

Natuurlijk

Een eer
Het gebeurt steeds vaker. Een mailtje, een telefoontje en vervolgens een gesprek aan de keukentafel. Mensen die ons laten weten dat ze hun landgoed, hun erf, een stukje grond willen nalaten aan onze organisatie. Of vragen om dat nu al voor ze te beheren. Niet omdat het moet, maar omdat ze dat zélf zo hebben gekozen. En dat graag bij leven goed willen regelen.
Deze mensen stralen van de passie. Zij hebben met ziel en zaligheid hun land ingericht zoals het nu is. En zij willen graag dat dit voor de toekomst behouden blijft. Om daarmee recht te doen aan alle inspanningen. Het gaat dus niet alleen om hectares op papier, maar om een sterke verbondenheid.
Dat mensen nadrukkelijk óns kiezen, raakt mij. Ik vind het een enorme eer. Het is een teken van vertrouwen, maar ook van hoop. Hoop dat wat zij hebben opgebouwd, niet verloren gaat, maar dóórleeft. Dat het landschap zijn karakter behoudt. Dat rust, ruimte en natuur niet worden ingeruild voor snelheid of winst.
Het is ook een eer die je niet achteloos kunt aannemen. Want wie een nalatenschap ontvangt, erft ook de verhalen. Die leggen we samen vast, net als de specifieke wensen van de erflaters. Het behoud van ‘die ene boom met al zijn herinneringen’ of ‘de bossingel waar de kinderen altijd speelden’. Juist in die verhalen zit een grote meerwaarde. Niet alleen in de hectares die we veiligstellen, het zijn de verhalen die de grond betekenis geven.
Onze rol is rentmeester zijn. Doorgeven wat ons is toevertrouwd, in goede staat, aan de generaties na ons. Misschien is dat wel de kern van natuurbeheer: zorgen voor wat niet van ons is, maar wat ons tijdelijk is gegeven. Dat mensen juist óns daarvoor aanzoeken, is een eer en grote motivatie.
Hans Pohlmann directeur-bestuurder
Leve de lente

Lentekriebels, wat dit met ons doet
Alleen dat woord al klinkt zo goed
Lentegevoel diep van binnen
’t Is niet het voorjaar dat wij beminnen
De kracht van dit seizoen
Met al dat fris opkomend groen
De lentezon die ons opwarmt
En haar stralen ons omarmt
Kleurrijk in vele facetten
Maakt met de winter korte metten
Vogels geven acte de presence
Met hun gevleugelde lentedans
Hoe de lente het voorjaar doet kleuren
Wij zien dit voor onze ogen gebeuren
Bij boom, bloem en beest
Is de lente telkens weer een feest
Henri Kroes
Foto: Gonny Sleurink

Sterhyacinth.
Natuurlijk
06 Natuurwinst
Door aankoop en aanplant
10 Dorpsgeschiedenis
Verhalen van Beerzenaren
14 Mossen aan het werk
Natuurherstel in het Aamsveen
18 Heikikker
Mannetjes voor even blauw
20 Onderweg
Bloemenwandeling op Soeslo
24 Stem groen
Hoe kun je dat overwogen doen?
26 De achtertuin van Sjaak Bruggeman
En verder
04 Nieuws
12 Bedrijfsvrienden
13 Eropuit
27 Colofon
Erkenning voor erfgoedbeheer
Demissionair minister Gouke Moes van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft Stichting Landschap Overijssel aangewezen als Professionele Organisatie voor Monumentenbehoud (POM).
Met de POM-status erkent het Rijk organisaties die op een structurele, professionele en duurzame manier rijksmonumenten beheren en behouden. Landschap Overijssel is hiermee de zevende landschapsorganisatie in Nederland die deze status krijgt. De status brengt belangrijke voordelen met zich mee. Zo onderstreept zij de kwaliteit en professionaliteit van de organisatie en biedt structurele toegang tot instandhoudingssubsidies van het Rijk.
Landschap Overijssel bezit momenteel 42 rijksmonumenten en beheert daarnaast acht rijksmonumenten voor andere organisaties. Het gaat om een zeer gevarieerd bezit: van prehistorische grafheuvels tot een prieeltje, van wateren windmolens tot tuinen en parken, en van boerderijen en buitenhuizen tot een biljarthuisje. Juist deze diversiteit maakt het beheer complex én bijzonder. “Met de instandhoudingssubsidie kunnen we gericht investeren in het behoud van deze bijzondere elementen in het landschap,” aldus directeur Hans Pohlmann.


Feestelijke opening landgoed Het Oosterveld
Stichting Landschap Overijssel opent zaterdag 28 maart de poorten van landgoed Het Oosterveld voor publiek. Om 12.00 uur verricht gedeputeerde Maurits von Martels de officiële opening. Daarna kan iedereen het landgoed ontdekken.
Met de aankoop in 2025 van Het Oosterveld is een robuuste verbinding ontstaan tussen meerdere natuurgebieden van Landschap Overijssel, waaronder het Natura 2000-gebied Lonnekermeer en landgoed ’t Holthuis. Ook de natuur rondom het voormalige vliegveld Twente krijgt hiermee een stevige impuls.
De afgelopen maanden is hard gewerkt om het landgoed veilig en toegankelijk te maken. Er is onder andere een wandelroute uitgezet langs verschillende interessante punten. Tijdens de openingsmiddag staan hier van 12.30 tot 15.00 uur vrijwilligers en medewerkers van Landschap Overijssel om de verhalen van Het Oosterveld te vertellen:
Walhalla voor boomkikkers
over de rijke geschiedenis, het ontwerp van landschapsarchitect Pieter Wattez en de toekomstplannen voor dit unieke gebied.
Kom ook naar de opening! Meld je aan op landschapoverijssel.nl/ oosterveld-open
Toegang tot Het Oosterveld is via de Sniedersveldweg in Deurningen. Volg ter plekke de borden. Er is beperkte parkeergelegenheid, dus kom zo veel

De boomkikkers in Twente kunnen hun geluk niet op. Op meerdere locaties zijn poelen aangelegd en hersteld. In totaal is het leefgebied uitgebreid met tien poelen op verschillende terreinen van Stichting Landschap Overijssel rondom Enschede.
Landschap Overijssel heeft in 2025 ten zuiden van Enschede vijf nieuwe poelen aangelegd en tien bestaande poelen hersteld. Dit gebeurde op landgoederen Het Smalenbroek, Stroink, Groot Brunink, en in bij het hoogveengebied Aamsveen. Rondom Enschede is het landschap nog altijd gunstig voor de boomkikker. Deze kleine, felgroene kikker voelt zich thuis
in een kleinschalig landschap met veel houtwallen, struiken en bramenstruweel. Daar overwintert hij en hij gebruikt het om van het ene naar het andere gebied te trekken. Vandaar ook de naam boomkikker. Als enige kikker in Nederland heeft hij kleine zuignapjes op zijn vingers en tenen, waarmee hij behendig in struiken en bomen kan klimmen.
foto: Mieke
Scharloo
Insectensnelweg tussen heidegebieden
Aan de zuidoostkant van Enschede, bij de Grevengoorweg heeft Landschap Overijssel een insectensnelweg gerealiseerd. Tussen twee heidevelden zijn open stroken gemaakt. Zo kunnen vlinders en andere insecten gemakkelijk van het ene naar het andere terrein vliegen.
Insecten zijn sterk afhankelijk van open, zonnige plekken. In dicht bos of tussen hoge struiken is het vaak te donker, te koel en te vochtig voor ze. In de overgebleven heidevelden ten zuidoosten van Enschede hebben ze weten te overleven. Maar die heidevelden zijn de laatste decennia vanaf de randen steeds verder dichtgegroeid met bomen en struiken. Daardoor krijgen vlinders en andere insecten een steeds kleiner leefgebied en worden soorten bedreigd met uitsterving.
Twee geïsoleerd gelegen heidevelden zijn nu met elkaar verbonden door de tussenliggende graslandpercelen van particuliere eigenaren aan te pakken. In de houtwallen en bomenrijen zijn vlindercorridors gemaakt, zodat insecten

weer ongehinderd heen en weer kunnen vliegen. Ook is een deel van de bodem verschraald door de voedselrijke bovenlaag weg te halen. Omdat veel gronden in deze regio zijn verzuurd door stikstofneerslag, bemesting en ontwatering, is de bodem bovendien bekalkt. Daarnaast is heidemaaisel uit andere terreinen uitgestrooid.

Pilot jeneverbes afleggen
Op de Lemelerberg en bij Beerze start dit jaar een pilot om jeneverbessen te verjongen.
De jeneverbes is belangrijk in het heidelandschap, maar vergrijst. Bij het afleggen wordt een liggende tak van een moederstruik verwond en ingegraven. Hierdoor kan de struik zich verjongen. Na drie jaar wordt gekeken of de methode succesvol is geweest.
Meer nieuws uit de natuur
De achtergronden bij de berichten op deze pagina’s vind je op landschapoverijssel.nl/nieuws.
Op de hoogte blijven van het nieuws over landschap en natuur in Overijssel? Meld je aan voor de maandelijkse nieuwsbrief op landschpoverijssel.nl/nieuwsbrief of scan de QR-code.
BioBlitz als inspiratiebron
De BioBlitz op landgoed De Horte in 2025 laat zien wat er gebeurt als je écht kijkt. Dan kun je in een jaar tijd maar liefst 1.810 verschillende soorten waarnemen op dat kleine stukje aarde.
Medewerkers, vrijwilligers en bezoekers van Landschap Overijssel gingen een jaar lang op zoek naar zoveel mogelijk planten- en diersoorten op het landgoed. Het symbolische doel van 2.025 soorten werd niet gehaald, maar het resultaat onderstreept hoe soortenrijk De Horte is. Van de eerste ingevoerde soort – een vink op 1 januari – tot de laatste ontdekking, de schorluis op 19 december: het hele jaar werd intensief gezocht. Daarbij werd zichtbaar hoe sterk seizoenen het soortenbeeld bepalen en hoe nauw planten en insecten met elkaar samenhangen.
De BioBlitz laat zien wat er gebeurt als je écht kijkt: meer kennis, meer verwondering en meer verbondenheid met natuur. De komende tijd deelt Landschap Overijssel tips om zelf soorten te herkennen. Volg de social media en de website en laat je inspireren voor je eigen BioBlitz.

foto: Frans Petrij
Natuurwinst door aankoop en aanplant

2025 was een uitzonderlijk productief jaar voor Landschap Overijssel. Door strategische grondaankopen én gerichte aanplant kregen natuur en landschap op veel plekken in de provincie een stevige impuls. Soms groots, soms kleinschalig, maar altijd met impact. Rentmeester Matthijs Kiezebrink en adviseur Natuur en Landschap Linda de Haan nemen ons mee in hun werk.
Wie denkt dat grondaankoop vooral betekent: meters maken, heeft het mis. Een zoektocht naar nieuwe terreinen is allesbehalve standaard. Het is puzzelen, afwegen, onderhandelen en vooruitkijken. Rentmeester Matthijs Kiezebrink weet er alles van. Voor Landschap Overijssel draait een aankoop nooit alleen om méér grond. Elke meter moet iets toevoegen. Kiezebrink legt uit waar hij op let: “Het moet altijd bijdragen aan een ambitie van Landschap Overijssel. We kijken naar de ligging, naar de natuurwaarde, nu en in de toekomst. En of het te beheren
is.” Als voorbeeld noemt hij Landgoed het Oosterveld. De grootste aankoop van 2025, zelfs een van de grootste aankopen in de geschiedenis van Landschap Overijssel. “Deze was vooral heel strategisch.”
Hij vervolgt: “Waar het landgoed bijzondere erfgoedwaarde heeft, is het qua natuurwaarde zelf niet heel bijzonder. Maar doordat we nu eigenaar zijn, kunnen we de Hesbeek aanpakken. En daar profiteert de zeldzame natuur in de omgeving van,” licht Kiezebrink toe. De diep uitgesleten beek onttrekt veel water en voert
Tekst: Elisabeth van Kleef
De Hesbeek op landgoed Het Oosterveld.
het snel af. Door de beekbodem minder diep te maken, houdt het terrein langer water vast. Dat heeft een gunstig effect op de blauwgraslanden en de vochtige heide in het Lonnekermeer. De omstandigheden voor planten die afhankelijk zijn van grondwater, zoals orchideeën, zullen daardoor verbeteren.
Niet elke kans grijpen
“Dit was een unieke kans,” stelt Kiezebrink. Maar niet elke kans wordt gegrepen. Landschap Overijssel weigert ook


Landgoed Het Oosterveld

Lonnekermeer
Vliegveld Twente
De omringende natuurterrein hebben profijt van de aankoop van Het oosterveld.
Heerenweg

1,09 ha

Vledders en Leijerhooilanden
0 200 m

De aankoop van een klein perceel bij de Vledders met een grote impact.
‘Meer is niet altijd beter’

wel eens percelen die worden aangeboden. Bijvoorbeeld wanneer het terrein niet bereikbaar is, of wanneer de natuur er nauwelijks mee geholpen is. “Meer is dus niet altijd beter,” benadrukt Kiezebrink. “We stellen ons altijd de vraag: hoe draagt een aankoop bij aan de doelen van Landschap Overijssel.”
Klein perceel, grote impact
In het Reestdal laat de rentmeester trots een andere recente aankoop zien. We staan aan de noordkant van de Vledders en Leijerhooilanden, een nat grasland en moerasgebied in de buurt van IJhorst. Het aangekochte perceel lijkt klein en misschien zelfs wat onopvallend, maar juist dit soort ‘hapjes’ kunnen enorm veel betekenen. Kiezebrink benaderde de verkopende partij zelf. Aan de rand van het natuurgebied gebruikte zij het stukje weiland voor de paarden. “Als je naar de kaart kijkt, dan is het heel logisch dat dit bij het natuurgebied hoort,” zegt hij. Het grasland grenst aan de Vledders. Links en rechts ligt een hoge wal met bos erop. Het perceel doorbreekt deze wal. Een klein stukje extra grond maakt het mogelijk om de omgeving sterker en completer te maken. Zo kan hier een oude wal met bosrand hersteld worden: een landschapselement met geschiedenis én functie. Het helpt dieren zich te verplaatsen en maakt het gebied robuuster.
Generalist
Het werk van rentmeester is veelzijdig. Kiezebrink noemt zichzelf een generalist: “Je weet van alles iets, maar je weet ook wanneer het noodzakelijk is om er een specialist bij te halen.” Daarnaast is het een sociaal vak. “Een rentmeester werkt met mensen. Met terreinbeheerders, buurtbewoners, boeren, partners en overheden. Dat vraagt om goede relaties en vertrouwen. Het is heel belangrijk de samenwerking op te zoeken,” vertelt Kiezebrink. Goed contact is niet alleen prettig, het kan ook helpen de natuur te versterken. Bijvoorbeeld via agrarisch natuurbeheer: “Vaak gunstig voor de boer én het draagt bij aan
Matthijs Kiezebrink
0 1 km
A1
Hengelo
Lonneker
't Holthuis
IJhorst
biodiversiteit. Die manier van samenwerken past goed bij veel landgoederen in Overijssel, waar natuur, landschap en landbouw elkaar al eeuwen raken.”
Zingeving
Kiezebrink vindt dat hij een prachtig beroep heeft. Twee jaar geleden maakte hij bewust de overstap van het bedrijfsleven naar Landschap Overijssel. De belangrijkste motivatie: zingeving. “We bewaren, beschermen en realiseren natuur en erfgoed. Voor de toekomst, voor het nageslacht. Dat is echt mooi. Het gaat hier niet om aandeelhouders tevreden houden of om te speculeren. Het gaat om iets wezenlijks creëren. Tegelijkertijd mogen we als stichting ook commercieel denken. Dat vind ik leuk, want zo kunnen we nog meer middelen creëren om natuur te versterken en realiseren.”
265.000 struiken
Behalve op grondaankoop zet Landschap Overijssel in op natuur- en landschapsversterking via landschapsadvies en aanplant. In 2025 werden ruim 400 landschapsadviezen gegeven. Dat leverde een aanplant op van meer dan zesduizend bomen, 265.000 struiken en ruim zeven kilometer nieuwe heggen. Soms op eigen terreinen, maar vooral op grond van agrariërs en andere particulieren. De rijp ligt nog op het gras als Linda de Haan samen met Marc Post langs de nieuw aangeplante hoogstamfruitbomen en struweelhaag loopt. “Het ziet er
goed uit,” zegt De Haan. Als adviseur Natuur en Landschap maakt zij plannen en controleert ze de aanplant zodra die in de grond staat.
Samen met zijn partner Tamara van der Zee verhuisde Post twee jaar geleden van Zwolle naar de rand van Hoonhorst. Een unieke kans. Ze kochten de boerderij, maar er was weinig leven te bekennen. “Toen wij hier kwamen, was hier niks. Geen vogel, geen insect, geen kikker. Het gras was groen en strak, maar er leefde weinig.”
De wens om het erf en de omgeving groener en levendiger te maken was groot. De ideeën lagen al klaar toen ze bij Landschap Overijssel aanklopten. “De vergoeding hielp enorm,” aldus Post. De Haan keek mee met het plan. “Past het in het gebied? Passen de soorten? Gelukkig was dat zo, dus konden ze aan de slag.”
Groenblauwe dooradering
Landschap Overijssel heeft verschillende regelingen waarmee aanplant in het landelijk gebied wordt gestimuleerd. Daarmee wordt de zogenoemde groenblauwe dooradering versterkt: het netwerk van sloten, heggen, struiken en bosjes waar veel dieren van afhankelijk zijn. Vogels, kleine zoogdieren, insecten en amfibieën gebruiken het om voedsel te vinden, zich te verplaatsen, te nestelen of te schuilen.
Dat versterken van het landelijk gebied en het vergroten

van biodiversiteit kan Landschap Overijssel niet alleen. Daarvoor zijn boeren, burgers en buitenlui onmisbaar. Mensen zoals Post. Hij maakte gebruik van de regeling ‘aanleg landschapselementen’, een subsidie die mogelijk wordt gemaakt door het Ministerie voor Landbouw, Visserij, Voedselveiligheid en Natuur. Afgelopen jaar stelde het ministerie hiervoor een miljoen euro beschikbaar voor Overijssel, waarmee de kosten van de aanplant vergoed konden worden.
Geen rhododendrons
De Haan heeft zichtbaar plezier in haar werk. “De motivatie bij mensen is groot. Je gaat niet zomaar zo’n traject in. Soms kan een subsidie een zetje geven, maar eigenlijk is er altijd intrinsieke motivatie.” Ze ziet mooie resultaten: “Soms wat kleiner, zoals hier,” zegt ze tussen de fruitbomen. “Maar ik heb bijvoorbeeld ook agrariërs geholpen die wel vijfduizend struiken aanplanten.”
Bij het maken van een plan kijkt De Haan naar verschillende aspecten. Zo moeten bomen, struiken of poelen passen bij het landschap en de ondergrond. “In een open en nat landschap wil je bijvoorbeeld geen eikenbos. En boven op een es plaats je geen wilgen.” Daarnaast moeten de aangeplante soorten inheems zijn. “We vergoeden geen rhododendrons of hortensia’s.”
Sleedoornpage
Inheemse soorten zorgen voor meer voedsel voor insecten en vogels. De bloeitijd sluit aan op het moment dat insecten stuifmeel en nectar nodig hebben of het blad loopt uit wanneer rupsen of larven actief zijn. “In gebieden waar nog veel oude soorten staan, kiezen we voor autochtoon materiaal,” legt De Haan uit. Dat zijn Nederlandse soorten met Nederlandse genen. “Bijvoorbeeld sleedoorn. Sleedoorn uit andere delen van Europa kan net een paar weken eerder in blad komen. Dat kan funest zijn voor de sleedoornpage, een vlinder die haar eitjes alleen op sleedoorn legt en waarvan de rupsen alleen verse blaadjes eten.”
Post is tevreden met het resultaat. “We zagen eerst nog geen merel in de tuin. Nu, door minder te maaien en een nat stuk te laten ontstaan, zien we veel insecten. Libellen ook. Daar komen weer allerlei vogels op af: mussen, mezen, en laatst zagen we zelfs een bonte vliegenvanger. In de schemer vliegt er nu ook wel eens een vleermuis. Ik kan niet wachten om te zien wat er dit voorjaar op de struiken afkomt.”

‘De wens om het erf en de omgeving groener en levendiger te maken was groot’
Overijsselse natuurwinst in 2025
De voorbeelden in dit artikel laten zien hoe Landschap Overijssel in 2025 werkte aan natuur. Door strategische grondaankopen én door samen met bewoners, boeren en partners het landschap te versterken. Meer lezen over waar Stichting Landschap Overijssel in 2025 voor stond? Kijk op landschapoverijssel.nl/terugblik2025.

Linda de Haan
Adviseur Linda de Haan en Marc Post bespreken de nieuwe aanplant.
Verhalen van Beerze
Tekst: Mieke Scharloo
Hoe was het dagelijks leven in Beerze de afgelopen 75 jaar? Dat kun je het best vragen aan de mensen die erbij waren, want in geschiedenisboeken is er tot nu toe weinig over te vinden. Om daar verandering in te brengen is nu een aantal oudere
Beerzenaren geïnterviewd.
In Beerze leefde al langer de wens om verhalen vast te leggen over de dorpscultuur van vroeger. Niet de grote historische gebeurtenissen, maar juist het alledaagse leven: hoe mensen woonden en werkten, hoe het landschap werd gebruikt en hoe buren met elkaar omgingen. Die kennis zit nog volop in de hoofden van oudere Beerzenaren, maar dreigt te verdwijnen. Met het project Verhalen uit Beerze zijn deze herinneringen nu opgetekend in interviews, vastgelegd in een podcast en gebundeld in een fraai geïllustreerd boek.
De tijd drong
De interviews zijn uitgevoerd in opdracht van Plaatselijk Belang Beerze in samenwerking met Stichting Landschap

Overijssel. Erika van Leeuwen kreeg de taak om de mondelinge geschiedenis van de buurtschap vast te leggen. “De tijd drong,” vertelt ze. “Deze verhalen moesten opgeschreven worden voordat ze verloren zouden gaan. Dat bleek helaas ook: sinds de start van het project zijn twee geïnterviewden overleden.”
Juist dat onderstreept volgens haar het belang van het project.
Geen doorsnee dorp
Beerze is een bijzondere plek. De buurtschap bleef lange tijd relatief geïsoleerd, ingeklemd tussen de Vecht in het noorden en de stuifduinen en het veen in het zuiden. “De Marsdijk is pas in 1962 verhard,” vertelt Van Leeuwen. “Dat heeft er zeker aan bijgedragen dat Beerze redelijk intact is gebleven.” Voor haarzelf had het project een extra dimensie. Toen zij via haar partner Jan in Beerze terechtkwam, merkte ze al snel dat dit geen doorsnee dorp was. “Zo’n mooie, idyllische plek. Ik begreep
meteen: hem krijg ik hier nooit meer weg.”
Voor Van Leeuwen werd het werken aan Verhalen van Beerze bijna een persoonlijke ontdekkingsreis. Ze noemt het lachend een inburgeringscursus. Tegelijkertijd werkte haar positie als relatieve buitenstaander in haar voordeel.
“Voor de Beerzenaren was dat fijn. Wat me opviel, was hun enorme openheid. Overal waar ik kwam, voelde ik me welkom. Ze vertelden me gewoon hun verhaal.”
Het leven van alledag
Voor het project zijn in 2025 dertien interviews afgenomen, waarvan zeven met echtparen. Sommige families wonen al generaties lang in Beerze. Hun verhalen geven een inkijkje in het boerenleven, het werken op landgoed Beerze, de verhouding met de

Opnamen voor de podcast met van links naar rechts: Willem Kremer, Riek Schottert, Kimberley Olijslager, Erika van Leeuwen en Niek Oosterbaan
foto: Elisabeth van Kleef
adel en het gebruik van het landschap. Ze vertellen over kleine, maar veelzeggende gewoontes: hoe buren elkaar hielpen, hoe het werk op het land werd georganiseerd en hoe belangrijk gemeenschapszin was. Zo kwam het noaberschap vaak terug in de gesprekken. Van Leeuwen hoorde hoe buren bij begrafenissen koffie en boter meebrachten voor de nabestaanden, omdat beide producten duur waren. “Zo kon er na afloop toch iedereen iets worden aangeboden.” Ook het ‘aanzeggen’ van een overlijden veranderde met de tijd: eerst lopend, later per fiets, daarna met de auto en nu via de buurtapp. “Alleen de naaste buren en goede vrienden krijgen nog een kaart,” vertelt ze.
Noodzaak
De interviews laten ook zien hoe Beerze veranderde. Boerderijen verdwenen, dorpsscholen sloten en door mechanisatie en schaalvergroting werden boeren minder afhankelijk van elkaar. “Vroeger was noaberschap noodzaak,” legt ze uit. “Als je de oogst moest binnenhalen of als een koe ging kalven, had je elkaar nodig. Nu hebben de boeren die er nog zijn, vaak personeel en regelen ze het anders.” Ook de komst van nieuwe bewoners van buiten het dorp had invloed op de onderlinge verhoudingen.
Iedereen kent elkaar
Toch herkent Van Leeuwen het beeld niet dat het noaberschap verdwenen zou zijn. “Beerzenaren zeggen dat het onder druk staat, maar ik ervaar een heel hechte gemeenschap. Iedereen kent elkaar en kijkt naar elkaar om.” Als buitenstaander waardeert ze dat sterk, al ziet ze ook de keerzijde. “Het kan soms beknellend zijn. Maar juist in deze individualistische tijd is het belangrijk
Jan
Roddenhof: ‘mooi dat onze verhalen zijn opgeschreven’

“Ik vind het mooi dat onze verhalen nu zijn opgeschreven, dat ze bewaard blijven. Mijn voorouders woonden hier al in de 19de eeuw, dus je kunt mij wel een echte Beerzenaar noemen. Sindsdien is er veel veranderd, ook tijdens mijn leven. Dat het noaberschap nu losser is, vind ik goed. Vroeger was de sociale controle echt heel groot.”
dat mensen naar elkaar omkijken. Mensen hebben nu eenmaal relaties nodig.”

Volgens Van Leeuwen zijn de verhalen meer dan alleen nostalgie. “Ze laten zien hoe het leven écht was. En het is belangrijk dat we dat vastleggen. Zodat we over honderd jaar nog steeds weten hoe het er in Beerze aan toe ging rond 1970.” Verhalen van Beerze is daarmee niet alleen een terugblik, maar ook een levend geheugen voor toekomstige generaties.
Podcast en boek
Nieuwsgierig naar de Verhalen van Beerze? Ga naar landschapoverijssel.nl/verhalen-van-beerze voor meer info over het project, links en verkoop van het boek.
DE BEDRIJFSVRIENDEN VAN LANDSCHAP OVERIJSSEL
• Aannemersbedrijf Gerwers B.V., Tilligte
• Aannemingsmij Hegeman B.V., Nijverdal
• Aannemingsbedrijf Netjes, Kampen
• Aveco de Bondt, Holten
• Ben & Jerry’s Hellendoorn, Hellendoorn
• Bevede, Zwolle
• Boskalis Nederland, Rotterdam
• Bouwbedrijf Salbam B.V., Vilsteren
• Bouwbedrijf Scholte op Reimer, Vasse
• Bouwhuis Aannemingsmaatschappij ‘Bouwmij’ B.V., Beerzerveld
• BPD Ontwikkeling B.V. -Regio Noord-Oost & Midden, Amersfoort
• CIUS Techniek B.V., Dalfsen
• Cogas, Almelo
• Countus Accountants + adviseurs, Zwolle
• De Friesland, Leeuwarden
• De Ridderschap van Overijssel, Velp
• Dolmans Landscaping Noord en Oost, Beilen
• Dunnewind Groep B.V., Ommen
• Eshuis Accountants en Adviseurs, Almelo
• Eelerwoude B.V., Goor
• Gasunie, Vilsteren
• Gemeente Dinkelland, Denekamp
• Gemeente Oldenzaal, Oldenzaal
• Grolsche Bierbrouwerij Nederland B.V., Enschede
• Heutink, Nijverdal
• Installatiebedrijf Tijhaar Vilsteren B.V., Vilsteren
• Koopmans Bouw B.V., Enschede
• KWS Infra B.V., Zwolle
• Landgoed de Wilmersberg, De Lutte
• Lenferink Schilders - Afbouw en Vastgoedonderhoud, Lemelerveld
• NABR B.V., Enschede
• Negam, Borne
• NV Rova Holding, Zwolle
• ODIN Landschapsontwerpers B.V., Diepenheim
• OnzEnergie, Zwolle
• Oude Lashof Groen, Rossum
• Roelofs Beheer B.V., Den Ham
• R-vent, Staphorst
• Sensata Technologies Holland B.V., Hengelo
• Sazas, Woerden
• Schuitemaker, Rijssen
• SIGHT Landscaping B.V., Harderwijk
• St. Military Boekelo, Enschede
• Sweco Nederland B.V., Zwolle
• Takman IJzerwaren, Ommen
• Timmerhuis Groep, Vriezenveen
• Twence B.V. Afval en energie, Hengelo
• Vebego Groen, Enschede
• Vechtstede Notarissen, Zwolle
• Wadinko N.V., Zwolle
• WandelWol V.O.F., Nieuwleusen
Gouden vrienden: Zilveren vrienden:




Een wandeling door het bos. Vlinders spotten op de heide. Samen een vogelhuisje timmeren of kleien met klei uit de Mosbeek. Stichting Landschap Overijssel laat jong en oud de natuur van dichtbij beleven. Met excursies, rondleidingen en activiteiten in het groen. En met vrijwilligers die samen het landschap onderhouden. Zo blijft het Overijsselse landschap leven. Als deelnemer van de Postcode Loterij maak je dit mede mogelijk. Je speelt mee voor prijzen én voor goede doelen, zoals Stichting Landschap Overijssel. Dat is The Power of Postcodes
postcodeloterij.nl
Kansspelautoriteit heeft voor het organiseren van de Postcode Loterij een vergunning verleend.
De
Foto: Gonny Sleurink
Eropuit in het
VOORJAAR
Lammetjesdag
Kom lammetjes kijken, knuffelen en knutselen op de Lammetjesdag bij de schaapskooi op de Lemelerberg. Aai die lieve kleine bolletjes wol en maak een praatje met de herder, struin over de streekmarkt. Of kom gewoon lekker smullen van alle lekkernijen.
In het Dal van de Mosbeek kun je begin mei kennismaken met het gezinsuitbreiding van de schapenfamilie.
– Giethmen, 21 maart
– Mander, 6 mei


Speciaal voor vroege vogels
Ga samen met vogelexperts in alle vroegte op pad om vogels te kijken en te luisteren in het Dal van de Mosbeek. Na afloop kun je het geluid en de snuit van verschillende vogels zelf herkennen.
– Mander, 11 april

Stevige wandeling
Een stevige tippel van 15 kilometer op en om landgoed Hof Espelo langs de mooiste plekjes door het afwisselende landschap. Onderweg vertelt de gids je alles over de natuur.
– Enschede, 17 april

Feest van de natuur
Ontdek en beleef de natuur met jong en oud. Een feestelijke dag vol excursies, spelletjes, creativiteit en gezelligheid in en om de tuin op landgoed De Horte.
– Dalfsen,19 april
KIJK VOOR DE MEEST ACTUELE ACTIVITEITEN EN VERRASSENDE ROUTES OP LANDSCHAPOVERIJSSEL.NL/ACTIVITEITEN
*Alle data zijn onder voorbehoud.
foto:
Gonny
Sleurink
Aamsveen
Werk in uitvoering door mossen
Binnen een paar maanden ga je al iets zien. Dat ‘iets’, dat zijn de eerste veenmossen die zich weer in het Aamsveen gaan vestigen. Het allerprilste begin van levend hoogveen. Hoewel volledige hoogveenvorming een zeer traag proces is, verwacht ecoloog Jacob van der Weele al snel de eerste zichtbare resultaten.

Al dit jaar kunnen bezoekers van het Aamsveen de eerste groene plukjes op de kale zwarte afgegraven delen zien. Dankzij werk in uitvoering, van de natuur welteverstaan. De machines zijn weg. Pioniersoorten als waterveenmos gewimperd veenmos en fraai veenmos zijn nu aan zet.
Je moet er wel een beetje hoogte voor opzoeken, om de veenmosontwikkeling in de nieuwe natte delen van het Aamsveen te volgen. De vogelkijkhut in het gebied is een goede plek. Of het nieuwe uitkijkpunt op de grens, halverwege de noordelijke route. Dit ligt ook wat hoger en biedt een mooi uitzicht over de aangelegde hoogveencompartimenten. Die zijn nu nog vrijwel kaal en ‘maagdelijk zwart’. Maar in de loop van het jaar verkleuren ze al, als de eerste veenmossen en andere planten kiemen.
Grensoverstijgend hoogveensysteem
Jacob van der Weele is sinds de start in 2010 betrokken bij de enorme hersteloperatie om van het Natura 2000-gebied Aamsveen weer een natuurlijk functionerend hoogveen te maken. Eerst is de waterhuishouding in de zogeheten laggzone van het

Tekst: Eveline van der Vliet
Zonnedauw.
Aamsveen hersteld. Dit is de overgang tussen het ‘zure’ hoogveen en de omliggende mineraalrijke bodem van de Enschedese stuwwal. Daarna was het hoogveen zelf aan de beurt. Grondige onderzoeken in de opstartfase van het project hadden al duidelijk gemaakt dat het Aamsveen en het aangrenzende Duitse Hündfelder Moor samen één hoogveensysteem vormen. Om het systeem weer ‘aan de praat te krijgen’, moest er dus grensoverstijgend worden samengewerkt. Een behoorlijke uitdaging, want hoe organiseer je dat? En hoe financier je het?
Groot potentieel
Van der Weele: “We maakten ons al jaren zorgen over het Aamsveen. Je zag de natuurwaarden achteruitgaan. Uit onderzoek wisten we inmiddels dat het gebied een heel goed potentieel heeft om te herstellen. Heel veel natuurlijke voorwaarden zijn aanwezig. Maar de middelen om in twee landen tegelijk aan de slag te gaan - wat nodig is voor

Van bovenaf is goed te zien hoe het veen in compartmenten is ingedeeld om het waterpeil te reguleren.


duurzaam herstel - ontbraken.” De provincie Overijssel, opdrachtgever voor de Natura 2000-doelen in het Aamsveen, creëerde uiteindelijk de doorbraak. Door succesvol een Europese LIFE-subsidie voor een grensoverschrijdende aanpak te verwerven.
Klimaat én biodiversiteit
Wereldwijd is Europa de op één na grootste uitstoter van broeikasgassen afkomstig uit verdrogend veen. Levend veen daarentegen, slaat juist zeer grote hoeveelheden koolstof op. Afgestorven plantenresten worden onder water – zonder zuurstof – heel langzaam afgebroken door bacteriën en schimmels. Hierdoor wordt koolstof als veen vastgelegd, in plaats van als CO₂ uitgestoten. Veen slaat op lange termijn per hectare zelfs drie tot vijf keer meer CO₂ op dan bos. Ook fungeren veengebieden bij neerslagpieken als natuurlijke waterbergingen. Een gezond hoogveen helpt dus bij het reguleren van het klimaat. Ecoloog Van der Weele: “Daarnaast zijn hoogvenen ook cruciaal voor de biodiversiteit. Er leven planten en dieren die voor hun voortbestaan afhankelijk zijn van het zure milieu dat ze alleen daar vinden. De hoogveenglanslibel bijvoorbeeld. Als we die weer zien, weten we dat we op de goede weg zijn.”
LIFE CrossBorderBog
In het project LIFE CrossBorderBog AamsveenHündfelder Moor, dat is de naam die ‘Brussel’ aan

Zo ontstaat hoogveen
In een zich ontwikkelend hoogveen vestigen zich eerst vooral veenmossen die goed gedijen in zeer natte omstandigheden. Ze verschijnen op de lage plekken, in slenken dus, waar het waterpeil permanent hoog en stabiel is. Slenksoorten als waterveenmos en fraai veenmos houden van veel water en breiden zich meestal snel uit. Soms verschijnt daarna ook gewoon veenmos, dat het alweer ietsje droger wil hebben. De slenkveenmossen vormen de basis voor de latere typische ‘bultvormers’ in een hoogveen, zoals wrattig veenmos en spits hoogveenveenmos. Voor dit proces - dat decennia lang duurt - is een zo stabiel mogelijk waterpeil essentieel. Idealiter blijven schommelingen tussen de hoogste en laatste waterstand beperkt tot minder dan 25 centimeter.
de toegekende LIFE-subsidie verbond, werken
Nederlandse en Duitse organisaties sinds 2023 intensief samen. Aan Nederlandse zijde bleef het al bestaande projectteam Aamsveen intact, aan Duitse zijde startte een nieuw team. De provincie nam de rol van coördinator en eindverantwoordelijke voor de besteding van de subsidie op zich. Van der Weele: “Samen staan we aan de lat voor het herstel van ongeveer honderd hectare levend hoogveen en meer dan twintig hectare veenbos. In het Aamsveen konden wij direct van start, we waren al volledig voorbereid. Onze Duitse collega’s moesten eerst
aan de slag met het uitwerken van de maatregelen voor hun gebied en met de vergunningaanvraag. Die loopt overigens nog steeds. Tijdens de uitvoering in het Aamsveen hebben we permanent afgestemd om te zorgen dat we straks naadloos op elkaar aansluiten. Eind 2025 waren wij klaar, bijna drie maanden eerder dan gedacht.”
Polders en waterpeilen
In het hoogveengedeelte van het Aamsveen zijn in 2024 en 2025 tien compartimenten aangelegd. Neerslag die valt, wordt hierin opgevangen en vastgehouden. De compartimenten liggen van hoog naar laag en zijn omringd door kades. De kern van de kade bestaat uit lemig zand en sluit aan op de waterondoorlatende laag onderin het hoogveen. Het water in het compartiment kan daardoor nergens heen waardoor het peil stabiel blijft. De waterstand kan worden geregeld met stuwtjes. Dat luistert nauw voor het ontstaan van veenmosgroei en dus voor hoogveenontwikkeling.
“Vlak voor kerst heb ik de waterpeilen voor het eerst ingeregeld,” vertelt de ecoloog. Gewoon handmatig, iedere stuw opdraaien tot het niveau waarbij de veenmossen in het voorjaar kunnen groeien. Dat was wel even een moment… een mijlpaal! De kunst is nu snel behendig te worden in het bepalen wat ‘de juiste stand’ is. Daar gaat meer ervaring me bij helpen, maar ik neem ook de tips en adviezen van collega’s in andere hoogveengebieden ter harte. En goed opletten natuurlijk, wat er gebeurt bij plensbuien of langdurige droogte.

Eenarig wollegras. Foto:
Grenspaal.
Foto: Loekie van Tweel
Binnen ons project werken we op basis van NAP. Dat gaat Zwillbrock straks dus ook doen.”
Lekkage op de grens
Terwijl het werk in het Aamsveen dus al klaar is, worden in afwachting van de definitieve vergunning de herstelwerkzaamheden in het Hündfelder Moor voorbereid. Naar alle waarschijnlijkheid start de uitvoering daar aankomend najaar. Er wordt gestart met het dichten van een al bijna vijftig jaar durende lekkage middenin het hoogveen. Hier is in de jaren ‘70 van de vorige eeuw een diepe grenssloot gegraven. Deze moest ‘Duits water’ in Duitsland houden. Toen bleek dat het veen hierdoor letterlijk leegliep, is de sloot gedempt en vervangen door een duiker. Door de beschadigde ondergrond lekt er echter nog altijd zeer veel veenwater weg. Ook de duiker zelf lekt. Hij wordt nu in zijn geheel verwijderd en de bodem wordt met leem weer waterdicht gemaakt.
Verder staan er in Duitsland tussen 2026 en 2030 veel dezelfde maatregelen op de planning als
in het Aamsveen, waaronder het aanleggen van compartimenten en kades. Andere maatregelen zijn gebiedsspecifiek, bijvoorbeeld het plaatsen van een zogeheten (ondergrondse) dichtwand langs de rand van het hoogveen. Dit is nodig om aan de Duitse waterwet- en regelgeving te kunnen voldoen, onder meer doordat de laggzone - als natuurlijke buffer tussen het Hündfelder Moor en de agrarische omgeving - door ontginning is verdwenen.
Wat kun je zien?
Zo ontwikkelt hoogveen zich
Pioniersfase
Wanneer: 5 tot 10 jaar
Wat: kale, natte grond, braakliggende veenplaten, tijdelijke plasjes
Soorten: slenkveenmossen, pijpenstro, eenjarig wollegras, witte snavelbies
Veenmosfase
Wanneer: na circa 10 jaar
Wat: eerst dunne ‘tapijten’ van veenmos in de natste delen en de randen van plassen. In de loop van jaren ontstaan er veenbulten die langzaam boven het water uit komen
Soorten: slenkvormende veenmossen, lavendelhei, kleine veenbes, libellen (viervlek, koraaljuffer)
Hoogveenfase
Wanneer: na 100 tot 500 jaar
Wat: een ‘wild’ gebied (hoogveenkern) met bulten, slenken en aan de randen mogelijk wat hoogveenbos
Soorten: veenmossen, heide, ronde zonnedauw, hoogveenglanslibel, heikikker, kraanvogel, blauwborst
In een gezond, zich herstellend hoogveenlandschap komen na verloop van tijd alle stadia door elkaar voor.

Heikikker: kortstondig blauw

Tekst: Lia van Looij
In het vroege voorjaar kleuren mannetjes van de heikikker kortstondig blauw. Het is een signaal dat de start markeert van een uiterst kwetsbare voortplantingsperiode, waarin timing, habitat en gezondheid nauwkeurig op elkaar zijn afgestemd.

De natte laagtes in de veen- en heidegebieden tonen weinig leven. Wie hier vandaag wandelt, ziet niets bijzonders. Wie morgen komt, waarschijnlijk ook niet. Alleen wie precies op tijd is, treft een wonder dat maar een paar dagen duurt. Wanneer de temperaturen stijgen, verlaten de heikikkers hun overwinteringsplekken. Gedreven door instinct trekken ze naar de plek waar ze zelf ooit uit het ei kropen. Ook voor hun eigen nageslacht moet het water net voldoende diep zijn en een niet te lage zuurgraad hebben, anders is er een kans dat de eieren beschimmelen. Daarnaast is beschutting
cruciaal: pijpenstro en waterplanten beschermen eieren tegen predatoren, zoals reigers, meeuwen en marterachtigen. Wie in deze periode in de buurt van een voortplantingspoel wandelt, hoort al snel tien tot twintig mannetjes een koor van ‘bloep’-geluiden vormen.
Metamorfose
Zodra de paartijd zijn hoogtepunt bereikt, ondergaan de mannetjes een metamorfose. “Kikkers hebben verschillende pigmenten in de huid, die geven het dier een bepaalde kleur. Onder invloed van hormonen
worden bij heikikkermannetjes de gele pigmenten wat geïnactiveerd, waardoor ze gedurende een paar dagen blauw kleuren. Het ene mannetje krijgt slechts een blauwe zweem, het andere kleurt intens blauw, afhankelijk van gezondheid en genetische sterkte,” vertelt ecoloog Jacob van der Weele. Voor de vrouwtjes geldt: hoe intenser blauw, hoe aantrekkelijker. Het gebloep en de aanwezigheid van gezonde, blauw gekleurde soortgenoten geeft aan dat de locatie geschikt is voor voortplanting, wat nog meer mannetjes aantrekt. Hierdoor zijn het vaak dezelfde plekken binnen een heide- of veengebied waar de 5-8 centimeter grote heikikkers hun eieren afzetten, terwijl andere wateren leeg blijven. Dat maakt de soort succesvol, maar ook kwetsbaar: verstoring of snelle uitdroging van hun voortplantingswater kan gevolgen hebben voor een hele populatie.
‘Wie een blauwe heikikker wil zien, moet goed timen en geluk hebben’
Wanneer een vrouwtje een partner heeft gekozen, bewegen ze samen door het ondiepe water totdat het vrouwtje haar eieren afzet. Die worden vrijwel onmiddellijk bevrucht en zwellen op tot compacte, gelachtige massa’s van meer dan vijfhonderd eitjes. De periode tussen het verlaten van de overwinteringsplek en de bevruchting van de eieren is kort, maar vormt een van de meest kwetsbare fases in het leven van de heikikker. Van der Weele: “Door sterke temperatuurschommelingen in februari zijn de amfibieën soms te vroeg bij hun voortplantingswater, met bevriezing van eieren tot gevolg. Toch zullen er individuen zijn die deze risico’s doorstaan. Hun bevruchte eieren ontwikkelen zich in twee tot drie weken tot kikkervisjes.” Deze allesetertjes voeden zich met algen, ander plantaardig materiaal en dierlijk plankton. Tijdens hun groei verschijnen pootjes en krimpt de staart, waarna ze als kleine kikkertjes massaal het water verlaten en het land op trekken. Vanaf hun derde levensjaar planten zij zich voort; met een gemiddelde levensduur van vijf tot zeven jaar moet elke generatie in korte tijd bijdragen aan het voortbestaan van de populatie.
Populatiegrootte
Dat voortbestaan hangt sterk samen met de mogelijkheid tot uitwisseling tussen populaties. In de praktijk staat die onder druk. “Gebieden tussen verschillende populaties zijn vaak te intensief in gebruik, ontwaterd of rijk aan predatoren zoals reigers. Daardoor raken populaties geïsoleerd,” legt de ecoloog uit. Zonder uitwisseling neemt de genetische variatie af, wat leidt tot lagere vruchtbaarheid en minder weerstand tegen
ziekten, waardoor op de lange termijn de populatiegrootte zal afnemen. De heikikker heeft een groot verspreidingsgebied in Eurazië, tot boven de poolcirkel. Nederland vormt het zuidwestelijke uiterste daarvan. Binnen Nederland is de soort onder meer te zien in het (laag)veengebied. In Overijssel vooral in vochtige heideterreinen en hoogveengebieden, zoals het Boetelerveld, Wierdense Veld, Aamsveen en de Bergvennen.
Voortplantingstijd
Wie een blauwgekleurde heikikker wil zien, moet geluk hebben. Belangrijk is de temperaturen nauwlettend te volgen. In Overijssel vindt de voortplantingstijd plaats tussen ongeveer 20 februari en half maart. In Zuid-Nederland begint deze periode meestal enkele dagen eerder, terwijl noordelijke veengebieden zoals het Bargerveen en het Fochteloërveen iets later volgen. Binnen twee tot vijf dagen kan het volledige paringsproces binnen een populatie al zijn afgerond. Daarna verdwijnt de blauwe kleur even snel als hij verscheen en trekken de mannetjes en vrouwtjes het land op om vliegen, spinnen, wormen en kevers te eten. Eind oktober gaan de ogenschijnlijk gewone kikkers weer naar hun winterverblijf op iets drogere plekken en bijvoorbeeld onder boomwortels, waar ze geduldig wachten tot de lente hen weer roept.

De heikikker zien of horen?
Volg een wandelroute van Landschap Overijssel door het Boetelerveld of het Wierdense Veld of sluit je aan bij een excursie in deze gebieden. Kijk voor routes en activiteiten op www.landschapoverijssel.nl/eropuit
foto: mark zekhuis

Bloemenwandeling op Soeslo
In het vroege voorjaar bloeien de stinzeplanten uitbundig.
Tekst: Frans Bosscher
Rijk aan planten, dieren én geschiedenis. Dat is landgoed Soeslo, vlakbij Wijthmen. Dankzij restauraties en maatregelen om de natuur te herstellen, is het of je er zo het verleden in stapt. Een verborgen parel, die dringend ontdekt moet worden. Zeker nu de bloeiende stinzenplanten het landgoed vrolijk kleuren.
Even lijkt het of er een kat boven het bos vliegt. Maar het is de roep van een buizerd die de bezoeker welkom heet op landgoed Soeslo. Hij zweeft in fraaie cirkels op de thermiek, omhoog en weer naar beneden, het ene moment traag, het volgende snel. Het is duidelijk. Deze buizerd heeft het voorjaar in de kop en is op zoek naar een partner. In het rabattenbos waar de wandeling op Soeslo begint staan genoeg oude bomen waarin hij een nest kan maken. Ook de grote bonte specht maakt er dankbaar gebruik van; vol overgave hakt hij holen in de oude stammen.
De structuur van de rabatten is nog goed zichtbaar. Het is een patroon van lage wallen, waartussen water staat. Op de wallen zijn bomen aangeplant. Deze methode werd in het verleden vaak gebruikt om in natte gebieden toch bomen te kunnen kweken. En nat kon het hier zijn. De naam van het nabijgelegen Zwolse bedrijvenpark Marslanden herinnert eraan. Mars betekent moeras. Ook de naam van de watergang die langs het landgoed stroomt, de Marswetering, verwijst ernaar. Om hier bomen te laten groeien, was een list nodig. Met rabatten hadden de bomen droge voeten. Nu wordt er nauwelijks meer hout geoogst in het bos van Soeslo, de natuur mag er haar gang. Omgevallen bomen blijven liggen en zijn een prooi voor schimmels en insecten.
Kikkers en ringslangen
Even verderop is te zien hoe het waterschap nieuwe inzichten over omgang met water
in de praktijk brengt. Je komt er via een romantisch boslaantje. Aan de kasten aan de bomen is te zien, dat vleermuizen er graag komen. Aanbeland op het fietspad valt al snel op dat er ruimte is gemaakt om water op te slaan. Grote stukken grasland zijn verlaagd. Bij hevige plensbuien, één van de effecten van klimaatverandering, kan hier water vastgehouden worden. Zo wordt voorkomen dat er in te korte tijd te veel water naar Zwolle afgevoerd wordt. Langs het hele traject van de Marswetering tussen Zwolle en Vilsteren zijn zulke

waterbergingen gecreëerd. Het voorkomt wateroverlast in de provinciehoofdstad en zorgt er tegelijkertijd voor dat de verdroging op aangrenzende landgoederen wordt tegengegaan. In één moeite door zijn oevers glooiend gemaakt en zijn er meerdere vispassages aangelegd. Vissen, kikkers, ringslangen en ander waterleven varen er wel bij.
Maaisel
Ook het herstel van de hooilanden kreeg een impuls door het aangepaste

lenteklokje.
Wandelen tussen statige bomen met doorkijkjes naar het grasland.
waterbeheer. Over een maand of twee, vanaf eind mei, begin juni, ziet het hier geel, paars, roze en wit van de bloemen. Deze graslanden waren in het verleden te nat om er vee te laten grazen. Wel kon er hooi geoogst worden, één, hooguit twee keer per jaar. Deze omstandigheden maakten dat er volop bloemen en insecten waren. Door ontwatering en bemesting in de vorige eeuw kwam daar een eind aan.
Acht jaar geleden kon Landschap Overijssel de hooilanden herstellen. Van tien hectare grasland is de bovenlaag, die vol meststoffen zat, afgegraven. Vervolgens is er maaisel van vergelijkbare hooilanden in de omgeving uitgereden. Dat maaisel zat vol met zaden van planten die het juist moeten hebben van schrale, natte omstandigheden. En die zetten de boel straks weer in kleur: dotterbloem, moeraskartelblad, echte koekoeksbloem, blauwe knoop, parnassia, rietorchis en veenpluis. In de dekking van

het hoge gras scharrelen watersnippen en patrijzen weer in alle rust rond op zoek naar voedsel.
Lust voor het oog
Terug op Soeslo kom je op een punt waar vijf rechte lanen bij elkaar komen, vier eikenlanen en één beukenlaan. Veel bomen zijn aan het eind van hun latijn. Door hun leeftijd, maar ook door de lange periodes van droogte de afgelopen jaren. De beukenlaan is nu zelfs afgesloten, omdat er takken uit de bomen kunnen vallen. Er loopt nu een onderzoek wat de beste aanpak is: alleen de slechte bomen vervangen of meteen de hele laan. Landschap Overijssel heeft een voorkeur voor de tweede optie, omdat dat recht doet aan het cultuurhistorische karakter van een laan: bomen van dezelfde soort, die even oud zijn en op regelmatige afstand van elkaar staan. De rechte lanen horen bij de aanleg van het park in de 18de eeuw. Geometrische vormen zijn kenmerkend voor de ‘formele stijl’ van parken uit die tijd. Later zijn er elementen aan toegevoegd om het park een wat natuurlijker aanzien te geven. Bij het huis en in het bos werden vijvers gegraven, in enkele lanen kwamen bochten, passend bij de landschapsstijl die in de 19de eeuw in de mode was.
Met het park is ook de boomgaard aan je rechterhand aangelegd. De fruitbomen hebben recentelijk een flinke opknapbeurt gehad. De bomen zijn opgesnoeid en de bodem is verbeterd met mineralen. De hoogstambomen van oude rassen - peren, appels, mispels en kersen - staan vanaf april volop in bloei. Voor wandelaars een lust voor het oog en voor de honingbijen uit de kasten naast de boomgaard een rijk gevulde dis.
Miniatuur natuurgebied
En dan komen de gebouwen in zicht. Eerst is er de langhuisboerderij uit de 19de eeuw met twee fraai gerestaureerde hooibergen, de een heeft vijf zijden, de ander zes. Ernaast staat het koetshuis, waarin ook een dienstwoning was gemaakt; het is met de

eerste versie van het huis in de 17de eeuw gebouwd. In het koetshuis zijn nu twee woningen.
De Zwolse regentenfamilie Royer gaf het huis in 1815 zijn huidige vorm. Het park ervoor is bescheiden van omvang, maar herbergt toch een paar mooie verrassingen. Wat opvalt is dat langs veel bomen klimop groeit, net als op de lanen eerder op de route. De plant hecht zich met korte wortels aan de schors van boom. Samen groeien ze door, zonder elkaar te belasten. De klimop bloeit in de herfst. Het is een van de laatste planten waar insecten nog nectar kunnen vinden. Vogels komen af op de blauwzwarte bessen. Ze maken er ook graag een nest in. Eekhoorns, muizen en tal van insecten vinden er mooie schuilplekken. Zo is een boom met een klimopjas in feite een miniatuur natuurgebied.
Langs het pad staat ook een zogeheten boomboeket. Het zijn meerdere stammen van een Amerikaanse eik, die dicht op elkaar zijn geplant met de wortels in elkaar gevochten. Vervolgens zijn de stammen met elkaar vergroeid. Het levert een imposante, dikke boom op. Een eindje verder is vier jaar geleden een boomboeket van vijf acacia’s geplant als herinnering aan bijenkoningin Livia Leijsen; ze was een van de initiatiefnemers van de Bijenbeweging in Overijssel. De bloesem van acacia’s levert veel nectar en zijn dus aantrekkelijk voor bijen en hommels.
Patrijs in het veld.

Rijke geschiedenis
Landgoed Soeslo ligt bij Wijthmen, ten oosten van Zwolle. Het was in de middeleeuwen eigendom van het Sticht Essen, een adbijvorstendom voor vrouwen. Het huis dateert uit de 17de eeuw. Het gebouw was aanvankelijk een spieker of spijker, een schuur waarin graan werd opgeslagen. In 1815 is aan de voorkant daarvan een huis gebouwd door Derk Royer, een regent uit Zwolle. Het huis is momenteel eigendom van de familie Hony, de gronden zijn van Landschap Overijssel. De gebouwen en het park hebben de status van rijksmonument.
Boomboeketten, boomsoorten uit verre landen, zoals de Amerikaanse eik en de acacia, zijn kenmerkend voor landgoederen. Eigenaren staken elkaar de loef af met bomen uit allerlei uithoeken van de wereld. Hoe exotischer, hoe groter het aanzien. Aan die wedloop heeft Soeslo niet meegedaan.
Bloemenweelde
Dat deden ze wel met stinzenplanten. En hoe. Het is misschien wel het klapstuk van de wandeling in de lente, want dat is de periode dat de stinzenplanten volop bloeien. Ze waren goeddeels verdwenen. Maar drie jaar geleden hebben twintig vrijwilligers meer dan 200.000 bollen gepoot: wilde hyacinten, bonte krokussen, lelietjes-van-dalen, knikkend vogelmelk, holwortels en vingerhelmbloemen. Midden in de bloemenweelde ligt de vijver, ook alweer zo’n element van de landschapsstijl, die met zijn natuurlijke vormen voor een romantisch sfeer op het landgoed zorgt. En romantisch is het. Denk je eens in dat je in het tuinhuisje zit uit te kijken over de vijver. Volstrekt op hun gemak drijven er een paar wilde eenden, ze snateren wat naar elkaar. Bij een oever vliegt een ijsvogel af en aan naar zijn nest, zijn bijnaam blauwe schicht alle eer aandoend.
Wijthmen
Landgoed Soeslo NieuweWeteringMarswetering N35


Wandelroute Soeslo

De route van de wandeling over landgoed Soeslo staat in de app Wandelen in Overijssel. In de app vind je meer dan 100 wandelroutes in de provincie. Ze brengen je naar de mooiste gebieden, rijk aan natuur en cultuurhistorie. Dus ga op pad en leer de pareltjes in de provincie kennen. Je vindt de app in de App Store en in de Google Play Store.
Restaurant De Mol
Linterzijl
Zwolle
Heino
cartografie:Anton van Teter ng
foto: Gonny Sleurink
Stem groen! Gemeenteraadsverkiezingen 2026

Iedereen wil een groene, gezonde leefomgeving. Toch staat die onder druk door keuzes over bouwen, infrastructuur en ruimte. Gemeenten bepalen hoe groen jouw omgeving blijft. Wie wil dat natuur meetelt, stemt groen. Maar hoe onderscheid je mooie woorden van serieuze plannen in verkiezingsprogramma’s?
Gemeenten maken misschien geen nationaal natuurbeleid, maar ze bepalen wél in grote mate hoe onze leefomgeving eruitziet. Wie groen stemt, kiest voor natuur, een sterk landschap en een gezonde leefomgeving – dichtbij huis. Juist op lokaal niveau worden keuzes gemaakt die jarenlang doorwerken.
Ruimtelijke ordening: groen laten meegroeien
De grootste invloed van gemeenten ligt bij ruimtelijke ordening. In omgevingsvisies en omgevingsplannen wordt vastgelegd waar gebouwd mag worden, hoe infrastructuur wordt aangelegd en hoeveel ruimte er is voor groen en landschap. De druk op de ruimte is groot: woningbouw, bedrijventerreinen en recreatie vragen allemaal plek. Wanneer een gebied eenmaal is volgebouwd of versnipperd, is dat vrijwel onomkeerbaar.
Groene gemeenten kiezen ervoor om natuur en landschap volwaardig mee te nemen in deze afwegingen. Niet als
restpost, maar als basis. Groen moet meegroeien met de stad, zoals sommige gemeenten expliciet vastleggen in hun omgevingsvisie. Dat betekent voldoende parken, groene verbindingen en aandacht voor de kwaliteit van het buitengebied rond steden en dorpen.
Landschap: behoud identiteit en samenhang Hoewel het landbouwbeleid nationaal wordt bepaald, hebben gemeenten invloed op de inrichting van hun platteland. Zij kunnen karakteristieke landschappen, historische structuren en cultuurhistorisch erfgoed beschermen. Bij nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied kunnen zij het landschap als uitgangspunt nemen, in plaats van als sluitpost.
Groene gemeenten ondersteunen bovendien boeren en andere grondeigenaren bij het behoud en herstel van landschapselementen zoals houtwallen, poelen en singels. Dat kan door te investeren in landschapsfondsen
Tekst: Robbert Blijleven en Mieke Scharloo
De grootste invloed van gemeenten ligt bij ruimtelijke ordening.
of door inwoners bijvoorbeeld kosteloos begeleiding van landschapscoaches aan te bieden. Zo blijft de identiteit van het landschap herkenbaar én ecologisch waardevol.
Stedelijk groen: meer dan alleen mooi
Gemeenten zijn eigenaar en beheerder van veel openbaar groen: parken, bomen, bermen en wijkgroen. Zij bepalen hoeveel bescherming bestaand groen krijgt en hoe nieuwe wijken en bedrijventerreinen worden ingericht. Stedelijk groen is geen luxe. Het is cruciaal voor biodiversiteit, verkoeling bij hitte, wateropvang bij hoosbuien en voor de gezondheid van inwoners.
Een groene gemeente kiest voor natuurinclusief ontwerpen: meer bomen, groene daken, bloemrijke bermen en ruimte voor water. Niet alleen in nieuwe wijken, maar ook bij herinrichting van bestaande buurten.
Biodiversiteit: kleine keuzes, groot effect
Binnen landelijke kaders kunnen gemeenten eigen ambities formuleren voor biodiversiteit. Denk aan het duurzaam verpachten van gemeentelijke gronden, ecologisch bermbeheer, waarbij minder en gefaseerd wordt gemaaid, of aan beleid voor verlichting die rekening houdt met duisternis voor nachtdieren zoals vleermuizen. Dit zijn relatief kleine keuzes die een groot verschil maken voor planten en dieren.
Ook kunnen gemeenten stimuleringsregelingen inzetten,
bijvoorbeeld voor akkerranden of biodiversiteitsvriendelijk beheer. Zulke maatregelen versterken de natuur in en rond de bebouwde kom én in het buitengebied.
Gewasbescherming: gezondheid voorop
Gemeenten kunnen middelen die zijn toegestaan op de markt, niet verbieden, maar ze hebben wél invloed op het gebruik ervan. Zij kunnen spuitvrije of teeltvrije zones aanwijzen rond woningen, scholen en natuurgebieden. Op eigen gronden kunnen gemeenten kiezen voor chemievrij beheer en in pachtcontracten voorwaarden opnemen over het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Dat komt de natuur én de gezondheid van inwoners ten goede.
Water, bodem en klimaat: leidend bij keuzes
Tot slot spelen gemeenten een sleutelrol in klimaatadaptatie. Zij kunnen bodem en water leidend laten zijn bij ruimtelijke keuzes en actief vergroening stimuleren in bestaande wijken. Dat helpt tegen wateroverlast, droogte en hittestress.
Groen stemmen is vooruitzien
Wie groen stemt bij de gemeenteraadsverkiezingen, kiest voor een leefbare omgeving op de lange termijn. Kijk daarom niet alleen naar woorden, maar ook naar concrete plannen: hoe gaat een partij om met ruimte, landschap, groen en natuur? Lokale keuzes maken het verschil. Groen kiezen begint dichtbij huis.
Zo lees je een verkiezingsprogramma met een groene bril
Wil je weten of een partij écht groen kiest?
Let dan hierop:
Lees vooral deze hoofdstukken: ruimtelijke ordening / omgevingsvisie, wonen & bouwen, buitengebied & landschap, openbaar groen, klimaat & water, én de financiële paragraaf.
Pas op voor vage taal, zoals: “we streven naar”, “we onderzoeken”, “waar mogelijk”. Dat zijn mooie woorden, maar vaak zonder verplichting.
Zo herken je serieuze plannen:
• Concrete maatregelen (ecologisch maaibeheer, chemievrij beheer, spuitvrije zones)
• Duidelijke instrumenten (omgevingsplan, beheerplan, pachtvoorwaarden)
• Meetbare doelen (hectares groen, locaties, jaartallen, budgetten)
Vraag je bij het lezen af:
• Is groen een randvoorwaarde bij nieuwe ontwikkelingen, of een sluitpost?
• Wordt ook het beheer geregeld, of alleen de aanleg?
• Zijn geld en uitvoering vastgelegd?
Hoe concreter de plannen, hoe groener de keuze.
Sjaak Bruggeman

‘De
stilte is gewoon muziek’
Bijna dag en nacht is Sjaak Bruggeman te vinden in het Boetelerveld. Het natuurgebied ten oosten van Raalte heeft een grote aantrekkingskracht op hem. Hij vindt er troost, verwondering, én zeldzame roofvogels.
Het is een stralende winterdag: een strakblauwe lucht, felle zon. Tussen de heide nog plukjes sneeuw die koppig blijven liggen, maar het meeste is gesmolten. En dat zie je direct: het is nat in het Boetelerveld. Hier zijn laarzen geen luxe, maar broodnodig. Sjaak Bruggeman wijst naar een dennenbosje verderop. “Kom, kom!”
Hij stapt kordaat het pad af. Hoog in de top van een den hangt een grote, rommelige takkenbult. “Een buizerdnest.”
Peilbuizen
Bruggeman kent elke meter van het Boetelerveld. Hij groeide op in Mariënheem, letterlijk om de hoek. Toch kwam hij er
in zijn jeugd nooit. “Raar hè,” zegt hij verbaasd. Pas in 1986 zet hij er voor het eerst voet. Niet voor een wandeling, maar voor zijn werk bij het waterschap. Hij plaatst peilbuizen in het gebied. Nu nog, al jaren na zijn pensionering, weet hij precies waar alle peilbuizen staan.
Roofvogels
Tijdens dat werk ziet hij soms een grote roofvogel opvliegen. “Mooi, maar ik was er toen niet zo mee bezig.” Jaren later, rond zijn veertigste, verandert er iets. In het weekend valt het voetbal weg door
Foto’s: Suzanne van Gaale
Tekst: Elisabeth van Kleef
blessures dus ineens is er ruimte. Sjaak stort zich op roofvogels. Hij begint met observeren, tellen en leren. “Ik weet nog dat ik net begon. Toen mocht ik van de boswachter op landgoed Schoonheeten, naast het Boetelerveld, zes keer per jaar monitoren. Maar ik kende het verschil nog niet eens tussen een havik en een buizerd.”
Groot verdriet
In 2004 verandert Sjaaks leven ingrijpend door het overlijden van zijn oudste dochter bij een auto-ongeluk. In de periode daarna brengt hij steeds meer tijd door in het Boetelerveld, op zoek naar afleiding en houvast. Juist in die jaren maakt hij daar kennis met de wespendief, een schuwe en bijzondere roofvogel die sindsdien een speciale betekenis voor hem heeft gekregen.
Wespendieven
Wespendieven zijn bijzondere roofvogels. Zeldzaam in Nederland. Ze leven verborgen, bijna onzichtbaar. Ze broeden vaak diep verscholen in het bos, hoog in de boomtoppen en laten zich niet makkelijk zien. De naam zegt het al, ze hebben een bijzondere voedselvoorkeur: larven, poppen, wespen en honing. “Zien ze een wesp vliegen, dan volgen ze haar tot aan het nest. Ze graven zelfs grondnesten uit. Een dik verenpakket zorgt ervoor dat ze niet gestoken worden tijdens hun eten,” licht Bruggeman toe.
Even van huis
En toch: in al die jaren roofvogelmonitoring ziet hij ze daarna niet meer. Tot 2025. Eenentwintig jaar na het verlies van zijn
dochter. Zijn vrouw ligt op dat moment op haar sterfbed. Het is een warme heiige dag. “Ik kon even van huis. Snel naar mijn ‘achtertuin’. Zoals altijd speurend naar wespendieven, maar ik zag niks.” Wanneer de kerkklok twaalf uur slaat en hij zich omdraait richting de kerk, weet hij dat hij terug moet. “En toen zag ik ze: twee wespendieven. Ik heb nog nooit zo snel mijn camera gepakt. Wauw!”
Zoektocht
Een dag na de crematie gaat hij opnieuw naar het Boetelerveld. Om tot rust te komen, om te rouwen, maar ook om op zoek te gaan naar die mysterieuze roofvogels. “Wespendieven zijn heel schuw, maar ik wist waar ik moest zoeken. En ja, hoor. Het vrouwtje zat diep in het nest te broeden. Ik zag alleen een puntje van haar staart.”
De rest van de zomer heeft hij het paartje stilletjes in de gaten gehouden. In augustus vlogen er twee jongen uit.
Rouwen
“Mijn moeder zei vroeger altijd: ‘goa’j mà noar buten hen spöllen!’ Ik was als kind alleen maar buiten. Daar gebeurde het.” Net als nu in het Boetelerveld dat een bijzondere aantrekkingskracht op Bruggeman heeft. “Daar gaan mijn verdrietige gevoel en de

‘Wespendieven zijn heel schuw, maar ik wist waar ik moest zoeken’
flow van de natuur hand in hand.”
Na het overlijden van zijn vrouw ging Bruggeman fietsen, veel fietsen. Eerst in de Achterhoek. Daarna richting de bron van de Vecht in Duitsland. En later naar de Veluwe en Drenthe. “Allenig mà fietsen en huul’n. En luisteren naar de stilte van de natuur. Dat is gewoon muziek.”
Ontdek het Boetelerveld
Volg de wandelroute Boetelerveld van 4,4 km: www.landschapoverijssel.nl/routes/ boetelerveld. Of ga mee met een excursie. Kijk voor het actuele programma op www.landschapoverijssel.nl/activiteiten
colofon
Natuurlijk Overijssel is een uitgave van Stichting Landschap Overijssel en wordt vier keer per jaar aan de vrienden toegezonden.
Vriendenadministratie
Tel: 0529 - 401 731
Mail: vrienden@landschapoverijssel.nl
Bijdrage: vanaf 30 euro per jaar
IBAN: NL93 INGB 0008 6231 98
redactie en productie
Landschap Overijssel, Poppenallee 39, 7722 KW Dalfsen
Tel: 0529 - 401 731
Mail: communicatie@landschapoverijssel.nl
Web: www.landschapoverijssel.nl
opmaak
Bredewold, Wezep
Productie
Mailtraffic, Zwolle
Landschap Overijssel is een Erkend Goed Doel. Dat betekent dat wij voldoen aan strenge kwaliteitseisen. Toezichthouder CBF controleert dit. Meer weten? Kijk op geefgerust.nl

Geef om onze jonkies!
In het broedseizoen zijn jonge dieren extra kwetsbaar. Ze hebben nú rust, ruimte en bescherming nodig. Met jouw steun kunnen we direct handelen: rustgebieden inrichten, nestkastjes plaatsen, faunadrones inzetten en poelen en hagen aanleggen.
Help mee hun overlevingskans te vergroten. Samen geven we onze jonkies een veilige start – en houden we de natuur levend.
Geef via www.landschapoverijssel.nl/jonkies


Retouradres: Landschap Overijssel, Poppenallee 39, 7722 KW Dalfsen