Skip to main content

Kind op Zondag jaargang 95 blok 2 inkijkexemplaar

Page 1

N 2 o

Jaargang 95

18 oktober t/m 22 november 2026

Wat heb je nodig? – Suggesties bij 1 Tessalonicenzen – Verhalen uit Matteüs


Deze herfst lezen we uit het evangelie van Matteüs. We ontdekken wat Jezus zegt over de munten van de keizer en over het grote gebod in de Thora. Ook horen we verhalen die Jezus vertelt: over werkers in de wijngaard, tien meisjes met hun lampen en over talenten waar veel mee gedaan kan worden. Jezus vertelt ook hoe Hij mensen zal bedanken voor wat ze gedaan hebben voor een ander, en hoe je vol verwachting op de uitkijk kunt staan. Naast de lezingen uit Matteüs besteden we aandacht aan de eerste brief van Paulus aan de Tessalonicenzen. In de brief beschrijft Paulus wat hij bijzonder vindt en waardeert aan de gemeente. Ook spoort hij de mensen aan om hun geloof vol te houden. Naar aanleiding van deze brief kunnen we in de kerk ook met elkaar in gesprek: wat waarderen wij in onze eigen kerk? En waarin zouden we elkaar willen aanmoedigen? Het thema van dit nummer is: Wat heb je nodig? Aan de hand van de verhalen onderzoeken we wat we nodig hebben, voor onszelf en voor een ander. Graag attendeer ik u ook alvast op het adventsproject dat eraan komt. Het thema van de komende adventstijd is: Mensen vol verwachting. Met een posterserie, een gezinsboekje, sketches en een musical komt de adventstijd extra tot leven in de kerk en thuis. Ik wens u weer veel inspiratie rondom de verhalen van deze periode! Voorbereiden Erik Idema Vieren en vertellen Jolanda van der Marel (1 en 4 november) Mattijs Weegenaar (1 Tessalonicenzen, 18 en 25 oktober, 8, 15 en 22 november) Werkbladen Irma Visser

KIND OP ZONDAG • JAARGANG 95, NR . 2


In deze periode

02

| 18 okt. - 22 nov. 2026 | 1 Tessalonicenzen

Brief over de kerk

Paulus schrijft aan de gemeente van Tessaloniki. Hij vertelt wat hij bijzonder vindt en waar de mensen in Tessaloniki op moeten letten.

04

| Zondag 18 okt 2026 | Matteüs 22:15-22

Rubriek Vieren met jongeren: zie www.kindopzondag.nl

14

| Zondag 1 nov 2026 | Matteüs 5:1-12

Ik vergeet je niet

Rond Allerheiligen/Allerzielen, of aan het eind van het kerkelijk jaar, gedenken we mensen die er niet meer zijn. Daarbij horen we hoe Jezus op een berg vertelt over het echte geluk. Dat geluk is er voor nederige mensen, voor mensen die verdrietig zijn, voor mensen die verlangen naar recht, goedheid en vrede.

19

| Zondag 1 nov 2026 | Matteüs 25:1-13

26

| Zondag 8 nov 2026 | Matteüs 25:14-30

Wat doe je ermee?

Een man gaat op reis en geeft zijn geld in beheer bij zijn dienaren: de een krijgt vijf talent, een ander twee, weer een ander krijgt één talent. De eerste twee verdienen geld met hun kapitaal, de derde stopt het in de grond. De landheer verwijt hem dat hij er niets mee gedaan heeft.

31

| Zondag 15 nov 2026 | Matteüs 25:31-46

Kop of munt?

Een paar mensen stellen Jezus een vraag om Hem in de val te lokken: Moeten ze belasting betalen aan de keizer of niet? Jezus zegt dat ze Hem een munt moeten laten zien. Er staat een afbeelding van de keizer op. Daarna antwoordt Jezus: ‘Geef aan de keizer wat van de keizer is, en geef aan God wat God toebehoort.’

09

| Zondag 25 okt 2026 | Matteüs 22:34-46

Sta je klaar?

Tien meisjes gaan met olielampen de bruidegom tegemoet. Vijf meisjes hebben extra olie meegenomen, de andere vijf niet. Als de bruidegom komt, zijn zij op weg om olie te halen. De vijf die wel olie hebben, mogen binnenkomen op het feest.

24

| Dankdag 4 nov 2026 | Matteüs 20:1-16

Maak verschil

Jezus vertelt over de dag dat Hij terugkomt. Hij zal mensen bedanken omdat ze Hem geholpen hebben: ‘Ik had honger en jij gaf Mij te eten…’ Tegen anderen zal Hij zeggen dat ze Hem juist niet geholpen hebben. Alles wat je doet voor kwetsbare mensen, doe je ook voor Jezus.

36

| Zondag 22 nov 2026 | Matteüs 24:14-35

Heb lief

Een wetgeleerde vraagt aan Jezus wat het belangrijkste gebod is in de wet van Mozes. Jezus antwoordt dat je God en je naaste lief moet hebben. In de gesprekken met Jezus ontdekken de farizeeën dat ze Jezus niet in de val kunnen lokken of te slim af kunnen zijn.

Dank!

Elke dag is een dag om dankbaar te zijn voor de goede en mooie dingen in ons leven. Maar één keer per jaar staan we er in het bijzonder bij stil: op Dankdag (dit jaar op 4 november).

Kijk uit!

Jezus vertelt over een tijd waarin schokkende dingen gebeuren. In die tijd zal de Mensenzoon terugkomen. De leerlingen kunnen iets leren van een vijgenboom: die laat in de winter al zien dat de zomer eraan komt. Zo kunnen ook de leerlingen al iets zien van wat komen gaat.

18 oktober t/m 22 november 2026 | Kind op Zondag

1


Brief over de kerk Paulus schrijft aan de gemeente van Tessaloniki wat hij bijzonder vindt aan de gemeente en waar ze op moeten letten. Ook wij kunnen elkaar schrijven en vertellen wat we waardevol vinden in onze kerk! Brieflezing: 1 Tessalonicenzen

Elke week, het hele jaar door, reikt het leesrooster naast het Oude Testament en het Evangelie een brieflezing aan. In deze periode wordt in het oecumenisch leesrooster extra aandacht gegeven aan de eerste brief van Paulus aan de Tessalonicenzen.

Samen lezen

Voor de verhalen in de eigen ruimte van de kinderen zijn de evangelielezingen het uitgangspunt. Dat betekent niet dat de brief helemaal ongelezen hoeft te blijven: u kunt hier met de kinderen ook aandacht aan besteden. Hieronder vindt u een voorleesversie van de brief in kindertaal. Deze kan in de eigen ruimte worden gelezen of gezamenlijk in de kerkzaal. Kijk ook naar de activiteiten die daarna staan: daarin wordt de brief een

uitnodiging om onder woorden te brengen wat waardevol is in uw eigen kerk.

Bewerking van de brief

Hieronder vindt u een bewerking van de eerste brief aan de Tessalonicenzen. Tussen haakjes staan de verwijzingen naar de teksten per zondag. De zinnen vóór de haakjes gaan terug op deze tekst. U kunt de brief in zijn geheel lezen of per zondag het gedeelte dat aan de orde is. Bij het bewerken hebben we uiteraard keuzes moeten maken en dingen weggelaten. Als u zelf andere keuzes wilt maken, kan dat natuurlijk; op onze website vindt u de onderstaande tekst in een Word bestand zodat u hem zelf kunt aanpassen.

Dit is een brief van Paulus en zijn vrienden. Lieve mensen, Wat is het bijzonder, wat er bij jullie gebeurt. Wij danken God, omdat Hij jullie het geloof geeft. God houdt van jullie. Hij laat jullie geloven in Jezus, die opstond uit de dood om ons te redden. (1 Tess. 1) Jullie weten het: wat wij jullie verteld hebben, hebben we niet zelf bedacht. Het is het woord van God. Wij danken God elke keer weer, omdat jullie in zijn woord geloven. (1 Tess. 2:5-13) We willen graag naar jullie toekomen. Maar omdat dat niet kan, hebben we Timoteüs gestuurd om te kijken hoe het met jullie ging. Hij heeft ons verteld over jullie geloof. Wat waren we blij om dat te horen! (1 Tess. 2:17-3:13) We roepen jullie op: leef op een goede manier, die past bij God. Het is God zelf, die dat van jullie vraagt. (1 Tess. 4:1-8) Zorg goed voor elkaar. (1 Tess. 4:9-12) Troost elkaar als je verdrietig bent. We geloven dat Jezus is opgestaan. En we mogen ook geloven dat mensen zullen opstaan. (1 Tess. 4:13-18) Wanneer dat precies gebeurt, weten we niet. Daarom moeten we goed opletten, om te zien wanneer de dag van de Heer aanbreekt. (1 Tess. 5:1-11) Help elkaar, en laat iedereen doen wat hij kan. Heb een beetje geduld met elkaar, kijk wat een ander nodig heeft. En dank God, elke keer weer. Want Hij geeft jullie het leven. (1 Tess. 5:14-24) De genade van onze Heer Jezus Christus zal met jullie zijn!

2

Kind op Zondag | 18 oktober t/m 22 november 2026


Activiteit: Schrijf elkaar!

Paulus schrijft wat hij bijzonder vindt aan de gemeente van Tessaloniki. Dat kunnen wij ook doen! Schrijf een brief of kaart aan een ander gemeentelid. Beschrijf daarin twee dingen: • Wat ik fijn vind aan onze kerk is… • Wat ik graag zou willen in onze kerk is…

Beste …, Wat ik fijn vind aan onze kerk is…

Hartelijke groet,

Beste …, u Wat ik graag zo

rk is…

willen in onze ke

Hartelijke groet,

18 oktober t/m 22 november 2026 | Kind op Zondag

3


18 oktober 2026

Voorbereiden Kop of munt?

18 oktober 2026

Matteüs 22:15-22

WELK VERHAAL LEZEN WE?

Een paar mensen stellen Jezus een vraag om Hem in de val te lokken: Moeten ze belasting betalen aan de keizer of niet? Jezus zegt dat ze Hem een munt moeten laten zien. Er staat een afbeelding van de keizer op. Daarna antwoordt Jezus: ‘Geef aan de keizer wat van de keizer is, en geef aan God wat God toebehoort.’

Gesprekken

Jezus voert gesprekken met mensen uit verschillende joodse kringen: Sadduceeën, farizeeën, schriftgeleerden, hogepriesters. Die gesprekken hebben vaak het karakter van een ‘leergesprek’: men stelt elkaar kritische vragen en spreekt elkaar ook tegen. In de loop van de gesprekken met Jezus neemt de spanning toe. In het verhaal van vandaag lezen we dat de farizeeën Jezus ‘in de val willen lokken,’ Jezus noemt hen huichelaars.

Twee groepen

De farizeeën sturen een paar van hun leerlingen naar Jezus toe, samen met een aantal herodianen. Er zijn dus twee groepen aanwezig bij het gesprek: De farizeeën, die zich strikt willen houden aan de joodse wetten, en de herodianen. Die laatste groep bestond uit aanhangers van koning Herodes, die zijn positie alleen kon behouden als hij zich voegde naar de wensen en wetten van de Romeinen. Herodianen waren dan ook meer geneigd om te gehoorzamen aan de Romeinen.

Heikele kwestie

De vraag of je als jood belasting moest betalen aan de keizer, lag in die tijd uiterst gevoelig. De antieke historicus Flavius Josephus vertelt over grote

4

opstanden vanwege de belastingheffing. De ‘val’ die de farizeeën bedacht hebben, zit hem erin dat Jezus het eigenlijk nooit goed kan doen. Als hij zegt dat het prima is om belasting te betalen, krijgt hij het joodse gezag over zich heen. Als hij zegt dat het niet goed is, jaagt hij de herodianen en de Romeinen tegen zich in het harnas. Voor kinderen van nu is het best lastig om een beeld te krijgen bij de spanning van de vraag en het politieke en maatschappelijke krachtenspel dat eromheen zit. In de vertelling voor de jongste kinderen hebben we ervoor gekozen om de verschillende groeperingen helemaal weg te laten. In het verhaal voor de oudere kinderen is dit wel verwerkt.

Complimenten

De farizeeën en herodianen die bij Jezus komen, spreken Hem aan met vleiende woorden. Ze noemen Jezus Meester en zeggen dat Hij in alle oprechtheid onderricht geeft over de weg van God. Daarmee spreken ze Hem aan als een gezaghebbende rabbi, wat zijn woorden alleen maar meer gewicht geeft. In de vertellingen voor de kinderen hebben we de ironie van de woorden benadrukt, waarmee ook de ‘val’ die de farizeeën hebben bedacht meer aandacht krijgt.

Overtreding van de wet

De bedoeling was dat Jezus in de problemen gebracht zou worden, maar dat gebeurt niet. Misschien gebeurt zelfs het tegendeel: als Jezus vraagt om de munt te laten zien, weten ze er meteen één tevoorschijn te halen. Er staat niet bij of het een farizeeër of een herodiaan is die de munt op zak heeft, maar voor joden is het niet toegestaan om een afbeelding met zich mee te dragen (en

Kind op Zondag | 18 oktober t/m 22 november 2026

zeker niet van de keizer). Wie zo’n munt bij zich heeft, overtreedt de joodse wet!

Wat God toebehoort

Op de munt staat de afbeelding van de keizer – geef die munten dan ook maar aan hem, zegt Jezus, maar geef aan God wat God toebehoort. In Genesis 1 wordt verteld dat God de mens maakte naar zijn beeld en gelijkenis. Zoals munten aan de keizer toebehoren, zo behoren mensen toe aan God. Zo roept Jezus mensen op om hun leven te wijden aan God. (NB: Deze gedachte is ook uitgewerkt in het lied ‘Levenskapitaal,’ dat u vindt op bladzijde 00 en www.kindopzondag.nl.)

Verbazing

De farizeeën en herodianen zijn verbaasd, zo eindigt het verhaal. Ze laten Hem staan en gaan weg. Later in ditzelfde hoofdstuk zullen ze weer terugkomen en Hem opnieuw op de proef stellen, maar ook dan zullen ze niet bereiken wat ze gehoopt hadden. Erik Idema


18 oktober 2026

Vieren Kop of munt?

18 oktober 2026

Matteüs 22:15-22

Kindermoment in de dienst

Lees voordat de kinderen naar hun eigen ruimte gaan het volgende verhaal voor: Guus en Suus lopen een rondje door de buurt. Guus ziet wat glinsteren en wijst. ‘Zie jij het ook Suus?’ Samen lopen ze naar de glinstering toe. Suus bukt en pakt het op. Het is een twee euro munt. ‘Yes, die is voor mij,’ zegt Suus. ‘Wacht eens even,’ zegt Guus; ‘ik zag de munt het eerst, dus ik mag hem hebben!’ Suus schudt haar hoofd. ‘Ik heb de munt als eerste gepakt, dus ik ga er nu een ijsje van kopen. Maar je mag wel mee hoor!’ Guus pakt de munt uit de handen van Suus en zegt: ‘Ik heb de munt nu als eerste afgepakt, dus ik ga een ijsje halen!’ Suus houdt Guus tegen en ze blijven maar kibbelen over van wie de munt is. ‘Zullen we anders kop of munt doen?’ zegt Guus; ‘dan heb ik kop en jij munt.’ ‘Dat is goed, maar dan alleen als het munt wordt,’ antwoordt Suus. ‘Ja, dan doe ik alleen mee als het kop wordt!’ roept Guus. Wat moeten ze nou doen?

Zingen

Levenskapitaal Houd een muntje op de kop, kijk, de keizer staat erop! Zo verzilvert hij zijn macht, deze vorst van praal en pracht. Van een stevig stukje staal is zijn keizers-kapitaal. Geld laat zien wie Caesar is maar de God van Genesis – Als je Hém ontmoeten wilt, kijk naar mensen, naar zijn beeld. Want wij mensen allemaal zijn Gods levenskapitaal.

Werkblad

o

Mensen laten op allerlei manieren zien dat ze bij God horen, door wat ze dragen of met zich meenemen. Bijvoorbeeld het symbool van geloof, hoop en liefde aan een ketting, een visje als speldje of op een auto, een potlood met een Bijbelvers, een leren armband met een kruisje. Stel, jij mag een T-shirt ontwerpen waarop je laat zien dat je bij God hoort. Hoe ziet dat eruit? Nodig: kleurpotloden en pennen, eventueel kraaltjes, draad en glitters. Werkblad: zie blz. 8.

Geef de keizer dus zijn poen: duizend ballen, een miljoen! Maar geef God wat Hém behoort, leef je leven naar zijn woord. Want wij mensen allemaal zijn Gods levenskapitaal. Tekst: Erik Idema Muziek: Gerard van Amstel [Kind op Maandag liedarchief ]

Gesprek

Suus en Guus komen er samen niet uit. Heb jij een oplossing voor ze? Vandaag lezen we een verhaal over mensen die een vraag aan Jezus stellen. Het gaat over geld en aan wie je dat geeft. In de eigen ruimte horen de kinderen er meer over.

Gebed

Er zijn best dingen die ik weet, maar er is ook nog zoveel te leren. We zijn allemaal mensen met vragen mensen die op zoek naar antwoorden zijn. Dank U dat we altijd vragen mogen stellen, Help ons om de antwoorden te begrijpen. Amen

Lezen en zingen

Vijfde zondag van de herfst Jaar A Lezing uit het Oude Testament

Jesaja 45:1-7

Antwoordpsalm

96

Epistellezing

1 Tessalonicenzen 1

Lezing uit het Evangelie

Matteüs 22:15-22

Alternatief leesrooster

1 Tessalonicenzen 1

18 oktober t/m 22 november 2026 | Kind op Zondag

5


18 oktober 2026

Vertellen Kop of munt? Matteüs 22:15-22

Vertelling 4–7 jaar De man met de munt

Een groepje mensen is op weg naar Jezus. Ze lopen snel en ze zijn een beetje druk. ‘Ik ben benieuwd wat Jezus gaat zeggen,’ zeggen ze tegen elkaar. ‘Op deze vraag weet Hij vast geen antwoord!’ Het zijn geen vrienden van Jezus, die mensen die daar lopen. Ze hopen dat Jezus iets zegt dat niet klopt. Want dan kunnen zij tegen iedereen zeggen: ‘Jezus is helemaal niet de Zoon van God. Hij is gewoon iemand die zelf iets verzint!’ ‘Die kant op,’ wijst een van hen. ‘En dan daar de bocht om.’ Even later staan ze bij Jezus. Helemaal vooraan staat iemand die iets in zijn hand heeft. ‘Dag Meester,’ zegt hij met een gemeen lachje tegen Jezus. ‘Dag knappe, wijze, geweldige Meester… Mogen wij U iets vragen? Want U zegt altijd zulke slimme dingen!’ Jezus weet wel dat die man het niet meent. Maar toch knikt Hij. ‘Nou kijk!’ begint de man. ‘Ik heb hier een munt. Een echte, kostbare munt. Die wil ik aan iemand geven die belangrijk is. Ik kan twee dingen doen. Eén: ik geef hem aan de keizer. Of twee: ik geef hem aan God. Wat zou U doen?’ De andere mensen die zijn meegekomen, moeten een beetje lachen. Ze denken bij zichzelf: misschien kiest Jezus de keizer. Dan gaan wij aan iedereen vertellen dat Jezus God niet zo belangrijk vindt. En als Jezus zegt ‘God,’ dan vertellen we het aan de soldaten van de keizer. Dat zal de keizer niet leuk vinden! Even is het stil. Dan wijst Jezus naar de munt. Er staat een plaatje op. ‘Wie is dat?’ vraagt Jezus. De man met de munt kijkt. ‘De keizer,’ antwoordt hij. Jezus knikt. ‘Die munt hoort bij de keizer,’ zegt Hij. ‘Geef maar aan de keizer wat bij de keizer hoort. En geef aan God wat bij God hoort.’ De man met de munt krijgt een rimpel in zijn voorhoofd. Hij kijkt vragend naar achteren, naar de mensen die met hem meegekomen zijn. Maar die kijken ook alsof ze niet zo goed weten wat ze moeten zeggen. ‘Wat bedoelt U precies?’ vraagt de man aan Jezus. ‘Ik moet deze munt dus aan de keizer geven. En aan God moet ik iets geven dat bij God hoort. Maar… wát hoort dan bij God?’ Jezus glimlacht. Hij buigt voorover en fluistert de man in zijn oor: ‘Jezelf. Want munten horen bij de keizer, maar mensen horen bij God.’ Mattijs Weegenaar

6

Kind op Zondag | 18 oktober t/m 22 november 2026

18 oktober 2026

Werkvormen 4-7 jaar Gesprek: Jezus zegt dat mensen bij God horen. Wat vind jij nog meer bij God horen?

l p s

Spel: ‘Muntje leggen, niemand zeggen’: speel zakdoekje-leggen, maar dan met een munt. Praat daarna over de vraag: hoe is het om geld te krijgen? Hoe is het om geld weg te geven? Kun je ook geld geven aan God? Wat kun je wel of nog meer aan God geven? Creatief: Laat de kinderen een tekening maken van alles wat ze bij God vinden horen en bespreek de resultaten.


Gesprek: ‘Geef aan God wat van God is…’ Wat zou dat kunnen zijn? Wat kunnen mensen aan God geven?

l p s

Spel: Laat de kinderen situaties bedenken en uitspelen waarbij de spelers een keuze maken door ‘kop of munt’ te doen. Hoe pakt het kiezen op deze manier uit? Wat zijn keuzes die je beter niet op deze manier kunt maken? Creatief: Vertel aan de kinderen dat op de munt in het verhaal een plaatje van de keizer stond. In de Bijbel wordt verteld dat mensen gemaakt zijn naar het beeld van God. Mensen zijn als het ware het ‘plaatje van God’. Jij hoort dus bij God, zoals een munt bij de keizer hoort! Laat de kinderen een eigen munt maken en zichzelf op de ene kant tekenen.

11-12 jaar Gesprek: Als mensen moeilijk een keuze kunnen maken, dan doen ze weleens ‘kop of munt’. Wat is er te kiezen in dit verhaal? Wat zegt Jezus over die keuze?

l s

Creatief: Laat de kinderen een plaatje van een Romeinse munt zien. Kunnen ze deze munt natekenen? Daarna mogen ze zelf een nieuwe munt bedenken: geen munt van de keizer, maar een munt van God. Hoe zou zo’n munt eruitzien?

18 oktober 2026

8-10 jaar

Vertelling 8–12 jaar Een moeilijke vraag

In het land van Jezus is niemand de baas. Of nou ja: er zijn verschillende mensen die een beetje de baas zijn. Je hebt de farizeeën, die zijn de baas van de tempel. Je hebt koning Herodes, die is de baas in het land. Maar alleen als hij goed luistert naar de keizer in Rome, want die is de baas over het grote rijk waar Israël in ligt. Op een dag komt een groepje mensen bij Jezus. Het zijn een paar leerlingen van de farizeeën én dienaren van koning Herodes. Ze zijn gekomen om Jezus een vraag te stellen. Maar niet omdat ze echt iets van hem willen leren: eigenlijk geloven ze niet in Jezus, en ze denken dat ze met hun vraag kunnen laten zien dat Jezus niet de waarheid spreekt. ‘Meester!’ zeggen ze als ze bij Jezus zijn. Ze maken een overdreven buiging. ‘Wat bent U toch wijs en goed. Wat vertelt U toch mooi over de weg van God, en wat is het allemaal ontzettend wáár wat U zegt.’ Ze maken nog wat overdreven buiginkjes en ongemeende complimenten, en dan komen ze met hun vraag: ‘Wat vindt U, wijze Meester… Is het goed om belasting te betalen aan de keizer? Is hij de echte baas in ons land? Of is God de baas?’ Triomfantelijk kijken de mensen van het groepje elkaar aan. En nu maar eens zien wat Jezus zegt, denken ze. Als Hij zegt dat het prima is om belasting te betalen, staat Hij aan de kant van de Romeinen. En als Hij zegt van niet, dan is Hij eigenlijk tegen de keizer. Daar kun je voor gearresteerd worden. Benieuwd hoe Hij zich hieruit redt! Hoofdschuddend kijkt Jezus de mensen aan. ‘Laat me eens een belastingmunt zien,’ zegt Jezus. Aarzelend haalt iemand er één tevoorschijn. ‘Wie is dit?’ wijst Jezus naar het plaatje op de munt. ‘Eh… de keizer?’ antwoordt iemand onzeker. Jezus knikt. ‘Geef aan de keizer wat van de keizer is,’ zegt Hij. ‘En geef aan God wat van God is.’ Twijfelen kijken de bezoekers elkaar aan. Was dit nou een ja of een nee? Wat moet je met zo’n antwoord? ‘Eh… ja,’ mompelen ze. ‘Tja. Dat eh… dus.’ Onzeker maken ze nog een buiginkje. ‘Dan eh… dan gaan we maar weer.’ Mattijs Weegenaar

18 oktober t/m 22 november 2026 | Kind op Zondag

7


No 3

Mensen vol verwachting

Jaargang 95

– Project voor advent en Kerst

29 november t/m 27 december 2026

– Verhalen uit Marcus, Johannes, Jesaja en Lucas

Mensen vol verwachting Materiaal voor de zondagen van 29 november t/m 27 december 2026

– Project voor advent en Kerst – Verhalen uit Marcus, Johannes, Jesaja en Lucas


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Kind op Zondag jaargang 95 blok 2 inkijkexemplaar by Kwintessens - Issuu