Skip to main content

LAD-magazine, september 2026

Page 1

# 55 - September 2026 Kwartaalmagazine van de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD)

Aios Ndidi Obihara:

“Buiten de lijntjes kleuren is belangrijk”


Voorwoord

Fotografie Femke van den Heuvel

Suzanne Booij Voorzitter van de LAD en neuroloog in het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis

COLOFON

Bouwstenen voor bevlogenheid Ruim twintig sprekers hebben de missie om je op 18 november te inspireren, aan het denken te zetten en te laten ervaren hoe je gedurende je hele loopbaan je werkplezier vasthoudt. Op die dag vindt namelijk de tweede editie van ons Festival van de Bevlogenheid plaats, dat we samen met Challenge & Support organiseren. Na de eerste editie vorig jaar schreef ik al dat bevlogenheid niet vanzelfsprekend is, maar dat het wél besmettelijk werkt om er samen mee aan de slag te gaan. Ik hoop dat die laatste bevinding wederom opgaat dit jaar. Zo kijk ik uit naar de komst van verpleegkundig socioloog Linda Aiken. Zij leidde in meer dan dertig landen onderzoeken naar de invloed van de organisatie van zorg op het welzijn van zorgprofessionals en de patiëntveiligheid. Daarnaast ben ik blij dat Kris Vanhaecht, hoogleraar Kwaliteit van Zorg en Patiëntveiligheid aan de KU Leuven, naar Nederland afreist. Hij weet als geen ander wat de bouwstenen zijn van goede zorg en welke rol bevlogenheid daarbij speelt. Ook ben ik benieuwd naar de sessie van de Doktermonologen, die afgelopen voorjaar hun primeur beleefden in het theater. Ze komen LAD magazine | 2

openhartig vertellen hoe werkplezier wordt beïnvloed door de keuzes die je maakt, de cultuur waarin je werkt en de ervaringen die je opdoet. En wat te denken van IGJ-inspecteuren adviseur Ian Leistikow, die sinds kort gecertificeerd LEGO® Serious Play®-facilitator is. Hij laat je ervaren waarom LEGO steeds vaker wordt ingezet als middel om je creatieve brein aan te boren. Op dat creatieve brein wordt overigens ook in veel andere sessies een beroep gedaan, zoals bij ‘Buiten de lijntjes kleuren’ van aios Ndidi Obihara en illustrator Merel Barends (zie ook het interview op pagina 10 en 11). Zij gaan bevlogenheid visualiseren met metaforen. Ik kan hier niet alle sessies benoemen, maar ben ongelooflijk trots dat deze en nog veel andere sprekers je letterlijk en figuurlijk bouw­ stenen geven om je eigen bevlogenheid (verder) vorm te geven. Hopelijk biedt het de basis voor meer inzicht in wat je energie geeft en soms kost, maar bovenal: hoe je ervoor zorgt dat het artsenvak de moeite waard blijft. Een hele loopbaan lang. Suzanne Booij, voorzitter LAD

LAD-magazine is het kwartaalblad van de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD). Oplage 37.100 ISSN-nummer 2213-9923 Redactieadres Mercatorlaan 1200, Postbus 20058, 3502 LB Utrecht Telefoon: 088 13 44 100 E-mail: redactie@lad.nl Redactie Marjolein Dekker, Jorg Heijmink Liesert, Cristel van Maarsseveen, Bart van Pagée en Lucie Pelzer Met medewerking van Lyanneke Krauss Columnist Danae Smeets (basisarts) Fotografie Ivar Pel Illustraties Studio Vellekoop & León Ontwerp Member Since Druk Moderna printing streeft ernaar volledig CO2-neutraal te werken, met minimale impact op het milieu. Door het hergebruik van materialen zoals papier en drukplaten, energiezuinige processen en circulaire initiatieven kan duurzaam ondernemen hand in hand gaan met kwalitatief drukwerk. De inspanningen worden beloond met keurmerken zoals het FSC-certificaat en Imprim’Vert.

Het magazine ook ontvangen? Word nu lid van de LAD: lad.nl/lid-worden Volg ons ook op: Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband lad.artsen.in.dienstverband


Inhoud

4 Dicht bij je bioritme Veel zorgprofessionals ontkomen er niet aan om nachtdiensten te draaien. De IC-afdeling van het Jeroen Bosch Ziekenhuis draaide een pilot met een nieuw rooster dat de negatieve effecten op de gezondheid moet beperken: het chronorooster. “Hoe dichter iemand bij zijn eigen biologische ritme blijft, hoe beter.”

10

6 In actie tijdens evenementen Regelmatig spelen artsen naast hun reguliere baan een nevenrol bij een evenement. Van Tomorrowland tot de marathon van Rotterdam, en van een voetbalwedstrijd in De Kuip tot een klein festivalweiland ergens in Nederland. We blikken met vier artsen terug op hun zomer.

15 Even los van je werk De kinderartsen in het Martini Ziekenhuis lunchen vaak samen met de diëtisten en verpleegkundig specialisten. “Van de pauze wordt hier écht een moment gemaakt”, aldus aios kindergeneeskunde Alise van Heerwaarde. “Daardoor kom je niet alleen los van je werk, maar het bevordert ook de multidisciplinaire samenwerking.”

16

“ Wij willen een brug slaan tussen patiënt en zorgverlener”

Hoe bevlogen ben jij?

Ze staat aan het roer van Medifoor: een stichting die complexe medische informatie begrijpelijker en toegankelijker wil maken via visuele metaforen. “Wij worden als arts opgeleid in een taal die niet vanzelfsprekend is voor heel Nederland”, aldus aios chirurgie Ndidi Obihara.

Aios Maatschappij + Gezondheid Nikita van den Berge geeft haar bevlogenheid gemiddeld een 8,3. Ze is heel blij met haar werk. Toch gaat ook zij weleens over haar eigen grenzen heen. “De bevlogenheid van artsen is volgens mij ons grootste goed, maar ook onze grootste valkuil.”

9

12

14

18

Privacy bij ziekte

Toekomstdromen

Complot

In ’t kort

Een aios meldt zich ziek, waarna haar opleider vraagt wat hij aan het team kan communiceren. Wat moet ze melden?

Bijna 2.800 studenten zijn gestart met hun opleiding geneeskunde. Hoe kijkt de toekomstige generatie artsen tegen het vak aan?

“Is er soms een soort complot om jonge dokters af te schrikken van de sociale geneeskunde?”, vraagt colum­ nist Danae Smeets zich af.

Lees de column van Caroline van den Brekel, het laatste nieuws over evenementen, cao’s, trainingen en andere activiteiten.

September 2026 | 3


Tekst Bart van Pagée Illustratie Studio Vellekoop & Léon

Gezonder door de nacht Werken in de nacht is slecht voor je gezondheid. Toch ontkomen veel zorgprofessionals er niet aan. De IC-afdeling van het Jeroen Bosch Ziekenhuis draaide een pilot met een nieuw rooster dat de negatieve effecten op de gezondheid moet beperken: het chronorooster. Bijna iedereen die meedeed, was enthousiast en wilde niet meer terug naar de oude diensttijden. Is dit de toekomst van werken in de nacht?

Slaapproblemen, diarree, obesitas en diabetes type 2. Het zijn enkele van de klach­ ten en ziektes die vaker voorkomen bij mensen die langere tijd nachtdiensten draaien. “Dat heeft alles te maken met de ver­storing van de biologische klok”, legt chro­nobioloog Roelof Hut van de Rijks­uni­versiteit Groningen uit. “Overdag functioneer je mentaal en fysiek optimaal. Niet omdat je toevallig wakker bent, maar omdat je volledig wordt aangestuurd door je biologische klok. Als je daarvan af­ wijkt, krijg je ongezonde situaties.”

Dicht bij je biologische ritme

Dat zag ook Henk-Jan Messchendorp, op­ richter en adviseur van het Nederlands Zorg­ instituut (niet te verwarren met Zorgin­sti­tuut Nederland) en de bedenker van het chrono­ rooster: “Het is simpel, mensen wor­den ziek van nachtwerk. Het is mijn drive dat te voor­ komen.” Jaren geleden kwam hij op het idee de traditionele nachtdienst op te delen in twee diensten: een dienst van 20.00 tot 04.00 uur in de nacht en een van 04.00 tot

LAD magazine | 4

12.00 uur in de middag. Bovendien wordt bij het roosteren rekening gehouden met indivi­ duele voorkeuren en ritmes van mensen. Zo kan een avondmens makkelijker de late dienst van acht tot vier uur ’s nachts draaien en heeft een ochtendpersoon minder moeite met de vroege dienst. Het idee achter het chronorooster is simpel: hoe dichter iemand bij zijn eigen biologische ritme blijft, hoe beter. “De manier waarop we nu ons werk inrichten, is volledig gebaseerd op het ritme van de mensen die overdag van negen tot vijf werken”, vertelt Messchendorp. “Op basis van de wetenschap en alles wat ik wist over slaap, voeding en de biologische klok, dacht ik dat dit slimmer kon.”

Succesvolle pilot

Zo ontstond het chronorooster, waarmee het Jeroen Bosch Ziekenhuis vorig jaar als eerste een pilot draaide. De resultaten onder de 22 deelnemende verpleegkundigen waren opvallend positief. Het aantal mensen dat

zich uitgeput voelt tijdens de nachtdienst daalde van 77 naar 50 procent en het aantal mensen met darmklachten nam af van 73 naar 27 procent. Daarnaast gaven veel verpleegkundigen aan dat ze al binnen één dag hersteld waren van de nachtdienst, in plaats van de gebruikelijke twee tot drie dagen. “We merkten eigenlijk al na twee nachten dat mensen zich veel beter voelden”, be­ gint Astrid Salet, internist-intensivist bij het Jeroen Bosch Ziekenhuis en een van de initiatiefnemers van de pilot. “Mensen waren niet meer kapot na de nachtdienst en hadden geen buikklachten meer. Ze waren zo tevreden dat we op hun verzoek daarna nog meerdere periodes met dit rooster hebben gewerkt.”

Stroef

Ondanks die mooie resultaten en het enthousiasme verloopt de uitrol van het chronorooster op andere afdelingen soms stroef. “Wij hebben een heel innovatieve IC,


“Hoe dichter iemand bij zijn eigen biologische ritme blijft, hoe beter”

maar artsen zijn over het algemeen redelijk conservatief. Het kan moeilijker zijn hen te overtuigen dit een kans te geven", aldus Salet. Bovendien is het belangrijk dat alle artsen op een afdeling aan een nieuwe pilot meedoen, zeker als dat een kleine groep artsen met dezelfde verantwoordelijkheden is. Dat kan lastig zijn, want het rooster kan soms botsen met privélevens, bijvoorbeeld van ouders. Salet: “Er zijn genoeg mensen die überhaupt niet met de tijden van het chronorooster wil­len werken. Bijvoorbeeld omdat ze ’s ochtends de kinderen naar school willen brengen.”

Geen snelle fix

Toch zijn de aangepaste diensttijden slechts één onderdeel van een groter geheel aan maat­regelen die medewerkers helpen ge­ zonder in de nacht te werken. Zo werken ze op de IC in het Jeroen Bosch Ziekenhuis al jaren met roosters op maat, krijgen mede­ werkers al langer gezonde, eiwitrijke maal­ tijden aangeboden en kunnen ze tijdens de nacht powernaps doen. “Het lijkt nu dat

het chronorooster een soort snelle fix is. Maar dat is het niet en dat gaat het ook niet worden”, zegt Salet. “We moeten gewoon beter voor onze zorgverleners en artsen zorgen. Het belangrijkste is dat we mensen de vraag stellen: wat heb jij nodig om hier te werken?”

Bescherming tegen nachtwerk

Ook chronobioloog Hut is enthousiast over die integrale benadering. “Je wilt niet dat je medewerkers ziek worden van het werk dat ze doen. In andere sectoren krijg je een mondmasker als je in een stoffige omgeving werkt en een veiligheidsbril als je met machi­ nes werkt. Als je in een omgeving werkt waar­bij je slaap wordt verstoord, moet je ook wor­den beschermd”, aldus Hut. “Dit pakket aan maatregelen is praktisch, weloverwogen en goed geïmplementeerd. En het is hoe dan ook een goed idee de nacht op deze manier op te delen en maatwerk te bieden. Zo blijven mensen zo dicht mogelijk bij hun eigen bio­ logische klok.”

Toch plaatst hij een kanttekening: “Het is duidelijk dat het hele pakket aan maat­ regelen een positief effect heeft. Maar als weten­­schapper zou ik graag van elke inter­ventie afzonderlijk willen bepalen wat de effecten zijn op gezondheid en welzijn, zo­dat je ook beter kunt bepalen wat nog kan worden verbeterd.”

Vijf ziekenhuizen experimenteren Vooralsnog lijkt dat een bijzaak. Omdat de eerste resultaten zo positief zijn, gaan ver­ schillende afdelingen in zeker vijf andere zieken­huizen op korte termijn met het chro­no­­ rooster experimenteren. Ook is Messchendorp in gesprek met ver­schil­lende commerciële bedrijven om daar het chronorooster uit te rollen. “We zijn blij dat we dit op verschillende plekken kun­nen onderzoeken, want we willen heel graag weten wat precies de impact van het rooster is”, besluit Messchendorp. “Op dit moment zijn we hoopvol. Als er maar één arts is die door dit rooster niet ziek wordt van nacht­werk, is dat al winst.”

September 2026 | 5


Tekst Lucie Pelzer

Eerste hulp Van de spreekkamer naar een festivalterrein, marathon of voetbalwedstrijd. Regelmatig spelen artsen naast hun reguliere baan een nevenrol bij een evenement. We blikken met vier artsen terug op hun zomer.

ij Egon Zwets, SEH-arts in het Franciscus Gasthuis & Vlietland, ging het bijna vanzelf. Toen Feyenoord iemand zocht voor het verlenen van medische hulp aan het publiek bij wedstrijden, werd hij gebeld. Inmiddels is hij zo’n vijf keer per jaar vaste dokter bij wedstrijden in De Kuip, in een ruimte vlak naast het stadion. Samen met een verpleegkundige staat hij klaar om hulp te verlenen aan bezoekers. Af en toe verleent hij ook medische hulp aan de spelers zelf. Hij vindt het ontzettend leuk om te doen, maar heeft er bewust voor gekozen het te beperken tot Feyenoord. “Ik heb een gezin. Dus ik ben alleen bij Feyenoord-wedstrijden en daar blijft het bij. Op dit moment past dat het beste bij mij.” Vooral het contact met de spelers en het veld spreekt hem aan. “Ik voetbalde vroeger veel, dus ik vind het fijn af en toe weer in een stadion te zijn. Dat maak je normaal niet mee.”

Buiten de ziekenhuismuren

Dat plezier herkent Manon Meerman, aios anesthesiologie in het Erasmus MC, meteen. LAD magazine | 6

“Het is soms even improviseren” SEH-arts Egon Zwets

Ze gaat zelf graag naar festivals, maar is er soms ook beroepsmatig via Het Witte Kruis Evenementenzorg. Ze is actief op verschillende festivals, zoals dit jaar het Lentekabinet en Soenda Festival. “De ene keer ga ik als bezoeker, de andere keer sta ik er als arts. Ik vind mijn werk heel leuk, maar het is ook fijn om het eens buiten de muren van het ziekenhuis uit te oefenen. En als het even rustig is, loop ik gewoon een rondje over het terrein. Dan krijg je toch nog iets mee van de sfeer.” Via collega’s is ze actief geworden als ‘festival-arts’, iets wat volgens haar veel voorkomt binnen de anesthesiologie. “Ik denk dat het bij ons vak past. Je bent breed geïnteresseerd en dan is dit soort werk gewoon leuk om erbij te doen.”

Niet alleen maar feest

Dat geldt ook voor Wouter van der Wal, net als Meerman aios anesthesiologie in het Erasmus MC. Hij is vaak bij de grotere muziek­ festivals aanwezig. Volgens hem brengt dat een heel andere uitdaging met zich mee dan zijn reguliere baan. Tijdens zijn opleiding


bij evenementen in Antwerpen begon hij als EHBO'er, werd daar­na ambulancebroeder en nu staat hij als arts langs verschillende podia, onder meer bij Awakenings Nederland, A State of Trance, Tomorrowland en het Rampage Festival in België. “Ik houd ontzettend van elektronische muziek, maar als arts is het toch een heel andere ervaring dan als bezoeker. Ik vind het leuk, maar het is niet alleen maar feest”, vertelt hij. “Je werkt in een tent, met minder middelen dan in het ziekenhuis. En soms sta je vlak naast de speakers van een podium. Dan is communiceren met je patiënt of je collega ineens een stuk lastiger. Elk festival is weer anders en dat maakt het juist een leuke uit­daging.”

Drugsgebruik

Een van die uitdagingen zit hem in het publiek zelf. Op de grote internationale festivals ziet Van der Wal regelmatig buitenlandse be­ zoekers die niet gewend zijn aan drugs­ge­ bruik. “Omdat het drugsbeleid in Nederland meer wordt gedoogd, zijn we in ons land meer ervaren met het gebruik ervan. Voor

“Je moet snel een inschatting maken” Aios Manon Meerman

buiten­landse bezoekers is dat soms anders. Ze gebruiken te veel of durven niet eerlijk te vertellen wat ze hebben genomen, omdat drugs­­gebruik in hun land nog een taboe is. Dat maakt het soms lastiger om iemand goed te be­handelen”, legt hij uit. Vooral ketamineen mdma-intoxicaties zorgen weleens voor ernstige situaties, met oververhitting of on­t­regel­de elektrolyten tot gevolg. Toch over­­­ heerst bij hem vooral de sfeer en niet de pro­­blemen. “Mensen die iets hebben gebruikt, zijn over het algemeen juist vrolijk en blij. Het zijn eigen­lijk heel leuke patiënten om te helpen en ze zijn ook heel dankbaar als je ze hebt ge­­holpen.”

Goed toezicht

Middelengerelateerde klachten ziet ook Meer­ man regelmatig, al is de aanpak bij haar vaak een stuk eenvoudiger. “Meestal zijn een rus­tige plek en goed toezicht genoeg. Maar het kan ook voorkomen dat iemand zo on­­rustig of agres­ sief wordt, dat rustgevende medicatie nodig is.” In De Kuip gaat het vaak om kleine dingen, vertelt Zwets. “Wondjes, builen, af en toe September 2026 | 7


af en daar zet ik me met ons hele team elk jaar weer voor in.”

Reanimatie

“De meeste marathons verlopen probleemloos” SEH-arts Nathalie Dollée

iemand met hartkloppingen. Bij Europese wedstrijden hebben we weleens vuur­werk­ letsel gehad. Verder gaat het vooral om standaarddingen, soms drugsgerelateerd, en af en toe een vechtpartijtje.”

Als het misgaat

Niet elk verhaal eindigt luchtig. Voor Nathalie Dollée, SEH-arts in het Franciscus Gasthuis & Vlietland, gaat dat het diepst. Ze is medisch manager evenementenzorg bij de Rotterdam Marathon Study Group, de organisatie achter onder meer de marathon van Rotterdam en sinds dit jaar ook die van Den Haag. Bij de mara­thon is het weleens voorgekomen dat een deel­nemer niet levend de eindstreep haalde. “Dat heeft dan vaak te maken met een onder­­­liggende aandoening of ziekte waar iemand nog niet vanaf wist. Dat zijn ont­ zet­­tend in­grijpen­­de momenten, niet alleen voor de familie, maar ook voor iedereen die erbij be­trok­­ken is”, vertelt Dollée. Gelukkig zijn het wel uit­zonderingen, benadrukt ze. “De meeste marathon­zondagen lopen goed

Het meest heftige moment dat Van der Wal is bij­gebleven, is een verdrinking. “Iemand was geïn­toxiceerd het water in gesprongen. Dat hoop ik niet nog een keer mee te maken.” Door­dat een festival qua bezoekers eigenlijk een soort kleine stad is, ziet hij bijna dezelfde dingen als op een gewone spoedeisende hulp. “Op sommige festivals is er wel een of twee keer per jaar een reanimatie. Gelukkig meestal zonder slechte afloop.” Ook Zwets hoeft niet lang na te denken over de meest ingrijpende gebeurtenis. “Een oudere toeschouwer kreeg na de wedstrijd een ritme­­­ stoor­nis. Dat soort dingen vergeet je niet snel meer.” Meerman geeft aan dat juist de nietlichamelijke dingen haar vaak raken. “Ik vind het het ergst als iemand zo van de wereld is dat hij niet meer weet waar hij is of juist agres­­­­ sief wordt naar zijn eigen vrienden. Dat is best heftig om te zien, zeker als je bedenkt dat het voor die persoon eigenlijk gewoon een leuke dag had moeten zijn.”

het festival is. Meestal ken je elkaar nog niet zo goed, want je ontmoet elkaar vaak pas op de dag zelf. Maar je moet samen wel snel een in­schatting kunnen maken: kan een be­ zoeker na een tijdje rustig weer naar huis of moet diegene alsnog naar het ziekenhuis? We proberen ziekenhuizen zoveel mogelijk te ontlasten, want dat is het hele idee achter evenementenzorg. Is een ziekenhuisbezoek wel nodig, dan sturen we bezoekers gericht door in plaats van zomaar een ambulance te bellen. Vooral bij grote sportevenementen of festivals in de regio wil je voorkomen dat de ziekenhuizen overbelast raken.” Voor Dollée zit het grootste verschil tussen haar reguliere baan en haar evenementenrol juist in de sfeer. “Iedereen is blij en enthousiast. Dat is toch anders dan een patiënt die ge­strest binnen­komt op de SEH”, zegt ze. “Inhoudelijk doe je vaak hetzelfde, alleen de omstandig­ heden en de keuzes die je maakt, zijn soms anders.”

Dokteren buiten de spreekkamer

Arts zijn tijdens een evenement vraagt iets anders van je dan wanneer je in je eigen spreek­kamer zit, weten ze alle vier. Bij Zwets zit dat verschil vooral in de logistiek. “Als ik naast het stadion sta, lijkt het soms meer op een ambulance op straat dan op mijn werk als SEH-arts. Je weet nooit precies wat je aantreft en moet regelmatig ter plekke schakelen. Als iemand hoog op de tribune onwel wordt, moet je bijvoorbeeld bedenken hoe je die persoon van vier trappen hoog naar beneden krijgt. Dat is soms even improviseren.” Meerman werkt met een veel kleiner team dan ze in het ziekenhuis gewend is en herkent dat snelle schakelen. “Vaak werk ik met maar één of twee artsen, afhankelijk van hoe groot

Soms sta je vlak naast de speakers van een podium. Dan is communiceren met je patiënt of je collega ineens een stuk lastiger.

LAD magazine | 8

“Het zijn heel leuke patiënten om te helpen” Aios Wouter van der Wal


Reconstructie

Hoe zit het met je privacy bij ziekte? Fedde Verhoeven* is aios gynaecologie en werkt in een ziekenhuis. Als hij zich op een dag ziekmeldt, krijgt hij vrijwel direct een bericht van zijn opleider: “Wat vervelend, maar wat is er aan de hand en wat kan ik aan het team communiceren?” Verhoeven vraagt zich af hoe hij hierop moet reageren. Daarom neemt hij contact op met het Kennis- en dienstverleningscentrum van de Federatie Medisch Specialisten en de LAD. Verhoeven komt in contact met arbeidsjurist Joekie van Gogh en vertelt haar dat hij niets wil delen over zijn ziekte. Ook heeft hij liever niet dat het team hierover wordt geïn­for­meerd. Van Gogh stelt hem gerust: zijn op­leider mag hier niet naar vragen en mag ook het team niet zomaar inlichten. “De regels hierover zijn duidelijk. Mijn cliënt hoeft geen infor­matie te delen over zijn ziekteoorzaak als hij dat niet wil. Ook de bedrijfsarts mag geen medische informatie delen met zijn werk­gever”, stelt Van Gogh.

Autoriteit Persoonsgegevens

Als een werknemer zich ziekmeldt, mag de werkgever niet naar de ziekteoorzaak, diag­no­ se of behandeling van de werknemer vragen en dit ook niet vastleggen. Gezond­heids­­ gegevens zijn namelijk bijzondere persoons­ gegevens die extra bescherming genieten. De Autoriteit Persoonsgegevens handhaaft hierop. Verhoeven hoeft zijn opleider dus niets te ver­tellen over de reden waarom hij zich ziek­­meldt. Zijn opleider mag alleen vragen naar informatie die nood­zake­lijk is voor de verzuim­­­begeleiding en re-integratie. Denk aan de ver­moedelijke duur van het verzuim, lopende afspraken en werk­zaam­ heden, en of sprake is van een arbeids­ ongeval.

Informeren team

Ook het team mag niet worden geïnformeerd over de ziekteoorzaak zonder toestemming van Verhoeven. Als Verhoeven al iets vrijgeeft over zijn situatie, dan is dat voor zijn opleider geen vrijbrief dit met het team te delen. De werk­gever mag collega’s alleen informeren over de afwezigheid van een werknemer voor zover dat noodzakelijk is voor de organisatie van het werk. Als een werknemer uitdrukkelijk

toestemming geeft en zelf aangeeft dat het team mag worden geïnformeerd, is het na­tuur­­lijk een ander verhaal. Maar Van Gogh benadrukt dat een werkgever ook dan voor­­­zichtig met de informatie moet omgaan, om­dat door de gezagsverhouding niet altijd duide­lijk is of toestemming volledig vrijwillig is gegeven. Als een werknemer zich ziekmeldt, wordt hij doorverwezen naar de bedrijfsarts. Die beoor­ deelt de arbeidsongeschiktheid, brengt de arbeidsmogelijkheden van de werknemer in kaart en begeleidt de terugkeer naar werk. In dit geval zal Verhoeven persoonlijke infor­ma­tie met de bedrijfsarts moeten delen, zo­dat die de beoordeling en begeleiding kan in­zetten.

Beroepsgeheim

Verhoeven hoeft niet bang te zijn dat de be­drijfsarts medische informatie met zijn opleider deelt. De bedrijfsarts is namelijk gebonden aan een beroepsgeheim, zodat Verhoeven vrijuit kan praten en de bedrijfs­ arts hem goed kan begeleiden. Wat de be­drijfs­arts terugkoppelt aan de werkgever, is alleen de noodzakelijke informatie die nodig is voor re-integratie, zoals functionele beperkingen (en de gevolgen daarvan voor arbeid) of werkgerelateerde oorzaken, die bij terugkeer in de eigen werksituatie op­ nieuw arbeidsongeschiktheid of gezond­ heids­schade kunnen opleveren. Ook mag de bedrijfsarts aangeven welke werk­zaam­ heden de werknemer eventueel nog wel kan doen, welke aanpassingen daar even­ tueel voor nodig zijn, welke technische interventies worden ingezet (denk aan een werkplekonderzoek) en wat het einddoel is van de re-integratie. Als sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie, mag hij dat ook melden, zodat dit kan worden opgelost.

­­

Tips van Joekie van Gogh ­

• Als je ziek bent, hoef je alleen te melden dát je ziek bent. Je hoeft niet te vertellen wat je precies hebt. Geef je bereik­ baarheid door, je ver­wachte hersteldatum en welke werk­ zaamheden er lopen. Dat is alles wat je werk­gever mag vragen. Je bepaalt verder zelf wat je wel of niet deelt. • Je hoeft geen medische informatie met je opleider of de hr-afdeling te delen. Met de bedrijfsarts moet je medische informatie wél delen. De bedrijfsarts is er voor jou en is gebonden aan het beroeps­ geheim. Wat je bij de bedrijfs­ arts bespreekt, blijft daar. • Geef niet zomaar toestemming aan je opleider om informatie met het team te delen. Je bent hiertoe niet verplicht en hoeft een weigering niet te motiveren.

* Namen van cliënten in deze rubriek zijn fictief in verband met de privacy van de cliënt.

September 2026 | 9


Werk/privé

Ndidi Obihara Een brug slaan tussen patiënt en zorg­ver­lener via visuele metaforen: dat is wat ze wil met de stichting Medifoor. “Ik kan er mijn creativiteit in kwijt, maar het is voor mij ook een manier om bij te dragen aan een toegankelijke en inclusieve zorg”, aldus aios chirurgie Ndidi Obihara.

LAD magazine | 10


Tekst Marjolein Dekker Fotografie Ivar Pel

Ndidi Obihara (32) is aios chirurgie in het Radboudumc. In 2024 richtte ze samen met haar vader (en kinderarts) Charlie Obihara en kunstenaar Albert Hennipman de stichting Medifoor op, waar zes artsen en zeven illustratoren bij zijn aangesloten. Samen maken ze mediforen: korte beeldverhalen op basis van een metafoor, om medische informatie begrijpelijk te maken. Obihara woont samen met haar man in Berg en Dal. Op 18 november geeft ze samen met illustrator Merel Barends een parallelsessie op het Festival van de Bevlogenheid.

“Medifoor helpt me om los te komen uit de bubbel van ons jargon” Het idee ontstond op een zondagochtend aan de keukentafel, thuis bij haar ouders. “Ik liep coschappen en vertelde dat ik die week naast een specialist zat die een patiënt informeerde over een behandeling”, vertelt Obihara. “Zelfs na een aantal jaren studeren kon ik er al geen touw aan vastknopen, laat staan dat de patiënt daartoe in staat was. Aan het eind van het gesprek vroeg de specialist of alles duidelijk was. De patiënt knikte met een glazige blik en ik dacht: dit kan toch niet de bedoeling zijn?”

Metaforen

Haar vader, kinderarts in Tilburg, herkende het probleem direct. “Hij vertelde dat hij precies om deze reden graag metaforen gebruikt in de spreekkamer. Als je obstipatie vergelijkt met een file van poep in je darmen, kun je heel beel­ dend vertellen wat er in je lichaam gebeurt.” Al pratende vroegen ze zich af of ze zulke meta­foren niet konden visualiseren. Via haar moeder, psycholoog en destijds docent aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht, kwam ze samen met haar vader in contact met kunstenaar Albert Hennipman. “Mijn vader en hij hielden een soort pitch tijdens een KNMGbijeenkomst, waarbij artsen werden geprik­keld om metaforen te bedenken uit hun eigen vak­ gebied. Albert maakte er ter plekke tekeningen van. Dat sloeg meteen aan: voor ons de bevestiging dat we er iets mee moesten. Zo is het idee voor Medifoor geboren; eerst als project en sinds 2024 als een stichting.”

Beeldverhalen

Met een team van artsen en illustratoren van­uit de creatieve broedplaats Het Huis van Betekenis in Utrecht, werken ze inmiddels zo’n acht jaar aan Medifoor. In die tijd ontwik­kelden ze zo’n tachtig mediforen: korte ge­teken­de beeldverhalen, gebaseerd op een meta­foor. “Ieder verhaal begint met een personage. Vervolgens wordt stap voor stap de ver­binding gelegd tussen een medisch onder­werp en iets

wat mensen kennen uit hun dage­lijkse leven.” Medifoor helpt organisaties om complexe medische informatie begrijpelijker en toe­ gankelijker te maken. Daarnaast geven de artsen en illustratoren workshops en trainin­ gen. Obihara staat aan het roer van de stich­ ting. Ze werkte zelf onlangs ook mee aan een serie mediforen voor Diabeter, zoals over het omgaan met een insulinepomp. “Zo’n pomp werkt samen met een glucosemeter en kan op basis van iemands bloedsuiker auto­matisch de juiste hoeveelheid insuline af­geven. Maar wat als die automatische functie het ineens niet doet? We hebben de insuline­pomp afge­ beeld als de automatische piloot van een vlieg­­ tuig. Als die uitvalt, moet de piloot ineens weer zelf de koers bepalen en bijsturen.”

Creativiteit

Voor Obihara biedt Medifoor de perfecte ge­legen­heid om haar creativiteit te uiten. “Ik vind het leuk om buiten de lijntjes te kleuren. Toen ik een jaar of zestien was, was ik vast­­ besloten een creatief beroep te kiezen. Ik ging onder meer naar de open dag voor Music Management. Mijn ouders vonden dat ik breder moest kijken en mijn moeder stelde voor om eens te kijken wat bij me past aan de hand van tv-programma’s die ik graag keek. Ik volgde destijds onder meer Cesar Millan the Dog Whisperer en Super Nanny. Wat bleek? Al die programma’s hadden te maken met com­municatie, omgaan met mensen, pro­ble­ men analyseren en oplossingen be­denken. Toen we dat op een rijtje zetten, dacht ik: zou het artsenvak dan toch iets voor me zijn? Ik had altijd getwijfeld of ik het wel kon en het leek me ook veel te serieus. Maar nadat ik een dagje had meegelopen met een genees­ kundestudent, was ik om.”

Uit de eigen bubbel

Ze noemt het ironisch dat ze uitgerekend in de chirurgie terechtkwam. “Ik had het stereo­type

beeld van ongenuanceerde specia­lis­ten die niet goed communiceren met de patiënt.” Tijdens haar coschap bleek de werke­lijkheid anders. “De combinatie van resultaat­gericht­ heid en het oplossen van problemen met je handen vond ik verrassend leuk.” En die apen­ rots? Ze lacht. “Op de afdeling waar ik nu werk, gaat iedereen op een heel prettige en betrok­ ken manier met elkaar om. Ik voel me er thuis.” Ze doet haar opleiding parttime en werkt één dag in de week voor Medifoor. “Soms druk, maar vooral heel leuk! Het is voor mij niet alleen een manier om mijn creativiteit te uiten, maar ook om een bijdrage te leveren aan toe­­­­ganke­­lijke en inclusieve zorg, juist voor mensen voor wie medische informatie extra moei­­­lijk te begrijpen is.” Dat is hard nodig, vindt ze. “Wij worden als arts opgeleid in een taal die niet vanzelfsprekend is voor heel Neder­land. Medifoor helpt me om los te komen uit die bub­bel van ons jargon en begrijpelijker te com­ muni­ceren met patiënten.”

Testen

De samenwerking met haar eigen vader vindt ze heel leuk. “Mijn vader komt uit Nigeria. In de West-Afrikaanse cultuur spelen verhalen met een duidelijke moraal een grote rol. Hij heeft me er vroeger zelf veel verteld. Ik denk dat metaforen bedenken hem daar­om goed afgaat, maar hij vervult ook een belang­rijke rol om mediforen inclusief te maken.” Een goede metafoor bedenken is minder een­ voudig dan het lijkt, weet ze intussen. “Metaforen zijn heel persoonlijk. Wat de één een per­ fecte vergelijking vindt, werkt voor een ander helemaal niet. De samenwerking tussen arts en illustrator is vaak al een goede testcase, maar we testen nieuwe mediforen ook altijd bij patiënten. Daarnaast is het belangrijk dat een zorgverlener samen met de patiënt het beeldverhaal doorloopt. Uit onderzoek in het onderwijs is gebleken dat dat het beste werkt voor een optimaal begrip.” Ze geniet ervan als patiënten positief reageren op het gebruik van mediforen. “We hebben onlangs een medifoor van de poepfile in een pilot­studie getest bij kinderen met obsti­pa­tie. Eén kind zei een paar weken na de behande­ ling: ‘Dokter, de file in mijn darmen is nu opge­ lost.’ Fantastisch vind ik dat! Als een kind zelf in de metafoor blijft praten, weet je zeker dat hij het écht heeft begrepen.” September 2026 | 11


Podium

Artsen van morgen aan het woord Bijna 2.800 studenten zijn in september gestart met hun opleiding geneeskunde. Hoe kijkt de toekomstige generatie artsen tegen het vak aan en waarom kiezen ze voor de zorg? We interviewden drie studenten die werden ingeloot. Wat is hun motivatie en hoe zien hun toekomstdromen eruit?

LAD magazine | 12


Tekst Marjolein Dekker Illustratie Studio Vellekoop & León

Elke Raaijmakers

Sudarshan Padmakumar

Daphne de Brie

student geneeskunde, Radboud Universiteit

student geneeskunde, Rijksuniversiteit Groningen

student geneeskunde, Rijksuniversiteit Groningen

Op de havo wilde ik heel graag ver­ loskunde studeren. Dat leek me een prachtig vak, maar ik was ook bang me dan op een heel specifiek beroep vast te leggen. Na de havo ben ik daarom naar het vwo gegaan om wat tijd te kopen. Sinds vorig jaar heb ik een bijbaan in de ouderenzorg. Ik help be­woners met het wassen en aankleden. Het voelt goed om mensen te helpen. Door dat bij­baantje weet ik zeker dat ik iets in de zorg wil doen.

Op de middelbare school vond ik biologie een fantastisch vak. Ik heb even getwijfeld om biomedische weten­schap­pen te gaan doen, maar het sociale aspect trekt me ook heel erg. Daarom heb ik voor geneeskunde gekozen. Ik heb een paar vrienden die het al studeren of die net klaar zijn. Zij hebben mij een goed inkijkje gegeven in de studie en het vak. Via een van hen ben ik in contact gekomen met een kinderarts in ziekenhuis Rijnstate, met wie ik mocht meelopen als een soort stage. Toen wist ik zeker dat dit het vak is dat ik later graag wil uitoefenen!

Vijf van mijn vrienden wilden ook ge­neeskunde studeren. Zij zijn uitge­ loot. Toen ik hoorde dat ik wél was ingeloot, was ik opgelucht en dank­baar, maar ik vond het ook heel ver­drietig voor hen. Gelukkig gaan ze wel alle­maal naar Groningen voor een andere opleiding, dus we blijven als vrienden­ groepje samen. Daar ben ik heel blij om!

Na lang twijfelen besloot ik mee te doen aan de ongewogen loting voor geneeskunde in Nijmegen en aan de selectie voor verlos­ kun­de. En wat denk je: ik werd ingeloot voor beide! Uiteindelijk ga ik voor geneeskunde vanwege de breedte van het vakgebied. Gynae­cologie lijkt me mooi, maar ook der­mato­logie trekt me. Ik keek altijd naar Dr. Pimple Popper, een serie over een Amerikaanse dermatoloog die mensen helpt met bijzon­dere huidaandoeningen. Het lijkt me gaaf mensen met dat soort klachten te helpen. Maar er zijn vast nog heel veel vakgebieden die ik niet ken, dus ik pin me nergens op vast. Ik weet dat ik kies voor een vak met lange werk­dagen. Het lastigste lijkt me niet de werk­druk, maar de grote ver­ant­woor­de­lijk­ heid. Stel dat er iets misgaat, dan moet je de volgende dag door. Dat lijkt me best heftig. Ik voel me bevoorrecht dat ik ben ingeloot. Die kans is in Nijmegen maar één op vijf. Wie niet is ingeloot, zou ik vooral willen mee­ge­ ven de moed niet op te geven. Zelf ben ik be­gonnen op de havo. Dan kun je denken dat geneeskunde geen optie is, maar als je ergens voor gaat, kan er veel. Nu alleen nog een kamer vinden. Suggesties zijn welkom!”

Van mijn vrienden weet ik dat het artsenvak niet altijd leuk is. Zo lijkt het me best moeilijk als een patiënt overlijdt die je lang hebt be­geleid en echt hebt leren kennen. Maar helaas hoort dat bij het leven en staan er ook veel mooie dingen tegenover. Hoe gaaf is het als je iemand beter kan maken! Ik realiseer me dat ik een lange, intensieve studie te gaan heb en dat het soms even zoeken kan zijn naar een goede werk-privébalans. Maar dat ik ben ingeloot, voelt als een lot uit de loterij. Ik hoop hier heel veel te leren en heb er ont­ zettend veel zin in. Het mooiste lijkt me dat je mensen als arts écht kunt helpen en mensen ontmoet van allerlei verschillende achtergronden. Mijn ouders zijn vanuit India naar Nederland ver­ huisd. Ik ben zelf in Nederland geboren, maar heb wel ervaren hoe het voelt om hier met een andere culturele achtergrond te wonen. Ik vind het belangrijk dat mensen uit een ander land die de taal nog niet goed spreken, zich hier veilig voelen bij een arts. Ik hoop met mijn achtergrond te kunnen bijdragen aan een toegankelijke zorg voor iedereen.”

Als kind wilde ik later iets met dieren gaan doen. Ik ben gek op dieren en rijd al van jongs af aan paard. Toen ik wat ouder werd, trok de gezondheidszorg me ook steeds meer. Ik vind het interessant hoe het menselijk lichaam werkt en het werken met mensen lijkt me heel leuk. Omdat het zowel voor dier- als ‘gewone’ genees­kunde niet makkelijk is om ingeloot te worden, besloot ik me in te schrijven voor drie studies: naast diergeneeskunde en geneeskunde werd dat zorg, gezondheid en samenleving. Uiteindelijk werd ik voor de laatste twee geselecteerd. Dat had ik nooit verwacht! Ik heb het programma van beide opleidingen naast elkaar gelegd en besloot voor geneeskunde te gaan. De vakken en de lessen spraken me simpelweg meer aan. Ik zou heel graag de beschouwende kant op willen. Het lijkt me gaaf om op basis van wat mensen vertellen, te bedenken wat er aan de hand kan zijn. Natuurlijk lees ik weleens dat het artsenvak zwaar is, maar dat maakt me niet uit. Als je iets heel leuk vindt, kan je veel hebben. Mijn ultieme droom is om kinderarts te worden. Niet alleen omdat ik kinderen leuk vind, maar ook omdat het me fijn lijkt dat je je niet in één ding specialiseert maar met alle soorten aandoeningen te maken krijgt. Maar ik laat alles eerst maar eens op me afkomen. Ik kijk heel erg uit naar dit eerste studiejaar!”

September 2026 | 13


Column

Van guppie naar paling Danae Smeets (27) studeerde geneeskunde in Maastricht en rondde haar studie in augustus 2024 af. Daarna besloot ze even de tijd te nemen om uit te vinden welk artsenleven het beste bij haar past. In december 2025 begon ze als anios arbeid en gezondheid. Per 1 mei 2026 is ze projectleider bij het Zuyderland Research Instituut. Hoe haar toe­komstige artsen­ loopbaan eruitziet, weet ze nog niet, maar het liefst combineert ze geneeskunde met onderwijs én (wetenschaps)journalistiek, want schrijven is haar grote passie. In haar columns neemt Danae je mee in haar zoektocht als startend arts.

Ik dacht dat mijn ambitie tot op diepzeeniveau ge­ daald was – ergens in de buurt van de Titanic. Maar dat is het probleem niet. Ik vind mensen soms niet meer zo leuk. Een paar jaar geleden ademde ik nog geneeskunde. Ik wilde álles weten, álles leren. Ik deed er álles aan om een zo goed mogelijke dokter te worden. En dat ging niet gemakkelijk. Er moesten offers worden gebracht. Ik stopte met schrijven, schilderen, lezen, lachen, slapen. Ik fileerde mijn vrije tijd. En waar­ voor? Zodat patiënten me kunnen vertellen dat ze geen sigaret minder gaan roken, geen frikandel minder eten en het liefst gisteren nog een spuit Ozempic in hun buik zetten? Ik had kunnen besluiten daar elke dag tegenin te gaan en als een zalm koppig tegen de stroom in te blijven spartelen. Maar hoe bewonderenswaardig die strijd ook is, zalmen gaan aan het einde van de rit dood: uitgeput en teleurgesteld. Maar goed, het respect van je patiënten kun je na­ tuur­lijk niet altijd krijgen. Gelukkig heb je dan de waardering van je collega’s nog. Toch? Als guppie wilde ik dolgraag het respect verdienen van de artsen tegen wie ik zo opkeek. Maar toen ik vertelde dat ik in de verzekeringsgeneeskunde ging werken, werd er door menigeen niet zo heel respectvol ge­ lachen. “Wie wil daar nou werken?” “Zonde van een goed stel hersenen.” “Als je dat eenmaal gewend bent, kun je niet meer terug.” Is er soms een soort complot om jonge dokters af te schrikken van de sociale geneeskunde? Net zoals je

LAD magazine | 14

tegen je neefje zegt dat hij die chocolade echt niet moet eten, omdat die zogenaamd vies is? Ha! Ik heb ze door! Mij pakken ze niet!

Is er soms een soort complot om jonge dokters af te schrikken van sociale geneeskunde? Al dat moddergooien maakte mij alleen maar nieuws­gieriger. Dus ik daalde af naar die beruchte diepte. En wat ik daar aantrof? Een soort Atlantis! Een verborgen plek waar ik werd gesteund en ge­ waar­deerd. Waar collega’s respect hebben voor elkaar – zelfs voor de collega’s die op hen neer­ kijken. Maar het is ook een plek waar mensen op een gezonde manier respect hebben voor zichzelf. Voor hun leven. Opeens had ik weer zeeën van vrije tijd. Ik begon weer te schrijven, te lezen, te lachen. Als je dat eenmaal gewend bent, wíl je niet meer terug. Behalve ik. Gek genoeg ben ik toch nog niet uit­ gezwommen. Maar ik heb wel geleerd dat je een zielig visje wordt als je afhankelijk bent van de waardering van anderen. Daarom wil ik zo ongrijp­ baar worden als een paling. Soms moet je door de modder en het slib, maar als het ene meertje je niet zint, glibber je lekker verder naar een plek waar het zoeter is. Zorg ervoor dat jíj trots bent op wat je doet. En hoe je tegen anderen doet. Misschien ga ik mensen dan weer wat leuker vinden.


Tekst Marjolein Dekker Fotografie Ivar Pel

Alise van Heerwaarde Vanuit de koffiekamer klinkt gelach. De artsen, diëtisten en verpleegkundig specialisten van de afdeling Kindergeneeskunde in het Martini Ziekenhuis lunchen er, als het even lukt, met z’n allen. Aios kindergeneeskunde Alise van Heerwaarde heeft iets lekkers meegenomen, omdat ze haar opleiding de komende tijd in het UMCG voortzet. Ze kijkt met veel plezier terug op haar tijd hier. “Van de pauze wordt écht een moment gemaakt. Iedereen wordt opgetrommeld om mee te gaan. Daardoor kom je niet alleen los van je werk, maar het bevordert ook de multidisciplinaire samenwerking. Als je weet waar iemand op vakantie is geweest of wat hij in zijn vrije tijd doet, stel je een lastige vraag net iets makkelijker.” September 2026 | 15


Bevlogenheid

Nikita van den Berge is aios Maatschappij + Gezondheid (M+G) met het profiel infectieziektebestrijding. Ze volgt haar opleiding bij het RIVM, geeft les aan geneeskundestudenten en verleent als basisarts forensische zorg.

“Ik wil graag kunnen blijven improviseren” “We hebben als artsen M+G een fantastisch vak, maar zijn niet heel bekend of zichtbaar in de maatschappij en ook niet bij collega’s. De focus ligt op de curatieve zorg”, vertelt Van den Berge over het laagste cijfer in haar rapport: de 5 voor Erkenning en waardering. “Medisch specialisten zijn veel zichtbaarder dan hun collega’s in de sociale geneeskunde. Zo zag je tijdens de coronacrisis alleen infectiologen of medisch microbiologen bij talkshows aan tafel zitten en jammer genoeg geen artsen infectieziektebestrijding.”

Nikita's bevlogenheidsrapport Zingeving Autonomie en zeggenschap Sociale verbondenheid Ontwikkeling Werk-privébalans Erkenning en waardering

10 8 9 9 9 5

Dit zijn belangrijke elementen die je bevlogenheid voeden of juist uitputten. Volgens het wetenschappelijk onderbouwde Job Demand-Resources model en Stanford occupational wellbeing model® toetsen we een aantal van die elementen.

LAD magazine | 16

Tegelijkertijd ziet Van den Berge dat preventie in de zorg – en dus ook de specialismen binnen de sociale geneeskunde – steeds belangrijker wordt. Althans, op papier. Het noodzakelijke geld om erin te investeren is er nog niet. “De huidige financieringssystemen ondersteunen preventie totaal nog niet. En je wordt als arts M+G niet bijzonder goed betaald als je het bijvoorbeeld vergelijkt met een medisch specialist in een ziekenhuis.”

Idealistisch en volhardend

Het gebrek aan erkenning en waardering compenseert Van den Berge ruimschoots op alle andere elementen die haar bevlogenheid voeden. Op haar rapport prijkt zelfs een 10 voor zingeving. “Ik vind het heel belangrijk dat ik iets doe wat mij zingeving biedt. Als arts infectiebestrijding vertaal ik mijn medische expertise naar beleid en schakel ik steeds tussen individuele casuïstiek en de systeem­ wereld. En in mijn dagelijks werk kan ik blijven improviseren, elke casus is weer net anders, dat vind ik zo leuk. Je moet ook wel een soort drive hebben om dingen echt in beweging te krijgen, ook in de maatschappij. Want dat is een belangrijk onderdeel van je werk.” Bovendien is dat idealisme ook echt nodig als je daadwerkelijk iets wilt veranderen, legt ze uit. “De organisaties waar we als arts M+G werken, zijn over het algemeen vrij ambtelijk. Als je iets wilt bereiken, moet je goed bedenken wat je daarvoor nodig hebt, volhardend zijn en medestanders hebben. Daar leer ik tijdens de opleiding mee omgaan, want dat ben ik als arts niet gewend. Ik vind het inmiddels leuk om daarmee te spelen, bijvoorbeeld


Tekst Bart van Pagée Fotografie Ivar Pel

Hoe bevlogen is Nikita van den Berge?

met hoe je taal gebruikt in beleidsstukken. En het plezier is des te groter als het dan toch lukt.”

Nieuwsgierig

Als iets onverhoopt in de ambtelijke molen blijft hangen, helpt een goede dosis nieuws­ gierigheid. “Fascinerend, denk ik dan. Wat interessant dat dit niet lukt”, vertelt ze lachend. “Ik probeer het te benaderen met een soort verwondering, want ik weet uit ervaring dat het niet helpt als je cynisch wordt. Als je er met een oordeel ingaat, krijg je niemand mee. Maar als je dat vanuit nieuwsgierigheid doet vanuit het perspectief van de ander, heb je kans dat er beweging in komt.”

Bewust stilstaan

Toch heeft al haar enthousiasme en bezieling ook een keerzijde. Zo werkt ze tijdens een crisis­ periode makkelijk 60 uur in de week. Dat gebeurde onlangs nog toen het hantavirus op­­dook en haar afdeling van het RIVM op volle toeren draaide. Van den Berge: “Tijdens zo’n crisis ga ik echt helemaal aan. Tegelijkertijd ga ik op dat moment continu over mijn eigen grenzen heen. De bevlogenheid van artsen is volgens mij ons grootste goed, maar ook onze grootste valkuil. Iedereen gaat voor de volle honderd procent voor zijn baan en patiënten. We mogen als dokters daarom echt beter voor onszelf zorgen. Ik heb dat van eerdere crises geleerd. Om in de hectiek even stil te staan en bewust aan mezelf te vragen: wat heb ik nu nodig?” Wil jij geïnterviewd worden over jouw bevlogenheid? Mail dan naar redactie@lad.nl.

September 2026 | 17


In ‘t kort

6 op de 10

3.044

huisartsen ervaren een (veel) te hoge werkdruk.

In 2027 komen er 3.044 opleidingsplekken voor artsen, 60 meer dan dit jaar.

Bron: Arbeidsmarktplatform Zorg en Welzijn

Bron: VWS

78% van de geneeskundestudenten sport minder tijdens coschappen door tijdgebrek en vermoeidheid. Bron: De Geneeskundestudent

Tips voor startende basisartsen De LAD en De Jonge Specialist hebben een overzichtelijke webpagina en een han­dig zakkaartje gemaakt, waarin de belang­rijk­ ste tips staan voor een succes­volle start van je artsenloopbaan. DJS en de LAD krijgen regelmatig vragen van startende basis­ artsen over drie onderwerpen: arbeids­voor­ waarden, de voorbereiding op de eerste werkdag of dienst en het aangaan van het eerste arbeidscontract. Hoe zit het bij­voor­ beeld met het aantal diensten dat je mag draaien? Hoe zorg je dat je je eerste werk­ dag of nachtdienst goed doorkomt? Hoe weet je of je in de juiste salarisschaal bent ingedeeld? En kan je onderhandelen als je een arbeidsovereenkomst aangaat? Het antwoord op al deze en andere vragen staat overzichtelijk op een rij op www.dejongespecialist.nl/basisartsen.

LAD magazine | 18

De belangrijkste tips staan daarnaast in een zakkaartje, dat je makkelijk kan meenemen. De webpagina is een aanvulling op Startalsarts.nl, de website van DJS, LAD en KNMG waar onder meer een overzicht van alle medisch vervolgopleidingen is te vinden.

Nieuwe columnist gezocht Gelukkig schrijft ze nog tot eind dit jaar voor ons, maar we zijn op zoek naar een nieuwe columnist die Danae Smeets in 2027 op­ volgt. Heb je een vlotte pen en lijkt het je leuk om je in een column uit te spreken over onderwerpen op het snijvlak van arbeid en zorg, zoals de werk-privébalans, autonomie, zeggenschap, de cultuur in zorginstellingen of het opleidingsklimaat? Maak je interesse dan bij ons kenbaar. In je columns mag je je verwonderen, verbazen of mensen prikkelen, maar het belangrijkste is misschien wel dat je de lezers stof tot nadenken geeft. Iedereen die lid is van de LAD (van coassistent tot aios en van huisarts tot medisch specialist) kan zich aanmelden met een korte motivatie. Heb je al vaker iets geschreven, dan ont­ van­gen we ook graag wat voorbeelden. Voor de column ontvang je een vergoeding. Interesse? Stuur dan een mail naar Marjolein Dekker, teamleider Communicatie bij de LAD, via m.dekker@lad.nl.


Column

Hoger salaris, lichtere nachten? Caroline van den Brekel, directeur LAD

Dit najaar gaan de onderhandelingen voor een aantal cao’s van start, waaronder de Cao Zieken­ huizen. Nu de druk op de ziekenhuiszorg steeds groter wordt, staan goede en concrete afspraken hoog op onze agenda. Niet alleen over de pri­maire arbeidsvoorwaarden, maar ook over de werk­druk. Maar boven alles moet het gaan om afspraken die een verbetering zijn voor álle zieken­huis­werk­nemers. Dat laatste is helaas niet altijd een vanzelfsprekend­ heid. Bij de totstandkoming van de nieuwe Cao UMC afgelopen voorjaar werden medisch specia­listen zelfs van een aantal afspraken uit­gesloten. Uiteindelijk was een actietraject nodig om alsnog tot een goed resultaat te komen. Ik hoop dat dit scenario bij de Cao Ziekenhuizen niet nodig is – al zitten daar nog een aantal rariteiten in de huidige afspraken. Zo ontvangen zorgprofessionals boven een bepaald salaris geen vergoeding voor

Nieuwsgierig hoe je een hele loopbaan lang gezond en met plezier kan blijven werken? Meld je dan aan voor ons Festival van de Bevlogenheid op 18 november. Tijdens dit unieke evenement kun je je laten inspireren door tal van interessante sessies. Net als vorig jaar mogen we een vooraanstaande internationale spreker op ons festival verwelkomen: niemand minder dan verpleegkundig socioloog prof. Linda Aiken (University of Pennsylvania) komt een keynote verzorgen. Haar wereldwijde onderzoek wijst uit dat investeren in het behoud van zorgprofessionals essentieel is om het wereldwijde personeelstekort in de zorg aan te pakken. De tweede keynote spreker is dierentuin- en gedragsbioloog Wineke Schoo. Zij vertelt wat je kunt leren van chimpansees als het gaat om meer verbinding in de zorg. Vervolgens kun je twee kennis-, doe-, inspiratie- of kunstsessies volgen. Ontdek bijvoorbeeld

bereikbaarheids-, aanwezigheids- en consignatie­ diensten (de zogeheten BAC-diensten). Alsof de belasting van een oproep in de nacht of in het weekend bij het passeren van een salarisgrens ineens van je schouders valt… Een goede vergoeding van de BAC-diensten voor iedere ziekenhuiswerknemer is dan ook een van de onderwerpen die we zullen agenderen. Net zoals een goede salarisverhoging. Tussen 2019 en 2025 paste de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen loondifferentiatie toe, waardoor hogere functie­ groepen er per saldo op achteruitgingen. In de huidige cao is het gelukt een gelijke procentuele loonsverhoging voor alle werknemers af te spreken. Dat uitgangspunt staat voor ons ook nu weer als een paal boven water. Als we willen dat zorg­profes­ sionals in algemene ziekenhuizen blijven werken, moet je ze wel allemaal goed waarderen.

wat onzekerheidstolerantie inhoudt, doe mee aan een sessie over het belang van goed ademen of laat je inspireren door de #vaniknaarwij-campagne. Het festival vindt plaats in de Prodentfabriek in Amersfoort en duurt van 10.30 tot 16.30 uur. Interesse? Meld je aan via festivalvandebevlogenheid.yellenge.nl.

Werkweek aios Aios in algemene ziekenhuizen hebben afgelopen zomer een uitnodiging ontvangen van de LAD en De Jonge Specialist om een enquête in te vullen over hun werkweek. In de Cao Ziekenhuizen is namelijk afgesproken dat tijdens de looptijd van de huidige cao wordt onderzocht of en hoe de normatieve werkweek van aios kan worden verkort. Aios in algemene ziekenhuizen hebben nu een werkweek van 38 betaalde uren. Daar mogen maximaal 10 onbetaalde opleidingsuren bij op komen, maar aios mogen niet structureel voor 48 uur worden ingeroosterd. Hoe zit dat in de praktijk: hoeveel uren werken ze en hoe worden werk- en opleidingstijd ingevuld? Met de enquête hopen we daar meer inzicht in te krijgen. Dit najaar starten de onderhandelingen voor de nieuwe cao.

September 2026 | 19


5% LADkorting*

Je auto verzekerd Je medische spullen ook Speciaal voor zorgprofessionals VvAA Autoverzekering 24/7 directe hulp bij schade Medische spullen in je auto meeverzekerd 10% korting voor young professionals* Bereken je premie Scan de QR-code of ga naar vvaa.nl/lad-auto

*Kortingen zijn niet met elkaar te combineren. LAD magazine | 20


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
LAD-magazine, september 2026 by LAD-magazine - Issuu