
“Blijf reflecteren in iedere levensfase”
Shirin Bemelmans-Lalezari

![]()

“Blijf reflecteren in iedere levensfase”
Shirin Bemelmans-Lalezari

We gaan het nog een keer doen! Samen met Challenge & Support organiseren we dit najaar de tweede editie van het Festival van de Bevlogenheid. Op 19 november vorig jaar vond de vuurdoop van dit evenement plaats, dat is gestoeld op drie uitgangspunten: allereerst staat het evenement volledig in het teken van duurzame inzetbaarheid, werkplezier en persoonlijke ontwikkeling. Daarnaast staat samenwerking centraal: niet alleen artsen, maar ook andere zorgprofessionals zijn dus welkom. En tot slot heeft de dag een echte festivalvibe. Dat betekent dat je niet alleen inhoudelijke sessies kan bijwonen, maar ook kunt ontspannen met muziek, kunst en cultuur (vaak uitgevoerd door zorgprofessionals zelf), omdat bevlogenheid ook daar de basis is voor een goed resultaat.
Het was spannend of de formule zou aanslaan, maar ik denk dat het goed is gelukt. Op de vraag wat de grootste meerwaarde van de dag was, zeiden een paar deelnemers in min of meer dezelfde woorden: “Het feit dát er een evenement is als dit.” Daarnaast gaf 88 procent aan opnieuw te komen als we een tweede editie zouden organiseren.
Precies dat gaan we in november doen. We hopen je opnieuw te verrassen en je hand
vatten te geven om je bevlogenheid een hele loopbaan lang vast te houden. Want onze ambitie is en blijft dat investeren in persoonlijke ontwikkeling net zo vanzelfsprekend wordt als investeren in medische vakinhoud.
Bevlogenheid kan niet alleen uit zorgprofessionals zelf komen. Ook de omgeving speelt een rol. Keynote speaker Tait Shanafelt, chief wellness officer voor Stanford Medicine, wees de deelnemers er tijdens het eerste festival op dat tachtig procent van het welzijn van zorgprofessionals wordt bepaald door organisatieaspecten. Daar is dus werk aan de winkel en het is een boodschap die de LAD ook adresseert in het overleg met werkgevers. Maar Shanafelt benadrukte ook dat zorgprofessionals zelf invloed hebben op die organisatieaspecten. Coaching, teamwork, gedeelde waarden en leiderschap zijn volgens hem belangrijke ingrediënten voor behoud van bevlogenheid. Die komen dan ook uitgebreid aan bod tijdens de tweede editie van het festival. Houd onze nieuwsbrief en socials in de gaten voor de precieze datum. En zorg bovenal dat je erbij bent!
Suzanne Booij Voorzitter LAD
LAD-magazine is het kwartaalblad van de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD). Oplage 35.850 ISSN-nummer 2213-9923
Redactieadres Mercatorlaan 1200, Postbus 20058, 3502 LB Utrecht Telefoon: 088 13 44 100
E-mail: redactie@lad.nl
Redactie Marjolein Dekker, Jorg Heijmink Liesert, Cristel van Maarsseveen, Bart van Pagée en Lucie Pelzer
Met medewerking van Lyanneke Krauss
Columnist Danae Smeets (anios arbeid en gezondheid) Fotografie Ivar Pel Illustraties Studio Vellekoop & León Ontwerp Member Since Druk Moderna printing streeft ernaar volledig CO2-neutraal te werken, met minimale impact op het milieu. Door het hergebruik van materialen zoals papier en drukplaten, energiezuinige processen en circulaire initiatieven kan duurzaam ondernemen hand in hand gaan met kwalitatief drukwerk. De inspanningen worden beloond met keurmerken zoals het FSC-certificaat en Imprim’Vert. Het magazine ook ontvangen? Word nu lid van de LAD: lad.nl/lidmaatschap/lid-worden


Volg ons ook op: Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband lad.artsen.in.dienstverband
16 4 8

Met Innovation Friday timmeren Thera Links, Rick Pleijhuis en Geke Rozema nu al een jaar of vijf aan de weg in het UMCG. Aios werken twee keer per jaar aan concrete zorginnovaties. “Het idee hoeft niet briljant te zijn, als je met elkaar maar manieren vindt om het te realiseren.”
Medische desinformatie verspreidt zich razendsnel via social media en komt steeds vaker de spreekkamer binnen. Hoe ga je daar als arts mee om? We vroegen het aan gynaecoloog Bertho Nieboer en huisartsen Bernard Leenstra en Jantine Woudstra.

15
Kinder en jeugdpsychiater Charlotte Boateng wandelt regelmatig met collega’s tijdens de lunchpauze. “Als je met complexe patiënten werkt, ben je een stuk scherper als je even goed op adem komt.”

10
Werk/privé
“Durf af en toe stil te staan”
Na zestien jaar als cardiothoracaal chirurg te hebben gewerkt, besloot Shirin BemelmansLalezari zich te richten op een andere liefde: het coachen en trainen van artsen en begeleiden van intervisiegroepen. Daarnaast richtte ze een bedrijf op en verscheen haar eerste boek. “We worden opgeleid met het idee dat je dit vak de rest van je leven doet, maar daardoor kan er zoveel níet.”
Vroeger werd de aniosperiode vooral als wachtperiode tussen afstuderen en de vervolgopleiding gezien, maar de roep om meer anios wordt steeds groter. Ze draaien veel diensten, vullen gaten in het rooster op en zijn een essentiële schakel in de zorg. Hoog tijd om van het ‘niet in opleiding’ af te stappen, want anios zijn veel meer dan dat.
7
Terugkeerbonus
Soms spreken artsen een terugkeerpremie met hun werkgever af, bijvoorbeeld als ze elders een opleiding willen volgen. Is dat verstandig?
12
Werkplezier door AI
Uit onderzoek van de LHV blijkt dat AI bijdraagt aan meer werkplezier, maar niet direct tijdwinst oplevert. Drie huisartsen vertellen over hun ervaringen.
14
Missers Columnist Danae Smeets vindt dat we vaker missers moeten delen. “Als coassistent was ik zo gefocust op foutloos zijn, dat ik de fout in ging.”
18
In ’t kort
Lees de column van Caroline van den Brekel, het laatste nieuws over evenementen, cao’s, trainingen en andere activiteiten.
Met hun vooruitstrevende project Innovation Friday timmeren internisten Thera Links en Rick Pleijhuis, samen met opleidingscoördinator Geke Rozema, nu al een jaar of vijf aan de weg in het UMCG. We reisden af naar Groningen om erachter te komen wat deze innovatievrijdagen zo succesvol maakt.
“We hebben een paar jaar geleden tijdens een van de opleidingsdagen iets verteld over innovatie. Ik hield me daar toch al mee bezig”, blikt internist en allergoloog Rick Pleijhuis terug op het moment dat Innovation Friday als idee opborrelde. “We waren benieuwd naar het antwoord op de vraag wie van de aios een mooi idee had om de zorg te verbeteren. Ik schat dat zo’n tachtig procent van de groep aangaf inderdaad weleens een goed idee te hebben verzonnen. Maar vervolgens bleek dat het overgrote deel er niets mee had gedaan. Daar schrokken we wel een beetje van.”
‘We’ is in dit geval niet alleen Pleijhuis, maar ook internistendocrinoloog Thera Links en opleidingscoördinator interne geneeskunde Geke Rozema. Pleijhuis grijpt nog even terug
naar die bewuste dag waarop bleek dat goede ideeën geen vervolg kregen. “We dachten: dit is een enorm gemiste kans. Want de druk in de zorg is hoog, we moeten hetzelfde doen voor minder geld en de vergrijzing stevent af op een piek. Maar van wie gaan de oplossingen komen? Gaan we dure consultants inhuren? Laten we Den Haag met antwoorden komen? Of moeten de oplossingen vanaf de werkvloer komen?”
Frisse blik
De vraag stellen is ’m ook beantwoorden en dat deden Pleijhuis, Links en Rozema. De contouren voor Innovation Friday kregen langzaam vorm. Ze wisten dat aios de basis moesten vormen. Links: “Als je jong bent en je wilt
iets veranderen, dan vind je dat het morgen klaar moet zijn. Als je ouder bent, denk je: oké, alles wat ik wil veranderen, kost vijf jaar en daarna nog eens vijf jaar. Met zoveel jong potentieel, hoogopgeleid enthousiast talent zijn we bevoorrecht dat we met hen mogen werken.”
Pleijhuis: “Aios hebben veel kennis, kunde én de frisse blik om innovatieprojecten op te starten. Dat wilden wij met elkaar graag mogelijk maken. Thera heeft haar nek daarvoor uitgestoken door de ruimte te creëren en uiteindelijk hebben we het programma eromheen gebouwd.”
Links: “Het begint met een idee. Maar in de waan van de dag sterven ideeën soms een zachte dood. Het blijkt ontzettend moeilijk om de vaart erin te houden en wij waren natuurlijk heel erg gelukkig dat wij onze opleiding hadden verrijkt met iemand die veel verstand heeft van opleiden en ook bij andere opleidingen ervaring had opgedaan: Geke Rozema. Die is ook altijd wel in voor iets

nieuws. Dankzij Geke hebben we Innovation Friday heel gestructureerd neergezet als programma, als opleidingsonderdeel.”
“Aios hebben relevante kennis én de frisse blik om innovatieprojecten op te starten”
Het format van Innovation Friday is dat aios interne geneeskunde twee middagen per jaar werken aan concrete zorginnovaties. De eerste dag sloeg meteen aan. “De aios waren laaiend enthousiast. Het is echt het begin geweest van een heel succesvolle opleidingsperiode”, zegt Links. Het leidde er volgens haar mede toe dat zij in 2024 de Opleidingsprijs won.
Pleijhuis hoeft niet lang na te denken als hem wordt gevraagd naar succesvolle voorbeelden die uit Innovation Friday zijn voortgevloeid.
“De dienstpieper. Dat was toch een symbool binnen het ziekenhuis. Die draag je fysiek mee en die piept op het moment dat iemand je nodig heeft. Als dat gebeurt, moet je een telefoon zoeken. Dat werd ervaren als ouderwets, als iets uit het stenen tijdperk, maar werd toch in stand gehouden. Krijg het ook maar eens veranderd in een groot instituut als het UMCG, was de gedachte steeds. Maar met Innovation Friday is het serieus ter tafel gekomen, als project aangepakt én… de pieper is verdwenen en omgezet naar een gewone mobiele telefoon.”
Een ander voorbeeld dat tijdens Innovation Friday ontstond, is het teleconsult. “De betrokken aios hebben gekeken naar het verminderen van de fysieke poliafspraken door ze om te zetten in teleconsulten”, zegt Pleijhuis. “Dat zou verschillende voordelen hebben: de patiënt hoeft minder te reizen en is minder tijd kwijt. Een direct betrokkene die de patiënt
moet rijden of bij zo’n gesprek aanwezig moet zijn, is ook niet meer nodig. Kortom, voordelen genoeg.”
“Maar je weet hoe dat gaat”, valt Links bij. “Het is nieuw, dokters zijn het niet gewend en zeggen: ‘Mevrouw Janssen móet even langskomen, ze is altijd zo zenuwachtig, dus die wil ik echt graag zien.’ Of: ‘Meneer Pieterse wil zelf heel graag naar het ziekenhuis komen en zijn zoon vindt het niet erg om te rijden.’ Maar het is gelukt een logische verandering vanuit de aios te realiseren.”
Pleijhuis: “De aios hebben voor het teleconsult data verzameld van tienduizend patiënten. Een aanzienlijk percentage van hen bleek eigenlijk prima een consult op afstand te kunnen krijgen. Zij gaan er nu een vervolg aan geven om het ook daadwerkelijk in de praktijk te brengen.”
Innovation Friday bleek ook aan de basis te staan van een nieuwe stage, benadrukt hij. “Op een van de vrijdagen hadden we een huisarts uitgenodigd die vertelde over zijn
Innovation Friday ontstond vijf jaar geleden bij de afdeling interne geneeskunde in het UMCG, als initiatief om met ideeën die in de prullenbak belandden, toch aan de slag te gaan. Innovatie is ook een thema in het landelijk opleidingsplan interne geneeskunde.
De aios krijgen tijdens twee vrijdagen per jaar de tijd om te innoveren. Op de eerste vrijdagmiddag worden de plannen gesmeed: waar lopen we tegenaan en hoe willen we dat veranderen? Op de tweede vrijdagmiddag wordt de beoogde oplossing of verandering gepresenteerd. Vervolgens wordt een kartrekker benoemd die negen maanden de tijd krijgt er een echt project van te maken. Die krijgt daar een halve dag per week voor.
innovatieinitiatieven. Vervolgens ging hij met de aios aan de slag om te kijken naar mogelijkheden om hun onderlinge communicatie te verbeteren. Want we werken dagelijks met huisartsen samen, maar elkaar echt spreken doen we nauwelijks. Er bleek veel behoefte onder aios om een betere inkijk te krijgen in de huisartsenzorg. Dat heeft geleid tot de ontwikkeling van een stage bij de huisarts. Een heel nieuwe dimensie, als je het mij vraagt.”
Een belangrijke succesfactor is volgens Rozema dat niet alle ideeën ook hoeven te slagen: “Als iets niet lukt zoals aios dat voor ogen hadden, is daar ruimte voor. Het mag mislukken. Dan zien we het als een rijke, relevante leerervaring voor iedereen. Dus we omarmen ook de dingen die niet goed gaan. Het gaat immers niet alleen om het verbeteren en innoveren in de praktijk, maar ook om ervan te leren. Jezelf leren kennen in dit soort situaties is belangrijk. Waar loop ik nou zelf in vast?”
“Het project mag ook mislukken, daar leren we van”
Links: “Er was een groepje waarin een aios zei: ‘Ik ben helemaal geen leider.’ Maar dan hielpen ze elkaar gewoon door bijvoorbeeld die leidersrol met z’n tweeën te pakken.” Rozema knikt: “Ze durfden zich ook kwetsbaar op te stellen in de beperking die zij zelf tegenkwamen tijdens de uitvoering van zo’n project en dan heb je het ware opleiden te pakken. Daarbij helpt het dat we in een open klimaat werken.”
Links: “Innovatie is niet zo moeilijk, maar eigenlijk heel simpel. In het begin durfde ik niet eens te vertellen wat precies de uitwerking was van wat we van plan waren. Veel mensen denken dat innoveren gelijkstaat aan reorganiseren. Een van de eerste projecten die we realiseerden, was het vormen van de huisband ‘De Witte Raven’. Stafleden en aios gingen muziek maken tijdens een borrel of afscheid van een collega. Het succes van Innovation Friday zit ’m natuurlijk in

de ruimte die wordt gecreëerd tijdens die vrijdagmiddagen. Niets meer en niets minder. Daar wordt als groep in kleiner verband nagedacht over vragen als: wat missen we hier nou? Kunnen we dat veranderen? Het idee hoeft helemaal niet briljant te zijn, als je met elkaar maar manieren vindt om het te realiseren, omdat je het samen relevant vindt.”
De ambitie is zeker om het programma verder uit te breiden, zowel binnen als buiten het UMCG. “We zijn voorbereidingen aan het treffen om het niet meer alleen voor de afdeling interne geneeskunde te doen, maar het zo op te schalen dat ook andere disciplines kunnen aansluiten. En voor buiten het UMCG hebben we een subsidieaanvraag gehonoreerd gekregen van de opleidingsregio Noordoost Nederland. Vanuit dat fonds hebben we een zetje in de rug gekregen om het programma ook in andere ziekenhuizen te kunnen implementeren. Er is al belangstelling vanuit andere ziekenhuizen die we hebben gesproken en binnenkort gaan we weer om tafel om te kijken hoe we dit verder kunnen uitrollen.”
Volgens Links liggen veel logische dingen gewoon voor het oprapen. “Alleen struikelen we erover en lopen dan door. Maar ons initiatief heeft laten zien dat het dus wél mogelijk is iets te veranderen in ziekenhuizen. Als je ervoor gaat en het gestructureerd doet, behoren cultuurveranderingen tot de mogelijkheden.”
Stel je voor: je mag als basisarts een opleiding volgen en bent tijdens die opleiding tijdelijk in dienst van een andere instelling. Met je werkgever spreek je af dat je na de opleiding terugkomt en dan minstens twee jaar blijft. In ruil daarvoor ontvang je een maandelijkse terugkeerpremie in aanvulling op je salaris bij de andere instelling. Maar wat als je de opleiding niet afmaakt of je wilt niet terugkeren bij je oude werkgever? Kan je werkgever de terugkeerpremie dan terugvorderen? Het Kennis- en dienstverleningscentrum van de Federatie Medisch Specialisten en de LAD geeft advies.
“We zien bij het Kennis en dienstverleningscentrum regelmatig dit soort contracten langskomen. Het is juridisch mogelijk afspraken te maken over een terugkeerpremie”, vertelt arbeidsjurist Annemarie Ludwig. “Het doel van zo’n contract is duidelijk: de werkgever investeert in jou en wil je zo aan je binden. Met een terugkeerpremie stimuleert de werkgever je om na de opleiding terug in dienst te komen.”
Financieel aantrekkelijk?
Dat kan in eerste instantie financieel heel aantrekkelijk lijken, zeker als de terugkeerpremie hoog is. Toch kun je ook in de problemen komen, legt Ludwig uit. “Dit soort contracten is namelijk niet altijd even duidelijk opgesteld. Er wordt een aantal situaties omschreven waarin je moet terugbetalen, maar er ontbreekt vaak een regeling voor onvoorziene omstandigheden. Bijvoorbeeld als je langdurig ziek wordt of verhuist.”
Ook is de periode waarvoor je je vastlegt vaak lang, terwijl je bij aanvang van de opleiding nog onvoldoende zicht hebt op je toekomstige wensen en mogelijkheden op werk en privégebied. Ludwig: “Aanvankelijk lijkt
een financieel extraatje aantrekkelijk, maar als je dat moet terugbetalen, gaat het om brutobedragen die hoger zijn dan het nettobedrag dat je feitelijk hebt ontvangen. Dit kan leiden tot grote financiële onzekerheid.”
Overweeg jij een contract te tekenen met een terugkeerpremie? “Laat je dan altijd juridisch door ons adviseren over het contract, voordat je tekent”, zegt Ludwig. “Zo weet je zeker of het contract juridisch correct is en wat de vooren nadelen zijn van de terugkeerconstructie.” Heb je al een contract getekend en wil je weten of een (mogelijke) terugvordering terecht is? Ook dan kunnen de juristen van de LAD je adviseren. Soms kan je namelijk ook achteraf nog tot een redelijke oplossing komen, in goed overleg met je werkgever. Een oplossing kan zijn dat je met je werkgever nieuwe afspraken maakt over de hoogte van het bedrag dat je moet terugbetalen en binnen welke termijn je dat doet.
“Maar het is natuurlijk beter om je al op voorhand goed bewust te zijn van wat je tekent en welke afspraken je maakt”, besluit Ludwig. “Voorkomen is beter dan genezen.”

• Wees je bewust van de risico’s bij het aangaan van een contract waarbij je jezelf voor een langere tijd bindt aan een werkgever.
• Maak duidelijke afspraken, inclusief een regeling voor onvoorziene omstandigheden, zoals (langdurige) ziekte of verhuizing.
• Laat je contract controleren door ons. Als LAD-lid heb je recht op twintig uur (coassistenten: tien uur) juridische dienstverlening per jaar. Je kunt ons telefonisch bereiken op 088 - 13 44 112 of per mail via bureau@lad.nl.

Medische desinformatie verspreidt zich razendsnel via social media en komt steeds vaker de spreekkamer van artsen binnen. Ga je als arts het gesprek aan, meng je je op social media actief in de discussie of probeer je patiënten daar juist van weg te houden? We vroegen het drie artsen.

Bernard Leenstra Huisarts en columnist bij Medisch Contact
Je hebt misinformatie, foute informatie en desinformatie: dat laatste is bewust onjuiste informatie verspreiden. Vaak zit achter desinformatie een ander motief, zoals geld verdienen of aandacht krijgen. Dat mensen daarin meegaan, heeft zelden te maken met een gebrek aan intelligentie. Het draait bijna altijd om vertrouwen, of juist om wantrouwen, zoals wantrouwen in de overheid. Vaak ontstaat dat na negatieve ervaringen. Mensen gaan dan alles wantrouwen wat van ‘officiële’ instanties komt, denk aan vaccinaties. In de spreekkamer probeer ik dat vertrouwen weer te herstellen door het gesprek aan te gaan. Ik ken mijn patiënten goed en kan het persoonlijk maken. Ik leg bijvoorbeeld uit waarom ik zelf iets wel of niet zou doen. Dat helpt om het onderwerp dichterbij te brengen. Het is belangrijk niet belerend te zijn. Ik stel liever de vraag: waar heb je dit vandaan? Door eerst een luisterend oor te bieden, krijg je vertrouwen en ontstaat er ruimte voor een echt gesprek. Op social media ligt dat anders. Daar ken je de meeste mensen niet persoonlijk. Als ik reageer, doe ik dat niet zozeer voor degene die de desinformatie verspreidt. Die overtuig je meestal toch niet. Ik richt me vooral op de meelezende twijfelaars. Met reacties en columns wil ik laten zien dat het technisch vaak net anders zit. Tijdens de coronaperiode merkte ik hoe groot die groep is. Daarnaast vind ik dat verenigingen hier collectief meer in moeten doen. Er zijn al mooie initiatieven zoals de Twijfeltelefoon, maar waarom hebben we geen gezamenlijk webcareteam tegen medische desinformatie? Een team van artsen dat reageert, meeleest en nuance aanbrengt? Dat past binnen de preventieve gezondheidszorg.”

Bertho Nieboer
Gynaecoloog in het Radboudumc
Belangrijk is dat artsen oog hebben voor wat er in de maatschappij speelt. Dat staat ook in de artseneed. We ontkomen er niet meer aan maatschappelijke trends goed in de gaten te houden en vanuit onze eigen expertise te zorgen dat de juiste informatie op de juiste plek komt. Vooral nu we te maken hebben met een zorginfarct. Ik merk in mijn dagelijkse praktijk hoeveel tijd en zorgcapaciteit verloren gaan door medische desinformatie. Ik heb bijvoorbeeld een uitgebreid gesprek met een patiënt over menstruatiepijn en myomen. Na een half uur onderzoek en overleg komen daar behandelingen uit. Als ik haar drie maanden later bel en hoor dat ze er toch niet mee is begonnen omdat ze op Instagram las dat je er haaruitval van kunt krijgen, dan vind ik dat echt verspilde moeite en tijd. Zowel van de patiënt als van de mensen in het ziekenhuis, terwijl we al met gigantische wachttijden zitten. Maar het omgekeerde gebeurt ook: patiënten ondergaan soms behandelingen die geen nut hebben of zelfs schade veroorzaken. Met het TikTokaccount Dokters Vandaag probeer ik daar ook iets tegenover te zetten. Ik ben me ervan bewust dat sommige onderwerpen meer negatieve reacties oproepen dan andere en dan denk ik: je kunt ook niet iedereen redden.
Juist daarom vind ik het belangrijk dat betrouwbare informatie zichtbaar is op social media. Met Dokters Vandaag zijn we daar om die reden actief. Ik hoor gelukkig ook van patiënten dat ze me daar hebben gezien en de uitleg duidelijk vonden. Dat geeft voldoening en bevestigt voor mij hoe belangrijk het is dat juist die informatie komt bovendrijven, en niet die van influencers die vooral iets willen verkopen.”

Als huisarts gebruikte ik Thuisarts dagelijks en ik vind het belangrijk hier nu zelf een bijdrage aan te kunnen leveren. Samen met artsen en organisaties zoals het Voedingscentrum en het RIVM kunnen we echt maatschappelijke impact maken. Dat geeft veel voldoening. We hebben jaarlijks miljoenen bezoekers, zowel artsen als patiënten. Onze missie is enerzijds mensen te helpen zelf betere, goed onderbouwde gezondheidskeuzes te maken, en anderzijds de huisarts, de doktersassistent en specialisten in de tweede lijn te ondersteunen.
De laatste jaren zijn we flink gegroeid en functioneren we steeds meer als een platform in plaats van alleen een website. Dat is ook nodig, want de manier waarop mensen informatie zoeken, is veranderd. Dat merk ik duidelijk in de spreekkamer. Vroeger googelden mensen vooral, nu halen ze veel informatie van social media en uit algoritmes waarin ze terechtkomen – en die informatie klopt niet altijd. Daar willen we op inspelen. Daarom verspreiden we via platforms zoals TikTok betrouwbare informatie die wél klopt. We gaan niet de strijd aan met influencers, daar bereik je in mijn ogen weinig mee. Maar we willen vooral een goed alternatief bieden op plekken waar veel misinformatie rondgaat. Verder staan er nog mooie innovaties op de planning. Komend jaar hopen we een app uit te rollen en we zijn bezig met het ontwikkelen van een AIchatbot, zodat mensen sneller de juiste informatie vinden op het juiste moment. Ik hoop dus dat zorgprofessionals patiënten blijven verwijzen naar Thuisarts. En als je iets mist, feedback hebt of wilt bijdragen, laat het ons weten. Daar staan we altijd voor open.”

Na zestien jaar als cardiothoracaal chirurg te hebben gewerkt, besloot Shirin Bemelmans-Lalezari zich vorig jaar te richten op een andere liefde: het coachen en trainen van artsen en begeleiden van intervisiegroepen. Daarnaast richtte ze een bedrijf op en verscheen begin dit jaar haar eerste boek. “Ik wil artsen helpen om bewust richting te geven aan de arts die ze willen zijn.”
Shirin Bemelmans-Lalezari (50) begon haar loopbaan als cardiothoracaal chirurg in 2009 in het LUMC, ging in hetzelfde jaar aan de slag in het OLVG en maakte in 2018 de overstap naar het UMCU. Sinds september vorig jaar richt ze zich op het coachen van medici vanuit haar praktijk Grow Personal Consulting, waar ze ook intervisies begeleidt. Ook geeft ze trainingen bij BFC Compassionate Care & Mindful Medicine. Verder is ze oprichter van Insight Health Group, dat executive health checks en medische begeleidingstrajecten aanbiedt. In januari dit jaar bracht ze het boek Leven als arts uit. Bemelmans-Lalezari woont in Amsterdam met haar man, dochter (13) en zoon (11).
“Mijn missie is dokters het beste uit zichzelf te laten halen”
BemelmansLalezari vindt opereren het allermooiste wat er is. “Toen de gedachte ontstond om te stoppen, heb ik maandenlang gedacht: ga ik dit echt doen? Durf ik dit? Maar ik wil op mijn sterfbed geen spijt hebben van dingen die ik níet heb gedaan. Als coach kan ik artsen helpen duurzaam inzetbaar te blijven. Op die manier bijdragen aan een betere zorg voelt voor mij bijna net zo goed als op een ok staan.”
Haar besluit zegt iets over haar vastberadenheid, die als rode draad door haar loopbaan loopt. Al op haar negende wist ze dat ze hartchirurg wilde worden. “Vraag me niet waarom, want ik heb geen arts in de familie. Toen ik logeerde bij een nichtje en een anatomische atlas opensloeg, wist ik: dit ga ik doen.”
Tijdens de opleiding geneeskunde probeerde ze voor alle specialismen open te staan, maar de fascinatie voor hartchirurgie bleef. “Dit vak voelt voor mij als de meest directe manier om iemand te helpen.” Toen ze na een keuzecoschap kinderhartchirurgie in Londen terug naar Nederland kwam, kreeg ze de vraag of ze onderzoek wilde komen doen in het LUMC op de afdeling kinderhartchirurgie. Ja, was haar antwoord, maar graag in combinatie met een opleidingsplek. “Ik had het geluk dat er net iemand was afgevallen. Al heb ik er ook heel hard voor gewerkt. Ik denk dat ik op het juiste moment op de juiste plek was.”
Als chirurg werkte BemelmansLalezari zich drie slagen in de rondte. “Dit vak vraagt om nogal wat commitment. Maar ik deed het met een grote grijns.” Toen ze net in opleiding was, had ze soms wel twijfels bij de cultuur. “De hiërarchie was groot. Ik weet nog dat ik na een complexe operatie vroeg of we konden
evalueren. Ik werd vreemd aangekeken. Waar haalde ik het lef vandaan om dat te vragen als assistent?”
Toen ze zelf opleider werd, besloot ze het anders te doen. “Ik gaf echt niet iedereen een aai over zijn bol. Ik was streng, maar maakte het nooit persoonlijk. Een van mijn aios zei: ‘Hoe de operatie ook verloopt, iedere keer loop ik met een goed gevoel de ok uit en leer ik iets van jou.’ Precies daar was het me om te doen. Er wordt vaak gezegd dat de huidige generatie jonge artsen niet weerbaar is of niet bereid om hard te werken. Onzin. Hun twijfels hebben niks te maken met het vak, maar alles met de omstandigheden daaromheen. Ik probeer ze mee te geven dat ze meer invloed hebben dan ze vaak denken.”
Haar interesse voor coaching ontstond ruim tien jaar geleden. “Ik was vakgroepvoorzitter en plaatsvervangend opleider. Als ik om 17.30 uur nog op de ok stond, voelde ik me schuldig dat ik mijn kinderen van 1 en 3 niet naar bed kon brengen. En als ik thuis was, voelde ik me bezwaard richting collega’s, want de werkdruk was torenhoog.” Ze ging op zoek naar een coach die wist hoe het was: het combineren van artszijn met een jong gezin. Die vond ze niet. “Ik kwam terecht bij een coach die me heel goed heeft geholpen, maar die zelf geen arts was. ‘Jeetje, jij maakt lange dagen’, zei ze toen ik mijn werkdag beschreef. Maar daar kwam ik niet voor. Het probleem zat niet in hard werken, maar in het knagende schuldgevoel.”
Haar man zei dat ze vast niet de enige arts was die hier tegenaan liep. En dus besloot BemelmansLalezari zich er zelf in te verdiepen. “Ik heb een training persoonlijk leiderschap
gevolgd en nam een sabbatical van een halfjaar. We gingen met de kinderen op wereldreis.” Toen ze terugkwam, wist ze dat ze meer wilde doen met coaching en besloot ze terug te gaan naar drie dagen werken in het ziekenhuis. “De helft van mijn beroepsgroep nam me al niet serieus toen ik vier dagen ging werken, maar drie? Not done!” Ze lacht. “Als je als specialist minder gaat werken om bestuurstaken op je te nemen, oogst je vaak lof. Maar minder werken om te coachen? Raar! Het wrange is dat ik het twintig jaar geleden zelf had kunnen zeggen en dat zette me aan het denken. We worden opgeleid met het idee dat je dit vak de rest van je leven doet, maar daardoor kan er zoveel níet. Je behoeften kunnen veranderen tijdens je loopbaan. Als je dat negeert, ga je je verzetten en kun je afknappen. Dat moet je voor zijn.”
Ze leerde hoe belangrijk het is om af en toe stil te staan. “Doe je nog steeds wat je het liefst doet? Meestal is het antwoord ja. Maar de vraag is, of je het ook doet op de manier waarop je het graag wilt doen. Daar schuurde het bij mij. En ik ervaarde hoeveel voldoening ik haalde uit coaching.”
Sinds september 2025 werkt ze niet meer als thoraxchirurg. “Ik mis het opereren en m’n collega’s. Tegelijkertijd ben ik heel blij dat ik de stap heb durven zetten.” Ze coacht en traint artsen van alle leeftijden en begeleidt intervisiegroepen. Bij jonge artsen ziet ze de struggle met verantwoordelijkheden en de angst om fouten te maken. Bij oudere artsen de zoektocht naar balans of de angst te worden ingehaald door een nieuwe generatie. “Mijn missie is om dokters het beste uit zichzelf te laten halen.”
Met haar eerste boek probeert ze die missie kracht bij te zetten. “Het boek bevat vijf hoofdstukken over iedere artsenfase: coassistent, anios, aios, jonge klare en de oudere specialist. Ook overkoepelende thema’s komen aan bod, zoals werkprivébalans, fouten maken en groei. Het is een gids om balans tussen je werk en leven te houden. Eigenlijk is dit het boek dat ik zelf had willen lezen toen ik coassistent was.”
Het inzetten van AI draagt bij aan meer werkplezier en focus, maar levert niet direct tijdwinst op, zo blijkt uit onderzoek van de LHV. We vroegen drie huisartsen hoe zij dit ervaren.
Peter Dekkers is praktijkhoudend huisarts in Apeldoorn. Daarnaast is hij bedenker van de app PraatmetdeDokter. Hij legt uit hoe hij daartoe kwam. “Tussen mijn geneeskundeopleiding en mijn specialisatie tot huisarts heb ik medische informatica gestudeerd. Hoewel ik daar achteraf geen carrière in ambieerde, zag ik wel hoe nieuwe technologie kan helpen om de huisartsenpraktijk slimmer en overzichtelijker te organiseren, vooral rond het spreekuur.”
Dekkers vindt het belangrijk dat zijn patiënten op het juiste moment komen. “Dus niet te vroeg, omdat veel klachten vanzelf overgaan, maar ook niet te laat, wanneer een aandoening al (te) vergevorderd is. Soms is het beter eerst aanvullend onderzoek te doen, zodat ik die informatie direct kan meenemen in het consult. Om als huisarts de juiste inschatting te maken, is het belangrijk dat ik vooraf de volledige context van de situatie van de patiënt heb. Vanuit die gedachte heb ik met hulp uit mijn netwerk de PraatmetdeDokterapp ontwikkeld. In deze app kunnen patiënten bijvoorbeeld aangeven dat ze buikpijn hebben. Vervolgens krijgen ze allerlei vragen: hoe lang ze er al last van hebben, wat hun eetpatroon is, of ze ook koorts hebben, et cetera. Een verslag hiervan komt binnen bij de assistenten, die vervolgens beoordelen wat de juiste vervolgstap is.”
Begin met het proces
Of AI daadwerkelijk tijdwinst oplevert, is afwachten, meent Dekkers. “Toch ben ik er honderd procent van overtuigd dat AI het werk in een huisartsenpraktijk kan verlichten, óók als het om de administratie gaat. Voorwaarde

“Ik ben ervan overtuigd dat AI ons werk kan verlichten”
is wel dat je eerst de werkprocessen goed in kaart brengt om vervolgens te onderzoeken hoe je deze zou kunnen automatiseren. In mijn praktijk zitten de doktersassistenten nu veel minder lang aan de telefoon, waardoor ze meer tijd hebben voor medische taken.”
Dekkers kan zich voorstellen dat het voor bestaande huisartsenpraktijken een drempel is om hiermee aan de slag te gaan. “De belangrijkste voorwaarde voor succes is dat zowel de huisarts(en) als de assistenten op één lijn zitten. Vervolgens moet je ook de patiënten meenemen in de verandering. Natuurlijk krijg je te maken met weerstand, want mensen houden van nature niet van verandering. Maar geef het een paar maanden, daarna hoor je er niemand meer over.”
Dubbel werk voorkomen
Ook Marie Annet Vollebregt, die samen met een collega een huisartsenpraktijk in Woerden heeft, maakt in haar praktijk gebruik van de PraatmetdeDokterapp. Ze kwamen tot die keuze, omdat de vertrouwde manier waarop huisartsen hun praktijk runnen, flink onder druk staat door de vergrijzing en het personeelstekort. “Daar komt bij dat doktersassistenten een groot deel van de triage voor hun rekening nemen, maar ook niet álles weten. Als er daarna alsnog een arts naar moet kijken, doen we dubbel werk. Bovendien ontstaat er soms een vervelende dynamiek aan de telefoon, omdat patiënten het gevoel hebben dat de assistent hen de toegang tot de dokter ontzegt. Tegelijkertijd kunnen wij als huisartsen ook niet de hele dag telefonisch bereikbaar zijn.”
“In onze zoektocht naar een oplossing kwamen we uit bij de PraatmetdeDokterapp”, vervolgt Vollebregt. “Deze app doet een uitgebreide uitvraag op basis van de NHGstandaarden en ik ontvang daarvan een overzichtelijke samenvatting. Wij beloven onze patiënten binnen drie uur te reageren, maar onze gemiddelde reactietijd zit op 31 minuten. Indien mogelijk maken we gebruik van door AI gegenereerde standaardantwoorden die we kunnen personaliseren om iedere patiënt een goede uitleg te geven. De ene keer volstaat een advies, de andere keer is een afspraak nodig. Omdat wij de PraatmetdeDokterapp aan het Huisarts Informatie Systeem hebben gekoppeld, kunnen patiënten zelf een afspraak inplannen.”

“Ik merk dat ik nu dichter bij mijn patiënten sta”
Marie Annet Vollebregt
Dichter bij de patiënt
Vollebregt merkt dat ze door deze werkwijze dichter bij haar patiënten staat. “Doordat ik vooraf over de juiste informatie beschik, is er minder ruis tijdens het spreekuur. Een bijkomend voordeel is dat het aantal no-shows is gedaald. Tijdens het spreekuur maak ik gebruik van spraakherkenning, maar achteraf moet ik nog veel redigeren. Ik hoop daarom op verdere doorontwikkeling, waarbij ook informatie uit het patiëntendossier kan worden gebruikt. Ik begrijp dat veiligheid en privacy een rol spelen, maar hoop dat er oplossingen voor worden gevonden. Ook bij het verminderen van administratieve handelingen zie ik kansen voor AI, bijvoorbeeld bij het inschrijven van nieuwe patiënten.”
Lonneke Reedijk is huisarts in Roosendaal. In 2021 startte haar praktijk als een van de eerste in Nederland met digitale triage. Daarvoor moest ze wel een drempel over. “Toen mijn assistenten voorstelden aan de slag te gaan met digitale triage, was mijn eerste reactie: nee, gaan we niet doen. Ik dacht aan mijn vergrijsde patiëntenpopulatie en het grote aantal patiënten van nietNederlandse afkomst, en zag de klachten in gedachten al binnenstromen. Toen de assistenten aangaven dat ze van de acht uur per dag vijf uur aan de telefoon zaten, zag ik in dat er iets moest veranderen.”
Accuraat en betrouwbaar
In haar praktijk begonnen ze voorzichtig met de implementatie van een nieuw triagesysteem (Klinik) dat voldoet aan de NHGstandaarden en privacywetgeving. “We zijn nu 24/7 digitaal bereikbaar en patiënten kunnen ons nog steeds bellen tussen 8.00 en 12.00 uur”, vertelt Reedijk. “De tool is accuraat en betrouwbaar gebleken en genereert aan de hand van ingevulde vragen een urgentiebepaling. De assistenten blijven eindverantwoordelijk. Alles wat bij ons binnenkomt, handelen we dezelfde dag af. Voor veel vragen geldt dat een advies voldoende is en dat patiënten geen afspraak hoeven te maken.”
Meer rust
Reedijk legt uit dat digitale triage op zichzelf geen tijdwinst oplevert, maar dat het effect op de bedrijfsvoering dat wel doet. “Assistenten kunnen hun werkzaamheden efficiënter inplannen en hebben meer tijd voor medische handelingen. Omdat de informatie vanuit Klinik

“Je moet je patiënten niet onderschatten”
Lonneke Reedijk
gestructureerd en compleet is en wordt overgezet naar het patiëntendossier, hoef ik deze informatie niet meer tijdens het gesprek te achterhalen. Omdat ik daarnaast ook gebruikmaak van AIspraaktechnologie, ervaar ik meer rust tijdens het spreekuur en heb ik meer tijd en persoonlijke aandacht voor mijn patiënten.” Sinds de start van de digitale triage heeft ze driehonderd extra patiënten kunnen aannemen. Daarmee kan het volgens haar ook een bijdrage leveren aan het oplossen van het huisartsentekort. Haar aanvankelijke zorgen bleken achteraf onterecht. “Ruim vijftig procent van mijn patiënten kiest voor digitaal contact, ook ouderen, soms met hulp van een naaste. Mijn boodschap aan andere huisartsen is dan ook dat je je patiënten niet moet onderschatten.”

Danae Smeets (27) studeerde geneeskunde in Maastricht en rondde haar studie in augustus 2024 af. Daarna besloot ze even de tijd te nemen om uit te vinden welk artsenleven het beste bij haar past. In december 2025 is ze begonnen als anios arbeid en gezondheid. Hoe haar toekomstige artsenloopbaan eruitziet, weet ze nog niet, maar het liefst combineert ze geneeskunde met onderwijs én (wetenschaps)journalistiek, want schrijven is haar grote passie. In haar columns neemt Danae je mee in haar zoektocht als startend arts.
Met gepaste trots deel ik mede dat ik een ramptoerist ben. Een kleintje maar. Een tegenslagtoerist beter gezegd. Want ik geniet ervan als er bij anderen ook eens wat mislukt. Dát vind ik nou inspirerend. Het geeft me net zoveel energie als een lang weekend aan zee of een midweek naar de zon in hartje winter.
Je kunt je misschien voorstellen dat LinkedIn daarom niet bepaald mijn droombestemming is. Waar Faalbook en failposts al ruime tijd de mislukkingen hebben omarmd, zo blijven mensen op het platform voor professionals stug successen plaatsen. Zelfs wanneer iemand een misser deelt, wordt die vrijwel altijd omgebogen tot een overwinningsverhaal. Scrollend door de berichten krijg ik het gevoel dat ik in een resort tussen de strandbedden struin, waar overal dezelfde handdoekjes liggen: iedereen is (gepast) trots, dankbaar en klaar voor nieuwe uitdagingen. Voor een dode zee aan creativiteit hoef ik de deur niet uit.
Een tijd geleden heb ik de documentaire De geur van succes bekeken en daardoor besefte ik dat er aan pure succesverhalen een nare reuk kleeft. Want succes is nooit puur.
Wie post er over alle artikelen die werden afgewezen? Waar zijn de verhalen van de kandidaten die geen opleidingsplek kregen? Ben ik de enige prutser die met een promotietraject is gestopt, omdat ik medium rare aantikte op de burnoutschaal?
Al die successen geven me het gevoel dat ik op een onbewoond eiland zit. Ik lees bijna nooit over mislukkingen, maar nu ik erover praat, blijken velen
ze te herkennen. Dat voelt als reisadvies achteraf: je hebt er weinig aan wanneer je de ellende al hebt doorstaan.
Van mij hoeft niemand de Mount Everest aan tegenslagen te delen – een Limburgs heuveltje is al inspirerend genoeg. Ik mis de bloopers en de blunders – ook op mijn eigen pagina! Dus daarom zal ik, als een echte reisgids, als eerste een duik in het diepe nemen:
Tijdens mijn coschappen mocht ik eens een familiegesprek in het Engels voeren. Ik wilde het graag hebben over de analyse van het bloed, maar begon te stotteren en kwam niet verder dan anal. Ik was zo gefocust op foutloos zijn, dat ik de fout in ging. Net zoals ik een bedlegerige man, wiens beide benen waren geamputeerd, vroeg of hij kortademig werd bij inspanning. “Inspanning?” vroeg hij.
“Ja, als u bijvoorbeeld door uw huis loopt?”
“Lopen?” Hij keek naar het platte laken op het halflege bed en begon te lachen.
“O ja, sorry.”
Sommige fouten maken een dienst leuker. Andere verwoesten je leven (en dat van een ander). De ene fout kun je rechtzetten, terwijl je bij de andere nooit meer de kans krijgt om hem te repareren. Sommige dingen gaan gewoon hopeloos de mist in, hoe hard je ook probeert dat te voorkomen. Maar… zonder missers, geen succes.
Anders zou het ook verdomd saai worden.
Dus. Maak me ongepast trots. Maak me aan het lachen. Help deze tegenslagtoerist het voorjaar door. Het zou de zorgcultuur een stuk aangenamer maken.

Wil je ook met je collega’s vertellen hoe je pauze neemt? Mail dan naar redactie@lad.nl.
Als je midden in Den Haag werkt, lonkt het om tijdens de lunch een rondje door de binnenstad te lopen. Charlotte Boateng, kinder- en jeugdpsychiater bij de Waag, geeft toe dat het niet altijd lukt, maar op maandagen is het vaste prik. “Vaak wandel ik dan met collega’s, onder wie psychologen, orthopedagogen en systeemtherapeuten. Ik probeer ook uit te dragen dat het belangrijk is. Als je met complexe patiënten werkt, is het goed om even op adem te komen. Ik merk dat ik daarna een stuk scherper ben.” Eén keer in de zes weken lunchen ze met de hele vestiging. Het organiserende team maakt dan alle hapjes. “Heel gezellig én goed om de teams verbonden te houden.”


“Vroeger hadden we bij het Capaciteitsorgaan alleen de focus op de aios”, vertelt Joldersma. “Toen zagen we de aniosperiode ‘slechts’ als een wachtperiode tussen afstuderen en de vervolgopleiding. Inmiddels hebben we meer zicht op de grote bijdrage van anios in de praktijk en hoe onmisbaar ze zijn. De roep om meer anios wordt steeds groter. Daarom vonden wij het belangrijk te onderzoeken wie ze zijn, hoe ze in de praktijk worden ingezet en hoeveel we er nodig hebben.”
Instroom verhogen
Het is de eerste volledige raming van basisartsen die het Capaciteitsorgaan uitvoert. Daarom noemen ze het een nulmeting. Joldersma: “Eerdere adviezen gingen alleen over het aantal geneeskundestudenten dat nodig was voor vervolgopleidingen. Deze raming richt zich voor het eerst op het aantal benodigde basisartsen voor aiosplekken én op de inzet van basisartsen in de praktijk.” Het richtinggevende advies van het Capaciteitsorgaan aan het ministerie van OCW is de instroom in de geneeskundeopleiding te verhogen naar 3.330 studenten per jaar, een stijging van 315 studenten.
Sinds een paar maanden staat de anios ineens volop in de belangstelling. Er verscheen een nieuwe podcast, Anios gezocht, er is flinke discussie over het ‘niet’ in de aniosfunctietitel en het Capaciteitsorgaan bracht voor het eerst in kaart hoeveel basisartsen Nederland in de toekomst nodig heeft. Waarom is de anios ineens een hot topic?
We vragen het anios Leene Vermeulen, bestuurslid bij De Jonge Specialist, en Cisca Joldersma, directeur van het Capaciteitsorgaan.
Leene Vermeulen is arts, werkzaam als anios urologie in het Jeroen Bosch Ziekenhuis en bestuurslid bij De Jonge Specialist (DJS). “Wij zijn blij met deze nulmeting. Maar wat ons betreft blijft het niet bij die kwantitatieve blik: we moeten ook het gesprek voeren over hoe de basisarts wordt ingezet en opgeleid. Dat gaat niet alleen over de kwaliteit van medisch specialisten van de toekomst, maar heeft ook invloed op het aantal benodigde basisartsen.”
“Wachttijd is ontwikkeltijd geworden”
Vermeulen werkt nu twee jaar als anios en wil gaan solliciteren voor een opleidingsplek. “Ik vind het leuk dat ik als basisarts enorm veel leer. Ik kan me inhoudelijk verdiepen en krijg de mogelijkheid om mijn takenpakket steeds verder uit te breiden. In deze fase kan ik mij goed voorbereiden op mijn uiteindelijke doel: specialist worden.”
Het Capaciteitsorgaan berekende eerder dat de gemiddelde wachttijd voor een opleidings
plek 3,7 jaar is. Vermeulen vindt dat te lang voor basisartsen die doelgericht werkervaring opdoen binnen een bepaald specialisme en al lang weten welk specialisme bij hen past. Maar ze benadrukt: “Er zijn veel basisartsen die dat niet precies helder hebben. Zij gebruiken deze fase ook om goed te oriënteren: wat voor dokter wil ik zijn en welk specialisme past dan bij mij. Het is goed daar de tijd voor te nemen.”
Joldersma beaamt dat: “Wachttijd is ontwikkeltijd geworden. Een paar jaar geleden deden we, ter voorbereiding op de huidige raming, onderzoek naar ‘Wat beweegt de basisarts?’. We zagen daar grofweg twee soorten basisartsen: de doelgerichte groep, die de aniosperiode gebruikt om de kansen op een opleidingsplek te vergroten. En de zoekende, twijfelende basisartsen, die de aniosperiode gebruiken om te ontdekken wat bij hen past. Ik heb destijds veel geleerd over hun drijfveren. Natuurlijk gaat het om de inhoud van het vak. Maar ook om, hoe wij het hebben genoemd, persoonlijke regelruimte. Je werkprivébalans, de mate van autonomie en flexibiliteit die je krijgt.”

Afgelopen jaar kopieerde De Geneeskundestudent (DG) een paar vragen uit dat basisartsenonderzoek en stelde die aan ruim 1.800 geneeskundestudenten. Wat bleek? De nieuwe generatie denkt er ongeveer hetzelfde over als de basisartsen destijds: meer dan de helft van de respondenten noemt een goede werkprivébalans en een prettige werksfeer als belangrijkste waarden in hun toekomstige werk.
Begeleiding
Een andere conclusie uit het DGonderzoek is dat bijna drie op de tien geneeskundestudenten veel tot zeer veel stress ervaren over
hun loopbaankeuze. Dat komt onder meer door de competitie om opleidingsplekken en de druk om te promoveren. Veel studenten hebben behoefte aan betere begeleiding bij hun loopbaan.
Wat betreft basisartsen kan Vermeulen hierover meepraten: “Basisartsen hebben behoefte aan ruimte voor persoonlijke ontwikkeling, loopbaanbegeleiding en eerlijke feedback. Ik heb het geluk dat ik hier als anios goed word begeleid, maar dat is zeker nog niet in elk ziekenhuis het geval. Eigenlijk is de overgang heel gek: als coassistent word je intensief begeleid en als je als arts in opleiding gaat ook
weer. Maar in de periode ertussen bevind je je in een soort niemandsland. Anios draaien veel diensten, vullen de gaten in het rooster op en zijn een essentiële schakel in de zorg. Gelukkig zien we dat daar steeds meer waardering voor komt. Meer waardering betekent in onze ogen echter ook meer investeren.”
Hoe moet begeleiding er in de praktijk uitzien? “DJS pleit voor een dedicated basisartsopleider. Iemand die jou als basisarts in brede zin begeleidt; betrokken is bij je loopbaankeuze, je persoonlijke ontwikkeling en leerdoelen. Deze persoon moet onafhankelijk zijn en vertrouwelijke gesprekken voeren, zonder dat dit enige invloed heeft op het wel of niet in opleiding komen. Het zou mooi zijn als we de basisartsperiode kunnen personaliseren en basisartsen autonomie geven, zodat ze zelf kunnen kiezen op welk vlak ze zich verder willen ontwikkelen en daar ook tijd voor krijgen.”
Wat levert dat op? Vermeulen is daar heel duidelijk over. “Als basisartsen goede begeleiding krijgen, leren ze zichzelf beter kennen en is de kans groter dat ze de juiste keuze voor een vervolgopleiding maken, hun opleiding succesvol afronden, gemotiveerd als specialist aan de slag gaan en dat prima volhouden. Duurzaam inzetbare zorgprofessionals is duurzame zorg.”
In het gesprek met Vermeulen valt op, dat zij het alleen heeft over de ‘basisarts’ en het woord anios nauwelijks gebruikt. Medisch Contact besloot onlangs af te stappen van de term anios en deze voortaan basisarts te noemen. Ook de LAD doet dat vanaf nu, omdat de nadruk bij anios op het ‘niet in opleiding’ ligt terwijl ze zoveel meer zijn dan dat. Daarnaast noemen steeds meer ziekenhuizen zowel aios als anios ‘gewoon arts’, omdat dat duidelijker is voor de patiënt.
Wat vindt Vermeulen daarvan? “Soms dient het onderscheid aniosaios intern wel een doel. Maar wat mij betreft mag het artsnietinopleidingtotspecialist wel de prullenbak in. Waardering zit hem ook in naamgeving. Als je focust op iets wat iemand níet is, ga je voorbij aan wat hij wel is.”
8,8
De juridische dienstverlening van de Federatie Medisch Specialisten en de LAD werd vorig jaar met een 8,8 gewaardeerd.
bron: Kennis- en dienstverleningscentrum
80
Van de 1.600 geneeskundig specialisten die meededen aan de Loopbaanmonitor Artsen in Loondienst, doet 80% zijn werk bevlogen.
bron: LAD
300.000
Zonder (extra) beleidsmaatregelen loopt het personeelstekort in de sector zorg en welzijn in 2035 op tot ruim 300.000 zorgprofessionals.
bron: AZW
De Federatie Medisch Specialisten en de LAD hebben hun juridische dienstverlening uitgebreid met een juridische chatbot: Lia. Deze digitale assistent geeft 24 uur per dag, zeven dagen per week antwoord op juridische vragen en is bereikbaar via onze website. Met de introductie van Lia spelen we in op de behoefte aan snelle, toegankelijke juridische informatie, gebaseerd op onze eigen juridische kennis en expertise. Lia is nadrukkelijk bedoeld als aanvulling op de bestaande juridische ondersteuning. Wie liever persoonlijk contact heeft, kan gewoon terecht bij het Kennis en dienstverleningscentrum van de Federatie en de LAD, waar juristen klaarstaan voor advies. Zo combineert Lia directe, digitale ondersteuning met de vertrouwde mogelijkheid om complexe of specifieke juridische vragen persoonlijk te bespreken.

Met Lia zetten de LAD en de Federatie een volgende stap in het vernieuwen en versterken van de juridische dienstverlening aan artsen en andere zorgprofessionals. Jaarlijks kunnen zij 20 uur (coassistenten: 10 uur) juridische dienstverlening krijgen.
Iets meer dan de helft (57 procent) van de artsen buiten het ziekenhuis heeft binnen zijn organisatie een formeel inspraakorgaan, zoals een medische staf. Maar als zo’n medische staf er is, vindt 43 procent dat deze onvoldoende invloed heeft. Dat blijkt uit de Loopbaanmonitor Artsen in Loondienst 2025, een onderzoek van de LAD waaraan bijna 1.600 artsen meewerkten.
LADvoorzitter Suzanne Booij: “We weten uit ervaring dat als artsen structureel worden betrokken bij strategische beslissingen in hun instelling, dat tot een grotere loyaliteit en meer werkplezier leidt. Bovendien leidt het in onze ogen tot betere zorg. Daarom willen we in cao’s vastleggen dat artsen worden gefaciliteerd bij het oprichten of professionaliseren van een inspraakorgaan.”

Caroline van den Brekel, directeur LAD
Onderhandelen is onze core business, maar dat gaat niet altijd zonder slag of stoot. Zo hebben we net een actietraject in de jeugdzorg achter de rug en zitten we bij de nieuwe Cao Huisartsen in Loondienst in een impasse. Verder werden we eind januari geconfronteerd met een bod voor een nieuwe Cao UMC dat voor veel werknemers heel redelijk bleek, behalve voor artsen. Ze werden van een groot aantal verbeteringen uitgezonderd en kregen voor de vierde keer op rij te maken met loondifferentiatie.
Wat me in dit soort trajecten opvalt, is dat werkgevers geneigd zijn om in tijden waarin de bomen niet tot in de hemel groeien, te bezuinigen op werknemers. En met name artsen krijgen er dan van langs, want ‘die hebben het toch al goed genoeg’? Ik vind dat een grote misvatting. De druk
Hoe houd je je bevlogenheid een hele loopbaan lang vast?
Die vraag is het vertrekpunt van een speciale aflevering van KopCast, de podcastserie van revalidatiearts Casper van Koppenhagen. Hij maakte de aflevering tijdens het Festival van de Bevlogenheid, dat de LAD en de stichting Challenge & Support op 19 november organiseerden. De dag stond in het teken van persoonlijke ontwikkeling, werkplezier en duurzame inzetbaarheid.
Tijdens het festival sprak Van Koppenhagen onder meer met aios M+G Nikita van den Berge, SEHverpleegkundige Laura van der ZwetSchraauwers, neuroloog Suzanne Booij en huisarts Anne

Teerling. Aansluitend volgde een interessant gesprek met aios chirurgie Kirsten Dabekaussen en cardiothoracaal chirurg Shirin BemelmansLalezari.
Nieuwsgierig? Luister de volledige podcast (aflevering 105) via Spotify of Apple.
op de zorg is enorm. We hebben artsen en andere zorgprofessionals de komende jaren hard nodig. Die behoud je niet als je geen oog hebt voor de hoge werk en dienstendruk en de weerslag die dat heeft op hun welzijn. Zij vormen de ruggengraat van ons zorgstelsel.
Natuurlijk proberen we altijd constructief te blijven. Onderhandelen is immers geven en nemen. Maar in het geval van de Cao UMC trekken we keihard een streep. Op het moment dat dit magazine naar de drukker gaat, staan we aan de vooravond van een actietraject. Niet omdat we dat leuk vinden, maar omdat werkgevers ons simpelweg geen keus laten.
Ik hoop van harte dat ze op tijd inzien dat ook artsen in umc’s een betere cao verdienen. Goede zorg heeft een prijs!
De LAD en VvAA organiseren op woensdagavond 8 april het webinar ‘Jouw start als huisarts in een veranderend speelveld’, speciaal voor aios huisartsgeneeskunde in de laatste fase van hun opleiding. Tijdens het webinar vertellen we wat er op je afkomt als je na je opleiding als waarnemer of in loondienst gaat werken. Die vraag is actueler dan ooit met het oog op de strengere handhaving op schijnzelfstandigheid.
Tijdens het webinar vertelt LADarbeidsjurist Harmen Huijgen hoe je arbeidsvoorwaarden zijn geregeld als je in loondienst gaat werken: hoe word je ingeschaald? Wat zijn je doorgroeimogelijkheden? Hoe is je professionele autonomie geborgd? Startersadviseur Remko Klijn van VvAA laat je zien waar je op moet letten als je na je opleiding als waarnemer aan de slag gaat. Wat betekent de handhaving op schijnzelfstandigheid als je gaat waarnemen? Met welke financiële en juridische vraagstukken krijg je te maken en welke praktische zaken moet je regelen?
Ben je aios huisartsgeneeskunde en heb je interesse om het webinar te volgen? Stuur dan een mail naar redactie@lad.nl o.v.v. webinar 8 april.





