wim Bakker was het geluid ook de aantrekkingskracht: “We gingen vroeger met de kinderen veel naar buiten, vogels kijken. Mijn dochter vond dat niet zo interessant; zij keek liever naar de grond. Daar waren de sprinkhanen gemakkelijk te vinden, want je hoort ze.”
Daarna werd het voor Bakker net als vogelen: eerst luisteren, dan kijken. “Elke sprinkhaan heeft een ander
ritme. Een ander liedje.” Zo maakt de snortikker een zoemend geluid met een tik op het eind. De ratelaar maakt een aanzwellend geluid met beide poten. En de bruine sprinkhaan: het ene mannetje doet ‘trt’ en dan het andere mannetje ‘trt’, alsof er twee tandraderen tegen elkaar ingaan. “Daarom heette hij eerst tandradje.”
Elk een eigen liedje
Toch zijn er ook sprinkhanen die niet hoorbaar zijn. “Die zitten op zo’n hoge frequentie; daar heb je echt een batdetector voor nodig, zoals de struiksprinkhaan.”
Andere sprinkhanen zingen volgens Bakker juist zo hard of zo zuiver dat je ze op ruim honderd meter afstand kunt horen, zoals de grote groene sabelsprinkhaan.
Vrouwtjes imponeren
Dat geluid wordt niet alleen zingen genoemd, maar ook wel striduleren: het maken van geluid door bepaalde lichaamsdelen langs elkaar te strijken. De sprinkhaan raspt met de poten over elkaar of over de vleugels, of knarst met zijn kaken. Waarom? Eigenlijk om dezelfde reden als vogels het doen: om vrouwtjes te imponeren en hun territorium af te bakenen. Het zijn dan ook de mannetjes die je hoort.
Bijzondere namen
In Nederland leven vijftig soorten sprinkhanen. Volgens Bakker zijn die voor het grootste deel te verdelen in vier families: de sabelsprinkhanen, de veldsprinkhanen, de doornsprinkhanen en de krekels.
‘Daar waren de sprinkhanen gemakkelijk te vinden, want je hoort ze’
De naamgeving van soorten is meestal logisch, maar soms ook om te gniffelen. Zo heeft de blauwvleugelsprinkhaan –u raadt het al – blauwe vleugels. En de moerassprinkhaan leeft in moerassig gebied. Maar er zijn ook soorten zoals het locomotiefje, de krasser, het zoemertje en het wekkertje. Geen onomatopeeën (klanknabootsingen), zoals koekoek of tjiftjaf, maar wel vernoemd naar het geluid dat ze maken. Dan is er nog de spoorkrekel, een soort die in 2010 voor het eerst in Nederland werd waargenomen, vaak langs het spoor. Hij houdt van een ondergrond van grind. Dat verklaart zijn voorliefde voor het spoor. Toch zijn niet alle namen even goed gekozen, zegt Bakker: “Zo is de bruine sprinkhaan vaak groen en leeft de kustsprinkhaan niet alleen langs de kust.”
Habitat
Waar vind je die vijftig verschillende sprinkhaansoorten dan? “Nou, overal,” zegt Bakker. De meeste sprinkhanen zijn warmteminnend. Hoe zuidelijker je gaat in Europa, hoe meer je er tegenkomt. In Overijssel leven er zo’n 35 soorten in allerlei landschappen: in stenige en rotsachtige gebieden, in het zand, op droge stukken of juist in drassige, natte ruigtes. Als het er maar warm en open is. Zo vind je op de Lemelerberg de blauwvleugelsprinkhaan: een bruine sprinkhaan met felblauwe vleugels, die je alleen ziet als hij opvliegt. Deze soort houdt van een open en droog landschap met veel zand. Lange tijd werd hij minder waargenomen op
de Lemelerberg en zat er een grote populatie op de Sallandse Heuvelrug. Sinds de heide-uitbreiding op de Lemelerberg wordt hij weer in grotere aantallen gezien, tot grote vreugde van ecologen en terreinbeheerders.
Wonderlijke populatie
De zeldzaamste soort in Overijssel is volgens Bakker het zoemertje. Daarmee is iets wonderlijks aan de hand. Er is een unieke populatie langs het Almelo-Nordhornkanaal, aan de Overijsselse grens bij Denekamp. “Daar, in een heidegebiedje, vind je het zoemertje. Hoe ze er zijn gekomen, is een mysterie. Maar blijkbaar gaat het goed, want ze zijn er al jaren en de populatie is stabiel.”
En de mooiste? Dat zijn ze natuurlijk allemaal, maar de moerassprinkhaan springt eruit volgens Bakker. “Een mooie soort om te zien. Echt kleurrijk en te herkennen aan zijn zwarte, rode en gele poten.”


Tips!
Zelf op zoek? Dat kan alleen of onder begeleiding. Bijvoorbeeld op 26 juli tijdens de vlinder- en insectenexcursie in het Reestdal.
Kijk op landschapoverijssel.nl/activiteiten.
Sprinkhanen zoeken is vooral goed luisteren. Een hulpmiddel daarvoor is de app Crickit, een soort van Merlin voor sprinkhanen. Alleen voor Android.
Bakker schreef zelf de entomologische tabel voor de Nederlandse sprinkhanen en krekels. Een handig boekwerk voor determinatie.

Tekst: Tessa Nijeboer
De wandeling Beerze: natuur en landgoed laat in negen kilometer zien hoe afwisselend dit gebied is. Van statige lanen naar stuifzand. Van droge heide naar natte stukken hoogveen. Van landgoedverhalen naar bijzondere planten en dieren. En juist als je denkt te weten wat voor gebied Beerze is, laat het weer een heel andere kant zien.
De route begint op een plek waar meteen alles samenkomt: het landgoed, geschiedenis en natuur. De entree van het landgoed, de zuilen met wapens, de lanen en de historische sfeer geven het gebied direct karakter. Het grote landhuis maakt dat gevoel compleet. Statig, maar absoluut niet afstandelijk.
Al snel merk je dat dit meer is dan zomaar een mooie start van een wandeling. In het landschap zitten oude lijnen, zichtassen en plekken die opnieuw zichtbaar zijn gemaakt. Daardoor wandel je niet alleen door de natuur, maar ook door een gebied met een verhaal, waar al generaties lang is gewoond, gewerkt en veranderd. En dat voel je.

Van landhuis naar halte
Vanaf het landgoed loopt de route verder richting de voormalige halte Beerse. Dat is zo’n plek waar je misschien zomaar aan voorbij zou lopen, als je het verhaal erachter niet kent. Ooit lag hier een halte aan de spoorlijn Zwolle-Stadskanaal. Vanaf 1905 stopten hier lokale treinen. Er was een wachtruimte, een schuilgelegenheid en zelfs een waterplaats. Om de plek te markeren is de vroegere haltepaal er nagebouwd.
Vanaf het huis liep een kaarsrechte laan naar die halte: de Halte-laan. Via die route gingen reizigers, post en goederen van en naar het landgoed. Volgens de verhalen bracht de chauffeur van de baron de post soms nog
met natte inkt naar de stopplaats, zodat die meteen mee kon met de trein. Zo wordt ineens duidelijk dat Beerze niet alleen een plek van rust was, maar dat de buurtschap ook verbonden was met de buitenwereld.
Oude plek, nieuw leven
Na de stopplaats verandert het landschap opnieuw. Verderop ligt de voormalige zwemplas, die is omgevormd tot een natuurlijk heideven. Ook dat maakt deze route interessant: je loopt hier niet alleen door mooie natuur, maar ook langs plekken die opnieuw betekenis hebben gekregen. De oevers zijn aangepast, bomen zijn weggehaald en het water kreeg meer

licht en ruimte. Daardoor is dit gebied nu aantrekkelijker voor planten en dieren die juist van natte overgangen houden, zoals de dodaars. Voor amfibieën, libellen en vogels bijvoorbeeld, maar ook voor de wandelaar is het een prachtige plek. Hier zie je goed hoe natuurherstel en beleving samen kunnen gaan. Vlak naast het heideven ligt de bak van de plaatselijke ponyclub De Hoefslag. Dat geeft dit deel van de route meteen iets eigens. Natuur en dorpsleven gaan er in elkaar over. Wandelaars en ruiters gebruiken het gebied allemaal op hun eigen manier,

zonder dat het zijn rust verliest. Juist dat maakt Beerze zo prettig: het leeft op een rustige manier.
En wie hier even de tijd neemt, merkt dat. Onderweg staan bankjes op de mooiste plekken om even uit te rusten. Even zitten, rustig om je heen kijken en genieten van een kop koffie of thee uit eigen tas. Past eigenlijk precies bij deze route. Niet ingewikkeld, gewoon goed.
Stuifzand
Daarna opent het landschap zich. Een van de opvallendste stukken van de route: het stuifzand. Je stapt een lichte zandvlakte in
‘Beerze zit vol soorten waar je gemakkelijk aan voorbij loopt’
met heuvels die doen denken aan duinen. En dat midden in Overijssel! Het stuifzand geeft Beerze echt iets eigens. Het voelt open en ruig en het ziet er meteen anders uit dan de rest van de route. Tegelijk is het terrein ook kwetsbaar. Juist doordat het hier nog niet is dichtgegroeid, zie je hoe bijzonder deze plek is. De wind krijgt hier vrij spel en houdt het zand in beweging, waardoor het landschap steeds een beetje verandert. En juist daardoor voelt dit deel van de route bijna losser dan de rest. Rond dat stuifzand staan jeneverbesstruiken. Die geven het landschap meteen een heel eigen gezicht. Donkergroen, grillig en een beetje eigenwijs. Het zijn struiken die opvallen. En ze horen echt bij dit gebied. Ze hebben open ruimte, licht en een schrale bodem nodig, en groeien hier maar langzaam. Sommige struiken zijn al tientallen

tot honderd jaar oud. Dat maakt ze niet alleen beeldbepalend, maar ook kwetsbaar.
Eén en één is drie.
En dan zijn er nog de krentenbomen. In het voorjaar geven ze Beerze iets zachts, bijna lichts, met hun witte bloei tussen al het groen en zand. Juist dat contrast maakt het bijzonder: ruig stuifzand, grillige jeneverbes en dan ineens zo’n zachte bloesem. Krentenbomen voelen zich thuis op deze arme zandgrond en horen hier helemaal bij.
Nat, droog en kwetsbaar
Na het zand verandert het landschap opnieuw. De route gaat verder over de heide. Eerst voelt die droog en open, later wordt het natter. Juist dat verschil maakt dit deel interessant. De droge heide oogt licht en ruig. Natte heide is donkerder, voller en zachter van sfeer.
Hier merk je ook goed dat Beerze meer is dan een mooi natuurgebied. De afgelopen jaren is hier veel gedaan om het landschap sterker te maken. Water wordt beter vastgehouden, zodat natte natuur niet verder uitdroogt. Veenmos speelt daarin een hoofdrol. Het groeit bovenop door en sterft onderaan langzaam af. Zo ontstaat veen. Tegelijk werkt veenmos als een spons die veel water vasthoudt. Daardoor kijk je anders naar de natte stukken langs de route. Die zijn niet zomaar drassig, maar belangrijk voor het hele gebied.
Klein, maar bijzonder
Beerze zit vol soorten waar je makkelijk aan voorbijloopt, maar die het gebied juist extra bijzonder maken. Neem de heikikker. Op het eerste gezicht is het een onopvallend bruin kikkertje. Maar in de paartijd kleuren de mannetjes een paar dagen felblauw. Dat geldt ook voor lavendelheide. Alleen die naam blijft al hangen. Deze plant groeit in natte heide en hoogveen en is behoorlijk kieskeurig. En houdt van vochtige, voedselarme grond. In het voorjaar bloeit lavendelheide met roze klokvormige bloemen. Die ruiken trouwens niet naar lavendel, al zou je dat wel denken. En dan is er nog de adder. Ook die hoort
bij Beerze. Voor deze soort zijn in het gebied maatregelen genomen, zodat hij zich beter kan verplaatsen. Mooi daaraan is dat het landschap dus niet alleen fijn is voor wandelaars, maar ook echt werkt voor de dieren die hier thuishoren.
Aan het eind van de route verandert de sfeer opnieuw. Je loopt dan een flink stuk over een smaller bospad, met meer hoogteverschillen dan eerder in de wandeling. Dat maakt dit deel net even speelser.
Wie goed kijkt, ziet tussen de bomen door de Vecht stromen. Juist dat maakt dit laatste stuk zo mooi. Je voelt hier de rust van het bos, maar tegelijk blijft het landschap open genoeg om verder te kijken. Ook de sfeer van het authentieke Beerze ligt hier dichtbij. Dat maakt dit laatste deel extra sterk: natuur, dorp en rivier komen nog één keer mooi samen.
Daarom blijft Beerze hangen
Wat Beerze zo sterk maakt, is dat het nergens alleen maar mooi wil zijn. Dit landschap heeft karakter. Het heeft geschiedenis, hoogteverschillen, rust, openheid, kwetsbare natuur en plekken waar zichtbaar aan is gewerkt. Juist die mix maakt het interessant. De route blijft ook hangen omdat hij niet alles in één keer weggeeft. Het zit in de afwisseling. In het zand onder je schoenen. In de jeneverbesstruiken die ineens opduiken. In een voormalig stationnetje dat meer verhaal blijkt te hebben dan je eerst denkt. In natte heide waar zeldzame soorten weer ruimte krijgen. En in dat laatste smalle pad door het bos, waar de Vecht zich nog even laat zien.
Wie hier wandelt, ziet dus niet alleen een mooi gebied. Je ziet ook hoeveel lagen een landschap kan hebben. En precies dat maakt Beerze boeiend. Je loopt niet alleen een route, maar je ontdekt natuur, geschiedenis en herstel tegelijk.


De route Beerze: natuur en landgoed (9km) vind je in de app Wandelen in Overijssel. In deze app vind je meer dan 100 wandelroutes in de provincie. Ze brengen je naar de mooiste gebieden, rijk aan natuur en cultuurhistorie. Onderweg vertelt de app over de plekken waar je langs komt. Je kunt de app downloaden in de Googel Play Store en in de App Store. Of ga op pad met een gids van Landschap Overijssel. Kijk voor de data op www.landschapoverijssel.nl/activiteiten.


Door klimaatverandering neemt de druk op ons landschap snel toe. Met aanleg van bossen en houtwallen en het vernatten van veengebieden kunnen we CO2 opslaan en klimaatverandering iets remmen. Maar dat is absoluut niet genoeg. Onze leefomgeving aanpassen is geen keuze meer, maar noodzaak – en daarbij kunnen we verrassend veel leren van het Overijsselse landschap van duizend jaar geleden. We moeten daar nú werk van maken. Meteoroloog Dennis Wilt legt uit waarom.
Ook al stoppen we vandaag met het verstoken van fossiele brandstoffen en brengen we de uitstoot van CO2 naar nul, dan nog gaat de verandering van het klimaat nog tientallen jaren door. We moeten daarom óók onze leefomgeving aanpassen om die verandering zo goed mogelijk op te vangen. Daar kunnen we niet langer mee wachten. Dit is de heldere boodschap van Dennis Wilt uit Borne, meteoroloog en weerman bij SBS6. “De temperatuur in ons land is sinds begin vorige eeuw met ruim twee graden gestegen. Als we niet heel erg ons best doen om die verandering te dempen, dan kan er tot 2050 nog wel twee graden bij komen.”
De astronauten van de Artemis II lieten het dit voorjaar zien met nieuwe beelden van de aarde vanuit de ruimte. We leven op een klein blauw balletje in het grote niets. Een balletje waarop leven mogelijk is dankzij een dampkring. Die werkt als een broeikas, waarin zonnewarmte wordt vastgehouden. Doordat we steeds meer gassen in die dampkring hebben gebracht die warmte vasthouden –CO2, methaan, lachgas – stijgen de temperaturen. Overal is al te zien welke effecten dat heeft, zegt Wilt. “We hebben recentelijk een paar extreem droge jaren gehad: 2018, 2019, 2020 en 2022. Het was zo droog dat


groener worden. Dat zorgt voor minder hitte. En door in ieder geval een deel van het beton en het asfalt te vervangen door bomen, tuinen en grasvelden creëer je bovendien plekken die veel van de regen als sponsen ‘opzuigen’.”
Ook in het buitengebied moet de natuur, wat Wilt betreft, meer ruimte krijgen. “We moeten heel goed zorgen voor onze veengebieden, want dat zijn fantastische sponsen. We moeten ook naar onze bossen kijken. Die bestaan vaak nog uit naaldbomen, ooit aangeplant voor de houtproductie, nu zorgen ze voor verdroging en zijn ze brandgevaarlijk. Kijk hoe het klimaat over dertig jaar is en kies daarbij de boomsoorten die daarbij passen. Natuur zal ook meer ruimte moeten krijgen om water op te vangen en vast te houden. Ik ben ervan overtuigd dat je boeren daar ook een dienst mee bewijst. Het vraagt om minder intensieve landbouw, een landbouw die zich ook inzet voor natuurbeheer.”
Superblij
de levering van voldoende drinkwater in gevaar kwam. Er waren meer natuurbranden.”
Klimaatvluchtelingen
Maar het was niet alleen extreme droogte waar we mee te kampen kregen. “2023 en 2024 waren kletsnatte jaren. In de winter hadden we veel wateroverlast door langdurige regenval. Ook viel er in het voorjaar en de zomer veel regen in korte tijd tijdens hoosbuien. In bijvoorbeeld Enschede zag je de gevolgen. In de wijken Pathmos en Stadsveld viel op 21 juli 2024 binnen een uur honderd millimeter water; dat is wat er normaal in bijna twee maanden valt. Pathmos werd daardoor deels onbewoonbaar. De mensen moesten daar weg. Het waren de eerste klimaatvluchtelingen in ons land. Eerder dat jaar waren er ook enorme hoosbuien in Groningen en later in Breda.”
Het is zaak, vindt de meteoroloog, om onze omgeving snel anders in te richten om overlast van die weersextremen zo veel mogelijk te voorkomen. De natuur is daarbij volgens hem een onmisbare bondgenoot. “Steden moet veel
Eigenlijk, zo zegt Wilt, moet je terugkijken naar het Overijsselse landschap van zeg duizend jaar geleden. “De regen die op de stuwwallen viel, sijpelde de bodem in en stroomde mondjesmaat door grote veengebieden richting zee. Dat kunnen we niet kopiëren, maar we kunnen er wel van leren. Ik ben betrokken bij een project, getiteld Haarvaten op Peil*. Op de hoge zandgronden, aan het begin van het watersysteem, wordt water met kleine aanpassingen van kleine watergangen en het plaatsen van regelbare stuwtjes vastgehouden. Ik was op een boerderij waar dat uitgevoerd was. De boer was er superblij mee.”
* In het project Haarvaten op Peil werken natuurorganisaties, waaronder Landschap Overijssel, landgoederen, de waterschappen Drents Overijsselse Delta en Vechtstromen en de provincie Overijssel aan de aanpak van verdroging in de hogere delen van de provincie, waar geen watertoevoer is. Daarmee verkleinen ze de gevolgen van droogte voor landbouw en natuur.
Wat kun jij doen?
Kijk voor meer achtergrond en tips op: landschapoverijssel.nl/droogte

Tekst: Myrthe Egbertzen
Bert Kroeze (63) uit Almelo is sinds vijf jaar vrijwillig schaapherder op de Lemelerberg. Voor hem is het hoeden van de kudde niet alleen werk, maar vooral een moment van rust in een druk bestaan.
“Van nature ben ik best een druk persoon,” vertelt Bert Kroeze. “Ik ben gewend om dingen te regelen en te organiseren. Dat heb ik altijd gedaan, ook in mijn eigen bedrijf. Toen ik dat verkocht, wilde ik niet stilzitten. Vrijwilligerswerk leek me een mooie manier om bezig te blijven én iets
bij te dragen.” Die bijdrage vond hij bij de schaapskudde op de Lemelerberg. “Als ik bij de schaapskooi kom en met de kudde de berg op ga, gebeurt er iets. Dan valt de drukte van me af. Je hoort geen verkeer, geen stemmen, alleen het geluid van tevreden schapen, de honden die hun werk
doen en vogels die fluiten. Met een kop koffie in mijn hand kom ik daar echt tot rust.”
Van jongs af aan vertrouwd
De liefde voor schapen kreeg hij al vroeg mee. “Thuis hadden we vroeger ook schapen. Ik hielp mijn vader met voeren en bekappen. Dus het werken met dieren was mij niet vreemd. Maar het hoeden van een kudde, dat is echt een vak apart. Dat moest ik leren.”
Zijn eerste jaar als vrijwilliger stond dan ook in het teken van leren en ervaren.
“Ik heb veel geleerd van Anita Wichers, schaapherder van Landschap Overijssel en verantwoordelijk voor de schaapskooi. Zij heeft me stap voor stap meegenomen in het werk. Hoe je een kudde leest, hoe je samenwerkt met de honden, hoe je inspeelt op de omgeving. Dat leer je niet uit een boek, dat moet je simpelweg doen.”
Geen dag hetzelfde
Het werk van een vrijwillige schaapherder is veelzijdig en verandert met de seizoenen mee. “In de lammerperiode is het vooral zorgen dat alles goed verloopt en de jonge dieren gezond opgroeien. Daarna heb je oefendagen en uiteindelijk gaan we echt de berg op met de kudde.” Een werkdag begint vroeg. “We voeren eerst de honden en laten ze uit. Daarna gaan de schapen even de weide in. In die tijd maken wij de schaapskooi schoon, strooien we op en vullen we de hooiruiven. Als dat klaar is, trekken we de berg op.”
Daar begint het echte werk. “Je bent de hele dag bezig met de kudde. We houden rekening met de zon, met het weer en met de natuur. Het is intensief, maar ook ontzettend mooi.”
Bij het hoeden zijn de honden onmisbaar. Bert Kroeze werkt meestal met twee honden: Jet en Skyler. “Elke hond heeft zijn eigen taak en karakter. De ene blijft dicht bij mij en helpt bij het werk dichtbij, de andere werkt meer op afstand en houdt de kudde bij elkaar. Het is echt samenwerken. Je bouwt een band op met die dieren. Ze begrijpen je, vaak zonder woorden. Dat maakt het werk zo bijzonder.”
De kudde op de Lemelerberg bestaat uit Veluwse heideschapen, een zeldzaam Nederlands ras. “Er zijn nog maar negen kuddes in Nederland, en wij zijn de enige in Overijssel.” Om het ras gezond te houden, wordt er samengewerkt met andere kuddes. “Elk jaar wisselen we rammen uit om inteelt te voorkomen. Zo zorgen we samen voor het behoud van dit ras.” De schapen hebben een belangrijke functie in het landschap. “Ze zijn echte natuurbeheerders,” legt Kroeze uit. Door te grazen houden ze de heide en graslanden in balans. Ze eten niet alleen heide, maar ook grassen en jonge boompjes. Dat heeft een groot effect op de biodiversiteit. Planten die anders zouden overheersen, zoals pijpenstrootje, worden teruggedrongen. Daardoor krijgen andere soorten weer ruimte. Ook zorgen de grazende schapen voor verjonging van de heide. De kudde trekt tot diep in het najaar over de berg. “De schapen zijn gewend aan de schrale omstandigheden hier. Ze kunnen lange afstanden afleggen en weten precies waar ze moeten zijn,” vertelt Kroeze. Hij voelt zich een bevoorrecht mens als hij

‘Eenmaal op de berg met de schapen valt de drukte van me af’
met de kudde op pad is: “Soms sta ik daar boven op de Lemelerberg en denk ik: hoe mooi wil je het hebben? De zon die opkomt, de stilte om je heen en een kudde die rustig graast. Dat zijn momenten die je niet kunt plannen, maar die je wel bijblijven.”
2026 is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot ‘Internationaal Jaar van de Vrijwilligers’. Landschap Overijssel zet vrijwilligers dit jaar extra in het zonnetje. Vrijwilligers zoals Bert Kroeze maken natuurbeheer mogelijk met hun inzet, kennis en betrokkenheid. Of je nu af en toe helpt of structureel actief bent: jouw bijdrage maakt het verschil. Kom ook vrijwilligerswerk doen bij Stichting Landschap Overijssel. Kijk op landschapoverijssel.nl/meehelpen/vrijwilligerswerk
colofon
Natuurlijk Overijssel is een uitgave van Stichting Landschap Overijssel en wordt vier keer per jaar aan de vrienden toegezonden.
Vriendenadministratie
Tel: 0529 - 401 731
Mail: vrienden@landschapoverijssel.nl
Bijdrage: vanaf 30 euro per jaar
IBAN: NL93 INGB 0008 6231 98
redactie en productie
Landschap Overijssel, Poppenallee 39, 7722 KW Dalfsen
Tel: 0529 - 401 731
Mail: communicatie@landschapoverijssel.nl
Web: www.landschapoverijssel.nl
opmaak
Bredewold, Wezep
Productie
Mailtraffic, Zwolle
dat wij voldoen aan strenge kwaliteitseisen. Toezichthouder CBF controleert dit. Meer weten? Kijk op geefgerust.nl

26.000 m2

Stel natuur veilig – elke m² telt
Dankzij jou is al veel bijzondere natuur veiliggesteld in Overijssel.
In 2026 26.000 m² natuur erbij.
Jouw bijdrage telt nu dubbel. Landschap Overijssel verdubbelt elke m² die jij beschermt. Zo krijgt natuur blijvend de ruimte en kan biodiversiteit zich herstellen.
Scan de QR-code of ga naar landschapoverijssel.nl/natuurfonds

Retouradres: Landschap Overijssel, Poppenallee 39, 7722 KW Dalfsen
Doe mee!
Bescherm vandaag nog natuur.
Als cadeau of voor jezelf