

“Ons vak moet houdbaar blijven”
Traumachirurg
Jan Ten Bosch

Regie over je eigen werkplezier
Toen ik geneeskunde studeerde, zoog ik alle kennis op als een spons. Ik houd van leren en nieuwe inzichten, en was er stellig van overtuigd dat ik als arts vooral verschil kon maken door heel goed te worden in de inhoud van mijn vak. Al tijdens mijn coschappen merkte ik dat ik dat beeld moest bijstellen. Je wereld is namelijk groter dan die van je eigen spreekkamer. Je hebt collega’s met wie je intensief samenwerkt. Leidinggevenden die anders tegen de wereld aankijken. Je krijgt te maken met werkdruk of spannende situaties waarin je ineens niks aan die vakkennis hebt. En dan is er ook nog een voortdurende druk op tijd en kwaliteit.
Kortom: om een goede arts te zijn, is meer nodig dan alleen excelleren op vakinhoud. We werken nu eenmaal in een omgeving waarin veel samenkomt: patiëntenzorg, samenwerken, overleggen, omgaan met verschillende belangen, opleiden, besluitvorming, werken onder druk… Juist daar kan spanning ontstaan. Als je te weinig ruimte, invloed of verbinding ervaart, raakt dat direct aan je betrokkenheid –en daarmee aan je energie en bevlogenheid. Waar dat toe kan leiden, zagen we in maart tijdens de actiedagen in de umc’s: heel veel
bevlogen collega’s die de beste patiëntenzorg willen leveren, maakten duidelijk dat de druk op de zorg steeds groter wordt en dat het schaken op veel borden tegelijk is. Ze vinden hard werken geen probleem, maar daar moet wél meer waardering tegenover staan vanuit de werkgever. Precies dat ontbrak.
Het gaf me enorm veel energie hoe we die boodschap met zoveel artsen samen voor de bühne hebben gebracht, waardoor er nu een betere Cao UMC tot stand is gekomen. Maar op individueel niveau kan ik me voorstellen dat het soms ‘zoeken’ blijft om de juiste balans te vinden. Hoe laat je je stem effectief horen? Hoe communiceer je met rust en impact? Om artsen daarbij te helpen, hebben we onder de LADvlag de nieuwe training ‘Effectief samenwerken en beïnvloeden’ ontwikkeld, waarin diverse vaardigheden samenkomen. Denk aan effectief samenwerken, beïnvloeden, persoonlijk leiderschap en het versterken van de voorwaarden voor bevlogen en duurzaam professioneel handelen. Ik hoop dat het veel artsen een stukje regie over hun eigen werkplezier geeft!
Suzanne Booij, voorzitter LAD
COLOFON
LAD-magazine is het kwartaalblad van de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD). Oplage 36.550 ISSN-nummer 2213-9923
Redactieadres Mercatorlaan 1200, Postbus 20058, 3502 LB Utrecht Telefoon: 088 13 44 100
E-mail: redactie@lad.nl
Redactie Marjolein Dekker, Jorg Heijmink Liesert, Cristel van Maarsseveen, Bart van Pagée en Lucie Pelzer
Met medewerking van Lyanneke Krauss
Columnist Danae Smeets (basisarts) Fotografie Ivar Pel Illustraties Studio Vellekoop & León Ontwerp Member Since Druk Moderna printing streeft ernaar volledig CO2-neutraal te werken, met minimale impact op het milieu. Door het hergebruik van materialen zoals papier en drukplaten, energiezuinige processen en circulaire initiatieven kan duurzaam ondernemen hand in hand gaan met kwalitatief drukwerk. De inspanningen worden beloond met keurmerken zoals het FSC-certificaat en Imprim’Vert. Het magazine ook ontvangen? Word nu lid van de LAD: lad.nl/lid-worden


Volg ons ook op: Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband lad.artsen.in.dienstverband
Suzanne Booij Voorzitter van de LAD en neuroloog in het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis
Fotografie Femke van den Heuvel
12 4 8
In actie
Actievoeren voor een betere cao: het is niet iets wat je als arts zomaar doet. Toch stonden er in maart honderden artsen op om mee te doen aan de zondagsdienstestafette voor een betere Cao UMC, waaronder interventiecardioloog Marleen van Wely en traumachirurg Jan Ten Bosch. “Dit gaat over de toekomst van ons vak.”
Lager verzuim
De nieuwste verzuimcijfers laten zien dat de druk op zorgprofessionals verder toeneemt. Gelukkig zijn er ook zorginstellingen die het lukt het verzuim naar beneden te krijgen. Drie organisaties geven een kijkje in de keuken.
Krakende huisartsenzorg
De huisartsenzorg staat onder structurele druk. Daardoor komen de continuïteit en kwaliteit van zorg steeds verder onder spanning te staan. Voor de LAD is het extra reden om zich hard te maken voor goede arbeidsvoorwaarden en een gezond en veilig werkklimaat.

16

“ Onderdeel zijn van zo’n team geeft een kick” Hoe bevlogen is Heleen Snijders?
Wat zorgt ervoor dat je bevlogen naar je werk blijft gaan? Die vraag vormt de rode draad van deze nieuwe rubriek. Chirurg Heleen Snijders vertelt wat bevlogenheid voor haar betekent. “Ik wil het beste uit mezelf kunnen halen. Ik houd ervan om dingen te bedenken, creëren, uitvoeren en verbeteren.”
7
Overwerken
Een basisarts krijgt voor de vierde dag op rij de vraag of ze nog even kan blijven. Kan ze nee zeggen? En wordt overwerk vergoed?
14
Conflicten
Columnist Danae Smeets vindt dat conflicten beter moeten worden uitgepraat. “De gezondheidszorg is geen apenkooi. Laten we blijven praten.”
Als bondsarts van de KNVB reist hij deze zomer mee met het Nederlands elftal naar het WK Voetbal. Ontspannen kijken naar een wedstrijd is er echter niet bij voor sportarts Edwin Goedhart. “Ik zit misschien wel eerste rang, maar ben constant gefocust op de spelers. Hoe bewegen ze, wie heeft ergens last van, wie is geblesseerd. Zodra de wedstrijd is afgelopen, ben ik al bezig met de volgende.”
15 Festival Werkplezier, duurzame inzetbaarheid en persoonlijke ontwikkeling: dat zijn de ingrediënten voor het tweede Festival van de Bevlogenheid.
18 In ’t kort
Lees de column van Caroline van den Brekel, het laatste nieuws over evenementen, cao’s, trainingen en andere activiteiten.
Actietraject umc’s leidt tot beter cao-resultaat
Actievoeren voor een betere cao: het is niet iets wat je als arts zomaar doet. Toch stonden er in maart honderden artsen op om mee te doen aan de zondagsdienstestafete voor een betere Cao UMC. Interventiecardioloog Marleen van Wely (Radboudumc) en traumachirurg Jan Ten Bosch (Maastricht UMC+) speelden een belangrijke rol op de actiedag in hun umc. Ze vonden het beiden belangrijk hun stem te laten horen. “Dit gaat over de toekomst van ons vak.”
Eind januari bereikte UMCNL met drie vakbonden een akkoord voor een nieuwe Cao UMC. De LAD en vakbond FBZ tekenden niet, omdat het akkoord te weinig afspraken bevatte om zorgprofessionals een loopbaan lang voor hun vak te behouden. Er werd een actietraject gestart in de vorm van zondagsdiensten: artsen werken dan op een doordeweekse dag alsof het zondag is. Op 19 maart beten honderden artsen en andere zorgprofessionals het spits af in het Radboudumc. Op 26 maart volgde het Maastricht UMC+. Onder de druk van de aankondiging van een landelijke actiedag kwam er een uitnodiging van UMCNL om in gesprek te gaan over de eisen. Dat leidde uiteindelijk tot aanvullende afspraken, waarmee een ruime meerderheid van de LADleden instemde.
De belangrijkste afspraken:
De verhoging van de dienstenleeftijd naar 62 jaar voor medisch specialisten is teruggedraaid.
Eind dit jaar moeten op elke afdeling afspraken zijn gemaakt over de invulling van de 8 uur rusttijd na een dienst.
Er wordt toegewerkt naar een toekomstbestendige regeling met meer ruimte voor flexibiliteit en differentiatie in contractduur en diensten.
De aftopping over de loonsverhoging in 2027 wordt geschrapt.
Er komt een gezamenlijke studie naar de positionering van klinisch chemici, klinisch fysici en ziekenhuisapothekers.


“De saamhorigheid onder collega’s vond ik hartverwarmend”

Marleen van Wely, interventiecardioloog Radboudumc:
Ik was net plaatsvervangend opleider geworden, toen ik een podcast hoorde over anios. Zij vertelden dat ze het meest opzien tegen het draaien van diensten en het maken van werkweken van meer dan veertig uur. Ik dacht: het wordt zo steeds moeilijker om jonge artsen aan boord te krijgen. Daar moeten we echt iets aan doen en niet hopen dat het vanzelf goedkomt. Als je vindt, zoals ik, dat er iets moet gebeuren, moet je dat niet alleen roepen, maar ook bereid zijn actie te ondernemen. Normaal gesproken zijn artsen best moeilijk te overtuigen om in actie te komen. Patiënten hebben immers last van acties, dus doe je het liever niet. Maar ik merkte dat steeds meer collega’s vonden dat we de afspraken in de Cao UMC niet over onze kant konden laten gaan.
Cool
De hoge opkomst in het Radboudumc tijdens de actiedag op 19 maart had ik zelf niet verwacht. Het komt niet zo vaak voor dat we ons op deze manier verenigen en dan ook nog met zoveel specialismen. Bij een borrel zoek je je eigen collega’s op en nu stond iedereen door elkaar heen. Het was echt heel cool om
te zien. De saamhorigheid onder collega’s vond ik hartverwarmend.
Veiligheidsaspect
Ik heb voorafgaand aan de actiedag meegewerkt aan interviews in onder meer AD/De Gelderlander, Medisch Contact en de lokale omroep RN7. Daarin maakte ik de vergelijking met de piloot van een vliegtuig bij wie niemand wil instappen na een nachtdienst. Heel veel dingen die wij doen op de werkvloer, komen uit de vliegwereld, het zogenoemde crew resource management. Daarin leer je dat je met elkaar als team verantwoordelijk bent en dat je ook luistert naar iemand die in de hiërarchie iets lager staat. Met als doel het voor de passagier (of bij ons de patiënt) zo goed mogelijk te doen. Het is eigenlijk best raar dat we dat deel overnemen, maar niet letten op het veiligheidsaspect van het werken in de nacht en het daarna gewoon doorwerken. Het was voor mij een manier om duidelijk te maken aan patiënten waarom wij actievoeren. In die zin deed het me wel goed dat al ‘mijn’ patiënten op de poli zeiden begrip te hebben. Het gaat voor een groot deel over het welzijn van de mensen die hier
werken, maar uiteindelijk ook over het welzijn van de patiënten: als wij niet uitgerust zijn, kunnen we immers geen goede zorg leveren.
Doorgedrongen
Lastig was het voor mij persoonlijk dus niet om in actie te komen, maar het was wel interessant om op een andere manier kennis te maken met de raad van bestuur en uit te leggen waarom wij van plan waren door te gaan met actievoeren. Ik denk dat zij eigenlijk ook heel goed begrijpen dat je als umc goed voor je artsen en medewerkers moet zorgen, als je wilt dat ook je patiënten een goede behandeling krijgen.
Die boodschap is volgens mij goed doorgedrongen bij werkgevers. Als je elkaar vasthoudt, kun je meer bereiken dan alleen. Dat hebben we laten zien. Ik hoop dat we in die gezamenlijkheid komen tot goede afspraken voor onder meer de rusttijden na een dienst. Ik hoop ook dat bij een volgende caoonderhandeling dit soort acties niet meer nodig zijn en dat het lukt om bij het sluiten van akkoorden te kijken naar de belangen van álle werknemers in de umc’s.”

In mijn vakgroep zitten een paar collega’s die regelmatig benadrukken hoe belangrijk het is om goed voor jezelf op te komen, wil je dit vak een loopbaan lang volhouden. Daardoor waren we er vrij snel over uit dat we wilden meedoen aan de actiedag. Natuurlijk vond ik het lastig dat we planbare zorg moesten stilleggen. We hebben wachtlijsten en je wilt nooit dat patiënten daar de dupe van worden. Maar uiteindelijk heeft een patiënt er ook niets aan als er geen fitte dokter aan zijn bed staat. Precies die boodschap wilde ik overbrengen in de speech die ik op de actiedag heb gegeven. Ik ben er niet gaan staan met de boodschap ‘wat is het allemaal slecht geregeld’. Integendeel: ik ben trots op mijn vak en de zorg die we leveren, maar ik maak me wél zorgen over de toekomst. Over hoe we dit werk gezond, veilig en met plezier kunnen blijven doen – voor onszelf, voor de jonge collega’s, maar vooral voor de patiënt.
Enorme druk op de zorg
Klagen over de werkdruk is niet echt ‘des chirurgen’, dus ik vond het best spannend om het gezicht van de opstand te worden. Maar wat er deze caoronde gebeurde, zat me hoog. Ik vond het belangrijk het signaal af te geven dat er écht meer aandacht moet komen
“We hebben een fantastisch vak, maar het moet wel houdbaar blijven”
Jan Ten Bosch, traumachirurg Maastricht UMC+:
voor hoe artsen dit vak hun hele loopbaan met energie kunnen blijven uitoefenen. In slechts tien jaar als traumachirurg heb ik de druk op de zorg enorm zien veranderen. De zorgvraag neemt toe, we zien meer patiënten en de zorg wordt complexer. Tegelijkertijd neemt de krapte toe – op de ok, maar ook in personeel. Vooral de intensiteit van de diensten in avonden, nachten en weekenden is fors gestegen. Daarnaast moet alles steeds efficiënter, neemt de administratie en registratiedruk toe en wordt er ook verwacht dat je opleidt en onderzoek doet. Ik zie wat dat doet bij collega’s en ik zie ook dat jonge artsen zich steeds vaker afvragen of ze een toekomst binnen het ziekenhuis willen.
Zichtbaar
In mijn speech maakte ik de vergelijking met de luchtvaart en transportsector: daar is vermoeidheid een erkend veiligheidsrisico waar systemen omheen worden gebouwd. In de zorg doen we alsof vermoeidheid een individueel probleem is, dat je kan oplossen met passie en inzet. Als artsen dragen we daar ook zelf aan bij omdat we niet snel klagen, maar daardoor is de cumulatieve belasting van dit vak jarenlang onderschat. Ik denk dat het actietraject belangrijk is geweest om dat zichtbaar te maken aan werkgevers.
Waardering
Ik vind het ontzettend mooi dat het onder de actiedruk is gelukt om tot betere afspraken te komen. Natuurlijk zijn in het resultaat niet al onze wensen gerealiseerd. Dat zou ook niet reëel zijn. Maar ik denk dat UMCNL wel heeft gevoeld dat er iets moet gebeuren. Dat de verhoging van de dienstenleeftijd is teruggedraaid, zegt veel. In de toekomst moeten nog concretere stappen worden gezet, maar belangrijker vind ik dat eindelijk is erkend dat onze belasting grenzen kent en dat we een stukje waardering hebben gekregen. Dat medisch specialisten in het eerste caoresultaat werden uitgesloten van bepaalde afspraken, voelde zo onrechtvaardig. Wij zijn net als iedere andere collega ook werknemer in een umc.
Gezamenlijke missie
De saamhorigheid op de actiedag in ons umc vond ik uniek. Als medisch specialist werk je grotendeels binnen je eigen vakgroep. Op 26 maart stonden we er echt met een gezamenlijke missie. Ik heb me enorm gesteund gevoeld door iedereen die daar stond. Dat ik namens zoveel collega’s een stem heb mogen geven aan onze zorgen, vind ik een grote eer.”
Overwerken in de zorg: Waar ligt de grens?
“Kun je nog even blijven?” Het is 17.45 uur, maar de dienst van basisarts Sarah Kuilboer* eindigde eigenlijk al om 17.00 uur. De poli liep uit, een gesprek koste extra tijd en nu staat de SEH vol. Ze heeft al drie avonden langer doorgewerkt en heeft eigenlijk een etentje vanavond. Kan ze nee zeggen? En wordt overwerk vergoed? Ze neemt contact op met het Kennis- en dienstverleningscentrum van de Federatie Medisch Specialisten en de LAD.
Kuilboer komt in contact met arbeidsjurist Karlijn Derksen. Die vertelt haar dat overwerken misschien normaal lijkt in de zorg, maar dat er wel degelijk grenzen aan zitten. Zo staat in de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit dat je maximaal 12 uur per dienst en maximaal 60 uur per week mag werken. Gemeten over 16 weken mag je werkweek gemiddeld bovendien niet boven de 48 uur uitkomen. Daarnaast zijn wettelijke afspraken gemaakt over rusttijden en over de maximale arbeidstijd tijdens nacht en consignatiediensten.
“Deze regels gelden voor een groot deel van de artsen, maar medisch specialisten, huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde zijn uitgesloten van de Arbeidstijdenwet. In veel cao’s hebben we wel afspraken gemaakt over hun maximale arbeidsduur en rusttijden, zodat overwerken duidelijk begrensd is”, aldus Derksen.
Overwerkvergoeding
Kuilboer valt als basisarts onder de Arbeidstijdenwet. In veel cao’s zijn de bepalingen uit die wet verder ingevuld. Zo is in de Cao Ziekenhuizen (die op Kuilboer van toepassing is) afgesproken dat onder overwerk alle uren worden verstaan die je boven je contractuele arbeidsduur werkt, ongeacht of je voltijd of in deeltijd werkt. De vergoeding voor overwerk bestaat uit het uurloon (of een vergoeding in tijd) en een overwerktoeslag. De hoogte van die toeslag hangt af van de dag en tijden waarop je overwerkt. Zo krijg je een overwerktoeslag van 25 procent als je op werkdagen tussen 06.00 en 22.00 uur overwerk verricht; tussen 22.00 en 06.00 uur is dat 50 procent. Op zaterdag krijg je tot 18.00 uur een over
werktoeslag van 75 procent en op zaterdag na 18.00 uur en op zon en feestdagen is dat 100 procent. “Om voor die overwerktoeslag in aanmerking te komen, geldt wel dat sprake moet zijn van een opdracht voor overwerk van je werkgever”, benadrukt Derksen. “Omdat de leidinggevende van mijn cliënt expliciet aan haar heeft gevraagd of ze langer kan blijven, heeft ze er in dit geval recht op.”
Inzetcultuur
Kuilboer vraagt vervolgens of ze ‘nee’ had kunnen zeggen tegen het verzoek van haar leidinggevende. Niet dat ze dat had gewild, want ze wil haar patiënten én collega’s niet in de steek laten. Derksen: “We merken dat veel artsen met dat dilemma zitten. In de zorg is sprake van een sterke ‘inzetcultuur’: je wilt een patiënt liever niet voor dat laatste half uurtje nog even overdragen. Die cultuur heeft echter ook een keerzijde. Want hoe loyaal je ook bent, je moet ook aan je eigen welzijn denken. Zeker als je dit vak een hele loopbaan lang wilt volhouden.”
Proactief
Ze adviseert Kuilboer daarom het onderwerp bespreekbaar te maken bij haar leidinggevende. Dat vindt Kuilboer lastig, want stel dat haar leidinggevende denkt dat ze niet hard wil werken? Derksen drukt haar op het hart die zorgen naast zich neer te leggen. “Het getuigt juist van een proactieve houding en professionele verantwoordelijkheid als je je grenzen aangeeft en samen wilt onderzoeken hoe je hier goede afspraken over kan maken. Dat kan voor beide kanten ook veel duidelijkheid opleveren.”

Tips van Karlijn Derksen
• Check in je arbeidscontract en de voor jou geldende cao wat er is geregeld voor overwerk, consignatie, toeslagen en tijd-voor-tijdafspraken. Zorg bovendien dat je je overwerkuren zorgvuldig registreert.
• Wordt er bij jou op het werk regelmatig overgewerkt? Ga binnen je team of vakgroep het gesprek aan over realistische roosters en het beperken van structureel overwerk, mede met het oog op jullie duurzame inzetbaarheid. Bespreek dit vervolgens met je werkgever.
• Twijfel je of overwerk correct wordt gecompenseerd? Neem dan contact met ons op. Als LAD-lid heb je jaarlijks recht op twintig uur (coassistenten: tien uur) juridische ondersteuning.
* Namen van cliënten in deze rubriek zijn fictief in verband met de privacy van de cliënt.
Wat werkt bij het terugdringen van ziekteverzuim?
De nieuwste verzuimcijfers in de sector zorg en welzijn laten zien dat de druk op artsen en andere zorgprofessionals verder toeneemt. Het ziekteverzuim was in 2025 met gemiddeld 7,5 procent onverminderd hoog, zo blijkt uit CBS-cijfers die zijn gepubliceerd via het onderzoeksprogramma van Arbeidsmarktplatform Zorg en Welzijn. Gelukkig zijn er veel zorginstellingen die zich actief inzetten om het verzuim naar beneden te krijgen. Drie organisaties geven een kijkje in de keuken.


Astrid Vollebregt
Urogynaecoloog en onderzoeker in het Spaarne Gasthuis
In de zorg zijn vrouwen oververtegenwoordigd, net als in het onderwijs. Binnen het Spaarne Gasthuis bestaat een kwart van het personeelsbestand uit vrouwen tussen de 45 en 59 jaar. Een groot deel van hen ervaart gezondheidsklachten door de overgang. Naast de persoonlijke gevolgen hebben deze klachten ook een grote maatschappelijke impact: ze leiden jaarlijks tot een verzuim van 30 duizend fte met bijbehorende zorgkosten. Vrouwen in de overgang krijgen vaak te horen dat het ‘erbij hoort’, maar daar ben ik het absoluut niet mee eens. Deze levensfase kan namelijk een grote impact hebben op hun dagelijks leven, carrière en welzijn. Daarnaast is de impact van menstruatieklachten en bekkenbodemklachten groot. Dit kan niet alleen leiden tot verzuim, maar ook tot (ongemerkte) verminderde productiviteit. Daarom is het hoog tijd dat we deze klachten uit de taboesfeer halen en de zorg voor deze vrouwen verbeteren. Binnen het Spaarne Gasthuis zijn we hier actief mee bezig. Zo gaan we starten met een speciale poli, opgezet voor vrouwelijke medewerkers van het ziekenhuis. Ook hebben we binnen het ziekenhuis een programma met de naam ‘FIT werkt’, dat zich richt op de duurzame inzetbaarheid van medewerkers. Een onderdeel van dat programma is ‘In balans in de overgang’, waarvoor we twee workshops hebben georganiseerd. In de eerste sessie belichtten we het fysieke aspect en in de tweede de mentale kant. Medewerkers konden hun ervaringen delen én na afloop met een concreet plan aan de slag. Vrouwelijke medewerkers kunnen ook een individueel consult krijgen via een overgangsconsulent in de buurt. Met deze initiatieven sluiten wij aan bij de nieuwe Cao Ziekenhuizen, die het belang onderstreept van het bespreekbaar maken van hormonale klachten en het doorbreken van het taboe eromheen.”

Martino Cecchetto Manager Vitaliteit bij Philadelphia Zorg
Een effectieve verzuimaanpak hoeft niet onnodig ingewikkeld te zijn. Uiteindelijk draait het erom dat mensen zich gehoord, veilig en gewaardeerd voelen, en op een plek zitten waar ze tot hun recht komen. Bij Philadelphia Zorg hebben we dezelfde uitdagingen als andere zorginstellingen, maar ons verzuim ligt lager. Dat komt doordat we een duidelijke visie hebben, waarbij we nadrukkelijk onderscheid maken tussen ziekte en verzuim. Want waarom meldt de ene medewerker met hoofdpijn zich ziek en de andere niet? Philadelphia werkt met het gedragsmodel van Falke en Verbaan, dat verzuim beschouwt als een uitkomst van keuzes die door de werkgever en medewerker worden gemaakt. Medewerkers hebben zo meer regie en verantwoordelijkheid over duurzame inzetbaarheid, het voorkomen van verzuim en het gedrag dat daarbij hoort. Leidinggevenden spreken hierover met hun teams. Zo maak je keuzes en beweegredenen bespreekbaar en kun je samen kijken naar wat iemand wél kan. En ook als het goed gaat, is het belangrijk dat de leidinggevende de aandacht niet laat verslappen, maar regelmatig met de medewerker bespreekt hoe het gaat. We bieden ook laagdrempelige coachingstrajecten aan, bijvoorbeeld voor vrouwen in de overgang. Medewerkers kunnen zich daar anoniem voor aanmelden, zonder toestemming te hoeven vragen aan hun leidinggevende of de afdeling HR. Ik wil ook echt een lans breken voor onze managers, die dit op een mensgerichte manier aanpakken. De kernwaarden van Philadelphia – liefde, lef en meesterschap –voel je echt terug in de organisatie. Mijn advies aan andere zorginstellingen: laat je niet te veel leiden door processen. Uiteindelijk gaat het om mensen, hun duurzame inzetbaarheid en een goede reintegratie wanneer dat nodig is.”

Mirella Willems
Manager bedrijfsvoering kinderrevalidatie bij Vogellanden
Momenteel koersen wij af op een verzuimpercentage van 3,2 procent, een stuk lager dan het landelijk gemiddelde. Ons geheim? Zorg dat je je medewerkers goed kent en weet wat er speelt, zowel op het werk als in de thuissituatie. Binnen Vogellanden werken wij met het ‘2 x FIT’programma. Dit programma helpt medewerkers om te onderzoeken of zij nog werk doen dat bij hen past en of zij zich lichamelijk en mentaal gezond voelen. Daarbij bieden we verschillende vormen van ondersteuning. Zo vinden wij een gezonde leefstijl belangrijk voor patiënten én medewerkers. Vanuit het concept positieve gezondheid kunnen medewerkers in overleg met hun leidinggevende een traject volgen. Dat varieert van meer bewegen tot voedingsadvies, mentale ondersteuning, beter omgaan met stress en beter slapen. Daarnaast hebben we loopbaancoaches in dienst en bieden we de mogelijkheid om tijdelijk bij een andere organisatie te worden gedetacheerd. Dat levert een winwinsituatie op: je krijgt de kans je breder te oriënteren op je loopbaan, terwijl je vaak met frisse ideeën terugkeert binnen onze organisatie.
Wat ik als manager probeer te stimuleren, is dat medewerkers hun opleidingsbudget ook gebruiken om te investeren in hun persoonlijke ontwikkeling. Ik merk dat vooral artsen dit soms nog ingewikkeld vinden, al zie ik daarin de afgelopen twee jaar een positieve ontwikkeling. Steeds meer artsen kiezen bijvoorbeeld voor coaching. Het is mooi om te zien dat dit echt iets oplevert: er ontstaat meer ruimte voor reflectie. Binnen het team heeft de arts een voorbeeldrol en wordt vaker het ‘echte’ gesprek gevoerd. Laatst vertelde een arts mij dat er meer beweging in het team was ontstaan, doordat collega’s elkaar steeds vaker vanuit kwetsbaarheid durven aan te spreken. Voor mij een bewijs dat onze aanpak werkt!”

Edwin Goedhart
Van een voetbalwedstrijd genieten als toeschouwer? Dat zit er voor Edwin Goedhart niet in. Als bondsarts van de KNVB scant hij vanaf de eerste minuut de fitheid van zijn spelers. Meer dan dertig jaar beweegt hij zich al in de internationale voetbalwereld. “Mijn belangrijkste taak is het creëren van rust.”
Edwin Goedhart (62) studeerde in 1996 af in de sportgeneeskunde en is sindsdien onafgebroken actief in de voetbalwereld. Hij was teamarts bij HFC Haarlem, AZ en Vitesse, en jeugdteamarts bij de KNVB. In 2002 verbond hij zich aan Ajax, in 2012 werd hij teamarts van het Nederlands elftal en sinds 2013 is hij fulltime bondsarts bij de KNVB. Goedhart woont met zijn vrouw in Haarlem. Hun drie volwassen kinderen zijn inmiddels het huis uit.
“Mijn dominante been is en blijft in de geneeskunde”
Als kind was hij buiten altijd aan het voetballen en speelde hij in clubverband. “Voetbal was gewoon mijn sport.” Toen Goedhart geneeskunde ging studeren, stopte hij ermee. Later, terug in Haarlem, pakte hij de draad weer op via zaalvoetbal. Toch droomde hij als student niet van een loopbaan in de voetbalwereld. “Ik ben geneeskunde gaan studeren met het idee huisarts te worden. Tijdens mijn coschappen kwam ik in aanraking met de sportgeneeskunde. Dat beviel zo goed, dat ik die richting ben opgegaan. En daar heb ik nooit spijt van gehad.”
Twee benen, één basis
Sportarts én bondsarts. Het zijn twee rollen die elkaar raken, maar niet altijd samenvallen. “Mijn ene been staat in de geneeskunde, het andere in de sport. Maar mijn dominante been is en blijft in de geneeskunde”, zegt Goedhart. Als arts staat de gezondheid van de sporter altijd voorop, maar het niveau waarop iemand presteert kleurt zijn advies. “Ik adviseer een voetballer die meedoet aan het WK anders dan een amateurvoetballer met dezelfde klacht. Zo geef ik iemand die intensief heeft getraind voor de marathon van zijn leven en last heeft van zijn achillespees, misschien eerder een pijnstiller. Bij een ander zou ik juist zeggen: neem rust en overbelast die pees niet.” Wat zijn werk in de voetbalwereld zo interessant maakt, zijn de vele belangen die hij constant moet afwegen: die van de individuele speler, het elftal, de club en de bond. “Als een voetballer graag wil blijven spelen terwijl hij niet volledig fit is, kan hij minder presteren. Daar heeft het team niks aan.”
Balanceren
De belangen komen ook terug in zijn dagelijks medisch handelen. Wanneer laat je iemand
wel of niet spelen? Hoever ga je met presteren en gezondheid? “Als een speler iets aan zijn hoofd of hart heeft, moet je nooit risico’s nemen. Maar als iemand een spierblessure heeft en toch wil spelen, is de potentiële schade minder groot. Die afweging is anders.” Hij trekt zich in zulk soort situaties terug, denkt na en probeert tot een uitgebalanceerd advies te komen. “Ik adviseer, de speler besluit of hij wil spelen en de trainer bepaalt of hij hem opstelt. Mijn advies wordt ook weleens niet opgevolgd. Daar kan ik mee leven, zolang ik maar duidelijk heb uitgelegd wat de voor en nadelen zijn.”
Op weg naar het WK
Vorige week startte het WK in de Verenigde Staten, Mexico en Canada. Het interview vond vlak daarvoor plaats. Goedhart bereidt zich op dat moment voor door zich in te lezen over het klimaat, tijdsverschillen en reisroutes. “Het wordt waarschijnlijk warm en vochtig, dus aanpassen wordt een uitdaging. Spelers krijgen daarom vooraf een fitcheck en een weekje rust. Ze moeten uitgerust en fris binnenkomen.”
"Ik ben constant gefocust op de spelers"
Toch zijn er grenzen aan waar hij als bondsarts op kan sturen. “Spelers spelen ook voor hun clubs en die hanteren soms andere methoden. Sommige clubs promoten bijvoorbeeld ijsbaden, maar wij willen juist dat spelers wennen aan de warmte. De club gaat voor en daar kunnen wij niks aan doen.”
Ook voor Goedhart zelf is het belangrijk om tijdens het WK fit te zijn: zorgen dat hij uitgerust blijft, blijven sporten en tussendoor een
powernap nemen. “Achteraf realiseer ik me pas hoe spannend het was en hoeveel het heeft gevraagd. Maar winnen is de beste doping, voor spelers én de staf.”
Ruis
Het medisch team bestaat inmiddels uit elf mensen op zesentwintig spelers. Twee artsen, vijf fysiotherapeuten, twee masseurs, een voedingsdeskundige en een fysieke trainer. Daarbij komen nog dataanalisten, een videoanalist, et cetera, waardoor de staf zo’n veertig mensen telt. Goedhart is er nuchter over. “Je hoeft in een staf niet de beste mensen te hebben, het gaat erom dat je samen het beste team vormt.”
Met meer mensen ontstaat ook meer ruis, weet hij. “In de voetbalwereld komt steeds meer geld en met dat geld ook steeds meer gekkigheid. Hoe groter de staf, hoe moeilijker het wordt om snel als groep op dezelfde lijn te zitten. Meer wegen leiden naar Rome, maar je moet als groep wél dezelfde weg kiezen.” Hij lacht. “Als het rustig blijft en de buitenwacht niet door heeft dat er iets is gebeurd, heb ik mijn werk goed gedaan.”
Hij vindt het een welkome ontwikkeling dat de stafsamenstelling verandert: er komen steeds meer vrouwen in het team. “Voetbal is van nature een mannenwereld, maar die vrouwelijke invloeden maken het dynamischer en zorgen voor meer balans.”
Vrouw thuis, hoofd erbij
Goedhart neemt zijn vrouw niet mee naar toernooien. Glimlachend vertelt hij: “Ik heb het een keer geprobeerd, maar was de hele tijd aan het werk en had totaal geen tijd voor haar. Dat was voor ons beiden niet leuk, dus hebben we gezegd: dit niet nog een keer.” Hij wil, als hij op reis is, volledig gefocust kunnen zijn. En de sport zelf? Die blijft hem trekken. “Onderdeel zijn van zo’n team, eraan bijdragen als het lukt, dat geeft een kick.” Maar ontspannen kijken naar de wedstrijd doet hij nooit. “Ik zit misschien wel eerste rang, maar ben constant gefocust op de spelers. Hoe bewegen ze, wie heeft ergens last van, wie is geblesseerd. Zodra de wedstrijd is afgelopen, ben ik al bezig met de volgende.”
Huisartsenzorg kraakt onder groeiende druk

Uit cijfers van het Arbeidsmarktplatform Zorg en Welzijn (AZW) blijkt dat ruim zes op de tien huisartsen gemiddeld een (veel) te hoge werkdruk ervaren. Daarmee voeren zij de ranglijst aan van zorgprofessionals met de hoogste werkdruk. Ter vergelijking: gedragsdeskundigen staan tweede op die lijst. Van hen ervaart 51 procent een te hoge werkdruk. Onder medisch specialisten is dat 43 procent. Net als bij andere zorgprofessionals is de toenemende zorgvraag een belangrijke oorzaak van de hoge werkdruk onder huisartsen. De dubbele vergrijzing speelt daarin een grote rol, maar huisartsen kregen er de afgelopen jaren ook steeds meer verantwoordelijkheden en taken bij. Sinds de afschaffing van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten in 2015 is meer zorg verplaatst naar de eerste lijn.
Lange wachttijden
Daarnaast zorgen lange wachttijden in de tweedelijnszorg voor extra druk op huisartsenpraktijken. Patiënten wachten langer op specialistische zorg en blijven in de tussentijd onder begeleiding van hun huisarts. Volgens Michaël van der Ven, huisarts en praktijkhouder in dienstverband van een gezondheidscentrum in Utrecht, heeft dat niet alleen gevolgen voor de behandeling van patiënten, maar ook voor de werkdruk. “Als huisarts wil je samen met je patiënt stappen kunnen zetten. Maar dat gaat niet als iemand niet terecht kan bij de
Voor miljoenen mensen is de huisarts het eerste aanspreekpunt bij gezondheidsklachten. Huisartsen vervullen daarmee een cruciale rol in ons zorgstelsel. Tegelijkertijd staat de huisartsenzorg onder structurele druk. Daardoor komen de continuïteit en kwaliteit van zorg steeds verder onder spanning te staan. Voor de LAD is het reden zich hard te maken voor goede arbeidsvoorwaarden en een gezond en veilig werkklimaat.
ggz of wanneer een maagdarmleverarts een wachttijd van honderden dagen heeft.”
In de wachtstand
“Als huisarts ben ik steeds vaker bezig met werk dat eigenlijk geen rendement oplevert. Ik zie bijvoorbeeld patiënten van wie ik denk dat ze met een paar gesprekken bij een psycholoog weer de weg omhoog kunnen vinden. Maar als iemand maanden moet wachten, gaat de mentale gezondheid vaak verder achteruit. Om ondersteuning te bieden, schakelen wij de praktijkondersteuner in of voeren we zelf extra gesprekken. Zo proberen we de gezondheid op niveau te houden. Dat is prima als je alle tijd hebt, maar je wilt liever iets doen wat huisartsgeneeskundig is. Je wilt de beste zorg leveren aan mensen die je dat daadwerkelijk kan geven”, aldus Van der Ven.
Substitutie niet-complexe zorg
Huisartsen krijgen niet alleen meer complexe zorgvragen. Ook voor de nietcomplexe zorg worden patiënten vaak doorverwezen naar de huisarts. Een klassiek voorbeeld is het verwijderen van hechtingen na een medische ingreep in een ziekenhuis, vertelt Van der Ven. “Maar psychiaters laten ons bijvoorbeeld ook labwerk en ecg’s doen en de oncoloog laat vaker hormooninjecties aan ons over. Natuurlijk maakt één extra hechting of injectie in de week niet uit, maar als het tien of twintig
patiënten zijn, drukt dat op de beschikbaarheid van je doktersassistenten.”
Terwijl de taken en verantwoordelijkheden van huisartsen toenemen, kampen veel praktijken met personeelstekorten. Hoewel dat een landelijk probleem is, is het tekort in dunbevolkte regio’s het grootst. Dat heeft nu al gevolgen voor de toegankelijkheid van de zorg: in 2024 had zestig procent van de huisartsenpraktijken een (gedeeltelijke) patiëntenstop.
Snel stijgend verzuim
Voor praktijkhouders in dienst van een gezondheidscentrum is de werkdruk soms moeilijk te beheersen. Zij zijn namelijk eindverantwoordelijk voor de zorg van hun patiënten, maar er zit geen grens op het aantal uur dat ze werken. De uiteindelijke noodrem betekent dan vaak uitval.
Hoewel het ziekteverzuim onder huisartsen lager is dan het gemiddelde in de zorg, neemt het in een hoog tempo toe: in nog geen tien jaar tijd verdubbelde het verzuimpercentage van 2,5 naar 5,7 procent. Daarnaast berekende het Capaciteitsorgaan dat een kwart van de huisartsen vijftien jaar na het behalen van het diploma het vak uitstroomt.
Personeelstekort neemt toe Helaas is het vooruitzicht niet rooskleurig. Uit onderzoek van AZW blijkt dat maar zes op de tien huisartsen en medewerkers in gezond
Tekst Bart van Pagée
Illustratie Studio Vellekoop & León
Fotografie Hans Tak
Michaël van der Ven


heidscentra verwachten tot de AOWleeftijd in de sector te blijven werken. Dat aandeel is even groot als het percentage medewerkers (58 procent) dat denkt lichamelijk en geestelijk in staat te zijn het werk tot die leeftijd vol te houden.
Hoewel de instroom de komende jaren redelijk stabiel blijft, neemt het personeelstekort verder toe. Met name vanwege de toenemende zorgvraag. Naar verwachting is er in 2035 een tekort van ruim tienduizend huisartsen en medewerkers in gezondheidscentra.
Een stap voorwaarts
Voor de LAD is het reden zich hard te maken voor een betere Cao Huisartsen in Loondienst. Op het moment van schrijven staan onderhandelingen gepland, maar het is nog onduidelijk hoeveel geld de werkgevers beschikbaar willen stellen voor betere arbeidsvoorwaarden.
Van der Ven is bij de onderhandelingen betrokken en vindt dat onbegrijpelijk. “Voor de continuïteit van zorg spelen huisartsen in loondienst een belangrijke rol. Maar de werkgeversorganisaties lijken tot nu toe weinig oog te hebben voor de toegenomen werkdruk, taken en verantwoordelijkheden van huisartsen in loondienst (HD’s) en praktijkhouders dienstverband in gezondheidscentra (PD’s). Ik hoop dat het ons lukt om samen met de LHV en InEen een goede stap voorwaarts te zetten. Niet alleen in het verlagen van de werkdruk,

maar ook als het gaat om een eerlijk salaris. Beide zijn nodig om het vak aantrekkelijk te houden.”
Strenger
Van der Ven vindt dat er ook iets moet gebeuren in de organisatie van zorg. “Ik denk dat we strenger moeten worden op substitutie vanuit de tweede lijn. Als we meer taken overnemen, moet daar iets tegenoverstaan. Bijvoorbeeld dat we patiënten sneller kunnen doorverwijzen naar medisch specialisten of de ggz.”
Ook binnen de huisartsenzorg ziet hij mogelijkheden voor verdere taakherschikking. Doktersassistenten, verpleegkundig specialisten en basisartsen zouden volgens hem meer geprotocolleerde zorg en ketenzorg kunnen uitvoeren.
Verwachtingsmanagement
Toch zijn structurele oplossingen volgens Van der Ven breder dan alleen de organisatie van zorg. Patiënten moeten ook leren genoegen te nemen met minder zorg. “Het zou heel goed zijn als we de maatschappelijke verwachtingen van gezondheid en de gezondheidszorg temperen. Er ligt een belangrijke rol voor de overheid daar het gesprek over op gang te brengen. We moeten leren omgaan met minder kwaliteit en meer onzekerheid.”
Zorgprofessionals die gemiddeld (veel) te hoge werkdruk ervaren:
1 Huisartsen: 61%
2 Gedragsdeskundigen: 51%
3 Teamleiders en medewerkers kinderopvang (47%)
4 Verzorgenden intramuraal (47%)
5 Fysiotherapeuten (44%)
6 Medisch specialisten, verpleegkundigen psychiatrie in de ggz en jeugdzorgwerkers (43%)
Bron: AZW

Danae Smeets (27) studeerde geneeskunde in Maastricht en rondde haar studie in augustus 2024 af. Daarna besloot ze even de tijd te nemen om uit te vinden welk artsenleven het beste bij haar past. In december 2025 begon ze als anios arbeid en gezondheid. Per 1 mei 2026 is ze projectleider bij het Zuyderland Research Instituut. Hoe haar toekomstige artsenloopbaan eruitziet, weet ze nog niet, maar het liefst combineert ze geneeskunde met onderwijs én (wetenschaps)journalistiek, want schrijven is haar grote passie. In haar columns neemt Danae je mee in haar zoektocht als startend arts.
Kleuters en conflicten
Als iemand herstellende is van een depressie, laat je die niet zomaar aan de slag gaan als medewerker bij een klantenservice. Net zoals een knie met een gescheurde kruisband stabiliteit mist, zo is de conflicthantering bij psychische aandoeningen vaak niet optimaal. Binnen de verzekeringsgeneeskunde worden daarom beperkingen opgesteld voor werk: niet te veel tijdsdruk, geen boze klanten en liever geen onredelijke patiënten. Je wilt immers niet dat iemand bij het eerste het beste conflict als een driftige kleuter uit zijn slof schiet of juist in tranen uitbarst. Om dezelfde reden behoed je iemand met een depressie voor conflicten: omdat ze die (nog) niet goed aankunnen. Maar wie kan dat eigenlijk wel?
Wat doe jij als je in een flink meningsverschil belandt? Reageer je dan cool, calm and collected? Los je het probleem op zoals de kleuterjuf het je vroeger heeft geleerd? Zonder te schelden, slaan en bijten? Zeg je alleen sorry als je het echt meent? Heel goed, een sticker voor jou.
Alleen denk ik dat er op dit moment weinig stickers kunnen worden uitgedeeld. Naar mijn mening zijn veel mensen het verleerd om met conflicten om te gaan. Waarom zouden anders de VIMmeldingsprocedures (Veilig Incident Melden) als paddenstoelen uit de grond schieten? Begrijp me niet verkeerd, dit zijn prima procedures als je ze goed gebruikt: namelijk om te leren van (bijna)fouten. Maar als je ze gebruikt als een volwassen variant om te klikken, wordt de werksfeer er echt niet veiliger op. Je creëert eerder schijnveiligheid. Het is pas veilig als collega’s op het moment zelf, op een nette manier, hun ongenoegen (durven te) uiten. En daar zijn we nog lang niet.
Conflicten worden lang niet altijd onderling uitgepraat door collega’s, maar uitgevochten tussen managers. Liever een schijnheilige mailwisseling dan een oprechte woordenwisseling. Als er maar geen bijtende woorden vallen, want onze huid is flinterdun. Daarom worden ruzies liever in stilte opgelost en het liefst digitaal. Dat de irritaties ondertussen blijven etteren onder die dunne huid is bijzaak; op papier is het bijgelegd.
“Het is pas veilig als collega's op het moment zelf, op een nette manier, hun ongenoegen (durven te) uiten”
Stilte op het verkeerde moment verdient sowieso geen pluim. Waar ik zelf een handje van heb, is dat ik mijn mond niet vaak genoeg opentrek als het moet. Aan de ene kant wil ik niet te fel reageren, maar anderzijds wil ik fel genoeg zijn om mijn punt te maken. Een evenwicht dat ik bijna nooit op tijd vind. Daardoor verander ik in een achterbakse kleuter die pas achteraf begint te miepen. Foei, geen sticker voor mij.
Terug naar de kleuterklas. Ik moet nog leren om meteen wat te zeggen: spreek nu of zwijg voor altijd. Want het is veel pijnlijker als de ander dat gemiep via een omweg hoort.
Die ogenschijnlijk collectieve angst om andermans gevoelens te kwetsen, is geen excuus om je stil te houden. We zijn misschien een stelletje kleuters, maar geen chimpansees. Dus houd je emoties onder controle. De gezondheidszorg is geen apenkooi. Laten we met elkaar blijven praten en maak je kleuterjuf trots. Zorg dat je die sticker verdient.



Meld je aan voor het

Festival van de Bevlogenheid
Hoe zorg jij dat je samen met je team blijft floreren? Die vraag staat op 18 november centraal tijdens de tweede editie van het Festival van de Bevlogenheid: hét event dat volledig draait om persoonlijke ontwikkeling, duurzame inzetbaarheid en werkplezier. De LAD en de Stichting Challenge & Support nodigen je van harte uit hierbij aanwezig te zijn. Vorig jaar was het festival volledig uitverkocht, dus zorg dat je erbij bent!

Investeren in je persoonlijke ontwikkeling is nog lang niet zo vanzelfsprekend als investeren in je vakinhoudelijke ontwikkeling. Toch loont het om hier wél mee aan de slag te gaan: het draagt bij aan je werkplezier, de kwaliteit van zorg en je duurzame inzetbaarheid.
Op het festival:
laten we zien wat investeren in duurzame inzetbaarheid oplevert gedurende je hele loopbaan en hoe je daar, persoonlijk of samen met je collega’s, mee aan de slag gaat; delen we de laatste internationale wetenschappelijke inzichten op het gebied van bevlogenheid, een optimaal werk en leerklimaat en teamcultuur.
inspireren we je met verhalen van gamechangers binnen en buiten de zorg; kun je ontspannen in een festival-setting met muziek en kunst, vaak uitgevoerd door zorgprofessionals zelf, omdat bevlogenheid ook daar de basis is voor het resultaat.
Nodig je collega’s uit
Zorg lever je samen. En dus is het belangrijk om samen bevlogen te blijven; een hele loopbaan lang. We nodigen je dan ook uit ook je collega’s aan te melden: collegaartsen, verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten, fysiotherapeuten, HR of andere collega’s.
18 november 2026
10.30 – 16.30 uur
Prodentfabriek Amersfoort
Accreditatie in aanvraag
Meld je aan:
festivalvandebevlogenheid.yellenge.nl
Heleen Snijders is chirurg in de Proctos Kliniek en dagvoorzitter van het Festival van de Bevlogenheid op 18 november. Hoe zit het met haar bevlogenheid?
“Ik wil op een gecontroleerde manier geprikkeld blijven”
“Bevlogenheid betekent voor mij: de ruimte hebben om mezelf te kunnen zijn en het beste uit mezelf te halen”, begint Snijders. Werp één blik op haar agenda en je ziet hoevéél ze uit zichzelf haalt.
De dingen die ze doet, wisselen nogal gedurende haar loopbaan. “Bevlogenheid is in elke levensfase anders. Toen ik in opleiding was tot chirurg, vond ik het belangrijk ergens bij te horen. Ik haalde veel van mijn identiteit uit het deel uitmaken van de tribe. Als medisch specialist haal ik mijn bevlogenheid
nu meer uit ontwikkeling en ruimte om mijn eigen stempel te kunnen drukken.”
Bijtanken
Anderhalf jaar geleden maakte ze de overstap van het ziekenhuis naar de Proctos Kliniek. Als chirurgproctoloog krijgt ze energie van de holistische aanpak en het pionieren. “Het is electieve zorg, ik draai geen diensten en het is lekker planbaar. Dat doe ik drie dagen in de week en in de overige dagen kan ik bijtanken met andere dingen. Niet dat ik het werk in de kliniek niet leuk vind; ik ben een bevlogen dokter en ga soms ver voor mijn patiënten!”
Eigen tijd indelen
Wie denkt dat ze de overige dagen lui thuis rondhangt, heeft het mis. ‘Dokter Heleen’ maakt voorlichtingsfilmpjes op Instagram, schuift aan als zorgduider bij RTL Tonight, geeft poeples op scholen, schrijft columns, maakt zich hard voor verbeterprogramma’s, et cetera. “Er veel dingen naast doen, dat houdt mij bevlogen. Als ik vijf dagen lang zorg moet leveren, zou ik het niet volhouden. Ik houd ervan om dingen te bedenken, creëren, uitvoeren en verbeteren. In het ziekenhuis had dit nooit gekund. Maar nu heb ik de ruimte om mijn eigen tijd in te delen. Vandaar dat ik mijn werkprivébalans een 10 geef.”
Geprikkeld blijven
Er zijn elementen die je bevlogenheid voeden of juist uitputten. Vanuit het wetenschappelijk onderbouwde Job Demand Resources model en Stanford occupational wellbeing model® toetsen we een aantal van die elementen.
Ze is een vrouw met twee kanten. De studienerd die geneeskunde ging studeren en de creatieveling die het liefst op een podium staat te shinen. Iemand die zoekt naar nieuwe prikkels en zichzelf steeds opnieuw wil uit
Hoe bevlogen is Heleen Snijders?
vinden, maar tegelijkertijd behoefte heeft aan stabiliteit en voorspelbaarheid. “Als ik op een gecontroleerde manier geprikkeld kan blijven, verpieter ik niet.”
Sociale verbondenheid
Op 18 november staat ze als dagvoorzitter op het podium van het Festival van de Bevlogenheid, samen met verpleegkundige Jorn Albers. “In mijn hoofd waren mijn cognitieve en creatieve kant altijd als olie en water. Maar nu komt dat samen, het onmogelijke wordt mogelijk gemaakt! Ik ben ook blij dat het festival toegankelijk is voor álle zorgprofessionals. Want het kan heel mooi zijn om je te verwonderen over een ander, over iets wat niet op jou lijkt.” Zo initieerde ze eerder Nurses Know Better, een programma dat oproept om beter te luisteren naar goede en innovatieve ideeën van verpleegkundigen.
Sociale verbondenheid is belangrijk voor Snijders. “Je zou misschien denken dat ik als ondernemer een super sociaal leven heb. Maar ik zit veel in mijn eentje in de auto, op weg naar de televisiestudio of naar een congres, en neem mijn filmpjes alleen op. Vandaar dat ik mijn sociale verbondenheid geen 10, maar een 8 geef, want ik mis het ziekenhuis soms wel; de afdeling, visite lopen, het contact met de verpleegkundigen en afdelingssecretaresses. De dingen die ik doe, vind ik allemaal heel leuk, maar het liefst doe ik ze met andere mensen samen.”
Wil jij geïnterviewd worden over jouw bevlogenheid?
Mail dan naar redactie@lad.nl.

Tekst Cristel van Maarsseveen
Fotografie Ivar Pel
1 op de 9
geneeskundestudenten kreeg in 2025 te maken met ongewenst gedrag. Minder dan in 2022, maar de bereidheid om te melden is wel gedaald.
bron: De Geneeskundestudent
3.072
Het Capaciteitsorgaan adviseert voor de komende drie jaar 3.072 plekken voor een medische vervolgopleiding, ruim 700 minder dan in de vorige raming.
bron: Capaciteitsorgaan
1.100
In het eerste kwartaal van 2026 kreeg Lia, de juridische chatbot van de Federatie en LAD, bijna 1.100 vragen.
bron: Federatie Medisch Specialisten/LAD
Win een exemplaar van Zó werkt de zorg
Hoeveel vacatures staan er open in de zorg? Wie houden toezicht? En hoeveel mensen van boven de tachtig komen er de komende jaren bij? Het antwoord op deze en andere vragen krijg je in de herziene uitgave van Zó werkt de zorg in Nederland, met 26.000 verkochte exemplaren een van de meest gelezen standaardwerken over de Nederlandse zorg. In de nieuwe editie zijn de meest actuele cijfers, wettelijke wijzigingen en andere nieuwe feiten verwerkt. Zó werkt de zorg in Nederland is een uitgave van het Platform Zó werkt de zorg, een samenwerkingsverband van vijftien organisaties, waaronder de LAD. Doel van dit platform is inzichtelijk te maken hoe ons zorgstelsel in elkaar zit.
Speciaal voor LADleden geven we vijf exemplaren gratis weg. Interesse? Stuur een mail naar redactie@lad.nl met als onderwerp Zó werkt de zorg in Nederland en vermeld duidelijk je naam, lidmaatschapsnummer en adresgegevens. Onder de inzendingen verloten we vijf exemplaren, die we begin juli versturen.

Vraag je LADcontributie terug
Wist jij dat je (een deel van) de LADcontributie vaak kunt declareren bij je werkgever? In iedere cao proberen we namelijk afspraken te maken over de vergoeding van de contributie van beroepsen belangenorganisaties. De afspraken verschillen per cao, maar vaak kun je minimaal 40 procent terug krijgen. Zo staat in de Cao Ziekenhuizen dat de contributie uit het brutoloon wordt betaald. In de Cao Gehandicaptenzorg is geregeld dat je maximaal 200 euro aan contributie kunt terug krijgen. Ben je huisarts in loondienst? Dan kun je je contributie volledig declareren, zodat het LADlidmaatschap jou niets kost. Heb je je contributie nog niet gedeclareerd en/of wil je weten wat er voor jou geldt? Ga dan naar www.lad.nl/caos en kijk bij de cao waar jij onder valt wat er is afgesproken.

LAD
Op weg naar een normalere werkweek
Na een intensief actietraject bereikten we in april overeenstemming over aanvullende afspraken in de Cao UMC. In de toekomst moet er voor medisch specialisten meer flexibiliteit en differentiatie komen qua contractomvang en de vergoeding van diensten. Dat klinkt misschien abstract, maar het is een belangrijke eerste stap richting een normalisering van de arbeidsduur. Via het actietraject hebben we samen met honderden artsen duidelijk gemaakt dat de noodzaak om daarin door te pakken, groot is. Ruim de helft van de medisch specialisten en bijna de helft van de aios in umc’s werkt meer dan 46 uur per week. Voor ruim dertig procent is dat zelfs 51 uur of meer. Met de toenemende druk op de zorg vraagt de huidige generatie dokters zich af hoe ze dit vak kan blijven volhouden. De jonge generatie twijfelt op haar beurt of ze dit drukke leven wel ambieert.
Dat is de reden dat we willen doorpakken met de normalisering van de arbeidsduur. Niet alleen in de Cao UMC, maar ook in de Arbeidsvoorwaardenregeling Medisch Specialisten en de Cao Ziekenhuizen. Voor de AMS loopt momenteel een onderzoek, waarbij we kijken wat de impact is als de voltijd arbeidsduur wordt verlaagd. Ook voor aios en basisartsen onder de Cao Ziekenhuizen staat een onderzoek in de steigers.
De normalisering van de arbeidsduur is in mijn optiek onderdeel van een brede discussie over duurzame inzetbaarheid. Die discussie is hard nodig, want zoals traumachirurg Jan Ten Bosch in dit magazine terecht zegt (zie pagina 6): “De cumulatieve belasting van dit vak is jarenlang onderschat.” Laten we dus zorgen dat we artsen een hele loopbaan lang behouden voor het mooie vak!
Zorg voor genoeg artsen
Volg het instroomadvies van het Capaciteitsorgaan: die oproep deed de LAD onlangs in een brief aan de minister van VWS. Het Capaciteitsorgaan adviseerde om in de jaren 20272030 minder artsen op te leiden, maar pleitte binnen het totaal juist wel voor méér opleidingsplekken voor ziekenhuisspecialismen. Het was onzeker of VWS dat advies zou opvolgen, maar minister Sterk maakte eind mei bekend dat ze het advies van het Capaciteitsorgaan volledig overneemt. De LAD is daar blij mee. “Zeker in ziekenhuizen maken artsen lange werkweken. We merken dat een toenemende groep artsen moeite heeft om gezond de eindstreep te halen. We voeren met werkgevers het gesprek over normalisering van de werkweek. Dit is alleen mogelijk als er voldoende nieuwe artsen worden opgeleid om de vrijvallende uren over te nemen”, aldus LADvoorzitter Suzanne Booij.
Nieuwe LAD-training
Hoe zorg je dat je als arts wordt gehoord, invloed houdt én met energie en plezier blijft (samen)werken in een complexe werkomgeving? Die vragen staan centraal in de nieuwe tweedaagse training ‘Effectief samenwerken en beïnvloeden’, die de LAD speciaal voor haar leden heeft ontwikkeld. “Met deze training willen we artsen helpen om steviger en effectiever te handelen als het gaat om samenwerken, beïnvloeden en persoonlijk leiderschap”, aldus trainer Remco Heukels, die de training samen met Mascha de Ridder geeft.
De training is geen losse vaardigheidstraining, maar een praktisch traject waarin je leert hoe je in complexe situaties meer regie neemt en met meer impact communiceert. Je krijgt een scherper zicht op je eigen stijl, patronen en reflexen, leert steviger positie in te nemen en bewuster bij te dragen aan een constructieve samenwerking.
De eerste training wordt gegeven op 29 september en 1 december. De tweede

training start op 27 november met de terugkomdag op 12 februari 2027. Als LADlid betaal je slechts 950 euro. Lees meer of meld je aan via www.lad. nl/training-effectief-samenwerkenbeinvloeden
Caroline van den Brekel, directeur





