Skip to main content

Kind op Zondag jaargang 94 blok 8 inkijkexemplaar

Page 1


N o 8

Jaargang 94

12 juli t/m

30 augustus 2026

Wat heb je nodig?

– Verhalen uit Matteüs

Voorbereiden

Erik Idema

Vieren en vertellen

Erik Idema (7 juni)

Jolanda van der Marel (12, 19, 26 juli, 9 augustus)

Machteld Touwen (12, 19 juli, 9 augustus)

Mattijs Weegenaar (2, 16, 23, 30 augustus)

Werkbladen

Irma Visser

Jezus vertelt een verhaal over een zaaier. Die zaait steeds hetzelfde zaad, maar het komt op verschillende plekken terecht: op de weg, waar de vogels het opeten; op de rotsen, waar weinig aarde is; tussen de distels, die het verstikken; en in goede aarde, waar het veel vrucht draagt. Onder het verhaal ligt de vraag, wat het zaad nodig heeft om te groeien en vrucht te dragen. En in het verlengde daarvan komt aan de orde wat ménsen nodig hebben. Daarover vertelt het evangelie van Matteüs: niet alleen in dit beroemde verhaal over de zaaier, maar ook in de verhalen die daarna komen. De verhalen laten zien hoe mensen kunnen groeien, en welke rol God daarin speelt. Het zijn prachtige, hoopgevende verhalen; en het kunnen ook confronterende verhalen zijn, als je denkt aan mensen die minder mogelijkheden hebben om tot bloei te komen. De verhalen laten zien dat juist in die situaties de vraag gesteld moet worden, wat mensen nodig hebben.

In deze zomerperiode ligt het kinderwerk in veel kerken even stil. Misschien is het handig om het materiaal van deze weken te printen en in de kerk te leggen. Als er dan op een zondag onverwacht toch behoefte is aan een aparte bijeenkomst met de kinderen, kan er gemakkelijk gebruik van worden gemaakt.

Namens de redactie wens ik u en de kinderen een goede zomer. Hopelijk kan het een periode zijn om tot rust te komen en nieuwe energie op te doen. En natuurlijk wensen we u ook weer veel inspiratie rond de verhalen uit de Bijbel!

In deze periode

02| Zondag 12 juli 2026

| Matteüs 13:1-9.18-23

Gebeurt er wat?

Jezus gaat in een bootje het water op en spreekt de mensen toe die op de oever staan. Hij vertelt over een zaaier die zaait op de weg, op de rotsen, tussen de distels en in goede grond. Zo verschillend als bij het zaad, is het ook met mensen en het Woord van God.

17| Zondag 2 aug 2026

| Matteüs 14:13-21

Wat je nodig hebt

Jezus laat mensen proeven van het geluk: hij geeft meer dan vijfduizend mensen te eten van vijf broden en twee vissen. Er blijven zelfs twaalf volle manden over.

Rubriek Vieren met jongeren: zie www.kindopzondag.nl

22| Zondag 23 aug 2026

| Matteüs 16:21-27

Kijk verder

Jezus vertelt aan zijn leerlingen dat Hij een moeilijke weg zal gaan. In Jeruzalem zal Hij lijden en sterven, om op de derde dag weer op te staan. Petrus zegt tegen Jezus dat dat niet mag gebeuren. Maar Petrus heeft het niet goed begrepen; hij denkt aan wat mensen willen, niet aan wat God wil.

07| Zondag 19 juli 2026

22| Zondag 9 aug 2026

| Matteüs 14:22-33

| Matteüs 13:24-30.36-43

Wat groeit daar?

Jezus vertelt over iemand die goed zaad gezaaid heeft in zijn akker. In de nacht komt er iemand anders, die onkruid tussen het graan zaait. De boer laat het graan en het onkruid allebei opgroeien. Want als hij het onkruid uit de grond zou trekken, zou hij ook het graan beschadigen.

12| Zondag 26 juli 2026

| Matteüs 13:44-52

Kostbaar

Het koninkrijk van God lijkt op een schat in een akker. Iemand ontdekt de schat en verkoopt alles wat hij heeft om die akker te kopen. Het koninkrijk lijkt ook op een kostbare parel. Een rijke koopman verkoopt alles wat hij heeft om die ene parel te kopen.

Vertrouwen

De leerlingen van Jezus komen in een storm op het meer terecht. Jezus komt over het water naar hen toe. Eerst schrikken ze omdat ze denken dat ze een spook zien, maar Jezus zegt dat ze niet bang hoeven te zijn. Petrus gaat over het water naar Jezus toe, maar wordt later toch bang. Jezus redt hem. De leerlingen beseffen allemaal dat Jezus echt Gods Zoon is.

27| Zondag 16 aug 2026

| Matteüs 15:21-28

Een sterk geloof

Jezus gaat naar het ‘buitenland’, naar het gebied van Tyrus en Sidon. Daar vraagt een Kananese vrouw hem om hulp. Eerst zegt Jezus dat Hij haar niet zal helpen: ‘Het is niet goed om het brood voor de kinderen aan de honden te voeren.’ Maar de vrouw houdt vol: de honden eten toch de kruimels die op de grond vallen?

27|

Zondag 30 aug 2026

| Matteüs 17:14-20

Beter!

Een vader komt bij Jezus om hulp voor zijn maanzieke (epileptische) zoon. De leerlingen van Jezus hebben hem niet kunnen genezen, maar Jezus geneest hem wel. Jezus vertelt aan de leerlingen dat zij het niet konden vanwege hun gebrek aan geloof.

Voorbereiden

Gebeurt er wat?

Matteüs 13:1-13.18-23

12 juli 2026

WELK VERHAAL LEZEN WE?

Jezus gaat in een bootje het water op en spreekt de mensen toe die op de oever staan. Hij vertelt over een zaaier die zaait op de weg, op de rotsen, tussen de distels en in goede grond. Zo verschillend als bij het zaad, is het ook met mensen en het woord van God.

Die dag

Het verhaal begint met een detail waar je misschien snel overheen leest: ‘Die dag verliet Jezus het huis…’ Welke dag dan? En welk huis?

In het gedeelte dat hieraan voorafgaat, is verteld dat Jezus in een huis de mensen toesprak. Zijn moeder en zijn broers kwamen naar dat huis toe om Hem te spreken. Maar in plaats van naar hen toe te gaan, wees Jezus naar zijn leerlingen: ‘Dat zijn mijn moeder en mijn broers.’ Op diezelfde dag, zo vertelt Matteüs, spreekt Jezus op het meer de menigte toe.

Gelijkenissen

Jezus spreekt de mensen toe als een rabbi, een joodse leraar die zijn wijsheid overbrengt met verhalen. Hij gebruikt daarvoor verschillende gelijkenissen: verhalen waarin iets wordt uitgelegd omdat het verhaal ‘gelijkt’ op iets anders.

De zaaier en het zaad

We noemen dit verhaal vaak ‘het verhaal van de zaaier’. Dat is het ook, maar het is ook minstens evenzeer het verhaal van het zaad. Over de zaaier zelf wordt na vers 3 niet meer verteld; het gaat om het zaad dat op verschillende plekken terechtkomt. Dat zaad staat symbool voor hoe mensen het woord van God ontvangen.

Verschillende mogelijkheden

Het zaad dat gezaaid wordt, is steeds hetzelfde, maar toch zijn de uitkomsten heel verschillend. In de verzen 18 tot 23 legt Jezus uit dat het zo ook met mensen is, als ze het woord van God horen. Bij de één gebeurt er niks, bij de ander komt het wel op maar is het ook snel weer weg, of het wordt verstikt door zorgen en verleidingen, óf het ‘valt goed’ en brengt veel vrucht voort.

Het hangt af van de grond waarin het zaad valt, maar ook van een andere macht. De vogels die het zaad wegpikken, worden door Jezus uitgelegd als ‘hij die het kwaad zelf is’; hij komt ‘roven wat in hun hart is gezaaid’. Er is een macht, een kracht die God tegenwerkt; dat is een van de redenen dat niet alle mensen evenveel vrucht kunnen dragen.

Passief?

Het verhaal verklaart hoe het gaat met mensen en het woord van God. Maar welke rol hebben mensen zelf daarin eigenlijk? Je zou je af kunnen vragen of mensen in deze beeldspraak niet passief gemaakt worden. Hebben ze zelf eigenlijk wel invloed op wat er gebeurt? (Een zaadje kan toch ook niet bepalen waar het terecht komt?) Het verhaal laat misschien zien dat je dat niet volledig zelf in de hand hebt. Tegelijk roept het evangelie mensen steeds opnieuw op om zich te richten op Gods koninkrijk en ‘vrucht te dragen’. Daar kun je dus wel degelijk zelf iets voor doen; daarbij past ook de oproep aan het eind van het verhaal (‘Laat wie oren heeft goed luisteren!’).

Tellen

Opmerkelijk is de volgorde van de getallen aan het eind van het verhaal (vers 9, en nog eens in vers 23). Jezus vertelt dat mensen veel vrucht kunnen dragen: honderdvoudig, zestigvoudig of dertigvoudig. Die getallen zou je misschien eerder andersom verwachten, in een opgaande lijn. Zo staat het ook bij de evangelist Marcus: dertig-, zestig- en honderdvoudig. Waarom Matteüs de getallen laat aflopen, is niet helemaal duidelijk. Je zou kunnen concluderen dat meer niet altijd beter is, en dat ieder op zijn eigen manier rijkelijk vrucht kan dragen. Vanaf het water roept Jezus de mensen toe: ‘Wie oren heeft, moet horen!’

Vieren Gebeurt er wat?

Matteüs 13:1-13.18-23

Kindermoment in de kerk

Lees het volgende verhaal voor:

De moeder van Joep is boos.

‘Je hele kamer is één grote bende!’ zegt ze.

‘O,’ zegt Joep.

‘Vieze kleren horen in de wasmand!’ roept zijn moeder.

‘Ja,’ zegt Joep.

‘Afwas hoort in de vaatwasser!’

‘Inderdaad,’ zegt Joep.

‘En afval in de prullenbak!’

‘Zo is het,’ zegt Joep.

‘En dus?’ vraagt zijn moeder.

‘Dus wat?’

‘Wat ga je doen?’

Joep kijkt verbaasd. ‘Moet ik iets doen?’

‘Ja, dat zeg ik toch!’

Joep begrijpt het niet.

Zijn moeder heeft toch niet gezegd dat hij iets moet doen?

Stel de kinderen de volgende vragen:

– Luistert Joep naar zijn moeder?

– Wat verwacht zijn moeder?

In het verhaal van vandaag vertelt Jezus over de woorden van God. Als je daar goed naar luistert, zeg je misschien niet alleen maar ‘o’ en ‘ja’. Dan ga je iets doen!

Gebed

Goede God, Dank U dat U er bent, om ons te helpen, we hoeven het niet alleen te doen. Soms voelt het misschien lastig om in beweging te komen. Om ergens voor te gaan en om het goede te doen. Toch is dat wat U van ons vraagt. Help ons ook om uw verwachting waar te maken.

Dank U dat U er bent, om ons te beschermen en te voeden. Amen

12 juli 2026

Zingen

Met open handen

Met open handen laat ik weten wie ik ben, wat ik verwacht: God zal mensen niet vergeten, Hij geeft open handen kracht. Om te geven en ontvangen, om te delen in verlangen dat de toekomst op ons wacht.

Tekst: Erik Idema

Muziek: Ab Weegenaar

Werkblad

oOp het werkblad staat een droedelplaat. Een gieter die water geeft en een zon met zonnestralen. Verder is het blad leeg. De kinderen tekenen zichzelf. Wat doen ze?

Nodig: kleurpotloden.

Werkblad: zie blz. 6.

Lezen en zingen

Vierde zondag van de zomer Jaar A

Lezing uit het Oude Testament Jesaja 55:6-13

Epistellezing

Romeinen 7:21-8:6

Lezing uit het Evangelie Matteüs 13:1-9.18-23

Vertellen Gebeurt er wat?

Matteüs 13:1-13.18-23

12 juli 2026

Vertelling 4–7 jaar

De beste plek

Daar loopt een zaaier op het land. Hij heeft een tas vol zaadjes om zijn nek. Elke keer steekt hij zijn hand in de tas en pakt wat zaadjes. Dan strooit hij de zaadjes uit.

Een hand vol zaadjes komt op de weg terecht. De zaaier kijkt: gebeurt er al wat? Nee, de zaadjes kunnen niet groeien op de harde weg. Er komen vogels aan, die pikken de zaadjes met hun snavel op.

Een hand vol zaadjes komt tussen de stenen terecht. Ze vinden een beetje grond en groeien snel. Maar de wortels kunnen niet verder groeien, ze komen tegen de stenen aan. De zon schijnt fel en de plantjes drogen uit.

De zaaier strooit een hand vol zaadjes tussen het onkruid. Gebeurt er wat? Zeker, de zaadjes kunnen flink groeien en worden kleine plantjes. Maar het onkruid groeit nóg sneller, er is geen plek meer voor die kleine plantjes.

De zaaier strooit nog een hand vol zaadjes. Deze keer komen de zaadjes in goede grond terecht. De zaadjes krijgen wortels en kruipen diep de grond in. Boven de grond groeit een klein plantje dat steeds groter groeit. De takjes worden takken en er komen vruchten aan. Dat is pas groeien!

Jezus kijkt naar de mensen om Hem heen. Hij heeft hen het verhaal van de zaaier verteld. ‘Welk zaad groeit het beste?’ vraagt Hij aan de mensen. Nou, dat antwoord weten ze wel: ‘Het zaad dat in de aarde terecht is gekomen!’ ‘Precies!’ zegt Jezus. ‘Mijn woorden lijken op die zaadjes. Als je er goed luistert en er iets mee doet, dan gebeurt er wat. Net als met zaadjes in goede grond!’

Jolanda van der Marel

Werkvormen

4-7 jaar

lGesprek: In het verhaal van vandaag wordt verteld wat planten nodig hebben om te groeien. Wat hebben de kinderen nodig om te groeien?

p

Spel: Speel met de kinderen ‘Ik ben een zaadje en ik heb nodig…’. Ieder kind bedenkt iets wat een zaadje nodig heeft om te kunnen uitgroeien tot een plant. Hoeveel dingen kunnen de kinderen samen bedenken?

m

Zingen: ‘Een heel klein zaadje’.

Een heel klein zaadje waait weg op de wind. Het ligt verloren op de straat en niemand die het vindt.

Zo’n heel klein zaadje dat vang je in je hand. Je dekt het met de aarde toe; dan slaapt het in de grond.

Tekst: Sytze de Vries Muziek: Willem Vogel

Liedboek 181

Bespreek waar dit liedje over gaat.

8-10 jaar

lGesprek: Het verhaal van vandaag gaat over groeien. Is groei altijd te zien, bijvoorbeeld als je heel lang naar een plantje kijkt? En hoe zit dat met ons zelf; waarin groeien we en zie je dat gelijk?

Computer: Schilderij: Zoek ‘Parabel van de zaaier’ van Pieter Bruegel de Oude (1520-1568) op. Dit schilderij is een soort zoekplaat. Waar zie je de zaaier? Op welke plekken is het zaad gevallen? Als Jezus in dit schilderij was geschilderd, waar zou je Hem dan verwachten?

oTekenen: Teken jezelf ‘in de goede grond’. Hoe ziet dat eruit? Wat is er gebeurd?

11-12 jaar

lGesprek: In het verhaal van vandaag wordt verteld dat er soms geen ruimte is voor het woord van God. Ervaar jij ook wel eens dat je geen ruimte hebt? Wanneer? Hoe ga je daarmee om?

sCreatief: Maak een groeipot. Vul de pot met kaartjes met uitspraken die jou helpen als je klem zit en geen ruimte hebt. Teken met glasstiften bloemen op de pot of andere dingen waar je vrolijk van wordt.

Vertelling 8–12 jaar

Goed gevallen

Langs het water staan allemaal mensen, zo veel mensen hebben daar nog nooit gestaan.

Ze kijken en luisteren naar Jezus. Jezus zit namelijk in een bootje. Zo kan hij alle mensen goed zien en kunnen alle mensen Hem goed zien. Hij vertelt:

‘Er was eens een zaaier. Die zaaier had veel zaad. Hij wilde zaaien en ging op weg. Sommige zaadjes vielen op de weg. De grond was er te hard om in te verdwijnen. Ze lagen daar maar, totdat er een paar vogels kwamen die ze opaten.

De zaaier wandelde door. Er waren zaden die op de rotsen vielen. De grond was er te hard om in te verdwijnen. De zaden groeiden zonder wortels in de aarde.

De zon brandde op de planten. Zonder wortels kregen de planten geen water. Ze verschroeiden en verschrompelden.

De zaaier wandelde door. Er waren zaden die tussen distels vielen. De grond was er zacht genoeg. De zaden groeiden uit tot planten. Ze schoten wortel in de aarde. Maar er was geen ruimte tussen de distels. De distels wierpen schaduwen over de planten.

Zo kregen ze geen zon en dus geen energie. De distels groeiden steeds groter en groter. De planten werden verdrukt en raakten kwijt tussen de distels.

De zaaier wandelde door. Er waren zaden die in goede grond vielen. De grond was er zacht en de zaden schoten wortel. Ze groeiden uit tot planten. De planten kregen genoeg water en genoeg zon. Ze zaten stevig in de grond en groeiden maar door en door. Deze planten kregen vruchten.’

Als Jezus klaar is met vertellen, vraagt een van de leerlingen: ‘Waarom vertelt U dit verhaal?’

‘Zoals het met de zaden gaat, zo gaat het met het woord van God,’ zegt Jezus. ‘Soms landt het woord van God op een plek waar het niet kan groeien. Maar vaak komt het ook op de goede plek terecht. Dan hebben de mensen ruimte en tijd en aandacht voor het koninkrijk van God. Dat zijn de zaden die in de goede grond vallen.’

Machteld Touwen

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Kind op Zondag jaargang 94 blok 8 inkijkexemplaar by Kwintessens - Issuu