Magazine Hortus Leiden

Page 1


Hortus Leiden

GROENE OASE SINDS 1590

Thema

Clusius Tijdreizen met

In de bres voor wilde planten

De botanische tekening als tijdcapsule

Het verleden zichtbaar maken

Dispuut tussen dogmatiek en empirie

De nog levende dadelpruim (Diospyros lotus) die bij de ginkgo staat. Hier is de boom te zien met een esdoorn die in de stam groeit, waardoor er nu zo’n groot gat in zit.

Tuinman Koos Labordus tijdens het planten in de herfst bij de halfronde vijver.

Hortulanus Eduard Witte en een tekenaar in de zaadkamer

Interieur van de succulentenkas

< Personeelsfoto voor de boomvarenkas

Voorterrein van de Hortus in de herfst Vermoedelijk de vrouw van Eduard Witte en hun zoontje Hein voor de hortulanuswoning.
Interieur van de Victoriakas

Coverfoto Clusiustulp, Fotografie Duco de Vries, Fotografie pag. 2/3

Glasnegatieven uit het Hortusarchief

Voorwoord

Het afgelopen jaar stond in het teken van de pensionering van Paul Keßler en Peter Inklaar. Ook in ons magazine stonden we daarbij stil. Begin 2025 namen Tom Schreuder (bedrijfsvoering) en Barbara Gravendeel (prefect) hun posities over. In dit magazine stellen ze zich nader aan je voor. Deze wisseling van de wacht is een uitgelezen moment om na te denken over de toekomst van de Hortus botanicus Leiden. Dat doet de directie niet alleen, maar samen met medewerkers, vrijwilligers, de universiteit en andere stakeholders. Wat zijn nieuwe accenten? Welke extra faciliteiten zijn nodig? Welke rol is er voor de Leidse Hortus in belangrijke thema’s als klimaatverandering, bescherming van biodiversiteit, de groene stad en verbinding? Deze visie- en strategiediscussie krijgt in 2026 vorm in een toekomstgericht beleidsplan voor de komende vijf jaar.

Ondertussen blijft de Hortus een belangrijke publiekstrekker in Leiden. Steeds meer bezoekers weten ons te vinden. Vorig jaar kwamen ruim 250.000 mensen genieten van de tuin. De waarderingen die zij uitspreken over hun bezoek, zijn hoog. Ook nieuwe exposities, zoals Planten & Planeten, worden gewaardeerd. En de vorig jaar geopende Mediterrane tuin is een topper: het extra rondje langs de Oude Sterrewacht is bijzonder populair.

We zijn ook heel verheugd over de groei in het aantal Vrienden en Adoptanten. Jullie vinden het niet alleen fijn om ons te bezoeken, maar dragen met een donatie ook graag bij aan

vernieuwingen en evenementen. Vanwege stijgende energie- en loonkosten is besloten de toegangsprijs voor de Leidse Hortus te verhogen. Voor Vrienden betekent dit ook een verhoging van de jaarlijkse donatie. Wij hopen dat dit je niet zal weerhouden om Vriend te blijven.

Onze Oranjerie blijft een zeer gewilde locatie voor bruiloften, recepties en andere bijeenkomsten. Ook de Hortus zelf en de Vrienden zullen weer regelmatig gebruik maken van de Oranjerie, want binnen het thema ‘Tijdreizen met Clusius’ zullen er in 2026 diverse activiteiten plaatsvinden.

De voorbereidingen voor het nieuwe seizoen zijn in volle gang. Momenteel wordt hard gewerkt aan de renovatie van de Varentuin. Komend voorjaar kunnen we dit gerenoveerde gedeelte van de Leidse Hortus bewonderen vanaf een rolstoeltoegankelijk looppad. Ook zal er weer water door de beek stromen.

Graag nodigen wij je ook dit jaar uit om ‘jouw’ Hortus regelmatig te bezoeken en te genieten van alle bijzondere planten en verhalen over toenemende biodiversiteit, sinds de Hortus de overstap heeft gemaakt naar natuurlijk tuinieren.

- Barbara Gravendeel, prefect Hortus botanicus Leiden

- Tom Schreuder, zakelijk directeur Hortus botanicus Leiden

- John van Ruiten, voorzitter Stichting Vrienden van de Leidse Hortus

Caryopteris clandonensis

Lycium barbarum

Fotografie Jan Meijvogel

Tijdreizen met Clusius REDACTIONEEL

Het is 500 jaar geleden dat Carolus Clusius werd geboren, de eerste prefect van de Hortus botanicus Leiden. Voor je ligt een magazine dat op diverse manieren Clusius belicht, maar ook het reizen in de tijd. En dan met name hoe planten tijd kunnen overbruggen. Zaden en bollen kun je beschouwen als tijdcapsules: je kunt ze een tijd bewaren en ze op een gewenst moment laten uitkomen. Clusius heeft veel planten naar Leiden gehaald, grotendeels in de vorm van zaden en bollen. Russische biologen hebben zelfs 30.000 jaar oude planten weten op te kweken uit zaad dat al die tijd heeft overleefd in de permafrost.

Clusius komt tot leven in een artikel over zijn levendige discussies met hortulanus Clutius over bijen en via zijn uitgebreide correspondentie, waarvan veel bewaard is gebleven. Fijn dat Esther van Gelder ons hierin de weg wijst. Door Clusius is de tulp in Nederland geïntroduceerd, tegenwoordig hét symbool van Nederland. Lees de interessante geschiedenis van de tulp.

Je treft een aantal artikelen over zaden aan. In de tentoonstelling Planten & Planeten bevindt zich een grote lade vol zaden, je staat er versteld van hoe veelvormig al die zaden zijn. Sander Onsman, eigenaar van Onszaden, neemt ons mee in de wereld van exotische zaden. Joop Schaminée heeft samen met collega’s de Nationale Zadencollectie als een soort Ark van Noach opgezet: Het Levend Archief. Men probeert door zaden van zo veel mogelijk inheemse planten te verzamelen en op te slaan, deze voor de toekomst te behouden. Botanisch kunstenares Esmée Winkel put hoop uit zaden. Ook de jeugd krijgt het nodige te horen over zaden en Clusius via de kinderpagina, als altijd samengesteld door Margot Lodewijk.

Schilderijen, tekeningen en foto’s fungeren ook als tijdcapsules. In de Hortus bevinden zich veel oude glasnegatieven van foto’s die

meer dan honderd jaar oud zijn. Fascinerend om te zien hoe de Hortus en de mensen die er werkten er destijds uitzagen. Botanische tekeningen worden al eeuwen gemaakt. De universiteitsbibliotheek in Wageningen heeft een heel fraaie collectie. In de Hortus staan ook enkele bijna tweehonderd jaar oude planten die uit Japan hiernaartoe zijn gebracht door Philipp Franz von Siebold. Arlette Kouwenhoven schreef een onthullend portret van deze complexe man.

Met het vieren van een jubileum denk je terug in de tijd. We vieren twee jubilea: de Vereniging Leidse Schooltuinen bestaat honderd jaar en Leiden heeft al tachtig jaar een stedenband met Oxford. Maar ook de huidige tijd verdient aandacht. Vorig jaar zijn er twee nieuwe directeuren aangetreden in de Hortus, Barbara Gravendeel als wetenschappelijk directeur (prefect) en Tom Schreuder als zakelijk directeur. Zij stellen zich voor. Er gebeurt ook het nodige op wetenschappelijk gebied: twee promovendi en een postdoc vertellen over hun onderzoek in de Hortus. Daarnaast krijgt de Varentuin een zorgvuldige opknapbeurt, waarbij het vertrouwde karakter behouden blijft.

Je hebt wellicht gemerkt dat deze negende editie van Hortus Leiden er iets anders uitziet dan de vorige. De vormgeving is nog beter aangepast aan de huisstijl van de Hortus, dankzij het advies van vaste Hortusontwerper Laura Teekens aan onze vormgever van dit nummer, Britt de Looff. Veel dank daarvoor, Laura.

Tot slot dank ik graag alle medewerkers hartelijk en wens ik iedereen veel leesplezier.

Namens de redactie

Adri Mulder, hoofdredacteur

Lilium speciosum var. rubrum ‘Uchida’
Boksdoorn

20

De botanische tekening als tijdcapsule

Berthe Hoola van Nooten: Garcinis magostana

Special Collections, Wageningen University & Research - Library

14

Met Onszaden de wijde plantenwereld in Kantoor in het ‘Schip van Blauw’ Fotografie Adri Mulder

36

100 jaar Leidse Schooltuinen

Goede kool gekweekt

Fotografie Adri Mulder

46

Dispuut tussen dogmatiek en empirie

Van de Byen 1618

3e heruitgave

6 Hortus botanicus Leiden 2026

58

80 jaar stedenband Leiden-Oxford

Martha Besemer en Nadine Akkerman Fotografie Adri Mulder

54

Renovatie Varentuin Werk aan de winkel

Fotografie Adri Mulder

52

Biografie van Philipp Franz von Siebold

Ginseng plant door Willem Botanicus UBL Bijzondere collecties

08 Themajaar ‘Tijdreizen met Clusius’ (Hanneke Jelles)

12 In de bres voor wilde planten (Joop H.J. Schaminée)

14 Met Onszaden de wijde plantenwereld in (Mia Hopperus Buma, Adri Mulder)

18 Nederland, tulpenland (Mathilde Simons, Amke van der Hoeven)

20 De botanische tekening als tijdcapsule (Annemarie Broersma)

24 Kinderpagina (Margot Lodewijk)

35 Leidse zaden van hoop (Esmée Winkel)

36 Een eeuw Vereniging Leidse Schooltuinen (Mia Hopperus Buma)

40 Het verleden zichtbaar maken (Roderick Bouman, Christina La Fleur)

42 Zaad als tijdreiziger (Emma Knapper)

46 Dispuut tussen dogmatiek en empirie (Jack Sluijs)

50 Tijdreizen met brieven (Esther van Gelder)

52 Brandende IJver (Adri Mulder)

58 80 jaar stedenband Leiden-Oxford (Annemarie Broersma)

En verder:

04 Voorwoord (Barbara Gravendeel, John van Ruiten, Tom Schreuder)

05 Redactioneel (Adri Mulder)

06 Inhoudsopgave

10 Nieuwe directeuren stellen zich voor (Barbara Gravendeel, Tom Schreuder)

26 Promovendi over hun onderzoek (Jack Sluijs)

28 Metabarcoding, CSI voor planten (Lycka Kamoen, Jack Sluijs)

31 Steun de Hortus

32 Seizoenspagina’s

44 In memoriam Carel Wijffelman (Kees Langeveld, John van Ruiten, Carla Teune)

45 Vriendenactiviteiten in 2026

54 Renovatie Varentuin (Mathilde Simons)

56 Fascinatie voor varens (Gerda van Uffelen)

61 Colofon

Hortus botanicus Leiden

‘Tijdreizen met Clusius’: Clusius is jarig!

Op 19 februari 2026 viert de Hortus een bijzondere verjaardag: het is dan precies vijfhonderd jaar geleden dat de allereerste prefect van de tuin, Carolus Clusius (15261609), geboren werd. Het kindje dat in februari 1526 in Atrecht ter wereld kwam, kreeg de naam Charles de l’Ecluse. Later latiniseerde hij dat tot Clusius, zoals in die jaren voor wetenschappers gebruikelijk was. Clusius beheerste naast het Latijn ook het Grieks en Hebreeuws. Hij studeerde rechten en medicijnen, maar was bovenal een plantenliefhebber. Toen de Universiteit Leiden een botanische tuin oprichtte, was Clusius al een botanische beroemdheid. Het lukte de universiteit om de wetenschapper én zijn collectie naar Leiden te halen.

Zaden en bollen

Om het vijfhonderdste geboortejaar van Clusius te vieren koos de Hortus het jaarthema ‘Tijdreizen met Clusius’. Dat thema verwijst naar het relatieve gemak waarmee zaden, bollen en knollen vervoerd en bewaard kunnen worden en een gunstig tijdstip kunnen afwachten om te ontkiemen of tot bloei te komen. Al voor Clusius in Leiden aankwam, stuurde hij een pakket met 251 soorten bollen, knollen en wortelstokken vooruit, waaronder de tulp. Clusius had hem in Wenen al gekweekt toen hij daar in de hoftuin werkte. Wil je nog verder tijdreizen? Neem dan een kijkje bij Planten & Planeten; het bezoekerscentrum is ook in 2026 elke week open van woensdag t/m zondag.

Bollen van Rob Overmeer

Van alle planten had Clusius een bijzondere voorkeur voor bol- en knolgewassen. Het is dan ook geen verrassing dat vormgever en fotograaf Rob Overmeer zich liet inspireren door de schoonheid van deze gewassen voor een fotoreportage in de Hortus. Hortus-bollenspecialist Jaco Kruizinga selecteerde een aantal ‘fotomodellen’ en stelde ze aan Rob voor. Uit deze selectie koos Rob de visueel meest interessante exemplaren en legde ze gedurende vier seizoenen vast, compleet met bol en wortels. Het resultaat is nu te bewonderen in een kleine, bijzondere tentoonstelling in de Hortus. Het jaar begint met vijf winterbloeiers. In de lente komen daar vijf voorjaarsbloeiers bij. Elk nieuw kwartaal vervalt het oudste seizoen, zodat er steeds tien panelen te zien zijn. Ook in de bollencollectie van de Hortus zelf is steeds iets anders te zien.

Bij Uitgeverij Bekking & Blitz verscheen een kaartenmapje met foto’s van bolbloeiers gemaakt door Rob Overmeer. Verkrijgbaar in de winkel van de Hortus en via bekkingblitz.nl.

Meer te genieten

Rondom de Clusiustuin zijn in 2026 twaalf afbeeldingen te zien afkomstig uit de ‘Libri picturati’. Clusius, toen werkzaam in Vlaanderen, heeft de tekenaars naar alle waarschijnlijkheid geadviseerd en de aquarellen van aantekeningen voorzien. Wie rond de Clusiustuin wandelt, kan de afbeeldingen bewonderen zonder de tuin te betreden. Zo kunnen ook Singelparkwandelaars genieten van het jaarthema.

Vroeg in het jaar, tot 21 maart 2026, zijn op vijf plekken vergrote afdrukken van glasnegatieven te zien. Bezoekers zien waar de fotograaf destijds stond en kunnen dat ter plekke vergelijken met hoe de Hortus er nu uitziet: een voorproefje van het moment dat de glasnegatieven online te zien zijn. Meer over de glasnegatieven vooraan in dit magazine en op pagina 40 en 41.

Tulipa sylvestris

Tulipa systola (syn.
10 Hortus botanicus Leiden 2026

HORTUS NIEUWS

Twee nieuwe directeuren, één gezamenlijke koers

Zoals je in het voorwoord hebt kunnen lezen, hebben vorig jaar beide directeuren van de Hortus botanicus Leiden, Paul Keßler en Peter Inklaar, afscheid genomen. Hun opvolgers, Barbara Gravendeel en Tom Schreuder, zijn met veel elan aan het werk gegaan op hun nieuwe plek. Ze geven je graag een inzicht in hoe het ze bevalt en in wat ze samen van plan zijn.

Barbara: Tom, jij kwam als vader met je vrouw en kinderen al vaak in de Hortus. Nu ben je hier als zakelijk directeur. Wat verraste je het meest in je eerste maanden?

Tom: ‘Hoe warm en open het team is. Je voelt dat iedereen hier met liefde werkt. Dat maakte dat ik me heel snel thuis voelde. En ik vind het bijzonder hoe cultuur, natuur en wetenschap hier zo vanzelfsprekend samenkomen.’

Tom: Barbara, jouw droom om bioloog te worden begon al in een boomgaard. Hoe voelt het om nu wetenschappelijk directeur van dé Hortus te zijn?

Barbara: ‘Het voelt als thuiskomen. De Leidse Hortus is een magische plek waar al 435 jaar van alles mag groeien, letterlijk en figuurlijk. Ooit hoopte ik hier terug te komen na mijn promotieonderzoek en nu mag ik deze unieke botanische tuin mede richting geven. Ik ben heel blij dat deze langgekoesterde droom is uitgekomen.’

Barbara: Wat spreekt jou het meest aan in het werk als zakelijk directeur?

Tom: ‘De combinatie van bedrijfsvoering, financiën en het deel uitmaken van de universiteit. Maar vooral: bijdragen aan een groene plek die mensen raakt. Ik ontdekte bij Keukenhof al hoeveel natuur met ons doet. In de Hortus zie je die impact elke dag.’

Tom: En jij? Waar krijg jij de meeste energie van in je rol?

Barbara: ‘Van samenwerken. Ik geloof sterk in co-creatie. Of je nu student, onderzoeker, groen-, frontoffice-medewerker of vrijwilliger bent: iedereen draagt bij aan het openen van de Hortus als

levende schatkist. En ik zie zó veel kansen voor vernieuwend onderzoek en onderwijs samen met partners bij universiteit, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.’

Barbara: We zijn nu een half jaar samen onderweg in onze duodirectie. Hoe kijk jij terug?

Tom: ‘Met trots. We hebben in korte tijd veel gesprekken gevoerd met collega’s en partners. We zijn druk met het vormgeven van onze vernieuwde visie. En we vullen elkaar goed aan. Dat heeft ons echt geholpen om een koers te bepalen.

Tom: Wat hoop jij dat bezoekers gaan merken van jouw komst?

Barbara: ‘De terugkeer van de heg! Geen saai rijtje coniferen, maar een traditionele vlechtheg van soorten uit alle provincies, die wemelt van insecten, vogels en kleine zoogdieren. Met zo’n vlechtheg, mits goed onderhouden, kun je natuurlijk tuinieren zonder gebruik van pesticiden. Ik hoop in de Leidse Hortus de ‘‘vlechtheg van de toekomst’’ te ontwikkelen voor klimaatadaptieve vergroening.’

Barbara: Tot slot: waar kijk jij het meest naar uit de komende jaren?

Tom: ‘Om echt samen te bouwen. Aan een toekomstbestendige Hortus, aan nieuwe ideeën en aan een plek waar iedereen zich welkom voelt. En waar mensen nog meer van groen én biodiversiteit gaan houden.’

Barbara: ‘Een prachtige stip op de horizon om samen op af te koersen, Tom!’

Tekst Barbara Gravendeel en Tom Schreuder Fotografie Simone Both
Tom Schreuder en Barbara Gravendeel

In de bres voor wilde planten

De Clusiuslezing van 1 juli 2025 opende weinig vrolijk met de vele crisissen waaronder ons land op dit moment gebukt gaat: de biodiversiteitscrisis met onder andere de zorg over onze insecten; de stikstofcrisis met de noodzakelijke hervorming van onze landbouw; de watercrisis met dan weer te veel en dan weer te weinig water; de klimaatcrisis met de explosieve toename van de biomassa in onze natuur; en de gezondheidscrisis met als voorbeeld de toename van een ziekte als Parkinson door het ongebreidelde gebruik van landbouwgif. Maar we hoeven niet bij de pakken neer te zitten, leerde het vervolg, met het opzetten van een Nationale Zadencollectie als een soort Ark van Noach als één van de mogelijke antwoorden.

Tekst en Fotografie Joop H.J. Schaminée (Wageningen University Research, Radboud Universiteit Nijmegen)

Het Levend Archief

De Nationale Zadencollectie is een initiatief van het Levend Archief, een consortium dat in 2018 is opgericht om het botanisch erfgoed in ons land veilig te stellen via het inwinnen en borgen van zaden. De doelstelling van dit platform is vijfledig en omvat (1) het daadwerkelijk veiligstellen van de genetische diversiteit van alle wilde plantensoorten in ons land, (2) het versterken van verzwakte populaties en het faciliteren van herintroducties, (3) het stimuleren van het gebruik van zadenmengsels met inheemse soorten van bekende herkomst, (4) het vergroten van de kennis over de zaad- en kiemingsbiologie van onze inheemse flora en (5) publieksvoorlichting en natuurbeleving.

In afbeelding 1 staat de gevolgde werkwijze schematisch toegelicht. De zaden worden opgeslagen aan de Radboud Universiteit (werkcollectie) en bij het Centrum voor Genetische Bronnen in Nederland (CGN, ingevroren) in Wageningen.

Veel soorten bedreigd

Bij het uitvoeren van al deze werkzaamheden wordt niet over één nacht ijs gegaan. Het inwinnen van de zaden gebeurt door daartoe opgeleide medewerkers en vrijwilligers, de zogeheten zaadgaarders, volgens zorgvuldig uitgewerkte protocol-

len. Ook aan het terugbrengen van zaden in de natuur zijn stringente voorwaarden verbonden. Zo moet een soort op de beoogde plek in het verleden zijn voorgekomen, moet de standplaats ter plekke (weer) op orde zijn, en kan de soort er uit eigen beweging niet of nauwelijks komen.

De noodzaak om in actie te komen is echter groot: van de ongeveer 1500 soorten die onze flora telt, wordt meer dan een derde in hun voortbestaan bedreigd en voor zo’n zeventig soorten geldt dat ze ieder moment letterlijk uit ons land kunnen verdwijnen. Voor priemkruid, bokjessteenbreek, blauwgras, wildemanskruid en paardenhoefklaver, om maar een enkeling te noemen, zijn we te laat, maar voor thans bedreigde soorten hoeft dat niet te gelden.

En soms hebben we geluk: zo bleek iemand nog zaden in bezit te hebben van de laatste groeiplaats van de brede raai (Galeopsis ladanum) in ons land, een akker op de Veluwe (afbeelding 2). Dankzij een uitgekiend kweekprogramma is het gelukt de soort op de desbetreffende plek opnieuw in te voeren en inmiddels floreert hij daar ieder jaar weer met duizenden planten.

Botanische tuinen

Vanaf de oprichting van het Levend Archief spelen de botanische tuinen in ons land een voorname rol. Zij zijn de plek waar het verhaal aan een breed publiek – als

nergens anders – verteld kan worden door het tonen van de bedreigde soorten, al dan niet in daartoe aangelegde biotopen zoals in de Hortus botanicus Leiden (afbeelding 3). Én de tuinen kunnen een vooraanstaande rol spelen bij het opzetten van kweekprogramma’s voor bedreigde populaties in hun kassen en op kweekbedden, gebruikmakend van de enorme expertise die aanwezig is bij de tuinlieden. In Leiden zijn hiertoe al de nodige gesprekken gevoerd. De rol die onze dierentuinen vervullen bij het behoud van bedreigde diersoorten kan op gelijksoortige wijze worden opgepakt door de botanische tuinen voor het behoud van wilde planten.

hetlevendarchief.nl

Afbeelding 3 Hortus botanicus Leiden met bloeiende betonie ( Betonica officinalis), één van de bedreigde soorten in ons land
Afbeelding 2 Brede raai ( Galeopsis ladanum)

Met Onszaden de wijde plantenwereld in

Een onderneming runnen en tegelijkertijd idealisme in praktijk brengen: het kan! Onszaden is een Wagenings bedrijf dat bijzondere zaden van over de hele wereld verkoopt. Oprichter Sander Onsman vertelt hoe hij en zijn medewerkers daar dagelijks mee bezig zijn. Zijn enthousiasme voor planten spat ervan af. Met zijn bedrijf wil Sander niet alleen zijn brood verdienen: hij en zijn collega’s zetten zich ook in voor het behoud van biodiversiteit en voor het verbeteren van de leefomstandigheden van hun lokale medewerkers, zoals met hun betrokkenheid bij het Zazamalala-project.

Tekst Mia Hopperus Buma en Adri Mulder Fotografie Adri Mulder, Onszaden, Stichting Zazamalala

Bijzondere zaden

Al op de middelbare school was Sander bezig met het opkweken van zaden. Tijdens zijn studie biologie in Wageningen richtte hij Onszaden op om mensen te interesseren in planten door ze die zelf te laten zaaien. Hij behaalde ook zijn bevoegdheid als docent biologie en gaf met plezier les. Maar zijn bedrijf vond hij het leukst en hij breidde dat uit. Nu bedient hij vanuit het fraaie ‘Schip van Blaauw’ het voormalig laboratorium voor Plantenfysiologie, klanten over de hele wereld die geïnteresseerd zijn in de bijzondere zaden die Onszaden aanbiedt. Want bijzonder zijn ze zeker. Veel zaden komen uit de tropen, gebieden met een enorme biodiversiteit.

Dat het slecht gaat met tropische regenwouden is geen nieuws. Door lokale contacten zaden te laten verzamelen, worden deze mensen zich bewust van de waarde van het regenwoud. Niet alleen in ecologische, maar ook in economische zin. Ze beseffen dat er wereldwijd belangstelling is voor hun bijzondere planten, en dat

die interesse op duurzame wijze inkomen kan opleveren. In Kameroen bijvoorbeeld hebben verzamelaars ervaren dat dit meer oplevert dan het kappen van bos om plantages aan te leggen. Het verzamelen en verkopen van gekweekte

Amorphophallus -zaden helpt bovendien om het stelen van knollen uit het regenwoud tegen te gaan. Zo helpt Onszaden om biopiraterij te ontmoedigen.

Behoud van soorten

De Indonesische provincie Papua, op het eiland Nieuw-Guinea, is onherbergzaam. Er komen daar veel planten voor die nog nooit zijn beschreven. Tegelijkertijd dreigt er grootschalige boskap door investeringsmaatschappijen. Een van Sanders lokale contacten heeft veel zeldzaam plantmateriaal verzameld. Dat wordt ook gedeeld met botanische tuinen, die een belangrijke functie vervullen in het behoud van soorten die in de natuur dreigen uit te sterven.

Transport

De zaden uit de tropen zijn meestal recalcitrant, dat wil zeggen dat ze geen zaadwand hebben om ze te beschermen

tegen uitdroging. In het vochtige regenwoud is dat niet nodig. Daardoor moeten ze onder vochtige, niet te koude omstandigheden worden vervoerd en zijn ze slechts kort houdbaar. Deze zaden moeten snel worden getransporteerd en kort na aankomst worden gezaaid. Voordat ze kunnen worden ingevoerd, hebben de zaden een fytosanitair certificaat nodig. Dit om te voorkomen dat er ziekten of plaaginsecten meekomen.

Inspiratie

Als kind werd Sander geïnspireerd door de natuurfilms van David Attenborough. Door nu zaden te verkopen wil hij anderen enthousiasmeren voor planten en daarmee een positieve bijdrage leveren aan planten in de natuur. Zaaiers gaan anders om met planten dan wanneer die in het tuincentrum zijn gekocht. Zelf zaaien draagt bij aan het voorkomen van plantblindheid. Sander staat jaarlijks op de plantenmarkt in de Hortus botanicus Leiden. Hij is er trots op dat Onszaden zo succesvol is.

Herkomst van het complete assortiment van Onszaden
< S ander Onsman Fotografie Adri Mulder

Stichting Zazamalala op Madagaskar Madagaskar is een eiland met een unieke biodiversiteit. Maar de meeste inwoners zijn er zo arm dat je het ze niet kwalijk kunt nemen dat ze genoodzaakt zijn natuurgebied in beslag te nemen voor landbouw. De Stichting Zazamalala zet zich in om een stuk zogenaamd droog bos, waar bijvoorbeeld de reuzenbaobab groeit, te beschermen met hulp van de lokale bevolking. Onszaden draagt via de opbrengst van zaden bij aan deze stichting, zodat het huidige bos behouden en uitgebreid kan worden. Inmiddels is het beschermde gebied enkele hectaren groot en groeiende.

Javaanse komkommer (Alsomitra macrocarpa)

De Javaanse komkommer is een liaan uit de komkommerfamilie die voorkomt in de tropische regenwouden in Indonesië. De vrucht groeit hoog in de boomlaag. Het zaad heeft twee enorme schutbladen, het grootste gevleugelde zaad in het plantenrijk. Daarmee kan het grote afstanden afleggen als het naar beneden valt. De hoek waaronder de schutbladen staan is optimaal voor het zweven. Vliegtuigbouwer Boeing heeft van deze kennis uit de natuur gebruik gemaakt in zijn ontwerpen: een mooi voorbeeld van biomimicry.

Zaailingen water geven Fotografie Stichting Zazamalala
Zaden van de Javaanse komkommer
Fotografie Adri Mulder
Hortus botanicus Leiden

Rubroshorea leprosula

Ook Rubroshorea leprosula komt voor in Zuidoost-Azië. Het rode hardhout van deze meranti-soort is zeer gewild en daardoor zijn de bomen bedreigd. Het zaad is groot en voorzien van vleugels die het doen ronddraaien als een helikopter. Via de zaden van Onszaden kunnen planten worden opgekweekt om de soort te behouden.

Rode jadebloem

Een van de kroonjuwelen in de Hortus is de jadebloem ( Strongylodon macrobotrys). Onszaden heeft deze soort, maar ook de minstens zo spectaculaire rode jadebloem (Mucuna novoguineensis) in het assortiment. De zaden moeten onder warme, vochtige omstandigheden worden vervoerd. Tijdens het transport beginnen ze soms al te ontspruiten.

Zaad van de Rubroshorea leprosula Fotografie Adri Mulder
Zaden van de rode jadebloem Fotografie Adri Mulder

Nederland, tulpenland – maar is dat wel echt zo?

De tulp is misschien wel hét symbool van Nederland. Toch komt de bloem die onze bollenvelden zo beroemd maakt, helemaal niet uit ons land. Waar komt ze dan wel vandaan?

Tekst Mathilde Simons en Amke van der Hoeven, met dank aan Arie Dwarswaard, Carla Teune en Maarten Christenhusz Fotografie Mathilde Simons, Pixabay, Wikimedia Commons
18 Hortus botanicus Leiden 2026

De eerste westerse kennismaking

De eerste schriftelijke kennismaking met de tulp in West-Europa vond plaats rond 1549, toen Johannes Kentmann Tulipa sylvestris (bostulp) beschreef en schilderde in de botanische tuin van Padua, Italië. Dit gele, geurende exemplaar kwam in Italië ook in het wild voor.

Oorsprong in Centraal-Azië

De werkelijke oorsprong van de tulp ligt echter veel verder naar het oosten: in de bergachtige steppes van Centraal-Azië, waar tulpen in het wild groeien. Eeuwenlang waren deze bloemen van grote culturele betekenis voor de nomadische Turkse volkeren die daar leefden. Deze volkeren vestigden zich uiteindelijk in een gebied dat wij nu kennen als Iran.

Perzische paradijstuinen

Deze streek kende in de eeuwen daarna verschillende overheersers, waaronder eerst Arabieren en later Perzen en Turken. Zij namen veel aspecten van de bestaande cultuur over, waaronder de verering van bloemen, iets wat je ook terugziet in oude architectuur en Perzische miniaturen. Waarschijnlijk stonden er tulpen in de beroemde Perzische paradijstuinen, eerst verzameld uit het wild. Hier kruisten deze soorten zich onderling, waardoor nieuwe, sterkere en sneller groeiende tulpen ontstonden. Deze kruisingen vertoonden ‘hybrid vigour’: ze maakten meer bollen en groeiden krachtiger dan hun beide ouders, waardoor ze geschikt waren voor verdere kweek.

Verspreiding via de zijderoute

Via de zijderoute verspreidden deze nieuwe soorten zich en kwamen ze uiteindelijk terecht in het Ottomaanse rijk. Hier ontstond in de 16e eeuw de eerste tulpengekte, zelfs vóór de beruchte Nederlandse tulpenmanie. De bloemen waren razend populair, vooral dankzij sultan Süleyman de Prachtlievende, in wiens tuinen honderden variëteiten bloeiden met lange, sierlijke bloemblaadjes. De tulp werd verbonden met adel en goddelijkheid en verscheen op tapijten en keramiek. De Osmanen kweekten tegen het einde van de middeleeuwen al vele variëteiten, vaak door lokale wilde soorten te kruisen met tuintulpen. Dit gebeurde met grote precisie door een kleine groep kwekers uit Antiochië (het huidige Istanbul). Begin 19e eeuw stopten deze kwekers, waardoor de specifieke ‘Turkse’ tulp met zijn smalle, langwerpige bloem verdween.

De weg naar Nederland

Hoe de bloem in de Nederlanden belandde, is niet geheel duidelijk. Waarschijnlijk reisde ze via Venetië – de enige havenstad die destijds nog handel dreef met het Ottomaanse Rijk – met schepen naar Antwerpen en zo naar de tuinen van rijke verzamelaars. Een andere route liep via de diplomatie: het Ottomaanse Rijk was één van de eerste landen die de Nederlandse Republiek erkenden. Tulpenvariëteiten kwamen zo terecht in Duitsland, Oostenrijk en uiteindelijk Nederland. Ook Frankrijk kende al een tulpengekte voordat de problemen in Nederland begonnen.

Carolus Clusius en de tulpenmanie

Vanaf de jaren 1560 dook de tulp steeds vaker op in botanische werken. In 1594 plantte Carolus Clusius, een van de grondleggers van de Europese plantkunde en eerste prefect van de Hortus, de eerste tulpencollectie in Leiden. Dit legde de basis voor de Nederlandse tulpencultuur. Tussen 1630 en 1637 sloeg de gekte toe. De vraag naar zeldzame ‘gebroken’ tulpen, met gestreepte bloemblaadjes als gevolg van een virus, steeg tot absurde hoogten. Voor de prijs van één bol kon je een Amsterdams grachtenpand kopen. In februari 1637 stortte de markt in, maar de tulp bleef geliefd.

Fascinatie onveranderd

De tulp blijft zich ontwikkelen. Nieuwe kruisingen vergen jaren aan zorg en toewijding. Een tulp die nu wordt gekweekt, zal pas over decennia bloeien. Toch is de fascinatie onveranderd: elk voorjaar reizen miljoenen mensen naar Nederland om de bloeiende velden te zien. Zoals ooit de Osmanen en Perzen, blijven ook wij de tulp bewonderen: een bloem die niet van hier is, maar ons land wel kleur en identiteit geeft.

Bostulp (Tulipa sylvestris) Fotografie Mathilde Simons
Sultan Süleyman de Prachtlievende Wikimedia Commons

De botanische tekening tijdcapsuleals

Een botanische tekening kan de schoonheid van het voorjaar in de winter laten zien, of de pracht van de tropen daarbuiten. Beschrijvingen bij de tekeningen geven soms interessante informatie over de vindplaats en het vroegere gebruik van de plant. De afdeling Speciale Collecties van de bibliotheek van Wageningen University & Research bezit een minder bekende, maar prachtige verzameling botanische boeken en tekeningen. Conservator Speciale Collecties, erfgoed en kunst Anneke Groen vertelt er enthousiast over.

Tekst Annemarie Broersma, Fotografie Adri Mulder, Afbeeldingen Special Collections, Wageningen University & Research – Library
20 Hortus botanicus Leiden 2026

Speciale Collecties weerspiegelt diversiteit aan onderzoek

Speciale Collecties omvat 45.000 boeken, manuscripten en journalen over land- en tuinbouw, sierplanten, botanie en tuin- en landschapsontwerp, die bijzondere zorg behoeven. Tot de waardevolste items behoren kruidboeken, zoals het uit 1543 daterende Kräuterbuch van Leonhart Fuchs en tuinbouwboeken uit de 17e, 18e en 19e eeuw.

De collectie is ontstaan uit het samenvoegen van faculteitsbibliotheken, schenkingen en nalatenschappen. Veel botanische tekeningen zijn in 2013 verhuisd naar Naturalis. Maar het academisch erfgoed, tekeningen gemaakt in de drie Wageningse botanische tuinen ten behoeve van onderzoek en publicaties van de WUR, zijn in de Speciale Collecties achtergebleven.

Fleurs, fruits et feuillages choisis de l’île de Java door Berthe Hoola van Nooten (1863)

Aanleiding om naar Wageningen te gaan is het verschijnen van de biografie over Berthe Hoola van Nooten (Berthe Hoola van Nooten, Leven en werk van een ongekende bloementekenares door David Coppoolse en Marcel van Drost). Speciale Collecties bezit verscheidene edities van haar in 1863 gepubliceerde, bijzonder fraaie werk ‘Fleurs, fruits et feuillages choisis de l’île de Java’ en wijdde daarom in 2025 een tentoonstelling aan haar werk.

Berthe leefde in de buurt van de botanische tuin van Buitenzorg (Bogor). Voordat ze in Oost-Indië terechtkwam woonde ze in Suriname, Louisiana, Texas en New York. De biografie behandelt haar avontuurlijke leven en werk, en hoe het haar lukte om in een door mannen gedomineerde wereld dit prachtige boek te maken. Het boek bevat veertig tekeningen van door haarzelf gekozen opvallende planten, allemaal schitterend gedetailleerd en kleurrijk. Zo ook de Citrus sarcodactylis, die zij als eerste naar het leven heeft beschreven. De plant met de bijzondere vrucht, ook wel ‘hand van Boeddha’ genoemd, is te zien in de Leidse Hortus. De huidige naam is Citrus medica var. digitata. De platen zijn via steendruk direct in kleur afgebeeld, destijds een vrij nieuw en kostbaar procedé.

Een bijzondere schenking is een groot deel van de bibliotheek van het tulpenkwekersgeslacht Krelage, dat 1100 boeken en journalen over tuinbouw omvat uit de periode 1650-1900. Het Springerarchief van landschapsarchitect Leonard A. Springer telt meer dan 700 boeken over landschapsarchitectuur en tuinhistorie. Daarnaast is de bibliotheek in het bezit van een deel van de boekencollectie van Winand Staring, geoloog, landbouwkundige en grondlegger van de Wageningen Universiteit.

De collectie bevat ook 90.000 luchtfoto’s van Nederland, aan het einde van de Tweede Wereldoorlog genomen door de RAF, en een groot aantal oude landkaarten. In de kaders wordt een inkijkje gegeven in enkele bijzondere botanische boeken.

Berthe Hoola van Nooten: Hand van Boeddha
Anneke Groen toont het boek van Berthe Hoola van Nooten

Flora Batava (1800 – 1934)

De collectie omvat tevens het grootste deel van de originele tekeningen van de eerste dertien delen van de Flora Batava, gepubliceerd door drukkerij Sepp in Amsterdam. Het doel van deze uitgave was om alle wilde planten van Nederland in kaart te brengen. De variëteit bleek veel groter dan gedacht: uiteindelijk verscheen in 1934 het achtentwintigste en laatste deel.

Het is een uitgebreid, geïllustreerd werk waarin ruim 2630 soorten wilde planten, paddenstoelen, mossen en wieren in Nederland zijn afgebeeld. Door de grote tijdsspanne waarin het verschenen is, bevatten de beschrijvingen soms al lang vergeten kennis over het gebruik van een plant. Ook staat nauwkeurig aangegeven waar en wanneer de plant is waargenomen: nu nog interessant voor hedendaags biodiversiteitsonderzoek.

Anneke liet ons de eerste uitgave zien, met onder andere de originele botanische tekeningen van de Zwarte els (Alnus glutinosa) naast de gravure waarin de deeltekeningen zijn samengebracht.

Recueil de plantes des Indes ecueil door Maria

Sibylla Merian

Merian reisde in 1699 naar Suriname om insecten te bestuderen. Het exemplaar in de Wageningse bibliotheek is een pirateneditie (een ongeautoriseerde kopie) en daardoor een zeldzaam stuk. De versie bevat alleen platen, handgekleurd, met daarop potlood- en penannotaties. Zie de beide afbeeldingen van de cassave.

Zwarte els gravure

Zwarte els tekening

Tulpenboek van P. Cos

Bijzonder is ook het Tulpenboek van P. Cos. Het is een veilingcatalogus uit 1637 van tulpenbollen en enkele andere planten. Op iedere bladzijde staat een afbeelding in kleur van een gekweekte tulp die als losse bol werd verkocht. Achteraf is bij elke tulp vermeld wat het gewicht van de bol was en wat ervoor is betaald. Het boek werd uitgegeven op het hoogtepunt van de tulpenmanie, en vermeldt prijzen van duizenden guldens per bol! Het Tulpenboek is onderdeel van de collectie Krelage.

Kostbare tulp
Bovenkant cassave
Onderkant cassave

Vieren & vergaderen in het groen

Omgeven door weelderige bloemen, eeuwenoude bomen, tropische kassen en water is de Hortus een prachtige plek voor alle soorten evenementen. Of het nu gaat om een feest zoals een bruiloft, jubileum of borrel, of een zakelijke bijeenkomst zoals een vergadering, lezing, congres of diner: de Hortus biedt alle mogelijkheden in een paradijselijke omgeving.

Boek nu! hortusleiden.nl/zaalverhuur

hortus Kids

Clusius en zijn bijzondere verzameling

Dit jaar zetten we Carolus Clusius extra in het zonnetje, omdat hij precies 500 jaar geleden werd geboren. Clusius was een echte plantenontdekkingsreiziger en oprichter van de Leidse Hortus botanicus. Overal waar hij kwam, zocht hij naar bijzondere planten, bollen en zaden. In de Hortus botanicus Leiden bestudeerde hij zijn vondsten.

Clusius was de eerste die de tulp succesvol wist te kweken in Nederland. Iedereen vond het prachtig, die mooie bloemen met felle kleuren. Clusius moest zijn tulpen soms beschermen tegen mensen die ze ’s nachts uit de Hortus wilden stelen…!

Leestip: ‘De schoolpleindetectives en de sleutel van niets’

Op school is de oude sleutel van Clusius spoorloos verdwenen. Normaal hangt die altijd in de kamer van de conciërge. Niemand weet waarvoor die sleutel is, of wie hem heeft meegenomen. En waarom?! Lisa, Mats en Ibi ruiken een mysterie. Kunnen de schoolpleindetectives het geheim van Clusius ontrafelen? Een spannend avontuur van Julie de Graaf, voor lezers vanaf 9 jaar.

Tekst Margot Lodewijk Fotografie Adri Mulder Illustraties Iris van den Akker
Clusius, jong en oud

Zaden

Zweven, wegspringen of vastpakken

Zaden kwamen niet alleen via Clusius in Nederland. Ze zijn prima in staat om zichzelf te verspreiden. Op welke manieren doen ze dat?

Sommige zaden hebben vleugeltjes of pluisjes, zodat de wind ze kan meenemen. Daarbij help je zelf ook als je tegen de pluizenbol van een paardenbloem blaast. De zaden zweven dan als parachuutjes weg door de lucht.

Andere planten groeien bij water en hebben drijvende zaden. Zo reizen ze naar een nieuwe plek. Een kokosnoot kan zelfs over zee drijven.

En er zijn planten die hun zaden wegschieten. Zo gaat het bijvoorbeeld met erwten: als de vrucht droog wordt, knapt ze open met een ‘plop!’ en dan schieten de zaadjes alle kanten op.

• Wij mensen helpen soms zelf mee zonder het te merken, doordat zaadjes aan schoenen of kleding hangen.

Zaden met haakjes <

Ontkrullende varens

Paardenbloem met pluisjes >

Dieren eten graag vruchten, zoals appels, bessen en druiven, maar de zaden van dit fruit verteren niet. Die komen er via de poep weer uit, klaar om op die nieuwe plek te groeien

Ook zijn er zaden met haakjes of stekeltjes, zodat ze blijven hangen aan de vacht van dieren (of aan je sok!). Denk aan kleefkruid.

Op reis met Bert Zaadjes Maak kennis met Bert Zaadjes, die samen met jou door de Hortus wandelt. Hij laat je zien hoe zaden groeien en zich verspreiden. Vraag bij de kassa naar het speciale speurboekje (april-oktober).

Op 22 en 29 juli en 19 augustus 2026 kun je meedoen aan de OnderZoek naar Zaden-workshops. Kom je ook? Reserveren kan via de website van de Hortus.

Illustratie, Lisa Maatjens

Kom kijken in de Varentuin

Neem een kijkje in de vernieuwde Varentuin van de Hortus. Loop niet te snel door, want er is veel te zien. In het voorjaar is het extra bijzonder: eerst zijn er volop bloeiende bollen en daarna honderden soorten ontkrullende varens… alsof ze wakker worden uit hun winterslaap. Ook in de herfst is de Varentuin de moeite waard, want dan groeien er allerlei paddenstoelen.

Varentuin

Welke plant past goed in de stad?

De gevolgen van klimaatverandering worden steeds merkbaarder, steden warmen snel op. Planten beperken hittestress en verbeteren het stadsklimaat, maar niet elke plant kan in de stad gedijen. Voor bomen wordt beoordeeld of ze veel onderhoud vergen, te groot worden of duur zijn in aanschaf. Bij de keuzes moet ook gekeken worden naar de omwonenden. Want pollen van allergene plantensoorten veroorzaken hooikoorts. Belangrijk voor mensen met allergieën, zo’n kwart van alle Nederlanders.

Tekst Jack Sluijs Fotografie Adri Mulder

Het is dus van belang bestuurders te adviseren. Onze wetenschappelijk directeur Barbara Gravendeel verkreeg bij de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk

Onderzoek (NWO) financiering voor onderzoek naar beplanting van openbare ruimte. Dit is het BENIGN project, met onder meer de Radboud Universiteit, diverse ziekenhuizen en onderzoeksinstituut

Deltares. Promovendus Nemi Dorst doet onderzoek binnen dit project. Hij is bioinformaticus en beschikt over de kennis om grote datasets te analyseren.

Nemi onderzoekt gezondheidseffecten door pollen in stedelijke lucht te analyseren. Met

zogeheten ‘pollensniffers’ vangt hij stuifmeel uit de lucht op. Er zijn al opmerkelijke gevolgtrekkingen. Zo blijkt de aanname dat het niet uitmaakt waar een boom staat, omdat stuifmeel sowieso overal in de lucht zit, onjuist. Nemi stelde vast dat pollen wel degelijk een lokaal effect hebben.

Samen met studenten wordt ook de nabloei van bomen onderzocht, soms tot ver in het najaar. Hittestress, droogtestress, lichtvervuiling en snoeien kunnen nabloei veroorzaken. Dat weegt ook mee bij de keuze voor beplanting.

Voor zijn onderzoek organiseert Nemi in de Hortus en de binnenstad wandelingen met hooikoortspatiënten en een gezonde controlegroep. Uitgeademde lucht van deelnemers wordt chemisch geanalyseerd,

een bloedproef is niet nodig. Voor graspollen blijkt die methode al te werken. Met het chemisch profiel van uitgeademde lucht konden hooikoortspatiënten onderscheiden worden van de controlegroep door stofjes die in verhoogde mate in hun adem aanwezig waren.

In 2026 wordt weer een wandeling gepland, tijdens de bloei van de berken eind maart of begin april. Hiervoor zoekt Nemi deelnemers, zowel mensen met hooikoortsklachten als mensen zonder.

Wil je een keer mee op een hooikoortswandeling? Meld je dan aan voor de Hortusnieuwsbrief via hortusleiden.nl/ nieuwsbrief. Daarin kondigen we de data en inschrijving aan.

Berkenkatjes <
Nemi Dorst met pollensniffer <

Tradities uit vervlogen tijden

Archeologe drs. Anja Fischer onderzoekt de menselijke geschiedenis door zaden, pollen en houtresten van lang geleden te analyseren. Zo ontstaat een beeld van de flora en fauna van eeuwen geleden en daarmee van de mensen die toen leefden. We zien welke plantaardige materialen werden gebruikt voor voeding, voor het maken van weefsels en als bouwmateriaal.

Tekst Jack Sluijs Fotografie Simone Both, Ranjith Jayasena, Melissa Oomen

Van de Nederlandse

Organisatie voor Wetenschappelijk

Onderzoek (NWO) ontving Anja financiering voor onderzoek naar het gebruik van medicinale planten in de 16e tot de 19e eeuw. Zulk onderzoek valt onder de archeobotanie, waarin meerdere wetenschappelijke disciplines samenkomen. Naast pollenanalyse en microscopisch onderzoek naar macrobotanische resten, zoals zaden, wordt ook gekeken naar historische bronnen, zoals receptenboeken.

Soms zijn resten tot poeder vermalen, terwijl sommige planten, zoals sla en ui, worden geoogst voordat zaadvorming heeft plaatsgevonden. Die verteren volledig. Tegenwoordig is er echter een

discipline die ook in zulke gevallen uitkomst biedt: sedimentair oud-DNA-onderzoek. Onder de juiste omstandigheden kan DNA duizenden jaren bewaard blijven en bruikbaar zijn voor onderzoek.

Kansrijke locaties voor opgravingen zijn te vinden op voormalige begraafplaatsen, bij gasthuizen en pesthuizen en in beerputten die, zeker in de 16e eeuw, zelfs binnen stadsmuren voorkwamen. Ook oude tuinlagen, zoals in voormalige kloostertuinen, bieden mogelijkheden. Die tuinen bevatten eeuwenoude resten, soms zelfs van exoten waarvan we niet wisten dat ze toen al bekend waren.

Daarnaast wordt gekeken naar oude teksten. Een intrigerend voorbeeld is het manuscript* van apothekersdochter Christina Poppinck, die in 1613 een boek met

recepten samenstelde dat ons nu een goed beeld geeft van de toenmalige kennis. Zulke receptenboeken werden alleen gebruikt door mensen uit de hogere klassen, die immers konden lezen en het konden betalen. Het is een waardevolle bron van informatie, juist in combinatie met archeobotanisch onderzoek.

Anja’s onderzoek biedt inzichten waarmee we de tradities en praktijk van genezen en geneesmiddelen in voorbije tijden beter kunnen begrijpen. Het is bovendien een schoolvoorbeeld van samenwerking tussen verschillende disciplines die elkaar aanvullen en versterken.

*Van mummiepoeder tot zilverschoon, De remediën van Christina Poppinck

(ISBN: 978-90-834821-2-5)

Anja Fischer Fotografie Simone Both <
Bezig op het lab Fotografie Melissa <
Veldwerk Fotografie Ranjith Jayasena <
Hortus botanicus Leiden

Crime Scene Investigation voor planten Metabarcoding

Dr. Ir. Lycka Kamoen studeerde in Leiden en Delft Life Science & Technology en promoveerde bij het Instituut voor Biologie Leiden (IBL) op onderzoek naar de genetica van de Arabidopsis thaliana, oftewel de zandraket, de eerste plant waarvan de volgorde van het hele DNA is bepaald. Zij onderzocht hoe deze plant beschadigd DNA zelf kan repareren en hoe we met die kennis bij gewassen DNA kunnen aanpassen, bijvoorbeeld om ze beter te laten adapteren aan het klimaat.

Tekst Lycka Kamoen en Jack Sluijs Fotografie Barbara Gravendeel, Lycka Kamoen, Wikimedia Commons
Veldwerk, Fotografie Barbara Gravendeel <
Hortus botanicus Leiden

cSI met metabarcoding

Onder supervisie van Hortus-directeur prof. Barbara Gravendeel en dr. Niels

Raes van Naturalis Biodiversity Center werkt Lycka inmiddels aan metabarcoding. Planten hebben, net als dieren, een unieke DNA-code die hun eigenschappen bepaalt. Die genetische code kunnen we gebruiken om plantensoorten te identificeren. Door een specifiek stukje DNA te selecteren dat bij vrijwel elke soort nét iets anders is, ontstaat een genetische ‘barcode’. Door die te analyseren weten we precies met welke soort we te maken hebben.

Iedereen kent wel politieseries zoals CSI (Crime Scene Investigation), waarin forensisch onderzoek naar DNA helpt misdrijven op te lossen, soms zelfs met planten-DNA. Bijvoorbeeld uit aarde onder de schoen van een verdachte, die vervolgens wordt vergeleken met DNA van planten op de plaats delict.

Het bijzondere aan metabarcoding voor planten is dat we daar niet eens een hele plant voor nodig hebben. Zelfs in een handje aarde, pollen in de lucht of in de uitwerpselen van dieren zit genoeg DNA om die barcodes te kunnen ‘scannen’. En dat levert niet alleen informatie op over één soort, maar over álle soorten die in zo’n monster aanwezig zijn.

Metabarcoding is daarmee een krachtig hulpmiddel om biodiversiteit te monitoren. Door regelmatig monsters te nemen op dezelfde locatie kunnen we veranderingen in de soortenrijkdom volgen. Lycka past deze methode zelf toe in het Natura 2000-gebied De Bruuk bij Nijmegen, waar zij elke twee maanden bodemmonsters verzamelt. In het lab isoleert zij het DNA en bepaalt zij de barcodes. Zo ontstaat een gedetailleerd beeld van de flora in dit gebied, zelfs van soorten die we met het blote oog niet zouden opmerken.

Europees partnerschap

Dit onderzoek wordt gefinancierd door het EU-Biodiversa+ project METAPLANTCODE in samenspraak met de Europese Commissie. Het maakt deel uit van Horizon Europe, een Europees subsidieprogramma voor onderzoek en innovatie in de periode 2021-2027. Het programma is ontwikkeld door onderzoeksfinanciers en beleidsorganisaties op het gebied van biodiversiteit. Biodiversa+ is erop gericht het verlies aan biodiversiteit in Europa vanaf 2030 om te buigen naar herstel.

Wanneer de DNA-sequenties of barcodes uit een monster zijn bepaald, worden deze met software gekoppeld aan plantensoorten.

Soms delen verschillende soorten echter dezelfde barcode. Als bijvoorbeeld één soort uitsluitend in Noorwegen voorkomt en een andere alleen in Frankrijk, kan met behulp van de soort- informatie per land worden achterhaald bij welke soort de barcode hoort. Daarvoor worden Europese flora’s, zoals de Heukels’ Flora van Nederland, met informatie over verspreidingsgebied toegankelijk gemaakt, zodat ze kunnen dienen als referentiekader voor DNA-metabarcodingonderzoek.

Er is veel te ontdekken

Metabarcoding levert zoveel informatie op dat voor de verwerking ervan complexe software nodig is. Wetenschappers beschikken over veel kennis, maar metabarcoding laat zien dat er nog steeds ontzettend veel te ontdekken valt. Spannende nieuwe kennis die ons verder kan helpen bij de zoektocht naar een goed begrip van onze wereld.

Zandraket Arabidopsis thaliana Fotografie Wikimedia Commons
Grondmonster, Fotografie Lycka Kamoen
Hortus botanicus Leiden

THUIS BIJ JAN STEEN

2 APRIL T/M 23 AUGUSTUS 2026

400 JAAR LEVEN IN DE BROUWERIJ

Steun de Hortus

Vriend worden?

Houd je van de natuur en draag je de Hortus een warm hart toe? Word dan Vriend van de Leidse Hortus . Als Vriend steun je de oudste botanische tuin van Nederland en kun je deze het hele jaar door zo vaak bezoeken als je wilt. Met jouw steun kunnen we projecten realiseren zoals renovatie van de tuin en kassen, publieksprogrammering en onderwijsprojecten.

Verschillende vriendschapsvormen

• Hortusvriend 1 persoon

Vrije toegang tot de Hortus en Vriendenevenementen voor 1 persoon €32,50 per jaar

• Hortusvriend 2 personen (met introducé of partner)

Vrije toegang tot de Hortus en Vriendenevenementen voor 2 personen €50,- per jaar

• Hortusjeugdvriend (t/m 16 jaar)

Vrije toegang tot de Hortus en Vriendenevenementen voor 1 persoon €15,- per jaar

• Clusiusvriend

Vrije toegang tot de Hortus en Vriendenevenementen voor 4 personen €120,- per jaar

Bij alle Vriendschapsvormen word je jaarlijks uitgenodigd voor de Winterlezing, de Vriendendag en drie Clusiuslezingen. Je ontvangt één keer per jaar het Vriendenmagazine.

Adopteer een boom of een bank

Je kunt de Hortus ook steunen door je favoriete plant, boom of bank te adopteren. Veel van de bomen en struiken in de Hortus zijn al eeuwenoud en hebben daarom speciale verzorging en aandacht nodig. De Hortus stelt je in de gelegenheid voor een bepaalde periode één of meerdere bomen of struiken te adopteren. Adopteren kan vanaf 250 euro per jaar.

Iemand een adoptie cadeau doen kan ook, een uniek en inspirerend geschenk voor een huwelijk, jubileum of ter nagedachtenis aan een dierbare. Je kun per jaar beslissen of je de adoptie van je boom of plant wilt voortzetten. Als adoptant heb je toegang tot de Hortus en Vriendenevenementen voor 4 personen. Een bank kun je een periode van tien jaar adopteren. De kosten daarvoor bedragen 5.000 euro. Deze schenking kun je in één keer, of in vijf periodieke schenkingen doen. Voor meer informatie over de te adopteren planten, bomen en banken kun je contact opnemen met 071 527 5144 of via hortusvrienden@hortus.leidenuniv.nl.

Schenken en nalaten

De Leidse Hortus is meer dan een groene oase in de stad. De bijzondere plantencollectie, het onderzoek dat eraan gedaan wordt,

het waarborgen van biodiversiteit, de schoonheid ervan, dit alles moet gekoesterd worden. Het spreekt vanzelf dat de eeuwenoude botanische tuin midden in de historische binnenstad van Leiden ook in de toekomst behouden moet blijven. Door te schenken of de Hortus in je testament op te nemen, draag je bij aan deze toekomst en blijf je voortleven in de Hortus.

De Stichting Vrienden van de Leidse Hortus heeft een culturele ANBI-status. Dit betekent dat er belastingvoordeel kan zijn in het geval dat je een schenking doet aan de stichting. De belastingdienst maakt een onderscheid tussen particuliere giften en giften door bedrijven.

Voor meer informatie of een persoonlijk gesprek kun je vrijblijvend contact opnemen met Patricia Vandecasteele, Hoofd Publieks- zaken en fondsenwerving, via 071 – 527 5144 of p.g.m.vandecasteele@hortus.leidenuniv.nl.

Kijk voor meer informatie op: www.hortusleiden.nl/steun-ons

Fotografie Simone Both

De Hortus in alle seizoenen

Kijk voor het volledige programma en tickets op www.hortusleiden.nl

Winter

Speur naar de vroegste bloeiers, bekijk de vogels in hun winterkleed, wandel rond in de Oude Sterrewacht en warm op in de Tropische

Kassen of in het Hortus Grand Café. De Hortus is elke dag open van 10.00-17.00 uur.

Exposities

Fotopresentatie Rob Overmeer, Bolbloeiers in de Hortus

Fotopresentatie Historische glasnegatieven

Planten & Planeten, doorlopend woensdag t/m zondag in de Oude Sterrewacht

Instapexcursie winter Elke zaterdag

Winterlezing Vrienden 22 januari

Wetenschappelijk tekenen 4 februari, 4 maart

Winterfeest 500 jaar Clusius 19 februari

Start HOVO-serie Tijdreizen met Clusius 6 maart

Elk kwartaal is er een nieuwe themaplattegrond gratis mee te nemen bij de kassa.

Plantenmarkt Museumkaart vrijentree

zaterdag 9 mei 2026 10 - 17 uur

Lente

In het voorjaar barst de Hortus van het leven. Geniet van de bloeiende bolgewassen in de tuin, ga op kamerplantensafari in de Tropische Kassen en breid je plantencollectie uit op de Plantenmarkt. De Hortus is elke dag open van 9.00-18.00 uur.

Exposities

Fotopresentatie Rob Overmeer, Bolbloeiers in de Hortus

Fotopresentatie 100 jaar Schooltuinen

Planten & Planeten, doorlopend woensdag t/m zondag in de Oude Sterrewacht

Instapexcursie Lente Elke zaterdag

Zondagwandelingen 12 april, 10 mei, 14 juni

Kokedama workshop (Engelstalig) 21 maart, 2 mei, 13 juni

Kamerplantensafari (Engelstalig) 21 maart, 2 mei

Microscopieworkshop 21 maart, 4 april, 18 april, 2 mei

De Hortusimker vertelt 5 april, 7 juni

Stadsnatuur in de Lente 12 april

Vriendendag 18 april

Clusiuslezing 21 april

Plantenmarkt 9 mei

Fotografie Mathilde Simons
32 Hortus botanicus Leiden 2026

Zomer

Vind verkoeling onder onze monumentale bomen, beleef de langste dag van het jaar tijdens

Midzomer en kijk je ogen uit tijdens de Vleesetende plantententoonstelling.

Mid zomer

zondag 21 juni 2026

tickets via hortusleiden.nl

Exposities

Fotopresentatie Rob Overmeer, Bolbloeiers in de Hortus

Fotopresentatie 100 jaar Schooltuinen

Planten & Planeten, doorlopend woensdag t/m zondag in de Oude Sterrewacht

Instapexcursie Zomer Elke zaterdag; in juli en augustus ook op donderdag

Zondagwandelingen 12 juli, 9 augustus

Midzomernacht 21 juni

Clusiuslezing 23 juni

Bomen schetsen met Lisanne Wepler 3 juli, 7 augustus

De Hortusimker vertelt 2 augustus

Vleesetende planten tentoonstelling 21 t/m 30 augustus

Sjabloondrukken met Rob van Es 5, 19 september

Nacht van ontdekkingen 19 september

Overal rijpen vruchten en zaden, de bladeren verkleuren, paddenstoelen schieten uit de grond. Laat je inspireren tijdens een rondleiding door de tuin, ontdek de stadsnatuur in de herfst of kom meer te weten over het universum en het leven op aarde in de tentoonstelling Planten & Planeten. De Hortus is elke dag open van 10.0017.00 uur, met uitzondering van 3 oktober.

Exposities

Fotopresentatie Rob Overmeer, Bolbloeiers in de Hortus

Planten & Planeten, doorlopend woensdag t/m zondag in de Oude Sterrewacht

Instapexcursie Herfst Elke zaterdag

Zondagwandelingen 11 oktober, 8 november, 13 december

Clusiuslezing 22 september

Kleuterdans 7 oktober

Kamerplantensafari (Engelstalig) 10 oktober

Sjabloondrukken met Rob van Es 10, 24 oktober

Groene kinderboekendag 10 oktober

Stadsnatuur safari voor kids woensdag 21 oktober

Start Hovo serie Biomimicry 6 november

Stadsnatuur in de herfst 8 november

Wintersluiting 25 december 2026 t/m 1 januari 2027

Data onder voorhoud van wijzigingen.

Instapexcursie Fotografie Simone Both

Bijenorchis

Tweeduizend eenentwintig zaden van hoop en één zaailing

M

omenten van schoonheid en hoop zijn nog meer dan ooit essentieel voor ons welzijn. Het is in de wonderschone wereld der planten dat Esmée Winkel deze momentenzelf ervaart. Daarom dragen haar schilderijen geïnspireerd door planten een boodschapvan hoop en veerkracht uit. Heeft u interesse om op de hoogte te blijven van aankomende tentoonstellingen, lezingen die zij verzorgt of schilderijen waar ze op dit moment aan werkt? Schrijft u zich dan in voor haar nieuwsbrief op haar website of door de QR code te scannen.

Internationaal bekroond botanisch kunstenaar met aquarellen in museale en privé collecties wereldwijd www.esmeewinkel.nl

JAARTHEMA

‘Momenten van schoonheid en hoop kun je ervaren in de wonderschone wereld der planten’

Leidse zaden van hoop

Wanneer ik de Hortus inloop, verwelkomt de tulpenboom me altijd als eerste. Wat een bijzondere boom is het toch, met zijn majestueuze stam, kronkelende takken en karakteristieke bladeren. Aankomende herfst is het precies 310 jaar geleden dat prof. Boerhaave het zaadje zou hebben geplant.

tekst en afbeelding Esmée Winkel

AAls een van de oudste bomen van Nederland staat de tulpenboom al sinds 1716 in de voortuin van de Hortus. Het zou daarmee het oudste Liriodendron tulipiferaexemplaar op het Europese continent zijn. De toenmalige hortusprefect, prof. Herman Boerhaave, ontving het zaad uit Virginia van de Londense apotheker en botanicus Isaac Rand. Hij heeft het dezelfde maand nog uitgezaaid. Vele mensengeneraties later toont de tulpenboom in de herfst niet alleen zijn prachtige gouden herfstkleed, maar ook zijn veerkracht om de veranderingen die de eeuwen brachten te doorstaan.

Het zijn die oudere bomen die ons hoop bieden in een wereld waar de uitstoot van broeikasgassen zoals koolstofdioxide (CO2) blijft toenemen en zo de opwarming van de aarde veroorzaken. Bomen worden al lang gezien als belangrijk in de strijd tegen

klimaatverandering, omdat zij CO2 uit de atmosfeer kunnen absorberen en opslaan. Hoewel een jonge boom sneller lijkt te groeien en daardoor sneller CO2 zou kunnen opnemen, blijkt uit onderzoek dat oudere bomen door hun grotere dichtheid juist meer CO2 kunnen opnemen. Bovendien lijken volwassen bomen als reactie op de verhoging van CO2 in de lucht hun houtproductie te verhogen, waardoor er meer broeikasgas wordt opgeslagen.

Als ik de Hortus binnenloop, kijk ik daarom met nog meer bewondering naar de tulpenboom. Wat het zaaien van maar één zaadje niet allemaal kan bewerkstelligen. Zaden zijn in feite kleine pakketjes leven die klaarstaan om te ontspruiten en uit te groeien: van eenjarige kruiden tot gigantische bomen die vele eeuwen oud kunnen worden. De natuur is bijzonder veerkrachtig, als we haar de kans geven. En we

weten inmiddels dat zelfs bomen die getroffen zijn door de ontploffing van een atoombom uiteindelijk weer tot bloei kunnen komen, vruchten kunnen aanmaken en zaden kunnen produceren die op hun beurt weer tot volwassen bomen kunnen opgroeien.

Het is in de wonderschone wereld der planten en de bijzondere verhalen van veerkracht dat ik momenten van schoonheid en hoop ervaar. Daarom heb ik besloten, geïnspireerd door planten, deze boodschap van hoop en veerkracht te verwerken in mijn schilderijen. Van aquarellen van 2021 handgeschilderde bijenorchiszaden en een zaailing, tot die van dat ene paardenbloemenzaadje dat, vol hoop, op het punt staat een grote reis maken.

Lees meer over de kunstwerken van Esmée Winkel op esmeewinkel.nl

Tulpenboom, Liriodendron tulipifera , aquarel op papier

Een eeuw Vereniging Leidse Schooltuinen

Daar komen kinderen samen met de natuur tot bloei!

De Vereniging Leidse Schooltuinen (VLS) kijkt dankbaar terug op haar eerste eeuw, maar werkt tegelijkertijd hard om toekomstbestendig te blijven. Met de slogan van de Nederlandse Alliantie Schooltuinen, ‘Elk kind in de basisschooltijd toegang tot én les in een schooltuin’, zet de vereniging zich in voor het zelf zaaien, verzorgen en oogsten van groente, kruiden en bloemen door kinderen. Schooltuinieren legt bij hen de basis voor een gezonde smaak, een duurzame toekomst en helpt hun natuurtalent ontwikkelen. Het geeft kinderen een ervaring die een leven lang meegaat.

Tekst Mia Buma Fotografie Adri Mulder, VLS

JAARTHEMA

100 jaar

Op een zonnige septemberdag ben ik te gast bij de VLS op ‘De Distelvlinder’, het schooltuincomplex in Leiden-Noord. Dit jaar bestaat de vereniging 100 jaar, een bijzonder lustrum. Marian Kathmann, centrale coördinator van VLS, en haar collegavrijwilligers Leonie Gach en Fred van Noord heten mij welkom. Marian kent de vereniging van binnen en buiten. Leonie en Fred zijn sinds een jaar vrijwilligers.

Banden met de Leidse Hortus

De toenmalige Leidse Vereniging voor School- en Werktuinen werd opgericht in 1926. In de grote steden was het telen van groente voor de eigen voedselvoorziening een belangrijke beweegreden om met tuinen te beginnen. De kinderen leerden voedsel te telen en later kwam daar natuureducatie bij. De Leidse schooltuin lag aan de Fruinlaan. Toen daar in 1937 het Stedelijk Gymnasium werd gebouwd, verhuisde de schooltuin naar Leiden-Noord.

De schooltuinen waren lange tijd direct verbonden met de Hortus, die botanische kennis en gereedschappen bijdroeg. De hortulanus fungeerde als voorzitter van de Schooltuinvereniging. Zo erfde Bavo Bruinsma als hortulanus in 1963 het voorzitterschap van de Leidse Schooltuinvereniging. Hij zette zich 35 jaar lang met succes in voor de schooltuinen. In de jaren tachtig van de vorige eeuw volgde de uitbreiding van het aantal complexen met de Stevenshof en Cronesteyn. Inmiddels zijn er vijf locaties verspreid over de stad.

Na de millenniumwisseling kwamen de schooltuinen in Nederland in zwaar weer. In Leiden demonstreerden de scholieren massaal op het Stadhuisplein: ‘De schooltuinen moeten blijven!’ klonk zo luid door in het stadhuis dat de wethouder naar buiten kwam, waarna de kinderen hem een voorbereid schooltuinlied toezongen.

Meer educatie

Het werk werd voor de VLS intensiever. Van 1993 tot 2005 was er een vaste tuincoördinator en -leider, aangesteld bij de gemeentelijke Natuur- en Milieueducatie (NME). Hij gaf de schooltuincomplexen een meer educatieve inrichting en opzet. Daar hoorden een beestjestuin, kruidentuin, graanakker en bijenstal bij. Met hulp van de vrijwilligers uit die tijd kwamen ook het Goudsbloemproject, de Soeples en de Bijenles tot stand, activiteiten die nog steeds bestaan.

Op naar de volgende 100 jaar

Marian richt zich nu vooral op de toekomst. Hoe passen we ons beleid voortdurend aan, zodat tuinieren kinderen blijft aanspreken? Hoe trekken we nieuwe en vooral jonge vrijwilligers aan? Hoe behouden we de contacten met de leerkrachten en de verbinding met het schoolprogramma? De VLS legt steeds meer nadruk op zorg voor de natuur, biodiversiteit en klimaatverandering. De zomer van 2025 kende een langdurige droogte, waardoor de kinderen minder konden oogsten. Dat vergrootte hun inzicht in ecologische systemen en het belang daarvan voor de biodiversiteit.

Vrijwilligers dragen nu een grote verantwoordelijkheid voor het reilen en zeilen op de verschillende complexen. Op locatie Stevenshof is het gelukt op de vrijdag een jonge vrijwilligersgroep samen te stellen. Vooral het een dag weg zijn van de laptop doet jongeren besluiten om vrijwilliger te worden. Ook het samen optrekken met kinderen uit groep 6 en 7 geeft hen veel plezier en voldoening. Zo is de VLS nog altijd springlevend en trots op wat er in Leiden allemaal gebeurt op de schooltuinen.

Wat willen de vrijwilligers meegeven aan de Vrienden van de Hortus?

Steun de VLS waar je kunt: door eens langs te komen (als je in de wijk woont mag je in de zomer oogst meenemen als er overschot is), door zelf vrijwilliger te worden of mensen in je omgeving daartoe aan te sporen. Of door simpelweg te doneren aan de vereniging. Marian voegt toe dat de VLS blij is met de goede band met de Hortus, met name de bijdrage aan educatie van de vrijwilligers.

Na een inspirerende middag vertrek ik op de fiets, maar Marian komt mij nog achterna en geeft me een potje goudsbloemzalf cadeau van VLS’ eigen productie. Goed voor allerlei huidkwaaltjes. Verguld keer ik huiswaarts.

Het jubileumboek over 100 jaar schooltuinen is vanaf juni verkrijgbaar in de Hortuswinkel met een met een korting van 5 euro voor Hortusvrienden. De normale prijs is 20 euro.

Actie stadhuisplein, Fotografie VLS
Marian Kathmann, Fotografie Adri Mulder

Leonie Gach, jonge vrijwilligster

Door een vriendin raakte Leonie enthousiast. In het voorjaar van 2025 startte ze en die zomer gaf ze al les aan de kinderen. Aan het begin van de les laat ze in de voorbeeldtuin zien wat er gedaan moet worden. Dankzij een introductiecursus en het inwerken op de tuin pakte ze de kennis gauw op. Leonie werkt op het LUMC, maar geniet als vrijwilligster van de verwondering van de kinderen en van een heerlijke, gezellige dag buiten.

Fred van Noord, vrijwilliger (gepensioneerd)

Een oproep op Nextdoor bracht Fred bij VLS. Hij vindt tuinieren erg leuk, maar werd in de zomer van 2025 direct op zijn eerste dag met lesgeven aan de kinderen opgezadeld. Dat voelde wel even als voor de leeuwen, maar juist dankzij de kinderen werd het een fantastische middag. Zaaien, verzorgen en oogsten maakt veel positiefs bij hen los. Fred geniet ook als de kinderen vol trots hun tuin laten zien aan hun ouders of grootouders.

Leonie Gach, Fotografie Adri Mulder
Fred van Noord, Fotografie Adri Mulder
Lekker bezig, Fotografie VLS
Kasje in de schooltuin Fotografie VLS
Regenwormpje Fotografie VLS
Kruiwagens op een rij Fotografie VLS
Hortus botanicus Leiden

Het verleden zichtbaar maken

130 jaar oude foto’s laten zien hoeveel, en tegelijkertijd hoe weinig, de plekken, planten en mensen van de Hortus in de loop der generaties zijn veranderd.

Tekst Roderick Bouman en Christina La Fleur Fotografie Glasnegatieven uit de Hortus
J. Jong bij de Agave americana >
Familie Witte
Hortus botanicus Leiden

Digitalisering van schatten

Het archief van de Hortus herbergt vele schatten. De afgelopen tijd is er hard gewerkt aan het ontsluiten van ons beeldmateriaal. In het najaar van 2024 heeft een team van medewerkers en vrijwilligers 818 glasnegatieven uit de 19e en 20e eeuw zorgvuldig verpakt voor digitalisering. Deze foto’s tonen niet alleen de wisseling van de seizoenen, maar ook de veranderingen in de tuin door de jaren heen.

Naast bekende plekken in de tuin geven de glasnegatieven ook een inkijkje in het dagelijks werk van de Hortusmedewerkers: snoeien, spitten, verpotten, en het jaarlijkse uitrijden van de kuipplanten komen voorbij. Deze planten in houten tonnen stonden in de winter in de Oranjerie, maar ook binnen verspreid over meerdere kassen. Tegenwoordig gebeurt het verplaatsen van de kuipen met een gemotoriseerde shovel, destijds gebruikte men een kar die de ‘Jumbo’ werd genoemd. Op één van de glasnegatieven is te zien hoe onder leiding van J. Jong een steeneik uit de Oranjerie wordt gereden. Tegenwoordig kan deze soort prima buiten staan.

Familie Witte

De heer Jong was meer dan veertig jaar in dienst bij de Hortus. Hij startte in 1879 als tuinknecht. Zijn markante bakkebaarden maken hem tot een herkenbaar gezicht op de oude beelden. Op meerdere foto’s bewondert hij een bloeiende Agave americana, kennelijk één van zijn favorieten. Jong woonde, net als veel medewerkers, in de buurt van de Hortus. Sommigen woonden zelfs op het terrein zelf, zoals de hortulanus en zijn familie. Zo komt niet alleen de bekende hortulanus Heinrich Witte veel voorbij in de beelden, maar ook zijn familie. De jongste zoon van Heinrich, Eduard Witte, volgde zijn vader op, en de afbeeldingen van zijn gezin laten het huiselijk leven in de Hortus zien.

Dak van de kas te laag

Een aantal beelden zoals van de oude Victoriakas was al digitaal beschikbaar, maar nu de rest van de glasnegatieven is gedigitaliseerd, krijgen we ook te zien hoe minder bekende oude kassen er van binnen uitzagen. De grote kas op het voorterrein van de Hortus bijvoorbeeld, die gewijd was aan palmen en andere grote planten. Net als nu werd de ruimte soms te klein voor de groeiende bomen. Zo toont één van de glasnegatieven een imposante Pritchardia pacifica, een waaierpalm uit Fiji. De plant stond in een kuip die in de grond moest worden verzonken. De palm werd uiteindelijk zo hoog dat de plant moest verhuizen en naar Frankrijk ging. Het dak van de oude palmenkas was al een keer verhoogd om de letterlijk groeiende collectie te huisvesten, maar soms paste het toch niet.

Beschikbaar voor onderzoek

De gedigitaliseerde glasnegatieven zullen de komende jaren de Hortus nog veel profijt en plezier brengen. Van sfeervolle tuinbeelden tot gedetailleerde plantopnamen: er valt nog zoveel te bewonderen. De collectie bevat bovendien ook beelden uit Italië en Indonesië. Door de digitalisering worden de foto’s niet alleen bewaard voor de toekomst, maar zijn ze ook beschikbaar voor onderzoek. De glasnegatieven worden voor iedereen beschikbaar gemaakt op de website van Erfgoed Leiden & Omstreken. Het digitaliseerwerk gaat verder, want de Hortus heeft nog meer beeldcollecties en een papieren archief dat nog moet worden ontsloten.

De ‘Jumbo’
< J. Jong bij de Agave americana’
<
Hortus botanicus

Zaad als tijdreiziger

Wie in de tentoonstelling Planten & Planeten de tafellades opentrekt, kan zomaar worden verrast door een verzameling van meer dan 110 verschillende zaden. Van hazelnoten tot kikkererwten en van tomatenzaadjes tot paternosterboontjes: een wereld van leven zit verborgen in deze enorme diversiteit.

Tekst Emma Knapper, met dank aan Rogier van Vugt Fotografie Mike Bink, Mathilde Simons Illustratie Iris van den Akker
42 Hortus botanicus Leiden 2026

Van gigantisch tot piepklein

Het eerste wat opvalt is dat elk zaad er anders uitziet. Groot en klein, glad en geribbeld, kleurrijk en effen. Het grootste zaad past niet eens in de lade: dat is de coco de mer (Lodoicea maldivica), ook wel schertsend ‘apenbillen’ genoemd. Het kleinste zaad ziet eruit als stof: zaadjes van Bulbophyllum -orchideeën, die niets meer zijn dan een embryo en een zaadhuidje.

Hoe groter het zaad, hoe meer energie erin zit. Zo’n orchidee verspreidt zich met de wind en moet op precies de juiste plek landen: op een stukje boombast met precies de juiste soort schimmel om een symbiose mee aan te gaan. Dáár haalt de orchidee dan energie en voedingsstoffen vandaan om uit te groeien tot een volwaardige plant. Dus reserves in het zaadje stoppen? Dat is helemaal niet nodig.

De coco de mer daarentegen moet jaren teren op de energie die zit opgeslagen in het reusachtige zaad. Zo kan de plant groot genoeg worden om zelfstandig zonlicht op te vangen in het bos van palmen.

Levenskracht

Sommige zaadjes moet je meteen planten. Koffiebonen en zaad van orchideeën verliezen bijvoorbeeld vrij snel hun kiemkracht. Ook bepaalde andere tropische zaden, zoals nootmuskaat en cashewnoten, ‘sterven’ als ze eenmaal opdrogen. Dat is echter niet wat er doorgaans met ze gebeurt in hun natuurlijke habitat. Maar zaad van tabak, dadelpalm en vingerhoedskruid kun je tientallen, zo niet honderden jaren bewaren en nóg zullen ze – onder de juiste omstandigheden uiteraard – ontkiemen en een levensvatbaar plantje voortbrengen.

Zaden als voedsel

Rechtsboven in de lade liggen basisgewassen uit alle uithoeken van de wereld bij elkaar. Amerikaanse mais, Aziatische rijst, Zuid-Amerikaanse quinoa, Afrikaanse bonen, Midden-Oosterse en Europese tarwe. Aan deze zaden hebben wij onze huidige samenleving te danken. Als we die niet hadden kunnen veredelen en kweken, dan waren we nu nog jagers en verzamelaars geweest.

Tulpenboom

‘Zaad van tabak, dadelpalm en vingerhoedskruid kun je tientallen, zo niet honderden jaren bewaren’

Ontelbaar veel planten in de Hortus kwamen hier ooit binnen als zaadje. Zo is de tulpenboom (Liriodendron tulipifera) in de Voortuin in 1716 als zaad binnengekomen bij prefect Herman Boerhaave, helemaal vanuit Virginia. Dat is terug te lezen in de zaadinschrijfboeken uit die tijd.

Ook Carolus Clusius, allereerste prefect van de Hortus, moet afhankelijk zijn geweest van zaden. Voor eenjarige planten, zoals mais en tabak, is het immers vrijwel onmogelijk om een levend exemplaar in een scheepsruim mee te nemen en in gezonde staat op de plek van bestemming te laten arriveren. Een zaad is dan een veel betrouwbaarder passagier, die niet alleen de wereld doorkruist, maar vaak ook maar weinig boodschap heeft aan het concept van tijd. Een zaadje is een belofte voor de toekomst.

Tulpenboom, Illustratie Iris
den Akker
Coco de mer, Fotografie Mathilde Simons

In memoriam Carel Wijffelman

Op 21 januari vorig jaar overleed Carel Wijffelman, van 1999 tot 2015 penningmeester in het bestuur van de Stichting Vrienden van de Leidse Hortus.

In de rouwadvertentie werd gevraagd om een gift aan de Vrienden van de Hortus in plaats van bloemen, kenmerkend voor Carels betrokkenheid.

Tekst Kees Langeveld, John van Ruiten, Carla Teune Fotografie Familie Wijffelman

In 2009 fuseerden de vereniging Vrienden van de Hortus en de Stichting Leidse Hortus. Het is mede aan de financiële slagvaardigheid, zorgvuldigheid en de wijze bestuurskracht van Carel te danken dat die fusie soepel verliep en een succes is geworden. Naast het penningmeesterschap beheerde Carel ook de administratie van Vrienden en Adoptanten. Dat was veel werk, dat hij zelfs tijdens vakanties uitvoerde. Met de komst van het CRM-systeem in de Hortus kon Carel zijn taken wat betreft de vriendenadministratie overdragen. De adoptantenadministratie bleef hij verzorgen, zelfs nog nadat zijn bestuursfunctie was beëindigd.

Samen met Bert Mennes en Carla Teune maakte hij in de periode 2013-2015 een ‘bomenboek’ met foto’s en verhalen over bomen die geadopteerd konden worden. Die adopties zijn een succesverhaal geworden: er zijn inmiddels meer dan 130 Adoptanten van bomen en struiken. De Adoptanten dragen aanzienlijk bij aan het onderhoud van de bomen in de Hortus.

Carel had aandacht voor mensen. Zo onderhield hij jarenlang contact met Carla van Steijn. Hij haalde haar op en liep met haar (met rolstoel) door de Hortus. Die vriendschap bleek later zeer inhoudsvol, want mevrouw Van Steijn was en bleef tot haar overlijden een gulle geefster aan de Hortus en daarna zeker ook door haar grote nalatenschap.

Bestuursvergaderingen waren genoeglijke bijeenkomsten. Carel bracht sfeer in de vergaderingen. Hoffelijk, charmant, maar waar nodig gedecideerd. Zo had Carel een goed oog voor reguliere bedrijfsvoeringskosten, die door de universiteit gefinancierd behoren te worden. Hij voorkwam daarmee dat ze op het bord van de Vrienden terecht kwamen.

De Hortus en zijn Vrienden hebben veel aan Carel te danken.

Carel Wijffelman

Vriendenactiviteiten in 2026

CLUSIUSLEZING 21 APRIL

VRIENDENDAG 18 APRIL

Sander Onsman over een zadenreis

Al reizend over de wereld brengen wij tijdens deze lezing een bezoek aan verschillende ecosystemen. In woestijnen, kustbossen en regenwouden gaan we op zoek naar interessante verhalen van bekende en onbekende plantensoorten. Welke aanpassingen hebben deze soorten gedaan om in hun gebied succesvol te zijn? En wat kunnen de zaden van deze planten ons vertellen over de groeiwijze en verspreiding van de soort? Tijdens de lezing zijn allerlei zaden aanwezig, zodat iedereen deze van dichtbij kan bekijken. Daarnaast vertelt Sander meer over het zelf zaaien van deze zaden en over de achtergrond van zijn bedrijf Onszaden.

David Apollonius Coppoolse en Marcel van Dorst over Berthe Hoola van Nooten

De plantkunde van het voormalige Nederlands-Indië kent een lange en rijke geschiedenis, vrijwel altijd beschreven door mannen. In 1863 werd in Brussel een platenboek over de flora van Java gepubliceerd, Fleurs, fruits et feuillages choisis de la flore et de la pomone de l’île de Java. Dit werk was bedacht, getekend en geschreven door een vrouw: de Utrechtse domineesdochter Berthe Hoola van Nooten (1817-1892). De tekenares reisde door Guyana, Suriname, Louisiana, Texas, New York en Nederlands-Indië. Hoe dit haar als vrouw is gelukt, is een van de onderwerpen van de eerste biografie over haar leven en werk, geschreven door de sprekers. David Apollonius Coppoolse is opgeleid als klassiek musicus, maar al jarenlang werkzaam in het (antiquarische) boekenvak. Marcel van Dorst is adviseur ecologisch waterbeheer en een grote planten- en boekenliefhebber.

Mundi

Mappa

CLUSIUSLEZING 23 JUNI

Els Launspach over De Tuinen van Licht

Berthe Hoola van Nooten: Poincanna regia

De hoofdpersoon in haar roman De Tuinen van Licht is Pierre, een jonge hovenier uit Parijs, opgeleid door zijn vader Claude Mollet. In opdracht van stadhouder Maurits en diens halfbroer Frederik Hendrik ontwerpt Pierre samen met Simon Stevin de uitbreiding van een jachtslot, de basis voor de Hollandse omgrachte tuin. Zo ontstond het beroemde paleis Honselaarsdijk. In Luik ontwikkelde Pierre’s vrouw Gonde de tuin die ooit van Marie de Brimeu was. Marie de Brimeu woonde een aantal jaren aan het Rapenburg in Leiden. Zij was degene die Carolus Clusius overhaalde daar een wetenschappelijke tuin vorm te geven. Zo ontstond de Hortus botanicus Leiden. Els Launspach doceerde Griekse tragedie en Shakespeare aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Ze schreef televisiescenario’s en boeken, zowel fictie als non-fictie.

CLUSIUSLEZING 22 SEPTEMBER

Tinde van Andel over het Rauwolf-herbarium

Verreweg het mooiste boekherbarium ter wereld is het Syrische Rauwolf-herbarium. Het bevat zo’n 200 gedroogde planten, met wortel en al uitgegraven en opgeplakt als kunstwerk door de Duitse arts en botanicus

Leonhard Rauwolf tijdens zijn reis door Libanon, Syrië, Irak, Koerdistan en Palestina tussen 1574 en 1576. Granaatappels, pistachenootjes, henna, aubergine, narcissen en bananen: de Europeanen hadden er nog geen weet van. Rauwolf verzamelde deze planten niet alleen, hij beschreef ook uitvoerig het gebruik ervan en de zeden en gewoonten van de vele volkeren in het Midden-Oosten. Tinde van Andel, etnobotanica en voormalig bijzonder hoogleraar op de Clusiusleerstoel, vertelt over deze prachtige collectie, ooit verkocht aan de Habsburgse keizer en nu te zien in de schatkamer van Naturalis.

CLUSIUSSYMPOSIUM 14 OKTOBER

Op 14 oktober vindt het Clusiussymposium plaats, waarin we op zoek gaan naar het bijzondere in Clusius’ Rariorum Plantarum Historia (1601) en diens Exoticorum Libri Decem (1605).

< Dispuut tussen dogmatiek en empirie

Clusius Fotografie Monique Shaw
46 Hortus botanicus Leiden 2026

In de Hortus worden al eeuwen bijen gehouden. Reeds in het jaar 1597 werd het boek ‘Van de BYEN hare wonderlicke oorspronc’ gedrukt. Schrijver was Dirck Outgaertsz Cluyt, bekend onder zijn gelatiniseerde naam Theodorus Clutius. Opmerkelijk is dat het boek in het Nederlands werd uitgegeven. Daarnaast kijkt de schrijver onderzoekend naar de natuur, wat voor die tijd eveneens opvallend is.

Opkomend zelfbewustzijn

Het boek kent drie delen, ‘ het eerste Boec’ handelt over de oorsprong en eigenschappen van bijen. Dan volgt ‘het ander Boec’ over bijen houden. En tenslotte ‘het derde Boec’ over het nut van honing en bijenwas. Het was toentertijd gebruikelijk om in het Latijn te schrijven. Voor internationaal contact was dat heel praktisch. Maar de keuze voor Nederlands maakte het boek leesbaar voor gewone mensen. Dat was bijzonder en past mogelijk bij de tijdgeest: in 1581 was de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden opgericht, een jonge republiek omringd door vorstenhuizen die daar tamelijk sceptisch tegenover stonden. Schrijven in de Nederlandse taal was wellicht een uiting van een opkomend zelfbewustzijn.

Dialoog

Het boek werd opgedragen aan de Heren van Holland en West-Friesland, met de toevoeging dat het ‘seer genuechlig’ te lezen is. Dat komt ook door de toegankelijke taal. Een prachtig voorbeeld van openstelling van kennis voor een breed publiek, wetenschapscommunicatie avant la lettre. Het werk werd heel populair. Tot 1732 verschenen er negen herdrukken, en 250 jaar lang gold het als hét standaardwerk over bijen.

Elk ‘Boec’ begint als Clusius ‘aen de Poort clopt’ voor een gesprek met Cluyt. Ook nu nog, honderden jaren later, neemt onze eigen imker bezoekers regelmatig mee achter de deur van de kwekerij om over bijen te vertellen. Het boek is geschreven in dialoogvorm en ‘die Tsamen-sprekers’ Clusius en Clutius verschillen soms sterk van mening.

De oudere Clusius baseerde zich op de klassieke filosofen. Van hun geschriften werd niet makkelijk afgeweken en onderzoek werd niet als essentieel gezien voor wetenschap. Dit leverde een ordelijk wereldbeeld, aangevuld met duidelijke religieuze dogma’s. De jongere Clutius was juist onderzoekend van aard en baseerde zijn kennis op empirische

Replica bijenstal Fotografie Adri Mulder
Bij op een dahlia Fotografie Jan Meijvogel
Tekst Jack Sluijs Fotografie Jan Meijvogel, Monique Shaw, Mathilde Simons

waarnemingen. Zijn houding sloot goed aan bij de behoefte aan vernieuwing in de jonge republiek. Hoewel Clutius formeel ondergeschikt was, had hij wel een voorsprong: ervaring. Hij merkt in zijn inleiding fijntjes op dat hij al vanaf 1570 met bijen werkte en dus zo’n 27 jaar waarnemingen had gedaan toen het boek werd geschreven.

Aristoteles

Het boek zit vol met botsende opvattingen. Clusius wist bijvoorbeeld dankzij Aristoteles dat bijen ontstaan in het lichaam van een dode os. De klassieke spontane generatieleer (Generatio spontanea) stelde dat jong leven kon ontstaan uit dood materiaal. Bij rotting komen er maden en Aristoteles meende dat uit een nuttig dier ook nuttig leven voortkwam, dus ook bijen.

‘Voor imkers zijn de waarnemingen van Cluyt erg interessant. Hij heeft echt heel goed gekeken.’

Clutius wees echter op zijn eigen waarnemingen. Hij had gezien dat de bijenkoning zaadjes legt waar larfjes uitkomen die na verpopping bijen worden. Clusius liet zich hierdoor niet van de wijs brengen en noemde Clutius een ongelovige Thomas. Clutius sloeg de plank wel een beetje mis: het is geen koning met zaadjes maar een koningin met eitjes. Toch kwam zijn waarneming veel dichter bij de waarheid dan het verhaal over de dode os. Nu, bijna 430 jaar later, is het mooi om te zien hoe deze mannen met zulke grote verschillen in opvatting konden omgaan zonder dat het de sfeer bedierf.

Interessante waarnemingen

Voor imkers zijn de waarnemingen van Cluyt erg interessant. Hij heeft echt heel goed gekeken. Zo zag hij dikkere bijen die lui waren en niet konden steken. Daarmee beschreef hij darren. Ook zag hij dat bijen de celletjes waarin larfjes groeien, bekleden met een donkere substantie. Hij meende dat dit vuil uit de goot was. Clusius geloofde daar niets van, maar Cluyt redt zich eruit met de opmerking dat zelfs mensen wel eens met afval werken. Wij weten nu dat hij propolis had waargenomen: een lijmachtige substantie die bijen maken van plantaardige materialen, met krachtige antibiotische, bacterie- en schimmeldodende eigenschappen. Perfect om larfjes tegen infecties te beschermen.

Respectvolle omgang

In de 20e eeuw werd het boek herontdekt en in 1998 herdrukt dankzij de Familiestichting Cluyt. In 2012 volgde nog een herdruk. Beide herdrukken zijn inmiddels uitverkocht. Medewerkers en vrijwilligers van de Hortus hielpen het boek toegankelijk te maken door het om te zetten van gotisch naar modern schrift, met respect voor de originele tekst. Een oud boek dat niet alleen inzicht geeft in de kennis over bijen, maar ook - en dat is minstens net zo interessant - in de manier waarop mensen zo’n 430 jaar geleden respectvol omgingen met verschillende en steeds veranderende opvattingen.

Stad van herkomst

Eerste Nederlandstalige bijenboek 1597

Eerste druk

Inhoud

Van de Byen Fotografie Mathilde Simons
Van de BYEN
Theodorus Clutius Leiden
Vignet met Cluyt en Clusius

INHEEMSE VASTE PLANTEN

Tuincentrum De Driesprong Gefeliciteerd met het 50-jarig jubileum! We wensen jullie een florerende toekomst. Griffioen Wassenaar Vasteplantenkwekerijen

Voor meer informatie:

James Wattstraat 2a, 3261 MB Oud Beijerland Tel.: 088 - 007 13 00, e-mail: info@gardentours.nl Website: www.gardentours.nl

rief met naaldboomtakje Afbeelding UBL Bijzondere collecties

< C arolus Clusius Afbeelding KB nationale bibliotheek

Tekening van narcis in een brief van Clusius aan Matteo Caccini Afbeelding UBL Bijzondere collecties <

Tijdreizen met brieven

Het correspondentienetwerk van Carolus Clusius

Tekst Esther van Gelder, conservator oude drukken KB Afbeeldingen KB nationale bibliotheek, UBL Bijzondere collecties

50 Hortus botanicus Leiden 2026

Carolus Clusius (1526-1629) verwierf grote faam als botanicus met zijn gepubliceerde boeken. Van de handzame flora’s van Spanje (1576) en Oostenrijk (1583) tot de dikke folianten met zijn verzameld werk over planten en dieren uit heel de wereld (1601-1605). Stuk voor stuk waren dit met zorg uitgegeven boeken, rijk geïllustreerd en met prachtig bloemrijke beschrijvingen in het Latijn.

aar publicaties zijn eigenlijk gestolde kennis, het einde van een lang proces, het topje van de ijsberg. Wat daaronder ligt, is de praktijk. De harde werkelijkheid van uitproberen, zoeken, falen en samenwerken. En die wordt vaak zichtbaar in heel andere bronnen: in aantekenboekjes bijvoorbeeld of in brieven. Van Clusius zijn gelukkig veel brieven bewaard gebleven, die ons meenemen naar een tijd waarin de natuurstudie nog een opwindend nieuw onderzoeksveld was waar druk over gecorrespondeerd werd.

330 correspondenten

Clusius had een enorm correspondentienetwerk. Hij was zelf erg reislustig en verhuisde vaak, maar onderhield dagelijks contact met familie, vrienden, collega’s, opdrachtgevers en andere plantenliefhebbers in heel Europa. Er zijn tot nu toe 1600 brieven van en aan hem bekend, van wel 330 correspondenten. Die correspondenten waren afkomstig uit twaalf Europese landen en schreven in zes talen. De oudste brief dateert van begin 1549, toen Clusius nog een zoekende student was, en de laatste van 31 maart 1609, een week voor zijn overlijden.

Deze brieven geven een bijzondere inkijk in de praktijk van het plantenonderzoek in de tweede helft van de zestiende eeuw. Met collega’s schreef Clusius veel over zijn nieuwste ontdekkingen in het veld of in de tuin. Vooral zijn correspondentie met de Neurenbergse arts en botanicus Joachim

Camerarius de Jongere (1534-1598) is boeiend in dit opzicht. Camerarius was net als Clusius erg geïnteresseerd in wilde planten uit Midden-Europa, en botaniseerde er op los in de omgeving van Neurenberg maar ook in de Alpen. In meer dan 200 brieven doen ze elkaar verslag van hun botaniseertochten en hun pogingen de meegebrachte planten in hun tuinen in leven te houden. Herkenbaar voor tuiniers wordt er ook flink geklaagd over plotselinge weersomslagen. Er werden ook boeken, tekeningen en plantmateriaal met de brieven uitgewisseld. Heel soms is dit meegestuurde materiaal bewaard, zoals het takje van een naaldboom, dat Charles de Houchin opstuurde met de vraag of Clusius deze kon identificeren

Vorsten en vrouwen

Clusius correspondeerde ook met talloze niet-academisch geschoolde plantenkenners. Van apothekers en uitgevers tot rijke tuineigenaren. Allemaal waren ze gegrepen door dezelfde passie voor planten. In de KB nationale bibliotheek zijn bijvoorbeeld een paar brieven van Duitse vorsten bewaard, onder wie landgraaf Willem IV van HessenKassel (1532-1592). Deze vorst was een groot liefhebber van de natuurwetenschappen en heeft Clusius in moeilijke tijden financieel ondersteund. Clusius adviseerde hem over het cultiveren van bijzondere tuinplanten, ontwierp bloembedden door leverde kisten vol bollen, knollen en zaden. Vaak hield Clusius op de achterzijde van een brief nauwkeurig bij wat hij opgestuurd had.

Onder die plantenkenners waren ook veel vrouwen. Zo zijn er 27 brieven bekend van prinses Marie de Brimeu (1550-1605), een Vlaamse aristocrate die zich in Leiden vestigde en een mooie tuin onderhield achter haar huis op het Rapenburg, vlakbij de universiteit en de latere Hortus. Een andere veelschrijver was Anna Maria von Heussenstein, van wie 24 brieven bekend zijn in een moeilijk leesbaar Weens dialect. Zij was een adellijke vrouw die Clusius had leren kennen in de kringen rondom het keizerlijk hof in Wenen. Von Heussenstein had een prachtige siertuin in Wenen waar zij uitheemse bolgewassen en andere bloeiende planten kweekte, zoals tulpen, hyacinten, lelies, anemonen en veel rozen. En in haar tuin bij kasteel Starhemberg aan de voet van een berg in Neder-Oostenrijk bloeide elk jaar een paardenkastanje, een boom die pas een paar decennia daarvoor uit de Balkan was overgebracht. Haar brieven staan vol over haar experimenten in de tuin, maar laten ook iets zien van de hebberigheid waarmee sommige tuineigenaren de zeldzame planten verzamelden.

Verder lezen

Wie zelf verder wil grasduinen in de correspondentie van Clusius hoeft niet ver te zoeken: van de 1600 bewaarde brieven, liggen er 1200 brieven in de Universitaire Bibliotheken Leiden. Deze zijn gedigitaliseerd en in hoge resolutie te bekijken via de website1. En in 2015 publiceerde het Huygens Instituut een digitale editie met informatie over alle 1600 bekende brieven en transcripties van wel 1000 brieven. Daarin kun je bijvoorbeeld fulltext zoeken op bepaalde planten of personen 2

Brandende IJver

In 2000 publiceerde Arlette Kouwenhoven, in het kader van 400 jaar JapansNederlandse betrekkingen, samen met kunsthistoricus en Japanoloog Matthi Forrer al een korte biografie over Siebold. Haar interesse in deze boeiende figuur was gewekt. Arlette studeerde antropologie in Leiden. Geleidelijk kwam ze tot de conclusie dat ze in plaats van matig gelezen wetenschappelijke rapporten liever schreef voor een breder publiek.

Tekst Adri Mulder Fotografie Adri Mulder afbeelding UBL, Bijzondere collecties
Arlette in de Japanse tuin

Grote impact

De impact van Siebold op de Japans-Nederlandse betrekkingen is groot. Voor de Nederlandse horticultuur is hij van onschatbare waarde. Hij heeft zich enorme moeite getroost talloze planten uit Japan naar Nederland te krijgen, voorwaar geen sinecure in die tijd. Hij kweekte zaden op in zijn kweektuin Nippon in Leiderdorp. Veel planten die tegenwoordig tuinen en parken sieren, zoals wisteria, camellia en hortensia, zijn door Siebold geïntroduceerd. In de Hortus staan tot op de dag van vandaag bomen die door hem zijn geplant. Omdat Arlette vond dat Siebold een groter podium verdiende dan hij tot dusver heeft gekregen, schreef ze een uitgebreide biografie over hem.

Culturele bruggenbouwer

Philipp Franz von Siebold (1796 – 1866) werd geboren in Würzburg. Arlette beschrijft in haar biografie hoe hij op de Nederlandse handelspost op het Japanse schiereilandje Deshima belandde. Japan was in die tijd strikt gesloten voor de buitenwereld. De Nederlanders mochten Deshima niet verlaten. Maar Siebold was een kundig arts die onder begeleiding naar buiten mocht om patiënten te behandelen. Hij liet zich in natura betalen met planten en dieren, en hij gebruikte zijn patiëntbezoeken om te botaniseren. Ook stichtte hij een schooltje waar hij Japanse artsen onderwees in westerse geneeskunde. Zijn leerlingen vroeg hij of ze hem planten en dieren, wilden opsturen, als ze weer thuis waren. In 1826 maakte Siebold een reis naar de shogun in Edo, nu Tokyo. Van tevoren had hij een aantal van zijn leerlingen geïnstrueerd materiaal voor

hem te verzamelen en dat langs de reisroute voor hem klaar te zetten. Siebold kreeg mooie albums met afbeeldingen van planten (nu bewaard in de Universitaire Bibliotheken Leiden (UBL), die hij gebruikte als referentie voor zijn publicaties. Kawahara Keiga, aangesteld als tekenaar van de Hollanders, maakte wetenschappelijke illustraties voor Siebolds boeken Nippon, de Flora en Fauna Japonica (voorbeelden hangen in het Hortus Grand Café).

Veel planten die tegenwoordig tuinen en parken sieren, zoals wisteria, camelia en hortensia, zijn door Siebold geïntroduceerd.

Vanwege het exporteren van verboden voorwerpen met name kaarten werd Siebold in 1829 verbannen uit Japan. Hij vestigde zich in Leiden. Uiteraard is er veel meer te vertellen over Siebolds familie, zijn vrouwen en zijn leven in Japan en daarna. Daarvoor verwijs ik graag naar de fraaie biografie van Arlette: Brandende IJver. Siebold, de biografie (LM Publishers).

Research

Arlette heeft voor haar onderzoek uitgebreid kunnen putten uit het onlangs

ontsloten Siebold-familiearchief in Burg Brandenstein (Schlüchtern). Zij was daardoor onder andere in staat het ware verhaal rond het Siebold-incident – waarbij Siebold werd gearresteerd en verbannen – in kaart te brengen. Tot nu toe was dat niet exact bekend. Met een Scaligerbeurs heeft zij de Japanse boeken van Siebold in de Leidse UBL-collectie kunnen bestuderen, bijgestaan door Matthi Forrer. Carla Teune heeft alle teksten becommentarieerd, met speciale aandacht voor de planten en de kweektuin.

Uit ‘Tekeningen van bloemen en planten uit Edo’, door mogelijk Katsuragawa Hoken: Rode roos
Hortus botanicus Leiden

De Varentuin: geheimzinnig blijven, toegankelijk worden

De Varentuin is een bijzondere plek in onze Hortus. Smalle paden slingeren tussen weelderige varens door, een beekje kabbelt over stenen en het gefilterde licht door het bladerdak geeft de tuin een verstilde, bijna tijdloze uitstraling. Deze geliefde tuin, sinds 1993 een van de mooiste onderdelen van de Hortus, wordt gerenoveerd. De sfeer blijft behouden, maar de toegankelijkheid en duurzaamheid worden flink verbeterd.

Tekst Mathilde Simons Fotografie Adri Mulder, Mathilde Simons, Duco de Vries
Hortus botanicus Leiden 2026

HORTUS NIEUWS

Hier komt een kop

Dit project is mede mogelijk gemaakt dankzij de steun van de Stichting Vrienden van de Leidse Hortus, Fonds Van Trigt, Stichting de Versterking, Fonds 1818 Stichting Zabawas en het Cultuurfonds, specifiek dankzij het René H. van Bokkum Fonds, het Adri en Greet Bos-de Jong Fonds en het Flora Fonds.

Waarom renovatie noodzakelijk is

De beek, aangelegd in de jaren negentig van de vorige eeuw met houten schotten en folie, is gaan lekken. Regelmatig staat hij droog, wat ten koste gaat van de bijzondere varencollectie en de zeldzame planten langs de oevers. Daarnaast is de tuin voor veel bezoekers moeilijk begaanbaar. Steile hellingen, gladde klinkers en de houten bielzen bij het bruggetje maken de Varentuin vooral voor mindervaliden slecht toegankelijk.

De vernieuwing in vogelvlucht

De werkzaamheden lopen van het najaar van 2025 tot het voorjaar van 2026. De beek wordt zestig centimeter lager aangelegd, waardoor er ruimte ontstaat voor een hellingbaan vanaf het Tuinhuis richting de Singel. Zo kunnen ook bezoekers met een rollator, rolstoel of kinderwagen het pleintje bij de monumentale vleugelnoot (Pterocarya fraxinifolia) bereiken. Deze imposante boom profiteert eveneens van de renovatie: de grindachtige verharding rondom de stam wordt verwijderd, zodat

de groeiplaats verbetert. Een nieuw watersysteem met pomp zorgt ervoor dat de beek en vijvers weer naar behoren functioneren. Dankzij een verbeterde filtertechniek wordt ook het dierlijk leven in het water beter beschermd.

De paden worden opnieuw aangelegd met gebakken klinkers, en de steile helling vanaf de Chinese kruidentuin wordt omgevormd tot een pad met traptreden van natuursteen. Bij de overkluizing van de beek komt een kleine waterval.

Europese topvarencollectie

De varencollectie die hier groeit, is van Europees belang. Met meer dan driehonderd soorten winterharde varens bezit de Hortus de grootste collectie op het continent. Een deel van de collectie stamt uit de periode van de ‘Engelse varengekte’ in de negentiende eeuw, toen verzamelaars aanzienlijke bedragen betaalden voor bijzondere exemplaren. In onze Hortus staat een Polystichum setiferum ‘Bevis’, waarvoor destijds vijfhonderd pond werd neergeteld: in die tijd de prijs van een dure

villa in het centrum van Londen. Vanuit deze ene plant zijn circa driehonderd verschillende variëteiten ontstaan.

Omdat de planten de Nederlandse winter moeten overleven, bestaat de collectie uit soorten die van nature voorkomen in gebieden over de hele wereld met een vochtig en koel klimaat. Dankzij de renovatie kunnen we niet alleen de varencollectie in optimale conditie houden, maar ook de oeverplanten herstellen die van oudsher langs de beekoevers thuishoren.

De sfeer blijft, de toegang verbetert

De bijzondere sfeer van de Varentuin, inclusief de weelde aan voorjaarsbloeiers, blijft gewaarborgd. De houtsnipperpaden tussen de varens, de intieme beslotenheid en de natuurlijke uitstraling worden met zorg behouden. De renovatie voegt vooral toe wat nu ontbreekt: goede toegankelijkheid en een betrouwbaar watersysteem.

Hortus botanicus Leiden
Polystichum setiferum ‘Bevis’, Fotografie Mathilde Simons
Fotografie Duco de Vries
Planten langs de oever, Fotografie Adri Mulder

Fascinatie voor varens

Harry Roskam was in 1984 één van de drie oprichters van de Nederlandse Varenvereniging. Hij is sinds 1992 vrijwilliger in de Hortus en was toen met zijn privécollectie varens al betrokken bij de eerste aanleg van de Varentuin in de Hortus. Hij is nog steeds vrijwel elke week een dag in de Varentuin te vinden. In 2024 ontving hij voor al zijn inspanningen de Vrienden-jaarring. Deze wordt jaarlijks uitgereikt door de Stichting aan een persoon die het verdient in het zonnetje gezet te worden voor zijn of haar jarenlange vrijwillige inzet voor de Hortus.

Tekst Gerda van Uffelen Fotografie Adri Mulder

Wandelen met Harry

Wanneer je met Harry door de Hortus loopt, kan hij honderduit vertellen, te beginnen met ‘welke varens ken je?’ Vaak is dat de struisvaren (Matteuccia struthiopteris), die in de Hortus een groot oppervlak bij de vijver bedekt. Hij verspreidt zich met ondergrondse wortelstokken en ook nog eens met sporen die op speciale bladeren worden gevormd.

Een andere bekende maar juist beruchte varen die zich razendsnel verspreidt met zijn lange wortelstokken, is heermoes (Equisetum arvense), een paardenstaart.

Paardenstaarten worden tegenwoordig ook tot de varens gerekend: ze delen een gemeenschappelijke voorouder. Dat heeft DNA-onderzoek aangetoond. Toch zijn het geen ‘typische’ varens, ze hebben zijtakjes in kransen en sporendoosjes aan de top van de plant. Om het beeld compleet te maken: er zijn ook watervarentjes, die op het water drijven, en boomvarens, die een grote stam kunnen vormen. Het blijkt echter dat de ‘varenachtigen’ zoals wolfsklauwen en Selaginella juist helemaal geen varens zijn.

Veel cultivars

Varens zijn populaire tuinplanten. Die komen lang niet allemaal uit Nederland, waar ruim vijftig soorten varens in het wild voorkomen.

Er bestaan allerlei kruisingen en selecties, het blijkt dat cultivars vaak erg variabel zijn. Veel daarvan zijn in de Varentuin te vinden, enkele soorten in de Clusiustuin en de Systeemtuin, waar een speciaal varenbed is aangelegd. Talrijke in het wild ontstane cultivars zijn in de 19e eeuw in Engeland gevonden, toen ‘ fern hunting ’ daar een populaire hobby was.

Er zijn vele verschillende bladvormen, maar de vorm en de plek van de sporenhoopjes (sori) zijn kenmerkend voor allerlei varenfamilies. De Mannetjesvaren (Dryopteris filix-mas) en de Vrouwtjesvaren (Athyrium filix-femina) vormden in oude kruidenboeken een stelletje, nu behoren ze tot verschillende families: mannetjesvarens hebben sporenhoopjes met een niervormig vliesje eroverheen, de sporenhoopjes van de Vrouwtjesvaren zijn langwerpig en onbedekt. De bladeren van de tongvaren (Asplenium scolopendrium) zijn tongvormig en hooguit een beetje ingesneden. Eikvarens klimmen soms een stukje een boom in. De gewone en de brede eikvaren kunnen met elkaar kruisen, kruisingen tussen geslachten zijn in de natuur heel zeldzaam.

Harry heeft ooit in de Pyreneeën iets heel bijzonders gevonden: een kruising tussen de blaasvaren (Cystopteris fragilis) en de

gebogen driehoeksvaren (Gymnocarpium dryopteris) : x Cystocarpium roskamianum. Deze zeldzaamheid is door varendeskundige Christopher Fraser-Jenkins beschreven en naar Harry vernoemd.

Voortplanting

Varens verspreiden zich met sporen, gevormd in sporendoosjes (sporangia). Er worden per plant meestal zoveel sporen geproduceerd dat de hele aarde met varens bedekt zou zijn, als ze allemaal zouden kiemen. Een KLM-vliegtuig heeft jarenlang met een filter rondgevlogen om te onderzoeken wat er zoal rondzweeft. Daaruit bleek dat er veel varensporen hoog in de lucht zweven. Sporen kiemen alleen onder vochtige omstandigheden en groeien dan uit tot een klein plantje met geslachtsorganen erop – een mannelijke zaadcel moet een vrouwelijke eicel bevruchten, en daaruit groeit de varenplant zoals wij die kennen.

Hart voor buitenvarens

In de Hortuskassen zijn ook veel soorten te vinden: heel oude geslachten zoals Psilotum en Tmesipteris en veel tropische, epifytische varens waaronder mierenvarens (Lecanopteris). En de reuzenvaren (Angiopteris), die zijn sporen een eindje weg kan schieten. Een wereld apart, maar Harry’s hart ligt bij de buitenvarens.

Vernoemd naar Harry Roskam x Cystocarpium roskamiamum
Watervaren: Kleine vlotvaren Salvinia natans <

80 jaar stedenband Leiden-Oxford

Gesprek met Nadine Akkerman en Martha Besemer, voorzitter en commissaris lustrum van het bestuur Stedenband Leiden-Oxford.

Tekst Annemarie Broersma Fotografie Jan Meijvogel, Adri Mulder, Copyright © University of Oxford Images, John Cairns Photography, Afbeelding Oxonia illustrata (1675)
< Martha en Nadine bij de Japanse walnoot, Fotografie Adri Mulder
58 Hortus botanicus Leiden 2026

Het initiatief voor de stedenband tussen Leiden en Oxford ontstond aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Onder het motto ‘Dit nooit meer’ wilde men de in de oorlog ontstane vriendschappen bestendigen. Daarom zijn beide steden nog steeds aanwezig bij elkaars herdenkingen op 4 mei en Remembrance Sunday. Qua sfeer, ouderdom, universiteit, botanische tuin en ligging aan het water lijken de beide steden op elkaar.

Spionagetechnieken in de 16e en 17e eeuw ontrafeld dankzij de Bodleian Libraries in Oxford Nadine Akkerman is niet alleen voorzitter van de stedenband, zij is ook hoogleraar Vroegmoderne Literatuur en Cultuur aan de Universiteit Leiden. Zij heeft veel onderzoek gedaan naar Engelse correspondentie uit de 16e en 17e eeuw. Samen met Pete Langman schreef ze Spycraft, een boek over de Engelse spionagetechnieken in de 16e en 17e eeuw. Ook schreef ze een boek over vrouwelijke spionnen in de 17e eeuw (Invisible Agents). Van vrouwen werd destijds gedacht dat ze geen politieke ideeën konden ontwikkelen. Hun correspondentie werd dan ook niet serieus genomen. Dit maakte ze echter juist enorm geschikt als spion.

Dankzij het ontstaan van een nationaal archief rond 1610 in Engeland én het verduisteren van geheime papieren door ministers, is veel correspondentie bewaard gebleven. De papieren van John Thurloe, hoofd inlichtingendienst onder Oliver Cromwell, werden bijvoorbeeld later teruggevonden verborgen in een vals plafond in Lincoln’s Inn, Londen, waar Thurloe kamers had. Dit meterslange archief is vandaag de dag te raadplegen in de Bodleian Libraries in Oxford, waar

<

van

David Loggan’s ‘Hortus Botanicus, The Phisick Garden in Oxon’, <

Nadine maandenlang onderzoek deed. Daarin zitten ook teksten die met cijfercodes of onzichtbare inkt werden geschreven, onder meer gemaakt van artisjok of met aluin. Dankzij haar onderzoek in bibliotheken en archieven kreeg Nadine teksten en dus ook geheime boodschappen onder ogen die misschien al 400 jaar door niemand meer zijn gelezen!

2026 jubileumjaar

De stedenband kent vele vormen van vriendschappelijke uitwisseling, onder andere op het gebied van sport en cultuur. In 2026 viert de stedenband zijn 80-jarig jubileum met het thema ‘groen en duurzaam’. Rond dit thema worden speciale uitwisselingen georganiseerd, onder meer op onderwijsgebied voor docenten en leerlingen in het voortgezet onderwijs, en voor besturen van wijkorganisaties over het verkrijgen van draagvlak onder bewoners over het verduurzamen van stadswijken. Doel van deze uitwisselingen is het delen van kennis en elkaar inspireren.

Universiteit
Oxford, Fotografie Copyright © University of Oxford Images, John Cairns Photography

The Old Walnut Tree

He observes the world around him he is like an armchair philosopher never moves but he always knows he sees humanity dance between problems and moonlight between shadows and hope and with the people that play in the rain he shares his passion, his knowledge his blossoms and his brains he is thankful for the seasons, the bees the falling leaves and the butterflies he observes the world around him and he knows one day he will fall too

Twee historische tuinen

Net als de Hortus botanicus in Leiden dat deed in 1590, startte de Oxford Botanic Garden in 1621 met een medicinale tuin voor studenten geneeskunde. Er zijn goede contacten tussen beide botanische tuinen. Bij de viering van het 400-jarig bestaan van de Oxford Botanic Garden droeg Zoë van de Kerkhof (toen stadsdichter van Leiden) twee eigen gedichten voor, een cadeau van het Leidse stedenbandbestuur aan de Botanic Garden. De Siebold-walnoot uit de Leidse Hortus inspireerde Zoë tot het dichten van ‘The Old Walnut Tree’. De huidige stadsdichter Raymond Tilma en Zoë van de Kerkhof dragen ook nu met dichtkunst bij aan het jubileumconcert op 7 maart.

HOVO-cursus

In de HOVO-cursus ‘Clusius en tijdreizen’ in maart 2026 zal Nadine het eerste college verzorgen over deze spannende periode en spionagetechnieken. Onder meer komt aan de orde hoe planten destijds werden ingezet voor spionage, voor de productie van parfum en zelfs als bron van gifstoffen gebruikt door spionnen met een ‘license to kill’.

Dit gedicht is geschreven door de stadsdichter van Leiden Zoë van de Kerkhof ter gelegenheid van het 400-jarig bestaan van de Oxford Botanic Garden in opdracht van de stedenband Leiden-Oxford.

‘Teksten werden met cijfercodes of onzichtbare inkt geschreven, onder meer gemaakt van artisjok of met aluin’
Artisjok, Fotografie Jan Meijvogel
60 Hortus botanicus Leiden 2026

Magazine van de Hortus botanicus Leiden 2026

‘Hortus Leiden’ is een jaarlijkse uitgave van de Stichting Vrienden van de Leidse Hortus en de Hortus botanicus Leiden. Het magazine wordt kosteloos verspreid onder de Vrienden van de Leidse Hortus.

Redactie:

Annemarie Broersma, Mia Hopperus Buma, Adri Mulder (hoofdredacteur), Mathilde Simons, Jack Sluijs

Met bijdragen van:

Roderick Bouman, Annemarie Broersma, Mia Hopperus Buma, Esther van Gelder, Barbara Gravendeel, Amke van der Hoeven, Hanneke Jelles, Lycka Kamoen, Emma Knapper, Christina La Fleur, Kees Langeveld, Margot Lodewijk, Adri Mulder, John van Ruiten, Joop Schaminée, Tom Schreuder, Mathilde Simons, Jack Sluijs, Carla Teune, Gerda van Uffelen, Marcel Welsink, Esmée Winkel

Fotografie:

Mike Bink, Simone Both, John Cairns Photography, Barbara Gravendeel, Hortusarchief, Lycka Kamoen, Ranjith Jayasena, Jan Meijvogel, Adri Mulder, Melissa Oomen, Rob Overmeer, Pixabay, Joop Schaminée, Monique Shaw, Mathilde Simons, Vereniging Leidse Schooltuinen, Duco de Vries, Familie Wijffelman, Wikimedia Commons, Stichting Zamalala

Afbeeldingen en illustraties:

Iris van den Akker, KB nationale bibliotheek, Onszaden, Oxonia illustrata, Rauwolfherbarium, Special Collections Wageningen University & Research – Library, Laura Teekens, UBL Bijzondere collecties, Esmée Winkel

Met medewerking van:

Nadine Akkerman, Martha Besemer, Maarten Christenhusz, Nemi Dorst, Arie Dwarswaard, Anja Fisher, Anneke Groen, Marian Kathmann, Zoë van de Kerkhof, Arlette Kouwenhoven, Annette Los, Sander Onsman, Harry Roskam, Laura Teekens, Nuala Teerink, Rogier van Vugt

Vormgeving:

Britt de Looff

Lagrouw Communicatie, Nieuwendijk, www.lagrouwsc.nl

Stichting Vrienden van de Leidse Hortus Bestuur

John van Ruiten Voorzitter

Mia Hopperus Buma Secretaris, vice-voorzitter

Marcel Wensink Penningmeester

Adri Mulder Algemeen bestuurslid Vriendenactiviteiten

Annette Los Algemeen bestuurslid PR en Communicatie

Roel Nikkessen Algemeen bestuurslid

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door print-outs, kopieën, of op welke andere manier dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Hoe zijn de donaties van de Vrienden van de Leidse Hortus in 2025 besteed?

Mijn eerste jaar als penningmeester is een periode geweest van vooral veel luisteren, ervaren en leren, niet alleen op financieel gebied. Gelukkig kan ik constateren dat de Stichting een gedegen financieel beleid en gezonde basis heeft. Dit komt natuurlijk vooral door de ruime bijdragen die jullie als vriend of adoptant jaarlijks doen. Een mooi bedrag van ruim € 112.500 is binnengekomen, bijeengebracht door ruim 2.100 vrienden.

Ook dit jaar is weer een onverwachte bijdrage uit een nalatenschap aan de Stichting toegezegd. Nalatenschappen zijn een belangrijke bron van inkomsten die bijdragen aan de projecten die we ondersteunen. Als stichting hebben we veel ervaring met het zorgvuldig besteden van een nalatenschap binnen de context van de onze doelstellingen, namelijk: het vergroten van de publieke belangstelling en betrokkenheid bij de Hortus in al zijn facetten, zoals botanie en historie, collectie en wetenschap.

Als je meer wilt weten over nalaten aan de Stichting neem dan contact op met het bestuur of met de backoffice van de Hortus.

Dit jaar hebben we ruim € 160.000 bijgedragen aan de diverse projecten zoals het bomenonderhoud, het Project Hidden Biodiversity (waaronder Citizen Science) en de renovatie van de Varentuin. Mocht u meer details willen weten, breng dan een bezoek aan onze website voor onze jaarrekening, meerjaren-begroting en beleidsplan (https://hortusleiden.nl/vriendenstichting).

Natuurlijk kunnen inhoudelijke vragen altijd aan mij worden gesteld. Mail mij op penningmeester@vriendenleidsehortus.nl.

Marcel Welsink, penningmeester

Vrienden en Redactie Magazine

Postbus 9500, 2300 RA Leiden hortusvrienden@hortus.leidenuniv.nl www.hortusleiden.nl/vrienden

NL68 INGB 0003 9138 13 KvK 41169121

Hortus botanicus Leiden

Rapenburg 73, 2311 GJ Leiden T. 071-527 51 44 info@hortusleiden.nl www.hortusleiden.nl

Vriend worden? hortusleiden.nl/wordvriend

Illustraties Iris van den Akker
Winter
Zomer
Herfst
Lente
62 Hortus botanicus Leiden 2026
Rozemarijn
Taxus
Adantium
Vanille
Hop Ginkgo
Mispel
Nootmuskaat
Magnolia
Plantaan
Aardbeiboom
Tulp
Hortus botanicus Leiden

Geef een jaar Hortus cadeau

Wil je een ander ook laten genieten van de schoonheid van de Hortus? Geef een Vriendschap cadeau! Zo schenk je een jaar lang toegang tot de tuin én draag je bij aan het behoud van deze bijzondere plek.

Scan de QR-code of kijk op hortusleiden.nl/vriendschap

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.